Over asiel en migratie
140
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De hervorming van de federale administraties
De FOD Migratie
Hervorming en beheer van federale administraties en migratie
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt kondigt de oprichting van FOD Migratie (2027) aan, die Dienst Vreemdelingenzaken, CGVS, Fedasil en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bundelt om verkokering tegen te gaan, procedures te versnellen en kwetsbare groepen (zoals minderjarigen) beter te beschermen, zonder de beslissingsonafhankelijkheid van CGVS/RvV aan te tasten – volgens haar. El Yakhloufi (positief) benadrukt de belofte van efficiëntere dienstverlening, maar vraagt zich af of de planning (2027) en overlegstructuur haalbaar zijn. Van Belleghem (kritisch) betwist de claim van onafhankelijkheid: ze wijst op regeringsinstructies (meer subsidiaire bescherming, minder vluchtelingenstatus) die het CGVS als "niet-onafhankelijk" bestempelt, en beklemtoont dat samenwerking met Justitie, Politie en Buitenlandse Zaken (terugnameakkoorden, detentie illegalen) essentiëler is dan de hervorming zelf. Budget: €25 miljoen/jaar (2026-2027), maar concrete kostprijs ontbreekt.
Achraf El Yakhloufi:
De federale regering heeft beslist om een aantal overheidsdiensten te hervormen en te herstructureren, met onder meer de oprichting van een nieuwe FOD Migratie waarin verschillende migratiediensten worden samengebracht, evenals een herschikking van bevoegdheden inzake gebouwen en facilitaire ondersteuning.
In dat kader heb ik volgende vragen:
Kan u toelichten welke doelstellingen u precies nastreeft met de oprichting van de FOD Migratie en welke administraties daaronder zullen ressorteren?
Hoe wordt binnen deze nieuwe structuur de onafhankelijkheid en beslissingsautonomie van instanties met een specifieke wettelijke opdracht, zoals het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gegarandeerd?
Welke waarborgen worden ingebouwd om te verzekeren dat deze hervorming geen negatieve impact heeft op de kwaliteit, zorgvuldigheid en rechtszekerheid van beslissingen in asiel- en migratiedossiers?
Op welke manier worden de betrokken administraties en hun personeelsvertegenwoordigers betrokken bij de verdere uitwerking en implementatie van deze hervorming?
Wat is de vooropgestelde timing van de hervorming en op welke manier zal het parlement hierover verder geïnformeerd en betrokken worden?
Hoe zal nadien geëvalueerd worden of deze hervorming effectief leidt tot meer efficiëntie, betere samenwerking en een verbeterde dienstverlening aan burgers?
Francesca Van Belleghem:
In een interview met minister Matz van Les Engagés in De Tijd van 31 januari verklaarde zij dat de operatie van de FOD Migratie louter organisatorisch is en dat de autonomie en de beslissingsonafhankelijkheid van de betrokken instanties gewaarborgd moeten blijven.
Wat is de timing van de FOD Migratie? Bent u het ermee eens dat dit een louter organisatorische reorganisatie zal zijn? Wat is de voorziene kostprijs van deze overkoepeling? Welk budget wordt hiervoor voorzien en welk budget is reeds uitgegeven?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw Van Belleghem, bedankt voor de vragen.
Mevrouw Van Belleghem, ik denk dat u wilt verwijzen naar een interview van 31 december en niet van 31 januari. Anders zou dat betekenen dat u een glazen bol hebt. Ik denk dat dat gewoon een vergissing was.
De hervorming waarnaar u verwijst, omvat een integratie van de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, Fedasil en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in een overkoepelende FOD Migratie. Daarbij wordt gestreefd naar een geharmoniseerde werking, waarbij de ketenaanpak centraal staat. Dat is bijzonder belangrijk.
Met deze hervorming willen we de verkokering tegengaan en de dienstverlening optimaliseren. Daarbij gaat het onder meer om het verkorten van de doorlooptijd van procedures, het sneller afhandelen van meervoudige aanvragen zonder bijkomende elementen, gezamenlijke aankoopcentrales voor de centra en een kwalitatieve dienstverlening met bijzondere aandacht voor niet-begeleide minderjarigen en kwetsbare profielen enzovoort.
De hervorming doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid inzake beslissingsbevoegdheden en adviesverlening. Het is net de bedoeling de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren. Alle wettelijke verplichtingen inzake zorgvuldigheid en rechtszekerheid blijven vanzelfsprekend bestaan. De kwaliteit van de dienstverlening zal in de toekomst bovendien worden gemonitord.
Er werd een programmawerking PMO opgezet, met een sponsorgroep waarin de leidinggevenden van de betrokken instanties zetelen. Daarnaast is er een programmagroep met vertegenwoordigers van de verschillende diensten. Een eerste communicatie aan de medewerkers van de diensten werd in september van vorig jaar verspreid en vooraf bezorgd aan de vakorganisaties. Zeer binnenkort zal een overleg met de vakorganisaties specifiek over de FOD Migratie worden ingepland, waarna dit overleg periodiek zal worden herhaald. Er vindt overigens nu reeds periodiek overleg plaats met de vakorganisaties over alle thema’s die tot mijn bevoegdheden behoren.
In de ministerraad werd op 23 december beslist dat de FOD BOSA ondersteuning zal leveren in dit hervormingstraject. Dat zal in de komende weken verder worden geconcretiseerd.
Het jaar 2026 wordt een voorbereidend jaar waarin de reglementaire teksten, de harmoniseringstrajecten en de blauwdruk van de nieuwe organisatie zullen worden uitgewerkt. Vanaf 1 januari 2027 zal worden gestart met de geleidelijke implementatie van de inkanteling.
Mevrouw Van Belleghem, er zijn op dit moment nog geen berekeningen beschikbaar met betrekking tot de budgettaire impact. Tot dusver werd er nog niets uitgegeven. De regering voorziet wel 25 miljoen euro voor alle hervormingstrajecten in 2026 en opnieuw hetzelfde bedrag in 2027.
Mijnheer El Yakhloufi, u haalde verschillende interessante punten aan, waaronder het belang van een regelmatige evaluatie van die hervorming. Daarvoor is er de cel ketenmonitoring, die verschillende indicatoren onderzoekt, onder meer inzake dossierbehandeling, doorlooptijd en de inzet van personeel.
Tot daar, voorzitter.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, professioneel verloopt onze samenwerking erg fijn. Als ik een vraag stel, geeft u mij immers meestal de antwoorden dat ik wil horen. Dat verrast mij.
U geeft aan dat er met de FOD zal worden gezorgd voor snellere procedures en dat de kwaliteit van de aanvragen zal verbeteren en dat kwetsbare personen, zoals minderjaren, zeker zullen worden beschermd. De onafhankelijkheid van het CGVS blijft daarbij gegarandeerd.
Daarnaast, mevrouw de minister, hoorde ik u zeggen dat u met verschillende mensen zou overleggen. Dat grote aantal overlegmomenten deed mij wel even opkijken. Vervolgens verwees u echter naar 1 januari 2027. U kent ons: we noteren vooral de data. U sprak ook over de komende weken, maar ik heb niet volledig begrepen wat er in die periode nog zou gebeuren. Ik zal dat in het verslag nalezen en er later opnieuw een vraag over stellen. Wat ik vooral heb onthouden, is dat we mogen rekenen op 1 januari 2027 als startmoment van de inkanteling, met andere woorden de opstart van de FOD Migratie, dat we daar naar mogen uitkijken. Dank u wel voor uw antwoord.
Francesca Van Belleghem:
Ik heb nog twee bemerkingen. Over de onafhankelijkheid van het CGVS en de RvV is er de afgelopen periode, vooral bij uw aantreden, veel te doen geweest. Daarna is dat wat gaan liggen. In het regeerakkoord staat dat het de bedoeling is dat het CGVS meer beslissingen zal nemen inzake subsidiaire bescherming en minder inzake de vluchtelingenstatus. Deze instructie van de minister aan het CGVS impliceert dat het CGVS daardoor deels haar onafhankelijkheid verliest. De vluchtelingencommissaris heeft al aangegeven daar niet naar te zullen luisteren. Zij is de mening toegedaan dat subsidiaire bescherming ondergeschikt is aan het vluchtelingenstatuut, ongeacht wat men in andere landen doet. In andere landen gelden andere maatregelen. Wij vinden dat het CGVS niet onafhankelijk moet zijn. Ik vraag me wel af hoe dat in de praktijk zal verlopen en hoe uw instructies uitgevoerd zullen worden, ook voor de RvV. Er zijn veel aankondigingen gedaan daaromtrent, maar eigenlijk is er nog niets concreets. De clou van de zaak is bovendien niet alleen dat er een FOD Migratie zal zijn, maar ook dat die FOD Migratie zeer goed zal moeten communiceren met Justitie over het gevangeniswezen, gelet op het grote aantal illegalen in de gevangenis, maar ook met Binnenlandse Zaken. Het is belangrijk dat de politie daadwerkelijk illegalen oppakt en doorspeelt naar uw diensten en dat er ook samenwerking is met Buitenlandse Zaken over de terugnameakkoorden. De FOD Migratie alleen is dus niet voldoende, er is ook samenwerking nodig met de andere overheidsinstanties.
De asielprocedures, de termijnen en de rol van de beroepsinstanties
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Achraf El Yakhloufi vraagt naar de efficiëntie en afstemming tussen de Dienst Vreemdelingenzaken, CGVS en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), en bekritiseert dat vertragingen in beroepsprocedures de versnelde eerste aanleg ondermijnen, met name in het licht van het Europese migratiepact. Minister Van Bossuyt bevestigt dat er continue afstemming is en dat de cel Ketenmonitoring knelpunten opspoort, maar erkent dat er ruimte voor verbetering blijft. Ze wijst op een nieuw wetsontwerp (in advies bij de Raad van State) om de RvV-procedures te stroomlijnen zonder extra middelen, hoewel ze een aanhoudende achterstand bij complexe dossiers toegeeft. Prioritaire zaken worden wel versneld behandeld, aldus de minister.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, een efficiënte asielprocedure vereist niet alleen snelle beslissingen in eerste aanleg, maar ook een vlotte en rechtszekere behandeling van beroepen. Ik heb daarover enkele vragen.
Hoe evalueert u vandaag de werking en de onderlinge afstemming van de verschillende instanties die betrokken zijn bij de asielprocedure, met name de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen?
Erkent u dat vertragingen in de beroepsprocedures het effect van snellere procedures in eerste aanleg ondermijnen? Het nieuwe Europese migratiepact voorziet in semi-termijnen voor versnelde procedures. Hoe verhouden die zich tot de vaak langdurige beroepsprocedures? Welke concrete maatregelen worden genomen om de doorlooptijden bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te verkorten en is die instantie daar vandaag organisatorisch en personeelsmatig voldoende op voorbereid?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, de werking en de onderlinge afstemming tussen de verschillende instanties vormen een proces waarmee we dagelijks bezig zijn. Daarbij blijft steeds marge voor verbetering. Er wordt voortdurend ingezet op een zo efficiënt mogelijke samenwerking en afstemming tussen de verschillende diensten, met respect voor ieders bevoegdheden en voor de respectieve onafhankelijkheid van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen als beslissingsautoriteit en van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als onafhankelijke rechtbank. Om de volledige asielprocedure op te volgen en te monitoren, bestaat de cel Ketenmonitoring, die tot doel heeft knelpunten tijdig te detecteren en de samenwerking verder te optimaliseren.
Wat uw vragen over de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft, kan ik u meedelen dat een specifieke wet wordt uitgewerkt waarin alle procedurele bepalingen met betrekking tot dit rechtscollege worden gebundeld. Dat wetsontwerp ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Ze beoogt de duidelijkheid en de rechtszekerheid te versterken, bestaande procedurele knelpunten weg te werken en de procedure in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die voortvloeien uit het migratiepact. Dit wetsontwerp biedt een uitgelezen kans om de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen efficiënter te laten werken, zonder dat bijkomende middelen noodzakelijk zijn.
Tegelijk is er de realiteit dat voor bepaalde dossiers een aanzienlijke achterstand bestaat bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ondanks die achterstand wordt er steeds naar gestreefd om de beroepsprocedures zo goed mogelijk af te stemmen op de beslissingsprocedures van de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Wanneer er sprake is van prioritaire of versnelde behandeling bij een van die instanties, wordt dat ook voorzien bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Achraf El Yakhloufi:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De impact van lange procedures op asielzoekers en op integratie
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Achraf El Yakhloufi bekritiseert dat lange asielprocedures de integratie van kansrijke asielzoekers (met hoge erkenningkans) belemmeren door gebrek aan taalonderwijs en inburgering tijdens opvang, en pleit voor versnelling. Minister Anneleen Van Bossuyt verdedigt de prioritering van urgente dossiers (bv. minderjarigen, Fast Track-landen) en wijst op de bewuste uitsluiting van asielzoekers uit inburgeringscursussen sinds 2019 (om "valse hoop" te vermijden, gezien slechts 25,2% erkenning), maar benadrukt wel activering via werk, taalinitiatieven en lokale samenwerkingen. El Yakhloufi herhaalt zijn bezorgdheid over economisch verlies door trage integratie en dringt aan op snellere procedures en taal-/werktoegang voor erkenden. Van Bossuyt erkent de nood aan dagbesteding maar handhaaft het beleid dat inburgering pas start na erkenning.
Achraf El Yakhloufi:
Langdurige asielprocedures hebben niet alleen administratieve gevolgen, maar ook een directe impact op het leven en de integratiekansen van asielzoekers.
Hoe beoordeelt u de impact van lange wachttijden in asielcentra op de integratie van kansrijke asielzoekers?
Er wordt vastgesteld dat door de focus op versnelde procedures andere dossiers, waaronder dossiers met een grote kans op erkenning, langer blijven liggen. Deelt u de bezorgdheid dat dit nadelig is voor integratie en participatie?
Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat asielzoekers gedurende lange tijd in collectieve opvang blijven zonder toegang tot voldoende taalonderwijs en inburgeringsinitiatieven?
Anneleen Van Bossuyt:
Er zijn dossiers die prioritair moeten worden behandeld, zoals de dossiers van niet-begeleide minderjarigen of verzoekers in gesloten centra en ook de dossiers van verzoekers uit landen die in de Fast Track Procedure zitten. Momenteel zijn dat Benin, Angola, Georgië, India, Moldavië en alle veilige landen van herkomst. Daarnaast wordt de behandeling van aanvragen uit bepaalde herkomstlanden soms on hold gezet, om de gewijzigde veiligheidssituatie grondig te kunnen herevalueren. Ik heb al verwezen naar Syrië. Dat heeft inderdaad een impact op andere dossiers en op de verblijfsduur in de opvang.
De impact van lange asielprocedures toont zich op verschillende vlakken, niet alleen op de mogelijke integratie van verzoekers om internationale bescherming met een hoge kans op bescherming. Het lange wachten zorgt niet alleen voor onzekerheid voor de betrokken verzoeker om internationale bescherming, maar het zorgt ook voor spanningen in de opvangstructuur, waardoor de veiligheid van bewoners en medewerkers in het gedrang komt.
Wat betreft de integratie van asielzoekers wens ik erop te wijzen dat asielzoekers sinds 2019 niet langer een doelgroep van de regionaal georganiseerde inburgeringscursussen zijn. Gelet op het feit dat momenteel slechts 25,2 % daadwerkelijk internationale bescherming krijgt en het volgen van een dergelijke inburgeringscursus de asielzoeker een verkeerd beeld van de mogelijke afloop van zijn asielprocedure kan geven, vind ik dat niet meer dan logisch. Dit geldt dus al sinds 2019.
Desalniettemin is een nuttige dagbesteding belangrijk om onder andere de rust in de opvang te bewaren. De activering van asielzoekers is daar een goed voorbeeld van. De maatschappelijke werkers in onze opvangstructuren begeleiden, informeren en oriënteren de bewoners gedurende hun hele verblijf. Deze begeleiding heeft onder meer betrekking op de beschikbare opleidingen, zowel intern georganiseerd als aangeboden door externe organisaties, zoals de centra voor sociale promotie, de VDAB, FOREM, Actiris of andere partners. Dit omvat ook essentiële aspecten van het dagelijks leven in België, bijvoorbeeld inzicht in de werking van de Belgische samenleving, de toegang tot activiteiten, het gebruik van het openbaar vervoer, evenals de rechten en plichten van de bewoners.
Daarnaast ontwikkelen de opvangstructuren talrijke samenwerkingen met scholen, verenigingen, vzw's en lokale actoren, om de integratie van de bewoners in het sociale en burgerlijke leven van de gemeente te bevorderen. Bewoners hebben ook de mogelijkheid om zich in te zetten via vrijwilligerswerk.
Achraf El Yakhloufi:
Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik heb nog één bijkomende vraag. Ik besef dat het een bijzonder moeilijke kwestie is. U gaf aan dat het om 25,9 % gaat, denk ik. Er zijn immers mensen die elders in Europa een andere aanvraag hebben lopen. Het zou voor ons land interessant zijn, dat is de enige bezorgdheid die ik hier wil delen. Het is een regionale bevoegdheid. Voor de mensen die hier mogen blijven, is het van groot belang dat ze zo snel mogelijk worden meegenomen in taalverwerving en tewerkstelling. Ik begrijp dat dat moeilijk ligt, aangezien de procedures nog lopen en het niet altijd duidelijk is waar men staat. Daarom verwijs ik naar mijn eerdere vragen. We moeten er echt op inzetten dat die procedures sneller verlopen en dat mensen sneller duidelijkheid krijgen. Nogmaals, ik voel dat u daar zeker de bereidheid toe hebt. Het is belangrijk dat we die mensen activeren en dat ze een dagbesteding hebben. Het is zeer goed dat we dat doen en dat is ook in het belang van ons land. Hoe sneller mensen de taal leren en kunnen meewerken in onze samenleving, hoe beter. Dat is goed voor hen, maar ook zeer goed voor onze economie. Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister.
De kinderen in de asielcentra en de kinderrechten
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Achraf El Yakhloufi bekritiseert dat kinderen maanden tot jaren in collectieve asielopvang verblijven, wat hun ontwikkeling, scholing en toekomstkansen schaadt, en dringt aan op concrete cijfers (aantallen, verblijfsduur) en stelt dat procedures te traag zijn, ondanks aanbevelingen van de Kinderrechtencommissaris. Minister Van Bossuyt benadrukt dat Fedasil kwaliteitsvolle opvang nastreeft via monitoring, actieplannen (o.a. infrastructuur, veiligheidsprotocollen) en kleinschalige centra voor kwetsbare groepen (zoals in Overijse/Dilbeek), maar verwijst voor cijfers naar een schriftelijke vraag. El Yakhloufi betwijfelt de voortgang – ondanks zijn eerdere schriftelijke vraag – en herhaalt dat vertragingen onaanvaardbaar zijn, maar waardeert wel de focus op kleinschalige opvang uit het regeerakkoord en belooft opvolging.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, als er één groep is waarvan we echt nooit mogen wegkijken, is het die van de kinderen. Iedereen snapt dat. Iedereen voelt dat intuïtief. Een kind dat maanden of jaren in een collectieve opvang leeft, betaalt daar een prijs voor in zijn ontwikkeling, welzijn, scholing en vertrouwen.
We weten dat kinderen een groot deel uitmaken van de bewoners van die opvang. We weten ook dat langdurige procedures en achterstanden daarin ervoor zorgen dat gezinnen daar veel te lang blijven hangen. Dat is slecht voor die kinderen, maar ook slecht voor ons systeem. Hoe langer de onzekerheid duurt, hoe groter de problemen worden en hoe moeilijker de integratie of de terugkeer wordt.
Een kind kan niet pauzeren tot onze administratie klaar is. Dat kan gewoon niet. Dat kind blijft leven en het blijft groeien. Daarom wil ik van u niet alleen principes horen, maar ook echt cijfers en keuzes.
Hoeveel kinderen verblijven er vandaag langdurig in de opvang? Wat is de gemiddelde verblijfsduur?
Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat kinderen disproportioneel lang in de collectieve opvang blijven?
Vooral, welke aanbevelingen inzake kinderrechten – want ik verwijs naar het rapport van de Kinderrechtencommissaris dat pas gepubliceerd is – worden vandaag echt uitgevoerd? Welke blijven steken in goede bedoelingen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, Fedasil stelt altijd alles in het werk om de opvang voor al zijn bewoners, en bij uitstek natuurlijk kwetsbare profielen, zo kwaliteitsvol mogelijk te organiseren, vaak in moeilijke omstandigheden. Alle respect dus voor de personeelsleden. Ik meen dat oprecht. Ik heb er al verschillende bezocht. Ik vind het onvoorstelbaar.
De minimale normen inzake opvang zijn een onderdeel van een ruimer kwaliteitssysteem met monitoring, interne audits, aanbevelingen en actieplannen. De normen kunnen niet los gezien worden van de ondersteunende en controlerende processen binnen het globale kwaliteitssysteem.
Naar aanleiding van het project Kind in een Asielcentrum , dat gefinancierd werd door het Europese AMIF-fonds wordt nu een actieplan gefinaliseerd om de kansen en de rechten van de minderjarigen in de opvangstructuren te versterken. Het gaat daarbij om acties inzake de infrastructuur van de centra, protocollen ter preventie en opvolging van onveilige situaties in de centra, opleiding voor de medewerkers enzovoort.
Een van de belangrijkste prioriteiten van het agentschap Fedasil voor 2026 blijft fix the basics .
Conform het regeerakkoord wil ik inzetten op kleinere collectieve opvangcentra, specifiek voor de opvang van kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarigen. Dergelijke centra bestaan reeds, onder meer in Overijse en Dilbeek.
U vroeg ook een groot aantal cijfers. Voor het verkrijgen van die gedetailleerde cijfermatige informatie verzoek ik u om een schriftelijke vraag in te dienen, zoals het Kamerreglement dat voorschrijft.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, ik heb daarover reeds een schriftelijke vraag ingediend. Ik hoop dat ze ondertussen bij u is aangekomen, aangezien ik heb vernomen dat er een aanzienlijke vertraging is bij de behandeling van schriftelijke vragen. Ik wil, ten eerste, mijn respect uitspreken voor de personeelsleden en voor het werk dat ze elke dag verrichten. Ook op mijn planning staan heel veel bezoeken. Het is inderdaad belangrijk om te bekijken hoe de werking in de praktijk verloopt. Ik ben ook blij dat u verwijst naar het regeerakkoord. Wij hebben er mee voor gestreden om een en ander in het regeerakkoord opgenomen te krijgen, zoals de kleinschalige opvang voor kwetsbare gezinnen, kinderen en specifieke situaties. Zolang kinderen maanden of jaren in collectieve opvang verblijven, blijven wij achter de feiten aanlopen. Dat is nefast voor hun ontwikkeling maar ook voor hun toekomstkansen, ongeacht of die kansen hier liggen of elders. Procedures moeten zich aanpassen aan het ritme van het kind en niet omgekeerd. Elk jaar van onzekerheid is een jaar dat niet kan worden teruggegeven. Ik ben dus blij als ik uw antwoorden hoor en vaststel dat wij daar tijdens de huidige legislatuur daadwerkelijk op zullen focussen. Ik zal u regelmatig blijven ondervragen met betrekking tot de stand van zaken.
De dalende trend in het aantal asielaanvragen
De daling van de beschermingsgraad
Afname van asielaanvragen en beschermingsgraad
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Minister Van Bossuyt claimt een trendbreuk in de asielinstroom dankzij haar crisisbeleid (o.a. opvangstop voor personen met EU-bescherming, -81% in die groep), met een daling van 28% (sep-dec 2024 vs. 2025), maar erkent dat externe factoren (bv. Syrië) meespelen. Di Nunzio (Anders) bekritiseert dat de Belgische daling (13%) achterblijft bij Europa (25%) en dat de zesde plaats in absolute cijfers geen echte verbetering toont, terwijl hij twijfelt aan de toeschrijving van de daling aan beleid zonder diepgaande analyse. De Vreese vraagt om verduidelijking over de gedaalde beschermingsgraad (van ~50% naar 24%) en toekomstprognoses, terwijl Van Bossuyt benadrukt dat verdere maatregelen nodig zijn om de instroom verder te reduceren. De discussie draait om beleidsclaims vs. externe invloeden en de effectiviteit van de genomen maatregelen.
Voorzitter:
De eerste spreker is mijnheer Di Nunzio van de fractie Anders.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het er al direct goed in zit. Ik zie er niet anders uit, maar ik voel me wel een beetje anders. Wat een goede receptie niet met een mens kan doen.
Wij hebben samen gezien dat in 2025 het aantal asielaanvragen in ons land met 5.000 is verminderd. Dat is richting een kleine 35.000 asielaanvragen, wat op zich een goede zaak is als cijfer. Dat valt niet te ontkennen. Daarbij moeten we ook twee zaken vaststellen. Ten eerste is er een sterke terugval geweest van het aantal Syrische asielaanvragen. Dat zijn er ongeveer 4.000 minder, waarbij we vermoeden dat dat vooral door een externe factor is, zoals de veranderde situatie na Assad. Wij durven aan te nemen dat er minstens een belangrijke externe impact aan de basis ligt van die terugval. Ten tweede valt op dat er in de Europese Unie een daling is van bijna 25 %, terwijl het in België slechts 13 % is. In Duitsland bedraagt de daling ongeveer 50 %. Met die daling van 13 % staan we nog altijd op de zesde plaats qua absolute cijfers van asielaanvragen.
Ik heb enkele vragen. U had op uw website geplaatst, mevrouw de minister, dat de jaarcijfers uw koerswijziging ook bevestigen, dat uw beleid wordt bevestigd en dat het dus een trendbreuk is. Is dat effectief een trendbreuk? Tonen die cijfers dat aan? In welke mate is die daling het gevolg van uw beleid?
U spreekt over een daling van bijna een derde sinds uw crisisbeleid, dat is de fameuze 38 %. Het was 28 %, excuseer. Over welke termijn gaat het precies? Hoe berekent u dat exact? Hoe koppelt u dat concreet aan uw gevoerde beleid?
Maar belangrijker, wij staan nog altijd op de zesde plaats. Wij dalen een stuk minder dan in Europa. Wat zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat wij die zesde plaats verlaten?
Maaike De Vreese:
Terwijl de cijfers inderdaad Europees bleven dalen, merkten we dat de cijfers hier onder Vivaldi nog altijd bleven stijgen. Het is pas nu dat de cijfers opnieuw onder 35.000 duiken. Dat is geleden sinds 2021.
Het gebeurde na de crisismaatregelen die deze regering genomen heeft. Het is dus is wel degelijk een trendbreuk.
Maar wat viel me ook op? Niet enkel het aantal asielzoekers is gedaald, ook de beschermingsgraad is enorm gedaald. De erkenningsgraad is nu gemiddeld 29 %, terwijl in 2024 nog bijna de helft van de asielzoekers erkend werden.
Kunt u daar toelichting over geven? Wat is de reden van de dalende beschermingsgraad?
Hebt u ook de cijfers voor december? Welke tendens ziet u in de beschermingsgraad? Blijft dezelfde trend aanhouden of niet?
Vorig jaar werd een prognose gemaakt van de instroom voor 2025. De diensten zeiden toen dat u moest opletten, omdat er 50.000 asielaanvragen zouden komen, ondanks de crisismaatregelen die u genomen hebt. Wordt er ook een prognose gemaakt voor 2026? Kunt u die ons meedelen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Di Nunzio, mevrouw De Vreese, het tegengaan van de asielinstroom en het indijken van de exploderende cijfers was en is absoluut de bedoeling van mij en van de regering. Ik heb dat vorige week in de plenaire vergadering nog duidelijk herhaald.
Ik herinner er ook graag aan dat ik een crisis heb geërfd van de vorige regering, met aan het roer uw partij, mijnheer Di Nunzio, en dat zal niet anders worden. De voorspelling aan het begin van de legislatuur liep op tot maar liefst 50.000 aanvragen bij ongewijzigd beleid.
Sinds het ingaan van de crisismaatregelen in augustus zijn de asielaanvragen gedaald met 28 %. Uiteraard surfen wij mee op de dalende Europese trend, maar die trend was er ook al onder Vivaldi. In 2024 zagen wij onder Vivaldi dat de Europese trend een daling van 12 % van het aantal asielaanvragen vertoonde, terwijl in België de aanvragen toen met 12 % stegen. Sinds de crisismaatregelen doen wij het zelfs beter dan het Europees gemiddelde.
Het is uiteraard niet mogelijk om exact te kwantificeren hoeveel van de 5.000 asielaanvragen toe te schrijven zijn aan gewijzigde situaties, bijvoorbeeld in Syrië, en hoeveel aan specifieke beleidsmaatregelen. Dat de daling echter toe te schrijven is aan nationaal beleid, is heel duidelijk. De belangrijkste maatregel die op korte termijn effect heeft op het aantal asielaanvragen, is het beperken van de opvang voor personen die al bescherming genieten in een andere lidstaat. Dat was een van de twee crisismaatregelen: mensen die al bescherming hebben in een andere lidstaat worden hier niet meer opgevangen. Ik kan zeggen dat de instroom van deze verzoekers gedaald is met 81 %. Die is dus zo goed als stilgevallen. Het is duidelijk dat een daling van 81 % in deze doelgroep in zeer grote mate heeft bijgedragen aan de algemene daling van het aantal asielaanvragen.
Wat de daling van 28 % betreft, mijnheer Di Nunzio, hierbij wordt het aantal verzoeken in een bepaalde periode in 2025 vergeleken met het aantal verzoeken in dezelfde periode in 2024. Specifiek gaat het over de periode van september tot december, omdat toen de crisismaatregelen in werking waren getreden.
Is die daling voldoende? Nee. We komen van ver. We hebben al veel gedaan, maar we gaan vooral nog veel doen. Ik ben het ermee eens dat de cijfers nog veel meer naar beneden moeten en daarom komen we binnenkort met een volgend pakket maatregelen.
Mevrouw De Vreese, u vroeg of de cijfers voor december met betrekking tot de beschermingsgraad al beschikbaar zijn. De beschermingsgraad bedroeg in december 23,9 %, wat opnieuw duidelijk de dalende trend aantoont. De beschermingsgraad is het aantal dossiers waarvoor het CGVS de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus verleende ten opzichte van het totaal aantal dossiers waarin een eindbeslissing werd genomen, de intrekkingen en de opheffingen. Voorspellingen daarover zijn moeilijk, gelet op de grote inspanningen die mijn diensten blijven leveren om de historische achterstand weg te werken.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, u hebt het al een aantal keer gedaan, niet alleen vandaag maar ook in het verleden, maar het blijft opvallend dat u steeds uithaalt naar Vivaldi en naar het feit dat iemand van mijn partij, die toen nog anders heette, daarover de leiding had.
Ik heb nochtans een zeer inhoudelijke vraag gesteld en ik heb dat intellectueel correct gedaan. Ik doe in mijn vraag gewoon een vaststelling. U bent nu een jaar bezig en schrijft een aantal cijfers toe aan uw beleid. Ik stel daarover gewoon inhoudelijk vragen. Toch haalt u telkens uit naar die vorige vivaldiregering en naar het beleid dat daar werd gevoerd.
Het volgende vind ik ook bijzonder. Er stond toen een staatssecretaris van cd&v aan het roer, een partij die vandaag opnieuw met u bestuurt. Ik vind het jammer dat die uithaal er blijkbaar telkens bij hoort. Ik hoop dat dit niet tot 2029 zal blijven duren.
Dan kom ik aan de inhoud van mijn kritische vraag. U presenteert een trendbreuk, maar ik zie vooral twee elementen. Ten eerste is de daling in België een stuk lager dan in de rest van Europa. In Europa is er een globale daling van 25 %, terwijl dat in België slechts 13 % is. We blijven op de zesde plaats staan. Ik laat mij zelfs influisteren dat het relatief bekeken om de derde plaats zou gaan. Op dat vlak is er geen verandering en dus ook geen duidelijke trendbreuk.
Ten tweede valt de daling met 5.000 die u aanhaalt, vooral samen met de afname van de Syrische instroom. De toekomst zal moeten uitwijzen in welke mate dit louter een externe factor is dan wel of er toch ook elementen van uw beleid in meespelen. Ik wil u daar het voordeel van de twijfel geven.
Met betrekking tot de beschermingsgraad, de samenstelling van de instroom, de verandering daarvan, kan een belangrijke invloed hebben. Ook daar vraag ik u gewoon om intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen en niet meteen een aantal cijfers toe te schrijven aan uw beleid, dat een grondige koerswijziging of verandering zou inhouden. Ik stel gewoon vast dat u dat zeer snel doet. We moeten daar vraagtekens bij plaatsen. Ik meen dat pas op langere termijn, na een grondige analyse, kan worden vastgesteld of het effectief beleidsmaatregelen waren die daartoe leidden.
Dat is eigenlijk mijn punt, los van Vivaldi. Dat is mijn punt van kritiek in de vraagstelling hier vandaag.
Maaike De Vreese:
Minister, mij valt alvast één ding op, iets wat helemaal niet “anders” is. De mensen van Anders of Open Vld negeren natuurlijk de volledige verantwoordelijkheid voor de rol die ze in het verleden gespeeld hebben, ook hier. De verantwoordelijkheid hebben ze op dat moment niet genomen en ook nu niet. Op dat vlak is Anders helemaal niet anders dan wat het vroeger was, Open Vld dat zich verstopte achter verantwoordelijkheden. Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in de reden van de daling van de beschermingsgraad. Waarom zien we zo’n groot verschil, 50 % ongeveer in 2024 en een beschermingsgraad van 25 % in november 2025? Natuurlijk houdt iedereen ervan dat er een bepaalde prognose, een voorspelling, wordt gemaakt, om te zien hoe het zal evolueren in de toekomst, maar misschien is het te vroeg in het jaar om die op dit moment al te maken.
De btw-verhoging op bereide maaltijden in asielcentra
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (N-VA) vraagt naar de financiële impact van de btw-verhoging op take-away catering (van 6% naar 12% per 2026) op asielcentra en gesloten terugkeercentra, gezien het al gestegen migratiebudget (1,1 miljard euro). Volgens minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) kost dit Fedasil maximaal 1,25 miljoen euro extra in 2026, maar gesloten centra ondervinden nauwelijks impact door eigen maaltijdbereiding; geen extra middelen worden vrijgemaakt, dus moeten besparingen (o.a. via zelfkookkeukens) de meerkost opvangen. Van Bossuyt stelt dat zelfkoken vaak goedkoper is dan externe catering, zonder garantie dat dit de btw-stijging volledig compenseert.
Francesca Van Belleghem:
Vanaf 1 maart 2026 stijgt het Btw-tarief op take away catering van 6% naar 12%, een beslissing uit het begrotingsakkoord van uw regering-De Wever. Asielcentra en gesloten terugkeercentra maken gebruik van cateraars die dagelijks maaltijden leveren. Het migratiebudget is de voorbije jaren al enorm gestegen tot 1,1 miljard euro.
Hoeveel gaat de Btw-verhoging op catering extra kosten voor de maaltijden in de asielcentra?
Hoeveel gaat dit extra kosten voor de maaltijden in gesloten terugkeercentra?
Hoe zullen deze bijkomende kosten worden opgevangen? Komen ze bovenop het reeds oplopende asielbudget of worden ze gecompenseerd door besparingen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, voor de federale open centra schatten we dat de maximale budgettaire impact van deze maatregel in 2026 ongeveer 1.250.000 euro zal bedragen. Deze schatting houdt geen rekening met prijsveranderingen, elasticiteiten of concurrentiële werking bij heraanbestedingen. Zodra alle technische modaliteiten van de maatregelen volledig zijn vastgesteld, zal een meer verfijnde raming kunnen worden opgemaakt. Wat de gesloten centra betreft, zij kennen voornamelijk maaltijdbereidingen ter plaatse en zijn daardoor dus niet getroffen.
Er werden in het kader van deze btw-verhoging geen bijkomende middelen toegekend aan Fedasil of de DVZ. Deze kosten zullen dus binnen het toegekende budget worden gecompenseerd via besparingen. Er wordt binnen Fedasil gewerkt aan diverse projecten om de catering goedkoper te maken, bijvoorbeeld via aanpassing van de infrastructuur, zoals de installatie van aangepaste zelfkookkeukens, zodat de bewoners zelf voor hun maaltijden kunnen instaan. Deze praktijk is zeker in personeelskosten, maar vaak ook in voedselkosten goedkoper dan externe catering en kan de kosten door deze btw-verhoging helpen opvangen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
België als het walhalla van de massamigratie
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Francesca Van Belleghem (N-VA) is de lichte daling van 13% in asielaanvragen onvoldoende en blijft België een "walhalla voor massamigratie", terwijl ze minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) verwijten maakt dat haar partij eerdere beloftes over asielquota en strengere maatregelen niet nakomt, met Hongarije als gewenst voorbeeld (50 aanvragen vs. 35.000 in België). Van Bossuyt verdedigt haar beleid door te benadrukken dat de instroom met 28% daalde sinds haar crisismaatregelen (augustus 2025), inclusief een daling van 81% bij herhaalde aanvragen, en kondigt verdere stappen aan, maar Van Belleghem blijft kritisch en noemt de resultaten een "goednieuwsshow" die de burger niet overtuigt, met verwijzing naar blijvende hoge aantallen en nieuwe asielcentra zoals in Schilde.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, uitgerekend op dezelfde dag dat de inwoners van Schilde een nieuw asielcentrum door de strot geramd kregen, pakte u uit met de grote goednieuwsshow. Terwijl in Duitsland het aantal eerste asielaanvragen gehalveerd is, viert u feest om een schamele daling van 13 %. Het contrast met Hongarije kan niet groter zijn want zij tellen amper 50 asielaanvragen, terwijl wij er nog altijd 35.000 hebben.
Wat mij nog het meest verbaast, is dat in 2023, toen wij ook 35.000 asielaanvragen telden, uw partijgenoot Theo Francken België nog het walhalla voor massa-immigratie noemde. Met vrijwel identieke cijfers bent u plots goed bezig. Wat zal het zijn? Straffer nog, in 2021, toen wij 26.000 asielaanvragen telden, lanceerde de N-VA een groot actieplan om ons uit de asielcrisis te loodsen. Punt drie van dat asielactieplan is de quota. Van die quota horen wij plots niets meer. Wanneer zullen die asielquota er komen?
Trouwens, het enige aanvaardbare quotum dat er eigenlijk nog is, is nul asielzoekers, of misschien zelfs 50, zoals Hongarije. Dat is ook nog aanvaardbaar. Wanneer zult u werk maken van asielquota?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, sta mij toe uw houding als vreemd te beschouwen. Als wij het al over iets eens zijn, dan is het toch dat de asielinstroom in ons land naar beneden moet. Als dat dan gebeurt, is dat voor u niet goed. Dat is toch wel straf. Ik wil u eraan herinneren dat ik een crisis heb geërfd en dat de voorspelling aan het begin van de legislatuur, dus elf maanden geleden, opliep tot maar liefst 50.000 asielaanvragen bij ongewijzigd beleid.
Daarom ben ik meteen uit de startblokken geschoten en heb ik, met resultaat, in een sneltempo crisismaatregelen door het Parlement geloodst. Sinds de invoering van die crisismaatregelen in augustus 2025 is de instroom immers gedaald met 28 %. De instroom van asielzoekers die al een erkenning hebben in een andere lidstaat, is zelfs zo goed als stilgevallen. Dat was een van onze maatregelen en die instroom is gedaald met 81 %.
U hebt die cijfers opgevraagd, dus u zou dat kunnen weten. Uiteraard surfen we mee op de dalende Europese trend, dat klopt. Die dalende Europese trend was er echter ook al onder Vivaldi en toen gingen de cijfers in België nog omhoog. Nu doen we het zelfs beter dan het Europees gemiddelde.
Beste collega’s, we komen van ver. We hebben al veel gedaan, maar we zullen vooral nog veel doen. Die cijfers moeten absoluut nog verder naar beneden. Daarom komt ons volgende pakket maatregelen er binnenkort aan. Geloof mij, we zitten niet stil. U mag gerust blijven roepen vanop de zijlijn, mevrouw Van Belleghem. Ik werk gewoon verder.
Francesca Van Belleghem:
Minister, ik was een tijd geleden in Spa. Daar is een oud hotelletje met een herdenkingsplaat voor Georges Krins. Hij deed mij aan u denken, want Georges Krins was de eerste violist op de Titanic. Net zoals hij blijft u zo lang mogelijk doorspelen. Verwacht echter niet van de burger dat hij tevreden is met de muziek, met de goednieuwsshow die u hier vandaag opvoert. Verwacht niet van de burger dat hij tevreden is dat er nog maar eens 35.000 asielzoekers naar ons land komen en dat u in Schilde een nieuw asielcentrum hebt geopend. België blijft vandaag het walhalla voor massamigratie. Niet alleen illegale migratie via asiel, maar ook legale migratie via gezinshereniging en arbeidsmigratie. Dat is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
De behandeling van Palestijnse vluchtelingen in het centrum Caricole
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementslid Greet Daems bekritiseert de behandeling van twee zwaar getraumatiseerde Palestijnse zussen—waarvan Ahed (17) haar been verloor door een Israëlisch bombardement—die na hun asielaanvraag in Caricole werden opgesloten, gescheiden van hun vader, en zonder adequate medische zorg (o.a. afgenomen antibiotica). Minister Van Bossuyt verdedigt de procedure: de zussen gooiden hun documenten weg, kregen een standaard medische intake (geen acute nood vastgesteld) en een afspraak in UZ Leuven, maar bevestigt niet de beschuldigingen over verwaarlozing. Daems blijft kritisch en noemt de detentie "onnodig en pijnlijk", benadrukkend dat slachtoffers van genocide begeleiding en familie nodig hebben, niet opsluiting. De kern: conflict over menselijkheid vs. procedurele striktheid in asielbeleid.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik wil u eerst en vooral een gelukkig nieuwjaar wensen. Mijn allerbeste wensen ook aan de andere collega’s in de zaal, want dat had ik nog niet gedaan.
Ik wil het vandaag hebben over Ahed, een Palestijns meisje uit Gaza. Ze was 17 jaar oud toen haar leven werd verwoest. Ze verloor haar tante door Israëlische bombardementen. Ze verloor haar huis en op 19 december 2023 verloor ze ook haar been. Die ochtend ging ze, zoals elke dag, naar het dak van haar woning om te bellen met haar vader. Haar vader was zeven jaar eerder naar België gevlucht, nadat zijn restaurant in Gaza al drie keer was gebombardeerd. Tijdens dat telefoongesprek vuurde een Israëlische tank op het huis. Het been van Ahed werd volledig verbrijzeld. Haar voet hing nog amper vast. Haar oom, een arts, heeft haar leven kunnen redden door haar been te amputeren, op de keukentafel en zonder verdoving.
Na twee maanden werd Ahed geëvacueerd naar de Verenigde Staten. Daar onderging ze vier operaties. Ze kreeg een prothese en een op maat gemaakte antibioticabehandeling voor een zware botinfectie, die ondertussen ook al haar been aan het aantasten was. Ahed en haar zus konden echter niet in de Verenigde Staten blijven. Ze besloten daarom naar hun vader in België te komen. In juni 2024 zijn ze hier aangekomen. Ze hebben asiel aangevraagd. Aan de grens werd hun gevraagd waarom ze naar België kwamen en waarom ze niet in de Verenigde Staten bleven, want daar zou het veilig zijn. Ze werden opgesloten in het gesloten centrum Caricole.
Twee zwaar getraumatiseerde meisjes, van wie er één dringende medische zorg nodig had, werden vastgehouden zonder contact met hun vader en zonder aangepaste medische begeleiding. De levensnoodzakelijke antibiotica van Ahed werden afgenomen. Daardoor kreeg ze hoge koorts, die twee weken heeft aangehouden. Ze kreeg daarvoor enkel ibuprofen toegediend.
Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat slachtoffers van genocide zo worden behandeld in ons land? Hoe is het überhaupt mogelijk dat iemand zo wordt behandeld? Waarom werd er niet gekeken naar andere opties? Hun vader woont legaal in België. Ze hadden toch ook gewoon bij hem kunnen verblijven? Tot slot, waarom zaten Ahed en haar zus opgesloten in Caricole?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, ik had iedereen daarnet collectief al mijn beste wensen aangeboden, maar aangezien u het nu individueel doet, doe ik dat graag ook nog eens individueel voor u.
Ik heb dit al vaker in deze commissie gezegd: het is niet wenselijk om informatie uit een individueel dossier openbaar mee te delen. U hebt de situatie van de betrokkenen in uw vraag echter al in detail besproken. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt mij mee dat het om twee zussen gaat die uit Newark kwamen en in Brussel zouden transiteren naar Caïro. Op het vliegtuig hebben ze hun documenten weggegooid en vervolgens hebben ze aan de grens in Brussel een verzoek om internationale bescherming ingediend.
Ze toonden aan de medewerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken op hun gsm een foto van de ID-pagina van hun Palestijnse paspoorten. Ze hebben hun documenten doelbewust weggegooid, waardoor ze niet langer in het bezit waren van grensoverschrijdende documenten.
Op uw specifieke vragen kan ik het volgende antwoorden. De betrokkenen boden zich, zoals u aangeeft, aan de grens aan en dienden een verzoek om internationale bescherming in. Ze werden in het gesloten centrum Caricole geplaatst en kregen, zoals gebruikelijk, binnen de 24 uur een medische intake. Dat is een standaardprocedure. Bij een dergelijke medische intake wordt informatie verzameld over de medische antecedenten en de huidige problematiek. Op basis van die informatie werd het medicatieschema opgesteld en voortgezet. Het is niet opportuun om hier verdere medische informatie te delen.
Ik kan u enkel meedelen dat er geen voorschrift was voor een aangepast dieet en dat er ook geen melding was van de nood daaraan. Het standaardvoedingsplan van het centrum voorziet in een gevarieerd voedingspatroon, inclusief eiwitbronnen. Bij haar aankomst in België werd de betrokkene medisch stabiel bevonden, zonder tekenen van medische urgentie. Ze werd geschikt bevonden om tijdelijk in het centrum te verblijven.
Op 12 juni werd telefonisch contact opgenomen met de dienst traumatologie van het UZ Leuven om gespecialiseerd advies in te winnen en de verdere zorgbehoeften te evalueren. Er werd op korte termijn een afspraak ingepland, in samenspraak met een specialist.
Bij het verlaten van het centrum kreeg ze de nodige informatie over die afspraak met de specialist in het UZ Leuven.
Greet Daems:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Het blijft uw taak om vluchtelingen te beschermen. Ik vind dat de detentie van die twee meisjes onnodig en enorm pijnlijk was. Ik denk dat u dat ook zou moeten kunnen toegeven. Ahed en haar zus hebben de hel doorstaan. Daar bestaat geen ander woord voor. Trauma boven op trauma boven op trauma. Tegen die twee meisjes werd gezegd dat ze in de Verenigde Staten hadden moeten blijven. Dat is een land waarvan de president al meermaals heeft getoond hoe onwelkom vluchtelingen daar zijn. Er moet iets veranderen aan de manier waarop de Staat omgaat met slachtoffers van genocide. Ze hebben nood aan begeleiding, aan steun en aan familie, en zeker niet aan kilheid, opsluiting en het afpakken van hun medicatie.
De uitbating van het asielcentrum in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Frank Troosters (parlementslid) diende zich dringende vragen te stellen over de status van het asielcentrum in Hasselt, waarvan de sluiting oorspronkelijk gepland was op 31 december 2025, maar waarvan de huidige uitbating en toekomst onduidelijk waren. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigde dat Fedasil sinds 1 januari 2026 het centrum zelf uitbaat (met overname van personeel) en dat de eigenaar €118.296/trimester (incl. BTW) ontvangt via een overheidsopdracht, met een maximale huurtermijn van 4 jaar (tot 2030). Ze voegde toe dat de toekomst van het centrum afhangt van een nog op te maken afbouwplan, waarin alle centra geëvalueerd zullen worden.
Frank Troosters:
Ik was aan het begin van de zitting nog niet aanwezig, dus langs deze weg bied ik ook mijn beste wensen voor het nieuwe jaar aan, voor alle aanwezigen.
Mevrouw de minister, ik kom nog eens terug op de uitbating van het asielcentrum in Hasselt. Ik ondervraag u daar geregeld over. In december, toen ik u daar het laatst over ondervroeg, was de sluitingsdatum vastgelegd op 31 december 2025.
We zijn intussen het nieuwe jaar gestart, vandaar mijn vragen. Wordt het asielcentrum in Hasselt momenteel nog uitgebaat? Is het in gebruik? Zo ja, werd er een nieuwe uitbatingsovereenkomst afgesloten? Wanneer trad die in werking, met wie en onder welke voorwaarden? Welke specifieke vergoeding zal voor de huur betaald moeten worden? Wat is de nieuwe geplande sluitingsdatum?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Troosters, op mijn beurt wens ik u het beste voor het nieuwe jaar.
Als antwoord op uw eerste vraag kan ik meegeven dat vanaf 1 januari, dus enkele dagen geleden, Fedasil de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt zelf heeft overgenomen en het personeel zoveel mogelijk heeft overgenomen. Het centrum zal functioneren zoals de andere opvangcentra die door Fedasil worden uitgebaat.
Wat uw tweede vraag betreft, zal aan de eigenaar van het gebouw in Hasselt voor het eerste trimester, dus de eerste drie maanden van 2026, een bedrag van 118.296 euro, inclusief btw, worden betaald in het kader van de navolgende opdracht, perceel 1, van de overheidsopdracht Fedasil huur 2024-00-01. Daarmee beschikt u over alle informatie.
Wat uw derde vraag betreft, werd binnen de overheidsopdracht die ik daarnet vermeld heb de navolgende opdracht binnen perceel 1, met betrekking tot het ter beschikking stellen van de site voor het opvangcentrum in Hasselt, gegund aan de eigenaar van het gebouw voor een periode van maximaal vier jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2026. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum geëvalueerd worden en dit zal worden meegenomen in de denkoefening. Ook het opvangcentrum in Hasselt zal daarvan deel uitmaken.
Frank Troosters:
Dank u wel, mevrouw de minister.
De asielopvang in Lommel
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert de verlenging van het contract voor het omstreden asielcentrum in Lommel, wijzend op klachten over onveiligheid, dalende vastgoedprijzen en gebrek aan transparantie—zo mocht ze de huurprijzen niet inzien wegens "financieel belang", wat ze "onzin" noemt. Anneleen Van Bossuyt bevestigt een nieuw contract (750 plaatsen tot 2030, met mogelijkheid tot afbouw vanaf 2029) met lagere huurkosten en extra veiligheidsmaatregelen, maar benadrukt dat afbouw pas komt bij dalende asielinstroom, zoals in het regeerakkoord staat. Van Belleghem betwist de geheimhouding rond huurprijzen (eerder 5 miljoen/jaar) en eist transparantie, terwijl ze bewering herhaalt dat openbaarheid juist tot betere onderhandelingen leidt—zoals nu in Lommel. Beide spreken tegenstrijdige visies uit: Van Bossuyt houdt vast aan beleid en geleidelijke afbouw, Van Belleghem eist sluiting en volledige openheid over kosten.
Francesca Van Belleghem:
Het asielcentrum in Lommel blijft de gemoederen beroeren. Ondanks talrijke incidenten en de groeiende onveiligheid die de inwoners van Lommel ervaren, blijkt uw departement opnieuw te onderhandelen over een verlenging van het contract. U kent mijn vragen intussen ook al.
Werd er intussen een nieuw contract afgesloten? Zo ja, voor welke termijn? Voor hoeveel plaatsen? Wat is de huurprijs? Zal die huurprijs toenemen of dalen? Daarnaast had ik vragen over het aantal incidenten dat in en rond het centrum werd geregistreerd. Hoeveel politie-interventies waren er nodig? Wat is de kostprijs daarvan? Hebt u bij de verlenging van het contract rekening gehouden met de talrijke klachten van de buurtbewoners en het lokaal bestuur?
Onlangs, eind december, was ik aan het asielcentrum in Lommel. Het waren geen Vlaams Belangers, maar Nederlanders die mij daar aanklampten. Zij zeiden dat ze al maanden, of misschien zelfs jaren – ik weet het niet meer precies – proberen hun huis te verkopen, maar dat dat niet lukt door het asielcentrum. Mensen willen niet naast een asielcentrum wonen. Dat zijn ook de klachten die mensen in de regio ervaren. Houdt u daar rekening mee? Hebt u de mogelijkheid overwogen om dat centrum te sluiten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, er werd een nieuw huurcontract afgesloten voor het opvangcentrum in Lommel, met een capaciteit van 750 plaatsen, dus dezelfde capaciteit als tot op heden voorzien. Het contract loopt maximaal tot 2030. Vanaf 2029 beschikt het agentschap over de mogelijkheid om, als de situatie binnen het opvangnetwerk dit toelaat, de gehuurde capaciteit af te bouwen.
Het nieuwe huurcontract voorziet in gunstigere voorwaarden voor het agentschap, met een lagere huurprijs dan in de vorige contracten. Het lokale bestuur werd geïnformeerd over de verlenging. In het nieuwe contract zijn bijkomende maatregelen opgenomen om de veiligheid te verbeteren en eventuele overlast te beperken. Zo zal onder meer de grote loods, zijnde de voormalige discotheek, niet langer toegankelijk zijn voor derden en zal de verhuurder buitenverlichting met lichtsensoren voorzien op het terrein.
Tussen 2020 en 2025 werden er 126 bewonersincidenten gerapporteerd. In diezelfde periode, van 2020 tot eind 2025, waren er 74 politie-interventies.
Ik houd mij aan het regeerakkoord. Ik zal dus de afbouw van het collectieve opvangnetwerk doorvoeren wanneer de druk op het opvangnetwerk dat toelaat en de hotels en lokale opvanginitiatieven afgebouwd zijn.
We zetten momenteel volop in op het inperken van de asielinstroom, met resultaat. De cijfers dalen maandelijks en de opvang in hotels kunnen we intussen al afbouwen. Een afbouw van de lokale opvanginitiatieven en binnen andere asielcentra is pas aan de orde zodra een verdere daling dit toelaat. Dat staat duidelijk zo in het regeerakkoord. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum worden geëvalueerd en het centrum in Lommel zal dus meegenomen worden in de denkoefening.
Francesca Van Belleghem:
Minister, u weet – of u weet het niet – dat ik op 22 december normaal gezien alle huurcontracten van Fedasil zou inkijken. Dat was op uw verzoek. U zei dat ik alle huurcontracten moest inkijken in het kader van de openbaarheid van bestuur. Ik heb die vraag dan ook ingediend bij Fedasil. Ik had een afspraak op 22 december. Fedasil had dus toegestaan dat ik alle huurcontracten zou inkijken. Vier dagen voordien kreeg ik echter plots een e-mail waarin stond dat ik alle huurcontracten mocht inkijken, maar dat de huurprijzen zwartgemaakt zouden worden. Ik mocht die dus blijkbaar niet meer zien, zogezegd wegens het financiële belang, maar dat geloof ik niet. De reden die werd gegeven – dat zijn niet mijn woorden – was dat, als de huurprijzen van alle asielcentra publiek zouden zijn, het moeilijker zou zijn voor Fedasil om nieuwe huurcontracten te onderhandelen. Ik vind dat onzin. U bevestigt hier eigenlijk deels wat ik denk. U zegt dat we voor Lommel gunstigere voorwaarden hebben kunnen onderhandelen. Nochtans zegt men dat ik de huurprijzen niet mag kennen omdat dat tot hogere huurprijzen zou leiden. Het feit dat ik de huurprijs voor Lommel heb bekendgemaakt en dat dit nu heeft geleid tot een lagere huurprijs, draait de feiten volledig om en bewijst dat ik gelijk heb. De mensen hebben het recht om te weten hoeveel de huurprijs bedraagt. Dat de voorwaarden gunstiger zijn, is niet zo moeilijk te noemen, want de huurprijs bedroeg 5 miljoen euro per jaar, wat gigantisch veel is voor één asielcentrum. Ik blijf mijn strijd voortzetten. De mensen hebben het recht om te weten hoeveel een asielcentrum kost en hoeveel die privéspelers maandelijks ontvangen aan huurgeld. Mijn strijd gaat dus verder. Ik geef niet op.
Het nieuwe registratiecentrum voor asielverzoeken
Het nieuwe aanmeld- en registratiecentrum
Het nieuwe asielaanmeld- en registratiecentrum
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens El Yakhloufi faalt het asielsysteem door een chaotische startfase (versnipperde aanmelding), wat leidt tot inefficiëntie en frustratie—hij pleit voor één centraal aanmeldcentrum als "gezond verstand". Minister Van Bossuyt bevestigt dat de huidige DVZ-locatie (Belliardstraat) minstens tot juni 2026 behouden blijft (verlenging aangevraagd) en dat een nieuwe locatie—met focus op bereikbaarheid en samenwerking tussen asieldiensten—wordt onderzocht, maar concrete details ontbreken nog. El Yakhloufi dringt aan op prioriteit en duidelijke timing, terwijl Van Belleghem enkel om verduidelijking vraagt.
Francesca Van Belleghem:
Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat is een tijdelijke oplossing. Die zou in principe in het najaar van 2025 aflopen. In december zei u dat er een verlenging was tot 31 maart, die nadien, denk ik, nog verlengbaar is. Er liep toen een procedure om die tijdelijke verlenging te formaliseren.
Ondertussen worden pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Wat is daar de stand van zaken van? Kunt u daarover meer toelichting geven? Wanneer is de verhuis gepland en met welke criteria houdt u daarbij rekening?
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, we zeggen al jarenlang dat procedures sneller moeten verlopen, dat diensten beter moeten samenwerken en personen die asiel aanvragen duidelijkheid moeten krijgen, maar dan blijft de eerste logische stap ontbreken. Iedereen die ooit met de keten heeft gewerkt, weet dat als de start chaotisch is, alles chaotisch blijft. Mensen worden van hot naar her gestuurd, diensten missen informatie, medewerkers draaien overuren. Het systeem verliest tijd op momenten waarop men juist snelheid nodig heeft. Dus maak het simpel: alles op één plek, één degelijk aanmeld- en registratiecentrum, waar alle diensten samenzitten. Dat is beter voor de mensen die zich aanmelden en voor het personeel. Het leidt tot snellere beslissingen, een betere bescherming, duidelijkheid voor wie kan blijven en voor wie moet vertrekken.
Wat is de stand van zaken van uw plannen? Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding in mijn vraag.
Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat zou een tijdelijke oplossing zijn als registratiecentrum, dat in het najaar van 2025 in principe zou aflopen. In december wist u te vertellen dat het gebruik van de site in de Beliardstraat contractueel vastgelegd is tot 31 maart 2026, maar wel verlengbaar is. Er was toen een procedure lopende om een tijdelijke verlenging te formaliseren. Ondertussen werden een aantal pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Die waren echter nog in een te vroeg stadium om daarover al meer informatie te kunnen verspreiden.
1. Wat is de stand van zaken van het nieuwe aanmeldcentrum?
2. Kunt u over die nieuwe pistes al meer vertellen?
3. Wanneer staat de verhuizing gepland?
4. Met welke criteria houdt u rekening bij de keuze van een nieuwe locatie?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, mijnheer El Yakhloufi, mijn antwoord is vrij kort, aangezien mijn diensten momenteel hard werken aan het onderzoeken van de verschillende mogelijkheden. Ik kan daarover momenteel dus nog geen concrete mededelingen doen. Wel kan ik meegeven dat daarin in de nabije toekomst verandering zal komen.
De Regie der Gebouwen heeft een verlenging van minimaal drie maanden gevraagd voor de huidige locatie aan de Belliardstraat voor de Dienst Vreemdelingenzaken. De DVZ meldt mij dat er normaliter niet zal worden verhuisd vóór juni 2026.
Bij de keuze van de nieuwe locatie wordt onder meer rekening gehouden met de ligging en de bereikbaarheid. Ook moet het, zoals ik reeds heb aangegeven, mogelijk zijn om op de nieuwe locatie de verschillende partners van de asielketen samen te brengen in het belang van de efficiëntie van de procedure.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, ik hoor dat er pistes zijn, dat er gesprekken lopen en dat uw diensten heel hard aan het werk zijn. Dat hoor ik al enige tijd, maar intussen blijft de eerste stap van de procedure versnipperd. Zolang die eerste stap niet op orde is, blijft alles trager, moeilijker en frustrerender. Ik wil voor alle duidelijkheid geen kritiek uiten, want dat is heel eenvoudig. Kritiek geven is altijd gemakkelijk. Wat ik vooral wil benadrukken, is dat alles op één plek samenbrengen geen luxe is, maar puur gezond verstand. Ik hoor bovendien dat u dat ook steunt, zowel voor het personeel als voor een efficiënter systeem. Mijn oproep aan u is dan ook duidelijk. Maak daarvan echt een prioriteit met een duidelijke timing. Snellere beslissingen betekenen immers bescherming voor iedereen. Ik hoop over het dossier heel binnenkort een antwoord te mogen ontvangen.
De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
Opvangplaatsensluitingen bij Defensie en gevolgen voor Fedasil
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Achraf El Yakhloufi bekritiseert het voornemen om 4.000 Defensie-opvangplaatsen (waaronder Ieper eind 2024) te sluiten, omdat dit volgens hem Fedasil kwetsbaar maakt voor toekomstige asielcrises door het wegvallen van buffercapaciteit, ondanks de huidige dalende instroom. Minister Van Bossuyt bevestigt dat al 870 plaatsen (Jabbeke/Berlaar) gesloten zijn en dat Defensie en Fedasil overleggen over gefaseerde afbouw, maar geen definitieve beslissing is genomen over de resterende 3.130 plaatsen; ze stelt dat de huidige situatie "doenbaar" is door hogere uitstroom. Maaike De Vreese (N-VA) ondersteunt de sluitingen als logisch gevolg van Defensie’s hernieuwde militaire prioriteiten en vraagt transparantie over het kwartierplan, terwijl beide parlementsleden waarschuwen voor geopolitieke risico’s in 2026 en eisen dat lokaal bestuur en opvangnetwerk niet voor verrassingen komen te staan.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, iedereen begrijpt dat noodmaatregelen niet eeuwig kunnen blijven bestaan, maar iedereen begrijpt ook iets anders, iets heel intuïtief, namelijk dat men geen dak afbreekt zolang het regent. De aankondiging dat alle opvangplaatsen binnen Defensie zouden worden gesloten, roept bij mij dan ook heel veel vragen op, niet omdat Defensie geen andere kerntaken heeft, maar omdat deze beslissing directe gevolgen heeft voor Fedasil, voor het opvangnetwerk en voor de mensen die vandaag al op de wachtlijst staan en op wie een verandering een enorme impact heeft.
Vanochtend las ik dat de beslissing is genomen om Ieper eind dit jaar te sluiten. U weet dat asiel geen rechte lijn is. De instroom schommelt, ook al voeren we een duidelijk beleid, dat stilaan – u weet dat ik constructief kritisch ben – effect heeft. Eén geopolitieke crisis, één wijziging in de buurlanden en die druk kan echter opnieuw snel toenemen. Net daarom zijn bufferplaatsen geen luxe, maar wel een kwestie van gezond verstand. Ze zorgen ervoor dat we niet bij elke schommeling opnieuw in een crisis belanden. Wie capaciteit afbouwt, moet er zeker van zijn dat hij die morgen niet opnieuw nodig heeft.
Daarom wil ik graag duidelijkheid van u, niet alleen over hoeveel plaatsen er sluiten, maar vooral over hoe u vermijdt dat Fedasil opnieuw voor voldongen feiten komt te staan en we binnen enkele maanden opnieuw noodgrepen moeten toepassen.
Voor het overige verwijs ik naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Mevrouw de minister,
Recent werd aangekondigd dat de minister van Defensie alle opvangplaatsen binnen Defensie wil sluiten. Deze beslissing heeft directe gevolgen voor Fedasil en het bredere opvangnetwerk.
Kan u verduidelijken hoeveel opvangplaatsen binnen Defensie momenteel nog operationeel zijn en binnen welke termijn deze zullen worden gesloten?
In welke mate werd Fedasil betrokken bij deze beslissing en welke beleidsruimte heeft Fedasil nog om de gevolgen van deze afbouw op te vangen?
Welke alternatieven worden voorzien om het wegvallen van deze opvangplaatsen te compenseren, en hoe wordt vermeden dat Fedasil voor voldongen feiten komt te staan?
Ik dank u voor uw antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, we staan voor zeer grote geopolitieke uitdagingen. Defensie moet in het licht van deze uitdagingen de militaire kwartieren kunnen gebruiken voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Die kazernes waren bedoeld als een noodoplossing. De N-VA heeft steeds gepleit voor een daling van de instroom. Dat moet ervoor zorgen dat we defensie opnieuw kunnen opbouwen en weerbaar maken. Als minister staat u dus voor grote uitdagingen. Er wordt inderdaad een daling van de instroom waargenomen, maar die daling is nog niet van die aard dat u geen enkele opvangplaats meer nodig hebt.
In de voorbije jaren werden al defensiesites ingezet als tijdelijke oplossing. De site in Berlaar sloot. De site Ieper zal eind dit jaar sluiten. De site Westakkers in Sint-Niklaas zal eind 2028 sluiten. Deze twee steden hebben heel wat gedaan op het vlak van asielopvang met twee grote opvangcentra op hun domein. Het is niet meer dan normaal dat die tijdelijke noodoplossingen daar worden stopgezet. Minister Franken, die volop bezig is met zijn ruimer kwartierplan, bevestigde dit vanochtend.
Welke impact heeft dat op uw departement? Hoeveel opvangplaatsen zijn er op die defensiesites en hoeveel daarvan zullen er sluiten? Op welke manier wordt dat afgestemd met minister Franken, zodat er geen problemen ontstaan rond de opvangcapaciteit?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw De Vreese, momenteel heeft Fedasil ongeveer 4.000 plaatsen op sites van Defensie. In het najaar van 2025 heeft Fedasil al 270 plaatsen in Jabbeke en 600 plaatsen in Berlaar gesloten, omdat de uitstroom de voorbije maanden hoger lag dan de instroom. De heringebruikname van de sites door Defensie kadert in hun algemeen kwartierplan. Dit plan zal spoedig worden voorgelegd aan de ministerraad. Er is nog geen sprake van een formele beslissing hieromtrent.
De operationele diensten van Fedasil en van Defensie staan periodiek met elkaar in contact over de door Fedasil gebruikte infrastructuur. Er vond ook overleg plaats tussen mijn beleidscel en die van de minister van Defensie om de toekomst van de asielcentra op hun domeinen te bespreken. Dit overleg blijft plaatsvinden om op eventuele sluitingen te anticiperen en die te organiseren, zodat het regeerakkoord voor beide beleidsdomeinen kan worden uitgevoerd.
Achraf El Yakhloufi:
Zei u nu dat het beheersbaar is en dat u naar alternatieven kijkt?
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb gezegd dat er momenteel 4.000 plaatsen zijn op de sites van Defensie. Daarvan zijn er sinds vorig jaar al 270 in gebruik. Er zijn er nu ook 600 weg in Berlaar. Dat is dus een flink aantal.
Dankzij ons beleid is de uitstroom uit de opvang momenteel hoger dan de instroom. Momenteel is het dus doenbaar. Defensie en mijn diensten staan echter continu in contact om te bekijken hoe we in de toekomst, op basis van hun kwartierplan, kunnen anticiperen en organiseren als er bijkomende plaatsen zouden verdwijnen.
Achraf El Yakhloufi:
Er is over de rest nog geen beslissing genomen? Over al die andere van de 4.000 plaatsen? Oké.
Mevrouw de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat goed blijven volgen, ook binnen het kwartierplan dat hier wordt aangekaart.
Nogmaals, we hebben in het verleden al meegemaakt dat we dachten dat het in orde was en dat we konden afbouwen. Dat is natuurlijk wat we allemaal willen. Veel kranten en voorspellers – ik wil niet beweren dat dat allemaal waarheid is, maar toch – geven echter aan dat 2026 een zeer druk geopolitiek jaar zal worden, waarin veel zal gebeuren.
Ikzelf ben niet snel bang, voor alle duidelijkheid, maar er is veel aan de hand. De Verenigde Staten kondigen ook aan dat ze nog meer zullen doen. Ik wil gewoon het nuchtere, Vlaamse boerenverstand hier even gebruiken. Ik wil u en de minister van Defensie dan ook vragen om zeker waakzaam te zijn en naar de toekomst te kijken.
Maaike De Vreese:
Ik zal nog wat West-Vlaams boerenverstand toevoegen.
Ik denk dat heel wat mensen terecht zeer benieuwd zijn naar hoe dat kwartierplan eruit zal zien. Onze diensten, de DVZ, Fedasil, maar ook natuurlijk Defensie en onze militairen moeten dringend weten hoe dat kwartierplan eruitziet, waar zij infrastructuur moeten voorzien en dergelijke meer.
Ook alle inwoners van onze steden en gemeenten en onze lokale besturen hebben het recht te weten waar ze aan toe zijn. We weten immers dat zij al heel lang zeggen dat de opvang voor hen heel zwaar is. Zij zien ook graag een militaire kazerne terugkomen. Er zijn eveneens heel wat steden en gemeenten die andere plannen hebben met de sites van Defensie die eventueel vrijkomen. We zullen dit dus zeker blijvend opvolgen.
Voorzitter:
Ik geef even mee aan de collega’s dat we werken tot 17.00 uur. We zijn gekomen aan een reeks vragen van de heer El Yakhloufi. Hij zou ze aan een recordtempo moeten stellen opdat we ook de vragen van mevrouw van Belleghem en die van mevrouw Schlitz nog kunnen behandelen.
Het aanhoudende geweld in en om asielcentra
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) wijst op de oververtegenwoordiging van vreemdelingen in zeden- en geweldsdelicten (1 op 4 verdachten, frequente mesincidenten in asielcentra) en kritiseert het gebrek aan harde strafmaatregelen, zoals symbolische posters en transfers als "fopstraffen". Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat geweld strikt wordt bestraft (uitzetting uit opvang, samenwerking met politie/justitie) en dat incidenten dalen, maar erkent dat preventie en veiligheid centraal staan—menselijkheid en handhaving gaan hand in hand. Van Belleghem herhaalt haar migratiekritische standpunt als reden voor haar VB-lidmaatschap, gekoppeld aan persoonlijke ervaringen met intimidatie door vreemdelingen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, feministen van links noemen conservatieven vrouwenhaters. De pijnlijke realiteit is echter dat die voorvechters van vrouwenrechten al jarenlang, en nog steeds, mensen importeren die geen respect hebben voor vrouwenrechten. Een op de vier verdachten van zedenfeiten is een vreemdeling. Dat is een forse oververtegenwoordiging in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Het is verschrikkelijk, maar ik kan niet anders dan verwijzen naar de verschrikkelijke verkrachting die gisteren in Kortrijk heeft plaatsgevonden en die werd gepleegd door een Rwandees. Het gaat bovendien niet alleen om zedenfeiten. Om de negen dagen wordt in een asielcentrum een mes getrokken. Elke maand zijn er honderd zware geweldsincidenten, waaronder vechtpartijen, steekpartijen, vandalisme en bedreigingen.
Mevrouw de minister, u bent politiek verantwoordelijk voor dat geweld. Wie geweld pleegt, krijgt vandaag een fopstrafje: een transfer naar een ander asielcentrum of een uitsluiting uit de opvang. Die maatregel bestond al voordat u minister werd. U besefte dat een fopstrafje alleen onvoldoende was en kwam daarom met een fopposter. (Mevrouw Francesca Van Belleghem toont een poster.) Op die poster staat dat geweld, messen en steekwapens niet zijn toegestaan in asielcentra.
Mevrouw de minister, denkt u werkelijk dat dat soort belachelijke posters zal leiden tot een daling van het aantal geweldincidenten door asielzoekers?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, laat mij meteen heel duidelijk zijn: geweld in opvangcentra, zowel tegenover personeelsleden als tegenover medebewoners, evenals geweld ten aanzien van de buurt die mensen opvangt, keur ik ten stelligste af. Onze opvang is bedoeld voor mensen die bescherming zoeken en respect voor de lokale gemeenschap die hen opvangt, is daarbij essentieel. Wie zich niet aan die regels houdt en onze gastvrijheid misbruikt, heeft geen plaats in onze opvang, noch in ons land.
Fedasil treedt bij incidenten met geweld consequent en kordaat op. Bij fysieke agressie wordt er steevast voor gezorgd dat de dader het opvangnetwerk verlaat. Daarmee wordt niet alleen de veiligheid van andere bewoners en van het personeel beschermd, maar wordt ook een duidelijk signaal gegeven dat geweld nooit wordt getolereerd. Bij agressie worden ook de andere asielinstanties betrokken, zodat ook zij de nodige stappen kunnen ondernemen in het licht van de lopende procedure van de betrokkene. Daarnaast wordt er natuurlijk ook nauw samengewerkt met de politie en met het gerecht.
Tegelijkertijd wordt er sterk ingezet op preventie en opvolging. U vindt dat misschien allemaal belachelijk, maar er worden wel degelijk zaken gedaan. De samenwerking met lokale besturen en politiezones wordt versterkt. U duidt nu één aspect aan, maar er gebeuren verschillende zaken. Zo is er ook informatie-uitwisseling met de politie en met justitie.
Mevrouw Van Belleghem, ondanks de hoge druk op het opvangnetwerk zien we dalende cijfers – u kunt het opzoeken - van het aantal incidenten. Laat mij duidelijk zijn, elk incident is er uiteraard een te veel, maar ik wil er toch op wijzen dat incidenten eerder de uitzondering zijn dan de regel.
Ik benadruk graag dat menselijkheid en veiligheid absoluut hand in hand gaan. Een menselijk opvangbeleid kan alleen bestaan als het ook een veilig opvangbeleid is.
Francesca Van Belleghem:
Weet u waarom, minister, ik me bij het Vlaams Belang heb aangesloten? De reden is niet dat ik uit een Vlaams nest kom of dat mijn ouders Vlaams Belangers waren, integendeel. De reden is dat ik in mijn studententijd in Kortrijk en Leuven bijna elke avond werd nagefloten, aangesproken of lastiggevallen. Ik hoef er geen tekening bij te maken, mevrouw de minister, het ging niet om Jan, Pol of Piet. Vreemdelingen zijn fors oververtegenwoordigd in zedenfeiten: een op vier. Om de negen dagen is er een mesincident in de asielcentra. Het Vlaams Belang is de enige partij die dat luidop durft te zeggen. Daarom ben ik lid van het Vlaams Belang.
De intimidatie van Iraanse vluchtelingen in Europa door het Iraanse regime
De executiegolf in Iran en de intimidatie van vluchtelingen
Bita Shafiei en de protesten tegen het regime in Iran
Intimidatie en onderdrukking van Iraanse vluchtelingen en dissidenten door het regime
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Annick Lambrecht (AL) bekritiseert de "industriële schaal" van executies in Iran (1.000+ in 9 maanden) en vraagt om concrete Belgische/EU-actie, waaronder bescherming van Iraanse vluchtelingen in België en sancties tegen Iraanse agenten. Minister Prévot (MP) bevestigt verurdeling van de doodstraf, wijst op EU-sancties (juli 2024) en een gezamenlijke verklaring van 14 landen tegen Iraanse intimidatie, maar sluit steun aan antiregimeprotesten uit omwille van soevereiniteit. Sam Van Rooy (SVR) bekritiseert MP scherp voor "milde houding tegenover Iran" (vergeleken met Israël), noemt het regime "sjiitische IS" en eist steun voor protesten; MP houdt vast aan diplomatieke druk zonder inmenging. AL dringt aan op voortgezette verurdeling en sancties, SVR beschuldigt MP van dubbele standaarden ("hard voor bondgenoten, mild voor islamonazisme").
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik vestig graag uw aandacht op de extreem verontrustende en alarmerende toename van het aantal executies in Iran. Volgens een rapport van Amnesty International zijn er ernstige aanwijzingen dat in Iran in de eerste negen maanden van dit jaar meer dan 1.000 mensen zijn geëxecuteerd, wat het hoogste aantal in decennia zou zijn.
Het is duidelijk dat het regime de doodstraf op intensieve en industriële schaal gebruikt, als instrument van repressie en intimidatie van de bevolking. De families van de veroordeelden leven in constante angst voor de onherroepelijke gevolgen. Bovendien blijkt uit recente berichtgeving dat de Iraanse geheime diensten hun inspanningen opvoeren om Iraanse politieke vluchtelingen en dissidenten in het buitenland, ook in België, evenals hun families in Iran, te bedreigen, te bespioneren en te intimideren, met als doel hen het zwijgen op te leggen.
Ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, is de Belgische regering op de hoogte van de scherpe toename van het aantal executies in Iran, met name meer dan 1.000 in de eerste negen maanden van dit jaar, en welke concrete stappen heeft ze op bilateraal en Europees niveau ondernomen om dit ter sprake te brengen bij de Iraanse autoriteiten?
Ten tweede, welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de politieke gevangenen die een executie boven het hoofd hangt?
Ten derde, welke maatregelen neemt de Belgische regering om Iraanse asielzoekers, vluchtelingen en hun families in België te beschermen tegen de gemelde intimidatie, spionage en bedreigingen door agenten van Iran? Zal België concrete stappen ondernemen om de betrokken agenten en huurlingen te vervolgen en uit te wijzen?
Ten vierde, zal België, in het licht van deze verergerde mensenrechtensituatie een Europees initiatief steunen of nemen dat de druk op Iran opvoert met betrekking tot het gebruik van de doodstraf, in het bijzonder tegen politieke tegenstanders en minderheden, en dat aandringt op een onmiddellijk moratorium op alle executies?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, wie volgt wat het islamitische regime van Iran allemaal uitvreet, zowel in de wereld als tegen de eigen bevolking, die zou denken dat Israël Iran beter een kopje kleiner had gemaakt en zou toen hebben moeten juichen voor wat de Israëlische regering aan het doen was tegen het Iraanse regime. Helaas horen we hier vaak het tegenovergestelde geluid en vervolgens komen er parlementsleden klagen over wat het Iraanse regime allemaal uitvreet. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.
Laat ons hopen, mijnheer de minister, dat Iran op een keerpunt staat. Er zijn een aantal factoren die erop kunnen wijzen dat verschrikkelijke jihadistische ayatollahregime misschien eindelijk ten val zou kunnen komen, maar voor het zover is, moeten wij ons buigen over weer maar eens iemand, een jonge dame, de 19-jarige activiste Bita Shafiei, die ontvoerd is door de Islamitische Republiek.
Agenten van de jihadistische IJC arresteerden en ontvoerden haar, net zoals haar moeder trouwens, tijdens een van de vele gecoördineerde sharia-acties. Bita werd bekend toen zij in verzet kwam tegen het jihadistische Iraanse regime en de vergiftiging door het regime van meer dan 1.000 schoolmeisjes. Kunt u zich dat voorstellen, een regime dat 1.000 schoolmeisjes vergiftigt? Ook haar steun voor de kroonprins Reza Pahlavi is een factor die hier meespeelt. De bewoners van Junaqan, haar geboorteplaats, hebben een hard ultimatum aan het Iraanse shariaregime gesteld, namelijk dat het Bita en haar moeder moet vrijlaten of dat het een landelijk antiregimeprotest moet riskeren.
Mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar uw reactie hierop. Welk signaal geeft België aan het jihadistische regime van Iran? Ik mag toch hopen dat België die antiregimeprotesten steunt? Zo ja, hoe kan België dit soort antiregimeprotesten steunen zodat het Iraanse regime zo snel mogelijk, hopelijk nog tijdens onze carrière of ons leven, ten val kan worden gebracht?
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, mijnheer Van Rooy, ik zal uw vragen uiteraard beantwoorden, evenals de vragen die oorspronkelijk door mevrouw Samyn werden gesteld.
Zoals u weet, valt de beoordeling van de dreiging in ons land, met inbegrip van onze diplomatieke belangen in het buitenland, onder de bevoegdheid van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en van de minister van Binnenlandse Zaken, die u waarschijnlijk ook hebt geraadpleegd.
Op 31 juli ondertekende België een gezamenlijke mededeling van 14 landen waarin de toename van de staatsdreigingen door Iraanse inlichtingendiensten op hun respectieve grondgebied werd veroordeeld.
Enkele dagen eerder, op 15 juli, heeft de Europese Unie met Belgische steun een pakket sancties goedgekeurd tegen acht personen en één entiteit in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten. Die sancties tonen aan dat de EU zich zorgen maakt over de transnationale repressie door Iraanse overheidsinstanties.
Mevrouw Lambrecht, het huidige tempo van executies in Iran is inderdaad verschrikkelijk. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen. Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de uitvoering van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten.
België neemt de kwestie van het respect voor de mensenrechten systematisch op in de agenda van zijn contacten met de Iraanse autoriteiten en pleit ook op multilateraal niveau voor de afschaffing van de doodstraf in Iran. België heeft Iran eveneens aanbevolen een moratorium op executies in te stellen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, opnieuw een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf in Iran wordt veroordeeld.
Mijnheer Van Rooy, ons land steunt de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk voor mensenrechten en democratie, maar neen, België steunt geen antiregimeprotesten in Iran. We moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Dat betekent ook respect hebben voor de nationale soevereiniteit van staten en geen inmenging in hun interne aangelegenheden.
Omdat we ondanks alles de dialoog blijven voeren, maken we onze analyses en verwachtingen uiteraard zeer duidelijk en krachtig kenbaar aan Teheran.
Als gevolg van het schadelijk gedrag van de Islamitische Republiek op verschillende vlakken, ook inzake de mensenrechtensituatie, hebben België en de Europese Unie hun toon verhard en een aantal maatregelen genomen, met name de goedkeuring van aanvullende sancties tegen de Islamitische Republiek. Ons recent regeerakkoord weerspiegelt dat standpunt.
Annick Lambrecht:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat we het punt van de executies hier op de agenda blijven zetten. We hebben het er al vaak over gehad. Het is een belangrijk signaal dat u nu nog eens hebt gezegd dat België dit ten zeerste veroordeelt als land zelf, maar ook als deel van de Europese Unie en dat we ons ook heel erg zorgen maken. Meer dan 1.000 executies in negen maanden, dat is niet echt een trend die de goede richting uitgaat.
Mijnheer de minister, ik kan u alleen vragen dat u dit op elk overleg, op elke mogelijkheid tot dialoog en communicatie met de Iraanse autoriteiten, ter sprake blijft brengen en onze afschuw voor dergelijke executies overbrengt, zodat men blijft zien dat het internationaal recht en de mensenrechten voor België geen vodje papier zijn.
Ik kan ook alleen hopen dat België, maar ook de EU de sancties uitbreidt als dit tempo van executies niet stopt en integendeel nog blijft uitbreiden.
Sam Van Rooy:
Minister, het regime van Iran is in wezen de sjiitische versie van Islamitische Staat. Het betreft een moorddadig, jihadistisch shariaregime: jihadistisch naar ons toe en een shariaregime ten aanzien van de Iraniërs zelf. U spreekt over respect voor soevereiniteit, maar dat staat in schril contrast met uw bemoeienissen met Israël. Bovendien is Iran bezet door het islamitische regime en wordt het Iraanse volk gegijzeld door de ayatollahs. Het ayatollahregime had er trouwens nooit mogen zijn – met dank ook aan het Westen – en had allang op de vuilnisbelt van de geschiedenis moeten liggen. De ontvoering van deze 19-jarige studente vormt daarvan het trieste en zoveelste bewijs. Mijnheer de minister, ChatGPT vergeleek uw uitlatingen en acties inzake Iran met die inzake Israël, een land dat nota bene in vergelijking met Iran de hemel op aarde is. De conclusie luidt: "Prévot is hard tegen Israël en mild voor Iran." U bent dus hard voor de geallieerden en mild voor het islamonazisme, minister Prévot.
De besparingen op asiel en migratie in een periode van voorlopige twaalfden
De voorlopige twaalfden en het asiel- en migratiebeleid
Besparingen en beleid rond asiel, migratie en voorlopige twaalfden
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt of de regering de geplande besparingen op asielopvang (Fedasil) in Q1 2026 doorvoert ondanks de voorlopige twaalfden, en bekritiseert dat uitgestelde besparingen later extra hard zullen aankomen, gegeven het verleden van chronisch tekortschietende budgetten en bijkomende vragen. Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de voorlopige twaalfden geen belemmering vormen voor besparingen, wijst op dalende asielinstroom (-31%) als bewijs dat haar beleid werkt, en herhaalt de ambitie om structureel kosten te drukken via hervormingen en achterstandsafbouw – ondanks kritiek van het Rekenhof op de "ambitieuze" doelstellingen. Van Belleghem betwijfelt of de kredieten werkelijk als maximum zullen gelden, gezien historische overschrijdingen en eerdere budgetverhogingen. De voorzitter sluit zonder verdere actie.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem, u hebt zowel een vraag als een interpellatie ingediend, dus u hebt reglementair 15 minuten spreektijd.
Francesca Van Belleghem:
Ik ga echt geen 15 minuten spreken, want ik wil graag nog zoveel mogelijk andere vragen stellen. Ook wanneer men bij een draak de kop afhakt, groeien er immers enkele nieuwe bij.
In 2025 hebt u herhaaldelijk gecommuniceerd over de noodzakelijke en terechte besparingen op het departement Asiel en Migratie. U kondigde daarbij aan het budget voor de asielopvang fors te verminderen. Nu de regering echter heeft beslist om voor de eerste drie maanden van 2026 te werken met voorlopige twaalfden, betekent dat in de praktijk dat men uitgaat van de begroting van het lopende jaar, 2025 dus, en dat die vervolgens wordt gedeeld door vier. Ik heb dat berekend en kom zo uit op een bedrag van 239 miljoen euro voor de eerste drie maanden voor het budget van Fedasil.
Zult u effectief geen besparingen doorvoeren bij Fedasil of bij andere migratieposten in de eerste drie maanden van 2026 of zult u toch nog iets kunnen forceren? Indien u nu niet kunt besparen, betekent dat immers dat de toekomstige besparingen nog aanzienlijk groter zullen moeten zijn. Dat was de korte samenvatting van mijn vraag.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, het is inderdaad mijn doelstelling en die van de hele regering om onder meer het benodigde budget voor de opvang van asielzoekers te verlagen. U weet even goed als ik dat het de bedoeling was van de eerste minister en van de regering om een meerjarenbegroting op te stellen waarin de afbouw van dat budget zou worden voorzien. Dat proces heeft wat meer tijd in beslag genomen, waardoor er initieel gedurende enkele maanden met voorlopige twaalfden moet worden gewerkt. Dat beschouw ik als een beperkte prijs voor het belangrijke akkoord dat werd bereikt.
Dan ga ik concreet in op uw vragen, meer bepaald uw eerste, tweede en vierde vraag. Het is in de eerste plaats belangrijk om een misverstand uit te klaren. Een begroting bestaat uit maximale kredieten waarover de regering kan beschikken. Die kredieten worden door het systeem van de voorlopige twaalfden niet plots minimale kredieten.
Het systeem van voorlopige twaalfden op zich maakt minder uitgeven dus zeker niet onmogelijk.
Onze ambitie en inspanningen om het asiel- en migratiesysteem te hervormen, de instroom van asielaanvragen te verlagen en zo ook de druk op de opvang en dus ook de begroting en de samenleving te verminderen, blijven ongewijzigd. Men kan ook aan de sterk dalende instroomcijfers zien dat onze maatregelen werken. We zien systematisch lagere cijfers, vorige maand was er nog een daling van de instroom met 31 %.
Ik ben ervan overtuigd dat die maatregelen ook verder effect zullen hebben, los van de voorlopige twaalfden. We zullen blijven inzetten op het traject om de instroom gestaag te verlagen. Dat zal de diensten, DVZ en het CGVS, de ruimte geven om de achterstand die onder de vorige regering is opgebouwd, weg te werken. Zo kunnen ook de materiële opvangnood, waar de grootste kosten zich situeren, en alle andere gerelateerde kosten worden verminderd.
Ten slotte, het Rekenhof merkt op dat de doelstellingen inzake het asiel- en migratiebeleid zeer ambitieus zijn. Dat zou u natuurlijk moeten verheugen. Deze regering heeft inderdaad de ambitie om die doelstellingen te realiseren en doet daar ook alles aan, zowel op nationaal als op Europees niveau. Voorlopige twaalfden veranderen niets aan die ambities.
Francesca Van Belleghem:
U begrijpt dat ik die minimale kredieten bij voorlopige twaalfden heb geïnterpreteerd als maximale kredieten, aangezien er in het verleden voor asiel en migratie steeds geld werd bij gevraagd. Het potje dat men krijgt, bevat steeds te weinig geld. Dit jaar hebt u ook een budgetverhoging aangevraagd. Daarom heb ik mijn vraag op die manier opgesteld. We zullen zien in de begroting hoeveel geld zal worden gevraagd.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem dient geen motie in.
De aanpassing van de begroting en de impact ervan op het asiel- en migratiebeleid
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt om transparantie over begrotingswijzigingen voor asiel en migratie, met name welke posten omhoog of omlaag gaan en waarom, en wijst op tegenstrijdige informatie over een 16 miljoen euro-provisie (volgens Van Peteghem voor Fedasil, maar niet bevestigd door Van Bossuyt). Anneleen Van Bossuyt beperkt de aanpassingen tot drie specifieke posten: +€2,8 miljoen voor Fedasil (Oekraïense opvang), +€116.000 voor DVZ (registratie Oekraïners) en een verschuiving van €100.000 naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (digitalisering), maar ontwijkt de vraag over de BOSA-provisie. Van Belleghem bekritiseert de onduidelijkheid, eist opheldering over het daadwerkelijke bedrag voor Fedasil en vraagt of de verhoging linkt aan nieuwe asielcentra, maar krijgt geen antwoord. De voorzitter sluit af met de stelling dat Van Bossuyt voldoende heeft gereageerd, zonder verdere verduidelijking.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn ingediende vraag.
Het wetsontwerp inzake de eerste aanpassing van de uitgavenbegroting werd onlangs gepubliceerd.
Zo zou de provisie voor de opvang van asielzoekers “naar boven bijgesteld" zijn (p.21). Ook de dotatie voor Fedasil zou met 2.701.000 euro stijgen (p. 28).
Ook op andere pagina's in de begroting wordt melding gemaakt van kosten gelieerd aan asiel en migratie.
In het kader van transparantie: kunt u een volledig overzicht geven van welke begrotingsposten relevant voor het beleidsdomein asiel en migratie, naar boven werden bijgesteld, en welke naar beneden? Kunt u verduidelijken waarom dit noodzakelijk was?
Anneleen Van Bossuyt:
De begrotingscontrole voor 2025 is beperkt gehouden en bevat drie artikelen, die rechtstreeks aan asiel en migratie zijn gelinkt. Ze worden om twee redenen gewijzigd.
Enerzijds is er een verhoging van 2,8 miljoen euro voor de uitgaven van Fedasil. Het gaat om post 13.40.42.414-044, in het kader van de registratie, de toewijzing en de opvang van Oekraïners, conform een beslissing van de ministerraad van 10 oktober. De Dienst Vreemdelingenzaken ontvangt om dezelfde reden, namelijk de registratie, toewijzing en opvang van Oekraïners, een bijkomend bedrag van 116.000 euro op post 13.55.02.121-101.
Anderzijds is er ook een verschuiving van 100.000 euro van de dotatie van Fedasil naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat gaat om post 13.64.01.121-104 en houdt verband met de digitalisering van die dienst.
De provisie gaat om een interdepartementale provisie voor onvoorziene kosten bij BOSA, meer bepaald post 06.90.10.01-0001.
Francesca Van Belleghem:
Heeft de provisie van BOSA betrekking op het departement Asiel en Migratie? Uit een antwoord van minister Van Peteghem aan Wouter Vermeersch bleek dat 16 miljoen euro uit die provisie aan Fedasil zou worden toegekend. Dat element werd hier niet herhaald. Hebt u het dan verkeerd of is dat minister Van Peteghem? Jullie geven beiden immers een ander antwoord.
Momenteel is de bespreking van het wetsontwerp over de begroting aan de gang is. Het lijkt mij belangrijk dat uitgeklaard wordt hoeveel geld naar Fedasil zal gaan. In de begroting staat letterlijk dat het budget voor de opvang van asielzoekers naar boven wordt bijgesteld. Gaat dat over de nieuwe asielcentra die u wil openen? Hoe zit dat?
Voorzitter:
De minister heeft voldoende geantwoord, meent zij.
Nieuwe asielcentra
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) bekritiseert dat minister Van Bossuyt ondanks lokaal verzet (o.a. Charleroi, Schilde) en gerechtelijke procedures blijft pushen voor nieuwe asielcentra, en noemt de claim van "vervangcapaciteit" schijnheilig, aangezien het volgens haar om nieuwe centra gaat – met name in Lodelinsart (36 plaatsen, verzet + Raad van State-procedure), Schilde (178 plaatsen, gerechtelijke onzekerheid) en Florenville (36 plaatsen, werken lopende). Ze eist transparantie over de drie gemeenten waar momenteel onderhandeld wordt (zijn Charleroi/Florenville inbegrepen?) en bekritiseert de trage afbouw van hotelopvang (nog 50 asielzoekers na 10 maanden), die volgens haar enkel verplaatst is van Brussel naar Vlaanderen via tijdelijke opvang. Minister Van Bossuyt bevestigt de juridische procedures (Charleroi vecht vergunning aan) en benadrukt dat Schilde (opening begin 2026, medische focus) en Florenville (eerste trimester 2026) geen nieuwe capaciteit toevoegen, maar bestaande vervangen – met twee centra gesloten (870 plaatsen minder) en hotelopvang gedaald van 400 naar 50. Ze onderhandelt in drie (onnemende) gemeenten voor vervangcapaciteit en belooft volledige afschaffing van hotelopvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik heb u al meermaals ondervraagd over de plannen om nieuwe asielcentra te openen.
Intussen heeft de stad Charleroi te kennen gegeven niet opgezet te zijn met de komst van het nieuwe asielcentrum in Lodelinsart, net zoals ik niet opgezet ben met het feit dat ik geen antwoord krijg op mijn vraag. Bent u op de hoogte van het verzet van de stad Charleroi? Is er een gerechtelijke procedure hangende? Zult u zich daarbij neerleggen?
Graag ook een stand van zaken over het nieuwe asielcentrum in Schilde. Zijn er nog juridische hindernissen? Zult u zich neerleggen bij het feit dat de inwoners van Schilde dat asielcentrum niet wensen?
Ook in Florenville zult u een nieuw asielcentrum openen met 36 plaatsen. Stuit u daar op al dan niet juridisch verzet? Zoals u ziet, kan de Vlaams Belanger zelfs opkomen voor de Waalse belangen.
Kunt u, voor de goede orde, een volledig overzicht geven van de geplande nieuwe asielcentra, met vermelding van de locatie en het aantal op te vangen asielzoekers? Zijn er nog andere dan de drie die ik heb opgesomd? Vermits u de locaties niet wilt meedelen van de plaatsen waar u onderhandelt over nieuwe asielcentra, kunt u wel verduidelijken in hoeveel gemeenten u momenteel aan het onderhandelen bent met Fedasil?
Graag ook een laatste stand van zaken inzake de hotelopvang. Ik hoop dat u mij vandaag het goede nieuws kunt brengen dat er geen asielzoekers meer in hotels worden opgevangen en dat alle tijdelijke opvanglocaties intussen geopend zijn.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Bellegem, op uw eerste vraag is het antwoord ja. Fedasil heeft mij laten weten dat de stad Charleroi bij de Raad van State beroep heeft aangetekend tegen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Fedasil heeft een advocaat aangesteld die zijn standpunt zal verdedigen in het kader van de procedure bij de Raad van State.
Wat uw tweede vraag betreft over het asielcentrum in Schilde, Fedasil bereidt de opening voor. De aanpassings- en verbeteringswerken zijn aan de gang en Fedasil hoopt begin 2026 – dus begin volgend jaar – de eerste bewoners te kunnen opvangen. Het nieuwe opvangcentrum in Schilde zal bij de opstart plaats bieden aan de bewoners van het opvangcentrum in Deurne, met een bijzondere focus op verzoekers met medische noden en hun familie.
Volgens het agentschap is er geen vergunning vereist, aangezien er geen functiewijziging plaatsvindt. Er lopen wel nog gerechtelijke procedures waarvan de uitkomst momenteel niet gekend is. Ik heb alle begrip voor het standpunt van het lokaal bestuur en heb mij daarom van bij het begin constructief opgesteld en opengestaan voor overleg.
Wat uw derde vraag betreft over Florenville, daar worden momenteel werken uitgevoerd met het oog op een opening van 36 plaatsen. De opening is afhankelijk van de vooruitgang van de werken en kan op dit moment nog niet met zekerheid worden bevestigd. De werken worden opgevolgd door Fedasil en de Regie der Gebouwen, en zouden afgerond kunnen zijn tegen het einde van het eerste trimester van 2026. Er zijn geen lopende of aangespannen juridische procedures waarvan Fedasil kennis heeft.
Dan kom ik tot uw vierde vraag. Fedasil heeft op dit moment slechts één concreet openingsperspectief, rekening houdend met de vereiste validatie in Schilde, namelijk 178 plaatsen.
Wat uw vijfde vraag betreft, namelijk in hoeveel steden en gemeenten momenteel onderhandelingen lopen, kan ik meedelen dat Fedasil zich vandaag in drie gemeenten verspreid over België in de finale onderhandelingsfase bevindt voor potentiële nieuwe opvangcentra. Die zijn bedoeld als vervangcapaciteit voor centra die reeds gesloten zijn of die op korte of middellange termijn zullen sluiten. Het is daarbij belangrijk te benadrukken dat mijn diensten voortdurend de markt verkennen op zoek naar potentiële sites, om een weloverwogen keuze te kunnen maken wanneer in vervangcapaciteit moet worden voorzien. Nogmaals, het gaat telkens om vervangcapaciteit.
De afbouw van het aantal plaatsen blijft de doelstelling. Er zijn in deze legislatuur overigens al heel wat plaatsen verdwenen. Zo zijn in deze legislatuur reeds twee centra gesloten, namelijk Berlaar en Jabbeke, waarbij een totale capaciteit van 870 plaatsen niet werd vervangen. Daarnaast zijn ook drie van de vijf hotels in Deurne gesloten, samen goed voor 265 plaatsen. De verdere afbouw van de hotelopvang is eveneens aan de gang en wordt herleid tot nul. Dat is een belofte die ik zal nakomen, mevrouw Van Bellegem.
U vraagt hoeveel asielzoekers momenteel in de hotelopvang verblijven. Ik spreek hierbij over de stand van zaken op 8 december. Op die datum gaat het om 50 personen. Bij de start van deze regering, amper tien maanden geleden, waren dat er nog bijna 400. Vandaag zitten we dus aan 50. Ik heb intussen drie van de vijf hotels gesloten. Op dit moment zijn alle tijdelijke locaties die voor de winteropvang worden gebruikt, geopend.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, staat u mij toe eerst te stellen dat vervangcapaciteit onzin is. Het is niet omdat het vervangcapaciteit betreft dat er geen nieuwe asielcentra worden geopend. Daar gaat het net om: er worden nieuwe asielcentra geopend. De vraag die ook rijst, is de volgende. U bent op dit moment in drie gemeenten aan het onderhandelen om nieuwe asielcentra te openen. Zitten Charleroi en Florenville – waarvan de locaties al gekend zijn – bij die drie, of gaat het om drie andere gemeenten? Dat is een belangrijke vraag die beantwoord moet worden. Anders is er nog een gemeente die nog niet weet dat er asielzoekers zullen komen, of zelfs drie andere gemeenten. Dat is uiteraard een groot verschil. U zegt dat er nog maar 50 asielzoekers op hotel zitten? Dat wijst op een daling van de hotelopvang. Ik ben daar voorstander van. Het blijven er evenwel nog steeds 50. U bent inmiddels tien maanden minister van Asiel en Migratie en er zitten nog steeds 50 asielzoekers op hotel. Dat mag ook wel eens benadrukt worden. Die afbouw verloopt tergend traag, terwijl de belastingbetaler uiteraard die hotelopvang betaalt. De hotelopvang voor asielzoekers kon dalen omdat u zes tijdelijke opvangcentra hebt geopend in Vlaanderen. De asielstroom is dus van Brussel naar Vlaanderen verplaatst. Die nuance moet zeker worden gemaakt. Dank u wel.
Het asielcentrum Parelstrand
De asielopvang in Lommel
Asielopvang in Parelstrand en Lommel
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert de exorbitante huurprijs (€430.000/maand) voor het Lommelse asielcentrum, bewert dat eigenaar Peter Gillis hiermee winst maakt op niet-marktconforme voorwaarden, en eist sluiting van het centrum na de steekpartij en lokale protesten. Minister Van Bossuyt verdedigt het geheimhouden van huurprijzen om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, stelt dat transparantie de kosten zou opdrijven, en wijst op de juridische route (openbaarheid van bestuur) die Van Belleghem al gebruikte. Van Belleghem beschuldigt de overheid van zwak onderhandelen en pleit voor een Rekenhof-onderzoek naar alle Fedasil-contracten, betitelt de situatie als "afzetterij". De kern: conflict tussen sluitingsdrang (lokaal protest, veiligheid) en kostenbeheersing (onderhandelingsstrategie, marktmechanismen).
Francesca Van Belleghem:
Minister, de huurovereenkomst voor het opvangcentrum te Lommel met de eigenaar loopt af op 31 december De gesprekken over een eventuele nieuwe huurovereenkomst zijn lopende. In het licht van de onderhandelingen ter zake wilde u op 12 november niet veel zeggen over de inhoud van het nieuwe huurcontract. Intussen begrijp ik waarom u er niet veel over wilde kwijt wilde. De huurprijs bedraagt maar liefst – dit is niet uw schuld, want u hebt die niet onderhandeld – 430.000 euro per maand. Dat is gigantisch veel; dat is 5 miljoen euro voor één asielcentrum. Onder de medewerkers doet bovendien het gerucht de ronde dat het asielcentrum zou openblijven tot 2030.
Werd intussen een finale overeenkomst bereikt? Is er een overeenkomst gesloten? Zo ja, welke huurprijs werd overeengekomen? Zult u ervoor zorgen dat er een prijsdaling komt van de huurprijs en geen prijsstijging?
Waarom kunt u de totale kostprijs van het asielcentrum, 14 miljoen euro vorig jaar, vrij meedelen, maar de huurprijs zelf niet? Waarom moeten we daarvoor de openbaarheid van bestuur inroepen en bent u niet van meet af daarover transparant, aangezien het resultaat toch hetzelfde is, namelijk het feit dat we er kennis nemen dat de huurprijs 430.000 euro? bedraagt
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, er wordt nog over de toekomst van het asielcentrum in Lommel onderhandeld.
De totale werkingskosten van een opvangcentrum omvatten diverse posten en kunnen zonder contractuele implicaties worden meegedeeld, zoals ik ook heb gedaan. De huurprijs daarentegen maakt integraal deel uit van een lopend onderhandelingstraject met een private eigenaar. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, gelet op het feit dat dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Ik hoef u niet uit te leggen dat de kennis van huidige huurprijzen verdere onderhandelingen voor andere potentiële verhuurders vergemakkelijkt en de positie van Fedasil verzwakt.
Zoals u zelf aangeeft, hebt u reeds een beroep gedaan op uw recht om de huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur en hebt u die informatie ook uitgebreid met de pers gedeeld. Dat zal de onderhandelingspositie van Fedasil allerminst verbeteren.
Aangezien u het belangrijk vindt dat de huurprijzen bekend zijn bij Jan en alleman, kunnen we alleen maar vaststellen dat anderen daarmee Fedasil bij hun onderhandelingen kunnen confronteren en dat we daardoor alleen maar meer dreigen te moeten betalen voor de opvang. Ik dacht nochtans dat we het idee delen dat we zo weinig mogelijk willen betalen voor opvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, we delen minder dan u denkt. Ik wil dat er niet meer onderhandeld wordt. Ik wil dat het asielcentrum sluit. De inwoners van Lommel willen ook dat het asielcentrum sluit. De voorbije zomer heeft in Lommel een verschrikkelijke steekpartij plaatsgevonden. Dat waren asielzoekers, mevrouw de minister. De mensen in Lommel zijn het kotsbeu. Met betrekking tot de onderhandelingspositie van Fedasil, ik zei al dat wij willen dat het huurcontract gewoon niet wordt verlengd. Het is immers duidelijk dat de asielindustrie daaraan bakken geld verdient. Ook eigenaar Peter Gillis, bekend van het tv-programma Massa is Kassa , is daarmee rijk geworden, terwijl zijn andere vakantieparken verlieslatend waren. Het vakantiepark dat hij verhuurt aan Fedasil, is zijn enige winstgevende vakantiepark. Dat zegt genoeg over de niet-marktconforme huurprijzen die Fedasil betaalt. Iets in mij doet vermoeden dat het niet het enige asielcentrum is waarvoor Fedasil een veel te hoge huurprijs betaalt. Eigenlijk zou het Rekenhof voor alle contracten moeten nagaan welke marktconform zijn en welke niet. U wordt echt afgezet waar u bij staat.
De opvang van asielzoekers met een lage kans op erkenning
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigt dat Fedasil onderzoekt welke locaties geschikt zijn voor aparte opvang van asielzoekers met lage erkenningkans, met als doel versnelde terugkeer via intensievere begeleiding en kortere opvangduur. De pilootfase zou pas in 2026 starten, met eerste resultaten tegen de zomer dat jaar. Van Belleghem (N-VA) vraagt om een stand van zaken, maar reageert enkel met een afwachtende houding ("wij volgen dit verder op"). Het plan blijft dus toekomstgericht en concreet uitvoeringsbeleid ontbreekt nog.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, een half jaar geleden stelde u asielzoekers met een lage kans op erkenning te willen onderbrengen in aparte opvangcentra, met het oog op snelle verwijdering.
Ik krijg hierover graag een stand van zaken.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, Fedasil is volop bezig met het onderzoeken welke opvanglocaties er geschikt kunnen zijn voor een dergelijke opvang en welke capaciteit hiervoor beschikbaar kan worden gemaakt. De voorbereidingen worden getroffen met betrekking tot het begeleidend traject in deze opvangvoorzieningen, aangezien een versnelde procedure ook een verkorte opvangperiode moet betekenen. Het begeleidend traject zal intensiever zijn, met een specifieke focus op terugkeerbegeleiding. Het is de ambitie om deze opvang in 2026 van start te laten gaan als een pilootfase. Het project van deze gecentraliseerde opvang zal bijgevolg zijn resultaten kennen tegen de zomer van 2026.
Francesca Van Belleghem:
Wij volgen dit verder op.
De aankondiging van 'kritieke prestatie-indicatoren' (KPI’s) voor asielrechters
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt of het KPI-systeem (prestatie-indicatoren) voor asielrechters bij de RVV al is ingevoerd, welke sancties gelden bij niet-behalen en of een wetswijziging nodig is. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat de RVV al jaren individuele richtlijnen hanteert en dat KPI’s – in samenwerking met alle migratiediensten – nu ook financiële consequenties krijgen bij onderpresteren, zonder expliciete sanctiedetails te noemen. Volgens Van Bossuyt bouwt het systeem voort op bestaande RVV-monitoring, maar voegt het budgettaire verantwoording toe. Van Belleghem sluit af zonder verdere reactie.
Francesca Van Belleghem:
Op 17 juni pakte u in Knack uit met een zogenaamd KPI-systeem voor asielrechters. Dat zijn richtcijfers voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het CGVS werkt daar momenteel al mee.
Werd dat KPI-systeem voor de RVV al ingevoerd? Is daarvoor een wetswijziging nodig? Als het al is ingevoerd, hoe evalueert u de werking? Zo neen, wanneer denkt u dat het kan worden uitgerold?
In Knack kon u nog niet zeggen welke sancties er zouden worden genomen als de RVV de KPI's niet zou halen. Hebt u daar op dit moment wel al een zicht op?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, op het niveau van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt al enkele jaren een gedetailleerde monitoring van de werkzaamheden van de rechters gehouden. Aan elke rechter worden individuele richtlijnen opgelegd die van belang zijn bij diens evaluatie.
Met de arizonaregering is ervoor gekozen om met KPI's, kritieke prestatie-indicatoren, te werken in onze relatie met alle migratiediensten. Voor de opmaak van die KPI's wordt samengewerkt met alle diensten, waaronder ook de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Hiervoor kunnen we ons ook baseren op de monitoring die al door de RVV zelf werd uitgewerkt.
Het voornaamste verschil met de huidige situatie is dat nu ook in financiële responsabilisering wordt voorzien, gekoppeld aan een nauwgezette monitoring, zoals die geldt voor alle diensten, dus ook voor de RVV. Als de KPI's onvoldoende worden bereikt, kan dat ook financiële gevolgen hebben.
Francesca Van Belleghem:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Asielcentra in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt naar de stand van zaken rond het asielcentrum in Hasselt, met name de overgang van private naar overheidsuitbating (Fedasil), de stijgende kostprijs (€3,56 miljoen in 2025 vs. €3,4 miljoen in 2024) en de jaarlijkse huurprijs. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de site tot eind 2025 verlengd is en onderhandelingen lopen, maar weigert de huurprijzen vrij te geven om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, hoewel Troosters ze via openbaarheid van bestuur kan opvragen. Troosters bekritiseert de "recordkostprijs" en stelt dat de antwoorden onvolledig zijn. De definitieve regeling voor de uitbating is nog onduidelijk.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, ik heb het al meermaals over het asielcentrum in Hasselt gehad, dus ik zal de situatie niet opnieuw volledig schetsen.
Ik heb drie vragen ingediend. De eerste is veeleer een algemene vraag. De laatste sluitingsdatum was 31 december 2025. U hebt in het verleden aangegeven dat u wenst over te schakelen van een private uitbating naar een eigen uitbating door Fedasil of een van zijn partners. Mijn vraag betreft de stand van zaken.
Mijn tweede vraag betreft de kostprijs. Ik heb daar eind juni, begin juli nog een antwoord over gekregen van u. Dit betreft het aansluitende deel voor 2025 om dat deel compleet te maken.
Mijn derde vraag is specifiek gericht op de jaarlijkse huur. Voor de rest verwijs ik naar de ingediende vraag.
Anneleen Van Bossuyt:
Uit gewoonte ging ik bijna mevrouw Van Belleghem zeggen, maar ik moet nu mijnheer Troosters zeggen.
Op 5 september heeft de ministerraad beslist om de site in Hasselt te verlengen tot 31 december 2025, zoals u ook aangeeft. De ministerraad valideerde ook de gunning van de kaderovereenkomst binnen de nieuwe overheidsopdracht, met als referentie Fedasil JUR2024-0001. De site in Hasselt werd aangeboden in het kader van deze overheidsopdracht. Over de toekomst van het centrum in Hasselt wordt momenteel nog onderhandeld.
Zoals ik eerder als antwoord gaf op vragen van mevrouw Van Belleghem, maken de huurprijzen integraal deel uit van lopende onderhandelingstrajecten. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, aangezien dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Kennis van de huurprijzen zou verdere onderhandelingen voor andere potentiële huurders vergemakkelijken en de positie van Fedasil verslechteren. U kunt een beroep doen op uw recht om deze huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.
In antwoord op uw vraag over de verdere kostprijs, heeft Fedasil in 2025 tot en met 12 december vorderingen voor opvang ontvangen voor de maanden januari tot november. Het totaal van deze vorderingen bedraagt 3.257.625,44 euro. De totale kostprijs voor 2025 zal 3.561.947,48 euro bedragen. De regeling van de verdere uitbating wordt nog bekeken.
Frank Troosters:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw gedeeltelijke antwoord. Op dit moment wordt dus onderhandeld over de verdere uitbating. We zullen de resultaten van die onderhandelingen moeten afwachten. De huurprijzen zal ik op grond van de openbaarheid van bestuur opvragen, zoals mevrouw Van Belleghem dat ook doet. De kostprijs voor 2025 is een record. In 2024 bedroeg het record 3,4 miljoen euro; dit jaar ligt de kostprijs fors hoger. Ik dank u voor uw antwoorden.
Het Europese migratiebeleid en de terugkeerhubs
De terugkeerhubs en het Europese migratiebeleid
Terugkeerhubs en andere ‘innovatieve oplossingen’
Europees migratiebeleid en terugkeerhubs
Gesteld door
DéFI
François De Smet
DéFI
François De Smet
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kiest voor financiële solidariteit (€12,9 miljoen) in plaats van relocalisatie van asielzoekers, omdat de opvangcapaciteit verzadigd is – volgens minister Van Bossuyt is dit een geldige, equivalente vorm van EU-solidariteit, afgestemd op de behoeften van grenslanden. Zij verdedigt de externalisering van asielprocedures via terugkeerhubs in derdelanden als een doeltreffend instrument, mits garanties zoals non-refoulement en onafhankelijk toezicht, maar benadrukt dat de definitieve regels nog onderhandeld moeten worden met het Europees Parlement. De Smet bekritiseert dat België door betalen in plaats van opvangen zijn humanitaire verantwoordelijkheden ontloopt, met risico’s op schendingen van het Vluchtelingenverdrag en de EVRM, en vraagt concrete waarborgen voor mensenrechten in de hubs. Van Belleghem (N-VA) ziet externalisering als potentieel effectief (mits strikte uitvoering, zoals het Australische model), maar waarschuwt dat slechte afspraken nieuwe migratieroutes kunnen creëren.
François De Smet:
Madame la ministre, je sais que vous vous êtes déjà exprimée sur le sujet en séance plénière mais j'avais introduit cette question préalablement.
Le Conseil de l’Union européenne a validé la possibilité de transférer des demandeurs d’asile déboutés vers des hubs de retour situés hors de l’Union. La Belgique, pour sa part, a choisi de ne pas accueillir de personnes relocalisées et de se limiter à une contribution financière de 12,9 millions d’euros. Or, cette option consistant à payer pour ne pas accueillir pose de sérieuses questions.
Premièrement, sur le plan du droit humanitaire, l’externalisation de l’asile vers des pays tiers est contestée et peut entraîner des risques de refoulement indirect et un affaiblissement des garanties prévues par la convention de Genève et la Cour européenne des droits de l'homme. Comment la Belgique justifie-t-elle ce choix, tout en restant pleinement responsable du respect de ses obligations internationales?
Deuxièmement, aucune garantie précise n’est fournie quant aux conditions dans ces hubs extérieurs. Quelles conditions minimales de droits humains la Belgique exigera-t-elle (accès à un avocat, contrôle indépendant, normes de détention, interdiction des renvois vers des pays dangereux, etc.)?
Troisièmement, en refusant toute relocalisation, la Belgique se dégage du volet humain de la solidarité européenne, pourtant essentiel dans un système commun d’asile. Comment justifiez-vous ce positionnement face aux États membres qui, eux, continuent d’assumer un effort d’accueil?
Francesca Van Belleghem:
Met het recente akkoord in de Raad over de regels met betrekking tot terugkeer, zou het mogelijk worden zogenaamde terugkeerhubs te organiseren buiten de EU. Daarnaast zou eindelijk ook een juridische opening gemaakt zijn voor de externalisering van de asielprocedure.
Ondertussen moeten de onderhandelingen met het Europees Parlement nog beginnen. Ook in de Belgische regering zouden over een aantal aspecten van beide akkoorden nog beslissingen moeten worden genomen.
Wat is uw standpunt en dat van de regering over de zogenaamde terugkeerhubs? Wat is uw standpunt en dat van de regering over de externalisering van de asielprocedure? Werd daarover al een beslissing genomen in de regering?
Nederland heeft in september al een intentieverklaring over een terugkeerhub getekend met Oeganda. Zult u dat voorbeeld volgen?
Anneleen Van Bossuyt:
En mars 2025, la Commission européenne a en effet publié une proposition de règlement afin de mettre en place un système commun de retour. Cela s'appelle le règlement retour. La proposition contient un fondement juridique en vue de continuer à développer des solutions innovantes en matière de retour. Contrairement à ce que vous avez indiqué dans votre question, Monsieur De Smet, le règlement retour s'applique à tout ressortissant d'un pays tiers séjournant illégalement, et pas uniquement aux demandeurs d'asile déboutés.
Trouver un compromis entre les États membres dans le dossier du règlement de retour était une priorité essentielle aux yeux de la présidence danoise. Lors du conseil Justice et Affaires étrangères du 8 décembre dernier, il a pu être constaté qu'il existait une majorité qualifiée parmi les États membres et, donc, un soutien suffisant pour le texte présenté. Une approche générale a été adoptée au sein du Conseil. Dès que le Parlement européen aura fait savoir son propre point de vue, les négociations entre les deux législateurs européens pourront commencer et le texte fera encore potentiellement l'objet d'adaptations.
Mevrouw Van Belleghem, zoals aangegeven in de plenaire vergadering van vorige week, voorziet het voorstel in de mogelijkheid om terugkeerhubs op te richten, een element van externalisering van het asiel- en migratiebeleid. De regering verwelkomt de gecreëerde juridische mogelijkheid en ik ben ervan overtuigd dat dit een belangrijk instrument kan vormen voor een doeltreffend terugkeerbeleid.
La proposition prévoit aussi plusieurs garanties. Ainsi, un accord ou un règlement ne peut être conclu qu'avec un pays tiers qui respecte les normes internationales en matière de droits de l'homme, y compris le principe de non-refoulement. Le texte fixe aussi quels éléments doivent être repris dans un accord ou un règlement, les modalités encadrant la procédure de retour, les modalités relatives au séjour dans un pays tiers, les obligations du pays tiers et les conséquences en cas de non-respect. Si le pays où se trouve le return hub n'est pas la destination finale de la procédure de retour, un organisme indépendant doit assurer le suivi et les modalités du retour définitif doivent être fixées. Les mineurs non accompagnés sont exclus de l'application de cet instrument.
Zoals reeds gezegd, gaat het nog niet om een definitieve tekst. Er moet worden gewacht op de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement. De tekst kan dus nog worden gewijzigd. De definitieve tekst zal het juridisch kader vastleggen, terwijl de concrete uitvoeringsmodaliteiten vervolgens deel zullen uitmaken van de effectieve uitvoering.
Monsieur De Smet, en ce qui concerne votre question sur le premier cycle de solidarité, comme indiqué lors de la séance plénière la semaine dernière, je tiens tout d'abord à souligner que nous sommes un partenaire loyal au sein de l'Europe et que nous respectons nos obligations envers les États membres situés aux frontières extérieures.
L'accord de gouvernement stipule que lorsque l'on constate qu'il s'avère impossible de mettre en œuvre le Pacte sur la migration dans la pratique, que l'afflux de demandeurs d'asile reste très élevé et que de nombreux États membres de l'Union européenne ne prennent pas leurs responsabilités, nous avons recours à une contribution financière telle que prévue dans le mécanisme de solidarité.
Tout d'abord, je tiens à être claire, nous n'accueillerons pas ici les demandeurs d'asile provenant d'autres États membres. Nos capacités d'accueil sont saturées. Nous préférons donc accorder notre part obligatoire de solidarité sous forme d'aide financière.
Nos contributions financières peuvent aider les États membres situés aux frontières extérieures à prendre des mesures structurelles afin de réduire l'afflux vers l'Union européenne, ce qui est également dans notre intérêt.
Je tiens également à préciser qu'il existe trois formes équivalentes de solidarité: les relocalisations, les contributions financières et les contributions alternatives. Les contributions financières ne sont donc pas une question de moindre solidarité, mais une autre forme de solidarité.
Chaque État membre est libre de la manière dont il fait preuve de solidarité. Cette flexibilité a été introduite afin de tenir compte de la situation spécifique de chaque État membre.
Enfin, il convient de souligner le caractère needs-based de la solidarité. Il revient aux États membres bénéficiaires qui ressentent la pression migratoire d'indiquer sous quelle forme ils souhaitent recevoir la solidarité. Il n'est pas à exclure que certains États membres souhaitent recevoir cette solidarité en partie sous forme de contributions financières.
Il ne s'agit donc pas d'être plus ou moins solidaires, mais plutôt de la manière dont cette solidarité s'exprime.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Francesca Van Belleghem:
De externalisering van de asielprocedure kan een heel goede zaak zijn, maar het kan ook een slechte zaak zijn, dat hangt af van de wijze waarop ze wordt ingevuld. Als men alleen de asielprocedure of de asielaanvraag in een derde land zal behandelen en nadien de asielzoeker of tegen dan de erkende vluchteling laat invliegen, dan vrees ik dat we een nieuw migratiekanaal openen. Als men echter tijdens de asielprocedure, eens erkend, ook de opvang nadien gaat regelen in dat derde land, dan zou asiel wel degelijk kunnen worden drooggelegd. Dit is vergelijkbaar met het Australische model voor illegale immigratie, namelijk geen asiel na illegale immigratie. Ik spreek dan niet over de andere Australische migratiekanalen, die wel falen. De externalisering van de asielprocedure kan dus een goede zaak zijn, maar het hangt af van de invulling.
De bijeenkomst van de Europese migratieministers van de Raad van Europa over het EVRM
De herinterpretatie van het EVRM
De verklaring van de Raad van Europa over de controle op de rechters van het EHRM inzake migratie
EVRM, migratiebeleid en rechterlijke controle in Europa
Gesteld door
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigde op de informele Raad van Europa-bijeenkomst in Straatsburg de stelling dat het EVRM te strikt wordt geïnterpreteerd, wat de uitzetting van criminele migranten bemoeilijkt, en pleitte voor een "nieuwe balans" tussen individuele rechten en collectieve veiligheid—een standpunt gedeeld door 26 andere landen (waaronder Hongarije en Italië, maar niet Frankrijk of Nederland). Ze benadrukte dat het EVRM-systeem verouderd is en aangepast moet worden aan hedendaagse migratiestromen, maar wees kritiek op politieke druk op het Hof af als een "karikatuur", terwijl ze tegelijk juridische aanpassingen steunt via een toekomstige politieke verklaring (te verwachten in 2026). Van Belleghem (N-VA) onderschreef de nood aan herziening, ook op nationaal niveau (bv. leeflonen voor asielzoekers), en bekritiseerde dat rechtspraak strikt migratiebeleid blokkeert. Schlitz (Ecolo) daartegen bestempelde België’s alliantie met "mensenrechtenkritische" landen als een "radicale breuk" met traditionele bondgenoten en een aantasting van de rechtsstaat, vragen stellend bij Van Bossuyt’s mandaat en de afwezigheid van de minister van Justitie. De minister antwoordde dat haar aanwezigheid was afgestemd met collega Verlinden en de regering.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Neem me niet kwalijk dat ik deze vergadering moet verlaten. Ik zal uw antwoord naderhand lezen.
Ik wil evenwel van de gelegenheid gebruikmaken om nog iets aan te kaarten. Er vond een brand plaats in het centrum in Machelen. U hebt een brief geschreven naar de personeelsleden van dat centrum. Het werd zeer gewaardeerd dat u als minister uw betrokkenheid hebt getoond. Ik wilde dat toch even zeggen. We zijn het vaak oneens, maar als u iets goeds doet, zoals met die brief, wil ik dat ook zeggen.
Op 10 december kwamen verschillende Europese migratieministers van de Raad van Europa samen in Straatsburg. De secretaris-Generaal had iedereen uitgenodigd om de uitdagingen rond migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te bespreken.
De aanleiding van de informele bijeenkomst was de open brief van Bart de Wever en de zogenaamde migratiekritische landen, waarin zij kritiek uitten op de interpretatie van het EVRM. Volgens hen zou het mensenrechtenverdrag “de mogelijkheden beperken om politieke beslissingen te nemen." Vooral rond terugkeer van mensen die strafbare feiten hebben gepleegd. Na de bijeenkomst heeft u een gelijkaardige boodschap op sociale media gedeeld.
De brief stuitte op stevige kritiek van verschillende juristen, mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa zelf. Zij benadrukten dat het niet aan politici is om druk uit te oefenen op de rechterlijke macht, en dat er een karikatuur wordt gemaakt van de rechtspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wees er ook op dat slechts 2% van de klachten over migratie gaat. Bovendien wordt meer dan 90% van die klachten afgewezen. Slechts in 450 zaken werd daadwerkelijk een schending van mensenrechten vastgesteld.
Ik heb enkele vragen over deze bijeenkomst.
Welke boodschap heeft u tijdens deze bijeenkomst gebracht?
Tot welke conclusies of afspraken heeft de bijeenkomst on Straatsburg geleid?
Hoe verklaart u de stelling dat het EVRM de terugkeer belemmert, gezien het bijzonder lage aantal migratiegerelateerde klachten die door het Hof worden aanvaard?
Hoe reageert u op de kritiek van experts op de politieke druk op de onafhankelijke rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?
Onderschrijft u het mensenrechtenverdrag, inclusief bepalingen die betrekking hebben op migratie?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik zal dan in naam van collega Vandemaele spreken.
In de aanloop naar de bijeenkomst van de Europese ministers in Straatsburg spraken de Deense premier Frederiksen en haar Britse ambtsgenoot Starmer zich openlijk uit voor een herinterpretatie van het EVRM. Even later kondigde u aan dat 27 landen van de Raad van Europa een verklaring hadden ondertekend waarin werd opgeroepen tot een herziening van het EVRM. Daarbij werd gesteld dat een juist evenwicht moet worden gezocht tussen de individuele rechten en belangen van migranten en het algemeen belang om vrijheid en veiligheid in onze samenleving te beschermen. In mei riepen ook al negen Europese regeringsleiders in een brief op om de interpretatie van het EVRM beter te laten aansluiten bij de realiteit. De Raad van Europa zou tijdens die informele ministerraad in Straatsburg een voorstel hebben geformuleerd, dat inmiddels besproken zou zijn.
Wat was uw indruk van dat voorstel? Kunt u daar meer duiding bij geven? Welke voorstellen hebt u zelf of namens de regering gedaan?
Werd het voorstel van de Raad van Europa binnen de regering besproken, en zo ja, wat waren de plus- en minpunten? Zo niet, wanneer zult u dat bespreken?
Welke concrete gevolgen kunnen we koppelen aan die verklaring van de 27 landen? Welke andere initiatieven mogen we nog verwachten?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, le 10 décembre dernier, journée internationale des droits humains, les 46 pays membres du Conseil de l'Europe se sont réunis pour discuter d'une déclaration portant sur les questions liées aux migrations et à la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH).
Cette réunion faisait suite à la lettre signée par plusieurs pays européens, dont la Belgique, estimant que la CEDH entrave la volonté de leur gouvernement d'expulser des personnes migrantes. On pense par exemple au Royaume-Uni, qui a voulu expulser des migrants non-rwandais, faut-il le préciser, pour les placer dans des conteneurs au Rwanda, alors que ceux-ci risquaient des traitements inhumains et dégradants.
Durant cette réunion, un document a été présenté, signé par 27 pays, dont la Belgique, remettant en cause la CEDH. Ce texte demandait d'amender la Convention, qu'ils estiment trop stricte, pour mieux permettre aux pays d'expulser des personnes migrantes.
On parle ici d'un pouvoir exécutif qui indique au pouvoir judiciaire ce qu'il doit faire, ce qui remet en question la séparation des pouvoirs. C’est une atteinte au principe de non-refoulement, qui interdit d'expulser une personne vers un pays où elle serait en danger.
Madame la ministre, vous étiez la représentante de la Belgique lors de cette réunion. Pouvez-vous nous dire pourquoi c'est vous qui avez représenté la Belgique, et non pas la ministre de la Justice? Quelle position avez-vous défendue pendant cette réunion? Quelle a été votre implication dans ce processus? À quels résultats cette réunion a-t-elle abouti? Je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, die afwezig is, mevrouw Van Belleghem en mevrouw Schlitz, naar aanleiding van de brief die onze eerste minister mee heeft ondertekend, heeft de Raad van Europa in oktober een vierpuntenvoorstel geformuleerd om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van sommige Europese politieke leiders over migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
À l'initiative du secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, une conférence ministérielle informelle s'est tenue le mercredi dernier au siège du Conseil de l'Europe à Strasbourg.
Op basis van dat voorstel formuleerden de 45 verdragsstaten van de Raad van Europa conclusies die tijdens de informele ministeriële bijeenkomst in Straatsburg werden aangenomen.
De deelnemers hebben verzocht om binnen de Raad van Europa het politiek debat over die kwestie voort te zetten en aan het Comité van Ministers gevraagd om, ten eerste, een ontwerp van een politieke verklaring op te stellen over het waarborgen van mensenrechten in de context van irreguliere migratie en de situatie van veroordeelde vreemdelingen; ten tweede, zijn steun te herbevestigen voor een nieuwe aanbeveling om mensensmokkel te bestrijden; ten derde, te onderzoeken hoe de Raad van Europa het best kan omgaan met urgente migratievraagstukken, eventueel via een nieuw intergouvernementeel comité; en ten slotte de secretaris-generaal aan te moedigen om internationale migratiebesprekingen te voeren.
Er is aldus besloten dat het Steering Committee for Human Rights de opdracht krijgt om de elementen voor de desbetreffende politieke verklaring uit te werken over het waarborgen van de mensenrechten onder het EVRM in het licht van de uitdagingen van irreguliere migratie en de situatie van vreemdelingen die ernstige misdrijven hebben gepleegd, met aandacht voor nationale veiligheid en openbare orde. Dat Steering Committee zal daarover tegen 22 maart 2026 verslag uitbrengen, zodat de deputies de verklaring kunnen afronden voor de 135ste zitting van het Comité van Ministers in mei 2026 te Chisinau.
Il a également été demandé au secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, de faire rapport avant la fin de l'année 2026 des discussions internationales en matière de migration mentionnées.
Samen met 26 andere verdragsstaten onderschreef ik eveneens een gemeenschappelijke verklaring waarin we het belang van de fundamentele rechten uit het EVRM en van de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukken. Tegelijk kaarten we daarin problemen aan, onder meer met betrekking tot de terugkeer van illegale criminelen.
In die verklaring wordt gepleit voor een open en constructieve dialoog binnen de Raad van Europa over de wijze waarop het EVRM-systeem kan worden beschermd tegen pogingen om het te verzwakken. Het EVRM is immers tot stand gekomen in een context die niet langer vergelijkbaar is met de huidige migratierealiteit en de druk op onze samenleving die daarmee gepaard gaat.
De aanwezige ministers wezen op de plicht die we hebben om de bevolking te beschermen, onder meer door de veiligheid te garanderen, de grenzen effectief te bewaken en mensensmokkel te bestrijden. Die plicht wordt steeds complexer door uitdagingen zoals ernstige criminaliteit gepleegd door migranten, mensenhandel en de instrumentalisering van migratie. Die ontwikkelingen zetten druk op het huidig mensenrechtensysteem, dat deels werd ontworpen in een andere tijd en inmiddels met nieuwe realiteiten wordt geconfronteerd.
On ne peut nier que l'interprétation parfois trop large de certains droits issus de la Convention européenne des droits de l'homme rend l'éloignement de personnes en séjour illégal, qui constituent un danger pour notre société, plus difficile, voire impossible. Il est nécessaire de trouver un nouvel équilibre entre, d'une part, les droits individuels du migrant et, d'autre part, le devoir des États de garantir la sécurité collective et la liberté de leurs citoyens et de la société.
Zoals ik al vaak heb aangegeven, moet het recht een evolutief en groeiend gegeven zijn dat een antwoord kan blijven bieden op de hedendaagse uitdagingen. Alleen op die manier kunnen zowel de rechten vervat in het EVRM als onze veiligheid gewaarborgd blijven.
Gelet op de thematiek van die informele ministeriële bijeenkomst, was ik aanwezig in overleg met mijn collega-minister Verlinden. De conclusies en beslissingen doorliepen de gebruikelijke stilteprocedure, waarbij elke verdragsstaat amendementen kon indienen. Wij hebben op de tekst amendementen ingediend. De inhoud werd besproken op het core multi . Ook het statement werd binnen de regering afgetoetst.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u gaf een bijzonder interessant antwoord.
Het herbekijken van de rol van het EHRM naast het EVRM is iets wat wij steunen. De rechtspraak maakt een strikt migratiebeleid de facto immers onmogelijk.
Er zijn echter niet alleen de supranationale instellingen. Op nationaal niveau rijst hetzelfde probleem. Vaak blijkt dat rechtspraak, bijvoorbeeld van arbeidshoven of rechtbanken van eerste aanleg, een strikt migratiebeleid niet mogelijk maakt. Het is dan ook noodzakelijk om de redenering door te trekken op nationaal niveau. Ik hoop dat u dat punt ook binnen de regering zult aankaarten. Als voorbeeld noem ik dat leeflonen worden toegekend aan vluchtelingen of asielzoekers. Dat gebeurt op basis van rechtspraak. Ook dat moeten wij durven herbekijken met een open houding en zonder meteen in een kramp te schieten, zoals bij sommigen gebeurt. Ik hoop dat u die benadering consequent zult doortrekken.
Sarah Schlitz:
Vous co-signez cette déclaration avec des pays comme l'Italie de Meloni et la Hongrie d'Orban. Mais vous n'avez pas à vos côtés, par exemple, la France, les Pays-Bas, l'Espagne. Ces pays sont quand même des pays fondateurs, ou du moins parmi les premiers pays. Ils sont les plus proches de notre philosophie. Madame la ministre, ce qu'on constate depuis plusieurs mois, c'est un basculement de la Belgique, à votre initiative, dans un alignement radicalement opposé aux droits humains et avec des pays avec lesquels nous n'avons jamais été alignés. Ce qui m'interroge, ce n'est pas que vous soyez à l'initiative de cela, ni que le Vlaams Belang vous soutienne et vous encourage à continuer dans cette voie. Aucun étonnement par rapport à cela. Vous ne m'avez en revanche pas répondu sur la raison pour laquelle c'était vous que le gouvernement avait décidé d'envoyer et avec quel mandat vous étiez allés à cette réunion. Est-ce bien avec le mandat, par exemple, des Engagés, que vous vous rendez à ce type de meeting pour pousser ce genre de mobilisation qui va à l'encontre non seulement des droits humains fondamentaux, mais également de l'État de droit. Madame la ministre, nous continuerons évidemment à suivre ces évolutions très inquiétantes que la Belgique adopte sur la scène internationale, à votre initiative et avec le soutien de l'entièreté de votre gouvernement.
De opvolging en begeleiding van asielzoekers die uit het opvangnetwerk gezet worden
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Victoria Vandeberg vraagt kritisch hoe Fedasil omgaat met exclusies uit asielcentra na gewelddadige incidenten (zoals de dodelijke steekpartij in Spa), waarbij verdachten vaak spoorloos verdwijnen en risico’s voor omwonenden mogelijk toenemen. Ze bekritiseert dat exclusie leidt tot dakloosheid zonder opvang of tracking, en vraagt naar samenwerking tussen Fedasil, politie en Vreemdelingenoffice om dit te voorkomen, alsook de gevolgen voor de asielprocedure zelf. Minister Van Bossuyt stelt dat exclusies juridisch begeleid worden (met beroepsmogelijkheden, medische/advocatenondersteuning) en dat er protocollen bestaan voor informatie-uitwisseling met politie en versnelde asielbehandeling bij langdurige exclusies. De asielprocedure loopt door, maar de persoon verliest recht op opvang—woonadres bij de advocaat blijft mogelijk voor administratief follow-up.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, avant l'été, je vous avais interrogée au sujet d'un tragique événement qui était survenu à Spa, au cours duquel un jeune homme a perdu la vie après avoir reçu plusieurs coups de couteau. Trois suspects étaient alors hébergés au centre Fedasil de Spa. Ils avaient été interpellés et s'étaient vu notifier une exclusion temporaire du centre. Une vidéo filmée par un témoin était ensuite venue corroborer les déclarations et les trois jeunes ont été disculpés. Au vu des derniers éléments, Fedasil est revenu sur sa décision et la mesure d'exclusion a été levée. Un quatrième individu présenté comme l'auteur possible des coups mortels est quant à lui toujours en fuite et actuellement recherché. Ce suspect a-t-il été retrouvé dans l'intervalle.
De manière plus générale, je souhaitais aborder les mesures d'exclusion du réseau d'accueil. Ces mesures d'ordre sont prévues par la loi, elles visent à préserver la sécurité et la sérénité des centres, indépendamment de l'issue judiciaire des dossiers. Cependant, en pratique, une exclusion signifie que la personne se retrouve immédiatement à la rue, livrée à elle-même, souvent sans véritable suivi surtout. Et ses seules options deviennent le sans-abrisme ou un logement trouvé par ses propres moyens, y compris lorsque les faits à l'origine de l'exclusion révèlent un risque sérieux pour la sécurité des habitants des alentours du centre.
Cette situation soulève une question de sécurité évidente. Lorsqu'un demandeur d'asile est exclu pour des faits graves sans être détenu ni éloigné du territoire, quels mécanismes existent pour éviter qu'il ne disparaisse complètement dans la nature et qu'on ne perde sa trace? Car, loin de neutraliser le risque, cela pourrait encore l'amplifier. Pouvez-vous me dire quels dispositifs existent aujourd'hui pour assurer la localisation de ces personnes, leur accompagnement, leur orientation administrative éventuellement? Une concertation systématique est-elle prévue entre Fedasil, l'Office des É trangers et les zones de police, afin d'éviter la perte de la trace de ces individus? Quelles conséquences une exclusion temporaire ou définitive entraîne-t-elle sur la procédure d'asile en tant que telle? La personne poursuit-elle son parcours administratif ou celui-ci est-il alors immédiatement arrêté? Je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, lors d'une décision d'exclusion, la personne se voit notifier et expliquer la décision par la structure d'accueil ainsi que les voies de recours. La personne reçoit également les informations nécessaires concernant l'accompagnement médical pris en charge par Fedasil ainsi que celles relatives au suivi à assurer pour d'éventuels courriers. L'avocat de la personne est également informé par la structure d'accueil de l'exclusion de son client afin de garantir la continuité de l'accompagnement juridique, en particulier dans le cadre de la procédure de protection internationale en cours.
Pour les centres d'accueil, un protocole de coopération existe entre la police et le centre d'accueil dans lequel les modalités relatives à l'échange d'informations sont fixées. Au sein de l'agence, un officier de liaison de la police intégrée est désigné. Sa mission vise à faciliter les contacts et les échanges d'informations entre Fedasil et la police intégrée.
En plus, un échange structurel d'informations entre l'agence et les instances d'asile est mis en place pour les exclusions de 30 jours et les exclusions définitives. Lorsqu'une telle exclusion a lieu, il est demandé aux instances d'asile de traiter leur demande de protection internationale de manière accélérée. L'avocat de la personne est informé de la décision d'exclusion afin de garantir la continuité de l'aide juridique.
Dans ce cadre, il ou elle est responsable de veiller à ce que son ou sa cliente soit correctement informé et donne suite au courrier d'invitation dans le cadre de sa demande de protection. La personne dispose de la possibilité d'élire domicile auprès de son avocat pour le suivi des courriers ou des décisions dans le cadre de sa procédure. Le droit à l'accueil est en partie distinct de la demande de protection internationale, la procédure administrative se poursuit donc.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie pour vos précisions, madame la ministre et j'espère également que nous pourrons atterrir sur le cas plus précis de Spa et des personnes qui étaient impliquées dans cette affaire.
De uitvoering van het nieuwe Europese migratiebeleid
De solidariteitsbijdrage
De nieuwe terugkeerverordening
Het Europese migratie-, solidariteits- en terugkeerbeleid
Gesteld door
MR
Victoria Vandeberg
VB
Francesca Van Belleghem
Groen
Matti Vandemaele
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese migratiedeal—met terugkeerhubs in derde landen en versnelde uitzetting van afgewezen asielzoekers—wordt door MR en minister Van Bossuyt (N-VA) verwelkomd als noodzakelijke versterking van een inefficiënt systeem (slechts 20% terugkeer uitgevoerd), maar stuit op fundamentele kritiek: Vlaams Belang ziet het als "cultureel doodvonnis" door massale immigratie (België nu 3e in EU voor asielaanvragen per capita), terwijl Groen (Vandemaele) het afdoet als dure, juridisch onhoudbare "schijnoplossingen" die mensenrechten ondermijnen en falen zoals het Amerikaanse model. Van Bossuyt verdedigt de deal als pragmatische oplossing—met 30% lagere Belgische bijdrage (€12,9m ipv €18,5m) en weigering om extra asielzoekers op te nemen—maar benadrukt dat solidariteit met grenslanden (financieel, niet via opvang) cruciaal is; Hongarije’s weigering wordt genuanceerd (vrijstelling omwille van Oekraïense druk). MR steunt de plannen als noodzakelijk voor een "duurzaam asielsysteem", terwijl Groen en VB de minister ideologisch motiveren (VB: "bewuste bevolkingsvervanging"; Groen: "statistiekcosmetiek" zonder echte oplossingen). De kernconflicten: efficiëntie vs. menselijkheid (terugkeerhubs, kinderdetentie), Europese solidariteit vs. nationale soevereiniteit (afkoopsommen, verplichte opvang), en de rol van mensenrechten (EVRM als "hinderpaal" vs. fundamentele waarde). Concreet blijft onduidelijk hoe, waar en wanneer de hubs operationeel worden—en of ze juridisch en financieel houdbaar zijn.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, à l'heure où l'Europe redéfinit les contours de sa politique migratoire, des États membres et des partis dont le MR saluent ici une avancée historique: la création de hubs de retour hors de l'Union et la possibilité de renvoyer des demandeurs déboutés vers des pays tiers dits "sûrs". Ces hubs constituent une évolution importante du cadre européen.
Par cet accord, l'Union se dote enfin d'outils concrets pour renforcer les procédures de retour et assurer également une répartition plus efficace des responsabilités. Il était temps, car notre système d'accueil ressemble à un chantier où l'on voudrait bâtir étage après étage sans avoir finalement de fondations stables. À force d'ajouter du poids sans pause, ce n'est pas la volonté qui manque, mais c'est la stabilité. Rien ne tient vraiment et rien ne peut s'ancrer durablement. Pour garder un cap clair et assurer une place sûre à ceux qui en ont réellement besoin, il faut éviter la surcharge et rétablir l'équilibre.
Les décisions européennes vont précisément dans cette direction et offrent les moyens de stabiliser l'ensemble du système de l'asile. Ces avancées appellent aussi certaines clarifications, en particulier quant aux conditions de mise en œuvre dans les pays tiers.
Madame la ministre, avez-vous une idée du calendrier dans lequel les institutions européennes adopteront définitivement les textes juridiques? Comment la Belgique envisage-t-elle de mettre en œuvre ces nouvelles dispositions? Comment et par qui sera assuré le contrôle du respect des droits humains dans ces hubs de retour, afin de s'assurer que ces mesures s'inscrivent dans nos engagements européens? Quelle part financière la Belgique devra-t-elle assumer? Quelle est la répartition du financement de ces différents dispositifs? Enfin, pouvez-vous nous donner aujourd'hui le pourcentage de décisions de retour effectivement exécutées en Belgique?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, als de vreemdelingenpopulatie aan dit tempo blijft groeien, zal binnen negentien jaar nog maar de helft van de bevolking Vlaamse roots hebben. Vorig jaar telden we zoveel asielzoekers dat we heel de stad Ninove konden vullen en dit jaar kunt u opnieuw al Aalter vullen. Dat zijn 70.000 mensen op twee jaar tijd.
Veronderstel eens dat uw huis tot de nok vol zit en uw huisbaas u tot een keuze verplicht: ofwel propt u er nog meer mensen bij, ofwel betaalt u een boete omdat u er niet nog meer wilt bij nemen. Dat is precies waartoe de Europese Unie ons nu wil verplichten. Dat noemt men verplichte solidariteit. We moeten dus ofwel meer asielzoekers opnemen, ofwel een boete betalen van 13 miljoen euro. Hongarije en Polen weigeren nu al om te plooien voor de verplichte solidariteit, nul euro en nul extra asielzoekers.
Als u werkelijk wilt dat er binnen negentien jaar nog iets overblijft van Vlaanderen en van de Vlamingen, dan is de vraag niet of u asielzoekers hebt afgekocht of hebt overgenomen van andere lidstaten, maar dan is de vraag of u immigratie wel degelijk gestopt hebt.
Mevrouw de minister, kiest u voor het voortbestaan van Vlaanderen of kiest u voor de vervanging van onze eigen mensen?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik denk dat u welgezind van de Europese top bent teruggekeerd, want het stoere Belgische asiel- en migratiebeleid wordt nu ook Europees uitgerold. In die zin zijn jullie een beetje de slippendragers van het extreemrechts gedachtegoed dat Donald Trump hier probeert te installeren. Dat is eigenlijk ook wat minister Prévot daarstraks heeft geantwoord: over asiel en migratie zitten we op dezelfde lijn als de Verenigde Staten.
Het domste migratiebeleid ooit wordt nu dus naar een Europese dimensie getild. De vraag is uiteraard of dat door het Europees Parlement zal raken. Dat valt te betwijfelen. Ik hoop alvast dat men daar intelligenter is dan op de migratietop.
Ik begin bij de terugkeerhubs. Dat idee gaat al langer mee, maar iedereen weet dat zulke hubs duur zijn, weinig intelligent zijn, heel veel geld kosten en met grote juridische obstakels gepaard gaan. Waarom zet u daarmee door als u weet dat die schijnoplossing er nooit zal komen? Heel concreet, bent u van plan om daarin kinderen op te sluiten? Daarover schijnt nog discussie te bestaan.
België zal meebetalen aan het solidariteitsmechanisme. De vraag is echter wat er gebeurt als Hongarije, een land waaraan wij ons steeds meer spiegelen, nu al zegt niemand extra op te nemen en niet te zullen betalen. Stort het kaartenhuisje van de deal dan niet helemaal in, wanneer Hongarije weigert om mee te doen?
Mijn volgende vraag gaat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het verdrag zelf. Dat vallen jullie steeds vaker aan. Mensenrechten zijn voor jullie duidelijk een vervelende hinderpaal. Gaat u daarmee door? Hoe beschouwt u dat?
Mevrouw de minister, uw migratiesprookje, dat in de realiteit op het terrein voor veel mensen een nachtmerrie is geworden, gaat almaar verder. Wanneer komt u uit uw ideologische loopgraven?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Vandeberg, mevrouw Van Belleghem en mijnheer Vandemaele, dank u voor uw vragen.
Mijnheer Vandemaele, u spreekt over het domste migratiebeleid. Ik denk dat vooral dom was wat uw partij in de vorige regering heeft gedaan, namelijk te zeggen: kom maar allemaal af, en dan zien we wel. Ik denk dat dat heel dom was.
De vergadering van maandag van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was inderdaad bijzonder belangrijk. Er werd tussen de lidstaten een akkoord bereikt over drie belangrijke voorstellen die het Europese asiel- en migratiebeleid verder aanscherpen.
Madame Vandeberg, le nombre de décisions de retour exécutées à l'échelle européenne est environ d'une sur cinq. Je suis sûre que nous sommes d'accord pour dire que c'est beaucoup trop peu. C'est pourquoi je suis convaincue que ces trois propositions constituent ensemble le noyau de ce qui est nécessaire pour appliquer une politique de retour crédible. La directive Retour en vigueur date de 2008 et n'est plus adaptée à la réalité d'aujourd'hui. Un nouveau règlement nous offrira beaucoup plus d'instruments pour mener une politique de retour forte et efficace. Une liste européenne de pays d'origine sûrs ainsi que l'extension du concept de pays tiers sûrs permettront également de rejeter plus rapidement les demandes d'asile.
Het voorstel voorziet ook in de mogelijkheid van terugkeerhubs. Dat is één van de elementen van externalisering die ik verwelkom. Ik ben er namelijk van overtuigd, mijnheer Vandemaele, dat dat een belangrijk instrument kan vormen voor een effectief terugkeerbeleid.
De plaatsing van gezinnen met minderjarigen in terugkeerhubs, wordt binnen de regering besproken.
Er werden vragen gesteld over de timing en de uitvoering. Madame Vandeberg, het gaat om voorstellen waarover de onderhandelingen met het Europees Parlement nog moeten beginnen.
Madame Vandeberg, nous entamons les négociations avec le Parlement européen. Par conséquent, nous ne pouvons pas encore vous indiquer quand le nouveau règlement entrera en vigueur.
En tout cas, nous continuerons à peser sur les négociations, comme nous l'avons fait ces derniers mois. Nous avons déjà réussi à faire inclure dans le texte la possibilité d'une interdiction d'entrée à vie et le manque de coopération comme motif explicite de détention.
We zijn er ook in geslaagd om het verplicht karakter van de wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten te laten schrappen, aangezien dat een risico op meer secundaire migratie inhoudt.
Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Vandemaele, met betrekking tot uw vragen over de Europese solidariteitspool wil ik eerst en vooral benadrukken dat wij een loyale partner zijn binnen Europa en onze verplichtingen ten aanzien van de lidstaten aan de buitengrenzen nakomen. Laat mij echter ook duidelijk stellen dat wij geen asielzoekers uit andere landen naar hier zullen halen. Onze opvang zit vol.
Onze financiële bijdragen kunnen de lidstaten aan de buitengrens echter helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat de instroom in de Europese Unie vermindert, wat ook ons ten goede komt. Of bent u misschien gekant, mevrouw Van Belleghem, tegen sterkere buitengrenzen?
Ten slotte, terwijl u de voorbije weken op sociale media toeterde over de Belgische bijdrage, heb ik er in alle discretie achter de schermen voor gezorgd dat die voorlopig begrensd wordt tot 12,9 miljoen euro, terwijl dat aanvankelijk 18,5 miljoen euro was. Dat is een daling van 30 %. Ik vind het erg vreemd dat uw partij daarop schiet. Blijkbaar vliegt het Vlaamse Belang liever extra asielzoekers binnen dan een afkoopsom te betalen, terwijl dat laatste op termijn de goedkoopste oplossing is.
U verwijst graag naar Polen, daarnet opnieuw, dat zou weigeren te betalen. Ofwel weet u niet hoe het systeem werkt, ofwel verkoopt u fakenieuws. Polen weigert niet om te betalen, maar heeft recht op een vrijstelling met goedkeuring van de Europese Commissie, vanwege van het enorm aantal Oekraïense ontheemden en illegale grensoverschrijdingen in het land.
Ook de komende maanden blijf ik intensief werken aan een bijkomende verlaging van het Belgisch aandeel in de solidariteitspool. In de marge van de Raad maandag had ik daartoe al een eerste bilaterale ontmoeting met de Griekse bevoegde minister. Die gesprekken worden de komende weken voortgezet.
Mijnheer Vandemaele, u had een vraag over Straatsburg, over het EVRM. Ik heb niemand horen pleiten voor een afzwakking van het EVRM. Het is vooral heel belangrijk dat we het systeem klaarmaken voor de toekomst. Vandaag moeten we vaststellen dat we illegale criminelen niet kunnen terugsturen, bijvoorbeeld vanwege van bepaalde interpretaties van dat verdrag. Als we dat verdrag voor de toekomst willen veiligstellen, dan moet het anders.
Victoria Vandeberg:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses.
Le MR se réjouit de l'accord européen et soutiendra pleinement sa mise en œuvre. Il était temps de restaurer l'efficacité et la crédibilité de notre politique d'asile. Vous parliez d'un cinquième des retours qui sont effectifs; cela illustre le manque d'efficacité actuel.
Soyons clairs, notre système d'accueil est pour le moment saturé, contrairement à ce que certains veulent faire penser. La Belgique ne peut pas tout assumer seule. Il faut réduire les incitants à l'asile en l'absence de besoins réels de protection, et éviter ce shopping de l'asile qui mine cette solidarité européenne.
Des mesures ont déjà été votées ici même, sous votre impulsion, mais il est maintenant urgent que les résultats soient visibles rapidement. Accélérer le retour lorsqu'une demande est rejetée, ce n'est pas de l'idéologie, c'est du bon sens. C'est ainsi que nous pourrons bâtir un système juste, où les personnes qui en ont vraiment besoin pourront être accueillies, et durable.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u bent geen slippendrager van extreemrechts, u draagt de slip van Ursula von der Leyen. In 2024 stonden wij op de vijfde slechtste plaats qua aantal asielaanvragen per capita. Dankzij uw beleid zijn wij naar de derde plaats gestegen, nog slechter dus. Wij hebben een derde meer asielaanvragen dan Duitsland, dubbel zoveel als Nederland en drie keer zoveel als Zweden.
De waarheid is dat wij voor een beschavingskeuze staan, aangezien in sommige gemeenten al meer dan 70 % van de bevolking van vreemde herkomst is. Dat is geen natuurramp, maar een doelbewuste politieke keuze. Die keuze hebben wij nooit gemaakt en de Vlaming heeft daarvoor nooit gestemd.
Het Europees migratiebeleid is een doodvonnis voor onze cultuur en onze identiteit. Het is een schande dat u daaraan meewerkt.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, zet die plaat af. U laat telkens opnieuw hetzelfde riedeltje horen. Blijkbaar lukt het u niet om een debat op een ernstig niveau te voeren. Het gaat altijd over mijn partij en over het verleden. Het gaat hier vandaag echter over uw beleid. Met uw beleid probeert u het Vlaams Belang langs rechts voorbij te steken. Met uw beleid schoont u de statistieken op. U laat mensen verdwijnen uit uw statistieken, maar niet uit hun miserie. Daarover gaat het. U verkoopt stoere praatjes, maar we weten dat uw oplossingen, zoals terugkeerhubs, niet zullen werken. Als het toch anders zou uitkomen, dan zal het bijzonder veel geld kosten. Bovendien valt het juridisch gezien niet te onderbouwen. In plaats van uw domme, onrealistische, onwerkbare en juridisch niet te onderbouwen ideeën te exporteren, zou u hier beter een echt deugdelijk beleid op poten zetten. Dat zou u sieren als minister.
Het Duitse verbod op een islamitische organisatie die oproept tot de stichting van een kalifaat
De Hamasdreiging in België
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (1)
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (2)
De screening en opvolging van Mohaned al-Khatib en de Palestijnse asielzoekers
Extremisme, Hamas en islamitische radicalisering in Europa
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
N-VA
Michael Freilich
N-VA
Michael Freilich
VB
Sam Van Rooy
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 3 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert dat België onvoldoende optreedt tegen Hamas-sympathisanten en jihadistische organisaties, waaronder Mohaned al-Khatib—een verdachte van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—die volgens hem niet dagelijks wordt opgevolgd door veiligheidsdiensten, ondanks zijn openlijke jihadistische uitingen. Hij stelt dat de screening van Palestijnse asielzoekers falen (o.a. door signalen van het Joods Informatiecentrum in plaats van eigen inlichtingen) en waarschuwt dat het merendeel Hamas/Hezbollah-steunt, wat de veiligheid bedreigt. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er gerechtelijk onderzoek loopt naar al-Khatib en dat Hamas prioriteit heeft voor de diensten, maar ontkent structurele banden met Duitse extremistische groepen in België. Hij verwijst voor asielscreening naar Van Bossuyt (Migratie) en benadrukt dat dreigingsniveau 3 geldt, met focus op jihadisme—zonder concrete maatregelen tegen individuen of organisaties te specificeren. Van Rooy blijft kritisch en eist strengere actie tegen "terreurverheerlijkers".
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik heb veel vragen voor u.
Ten eerste, Duitsland verbiedt de islamitische organisatie Muslim Interaktiv omdat die oproept tot de stichting van een kalifaat. Om dezelfde reden worden Generation Islam en Realität Islam mogelijk ook verboden.
Mijnheer de minister, hebben Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen in België of onderhouden ze banden met organisaties in België? Wordt onderzocht of zich in België islamitische organisaties bevinden die oproepen tot de stichting van een kalifaat en zullen die desgevallend, zoals in Duitsland, verboden worden?
Ten tweede, een rapport van het Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center stelt dat Hamas in Europa een netwerk heeft uitgebouwd en tracht te versterken om hier aanslagen te plegen. Zo werd reeds een wapendepot ontdekt en zijn al verschillende gewapende Hamasleden en -aanhangers opgepakt, onder meer in onze buurlanden. Volgens de Duitse inlichtingendienst is het aantal Hamasleden tussen 2008 en 2023 met 50 % toegenomen, tot meer dan 450. U weet dat die vrij kunnen reizen in Europa binnen de Schengenzone. Ze kunnen zich dus ook op ons grondgebied bevinden.
Mijnheer de minister, weet u hoeveel Hamasleden en -agenten zich momenteel op ons grondgebied bevinden? Hoe verloopt de veiligheidsscreening van Palestijnse asielzoekers en migranten op een eventueel lidmaatschap van Hamas of spionage voor Hamas?
Ten derde, wat die screening betreft, die verloopt blijkbaar op zijn zachtst gezegd niet goed, want een Palestijnse Hamasfanaat die betrokken is bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël blijkt nu gewoon in België te verblijven. Hij werd eerst gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel. U hebt de beelden intussen wellicht gezien. Ik heb daarover ook al mevrouw Van Bossuyt, de minister van Asiel en Migratie, en mevrouw Verlinden, de minister van Justitie ondervraagd. Minister Van Bossuyt heeft me gisteren bevestigd dat de man hier nog steeds verblijft, met name in een asielcentrum in Sint-Niklaas. Er is bovendien een dossier van 65 pagina’s opgesteld – niet door onze veiligheidsdiensten, maar door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID) – over dat verschrikkelijk jihadistische sujet Al-Khatib. Ik hoop dat u het ondertussen al hebt gelezen. Het staat gewoon op de site van het JID.
De vraag is hoe het mogelijk is dat zo iemand, met wat hij op 7 oktober 2023 heeft gedaan en met de openlijke jihadistische oproepen die hij nog altijd doet op zijn sociale media, zich op Belgisch grondgebied bevindt. Hij is hier nog altijd, in Sint-Niklaas. Zal hij nu wel worden gescreend door de veiligheidsdiensten, is dat al gebeurd, naar ik hoop, of wordt hij ten minste op dit moment opgevolgd door de veiligheidsdiensten? Ik herinner mij dat de zogenaamde Syriëstrijders zouden worden opgevolgd, wat dat ook moge betekenen. Ik veronderstel dat agenten of mensen van de veiligheidsdiensten zo iemand volgen in zijn of haar dagelijkse praktijken, onder andere op sociale media. Wordt die Mohammed Al-Khatib vandaag dagelijks opgevolgd door onze veiligheidsdiensten?
Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waaronder Palestijnse tieners die een trui dragen waarop in het groot een M16-machinegeweer staat. De M16 is, naast de Kalasjnikov, het geliefkoosde wapen van jihadisten en ook van Hamas. Het werd onder andere gebruikt bij de verschrikkelijke massaslachtingen in de Israëlische kibboets. Zij komen hier gewoon binnengewandeld.
U weet dat België een favoriete bestemming in Europa is van Palestijnse asielzoekers. Het merendeel van hen heeft sympathie voor Hamas en Hezbollah en juicht de genocidale massaslachting op 7 oktober 2023 toe . Dat blijkt uit onderzoeken, bevragingen en peilingen. Zij delen dus het zieke jihadistische wereldbeeld van de persoon over wie ik u specifiek ondervraag, Mohammed Al-Khatib.
Tot slot, welke stappen zet u om ervoor te zorgen dat Hamas-terroristen, maar ook Hamas-fanaten en verheerlijkers van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 onze samenleving niet kunnen verzieken of onveilig maken voor joden, maar ook voor niet-joden?
Bernard Quintin:
Mijnheer Van Rooy, u weet dat het niet mijn gewoonte is om details te geven over individuele dossiers, zeker niet wanneer ze zich in de onderzoeksfase bevinden.
Ik kan u wel meegeven dat ik op 7 november 2025 op de hoogte ben gebracht van de aanwezigheid van de betrokkene op ons grondgebied en van de open bronelementen die zouden kunnen wijzen op diens aanwezigheid tijdens de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023.
Justitie voert momenteel een onderzoek dat moet uitwijzen of dat klopt en desgevallend in welke hoedanigheid dat gebeurde.
Het dossier is ook in behandeling bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor informatie daarover, evenals over de maatregelen voor het groot aantal Palestijnen dat naar België komt of over de screening moet u minister Van Bossuyt nog eens bevragen.
Op de vraag over de bewegingsvrijheid van personen binnen de Schengenzone of de Benelux is het antwoord eenvoudig. Wanneer iemand niet is geseind, mag hij of zij zich vrij verplaatsen.
Op de concrete onderzoeksdaden van de veiligheidsdiensten ga ik niet in.
Het spreekt voor zich dat wanneer wordt vastgesteld dat de betrokkene effectief banden met Hamas zou hebben, het parket een gerechtelijk onderzoek moet openen. Vragen daarover stelt u het best aan mijn collega Verlinden. Ook zal het OCAD in een dergelijk geval overgaan tot opvolging in het kader van de nationale Strategie T.E.R.
Onze veiligheidsdiensten hebben geen indicaties die erop wijzen dat Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen hebben in België of dat er structurele banden bestaan tussen die organisaties en organisaties in België.
U weet dat ik een wetsontwerp voorbereid om te beschikken over een instrument om in overeenstemming met het regeerakkoord gevaarlijke radicale organisaties te kunnen verbieden. Ik kan niet vooruitlopen op dat wetsontwerp, aangezien de Raad van State nog geen advies heeft kunnen afleveren.
De Veiligheid van de Staat en het OCAD zijn bevoegd voor het onderzoek naar en de analyse van zowel religieus als ideologisch extremisme. Wanneer er in ons land organisaties zijn die oproepen tot het stichten van een dergelijke organisatie, zal dat via het VSSE en het OCAD aan het licht komen.
Al sinds 7 oktober 2023 houden onze veiligheidsdiensten rekening met de mogelijkheid dat leden van Hamas hun toevlucht zouden zoeken in België of andere Europese landen. Hamas wordt prioritair behandeld door de inlichtingendiensten en de inlichtingen over Hamas worden steeds meegenomen in de dreigingsanalyses die door het OCAD worden opgesteld.
Het dreigingsniveau staat in België op niveau 3 sinds oktober 2023. Dat betekent dat de dreiging ernstig is. De religieus geïnspireerde dreiging voor West-Europa komt voornamelijk uit islamistische en jihadistische hoek. Voor het Westen blijft de dreiging van IS en IS-geïnspireerde actoren volgens het OCAD momenteel de belangrijkste.
Aangezien de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek – om de redenen die u aanhaalt, mijnheer Van Rooy – kan de politie geen details geven. Voor meer informatie verwijs ik naar de magistraat die belast is met het dossier. Sta me toe om op te merken dat het bestaan zelf van dat dossier aantoont dat de veiligheidsdiensten adequaat hebben gereageerd.
Wat betreft de vraag inzake de administratieve situatie van die persoon en de mogelijke maatregelen in geval van terugkeer, mocht hij naar Griekenland worden teruggestuurd, heb ik al gezegd dat u zich moet richten tot de Dienst Vreemdelingenzaken. Ook de FOD Justitie zou kunnen worden geraadpleegd, indien een meer gedetailleerd overzicht van de geldende regelgeving moet worden gegeven.
Wat de politie betreft, geldt het algemeen toezicht op de openbare ruimte en het opstellen van processen-verbaal voor alle inbreuken die haar ter kennis worden gebracht, ook voor dit soort feiten. Het openbaar ministerie kan een vervolging instellen. De bestuurlijke opvolging door de politie van groeperingen en hun leden is mogelijk binnen een zeer strikt regelgevend kader.
Over het algemeen wordt het toezicht op extremistische individuen en groeperingen georganiseerd door de Strategie T.E.R. en wordt het risiconiveau dat zij vormen, vastgesteld door het OCAD, dat beschikt over alle informatie van de politie, de Veiligheid van de Staat en andere instanties. De politie kan zich uiteraard niet uitspreken over andere maatregelen die door de regering worden genomen en die niet onder haar bevoegdheid vallen.
Sam Van Rooy:
Minister, dank u voor uw antwoord. De situatie is helaas helder. Ik zeg 'helaas', want Mohaned al-Khatib wordt vandaag dus niet opgevolgd. Dat is wat u hebt gezegd. Er wordt wel onderzoek gedaan, terwijl de info al weken bekend is.
Bernard Quintin:
(…)
Sam Van Rooy:
Wordt hij dagelijks opgevolgd in zijn doen en laten en in zijn socialemediaposts? Ik dacht het niet. Ik verwijs ook naar uw antwoord op mijn andere vraag. U moet radicale organisaties niet verbieden. U moet daarentegen jihadistische en moslimfundamentalistische organisaties viseren en verbieden, want daar zit het probleem. Jihadisten en moslimfundamentalisten, maar ook verheerlijkers van jihadistisch terreur moeten buiten dit land worden gehouden. Als ze hier toch aanwezig zijn, dienen ze te worden uitgezet of – zoals in het geval van Mohaned al-Khatib – te worden opgevolgd om na te gaan waar ze mee bezig zijn. U zegt dat de diensten goed werk leveren, maar ze hebben dat moeten vernemen van het onvolprezen Joods Informatie- en Documentatiecentrum. Als die organisatie niet aan de alarmbel had getrokken, dan wisten de diensten vandaag waarschijnlijk nog nergens van. Dat is een bewijs dat de screening faalt. Ik vraag me dus af hoe u dat ziet, met al die Palestijnen die hier wekelijks binnenkomen. Nogmaals, ons land is een topbestemming. In 2025 zijn er al 3.000 Palestijnse asielzoekers binnengekomen. Het merendeel heeft op zijn minst sympathie voor Hamas en voor Hezbollah. Ik herhaal dat. De meesten juichten de genocidale jihadistische terreuracties van 2023 gewoon toe. U, als minister van Veiligheid, stond erbij en u keek ernaar. Dat is de realiteit.
De bij de massaslachting van 7 oktober 2023 betrokken Hamasjihadist die nu in België woont
De toekenning van de status van erkend vluchteling in België aan een Hamasterrorist
Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Palestijnse asielzoekers en Hamasterroristen in België
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat België de Hamas-sympathisant Mohaned al-Khatib—verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—niet uitlevert of weert, ondanks zijn asielafwijzing (omdat Griekenland zijn vluchtelingenstatus al erkende). Hij beschuldigt de regering ervan Palestijnse migranten met extremistische opvattingen massaal toe te laten, zonder effectieve controles, en noemt België een "speeltuin voor jihadisten". Minister Van Bossuyt bevestigt dat al-Khatib in afwachting van zijn beroep (met schorsende werking) nog in België verblijft (Fedasil Sint-Niklaas), maar stelt dat hij geen opvang meer zou krijgen onder nieuwe regels. Ze wijst verantwoordelijkheid voor veiligheidsonderzoek door naar Justitie/Binnenlandse Zaken en ontwijkt concrete cijfers over Palestijnse migranten, maar beaamt maatregelen om instroom te beperken—met name voor wie elders in de EU al bescherming geniet. Ducarme (N-VA) kritiseert dat al-Khatibs afwijzing niet gebaseerd is op zijn vermeende Hamas-band of terrorisme, maar louter op de Griekse vluchtelingenstatus—een "gat in het beleid". Hij vraagt om strengere screening van Palestijnse asielzoekers op radicalisme, maar erkent vooruitgang in Van Bossuyt’s voorstel om terrorismeverdachten permanent uit te sluiten.
Sam Van Rooy:
Minister, de Hamasjihadist Mohaned al-Khatib, die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, werd – ik hoop dat u het dossier intussen al wat kent –. gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025. In video's van de genocidale massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas en verheerlijkt vandaag op zijn sociale media, zoals veel Palestijnen en moslims in dit land, openlijk 7 oktober 2023. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum heeft daarover een rapport van 65 pagina’s met al zijn uitlatingen en beeldmateriaal opgesteld, waaruit duidelijk blijkt wat voor een verderfelijk en potentieel gevaarlijk figuur hij is.
In dat licht wil ik er nogmaals op wijzen dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt – indien ik het fout heb, mag u mij corrigeren – en benadruk ik opnieuw dat het merendeel van de Palestijnen die hier binnenkomen, op zijn minst sympathie hebben voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah. De meesten juichten ook de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. De meerderheid van de Palestijnen deelt dus de verwerpelijke en potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohanad al-Khatib.
Op 20 november zei u in de plenaire vergadering dat Mohanad al-Khatib zich nu in een asielcentrum van Fedasil bevindt. In welk asielcentrum bevindt hij zich? Is hij vrij om dat centrum te verlaten? Wordt hij minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten, zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?
U gaf aan dat zijn beroepsprocedure om hier een asielstatus te verkrijgen, zal worden teruggebracht naar Griekenland. Wat is de stand van zaken? Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, dan kan hij vandaar uiteraard terugkeren naar België. Wat zal er gebeuren, indien hij terug naar België reist?
Kamerlid en partijgenoot Michael Freilich beweert dat de regering de instroom van Palestijnen afbouwt. Dat hoor ik graag, maar klopt dat wel? Welke maatregelen neemt u om de instroom daadwerkelijk af te bouwen?
Waarom zou u specifiek de instroom van Palestijnen willen afbouwen? Ik vermoed de reden wel, maar ik hoor het graag van u. Indien u daarmee bezig bent, wat is dan uw streefcijfer per jaar of per maand?
Tot slot heb ik nog enkele cijfermatige vragen, minister. U mag mij de antwoorden daarop ook schriftelijk bezorgen, maar kreeg wel graag de grote lijnen mondeling. Hoeveel Palestijnen zijn sinds 7 oktober 2023 in ons land binnengekomen? Hoeveel mochten er sindsdien in België blijven? Hoeveel Palestijnen werden er Belg?
Tot slot, minister, zou ik toch graag een antwoord krijgen op een blijkbaar moeilijk te beantwoorden vraag – ik heb zelf al naar die gegevens gezocht –, namelijk hoeveel Palestijnen er eigenlijk in totaal in België zijn. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
Denis Ducarme:
Madame la ministre, la question a été déposée il y a un mois. Vous avez déjà pu donner certains éléments en plénière, mais vous n'avez pas encore pu répondre à l'ensemble des questions qui se posent sur ce dossier. J'ai vu le projet que vous avez déposé en Conseil des ministres. Votre volonté d'éloigner les opportunités de demandes de protection pour les personnes qui se rendent auteurs de faits de radicalisme ou de faits de terrorisme est actuellement temporaire, vous voulez la rendre définitive.
Il y a une question qui se pose, compte tenu des dispositions légales qui sont les nôtres aujourd’hui, concernant le cas de Mohaned al-Khatib. En effet, ce personnage a fait une demande en Belgique. Il est sans doute rentré par un autre pays en Europe, la Grèce, vous confirmerez. En tout cas, il a fait une demande secondaire au niveau de la Belgique. Il est suspecté de complicité avec le Hamas et suspecté également d’avoir participé aux événements atroces du 7 octobre.
Nous devons donc nous poser la question, compte tenu de ces faits, si, au niveau de votre administration, on a analysé la demande de Mohaned al-Khatib à la lumière de sa collaboration et de sa complicité avec le Hamas. Aujourd’hui, si je ne m’abuse, il y a un rejet de la demande, mais sur quelle base? Sur la base d’une seconde demande après celle introduite en Grèce ou sur la base des suspicions de faits terroristes?
Les candidats réfugiés issus de Palestine sont évidemment à accueillir comme les autres. Néanmoins, il y a un fait qu’il faut considérer, c’est qu’on a plusieurs groupes terroristes actifs dans cette zone: le FPLP, le Hamas. Donc la question est de savoir si, en collaboration avec les services de renseignement, vous faites analyser par votre administration leurs demandes de protection également à la lumière de la proximité, en Palestine, de groupes tels que le FPLP et le Hamas.
Anneleen Van Bossuyt:
Messieurs, en ce qui concerne ce dossier, je puis vous communiquer ce qui suit.
Ik herhaal daarmee wat ik tijdens de plenaire vergadering van 20 november heb gezegd.
De betrokken man heeft als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek ingediend om internationale bescherming. Hij heeft op 6 maart, dus twee dagen later, het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij reizen binnen de Schengenzone.
Op 7 april heeft hij opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend, ditmaal in België. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken voor hem controles uitgevoerd in de Europese databanken Eurodac en het visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Staatsveiligheid, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.
Op 25 september heeft het CGVS zijn verzoek als niet-ontvankelijk beoordeeld wegens zijn erkenning als vluchteling in Griekenland. Hij heeft tegen die negatieve beslissing van het CGVS op 7 oktober beroep ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, en dat beroep is nog altijd hangende, mijnheer Van Rooy. Dat beroep heeft ook een schorsende werking. Met andere woorden, eventuele andere procedures of de aflevering van een bevel om het grondgebied te verlaten, worden op pauze gezet.
Momenteel krijgt de man opvang in het centrum van Fedasil in Sint-Niklaas. Pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus weigert Fedasil de opvang van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat. Mocht zich vandaag dus een soortgelijke situatie voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen. Daarmee is meteen ook uw vraag beantwoord, mijnheer Van Rooy, over wat er zou gebeuren indien hij na zijn eventuele uitwijzing naar Griekenland opnieuw naar ons land zou reizen en hier een verzoek tot bescherming zou indienen.
Dès que cela sera possible, je mettrai évidemment tout en œuvre pour renvoyer cette personne vers la Grèce. Entre-temps, il appartient avant tout aux services de sécurité d'examiner plus en profondeur si les accusations formulées, notamment sur les réseaux sociaux, sont véridiques. Je ne peux, dans le cadre de mes compétences, m'exprimer à ce sujet. Ce sont mes collègues de la Justice et de l'Intérieur qui sont désormais en première ligne pour mener d'éventuelles enquêtes supplémentaires concernant l'aspect sécuritaire, si cela s'avère opportun.
Mijnheer Van Rooy, u vroeg heel veel specifieke cijfers, maar voor het verkrijgen van de gedetailleerde cijfermatige informatie verwijs ik u naar de mogelijkheid om een schriftelijke vraag in te dienen. Ik denk dat het niet correct als ik hier talrijke cijfers zou voorlezen.
We hebben maatregelen genomen om de instroom in zijn geheel te beperken, bijvoorbeeld de zonet genoemde maatregel om de opvang te beperken van personen die in een ander EU-land bescherming genieten. Het bleek dat in die groep hoofdzakelijk personen van Palestijnse origine zaten.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, u denkt dat u mij een rad voor de ogen kunt draaien, maar niets is minder waar. U zegt dat u Mohammed Al-Khatib naar Griekenland wilt brengen. Dat is vooralsnog niet gebeurd, want hij verblijft momenteel nog altijd op het Belgisch grondgebied,. Als u hem terugbrengt naar Griekenland en hij keert vervolgens terug naar België per trein, vliegtuig of auto, wie gaat hem dan aan de grens tegenhouden? U wilt hem geen opvang geven – het zou er nog aan mankeren! – maar dat is irrelevant. Hij zal en kan opnieuw naar België terugkeren om hier zijn antisemitisch en jihadistisch gif te spuien. Dat is uw beleid in de praktijk.
Hebt u de beelden van de kerstmarkt in Brussel gezien, die werd gekaapt door pro-Palestijnse jihadisten en hun linkse nuttige idioten? Dat is wat u massaal blijft binnenhalen.
Het is eigenlijk nog erger, want Palestijnse Hamasfanaten en jihadverheerlijkers zoals Mohammed Al-Khatib kunnen gewoon naar België komen en hier verblijven, legaal of illegaal. Dat is de realiteit van uw migratiebeleid. België blijft een topbestemming, een speeltuin voor jihadisten en moslimfundamentalisten.
Ik herhaal wat ik al eerder heb gezegd. Als u er niet eens voor kunt zorgen dat een misselijkmakend en potentieel gevaarlijk sujet, een jihadist zoals Mohammed Al-Khatib, buiten België blijft, als u er niet voor kunt zorgen dat zulke lieden geen voet meer in België binnenzetten, dan bent u de titel van minister van Asiel en Migratie in feite niet waardig.
Denis Ducarme:
Madame la ministre, votre réponse me rassure. Je sais que vous êtes attentive. Je pense en effet que M. Mohaned al-Khatib ne recevra jamais de protection en Belgique, mais sans doute pas pour les bonnes raisons. Le rejet par votre administration de la demande d'octroi d'une protection repose sur le fait qu'il avait demandé l'accueil dans un autre pays, à savoir la Grèce, selon mes informations. Cette décision n'est donc pas motivée par l'existence de complicités avec le Hamas ou par sa participation au 7 octobre. Voilà le problème. Par ailleurs, si je puis me permettre, et en toute amitié, vous ne pouvez pas, d'une part, communiquer de manière flatteuse à propos du projet que vous présentez en Conseil des ministres et dans lequel vous indiquez, tout comme moi, que les auteurs de faits de radicalisme ou de terrorisme ne pourront plus demander asile en Belgique et, d'autre part, répondre au Parlement que tout cela relève de la responsabilité des ministres de la Justice et de l'Intérieur, et non de la vôtre. Donc, il y a encore des trous dans la raquette. Vous ne pouvez pas mettre en lumière que, grâce à vous, il sera désormais impossible aux auteurs d'actes radicaux ou terroristes de demander asile en Belgique et, lorsqu'on vous parle d'un personnage qui a sans doute participé au 7 octobre, renvoyer vers la Justice et l'Intérieur. Donc, il y a encore beaucoup de trous dans la raquette, raison pour laquelle nous sommes ici. En l'occurrence, nous ne pouvons pas nous satisfaire que ce personnage se voie refuser le titre de protection parce qu'il en a introduit la demande en Grèce. Il devrait être refusé compte tenu de sa participation au 7 octobre. C'est mon avis, et je me tiens naturellement à disposition pour continuer à travailler avec vous sur ces questions difficiles.
De verstrenging van het Britse asielbeleid en de transmigratieproblematiek
De hervorming van het Britse asiel-en migratiebeleid en de gevolgen inzake transmigratie
Het Britse asiel- en migratiebeleid en de transmigratie-uitdagingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Sandro Di Nunzio en Maaike De Vreese dreigt de Britse asielverstrenging (20 jaar wachten op permanent verblijf, tijdelijke vluchtelingenstatus) transmigranten naar België te duwen, wat de druk op havens, opvang en lokale besturen verergert—een zorg die gouverneur Decaluwé deelt. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de impact moeilijk in te schatten is, maar benadrukt dat België de situatie monitort via samenwerking met lokale overheden, politiecontroles (o.a. Zeebrugge, Wetteren) en terugnameakkoorden, terwijl ze regelmatig overlegt met wisselende Britse en Franse ministers. Di Nunzio bekritiseert dat het Belgische systeem nu al overbelast is (31.800 lopende asieldossiers, vijfmaal de capaciteit) en eist een actieplan om smokkelroutes te breken, terwijl De Vreese opmerkt dat transmigranten geen asiel willen aanvragen in België—in tegenstelling tot eerdere golven—en waarschuwt dat Franse verstrengingen de problematiek verder kunnen verschuiven.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, de grote hervorming van het asielbeleid in het Verenigd Koninkrijk is gebaseerd op het Deense model, waarbij men twee ingrijpende of althans opvallende maatregelen neemt. De eerste maatregel is dat asielzoekers pas aanspraak zullen kunnen maken op een permanente verblijfsvergunning na 20 jaar, in plaats van na 5 jaar vandaag. De tweede maatregel betreft de vluchtelingenstatus, die nog maar 2,5 jaar geldig zal zijn. Die status zal telkens opnieuw worden beoordeeld, met een verplichte terugkeer wanneer het herkomstland als veilig wordt beschouwd. Het doel van het Verenigd Koninkrijk is duidelijk: men wil illegale migratie naar het land, vooral met kleine bootjes over het Kanaal, minder aantrekkelijk maken
Ik vermoed dat u het met mij eens zult zijn dat die koerswijziging ook voor ons gevolgen kan en zal hebben. Vlaanderen wordt immers al jaren geconfronteerd met transmigratie richting het Verenigd Koninkrijk. De ervaring leert dat wanneer het Verenigd Koninkrijk verstrengt, meer mensen in België blijven hangen. Ook gouverneur Decaluwé van West-Vlaanderen heeft daar recent voor gewaarschuwd. Door de Britse maatregelen kan de druk rond de havens, snelwegparkings en grenszones opnieuw fors toenemen, omdat transmigranten dan vaker in onze regio zullen blijven. Voor Zeebrugge zijn de cijfers voorlopig niet zo dramatisch, maar alle betrokken diensten verwachten wel een verschuiving.
Mevrouw de minister, hoe schat u de impact van die Britse hervorming in op de aanwezigheid van transmigranten in Vlaanderen en in ons land? Deelt u de mening van gouverneur Decaluwé op dat vlak? Is er al een impactanalyse gemaakt naar aanleiding van die Britse beleidsverschuiving? Voorziet u maatregelen om de lokale besturen voor te bereiden op een eventuele stijging van die bewegingen in ons land?
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, ik zal de vragen van de heer Di Nunzio aanvullen, omdat het niet alleen een stokpaardje is van de gouverneur van West-Vlaanderen, die daar al veel slapeloze nachten door heeft gehad, maar ook van mezelf.
Wanneer er druk komt vanuit Groot-Brittannië of Frankrijk moeten we waakzaam zijn dat de problematiek zich niet naar ons land en onze grens verplaatst. Tot nu toe vertrokken die small boats , die kleine bootjes, voornamelijk vanuit Frankrijk, maar ik verneem van de betrokken diensten dat er meer vanuit onze kant wordt gewerkt. Het komt niet enkel uw diensten, maar ook die van de minister van Binnenlandse Zaken en van de minister van Justitie toe om die mensensmokkel nauwgezet te blijven opvolgen en te controleren.
Ik zal de wijzigingen die de Britten zullen invoeren niet herhalen, maar ik wil u wijzen op een bijkomende moeilijkheid. Zowel in Frankrijk als in Groot-Brittannië wisselen de bevoegde ministers bijzonder vaak. Daarom vraag ik u om over die problematiek zeer regelmatig te overleggen met de Britten en de Fransen, en om bij elke wissel van minister alles te herhalen. Dat is geen gemakkelijke opdracht, maar wel nodig om de problematiek goed in kaart te houden, de juiste contacten te onderhouden en afspraken te maken met uw collega's.
Mevrouw de minister, kunt u toelichting geven bij de aangekondigde Britse hervormingsplannen? Hoe schat u het effect daarvan in voor ons land? In hoeverre zetten onze diensten al stappen om daarop in te spelen? Welke maatregelen worden genomen om de transmigratieproblematiek maximaal aan te pakken? In hoeverre staat u in contact met uw collega's in ons land, maar ook met uw collega's uit Frankrijk en Groot-Brittannië?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Di Nunzio, mevrouw De Vreese, de verstrenging van het Britse migratiebeleid speelt zich af op heel uiteenlopende domeinen en de situatie van de transmigratieproblematiek in ons land is momenteel gelukkig heel anders dan een paar jaar geleden. Het is dan ook heel moeilijk te voorspellen welke invloed dat allemaal zal hebben op de transmigratie in België. Ik kan u verzekeren dat die problematiek voortdurend wordt gemonitord. De Dienst Vreemdelingenzaken staat in permanent contact met de lokale overheden, zodat we snel kunnen reageren op eventuele veranderingen.
De Dienst Vreemdelingenzaken houdt daarenboven ook aparte statistieken bij wat betreft de intercepties van transmigranten. Bij significante verhogingen kunnen we samen met de lokale overheden gepaste maatregelen nemen. Zoals in het regeerakkoord is afgesproken, wordt een multidisciplinaire aanpak voor transmigratie uitgewerkt. De diensten van minister Quintin spelen daarin een cruciale rol op het terrein, net als de diensten van minister Verlinden, die verantwoordelijk is voor het vervolgingsbeleid van de smokkelaars.
Er worden ook regelmatig acties uitgevoerd door de politie, in Zeebrugge of in andere hotspots voor transmigratie. Als daarbij personen in illegaal verblijf worden aangetroffen, wordt de Dienst Vreemdelingenzaken gecontacteerd. Ook moet er volop worden ingezet op identificatie van de aangetroffen transmigranten en moeten prioritair terugnameakkoorden met de landen van herkomst worden gesloten of desgevallend versterkt, met het oog op het faciliteren van de terugkeer van onderschepte transmigranten. Daar werken we constant aan.
Tegelijkertijd wil ik u ook wijzen op onze binnenkomstcontroles, die hun effect hebben. Zoals ik al eerder meedeelde, hebben de binnenkomstcontroles ook een ontradende functie en worden ze op verschillende plaatsen gehouden, onder meer op verschillende snelwegparkings vanwaar transmigranten zich vaak verplaatsen, zoals de snelwegparking in Wetteren. Ik was daar trouwens zelf ook aanwezig bij een binnenkomstcontrole.
Wat de contacten betreft, als de collega's in het buitenland constant wijzigen, maakt dat het er niet eenvoudiger op. Voor een keer is België de stabiele factor in vergelijking met onze buurlanden.
Specifiek voor het Verenigd Koninkrijk had ik geregeld contact met minister Cooper, de vorige bevoegde minister. Donderdag heb ik een overleg met de nieuwe bevoegde Britse minister.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Wat ons bekommert, is het feit dat ons systeem zwaar onder druk staat. Dat weet u ook. Het aantal lopende dossiers bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen stond, als ik de juiste cijfers heb, bijvoorbeeld eind oktober 2025 op meer dan 31.800 personen. Dat is ruim vijf keer de gewone verwerkingscapaciteit. U hebt ook geantwoord dat u die verwerking wilt versnellen, wat op zich een goede doelstelling is. Dat werk moet echter nog gebeuren. Ondertussen blijven de instroomcijfers enorm hoog en behoren ze tot de hoogste van de Europese Unie.
Zoals u weet, komen de aanvragers vooral uit Afghanistan, Eritrea, Congo, Burundi en Guinee. Dat zijn nationaliteiten die graag willen doorreizen. Wanneer zij hier blijven hangen, is dat uiteraard geen goede zaak. Een actieplan is daarom noodzakelijk en dat vragen we ook van u.
Het is belangrijk dat we, ook in overleg met uw collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie, het businessmodel van de mensensmokkelorganisaties doorbreken en proactief optreden samen met het Verenigd Koninkrijk, zodat onze opvangcapaciteit niet verder overbelast blijft en geraakt en dat die situatie opnieuw de andere richting uit kan gaan.
Mevrouw de minister, wij verwachten dan ook dat u actie onderneemt, zodat België geen wachtkamer is en blijft of een nog grotere wachtkamer wordt.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, het is inderdaad absoluut niet de bedoeling om hier een extra wachtkamer te creëren. Collega, we merken dat die transmigranten hier absoluut geen verblijf willen aanvragen, maar juist doorreizen. Dat zagen we samen ook onder de Zweedse regering. Die mensen willen hier niet blijven. Het Maximiliaanpark lag vol met mensen die hier geen asiel wilden aanvragen. Ze weigerden dat zelfs en ze wilden ook geen opvang. Dat is het grote verschil met de situatie onder Vivaldi, toen de mensen wel asiel wilden aanvragen en dus opvang, bed, bad en brood vroegen. Mevrouw de minister, het is goed dat u dat opvolgt en dat u stelselmatig contacten onderhoudt. Ik hoop dat u donderdag al contact kunt hebben met de nieuw bevoegde minister. Met de Franse minister hoop ik dat u binnenkort ook contact kunt opnemen. Ik heb gehoord dat men in Frankrijk ook voor een verstrengde aanpak opteert inzake die bootjes. Wanneer dat gebeurt, zullen we zeer waakzaam moeten zijn. We hebben gezien dat het Britse beleid al meerdere keren is verstrengd en dat daarover communicatie is gevoerd, maar dat dat eigenlijk geen impact heeft gehad op de aantrekkingsfactor van Groot-Brittannië. We kunnen daar grote theorieën over ontwikkelen, maar dat kunnen we beter doen bij een pintje of een kop koffie, collega Di Nunzio.
De Hamas-jihadist Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat Mohaned Al-Khatib, een vermeende Hamas-jihadist betrokken bij de aanslagen van 7 oktober 2023, vrij in België verblijft en openlijk geweld verheerlijkt, terwijl volgens hem ook andere Palestijnse asielzoekers met sympathie voor Hamas/Hezbollah ongehinderd worden toegelaten – wat hij een "schande" noemt en als toekomstig veiligheidsrisico bestempelt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat potentiële terroristische dreigingen via de T.E.R.-strategie (JIC/JDC) worden opgevolgd, maar kan geen details geven over individuele dossiers of concrete maatregelen, verwijzend naar collega’s voor asielbeleid. Van Rooy beschuldigt de regering van onverschilligheid en gebrek aan actie tegen wat hij ziet als een groeiende jihadistische dreiging binnen de asielstroom. De minister benadrukt procedurele opvolging, maar biedt geen geruststelling over directe uitlevering, opsluiting of preventieve stappen.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Een Hamas-jihadist die betrokken was bij de massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, bevindt zich nu in België. Mohaned Al-Khatib werd gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025 (ziehier de beelden: https://www.v-1.co.il/news-magazine/2025-m11_w02/shorts-c62161dd2136a91027.htm)
In video's van de massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas. Vandaag verheerlijkt hij op zijn sociale media openlijk 7 oktober 2023. JID overhandigde daarover een dossier van 65 pagina's aan politie/justitie. (https://stopantisemitisme.be/wp-content/uploads/2025/11/File-Mohanad-Alkhatib.pdf)
Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waarbij een Palestijnse tiener te zien is die een trui draagt met daarop een M16 machinegeweer (zie: https://x.com/HartvoorIsrael/status/1987472638168400356?t=I11KbsBAe-Ft3HaC4OWL9g&s=19)
België ontvangt meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Een deel daarvan heeft echter op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas en/of Hezbollah, en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Zij delen dus de zieke opvattingen van Mohaned Al-Khatib.
Volgens minister Van Bossuyt zit Mohaned Al-Khatib nu in een asielcentrum van Fedasil en zal hij na zijn beroepsprocedure worden teruggebracht naar Griekenland. Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, zal hij nadien mogelijk terugkeren naar België. Wat zal er met hem gebeuren als hij terugkomt? En wordt hij opgesloten of minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?
Wat kunt en wilt u vanuit uw bevoegdheid doen om ervoor te zorgen dat Mohaned Al-Khatib, en bij uitbreiding alle Palestijnen die zulke jihadistische en antisemitische opvattingen delen, onze samenleving niet verzieken of onveilig maken?
Mevrouw de minister, ik hoop dat u de ernst van de situatie voldoende inschat. Het gaat om een Hamasverheerlijker, een jihadist die betrokken was bij 7 oktober 2023. Vandaar dat ik de vraag ook aan u richt. Ik heb ze ook al aan minister Van Bossuyt gesteld en aan minister Quintin. Ik hoop dat er toch één minister in deze regering is die me kan geruststellen dat die figuur, die hier nog steeds is en eigenlijk zo snel mogelijk ons land zou moeten verlaten, nauw wordt opgevolgd.
Annelies Verlinden:
Wat uw vraag over de mogelijke terugkeer van de betrokkene naar Griekenland of de vasthouding in een gesloten centrum in België betreft, verwijs ik u naar mijn collega bevoegd voor asiel en migratie.
Wat uw vraag over de opvolging van de betrokkene door de veiligheidsdiensten betreft, ik kan niet ingaan op een concreet dossier ten aanzien van een welbepaalde persoon. In het algemeen kan ik wel bevestigen dat wanneer iemand de intentie heeft om geweld te gebruiken of geweld ondersteunt als handelingswijze in een context van extremistische ideologie, welke dan ook, de structuren van de strategie T.E.R. in werking treden om de meest effectieve opvolging te verzekeren.
De opvolgingsoriëntering van terrorismedossiers gebeurt via het joint information center (JIC) en het joint decision center (JDC). Dat zijn veiligheidsgeoriënteerde platformen wier opdracht erin bestaat om continu informatie uit te wisselen in het kader van gerechtelijke dossiers of inlichtingendossiers met betrekking tot terrorisme. Ze beslissen samen welke strategie het best kan worden gevolgd wanneer informatie over mogelijke terroristische activiteiten beschikbaar is. Een van de opties daarbij is het openen van een strafonderzoek.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, Mohammed al-Khatib is een Hamasfanaat die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël en die dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt. Hij loopt ondertussen al maanden vrij rond in België. Palestijnse tieners die een trui dragen met daarop een M16-machinegeweer, een van de machinegeweren die werden gebruikt bij de genocidale jihadistische massaslachting in Israël, in de kibboets, worden gewoon België binnengevlogen. België is de favoriete bestemming van Palestijnse asielzoekers en het merendeel daarvan heeft volgens mij op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Ze delen dus de zieke, potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohammed al-Khatib, maar ik hoor daarover bij u, net zoals bij alle andere ministers die ik hierover bevraag, geen afschuw en geen bezorgdheid. Mevrouw de minister, ik vind dat een schande en we zullen zien wat ons dat in de toekomst nog oplevert.
Het tijdpad van de regering voor de begrotingsaanpassing
De begrotingscontrole 2026
De begrotingsaanpassing en de provisie voor het nieuwe beleid
De begrotingsaanpassing en de Regie der Gebouwen
De begrotingsaanpassing en Fedasil
Begrotingsaanpassing, controle en beleidsprovisies 2026
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat de 26 miljoen euro voor CPAS (ter compensatie van de werkloosheidshervorming) in de begrotingsaanpassing 2025 is opgenomen, die op 13 november werd ingediend en volgende week besproken wordt, maar ontwijkt concrete details over impact op schuld en tekort. Hij belooft een begrotingscontrole in 2026 (na mislukte poging in 2025), maar Vermeersch en Daerden kritiseren het gebrek aan transparantie (o.a. Fedasil-budget, Justitie-besparingen, uitgesteld nieuw beleid) en vertraagde planning, met de vrees dat beloftes opnieuw niet worden nagekomen. De kernpunten (asielopvang, detentieplaatsen, CPAS-financiering) blijven onvoldoende toegelicht.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, la ministre de l'Intégration sociale a annoncé qu'un ajustement budgétaire serait prochainement débattu en commission des Finances. Cet ajustement traiterait notamment de l'enveloppe de 25 millions que la ministre a promis depuis des mois aux CPAS pour gérer les conséquences de la réforme du marché du travail.
Monsieur le ministre, confirmez-vous votre accord pour la libération de cette enveloppe? Confirmez-vous bien le dépôt d'un ajustement? Quel est le calendrier du gouvernement? Que contiendra et quel serait l'impact de cet ajustement sur les recettes, dépenses et déficits, et notre dette également?
Wouter Vermeersch:
In het verleden is reeds gebleken dat in de jaren waarin een financiewet van kracht was, er geen begrotingscontrole werd uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn 2009, 2011, 2019, 2020 en 2025. Voor 2025 voorzag de regering immers een uitgestelde begrotingscontrole in juli, die niet is uitgevoerd. Mijnheer de minister, u hebt herhaaldelijk aangekondigd in deze commissie dat u een begrotingscontrole zou houden in juli, maar die heeft nooit plaatsgevonden, voor zover wij enig spoor hebben kunnen vinden.
Artikel 53 van de betreffende wet bepaalt dat ieder jaar in de loop van het eerste trimester een begrotingscontrole wordt uitgevoer, met het oog op de eventuele aanpassing van de middelenbegroting en de algemene uitgavenbegroting. In voorkomend geval worden de ontwerpen tot aanpassing uiterlijk op 30 april ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers en de aanpassingen worden voor 30 juni door de Kamer goedgekeurd.
Mijnheer de minister, acht u het haalbaar om volgend jaar binnen die wettelijke termijn een begrotingscontrole te verrichten? Het wordt wel vreemd, want de nieuwe begroting zal waarschijnlijk op 1 april van kracht zijn. Is het wenselijk, ook wanneer een financiewet en voorlopige kredieten worden aangenomen, om een uitgestelde begrotingscontrole te verrichten? Of zult u opnieuw beloven om dan uiteindelijk niet op te leveren, zoals dit jaar is gebeurd? Zal de regering zich engageren om voor het begrotingsjaar 2026 een begrotingscontrole te verrichten? Beoogt de regering deze begrotingscontrole bij de Kamer in te dienen? Zo ja, wanneer? En wanneer kan de goedkeuring plaatsvinden?
Ik heb nog vragen over de begrotingsaanpassing en de provisie ‘nieuw beleid’. Uit de begrotingsaanpassing die de regering indiende, blijkt dat het bedrag dat voorzien was voor de provisie ‘nieuw beleid’ verlaagd wordt van 50,84 miljoen euro naar slechts 840.000 euro; een verschil van maar liefst 50 miljoen euro. De toelichting luidt dat het oorspronkelijk door de regering uitgetrokken bedrag van 50 miljoen euro om het nieuwe beleid te financieren op nul wordt gezet en de vrijgekomen middelen werden verdeeld over de verschillende secties van de verplichte uitgaven die nog moeten plaatsvinden in 2025.
Kunt u toelichten welk nieuw beleid niet langer uitgevoerd en gefinancierd zal worden in 2025? Kunt u aangeven wat het effect van deze budgetaanpassing zal zijn voor de financiering van nieuw beleid onder voorlopige twaalfden? Wat is het effect van het niet uitvoeren van dit nieuwe beleid op de hervormingen en budgettaire inspanningen die deze regering zou leveren?
Ik heb nog een vraag over de Regie der Gebouwen. In het regeerakkoord engageerde de regering zich ertoe om extra middelen te voorzien voor de veiligheidsdepartementen, zodat ze hun kerntaken opnieuw volwaardig zouden kunnen uitvoeren. Ook recent kwam de gebrekkige financiering van Justitie weer op de voorgrond en betoogden honderden magistraten tegen de onderfinanciering van Justitie. Blijkbaar zou aanstaande vrijdag het kernkabinet zich daar ook over buigen. Daarnaast herhaalde uw partijvoorzitter zijn oproep om 1 miljard euro extra te voorzien voor Justitie.
Uit de begrotingsaanpassing die de regering indiende, blijkt dat het provisioneel krediet voor de financiering van plaatsen in detentiehuizen werd verminderd van 67,4 miljoen naar 6,9 miljoen euro voor 2025. Dit zou te wijten zijn aan het opnieuw plannen van de investeringen voor 2025, die worden verschoven in de tijd.
Kunt u toelichten of het de bedoeling is om de tijdelijk bespaarde middelen op korte termijn elders binnen Justitie beschikbaar te stellen, met het oog op het dekken van andere uitgaven? Kunt u toelichten welke verschuivingen in de tijd concreet zullen plaatsvinden en wanneer de nodige kredieten hiervoor verstrekt zullen worden?
Uit de begrotingsaanpassingen die deze regering indiende, blijkt dat de dotatie voor Fedasil nogmaals wordt verhoogd met 2,7 miljoen euro. In totaal zal de dotatie daardoor 828,9 miljoen euro bedragen. Daarnaast wordt geschoven binnen het provisioneel krediet bestemd voor het dekken van de gerechtskosten, schadevergoedingen en andere diverse uitgaven.
In de oorspronkelijke begroting voor 2025 werd hierbinnen een extra budget voor Fedasil opgenomen van 115 miljoen euro om eventuele extra uitgaven van Fedasil te dekken. Uit de toelichting bij de begrotingsaanpassing valt af te leiden dat dit bijkomend provisioneel krediet niet zal volstaan en dat de regering beoogt de provisie voor de uitgaven voor de opvang van asielzoekers nogmaals te verhogen.
Het bedrag dat bijkomend voor Fedasil wordt vrijgemaakt, wordt niet gespecificeerd, ondanks de expliciete kritiek van het Rekenhof, dat stelde dat de frequente aanwending van zulke provisies afbreuk doet aan de transparantie van de begroting.
Kunt u toelichten welk bedrag binnen de provisionele kredieten precies bestemd is voor Fedasil of asielopvang in ruime zin en in hoeverre dit verhoogd is ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag? Kunt u de motieven toelichten waarom dit bedrag in een provisie werd ingeschreven en niet rechtstreeks aangerekend op de dotatie aan Fedasil?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Daerden, le projet de loi contenant le premier ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2025 a été distribué le 13 novembre et, d'après mes informations, sera examiné mercredi prochain. Je propose que nous discutions alors de vos questions d'ordre général.
Dans ce contexte, en exécution de la décision du Conseil des ministres du 18 juillet 2025, un budget de 26 millions d'euros est prévu en 2025 pour compenser la charge de travail supplémentaire des CPAS résultant de la limitation des allocations de chômage dans le temps.
De interdepartementale provisie nieuw beleid wordt daarbij verlaagd en bepaalde andere kredieten worden verhoogd, wat logisch is wanneer de regering een bepaalde buffer in een provisie aanlegt. Daardoor wordt geenszins een bepaald nieuw beleid niet uitgevoerd, noch brengt het enige hervorming in gevaar. Daarnaast worden, in het kader van de overige provisies, enkele aanpassingen doorgevoerd vanwege specifieke keuzes op het gebied van investeringen.
Volgende week staat de bespreking van de begrotingsaanpassing gepland. Ik zal daar dan verder op ingaan.
Mijnheer Vermeersch, met betrekking tot uw algemene vraag, beschouw ik een begrotingscontrole uiteraard een zeer wenselijk instrument. Als ik een begrotingscontrole niet wenselijk zou vinden, had ik er dit jaar ook geen ingediend. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het voeren van een begrotingscontrole noodzakelijk is om de budgettaire beschikbaarheden en noden te kennen. Ik zal mij dan ook engageren om in 2026 een dergelijke controle te verrichten. De exacte timing daarvan zal uiteraard afhangen van verschillende factoren.
Frédéric Daerden:
Merci, monsieur le ministre.
Je pense être le premier à devoir – ou à pouvoir – répliquer.
Vous vous en doutez, monsieur le ministre, je ne partage pas votre optimisme, ni votre avis sur les délais, le manque d'anticipation et la légèreté avec laquelle le gouvernement gère le budget, même s'il est évident que vous n'en êtes pas le seul responsable. Cette facette du budget est préoccupante. J'en resterai donc là à ce stade.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, kort samengevat is uw antwoord dat u begrotingscontroles belangrijk vindt. Voor de overige gestelde vragen verwijst u naar de besprekingen hier in de commissie die normaal gezien volgende week zullen plaatsvinden, tenzij andere stukken dat verhinderen op de agenda van de commissie. Dat is een pover antwoord. Wij hadden graag al duidelijkheid gekregen, ook op vraag van enkele parlementsleden in andere commissies, over onder andere de begrotingsaanpassing bij Fedasil, de begrotingsaanpassing bij de Regie der Gebouwen en de provisie voor nieuw beleid. Wij zullen echter niet aarzelen om de vragen opnieuw te stellen wanneer de bespreking plaatsvindt. Wij rekenen op u om een degelijke begrotingscontrole uit te voeren. U hebt in juli 2025 een begrotingscontrole aangekondigd die uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden omdat u en de regering daarover geen overeenstemming bereikten. Tot op heden is dat nog steeds niet geregeld, wat bijzonder problematisch is. Wordt dus vervolgd, hopelijk voor u volgende week hier in de commissie.
De aanpak van transmigratie in West-Vlaanderen
De grenscriminaliteit aan de Belgisch-Franse grens
Grensoverschrijdende migratie- en criminaliteitsvraagstukken in West-Vlaanderen
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De coördinatie van grenscriminaliteit en transmigratie in West-Vlaanderen is verschoven van de gouverneur naar de federale politie (CIK), wat volgens lokale actoren leidt tot meer bureaucratie, inefficiëntie en gebrek aan operationele samenwerking, terwijl de minister benadrukt dat dit wettelijk verplicht is om informatie-uitwisseling te centraliseren. Met Frankrijk loopt een traag onderhandelingsproces over *Doornik III* (opvolger van Doornik II), met als kernpunt het uitbreiden van grensoverschrijdende achtervolgingsrechten (inclusief staande-houden-bevoegdheden), maar concrete afspraken ontbreken nog, ondanks een werklunch in augustus 2025 en beloftes voor meer gemengde patrouilles en ANPR-camera’s. Operationele knelpunten (heterdaadinterventies, gegevensdeling) blijven bestaan, ondanks bestaande tools zoals het 24/7-samenwerkingscentrum in Doornik, terwijl lokale diensten onvoldoende gebruik maken van beschikbare middelen. Critici, waaronder West-Vlaamse burgemeesters en de gouverneur, eisen snellere structurele oplossingen, maar federale versterking blijft beperkt door prioriteiten elders (kustbewaking, transmigratie) en politieke instabiliteit bij Franse en Britse partners.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, zoals ik het begrepen heb, werden de coördinatie en de afstemming met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk met betrekking tot de grenscriminaliteit in de afgelopen jaren georganiseerd op het niveau van de gouverneur, specifiek voor de zone Westkust. Dat is verdedigbaar vanuit de praktijk, meen ik.
Blijkbaar is de coördinatie van de bestrijding van transmigratie naar het Verenigd Koninkrijk in West-Vlaanderen echter onlangs overgenomen door het commissariaat internationale zaken van de federale politie. De gouverneur heeft zich daarover in de provincieraad van West-Vlaanderen bijzonder negatief over uitgelaten. Hij sprak over een gemis aan efficiëntie, zeer bureaucratische procedures en een operationele samenwerking die tot nul teruggebracht is. Dat lijken mij toch vrij zware uitspraken, maar als het zo is, dan is het zo.
Klopt het dat er een bijsturing heeft plaatsgevonden?
Wat is de reden daarvoor? Ik ga ervan uit dat als men iets verandert, men het wil verbeteren. Wat zal men beter doen met de nieuwe manier van werken? Welk probleem wil men oplossen met die nieuwe manier van werken?
Wat vindt u van de kritiek, die niet mals was, van de gouverneur op het federale niveau?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, het is natuurlijk geen toeval dat twee West-Vlamingen u vragen stellen over de aanpak van criminaliteit die zich vaak aan de grens voordoet. In de West-Vlaamse grensgemeenten merken wij een hardnekkig probleem van grenscriminaliteit. Dat betreft niet alleen mensenhandel en mensensmokkel, maar ook woninginbraken, druggerelateerde feiten, diefstallen en zelfs overvallen.
Het is logisch dat criminelen gebruikmaken van de grens en de grens oversteken naar Frankrijk, omdat ze weten dat ze vervolgens veel gemakkelijker onder de radar blijven. De lokale korpsen, burgemeesters en ook de gouverneurs vragen al jaren om structurele federale ondersteuning. Op dat vlak zien wij echter weinig vooruitgang. De korpschef van Ieper sloeg in april 2025 nog alarm. De burgemeester van Wervik deed dat dit jaar eveneens.
Tijdens de vorige commissiezitting kondigde u een werklunch aan met uw Franse ambtgenoot om de overeenkomst Doornik 2 te actualiseren en te vervangen door een nieuw akkoord, dat vermoedelijk de naam Doornik 3 zal dragen, onder meer met de intentie het achtervolgingsrecht te verruimen. Die werklunch stond gepland op 27 augustus 2025. Wij zijn ondertussen vier maanden later. Er lopen wel gezamenlijke acties en het ANPR-cameraschild wordt gemoderniseerd, maar op het terrein ervaren de zones nog steeds drempels bij heterdaadinterventies, het delen van gegevens en de opvolging van grensoverschrijdende dossiers. Daarnaast is er een duidelijke nood aan meer gemengde patrouilles. De samenwerking met Frankrijk blijft overduidelijk van groot belang.
Kunt u meer toelichting geven over die werklunch? Wat was de concrete uitkomst daarvan? Hoe ver staat u met de actualisering van Doornik 2?
Welke tussentijdse werkafspraken zijn er sinds de zomer gemaakt met Frankrijk over de acute knelpunten zoals heterdaadachtervolging, gegevensuitwisseling en gemengde patrouilles? In welke mate worden ze operationeel al toegepast?
Wat is de stand van zaken in de modernisering van het ANPR-cameraschild bij grensovergangen en ontsnappingsroutes?
Welke federale capaciteit werd deze zomer aan de grensregio toegewezen?
Het huidige akkoord van Doornik voorziet in een strategisch comité. Hoe vaak kwam dat comité in 2025 samen? Welke beslissingen werden door het comité genomen?
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mijnheer Vandemaele, al sinds de herziening van 2014 van het koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie is de Directie van de internationale politiesamenwerking van de federale politie wettelijk en organisatorisch verantwoordelijk voor de internationale politionele informatie-uitwisseling en de bilaterale samenwerking met onze buur- en andere partnerlanden. Samenwerking tussen de lokale politiediensten en de politiediensten van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is vanzelfsprekend mogelijk en wenselijk, op voorwaarde dat het binnen het wettelijk kader en met respect voor de principes van een geïntegreerd informatiebeheer gebeurt.
Tijdens een vergadering op mijn kabinet met alle betrokken partijen in juli jongstleden heb ik gewezen op twee voor mij fundamentele principes die steeds voor ogen moeten worden gehouden in de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk. Alle informatie die binnen het wettelijk en regelgevend kader rechtstreeks kan worden uitgewisseld tussen de lokale politiediensten en het Verenigd Koninkrijk, dient steeds, zoals voorgeschreven in de ministeriële richtlijn MFO-3 inzake het gerechtelijke en bestuurlijke informatiebeheer, in kopie te worden gedeeld met het Single Point of Operational Contact van de federale politie. Dat principe werd begin september ook in herinnering gebracht bij de belangrijkste Britse partnerdiensten, die het volmondig onderschreven.
Op 27 augustus jongstleden had ik een werkvergadering met mijn toenmalige Franse ambtgenoot, de heer Bruno Retailleau. Daarbij kwam ook de problematiek van de grensoverschrijdende achtervolgingen aan bod. De heer Retailleau erkende dat er niet alleen een versoepeling nodig is van de voorwaarden voor dergelijke achtervolgingen, maar dat er ook een oplossing moet worden gevonden om de achtervolgende ambtenaren van de zendstaat minstens standhoudingsrecht toe te kennen op het grondgebied van de gaststaat.
Ik bepleit in dat verband het pragmatisch voorstel om in een nieuw verdrag te bepalen dat de achtervolgende ambtenaren van de zendstaat een aantal bevoegdheden, waaronder het staande houden van een verdachte, zouden mogen uitoefenen, mits ze daarvoor de expliciete toestemming krijgen van de meldkamer van de gaststaat, waarmee ze sowieso gedurende de hele achtervolging contact moeten houden.
De heer Retailleau zegde toe om zijn diensten een grondige analyse van dat voorstel te laten maken, maar tot op heden mochten we nog geen officiële reactie van Frankrijk ontvangen. Ik zal niet nalaten om de kwestie opnieuw onder de aandacht te brengen van mijn nieuwe ambtgenoot, de heer Laurent Nuñez.
Zoals ik al eerder aangaf, zal het antwoord op de vraag in hoeverre Frankrijk bereid is om een structurele oplossing uit te werken voor beide aspecten van de grensoverschrijdende achtervolgingen in grote mate bepalen of het de moeite loont om onderhandelingen te starten over een herziening van ons bilateraal politie- en douanesamenwerkingsverdrag, het zogeheten Akkoord van Doornik II.
Voor de andere kwesties, die u als acute knelpunten omschrijft, wil ik nogmaals benadrukken dat de operationele diensten op het terrein al lang over de nodige instrumenten beschikken om intensief samen te werken met hun Franse partners. De politiediensten in West-Vlaanderen en Henegouwen kunnen 24 uur per dag en 7 dagen per week gebruikmaken van het Centrum voor Politie- en Douanesamenwerking in Doornik om informatie uit te wisselen met Frankrijk over zaken die verband houden met de grensstreek. Kortom, de mogelijkheden bestaan, maar niet alle diensten maken er in gelijke mate gebruik van.
Het nieuwe ANPR@GPI-platform biedt verbeterde analytische capaciteiten met nieuwe tools om grenscriminelen in West-Vlaanderen beter te detecteren en te intercepteren. De gemoderniseerde tool en infrastructuur zullen ter beschikking worden gesteld van de federale en de lokale politie, en zullen de koppeling van veel meer camera's mogelijk maken.
Verder heb ik beslist om dit programma extra daadkracht te geven door het te koppelen aan een investeringsplan voor extra ANPR-camera's in en rond de grote steden en op cruciale grenslocaties, om het cameraschild verder te versterken en uit te breiden. Sinds de zomer wordt de federale inzet in de grensregio vooral versterkt op het vlak van intelligence en gerichte acties. Inzake de operationele capaciteit bleef structurele versterking vanuit het (CIK) sinds 1 juni 2025 beperkt door andere opdrachten, zoals kustversterking en transmigratie. Binnen de resterende middelen wordt echter gezocht naar gerichte inzet in de grenszones.
Het strategisch comité, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1, van het Akkoord van Doornik II, komt minstens eenmaal en vaak tweemaal per jaar samen.
De meest recente bijeenkomst van het comité, aan Belgische zijde voorgezeten door de procureur-generaal van Gent in zijn hoedanigheid van portefeuillehouder Internationale Samenwerking binnen het College van procureurs-generaal en door de gouverneur van Namen, vond op 19 juni plaats in Metz. Op de agenda stonden onder meer een terugkoppeling over een oefening waarmee het grensalarmplan voor de Belgisch-Franse grensstreek werd getest; de grensoverschrijdende samenwerking in de strijd tegen de drugscriminaliteit; de problematiek van grensoverschrijdende achtervolgingen; de strijd tegen irreguliere migratie en de grensoverschrijdende opvolging van contactverboden.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik weet niet of de diensten de koppeling maken tussen de ingediende vragen, maar de koppeling onder dit agendapunt vind ik opnieuw bijzonder. Grenscriminaliteit en transmigratie zijn toch niet helemaal hetzelfde.
Het is inderdaad een specifiek West-Vlaams probleem. Daarom wordt het ook aangebracht door twee West-Vlamingen.
Ik hoor u zeggen dat we de afgelopen vijf jaar eigenlijk op onwettige wijze hebben samengewerkt vanuit West-Vlaanderen met het Verenigd Koninkrijk en met Frankrijk.
Ik herhaal wat ik daarnet al heb gezegd: verandering moet een verbetering zijn. Van zowel de politieke actoren in West-Vlaanderen en in de betrokken zones als van de agenten op het terrein en van de civil servants die bij die problematiek betrokken zijn, hoor ik dat de verandering die deze zomer is ingezet gewoonweg een verslechtering is. Dat lijkt mij problematisch.
Ik hoop dan ook, wanneer de federale politie het wil overnemen, dat het een verbetering wordt en niet louter een aanpassing. Het mag niet worden zoals de gouverneur aangeeft, namelijk administratief zeer zwaar, niet efficiënt en zonder echte uitwisseling. Ik hoop alvast dat u ter zake de nodige actie onderneemt en dat u het antwoord van de federale politie grondig herbekijkt, want ik denk dat u met een kluitje in het riet wordt gestuurd. Het is uiteraard het recht van de politie om dat te doen, maar het is mijn plicht om u daarop te wijzen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, ik wil toch nog even terugkomen op de transmigratieproblematiek. Onder de Zweedse regering hebben we dat met alle diensten samen aangepakt, zowel met de gouverneur als met de West-Vlaamse en de federale diensten. Dat gebeurde op aansturing van de federale diensten, die de coördinatie voor hun rekening namen omdat de problematiek zich immers niet tot een provincie beperkt. Vaak zijn er bijvoorbeeld ook mensen in het Brusselse actief. Dat wordt ook gelinkt aan andere vormen van criminaliteit. Om al die redenen wil ik u vragen om dat heel nauwgezet op te volgen. Zeker nu het Verenigd Koninkrijk aankondigt veel strenger te zullen zijn op het vlak van asiel en migratie, moeten u en minister Van Bossuyt monitoren welke impact dat heeft. Wat betreft de aanpak van grenscriminaliteit en wat er daaromtrent verder op het programma staat, ik hoor dat u bepaalde stappen aan het zetten bent. De mensen zijn echter ongeduldig en willen het Akkoord van Doornik III zien doorgaan, wat ik begrijp. Zij willen daarmee aan de slag gaan. Er moet inderdaad verandering komen en die mensen moeten bevoegdheden krijgen, bijvoorbeeld inzake het staande houden, natuurlijk mits goede afspraken met uw nieuwe Franse ambtsgenoot. De moeilijkheid is wel dat de ministers van Binnenlandse Zaken in Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk elkaar daar heel snel opeenvolgen. We hebben in België momenteel meer stabiliteit. Laten we dat ook zo houden. Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes.
Het beslag op een schuld van de Regie der Gebouwen voor de betaling van dwangsommen aan asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Britt Huybrechts kritiseert het falend asielbeleid dat de Regie der Gebouwen misbruikt als "spaarpot" voor dwangsommen aan asielzoekers, na een arrest dat 39.567,50 euro toekende—een gevaarlijk precedent volgens haar. Minister Vanessa Matz benadrukt dat het bedrag nog niet is uitbetaald, het arrest geen algemene verplichting creëert, en enkel een uitzonderlijke zaak (4 asielzoekers, 1 advocaat) betreft. Huybrechts vreest dat de "uitzondering" systeemmisbruik in de hand werkt, ondanks Matz’ geruststelling dat er geen lopende zaken zijn. Kern: juridische onzekerheid over toekomstige claims blijft, met risico op herhaling.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de minister, ik kaart niet louter een technisch arrest over schuldvorderingen aan, maar het falend federaal asielbeleid, omdat het nevenschade veroorzaakt bij andere overheidsdiensten, in casu de Regie der Gebouwen. Dat agentschap zou zich bezig moeten houden met het beheer van justitiepaleizen, kazernes en overheidsgebouwen en met de beveiliging van musea. Vandaag wordt het evenwel misbruikt als spaarpot om dwangsommen aan asielzoekers te betalen. In december 2023 werd een bedrag van meer dan 39.000 euro in beslag genomen op een schuld van de Regie der Gebouwen. In oktober heeft het Hof van Beroep te Brussel bevestigd dat dat bedrag effectief mag worden gebruikt om dwangsommen aan asielzoekers te betalen. Als dat geen precedent is, wat is het dan wel?
Wie denkt dat dat het laatste dossier zal zijn, is naïef. De combinatie van de capaciteitscrisis, juridische dwangsommen en creatief procederen maakt de Regie der Gebouwen plots een interessant doelwit voor advocaten die op zoek zijn naar inning van dwangsommen voor asielzoekers, die veeleer gelukszoekers zijn.
Is het bedrag van 39.000 euro inmiddels effectief uitbetaald aan de betrokken asielzoekers of hun advocaten? Zo ja, op welke datum is dat gebeurd en via welk mechanisme?
Zijn er nog lopende of aangekondigde procedures waarbij schuldeisers of advocaten van asielzoekers beslag proberen te leggen op middelen of schulden van de Regie der Gebouwen? Zo ja, hoeveel dossiers betreft dat momenteel? Welke bedragen worden daarbij gevorderd?
Hoeveel eisers, asielzoekers of advocaten, zijn momenteel betrokken bij inbeslagnames of pogingen daartoe tegen de Regie der Gebouwen?
Minister Van Bossuyt heeft eerder verklaard dat de Regie der Gebouwen geen dwangsommen betaalt aan asielzoekers, omdat zij daar juridisch niet toe gehouden is. Hoe verhoudt dat standpunt zich tot het arrest van het Hof van Beroep te Brussel? Meent u dat uitvoering van het arrest het principe wijzigt, dan wel het daarmee bij een eenmalige uitzondering blijft?
Vanessa Matz:
Mevrouw Huybrechts, op dit moment heeft de Regie der Gebouwen nog geen instructie ontvangen van de advocaat van de betrokken asielzoekers, de advocaat van de Kanselarij of de deurwaarder. De Regie der Gebouwen krijgt pas opnieuw verplichtingen opgelegd, zodra het vonnis is uitgesproken of er uitsluitsel zijn in geval van verzet. Er werd dus geen enkel bedrag uitbetaald.
Behalve het betreffende derdenbeslag is de Regie der Gebouwen niet betrokken bij andere door asielzoekers opgestarte procedures. Het derdenbeslag werd opgelegd op verzoek van vier asielzoekers die door dezelfde advocaat worden vertegenwoordigd. De Regie der Gebouwen betaalde geen dwangsommen aan de asielzoekers, omdat zij daar juridisch niet toe gehouden is.
Het arrest van het hof van beroep heeft gedeeltelijk de opheffing van het beslag onder derden bij de Regie der Gebouwen bevolen, met uitzondering van het bedrag van 39.567,50 euro. Dat arrest creëert geen algemene en automatische verplichting voor de Regie der Gebouwen om dwangsommen te betalen in andere dossiers van asielzoekers. Het betreft een uitspraak in een uitzonderlijke en zeer specifieke context op basis van omstandigheden die eigen zijn aan die rechtszaak.
Britt Huybrechts:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik ben blij te horen dat er nog niet is uitbetaald, maar kennelijk kan dat dus wel nog gebeuren. Dat is een gevaarlijk precedent. U argumenteert dat het een uitzondering zou zijn, maar we moeten heel vaak vaststellen dat uitzonderingen nadien misbruikt worden om van bepaalde handelwijzen een logisch en geautomatiseerd proces te maken. Ik zal het dossier blijven opvolgen. Ik hoop dat de Regie der Gebouwen nooit dwangsommen aan asielzoekers zal betalen.
De Poolse weigering om te voldoen aan de solidariteitsplicht in het kader van het EU-migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tien jaar na de aanslagen in Parijs kritiseert Van Belleghem (Vlaams Belang) het EU-migratiebeleid, dat België dwingt tot opvang of hoge boetes (€20.000 per geweigerde migrant), terwijl landen als Polen en Oostenrijk weerstand bieden door asielstoppen of weigeringen. Minister Van Bossuyt (N-VA) benadrukt dat België al boven zijn *fair share* opvangt, financiële solidariteit verkiest boven extra opvang, en eist dat grenslidstaten (Griekenland, Italië) hun Dublinverplichtingen nakomen om secundaire migratie te stoppen. Van Belleghem valt hard uit: ondanks N-VA’s EU-kritiek in het verleden, blijft België gevangen in een systeem dat massamigratie, criminaliteit en sociale lasten verergert, terwijl burgers dit beu zijn. De kernconflict blijft: EU-loyaliteit vs. nationale soevereiniteit in migratiebeheer.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, vandaag, 13 november, herdenken we de gruwelijke terreuraanslagen in Parijs. Tien jaar geleden vermoordden islamitische terroristen, onder wie Salah Abdeslam, 129 mensen en verwondden zij er meer dan 350. Tien jaar na Wir schaffen das moeten we vaststellen dat Europa vooral zichzelf heeft afgeschaft, zijn cultuur, zijn identiteit en vooral zijn zekerheid.
Intussen blijven elk jaar 30.000 à 40.000 asielzoekers naar dit land komen, op zoek naar bed, bad en brood, en dankzij minister Van Bossuyt ook naar zon, zee en strand in het asielcentrum in Bredene. De Europese Unie legt ons nu met het EU-migratiepact een valse keuze op. Ofwel vangen we nog meer asielzoekers op, ofwel betalen we 20.000 euro per geweigerde migrant. Dat pact zorgt dus voor meer migratie en meer kosten.
Andere lidstaten tonen echter dat verzet wel degelijk werkt. Finland voerde een asielstop in. Oostenrijk beperkt gezinshereniging, tegen de Europese regels in. Griekenland stuurt asielzoekers gewoon door naar ons. Polen heeft nu verklaard te weigeren extra migranten op te nemen en zal er ook niet voor betalen.
Mevrouw de minister, wanneer zult u eens kiezen voor de belangen van onze eigen burgers in plaats van slaafs de dictaten van de Europese Unie te volgen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik heb gisteren in de commissie toegelicht dat bepaalde lidstaten op basis van hun specifieke situatie door de Europese Commissie zijn onderverdeeld in categorieën naargelang hun migratiedruk. Cyprus, Spanje, Griekenland en Italië vallen hieronder vanwege de acute druk aan de buitengrenzen. Polen en Tsjechië behoren tot de categorie vanwege het enorme aantal Oekraïense ontheemden.
Met betrekking tot België erkent de Europese Commissie dat het land bijzonder zwaar getroffen wordt door secundaire migratie, met een uitzonderlijke druk op ons opvangsysteem tot gevolg. Bovendien erkent de Europese Commissie dat België meer dan zijn fair share levert, het betreft dan de verhouding tussen het aantal asielzoekers dat we opvangen en ons bevolkingsaantal en bbp.
Polen behoort tot de categorie die een vermindering van bijdragen kan vragen. Het is dus niet zo dat het eenvoudigweg weigert te betalen.
België blijft een loyale Europese partner, maar ons opvangsysteem zit nog steeds overvol. We verkiezen daarom om financiële bijdragen te betalen in plaats van extra asielzoekers op te nemen. Zo helpen we lidstaten aan de buitengrenzen om structurele maatregelen te nemen, zodat er niet langer naar België wordt doorgereisd. Solidariteit kan niet zonder verantwoordelijkheid. Lidstaten die solidariteit ontvangen, moeten hun Dublinverplichtingen naleven. Wij verwachten dat zij de komende maanden tastbare vooruitgang boeken. Alleen zo kunnen we tot echte resultaten komen en blijft het Dublinsysteem werkbaar.
Wat de omvang van de solidariteitspool betreft, die wordt de komende weken verder onderhandeld tussen de lidstaten. Ik zal er alvast alles aan doen om onze eigen bijdragen zo veel mogelijk te beperken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik had eigenlijk wel verwacht dat de N-VA tijdens de onderhandelingen over migratie haar broek zou aftrekken, maar u staat hier eigenlijk allemaal in uw blootje. Gisteren nog zei een N-VA-collega in de commissie dat de oplossing niet binnen de Europese Unie ligt, maar vandaag komt u mij het tegenovergestelde vertellen. Wie gelooft dat nog? Ondertussen blijft de realiteit keihard: 30.000 asielzoekers, 40.000 gezinsmigranten, 200.000 illegalen. Vreemdelingen zijn bovendien oververtegenwoordigd in de criminaliteit, in de werkloosheid en in de sociale uitkeringen. Mevrouw de minister, dit land is het spuugzat en ik zal mij daar altijd tegen verzetten. Dat is niet uit haat, maar uit liefde voor onze kinderen en voor onze kleinkinderen.
Het Europese overleg met betrekking tot de ‘solidariteitspool’
Het solidariteitsmechanisme van het migratiepact
Het solidariteitsmechanisme bij het EU-migratiepact
EU-solidariteitsmechanismen binnen migratiebeleid
Gesteld door
VB
Francesca Van Belleghem
N-VA
Maaike De Vreese
Groen
Matti Vandemaele
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België voert een verhit debat over de Europese erkenning van migratiedruk, waarbij de Commissie België als "risicoland" (niet als hoog-drukland zoals Italië/Griekenland) clasificeert, ondanks 101.000 asielaanvragen in 3 jaar, overbelaste opvang (35.000 plaatsen) en een budget van 1,1 miljard euro. Minister Van Bossuyt benadrukt dat België meer dan zijn *fair share* doet en kiest voor financiële bijdragen (€20.000 per asielzoeker) in plaats van extra opvang, maar kritiek blijft dat het solidariteitsmechanisme (30.000 herplaatsingen/€600 mln pool) onvoldoende verlichting biedt zolang landen als Polen/Hongarije weigeren mee te werken. De oppositie noemt het systeem "een mes in de rug" en eist geen extra opvang of betalingen, terwijl de minister hamert op "geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid"—maar concrete afdwinging ontbreekt.
Francesca Van Belleghem:
Minister, u hebt altijd gezegd dat u een departement in crisis hebt geërfd en dat de migratiedruk op dit land bijzonder hoog is. Dat klopt. We beschikken over een asielbudget van 1,1 miljard euro en 35.000 opvangplaatsen voor mensen die gratis bed, bad en brood krijgen. De afgelopen drie jaar waren er 101.000 asielaanvragen en talloze veroordelingen wegens een gebrekkig asielbeleid. Men zou dan ook verwachten dat de Europese Unie erkent dat er in ons land een ernstig probleem bestaat.
Als ik echter de documenten van de Europese Commissie lees die gisteren zijn gepubliceerd, dan blijkt dat België volgens de Commissie geen hoge migratiedruk kent. Ons land zou alleen een risico lopen op een hoge migratiedruk. Als ik het goed begrijp, maakt de Europese Commissie een onderscheid tussen drie groepen landen: landen met een hoge migratiedruk – dat zijn er vier, namelijk Griekenland, Cyprus, Spanje en Italië –, landen met een risico op migratiedruk en de overige landen. Tot die tweede groep, de landen met een risico op migratiedruk, behoren er twaalf. Polen valt daaronder, maar ook België.
Terwijl we het hier nog nauwelijks kunnen bolwerken, stelt de Europese Unie dus dat er in ons land enkel sprake is van een risico op een hoge migratiedruk. We worden daarmee ingedeeld in dezelfde categorie als Polen, Litouwen en Finland, landen die dat risico lopen door hybride oorlogsvoering.
Klopt het dat wij bijgevolg geen beroep zullen kunnen doen op het solidariteitsmechanisme en dat we – boven op de 30.000 à 40.000 asielzoekers die we jaarlijks moeten opvangen – ook nog eens extra zullen moeten betalen om er niet nog meer te moeten ontvangen? Zult u ervoor kiezen om die asielzoekers af te kopen of om er zelf nog bijkomend op te vangen? Als dat laatste het geval is, dan is het solidariteitsmechanisme niet meer of niet minder dan een mes in onze rug. Ik hoop dat ik mij vergis. Ik krijg dus graag meer uitleg over dat solidariteitsmechanisme.
De Europese Commissie heeft ook een voorstel geformuleerd over dat solidariteitsmechanisme, maar dat is nog niet publiek. Hebt u dat al kunnen inkijken? Wat staat erin? Wat zijn de conclusies? Hebben wij recht op een gedeeltelijke of volledige korting bij het afkopen of het opvangen van asielzoekers uit die solidariteitspool?
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem, wilt u wel even op uw spreektijd letten? Mevrouw De Vreese heeft het woord.
Maaike De Vreese:
Minister, wat dat solidariteitsmechanisme betreft, het vergt inderdaad enige toelichting om duidelijk te maken wat de Europese Unie daar allemaal mee wil doen. Collega Van Belleghem heeft geprobeerd dat te duiden. Ook hier zien we opnieuw dat de Europese Unie veel bepaalt wat betreft de manier waarop we moeten omgaan met asiel en migratie en met de druk op bepaalde lidstaten.
In het regeerakkoord staat duidelijk dat we de migratiedruk moeten verminderen en dat we niet van plan zijn om nog meer mensen op te vangen. We doen al zeer lang meer dan ons billijke deel. Mengt u zich, minister, ook op dat niveau in het debat?
Het is inderdaad zo dat eurocommissaris Magnus Brunner gisteren zijn rapport heeft voorgesteld, de First Annual Migration Management Cycle. Tijdens die voorstelling gaf de commissaris mee dat er 35 % minder illegale grensoverschrijdingen waren. België werd echter geïdentificeerd als een land in de at risk -categorie, wegens de hoge instroom van asielzoekers. Dat klopt, minister, wij doen al meer dan voldoende ons deel.
Daardoor komen we ook in aanmerking voor prioritaire toegang tot de European Union Migration Support Toolbox, met onder meer noodfinanciering, operationele steun en beleidscoördinatie. Ik zag in het document ook iets staan over een budget voor drones. Minister, kunt u daar wat meer toelichting over geven?
De status van ons land wordt elk jaar geherevalueerd. Als we in de categorie ‘Member States Facing a Significant Migratory Situation’ zouden terechtkomen, dan kunnen we een verzoek aan de Commissie richten om een volledige of gedeeltelijke vermindering van onze bijdrage aan die pool te vragen.
De Commissie heeft een voorstel geformuleerd over die solidariteitspool, maar het werd nog niet bekendgemaakt of gepubliceerd. Het is bezorgd aan de Europese Raad. Het is aan die Raad om de knoop door te hakken over de omvang van het solidariteitsmechanisme en over hoe elke lidstaat zal bijdragen aan de pool.
Werd het solidariteitsmechanisme ook besproken op de JBZ-Raad van 14 oktober? Kunt u toelichting geven over de landen die zouden rekenen op solidariteit, zoals gedeeltelijk al vermeld in het document?
Is er al iets bekend over de bijdrage die dit land zou moeten leveren? Hoe zullen we ons in de komende periode positioneren? Dat wordt immers bijzonder belangrijk. Welk standpunt zullen we daarin innemen, ook in de Raad, als regering?
Voorzitter:
Mevrouw De Vreese, wilt u op uw beurt ook op uw spreektijd letten? Ik kan niet anders dan de heer Vandemaele nu ook voldoende spreektijd te geven.
Matti Vandemaele:
De heer Vandemaele zal zich aan zijn spreektijd houden.
Mevrouw de minister, tegen juni 2026 moet het EU-migratiepact volledig in werking treden. U kwam met de Europese migratieministers samen in Luxemburg en het solidariteitsmechanisme bleef daar een heikel punt. Het idee om de druk aan de buitengrenzen te verlichten, houdt in dat lidstaten een flexibele bijdrage kunnen leveren, via relokalisatie, financiële steun of operationele hulp. Verschillende lidstaten hebben echter aangekondigd dat ze niet willen bijdragen aan het solidariteitsmechanisme via relokalisaties, waaronder ook België. Landen als Polen en Hongarije geven zelfs aan dat ze op geen enkele manier willen bijdragen aan het mechanisme.
De collega’s verwezen er al naar, er is gisteren een document gelanceerd, maar nog niet gepubliceerd. We hebben dus geen toegang tot de afspraken die daar gemaakt zouden zijn. Misschien kunt u straks een tip van de sluier oplichten. In elk geval is het voor ons duidelijk dat het Europese migratiepact alleen kan slagen als alle lidstaten deelnemen aan het systeem. Als we niet tot een evenwichtige verdeling komen, dan zal het systeem vanzelf in elkaar storten. Dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Welke bijdrage zal België in 2026 leveren binnen het solidariteitsmechanisme? Is de regering bereid om in de toekomst toch nog deel te nemen aan relokalisaties in het kader van het Europese migratiepact? Hoe kan het migratiepact effectief werken als er lidstaten zijn die eenvoudigweg beslissen niet mee te doen? Hoe kunnen we landen als Polen en Hongarije, die dat standpunt innemen, ertoe verplichten toch mee te werken? Dat zijn mijn vragen, mevrouw de minister, mooi binnen de tijd.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, mijnheer Vandemaele, het solidariteitsmechanisme maakt deel uit van het Europees pact inzake asiel en migratie, meer bepaald de verordening betreffende het asiel- en migratiebeheer. Lidstaten waar volgens een analyse van de Europese Commissie sprake is van migratiedruk, hebben recht op solidariteitsbijdragen uit de Europese solidariteitspool.
De Europese Commissie heeft gisteren inderdaad bekendgemaakt welke landen ze in welke categorie kwalificeert. Dat had normaal gezien op 15 oktober moeten gebeuren, maar het is dus met enig uitstel bekendgemaakt. De Europese Commissie erkent in haar evaluatie van de eerste solidariteitscyclus dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. De Commissie bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. Die fair share is de verhouding tussen het aantal asielzoekers dat we opvangen, het bevolkingsaantal en het bbp. De Europese Commissie erkent dat en bevestigt bovendien dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is.
De solidariteitscyclus is een nieuw mechanisme binnen het Europese migratie- en asielpact dat jaarlijks evalueert hoe de migratiedruk binnen de Europese Unie wordt verdeeld. Enkele lidstaten aan de buitengrens zullen gelet op hun specifieke situatie solidariteitsbijdragen kunnen ontvangen, omdat zij onder acute druk staan. Het gaat over Italië, Griekenland, Cyprus en Spanje. De Commissie geeft echter ook aan dat België het risico loopt om in diezelfde situatie terecht te komen. We waarderen dat de Commissie onze moeilijke realiteit erkent. Voor ons is het echter duidelijk dat solidariteit alleen kan werken als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.
De Commissie stelt ook expliciet dat de lidstaten die solidariteit ontvangen de Europese regels moeten naleven, waaronder de Dublinverplichtingen. Dat principe is voor ons essentieel. Ik heb tijdens de laatste Europese ministerraden elke keer benadrukt dat België enkel solidariteit kan tonen als er ook verantwoordelijkheid wordt genomen. Voor ons kan er dus geen sprake zijn van solidariteit zonder verantwoordelijkheid. Dat zal echter pas voor het eerst worden geëvalueerd in juli 2026 en dat is veel te laat.
Dat is veel te laat. We missen een concreet stappenplan om de naleving al in de komende maanden op te volgen, want voor ons mag solidariteit geen blanco cheque zijn.
De exacte omvang van de Belgische bijdrage is nog niet bekend. De Europese Commissie is wettelijk verplicht om een Europese solidariteitspool van minstens 30.000 herplaatsingen of 600 miljoen euro voor te stellen, maar het is de Raad die finaal beslist over de uiteindelijke omvang van die pool. Het gaat dus om verplichte maar flexibele solidariteit, omdat die op verschillende manieren kan worden ingevuld, namelijk via herplaatsingen of via financiële bijdragen. Eén herplaatsing komt daarbij overeen met 20.000 euro.
De omvang van het voorstel van de Commissie kennen we nog maar sinds kort, maar de werkelijke omvang zal pas duidelijk worden na de formele goedkeuring op een Europese ministerraad. Daarover moet dus nog worden onderhandeld. De exacte omvang van de Belgische bijdrage is bijgevolg nog niet bekend en zal worden berekend op basis van onze fair share . De lidstaten zullen daarover in de komende weken onderhandelen.
Wij zullen ernaar streven om een zo beperkt mogelijke bijdrage te moeten leveren. We kiezen ervoor om financiële bijdragen te betalen in plaats van nog meer asielzoekers op te nemen, want het is duidelijk dat het Belgische opvangsysteem nog steeds overvol zit. Bovendien kunnen we via financiële bijdragen andere lidstaten aan de buitengrenzen helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat er niet langer doorgereisd wordt naar België. België blijft dus een loyale partner in Europa, maar de solidariteit moet in evenwicht zijn.
We verwachten dat de lidstaten die steun ontvangen nu ook hun verantwoordelijkheid opnemen, want alleen zo zal het systeem kunnen werken. Ik denk, mijnheer de voorzitter, dat ik daarmee alles perfect binnen de voorziene tijd heb gezegd.
Francesca Van Belleghem:
Minister, sta mij toe dat waanzin te noemen. U waardeert het dat de Europese Commissie zegt dat we een risico lopen op hoge migratiedruk. Dat is complete waanzin! We lopen geen risico op een hoge migratiedruk; die hoge migratiedruk is een feit!
U stelt dat u niet zult meedoen aan de hervestiging en dat we zo nodig asielzoekers zullen afkopen, dat wij 20.000 euro per asielzoeker zullen betalen om alsjeblieft niet nog meer asielzoekers op te nemen, terwijl we er in 2024 al 40.000 hadden en we er dit jaar waarschijnlijk meer dan 30.000 zullen hebben.
Onze asieldiensten worden overstroomd. Uw diensten kunnen trouwens zelf de asielaanvragen niet eens tijdig afhandelen. Het duurt bijzonder lang vooraleer een asielaanvraag wordt behandeld. U zegt dat de website met migratiecijfers er niet komt door de hoge migratiedruk en omdat u andere prioriteiten hebt. We worden al overspoeld door asielzoekers en dan zou de Europese Commissie ons bovendien opleggen dat we er ofwel nog meer moeten opnemen, ofwel dat we ze moeten afkopen.
Ik vind dat absoluut onaanvaardbaar. We moeten er alles aan doen om geen euro extra aan asielzoekers te besteden, aangezien we nu al aan zovelen gratis bed, bad en brood moeten geven. Ik hoop dus dat u niet onderhandelt om er minder op te nemen, maar dat u onderhandelt om er geen enkele extra op te nemen of om geen euro extra te betalen.
Daarmee bleef ook ik mooi binnen de tijd.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, u moet zich als minister natuurlijk aan het regeerakkoord en compromissen houden. Het is geen geheim dat onze partij van mening is dat een werkelijke oplossing niet binnen de grenzen van de Europese Unie ligt, maar in een strikte grensbewaking en opvang in de regio. Wie hier dan illegaal binnenkomt, moet terug.
Binnen de context van de Europese Unie en binnen de context waarin u een regering moet vormen met de verschillende partners, elk met hun eigen mening, haalt u daaruit wat mogelijk is. Het is inderdaad zo dat we er het met de volledige arizonaregering over eens zijn dat we al meer dan ons deel doen. We doen al onze fair share . We weten allemaal dat de druk uitzonderlijk hoog is, ook hier, op onze diensten, ons opvangsysteem en onze lokale besturen. Ook bij de lokale besturen is het draagvlak op.
Mevrouw de minister, op dat vlak moet u uw stem aan de Europese onderhandelingstafel heel luid laten klinken. Ik wens u daarbij veel succes.
Matti Vandemaele:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De Europese Commissie plaatst ons eigenlijk in de categorie at risk , samen met 11 andere landen. Er zijn dan ook nog vier landen waar de druk echt extreem is. Ik stel vast dat ongeveer de helft van de lidstaten at risk of hoger scoort.
De collega’s zeggen hier al jaren dat wij het allerzwaarste kruis dragen dat er op aarde bestaat, wanneer het over asiel en migratie gaat, maar blijkbaar is dat niet de appreciatie van de Europese Commissie. Blijkbaar bevestigt de Europese Commissie niet het verhaal dat de rechtse partijen hier al jaren vertellen, met name dat wij veel meer doen dan onze fair share . Blijkbaar kijkt men daar op het Europese niveau toch anders naar.
Mevrouw de minister, “geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid”, zegt u. Dat impliceert eigenlijk dat u, zodra bepaalde elementen van het solidariteitsmechanisme niet worden uitgevoerd, niet meer bereid bent om ons deel te doen. Iedereen weet dat het solidariteitsmechanisme maar werkt als alle afspraken die daarin worden gemaakt ook worden nagekomen. Zodra een of meerdere landen zeggen dat ze niet meedoen, stort het hele systeem in.
Het heeft er alle schijn van dat een aantal landen dat inderdaad van plan is. Ik heb u daarover een vraag gesteld, maar u hebt daar niet op geantwoord. Integendeel, u hebt gezegd dat wij onze verantwoordelijkheid pas zullen nemen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.
Dan rijst natuurlijk de vraag wat er zal gebeuren als dat niet het geval is. Ik denk dat we daar mogelijk wel op afstevenen.
U keek boos toen ik dat zei, maar ik interpreteer dat alsof de Europese Commissie eigenlijk zegt dat we onze fair share niet doen, dat we niet genoeg doen, want anders zouden we in de hoogste categorie zitten. Als alle landen die in de categorie at risk of lager zitten, moeten bijdragen, dan betekent dat dat we onze fair share niet leveren, maar misschien kunt u mij corrigeren, mevrouw de minister.
Voorzitter:
Een correctie van de minister?
Anneleen Van Bossuyt:
Ik ben daarmee begonnen, mijnheer Vandemaele, maar ik zal het voor u nog eens herhalen.
Ten eerste, de Europese Commissie erkent in haar evaluatie dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. Ten tweede, ze bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. De Europese Commissie bevestigt dus dat wij meer dan onze fair share doen. Ten derde, ze bevestigt dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is. Ik weet dus niet wat u gehoord hebt, maar dat zijn de elementen die de Europese Commissie expliciet in haar evaluatie vermeldt. U kunt misschien iets anders willen horen, maar dit is wat u leest in de evaluatie van de Europese Commissie.
Matti Vandemaele:
Ja, mevrouw de minister, ik heb u dat horen zeggen – het is niet dat ik niet geluisterd heb – maar als de Europese Commissie zegt dat wij het meeste opvang voorzien voor secundaire migratie, als ze erkent dat wij een geweldige druk ervaren, als al de elementen die u opsomt aanwezig zijn, waarom zitten we dan in de categorie at risk en niet in de hoogste categorie, in de categorie die zal ontvangen als het gaat over fair share ? Waarom zitten wij in de categorie van zij die moeten geven als het over fair share gaat? Waarom zijn die twee elementen niet met elkaar verbonden? Daar kunt u me duidelijk niet op antwoorden.
De veroordeling van Fedasil
De veroordeling van Fedasil tot het huisvesten van een van het opvangnetwerk uitgesloten gezin
Fedasil-veroordeling voor opvang van uitgesloten gezinnen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigt het beleid dat gezinnen met een beschermingsstatuut in Griekenland (of elders in de EU) geen opvang in België krijgen, gebaseerd op wetgeving en EU-rapporten die stellen dat Griekenland voldoende opvang biedt. 23 gezinnen (14 via vonnissen, 9 in beroep) verkeren momenteel zonder opvang, ondanks gerechtelijke veroordelingen die Fedasil's weigering "obstructief" noemen en uitvoering eisen—wat de minister blijft betwisten met beroepsprocedures. Dubois benadrukt dat de rechtbanken de Griekse opvang onvoldoende achten en dat België de rechtsstaat schendt door vonnissen te negeren, terwijl gezinnen op straat belanden. De minister wijst op terugkeercentra als alternatief, maar erkent niet dat families die weigeren terug te keren de facto dakloos blijven. De winteropvang wordt gefaseerd uitgebreid, maar de kernconflict—prioritering van wet boven rechtspraak en de humanitaire gevolgen—blijft onopgelost.
Voorzitter:
Mme Daems est absente. La parole est à M. Dubois.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, le 25 septembre dernier, vous aviez expliqué en réponse à une question en séance plénière que vous aviez fait tierce opposition contre les décisions de justice demandant l'accueil de familles avec enfants à la rue. Ces familles n'avaient pas bénéficié d'accueil car elles avaient obtenu une protection dans un autre pays européen. Pour plusieurs familles, il s’agissait de la Grèce.
Le tribunal de Bruxelles vient de confirmer une première décision, estimant que Fedasil n'avait pas motivé sa décision et que la protection internationale octroyée en Grèce n'était pas effective. Dans son ordonnance, le tribunal critique "l'attitude obstructive manifeste de Fedasil" et appelle à ce que "des mesures soient prises pour l'inciter à exécuter la décision judiciaire qui la condamne à héberger les défendeurs".
Madame la ministre, comment réagissez-vous face à cette décision de justice, qui confirme celle du mois d'août? Combien de familles sont-elles concernées par ces décisions de justice et, de manière générale, combien de familles sont-elles dans la même situation?
Quelles instructions avez-vous ou allez-vous donner à Fedasil pour permettre de suivre ces décisions de justice? Il me revient qu'il y aurait des évolutions au niveau de Fedasil pour qu'enfin ces familles puissent être accueillies.
De manière plus générale, quand les places tampons ouvriront-elles pour éviter tout problème pendant cet hiver?
Anneleen Van Bossuyt:
De voorwaarden om opvang te krijgen, zijn duidelijk vastgelegd in de wet en ook in de crisismaatregelen die we deze zomer ingevoerd hebben. Die maatregelen zijn noodzakelijk om het opvangnetwerk duurzaam te houden, zodat we opvang kunnen blijven verzekeren voor de mensen die daar effectief recht op hebben.
Er is dus geen sprake van een algemene weigering van opvang aan gezinnen met kinderen, zoals soms wordt beweerd. Gezinnen met minderjarige kinderen die aan de wettelijke voorwaarden voldoen en die geen bescherming genieten in een andere lidstaat, kunnen nog steeds een opvangplaats toegewezen krijgen.
Wat betreft gezinnen die reeds internationale bescherming genieten in een andere lidstaat, zoals Griekenland, is het principe eenvoudig: België is niet verantwoordelijk voor hun opvang, aangezien zij al een beschermingsstatus hebben binnen de Europese Unie en daar aanspraak kunnen maken op hun rechten. België kan en mag niet het asielcentrum van Europa worden.
Het is niet correct te stellen dat de situatie in Griekenland onmenselijk of onveilig zou zijn. Recente rapporten, onder meer van de Europese Commissie en het EUAA, het Europees Agentschap voor Asiel, bevestigen dat Griekenland de nodige hervormingen heeft doorgevoerd in zijn opvangsysteem en dat erkende vluchtelingen er toegang hebben tot sociale rechten en huisvesting, ook via Europese steunprogramma’s. Dat neemt uiteraard niet weg dat voor gezinnen die kunnen aantonen dat hun menswaardige levensstandaard in Griekenland ernstig in het gedrang komt, bijvoorbeeld door medische problemen of bijzondere kwetsbaarheid, Fedasil nog steeds een individuele beoordeling maakt en opvang kan toekennen.
En ce qui concerne les décisions judiciaires, à ce jour, quatorze jugements ont été rendus relativement à la limitation de l'aide matérielle pour quatorze familles disposant déjà d'un statut de protection en Grèce. Elles se trouvent actuellement en dehors du réseau d'accueil de Fedasil. En outre, neuf autres familles se trouvent dans une situation similaire, c'est-à-dire qu'elles disposent d'un statut en Grèce et qu'une condamnation de Fedasil à leur accorder l'accueil a été prononcée, mais qu'elles se trouvent également en dehors du réseau. Fedasil ne détient aucune information quant à leur lieu de séjour actuel.
La décision contestée à laquelle vous vous référez concerne un dossier concret. Fedasil a exercé des voies de recours dans cette affaire. L'évaluation juridique est toujours en cours. L'agence agit dans le respect du cadre légal et des décisions de justice, tout en remplissant sa mission qui consiste à exécuter loyalement les décisions du gouvernement fédéral.
Wat de capaciteit betreft, het opvangnetwerk blijft sterk onder druk staan, maar er zijn bijkomende tijdelijke plaatsen voorzien in het kader van de winterplanning. Zij worden de komende weken gefaseerd geopend. Er zijn er trouwens al twee geopend.
Tot slot wil ik benadrukken dat het doel van ons beleid niet is om gezinnen op straat te laten leven, maar om het opvangnetwerk te reserveren voor wie daar effectief recht op heeft. De beste manier om de druk op het netwerk structureel te verminderen, is de instroom te beperken en de uitstroom te versterken en dat is precies waar deze regering volop aan werkt.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, qui m'étonne. Certes, vous mettez en avant le fait que la situation en Grèce, d’après les informations, ne peut pas être définie comme inhumaine. Mais en attendant, ces familles sont quand même dans la rue, si je comprends bien.
Anneleen Van Bossuyt:
Non. J'ai dit que dire que la situation en Grèce est inhumaine ou peu sûre n'est pas correct, parce que des rapports récents de la Commission européenne et de l'Agence de l'Union européenne pour l'asile (AUEA) affirment que la Grèce a fait les réformes nécessaires dans son système d'accueil et que les réfugiés reconnus y ont accès à des droits sociaux et de logement.
Xavier Dubois:
J'ai bien compris. J’entends que vous n'êtes pas d'accord avec ce que la justice dit, à savoir que la situation en Grèce est inhumaine. Vous dites qu' a priori elle ne l'est pas. Je ne suis pas allé vérifier, donc je ne sais pas l'attester. Mais en attendant, ces familles sont toujours dans la rue. Sommes-nous d'accord?
Anneleen Van Bossuyt:
(…) Parce qu'ils ont une protection en Grèce.
Xavier Dubois:
Vous dites que nous ne devons pas, mais il y a quand même des familles dans la rue. De ce point de vue là, il y a un peu d'humanisme à avoir. Nous devons, à un moment donné, donner un accueil à ces personnes. C'est absolument nécessaire.
J'avais cru comprendre qu’il y avait eu une évolution en la matière, pour tenir compte de cette difficulté de familles avec enfants. À ce stade-ci, je déduis de votre réponse, que l'on maintient cette attitude qui consiste à dire: "Non, qu’ils retournent en Grèce tout simplement." Ces familles avec enfants qui sont dans la rue restent dans la rue. C'est ainsi que je le comprends.
Je pense que ce n’est pas acceptable. Des décisions de justice ont été rendues. À un moment donné, il faut respecter l'État de droit. Il faut pouvoir y répondre de manière ferme et formelle. Cela fera suite d'ailleurs avec la question suivante, qui parle de non-respect, ou en tout cas de recul en matière d'État de droit.
Anneleen Van Bossuyt:
Cela répond exactement aux lois que nous avons votées au sein du Parlement, qui prévoient que les personnes avec un statut M, donc qui sont déjà reconnues dans un autre État membre et qui continuent à voyager vers la Belgique, n'ont plus droit à un accueil en Belgique, parce qu'elles sont reconnues en tant que réfugiées en Grèce.
Xavier Dubois:
J'entends bien, mais il y a les lois qu'on vote, et puis il y a aussi la justice. La justice prend des décisions. La justice estime que la protection en Grèce n'est pas acceptable.
Vous l'avez dit vous-même: malgré cette loi, si l'on estime qu'il y a des risques réels pour les familles de retourner dans l'État dans lequel elles ont une protection, nous pouvons les accueillir. Je pense que dans ce cadre-là, nous devons les accueillir. Puisqu’il y a une décision de justice, nous devons la respecter jusqu'à faire preuve du contraire.
Anneleen Van Bossuyt:
Je veux juste ajouter que nous offrons à ces personnes une place dans un centre de retour, en attendant qu’elles retournent dans le pays où elles ont obtenu une protection, mais elles n’y vont pas.
Xavier Dubois:
J’entends, mais le problème fondamental que vous ne voulez pas entendre, c’est le fait qu’il y a des décisions de justice que vous ne respectez pas. C’est le problème de fond.
De opvang van asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De minister bevestigt dat België kwetsbare asielzoekers (gezinnen, vrouwen, minderjarigen) opvangt, maar weigert opvang aan wie elders EU-bescherming heeft—met uitzondering bij individuele kwetsbaarheid—terwijl 1.770 alleenstaande mannen op een wachtlijst staan met tijdelijke opvang via de *Brussels Deal*. Voor de winter zijn extra noodlocaties (o.a. Theux, Bredene, jeugdherbergen) en ambulante hulp voorzien, maar Dublin-plichtigen (met elders lopende aanvraag) worden niet opgevangen tenzij terugkeer onmogelijk is. Vooruit benadrukt dat het regeerakkoord—*"niemand slaapt op straat"*—alleen houdbaar is als strenger migratiebeleid gepaard gaat met menselijke opvang voor wie rechtmatig blijft, en dringt op daadwerkelijke terugkeer van wie geen recht heeft.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, deze regering heeft in het regeerakkoord iets heel eenvoudigs en menselijks gezet; namelijk dat er in België niemand op straat slaapt. Punt. Dat was de belofte. Dat was het compromis. Dat is ook onze menselijke ondergrens.
U hebt al stevige maatregelen genomen om de instroom te beperken, wat ook één van de voorwaarden is. Dat erkennen we ook, maar voor Vooruit geldt het gigantisch belangrijke principe dat een strenger en duidelijker beleid alleen maar kan als het ook eerlijker en menselijker wordt. Dat hebt u ook altijd gezegd en dat hebt u me beloofd.
Strenger kan ook alleen maar als we beter beschermen wie recht heeft op bescherming. Als we echt grip willen krijgen op migratie heeft dat twee kanten. Duidelijkheid voor wie niet kan blijven, maar ook opvang en bescherming voor wie bescherming nodig heeft. Strenger kan ook alleen als we beter beschermen wie recht heeft op bescherming. Het is pas duidelijk als iedereen die duidelijkheid heeft, diegenen die mogen blijven en diegenen die niet mogen blijven.
Eerlijk, ik maak me daar wel wat zorgen over, mevrouw de minister. Iedereen weet dat we richting winter gaan. Iedereen weet dat er mensen, kinderen, gezinnen, alleenstaanden in de kou slapen, of dreigen op straat te moeten slapen. Het is niet alleen onze juridische plicht, maar ook ons menselijk minimum respect te hebben voor onze eigen afspraken. We willen regels, ja, maar we willen vooral ook menselijkheid, want in een land als België hoort niemand te bibberen in een slaapzak buiten het opvangcentrum. Daarom heb ik drie concrete vragen voor u, mevrouw de minister.
Hoe staat het vandaag met de opvang en met de instroomcijfers? Zijn er voldoende plaatsen voor de mensen die hier aankomen? Hoe worden kwetsbare profielen beschermd?
Wat is uw concreet winterplan? In welke opvang en in welke extra noodopvang wordt er voorzien om te garanderen dat deze winter niemand in de vrieskou op straat slaapt?
Als de instroommaatregelen voldoende zijn, welke andere beschermende maatregelen neemt u dan? Bij absolute overmacht moeten er immers ook andere ambulante en medische hulp zijn.
Tot slot, mevrouw de minister, we hebben ook inzake de Dublincentra wetgeving goedgekeurd. Wat zult u doen met de mensen die ergens anders een aanvraag hebben gedaan? Zorgt u ervoor dat die mensen worden teruggestuurd naar het land waar ze een aanvraag hebben gedaan, of voorziet u hier in opvang voor hen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, het instrument van een schriftelijke vraag leent zich hier het beste voor, aangezien u een heel aantal cijfergegevens opvraagt. De cijfers die ik u toch wil meegeven, zijn de volgende. In oktober waren er 2.064 aankomsten in de opvang, wat neerkomt op een daggemiddelde van 90. Wat de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen betreft, waren er 175 aankomsten in oktober met een daggemiddelde van 7,6. Op 10 november stonden er 1.770 alleenstaande mannen op de zogenaamde doorstroomlijst.
Personen in een kwetsbare situatie — gezinnen met kinderen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en alleenstaande vrouwen — worden altijd opgevangen als ze voldoen aan de wetgeving. Personen die echter bescherming genieten in andere lidstaten of misbruik maken van ons systeem, genieten geen opvang meer. Er wordt echter steeds een individuele beoordeling gemaakt door Fedasil in het licht van eventuele kwetsbaarheden.
Zoals ik net zei, staan er momenteel 1.770 alleenstaande mannen op de doorstroomlijst. Zij kunnen in afwachting van een toewijzing tijdelijk terecht in de 2.000 plaatsen die Fedasil financiert binnen de zogenaamde Brussels Deal . Met het oog op de komende winterperiode 2025-2026 heeft Fedasil tijdelijke contracten gesloten voor opvang in Theux, Bredene en zes jeugdherbergen, meer bepaald Kinrooi, Mesen, Bekkevoort, Zele, Heuvelland en Oudsbergen.
Daarnaast is er, zoals u weet, ambulante en medische hulp voor asielzoekers die nog geen plaats hebben binnen het opvangnetwerk. Ook de Reach Out-teams van Fedasil gaan actief op het terrein om asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf te informeren en te begeleiden, ook als ze zich buiten het opvangnetwerk bevinden.
Achraf El Yakhloufi:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden. Ik ben blij met uw uitleg. Die is heel duidelijk. U zult ervoor zorgen dat iedereen die daar recht op heeft, wordt opgevangen. Iedereen die daar geen recht op heeft, zal tijdelijk worden gehuisvest, zoals u zojuist zei, ook in terugkeercentra voor wie terugkeert. Dat is voor mij zeer belangrijk. Mevrouw de minister, ik stel deze vraag met een bewuste reden. De regering heeft in het regeerakkoord een duidelijke keuze gemaakt om weer grip te krijgen op migratie, om de chaos die er was aan te pakken en duidelijkheid te brengen. Dat is wat wij willen, mevrouw de minister. Daarom is mijn vraag ook zo belangrijk. Wij keuren maatregelen goed die consequenties hebben, maar het is ook onze taak om ervoor te zorgen dat de mensen die hier mogen zijn, kunnen worden opgevangen, begeleid en geïntegreerd in de samenleving. We moeten er echter ook voor zorgen dat de mensen die hier niet mogen zijn, ongeacht of het over mensen met een M-statuut gaat of over terugkeerders, daadwerkelijk terugkeren. Dank u wel, mevrouw de minister.
De asielzoeker uit Gaza die een Hamas-agent blijkt te zijn
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy kaart aan dat een als vluchteling erkende Gazaan (Tamer Qdeeh) openlijk Hamas-propaganda verspreidt en vraagt waarom hij niet wordt uitgewezen, plus of Palestijnse asielzoekers systematisch gescreend worden op antisemitisme en jihadistische uitingen. Minister Van Bossuyt benadrukt dat screening alleen dossiergebonden gebeurt bij concrete vermoedens van fraude of veiligheidsrisico’s, geen automatische socialemediacontroles plaatsvinden, en strafbare feiten aan justitie worden overgelaten. Van Rooy hamert op de massale instroom van Palestijnse vluchtelingen (1.000 erkenningen dit jaar) en hun openlijke steun aan Hamas/antisemitisme, wat volgens hem de veiligheid ondermijnt door tekortschietende screening. De minister erkent dat betere screening bij aankomst nodig is, maar biedt geen concrete oplossingen.
Sam Van Rooy:
Minister, de laatste tijd zijn er meerdere berichten over Hamas-agenten en ‑jihadisten die zich op ons grondgebied bevinden. Deze vraag heb ik al enkele weken geleden ingediend. Ze gaat over de heer Tamer Qdeeh. Het gaat om een asielzoeker uit Gaza die in ons land de vluchtelingenstatus kreeg omdat hij beweerde door Hamas te worden vervolgd. Na 7 oktober 2023 ontpopte hij zich echter tot een grote verspreider van Hamas-propaganda en jihadistische propaganda, ook voor de Islamitische Jihad.
Ik heb u de link bezorgd. Ik hoop dat u en uw diensten evenals andere regerings- en overheidsdiensten de link grondig hebben bekeken. Daaruit blijkt immers duidelijk dat hij de moorddadige terreurcampagne en de executies steunt die Hamas vandaag uitvoert tegen de inwoners van Gaza, voor wie iedereen altijd beweert te willen opkomen.
Volgens zijn profiel op LinkedIn – het is echt niet ingewikkeld en kan door iedereen worden nagegaan – woont hij in Luik en is hij grafisch ontwerper en, opmerkelijk genoeg, luchtvaartingenieur.
Mijn vraag is dus uiteraard of die Hamas-agent opgespoord en uit het land gezet wordt. Zoniet, waarom niet?
Verder heeft de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 ertoe geleid dat vele Palestijnen die ook vóór 7 oktober 2023 in België de vluchtelingenstatus kregen op sociale media hun ware antisemitische en jihadistische aard tonen.
Mijn tweede en laatste vraag is dan ook de volgende. Worden de sociale media van Palestijnse vluchtelingen in ons land systematisch en ook retroactief gescreend op antisemitisme en op pro-Hamas- of andere jihadistische propaganda? Zoniet, waarom niet?
Tot slot, bent u van mening dat de zogezegde screening van Palestijnse asielzoekers op punt staat?
Zij komen hier vrolijk binnengewalst. Wij zagen de beelden uit Zaventem, waar tieners uit Gaza komen binnengewandeld, omgeven door allerlei hulpverleners en politieagenten, sommigen met een trui waarop een groot M16-machinegeweer staat afgebeeld. U haalt gewoon de jihadisten al van kind af aan in het land binnen. Vindt u dat de screening van die mensen op punt staat?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, het CGVS voert geen systematische socialemediascreening per nationaliteit of doelgroep uit. Onderzoek naar sociale media gebeurt uitsluitend op individuele basis. Wanneer er in een dossier concrete aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van onregelmatigheden, zoals indicaties dat de betrokkene van de vluchtelingenstatus uitgesloten moet worden, herkomstfraude of achtergehouden informatie, voert het CGVS een gericht onderzoek uit.
Een dergelijk onderzoek is steeds dossiergebonden, gebeurt alleen op basis van publiek toegankelijke informatie en is beperkt tot wat noodzakelijk en relevant is voor de uitvoering van de wettelijke opdracht van het CGVS, namelijk het onderzoek naar de nood aan internationale bescherming en de eventuele uitsluiting van de beschermingsstatus. In het kader van de heroverweging van de geldigheid van de reeds toegekende status kan ook een dergelijk onderzoek worden uitgevoerd.
Met betrekking tot het verblijf kan de dienst Vreemdelingenzaken in geval van feiten tegen de openbare orde of de nationale veiligheid een maatregel nemen na een individueel onderzoek van het dossier. Een systematische controle door de DVZ van de sociale media van erkende Palestijnse vluchtelingen op het grondgebied is echter niet mogelijk. Als de DVZ kennisneemt van elementen die wijzen op een gevaar voor de nationale veiligheid, wordt er contact opgenomen met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, om die elementen te laten controleren. Afhankelijk van het antwoord kan een opvolging en een onderzoek naar mogelijk te nemen administratieve maatregelen worden opgestart. Alles hangt af van de elementen die de Dienst Vreemdelingenzaken in handen heeft.
Als door de persoon naar wie u verwijst strafrechtelijke feiten zijn gepleegd, dan komt het de gerechtelijke instanties toe hem te vervolgen.
Uw bijvraag, die u niet vooraf hebt doorgegeven, gaat over mensen die hier nog niet waren, die hier aankomen. We moeten inderdaad bekijken op welke manier voor een betere screening gezorgd kan worden.
Sam Van Rooy:
Minister, uw partijgenoot en premier, Bart De Wever, zei onlangs met droge ogen aan de UGent dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa opvangt, verwelkomt eigenlijk. Dit jaar kregen al 1.000 Palestijnse asielzoekers de erkenning als vluchteling, tegenover 3.200 vorig jaar. Onderzoeken wijzen uit dat veruit de meesten onder hen antisemitische opvattingen hebben, pro-Hamas zijn of dodelijke jihadistische terreur verheerlijken. Doorgaans laten ze dat ook openlijk blijken, op straat en via hun sociale media. We zien nu zelfs beelden van Gazaanse kinderen die onze luchthaven binnenwandelen met een trui waarop een M16-machinegeweer afgebeeld is. Minister Van Bossuyt, de massale instroom van Palestijnse zogenaamde vluchtelingen, in combinatie met een veel te lakse screening, maakt onze samenleving elke dag onveiliger.
De mogelijke overheveling van de Dienst Voogdij
De onafhankelijkheid van de Dienst Voogdij
De modaliteiten voor de overheveling van de dienst Voogdij naar de nieuwe FOD Asiel en Migratie
Overdracht en onafhankelijkheid van de Dienst Voogdij binnen FOD Asiel en Migratie
Gesteld door
DéFI
François De Smet
Groen
Matti Vandemaele
Les Engagés
Xavier Dubois
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De geplande overheidsoverdracht van het Service des Tutelles (voogdij MENA) van Justitie naar SPF Migratie stuit op hevige kritiek, omdat dit de onafhankelijkheid en het vertrouwen van minderjarigen in hun tuteurs ondermijnt—een kernwaarde uit de Conventie Rechten van het Kind. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de belangen van het kind centraal blijven en belooft professionele tuteurs, snelle toewijzing en overleg met Justitie, maar bevestigt wel de integratie in SPF Migratie, wat parlementsleden De Smet en Vandemaele als onverenigbaar met kinderrechtelijke principes afwijzen. De praktische garanties voor onafhankelijkheid blijven vaag, terwijl de sector vreest voor een exodus van tuteurs en een migratiegedreven benadering. De discussie draait uiteindelijk om de spanningsveld tussen administratieve efficiëntie en fundamentele kinderbescherming.
François De Smet:
Madame la ministre, depuis plus de 20 ans, le Service des Tutelles assure, sous l’autorité du SPF Justice, la mission essentielle de désigner et d’accompagner les tuteurs et tutrices des mineurs étrangers non accompagnés (MENA). Ce dispositif garantit à chaque enfant en situation d’exil une représentation légale indépendante, centrée sur la protection de ses droits fondamentaux et non sur des considérations administratives ou migratoires.
Or, selon plusieurs sources, le gouvernement envisagerait de rattacher le Service des Tutelles au futur ministère, SPF Migration. Une telle réforme suscite une inquiétude profonde parmi les tuteurs, les associations, les acteurs de terrain et de nombreux citoyens. Une pétition existe et a déjà été signée par plus de 2 300 signataires issus du monde juridique, associatif et académique qui ont récemment exprimé leurs craintes dans une carte blanche publiée le 24 octobre 2025.
En effet, le rattachement du Service des Tutelles à un ministère chargé également des retours forcés, des régularisations et du contrôle des frontières ferait peser un risque grave de confusion des missions, fragilisant le lien de confiance qui unit les jeunes et leurs tuteurs et qui repose sur la certitude que ces derniers agissent dans l’intérêt supérieur de l’enfant, conformément à la Convention internationale relative aux droits de l’enfant. D'ailleurs, de nombreux États membres de l'Union européenne confient la prise en charge des MENA aux services de protection de l’enfance et non à des administrations migratoires.
Cette réforme risquerait d’entraîner une crise de confiance et une hémorragie de compétences parmi les tuteurs et les équipes du Service des Tutelles déjà fragilisées par une charge de travail lourde. Rappelons aussi au passage, même si c'est un autre sujet, qu'il s'agit souvent d'une fonction bénévole.
En conséquence, madame la ministre, confirmez-vous cette information? Pourquoi la Belgique s’éloignerait-elle de ce modèle qui place l’enfant au centre du dispositif, et non son statut administratif? Dans l’affirmative, comment entendez-vous inscrire cette réforme dans les engagements internationaux de la Belgique, notamment l’article 3 de la Convention relative aux droits de l’enfant, qui impose de faire de l’intérêt supérieur de l’enfant une considération primordiale dans toutes les décisions qui le concernent?
Matti Vandemaele:
De regering wil alle migratiediensten samenbrengen in één FOD Migratie. Dat is een ingrijpende hervorming, waarbij nogal wat institutionele vraagstukken moeten worden opgelost. Door die reorganisatie zou ook de Dienst Voogdij niet langer onder de FOD Justitie ressorteren, maar onder uw FOD Migratie
Ik heb eerder al gezegd dat wij daar absoluut geen voorstander van zijn. Laten we er nu van uitgaan dat mijn persoonlijke mening hier niet ter zake doet. De mening van de voogden doet dat volgens mij wel. Zij zien in de overheveling een ernstige bedreiging voor de onafhankelijkheid van hun werk. Zij zijn verantwoordelijk voor de wettelijke vertegenwoordiging en bescherming van kinderen, terwijl de FOD Migratie totaal andere doelstellingen heeft, wat ook niet onlogisch is, zoals bijvoorbeeld migratiecontrole. Volgens de voogden kan deze samenvoeging het vertrouwen van de niet-begeleide minderjarigen in hun wettelijke vertegenwoordiger ondermijnen. Jongeren kunnen hun voogd dan niet langer zien als iemand die hun belangen beschermt, maar als een verlengstuk van de migratiediensten. Deze diensten zijn ook bevoegd voor de terugkeer, de afgifte van verblijfsvergunningen en grensbewaking. Het vertrouwen tussen de jongeren en de voogd is essentieel om verdwijningen of misbruiksituaties tegen te gaan. In uw antwoord op eerdere mondelinge vragen gaf u aan dat u die onafhankelijkheid absoluut wilt garanderen.
Hoe kijkt u naar de bezorgdheden van de voogden? Deelt u die bezorgdheden? Hebt u de onafhankelijkheid al besproken met de minister van Justitie, mevrouw Verlinden? Ik zal haar straks dezelfde vraag stellen. Zult u de beslissing, om ook de Dienst Voogdij onder de FOD Migratie te brengen, heroverwegen op basis van de steeds sterker wordende kritiek uit de academische wereld, zoals collega De Smet poneerde? Ook uit kinderrechtelijke hoek wordt die kritiek steeds sterker. Concreet, hoe zult u die onafhankelijkheid waarborgen? Welke maatregelen hebt u daarvoor in uw hoed zitten?
Voorzitter:
M. Dubois est absent.
Anneleen Van Bossuyt:
Messieurs De Smet et Vandemaele, l'accord de gouvernement prévoit que la procédure d'identification et la détermination de l'âge des mineurs déclarés seront transférées du Service des Tutelles vers un service distinct de protection des mineurs non accompagnés en fuite afin de remédier aux problèmes actuels de dispersion entre différents domaines de compétences. Je tiens à souligner que l'Office des étrangers assure déjà aujourd'hui l'identification des MENA. Ce nouveau service sera effectivement intégré au SPF Migration prévu.
De regelgeving inzake de voogdij van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zal eveneens worden voorzien. De modaliteiten zullen grondig worden besproken tussen mijn kabinet en dat van de minister van Justitie, mevrouw Verlinden, rekening houdend met alle relevante aanbevelingen, ook vanop het terrein.
L'accord de gouvernement ne laisse aucun doute: à chaque ajustement structurel, l'intérêt supérieur de l'enfant doit guider la démarche. Ainsi, nous prévoyons une permanence légale et effective pour garantir que chaque mineur identifié puisse bénéficier le plus rapidement possible d'un accompagnement et d'une tutelle. De même, la possibilité de nommer immédiatement un tuteur provisoire pour chaque jeune sera étudiée. Une sélection des tuteurs sera effectuée et la professionnalisation de la qualité des tuteurs sera assurée. Toutes ces mesures démontrent que l'intérêt supérieur de l'enfant reste toujours au centre de nos préoccupations.
François De Smet:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse, que nous allons analyser avec attention. En effet, j'entends un certain nombre de choses, mais pas si le Service des Tutelles en tant que tel va disparaître et se fondre dans le nouveau service, ni si les futurs tuteurs seront bel et bien dépendants du SPF Migration. Je crois comprendre que oui, in fine . Dans ce cas, cela posera un problème car tout repose sur la confiance entre les mineurs concernés et les tuteurs qui leur sont désignés.
Je regrette que vous ne voyiez pas où est le problème, ni celui qui concerne le rapatriement du Conseil du Contentieux des é trangers au sein du SPF Migration, qui lui est parallèle. J'espère que cette partie de l'accord de gouvernement ne se traduira pas de cette manière. Nous poserons donc aussi la question à la ministre de la Justice.
Matti Vandemaele:
Bedankt, mevrouw de minister, voor uw antwoord. We kunnen inderdaad rationaliseren door diensten te clusteren. U zult mij dat zeker niet horen ontkennen. Ik ben echter van mening dat de dienst Voogdij een uitzondering zou moeten zijn. Ik zie immers niet in hoe het belang van het kind compatibel kan zijn met een inkanteling in de FOD Migratie. The proof of the pudding is echter zoals steeds in the eating . Wie weet valt de regering zelfs nog voor de eerste steen van de nieuwe FOD Migratie gelegd is.
Transitieplaatsen voor erkende vluchtelingen
De transitie van vluchtelingen naar een eigen woonst
Opvang en huisvestingstrajecten voor erkende vluchtelingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het tekort aan betaalbare woningen voor erkende vluchtelingen en de afbouw van Lokale Opvanginitiatieven (LOI’s), die nu als cruciale transitieplekken fungeren. Minister Van Bossuyt bevestigt dat LOI’s (3.960 plaatsen) tijdelijk behouden blijven als *noodtransitieplekken* (geen permanente oplossing), met focus op kleinschalige opvang en betere samenwerking met lokale besturen, maar benadrukt dat sociale woningen voorbehouden blijven voor eigen burgers. Vandemaele (voorstander LOI’s) ziet heil in een *naamswijziging* om ze als transitieplekken te behouden, terwijl Van Belleghem (kritisch) vreest voor *versteende structuren* en pleit voor strenge migratiebeperking en prioriteit voor lokale wachtlijsten. Kernpunt: spanningsveld tussen humanitaire noodopvang en woningmarkttekort, met tegenstrijdige visies over oplossingsrichting.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, er is een ernstig tekort aan betaalbare huurwoningen. Ook voor erkende vluchtelingen is het bijzonder moeilijk om geschikte woonruimte te vinden. Na hun erkenning hebben ze maximaal drie maanden om een woning te vinden en daarbij stuiten ze op heel wat obstakels. Ik heb daarover al meermaals vragen gesteld en ook in de pers is er al aandacht aan besteed.
Aan de ene kant wil u de lokale opvanginitiatieven (LOI's) afbouwen. Ik blijf herhalen wat ik al zo vaak heb gezegd. LOI's zijn efficiënter, beter voor de integratie, beter voor de betrokken personen en bovendien goedkoper. Toch wil deze regering de LOI's afbouwen.
De LOI's zorgen voor een soort transitieperiode richting de reguliere woonmarkt. Wanneer het iemand niet lukt om binnen de voorziene termijn een woning te vinden, worden die plaatsen vaak tijdelijk behouden. Dat is absoluut niet ideaal, maar het voorkomt dakloosheid.
Zoals ik heb gezegd, betreuren wij de afbouw van de LOI's. Er was echter een klein lichtpuntje in het regeerakkoord, namelijk de noodplekken als overgang naar de reguliere woonmarkt. Ik vraag mij af hoe het daarmee staat.
Wat zal dat precies inhouden? Welke stappen hebt u al gezet om die plekken te realiseren? Welke overlegmomenten hebt u gehad met de regionale ministers bijvoorbeeld over de creatie ervan? Welk type opvangplekken of -locaties hebt u voor ogen? Wat is de voorziene timing voor de opstart van die noodplekken?
Zou het bovendien geen idee zijn om een aantal LOI's eenvoudigweg een andere naam te geven of om te vormen tot dergelijke transitieplaatsen? Dan voldoet u aan het regeerakkoord én wordt een reëel probleem opgelost. Ik bied u gratis een goede oplossing aan. U kunt een vinkje zetten bij dat punt uit het regeerakkoord en tegelijk iets goeds realiseren. Misschien bent u wel geneigd mijn suggestie te volgen? Misschien hebt u ook andere oplossingen om dakloosheid bij vluchtelingen te voorkomen. Die hoor ik uiteraard graag.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in het regeerakkoord staat, ik citeer: "Gelet op de almaar stijgende asielinstroom en de hoge beschermingsgraad zijn er problemen met betrekking tot de uitstroom van internationaal beschermden uit de opvang naar de reguliere woningmarkt. In samenspraak met de deelstaten kan worden voorzien in noodplekken voor internationaal beschermden, in afwachting van een transitie naar een eigen woonst."
De problematiek van erkende asielzoekers, die na hun erkenning doorstromen naar de zwaar overbelaste woningmarkt, baart mijn fractie zorgen. De regering spreekt nu over de ontwikkeling van noodplekken, maar wij vrezen dat dit opnieuw een verkapte manier is om de instroom en de blijvende aanwezigheid van asielzoekers te faciliteren, zonder de fundamentele problemen aan te pakken.
Mevrouw de minister, wanneer komen die noodplekken er? Gaat het over voorzieningen van bed, bad en brood of alleen, en dat is al meer dan genoeg, over een woning? Over hoeveel plekken gaat het?
Hoe zult u garanderen dat die tijdelijke noodplekken niet uitgroeien tot permanente structuren, die de asielproblematiek verder bestendigen in de plaats van oplossen?
In welke mate worden de kosten van de noodopvangplekken doorgeschoven naar de lokale besturen en dus naar de belastingbetaler?
Hoe verantwoordt u het dat vele Vlamingen al jaren op een wachtlijst staan voor een sociale woning, terwijl er voor erkende asielzoekers noodplekken worden gecreëerd?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Vandemaele, de transitie wordt nog steeds georganiseerd via het LOI-netwerk (lokale opvanginitiatieven). Op dit moment bestaat dat netwerk uit 3.960 plaatsen. Zoals u weet, verblijven zowel asielzoekers als personen die internationale bescherming hebben gekregen in deze LOI’s.
Ik heb mijn diensten gevraagd om een afbouwplan op te starten, conform het regeerakkoord. Prioritair is de afbouw van de hotelopvang. Daarna zullen de LOI-plaatsen stelselmatig worden afgebouwd.
Er wordt bekeken hoe het opvangmodel en de transitie kunnen worden herdacht. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met het volgende: het organiseren van de transitie voor bepaalde specifieke doelgroepen, zoals niet-begeleide minderjarige vreemdelingen; de mogelijkheid om de transitie binnen kleinschalige opvang te organiseren via alternatieve modellen; het onderhouden van reeds opgebouwde netwerken met het oog op de zoektocht naar huisvesting; en een verbeterde samenwerking met partners op het terrein rond het thema transitie en de toegang tot de woningmarkt.
Vlaanderen en Wallonië werden hierover reeds bevraagd. Samen met hen zal conform het regeerakkoord bekeken worden hoe de transitie van internationaal beschermden anders kan worden georganiseerd.
Mevrouw Van Belleghem, dit gaat niet over noodplaatsen die dienen om een tijdelijke verhoging van de uitstroom van internationaal beschermden op te vangen, maar over plaatsen die bedoeld zijn om personen die zich nog in het opvangnetwerk van Fedasil bevinden en die niet meteen eigen huisvesting vinden, tijdelijk onder te brengen. Zo krijgen zij de tijd om de overgang van een collectief centrum naar de private huizenmarkt te maken.
Ik engageer mij om dit, conform het regeerakkoord, steeds in overleg met en mits goedkeuring van de betrokken lokale besturen te laten gebeuren. Voor alle duidelijkheid, in tegenstelling tot sociale huisvesting bieden deze noodplaatsen geen duurzame verblijfsoplossing. Het is de bedoeling dat internationaal beschermden zo snel mogelijk een eigen verblijfsoplossing vinden. Dit zijn dus geen sociale woningen waarin zij de plaats zouden innemen van onderdanen die op een wachtlijst staan.
Matti Vandemaele:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Er zijn vandaag 3.960 plaatsen in LOI's , terwijl nog altijd 1.700 mensen op de wachtlijst staan. Ik denk dat het afbouwen van LOI's momenteel nog helemaal niet aan de orde is. Als ik u zo hoor, zal mijn suggestie er toch niet ver naast zitten. U zult die LOI's gewoon een andere naam geven. Het worden transitieplekken of iets dergelijks en daarmee is de kous af.
Ik moet zeggen dat ik daar niet rouwig om ben. Ik vind dat eigenlijk een heel goed idee. Ik denk dat experten, veldwerkers, betrokkenen, de organisaties die die mensen lokaal begeleiden en zelfs lokale besturen daar niet rouwig over zullen zijn. Het idee om LOI's af te schaffen, is namelijk een slecht idee.
Als u nu een oplossing hebt gevonden door die LOI's een andere naam te geven en iedereen tevreden te stellen, dan ben ik daar eigenlijk tevreden mee. Dat lijkt mij een dubbele winst. Bij een dubbele winst moet u nooit twijfelen. Gewoon doen, mevrouw de minister.
Francesca Van Belleghem:
Wanneer de heer Vandemaele zegt dat het een dubbele winst is, dan kan men zeker zijn dat het een verlies is. De essentie van het verhaal – en dat zal ik altijd blijven zeggen – is dat niet de instroom van asielzoekers naar de woonmarkt een probleem is, maar wel de instroom van asielzoekers naar dit land. Die instroom moeten we stoppen en aanpakken. Elk lokaal opvanginitiatief dat open blijft of wordt omgezet naar een andere plaats, blijft een sociale woning die men niet voor de eigen mensen kan gebruiken. Elke LOI, elke transitieplek voor asielzoekers is een sociale woning die we kwijt zijn, terwijl we er al zoveel tekort hebben. We moeten inzetten op meer sociale woningen, maar wel voor onze eigen mensen.
Het asielcentrum in Lommel
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toekomst en kostprijs van het asielcentrum in Lommel (Parelstrand), uitgebaat door Peter Gillis, waar het huurcontract tot 31 december 2025 loopt en onderhandelingen over verlenging nog gaande zijn. De jaarlijkse kosten bedragen 14 miljoen euro (2024) en 11,6 miljoen (2025), inclusief huur, onderhoud en personeel (62,7 VTE), maar exacte huurprijsdetails blijven onduidelijk door bureaucratische beperkingen. Van Belleghem kritiseert de hoge kosten ("massa is kassa") en eist transparantie, terwijl minister Van Bossuyt verwijst naar schriftelijke procedures zonder concrete verduidelijking over de exacte looptijd van de bedragen. Sluiting of behoud van het centrum blijft onbeslist, met frustratie over gebrek aan heldere communicatie.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, de buurtbewoners willen eindelijk duidelijkheid over het asielcentrum in Lommel. Vakantiepark Parelstrand in Lommel is eigendom van het tv-gezicht Peter Gillis, bekend van Familie Gillis: Massa is Kassa . Hij baat daar het asielcentrum uit.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de verlenging van het huurcontract? Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag blijkt dat het huurcontract op 31 december afloopt en dat er nog onderhandelingen aan de gang zijn. Zijn die onderhandelingen intussen afgerond? Zult u het asielcentrum sluiten of pleit u voor een verdere openstelling?
Kunt u ook bevestigen dat vorig jaar in Lommel pas na het verstrijken van het huurcontract een nieuwe overeenkomst werd gesloten?
Welke huurprijzen worden op dit moment in Lommel betaald voor het centrum? Graag had ik de maandelijkse huurprijs, de totale huurkosten voor 2024 en 2025 – voor zover dat al mogelijk is – en ook de totale kostprijs in het algemeen. De mensen willen weten hoeveel dat asielcentrum jaarlijks kost.
Wat is er precies in de huur inbegrepen en welke kosten komen daar nog bij? Bijvoorbeeld, bij de camping in Theux zagen we dat de afvalverwerking en dergelijke niet inbegrepen waren en dus nog extra moesten worden aangerekend. Ik krijg graag ook daarover een overzicht. Daarnaast willen we weten hoeveel voltijdsequivalenten er in het asielcentrum tewerkgesteld zijn.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, een aantal vragen die u stelt zijn eerder geschikt als schriftelijke vragen, maar ik zal er toch op antwoorden.
De gesprekken over een eventuele nieuwe huurovereenkomst voor het opvangcentrum in Lommel zijn momenteel nog lopende. De huidige overeenkomst met de eigenaar loopt inderdaad tot 31 december 2025. In het licht van de lopende onderhandelingen kan ik er voorlopig verder nog niet veel over kwijt.
Oorspronkelijk zou die huurovereenkomst aflopen op 30 juni 2025, maar het Agentschap heeft voor die datum het akkoord van de Inspectie van Financiën gekregen om een addendum te ondertekenen waarmee de looptijd werd verlengd tot eind 2025. Dat addendum is in werking getreden op 1 juli en werd tijdig door beide partijen ondertekend.
Wat de financiële kant betreft, de totale kostprijs voor Lommel bedraagt iets meer dan 14 miljoen euro voor 2024 en 11,6 miljoen voor 2025. Fedasil laat weten dat de maandelijkse huurprijzen enkel kunnen worden meegedeeld via de procedure inzake openbaarheid van bestuur.
In de totale huurkosten zijn verschillende posten inbegrepen, zoals buitenverlichting, onderhoud van de toegangspoorten, technische bijstand, bedlinnen, riolering, huisvuil, groenonderhoud, camerabewaking en grotere herstellingswerken, bijvoorbeeld aan het dak.
Tot slot, op 30 september 2025 telde het centrum in Lommel 62,7 voltijdsequivalenten aan personeel.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, de campinguitbater stelt het eigenlijk treffend. "Massa is kassa" zegt Peter Gillis altijd, en in het asielcentrum Parelstrand geldt dat ook. Massa is kassa en de belastingbetaler betaalt. Dat is de zure en zware realiteit.
Ik vind 14 miljoen euro voor 2024 en 11,6 miljoen voor 2025 een waanzinnige kostprijs. Kunt u mij zeggen of dat voor het volledige jaar 2025 is, of enkel tot nu? Het maakt immers een groot verschil als we er nog een paar miljoen moeten bij tellen of niet.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, dat is het nut van schriftelijke vragen. Ik stel voor dat u dat schriftelijk opvraagt.
Francesca Van Belleghem:
Ik wilde gewoon weten tot welke datum dat geldt. Ook in antwoorden op schriftelijke vragen zet u er de datum niet altijd bij. Ook een schriftelijke vraag stellen over de kostprijs heeft blijkbaar niet veel nut, want als ik de cijfers opvraag voor 2025, zegt u niet tot welke datum het precies loopt, maar zegt u “voor 2025”. Ook in schriftelijke vragen word ik dus met hetzelfde geconfronteerd. Ik zal de vraag opnieuw indienen.
De risicoanalyse van het geplande asielcentrum in Schilde
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen (gemeenteraadslid) beschuldigt minister Van Bossuyt en Fedasil van gebrek aan transparantie over het asielcentrum in Schilde, met verzwijging van ernstige incidenten (zoals moord door een Deurnse bewoner), onjuiste communicatie (huurtermijn van 3 jaar vs. 4+ jaar, doelgroepbreedte) en gebrek aan lokaal overleg. De minister ontkent leugens, benadrukt nultolerantie voor agressie, bevestigt formele informatie aan de gemeente (mei 2025) en wijst op politieverantwoordelijkheid voor risicoanalyse-fouten, maar belooft gedetailleerd incidentenoverzicht na te leveren. Dillen houdt politie en burgemeester medeverantwoordelijk voor onjuiste rapportage. Vertrouwen herstellen blijft onopgelost.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de inwoners van Schilde en 's-Gravenwezel hebben het vertrouwen in u en in Fedasil volledig verloren. Naar aanleiding van de komst van het asielcentrum in Schilde werd een risicoanalyse uitgevoerd, die ernstige vragen oproept over de betrouwbaarheid en de intentie van Fedasil om de gemeenteraad en de bevolking correct te informeren.
Het betreft hoofdzakelijk interne meldingen of meldingen uit de onmiddellijke buurt. Ik geef enkele voorbeelden. Een bepaalde bewoner heeft zichzelf ernstig verwond en weigerde medische hulp. Na een eerdere ruzie raakte een andere bewoner hevig geëmotioneerd. Nog een andere bewoner werd agressief tijdens een gesprek met de directie. Er was tevens een hevige ruzie tussen twee bewoners. Ik zal niet de volledige lijst voorlezen, want ik neem aan dat u ondertussen ook op de hoogte bent. Dat zijn evenwel niet echt zaken waarvan de omwonenden wakker liggen.
Het is echter opmerkelijk, mevrouw de minister, dat een aantal ernstige incidenten in de risicoanalyse niet worden gemeld, zoals de moord gepleegd door een asielzoeker die in het asielcentrum van Deurne verbleef. De kritiek is dan ook terecht. Het is bovendien niet het eerste incident dat het vertrouwen ondermijnt. U en Fedasil hebben de beslissing genomen zonder voorafgaand overleg met het gemeentebestuur en de inwoners.
Daarnaast waren er ook de leugens over de beschikbaarheid van alternatieve locaties, het profiel van de toekomstige bewoners en het tijdelijk karakter van de huurovereenkomst. Aanvankelijk werd gezegd dat het ging om een huurovereenkomst van drie jaar, terwijl het in werkelijkheid om een overeenkomst van onbepaalde duur met een minimum van vier jaar blijkt te gaan.
Mevrouw de minister, kunt u uitleggen waarom er in dit dossier niet van in het begin transparant en correct werd gecommuniceerd?
Kunt u uitleggen waarom het gemeentebestuur niet vooraf over de beslissing werd geïnformeerd?
Kunt u een gedetailleerd overzicht geven van alle incidenten en strafbare feiten, van welke aard dan ook, sinds de opening van het asielcentrum in Deurne, op basis waarvan dan wel een correcte risicoanalyse kan worden gemaakt?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Dillen, u had het in uw ingediende vraag over de feiten die zich hebben voorgedaan sinds de opening van het asielcentrum in Schilde. Ik heb een antwoord voorbereid op die vraag.
Marijke Dillen:
Er werd een verbeterde versie gestuurd, mevrouw de minister. U hebt evenwel gelijk: in de haast van de redactie werd eerst Schilde vermeld, maar dat werd een halfuur later aangepast.
Anneleen Van Bossuyt:
Oké, dan beschik ik niet over de juiste versie. We zullen u het antwoord over dat laatste deel alsnog bezorgen.
Mevrouw Dillen, ik begrijp ten volle de gevoeligheid van dit dossier voor de buurt, het lokaal bestuur en de inwoners van Schilde in het algemeen. Het dossier is in de eerste plaats gebaat bij sereniteit en niet bij opruiende betogen. Ik betreur dan ook om in uw vraag valse beschuldigingen van leugens te lezen en daarom wil ik alles nogmaals op een rijtje zetten.
De risicoanalyse waarnaar u verwijst, werd uitgevoerd en gecommuniceerd door de politie, niet door mijn diensten. Het lokaal bestuur werd formeel geïnformeerd over de intentie om een medisch opvangcentrum in Schilde te openen. Dat overleg vond reeds plaats in mei 2025, ruim voor de ondertekening van de huurovereenkomst. De Belgische Staat en Fedasil wensen in alle openheid in gesprek te gaan met het lokale bestuur om eventuele bezorgdheden of vragen uit te klaren.
Wat de veiligheidssituatie betreft, heeft het agentschap zoals steeds open gecommuniceerd over incidenten van bewoners van het huidige opvangcentrum in Deurne. Het betreft meestal geregistreerde incidenten binnen het centrum, maar ook incidenten buiten het centrum waarvan het agentschap via buurtbewoners, politie of andere veiligheidsdiensten op de hoogte wordt gebracht. Ook de doodslag buiten het centrum in de Seefhoek te Antwerpen, waarvan een voormalige bewoner van Deurne wordt verdacht, werd op meerdere momenten besproken in overleg met het gemeentebestuur en de diensten. Het incident werd bovendien expliciet vermeld in de gedetailleerde incidentenrapportering die aan de politie werd bezorgd.
Verschillende media hebben bericht over dat incident; het werd dus geenszins verzwegen.
Meer algemeen hanteert het agentschap inzake veiligheid een strikt huishoudelijk reglement, dat door alle bewoners van het opvangcentrum moet worden nageleefd. Overtredingen leiden tot sancties, gaande van een verwittiging tot een uitsluiting van opvang. Dat wordt tijdens mijn beleidsperiode strikt toegepast in de centra van Fedasil. Fedasil hanteert een nultolerantiebeleid op het vlak van agressie tegenover medebewoners, personeel en andere personen. Wie zich aan dergelijk gedrag schuldig maakt, heeft in het opvangnetwerk geen plaats. Daarnaast is er dag en nacht personeel aanwezig dat toeziet op een goed verloop en het voorkomen van overlast. Ten slotte sluit het agentschap in principe steeds een samenwerkingsprotocol met de lokale politie.
Tijdens het informatiegesprek werd eveneens uitgelegd dat het opvangcentrum in Deurne zal sluiten en dat het opvangcentrum in Schilde de nodige vervangcapaciteit zal bieden. De minimale contractduur bedraagt vier jaar, waarin de periode die nodig is voor de verbouwingen en de opstart reeds is meegerekend. De effectieve gebruiksduur als opvangcentrum is dus korter dan vier jaar.
Het agentschap heeft wel degelijk verschillende alternatieve locaties onderzocht. Tijdens het informatiegesprek op 26 mei 2025 heeft het agentschap ook de doelgroep toegelicht: het opvangcentrum in Schilde betreft een medisch opvangcentrum, met verschillende opvangplaatsen voor zorgbehoevende asielzoekers en hun gezinnen, evenals een beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen. Spreken over leugens, gaat dus echt te ver.
Mevrouw Dillen, u verwees naar het feit dat het centrum nog niet geopend is, maar dat heb ik daarnet toegelicht. In het vooruitzicht van de opening van het nieuw medisch opvangcentrum te Schilde heeft de lokale politie Voorkempen reeds informatie ingewonnen bij omliggende politiezones met een gelijkaardig opvangcentrum op hun grondgebied, inclusief plaatsbezoeken aan de opvangcentra van Kapellen, Broechem en Deurne.
De veiligheid voor de buurt is voor mij een absolute prioriteit.
Marijke Dillen:
Dank u vriendelijk voor uw antwoord, mevrouw de minister. Aanvankelijk werd gezegd dat het over medische profielen en niet-begeleide minderjarigen zou gaan, maar uit de profielbeschrijving van Fedasil blijkt dat absoluut niet. Het gaat ook over gezinnen en over alleenstaande mannen. Dat zijn niet allemaal zieke alleenstaande mannen.
Bovendien, mevrouw de minister, werd er aanvankelijk gezegd – ook door Fedasil – dat het ging om een huurovereenkomst van drie jaar, zoals vermeld in de nota die aan het gemeentebestuur en de gemeenteraadsleden werd bezorgd. Dat blijkt niet het geval te zijn. Het gaat om een overeenkomst van onbepaalde duur met een minimum van vier jaar. Die is ingegaan op 1 september van dit jaar, waarbij de bedoeling is dat de asielzoekers daar vanaf 1 januari zullen kunnen gaan wonen. Alleen tijdens die eerste vier maanden zal het dus misschien wat minder zijn.
Mevrouw de minister, ik had graag duidelijkheid gekregen van u. U zei dat het gemeentebestuur formeel is ingelicht in mei van dit jaar, vóór de ondertekening, maar niet voorafgaand aan de beslissing van Fedasil. Dat heb ik uit uw antwoord begrepen. Daarnaast zei u – dat vind ik zeer belangrijk – dat alle informatie over strafbare feiten of incidenten van welke aard ook, dus ook de zware, telkens op gedetailleerde werd bezorgd aan de gemeente. Ik weet dus wat me te doen staat als ik straks thuis ben, want dat betekent concreet – al valt dat uiteraard niet onder uw verantwoordelijkheid – dat het de verantwoordelijkheid is van de burgemeester, die het hoofd van de politie is. De politie heeft dus vorige maandag tijdens de raadscommissie over de risicoanalyse totaal foutieve informatie verstrekt. De politiecommissaris deed immers alsof zijn neus bloedde toen het ging over ernstige incidenten.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik wil kort toelichten wat ik daarover heb gezegd. Ik heb aangegeven dat de doodslag buiten het centrum in de Seefhoek, waarvoor een voormalige bewoner van Deurne in verdenking is gesteld, op meerdere momenten besproken werd in overleg met het gemeentebestuur en de betrokken diensten. Dat specifieke incident in de Seefhoek werd expliciet vermeld in de gedetailleerde incidentenrapportering die aan de politie werd overgemaakt.
Marijke Dillen:
In het kort, u geeft aan dat u de juiste vraag niet had ontvangen. Dat was een vergissing, dat neem ik u dus niet kwalijk. Ik neem aan dat u mij die informatie spoedig zult bezorgen; vermoedelijk betreft dat het gedetailleerde incidentenoverzicht. Dank u, voorzitter, en dank u, mevrouw de minister.
De aangekondigde afbouw van het aantal asielopvangplaatsen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens storm Benjamin waarschuwt El Yakhloufi (Vooruit) dat asielzoekers zonder opvang op straat dreigen te belanden, ondanks het regeerakkoord dat dit onaanvaardbaar noemt, en vraagt garanties voor voldoende opvang, vooral in de winter. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de instroom daalt (38% in oktober), de hotelopvang stapsgewijs wordt afgebouwd en via de *Brusselsdeal* 2.000 plaatsen gefinancierd worden—genoeg om de wachtlijst weg te werken—maar eist dat het gewest deze plekken officieel erkent, terwijl ze stelt dat *niemand op straat hoeft* als de regels worden gevolgd. El Yakhloufi relativeert de daling (gelijk aan EU-gemiddelde) en houdt de minister aan haar belofte dat *opvang gegarandeerd* blijft, met nadruk op *menswaardige procedures*. De kern: spanning tussen afbouw opvang en de plicht om dakloosheid te voorkomen, met wederzijds vertrouwen in de dalende cijfers maar verschil over de urgentie van menselijke opvang.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, het is code oranje. Het KMI roept de mensen op om thuis te blijven, totdat storm Benjamin over ons land is getrokken. Andere mensen, asielaanvragers, kunnen dat niet. Zij moeten vannacht op straat slapen, want zij krijgen geen opvang. Toch lees ik vandaag opnieuw dat u gerechtelijke uitspraken naast u zult neerleggen. Ik lees vandaag opnieuw dat u meedeelt dat u de opvang zult afbouwen. Dergelijke uitspraken maken mij heel bang. Het baart mij zorgen.
Het regeerakkoord is heel duidelijk. Daarin staat: het is onaanvaardbaar dat we mensen op straat laten slapen. Ja, we willen werk maken van de afbouw van de opvang, maar de absolute voorwaarde in het regeerakkoord is een structurele daling van de instroom.
We zijn nu twee maanden ver. De instroom is verminderd, maar twee maanden is niets. Ik weet niet of u sportief aangelegd bent, maar als we twee maanden gaan lopen, zijn we nog niet klaar om een marathon te lopen. Dat is niet realistisch.
U kondigt die daling op alle vlakken aan. Iedereen is het erover eens dat we terug grip op de migratie willen krijgen, maar dat moet onder bepaalde voorwaarden gebeuren. Dat betekent dat we een realistische beleid moeten voeren en dat we dat op een menselijke manier moeten doen. Daarom zit Vooruit ook mee in deze regering.
Mevrouw de minister, daarom heb ik schrik voor de maanden die eraan komen, voor de winterperiode. Ik heb één vraag voor u. Zult u voor voldoende opvang zorgen, zodat er geen mensen op straat hoeven te slapen, wat een taak is voor ons als overheid?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, eerst ga ik in op de dwangsommen. In de ingediende tekst van uw vraag zie ik 15.000 staan. Ik kan u zeggen dat van de openstaande dwangsommen slechts een fractie dateert van de huidige legislatuur.
De instroom van asielzoekers naar België is sinds de start van deze regering aanzienlijk gedaald. U weet dat het prognosemodel had voorspeld dat we dit jaar zonder maatregelen 50.000 asielaanvragen zouden krijgen. Dankzij onze maatregelen zitten we op de juiste koers en nu moeten we vooral blijven doorzetten. In september daalde het aantal aanvragen met 21 % en in oktober, op basis van de huidige prognoses, bedraagt de daling zelfs 38 %. Daarmee doen we het beter dan de Europese cijfers. De cijfers gaan dus de goede richting uit. Zoals in het regeerakkoord is voorzien, voer ik stap voor stap de afbouw van de hotelopvang uit. Het is voor ons belangrijk dat de opvang menswaardig maar sober is. Ook dat is overigens afgesproken. De opvang van asielzoekers in hotels zendt het verkeerde signaal uit.
Binnen de Brusselsdeal betaalt de federale overheid voor 2.000 plaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Van de wachtlijst uit de vorige legislatuur, waarop meer dan 4.000 mensen stonden, is dus in principe geen sprake meer. Momenteel staan er 1.820 mensen op de lijst, terwijl wij 2.000 plaatsen financieren via de Brusselsdeal. De wachtlijst uit de vorige legislatuur bestaat dus in principe niet meer. Het wordt dringend tijd om het gesprek over die plaatsen aan te gaan. Als wij die financiering immers op ons blijven nemen, moeten we die ook officieel op ons conto kunnen zetten.
Met de regering zetten we in op orde en controle. Geen enkele asielzoeker moet vandaag op straat slapen, zolang die onze wetgeving volgt. Er is nog werk aan de winkel, maar de kentering is ingezet.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, we willen allemaal hetzelfde. Wij en de regering hebben al duidelijk gezegd dat we terug grip willen krijgen op migratie. Nogmaals, dat zal op een realistische en eerlijke manier moeten gebeuren. Ik wil voor alle duidelijkheid ons werk niet minimaliseren, maar de dalende trend zien we in heel Europa. Wij staan niet sterker dan Europa.
Anneleen Van Bossuyt:
Toch wel. (…)
Achraf El Yakhloufi:
België kent een gelijke of zelfs mindere daling.
Mevrouw de minister, ik wil naar oplossingen zoeken. Daarom zit Vooruit in deze regering. We moeten ervoor zorgen dat we grip krijgen op migratie. Dat doen we door snellere en betere procedures, zodat mensen realistisch en op een menselijke manier worden opgevangen. Dat is onze taak. Zodoende krijgen de mensen er vertrouwen in dat we migratie beter stroomlijnen. Ik geloof daarin en ik zal daar ook op toezien.
U hebt mij beloofd dat er niemand op straat zal slapen. Mijn partij Vooruit en ik zullen erop toezien dat dat ook effectief gebeurt.
Voorzitter:
Hierbij sluit ik deze vragensessie af.
De terugkeer naar Afghanistan
De terugkeer van Afghanen
Onderhandelingen met de taliban over ons asielbeleid
De gedwongen terugkeer naar Afghanistan
De oplossingen voor Afghanen zonder verblijfsvergunning
De onderhandelingen met de taliban
Afghaanse terugkeer, asielbeleid en onderhandelingen met de taliban
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt (N-VA) wil Europese onderhandelingen met het talibanregime opstarten om afgewezen Afghaanse asielzoekers – zowel criminelen als illegalen – gedwongen terug te sturen, ondanks het wijdverspreide geweld, systematische mensenrechtenschendingen (vooral tegen vrouwen, LGBTQ+, ex-militairen) en het non-refoulementprincipe. Twintig EU-landen steunen dit initiatief, maar critici (UNHCR, oppositie) wijzen op het risico van foltering/executie en de morele paradox van samenwerking met een niet-erkend terroristisch regime. België keert momenteel niemand gedwongen terug (0/1.311 bevelen in 2024), terwijl 48% van de Afghaanse asielaanvragen wordt afgewezen – veel lager dan in Nederland (88%) of Duitsland (93%). Alternatieven zoals tijdelijk verblijf of gedoogbeleid (zoals in Duitsland) worden verworpen; de minister zet in op Europese druk en verscherpte terugkeermaatregelen, maar concrete resultaten (bv. illegalendatabank) blijven uit. Kernpunt: Veiligheidsargumenten (criminaliteit, terrorisme) botsen met juridische en humanitaire bezorgdheden, terwijl de praktische haalbaarheid (geen consulair contact, taliban-weigering) onopgelost blijft.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, u zegt dat u met het Afghaanse talibanregime wilt praten om de terugkeer van Afghanen mogelijk te maken. Aldus zou u onderhandelen met een terroristische organisatie. U wilt onderhandelen met een regime dat de deugdzaamheidswet heeft ingevoerd. Ter verduidelijking, die wet legt op dat vrouwen niet mogen studeren, werken of in het openbaar spreken, en dat zij niet alleen hun huis mogen verlaten. Vrouwen worden zodoende volledig onderdrukt en van hun vrijheid en identiteit beroofd. Voor mannen gelden eveneens strengere regels, onder meer over de lengte van de baard en het bijwonen van verplichte gebedsmomenten. Wie niet luistert, wordt opgepakt.
Hoe oordeelt u zelf over het leven onder het talibanregime? Voor ons is het duidelijk dat het een bestaan is met constante angst voor willekeurige arrestaties, zware lijfstraffen en openbare executies. Iedereen die buitenlandse troepen of de vorige regering steunde, wordt door de taliban als verrader beschouwd.
Ik sprak met verschillende Afghaanse mannen in België, mannen die in het leger zaten, bij de politie werkten of een kantoorfunctie bij de Amerikanen hadden. Uit angst voor wat de taliban hen zou aandoen, zijn zij naar Europa gevlucht. Ik zie hen nog voor mij, met foto’s in leger- of politie-uniform. Toch kregen veel van hen een negatieve beslissing op hun asielaanvraag, omdat er te weinig bewijs zou zijn. Het waren doodsbange mannen.
Mevrouw de minister, wat verwacht u dat er met hen zal gebeuren als zij worden teruggestuurd? Wordt er vooraf beoordeeld of zij bij terugkeer moeten vrezen voor hun leven? Is hun terugkeer in overeenstemming met het principe van non-refoulement?
Hebt u intussen alternatieven onderzocht?
Wat is er gebeurd met diegenen die vrijwillig naar Afghanistan terugkeerden?
De voorzitster : Collega’s, met uw goedvinden zal ik vandaag mijn vragen stellen vanop de voorzittersstoel.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, de pers berichtte dat u bezig bent met de vorming van een Europees front om met het Afghaanse talibanregime te onderhandelen over de terugkeer van illegale en criminele Afghanen. Onlangs vond een EU-overleg plaats tussen de migratieministers van verschillende Europese landen en de Europese Commissaris voor Migratie, Magnus Brunner. Het doel van dat overleg was een strenger migratiebeleid binnen de Europese Unie tot stand te brengen.
Een van de belangrijkste thema’s was de terugkeer van illegale en criminele asielzoekers naar landen als Afghanistan. In ons land krijgt 48 % van de Afghaanse asielzoekers effectief bescherming. Dat betekent dat meer dan de helft moet terugkeren. Een gedwongen terugkeer is momenteel echter onmogelijk. We hebben vernomen dat intussen 20 lidstaten hun handtekening hebben gezet onder een gezamenlijke brief aan de Eurocommissaris. Het draagvlak om deze problematiek kordaat aan te pakken is dus zeer groot. We moeten een oplossing vinden voor de struikelblokken waar wij en andere EU-landen tegenaan lopen. We merken ook op dat veel Afghanen, zowel binnen als buiten de asielcentra, als daders betrokken waren bij geweldsincidenten. In dit land is er geen plaats voor personen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Minister, enkel en alleen al in Brugge werden verschillende vrouwen lastiggevallen in het station door een Afghaanse onderdaan, die vervolgens in een gesloten centrum werd opgesloten. Een andere Afghaan pleegde in Roeselare een drievoudige moord. Daarover gaat het, collega Daems. Het gaat over mensen die geen enkel respect tonen voor degenen die hier op een vreedzame manier willen samenleven, onze onderdanen, de Vlamingen, in al hun verscheidenheid, en die dus zware criminele feiten plegen, gaande van slagen en verwondingen tot prostitutie en moord.
Minister, kunt u toelichting geven over het overleg met de Europese ministers en de Eurocommissaris? Welke landen nemen deel aan dat overleg? Wat waren de conclusies ervan? Welke Europese of nationale initiatieven zullen er worden genomen om de terugkeer te realiseren?
François De Smet:
Madame la ministre, il semble effectivement que, grâce au gouvernement Arizona, la Belgique soit désormais à la pointe du dialogue avec les Talibans puisque vous avez évoqué dans la presse la possibilité d’un dialogue avec les autorités de fait en Afghanistan, afin de permettre la reprise de ressortissants afghans déboutés du droit d’asile. Vous le rappellerez sans doute mais, en moyenne, un Afghan sur deux est débouté et un Afghan sur deux est reconnu. C’est une position qui a suscité de nombreuses réactions, tant sur le plan moral que sur le plan diplomatique, au vu du caractère répressif du régime taliban et des risques évidents encourus par les personnes concernées en cas de retour forcé.
Rappelons que les Talibans sont à la fois une organisation terroriste et une théocratie, qui dénie notamment une série de droits élémentaires aux femmes – cela est bien connu, ce n’est pas pour autant que les hommes y sont excessivement bien traités. On ne compte plus les exécutions publiques de soldats, de policiers, de fonctionnaires ou de personnes soupçonnées de collaborer avec le gouvernement précédent: des journalistes, des intellectuels, des enseignants, des chefs tribaux ou religieux considérés comme opposants sont régulièrement assassinés ou enlevés.
Pouvez-vous donc préciser la nature exacte des contacts envisagés avec les Talibans? On a vu que vous aviez aussi pris le lead au niveau européen. S’agira-t-il de discussions directes ou via des intermédiaires? De qui parle-t-on? Et je rebondis ici sur le petit débat qui a eu lieu entre les collègues De Vreese et Daems. Il est vrai que, dans un article, vous parlez de « criminels ». De mon côté, j’ai vu d’autres sources où l’on parle de toute personne déboutée du droit d’asile.
Pourriez-vous clarifier ce point : de qui parle-t-on exactement? Qui souhaitez-vous réellement renvoyer aux Talibans? Confirmez-vous qu’il s’agit de tout ressortissant afghan débouté du droit d’asile, sans exception? Cela pourrait-il donc également concerner des femmes? En effet, même si le taux de reconnaissance est beaucoup plus élevé pour les femmes – environ 96 % – il y a des femmes afghanes qui sont déboutées du droit d’asile et que donc, théoriquement, vous pourriez renvoyer aux Talibans. Comment, par ailleurs, conciliez-vous cela, qu’il s’agisse de criminels ou non, avec les obligations internationales de notre pays, concernant notamment le non-refoulement?
Francesca Van Belleghem:
Minister, op 1 oktober heb ik u ondervraagd over de terugkeer naar Afghanistan. U stelde toen: de pistes worden verder onderzocht; we doen het nodige achter de schermen, in alle discretie.
Op 2 oktober pakte u in alle nieuwskoppen uit met het nieuws dat u de Europese Commissie zou vragen werk te maken van de terugkeer van illegale Afghanen. De discretie die de dag daarvoor nog nodig was, was die dag blijkbaar helemaal niet meer nodig, waarschijnlijk omdat u de krantenkoppen wilde halen. Wat houdt u tegen het voorbeeld van Duitsland te volgen, dat zelf werk maakt van de terugkeer van illegale Afghanen? Tijdens de vorige commissievergadering wees ik u er al op dat Duitsland al 81 criminele Afghanen op een vlucht naar hun land van herkomst terugstuurde. Bovendien kondigde de Duitse regering aan dat het daarbij niet zal blijven. Ze liet ondertussen twee nieuwe Afghaanse consulaire beambten inreizen om de terugkeerreizen verder te ondersteunen.
Bent u van plan om naast de toepassing van het Europese plan, waarvan we weten dat het iets voor de lange termijn is, op korte termijn van de terugkeer van illegale Afghanen werk te maken? Tien jaar geleden al berichtte men in Het Nieuwsblad dat men aan het Europese front aan het werken was aan een plan om illegale Afghanen terug te sturen, maar we weten allemaal dat, als de Europese Commissie initiatieven aankondigt, daar nooit iets van komt of dat het minstens veel te lang duurt. Waarop wacht u om er zelf werk van te maken?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, begin oktober kondigde u aan dat u in gesprek wou gaan met de taliban met betrekking tot de terugkeer van Afghanen in onwettig verblijf en overlegde u daarover met de Europese migratieministers en de eurocommissaris in München. Daar kwam meteen vrij forse kritiek van UNHCR op wegens het risico van schending van het non-refoulementprincipe en van de mensenrechten en naar verluidt zouden 20 Europese collega’s schriftelijk uiting hebben gegeven aan dezelfde bekommering.
Ik stel vast dat de beschermingsgraad van Afghanen in ons land bijzonder laag is, namelijk 34,3 %, tegenover 88 % in Nederland en 93 % in Duitsland. Veel Afghanen bevinden zich in een uitzichtloze positie en vrijwillige terugkeer is vaak niet mogelijk, aangezien ze geen reisdocumenten of een laissez-passer verkrijgen. Er is nood aan terugkeerakkoorden met verschillende landen, al is Afghanistan misschien wel een van de moeilijkste landen om dat mee te doen, toch als we onze principes over onder meer gendergelijkheid aan boord willen houden.
Er werd al verwezen naar Duitsland, maar dat is natuurlijk slechts een halve vergelijking. In Duitsland bestaat immers een systeem van gedoogsteun, waarbij Afghanen worden geduld op het grondgebied en tijdelijk toelating krijgen om er te wonen en te werken.
Kunt u bevestigen of uw initiatief alleen gaat over criminelen? Ik hoor collega’s zeggen dat het over criminelen gaat, maar ik lees soms dat het over Afghanen in het algemeen gaat. Is er daarbij sprake van een gradatie in criminaliteit? Komt iemand die een appel heeft gestolen – en ik zeg niet dat dat mag – of de openbare orde heeft geschonden tijdens een betoging, dan ook in aanmerking of is een bepaald niveau van criminaliteit vereist?
Hoe verliep uw overleg?
Hoe kunt u garanderen dat we de Afghanen die we terugsturen, niet rechtstreeks de folterkamers insturen? Dat kan volgens mij immers niet de bedoeling zijn.
Hoe kijkt u naar het Duitse gedoogsysteem?
Welke oplossingen ziet u voor Afghanen die zich hier in onwettig verblijf bevinden en buiten hun wil om niet kunnen terugkeren?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, vous avez récemment évoqué dans les médias la possibilité d'organiser l'expulsion forcée de ressortissants afghans. Or l'Afghanistan est dirigé par un régime totalitaire, islamiste et fondamentaliste, depuis la prise du pouvoir par les talibans en août 2021. Aucun É tat membre de l'Union européenne, y compris la Belgique, ne reconnaît ce régime. Celui-ci est tellement odieux et infréquentable que toute coopération consulaire est exclue, notamment la collaboration en vue de l'identification et du retour forcé des personnes qui ont fui ce régime.
La situation sur place est dramatique, en particulier – mais pas seulement – pour les femmes. Selon Afghan Witness, 332 femmes et filles ont été tuées entre janvier 2022 et juin 2024. Plus de 800 cas de violences fondées sur le genre ont également été recensés. Le rapporteur spécial des Nations Unies signale des violences sexuelles, des tortures, des détentions arbitraires visant celles qui ne respectent pas le port du voile. À ce jour, 1 500 femmes ont été emprisonnées par le régime des talibans. Par ailleurs, les personnes LGBT ainsi que les minorités ethniques et religieuses continuent d'être persécutées.
Dans ce contexte, envisager des retours forcés soulève des questions de respect des droits fondamentaux, en particulier celui de l'article 3 de la CEDH qui interdit l'expulsion d'une personne vers un lieu où elle risque d'être soumise à la torture ou à des traitements inhumains ou dégradants. Le HCR recommande, du reste, la suspension de tout retour forcé vers l'Afghanistan.
Pour justifier ces mesures, vous parlez dans la presse de l'expulsion de personnes ayant commis des crimes particulièrement graves. L'interdiction de la torture et des mauvais traitements s'applique à tout le monde, sans distinction, par exemple aux exilés qui ont sombré dans la délinquance en consommant des stupéfiants, parfois après de longs mois passés à la rue parce que la Belgique ne leur a pas garanti l'accueil pendant la demande d'asile. N'oublions pas non plus que les personnes en séjour précaire telles que les demandeurs d'asile vont déjà écoper statistiquement de peines plus lourdes, échappant aux sursis et aux aménagements de peine en raison de l'instabilité de leur séjour en Belgique.
Madame la ministre, votre prédécesseur Theo Francken s'était tristement illustré en 2017 en annonçant l'arrivée en Belgique d'une mission d'identification soudanaise qui allait permettre au régime soudanais d'identifier des exilés présents en Belgique en vue de leur rapatriement forcé par les autorités belges. On se souvient de cette photo sur laquelle M. Francken posait tout sourire aux côtés du chef des services secrets de l'ex-président soudanais Omar el-Bechir, qui est aujourd'hui incarcéré pour crime de guerre.
On vous sent enthousiaste de marcher dans les pas de votre prédécesseur mais vous avez un désavantage par rapport à lui, madame la ministre. Cela risque d'être compliqué de trouver un haut gradé taliban qui acceptera de poser en photo en serrant la main d'une femme. Voilà, coup dans l'eau!
L'affaire Francken avait donné lieu à une enquête du CGRA qui avait conclu, sans surprise, que ces missions d'identification n'offraient absolument pas les garanties suffisantes du respect de l'article 3 de la CEDH.
Madame la ministre, la Belgique ne devrait-elle pas plutôt accueillir les personnes qui ont fui le régime de terreur des talibans, plutôt que de les livrer à ces autorités sans scrupules? Sur quelle base juridique la Belgique pourrait-elle organiser des retours vers un régime qu'elle ne reconnaît pas et avec lequel elle n'a aucun lien consulaire officiel? Si c'est votre intention d'expulser uniquement des personnes ayant commis certains crimes, quels critères seront suivis par votre administration pour déterminer la gravité des faits commis? Et, pour éviter qu'une personne ne soit expulsée vers les talibans à la suite de faits mineurs, une évaluation individuelle des risques sera-t-elle systématiquement mise en œuvre pour chaque personne concernée? Avec quelles garanties et quels recours légaux? Enfin, quelles garanties concrètes pourraient selon vous être obtenues quant à la sécurité et au traitement des personnes expulsées dans un tel contexte de violation massive des droits humains?
De voorzitster : Bedankt, collega Schlitz. Ik zou wel willen vragen om de spreektijd te respecteren. Ik denk dat andere collega’s ook wel 2 minuten extra zouden willen hebben. Ik ben nu zeer tolerant geweest, maar ten opzichte van de andere collega’s is het correct om te proberen zich aan de timing te houden. Ik stel me flexibel op als het een paar seconden meer is, maar hier ging het om bijna 2 minuten.
Mevrouw de minister, aan u het woord om te antwoorden op de vele vragen.
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel, mevrouw de voorzitster. Beste leden, de vele vragen die u gesteld hebt, tonen aan dat het debat dat ik op Europees niveau op gang heb getrokken, leeft.
Dat is natuurlijk niet onlogisch. Verschillende parlementsleden hebben er al naar verwezen dat minder dan de helft van de Afghanen die in België een verzoek om internationale bescherming indienen, ook effectief die bescherming krijgt.
Cela signifie que le CGRA, une instance indépendante, estime que ces personnes ne craignent pas de persécutions au sens de la Convention de Genève relative au statut des réfugiés et ne remplissent pas non plus les conditions pour bénéficier de la protection subsidiaire. Le CGRA considère donc lui-même qu'il n'existe aucun risque de violation du principe de non-refoulement. Ces décisions sont d'ailleurs confirmées en appel par le Conseil du Contentieux des Étrangers.
Ik wil er ook op wijzen dat de Dienst Vreemdelingenzaken aan uitgeprocedeerde asielzoekers een bevel tot het verlaten van het grondgebied aflevert. Ook dat bevel is gemotiveerd op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarnaar sommigen onder u verwijzen. Deze beoordeling gaat bovendien ruimer dan degene die reeds door het CGVS werd uitgevoerd, aangezien die beperkt is tot de nood aan internationale bescherming. Ook deze beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken doorstaan systematisch de rechterlijke toets van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Zoals u weet, kan tegen de terugkeerbeslissing zowel een annulatie- als een schorsingsverzoek worden ingediend. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om bij de burgerlijke rechter dringende en voorlopige maatregelen te vragen via een procedure in kort geding. Nadien is de conclusie heel duidelijk, deze mensen hebben geen nood aan bescherming en hun terugkeer vormt geen schending van het non-refoulementbeginsel, noch van artikel 3 van het EVRM.
Ik lees uiteraard ook de reacties en de stemmingmakerijen – wat hier daarnet trouwens opnieuw gebeurde – alsof wij vrouwen en kinderen in de armen van de taliban zouden duwen. Dat is uiteraard niet het geval, want het zijn net meestal zij die behoren tot de helft van de verzoekers die wél een beschermingsstatuut krijgen.
Wanneer we vaststellen dat afgewezen Afghanen, die illegaal op het grondgebied verblijven en een terugkeerverplichting hebben, moeilijk kunnen worden teruggestuurd naar Afghanistan sinds de regimewissel en we de afgelopen tijd verschillende gewelddadige incidenten hebben gezien – waarnaar mevrouw De Vreese verwees – acht ik het mijn plicht als minister van Asiel en Migratie om een oplossing te zoeken in het belang van onze samenleving en de veiligheid ervan. In die optiek is een gedoogbeleid, zoals sommigen suggereren, geen optie. Wanneer terugkeer moeilijk is, moeten we daarvoor oplossingen zoeken en ons niet zomaar neerleggen bij de situatie of een vorm van regularisatie of gedoogbeleid voeren.
Ik heb de discussie over de terugkeer naar Afghanistan daarom op Europees niveau opgestart. Ik heb daarover inderdaad overleg gehad met Europees commissaris Brunner en ik heb de problematiek ook op tafel gelegd tijdens de Munich Migration Summit, waarnaar de heer Vandemaele verwees, die werd georganiseerd door de Duitse minister Dobrindt. Dat was dus geen algemene ministerraad van de ministers van Binnenlandse Zaken of van Asiel en Migratie, maar een overleg in beperkte kring. In München waren Duitsland, Zwitserland, Zweden, Polen, Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Luxemburg aanwezig, evenals wij als Belgische delegatie en commissaris Brunner.
Ik heb daar vastgesteld dat er heel veel steun was voor mijn voorstel. Ik heb dat vervolgens breder opengetrokken op Europees niveau via een brief aan commissaris Brunner. De brief werd door twintig landen ondertekend. Mijnheer Vandemaele, u hebt het over ‘een twintigtal’, maar het gaat effectief om twintig landen. Dat betreft dus een heel ruime meerderheid.
Collega’s, jullie vroegen over welke landen het gaat. In alfabetische volgorde gaat het om België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Tsjechië en Zweden. Ook Duitsland, dat al resultaten heeft geboekt, verleent dus zijn volledige steun. Zoals mevrouw Van Belleghem reeds heeft vermeld, heeft Duitsland inderdaad al resultaten geboekt. Het feit dat Duitsland de vraag ondersteunt, toont echter aan dat dat land het belang inziet van het gebruik van de Europese hefboom.
Ik kies inderdaad bewust voor Europese samenwerking. Dat is volgens mij de meest logische en ook de oplossing met de grootste kans op succes. Het gaat immers om een gezamenlijke strategie waarmee wij meer diplomatiek gewicht in de schaal kunnen leggen. Dat zal meer opleveren dan een versnipperde aanpak.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
In uw communicatie in de pers de laatste weken was u niet duidelijk. U sprak niet alleen over Afghanen die voor criminele feiten waren veroordeeld, maar u had het ook over illegale óf criminele Afghanen. Ik denk dat het nu duidelijk is dat u beiden bedoelt, dus ook Afghanen zonder een wettelijk verblijf die geen criminele feiten hebben gepleegd. Dat vind ik echt heel problematisch, mevrouw de minister. Doelbewust mensen terugsturen naar een leven onder de taliban is op alle vlakken gewoon fout. De VN zegt daarover heel duidelijk dat de schendingen van mensenrechten er zo wijdverbreid en systematisch zijn, dat ze kunnen neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid. Met zo'n regime gaat u samenwerken. Dat is verwerpelijk beleid.
Al jaren verkeerden Afghanen hier in een juridisch limbo, een vacuüm tussen erkenning en terugkeer. Er zijn wel degelijk alternatieven. U kunt mensen uit Afghanistan een tijdelijk verblijf geven. U kunt hen de optie geven om hier een leven op te starten. In de plaats daarvan laat u hen gewoon in de steek en stuurt u hen in de handen van de taliban, zolang u er maar geen last van hebt. Nogmaals, dat is verwerpelijk beleid.
Maaike De Vreese:
Mevrouw Daems, u noemt dat verwerpelijk beleid. Dat mag u eens gaan uitleggen aan de slachtoffers en hun familie in Roeselare.
Mevrouw de minister, ik ben heel blij dat u uw taak ernstig neemt. Een minister van Asiel en Migratie moet inderdaad ook aan de component veiligheid denken, maar het gaat ruimer dan dat. Het is moeilijk om hier in de illegaliteit te overleven en mensen die dat doen, komen vaak in de criminaliteit terecht. Een goed migratiebeleid heeft als sluitstuk een terugkeerbeleid. Als twintig ministers, en niet de minste, dat initiatief ondersteunen vanuit de Europese Unie, dan toont dat weldegelijk aan dat de wil bestaat om tot een oplossing te komen, niet alleen voor illegale Afghanen, maar ook, en als absolute prioriteit, voor Afghanen die hier criminele feiten hebben gepleegd.
Collega’s, daarnaast, de toetsing van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gebeurt voor elke nationaliteit, dus ook voor de Afghanen. De diensten nemen dat heel ernstig. De minister heeft daarnet de volledige procedure uitgelegd, maar daar wordt, volgens wat ik in de repliek hoor, niet naar geluisterd. Het is blijkbaar niet zo leuk om hier te horen zeggen dat er in dit land zodanig veel grendels zijn om te verzekeren dat artikel 3 van dat Verdrag wordt gerespecteerd dat het op den duur bijna onmogelijk wordt om aan terugkeer te werken.
Mevrouw de minister, het is noodzakelijk dat u werkt aan een efficiënt en krachtig terugkeerbeleid en u geniet daarvoor ten volle onze steun.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. On y voit un peu plus clair. Comme souvent avec vous, il faut aller chercher vos réponses dans ce que vous dites, mais aussi dans ce que vous ne dites pas.
Vous n’avez pas réitéré vos propos sur les criminels. Vous avez parlé du taux de reconnaissance. Nous devons en déduire que nous sommes bien d’accord: vous ne visez pas seulement les criminels. Vous visez tous les ressortissants afghans déboutés du droit d'asile, a priori , hommes ou femmes, d'ailleurs.
Admettons avec vous que d'après le CGRA, ces personnes ne courent pas de danger, que l'article 3 ne serait pas enfreint et qu'il n'y aurait pas de problème, mais nous le vérifierons quand même. Il reste la question de principe, du fait que notre pays, avec ou sans autres pays européens, ne trouve pas que négocier avec les talibans soit problématique. Est-ce que vraiment, tout l'Arizona est raccord avec cela? Je cherche un député, MR ou Les Engagés, mais il n'y en a jamais sur ces questions, malheureusement. C'est une vraie question. Notre ministre des Affaires étrangères est-il d'accord avec le fait que la Belgique se mette à négocier, demain, avec les talibans?
Quant à la question de savoir s’il est scandaleux de renvoyer des criminels vers des criminels – puisqu'au fond, tout le monde est d'accord pour dire que le régime taliban est criminel –, on sent bien la petite musique de l’époque consiste à dire que ce ne serait pas si grave. Or, oui, en toute hypothèse, ça le serait quand même. Mais peu importe, puisque vous avez vous-même reconnu que ce n'est pas le fond du sujet. Il s'agit de tout ressortissant afghan débouté du droit d'asile, quels que soient les faits qu'il ait pu commettre ou non, et quel que soit éventuellement son genre.
Cette pétition de principe, même si on sent qu’il y a aussi une opération de communication vis-à-vis de l'opinion publique là-derrière et que la réalisation n'est pas pour demain, est tout de même préoccupante. Nous interrogerons donc aussi le ministre des Affaires étrangères.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik vraag u al acht maanden om werk te maken van de terugkeer van illegale Afghanen. U was voortdurend aan het onderzoeken hoe de piste via Istanboel kon worden verwezenlijkt, maar u kon daar nooit iets over zeggen. In plaats van de eigen piste te verwezenlijken, zegt u nu dat de Europese Commissie er werk van moet maken, maar het Europese front waarvan u spreekt, bestaat al tien jaar, zonder enig resultaat. Duitsland doet het zelf. Het wacht niet op de Europese Commissie en kan wel terugkeer organiseren.
Intussen stopt de toestroom naar ons land niet. In 2025 werden al 3.121 Afghaanse asielaanvragen ingediend, wat de grootste groep vormt. Ook de groep illegalen groeit dagelijks. Dit jaar werden al 1.311 bevelen om het grondgebied te verlaten uitgereikt aan Afghanen, maar er heeft geen enkele gedwongen terugkeer plaatsgevonden.
De oplossing ligt niet bij de Europese Unie, maar bij uzelf. U hoeft er niet langer over te discussiëren op Europees niveau. Dat is al gebeurd. U moet zelf handelen, zoals Duitsland dat doet. Bovendien heeft Duitsland aangeboden om ook onze illegale Afghanen terug te sturen. Wij konden mee op die vlucht. Duitsland heeft dat voorstel gedaan aan andere lidstaten, om illegale Afghanen terug te sturen. Het is dus bijzonder vreemd dat u daar nog geen gebruik van hebt gemaakt. Het heeft geen zin om er telkens opnieuw over te praten, het is tijd dat u er effectief werk van maakt.
Matti Vandemaele:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord, maar u blijft hangen in stoerdoenerij. U kunt u wel zeggen dat Afghanen het grondgebied moeten verlaten, maar als ze, zoals mevrouw De Vreese zegt, in de illegaliteit blijven rondhangen, dan zorgt dat natuurlijk voor problemen. Daarop hebt u eigenlijk niet geantwoord. U hebt enkel gezegd dat u tussentijds geen oplossing zult zoeken. Daarmee zegt u in feite: blijf maar rondhangen aan Brussel-Zuid, doe maar wat u wilt. U schuift enkel een oplossing op lange termijn naar voren.
Mevrouw de minister, u hebt niet gezegd dat het alleen over criminelen gaat, ondanks wat mevrouw De Vreese verklaarde, die voortdurend herhaalt dat het over criminelen gaat. Het gaat over iedereen zonder geldige verblijfstitel.
De taliban vormen een regime dat wij niet erkennen. Er geldt een negatief reisadvies voor landgenoten die naar dat land willen reizen en er is geen consulaire bijstand mogelijk.
Sta mij toe om uw collega Kanko te citeren: “Ik druk mijn diepste bezorgdheid uit over de mensenrechten in dat land en in het bijzonder over de rechten van vrouwen, meisjes en religieuze of etnische minderheden. Het is een regime van geweld en intimidatie tegen vrouwen, journalisten en iedereen die anders denkt.”
Als men met zo’n regime moet onderhandelen om een terugkeerbeleid vorm te geven, dan is er volgens mij een ernstig probleem.
Wij zijn als partij niet tegen een terugkeerbeleid. Een terugkeerbeleid zal altijd het sluitstuk vormen van een rechtvaardig migratiebeleid, absoluut. Als uw eerste gesprekspartner evenwel de taliban is, dan hebben we echt een probleem en hebt u de bodem volledig uit het vat geslagen wat morele principes betreft.
De voorzitster : Collega Vandemaele, omdat u mij vermeld hebt, wil ik toch iets rechtzetten. Ik heb daarnet ook verwezen naar criminele Afghanen en illegale Afghanen die zich in dit land bevinden. U verwijst naar verschillende minderheidsgroepen die etnische minderheden zijn en duidelijk onder de Conventie van Genève vallen, en dus onder die erkenningsgraad.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de voorzitster, ik vind dat u nu uw boekje te buiten gaat. U bent nu voorzitter van de commissie en u moet gewoon de debatten faciliteren. U moet mijn antwoord of repliek niet corrigeren. Beperk u tot het modereren van het debat als voorzitter, punt.
De voorzitster : Ik heb net aan de diensten gevraagd of er in de commissie iets bestaat als een ‘persoonlijk feit’. U hebt mijn naam genoemd en mij verkeerd weergegeven. Ik had gevraagd of ik daarover mocht tussenkomen. Als dat niet blijkt te bestaan, zal ik dat in het vervolg niet meer doen.
Matti Vandemaele:
Op basis van welk artikel in het Reglement zou dat zijn? Zoiets als een persoonlijk feit bestaat niet in de commissie.
De voorzitster : Ik zal het even nakijken, maar u had mij vermeld, en ik geef enkel correct weer wat ik daarnet heb gezegd. U had mij niet correct geciteerd.
Sarah Schlitz:
La façon dont se déroule cette commission est un peu surprenante pour quelqu'un qui n'y siège pas chaque semaine. La présidente pose des questions depuis le banc de la présidence et interrompt ensuite les députés. Ce n'est pas tout à fait orthodoxe comme manière de présider, madame la présidente.
Bref, revenons-en au sujet qui nous occupe aujourd'hui. Nous avons pu comprendre dans vos réponses, madame la ministre, que vous visez tous les ressortissants afghans qui sont déboutés du droit d'asile. Cela signifie que n'importe quel réfugié qui n'a pas reçu la protection internationale pourrait être renvoyé. Nous sommes déjà dans un système complètement absurde qui déboute des personnes du droit d'asile alors qu'elles ne sont pas renvoyables. Or, aujourd'hui, on sait à quel point il est ultra nécessaire de faire en sorte que ces profils-là soient acceptés le plus vite possible dans le circuit pour pouvoir se former, trouver un emploi et reconstruire leur vie après les violences extrêmes et la traversée extrêmement difficile qu'ils ont dû effectuer pour arriver dans notre pays. Pour moi, la place d'un réfugié afghan est dans une classe de français ou de néerlandais, pas dans un centre fermé, pas dans un avion pour retourner vers un régime complètement autoritaire qui a de très fortes de chances de lui ôter la vie.
Vous vous vantez, madame la ministre, de vous ranger aux côtés de la Hongrie, de l'Italie de Mme Meloni, mais tout cela, vous le faites avec le mandat de votre majorité. Je vois que Les Engagés nous ont rejoints dans cette commission. Madame Pirson, donnez-vous mandat à Mme la ministre pour être le moteur au niveau européen afin d'engager des discussions avec le régime des talibans? Agit-elle bien dans le cadre du mandat que vous lui accordez? C'est la question que nous nous posons tous. Que fait le MR et que font Les Engagés dans ce dossier? Comment est-ce possible? Comment pouvez-vous amener la Belgique sur ce terrain-là? Franchement, je ne comprends pas. Nous continuerons à interroger aussi M. Prévot sur ce sujet. Je vous remercie.
De voorzitster : Mevrouw Schlitz, uw verwijten pik ik niet.
Ik heb aan het begin van de vergadering aan de leden van de commissie gevraagd of het voor hen goed was om mijn vragen hier vooraan op de voorzittersstoel te stellen. Ik vervang de heer Depoortere, die hier vandaag niet aanwezig kon zijn. Daarover is geen enkele opmerking gekomen. Trouwens, ook de heer Depoortere vraagt dat stelselmatig. Wij werken steeds op die manier hier in de commissie.
U was zelf te laat. Het is dan ook compleet ongepast, wanneer u zelf volledig over uw spreektijd bent gegaan, dat u hier dergelijke opmerkingen maakt.
Mijnheer Vandemaele, ik heb de vraag gesteld aan de diensten of een en ander kon. Zij zoeken dat nu uit. Indien blijkt dat het niet kan om te reageren op een antwoord wegens een persoonlijk feit, zullen wij dat absoluut niet meer doen.
Wij gaan nu over naar interpellatie nr. 56000149i van mevrouw Van Belleghem over de verijdelde terroristische aanslag.
Mevrouw Schlitz, de discussie is afgerond.
Sarah Schlitz:
Si Mme la présidente veut faire un incident, je vais répondre. Elle a surenchéri alors qu’elle pouvait choisir de clore l’incident. Je suis donc obligée, pour le rapport, de corriger ce qui est dit.
J’étais en commission des Affaires sociales parce qu’énormément de commissions se déroulent simultanément. Je suis arrivée à temps pour ma question (…)
De voorzitster : Collega Schlitz…
Sarah Schlitz:
Pouvez-vous me laisser terminer ma phrase?
De voorzitster : Mevrouw Schlitz, ik wil de vergadering graag voortzetten. De agenda van de commissie staat vast. Wat uw agenda is, is uw zaak. Ik kan alleen maar zeggen dat er in het begin van de commissie afspraken worden gemaakt. Ik heb alle begrip.
Sarah Schlitz:
Madame la présidente, vous avez fait la même chose avec mon collègue Vandemaele. Vous avez interrompu sa prise de parole en ouvrant votre micro. Ce n'est pas tout à fait correct. Vous pouvez simplement laisser terminer une phrase et permettre à la commission de se poursuivre.
Francesca Van Belleghem:
Op 9 oktober werden we opnieuw geconfronteerd met een verontrustende realiteit. Een jihadistisch geïnspireerde aanslag op premier De Wever en mogelijk ook op andere politici werd verijdeld. Bij huiszoekingen in Antwerpen werden drie jongvolwassenen opgepakt. Volgens informatie van VRT Nieuws gaat het om drie Belgen. De 18-jarige en de 24-jarige zouden van Marokkaanse herkomst zijn en de 23-jarige van Tsjetsjeense afkomst. Dit bewijst dat onze nationaliteitswetgeving veel te laks is.
De verijdelde aanslag is bovendien geen geïsoleerd incident, maar past in een zorgwekkend patroon. Het dreigingsniveau in ons land is, sinds de aanslag twee jaar geleden op de Zweedse voetbalsupporters door de illegaal Lassoued, verhoogd van niveau drie naar niveau vier. Dat betekent dat een terroristische aanslag mogelijk en waarschijnlijk is en dat de dreiging bovendien ernstig is. De verijdelde aanslag, maar ook veel andere criminele gebeurtenissen, leren ons twee zaken.
Ten eerste zijn vreemdelingen oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Het is overigens een schande dat daar niet beter over gepubliceerd en gerapporteerd wordt. In 2021 was 13,4 % van de bevolking niet-Belg, maar die groep was wel goed voor 36 % van de verdachten van criminele feiten en 28 % van de veroordeelden. Marokkanen, Turken, Congolezen, Algerijnen en Albanezen worden bij de niet-EU-burgers in absolute cijfers het vaakst veroordeeld, op de voet gevolgd door Afghanen. We zien dat ook aan de samenstelling van de gevangenisbevolking. Een op de drie gevangenen is illegaal en bijna de helft, zo’n 45 %, heeft niet de Belgische nationaliteit. Deze cijfers geven bovendien een onvolledig beeld, want ze spreken alleen over de nationaliteit en niet over de herkomst of de dubbele nationaliteit van individuen.
Dat is een tweede groot manco in ons beleid. Zodra vreemdelingen onze nationaliteit hebben gekregen, dit jaar zullen dat er wellicht 75.000 of meer zijn, verdwijnen ze uit de statistieken, ze worden dan gerekend als Belg, hoewel ze een vreemde herkomst hebben. In dit land mogen daarover geen statistieken worden bijgehouden of, erger nog, gebeurt dat gewoon niet. Mijn collega’s van het Vlaams Belang hebben of zullen andere bevoegde ministers hierover ondervragen via interpellaties, maar een aantal aspecten met betrekking tot de verijdelde aanlag hebben betrekking op asiel en migratie.
Kunt u bevestigen dat de drie verdachten de Belgische nationaliteit hebben, maar van buitenlandse herkomst zijn? Hebben zij onze nationaliteit verworven? Wat is de herkomst van deze individuen? Hoe verklaart u dat zij de Belgische nationaliteit hebben gekregen, maar zich alsnog hebben gekeerd tegen de samenleving die hen heeft opgenomen?
Betreft het personen van de eerste, tweede of derde generatie? Zijn het personen die naar hier zijn gekomen via asiel, gezinshereniging of reguliere migratie, of gaat het om in België geboren kinderen van migranten? Welke conclusies trekt u daaruit met betrekking tot het migratie- en integratiebeleid? In dit land, met gescheiden bevoegdheden, raakt men immers steeds aan de bevoegdheid van iemand anders, hetzij federaal, hetzij op het niveau van de deelstaten.
Welke maatregelen hebt u genomen om de vorming van parallelle samenlevingen tegen te gaan, die als voedingsbodem dienen voor extremisme en islamitisch extremisme? Welke concrete maatregelen hebt u genomen om de gebrekkige informatie-uitwisseling tussen de dienst Vreemdelingenzaken, politie, Justitie en inlichtingendiensten te verbeteren sinds uw aantreden? Waarom zijn er nog steeds hiaten in de opvolging van geradicaliseerde personen?
Mijn belangrijkste vraag is wellicht de volgende. Hoe ver staat het met de beloofde illegalendatabank? Het is inmiddels twee jaar geleden dat een aanslag werd gepleegd op Zweedse voetbalsupporters door een illegaal die al verschillende bevelen had gekregen om het grondgebied te verlaten. Ik heb u al schriftelijke vragen gesteld over die illegalendatabank. U antwoordde dat u ermee bezig bent. Wat is de stand van zaken met betrekking tot die illegalendatabank, die toentertijd door premier De Croo werd beloofd?
Hoeveel radicale of extremistische personen hebt u sinds uw aantreden daadwerkelijk uit het land verwijderd? Graag kreeg ik concrete cijfers en percentages.
Welke specifieke maatregelen neemt u tegen extremisme in asielcentra? Bestaat er een systematische screening en monitoring?
Meer algemeen, erkent u dat vreemdelingen in de criminaliteitscijfers oververtegenwoordigd zijn? Wat zult u daaraan doen? Zult u in de toekomst cijfers over de herkomst van mensen blijven bijhouden?
In Nederland bestaat er een uitstekende rapportage van dergelijke cijfers, waarmee men perfect de herkomst van bepaalde personen kan nagaan. Uiteraard gebeurt dit alles met respect voor de privacy van de betrokkenen. Daar weet men bovendien via welk migratiemotief men naar het land is gekomen. Wij zouden ook een dergelijk systeem moeten ontwikkelen. Bent u daarvan een voorstander of niet?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, er zijn veel vragen gesteld, dus ik heb ook een lang antwoord.
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik ook geschokt was door het nieuws over de plannen voor een terreurdaad tegen onze eerste minister, Bart De Wever, en andere politici, waaronder de burgemeester van Antwerpen, Els van Doesburg. Ik leef met hen mee en met hun familie, die daarbij ook wordt betrokken.
Hulde ook aan de betrokken veiligheidsdiensten voor het werk dat zij hebben geleverd om die terreurdaad te verijdelen. Dit bewijst de noodzaak om de veiligheid van alle burgers in ons land te verbeteren. Dat is een doelstelling die deze federale regering ten volle onderschrijft en waaraan ik, samen met mijn collega’s van Binnenlandse Zaken en Justitie, dagelijks werk.
Op uw eerste en tweede vraag kan ik u meedelen dat, in het belang van het onderzoek, persoonlijke en individuele informatie niet kan worden gedeeld. Het gaat wel om personen met de Belgische nationaliteit. Dit zijn dus vragen voor de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.
Wat uw vragen over radicalisering betreft, kan ik u meedelen dat wij met de federale regering tal van maatregelen nemen om radicalisering tegen te gaan en om geradicaliseerde personen of terroristen van ons grondgebied te verwijderen of hen bij binnenkomst te onderscheppen.
Specifiek binnen mijn bevoegdheden neem ik de volgende maatregelen. We voeren een levenslang inreisverbod in voor terroristen en geradicaliseerden die op de OCAD-lijst als entiteit A worden gekwalificeerd, wat nu neerkomt op de geregistreerde gevalideerde personen in de Gemeenschappelijke Gegevensdatabank Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces.
De duur van een inreisverbod voor zware criminelen wordt zoveel mogelijk opgetrokken. Sinds mijn aantreden is al aan een persoon een inreisverbod van 30 jaar opgelegd, wat neerkomt op levenslang. Dat was de eerste keer dat dit gebeurde.
Geestelijke beoefenaars van erkende erediensten moeten slagen voor een inburgerings- en taaltest om de gecombineerde vergunning te bekomen. Houden zij zich niet aan de taalvereisten, geven zij blijk van radicalisering en respecteren zij onze verlichte waarden en normen niet, zoals de gelijkwaardigheid van eenieder en de scheiding van kerk en staat, dan wordt hun verblijfsrecht ingetrokken en worden zij onmiddellijk en gedwongen het land uitgezet.
Daarnaast worden ook reeds verregaande stappen gezet om de woonstbetreding mogelijk te maken in het kader van de gedwongen terugkeer. Deze maatregel zal uitgevoerd worden ten opzichte van vreemdelingen die een bevel om het grondgebied te verlaten hebben gekregen en een gevaar vormen voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid wegens feiten van extremisme, radicalisering of terrorisme of die veroordeeld werden voor ernstige misdrijven.
De gronden van weigering, beëindiging en intrekking van het verblijf op basis van het gevaar dat uitgaat van de persoon en/of een veroordeling tot een gevangenisstraf worden waar mogelijk uitgebreid, zo ook de mogelijkheden voor de Dienst Vreemdelingenzaken om het onbeperkt verblijf na een intrekking van de status te beëindigen. De toepassing hiervan en de effectieve uitwijzing vormen een absolute topprioriteit van deze regering.
Vluchtelingen met subsidiaire bescherming en ook verzoekers om internationale bescherming die een gevaar vormen voor onze openbare orde of nationale veiligheid verliezen hun status of de mogelijkheid op een beschermingsstatuut.
Ook wanneer vreemdelingen ons grondgebied betreden, worden op verschillende manieren preventieve onderzoeken uitgevoerd naar signalen van terrorisme of radicalisering.
Bij de registratie van een verzoek om internationale bescherming worden bijvoorbeeld meerdere controles uitgevoerd. De verzoekers beschikken echter niet noodzakelijk over identiteitsdocumenten, waardoor de controles die de Dienst Vreemdelingenzaken kan uitvoeren eerder beperkt zijn en meestal gebeuren op basis van een verklaarde identiteit. Het SIS wordt ook geraadpleegd om na te gaan of de persoon niet geseind staat als niet-toelaatbaar op het grondgebied. In het geval van een meervoudige aanvraag wordt eveneens de Algemene Nationale Gegevensbank geconsulteerd.
De Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid screenen sinds september 2015 systematisch verzoekers afkomstig uit Syrië en Irak in het kader van de islamitische dreiging. Op 30 november 2015 heeft de DVZ gevraagd om de screening uit te breiden naar alle nationaliteiten. De DVZ bezorgt bovendien dagelijks lijsten met verzoekers om internationale bescherming aan de inlichtingendiensten ter controle in hun bestanden. De DVZ wordt op de hoogte gebracht wanneer er een hit is.
De screenings vormen geen definitief antwoord. De DVZ kan gedurende de hele procedure contact opnemen om een problematisch profiel te signaleren. Sinds 1 december 2015 ontvangt de federale politie namenlijsten van verzoekers voor screening en sinds 16 december 2015 controleert de politie ook de vingerafdrukken in haar databank.
Geradicaliseerde personen die illegaal in het land verblijven, worden zoveel mogelijk in een gesloten centrum geplaatst met het oog op hun onmiddellijke terugkeer naar hun land van herkomst. Ik verdubbel daarvoor het aantal plaatsen in de gesloten centra, wat ik al een aantal keer heb onderstreept. Sinds mijn aantreden zijn 18 personen, die werden opgevolgd door de cel radicalisme, verwijderd van het grondgebied. Het betrof 3 EU-onderdanen en 15 onderdanen van derde landen. 6 van hen werden overgedragen aan een andere lidstaat in het kader van de Dublinverordening, 4 werden bilateraal overgedragen en 8 keerden terug naar hun land van herkomst. Voor uw overige vragen met betrekking tot radicalisering verwijs ik u naar mijn collega-ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.
Wat de illegalendatabank betreft, kan ik meedelen dat momenteel de laatste administratieve drempels worden weggewerkt. Alle informatie over de woon- en verblijfplaats van vreemdelingen in illegaal verblijf moet worden gecentraliseerd en toegankelijk gemaakt voor alle betrokkenen, zodat notificatie van beslissingen, intercepties, vrijwillige en gedwongen terugkeer kunnen worden verzekerd.
De gegevensuitwisseling tussen de DVZ en de politiediensten wordt geoptimaliseerd. Een goed voorbeeld van de samenwerking tussen de DVZ en de politie op het terrein zien we bij de binnenkomstcontroles.
Integratie is essentieel om een sterke basis te leggen en een toekomst op te bouwen binnen de nieuwe gemeenschap. Daarom worden de rechten en plichten, waarden en normen die in onze samenleving gelden toegelicht in een bindende nieuwkomersverklaring, die elke binnenkomer ondertekent bij de visum- of verblijfsaanvraag. Daardoor stemmen ze onder andere in met de strikte neutraliteit van de staat en ook met de gendergelijkheid. Met deze federale regering sluiten we daarover een samenwerkingsakkoord af met de deelstaten.
Wie de verklaring weigert te ondertekenen of de bepalingen in de nieuwkomersverklaring niet respecteert en zich overeenkomstig artikel 1/2, paragraaf 3 van de Vreemdelingenwet onvoldoende integreert in onze samenleving, wordt de toegang tot het land ontzegd, of verliest desgevallend zijn verblijfsrecht.
Wat uw vraag uw vraag over de strijd tegen radicalisering in de asielcentra betreft, sinds maart 2016, onder voormalig staatssecretaris Theo Francken, bestaat er een procedure voor het melden van mogelijke gevallen van radicalisering binnen de opvangstructuren. Sinds augustus 2017 wordt die procedure beheerd door een expert radicalisme, die verantwoordelijk is voor het analyseren van de melding, het doorsturen ervan naar de cel Radicalisme bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het opvolgen van de meldingen door samen met de verbindingsofficier van de federale politie de verbinding te verzorgen tussen de betrokken opvangstructuren en de bevoegde instanties.
De expert radicalisme neemt deel aan de werkgroep Asiel en Migratie, die wordt voorgezeten door de Dienst Vreemdelingenzaken, en waar maandelijks individuele zaken kunnen worden besproken in aanwezigheid van de politie- en veiligheidsdiensten. De expert radicalisme organiseert regelmatig sessies voor het personeel van Fedasil met als doel het verbeteren van de opsporing van tekenen van radicalisering bij asielzoekers via contextualisering, dus via een combinatie van indicatoren en inzicht in de culturele achtergrond.
Zoals ik al heb opgemerkt, blijf ik vanuit mijn bevoegdheden en in samenwerking met mijn collega-ministers voortwerken aan een veiligere samenleving voor alle burgers van dit land.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
Op de illegalendatabank wachten we al twee jaar. U stelt intussen al weken dat u de laatste hand daaraan legt. Wat u nu hebt voorgelezen, is exact hetzelfde als uw antwoord op een schriftelijke vraag die ik heb ontvangen.
Wat is echter de concrete datum waarop de illegalendatabank effectief in werking zal treden? Niemand die het weet. Kunt u ons dat nu nog meegeven?
Hetzelfde geldt voor de nieuwkomersverklaring. Er wordt al tien jaar overleg gepleegd met de deelstaten, maar die verklaring is ook al tien jaar de facto dode letter zolang de deelstaten daar niet mee instemmen. Wanneer zal de nieuwkomersverklaring er komen?
Hoe zit het trouwens ook met het inburgeringsexamen en het overleg met de deelstaten? Wanneer zal dat plaatsvinden? Ook dat dreigt dode letter te worden.
Ten slotte wil ik nogmaals het belang van cijferrapportage benadrukken. Ik weet dat de website migratie.be er niet komt, maar er is wel degelijk een verband tussen massa-immigratie en criminaliteit.
De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Ze tonen aan dat vreemdelingen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Het is echter bijzonder moeilijk om in dit land cijfers te pakken te krijgen. De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Toen ik in 2022 de cijfers voor Barbara Pas probeerde op te vragen, kreeg ik te horen dat ze niet konden worden bezorgd wegens technische problemen. Dat is verschrikkelijk.
Wanneer we over de grenzen kijken, bijvoorbeeld naar Duitsland, vinden we die cijfers gewoon objectief terug en wordt op de officiële overheidswebsite objectief erkend dat vreemdelingen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Hier zijn zulke gegevens nooit terug te vinden. Wie het probleem wil oplossen, moet het uiteraard eerst erkennen.
De voorzitster : Ik wil even terugkomen op de vraag of er in commissie kan worden ingegaan op een persoonlijk feit. De diensten verwijzen daaromtrent naar artikel 55 van het Reglement waarin staat dat het altijd is toegestaan dat men het woord vraagt voor de beantwoording van een persoonlijk feit. In dat artikel wordt niet gespecificeerd of dat in commissie of in de plenaire vergadering gebeurt.
Mijnheer Vandemaele, indien u daarover nog vragen hebt, kan daar zeker in de Conferentie van voorzitters over worden gesproken, eventueel ook over een mogelijke wijziging. Artikel 55 is het artikel waarnaar werd verwezen om aan te geven dat ik wel degelijk mocht tussenkomen.
Vlaams Belang dient overigens geen motie in.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de voorzitter, het was geen persoonlijk feit. Ik zal de vraag inderdaad voorleggen aan de Conferentie van voorzitters, want het is absoluut ongebruikelijk om een persoonlijk feit in te roepen in een commissievergadering.
De wachtlijst bij Fedasil
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigde dat er nog steeds een wachtlijst van 1.825 personen voor reguliere asielopvang bestaat, maar claimt dat iedereen via de Brussels Deal (2.000 plaatsen) tijdelijk wordt opgevangen—met een wachttijd van drie maanden voor doorstroom naar Fedasil. Daems wijst dit af als misleidend, omdat de Brussels Deal geen Fedasil-begeleiding biedt en de wachtlijst dus *niet* is "weggewerkt". Kernpunt: asielzoekers zitten vast in noodopvang zonder adequate ondersteuning.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, op 17 september antwoordde u op mijn vraag of er door uw beleid kinderen op straat slapen. Ik citeer uit uw antwoord: “Vandaag hoeft geen enkele verzoeker op straat te slapen. De wachtlijst van de alleenstaande mannen, momenteel 1.900 personen, is volledig weggewerkt, met inbegrip van de Brussels Deal die 2.000 plaatsen bevat”. Ik vond dat opmerkelijk en heb dat gedubbelcheckt.
Op de website van Fedasil zag ik dat er op dat moment nog 1.945 personen op de wachtlijst stonden. In een contact met Myria liet Fedasil bovendien weten dat de wachtlijst nog drie maanden bedraagt. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt nog steeds flyers uit waarin staat dat de wachtlijst de enige toegang is tot opvang voor alleenstaande mannen. Ook staat in een pushbericht van Fedasil: “Currently Fedasil cannot give shelter to all asylum seekers. You can register on the waiting list”.
U hebt het over de Brussels Deal, maar daar is plaats voor 2.000 mensen. Er staan echter nog steeds meer dan 1.900 personen op de wachtlijst, terwijl de Brusselse opvang niet uitsluitend voor verzoekers om internationale bescherming is bestemd.
Ik wil daarover graag opheldering krijgen, mevrouw de minister.
Bestaat er op dit moment nog een wachtlijst voor opvang? Zo ja, hoeveel personen staan daarop? Tot hoelang is de wachttijd opgelopen? Hoeveel verzoekers om internationale bescherming worden momenteel in de Brusselse opvang opgevangen?
?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, het klopt dat er nog een wachtlijst bestaat voor de reguliere opvang bij Fedasil en haar partners, maar ik benadruk dat er voor alle personen op die lijst in een huisvestingsoplossing voorzien is. Dankzij de Brussels Deal zijn er immers 2.000 plaatsen in de daklozenopvang en het aantal wachtenden ligt daar momenteel onder. Op 13 oktober ging het volgens de gegevens van Fedasil om 1.825 personen.
De gemiddelde wachttijd om door te stromen van een plaats volgens de Brussels Deal naar het reguliere opvangnetwerk bedraagt op dit moment ongeveer drie maanden. De coördinatie van die Brusselse plaatsen verloopt via Bruss’Help. Het is dus niet Fedasil zelf, maar wel Bruss’Help dat de opvangplaatsen toewijst en beheert.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, zoals ik het nu begrijp, is er nog steeds een wachtlijst voor reguliere opvang. Ik vind het dus misleidend om te zeggen dat de wachtlijst volledig weggewerkt is. Zolang die mensen niet in het reguliere opvangnetwerk van Fedasil worden opgevangen, lopen zij wel de nodige begeleiding mis die ze bij Fedasil wel zouden krijgen. Dat is toch geen onbelangrijk detail.
De toegang tot zorg en de hygiënische omstandigheden in de Fedasilcentra
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De slechte leef- en gezondheidsomstandigheden in Fedasil-opvangcentra (overbevolking, gebrek aan medische opvolging, psychische noodsituaties) leidden tot kritische vragen over urgente oplossingen. Minister Van Bossuyt benadrukte bestaande medische basiszorg, versterkte vroege detectie van psychische problemen en infrastructuurprioriteiten, maar wees vooral op beheersing van instroom en versnelde doorstroom als structurele oplossing. Extra personeel (verplegers) en sanitaire upgrades zijn gepland, maar afhankelijk van samenwerking met de Régie des Bâtiments. Sarah Schlitz drong aan op concrete actie en dialoog, gezien de alarmerende getuigenissen en het belang van waardige omstandigheden voor asielzoekers.
Sarah Schlitz:
Monsieur la ministre, la situation dans les centres d’accueil Fedasil suscite une inquiétude croissante, non seulement sur le plan social mais également sur le plan sanitaire. La surcharge des structures entraîne une dégradation des conditions de vie: promiscuité, manque d’intimité, hygiène parfois insuffisante et difficultés d’accès aux soins de santé de première ligne.
Plusieurs témoignages font état de graves retards dans la prise en charge médicale, d’un manque criant de personnel soignant et d’une absence de suivi psychologique adapté pour des personnes souvent fragilisées par leur parcours migratoire. Des mineurs, des femmes enceintes, des personnes en situation de handicap ou encore des victimes de traumatismes ne reçoivent pas l’attention particulière que leur état de santé nécessiterait.
Cette réalité expose non seulement les demandeurs d’asile à des risques accrus en matière de santé physique et mentale, mais elle exerce également une pression considérable sur les équipes médicales présentes, déjà en sous-effectif et confrontées à des conditions de travail difficiles.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:
Quelles mesures urgentes le gouvernement entend-il prendre pour garantir un accès effectif et rapide aux soins de santé dans les centres Fedasil, afin d’éviter que des pathologies mineures ne se transforment en situations graves faute de suivi médical adéquat?
Comment votre ministère compte-t-il répondre de manière spécifique à la crise de santé mentale dans les centres, où l’on constate une multiplication des cas de dépression, de stress post-traumatique et d’anxiété, aggravés par la promiscuité et l’incertitude prolongée du parcours d’asile?
Quelle concertation entretenez-vous avec votre collègue en charge de la Migration?
Enfin, des investissements spécifiques sont-ils prévus pour renforcer la présence de personnel médical et paramédical dans ces centres, ainsi que pour améliorer les infrastructures sanitaires, afin de garantir un environnement de vie digne et respectueux de la santé publique?
D’avance, je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, les membres du personnel des centres d'accueil de Fedasil accomplissent un excellent travail. Ils doivent – nous en convenons tous – faire face à des situations souvent difficiles. Chaque centre d'accueil dispose d'un bureau médical qui assure l'accueil des nouveaux arrivants, le triage et la gestion des rendez-vous auprès des prestataires de soins externes. En cas d'absence de l'équipe médicale ou de besoin de renforts, Fedasil fait appel à ses équipes mobiles ou à des infirmiers externes. À l'heure actuelle, il n'existe pas de liste d'attente pour les consultations auprès des infirmiers ou des médecins généralistes.
Par ailleurs, des activités de base sont organisées dans les centres, afin de réduire le stress et d'améliorer le bien-être général des résidents. L'Agence renforce également la détection précoce des problèmes psychiques afin d'orienter plus rapidement les personnes qui ont besoin d'un suivi thérapeutique. Je tiens toutefois à souligner que la meilleure façon de lutter durablement contre le stress lié à la surpopulation dans les centres est de réduire les flux d'entrée et d'accélérer les sorties. Cela permet de diminuer la pression sur le réseau d'accueil et sur le personnel. Le gouvernement s'y emploie pleinement à travers des mesures ciblées de maîtrise des flux et une politique de retour renforcée.
En ce qui concerne le personnel, Fedasil a élaboré un plan d'action pour améliorer le bien-être de ses équipes, y compris les infirmiers. L'arrêté royal publié par le SPF BOSA permettra en outre d'engager des infirmiers disposant d'une expérience spécifique au niveau B2 et B3.
Enfin, s'agissant des infrastructures, Fedasil met l'accent sur le principe de "fix the basics", soit la réalisation des projets les plus critiques, notamment ceux qui concernent les installations sanitaires. Environ 30 % des bâtiments dépendent de la Régie des Bâtiments, à laquelle les mêmes priorités et besoins ont été communiqués.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses, madame la ministre. Je pense toutefois que dans le cas présent, il faut être attentif au cri d'alerte qui a été lancé dans la presse par différents témoins. J'espère donc que vous prenez au sérieux les retours que vous recevez par rapport à cette situation et que des actions seront menées. J'entends qu'il y a une responsabilité de la Régie des Bâtiments, mais il est indispensable que les personnes soient dans les meilleures conditions. C'est essentiel pour leur parcours en Belgique. À titre personnel, mais aussi pour l'ensemble de la collectivité, j'espère que vous pourrez entrer en dialogue et faire en sorte que des améliorations puissent voir le jour dans les prochains mois. De voorzitster : De vragen nr. 56008991 en nr. 56009006 van de heer Vandemaele worden in schriftelijke vragen omgezet.
De zelfmoord van een Palestijnse vluchteling in een Belgisch gesloten centrum
De zelfmoord van een jonge Palestijnse vluchteling in een gesloten centrum
De zelfdoding in het gesloten centrum 127bis
De zelfdoding in het centrum 127bis
Zelfdoding van Palestijnse vluchteling in Belgisch gesloten centrum
Gesteld door
Ecolo
Sarah Schlitz
PS
Khalil Aouasti
Groen
Matti Vandemaele
PVDA
Greet Daems
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de zelfmoord van Mahmoud, een 26-jarige Palestijnse vluchteling, in het Belgische gesloten centrum 127bis, na drie maanden detentie ondanks zijn extreme psychologische kwetsbaarheid (eerdere suïcidepoging, dood van zijn moeder, trauma’s uit Gaza en Griekenland). Kritiekpunten: falend medisch-psychologisch toezicht (geweigerde medicatie, gebrek aan Arabischsprekende hulp, ontoereikende opvang), het beleid rond "statut M" (automatische weigering asiel voor wie elders in de EU al bescherming heeft, zoals Mahmoud in Griekenland), en de algemene omstandigheden in gesloten centra (slechte zorg, isolatie, zes suïcides in 10 jaar). De minister ontkent structurele tekortkomingen, benadrukt individuele beoordelingen en lopend intern onderzoek, maar weigert beleidswijzigingen (zoals stoppen met detentie van kwetsbaren of herziening "statut M"). Parlementsleden eisen diepgaand onderzoek, betere zorg en een humaan migratiebeleid, wijzend op de verantwoordelijkheid van de staat voor doden in detentie.
Sarah Schlitz:
Madame la présidente, madame la ministre, le mardi 7 octobre, Mahmoud, palestinien de Gaza, s'est suicidé au centre fermé 127 bis dans lequel il était détenu depuis trois mois.
D'après les premières informations nous parvenant, Mahmoud était dans un état psychologique très fragile. Sa maman venait de décéder en Palestine au moment où il a été enfermé et le reste de sa famille se trouvait encore là-bas. Son avocate a révélé qu'il avait besoin d'un suivi médical, qui lui a été refusé. On a refusé de lui donner des médicaments, disant qu'il n'était pas malade.
"Une personne comme lui ne devrait pas être dans un centre fermé, il aurait dû aller à l'hôpital", a témoigné son avocate. Elle explique également avoir signalé la fragilité psychologique de son client dans une requête introduite le 23 septembre au Conseil du Contentieux des Étrangers, dont l'Office des étrangers a été informé.
L'état psychologique de Mahmoud, déjà fragilisé par le parcours d'exil et les violences subies à Gaza et en Grèce, a été aggravé par le décès de sa mère. Il avait d'ailleurs déjà fait au moins une tentative de suicide, qui était documentée par une hospitalisation en urgence pour intoxication médicamenteuse.
Il était détenu en centre fermé en raison de la politique absurde qui consiste à forcer les réfugiés à résider dans le pays qui leur a accordé le statut, même si ce pays ne leur permet pas de vivre dans des conditions conformes à la dignité humaine, même s'ils ont de la famille ou un réseau de solidarité en Belgique.
Rappelons que vous, madame la ministre, avez décidé de pousser encore plus loin cette politique de l'absurde en retirant l'hébergement à ces personnes en Belgique.
Mahmoud a survécu au blocus de Gaza, à l'occupation israélienne, aux bombardements, à l'apartheid. Son espoir, sa volonté de vivre ont traversé tout ça, mais vous, vous avez réussi à le briser.
Ce suicide démontre que les filtres qui sont censés protéger ces personnes vulnérables d'un renvoi vers un pays comme la Grèce sont gravement défaillants. Mahmoud était vulnérable; et pourtant il faisait l'objet d'un renvoi forcé.
Madame la ministre, compte tenu de ce précédent gravissime, prévoyez-vous de remettre en question de façon fondamentale votre politique concernant les dossiers M? Combien de décès ont eu lieu dans les différents centres fermés du pays ces 10 dernières années? Comment sont-ils répartis parmi les différents centres? Parmi ces décès, combien étaient des suicides?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, Mahmoud Ezzat Farag Allah était un jeune réfugié palestinien de 26 ans et Mahmoud est mort. Pour être plus précis, cette mort, il se l’est donnée après trois mois de détention au centre fermé 127bis de Steenokkerzeel, à 26 ans! Pendant cette détention, son état psychologique s'est dégradé rapidement.
Après avoir fui les bombes, le génocide, après avoir laissé sa famille à Gaza et pris la route seul, Mahmoud reçoit enfin le statut de réfugié en Grèce, dont on connaît la valeur. Mais nous savons que la Grèce n’est pas en mesure d’assurer des conditions de vie dignes et de respecter ses engagements en matière d’accueil. Ce n'est pas nous qui le disons; c'est désormais l'ensemble des tribunaux européens.
C’est pourquoi, comme beaucoup d’autres, il arrive en Belgique. Et votre politique les range sous ce nouveau statut M à qui on refuse automatiquement toute demande d’asile. Les statuts M étaient une catégorie administrative abstraite, maintenant ils ont un visage, celui de Mahmoud. Son avocate rapporte qu’il s’est vu refuser un traitement médical nécessaire et qu’une requête a été introduite à ce sujet au Conseil du Contentieux des Étrangers.
Ce n’est pas le premier suicide au 127bis, madame la ministre. J’avais déjà interpellé Mme Nicole de Moor en 2024 à la suite de la mort de deux personnes détenues dans ce centre. Les associations nous alertaient à propos des conditions de détention violentes – il faut pouvoir le dire – en vigueur dans ce centre. L’État belge enferme et semble à présent choisir de laisser mourir.
Madame la ministre, une enquête administrative a-t-elle été ouverte concernant la mort de Mahmoud? Possédez-vous des informations complémentaires concernant ce décès? A-t-il reçu un soutien médical et psychologique dès lors que son état de santé ne pouvait être ignoré à la suite du contrôle médical obligatoire prévu par l’article 13 de l’arrêté royal de 2002? Pouvez-vous nous donner plus d’informations concernant le refus de soins psychologiques nécessaires? Est-ce un cas isolé? Quelles sont les conditions actuelles du soutien psychologique en vigueur au centre fermé 127bis?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik zal niet alles herhalen wat de collega’s al gezegd hebben.
Begin oktober is inderdaad een Palestijnse man die opgesloten was in het centrum 127bis uit het leven gestapt. Voorafgaand daaraan was er een heel traject van verschillende pogingen en van incidenten waarbij de alarmsignalen helemaal op rood hadden moeten staan. Mijn vraag is of er een intern onderzoek loopt naar wat daar gebeurd is en naar er wat fout gelopen kan zijn?
Een meer algemene vraag, worden mensen medisch en psychologisch gescreend op kwetsbaarheid wanneer ze opgesloten worden in een gesloten centrum?
In hoeverre wordt die informatie mee in overweging genomen bij de beslissing of men iemand wel of niet opsluit?
Is er een protocol voor het centrum om, als er pogingen tot zelfdoding zijn, daarmee om te gaan? Welke maatregelen worden er genomen om zelfdoding te voorkomen in een gesloten centrum?
Ik heb zelf al een aantal van die centra bezocht. Gisteren heb ik geprobeerd centrum 127bis te bezoeken, maar men heeft me daar een halfuur laten wachten en toen ben ik maar weer weggegaan. Ik ga zeker nog eens terug. Ik vraag me af in welke medische begeleiding daar wordt voorzien. Wanneer ik zulke centra bezoek, hoor ik daar immers heel weinig over medische of psychologische begeleiding. Hebt u intenties om ter zake stappen vooruit te zetten, of wilt u het gewoon laten zoals het is?
Greet Daems:
Mevrouw de minister, opnieuw heeft iemand zich van het leven beroofd in een gesloten centrum. Het is de zoveelste zelfdoding. Dit keer gaat het over Mahmoud, een jonge Palestijn van 26 jaar. Vijf dagen voordat hij in 127bis werd opgesloten, werd hij al opgenomen op de spoedafdeling van het Brusselse Sint-Jansziekenhuis wegens een overdosis Lyrica, een poging tot zelfdoding dus. Hij kreeg echter niet de hulp die hij nodig had. In plaats daarvan werd hij opgesloten in een gesloten centrum. Ik ben ervan overtuigd dat zijn dood vermeden had kunnen worden. Ik heb daar enorm veel vragen over.
Mevrouw de minister, kreeg Mahmoud de nodige psychologische hulp? Klopt het dat er in 127bis geen psycholoog beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men genoodzaakt is om vertaalapps te gebruiken? Waarom had Mahmoud toegang tot de medicijnen die hij gebruikte om uit het leven te stappen in een gesloten centrum? Wat gebeurde er na zijn eerdere pogingen tot zelfdoding? Waarom werd hij opgesloten in isolatie? Klopt het dat hij na het vernemen van de dood van zijn moeder 14 uur lang geen toegang kreeg tot zijn telefoon?
Hoeveel zelfdodingen gebeurden er al in de gesloten centra? Wat zult u ondernemen om de leefbaarheid in de gesloten centra te verbeteren, in het bijzonder in het gesloten centrum 127bis, dat door velen wordt omschreven als het allerergste?
Anneleen Van Bossuyt:
Geachte Kamerleden, de feiten die zich hebben afgespeeld in het gesloten centrum 127bis, waarbij een persoon zichzelf van het leven heeft beroofd, hebben mij en zeker ook de personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken uiteraard geraakt. Het is een menselijk drama dat ik ten zeerste betreur.
Ik moet wel zeggen dat ik doorgaans niet over individuele personen communiceer, maar de onterechte insinuaties die hier geuit worden, brengen mij ertoe om toch bepaalde informatie te delen.
De DVZ neemt alle voorzorgsmaatregelen ter harte om de situatie van personen die in zijn gesloten centra worden opgesloten te laten voldoen aan de normen die internationaal en nationaal werden opgelegd. Ik wil hier heel graag de personeelsleden van onder meer centrum 127bis hartelijk bedanken voor het werk dat zij elke dag doen, vaak in heel moeilijke omstandigheden. Ik heb hier opnieuw bijzondere zaken ten aanzien van de personeelsleden gehoord, misschien niet persoonlijk, maar er werden toch insinuaties gemaakt. Ik wil hen heel graag oprecht bedanken voor het werk dat zij elke dag doen.
Het beleid en de werking van de gesloten centra zijn vastgelegd in de wet van 15 december 1980 en het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
Dans les cas de personnes bénéficiant d'une protection internationale, chaque situation individuelle est examinée au cas par cas par une instance indépendante, le CGRA, et en cas de recours, par une juridiction indépendante, le Conseil du Contentieux des Étrangers. Aucun refus automatique n'est pris.
Dans ce cadre, il me paraît important de rappeler l'existence d'une communication de la Commission européenne datée du 4 avril 2025 relative au statut de la gestion de la migration en Grèce. Si la Commission reconnaît que des améliorations peuvent encore être nécessaires en Grèce, elle souligne les nombreux efforts faits depuis des années par la Grèce en collaboration entre autres avec les structures et agences européennes. La Grèce a développé un système national de gestion des migrations doté des infrastructures, des équipements et des outils nécessaires.
Pour répondre à la question de savoir si je compte revoir la politique relative aux demandes introduites par des personnes bénéficiant déjà d'une protection internationale dans un autre État membre, la réponse est négative. Je le répète, l'asile a pour but d'offrir une protection à ceux qui en ont besoin et non de garantir de meilleurs avantages sociaux.
La personne dont il est question bénéficiait de cette protection en Grèce et a introduit à cinq reprises consécutives une demande de protection en Belgique. Toutes ses demandes ont été refusées par le CGRA et ces décisions ont été confirmées par le Conseil du Contentieux des Étrangers.
Conformément aux dispositions de l'arrêté royal, cet homme a été soumis à un premier bilan de santé lors de son arrivée au centre. Cette première évaluation visait à déterminer de manière exhaustive son état de santé physique et mental à son arrivée.
Pendant son séjour, il a été suivi systématiquement par le service médical et le service psychologique. Ce suivi a été mis en place d'une part, à l'initiative des services du centre et d'autre part, à la demande expresse de l'intéressé lui-même.
L'encadrement consistait en des entretiens formels et des consultations planifiées, avec un suivi informel via les observations quotidiennes du personnel et les discussions dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire quotidienne. Le suivi par le service médical – infirmiers et/ou médecins – et le suivi psychologique comprenait 40 contacts formels et informels enregistrés, dont 10 consultations auprès du médecin du centre, ainsi qu'un encadrement quotidien assuré par les éducateurs de groupes. Il ne peut donc clairement pas être question d'un refus de soutien psychologique.
Suite aux tragiques événements entourant le décès de M. Farag Allah, une enquête interne a été immédiatement ouverte. Cette enquête, qui a pour objectif d'établir en détail les circonstances de l'incident, est en cours et des entretiens sont menés avec les collaborateurs, les résidents et les autres parties concernées afin d'obtenir une vision complète de la situation.
Au cours des 10 dernières années, neuf décès ont été enregistrés dans les centres fermés: trois au centre fermé de Merksplas, un à Bruges, trois à Vottem et deux au centre 127 bis . Six d'entre eux étaient dus à un suicide.
Een beslissing tot vasthouding steunt op een individuele beoordeling van alle elementen in het dossier. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de medische informatie waarover de DVZ op dat moment beschikt. Die medische elementen worden bovendien opnieuw geëvalueerd door de beroepsinstanties.
Zoals ik toelichtte, bestaat in de gesloten centra reeds een ruime medische en psychologische omkadering. De bewoners worden bij de intake ingelicht over de mogelijkheid om een beroep te doen op psychologische bijstand. Bovendien worden bewoners met kwetsbaarheden besproken tijdens een multidisciplinair overleg.
Als er in het land van herkomst nood is aan bijkomende medische ondersteuning, kan ze worden geboden via een special needs programma.
De voorzitster : Mevrouw de minister, u hebt uw spreektijd enigszins overschreden, maar het is belangrijk om over dergelijke zware thema’s de volledige informatie te kunnen geven.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie pour la réponse.
Nous sommes ici face à une personne qui s'est suicidée parce qu'elle était enfermée dans un centre fermé en raison de nos politiques. Tout ne s'est donc pas passé comme il le fallait. Il y a bien eu des dysfonctionnements, et j'estime que les propos de l'avocate de Mahmoud, selon lesquels elle avait signalé la fragilité psychologique de son client qui s'est ensuite vu refuser des médicaments, doivent être pris en compte dans le cadre de l'enquête que vous avez annoncée.
Je suis soulagée par cette annonce d'enquête. En effet, la première partie de la réponse laissait entendre que vous étiez prêts à recommencer, prêts à assumer, au nom de vos politiques, que des Palestiniens se suicident en prison au nom d'un imbroglio administratif voulant renvoyer des personnes ayant obtenu un statut en Grèce – un pays qui ne respecte absolument pas, au regard de nombreux rapports, les droits des personnes qui ont besoin de l'accueil le plus élémentaire. Une personne dans un tel état psychologique ne devait pas être renvoyée vers la Grèce, c'est une évidence.
Je suis donc heureuse d'entendre qu'une enquête sera menée tout du moins. Il y a quelques années, cet événement aurait entraîné la démission de la ministre, mais nous n'en sommes plus là, comme nous le savons. J'espère que cette enquête mènera à des changements de fond au niveau de la politique de l'asile. En effet, plus aucun demandeur d'asile, plus aucune personne sans titre de séjour ne doit se suicider dans notre pays en raison de nos politiques de migration absurdes. Ce principe devrait constituer votre boussole, madame la ministre.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, j'ai eu peur en écoutant la première partie de votre réponse, parce que j'ai eu l'impression que vous y justifiiez votre politique d'asile au lieu de regarder simplement en face qu'un homme s'était suicidé en centre fermé, sous la responsabilité de l' É tat. Comme pour les décès en cellule de prison ou de commissariat, un décès sous la responsabilité de l' É tat, donc d'une entité censée protéger, est inadmissible. Cette seule considération ne devrait même pas vous mener à devoir justifier quoi que ce soit en préambule à votre intervention. Rien ne peut justifier le décès d'une femme ou d'un homme au sein d'un bâtiment géré par l' É tat.
Cela dit, je suis quelque peu soulagé, à l'instar de ma collègue, en apprenant qu'une enquête interne aura lieu. Au-delà de cette procédure, il faut aussi pouvoir se dire les choses franchement. Comme en prison, les soins de santé sont déficitaires en centre fermé. Les soins de santé psychologique le sont encore plus. L'accès à un médecin n'est pas garanti. Non, il ne l'est pas. Je ne compte pas le nombre de visites que j'ai effectuées en centre fermé et au cours desquelles on nous a dit qu'il n'y avait pas de médecin sur place, que, par conséquent, les examens étaient accomplis par des infirmiers ou des infirmières qui n'ont pas la qualité de médecin et qu'il fallait parfois se contenter d'une ou deux visites hebdomadaires pour s'entretenir cinq à dix minutes maximum avec un médecin. Ce n'est pas ce que j'appelle un suivi en soins de santé, a fortiori lorsque des complications psychologiques graves apparaissent pouvant déboucher sur un suicide. Ce fait devrait vous inciter à réfléchir en général au système de soins de santé en centre fermé ainsi qu'à la nécessité non d'une enquête administrative menée en coup de vent, mais d'une véritable enquête publique destinée à définir les causes profondes de ce suicide.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, het eerste deel van uw antwoord doet niet ter zake. Het is een menselijk drama en alle betrokkenen zijn er het hart van in. Het is daarom belangrijk dat de procedures worden geëvalueerd. Het is positief dat er een intern onderzoek loopt. Over het werk van de medewerkers bestaat geen discussie. Zij doen hun stinkende best om er in steeds moeilijkere omstandigheden iets van te maken. Dat is niet hun verantwoordelijkheid, maar die van u.
Ook ik bezoek regelmatig de gesloten centra. Alle directeurs geven aan dat de fysieke en psychologische medische begeleiding absoluut niet goed verloopt. U kunt zeggen dat er veertig consultaties zijn enzoverder, maar wij parlementsleden stellen tijdens onze bezoeken aan die centra vast dat de medische begeleiding allesbehalve goed verloopt. Men kan met moeite nog een arts in een naburig dorp vinden die als het ware tussen de soep en de patatten die taak erbij neemt, omdat het niet anders kan.
Hier komen beweren dat alles goed geregeld is en perfect werkt en kritiek wegzetten als depreciatie voor het personeel, dat pik ik niet. Ik ben niet tegen het personeel. Het personeel doet elke dag zijn stinkende best. De realiteit blijft echter dat de fysieke en psychologische medische begeleiding volstrekt ondermaats is. Daarom stel ik voor dat u niet enkel een intern onderzoek voert naar dit specifieke geval, maar ook aan uw diensten vraagt om de volledige medische begeleiding in de gesloten centra grondig te evalueren. Wij dragen immers een verantwoordelijkheid tegenover de mensen die we daar opsluiten om hun minimale standaarden te waarborgen. Er is een groot verschil tussen wat u hier verklaart en de realiteit op het terrein.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoorden. Het is goed dat er een onderzoek werd geopend en dat de omstandigheden worden onderzocht. Mijn collega in het Brussels Parlement heeft inmiddels het gesloten centrum 127bis bezocht en er gesproken met mensen die Mahmoud hebben gekend. Hem werd verteld dat er geen psychologe beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men er genoodzaakt is om van vertaalapps gebruik te maken. Ik heb u gevraagd of dat klopt, maar u hebt daarop niet geantwoord. Het gesloten centrum 127bis wordt door velen als het allerergste beschreven. Ik heb u gevraagd wat u zult ondernemen om de leefbaarheid in dat centrum te verbeteren. Daarop heb ik geen antwoord gekregen. Dat betreur ik. Een opsluiting in een gesloten centrum is een van de meest verschrikkelijke zaken. Ik ga ervan uit dat u ook al meerdere gesloten centra hebt bezocht. Ik denk dat u kunt toegeven dat het allesbehalve aangename plaatsen zijn, integendeel. Mahmoud had nood aan hulp. Hij was psychisch bijzonder kwetsbaar en in de plaats van hulp werd hij opgesloten. Ik heb zelf ook al verschillende centra bezocht. De medische begeleiding daar kan echt beter. Dat is niet omdat het personeel faalt, daar gaat het helemaal niet om, maar om het beleid dat daarvoor verantwoordelijk is. Het is uw beleid dat ervoor moet zorgen dat er gepaste psychologische hulp beschikbaar is. Dat is, voor alle duidelijkheid, niet de verantwoordelijkheid van het personeel, maar wel van u. De voorzitster : Teneinde enige vaart in de agenda te krijgen, zet mevrouw Van Belleghem vraag nr. 56009049C om in een schriftelijke vraag.
De website migratie.be
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De geplande transparantiewwebsite over asiel- en migratiecijfers (Migratie.be) werd gestopt ondanks een bijna afgerond project (kost: €290.740,93), niet enkel om budgettaire redenen, maar omdat de huidige regering prioriteit geeft aan het migratiepact, digitalisering en wettelijke statistiekverplichtingen. Van Belleghem kritiseert het gebrek aan actuele, gecentraliseerde data (terugkeer-, asielcijfers) en wijst op Nederlandse wekelijkse publicaties, terwijl België met vertraging (halve maand) en versnipperde bronnen (DVZ, Fedasil) werkt, wat transparantie ondermijnt. Van Bossuyt verdedigt haar keuze door te benadrukken dat bestaande websites (DVZ, CGVS) al cijfers delen en extra middelen nu naar beleidsuitvoering gaan. Het project blijft onafgemaakt, ondanks eerdere beloftes en de nood aan gestandaardiseerde monitoring.
Francesca Van Belleghem:
In het kader van een transparant en evidencebased beleid, zoals Nicole de Moor dat altijd noemde, en als remedie tegen fake news werd vijf jaar geleden een toegankelijke website aangekondigd waar de belangrijkste cijfers over asiel en migratie zouden worden gepubliceerd. Eerder gaf u aan dat Myria juni 2025 als einddatum en lanceermoment voor de website had vastgelegd. Recent hebt u mij echter laten weten dat de website om budgettaire redenen werd stopgezet.
Graag kreeg ik een antwoord op de hiernavolgende vragen. Is de budgettaire krapte de enige reden waarom u het project hebt stopgezet? Tot voor zei u immers nog dat Myria juni 2025 als datum had opgegeven. Wat is er veranderd? Speelden andere motieven mee? Wat waren de geraamde meerkosten om het project alsnog te realiseren? Hoeveel heeft het project tot nu toe effectief in totaal gekost? Graag kreeg ik de volledige kostprijs inclusief btw.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik benadruk graag nogmaals dat het initiatief voor de website waarover uw vraag gaat, werd genomen door de vorige federale regering en niet door mij. Dat hebt u zelf ook aangehaald.
De budgettaire krapte is zeker niet het enige motief. Op dit ogenblik ligt onze prioriteit elders, namelijk bij de implementatie van het migratiepact, de digitalisering van de workflow asiel en migratie en het nakomen van onze wettelijke verplichtingen op het vlak van statistiek. Het is daarom niet wenselijk om personeel vrij te maken voor de ontwikkeling van de website Migratie.be. Ik gebruik het beschikbare budget liever om een krachtdadig beleid te voeren om eindelijk orde op zaken te stellen.
De website is bovendien nog ver van online. De Dienst Vreemdelingenzaken publiceert op zijn website al heel wat cijfergegevens, net als het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
De DVZ meldt mij dat er wordt van uitgegaan dat geen externe firma meer moet worden ingeschakeld en er dus geen bijkomende ontwikkelingskosten meer zijn. Er is wel een maandelijkse licentiekost, die momenteel 2.677,13 euro inclusief btw bedraagt. Er zijn ook de personeelskosten voor de opvolging van het project. Het project wordt opgevolgd door anderhalve fte, ingeschaald in niveau A2.
Tot nu toe heeft het project al 290.740,93 euro gekost. Voor ontwikkeling, data-analyse enzovoort gaat het om 258.615,37 euro inclusief btw, terwijl de licentiekost die tot en met 31 oktober 2025 is betaald, 32.125,56 euro inclusief btw bedraagt. Dat zijn de twee componenten waarop het totale bedrag gebaseerd is. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de kostprijs van intern personeel van de DVZ.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor uw antwoord. De website was in feite al ontwikkeld en bijna klaar. Uiteindelijk is op de eindmeet besloten om de website in de vuilbak te gooien. Het is nochtans van groot belang om duidelijke cijfers over asiel en migratie te hebben, bijvoorbeeld over terugkeercijfers. Om te weten hoeveel illegalen teruggekeerd zijn, moet men niet alleen de website van de DVZ raadplegen, maar ook die van Fedasil. De beide instanties publiceren op verschillende tijdstippen. Er is nooit een volledig overzicht. Binnenkort zouden we dat wel hebben, maar het project wordt stopgezet, terwijl het juist belangrijk is om instroom en uitstroom te monitoren. Ook voor de cijfers van de asielinstroom zijn er blijkbaar al prognoses voor oktober beschikbaar. Waarom worden de cijfers niet wekelijks of maandelijks gepubliceerd? In Nederland worden asielcijfers per week gepubliceerd. Hier ontvangen we de cijfers pas ongeveer een halve maand na afloop van de betreffende maand. U staat duidelijk niet voor transparantie.
De opschorting van de behandeling van asieldossiers van Syriërs
De terugkeer van Syriërs
Beleid rond asiel en terugkeer van Syrische vluchtelingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België schort de behandeling van Syrische asielaanvragen nog steeds op (einddatum onduidelijk, CGVS heroverweegt dit na oktober), terwijl Duitsland en Nederland dossiers wel hervatten en gedwongen terugkeer actief opstarten. Vrijwillige terugkeer stijgt (172 in België, 2.905 in de EU in 2025), maar gedwongen terugkeer (met focus op criminelen) blijft in voorbereiding via preliminaire gesprekken met Syrië, zonder concrete resultaten. EU-lidstaten pleiten voor meer dialoog met Damascus en duurzame terugkeer, maar België hinkt achterop door gebrek aan directe afspraken of uitzettingsmechanismen. Duitse rechtbanken oordelen dat terugkeer naar *veilige Syrische regio’s* mogelijk is, wat de druk op België verhoogt om asielbeleid en terugkeermogelijkheden te herzien.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, eind juni maakte het CGVS bekend dat de opschorting van de behandeling van dossiers van asielzoekers uit Syrië werd verlengd tot eind oktober, in tegenstelling tot Nederland en Duitsland, waar men heeft beslist om de behandeling van dergelijke te hervatten.
Het is intussen eind oktober. Hebt u er zicht op wanneer de behandeling van Syrische asielaanvragen kan worden hervat? Hoe staat het met de gedwongen terugkeer naar Syrië? We zien immers dat Duitsland zijn inspanningen fors heeft opgevoerd.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, in de vorige commissievergadering gaf u toelichting bij de stand van zaken met betrekking tot de terugkeer van Syriërs. We zagen toen een positieve, stijgende trend van het aantal Syriërs dat vrijwillig terugkeert naar het land van herkomst. Medio september waren er reeds 171 Syriërs vrijwillig teruggekeerd.
Daarnaast onderzoeken uw diensten de mogelijkheid voor identificatie en gedwongen terugkeer naar Syrië en zijn er ook contacten tussen dit land, Nederland en Duitsland om best practices te delen en te bekijken hoe er op Europees niveau kan worden samengewerkt. Ten slotte schortte het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de behandeling van verzoeken om internationale bescherming van Syriërs op vanaf 9 december 2024.
Kunt u toelichting geven bij de vrijwillige terugkeer van Syriërs? Hoeveel Syriërs zijn er sinds 1 januari teruggekeerd? Kunt u toelichting geven bij de jongste federale en Europese ontwikkelingen inzake identificatie en gedwongen terugkeer van Syriërs? In hoeverre werd het thema besproken in de voorbije JBZ-raad? Welke stappen hebt u reeds gedaan om een systeem van gedwongen terugkeer te bespoedigen? Wat met de opschorting van de behandeling van verzoeken om internationale bescherming van Syriërs? Wanneer zal de opschorting worden stopgezet?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, de situatie in Syrië is in de afgelopen maanden sterk veranderd.
U ondervroeg me eerder al over de vrijwillige terugkeer van Syriërs: de cijfers gaan dit jaar in stijgende lijn. In de Europese Unie verblijven op dit ogenblik zo’n 1,2 miljoen Syriërs. Sinds 2025 ligt de effectieve terugkeer heel wat hoger dan voordien: op Europees niveau gaat het om 3.135 personen in de eerste helft van 2025, het drievoudige van de voorgaande periodes. Er is een duidelijke toename van vrijwillige terugkeer: van 240 naar 2.905 in dezelfde periode.
Vanuit België keerden in 2025 al 172 Syriërs vrijwillig terug. Er zijn 25 dossiers hangend. Mijn administratie voert gesprekken met de Syrische permanente vertegenwoordiging, waarbij de mogelijkheden worden besproken inzake praktische samenwerking voor identificatie en terugkeer van Syriërs met een strafblad. Die besprekingen bevinden zich nog in een preliminaire fase. Er vond nog geen dergelijke terugkeer plaats.
De intentie is kleinschalig te beginnen, met de focus op personen met een strafblad, voor de reikwijdte uit te breiden. Op die manier zorgen we ervoor dat Syrië voldoende capaciteit heeft om de betrokkenen opnieuw op te nemen, en zorgen we ervoor dat de terugkeer werkbaar en duurzaam is.
De kwestie kwam aan bod tijdens een lunchdiscussie van de JBZ-Raad op 14 oktober, dus vorige week. Tijdens die discussie waren alle lidstaten het erover eens dat stabiliteit en wederopbouw van Syrië essentieel zijn voor een waardige en duurzame terugkeer. Er was een sterke oproep voor het behoud van de dialoog met de Syrische autoriteiten. Vele lidstaten benadrukten dat vrijwillige terugkeer meer moet worden aangemoedigd ten aanzien van Syrische onderdanen met een terugkeerbesluit. Er was eveneens een sterke wens om mogelijkheden te verkennen inzake de gedwongen terugkeer van Syrische onderdanen, vooral van degenen die een veiligheidsgevaar vormen.
Sommige lidstaten gaven aan al contact te hebben met de Syrische autoriteiten hierover en beschikken op dat vlak over expertise. Terugkeer naar Syrië blijft op de agenda staan van het Deense voorzitterschap en zal de komende maanden verder op Europees niveau worden besproken.
Het moratorium op de behandeling van dossiers van verzoekers om internationale bescherming uit Syrië bij het CGVS loopt in principe eind oktober af. Op basis van de beschikbare informatie zal het CGVS het heropstarten van de dossieroverweging opnieuw in overweging nemen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, 1.211 Syriërs hebben dit jaar al asiel aangevraagd. 656 hebben een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten, amper 172 zijn vrijwillig teruggekeerd. De instroom blijft dus veel groter dan de uitstroom.
U zegt dat sommige lidstaten in contact staan met Syrië, maar waarom staat u niet in contact met Syrië? Duitsland zet zijn inspanningen voort om illegale Syriërs gedwongen terug te sturen. Achter de schermen wordt intensief gewerkt aan een overeenkomst met Damascus. Sinds kort neemt het BAMF, het Duitse equivalent van het CGVS, opnieuw beslissingen over asielaanvragen van Syriërs, meer bepaald alleenstaande mannelijke soennieten.
Bovendien kregen de diensten al maanden geleden de opdracht om bestaande verblijfstitels en asielstatussen van Syrische criminelen opnieuw te evalueren, een eerste voorwaarde om tot uitzetting te kunnen overgaan. In juni besliste een rechtbank in Hamburg dat in bepaalde delen van Syrië geen sprake meer is van een onzekere toestand. In juli bevestigde een rechtbank in Bremen dat standpunt. Er zijn dus wel degelijk mogelijkheden tot gedwongen terugkeer. Die terugkeer mag niet alleen vrijwillig zijn, de mogelijkheid van gedwongen terugkeer moet u als stok achter de deur houden.
Maaike De Vreese:
Minister, u hebt er in uw antwoord op gewezen dat er contacten zijn met de Syrische permanente vertegenwoordiging. Het is belangrijk dat die diplomatieke contacten behouden blijven. We zien een stijgende trend in de vrijwillige terugkeer. Dat is dus een vooruitgang. Voor de rest heb ik er alle vertrouwen in dat u de zaak van nabij opvolgt.
Het verbinden van voorwaarden aan de toekenning van het leefloon aan vluchtelingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kritiseert het plan om het integratie-inkomen voor vluchtelingen gedeeltelijk afhankelijk te maken van "inschattingscriteria voor integratie", wijzend op risico’s op stigmatisering, willekeur, en uitholling van sociale rechten, vooral door gebrek aan toegankelijke integratietrajecten (wachtlijsten, sluiting lokale initiatieven) en onvoldoende rekening met kwetsbaarheden. Minister Van Bossuyt benadrukt een "plicht tot integratie" (taal, werk, participatie) met regionale uitvoering en mogelijke inkomenverlaging bij non-participatie, maar belooft rekening te houden met individuele belemmeringen—zonder concrete garanties tegen discriminatie of capaciteitsproblemen. Schlitz ontkracht dit als hypocriet beleid dat integratie actief bemoeilijkt (door centralisatie, bezuinigingen) en vluchtelingen de schuld geeft, terwijl het extreemrechtse retoriek voedt. De minister reageert niet op de beschuldiging van stigmatisering.
Sarah Schlitz:
La Belgique accueille chaque année des milliers de réfugiés, fuyant la guerre, les persécutions ou des crises humanitaires graves. Ces personnes, souvent fragilisées par des parcours traumatisants et confrontées à des difficultés économiques et sociales majeures, dépendent du revenu d’intégration sociale non seulement comme filet de sécurité vital, mais aussi comme condition sine qua non pour amorcer leur insertion dans la société belge.
Vous avez annoncé envisager de conditionner l’octroi d'une partie de ce revenu à un "degré estimé d’intégration".
Une telle mesure soulève des interrogations sérieuses sur ses objectifs réellement poursuivis, sur sa faisabilité concrète, sur l’impact sur des populations déjà vulnérables et le risque manifeste de plonger des familles dans la précarité ou l’exclusion.
Plus encore, cette approche introduit une distinction arbitraire entre bénéficiaires selon leur statut (qu'ils soient bénéficiaires de la protection subsidiaire, de la protection internationale ou non) ou leur capacité à se conformer à des critères d’intégration, posant de graves questions d’équité, de cohésion sociale et de respect des droits fondamentaux garantis par la législation nationale et les conventions internationales.
En cela, madame la ministre, je souhaiterais connaitre votre position à plusieurs égards :
Quels critères précis seront retenus pour déterminer si un réfugié satisfait aux exigences d’intégration? Ces critères seront-ils adaptés aux situations individuelles, notamment en cas de vulnérabilité (handicap, traumatismes, obligations familiales)?
Quels mécanismes de recours seront prévus pour les réfugiés estimant avoir été évalués de manière injuste ou sanctionnés à tort? Si de tels dispositifs existent, comment garantira-t-on leur réelle accessibilité, compte tenu des obstacles administratifs et linguistiques auxquels cette population est confrontée?
Comment le contrôle de la participation et de l’effort d’intégration sera-t-il mis en œuvre concrètement? Quels mécanismes d’accompagnement seront prévus pour aider les bénéficiaires à atteindre ces exigences?
Quelles garanties seront mises en place pour éviter toute discrimination entre réfugiés et autres bénéficiaires du revenu d’intégration, ou entre différents groupes de réfugiés?
N’estimez-vous pas qu’une telle politique constitue un facteur de stigmatisation, en ce qu’elle rend les réfugiés "responsables" de leur précarité en raison de critères d’intégration subjectifs?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, dans l'accord de gouvernement, nous avons prévu que les réfugiés reconnus ayant droit au revenu d'intégration doivent suivre un parcours d'intégration renforcé, en collaboration avec les entités fédérées. Dans le cas contraire, leur revenu d'intégration sera réduit.
En ce qui concerne les bénéficiaires de la protection subsidiaire et les personnes temporairement déplacées, elles pourront compléter leur revenu d'intégration réduit par des primes basées sur leur effort d'intégration.
L'intégration relève de la compétence des Communautés. Le revenu d'intégration est lié aux connaissances linguistiques, à l'intégration et aux efforts pour trouver un emploi. Les conditions concrètes sont déterminées par les entités fédérées. Le gouvernement fédéral se limite à définir le cadre général et offre ainsi une incitation aux entités fédérées pour renforcer les efforts d'intégration des nouveaux arrivants.
Il appartient ensuite aux Régions de mettre en œuvre cet instrument. Un dialogue est cependant nécessaire car une application asymétrique pourrait entraîner des effets indésirables. Cette semaine, mon cabinet consulte les cabinets régionaux compétents. Les modalités concrètes, notamment en ce qui concerne les possibilités professionnelles et le contrôle de la participation, seront ensuite élaborées.
Nous attendons des nouveaux arrivants qu'ils s'investissent pleinement pour participer activement à notre société. En même temps, les critères tiendront compte des vulnérabilités individuelles, telles que les problèmes de santé, afin que personne ne soit exclu de manière déraisonnable.
Ainsi l'équilibre est recherché entre droits et devoirs: la garantie d'un filet social, d'une part, et la responsabilité de s'intégrer, d'autre part. L'objectif de cette politique n'est pas la stigmatisation mais le renforcement des chances de participation pleine et entière à la société.
Sarah Schlitz:
Votre réponse me donne déjà quelques éléments.
C'est du côté des Régions que les critères vont être définis. En réalité, ce qui me revient du terrain est que quand des personnes s'inscrivent pour avoir des cours de français – puisque je suis du côté francophone –, il y a des listes d'attente, et ces personnes attendent parfois pendant plusieurs mois pour accéder à ces parcours d'intégration. Je pense donc, madame la ministre, que vous utilisez de faux prétextes pour poursuivre votre stigmatisation des personnes issues de l'immigration et qui cherchent en fait à s'intégrer chez nous. En réalité, vous choisissez d'ignorer le fait qu'aujourd'hui, il n'y a pas assez de moyens et pas assez de place dans les parcours d'intégration, tout simplement. Je vous invite à monitorer cet aspect-là et, vous verrez, vous serez surprise.
Vous nous dites vouloir que les personnes qui viennent ici s'intègrent. Mais que faites-vous? Vous décidez de fermer les initiatives locales d'intégration, qui sont des structures de petite taille dans les milieux urbains ou dans les cœurs de village, qui permettent à des familles réfugiées de s'intégrer dans la vie locale, de créer des liens sociaux etc. Vous les fermez au profit de grands centres, situés en dehors des collectivités et en dehors des milieux urbains. Donc, en fait, l'exclusion, c'est vous qui la créez, avec d'une part des discours stigmatisants et, d'autre part, avec des politiques qui visent à exclure et à empêcher que le lien social se crée. Avant de venir raconter que ce sont les personnes qui ne veulent pas s'intégrer, posez-vous la question des politiques que vous mettez en place. Elles bloquent l'intégration de ces personnes qui ne demandent qu'une chose, c'est de travailler ici, de voir leurs enfants aller à l'école et être en sécurité avec un toit au-dessus de la tête. C'est cela que ces personnes veulent.
Je pense que vous devriez dès maintenant vous inscrire dans une politique rationnelle en matière d'immigration. Les sondages montrent que le Vlaams Belang est en tête en Flandre. C'est avec des discours comme le vôtre qu'on arrive à des résultats comme celui-là. Poursuivre cette fuite en avant après le Vlaams Belang est une extrêmement mauvaise idée, madame la ministre, aussi bien pour les personnes concernées que pour votre score électoral.
Voorzitter:
Stigmatisez-vous des gens, madame la ministre? Voulez-vous réagir? (Non)
Sarah Schlitz:
Elle est d'accord. La réunion publique de commission est levée à 15 h 10. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.10 uur.
De asielopvang in Bree
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt ontkent plannen voor asielopvang op camping Kempenheuvel in Bree, maar bevestigt dat arbeidsmigranten (behalve seizoensarbeiders/studenten) vrij mogen wonen zolang ze zich inschrijven en aan gemeentelijke voorwaarden voldoen. Europese regels verplichten enkel huisvestingscontrole voor specifieke groepen, met extra crisismaatregelen voor gezinshereniging om hygiëne en veiligheid te garanderen. Van Belleghem stelt de buurt gerust: geen asielcentrum, maar blijft vragen over mogelijke huisvesting van arbeidsmigranten onbeantwoord. Federale vs. Vlaamse bevoegdheden blijven onduidelijk voor arbeidsmigrantenhuisvesting.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, op 26 februari heb ik gevraagd of er asielzoekers opgevangen zouden worden op camping Kempenheuvel in Bree. De ongerustheid van de buurtbewoners hierover is nog altijd niet volledig weggenomen. In de krant stond dat camping Kempenheuvel, nu eigendom van Arden Parks, asielzoekers en/of arbeidsmigranten zou huisvesten. Kunt u uitsluiten dat er een tijdelijk of permanent asielcentrum in Bree, dus ook in camping Kempenheuvel, wordt opgericht?
Naast de geruchten over de asielopvang gaat ook het verhaal rond dat er arbeidsmigranten gehuisvest zouden worden op camping Kempenheuvel. Bent u hiervan op de hoogte? Kunt u dat uitsluiten? Is de wetgeving op dat vlak voldoende strikt? Het betreft allicht deels een Vlaamse bevoegdheid, maar zou u de federale aspecten hiervan kunnen toelichten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, er zijn voor alle duidelijkheid geen plannen om verzoekers om internationale bescherming tijdelijk onder te brengen op camping Kempenheuvel in Bree.
Alleen voor seizoensarbeiders, studenten en stagiairs vraagt de dienst Vreemdelingenzaken een bewijs van voldoende huisvesting. Die verplichting vloeit voort uit specifieke Europese regelgeving voor die groepen. Voor alle andere arbeidsmigranten is de keuze van domicilie vrij. Zij moeten zich wel inschrijven bij de gemeente en voldoen aan de toepasselijke voorwaarden voor een domicilieadres. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft daar geen verdere bevoegdheid in. Ik wijs erop dat in het kader van de crisismaatregelen voor gezinshereniging ook nieuwe bepalingen zijn ingevoerd betreffende voldoende huisvesting, net om te verzekeren dat de fundamentele normen inzake hygiëne en veiligheid worden gerespecteerd.
Francesca Van Belleghem:
Nu kan ik gelukkig alle mensen die mij hierover hebben gecontacteerd, laten weten dat er geen asielzoekers in Bree zullen worden opgevangen.
Een ‘terugkeerhub’ voor afgewezen asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België wacht op de EU-onderhandelingen over de nieuwe terugkeerverordening (met juridische ruimte voor terugkeerhubs in derde landen) in plaats van bilaterale afspraken te maken zoals Nederland, dat al een intentieverklaring met Oeganda tekende. Minister Van Bossuyt staat open voor "innovatieve oplossingen" en sluit bij de *Coalition of the Willing* aan, maar onderneemt nog geen concrete stappen tot de EU-kaders vastliggen. Van Belleghem kritiseert dit afwachtende beleid, wijzend op Nederlands voortrekkersrol dat het land minder aantrekkelijk maakt voor illegalen. België mikt dus op Europese coördinatie, terwijl Nederland al eigen initiatieven neemt.
Francesca Van Belleghem:
Ik heb een vraag over de terugkeerhub voor afgewezen asielzoekers. Vorige week tekenden de Nederlandse minister van Weel en zijn Oegandese collega in de marge van de Algemene Vergadering van de VN een intentieverklaring over een terugkeerhub bedoeld voor mensen uit de regio die illegaal in Nederland verblijven, waaronder afgewezen asielzoekers. Hoewel dergelijke terugkeerhubs uitsluitend betrekking hebben op de uitstroom en fundamenteel verschillen van de externalisering van de asielprocedure, kunnen ze mogelijk een kleine verbetering betekenen op het vlak van terugkeer.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen. Hoe staat u tegenover die terugkeerhubs? Heeft de regering al gesprekken ter zake aangeknoopt met derde landen? Zo ja, met welke landen en met welk resultaat? Zo niet, mogen we dan een initiatief verwachten of wacht u op uw Europese collega's?
Anneleen Van Bossuyt:
Op 11 maart publiceerde de Europese Commissie haar voorstel van terugkeerverordening. Die verordening moet de huidige terugkeerrichtlijn van 2008 vervangen. Het voorstel, dat momenteel onderwerp van discussie is binnen de Raad, creëert inderdaad de juridische mogelijkheid van de zogenaamde terugkeerhubs in derde landen, mits bepaalde waarborgen op het vlak van mensenrechten worden geboden.
Ik heb al eerder aangegeven dat ik zonder taboes naar alle mogelijke oplossingen kijk, ook naar zogenaamde innovatieve oplossingen. Ik ben dan ook zeer tevreden met de juridische opening voor terugkeerhubs in het voorstel van terugkeerverordening. Zoals u weet trad eerste minister De Wever enkele maanden geleden toe tot de zogenaamde Coalition of the Willing, een groep migratierealistische landen die ook openstaan voor innovatieve oplossingen, waaronder terugkeerhubs.
U vraagt of er al gesprekken zijn aangeknoopt met derde landen. Tot heden zijn er nog geen gesprekken gevoerd met derde landen met het oog op het opzetten van een terugkeerhub. U vraagt naar welke landen en met welk resultaat, maar ik kan daar momenteel niet dieper op ingaan, omdat de onderhandelingen binnen de Raad nog gaande zijn.
U vraagt of u enig initiatief mag verwachten. Zoals gezegd, lopen er binnen de Raad onderhandelingen over het voorstel van de Europese Commissie met het oog op het aannemen van een raadsmandaat, dat de basis zal vormen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement.
Zodra deze nieuwe terugkeerverordening in werking treedt, kan de operationalisering ervan worden gestart. In tussentijd blijf ik uiteraard in overleg met mijn collega's die dezelfde pistes genegen zijn.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik noteer dus dat u wacht op de Europese Raad, terwijl men in Nederland al soloslim heeft gespeeld. In Nederland hebben ze al die intentieverklaring, maar hier in België wachten we op de Europese Unie. Nochtans leert het verleden ons dat de voortrekker in zo'n situatie al enkele stappen voor heeft. Nederland heeft dus weer stappen voor en maakt zich zo ook minder aantrekkelijk voor asielzoekers en voor illegalen, omdat ze weten dat ze dan misschien in een terugkeerhub zullen belanden. Ik vind het spijtig dat u niet op dezelfde manier het voortouw neemt.
De problematiek van de opvang van asielzoekers naar aanleiding van de wet van 14 juli 2025
De uitvoering van de wetsontwerpen inzake volgende verzoeken en opvang
De opvangweigeringen aan gezinnen met een M-status
De opvangweigering van Fedasil voor een asielzoekersgezin ondanks een rechterlijke beslissing
Dakloze kinderen en het asielbeleid
De implementering van de noodmaatregelen
Kinderen die op straat moeten slapen
Het M-statuut
Gezinnen met kinderen op straat
Opvangcrisis en rechtsonzekerheid voor asielzoekersgezinnen met kinderen
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De asieldiscussie draait om twee hoofdthema’s: de vervangingsopvang in Schilde (178 asielzoekers, ondanks lokaal protest en bezorgdheden over veiligheid, leefbaarheid en groengebied) en de controversiële M-statusmaatregel (uitsluiting van opvang voor asielzoekers met bescherming elders in de EU), die leidt tot gezinnen met kinderen op straat ondanks rechterlijke bevelen tot opvang. Minister Van Bossuyt verdedigt beide beslissingen als Europesconform en noodzakelijk om de opvangcapaciteit te behouden voor "echte" asielzoekers, benadrukt vrijwillige terugkeer als alternatief, en ontkent structurele problemen, terwijl oppositie (o.a. Vandemaele, Aouasti) haar minachting voor rechtspraak, kinderrechten en humanitaire plicht aanwrijft—met name bij baby’s en kwetsbare gezinnen die nu dakloos zijn. Lokale besturen (Schilde, Brussel) klagen over gebrek aan overleg en ondersteuning, terwijl coalitiepartners (o.a. Les Engagés) het beleid als "strikt maar rechtvaardig" steunen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, collega’s, er werd beslist dat Fedasil een asielcentrum zal openen op de voormalige site van de paters van Scheut in Schilde voor de opvang van maar liefst 192 asielzoekers. De huurovereenkomst werd blijkbaar ondertekend, ondanks het bijzonder grote protest van de inwoners. Verschillende petities hebben momenteel al meer dan 10.000 handtekeningen verzameld.
Vorige week vond er ook een zeer interessante vergadering plaats van het buurtcomité Scheut in Evenwicht, waar zeer veel volk aanwezig was. Bij veel inwoners leeft bezorgdheid over de impact op de leefbaarheid en de veiligheid. Deze bezorgdheden, mevrouw de minister, vragen om erkenning en respect. De site is bovendien niet geschikt voor de opening van een asielcentrum, aangezien die ligt binnen de zone van de klimaatbossengordel, een zeer waardevol groengebied. Deze gordel maakt deel uit van het project De Nieuwe Rand van de Vlaamse overheid. Het missiehuis bevindt zich daarnaast in een residentiële en landelijke omgeving, die wordt gekenmerkt door rust, groen en beperkte densiteit. De komst van een grootschalig opvangcentrum strookt niet met het karakter van deze wijk.
De eenzijdige keuze van de eigenaars om het gebouw te bestemmen voor de opvang van asielzoekers heeft een zeer grote maatschappelijke impact, niet alleen voor de gemeente Schilde maar ook voor de omliggende gemeenten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de problematiek van de verkeersdrukte. De weg waar het asielcentrum komt, is een drukke verbindingsweg. Er is ook geen milieueffectenrapport opgesteld, hoewel de komst van 200 personen significante gevolgen heeft, zoals geluidshinder, verkeersdrukte en invloed op de water- en rioleringscapaciteit. Al deze zaken moeten volgens de VLAREM-regelgeving onderzocht worden.
Verder heeft dit asielcentrum een grote impact op de sociale en maatschappelijke voorzieningen, waardoor de draagkracht van de gemeente dreigt te worden overschreden. Ik denk hierbij aan de politie, aan het OCMW en aan het onderwijs. De burgemeester heeft twee weken geleden tijdens een commissievergadering erkend dat de kinderen van kleuter- en lager onderwijs naar de scholen in Schilde zullen gaan. Dat zou blijkbaar niet gelden voor het middelbaar onderwijs. Die scholen in Schilde kampen nu al met wachtlijsten, zitten al overvol en kunnen onze eigen kinderen geen plaats meer geven.
Kunt u meer toelichting geven over de ondertekende huurovereenkomst? In mijn ontwerp van interpellatie stond dat het zou gaan om een overeenkomst van drie jaar. Inmiddels is duidelijk dat het gaat om een overeenkomst van onbepaalde duur, met een minimum van vier jaar.
Wat is het plan na afloop van deze periode? Welke aanpassingen moeten er gebeuren om van dit gebouw een asielcentrum te maken? Wat is de huurprijs die Fedasil moet betalen? Kunt u me een gedetailleerd overzicht geven van de totale kostprijs voor de inrichting en uitbating van dit nieuwe asielcentrum?
Het lokaal bestuur van Schilde zegt niet betrokken te zijn geweest bij de plannen van de eigenaars van deze site en ook niet op de hoogte te zijn gesteld van de gesprekken met Fedasil. Uit andere berichten blijkt evenwel dat het gemeentebestuur al veel langer op de hoogte geweest zou zijn. Kunt u hierover meer duidelijkheid geven? Wanneer werd het gemeentebestuur van Schilde op de hoogte gebracht? Wanneer heeft er overleg plaatsgevonden?
Tot op heden is er ook geen transparante inspraak geweest van of met de inwoners van Schilde. Beslissingen met een dergelijke impact moeten in overleg met de lokale gemeenschap genomen worden. Dit staat trouwens heel duidelijk in het gemeentedecreet. Hoe verantwoordt u de afwezigheid van enig overleg met de lokale bevolking? Wat is het antwoord van de minister op het enorme protest?
De impact van de komst van 192 asielzoekers zal groot zijn. Werd die voldoende onderzocht? Welke maatregelen worden er genomen om de veiligheid en leefbaarheid te garanderen? Welke maatregelen zijn er genomen op het vlak van onderwijs voor de kinderen?
Kunt u duidelijkheid geven over het profiel van de asielzoekers die hier onderdak zullen krijgen? Ook daarover circuleren verschillende verhalen.
Op het domein ligt een Mariagrot en is er een kerkhof waar de overleden paters van Scheut begraven liggen. Zijn er garanties dat de Mariagrot en het kerkhof niet zullen worden afgesloten of zelfs ontmanteld, maar integraal behouden zullen blijven? Zullen ze voldoende bescherming en bewaking krijgen?
Kunt u meer toelichting geven over de andere pistes die door Fedasil werden onderzocht ter vervanging van het asielcentrum in Deurne? Op basis van welke criteria werden de andere pistes niet gekozen? Op basis van welke criteria werd er gekozen voor het domein in Schilde?
Tot slot, in uw beleidsnota staat het volgende: “Het ongebreideld openen van nieuwe opvangplaatsen is niet het juiste antwoord op de aanhoudende historisch hoge instroom en de enorme werkachterstand in de asielketen." Hoe past u deze plannen in het beweerde "strengste asielbeleid ooit", dat de eerste minister beloofde voor de verkiezingen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Dillen, er zal inderdaad een opvangcentrum openen in Schilde, ter vervanging van het sluitende centrum in Deurne. Het gaat dus niet over nieuwe capaciteit maar over vervangingscapaciteit. Dit centrum zal een maximale capaciteit hebben van 178 plaatsen. Het gaat dus niet over 192 plaatsen, maar over 178.
De contractuele informatie van het ondertekende huurcontract kan worden opgevraagd bij Fedasil, want u hebt daarover een aantal vragen gesteld. U kunt die informatie opvragen bij Fedasil, conform de regels inzake openbaarheid van bestuur. Het is aan Fedasil om te beoordelen welke gegevens wanneer en op welke manier worden vrijgegeven.
Mijn kabinet staat in rechtstreeks contact met de burgemeester. Op 26 mei 2025 heeft er overleg plaatsgevonden met alle betrokken partijen: het kabinet, Fedasil, de burgemeester en schepenen en ook de gemeentelijke diensten. Daarnaast hebben Fedasil en het gemeentebestuur een werkgroep opgericht om openstaande vragen op een constructieve manier te bespreken en om de opstart goed te begeleiden.
Bij de opening van een centrum voorziet Fedasil steeds infosessies voor de buurtbewoners. Dat zal hier niet anders zijn. Fedasil heeft de nodige ervaring met het opstarten van centra. Bovendien betreft het hier de verplaatsing van een bestaand centrum, met hetzelfde ervaren personeel en dezelfde directeur. Deze zullen meegaan van het centrum dat sluit in Deurne naar het centrum in Schilde. Dat biedt extra garanties voor een vlotte overgang.
Lokale besturen kunnen rekenen op ondersteuning via subsidies, via samenwerking met de politie, infomarkten en regionale begeleiding vanuit Onderwijs en Integratie en Inburgering. De schoolplichtige kinderen uit het centrum zullen niet allemaal in Schilde naar school gaan. Er wordt gezocht naar een evenwichtige spreiding in de omliggende gemeenten, samen met AGODI en de scholen zelf. Bovendien blijven de kinderen die nu al in Deurne naar school gaan, daar zoveel mogelijk ingeschreven. Dat is goed voor iedereen. Fedasil neemt het beperkte schoolvervoer zelf op zich, waardoor de impact op de gemeente beperkt blijft.
Het opvangcentrum in Schilde zal verschillende doelgroepen opvangen, voornamelijk personen die medische zorgen nodig hebben, alleenstaanden, families en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Er is permanent voldoende personeel aanwezig om te waken over de goede orde. Het gaat, zoals ik daarnet al zei, om ervaren personeel uit het opvangcentrum van Deurne.
Elke bewoner ondertekent bij aankomst een huishoudelijk reglement waarin staat dat vernieling en vandalisme verboden zijn en gesanctioneerd worden conform de opvangwet. Fedasil bekijkt altijd verschillende parameters bij de keuze van een locatie voor de opvang. Het gaat dan bijvoorbeeld om de kostprijs, de ligging, de kwaliteit van het gebouw, hoe snel het operationeel kan zijn, de mobiliteit enzovoort.
Ter vervanging van het huidige centrum in Deurne werden verschillende locaties onderzocht en Schilde bleek de beste keuze op basis van de prijs, de geschiktheid van het gebouw en de onmiddellijke beschikbaarheid. Wat de Mariagrot en de begraafplaats van de paters scheutisten betreft: beide locaties behoren niet tot het gehuurde goed van Fedasil. Fedasil zal echter de toegang tot deze locaties, die bereikbaar zijn zonder het centrum te moeten kruisen, geenszins belemmeren, dat in tegenstelling tot – eerlijk gezegd – de meest wilde verhalen en afbeeldingen die ik daarover deze zomer heb zien passeren.
Tot slot, de opening van Schilde dient enkel om de nakende sluiting van Deurne op te vangen. Het gaat dus niet om bijkomende capaciteit, maar om vervangcapaciteit, het behouden van bestaande expertise en het voorzien van gespecialiseerde plaatsen voor bewoners met medische noden en hun mantelzorgers. Er komen netto geen opvangplaatsen bij.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister.
Het zal u niet verwonderen dat uw antwoord mij bijzonder ontgoochelt. U zegt dat het in Schilde niet gaat om een nieuw asielcentrum, maar om de vervanging van Deurne. U hebt nochtans het strengste asielbeleid ooit beloofd. Het is uw plicht en uw taak om het aantal asielzoekers te verminderen, niet om hen te verplaatsen.
U zegt dat de kinderen zullen worden gespreid over de scholen, ook van de naburige gemeenten. Welnu, mevrouw de minister, dat is totaal iets anders dan wat de burgemeester heeft gezegd. Hij heeft verklaard dat die kinderen naar de scholen in Schilde zullen gaan. Nogmaals, die scholen zitten bij ons propvol. Onze kinderen staan er op de wachtlijst. Het is onaanvaardbaar dat onze kinderen op de tweede plaats komen en naar achteren worden geschoven. Dat zullen wij nooit tolereren.
U zegt ook dat de kinderen van het middelbaar onderwijs naar de school in Deurne zullen gaan en dat Fedasil daarvoor vervoer zal regelen. Mevrouw de minister, dat komt erop neer dat Fedasil taxi speelt. Onze kinderen moeten zelf met de bus, met het openbaar vervoer gaan. Waarom opnieuw die discriminatie ten nadele van onze eigen kinderen? Waarom krijgen asielzoekers een taxi die hen elke dag aan de poort komt afhalen om hen naar de schoolpoort in Deurne te brengen?
Verder zegt u, mevrouw de minister, dat die asielzoekers allemaal een reglement moeten tekenen, overeenkomstig de opvangwet. De asielzoekers die nu in Deurne verblijven, hebben dat ook moeten doen. U bent er evengoed als ik van op de hoogte dat dit voor velen onder hen eigenlijk maar een vodje papier is, getuige de moord in Antwerpen-Noord die gepleegd is door een van die bewoners.
Wat de Mariagrot betreft, mevrouw de minister, de huurovereenkomst is afgesloten voor dat hele domein. Dat hebben de eigenaars zelf gezegd. Daarenboven zijn de Mariagrot en het kerkhof van de paters van Scheut niet afgesloten. Dat is gewoon één groot domein. Zal men daar dan bescherming voorzien? Daarop biedt u absoluut geen antwoord.
Mevrouw de minister, ik weet niet of u dat domein al eens bent gaan bekijken. Ik heb u dat de vorige keer ook gevraagd. Ga daar eens kijken. Stap er gewoon binnen. De eigenaars hebben dat terrein momenteel afgesloten. Dat is in strijd met de wet op de trage wegen. Dat mag dus eigenlijk niet, maar dat is niet uw verantwoordelijkheid. In principe kan men daar gewoon binnenwandelen, recht naar het gebouw en dan verder door dat mooie park naar het kerkhof en de grot. Daar moeten zeker maatregelen worden genomen.
U hebt geen antwoord gegeven op mijn vraag over de maatregelen die genomen zijn om de veiligheid te waarborgen. Ik ben ervan overtuigd dat daar bijkomende politiecapaciteit nodig is. U weet evengoed als ik dat die capaciteit niet zomaar uit de lucht komt vallen en dat het moeilijk is om agenten te vinden die daar de veiligheid kunnen garanderen. Ik heb daar vorige maandag ook de burgemeester over ondervraagd, maar ik kreeg evenmin een antwoord.
Tot slot, mevrouw de minister, u hebt geen antwoord gegeven op de vraag welke pistes nog zijn onderzocht. U zegt gewoon dat uit het onderzoek is gebleken dat Schilde de meest interessante piste is, maar welke andere pistes zijn er onderzocht? Dat weten we niet, daar krijgen we geen antwoord op.
U bent begonnen met te zeggen – daarmee rond ik af, mijnheer de voorzitter – dat ik voor mijn eerste vraag de informatie maar moet gaan halen bij Fedasil, in het kader van de openbaarheid van bestuur. Mevrouw de minister, ik vraag al lange tijd inzage in dat dossier bij Fedasil. Aanvankelijk was dat geen enkel probleem. Ik moest alleen een nieuwe aanvraag doen, nu de huurovereenkomst ondertekend is. Welnu, mevrouw de minister, Fedasil blijft dat op de lange baan schuiven. Gisteren nog, na de zoveelste rappel die wij hebben gestuurd, hebben ze gezegd dat ik eerst een oplijsting moet bezorgen van alle informatie die ik wens te ontvangen. Het volledige dossier willen ze niet vrijgeven. Wanneer ik nu die inzage zal krijgen, blijft een open vraag. Fedasil zal nu wellicht opnieuw antwoorden dat ook dit onderzocht moet worden. Mevrouw de minister, de houding van Fedasil is absoluut niet correct. Ik hoop dat u er bij uw diensten op aandringt dat wij onmiddellijk die documenten mogen inkijken.
Tot slot, mijnheer de voorzitter, heb ik een motie ingediend.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen
en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,
- overwegende dat Fedasil de intentie heeft een asielcentrum te openen op de site van de Paters van Scheut in Schilde voor de opvang van 192 asielzoekers;
- overwegende dat de huurovereenkomst tussen Fedasil en de eigenaars blijkbaar reeds getekend is;
- overwegende dat deze site niet geschikt is voor de opening van een asielcentrum gezien de ligging binnen de zone klimaatbossengordel en binnen een residentiële en landelijke omgeving die gekenmerkt wordt door rust, groen en een beperkte densiteit;
- overwegende dat het protest van de inwoners van Schilde en de naburige gemeente bijzonder groot is, getuige de petities die inmiddels door meer dan 10.000 burgers werden ondertekend;
- overwegende dat de maatschappelijke impact van dergelijk groot asielcentrum bijzonder omvangrijk is, niet alleen voor Schilde maar ook voor de omliggende gemeenten, zowel op het vlak van de leefbaarheid als van de veiligheid en verkeersveiligheid;
- overwegende dat dit asielcentrum ook een grote impact heeft op de sociale en maatschappelijke voorzieningen die de draagkracht van de gemeente zal overschrijden;
- overwegende dat het gemeentebestuur van Schilde stelt dat ze niet op de hoogte was van de komst van een
asielcentrum en dat er geen overleg heeft plaatsgevonden;
- overwegende dat er evenmin een voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de inwoners van Schilde:
- overwegende dat deze plannen niet kaderen in het ‘strengste asielbeleid ooit’ dat de eerste minister aankondigde
vraagt de regering
geen asielcentrum te openen op het domein van de paters van Scheut in Schilde. "
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit:
" La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen
et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,
- considérant que Fedasil a l'intention d'ouvrir un centre pour demandeurs d'asile sur le site des pères de Scheut à Schilde pour l'accueil de 192 demandeurs d'asile;
- considérant que le contrat de bail entre Fedasil et les propriétaires a apparemment déjà été signé;
- considérant que ce site ne convient pas à l'ouverture d'un centre pour demandeurs d'asile, compte tenu de sa situation au sein de la ceinture forestière à fonction climatique et dans un environnement résidentiel et rural caractérisé par le calme, la verdure et une densité de population limitée;
- considérant que les protestations des habitants de Schilde et de la commune voisine sont particulièrement vives, comme en témoignent les pétitions signées par plus de 10 000 citoyens;
- considérant que l'incidence sociétale d'un centre pour demandeurs d'asile d'une telle envergure sera considérable, non seulement pour Schilde, mais aussi pour les communes voisines, tant en termes de qualité de vie qu'en termes de sécurité et de sécurité routière;
- considérant que ce centre pour demandeurs d'asile aura également une incidence majeure sur les dispositifs sociaux et sociétaux, qui dépassera les moyens de la commune;
- considérant que l'administration communale de Schilde affirme qu'elle n'avait pas connaissance de l'ouverture d'un centre pour demandeurs d'asile et qu'aucune concertation n'a eu lieu à ce sujet;
- considérant qu'il n'y a pas non plus eu de concertation préalable avec les habitants de Schilde;
- considérant que ce projet ne s'inscrit pas non plus dans le cadre de la ‘politique d'asile la plus stricte de tous les temps’ annoncée par le premier ministre;
demande au gouvernement
de ne pas ouvrir de centre pour demandeurs d'asile sur le domaine des pères de Scheut à Schilde."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese .
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
François De Smet:
Madame la ministre, j’espère que vous avez passé de bonnes vacances. Précisément, pendant cet été, les changements législatifs de l’Arizona ont commencé à produire leurs effets. Pas dans les chiffres, non, mais dans les rues. La loi du 14 juillet 2025 restreignant l’accès aux structures d’accueil pour les demandeurs d’asile dans certaines situations est entrée en vigueur pour endiguer ce que vous appelez le "shopping de l’asile".
Nous pourrions recommencer tout le débat sur certains demandeurs bénéficiant déjà d’un statut en rappelant, par exemple, que la protection théorique offerte par certains États membres de l’Union, notamment la Grèce, n’est pas toujours effective. Cela dit, ce n’est pas le problème que je souhaitais soulever. Il s’agit plutôt du simple respect des décisions de justice. Si l’on en croit la RTBF, Fedasil a informé par courrier des avocats que, je cite, "à la demande de la ministre, l’Agence ne pourrait pas loger une famille qui avait déjà obtenu le droit d’asile en Grèce". Je dois avouer que, malgré un certain cynisme affiché par vos prédécesseurs qui refusaient de se plier à des décisions de justice, je n’ai pourtant pas le souvenir d’un ministre ordonnant à sa propre administration de refuser d’appliquer une décision de justice. Or le tribunal du travail de Bruxelles, dans une ordonnance rendue en septembre, avait ordonné à Fedasil de fournir un logement à cette famille au motif de sa vulnérabilité, notamment en raison de la présence d’enfants en bas âge et du risque de se retrouver sans toit.
Plusieurs familles seraient actuellement sans solution de logement, certaines dormant dans la rue. Des tribunaux ont déjà rendu des ordonnances favorables à ces familles, mais Fedasil, agissant donc à votre demande, ne se conforme pas à ces décisions judiciaires.
La bâtonnière de l’Ordre francophone du barreau de Bruxelles s’est tout récemment adressée à vous pour vous rappeler de tenir compte des droits humains et de l’intérêt de l’enfant dans la politique migratoire et vous a recommandé de donner de nouvelles instructions à Fedasil afin que les familles avec enfants mineurs soient toutes hébergées au sein du réseau, en vue d’éviter qu’elles n’errent en rue à Bruxelles.
Madame la ministre, combien de familles se trouvent actuellement dans la situation décrite: à savoir qu’elles ont trouvé une protection dans un autre État, mais qu’elles se sont retrouvées sans logement parce qu’elles sont venues, malgré la nouvelle législation, dans notre pays? Considérez-vous légitime qu’une ordonnance judiciaire ne soit pas appliquée en raison d’une décision politique ou ministérielle? Dans ce cas, sur quelle base légale peut-on justifier un non-respect d’une décision de justice? Ce nouveau régime de statut M vous paraît-il compatible avec les principes constitutionnels, notamment les droits de l’enfant et l’égalité devant la loi? Enfin, selon vous, la Belgique ne risque-t-elle pas des condamnations au titre de droits fondamentaux si des personnes sont laissées sans hébergement, malgré la loi en vigueur, mais aussi malgré des décisions de justice?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, nous avons effectivement débattu sur ce sujet dans cette commission avant l'été. J'avais déjà énuméré les conséquences inévitables, à savoir des personnes qui allaient dormir dans la rue. Non plus – même si c'était interdit – des hommes seuls, mais des familles avec enfants.
La loi est entrée en vigueur le 4 août, et alors que vous promettiez ici que "plus jamais personne ne dormirait dans la rue" suite aux pressions des Engagés et de Vooruit, à quoi devons-nous assister depuis le début de cet été? Ce ne sont plus simplement des hommes seuls qui dorment dans la rue, mais des familles avec enfants. Le plus jeune a 13 mois et a vu sa demande d'accueil refusée, alors que sa maman a fui, que l'enfant est la victime d'une agression sexuelle, qu'il est né postérieurement à la fuite de la mère. Il a 13 mois, et parce que c'est un statut M, il a été refusé dans le statut d'accueil sans aucune prise en considération de sa vulnérabilité ni du statut de l'enfant.
Comme l'indique mon collègue De Smet, sur base de vos instructions, une dizaine d'ordonnances ont déjà été prononcées par le tribunal du travail de Bruxelles. Aucune d'entre elles n'est respectée. Pire, il y a semble-t-il du cynisme. Ce n'est en effet pas le manque de places qui motive le refus d'accueil puisqu'une instruction indiquerait que si les personnes renoncent à leur demande de protection internationale, vous accepteriez de les loger jusqu'à ce qu'une solution soit trouvée en vue de leur départ. Cela signifie qu'il y a des places disponibles, et que vous refusez de les loger.
Madame la ministre, quand allez-vous enfin prendre conscience des conséquences de votre loi? Quand allez-vous respecter les décisions de justice? Quand ferez-vous en sorte que des gens ne dorment pas dans la rue, singulièrement des enfants de 13 mois?
Matti Vandemaele:
Ik zal mijn vragen samenbundelen, mijnheer de voorzitter. De vakantie was lang, dus ik heb mijn vragen op verschillende momenten tijdens de vakantie ingediend. We kunnen ze nu echter samen behandelen.
Sinds deze zomer worden mensen die bescherming kregen in een andere EU-lidstaat uitgesloten van het opvangnet. Rechtbanken oordelen nu echter dat die weigering onvoldoende is gemotiveerd, dat er geen rekening wordt gehouden met de individuele situatie en de kwetsbaarheid van de gezinnen en dat er opnieuw opvang moet worden voorzien. Toch, mevrouw de minister, krijgen die gezinnen te horen dat u als minister Fedasil de opdracht hebt gegeven om die rechterlijke uitspraken gewoon te negeren. U hebt immers een instructie op papier gegeven aan uw administratie waarin u stelt dat de rechterlijke macht mag wordt genegeerd en dat er geen rekening mee moet worden gehouden.
Wat is uw motivatie om te zeggen dat de rechterlijke macht de boom in kan, om er niet naar te luisteren? Hoe kijkt u naar het feit dat die rechtbanken oordelen dat er opvang moet worden voorzien? Het is jammer dat uw coalitiepartners Les Engagés, Vooruit en cd&v, die altijd zeiden dat het hoger belang van het kind prioritair zou zijn, hier niet aanwezig zijn en dat blijkbaar niet hebben gezien. Is het een regeringsstandpunt om kinderen en gezinnen op straat te zetten? Wij vernemen namelijk dat het duidelijk een standpunt is van de regering om gezinnen met kinderen de straat op te duwen.
Zal het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondersteund worden? Het gaat ondertussen immers al om enkele duizenden mensen die op straat zijn terechtgekomen en die uiteraard niet allemaal zijn teruggekeerd. Zal er daarvoor ondersteuning komen?
Mijn tweede vraag heeft betrekking op de minderjarigen. Daarover hebben we heel lang gediscussieerd in de plenaire vergadering. Toen kwam telkens naar voren dat het hoger belang van het kind individueel zou worden bekeken en dat er de mogelijkheid zou zijn om in het belang van het kind toch opvang te voorzien. Dat is altijd zo gezegd. Les Engagés, Vooruit en cd&v zeiden telkens weer dat er voor die kinderen een oplossing zou worden gevonden. Nu blijkt echter dat er voor die kinderen geen oplossingen komen. Ik hoor de collega’s ook zeggen dat er baby’s tussen zitten. Het gaat dus niet enkel over 14-, 15- of 16-jarigen, maar ook over baby’s.
Jullie sturen gezinnen met baby’s gewoon de straat op. Ik sta daar met open mond naar te kijken, zeker omdat u gezegd hebt dat u het meest humane beleid ooit zou voeren. Jullie zijn de inhumanen. Jullie hebben het verkeerd aangepakt. U zou tonen hoe het moet, maar twee weken later werden de eerste baby’s de straat op geduwd. Dat is de realiteit van uw beleid, mevrouw.
Wat is de handelingsmarge bij de asieldiensten wanneer zij geconfronteerd worden met gezinnen met kinderen? Kunnen zij dan oplossingen bieden? Waarom doen ze dat niet, als dat mogelijk is?
Mijn tweede vraag: vandaag is het nog relatief warm, maar wat als het putje winter wordt? Gaan we dan ook gezinnen met baby’s de straat op sturen, ja of nee?
Ten derde, waar is hier het belang van het kind? U hebt beloofd daar rekening mee te houden, maar u doet dat niet. Uw diensten doen dat hoegenaamd niet. Ik citeer een van uw voorgangers: “Hoe kunnen die linkse moraalridders in de spiegel blijven kijken nu er kinderen op straat moeten slapen, alleen in de kou, prooien voor onverlaten?” Hij voegde eraan toe: “Tijdens mijn mandaat sliep geen enkel kind op straat. Zero.”
Blijkbaar zijn de morele standaarden opgeschoven. Voor deze regering – met Vooruit, Les Engagés en cd&v – lijkt het geen enkel probleem te zijn dat kinderen, ook baby’s, de straat op worden gestuurd en dat er niet meer in opvang wordt voorzien.
Mijn volgende vraag is algemener en staat los van de minderjarigen. Voor hoeveel mensen met een M-status is inmiddels beslist dat er geen plek meer is in het opvangnet? Over hoeveel mensen gaat het concreet? Ik hoor cijfers die variëren van 2.000 tot 3.000. Hoeveel zijn het er werkelijk? Hoeveel minderjarigen behoren er tot die groep? Wordt er voor hen in extra begeleiding voorzien, of krijgen zij gewoon een briefje mee en wordt er gezegd: “Dag, nog een prettige dag en laat ons gerust”?
Mevrouw de minister, we kunnen van mening verschillen en dat zullen we ook de hele legislatuur blijven doen, maar ik dacht echt dat we het over de kwetsbaren, en zeker over kinderen, eens waren dat we dat niet zouden doen. Jullie zouden ons tonen hoe moreel superieur jullie waren. Jullie hebben altijd gezegd dat ons beleid verwerpelijk was, dat wat wij gedaan hebben degoutant was, dat wij alleenstaande mannen de straat op geduwd hebben. Ik heb al gezegd dat ik daarvoor mijn verantwoordelijkheid neem. Dat mocht inderdaad niet gebeuren.
Jullie hebben echter beloofd het beter te doen. Na twee weken sliepen er al gezinnen met kinderen op straat. Voor uw coalitiepartners is dit heel belangrijk om te beseffen. Bij Les Engagés, bij Vooruit en bij cd&v moeten ze zich goed in de oren knopen dat dit het regeringsbeleid is. Het is het beleid van deze regering om gezinnen met kinderen, ook met baby’s, de straat op te sturen. U mag daar trots op zijn (...)
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in de media lezen we dat er gezinnen met kinderen op straat slapen. Andere parlementsleden hebben dat onderwerp al aangehaald.
Gaat het daarbij uitsluitend om personen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat? Over hoeveel mensen gaat het precies? Het terugkeerbeleid speelt hier immers een rol. U kunt opvang weigeren aan mensen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. Als u echter geen actie onderneemt om die mensen terug te sturen naar het EU-land waar zij al een status hebben gekregen, zullen zij hier nog lange tijd op straat blijven. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat de Brusselse daklozenopvang uw taken overneemt.
Mijn concrete vraag aan u is dan ook hoe u ervoor zult zorgen dat gezinnen met kinderen die hier op straat slapen, worden teruggestuurd naar het EU-land waar zij al een status hebben gekregen. Welke acties mogen we van u verwachten?
Greet Daems:
Mevrouw de minister, door uw crisismaatregel die verbiedt dat gezinnen een tweede asielaanvraag indienen op naam van hun kind, slapen heel wat gezinnen met jonge kinderen noodgedwongen op straat. Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft dat in augustus al vastgesteld. Zij telden een twintigtal gezinnen met kinderen, samen ongeveer zestig personen. In sommige gevallen betrof het zelfs baby’s van negen maanden oud. Samusocial spreekt zelfs van vierhonderd gezinnen.
Mevrouw de minister, het middenveld stelt u verantwoordelijk, en terecht, want uw logica is onmenselijk. Door elk greintje waardigheid af te nemen van een moeder en haar kind, van een gezin op de vlucht, zullen die personen België wellicht verlaten. Dat lijkt uw redenering. In plaats van op Europees niveau te pleiten voor betere bescherming en betere asielprocedures, doet u het tegenovergestelde.
De RTBF bracht naar buiten dat u het personeel van Fedasil de opdracht hebt gegeven een rechterlijk bevel naast zich neer te leggen. Dat bevel was duidelijk: een gezin dat eerder al asiel had gekregen in Griekenland, moest wegens zijn kwetsbaarheid opvang krijgen bij Fedasil. U maande Fedasil evenwel aan om dat bevel te negeren. Het gezin kwam aldus op straat terecht. Het gaat ver wanneer de minister Fedasil oplegt uitspraken van de rechtbank niet uit te voeren. Ook binnen het personeel stuit dat op weerstand.
Hebt u Fedasil de opdracht gegeven om uitspraken van de rechtbank te negeren, en beseft u dat u zich daarmee boven de wet plaatst?
Over hoeveel gezinnen gaat het ondertussen? Hoeveel volwassenen en hoeveel kinderen slapen er momenteel op straat en hebben door die crisismaatregel geen plaats meer in het opvangnetwerk?
Zijn er plaatsen beschikbaar in het Fedasil-opvangsysteem voor gezinnen?
Vanwaar komen de gezinnen die doorreizen? In welke landen hebben zij reeds de procedure doorlopen?
Voorzitter:
Mevrouw Schlitz, het Reglement laat mij niet toe dat ik u het woord verleen. Slechts één iemand per fractie mag een vraag stellen in een actualiteitsdebat.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik begrijp dat u veel vragen hebt. Ik hoor hier zaken en getallen vernoemen die compleet niet stroken met de realiteit. Daarom heb ik een uitgebreid antwoord voorzien, omdat ik het toch wel belangrijk vind om de puntjes op de i te zetten.
La position du gouvernement a toujours été claire et elle a également été communiquée au barreau de Bruxelles, en réponse à la lettre à laquelle le collègue De Smet a fait référence.
Met de wet van 14 juli 2025, die op 2 augustus 2025 in werking is getreden, neemt de federale regering maatregelen om de opvangcapaciteit te vrijwaren voor wie het echt nodig heeft, namelijk de verzoekers om internationale bescherming die nog niet in een andere lidstaat bescherming of een definitieve weigering gekregen hebben.
Op dit moment geniet ongeveer 10 % van de personen die wij opvangen – 3.025 mensen – al bescherming in een andere lidstaat. Dat is een onhoudbare situatie. Het zijn in principe allemaal plaatsen die we zouden kunnen sluiten of die nooit geopend hadden hoeven te worden. Voor alle duidelijkheid, en zoals we ook al bij de bespreking van de wetgeving zeiden: door het standstillprincipe heeft de wetgeving enkel betrekking op nieuwe gevallen en dus niet op de mensen die al in de opvang verblijven.
We hebben op Europees niveau regels afgesproken en die moeten gerespecteerd worden. België is veel te lang veel te laks geweest, met alle gevolgen van dien. Ik heb een departement aangetroffen waar onder druk van Vivaldi geen enkele verstrenging mogelijk was. Het resultaat? Gezinnen en vele honderden alleenstaande mannen op straat. In plaats van orde was chaos de rode draad door het asielbeleid van de voorbije jaren. Met de huidige regering veranderen we eindelijk van koers. Iedere systeemverandering gaat gepaard met een aanpassingsperiode.
Vandaag hoeft geen enkele verzoeker op straat te slapen. De wachtlijst van de alleenstaande mannen – momenteel 1.900 personen – is volledig weggewerkt, met inbegrip van de Brussels Deal, die 2.000 plaatsen bevat. Daarnaast bestaat er voor alle verzoekers die al bescherming genieten in een andere lidstaat steeds de mogelijkheid om in te stappen in een traject van vrijwillige terugkeer naar het land waar ze een statuut hebben – dus het land dat voor hen verantwoordelijk is – of, indien ze dat wensen, naar het land van herkomst voor wie een negatieve beslissing gekregen heeft. Niemand hoeft dus vandaag voor ons op straat te slapen.
Laat me nog eens duidelijk maken wat de lijnen zijn binnen het Europese rechtskader waarmee we vandaag werken.
Les personnes qui bénéficient déjà d'une protection internationale dans un autre État membre de l'Union européenne ou dont la demande a été rejetée n'ont désormais plus droit à une place dans notre réseau d'accueil. Celui-ci est aujourd'hui structurellement saturé et doit être préservé afin que les places disponibles puissent être attribuées à ceux qui comptent réellement sur nous.
Wij moeten het signaal geven dat België de Europese regels strikt zal toepassen. Enkel op die manier zullen wij de instroom kunnen beperken.
Wanneer ik de vragen van vandaag zie, begrijp ik dat velen onder u de krant lezen maar vaak waarschijnlijk enkel de titel van het artikel. Ik moedig u dan ook allen aan om verder te lezen dan de ronkende titels.
U weet intussen dat ik geen conclusies op lange termijn wil trekken op basis van resultaten op korte termijn. Onze crisismaatregelen zijn sinds deze zomer van kracht, namelijk sinds ongeveer een maand. Laten we dus voorzichtig de eerste resultaten evalueren.
September en oktober zijn historisch de maanden met de meeste asielaanvragen van het jaar. In augustus 2025, dus vorige maand, werden 374 verzoeken minder ingediend dan in juli 2025 en 442 minder dan in augustus 2024. Dat is een stap in de goede richting. Ik herinner u eraan dat de voorspellingen bij het begin van de huidige legislatuur waren dat wij zonder maatregelen veel meer asielaanvragen zouden hebben, namelijk 50.000 in plaats van 40.000 op jaarbasis. Ik kan dus enkel zeggen wat de huidige cijfers zijn.
De nieuwe regels zijn enkel van toepassing op verzoeken die in België werden ingediend vanaf 2 augustus 2025, de datum waarop de wet die wij hier op 14 juli 2025 hebben goedgekeurd in werking is getreden. Dossiers die voordien zijn ingediend, vallen dus niet onder de nieuwe bepalingen. Dat zorgt voor een heldere en transparante toepassing. De wet werkt niet retroactief, maar geldt strikt voor nieuwe aanvragen. De impact van de maatregelen zal zich dus pas de komende maanden manifesteren. Ik ben er zeker van dat u de komende maanden en jaren nog veel vragen over de problematiek zult stellen.
Ik kom nu bij het punt over de M-statussen. In de eerste acht maanden van 2025 werden 2.228 asielaanvragen ingediend door mensen met een M-status. Dat is iets minder dan in de eerste acht maanden van 2024, toen het om 2.373 personen ging.
Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving zijn er 189 personen geweest op wie de nieuwe regelgeving van toepassing is. Deze cijfers dateren van vrijdag 12 september. Mijnheer Vandemaele, het gaat dus niet om enkele duizenden personen, maar wel om 189 personen op wie de nieuwe regelgeving van toepassing is. Voor 143 van hen werd de opvang beperkt. Vijf dossiers worden momenteel nog beoordeeld. De groep die momenteel toch nog wordt opgevangen, bestaat uit personen die een uitzondering kregen om sociale of medische redenen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en personen die opvang kregen omdat een van hun gezinsleden recht heeft op opvang.
Chaque situation est et sera toujours examinée au cas par cas, conformément à la loi sur l'accueil.
Wat de aanvragen betreft die namens een kind zijn ingediend nadat de aanvraag van de ouder was afgewezen, tussen 2 augustus en 9 september vielen tien gezinnen onder de toepassing van de nieuwe wet. Die gezinnen vertegenwoordigen samen 46 personen. Vier van de tien gezinnen verbleven op het moment van de aanvraag reeds buiten de opvang. Zes gezinnen van de tien bevonden zich in de opvang toen de aanvraag namens het kind werd ingediend. Vijf van de zes gezinnen kregen een beperking van de opvang opgelegd. Eén gezin kreeg een uitzondering op basis van de individuele situatie.
De crisismaatregelen gelden voor iedereen. Ook in die dossiers maakt Fedasil binnen het wettelijk kader een individuele afweging op basis van objectieve gegevens.
Le 5 septembre, j'ai en effet adressé une communication à Fedasil dans laquelle j'ai confirmé le maintien des mesures de limitation de l'accueil. J’ai pris acte de plusieurs jugements rendus par les tribunaux du travail – contre lesquels une tierce opposition a d'ailleurs été introduite – tout en attirant l'attention sur les passages pertinents du Pacte sur la migration et la jurisprudence européenne, qui confirment que les demandes introduites par les titulaires d'un statut M peuvent être considérées comme des demandes ultérieures.
Ik wijs er graag op dat over de teksten van het pact onderhandeld werd en dat de teksten nadien goedgekeurd werden onder de vivaldiregering, waar uw beider partijen deel van uitmaakten, mijnheer Aouasti en mijnheer Vandemaele.
Een verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing is genomen over een vorig verzoek, wordt conform artikel 55, 2°, juncto, artikel 3,19°, van de verordening 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van richtlijn 2013/32, als een volgend bezoek beschouwd.
Artikel 20 van de richtlijn tot vaststelling van de normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming benoemt de gevallen waarin materiële opvangvoorzieningen kunnen worden beperkt of ingetrokken. Punt 1, c, voorziet expliciet in de mogelijkheid voor de lidstaten de materiële hulp te beperken wanneer een verzoeker een volgend verzoek heeft ingediend. Voor zulke verzoeken kan de opvang dus wettelijk worden beperkt.
Les personnes qui bénéficient déjà d’une protection dans un autre État membre ou dont la demande a déjà été définitivement rejetée, que ce soit en Belgique ou dans un autre État membre, choisissent elles-mêmes de poursuivre leur voyage et/ou d’introduire une nouvelle demande en Belgique, et ne sont pas contraintes de vivre dans la rue.
Si elles choisissent de retourner dans le pays qui leur a accordé une protection, dans l’État membre responsable ou dans leur pays d’origine, elles peuvent s’inscrire dans un parcours de retour volontaire. Dans ce cas, elles peuvent être temporairement accueillies dans un centre de retour.
Le fait que certaines d’entre elles choisissent malgré tout de vivre dans la rue relève donc d’un choix délibéré.
Het doel van de maatregel is om opvangplaatsen vrij te maken voor wie daar wel recht op heeft, in het bijzonder voor de meest kwetsbare groepen. Het is tegelijk ook een duidelijk signaal aan doorreizigers die elders al bescherming genieten. We zullen hen helpen bij hun terugkeer naar de lidstaat waar zij bescherming hebben, maar zij worden niet opgenomen in de reguliere opvangstructuren in België. Het gaat dus om niets meer of minder dan de uitvoering van het regeerakkoord, in lijn met het Europees recht, waarbij striktheid en rechtvaardigheid hand in hand gaan.
Dan waren er enkele vragen over de situatie van daklozen. De beoordeling van de precaire situatie van een gezin behoort tot de bevoegdheid van de OCMW’s, die hier hun sociale verantwoordelijkheid opnemen. We hebben geen zicht op het aantal dakloze uitgeprocedeerde of niet-opvanggerechtigde asielzoekers.
Uiteraard moeten we aandacht hebben voor de daklozenproblematiek. Het discours alsof alle daklozen in Brussel het gevolg zijn van federale crisismaatregelen is echter nergens op gestoeld. De groep daklozen in Brussel en in de regio’s is erg divers. Het gaat over vreemdelingen die geen enkele procedure lopende hebben en die de nodige stappen niet zetten om hun verblijf in orde te brengen. Het gaat ook over personen die een of meerdere bevelen hebben gekregen om het grondgebied te verlaten, maar daar geen gevolg aan geven. Soms gaat het om mensen met een drugsproblematiek. Daarnaast gaat het over Belgen die vaak in een complexe armoedeproblematiek terechtgekomen zijn.
Er bestaat geen wonderoplossing voor de daklozenproblematiek. We moeten alleszins durven te benoemen hoe het zover is kunnen komen. Te lang is er een te laks beleid gevoerd waarbij problemen rond drugs, werkloosheid en eveneens asiel en migratie onvoldoende zijn aangepakt. Uit de vele verontwaardigde reacties leid ik af dat er in het Parlement brede steun bestaat om die problematiek aan te pakken.
Er zijn geen specifieke informatiecampagnes gelanceerd naar aanleiding van de nieuwe wetgeving. Daklozen die een verzoek om internationale bescherming indienen, kunnen medische hulp krijgen en kunnen terecht bij het infopunt voor begeleiding.
Daarnaast ondersteunt Fedasil de Brusselse overheid op basis van de Brussels Deal, waarbij onder meer 2.000 plaatsen worden gefinancierd. Sinds het begin van afgelopen zomer heb ik overleg gevraagd met minister-president Vervoort om de situatie op het terrein nader te bespreken en bijkomende oplossingen te bekijken. Mevrouw Van Belleghem, u had in dat verband heel concrete vragen, maar de DVZ meldt mij dat hij niet over de gevraagde cijfers beschikt.
Notre politique est stricte mais équitable. Elle protège la capacité d'accueil pour ceux qui relèvent de la responsabilité de la Belgique. Elle respecte nos obligations internationales ainsi que l'intérêt de l'enfant, et elle envoie en même temps un signal clair à ceux qui bénéficient déjà d'une protection dans un autre État membre: ils doivent y rester. Ce n'est qu'ainsi que nous pourrons maîtriser la crise de l'accueil et de l'asile.
François De Smet:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse, qui a, à tout le moins, le mérite d'être élaborée et longue. Mais vous justifiez la nécessité de votre politique comme si nous étions au printemps dernier en train de refaire le match sur les projets de loi. Cela ne répond pas, pour moi, à la question de principe: est-il normal de ne pas respecter une décision de justice, même quand elle contrarie de plein fouet les plans de l'exécutif? Vous nous répondez en filigrane que, oui, la fin justifie les moyens. Tel est notre désaccord.
Il y a la loi votée par le Parlement et appliquée par l'exécutif. Il y a la loi appliquée par les tribunaux, qui vous demandent d'héberger ces familles. Celles-ci sont aussi informées de la loi et elles estiment quand même que la motivation du non-hébergement n'est pas suffisante. Il est évidemment de votre droit de faire tierce opposition, mais il n'est pas en votre pouvoir de décider que l'application de la loi par l'exécutif et l'administration doit l'emporter sur l'application de la loi par la justice. Enfin, certains impératifs de droits fondamentaux me semblent devoir l'emporter sur tout, en particulier – et vous en avez parlé – en matière d'intérêt supérieur de l'enfant. Vous parliez de choix délibéré. Quel est, par exemple, le choix délibéré d'un enfant de 13 mois?
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre.
Comme dans le cadre de débats précédents, parfois, j'ai l'impression que vous-même ne savez pas ce que vous dites. Ici, j'ai assisté à une déclaration de note de politique générale, dans laquelle vous vous contredisez.
En effet, vous nous dites que la loi, que vous avez votée et qui est entrée en vigueur le 4 août dernier, supprime en fait le droit à l'accueil pour les fameux statuts M. Dans votre même réponse, vous indiquez que vous appliquez une jurisprudence qui est conforme à la jurisprudence européenne qui consiste à considérer ces demandes comme des demandes d'asile ultérieures. Or la loi accueil prévoit explicitement la possibilité de donner l'accueil aux auteurs des demandes d'accueil ultérieures déclarées recevables. Donc, vous donnez une instruction à Fedasil sur la base d'une analyse tronquée de la loi accueil, puisque votre propre loi prévoit la possibilité, même pour ces statuts M qui ont introduit une demande d'asile déclarée recevable, de bénéficier de l'accueil. Donc, on se demande parfois si vous savez de quoi vous parlez. Je suis désolé de vous le dire.
Ensuite, vous avez fait un grand discours de note de politique générale. Mais je vous parle de femmes et d'enfants qui sont dans la rue. Vous vous étiez engagée il y a moins de deux mois à mettre fin aux errances du passé, aux excès, à l'indigence. En réalité, ce que vous faites est pire.
En moins d'un mois, il y a un enfant de 13 mois qui dort dans la rue; le Samusocial est débordé à Bruxelles et essaie de prendre le relais de votre administration. Et, dans votre réponse, vous confirmez l'instruction inique par laquelle vous dites aux gens de renoncer à leur déclaration de protection internationale pour avoir une place en centre de retour. Cela signifie que vous ne respectez pas la loi, alors que des places d'hébergement sont disponibles. Vous les conditionnez à la renonciation au droit à cette protection internationale sur le sol belge.
C'est contraire à tout ce dont nous avons discuté, tout ce qu'on a voté, à n'importe quelle note de politique générale, et même, je pense, à vos engagements vis-à-vis de vos partenaires de majorité.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord en ook voor de cijfers, want ik vind het belangrijk dat we ons debat op goede cijfers kunnen baseren. Als ik bijvoorbeeld 3.000 gezegd heb en u hebt heel andere cijfers, dan ben ik blij dat u mij corrigeert. Ik ben niet te beroerd om dat toe te geven. Het is belangrijk dat we over cijfers beschikken. Dat is ook de reden waarom we vragen stellen.
Ten tweede heb ik niets tegen het principe dat een eerste verzoek prioritair is en dat we daarop sterk inzetten. U hebt gemerkt dat wij u daarover zelfs niet bevraagd hebben in de plenaire vergadering. Ik kan u steunen in dat principe.
De kwestie is dat u hardvochtig kunt zijn, maar niet hoeft te zijn. Daar ligt volgens mij het kalf gebonden. U hebt uitgelegd wat u doet, maar eigenlijk komt het neer op het opschonen van uw statistieken. Aanvragers of asielzoekers worden gewoon daklozen. Statistisch zullen we hier binnen een jaar wellicht een dalende curve zien. Dat zou waar kunnen zijn. De vraag is echter of we een probleem oplossen wanneer we van een groot deel van de asielzoekers gewoon daklozen maken. Lossen we daarmee het probleem van die mensen of het probleem van de lokale besturen op? Ik denk eerlijk gezegd van niet.
U zei op een bepaald moment dat het dan ook niet meer uw probleem is, maar een probleem van de lokale OCMW’s. Burgemeester Close zegt dat hij al maanden overleg vraagt met u als minister van Asiel en Migratie, maar nul op het rekest krijgt. U zegt hier nu het tegenovergestelde. Het zal mij benieuwen, maar ik denk dat het belangrijk is dat we niet allemaal onze paraplu openen en het probleem doorschuiven naar iemand anders.
Ik kom ook even terug op het belang van het kind. U zegt zelf dat ouders daarvoor kiezen. Een baby van 13 maanden kiest echt niet voor een leven op straat. U kunt dat misschien aan uzelf uitleggen, maar de kinderen van die gezinnen kiezen er niet zelf voor om op straat terecht te komen. Ik denk dat wij als samenleving een verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat gezinnen met kinderen of met baby’s niet op straat belanden, maar dat we hen ondersteunen.
Mevrouw de minister, ik ben dus niet overtuigd en ik maak me vooral zorgen over waar we deze winter naartoe gaan. Het zou immers weleens heel lastig kunnen worden als veel gezinnen op straat terechtkomen. Het tentenkamp in Brussel is opnieuw aan het aangroeien. We gaan op die manier een heel lastige winter tegemoet. Wanneer we kinderen en gezinnen met kinderen onder bruggen of in tentjes zien wonen, hebben we een heel groot probleem. Het zal dan onvoldoende zijn om te zeggen dat u uw statistieken hebt opgekuist en dat het nu aan anderen is. Dat volstaat niet als antwoord. Ik mag hopen dat men in uw coalitie ook inziet wat u aan het doen bent, namelijk kinderen en baby’s de straat op duwen.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer Vandemaele, het zijn de ouders die hun kinderen op straat duwen. Vluchtelingen die al in een andere lidstaat erkend zijn, slapen op straat omdat dat een vrijwillige keuze is.
Matti Vandemaele:
Toch niet van de baby's?
Francesca Van Belleghem:
Daarbij is er sprake van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Kennelijk wordt daar niet meer aan gedacht.
Mevrouw de minister, u hebt wel iets bijzonders gezegd, namelijk dat ze vrijwillig kunnen terugkeren. Net daar ligt de problematiek. Ook al zijn het erkende vluchtelingen, ze moeten gedwongen teruggestuurd worden naar dat andere EU-land of naar het land van herkomst. Als u blijft vasthouden aan de redenering dat ze vrijwillig kunnen terugkeren, zal de daklozenproblematiek van de personen met een M-status niet opgelost geraken.
In welke mate kunt u die mensen gedwongen terugsturen? Verbiedt de Europese wetgeving dat? Kunt u dat niet doen, mag u dat niet doen of wilt u dat niet doen? Uw beleid op dat vlak is eigenlijk halfslachtig. Aan de ene kant is er een goede maatregel, maar vervolgens zegt u dat ze vrijwillig kunnen terugkeren. Hoe zult u ervoor zorgen dat die mensen uit ons land verdwijnen en terugkeren naar het land waar ze erkend zijn, of eventueel naar het land van herkomst indien ze helemaal geen bescherming nodig hebben?
Greet Daems:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.
U zei onlangs nog dat u niet langer wilt dat België het putje van het asielbad is. Met dit beleid maakt u van België echter het putje van Europa. Ik heb de kranten goed gelezen, niet alleen de krantenkoppen. Uw discours blijft hetzelfde. U vindt het blijkbaar aanvaardbaar dat er kinderen op straat slapen omdat ze dat zogezegd zelf gezocht hebben. U zegt dat niemand op straat hoeft te slapen, omdat opvang mogelijk is als men meewerkt aan een terugkeer. Die mensen reizen echter niet zomaar door in Europa. De situatie in Griekenland is nog steeds verschrikkelijk. Ngo’s hebben dat breed gerapporteerd. U doet echter alsof die mensen doorreizen op zoek naar de meeste voordelen. Dat is niet de realiteit. Mensen willen naast veiligheid ook een dak boven hun hoofd. Ze willen toegang krijgen tot onderwijs. Dat zijn geen voordelen, mevrouw de minister, dat zijn basisrechten.
Voorzitter:
Wensen leden van andere fracties aan te sluiten bij de replieken?
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, wat ik in dit soort debatten altijd zo vreemd vind, is dat de linkerzijde het in feite opneemt voor mensen die komen profiteren ten koste van degenen die het werkelijk nodig hebben. Het is precies door die mensen, die naar hier doorreizen enkel en alleen om van de voordelen te profiteren, dat er voor de rest geen plaats meer is in onze opvangcentra en het voor andere gezinnen met kinderen heel moeilijk wordt om opvang te krijgen. Toch hoor ik hier de oppositie aan de linkerzijde ervoor pleiten dat u het als minister allemaal mag laten gebeuren, dat er voor links geen ouderlijke verantwoordelijkheid geldt en dat het u als minister toekomt om dat op te lossen. Ik vind dat hallucinant. Daarenboven zwaait men nog met het morele vingertje om te zeggen dat u hardvochtig bent, dat u de mensen – ik citeer letterlijk de bewoordingen die ik heb gehoord – de straat op duwt. Hoe durft u dat te zeggen, collega Vandemaele? Het is de vivaldiregering die de zaak heeft laten verrotten. Vivaldi heeft ervoor gezorgd dat er steeds meer mensen naar hier komen, ook gezinnen met kinderen. U hebt immers de stok achter de deur weggenomen voor een gedwongen terugkeerbeleid, u hebt dat uit de wetgeving geschreven.
Mevrouw de minister, er moesten inderdaad compromissen worden gezocht. In eerste instantie verwacht u daarom dat de mensen vrijwillig terugkeren. Ik hoop dat u gebruikmaakt van de plaatsen in de terugkeercentra om hen te begeleiden naar terugkeer.
Daarnaast hoop ik dat u uw beleid op deze manier verderzet, door wél beleid te voeren en ervoor te zorgen dat we niet het putje van de Europese Unie worden. We hebben vanmorgen nog gezien dat we op de vierde plaats staan wat het aantal asielaanvragen betreft. Op de vierde plaats! Denkt u werkelijk dat de mensen vanwege het mooie weer komen, mevrouw Daems? Absoluut niet. Die mensen komen hier voor de voordelen, en dat zullen we met deze arizonaregering aanpassen op een humane, menselijke manier, maar ook door te wijzen op de verantwoordelijkheid van de gezinnen en de ouders. Mevrouw de minister, dat moeten we wel degelijk nog veel meer durven te doen.
Anne Pirson:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse claire et détaillée.
Il me semble important de rappeler quelques considérations. Premièrement, les nouvelles mesures ont produit leurs effets à partir de cet été. Cela signifie bien que les 3 256 personnes qui résidaient dans le réseau d’accueil avant l’entrée en vigueur de ces mesures y restent. Deuxièmement, je note que, depuis l’été, 189 personnes sont concernées par ces nouvelles dispositions. Parmi elles, on parle de quatre familles qui doivent quitter le réseau d’accueil. Je note, par ailleurs, qu’un accueil leur est offert dans les centres ouverts. Par conséquent, il convient de souligner que l’accueil leur est offert à deux reprises: d’abord, dans l’État membre qui leur a offert une protection internationale; ensuite, dans les centres ouverts. Il s’agit donc bien d’un choix personnel de certains qui, bien qu’ils ne remplissent pas les conditions d’accueil, décident de rester en Belgique. C’est un choix personnel malheureux qui entraîne des implications pour toutes ces familles. Je pense en particulier aux enfants. Nous ne pouvons que le regretter.
Par ailleurs, nous rappelons les propos du CGRA de ce matin: il existe une forte demande de demandeurs d’asile en Grèce, mais le CGRA indique qu’il n’existe aucune situation systémique pour les ressortissants étrangers de faire reconnaître leurs droits en Grèce, raison pour laquelle le taux de décisions négatives pour les statuts M en provenance de ces pays s’élève quand même à plus de 65 %.
Pour finir, Les Engagés rappellent que l’harmonisation du droit d’asile et l’impact sur l’accueil passent par l’application du Pacte migratoire européen. Nous vous soutenons pleinement dans cette décision. De plus, Les Engagés ont toujours défendu une politique migratoire et d’accueil qui soit, certes, ferme, mais aussi humaine. Cela se traduit par les faits suivants. Pour désengorger le réseau, qui est structurellement saturé depuis 2022, le droit à l’accueil est exclusivement réservé aux personnes qui remplissent les nouvelles conditions légales. N’y ont pas droit celles qui ont déjà obtenu une protection dans un autre État membre. Deux exceptions sont prévues pour des personnes considérées comme vulnérables: les MENA et les malades. Et puis, le réseau d’accueil ne peut et ne doit pas être réduit de manière abrupte, à l’instar de ce qui fut décidé sous la Suédoise, mais progressivement et au fur et à mesure que les dispositions de crise portent leur effet.
J’aurais souhaité obtenir un éclaircissement, si cela ne vous dérange pas, monsieur le président.
Madame la ministre, confirmez-vous bien que les personnes qui ressortent du statut M reçoivent un accueil dans les centres de retour? Si oui, pour quelles raisons la justice considère-t-elle que vous n’exécutez pas les décisions de justice? Faut-il voir là que la justice considère qu’un accueil doit être offert même aux personnes qui ne remplissent pas les conditions légales et qui ne s’inscrivent pas dans un trajet de retour vers l’État membre responsable?
Anneleen Van Bossuyt:
Het betreft beschikkingen van de arbeidsrechtbanken in kortgeding. Het gaat in eerste instantie louter over de toepassing van de opvangwet. Het gaat gewoon over het feit dat zij stellen dat we mensen die al bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat, alsnog zouden moeten opvangen. Daarover gaat het. Het gaat dus niet over de vrijwillige terugkeer en de terugkeercentra, het gaat over de eerste stap.
De achterstand in de betaling van de Fedasilsubsidies aan verenigingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kaart aan dat de vertraagde en onzekere subsidieprocedure voor Fedasil’s innovatieve integratieprojecten (2025-2026) cruciale opvang- en integratieacties bedreigt, met werkzekerheid van medewerkers en continuïteit van diensten als inzet. Minister Van Bossuyt stelt dat de Inspectie van Financiën de subsidies blokkeerde omwille van budgetonzekerheid en gebrek aan urgentie, en dat enkel lopende projecten (2024) heroverwogen worden op kostenefficiëntie, zonder garanties tegen toekomstige administratieve stilstand door politieke impasses. Schlitz wijst de tegenstrijdigheid in beleid scherp: terwijl integratie en Europese coherentie als prioriteit worden voorgesteld, saboteert budgetbezuiniging juist innovatieve projecten die taalvaardigheid en maatschappelijke inburgering moeten versterken, wat zij ziet als een bewuste afschrikstrategie in plaats van een oprechte integratieaanpak. De minister benadrukt dat deze pilotprojecten geen structurele opvangfinanciering zijn, maar Schlitz betwist de logica achter het schrappen van middelen die de gestelde integratiedoelen zouden moeten ondersteunen.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, cette question date de la fin de l’année parlementaire dernière. Elle a déjà quelques semaines.
Dans le cadre de l’appel à projets bisannuel 2025-2026 lancé par Fedasil, plusieurs opérateurs associatifs avaient été présélectionnés. Après une suspension temporaire de la procédure en décembre 2024 en raison de l'absence de gouvernement fédéral, Fedasil a informé les opérateurs en janvier 2025 que le processus reprenait avec un envoi des dossiers à l'Inspection des Finances.
Depuis, les associations restent sans nouvelles. Cette incertitude met en danger la continuité de leurs actions, alors même qu'elles interviennent dans des secteurs aussi cruciaux que l'accueil, l'orientation et le soutien des demandeurs de protection internationale.
Madame la ministre, pouvez-vous préciser l'état d'avancement de cette procédure? Quelles garanties pouvez-vous apporter quant à la validation rapide de ces dossiers par l'Inspection des Finances? Enfin, quelles mesures sont envisagées pour éviter que cette suspension administrative ne se reproduise, au détriment des structures essentielles sur le terrain, et évidemment des employés, qui sont dans l'incertitude lorsque ces projets sont mis en suspens?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, au début de 2025, le précédent cabinet a décidé, dans le cadre de cet appel à projets, de reprendre le processus de sélection en nous permettant de soumettre une demande d'avis à l'Inspection des Finances, mais uniquement pour les projets qui étaient déjà en cours en 2024, dans un souci de continuité des actions déjà entreprises.
L'Inspection des Finances a émis un avis négatif sur ce dossier, entre autres en raison de l'incertitude concernant la disponibilité des crédits en 2025 et 2026, ainsi que du caractère jugé non nécessaire et non urgent de l'octroi des subsides en période de prudence budgétaire.
Actuellement, la valeur ajoutée de ces projets est réévaluée en termes de coûts-bénéfices et de retour sur investissement, étant donné que ces projets sont plutôt accessoires aux tâches principales de Fedasil, à savoir l'accueil.
Fedasil ne peut donner de garantie pour se prémunir d'une suspension administrative à l'avenir, en particulier lorsque celle-ci est due à des circonstances externes, telles qu'un gouvernement en affaires courantes ou un budget découpé en douzièmes provisoires.
Cet appel à projets a pour objectif de financer des projets pilotes ou des projets innovants, mais il ne concerne pas le financement du fonctionnement structurel d'un centre d'accueil.
Sarah Schlitz:
Merci pour cette réponse. Je pense que dans cette matière, on entend perpétuellement parler d'objectifs qui se contredisent. En effet, d'un côté, on nous dit que l'on veut faire des économies et de l'autre, on nous dit que l'on veut respecter une cohérence européenne. À d'autres moments, on nous dit que l'intégration est vraiment la priorité. On entend beaucoup cela dans les discours, côté flamand en particulier. On dit qu'on veut vraiment faire en sorte que les gens s'intègrent et que l'on va d'ailleurs supprimer une partie des allocations familiales des parents qui ne parlent pas suffisamment bien le néerlandais. C'est ce qu'on lit dans la presse. En fait, quand il y a des projets innovants qui visent justement à booster l'intégration, à booster les compétences des personnes qui sont ici et qui souhaitent s'intégrer, je constate que sur le terrain, on coupe dans ces subsides et on jette dans l'incertitude des travailleuses et des travailleurs qui pensent poursuivre les objectifs que vous prétendez afficher. Mais en fait, tout cela, ce n'est que du vent. Tout ce que vous voulez, c'est dégoûter les personnes pour les convaincre de s'en aller, alors que nous avons cruellement besoin de ce type de programmes pour faire en sorte que le vivre ensemble se passe le mieux possible, à la fois pour la Belgique, mais aussi pour ces personnes qui ne demandent qu'à vivre en paix en travaillant dans notre pays. Je pense que vous faites fausse route dans vos politiques.
Islamitische migranten/asielzoekers uit Kosovo
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy kaart de gruwelijke moordpoging door Kosovaar Mirsad H. op zijn ex-vrouw aan, linkt dit aan systemisch vrouwengeweld in de islamitische Kosovaarse cultuur en vraagt om zijn uitzetting en een stop op migratie van "vrouwenhaatculturen". Minister Van Bossuyt wijst erop dat ze geen individuele dossiers bespreekt, benadrukt dat religie geen rol speelt in asielbeleid en dat alle aanvragers strikt worden gescreend. Van Rooy houdt vol dat het Westen dergelijke culturen moet weren en eist actie tegen geïmporteerd geweld, koppeling makend aan soortgelijke internationale gevallen van femicide door migranten. De minister herhaalt dat wetgeving persoonlijke gegevens en discriminatie op religie verbiedt.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, Mirsad H. is een 35-jarige Kosovaar die zijn ex-vrouw in brand stak in het Limburgse Houthalen-Helchteren. Hij deed dat voor de ogen van vijf jonge kinderen van het gezin. De vrouw verkeert in levensgevaar. De Kosovaar was niet aan zijn proefstuk toe. Hij werd al veroordeeld voor zware agressie tegen de vrouw: zijn hoogzwangere ex-vriendin had hij in de buik gestampt en de tanden uitgeslagen.
In zijn land van oorsprong, Kosovo, heerst de islam. Imams geven er vrouwonvriendelijke preken en de meeste vrouwen in Kosovo geven aan geconfronteerd te zijn met huiselijk geweld. Geweld tegen vrouwen zit er ingebakken in de samenleving.
Mevrouw de minister, u bent verantwoordelijk voor Asiel en Migratie. Wat is de verblijfsstatus van de dader, Mirsad H.? Hoe en wanneer is hij naar ons land gekomen en waarom mocht hij blijven? Kan en zal hij na die gruwelijke moordpoging op die arme vrouw ons land worden uitgezet? Zo neen, waarom niet? Ten slotte, vindt u het een goed idee om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, ik heb u al een paar keer meegedeeld dat de wet me niet toestaat om persoonlijke informatie met u te delen en in te gaan op individuele dossiers.
De Dienst Vreemdelingenzaken heeft het dossier van de betrokkene geanalyseerd en de nodige stappen gezet.
Op uw vraag of het een goed idee is om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving, kan ik u antwoorden dat de religie van de aanvragers tot een verblijf of asiel in ons land geen rol speelt en dat iedere aanvrager aan dezelfde strenge toets wordt onderworpen.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, het is problematisch dat de wet dat niet toestaat. In ons land – ik herhaal het – werd een vrouw in brand gestoken door een Kosovaarse moslim. In Nederland werd deze zomer de 17-jarige Lisa met messteken vermoord door een asielzoeker. In de Verenigde Staten werd deze zomer de 23-jarige Irina vermoord door een zwarte man. Het is een dodelijke mix van femicide en racisme. Vrouwenhaatculturen hebben geen plaats in het Westen. Ze hebben geen plaats in onze samenleving. Het is uw taak, mevrouw Van Bossuyt, als minister van Asiel en Migratie, om vrouwenhaatculturen, zoals de islamitische, buiten te houden en geïmporteerde vrouwenhaters het land uit te zetten.
De vluchtelingenstatus van de radicale pro-Palestijnse activist Mohammed Khatib
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Mohammed Khatib verloor zijn vluchtelingenstatus maar blijft legaal in België tijdens zijn schorsend beroep (ingediend op 29 augustus), waardoor uitzetting nog niet mogelijk is—pas na een definitieve beslissing kan de DVZ handelen. Andere Samidoun-leden worden alleen onderzocht bij concrete veiligheidsdreiging, met maatregelen enkel mogelijk bij vreemdelingen zonder Belgische nationaliteit. Van Rooy bekritiseert dat Khatib ondanks zijn antisemitische en jihadistische retoriek ongestraft blijft opereren, terwijl Israëlische ministers *wel* worden geweerd, en eist onmiddellijke uitzetting van hem en zijn netwerk. De minister benadrukt dat haatpredikers niet welkom zijn, maar juridische procedures de actie vertragen.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, herhaaldelijk heb ik erop gehamerd, in diverse commissies in dit Parlement, en – beter laat dan nooit – deze zomer las ik in de krant: "België trekt vluchtelingenstatus radicale pro-Palestijnse activist Mohammed Khatib in."
Mijn vragen zijn evident. Wordt Khatib effectief het land uitgezet of kan hij hier gewoon illegaal verblijven? Waar bevindt hij zich op dit moment? Wat gebeurt er met andere figuren of leden van die geweldige vereniging, Samidoun? Wordt ook hun vluchtelingenstatus ingetrokken? Zo niet, waarom niet?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, laat ik duidelijk zijn, voor haatpredikers is er in ons land en in onze samenleving geen plaats. Het is het doel van de regering ook de strijd tegen dit soort criminaliteit op te voeren.
De intrekking van het vluchtelingenstatuut door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) is vatbaar voor een schorsend beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Voor een aanvraag daartoe beschikt de betrokkene over een termijn van 30 dagen. Tijdens deze beroepstermijn en ook tijdens de behandeling van het beroep behoudt de betrokkene zijn vluchtelingenstatus en dus ook zijn recht op verblijf. Dat betekent dat de betrokkene op dit ogenblik, tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van een eventueel beroep, legaal op het grondgebied verblijft.
Voor ik inga op de vraag of hij beroep heeft aangevraagd of niet, de RvV kan de beslissing van het CGVS bevestigen of vernietigen. In het laatste geval wordt het dossier teruggestuurd naar het CGVS, dat dan een nieuwe beslissing moet nemen. De RvV kan de beslissing ook hervormen. Desgevallend zal de RvV een andere beslissing nemen dan het CGVS en kan de RvV zelf een beschermingsstatuut toekennen.
Nu, er is wel degelijk een vraag tot schorsend beroep ingediend door de betrokkene, op 29 augustus. Dat betekent dat de beslissing van het CGVS opgeschort wordt tot de uitspraak van de RvV. In die tijd beschikt de betrokkene dus nog over de vluchtelingenstatus en over een recht op verblijf.
De intrekking van een internationale beschermingsstatus impliceert niet dat de betrokkene automatisch het recht op verblijf verliest. Pas nadat de intrekking van de internationale beschermingsstatus definitief geworden is, kan de DVZ onderzoeken welke beslissing inzake verblijf kan worden genomen. Gelet op het schorsend effect van het bij de RvV ingediende beroep is dat dus momenteel nog niet mogelijk.
Voor de andere leden van Samidoun kunnen er slechts maatregelen worden genomen als de DVZ door de inlichtingen- of veiligheidsdiensten op de hoogte wordt gebracht van elementen die dit rechtvaardigen. Hun situatie moet geval per geval en op basis van de elementen uit het dossier worden geanalyseerd. Het nemen van een maatregel is slechts mogelijk als die personen niet de Belgische nationaliteit hebben en als de aan de DVZ bezorgde elementen kunnen worden gebruikt in het kader van een administratieve beslissing. Er moet worden aangetoond dat de betrokken personen een bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Mohammed Khatib kan in dit land ondertussen al bijna twee jaar zijn giftige cocktail van antisemitisme en verheerlijking van jihadistisch terrorisme ongehinderd verspreiden, overal waar hij gaat spreken of demonstreren. Dat vormt niet alleen een gevaar voor onze joodse medeburgers, maar voor eenieder die onze vrije samenleving liefheeft. Terwijl democratisch verkozen Israëlische ministers door deze regering tot persona non grata worden verklaard, worden dit soort jihadisten, vijanden van onze vrije samenleving, nog altijd met fluwelen handschoenen aangepakt. Ik wil dat niet alleen Mohammed Khatib, maar ook zijn jihadistische handlangers van Samidoun manu militari dit land worden uitgezet. Drop ze in de woestijn waar ze thuishoren.
De asielopvang in Schilde en in Lodelinsart
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om asielopvang in Lodelinsart (Waals gebied) en de afbouw ervan volgens het regeerakkoord: het huidige contract loopt tot 2026, maar de nieuwe eigenaar moet eerst plannen indienen, terwijl de regering benadrukt dat er geen extra capaciteit bijkomt—wat Francesca Van Belleghem onvoldoende vindt, omdat *afbouwen* (zoals beloofd) niet gelijkstaat aan *bevriezen*. Zij beschuldigt de regering van gebroken beloftes na zeven maanden stilstand.
Francesca Van Belleghem:
Voor de vragen over Schilde verwijs ik naar de uitstekende uiteenzetting van mijn collega Dillen.
De vragen die zij daarover stelde, kunnen echter net zo goed worden gesteld over Lodelinsart, een dorpje nabij Charleroi. Hoewel het over Waals grondgebied gaat en dat ons minder na aan het hart ligt, hebben de buurtbewoners daar evenveel recht op antwoorden.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn antwoord beperken tot Lodelinsart.
Het huidige contract in Lodelinsart, dat nog door de vorige regering werd gesloten, loopt tot februari 2026.
De site is recent overgenomen door een andere eigenaar. Wij wachten op de toekomstplannen van de nieuwe eigenaar met de site om er meer zicht op te krijgen of we de operationalisering al dan niet voortzetten.
Net zoals voor Schilde gaat het ook hier om vervangcapaciteit. Het uitgangspunt blijft hetzelfde, namelijk kwaliteitsvolle opvang bieden binnen het wettelijke kader, met respect voor de buurt en in nauw overleg met de lokale overheden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik heb het regeerakkoord er nog eens op nagelezen. Daarin staat dat de regering het asielopvangnetwerk gevoelig zal afbouwen. Intussen zijn we zeven maanden later. Ik lees krantenkoppen en een ervan was een uitspraak van u. Er stond: "Er komt geen enkele opvangplaats bij." Er is natuurlijk een groot verschil tussen afbouwen en op hetzelfde niveau houden. Ik hoop dat u zo snel mogelijk uw beloftes uit het regeerakkoord en liefst nog veel meer nakomt, en dat u niet, zoals nu, na zeven maanden, enkel stelt dat er geen opvangplaats bij komt. In dat geval hebt u de kiezers immers belogen.
Een nieuw asielcentrum in het voormalige IMTR-ziekenhuis te Loverval (Gerpinnes)
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigt de opening van een tijdelijk Fedasilcentrum in Loverval als noodzakelijke vervangcapaciteit (geen extra plaatsen) door wegvallende opvang elders, maar kan de kosten nog niet specificeren. Van Belleghem werpt tegen dat dit de facto nieuwe centra zijn (Schilde, Lodelinsart, Gerpinnes) die de belofte om het opvangnetwerk af te bouwen ondermijnen, en noemt het argument van vervanging "bullshit". De minister benadrukt dat lokale overlegmomenten pas komen bij definitieve goedkeuring en dat de locatie (afgelegen, 24/7-begeleiding) de overlast beperkt. Kernconflict: beleid vs. beloftes over krimp asielopvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, het is mij niet ontgaan dat er volgens mediaberichten tegen het einde van dit jaar een nieuw Fedasilcentrum in het voormalige IMTR-ziekenhuis in Loverval, in Wallonië, zal worden geopend, een centrum dat opvang zal bieden aan 390 asielzoekers. De burgemeester van Gerpinnes zou publiekelijk hebben verklaard dat de lokale besturen en de inwoners, net zoals in Schilde, voor een voldongen feit zijn geplaatst en dat de opening van het centrum tegen de wil van de inwoners ingaat.
Waarom kiest u voor een nieuw opvangcentrum voor asielzoekers?
Hoe verklaart u dat ook die burgemeester niet op de hoogte was? Of was hij wel op de hoogte en doet hij voor de eigen bevolking alsof hij niet op de hoogte was?
Hoeveel kost het nieuwe asielcentrum? Ik kreeg graag een gedetailleerd overzicht van alle kosten, inclusief de huurprijs die aan de eigenaar, Thomas & Piron, wordt betaald.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, het opvangcentrum wordt geopend ter vervanging van capaciteit die binnenkort wegvalt. Door de huidige crisis, die ik heb geërfd, ben ik daartoe verplicht. Het gaat dus, zoals ik u voortdurend duidelijk moet maken, niet om nieuwe, extra opvangplaatsen, maar om vervangcapaciteit.
Ik heb enkele maanden geleden wel degelijk contact gehad met de burgemeester om dat aan te kondigen. Daarnaast heeft Fedasil op vraag van het gemeentebestuur van Gerpinnes een ontmoeting gehad om de mogelijke komst van het centrum te bespreken.
Ontmoetingen met de bevolking kunnen uiteraard worden georganiseerd, maar pas wanneer er daadwerkelijk groen licht is voor de opening. Het heeft weinig zin om grote informatiesessies te houden over een project dat nog niet gevalideerd is.
Ik besef heel goed dat zo'n beslissing een impact heeft op de lokale gemeenschap. Ik bel trouwens absoluut niet graag naar burgemeesters om dergelijke beslissingen mee te delen. Mijn administraties stellen alles in het werk om de impact zo beperkt mogelijk te houden. De komst van een centrum is voor velen geen goed nieuws, maar het is tegelijk noodzakelijk om een rationeel opvangbeleid te kunnen voeren.
Concreet, de opening van het centrum in Gerpinnes is nog niet officieel bevestigd door de bevoegde autoriteiten. De budgettaire impact kan ik dus nog niet meedelen, maar die zal worden berekend volgens de geldende tarieven.
Wat de locatie betreft, het gaat om een voormalig ziekenhuis, gelegen op enige afstand van woonwijken. Dat betekent dat de impact op het dagelijkse leven van de omwonenden beperkt zal zijn. Bovendien wordt in de opvangcentra altijd 24/7 begeleiding aangeboden. De kinderen die er verblijven, moeten inderdaad verplicht naar school en het lokale vervoersaanbod zal moeten worden aangepast.
Fedasil en het Rode Kruis staan in nauw contact met de gemeentelijke autoriteiten. Er is al een ontmoeting geweest en er volgen er nog meer. Nogmaals, de opening van het centrum is enkel bedoeld als compensatie voor andere plaatsen die verdwijnen. Het gaat dus niet om extra opvang. Het gaat bovendien om een tijdelijk centrum. Zodra de eigenaar met zijn vastgoedproject kan beginnen, met de nodige vergunningen en investeringen, zal het centrum sluiten.
U verweest naar het regeerakkoord. Er is daarin duidelijk gezegd dat eerst de instroom naar beneden moet en dat we dan plaatsen zullen sluiten, te beginnen in hotels, vervolgens de lokale opvanginitiatieven en daarna de collectieve centra. Net als u hoop ik dat we dat zo snel mogelijk kunnen doen.
Francesca Van Belleghem:
Ik blijf bij mijn standpunt over de vervangcapaciteit. Met Schilde, Lodelinsart en Gerpinnes zijn er maar liefst drie nieuwe opvangcentra voor asielzoekers. Het is niet omdat er een oud opvangcentrum moet sluiten dat het niet om een nieuw centrum gaat.
Een nieuw centrum openen kost wel degelijk veel geld. Het is iets anders dan bestaande capaciteit langer openhouden. Nee, er gaat een nieuw centrum open. Uw argument van vervangcapaciteit is dus bullshit, zeker omdat u beloofd hebt dat het opvangnetwerk gevoelig zou worden afgebouwd. Voor ons mag het zelfs nog strenger. U hebt beloofd de capaciteit gevoelig af te bouwen. Nu zien we dat u gewoon oude capaciteit telkens met nieuwe centra probeert te compenseren. Dat is niet wat u de kiezer beloofd hebt.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem heeft haar vraag nr. 56007309C omgezet in een schriftelijke vraag.
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Asielcentra in Hasselt en omgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het asielcentrum in Hasselt, oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke oplossing (max. 1,5 jaar), blijft vijf jaar later open en werd opnieuw verlengd tot 31 december 2025 door hoge opvangdruk en capaciteitstekorten, met Fedasil of Rode Kruis als toekomstige uitbater in plaats van de dure privéoperator Umami. Minister Van Bossuyt benadrukt dat sluiting pas mogelijk is bij dalende instroom, maar Troosters (VB) hekelt de herhaalde verlengingen als woordbreuk en eist onmiddellijke sluiting, wijzend op het ontbrekende lokale draagvlak en de opgedrongen aanpak sinds de opening.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, ik wil u bevragen over het asielcentrum in Hasselt dat, zoals u weet, is geopend in oktober 2020. Oorspronkelijk was gezegd dat het voor een jaar zou zijn, eenmalig verlengbaar met zes maanden, dus maximaal anderhalf jaar. Intussen zijn we vijf jaar verder.
De eerste vraag die ik daaromtrent indiende, is al enigszins gedateerd. Daarin vroeg ik u nog of de nieuwe sluitingsdatum van eind september zou worden gerespecteerd. Intussen heb ik in verslagen van de ministerraad gelezen dat er opnieuw een verlenging is gekomen, blijkbaar tot 31 december van dit jaar. U zult dat allicht dadelijk kunnen bevestigen.
Mijn vraag is natuurlijk of die nieuwe sluitingsdatum deze keer zal worden gerespecteerd. Wie staat in voor de uitbating? Zijn het dezelfde uitbaters als voordien en met dezelfde voorwaarden? Ik had ook gelezen dat er tot de gunning van een kaderovereenkomst werd beslist voor de terbeschikkingstelling van onder andere de site in Hasselt. Kunt u dat wat meer toelichten? Mogen de mensen in Hasselt op korte termijn een sluiting van het asielcentrum verwachten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Troosters, Fedasil en ikzelf hopen natuurlijk dat de crisismaatregelen die sinds een maand van kracht zijn een zodanig effect zullen hebben op de instroom- en uitstroomcijfers dat een gecontroleerde afbouw van de opvangcapaciteit mogelijk wordt, met behoud van de garantie op opvang voor wie die echt nodig heeft. Zodra er binnen de opvangcapaciteit voldoende marge ontstaat, kan de afbouw van sites, onder andere die in Hasselt, in overweging worden genomen.
In 2024 werd de nieuwe overheidsopdracht gelanceerd voor de organisatie van de opvang door privéoperatoren. Om de markt te verbreden werd destijds geopteerd voor een verdeling in twee loten, namelijk één lot voor het aanbieden van een gebouw en één lot voor de uitbating van de opvangcentra. Bij mijn aantreden waren de offertes reeds ingediend en geanalyseerd. Ik heb Fedasil echter de opdracht gegeven om, vanuit een besparingsbeleid, enkel lot één te laten gunnen en de uitbating van de bestaande centra door Fedasil of een van zijn partners, zoals Croix-Rouge de Belgique of het Rode Kruis, te laten overnemen. De uitbating door privépartners, die soms zeer professioneel gebeurt, is een stuk duurder dan de tarieven die Fedasil en de klassieke partners hanteren.
Om Fedasil tijd te geven om deze overnames te realiseren, heb ik de ministerraad gevraagd de opdrachten voor de huidige sites te verlengen tot eind dit jaar. De ministerraad valideerde het engagement van het agentschap om de sites zo snel mogelijk over te nemen en ze zelf, of via de klassieke partners, uit te baten. Indien er wordt overgegaan tot een overname van de site in Hasselt, zal het dus niet langer Umami zijn, de huidige uitbater van de site, maar Fedasil of een van zijn partners.
De verlenging voor Hasselt werd op 5 september goedgekeurd door de ministerraad. De opvang van asielzoekers in Hasselt zal onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde operator voortgezet worden. Het gaat om een verlenging van een lopende overheidsopdracht in uitvoering, dit tot 31 december 2025.
De druk op het opvangnetwerk is nu nog te hoog door de hoge bezettingsgraad en de natuurlijke sluiting, onder andere door de ontwikkeling van de betrokken sites door de eigenaar, van andere sites in de komende maanden. Fedasil beschikt daardoor op dit ogenblik niet over de noodzakelijke marges om opvangcapaciteit te verliezen. Om die reden verzocht Fedasil om een verlenging van de exploitatie van de site in Hasselt.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de minister. Het geeft een duidelijk zicht op de situatie. De essentie voor de Hasselaren is dat het asielcentrum in Hasselt intussen al vijf jaar open is, terwijl het oorspronkelijk zou gaan om een tijdelijk asielcentrum voor maximaal anderhalf jaar. Het asielcentrum kwam er bovendien zonder enig lokaal draagvlak en zonder enig overleg. Het werd de Hasselaren als het ware gewoon in de maag gesplitst, of beter gezegd, het werd hun in hun achtertuin opgedrongen. Zowel de federale overheid als het Hasseltse stadsbestuur hebben de mensen zonder schaamte voorgelogen. Men heeft altijd gesteld dat het maar voor anderhalf jaar zou zijn. De vorige regering heeft gewoon woordbreuk gepleegd door de uitbating telkens te verlengen, en deze regering, de regering van Bart De Wever, met u als bevoegd minister, doet net hetzelfde als uw voorgangers: steeds weer de uitbating van het asielcentrum in Hasselt verlengen. Dat is onbehoorlijk tegenover de buurtbewoners, de Hasselaren, die alle redenen hebben om boos te zijn. Wat het Vlaams Belang betreft, is het heel duidelijk dat het asielcentrum in Hasselt zo snel mogelijk – liefst onmiddellijk – gesloten moet worden.
De binnenkomstcontroles
De balans van de aanscherping van de migratiecontroles
Grenscontroles versus binnenkomstcontroles
De Duitse grenscontroles
Grens- en binnenkomstcontroles in migratiebeleid
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België voerde sinds 1 juli gerichte binnenkomstcontroles in (11.136 controles, 40 administratieve verslagen, 18 uitzetbevelen, 14 gesloten-centrumplaatsingen) om illegale en secundaire migratie tegen te gaan, met focus op spoor, luchthavens en wegen, maar de effectiviteit blijft beperkt vergeleken met Duitse grenscontroles (60% daling asielaanvragen). Critici (o.a. Vlaams Belang) eisen strengere terugdrijvingen aan de grens zoals in Duitsland, terwijl de minister benadrukt dat de maatregelen deel uitmaken van een breder migratiebeleid en capaciteitsbeperkingen bij politie respecteren. Samenwerking tussen politie en Dienst Vreemdelingenzaken verloopt goed, maar personeelstekorten (bv. spoorwegpolitie) ondermijnen efficiëntie, terwijl een algemene evaluatie pas na zes maanden gepland is. De discussie draait rond afschrikking vs. daadwerkelijke terugdrijving, met oproepen tot verscherping en betere middelinzet.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, begin juli heeft ons land op basis van artikel 23 van de Schengengrenscode de zogenaamde binnenkomstcontroles ingevoerd. Aangezien verschillende buurlanden, zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland, grenscontroles invoeren, moest worden vermeden dat ons land een magneet zou worden voor wie elders wordt tegengehouden.
Met die invoering voeren we de strijd tegen illegale en secundaire migratie op. Met de controles kunnen we gericht en efficiënt controleren op plaatsen waar dat nodig is, zoals luchthavens, internationaal bus- en treinverkeer en snelwegparkings. Dat alles gebeurt binnen het kader van het asiel- en migratiebeleid, waarbij we zeer streng zullen optreden. We willen zowel de criminaliteit die soms gelinkt is aan illegale migratie als de illegale migratie zelf doeltreffend aanpakken en de veiligheid op het grondgebied versterken. Daarbij hebt u er bewust voor gekozen om zeer gericht te werken en efficiënt om te gaan met de beschikbare middelen, ook gezien de beperkte capaciteit van onze politiediensten.
Kunt u toelichting geven over de uitgevoerde binnenkomstcontroles, bijvoorbeeld over het aantal administratieve verslagen dat aan de Dienst Vreemdelingenzaken werd bezorgd en welk gevolg daaraan werd gegeven?
Hoe verloopt de samenwerking tussen de verschillende diensten op het terrein, zoals de federale politie, de lokale politiediensten en de Dienst Vreemdelingenzaken?
Hoe evalueert u de huidige effectiviteit van de binnenkomstcontroles? Kunt u ook toelichting geven over de toekomstige controles?
Mevrouw de minister, Nederland past dergelijke controles al geruime tijd toe. U bent nog maar enkele maanden bezig, maar misschien kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten over de eerste resultaten.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le président, quelques-unes de mes questions vont se chevaucher avec ce qui vient d’être dit.
Madame la ministre, voici trois mois, le gouvernement annonçait un renforcement des contrôles pour lutter contre l’immigration dite irrégulière et secondaire, avec l’objectif d’identifier et de renvoyer les personnes en séjour illégal ou celles ayant déjà introduit une demande d’asile dans un autre État membre.
Pouvez-vous dresser un premier bilan de la mise en œuvre de cette mesure? Combien de contrôles ont-ils effectivement été réalisés, et avec quels résultats concrets? S’agissant des personnes prises en défaut, la procédure annoncée est-elle bien suivie dans la pratique, notamment le renvoi vers l’État responsable de la demande d’asile ou l’émission d’un ordre de quitter le territoire? Enfin, comment le gouvernement s’assure-t-il que les procédures sont réellement appliquées et qu’elles ne restent pas lettre morte à cause de difficultés administratives qui pourraient survenir?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in tegenstelling tot wat alle politici, behalve die van het Vlaams Belang, al jaren zeggen en tot wat alle migratie-experts in het verleden steevast beweerden, werken doeltreffende grenscontroles met terugdrijvingen aan de grens wel degelijk. Dat is ook de reden waarom almaar meer Europese landen – ondertussen een tiental, dus meer dan een op de drie lidstaten – hebben besloten om ze in te voeren.
België behoort echter nog altijd niet tot die groep. Terwijl het aantal asielaanvragen in België op een hoog niveau stagneert, nam het aantal asielaanvragen in Duitsland drastisch af. Dat is nog een onderschatting, want in juli en augustus 2024 registreerde men in Duitsland 37.000 asielaanvragen. Dit jaar zijn dat er 16.000, een daling met 60 %.
Enkele dagen geleden bevestigde migratie-experte Hanne Beirens, die men niet kan verwijten rechts te zijn, dat de Duitse grenscontroles effect hebben gehad. Zij verklaarde dat destijds werd beslist grenscontroles in te voeren en dat dat tot de sterke daling heeft geleid. Uitgerekend vanmorgen stelde ook Marc Bossuyt op Radio 1 dat grenscontroles wel degelijk werken.
Tot op heden blijven doeltreffende grenscontroles, met terugwijzingen aan de grens, in België en Vlaanderen echter taboe. Het blijft beperkt tot vrijblijvende aankondigingen. Nochtans werd in het regeerakkoord beloofd dat men grenscontroles zou invoeren indien dat nodig bleek. Ik stel evenwel vast dat het hoge aantal asielaanvragen stagneert en zie geen enkele reden waarom dat niet nodig zou zijn.
Met zekerheid kan alvast worden gezegd dat het tweetal extra binnenkomstcontroles – uw placebogrenscontroles – duidelijk niet hetzelfde effect hebben gehad als de grenscontroles in Duitsland.
Mevrouw de minister, kunt u ook mijn vragen naar cijfers beantwoorden, alsook die over de evaluatie door de regering van de controles?
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel, collega's, voor uw vragen.
Grâce à la bonne coopération sur le terrain entre l'Office des étrangers et la police, les contrôles d'entrée se déroulent très bien. Le ministre Quintin et moi-même avons d'ailleurs effectué une visite de terrain.
Ik wil jullie graag nog meegeven wat de ratio legis was achter de binnenkomstcontroles. We hebben dat ook steeds op die manier gecommuniceerd.
Ten eerste willen we meer vat en zicht krijgen op wie de Europese Unie en België binnenkomt. Ten tweede, aangezien steeds meer van onze buurlanden dergelijke of gelijkaardige controles invoeren, willen we waterbedscenario's vermijden. Ten derde, de controles hebben uiteraard ook een afschrikkend effect op personen die illegaal naar België willen reizen.
Mevrouw Van Belleghem, u had het over een tweetal controles, maar ik kan meegeven dat sinds de start op 1 juli 2025 11.136 personen door de politie zijn gecontroleerd, zowel op de luchthaven, op het spoor als op de weg.
Bij de controles van begin juli 2025 tot en met 11 september 2025 zijn 40 administratieve verslagen bezorgd aan de Dienst Vreemdelingenzaken. 18 personen kregen het bevel het grondgebied te verlaten, 14 personen werden overgebracht naar een gesloten centrum en voor de overige acht werd geen nieuwe beslissing genomen. Tot en met 11 september 2025 zijn tijdens die controles geen verzoeken om internationale bescherming ingediend. Voor het verkrijgen van alle detailcijfers nodig ik u uit een schriftelijke vraag te stellen, zoals bepaald in het Reglement.
Elke illegale persoon die we met die controles onderscheppen, maakt de inspanning de moeite waard. Telkens opnieuw geven we daarmee het signaal dat België illegale en secundaire migratie niet langer tolereert. De controles zullen dan ook tot nader order worden voortgezet.
Mijn kabinet en ik hebben maandelijks strategisch overleg met de federale politie, het kabinet van collega-minister Quintin en de Dienst Vreemdelingenzaken. Tijdens die overlegmomenten worden de cijfers en de volgende stappen besproken.
Op basis van de meest recente cijfers heb ik eind augustus 2025 gevraagd meer acties te concentreren op het spoor, aangezien die acties het meest effectief bleken. Zoals van bij aanvang gesteld, respecteren we echter de beschikbare capaciteit van de politie en halen we de politie niet weg van andere belangrijke locaties en opdrachten.
Het is nog te vroeg voor een algemene evaluatie. De binnenkomstcontroles moeten in elk geval worden gezien binnen het bredere pakket maatregelen om illegale en secundaire migratie tegen te gaan, waarbij duidelijk 'neen' wordt gezegd tegen de instroom van personen die in een andere lidstaat een verblijf of procedure hebben lopen of op illegale wijze dit land binnenkwamen.
Une évaluation générale est prévue au terme de six mois.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, volgens mij moet het grote geheel aan maatregelen die u neemt absoluut een impact hebben op de instroom. Die moet inderdaad dalen. U zei daarnet wat voorzichtig dat er al een daling in de cijfers zichtbaar is, maar dat we beter nog enkele maanden afwachten. In de maand oktober is er immers vaak sprake van een piek. Ik ben dus erg benieuwd naar de volgende cijfers over de asielaanvragen.
Controles werken wel degelijk, dat hebben wij altijd gezegd. Ik heb nooit iemand van ons het tegendeel horen beweren. De vraag is alleen hoe die controles zo efficiënt mogelijk kunnen verlopen. Ik hoor u zeggen dat u zich sterk zult richten naar het spoor, omdat daar resultaten geboekt kunnen worden. Ik ben een groot pleitbezorger van de volledige bemanning van de satellietkantoren van de spoorwegpolitie, en ik zal dat ook nogmaals bij minister Quintin aankaarten. Momenteel is daar immers een ernstig personeelstekort, waardoor men bijvoorbeeld vanuit West-Vlaanderen helemaal naar Limburg moet om vaststellingen te doen. Dat zie ik eerlijk gezegd niet positief tegemoet; die diensten moeten echt versterkt worden. Dat onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is om in onze veiligheidsdiensten te investeren.
U verwees daarnet naar grenscontroles en dergelijke. Ik heb de cijfers van Nederland bekeken: daar werden 360 unieke vreemdelingen geweigerd op 80.060 gecontroleerde personen. Nederland krijgt echter veel meer unieke vreemdelingen terug, onder meer overgedragen door Duitsland en ook door België. Het is dus vooral het afschrikkende effect van de controles dat zo belangrijk is. Effectieve controles, die ook iets opleveren en waarbij mensen daadwerkelijk moeten terugkeren, daarop moet u nog veel meer inzetten, mevrouw de minister, en daarvoor hebt u zeker en vast onze volle steun.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie pour vos réponses.
Je n’hésiterai pas à introduire également une question écrite dans les prochaines semaines, afin d’obtenir de plus amples renseignements une fois que d’autres contrôles auront pu être effectués.
Francesca Van Belleghem:
Minister, 18 papiertjes om het grondgebied te verlaten en 14 illegalen naar een gesloten centrum: dat is de balans van uw binnenkomstcontroles. Kijk nu toch eens naar Duitsland. Daar doet men echte grenscontroles en worden die illegalen en asielzoekers aan de grens geweerd. De instroom is daar op een jaar tijd met 60 % gedaald! Dus, mevrouw De Vreese, misschien moet u eens uw oogkleppen afdoen en niet kijken naar Nederland, maar wel naar Duitsland, waar men echte grenscontroles en terugdrijvingen uitvoert. Dat is exact wat we hier in dit land moeten doen! Die grenscontroles staan verdorie in het regeerakkoord. Er is dus geen enkele reden om dat nu niet te doen, behalve dan omdat u het niet wilt.
De asielcrisis
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigt dat 361 asielzoekers nog in hotelopvang verblijven (stand 10/9) en dat €6,75 miljoen aan dwangsommen (527 dossiers) openstaat, die ze weigert te betalen. Van Belleghem kritiseert dat de beloofde afbouw van hotelopvang—ondanks geplande nieuwe centra in Schilde, Lodelinsart en Gerpinnes—nog steeds niet is gerealiseerd. De minister wijst schriftelijke vragen aan voor gedetailleerde cijfers, maar de kern blijft: vertraagde opvangtransitie en onbetaalde dwangsommen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, over de asielcrisis heb ik u al vaker ondervraagd, dus u kent de vraag wellicht uit het hoofd. Hoeveel asielzoekers verblijven er in hotelopvang? Op de eerste vraag hebt u al geantwoord. Graag had ik ook een stand van zaken van de dwangsommen en veroordelingen.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, sta me toe om u nogmaals voor te stellen om dergelijke cijfermatige vragen best als schriftelijke vraag in te dienen. Ik doe er niet lang over om schriftelijke vragen te beantwoorden. Mocht dat toch het geval zijn, mag u mij daarop wijzen. Ik meen echter dat wij de antwoorden systematisch bezorgen.
De eerste vraag, wat de hotelopvang betreft, is inderdaad al beantwoord. Op 10 september verbleven er 361 personen in hotelopvang. Wat de dwangsommen betreft, ging het op 12 september om 6.755.500 euro in 527 dossiers. Die zal ik uiteraard niet betalen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, intussen weet u wel wat ik zal repliceren. Er verblijven nog altijd 361 asielzoekers in hotels. Al maanden wordt beloofd dat de hotelopvang voor asielzoekers zo snel mogelijk zal worden afgebouwd. Als u nieuwe asielcentra plant te openen in Schilde, in Lodelinsart en in Gerpinnes, dan mag toch worden verwacht dat u ten minste kunt stoppen met die hotelopvang, maar blijkbaar kunt u ook dat niet realiseren.
Geweldpleging door asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem wijst op een reeks gewelddadige incidenten door asielzoekers en eist een asielstop, sluiting van het "illegale" opvangcentrum in Lommel en uitzetting van daders, verwijzend naar N-VA’s eigen eerdere standpunten. Minister Van Bossuyt benadrukt nultolerantie voor geweld, meldt versnelde uitsluitingen uit opvang (al 2x meer dan 2024) en samenwerking met justitie, maar vermijdt een asielstop—wat Van Belleghem afdoet als gebrek aan daadkracht en politieke tegenwerking door coalitiepartners. De kern: veiligheidscrisis door migratie botst met halfslachtige maatregelen in plaats van structurele oplossingen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, op 25 april vond een steekpartij plaats op het Koningin Astridplein. De daders waren asielzoekers uit Afghanistan en Palestina. Op 25 mei werd in Antwerpen een vrouw lastiggevallen. De dappere man die haar te hulp schoot, werd koelbloedig doodgestoken. De dader was een asielzoeker uit Eritrea. Op 16 juni was er de busmoord op Linkeroever, waar een oudere man koelbloedig werd doodgestoken. De dader was een asielzoeker uit Georgië. Op 6 juli was er een steekpartij aan een bushalte in Lommel. Iedereen heeft de beelden gezien. De daders waren asielzoekers uit Afghanistan. Week na week zien we het geweld door asielzoekers escaleren. Die zware incidenten bevestigen wat iedereen weet: massa-immigratie is een bedreiging voor onze veiligheid.
Mevrouw de minister, de Afghaanse asielzoekers in Lommel zijn dan wel uit het asielcentrum gezet, maar dat is verre van voldoende, want ze moeten uit ons land worden gezet en het illegaal asielcentrum in Lommel moet worden gesloten. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van uw eigen N-VA-fractieleider in Lommel. Hij heeft trouwens aangekondigd juridische procedures op te starten tegen dat illegale asielcentrum, dus tegen u.
Mevrouw de minister, zult u het illegaal asielcentrum in Lommel sluiten?
Wanneer zult u eindelijk doortastende maatregelen nemen op het vlak van asiel, of wacht u op een complete escalatie, zoals in Duitsland?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik antwoord eerst op uw laatste vraag, de vraag wanneer ik eindelijk maatregelen zal nemen op het vlak van asiel. Welnu, straks wordt u op uw wenken bediend, want er ligt vandaag een wetsontwerp ter stemming voor.
Ik ben trouwens net als u geschokt door de vele incidenten, met het incident aan die bushalte in Lommel als meest recente. Ik heb daar onmiddellijk heel duidelijk over gecommuniceerd. Geweld door asielzoekers, of het nu binnen of buiten de opvang plaatsvindt, is absoluut onaanvaardbaar.
Tegen de daders die in het opvangcentrum van Lommel verblijven, heeft Fedasil meteen actie ondernomen door ze definitief uit te sluiten van de opvang. Fedasil heeft ook het parket en de asielinstanties gecontacteerd. Tevens heeft een huiszoeking plaatsgevonden.
Ik wil duidelijk stellen dat ik van wie opgevangen wordt in dit land respect verwacht voor de lokale bevolking en ook respect voor onze waarden en normen en voor de rechtsstaat. Met messen vechten en hier clangeschillen uitvechten in de publieke ruimte kunnen nooit door de beugel.
Ik heb Fedasil dan ook de opdracht gegeven om een nultolerantiebeleid toe te passen voor geweld. Dat heeft geleid tot meerdere uitsluitingen. In 2025 is Fedasil al overgegaan tot dubbel zoveel definitieve uitsluitingen als in heel 2024. Daarmee wil ik het duidelijk het signaal geven dat onze regels gelden voor iedereen en dat dergelijk gedrag zware gevolgen heeft.
Mijn diensten werken nauw samen met het parket, zodat ook van die kant een snel en duidelijk signaal gegeven wordt. Het gaat over asielzoekers die hier amok maken, wat natuurlijk afstraalt op de asielzoekers die zich wel aan de regels houden.
Ter conclusie onderstreep ik nogmaals dat voor wie zich niet aan de regels houdt en wie onze gastvrijheid misbruikt, er geen plaats is in onze opvang en ook niet in ons land.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u snapt de kern van de zaak duidelijk niet. Er is een gigantische druk op onze huisvesting, op ons onderwijs en op de sociale zekerheid. Door die messentrekkers komt nu ook nog onze veiligheid in het gedrang. Waar we vandaag nood aan hebben, is een asielstop, zoals in Polen en Finland, zoals Griekenland gisteren nog heeft aangekondigd en zoals uw partij in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen. U wil vandaag niets meer van een asielstop weten. Twee weken geleden noemde u in de pers een asielstop nog onzin. Mevrouw de minister, het is tijd om kleur te bekennen. Ofwel wilt u geen strikt migratiebeleid voeren, ofwel kunt u het niet, ofwel mag u het niet van de socialisten.
De bestrijding van misbruik van de asielprocedure
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om versnelde asielprocedures en de bestrijding van misbruik, waarbij de minister verwijst naar artikelen 57/6 en 57/6/1 (1980) die irrecevable of versnelde behandeling defineren (bv. veiligheidsrisico’s, dubbele aanvragen, tegenstrijdige verklaringen). 20% van de 30.000 lopende dossiers in 2024 zou "misbruik" zijn, maar de minister bevestigt noch ontkent deze cijfers of levert data voor Q1 2025. Doel is een beslissingstermijn van 6 maanden (nu 18 maanden), met beperkt opvang voor herhaalde EU-aanvragen onder het nieuwe EU-migratiepact. Dubois dringt aan op concrete cijfers om de impact op de werkdruk te meten.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, depuis 2023, un projet a été mis en œuvre afin d’accélérer le traitement des demandes d’asile. Ce projet s’appuie notamment sur la norme européenne visant une décision dans un délai de six mois. Il intègre également pour objectif de lutter contre les demandes jugées abusives. Ce point a d’ailleurs été abordé ce matin. C'est important, et nous avançons en la matière.
Plus concrètement, j’aimerais poser quelques questions afin de mieux cerner le problème. Pouvez-vous préciser de manière exhaustive les différentes catégories de demandes d’asile que le gouvernement peut considérer comme abusives?
D’après les chiffres qui ont circulé dans la presse et que nous avons pu consulter, si l’on additionne les demandes introduites par les bénéficiaires de la protection internationale et celles déjà identifiées comme ultérieures et abusives, cela représenterait 20 % des demandes introduites en 2024. Sur l’ensemble des dossiers en attente, à savoir 30 000, les demandes d'asile abusives représenteraient pratiquement un tiers de la charge de travail. C’est considérable. Pouvez-vous confirmer ces chiffres? Pouvez-vous également fournir les données pour le premier trimestre 2025?
Enfin, quel sera l’impact de cette lutte contre les abus sur le réseau d’accueil?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur Dubois, sur les deux premières questions, toutes les procédures spéciales sont reprises dans la loi, plus précisément aux articles 57/6 et 57/6/1 de la loi du 15 décembre 1980. Ces deux articles définissent les situations dans lesquelles le CGRA décide en priorité, dans lesquelles le CGRA peut déclarer la demande irrecevable ou dans lesquelles le CGRA peut traiter la demande selon une procédure accélérée.
Il s'agit de plusieurs pages de textes juridiques. Je pense qu’il n'est pas utile de les énumérer ici de manière exhaustive, mais je résumerai brièvement quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA décide en priorité: si le demandeur se trouve en centre fermé; ou si le ou la ministre ou l'Office des Étrangers demande de traiter la demande en priorité.
Quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA peut déclarer la demande irrecevable: lorsque le demandeur bénéficie déjà d'une protection internationale dans un autre État membre de l'Union Européenne; ou lorsque le demandeur introduit une demande ultérieure pour laquelle aucun élément ou fait nouveau n'apparaît ni n'est présenté.
Finalement, quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA peut traiter une demande selon une procédure accélérée: il existe de sérieuses raisons de considérer que le demandeur représente un danger pour la sécurité nationale ou l'ordre public; le demandeur provient d'un pays d'origine sûr; ou le demandeur a fait des déclarations manifestement incohérentes et contradictoires.
L'application de ces articles affecte par exemple le délai de traitement de ces demandes et/ou le délai d'introduction d'un recours. Comme vous l'avez dit, on souhaite que le traitement ne prenne que six mois contrairement à aujourd'hui où la durée est en moyenne d'un an et demi. Ce sont 18 mois pendant lesquels les gens sont dans l'insécurité et dans des circonstances dont personne ne veut.
Dans tous les cas, chaque demande de protection internationale est traitée et évaluée individuellement en tenant compte de tous les éléments pertinents du dossier lors de la prise de décision.
Enfin, pour ce qui est des demandeurs de protection internationale ayant déjà obtenu une demande de protection internationale dans un autre État membre, je renvoie à ma réponse aux deux premières questions. Actuellement, ces demandes peuvent déjà être déclarées irrecevables par le CGRA. Par contre, les mesures de crise convenues prévoient deux modifications pour cette catégorie. On limite l'accueil et le traitement de la demande car il s'agit d'une demande ultérieure. Et, comme vous le savez, c'est prévu ainsi dans le Pacte migratoire européen qu'on met en avant.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, merci pour vos réponses. Effectivement, un an et demi, c’est beaucoup trop long. Nous ne pouvons pas laisser les personnes dans cette situation aussi longtemps. Merci pour la référence au pacte migratoire ainsi qu'aux réglementations et modifications en cours. Par contre, je n'ai pas obtenu de réponse sur les chiffres, plus particulièrement sur la proportion de dossiers, pour évaluer la charge de travail que ces demandes abusives représentent pour nos différents services qui contribuent à un accueil correct des demandeurs d’asile.
De Europese regelgeving over het doorzenden van asielzoekers richting 'veilige derde landen'
Het voorstel van de Europese Commissie betreffende het concept van veilige derde landen
De plannen van de Europese Commissie met betrekking tot het begrip 'veilig derde land'
Het voorstel van de Europese Commissie met betrekking tot het concept veilige derde landen
EU-beleid over asielzoekers en veilige derde landen
Gesteld door
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Matti Vandemaele
PVDA
Greet Daems
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het EU-voorstel om asielzoekers naar "veilige derde landen" te deporteren, zelfs zonder band met dat land, waarbij België openstaat voor dit flexibeler concept om asielstroom te beheersen, maar kritiek krijgt op mensenrechtenrisico’s en "dumping" in landen zoals Rwanda. Minister Van Bossuyt benadrukt dat fundamentele rechten gewaarborgd blijven en dat het om een efficiëntere verwerking gaat, maar erkent dat concrete afspraken en Belgische standpunten nog moeten worden uitgewerkt in EU-onderhandelingen. Kritische parlementsleden (Vandemaele, Daems) wijzen op morele bezwaren, gebrek aan regeerakkoord-steun en vrezen langdurige opsluiting in kampen, terwijl de minister geen duidelijk "ja" of "nee" geeft, maar wel stelt dat innovatieve oplossingen nodig zijn. De eindbeslissing hangt af van EU-onderhandelingen, waarbij België actief zal deelnemen "zonder taboes".
Voorzitter:
De heer Vander Elst is verontschuldigd.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, mijn excuses als ik u irriteer met mijn vragen. Nog twee vragen te gaan en dan bent u voor vandaag van mij verlost.
Ik wil het met u hebben over het concept van het veilige derde land. Vooralsnog geldt de voorwaarde dat er een band of een link moet zijn met dat veilige derde land. Nu wil de Europese Commissie die voorwaarde schrappen, zodat mensen kunnen worden gedeporteerd naar een land waarmee zij geen enkele band hebben. Er zijn voorbeelden, zoals de Rwandadeal van het Verenigd Koninkrijk. Degenen die dromen van het zogenaamde Australische model, verheugen zich al op de ambitie ter zake van de Europese Commissie. Dat voorstel moet echter nog worden besproken, zowel in de Raad als in het Europees Parlement.
Gevraagd naar een reactie van u als minister, gaf u aan dat het zeker een debat waard is. Ik heb echter het regeerakkoord opnieuw doorgenomen en daarin staat hierover niets vermeld. Ik heb eveneens de eerdere versies van het regeerakkoord nagelezen, waarin het wel vermeld stond. Het is er dus blijkbaar uit onderhandeld.
Wanneer zal het voorstel worden besproken in de Raad van ministers?
Wat wordt daar het Belgische standpunt met betrekking tot het voorstel, gelet op het feit dat het uit het uiteindelijke regeerakkoord weg is onderhandeld?
Hoe denkt u met een dergelijk voorstel vergeetputten, waar asielzoekers jarenlang in vluchtelingenkampen in landen zonder toekomstperspectief en zonder enige band met de betrokken personen worden gedumpt, te vermijden?
Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt.
Greet Daems:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de minister,
De Europese Commissie wil asielzoekers kunnen doorsturen naar een land waar ze geen enkele band mee hebben. Lidstaten kunnen in het voorstel zelf akkoorden sluiten met deze "veilige derde landen". U liet al weten dat België bereid is actie mee te werken.
11.11.11 zegt dat de Europese Commissie mensen wil dumpen, en haar verantwoordelijkheid doorschuift naar landen met minder middelen. Ook dat het beroep tegen zo'n beslissing niet langer opschortend zou zijn botst op kritiek.
Daarom mijn vragen:
Welke landen worden door de EC beschouwd als "derde veilige land?"
Met welke landen wenst u een akkoord te bereiken om hen te beschouwen als derde veilige land?
Wat is uw reactie op de kritiek van 11.11.11?
Hoe verhoudt dit voorstel van de EC tot hun vorstel om terugkeerhubs te installeren in derde landen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, om alle misverstanden uit de wereld te helpen, u ergert mij geenszins met uw vragen. Ik beantwoord ze zelfs graag. U trekt graag de kaart van de morele verontwaardiging en wijst graag met het vingertje. Ik denk wel dat het soms niet slecht zou zijn om de hand ook eens in eigen boezem te steken, al is dat soms moeilijk.
Over het concept van veilige derde landen, waarover ook mevrouw Daems een vraag stelde, geef ik graag het volgende mee. De Europese Commissie publiceerde op 20 mei een voorstel over dat concept. In het kader van een eerdere plenaire vraag zei ik al dat het daarbij niet om een nieuw concept gaat; met haar voorstel wil de Europese Commissie enkel het toepassingsgebied ervan uitbreiden.
Het voorstel heeft als doel het concept in de praktijk bruikbaarder, efficiënter en flexibeler te maken, zodat het kan bijdragen aan een snellere en effectievere verwerking van asielaanvragen. Daarvoor worden twee elementen van het concept aangepast. Ten eerste zou de toepassing van het zogenaamde connectiecriterium, dat erin bestaat dat de verzoeker een band moet hebben met het veilige derde land, op Europees niveau niet langer verplicht zijn. Lidstaten krijgen voortaan de keuze om het veiligederdelandenconcept toe te passen wanneer er sprake is van een connectiecriterium. Ze kunnen transit ook opnemen als connectiecriterium in hun nationale wetgeving en ze kunnen het concept ook toepassen op basis van een akkoord dat ze sluiten met een derde land dat daadwerkelijk bescherming kan bieden aan de verzoeker.
In dat geval is een individueel connectiecriterium niet nodig. De maatregel is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen.
Daarnaast wordt het automatische opschortende effect in geval van een beroep geschrapt. Die aanpassing is evenwel niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen, noch op mensen waarvoor een grensprocedure loopt.
We bevinden ons in de eerste fase van het Europees wetgevingsproces. Dat proces verloopt via de medewetgevingsprocedure, wat inhoudt dat de lidstaten in de Raad moeten onderhandelen over het voorstel van de Europese Commissie. Ook het Europees Parlement doet dat op zijn niveau. Zodra beide instellingen een onderhandelingsmandaat hebben bereikt, kunnen ze de triloogonderhandelingen met de Commissie aangaan. Pas als er tussen die drie instellingen een akkoord bereikt wordt, kan op nationaal niveau worden onderzocht hoe een en ander kan worden geïmplementeerd.
Het is dus nog veel te vroeg om te spreken over overeenkomsten met derde landen. Los daarvan kan ik alvast meedelen dat de regering voorstander is van Europese maatregelen die het asielsysteem ontlasten door de instroom te beperken en de uitstroom te versnellen, inclusief het onderzoeken van innovatieve oplossingen in de externe dimensie, zoals de veiligelandenconcepten.
Daarbij moeten de fundamentele rechten steeds gewaarborgd blijven. Dat is ook het uitgangspunt van de Europese Commissie voor de voorstellen. Dat wordt letterlijk zo gezegd.
De inschatting op ons asielsysteem van de impact van een gewijzigd concept, met inbegrip van de mogelijke overeenkomsten met derde landen, kan pas nuttig worden gemaakt, als duidelijk wordt hoe de nieuwe regels er na de onderhandelingen zullen uitzien, als er een akkoord met een derde land tot stand komt en welke vorm dat zal aannemen.
In ieder geval is het doel van het voorstel met de veiligelandenconcepten bij te dragen aan een snellere en effectievere verwerking van de asielaanvragen. Dat is zowel op Europees als op Belgisch niveau het uitgangspunt. Ik lees nogal onheilspellende berichten – ik herhaal wat ik in plenaire vergadering naar aanleiding van een vraag van mevrouw Vandeberg antwoordde – over het concept, namelijk dat men met dat Rwandamodel mensen dumpt en de mensenrechten overboord gooit. Maar waarover gaat het eigenlijk? Het voorstel van de Europese Commissie, waarvan u beweert dat het tijdens de regeringsonderhandelingen weg werd onderhandeld - quod non ; ik heb u niet gezien aan die onderhandelingstafel en mevrouw De Vreese zal veel beter weten of ze u daar heeft gezien of niet -, betreft niet meer, maar ook niet minder dan de uitbreiding van het toepassingsgebied van een bestaand concept.
De Europese Commissie en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen hebben trouwens verklaard dat het concept in overeenstemming is met zowel het internationale als het Europese recht. Bovendien worden de nodige rechten gevrijwaard en is er in garanties voor het respecteren van die rechten voorzien.
We bespreken het voorstel van de Europese Commissie momenteel op het niveau van de regering. Op Europees niveau zullen we actief bijdragen aan de onderhandelingen, zonder taboes.
Matti Vandemaele:
Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik ben blij dat ik u niet irriteer.
De voorbije maanden heb ik vaak verwezen naar de adviezen van experten en academici en de conclusies tijdens eerdere hoorzittingen. U legt dat echter allemaal netjes naast u neer. U hebt daar blijkbaar een broertje dood aan.
Ik dacht u dus op een andere manier te proberen te overtuigen en daarvoor een ander vaatje open te trekken. Maar ik heb al lang begrepen dat het met morele argumenten uiteraard niet zal lukken. Toch zal ik de rest van de legislatuur blijven proberen Les Engagés, Vooruit en cd&v een beetje te kietelen, in de hoop dat er alsnog iets beweegt. Ze zijn hier vandaag niet aanwezig. Dat zegt natuurlijk ook iets.
Wat introspectie betreft, ben ik het met u eens. Men kan inderdaad alleen groeien, als men aan introspectie doet. Dus als u een vriendenboekje hebt, zal ik daarin schrijven dat ik spijt heb dat we dat in de vorige regering onvoldoende hebben gedaan. Ik wil dat hier gerust zeggen en dat ook opschrijven, als u daar gelukkig van wordt. U kunt dat echter natuurlijk niet uitentreuren blijven herhalen. Ja, ik geef toe: het had beter gemoeten. Het zal echter niet aan mij gelegen hebben en ook niet aan mijn partij, maar goed.
Ik vroeg u ook nog welk standpunt de Belgische regering zou innemen. U hebt in antwoord daarop een stukje uit het regeerakkoord voorgelezen, maar dat helpt me niet echt verder. Zult u het voorstel steunen of niet? Ik vind dat u daar wat omheen draait. Ik leid daaruit ook af dat er in de regering nog geen eensgezindheid over bestaat. Ik kan me niet inbeelden dat de heer Dubois van Les Engagés, die intussen ook vertrokken is, vrolijk dansend zou meegaan in het idee van Rwanda-achtige deals. Dat zou me echt verwonderen. Maar goed, de toekomst zal het uitwijzen.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Zomaar mensen naar landen sturen waarmee ze geen enkele band hebben, lijkt mij niet bepaald de oplossing. In plaats daarvan zouden de Europese Unie en u beter inzetten op een eerlijke verdeling in de Europese Unie en ervoor zorgen dat mensen op de vlucht voor oorlog en vervolging overal een even goede bescherming en behandeling krijgen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56005167C van de heer El Yakhloufi is omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 56005260C van mevrouw De Vreese wordt op haar verzoek ook omgezet in een schriftelijke vraag.
De uitspraken van de eerste minister over het Belgische migratiebeleid
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz beschuldigt de premier van leugenachtige uitspraken over vermeende te strenge Belgische expulsieregels voor vaders van Belgische kinderen, terwijl de realiteit volgens haar juist expulsies toelaat—zelfs bij banden met hun kind—door beroep op digitale contacten als alternatief voor fysieke gezinshereniging. Minister Van Bossuyt bevestigt dat expulsies alleen bij zware ordeverstoringen gebeuren, na strikte EVRM-toetsing (art. 8) en vaak worden geblokkeerd door lopende familiereünificatieprocedures, maar ontkent niet dat vaders met kinderbanden wel degelijk uitgezet kunnen worden.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, en séance plénière, j’ai interrogé le premier ministre sur la lettre qu’il a cosignée avec plusieurs dirigeants européens, dont certains sont peu fréquentables, demandant notamment aux juges de la Cour européenne des droits de l'homme de ne plus appliquer aussi strictement certaines règles et le respect de principes.
Madame la ministre, il a déclaré aux parlementaires que les règles de la Belgique seraient beaucoup trop rigides, empêchant par exemple la Belgique d'expulser des pères d'enfants belges n’ayant pas construit de lien avec leur enfant.
Madame la ministre, confirmez-vous ces propos? Selon vous, y a-t-il en Belgique, comme le dit le premier ministre, des hommes qui sont parents d'enfants belges et qu'on ne peut pas expulser pour cette raison? C'est quelque chose qui n'arrive jamais, selon lui. Dites-nous quelle est la réalité du terrain.
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, l'Office des étrangers ne procède au retour du parent qu'en cas d'infraction grave à l'ordre public et après une évaluation approfondie et une motivation fondée sur l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. Le Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE) y veille très attentivement. De plus, ces retours sont souvent suspendus par des procédures de regroupement familial introduites pendant la détention.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie. Je vois que vous êtes prudente. En Belgique, nous expulsons donc des pères. Ceux-ci ne sont pas des pères biologiques sans aucun lien avec leurs enfants. Non, nous expulsons des pères qui ont un lien avec leurs enfants qui sont de nationalité belge, en prétendant notamment dans certains dossiers que ces pères n'auraient qu'à entretenir le lien familial et que le droit à la vie familiale des enfants pourrait être respecté en cas d'expulsion, simplement grâce aux nouvelles technologies, notamment par visioconférence. Madame la ministre, les propos du premier ministre sont faux. Ce qu'il a déclaré en séance plénière sont des mensonges. Vous le savez très bien. Et, aujourd'hui, vous venez de le confirmer.
Het EC-voorstel over de verlenging van de tijdelijke bescherming voor Oekraïense vluchtelingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt de EU-verlenging van tijdelijke bescherming voor bijna 100.000 Oekraïners (95.351 attestaten sinds 2022) tot maart 2027, met nadruk op gecoördineerde overgang naar andere verblijfsstatuten (werk, studie) en voorkoming van asielstroom. De minister benadrukt ordelijk, vrijwillig retour via een gepland *Unity Hub* (samen met Oekraïne) voor gecentraliseerde informatie en begeleiding, plus EU-financiering (België ontving deel van €15+4 mjd, exacte bedragen onvermeld). Kritisch: vermijden van secundaire migratie en systematisch gebruik van registratieplatforms voor opvolging. Oekraïners krijgen praktische ondersteuning voor terugkeer, maar focus blijft op duurzame EU-bescherming zolang de oorlog duurt.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, le Conseil de l'Union européenne a approuvé à l'unanimité, le vendredi 13 juin, la prolongation jusqu'au 4 mars 2027 de la protection temporaire que l'Union européenne a accordée depuis mars 2022 à plus de 4 millions d'Ukrainiens ayant fui la guerre d'agression de la Russie. Ils ont pleinement accès au logement, aux soins, à la santé, à l'éducation, à l'emploi, aux services sociaux.
Outre l’objectif humanitaire compréhensible par tous, vu que la guerre d’agression russe perdure, cette procédure permet aux Ukrainiens de ne pas demander l'asile et évite les risques de surcharge des systèmes d'asile nationaux. C'est un problème dont nous parlons assez souvent.
Madame la ministre, combien d’Ukrainiens bénéficient-ils de ce cadre juridique en Belgique?
Les États membres bénéficieront de 4 milliards d'euros supplémentaires au titre des programmes Affaires intérieures, en plus des 15 milliards d'euros déjà débloqués à cet effet au titre du Fonds de cohésion. Quelle somme la Belgique a-t-elle reçue au titre de ces deux programmes, sachant qu’une somme supplémentaire est mobilisée par le gouvernement à travers les fonds russes gelés en Belgique? Quel est également ce montant depuis 2022?
Êtes-vous favorable à une recommandation de la Commission européenne qui propose de promouvoir et de faciliter la transition vers d'autres statuts juridiques comme la possibilité d'accéder à des statuts juridiques nationaux ou européens mieux adaptés à leur nouvelle situation, comme des permis de séjour fondés sur l'emploi, les études, la recherche ou le statut de résident national de longue durée?
Enfin, la Belgique active-t-elle des leviers pour élaborer un concept de retour des Ukrainiens via des visites exploratoires en Ukraine pour guider les décisions des personnes envisageant un retour par exemple?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, la Belgique peut soutenir la prolongation de la protection temporaire jusqu'en mars 2027. L'agression russe se poursuit sans relâche et l'Union européenne reste déterminée à soutenir l'Ukraine ainsi que ses ressortissants sur le territoire européen. La protection temporaire offre toujours un cadre juridique solide qui peut garantir à des millions de réfugiés ukrainiens une protection harmonisée et une sécurité identique. La directive de 2001 prévoit également la possibilité de mettre fin à la protection temporaire à tout moment par une décision du Conseil adoptée à la majorité qualifiée.
Concernant les chiffres, en 2022, 63 356 attestations de protection temporaire ont été délivrées. Il y en a eu 15 626 en 2023, 13 277 en 2024 et 3 092 de janvier à avril de cette année. Au total, 95 351 attestations – soit presque 100 000 – ont été délivrées par l'Office des é trangers pour la période couvrant les années 2022 à 2025.
L'Union européenne soutient les États membres qui accueillent des personnes déplacées d'Ukraine grâce à des financements européens, notamment au titre des fonds pertinents des Affaires intérieures et de la politique de cohésion. Ces possibilités de financement offrent la souplesse nécessaire pour tenir compte des contextes nationaux spécifiques et des besoins financiers, y compris pour l'intégration des personnes bénéficiant d'une protection temporaire.
La politique de cohésion a fourni 13,6 milliards d'euros de liquidités supplémentaires aux États membres qui accueillent des personnes originaires d'Ukraine et 1,4 milliard d'euros supplémentaires ont été réaffectés dans le cadre des programmes de financement existants afin d'apporter une aide directe aux personnes déplacées originaires d'Ukraine.
La Belgique accueille favorablement la proposition de la Commission. Notre pays a toujours été favorable à une transition coordonnée et à une vision à long terme qui apporte de la clarté aux États membres, aux bénéficiaires de la protection temporaire ainsi qu'aux autorités ukrainiennes.
Les recommandations du Conseil constituent une première étape importante pour établir un cadre commun. Nous examinons les détails du texte, mais souhaitons déjà formuler certaines remarques.
Premièrement, les flux secondaires ou un basculement vers les procédures d'asile doivent être évités à tout prix. Je pense que vous comprenez pourquoi; il nous est matériellement impossible d'accueillir 100 000 personnes de plus.
Deuxièmement, un retour durable, progressif et ordonné doit être l'objectif d'une telle transition dans l'intérêt des personnes déplacées, des autorités ukrainiennes et des États membres.
Troisièmement, la plateforme d’enregistrement doit être utilisée de manière systématique, non seulement pour procéder aux enregistrements, mais également à long terme afin de suivre rigoureusement les retours.
Enfin, la coordination avec les autorités ukrainiennes demeure cruciale tout au long du processus de transition. À cette fin, la création d’un Unity Hub en Belgique est actuellement envisagée. Une page web spécifique détaille d’ailleurs les modalités du retour volontaire aujourd’hui possibles.
La Belgique a été approchée par les autorités ukrainiennes en vue de la mise en place de ce Unity Hub . Ce dernier serait installé et cogéré par les autorités ukrainiennes ( Ministry of National Unity) et les États membres, dans un cadre bilatéral. L’objectif est de constituer un véritable guichet unique à destination des Ukrainiens déplacés désireux d’obtenir des informations sur les possibilités qui leur sont offertes, y compris celles relatives au retour en Ukraine.
À plus long terme, dans l’hypothèse d’une désactivation du dispositif de protection temporaire, la directive prévoit la possibilité de mettre en œuvre des programmes de retour volontaire. La proposition de recommandation du Conseil, publiée récemment par la Commission, élabore plusieurs orientations visant à coordonner ces programmes à l’échelle européenne.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses, notamment concernant les chiffres communiqués. Je suis particulièrement heureuse d’entendre la dernière partie de votre réponse, car outre l’accueil à mettre en place en Belgique avec les moyens que nous connaissons, il est essentiel d’assurer un accompagnement pour la suite du parcours. En effet, certaines personnes expriment le souhait de pouvoir regagner leur pays d’origine. Il est donc important de leur fournir les informations utiles et de leur faciliter la tâche, notamment via des informations regroupées en un seul endroit. Ces situations sont extrêmement stressantes et difficiles à vivre pour les populations concernées. Si la Belgique peut les aider du mieux qu'elle peut, pour au moins obtenir des informations, c'est évidemment primordial. Voorzitster: Maaike De Vreese. Présidente: Maaike De Vreese.
De veiligheid in het Fedasilcentrum te Spa
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een dodelijk mesincident in Spa door asielzoekers uit het lokale Fedasil-centrum bevestigt minister Van Bossuyt dat de daders definitief zijn uitgesloten van opvang en hun dossier prioritair wordt behandeld door CGRA en Dienst Vreemdelingenzaken voor mogelijke uitzetting. Zij benadrukt dat het incident buiten het centrum plaatsvond en dat de veiligheidsmaatregelen (extra personeel, bewaking) voldoende werden geacht, maar openstaat voor verdere suggesties—hoewel het Masterplan Accueil zich vooral richt op infrastructuur, niet op algemene veiligheidsbeleid. Vandeberg dringt aan op gevolgen voor de daders en blijft de procedure volgen.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, je souhaite attirer votre attention sur un triste fait d'actualité qui s'est déroulé à Spa au début du mois de juin. Un jeune homme s'est vu asséner plusieurs coups de couteau qui ont entraîné son décès. Les personnes avec qui cette altercation a eu lieu seraient hébergées au centre Fedasil de Spa.
Ce centre d'accueil et la sécurité aux alentours ont déjà posé question, d'autant plus que le nombre de personnes accueillies dans les trois centres de la zone de police Fagnes (Spa-Theux-Jalhay) est très élevé, mettant sous pression les services de police, situation que je connais bien grâce à mon mandat de bourgmestre.
Avez-vous été informée de ces faits et quelles mesures avez-vous prises immédiatement?
À plus long terme, comment envisagez-vous la suite de l'encadrement de ce centre Fedasil?
Qu'adviendra-t-il des auteurs des faits et d'un éventuel retour dans leur pays d'origine?
Aussi, vous avez annoncé qu’un Masterplan accueil serait en préparation concernant les bâtiments. Un aspect de ce plan pourrait-il envisager d'étudier la sécurité des personnes accueillies dans ces centres, des travailleurs des centres et également des riverains?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, avant tout, je tiens à exprimer mes condoléances à la famille et aux amis de la victime. Je souhaite également beaucoup de courage aux collaborateurs du centre sur qui cet événement a sans doute eu un impact très profond.
J'ai bien entendu immédiatement été informée de ce fait par Fedasil. La direction du centre est venue directement sur place et le centre a augmenté le nombre de ses travailleurs le week-end. Un gardien a également été rappelé au centre. Le bourgmestre a également été informé de la situation. Les auteurs en question ont été définitivement exclus du réseau d'accueil.
Je déplore profondément de tels incidents, mais ceux-ci ne peuvent être imputés ni au centre ni à son personnel. L'événement s'étant déroulé à l'extérieur du centre, l'encadrement du centre n'est actuellement pas à remettre en cause. D'ailleurs, le centre est resté calme durant tout le week-end et n'a souffert que des répercussions de cet événement, des commentaires dans la presse et sur les réseaux sociaux. Tant la police locale que le bourgmestre ont jugé les dispositions prises par le centre suffisantes.
Les résidents incriminés ont été privés de liberté et mis à la disposition de la justice. Entre-temps, les personnes concernées ont été libérées. Néanmoins, elles se sont vues notifier une décision d'exclusion définitive ou temporaire du réseau d'accueil. L'Office des étrangers, responsable des expulsions du territoire, a été mis au courant. Le CGRA a également été informé de cette situation. Il a reçu les informations relatives aux faits en question et traitera ce dossier en priorité.
Le Masterplan accueil concerne principalement une coopération plus structurelle entre Fedasil et la Régie des Bâtiments. L'objectif est de permettre une collaboration plus efficace en matière d'offre et d'entretien des bâtiments que la Régie met à la disposition de Fedasil pour servir de centres d'accueil.
Je reste bien entendu ouverte aux suggestions visant à améliorer la sécurité des résidents et des employés. Néanmoins, étant donné que ce Masterplan est essentiellement axé sur les infrastructures, il ne constitue pas nécessairement le cadre adéquat pour intégrer une politique de sécurité globale à destination des personnes se trouvant dans ces centres. Des aspects tels que la sécurité incendie et la sécurité générale des bâtiments y trouvent toutefois leur place.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'entends qu'une exclusion du réseau d'accueil a été décidée pour les auteurs. Cela semble évidemment logique, vu les faits qui leur sont reprochés et le décès qui leur est consécutif. Bien entendu, j'attends la suite de la procédure relative à leur présence sur notre territoire. Je suivrai attentivement la décision prise à cet égard par l'Office des é trangers et le CGRA. Il est en effet évident que ces actes ne peuvent rester impunis. Je pense que vous en êtes bien consciente.
Voorzitter:
Vraag nr. 56005887C van mevrouw Maaike De Vreese wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
Het asielcentrum in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het tijdelijke asielcentrum in Hasselt, oorspronkelijk voor 12–18 maanden, blijft open tot september 2025 en wordt nog steeds beheerd door Umami (kost: €14,4 miljoen sinds 2020), ondanks herhaalde beloftes van sluiting. Minister Van Bossuyt bevestigt dat een nieuwe aanbesteding loopt voor private operatoren (inclusief Umami), maar geeft geen garanties op daadwerkelijke sluiting. Troosters kritiseert de structurele verlengingen (5 jaar en tellend) en het uitblijven van afbouw onder de nieuwe regering, wat lokale ontevredenheid versterkt. De sluitingsdatum blijft onzeker, terwijl de overheid vasthoudt aan verlengingen via bestaande en toekomstige contracten.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, in oktober 2020 werd in Hasselt een tijdelijk asielcentrum geopend voor 12 maanden, éénmalig verlengbaar met 6 maanden. Intussen is het asielcentrum in Hasselt nog steeds open en werd er in meerdere fasen een verlengde openingsduur voorzien. Tijdens de ministerraad van vrijdag 13 juni jongstleden werd er opnieuw beslist de openingsduur van het asielcentrum te verlengen tot 30 september 2025. Het beheer van het centrum is al sinds de opening in handen van cateringbedrijf Umami.
Zal de nieuwe verlengde uitbating van het asielcentrum van Hasselt opnieuw verlopen via Umami? Onder welke voorwaarden zal dit dan gebeuren? Kunt u de totale kostprijs van het asielcentrum in Hasselt duiden sinds de opening in oktober 2020? Op welke wijze garandeert u dat de nieuwe vooropgestelde sluitingsdatum deze keer wel zal gerespecteerd worden en er dan tot effectieve sluiting van het asielcentrum in Hasselt zal worden overgegaan? Hoe zult u dat bewerkstelligen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Troosters, Umami staat momenteel nog steeds in voor het beheer van de site, aangezien het hier gaat om een verlenging van de bestaande opdracht voor private operatoren. Er is dus voorlopig geen wissel van operator.
Wat de kosten betreft: sinds de start in 2020 tot en met dit jaar, 2025, gaat het in totaal om een bedrag van ongeveer 14,4 miljoen euro. De jaarlijkse kosten zijn daarbij geleidelijk toegenomen, met een piek van ruim 3,4 miljoen euro in 2024. Voor 2025 ligt het bedrag voorlopig op ongeveer 1,46 miljoen euro.
Intussen bereidt Fedasil de toewijzing voor van een nieuwe opdracht voor private operatoren, die de huidige kaderovereenkomst, waaronder ook de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt valt, zal vervangen. Omdat die gunningsprocedure momenteel nog loopt, kan ik daarover voorlopig geen verdere details geven.
Frank Troosters:
Ik kan uit het laatste deel van uw antwoord afleiden dat het centrum voorlopig helemaal niet zal worden gesloten eind september en dat Umami blijkbaar zal worden meegenomen in een nieuwe globale overeenkomst. Ik vind dat heel ontgoochelend en ik ben daar niet alleen in. De mensen in Hasselt hebben destijds van de vivaldiregering te horen gekregen dat het iets tijdelijks zou zijn. We zijn intussen vijf jaar verder en het werd steeds verlengd. Die mensen zijn daar uiteraard niet blij mee. Nu komt er een nieuwe regering die in het begin aankondigde dat ze de lokale opvanginitiatieven zou afbouwen. In de praktijk moeten we echter vaststellen dat er ook bijkomend wordt verlengd en dat er dus eigenlijk geen enkel verschil is met wat de vorige regering deed. Ik begrijp dus dat de mensen in Hasselt ontgoocheld zijn, want ik ben dat eigenlijk ook. Dank u wel.
Grenscontroles
De binnenkomstcontroles
De binnenkomstcontroles tegen illegale en secundaire migratie
Grens- en binnenkomstcontroles tegen illegale migratie
Gesteld door
VB
Francesca Van Belleghem
N-VA
Maaike De Vreese
Open Vld
Kjell Vander Elst
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België voerde sinds 1 juli gerichte, niet-systematische binnenkomstcontroles in om secundaire migratie (asielzoekers uit andere EU-landen) te beperken, zonder echte grenscontroles zoals Duitsland en Nederland. Critici (o.a. Van Belleghem) betwijfelen de effectiviteit, omdat opgepakten gewoon asiel kunnen aanvragen en de centra overvol zitten, terwijl De Vreese (regering) de maatregel verdedigt als "gericht signaal" binnen Schengen-regels (art. 23). Evaluatie na 6 maanden moet uitwijzen of de acties – uitgevoerd door politie en DVZ *zonder extra budget* – de instroom verminderen, terwijl samenwerking met buurlanden wordt versterkt. Kernpunt: België kiest voor *selectieve handhaving* in plaats van harde grensafwijzingen, ondanks records aan asielaanvragen.
Francesca Van Belleghem:
Deze ochtend las ik in De Tijd dat intussen tien landen binnen de Europese Unie grenscontroles hebben ingevoerd. U kondigde twee weken geleden verscherpte binnenkomstcontroles aan. Ik heb daar heel wat vragen over.
Mijn eerste vraag is natuurlijk wanneer die binnenkomstcontroles van start zullen gaan? De vakantie is inmiddels begonnen, dus ik neem aan dat de controles ook zijn gestart.
Hoe lang zullen die controles duren? In De Standaard van 25 juni stond dat u twee extra acties per week plant. De binnenkomstcontroles die u met veel publiciteit hebt aangekondigd, zouden volgens dat bericht slechts twee extra controles per week betekenen. Kunt u dat bevestigen of ontkrachten? Volgens hetzelfde bericht wordt er geen extra geld vrijgemaakt voor die controles, maar zou de focus van de politiediensten verschuiven. Kunt u dat bevestigen?
Waarom legt u de focus op ‘asielshoppers’? Die personen melden zich immers zelf aan bij de Dienst Vreemdelingenzaken om een asielaanvraag in te dienen. Het heeft dus weinig zin om op asielshoppers te focussen, aangezien u ze dan versneld zult tegenkomen. Dat is het enige verschil dat ik in de praktijk zie.
Toen u de binnenkomstcontroles aankondigde, bleek bovendien dat de politievakbond niet officieel op de hoogte was. De VSOA was dus blijkbaar niet geïnformeerd. Zijn zij intussen wel op de hoogte? Wat is hun reactie op de binnenkomstcontroles? Kunt u ook concrete informatie geven over het aantal manschappen of het aantal uren dat voor die controles wordt vrijgemaakt?
U stelde twee weken geleden dat wie illegaal naar België wil komen, niet langer welkom is. Welke concrete acties koppelt u daaraan? In Duitsland worden asielzoekers en illegalen aan de grens teruggestuurd. Welke concrete acties zult u ondernemen? We weten dat u het Duitse model niet volgt, maar wat zal er in de praktijk veranderen?
Zonder goede opvolging zijn de controles zinloos. De vraag is natuurlijk of het CGVS en de Dienst Vreemdelingenzaken voldoende capaciteit hebben om de personen die u mogelijk zult oppakken, te behandelen. Zijn er op dit moment genoeg plaatsen in de gesloten terugkeercentra om mensen terug te sturen? Is er voldoende capaciteit? Hetzelfde geldt voor de Dublin-centra voor asielzoekers.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem, u zit ruim boven de toegestane spreektijd. Mag ik u vragen om af te ronden?
Francesca Van Belleghem:
Ik heb nog een laatste vraag. Mevrouw de minister, u hebt zelf gezegd dat de grenscontroles in Nederland en Duitsland nuttig zijn. Waarom voeren wij dan geen echte grenscontroles in?
Voorzitter:
Mevrouw De Vreese, ik geef u ook wat extra spreektijd.
Maaike De Vreese:
Collega Van Belleghem en ikzelf hebben in Terzake al over die binnenkomstcontroles gediscussieerd. Ik denk dat dit een zeer sterk signaal is. We zien inderdaad dat andere landen binnen de Europese Unie hun controles verscherpen. Dat zullen wij nu ook doen waar het moet, gericht en efficiënt, met de mensen en middelen die ter beschikking zijn.
Als het op een bepaald moment noodzakelijk zou zijn om naar de grenzen te kijken, dan vraag ik u om dat ook te doen, mevrouw de minister. In het verleden, in 2016 en 2017, hebben we dat ook gedaan aan de grens met Frankrijk, toen het kamp in Calais werd ontruimd. We wisten dat die mensen richting België zouden komen. Toen hebben we ook verscherpte grenscontroles ingevoerd. Ik denk dat dat geen taboe binnen de regering mag zijn. Zo staat het ook in het regeerakkoord.
Er zullen dus absoluut plaatsen in de gesloten centra noodzakelijk zijn. Er zijn ook meer mensen nodig bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik weet dat de gerechtelijke sectie, die onder andere bijstand op het terrein verleent, op dit moment onderbemand is. Het regeerakkoord voorziet ook in de versterking van die sectie. Dat moet dus absoluut gebeuren. Ondertussen kunnen andere mensen misschien bijspringen, zodat het werk toch kan gebeuren. Ik denk dat dat geen probleem mag zijn.
Mevrouw de minister, kunt u extra toelichting geven bij de maatregelen die u hebt aangekondigd? Kunt u de timing en de uitrol van de acties verduidelijken? Kunt u ook toelichten hoe de samenwerking tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de andere diensten verloopt? De politievakbond heeft daar immers op gereageerd. Collega Quintin zal dus zeker zijn bijdrage moeten leveren en samenwerken.
Op welke manier zal er met de buurlanden worden samengewerkt? In Nederland en Duitsland willen ze ook extra controles uitvoeren. Ik denk dat daar mogelijkheden zijn om samen controles te organiseren.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, ik ga de context niet opnieuw schetsen. Dat is al gedaan. Er is al veel over gezegd en geschreven, ook in Terzake , waarbij ik jammer genoeg niet aanwezig was. Hoewel wij als partij ook voorstander zijn van het principe, zeker in uitzonderlijke omstandigheden, zijn er toch nog een aantal praktische vragen over de uitwerking die ik vandaag wil stellen.
Hebben deze controles een tijdelijk of een permanent karakter? Is het de bedoeling dat u dit de volledige legislatuur zult volhouden? Als ik het regeerakkoord lees, zou het immers gebeuren in uitzonderlijke omstandigheden. Een van die uitzonderlijke omstandigheden zijn massale illegale migratiestromen. Dat staat zo in het regeerakkoord, dus is aan die voorwaarden volgens u voldaan?
Welke politiediensten of welke diensten in het algemeen zullen deze controles, met medewerking van de DVZ, uitvoeren? Dat zal betekenen dat de politie zal moeten bijspringen. Ook daar zijn echter personeelstekorten bij bepaalde diensten, dus welke politiediensten zullen dat doen?
Werd hiervoor extra personeel en budget voorzien bij zowel de bevoegde politiediensten als bij de DVZ? Indien niet, welke taken zullen dan niet meer worden uitgevoerd? Op een bepaald moment zult u immers keuzes moeten maken. Als men geen budgettaire keuzes maakt, dan zal het in het takenpakket moeten gebeuren.
Wat zal de kostprijs zijn van het systeem? Wat is uw doelstelling? U spreekt over het verminderen van de asielinstroom. Wilt u daar een percentage op plakken? Is er een benchmark gebeurd met Duitsland, Nederland of andere buurlanden, waarbij men kan aantonen dat de maatregel gewerkt heeft? Wat heeft daartoe geleid? Hoeveel minder asielinstroom is er geweest? Hoeveel mensen zijn uitgezet? Kunt u daar wat cijfermateriaal over geven?
Hoe zal men te werk gaan? Wat zullen de bevoegde diensten ondernemen als ze iemand onderscheppen? Wat zal het proces zijn dat men dan zal volgen? Waar zullen deze personen, gelet op de overvolle Dublincentra en gesloten terugkeercentra, al dan niet worden opgevangen als men ze onderschept?
Als ik het goed gelezen heb, zou men hiermee starten vanaf deze zomer. We zijn 2 juli. Als men even naar buiten gaat, voelt men dat de zomer is aangebroken. Vanaf wanneer zullen de binnenkomstcontroles dus worden uitgevoerd?
Anneleen Van Bossuyt:
De versterkte controles zijn gisteren gestart op 1 juli. Vandaag is het 2 juli. De controles zijn niet systematisch, maar wel punctueel en gericht op de instroom vanuit andere lidstaten van personen die geen recht hebben op verblijf. Naast de crisismaatregelen, waarvan we vanochtend enkele hebben goedgekeurd, wil ik met de gerichte acties de instroom ontraden en ook inperken.
De instroom blijft een hoge belasting leggen op de opvangcapaciteit en ook op de administratieve werklast van de asiel- en migratiediensten. We stellen vast dat ook de secundaire migratie hoog blijft en in mei zelfs is toegenomen. Ik sta niet toe dat België een toevluchtsoord is voor mensen zonder verblijfsrecht die doorreizen vanuit andere lidstaten.
De acties worden gezamenlijk bepaald en georganiseerd door de dienst Vreemdelingenzaken en de politie. Na zes maanden zal er een evaluatie plaatsvinden. Intussen worden de maatregelen voortdurend opgevolgd door een werkgroep van DVZ en de politie.
Indien uit de permanente monitoring blijkt dat een eerdere opheffing verantwoord is, zal daartoe worden overgegaan. DVZ zal bij de acties ondersteuning op het terrein geven en ook plaatsen voorbehouden in de gesloten centra. Als vastgesteld wordt dat mensen in illegaal verblijf zijn, kunnen zij vastgehouden worden met het oog op terugkeer naar het herkomstland of overdracht naar de lidstaat waar zij een verzoek hebben ingediend of waar zij verblijfsrecht hebben.
Personen die aangeven dat zij een verzoek om internationale bescherming willen indienen, zullen, net als iedereen, doorverwezen worden naar het registratiecentrum. De overdrachten naar andere lidstaten gebeuren in het kader van de Dublinverordening en ook de bestaande re-admissieovereenkomsten.
Uit respect voor het Schengenacquis roepen wij geen controles in volgens artikel 25 van de Schengengrenscode. Wij beroepen ons wel op artikel 23 van die code, die toelaat om acties te voeren om illegale immigratie terug te dringen en criminaliteit te bestrijden.
We hebben een schrijven gericht aan onze buurlanden en de Europese Commissie om hen te informeren over onze acties. In bilaterale contacten met de buurlanden lichten we de acties uitgebreider toe en we blijven in alle transparantie met onze buurlanden in contact.
Mijnheer Vander Elst, voor uw vragen 2, 7 en 8 moet ik u doorverwijzen naar mijn collega-minister Quintin, minister van Binnenlandse Zaken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord op de vragen.
Mevrouw De Vreese zei dat als het noodzakelijk is, ze van de minister verwacht dat ze effectief grenscontroles laat plaatsvinden. De huidige massale toestroom van immigranten is blijkbaar nog niet voldoende om grenscontroles te houden. Dat lees ik tussen de lijnen.
Nochtans, dit jaar zijn waarschijnlijk al meer dan 15.000 asielaanvragen ingediend. Dit is het derde piekjaar op rij. Als dat niet voldoende is voor grenscontroles, als dat niet voldoende is om het Duitse model van grenscontroles over te nemen, weet ik het ook niet meer.
Mevrouw de minister, u bevestigde letterlijk dat het voor mensen die opgepakt worden, nog steeds mogelijk zal zijn om een asielaanvraag in te dienen. Dan vraag ik me af wat het nut van de binnenkomstcontroles is. Die mensen zullen gewoon versneld naar de DVZ gebracht worden, misschien zelfs met een privétaxi.
U moet de asielzoekers natuurlijk weren aan de grens, zoals Duitsland dat doet. Dan zal de toestroom van asielzoekers en van secundaire migranten, van wie u zei dat het aantal in mei nog toegenomen is, dalen. Duitsland heeft dat gedaan en daar is de instroom van asielzoekers met de helft gedaald.
Maaike De Vreese:
Mevrouw Van Belleghem, ik heb al verschillende keren geprobeerd het uit te leggen: als we op dit moment, met deze hitte, de grenzen volledig toedoen, zou de Vlaming en de toerist u niet dankbaar zijn om in de hitte in de file te moeten staan.
Mevrouw de minister, Ik meen dat het zeer slim is om zeer punctueel te controleren en ondertussen enkel op de plaatsen waar het echt nodig is extra controles uit te voeren. De controles moeten zeer gericht gemonitord worden.
Ik hoop daar binnenkort resultaten van te zien, net als van het wetgevend werk dat hier verricht is. Met de verscherping van de gezinshereniging, welk wetgevend werk nog op komst is, vind ik dat we met een zeer sterk pakket het zomerreces ingaan. Daarna staan we nog voor grote uitdagingen. Maar, mevrouw de minister, ik meen dat u binnen het regeerakkoord ook heel wat middelen hebt, middelen die al afgesproken zijn, die ervoor zullen zorgen dat de instroom stopt. Ik wens u daar veel succes mee.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik maak me toch zorgen over de effectiviteit van de maatregel als ik hoor dat onderschepte illegale migranten naar de DVZ zullen worden gebracht, enzovoort, met allerlei tussenstappen. Als mensen worden onderschept die illegaal op het grondgebied verblijven, hoop ik dat men hen zo snel mogelijk kan uitwijzen, in plaats van hen opnieuw door een heel lang proces van paperassen en administratie te sturen. Ik hoop dus dat er aan de effectiviteit gewerkt wordt.
Voor de vragen over de politiediensten verwijst u me door naar minister Quintin, maar ik heb ook gepolst naar de frequentie van de maatregelen. Ik heb u goed gehoord toen u zei dat alles gecoördineerd gebeurt, samen met de politie en de medewerkers van de DVZ. Zij gaan samen op pad om die controles uit te voeren. Ik zal daar later nog op terugkomen.
U zult extra plaatsen voorzien, of u zult plaatsen reserveren voor mensen die worden gecapteerd tijdens de binnenkomstcontroles. Hopelijk lukt u dat, want de beschikbare plaatsen zitten overvol. Bovendien wilt u binnenkort starten met de afbouw van de opvangcapaciteit. Daarmee zult u in de toekomst eveneens rekening moeten houden.
Binnen zes maanden volgt de eerste evaluatie. Dan zullen we zeker moeten terugkomen op dit verhaal en peilen naar de effectiviteit van die maatregelen.
Voorzitter:
Mevrouw Bury is niet aanwezig; haar vraag nr. 56006226C is zonder voorwerp. Vraag 56006238C van mevrouw Daems wordt uitgesteld. Mijnheer Van Tigchelt, uw geduld wordt beloond.
Het nationale implementatieplan voor het Europese migratie- en asielpact
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende in juni 2025 zijn technisch-administratief uitvoeringsplan voor het EU-migratie- en asielpact in, maar publiceert dit pas na bilateraal overleg met de Commissie—tijdstip onbepaald. Het plan volgt strikt EU-regels (beperkte nationale speelruimte) en omvat 10 thema’s (o.a. Eurodac, asielprocedures, solidariteit), met administratieve acties in plaats van wetgevende aanpassingen. Parlementaire raadpleging gebeurt pas bij indiening van regeringswetsvoorstellen (eind 2025), terwijl samenwerking met entiteiten en maatschappij al liep via een nationaal stuurcomité (sinds 2024) en ad-hocconsultaties.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, dans le cadre de la mise en œuvre du Pacte européen sur la migration et l’asile, les États membres de l’Union européenne étaient tenus de soumettre à la Commission européenne pour le 12 décembre 2024 leur plan national de mise en œuvre. Ce document est destiné à préciser comment chaque État compte adapter son système d’asile et de migration aux exigences du nouveau cadre législatif européen, notamment en ce qui concerne le filtrage, les procédures à la frontière, la détention, le retour et les mécanismes de solidarité.
Il nous revient que la Belgique aurait transmis ce plan à la Commission européenne en date du 12 juin 2025. À ce jour, ce plan ne semble pas avoir été rendu public. Aucun échange n’a été engagé avec les parlementaires ni avec les acteurs spécialisés de la société civile à ce sujet, alors même que l’entrée en vigueur du Pacte approche, prévue pour mi-2026.
Dans ce contexte, madame la ministre, la Belgique a-t-elle bien transmis son plan national de mise en œuvre à la Commission européenne? Ce plan sera-t-il rendu public, et selon quel calendrier? Quelles sont les grandes lignes du contenu de ce plan? Des mécanismes de concertation sont-ils prévus avec les parlementaires, les entités fédérées et la société civile dans le cadre de sa mise en œuvre?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, vous êtes apparemment très bien informée. Je peux vous confirmer que j'ai bien transmis la version définitive du plan national de mise en œuvre du Pacte en juin 2025.
J'ai effectivement l'intention de partager le document au moment opportun. À la suite de la transmission du document, des consultations bilatérales ont lieu avec la Commission européenne afin de fournir des clarifications. Dès que je le jugerai opportun, je partagerai le document.
Tous les instruments législatifs du Pacte de l'Union européenne, à l'exception de la directive sur l'accueil, sont des règlements. Cela signifie qu'ils ont un effet direct et qu'ils ne laissent qu'une faible marge de manœuvre au niveau national. L'implémentation sera donc de nature plutôt administrative et technique. Le plan de mise en œuvre est par conséquent principalement un document administratif et technique.
Le document est basé sur un modèle fourni par la Commission européenne et est basé sur 10 thèmes tels que Eurodac, la procédure d'asile, la responsabilité, la solidarité, etc. Par thème, les actions spécifiques à réaliser sont définies.
Les concertations avec les parlementaires auront lieu en commission après que les différentes propositions de loi auront été soumises. J'envisage d'introduire les premières propositions de loi d'ici la fin de l'année.
En juin 2024, un comité de pilotage national a été créé par l'ancienne secrétaire d'État, Mme Nicole de Moor. Ce groupe de pilotage est composé de représentants des principales administrations telles que l'Office des étrangers, le CGRA, Fedasil, le CCE, etc.
Puisque certaines dispositions du Pacte relèvent de la compétence des entités fédérées, elles ont été impliquées dans les travaux de ce comité de pilotage à plusieurs reprises.
De plus, une communication sera faite aux entités fédérées afin de répéter les dispositions qui relèvent de leurs compétences. Si des modifications légales ou autres sont nécessaires, c'est à elles de le faire selon leur processus de décision.
Plusieurs concertations avec plusieurs organisations de la société civile ont eu lieu afin de recevoir leur input .
Sarah Schlitz:
Merci pour ces précisions. J'aurais aimé avoir une idée du calendrier selon lequel nous pourrons avoir accès aux documents. Il me semble quand même important pour les parlementaires de pouvoir savoir ce que contient ce plan, même si vous me dites que ce sont des éléments plutôt techniques.
Encore juste une précision. Vous dites: "Je vais venir avec les propositions de loi." Je suppose que ce sont des projets de loi et que vous n'allez pas passer par le Parlement.
(Assentiment de la ministre)
Voorzitter:
De laatste vragen van vandaag zijn van mevrouw Van Belleghem, die de onemanshow van de heer Vandemaele probeert te overtreffen.
De asielcrisis
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De asielcrisis blijft kritiek met 1.840 asielzoekers op de wachtlijst, 362 in hotelopvang en 2.496 aanvragen in mei, terwijl €7,3 miljoen aan dwangsommen openstaat door vertragingen. Schilde en Lodelinsart blijven onduidelijk: lopende onderhandelingen en uitwerking, maar lokale weerstand (met name in Schilde) wordt genegeerd, ondanks eisen om transparantie. Een brief van Fedasil aan gemeenten (o.a. Dendermonde) om opvang *niet* te sluiten wordt niet bevestigd, maar minister Van Bossuyt belooft navraag. Conclusie: cijfers tonen structurele overbelasting, terwijl concrete plannen voor nieuwe centra vaag blijven en lokale oppositie groeit.
Francesca Van Belleghem:
Mijn laatste vraag is de kers op de taart, mevrouw de minister. Kunt u de jongste stand van zaken over de asielcrisis geven? Hoeveel asielzoekers staan er op de wachtlijst? Hoeveel verblijven er in de hotelopvang? Wat is het aantal asielaanvragen in mei? Hoe zit het met de dwangsommen en de veroordelingen? Zij blijven wellicht nog komen.
Er zijn ook plannen om bijkomende asielcentra te openen. Ik bedoel dan zowel eigenlijke asielcentra bij Fedasil als oneigenlijke plaatsen. Komt er nu een asielcentrum in Schilde of niet? Hoe zit het met de bouwvergunning die is verkregen voor een asielcentrum nabij Lodelinsart, een deelgemeente van Charleroi?
Daarnaast heb ik ook een vraag die mij vanochtend nog werd toegespeeld door onze fractievoorzitter, mevrouw Pas. Gisteren was er een discussie over de lokale opvanginitiatieven in de gemeenteraad van Dendermonde en de burgemeester zou hebben verklaard dat Fedasil de lokale besturen schriftelijk expliciet heeft gevraagd om geen lokale opvanginitiatieven te sluiten. Kunt u bevestigen dat die brief is verstuurd? Is dat onder uw verantwoordelijkheid of onder die van voormalig staatssecretaris de Moor gebeurd?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, wat uw laatste vraag betreft, weet ik het antwoord zelf niet, dus ik zal het moeten navragen.
Er staan momenteel 1.840 asielzoekers op de wachtlijst. Op 29 juni 2025 verbleven er 362 mensen in de hotelopvang. In mei dienden 2.496 personen een verzoek om internationale bescherming in. Daarvan waren er 2.038 eerste verzoekers en 458 volgende verzoekers.
Sinds januari 2022 heeft het agentschap in 10.834 individuele dossiers betekeningen ontvangen. Het bedrag aan verschuldigde dwangsommen bedraagt op 17 juni van dit jaar 7.331.500 euro.
Het agentschap bekijkt de reeds gekende winterplaatsen, rekening houdend met de nood aan opvangplaatsen en met de vastgelegde maximale opvangcapaciteit.
Voor Schilde zijn de gesprekken tussen het agentschap en de eigenaars van de site lopende. Wat Lodelinsart betreft, werkt het agentschap dat dossier verder uit.
Francesca Van Belleghem:
Dank u wel voor uw cijferantwoorden.
Wat Schilde en Charleroi betreft, bevat uw antwoord natuurlijk weinig woorden om nog minder te zeggen. We bekijken dat en zullen zeker vragen blijven stellen, zowel over Schilde als over Lodelinsart.
De mensen hebben het recht om te weten of er een asielcentrum in hun buurt komt of niet. Ik blijf erbij dat het in Schilde om een nieuw asielcentrum gaat; zo'n centrum staat immers niet op wieltjes, men kan dat niet zomaar verplaatsen. Als u dus een bijkomend asielcentrum in Schilde opent, dan weet u dat de bevolking daar tegen is. Ik hoop dat u daarmee rekening houdt.
Ik dank u omdat u zo lang aanwezig bent gebleven.
Voorzitter:
Dat laatste is evident, anders zouden we weinig antwoorden krijgen. We zijn aan het einde gekomen van onze werkzaamheden. Dank u, mevrouw de minister, voor uw talloze antwoorden. Bedankt ook aan de leden voor hun inbreng. Ik sluit de vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.17 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 17.
De reacties op het repressieve migratiebeleid in de Verenigde Staten
De massadeportaties onder de regering-Trump en de manifestaties in de VS
De uitwijzing van Belgische staatsburgers naar Guantanamo door de VS
Internationaal migratiebeleid, deportaties en mensenrechtenprotesten
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België uit zware zorgen over autoritaire afglijding in de VS onder Trump, met gewelddadige onderdrukking van protesten, militaire inzet tegen burgers en massale deportaties, waaronder transfer van 9.000 migranten (onder wie Europeanen) naar Guantanamo. Minister Prévot bevestigt intensief diplomatiek overleg met de VS om Belgen te identificeren, consulaire bijstand te bieden en repatriëring te organiseren, maar ontkent vooralsnog concrete gevallen van Belgische betrokkenheid. Hij benadrukt een formele note aan het US State Department voor transparantie en herhaalt dat geen Belgen in de eerste deportatievluchten zaten. Lacroix dringt aan op Europese verontwaardiging en actie tegen schendingen van mensenrechten en internationaal recht.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, depuis la réélection de Donald Trump à la présidence des États-Unis en novembre dernier, les signaux de dérives autoritaires se multiplient et les institutions démocratiques sont mises à mal. Les droits fondamentaux sont remis en cause. La répression s'intensifie contre toute forme d'opposition. Comme l'a justement déclaré le gouverneur de Californie, Gavin Newsom, "la démocratie est attaquée sous nos yeux, et je dirais même en direct".
Ces derniers jours, la situation a encore basculé. De violentes émeutes ont éclaté à Los Angeles dans un contexte de colère sociale croissante. Des élus démocrates ont été attaqués, une élue démocrate et son mari ont été assassinés. En réponse, l'administration Trump, qui abuse du pouvoir que la Constitution américaine lui confère, a déployé des milliers de soldats dans les rues, militarisant dangereusement l'espace public et étouffant les manifestations citoyennes par la force. Ce recours à l'armée contre la population civile est profondément inquiétant alors que nous avons toujours considéré les USA comme une démocratie de référence, celle de Thomas Jefferson et de George Washington. Dans le même temps, la Maison Blanche a ordonné une offensive migratoire d'une rare brutalité, visant à expulser 3 000 personnes par jour. Parmi les mesures les plus choquantes, nous apprenons qu'environ 9 000 migrants, dont plusieurs ressortissants belges et européens, seraient transportés vers le tristement célèbre camp de Guantanamo, symbole mondial des violations du droit international et du recours à la torture.
Au-delà de la défense de nos citoyens, il en va de la crédibilité de notre attachement aux droits humains. Nous devons rappeler clairement que l'Europe et la Belgique ne resteront pas silencieuses face à de telles dérives.
Monsieur le ministre, avez-vous reçu des explications officielles de la part de l'ambassade des États-Unis en Belgique? Quelles démarches le gouvernement belge a-t-il entreprises, tant au niveau bilatéral qu'européen, pour dénoncer le transfert de ressortissants européens vers Guantanamo? Des mesures concrètes ont-elles été mises en œuvre pour assurer la protection voire le rapatriement de nos compatriotes concernés?
Maxime Prévot:
Monsieur Lacroix, comme j’ai eu l’occasion de l’expliquer la semaine dernière, l’administration Trump a intensifié la politique d’expulsion de personnes qui, en vertu de la législation américaine, résident illégalement aux États-Unis. Le SPF Affaires étrangères travaille étroitement avec les autorités américaines pour permettre le retour en Belgique des compatriotes concernés. Depuis la parution dans la presse d’informations faisant état d’une possible expulsion de citoyens européens vers Guantanamo, mes services sont en contact avec les administrations américaines compétentes pour faire la lumière sur la situation des Belges qui pourraient être concernés et rappeler notre disposition à travailler intensivement ensemble sur ce dossier.
Nos postes aux États-Unis sont disponibles pour délivrer l’assistance consulaire nécessaire et permettre le retour en Belgique des Belges en situation irrégulière. Nous avons d’ailleurs adressé une note verbale au département d’État américain pour communiquer formellement ce message et pour réitérer notre demande d’être tenus informés des compatriotes qui se trouveraient dans cette situation.
Je vous assure donc une fois de plus que nous faisons tout ce qui est en notre pouvoir pour la protection de nos compatriotes. La semaine dernière, lorsque je me suis exprimé en séance plénière, je pouvais vous confirmer qu’aucun Belge n’était concerné par le premier vol. Depuis lors, je n’ai pas eu de nouvelles informations sur le sujet mais j’ose imaginer que si des Belges avaient été concernés, nous en aurions été aussitôt avisés.
Christophe Lacroix:
Je souhaite remercier le ministre pour sa vigilance et son soutien.
De opening van een asielcentrum in Schilde
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt (N-VA) bevestigt dat Fedasil de voormalige Scheut-site in Schilde (7 ha, niet-afgesloten) overweegt als vervanging voor het sluitende asielcentrum in Deurne, na voorstel van de eigenaars zelf—geen contract is nog ondertekend, maar Schilde werd gekozen omwille van kostprijs, beschikbaarheid en geschiktheid (vs. duurdere/ingewikkelder alternatieven in Berchem of Deurne). Ze erkent bezorgdheden over draagkracht (scholen, verkeer, veiligheid) maar benadrukt dat de 192 op te vangen asielzoekers (gemengd profiel: gezinnen, 20 minderjarigen, 32 medische gevallen) geen extra capaciteit vormen en dat Fedasil logistiek (schoolvervoer, spreiding leerlingen) zal regelen. Marijke Dillen (Vlaams Belang) kaart scherp aan dat de lokale overheid en inwoners niet betrokken waren, de site ongeschikt is (klimaatbos, verkeersgevaar, scholen overvol) en het protest massaal is (6.500 handtekeningen), terwijl het "strengste asielbeleid ooit" hier ontbreekt—haar motie vraagt annulering van het plan. Van Bossuyt houdt vol dat de keuze puur operationeel was en wijst op steunmaatregelen voor gemeenten, maar ontkent geen definitieve opening, wat Dillen als "verborgen ja" interpreteert. Transparantie over selectiecriteria blijft omstreden.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, Fedasil heeft blijkbaar plannen om een asielcentrum te openen op de site van de paters van Scheut voor de opvang van 192 asielzoekers als oplossing voor de sluiting van het asielcentrum in Deurne, zowat in de achtertuin van de eerste minister. Volgens de communicatie van de burgemeester van Schilde zou het gaan over de opvang van asielzoekers met een medisch profiel. Waarschijnlijk wordt dat zo aangekondigd in een poging om de bevolking te sussen en begrip te vragen. Dat klopt niet, mevrouw de minister. In de nota van Fedasil gaat het duidelijk over een gemengde populatie, gezinnen met kinderen, 20 niet-begeleide minderjarigen en 32 asielzoekers met een medisch profiel op de 192, waarbij de top drie van de landen van herkomst bestaat uit Afghanistan, Palestina en Syrië.
Het lokaal bestuur van Schilde was niet betrokken bij de plannen van de eigenaars van de site en was niet op de hoogte van de gesprekken met Fedasil, integendeel. Parallel met Fedasil waren er ook intensieve gesprekken met de eigenaars over een toekomstgerichte, gedragen en duurzame invulling van de site. Door de gemeente was er al een externe omgevingsregisseur aangesteld om het traject professioneel te begeleiden.
Het betreft een 7 ha groot niet-afgesloten domein waar iedereen vrij in en uit kan lopen. Ik dring erop aan dat u eens ter plaatse gaat om u te vergewissen over welke site het gaat, waar die gelokaliseerd is en hoe de onmiddellijke omgeving eruitziet.
Daarenboven is de site niet geschikt voor de opening van een asielcentrum, doordat ze gelegen is in de klimaatbossengordel, een zeer waardevol groengebied. De gordel maakt deel uit van het project de Nieuwe Rand van de Vlaamse overheid. Het Missiehuis ligt bovendien in een residentiële en landelijke omgeving, die gekenmerkt wordt door rust, groen en beperkte densiteit. De komst van een grootschalig opvangcentrum strookt absoluut niet met het karakter van de wijk.
De eenzijdige keuze van de eigenaars voor de invulling als asielcentrum heeft ook grote maatschappelijke impact, niet alleen voor Schilde, maar ook voor de omliggende gemeenten. De site is gelegen op de Brasschaatsebaan en dat is een zeer drukke verbindingsweg, met een heel beperkte infrastructuur voor voetgangers en fietsers. De extra verkeersdrukte als gevolg van de bewoners, de bezoekers en ook het personeel van de site zal de verkeersveiligheid in het gedrang brengen.
Tot op heden was er geen inspraak van noch transparante communicatie met de inwoners van Schilde. Mevrouw de minister, beslissingen met dergelijke impact dienen in overleg met de lokale gemeenschap genomen te worden. Dat staat trouwens ook zo vermeld in het decreet met betrekking tot lokaal bestuur. Er werd evenmin een milieueffectenrapport opgesteld, hoewel het feit dat er constant 200 personen zullen verblijven, significante gevolgen, bijvoorbeeld een toename van de verkeersdrukte en geluidshinder, en een impact op de water- en rioleringscapaciteit heeft, wat conform VLAREM zou moeten worden onderzocht.
Bovendien beschikt Schilde niet over de noodzakelijke sociale en maatschappelijke voorzieningen om een dergelijk centrum op een humane en kwaliteitsvolle manier te integreren. Het dreigt de draagkracht van de gemeente te overschrijden. Ik geef u nog maar een voorbeeld om dat te illustreren, namelijk de scholen. Vandaag zitten alle scholen in onze gemeente en buurgemeenten werkelijk overvol. Vanaf volgend schooljaar moet er gewerkt worden met een aanmeldingssysteem. Onze kinderen kunnen nu al vaak niet meer terecht in de school van voorkeur van de ouders. Zullen de kinderen van de asielzoekers voorrang krijgen? Zullen onze kinderen opnieuw achteruit worden geschoven, zoals vandaag al realiteit is in Antwerpen?
U zult ongetwijfeld begrijpen dat het protest van de bevolking zeer groot is. Bij vele inwoners leeft de bezorgdheid over de impact op de leefbaarheid, maar ook, mevrouw de minister, over de veiligheid. Die bezorgdheden vragen om erkenning en respect. Op sociale media gonst het van ongeruste reacties van de Schildenaren over de plannen en terecht. In een mum van tijd ondertekenden meer dan 6.500 personen een door het Vlaams Belang gelanceerde petitie ter ondersteuning van het protest.
Is dit het strengste asielbeleid ooit dat de eerste minister aan zijn kiezers beloofde voor de verkiezingen? Terwijl het opvangcentrum in de stad van de eerste minister gesloten wordt, wordt de rustige en groene gemeente Schilde geconfronteerd met de gevolgen van aanhoudende asielstromen.
In uw beleidsnota lees ik: "Het ongebreideld openen van nieuwe opvangplaatsen is niet het juiste antwoord op de aanhoudend historisch hoge instroom en enorme werkachterstand in de asielketen".
Mevrouw de minister, de inwoners vragen duidelijkheid. Ten eerste, zal er een asielcentrum worden geopend op de site van de voormalige paters van Scheut in Schilde? Is inmiddels het contract definitief ondertekend tussen de eigenaars en Fedasil?
Ten tweede, wat is het juiste profiel van de asielzoekers die er mogelijk onderdak zullen krijgen? Ook daarover is duidelijkheid nodig, want de nota van Fedasil laat er geen twijfel over bestaan.
Ten derde, bent u op de hoogte van het protest van het lokaal bestuur van Schilde? Heeft er ondertussen al overleg plaatsgevonden? Wat zijn de resultaten daarvan?
Ten vierde, wat is uw antwoord op het enorme protest van de inwoners van Schilde en de buurgemeenten?
Ten vijfde, hoe kadert u die plannen in wat uw partij voor de verkiezingen als het strengste asielbeleid ooit aankondigde?
Ten zesde, Fedasil onderzoekt blijkbaar ook nog andere pistes ter vervanging van het asielcentrum in Deurne. Kunt u daarover meer informatie geven? Bent u bereid inzage te geven in het volledige dossier?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Dillen, het opvangcentrum van Deurne, dat plaats biedt aan onder meer asielzoekers met medische profielen met hun families alsook aan niet-begeleide minderjarige vreemdelingen moet dit jaar sluiten. Daarom ging Fedasil op zoek naar een alternatief. De site van de paters van Scheut in Schilde werd aangebracht door de eigenaars zelf, waarop Fedasil de optie heeft toegevoegd aan de lijst van potentiële locaties.
De gesprekken tussen de eigenaar en Fedasil lopen nog en er is nog geen contract ondertekend. Zoals altijd, somt Fedasil de potentiële locaties op, met elk hun positieve en negatieve eigenschappen, op basis waarvan Fedasil dan een advies formuleert. De site in Schilde bleek de beste keuze uit verschillende opties. De prijs, de geschiktheid van het gebouw voor de specifieke profielen die er zullen worden opgevangen, en de onmiddellijke beschikbaarheid hebben een doorslaggevende rol gespeeld.
Wat het stedenbouwkundige aspect betreft, uit de grondige analyse die Fedasil heeft uitgevoerd, blijkt dat er geen tegenstrijdige stedenbouwkundige elementen zijn, mede gelet op de voormalige functie van het gebouw en de ruimtelijke bestemming van de site.
Ik heb absoluut begrip voor de bezorgdheid over de draagkracht van de gemeente op het vlak van onderwijs, veiligheid en infrastructuur. Het is echter belangrijk te benadrukken dat de leerlingen uit het opvangcentrum niet noodzakelijk allemaal in Schilde naar school zullen gaan. Fedasil werkt samen met AGODI en met lokale scholen om een evenwichtige spreiding over de omliggende gemeenten te garanderen. De schoolgaande kinderen die momenteel in Deurne verblijven, zullen zo veel mogelijk op hun huidige school blijven. Het schoolvervoer is ten laste van Fedasil zelf. Ook op dat vlak zal de impact op de gemeente dus beperkt blijven.
Ik heb uiteraard begrip voor de bezorgdheden van de inwoners en het bestuur. Onze lokale besturen zijn onder de vorige regering de dupe geworden van de ongecontroleerde asielinstroom die het te lakse asiel- en migratiebeleid toen heeft veroorzaakt. Dat men zich daarover vragen stelt, is dan ook niet meer dan terecht. Daar heb ik zeker oor naar. Wij voeren wel degelijk het strengste asiel- en migratiebeleid. Er liggen, zoals we daarnet hebben besproken, crisismaatregelen voor om de instroom te doen dalen. Ik kan u garanderen dat ik daaromtrent in contact sta met het lokaal bestuur.
Het is absoluut niet aangenaam om dergelijke boodschappen te brengen. Eerlijk gezegd zou ik ze liever ook niet moeten brengen, maar de huidige crisis laat helaas niet toe dat die plaatsen niet worden vervangen. Zoals gezegd, is het alleen de bedoeling om met de opening van het centrum in Schilde de capaciteit van Deurne op te vangen. Het gaat dus niet om extra capaciteit. Het betreft mensen die recht hebben op opvang en die zich in een kwetsbare positie bevinden. Het regeerakkoord schrijft voor dat zij opgevangen worden in kleinschalige, collectieve centra met aangepaste begeleiding. Momenteel werkt Fedasil alleen verder op de piste van Schilde.
Marijke Dillen:
Het zal u niet verwonderen, mevrouw de minister, dat uw antwoord mij en alle inwoners van Schilde bijzonder ontgoochelt. Ik heb geen 'ja' gehoord, maar ook geen 'nee' met betrekking tot de opening van het centrum, maar tussen de lijnen door lees ik zeer duidelijk dat het antwoord toch 'ja' zal zijn. Wees dan vandaag op zijn minst eerlijk, zodat de mensen van Schilde eindelijk weten waar ze dankzij een N-VA-minister aan toe zijn.
Als u werkelijk bereid bent om te zeggen dat het centrum er niet zal komen – want de uiteindelijke beslissing ligt bij u, mevrouw de minister; u bent verantwoordelijk voor Fedasil – dan zal de bevolking u bijzonder dankbaar zijn.
Voorts spreekt u over een kleinschalig project. Fedasil zoekt immers naar kleinschalige projecten. U weet duidelijk niet waarover u spreekt. Het gaat om een immens groot gebouw! Zo niet zouden er ook geen 142 asielzoekers kunnen worden opgevangen. Een kleinschalig project is het dus absoluut niet.
Wat het onderwijs betreft, zegt u dat u de bezorgdheden begrijpt en dat de leerlingen niet noodzakelijk naar scholen in Schilde hoeven te gaan. Mevrouw de minister, weet dat in alle buurgemeenten de scholen nokvol zitten. Er zijn overal wachtlijsten! Zelfs onze ouders vinden voor onze eigen, Vlaamse kinderen vaak geen plaats meer in de school van hun keuze. Er zullen hoe dan ook plaatsen worden ingenomen door die kinderen.
U wijst erop dat Fedasil het schoolvervoer zal betalen. Voor onze kinderen moeten de ouders echter zelf busabonnementen betalen of zelf voor vervoer zorgen. Waarom is er dus opnieuw sprake van discriminatie en geldt dat niet voor de betreffende kinderen?
U argumenteert dat men het openbaar vervoer kan gebruiken. Maar dat is geen evidentie. Er is wel een bushalte voor de deur, maar in het weekend rijdt er slechts één bus per uur en tijdens de week twee. Hoe zullen die kinderen het centrum bereiken? Dat is voor mij een fundamentele vraag.
Mevrouw de minister, ik sluit zoals ik begonnen ben: uit uw antwoord leid ik af, tenzij u mij nu nog tegenspreekt, dat het opvangcentrum er zal komen. Zoveel is duidelijk. Dat lijkt immers duidelijk de enige piste die Fedasil nog onderzoekt. Ik roep u dan ook op, mevrouw de minister, om dat te herbekijken. U hebt de macht daartoe in handen; gebruik ze dan ook.
Mijnheer de voorzitter, ik dien bij deze een motie in.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, wij dienen een eenvoudige motie in.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, ik had een mondelinge vraag ingediend over de plannen voor Schilde, maar die komt nu niet meer aan bod?
Voorzitter:
Uw vraag was niet samengevoegd met de interpellatie van mevrouw Dillen.
Paul Van Tigchelt:
Kan ik ze nu niet meer stellen?
Voorzitter:
Neen, we zijn al tien minuten over tijd, tenzij de minister soepel is. Het hangt van haar agenda af.
( Minister Van Bossuyt knikt goedkeurend )
Voorzitter:
Ik zal eerst de moties afhandelen.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen
en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,
- overwegende dat Fedasil blijkbaar plannen heeft om een asielcentrum te openen op de site van de paters van Scheut in Schilde voor de opvang van 192 asielzoekers als oplossing voor de sluiting van het asielcentrum in Deurne;
- overwegende dat deze site een 7 ha groot niet afgesloten domein betreft waar iedereen vrij in en uit kan lopen;
- overwegende dat het lokaal bestuur van Schilde niet betrokken was bij deze plannen van de eigenaars van deze site en niet op de hoogte was van de gesprekken met Fedasil en dat er integendeel intensieve gesprekken waren met de eigenaars over een toekomstgerichte, gedragen en duurzame invulling van de site;
- overwegende dat deze eenzijdige keuze van de eigenaars voor de invulling als asielcentrum een zeer grote maatschappelijke impact heeft, niet alleen voor Schilde, maar ook voor de omliggende gemeenten;
- overwegende dat er geen voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de inwoners van Schilde, terwijl beslissingen met dergelijke impact in overleg dienen te gebeuren met de lokale gemeenschap;
- overwegende dat het protest ook zeer groot is;
- overwegende dat deze plannen niet kaderen in het "strengste asielbeleid ooit" dat de eerste minister aan zijn kiezers beloofd heeft;
vraagt de regering
geen asielcentrum te openen op het domein van de paters van Scheut in Schilde. "
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit:
" La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen
et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,
- considérant que Fedasil prévoit apparemment d'ouvrir un centre pour demandeurs d'asile sur le site des Pères de Scheut à Schilde afin d’accueillir 192 demandeurs d'asile, et ce pour compenser la fermeture du centre pour demandeurs d'asile de Deurne;
- considérant que ce site est un domaine de 7 hectares non clôturé, permettant à tout un chacun d'aller et venir;
- considérant que l'administration locale de Schilde n'a pas été associée à ces projets des propriétaires du site et n'avait pas connaissance des discussions avec Fedasil, et qu'au contraire, des discussions intensives ont eu lieu avec les propriétaires au sujet d'une affectation du site tournée vers l'avenir, mûrie et durable;
- considérant que ce choix unilatéral des propriétaires de reconvertir ce site en centre pour demandeurs d'asile a une incidence sociétale majeure, non seulement pour Schilde mais également pour les communes environnantes;
- considérant qu'aucune concertation préalable n'a eu lieu avec les habitants de Schilde, alors que les décisions entraînant de telles conséquences doivent être prises en concertation avec la collectivité locale;
- considérant que le projet suscite également une vive opposition;
- considérant que ce projet ne s'inscrit pas dans la politique d'asile la plus stricte de tous les temps que le premier ministre a promise à ses électeurs;
demande au gouvernement
de ne pas ouvrir de centre pour demandeurs d'asile sur le domaine des Pères de Scheut à Schilde. "
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese .
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, dank u dat ik nog de gelegenheid krijg om mijn vraag te stellen.
Zoals collega Dillen geschetst heeft, is dat centrum in die buurt een prangend probleem. Een vraag waar ik vooral graag concrete antwoorden op wil krijgen, is hoe men precies tot die locatie in Schilde is gekomen. Moest het centrum in Deurne dicht? Wie heeft dat gezegd? Wat was de reden waarom het centrum in Deurne dicht moest?
Hoeveel locaties heeft Fedasil precies voorgesteld? Op basis van welke criteria is men tot Schilde gekomen? Hoeveel locaties werden geschikt bevonden? Waarom heeft men Schilde uitgekozen?
Heeft uw kabinet iets anders beslist dan wat Fedasil heeft voorgesteld?
Wanneer is er precies overlegd met het gemeentebestuur van Schilde? Ik heb gezien dat u een brief geschreven hebt aan het gemeentebestuur van Schilde.
Dat zijn de vragen waarop ik graag een zeer concreet antwoord wil krijgen.
Kunt u een tijdlijn schetsen van hoe men in de voorbije weken en maanden tot die locatie in Schilde is gekomen?
Ik verwijs ook naar de vragen in mijn ingediende tekst. Wat heeft Fedasil precies voorgesteld? Wat hebt u uiteindelijk beslist, aan de hand van welke tijdlijn? Dat is wat ik in eerste instantie wil weten, mevrouw de minister.
Daarover doen in de buurt namelijk allerlei geruchten de ronde. Het is in het belang van iedereen, ook van uzelf, dat u ter zake zo snel mogelijk volledige transparantie biedt.
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel voor uw vraag, mijnheer Van Tigchelt.
U vroeg of Deurne dicht moest. Ja, Deurne moest dicht, want de eigenaar van het gebouw heeft beslist het gebouw te ontwikkelen. Vandaar dat de locatie dicht moest.
Bij het selecteren van een geschikte opvanglocatie worden door Fedasil verschillende parameters in overweging genomen. Het gaat dan om de kostprijs, de geografische inplanting, de kwaliteit, de termijn waarbinnen het gebouw operationeel kan worden gemaakt, de flexibiliteit, de mobiliteit, het onderwijs en nog heel veel andere elementen.
De site van de paters van Scheut in Schilde werd bij Fedasil aangebracht door de eigenaars van het gebouw zelf. Het zijn dus de eigenaars zelf die Fedasil hebben gecontacteerd. Fedasil heeft kort na mijn aantreden het kabinet een lijst gestuurd met deze locatie als één van de potentiële locaties om de capaciteit van Deurne op te vangen. Per locatie wegen we dan samen met Fedasil de positieve en de negatieve elementen tegen elkaar af. Ik heb dus één van de voorstellen van Fedasil gevolgd. Er zijn drie locaties voorgelegd, namelijk een andere locatie in Deurne en locaties in Berchem en Schilde. De drie rapporten van Fedasil kunnen conform de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur bij Fedasil worden opgevraagd. Het is aan hen om te beoordelen welke informatie wanneer en op welke manier kan worden vrijgegeven.
De alternatieve locatie in Deurne was niet langer een optie, aangezien Fedasil deze reeds op 23 juli 2024 ter advies had voorgelegd aan de Inspectie van Financiën, die negatief adviseerde over het dossier wegens de hoge kostprijs en de zeer nadelige contractuele voorwaarden voor Fedasil. Bij de beoordeling van de optie in Berchem werden zowel positieve als negatieve elementen vastgesteld. Zo lag de prijs daar veel hoger dan in Schilde, was de geschatte operationaliseringstermijn daar langer en waren ook de locatie en de technische complexiteit van het gebouw in Berchem negatieve elementen. Op basis van deze objectieve criteria en het advies van Fedasil bleek Schilde de beste optie van de drie.
Daarom werden verkennende gesprekken opgestart met de eigenaars. In een later stadium werd ook het lokaal bestuur hierbij betrokken via een infosessie. Die gesprekken zijn nog gaande en we zullen het lokaal bestuur zoveel mogelijk bijstaan.
Ik heb het daarnet ook al gezegd, ik erken dat een opvangcentrum een impact kan hebben op de lokale gemeenschap en ik begrijp de bezorgdheden. Fedasil beschikt echter over jarenlange ervaring met het opstarten van centra. Aangezien het hier gaat over de verplaatsing van een bestaand centrum, met hetzelfde ervaren personeel en dezelfde directrice, zou dit vlot moeten verlopen.
Lokale besturen – dat was een van uw vragen – ontvangen op verschillende manieren bijstand wanneer er een opvangcentrum op hun grondgebied komt. Dat gebeurt onder meer via subsidies, een samenwerkingsprotocol met de lokale politie, infomarkten en ondersteuning door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Ook het Agentschap Integratie en Inburgering stelt liaisons ter beschikking enzovoort.
Voor de eenmalige investerings- en uitbatingskosten worden de opvangtarieven gebruikt die aan het einde van de vorige legislatuur, toen u nog minister was, door de ministerraad werden vastgelegd. Die tarieven verschillen naargelang de doelgroep die wordt opgevangen.
We blijven inzetten op het verlagen van de instroom. Dat hebt u daarnet nog kunnen ervaren. Pas dan kunnen we de afbouw van de asielcentra realiseren.
Paul Van Tigchelt:
Nogmaals dank dat u bereid was om deze vraag nog te beantwoorden, mevrouw de minister. Ik zal uw antwoord grondig nalezen. Alleszins zullen we bij Fedasil de documenten opvragen, in het kader van de wet op de openbaarheid van bestuur. U hebt dat ook geantwoord in uw brief aan de burgemeester van Schilde. Over de tijdlijn en de parameters om precies tot de locatie in Schilde te komen moet er wel klare wijn worden geschonken. Ik weet niet of dat inmiddels is gebeurd. U gaf aan dat er verschillende potentiële locaties waren: Deurne, Berchem en Schilde. De hamvraag in Schilde is op basis van welke criteria er precies voor die locatie werd gekozen. De vraag is of daar politieke motieven achter zitten. Heeft men iets anders beslist dan wat Fedasil had voorgesteld? Dat is een vraag die alleen u kunt beantwoorden. Wij zullen de documenten bij Fedasil opvragen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.46 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 46.
Bijkomende plaatsen voor asielopvang
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt ontkent uitbreiding asielopvang, benadrukt dat vervangende capaciteit (zoals in Schilde) geen extra plaatsen toevoegt en dat hotelopvang en LOI’s niet zijn toegenomen, maar deel uitmaken van een bezuinigingsbeleid gebaseerd op vaste budgetten (kritiek op N-VA’s "verdraaiingen"). Van Belleghem (N-VA) houdt vol dat de praktijk beloften logenstraft (nieuwe centra, hotelopvang, LOI’s), wijst op Belgiës slechte EU-vergelijking (3x meer asielzoekers dan Nederland) en noemt Van Bossuyt’s Nederland-argument "onjuist en misleidend". De kernstrijd draait om feiten vs. perceptie: afbouw vs. verborgen uitbreiding asielopvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, tot drie keer toe misleidt u de kiezer met valse beloften. Eerste gebroken belofte, u kondigt altijd aan dat u het aantal asielopvangplaatsen drastisch zult afbouwen, maar in de praktijk wil u nieuwe asielcentra openen. In Schilde wil u een nieuw opvangcentrum openen met maar liefst 200 plaatsen. De N-VA-burgemeester, uw eigen partijgenoot, zei dat u hem een mes in de rug hebt gestoken.
Tweede gebroken belofte, u beloofde het aanzuigeffect van nieuwe asielzoekers tegen te gaan en te stoppen met die ridicule hotelopvang. In de praktijk zitten nog steeds bijna 400 asielzoekers op hotel, bijna evenveel als toen u begin februari de eed aflegde.
Derde gebroken belofte, deze regering zou de individuele opvang van asielzoekers in woningen en appartementen, de LOI's, afschaffen, maar in de praktijk werd gisteren in mijn gemeente Erpe-Mere de eerste steen gelegd van een nieuwe LOI. De boodschap die u moest geven aan de lokale besturen om geen nieuwe LOI's te openen, is duidelijk niet aangekomen.
Mevrouw de minister, ik heb drie vragen voor u. In welke gemeenten, naast Schilde, zult u nog asielcentra openen? Wanneer zult u de hotelopvang eindelijk en volledig afschaffen? Waarom zet u geen stop op het bouwen van nieuwe LOI's?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, u maakt in uw verklaringen graag gebruik van uitdrukkingen, dus ik zal dat vandaag voor één keer ook doen. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Die waarheid is glashelder. Er komen geen extra opvangplaatsen. Waar u naar verwijst, zijn opvangplaatsen die om uiteenlopende redenen zijn weggevallen en die we vervangen. Dat is geen uitbreiding en dat weet u maar al te goed.
Nu u hier toch bent, wil ik graag een aantal hardnekkige onwaarheden – die u trouwens opnieuw vertelt en die ook door uw partij verspreid worden – rechtzetten.
Ten eerste, het aantal hotelbedden is niet verhoogd. Nogmaals, de totale opvangcapaciteit is onveranderd gebleven. Wat u probeert te doen doorgaan als een uitbreiding, betreft schommelingen in de bezetting, niet in het aantal beschikbare bedden.
Dan is er nog de 1,1 miljard euro aan opvangkosten per jaar, die u en uw partij telkens opnieuw vermelden. Ten eerste klopt dat bedrag niet. Ten tweede werd dat budget vastgelegd door de vorige regering. U weet perfect – ik heb het u trouwens al meermaals uitgelegd – dat die budgetten een jaar op voorhand worden bepaald.
Mijn doel is helder, mevrouw Van Belleghem, de instroom indijken, de terugkeer verhogen en de opvang afbouwen, te beginnen met de hotelopvang. Een realistisch en kordaat beleid voeren, gestoeld op feiten, niet op verdraaiingen en halve waarheden.
In Nederland – toch wel een gidsland voor uw partij – verwijst men zelfs naar het beleid van de Belgische regering inzake asiel als een goed voorbeeld.
(Applaus)
Ik laat mij dus niet meeslepen, mevrouw Van Belleghem. Ik werk verder aan een streng asiel- en migratiebeleid dat (…).
(Applaus)
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u bent niet alleen blind voor de realiteit in eigen land, maar u bent ook nog selectief doof voor wat de heer Wilders heeft gezegd. Nooit, maar dan ook nooit, heeft de heer Wilders gezegd dat België een gidsland is op het vlak van asiel en migratie. Sterker nog, niemand in de Europese Unie heeft dat ooit gezegd!
Als u dan toch zo graag naar Nederland verwijst, Nederland heeft drie keer minder asielzoekers dan wij! Wij zitten ruim boven het Europees gemiddelde. Dat zijn de feiten. Dat zijn de vergelijkingen die er toe doen!
Ik zou u dan ook willen aanraden om eerst uw eigen puinhopen op te ruimen, want op het vlak van verantwoordelijkheid kunt u nog heel veel leren van de heer Wilders!
Voorzitter:
De vragen gericht aan minister Quintin worden door hem beantwoord zodra hij terug is van de begrafenisplechtigheid die in Luik plaatsvindt naar aanleiding van het spijtige overlijden van een brandweerman. Intussen gaan we verder met de andere agendapunten.
De kritiek van Myria op het verstrengen van de regelgeving inzake gezinshereniging in ons land
Het budget voor asielopvang en de kritiek op de maatregelen rond gezinshereniging
Migratiebeleid en kritiek op gezinsherenigingsmaatregelen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De regering verstrengt gezinshereniging met hogere inkomens- en inburgeringseisen (leeftijd 21+, wachttijden) om asielshoppen en massale instroom (21.000/jaar) tegen te gaan, binnen Europese richtlijnen maar tegen kritiek van Myria (mensenrechtenbezwaar). N-VA verdedigt het beleid als noodzakelijk voor integratie en kostendruk, terwijl Vlaams Belang pleit voor een totale asielstop en afschaffing van Myria, en de regering beschuldigt van prioritering migranten boven gepensioneerden. De minister benadrukt realisme en juridische haalbaarheid, maar oppositie noemt de maatregelen onzichtbaar of ontoereikend. Kern: strenger migratiebeleid vs. mensenrechten en budgettaire keuzes.
Maaike De Vreese:
Minister, het Federaal Migratiecentrum Myria fluit de regering, dus u, terug. Te strenge nieuwe voorwaarden voor gezinshereniging zouden niet conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn. Ik vind dat toch zeer straffe kritiek voor een orgaan dat ook betaald wordt door diezelfde federale regering. Straf, zeker daar het schoorvoetend ook moet toegeven dat alles conform de Europese richtlijnen is.
En ja, wij zullen de gezinshereniging fors verstrengen. We doen dat natuurlijk met een reden. Meer dan 21.000 mensen kwamen naar hier via gezinshereniging. Dat heeft natuurlijk een enorme impact op onze samenleving. Wat verwachten we nu van die mensen? We verwachten van die mensen dat ze financieel kunnen instaan voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. We verwachten dat ze, als ze naar hier komen, zich integreren, dat ze de taal leren, dat ze onze waarden en normen respecteren
Dat zullen we dan ook doen. We zullen extra voorwaarden koppelen aan de gezinshereniging. We zullen inderdaad vragen dat ze hogere inkomsten kunnen aantonen. We zullen inderdaad, op een later moment, er inburgeringsvoorwaarden aan koppelen. Waarom doen we dat? Om asielshoppen tegen te gaan. Om de heel grote instroom te demotiveren en natuurlijk ook om de impact op onze samenleving te verminderen.
Minister, hoe reageert u nu zelf op de kritiek van Myria? Kunt u nog maar eens bevestigen dat alles conform de Europese richtlijnen en dus ook de mensenrechten is?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in dit land verblijven 670.000 mensen op basis van gezinshereniging en 60.000 erkende asielzoekers. Die twee groepen alleen al maken meer dan 6 % van de bevolking uit. Het verzadigingspunt voor nog meer nieuwe immigranten is al lang bereikt. Alleen maar door het strengste beleid van de hele Europese Unie te voeren, zal de toestroom van nieuwe immigranten stoppen, maar u doet net het tegenovergestelde.
Als er te weinig geld is voor asielzoekers, vraagt u immers 40 miljoen euro extra, maar als gepensioneerden niet rond kunnen komen, dan is dat jammer. U bent verkozen om de Vlamingen te vertegenwoordigen, niet om als cashautomaat te fungeren voor de hele wereldbevolking.
De ironie toen ik deze ochtend de krant las, was me niet ontgaan, want het Federaal Migratiecentrum Myria zei dat de geplande verstrengingen van de gezinshereniging te ver gaan en dat ze tegen de mensenrechten zijn. Voor ons gaan ze echter niet ver genoeg. In het wetsontwerp, dat ik bij me heb, beslist de regering om 2,2 miljoen euro subsidies te geven aan Myria. Er is dus niet genoeg geld voor onze gepensioneerden, maar er is wel geld voor linkse migratieclubjes en om hen kritiek te laten geven op het beleid dat u zelf voorstelt.
Mevrouw de minister, zult u een asielstop invoeren zoals Polen? Zult u de gezinshereniging voor erkende asielzoekers stoppen, zoals Oostenrijk wil? Zult u het linkse migratieclubje Myria afschaffen in plaats van te besparen op onze eigen mensen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik moet eerlijk bekennen dat, elke keer als u komt, ik mij afvraag met wat u mij nu gaat vergelijken? U hebt mij al een zieke koe genoemd, een slijmerige inktvis en nu is het een cashautomaat.
Het is inderdaad zo dat België door de veel te soepele regels inzake gezinshereniging de zwakke schakel van Europa was geworden. Dat is niet zomaar een politieke stelling, dat is de harde realiteit. Het gevolg daarvan is dat we een heel groot aanzuigeffect hebben, dat onze samenleving gewoon niet meer kan dragen. Het is hier gezegd, 21.000 mensen zijn vorig jaar van buiten de Europese Unie via gezinshereniging naar België gekomen.
Mijn boodschap is dan ook glashelder. Wie Europa rondreist, op zoek naar het meest gulle regime, zal dat niet meer in België vinden. Wij verstrengen inderdaad onder meer de regels inzake gezinshereniging aanzienlijk. Eerlijk gezegd, ik vind dat niet meer dan normaal. We verhogen de inkomensgrens waaraan mensen moeten voldoen om hun gezin naar hier te kunnen brengen. Zij moeten inderdaad zelf kunnen voorzien in het onderhoud van die mensen.
Nogmaals, sommigen vinden dat misschien te streng, dat hebben we vandaag kunnen lezen, maar ik vind het niet meer dan normaal dat we dat gaan doen. Men kan niet meer naar hier komen op kosten van onze samenleving. Er komen ook wachttijden van 1 tot 2 jaar. Gezinshereniging zal ook alleen nog mogelijk zijn vanaf 21 jaar. Op die manier willen we kindhuwelijken en gedwongen huwelijken tegengaan. We beschermen dus de allerzwaksten.
Mevrouw De Vreese, ik wil heel graag bevestigen dat dit allemaal binnen het Europees rechterlijk kader gebeurt, wat Myria vandaag trouwens ook zelf in De Standaard zegt. Beste collega's, ook mevrouw Van Belleghem, zij spelen dan misschien hun rol, ik speel mijn rol en dat is de rol van een minister die een streng asiel- en migratiebeleid voert.
Mevrouw Van Belleghem, u verwees ook naar het budget voor opvang. Het is zo, dat zou u beter dan wie ook moeten weten, dat de stijging van de dotatie voor Fedasil een substantiële investering is, maar die dotatie is een technisch gevolg van het begrotingsproces dat nog door de vivaldiregering in juni 2024 is opgemaakt, op basis van het voorgaande jaar.
Dat is de situatie vandaag. Die initiële raming was niet gebaseerd op realistische cijfers. Dat scenario moest dan ook bijgesteld worden. Nogmaals, ik heb van bij de start van mijn ministerschap heel duidelijk gemaakt waar het op stond en waar het op staat. Ik zal er dan ook alles aan doen, samen met deze regering, om de asielfactuur te doen dalen.
Maaike De Vreese:
In de commissie komen partijen met losse flodders, voorstellen die gewoonweg niet realiseerbaar zijn, voorstellen die tegen de Grondwet ingaan, mevrouw Van Belleghem, voorstellen die het beleid dus helemaal niet zouden wijzigen. Wij zullen komen met realistische voorstellen, haalbare voorstellen, voorstellen die stuk voor stuk tijdens de regeringsonderhandelingen afgetoetst werden met topjuristen, mensen die weten waarover ze spreken.
We zullen met die voorstellen de instroom verminderen en gezinshereniging verstrengen. We zorgen voor haalbare realisaties. We doen dat echter ook om die mensen zelfredzaam te maken. Het moet een win-win zijn. We moeten die mensen hier inderdaad volledig integreren. Als we in één ding zullen slagen, dan is het in het strengste asielbeleid ooit. Daarop kunt u dan alleen maar jaloers zijn.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw De Vreese, de heer De Wever heeft zelf gezegd dat de voorstellen die het Vlaams Belang voorstelt, perfect mogelijk zijn en dat u ons daarop niet kunt aanvallen. De heer De Wever zit echter ook in onze zakken. De btw op gas- en stookolieketels stijgt, er komt een meerwaardebelasting, de vliegtaks wordt uitgebreid, gepensioneerden komen niet rond. Het zijn stuk voor stuk belastingen en besparingen op onze eigen mensen.
Voor asielzoekers en voor een stijging van het asielbudget is er wel steeds geld. Door het asielbudget dit jaar met 40 miljoen euro te doen stijgen, geeft u aan de hele wereld de boodschap: “Ach, kom maar naar België, Anneleen Van Bossuyt van de N-VA zal u wel ontvangen, we betalen alles en als het geld op is, dan doen we er nog een schep bovenop.” Mevrouw de minister, laat het duidelijk zijn, daaraan doet het Vlaams Belang nooit mee.
Voorzitter:
Collega’s, met die vraag ronden wij onze vragensessie af. Dat geeft u allemaal de tijd om uw stem nog uit te brengen in zaal 3. Ik meen dat er hier en daar nog een collega was die dat nog niet heeft gedaan. U wordt daartoe dus bij dezen uitgenodigd.
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, vooraleer wij de rest van de agenda aanvatten, wil ik opmerken dat de heer Jambon daarnet effectief heeft beloofd dat hij het rapport van de Inspectie van Financiën over het ontwerp inzake de meerwaardebelasting zou doorgeven aan de Kamerleden. Ik heb net mijn mailbox nog ingekeken. Het rapport zit daar nog niet in.
Ik zou u willen vragen om de minister daarop attent te willen maken, zodat wij het vandaag nog zouden krijgen. Morgen is immers een feestdag. Wij weten ook dat wij het document niet over veertien dagen zullen krijgen. Kan u de vraag doorspelen aan de minister of aan een andere collega, zodat wij het vandaag nog kunnen ontvangen?
Voorzitter:
Ik zal de minister aan zijn woorden herinneren, maar misschien werkt hij morgen wel op de Dag van de Arbeid. Dat kan nooit worden uitgesloten. Ik weet echter niet of hij heeft beloofd dat het rapport vandaag zou worden verstrekt. Ik zal hem door de diensten laten contacteren.
De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen
Gesteld door
VB
Annick Ponthier
PTB
Raoul Hedebouw
PS
Philippe Courard
VB
Wouter Vermeersch
DéFI
François De Smet
Les Engagés
Benoît Lutgen
PS
Pierre-Yves Dermagne
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
PS
Caroline Désir
PS
Marie Meunier
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
N-VA
Eva Demesmaeker
N-VA
Eva Demesmaeker
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.
Voorzitter:
Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.
De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.
Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.
Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.
We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.
Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.
Bart De Wever:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.
De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.
U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.
Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.
Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.
Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.
Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.
Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.
Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.
De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.
Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.
Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.
Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.
Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.
Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.
Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.
Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.
Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.
En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.
Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.
Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.
Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.
Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.
Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.
Hoofdstuk 1 was de programmawet.
Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.
Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.
De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.
De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.
De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.
Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.
Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.
Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.
Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.
L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.
Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.
Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.
De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.
Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.
Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.
Voorzitter:
Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.
Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.
We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.
De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.
Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.
En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.
Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.
Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.
Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.
Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.
Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.
Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.
Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.
Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.
U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?
Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?
Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.
Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.
We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.
Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.
Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.
Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.
Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.
Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.
Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.
U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.
Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.
Voorzitter:
Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.
U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.
Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.
Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.
Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.
Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.
Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.
Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?
Voorzitter:
U bleef mooi binnen de tijd.
Le groupe MR dispose de 10 minutes.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.
Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.
Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.
Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.
Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.
En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.
Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.
En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.
Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.
La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.
L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.
Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.
S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.
En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.
Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.
En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?
Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?
Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?
Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?
Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?
En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?
Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.
Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?
Voorzitter:
Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.
Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.
Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.
Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.
Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.
Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.
C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.
On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.
Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.
Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.
Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!
Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.
Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.
Philippe Courard:
Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?
Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?
Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.
Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.
Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?
Marie Meunier:
Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.
Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.
De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!
Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.
Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .
Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.
Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.
Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.
Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.
C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!
Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!
Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.
Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.
Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.
U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?
Ça ne tient pas la route, mathématiquement.
Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.
Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.
En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?
Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!
En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.
Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.
Voorzitter:
Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!
Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.
Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.
C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.
Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?
Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?
Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.
Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.
Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.
En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.
Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.
Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.
Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.
Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.
Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.
Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.
Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.
Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.
Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.
Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.
Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.
Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.
De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.
Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.
Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.
Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.
Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.
Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.
Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.
De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.
Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.
De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.
In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.
We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.
Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.
Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.
Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.
Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.
Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.
Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.
Voorzitter:
Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.
De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.
Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.
Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.
De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.
Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.
Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.
Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.
Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.
Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.
Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.
Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.
Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?
Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?
Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?
Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.
Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?
Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?
Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.
Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.
Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.
Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.
U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.
Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.
Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.
U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.
Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.
Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.
En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.
Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.
U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.
U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.
Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.
Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.
Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.
Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.
We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.
Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.
On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.
Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.
Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.
Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?
Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?
Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?
Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.
Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.
Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.
Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".
Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.
Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.
Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.
Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.
En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.
J'en ai fini, monsieur le président.
Voorzitter:
Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.
Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.
Bart De Wever:
Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.
Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.
Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.
Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.
Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.
Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.
Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.
Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.
Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.
Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.
Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.
Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.
Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.
Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.
De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.
Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.
En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.
Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.
Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Bart De Wever:
Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.
Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.
Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.
Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.
Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.
Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.
Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.
C’est l’un ou l’autre!
Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.
Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.
Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.
Raoul Hedebouw:
Un vrai Belge.
Bart De Wever:
Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)
Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.
Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.
Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.
Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.
Zullen we nieuwe F-35's kopen?
Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.
U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.
Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.
En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.
M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.
Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.
Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.
Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.
Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.
"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.
Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.
“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.
Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.
Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.
Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.
Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.
Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.
Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.
Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.
Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.
Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.
Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.
Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.
Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.
J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.
Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.
Sarah Schlitz:
(…)
Bart De Wever:
Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.
Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.
Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.
Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.
Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…
Alexia Bertrand:
Dat is gemakkelijk.
Bart De Wever:
Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.
Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.
Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.
We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.
Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.
Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.
J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.
Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.
Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.
Voorzitter:
Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.
Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.
Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.
Francesca Van Belleghem:
Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.
De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.
U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.
Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.
Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.
Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.
Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.
Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.
Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.
Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.
Bart De Wever:
Il n'y a pas d'artiste à Anvers?
Pierre-Yves Dermagne:
Je n'ai pas dit cela.
Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.
Bart De Wever:
(…)
Pierre-Yves Dermagne:
Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!
En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.
Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.
Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.
Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?
Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!
Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!
Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.
Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.
Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.
Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.
Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.
Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.
Voorzitter:
Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.
Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!
Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.
Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.
Bart De Wever:
Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.
Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.
Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.
Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.
Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.
De hervorming van het wettelijke kader inzake arbeidsmigratie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 8 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval bevestigt dat de hervorming van arbeidsmigratie (o.a. stroomlijning *single permit* en betere integratie van migranten) dit jaar komt, maar benadrukt dat gewesten bevoegd zijn voor economische migratie, terwijl federale samenwerking (met Van Bossuyt en Beenders) cruciaal is voor handhaving en fraudebestrijding. Lanjri dringt aan op concrete timing en interbestuurlijke afstemming om de 80% werkzaamheidsdoelstelling te halen, met aandacht voor misbruikrisico’s. De hervorming focust op efficiëntere procedures en bescherming van migranten, maar knelpunten liggen in de bevoegdheidsverdeling en coördinatie tussen actoren. Sociale dumping valt onder Beenders, maar Lanjri pleit voor een geïntegreerde aanpak door Werk, Migratie en Fraudebestrijding.
Nahima Lanjri:
Geachte heer minister,
In uw beleidsverklaring van 14 maart 2025 stelt u dat arbeidsmigratie een belangrijk instrument vormt om de doelstellingen op de arbeidsmarkt te behalen. U onderstreept daarbij het belang van samenwerking met de gewesten, de lokale besturen en de Europese Unie. Volgens uw verklaring is een hervorming van het wettelijke kader omtrent arbeidsmigratie in voorbereiding, en wordt deze hervorming tegen 2025 verwacht.
Deze hervorming kadert in de bredere uitdaging om de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80% tegen 2029, onder meer door beter in te spelen op knelpunten op de arbeidsmarkt. Een efficiënt en eerlijk migratiebeleid kan hierin een rol van betekenis spelen, zeker in een context van tekorten aan arbeidskrachten in meerdere sectoren en regio's.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
Welke concrete aanpassingen aan de wetgeving inzake arbeidsmigratie worden momenteel voorbereid?
Hoe ziet de geplande timing eruit voor het indienen en implementeren van deze hervorming?
Hoe verloopt het overleg met de gewesten tot op heden? Werden reeds akkoorden bereikt over bepaalde onderdelen? Waar bevinden zich de voornaamste knelpunten in het overleg?
Welke rol is voorzien voor de lokale besturen en de Europese Unie bij het uitstippelen of uitvoeren van dit nieuwe migratiebeleid?
Welke maatregelen overweegt u in het kader van de hervorming om misbruik en sociale dumping binnen het systeem van arbeidsmigratie tegen te gaan, bijvoorbeeld op het vlak van controle, handhaving of bescherming van arbeidsmigranten?
David Clarinval:
Mevrouw Lanjri, zoals aangegeven in mijn beleidsverklaring en conform het regeerakkoord zal de federale regering het arbeidsmigratiebeleid van de deelstaten maximaal ondersteunen. De gewesten zijn immers bevoegd voor alles wat met economische migratie te maken heeft.
Voorts zullen we ons buigen over maatregelen om buitenlandse onderdanen zo goed mogelijk op de arbeidsmarkt te integreren. We zullen ook de procedure van de gecombineerde vergunningsprocedure stroomlijnen en maatregelen nemen ter bescherming van werknemers die gecombineerde vergunningshouders zijn en die het slachtoffers zijn van sociale inbreuken door de werkgever.
Samen met de minister van Asiel en Migratie zal ik mij de komende maanden buigen over de uitvoering, de timing, de implementatie en het overleg met de deelstaten over deze principes die in het regeerakkoord zijn vastgelegd.
Uw vraag over het misbruik inzake migratie valt onder de bevoegdheid van minister Beenders, bevoegd voor Sociale Fraudebestrijding.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, u hebt tijdens de toelichting van uw beleidsverklaring inderdaad gezegd dat deze hervorming er dit jaar zou komen. Vandaar mijn vraag naar een stand van zaken. Ik denk dat het belangrijk is om met de regio's samen te zitten om dit uit te werken. Het gaat immers over de single permit , waarbij de verblijfsvergunning aan de arbeidsvergunning wordt gekoppeld. Het is duidelijk dat we arbeidskrachten en dus ook arbeidsmigranten op onze arbeidsmarkt nodig hebben om de doelstelling van 80 % te halen. We moeten echter ook waakzaam voor eventuele misbruiken zijn. U zegt dat minister Beenders verantwoordelijk is. In zijn beleidsverklaring staat hierover inderdaad een passage, maar ik denk dat het belangrijk is dat u als minister van Werk samenwerkt met de bevoegde ministers, dus zowel met Anneleen Van Bossuyt, die verantwoordelijk is voor de verblijfsvergunning, als met minister Beenders die voor sociale fraude en misbruik verantwoordelijk is. Ik denk dat de drie federale ministers hier de handen in elkaar moeten slaan om goed werk te leveren.
De onenigheid in de regering over de crisismaatregelen inzake asiel
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (N-VA) bekritiseert minister Van Bossuyt (asiel & migratie) omdat ondanks aankondigingen van het *"strengste migratiebeleid ooit"* de asielstroom stijgt, hotelopvang blijft bestaan en de regering na maanden nog steeds geen concrete crisismaatregelen heeft – terwijl partijen als Vooruit en MR juist pleiten voor *meer opvang en regularisaties*. Van Bossuyt ontkent de toename van hotelopvang (cijfers: 404 → 350), belooft *"doordachte maatregelen"* om asielshoppen en misbruik (66% afwijzingen, dagelijkse kost van €300.000) tegen te gaan, en waarschuwt voor 50.000 aanvragen in 2024 zonder actie. Van Belleghem noemt de aanhoudende aankondigingen *"inktvisgedrag"* en eist een *onmiddellijke asielstop*, wijzend op het gebrek aan regeringsakkoord en de realiteit dat *80% van asielzoekers blijft*.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in Zweden daalt het aantal asielaanvragen met 26 %, alleen al wanneer men er strengere migratiemaatregelen aankondigt. Hier kondigt u het strengste migratiebeleid ooit aan en de toestroom van asielzoekers stijgt. Hoe kunt u trouwens met uitgestreken gezicht zeggen dat u het strengste migratiebeleid ooit voert, wanneer er nog steeds asielzoekers op hotel verblijven? Sinds de N-VA immers in de regering zitting heeft, is de opvang voor asielzoekers in hotels zelfs nog toegenomen.
Het schrijnendste van al is dat wij, nadat er zeven maanden is onderhandeld en de regering-De Wever nu twee maanden oud is, vandaag in de krant vernemen dat u aan het onderhandelen bent over een pakket crisismaatregelen.
Is er eigenlijk nog wel een akkoord in de regering? Vorige week pleitte Vooruit in commissie immers voor meer opvangplaatsen voor asielzoekers en pleitten de MR en Les Engagés voor meer en snellere regularisaties van illegalen.
Mevrouw de minister, de regering is al acht keer in ministerraad samengekomen. Hoelang zal het nog duren tot er een pakket crisismaatregelen komt?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, de hotelopvang is absoluut niet toegenomen. Aan het begin van mijn ministerschap werden 404 asielzoekers in hotels opgevangen en vandaag zijn het er 350.
Maak u zich geen zorgen over de crisismaatregelen. De regering is overtuigd van het belang van maatregelen om de asielcrisis aan te pakken. We gaan op een doordachte manier te werk. We leggen op het moment de laatste hand aan die maatregelen, die we na grondige overleg willen invoeren om de crisis zo snel en ook zo efficiënt mogelijk aan te pakken.
U hoeft dus niet lang meer op hete kolen te zitten. Dat is trouwens geen overbodige luxe. Het is een absolute noodzaak. Als we geen maatregelen zouden nemen, dan zouden de asielaanvragen dit jaar inderdaad stijgen tot 50.000. De recentste cijfers tonen ook aan dat twee derde daarvan eigenlijk geen bescherming krijgt. In afwachting zouden we die personen wel opvang moeten geven. De opvang van asielzoekers die in een andere lidstaat al asiel hebben aangevraagd of daar zelfs bescherming hebben gekregen, kost ons dagelijks 300.000 euro aan opvang. Voor ons moet dat asielshoppen dus stoppen. Daadkracht, controle, verantwoordelijkheid en een streng maar rechtvaardig beleid, dat is de lijn van de regering.
Francesca Van Belleghem:
Minister Van Bossuyt, elke week kunnen we in de krant interviews met u lezen, waarin u grote aankondigingen doet en nieuwe ideeën lanceert. Er vloeit zoveel inkt dat men bijna kan spreken van inktvissengedrag. Al die aankondigingen, al die ideeën vormen een rookgordijn, een gordijn van inkt en slijm om tijd te rekken. Het is vluchtgedrag, omdat er geen akkoord is in de regering om crisismaatregelen te nemen om de toestroom van asielzoekers te stoppen. Of het er nu 35.000 zijn, zoals in 2023, of 40.000, zoals vorig jaar, of 50.000 dit jaar, de realiteit is dat 80 % hier blijft, legaal of illegaal. Stop dus met dat inktvissengedrag, haal die Vlaamse leeuwin in u naar boven, als ze ooit in u heeft gezeten. Bijt van u af en voer nu een asielstop in.
De stijging van transmigratie in West-Vlaanderen
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De transmigratie in West-Vlaanderen steeg in 2024 (632 aanhoudingen vs. <400 in 2023), vooral door inklimmingen in vrachtwagens (160 gevallen) en verschuivingen vanuit Calais/Duinkerke, waar kleine bootjes domineren—België blijft vooral een doorvoerroute naar het VK. De topnationaliteiten zijn Soedanesen, Eritreeërs en Irakesen, terwijl de federale politie en lokale zones (o.a. via het transitteam FGP en expertisecentrum grensbeheer) samenwerken, maar de gouverneur tekortkomende federale steun en behoefte aan innovatieve technieken (bv. IIS-systeem) benadrukt. Critici (o.a. De Vreese) waarschuwen voor herhaling van dodelijke incidenten (bv. Mawda, Essex) en pleiten voor versterkte controles (parkings, wegen) en structurele samenwerking tussen niveaus om escalatie te voorkomen.
Maaike De Vreese:
De gouverneur van West-Vlaanderen communiceerde dat het aantal transmigranten in West-Vlaanderen terug gestegen is. Volgens de gouverneur werden er in 2024 632 transmigranten gevat, in 2023 waren dat er nog minder dan 400. 70 % van alle aangetroffen transmigranten zouden volgens de gouverneur in West-Vlaanderen zijn aangehouden.
Mijnheer de minister, onze provincie is traditioneel de provincie die door de problematiek van transmigranten getroffen wordt. Als we dan vergelijken met een aantal jaren terug, zien we dat de cijfers momenteel nog niet van die aard zijn dat de situatie volledig uit de hand gelopen is. Dat zult u mij vandaag ook niet horen zeggen, zeker en vast aangezien er eigenlijk een veranderde methode is. Door met kleine bootjes te vertrekken aan de Franse kust, worden onze havens veel meer gespaard dan een aantal jaren terug.
De gouverneur zegt in zijn communicatie wel dat hij erbij blijft dat er een gebrek is aan federale steun in de aanpak van de transmigratie en mensensmokkelbendes. Hij pleit om sterk in te zetten op innovatieve technieken om het probleem aan te pakken. Een vorige commissievergadering polste ik reeds naar de werking van het transitteam van de federale gerechtelijke politie van West-Vlaanderen en het expertisecentrum grensbeheer, om het fenomeen aan te pakken.
Kunt u toelichting geven bij de cijfers? Kunt u cijfers geven van het aantal transmigranten dat werd geregistreerd door de politiediensten in 2024 in dit land? Kunt u een overzicht geven van de meest voorkomende nationaliteiten? Kunt u een overzicht geven van de transportmiddelen die deze transmigranten gebruiken? Kunt u een onderscheid maken in locatie? Hoe verklaart u de stijging het laatste jaar? Hoeveel werden er gevat bij inklimming in voertuigen?
Welke politionele acties worden genomen om het fenomeen van transmigratie aan te pakken? Zet u hierbij in op zowel een bestuurlijke als een gerechtelijke aanpak? In welke mate worden de lokale West-Vlaamse politiezones ondersteund door de Coördinatie- en Steundirectie, de CSD van West-Vlaanderen? In hoeverre werd de samenwerking tussen de verschillende diensten en niveaus versterkt?
Kunt u toelichting geven over de aanpak van de smokkelbendes en welke vooruitgang werd geboekt? Welke nieuwe innovatieve technieken worden gebruikt? Heeft het transitteam van de FGP West-Vlaanderen resultaten geboekt? Kunt u toelichting geven over de versterking van het expertisecentrum voor grensbeheer en over de uitrol van het nieuwe systeem van IIS? Hebt u eventueel overlegd met de minister van Asiel en Migratie, die me heeft doorverwezen naar u met deze vraag.
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, indien u het oké vindt, zal ik nu mijn inleiding geven en dan de volgende 7 pagina's aan u geven.
De stijging in 2024 wordt vooral verklaard door de historisch lage cijfers in 2023. Voor 2020 werden jaarlijks ongeveer 4.000 transmigranten geïntercepteerd in West-Vlaanderen. Het grootste deel van de transmigranten heeft de Soedanese, Eritrese of Irakese nationaliteit.
Er is opnieuw een duidelijke stijging van het aantal inklimmingen in vrachtwagens, vooral in het havengebied, waar 160 voorvallen geregistreerd werden in 2024. Dit lijkt samen te hangen met het aantal transmigranten in Calais en Duinkerke dat de oversteek per small boat waagt.
De keuze tussen inklimming in een vrachtwagen en een boottocht werkt vaak als communicerende vaten. Transmigranten schakelen tussen de methodes op basis van de slaagkansen, beïnvloed door het weer en door andere praktische factoren. In België vertrekken, op zeldzame uitzonderingen na, geen kleine bootjes. Daardoor blijven de havens de belangrijkste rechtstreekse toevoerroute naar het Verenigd Koninkrijk en een focuspunt voor de betrokken diensten.
De federale politie levert dagelijks op diverse domeinen ondersteuning aan de geïntegreerde politiediensten en de verantwoordelijke overheden. Binnen zijn bevoegdheid en inspanningsverantwoordelijkheid stimuleert en coördineert de directeur-coördinator voor de provincie West-Vlaanderen de eerstelijnsdiensten om actie te ondernemen. Hij faciliteert acties met de aanwezige mensen en middelen.
Zoals u weet, ben ik op bezoek geweest in de lokale politiezone Westkust, een paar weken geleden. Ik heb het heel goede werk gezien dat daar geleverd is. Vorige maandag was ik in Londen voor de Border Immigration Summit, met enkele collega's uit de Europese Unie en uit het Verenigd Koninkrijk, Irak enzovoort.
Zoals hier geschreven staat: we weten dat de small boat-problematiek bij ons niet echt acuut is, maar dat wil niet zeggen dat we die niet goed moeten aanpakken, voor iedereen. Ook voor de transmigranten, die groot gevaar lopen in die small boats .
Ik geef u de andere 7 pagina's.
Maaike De Vreese:
Op het vlak van mensensmokkel en de transmigratieproblematiek hebben we al enkele zeer ernstige situaties meegemaakt. Denk maar aan de kleuter Mawda en aan de Vietnamese slachtoffers in Essex. Als land moeten we daar blijvend op inzetten. De cijfers zijn inderdaad enorm gedaald. Waarschijnlijk reizen minder vluchtelingen door langs ons land. Hoe meer controle, hoe hoger evenwel de cijfers, ook langs onze wegen, op parkings en dergelijke meer. De regio’s moeten de handen in elkaar blijven slaan. Vlaanderen investeert in extra controle op de parkings door privéfirma’s. Ik raad aan om dat te blijven doen, want alvorens men het beseft, loopt de situatie opnieuw uit de hand. Dat dient men absoluut te vermijden om te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen.
De tijdelijke stopzetting van de toekenning van asielrecht in Polen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem dringt aan op onmiddellijke, drastische maatregelen zoals een asielstop en stopzetting van gezinshereniging voor erkende vluchtelingen, verwijzend naar Oostenrijk en Polen, en bekritiseert het gebrek aan actie ondanks hoge aantallen (40.000 asielzoekers, 60.000 gezinsmigranten in 2023). Minister Van Bossuyt wijst op structurele oplossingen (versnelde procedures, strengere regels, terugkeerbeleid) en relativeert de Poolse maatregelen als reactie op een geopolitieke hybride aanval, maar erkent de druk op België; Van Belleghem werpt haar dralen en gebrek aan concrete crisisactie voor, ondanks eerdere verkiezingsbeloftes. De discussie draait om de urgentie van harde migratiebeperkingen versus geleidelijke systeemhervorming binnen EU-kaders.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, zeggen dat België geconfronteerd wordt met massa-immigratie, is letterlijk en figuurlijk een open deur intrappen. Vorig jaar waren er 40.000 asielaanvragen en 60.000 gezinsmigranten, maar de deur blijft gewoon openstaan.
Dat staat in schril contrast met andere Europese landen. Kijk maar naar Oostenrijk. Daar werd twee weken geleden beslist om de gezinshereniging met erkende asielzoekers te stoppen. Kijk maar naar Polen. Daar werd gisteren een wet aangenomen en ondertekend om een asielstop in te voeren. Voor alle duidelijkheid, Polen telde vorig jaar 14.500 asielzoekers en beroept zich nu op een noodsituatie. Als iemand zich echter zou moeten beroepen op een noodsituatie, dan bent u het wel. Wij hebben misschien drie keer minder inwoners dan Polen, maar we hebben wel bijna drie keer meer asielzoekers dan Polen. We zijn al jaar en dag een bestemmingsland voor asielzoekers, een vestigingsland, dus wij moeten ons beroepen op die noodsituatie. We zouden de eersten moeten zijn die gezinshereniging voor erkende asielzoekers stoppen en die een asielstop invoeren, maar we staan erbij en kijken ernaar, als een zieke koe die kijkt naar een voorbijrijdende trein.
Mevrouw de minister, wanneer zult u maatregelen nemen om de instroom van asielzoekers in te dammen en de Oostenrijkse en Poolse voorbeelden te volgen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, als u beweert dat ik in de twee maanden dat ik deze functie bekleed nog niets zou hebben gedaan, bent u niet erg aandachtig geweest. U hebt mij er trouwens al vragen over gesteld, dus dat is voor uw rekening. Wij kunnen alleen maar weten dat we actie ondernemen.
De Poolse maatregel om asielaanvragen te blokkeren aan de grens met Wit-Rusland – want het gebeurt enkel daar, niet in het algemeen – is natuurlijk genomen in een zeer uitzonderlijke context. Polen deelt een grens van 400 kilometer met Wit-Rusland. Polen is sinds 2021 het doelwit van wat het omschrijft als een hybride aanval waarbij migratie wordt gebruikt, of eigenlijk misbruikt, door Rusland en Wit-Rusland, als wapen. Die situatie vormt volgens Polen een georganiseerde poging tot ontwrichting van de nationale en de Europese veiligheid.
Wij erkennen het belang van grensbescherming. Dat staat trouwens in het federale regeerakkoord. Zeggen dat de Poolse situatie te vergelijken is met de onze, is echter een denkfout. Wij kennen op dit moment niet zo'n geopolitieke aanval op ons territorium. Wij worden geconfronteerd met een andere migratiepolitiek. De hoge instroom van asielzoekers zorgt voor een ongeziene belasting van onze samenleving. Het is daarom goed dat de EU beseft dat we in die uitzonderlijke situatie zitten.
Dat is de reden waarom het federale regeerakkoord het strengste asiel- en migratiebeleid ooit omvat. We kiezen bewust voor structurele oplossingen. We investeren in snellere en efficiëntere asielprocedures. We scherpen de regels inzake gezinshereniging aan. We versterken ons terugkeerbeleid. We zetten volop in op samenwerking, Europees en internationaal. We respecteren daarbij de rechtsstaat. We gaan misbruik van het systeem tegen. We zetten in op een gecontroleerde migratiestroom.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u doet mij denken aan een automatisch antwoordapparaat: "Ja, het is hier met Anneleen van de stad van licht en liefde. Ik ben er even niet, maar ik kom zo snel mogelijk met een pakket crisismaatregelen. Wanneer, dat kan ik niet zeggen. Voor al uw andere vragen verwijs ik naar het EU Migratiepact." Ik stel voor dat u die boodschap als voicemail instelt.
Mevrouw de minister, alle gekheid op een stokje, de maatregelen die wij vragen en die u enkele maanden geleden zelf nog vroeg, kunnen nu niet meer. Het Australisch model, de opt-out en de asielstop waren goed genoeg voor uw verkiezingspropaganda, maar niet voor het regeringswerk. U neemt de zorgen van onze mensen niet ernstig. Wij doen dat wel en we zullen dat altijd blijven doen, ook na verkiezingen.
Voorzitter:
Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.
De toekomstige FOD Migratie en de onafhankelijkheid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigt de hervorming van het CCE (hernieuwbare mandaten, geschreven procedures als norm) als efficiëntieverhogend en juridisch conform, met behoud van onafhankelijkheid door uniformere jurisprudentie en snellere asielbehandeling, maar De Smet blijft twijfelen aan de autonomie van het CCE en de compatibiliteit met grondrechten. Het toekomstige SPF Migratie bundelt enkel OE, CCE, CGRA en Fedasil, met focus op ketenaanpak.
François De Smet:
Madame la ministre, selon le Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE) lui-même, son travail et ses objectifs pourraient être menacés par plusieurs mesures présentées dans l’accord de gouvernement.
D’une part, les juges seront nommés de manière renouvelable. Voilà qui paraît en contradiction avec la Constitution qui prévoit l’inamovibilité des magistrats. Voilà qui interroge aussi sur leur degré d’indépendance.
D’autre part, votre gouvernement souhaite "mettre un terme à la quantité et à la diversité complexe de procédures d’appel", ce qui se traduira par un recours quasi automatique aux procédures écrites, la procédure orale devenant l’exception. Ceci interpelle à juste titre le président du CCE, M. Oswald, qui rappelle que les instruments internationaux "prévoient qu’en principe chacun a droit à ce que sa cause soit entendue publiquement. Cette possibilité de recourir à une procédure écrite constitue donc une exception."
Enfin, le CCE est supposé intégrer le futur SPF Migration qui devrait regrouper également l’Office des étrangers (OE), Fedasil et le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA). Ceci interroge quand même sur la spécialisation de chacune de ces agences qui n’ont pas les mêmes fonctions: le CGRA, l’OE, le CCE a fortiori traitent par définition des mêmes dossiers, les uns s'occupant parfois de la recevabilité des autres, ou les uns constituant le degré d’appel des autres.
Madame la ministre, pouvez-vous garantir l’indépendance du Conseil du Contentieux des é trangers alors que ses juges seront intérimaires? Le recours à une procédure écrite généralisée est-il compatible avec les instruments internationaux et le respect des droits des personnes concernées? Comment le futur SPF Migration garantira-t-il l’autonomie des agences supposées traiter ces dossiers individuels en toute indépendance? Par ailleurs, ce SPF intégrera-t-il d'autres structures que celles citées jusqu'à présent (OE, CCE, CGRA et Fedasil)?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur De Smet, je vous remercie pour votre question à laquelle j'ai déjà partiellement répondu précédemment. La réponse que je vais vous donner maintenant sera plus large.
Soyons clairs, nous ne voulons en aucun cas porter atteinte à l'indépendance du Conseil du Contentieux des Étrangers. Ce que nous voulons, c'est une plus grande unité de la jurisprudence et donc une plus grande sécurité juridique tant pour le demandeur, l'étranger, que pour le gouvernement. Ainsi, par exemple, lorsqu'il n'y a pas d'unanimité sur l'interprétation de la législation ou de la jurisprudence européenne, nous voulons donner au service de migration la possibilité de demander au CCE de se réunir avec l'assemblée générale et/ou les chambres réunies pour adopter une position uniforme.
Il devrait également y avoir plus de questions préjudicielles, à mon avis. Il s'agirait de questions adressées à la Cour de justice de l'Union européenne.
La décision de réformer les nominations avec des mandats de cinq ans renouvelables vise à améliorer le partage des connaissances et à assurer un pouvoir judiciaire évolué. Je me suis entretenue avec M. Oswald au sujet de la façon dont nous pourrions mettre en place un tel système, le CCE ayant déjà donné des pistes à explorer à cet égard.
Je n'interviens pas dans la prise de décisions individuelles du CGRA, par exemple, mais j'émettrai davantage de lignes directrices.
Les procédures écrites, avec la possibilité d'être entendu, sont déjà la norme aujourd'hui et n'ont pas pour but de limiter les droits des demandeurs d'asile, mais d'accélérer le temps de traitement des dossiers et d'éviter de surcharger les juges. Cela contribue à un traitement plus rapide et plus équitable des dossiers, ce qui est également plus humain pour le demandeur d'asile.
Les réformes proposées respectent la séparation des pouvoirs et sont conformes aux modèles internationaux. Comme dans d'autres pays européens où les unités chargées des migrations travaillent au sein d'administrations globales, le pouvoir judiciaire reste indépendant.
Les défis actuels en matière de migration exigent des politiques à la fois équitables et réalisables. Les mesures proposées servent à améliorer le fonctionnement du système sans sacrifier la sécurité juridique ou les droits fondamentaux.
Le SPF devra principalement promouvoir l'approche en chaîne. La forme des structures sera examinée en collaboration avec les services concernés.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, que nous allons analyser. Je prends en compte certains arguments, notamment l'unité de jurisprudence, qui est un vrai point, je le reconnais. Il reste à voir si, dans l'équilibre, les services concernés pourront préserver leur indépendance. Vous me confirmez par ailleurs qu’hormis les quatre structures que j'ai citées, le SPF Migration n'en réunira pas d'autres.
De migratiestop
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Vlaams Belang verdedigt zijn 116 maatregelen voor een migratiestop (inclusief Europese samenwerking en een *opt-out* voor lidstaten), ontkent dat dit een EU-exit vereist, en eist afschaffing van de gezinsherenigingsrichtlijn als sleutel tot migratiebeheersing. Minister Van Bossuyt wijst een totale stop af als onhaalbaar binnen EU-kaders, benadrukt Europese samenwerking voor asielbeperking en grenscontroles, en noemt VB’s voorstellen *niet nieuw* en *deels EU-strijdig*. VB repliceert dat richtlijnen moeten sneuvelen voor nationale autonomie, terwijl de minister vasthoudt aan hervorming binnen het EU-systeem. Kernconflict: soevereiniteit vs. Europese afhankelijkheid in migratiebeleid.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, in een interview met De Zondag verklaarde u geen migratiestop te willen, zoals het Vlaams Belang. U beweert dat zoiets alleen kan door uit de Europese Unie te stappen, maar wat u daar zei klopt helemaal niet. Een migratiestop, zoals het Vlaams Belang voorstelt, is niet gewoon één maatregel. Het zijn meer dan honderd maatregelen om immigratie te doen stoppen en om van immigratie terug de uitzondering te maken. Ik heb daar een boek over geschreven. Dat zijn 116 oplossingen: 10 op korte termijn, fundamenteel, meer Europees, en dan nog eens 106 maatregelen die nationaal kunnen worden genomen. Laat ons boek uitzonderingen toe? Natuurlijk, op elke regel zijn er uitzonderingen en bij immigratie is dat niet anders.
Waarom zegt u in De Zondag dat het Vlaams Belang eigenlijk uit de Europese Unie wil stappen? Hebt u ons boek Immigratiestop gelezen? Staan er volgens u oplossingen in die vereisen dat wij uit de Europese Unie zouden willen stappen? Volgens mij niet, maar vindt u dat wel?
Ik heb er ook geen probleem mee dat u mij of het beleid dat het Vlaams Belang voorstelt, bekritiseert. Ik vind het zelfs leuk om daarover te debatteren, maar zeggen dat wij uit de Europese Unie willen stappen om een immigratiestop te bekomen is een leugen. Waarom doet u dat?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, in uw vraag spreekt u zowel over een migratiestop als over een asielstop. Dat zijn natuurlijk twee verschillende zaken. U weet goed dat de verschillende voorgestelde maatregelen, zoals een volledige migratiestop, niet kunnen. Denk maar aan de gezinshereniging, waarvoor de Europese richtlijn duidelijke voorwaarden stelt en waarvan men niet volledig kan afwijken. Ook de uitwerking van de externe dimensie van het migratiebeleid houdt een verdere hertekening van de Europese regels in. Wie dat ontkent, is intellectueel oneerlijk.
U doet graag alsof u nieuwe voorstellen formuleert. Quod non. Daarnet is al gezegd dat jullie zaken van anderen hebben gepikt.
Ja, wij willen de asielstroom aan banden leggen. Ja, wij willen illegale migratie tegengaan. Denken dat men dat op eigen houtje kan doen, zonder Europese samenwerking, is natuurlijk wishful thinking.
U weet goed genoeg dat een regeerakkoord een compromis is. We zullen alle mogelijke verstrengingen in het Europese asiel- en migratiepact hanteren om de asielinstroom in te dijken. Ondertussen zullen we op Europees niveau samenwerken aan de verdere hervorming van het Europese asielsysteem, ook aan de externe dimensie van het migratiebeleid. Daar horen ook betere grenscontroles en een herziening van de terugkeerrichtlijn bij.
Francesca Van Belleghem:
Op ideeën rust er geen intellectueel eigendom. Als anderen een goed idee hebben dat wij steunen, dan kunnen ze dat voorstel gerust overnemen. Op die manier is samenwerking mogelijk en dat is eigenlijk hoe politiek zou moeten zijn. Ik geef u trouwens telkens erkenning als ik een idee goed vind.
Uit uw antwoord kan ik echter duidelijk afleiden dat u het boek Immigratiestop niet hebt gelezen, want voor die tien oplossingen op lange termijn streven wij ook naar Europese samenwerking. Wij streven naar een opt-out op het vlak van asiel en migratie, waardoor lidstaten zelf hun migratiebeleid kunnen uitstippelen. Wij zeggen echter ook dat Europese samenwerking met gelijkgezinde partners mogelijk moet zijn. Dat mag zelfs met landen buiten de Europese Unie zijn, zo staat in ons boek.
Een migratiestop is niet één maatregel. Het is ook geen druk op de rode knop waardoor alles wordt dichtgedraaid. Dat zou wel heel gemakkelijk zijn. Velen zouden al op die knop geduwd hebben.
Ik vind het echter een beetje oneerlijk dat u zegt dat hetgeen wij voorstellen tegen de Europese richtlijnen ingaat. Het is inderdaad ons standpunt om die Europese richtlijnen af te schaffen, of ze althans voor ons niet van toepassing te verklaren, zeker die gezinsherenigingsrichtlijn, die ervoor zorgt dat wij geen grip kunnen hebben op migratie. Er zal steeds heel veel gezinshereniging zijn en dat komt door die gezinsherenigingsrichtlijn. Ik hoop dat u afstand zult nemen van die gezinsherenigingsrichtlijn, want als u werkelijk grip wilt krijgen, dan schaft u die richtlijn af.
Voorzitter:
Vraag nr. 56003170C van de heer Troosters is zonder voorwerp.
De conclusies van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken inzake asiel en migratie
De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en de externe dimensie van het migratiebeleid
De Europese Raad en de terugkeerhubs
Europese migratie- en asielbeleid, externe dimensies en terugkeermaatregelen
Gesteld door
N-VA
Maaike De Vreese
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (5 maart 2025) lag de focus op terugkeerbeleid (Syrië, Afghanistan), EU-grensbeheer (Schengen, Eurodac) en het EU-migratiepact, met als kernpunt dat grootschalige terugkeer naar Syrië nog prematuur is, maar lidstaten welwillend zijn om vrijwillige en gedwongen terugkeer te faciliteren via *go-and-see-missies* en financiële steun (cash-uitkeringen door gebrek aan lokale partners). België steunt een gecoördineerd EU-beleid, inclusief de hervorming van de terugkeerrichtlijn (2008 → verordening 2025) voor snellere procedures, maar concrete terugkeerhubs blijven omstreden door juridische bezwaren (o.a. socialisten) en praktische obstakels. Secundaire migratie (M-statushouders) en Afghaanse terugkeer (beperkt door talibanbeleid) werden bilateraal besproken met Frankrijk, Nederland en Denemarken, zonder directe EU-afspraken. Nationale plannen (noodplan opvang, migratiestrategie) moeten tegen 12 april bij de Commissie ingediend worden.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, op 5 maart 2025 kwam de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen. In het kader van die bijeenkomst zouden de ministers van Asiel en Migratie ook overleg plegen. Op de agenda stonden onder meer het EU-grensbeheer, de EURODAC-databank, Syrië en de Schengenevaluatie. Het was het uitgelezen moment om ook enkele andere dossiers aan te kaarten. Denk aan de terugkeerakkoorden en meer specifiek de gedwongen terugkeer van Afghanen in EU-context, alsook aan de problematiek waarbij migranten met M-status, ondanks dat ze reeds een internationaal beschermingsstatuut kregen in Griekenland, toch doorreizen naar ons land om hier nogmaals asiel aan te vragen.
Kunt u toelichting geven over de recente vergadering van de Raad? Wat waren de voornaamste conclusies?
Welke collega's hebt u gesproken en welke samenwerkingen zullen hieruit voortvloeien?
Welk standpunt hebt u ingenomen inzake de terugkeer van Syriërs? Welke stappen zal de EU hieromtrent nemen?
Op welke manier zullen er concrete stappen worden genomen om het terugkeerproces te verbeteren?
Wat is de jongste stand van zaken van de uitrol van het EU-migratiepact?
Welke stappen worden er genomen voor de gedwongen terugkeer van Afghanen in een EU-context?
Hebt u gesproken over de problematiek van de M-statussen? Hebt u hieromtrent extra afspraken gemaakt?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik zal een korte versie brengen, gezien het vergevorderde uur.
Tijdens de vorige vragensessie gaf u aan dat de externe dimensie, waaronder de terugkeerhubs, een belangrijk agendapunt op de vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zou zijn. In het korte verslag daarover vinden wij niets terug, maar dat kan aan ons liggen.
De Europese Commissie heeft ondertussen een nieuw pakket aan maatregelen voorgesteld voor een eengemaakt terugkeerbeleid. Wat was het Belgisch standpunt in de Raad over de terugkeerhubs? Hoe zijn de gesprekken over de terugkeerhubs tot een conclusie gekomen? Is het werken aan terugkeerhubs nog steeds een standpunt van de regering? Welke juridische en praktische obstakels ziet u bij het opzetten van terugkeerhubs in derde landen?
Wanneer wordt het nieuwe pakket maatregelen besproken in de Raad en wanneer wordt het Belgisch standpunt bepaald?
Hoe zal België tijdens de onderhandelingen garanderen dat de terugkeerhubs geen rechteloze zones worden?
Hoe verhoudt het eengemaakt Europees terugkeerbevel zich tot het terugkeercontract van de regering? Het gaat immers over twee verschillende instrumenten en ik zie niet in hoe zij compatibel zijn met elkaar, maar u zult mij dat uitleggen.
Francesca Van Belleghem:
Op 5 maart kwam de Raad van ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijeen om verschillende migratiedossiers te bespreken, waaronder de zogenaamde terugkeerhubs. Op 11 maart werden die terugkeerhubs ook besproken in de Europese Commissie. Bovendien zouden ze zijn vermeld in de voorlopige tekst van de ontwerpverordening over het terugkeerbeleid.
Wat is het standpunt van de regering over de terugkeerhubs? Kunnen alle regeringspartijen zich in dat standpunt vinden of moet er nog naar een meerderheid worden gezocht? De totstandkoming van die terugkeerhubs vergt natuurlijk ook een meerderheid in het Europees Parlement, maar de socialistische leden zouden zich in het verleden al kritisch hebben uitgelaten over het principe van de terugkeerhubs. Vorige week maandag zou de socialistische fractie in een persbericht hebben laten weten dat de hubs geen deel kunnen uitmaken van de aanpak. Hebben de linkse partijen in de arizonaregering dezelfde bezorgdheden geuit?
Anneleen Van Bossuyt:
De vergadering van de Europese Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was heel interessant en ik zal een vrij uitgebreid antwoord geven op uw vragen. Er werden daar heel belangrijke discussiepunten aangekaart en volgende conclusies vloeiden eruit voort.
Aangaande het grensbeheer en Schengen governance werden monitoring en aanpak van verschuivende migratiedruk, weerbaarheid tegen onrustwekkende hybride dreigingen en de verhoogde waakzaamheid ten opzichte van conflicten in het Midden-Oosten als belangrijkste prioriteiten benoemd.
Lidstaten legden hun focus bovendien sterk op verbetering van terugkeer in afwachting van het nieuwe terugkeervoorstel, dat ondertussen op 11 maart door de Europese Commissie werd gepubliceerd.
Aangaande het Entry/Exit System, Eurodac en algemene interoperabiliteit werd de geleidelijke en gecoördineerde implementatie doorgesproken en ook goedgekeurd
Wat de externe dimensie betreft, spitste de discussie zich toe op Syrië, waarbij de opties van go and see visits , waarover hier al vragen zijn gesteld, vrijwillige terugkeer en gedwongen terugkeer in het kader van openbare orde werden verkend.
We kunnen concluderen dat het nog te vroeg is voor grootschalige terugkeer, maar dat er wel een grote bereidheid is onder de lidstaten om terugkeer te faciliteren en dat ze nog van mening verschillen over de richting van de gecoördineerde Europese aanpak.
De Commissie en de internationale agentschappen werken samen om zo snel mogelijk pistes op tafel te leggen, op basis waarvan dan de discussie concreter gevoerd kan worden.
In de marge van de raadsvergadering heb ik bilaterale gesprekken aangeknoopt met enkele collega-ministers, namelijk van Luxemburg, Frankrijk, Nederland, Zweden en Denemarken. Ik heb ook informeel kennisgemaakt met Europees commissaris Brunner.
Intussen zijn we door verschillende collega's uitgenodigd het beleid verder bilateraal af te stemmen, waar we natuurlijk met veel plezier op zullen ingaan. De inhoud van de gesprekken ligt nog niet vast, laat staan de mogelijke samenwerkingen die eruit voort kunnen vloeien. Maar laat het duidelijk zijn, België steunt de gecoördineerde Europese initiatieven inzake de vrijwillige en de gedwongen terugkeer naar Syrië en Afghanistan.
Een zeer concrete stap was de publicatie op 11 maart van het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn van 2008. Om het Europese terugkeerbeleid te hervormen, deed de Commissie nu een voorstel tot terugkeerverordening, wat absoluut noodzakelijk is. België is al lange tijd voorstel van die hervorming, zeker omdat terugkeer de grote ontbrekende component was in het Europese Asiel- en Migratiepact. Het doel is te komen tot een snellere en efficiëntere terugkeer.
De meerderheid van de lidstaten heeft ondertussen zijn nationaal implementatieplan overgezonden naar de Commissie.
Collega De Vreese, u vroeg naar de stappen die ondertussen gedaan zijn met het oog op het Europese Asiel- en Migratiepact. België zal, zoals overeengekomen werd met de Commissie, zeer binnenkort een nieuwe versie van zijn nationaal implementatieplan sturen, waarin de nieuwe politieke richting zal worden weerspiegeld, en waarin duiding zal worden gegeven over het financiële aspect.
Ondertussen werken de lidstaten, inclusief België, aan hun nationaal noodplan inzake opvang en asiel, dat op 12 april aan de Europese Commissie overgezonden moet worden. Dat noodplan heeft als doel een weerbaarder opvang- en asielsysteem te creëren.
Tot slot starten de lidstaten met de uitwerking van hun nationale asiel- en migratiebeheerstrategie. Die strategie moet een omvattend en whole-of-governementbeleid inzake asiel en migratie beschrijven voor de komende vijf jaar.
De Commissie en de lidstaten zijn het eens over het belang van Eurodac voor een volledige en tijdige implementatie van het gehele pact. De Commissie roept de lidstaten dan ook op om nauw samen te werken met eu-LISA, het European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area of Freedom, Security and Justice.
Op Belgisch niveau wordt momenteel volop onderzocht hoe de technische en inhoudelijke aspecten van de nieuwe databank zullen worden uitgewerkt. België wordt, net als andere naburige landen, verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal aantal verzoeken om internationale bescherming, bijzonder zwaar getroffen door secundaire migratiestromen. In dat verband zien we de jongste jaren een tendens waarbij verzoekers om internationale bescherming al in een andere lidstaat een beschermingsstatus genieten. De toestroom van die personen, met M-status, die in feite in België geen nood hebben aan bescherming, aangezien zij die in een andere lidstaat genieten, verhoogt de dossierachterstand en draagt bij aan onze actuele opvangcrisis. Die problematiek kwam niet aan bod tijdens de ministerraad, maar werd wel aangekaart in het bilateraal overleg dat ik had met de Franse en Nederlandse ministers, die met gelijkaardige uitdagingen kampen.
Mijnheer Vandemaele, met het terugkeercontract zoals vervat in het regeerakkoord, beklemtonen wij de plichten die de te verwijderen derdelander heeft, vooral wat de samenwerking met de Belgische autoriteiten inzake de terugkeer betreft en verbinden wij sancties aan niet-medewerking. Die aspecten zijn reeds vervat in onze nationale wet betreffende het aanklampend terugkeerbeleid en zijn ook vervat in het wetgevend voorstel van de Europese Commissie.
Voor onze Belgische positie verwijs ik naar het regeerakkoord en naar het feit dat onze eerste minister reeds aan tafel zat met de zogenaamde gelijkgestemde partners, dus de migratierealistische landen. Naast het Europees asiel- en migratiepact zullen we pleiten voor een versterking van de externe dimensie van het migratiebeleid door meer en op verschillende manieren samen te werken met herkomst- en doorreislanden, alsook door andere nuttig geachte pistes te verkennen.
Wat de vrijwillige terugkeer naar Syrië betreft, Fedasil organiseerde dat al in eigen beheer. Sinds 17 maart jongstleden kan terugkeer ook worden georganiseerd via Frontex Application for Return. De terugkeerder ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 125 euro per kind. Momenteel is er geen re-integratiepartner aanwezig waarmee Fedasil samenwerkt, en ontvangt de terugkeerder 1000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. De samenwerking met een re-integratiepartner in Syrië is in voorbereiding.
Damascus is de enige luchthaven die open is. Indien de terugkerende persoon verder moet reizen in Syrië, is een bijkomende ondersteuning van 50 euro voor onwoard transportation mogelijk.
Voor de terugkeer dient de persoon in kwestie in het bezit te zijn van een geldig reisdocument. Dat kan een Syrisch paspoort zijn of een laissez-passer, uitgereikt door de Syrische vertegenwoordiging in Brussel. Die kan verlopen paspoorten verlengen door middel van een stempel, maar zij kan geen nieuwe paspoorten afleveren. Om een laissez-passer te verkrijgen, is in principe een boeking van een ticket nodig. Voor ieder vertrek worden de reisdocumenten ook doorgestuurd naar Emirates voor een dubbele check. Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer kan worden georganiseerd. Sinds 1 januari 2025 zijn 61 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.
Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan in eigen beheer. Sinds september 2021 is er geen vrijwillige terugkeer naar Afghanistan mogelijk via IOM. Dat kan alleen voor personen met een geldig paspoort. Het talibanregime aanvaardt niet langer de reisdocumenten die de ambassade in België verstrekt. Wij onderzoeken momenteel op welke manier wij de vrijwillige terugkeer toch kunnen organiseren.
De terugkerende persoon ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 150 euro per kind. Re-integratie in Afghanistan kan niet worden aangeboden door de twee partners van Fedasil. IOM heeft alle activiteiten met betrekking tot Afghanistan opgeschort. Caritas is niet aanwezig in Afghanistan.
De terugkerende persoon ontvangt 1.000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. Fedasil blijft de mogelijkheden verkennen om samen te werken met een re-integratiepartner in Afghanistan.
Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer mogelijk is. Momenteel zijn er niet veel aanvragen om vrijwillig terug te keren naar Afghanistan. Negentien personen keerden vrijwillig terug naar Afghanistan in 2024 met het programma voor vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2025 keerden twee personen vrijwillig terug. Er staan nog twee vertrekken gepland.
Voorzitter:
Dat was een volledig antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, uw antwoord was zeer volledig, waarvoor dank.
Matti Vandemaele:
Ik heb vandaag geleerd dat al mijn collega's boeken schrijven. Misschien moet ik ook maar eens een boek schrijven, bijvoorbeeld over het EU-implementatieplan, met als titel Hoe geraak ik eraan? . Dat zou een bundeling van al mijn uiteenzettingen tot nu toe kunnen zijn.
U zei dat de geüpdatete versie binnenkort verstuurd zal worden. Misschien is het een goed idee om die daarna ook met de parlementsleden te delen. Op de Europese Raad over de externe dimensie van migratie ging het dus voornamelijk over Syriërs en Afghanen. België moest nog geen standpunt innemen over de terugkeerhubs en ik veronderstel dat dat er ook nog niet is. Daardoor is de rest van mijn vraag zonder onderwerp. Ik zal u de vraag daaromtrent daarom later opnieuw stellen.
Francesca Van Belleghem:
U zou niet alleen het nationaal implementatieplan, maar ook het nationaal noodplan dat u tegen 12 april zult moeten indienen, aan het Parlement moeten bezorgen.
U hebt gezegd dat re-integratiesteun voor Syriërs en Afghanen cash wordt uitbetaald. Is het gebruikelijk om die steun contant uit te betalen? Ik dacht dat de uitbetaling van re-integratiesteun via partners verliep bijvoorbeeld in de vorm van hulp om een zaak op ge starten, en dat men niet gewoon flappen contant geld. Wordt de re-integratiehulp voor Syriërs en Afghanen uitzonderlijk cash uitbetaald bij gebrek aan partners?
Anneleen Van Bossuyt:
Dat klopt. De partners waarmee wij samenwerkten in die landen, waaronder IOM en Caritas, zijn daar niet meer.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor de verduidelijking.
Voorzitter:
Vraag nr. 56003362C van de heer Aouasti is zonder voorwerp. Vraag nr. 56003386C van mevrouw Van Belleghem wordt op haar verzoek uitgesteld. De vragen nrs. 56003389C en 56003399C van de heer Van Rooy worden op zijn verzoek uitgesteld.
Het migratiewetboek
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De timing voor het migratiewetboek (dat de vreemdelingenwet en opvangwet moet vervangen) is nog niet vastgelegd in de regering, ondanks het regeerakkoord, en minister Van Bossuyt prioriteert eerst de asielcrisis en EU-migratiepact-implementatie. Cd&V dringt aan op versnelling, maar Van Bossuyt benadrukt dat het huidige ontwerp niet regeerakkoord-conform is en fasegewijs moet worden aangepakt, wat veel tijd en werk vraagt. Concrete timing ontbreekt, hoewel codificatie en vereenvoudiging wel de bedoeling zijn. Van Belleghem (Cd&V) blijft kritisch op de chaotische huidige wetgeving en belooft verdere opvolging.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, hierover hebben wij daarnet al gesproken. Door de uiteenzettingen van de andere partijen in de meerderheid, is mijn vraag eigenlijk nog interessanter geworden. Dat vind ik zelf toch, of u dat ook vindt, dat laat ik aan u over.
In het regeerakkoord staat: "De eerste ministerraad bepaalt de termijn waarbinnen het migratiewetboek wordt voorgelegd." Daarnet stelde u dat het migratiewetboek er zal komen binnen enkele jaren, op lange termijn dus. Voor alle duidelijkheid, ik wil geen vivaldimigratiewetboek, zoals u al stelde. Maar het komt er dus op lange termijn. Cd&v pleitte er daarnet echter nog voor om het migratiewetboek op zeer korte termijn in te voeren.
Is er nu een akkoord binnen de regering over dat migratiewetboek? Werd die timing tijdens de eerste ministerraad voorgelegd? Zo neen, werd de timing al besproken tijdens een andere ministerraad? Welke ministerraad was dat dan?
Kunt u deze concrete timing, die ongetwijfeld afgesproken is, ook overmaken aan het Parlement? Graag kregen we dan een timing die iets concreter is dan binnen enkele jaren, op korte termijn of wat dan ook.
Zal het migratiewetboek er komen ter vervanging van de vreemdelingenwet en de opvangwet? Zal het er nog deze legislatuur komen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, tijdens de vorige mondelingevragensessie ondervroeg u mij reeds op een gelijkaardige manier over dit onderwerp. Ik ben er ook daarnet dieper op ingegaan.
Het is soms goed om terug te grijpen naar het verleden, maar ik kijk zelf ook graag naar de toekomst. Deze regering heeft een duidelijke visie op het migratiebeleid, met de doelstelling om de instroom te doen dalen, om op termijn het aantal opvangplaatsen te kunnen afbouwen en om het sluitstuk van het asiel- en migratieverhaal, namelijk de terugkeer, te optimaliseren.
De timing voor het migratiewetboek werd nog niet vastgelegd, maar ik zal daarvoor naar de ministerraad gaan. De focus van mijn diensten ligt momenteel op het beheren van deze asiel- en opvangcrisis en het nemen van crisismaatregelen om deze crisissituatie opnieuw onder controle te krijgen, aangezien dit manifest onhoudbaar is.
Ook mag niet vergeten worden dat we gebonden zijn door strakke deadlines voor de implementatie van het Europees asiel- en migratiepact. Ik heb daarnet nog een aantal data gegeven. Mijn prioriteiten liggen momenteel dus daar.
Het is inderdaad de bedoeling om alle wetgeving, zoals de opvangwet en de vreemdelingenwet, te codificeren en vooral te vereenvoudigen, echter wel met de voorziene beleidswijzingen.
Collega Mahdi zei daarnet dat het er daarom niet in één keer hoeft te liggen maar dat het ook in fases kan gebeuren. Het huidige ontwerp van migratiewetboek is niet conform het regeerakkoord. Ik kan me niet voorstellen dat u wil dat we dat zo snel mogelijk implementeren. Dat alles aligneren met het regeerakkoord en onze Europese verplichtingen zal ontzettend veel werk vergen van mijn administratie en van mijn kabinet. We zijn er echter mee aan de slag.
Francesca Van Belleghem:
Dank u wel voor uw antwoord. Ik ben blij dat u duidelijk geantwoord hebt dat de termijn voor het migratiewetboek niet tijdens de eerste ministerraad werd voorgelegd. Ik zal u natuurlijk blijven ondervragen over wanneer dit dan wel zal gebeuren. U kent me intussen al een beetje. Ik pleit niet voor een vivaldimigratiewetboek, maar wel voor duidelijke procedures. De Vreemdelingenwet is nu een chaotische boel. We moeten daar zo snel mogelijk van afstappen. Daarom pleit ik zo sterk voor een migratiewetboek. We zullen dit verder onderzoeken.
Het budget voor asielopvang
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) valt de regering aan omdat ze 10 miljoen extra uitgeeft aan asielopvang (2,3 miljoen/dag) zonder de instroom te remmen, terwijl N-VA voor de verkiezingen nog budgetverlaging eiste—nu wordt extra belasting op Vlamingen ingevoerd om dit te financieren. Anneleen Van Bossuyt (minister) verklaart de stijging door verplichte indexering (1,2 mln) en annualisatie (8,7 mln) van bestaande opvangcentra, niet door nieuwe capaciteit, en belooft crisismaatregelen. Van Belleghem blijft kritisch: geen concrete actie (vs. Oostenrijk, dat gezinshereniging opschortte), enkel "aankondigingen" en hogere uitgaven, en eist een onmiddellijke asielstop.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, met wat u doet, breekt u niet met Vivaldi en het is ook geen voortzetting van het wanbeleid van Vivaldi. Wat u doet, is zelfs nog erger dan wat de vorige regering deed, toen de asielfactuur vorig jaar tot een historisch record was opgelopen. U doet daar zelfs nog een schep bovenop. U gaat 2,3 miljoen euro per dag voor de opvang van asielzoekers geven. Dat is op drie maanden tijd 10 miljoen euro meer dan onder Vivaldi.
Dat is toch wel bijzonder vreemd, want vorig jaar, uiteraard net voor de verkiezingen, eiste de N-VA nog dat het asielbudget onmiddellijk zou dalen. Ik heb hier het amendement van Theo Francken, waarin hij vraagt dat het asielbudget onmiddellijk daalt. Hij had daar goede redenen voor. Het budget moest dalen zodat de regering gedwongen werd om maatregelen te nemen.
Nu, na de verkiezingen, betekenen die woorden van de N-VA niets meer. Jullie doen net het omgekeerde. Jullie vragen extra budget voor de opvang van asielzoekers, maar u hebt nog geen enkele maatregel genomen om de toestroom van asielzoekers te stoppen. Uw regering heeft wel plannen om beleggende Vlamingen extra te belasten. Nu is het ook duidelijk waarom. U hebt dat geld nodig om die extra asielopvang te betalen.
Mevrouw de minister, wanneer gaat u die hypocrisie stoppen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, bedankt voor uw vraag.
Ik ga u verblijden met een zeer technisch antwoord, want uw vraag heeft eigenlijk alles te maken met de voorlopige twaalfden.
Ten eerste, de indexering. De referentiebegroting moet volgens de rondzendbrief van BOSA worden geïndexeerd. Dat betekent een verhoging van 1,2 miljoen euro om tot de genormeerde begroting te komen. Dat komt overeen met een indexering van 2 % voor personeelskredieten en 1,9 % voor werkings- en investeringskredieten.
Ten tweede, ook het volume-effect door annualisatie speelt een belangrijke rol. In 2024 opende de regering-De Croo opvangcentra, onder andere in het voorjaar en in het najaar. Daardoor was er dat jaar slechts een budget nodig voor bijvoorbeeld vier of zeven maanden.
In 2025 blijven die centra echter het hele jaar open, wat betekent dat er nu een budget voor 12 maanden nodig is. Dat verschil is een budgettair volume-effect door annualisatie. Voor de tweede schijf, zoals voor de eerste schijf, bedraagt dat 8,7 miljoen euro. Als we die 1,2 miljoen optellen bij die 8,7 miljoen, komen we aan die extra 10 miljoen. Dat is dus geen geld voor extra opvangplaatsen, het wordt verklaard door de verplichte indexering van 1,2 miljoen en de annualisatie van 8,7 miljoen. Bij de voorlopige twaalfden moet hiermee nu eenmaal rekening worden gehouden.
Mevrouw Van Belleghem, toen ik op mijn kabinet kwam, lag er geen toverstokje klaar waarmee ik de crisissituatie kan wegtoveren, maar u kunt ervan op aan dat ik werk aan een pakket crisismaatregelen, want de situatie is onhoudbaar.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, dat is wat u altijd doet, u kondigt crisismaatregelen aan, maar het enige wat we al hebben gezien zijn asielfacturen.
Daarnet zei premier De Wever dat men een euro maar één keer kan uitgeven. Wat doet u echter? Uw eerste wapenfeit is vragen om 10 miljoen extra voor de opvang van asielzoekers. Premier De Wever zegt dat men een euro maar één keer kan uitgeven en u geeft die meteen uit. Neem toch een voorbeeld aan Oostenrijk. Drie dagen na het aantreden van de nieuwe Oostenrijkse regering besliste die al om gezinshereniging voor asielmigranten op te schorten. Wij zijn al 41 dagen verder en het enige wat u hebt gedaan, is om extra geld gebedeld. Het Vlaams Belang wil dat er onmiddellijk een asielstop komt, nu en niet morgen.
Voorzitter:
Hiermee eindigt het vragenuurtje. Aangezien ik het woord zal nemen bij de bespreking van mijn wetsvoorstel, laat ik mij nu als voorzitter vervangen. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster. Président: Florence Reuter, vice-présidente.
Het dragen van levensbeschouwelijke tekenen door Fedasilwerknemers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de neutraliteit van Fedasil-personeel en het dragen van religieuze symbolen: minister Van Bossuyt bevestigt dat het regeerakkoord streeft naar absolute neutraliteit (zonder onderscheid front/backoffice) om traumatisering van asielzoekers—met name vrouwen uit theocratische regimes—te voorkomen, maar concrete aanpassingen van het arbeidsreglement bij Fedasil zijn nog niet definitief afgerond. De Smet dringt aan op duidelijkheid of het voorstel van haar voorganger (inclusieve neutraliteit) nog geldt en of directies eigen beoordelingsruimte krijgen, maar krijgt geen direct antwoord op de huidige toestand. De minister belooft verdere afstemming met Fedasil, zonder tijdspad of details over het toekomstige kledingbeleid. De kernkwestie—strikte scheiding kerk-staat vs. inclusiviteit—blijft onopgelost.
Voorzitter:
Mevrouw Van Bossuyt, minister van Asiel en Migratie, hartelijk welkom in deze commissie. Hopelijk zullen we u hier regelmatig mogen zien en kunnen we rekenen op goede debatten. Ik ben er zeker van dat dat het geval zal zijn.
François De Smet:
Allereerst proficiat, mevrouw de minister.
C'est une question adressée initialement à votre prédécesseure mais que j'ai redéposée en espérant recevoir une réponse assez différente. J'avais interrogée Mme de Moor au sujet du port des signes convictionnels au sein du personnel des services centraux et décentralisés de Fedasil et elle m'avait indiqué que le règlement de travail devait être modifié dans le sens de la neutralité inclusive, sans prévoir de distinction entre front et back office au niveau du personnel, comme cela se fait toujours au sein du reste de l'administration.
À ce moment, les discussions étaient toujours en cours avec les représentants du personnel et Mme de Moor avait confirmé que cette modification ne devait pas faire l’objet d’une approbation en Conseil des ministres.
Pour des raisons d'attachement à la neutralité et à la laïcité de l'État, je pense toujours que cette modification du règlement qui était envisagée constitue une entrave au statut de la fonction publique fédérale qui dispose la neutralité exclusive des agents, sans compter que dans les faits, et d'ailleurs singulièrement dans un lieu comme Fedasil, elle est susceptible de troubler bon nombre de femmes venant de pays qui sont des régimes théocratiques forts, comme par exemple l'Iran, et qui seraient donc confrontées à des agents portant des signes convictionnels ostentatoires.
Précisons qu'entre-temps, l'accord de gouvernement prévoit un code vestimentaire particulier pour les instances chargées de l'asile.
Quel est l’état actuel de ce dossier au niveau de la modification du règlement de travail qui avait été implémenté par votre prédécesseure au sein de Fedasil? Cette réforme du règlement s’opère-t-elle toujours dans le sens de la neutralité inclusive? Un pouvoir d’appréciation est-il conféré aux directeurs des centres d’accueil ou bien êtes-vous en train de faire marche arrière pour ce qui est du code vestimentaire et, dans ce cas-là, dans quel délai comptez-vous avancer et de quelle manière allez-vous implémenter ce code vestimentaire dont on ne sait encore que peu de choses?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u voor uw felicitaties. Ik heb zelf aan de andere kant gezeten en begrijp dus het belang van het Parlement. Ik zal met plezier uw vragen hier komen beantwoorden, collega's.
Merci à vous, monsieur De Smet, pour vos félicitations.
En effet, l'accord de gouvernement prévoit que les instances d'asile et de migration, comme les centres d'accueil et les instances d'appel, doivent garantir à chacun un service de qualité et neutre de la part de l'autorité fédérale. Cela signifie que chaque interaction doit être perçue comme neutre et cela vise à prévenir la discrimination ou la pression du groupe tout en réaffirmant nos valeurs fondamentales, telles que la séparation de la religion et de l'État et l'égalité entre les hommes et les femmes. Les personnes qui fuient, et il y en a beaucoup, des persécutions religieuses et qui y sont à nouveau confrontées peuvent en ressentir un traumatisme profond.
Il incombe aux fonctionnaires dirigeants, et c'est cela qui est mentionné dans l'accord de gouvernement, de garantir ce service de qualité et neutre dans leurs services. Les intentions du gouvernement sont donc claires et nous sommes en contact avec Fedasil à ce sujet afin de définir les formalités et l'élaboration des modifications éventuelles de leur règlement de travail.
François De Smet:
Merci, madame la ministre pour votre réponse. Cela ne répond pas à toutes mes questions. Cela ne répond pas à la question de savoir si le règlement de travail de Mme de Moor avait bien été implémenté et si aujourd'hui, au moment où nous parlons, les signes convictionnels sont autorisés ou pas pour les agents de Fedasil accueillant la population de manière générale. Pour le reste, vous allez appliquer l'accord de gouvernement et nous allons donc suivre cela avec intérêt.
België als topbestemming voor Palestijnen
Antisemitisme bij asielzoekers
Asiel en integratie van Midden-Oosterse gemeenschappen in België
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België ontvangt disproportioneel veel asielaanvragen van Palestijnen (vooral uit Gaza), met een hoge erkenningsgraad (90%), wat volgens Sam Van Rooy leidt tot import van antisemitisme en extremisme, gezien de dominante steun voor Hamas, sharia en geweld onder Palestijnen (cijfers: 72% steunt Hamas-aanslagen, 93% is antisemitisch). Minister Van Bossuyt benadrukt individuele asielbeoordelingen, stapt af van opvang voor herhaalde aanvragen (vaak al beschermd in andere EU-landen) en kondigt strengere maatregelen aan: langere wachttijd voor sociale bijstand, versnelde uitzetting bij terrorisme of waardenconflict (inclusief intrekking nationaliteit), en een verplichte burgerschapstest. Van Rooy wijst deze aanpak af als naïef, eist onmiddellijke stop op Palestijnse asielinstroom en uitzetting van alle Hamassupporters (niet enkel terroristen), gezien hun radicale opvattingen als onverenigbaar met Belgische waarden. De minister houdt vast aan juridische procedures, maar belooft wel verscherpt toezicht op integratie en veiligheidsrisico’s.
Sam Van Rooy:
Minister Van Bossuyt, welkom in dit Parlement.
Geen enkel ander Europees land, mevrouw Van Bossuyt, ontving in 2024 meer asielaanvragen van Palestijnen dan België. Het gaat om in totaal 5.692 asielzoekers, waarvan het overgrote deel afkomstig is uit het antisemitische en jihadistische Hamaslandje Gaza. De redenen waarom ze naar hier komen, zo vernemen wij, zijn "de pro-Palestijnse houding van België" – dat ging over de vorige regering, dus ik hoop dat deze regering daar verandering in brengt – de hoge erkenningsgraad, namelijk 90 %, en "de aanwezigheid van een relatief grote Palestijnse gemeenschap in dit land".
Zopas was er in Duitsland een 19-jarige moslim uit Syrië, een zogenaamde vluchteling, die Joden wilde vermoorden, zo bevestigde hij. Daarom stak hij een man neer bij het Holocaustmuseum in Berlijn. Naast een mes had hij ook de koran en een gebedskleed bij zich. Ondertussen blijft in België het aantal asielzoekers, niet alleen uit de Palestijnse gebieden, maar uit de hele islamitische wereld, toenemen. In de moslimlanden die in de top tien staan, zoals Syrië, Afghanistan en Turkije, wordt antisemitisme met de islamitische paplepel ingegeven.
Mevrouw de minister, u bent een kersverse minister. Ik heb deze vraag uiteraard ook aan de vorige minister gesteld, maar ik ben zeer benieuwd naar wat uw visie hierop is omdat het antisemitisme in dit land, en zeker in een stad als Antwerpen, toeneemt en reeds torenhoog is. Ik wil u vragen hoe u wilt voorkomen dat er steeds meer islamitische haat tegenover Joden en tegenover andere niet-moslims, want dat gaat vaak hand in hand, in dit land wordt binnengehaald.
Last but not least heb ik nog een vraag die ik niet had ingediend, maar ik wil ze u toch stellen, omdat ik daarover via sociale media heel veel vragen krijg. Zult u ervoor proberen te zorgen, en ik begrijp dat dat niet eenvoudig is, of minstens stappen nemen om Hamassupporters, mensen die dat openlijk aangeven en die een dubbele nationaliteit hebben, het land uit te zetten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, uw beide vragen gaan inderdaad over hetzelfde onderwerp. De eerste werd al ingediend bij mijn voorganger, de tweede is een nieuw ingediende. Ik zal met veel plezier op beide vragen antwoorden.
Eerst en vooral wil ik benadrukken dat ik elke vorm van antisemitisme veroordeel. Het klopt dat België, in vergelijking met andere Europese landen, veel aanvragen van Palestijnen ontvangt. De beschermingsgraad voor deze groep, bepaald door het CGVS, is hoog. Elke verzoeker uit Gaza wordt echter onderworpen aan een individueel onderzoek, waarbij onder andere de recente al dan niet herkomst wordt onderzocht, maar ook wordt bekeken of de persoon in kwestie al internationale bescherming geniet en of er geen uitsluitingsgronden voorhanden zijn.
We zien dat meer dan de helft van de Palestijnen al internationale bescherming geniet in een ander EU-land, voornamelijk in Griekenland. In principe neemt het CGVS in die dossiers een beslissing van niet-ontvankelijkheid. Er wordt echter altijd een individuele analyse gemaakt. Het CGVS bekijkt ook steeds aandachtig in welke dossiers het een cassatieberoep bij de Raad van State kan indienen tegen een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wanneer die ingaat tegen het beleid dat het CGVS vooropstelt.
Het kan niet de bedoeling zijn dat personen die al bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat toch doorreizen naar ons land en een volgend verzoek indienen. Dergelijke meervoudige asielaanvragen vormen een enorme bijkomende werklast op onze diensten, die al kampen met een historisch hoge werkachterstand, en op ons opvangnetwerk, dat al oververzadigd is.
Het regeerakkoord voorziet in verschillende maatregelen om in meer algemene zin, los van de asielaanvragen ingediend door Palestijnen, de instroom in te perken en de uitstroom te verhogen. Ik zal geen volledige opsomming geven van al die maatregelen, maar ik licht er enkele uit. Ten eerste, het tijdelijk versterken van onze diensten om de achterstand weg te werken, de uitstroom te verhogen en het asielbudget te doen inkrimpen. Ten tweede, gelet op de deadline van midden 2026, prioriteit geven aan de implementatie van het Europese migratiepact en optimaal gebruikmaken van de verstrengingen die daarin zijn voorzien.
Een derde punt is zeer belangrijk in de context van de Palestijnse dossiers. Een aanzienlijk deel van hen heeft al bescherming genoten in een andere lidstaat of heeft daar asiel aangevraagd. In dat geval hoeft België dat verzoek niet opnieuw te onderzoeken. We onderzoeken dus of we bepaalde maatregelen van het Europese migratie- en asielpact versneld kunnen uitvoeren. Misschien nog belangrijker is dat enkel verzoekers die voor het eerst een asielaanvraag indienen, waarvoor dus geen asielprocedure in een andere lidstaat loopt of afgehandeld is, een opvangplaats krijgen.
Een ander voorbeeld van de verstrenging is het feit dat toekomstige nieuwkomers vijf jaar zullen moeten wachten om sociale bijstand te kunnen krijgen. We weten immers allemaal dat de huidige soepele maatregelen een pullfactor zijn naar ons land.
In verband met de jammerlijke gebeurtenissen in Duitsland is het duidelijk dat wie naar ons land komt, zich moet integreren en zich onze waarden en normen eigen moet maken, zoals de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van kerk en staat en onze antidiscriminatiewetgeving. Daartoe behoort ook onze strijd tegen antisemitisme. Wie deel wil uitmaken van onze maatschappij, moet onze normen en waarden onderschrijven. Dat willen we bewerkstelligen door een geslaagde burgerschapstest in te voeren als voorwaarde voor een permanent verblijfsrecht. Daarnaast willen we kordaat optreden door de diensten te versterken die zich bezighouden met de intrekking van beschermings- en verblijfsstatuten naar aanleiding van dergelijke ernstige feiten ten aanzien van onze democratische rechtsstaat. Ook een asielaanvraag kan worden geweigerd wegens dergelijke feiten. Daarop zullen we ook meer focussen.
Ten slotte had u nog een vraag toegevoegd over de nationaliteit. Als iemand met een dubbele nationaliteit veroordeeld wordt voor terrorisme of niet voldoet aan zijn verplichtingen als onderdaan van het land, kan de nationaliteit worden ingetrokken. Het is aan de rechter om daarover te oordelen, maar het regeerakkoord voorziet in een uitbreiding van de mogelijkheid om de nationaliteit in te trekken. Wie daardoor niet langer de Belgische nationaliteit heeft, kan dus ook zijn verblijfsrecht verliezen. Ook dat moet makkelijker worden op basis van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. In het regeerakkoord staat duidelijk dat die personen het land uitgezet moeten worden.
Sam Van Rooy:
Minister Van Bossuyt, ik deel met u graag dezelfde zorgwekkende cijfers die ik enkele maanden geleden ook aan uw voorganger, staatssecretaris de Moor, heb gegeven. De overgrote meerderheid van de Palestijnen, namelijk 72 %, zoals blijkt uit onderzoek, staat achter de bloedige jihadistische aanslagen van Hamas van 7 oktober 2023. 89 % van die Palestijnen is voorstander van de sharia. 66 % vindt dat wie de islam verlaat de doodstraf moet krijgen. 40 % van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Bijna de helft van de Palestijnen staat negatief tegenover christenen. Meer dan 93 %, mevrouw Van Bossuyt, is antisemitisch en heeft antisemitische denkbeelden. Tot slot een resultaat dat voor u als vrouw op zijn minst even interessant is: 87 % van de Palestijnen vindt dat de vrouw moet gehoorzamen aan haar man en 67 % vindt dat een vrouw niet mag scheiden van haar man. Mevrouw Van Bossuyt, als u die cijfers hoort, blijft u dan nog altijd van mening dat Palestijnen hier überhaupt recht zouden hebben om een vluchtelingenstatuut te krijgen? Of gaat u ze allemaal bekeren en al die denkbeelden ongedaan maken met een of andere burgerschapstest? Gelooft u daarin? Ikzelf geloof daar niet in en ik denk dat het een grote fout is om er wel in te geloven. Ik herhaal dus mijn oproep: stop met de import van Palestijnen en zet Hamassupporters, niet alleen terroristen, maar de moslims die Hamas steunen en ervoor applaudisseren, het land uit. Dat is wat we nodig hebben.
De terugkeer van Syriërs
De herbeoordeling van de asielaanvragen van Syrische staatsburgers
Herbeoordeling van Syriërs en hun asielstatus
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België telde sinds januari 2025 44 vrijwillige Syrië-terugkeren (10-15 wekelijkse aanvragen), maar het CGVS houdt asielbeslissingen voor Syriërs op tot minstens eind maart 2025 wegens gebrek aan betrouwbare informatie over de veiligheidssituatie. België onderzoekt een Oostenrijkse *go-and-see*-aanpak (kennismakingsreizen zonder directe terugkeerplicht) en bespreekt op de aankomende EU-top (met focus op migratie-externalisering en terugkeerhubs) mogelijke vrijwillige terugkeerstimulansen, maar biedt geen financiële bonus zoals Oostenrijk (€1.000). Herbeoordeling van bestaande statuten blijft onderzocht, maar concreet beleid ontbreekt nog. Discrepantie: Oostenrijk moedigt terugkeer aan, terwijl België asieldossiers bevriest.
Voorzitter:
Mevrouw Delcourt laat zich verontschuldigen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, sinds 8 december 2024 zijn al veel Syriërs die in andere Europese en niet-Europese landen verbleven naar hun thuisland teruggekeerd. Volgens de VN zou het al gaan over meer dan 1 miljoen mensen, van wie 280.000 het vluchtelingenstatuut zouden hebben.
Kunt u aangeven of dat ook het geval is in dit land? Hebt u er zicht op hoeveel Syriërs uit België al vrijwillig terugkeerden naar hun herkomstland? In andere EU-landen wordt er gewerkt met een soort terugkeerbonus voor Syriërs. Oostenrijk zou zo 1.000 euro aanbieden aan elke Syriër die vrijwillig terugkeert. Overweegt u om ook zo'n maatregel te nemen?
Het beleid van het CGVS over de asielaanvragen van Syrische vluchtelingen stond on hold. Is dat nog altijd zo? Kunt u dat toelichten? Wanneer verwacht u dat het beleid zal wijzigen? Ondertussen zijn we immers al enkele maanden verder.
Zult u de toegekende statuten herbekijken? Daarnet zei u dat u daar werk van zou maken, als ik het goed begrepen heb. Zult u dat ook doen voor Syriërs?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik geef eerst een aantal cijfers die u opvroeg.
Fedasil meldt me dat er sinds 16 januari 2025 44 Syriërs vrijwillig zijn teruggekeerd. Sinds 15 januari 2025 zijn er wekelijks 10 à 15 aanvragen voor een vrijwillige terugkeer naar Syrië.
U verwijst naar initiatieven die in Oostenrijk worden genomen onder de naam go and see visits , waarbij een bezoek wordt gefaciliteerd om te gaan kijken in Syrië en er daarna eventueel vrijwillig naar terug te keren. We zijn momenteel aan het onderzoeken of wij dat ook zullen doen.
Ik ga even naar het laatste stukje van uw vraag, waarin u vraagt wat er op Europees vlak zal gebeuren. Volgende week woensdag is er een Europese ministerraad, zoals ik daarnet zei, en daar staat Syrië ook geagendeerd. Dan zullen we daar allicht meer over weten.
Fedasil faciliteert en ondersteunt de vluchten, evenals re-integratie. Daarnaast onderzoekt Fedasil een toekomstige samenwerking met mogelijke re-integratiepartners van Fedasil, zoals IOM en Caritas International Belgium. Zij bieden momenteel geen re-integratiediensten aan in Syrië zelf.
In de context van de recente gebeurtenissen in Syrië heeft het CGVS de behandeling van de dossiers van verzoekers afkomstig uit Syrië tijdelijk opgeschort en dat blijft ook zo. Sinds 9 december 2024 worden geplande persoonlijke gesprekken geannuleerd en worden onderzoeken ook on hold gezet. Alleen de persoonlijke gesprekken en beslissingen voor personen met een status van bescherming in een andere EU-lidstaat worden voortgezet. Overige beslissingen werden opgeschort. Deze opschorting is slechts tijdelijk, maar wel al zeker tot eind maart 2025. Het CGVS heeft op dit moment onvoldoende objectieve informatie om de situatie in Syrië accuraat te kunnen beoordelen. Het volgt de situatie natuurlijk nauwgezet op en zal ook tijdig communiceren of deze deadline wordt opgeheven of verlengd. Het gaat hier over de deadline van eind maart.
Uit Europese overlegplatformen blijkt dat verschillende Europese landen de vrijwillige terugkeer naar Syrië faciliteren. Daar hebt u naar verwezen. Dat gaat over de go and see , waarop ik al geantwoord heb. We onderzoeken of we dat eventueel ook zullen doen. Op de Europese top rond Syrië van volgende week wordt dat ook besproken.
Francesca Van Belleghem:
Ik weet niet of het mogelijk is om een kleine, aanvullende vraag te stellen. Welke zijn de andere agendapunten op die Europese top? Kunnen we die online vinden?
Anneleen Van Bossuyt:
Die informatie is inderdaad online te vinden, maar een ander belangrijk agendapunt gaat specifiek over de externalisering en de externe dimensie van het migratiebeleid, waaronder de terugkeerhubs. Dat is geen geheim. Dat staat dus ook op de agenda. Dat is wel een belangrijk punt op de Europese ministerraad van volgende week woensdag.
Francesca Van Belleghem:
Dank u wel, dat is interessant. Ik vond wel iets raars in uw antwoord. Oostenrijk geeft de zogenaamde go and see -premies. Terwijl ze volgens Oostenrijk kunnen terugkeren naar Syrië, kunnen wij nog altijd geen asielaanvragen beoordelen. Dat lijkt me een discrepantie. Men kan wel terugkeren en vrijwillig terugkeren, maar wij kunnen nog altijd geen asielaanvragen beoordelen.
Ik hoop dat we na maart 2025 enigszins meer zullen kunnen beoordelen.
Anneleen Van Bossuyt:
De go and see dient niet om naar daar te gaan en er te blijven. Die is bedoeld om naar daar te gaan en te kijken of de betrokkene eventueel vrijwillig zou terugkeren. Zij gaan echter eerst terug naar Oostenrijk. Dat is wat de go and see eigenlijk inhoudt.
De stijging van transmigratie in West-Vlaanderen
Transmigratie in West-Vlaanderen
Transmigratieontwikkelingen in West-Vlaanderen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De transmigratie in West-Vlaanderen (met name Zeebrugge en de kust) laat een alarmerende stijging zien: 909 onderscheppingen in 2024 (vs. <400 in 2023), waarvan 230 niet-begeleide minderjarigen (leeftijdscontroles worden betwijfeld) en vooral Eritreeërs, Soedanezen en Irakese nationaliteiten. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) ondersteunt politieacties (13 transmigratie-interventies in 2024), maar terugkeer is moeilijk door gebrek aan terugnameakkoorden, en slechts 37 vasthoudingen leidden tot procedures—vaak via Dublin of gerechtelijke aanpak van smokkelnetwerken. Kernproblemen: samenwerkingstekorten (VK/Frankrijk/België), ontbrekende provinciespecifieke data, en dweilen met de kraan open door gerichte controles die onvoldoende effect sorteren. Eisen: versterkte politiesteun (met name kustregio), betere gsm-analyse voor routes, strengere identificatie, en dringend overleg met Binnenlandse Zaken/Justitie om mensensmokkel en inklimmen in vrachtwagens (levensgevaarlijk) aan te pakken.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, het zal u niet verbazen dat voor deze vraag de twee West-Vlamingen, met name twee Bruggelingen, aan het woord zijn. Wij worden namelijk sinds jaar en dag geconfronteerd met de transmigratieproblematiek. De laatste jaren was ze eigenlijk zo goed als uit het straatbeeld verdwenen. Ik kan niet zeggen dat ze helemaal verdwenen was, maar we zagen toch een enorme daling in West-Vlaanderen.
Onlangs communiceerde de provinciegouverneur echter dat het aantal gevatte transmigranten opnieuw stijgt. In 2024 werden er 632 gevat, terwijl er in 2023 minder dan 400 gevat werden. Volgens de gouverneur zou 70 % van alle aangetroffen transmigranten in onze provincie aangetroffen worden, maar dat is eigenlijk al lang zo. De oorzaak van de stijging is moeilijk te achterhalen, maar er zouden verschillende factoren spelen, zoals de gerichte controles, het weer, het beleid in het Verenigd Koninkrijk en de veranderde routes richting Europa, maar ook richting Groot-Brittannië.
Om dat fenomeen aan te pakken is er inderdaad een goede samenwerking op de verschillende niveaus nodig. In het verleden hadden we ook een werkgroep die er voor 100 % mee bezig was om dat allemaal te monitoren. Kunt u extra toelichting geven over de transmigratieproblematiek, in het bijzonder over West-Vlaanderen? Zijn daar ook minderjarigen bij betrokken? Hoeveel waren er? Wat waren de voornaamste nationaliteiten en hoe verklaart u die stijging? Levert de Dienst Vreemdelingenzaken bijstand bij acties op het terrein? Worden die mensen dan teruggebracht naar een gesloten centrum? In hoeveel gevallen komt er een effectieve terugkeer? Hoe zult u de problematiek verder aanpakken? Zult u in overleg gaan met de minister van Binnenlandse Zaken en bij uitbreiding de minister van Justitie, aangezien het vaak ook om mensensmokkel gaat?
Franky Demon:
Zoals mevrouw De Vreese daarnet aangaf, is het rapport van de West-Vlaamse gouverneur duidelijk. Ik schrok ervan, want de voorbije jaren was er een daling. Plots is er nu een stijging. Als ik de gouverneur volg, werd maar liefst 40 % van alle transmigranten aangetroffen in de havenzone in Zeebrugge. De andere 60 % werd aangetroffen in de kustregio.
Zoals mevrouw De Vreese daarnet opmerkte, kan een stijging verschillende oorzaken hebben, zoals het beleid in het Verenigd Koninkrijk of gerichtere controles. Niettemin blijven onze lokale politiemensen het gevoel hebben dat zij met de kraan open dweilen. Om de transmigratieproblematiek aan te pakken, moet, zoals wij allen weten, worden ingezet op samenwerking, uitwisseling van gegevens en innovatieve technologieën, zodat smokkelbendes opgepakt kunnen worden.
Welke steden en gemeenten of welke geografische gebieden in West-Vlaanderen ervaren de grootste impact van de transmigranten? Hoeveel geregistreerde transmigranten werden er in 2023 en 2024 aangetroffen in West-Vlaanderen? Om welke nationaliteiten gaat het? Zoals mevrouw De Vreese aangaf, is er ook de vraag naar het aantal minderjarigen. Zijn er linken naar netwerken in relatie tot de landen van herkomst van de transmigranten?
U bent nog maar net aangetreden, maar had u al gesprekken met de lokale overheden in de kustregio’s over de transmigratieproblematiek of plant u die gesprekken nog? Bent u van plan te overleggen met de minister van Binnenlandse Zaken om eventueel extra steun van de federale politie te krijgen, ook in de kustregio, teneinde de transmigratieproblematiek te helpen aanpakken?
Ten slotte, de uitwisseling van gegevens tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België blijft een heikel punt. Wat zult u ondernemen om de samenwerking beter op punt te kunnen stellen?
Anneleen Van Bossuyt:
Collega's, ik zal antwoorden op basis van cijfers die ik van de Dienst Vreemdelingenzaken heb gekregen. In 2024 ontving de DVZ 909 administratieve verslagen van controles door de politie na een interceptie met vermelding transmigratie. Daarvan waren er 230 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.
U vraagt beiden naar cijfers specifiek voor West-Vlaanderen, maar het is blijkbaar niet mogelijk om de cijfers per provincie te geven. Voor meer informatie verwijs ik u naar de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de politie, aangezien de DVZ enkel informatie kan geven over de verslagen die de politie aan de dienst bezorgt. Die verslagen worden niet per provincie geregistreerd bij de DVZ. Voor specifieke cijfers voor West-Vlaanderen dient u zich dus tot de minister van Binnenlandse Zaken te wenden.
De DVZ leverde in 2024 bijstand bij 267 acties op het terrein. Daarvan waren er 13 acties in het kader van transmigratie. In 2024 werden er betreffende de 909 ontvangen controleverslagen met vermelding transmigratie 37 vasthoudingsbeslissingen genomen, waarvan 15 in het kader van Dublin. Er is echter geen relatie tussen de databank van de intercepties en die van de terugkeer. Momenteel kan de vraag met betrekking tot terugkeer dan ook niet beantwoord worden. Wat ik u wel kan meegeven, is de top vijf van nationaliteiten van personen die onderschept worden: vanuit Eritrea 225, vanuit Soedan 141, vanuit Irak 112, vanuit Iran 65, vanuit Afghanistan 52 en vanuit Ethiopië ook 52.
De DVZ levert samen met de politie hard werk op het terrein in de strijd tegen transmigratie. Als de DVZ een administratief verslag van controle ontvangt, kan een beslissing tot vasthouding genomen worden, ook indien het een transmigrant betreft. Veel transmigranten kunnen vanwege hun verklaarde nationaliteit, bijvoorbeeld uit Irak of Ethiopië, moeilijk gerepatrieerd worden. Daarom moet er volop ingezet worden op identificatie en moeten er prioritair terugnameakkoorden met de herkomstlanden worden gesloten of versterkt om de terugkeer van transmigranten mogelijk te maken.
Voor transmigranten die in een andere lidstaat een asielaanvraag hebben ingediend, wordt de Dublinverordening toegepast.
Voorts is er overleg met de politiediensten, de lokale overheden en de provincies, waaraan de DVZ deelneemt, als dat gevraagd wordt. Een multidisciplinaire aanpak is noodzakelijk met alle actoren: de DVZ, de politie, het parket enzovoort.
Op Belgisch niveau is de aanpak op politioneel en gerechtelijk niveau te situeren. Het uitvoeren van controles is een politionele bevoegdheid en geen bevoegdheid van de DVZ. Acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. De politie kan daarvoor ondersteuning aan de DVZ vragen. De planning van de dienst Ondersteuning Politiediensten wordt in feite bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met de politiediensten, de lokale overheden en de provincies.
De nadruk ligt op het gerechtelijke luik, waarbij de focus ligt op het opsporen en het ontmantelen van netwerken van smokkelaars, want daar gaat heel vaak mensensmokkel mee gepaard.
Er worden dus diverse acties ondernomen, namelijk politionele acties, een versterkte samenwerking met Frankrijk, ondersteuning van de operaties door Frontex en overleg met de Europese Commissie en Frontex.
Maaike De Vreese:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Het gaat om 230 niet-begeleide minderjarigen, wat ongelooflijk veel is. Ik vraag me af of dat werkelijke niet-begeleide minderjarigen zijn en of er twijfel over hun leeftijd werd geuit. Dit is iets wat ook in het verleden gebeurde, toen het aantal ook groot was. Op het moment dat ze zich uitgeven voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen stopt de procedure bij de Dienst Vreemdelingenzaken immers en worden ze aan de dienst Voogdij overgedragen. Dat komt er eigenlijk op neer dat ze gewoon terug op de straat worden gezet.
Ik zal een schriftelijke opvolgingsvraag naar de minister van Justitie sturen over wat er met die niet-begeleide minderjarige vreemdelingen gebeurd is.
De inklimming in vrachtwagens en koelwagens baart me echt zorgen, zeker als ik hoor dat het over minderjarigen gaat. Dat moet echt wel worden uitgeklaard.
Ook moeten we volop inzetten op het uitlezen van de gsm's om de routes te weten te komen en die mensen beter te kunnen identificeren met het oog op hun terugkeer.
Franky Demon:
Dank u wel, mevrouw de minister. Ik was ook wel wat geschrokken toen ik hoorde dat ongeveer een vierde minderjarig lijkt. Daarnaast gaf u heel wat technische antwoorden die ik ook verwachtte. Mijn oproep aan u is: trek mee aan de kar! Ik zal bij de minister van Binnenlandse Zaken ook aandringen om extra steun te geven aan de kust. Die steun is misschien een beetje afgenomen, maar we zien onmiddellijk een stijging van de transmigratieproblematiek. Ik maakte nog met een voorgangster van u, mevrouw Daphne Dumery, een wet over inklimming. Als er inderdaad sprake is van inklimming in vrachtwagens of koelwagens kunnen we hen een straf opleggen. Mijn vraag is dus geef extra steun aan de federale politie en trek mee aan de kar. Ik geloof ook echt in betere relaties met het Verenigd Koninkrijk en met Frankrijk. Die uitwisseling moet beter kunnen. Ik begrijp uw technische antwoorden, maar volgens mij moet u er gewoon heen gaan, met de vuist op tafel kloppen en bekijken hoe we beter kunnen samenwerken om de cijfers weer te laten zakken.
De fraude bij studiemigratie
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De publicatie van studiemigratiecijfers is tijdelijk stopgezet door mankrachtsgebrek maar wordt in 2024 hervat, terwijl fraude bij studentenvisa moeilijk aan te tonen is door beperkte weigeringscriteria (enkel bij bewijs van valse documenten of ander migratiedoel). Kameroense studenten vormen de grootste groep met twijfelachtige dossiers en hoge schooluitval, maar misbruik komt breder voor; strengere regels (zoals in het regeerakkoord) worden onderzocht om misbruik via privé-instellingen (waaronder vertraagde studies, asielaanvragen of gezinsvorming) tegen te gaan, hoewel juridische beperkingen blijven bestaan. Van Belleghem dringt aan op snelle wetgeving om fraude en asielinstroom via studiemigratie in te dijken, met focus op betere controle van privé-scholen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag, zodat we wat kunnen opschieten.
Al enige tijd worden geen actuele cijfers meer gepubliceerd inzake studiemigratie (https://dofi.ibz.be/nl/figures/access-and-stay/studenten). Zult u het engagement hernemen om tijdig deze cijfers te publiceren?
Volgens de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken is het aantal fraudegevallen in geval van studiemigratie, waarbij men ondanks het statuut als 'student', niet naar hier komt om te studeren, onvoldoende afgenomen. Kunt u verduidelijken hoe vaak deze vormen van fraude bij studiemigranten voorkomen? Gaat het nog steeds voornamelijk om studenten uit Kameroen? Welke maatregelen zult u nemen om fraude tegen te gaan? Binnen welke termijn?
Volgens de directeur-generaal wordt nog “veel schooluitval vastgesteld bij Kameroense studenten". Kunt u verduidelijken wat “veel" is door hier een aantal op te plakken? Komt dit ook voor bij studenten met andere nationaliteiten? Zo ja, dewelke?
Er zou een groot verschil merkbaar zijn tussen enerzijds officiële instellingen en anderzijds privé-instellingen. Omwille van rechtspraak (vrijheid van onderwijs) kan studiemigratie niet beperkt worden tot officiële instellingen. Welke maatregelen zult u nemen om misbruik bij privé-instellingen tegen te gaan?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ten eerste, de DVZ meldt mij dat de publicatie van cijfers over studiemigratie on hold werd gezet vanwege een gebrek aan mankracht. Het is de bedoeling de publicatie dit jaar te hervatten. Het merendeel van de informatie blijft wel beschikbaar en u kunt die terugvinden in het activiteitenverslag van de Dienst Vreemdelingenzaken en op de website in de rapporten over de visumaanvragen.
Ten tweede, de voorwaarden voor een studentenvisum zijn momenteel niet streng. Als er een attest van inschrijving of toelating en een tenlasteneming is, is de beslissingsmarge van de DVZ beperkt. Enkel als er fraude kan worden aangetoond in de voorgelegde documenten of als er kan worden aangetoond dat er een ander migratiedoel is dan studies, kan het visum worden geweigerd.
De mogelijkheden om de wetgeving te verstrengen, worden momenteel bestudeerd. Dat is ook opgenomen in het regeerakkoord. Zoals u allicht hebt gelezen, staan er daarin heel wat verstrengingen met betrekking tot de voorwaarden om met een studentenvisum hierheen te reizen. Tot zo lang is een studentenvisum echter een gemakkelijke toegangspoort tot de Europese Unie. Eenmaal binnen kan men bijvoorbeeld zijn studies zo lang mogelijk rekken, een partner zoeken, een gezin stichten of een verzoek om internationale bescherming indienen. Het bewijzen van fraude in de strikte zin van het woord is dan ook niet zo eenvoudig. Ik kan u hierover geen cijfers bezorgen, want die zijn niet bekend bij de DVZ.
De voorbije tien jaar waren de Kameroense studenten in de meerderheid. Het is dan ook logisch dat er bij hen het meest twijfelachtige dossiers voorkomen, maar het is zeker niet zo dat enkel die groep misbruik maakt van het studentenvisum voor andere migratiedoeleinden.
Ten derde, wat de schooluitval bij de Kameroense studenten betreft, de DVZ heeft geen globale analyse gemaakt van de academische migratie. Er duiken echter zo vaak dossiers op waarin vragen kunnen worden gesteld over de studie-intenties dat de directeur-generaal werd geïnformeerd over het probleem. De DVZ is dus op de hoogte van het probleem.
Officiële en private instellingen voor hoger onderwijs mogen niet allemaal over dezelfde kam geschoren worden. Sommige instellingen werken zeer correct, andere doen dat niet en die hebben veel succes bij buitenlandse studenten. Die laatste instellingen worden nauwlettend in het oog gehouden. De juridische mogelijkheden om de aanvragen systematisch te weigeren, zijn echter beperkt.
Ik geef u enkele cijfers voor 2022, 2023 en 2024 over de privéscholen voor hoger onderwijs. Het aantal aanvragen voor een studentenvisum lag in 2022 op 1.611, in 2023 waren er 1.430 en in 2024 1.175. In 2022 werden er 433 toegekend, in 2023 540 en in 2024 650. Het aantal weigeringen lag in 2022 op 801, in 2023 op 1.222 en in 2024 op 789.
Francesca Van Belleghem:
Dank voor uw uitgebreide antwoord en het cijfermateriaal. We hebben vandaag al vaak gehoord dat een en ander onderzocht wordt en dat is ook logisch, want u staat aan het begin van uw termijn als minister. Ik hoop toch dat er gestaag wetsontwerpen in het Parlement zullen worden ingediend, want er moeten heel snel maatregelen worden genomen, zeker om de instroom van asielzoekers te beperken, de terugkeercijfers te verhogen en de aangehaalde fraudegevallen aan te pakken. Ik hoop dat er specifieke wetgevende initiatieven komen om frauderende privéinstellingen beter te kunnen viseren.
Nieuwe opvangcentra voor asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: De asielopvang kampt met 3.000 wachtenden, 402 hotelopvangplaatsen (stijging ten opzichte van januari) en 15,6 miljoen euro aan onbetaalde dwangsommen door vorig beleid, terwijl 36.168 opvangplaatsen (inclusief oneigenlijke locaties zoals kazernes en campings) actief zijn. Van Bossuyt wil de instroom beperken met aankomende *crisismaatregelen* (geen timing bekend) en vermijdt nieuwe opvang om "aanzuigend effect" tegen te gaan, maar ontkent concrete plannen voor camping Bree of nieuwe asielcentra. Van Belleghem dringt aan op snelle afbouw van hotelopvang als hefboom om instroom te remmen en eist transparantie over nieuwe toewijzingen. De kosten liepen vorig jaar op tot 1 miljard euro, met focus op *eerste asielaanvragers*.
Francesca Van Belleghem:
Deze vraag is zowat een allegaartje, maar ook wel heel belangrijk. Ze gaat namelijk over de belangrijkste crisispunten.
Hoeveel asielzoekers staan er op de wachtlijst voor een opvangplaats en hoeveel asielzoekers verblijven er op dit moment nog op hotel?
Uw voorganger is wegens haar wanbeleid zeer vaak veroordeeld om dwangsommen te betalen. Daarom had ik graag een laatste stand van zaken gehad.
Ook vroeg ik mij af hoeveel plaatsen er op dit moment voorzien zijn in de oneigenlijke opvang. Dat is dus de opvang op campings, in jeugdcentra enzovoort. Zijn er ook plannen om binnenkort meer van deze oneigenlijke opvangplaatsen te openen?
Meer concreet, zijn er plannen om tijdelijk asielzoekers op te vangen op camping Kempenheuvel in Bree? Daarover had ik immers geruchten opgevangen en ik wilde weten of die correct zijn.
Tot slot, zijn er ook plannen om binnenkort nog echte asielcentra, zoals in Charleroi, waar ik het daarnet over had, te openen? Zo ja, waar en wanneer?
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel, collega Van Belleghem, voor uw vragen.
Momenteel staan er iets minder dan 3.000 personen op de wachtlijst. Op 17 februari 2025 verbleven er 402 personen in de Brusselse noodopvangplaatsen.
Van januari 2022 tot en met 10 februari 2025 waren er 10.522 betekeningen van veroordelingen om een dwangsom te betalen. Op 31 december 2024 was het theoretische bedrag van de te betalen dwangsommen 15.599.800 euro. Geen enkele dwangsom werd betaald en dat blijft ook mijn beleid.
Het opvangnetwerk telde op 21 februari 2025 36.168 opvangplaatsen in verschillende soorten infrastructuren, gaande van voormalige kazernes van Defensie, voormalige kloosters en oude woonzorgcentra tot toeristische infrastructuur. Ik heb die situatie geërfd. We hebben het er daarnet al eventjes over gehad.
We moeten eerst en vooral de asielinstroom indijken en daarom kom ik met een pakket crisismaatregelen. Ik ga nog niet zeggen wanneer. Pas daarna zullen we geleidelijk kunnen afbouwen. Voorlopig moet dit worden verdergezet tot er beterschap is.
Het gebruik van dergelijke locaties heeft in het verleden uitgewezen dat het een aanzuigende factor is en dat moeten we absoluut vermijden.
Het aantal plaatsen in ons opvangnetwerk is ook historisch hoog, net als de daaraan verbonden kosten. Vorig jaar bedroegen die namelijk 1 miljard euro. De opvang moet beperkt blijven tot zij die een eerste asielaanvraag indienen. De samenleving kan het volume niet langer dragen. Dat is dan ook de reden waarom wij bezig zijn met dat pakket maatregelen.
Francesca Van Belleghem:
Ik heb de cijfers nog eens opgezocht voor deze commissievergadering. In juli verbleven er 728 asielzoekers in de hotelopvang. Op 13 januari daalde dat aantal naar 277. Nu zegt u dat er 402 personen verblijven in de hotelopvang. Dat wil zeggen dat er op heel korte termijn nieuwe hotelopvang voor asielzoekers georganiseerd werd en dat de hotelopvang is toegenomen, wellicht ook onder de nieuwe regering. Zou u dat nog kunnen bevestigen of werden er in het verleden foute cijfers gegeven? Ik heb op mijn vijfde vraag, namelijk over de camping in Bree, ook geen antwoord gekregen.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb geen informatie over de camping in Bree. Ik kan ook geen verantwoordelijkheid nemen voor cijfers die de vorige regering heeft gegeven. Het klopt wel dat er nu 402 personen in de Brusselse noodopvangplaatsen zitten. Ik heb zelf echter nog geen opdracht gegeven tot het openen van bijkomende plaatsen.
Francesca Van Belleghem:
Ik hoop dat er dan een concrete timing komt voor het afbouwen van die hotelopvangplaatsen. Als u de instroom van asielzoekers wilt beperken, dan is het beperken van de hotelopvang immers een eerste stap. U mag dus ook geen nieuwe asielzoekers meer toewijzen aan die hotelopvangplaatsen. Ook dat zullen we nauwgezet opvolgen, zodat het aantal asielzoekers in hotelopvang zo snel mogelijk zal dalen.
Het asielcentrum in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het tijdelijk asielcentrum in Hasselt—initieel bedoeld voor 18 maanden maar nu al 4,5 jaar open—zal niet sluiten op 16 maart 2025 zoals gepland, omdat de recordhoge asielinstroom (12% stijging ten opzichte van 2023) en falende crisismaatregelen dit onmogelijk maken, aldus minister Van Bossuyt. Sluiting kan pas na een significante daling van de instroom, eerst in jeugdverblijven, dan hotels en LOI’s—geen concrete datum wordt gegeven. Troosters noemt dit "ontgoochelend en herhaling van jarenlang uitstelbeleid", wijst op gebrek aan transparantie en beloftes die niet worden nagekomen, terwijl buurtbewoners blijven wachten. De minister belooft binnen 2-3 weken "uitsluitsel," maar biedt geen garanties of nieuwe sluitingsplannen.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, in oktober 2020 werd er in Hasselt een tijdelijk asielcentrum in het vroegere Parkhotel geopend, initieel voor 12 maanden en eenmalig verlengbaar met 6 maanden. Van die optie werd ook gebruikgemaakt, maar toen die 6 maanden om waren, werd de opdracht in dat verband telkens opnieuw verlengd, waardoor we intussen 4,5 jaar verder zijn en dat tijdelijk asielcentrum nog steeds open is. Op de ministerraad van vrijdag 6 december besliste de regering om het asielcentrum langer open te houden, namelijk tot 16 maart 2025. Kunt u bevestigen dat het asielcentrum in Hasselt effectief gesloten zal worden op 16 maart 2025?
Zo neen, waarom niet? Zal er desgevallend opnieuw worden overgegaan tot het verlengen van de opdracht tot uitbating? Zal dat opnieuw via Umami verlopen? Aan welke voorwaarden? Wat wordt de nieuwe sluitingsdatum?
Welke maatregelen zult u nemen om het asielcentrum in Hasselt zo snel mogelijk te sluiten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Troosters, ik heb er daarnet in antwoord op een vraag van collega Vandemaele naar verwezen, het aantal asielaanvragen in België ligt momenteel 12 % hoger dan in dezelfde periode van vorig jaar en vorig jaar was al een recordjaar.
Het regeerakkoord voorziet in verschillende hefbomen om de instroom te doen dalen. Dat moet echt gebeuren en heeft absoluut prioriteit. Vandaar dat we een pakket crisismaatregelen voorbereiden.
Met betrekking tot Hasselt vernam ik dat de deadline voor de sluiting van het centrum in Hasselt in maart niet zal kunnen worden gehaald. Fedasil is nu, net zoals vorig jaar, bezig met de organisatie van de afbouw van de tijdelijke opvangplaatsen in de jeugdverblijven. Pas nadat de instroom gevoelig is gedaald, kunnen we starten met het sluiten van andere noodopvangplaatsen in hotels en daarna de LOI's.
Frank Troosters:
Dank u wel, mevrouw de minister. Het is een ontgoochelend antwoord, want uw uitleg dat men eerst de instroom moest beperken, kreeg ik ook vele jaren van uw voorgangster, mevrouw de Moor. Daar hebben de buurtbewoners in Hasselt, die destijds gewoon werden belogen, weinig boodschap aan. Als het centrum nu niet wordt gesloten, wanneer zal dat dan wel gebeuren? Dat weet u niet? Ik begrijp dat het vrij kort dag is, want tussen eind februari en 16 maart liggen twee of drie weken. Ik mag dan aannemen dat er in de komende twee of drie weken uitsluitsel zal komen over het verdere verloop. Ik denk dat de buurtbewoners wel ontgoocheld zullen zijn, want er is nu geen nieuws. Hiermee zet u gewoon het beleid van uw voorgangster voort. Dat is wat zij ervan onthouden.
Het implementatieplan voor het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende een onvolledig nationaal implementatieplan voor het EU-migratiepact in onder de vorige regering, dat nu wordt gefinaliseerd voordat besloten wordt of en hoe het met het parlement wordt gedeeld—geen concrete timing gegeven. Vandemaele dringt aan op transparantie voor een kwalitatief debat, terwijl Van Bossuyt benadrukt dat wetswijzigingen via de normale parlementaire weg lopen. De discussie over een *coalition of the willing* voor externalisering van terugkeerbeleid ontaardt in verwarring over regeerakkoordversies: Van Bossuyt claimt dat de intentie (samenwerking met "gelijkgezinden") behouden blijft, maar de expliciete term ontbreekt in de nieuwste versie, wat Vandemaele als politieke onduidelijkheid aanwijst.
Matti Vandemaele:
Hoewel ik relatief nieuw ben in dit Parlement, kan ik mijn vraag toch al als een evergreen beschouwen. Uw voorgangster heb ik daarover verschillende keren bevraagd. U zegt, zoals het ook in het regeerakkoord staat, dat het Europese migratiepact een centrale as in uw beleid vormt. In dat geval is het heel belangrijk dat wij als parlementsleden over de nodige informatie kunnen beschikken.
Elke lidstaat moest uiterlijk op 12 december 2024 een nationaal implementatieplan indienen. België is die verplichting flink nagekomen. De Europese Commissie heeft gecommuniceerd dat de lidstaten hun implementatieplan openbaar mochten maken. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, dat voor u toch een gidsland is inzake migratie, hebben hun plan inmiddels gedeeld. In het belang van het parlementaire debat en opdat wij ons werk goed zouden kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat wij over dat document kunnen beschikken. Binnen een aantal weken zullen we uw beleidsnota bespreken. Daarin zult u vaak verwijzen naar de implementatie van het Europese migratiepact. Om daarover op een kwaliteitsvolle manier te kunnen spreken, zouden we dat implementatieplan moeten krijgen.
Bent u bereid dat implementatieplan aan ons over te maken, al dan niet onder gesloten envelop, al dan niet achter gesloten deuren? Ik wil het plan kunnen lezen, want dat is belangrijk voor ons. Wilt u daaraan meewerken of niet? Zo ja, wanneer kunnen we het plan krijgen? Zo niet, wat zijn uw argumenten om dat plan niet over te maken?
Ik heb nog enkele seconden voor een bijvraag. U hebt daarnet verklaard nog steeds te willen werken aan een coalition of the willing in het kader van de externalisering van het terugkeerbeleid op Europees niveau, al dan niet in het kader van het implementatieplan van het migratiepact. Het toeval wil dat we drie minuten geleden van het algemeen secretariaat een mail met het regeerakkoord hebben ontvangen. Misschien een nieuwe versie? Ik weet het niet. Het zou een definitieve versie van het regeerakkoord zijn.
Na snel nazicht kan ik zeggen dat de coalition of the willing er niet in is vermeld. In de versie van 9 januari 2025 staat de coalition of the willing wel, maar niet in de laatste versie. U verrast me dus door hier nu te stellen dat u op zoek gaat naar een coalition of the willing , want uw coalitiepartners, cd&v, Les Engagés en Vooruit, zijn er niet. Ze zullen het misschien nooit weten. U stelt echter dat de coalition of the willing niet in het regeerakkoord staat. Kunt u mij dan verklaren welke versie van het regeerakkoord ik moet gebruiken om de debatten voor te bereiden, namelijk de versie met de coalition of the willing of de versie zonder de coalition of the willing ?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, ik dank u voor uw vragen. U spreekt over een evergreen, dat is goed, zolang we die maar niet beginnen te zingen.
Heeft iedereen zo iemand in zijn partij? Wij hebben ook partijleden die graag beginnen te zingen. (Hilariteit)
Het nationale implementatieplan in het kader van het EU-pact werd in december 2024 ingediend. Gelet op de deadline gebeurde dat onder de vorige regering, in lopende zaken. Sommige landen van de Europese Unie waren daar trouwens te laat mee, maar wij hebben het tijdig ingediend.
Aangezien bepaalde keuzes die in het plan moesten worden opgenomen niet in lopende zaken konden worden gemaakt, was het plan een onvolledig werkdocument, dat nog nadere afwerking vereist. Het onvolledige werkdocument wordt nu gefinaliseerd, conform de gemaakte beleidskeuzes. Zodra het klaar is, zal opnieuw worden geëvalueerd of het document openbaar wordt gemaakt of gedeeld en in welke vorm of met welke modaliteiten. U hebt al een aantal suggesties gegeven over mogelijke modaliteiten. Wij zullen het evalueren.
U vroeg naar een timing. Zoals ik al aangaf, moet er eerst verder werk worden gemaakt van de inhoud, zodat het vervolledigd kan worden. Daarna zullen wij het evalueren. Ik kan dus nog niets zeggen over de timing.
Wat de transparantie richting het Parlement betreft bij de uitvoering van het migratiepact, een deel van het werk in het kader van de implementatie van het EU-pact vraagt wetswijzigingen. Dat spreekt voor zich. Die wetswijzigingen zullen uiteraard de normale parlementaire weg volgen. Los daarvan hebt u natuurlijk steeds de mogelijkheid om mij daarover te bevragen, zoals u nu doet.
Wat de coalition of the willing betreft, er circuleren dan blijkbaar verschillende versies van het regeerakkoord. Op de website van de federale regering staat toch al een aantal weken de versie waarin het wel staat, tenzij dat nu ineens zou zijn gewijzigd. Het gaat dus over het verder inzetten op de externe dimensie van het migratiebeleid en daarover is er eensgezindheid binnen de regering.
Matti Vandemaele:
Ik vind het jammer dat ik de enige ben die hierover vragen stelt. Anders kon ik even kijken via de link die we net gekregen hebben. Volgens mij staat het er namelijk niet in. Het is dus echt heerlijk, het is zelfs kolder aan het worden, maar toch is dit niet onbelangrijk. Als het in een eerdere versie wel staat en in een volgende versie niet, dan is het dus wegonderhandeld door de ene of de andere partij. Als het wegonderhandeld is door een partij, dan zit er een partij in ons halfrond die zich in de luren laat leggen. Het is dus niet onbelangrijk voor uw coalitiepartners om dat eens te toetsen en te kijken in welke versie... Ondertussen is het voor ons als parlementsleden niet meer duidelijk in welke versie het staat of stond.
Wat het implementatieplan betreft, herhaal ik met de hand op het hart dat ik begrijp dat de vorige versie onvolledig was en dat die moet worden aangepast naar het nieuwe regeerakkoord. Ik begrijp dat, want ik heb ook vier jaar aan die kant gezeten. Ik snap dat dus helemaal.
Ik vind dat perfect verdedigbaar, maar ik zit nu aan deze kant. Wij willen allemaal ons werk op een goede manier doen. Ofwel stellen wij allemaal domme vragen, omdat we niet alle info hebben, ofwel krijgen wij alle info. Het is superbelangrijk dat wij, als parlementsleden, dat document krijgen, zodat wij ons op een goede manier kunnen organiseren om het werk voor u goed te laten verlopen. Ik vraag u dus met aandrang, op mijn knieën – ik weet niet wat ik nog moet doen –, om er toch even over na te denken en ons dat te geven.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb ook aan de andere kant gezeten. Ik weet hoe graag men een antwoord op zijn vragen krijgt.
Mijnheer Vandemaele, in het regeerakkoord staat: 'samen met gelijkgezinde partners'. Als men dat in het Engels vertaalt, komt het daarop neer.
Matti Vandemaele:
Het gaat over terugkeerhubs. In de vorige versie stond er: coalition of the willing .
Anneleen Van Bossuyt:
(…)
Matti Vandemaele:
Als ik contact heb met uw coalitiepartners kan ik zeggen: coalition of the willing , of de versie in het Nederlands, zodat ze doorhebben waarover het gaat. Dat is belangrijk.
De instroom van asielzoekers en het hoge aantal asielaanvragen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De asielinstroom in België (3.540 aanvragen in januari 2025, vooral Palestijnen, Afghanen en Syriërs) is onhoudbaar, met secundaire stromen (herhaalde aanvragen in meerdere EU-landen) als hoofdprobleem, aldus minister Van Bossuyt. Strengere maatregelen—zoals beperkte opvang voor wie al elders bescherming heeft, verscherpte gezinshereniging (inkomenstaal, wachttijd) en snelle implementatie van het EU-migratiepact—moeten de instroom drastisch verminderen, samen met ontradingscampagnes (o.a. in Griekenland) en lokale weerstand tegen extra opvang (bv. Brugge/Gent). De crisismaatregelen richten zich op prioritaire afwijzing van Dublin-gevallen en verminderd draagvlak bij burgemeesters door druk op huisvesting en sociale voorzieningen. Doel: structurele vermindering via Europese samenwerking en nationale verstrenging.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, onlangs publiceerde de Dienst Vreemdelingenzaken de statistieken van asielaanvragen van januari 2025. Maar liefst 3.540 personen dienden een verzoek om internationale bescherming in. De meest voorkomende nationaliteiten zijn Palestijnen, Afghanen, Congolezen, Turken en Syriërs. Er werden 2.259 dossiers overgedragen aan het CVGS, terwijl er 678 werden geweigerd in het kader van de Dublinverordening.
Het asiel- en migratiebeleid is een van de hoekstenen van het regeerakkoord van deze federale regering. We moeten niemand ervan te overtuigen dat de instroom en het hoge aantal asielaanvragen onhoudbaar zijn voor dit land. Met de arizonaploeg moeten we voluit gaan om deze instroom structureel en fors te verminderen.
U hebt al op heel wat vragen geantwoord tijdens deze vergadering. Kunt u echter nog wat toelichting geven bij de asielcijfers? Misschien krijgen we hier wel een primeur over februari. Zet de stijging zich verder of ben ik nog iets te vroeg?
Welke stappen zult u ondernemen om de instroom in te perken? Wat zijn de prioritaire werven waarop u wilt inzetten? Welke crisismaatregelen zult u nemen om de instroom aan te pakken? U zou heel snel komen met een aantal noodmaatregelen.
Kunt u toelichting geven over de uitrol van de ontradingscampagnes? We hadden al het idee om bijvoorbeeld samen te werken met Griekenland en daar forse ontradingscampagnes op te zetten, maar misschien kunt u al wat meer toelichting geven.
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u voor uw vragen, mevrouw De Vreese. De cijfers van februari zijn er nog niet. We hebben net deze week die van januari besproken. Voor de cijfers van februari is het net iets te vroeg. De maand is ook nog niet om.
Zoals u weet – daarop werd vanmiddag al een aantal keer gewezen – werd een groot aantal aanvragen ingediend door mensen die reeds in een andere lidstaat geregistreerd zijn, vaak zelfs door mensen die daar al internationale bescherming genieten. Die secundaire stromen aanpakken vormt, zoals u beter dan wie ook weet, een van de prioriteiten van deze regering. Het kan niet dat mensen op twee of zelfs meer plekken asiel aanvragen. Dat is echt de kern van de Dublinverordening.
Het regeerakkoord voorziet in verschillende maatregelen om de instroom in te perken. Ik ga niet de volledige lijst opsommen, maar wij gaan bijvoorbeeld alle mogelijke verstrengingen in het Europese migratiepact hanteren om de secundaire stromen tegen te gaan.
De opvang zit overvol. Het kan niet de bedoeling zijn dat die opvangplaatsen worden ingenomen door mensen die al een asielprocedure hangende hebben in een andere lidstaat of die zelf al bescherming hebben. Ook dat zal deel uitmaken van het pakket van crisismaatregelen. We zullen de opvang beperken en waar mogelijk schrappen voor de asielzoekers die al internationale bescherming in een andere lidstaat hebben gekregen. België moet dat verzoek dan niet opnieuw onderzoeken. We zijn trouwens ook aan het bekijken of we, sneller dan het Europese migratiepact dat vraagt, al tot de implementatie van die maatregelen kunnen overgaan. Ook alleen verzoekers die voor het eerst een asielaanvraag indienen en die geen lopende of afgehandelde asielprocedure in een andere Europese staat hebben, krijgen een opvangplaats.
Over de gezinshereniging hebben we het daarnet al uitgebreid gehad. Ik had het over de manier waarop we die zullen verstrengen, over de inkomensvoorwaarden, over de taal- en inburgeringsvoorwaarden, over de wachttermijn en ook over het feit dat nieuwkomers vijf jaar zullen moeten wachten om sociale bijstand te kunnen krijgen. Dat zijn allemaal maatregelen om de instroom te beperken.
U had ook een vraag over de ontradingscampagnes. We zijn momenteel volop in overleg met de administratie over de praktische uitrol ervan. Dat zal absoluut een van de maatregelen zijn die we snel zullen nemen om tot die ontrading en dus de beperking van de instroom te komen.
Maaike De Vreese:
Het is inderdaad de belangrijkste taak om zo snel mogelijk de instroom naar beneden te krijgen.
Het klopt dat het draagvlak volledig weg is, behalve blijkbaar in Brugge, waar men nog steeds extra LOI’s wil openen. Misschien is dat in Gent ook het geval, mevrouw de minister? Wij zitten op dat vlak in dezelfde situatie. In Brugge wil men de LOI’s nog opdrijven, terwijl in vergelijking met 2024 Brugge 12 % extra leefloners telt, van wie 60 % niet-Belgen zijn. Dat is ongelooflijk.
De algemene tendens is dat de burgemeesters en schepenen die verantwoordelijk zijn zo snel mogelijk naar de vermindering van de instroom willen evolueren, omdat die niet enkel een impact heeft op het feit dat zij voor die mensen opvang moeten creëren, maar ook op al de rest, zoals huisvesting – in Gent vinden de Eritreeërs geen dak boven hun hoofd – en onderwijs en dergelijke meer.
Mevrouw de minister, er ligt dus belangrijk werk op de plank.
Voorzitter:
Met die bemoedigende woorden kunnen we de commissievergadering afsluiten. De vragen die wegens tijdsgebrek niet behandeld konden worden, worden opnieuw geagendeerd in een volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.08 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 08.
De gevolgen van de verstrenging van het Duitse asielbeleid voor België
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Duitse CDU/CSU, FDP en AfD verscherpen asielbeleid met grenscontroles, gesloten centra en versnelde uitzettingen (inclusief naar Syrië/Afghanistan), terwijl staatssecretaris De Moor benadrukt dat België al vergelijkbare maatregelen neemt (migratiewetboek, terugkeerbeleid, integratievoorwaarden) maar Somers dat afdoet als dralen en symptoombestrijding, wijzend op recordaantallen asielzoekers en het Duitse afscheid van Merkels *"Willkommenskultur"*.
Werner Somers:
Mevrouw de staatssecretaris, gisteren stemde de Bundestag, het Duitse Parlement, over een voorstel om het asiel- en migratiebeleid van Duitsland een heel stuk strenger te maken. Het voorstel werd ingediend door uw zusterpartijen, de CDU en de CSU en het werd aangenomen met een meerderheid van CDU/CSU, de liberale FDP en het rechts-nationalistische AfD. Ook in Duitsland, mevrouw de Moor, begint de zogenaamde Brandmauer , het Duitse equivalent van het cordon sanitaire, dus stilaan af te brokkelen.
Ik doe een greep uit de voorgestelde maatregelen. Er zouden permanente controles moeten komen aan de staatsgrenzen van Duitsland met alle buurlanden, dus ook met België. Het aantal plaatsen in gesloten centra zou ferm worden opgedreven. Men denkt er onder meer aan leegstaande kazernes in te richten als gesloten centra en containers te bouwen, zodat mensen die het land moeten verlaten, niet langer op vrije voeten kunnen rondlopen en het aantal uitwijzingen fel kan worden opgedreven. Er is sprake van dagelijkse uitwijzingen, onder meer naar Syrië en naar Afghanistan. Vreemdelingen die niet in het bezit zijn van geldige inreisdocumenten, zouden meteen aan de grens, zonder pardon en zonder uitzondering, uitgewezen worden.
Morgen wordt er in de Bundestag ook gestemd over een voorstel van Zustrombegrenzungsgesetz , een wettekst dus ter beperking van de instroom. Een aantal van de voorstellen die gisteren zijn goedgekeurd, zou dus binnenkort daadwerkelijk omgezet kunnen worden in beleid.
Mevrouw de staatssecretaris, ik heb een drietal vragen voor u.
Ten eerste, wat zou de impact zijn van die maatregelen op België?
Ten tweede, waarom zijn dergelijke maatregelen onder deze regering (…)
Nicole de Moor:
Mijnheer Somers, migratie is een van de grote uitdagingen van onze tijd. We zien dat overal in Europa. We zien dat ook in de rest van de wereld, kijk maar naar de Verenigde Staten. Overal plaatsen regeringen het onderwerp centraal. Dat is terecht, want mensen maken zich zorgen over migratie. Dus ook in onze buurlanden, in Nederland, in Duitsland en in Frankrijk, regent het dezer dagen aankondigingen.
Vooralsnog gaat het in het bijzonder in Duitsland om woorden en nog niet om wetgevende daden. Mijnheer Somers, als u de tijd zou nemen om door die aankondigingen heen te kijken, dan zou u zien dat in onze buurlanden geen fundamenteel andere beslissingen genomen worden dan in België. Natuurlijk zijn de uitdagingen in België heel gelijkaardig. Natuurlijk zijn we allemaal gebaat bij een goedwerkend Europees systeem. Dat heb ik al eerder verteld. We moeten ons dus niet laten leiden door slogans en emoties, maar door feiten.
De voorbije jaren hebben we gewerkt aan een beleid dat de instroom kan beperken, een beleid dat misbruik van het systeem aanpakt. Wij bereikten een akkoord over het nieuwe Europees Migratiepact. Er ligt een migratiewetboek klaar. Er is een blauwdruk voor een eenmaking van verschillende migratiediensten in een FOD Migratie. We werkten aan een versterkt terugkeerbeleid. We breidden ook de capaciteit van de gesloten centra uit.
Daarnaast is het cruciaal dat we ook werk maken van een betere integratie van nieuwkomers. En ja, wij moeten daaraan ook gevolgen koppelen, bijvoorbeeld in de sociale bijstand. Het gaat om rechten en plichten en die moeten in evenwicht zijn. Wij moeten de weg van die hervormingen verder bewandelen. Dat zijn geen slogans, dat zijn daden.
Collega's, we doen dat om het systeem overeind te houden, om bescherming te kunnen blijven bieden aan mensen die het echt nodig hebben. Ik hoop dan ook dat we de komende uren een akkoord zullen bereiken over een nieuwe regering om daarvan verder werk te maken.
Werner Somers:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord, dat even voorspelbaar als teleurstellend is.
Hoeveel jaren wordt hier nu al gesproken over een nieuw migratiewetboek? Dat is zoals het monster van Loch Ness, dat voortdurend opduikt.
In Duitsland hebben uw christendemocratische zusterpartijen blijkbaar het licht gezien, want zij zien in dat de fameuze slogan wir schaffen das van hun partijgenote, gewezen bondskanselier Angela Merkel, een loze kreet is gebleken en dat de naïeve Willkommenskultur hun land in de afgrond heeft geleid.
Mevrouw de staatssecretaris, wanneer zal ons land eindelijk eens volgen? Waarom is hier niet mogelijk wat in andere Europese landen wel mogelijk blijkt te zijn? Wat u de voorbije jaren allemaal gedaan hebt, is niet meer dan gemorrel in de marge, of, om het in de taal van onze oosterburen te zeggen, kurieren am Symptom . De resultaten zijn ernaar. Wat hebben we gekregen? Dat zijn een recordaantal asielzoekers, een recordaantal gezinsherenigingen, een recordaantal nieuwe Belgen en een absoluut (…)
Voorzitter:
Mijnheer Somers, ik mag u ook gelukwensen met uw eerste betoog in de plenaire vergadering. (Applaus)
De piekende asielcijfers
De asielcrisis
Asielproblematiek
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Alexander De Croo (Eerste minister)
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De asielcrisis in België (40.000 aanvragen in 2024, +12% vs. 2023) domineert het debat: oppositie (Van Belleghem, Safai) hekelt het falend beleid—recordaantallen, overbelaste opvang (2.800 op straat), en het ontbreken van effectieve maatregelen, terwijl buurlanden de instroom wel beperken. Staatssecretaris De Moor wijst op externe oorzaken (Gaza, Syrië) en benadrukt Europese oplossingen (migratiepact, grenzen, akkoorden met Tunesië) plus nationale stappen (beperkte opvang voor wie elders al bescherming heeft, versnelde procedures), maar erkent dat snelle fixes onrealistisch zijn. Politieke blokkade (onderhandelingen *arizonapartijen* vastgelopen, links pleit voor *meer* opvang) en kritiek op het vivaldibeleid (België te aantrekkelijk door soepel systeem) ondermijnen vertrouwen in herstel. Kern: systeem crasht, maar structurele hervorming en politieke eenheid ontbreken.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, Ninove telt 40.000 inwoners. Beeld u nu eens in dat alle inwoners van Ninove asiel aanvragen, in één jaar tijd. Concreet zou dat dus willen zeggen dat men alle inwoners van Ninove een gratis dak boven het hoofd en eten moet geven, moet helpen met de asielprocedure en kosteloos moet voorzien van een advocaat. Wel, er waren in 2024 in dit land 40.000 asielaanvragen en dus 40.000 keer bed, bad, brood.
U antwoordde gisteren in de commissie dat het aantal asielaanvragen in december toch verrassend hoger lag dan verwacht. Mevrouw de staatssecretaris, onder welke steen hebt u het afgelopen jaar geleefd? Maand na maand stijgen de asielcijfers; dat weet ondertussen iedereen. Het enige wat daaraan nog verrassend is, is het feit dat u verrast bent.
Ik vraag u niet meer welke maatregelen u zult nemen om de toestroom van asielzoekers te beperken, want het heeft geen zin. U kondigt altijd nieuwe maatregelen aan, maar u voert ze nooit uit. Ik vraag u dus vandaag alleen nog om een beetje zelfreflectie. Leg ons nu eens alstublieft uit waar het volgens u het afgelopen jaar is misgegaan.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, gisteren hebben we de cijfers ontvangen van het aantal asielaanvragen in 2024. Het gaat om het hoogste aantal in tien jaar tijd. In 2024 hebben bijna 40.000 mensen een verzoek ingediend voor internationale bescherming, bijna 12 % meer dan het jaar voordien, en met een piek in de maand oktober, toen meer dan 4.000 mensen een verzoek indienden, het hoogste cijfer sinds het najaar van 2015. Het aantal asielzoekers in België is sinds 2021 opnieuw de hoogte ingegaan. In 2024 telde Fedasil een recordaantal opvangplaatsen, meer dan 36.000. Toch staan er nog ruim 2.800 alleenstaande mannen op de wachtlijst. Vandaag slapen mensen op straat. Terwijl wij geen opvang kunnen voorzien voor de mensen die nu al hier zijn, blijven er nog mensen naar dit land komen.
Nochtans dalen de asielcijfers in onze buurlanden. Weet u hoe dat komt? De reden is dat onze buurlanden maatregelen nemen tegen een hoge, oncontroleerbare instroom. Van ons land kan ik alleen maar zeggen dat ons systeem totaal crasht en dat wij het niet meer onder controle hebben.
Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen, maar België niet?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, u vraagt me waar het het afgelopen jaar is misgelopen. Ik zal het u zeggen. Het is de afgelopen jaren misgelopen in Gaza, Syrië, Afghanistan en Eritrea, en dat zien we in onze asielstatistieken. Dan spreek ik nog niet over hoe het is misgelopen in Oekraïne, want ook vanuit Oekraïne blijven er mensen toekomen in ons land.
Collega's, ik ben het met u eens, er komen te veel asielzoekers naar ons land. Daar zijn ook mensen bij die geen bescherming nodig hebben. De voorbije drie jaar samen gaat het om meer dan 110.000 mensen. Dat is onhoudbaar, maar wie beweert dat we op een paar weken tijd nog enkele opvangplaatsen bij moeten creëren om dit snel op te lossen, dwaalt. Wie beweert dat men met een vingerknip de instroom omlaag kan krijgen, maakt de mensen ook iets wijs.
Wat kunnen we wel doen? Ten eerste, het antwoord zal vooral Europees zijn. Iets anders beweren is onzin. We moeten onze buitengrenzen beter versterken en daar bepalen wie kans maakt op bescherming en wie niet. Met het migratiepact zetten we daar een belangrijke stap in de juiste richting. Ons land zal dat pact versneld implementeren. Ook de akkoorden die de Europese Unie sluit met landen, bijvoorbeeld aan de zuidgrens, zoals Tunesië, hebben hun effect. Ze beginnen te werken. Het aantal oversteken over de Middellandse Zee is gedaald. Het aantal illegale binnenkomsten in de hele Europese Unie is in 2024 met 38 % gedaald. Er was heel veel kritiek op die akkoorden, maar we zien dat ze werken.
Dat de druk op ons land zo groot blijft, komt dus vooral door de asielaanvragen van mensen die dat elders ook al hebben gedaan. Er vragen heel wat mensen asiel aan die dat niet voor het eerst doen, die dat ook al in andere Europese landen hebben gedaan. Daarom moeten we, ten tweede, ook op nationaal vlak blijven doen wat we kunnen doen. Ik heb bijvoorbeeld recent beslist om de opvang te beperken van mensen die al bescherming genieten in een ander Europees land, omdat het rechtvaardig is om dat te doen. Daarnaast moeten we ingrijpen in de procedure. Mensen die al bescherming krijgen, hebben die niet opnieuw nodig. We stellen daarom ook alles in het werk om de huidige, te ruime rechtspraak over deze materie te wijzigen. Dat doen we bijvoorbeeld door cassatieberoep aan te tekenen of door verduidelijking te vragen aan het Hof van Justitie in Europa.
Ons land wil solidair zijn en bescherming bieden aan wie dat nodig heeft, maar het is gewoon niet rechtvaardig dat we opnieuw opvang en bescherming moeten geven aan degenen die al in een ander Europees land kunnen wonen en werken en daar een toekomst kunnen uitbouwen.
We nemen dus wel degelijk concrete maatregelen. We kondigen die niet alleen aan, we nemen ook maatregelen om de instroom naar beneden te krijgen. Ik hoop dat we met de arizonapartijen snel tot een akkoord kunnen komen om op die weg verder te gaan.
Francesca Van Belleghem:
Mocht de regering niet ontslagnemend zijn, mevrouw de staatssecretaris, dan had elke partij hier vandaag, van links tot rechts, uw ontslag gevraagd. In de media hoor ik al 221 dagen dat de arizonapartijen aan het onderhandelen zouden zijn over het strengste asielbeleid ooit. Gisteren heb ik echter mijn hoop daarop definitief begraven, want toen heeft de linkse partij Vooruit in de commissie voor Binnenlandse Zaken gepleit voor meer opvangplaatsen voor asielzoekers. Dat is dus het strengste asielbeleid ooit. Dat is niet mogelijk als er een partij aan tafel zit die pleit voor meer asielzoekers.
Beste cd&v'ers, beste N-VA'ers, jullie kiezen de verkeerde partners en jullie weten dat ook.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat deze mensen hier zijn omdat het is misgelopen in Gaza. Mijn vraag is echter waarom ze bijna allemaal naar België komen. Dat komt door het vivaldibeleid, dat dit land veel aantrekkelijker maakte voor Palestijnen dan andere landen. Eén ding is zeker: het beleid van de vivaldiregering verderzetten is geen optie. De asielinstroom blijft torenhoog en mensen slapen op straat. We moeten dat aanpakken. Er is nood aan een diepgaande hervorming van ons asielsysteem. We moeten inzetten op legale en gecontroleerde migratie, tegen de illegale migratie via de maffia van mensensmokkelaars.
Voorzitter:
Hiermee sluiten we de mondelinge vragen af.
Het aanmeldcentrum in de Belliardstraat
De instroom en hotelopvang van asielzoekers
Asielopvang en instroomprocedures in Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De wachtrijen en veiligheid in het asielcentrum Belliardstraat zijn verbeterd door vroegere opening (7.00-7.15 uur), wat de drukte en registratiecapaciteit verlicht, dankzij flexibel personeel dat ook de wachttijden voor afspraken tot onder 10 dagen terugbracht. Asielcijfers 2024 toonden een recordinstroom van 39.615 aanvragen (bijna 2015-niveau), met 3.560 aanvragen in december en 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst, ondanks dalende hotelopvang (nu 277 personen). Kritiek blijft op het ontbreken van structurele maatregelen om de instroom te remmen, naast ad-hocoplossingen zoals jeugdverblijven. Opvolging van de nieuwe werking en effecten op wachtrijen blijft prioriteit.
Greet Daems:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, al meermaals heb ik u vragen gesteld over de situatie in het nieuw aanmeldcentrum in de Belliardstraat, meer bepaald over de wachtrijen, de veiligheid tijdens het wachten en de eventuele mogelijkheid om mensen binnen te laten wachten, zeker gezien het slechte weer.
Op 27 november hebt u geantwoord dat uw diensten alle mogelijke opties bespreken om de organisatie van de wachtrijen te verbeteren. U zei ook dat het in de huidige toestand niet mogelijk is om mensen binnen te laten voor het openingsuur, maar wel dat verschillende mogelijkheden onderzocht worden. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om al heel vroeg in de ochtend een deel van de mensen binnen te laten. Ook zou u bekijken hoe dat zo snel mogelijk georganiseerd kan worden.
Nu, anderhalve maand later, benieuwt het mij zeer wat u intussen ondernomen hebt. Zijn er al opties om mensen binnen te laten wachten? Op welke manier hebt u de organisatie van de wachtrijen verbetert, zodat het ook veiliger is?
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, vooreerst mijn beste wensen aan iedereen.
Mevrouw de staatssecretaris, mijn vraag is in zekere zin een allegaartje. Op 25 november 2024 verbleven nog 355 personen in de hotelopvang voor asielzoekers. Ondertussen heb ik vernomen dat het tegenwoordig nog om 277 mensen gaat, dus dat deel van mijn vraag is al beantwoord. Wel wil ik graag vernemen hoeveel asielzoekers nog op de wachtlijst staan.
Het Vlaams Belang verneemt ook graag hoeveel asielaanvragen in december 2024 werden ingediend, zodat we de jaarcijfers voor 2024 in totaal hebben. Aangezien het reeds 15 januari is, zou het leuk zijn om daarop een antwoord te hebben.
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, op 13 januari verbleven er 277 personen in gezinsverband in die noodopvang, in juli waren dat er nog 728. De bezetting is dus verder gedaald, onder andere dankzij de tijdelijke opening van winteropvang in de jeugdverblijven. Daardoor kon de samenwerking met de locatie in Anderlecht worden afgesloten op 6 december.
Op 1 januari stonden 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst. De stijging ten opzichte van november van het aantal mensen op de wachtlijst is vrij logisch, aangezien ook de instroom in december hoger was dan verwacht. Er werden 3.560 asielaanvragen ingediend in december, wat een stuk meer is dan de decembermaanden van de vorige jaren, namelijk 3.304 in 2023, 2.620 in 2022 en 2.739 in 2021.
Collega Daems, ik deel uw bezorgdheid over de situatie in de Belliardstraat. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft de voorbije weken verschillende pistes verkend. Gisteren, 14 januari, werd er gestart met een nieuwe werking. Dat is dus goed nieuws. Deze nieuwe werking wordt de komende maanden getest. Voorlopig loopt die zeer goed. Het personeel van de DVZ is bereid gevonden om de deuren van het registratiecentrum vroeger te openen, namelijk tussen 7.00 uur en 7.15 uur. Daardoor bevinden de meeste kandidaat-verzoekers zich al voor de verkeersspits in de gebouwen van de DVZ. Het tweede voordeel van die oplossing is dat de registratiecapaciteit daardoor licht toeneemt.
Er werd intern geschoven met personeel om de dienst Registratie te versterken. Dankzij deze inspanningen worden er nu geen afspraken meer gegeven die de termijn van 10 dagen overschrijden. Ik wil bij deze echt het personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken bedanken voor deze flexibiliteit.
Greet Daems:
Ik hoor dat er schot in de zaak komt wat het binnen wachten betreft. Dat is heel goed nieuws. Ik vind het ook fantastisch van het personeel dat het dat wil doen en dat het daarin zo flexibel is. We zullen opvolgen welk effect dat zal hebben op de wachtrijen, zoals we de hele zaak verder zullen opvolgen.
Francesca Van Belleghem:
Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de staatssecretaris, evenals voor uw bereidwilligheid om cijfers mee te delen. Er waren 3.560 asielaanvragen in december, dat is gigantisch veel. We zijn dus op 39.615 asielaanvragen uitgekomen in 2024. Dat is ook gigantisch veel. We zitten immers bijna aan de aantallen van 2015, toen er 44.000 aanvragen waren. Het is het hoogste aantal sindsdien en bijna het hoogste aantal van voor 2015. Dat is dus een gigantische instroom. U zegt dat de hotelopvang sluit, maar het is dan wel ook de bedoeling dat er geen nieuwe asielopvang de deuren opent of dat men de asielzoekers verplaatst van de hotelopvang naar jeugdcentra. De bedoeling is dat de instroom omlaag gaat. Dat zal niet lukken door enkel aan te kondigen dat de instroom omlaag moet, maar er moeten ook effectief maatregelen worden genomen.
Asielaanvragen door elders erkende vluchtelingen
De opvangweigering voor verzoekers om internationale bescherming met een M-status
Erkenning en opvang van internationale beschermingszoekenden
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In 2024 dienden 4.825 asielzoekers met een M-status (bescherming in een andere EU-lidstaat) een hernieuwd verzoek in België in, wat de opvangcrisis verergert. Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de opvangweigering voor deze groep, gebaseerd op artikel 4 van de opvangwet en EU-rechtspraak die M-statussen als *"volgende verzoekers"* kwalificeert, maar de Raad van State schorste de maatregel om procedurele redenen. Een wetsontwerp om de weigering wettelijk te verankeren komt er "zo snel mogelijk", maar wordt politiek geblokkeerd; de Moor wijst op juridische vooruitgang via betere motivering en vervroegde EU-opvangrichtlijn. Kritiek blijft op de haastige juridische onderbouwing en de praktische uitvoering, met vragen over extra werklast voor CGVS en individuele weigeringen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, de Raad van State heeft de opvangstop geschorst voor asielzoekers die reeds een beschermingsstatus hebben. Per maand zouden er 400 à 500 van deze zogenaamde M-statussen asiel aanvragen.
Hoeveel M-statussen vroegen in 2024 in totaal asiel aan? Het totale aantal asielaanvragen overschrijdt intussen 39.000. Hoeveel aanvragen daarvan betreffen M-statussen? Hoe verklaart u dit hoge aantal?
In november kondigde u een wetsontwerp aan om de opvangstop voor de M-statussen alsnog door te voeren. U hebt steeds verklaard dit zo snel mogelijk te doen, maar intussen is het al 15 januari. Wanneer is ‘zo snel mogelijk’?
Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat asielaanvragen van wie al een beslissing kreeg in een ander land, beschouwd kunnen worden als een volgend verzoek. Volgens de opvangwet kan aan deze personen opvang worden geweigerd. In de media verklaarde u deze rechtspraak te zullen toepassen in individuele gevallen. Kunt u een raming geven van het percentage van de nieuwe M-statussen die individueel geweigerd worden in het opvangnetwerk sinds de uitspraak van de Raad van State? Zorgt dit niet voor een extra werklast voor het CGVS?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, op 27 december schorste de Raad van State uw instructie om verzoekers met een M-status geen opvang meer te bieden. In een reactie kondigde u aan dat u een wetsontwerp zou voorbereiden en in afwachting van dit ontwerp op individuele basis opvang zou weigeren voor personen met een M-status, op basis van artikel 1, 20 van de vreemdelingenwet en artikel 4, 3 van de opvangwet. Volgens deze redenering vallen verzoekers met een M-status onder de categorie 'volgende verzoekers'. Artikel 33 van de procedurerichtlijn omschrijft de procedure voor het nemen van een niet-ontvankelijkheidsbeslissing en hierin wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen verzoekers met een M-status en verzoekers die een volgend verzoek indienen.
Kunt u de wettelijke basis van het weigeren van opvang nog eens toelichten? Hoe kijkt u naar artikel 33 van de procedurerichtlijn?
De arresten C-123/23 en C-202/23 van het Europees Hof van Justitie zorgen ervoor dat lidstaten een verzoek van iemand met een negatieve beslissing in een andere lidstaat als volgend verzoek moeten behandelen. Volgens ons gaat dit arrest dan ook over een volledig andere situatie dan een eerste verzoek van iemand met een M-status. Bijgevolg kan dit arrest geen ondersteuning geven aan de praktijk van het weigeren van opvang aan personen met een M-status. Deelt u onze mening of kijkt u daar anders naar?
U hebt in deze commissie al een paar keer verwezen naar het wetsontwerp dat u voorbereidt. Wanneer plant u dat voor te leggen? Is dat iets wat nog in lopende zaken kan gebeuren of moeten we wachten tot er een nieuwe regering is? Alleenstaande mannen krijgen geen opvang en moeten zich registreren op een wachtlijst. Krijgen ze hierna een tweede opvangweigering als gevolg van hun M-status? Hoe ziet u dat in de praktijk? Hoeveel mannen met een M-status kregen ondertussen al een dergelijke opvangweigering?
Nicole de Moor:
Geachte leden, het afgelopen jaar hebben maar liefst 4.825 personen met een beschermingsstatus in een andere lidstaat in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. De laatste maanden van 2024 kenden de hoogste aantallen van asielaanvragen van de zogenaamde M-statussen. Dat zijn heel hoge cijfers en die situatie is dan ook onhoudbaar.
Daarom heb ik actie ondernomen. We willen bescherming blijven geven aan wie ze nodig heeft, maar het is niet verdedigbaar, collega's, dat wie al bescherming gekregen heeft in een ander Europees land die bescherming opnieuw aanvraagt in ons land, waar we al met een opvangtekort en zeer hoge cijfers kampen. Hiervoor heb ik dus een aantal maatregelen genomen.
Ten eerste worden we geconfronteerd met een zeer strikte rechtspraak van de RvV. Die rechtspraak proberen we te wijzigen door in cassatie te gaan bij de Raad van State, maar ook door onze beslissingen beter en anders te motiveren zodat ze niet meer vernietigd worden. Recent bevestigde de RvV bijvoorbeeld zo'n nieuwe motivering van het CGVS over de M-statussen. We boeken hier dus vooruitgang.
Daarnaast maken we gebruik van de mogelijkheid om opvang te weigeren aan mensen met een M-status op basis van het huidige wettelijke kader. U verwijst beiden naar het recente arrest van de Raad van State waarin de beslissing om opvang te beperken voor M-statussen werd geschorst. De Raad schorste de beslissing echter omdat het ging om een reglementaire handeling die voor advies had moeten worden voorgelegd aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Het ging dus om formeel juridische redenen, de Raad stelde namelijk niet dat er een gebrek aan wettelijke basis zou zijn om de opvang van M-statussen te beperken. De opvangwet biedt namelijk nu reeds de juridische basis om de materiële hulp van volgende verzoekers te beperken. Dat staat duidelijk in artikel 4 van de opvangwet. Volgende verzoekers zijn personen die al een definitieve beslissing over hun asielaanvraag hebben ontvangen. Welnu, M-statussen zijn ook personen die al een definitieve beslissing hebben ontvangen, doordat zij al erkend zijn in een andere lidstaat.
Het Europees Hof van Justitie bevestigde die stelling ook in de arresten waarnaar u verwijst, mijnheer Vandemaele, want voor die arresten was er immers twijfel of een volgend verzoek een Europese of slechts een nationale invulling zou moeten krijgen. Het Europees Hof van Justitie geeft nu duidelijk een Europese invulling aan dat concept. Als een verzoeker al een definitieve beslissing heeft gekregen in een lidstaat en vervolgens een nieuwe asielaanvraag indient in een andere lidstaat, dan zal dat verzoek als een volgend verzoek kunnen worden gekwalificeerd. Fedasil kan dus op die wettelijke basis de opvang van M-statussen beperken. Wanneer Fedasil van die mogelijkheid gebruikmaakt, zal het steeds de individuele situatie van de betrokken persoon onderzoeken, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen zoals zieken, gezinnen met kinderen of alleenstaande vrouwen.
Tegelijkertijd zijn mijn diensten inderdaad momenteel ook bezig om bepaalde delen van het migratiepact vervroegd om te zetten. Daarvoor hebben we groen licht gekregen van de Europese Commissie. Een van die delen betreft de vervroegde omzetting van de nieuwe opvangrichtlijn. Met die vervroegde omzetting verstevigen wij nog de juridische positie van Fedasil bij de beperking van de opvang. De juristen van Fedasil werken daaraan volop, mevrouw Van Belleghem. Wij proberen het wetsontwerp zo snel als mogelijk klaar te stomen. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk realistisch zijn. Verschillende instanties moeten worden bevraagd en juridische oplossingen moeten worden gezocht. Een effectieve indiening zal dus nog niet voor volgende week zijn.
Mijnheer Vandemaele, u vraagt nog of ik in de periode van lopende zaken een wetsontwerp daarover door de regering kan krijgen. Welnu, ik heb zo'n flauw vermoeden dat uw partij daar een stokje voor zal steken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat u een flauw vermoeden hebt dat Groen daar een stokje voor zal steken. Wij delen dat vermoeden, maar als Groen het wetsontwerp in lopende zaken zou saboteren, dan kunt u het nog altijd als wetsvoorstel indienen. U zult wellicht genoeg partners vinden om dat wetsvoorstel te steunen, tenminste als het streng genoeg is. Wij zijn voor verstrengingen en elke verstrenging die in de goede richting gaat, zullen wij steunen. Wij stellen ons altijd constructief op.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, ik zal even constructief zijn, want ik heb toch de indruk dat de juridische interpretaties met plak en spuug aan elkaar hangen en dat we een echt wetgevend initiatief nodig hebben. U hebt in Groen precies een mooie zondebok gevonden. Ik hoor u eigenlijk zelf zeggen dat u uw wetgevend initiatief naar de Griekse kalender verwijst en dat het dus aan een volgende regering zal zijn om hierin stappen vooruit te zetten.
De redenen waarom we niet alle mogelijke plaatsen gebruiken om asielzoekers onderdak te geven
De door het Rode Kruis voorgestelde opvangplaatsen
De spreiding van de opvang van asielzoekers
De opvang van asielzoekers die buiten moeten slapen
Alternatieven en uitdagingen bij asielopvanglocaties
Gesteld door
Groen
Matti Vandemaele
PVDA
Greet Daems
PS
Marie Meunier
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De opvangcrisis voor asielzoekers, met name alleenstaande mannen (2.947 op straat in volle winter), staat centraal: het Rode Kruis biedt honderden tijdelijke opvangplaatsen in jeugdverblijven (niet jeugdlokalen) aan, maar staatssecretaris Nicole de Moor (N-VA) gaat hier niet op in, wijzend op logistieke beperkingen (tijdelijkheid, afhankelijkheid van bestaande opvangcentra, jeugdwerk niet hinderen) en structurele oplossingen (Migratiewetboek, EU-pact). Critici (Groen, Vooruit, PS) beschuldigen haar van dwalend beleid en prioriteren van instroombeperking boven noodhulp, terwijl zij benadrukt dat gezinnen wel opgevangen worden en lokale overheden (woningnood, personeelstekort) de knelpunten zijn voor LOI’s (lokaal opvanginitiatief, gedaald met 28%). De regionale ongelijkheid (Wallonië vs. Vlaanderen) en tijdelijke vs. structurele oplossingen blijven onopgelost, met polarisatie over menswaardigheid en politieke verantwoordelijkheid.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, voor deze vraag baseer ik mij op een bijzonder artikel dat vorige week in De Standaard verscheen.
Het is natuurlijk geen nieuws dat alleenstaande mannen in ons land geen opvang krijgen; dat was ook niet het nieuws in dat artikel. Wel nieuwswaardig was de boodschap van het Rode Kruis dat het zeer snel enkele honderden plaatsen extra beschikbaar kan maken, maar dat u daarop niet wilt ingaan.
Dat vond ik een bijzondere boodschap. Daarop heb ik op het medium X gepolst wat u daarvan vindt. U stuurde meteen een antwoord waarin u schreef dat Groen vindt dat alle scouts- en Chirolokalen opgevorderd moeten worden voor asielopvang en dat u dat een slecht idee vindt. Welnu, mevrouw de staatssecretaris, ook ik vind het een slecht idee om jeugdlokalen op te vorderen voor asielopvang.
Ik vraag mij wel af of u dat bewust antwoordde, dan wel of uw kennis van de jeugdsector beperkt is. Die sector ken ik toevallig wel goed. In een jeugdlokaal vinden dagelijks, wekelijks of maandelijks activiteiten plaats zonder overnachting. In een jeugdverblijfcentrum kan overnacht worden, want dat centrum is gebouwd met dat doel. U mengt die twee om een of andere reden graag door elkaar, terwijl het toch twee heel verschillende zaken zijn. De jeugdverblijven hebben traditioneel in de maanden december, januari en februari een veel lagere bezetting, omdat bosklassen, vredesklassen en dergelijke veel minder plaatsvinden in die diepe winterperiode. Om die reden is er in die verblijven capaciteit over.
Mevrouw de staatssecretaris, hoeveel mensen staan er nog op de wachtlijst? Waarom gaat u niet in op het aanbod van het Rode Kruis? Hebt u met de onderhandelende partijen voor de arizonaregering misschien al afgesproken dat er geen tijdelijke oplossingen meer mogen komen in afwachting van uw rechtse regering?
Ik ben benieuwd.
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, u zei net dat er nog 2.947 mensen op de wachtlijst staan voor een opvangplaats. Volgens het Rode Kruis zou er potentieel zijn voor honderden extra slaapplaatsen, vooral in jeugdverblijven. Het zou naar verluidt een week duren om de noodopvang in te richten.
Het Rode Kruis wacht nog op een vraag van Fedasil om die bijkomende satellietcentra te kunnen openen, maar voorlopig kwam die vraag er maar voor vier locaties. In de kranten lazen we gisteren dat het aantal LOI's fors gedaald is. Op die manier zullen we er natuurlijk niet komen. We moeten op dit moment elke mogelijke piste benutten, anders komen we terecht in een situatie met nog meer mensen op straat en daar wordt niemand beter van.
U moet de juiste keuze maken en voor ons is dat een beleid dat de opvangcrisis echt aanpakt, met degelijke opvang. Waarom blijft de vraag van Fedasil om bijkomende locaties te openen uit? We lezen dat u geen nieuwe oproep plant om andere jeugdverblijfplaatsen te bekijken en te openen. Waarom niet?
Marie Meunier:
Madame la secrétaire d' É tat, l'accueil des demandeurs d'asile reste une question cruciale qui met en jeu de nombreux droits fondamentaux, particulièrement dans cette période de grand froid. Selon les données de Fedasil, la répartition des centres d’accueil et des initiatives locales d’accueil (ILA) témoigne d'un déséquilibre entre les Régions: environ 14 500 places en Wallonie, 11 000 en Flandre et 3 100 à Bruxelles.
Dans les villes wallonnes comme la mienne, à savoir Mons, qui jouent un rôle clé dans cet effort de solidarité, les défis sont nombreux et les places peuvent arriver à manquer.
Madame la secrétaire d’État, quel est l’état des lieux précis des capacités d’accueil et des ILA en particulier, et comment évolue leur répartition entre les Régions?
Comment expliquez-vous cette répartition inégale entre la Flandre et la Wallonie, en sachant que les communes ne disposent pas du droit d'initiative dans la création de places d'hébergement? Qu'avez-vous entrepris pour y remédier?
Enfin, comment le gouvernement fédéral répond-il aux besoins urgents d’hébergement en cette période de grand froid, notamment pour soutenir des villes comme Mons où la charge est déjà élevée?
Achraf El Yakhloufi:
Collega's, ik wens u allereerst een goed nieuw jaar toe, met vooral een goede gezondheid en een constructieve samenwerking over de partijgrenzen heen tussen meerderheid en oppositie.
Mevrouw de staatssecretaris, recent vernamen wij hier in commissie dat momenteel ongeveer 2.800 alleenstaande mannen die asiel hebben aangevraagd noodgedwongen op straat moeten slapen. Dat gebeurt in volle winter, terwijl het Rode Kruis – volgens De Standaard – nochtans heeft aangegeven dat er op korte termijn honderden extra noodopvangplaatsen gecreëerd kunnen worden. Toch zien we weinig beweging om die bijkomende capaciteit in te zetten. Bovendien daalt ook het aantal plaatsen in lokale opvanginitiatieven. De cijfers tonen aan dat er de voorbije vier jaar 28 % minder plaatsen beschikbaar waren in de gemeenten.
Daarom wens ik u enkele vragen te stellen over de noodopvang in de jeugdverblijfcentra.
Wat is de reden waarom er niet meer jeugdverblijfcentra worden ingezet voor noodopvang, ondanks de bereidheid van het Rode Kruis?
Hoe wordt de noodzaak van extra opvang tijdens de koude periodes in aanmerking genomen bij de selectie van de potentiële locaties?
Hoe beoordeelt u de daling met 28 % op vier jaar tijd van het aantal plaatsen in LOI’s? Bent u van plan om hier in te grijpen? Zal de federale overheid de gemeenten aanmoedigen om de geschorste plaatsen opnieuw te activeren, zeker nu de nood zo hoog is?
Wat het evenwicht tussen de collectieve en de lokale opvang betreft, hoe wordt de doorstroom van asielzoekers uit collectieve centra naar kleinschalige, lokale opvang of reguliere huisvesting gestimuleerd, zodat er plaatsen vrijgemaakt kunnen worden?
Bestaat er volgens u een mogelijkheid om gemeenten die geen of heel weinig LOI’s aanbieden sterker te motiveren en te ondersteunen?
Welke stappen worden er in het kader van de langetermijnvisie op de opvangcrisis concreet gezet om te vermijden dat er in de toekomst opnieuw grote groepen mensen op straat terechtkomen zodra er tijdelijke of noodopvang wordt afgebouwd? Hoe bereikt men een evenwicht tussen enerzijds de wens om de instroom te beperken en anderzijds het humane aspect en de juridische verplichtingen die België heeft ten aanzien van alle asielzoekers?
Nicole de Moor:
Geachte leden, het Rode Kruis Vlaanderen is al tientallen jaren een gewaardeerde en belangrijke partner van de federale overheid voor de organisatie voor de opvang van asielzoekers. Als humanitaire actor staat het Rode Kruis altijd klaar om de overheid bij te springen bij de diverse crisissen, zoals bij de opvang van asielzoekers of bij de noodopvang van Oekraïense vluchtelingen. Uiteraard deel ik hun bezorgdheid over het lot van alleenstaande mannen die we niet meteen kunnen opvangen bij Fedasil.
De overeenkomst tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Fedasil verzekert de financiering van 2.000 opvangplaatsen voor die alleenstaande mannen onder de coördinatie van Bruss’Help. Binnen die samenwerking werd vorige week dinsdag het koudeplan geactiveerd. De uitbouw van infopunten, bijvoorbeeld in Bordet en de sociaal-juridische begeleiding naast het Refugee Medical Point, geven eveneens ondersteuning aan die doelgroep.
Dankzij onder andere de inspanningen van het Rode Kruis Vlaanderen van de afgelopen jaren werden tot nu toe alle gezinnen met kinderen opgevangen, ondanks de bijna 40.000 aanvragen in België in 2024, het hoogste cijfer sinds de Syriëcrisis van 2015. Het is dus een enorme uitdaging om al die gezinnen met kinderen te blijven opvangen, maar we slagen daar wel in.
Op 6 januari stonden er 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst. Sinds november 2024 maakt Fedasil opnieuw gebruik van de jeugdverblijven voor meer dan 500 opvangplaatsen, net zoals vorig jaar. Mijnheer Vandemaele, ik ken wel degelijk het verschil tussen een jeugdverblijf en een jeugdlokaal. U kent de sector zeer goed en u weet ook dat de jeugdverblijven waarvan sprake private eigendom zijn en dat de overheid die dus niet zomaar op te vorderen heeft. Als u daar een andere mening over hebt, hoor ik die graag. Wij hebben gekozen voor de weg van de dialoog. Hiermee herhalen we het initiatief van vorig jaar, destijds met de ondersteuning van toenmalig Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle. Bij het beoordelen van het aanbod van dergelijke tijdelijke infrastructuur houdt Fedasil bovendien ook rekening met de duur van de beschikbaarheid. Er wordt alleen van gebruikgemaakt in periodes waarin er geen jeugdwerk doorgaat. We zorgen er altijd voor dat het gewone jeugdwerk niet gehinderd wordt. Als u daarover een andere mening hebt, hoor ik die ook graag.
Een bijkomende oproep, mevrouw Daems, zou die goede samenwerking dan ook in het gedrang brengen. Daarnaast worden die jeugdverblijven gelinkt aan de werking van een regulier opvangcentrum. Daarvoor moet er natuurlijk een effectieve aanwezigheid zijn van een opvangcentrum. Die jeugdverblijven worden tijdelijk ingezet als een soort satelliet van een bestaand opvangcentrum. Men moet dus eerst een bestaand opvangcentrum in de buurt hebben om die jeugdverblijven te ondersteunen.
Ten slotte is de capaciteit in de jeugdverblijven altijd tijdelijk. Binnenkort sluit het eerste jeugdverblijf immers al. In het voorjaar moet alles weer afgebouwd worden omdat het jeugdwerk herneemt. Men moet dat kunnen opvangen. Dat is altijd een zeer moeilijk moment voor de capaciteit van de opvang, wanneer men heel veel tijdelijke plaatsen moet sluiten. Men moet dat immers kunnen opvangen binnen de gewone capaciteit. Dat betekent dus inderdaad een limiet voor de tijdelijke capaciteit die men kan inzetten in jeugdverblijven.
Er wordt dus wel degelijk bijkomende opvang voorzien om de traditionele winterpiek en -periode te overbruggen. We doen dat op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld ook op campings die we al jaren gebruiken in de winter.
Er moeten effectief ook maatregelen worden genomen om te vermijden dat families op straat komen als die tijdelijke opvangplaatsen opnieuw moeten sluiten. Ten eerste moet daarvoor de instroom beteugeld worden, zeker voor mensen die al in andere Europese lidstaten bescherming kregen. Daarnaast moet de output van de asielinstanties verder verhoogd worden.
Ik was ook wel wat verbaasd over de communicatie van het Rode Kruis, die de situatie als gewaardeerde opvangpartner zeer goed kent. Het is immers helemaal niet zo dat er een aanbod zou zijn van honderden extra opvangplaatsen die op heel korte termijn in gebruik kunnen worden genomen en waarop ik niet zou willen ingaan. Deze legislatuur heeft de regering – zoals u zeer goed weet – meer dan 10.000 bijkomende opvangplaatsen gecreëerd. Voor Groen lijkt het echter nooit genoeg, mijnheer Vandemaele. Ik heb de afgelopen jaren vooral gewerkt aan structurele oplossingen, zoals het Migratiewetboek en het Europees migratiepact. Tot in de eeuwigheid extra opvang openen is immers geen oplossing, voor de asielzoekers noch voor de maatschappij. Voor die structurele oplossingen heb ik echter niet altijd uw steun gekregen.
La création des places d'accueil collectives se réalise là où l'infrastructure est apte et est offerte à l'Agence, madame Meunier. Ce n'est donc pas un choix volontaire de Fedasil d'ouvrir plus de places dans telle ou telle autre Région. Cela dépend de la disponibilité de l'infrastructure.
La création de places d'accueil individuelles est et reste un choix des autorités locales. D'ailleurs, au vu de la répartition géographique des places d'accueil, je suis d'avis qu'il faut également prendre en compte la répartition des réfugiés reconnus sur le territoire.
Je répète, madame Meunier, que Fedasil collabore depuis des années avec la Région bruxelloise pour l'organisation d'un accueil d'urgence pour 2 000 hommes seuls avec droit à l'accueil. La Ville de Mons organise pour l'instant 13 places d'accueil sur 96 358 habitants.
De lokale besturen zullen steeds een belangrijke partner blijven, voor individuele maar vooral ook voor collectieve opvang. Wij hebben vorige legislatuur verregaande maatregelen genomen om die lokale besturen te ondersteunen als zij eigen opvanginitiatieven uitbaten of om die niet langer te schorsen. De realiteit is echter dat gemeenten kampen met een heel grote woningnood en zeer moeilijk personeel vinden, wat ook druk zet op hun mogelijkheden om een antwoord te bieden op de vele uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Ik heb altijd voor dialoog en stimulatie gekozen, waarbij de gemeenten de keuze maken en niet verplicht worden. Ik zal mij altijd blijven verzetten tegen een verplicht spreidingsplan.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, u lijkt een beetje een onetrickpony te worden: het is voor Groen nooit genoeg, Groen heeft mij nooit gesteund, Groen heeft alles gesaboteerd. Dat is wat u antwoord na antwoord vertelt. In hetzelfde antwoord zegt u dat er meer dan 2.000 alleenstaande mannen op straat slapen.
Er zijn in dit land geen A- en B-burgers. Het leven van een alleenstaande man is evenveel waard als het leven van een vrouw of van een kind. Misschien bent u daar niet van doordrongen, maar ik en mijn partij zijn er absoluut van doordrongen. Het leven van elke mens is evenveel waard. Wij zullen dus nooit accepteren dat u als staatssecretaris zegt dat het goed genoeg is, dat er gerust alleenstaande mannen op straat mogen slapen. Wij kunnen daarmee niet akkoord gaan, absoluut niet.
U zegt eigenlijk dat het Rode Kruis liegt. Het Rode Kruis zegt dat er plaatsen beschikbaar zijn op korte termijn. Ik ken die sector heel goed. Er zijn in de jeugdsector wel degelijk honderden bedden beschikbaar op korte termijn, die u niet moet opvorderen. Als u die eenvoudige vraag stelt, is er plaats, dan zullen die jeugdverblijfcentra op korte termijn zeggen dat er plaats is en die plaatsen aanbieden. Het gaat dus niet over opvorderen, het gaat niet over de werking van jeugdverblijven saboteren of onmogelijk maken. Dat is allemaal niet nodig. Het Rode Kruis kan binnen de week honderden bedden vrijmaken voor alleenstaande mannen. Voor u zijn dat echter B-burgers, minderwaardige burgers. Ik zal die visie altijd bestrijden.
Nicole de Moor:
Het is niet omdat ik vandaag een ponykapsel heb, dat u me een onetrickpony moet noemen. Ik zal bovendien nooit accepteren dat u me woorden in de mond legt.
Voor mij is elke mens evenveel waard en wij spannen ons in om iedereen op te vangen. Ik heb nooit gezegd dat het oké is om mensen zomaar op straat te laten slapen, maar ik span me in om de situatie structureel te veranderen, terwijl u blind blijft voor de realiteit. Door het licht van de zon te ontkennen, gaat u niemand helpen.
Matti Vandemaele:
Met alle respect, maar het is zuivere, simpele en eenvoudige wiskunde. Er is een nood en er is een oplossing. Het Rode Kruis zegt dat het een oplossing voorstelt, terwijl de minister wegkijkt en de vraag niet stelt. Ofwel liegt het Rode Kruis, ofwel liegt u, mevrouw de staatssecretaris. Het is een van de twee.
Door niet in te gaan op dat aanbod, kiest u er wel degelijk voor om alleenstaande mannen tot B-burgers te maken, die voor u gerust op straat mogen slapen.
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, er slapen nog steeds 2.947 mensen op straat en ik verneem nu dat er geen beterschap op komst is. Ik vind dat onbegrijpelijk, want de opvangcrisis sleept al heel uw mandaat aan.
U moet, zoals ik daarnet al zei, een duidelijke keuze maken: ofwel kiest u voor een beleid dat de opvangcrisis echt aanpakt, met degelijke opvang, ofwel kiest u voor verloedering. Het Rode Kruis biedt u opvangplaatsen aan, maar u trekt in twijfel of die extra plaatsen er wel degelijk zijn. Het aantal LOI’s daalt, terwijl dat eigenlijk de beste weg naar integratie is. De tijd dringt en u zit mee aan de onderhandelingstafel voor asiel en migratie. Ik verwacht echt dat u op tafel slaat voor de juiste keuze.
Marie Meunier:
Merci, madame la secrétaire d' É tat, pour ces différentes réponses.
Je vous avoue rester un peu sur ma faim, notamment en ce qui concerne la répartition entre la Wallonie, la Flandre et Bruxelles. J'entends bien que cela dépend des communes et de la disponibilité des établissements mais vous n'avez pas vraiment répondu à ma question concernant les actions que vous avez entreprises pour faire en sorte que davantage de places se développent de manière plus égale au niveau notamment de la Flandre par rapport à la Wallonie. Je reviendrai peut-être ultérieurement avec une question de suivi.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil op drie punten ingaan. Ten eerste, u zegt dat u niet op de hoogte bent van de plaatsen van het Rode Kruis. Ik ben nieuw in dit Parlement, dus ik weet nog niet precies hoe u te werk gaat, maar ik hoop wel dat u met het Rode Kruis in gesprek gaat. Het gaat immers om mensen die vandaag op straat slapen. Ik hoor dat u de mensenrechten heel belangrijk vindt. Ook in dat opzicht is het heel belangrijk dat we elke plaats benutten waar we mensen kunnen opvangen. Ik kijk niet naar wie liegt, daar gaat het mij niet om, het gaat mij vooral om het beleid dat wordt gevoerd. Ten tweede, ook het aantal LOI's neemt af. U vertrekt straks waarschijnlijk naar de onderhandelingstafel. Ik hoop dat u dit meeneemt om daar een menselijk beleid te bepleiten. Ten derde, die procedures vormen nog een ander thema dat we moeten bespreken. De mensen die hier zijn, moeten we opvangen en zo snel mogelijk ofwel terugsturen, ofwel integreren in de samenleving.
Het budget voor asielopvang
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De staatssecretaris bevestigde dat Fedasil’s budget voor 2024 op 929 miljoen euro uitkomt (inclusief 133 miljoen extra via het KB van 10 januari 2025), samengesteld uit basisdotaties en diverse provisies, maar suggereerde dat dit nog steeds ontoereikend is voor de migratiedruk. Van Belleghem (N-VA) benadrukte dat ondanks een daling van lokale opvanginitiatieven (30%) het totale aantal opvangplaatsen met 30% steeg, en kaartte tegenstrijdige standpunten aan: *Vooruit* eist meer capaciteit, terwijl *N-VA/cd&v* onderhandelen over strengere asielbeperkingen, wat ze als een inconsistente coalitiestrategie afschildert.
Francesca Van Belleghem:
Op 10 januari 2025 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit houdende de 9de verdeling van het provisioneel krediet. In dat KB staat dat er onvoldoende krediet is uitgetrokken om de uitgaven in verband met de asiel- en migratiecrisis te dekken. Bijgevolg werd via dit KB een bijkomend budget voor Fedasil voor 2024 ten belope van 133 miljoen euro uitgetrokken.
Mevrouw de staatssecretaris, kunt u een finaal overzicht geven van het budget van Fedasil voor 2024, van start tot finish? Zullen er nog KB's bijkomen of is dit het laatste?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, op het begrotingsconclaaf van 2024, dus in oktober 2023, werd een provisiebeheer Migratie van 137.366.000 euro in de interdepartementale provisie gereserveerd, getiteld "Beheer migratie ten behoeve van alle asiel- en opvanginstanties voor het begrotingsjaar 2024".
De afgelopen jaren werd het budget voor Fedasil steeds uit twee elementen opgebouwd: een dotatie om de bestaande werking te financieren en een trekking uit een algemene provisie Asiel en Migratie om eventuele volume-effecten te financieren. Als dotatie en uit de verschillende provisies verkreeg Fedasil een initiële dotatie van 786.220.000 euro, volgens de wet van 22 december 2023. Dan volgden er een aantal kleinere provisies: de provisie van het Europees voorzitterschap van 225.000 euro, de IDP Migratiebeheer voor de huur van het Dublincentrum in Zaventem van 292.000 euro, de IDP Oekraïne van 6.329.914 euro, de provisie voor de indexatie van 2.123.804 euro, de IDP voor schadevergoedingen van 601.318 euro en een grotere IDP Migratiebeheer voor 2024 van 133.599.250 euro.
In totaal komt u, wanneer u de bedragen optelt, uit op 929.391.289 euro. Ik rekende het even in uw plaats uit, dat gaat sneller.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, u spreekt over 929 miljoen euro en het is nog niet genoeg. Mijn collega van Vooruit, die al is vertrokken, sprak daarnet immers over de daling van het aantal lokale opvanginitiatieven met 30 %. Hij vergat echter wel te vermelden dat het totale aantal opvangplaatsen voor asielzoekers met 30 % is gestegen, ondanks de daling van de lokale opvanginitiatieven. Ik hoor Vooruit nu pleiten voor meer opvangplaatsen, hoewel de arizonapartijen beweren te onderhandelen over minder opvangplaatsen. Aangezien Vooruit nu al haar kar keert, wens ik N-VA en cd&v heel veel succes met het strengste asielbeleid ooit, waarover ze onderhandelen. Een zaak is duidelijk, u verkiest de verkeerde partners.
De onrustwekkende stijging van de gezinsmigratie door derdelanders
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijging van gezinsherenigingsvisa (van 14.133 in 2019 naar 19.513+ in 2024, vooral voor Syriërs, Marokkanen en Indiërs) zet zich onverminderd door, mede door toegenomen asielmigratie en gezinshereniging met beschermingsstatushouders. De Vreese wijst op de maatschappelijke druk (lage arbeidsparticipatie, uitkeringsafhankelijkheid, integratie-achterstand en belasting van onderwijs/huisvesting) en pleit voor verscherpte criteria, zoals in 2011 effectief was. De Moor bevestigt de stijging, verwijst naar de recente procedurehervorming (september 2024, nog zonder zichtbaar effect) en erkent dat verdere verstrenging nodig is, met aandacht hiervoor in de federale regeringsonderhandelingen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, gezinshereniging is al vele jaren het grootste migratiekanaal voor niet-Europeanen naar dit land. In 2023 werden meer dan 19.700 visa voor langverblijf goedgekeurd wegens gezinshereniging aan derdelanders. De meeste daarvan gingen naar Syriërs, Marokkanen en Indiërs. Dat cijfer stijgt jaar na jaar, zo leren ons de jaarverslagen van de Dienst Vreemdelingenzaken. In 2019 ging het nog om amper 14.133 visa. Dat is een stijging met liefst 40 % in vier jaar tijd. Het cijfer van vorig jaar is ons nog niet bekend, maar zal, indien de trend zich doorzet, nog hoger liggen.
Dit alles legt een zeer zware maatschappelijke last op onze ontvangende samenleving. Uit statistieken daarover op Statbel blijkt dat actueel minder dan de helft van de inwoners geboren buiten de Europese Unie op arbeidsleeftijd werkt. Er is bij deze groep sprake van een zorgwekkende oververtegenwoordiging in de diverse uitkerings- en bijstandsstelsels. Vooral de kwestie van gezinscreatie, waarbij allochtone inwoners huwen met een partner uit het land van herkomst, is daarbij problematisch. Hierdoor wordt de klok van de integratie en taalverwerving binnen allochtone gezinnen namelijk telkens opnieuw teruggedraaid.
Ik heb in het Vlaams Parlement de problematiek van inburgering en integratie opgevolgd. Wij staan daar wel degelijk voor heel wat uitdagingen de komende jaren. Om die redenen werden in 2011 de criteria voor gezinshereniging verstrengd. Die hervorming slaagde er toen in om het aantal uitgereikte visa voor gezinshereniging te doen dalen. De cijfers van de afgelopen jaren maken evenwel afdoende duidelijk dat het huidige wetgevende kader niet langer volstaat om dit immigratiekanaal onder controle te houden.
Kunt u ons verduidelijken of de stijging van dit cijfer zich voortzet in 2024? Wat is daarvoor volgens u de verklaring? Bent u het eens met ons dat de criteria hiervoor verstrengd dienen te worden?
Nicole de Moor:
Mevrouw De Vreese, in de eerste elf maanden van 2024 tellen we 19.513 goedgekeurde visa in het kader van gezinshereniging. De cijfers voor het hele jaar zullen binnen enkele dagen terug te vinden zijn op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken. Op het einde van het jaar gaat de DVZ steeds zorgvuldig na of alle cijfers volledig zijn, alvorens die finaal gepubliceerd worden.
Een mogelijke verklaring voor een stijging in de uitgereikte visa voor gezinshereniging is de toename van het aantal aanvragen van gezinshereniging met een persoon met internationale beschermingsstatus. Dat is een logisch gevolg van de stijging in asiel.
We hebben de afgelopen legislatuur een hervorming van de procedure van gezinshereniging doorgevoerd, maar die is pas in september in werking getreden. We zullen dus nog geen grote wijziging kunnen waarnemen in de cijfers van 2024. Bovendien ben ik inderdaad van mening dat de procedure nog verder hervormd kan worden. Het is daarom ook goed dat we daarover spreken in het kader van de federale regeringsonderhandelingen.
Maaike De Vreese:
Bedankt, mevrouw de staatssecretaris. Ik was even aan het nagaan wat 19.513 gedeeld door het aantal maanden plus een extra maand bijgeteld, oplevert. Sowieso zullen we de cijfers van 2023 overschrijden. Die stijging zet zich door. We maken ons zorgen over die heel grote stijging. We merken dat het aantal asielaanvragen nog steeds op een piek zit. Daarop volgt vervolgens die gezinsmigratie. De gevolgen hebben niet enkel betrekking op sociale steun, maar ook op huisvesting. Ook in het onderwijs staan we voor enorm grote uitdagingen. Spreek eens met onderwijzers over de uitdagingen die zij ervaren met kinderen die anderstalig zijn. Een verstrenging van de wetgeving dringt zich volgens mij inderdaad op. U weet even goed als ik dat daartoe een aantal voorstellen op de onderhandelingstafel liggen. Ik hoop dat we daar zo snel mogelijk mee aan de slag kunnen gaan.
De evolutie van de asielcijfers
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In december 2024 dienden 3.560 asielzoekers een verzoek in België in, wat de stijgende trend van late 2024 bevestigt, hoewel een daling in 2025 wordt verwacht. België blijft oververtegenwoordigd in EU-asielcijfers door aanhoudende conflicten, secundaire migratie en wisselende beleidsmaatregelen in andere lidstaten. De staatssecretaris benadrukt dat Europese samenwerking (via het Migratiepact) en afspraken met herkomstlanden cruciaal zijn om de instroom te verminderen. Structurele oplossingen en een sneller akkoord met de nieuwe federale regering zijn noodzakelijk om de druk op het systeem te verlichten.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, in november 2024 registreerde de DVZ 3.236 verzoekers om internationale bescherming. Bovendien werden in november 2024 nog 45 personen geregistreerd die via hervestiging naar België kwamen. Dat brengt het totaalaantal verzoekers voor november 2024 op 3.281. Nog in november 2024 nam het CGVS 1.987 beslissingen, die betrekking hadden op 2.632 personen. Dat impliceert dat alleen al in november 2024 de administratieve achterstand in de dossiers opnieuw steeg, goed voor meer dan 600 asielzoekers. Het effect daarvan op de opvang laat zich raden: nog langere looptijden met een nog groter tekort tot gevolg.
Hebt u al data over het aantal asielaanvragen in de maand december 2024?
Wat is uw inschatting van het aantal asielaanvragen dat de komende maanden kan worden verwacht?
Hoe verklaart u dat België zo sterk oververtegenwoordigd is in de Europese asielstatistieken en het aldus de neerwaartse trend niet volgt die elders waarneembaar is?
Nicole de Moor:
Mevrouw Safai, ik kan u mededelen dat in de maand december 2024 3.560 personen een verzoek tot internationale bescherming hebben ingediend. Om dat cijfer in perspectief te plaatsen, moet ik opmerken dat we in de maanden oktober, november en december altijd de hoogste aantallen verzoeken tellen. Ik hoop dat het cijfer vanaf januari 2025 opnieuw afneemt. Normaal gezien is dat het geval.
Het blijft echter heel moeilijk om met een glazen bol te kijken naar de asielcijfers voor 2025. Het feit is wel dat verschillende conflicten blijven woeden aan de buitengrenzen van Europa, waarvoor misschien niet onmiddellijk een oplossing in het vooruitzicht is. Bovendien is er ook het fenomeen van de secundaire migratie. Wanneer andere Europese lidstaten hun beleid sterk wijzigen, kan dat ook een effect hebben op de asielaanvragen in België.
België kende inderdaad een lichte stijging van de cijfers in vergelijking met 2023. Die cijfers fluctueren van jaar tot jaar en van land tot land. Het aantal asielaanvragen stijgt nu in België, net zoals in Ierland, Italië, Polen en Griekenland. In 2023 was er echter een daling in ons land, hoewel de instroom in de Europese Unie steeg. Er is dus wel enig verschil in de cijfers van jaar tot jaar.
Globaal is de belangrijkste vaststelling dat sinds 2022 in heel Europa de cijfers op een heel hoog, een te hoog niveau liggen. Het gaat dus niet om een louter Belgisch fenomeen. Zoals ik al vaker heb gezegd, is het daarom van essentieel belang dat we verder maatregelen nemen om de instroom naar omlaag te krijgen. Dat moet in de eerste plaats op Europees niveau gebeuren, met het Migratiepact, maar ook door een nog verdergaande samenwerking met herkomst- en transitlanden om de instroom onder controle te krijgen, waar mogelijk ook op Belgisch niveau. Ik hoop dus dat we snel een akkoord kunnen bereiken om daarop met een nieuwe federale regering verder te kunnen inzetten.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. We hebben inderdaad een structurele oplossing nodig. De instroom moet naar omlaag. Dat is wat ons systeem nodig heeft en we proberen daarvoor in de onderhandelingen oplossingen te vinden.
Het gegeven dat het aantal nieuwe asielaanvragen alleen in België en Ierland stijgt
De sterke stijging van het aantal asielvragen in ons land
Stijgend aantal asielaanvragen in België en Ierland
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een recordstijging (12-13%) van asielaanvragen—uniek in West-Europa waar buurlanden dalingen tot 60% noteren—door een te aantrekkelijk opvangsysteem en structureel falend beleid, terwijl 50% van de aanvragers geen recht op bescherming heeft. Staatssecretaris De Moor wijst op Europese oplossingen (migratiepact, deals met transitlanden zoals Tunesië waar instroom daalde) en versnelde maatregelen tegen secundaire migratie, maar erkent dat resultaten tijd vragen. Critici Van Belleghem en Vander Elst hekelen dure, inefficiënte opvang (€235 miljoen voor 3 maanden), gebrek aan dringende nationale actie en politiek getalm (Arizona-onderhandelingen, €2,5 miljoen dagelijkse extra kosten), eisend onmiddellijke verstrenging om de crisis af te wenden. Kernpunt: België moet minder aantrekkelijk worden, maar concrete stappen ontbreken nog.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, wat zou er in dit land slechter zijn: de begroting of de asielinstroom? Als men de Europese ranglijsten bekijkt, behoren we in beide gevallen tot de slechtste leerlingen van de klas. Erger nog, al onze buurlanden doen het beter. In Nederland is de instroom van asielzoekers met 3 % gedaald. Frankrijk doet het 7 % beter dan vorig jaar. In Duitsland is het aantal asielaanvragen met een vierde op een jaar gedaald.
Wij doen het niet een klein beetje slecht, want dat zou een stagnatie betekenen, wij doen het ronduit slecht. Onze instroom van asielzoekers stijgt met 13 %. Vorige week hebt u een reden gegeven waarom onze asielinstroom zo hoog is. U zei dat men een kat een kat moet noemen: onze socio-economische situatie is beter dan in Griekenland.
In het leven moet men een kat inderdaad een kat durven te noemen, maar men moet de kat vooral niet bij de melk zetten. De enige manier om de instroom van asielzoekers te beperken, is door dit land minder aantrekkelijk voor asielzoekers te maken. Andere landen doen dat ook. Mevrouw de Moor, geef die kat water. Hij zal de melk wel in een ander land gaan zoeken.
Ons land is dus veel te aantrekkelijk voor die gelukszoekers, want de helft heeft zelfs geen recht op erkenning. Mevrouw de Moor, een regering in lopende zaken kan en moet noodmaatregelen nemen als het nodig is. Welke nieuwe maatregelen zult u vandaag voorstellen?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ons land staat nog eens op het podium. Samen met Ierland zijn wij het enige West-Europese land dat de cijfers van de asielstroom in 2024 heeft zien toenemen. Ik denk dat ik net als u geen reden zie om te feesten, want als er een podium is waarop ik liever niet had gestaan, was het net dat podium wel. De cijfers zijn immers zorgwekkend. Het CGVS verwacht dat we uiteindelijk op zowat 40.000 aanvragen zullen uitkomen in 2024. Dat zijn er ongeveer 5.000 meer dan in 2023. Het is een exponentiële stijging, terwijl dat aantal in bijna alle andere West-Europese landen daalt, in Oostenrijk zelfs een daling van 60 %.
De diensten kunnen het tempo van de asielinstroom niet meer aan. Ons opvangsysteem kraakt in al zijn voegen. Ons land botst op dit moment op de limieten van wat het aankan. Mensen slaan op de vlucht voor oorlogssituaties. Dat is van alle tijden en dat zal ook in de toekomst nog gebeuren. Ook ons land moet zijn deel blijven doen. Als echter keer op keer, jaar na jaar, duidelijk wordt dat ons land het land van melk en honing is, dan zitten we met een structureel probleem. We moeten de instroom beperken. Uzelf herhaalt die boodschap ook al jaren.
Mevrouw de staatssecretaris, wat hebt u de afgelopen jaren gedaan om de instroom te beperken? Wat doet u klaarblijkelijk verkeerd, aangezien de cijfers terug de verkeerde richting uitgaan?
Nicole de Moor:
(…) debat voeren, maar misschien eerst op basis van de juiste cijfers. U stelt terecht vragen over het hoge aantal asielaanvragen. Dit jaar kent Europa in het algemeen een daling van 12 %. In bepaalde landen, waaronder België, stijgt het aantal asielaanvragen. Ons land tekent een stijging van 12 % op, in Ierland is het aantal aanvragen met 43 % gestegen, in Italië bedraagt de stijging 16 %, de toename in Polen is 70 % en in Griekenland steeg het aantal asielaanvragen met 14 %. Vorig jaar was het net omgekeerd. In 2023 lag het aantal asielzoekers in ons land 4 % lager dan in 2022, terwijl de instroom in heel Europa met 25 % steeg. Daar valt dus niet zomaar een lijn in te trekken. Voor mij is het al lang klaar en duidelijk dat de instroom in ons land te hoog is en dat die moet afnemen. We doen dat op verschillende manieren.
Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat er minder mensen irregulier naar Europa migreren. Daarvoor hebben we beter gecontroleerde Europese buitengrenzen nodig. Eerder dit jaar werd het migratiepact dat daarvoor moet zorgen aangenomen, maar we moeten dat pact nu ook versneld uitrollen op het terrein. We zetten daar stappen in. Op 12 december heb ik de belangrijke stap genomen via de indiening van het nationaal implementatieplan bij de Europese Commissie. Dat is belangrijk, want het moet vooruitgaan.
We werken vanuit Europa ook samen met herkomst- en transitlanden om te vermijden dat mensen hun leven riskeren tijdens zo’n gevaarlijke overtocht. Vorig jaar hebben we in dit Parlement vrij heftige debatten gevoerd over de deal met Tunesië. Het aantal overtochten van bootvluchtelingen vanuit Tunesië is in de eerste jaarhelft van 2024 met 60 % gedaald. De Europese Commissie zegt zelfs dat er nu al een daling van 80 % zou zijn.
Vervolgens moeten we ook secundaire migratie aanpakken met asielzoekers die van het ene naar het andere land doorreizen. Het is immers onaanvaardbaar dat mensen asiel aanvragen in België terwijl ze dat reeds eerder hebben gedaan in een ander Europees land, of terwijl ze zelfs al bescherming hebben gekregen in een ander Europees land, bijvoorbeeld Griekenland. Ik verzet mij daar al langer tegen en dankzij het migratiepact zullen we in de toekomst over meer mogelijkheden beschikken om daartegen te strijden en maatregelen te nemen. We moeten die ten volle benutten en waar we kunnen ook al vervroegd toepassen. Daarover heb ik eind november maatregelen aangekondigd. We passen een aantal zaken vervroegd toe. We zetten dus concrete stappen om de instroom te beperken.
Dat gebeurt echter niet van vandaag op morgen. Iedereen die u dat vertelt, maakt u iets wijs. We gaan in de goede richting en ik hoop dat we ook in de nabije toekomst kunnen landen met de arizonaformatie waarin hopelijk meer mogelijk zal zijn dan tijdens Vivaldi, met een sterk regeerakkoord dat ons controle kan blijven geven op migratie.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, op alles en iedereen moet er worden bespaard, maar straks zult u allen er een begroting doorjagen waarin nog 10 miljoen euro extra wordt gevraagd voor de opvang van asielzoekers. In het totaal vraagt u maar liefst 235 miljoen euro om asielzoekers drie maanden lang op te vangen in de maanden januari, februari en maart. Wist u dat dat bedrag bijna evenveel is als wat er in 2017 op één jaar werd uitgegeven aan asielzoekers?
De landen rondom ons verstrengen de regels voor asielzoekers. Wij blijven hier als enigen achter. Uw voorgangers en de andere staatssecretaris posten om de zoveel dagen leuke foto’s en selfies over hoe de migratieonderhandelingen vorderen. Elke dag dat de arizonapartijen niet tot een akkoord komen, gaat er 2,5 miljoen euro extra asielbudget de deur uit. Daar bent u allen verantwoordelijk voor.
Kjell Vander Elst:
Dank u voor uw antwoord. U hebt het herhaald: zoals ik het hoor, zal het bij Arizona allemaal sneller, beter, efficiënter en strenger worden. Dat lees ik alvast op de socialemediakanalen van collega Theo Francken. Het is jammer dat hij afwezig is. Ik kijk uit naar de voorstellen. Mevrouw de staatssecretaris, de vraag is wanneer we die zullen zien. Terwijl Arizona rondjes en cirkels blijft draaien, stevenen we immers misschien af op een asielcrisis en swingen de cijfers de pan uit.
Laat mij duidelijk zijn, ik verwacht van u geen wonderoplossingen, want die bestaan niet. Het is echter wel duidelijk dat we geen tijd te verliezen hebben. We stevenen recht op de muur af. U bent 2,5 jaar staatssecretaris, u bent bevoegd. Ik heb voor u twee suggesties: stop met talmen met die regeringsonderhandelingen en doe intussen uw job en zorg voor bijkomende beperkingen op het vlak van de instroom.
Voorzitter:
Einde van de mondelinge vragen.
De stijging van de gemiddelde duur van de asielopvang
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gemiddelde verblijfsduur in asielopvang stijgt (531 dagen) ondanks maatregelen zoals versnelde uitstroom na negatieve beslissingen en maaltijdcheques, door hoge instroom, werkachterstand bij asieldiensten, woningnood, medische gevallen en rechterlijke beslissingen—hoewel de uitstroom wel toeneemt (nu >2.200/mnd). Een extreem geval (9 jaar opvang) betreft een zwaar zieke persoon met een afgeronde asielprocedure maar een lopende alternatieve verblijfsregeling (zorgoverdracht loopt). De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) wordt door oppositie aangewezen als belangrijke bottleneck (rechterlijke beslissingen vertragen procedures), maar een gevraagde hoorzitting haalt geen parlementssteun. Staatssecretaris bevestigt meervoudige aanpak nodig: versnelde procedures, betere terugkeerintegratie en structurele oplossingen voor woningmarkt en medische dossiers.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, een gemiddelde verblijfsduur van 531 dagen in opvangcentra voor asielzoekers betekent opnieuw een stijging ten opzichte van 2023 en 2022. Die stijging vinden wij onverwacht, want in juni hebt u maatregelen genomen om de gemiddelde verblijfsduur in een opvangcentrum te verkorten. Iedereen die sindsdien een negatieve asielbeslissing kreeg, moest de asielopvang binnen een periode van dertig dagen verlaten. Daarnaast werd sinds enige tijd ook het systeem van de maaltijdcheques ingevoerd.
We zijn intussen een half jaar verder, dus redelijkerwijs zouden we mogen verwachten dat de effecten van uw gewijzigd beleid al voelbaar zouden zijn. Mevrouw de staatssecretaris, hoe verklaart u dat de gemiddelde verblijfsduur in de opvangcentra voor asielzoekers stijgt, ondanks de maatregelen die u hebt genomen om die te doen dalen? Welke bijkomende maatregelen zouden er volgens u genomen kunnen worden om de gemiddelde opvangduur te doen dalen?
Uit een antwoord op een schriftelijke vraag die ik indiende, blijkt dat de langste verblijfsduur in een opvangcentrum maar liefst 3.419 dagen bedraagt, meer dan negen jaar. Het zou om een zwaar zieke persoon gaan die ten laste van de asieldiensten in een zorginstelling verblijft. Hoe komt het dat iemand negen jaar lang ten laste van Fedasil in een opvangcentrum kan verblijven zonder een antwoord op zijn of haar asielverzoek? Voor dergelijke personen bestaat de medische regularisatie, maar hoe komt het dat die in dit geval niet is toegepast?
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, de gemiddelde verblijfsduur in de opvang is de afgelopen periode inderdaad niet gedaald. Asielzoekers moeten te lang in de opvang blijven. Meerdere factoren spelen daarbij een rol. De verblijfsduur is vandaag vooral heel duidelijk het gevolg van de hoge instroom en de stijgende werkachterstand bij de asielinstanties, maar daarnaast spelen ook de crisis op de woningmarkt, rechterlijke beslissingen over het recht op opvang, de medische situatie van de opvangbegunstigden en de terugkeermogelijkheden allemaal een rol.
De genomen uitstroommaatregelen zijn wel degelijk effectief, want we stellen gelukkig ook een gestegen uitstroom vast. We kunnen dus niet beweren dat de aanwervingen bij de asieldiensten niets hebben opgeleverd. Dat heeft mevrouw Van Balberghe gisteren ook goed toegelicht. De output is wel degelijk gestegen, maar we kennen nog altijd een hoge instroom. Hoewel de uitstroommaatregelen vanaf juli 2024 in werking traden, worden die effecten pas op langere termijn merkbaar en blijven ook andere belangrijke factoren, zoals aangekaart, de gemiddelde verblijfsduur beïnvloeden.
Voorlopig kunnen wij concluderen dat de maatregelen dus wel een effect hebben gehad. Immers, terwijl tussen februari 2023 en juni 2024 de uitstroom per maand slechts twee keer boven 2.000 personen per maand lag, ligt hij sinds juli 2024 ononderbroken boven 2.200 personen per maand, met een piek in juli 2024 van 2.887 personen die de opvang hebben verlaten.
Er zal op alle factoren moeten worden ingezet om de verblijfsduur naar een redelijke termijn te herleiden, namelijk minder uitstroom, snellere procedures en meer mogelijkheden in het kader van terugkeer en integratie.
Zoals u weet, kan ik geen individuele informatie delen over de persoon die al zo lang in het opvangnetwerk verblijft. Het is dus niet evident om op uw vraag te antwoorden. Ik kan wel meegeven dat het om een persoon gaat met heel erg zware medische problemen en die in een instelling moest worden opgevangen. Hij verblijft dus niet in een opvangnetwerk, maar in een zorginstelling. De asielprocedure werd negatief beoordeeld. Er is inmiddels echter een andere verblijfsprocedure, die tot een positief resultaat heeft geleid. Daardoor zitten wij in een proces om de betrokkene over te dragen aan de nodige zorginstellingen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.
Gisteren was er inderdaad een hoorzitting met Sophie Van Balberghe, commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Zij liet blijken dat haar job onmogelijk werd gemaakt door rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Dat verklaart ook de lange verblijfsduur in de opvangcentra voor asielzoekers.
Wij wilden een hoorzitting vragen met de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Omdat het quorum echter niet bereikt is en parlementsleden het niet belangrijk vinden om hun job uit te oefenen, kunnen wij dat nu helaas niet vragen.
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, ik kan dat idee alleen maar steunen. Het is een goed idee. De hoorzitting met mevrouw Van Balberghe was heel interessant. Ik heb geprobeerd delen ervan te volgen. Het was een goed en open debat. Ik weet dat ook de heer Roosemont op korte termijn naar de commissie zal komen. Het is geen slecht idee om ook een dergelijke hoorzitting te houden met de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Voorzitter:
Wij proberen inderdaad met de commissie de traditie voort te zetten. Wij nodigen altijd de verschillende asielinstanties uit voor een interessante hoorzitting.
Voorzitter:
Vraag nr. 56001280C van mevrouw Van Belleghem wordt ingetrokken.
De bijdrageplicht voor werkende asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staatssecretaris Nicole de Moor belooft transparantie over de aangepaste bijdrageplicht voor asielzoekers met inkomsten (ingegaan op 1 juli 2024), maar kan nog steeds geen definitief antwoord geven omdat Fedasil de benodigde gegevens (kruising van data) nog niet heeft geleverd, ondanks herhaalde beloftes en een wachttijd van maanden. Van Belleghem dringt aan op spoedige feedback, zelfs tijdens het kerstreces, om de 30-dagentermijn te vermijden. De Moor benadrukt trots op het complexe wettelijke en controle-traject, maar biedt geen concrete timing.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op 1 juli 2024 wijzigde de bijdrageplicht voor asielzoekers met beroeps- of andere inkomsten die tegelijk materiële hulp krijgen.
Op 23 juli heb ik daarover een schriftelijke vraag ingediend, maar u zei toen dat het nog te vroeg was om mij daarop een antwoord te geven. Vol goede moed diende ik eind oktober mijn vraag opnieuw in en meende effectief antwoord te zullen krijgen. Gisteren, op 17 december, hebt u mij dan eindelijk een antwoord gestuurd. Dat luidde als volgt: "Ik verwacht een antwoord te krijgen van Fedasil in de week van 16 december."
Dat is deze week, dus mijn vraag is of u al antwoord hebt gekregen van Fedasil. Zo ja, kunt u mij dat dan bezorgen?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, u hebt ondertussen een antwoord gekregen op uw vraag, maar ik wil u gerust het antwoord van Fedasil voorlezen.
Francesca Van Belleghem:
Ik kan het natuurlijk zelf lezen, maar in het antwoord op de vraag staat: "Fedasil hoopt in de week van 16 december het resultaat van die kruising te krijgen." We zijn nu in de week van 16 december, dus mijn vraag is…
Nicole de Moor:
Als ik het antwoord had gekregen, dan zou ik het u gegeven hebben. Ik heb u het antwoord gegeven zoals ik dat ontvangen heb. Ik heb u ook uitgelegd waarop we wachten en ik heb u de cijfers gegeven waarover we vandaag al beschikken.
Francesca Van Belleghem:
Als u deze week het antwoord nog zou ontvangen, kunt u ons dat dan bezorgen in het kerstreces, zodat ik niet de hele antwoordtermijn van 30 dagen moet afwachten?
Nicole de Moor:
Ik heb er geen probleem mee om daarover transparant te zijn. Ik ben bijzonder fier op het traject dat we hebben afgelegd. Het was een heel moeilijk traject om die bijdrageplicht niet alleen in een wet te gieten, maar er ook voor te zorgen dat we dat kunnen controleren.
De kostprijs voor de hotelopvang van asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt herhaaldelijk om verduidelijking of de opgegeven kostprijs (duizenden euro’s) voor hotelopvang de jaarlijkse of maandelijkse uitgave in 2024 betreft, maar staatssecretaris Nicole de Moor ontwijkt een direct antwoord en benadrukt enkel dat het om een *maximale budgettaire impact* gaat (niet voor een volledig jaar). De Moor verwijst naar een eerder schriftelijk antwoord, zonder concrete jaarsom te geven.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, het antwoord op een schriftelijke vraag is mij niet helemaal duidelijk. Daarom vraag ik een kleine verduidelijking.
De kostprijs die ik heb ontvangen – de vele duizenden euro’s – is dat de totale kostprijs voor 2024 of is dat het budget voor een maand? Dat blijkt niet duidelijk uit het schriftelijke antwoord.
Nicole de Moor:
Het betreft de maximale budgettaire impact. We hebben de dagprijs en de maximaal voorziene capaciteit vermeld. U kunt dan de berekening van de maximale budgettaire impact maken, maar wij hebben ze ook voor u gemaakt.
Francesca Van Belleghem:
Is dat het bedrag voor 2024 of voor één maand?
Nicole de Moor:
Die plaatsen zijn niet over het hele jaar 2024 gebruikt. Het kan nooit voor een heel jaar zijn.
Francesca Van Belleghem:
Mijn vraag was wat de kostprijs bedroeg voor de hotelopvang voor één jaar. Hoeveel hebt u daarvoor betaald?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, ik heb op uw vraag geantwoord. U hebt een volledig antwoord ontvangen.
Francesca Van Belleghem:
Ik zal het nader bekijken.
De situatie in Syrië en het beleid van het CGVS inzake terugkeer
De asielaanvragen van Syriërs
Syrische vluchtelingen in België
De opschorting van de behandeling van de asielaanvragen van Syriërs
De situatie van Syrische vluchtelingen en asielbeleid in België
Gesteld door
VB
Francesca Van Belleghem
PVDA
Greet Daems
PS
Khalil Aouasti
MR
Catherine Delcourt
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na het vertrek van Assad blijft Syriës toekomst onzeker, waardoor het CGVS 3.111 asielaanvragen van Syriërs opschort tot de situatie ter plaatse duidelijker is, zonder te wachten op volledige stabiliteit. 35.000 Syriërs kregen al bescherming in België, met dit jaar 4.725 nieuwe aanvragen, maar huidige beslissingen worden uitgesteld wegens onduidelijkheid over mensenrechten (minderheden, vrouwen) onder een mogelijk nieuw regime. Het exacte aantal asielzoekers in opvang is nog niet bekend, maar de staatssecretaris belooft dit later te bezorgen. De focus ligt op afwachten en latere risicobeoordeling op basis van nieuwe informatie.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik had deze vraag ingediend de dag nadat dictator Al-Assad Syrië was ontvlucht, dus ze is minder actueel.
U hebt daarover al antwoorden gegeven in de Kamer, maar kunt u mij een laatste stand van zaken geven?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, heel wat collega's hadden daarover vragen ingediend, maar ik beperk mij tot het geven van een update over de situatie.
De snelheid van de ontwikkelingen in Syrië heeft de internationale gemeenschap verrast. Ik hoop, samen met iedereen, dat de vrede en stabiliteit kan terugkeren in Syrië, maar het blijft afwachten. We zijn nog niet zo heel lang na het omverwerpen van het regime, dus het is te vroeg om te zeggen wat de toekomst zal brengen. Het enige wat we kunnen zeggen, is dat Al-Assad weg is, maar we weten nog niet wat er in de plaats komt. We kennen dat nieuwe regime onvoldoende.
Hoe zal het nieuwe regime eruitzien en zal er stabiliteit zijn? Als er een nieuw regime is, hoe zal het zich opstellen tegenover bijvoorbeeld de christelijke of Koerdische minderheden en zal het de vrouwenrechten beperken? Dat zijn vragen waarop we op dit moment geen antwoord kunnen geven, dus kunnen we ook onmogelijk een antwoord geven wat betreft de mensen die hier bescherming aanvragen.
Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen heeft daarom beslist om die asielaanvragen on hold te zetten tot er een duidelijker zicht is op de situatie. Dat betekent echter niet dat het per definitie wacht tot er vrede en stabiliteit is in Syrië, maar het commissariaat wacht wel met het opnieuw nemen van beslissingen tot het een zicht heeft op de situatie ter plaatse, of het nu de goede of de slechte kant uitgaat.
Ik kan wel nog een aantal cijfers geven. De afgelopen tien jaar kregen ongeveer 35.000 Syriërs bescherming in ons land. Ook dit jaar zijn Syriërs trouwens de eerste nationaliteit wat asielaanvragen betreft. Tot en met oktober waren het er 4.725 en momenteel wachten nog 3.111 Syriërs op een beslissing van het CGVS. Dat betekent dat deze mensen op dit moment geen beslissing in hun asielaanvraag zullen krijgen. Het CGVS zal afwachten en later het risico op vervolging in de toekomst beoordelen op basis van alle objectieve informatie waarover het dan zal beschikken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, weet u ook hoeveel van die 3.111 er in een asielopvang verblijven of kunt u daarop nu geen antwoord geven?
Nicole de Moor:
Ik heb daar een zicht op, ik heb alleen het exacte cijfer niet bij mij. Ik zal het opzoeken en het u bezorgen.
Illegale migratie over het Kanaal
Het actieplan tegen mensensmokkel en transmigratie
Maatregelen tegen illegale migratie en mensensmokkel
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Calaisgroep (VK, FR, DE, NL, BE + EU) versterkt in 2025 de gezamenlijke aanpak van illegale migratie en mensensmokkel via het Kanaal, na concrete successen zoals het ontmantelen van criminele netwerken (o.a. botenleveranciers) en beslag op 600 reddingsvesten, maar blijvende dodelijke incidenten. Het vijfpuntactieplan 2025 mikt op systeemontwrichting van smokkelnetwerken via intensievere samenwerking, justitiële vervolging en preventie in derde landen, met focus op sociale media waar smokkelaars actief zijn. Frontex’ operatie Opal Coast (met surveillancedrones en live-datadeling) wordt als effectief beoordeeld voor grensbewaking, terwijl bilaterale samenwerking met het VK (bv. Zeebrugge) cruciaal blijft. België benadrukt Europese solidariteit maar erkent dat tragedies aanhouden door escalerende smokkelmethodes.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De illegale migratie via de zogenaamde Kanaalroute piekt. Sinds januari wisten bijna 34.000 migranten Groot-Brittannië via deze weg te bereiken. Daarbij zijn ondertussen minstens 70 mensen om het leven gekomen.
Om dit fenomeen onder controle te krijgen en de strijd tegen de criminele netwerken die zich bezighouden met illegale immigratie in Europa op te voeren, kwamen de ministers van Binnenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Nederland en België op 10 december in Londen bijeen. Aan dit overleg namen ook vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de agentschappen van Frontex en Europol deel om een "versterkt actieplan" voor 2025 op tafel te leggen.
Graag een antwoord op volgende vragen:
Wat zijn de voornaamste conclusies die uit dit overleg kunnen getrokken worden?
Wat leverde deze bijeenkomst concreet op? Welke initiatieven werden genomen en/of aangekondigd?
Wat houdt het “verstrekt actieplan" voor 2025 precies in?
Eind 2021 riepen Frankrijk en België al de bijstand in van Frontex. Hoe beoordeelt u in het algemeen de inzet van Frontex op dit vlak? Welke concrete resultaten leverde deze operatie op?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, op 10 december 2024 vond in Londen de vierde bijeenkomst plaats van de ministers van Binnenlandse Zaken en Migratie van de Calaisgroep. Samen met collega Annelies Verlinden vertegenwoordigde ik ons land. Verder waren ook de bevoegde ministers uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland aanwezig, evenals de Europese Commissie en de agentschappen Europol en Frontex.
Het overleg richtte zich op het versterken van de gezamenlijke aanpak van irreguliere migratie en mensensmokkel. In de afgelopen zes maanden hebben gezamenlijke onderzoeken via Europol, Eurojust, en de wethandhavingsinstanties van de Calaisgroep in die landen geleid tot concrete resultaten. Zo werden meerdere criminele netwerken ontmanteld, waaronder een belangrijke leverancier van boten aan mensensmokkelaars, en minstens twintig personen die gelinkt zijn aan een van Europa's grootste smokkelnetwerken. Daarnaast werden levensgevaarlijke uitrustingen, zoals 600 reddingsvesten, bedoeld voor Kanaalovertochten, in beslag genomen.
Ondanks deze successen blijven tragedies langs migratieroutes een groot probleem. Criminele netwerken maken schaamteloos misbruik van kwetsbare migranten en hanteren steeds gevaarlijker methodes die mensenlevens in gevaar brengen. Om hier sterker tegen op te treden, hebben de partners van de Calaisgroep besloten hun samenwerking te intensifiëren en voort te bouwen op bestaande structuren. Het doel is de verdienmodellen van de mensensmokkelaars te ontmantelen en hun netwerken effectief voor de rechter te brengen.
Hiervoor hebben de ministers een vijfpuntenprioriteitenplan voor 2025 goedgekeurd dat online beschikbaar is. Zoals de naam van dit plan weergeeft, gaat het om acties die in 2025 worden uitgerold.
De federale regering zal er opvolging aan geven via Justitie en Binnenlandse Zaken. Wat mijn diensten betreft, ligt de focus op samenwerking in Calaisformaat rond preventie in derde landen en op het werken rond sociale media waar de smokkelaars actief op zijn.
Frontex, Frankrijk en België werken nauw samen in een gezamenlijke grensbewakingsoperatie, operatie Opal Coast. Frontex biedt hierbij technische en operationele ondersteuning met surveillanceluchtvaartuigen die zijn uitgerust met maritieme radars en met technische camera's die live beelden en gegevens doorsturen naar onze monitoringscentra.
België is tevreden over deze samenwerking, die een belangrijke bijdrage levert aan de versterkte grenscontroles en aan meer veiligheid in de regio. Bovendien onderstreept het de kracht van Europese solidariteit en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit.
Ook met het VK hebben wij een goede en zeer gewaardeerde bilaterale samenwerking, bijvoorbeeld in de haven van Zeebrugge. Over de details van deze politionele samenwerking kunt u collega Verlinden uiteraard verder bevragen.
Francesca Van Belleghem:
Dank u wel voor uw toelichting.
De stijging van het budget voor Fedasil
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De staatssecretaris verklaart dat het prognosemodel voor asielopvang (beheerd door FOD Binnenlandse Zaken) op basis van historische data en vijf instroomscenario’s de benodigde capaciteit voor 2025 ramend op 33.500 plaatsen in het middenscenario, maar benadrukt dat dit louter een budgettaire oefening is zonder garantie op realiteit. De begrotingsstijging van €8,8 miljoen in 2025 is een *annualisatie-effect* (12 maanden financieren i.p.v. 7 in 2024) en geen uitbreiding, terwijl het laagscenario onwaarschijnlijk wordt geacht. Van Belleghem dringt aan op transparantie (kopie model) en wijst op de voorspelbare stijging van asielaanvragen onder de Vivaldi-regering, maar krijgt geen concreet antwoord op haar vraag. De voorzitter verwijst haar door voor een nieuwe schriftelijke vraag.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, het opvangbudget van Fedasil zou in de eerste drie maanden van 2025 – exclusief indexering – stijgen met 8,8 miljoen euro. Volgens het Rekenhof zou dit het gevolg zijn van volume-effecten die berekend werden aan de hand van het prognosemodel.
Kunt u ons een kopie overmaken van dit prognosemodel? Welke volume-effecten worden verwacht? Kunt u verduidelijken waarom de begroting de facto stelt dat het budget voor Fedasil dient te stijgen omdat men uitgaat van het scenario van niet-sluiting van de bestaande opvangcapaciteit?
Wat is het bestcase- en wat is het worstcasescenario voor het aantal benodigde opvangplaatsen voor asielzoekers in 2025?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, het prognosemodel is een wiskundig basismodel dat wordt beheerd door de cel Ketenmonitoring van de FOD Binnenlandse Zaken, dat op basis van Europese methodologie en Belgische historische data een raming maakt van de instroom van alle asielaanvragen voor de komende maanden, de verwachte werkvoorraad van alle asielinstanties en de benodigde opvangcapaciteit. Het gaat uit van vijf scenario's van instroom – van extreem laag tot extreem hoog – met de toekenning van een bepaalde probabiliteit en wordt minstens tweemaal per jaar geüpdatet in functie van de budgettaire cyclus.
In het model worden meer dan 140 parameters in rekening gebracht. Het zit in een continu proces van evaluatie en verbetering, met onder andere input van het Federaal Planbureau, BOSA, de Inspectie van Financiën, en uitwisselingen met de dienst Ketensturing in Nederland.
Zoals collega Bertrand in een vorige commissie voor Financiën en Begroting al toelichtte, is het aan een volgende regering om te bepalen hoe de opvangcapaciteit in de volgende jaren moet evolueren. Wij hebben gezorgd voor een begroting die de continuïteit van het bestaande opvangnetwerk garandeert.
Het volume-effect dat het Rekenhof signaleerde, gaat over een annualisatie. Kortweg gesteld: in 2024 werden er in het voorjaar opvangcentra geopend waarvoor men slechts zeven maanden budget nodig heeft. Als die centra heel 2025 open moeten blijven, heeft men budget voor 12 maanden nodig. Dat kan men beschouwen als een budgettair volume-effect. Het gaat dus niet over bijkomende opvangplaatsen, maar men moet wel gedurende heel 2025 plaatsen financieren die men misschien in maart 2024 heeft geopend, waardoor men in 2024 niet de volledige 12 maanden heeft moeten betalen.
De FOD BOSA is eerst uitgegaan van een laag-instroomscenario in 2025, wat minder opvangplaatsen vereiste, en heeft daarna het verschil tussen laag- en middenscenario als een provisie gezet, dus een budgettaire verzekering, omdat het op basis van de gegevens van 2024 concludeerde dat het laagscenario in 2025 eerder onwaarschijnlijk is. De laatste update van het prognosemodel stelt dat België in dat scenario eind 2025 33.500 plaatsen nodig zou hebben.
Ik wil echter benadrukken dat deze oefeningen allemaal voorbarig en heel abstract zijn. Dat is een puur budgettaire oefening. Het is duidelijk dat we niet oneindig veel plaatsen kunnen bij creëren. We hebben vandaag ook minder plaatsen dan we er eigenlijk nodig zouden hebben om iedereen op te vangen. Dat is een puur budgettaire oefening, geen oefening die men naar de realiteit van vandaag kan doortrekken.
Met verschillende beleidsmaatregelen wordt vooral getracht om die instroom naar beneden te krijgen, zodat men ook de benodigde capaciteit en de budgetten die men daarvoor moet voorzien naar beneden kan krijgen. Uiteraard moet om begrotingstechnische redenen zo'n oefening worden gemaakt. Ik weet dat ik in herhaling val, maar ik heb al heel vaak gezegd dat asiel geen absolute of exacte wetenschap is. Het is onmogelijk om dat te voorspellen, ook al vraagt een budgettaire oefening wel dat we daar cijfers op plakken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, het is inderdaad geen exacte wetenschap, maar we konden er wel vanuit gaan dat met de vivaldiregering het aantal asielaanvragen zou stijgen en dat is ook zo gebleken.
Ik dank u voor de uitgebreide uitleg, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of we een kopie van dat prognosemodel zouden kunnen krijgen.
Nicole de Moor:
(…)
Francesca Van Belleghem:
Twee jaar geleden hebben we van het Rekenhof een bestcase- en een worstcasescenario ontvangen, een raming van het aantal opvangplaatsen voor een bepaald jaar, dus er moet toch iets op papier bestaan.
Voorzitter:
Ik kan niet antwoorden in de plaats van de staatssecretaris. U zult hierover dus opnieuw een vraag moeten indienen.
Het implementatieplan voor het EU-migratiepact en het solidariteitsmechanisme
Het implementatieplan van het Europese asiel- en migratiepact
EU-asiel- en migratiepactimplementatie en solidariteitsmechanisme
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende zijn technisch-administratief implementatieplan voor het EU-migratiepact tijdig in (12/12), maar onder politieke en budgettaire voorbehouden vanwege de lopende regeringsvorming, waardoor politieke validatie en openbaarmaking uitblijven tot een nieuwe regering besluit. Het plan bevat concrete operationele details (bv. capaciteit grenscentra, Eurodac-aansluiting) maar geen nieuwe beleidskeuzes, terwijl transparantie beperkt blijft ondanks parlementsvragen – andere landen (bv. Nederland) publiceerden hun plannen wel. Kritiek richt zich op het ontbreken van een "Australisch model" (strengere externalisering) en de afhankelijkheid van lidstaten: zonder hun medewerking (bv. solidariteitsmechanisme) dreigt het pact te falen, hoewel de EU druk kan uitoefenen via verplichtingen en beheer door de Commissie. Parlementariërs eisen inzage maar krijgen enkel de belofte van latere betrokkenheid bij wetgevende omzetting.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ik heb al een aantal keren vragen gesteld over het Europees migratiepact en ik zal vragen blijven stellen. Het is heel erg belangrijk om het migratiebeleid van ons land de komende jaren, en misschien zelfs decennia, vorm te geven. Er staan zeer goede elementen in het migratiepact; ik ben er zelfs voorstander van. Er staan echter ook zaken in die mij de wenkbrauwen doen fronsen en waarvoor ik mijn hart vasthoud.
Het kalf ligt gebonden in de implementatie en uitvoering. Ik zit daar al een tijdje op mijn honger, moet ik eerlijk bekennen. De deadline voor het indienen van het implementatieplan was 12 december. Ik hoor dat België op tijd was, maar dat niet alle landen op tijd waren. De woordvoerder van de Europese Commissie bevestigde dat de implementatieplannen publiek mogen worden gemaakt. Meer zelfs, het voor sommigen gidsland Nederland heeft dat al gedaan. Het Nederlandse implementatieplan is online terug te vinden.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot ons implementatieplan? Mag ik dat inzien en lezen? U zei daarstraks dat u bereid bent transparant te zijn en ik kom dus graag terug op uw belofte om transparant te zijn. Wilt u het implementatieplan openbaar maken? Indien niet, waarom niet? Hoe waarborgt u de nodige transparantie ten aanzien van het Parlement?
Kunt u bevestigen dat het Belgisch implementatieplan op tijd werd ingediend? Kunt u meegeven welke landen niet op tijd waren? Ik hoor dat een aantal landen weigert deel te nemen aan het solidariteitsmechanisme. Hoe gaan wij daarmee om? Kunnen wij lidstaten verplichten om een bijdrage te leveren? Welke mogelijkheden hebben wij om druk uit te oefenen op de landen die niet willen meedoen?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, België heeft zijn implementatieplan inderdaad op de valreep ingediend. Het implementatieplan is een administratief werkdocument dat in kaart brengt wat er in België precies moet gebeuren om het nieuwe pact vanaf juni 2026 te kunnen toepassen. Zoals collega Vandemaele zegt, we zullen in de commissie voor Binnenlandse Zaken dus nog heel wat vragen kunnen stellen over die implementatie.
Het implementatieplan bestaat uit verschillende stappen. Zo zullen onder andere onze diensten zich moeten aansluiten op de nieuwe Eurodacdatabank en moet de capaciteit voor de overdracht van asielzoekers naar andere lidstaten worden verhoogd. De deadline voor de indiening van het plan was 12 december 2024. Via de pers vernamen we echter dat verschillende lidstaten die deadline niet hebben gerespecteerd of gehaald, hoewel lidstaten als Duitsland en Spanje – niet de minste – hadden opgeroepen voor een versnelde uitrol van het pact.
In het verleden heeft onze fractie zich steeds kritisch opgesteld tegenover dat pact, wat u wel weet, mevrouw de staatssecretaris. De paradigmashift naar een Australisch model met een externalisering blijft uit en de basisfilosofie van het pact zit volgens ons verkeerd en zal niet volstaan. Het pact gaat nog altijd uit van open asielgrenzen na illegale binnenkomst in Europa, waardoor het in feite een aantrekkelijke optie blijft voor illegale migranten.
Mevrouw de staatssecretaris, verschillende lidstaten hebben hun plan niet tijdig ingediend. Waarom was het volgens u dan wel nodig om dat in de periode van lopende zaken te doen?
Kunt u het Belgisch implementatieplan toelichten? Welke zijn de belangrijkste uit te voeren ingrepen? Wanneer zal het Belgisch implementatieplan volledig worden uitgevoerd?
Wat is de laatste stand van zaken omtrent de indiening van de implementatieplannen van andere lidstaten? Hoe groot schat u de kans in op een vervroegde uitrol van het Europese migratiepact?
Hoewel wij kritisch staan tegenover het migratieplan, erkennen we wel dat er zeer belangrijke stappen mee gezet worden, die inderdaad zo snel als mogelijk moeten worden uitgevoerd.
Nicole de Moor:
Collega's, ik kan u inderdaad bevestigen dat het Belgisch Nationaal Implementatieplan op 12 december tijdig werd ingediend bij de Europese Commissie. Zoals ik al eerder heb toegelicht, is dat nationaal implementatieplan een administratief document van onze diensten en van andere diensten die daarbij betrokken zijn, dus niet alleen van de migratiediensten. Dat plan beschrijft op een heel technisch- administratief vlak hoe de verschillende overheidsdiensten de nieuwe wetgeving zullen toepassen. Het is dus een technisch plan dat werkprocessen uiteenzet en dat in een latere fase door de politiek verantwoordelijke zal worden aangevuld.
Ons plan is ingediend onder twee heel belangrijke voorwaarden: een politieke disclaimer en een budgettaire disclaimer.
De besprekingen op het politieke en het budgettaire vlak zijn nog volop lopende in ons land. Mijnheer Vandemaele, we zitten inderdaad rond de tafel met collega De Vreese om een regering te vormen en niet met u. Ik begrijp dat u op uw honger blijft zitten en dat het voor u moeilijker is om een zicht te krijgen op de politieke keuzes die in de toekomst zullen worden gemaakt. Die gesprekken zijn volop aan de gang en zijn heel constructief. Zodra er een nieuwe regering is, zult u daarop meer zicht krijgen. Ik kan u in deze commissie nog geen volledig beeld geven.
Waarom vond ik het dan toch belangrijk om dit plan in te dienen? Omdat onze diensten zich zo goed mogelijk moeten kunnen voorbereiden op een correcte uitvoering van dat pact in België. Ik wil ons land zo goed mogelijk voorbereiden en zal binnen mijn bevoegdheden en in lopende zaken alle nodige beslissingen nemen om de migratiediensten te ondersteunen bij hun belangrijke taken. Ook dat maakt immers deel uit van een periode van lopende zaken, mevrouw De Vreese. We mogen geen gat laten vallen en moeten de diensten ondersteunen om de verplichtingen op Europees vlak zo goed mogelijk voor te bereiden.
De nationale plannen van de lidstaten maken deel uit van de diplomatieke correspondentie tussen de lidstaten en de Commissie. Dit is dus in essentie een bilateraal traject, waarbij lidstaten op basis van hun nationale situatie de Commissie inlichten. België heeft heel duidelijk gemaakt dat we geen regering in volheid van bevoegdheid hebben.
Het is niet aan mij om te communiceren over de situatie of de gevolgde tijdslijnen in andere lidstaten. Ik kan u wel zeggen dat ik de voorbije week met heel veel collega's contact heb gehad. Er was vorige week toevallig ook een JBZ-raad op de dag dat wij ons plan hebben ingediend. In het rondetafelgesprek dat we hebben gevoerd over de opvolging van het implementatieplan hebben alle lidstaten bevestigd dat zij volop bezig zijn met die implementatieplannen. De meesten hebben al een plan ingediend en degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeiden dat het een kwestie van dagen of weken was.
Mijnheer Vandemaele, u sprak al over sancties voor landen die niet willen meewerken aan het pact. Ik moet u teleurstellen. Rond de Europese tafel is er veel meer enthousiasme over het pact dan er bij u is.
Nu, wat de openbaarmaking van het finale Belgisch implementatieplan betreft, wanneer er een politiek verantwoordelijke is, en er ook politieke keuzes gemaakt kunnen worden, zal die beslissing aan mijn eventuele opvolger overgelaten worden.
U vraagt ook transparantie, mijnheer Vandemaele. U doet alsof het om een soort geheim plan gaat, maar ik kan u zeggen: er is volledige transparantie. Het Europees Asiel- en Migratiepact is op Europees niveau aangenomen door de medewetgevers. Die plannen zijn volledig toegankelijk. Negen van de tien instrumenten van het pact zijn trouwens verordeningen die geen omzetting in nationale wetgeving vereisen. Er is één richtlijn die België wel moet omzetten. Uiteraard zullen de nationale parlementen daarbij betrokken worden zodra er wetgevende projecten worden ingediend om de implementatie van het pact te faciliteren.
Op de vraag wat er dan allemaal in het plan zit, kan ik antwoorden dat het een heel concreet beeld geeft van onze diensten. Nemen we nu de grensprocedure. Wij hebben in België al een grensprocedure. Wij moeten voorzien in capaciteit aan de grens. Wel, wij hebben in dat plan beschreven wat de huidige capaciteit is in de gesloten centra aan onze grens en hoeveel personen er vastgehouden kunnen worden in het gesloten centrum Caricole. Dat staat allemaal in het plan beschreven. Ook hoeveel mensen daar werken en hoeveel mensen specifiek voor onze grensprocedure werken. Het plan bevat dus heel technische details. Niets nieuws, want alles wat wij moeten doen kunt u lezen op de website van de Europese diensten.
Het pact voorziet voor het eerst in een permanent en verplicht solidariteitsmechanisme, zodat de lidstaten niet alleen staan bij migratiedruk. De lidstaten dragen flexibel bij aan dit mechanisme en kiezen zelf hoe zij solidariteit tonen. De Europese Commissie beheert het systeem en kan dus altijd optreden wanneer de lidstaten hun verplichtingen niet zouden nakomen.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, u zei dat ik alles kan terugvinden en dat er helemaal niets geheim is aan dat plan. Ik stel alleen maar vast dat dit de derde commissievergadering op rij is waarin ik vraag om ons dat plan te bezorgen.
U zegt dat u aan het onderhandelen bent. Dat kan goed zijn, maar wij zijn een volwaardig Parlement, met volheid van bevoegdheden. Dat is iets anders dan de regering waarvan u op dit moment nog deel uitmaakt en dan de regering waaraan u aan het werken bent. De arizonaregering zou er komen voor Kerstmis. Eerst zou zij er zelfs na twee weken zijn en dan tegen Kerstmis. Nu zou het voor na de kerstvakantie zijn. Het kan nog een halfjaar duren vooraleer de arizonaregering er is. Ondertussen moeten wij, parlementariërs, gewoon wachten? Wij moeten dus wachten op een regering die ons een document bezorgt waarin volgens u enkel basiszaken staan. Er staan blijkbaar twee disclaimers in, onder andere dat het politiek niet gevalideerd is. Mevrouw de staatssecretaris, u kunt dat document toch overmaken met diezelfde disclaimers? Als wij weten dat dat document niet politiek gevalideerd is bij gebrek aan een volwaardige regering, dan is dat oké voor ons. U kunt ons er toch niet van weerhouden ons werk te doen?
Ik ben bijzonder teleurgesteld, want u bent bijzonder minachtend naar dit Huis en de parlementsleden. Zo moeilijk is dat nu toch niet? In andere landen plaatst men die documenten gewoon op de website, terwijl u dat liever in de achterkamertjes houdt. Ik kan dus niet anders dan denken dat er iets aan de hand is en mij de vraag stellen waarom u dat niet met de Kamerleden wilt delen. Ik ben bijzonder ontgoocheld in uw ontwijkende antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, we zitten inderdaad rond de tafel en we spreken daar grondig over migratie en dat is ook absoluut nodig. We staan voor grote uitdagingen als we de doorstart nemen, gelet op de grote instroom van asielzoekers in België. Dat migratiepact staat of valt met de implementatie van de andere lidstaten. U zegt ook steeds dat we hebben gedaan wat verwacht werd, maar ik vind het zeer belangrijk dat u hier zegt dat u dat onder twee belangrijke voorwaarden hebt gedaan, namelijk de politieke voorwaarde en de budgettaire voorwaarde. Die maken inderdaad deel uit van de onderhandelingen. Voor mijn partij zijn die zeer belangrijk. We moeten dit absoluut opvolgen aan de Europese tafel. U hebt aangegeven dat daar veel enthousiasme over is en u vertrouwt erop dat de andere lidstaten hun plan binnen nu en enkele weken zullen invoeren. Het is dan ook zeer belangrijk om dit op te volgen. Indien een aantal lidstaten niet meewerkt, dan valt dit migratiepact immers volledig weg.
De asielzoekers uit Bangladesh en Pakistan
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België ziet geen stijging van asielaanvragen uit Bangladesh (21→22) en Pakistan (194→151), maar secundaire migratie uit Spanje dreigt het al overbelaste asielsysteem (40.000 aanvragen in 2024) verder onder druk te zetten. Staatssecretaris De Moor bevestigt samenwerking met Spanje (o.a. via bezoeken aan Mauritanië en de Canarische Eilanden) om de Canarische smokkelroute te bestrijden, hoewel aankomsten daar recent daalden maar nog steeds hoog zijn. België zet in op Europese grensbeheersing en partnerschappen met Afrikaanse landen om de Atlantische route te ontmoedigen. Van Belleghem vreest dat doorstroom van Bangladese en Pakistaanse asielzoekers het systeem zal doen collapsen.
Francesca Van Belleghem:
In Spanje ziet men steeds meer asielaanvragen van asielzoekers uit Bangladesh en Pakistan. De staatsveiligheidsdiensten waarschuwen dat mensensmokkelaars in de gevaarlijke Canarische route een lucratief alternatief hebben gevonden om Europa te bereiken.
Zien we in België eenzelfde stijging? Ik had graag cijfers gekregen van asielzoekers zowel uit Bangladesh als uit Pakistan.
Mevrouw de staatssecretaris, bent u op de hoogte van deze Europese ontwikkeling?
Welke maatregelen zal België nemen om te helpen die smokkelroute aan banden te leggen? Hebt u daarover al contact gehad met de Spaanse autoriteiten? Zo niet, wanneer neemt u op dat vlak initiatief?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, u vraagt de cijfers van de laatste jaren voor beide nationaliteiten. Voor beide zien we in België geen stijging. Voor Bangladesh blijven de cijfers zeer laag en ongeveer ex aequo ten opzichte van vorig jaar. Voor Pakistan is er zelfs sprake van een aanzienlijke daling ten opzichte van vorig jaar. In 2023 kwamen er 21 mensen uit Bangladesh, in 2024 waren dat er 22. Voor Pakistan gaat het om 194 mensen in 2023 en 151 in 2024. Nog preciezere cijfers kan ik u uiteraard bezorgen als antwoord op een eventuele schriftelijke opvolgvraag.
Ik volg de situatie op de Canarische Eilanden al geruime tijd op met de nodige aandacht en zorg. Vorige week nog sprak ik toevallig, in de marge van de Raadsvergadering Migratie, met de Spaanse minister. Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Raad hebben wij samen een bezoek gebracht aan Mauritanië, om daar samen met de Europese Commissie te onderhandelen over een partnerschap. Op verzoek van mijn Spaanse collega bezocht ik destijds ook de Canarische Eilanden. Zijn kabinet bevestigde ons nu ook een algemene daling van het aantal aankomsten op de eilanden vergeleken met die eerdere periode, maar toch blijft het aantal aankomsten in het algemeen hoog. Zoals ook voor Spanje de ingeslagen weg aan de grenzen de juiste is gebleken, blijven wij in Europees verband wel werken aan de uitdagingen op de migratieroute via de Atlantische Oceaan.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik ben verheugd dat de cijfers met betrekking tot Bangladesh en Pakistan laag zijn, maar ik hoop dat die asielzoekers die in Spanje asiel aanvragen niet zullen doorstromen naar ons land, want dat is wat we nu zien. De cijfers met betrekking tot secundaire migratie stijgen. Ik hoop dat de secundaire migratie van mensen uit Bangladesh en Pakistan niet zal toenemen. Wij zullen dit jaar bijna 40.000 asielaanvragen hebben. Als we die er nog eens moeten bij nemen, ligt het systeem helemaal plat.
Het standpunt van de regering over Syrië en het lot van de Syrische vluchtelingen in België
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De voorwaarden voor een nieuwe samenwerking met Syrië
De toestand in Syrië
De evolutie van de toestand in Syrië
De toestand in Syrië
Syrische crisis en gevolgen voor België
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister), Bernard Quintin
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na de val van Assad’s regime in Syrië heerst onzekerheid over de toekomst: terwijl sommigen (o.a. Vlaams Belang, N-VA) pleiten voor onmiddellijke terugkeer van Syrische vluchtelingen en strenge maatregelen (zoals in Oostenrijk), waarschuwen anderen (o.a. Groen, cd&v) voor premature terugzendingen gezien de instabiele veiligheidssituatie, bombardementen en opkomst van extremistische groepen (HTS, ex-Al Qaida). De regering bevestigt dat terugkeer nu niet aan de orde is, zetten asielaanvragen *on hold* en benadrukt gecoördineerde EU-actie voor stabiliteit, mensenrechten en straffeloosheidbestrijding, maar bereidt zich wel voor op toekomstige, veilige terugkeer bij stabilisatie. Kernpunten conflict: veiligheid (terreurdreiging, Syriëstrijders), moraal (vluchtelingenbescherming vs. politiek misbruik) en geopolitiek (vreemde inmenging, Israëlische bombardementen, rol EU). Critici vrezen dat haastige beslissingen (statuten intrekken, gezinshereniging stoppen) mensenrechten schenden en de fragiele transitie in Syrië ondermijnen.
Matti Vandemaele:
Geachte premier, mijnheer Quintin, welkom.
Het zijn bijzondere tijden in Syrië. Na meer dan een halve eeuw kan het Syrische volk eindelijk opnieuw dromen van vrijheid. Op het moment dat het zijn bevrijding viert, wordt het al getrakteerd op een serie aanvallen en bommen van andere landen. Als bevrijdingscadeau kan dat tellen.
In ons land hebben we dan het Vlaams Belang dat meteen moord en brand begint te schreeuwen over alle Syriërs die hier werden opgevangen en nu zo snel mogelijk moeten terugkeren. Ik moet u zeggen dat ik daardoor gedegouteerd ben. Op een moment dat er nog geen duidelijkheid is over hoe het land Syrië zich verder zal ontwikkelen, op een moment dat er nog dagelijks bombardementen zijn, is het choquerend dat men nu al mensen wil terugsturen. Het toont eens te meer aan dat het voor het Vlaams Belang alleen maar gaat over een antivluchtelingenagenda.
Ook mevrouw de Moor deed uitspraken. Het is de mening van onze fractie dat we op dit moment terughoudend moeten zijn en ons beter niet tot grote uitspraken laten verleiden, zeker als we in rekening brengen welke gruwel daar de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden.
Mijnheer de eerste minister, ten eerste, bent u het met mij eens dat het vandaag niet aan de orde is om Syrische vluchtelingen terug te sturen? Ten tweede, kunt u bevestigen dat mensen die als vluchteling werden erkend en een bijdrage aan onze welvaartsstaat leveren ook niet moeten vrezen om te worden teruggestuurd? Ten derde, bent u van mening dat het CGVS de autoriteit is om te bepalen wie al dan niet bescherming moet krijgen, en niet de stem van een of andere politicus?
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vicepremier, het regime van de Syrische tiran Al-Assad is verleden tijd en dat is maar goed ook.
Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor Europa, zeker op het vlak van asiel en migratie. In Nederland, mijnheer Vandemaele, werd gisteren in het Parlement een motie goedgekeurd om snel werk te maken van de terugkeer van Syrische vluchtelingen. Oostenrijk heeft ondertussen aangekondigd dat alle toegekende statuten zullen worden herbekeken. De gezinshereniging van erkende Syrische vluchtelingen wordt daar opgeschort en de diensten hebben daar nu al de opdracht gekregen om een terugkeerprogramma uit te werken. Waarom heeft de Belgische regering nog geen concrete initiatieven genomen? Mohammed al-Bashir, de nieuwe interimpremier van Syrië, heeft immers zelf al de Syriërs die gevlucht zijn, opgeroepen om terug te keren naar hun land.
Gisteren vernamen wij dat een achttal Belgen betrokken is bij HTS. Het gaat om landgenoten die jaren geleden al naar Syrië zijn getrokken. Ik hoorde minister Van Tigchelt vandaag op de radio zeggen dat het best mogelijk is dat een aantal van hen een jihadistische ideologie aanhangt, maar desondanks maakt hij zich niet ongerust, want "HTS heeft voorlopig geen internationale agenda”. HTS wordt door de Europese Unie nog altijd als een terroristische organisatie beschouwd en dat is toch niet niks. Mijnheer Quintin, u hebt daarover als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zelfs nog wereldvreemdere verklaringen gedaan. U weet niet of die personen nog zullen radicaliseren en terugkeren naar ons land.
Weet het OCAD om wie het precies gaat en wat zij daar al die jaren in Syrië hebben gedaan? Waren zij actief bij IS? Zijn er daarvan ondertussen veroordeeld? Zult u hen hier zomaar opnieuw binnenlaten?
Darya Safai:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de oorlog in Syrië heeft meer dan 600.000 doden geëist en miljoenen mensen ontheemd. Nu het regime van Al-Assad is gevallen, hopen sommigen dat aan dat verhaal een einde zal komen, maar in werkelijkheid is het slechts het begin van een nieuw en gevaarlijk hoofdstuk. Het land is nog even verdeeld als gisteren.
HTS mag Al Qaida en IS publiek hebben afgezworen, het is nog steeds de erfgenaam van de gevreesde Al-Nusrabrigade. Sommige naïeve media beweren dat de groep gematigd is. Niets is minder waar. Het gaat om islamisten, die de sharia willen implementeren. Minderheden, christenen, Koerden en vrouwen zijn weer kwetsbaarder dan ooit tevoren. Een machtsvacuüm opent de deur voor nieuwe migratiestromen en de heropleving van extremistische groeperingen.
Mijnheer de eerste minister, het conflict raakt ook ons in België. Syriëstrijders bevinden zich nog steeds in de regio. Sommigen blijven loyaal aan de jihadistische groepen, terwijl anderen zouden kunnen proberen terug te keren. Dat vormt een directe bedreiging voor onze nationale veiligheid, vandaar mijn vragen aan u.
Welke concrete maatregelen neemt u om terugkerende Syriëstrijders te identificeren en de dreiging voor België te beperken?
Hoe zal België actief bijdragen aan de stabiliteit van de regio, zowel politiek als humanitair?
Franky Demon:
Mijnheer de premier, na 54 jaar is de tirannie van de familie Assad in Syrië eindelijk voorbij. Ik vind dat natuurlijk een bijzonder goede zaak, maar laten wij vooral niet te snel euforisch worden. De vraag is welk regime er in de plaats komt. De internationale gemeenschap, met name ook de Europese Unie, moet nu haar verantwoordelijkheid nemen in de begeleiding van Syrië op de weg naar een veilig en democratisch land.
De afgelopen jaren vluchtten heel wat Syriërs naar Europa, ook naar ons land. Staatssecretaris de Moor heeft werkelijk kordaat gereageerd door de beoordeling van de lopende aanvragen van Syriërs on hold te zetten, tot er meer duidelijkheid is. De afgelopen tien jaar kregen 35.000 Syriërs bescherming in ons land, van wie ongeveer een derde de afgelopen vijf jaar. Een vluchtelingenstatus is niet noodzakelijk voor altijd. Als de situatie duurzaam verbetert en de stabiliteit weerkeert, kunnen voor cd&v de statussen opnieuw individueel beoordeeld worden. Daarvoor is het nu echter nog te vroeg.
Het is belangrijk dat ons land zich op internationaal niveau inspant om nu samenwerking en informatie-uitwisseling met Syrië te versterken. We moeten op Europees niveau pleiten voor een gemeenschappelijke aanpak.
Ik heb dan ook drie misschien wel gemakkelijke vragen voor u. Ten eerste, steunt u de door staatssecretaris uitgezette beleidslijn aangaande de manier waarop ons land met de Syrische vluchtelingen zal omgaan?
Ten tweede, welke rol ziet u voor ons land en de EU? (…)
Voorzitter:
Collega's, ik wens in herinnering te brengen dat de spreektijd om een vraag te stellen, twee minuten bedraagt.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, nous avons tous suivi avec attention les événements qui se sont passés ces derniers jours en Syrie.
Nous devons nous réjouir de la chute du régime de Bachar al-Assad. Ce fut une dictature qui, avec celle de son père, aura duré plus de cinq décennies. Depuis 2011, ce régime barbare a causé la mort de 500 000 personnes et provoqué le déplacement de plus de 10 millions de personnes. Ce régime a incarné l'une des pires violations des droits humains de notre époque.
Comme l'histoire nous l'a malheureusement montré, la chute d'un tel régime peut créer une profonde instabilité. Nous avons vu que les périodes de transition peuvent mener à une grande instabilité, notamment après la chute des régimes de Saddam Hussein et de Mouammar Kadhafi par exemple. Dans un contexte géopolitique très tendu, la Syrie ne fait pas exception.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quelle est la position officielle de la Belgique face aux récents et derniers événements qui se sont passés en Syrie?
Notre diplomatie a-t-elle eu ou prévoit-elle d'avoir des contacts avec les autorités de transition syriennes qui semblent se mettre en place?
La Belgique compte-t-elle demander à la nouvelle haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, d'engager l'Union dans un dialogue actif avec ces nouveaux dirigeants? Le Conseil des Affaires étrangères (CAE) de ce 16 décembre pourrait être une bonne opportunité pour mettre ce sujet à l'agenda.
La Belgique va-t-elle proposer, avec l'Union européenne, une feuille de route politique et diplomatique claire afin d'accompagner la Syrie vers la stabilité?
Enfin, comme vous l'avez également déjà exprimé, monsieur le ministre, l'intégrité territoriale de la Syrie doit être garantie. Nous observons cependant déjà des actions militaires, notamment israéliennes, sur le territoire syrien. Quel regard portez-vous sur ces actions en cours?
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je tenais à vous interroger sur la situation en Syrie et au Moyen-Orient de manière générale. Nous avons vu ce qu'il s'est passé en Syrie: la chute du régime autoritaire de Bachar al-Assad, qui est une bonne nouvelle pour le peuple syrien. Mais nous sommes encore beaucoup à être inquiets de l'avenir de la Syrie et de la souveraineté du peuple syrien.
De nombreuses puissances sont impliquées en Syrie et on remarque une ingérence de plusieurs forces sur le terrain, avec les bombardements américains, la présence de puissances régionales comme le Qatar, l'Arabie saoudite, la Turquie et Israël, qui est responsable de plus de 500 bombardements en deux ou trois jours. Ce dernier pays profite de la situation pour étendre sa présence sur le sol syrien, notamment au niveau du plateau du Golan, qui est illégalement occupé. Il est fou qu'Israël puisse se permettre d'agir de manière meurtrière en étant complètement impuni, alors que ce pays est accusé de génocide et que son chef d'État est poursuivi pour crime de guerre.
Monsieur le premier ministre, pour sortir du chaos dans cette région, nous avons besoin de plusieurs choses. Tout d'abord, il faut mettre fin au génocide à Gaza, garantir l'aide humanitaire pour les Palestiniens et mettre en place un appareil de sanctions contre cet État impuni et source d'instabilité dans la région.
Deuxièmement, il faut garantir la protection et les droits du peuple syrien et de toutes les forces syriennes qui œuvrent à la construction d'une Syrie nouvelle et unifiée, dans le respect de la diversité culturelle et religieuse, et à un gouvernement fort et souverain. Pour cela, il faut aussi mettre fin à toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut que les forces américaines, israéliennes, turques et saoudiennes sortent de la Syrie.
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's, ik stel voor dat wij de spreekster van MR de ruimte geven. Ik wil nog eens iedereen die zich niet kan inhouden erop wijzen dat hun interrupties niet in het verslag worden opgenomen en dus eigenlijk volkomen overbodig zijn. Deze interrupties zullen geen spoor nalaten in de geschiedenis.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, depuis votre entrée en fonction dont je me félicite, vous vous êtes déjà exprimé sur la situation en Syrie, encore ce matin. Je note avec grande satisfaction la fin d'un régime dynastique et cruel.
Nous nous situons, pour moi, dans la continuité des "Printemps arabes" qui ont débuté en 2011. Ils avaient suscité énormément d'espoir en un avenir meilleur. Mais soyons honnêtes, certaines espérances sont loin d'avoir été exaucées. Ne répétons pas les erreurs du passé. Il me semble essentiel que la communauté internationale soit unie, malgré ses divergences. Nous devons soutenir une transition politique ambitieuse pour le bien des Syriens et la stabilité de la région. En outre, la Belgique a des intérêts de sécurité à faire valoir, notamment quant au suivi des combattants de Daech incarcérés en territoire contrôlé par les autorités kurdes.
Monsieur le ministre, j'ai quatre questions à vous poser.
Premièrement, comment surmonter les obstacles juridiques qui pèsent sur le groupe HTC qui, je le rappelle, est reconnu comme une organisation terroriste? Or nous nous devons d'établir un dialogue politique avec eux pour favoriser une transition pacifique.
Deuxièmement, comment trouver un équilibre subtil entre l'aide de la communauté internationale et la non-ingérence étatique des puissances voisines de la Syrie?
Troisièmement, comment contribuer à la lutte contre l'impunité des autorités de l'ancien régime, puisque les victimes méritent une reconnaissance de leurs souffrances ainsi qu'un procès équitable de leurs bourreaux?
Quatrièmement, la lutte contre Daech n'est malheureusement pas terminée. Les autorités kurdes se doivent d'être soutenues afin de maintenir incarcérés les combattants radicaux. Rappelons que des Belges en font partie. Dès lors, comment soutenir nos services compétents, monsieur le ministre, afin d'assurer la sécurité de notre pays?
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, ce mois de décembre a vu un événement historique se produire en Syrie: la fin du régime des al-Assad. Cinquante-quatre ans de règne sanguinaire marqués par la répression et les violences les plus brutales, des violences en partie inspirées par les méthodes du nazi Aloïs Brunner, qui est l'un des principaux responsables de la solution finale, le projet d'extermination des Juifs en Europe. Ce moment signe la fin d'une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l'horreur absolue. Les images de l'emblématique et terrifiante prison de Saidnaya où des enfants et des prisonniers retrouvent la liberté sont absolument bouleversantes. Ce moment ouvre une période de soulagement d'abord, mais aussi d'interrogations.
La chute d'Assad est sans aucun doute une étape importante pour le peuple syrien et potentiellement pour l'avenir de la région. Les défis sont nombreux et nous nous devons d'accompagner cette transition démocratique et inclusive en Syrie, mais sans confisquer cette transition et cette révolution. La Belgique, en tant qu'acteur international engagé pour la paix et la justice, a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie. Nous avons soutenu des résolutions aux Nations Unies et contribué à des aides humanitaires.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cet événement rappelle à quel point les aspirations des peuples pour la liberté et pour la dignité sont extrêmement puissantes, même après des décennies d'oppression. Mais ces espoirs nécessitent un soutien international fort pour éviter que les différentes puissances coloniales occidentales ou d'autres puissances de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien. Un nouveau régime se met doucement en place entre espoirs et interrogations.
Comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime qui se met en place? Au sein de l'Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d'une Syrie engagée sur la voie des réformes? Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique déploie-t-elle pour protéger les populations civiles dans une région qui est déjà sous haute tension à cause du comportement de voyou et de génocidaire de l'État d'Israël? Merci pour vos réponses.
Alexander De Croo:
Mijnheer de voorzitter, samen met miljoenen Syriërs zijn wij blij dat er een einde is gekomen aan 53 jaar dictatuur in Syrië.
Vele sprekers hebben de nadruk gelegd op de meer dan 500.000 Syriërs die het leven hebben gelaten. Niet iedereen is echter blij dat Assad vertrekt. Mevrouw Pas, u noemt Assad hier een tiran. Uw woorden zijn echter goedkoop. De heer Dewinter betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers van de voorbije eeuw vertrekt. Hij betreurt dat.
Mevrouw Pas, misschien moet u eens duidelijk maken aan wiens kant u staat. Staat u aan de kant van een Vlaams Parlementslid van u, van iemand die vandaag durft te zeggen dat hij betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers moet vertrekken of neemt u hier afstand van zijn woorden? Daarover moet u misschien eens duidelijkheid geven. (Applaus)
Il est vrai que la situation sur le terrain reste très instable. Ce qui compte aujourd'hui, c'est que la transition puisse se dérouler d'une façon pacifique et que vienne en Syrie un pouvoir qui soit représentatif et en ligne avec la résolution 2254 du Conseil de sécurité des Nations Unies. L'intégrité territoriale de la Syrie doit être respectée et les bombardements qui ont lieu aujourd'hui doivent cesser au plus vite.
Ik wil graag ingaan op een aantal vragen die werden gesteld.
De voorbije tien jaar zijn honderdduizenden Syrische vluchtelingen naar Europa gekomen. Ook in ons land hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen. We hebben internationale bescherming gegeven aan mensen die getiranniseerd worden en uit een land komen waar mensenrechten absoluut niet gerespecteerd worden. Wij hebben dus onze verantwoordelijkheid opgenomen en voldaan aan onze verplichting om bescherming te bieden.
Als land hebben we echter ook de opdracht om op een gecoördineerde manier ervoor te zorgen dat mensen veilig terug kunnen keren naar hun thuisland als de situatie stabiliseert. Dat is logisch en ligt volledig in lijn met internationale verdragen. Vandaag is dat nog niet het geval. De situatie is namelijk nog zeer instabiel. Zodra de situatie stabiel is, moeten we dat op een menselijke manier samen met andere Europese landen doen. We moeten vandaag daarvoor de nodige voorbereidingen treffen.
De regering heeft inderdaad beslist om de lopende aanvragen on hold te zetten. Dat lijkt mij volledig logisch. Volgende week is er ook een Europese Raad. We moeten daar samen kijken op welke manier we gecoördineerd die voorbereidingen kunnen treffen.
Ons land en onze samenleving hebben daarvoor een enorme inspanning geleverd. Wij hebben onze verantwoordelijkheid opgenomen. Het is dan ook nu aan ons om er samen met de internationale gemeenschap alles aan te doen opdat Syrië zo snel mogelijk een stabiel land kan worden, dat opnieuw opgebouwd kan worden door de duizenden Syriërs die hier ook ervaring hebben opgedaan. We moeten ervoor zorgen dat ze op een veilige manier naar hun thuisland kunnen terugkeren om het te kunnen heropbouwen en een vredevolle samenleving te kunnen zijn.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui me donnent l’opportunité de m’exprimer pour la première fois devant vous. Je suis bien conscient de l’honneur que cela représente.
En 53 ans, le régime des Assad s’est rendu coupable d’atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Vous avez parlé de la prison. C’est un régime qui n’a pas hésité à gazer plusieurs fois sa propre population.
Sa chute amène une lueur d’espoir pour le pays. La joie des Syriennes et des Syriens prouve qu’ils veulent envisager l’avenir avec optimisme. Je pense que nous devons aussi prendre le temps de partager cette joie avec eux. Il sera maintenant important que tous les acteurs impliqués contribuent à une paix durable en Syrie, respectueux de toutes les communautés qui composent le pays, y compris et surtout les minorités.
Bien qu’il soit encore trop tôt pour tirer de grandes conclusions, les signaux exprimés publiquement sont plutôt positifs pour les Syriennes et les Syriens. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer, à nous certes, mais surtout et avant tout à leur population, qu’ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous évaluerons leurs actes, et pas seulement leurs paroles.
We volgen de situatie op de voet en hebben contacten binnen de Europese Unie, maar ook met landen in de regio, om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken. Na de goedkeuring van een verklaring van de EU 27 over Syrië deze week, zullen we de kwestie maandag ook bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met mevrouw Kallas, de nieuwe Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HRVP). Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, voor de coördinatie van de humanitaire hulp en voor het respect van de mensenrechten en de minderheden in het land.
La restauration de la souveraineté, de l'unité, de l'indépendance et de l'intégrité territoriale de la Syrie sont des éléments primordiaux. Nous appelons toutes les parties à éviter une nouvelle escalade militaire.
La Belgique restera également engagée pour que les crimes commis en Syrie ne restent pas impunis. Le mécanisme international, impartial et indépendant pour la Syrie (IIIM) aura un rôle clé à jouer.
J'aurai très prochainement un contact avec mon homologue turc.
Er is voor volgende week in Brussel ook een ontmoeting gepland met mijn Libanese en Jordaanse collega’s.
Concernant la question des foreign terrorist fighters , comme vous le savez, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité en 2021 qui a défini des critères d'éligibilité au rapatriement. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.
Mesdames et messieurs, honorables députés, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera non seulement aux Syriennes et aux Syriens mais aussi à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera – nous l'espérons – à la sécurité et à la stabilité de la région et bien au-delà d'ailleurs. C'est ce que je souhaite. C'est ce que nous souhaitons et nous continuerons à encourager cette voie.
Voorzitter:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie et donne maintenant la parole aux orateurs qui disposent chacun d'une minute pour leur réplique.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de situatie is duidelijk nog instabiel en erg gevaarlijk. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi om momenteel terughoudend te zijn. Het Syrische volk smacht al decennialang naar stabiliteit en vrijheid. Het is ook onze plicht om het Syrische volk daarin te steunen.
Ik heb een laatste boodschap voor het Vlaams Belang. Ik heb hier een foto van uw goede vriend, mensen van het Vlaams Belang, de partij die op de koffie ging bij Al-Assad. Uw partij heeft dat regime gelegitimeerd en ondersteund. Als het dus over Syrië gaat, kunt u het best een toontje lager zingen en zou u misschien beter gewoon zwijgen.
Barbara Pas:
Ik ben zeer duidelijk geweest over de tiran Al-Assad. Wij hebben allang afstand genomen van die zaken, mijnheer Vandemaele. Ik ben evenwel niet zo naïef als vicepremier De Sutter om te denken dat daar in Syrië een democratie in de plaats zal komen.
U noemt mijn woorden goedkoop, mijnheer de premier, maar ik vind het zeer goedkoop om als premier van een zevende partijtje zonder democratisch draagvlak jarenlang verantwoordelijk te zijn voor een desastreus migratiebeleid en dan vandaag niet op mijn pertinente vragen te willen antwoorden.
Mijn vragen en mijn standpunten zijn politiek legitiem. In andere landen wordt uitgevoerd wat wij vandaag vragen. Maak u geen illusies, een meerderheid van die 35.000 Syrische vluchtelingen zal niet vrijwillig terugkeren. Wij vragen u om maatregelen zoals in Oostenrijk te nemen, om de gezinshereniging van Syrische vluchtelingen op te schorten, om de vrijwillige terugkeer van Syriërs te faciliteren en om het vluchtelingenstatuut in te trekken (…)
Darya Safai:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Assad was een monster, laat daar geen twijfel over bestaan. We moeten echter zeer waakzaam zijn voor de mensen die hem nu opvolgen. Ik toon u een foto van de heer Al-Jolani, de leider van HTS. Hier ziet u de vlag van Jabhat al-Nusra, Al Qaida en hier is de foto van Al-Jolani met de HTS-vlag. Ze hebben allebei dezelfde islamkleuren en dragen het opschrift ‘geen andere god dan Allah en geen andere profeet dan Mohammed’. Ze willen de sharia invoeren. Ze beweren de vrouwen niets te zullen opleggen, maar daar heb ik mijn twijfels bij, ik geloof daar niets van. Khomeini beweerde hetzelfde na de Iraanse Revolutie in 1979. (…)
Franky Demon:
Mijnheer de premier, we zitten duidelijk op dezelfde lijn. Het is goed dat u verder wilt inzetten op de voorbereiding en de coördinatie op Europees niveau. Ik ben blij dat u ermee kunt lachen, mijnheer de premier. Ik hoop dat uw woorden ook overeenstemmen met uw daden, want de EU moet het momentum grijpen om samen met de Syriërs te bouwen aan een democratisch land, dat op termijn een stabiele partner in de regio moet zijn.
Mijnheer de premier, ik wil u nog één ding vragen. HST, de militie die heeft geholpen Assad te verdrijven, staat vandaag nog op de terreurlijst van de EU. Wij roepen u op om samen met de collega’s duidelijke voorwaarden af te spreken op basis waarvan we met dergelijke organisaties in gesprek kunnen gaan. De belangrijkste opdracht is voor ons de stabiliteit en de rust in dat land te laten terugkeren.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, monsieur le premier ministre, tout ce qu'il faut retenir, c'est que nous allons avoir besoin d'une réponse de l'Union européenne qui soit coordonnée, forte et rapide parce qu'il est malheureusement à craindre que dans les années à venir nous ayons très peu d'aide et de soutien de nos voisins outre-Atlantique. L'Union européenne doit donc être au rendez-vous.
Alors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, loin de l'outrance et des simplismes et face à une situation qui est excessivement complexe, la prudence est de mise aujourd'hui. La prudence n'est pas une faiblesse mais une exigence en premier lieu pour notre sécurité, pour la reconstruction de la Syrie, pour qu'elle retrouve son indépendance, sa souveraineté, et que surtout les Syriens retrouvent ce pour quoi ils se sont tant battus: leur liberté.
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, vous avez rappelé qu'il faut arrêter tout bombardement aujourd'hui. Arrêter la violence sur le sol syrien est la première chose à faire. Il faut aussi garantir l'intégrité territoriale de la Syrie, condition indispensable pour espérer une stabilité. Mais il faut surtout, et je le répète ici, arrêter toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut garantir la souveraineté du peuple syrien dans sa diversité religieuse et ethnique. C'est une condition indispensable si on veut avoir une lueur d'espoir dans cette région pétrie de violence. Aujourd'hui, il faut cesser cette violence. Et cela passe par la souveraineté du peuple syrien et l'arrêt de toute ingérence étrangère en Syrie.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses détaillées. La fin de ce régime tyrannique est, on l’a dit et redit, une opportunité. Certes, elle suscite d’autres interrogations mais il y a enfin de l’espoir, et c’est ce que j’ai envie de retenir. Cette fois-ci, je veux que nous ne rations pas le coche.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Nous avons une responsabilité énorme, historique pour accompagner au mieux cette transition et qu’elle soit la plus pacifique et la plus inclusive possible, toujours à l’écoute des revendications du peuple syrien, quelle que soit la religion ou l’origine ethnique. Quand j’entends certains ici regretter à demi-mot le régime al-Assad, je me demande dans quel monde on vit. Pourtant, malgré la situation instable sur place, malgré des tensions religieuses, malgré des tensions ethniques, malgré une situation géopolitique régionale totalement instable avec Israël qui a envahi le plateau syrien du Golan, l’Europe et, dans son sillage, la Belgique, ont déjà annoncé suspendre les demandes d’asile des réfugiés syriens. C’est une décision qui n’honore pas l’Europe et qui ne nous honore pas.
Transmigratie
De transmigratieproblematiek
Transmigratie en gerelateerde vraagstukken
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 4 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden verklaart de daling van geregistreerde transmigranten niet door minder intercepties, maar door veranderde routes (minder inklimming in havens, meer *small boats* vanuit Frankrijk) en betere beveiliging (investeringen in detectie en infrastructuur), terwijl de politie wel verplicht is illegale verblijvers te melden aan de DVZ, maar niet altijd systematisch samenwerkt bij acties. Van Belleghem benadrukt dat transmigratie opnieuw stijgt volgens lokale politie, en pleit voor een hardere aanpak van mensensmokkel via extern asielbeleid buiten de EU om de illegale stromen aan de bron te stoppen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor ziet, samen met de korpschef van de politiezone Westkust, een toename van het aantal transmigranten. Vorige week merkte de staatssecretaris in de commissie op dat de Dienst Vreemdelingenzaken zeer weinig gecontacteerd wordt door de politie wanneer die transmigranten intercepteert. Mevrouw de Moor suggereerde om u daarover te ondervragen. Dat doe ik dus bij dezen.
De Dienst Vreemdelingenzaken heeft dit jaar slechts 800 administratieve verslagen inzake transmigratie ontvangen van de politie. Vorig jaar waren dat er bijna 3.500 en het jaar daarvoor zelfs 13.000. Hoe verklaart u dat de korpschef van de politiezone Westkust zegt dat transmigratie in de lift zit, terwijl het aantal opgestelde verslagen drastisch is gedaald? Is er sprake van onderrapportering? Zie ik dat verkeerd en is er een andere uitleg daarvoor? Vraagt de politie systematisch ondersteuning van de DVZ bij politionele acties inzake transmigratie of niet? Waarom wel of niet?
Annelies Verlinden:
Collega Van Belleghem, het is belangrijk om in de eerste plaats te duiden dat de term transmigrant op zich niet bestaat als juridische definitie. In algemene termen gaat het ook daar over een vreemdeling in illegaal verblijf.
Transmigrant is een subcategorie van die vreemdeling in illegaal verblijf, in die zin dat het een persoon betreft die niet de intentie heeft om in België te blijven en wil doorreizen naar een ander land, vaak het Verenigd Koninkrijk. Hoewel de intentie soms duidelijk is, kan het label transmigrant subjectief zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Het hangt ook af van de verklaringen van de persoon in kwestie of de vaststellingen bij de onderschepping van die persoon.
Het stabiele aantal onderscheppingen van vreemdelingen in illegaal verblijf voor het hele grondgebied suggereert echter dat de daling in geregistreerde transmigranten eerder komt door de minder frequente toekenning van dit label. De voornaamste reden daarvoor is dat er minder onderscheppingen zijn aan de buitengrenzen richting het Verenigd Koninkrijk, waarbij de intentie van transmigranten heel duidelijk is en het label transmigrant eenvoudig wordt toegekend. Er zijn dus minder vaststellingen in de haven en de kuststreek. Wanneer die mensen aangetroffen of onderschept worden, gebeurt dat in hoofdzaak in de buurt van zeehavens, in het bijzonder die van Zeebrugge
De afname van dat aantal transmigranten is enerzijds gelinkt aan de genomen maatregelen om de infrastructuur te versterken tegen inklimming en de detectie aan te scherpen, waarin we in de afgelopen jaren heel veel hebben geïnvesteerd, en anderzijds is de jongste jaren de modus operandi om met kleine bootjes vanuit Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk te varen enorm toegenomen, waardoor de aantrekkingskracht van die route via inklimming in de Belgische havens sterk is afgenomen. Een andere indicator voor de afname van het aantal transmigranten zijn de vaststellingen van de private bewakingsondernemingen betreffende het toezicht op de Vlaamse snelwegparkings dieper in het land. Ook daaruit blijkt een daling van het aantal opgemerkte transmigranten.
Binnen de informatiegestuurde werking zullen extra politiepatrouilles worden bepaald op basis van lokale, specifieke, politionele informatie. Voor de federale en lokale politie ligt de focus op de criminele organisaties en de logistieke keten van de small boats , zijnde het transport en de aanlevering van nautisch materiaal over de Belgische wegen om te worden gebruikt voor de oversteek over het Kanaal. In dat kader organiseren zowel federale als lokale politie-eenheden controleacties gericht op voertuigen die kunnen worden gebruikt voor het vervoer van small boats en al hun onderdelen. De afweging voor extra patrouilles voor de bestrijding van dat fenomeen zal dan ook informatiegestuurd gebeuren.
Daarnaast blijven ook het verhinderen van de inklimming in vrachtwagens en van de toegang tot de Belgische haveninfrastructuur, om zo clandestien de oversteek naar het VK aan boord van een schip te maken, aandachtspunten. Niettegenstaande de afname van het aantal pogingen en onderscheppingen wordt daar nog steeds sterk op ingezet door de politiediensten, zeker ook gelet op de mogelijk levensbedreigende omstandigheden bij dat soort van inklimmingen en overtochten. Dit jaar zijn er geen bootjes aangetroffen in onze Belgische wateren. Overigens is de stroming ongunstig voor wie met een gammel bootje vanuit onze kuststreek het Verenigd Koninkrijk wil bereiken.
Het inlichten van de Dienst Vreemdelingenzaken via een administratief verslag over een vreemdeling in illegaal verblijf, is voor de politie de uitvoering van een wettelijke opdracht. De politie maakt een administratief verslag op voor alle gevatte personen gevat in illegaal verblijf op het grondgebied, waarna de DVZ een beslissing neemt over de verdere afhandeling. Op centraal niveau worden bij de federale politie geen cijfers bijgehouden met betrekking tot de participatie van de DVZ op het terrein. Op frequente tijdstippen worden kleinere acties ondernomen, die niet altijd op voorhand worden gepland of aangekondigd en waarbij de DVZ niet altijd aanwezig is. Bij de grotere acties wordt vaak wel vooraf gepland en een beroep gedaan op de ondersteuning door de DVZ, om op die manier op het terrein de communicatie met het oog op een snelle beslissing door de DVZ te kunnen faciliteren.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. De transmigratie daalt inderdaad dankzij de maatregelen die genomen zijn, voornamelijk in de havens. Volgens de korpschef zien we nu echter opnieuw een stijging van het aantal vaststellingen van transmigranten. Het verbaast mij dan ook enigszins dat u zegt dat het aantal vaststellingen daalt. Het was gedaald, maar het is nu opnieuw aan het stijgen. Het is belangrijk dat we hier blijvend de aandacht op vestigen. Transmigratie en illegaliteit zullen altijd blijven bestaan zolang we de mensensmokkelbusiness niet aanpakken. Dat is het fundamentele probleem. Voor elke mensensmokkelaar die wordt veroordeeld, staan er tien nieuwe mensensmokkelaars klaar. Het zou een verademing zijn als we een poging zouden doen om die business te breken in plaats van steeds de feiten achterna te lopen. Hoe kan men die business breken? Dat is door een extern asielbeleid te voeren. Men moet de asielprocedure buiten de EU laten plaatsvinden. Dat is de enige oplossing die we kunnen vinden om die illegaliteit tegen te gaan. Deels zullen we daarmee ook de transmigratie tegengaan.
Het akkoord met Niger inzake illegale immigratie
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Niger schortte in 2023 zijn migratieakkoord met de EU op, trok de anti-mensensmokkelwet in en stopte de hervestiging van migranten uit Libië, waardoor het Emergency Transit Mechanism (ETM)—sinds 2017 actief—nu wordt beëindigd. De EU schortte officiële migratieprojecten met Niger op maar blijft via UNHCR en civiele organisaties tijdelijke opvang bieden, terwijl diplomatieke druk en gesprekken over politieke transitie weinig resultaat opleveren. België kritiseert het gebrek aan concrete EU-actie tegen illegale migratie en pleit voor een voortrekkersrol, maar de staatssecretaris wijst op beperkte nationale bevoegdheden door Europese centralisatie. De EU zoekt nu alternatieven via buurlanden en multilaterale samenwerking in de Sahel.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de staatssecretaris, sinds 2015 was Niger een partner in het tegengaan van de illegale immigratie richting Europa. Het land kreeg aanzienlijke financiële hulp toegezegd als het migranten die illegaal op weg waren naar onze contreien zou tegenhouden én (een deel van) betrokkenen uit Libië zou terugnemen voor hervestiging.
Eind vorig jaar zegde de militaire junta in het West-Afrikaanse land éénzijdig deze overeenkomst op. In één klap werd een wet die de (welig tierende) mensensmokkel strafbaar maakte, ingetrokken en alle veroordelingen die op basis van voornoemde wet werden uitgesproken, geannuleerd.
De Europese Commissie reageerde met de mededeling over deze gang van zaken 'zeer bezorgd' te zijn. Weinig verbazend, aangezien de Europese Commissie zich - als men de opeenvolgende verklaringen mag geloven - zich zowat in een permanente toestand van bezorgdheid bevindt… wat helaas niet altijd betekent dat daar concrete daden aan gekoppeld worden.
Graag een antwoord op volgende vragen:
Betekent het intrekken van de wet die mensensmokkel strafbaar maakte ook het einde van het engagement van Niger om migranten die illegaal op weg zijn naar Europa uit Libië terug te nemen met het oog op hervestiging?
Maakte de éénzijdige beslissing van Niger het afgelopen jaar het voorwerp uit van besprekingen op Europees niveau?
Werden in dezelfde periode vanuit de Europese Commissie initiatieven ondernomen?
Zo ja, dewelke en met welk resultaat?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, deze vraag gaat wederom over de migratiesamenwerking tussen de Europese Unie en Niger, en weer moet ik u zeggen dat ik niet namens de Europese Commissie kan antwoorden. Ik raad u opnieuw aan om in het Europees Parlement de bevoegde Commissaris daarover te ondervragen.
Algemeen kan ik u wel meegeven dat er zich inderdaad een wijziging aftekent in het beleid van Niger met betrekking tot het migratiebeheer. Niger ziet zijn samenwerking met Europa rond migratiekwesties niet langer als een prioriteit. Anderzijds heeft de Europese Unie de dialoog met Niger opgeschort zolang er niet voldaan is aan de voorwaarden van politieke transitie. Over die transitievoorwaarden kunt u de minister van Buitenlandse Zaken verder ondervragen.
Op migratievlak werden de projecten met de Nigerese overheid opgeschort, maar de projecten van de civiele maatschappij en internationale organisaties blijven wel lopen. Het hervestigingsprogramma valt onder de laatste categorie. Dat Emergency Transit Mechanism zoekt duurzame oplossingen voor kwetsbare personen die uit Libië werden geëvacueerd. Dat houdt onder andere een tijdelijke bescherming in Niger in, met een eventuele hervestiging in een derde land als volgende stap.
Het ETM bestaat in Niger sinds 2017. Het werd uitgewerkt door UNHCR, met financiële steun van de EU. Na de staatsgreep op 26 juli 2023 liep dit programma nog steeds verder. Toen de overeenkomst met Niger in juli 2024 afliep, werd die niet verlengd door Niger. De laatste vluchtelingen in het kader van het ETM-programma zullen binnenkort vertrekken. Het UNHCR-centrum zal voorlopig worden gesloten.
De relatie tussen de Europese Unie en Niger wordt regelmatig besproken in de EU, onder andere in de werkgroepen met betrekking tot Buitenlandse Zaken. De Europese Commissie heeft, naar ik begrijp, vooral ingezet op diplomatieke contacten en probeert om via gesprekken het huidige bewind te bewegen tot een constructievere houding en een oplossing voor het ETM.
Verder tracht de Europese Unie de situatie in de Sahelregio breder aan te pakken door versterkte samenwerking met de buurlanden van Niger en multilaterale organisaties. Voor België is deze link van cruciaal belang voor ons Sahelbeleid. Ik kan alleen maar benadrukken dat de samenwerking tussen de EU en landen in de Sahelregio van cruciaal belang is om migratiestromen onder controle te krijgen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, u zegt tot twee keer toe dat ik mijn vragen beter zou richten tot de Europese Commissie, maar dat is net het probleem: we geven onze soevereiniteit uit handen, waardoor de Europese Commissie beslist wat wij in feite zouden moeten kunnen beslissen. De Europese politiek heeft nu eenmaal gevolgen voor dit land. Het is dan ook logisch dat ik u hierover ondervraag. Het is duidelijk dat de Europese Commissie onvoldoende maatregelen neemt om de illegale immigratie tegen te gaan. België zou daarin een voortrekkersrol moeten spelen.
Asielaanvragen van Turkse staatsburgers
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijgende asielmigratie uit Turkije (top 5 in België, 1.900 aanvragen in 2024) wordt door staatssecretaris De Moor verklaard als Europees trend (3e plaats EU-breed in 2022-2023) met individuele motieven (politiek, religie, etniciteit), terwijl het erkenningspercentage in België hoog ligt (42-46%)—veel hoger dan in Duitsland (13%). Terugkeer verloopt via het EU-Turkije akkoord (110 gedwongen verwijderingen in 2023, 77 in 2024), met goede Turkse medewerking, maar Van Belleghem vindt dit onvoldoende en pleit voor strengere voorwaarden, zoals koppelen van arbeidsmigratie aan terugkeer van illegalen en betere afstemming met Vlaamse collega’s. Kernpunt: Turkije’s dubbele rol als EU-kandidaat en asielbron botst met lage terugkeercijfers en hoge migratiedruk, ondanks visumverplichtingen en subsidies.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, het is opvallend dat naast de klassieke herkomstlanden zoals Syrië, Afghanistan en Palestina ook de asielmigratie vanuit Turkije in de lift zit. Zo zat Turkije vorige maand zelfs in de top 5 van de herkomstlanden voor asielaanvragen. Dat is heel opmerkelijk, want Turkije is kandidaat om lid te worden van de EU.
Ook onze Duitse oosterburen worden in toenemende mate geconfronteerd met een Turkse asielinstroom. Volgens de universiteit van Duisburg-Essen heeft die ontwikkeling in eerste instantie te maken met de economische situatie in Turkije.
Het erkenningspercentage voor de Turken ligt bijzonder laag. Vorig jaar zou het om ongeveer 13 % zijn gegaan. Een andere opvallende vaststelling van die universiteit is dat niet alleen de instroom van Turkse asielzoekers stijgt, maar dat ook de gezinshereniging en de studie- en arbeidsmigratie toeneemt.
Hoe verklaart u de toegenomen asielmigratie vanuit Turkije?
Wat is momenteel het erkenningspercentage?
Hebt u overleg met de Turkse autoriteiten over die evolutie?
Hoeveel afgewezen Turkse asielzoekers zijn er teruggekeerd? Werkt Turkije goed mee?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, het aantal Turkse verzoekers is in België al enkele jaren hoog. Het aantal is echter volledig in lijn met de cijfers op Europees niveau.
Dat blijkt ook uit het meest recente jaarverslag van het European Union Agency for Asylum, waarin staat dat Turkije al in 2022 en 2023 op de derde plaats prijkt als land met de meeste verzoeken tot internationale bescherming in de Europese Unie. Dat was misschien niet het geval in België maar wel in de rest van Europa. Zelfs in het halfjaarlijkse overzicht van het Agency for Asylum van 2024 blijft Turkije of de vijfde plaats staan.
De effectieve redenen voor migratie en voor de aanvraag van een beschermingsstatuut zijn verschillend en heel individueel: politiek, religieus, etnisch of familiaal. De beschermingsgraad ten gronde van Turkse aanvragen bedraagt in ons land 42 % in 2023 en 46 % in 2024. Turkije is een belangrijke strategische partner, waarmee wij zowel bilaterale als Europese contacten onderhouden.
Ik wil daarbij nog beklemtonen dat België voor Turken behalve een algemene visumplicht ook een specifieke plicht heeft opgelegd wanneer zij naar België komen met het vliegtuig. Turkse burgers moeten met name in het bezit zijn van een visum type A, waardoor België een grondigere controle kan uitvoeren voor Turkse burgers die in België aankomen.
Inzake de verwijderingen kan ik u meegeven dat er in 2023 110 gedwongen verwijderingen naar Turkije waren. In 2024 waren dat er tot en met oktober 77. Mijn diensten werken daarvoor goed samen met de Turkse autoriteiten. De aanvragen inzake identificatie en terugkeer van irreguliere Turkse onderdanen op het Belgische grondgebied worden in een goede dialoog en verstandhouding met de Turkse autoriteiten afgehandeld. Ze zijn gebaseerd op het re-admissieakkoord tussen de Europese Unie en Turkije.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Turkije is het land waarheen jaarlijks duizenden Vlamingen op vakantie gaan. Het land is ook kandidaat-lid van de Europese Unie. Het krijgt daarvoor ook jaarlijks miljoenen euro's subsidies, indien ik me niet vergis. Wij zien Turkije nu echter opduiken in de top vijf van het aantal asielaanvragen. In 2024 hebben al 1.900 Turken hier in België asiel aangevraagd. U merkt op dat al 77 Turken gedwongen zijn teruggekeerd en noemt dat goed samenwerken. Dat is heel verbazingwekkend. Ik hoop dat u nog veel beter zult samenwerken in de toekomst. Wij zien ook veel Turkse arbeidsmigranten. Overleg dus met uw Vlaamse collega’s en maak arbeidsmigratie afhankelijk van de terugkeer van illegalen.
‘Griekse vluchtelingen’ die in België asiel aanvragen
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een stijging van dubbele asielaanvragen (vooral Palestijnen en Syriërs) die al een vluchtelingenstatus hebben in EU-landen zoals Griekenland, maar door betere socio-economische omstandigheden of bestaande gemeenschappen alsnog in België asiel zoeken. Staatssecretaris De Moor wil dit stoppen via juridische beroepen tegen gunstige uitspraken van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (die Griekenland als onvoldoende beschouwt) en versnelde toepassing van het EU-migratiepact om opvang te weigeren, maar een concreet wetsontwerp en tijdschema ontbreken nog. De kosten lopen op tot miljoenen per maand voor opvang van personen met een *M-status*, terwijl het asielsysteem bedoeld is voor wie *daadwerkelijk* bescherming nodig heeft. Kritiek blijft op de praktische uitvoering van Dublin en het migratiepact voor secundaire migratie.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik had een vraag ingediend over de erkende vluchtelingen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat, maar alsnog naar België komen en hier nogmaals asiel aanvragen.
Vanochtend gaf u op Radio 1 al antwoord op mijn vragen. Het is overigens niet voor het eerst dat u naar de media stapt en vervolgens pas naar het Parlement; denk maar aan het migratiewetboek. Goed, geen probleem, ik stel mijn vraag toch.
Al enige tijd verklaart u dat de stijging van het aantal asielaanvragen deels ligt aan het feit dat steeds meer personen asiel aanvragen in België terwijl ze al asiel hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. Het gaat dan voornamelijk om Griekenland. Dat blijkt ook uit de cijfers: er verblijven nu 1.643 Palestijnen in onze asielopvangcentra die eigenlijk al een vluchtelingenstatuut in een andere EU-lidstaat kregen.
Wat zijn volgens u de redenen waarom asielzoekers die al erkend zijn in een andere EU-lidstaat alsnog naar België komen om nog eens asiel aan te vragen en zo de dure en schaarse asielopvangplaatsen innemen?
Klopt het dat die dubbele asielaanvragen onontvankelijk kunnen worden verklaard, maar dat de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daar een stokje voor steekt? Zo ja, was dat dan een uitspraak van een Franstalige rechter? De Franstalige rechtbanken staan immers iets meer bekend om hun rechterlijk activisme.
Biedt het EU-migratiepact een oplossing voor dit probleem? De bestaande Dublinverordening is heel mooi op papier, maar in de praktijk worden de regels niet gerespecteerd. Zal dat in de toekomst veranderen?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, ons land stelt inderdaad een aanzienlijke stijging van het aantal asielaanvragen vast van vooral Palestijnen en Syriërs die al bescherming hebben in een ander Europees land, meestal Griekenland en in mindere mate Bulgarije. In de afgelopen maanden ging het telkens om meer dan 450 aanvragen per maand. Dat is dus zeker geen uitzondering.
Waarom België een verhoogde uitstroom uit deze zogenaamde M-statussen kent, is moeilijk te zeggen. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met de reeds aanwezige gemeenschap in België. We moeten een kat echter ook een kat durven te noemen, de algemene sociaal-economische situatie in België is beter dan die in Griekenland. Ook dat kan voor sommige vluchtelingen een reden zijn om naar België te komen.
Alleen, daar dient het asielsysteem niet voor. Asiel is er voor wie vlucht voor oorlog of vervolging. Veiligheid kan men ook in andere Europese landen vinden, ook al is het daar socio-economisch anders dan in België. Dat is nu eenmaal de basis van ons asielsysteem. Als we dat niet aanvaarden, zal het systeem nooit werken.
Aan het fenomeen van de M-status wil ik inderdaad paal en perk stellen. Het valt niet uit te leggen dat iemand die als vluchteling erkend is in Griekenland of Bulgarije en daar een toekomst mag uitbouwen, nog eens asiel aanvraagt in België. Ons land wil solidair zijn met oorlogsvluchtelingen, maar het systeem draait vierkant als we ook nog eens dossiers moeten behandelen van mensen die elders al bescherming gekregen hebben. Dat is niet rechtvaardig. Dat is niet houdbaar. Daar moeten we komaf mee maken.
De huidige wetgeving maakt het al mogelijk om asielaanvragen van erkende vluchtelingen onontvankelijk te verklaren en dus niet te behandelen. In de praktijk zorgt de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er echter voor dat twee derde van die aanvragen wel behandeld worden en dat bijna de helft daarvan ook erkend wordt. Dat komt doordat de RvV de sociale voorzieningen in Griekenland als onvoldoende en ontoegankelijk beschouwt.
Om het fenomeen van deze asielaanvragen door erkende vluchtelingen een halt toe te roepen, zal ik me met alle mogelijke juridische middelen verzetten tegen de rechtspraak van de RvV. Dat betekent dat de Belgische Staat in beroep zal gaan tegen beslissingen van ontvankelijkheid of erkenning in dergelijke dossiers. Griekenland en Bulgarije zijn namelijk veilige landen waar men effectief bescherming krijgt. Wie vlucht voor oorlog of vervolging is daar veilig. Ook zijn de sociale voorzieningen daar de jongste jaren enorm vooruitgegaan. Die beroepen hebben daarom kans op slagen, precies omdat de situatie voor erkende vluchtelingen in Griekenland verbeterd is, wat Griekenland zelf trouwens volledig erkent. Het land krijgt al jaren Europese steun, niet enkel voor asiel en opvang, maar ook voor de integratie van erkende vluchtelingen. Voor de periode van 2021 tot 2027 gaat het om meer dan 400 miljoen euro. Ik werk dan ook nauw samen met mijn Griekse collega om deze kwestie van nabij op te volgen.
Naast het juridisch aanvechten van de rechtspraak kunnen we nu ook delen van het Europees migratiepact vervroegd toepassen, zodat opvang geweigerd kan worden aan de asielzoekers die al een vluchtelingenstatus genieten in een ander Europees land. Dat is een maatregel die in het Europees migratiepact staat. We hebben gevraagd of we die vervroegd kunnen implementeren. Vorige week heeft de Europese Commissie me bevestigd dat we daar effectief versneld mee kunnen beginnen. Ik zal daarnaast dus ook met een wetsontwerp met deze nieuwe Europese regels naar het Parlement komen.
De hogere instroom van deze personen met M-status noopt me ertoe deze maatregelen te nemen. Het draait hier immers om de kern van het Europese asielbeleid dat hiermee op de helling komt te staan. Onze bescherming dient te gaan naar mensen die bescherming nodig hebben, dus niet naar mensen die die bescherming al hebben gekregen in een ander Europees land en daar een toekomst kunnen uitbouwen.
Francesca Van Belleghem:
Bedankt voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de staatssecretaris. Hebt u een concreet tijdschema voor dat wetsontwerp voor ogen?
Nicole de Moor:
Zo snel mogelijk.
Francesca Van Belleghem:
We kijken ernaar uit. In afwachting van de beroepsprocedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moeten die mensen uit de opvangcentra geweerd worden. Die 1.600 Palestijnse vluchtelingen in onze opvangcentra kosten ons maandelijks bakken vol geld: 3,5 miljoen euro per maand. Tel daar nog de Syriërs bij en het gaat in werkelijkheid over nog veel meer geld dat we verspillen aan mensen die al een status hebben gekregen in een ander land. Het probleem gaat natuurlijk ruimer dan de zogenaamde M-statussen. Er is ook nog de secundaire migratie van mensen uit de EU die hun asielprocedure in een ander land niet afwachten. Daarvoor hebt u natuurlijk nog geen oplossing en wij betwijfelen of het EU-migratiepact daar wel een oplossing voor biedt. Dat wordt afwachten. Daarom zullen we de zaak nauwlettend in de gaten houden.
Het stijgende aantal asielaanvragen
De Europese abnormaliteit van de sterke asielinstroom in België
België en Europa: asielinstroom en -aanvragen
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kent een unieke stijging van asielaanvragen (+11%) in 2023, terwijl buurlanden en de EU gemiddeld dalen, door aantrekkingsfactoren zoals bestaande Palestijnse/Afghaanse netwerken, soepeler beleid (bv. herhaalde aanvragen van al erkende vluchtelingen) en sociaal voorzieningenstelsel. Staatssecretaris De Moor benadrukt genomen maatregelen (versnelde procedures voor kansloze aanvragen, ontradingscampagnes, voorbereiding EU-migratiepact) maar wijst op structurele uitdagingen (internationale conflicten, complexe EU-samenwerking). Oppositie (Van Belleghem, Safai) kaart gebrek aan strenge beleidsaanpassingen aan (vb. Zweden daalde door strengere regels) en eist snellere, drakere herzieningen (asielbeleid voor Syriërs/Palestijnen, leefloon, Dublin-afspraken). Kernpunt: België mist effectief afschrikbeleid waar buurlanden wel in slagen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, in de EU zijn er maar vier landen waar het aantal asielaanvragen significant stijgt. Een van die vier landen is België. Het aantal asielaanvragen ligt in ons land maar liefst 11 % hoger dan vorig jaar. Nochtans is het aantal asielaanvragen in de EU op dit moment met 12 % gedaald in vergelijking met vorig jaar. Ook bij onze buurlanden zien we die trend. Frankrijk telt 8 % minder asielaanvragen en Nederland 13 %. Luxemburg en Duitsland hebben zelfs 28 % minder asielaanvragen.
Hoe verklaart u dat het aantal asielaanvragen in België blijft stijgen terwijl er in de EU minder asielaanvragen zijn? Wat zijn volgens u de pullfactoren, waardoor asielzoekers duidelijk België kiezen als bestemmingsland en niet onze buurlanden?
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, in oktober 2023 kende Duitsland een enorm hoog aantal asielaanvragen: 37.140. Daarop nam de Duitse bondsregering een pakket aan strenge maatregelen. Dat werd via ontradingscampagnes ook aan de betreffende doelgroepen gecommuniceerd, met succes. Vandaag ligt het maandelijkse aantal asielaanvragen er maar liefst 42 % lager. Ook in Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Zweden en Oostenrijk is er een significante daling van de asielinstroom ten opzichte van vorig jaar waarneembaar. De hele Europese Unie plukt dus de vruchten van het succesvolle beleid van de rechtse regeringen in lidstaten aan de buitenste Schengengrens.
Slechts één eindbestemming voor asielzoekers in Europa vormt een notoire uitzondering op deze regel: België. Hier stijgen de asielaanvragen sterk. U wijt dit vanmorgen in de pers aan misbruik van onze asielprocedures door mensen die hier asiel aanvragen terwijl ze al een vluchtelingenstatus verkregen in een ander Europees land. U vermeldt ook het cijfer van 4.400 asielaanvragen. Maar ook zonder die groep steeg het aantal asielaanvragen in België ten opzichte van vorig jaar, terwijl de instroom in al onze buurlanden daalt. Het probleem gaat dus dieper dan dat.
Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag voor u. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen en België niet?
Nicole de Moor:
De cijfers zijn inderdaad hoog. In oktober vroegen 4.300 personen asiel aan. Dat is een zeer hoog, te hoog aantal. Het aantal asielaanvragen voor november zal, zoals het er voorlopig naar uitziet, lager liggen. Oktober is traditioneel de maand met de hoogste cijfers van het jaar, maar dit jaar lagen de cijfers uitzonderlijk hoog. In november zal het aantal wellicht een duizendtal personen minder bedragen. We moeten het einde van de maand afwachten, maar er is alvast een sterke daling zichtbaar.
U maakt een vergelijking met andere Europese landen, maar die moet ik toch wat nuanceren. De Europese asielcijfers fluctueren immers voortdurend. In de Europese Unie was er in 2023 bijvoorbeeld een stijging met 20 % van het aantal asielaanvragen in vergelijking met 2022. In Frankrijk was er een stijging met 5,5 %, in Nederland met 7,6 %, in Duitsland zelfs met 51,1 %, terwijl we in België een daling met 8,8 % hadden.
Het is moeilijk vast te stellen wat de beweegredenen van individuen zijn om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Voor België kan het zeker meespelen dat er al een aanzienlijke Palestijnse en Afghaanse gemeenschap is in België, terwijl net bij die nationaliteiten in Europa de asielaanvragen stijgen. Als mensen al kunnen bogen op een aanwezig netwerk van vrienden of familie, merken we dat ze vaker kiezen voor een land waar dat netwerk al aanwezig is.
Mevrouw Safai en mevrouw Van Belleghem, het is pertinent onwaar dat ik geen maatregelen neem om de instroom naar omlaag te krijgen. Alleen wilt u blijkbaar allebei de illusie wekken dat de instroom gemakkelijk onder controle te brengen is, dat ik maar aan een paar knoppen heb te draaien. Sorry, zo werkt het niet.
Om de asieldruk op ons land te verminderen heb ik wel degelijk al een aantal initiatieven genomen. Te veel mensen die in de asielprocedure zitten, horen daar niet in thuis. Uiteraard helpt de woelige internationale context met veel conflicten niet om de hoge instroom te verminderen.
Sinds februari is als een van de maatregelen al een fast-trackprocedure ingesteld voor nationaliteiten die nauwelijks kans maken op asiel, zoals Georgiërs en Congolezen, twee nationaliteiten in de top 10 van de aanvragen, en Moldaviërs. Die aanvragen worden zo snel mogelijk binnen de 40 werkdagen behandeld om ervoor te zorgen dat mensen zo snel mogelijk de opvang verlaten en kunnen terugkeren en dat ze zo snel mogelijk een signaal krijgen dat asiel niet voor hen is bedoeld.
Intussen zijn reeds de aanvragen van 850 mensen via die procedure behandeld. We merken dat ze in 96 % van de gevallen een negatieve beslissing krijgen. Sinds kort wordt er dan ook voor die doelgroep van mensen sterker ingezet op ontrading om te vermijden dat ze ü berhaupt asiel aanvragen.
Heel wat Palestijnen zijn vandaag op de vlucht voor een gruwelijke oorlog. Ons land toont zich solidair, maar het is wel heel problematisch dat er vandaag vele Palestijnen asiel aanvragen in ons land hoewel ze al erkend zijn als vluchteling in Griekenland. Daarover hebben we het daarnet al gehad. Ook wat dat betreft worden er dus maatregelen genomen.
Daarnaast is de implementatie van het migratiepact in volle voorbereiding, ook in ons land. Dat pact is een fundamentele wijziging van het interne Europese asielbeleid, met een betere controle van de Europese buitengrenzen, korte procedures aan de grenzen en een spreiding van solidariteit. Hoe graag we dat ook morgen in werking zouden zien, de uitwerking van zoiets omvangrijks kost nu eenmaal tijd. Uiteraard moet dat goed worden geïmplementeerd door alle Europese landen, niet alleen door ons, maar ook door de landen aan de buitengrenzen, die heel wat bijkomende taken krijgen om de buitengrenzen beter te controleren. Dat is iets waaronder ik ook in lopende zaken mijn schouders blijf zetten.
Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie ons nu groen licht gegeven om bepaalde delen van dat pact vervroegd te kunnen uitwerken. Daardoor zouden we bijvoorbeeld op het vlak van opvang van personen die onder Dublin vallen of voor M-statussen al maatregelen kunnen nemen. Deze maatregelen kunnen dan ook op kortere termijn al hun vruchten afwerpen. We nemen dus wel degelijk maatregelen.
Uiteraard is er nog meer nodig. We onderhandelen vandaag een regeerakkoord met opnieuw maatregelen om meer controle te krijgen op migratie. We zullen nog veel meer dan vandaag moeten samenwerken met landen van herkomst en transitlanden om de migratiedruk op Europa naar beneden te krijgen. Beweren dat men de instroom naar beneden kan krijgen door gewoon wat te draaien aan de knoppen, is echter de mensen iets wijsmaken en daaraan doe ik niet mee.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, de asielcijfers in de EU fluctueren inderdaad. Waar maatregelen genomen of zelfs nog maar aangekondigd worden, daalt de asielinstroom. Bij ons gaan de asielcijfers maar één richting uit, namelijk omhoog. Sinds 2019, maar vooral sinds 2021, stijgt het aantal asielaanvragen systematisch.
Zweden heeft in 2022 aangekondigd de asielinstroom te willen beperken en heeft daartoe ook maatregelen genomen. Sinds 2022 evolueren de asielaanvragen in Zweden ook maar in één richting, namelijk naar beneden.
U kunt dus wel degelijk aan meer knoppen draaien dan u denkt. U kunt wel degelijk maatregelen nemen. Het gaat niet om onbestaande tovermaatregelen. Zweden doet het, dus wij kunnen het ook, mevrouw de staatssecretaris. Het vergt alleen een portie lef.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, belangrijk om te weten is wel dat de enige reden waarom wij meer Palestijnen, Syriërs en Afghanen hebben, ons eigen beleid is. Het beleid is nog niet aangepast. Veronderstel dat Nederland zegt dat het de asielaanvragen van mensen van Syrische afkomst vanaf nu strenger zal beoordelen, terwijl wij nog altijd hetzelfde beleid aanhouden, dan is het resultaat dat veel Syriërs naar ons komen. Dat geldt evenzeer voor inwoners van Palestina. We weten dat Gaza gewoonweg afgesloten is, dus dat geen enkele vluchteling rechtstreeks uit Gaza komt, maar toch blijven we mensen van Palestijnse oorsprong die veilig in een ander land leven, hier aanvaarden. Dat beleid moet natuurlijk veranderd worden. Het CGVS moet dat aanpakken. Ons land is daarnaast ook interessant gelet op het leefloonsysteem. Ook daarin dringen drastische veranderingen zich op. Er moet zo snel mogelijk een regeerakkoord komen. Daarvan zullen we werk moeten maken. Hopelijk kunnen we het zo snel mogelijk oplossen.
Transmigratie
De transmigratieproblematiek
Transmigratie en gerelateerde vraagstukken
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De transmigratie aan de Westkust neemt toe—meer pogingen, geslaagde oversteken en dodelijke slachtoffers—met zorgwekkende signalen over niet-begeleide minderjarigen die na aanhouding vaak vrijgelaten worden, wat frustratie bij politie en lokale diensten veroorzaakt. Staatssecretaris De Moor bevestigt de stijging (769 verslagen in 2024 vs. 3.458 in 2023) maar wijst op gebrekkige meldingen door politie aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), terwijl de focus ligt op gerechtelijke aanpak (smokkelnetwerken ontmantelen) en samenwerking met Frankrijk/Frontex; bestuurlijke maatregelen zoals opsluiting in gesloten centra schieten tekort door capaciteitsgebrek. De Vreese dringt aan op versterkt bestuurlijk optreden (vingerafdrukken, verhoren, opsluiting) om politiemotivatie en registratie te verbeteren, en kritiseert dat gerechtelijke prioriteit ten koste gaat van structurele aanpak. Gezamenlijke grenscontroles lopen al, maar coördinatie en opvolging—met name voor minderjarigen—blijven knelpunten door bevoegdheidsversnippering (Justitie, Binnenlandse Zaken) en gebrek aan integrale data.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, volgens de korpschef van de politiezone Westkust zijn de cijfers inzake transmigratie zorgwekkend. Ik citeer hem: “We merken een stijging in het aantal pogingen om de oversteek te wagen, in het aantal geslaagde oversteken, in het aantal dodelijke slachtoffers tijdens mislukte oversteken en in het aantal vaststellingen van fenomenen gelinkt aan transmigratie."
Merkt u dat transmigratie vanaf de Westkust inderdaad toeneemt? Hoe verklaart u dat? Welke maatregelen zult u nemen om dat tegen te gaan, desgevallend samen met de minister van Binnenlandse Zaken? Zijn grenscontroles volgens u een nuttig instrument om transmigratie tegen te gaan?
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, ik zal de korpschef van de politiezone Westkust geen tweede keer citeren, maar ik denk dat hij tevreden zal zijn dat we in deze Kamer aandacht hebben voor de problematiek van transmigratie waarmee hij dagelijks wordt geconfronteerd.
Al sinds mei krijg ik verontrustende berichten van de politie dat er een probleem is dat dringend moet worden aangepakt. Er werd nu gestart met controles aan onze grensovergangen, op de stranden en in de duinen en aan de op- en afritten van onze autosnelwegen.
Er wordt ook melding van gemaakt dat er een stijging is van het aantal oversteken, dodelijke slachtoffers en vaststellingen. Ik heb nog een bijkomende vraag wat betreft de oversteken. Gaat het ook om een stijging van het aantal oversteken aan onze kust, of bedoelen ze daarmee enkel de oversteken vanaf de Franse kust?
We moeten de transmigratieproblematiek kordaat aanpakken, want dit is een problematiek die op heel korte tijd kan toenemen. Ook moeten we onze politiediensten op het terrein gemotiveerd houden. Ik heb daarnet al gezegd dat het aantal plaatsen in de gesloten centra daarin een heel belangrijke rol speelt, zodat we kunnen overgaan tot opsluitingen. Ik heb heel onrustwekkende berichten gekregen over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die worden aangetroffen en die de boel kort en klein slaan. Dat zijn jongeren van 14 tot 17 jaar, die daarna gewoon mogen beschikken en op straat worden gezet. U begrijpt dat dat helemaal niet kan, aangezien het om minderjarigen gaat, en dat het heel frustrerend is voor de diensten die dag en nacht de grenzen bewaken.
Wanneer bent u op de hoogte gebracht van de stijgende transmigratiecijfers aan onze kust? Kunt u een correct beeld schetsen van de huidige transmigratieproblematiek, met focus op West-Vlaanderen en de grensproblematiek? Wat gebeurt er met de aangetroffen niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de illegale migranten? Wanneer bent u in overleg gegaan met de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie over die problematiek? Wat waren de conclusies van het overleg? Welke extra acties zult u nog ondernemen om de problematiek aan te pakken?
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, collega's, het is juist dat we een toename zien van het aantal transmigranten, maar ik merk dat de Dienst Vreemdelingenzaken in het algemeen zeer weinig door de politie gecontacteerd wordt wanneer die transmigranten intercepteert.
De Dienst Vreemdelingenzaken ontving in september 76 administratieve verslagen van de politie. Dat is inderdaad een verdubbeling ten opzichte van de 34 verslagen die de DVZ in augustus ontving. In oktober daalde het aantal verslagen weer tot 65. In totaal ontving de DVZ dit jaar 769 verslagen inzake transmigratie. Dat aantal verdwijnt echter in het niets bij de 12.848 ontvangen verslagen in 2018 en zelfs bij de 3.458 in 2023.
Het spreekt voor zich dat de Dienst Vreemdelingenzaken weinig kan betekenen indien hij niet door de politie op de hoogte wordt gesteld bij een interceptie.
Mevrouw De Vreese, het uitvoeren van controles en het onderzoek naar fenomenen van transitmigratie zijn inderdaad politionele bevoegdheden. Voor meer antwoorden kunt u zeker terecht bij mijn collega van Binnenlandse Zaken. Ik kan u evenwel meegeven dat de actuele aanpak, waarbij de nadruk ligt op het gerechtelijke gedeelte, waar men focust op het opsporen en ontmantelen van netwerken van smokkelaars, volgens mij de juiste aanpak is. In dit kader wordt ingezet op politionele acties, versterkte samenwerking met Frankrijk en ondersteuning van de operaties door Frontex.
De acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. Men kan daarvoor desgewenst ook ondersteuning vragen van de Dienst Vreemdelingenzaken. In feite wordt de planning van de dienst Ondersteuning Politie op het Terrein bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met politiediensten, lokale overheden en de provincie, waaraan de DVZ indien gevraagd deelneemt.
Voor de vragen naar de opvolging van de niet-begeleide minderjarigen onder de transmigranten verwijs ik naar de minister van Justitie, die vandaag nog steeds bevoegd is voor de Dienst Voogdij. Daaraan kan ik op dit moment weinig veranderen. Mevrouw De Vreese, net als u maak ik me zorgen. Ik maak me ongerust over het gedrag dat we zien bij de minderjarigen, het feit dat het gaat om minderjarigen en de opvolging. We moeten dat zeker aanpakken.
Mevrouw Van Belleghem, met betrekking tot de grenscontroles kan ik u meegeven dat voor het specifieke fenomeen van de transmigranten die zich ophouden aan de Frans-Belgische grens, nu al gezamenlijke controles door de Franse en Belgische politie worden uitgevoerd.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Begrijp ik het goed dat de politiediensten niet altijd de verslagen aan de DVZ doorgeven? Of zijn er gewoon minder verslagen?
Nicole de Moor:
Ik kan u alleen de cijfers geven van de verslagen die de DVZ krijgt. Ik kan u de cijfers van de politie niet geven. Ik stel alleen vast dat het aantal verslagen dat we ontvangen veel lager is dan het aantal verslagen dat we in het verleden ontvingen.
Francesca Van Belleghem:
Dan zullen wij dat navragen voor u.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat de focus van de aanpak volledig op het gerechtelijke deel ligt en dat dat dan ook de prioriteit verdient. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind dat het bestuurlijke deel minstens even belangrijk is. Als men zegt dat het aantal administratieve verslagen vermindert, komt dat door de redenering dat het bestuurlijke niet zo belangrijk is. Wat gebeurt er? Heel wat transmigranten worden gezien. Daarvan worden meldingen gemaakt, maar men laat na om de volledige triptiek te maken en vingerafdrukken en verhoren af te nemen, omdat dat heel wat rompslomp met zich meebrengt. Toch vind ik dat we die rompslomp moeten doorgaan. Ik vind dat de politie iedere keer moet optreden. Wat hen motiveert, is dat er gevolg wordt gegeven aan het feit dat er bestuurlijk wordt aangehouden. Het onderbrengen in een gesloten centrum is het sluitstuk, maar dat ontbreekt. Daarom is de politie helemaal niet gemotiveerd om die bestuurlijke aanhoudingen te doen. Daardoor ontstaat ook dat beeld in de statistieken. Focus u daarom ook op het bestuurlijke deel, samen met het gerechtelijke deel, om zo de problematiek aan te pakken. Ik zal zeker de minister van Binnenlandse Zaken ook de nodige vragen stellen, als we op dat moment niet samen aan het onderhandelen zijn.
Grenscontroles en de strijd tegen illegale immigratie
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België sluit tijdelijke grenscontroles (zoals Duitsland) niet uit, maar weegt af of ze effectief, proportioneel en EU-conform zijn, met focus op samenwerking en alternatieven zoals versterkte controles aan de EU-buitengrenzen (via Frontex) en politiële grensoverschrijdende samenwerking. Delcourt benadrukt dat de Duitse maatregelen (13% daling illegale migratie) aantonen dat gerichte controles werken, maar de Moor bevestigt dat België de Schengen-principes (vrije circulatie) en fundamentele rechten vooropstelt, zonder harde plannen voor eigen controles.
Catherine Delcourt:
Madame la secrétaire d'État, depuis le 16 septembre dernier, l'Allemagne a réintroduit des contrôles aux frontières avec plusieurs de ses voisins, dont la Belgique, invoquant des raisons liées à l'immigration irrégulière, à la criminalité transfrontalière et à la lutte contre le terrorisme.
Les données récentes issues des autorités allemandes révèlent une diminution significative des franchissements de frontières illégaux (-13 %) au cours des trois premières semaines suivant la mise en place de contrôles permanents, par rapport aux trois semaines précédentes.
Étant donné que ces mesures semblent produire des résultats concrets, je souhaiterais poser les questions suivantes:
1) La Belgique envisage-t-elle, à l'instar de l'Allemagne, de recourir à des contrôles renforcés ou ciblés à ses frontières dans le cadre de la lutte contre l'immigration illégale et la criminalité transfrontalière? Des discussions sont-elles envisagées avec le SPF Intérieur?
2) Quels autres outils ou coopérations transfrontalières la Belgique considère-t-elle comme prioritaires pour répondre aux défis posés par l'immigration irrégulière et garantir une gestion efficace de nos frontières, tout en respectant les règles européennes en vigueur?
Nicole de Moor:
Madame Delcourt, le rétablissement temporaire de contrôles aux frontières internes dans l’espace Schengen est un outil prévu par le code frontières Schengen. La législation européenne fixe des règles claires à ce sujet, exigeant que ces contrôles soient temporaires, juridiquement fondés et justifiés sous le contrôle de la Commission européenne.
La Belgique peut décider à tout moment d’introduire des contrôles temporaires à ses frontières. Cette compétence relève conjointement de la ministre de l’Intérieur et de moi-même. À cet égard, des échanges réguliers ont lieu pour évaluer la situation, mais toute décision éventuelle tiendrait compte de plusieurs facteurs, notamment l’impact sur le trafic transfrontalier, le coût ou encore l’efficacité des mesures.
La gestion efficace des frontières, en ce compris la lutte contre l’immigration irrégulière, repose sur plusieurs axes prioritaires. Ainsi, la gestion de l’immigration irrégulière commence aux frontières extérieures de l’Union européenne. La Belgique, quant à elle, s’assure que ses propres frontières extérieures font l’objet d’un contrôle strict, tout en soutenant d’autres É tats membres dans cette tâche, pour la bonne et simple raison que leurs frontières sont également nos frontières. Cette solidarité européenne s’appuie notamment sur l’assistance de l’agence Frontex et sur des fonds spécifiques de l’Union européenne.
Aux frontières intérieures, les services de police et de migration belges coopèrent étroitement avec leurs homologues des pays voisins. Des initiatives communes, telles que les équipes d’enquête transfrontalières et les échanges d’informations en temps réel, renforcent l’efficacité des contrôles sans pour autant entraver indûment la libre circulation. La Belgique reste attachée au principe de la libre circulation, tout en veillant à ce que toute mesure prise respecte les droits fondamentaux et l’équilibre entre sécurité et mobilité.
Catherine Delcourt:
Madame la secrétaire d' é tat, je vous remercie pour votre réponse. L’Allemagne a invoqué des raisons liées à l’immigration irrégulière, à la criminalité transfrontalière ou encore à la lutte contre le terrorisme pour renforcer les contrôles aux frontières. Je me réjouis que la Belgique soit attentive au respect des principes de fonctionnement Schengen car c’est primordial, mais je souhaite également que la ministre de l’Intérieur comme vous-même restiez attentives à ces critères, qui peuvent à un moment donné nécessiter le renforcement des contrôles aux frontières. Nous avons vu que ce renforcement avait eu une incidence en Allemagne, qui a rapidement enregistré une baisse de 13 % de l’immigration irrégulière. Merci donc de rester attentive à ces aspects-là, dans le respect des principes de libre circulation.
De deloyale en onwettige Spaanse migratiepolitiek en de nood aan Europese actie daartegen
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kritiseert Spanjes plan om 300.000 illegale migranten per jaar (2025-2027) te regulariseren, omdat dit illegale migratie beloont, Schengenregels schendt en doorstroom naar andere EU-landen (zoals België) stimuleert. Staatssecretaris De Moor stelt dat Spanje binnen zijn bevoegdheid handelt en wijst formele kritiek af, maar belooft het informeel aan te kaarten in de JBZ-Raad (12 december), benadrukkend dat Spaanse vergunningen geen rechten in België geven. De Vreese blijft bezorgd over doorstroom en eist nadrukkelijke EU-actie, met een vervolgvraag over de Spaanse reactie na het overleg.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, de socialistische regering van eerste minister Sanchez in Spanje kondigde aan per jaar zowat 300.000 mensen in illegaal verblijf te regulariseren in 2025, 2026 en 2027. In de praktijk gaat het om asielzoekers die op illegale wijze de Schengenzone binnendrongen via mensensmokkel, dan wel langer in de Schengenzone bleven dan hun visum of visumvrijgesteld paspoort toeliet. Daarmee geeft de Spaanse regering een totaal verkeerd signaal. Illegale binnenkomst via mensensmokkel noch het negeren van de vervaldatum van een visum mag worden beloond met een legaal verblijf. Dergelijke maatregel is behalve deloyaal ook onwettig voor een lid van de Schengenzone. Het lidmaatschap daarvan veronderstelt immers het bestrijden van illegale migratie en niet het aanvaarden en faciliteren ervan.
Daarenboven zullen de verblijfsvergunningen die Spanje in dat verband zal uitreiken,ook een negatief effect hebben op de Schengenzone als geheel. Nog meer mensen zullen proberen met mensensmokkel via Spanje Europa te bereiken.
De verblijfsvergunningen die Spanje uitreikt, geven ook recht op vrije circulatie in de Schengenzone, met bijkomende asielaanvragen of andere aanvragen in lidstaten als Frankrijk en België tot gevolg, zoals we in 2009 al hebben gezien.
Tijdens de commissievergadering van 6 november 2024 stelde ik u over de materie reeds een vraag. Toen gaf u aan dat u daarover uiteraard in contact zou treden met uw Spaanse ambtgenoot. Er is volgens ons echter nog veel meer nodig dan louter bilateraal overleg. U dient de kwestie ook aan te kaarten op Europees niveau, opdat de Europese Raad en de Europese Commissie de Spaanse regering herinneren aan haar verplichtingen als lid van de Schengenzone.
Hebt u ondertussen reeds contact opgenomen met uw Spaanse ambtgenoot? Wat was het concrete resultaat daarvan? Indien niet, wanneer plant u dat te doen?
Zult u de onwettige en deloyale houding van Spanje in de Europese Raad aankaarten?
Nicole de Moor:
Zoals ik tijdens de vorige commissievergadering al heb aangegeven, beschikken Europese lidstaten inderdaad over beleidsruimte met betrekking tot verblijf op hun grondgebied. Het is dan ook niet aan mij om formeel kritiek te uiten op een binnenlandse beslissing die volledig binnen die wettelijke en politieke beleidsruimte valt. België zou evenmin een Europese inmenging in zijn regularisatiebeleid waarderen.
Laat dat ook duidelijk zijn: het Belgische regularisatiebeleid staat zeer ver af van het Spaanse voorbeeld. Mijn Spaanse collega moet mij daarover ook niet formeel aanspreken of berispen. Op een informele manier zal ik het punt uiteraard wel bij een volgende gelegenheid, de JBZ-Raad van 12 december, onder de aandacht brengen bij mijn collega's en dus ook bij mijn Spaanse collega.
Ik wil u er ook aan herinneren dat een verblijf dat door Spanje wordt toegekend, geen recht geeft op verblijf in België. Voor die personen geldt evenmin een recht op werk, sociale rechten of bijstand in ons land.
Maaike De Vreese:
De maatregel opent hier inderdaad geen rechten, maar de betrokkenen zullen wel naar hier doorstromen. Ik wou natuurlijk liever dat het niet zo was, maar het verleden heeft al aangetoond dat een dergelijke maatregel ook een impact bij ons heeft. Daarom is het zeer belangrijk dat u de kwestie op het overleg met uw Spaanse collega op 12 december zeker en vast aankaart. Ik zal u nadien ondervragen over zijn reactie. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 16.
De asielcrisis
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een recordstijging (20%) asielaanvragen (4.400 in oktober), vooral door Syriërs (+40%), terwijl buurlanden zoals Nederland dalingen zien door strengere maatregelen. Staatssecretaris De Moor erkent de crisis, benadrukt dat veel aanvragers geen recht hebben op bescherming (bv. al status elders in EU) en kondigt nieuwe maatregelen aan om instroom te beperken, maar ontkent dat gezinnen met kinderen zonder opvang vallen—alleen afgewezenen worden niet meer opgevangen. Safai eist een "operationele pauze" (tijdelijk stoppen met nieuwe asieldossiers) en strenger beleid, wijzend op capaciteitsgebrek en noodzaak van een functionerende regering voor structurele oplossingen. Kern: asielstroom is onbeheersbaar zonder drastische beleidswijziging en Europese samenwerking.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, deze week publiceerde het CGVS de asielstatistieken voor oktober. Het aantal asielaanvragen steeg in een maand tijd met 20 %. Bijna 4.400 mensen hebben asiel aangevraagd. Het is onmogelijk om voor al die mensen opvang te creëren. Er lagen al mensen op straat, nu zien we ook kinderen en gezinnen op straat. Het is de eerste keer dat we kinderen geen dak boven het hoofd kunnen bieden.
Onze buurlanden kennen deze stijging niet. In Nederland daalde het aantal asielaanvragen in oktober zelfs. Weet u waarom? Nederland heeft noodmaatregelen genomen. Nederland kondigde ook aan strenger te zullen beslissen over Syrische asieldossiers. U hebt daarentegen geen enkele maatregel genomen, waardoor het aantal asielaanvragen van Syriërs in België met 40 % steeg.
Ook het aantal positieve beslissingen van het CGVS is erg sterk gestegen in oktober. Toen hebben 1.800 mensen een definitieve positieve beslissing ontvangen. Zij kunnen hier dus blijven. Die mensen hebben ook nood aan huisvestiging, het OCMW, noem maar op.
Mevrouw de staatssecretaris, het is hoog tijd om toe te geven dat het niet meer gaat. Dit trekken wij niet meer, zeker niet in dit tempo. Wat gaat u ondernemen om deze crisis aan te pakken?
Nicole de Moor:
Mevrouw Safai, uw vraag over het hoge aantal asielaanvragen in ons land is terecht. Zoals ik al langer zeg, is dat aantal te hoog en moet de instroom omlaag. Ik denk dat - bijna - iedereen in dit halfrond erachter staat dat we mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en vervolging moeten beschermen.
Wat vooral problematisch is, is dat er heel veel mensen in onze asielprocedure zitten terwijl ze daar helemaal niet in thuishoren. Heel wat mensen hebben bijvoorbeeld al een beschermingsstatus gekregen in een ander Europees land. Dat gaat om enkele honderden per maand en dat aantal stijgt. Verder zijn er ook heel wat nationaliteiten bij die nauwelijks tot geen kans maken om als vluchteling erkend te worden. Ik verzet mij daar al langer tegen.
Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie hebben we het Europese migratiepact goedgekeurd en nu zijn we volop bezig met de uitrol ervan. Ondertussen mogen we echter zeker niet stilzitten, want ook in deze periode van lopende zaken kunnen we het ons niet permitteren om de pauzeknop in te drukken wat betreft het migratiebeleid. Ik zal binnenkort met maatregelen komen om de groeiende groep van mensen die al een beschermingsstatus hebben aan te pakken. We moeten maatregelen blijven nemen om de instroom omlaag te krijgen.
Mevrouw Safai, het gerucht doet vandaag inderdaad de ronde dat we geen gezinnen met kinderen meer zouden kunnen opvangen. Ik moet dat echt tegenspreken. Dat is niet waar. Ik kan daarover heel stellig zijn. Alle gezinnen met kinderen die vandaag asiel aanvragen en die opvang nodig hebben, worden ook effectief opgevangen. Er zijn echter ook gezinnen met kinderen die al een asielprocedure doorlopen hebben en die geen recht op opvang hebben omdat ze een bevel om het grondgebied te verlaten hebben gekregen. Zij worden niet opgevangen, maar moeten terugkeren naar hun land van herkomst.
We moeten ervoor zorgen dat er minder mensen in die asielprocedure terechtkomen en in de val van mensensmokkelaars trappen. We moeten dat samen aanpakken in Europa, zodat die asielprocedure opnieuw kan werken.
Darya Safai:
Dank u wel voor uw antwoord.
Wat tot nu toe gedaan is, is niet genoeg. We hebben nood aan een operationele pauze. U moet aan de DVZ vragen tijdelijk te stoppen met asielloketten. We hebben zelfs geen ruimte voor de bestaande asielaanvragen.
Intussen moeten wij werken aan een strenger asielbeleid. Dat hebben we nodig, want we hebben geen andere oplossing dan het strenger te maken.
Ons land moet een regering hebben. We moeten daar harder aan werken. We hebben verschillende keren samengezeten over een strenger asielbeleid. We hebben dat nu nodig. Laten we nu landen.
Voorzitter:
Ik wil nog even opmerken dat mevrouw Yigit daarnet haar eerste tussenkomst hier heeft gehouden. Ik heb daaraan geen aandacht besteed omdat ze al in de Senaat zetelde, maar hier was het daarnet dus haar maidenspeech. (Applaus)
De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU over de asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
De vluchtelingenstatus voor Afghaanse vrouwen
De situatie van de Afghaanse vrouwen
Afghaanse vrouwen en de vluchtelingenstatus
De uitspraak van het Europees Hof van Justitie over asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
EU-uitspraken en asielstatus voor Afghaanse vrouwen
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat Afghaanse vrouwen automatisch als vervolgde sociale groep moeten worden erkend op basis van nationaliteit en geslacht, wat in België al grotendeels werd toegepast door het CGVS (erkenningsgraad: 95,6% voor vrouwen in 2024). De staatssecretaris benadrukte dat individuele toetsing (o.a. nationaliteitscontrole, uitsluitingsgronden) blijft gelden, zonder automatisch asiel toe te kennen, om misbruik en aanzuigeffect te voorkomen. Kritiekpunten betroffen de onzekere status van Afghaanse mannen (slechts 38% erkenning) en de lage instroom van vrouwen (16% van Afghaanse asielzoekers) door reisbeperkingen. Partijen waarschuwden voor te globaal groepsbeleid, maar steunden humanitaire opvang met behoud van strikt individueel onderzoek.
Voorzitter:
Mevrouw Safai is verontschuldigd.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op 4 oktober 2024 stelde het Europees Hof van Justitie in Luxemburg dat Afghaanse vrouwen als een specifieke sociale groep aangezien moeten worden en dat ze bij hun terugkeer naar het land van herkomst daadwerkelijk en specifiek vervolging dreigen te ondergaan vanwege de onderdrukking door de taliban. Om te oordelen over de asielaanvraag, volstaat het volgens het Hof om alleen te kijken naar de nationaliteit, zijnde Afghaans, en naar het geslacht, zijnde vrouw, om in aanmerking te komen voor een asielstatus.
Bestaat er volgens u een risico dat dat zal leiden tot een toename van het aantal asielaanvragen en dat de uitspraak een aanzuigeffect heeft?
Zal er bij de beoordeling van toekomstige asielaanvragen door het CGVS rekening worden gehouden met die beslissing, of oordeelde het CGVS al in die zin en zal het arrest dus geen impact hebben?
Wat is momenteel de erkenningsgraad van Afghaanse vrouwen?
Bent u voorstander van beslissingen waarbij het voldoende is om nationaliteit en geslacht in aanmerking te nemen voor de toekenning van een asielaanvraag?
Hoe zorgt u ervoor dat de individuele toetsing van een asielaanvraag gewaarborgd blijft?
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d'État, les droits des femmes en Afghanistan sont de jour en jour de plus en plus restreints par le régime des talibans et ces droits finiront par devenir inexistants.
Face à cette situation, aux discriminations graves, aux violences de genre, qui hélas ne font plus les gros titres de la presse internationale depuis de trop nombreux mois, la Cour de justice de l'Union européenne a publié un arrêt important. Elle indique que dans le cadre d'une procédure d'asile, la nationalité et le sexe suffisent pour établir qu'une femme afghane fasse l'objet de persécutions en cas de retour dans son pays. Chaque État membre pourra désormais se baser uniquement sur ces critères pour accorder une protection internationale aux femmes afghanes.
Madame la secrétaire d'Etat, dans le cadre de la procédure d'asile en Belgique, quelles sont les conséquences concrètes de cet arrêt pour les femmes afghanes?
Le CGRA a-t-il revu ses instructions dans le sens précisé par la Cour de justice de l'Union européenne?
Au 1 er octobre 2024, combien de femmes afghanes ont demandé le statut de réfugiées dans notre pays et combien ont reçu une suite favorable cette année?
Une procédure de révision des décisions prises pour les femmes afghanes toujours présentes sur le territoire est-elle envisagée ou leur demanderez-vous d'introduire une nouvelle demande, dite multiple, qui serait justifiée par ce nouvel arrêt de la Cour de justice?
Qu'en est-il des membres de la famille accompagnant ces femmes?
Pourriez-vous m'indiquer ce qu'il en est de la situation des hommes afghans qui sont toujours dans un no man's land juridique sur notre territoire?
François De Smet:
Madame la secrétaire d'État, l'Afghanistan est redevenu un enfer pour les femmes depuis le retour des talibans. Nous ne comptons plus les mesures de privation de droits qui touchent les femmes afghanes qui sont interdites d'accès à l'éducation, exclues de la quasi-totalité des emplois, interdites de vie sociale, interdites d'apparaître dans l'espace public sans être accompagnées.
Il leur a même été récemment interdit de parler entre elles. La presse nous apprend en effet que le ministre afghan de la Promotion de la vertu et de la Prévention du vice a affirmé que les femmes ne devaient pas entendre la voix d'autres femmes, même lorsqu'elles prient.
Nous n'avons évidemment pas de moyens directs d'action pour aider ces femmes là-bas mais notre pays, comme les autres pays de l'Union européenne, a un levier: se montrer ouvert.
Lorsque des femmes venues d'Afghanistan introduisent une demande d'asile, nous pourrions faire en sorte qu'être femme et venir d'Afghanistan constituent en soi une catégorie de personnes à laquelle nous pouvons et devons offrir asile et protection, comme nous le permet désormais la Cour de justice de l'Union européenne.
Madame la secrétaire d'État, pouvez-vous nous dire si cette catégorie de réfugiées fait l’objet d’une attention spécifique du CGRA? Pouvez-vous nous donner les chiffres relatifs au nombre de demandes concernées?
Rajae Maouane:
Madame la secrétaire d'État, chaque jour, les droits des femmes en Afghanistan s’effacent sous le régime des talibans. Elles sont privées de toute liberté. Alors que le monde regarde malheureusement ailleurs, la Cour de justice de l'Union européenne a affirmé qu'être femme et afghane suffit désormais pour être considérée en danger et obtenir protection en Europe.
Madame la secrétaire d'État, que signifie concrètement cet arrêt pour les femmes afghanes en Belgique? Le CGRA a-t-il revu ses pratiques pour faciliter leur demande d'asile? Combien de femmes afghanes ont été protégées ici cette année? Pour celles qui sont déjà présentes, une révision de leur dossier est-elle envisagée ou devront-elles reprendre la démarche pour faire valoir ce droit?
Concernant leurs proches, en particulier les hommes afghans, comment ce statut est-il appliqué?
Je vous remercie pour vos réponses, dont j’espère qu’elles éclaireront un peu le sort de ces femmes qui ont tout perdu.
Voorzitter:
Zijn er leden die zich daarbij wensen aan te sluiten?
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, nooit en nergens ter wereld zouden vrouwen moeten meemaken wat er nu in Afghanistan gebeurt. Daarover zijn we het allemaal eens. De vrouwen die in ons land bescherming vragen, moeten die ook kunnen krijgen. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie komt neer op een directe erkenning van de vluchtelingenstatus van Afghaanse vrouwen. Alleen de nationaliteit en het geslacht zijn al voldoende om aan te tonen dat ze vervolging riskeren. De PVDA vindt het dan ook uw plicht om dat arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ook in België ten uitvoer te leggen.
Zult u dat doen? We hopen alvast dat u dat zeer ernstig neemt.
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, ik bedank de parlementsleden voor hun vragen over het beschermingsstatuut van Afghaanse vrouwen en het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie daarover.
Depuis la reprise du traitement de toutes les demandes d'Afghans en mars 2022, le traitement de ces dossiers par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) va déjà dans le sens de cet arrêt. La pratique du CGRA est donc déjà conforme à l'arrêt de la Cour européenne de Justice qui a été discuté. Il n'y a donc pas lieu de procéder à un réexamen du dossier, monsieur Aouasti. Toutes les ressortissantes afghanes peuvent prétendre au statut de réfugiée en tant que groupe social déterminé.
Het begrip 'sociale groep' wordt namelijk in die zin geïnterpreteerd. Het is al langer duidelijk dat vrouwen in Afghanistan zich in een zeer precaire situatie bevinden. De discriminerende maatregelen die de taliban aan Afghaanse vrouwen opleggen, volstaan volgens de huidige rechtspraak op zich om te worden beschouwd als daden van vervolging. Het is goed dat het Hof van Justitie ook duidelijkheid schept met het oog op een uniforme toepassing van de kwalificatierichtlijn en de Conventie van Genève in alle lidstaten. Een harmonisering van de interpretatie wat dat betreft door verschillende lidstaten is een belangrijke zaak.
Wat de cijfers betreft, in 2024 is 16 % van de Afghaanse verzoekers een vrouw, wat iets hoger ligt dan voorgaande jaren. In 2023 was dat 11 %, in 2022 was dat 7 %. De voorgaande jaren waren er ongeveer 250 volwassen Afghaanse vrouwelijke verzoekers. Voor de eerste 9 maanden van dit jaar zitten we ook aan dat cijfer. Wellicht zal het aantal dus iets hoger liggen dit jaar, al betreft het een zeer beperkte stijging.
Het verbaast niet dat die cijfers zo laag zijn. Het is geweten dat Afghaanse vrouwen veel moeilijker het land kunnen verlaten en veel moeilijker op eigen houtje kunnen reizen. Het is belangrijk op te merken dat we de afgelopen jaren een heel sterke daling hebben gezien van het aantal Afghaanse niet-begeleide minderjarigen. Daar ging het voornamelijk om jongens. Er is dus inderdaad een kleine procentuele stijging van de vrouwen, tot 16 % vandaag.
En 2024, jusqu'à la fin du mois de septembre, un total de 2 486 personnes afghanes ont demandé une protection internationale dont 390 femmes et filles. Au cours de la même période de référence, le CGRA a accordé le statut de réfugiée à 372 femmes et filles afghanes. Cela représente un taux de reconnaissance de 95,6 %. Veuillez noter aussi que les décisions de 2024 ne sont pas nécessairement liées aux demandes de 2024.
Het is belangrijk op te merken dat er een daling is in het totale aantal Afghaanse verzoeken en een nog grotere daling van het aantal eerste verzoeken in België. Maar vergis u niet, collega's, er vindt nog altijd een onderzoek op individuele basis plaats. Ik vind dit zelf heel belangrijk. Het CGVS zal nog altijd moeten nagaan of de verzoekster daadwerkelijk de Afghaanse nationaliteit heeft, of er bepaalde uitsluitingsgronden spelen en of de verzoekster niet reeds internationale bescherming geniet in een andere Europese lidstaat.
Het CGVS kan dus nog steeds een weigeringsbeslissing nemen wegens nationaliteitsfraude, of een beslissing van niet-ontvankelijkheid wegens het reeds hebben van een statuut van internationale bescherming in een andere Europese lidstaat. Het CGVS volgt altijd de wettelijk voorziene procedures en zal dus niet zomaar overgaan tot een automatisch erkenningsbeleid.
Hetzelfde geldt uiteraard voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Il convient toutefois de noter que la grande majorité des demandeurs afghans sont des hommes. Pour les hommes célibataires, le CGRA évaluera également sur une base individuelle, pour chaque demandeur, s'il existe un besoin de protection tenant compte de la situation actuelle en Afghanistan. Actuellement, le taux de reconnaissance global du CGRA pour les Afghans est de 38 %.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op basis van uw antwoord heb ik toch nog een kleine, bijkomende vraag. Ik weet niet of dat mogelijk is?
Spelen de uitsluitingsgronden nog steeds, bijvoorbeeld die wegens verstoring van de openbare orde, ongeacht de rechtspraak? (De staatssecretaris knikt instemmend.) Oké.
Los van de situatie in Afghanistan moeten we echt wel opletten voor rechterlijke uitspraken die de individuele toetsing van asielaanvragen moeilijker of onmogelijk maken, al wordt er in de praktijk gesproken van een sociale groep of al erkent men in de praktijk al bijna alle vrouwen. Ik meen dat we zeer voorzichtig moeten zijn groepen in globo te erkennen. Daar gaat volgens mij wel een aanzuigeffect van uit.
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d' é tat, je vous remercie pour vos réponses. Je vous remercie aussi d'avoir confirmé que notre pays n'a pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que la condition de femme était malheureusement une condition pour être maltraitée et persécutée sur le territoire afghan. Je vous remercie également d'avoir confirmé que le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides a anticipé les choses. Je pense qu'il est très heureux que notre jurisprudence ait anticipé cette jurisprudence de la Cour de justice et qu'elle se maintienne comme telle.
Je rappelle néanmoins malheureusement toujours le sort de ces centaines d'hommes afghans qui sont ici. Ils ne sont pas reconnus, mais ils sont considérés comme inexpulsables vers leur pays d'origine; ils se trouvent donc dans un no man's land et errent aujourd'hui dans une relative incertitude pour un temps dont on ignore la longueur. Je pense qu'il faut aussi pouvoir profiter de cette tribune pour lancer un message et faire en sorte qu'il y ait de l'humanité dans la manière dont sont traitées ces demandes-là, afin que ces hommes afghans qui sont sur le territoire puissent avoir un avenir.
François De Smet:
Madame la secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses très claires. Moi aussi, je suis heureux que la Belgique n'ait pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que les femmes afghanes sont une catégorie devant bénéficier de cette protection. Je pense que c'est le devoir de notre pays de continuer en ce sens et de s'intéresser malgré tout au sort des hommes afghans. Ces derniers ne sont pas dans la même situation, mais la leur n'est pas très enviable non plus.
Rajae Maouane:
Merci, madame la secrétaire d'État, pour vos réponses qui sont assez rassurantes. Aujourd'hui, notre attention et notre engagement envers ces femmes doivent être totaux, pleins et entiers, face à cette situation tragique. Je vous appelle à continuer à faire de notre pays un allié inébranlable pour ces femmes qui sont contraintes de fuir et qui sont dans des situations absolument désastreuses là-bas. Comme mes collègues, je rejoins l'appel lancé concernant les hommes afghans; il faut traiter ces dossiers avec humanité. Je sais que vous en faites preuve. Merci beaucoup.
Voorzitter:
Zijn er leden die wensen aan te sluiten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, mevrouw Darya Safai en ikzelf hebben het arrest zelf heel goed gelezen. Daarin kan worden vastgesteld dat het Europees Hof de lidstaten toestemming geeft om de vluchtelingenstatus uit te reiken op basis van louter herkomst en geslacht. Daarin is de toestemming belangrijk. Het Europees Hof verplicht de lidstaten inderdaad in geen enkel geval een en ander categorisch te doen, over de hele categorie heen. Dus weigeren op basis van een individueel onderzoek is en blijft mogelijk. Het lijkt voor ons heel belangrijk dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, op dit moment een heel onafhankelijke organisatie of instantie, het op die manier ook blijft doen, namelijk op strikt individuele basis blijven oordelen. Indien een Afghaanse vrouw immers niet in dat geval is, moeten wij de status ook niet toekennen. Wij zijn bezorgd dat, wanneer dat voor een hele categorie wordt gedaan, daarvan binnen de kortste keren misbruik zal worden gemaakt en het een aanzuigeffect kan hebben. Afghaanse vrouwen worden dan naar hier gestuurd opdat de mannen ook naar hier kunnen komen op basis van het statuut dat de vrouw hier heeft gekregen. We mogen ter zake niet naïef zijn en moeten de dossiers op individuele basis blijven bekijken.
De vluchtelingenstatus van de ‘talibaninfluencer’ Jamil Qadery
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Afghaanse "talibaninfluencer" Jamil Qadery verloor in mei 2024 zijn vluchtelingenstatus na heronderzoek door het CGVS, nadat staatssecretaris De Moor in 2023 om intrekking vroeg wegens zijn openlijke talibansteun en haatpropaganda op sociale media (400.000+ volgers). Het onderzoeksproces liep vertraging omdat zijn activiteiten pas laat werden opgemerkt, maar het CGVS gebruikt nu een gespecialiseerde media-unit voor grondige screening van asielzoekers op sociale media, met geavanceerde tools en taalkundige expertise. Qadery vecht de intrekking aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, terwijl zijn recentste video’s aantonen dat hij nog actief is. Terugkeer naar Afghanistan (zoals Duitsland doet) blijft een openstaand punt, met druk van Van Belleghem om dit te heractiveren.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, we hadden het daarnet al over de Afghaanse vrouwen. Nu heb ik het over een Afghaanse man.
Uit een artikel van het weekblad Knack blijkt dat het CGVS de vluchtelingenstatus van Jamil Qadery heeft opgeheven. Jamil is niet zomaar iemand. Hij heeft heel wat volgers op YouTube (80.000), TikTok (45.000), Twitter (19.000) en Facebook (160.000). Hij kwam vorig jaar in opspraak nadat hij op sociale media zijn steun voor de taliban had uitgesproken. Hij wordt niet voor niets de 'talibaninfluencer' genoemd.
U hebt in 2023 aangekondigd dat het CGVS de vluchtelingenstatus van de man opnieuw zou onderzoeken, wat ook is gebeurd. Het CGVS heeft in mei 2024 zijn vluchtelingenstatus opgeheven. Op 5 juni zou Jamil Qadery bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een beroep tegen de beslissing hebben ingesteld. Er zou echter nog geen zittingsdatum zijn vastgelegd.
Hoe is het überhaupt mogelijk dat iemand met een dergelijk profiel alsnog de vluchtelingenstatus heeft verkregen? Qadery zijn YouTubekanaal bestaat al sinds 2020. Hoe is het mogelijk dat het tot 2023 duurt alvorens zijn vluchtelingenstatus wordt heronderzocht?
Strekken de onderzoeksmogelijkheden van de protection officers van het CGVS wel ver genoeg? Hebben ze genoeg tijd en ruimte om statussen te heronderzoeken of is er nog steeds een gebrek aan personeel?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de terugkeer van illegalen naar Afghanistan?
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, u hebt heel veel vragen gesteld. Eén vraag heb ik inderdaad al beantwoord, ik probeer de andere vragen zo kort mogelijk te beantwoorden.
Een asielaanvraag wordt in ons land individueel en onafhankelijk beoordeeld door het CGVS. Dat betekent dat ik als staatssecretaris niet tussenkom in die individuele beoordeling. Ik kan echter wel aan het CGVS vragen om een beoordeling opnieuw te evalueren of te herzien. In mei 2023 heb ik inderdaad aan het CGVS gevraagd om de vluchtelingenstatus van die persoon in te trekken. De asielprocedure dient om mensen te beschermen die gevaar lopen voor oorlog of vervolging en niet voor wie zich schuldig maakt aan haatspraak of het verheerlijken van moorddadige regimes. De aanwezigheid van dergelijke personen in ons land kunnen wij niet tolereren.
Het CGVS heeft mijn verzoek als onafhankelijke instantie beoordeeld en heeft inderdaad de vluchtelingenstatus ingetrokken. Momenteel wordt het beroep tegen die intrekking behandeld door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Doordat het CGVS is gebonden aan het beroepsgeheim kan ik u uiteraard geen verdere, gedetailleerde informatie geven over dit individuele dossier. Ik kan u wel zeggen dat elk dossier grondig wordt beoordeeld door het CGVS. Bovendien is daar ook bijzondere aandacht voor het veiligheidsaspect. Er gebeurt een veiligheidsscreening bij elke registratie van een verzoek om internationale bescherming bij de DVZ door de inlichtingendiensten.
Informatie over haatpropaganda verkrijgt het CGVS zowel door eigen onderzoek, onder andere door de nieuwe media-unit, als via derden, dat zijn dan andere diensten of landgenoten die het CGVS op de hoogte brengen. Dat kan gaan om radicale religieuze preken, om propaganda voor de taliban of ISKP, om haatdragende standpunten tegen etnische of religieuze minderheden enzovoort. Het CGVS zal de elementen waarvan het op de hoogte is altijd onderzoeken tijdens de asielprocedure of zal, indien het om een persoon gaat die al een beschermingsstatus heeft, onderzoeken in welke mate een intrekking van de status van vluchteling of subsidiaire bescherming mogelijk is. Het is daarbij van belang om de aanwijzingen van haatpropaganda zoveel mogelijk te objectiveren en hard te kunnen maken. De betrokken persoon krijgt ook steeds de kans om te reageren op de elementen en desgevallend op het voornemen van het CGVS om de status in te trekken.
Bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming kan het CGVS gebruikmaken van publiek toegankelijke elektronische informatie. Wanneer het CGVS online informatie van sociale media wil raadplegen en verwerken in een beslissing, dient dit evenwel conform de GDPR-wetgeving te gebeuren. Een onderzoek naar de sociale media van de verzoeker kan alleen plaatsvinden als daar tijdens de behandeling van het dossier een specifieke reden voor is.
Als er tijdens een lopende procedure nood is aan een grondig online onderzoek naar de socialemediaprofielen van een verzoeker, wordt dit uitgevoerd door gespecialiseerde medewerkers van de nieuwe media-unit van Cedoca, de dienst van het CGVS die onderzoek voert naar de herkomstlanden van verzoekers om internationale bescherming. Die unit ondersteunt Cedoca en de protection officers in hun onderzoek door zich te specialiseren in het verzamelen van informatie uit open bronnen en het onderzoek op sociale netwerken. Die medewerkers zijn specifiek opgeleid om publiek beschikbare informatie te verzamelen en te analyseren, met respect voor de GDPR-richtlijnen. Ze maken daarbij gebruik van zeer geavanceerde zoektechnieken.
Zo’n onderzoek begint standaard met het nagaan van de online aanwezigheid van de verzoeker op verschillende platformen: Facebook, YouTube, Instagram, Telegram, TikTok, VKontakte – dat ik zelfs niet ken – enzovoort. Wanneer onlineprofielen met zekerheid kunnen worden gelinkt aan een bepaalde verzoeker en wanneer er relevante openbare informatie terug te vinden is, wordt die informatie geanalyseerd met het oog op het behandelen van het verzoek.
De nieuwe media-unit beschikt hiervoor over gespecialiseerd materiaal en medewerkers die verschillende talen beheersen. Bovendien heeft de unit toegang tot software voor analyse en vertaling en kan men zo nodig een beroep doen op beëdigde tolken van het CGVS. Alle relevante informatie die tijdens het onderzoek is verzameld, wordt via gespecialiseerde software opgeslagen. Dat waarborgt de authenticiteit ervan en voorkomt vervalsingen.
De unit rapporteert haar bevindingen aan de bevoegde protection officer , die de informatie dan kan gebruiken bij het nemen van een beslissing.
In een notendop kunnen we zeggen dat de socialemediaprofielen van verzoekers om internationale bescherming vandaag heel grondig worden onderzocht.
Op de vraag naar terugkeer heb ik al geantwoord.
Francesca Van Belleghem:
Dank voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de staatssecretaris. Ik vind het werkelijk heel erg dat dit soort 'talibaninfluencer' zo lang op ons grondgebied kan blijven en dat hij überhaupt de vluchtelingenstatus heeft gekregen, dat hij drie jaar ongestoord op sociale media zijn haatspraak heeft kunnen verkondigen. Zijn laatste video op YouTube dateert van 13 dagen geleden, hij is dus nog steeds actief. Ik versta geen snars van wat hij zegt, maar ik heb er geen goed oog in. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de juiste beslissing neemt. Ik zie trouwens maar één mogelijke juiste beslissing. Ik hoop ook dat de terugkeer vanuit België naar Afghanistan opnieuw opgestart kan worden. Als Duitsland het kan, moeten wij het ook kunnen. We zullen alleszins heel grondig opvolgen of u die terugkeer weer oppikt.
De aanpak van transmigratie
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De transmigratie via België (met name West-Vlaanderen) neemt sterk toe, met een piek in small boats en vrachtvervoer, terwijl gerechtelijke acties en netwerkontmanteling centraal staan in de aanpak. Bij een recente grensactie werden 8 van de 22 opgepakte transmigranten (voornamelijk uit Tsjaad, Guinee, Soedan, Sierra Leone) enkel bestuurlijk beboet met een vertrekbevel—geen detentie door capaciteitsgebrek en moeilijke terugkeerakkoorden, behalve bij zware ordeverstoring of identificatie. Niet-begeleide minderjarigen (1 geval) vallen onder Dienst Voogdij (Justitie), maar hun opvolging blijft onduidelijk, wat frustratie oproept over hun lot (mogelijk straatplaatsing). DVZ ondersteunt politie logistiek maar heeft beperkte bevoegdheden; verdere acties en samenwerking met Frankrijk/Frontex worden bevestigd, met nadruk op netwerkbestrijding in plaats van individuele detentie.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, op donderdag 3 oktober werd een grootschalige actie georganiseerd aan de Frans-Belgische grens om alle soorten grenscriminaliteit tegen te gaan en tevens de transmigratieproblematiek aan te pakken. Daarbij werden 22 transmigranten opgepakt. Naast de Belgische en Franse politiediensten namen ook de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken en sociaal inspecteurs deel. Er werden nog dergelijke acties aangekondigd.
Het zwaartepunt van het aantal vaststellingen inzake transmigratie via België ligt in West-Vlaanderen. Naast vrachtwagens en containers wordt er ook gebruikgemaakt van small boats . Het parket van West-Vlaanderen stelde het al, er is een heel grote toename ten opzichte van vorig jaar. De laatste maanden is er weer een zeer sterke stijging.
Kunt u de evolutie schetsen van transmigratie in België in de voorbije jaren? Welk aandeel was daarbij weggelegd voor West-Vlaanderen? Hoe is dit de laatste maanden geëvolueerd? Zullen de acties verdergezet worden en welke inspanningen zal de Dienst Vreemdelingenzaken leveren? Werden er ook minderjarige transmigranten aangetroffen en welke opvolging werd daaraan gegeven? Kwamen die gewoon op straat terecht of werden ze werkelijk opgevolgd? Hoeveel transmigranten werden er overgebracht naar een gesloten centrum? Wat zijn de voornaamste nationaliteiten? Welke instructies hanteert de Dienst Vreemdelingenzaken in verband met de verdere opvolging van bijvoorbeeld de mensen die in vrijheid werden gesteld of terechtkomen in een gesloten centrum?
Nicole de Moor:
Mevrouw De Vreese, dit is een belangrijk onderwerp dat wij nauwlettend moeten blijven opvolgen. Het is de federale politie die het fenomeen onderzoekt, dus voor heel wat van uw vragen dien ik u naar mijn collega van Binnenlandse Zaken te verwijzen. Ik heb uiteraard mijn diensten, zeker de DVZ, gevraagd om de politie maximaal te ondersteunen in de strijd tegen transmigratie.
Het uitvoeren van de controles zelf is een politionele bevoegdheid, niet de bevoegdheid van de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik kan echter wel meegeven dat de actuele aanpak, waarbij de nadruk echt ligt op het gerechtelijke deel en waarbij men ook focust op het opsporen en ontmantelen van netwerken van smokkelaars, volgens mij de goede aanpak is. We moeten de netwerken ontmantelen om het fenomeen echt helemaal te stoppen. In dit kader wordt er ingezet op politionele acties, versterkte samenwerking met Frankrijk en ondersteuning van de operaties door Frontex.
De acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. Zij kan daarvoor desgewenst ondersteuning vragen van de DVZ. In feite wordt de planning van de dienst Ondersteuning Politie op het Terrein bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met de politiediensten, met lokale overheden en met de provincies, waaraan de DVZ kan deelnemen.
Bij de actie waarnaar u verwees, was er inderdaad een DVZ-medewerker aanwezig. Er werden echter 8 en dus geen 22 vreemdelingen bestuurlijk aangehouden. Enkel voor de personen voor wie de DVZ een administratief verslag van controle ontvangt, kan men een beslissing nemen.
Onder deze 8 personen was er één niet-begeleide minderjarige. Daar de DVZ niet bevoegd is voor deze categorie, verwijst de politie dan door naar de Dienst Voogdij. Ook uw vraag over de opvolging van deze minderjarige moet worden voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor politie, en aan de minister van Justitie, bevoegd voor de Dienst Voogdij.
Ik kan u wel zeggen dat er ten gevolge van die actie geen personen werden vastgehouden door de DVZ, omdat gedwongen terugkeer op dat moment bijna onmogelijk was. Uitgezonderd de niet-begeleide minderjarige kregen zij allen een bevel om het grondgebied te verlaten. De betrokkenen verklaarden afkomstig te zijn uit Tsjaad, Guinee, Soedan en Sierra Leone. Vasthouding in een gesloten centrum is uiteraard enkel mogelijk indien er op het moment van de interceptie plaats is, maar ook enkel indien de betrokkene gedwongen verwijderd kan worden. Onder de transitmigranten bevinden zich helaas heel wat personen van nationaliteiten waarvoor een gedwongen terugkeer niet uitgevoerd kan worden, bijvoorbeeld omdat er geen samenwerking is voor de identificatie of omdat er tout court geen gedwongen verwijderingen naar bepaalde herkomstlanden mogelijk zijn.
Dat betekent echter niet dat deze personen geen bevel krijgen om het grondgebied te verlaten, maar gelet op het beperkte aantal plaatsen voor detentie worden deze voorbehouden voor gevallen van zware verstoring van de openbare orde en eerder vlot verwijderbare personen, dus personen van wie identificatie mogelijk is of voor wie er een akkoord voor overname is, of die in het bezit zijn van een geldig reisdocument.
Maaike De Vreese:
Bedankt, mevrouw de staatssecretaris. Het is inderdaad belangrijk om in te zetten op gerechtelijke onderzoeken en de ontmanteling van de netwerken, maar het is wel de bestuurlijke informatie die heel vaak de nodige informatie geeft om gerechtelijk verder te werken. Ik meen dat het bestuurlijke aspect minstens even belangrijk is in de aanpak van het probleem. Ik heb natuurlijk de vraag ook al aan minister Verlinden gesteld, gefocust op het politionele aspect, maar ook de Dienst Vreemdelingenzaken speelt hierin een zeer belangrijke rol, al was het maar omdat de politiediensten enorm gefrustreerd zijn door het feit dat niemand van de mensen die aangetroffen worden overgebracht wordt naar een gesloten centrum. U hebt dat ook bevestigd. Ik vroeg eerst of die informatie klopte. U bevestigt het. Nog veel grotere frustratie is er omdat niet-begeleide minderjarigen gewoon terug op straat belanden, al hebt u niet gezegd of dat klopt of niet. Het is niet logisch dat niet-begeleide minderjarigen nog steeds onder de Dienst Voogdij van Justitie vallen en dat wij er zo geen grip op hebben of u niet kunnen bevragen over wat er met die mensen gebeurt, terwijl het gaat om min 18-jarigen die onze specifieke aandacht moeten kunnen krijgen. Blijf inspanningen leveren. De regering is wel in lopende zaken, maar ik hoop dat die acties minstens voortgezet worden.
De gap analysis en het implementatieplan met betrekking tot het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staatssecretaris Nicole de Moor belooft transparantie over de implementatie van het Europees migratiepact, maar deelt crucial documenten zoals de *gap analysis* en het voorlopig implementatieplan niet, omdat ze intern en diplomatiek vertrouwelijk zouden zijn – ondanks EU-toestemming voor openbaarmaking. Matti Vandemaele (Parlement) kritiseert dit als schijntransparantie, benadrukt het recht op parlementaire inbreng en eist concrete documenten om beleid te kunnen controleren, in plaats van louter wetsteksten. De Moor bevestigt dat middenveldorganisaties slechts ad-hoc worden geraadpleegd, niet structureel betrokken, en houdt vast aan een gesloten administratief proces tot het definitieve plan (12/12). Kernconflict: democratische controle vs. ambtelijke afscherming bij een beleid dat de Moor zelf "heel belangrijk" noemt.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, we hebben dit punt al eens besproken tijdens de vergadering van 1 oktober. Toen zei u dat u bereid was om te bekijken hoe u de gap analysis met het Parlement kon delen. Ondertussen is ook een eerste versie van het implementatieplan aan de Europese Commissie bezorgd. Tegen 12 december moet er een definitieve versie zijn. Ik heb eens geïnformeerd. Blijkbaar laat de Europese Commissie toe dat die documenten publiekelijk gedeeld worden.
Mevrouw de staatssecretaris, hoe zit het met uw belofte om het document met ons te delen? Als u dat niet wilt delen, wat is daarvoor dan de reden?
Zal het definitieve implementatieplan wel publiekelijk beschikbaar worden gesteld? U zegt in veel verklaringen altijd dat de implementatie van het Europese migratiepact heel belangrijk is voor uw beleid. Dat kan, maar dan lijkt het ons zinvol dat we die informatie krijgen.
U had het de vorige keer over een werkgroep. Wat is daar besproken? Wordt het middenveld daarbij betrokken? Ik heb dat de vorige keer ook gevraagd, maar u hebt dat toen handig ontweken. Wordt het middenveld bij het implementatieplan betrokken? Hoe zal de implementatie op een transparante manier gebeuren, zodat wij als parlementsleden ons werk kunnen doen?
Nicole de Moor:
Dank u voor uw vragen over de implementatie van het Europees migratiepact. U hebt daarover al eerder vragen gesteld. Zoals u weet ben ik heel vastberaden om dit proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen en ons land voor te bereiden op de operationalisering van dat pact. Ik denk dat ik ook duidelijk ben geweest over het proces tijdens onze vorige uitwisseling hierover, maar ik herhaal mijn standpunt graag.
De wetgeving die België moet respecteren, is openbaar. U kunt die raadplegen. Negen verordeningen zullen rechtstreeks van toepassing worden, één richtlijn moet worden omgezet. U kunt deze wetgeving nalezen in het Publicatieblad van de Europese Unie . Wanneer dat nodig blijkt, zal er ook nationale wetgeving moeten worden aangenomen en dan zal dit Huis uiteraard zijn gebruikelijke parlementaire rol kunnen spelen.
We zijn daar echter nog niet. Het proces dat nu loopt, is een administratief proces van mijn diensten, waarbij de verschillende betrokken diensten analyseren welke wijzigingen in wetgeving en beleid er precies nodig zijn. We staan daarover in nauw contact met de Europese Commissie. De inhoud van onze eigen contacten met de Europese Commissie is inderdaad niet publiek.
De diensten maakten deze zomer een stand van zaken van de Belgische situatie. Er werd in oktober ook een ontwerp van nationaal implementatieplan door hen opgesteld. Beide documenten zijn overgemaakt aan de Europese Commissie.
Het implementatieplan bevindt zich momenteel nog in een vroege fase. Een eerste ontwerpversie is slechts een indicatieve inschatting van een aantal acties die België moet ondernemen. We streven ernaar om het definitieve implementatieplan tegen 12 december klaar te hebben. Ook die versie is in de eerste plaats een werkdocument voor de diensten.
De Europese Commissie heeft nog geen formele feedback verstrekt over het voorlopige ontwerp van implementatieplan. Er lopen wel al constructieve gesprekken met een landenteam dat ons begeleidt. We verwachten binnenkort gerichte feedback over de noodzakelijke bijsturingen.
Middenveldorganisaties werden ook al ingelicht over dit proces, maar maken geen deel uit van de Belgische stuurgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende administraties. Voor specifieke thema's en vraagstukken kunnen en zullen zij evenwel op ad-hocbasis worden geraadpleegd. Dat zorgt ervoor dat we bij relevante aspecten van de implementatie ook hun expertise kunnen valoriseren.
Transparantie is en blijft een prioriteit voor mij. Ik zal daarom updates blijven geven aan de betrokken stakeholders, waaronder het Parlement en het bredere publiek, over de voortgang van de implementatie binnen de grenzen van de diplomatieke vertrouwelijkheid, maar vandaag heb ik er het volste vertrouwen in dat mijn diensten dit proces op een gedegen manier aan het voorbereiden zijn.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, u verklaart meermaals dat u transparant bent, maar daarna verklaart u dat u toch niet transparant kunt zijn en ons geen informatie kunt bezorgen. De Europese Commissie verklaart letterlijk dat er geen probleem is om de gap analysis te bezorgen en het voorlopige document publiek te maken. U zegt dat we de wetgeving kunnen terugvinden. Dat kan ik uiteraard, maar ik ben niet geïnteresseerd in de wetgeving, maar wel in de manier waarop ons land dat Europees migratiepact ten uitvoer zal brengen. Het is een legitieme vraag om daarover in dit Parlement met elkaar van gedachten te wisselen. Voor ons is het heel moeilijk om te bepalen welke richting u uit gaat als we geen enkel document ontvangen en op geen enkele manier feedback mogen of kunnen geven op de huidige werkzaamheden. U beweert ook transparant te zijn voor het middenveld, maar dat wordt er niet bij betrokken, u zegt enkel dat u het te gepasten tijde eens zult informeren. Dat is eerder een manier van werken van de vorige eeuw. Ik ben meer fan van het samenwerkingsmodel, waarbij de bevoegdheid van het Parlement gerespecteerd wordt en de parlementsleden dus samen met u de wetgeving bekijken en daarover discussiëren en van gedachten wisselen. We moeten elkaar helpen in plaats van informatie af te schermen voor elkaar.
De Europese Raad over migratie
De concrete resultaten van de Europese top
De opschorting van het asielrecht in Finland en Polen
Europese migratiebeleid, topresultaten en asielrechtwijzigingen
Gesteld door
PVDA
Greet Daems
VB
Francesca Van Belleghem
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese Raad (okt 2024) bereikte weinig concrete afspraken over migratie, ondanks dringende vragen om illegale instroom te beperken en terugkeer afgedwongen asielzoekers te versnellen, terwijl het EU-migratiepact als ontoereikend wordt gezien. België steunt versnelde uitvoering van delen van het pact (o.a. strengere terugkeerrichtlijn met verplichte medewerking van herkomstlanden) en wil handels- en visuminstrumenten harder inzetten om terugkeer af te dwingen, maar ziet geen heil in een algemene asielstop zoals Polen/Finland, behalve bij hybride oorlogsvoering. Van Belleghem dringt aan op een Belgische asielstop wegens overbelasting (duizenden dakloze asielzoekers, veroordelingen voor falend beleid) en budgettaire onhoudbaarheid, maar De Moor houdt vast aan het recht op asielaanvraag en wijst op Europese rechtshandhaving als grens. Kernpunt blijft het gebrek aan concrete EU-maatregelen en weerstand tegen nationale eenzijdige acties.
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, vorige week kwam de Europese Raad samen om over migratie te spreken en te kijken hoe het staat met de uitvoering van de integrale aanpak van migratie, waarover zij overeenstemming bereikten tijdens de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 9 februari 2023.
Wat zijn de conclusies van de Europese Raad van 17 oktober mbt migratie? Hoe verhoudt België zich tot die conclusies?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, midden oktober 2024 vond een veelbesproken Europese top plaats met als thema het indammen van de illegale immigratie. Men zocht er naar innovatieve oplossingen om de instroom te verminderen en de terugkeer van afgewezen asielzoekers op te drijven. Daarmee lijkt in ieder geval het inzicht te groeien dat het fameuze en historische EU-migratiepact, op zijn zachtst gezegd, helemaal niet het middel zal zijn dat de illegale instroom aan banden zal leggen. Eigenlijk is de vraag ondertussen of de Europese Unie zelf nog gelooft in het pact. Indien we de berichten mogen geloven, werd tijdens de recente top weinig of niets concreets beslist.
In een brief aan de lidstaten opperde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, het idee om sommige onderdelen van het EU-migratiepact versneld uit te voeren. Over welke onderdelen zou het gaan? Welke concrete impact zou dat hebben? Bent u voorstander van dat idee?
Een ander prominent idee dat de revue passeerde, was de aanpassing van de terugkeerrichtlijn uit 2008, omdat die niet meer aangepast is aan de realiteit van vandaag. Dat had eigenlijk moeten zijn gebeurd bij het EU-migratiepact. Toen werd echter geen overeenstemming daarover gevonden. Welke verstrengingen mogen wij verwachten? Voor welke verstrengingen bent u vragende partij?
Ik heb in de krant ook gelezen dat de nieuwe Commissievoorzitter zelf ook tegen juni 2025 een plan zou opstellen om de terugkeer op te drijven. Wat is de stand van zaken in dat verband?
Hoe men het ook draait of keert, het centrale probleem blijft altijd de gebrekkige medewerking van herkomstlanden bij de terugkeer van illegalen. Mogelijke instrumenten zoals het visumbeleid en de gunstige handelstarieven blijven tot op heden naar onze mening onderbenut. Is er op dat vlak een vooruitzicht op verandering? Indien ja, aan welke maatregelen wordt dan gedacht? Wat zit concreet in de pijplijn?
Voorts vernam ik graag wat uw standpunt is ten opzichte van de tijdelijke opschorting van het asielrecht door Finland en Polen. Bent u daar voorstander van? Steunt u die beslissing?
Kunnen wij ook een dergelijke asielstop opleggen aan de EU? Wij hebben hier geen last van hybride oorlogsvoering, maar we hebben wel te maken met een forse toename van asielaanvragen. Duizenden asielzoekers slapen buiten. U hebt nog meer veroordelingen opgelopen, er zijn inbeslagnames geweest wegens een gebrekkig asielbeleid. Misschien is ook hier de enige oplossing een asielstop? Ik zou graag uw standpunt hieromtrent kennen.
Nicole de Moor:
Collega’s, het is uiteraard de eerste minister die België vertegenwoordigt op de Europese Raad. Zoals gebruikelijk wordt het standpunt dat hij namens België verdedigt vastgelegd tijdens onze coördinatievergaderingen van de DGE. Ik geef u graag mijn lezing van de zaken, maar voor meer gedetailleerde vragen over de dynamieken tijdens de Europese Raad verwijs ik u graag door naar de eerste minister.
De conclusies van de Europese Raad, mevrouw Daems, zijn openbaar. U vindt ze terug op het internet. De Europese Raad neemt beslissingen bij consensus. Dat betekent dat alle lidstaten, met inbegrip van ons land, met de beslissingen hebben ingestemd.
Mevrouw Van Belleghem, ik ben blij dat u ook geïnteresseerd bent in de versnelde uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact. Dat pact zal een diepgaande hervorming van het Europese migratiesysteem introduceren en zal de lidstaten toelaten om asiel en migratie beter te beheren en onze interne huishouding op orde te zetten. Wat mij betreft kan dat niet snel genoeg worden uitgevoerd.
We moeten echter wel realistisch zijn. Een vergaande hervorming neemt tijd in beslag en moet zorgvuldig gebeuren. IT-systemen moeten worden opgezet, wetten moeten in 27 landen worden aangenomen. Waar we sneller kunnen gaan, moeten we dat absoluut doen. De brief van de Commisievoorzitter behoort niet tot het publieke domein, maar aangezien u er blijkbaar inzage in hebt, zult u ook kunnen lezen wat haar concrete voorstel is.
De uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact hangt af van effectieve terugkeerprocedures. De organisatie van terugkeer voor wie het al kan vanaf de buitengrenzen van de EU, is een absolute noodzaak voor een correct migratiebeheer. De hervorming van de terugkeerrichtlijn kan dus niet langer worden uitgesteld.
Tijdens de vorige vergadering van de Raad Migratie in Luxemburg hebben we de hervorming van het juridisch kader besproken. Ik heb er daar voor gepleit om in de Europese wetgeving een verplichting in te schrijven voor derdelanders om samen te werken met de autoriteiten tijdens het terugkeerproces. Voor wie terugkeer weigert moeten er duidelijke consequenties volgen, bijvoorbeeld wanneer men onderduikt of niet naar verplichte afspraken komt. Ik heb zelf tijdens de vorige legislatuur een dergelijke medewerkingsplicht ingevoerd in onze eigen Belgische wetgeving. Ik kan onze Belgische ervaringen dus met de Europese collega's delen.
Daarnaast had u ook een vraag over het inzetten van verschillende instrumenten om terugkeer af te dwingen. Ik wijs u graag op de bepaling in de conclusies van de jongste Europese Raad, waar u ook naar verwijst. Daarin stelden de Europese leiders dat alle relevante instrumenten moeten worden gebruikt om de terugkeer te bevorderen. Zelf zei ik het al tijdens mijn aantreden: we hebben een brede kijk op terugkeer nodig en moeten de thematiek integreren in onze diplomatieke en handelsgesprekken met derde landen.
U had ook vragen over Polen en Finland. U vraagt naar het Belgische standpunt over een tekst die we zelf mee hebben aangenomen. Het lijkt me dus duidelijk dat het geen rode lijn was. Het is niet aan mij of aan België om na te gaan of het nationaal beleid van andere lidstaten het Europese recht schendt. Dat is de job van de Europese Commissie als hoedster van de verdragen.
Vanuit principieel standpunt kan ik u wel bevestigen, zoals ik al vaak heb gedaan, dat er een recht bestaat en moet blijven bestaan om asiel aan te vragen op Europees grondgebied, maar dat we tegelijkertijd maatregelen moeten nemen om op te treden wanneer migranten door buitenlandse regimes aan onze buitengrenzen worden geïnstrumentaliseerd.
Greet Daems:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de staatssecretaris.
Francesca Van Belleghem:
Het is intussen al zover gekomen dat Ursula von der Leyen aan Polen toegeeft dat het zijn grenzen moet kunnen beschermen en dat een asielstop daarvoor een aanvaardbare maatregel is. Met alle respect voor de Poolse beslissing, maar onze asieldruk ligt vele malen hoger. Er slapen hier duizenden mensen op straat en u bent al duizenden keren veroordeeld voor een gebrekkig asielbeleid. Niet alleen Polen en Finland zouden recht moeten hebben op die buitengewone maatregelen, maar ook België. Is het niet wegens hybride oorlogsvoering, dan is het wel wegens de buitengewone verzadiging. Wij kampen met een gigantisch begrotingstekort en we kunnen dat eenvoudigweg niet meer betalen. Elke dag dat er geen beslissing komt en u geen maatregelen neemt, werken we ons dieper in de nesten.
De verhuis van het registratiecentrum voor verzoeken om internationale bescherming
Het aanmeldcentrum voor asielzoekers en de tentenkampen
Verplaatsing en opvang van asielzoekers en internationale beschermingsverzoeken
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het tijdelijke registratiecentrum voor asielzoekers is verhuisd van de Pachecolaan naar de Belliardstraat door renovaties aan het KU Leuven-gebouw, met capaciteits- en toegankelijkheidsproblemen (wachtrijen op stoepen, gebrek aan beschutting, ontoegankelijkheid voor rolstoelen). Hoewel de communicatie laat kwam (23 oktober) en middenveldorganisaties te weinig betrokken waren, verliep de verhuis zelf vlot zonder sluitingsdagen, met doorverwijzing via flyers en personeel. Een definitieve, gecentraliseerde locatie (inclusief DVZ, Fedasil en Voogdij) wordt gezocht, maar het Klein Kasteeltje is geen optie door eerdere chaos en ongeschiktheid. Structurele oplossingen voor pieken in aanvragen en betere wachtomstandigheden (bv. verplaatste rijen naar een parking) blijven urgent, terwijl de instroom van asielzoekers als kernprobleem wordt benadrukt.
Matti Vandemaele:
Het registratiecentrum voor verzoeken om internationale bescherming is op 24 oktober verhuisd naar de Belliardstraat. Het is belangrijk dat we de verzoekers goed informeren over die verhuizing, dat er voldoende capaciteit is om de aanvragen te verwerken en dat de toegankelijkheid van het gebouw in orde is.
Wat is de aanleiding voor die verhuizing? Is die permanent of tijdelijk? Hoelang zal de verhuizing duren? Is er voldoende capaciteit beschikbaar in dat gebouw? We nemen elk jaar pieken waar in de aanvragen. Het is belangrijk dat de capaciteit daarop is afgestemd.
Waarom hebt u of hebben de diensten zo laattijdig gecommuniceerd naar de betrokkenen en naar het middenveld over de verhuizing? Welke maatregelen neemt de DVZ om te communiceren met de doelgroep? Staan er vandaag aan de Pachecolaan nog medewerkers om mensen naar de juiste plek door te verwijzen?
Francesca Van Belleghem:
Ik kan het kort houden. Er was vorige week een tentenkamp aan het voormalige aanmeldcentrum van de Dienst Vreemdelingenzaken in de Pachecolaan, waar 70 asielzoekers sliepen. Nu is het aanmeldcentrum tijdelijk verhuisd naar de Belliardstraat. Het oude tentenkamp is ondertussen ontruimd. Hebt u er zicht op of er nieuwe tentenkampen zijn opgedoken? Hoeveel tentenkampen zijn er momenteel en hoeveel asielzoekers verblijven er?
Nicole de Moor:
Collega's, de aanleiding van de verhuis is zeer duidelijk. Het Pachecogebouw, waar de registratie van de DVZ in augustus 2022 zijn intrek nam, naast het hoofdkantoor van de Dienst Vreemdelingenzaken, is eigendom van de KU Leuven. De KU Leuven heeft andere plannen met het gebouw, dat nu wordt gerenoveerd, zodat de Regie der Gebouwen wel een nieuwe locatie voor het registratiecentrum moest zoeken.
De Regie is daar een hele tijd mee bezig geweest. Er werd een tijdelijke oplossing gevonden, in overleg met de stad Brussel. Vandaar de verhuis naar de Belliardstraat.
De dagelijkse registratiecapaciteit kan niet weergegeven worden met een concreet cijfer, want die is afhankelijk van meerdere factoren, bijvoorbeeld het aantal personen dat zich aanbiedt of het profiel van die personen. De registratie van een niet-begeleide minderjarige neemt bijvoorbeeld meer tijd in beslag dan de registratie van een alleenstaande man. Daarnaast speelt ook de personeelscapaciteit een rol, de beschikbare infrastructuur en de beschikbaarheid van tolken.
De directe partners en de indirecte partners van de cel Registratie van de DVZ, Fedasil, de Dienst Voogdij, het CGVS en de RvV, werden allemaal tijdig ingelicht. De communicatie aan de verzoekers en aan het brede publiek werd doelbewust op 23 oktober gedaan, ook om te vermijden dat de verzoekers zich te vroeg op het nieuwe adres zouden aanmelden. Voor de opening was daar niemand aanwezig om hen door te verwijzen, en zo zou er chaos ontstaan.
De communicatie werd wel zeer zorgvuldig aangepakt. De verzoekers werden onder andere geïnformeerd via een affiche aan de poort van de oude locatie en via een bericht op de website en de sociale media van de DVZ. Ook de partners van de DVZ hebben het adres van het registratiecentrum op hun website aangepast. Aan het onthaal van het Pachecogebouw zijn bovendien door het onthaalpersoneel flyers ter beschikking gesteld van de verzoekers. De affiche, de flyers en de elektronische communicatie bevatten dezelfde informatie: de datum van de verhuis, het adres van de nieuwe locatie en een wegbeschrijving met plan.
De verzoekers worden doorverwezen naar de nieuwe locatie door de medewerkers van het onthaal van het hoofdkantoor aan de hand van flyers. Op donderdag 24 en vrijdag 25 oktober waren ook medewerkers van de DVZ aanwezig aan het oude registratiecentrum om de verzoekers door te verwijzen naar de nieuwe locatie.
Mijnheer Vandemaele, de oude locatie is aan het hoofdkantoor van de DVZ. Uiteraard is daar altijd personeel aanwezig.
Ik kan u meedelen dat de communicatie goed gelopen is, want de verhuis zelf is over het algemeen goed verlopen, mede ook dankzij de hulp van de Civiele Bescherming. We bekijken nu hoe we een aantal zaken op het terrein nog verder kunnen verbeteren.
Aangezien dat geen evidentie is geweest, wil ik overigens benadrukken dat de DVZ gedurende de hele verhuisoperatie, die een grote operatie was, open gebleven is. Dagelijks zijn minstens alle kwetsbaren geregistreerd. Ik wil daarvoor de diensten expliciet bedanken. Geen enkele dag moest de dienst gesloten worden vanwege de verhuis.
De verhuis naar de Belliardstraat is inderdaad tijdelijk. Ik heb ervoor gepleit om zo snel als mogelijk een definitieve oplossing te vinden in Brussel. Ook tijdens de formatiegesprekken heb ik daarvoor trouwens gepleit. Voor mij moet die oplossing inhouden dat alle actoren, waaronder de DVZ, Fedasil en bijvoorbeeld de Dienst Voogdij, gecentraliseerd worden op één locatie, omdat het aanmeldproces op die manier zo efficiënt mogelijk kan verlopen.
Mevrouw Van Belleghem, ik ben niet op de hoogte van tentenkampen waar asielzoekers vandaag verblijven. Ik kan u enkel zeggen dat heel wat mensen die in Brussel op straat verblijven, geen asielzoekers zijn.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord. Ik leid uit uw antwoord af dat een definitieve oplossing nog wel even op zich zal laten wachten.
Inzake de communicatie wil ik het volgende opmerken. We zijn het erover eens dat rond heel de procedure een aanzienlijk deel van de taken opgenomen wordt door spelers van het middenveld. Ook zij werden echter zeer laat geïnformeerd. In een beleid waarin wordt samengewerkt aan oplossingen, denk ik dat het handig zou zijn om de middenveldorganisaties te erkennen in de rol die zij spelen. U had hen beter vroeger geïnformeerd, zodat de overgang nog beter verlopen was.
In die zin wil ik wel mijn felicitaties overmaken, want het is goed dat de DVZ geen enkele dag gesloten moest worden, dus dat het proces kon blijven doorlopen.
Inzake de capaciteit sta ik er nog altijd van te kijken – mogelijk omdat ik een nieuw kindje ben in dit Huis – dat we het niet georganiseerd krijgen om pieken op te vangen. Dat dat zo onvoorbereid gebeurt, snap ik absoluut niet. Mocht ik staatssecretaris zijn, zou ik mijn diensten meteen opdragen om dat te bekijken en op te lossen.
Ik heb nog een aantal detailopmerkingen. Kandidaat-aanvragers schuiven nu aan op het voetpad, waardoor het voetpad op die locatie eigenlijk niet meer bruikbaar is. Soms schuift men in de Belliardstraat ook op het fietspad aan. Dat leidt onvermijdelijk tot ongelukken, dat zien we zo. Ik denk dat dat beter georganiseerd moet worden.
Aan de toegang is de dorpel bovendien 30 centimeter hoog. Rolstoelgebruikers moeten daar door andere mensen in de rij opgetild worden. Dat is echt niet meer van deze tijd.
Voor de mensen die daar staan te wachten is er bovendien geen beschutting, in tegenstelling tot op de vorige locatie. Misschien moet u uw diensten ook daar nog eens naar laten kijken.
Francesca Van Belleghem:
Tegenover het gebouw van de DVZ ligt het kantoor van de federale politie. We bevonden ons in een situatie waarbij agenten van de federale politie zich onveilig voelden wegens de tentenkampen in en rond hun gebouwen, in de parking, waar zich asielzoekers, illegalen en druggebruikers bevonden.
Ik heb de Belliardstraat eens opgezocht op Google Maps. Daar is inderdaad niet veel ruimte. Als er wachtrijen zijn, kan het snel uit de hand lopen. We moeten ervoor zorgen dat daar niet dezelfde problemen ontstaan. Dat doet men in de eerste plaats door de instroom van asielzoekers in te dammen. Daar schuilt het grote probleem, niet per se bij het gebouw.
Dat gebouw ligt wel vlak bij het Europees Parlement. Als men daar met deze situatie wordt geconfronteerd, zal men inzien dat de instroom hier zo hoog is dat we het niet meer aankunnen en dan zal het Europees Parlement misschien eindelijk meewerken om die instroom in te dammen.
Nicole de Moor:
Ik wil graag een aantal zaken aanvullen wat betreft de wachtrijen. Op dit moment bekijken we samen met de Regie en de stad om ze te verplaatsen, omdat we daar zelf ook al lang vragende partij voor waren. Dat zou mogelijk moeten zijn op een parking, zodat de mensen niet op straat moeten wachten, ook omwille van de veiligheid van voorbijgangers en fietsers. Dat is belangrijk omdat er inderdaad dagelijks ’s ochtends een wachtrij op het voetpad staat. Dat is absoluut iets wat we aan het bekijken zijn.
Wat de locatie zelf betreft, kan ik zeggen dat die een keuze van de Regie der Gebouwen en de stad Brussel is. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft er geen zeg in en we hadden geen andere mogelijkheid. We proberen op de nieuwe locatie, in samenwerking met de stad Brussel en de Regie der Gebouwen, de situatie zo goed als mogelijk te beheren. Het is inderdaad belangrijk dat er zo snel mogelijk een nieuwe locatie gevonden wordt. Ik begrijp dat het niet altijd evident is voor de bevoegde autoriteiten, maar vanuit mijn insteek kan ik er alleen maar voor pleiten om snel een geschikte locatie te kunnen hebben.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, als er een oplossing kan worden gevonden door de wachtrij te verplaatsen, zou ik ervoor opteren om ook beschutting te voorzien voor de mensen, zeker in de winter, als het regent, en er een uur of langer gewacht moet worden. Ik denk dat het belangrijk is dat er min of meer op een ernstige manier gewacht kan worden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, is het Klein Kasteeltje een oplossing om terug naartoe te verhuizen, of is dat niet mogelijk?
Nicole de Moor:
Neen. Er is een reden waarom we er weggegaan zijn. In 2022 liep de situatie aan het Klein Kasteeltje helemaal uit de hand en het gebouw is ook absoluut niet geschikt. Dat is niet mogelijk. We hebben op dat moment beslist om de Dienst Vreemdelingenzaken en de registratie terug van elkaar te scheiden. Dat is een tijdelijke oplossing, want het is beter om al de diensten terug samen te brengen. Het Klein kasteeltje is niet de beste locatie om iedereen terug samen te brengen en ik ben blij dat we die toestanden van toen vandaag niet meer zien. Dat wil nog niet zeggen dat we er al zijn, we hebben nog altijd een nieuw aanmeldcentrum nodig.
De asielopvang in hotels
Asielzoekers die in hotels opgevangen worden in ongezonde omstandigheden
Asielopvang in hotels met ongeschikte leefomstandigheden
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België huisvest momenteel 500 asielzoekers (vooral gezinnen met kinderen) in hotels als noodoplossing, tegen €50/nacht per persoon, om dakloosheid te voorkomen—hoewel de omstandigheden vaak onwaardig zijn. Staatssecretaris De Moor benadrukt dat dit een tijdelijke maatregel is (gemiddeld 50 dagen) en wil de hotelopvang zo snel mogelijk afbouwen, maar ontkent dat dit een "aanzuigeffect" veroorzaakt, wijzend op Nederland waar duizenden asielzoekers al jaren in hotels verblijven. Critici (Van Belleghem, De Smet) beweren dat gebrek aan strenge migratiebeleid en slechte leefomstandigheden in hotels de asieldruk verergeren, terwijl De Moor geen concrete maatregelen aankondigt om de instroom te beperken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, graag kreeg ik een laatste stand van zaken van de asielopvang in hotels. Hoeveel asielzoekers verblijven op dit moment in hotels? Wat zijn de vooruitzichten? Hoeveel kost het in euro's om een asielzoeker een nacht onder te brengen op hotel? De vorige keer zei u dat er reguliere opvangtarieven golden. Kunt u dat in euro's uitdrukken?
François De Smet:
Madame la secrétaire d'État, la presse a évoqué la situation de ces demandeurs d'asile logés dans trois hôtels à Bruxelles, en abordant la question de leurs conditions de résidence: insalubrité, inconfort et insécurité semblent être le quotidien de nombreux demandeurs logés par Fedasil dans ces chambres faute de mieux. À en croire L'Echo , six hôtels bruxellois auraient été préemptés pour accueillir entre 600 et 800 personnes. Ces hôtels se trouvent à Jette, Saint-Gilles ou à Schaerbeek. Et malgré le soutien de Fedasil ou de la Croix-Rouge, dans certains cas, les conditions de logement deviendraient critiques. Cela serait notamment le cas à Jette selon plusieurs témoignages. Cela pose la question de la manière dont la Belgique remplit ses obligations en termes d'accueil de demandeurs d'asile. Il n'est déjà pas normal en soi d'avoir des demandeurs d'asile dans des hôtels. Cela devient carrément inacceptable si ces conditions deviennent indignes.
Madame la secrétaire d' é tat, pourriez-vous me confirmer aujourd'hui combien de personnes sont actuellement hébergées en hôtels? Quelles sont les conditions de séjour? Y a-t-il une durée maximale? Comment les autorités s'assurent-elles que ces personnes, en particulier les familles, sont logées dans des conditions de salubrité dignes? Quel est le statut administratif et de séjour exact de ces personnes? Parlons-nous bien de demandeurs d'asile exclusivement? Cette politique des chambres d'hôtel prendra-t-elle bientôt fin?
Nicole de Moor:
Geachte leden, ik ben altijd heel duidelijk geweest dat ik wilde vermijden dat families met kinderen op straat zouden terechtkomen. Omdat dit anders het geval zou zijn geweest, heeft Fedasil samen met het Brussels Gewest en het Rode Kruis de voorbije maanden inderdaad gebruikgemaakt van noodopvangplaatsen, waaronder een aantal hotels. Het was een noodingreep om kinderen van de straat te houden.
Ik heb Fedasil de opdracht gegeven om deze plaatsen af te bouwen en te stoppen zodra dat mogelijk is. Begin juli verbleven er nog meer dan 700 verzoekers om internationale bescherming in deze plaatsen. Intussen is dat aantal gedaald tot 500. Ik heb aan Fedasil gevraagd om dat verder af te bouwen.
Het zijn personen met een eerste asielaanvraag die daar gemiddeld een vijftigtal dagen verblijven vooraleer ze aan een gewone opvangplaats worden toegewezen. Het gaat dus om kinderen en hun ouders.
Ik val in herhaling. Het blijft mijn bedoeling om de opvang van asielzoekers in deze logementen zo snel mogelijk af te bouwen, maar ik wil evenmin gezinnen met kinderen op straat zetten, zeker met de winter voor de deur.
De opvangkosten zijn inderdaad dezelfde als voor reguliere opvangplaatsen, mevrouw Van Belleghem, dat heb ik u al gezegd. U weet dat dit rond de 50 euro per dag per plaats is.
Les autorités locales peuvent être rassurées sur le fait que la gestion se fait correctement. Les équipes ambulatoires passent régulièrement dans les hébergements d'urgence et peuvent constater les éventuels probl è mes. Les demandeurs ont également la possibilité de demander à contacter les équipes par téléphone 24 h/24 pour faire part de probl è mes.
En effet, monsieur De Smet, l'accueil dans ces structures n'est vraiment pas idéal mais en ce qui me concerne, c'est toujours mieux que de laisser des familles avec enfants à la rue.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. In juli zei u dat er inderdaad 700 asielzoekers op hotel verbleven. Begin oktober heb ik u daarover ondervraagd. Toen zei u dat er 500 asielzoekers op hotel verbleven en dat u dat zo snel mogelijk zou afbouwen.
We zijn een maand later en er verblijven nog steeds 500 asielzoekers op hotel. Dat zorgt werkelijk voor een aanzuigeffect. Onze cijfers bewijzen dat aanzuigeffect, want de asieldruk is hier veel hoger dan in de ons omringende landen. Onze asieldruk is in absolute cijfers zelfs hoger dan in Nederland, terwijl Nederland zo veel groter dan België is. We doen het slechter dan Frankrijk en Duitsland. Die asielopvang in hotels zorgt voor een aanzuigeffect en dat ziet men in de cijfers.
François De Smet:
Madame la secrétaire d' É tat, je vous remercie pour votre réponse et tout particulièrement pour les chiffres. Tant mieux si des équipes ambulatoires passent. Le font-elles assez régulièrement pour éviter que les problèmes stagnent? Je n'en suis pas sûr, ce n'est en tout cas pas ce que nous dit la presse.
Nous sommes d'accord sur le fait que c'est mieux de mettre des familles à l'hôtel que de les laisser dans la rue. Mais que certaines familles aient le choix entre des logements insalubres ou la rue est inacceptable, et l' É tat ne devrait pas proposer un tel choix. Il faut donc que cette politique prenne fin et que, si recours aux hôtels il y a, cela se fasse dans des conditions de salubrité dignes.
Nicole de Moor:
Ik wou nog even reageren op wat mevrouw Van Belleghem zei. Ik ben het absoluut met u eens dat de instroomcijfers in ons land vandaag zeer hoog zijn en dat we die naar beneden moeten krijgen, maar u vergeleek de situatie met die in de buurlanden alsof de hotels er de oorzaak van zouden zijn dat er hier veel mensen toekomen. In Nederland worden al jaren hotels gebruikt en verblijven er duizenden mensen op hotel. Dat wou ik nog graag toevoegen.
Francesca Van Belleghem:
In Nederland verblijven er inderdaad asielzoekers op hotel, maar …
Nicole de Moor:
Duizenden …
Francesca Van Belleghem:
Ja, maar in België worden er geen maatregelen genomen om de instroom te beperken. Met Vivaldi hebt u werkelijk nul effectieve maatregelen genomen. Daardoor moeten er asielzoekers op hotel verblijven. Dat zorgt voor het aanzuigeffect. Het gaat dus niet om de hotelopvang tout court, u nam met de vivalidiregering gewoon geen maatregelen.
De externalisering van de asielprocedure
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de noodzaak van een strenger Europees migratiebeleid, met focus op externalisering van asielprocedures en terugkeerhubs voor afgewezen asielzoekers. Staatssecretaris De Moor benadrukt dat het EU-migratiepact een stap vooruit is, maar onvoldoende: ze pleit voor praktische samenwerking met derdelanden (zoals de Italiaans-Albanese deal) en open debat over terugkeerhubs, hoewel die juridisch en logistiek complex zijn. De Vreese (oppositie) kritiseert de ontslagnemende regering voor haar weigering om terugkeerhubs te steunen, vindt externalisering onvermijdelijk door de onhoudbare migratiedruk en dringt aan op snel regeringsbeleid om België niet achterop te laten raken. Concreet beleid ontbreekt nog, maar de druk groeit voor Europese oplossingen buiten de EU-grenzen.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, de Europese Unie staat reeds jaren onder zeer zware migratiedruk. Dat spoort veel Europese lidstaten aan om een strakker nationaal beleid te voeren. Zo voerde Duitsland midden september weer grenscontroles in, Frankrijk volgde begin november en ook Nederland zal deze maand grenscontroles invoeren of heeft dat al gedaan. De migratieproblematiek vraagt een nieuw Europees en federaal migratiebeleid.
Mevrouw de staatssecretaris, voor onze partij is het migratiepact misschien een stap in de goede richting, maar volstaat het absoluut niet. De externalisering van de asielprocedure is voor ons een belangrijke hoeksteen van een kordaat toekomstig asiel- en migratiesysteem. Op die manier kan asiel aangevraagd worden buiten de EU. Wie illegaal binnenkomt, moet elke kans op legaal verblijf verliezen.
Italië heeft alvast de eerste stappen gezet omtrent de externalisering van zijn asielprocedure. Zo sloot het land een akkoord met Albanië voor de behandeling van de dossiers in het buitenland. Ook Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen brak een lans voor de zogenaamde terugkeerhubs op Europees niveau en ze beloofde kordatere regelgeving inzake het Europees migratiebeleid. Hoewel de huidige federale regering ontslagnemend is, sprak de premier zich op de Europese top uit tegen die hubs. Dat is niet alleen ongehoord, maar ook ongrondwettelijk. De huidige federale regering is ontslagnemend en beschikt niet langer over een meerderheid in de Kamer. Grondwettelijk moet ze zich beperken tot het behartigen van de lopende zaken.
Wat vindt u van het standpunt ingenomen door de premier? Kan hij dat zomaar doen in lopende zaken?
Welke stappen wilt u eventueel ondernemen om op nationaal en Europees vlak terugkeerhubs te realiseren? Bent u daar voorstander van?
Nicole de Moor:
Mevrouw De Vreese, het antwoord op uw vraag begint vanzelfsprekend met een verwijzing naar het Europese asiel- en migratiepact, dat onder het Belgische voorzitterschap is goedgekeurd. Het pact biedt een meer gestructureerd en uniform kader voor de lidstaten om asiel en migratie beter te beheren. Ik weet dat we vandaag allemaal naar de Verenigde Staten kijken. Op het vlak van migratie moeten we er echter ook voor zorgen dat wij Europees op eigen benen kunnen staan en samen een sterk Europees migratiebeleid hebben. Het pact is een enorm grote stap in de richting van meer controle over migratie. Dat is een rechtmatige verwachting van heel veel Europese burgers.
Het pact voorziet niet in een automatisch recht op verblijf in de Europese Unie, maar behoudt wel het recht om asiel aan te vragen, zowel aan de grens als op het Europese grondgebied. Bovendien biedt het een juridisch kader om aanvragen sneller en efficiënter te verwerken.
Zoals ik al aangaf, is het een enorme stap vooruit. Is dat pact echter voldoende? Neen, dat is het niet. Dat heb ik ook altijd opgemerkt. We hebben een betere samenwerking en partnerschappen nodig met herkomstlanden en transitlanden om de migratie beter te beheren. We moeten ook blijven zoeken naar oplossingen voor de terugkeer van mensen die weigeren mee te werken en naar landen die weigeren mee te werken.
Op dit moment circuleren er al enkele aanvullende ideeën bij het pact. Als u het mij vraagt, zijn sommige daarvan realistischer om te organiseren of te implementeren dan andere. Ze brengen echter in elk geval zowel praktische als juridische uitdagingen met zich mee.
De terugkeerhubs, waarover nu ook de voorzitter van de Europese Commissie spreekt, bevinden zich in een heel prille fase. Dat is op dit moment slechts een idee, maar we moeten het debat daarover wel voeren. Zoals gezegd zijn er nog heel veel praktische uitdagingen ter zake, maar we moeten wel de openheid hebben om daarover te spreken.
Helemaal concreet is dat dus nog niet. Het idee is echter dat mensen die hier onwettig verblijven en die bevel na bevel om te vertrekken negeren, of mensen die we niet teruggestuurd krijgen omdat het land van herkomst niet meewerkt – mensen kunnen zelf meewerken, maar we kunnen hen niet gedwongen terugsturen omdat het land van herkomst bijvoorbeeld niet meewerkt –, naar een ander land kunnen worden gestuurd waarmee er afspraken zijn gemaakt. De betrokkenen kunnen dan vanuit dat land finaal terugkeren naar hun herkomstland. Het betreft dus geen externalisering van de asielprocedure, maar het gaat over de terugkeer van mensen die hun asielprocedure bijvoorbeeld al achter de rug hebben.
Om dat te realiseren, moet men dat natuurlijk eerst intern Europees concretiseren en landen vinden die bereid zijn om daarin mee te stappen. Dat zal zeker niet evident zijn, maar ik vind wel dat we de openheid moeten hebben om dat debat te voeren.
Ik kijk op dezelfde manier naar de deal die Italië met Albanië sloot. Ook dat is geen zuivere externalisering van de asielprocedure. Het is ook geen terugkeerhub, zoals het in de pers werd voorgesteld. Daar gaat het om het organiseren van de asielprocedure en de opvang buiten de grenzen van Italië. Men wil mensen die door de Italianen op de Middellandse Zee worden gered naar Italiaanse opvangcentra in Albanië brengen, maar Italië behoudt wel de controle over de opvang en de procedure, die daar verloopt volgens Europese regels. Wie bescherming krijgt, gaat nadien naar Italië.
Al deze pistes kunnen wat mij betreft nuttige aanvullingen zijn op het Europese migratiepact, net zoals partnerschappen met derde landen, zoals dat met Tunesië of zoals de EU-Turkijedeal van 2016. Ik ben alleszins bereid om die innovatieve pistes met open vizier te bekijken.
Wat het Belgische standpunt betreft, het is op dit moment niet nodig om een Belgisch standpunt in te nemen, want er ligt vandaag geen enkel concreet voorstel op de Europese tafel. Er lopen wel gesprekken, waaraan ik uiteraard deelneem, maar er ligt geen voorstel voor. België hoeft op dit moment dus geen formeel standpunt in te nemen.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, we weten natuurlijk niet hoelang de onderhandelingen over een nieuwe federale regering nog zullen aanslepen. Wie weet komt er op een bepaald moment wel een voorstel op tafel. De vraag is dan op welke manier de standpuntbepaling zal worden gedaan voor dit land. Ik kan alleen hopen dat we snel richting een federale regering gaan, die op het vlak van migratie echt stappen vooruit durft te zetten. Op Europees niveau zien we nu immers toch dat de standpunten en de meningen de afgelopen jaren enorm veranderd zijn. U zegt dat dit absoluut geen externalisering van de asielprocedure is. Volgens mij zullen de meningen daarover traag maar zeker rijpen en gaan we die richting uit, omdat de situatie anders gewoonweg niet houdbaar blijft.
De impact van de Nederlandse noodwet op de instroom van Syrische asielzoekers naar België
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Darya Safai waarschuwt dat Nederland het asielbeleid voor Syriërs aanscherpt (kortere verblijfsvergunningen, terugkeer bij veiligheid), wat een toestroom naar België dreigt te veroorzaken door het ruimere Belgische beleid (nog steeds hoge erkenningen ondanks "veilige" gebieden). Staatssecretaris Nicole de Moor benadrukt de onafhankelijkheid van het CGVS (beslissingen gebaseerd op EUAA-richtlijnen en individuele gevallen) en dat gedwongen terugkeer naar Syrië nog niet veilig is (volgens UNHCR/EU), maar vrijwillige wel. Ze bevestigt Dublin-regels strikt toe te passen om secundaire migratie tegen te gaan, maar politieke wijzigingen (bv. verkorte beschermingsduur) zijn voor een toekomstige regering. Safai dringt aan op een parlementair gesprek met het CGVS om het Belgische beleid af te stemmen op buurlanden.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, op vrijdagnacht 22 oktober kwam de Nederlandse regering tot een akkoord om de asielcrisis daar te bestrijden. De regering wil er een strikter erkenningsbeleid en wil ook meer beschermingsstatussen opnieuw intrekken indien delen van het land van herkomst veilig zijn geworden. Om dit mogelijk te maken zal Nederland de duur van de verblijfsvergunning die erkende vluchtelingen er krijgen terugbrengen van vijf naar drie jaar.
Premier Dick Schoof verklaarde hierover op een persconferentie: “Zo groeit het besef van de tijdelijkheid van asielbescherming in Nederland." Daarbij gaf de premier het voorbeeld van Syrië. Syriërs uit gebieden die vandaag veilig zijn, zouden geen verblijfsvergunning meer kunnen krijgen en moeten terugkeren.
Net als in Nederland zijn ook in België Syriërs de belangrijkste groep asielaanvragers. Dat komt niet omdat er in Syrië actueel een oorlog heerst. De burgeroorlog daar is al vele jaren voorbij. Grote delen van het land zijn veilig. Dat komt omdat het CGVS zijn beleid niet aan die verbeterde situatie heeft aangepast. Op 2.807 eindbeslissingen ten gronde die het CGVS in 2024 in asieldossiers van Syriërs nam, verkregen er maar liefst 2.279 een beschermingsstatus.
Indien het Nederlandse beschermingsbeleid voor Syriërs fors strikter wordt terwijl het Belgische even ruim blijft, laat het zich raden wat er zal gebeuren: een forse stijging van het aantal asielaanvragen door Syriërs in België.
Bent u bereid het aangescherpte Nederlandse beschermingsbeleid voor Syrische asielzoekers te bespreken met de commissaris-generaal?
Bent u bereid de nodige ontradende communicatie te doen opdat de Syriërs weten dat België als asielbestemming niet aantrekkelijker wordt dan Nederland?
Bent u bereid de beleidsnota van de commissaris-generaal wat Syriërs betreft op te vragen en te delen met de leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken, desgevallend achter gesloten deuren en met de plicht van vertrouwelijkheid, opdat wij het Belgische beleid voor Syrische asieldossiers kunnen vergelijken met dat van de asielinstanties van Nederland, Frankrijk en Duitsland?
Nicole de Moor:
Mevrouw Safai, het Commissariaat-generaal is vandaag inderdaad een onafhankelijke instantie. Dat betekent dat er geen inmenging in individuele dossiers mag zijn, zowel vanuit de uitvoerende als vanuit de wetgevende macht.
U kunt de commissaris-generaal wel altijd uitnodigen voor een informatief gesprek in dit Huis en in deze commissie. Daarvoor is mijn interventie noch mijn aanwezigheid vereist. U kunt bij die gelegenheid dan de informatie opvragen die u wilt en u kunt in dialoog gaan over het erkenningsbeleid. Ik meen dat het een goed idee is de commissaris-generaal uit te nodigen over de zaken die u met hem wilt bespreken.
Onafhankelijkheid sluit goede contacten met politieke vertegenwoordigers immers niet uit. Ik houd ook zelf regelmatig overleg met de commissaris-generaal. Mijn kabinet zorgt ook voor een goede informatie-uitwisseling over gevoelige dossiers en over landenanalyses. Wekelijks organiseren wij op mijn kabinet een vergadering met alle hoofden van de migratiediensten om ontwikkelingen in de asielketen te bespreken, waarbij Syrië heel vaak aan bod komt.
Ik kan u dus wel zeggen dat het Commissariaat-generaal de situatie op de voet volgt en dat het kenniscentrum Cedoca zich continu informeert over de actuele situatie in de landen van herkomst. De commissaris-generaal neemt daar beslissingen op basis van algemene, objectieve landeninformatie en op basis van persoonlijke elementen als het asielmotief.
In een concreet geval zal het CGVS in eerste instantie nagaan of het individu vervolgd wordt in Syrië, waarbij de criteria van de Vluchtelingenconventie worden toegepast, waarvoor het CGVS het landenbeleid van het EUAA volgt. De EUAA Country Guidance is publiek beschikbaar. Zo draagt het CGVS ook bij tot een uniformere asielbeoordeling binnen de EU.
Het CGVS zal vervolgens de subsidiaire beschermingsstatus onderzoeken op basis van individuele elementen en de algemene situatie in Syrië. Uit het meest recente rapport van het EUAA blijkt dat de burgeroorlog nog niet is afgelopen.
In verband met de mogelijke beleidsmaatregelen herinner ik u eraan dat de huidige regering in lopende zaken is. Het verkorten van de beschermingsduur lijkt me een politieke beslissing die enkel door een volgende regering kan worden genomen.
De vraag of een land veilig genoeg is voor terugkeer wordt binnen de EU bepaald zowel aan de hand van de richtlijnen van de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen als via Europese informatie. Recent overleg op Europees niveau en met UNHCR heeft bevestigd dat de omstandigheden voor veilige en waardige gedwongen terugkeer naar Syrië nog niet zijn vervuld, maar vrijwillige terugkeer is wel mogelijk. Ik moedig nauwe samenwerking hieromtrent tussen de Europese Commissie en UNHCR aan. Ik heb dit zelf ook al besproken met de Assistant High Commissioner van UNHCR. Het thema ligt me na aan het hart en ik ga hierover verschillende diplomatieke gesprekken aan.
Secundaire migratie binnen de EU blijft een uitdaging. Mijn beleid is duidelijk: wie in een andere lidstaat een asielaanvraag heeft lopen, moet daar blijven volgens de Dublinregels. Mensen met een beschermingsstatus in een lidstaat mogen maximaal 90 op de 180 dagen buiten dat land verblijven. Nieuwe asielaanvragen van personen die al beschermd worden in een andere lidstaat worden in België het best zo snel mogelijk onontvankelijk verklaard opdat de betrokkene kan worden teruggestuurd naar de lidstaat die bescherming bood. Deze regels worden regelmatig onder de aandacht gebracht binnen de EU. Het is cruciaal om daarop te blijven hameren in afwachting van de implementatie van het migratiepact. Enkel op die manier kan een Europees asielsysteem blijven functioneren.
Darya Safai:
Het CGVS is uiteraard een onafhankelijke instantie. Dat weten we allemaal. Als onze buurlanden hun eigen beleid echter veranderen en updaten, moeten we dat ook volgen. Anders krijgen we een aanzuigeffect. Het is ook niet verplicht om de EUAA Country Guidance te volgen.
Zoals u zegt, zou het dus interessant zijn om het CGVS uit te nodigen in de commissie zodat we kunnen luisteren naar wat ze doen. U hebt immers gezegd dat ze dat op de voet opvolgen, maar hun beleid is nog niet veranderd. We zouden dus graag met hen in gesprek gaan en zullen hen daartoe uitnodigen in deze commissie.
Voorzitter:
Met deze mooie suggestie van de staatssecretaris sluiten we deze vergadering af. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.38 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 38.
De problematiek van de small boats aan de kust
De aanpak van transmigratie
Migratiestromen en grensbeheer aan de kust
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De transmigratieproblematiek in West-Vlaanderen – met name *small boats* naar het VK en mensensmokkel – neemt toe door strengere Franse controles ("waterbedeffect"), met september-november als piekperiode. Maatregelen omvatten versterkte politiële samenwerking (TransIT-team, drones, grensbewaking), internationale acties met het VK/Frankrijk (informatiedeling, gezamenlijke operaties) en technologische innovatie (AI, scanners), maar wettelijke belemmeringen (privacyregels voor drones/camera’s) en capaciteitstekorten (gesloten centra, personeel) frustreeren de aanpak. De minister bevestigt een daling van 83% in transmigratie (2020-2023), maar 2024 toont hernieuwde stijging, met 11 *small boats*-dossiers tot augustus. Structurele oplossingen (expertisecentrum grensbeheer, EU-migratiepact) en langetermijnsamenwerking met het VK (ondanks politieke wissels) worden benadrukt als cruciaal.
Franky Demon:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, eind augustus deed de politie een oproep aan de bewoners van de kustgemeenten om extra waakzaam te zijn en om verdachte bewegingen op het strand te melden. Aanleiding daartoe was de verhoogde waakzaamheid voor transmigranten die met een zogenaamde small boat zouden kunnen proberen om vanaf onze stranden de oversteek te maken naar Groot-Brittannië. Dat is een levensgevaarlijke onderneming, die we zoveel mogelijk moeten trachten tegen te gaan.
De lokale politie van de zone Westkust, de scheepvaartpolitie en de wegpolitie werken nauw samen om het fenomeen van transmigratie en de small boats tegen te gaan in de provincie West-Vlaanderen. Men geeft echter aan dat door verstrengde controles in Frankrijk een waterbedeffect richting ons land ontstaat. De gouverneur van West-Vlaanderen trok daarom eind augustus nogmaals aan de alarmbel. Hij vraagt bijkomende menselijke en innovatieve steun in de strijd tegen mensensmokkelaars. De laatste maanden stelt men op het terrein opnieuw een stijging van het fenomeen vast. September is traditioneel al een maand waarin veel pogingen tot oversteek worden ondernomen.
De politiediensten aan de kust wijzen erop dat in de strijd tegen de mensensmokkelaars de beschikbare technologie niet optimaal kan worden benut. Ze wijzen onder meer op de beperkingen inzake de sterkte van hun zendapparatuur en de wettelijke beperkingen voor de inzet van drones door de politie.
Mevrouw de minister, kan u in cijfers een actueel beeld geven van de problematiek van de transmigratie en de small boats ?
Welke maatregelen worden er momenteel genomen in de strijd tegen transmigratie en mensensmokkelaars aan de kust en bij uitbreiding in de provincie West-Vlaanderen? Welke ondersteuning wordt vanuit het federale niveau geboden om de traditioneel drukke maand september, met natuurlijk een uitloop naar oktober en november, op te vangen?
Hoe reageert u op de vraag van de gouverneur van West-Vlaanderen naar meer personele capaciteit en innovatieve steun? Ziet u mogelijkheden om bijvoorbeeld de drones waarover de politie beschikt efficiënter in te zetten? Welke wettelijke barrières staan dat in de weg en hoe kunt u die wegwerken?
Kunt u een stand van zaken geven over de samenwerking met de Britse Border Force? Lopen er gezamenlijke acties? Is er financiering vanuit het Verenigd Koninkrijk?
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, de problematiek van de transmigranten bij ons in West-Vlaanderen aan de Franse grens speelt al opnieuw een aantal maanden. Op donderdag 3 oktober 2024 werd een grootschalige actie aan de Frans-Belgische grens georganiseerd om de grenscriminaliteit tegen te gaan. De focus lag daar ook op de transmigratieproblematiek. Daarbij werden 22 transmigranten opgepakt. Naast Belgische en Franse politiediensten namen ook de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken en inspecteurs van de sociale zekerheid deel. Er werden toen nog dergelijke acties aangekondigd.
Het zwaartepunt van het aantal vaststellingen inzake transmigratie in België ligt in West-Vlaanderen. Dat is niet nieuw. Naast vrachtwagens en containers wordt ook van small boats gebruikgemaakt.
In uitvoering van het Nationaal Veiligheidsplan (NVP) 2022-2025 werd voorzien in het datagestuurd uitlezen van de in beslag genomen smartphones door het TransIT-team van de Federale Gerechtelijke Politie van West-Vlaanderen. De werking van TransIT werd verder uitgediept, waarbij meer politiezones betrokken worden en info uit de smartphones ter beschikking van de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gesteld. Dat is zeer belangrijk voor de identificatie van de mensen die daar worden aangetroffen. Het TransIT-team zoekt via artificiële intelligentie ook naar eerdere verblijfsdocumenten en andere aliassen.
In het NVP werd ook in de creatie van een expertisecentrum grensbeheer voorzien in de schoot van de federale politie. Dit expertisecentrum moet een strategische visie en een beleid inzake grensbeheer ontwikkelen, maar ook innovatieve oplossingen aanbieden en gebruikmaken van nieuwe technologieën en digitale toepassingen. Het is inderdaad belangrijk om wettelijke barrières weg te werken en te bekijken hoe we onze mensen op het terrein nog meer ondersteuning kunnen geven voor die moeilijke taak die zij al jaar en dag moeten doen.
Mevrouw de minister, kunt u de evolutie schetsen van de transmigratie in België van de afgelopen vijf jaar? Welk aandeel was daarbij voor West-Vlaanderen weggelegd? Hoe zit het op dit moment aan de Frans-Belgische grens? Is die problematiek nu enorm gestegen? Kunt u tevens meedelen welke transportmodi daarbij werden gebruikt, in verhouding tot het totaal?
Hoe ver staat u met de verdere uitrol van het TransIT-team? Ik denk dat het heel belangrijk is dat zij verder ondersteund worden, zodat ze de problematiek terdege kunnen aanpakken.
Wat is de stand van zaken van het expertisecentrum grensbeheer? Welke nieuwe technologieën en digitale toepassingen hebben zij al aangeboden?
Annelies Verlinden:
Collega's, dit is inderdaad een actuele problematiek. Vandaag was er alweer een bericht vanuit Frankrijk over een transit die voor minstens twee mensen heel slecht is afgelopen.
Wat betreft uw vragen naar cijfers over de problematiek van small boats , voor dit jaar is er een poging geregistreerd van vertrek vanuit België en een andere vanuit Frankrijk, waar het bootje finaal in Belgische wateren werd onderschept. Voor 2024 heb ik de cijfers gekregen tot en met eind augustus. Er zijn 18 dossiers geopend door de FGP West-Vlaanderen, waarvan 11 over small boats en/of koelcontainers.
In het algemeen kan worden gesteld dat de transmigratie in vergelijking met het verleden de afgelopen vijf jaar sterk is afgenomen, met een daling van 83 % in de periode 2020 tot 2023. Voor meer gedetailleerde cijfers kunt u een schriftelijke vraag indienen.
Wat de genomen maatregelen betreft, de CSD van de provincie West-Vlaanderen ondersteunt de eerstelijnsdiensten, zowel de lokale politiezones als de entiteiten van de federale politie, die controleacties uitvoeren inzake transmigratie op de sporen of de wegen. Dat was trouwens ook het geval met de actie van vorige week. Daarvoor zet de CSD haar interventiekorps in, dat steun levert bij fouilleringen, transfers en afnames van vingerafdrukken. De CSD stimuleert, faciliteert en coördineert eveneens eigen operationele supralokale acties inzake transmigratie, zoals de actie supply chain small boats . Daarbij wordt zelfs een beroep gedaan op toeristen om uit te kijken naar verdachte aankopen van motoren of ander nautisch materiaal. De focus wordt gelegd op de aanvoer van small boats of onderdelen daarvan, zoals motoren en nautisch materiaal op het grondgebied van West-Vlaanderen, maar ook breder, zoals langs snelwegparkings. Daarbij wordt gefocust op het opsporen van transmigranten in voertuigen, containers en trailers van vrachtwagens op de parkings van de E40 en op het industriegebied van Veurne. We werken daar trouwens ook samen met de buurlanden, want we hebben gemerkt dat soms motoren in Duitsland of bootjes in Nederland worden aangekocht. Het is dus goed om die informatie samen te leggen.
Binnen de FGP West-Vlaanderen werd in 2021 een TransIT-team opgericht, met als voornaamste doel de identificatie en opsporing van de criminele netwerken achter de mensensmokkel. Dat TransIT-team volgt de problematiek nauwgezet op, zowel op operationeel, tactisch als strategisch niveau. Aangezien het fenomeen niet beperkt is tot het grondgebied van West-Vlaanderen, wordt dat ook opgevolgd door de gehele federale gerechtelijke politie.
De scheepvaartpolitie staat in voor de grensbewaking. Zo is er 24/7 een ploeg met een boot actief langsheen de kust die belast is met onder meer grensbewaking tijdens de patrouilles. Het maritiem informatiekruispunt is ook 24/7 bemand met operatoren. Een van hun taken is grensbewaking. Langsheen de kust zijn er zowel 's avonds als 's nachts politiepatrouilles, vanuit Oostende, Nieuwpoort, Zeebrugge en Blankenberge. Deze TIG-ploegen, dat staat voor toezicht, interventie en grens, staan eveneens in voor proactieve controles. Verder zijn er ook verschillende teams van de federale politie, zoals de hondensteunteams, actief in de haven van Zeebrugge. De politiezone Westkust zet in op een droneteam voor nazicht van het strand en de duinen.
De scheepvaartpolitie maakt gebruik van detectiemiddelen, zoals een x-ray cargoscanner, CO 2 -detectoren en drones. Mijnheer Demon, u vroeg naar de wettelijke beperkingen. Vaste camera's zijn permanent aanwezig en richten zich ook op toeristen op het strand en andere vaarbewegingen. Daarom is er specifieke regelgeving nodig, omdat het moeilijk is deze camera's precies af te stemmen. Wij hechten allen sterk aan privacy en andere algemene beginselen. We hebben hier al soortgelijke discussies gehad, bijvoorbeeld over de bodycams en vaste camera's voor de brandweer. Men stapt daarbij telkens in een nieuwe digitale wereld. Daarom moeten we zorgvuldig bespreken hoe we daarmee willen omgaan.
Wat de internationale samenwerking betreft, de federale politie werkt zeer nauw samen met de Britse Border Force. Dat is een samenwerking op operationele, maar ook op structurele en strategische wijze. Er wordt informatie uitgewisseld via verschillende kanalen, waaronder de verbindingsofficier van de Belgische federale politie in Londen en de unités de renseignement opérationnel. Dat is een multilateraal samenwerkingsverband onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, specifiek gericht op de problematiek van small boats .
Daarnaast biedt de UK Border Force dagelijks technische ondersteuning voor de controle tegen illegale migratie die de scheepvaartpolitie uitvoert in de haven van Zeebrugge. Ik ben enkele weken geleden op gesprek geweest bij de nieuwe Home Secretary van het Verenigd Koninkrijk, mevrouw Yvette Cooper. Ik heb dit met haar besproken en heb haar uiteraard ook bedankt voor de ondersteuning die ze geven. Die samenwerking loopt goed. Het is een piste die we de komende jaren verder kunnen uitbouwen en verkennen.
De federale politie krijgt momenteel geen steun van de UK Border Force. Er werd wel een MoU afgesloten in 2020 met het UK Home Office voor de aankoop van materiaal voor de directie van de scheepvaartpolitie, de directie Hondensteun en de CSD West-Vlaanderen. De focus daarbij ligt vooral op de haven van Zeebrugge en de scanning en het nagaan van containers, om zo de smokkel van transmigranten te kunnen opvolgen.
We hebben, zoals ik zei, gesproken met de nieuwe UK Home Secretary over die problematiek. We moeten ons ervan bewust zijn dat het, wat de transfers via gammele bootjes betreft, een vorm van symptoombestrijding is. De hele problematiek van transmigratie, de migratieproblematiek, het Europees Migratiepact, maar ook de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit – we zien dat die bendes soms ook gelieerde activiteiten hebben – is een absolute prioriteit die we moeten aanpakken om dat fenomeen verder tegen te gaan.
In antwoord op uw vraag, collega De Vreese, kan ik u zeggen dat de oprichting van het expertisecentrum voor grensbeheer, dat valt onder DAO, van start is gegaan met de aanwerving van diverse profielen. Er is een strategische visie op grensbeheer ontwikkeld, afgestemd op het Europese geïntegreerd grensbeheer. De dienst fungeert dan ook als een nationaal coördinatie- en contactpunt en heeft een detectiesignaal, maar ook een adviesfunctie voor de betrokken overheden op het gebied van grensbeheer.
De dienst speelt eveneens een rol in de aanpak van de problematiek van transmigratie door middel van datacollectie, maar ook -analyse, de big data. Die is voornamelijk gericht op de verbetering van de beeldvorming over de problematiek, wat vervolgens kan worden vertaald in het Nationaal Veiligheidsplan. Het gaat zowel om de beeldvorming inzake illegale grensoverschrijding en inklimmingen in havens, maar ook intercepties op het Belgische grondgebied. Soms zijn er safehouses van waaruit men telkens pogingen onderneemt om in te klimmen en dan te kunnen vertrekken. Die beeldvorming is dus uiteraard zeer belangrijk.
Het gebruik van nieuwe technologieën en nieuwe digitale toepassingen wordt daarbij ook verkend. Dat valt voornamelijk onder de herziening van de grenscontroleprocessen aan de Belgische buitengrenzen. Het gaat dan om e-gates, scanners, vingerafdruklezers en apparatuur om op een vlotte, maar wel deugdelijke manier grenscontroles te faciliteren en mogelijk te maken.
Het nieuwe systeem van IIS, zal allicht weldra en mogelijk gefaseerd in werking treden. We hebben dat immers besproken op de laatste Europese Raad. Dat ligt dus niet alleen aan België, want we hebben daarvoor een hele Europese samenwerking nodig. Het IIS-systeem zal hopelijk ook de controle faciliteren van wie in Europa binnenkomt en dan vervolgens opnieuw zou vertrekken. We nemen daaraan dus deel en zijn zelfs voorloper, maar niet alle landen waren klaar om dat IIS-systeem binnenkort al full-fledged te implementeren.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het zeer gestoffeerde antwoord. Cameraprivacy is zeer belangrijk, maar ik vind dat we toch moeten bekijken wat de mogelijkheden met de drones zijn, want men kan er de mensen op die bootjes mee redden van de verdrinkingsdood. We moeten heel goed bekijken wat we ter zake aan de wetgeving kunnen veranderen, natuurlijk altijd in combinatie met de privacy van de mensen. Dat staat buiten kijf.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Ik denk dat u gelijk hebt, wat de verhoogde samenwerking met andere landen betreft, met name Frankrijk en Groot-Brittannië, maar ik hoor u ook graag Nederland en Duitsland zeggen, want we zijn natuurlijk geen eiland. Dit is een grensoverschrijdende problematiek.
U verwees naar de gesprekken met de Home Secretary op hoog politiek niveau. Toen ik op het kabinet van staatssecretaris Francken werkte, zijn we met toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, naar Groot-Brittannië gegaan om daar te spreken. De moeilijkheid is dat de Home Secretary daar om de zoveel tijd verandert. Ik denk dat we in de volgende legislatuur opnieuw met de Britten contact zullen moeten opnemen, omdat de wissel van de wacht daar heel snel gaat. Het vraagt inspanningen van de ministers hier om dat te blijven doen.
Ik denk dat we voorts op innovatieve middelen moeten blijven inzetten. Een wettelijke basis is daarvoor noodzakelijk. Anders komt onze lokale politie in de problemen, terwijl ze gewoon gemotiveerd zijn om hun wettelijke taken uit te oefenen.
Een grote frustratie bij de mensen die deelnemen aan deze grootschalige acties is het tekort aan plaatsen in de gesloten centra. Zij houden de mensen in illegaal verblijf bestuurlijk aan, maar er zijn onvoldoende plaatsen in de gesloten centra zijn om daadwerkelijk tot terugkeer over te kunnen gaan. Ik denk dat daarop in de volgende legislatuur absoluut moet worden ingezet, zodat er daadwerkelijk gevolg kan worden gegeven aan al die bevelen om het grondgebied te verlaten en al het werk dat onze politiediensten daar, samen met alle andere diensten, uitvoeren.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, ik wens mijn andere vragen om te zetten of uit te stellen, omdat ik naar een andere vergadering moet.
De Europese top over asiel en migratie
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met 60.000 nieuwe illegalen sinds 2020 door falend asielbeleid, terwijl omringende EU-landen (Nederland, Italië, Polen) eigen strengere maatregelen nemen—terugkeerdeals, asielstops of externe opvang (bv. Albanië). Staatssecretaris De Moor wijst op het Europese migratiepact en partnerschappen met herkomstlanden (bv. Tunesië) als oplossing, plus mogelijke terugkeerhubs, maar stelt geen directe Belgische actie voor. Van Belleghem kaart aan dat België blijft talmen (regeringsformatie als excuus), terwijl andere landen al wetten aanscherpen, wat dreigt te leiden tot nog meer asielinstroom naar België. Kern: geen concrete Belgische maatregelen, enkel afwachten van EU-beslissingen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, sinds het aantreden van de vivaldiregering, op 1 oktober 2020, tellen we al 130.000 asielaanvragen. Omgerekend betekent dat 90 asielaanvragen per dag. Als men weet dat 60 % van de asielzoekers geen recht heeft op asiel en maar een op de vijf effectief ook terugkeert naar het land van herkomst, dan wil dat zeggen dat er sinds Vivaldi 60.000 nieuwe illegalen in dit land zijn.
In veel landen in de EU is intussen het besef doorgedrongen dat we niet kunnen rekenen op de EU om tot strengere asiel- en migratieregels te komen. Wat doen die landen dan? Die nemen zelf strengere maatregelen.
Nederland gaat voor de striktste asiel- en migratiewetgeving ooit. Italië stuurt zijn asielzoekers zelfs naar Albanië. Polen wil een asielstop. Hongarije wil niet langer gebonden zijn aan de Europese asiel- en migratieregels. Daarnaast zijn er nog meer landen die maatregelen nemen. Wat ze doen, komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer: ze wachten niet op de EU, maar ze nemen zelf maatregelen.
Weet u wat wij hier in België doen? Wij babbelen. We babbelen heel veel en zeggen daarbij niets. Het enige wat we zeggen, is dat de instroom van asielzoekers omlaag moet. U zegt dat altijd, mevrouw de staatssecretaris, en de premier zegt het ook, maar we nemen nooit concrete maatregelen.
Mijn vraag aan u is heel duidelijk. Zult u vandaag op de Europese top opnieuw babbelen en niets doen, of zult u concrete maatregelen voorstellen om de instroom van asielzoekers te beperken?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, vandaag en morgen worden er op de Europese top belangrijke besprekingen gehouden, onder andere over migratie.
Een van de zaken die de Europese Commissie naar voren schuift, is een versnelde uitvoering van het nieuwe Europese migratiepact. Ik vind het een heel goede zaak dat men sneller wil proberen te gaan. Het is dat pact dat we nodig hebben, het is dat pact dat onze interne Europese huishouding op orde zet.
Migratie beheren, begint natuurlijk waar de migratie zelf begint en daarom wordt er ook verder gesproken over partnerschappen met de herkomstlanden om irreguliere migratie tegen te gaan. We hebben vandaag verschillende van die partnerschappen, bijvoorbeeld met Tunesië. Die zorgen ervoor dat veel minder mensen de gevaarlijke overtocht maken.
Het kan daarbij geen kwaad om af en toe eens out of the box te denken, bijvoorbeeld over terugkeer. Ik ben nu al een aantal jaren bevoegd voor dit departement en we zien de terugkeercijfers jaar na jaar stijgen. We hebben een sterker terugkeerbeleid, maar we botsen stilaan op de limieten van wat we op Belgisch niveau nog kunnen doen. Er zijn nog steeds te veel mensen in onwettig verblijf die niet terugkeren. We mogen ons niet neerleggen bij een situatie waarin mensen weigeren om terug te keren en landen weigeren om hen terug te nemen.
De piste van de terugkeerhubs, waarover onder andere Commissievoorzitter von der Leyen nu spreekt, moeten we durven onderzoeken. We moeten dat debat open voeren. Er worden daarover vandaag nog geen beslissingen genomen. Dat ligt ook nog niet concreet op tafel en het is dus niet nodig om daarover al een concreet standpunt in te nemen, maar ik wil wel heel duidelijk zijn. We moeten dat debat aangaan, maar als we gaan voor een innovatieve aanpak, dan kan dat niet om het even hoe of om het even waar. Dat kan alleen als we mensen die vluchten voor oorlog of vervolging blijven beschermen en als we de verantwoordelijkheid voor hoe we met mensen omgaan in eigen handen houden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik noteer dat u vandaag opnieuw gaat babbelen. Er is dus altijd een nieuw excuus: eerst kon de vivaldiregering geen maatregelen nemen omdat de groenen in de regering zaten, nu kan de regering geen maatregelen nemen omdat ze in lopende zaken is, maar in de 131 dagen dat de arizonapartijen al aan het onderhandelen zijn, hebben Nederland, Polen, Zweden en Italië effectief al een striktere asiel- en migratiewetgeving aangenomen. Het gevolg daarvan zal zijn dat alle asielzoekers die anders naar die landen zouden gaan, naar hier zullen komen. We hebben dus geen tijd om te wachten op een nieuwe regering om maatregelen te nemen, want als al die asielzoekers naar hier komen, worden we letterlijk overspoeld.
De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in Libanon
De evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgische staatsburgers uit Libanon
De situatie van Belgen die nog in Libanon zijn
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten
Het oorlogsgeweld in Libanon
De steeds verdergaande bezetting van de Westelijke Jordaanoever
De rampzalige situatie in het Midden-Oosten
De steeds verdergaande schendingen van het internationaal recht door Israël
De zoveelste schendingen van het internationale recht door Israël
De aanval op een vluchtelingenkamp
De situatie in Gaza en de diplomatieke reactie van België
De situatie in Libanon
De situatie in Libanon
België en het escalerende conflict in het Midden-Oosten, Gaza en Libanon
Gesteld door
PTB
Ayse Yigit
Vooruit
Annick Lambrecht
CD&V
Els Van Hoof
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
MR
Michel De Maegd
PTB-PVDA
Nabil Boukili
VB
Britt Huybrechts
Vooruit
Annick Lambrecht
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
PS
Khalil Aouasti
Groen
Staf Aerts
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 16 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het actualiteitsdebat over het Midden-Oosten draait om de escalerende crisis in Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever, met focus op Belgiës diplomatieke en humanitaire rol. België pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, vrijlating van gijzelaars en humanitaire hulp, maar botst op Europese verdeeldheid (bv. Tsjechië, Duitsland) over sancties of een wapenembargo tegen Israël—waarvoor België wel steun uitspreekt, maar de bevoegdheid bij de gewesten ligt. Concrete acties (zoals sancties tegen kolonisten of opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord) blijven uit door gebrek aan unanimiteit in de EU, terwijl kritiek klinkt op dubbele standaarden (vs. Rusland) en Belgiës rol in wapentransit (Antwerpen, Luik). Humanitaire evacuaties (Gaza/Libanon) verlopen moeizaam door Israëlische blokkades, ondanks Belgische inspanningen.
Voorzitter:
Collega's, ik wil u alvast meedelen dat de minister geen einduur opgeeft. Oorspronkelijk was het geplande einduur van de vergadering 20.00 , maar de minister is bereid om langer te blijven, waarvoor dank.
Eerst staat er een actualiteitsdebat op de agenda. Het is belangrijk om de regels af te spreken. Er is een timer, dus u kunt perfect volgen. U krijgt twee minuten per vraag, met een maximum van vier minuten, ongeacht uw aantal vragen. Er wordt daarop strikter dan vroeger toegezien. Zo niet zou het debat oeverloos uitlopen. In vier minuten kunt u heel wat vragen stellen. In de plenaire vergadering beschikt u maar over twee minuten.
Als ik u het woord geef, stelt u al uw vragen na elkaar, binnen de vier minuten, waarna de minister antwoordt. Uit ervaring weet ik dat zij zich aan de tijd weet te houden. Indien u dat wenst, krijgt u daarna nog twee minuten voor een repliek.
De eerste vraagsteller, mevrouw Yigit, is niet aanwezig.
Collega's, in een actualiteitsdebat mag u aansluiten als u geen vraag hebt ingediend. U hebt dan wel geen recht meer op een repliek. U kiest dus voor een vraag of een repliek.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, u wordt al weken bevraagd over de situatie in het Midden-Oosten na de toegenomen Israëlische agressie tegen Libanon, het blijvend geweld en de militaire aanvallen op de Westelijke Jordaanoever en de schijnbare onwil om tot een staakt-het-vuren te komen in Gaza, ondanks het gruwelijke leed van de burgerbevolking en duizenden doden. Noch de Israëlische regering, noch Hamas, noch Hezbollah respecteert het internationaal humanitair recht en het oorlogsrecht.
Nu het conflict met een grondoffensief van Israël in Libanon, een land dat al jaren van crisis naar crisis gaat, in een nog hogere versnelling is gezet, lijkt het tot een hoogtepunt te komen. Het conflict zal echter niet stoppen, maar enkel verergeren. Analisten voorspelden dat al maandenlang en ook uw eigen diplomaten gaven al aan dat Netanyahu een noordelijk front zou openen.
Ik laat mijn vorige vragen achterwege, want de actualiteit verandert elke dag. De afgelopen dagen is er een verontrustende escalatie in Gaza aan de gang, die in zekere mate onder de radar blijft door de aanhoudende Israëlische operatie in Libanon. Het Israëlische leger heeft opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor het noorden van Gaza. In centraal Gaza werden onlangs een VN-school en een ziekenhuis getroffen, met talloze burgerslachtoffers tot gevolg. Volgens rapporten van de WHO en andere bronnen blijft de humanitaire situatie dramatisch verslechteren. Die gebeurtenissen, waaronder het bombardement op het Al Ahliziekenhuis, onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen.
Josep Borrell sprak daarover zijn afschuw uit en riep op tot respect voor het internationaal humanitair recht.
In dat kader is er groeiende steun voor een Europees wapenembargo tegen Israël, een voorstel dat recent nog kracht werd bijgezet door president Macron. Tegelijk zien we echter verdeeldheid binnen Europa over dat punt, vooral bij Duitsland. België heeft eerder al aangegeven voorstander te zijn van een dergelijk embargo. Daarover heb ik enkele vragen.
Mevrouw de minister, hoe zal ons land zich inzake het wapenembargo positioneren tijdens de komende Europese Raad? Bent u bereid om extra druk uit te oefenen op de Europese partners om een gezamenlijk wapenembargo te realiseren?
De voorzitster : Mevrouw Lambrecht, u bleef perfect binnen de toegekende spreektijd.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, mijn eerste vraag gaat over de evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza. Via de media vernamen we dat nog honderden Belgische burgers en rechthebbenden vastzitten in de Gazastrook. Sinds Israël op 7 mei de grensovergang met Egypte bij Rafah heeft overgenomen en gesloten, is het voor hen vrijwel onmogelijk geworden om het gebied te verlaten. De enige optie is vertrekken via de door Israël gecontroleerde overgang bij Kerem Shalom, maar die staat alleen open voor humanitair personeel en een beperkt aantal ernstig gewonde of zieke personen.
Volgens verschillende ngo's is een evacuatie via die grensovergang naar Egypte of Jordanië moeilijk, tenzij en op voorwaarde dat de Belgische overheid een officieel verzoek indient bij Israël en voorafgaand het akkoord verkrijgt van de Jordaanse of Egyptische autoriteiten.
Mevrouw de minister, wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de communicatie tussen België en Israël, specifiek over de coördinatie voor het vertrek van die mensen via de grensovergang van Kerem Shalom?
Mijn volgende vragen sluiten aan bij die van mevrouw Lambrecht.
Er is op 14 oktober een vergadering geweest van de Raad Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten, vooral in Libanon. Het is belangrijk dat wij wegen op het Europese standpunt inzake dit conflict. Het is belangrijk dat wij weten welk standpunt België op dit moment verdedigt, nu de regering in lopende zaken is. België is bovendien lid van de VN-Mensenrechtenraad. Daar moet het alle schendingen van het internationaal recht duidelijk en bij naam veroordelen.
Ik heb hierover enkele concrete vragen. Welke maatregelen zijn er bepleit door België inzake de situatie in Gaza? Welke maatregelen zal België in de toekomst bepleiten in de Europese Raad inzake de Westelijke Jordaanoever en Libanon?
Hoe zit het met het instellen van een verbod op handel met illegaal bezette gebieden, gelet op de resolutie van de VN-Veiligheidsraad ter zake? Komt er een Europese coalition of the willing? Steunt u de oproep van 11.11.11 tot onmiddellijke oprichting van een VN-onderzoekscommissie voor Libanon?
Nabil Boukili:
Madame la ministre, je vous pose ma question aujourd'hui après un an de génocide contre le peuple palestinien. Il s'agit d'un génocide planifié et méthodique, d'un nettoyage ethnique qui est pensé depuis longtemps et exécuté aujourd'hui par l'armée israélienne d'occupation. C'est un génocide lors duquel des journalistes ont été assassinés pour qu'ils ne rapportent pas l'information, pour cacher la brutalité et la barbarie de ce que fait l'armée israélienne à Gaza. On a vu aussi une planification de nettoyage ethnique en Cisjordanie avec un renforcement de la colonisation, un renforcement et un surarmement des colons et encore des morts en Cisjordanie. Tant que les yeux sont rivés sur Gaza, on oublie ce qui se passe en Cisjordanie. Or l'atrocité n'y est pas moins importante.
Aujourd'hui, avec la situation au Liban, on se rend compte que le projet de l'armée israélienne est clair. Cela a d'ailleurs été démontré par plusieurs experts et par la BBC. Elle aussi, sur la base de déclarations d'anciens ministres et de ministres actuels, a évoqué la planification de ce qui se fait aujourd'hui – mais aussi ce qui s'est fait bien avant le 7 octobre – pour récupérer des territoires libanais et palestiniens et pour aller vers le projet colonial israélien prévu. Cette situation, nous ne pouvons pas l'accepter. Mais, malheureusement, si Israël arrive à exécuter son projet génocidaire et son projet de colonisation, c'est parce que et seulement parce qu'Israël a un soutien inconditionnel des pays occidentaux, des États-Unis et de l'Union européenne.
Les États-Unis, parce que les Etats-Unis fournissent les armes qui tuent au Moyen-Orient. Plus de 20 milliards d’euros d’armes sont exportées par les États-Unis. Et l’Union européenne, parce qu’elle n’est pas seulement un partenaire économique d’Israël. Non, l’Union européenne fait d’Israël un partenaire privilégié, parmi toutes les autres nations, dans ses relations économiques, à travers l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël.
C’est une honte, madame la ministre. C’est une honte que les pays qui vont faire la guerre dans tous les coins du monde pour défendre la soi-disant démocratie et les droits humains, aujourd'hui sont complices du génocide au Moyen-Orient.
Trente pourcents des armes reçues par l’État d’apartheid sont exportées par l’Allemagne. Une grande partie de ces exportations passe par le port d’Anvers. Les armes américaines transitent par l’aéroport de Liège.
Madame la ministre, ma question est très simple. Quand allez-vous imposer un embargo militaire sur le transit et l’exportation d’armes qui contribuent à tuer la population palestinienne, avec ses femmes et ses enfants, et qui contribue à les "génocider" aujourd'hui?
Britt Huybrechts:
Mevrouw de voorzitster, ondertussen is de repatriëring van Belgen uit Libanon gestart. Het Vlaams Belang vindt het goed dat we onze mensen terug naar België brengen, maar blijft wel enkele bedenkingen hebben. Ik kreeg enkele weken geleden, in de plenaire vergadering, geen antwoord op mijn vraag naar de opstart van de screening van die Belgen op vormen van radicalisering of eventuele connecties met terroristische organisaties zoals Hezbollah, Hamas enzovoort. Het is onze en hopelijk ook uw prioriteit om onze mensen veilig te houden in het buitenland, maar zeker ook in het binnenland. We mogen geen buitenlandse conflicten importeren. In het verleden hebben er nog repatriëringen plaatsgevonden, zoals in Afghanistan. Daar zijn toen zeer grote fouten begaan, waaruit we maar beter lessen kunnen trekken.
Daarom heb ik enkele vragen voor u, mevrouw de minister.
Hebt u zicht op hoeveel Belgen er nog in Libanon verblijven en hoeveel er wensen terug te keren? Wat is daarin het aandeel van de dubbele nationaliteiten? Zijn het alleen maar Belgen of zitten er tussen de mogelijk gerepatrieerden ook erkende vluchtelingen?
Tijdens de operatie Red Kite in Afghanistan bleken er tussen de gerepatrieerden ook vakantiegangers te zitten. Kunt u met deze repatriëring garanderen dat dat niet zal gebeuren? Hebt u een draaiboek klaarliggen met de lessons learned van de chaotische evacuatiemissie uit Afghanistan? Zijn onze diplomatieke diensten in Libanon voorbereid op dat scenario? Heeft men geleerd uit al de administratieve fouten die gebeurd zijn tijdens de evacuatie uit Afghanistan?
Hebt u een plan klaarliggen om de geëvacueerde landgenoten te screenen op radicalisering of op contacten met terroristische organisaties zoals Hezbollah of andere? Bent u van plan om deze screening verder op te volgen?
Tot slot, hoeveel geld werd er voor het jaar 2023 voorzien voor Libanon? Welke projecten werden hiermee gesponsord? Idem voor 2024, kunt u garanderen dat het geld is terechtgekomen bij de doelen die u voor ogen had en niet bij terroristische organisaties?
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik wil focussen op een aantal nieuwe zaken die recent zijn gebeurd, zoals de aanval van het Israëlische leger op het hoofdkwartier van de VN-blauwhelmen van de UNIFIL-missie in Libanon. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Die aanval op de VN kan echt niet door de beugel. Heeft de VN maatregelen genomen na de aanval op UNIFIL?
Over welke militaire steun hebben de zuidelijke Europese landen het in de MED 9-verklaring? Welke steun zullen ze aan het Libanese leger geven? Werd dat op Europees niveau besproken? Zo ja, wat is het standpunt van België ter zake?
Staf Aerts:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik heb verschillende vragen, over Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever.
De situatie in Gaza werd al uitvoerig geschetst: 42.000 dodelijke slachtoffers, onder wie heel veel kinderen en heel veel burgerslachtoffers. Dat toont aan dat er een gigantisch probleem is. Het internationaal recht wordt continu met voeten getreden. Ik wil verwijzen naar de verklaring van de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Martin. Hij stelt dat de Israëlische aanval op het vluchtelingenkamp Jabalia in Gaza een oorlogsmisdaad is en dat de internationale gemeenschap elk drukkingsmiddel tot haar beschikking moet gebruiken om Israël onder druk te zetten om deze oorlog te stoppen.
Hoe kijkt u naar die uitspraak van uw Ierse collega? Staat u er erachter? Indien niet, waarom niet? Welke concrete drukkingsmiddelen kan België volgens u inzetten om te proberen die oorlog te stoppen en mensen terug aan de vredestafel te krijgen?
Verschillende mensenrechtenorganisaties verwijzen ook naar de nieuwe aanval op het noorden van Gaza als een geplande etnische zuivering. Ze hebben het namelijk over het Generals' Plan , dat opgesteld werd door de voormalige Israëlische veiligheidsadviseur. Hoe kijkt u naar dat etnischezuiveringsplan? Hoe beoordeelt u dat? Welke stappen kunnen we zetten om dat te stoppen?
Israël valt momenteel ook civiele infrastructuur in Libanon aan. Men heeft het daar over een 'Gaza 2.0'. Er vielen reeds 2.000 doden en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hoe veroordeelt u de aanval op die civiele infrastructuur? Kunnen we het EU Global Human Rights Sanctions Regime toepassen op de situatie in Libanon?
We zijn nu dus bij mijn vragen over Libanon aanbeland.
Welke stappen hebt u al gezet om een staakt-het-vuren af te dwingen? Hebt u aan uw Tsjechische collega laten weten dat België zeer ontevreden is over hun belemmerende houding met betrekking tot de Europese oproep voor een onmiddellijk staakt-het-vuren? Tsjechië houdt die immers tegen.
Voorziet u de mogelijkheid om extra humanitaire middelen naar Libanon te sturen? Neemt u actief deel aan de discussie om een Europees wapenembargo tegen Israël in te stellen?
Ik wil het tot slot nog hebben over de Westelijke Jordaanoever. Daar breidt Israël zijn nederzettingen nog steeds uit, hoewel de VN dat heel duidelijk veroordeelt. Ons land heeft die resolutie ook gesteund. Hoe zult u daar sancties tegenover stellen? De politiek van zachtjes zeggen dat het niet oké is, werkt immers niet. Is het niet tijd om ernstigere stappen te zetten en met straffere maatregelen te komen, zoals het associatieregime? Hoe kijkt u daarnaar?
Rajae Maouane:
Madame la ministre, beaucoup de choses ont été dites, dont je ne répéterai pas l'essentiel, mais nous nous trouvons à présent face à une escalade sans précédent depuis plus d'un an, dont le niveau d'horreur a été rarement atteint dans l'Histoire de l'humanité. De plus en plus de juridictions et d'organisations parlent de génocide qui se déroule sous nos yeux: des populations sont déplacées, des civils massacrés, des enfants abattus, des patients brûlés vifs. C'est une réalité insoutenable qui se déroule sous nos yeux.
Je souhaite vous poser plusieurs questions au sujet de la situation tragique au Liban, mais aussi à Gaza, ainsi qu'à propos des positionnements diplomatiques de la Belgique.
Madame la ministre, pourquoi n'avez-vous pas encore réclamé des sanctions internationales immédiates contre les responsables des frappes qui ciblent des enfants et civils innocents? Je me réfère, en l'occurrence, au récent massacre dans un camp de réfugiés.
Quand la Belgique imposera-t-elle un embargo sur les armes à destination d'Israël?
Comment garantir la protection des civils, en particulier des enfants, alors même que des centres humanitaires, des écoles et des camps de réfugiés sont pris pour cible?
Nous connaissons votre engagement en faveur des droits humains, mais comment expliquer l'absence de prise de position publique ferme face à cette crise humanitaire, alors que des pays comme la Chine, qui ne sont pourtant pas des modèles sur le plan des droits humains, ont osé prendre leur téléphone et contacter leur homologue israélien?
De plus, nous attendons que la Belgique joue un rôle actif pour mettre fin à cette tragédie humanitaire. Partagez-vous l'analyse selon laquelle ce qui se passe aujourd'hui au nord de Gaza constitue un nettoyage ethnique, voire un génocide? Dans le cas contraire, pourquoi?
Par ailleurs, nous savons qu'Israël a fait preuve d'une agressivité sans précédent à l'égard des Nations Unies en attaquant à plusieurs reprises des Casques bleus et en interdisant au Secrétaire général de l'ONU d'entrer sur son territoire. Quelles mesures avez-vous prises pour y mettre fin? Comment vous positionnez-vous contre ces offensives visant les Nations Unies, qui menacent gravement l'ordre international et les fondements mêmes du droit humanitaire?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Madame la ministre, je suis très heureuse de la couleur que vous portez (la ministre porte une robe rouge) et j'espère que c'est une prémonition.
Les vives tensions qui ont lieu au Proche-Orient, depuis maintenant plus d'un an, nous offrent un spectacle de débâcle et de désolation. Le gouvernement israélien, malgré les nombreuses mobilisations de ses citoyens, n'a de cesse de provoquer des pertes civiles massives et répétées dans des proportions qui ne font plus douter de l'absence de ciblage de ces frappes. Le bilan de cette opération est catastrophique: plus de 41 000 morts, les chiffres annoncés étant certainement sous-évalués. L'État d'Israël a également minutieusement organisé une catastrophe humanitaire en bloquant physiquement l'accès de quasiment toute aide et, bien sûr, celui des journalistes, pour ne pas que ses mensonges quotidiens puissent être contredits.
Les crimes de guerre sont répétés et délibérés. M. Nétanyahou a beau clamer que ses opérations sont ciblées, son offensive est en réalité un carnage. Nous dénombrons 90 % de victimes collatérales et le droit international humanitaire n'est pas respecté. Comme il n'y a plus rien à détruire à Gaza, M. Nétanyahou est maintenant prêt à sacrifier les derniers otages.
Il met en œuvre la même stratégie au Liban, en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Le bilan humain y est également catastrophique: plus de 2 000 personnes ont été tuées depuis octobre 2023. Parmi ces victimes, nous dénombrons de nombreux civils, dont 127 enfants, selon le ministère de la Santé. À cela s'ajoute le drame des déplacés. Leur nombre a dépassé le million, soit près d'un cinquième de la population. Les centres d'hébergement d'urgence sont saturés. Des milliers de familles avec des enfants en bas âge dorment dans la rue. Elles ont quitté leur maison en laissant tout derrière elles pour fuir les bombardements israéliens.
Madame la ministre, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin l'État palestinien? Quand la Belgique compte-t-elle enfin imposer des sanctions et se positionner à cet égard au niveau européen? Qu'en est-il de la position de la Belgique par rapport à la suspension de l'accord d'association avec Israël?
La Belgique s'est engagée à dégager des moyens humanitaires pour la prise en charge des déplacés et à augmenter les moyens de B-FAST mais quand mettra-t-elle en place un soutien de la Protection civile?
Des facilités consulaires, telle la demande de visa en ligne, sont-elles envisagées?
La présidente : Monsieur Cornillie, vous souhaitez intervenir. Je vous donne la parole.
Hervé Cornillie:
Madame la présidente, madame la ministre des Affaires étrang è res, beaucoup de choses ayant déj à été dites, j'irai droit au but.
Le Mouvement Réformateur est constant et clair sur cette question: nous voulons une plus grande implication de l'Union européenne tant sur le volet diplomatique que sécuritaire au sens large, parce que c'est avec ce poids-l à et à cette échelle-l à que nous pourrons mieux atteindre nos objectifs, à savoir: rapatrier de façon coordonnée nos ressortissants des zones à risques – priorité évidente pour la Belgique –; demander de façon répétée le cessez-le-feu avec une mission internationale de surveillance; exiger la libération des otages prisonniers à Gaza et le retour des dépouilles; fournir une aide humanitaire appropriée à la veille de l'hiver. Il convient également de rappeler qu'il n'a jamais fait aucun doute que la Belgique se range derri è re une exigence de solution à deux É tats, que seule la négociation et la reconnaissance d'un É tat palestinien gouverné par une autorité légitime et représentative viendra garantir. Sans compter le statut particulier de Jérusalem et le rôle symbolique de cette ville pour trois religions; elle accueille des lieux de culte représentatifs éminemment importants pour chacune d'entre elles. Il importe également, madame la ministre, de rappeler la coordination de nos actions avec les É tats arabes de la région. Cette coordination avec les É tats arabes de la région et les É tats voisins de ce pays est tout autant nécessaire que la coordination européenne.
Comment réagir à l'annonce des autorités israéliennes d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de son quartier général de Jérusalem? Les atteintes à l'encontre des représentants des Nations Unies sont inacceptables et intolérables. Nous devons, par ailleurs, dans ce contexte, convaincre les autorités israéliennes que la guerre se gagne aussi sur le terrain politique; je ne rappellerai pas la citation de Carl von Clausewitz. La guerre peut être évitée, il n'est pas nécessaire d'aller jusque-l à .
Si, à moyen terme, le premier ministre israélien ne parvient pas à proposer un r è glement crédible de la question palestinienne, son pays n'aura engrangé aucune avance sécuritaire, en ce compris pour ses propres citoyens. C'est donc une vraie interrogation.
Nous devons, en outre, lutter contre le financement du Hamas et du Hezbollah de mani è re plus décisive.
De voorzitster : Gelieve af te ronden.
Hervé Cornillie:
Oui, je termine, madame la présidente.
Madame la ministre, quels efforts ont-ils été faits en matière de financement de ces deux partis? Je dois en rester là.
La présidente : C'est un exercice!
Zijn er collega's die willen aansluiten bij de vraagstellingen? (Nee)
Mevrouw de minister, u hebt het woord.
Hadja Lahbib:
Je vais peut-être d'abord présenter mon équipe, parce que il y a eu un changement. Je me réjouis de faire connaissance avec vous tous, puisque c'est la première commission des Relations extérieures que nous tenons. Je suis heureuse d'entendre vos préoccupations et je vais vous présenter mon équipe qui, elle aussi, est neuve. Nous avons Marc Pecsteen à ma droite, ambassadeur de retour de Genève, où il a suivi de près toutes les résolutions onusiennes entre autres. Voici Marianne Laruelle, qui est ma spécialiste du Moyen-Orient, et Emmanuel Rixhon, qui s'occupe de toutes les affaires consulaires et qui nous vient de Jérusalem. Il est du terrain et a suivi les choses de près. Nous avons donc une super équipe, comme vous le voyez.
Merci pour vos nombreuses questions sur le Liban et plus largement sur le Moyen-Orient, où se joue avant tout un drame humain, une escalade de la violence que nous avons dénoncée, il faut le rappeler, dès le premier jour. Nous nous sommes mobilisés pleinement après les attaques du 7 octobre et j'ai envie de dire, pour ceux qui n'étaient pas là, bien avant. En effet, j'avais mis le Moyen-Orient dans mes priorités, entre autres, de la présidence belge, parce que tous les marqueurs étaient déjà au rouge bien avant le 7 octobre, entre autres avec la violence de plus en présente en Cisjordanie. Et c'est précisément pour éviter un embrasement de la région que j'avais placé le Moyen-Orient dans mes priorités dès que j'ai pris mes fonction en 2022. Il me tient à cœur de remettre en perspective l'action que j'ai menée au nom de la Belgique. Je l'ai encore vérifié hier, puisque nous avions une réunion qui se tenait en marge du sommet GCC-Union européenne lors de laquelle les pays arabes du Golfe et ceux de l'Union européenne ont rappelé à quel point ils appréciaient la position juste et équilibrée que la Belgique a tenue depuis ces sanglantes attaques du 7 octobre.
La situation aujourd'hui est malheureusement dramatique mais, comme je l'ai dit hier, on ne perd pas espoir parce qu'on ne peut pas se le permettre. Il faut, aujourd'hui plus qu'hier, faire preuve de volonté politique pour parvenir à une solution durable pour permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre en paix et en sécurité. Je vous dis que n'avons pas perdu espoir parce qu'encore le 26 septembre dernier, nous étions partie prenante d'une coalition pour une solution globale à deux États qui a été lancée en marge de l'Assemblée générale des Nations Unies à New York.
L’urgence aujourd'hui est d’éviter un embrasement qui entraînerait toute la région dans la guerre. Vous le savez, un intense travail diplomatique est en train d’être mené par plusieurs États. Parallèlement à cet engagement diplomatique, nous venons bien sûr en aide aux populations qui sont durement éprouvées par la guerre par de l’aide humanitaire. Nous apportons également l’aide nécessaire à nos citoyens et ressortissants dans la région.
Comme vous le savez, à ma demande, le Conseil des ministres a adopté il y a deux semaines un ensemble de mesures graduelles pour venir en aide à nos citoyens au Liban. J’en profite pour remercier sincèrement et du fond du cœur les services des Affaires étrangères qui se sont mobilisés jour et nuit, sans compter leurs heures, pour venir en aide à nos ressortissants, et qui ont fourni un travail extraordinaire.
Staat u mij toe te beginnen met de situatie in het Midden-Oosten. De gebeurtenissen in Gaza, Libanon en Iran zijn nauw met elkaar verbonden en zorgen voor een zeer zorgwekkende situatie in de hele regio.
Iets meer dan een jaar geleden lanceerde Hamas een bloedige aanval op Israël, waarbij bij bijna 1.200 mensen omkwamen. Sinds 7 oktober 2023 hebben tienduizenden burgers het leven verloren en blijft de humanitaire situatie verslechteren.
La Belgique, je tiens également à le rappeler, a voté en faveur de la toute première résolution qui demandait un cessez-le-feu, une libération des otages et un accès humanitaire sans entrave. C'était le 27 octobre 2023, nous n'étions alors que huit pays européens à avoir cette position.
Nous continuons aujourd'hui, en ligne avec la majorité et parfois l'ensemble de l'Union européenne, à appeler toutes les parties à un cessez-le-feu immédiat au Liban et à Gaza et à la libération inconditionnelle de tous les otages, et à l'amélioration urgente de l'accès et de la distribution de l'aide humanitaire à Gaza. Cette proposition se retrouve d'ailleurs dans la résolution 2735 du Conseil de sécurité des Nations Unies adoptée le 10 juin dernier et, pour rappel, celle-ci propose un plan de paix en trois étapes assortie d'une garantie de cessation des hostilités, le retour des otages et la reconstruction de Gaza.
Cette position est, de fait, le reflet de ma conviction profonde. Toute poursuite de l'escalade militaire aura des conséquences désastreuses sur la sécurité et la stabilité de toute la région et de ses populations. Comme je l'ai dit et répété, il est temps que la diplomatie reprenne ses droits, que nous puissions enfin avoir un échange franc, direct, complet pour aller vers la compréhension de tous les tenants et les aboutissants qui sont en jeu. Il faut trouver des solutions, avoir des réunions avec les deux parties autour de la table et je m'attelle à cela en tant que ministre des Affaires étrangères depuis le début du conflit.
Certains d'entre vous ont évoqué des initiatives qui auraient été prises par la Chine. Je peux vous dire que je n'ai pas manqué d'appeler mes homologues, en l'occurrence tous ceux de la région, y compris mes homologues israéliens, pour les exhorter à tendre vers la paix, la reprise des négociations pour relancer les pourparlers et cesser la guerre.
Ce conflit, outre le fait d'être dramatique sur le plan humain, met en outre en danger – comme certains d'entre vous l'ont évoqué – l'ordre international et le multilatéralisme. Le dernier rapport de l'ONU de la commission d'enquête indépendante dénonce des crimes de guerre commis tant par Israël que par le Hamas. Une commission internationale indépendante de l'ONU affirme dans un autre rapport que les attaques infligées aux hôpitaux de Gaza depuis octobre 2023 répondent à "une volonté de punition collective".
Nos lignes rouges sont claires et elles sont connues. Israël comme le Hamas, et comme chaque partie à un conflit dans le monde – y compris d'ailleurs si cela se passe en Ukraine –, doivent respecter le droit international humanitaire. Nous ne pratiquons et ne tolérerons aucun double standard. Maintenir cette position et œuvrer à une paix durable, cela relève de notre crédibilité. C'est d'ailleurs ce que je défendais à l'ONU en septembre 2023, soit un mois – je tiens à le souligner – avant les attaques du 7 octobre. La Belgique devait d'ailleurs – je le dis d'ailleurs aujourd'hui avec beaucoup d'amertume – accueillir la première réunion pour relancer les pourparlers de paix. Cela s'appelait " The Peace Day Effort " et visait notamment une normalisation des relations entre l'Arabie Saoudite et Israël. C'était d'ailleurs une initiative lancée par l'Arabie Saoudite, l'Égypte, la Jordanie et l'Union européenne.
Peace Day Effort, het gezamenlijke initiatief van de Europese Unie en de Arabische landen, is geëvolueerd. Op 26 september nam België deel aan de lancering van de wereldcoalitie voor een tweestatenoplossing in New York. Zoals u weet beschouwt België deze oplossing als de enige haalbare manier om een einde aan dit conflict te maken. We hopen om in de nabije toekomst samen met de EU een bijeenkomst van de wereldcoalitie in Brussel te organiseren, met als doel vooruitgang te boeken richting vrede tussen de Palestijnen en Israëli.
Alors, non, nous ne perdons pas du tout de vue ce qui se passe en Cisjordanie, ni à Gaza d'ailleurs. Ce n'est pas parce que toute l'attention médiatique est attirée aujourd'hui par Beyrouth et ce qui se passe au Liban que nous perdons de vue ce qui se passe à Gaza ou en Cisjordanie.
La diplomatie belge a dénoncé les agissements du gouvernement israélien et des colons qui nuisent à l'instauration d'une paix durable. Nous finançons des ONG sur le terrain que j'ai d'ailleurs moi-même visitées en me rendant sur place. Elles monitorent la situation et veillent à ce qu'il n'y ait pas d'impunité.
Nous avons augmenté notre contribution à la Cour pénale internationale pour aider à mener des enquêtes sur les violences et établir les responsabilités de part et d'autre. En outre, nous avons aussi initié, au niveau des sanctions, avec la France et les Pays-Bas, des sanctions européennes contre des colons israéliens en Cisjordanie. En outre, de nouvelles sanctions sont en cours de négociation au niveau européen contre le Hamas aussi bien d'ailleurs que contre des colons violents. Nous condamnons tout usage de la violence, que ce soit par les groupes terroristes du Hamas, par le groupe Jihad islamique palestinien ou par des colons. Et je tiens à souligner au passage que, pour qu'il y ait sanction, il faut qu'il y ait unanimité au niveau du Conseil européen.
En ce qui concerne l'accord d'association Union européenne-Israël, la Belgique fait partie des États membres qui demandent la tenue d'une réunion d'association en particulier pour examiner le fameux article 2 qui parle du respect des clauses de droit humain. Il n'a pas été possible pour l'instant de trouver une date et un agenda qui conviennent à la fois à Israël et au Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne parce que, là encore, il faut qu'il y ait unanimité et il faut qu'il y ait l'accord sur les agendas.
Nombreux sont ceux qui me demandent ce que fait l'Union européenne et quelles sont les sanctions que nous prenons. Tant qu'il n'y a pas unanimité, nous sommes paralysés. Nous sommes divisés, il est vrai, mais c'est la réalité et c'est le reflet des différentes forces politiques en présence autour de la table du Conseil de l'Union européenne.
Je tiens à rappeler que la Belgique soutient le travail des Cours internationales ainsi que la mise en œuvre de leurs arrêts et avis. Comme vous le savez, tant la Cour internationale de Justice que la Cour pénale internationale se penchent sur le conflit israélo-palestinien.
België stemde voor de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om het advies van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren. Hierin werd verklaard dat Israël de Palestijnse gebieden illegaal bezet.
Ik pleit er op Europees niveau voor dat wij de nodige maatregelen onderzoeken om het advies na te leven, met inbegrip van de invoer van de producten uit de nederzettingen.
À l’heure actuelle, nous nous inquiétons du fait que la Knesset puisse passer des lois qui visent à désigner l’UNRWA comme une organisation terroriste. Ces lois visent à rompre tous les liens avec l’agence des Nations Unies et à la priver de l’immunité nécessaire à son fonctionnement. Ces projets de loi n’interdiraient pas seulement à l’UNRWA d’opérer en Israël mais criminaliseraient également l’organisation, ses activités ainsi que son personnel, aussi bien à Gaza, à Jérusalem-Est qu’en Cisjordanie.
Il s’agirait d’une attaque inacceptable contre l’architecture multilatérale, qui saperait non seulement l’assistance humanitaire indispensable sur le terrain mais également la solution à deux États. Ce point a été abordé lors du Conseil Affaires étrangères de l’Union européenne de ce lundi et le sera également lors du Conseil du sommet européen de cette semaine.
Beaucoup d’entre vous ont parlé de l’embargo sur les armes. Cette question revient régulièrement. J’y ai répondu à plusieurs reprises mais je tiens encore une fois à mettre les points sur les i. Nous avons pris, au niveau de la Belgique, des dispositions déjà en 2009, et qui ont été rappelées et resignées en 2016, qui visent à ne jamais contribuer à armer une partie à un conflit, quel qu’il soit. Cette disposition interdit à la Belgique d’armer une partie à un conflit.
Cela relève de la compétence des Régions. Je tiens une nouvelle fois à le rappeler. L’année dernière, il y a eu un débat suite à des découvertes qui auraient été faites par les médias de transit d’armes par l’aéroport de Liège, si je ne m’abuse. Des dispositions ont été prises par le gouvernement, sous Elio Di Rupo à ce moment-là, pour éviter tout transit d’armes sur notre territoire.
C’est de la compétence des Régions mais j’imagine, je suis quasi sûre – il faut leur demander, parce que le débat ne doit pas se mener ici, mais bien au niveau régional – que toutes les dispositions ont été prises.
In Libanon blijft Hezbollah raketten afvuren en hebben de Israëlische troepen hun operaties opgevoerd. Na de aanval op de biepers gingen de luchtaanvallen door en lanceerde Israël een grondoperatie in Zuid-Libanon. Die dagelijkse operaties zijn gericht op leden en instellingen van Hezbollah. Zij brengen echter ook heel zware schade toe aan de burgerbevolking. De humanitaire situatie in Libanon is dramatisch. Een groot deel van de bevolking is gedwongen ontheemd.
Er is Belgische medische humanitaire hulp naar Libanon gestuurd op verzoek van de Libanese autoriteiten. België zal humanitaire hulp blijven verlenen aan de burgerbevolking in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.
Je reviens brièvement sur les sanctions. Certains d’entre vous ont évoqué des sanctions qui auraient été refusées par certains pays de l’Union européenne, en évoquant la Tchéquie. De nombreux autres pays y étaient opposés, je ne veux donc pas jeter l’opprobre sur un seul pays, car il n’y avait pas que la Tchéquie qui était opposée à ces sanctions.
J’ai d’ailleurs pour habitude de ne pas commenter les positions des uns et des autres, qu’il s’agisse du ministre irlandais des Affaires étrangères, de la Tchéquie ou de la Hongrie. Nous formons une Union, nous sommes unis et devons absolument mettre tout en œuvre pour essayer de trouver des solutions et adopter des positions communes. C’est ce que nous avons pu faire pendant la présidence belge de l’Union européenne, et nous pouvons en être fiers, car nous avons alors eu l’occasion de faire une déclaration commune quant à la situation au Moyen-Orient. Nous devons donc continuer à être des créateurs de compromis et des constructeurs de ponts plutôt que des agents de division. Telle a toujours été ma position et je continuerai à la défendre.
Par ailleurs, vous avez souligné, à juste titre, les attaques des forces de défense israéliennes contre la force intérimaire des Nations Unies au Liban, la FINUL, attaques que la Belgique a d’ailleurs dénoncées. Là aussi, je vous invite à rester attentifs aux dénonciations et aux prises de position que nous prenons très régulièrement. Ces prises de position sont tout à fait ouvertes et sont publiées soit sur nos sites, soit sur nos comptes X.
En plus de dénoncer ces attaques, nous avons soutenu une déclaration au niveau européen afin d’exprimer la grave préoccupation des 27 É tats membres au regard des attaques qui ont blessé des Casques bleus de l’ONU en violation du droit international. Nous avons également réaffirmé notre soutien à la suite des attaques à l’encontre du Secrétaire général de l’ONU, Ant ó nio Guterres, ainsi que certains d’entre vous l’ont rappelé.
Au nom de la Belgique, j’ai appelé toutes les parties à respecter l’intégrité territoriale et la souveraineté du Liban, dans le respect de la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies ainsi que du droit international humanitaire. En outre, le 24 octobre prochain se tiendra à Paris une conférence sur l’aide humanitaire, à l’initiative du président français Emmanuel Macron. La Belgique participera bien évidemment à cette conférence internationale qui vise à soutenir le Liban à différents niveaux.
Le Liban a besoin de notre soutien en vue d’une désescalade, du respect de son intégrité territoriale, du renforcement des capacités militaires des forces libanaises, de même que pour faire face à l’urgence humanitaire.
Op 1 oktober heeft Iran voor de tweede keer in een jaar tijd meer dan 200 ballistische raketten op Israël afgevuurd. Het was een vergelding voor de dood van de leiders van Hamas, Hezbollah en de commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde. Israël kondigde aan dat het van plan was om vergeldingsmaatregelen te nemen en voerde zijn luchtaanvallen en militaire operaties op Syrisch grondgebied op. De Europese Unie en België veroordeelden de Iraanse aanval. Er zijn onlangs ook Europese sancties goedgekeurd voor de destabiliserende rol die Iran speelt in Oekraïne met zijn hulp aan Rusland.
Plus que jamais, à la vue de ces derniers développements, il est important de rappeler la position du gouvernement belge. Cette position est équilibrée, elle ne défend aucun camp, sauf celui de la paix qui doit être établie dans la région pour qu'enfin les deux peuples puissent vivre en paix et en sécurité.
J'en viens à l'aide que nous apportons à nos concitoyens dans la région et aux conditions dans lesquelles nous rapatrions nos concitoyens. Le SPF Affaires étrangères joue évidemment un rôle central dans la vie quotidienne de nos concitoyens à l'étranger. Nos diplomates, nos consuls, tous les collègues de la diplomatie belge effectuent un travail crucial dans des conditions très difficiles. Je tiens encore à les féliciter pour cela.
Pour ce qui concerne le screening des citoyens que nous ramenons sur notre territoire, ceux-ci sont pris en charge et passés en revue par la Sûreté de l'État, qui relève du SPF Intérieur. Je vous invite à lui poser des questions, mais sachez que toutes les mesures sont prises pour un screening en bonne et due forme.
J'en reviens au travail fourni par le SPF Affaires étrangères.
Een van de vele voorbeelden is dat Buitenlandse Zaken op 3 oktober meteen de nodige steun verleende aan twee journalisten van VTM die gewond raakten in Beiroet. De journalisten werden direct verzorgd in het ziekenhuis en onze post deed er alles aan om hen in staat te stellen het land te verlaten via de geassisteerde vlucht op 5 oktober.
Dans ce contexte, j'ai pris la décision de renforcer nos postes à Beyrouth en envoyant immédiatement un diplomate spécialisé dans la gestion de crise. Il est arrivé sur place voici quinze jours. Le 4 octobre, il a été rejoint par un second diplomate et une collaboratrice consulaire. Je renforcerai encore le poste à Beyrouth par un autre diplomate qui viendra les rejoindre dans un avenir proche, en vue de pouvoir suivre toutes les demandes consulaires qui sont introduites sur place.
Il est à noter que l'ambassade de Belgique à Beyrouth et sa section consulaire continuent de travailler normalement et traitent les demandes d'assistance qui émanent de Belges ou les demandes de visa qui proviennent de tous les ayants droit, tout en respectant les procédures en vigueur telles que l'introduction de visa par un bureau d'externalisation qui est subordonné à l'Office des é trangers, chaque fois que c'est nécessaire. Nous n'avons pas besoin de procédure en ligne, puisque tous nos services sont ouverts et accessibles, de même qu'ils se montrent à l'écoute de tous nos ressortissants sur place.
Plusieurs questions avaient déjà été posées en plénière au sujet de l'aide que nous fournissons à tous nos concitoyens qui désirent quitter le pays. À l'heure actuelle, nous estimons à quelque 1 500 le nombre de compatriotes qui se trouvent encore au Liban. Cependant, concernant le nombre de ceux qui souhaitent quitter le pays, je tiens à insister sur sa fluctuation permanente. De plus, il est très difficile à évaluer. En effet, pour le dire simplement, de nombreuses personnes s'inscrivent et demandent l'aide consulaire pour être accompagnées au moment de leur retour, mais dès que nous leur proposons de partir et que l'avion est prêt, il arrive régulièrement que plusieurs d'entre elles ne désirent plus s'envoler et préfèrent rester. Du reste, je tiens également à souligner que des vols commerciaux sont toujours disponibles. Pour vous citer un exemple, l'avion militaire que nous avons affrété n'a pas été rempli du tout, de sorte que nous avons pris d'autres nationalités à bord afin qu'un peu moins de la moitié de sa capacité soit remplie. Bref, nous avons tout mis en œuvre pour les rapatrier en toute sécurité, mais l'appétit manquait – pour le dire en termes diplomatiques.
Er opereren nog steeds commerciële vluchten, maar we kennen het exacte aantal niet van personen die Libanon op die manier verlaten.
Les services du SPF Affaires étrangères ont contacté tous les Belges qui se trouvent au Liban pour vérifier s'ils avaient besoin d'aide pour quitter le pays. Et dans le cadre du mécanisme européen de protection civile, nous avons offert, comme je l'ai dit, près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais. C'était, si ma mémoire est bonne, les vendredi 4 et samedi 5 octobre dernier. Ce 10 octobre, un vol militaire belge a eu lieu, sur lequel 240 places étaient disponibles. Il est revenu avec 111passagers, 58 Belges et leurs ayants droits, 41 Néerlandais, 11 Français et 1 Luxembourgeois. Excusez-moi pour tous ces détails, mais il est important que vous sachiez quelque peu comment cela se passe.
Finalement, il n'y a que 150 Belges qui ont quitté le Liban via nos vols assistés. Comme le prévoit la procédure, je le rappelle, tous les screenings sécuritaires ont été effectués au préalable par le SPF Intérieur.
Op de heenvlucht werd ook een B-FAST-hulpzending met medische apparatuur geladen als antwoord op een hulpverzoek van de Libanese autoriteiten. De medische apparatuur werd naar openbare ziekenhuizen vervoerd om aan de behoeften van de burgerbevolking te voldoen. Onze steun valt onder het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat instaat voor de coördinatie van de Europese hulp.
Nous continuons à suivre d'heure en heure et à soutenir les Belges, sur place, qui désirent rentrer en Belgique. Nous sommes prêts à tous les scénarios.
Madame Van Hoof, vous m'avez demandé quelles mesures concrètes ont été prises par la Belgique jusqu'à présent pour permettre aux ressortissants belges qui le souhaitent de quitter Gaza. Depuis les attaques de 2023, les Affaires étrangères ont remis aux autorités israéliennes, particulièrement au Coordinator of Government Activities in the Territories (COGAT) et aux autorités égyptiennes des listes de citoyens et de bénéficiaires belges pour demander leur évacuation.
Notre consulat à Jérusalem maintient un contact permanent avec les instances israéliennes que je viens de citer. En outre, nos postes au Moyen-Orient mènent des consultations de façon très régulière avec les autorités gouvernementales de la région, ainsi qu'avec d'autres acteurs sur le terrain, afin de trouver des solutions pour les personnes qui ne parviennent pas à quitter Gaza.
We hebben ook contact gehad met de families van de getroffenen in Brussel om de situatie op de voet te volgen en om zieke kinderen te evacueren.
On a d'ailleurs très récemment encore évacué de Gaza des enfants atteints du cancer. Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah par Israël le 7 mai dernier, aucun ayant droit n'a pu quitter Gaza. Il y a d'ailleurs toujours des ayants droit à Gaza. Après avoir pris connaissance de la correspondance entre l'ONG Gisha et le COGAT (Coordination of Government Activities in the Territories), nos services cherchent à clarifier les demandes précises de COGAT concernant l'évacuation via Kerem Shalom, en consultation avec les autres membres de l'Union européenne.
Il y a cependant toujours beaucoup d'incertitudes qui demeurent et COGAT n'a pas encore formulé à l'heure actuelle de propositions concrètes pour aider à cette évacuation. Évidemment, notre réseau diplomatique reste mobilisé et met tout en œuvre pour obtenir des informations et des directives claires pour pouvoir évacuer ces ayants droit de Gaza.
Dois-je encore rappeler la position de la Belgique? Elle est claire: nous demandons un cessez-le-feu, la libération de tous les otages, l'accès et la distribution de l'aide humanitaire en suffisance et la protection de toutes les populations civiles.
Il faut absolument que la diplomatie et le dialogue remplacent le bruit sourd des bombes et des armes. Les négociations diplomatiques sont à nos yeux la seule voie à suivre pour aboutir à une paix durable dans la région. Je pense que c'est notre vœu à tous, notre vœu le plus cher, et je continuerai bien sûr à me mobiliser jusqu'à la fin de mon mandat pour aider à faire avancer une solution pacifique.
Je sais que je pourrai compter aussi sur votre mobilisation à tous, sur les forces parlementaires ici présentes, pour contribuer à cette pacification de la région, puisque je pense qu'on est tous d'accord sur le fait que cette région souffre depuis trop longtemps, depuis trois quarts de siècle. Il est temps de faire la paix, de permettre aux Israéliens, aux Palestiniens, aux Iraniens, aux Libanais, de se projeter dans un avenir commun, pacifié, où chacun reconnaît à l'autre le droit d'exister. Je vous remercie.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Vanaf de eerste dag van het conflict was de positie van Vooruit helder: we staan altijd aan de kant van de burgerslachtoffers, alle burgerslachtoffers. Onze vragen kaderen dan ook in die houding.
Ik wil even terugkomen op het wapenembargo, waarvan u terecht hebt gezegd dat dat onder de bevoegdheid van de gewesten valt. Ik blijf bij mijn vraag of u de gewesten niet meer onder druk kunt zetten of met hen overleg kunt plegen. U hebt immers duidelijk aangegeven dat u daar, net als de Europese Unie, voorstander van bent. Ik heb u ook gevraagd om dat item aan te kaarten op de Europese Raad en druk uit te oefenen op de Europese partners. De gewesten bevinden zich dichter bij ons, dus ik herhaal mijn vraag om ook op hen druk te zetten.
We volgen volledig uw discours voor een staakt-het-vuren, voor de bevrijding van de gijzelaars, voor toegang tot humanitaire hulp en de hervatting van de dialoog en de diplomatieke onderhandelingen. Daarover bestaat een zekere consensus. Het thema van het wapenembargo blijft echter hangende en zou zeer snel aangepakt moeten worden. Zolang er massa’s wapens die richting uitgaan, is de kans op vrede nihil.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Eerst wil ik ingaan op de rechthebbenden en landgenoten die Gaza moeilijk kunnen verlaten. Vermits de druk op het noorden van Gaza heel erg toeneemt, is de vraag terecht. Als ik daar zou wonen, zou ik Gaza ook liefst verlaten. We moeten dus absoluut alles in het werk stellen om de mensen en landgenoten die daar recht op hebben te evacueren. Aan uw antwoord voel ik aan dat het niet altijd evident is bij het Israëlische agentschap COGAT. Ik hoop dat onze diensten al het nodige blijven doen om de rechthebbenden en landgenoten te evacueren.
U hebt nog eens de Belgische positie herhaald, een goede positie. In de afgelopen legislatuur hebt u moeite gedaan om de importban op de agenda te zetten. Het associatieakkoord kan alleen op Europees niveau worden opgeheven, maar het is goed dat België blijft benadrukken dat die vergadering georganiseerd moet worden, meer bepaald om in te gaan op artikel 2. Daartoe moeten we inderdaad met de Europese Unie en met Israël aan tafel zitten. Ik hoop dat het lukt en dat we druk blijven uitoefenen.
Daarnaast blijft de tweestatenoplossing overeind. Op dit moment escaleert de situatie alleen maar, maar dat maakt weinig indruk op de strijdende partijen – om Israël niet bij naam te noemen, dat ook gewoon doorgaat. België moet altijd blijven evalueren wanneer we een tandje bijsteken om de druk op te voeren, samen met andere gelijkgezinde staten.
Nabil Boukili:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous surprendre, elles ne sont pas convaincantes car elles ne sont que des paroles. Or je pense que pour agir aujourd'hui sur ce qu'il se passe l à -bas, il faut des actes forts. Donc, je veux bien que l'on fasse des réunions, des colloques, des meetings ou tout ce que l'on veut mais pendant ce temps-l à , un génocide est en train de se dérouler et nous, pays occidentaux, continuons notre accord d'association avec Isra ë l. Il n'a toujours pas été suspendu. Nous continuons à exporter des armes depuis l'Europe, elles transitent par notre pays. Alors certes, on rejette la responsabilité sur les niveaux de pouvoir mais lorsqu'il s'agissait de la Russie, vous n'avez pas cherché les niveaux de pouvoir. L à , tout le monde a été actif et s'est bougé.
Cette hypocrisie, ce deux poids deux mesures fait honte aux pays occidentaux, à l'Union européenne et aux É tats-Unis qui en est l'allié ou plutôt le patron car l'Union ne fait que suivre leur ligne. Vous nous dites qu'il y a eu des dénonciations et des condamnations depuis le début mais cela ne suffit plus. Il faut des actes. Vous nous dites qu'il y a de l'espoir mais comment peut-on avoir l'espoir d'un cessez-le feu? Comment peut-on avoir l'espoir de la concrétisation de la solution à deux É tats tout en étant complice de la colonisation? Nous finançons cette colonisation avec les relations économiques que nous entretenons avec Isra ë l! Nous sommes partie prenante.
Vous nous dites que la Belgique s'est toujours montrée équidistante par rapport au conflit. Mais non, c'est faux! Nous sommes partie prenante, nous commerçons, nous échangeons avec Isra ë l. Nous sommes une partie du probl è me. Tant que vous ne reconnaîtrez pas cela, madame la ministre, vous n'aurez pas de cessez-le-feu, vous ne r è glerez pas la situation parce que tant que l'on ne reconnaît pas sa propre complicité et la nécessité d'agir sur nos relations avec Isra ël, vous aurez beau attendre que Nétanyahou change d'avis en raison de telle ou telle déclaration de votre part. Ça ne change pas, ça ne marche pas. Il faut des sanctions et un changement de politique vis-à-vis d'Israël.
De voorzitster : Collega's, ik wil u vragen om u toch, in de mate van het mogelijke, aan de tijd te houden. Ik weet dat het niet steeds gemakkelijk is, het vraagt oefening. Graag vraag ik u om de tijdslimiet te respecteren.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat er nu wel screenings plaatsvinden. Voor de resultaten zal ik uw collega van Binnenlandse Zaken verder bevragen.
Het is ook goed om te vernemen hoeveel Belgen exact zijn teruggekeerd. Het is ook goed om te horen dat als er geen Belgen werden meegenomen, het burgers uit onze buurlanden betrof.
Ik heb geen antwoord gekregen met betrekking tot de dubbele nationaliteit van de Belgen. Ik hoop in een later stadium nog antwoord te krijgen op die vraag.
Ik ben zeer blij dat de diplomatieke diensten in Libanon worden versterkt. Dat is immers enorm belangrijk voor de verdere opvolging van deze repatriëring en om andere zaken voldoende correct en vlot te kunnen opvolgen.
Over de financiën van België naar Libanon zal ik verder uw collega van Ontwikkelingssamenwerking ondervragen. Ik hoop dat ik van hem nog wat details krijg over waar de gelden heen zijn gegaan en of die gelden goed besteed werden en dus niet in handen zijn gekomen van terroristische organisaties of erbij horende organisaties.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord.
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Vermoedelijk is niemand hier in de zaal tegen de grote lijnen die u hebt geschetst, namelijk het blijven geven van humanitaire hulp, een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing.
Vanuit mijn bekommernis dat een en ander voorlopig niet heeft geholpen, dring ik echter ook aan op sterkere acties. Ik zal één voorbeeld geven. Inzake humanitaire hulp hebben de Verenigde Naties ondertussen een extra noodkreet om noodhulp geslaakt. Zullen wij dan ook extra hulp bieden? Op die vraag heb ik vandaag geen antwoord gekregen.
Een tweestatenoplossing is goed, maar de erkenning van Palestina is daar automatisch aan verbonden. Daarover meldt u vandaag niets, tenzij ik die passage heb gemist.
Ik zal nog één uitstap maken naar alles rond wapenhandel, omdat ik die materie in het Vlaams Parlement heel intensief heb gevolgd. Ik heb daarover heel veel vragen gesteld aan de minister-president, die daarvoor bevoegd was. Er is ondertussen een nieuwe minister-president. Zijn antwoord was dat de Vlaamse regering doet wat zij kan, maar dat de federale overheid in gang moest schieten.
Dat is nu exact hetzelfde als wat ik hier vandaag heb gehoord, namelijk een pingpongspel. De federale overheid heeft haar rol op te nemen. De Vlaamse, de Waalse en de Brusselse overheid hebben dat ook te doen. Elke keer opnieuw, ongeacht of ik nu aan de andere kant van de straat zit of hier, hoor ik dat het aan de andere overheid is om die rol op te nemen. Ik stel dan ook voor dat men dringend eens gaat samenzitten om samen en eendrachtig te beslissen dat er vanuit België geen wapen meer vertrekt, niet van de Luikse luchthaven, niet van de Zaventemse luchthaven en niet uit de Antwerpse haven. Het is nodig dat wij daar eendrachtig op inzetten in plaats van er telkens opnieuw op te wijzen dat het de verantwoordelijkheid van de overheid aan de andere kant van de straat is.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. En effet, la Belgique, par la voix de son premier ministre mais aussi par la vôtre, a toujours adopté une position volontariste, ainsi que je l’ai déjà souligné à plusieurs reprises. Il va sans dire que nous vous en félicitons.
Aujourd’hui, néanmoins, après les déclarations d’intention, ce sont les actes qui me laissent quelque peu sur ma faim. Ces actes semblent en effet en-deçà de l’urgence de la situation et des prises de parole. Aujourd’hui, le gouvernement israélien viole le droit international, viole le droit humanitaire et viole le droit de la guerre et, malheureusement, les sanctions se font cruellement attendre.
Je ne comprends toujours pas ce qu’il faut faire pour réclamer et obtenir des sanctions, qu’elles soient diplomatiques ou économiques. Il ne s’agirait là que d’une suite logique après les efforts diplomatiques que vous déployez depuis des mois. Ainsi, l’accord d’association avec Israël est toujours en cours, et nous pensons qu’avec les autres É tats européens, il faut véritablement intensifier les pressions en vue d’obtenir des sanctions, car c’est là le seul rapport de force que le gouvernement israélien semble comprendre.
Par ailleurs, j’entends bien que vous ne souhaitez pas commenter les propos de votre collègue irlandais en rapport avec le nettoyage ethnique à Gaza, mais le but de ma question était de savoir ce que vous en pensez, et je ne pense pas avoir obtenu de réponse de votre part.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je suis contente que la Belgique se positionne en faveur de la suspension de l'accord d'association. Vous avez parlé du calendrier, mais, pendant qu'on cherche des dates, il faut continuer à pousser l'Union européenne à régler ce problème. Au niveau des sanctions, je trouve qu'il y a une différence entre le traitement du conflit russo-ukrainien et celui de ce conflit. Le gel des comptes en banque russes était une sanction qui avait été prise par la Belgique et pas spécialement par l'Union européenne. Nous avons décidé de nos propres sanctions. Je m'attends au même traitement pour ce conflit. Concernant l'accueil des réfugiés ukrainiens, un statut de protection temporaire leur a été accordé, ainsi que des facilités pour l'accès à l'emploi, à l'aide sociale. Mais je ne vois pas qu'une aide similaire est donnée aux réfugiés palestiniens en Belgique. Même si cela ne relève pas de vos compétences, je voulais souligner ce deux poids deux mesures en fonction du conflit qu'on estime peut-être plus grave, ou plus proche de nous. Selon nous, pour qu'il y ait la paix dans cette région, il faut que l'État palestinien soit reconnu. Vous n'en avez pas parlé, mais vous avez évoqué deux pays et des négociations diplomatiques. Comment peut-on négocier avec un État qui n'est pas reconnu formellement? Comment peut-on parler de l'existence d'un État qu'on ne reconnaît pas? La reconnaissance de l'État palestinien résoudra ce conflit.
Palestijnse asielzoekers
Palestijnse terreurverdachten
De uitzetting van twee in Griekenland als vluchteling erkende Palestijnen naar Egypte
Het persbericht van Myria over de visumaanvragen van Gazanen
De asielaanvragen van Palestijnen in België
Palestijnse asiel- en migratiekwesties in Europa
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
PS
Khalil Aouasti
Groen
Matti Vandemaele
N-VA
Darya Safai
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de stijgende instroom van Palestijnse asielzoekers in België en de veiligheids- en erkenningrisico’s die daarmee gepaard gaan. Staatssecretaris Nicole de Moor bevestigt dat België disproportioneel veel Palestijnse asielaanvragen ontvangt (vaak via *M-statussen* na eerdere erkenning elders in de EU, zoals Griekenland) en dat de hoge erkenningsgraad (90% in 2024) te wijten is aan jurispudentie die UNRWA-bescherming niet langer als voldoende ziet, plus de humanitaire crisis in Gaza. Ze benadrukt individuele screening op veiligheidsrisico’s (samenwerking met Veiligheid van de Staat, politie) en dat terreurverdachten (bv. Hamas-leden) kunnen worden uitgesloten, maar verwijdering naar Gaza is nu onmogelijk. Kritiekpunten: Oppositieleden (Van Rooy, Safai) wijzen op potentiële radicalisering (onderzoek toont brede steun voor Hamas, sharia en antisemitisme bij Palestijnen), misbruik van het asielsysteem (groepserkenning in strijd met Genève-conventie) en gebrek aan strenge veiligheidschecks, terwijl Aouasti vraagt om duidelijkheid over terugkeerrisico’s naar Egypte en digitale visumprocedures voor Libanese familiehereniging. Vandemaele dringt aan op meer soepelheid voor humanitaire visa uit Gaza, maar de Moor houdt vast aan wettelijke kaders en wijst op bestaande digitale kanalen voor gezinshereniging.
Voorzitter:
Voor de nieuwe collega's verduidelijk ik eerst even dat we ook in de commissie met een klok werken, althans voor de mondelinge vragen en interpellaties. Voor een mondelinge vraag bedraagt de spreektijd twee minuten. Daarna volgt het antwoord van de minister, waarop u nog één minuut krijgt voor een repliek. Voor collega's die meerdere vagen hebben ingediend, wordt de spreektijd proportioneel verhoogd.
Sam Van Rooy:
Zes Palestijnse moslims van wie er vier in België verblijven en van wie er één een voormalig lid van Hamas is, hebben allicht via het islamitische hawalaprincipe op zeven jaar tijd tientallen tot honderden miljoenen euro’s versluisd naar de Palestijnse gebieden voor jihadistische terreur en dus allicht ook voor de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober in Israël. Een deel van de transacties werd uitgevoerd via cryptocurrencies.
Die zes staan nu terecht wegens deelname aan een terroristische groepering en het financieren van terrorisme. Het islamitische hawalasysteem is populair bij criminele netwerken en terroristische groeperingen. Een van de verdachten, Husam A., ook gekend als Abou Adam, geboren in Khan Younis in het zuiden van de Gazastrook, is gedomicilieerd in Sint-Joost-ten-Node en zou in België verantwoordelijk zijn voor een jihadistisch netwerk met mondiale vertakkingen. Hij staat aan het hoofd van het wereldwijde netwerk ‘De handelaren van Groter Europa’ op WhatsApp, dat ook actief is in andere landen waaronder Frankrijk, Syrië, Koeweit, Canada, Qatar, Turkije en Maleisië.
Mevrouw de staatssecretaris, in hoeverre was u op de hoogte van het vaak door criminelen en terroristen gebruikte islamitische hawalabanksysteem. In welke mate wordt dat in België gebruikt?
Hoe konden die Palestijnse verdachten in België verblijven? Waarom hebben ze destijds een verblijfsvergunning gekregen? Ik vraag dus meer toelichting over de zes verdachten met betrekking tot hun aankomst in België, hun procedure en hun verblijfsstatus.
Wat weten we over het jihadistische netwerk met mondiale vertakkingen waarvan sprake en in hoeverre werd het blootgelegd en opgerold?
Hebt u een idee hoeveel voormalige leden van Hamas en Hezbollah in België verblijven? Hoeveel sympathisanten van Hamas en Hezbollah wonen intussen in België?
Indien die zes Palestijnen worden veroordeeld, zullen zij dan hun verblijfsvergunning verliezen en het land worden uitgezet?
Tot slot – de belangrijkste vraag in het licht van deze zorgwekkende terreurzaak –, zal er een extra veiligheidsscreening gebeuren – ik kom daar dadelijk in mijn andere ingediende vraag op terug – van de Palestijnen die naar België komen en die al dan niet asiel aanvragen? Wat is het gevolg als een Palestijnse asielzoeker sympathie vertoont voor Hamas, voor de gewapende jihad en/of antisemitische sentimenten blijkt te hebben? Ik woon namelijk in Antwerpen, waar joden steeds meer bang zijn voor en steeds meer worden belaagd door antisemitische, vaak jonge, moslims.
Ik ga nu over naar mijn vraag over de grote groep Palestijnse asielzoekers die momenteel ons land binnenkomt. Uit cijfers van het CGVS blijkt dat Palestijnen sinds maart de grootste groep asielzoekers vormen in ons land. Die cijfers zijn best onrustwekkend: van januari tot juni van dit jaar hebben 2.500 Palestijnen bescherming gevraagd. In heel 2023 ging het om 3.249 aanvragen. Ook binnen het totale aantal asielaanvragen van 17.853 zijn Palestijnen de grootste groep.
Voorzitter:
Mijnheer Van Rooy, u zult moeten afronden, want uw vier minuten zijn intussen al verstreken.
Sam Van Rooy:
Het gaat hier heel snel, mijnheer de voorzitter.
Voorzitter:
Ik bepaal de snelheid van de tijd niet.
Sam Van Rooy:
Ongeveer 90 % van de Palestijnen komt uit Gaza. Ook in het licht van mijn vorige vraag over de terreurverdachten vraag ik uw reactie hierop. Waarom kiezen al die Palestijnen voor België en niet voor een ander land? Hoe geraken zij vanuit Gaza België binnen? Waarom is de beschermingsgraad zo hoog geworden? Tot slot, begrijpt u dat het toelaten van meer Palestijnen in ons land gelijkstaat met het binnenhalen van meer moslimfundamentalisme en antisemitisme?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, ce débat devait, à notre demande, porter sur la situation au Moyen-Orient, puisque c'est une question qui est plus globale et intrinsèquement liée.
Ma première question est liée à un événement spécifique qui s'est produit au cours de l'été. Il s'agit du renvoi de personnes palestiniennes qui ont été reconnues réfugiées dans un autre État européen – en l'occurrence la Grèce – vers le territoire égyptien. La presse et différentes organisations s'en sont émues en se demandant pourquoi et sur quelle base des personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un autre État européen sont renvoyées vers un État tiers et non pas vers cet État européen qui les a reconnues. Sur base de quelles conditions et suivant quelle analyse de risque cette décision est-elle prise? Quelle est l'analyse de risques qui est développée par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) pour pouvoir renvoyer des personnes vers l'Égypte, alors même que l'on sait que les conditions d'accueil et d'acceptation de ces personnes en Égypte sont désastreuses?
Ma deuxième question concerne le Liban. De nombreux Belgo-Libanais ou Libanais établis en Belgique nous indiquent l'effroi qu'ils ont pour leurs familles qui se trouvent encore sur le territoire libanais avec l'impossibilité pour ces personnes de pouvoir s'adresser à un poste diplomatique pour pouvoir demander un visa et venir en Belgique rejoindre leur famille. Quelles sont les procédures mises en place pour digitaliser ces processus et pour permettre à ces Libanais qui sont bloqués au Liban d'introduire des demandes de visas et de rejoindre leurs familles ici en Belgique?
Finalement, face à la guerre, nous ne nierons pas qu'il y aura un afflux de réfugiés. Quel accueil digne allons-nous leur réserver?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de situatie in het Midden-Oosten oogt erg somber en de toestand in onder andere Gaza is dramatisch. Scholen, ziekenhuizen en zelfs hele woonwijken worden verwoest. Een accurate beschrijving van de situatie aldaar is eigenlijk niet mogelijk. Gaza was al een openluchtgevangenis en is ondertussen misschien wel de minst leefbare plek op aarde.
Myria, het federaal migratiecentrum, publiceerde in juni een persbericht waarin het pleit voor meer soepelheid bij de indiening en behandeling van visumaanvragen voor Gazanen. Ook in zijn jaarverslag vraagt Myria bijzondere aandacht voor Belgen of familieleden van Belgen en mensen met een verblijfsrecht die vastzitten in Gaza.
Visumaanvragen voor gezinsherenigingen kunnen via e-mail worden ingediend en worden prioritair behandeld. Toch zijn er veel obstakels om die gezinshereniging mogelijk te maken. Zo is het bijvoorbeeld heel erg moeilijk om officiële documenten te verkrijgen en om de familieband te bewijzen. Een visumaanvraag om humanitaire redenen kan niet digitaal ingediend worden, waardoor mensen die in Gaza zitten geen toegang hebben tot die procedure. Humanitaire visa zijn een gunst en worden voornamelijk toegekend aan mensen met een familiale band of een andere link met ons land.
In een persbericht roept Myria de overheid dus op om in de nodige administratieve soepelheid te voorzien bij die visumaanvragen. Daarnaast vraagt Myria ook dat duidelijke, gecentraliseerde informatie beschikbaar is voor de mensen.
Mevrouw de staatssecretaris, bent u op de hoogte van dat persbericht? Ik veronderstel van wel. Myria stelt dat duidelijke, gecentraliseerde informatie nodig is. Hoe zal de Dienst Vreemdelingenzaken dat aanpakken?
In welke mate houdt de DVZ bij de behandeling van visumaanvragen voor gezinshereniging rekening met de ernst van de oorlog in Gaza? Hoe zal u voor die soepelheid zorgen? Waarom blijft het voor Gazanen met een band met België of met familieleden in ons land onmogelijk om humanitaire visumaanvragen digitaal in te dienen? Kan ook daar meer soepelheid worden toegepast?
Voor hoeveel Gazanen werd een visum voor gezinshereniging afgeleverd sinds 7 oktober 2023? Werden in de afgelopen maanden nog Gazanen geëvacueerd?
Mijnheer de voorzitter, mijn verontschuldigingen omdat ik de spreektijd met 20 seconden heb overschreden.
Voorzitter:
U hebt het perfect gedaan, bijna perfect.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het aantal asielaanvragen ingediend door Palestijnen is momenteel heel hoog. Voor de eerste acht maanden van 2024 staat de teller op 3.078 aanvragen. Dat fenomeen kan niet worden herleid tot de actuele oorlog tussen Israël en de terreurgroep Hamas in de Gazastrook. Egypte houdt zijn grens met Gaza immers hermetisch dicht. Enkel Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever kunnen naar het buitenland vertrekken. Ook leven grote gemeenschappen Palestijnen in buurlanden zoals Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon met een vluchtelingenstatus van de Verenigde Naties, evenals een onbekend aantal in Europa.
Niettemin kent het CGVS aan zo goed als elke Palestijnse asielzoeker het vluchtelingenstatuut toe. Concreet nam het die beslissing in 1.715 van de 1.898 gevallen in 2024. In geen enkel geval werd de subsidiaire bescherming toegekend. Dat werpt vragen op. Het vluchtelingenstatuut vereist dat een asielzoeker kan aantonen persoonlijk en individueel te zijn vervolgd. Het CGVS kende in 2024 evenwel dat statuut toe in negen op tien gevallen. Dat duidt erop dat het CGVS ter zake aan groepserkenning doet, wat in tegenspraak is met zowel de Belgische wetgeving als met de Europese kwalificatierichtlijnen en de Conventie van Genève zelf.
Daarom heb ik voor u de hiernavolgende vragen.
Kunt u ons een beeld schetsen van de herkomst van de Palestijnse asielzoekers in België? Aangezien Egypte zijn grensmuur met Gaza hermetisch dichthoudt, kunnen zij namelijk niet uit Gaza komen.
Bent u van plan de anomalie in het beschermingsbeleid, namelijk de praktijk van groepserkenning als vluchteling, aan te kaarten op een informeel overleg met het CGVS? Bent u van plan desgevallend beroep aan te tekenen tegen zulke erkenningen indien op uw vraag daarover geen bevredigend antwoord wordt gegeven? Dat beleid genereert immers een aanzuigeffect op België op een moment waarop wij reeds met een asielcrisis worstelen.
Ten slotte, hoe verloopt de veiligheidsscreening van die asielzoekers? Het kan immers niet worden uitgesloten dat sommigen onder hen sympathieën voor, dan wel een rechtstreekse betrokkenheid hebben met jihadistische terreurgroepen als Hamas en Hezbollah.
Voorzitter:
Het betreft hier een actuadebat. Wensen nog leden zich aan te sluiten? (Nee)
In dat geval geef ik het woord aan mevrouw de staatssecretaris.
Nicole de Moor:
Collega's, het is de eerste keer dat ik mondelinge vragen kom beantwoorden in het nieuw samengestelde Parlement. Ik wil u eerst en vooral dus allemaal welkom heten in deze commissie. Er zijn enkele bekende gezichten uit de vorige legislatuur, zowel onder de Parlementsleden als onder hun medewerkers, en er zijn zelfs medewerkers die Parlementslid geworden zijn. Proficiat. Ik ben blij u hier te ontmoeten.
Wij hebben in de vorige legislatuur altijd zeer boeiende debatten gehouden over het thema migratie. Ik ben ervan overtuigd dat wij die ook zullen kunnen houden in deze legislatuur. In de periode waarin ik hier nog ben als staatssecretaris in lopende zaken zal ik alvast mijn uiterste best doen om uw vragen te antwoorden.
Ik kom meteen bij de eerste vraag. De huidige situatie in Palestina is zeer complex. Zij zorgt voor verschillende vragen over uiteenlopende thema's. Ik zal mijn best doen om op alle vragen te antwoorden, al waren het er heel wat. Ik verontschuldig mij alvast omdat ik heel wat tijd nodig zal hebben om alle vragen te beantwoorden.
Mijnheer Van Rooy, wij stellen inderdaad vast dat er proportioneel gezien meer Palestijnse asielzoekers naar België komen dan naar andere Europese lidstaten. Het is altijd moeilijk om exact vast te stellen wat precies de beweegredenen zijn van individuen om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Het kan zeker meespelen dat er in België al een aanzienlijke Palestijnse gemeenschap aanwezig is. Als mensen kunnen steunen op een reeds aanwezig netwerk, op vrienden of familie bijvoorbeeld, merken wij dat zij vaker kiezen voor een land waar zo'n netwerk reeds aanwezig is.
Het klopt ook dat de beschermingsgraad van Palestijnse asielzoekers gestegen is in de afgelopen jaren. Een van de redenen hiervoor is juridisch-technisch. Voor 2021-2022 kregen Palestijnse verzoekers vaak geen asiel omdat zij al onder de bescherming van UNRWA vielen, de organisatie van de VN voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. Omdat zij al bescherming genoten van deze organisatie, moest België hen niet erkennen en bleven zij uitgesloten van de vluchtelingenstatus. In de voorbije jaren werd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter vastgesteld dat UNRWA niet altijd daadwerkelijk bescherming kon bieden aan Palestijnse vluchtelingen. Door toedoen van de rechtspraak kon het CGVS de uitsluitingsclausule ten aanzien van Palestijnen dan ook niet langer toepassen. Hierdoor steeg de beschermingsgraad voor Palestijnen dan ook aanzienlijk. Ook de huidige dramatische situatie in de Palestijnse gebieden zorgt er uiteraard voor dat het CGVS nog vaker oordeelt dat een terugkeer, zeker naar Gaza, niet veilig is.
Een ander fenomeen dat we vaststellen, is de stijging van het aantal Palestijnen dat in België asiel aanvraagt nadat ze al eerder asiel hadden gekregen in een andere lidstaat, meestal in Griekenland. Dat zijn de zogenaamde M-statussen. Ik vind dat echt problematisch. Ik organiseerde daarover al vaak overleg met mijn diensten en ook met Europese collega's om na te gaan hoe we dit kunnen tegengaan. Ik vind het immers niet rechtvaardig dat deze mensen soms ook een plaats in de opvang innemen, terwijl ze eigenlijk al bescherming in een andere Europese lidstaat genieten.
Ik besef zeker dat de situatie in Griekenland niet altijd evident is, maar ik kan u zeggen dat die bij ons ook niet evident is. Ons land wil zeker solidair zijn met oorlogsvluchtelingen – dat zijn Palestijnen vandaag –, maar het is niet normaal en ook niet houdbaar dat wij consequent de helft of meer dan de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen in de hele EU ontvangen. Elk land moet zijn deel daarin doen.
In het Europees Asiel- en Migratiepact worden een aantal mechanismen ingebouwd om een betere verdeling en solidariteit tussen de lidstaten te bekomen. Hierdoor kan in de toekomst worden vermeden dat de instroom van een bepaalde nationaliteit te zwaar zou wegen op het asielsysteem van een lidstaat. Het is dan ook cruciaal voor mij om ervoor te zorgen dat we deze nieuwe Europese regels zo snel mogelijk in elke Europese lidstaat uitrollen.
U zei dat het zeer moeilijk is om Gaza te verlaten, mijnheer Van Rooy, mevrouw Safai. Dat is daadwerkelijk zo. De grenzen van Gaza zijn sinds het conflict grotendeels gesloten, zowel aan Israëlische zijde als aan Egyptische zijde. Dat betekent dat Palestijnen die nu in Europa of in ons land aankomen vaak al eerder Gaza hadden verlaten.
Mijnheer Van Rooy, u had een vraag over de denkbeelden van Palestijnen. Ik kan u alleen zeggen dat het CGVS als onafhankelijke instantie elke asielaanvraag individueel beoordeelt, op grond van Europese en nationale wetgeving.
Personen die een veiligheidsrisico zouden vormen – mevrouw Safai, u had daarover ook vragen – worden grondig gescreend door onze diensten. Bij de registratie van een verzoeker om internationale bescherming door de DVZ worden veiligheidsscreenings in de verschillende databanken gedaan. De screening wordt ook uitgevoerd door de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politie. De verzoeker wordt gecontroleerd in het Schengeninformatiesysteem om na te gaan of hij geseind staat met het oog op weigering van toegang tot het grondgebied. In het geval van een eerdere aanvraag wordt ook de ANG van de politie geconsulteerd.
Wij nemen dus elke potentiële bedreiging bijzonder ernstig. Asielzoekers die een ernstig gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormen, kunnen dan ook van de beschermingsstatus worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor personen die actief militair waren in een terroristische groepering zoals Hamas. Ook zij kunnen van de vluchtelingenstatus worden uitgesloten.
Die initiële screening is niet definitief. De DVZ kan zijn partners op ieder ogenblik opnieuw contacteren om ze op de hoogte te brengen van een problematisch profiel, zodat een grondig onderzoek kan gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld na verklaringen van de verzoeker bij zijn interview bij de DVZ of op basis van informatie die wij krijgen van de gemeentelijke administratie, de politie en dies meer.
Mevrouw Safai, het feit dat er sprake is van een hoge beschermingsgraad van Palestijnen betekent niet dat er sprake is van groepserkenning. Het CGVS is een onafhankelijke instantie en elk dossier wordt individueel beoordeeld op grond van internationale en Europese normen. Het is niet omdat er veel Palestijnen erkend worden dat dit op groepsbasis gebeurt. Elk dossier wordt individueel beoordeeld. Als het CGVS vervolgens van oordeel is dat een persoon uit Gaza bescherming nodig heeft omdat hij zich in Gaza in een levensbedreigende situatie zou bevinden, dan heb ik niet de intentie om beroep aan te tekenen tegen die beslissing. Ik heb daarbij het volste vertrouwen in de grondige en onafhankelijke beoordeling van het CGVS. Wetend hoe de situatie in Gaza vandaag is, vind ik de hoge erkenningsgraad ook niet zo opmerkelijk.
Mijnheer Van Rooy, wat uw vragen over de zes individuele personen betreft, moet ik u meedelen dat ik niet bevoegd ben om deze te beantwoorden. Aangezien u nieuw bent in deze commissie, heb ik daar alle begrip voor. Ik denk dat u ook wel weet dat ik niet op al die vragen een antwoord kan geven. U peilt bijvoorbeeld naar informatie die de veiligheidsdiensten verzamelen en verwerken. Ik verwijs u daarvoor naar de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Andere vragen hebben betrekking op details uit individuele dossiers, waarover ik u evenmin informatie kan geven in deze commissie.
Ik kan u wel meedelen dat van de zes personen die u vermeldt er vier een vluchtelingenstatus hebben. Voor drie van hen vroeg de Dienst Vreemdelingenzaken de intrekking van hun statuut. In twee gevallen werd dit verzoek niet ingewilligd door het CGVS, dat onafhankelijk oordeelt. Een derde vraag tot intrekking is nog in behandeling. Een vijfde persoon verblijft onwettig op het grondgebied en zit nu in de gevangenis. Een zesde persoon bevindt zich niet in België.
Zoals daarnet al uitgelegd, gebeurt er altijd een screening wanneer iemand in België asiel aanvraagt en kan de screening op ieder ogenblik opnieuw gebeuren.
De federale vreemdelingenwet en het internationale vluchtelingenverdrag bepalen dat een aanvrager wordt uitgesloten van internationale bescherming als hij of zij verantwoordelijk is voor daden die zo ernstig zijn dat men geen internationale bescherming verdient. Bovendien mogen de bepalingen met betrekking tot internationale bescherming ook niet toestaan dat criminelen in hun eigen land aan berechting ontsnappen. Wanneer het CGVS dus tot uitsluiting besluit, dient het ook advies over een eventuele verwijdering uit te brengen.
Wat Palestijnen betreft, is het CGVS bijzonder aandachtig voor aanwijzingen die de toepassing van de uitsluitingsclausule rechtvaardigen. Indien er vermoedens zijn dat een uitsluiting nodig is, worden die dossiers aan gespecialiseerde protection officers toegewezen. Zij volgen deze dossiers dan op met de nodige expertise, zorg en aandacht.
In overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie is het louter behoren tot een groep die op een lijst van terroristische organisaties staat op zich niet voldoende om iemand uit te sluiten van het vluchtelingenstatuut. Het CGVS moet altijd kijken naar individuele en concrete handelingen van de betrokkenen. Het CGVS onderzoekt deze grondig. Bepaalde activiteiten van de personen die betrokken zijn bij deze terroristische groepering kunnen uiteraard aanleiding geven tot de toepassing van de uitsluitingsclausules. Zo heeft het CGVS onlangs bijvoorbeeld verschillende aanvragers van internationale bescherming uitgesloten die deelnamen aan de bouw van het tunnelnetwerk van de Al Qassambrigades – de gewapende vleugel van Hamas – dat cruciaal is voor het vermogen van de groep om militaire operaties uit te voeren.
U polst ook naar het geval waarin bepaalde informatie pas in een latere fase, dus na de toekenning van de vluchtelingenstatus, bekend wordt. Dat is een vraag naar de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor het verblijfsstatuut en de verwijdering. Die gevolgen hangen af van het precieze verblijfsstatuut dat de betrokkene heeft en de aard van de veroordeling. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om meteen de verblijfstitel van een erkend vluchteling in te trekken. Het is wel mogelijk om de intrekking van het statuut te vragen aan het CGVS, waarna ook het verblijfstatuut kan worden ingetrokken.
Als het vluchtelingenstatuut wordt ingetrokken door het CGVS, dan zal worden bekeken of het verblijf kan worden ingetrokken door de DVZ. Het is immers pas wanneer de betrokkene geen verblijfsrecht meer heeft dat een verwijdering kan worden onderzocht. Dat is ook afhankelijk van de bestemming waarnaar de betrokkene kan worden verwijderd. Indien de betrokkene bijvoorbeeld vandaag afkomstig is uit Gaza of van de Westelijke Jordaanoever, dan is het in de huidige omstandigheden niet mogelijk om een verwijdering naar die regio te organiseren. Als de persoon echter over verblijfsrecht beschikt of zou kunnen beschikken in een ander land dan België, dan kunnen de nodige stappen worden gezet om daarvoor reisdocumenten te verkrijgen.
Monsieur Aouasti, vous m’avez demandé des détails sur des dossiers individuels de certaines personnes qui ont été renvoyées en Égypte. Comme vous le savez, je ne peux pas donner ce genre de détails sur des dossiers individuels, mais je peux vous expliquer la procédure suivie, dans le respect, bien sûr, des droits des personnes concernées.
Tout d’abord, je tiens à rappeler que mes services agissent toujours dans un cadre juridique. Les fonctionnaires belges appliquent le droit international et européen en vigueur. Dans les deux dossiers, les actions de mes services ont été soumises à un contrôle judiciaire par le Conseil du Contentieux des é trangers (CCE).
Concernant les faits, les deux cas impliquent des passagers arrivant par vol commercial depuis l’Égypte à la frontière belge. À leur arrivée, l’inspection aux frontières a constaté que ces personnes ne remplissaient ni les conditions d’entrée, ni celles pour un séjour de courte durée. Elles se sont ainsi vu refuser l’accès au territoire.
Dans les deux cas, une demande d’asile a ensuite été déposée à la frontière. Les deux demandes ont été déclarées irrecevables par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA), cette décision ayant été confirmée en appel par le CCE. Les deux instances indépendantes disposaient de toutes les informations nécessaires, y compris le pays d’origine et de départ.
Conformément à la convention de Chicago relative à l’aviation civile internationale, les passagers ont été renvoyés dans leur pays de départ, à savoir l’Égypte, et bien évidemment pas dans le pays de nationalité, soit un pays tiers de leur choix.
Dans le cadre de l’aviation commerciale, le transporteur est responsable de la vérification des documents de voyage avant le départ. La convention de Chicago oblige les États membres, dont l’Égypte, à reprendre les personnes dont l’entrée a été refusée dans le pays de destination.
L’Égypte est signataire de la convention de Genève relative au statut des réfugiés et accueille de nombreux réfugiés et migrants de la région, dont les Palestiniens. L’Égypte était aussi le pays de résidence volontaire de ces deux personnes.
Tot slot, mijnheer Vandemaele, de situatie in Gaza is inderdaad nog steeds verschrikkelijk en verdient onze blijvende aandacht. Myria geeft ook terecht aandacht aan de kwetsbare groep Gazanen die vaak geblokkeerd zit aan de grens. De DVZ overlegt trouwens regelmatig over dit onderwerp met Myria en UNHCR. De laatste keer was dat op 24 september.
Er wordt binnen de grenzen van de wet gezocht naar allerhande manieren om tegemoet te komen aan problemen op het terrein. De modaliteiten voor het indienen van een visumaanvraag, zoals de indiening per mail voor gezinshereniging, zijn al lange tijd beschikbaar op de website van de DVZ en van de twee berokken regionale posten in Jeruzalem en Caïro. De informatie over evacuaties wordt ook gegeven door het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken.
Zoals u weet, zijn de voorwaarden voor een gezinshereniging wettelijk vastgelegd. Die criteria worden vandaag ook toegepast. Er wordt bij deze aanvragen bijzondere aandacht geschonken aan de bewijzen van verwantschap. Het is noodzakelijk om te controleren of iemand al dan niet aan de voorwaarden voldoet.
Een veralgemening van het indienen van een aanvraag voor een humanitair visum per mail is vandaag onwenselijk. Gezinshereniging is een recht dat in de wet wordt verduidelijkt, een humanitair visum is dat niet. Dat is een gunst waarvoor bij wet geen criteria zijn vastgelegd. Een dergelijke uitbreiding zou een enorme stijging van de werklast voor de diplomatieke en consulaire posten met zich meebrengen, ten koste van andere categorieën van aanvragers.
De statistieken van de de DVZ zijn gebaseerd op nationaliteit en niet op woonplaats. Ik kan u dan ook geen specifieke cijfers geven met betrekking tot de personen die afkomstig zijn uit Gaza. De situatie aan de buitengrenzen van Gaza is precair. Zoals ik al zei, is het volgens de DVZ sinds mei 2024 bijna niet meer mogelijk om de grens over te steken in Rafah. De personen die erin geslaagd zijn de Gazastrook te verlaten, hebben dit waarschijnlijk via een andere weg gedaan. Indien u daarover meer informatie wenst, raad ik u aan om te rade te gaan bij de minister van Buitenlandse Zaken.
Monsieur Aouasti, pour ce qui est de votre question concernant le Liban, o ù la situation est évidemment tr è s difficile et précaire, les procédures normales sont d'application aujourd'hui.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de staatssecretaris, vier islamitische Palestijnen die zich jarenlang bezighielden met jihadterreur, konden gewoon in België verblijven. De screening waarover u spreekt, heeft dus gefaald. Vandaag komen duizenden Palestijnse moslims zonder probleem naar dit land. Ze kiezen voor België, omdat ze weten dat ze hun antisemitisme hier kunnen botvieren en hun islam hier wordt gepamperd en gesubsidieerd. Ze kiezen voor België, omdat een hamasorganisatie als Samidoun in dit land wordt getolereerd.
De overgrote meerderheid van de Palestijnen, namelijk 72 %, zo blijkt uit onderzoek, staat achter de bloedige, jihadistische, genocidale aanslagen van 7 oktober. 89 % van de Palestijnen is voorstander van de sharia, inclusief steniging. 66 % vindt dat wie de islam verlaat, de doodstraf moet krijgen. 40 % van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Bijna de helft van de Palestijnen staat negatief tegenover ons, tegenover christenen. 93 % koestert negatieve denkbeelden, antisemitische denkbeelden over joden. 87 % van de Palestijnen vindt dat de vrouw steeds moet gehoorzamen aan haar man. 67 % vindt dat een vrouw niet mag scheiden van haar man.
Kom straks dus geen krokodillentranen huilen als er incidenten gebeuren. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer er jihadaanslagen worden gepleegd. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer weer maar eens blijkt dat het antisemitisme toeneemt en dat joden in onze samenleving, in ons land steeds meer angst hebben.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.
Je ne demandais pas d'entrer dans les dossiers particuliers mais de comprendre les mécanismes. Ce qui m'étonne dans les informations que vous me communiquez, c'est notamment le fait que les trois ressortissants palestiniens n'avaient pas le droit de court séjour en Belgique. D'après les informations dont nous disposons, ils étaient reconnus comme réfugiés en Grèce. Or les personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un pays européen et qui ont un titre de séjour dans un pays européen ont le droit, dans le cadre des territoires Schengen, de se déplacer, avec un maximum de 90 jours, dans l'espace Schengen. À partir de ce moment-là, considérer de facto que quelqu'un dont le séjour est autorisé dans un autre pays européen ne peut pas se déplacer en Belgique me paraît particulier.
Pour le reste, je n'ai pas eu d'information sur la manière dont on analysait le risque en cas de retour sur le territoire égyptien.
Enfin, en ce qui concerne les ressortissants libanais, vous avez indiqué que la procédure normale s'appliquait. Votre conception est-elle de considérer que la procédure normale est aussi une procédure digitale, comme l'exige désormais la jurisprudence belge?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, dank u voor uw antwoorden. Ik ben blij met uw erkenning dat de situatie in Gaza echt dramatisch is.
Uitzonderlijke situaties vragen een uitzonderlijk beleid. Vandaar onze vraag naar meer soepelheid. Het is inderdaad goed dat voor gezinshereniging de digitale toegangspoort bestaat, maar gezien de huidige specifieke situatie in Gaza zou het ook een goed idee zijn om daarin eveneens te voorzien voor de humanitaire visa. We vragen om daar soepel mee om te springen.
Op mijn vraag met betrekking tot de expliciete wens van Myria om over één gecentraliseerde plek met publieke informatie te beschikken, hebt u volgens mij niet geantwoord.
Nicole de Moor:
Alle informatie staat op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoorden. Een en ander is mij niet helemaal duidelijk. De betreffende personen komen niet uit Gaza, maar leefden al in een ander land in veiligheid. Het probleem is dat wij hen geen subsidiaire bescherming geven, maar meteen erkennen als vluchtelingen volgens de Conventie van Genève, terwijl die conventie nochtans bedoeld is voor wie individueel vervolgd wordt. Zo creëert men een aanzuigeffect. U hebt het correct benoemd: zij komen hierheen omdat ze hier vaak familie hebben of omdat hier soepele regels gelden. Dat is niet aanvaardbaar. Volgens mij kunt u beroep aantekenen bij de Raad van State om die hoge graad van erkenning tegen te gaan.
De uitspraken van de Hongaarse regering over immigratie en het Europese migratiebeleid
Het Hongaarse dreigement om illegale migranten en asielzoekers naar Brussel te sturen
Hongarije
De plannen van Hongarije wat het beheer van de migratiestromen betreft
Het Hongaarse dreigement om bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen
Hongarije en het Europese migratiebeleid, dreigementen en plannen
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische staatssecretaris Nicole de Moor veroordeelt Hongarije’s populistische dreiging om asielzoekers per bus naar Brussel te sturen als onacceptabele politieke chantage, bevestigt diplomatieke actie (contact met EU-Commissie, Hongaarse ambassadeur en lidstaten) en benadrukt dat de EU de Hongaarse asielwetschendingen via het Hof van Justitie moet afdwingen. Khalil Aouasti (PTB) kritiseert het gebrek aan harde reactie van BZ-minister Lahbib en betwijfelt het EU-migratiepact, terwijl Francesca Van Belleghem (N-VA) het pact als ineffectief bestempelt en pleit voor een Australisch model tegen illegale migratie. De Moor houdt vast aan EU-solidariteit en vertrouwen in het pact, maar waarschuwt dat Hongarije’s provocaties de EU-samenwerking ondermijnen. Kernpunt: Hongarije’s anti-EU-houding en Belgisch-Europese reactie op asielcrisis en rechtsstatelijkheid.
Voorzitter:
Monsieur Aouasti, vous avez droit à quatre minutes.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le président, mais je n'en aurai pas besoin puisque mes deux questions sont identiques et qu'elles étaient destinées à Mmes la ministre des Affaires étrangères et la secrétaire d' É tat. Je regrette que Mme la ministre se défausse sur Mme la secrétaire d' É tat pour répondre à sa place. En effet, les enjeux ne sont pas tout à fait les mêmes. J'aurais aimé entendre Mme Lahbib, mais j'entendrai donc Mme de Moor ici. Je la remercie déjà par avance pour sa présence et pour avoir accepté de répondre à nos questions.
Madame la secrétaire d' É tat, une nouvelle fois, le premier ministre hongrois et son gouvernement versent dans le populisme, les démarches xénophobes et anti-européennes en visant directement Bruxelles et, à travers elle, l'Union européenne. Afin de dénoncer la politique de solidarité européenne en matière d’asile et de migration, le gouvernement Orban a dit vouloir offrir aux "migrants illégaux" un aller simple gratuit en bus vers la capitale européenne. Face à cet énième écart au regard de ses obligations – qui furent, du reste, récemment négociées sous la présidence belge du Conseil européen –, vous avez réagi dans les médias pour marquer votre désapprobation. Vous avez indiqué avoir demandé au représentant de la Belgique auprès de l'Union européenne de s'entretenir à ce sujet avec son homologue hongrois. C'est la raison pour laquelle j'avais aussi adressé ma question à Mme Lahbib, afin de savoir comment les Affaires étrangères avaient réagi.
Madame la secrétaire d’ É tat, au sein du gouvernement, avez-vous pris contact avec votre homologue hongrois afin de dénoncer cet acte contraire au droit et à la solidarité internationale et qui, je suis désolé de le dire, sent la xénophobie?
Vous avez indiqué vouloir que la Commission européenne réagisse "avec fermeté et détermination". Quels contacts avez-vous (vous et la ministre des Affaires étrangères) pris en ce sens? Quelle a été ou sera la réponse des autorités européennes?
Plus fondamentalement, et alors que la Hongrie occupe actuellement la présidence tournante du Conseil de l’Union européenne, quelle position comptez-vous prendre afin de faire respecter les droits et devoirs – puisque la droite et l'extrême droite en parlent souvent – qui incombent à chaque É tat membre de l’Union européenne, y compris en matière de politique d’asile et de migration?
Voorzitter:
Merci, monsieur Aouasti. M. De Smet est absent.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, begin september dreigde de Hongaarse regering ermee bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen. Op 16 september hebt u op Twitter gemeld dat u een open en constructief gesprek had met de Hongaarse ambassadeur in de EU.
Mevrouw de staatssecretaris, wat is de laatste stand van zaken in de kwestie?
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, de Hongaarse regering dreigde er inderdaad mee, via haar woordvoerder en de staatssecretaris, om asielzoekers naar Brussel te brengen. Dat dreigement werd zelfs in beeld gebracht tijdens een persconferentie aan de Hongaarse buitengrens waar een rij bussen stond opgesteld met Brussel als veronderstelde eindbestemming.
Graag schets ik u nu, enkele weken later, nogmaals de context. De harde communicatie van Hongarije vloeit voort uit een Europese discussie. Hongarije onderhandelt namelijk met de Europese Commissie over een boete die werd opgelegd door het Europees Hof van Justitie wegens de niet-naleving van de Europese asielwetgeving. België komt daarbij in beeld, omdat de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel gevestigd is.
Laat ik duidelijk stellen dat wij niet kunnen noch zullen accepteren dat premier Orban en zijn regering ons op die manier afdreigen en politieke spelletjes spelen op ons grondgebied, bovendien op de kap van mensen die daardoor de valse hoop krijgen dat zij, eenmaal ze in Hongarije zijn, per bus naar Brussel worden gebracht.
Ik heb dan ook meteen de nodige stappen gezet om de Belgische belangen te beschermen en de situatie te ontmijnen. Ten eerste nam mijn kabinet onmiddellijk contact op met de Europese Commissie, zowel op administratief als op hoog politiek niveau. Ten tweede heb ik de Belgische permanente vertegenwoordiging bij de EU gevraagd om ten aanzien van de Hongaarse collega een demarche te ondernemen, wat nog dezelfde dag is gebeurd. Ten derde heeft mijn kabinet contacten gelegd met Hongaarse collega's en collega's van andere lidstaten. Ten slotte heb ikzelf de Hongaarse ambassadeur in België uitgenodigd voor een gesprek op mijn kabinet. De inhoud van diplomatieke gesprekken blijft vertrouwelijk, maar ik kan u meedelen dat de Belgische zorgen duidelijk en krachtig zijn overgebracht en dat daarop werd geantwoord.
Wij delen met Hongarije wel de analyse dat het in essentie om een Europese kwestie gaat, die dan ook op Europees niveau moet worden opgelost. Het komt de Europese Unie als hoedster van de verdragen toe om de naleving van de asielwetgeving in Hongarije af te dwingen en bij conflicten velt het Europees Hof een oordeel. Dat zijn de spelregels. Respect voor de Europese instellingen is wat mij betreft een minimumvereiste voor Europees lidmaatschap.
Des discussions de ces dernières semaines, il ressort que tant la Belgique que la Hongrie apprécient leurs relations bilatérales. Cependant, la coopération au sein de l'Union européenne et de l'espace de Schengen exige également une confiance mutuelle. J'ai insisté sur ce point à tous les niveaux. La Belgique fait confiance à la Hongrie, y compris dans son rôle actuel de présidence du Conseil de l'Union européenne; depuis le début de cette présidence hongroise, nous avons effectivement déjà eu des échanges fructueux. Toutefois, cette confiance établie ne doit pas être compromise car cela rendrait impossible la coopération au sein de l'Union intégrée. La Belgique demande donc que cette confiance ne soit pas rompue.
Cette discussion est évidemment liée aux réformes adoptées par l'Union européenne ce printemps sous la forme du pacte européen sur l'asile et la migration. Pour les pays situés aux frontières extérieures, un pacte qui fonctionne bien est crucial car il met fin aux transferts de responsabilité. Le pacte européen sur l'asile et la migration répartit les charges, tous les É tats membres montrant leur solidarité. Nous soutiendrons les pays des frontières extérieures en facilitant des procédures d'asile rapides et une meilleure gestion des frontières et nous prendrons également notre part en accueillant certains demandeurs d'asile.
J'ai confiance en ce pacte car il touche à l'essentiel: chaque pays contribue. Cela est également plus équitable pour un pays comme la Belgique qui est souvent la destination finale des flux migratoires secondaires.
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d' É tat, je vous remercie pour votre réponse.
Je ne partage pas votre optimisme sur le pacte à partir du moment o ù il a été poignardé dans le dos avant même sa naissance par ceux-là même qui occupent aujourd'hui la présidence du Conseil. Je pense par ailleurs que son contenu est plus que discutable; nous en avons débattu de manière approfondie voici quelques mois.
Ce qui est important à mon sens est que chaque État européen continue à assurer l'accueil et que ces États européens, pour des logiques purement internes et politiques, ne commencent pas à jouer l'absence de solidarité en prenant Bruxelles pour cible. J'attendais une réponse ferme de la ministre des Affaires étrangères. Elle est malheureusement absente; ce sera donc un silence au lieu d'une réponse.
J'entends que, par votre intermédiaire, des contacts auraient malgré tout été pris et des relations normalisées, mais que veut dire "normalisées" et pour combien de temps? J'ose espérer à tout le moins que la dignité de l'accueil sur le territoire européen restera une préoccupation conjointe de l'ensemble des membres de cette Union et que cet accueil digne pourra être assuré partout sur le territoire de l'Union européenne.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, de realiteit is dat het dreigement van Orban eigenlijk een schreeuw om aandacht is. Het Europese migratiebeleid werkt immers niet en het Europese migratiepact zal ook niet werken. Zolang men asiel kan aanvragen na een illegale immigratie, zullen wij gevoelig blijven voor stromen asielzoekers die naar hier komen. Jaarlijks sterven zo zelfs duizenden asielzoekers. Ik meende dat wij in de N-VA een bondgenoot hadden voor het Australische model tegen illegale immigratie. Ik hoop dat ik mij daarin niet vergist heb.
Het asielcentrum in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het tijdelijke asielcentrum in Hasselt (geopend in 2020 voor max. 1,5 jaar) blijft ondanks beloftes open: de overeenkomst met Umami werd opnieuw verlengd tot 15 december 2024 (zelfde voorwaarden), met momenteel 130 opgevangenen. Troosters kritiseert het gebrek aan overleg en structurele verlengingen, wijst op onvrede bij omwonenden en eist definitieve sluiting, terwijl De Moor geen garanties geeft en de beslissing bij de ministerraad legt.
Frank Troosters:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, u weet het ongetwijfeld; ik heb er u ook al veel over bevraagd. In oktober 2020 werd een asielcentrum geopend in Hasselt. Er werd toen gesteld dat het centrum tijdelijk zou zijn, maximaal een jaar, verlengbaar met een half jaar. Het zou dus maximaal anderhalf jaar open zijn. Wij zijn nu vier jaar later. De laatste sluitingsdatum was gepland voor 15 september 2024. Die datum is al voorbij.
Wat is de stand van zaken? Is er opnieuw een nieuwe uitbatingsovereenkomst gesloten? Met wie is ze gesloten, tegen welke voorwaarden en tot wanneer?
Mogen wij ditmaal verwachten dat er wel een sluiting zal volgen? Op basis van welke punten zouden wij dat moeten geloven?
Is het aantal asielzoekers dat op dit moment wordt opgevangen, nog steeds hetzelfde als voorheen?
Nicole de Moor:
Mijnheer Troosters, u hebt mij daarover inderdaad al een aantal vragen gesteld.
De overheidsopdracht met Umami voor de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt liep tot 15 september 2024. De ministerraad heeft op 19 juli 2024 de overeenkomst verlengd tot 15 december 2024 tegen dezelfde voorwaarden. Er verblijven nu 130 personen in de opvanglocatie.
Ik kan u op dit moment geen verdere beloftes over de toekomst van het centrum doen.
Frank Troosters:
Mevrouw de staatssecretaris, de laatste zin siert u. Het is echter een feit dat vier jaar geleden het asielcentrum in Hasselt er zonder enig overleg is gekomen. Het is een verhaal van een staatssecretaris die wikt en beschikt en een burgemeester van Hasselt die braafjes knikt. Ondertussen zijn de inwoners in en rond het voormalige Parkhotel aan de Genkersteenweg, zijnde de locatie van het centrum, bijzonder ongelukkig daarmee. Wij hopen dus nogmaals dat het bij die drie maanden zal blijven en dat effectief zal worden overgegaan tot een sluiting van het asielcentrum.
De asielopvang in hotels
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de tijdelijke hotelopvang voor asielzoekersgezinnen met kinderen (500 personen, vroeger 700) als noodoplossing om straatleven te voorkomen, maar belooft deze zo snel mogelijk af te bouwen. Ze bevestigt dat alleen gezinnen (geen alleenstaande mannen) in hotels verblijven, dat de kosten binnen reguliere opvangtarieven vallen (geen exact bedrag genoemd), en dat één contract (uitbreiding bestaande samenwerking met Brussel) door Fedasil werd afgesloten, ondanks eerdere ontkenningen. Francesca Van Belleghem blijft kritisch over transparantie (cijfers, duur, discrepanties) en de efficiëntie van de aanpak.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op donderdag 19 september ondervroeg ik u over de hotelopvang van asielzoekers. Vermits u op geen enkele vraag een echt antwoord hebt gegeven, ben ik genoodzaakt deze opnieuw te stellen. Ik zal dat blijven doen.
Al langer was bekend dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest asielzoekers in hotels opvangt en daarvoor ook contracten afsluit met hotels. In juni verklaarde u bij VRT NWS dat de federale regering deze contracten heeft overgenomen. Het gaat dus niet om nieuwe hotelcontracten. Uit een onderzoek van De Standaard blijkt dat dit niet klopt en dat u in mei wel zelf een contract hebt afgesloten met een hotel voor de opvang van asielzoekers.
Hoe verklaart u die discrepantie, mevrouw de staatssecretaris? Is het onderzoek van De Standaard verkeerd?
Nog belangrijker is de vraag hoeveel asielzoekers nu eigenlijk in hotels worden opgevangen. Over welke hotels gaat het? Hoeveel zijn het er? Hoeveel kost die hotelopvang? Hoelang zal dit nog duren?
U verklaarde twee weken geleden ook dat u asielzoekers opvangt in hotels, omdat u niet wilt dat er kinderen op straat slapen. Ik heb daar natuurlijk alle begrip voor, maar hoeveel procent van de asielzoekers die op hotel slapen zijn gezinnen met kinderen? Of zijn er ook veel alleenstaande mannen? Kunt u daarover meer duidelijkheid geven alstublieft?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, ik was inderdaad een beetje verrast door uw vraag, want u hebt mij die vraag al gesteld in de plenaire vergadering twee weken geleden. Ik heb toen op al uw vragen geantwoord, maar ik beantwoord uw vragen uiteraard nogmaals met plezier.
Ons land wordt, net als onze buurlanden, al enkele jaren geconfronteerd met een bijzonder hoge instroom van asielzoekers, zoals u weet. Dat heeft ons al voor bijzonder grote uitdagingen gesteld qua opvang. Ik heb dan ook al moeilijke beslissingen moeten nemen. Zo heb ik meer dan een jaar geleden de beslissing moeten nemen om tijdelijk geen onmiddellijke opvang aan alleenstaande mannen te geven. Ik heb ook altijd gezegd, daarin ben ik zeer consequent geweest, dat ik alles in het werk wil stellen om te vermijden dat er kinderen op straat moeten slapen. Ik denk dat we het daarover eens zijn met heel veel partijen. Dat is de voorbije maanden niet evident gebleken. Ik ben daar heel eerlijk over. In februari zou het zelfs niet meer gelukt zijn om alle kinderen op te vangen als we toen niet in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aantal noodplaatsen in gebruik hadden genomen op verschillende locaties in Brussel, waarvan sommigen als budgethotel fungeerden.
Inderdaad, mevrouw Van Belleghem, ik blijf erbij dat hotelopvang geen structurele oplossing is voor de opvang van asielzoekers, maar in dit geval was dat een noodgreep om kinderen van de straat te houden. De nuchtere realiteit is dat er 300 kinderen op straat hadden moeten slapen als we dat niet hadden gedaan.
Zoals ik u tijdens de plenaire vergadering ook heb gezegd, is het voor iedereen die niet op mijn stoel zit heel gemakkelijk om te zeggen dat we zeker geen hotelkamers willen inzetten, maar ook zeker geen kinderen op straat willen laten slapen. Ook dat laatste zegt immers iedereen. De realiteit is echter dat ik wel op deze stoel zit en dat ik voor een binaire keuze stond. Ik heb daarom een keuze gemaakt en dat was een keuze om kinderen niet op straat te laten slapen.
Fedasil heeft, behoudens een uitzondering, de overeenkomsten van het gewest overgenomen. De uitzonderingssituatie betrof een eigenaar die reeds samenwerkte met het gewest en Fedasil een bijkomend aanbod voor uitbreiding heeft gedaan. Fedasil is daarop ingegaan. Het was dus een uitbreiding van een samenwerking die het gewest eerder had opgezet.
Op alle locaties worden uitsluitend gezinnen met kinderen opgevangen. De kamers werden door Fedasil dus nooit gebruikt voor alleenstaande mannen. Alle zeven contracten werden in juli ook voorgelegd aan de ministerraad.
De noodopvangkamers in het budgethotel in Anderlecht waarover sprake was, werden sinds vorige week niet meer gebruikt. Daar verblijven sinds 27 september dus geen families met kinderen in een asielprocedure meer. Er zijn op dit moment nog ongeveer 500 personen in gezinsverband die in dergelijke noodopvangkamers verblijven, terwijl dat er meer dan 700 waren in juli. Nogmaals, het gaat voor 100 % om kinderen en hun gezin. Fedasil heeft de instructie gekregen van mij om het gebruik van deze kamers zo snel mogelijk af te bouwen en zo snel mogelijk te stoppen.
U vroeg ook nog naar de opvangkosten. Deze ligt binnen de verschillende reguliere opvangtarieven.
Francesca Van Belleghem:
De opvangkosten liggen dus binnen de reguliere tarieven. Mijn vraag is echter wat de kostprijs nu eigenlijk is. Kunt u daarop een antwoord geven? Kunt u dat ramen? Dat is immers wat de burgers willen weten: hoeveel kost het om asielzoekers op te vangen in hotels? Wat zijn de reguliere kosten?
Nicole de Moor:
U kunt altijd vragen stellen over cijfers, maar 'binnen de reguliere opvangkosten' wil zeggen dat het binnen de normaal geldende tarieven valt. Er zijn dus geen hogere kosten aan verbonden dan bij opvang in een opvangcentrum.
Voorzitter:
Volstaat dat, mevrouw Van Belleghem? (instemming)
Asielzoekers uit Burundi
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België ondervond in 2022 een piek in Burundese asielzoekers via Servië’s tijdelijke visumvrijstelling, maar ondanks de heringvoering van de visumplicht blijven er dit jaar al 650 aanvragen binnenkomen, mogelijk door secundaire migratie binnen de EU. Staatssecretaris De Moor bevestigt de hoge erkenningsgraad (81-92%) maar benadrukt dat Burundi weigert laissez-passers af te geven, wat terugkeer van afgewezen asielzoekers blokkeert. Van Belleghem dringt aan op strengere EU-druk op Servië en koppeling van arbeidsmigratie aan terugkeerakkoorden om herkomstlanden te dwingen mee te werken. Servië’s mogelijke nieuwe opheffing van de visumplicht blijft onbevestigd maar wordt nauw opgevolgd.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, in 2022 kende België een sterke instroom van asielzoekers uit Burundi, die voornamelijk via Servië kwamen. Servië hanteerde toen een soort visumvrijstelling voor Burundezen. De Burundezen die zo naar Servië reisden, gingen dan verder naar de EU via illegale migratie en vroegen hier asiel aan.
Ik heb begrepen dat er is onderhandeld met Servië en dat de visumvrijstelling niet meer van toepassing is. Desondanks tellen wij dit jaar alleen al meer dan 650 Burundese asielzoekers.
Ik heb echter via via vernomen dat Servië van plan is om de visumplicht opnieuw op te schorten waardoor wij in de toekomst wellicht een nieuwe instroom van Burundese asielzoekers zullen kennen. Ik weet niet of die informatie klopt.
Bent u hiervan op de hoogte? Zo ja, welke acties zult u ondernemen? Zo neen, zult u minstens informeren bij de Servische ambassadeur om te weten wat hun plannen zijn in de toekomst?
Hoe verklaart u dat wij dit jaar nog altijd 650 Burundese asielzoekers tellen, hoewel de visumplicht voor Burundezen die naar Servië willen reizen opnieuw is ingevoerd?
Wat is de gemiddelde erkenningsgraad van asielzoekers uit Burundi?
Hoe zit het met de terugkeer van afgewezen asielzoekers uit Burundi? Verloopt die vlot?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, het klopt dat wij twee jaar geleden een plotse instroom kenden van Burundese asielzoekers nadat Servië de visumplicht voor onderdanen van dat land had opgeschort. De Europese Commissie en verschillende EU-lidstaten, waaronder België, hebben toen met succes druk uitgeoefend op Servië om die visumvrijstelling weer in te trekken en kort nadien daalde het aantal Burundese verzoeken snel.
Over wat u via via hebt vernomen, misschien weet u meer dan ik, maar ik heb op dit ogenblik geen weet van nieuwe plannen van Servië om de visumplicht voor Burundese onderdanen opnieuw op te schorten. Wij hebben ook verder navraag gedaan, maar zullen dat uiteraard verder opvolgen.
Ik heb geen exacte verklaring voor het aantal Burundese asielzoekers op dit moment en evenmin informatie over de reisroutes. Vermoedelijk is er ook sprake van secundaire migratie, waarbij Burundezen in de EU aankomen met een visum afgeleverd door een lidstaat met het oog op een kort verblijf, bijvoorbeeld een familiebezoek, of een lang verblijf, bijvoorbeeld voor studies, en dan naar België afreizen.
Ik kan u melden dat de gemiddelde erkenningsgraad ten gronde voor Burundezen voor 2023 81 % en voor 2024 92 % bedraagt.
Voor de identificatie werkt de ambassade van Burundi in Brussel mee, want zij organiseert interviews met mensen die in de gesloten centra belanden. In de praktijk leveren zij echter geen laissez-passers af, zelfs niet wanneer het op basis van documenten of verklaringen overduidelijk is dat de betrokkenen Burundezen zijn, tenzij de betrokkene vrijwillig wenst terug te keren. De laatste jaren deed dat geval zich echter niet voor. Dat is zeer problematisch. Vandaar mijn continue oproep op nationaal en op Europees niveau om meer gewicht in de schaal te leggen bij de onderhandelingen met herkomstlanden die weigeren mee te werken aan terugkeer.
Voor de andere cijfers, naast diegene die ik al heb gegeven, verzoek ik u die vraag schriftelijk in te dienen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ook wij zullen opvolgen wat Servië al dan niet zal doen met die visumplicht. Het is inderdaad heel problematisch dat Burundi niet meewerkt aan de terugkeer van illegale Burundezen. Wij hebben het al zo vaak gezegd: we moeten meer gewicht in de schaal leggen op het vlak van de terugkeer naar de landen van herkomst. Dat kan door arbeidsmigratie, bijvoorbeeld, afhankelijk te maken van de terugkeer van illegalen.
De implementatie van het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet tegen 12 oktober 2024 een eerste en tegen 12 december 2024 een definitief nationaal implementatieplan voor het Europese migratiepact indienen, met een stuurgroep (Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, CGVS, etc.) onder leiding van een ervaren coördinator die de gap analysis al deelde met de EU—maar weigert deze (nog) openbaar te maken ondanks parlementaire vraag om transparantie. Middenveldorganisaties zijn niet structureel betrokken, terwijl de implementatie tegen 2026 ingrijpende wijzigingen in wetgeving en procedures vereist. De EU biedt gerichte ondersteuning, maar de uiteindelijke aanpassingen hangen af van toekomstige feedback en mogelijke vertraging door de regeringsvorming.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het Europese migratiepact is al een paar keer aan bod gekomen vandaag. U verwees er zowel tijdens de vorige legislatuur als nu tijdens uw antwoorden vrij regelmatig naar. Er zou een structurele verandering komen.
Ter voorbereiding van het pact heeft de Europese Commissie een Common Implementation Plan op tafel gelegd. Het is de bedoeling dat de lidstaten dat plan nu concretiseren in een nationaal implementatieplan. Wij krijgen daarvoor ook hulp van de Europese Commissie, onder andere door het opstellen van een gap analysis .
Zoals ik het heb begrepen, moeten wij op 12 oktober 2024, dus over elf dagen al, een eerste versie van het implementatieplan klaar hebben. De Europese Commissie zal het plan becommentariëren, evalueren en bijsturen waar nodig. Dat moet ons land in staat stellen om, naar ik meen, op 12 december 2024 een finaal implementatieplan in te dienen.
Mijn vragen zijn de volgende.
Welke implementation gaps heeft de Europese Commissie geïdentificeerd voor ons land? Wat zijn de volgende stappen, om de implementation gaps weg te werken? Kunnen de Kamerleden de gap analysis krijgen?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie? Wie wordt bijvoorbeeld de nationale coördinator voor het opstellen van het plan? Welke diensten worden daarbij betrokken? Is er al een ontwerpdocument beschikbaar? Zo ja, kunnen wij het document ontvangen?
Hoe verloopt het proces tussen 12 oktober 2024 en 12 december 2024?
Ten slotte, welke nadere ondersteuning krijgen wij van de Europese Commissie om de implementatie rond te krijgen?
Ik stel u die vragen heel expliciet, omdat wij net uit uw antwoorden hebben gehoord hoe belangrijk het Europese migratiepact is in de uitwerking van zowel het beleid van de huidige regering als het beleid van de komende regering. Daarom stelde ik u mijn vragen.
Nicole de Moor:
Mijnheer Vandemaele, ik ben ontzettend blij dat u mij in uw eerste commissievergadering een vraag stelt over het Europese migratiepact. U merkt zeer terecht op dat ik daar vaak naar verwijs. Het sluiten van dat pact was een belangrijke prioriteit voor mij en het blijft een belangrijke prioriteit om dat pact uit te voeren.
Op respectievelijk 10 april en 14 mei hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie het Europees Asiel- en Migratiepact goedgekeurd na jaren van intensieve discussies. Dat pact zal aanzienlijke wijzigingen met zich meebrengen, zowel binnen het unierecht als op nationaal niveau. De meeste nieuwe wetgevende instrumenten zijn verordeningen die vanaf het voorjaar van 2026, sommige zelfs eerder, rechtstreeks van toepassing zullen worden binnen de Belgische rechtsorde. De veranderingen zijn van die aard dat België zich nu al moet voorbereiden om de nationale wetgeving en praktijk aan te passen aan de nieuwe Europese regelgeving.
De Europese Commissie is zich wel bewust van de uitdagingen waar de lidstaten voor staan en heeft hen dus opgedragen om uiterlijk op 12 december een nationaal implementatieplan in te dienen, waarbij een eerste ontwerp al op 12 oktober klaar moet zijn. Dat plan zal beschrijven hoe België het pact zal toepassen op het grondgebied en aan de buitengrenzen.
In het kader van die aankomende wetgevende veranderingen heb ik beslist een nationale stuurgroep op te richten die de implementatie van het pact in België in goede banen zal leiden. Die stuurgroep zal een grondige analyse uitvoeren van het wetgevingspakket en de impact ervan op de Belgische asiel- en migratieprocedures. Het is de stuurgroep die het nationaal implementatieplan opstelt. Die stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken administraties, waaronder de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de federale politie, het Nationaal Crisiscentrum en de Dienst Voogdij van de FOD Justitie. Daarnaast zullen ook op ad-hocbasis vertegenwoordigers van de administraties van de deelstaten worden uitgenodigd, met name voor de bevoegdheden sociale zaken, integratie en onderwijs. Ook deze administraties zal gevraagd worden een bijdrage te leveren aan het nationaal implementatieplan.
De coördinatie werd in handen gegeven van een uitmuntend ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken die voor ons land ook de onderhandelingen van het pact opvolgde.
Deze zomer – we hebben hard doorgewerkt – werd door die Belgische stuurgroep reeds een gap analysis opgesteld en gedeeld met de Commissie. Dat document geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van het Belgisch migratiesysteem. Zoals u weet, is de diplomatieke correspondentie tussen België en de Commissie niet publiek, maar in de wetgevende teksten van het pact kunt u wel nalezen welke maatregelen België in de komende jaren zal moeten nemen om het nieuw Europees recht ter zake te respecteren.
Ons land zit ook regelmatig samen met de coördinator die door de Europese Commissie is aangesteld voor België om de implementatie van het pact te bespreken. Na indiening van het finaal nationaal plan in december zullen wij meer gerichte feedback van de Commissie ontvangen over de nog benodigde bijsturingen om de eventueel bestaande implementation gaps te vermijden tegen de ultieme deadline in 2026.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben natuurlijk nieuw in deze commissie, maar van de gemaakte gapanalyse kan ik mij niet inbeelden wat erin zou staan dat wij als parlementsleden niet zouden mogen weten. Ik ben nogal voorstander van een open democratie waarin wij documenten delen met elkaar en in dat opzicht vraag ik u nogmaals te overwegen om dat document met ons te delen. Mij lijkt daar niets gevaarlijk aan. Dat u het plan niet met ons wilt delen, kan ik wel begrijpen, aangezien het nog niet definitief is goedgekeurd, dus die beslissing valt nog te verdedigen, maar de analyse as such zou ik wel graag ontvangen.
Het zal inderdaad snel moeten gaan, want het traject dat u meedeelt, zal wellicht nog doorkruist worden door de federale regeringsvorming. Daarom ben ik blij dat de stuurgroep daar nu al hard aan werkt.
Wat die stuurgroep betreft, heb ik nog een kleine vraag. U noemt allerhande diensten op, maar ik vraag me af of ook in overleg voorzien is met organisaties uit bijvoorbeeld het middenveld, zodat ook die insteek over de implementatie van het migratiepact in ons land op de een of andere manier kan worden meegenomen.
Voorzitter:
Mevrouw de staatssecretaris, hebt u nog bijkomende antwoorden voor de heer Vandemaele?
Nicole de Moor:
Niet op dit moment, want de analyse is nog volop bezig, maar we bekijken op welke manier we die beter kunnen delen met het Parlement.
Het actieplan voor de vermindering van de kostprijs van de asielopvang
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Fedasil huurt 19% van haar opvangcapaciteit op de privémarkt (8% van de totale opvangkost), maar kan door hoge instroom en dringende nood niet onderhandelen over lagere prijzen, waardoor de kosten hoog blijven. Een vastgoedstrategie (geïnspireerd op Nederland) werd al voorgelegd aan de regering, maar concrete besparingen hangen af van dalende asielinstroom. Van Belleghem wijst op een budgettekort (1,1 mjd in 2024) door hogere instroom dan voorzien en eist transparantie over het actieplan, dat de staatssecretaris niet deelt. Kritiek: belastingbetalers (met name Vlamingen) draaien op voor de stijgende kosten.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, begin dit jaar raakte bekend dat de federale overheid, om de instroom van asielzoekers op te vangen, steeds duurdere huurcontracten sloot op de privémarkt. In het vertrouwelijke verslag van de ministerraad werd het als volgt gesteld: “Door de dringende zoektocht naar nieuwe sites wordt Fedasil gedwongen om langetermijnengagementen aan te gaan, die vaak een hoge kostprijs met zich meebrengen."
Er werd destijds in het vooruitzicht gesteld dat deze engagementen tegen 30 juni 2024 in kaart zouden worden gebracht en dat er een actieplan zou worden voorgesteld om de kostprijs op lange termijn te drukken.
Werden die engagementen in kaart gebracht? Om hoeveel locaties waar Fedasil op de privémarkt huurt gaat het? Hoeveel asielzoekers worden daar opgevangen? Wat is de totale kostprijs van dit soort opvang? Heeft de regering dat actieplan om de kostprijs te drukken ondertussen opgesteld? Wat zijn de eerste resultaten? Kunt u wat er in kaart is gebracht delen met het Parlement?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, Fedasil heeft een overzicht van zijn huurengagementen opgesteld. We zien dat 19 % van het totale opvangnetwerk wordt georganiseerd in opvanglocaties die Fedasil op de private markt huurt.
De totale kostprijs van de opvang in federale centra bestaat voor ongeveer 8 % uit huurlasten. De blijvende druk op het opvangnetwerk zorgt er inderdaad voor dat Fedasil op dit moment geen sterke onderhandelingspositie kan afdwingen bij het sluiten van huurcontracten voor nieuwe of bestaande opvanglocaties. Dat element in de kosten voor opvang kan volgens mij pas fundamenteel veranderen als de instroom daalt en dus ook de nood aan opvangplaatsen.
We hebben de vastgoedstrategie al in april en mei aan de regering overgemaakt, geïnspireerd op de aanpak in Nederland. We bekijken op elk moment hoe we de kostprijs van de opvang verder kunnen doen dalen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, u hebt geen echt antwoord gegeven op mijn vraag. Kunt u het plan dat u hebt opgemaakt delen met het Parlement? In november 2023 werd het budget voor Fedasil voor 2024 bepaald. Alles samen, dus ook met het CGVS en de DVZ, bedraagt dat 1,1 miljard euro. De instroom van asielzoekers is eigenlijk veel hoger dan voorspeld, er slapen massaal veel asielzoekers op hotel en er zijn de dure huurcontracten op de privémarkt. Ik vrees dus dat we met dat budget niet zullen toekomen. Eén ding is zeker: het is altijd de belastingbetaler die het moet betalen. Vaak – ook weer in dit geval – is dat de Vlaming. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.41 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 41.
De opvang van asielzoekers in hotels
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de noodopvang van asielzoekers in hotels (waaronder 300 kinderen) als tijdelijke oplossing om dakloosheid te voorkomen, ondanks eerdere CD&V-bezwaren, en kondigt afbouw aan nu de druk afneemt door vertrekkende asielzoekers. Francesca Van Belleghem (CD&V) valt haar hard aan: de instroom stijgt met 10% (25.000 aanvragen dit jaar), terwijl de Moor enkel extra opvang creëert en geen nationale maatregelen neemt (in tegenstelling tot Zweden/Nederland), maar wacht op een Europees migratiepact dat volgens Van Belleghem nooit komt. De Moor benadrukt precaire toekomstrisico’s (bv. Libanon) en blijft hameren op Europese samenwerking, maar Van Belleghem werpt haar gebrek aan daadkracht en holle retoriek voor de voeten. Kernconflict: *ad-hocoplossingen vs. structurele instroombeperking*.
Francesca Van Belleghem:
Hier staan we dan. Dit is mijn eerste plenaire vraag en die komt geen seconde te vroeg. Het aantal asielaanvragen blijft immers maar toenemen, jaar na jaar. Voor dit jaar alleen al staat de teller op 25.000 aanvragen.
Mevrouw de staatssecretaris, u bent wanhopig op zoek naar extra opvangplaatsen voor asielzoekers. Eerst ging u bedelen bij de lokale besturen, dan bij de jeugdcentra en u bent zelfs bij kazernes geweest. Ik geloof dat er zelfs asielzoekers worden opgevangen op campings.
Er was slechts één rode lijn voor cd&v, namelijk asielzoekers opvangen in hotels. Ik citeer cd&v-voorzitter Sammy Mahdi: "Asielzoekers opvangen in hotels zorgt voor een extra aanzuigeffect van nog meer asielzoekers."
U hebt die rode lijn van Sammy Mahdi intussen al zoveel keer overschreden dat het zelfs geen stippellijn meer is. Wat is er namelijk gebeurd? In 2022 heeft de Brusselse regering massaal contracten afgesloten met hotels voor de opvang van asielzoekers. Net toevallig nu, na de verkiezingen, heeft de federale regering al die contracten overgenomen van de Brusselse regering. Het is eigenlijk nog veel erger, want vorige week publiceerde De Standaard een onderzoek waaruit blijkt dat u al in mei een contract voor de opvang van asielzoekers hebt gesloten met een hotel in Anderlecht.
Het is nu tijd om eindelijk open kaart te spelen, mevrouw de staatssecretaris. Hoeveel asielzoekers verblijven er in hotels? Hoelang zal dat nog duren? Hoeveel kost ons dat?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, net als onze buurlanden worden wij geconfronteerd met een heel hoge instroom van asielzoekers. Ik heb daaromtrent al moeilijke beslissingen moeten nemen. Ongeveer een jaar geleden heb ik bijvoorbeeld de moeilijke beslissing genomen om alleenstaande mannen tijdelijk geen opvang meer te geven. Ik heb ook steeds heel consequent gezegd dat ik alles in het werk wil stellen om te vermijden dat kinderen op straat terechtkomen.
Ook dat bleek de voorbije maanden niet evident. In februari zou het niet meer gelukt zijn om alle kinderen een bed te geven als we niet, in samenwerking met het Brussels Gewest, een aantal noodbedden in gebruik hadden genomen. Die kwamen er op verschillende locaties in Brussel, waarvan sommige als budgethotel fungeerden.
Mevrouw Van Belleghem, ik blijf erbij dat hotelopvang geen structurele oplossing is voor de opvang van asielzoekers, maar de nuchtere realiteit is dat er 300 kinderen op straat hadden geslapen als we die noodgreep niet hadden ingezet. Voor wie niet op mijn stoel zit, is het heel gemakkelijk om te zeggen dat men geen hotelkamers mag inzetten, maar tegelijk wil men ook geen kinderen op straat. Dat zegt immers iedereen. Dat is de nuchtere realiteit. Ik zou dat ook zeggen, mevrouw Van Belleghem, maar ik zit wel op deze stoel, ik draag een verantwoordelijkheid. Ik stond voor een binaire keuze en ik heb gekozen voor die kinderen.
Vandaag is er iets meer ademruimte in het opvangnetwerk, omdat deze zomer heel veel asielzoekers zijn vertrokken uit onze centra, onder meer omdat we werkende asielzoekers nu laten bijdragen aan de opvang. Ik heb aan Fedasil gevraagd om de inzet van noodplaatsen af te bouwen en stop te zetten zodra dat mogelijk is.
De situatie blijft echter precair. Kijk maar naar de situatie in Libanon. We dreigen opnieuw een heel moeilijke winter tegemoet te gaan. Daarom blijft het een absolute prioriteit om die instroom naar beneden te krijgen, door de uitrol van het Europees migratiepact, door partnerschappen af te sluiten met landen rondom de EU. Dat is ook wat we de komende jaren moeten blijven doen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, in elk interview zegt u dat de instroom van asielzoekers omlaag moet. Dat zei u zonet weer. U hebt echter geen enkele maatregel genomen om dat te verhelpen. Zelfs de asielzoekers geloven u niet meer. Zij weten dat u holle frasen uitspreekt, want de instroom is opnieuw 10 % hoger in vergelijking met vorig jaar.
Het enige wat u doet, is extra opvangplaatsen creëren en wachten op een Europees migratiepact. Daarop hoeft u evenwel niet te wachten, want er zijn landen die nu op nationaal niveau maatregelen nemen om de instroom van asielzoekers te beperken. Zweden en Nederland doen dat bijvoorbeeld. De enige reden waarom u dergelijke maatregelen niet neemt, is omdat u het niet wilt.
Voorzitter:
Daarmee is deze vragensessie afgerond, opnieuw met een maidenspeech. (Applaus) (Applaudissements) Collega's, ik dank u voor het zeer gedisciplineerde verloop van de vragenronde. Ik heb amper de bedieningsknop van de microfoons moeten beroeren.