Over Europa
184
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De inschrijving van het IRGC op de Europese lijst van terroristische organisaties
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Darya Safai bekritiseert het Iraanse regime en de IRGC als "terroristen" die massamoorden pleegden (60.000 doden, 250 executies) en eist sluiting van de Iraanse ambassade in België als "spionnennetwerk", ondanks de late EU-terreurlijstplaatsing. Jean-Luc Crucke bevestigt dat België en de EU de IRGC willen sanctiëren en op de terreurlijst zetten, samen met 11 entiteiten en 17 personen, wegens mensenrechtenschendingen en steun aan Rusland, maar benadrukt dat druk "binnen internationaal recht" moet blijven. Safai herhaalt haar oproep tot ambassadesluiting, verwijzend naar Duitse claims dat het regime "in laatste dagen" verkeert en roemt het "vastberaden" Iraanse verzet dat volgens haar "zal winnen".
Darya Safai:
Meer dan 60.000 doden in amper twee dagen, 60.000 levens uitgewist, meer dan 300.000 mensen opgesloten, meer dan 250 executies tot vandaag, dat alles was mogelijk omdat het regime van de ayatollahs zijn geld in de IRGC heeft gepompt. Het IRGC zijn geen soldaten, het IRGC is geen veiligheidsdienst. Het zijn terroristen, collega’s. Zij schoten met sluipschutters op jongeren, op vrouwen en op kinderen. Alsof dat nog niet genoeg was, werden slachtoffers die al gewond waren en al op een ziekenhuisbed lagen, met een laatste kogel in het voorhoofd afgemaakt. Dat is pure, kille massamoord, een misdaad tegen de menselijkheid.
Jarenlang hebben we gevraagd om de IRGC op de Europese terreurlijst te plaatsen. We hebben gewaarschuwd dat de massamoord kon worden voorkomen. Vandaag is het eindelijk zover, maar het blijft bitter na zoveel pijn en na zoveel verloren levens.
Nu mogen we niet stoppen. Mijnheer de minister, vroeg of laat zullen alle Europese landen met hun nieuwe houding Iraanse ambassades sluiten. Is ons land bereid de Iraanse ambassade, of beter gezegd zijn spionnennetwerk, te sluiten?
Jean-Luc Crucke:
Vanaf het begin veroordeelde minister Prévot de onevenredige en bloedige reactie van de autoriteiten op vreedzame demonstranten, die legitieme eisen hadden en nog steeds hebben. Zij hebben het recht om in een democratie die rechten respecteert, te leven, een democratie waarin mensen hun leiders kunnen zien en kiezen, het recht om in aanvaardbare sociaal-economische omstandigheden vrij te leven, het recht om niet op een misbruikende manier gevangen te worden gezet, het recht om humaan behandeld te worden en niet ter dood veroordeeld te worden.
Onze regering besliste samen met andere Europese lidstaten het initiatief te nemen om de Iraanse Revolutionaire Garde op de Europese terreurlijst te plaatsen en te pleiten voor strengere economische en andere sancties.
Dat is precies wat minister Prévot nu aan het doen is op de Raad Buitenlandse Zaken van de EU.
We hopen dat men daar de noodzakelijke unanimiteit bereikt. Onder de verschillende regimes van de EU werden voor Iran al sancties genomen tegen 373 individuen en 344 entiteiten, inclusief van de Iraanse Revolutionaire Garde. Vandaag hopen we dat de gehele organisatie op de terroristenlijst van de EU wordt geplaatst en dat er sancties worden genomen tegen 11 entiteiten en 17 personen vanwege mensenrechtenschendingen en vanwege militaire steun van Iran aan de Russische agressieoorlog en aan gewapende groepen in de regio. Druk uitoefenen op het Iraanse regime, zoals wij dat doen, is noodzakelijk en moet altijd gebeuren met respect voor het internationaal recht.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De Duitse bondskanselier Merz zei gisteren dat hij geloofde dat we nu de laatste dagen en weken van het Iraanse regime meemaken. Hij heeft gelijk. Er circuleren talloze videobeelden van mensen die afscheid nemen van hun dierbaren en hun vragen om, als zij niet terugkomen, de vlag verder te dragen en de missie voort te zetten, tot Iran vrij is. De Iraniërs zijn vastberaden, moedig en onverzettelijk. Ze zullen doorgaan tot het einde en ze zullen winnen. Wij moeten hen op alle mogelijke manieren steunen. Alle ambassades van het Iraanse regime in Europa moeten nu gesloten worden, ook bij ons. Die terroristen maken niet alleen Iran onveilig, maar ook ons land.
Het buitenlandse beleid van president Trump
De Europese reactie op de door grote mogendheden uitgeoefende druk
De Amerikaanse claim op Groenland en de dreigementen van de VS
Internationale machtsdynamiek en diplomatieke spanningen tussen VS en Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Tijdens een informele EU-top reageerde Europa verenigd op Trumps dreigementen richting Groenland/Denemarken, waarbij economische druk (anti-dwanginstrument) en diplomatieke desescalatie centraal stonden – volgens premier De Wever een succesvol signaal van Europese soevereiniteit, hoewel kritiek klonk over te grote VS-afhankelijkheid (o.a. defensie-aankopen zoals F-35’s). De Wever benadrukte strategische autonomie via economische versterking (interne markt, energiezekerheid, defensie-integratie) en aankondigde een top in Alden Biesen (12/2) om EU-competitiviteit te bespreken, maar erkende dat militaire zelfredzaamheid (binnen NAVO-kader) en politieke eenheid (bv. Mercosur-akkoord) ontbreken. Gaza/Oekraïne bleven punt van discussie: Palestina-erkenning wacht op voorwaarden, terwijl Oekraïne-steun financieel blijft maar militair leiderschap ontbreekt – een zwakte die Poetin uitbuit, aldus De Wever. Kritiek van oppositie (o.a. Vlaams Belang, PTB) noemde EU-beleid "tandeloos" en pleitte voor radicale koerswijziging (minder VS-afhankelijkheid, meer defensie-investeringen), terwijl meerderheid geleidelijke versterking via economische hefbomen voorstond.
Bart De Wever:
Monsieur le président, n'étant plus député, je n'ai pas l'obligation d'être concis. Commençons avec un débriefing sur le sommet informel du 22 janvier.
Lors du Conseil européen informel de la semaine dernière, l'Union européenne a démontré sa capacité de réagir rapidement et efficacement face à des pressions illégitimes. La convocation rapide, les discussions fructueuses et la solidarité manifestée à l'égard du Groenland et du Danemark témoignent d'un large consensus entre les États membres de l'Union européenne. Nous sommes conscients des nouvelles menaces qui pèsent sur la sécurité et souhaitons coopérer de manière constructive avec nos partenaires – notamment l'OTAN – afin d'y faire face. Nous devons aborder ensemble les problèmes de sécurité, et les menaces n'ont pas leur place entre alliés.
Comme je l'ai indiqué en séance plénière la semaine dernière, les États-Unis sont de loin les plus puissants au sein de l'OTAN. Mais notre dignité n'est pas à vendre, nous ne sommes pas des esclaves. À la veille du Conseil européen, un cadre a d'ailleurs été défini en vue de relever ces défis ensemble, ce qui a permis d'écarter la menace tarifaire, du moins pour l'instant.
U hebt ongetwijfeld de mondelinge conclusies gehoord waarmee de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, de vergadering samenvatte. Die conclusies zijn volgens mij een zeer correcte en goed gebalanceerde weergave van de besprekingen die we hebben gehad en we kunnen ons daar alleszins volledig achter scharen.
Het partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten kan bogen op een lange geschiedenis, dat weet u. In een ideale wereld is onze trans-Atlantische gemeenschap verankerd in gemeenschappelijke waarden, met als doel de veiligheid en ook de welvaart van onze bevolking te beschermen. We moeten echter toegeven dat die ideale wereld vandaag af en toe ver weg lijkt. Het spreekt voor zich dat relaties tussen partners en bondgenoten op een respectvolle manier wederzijds vorm moeten krijgen. Jammer genoeg lijkt dat vandaag niet meer evident.
De uitdagingen wat betreft het beveiligen van Groenland en het Arctisch gebied zijn alleszins pertinent en worden ook door iedereen erkend. We hebben een gemeenschappelijk belang bij het verzekeren van de veiligheid in het Arctisch gebied. Dat gebeurt voor ons in de eerste plaats altijd via de NAVO. Ook de Europese Unie kan en zal een grotere rol opnemen in de regio.
Eveneens in het kader van het verzekeren van de veiligheid bevestigen we formeel ons sterke engagement voor de principes van het internationaal recht, de territoriale integriteit, nationale soevereiniteit en diplomatiek overleg onder bondgenoten. We herhalen dat die principes richtinggevend zijn voor ons optreden en essentieel zijn voor de veiligheid van Europa en van de internationale gemeenschap. Onze steun voor Denemarken en Groenland staat dan ook buiten kijf. Het komt aan Denemarken en Groenland toe - en alleen aan hen - om te beslissen over hun toekomst en het beleid dat zij willen voeren.
Toutes les parties se sont accordés à dire que l'Union devait défendre ses propres intérêts et se protéger elle-même – ses États membres, ses citoyens et ses entreprises – contre toute forme de coercition. Comme l'a souligné le président António Costa, nous disposons du pouvoir et des moyens nécessaires à cet effet. Le cas échéant, nous les utiliserons.
Bien que la menace de droits de douane supplémentaires américains ait déjà été levée à la veille du sommet informel, nous continuons à nous atteler sans relâche à la stabilisation des relations commerciales entre les États-Unis et l'Union européenne. La menace que représentent les droits de douane est incompatible avec un accord commercial entre les États-Unis et l'Union européenne. Il est désormais temps d'œuvrer ensemble à la mise en œuvre rapide de cet accord.
L'Union européenne et ses États membres continuent d'adopter une attitude constructive afin de coopérer avec les États-Unis sur des questions d'intérêt mutuel, notamment en ce qui concerne l'instauration d'une paix durable en Ukraine.
Je voudrais encore dire quelques mots sur le fameux Board of Peace, le Conseil de la paix. Lors du sommet informel, nous avons également discuté de ce Conseil de la paix, organisation jugée essentielle par le gouvernement américain pour mettre en œuvre les 20 points du plan américain visant à mettre fin au conflit à Gaza. Nous avons exprimé de sérieux doutes à son propos. D'importantes questions restent en suspens, tant en ce qui concerne son champ d'action et sa gouvernance que sa compatibilité avec la charte des Nations Unies, par exemple. Nous restons toutefois disposés à coopérer avec les États-Unis à la mise en œuvre du plan de paix global pour Gaza, qui pourrait réserver le rôle d'administration transitoire au Board of Peace, conformément à la résolution 2803 du Conseil de sécurité des Nations Unies.
Il existait un large consensus sur le fait que l'Union européenne devait se concentrer sur un programme ambitieux axé sur la défense, la résilience, la compétitivité et la construction d'une Union plus autonome sur le plan stratégique. Si cela semble évident, les temps ont cependant changé. C'est pourquoi nous organiserons très prochainement, le 12 février, à Alden Biesen, une réunion stratégique visant à renforcer le marché unique et notre compétitivité dans le contexte du nouvel environnement géopolitique.
Daar zijn wij wel blij mee, aangezien België de bijeenkomst in tempore non suspecto had gevraagd. Wij hebben daarbij de steun van een aantal andere lidstaten en vooral Duitsland gekregen. Met alles wat er is gebeurd, is het nu des te pertinenter dat we elkaar op 12 februari in Alden Biesen zien en overleggen over slechts één onderwerp, de competitiviteit. De afgelopen weken hebben immers pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Europese Unie vaak dobbert op golven die anderen maken, dat wij al te vaak afhankelijk zijn van factoren die we zelf niet controleren, en dat we te weinig aan onze eigen sterktes hebben gebouwd. Wij zouden altijd eerst en vooral naar onszelf moeten kijken.
Dat is precies wat we in Alden Biesen zullen doen, met de centrale vraag: hoe worden wij competitiever, hoe versterken we onze economie, met dien verstande dat competitiviteit altijd hand in hand gaat met de mogelijkheid om meer welvaart te creëren en meer veiligheid te garanderen. Wij hebben groei in Europa nodig om de welvaart en de houdbaarheid van ons sociaal model te kunnen handhaven en onze veiligheid sterker te kunnen verzekeren.
De richting is duidelijk. Er liggen veel recepten op de plank. Het warm water hoeft niet te worden uitgevonden. Draghi en Letta hebben rapporten geschreven, waarvan de implementatie op zich nog laat wachten.
Zelf kunnen we terugbuigen op het regeerakkoord. Dat bevat namelijk heel wat handvatten om onze positie tijdens de top vorm te geven. Dan denk ik aan de passages over de verlichting van de regeldruk in Europa, de administratieve druk en de stimulatie van innovatie door obstakels weg te werken en eventueel regelluwe experimenteerzones uit te rollen. De vereenvoudigingstrein in Europa wordt wel gemonteerd, maar dat is een omnibus, een trein die overal stopt, en dat gaat traag. Het algemene sentiment is dat die meer snelheid zou moeten nemen.
Ten tweede, in het regeerakkoord staat ook dat wij ijveren voor de volmaking van de interne markt in de domeinen van handel, kapitaal, energie, transport, IT, defensie en diensten. Dat is ongeveer alles. Ik denk dat wij daarbij alleen maar te winnen hebben als een exportgedreven, open economie.
Ten derde ,in het regeerakkoord staat ook dat de interne markt als onze grootste troef wordt beschouwd. Er wordt ook verwezen naar de vele obstakels, niet-tarifaire obstakels, zoals een rapport van het IMF uit 2025 ten overvloede heeft geduid.
Ten vierde, de kapitaalmarktunie is ook een prioriteit, net als de vervolmaking van de bankenunie. We zouden ervoor moeten zorgen dat snelgroeiende bedrijven bij ons kunnen groeien, in de EU, en niet, zoals vandaag al te vaak gebeurt, op een bepaald moment verhuizen, niet zelden naar de Verenigde Staten. Er moet meer ruimte komen voor risicokapitaal en de inzet daarvan moet ten bate komen van ondernemingen, maar ook van infrastructuur.
Ten vijfde, in het regeerakkoord zijn wij overeengekomen om op Europees niveau te pleiten voor snellere vergunningen en voor strategische publieke en private investeringsprojecten.
Ten zesde, wat de regulering van digitale diensten, opkomende technologieën en artificiële intelligentie betreft, moeten wij een dialoog aangaan met onze internationale partners om onze regels in lijn te brengen met de internationale standaarden.
Ten slotte, op regelgevend vlak willen wij onze bedrijven absoluut niet wegduwen naar concurrerende machtsblokken. Het regeerakkoord biedt dus wel wat stof voor onze uiteenzettingen op de top van Alden Biesen.
Nous sommes tous conscients de l’urgence de ces enjeux. Nous constatons que plusieurs États membres avancent des propositions qui, en définitive, se révèlent très similaires. Mes collègues s’intéressent également à l’allègement de la charge réglementaire. Il s’agit notamment de la suppression systématique des règles obsolètes, de la mise en place de procédures d’autorisation accélérées, d’un contrôle plus strict des nouvelles réglementations et de l’application d’un test de compétitivité aux nouvelles réglementations. Ces éléments semblent faire l’objet d’un large consensus.
Outre la poursuite de l’intégration du marché intérieur, d’autres idées sont avancées, comme la création d’une bourse paneuropéenne ou encore la simplification des règles en matière de fusions, afin de permettre à nos entreprises d’être compétitives à l’échelle mondiale.
Als daarover consensus bestaat, conform de indruk die ik daarover heb, dan stemt dat misschien tot optimisme om effectief die consensus te bereiken. Vervolgens rijst natuurlijk de vraag wat er daarna mee gebeurt. Welnu, een en ander moet ook in actie worden omgezet. Die eis zal vooral opnieuw weerklinken de dag ervoor in Antwerpen, waar de Europese industrietop plaatsvindt. Die top wordt elk jaar groter, zowel in omvang als in belang.
De voorbije weken heb ik heel veel samengezeten met bedrijfsverenigingen en federaties in het binnenland. Ik heb hen aangespoord contacten te zoeken met hun collega’s in het buitenland. Dat is ook volop gebeurd en daar ben ik heel blij mee. Ook bij die federaties en verenigingen bestaat een vrij grote consensus over de punten die ik heb geschetst. Wellicht zal vooral de roep klinken om dat nu ook in daden om te zetten.
Als wij dat op 11 februari 2026 in Antwerpen doen en wij met dat signaal van Antwerpen in de hand op 12 februari 2026 die consensus in de verf kunnen zetten, dan moet dat ook het begin worden van een opvolgingsproces waarin wij de inzichten van de informele top al in maart 2026 omzetten. Dat moet de ambitie zijn. Het gaat dan om informele raadsconclusies, gevolgd door een opvolgingsproces dat in gang wordt gezet en waarmee de maatregelen die dan effectief worden beslist, in overleg met heren Draghi over het concurrentievermogen en Letta over de interne markt naar de effectieve uitvoering worden geleid en op die manier worden opgevolgd.
Net zoals wij dat in 2025 hebben gedaan over Defensie na een informele top in het Egmontpaleis op de eerste dag van mijn premierschap, wat ik mij nog heel goed herinner, zal ook de agenda rond competitiviteit en interne markt het voorwerp moeten worden van een op te volgen stappenplan of, zoals dat tegenwoordig heet, een roadmap. Dat plan moet er dan voor zorgen dat de aandacht niet verslapt en dat heel duidelijke initiatieven en bijkomende verantwoordelijkheden worden geformuleerd. Vooraleer we echter zover zijn, zullen wij elkaar ongetwijfeld opnieuw in deze ruimte terugzien voor een nadere voorbespreking en briefing van het Europese gebeuren.
Peter De Roover , voorzitter: Bedankt, mijnheer de eerste minister.
Het woord is nu aan de leden, vooreerst aan de leden die een actuele vraag hebben ingediend, die daarvoor twee minuten spreektijd krijgen. Daarna kan elke fractie nog twee minuten een uiteenzetting met vragen houden.
Mijn medevoorzitter, de heer Blondel, zal het debat modereren.
Vincent Blondel , président: Monsieur le président, je vous remercie.
Chers collègues, comme cela vient d'être dit, je vous propose que nous procédions en laissant d'abord la parole à ceux qui ont déposé une question orale. M. Ducarme est le premier intervenant pour une durée de deux minutes. Nous reviendrons ensuite aux différents groupes qui auront chacun un temps de parole de deux minutes.
Denis Ducarme:
Monsieur le président, nous avons évidemment tous été sidérés par les menaces du président américain à l'encontre d'un territoire associé à l'Union européenne et à l'OTAN et je voulais vous remercier, monsieur le premier ministre, pour la fermeté de votre réaction.
Je souhaiterais vous interroger sur la réaction européenne qui, je pense, est appropriée et à la hauteur. Au-delà des mots, l'instrument anti-coercition est envisagé. Où en est-on, monsieur le premier ministre, sur cet aspect? On a également entendu parler de démarches potentielles par rapport à la possession européenne de la dette américaine. C'est évidemment très inquiétant. Êtes-vous aussi inquiet que Charles Michel qui a indiqué que, selon lui, le lien transatlantique était mort. J'espère que non, parce que l'OTAN est toujours opérationnelle au quotidien.
Si nous devons envoyer un signal aux Américains, il s'agit de ne pas être en rupture avec eux et il me semble que vous avez eu les mots et les signaux adéquats. Vous avez indiqué, vous l'avez redit aujourd'hui, que notre dignité n'était pas à vendre et que nous n'étions pas les esclaves des Américains.
Au-delà de ces mots, j'invite à ce que nous ayons aussi une réflexion sur le plan national et que nous ne nous précipitions pas nécessairement sur le matériel américain que nous avions décidé d'acheter. Si M. Trump considère les Européens comme des paillassons et que nous devons tout de même acheter ce matériel, attendons au minimum qu'il en retire ses pieds. C'est un élément que je voulais également relever.
Je vous remercie.
Michel De Maegd:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre présentation tout aussi assertive qu'en séance plénière la semaine dernière.
L'Union européenne a, elle aussi, réaffirmé pleinement son soutien au Royaume du Danemark et au Groenland. En parallèle, l'objectif reste une stabilisation durable des relations commerciales entre l'Union européenne et les États-Unis .
Les conclusions du sommet extraordinaire mettent en avant la volonté de l'Union de saluer l'apaisement des tensions et de poursuivre un dialogue avec les alliés américains. Ma question est la suivante: cette réponse n'est-elle pas quelque peu insuffisante au regard des menaces directes pesant sur la souveraineté européenne émanant de ce qui était considéré jusqu'à présent comme notre principal allié? Vous l'avez déclaré, et je vous rejoins: nous ne sommes évidemment pas des esclaves.
Concrètement, monsieur le premier ministre, lors de ce sommet, avez-vous arrêté des orientations politiques précises pour répondre aux pressions exercées par de grandes puissances, qu'elles soient d'ordre commercial, économique ou géopolitique, pour garantir le respect de la souveraineté des É tats et de leurs partenaires? Le Conseil a-t-il dégagé un consensus clair quant à l'utilisation plus affirmée du poids commercial et économique de l'Union européenne comme levier stratégique, notamment face aux risques de guerre commerciale que vous avez évoqués à plusieurs reprises? Pour ne pas le citer, je pense au dispositif EU Bazooka.
Maintenant que les tensions semblent en train de retomber, quelles sont les prochaines étapes pour la coordination européenne à l'égard de la protection du Groenland, tant sur le plan militaire que politique? Je ne parle, bien sûr, pas ici de la réunion que vous nous annoncez pour le 12 février à Alden Biesen.
J'en viens à ma dernière question, monsieur le premier ministre. D'ores et déjà, comment la Belgique entend-elle, à la suite du sommet de jeudi dernier, traduire politiquement la vision que vous avez défendue en séance plénière et ici même?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de premier, dank u voor uw uiteenzetting. Ze was bijzonder boeiend.
Ik zal proberen het kort te houden. U hebt in Davos gepleit voor meer waardigheid. Dat pleidooi was een directe sneer naar collega-leiders van wie sms-berichten waren uitgelekt. Die privéberichten zijn mogelijk bewust gelekt om Europese verdeeldheid aan te tonen. Hoe kunnen we van de Europese Unie een geloofwaardige macht maken als andere Europese leiders zich individueel profileren zodra er druk wordt uitgeoefend?
Toen president Trump in Davos arriveerde, veranderde zijn toon ten aanzien van zijn aanspraak op Groenland ineens significant. Welke elementen hebben volgens u die toonwijziging ingezet? Gaat het om externe dan wel interne beïnvloedende factoren?
Door de secretaris-generaal van de NAVO werd een oplossing uitgewerkt. Waarin wijkt die oplossing af van het verdrag van 1951? Wat was daarin niet mogelijk en wat is in deze oplossing dan wel mogelijk? Waarin zit precies het verschil? Ik houd het kort, aangezien mijn collega nog een vraag over Gaza wil stellen.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, u had het ook over de New York Declaration on the Peaceful Settlement of the Question of Palestine and the Implementation of the Two-State Solution.
Het lichaam van de laatste gijzelaar is intussen vrijgegeven. Een tweede voorwaarde is dat Hamas uit het bestuur zou verdwijnen. Hebt u zicht op de organisatie van verkiezingen? Is daar al sprake van? Is er een vooruitzicht op een daadwerkelijke garantie dat Hamas uit het bestuur van Palestina verdwijnt? Hoe verhoudt zich dat tot de geïnstalleerde raden en tot de Board of Peace op dit moment?
Britt Huybrechts:
Mijne heren voorzitters, mijnheer de premier, wat mij de voorbije week vooral is opgevallen, is de volstrekte verwarring bij de Europese elite. In Davos hoorden we opnieuw grote verklaringen over waarden, leiderschap en strategische autonomie. Zodra men die conferentiezaal uitstapt, botst Europa echter op de harde realiteit. Het mist macht, het mist hefbomen en het mist een coherente strategie.
Terwijl de EU zich jarenlang niet heeft beziggehouden met degelijk economisch en strategisch beleid, heeft ze zich wel beziggehouden met morele superioriteit en verstikkende regelgeving. Andere machtsblokken investeerden intussen wel in energiezekerheid, industrie en defensie. Europa heeft zo zijn eigen fundamenten ondergraven. Dat verklaart volgens mij ook de paniekreacties die we zagen tegenover de Verenigde Staten en tegenover Trump.
Laat het duidelijk zijn, voor het Vlaams Belang is het Groenland aan de Groenlanders, Amerika aan de Amerikanen en Europa aan de Europeanen. Dat klinkt allemaal heel mooi, iedereen heeft het hier ook gezegd, ik heb het de voorbije week goed gehoord, maar het probleem is volgens mij dat Europa er zelf niet meer in gelooft en er al helemaal geen beleid naar voert. Europa heeft zichzelf dus in een positie van structurele afhankelijkheid gebracht, vooral op het vlak van energie, defensie en industrie.
Welke concrete koerswijziging verdedigt België binnen de EU om opnieuw te focussen op die zogenaamde strategische autonomie in plaats van ideologisch gedreven beleid?
Welke concrete stappen zult u zetten in Alden Biesen? Zult u ook de extreme regeldrift en bijvoorbeeld de Green Deal-dictaten aanpakken, om maar enkele voorbeelden te geven?
Moet u ook niet erkennen dat Trump eigenlijk, hoewel we dat niet wilden, een goede deal heeft gedaan? Hij is eerst all-in gegaan, maar is uiteindelijk wel vertrokken met wat hij wilde, namelijk enkele strategische posities op Groenland, terwijl de EU machteloos heeft toegekeken.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le premier ministre, on ne peut que marquer un intérêt à la façon dont vous avez conduit les discussions, ainsi qu’à la fermeté avec laquelle vous avez affirmé et défendu un certain nombre de principes. Depuis le rapport Draghi, les faiblesses de l’Union européenne sont connues et il reste difficile de percevoir comment une position européenne forte et cohérente peut enfin s’articuler sur la scène internationale.
Ce qui se passe aujourd’hui au Groenland démontre de manière éclatante le fait que Donald Trump et, plus largement, les États-Unis se permettent tout parce qu’ils ne perçoivent pas de contrepoids suffisant. Or, ce contrepoids européen ne pourra exister que s’il repose sur une nouvelle dynamique de croissance européenne, sur une position économique renforcée et sur une véritable stratégie énergétique. Tant que nous ne nous renforcerons pas nous-mêmes, en croyant en nos capacités collectives, il sera illusoire de prétendre affirmer une position crédible et respectée au niveau international.
Ma question, monsieur le premier ministre, est donc la suivante. Au-delà de la manière dont vous avez, à juste titre, durci le ton, ce qui est rassurant au regard du positionnement habituellement mièvre de la Commission européenne sur la scène internationale, quelle est la position que vous défendez pour la Belgique au sein de l’Union européenne et pour l’Union elle-même? Quelle est également la vision que vous portez pour redynamiser l’Union européenne elle-même, qui a manifestement besoin de montrer un peu de muscle?
Valérie De Bue:
Je me permets d’apporter un élément complémentaire. Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur la situation spécifique du Groenland et sur la présence militaire européenne. L’Union européenne y a déployé des centaines de militaires, tandis que la Belgique y est représentée par un seul militaire en mission de reconnaissance. Comment cette présence européenne dans l’Arctique est-elle appelée à se concrétiser à l’avenir? S’agit-il d’une première étape vers une forme d’armée européenne, ou plutôt d’autres modalités de coopération et de déploiement entre États membres?
Fatima Ahallouch:
Monsieur le premier ministre, les déclarations et les menaces des États-Unis ont provoqué un véritable séisme, tant au niveau politique qu’au sein de l’opinion publique. Ce Conseil européen a montré l’importance d’une Europe unie face aux pressions et aux menaces, et nous saluons la réaffirmation du droit international, de l’intégrité territoriale et du soutien au Danemark ainsi qu'au Groenland.
La désescalade commerciale annoncée est positive, mais elle ne peut se faire au détriment des travailleurs européens ni de nos standards sociaux et environnementaux. L’Union peut rester ouverte au dialogue transatlantique tout en se dotant des outils anti-coercition nécessaires et en construisant une autonomie stratégique qui renforce la paix, la sécurité collective et la justice sociale. Enfin, nous attendons que la Belgique adopte une position claire en faveur de solutions politiques, tant pour l’Ukraine que pour Gaza. Pour nous, cela se joue dans le cadre des Nations Unies.
Monsieur le premier ministre, quels sont, selon vous, les principaux enseignements de ce Conseil européen et quelles lignes rouges la Belgique a-t-elle défendues? Pour ce qui est de la mise en œuvre concrète de l’approche européenne, comment allez-vous combiner préparation sécuritaire et renforcement interne de l’Union européenne? La Belgique est-elle prête à soutenir l’activation de l’instrument anti-coercition si de nouvelles pressions devaient être exercées? Au niveau stratégique, quelles initiatives la Belgique portera-t-elle pour renforcer l’autonomie stratégique vis-à-vis des États-Unis tout en protégeant l’emploi et les standards sociaux? Enfin, concernant les F-35, la Belgique entend-elle maintenir sa décision de commander les onze nouveaux avions ou le gouvernement a-t-il évalué des solutions alternatives à l'échelle européenne? Une réévaluation de ce choix est-elle en cours afin d’assurer la cohérence entre nos orientations politiques, industrielles et de défense?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre exposé intéressant.
Vous avez dit dans le cadre de cette séquence à Davos qu'il y a une différence entre être un vassal heureux et un esclave misérable. Plusieurs de mes collègues se sont réjouis que nous ne soyons pas favorables à l'idée d'être des esclaves misérables. Je suis d'accord avec cette réjouissance, mais je me questionne davantage sur votre stratégie quant à devenir des vassaux heureux. Est-ce une stratégie partagée au niveau du Conseil européen? Au sein du gouvernement, avez-vous discuté de cette stratégie qui ne me semble pas positive non plus?
De fait, être un vassal des États-Unis d'Amérique, comme nous le sommes effectivement depuis 1945, n'est stratégiquement pas la meilleure option pour le futur. On ferait mieux de prendre une autre orientation. Quel est votre avis, monsieur le premier ministre? Que vouliez-vous dire par "vassal heureux"?
En ce qui concerne l'accord lui-même, je suis un peu étonné que l'OTAN, M. Mark Rutte, ait négocié directement avec M. Trump au nom du Danemark et de l'Union européenne. Quel était le mandat de M. Rutte au sein de l'OTAN dans le cadre de cette négociation? Le Conseil européen a-t-il eu un débat sur ce mandat? Le Danemark est-il d'accord et, surtout, quel est le contenu de l'accord? S'agit-il, oui ou non, de nouvelles bases militaires américaines ou est-il question du rôle de l'OTAN au niveau du Danemark? Bref, je m'étonne qu'on ne connaisse encore rien du contenu de l'accord. J'entends aujourd'hui beaucoup de réjouissance, ici, autour de la table. Peut-être disposez-vous de plus d'informations sur le contenu même de l'accord.
Par ailleurs, l'Union européenne, en la personne d'Ursula von der Leyen, a conclu un accord avec les États-Unis d'Amérique, à hauteur de 600 milliards d'investissements directs européens qui seraient faits aux États-Unis. On s'est engagé à acheter 750 milliards d'euros d'énergie aux États-Unis d'Amérique. Cet accord a-t-il, oui ou non, été remis en cause lors de votre dernier Conseil?
Enfin, en ce qui concerne la souveraineté nationale que nous défendons pour le Groenland, estimez-vous que la défense de la souveraineté nationale vaut aussi pour les pays du Sud? Je parle notamment du Venezuela, de Cuba, éventuellement du Moyen-Orient. Ou bien, y a-t-il deux poids, deux mesures?
Je vous remercie de vos réponses très intéressantes, monsieur le premier ministre.
Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur Hedebouw.
Nous poursuivons avec Les Engagés. Monsieur De Maegd, souhaitez-vous encore intervenir?
Michel De Maegd:
J'ai posé mes questions, monsieur le président.
Vincent Blondel , voorzitter: Dan is het woord aan mevrouw Lambrecht voor Vooruit.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, allereerst bedankt voor uw woorden in Davos. U laat ten minste zien dat we niet domweg slaaf zullen spelen. We zien dat graag.
Ik groepeer mijn vragen. Hoe groot schat u de schade in die inzake Groenland voor de band tussen de VS en Europa door Donald Trump geslagen is?
Hoeveel waarde hecht u aan de U-turn van Trump, waarbij hij terugkomt op zijn dreigementen, maar ons bondgenootschap voor meer dan een week in het belachelijke getrokken heeft? Hoe geloofwaardig is de NAVO in uw ogen nog?
Wat de handel tussen de EU en de VS betreft, de Europese Raad ging in tegen het Europees Parlement. Hij riep op de handelsdeal tussen de EU en de VS alsnog goed te keuren. Bent u van mening dat die handelsdeal tussen de EU en de VS een goede deal is?
Hebt u voorts de indruk dat de voorbije episode iets gedaan heeft om de EU tastbaar dichter bij strategische autonomie te brengen, hetzij door een versnelde afbouw van economische afhankelijkheden, hetzij door een sterkere integratie van de Europese defensie?
Els Van Hoof:
Ook ik heb woorden van respect voor de Belgische houding in Davos, mijnheer de premier. U hebt daar het belang herhaald van het internationaal recht en de territoriale integriteit. Soevereiniteit blijft ons kompas.
U hebt naar aanleiding van de Europese Raad herhaald dat de EU zich zal blijven verdedigen tegen elke vorm van dwang. We hebben daartoe de nodige instrumenten. Ze werden ook aangehaald. We zullen die toepassen, wanneer en indien nodig. Het is goed dat te horen, want we worden geconfronteerd met wispelturigheid van de zijde van de Verenigde Staten. Vandaar mijn vraag. De mogelijke maatregelen, die ook voorbereid zijn, zitten nog in de rugzak van de Europese Unie. Ze kunnen elke dag ingezet worden, indien er nieuwe invoertarieven worden aangekondigd.
Wat met de steun aan Oekraïne? Vandaag was er weer een laffe aanval op een passagierstrein naar Charkiv. We moeten het niveau van de steun aan Oekraïne hoog houden om zo snel mogelijk een eind te maken aan de wrede oorlog daar, aan aanvaardbare voorwaarden, voor Oekraïne en voor Europa. Wat was de teneur van de verklaringen tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad?
Ten slotte, eergisteren werden de stoffelijke resten van de laatst overblijvende gijzelaar gevonden. De teruggave van de gijzelaars was een van de voorwaarden in het akkoord rond de erkenning van Palestina dat op Belgisch niveau werd gesloten. Voorts is er ook een overgangsbestuur. Een operationalisering van de relaties lijkt me momenteel niet mogelijk. Hoe zal de Belgische regering daar verder mee zal omgaan? Zal België Palestina erkennen?
Meyrem Almaci:
Collega’s, de trans-Atlantische alliantie is vandaag een beetje zoals Schrödingers kat. Niemand weet of die nog leeft of niet. Het is goed dat we naar aanleiding van Groenland de rug hebben gerecht in Davos. De vraag is nu welke daden en welk beleid zullen volgen om die vastberaden houding consequent in de praktijk om te zetten, ook in andere internationaal-geopolitieke dossiers die de wereld beroeren.
We moeten als Europa razendsnel de taal van de macht leren spreken. Dat vredesproject moeten we samen op een robuuste manier vormgeven. Dat betekent dat we op korte termijn risico’s moeten leren beheersen en op lange termijn ervoor moeten zorgen dat we minder afhankelijk worden. We moeten ook de economische macht van onze geïntegreerde, welvarende markt van 450 miljoen consumenten in dat machtsspel durven te gebruiken. Onze afhankelijkheid verminderen is nodig op het vlak van grondstoffen, energie en veiligheid.
Wat de vragen betreft die mij op korte termijn het meest bezighouden, ik ben tevreden over de U-bocht van de VS in verband met Groenland. All eyes on Greenland betekent evenwel ook dat er tussen de VS en Rusland momenteel een bijzonder hard spel rond Oekraïne wordt gespeeld. Hoe zullen wij aan die tafel geraken? De EU levert de zwaarste financiële inspanningen en Oekraïne, dat al drie jaar lang bepaalde gebieden verdedigt, dreigt die nu te moeten opgeven.
De positie rond Gaza roept dezelfde vraag op. Zullen we ook wat dat betreft consequent zijn? Zal België zijn belofte nakomen en Palestina erkennen, aangezien er aan alle voorwaarden is voldaan? Hoe zullen we de peace board , waarin volgens een meme op Instagram enkel nog senator Palpatine ontbreekt, weerwerk bieden? Zullen we anticoalitiemaatregelen achter de hand houden? Wat met de extra F-35's die we zelf willen aankopen? Kunt u ons ook iets meer zeggen over hetgeen Rutte met president Trump heeft besproken?
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de eerste minister, gisterenvoormiddag hadden we ook een gedachtewisseling met onze twee Europese topdiplomaten. Zij schetsten een zeer verontrustend beeld van de nieuwe wereldorde waarin we ons bevinden. Zij zeiden letterlijk dat de handvatten die zij gewend waren te hebben, zijn weggevallen, waardoor het zeer moeilijk is om daarin te navigeren. Groenland is geen banaal diplomatiek incident. Dat doet vrezen dat dergelijke problemen zullen blijven terugkomen en dat we ons daar goed op moeten voorbereiden.
U spreekt terecht over onze interne macht, die verder moet worden vervolledigd, en over onze competitiviteit. Ik ben verheugd dat te horen. Mijn partij pleit al zeer lang voor het vervolledigen van die interne macht. We hebben immers nood aan een sterker Europa en ik denk dat dat vandaag, in deze geopolitieke context, des te duidelijker blijkt.
U zei het bijna letterlijk: die interne macht en die competitiviteit gaan niet alleen over onze economie en onze welvaart, ze zijn ook noodzakelijk voor onze veiligheid. Daarom is het zo onwezenlijk dat we als Europa akkoorden met betrouwbare partners op de lange baan lijken te schuiven. Ik heb het uiteraard over Mercosur. In het Europees Parlement is dat naar het Hof van Justitie doorverwezen en daarin heeft uw meerderheid een verpletterende verantwoordelijkheid.
Daarover heb ik enkele vragen voor u, mijnheer de premier. Is wat er gebeurt rond Mercosur ook besproken op de Europese top? Weet u welke richting het zal uitgaan met de provisoire uitvoering van dat akkoord? Hoe gaat u daar zelf mee om binnen uw meerderheid? Ik hoor dat ons land zich al 17 keer heeft onthouden in de Europese Raad. Dat is dus niet louter politiek. U bent politiek verzwakt als u de meerderheid niet op één lijn krijgt. Hoe gaat u daarmee om?
Ik dank u.
Vincent Blondel , président: Les questions ne manquent vraiment pas et, monsieur le premier ministre, vous avez maintenant l’exercice difficile d’y répondre.
Bart De Wever:
Tâche difficile, voire impossible, tant les questions partent dans toutes les directions. J’ai tout noté et je ferai de mon mieux, mais je ne sais pas si je pourrai répondre à l’ensemble des questions qui ont été posées. Commençons par celles de MM. Ducarme et De Maegd.
Monsieur Ducarme, vous l’avez dit, certains ont très vite sonné le glas du transatlantisme et de l’OTAN, et certains ont même ajouté que c’était une bonne chose. Je ne le pense pas. Je comprends l’émotion derrière ces propos, après tout ce qui s’est passé concernant le Groenland et également après ce que le président Trump a déclaré à propos de ce que nous avons fait en Afghanistan. Disons-le sans crainte d’exagérer, ce ne sont pas des propos qui nous ont mis en joie.
Je comprends donc l’émotion qui conduit certains à affirmer qu’il n’y aurait plus de transatlantisme, plus d’OTAN, et que vive l’Europe autonome dans le monde. Cependant, je ne pense pas que ce soit une position très intelligente. C’est peut-être exactement ce que certains, aux États-Unis, veulent entendre, à savoir que l’Europe elle-même souhaite une rupture de l’atlantisme.
Lorsqu’on est provoqué dans la vie, il faut toujours réfléchir. Celui qui provoque a un agenda. Réagir à une provocation avec beaucoup d’hostilité peut précisément servir l’agenda de ceux qui souhaitent une rupture avec l’Europe. Il faut donc garder son sang-froid et ne pas se lancer dans l'aventure.
Cela étant dit, il ne faut pas accepter l’inacceptable. Vous l’avez évoqué, et vous aussi, monsieur De Maegd, ainsi que d’autres intervenants, nous disposons d’outils, notamment économiques. Nous n’avons pas suffisamment de capacités militaires, c’est vrai, mais nous avons le plus grand marché du monde, que nous pourrions militariser, selon ce qu'on dit en anglais, weaponize the market .
Vous avez évoqué l’instrument anti-coercition, qui constitue effectivement un moyen de répondre à des pressions économiques illégitimes. C’est un instrument que nous gardons en réserve, mais il importe de montrer qu’il existe. En flamand, on dit que l’on a mis le couteau sur la table. L’expression n’est peut-être pas usuelle en français, mais vous me confirmez qu’elle est parfaitement compréhensible.
Nous avons mis le couteau sur la table, et cela a eu des conséquences. Les réactions des marchés aux États-Unis, ainsi que les sondages, ont constitué une aide considérable. En mettant le couteau sur la table, nous avons bien constaté que M. Trump n'a pas osé poursuivre sur la même voie.
En outre, l'évolution de la semaine dernière a également montré que miser sur la désescalade – autrement dit mettre le couteau sur la table sans avoir l'intention de l'utiliser – était essentiel. Agir autrement serait désastreux pour l'Europe, pour les États-Unis ainsi que pour notre alliance. Nous avons donc, dans le même temps, misé sur la désescalade, préservé le dialogue diplomatique et continué à coopérer au sein des structures de notre alliance.
M. Rutte a consenti beaucoup d'efforts. Je dois admirer cet homme qui se lance toujours dans l'impossible pour trouver des solutions ou le chemin vers le calme, ce qui produit bel et bien des résultats. Nous avons suivi les deux chemins. D'une part, nous avons dit: "Jusqu'ici, mais pas plus loin." C'est une très bonne chose. Nous avons tracé une ligne rouge et avons clairement dit: "Vous êtes en train de franchir des lignes rouges, il y aura des conséquences très graves." Mais d'autre part, nous avons poursuivi le dialogue.
J'ai vu M. Trump. Je ne vais pas élaborer davantage car j'ai promis de ne rien dire à ce sujet, mais disons que j'ai été assez clair pendant la réunion. J'ai indiqué que, soit nous continuions vers le conflit – ce qui serait très grave et ce que nous ne voulons pas, certainement pas la Belgique –, soit nous nous dirigions vers une désescalade. M. Trump a fait son choix.
Ik vind het al bij al een mooi resultaat.
Il faut tirer les leçons de ces échanges, vous avez raison. Cela veut dire qu'on doit construire en tout état de cause notre propre puissance économique. Nous devons la renforcer, mais aussi renforcer l'autonomie européenne économique. Il faut mener une discussion, ainsi que plusieurs intervenants l'ont mentionné, sur nos capacités militaires.
De collega van het Vlaams Belang heeft daarop zonet gewezen. Heeft Europa macht? Hebben wij een strategie? Dat zijn legitieme vragen. In Davos was er een panel waarin een dame, wiens functie ik mij niet precies herinner, zei dat Europa een herbivoor is in een wereld van carnivoren. Ik vond dat een treffend beeld.
Bij het begin van de Oekraïnecrisis dacht ik dat we opnieuw in de jaren '80 leefden. De situatie was toen herkenbaar, met een tirannie in het oosten en met militair geweld, en de democratieën van het vrije westen zouden zich wel verenigen en verdedigen. Ik herinnerde mij Ronald Reagan die in 1987 zei: " Mr. Gorbachev, tear down this wall ." en verwachtte mij eraan dat de leider van de vrije wereld nu zou zeggen: " Mr. Putin, get out of Ukraine ." en dat we daar voluit achter zouden staan.
Helaas lijken het meer de jaren 1880 dan 1980, met de age of empires , met imperiale hemisferen, met gunboat diplomacy en alles wat daarbij hoort. Het is voor Europa dus een pijnlijk ontwaken. We leven in een wereld van carnivoren, van imperiale machten die opnieuw militaire middelen durven gebruiken. De bewering dat wij machteloos zijn, is à côté de la plaque . Wij hebben effectief de grootste markt ter wereld en dat is een wapen. Wij kunnen beslissen, en wellicht zouden we dat moeten doen, om meer militaire capaciteit te ontwikkelen.
We zullen alleszins veel meer uitgeven. Het debat is aan de orde van de dag, wat u zult begrijpen, en ook in de wandelgangen gaat het daarover. In hoeverre moet Europa een militaire macht worden, met de consolidatie van de Europese defensie-industrie en de integratie van die militaire capaciteiten in Europa, op een bepaald niveau, of dat nu het niveau van de Europese Unie of van een aantal kernlanden die misschien versnellen in de integratie? Dat zijn de debatten die op ons afkomen. Die worden nu in de wandelgangen gevoerd, maar zullen heel binnenkort aan de Europese tafels worden gevoerd.
Moeten wij een militaire macht worden die, wat mij betreft, binnen de NAVO blijft staan, maar die zich ook ontwikkelt op een manier dat ze autonoom kan optreden en dus globale capaciteiten heeft? Moeten wij naast onze economische macht, die we echt nog wel hebben en nog kunnen uitbreiden, een militaire macht uitbouwen die ons in staat stelt om autonoom te handelen? Dat is een grote vraag. Persoonlijk ben ik geneigd om het volgende te antwoorden. We moeten die debatten uiteraard voeren. We zijn geen presidentiële democratie, waar men met een handtekening richtingen kan kiezen. We zijn een ander soort land, dus we willen die debatten met elkaar voeren, maar persoonlijk ben ik geneigd om ja te antwoorden op die vraag.
Mijn persoonlijke mening is dat België bevestigend moet antwoorden op die vraag en dat wij bereid moeten zijn tot een zeer verregaande integratie van onze militaire strijdkrachten in een groter verhaal. In de wereld van vandaag is ieder ander antwoord volgens mij hopeloos onvoldoende.
Er werd gevraagd naar de volgende stappen na de informele top. Welke precieze beslissingen worden genomen en wat is het uitvoeringstraject?
Il faut comprendre que c'était un sommet informel. Cela signifie qu'aucune décision précise n'a été prise. C'est pourquoi M. Costa a livré un compte rendu de tout ce qu'il avait compris autour de la table. Toutefois, aucune décision précise n'a encore été prise. C'est impossible, puisqu'il s'agissait d'un sommet d'urgence. Nous avons réagi à ce que nous croyions que M. Trump allait faire. Entre-temps, celui-ci avait déjà accompli un virage à 180 degrés. On pourrait donc en déduire que le sommet n'était plus nécessaire. Cependant, il est bon que nous l'ayons maintenu, car the meeting is the message . C'est parfois le cas dans la vie. L'Union européenne s'est attablée pour lancer un signal politique qui est assez clair: jusqu'ici et pas plus loin. Il ne faut pas se faire d'illusion. Nous ne sommes plus dans l'Union européenne des vingt-sept. En tout cas, une large majorité d' É tats membres, de pays traditionnels – the core of Europe – ont parlé d'une seule voix. Nous ne sommes en effet pas des esclaves. Il faut nous respecter. Si l'on nuit à la souveraineté d'un pays et que l'on nous menace même d'un recours à la force dans l'Alliance, nous allons réagir, nous n'allons pas l'accepter. En tout cas, il n'y a pas de décision précise à vous expliquer.
Heeft president Trump daar nu een goede deal aan gedaan? De collega van het Vlaams Belang heeft dat gezegd. Helemaal niet. Totaal niet. Er zijn veel vragen gesteld over wat die deal precies inhoudt. Wat is daar nu afgesproken? Wat is er afgesproken over het verdrag van 1951?
Ik weet uiteraard niet wat de heer Rutte met de heer Trump heeft besproken. Ik was daar niet bij en kan alleen voortgaan op wat daarover is meegedeeld. Ik denk dat de heer Rutte altijd – ik bewonder hem daarvoor – probeert de kloof binnen de alliantie te dichten. Dat is geen gemakkelijke opdracht. Ik benijd hem niet. Een coalitie met vijf partijen leiden in dit land is niet gemakkelijk, maar ik veronderstel dat het leiden van de NAVO, die ook een coalitie is, ongezellige momenten oplevert. Die momenten stapelen zich op. De heer Rutte heeft zich in zo’n ongezellig moment gesmeten om iedereen opnieuw samen te brengen en een breuk te vermijden. Hij faciliteerde zo eigenlijk de mogelijkheid voor president Trump om terug te komen op zijn bedreigingen. Dat heeft hij gedaan.
De vraag blijft echter of hij daar een goede deal aan heeft overgehouden. Men moet zich de vraag stellen wat president Trump nu eigenlijk vraagt. Dat gaat over de installatie van een rakettenschild, de uitbouw van militaire capaciteiten op Groenland en eventueel, op langere termijn, de mogelijkheid om daar ook economische ontwikkelingen te ontplooien.
Wat heeft hij nu eigenlijk gevraagd waar wij niet al decennialang automatisch ja op zouden hebben gezegd? De Verenigde Staten hebben ooit 17 bases gehad op Groenland, met tienduizenden soldaten. Ze hebben die allemaal zelf teruggetrokken. Vandaag zouden er, denk ik, nog ongeveer tweehonderd aanwezig zijn.
Wat wordt er dus gevraagd dat hij niet al eerder had bekomen en wat eigenlijk een evidentie is? Wie van ons – uitgezonderd misschien zeer extreme fracties – zou bezwaar maken tegen het versterken van de Arctische veiligheid? Daar is immers een uitdaging, die op termijn alleen maar groter zal worden. De grote meerderheid zal zeggen dat dat een goede zaak is en dat men dat gerust mag doen.
Waar zit dan eigenlijk de grote winst? Ik zie die niet. Ik heb uiteraard wel kennisgenomen van wat de peilingen in de Verenigde Staten daarover hebben gezegd. Die waren redelijk vernietigend negatief. Zeker op het moment dat er met agressie werd gedreigd, waren ze verpletterend negatief. Ook de reactie van de financiële markten in de Verenigde Staten was verpletterend negatief. Als u dat een goede deal noemt, dan ben ik het daar absoluut niet mee eens.
Een andere vraag is hoe dat nu allemaal zal geconcretiseerd worden. Uiteraard huldigt Europa - dat is in de marge ook nog eens ter sprake gekomen op de Noordzeetop - het standpunt dat alleen Groenland het verdrag van 1951 eventueel kan heronderhandelen. Dat is een bilateraal verdrag. Groenland en Denemarken zijn de enige twee partijen die eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen aan de manier waarop de Arctische veiligheid daar wordt uitgebouwd, met eventueel ruimere mogelijkheden voor de Verenigde Staten. Mark Rutte heeft dus geen mandaat – bij mijn weten heeft hij het niet – om namens Denemarken een onderhandeling te voeren. Dat kan alleen Denemarken. Ik denk dat dit de komende tijd effectief zal gebeuren.
De ironie is dat als heel die publieke scène niet had plaatsgevonden, het resultaat wellicht hetzelfde was geweest. Met andere woorden, als men gewoon beleefd had gevraagd om een aantal dingen te doen, dan was naar mijn mening de kans honderd procent geweest dat daarop volmondig ja zou zijn gezegd. Nu acht ik die kans eigenlijk kleiner, omdat er natuurlijk is geëist en gedreigd en men nu onder de schijnwerpers moet onderhandelen. Eender welk resultaat zal ook onder een ander gesternte worden bekeken, met name het gesternte van de publieke opinie in Europa die buitengewoon negatief gestemd is geraakt over heel die zaak.
Dus als u dat een goede deal noemt en een goede zet - ik weet dat uw fractie Trump erg bewondert – dan heb ik daar toch een heel andere mening over.
Que devrait-on faire pour renforcer l'Europe? Je pense qu'on est déjà d'accord là-dessus, et j'ai à cet égard cité tous les éléments de notre accord de gouvernement qui visent à renforcer l'Europe et compléter le marché interne. Il y a encore beaucoup de gains à obtenir de ces mesures à prendre au niveau européen, certainement pour la Belgique, qui est une économie ouverte et focalisée sur l'exportation.
Le FMI a établi que les barrières non tarifaires sur les biens se chiffrent à environ 44 ou 45 %. Ces barrières non tarifaires existent également entre les États membres des États-Unis, et elle y sont de l'ordre de 15 %. On a donc trois fois plus de barrières sur les biens et sur les services – à hauteur de 117 % sur ces derniers. Il y a par conséquent en Europe une guerre commerciale entre nos propres pays. On peut se plaindre de M. Trump et de ses tarifs, mais entre-temps, en Europe, il y a beaucoup à gagner si on prend des mesures pour compléter le marché interne. C'est un premier élément qu'il faut vraiment garder à l'esprit.
Le deuxième élément porte sur la simplification. On s'occupe le mieux possible du problème de la charge administrative. J'ai eu hier encore une réunion avec M. Clarinval dans le cadre de MAKE 2030. On a déjà défini, je pense, plus de 70 projets de simplification administrative en bonne coopération avec les régions, en l'occurrence la Région Wallonne, la Région flamande, et Bruxelles, même si, comme vous le savez, la situation est très compliquée pour ce qui est de la Région bruxelloise, même si leurs représentants étaient présents. En tout cas, je crois qu'il est nécessaire de faire la même chose au niveau européen et je m'attends certainement, partant du sommet à Anvers, à ce que l'industrie indique d'une façon très claire toutes les mesures de simplification administrative qu'ils veulent obtenir de l'Europe.
Le troisième élément à mentionner est l'énergie abordable. C'est une question cruciale pour renforcer l'Europe. On a beaucoup parlé beaucoup de stratégie autonome. À mon avis, il s'agit bien là de la chose la plus importante et la plus urgente: "dérisquer" l'Europe par rapport à l'importation d'énergie mais également diversifier le plus possible les chaînes de valeur et développer notre propre capacité de production, ce dont M. Bihet se charge.
Nous avons donc choisi le nucléaire. Ce ne sera pas simple, mais il fait beaucoup d'efforts à cet égard. Je peux vous le dire. N'oublions pas les énergies renouvelables également. Pour le reste, diversifier les sources pour l'énergie que nous devons importer et renforcer le Grid, le réseau européen, pour créer un marché de l'énergie européen qui pourrait nous aider à garder l'énergie abordable et à garantir l'approvisionnement. C'est le troisième élément.
Le quatrième élément est très sensible. Des questions ont été posées là-dessus. Mon avis personnel est que l'Europe doit avancer le plus vite possible pour conclure des traités de libre-échange. Je suis à 100 % pour le Mercosur.
Monsieur Di Nunzio, vous avez indiqué: "Votre coalition n’est pas sur la même longueur d'onde." C'est vrai. Aucune coalition, depuis 25 ans, n’a été sur la même longueur d'onde. La mienne non plus. Je le déplore. Je peux comprendre les arguments, mais je le déplore.
Au moment où le monde multilatéral, le monde basé sur des règles, le monde du respect, le monde de l'État de droit subit une pression énorme, nous devons quand même réaliser que beaucoup de pays, dans le monde entier, regardent l'Europe avec beaucoup d'espoir. Ils voient un continent où il y a encore du respect, où il y a encore l'ambition d'avoir des relations commerciales basées sur des règles, où on peut compter sur l'État de droit, où on ne change pas de direction tous les deux jours, où il n'y a pas de grands leaders dont les ordres exécutifs changent tout, où on ne vous menace pas tous les jours avec des droits de douane. Ça, c'est l'Europe.
Quant à ce que Mme von der Leyen a fait avec l'Inde, je m'interroge sur la position de chacun et de chacune dans cette salle à propos de cet accord de libre-échange avec l'Inde, mais j’y suis à 100 % favorable, et je pense qu'il y a encore beaucoup d'autres pays et de régions dans le monde, et de pouvoirs régionaux, qui pourraient être impliqués dans des accords de libre-échange.
C’est un point sensible. Je me rends compte que je n’ai pas parlé au nom de la coalition. En tout cas, monsieur Piedboeuf, je pense que ce seront bien les quatre chantiers qui seront discutés lors de la séance à Alden Biesen. Si nous n’en parlons pas, je me demande bien de quoi nous allons discuter.
Certains collègues ont plaidé pour le développement d’une force militaire. Il y a la force économique, l’arme que constitue notre marché et les outils dont nous disposons, comme l’instrument anti-coercition. Cela ne suffit toutefois pas. Il faut aussi disposer de capacités militaires. Soyons clairs. Si nous menons à bien les chantiers économiques, nous générerons de la croissance. Cette croissance permettra ensuite de développer une capacité militaire. Sans croissance et face à une obligation d’augmenter les dépenses de défense, la situation devient intenable. Ceux qui se montrent enthousiastes à l’idée d’enterrer l’OTAN doivent réaliser que cela impliquerait, à court terme, de doubler les dépenses de défense.
Si l’Europe voulait assurer seule sa sécurité, sans aucune coalition avec les États-Unis, il faudrait doubler à court terme les budgets de défense. Est-on est prêt à assumer cela? Y a-t-il ici quelqu’un qui pense cela possible dans une situation économique sans croissance? Je ne le crois pas. Tout est lié, tout se tient.
Nous devons donc travailler sur ces quatre chantiers à Alden Biesen afin de renforcer l’Europe sur le plan économique. Une Europe économiquement plus forte est une Europe qui pourra aussi se développer comme une puissance militaire, à la condition impérieuse qu’il y ait un véritable projet d’intégration militaire.
De vragen over de F-35’s komen steeds terug. Ik begrijp dat sommigen ervoor pleiten dat, aangezien het gedaan moet zijn met de Verenigde Staten, absoluut gedaan, we er geen militaire capaciteiten meer moeten kopen. Ten eerste kopen we heel weinig in Amerika. Nemen we even onder de loep wie van de NAVO-bondgenoten in Europa waar aankoopt, dan stellen we vast dat we voor 7% in Amerika uitgeven. Dat is zeer weinig. Het gaat bovendien om capaciteiten die in Europa gewoon niet te krijgen zijn, bijvoorbeeld de NASAMS en de F-35; daarvoor is er geen alternatief.
Waarom is er geen alternatief, collega’s? Dat is omdat Europa niet geïntegreerd is en tot vandaag energie blijft verspillen aan de vraag wie nu eigenlijk het jachtvliegtuig van de zesde generatie zal ontwikkelen. Eén Europees project, alstublieft, één, geen twee, één. Dan denk ik dat we in grote consensus zouden kunnen kiezen voor dat alternatief als ons volgende vliegtuig. Nu evenwel de F-35 weren, zonder dat er een Europees alternatief is en zonder dat er op dit moment zelfs maar perspectief is om dat te ontwikkelen, dat gaat dus niet. Men kan ook niet om de vijf seconden van richting veranderen. Zoals ik al heb gezegd, wie denkt dat het een heel goed idee is om de NAVO-deur dicht te doen, is op dit moment misschien emotioneel en heeft ongelijk. Wie die idee vanuit een langgerekte overtuiging verdedigt, heeft volgens mij een agenda die de belangen van Europa niet dient. Ik heb ook niet de behoefte om een slaaf van iemand anders te worden, mijnheer Hedebouw.
Je ne veux pas devenir l'esclave de quelqu'un d'autre.
Prétendre que, du jour au lendemain, il faut dire adieu à l'alliance transatlantique et que nous en sommes capables est simplement un mensonge. Je peux comprendre qu'on le dise sous le coup d'une certaine émotion, mais si c'est au nom d'une conviction profonde, je ne pense pas que ce soit en s'appuyant sur un agenda qui serve les intérêts européens et de la démocratie en Europe. Bien au contraire.
Als ik heb gesproken over de gelukkige vazal, dan is dat uiteraard een manier om mij uit te drukken. Ik bedoel dat niet letterlijk, alsof ik graag als gelukkige vazal zou leven. Het is een ironische manier van spreken om aan te geven dat we inderdaad in een veel te grote afhankelijkheid leven ten aanzien van de Verenigde Staten. Dat weten we al lang. We don’t carry the big stick, we only speak softly. We hebben altijd op de big stick van iemand anders gerekend en stellen nu vast dat we daar eigenlijk niet meer zo hard op kunnen rekenen, bijvoorbeeld inzake Oekraïne. De vaststelling is dat we vandaag niet de leider van de vrije wereld hebben die zegt: Putin, get out of Ukraine . Die hebben we niet. Het is een zeer moeilijk parcours om de alliantie rond Oekraïne gaande te houden. We stellen vast dat we te veel een vazal zijn geworden. We hebben niet de capaciteiten om het zelf te doen. Dat is een manier om dat uit te drukken. We willen al zeker niet afzakken tot slavernij en op de knieën gedwongen en bedreigd worden om zelfs een agenda uit te voeren die we niet eens willen. Als we uit die situatie willen ontsnappen, dienen we ons huiswerk te maken. Daar hebben we, denk ik, al heel veel over gesproken.
Nu kom ik tot de vragen over Gaza, onder meer over de erkenning. U weet dat er een akkoord is in de regering om in drie fases te werken. De eerste fase was in New York, waar we hebben gezegd dat we politiek bereid zijn om, in het kader van de tweestatenoplossing – dat is maar logisch ook –, over te gaan tot een erkenning van Palestina. In een tweede fase zou dat formeel gebeuren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ik hoor sommigen zeggen dat bekeken moet worden of we nu in die fase zitten. Goed, maar ik denk dat er nog veel onduidelijk is.
Omtrent de Board of Peace heb ik gezegd wat ik daarvan denk. Ik heb ook gezegd wat daarover op de Europese tafel is gezegd. Ik kan me niet inbeelden dat de leden, van oppositie zowel als meerderheid, die voluntaristisch vragen of we nog niet aan die erkenning toe zijn, nu dezelfden zijn die zeggen dat die Board of Peace geweldig is, omdat die ons geruststelt dat het met het bestuur van Gaza echt de goede kant uitgaat en dat de mensen die daarin zitten, zoals Loekasjenko en Poetin, toch echt mensen van vrede zijn. Ik zal geen verdere namen noemen om geen nieuw incident te creëren.
Je n'ai pas l'impression que MM. Poutine et Loukachenko soient des hommes de paix. Je ne peux pas croire ceux qui ont dit: "Maintenant, dans l'Arizona, vous devez regarder si la deuxième condition est remplie pour la reconnaissance de la Palestine, puisqu'un Board of Peace existe, que nous sommes rassurés du fait qu'ils vont s'occuper excellement de Gaza et y organiser la démocratie et des élections." Disons que cela reste à voir…
Op dit moment zijn er geen, buiten Hongarije en Bulgarije, die lid geworden zijn. Ze maken hun eigen keuze. Met alle respect, ik heb niet de indruk dat er op dit moment één ander Europees land geloof hecht aan het mechanisme van de Board of Peace zoals dat geconcipieerd is in de teksten die ons hebben bereikt.
Ik nodig u allemaal uit die statuten van de Board of Peace eens te lezen. Ik meen dat we opnieuw een zeldzaam moment van unanimiteit beleven. Ik weet het niet, ik kan me niet namens alle fracties uitspreken. Er zijn grote bewonderaars van Trump onder ons. Maar het zou me toch verbazen dat iemand zegt: ik heb die statuten gelezen, ze zijn fantastisch; we moeten het doen; we moeten er met België instappen. Dat is alleszins niet de indruk die bestaat bij de meeste Europese landen. Dan druk ik me nog relatief voorzichtig uit.
Ik meen dat het dus raadzaam is een beetje af te wachten hoe de zaak zich verder zal ontwikkelen, wat we op het terrein zien, en dat we dan het akkoord zoals we het afgesloten hebben – waar ik geen moeite mee heb – uitvoeren. Als we allemaal zeggen dat het in de goede richting gaat, dan lijkt het mij logisch dat we dat doen. Dat was ook de logica van het akkoord: stapsgewijs goede evoluties belonen door altijd een stapje verder te gaan. Dan doen we dat. Dat lijkt me logisch. Ik stel voor dat we het op die manier opvolgen. We zullen het binnen de regering en binnen de meerderheid ongetwijfeld nog bespreken.
Over Oekraïne zijn ook vragen gesteld. Hoe zit het nu met de steun voor Oekraïne? Wel, wij hebben als Europa de beslissing genomen om die oorlog te financieren. Wij zijn voor 90 miljard schulden aangegaan. Dat doet men niet voor zijn plezier.
Nous avons contracté un emprunt au niveau européen. Tout ce que nous avons vécu avec le reparation loan a quelque peu invisibilisé la décision que nous avons prise, et qui est quand même une décision majeure, car cet emprunt porte sur un montant de 90 milliards d'euros. Vous savez très bien que tous les États membres de l'Union européenne ne sont pas enthousiastes à l'idée de contracter des emprunts au niveau européen. Certains – les pays qualifiés de "frugaux" – y sont totalement opposés, même s'ils ont fini par l'accepter à un moment donné.
In de mist van de reparation loans is een beetje verloren gegaan dat dit toch een ongelofelijke stap is.
L'Europe a ainsi apporté son soutien à l'Ukraine à un moment particulièrement délicat.
Zonder die steun zou Oekraïne onderuitgegaan zijn.
Een andere vraag is hoelang die oorlog nog zal voortduren en wat het perspectief is. Het beste perspectief is uiteraard dat er een voor Oekraïne aanvaardbare vrede op het tapijt komt. Het valt niet te ontkennen dat het Westen daar geen eenduidig standpunt over heeft. Ik spreek mij niet uit over hoe het territorium eruit moet zien na een vredesakkoord, omdat alleen Oekraïne daarover kan beslissen, maar er moeten op zijn minst verdedigbare grenzen overblijven. Oekraïne mag niet gedwongen worden om dermate grondgebied op te geven waardoor het in een situatie terechtkomt waarin het land niet langer verdedigbaar is. Als Oekraïne niet verdedigbaar is, zijn wij ook in gevaar. Het is essentieel dat de soevereiniteit, de democratie en de militaire slagkracht van Oekraïne overeind blijven. Ook wat dat betreft merkt men opnieuw dat het vrije Westen, dat verenigd zou moeten zijn en in staat zou moeten zijn om Poetin ervan te overtuigen die oorlog te stoppen, geen eenduidig standpunt heeft. Er klinken te veel verschillende geluiden, die Poetin volgens mij alleen maar aanmoedigen zijn agressie voort te zetten.
À mon sens, c’est là que se situe le véritable drame de ce qu'il s’est passé à Davos. On peut évidemment relever les déclarations de M. Trump, constater qu’il les nuance ensuite, et se dire que la semaine prochaine apportera peut-être une nouvelle crise ou une nouvelle sortie médiatique. Je l’ignore. Mais le drame, c’est que l’on a encouragé Vladimir Poutine à poursuivre sa guerre. Il ne s’arrêtera que lorsqu’il constatera que l’Occident parle d’une seule voix et se montre résolu. Or, c’est précisément ce qu’il ne voit pas aujourd’hui. Il observe un conflit autour du Groenland. Il voit parfois les États-Unis se retourner contre le président Zelensky. Et c’est cela, le véritable drame.
In Europa hebben wij nu niet de militaire slagkracht om de oorlog op het slagveld te beëindigen, maar we zijn wel in staat, met onze welvaart, met onze markt, om Oekraïne te financieren. Daarmee zal men echter geen oorlog winnen.
Ferro non auro , zei Livius. Een oorlog wint men met ijzer, niet met geld, niet met goud. Men heeft goud nodig, maar met goud wint men geen oorlog. Het enige dat we aan Oekraïne kunnen geven, is goud, geen ijzer. Het ijzer moet van ergens anders komen, maar dat gebeurt niet. Dat is het drama op dit moment.
Die vraag moeten we durven te stellen. Het financieren van een oorlog zonder perspectief om die te winnen, is ook het financieren van een onmenselijk lijden dat voort blijft duren. Dat brengt ons misschien niet naar een situatie die fundamenteel beter is dan de huidige. Met dat vraagstuk moeten we ons in Europa ook bezighouden. Alleszins is het een vingerwijzing om die militaire slagkracht wel te ontwikkelen, maar dat zal ons uiteraard nog wel wat tijd kosten.
Mijnheer de voorzitter, mogelijk heb ik niet alle vragen beantwoord, maar daarmee heb ik minstens alle thema's aangeraakt.
Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur le premier ministre.
Nous allons nous en tenir strictement à l’horaire afin de pouvoir conclure notre réunion à l’heure prévue. Cela nous laisse le temps pour une réplique d’une minute maximum par groupe.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de premier, u wilt inzetten op strategische autonomie. Dat hoor ik graag. Vandaag doet het beleid dat echter niet. Immers, zolang Europa zichzelf blijft vastketenen aan verstikkende regels voor onze industrie en landbouw, blijft autonomie gewoon een lege doos.
Wij hebben misschien wel de grootste economische markt, maar wij gebruiken ze niet. Sterker nog, wij laten ze zelfs misbruiken door derden.
Ik herhaal het. Als u uw woorden ernstig neemt, verwacht ik dat België in Europa zal pleiten voor een fundamentele koerswijziging. Ik betwijfel echter of dat zal lukken onder de huidige constellatie onder leiding van von der Leyen.
Ten slotte, ik hoef u niet te herhalen dat wij geen Trump lovers zijn. Wij steunen gewoon elk beleid dat onze mensen op de eerste plaats zet. Dat zouden Europa en uw partij beter ook doen.
Denis Ducarme:
Finalement, on aurait pu intituler l’objet de notre échange "Souveraineté européenne". Nous aurions sans doute eu besoin de davantage de temps encore. Je vous rejoins sur l’OTAN. Nous devons pouvoir continuer à nous appuyer sur elle. Nous devons également développer la notion de marché-puissance.
Je rejoins aussi l’idée de laat het mes op tafel! (gardez le couteau sur la table!), à condition qu’il ne soit pas en plastique. Sur cet aspect, je crois que des signaux peuvent être envoyés avec subtilité et nuance.
Il serait toutefois malvenu, dans la semaine qui suivrait les menaces de monsieur Trump au Groenland, d’acheter du matériel américain. Ce serait malvenu, en tout cas si notre dignité n’est pas à vendre et si nous ne sommes pas les esclaves des États-Unis. La nuance invite sans doute à envoyer un signal, par exemple en retardant une acquisition, sans nécessairement la rompre.
Fatima Ahallouch:
Merci, monsieur le premier ministre.
Évidemment, le fait de se réunir était important. Nous entendons l’argument du symbole, mais nous pensons qu’il est désormais temps de passer aux décisions. Vous nous dites que le message est passé, mais dans les faits, nous continuons à dépendre d’une grande puissance.
Vous reconnaissez vous-même cette dépendance importante à l’égard des États-Unis, lesquels continuent de franchir des lignes rouges. Aujourd’hui, les Américains ont menacé l’intégrité territoriale des Européens.
Cela concerne concrètement les avions, mais aussi l’achat de drones et la dépendance en matière de satellites. Il vous reviendra bientôt, monsieur le premier ministre, de trancher sur ces décisions. Enfin, notre inquiétude demeure grande en ce qui concerne la paix, que ce soit en Ukraine, à Gaza ou encore en Iran. En effet, qui peut dire quelle sera la prochaine lubie de monsieur Trump?
Raoul Hedebouw:
Je vous remercie, monsieur le premier ministre, de nous avoir dévoilé une partie de la stratégie du vassal heureux.
En effet, vos réponses reflètent une stratégie très claire sur la direction que vous voulez prendre, à savoir, en gros, rester heureux, mais vassal des États-Unis d'Amérique. On voit la prudence dont vous faites preuve face aux mesures américaines qui pourraient ne pas nous rendre très heureux. Il est assez étonnant d'entendre l'autre ton que vous adoptez envers les pays du Sud.
Je pense effectivement, monsieur De Wever, que cette stratégie est mauvaise pour l'Europe. Je crois que c'est vraiment là la question. Quelqu'un vous a dit à Davos que nous étions des herbivores. Mais l'Europe n'est pas du tout faite d'herbivores, nous sommes des carnivores. Allez demander au peuple libyen ou afghan, en Syrie, en Irak ou dans les pays africains, avec toutes les multinationales européennes. L'idée que l'Europe est composée d'herbivores, cet ordre mondial-là n'est pas vécu de cette manière par les pays du Sud. Allez demander aux peuples africains, latino-américains ou asiatiques: ils ne vivent pas l'Europe comme étant herbivore. Nous sommes des carnivores, et les vassaux heureux du plus grand des carnivores, les États-Unis d'Amérique.
Je pense que cela va détruire l'Europe, monsieur De Wever. Nous avons intérêt à avoir un changement stratégique au niveau européen. Vous allez voir, Donald Trump le dit clairement dans sa note de sécurité nationale: il veut détruire l'Europe. Il faut donc arrêter d'être des vassaux heureux.
Michel De Maegd:
Merci, monsieur le premier ministre.
Je me réjouis de voir que politiquement, finalement, vous vous inscrivez pleinement dans la résolution que notre Parlement a votée sur le Groenland en commission des Relations extérieures. Cette résolution s'attache aux grands principes intangibles et nous la voterons bientôt en séance plénière.
Permettez-moi de conclure sur une observation qui, à mes yeux, est essentielle. Ce qui se joue ici dépasse largement le cas du Groenland. Il y va de la crédibilité de l'Europe, de sa capacité à se faire respecter et à défendre ses principes. Vous avez rappelé – et je partage pleinement cette vision – que la dignité européenne n'est pas négociable. Mais cette dignité ne peut évidemment pas être seulement déclarative et doit se traduire par des choix politiques clairs et parfois courageux. Le dialogue est indispensable, je vous rejoins, mais il ne peut pas se faire au prix de l'ambiguïté ni donner le sentiment que l'Europe accepte l'idée d'un rapport de force déséquilibré.
Pour terminer, monsieur le premier ministre, l'équivalent français de l'expression "Met het mes op tafel" est "Montrer les dents".
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, het is inderdaad belangrijk dat u uw stem verder laat horen en uw lijn aanhoudt. Dat doet u en daarom luistert men ook meer en meer naar u op het internationaal toneel. Het grote gevaar in heel het discours is dat Oekraïne naar de achtergrond verdwijnt telkens wanneer Trump met een nieuwe crisis of een nieuw gek idee komt. Misschien is dat ook zijn bedoeling en we moeten daarvoor opletten. Het is heel belangrijk dat we te weten komen wat de veiligheidsgarantie voor Oekraïne die Trump ons heeft beloofd nog waard is en wat we bereid zijn om daarvoor in ruil te geven.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ga even terug in de tijd, naar het gesprek tussen Charles de Gaulle en Eisenhower in 1960. Parijs en New York zouden moeten kunnen worden verwisseld. De Gaulle pleitte voor een sterke en onafhankelijke Europese identiteit, los van Amerikaanse invloed. Op gelijke voet, samenwerking en onafhankelijkheid, dat zijn woorden die vandaag ook een zekere spanning weerspiegelen.
We zouden vandaag Washington voor Brussel moeten kunnen wisselen. Er bestaat daarover inderdaad gerede twijfel en dat zit ook deels in uw antwoord. Vandaar dat we moeten opbouwen. We moeten niet blijven treuzelen om op militair vlak onze bescherming in eigen handen te nemen en onze economische competitiviteit op te krikken, wat we in Alden Biesen ook zullen doen. We moeten echter ook voorbereid zijn op elke vorm van dwang en over tegenmaatregelen beschikken, zodat we onze tanden kunnen laten zien op het moment dat het mes op tafel ligt.
Wat betreft het akkoord over Gaza, we moeten ons daarover beraden in de regering.
Meyrem Almaci:
Waar is Trumps winst? Laat ons niet naïef zijn, het feit dat hij rond de tafel zat met Rutte voor een ongeldige claim op Groenland, is winst. Het feit dat Oekraïne op de achtergrond is geraakt, is winst. Het feit dat hij de arm van Zelensky probeert om te wringen, dat de Board of Peace de VN uitholt, is winst. Er is dus inderdaad een methode in de waanzin.
Als het gaat over Gaza, moet ik wel zeggen dat ik het getalm van de regering opmerkelijk vind, omdat de maatregelen die ze heeft beslist nog altijd niet zijn uitgevoerd. Spanje heeft u ondertussen ingehaald en op veel kortere termijn beslissingen doorgevoerd, bijvoorbeeld wat betreft de erkenning. Daden spreken sterker dan woorden. Woorden klinken misschien wel goed. Hetzelfde geldt voor de antidwang en de F-35's. Dat is zogezegd een heel rationele beslissing; 1,5 miljard voor toestellen die er pas over tien jaar zullen zijn en waarvan de software-update kan worden uitgesteld door de VS.
Het is dus een kwestie van gezond verstand. De vraag is of we echt bereid zijn, en of u echt bereid bent, om de middelen in te zetten op het moment dat ze nodig zijn.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, u reageert zeer reactief als het aankomt op Mercosur en de onenigheid binnen uw regering. Ik begrijp dat tot op zekere hoogte, want u staat op dat vlak volledig machteloos. Als cd&v het akkoord blokkeert op Vlaams niveau, dan is dat een probleem. Als de MR en Les Engagés dat blokkeren op Waals niveau, dan is dat een probleem. Dat is niet op zich een probleem in het ijle, maar wel ú w probleem als regeringsleider. Er is maar één mogelijke conclusie: u hebt geen meerderheid wanneer het aankomt op internationaal beleid. Ons land heeft zich naar verluidt al zeventien keer onthouden in de Europese Raad. U wordt heel vaak als een keizer zonder kleren het veld ingestuurd. Dat vind ik onaanvaardbaar. Iedereen moet op dezelfde lijn zitten. U moet daadkrachtig zijn als premier. U moet de meerderheidspartijen overtuigen. Laat het op dat vlak in de toekomst verbeteren. Peter De Roover , voorzitter: Dank u wel, collega's. Ik dank ook collega Blondel voor de keurige wijze waarop hij het debat heeft gemodereerd. Dat betekent immers dat we ons stipt aan de tijdsafspraak kunnen houden. Ik dank alle vragenstellers en de premier voor zijn uitgebreide antwoord. We gaan ongetwijfeld nog een bijzonder vruchtbare dag tegemoet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.57 uur. La réunion publique de commission est levée à 9 h 57.
De overbelasting van de douane en de kosten-batenverhouding
De afschaffing van de pakjestaks en de vervanging ervan door een Europese taks
Douane-overbelasting, kosten-batenanalyse en Europese pakkettaks
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand bekritiseert dat de geplande 83 miljoen euro aan handhavingskosten voor de pakjestaks in 2026 mogelijk hoger uitvallen dan de netto-opbrengst, nu de nationale taks is uitgesteld (Europese variant start pas juli 2026) en de bruto-opbrengst van 223 miljoen euro onzeker is door vertraging en afhankelijkheid van Duitsland. Minister Jan Jambon ontkent dat de nationale handling fee is afgeschaft, maar stelt dat deze alleen wordt ingevoerd als buurlanden (inclusief Duitsland) meedoen via een Europees initiatief; hij verwacht 75 cent per pakje (via 3 euro EU-heffing) op een groter volume dan voorzien. Hij erkent onzekerheid door lopende EU-onderhandelingen en belooft een bijgestelde raming bij de begrotingscontrole in maart. Bertrand concludeert dat Jambon geen zekerheid biedt over de opbrengsten en geen antwoord geeft op de risico’s van dure handhaving zonder garantie op inkomsten, terwijl hij de kritiek op de optimistische cijfers niet weerspreekt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik heb de notificaties bekeken en verwijs specifiek naar notificatie 48. Daarin erkent u dat de douane de toevloed aan pakjes nu al niet aankan. U trekt daarom 83 miljoen euro uit voor extra scanners, IT en personeel om die taks te kunnen innen. De kosten staan vast, maar de inkomsten zijn onzeker geworden. De nationale taks is geschrapt en de Europese variant start pas in de tweede jaarhelft.
Mijn eerste vraag is of de kostprijs van de handhaving, dus 83 miljoen euro, in 2026 niet hoger dreigt uit te vallen dan de effectieve netto-opbrengst die België mag overhouden.
Ik heb een tweede vraag. In notificatie 48 schrijft u voor 2026 een bruto-opbrengst van 223 miljoen euro in, een bedrag berekend op basis van een nationale taks die zou ingaan op 1 januari 2026. Intussen is, zoals ik net zei, bevestigd dat die nationale taks er niet komt en dat de Europese taks pas start in juli 2026, dus zes maanden later. Mislopen we hierdoor niet de inkomsten van de pakjestaks van minstens de eerste zes maanden van 2026 onherroepelijk? Wat met de bedragen van de komende jaren? Hebt u dat verlies reeds verrekend in uw tabellen of is uw saldo momenteel te optimistisch voorgesteld?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, u had mijn antwoord kunnen weten, want die vraag is al gesteld. Ik heb die kwestie al omstandig toegelicht, maar ik doe het nogmaals, geen enkel probleem.
Ik kan u bevestigen dat tussen de budgettaire tabel die we destijds hebben opgesteld, de begrotingsnotificaties en de actuele stand van zaken vandaag, al heel wat gebeurd is. We volgen die situatie op en zullen bij de begrotingscontrole een herraming maken van de verwachte opbrengst.
Zoals u weet, heeft de Ecofin-Raad recent, in november, beslist om de bestaande vrijstellingsregel voor invoer van goederen met een waarde tot 150 euro af te schaffen en een soort importheffing in te voeren. Oorspronkelijk was het voorstel 10 %, dat is omgezet in diezelfde Ecofin-Raad naar 3 euro; dus geen percentage, maar 3 euro per pakje. In onze oorspronkelijke raming, waarin wij zelf een handling fee zouden invoeren, hebben we rekening gehouden met een verplaatsing van de stroom. Als heel Europa dat doet, zal die verplaatsing er niet zijn. Wat in Luik binnenkomt, bijvoorbeeld, is voor een derde voor de Duitse markt. Als natuurlijk Duitsland mee in dat systeem zit, is er geen enkele reden voor (…) en gaan we dus op een zeer hoog aantal pakjes die momenteel in Luik en Antwerpen binnenkomen, een Europese heffing van 3 % hebben. U weet dat wij daarvoor op 0,25 % rekenen, dus 75 cent, maar op een veel groter volume dan ingeschat.
De nationale handling fee is niet afgeschaft. Dat moet ik tegenspreken. In de pers is dat anders vermeld, maar dat klopt niet. Wat we wel hebben gezegd, is dat we enkel een pakjestaks willen invoeren boven op de Europese heffing, als we dat kunnen doen in samenwerking met al onze buurlanden. Nederland, Frankrijk, Luxemburg en België zijn daartoe bereid. Duitsland heeft recent aangegeven dat het dat niet zelfstandig zal doen, tenzij het in heel Europa wordt ingevoerd. Duitsland is wel bereid om het eerder in te voeren, maar het moet een Europees initiatief zijn. Daarom zal er een brief worden geschreven door deze vijf landen aan Europa om, boven op de importheffing, ook de handling fee in te voeren. Dat zijn immers twee verschillende zaken.
Er zijn dus nog enkele variabelen, maar we zullen dat tegen de begrotingscontrole beter kunnen inschatten. De raming die we hebben gemaakt met een handling fee van 2 % houdt rekening met een substantiële verplaatsing van het transport. Nu zijn we zeker dat de handling fee van 3 euro, waarvan 75 cent in België blijft, op een veel grotere basis zal worden geheven. De finetuning van dat bedrag zal tegen de begrotingscontrole zijn afgerond.
Europa plant echter ook een handling fee te doen – het is een beetje complex –, en die we naar voren willen trekken en de onderhandelingen daarover zijn lopende in trilogen tussen het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie. De uiteindelijke wetgevende tekst en de budgettaire raming kunnen dus nog wijzigen. Onze bedoeling blijft echter om, zo snel mogelijk en liefst in Europees verband, de handling fee boven op de importheffing te heffen.
Alexia Bertrand:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dus dat de bruto-opbrengst van 223 miljoen euro totaal onzeker is en dat u het nog niet weet. Het zal afhangen van de beslissing van Duitsland. Drie buurlanden zijn al mee met het verhaal, maar het is nog onzeker of Duitsland zal meedoen. Dat zal afhangen van de vraag of er een Europees initiatief komt. Dat betekent wel degelijk dat er 223 miljoen euro in het gedrang komt. Dat moest op 1 januari ingaan, maar dat zal niet het geval zijn. U denkt dat het misschien nog op een andere manier kan lukken, maar dat weten we nog niet. We zullen dat pas zien op het moment van de begrotingscontrole. Zekerheid hebt u vandaag in ieder geval niet. Dat hoor ik ook niet van u. U hebt ook geen antwoord gegeven op mijn vraag over de handhaving. Daar zijn de kosten wel zeker: 83 miljoen euro. Voor 2026 weten we het nog niet. We zullen het samen bekijken in maart, op het moment van de begrotingscontrole. Ik zal die vraag op dat moment opnieuw stellen. Dan zullen we de waarheid van de cijfers samen kunnen bekijken.
De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.
Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.
Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."
Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.
Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.
Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.
S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.
Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.
Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.
Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.
D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.
D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!
Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)
Voorzitter:
Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.
Peter Mertens:
Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?
De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.
Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.
Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!
Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.
Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.
Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.
U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?
Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.
Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.
Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.
Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.
Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.
Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.
J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.
Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.
Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.
Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.
Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.
Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.
Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.
Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.
Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.
Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.
Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.
Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.
Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.
Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.
Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?
La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.
De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.
Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.
Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.
De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?
We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.
Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.
Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.
Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?
Bart De Wever:
Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.
Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.
Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.
Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.
De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.
De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.
Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.
Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.
Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.
We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.
Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.
Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.
In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.
De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.
We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.
Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.
Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.
Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.
De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.
Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.
Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.
Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.
Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.
Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.
Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.
Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.
De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.
De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.
Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.
Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.
Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .
Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.
À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .
À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.
Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.
U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.
Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses.
Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.
La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.
Raoul Hedebouw:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?
Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.
Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.
Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.
La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.
Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).
Peter Mertens:
Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.
De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.
Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.
Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.
Oskar Seuntjens:
Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.
Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.
Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.
Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.
Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.
La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.
Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.
Els Van Hoof:
Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.
Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.
Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.
Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.
Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.
Georges-Louis Bouchez:
Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.
Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.
Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.
Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.
Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.
De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.
C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.
Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.
Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.
De Europese consumentenagenda
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Reccino Van Lommel vraagt kritisch hoe België de Europese Consumentenagenda 2030 zal implementeren zonder kmo’s en consumenten te overbelasten met generieke EU-regels die nationale context negeren, en hoe duurzaamheidsclaims, online fraude, kwetsbare groepen, collectieve schadeclaims en administratieve lasten voor kmo’s zullen worden aangepakt. Rob Beenders antwoordt dat concrete EU-maatregelen nog onduidelijk zijn, maar benadrukt inzet op dossiers zoals e-commercefraude, groene transitie (ecolabels), en collectieve consumentenrechten, met belofte tot overleg met Economie om een evenwicht tussen consumentenbescherming en kmo-lasten te bewaken; gedetailleerde antwoorden volgen schriftelijk. Van Lommel blijft sceptisch en kondigt opvolgvragen aan.
Reccino Van Lommel:
Voor de goede orde verwijs ik naar het de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag, zodat alles mooi wordt opgenomen in het verslag.
De Europese Commissie heeft op 19 november de Consumentenagenda 2030 goedgekeurd, een nieuw strategisch raamwerk voor het consumentenbeleid in de EU voor de komende vijf jaar. Deze Europese strategie heeft een impact op de Belgische consumenten en bedrijven.
De Europese consumentenagenda legt een gedetailleerde beleidsagenda op aan alle lidstaten, hoewel markten verschillen per lidstaat; hoe gaat u erover waken dat onze consumenten en bedrijven niet overbelast worden door Europese regelgeving die onvoldoende rekening houdt met nationale context en specifieke noden?
De agenda hecht veel belang aan duurzame consumptie; welke voorwaarden gaat u opleggen voor ecolabels en duurzaamheidsclaims en wie zal de controle daarop uitvoeren?
Met welke maatregelen gaat u zorgen voor een beter toezicht op niet-conforme producten die online verkocht worden, wanneer de verkoper zich buiten de EU bevindt?
Welke plannen liggen er op tafel om kwetsbare groepen te informeren en te beschermen inzake complexe productaanbiedingen?
Welke procedures zullen er worden voorzien voor collectieve rechtsvorderingen bij massaschade?
Met welke prestatie-indicatoren (KPI's) zal worden nagegaan in welke mate nieuwe regelgeving consumenten daadwerkelijk vooruithelpt en niet slechts een opgelegd project van harmonisatie is?
Bent u van oordeel dat de naleving van nieuwe regels meer middelen en inspecteurs zullen vereisen en wat is de verwachte kostprijs hiervan?
De agenda introduceert opnieuw extra verplichtingen voor kmo's; hoe zal u garanderen dat deze regelgeving niet zal leiden tot bijkomende administratieve lasten, grote kosten en juridische onzekerheid voor ondernemingen en welk overleg hebt u dienaangaande gehad met uw collega-ministers?
Rob Beenders:
U wilt waarschijnlijk ook het antwoord op uw vraag in het verslag opgenomen zien worden. Ik wil gerust antwoorden, maar dan heb ik echt veel tijd nodig. U hebt immers zoveel vragen gesteld, dat ik zeven bladzijden moet voorlezen. Ik wil dat gerust doen. Het zijn echter zoveel vragen en het is zo gedetailleerd dat we hier dan wel even zullen zitten.
Reccino Van Lommel:
U mag die antwoorden zeker schriftelijk bezorgen. Als het effectief om zeven pagina’s gaat, dan kunnen we die ook rustig bekijken. Ik hoop alleen dat het goede antwoorden zijn.
Rob Beenders:
Dat is altijd het geval, nietwaar?
Ik zal u de antwoorden zo meteen al meegeven om u tijd te besparen.
Ik kan het misschien wel kort samenvatten, zodat ik toch heb geantwoord. De gedetailleerde antwoorden op vraag 1 tot en met 7 bezorg ik u dan straks schriftelijk.
Reccino Van Lommel:
Dat mag zeker.
Rob Beenders:
Samengevat kan ik meegeven dat er op dit moment nog geen zicht is op de concrete wetgevingsmaatregelen die in het kader van de nieuwe Europese consumentenagenda zullen worden ingevoerd.
We kunnen wel aangeven dat er een aantal concrete dossiers zijn waarop we zowel Europees als intra-Belgisch werken. Het gaat om het CPC-netwerk (Consumer Protection Cooperation), de richtlijn over het versterken van de positie van de consument in de groene transitie, ConsumerConnect, de Digital Fairness Act en de richtlijn betreffende representatieve verordeningen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten.
Een ander belangrijk dossier waarop we sterk zullen inzetten, is e-commerce. Mijn kabinet maakt immers deel uit van de taskforce e-commerce en we willen dat thema expliciet in de Europese agenda opnemen. Alles wat met e-commerce en de bijhorende fraude te maken heeft, stopt immers niet aan de Belgische grens.
In die dossiers zal ik de prioriteiten rond consumentenrechten blijven aankaarten. De minister van Economie en ik zullen elk vanuit onze bevoegdheden de belangen van de kmo’s opvolgen en waarborgen, zodat er een goed evenwicht ontstaat tussen de rechten van de consument en de verplichtingen voor de kmo’s.
Dat is de samenvatting van de manier waarop we ons organiseren om maximaal naar dat evenwicht te streven.
Reccino Van Lommel:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik zal het zeker grondig bekijken. Mocht ik nadien nog vragen hebben – wat wellicht het geval zal zijn – zal ik de nodige opvolgvragen stellen.
De Europese herstelmiddelen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Reccino Van Lommel bekritiseert de trage uitvoering van het Belgische Europese herstelplan (RRF), waarschuwt voor financiële verliezen bij niet-behaalde mijlpalen ("no milestones, no money") en vraagt om concrete versnellingsmaatregelen, budgettaire gevolgen en prestatie-indicatoren. Minister Vincent Van Peteghem stelt dat 90% van de deadlines (2021–Q3 2025) is gehaald, de rest wordt gecorrigeerd via herzieningen, en dat middelen zijn herbestemd naar volwassener projecten (o.a. mariene natuur, offshore energie, energetische renovatie), zonder de globale enveloppe te vergroten; hij pleit voor minder, maar grotere investeringen in kritieke sectoren en meer pan-Europese projecten in plaats van nationale fragmentatie. Van Lommel betwist de efficiëntie van het RRF, beweert dat het België netto meer heeft gekost dan opbracht en kritiseert het "stuntelige beheer" met te veel "gemorrel in de marge", terwijl hij hoopt dat geen middelen verloren zullen gaan door gemiste doelstellingen.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, doorheen de jaren zijn verschillende ministers verantwoordelijk geweest voor de Europese herstelmiddelen. Vroeger kwam het dossier vaak in de commissie voor Economie aan bod. Nu gebeurt dat in de commissie voor Financiën.
Sta mij toe om te zeggen dat 31 augustus van dit jaar een magische datum zal zijn, want als België op dat moment een aantal doelstellingen uit het RRF-plan niet voltooit, zal dat ook financiële gevolgen hebben. U kent het principe: no milestones, no money . Dat is de manier waarop de Europese Commissie daarmee omgaat.
In november van vorig jaar werd nog een herziening van het plan op Europees niveau goedgekeurd. Daarbij werd aangegeven dat de meeste projecten in juni van dit jaar een voltooiingsdatum zouden hebben.
Mijnheer de minister, met welke maatregelen wordt de implementatie van de resterende mijlpalen versneld, vereenvoudigd of vervangen? Zullen ze nog de vooropgestelde ambitie en impact behouden?
Welke projecten, die oorspronkelijk met Europese middelen zouden worden gefinancierd, zullen door de federale of gewestelijke begrotingen worden gedragen? Wat is het totaalbedrag en aandeel in het geheel?
Welke projecten liepen uiteindelijk een achterstand op? Wat was de oorzaak daarvan? Tot welke extra kosten geven die vertragingen aanleiding?
Hoe beoordeelt u de budgettaire gevolgen, indien bepaalde tranches van de middelen niet worden uitbetaald? Kunt u het effect op de begroting toelichten? Met welke monitoring en rapporteringsmechanismen zult u het Parlement daarover informeren?
Met welke prestatie-indicatoren zal het effect van de herstelplannen op de Belgische economie worden geëvalueerd?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Van Lommel, volgens het laatste halfjaarlijkse rapport, dat in oktober 2025 werd overgemaakt, omvat het Plan voor herstel en veerkracht op federaal niveau 228 mijlpalen en doelstellingen, en 321 opgesplitst per deelentiteit, zoals vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van de Raad van 8 juli 2025.
Voor de mijlpalen en doelstellingen waarvan de deadline lag tussen 2021 en het derde kwartaal van 2025 is 90 % behaald. 10 % is niet behaald, maar maakt het voorwerp uit van corrigerende maatregelen die zijn opgenomen in de herziening van het plan, goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie op 13 november 2025, waar u daarnet ook naar verwees.
Voor de mijlpalen en doelstellingen met een deadline in 2026 ligt het merendeel op schema. Tussen juni en oktober 2025 werd daarom een globale herziening van het plan voltooid om bepaalde maatregelen aan te passen, middelen te heroriënteren naar meer mature projecten en de naleving van de Europese termijnen te waarborgen. Op dit moment is het plan globaal genomen conform in uitvoering.
De opvolging van het plan gebeurt op het niveau van de mijlpalen en doelstellingen die aan de maatregelen zijn gekoppeld en niet op het niveau van individuele projecten.
Sommige projecten, met name in de energiesector, werden voorgesteld voor schrapping wegens moeilijkheden bij een tijdige uitvoering. De overeenkomstige middelen werden herbestemd naar andere projecten.
De herziening van het plan had tot doel de beschikbare middelen te heralloceren naar nieuwe en versterkte projecten, zonder verhoging van de globale enveloppe.
Tot de nieuw ingevoerde projecten behoren onder meer op federaal niveau de projecten inzake herstel van de mariene natuur, offshore energie en investeringsinstrumenten via de FPIM, op Waals niveau een nieuwe maatregel met premies voor energetische renovatie en op Vlaams niveau een nieuw instrument ter ondersteuning van transitie-investeringen. De overeenkomstige budgetten zijn afkomstig van de vermindering of schrapping van projecten waarvan de uitvoering dus complexer bleek.
Op Belgisch niveau ben ik ervan overtuigd dat voor dat type plannen beter wordt gekozen voor een beperkt aantal heel grote investeringen in een aantal kritieke sectoren met een sterke opvolging, veeleer dan te kiezen voor een veelheid aan projecten verspreid over verschillende administraties met uiteenlopende beheersprocessen.
Los van een herziening van de werkwijze op Belgisch niveau moet op Europees niveau worden nagedacht over het toekomstig gebruik van middelen van die aard, zowel wat betreft de doelstelling van de projecten als het niveau waarop zij worden uitgevoerd. Vandaag worden te veel nationale projecten gefinancierd via het RRF. Die projecten zouden meer op pan-Europees niveau moeten worden uitgevoerd om de uitdagingen op het vlak van energie, mobiliteit en andere domeinen doeltreffend aan te pakken.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, u zegt dat het merendeel van de projecten op schema zit. Een heroriëntering was in een aantal gevallen mogelijk, gelukkig maar. U hebt natuurlijk niet gezegd dat u er zeker van bent dat wij geen geld zullen verliezen. Ik ga ervan uit dat alles op schema blijft en dat we geen middelen zullen verliezen, want het is u wel bekend dat het hele boeltje ons netto veel meer heeft gekost dan het ooit zal opbrengen. We hadden dat geld veel beter gebruikt om het rechtstreeks in onze economie te pompen. U hebt net heel terecht de kritieke sectoren aangehaald. Inderdaad, daarin moeten we investeren of hadden we moeten investeren. Er is de voorbije jaren te veel gemorreld in de marge. Met het hele RRF-dossier is ook heel stuntelig omgegaan. Ik hoop oprecht dat wij later dit jaar niet het debat moeten voeren over de vaststelling dat er middelen zouden zijn verloren gegaan omdat bepaalde doelstellingen niet zijn gehaald of bepaalde projecten niet zijn uitgevoerd.
De uitvoering van Dublinoverdrachten en de Europese solidariteit
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens minister Van Bossuyt worden Dublinoverdrachten vaak geblokkeerd door onderduiken van asielzoekers (6-18 maanden termijn) of weigering/vertraging door lidstaten, met name Griekenland (past Dublin niet toe) en Italië (geen gedwongen overdrachten). België probeert dit tegen te gaan met het Dublincentrum Zaventem (versnelde procedures) en eist via de EU meer druk op niet-meewerkende landen, gekoppeld aan het nieuwe solidariteitsmechanisme (2026), maar twijfelt aan de effectiviteit ervan. El Yakhloufi bekritiseert het gebrek aan Europese solidariteit en benadrukt dat alle lidstaten – niet enkel België – hun verantwoordelijkheid moeten opnemen, om migratiestromen beheersbaar te maken en populistische retoriek (extreemrechts) tegen te gaan. Hij roept op tot aanhoudende EU-druk, met steun voor de Belgische financiële bijdragen aan frontlanden.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, de effectieve uitvoering van de Dublinoverdrachten is essentieel voor de geloofwaardigheid van ons Europees asielbeleid en veronderstelt loyale samenwerking tussen de lidstaten.
Hoe verloopt de uitvoering van de Dublinoverdrachten in de praktijk?
Worden alle besliste overdrachten effectief uitgevoerd? Indien niet, wat zijn de voornaamste redenen?
Zijn er lidstaten die hun medewerking aan de Dublinoverdrachten systematisch weigeren of vertragen? Over welke lidstaten gaat het dan concreet?
Hoe beoordeelt u die situatie in het licht van het beginsel van de Europese solidariteit, onder meer gelet op solidariteitsmechanismen en de financiële bijdragen binnen de Europese Unie?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, wie in België een verzoek om internationale bescherming indient, maar voor wie volgens de Dublinregels een andere lidstaat verantwoordelijk is, krijgt na een terug- of overnameakkoord van de lidstaat in kwestie een overdrachtsbesluit met het oog op terugkeer naar die lidstaat. In de meeste gevallen wordt die beslissing persoonlijk ter kennis gebracht, waarbij elke verzoeker uitleg krijgt. Die uitleg omvat ook pertinente informatie over de praktische organisatie van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat. Indien nodig wordt ook ICAM-coaching georganiseerd om een vrijwillige overdracht te faciliteren. Net zoals met betrekking tot terugkeer naar een derde land kan die overdracht, naast vrijwillig, ook gedwongen plaatsvinden.
Net zoals met betrekking tot terugkeer naar een derde land worden niet alle personen die een overdrachtsbesluit kregen, effectief overgedragen. Een terug- of overnameakkoord van de andere lidstaat is zes maanden geldig. Dat betekent dat als de betrokkene niet binnen die termijn kon worden overgedragen, België alsnog verantwoordelijk wordt voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. Die termijn kan worden verlengd tot maximaal achttien maanden, onder andere indien de betrokkene onderduikt en zich dus onttrekt aan de verplichting om zich naar de andere lidstaat te begeven.
Ondanks het feit dat de verzoeker in de meeste gevallen de kans krijgt om vrijwillig gevolg te geven aan de beslissing en ondanks de ondersteuning die wordt geboden om die overdracht te faciliteren, beslist jaarlijks een aanzienlijk aantal personen om zich aan de maatregel te onttrekken en te wachten tot de overdrachtstermijn van zes of achttien maanden is verstreken, om zo de procedure in België te kunnen voortzetten. De mensen in het registratiecentrum kunnen daarover veel verhalen vertellen. Maandenlang onderduiken is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom de overdracht niet wordt uitgevoerd en waardoor België alsnog verantwoordelijk wordt. Andere redenen zijn bijvoorbeeld een gebrek aan medewerking van de andere lidstaat om de overdracht te organiseren.
Om die reden werd, zoals in antwoord op een vorige vraag nog gezegd, in augustus 2022 het Dublincentrum Zaventem opgericht. Dat voert een versnelde procedure in voor verzoekers die al een procedure in een andere lidstaat hebben lopen en voor wie de Dublinprocedure waarschijnlijk van toepassing is. Die personen kunnen worden toegewezen aan dat specifiek centrum, waardoor een snelle en efficiënte opvolging van de Dublindossiers verzekerd wordt tot aan de effectieve overdracht. Ik heb in het voorgaand antwoord al gezegd dat sinds de invoering daarvan we een daling zien van het aantal terugnameverzoeken in het kader van de Dublinprocedure, wat een goede zaak is. We zijn aan het bekijken hoe we die capaciteit kunnen uitbreiden.
Het is geen geheim dat de grootste problemen inzake de toepassing van de Dublinregels zich voordoen met Griekenland en Italië. Griekenland past de Dublinregels al jarenlang niet toe, terwijl Italië dat wel doet, maar tegelijkertijd ook al jarenlang geen gedwongen overdrachten meer uitvoert. Daarnaast zijn er problemen geweest met landen zoals Kroatië en Hongarije, maar daar zien we wel een verbetering.
Wat betreft de link met het Europees solidariteitsmechanisme en de financiële bijdrage die België in het kader daarvan zal moeten betalen aan lidstaten onder migratiedruk, de huidige situatie moet inderdaad bekeken worden in het licht van de nakende hervorming van het Europees asiel- en migratiestelsel. Dat zal vanaf juni van kracht zijn, met onder andere de nieuwe asiel- en migratiebeheerverordening, die de huidige Dublinregels inzake verantwoordelijkheid aanscherpt en aanvult met een verplicht maar flexibel solidariteitsmechanisme.
Het uitgangspunt is dat solidariteit niet zonder verantwoordelijkheid kan, zoals ik altijd heb benadrukt. Ik blijf hameren op het belang van monitoring van de toepassing van de Dublinregels. In die optiek is het belangrijk dat met de start van de eerste solidariteitscyclus, in november 2025, de Europese Commissie in haar documenten expliciteerde dat de huidige Dublinmedewerking van bepaalde lidstaten, met name Griekenland en Italië, onvoldoende is. De Europese Commissie voert de druk op beide lidstaten op door te stellen dat indien verbetering van de situatie uitblijft tegen de inwerkingtreding van het pact in juni 2026, dat kan leiden tot de vaststelling van systematische tekortkomingen. Met een evaluatiemoment voor die systematische tekortkomingen in juli en oktober is het echter niet zeker of die conditionaliteit concrete effecten zal genereren in de eerste cyclus.
Tot slot, tijdens de onderhandelingen over de eerste solidariteitscyclus zijn we erin geslaagd om in de tekst een bepaling te voorzien dat de historische impact van secundaire bewegingen, die zoals u weet heel groot is in België, als een vorm van een de facto solidariteit uit het verleden kan worden beschouwd en dus kan leiden tot een vermindering van de solidariteitsbijdragen.
Op die manier zouden de lidstaten in kwestie verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor de historische impact van secundaire bewegingen. Daar dat enkel kan als er met de lidstaat in kwestie een bilateraal akkoord bestaat, vonden daarover in de afgelopen weken gesprekken plaats met Griekenland en met Italië. Die gesprekken worden in de komende weken en maanden voortgezet.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord. Nogmaals, ik apprecieer dat enorm als parlementslid. De meeste dingen zijn duidelijk. Dat Griekenland en Italië ter zake moeilijke landen zijn, had ik als antwoord wel verwacht en ik dank u voor de bevestiging. Mijn vraag ging puur over de Europese solidariteit inzake asiel en migratie. Veel mensen en zelfs sommige partijen menen dat enkel Vlaanderen dat kan oplossen, of België in zijn totaliteit, maar zo eenvoudig is het niet. Er is Europese solidariteit nodig, en ik gebruik dat woord bewust. Die solidariteit draait volgens mij nog niet op en top, eerlijk gezegd. Het gebrek aan Europese flexibiliteit, waarover u sprak, kan een gevaar zijn. Ik kan de druk op Italië en Griekenland wel begrijpen, want dat zijn de landen waar de mensen het eerst instromen. Het zal dus een belangrijke taak zijn – en u kunt daar een belangrijke rol in spelen, net als de premier, die er zich al duidelijk over heeft uitgesproken op jullie nieuwjaarsreceptie – om druk te blijven zetten op alle Europese landen opdat ze hun verantwoordelijkheid ter zake opnemen. Die druk op Griekenland en Italië is belangrijk. Ons eigen land draagt inzake ontheemden de verantwoordelijkheid voor de betaling van de bedragen en dat doen we ook. Ik meen dat het in de situatie van België duidelijk is waarom we dat doen. Maar al die andere landen in Europa moeten verdomd mee hun verantwoordelijkheid opnemen en de lasten verdelen. Ik meen dat alleen een eerlijke spreiding ervoor zal zorgen dat de asielkwestie echt onder controle krijgen, en dat we de migratiestromen in orde krijgen. Daar kijk ik enorm naar uit. Ik hoop dat u, zoals u al vaker hebt beloofd, druk blijft zetten binnen Europa opdat alle landen hun verantwoordelijkheid opnemen. Dat is zelfs in het voordeel van de extreemrechtse partijen, of misschien net niet, want dan kunnen ze hun populistische uitspraken, die we in België al kennen, niet meer doen.
Het Europese Pharma Package
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Kathleen Depoorter (namens ziekenhuisapothekers) dreigt een Europese beperking van drie weken voor voorraadbereidingen (oorspronkelijk vier weken voorgesteld) de efficiëntie en haalbaarheid van magistrale bereidingen in ziekenhuizen ernstig te ondermijnen, vooral voor kleinere apotheken die al worstelen met strengere PIC/S-normen—hoewel ze erkent dat kwaliteitscontrole noodzakelijk is. Frank Vandenbroucke bevestigt dat de drieweekentermijn (geen houdbaarheidslimiet, maar een productievoorschrift) definitief is vastgelegd in een Europes compromis en niet meer onderhandelbaar, ondanks uiteenlopende nationale praktijken. Depoorter kritiseert dat de maatregel onevenredig zwaar weegt op kleinere ziekenhuizen (bv. psychiatrische instellingen) en niet rekening houdt met stabiliteitsverschillen tussen bereidingen (bv. lang houdbare capsules). De wetenschappelijke onderbouwing en risicoanalyse achter de termijn blijven volgens haar onduidelijk.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ook deze vraag komt uit de sector van de ziekenhuisapotheken. Bij verschillende ziekenhuisapothekers is er paniek ontstaan omdat er een maximale bewaartermijn van vier weken voor magistrale bereidingen opgelegd zou worden.
Volgens de ziekenhuisapothekers zou die bepaling een belangrijke impact hebben op de huidige praktijk van ziekenhuisbereidingen. Geneesmiddelen moeten uiteraard veilig, kwaliteitsvol en kostenefficiënt worden geproduceerd, conform de PIC/S PE10-richtlijnen, maar er wordt ook gewezen op het feit dat ziekenhuizen, mede door de strengere PIC/S-normen, steeds vaker samenwerken voor gecentraliseerde bereidings- en herverpakkingsactiviteiten.
De voorgestelde termijnbeperking zou in die context gevolgen hebben voor bestaande voorraadbereidingen die op individueel medisch voorschrift worden afgeleverd. Vanuit de sector wordt gezegd dat een vaste termijn van vier weken niet steeds afgestemd is op de diverse types bereidingen en de daaraan gekoppelde kwaliteits- en stabiliteitsparameters.
Ik verneem graag van u of er binnen de Europese onderhandelingen nog onderzocht kan worden of die vaste termijn van vier weken voor alle magistrale bereidingen in ziekenhuisomgeving toepasbaar zou zijn. Is dat wetenschappelijk onderbouwd? Gebeurde dat op basis van een risicoanalyse? Zou daarin ook in een zekere dynamiek kunnen worden voorzien?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Depoorter, in december hebben de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad een akkoord bereikt over het gehele pakket van aanpassingen op de Europese wetgeving, waaronder de voorraadbereidingen.
In de onderhandelingen maakte de termijn voor het op voorhand bereiden van magistrale bereidingen het voorwerp uit van discussie omdat verschillende landen verschillende praktijken hanteren. Uiteindelijk werd in een compromis beslist dat voorraadbereidingen mogen geproduceerd worden voor een periode van drie weken. Dat betreft niet de houdbaarheid van magistrale bereidingen, maar wel de termijn waarvoor een voorraad aangelegd mag worden. Dat compromis werd vastgelegd en staat niet meer open voor onderhandelingen.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, dan is dat zo. Het is dus zelfs nog slechter dan de bewaartermijn van vier weken, die in de eerste ontwerpteksten werden meegegeven. Ik begrijp mijn collega’s wel. U bent op de hoogte, want u bent zelf ook al in ziekenhuisapotheken geweest. Het gaat om efficiëntieoefeningen, zoals die overal plaatsvinden. Bepaalde geneesmiddelen zijn werkelijk lang houdbaar. Ik denk daarbij aan gelules en dergelijke, die ook op langere termijn kunnen worden bereid. Zeker nu, met de nieuwe PIC/S-normen, is magistraal bereiden wat minder evident geworden. De kwaliteitscontrole is daarbij geheel terecht en noodzakelijk, maar ik vermoed dat mijn collega’s het met die termijn moeilijker zullen hebben. Dat is allemaal haalbaar voor zeer grote apotheken, zoals ziekenhuisapotheken van grote netwerken of grotere ziekenhuizen, maar niet voor kleinere. Als voorbeeld noem ik een psychiatrisch ziekenhuis dat ik heb bezocht, waarvan de apotheek eveneens aan de PIC/S-normen moet voldoen. Die apotheek heeft het bijzonder moeilijk om alles gerund te krijgen en wordt nu dan ook nog eens geconfronteerd met het feit dat bepaalde voorraden voortaan slechts drie weken op voorhand mogen worden gemaakt. Dat maakt het er allemaal niet gemakkelijker op.
Het initiatief van Europese regeringsleiders om troepen naar Groenland te sturen
De situatie met betrekking tot Groenland
De situatie in Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Het buitenlandbeleid van president Trump
Internationale spanningen en buitenlandbeleid rond Groenland
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Politici bekritiseren unaniem de agressieve Amerikaanse druk op Groenland (o.a. annexatiepogingen door Trump) als een directe bedreiging van het internationaal recht, de NAVO-geloofwaardigheid en Europese soevereiniteit, waarbij ze België en de EU oproepen tot onmiddellijke, gecoördineerde actie in plaats van afwachten. Vander Elst (N-VA), Van den Heuvel (CD&V) en De Smet (Open Vld) eisen een Europese troepenmacht (waaraan België moet deelnemen) en een "rode lijn" tegen Trump, terwijl Almaci (Groen) en Boukili (PTB) de VS beschuldigen van imperialisme en waarschuwen voor het ineenstorten van de NAVO als Europa niet weerstand biedt. Minister Prévot (MR) benadrukt diplomatie en NAVO-samenwerking, maar stelt dat een Belgisch troepenverzoek nog niet is ingediend – wat kritiek uitlokt over dralen en "leeg praat" zonder concrete stappen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer minister, de situatie in Groenland is hallucinant. Het internationaal recht wordt niet eens herschreven, het wordt rechtstreeks in de vuilnisbak gegooid. Dat China en Rusland dat al jaren doen, verbaast mij eerlijk gezegd niet, maar dat de Verenigde Staten, een bondgenoot, een partnerland en in wezen een bevriende natie, zo driest te werk gaan tegen een eigen bondgenoot, Groenland en Denemarken, is ongezien. Europa staat daarbij voor een duidelijke keuze. Ofwel doen we wat we al jaren en decennia doen: afwachten, achteroverleunen, toekijken en zien hoe een en ander zich verder ontwikkelt. Ofwel ondernemen we actie, ageren we in plaats van te reageren en nemen we eindelijk het voortouw met Europa.
Mijnheer de minister, ik kies resoluut voor dat tweede Europa, een Europa dat ageert en actie onderneemt, dat tegen Trump in het Witte Huis zegt: tot hier en niet verder. Dat is het Europa dat we nodig hebben. Een aantal landen heeft vandaag die keuze al gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zweden, Noorwegen en Denemarken zullen militaire troepen stationeren in Groenland. België maakt daar op dit moment geen deel van uit. Voor mij en voor mijn fractie zou dat wel het geval moeten zijn. We moeten deel uitmaken van een dergelijke troepenmacht en als België onze steun uitspreken voor onze Europese bondgenoten. Het is tijd om te stoppen met aan de zijlijn te staan. België is een stichtend land van de Europese Unie en van de NAVO. We liggen in het hart en het centrum van Europa. We moeten mee een Europees blok vormen, mijnheer de minister.
In essentie heb ik dan ook maar één vraag, aangezien wachten geen optie meer is: blijven we met België wachten, of gaan we (…)
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, what a difference a day makes. Gisteren meende u in de commissie nog optimistisch dat de soep niet zo heet gegeten zou worden als ze opgediend wordt, want uw contact met de ministers in Amerika was constructiever dan de woorden van Trump. Een dag na het topoverleg, waar de Groenlanders beledigingen naar hun hoofd geslingerd kregen, is het heel duidelijk voor Denemarken en voor Groenland: de VS zijn geen millimeter van hun standpunt geweken.
De acties van ICE, de slabakkende economie, de druk op Powell, de Epsteinfiles, het zijn allemaal dossiers waarmee Trump in nauwe schoentjes zit in eigen land, maar ondertussen slaat hij wild om zich heen en dreigt hij elke keer met dwang ten aanzien van landen of externen die hem niet geven wat hij wil.
De VS blijven volhouden, Groenland moet koste wat het kost geannexeerd worden, en ze zullen niet opgeven.
De vraag is nu: bent u nog even optimistisch als gisteren, of hebt u nu door dat Europa en ons land eindelijk een streep dienen te trekken?
Andere Europese leiders hebben die boodschap sneller begrepen dan u gisteren, sneller dan ons land. Ze hebben al een troepenmacht opgebouwd. De VS mogen in Groenland nu al economisch en militair het maximale doen wat ze willen doen, maar als Trump zijn plannen doorzet, zal dat het einde van de NAVO betekenen. Dan zal dat het einde zijn van de internationale orde. In dat geval: good luck, Taiwan, en good luck, Baltische staten en Oekraïne.
Mijn vragen zijn eenvoudig: zult u verder toekijken? Wat is het plan van deze regering? Maar vooral, wake up and smell the coffee . Met deze Trump is het moeilijk onderhandelen. Elke toegift is een teken van zwakte. Het is tijd om onze rug te rechten, om te tonen dat we verenigd zijn en zeggen: tot hier, maar niet verder!
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, of de Groenlanders dat nu willen of niet, Groenland wordt Amerikaans, althans volgens Trump. Is dat de wereld die we willen, een wereld waarin alleen het recht van de sterkste absoluut geldt, waar brute macht en dreigementen de lijnen uitzetten en de uitkomst van conflicten bepalen?
Trump kijkt al langer op die manier naar de wereld. De internationale rechtsorde is niet langer van tel, eigen moraliteit volstaat, en dan is het natuurlijk bang afwachten bij Trump. De taal die Trump spreekt, is immers niet de taal van een bondgenoot. Een gepaste reactie is dan ook absoluut noodzakelijk. Mijnheer de minister, België kan daarin niet achterblijven.
Wat moet die reactie dan zijn? Voor cd&v is het heel duidelijk: Europa, Europa en nogmaals Europa. Deze crisis is een kans om te laten zien dat wij als Europeanen nog wel in staat zijn om een duidelijke vuist te maken. Alle lidstaten van de Europese gemeenschap moeten solidair zijn met Groenland en met Denemarken. Denemarken is al decennialang een van de loyaalste partners binnen de NAVO. Wij als Europa mogen geen versnipperd signaal geven, maar moeten een sterk collectief signaal geven. We moeten zeggen: hier is een dikke rode lijn en wat Trump zegt en doet kan absoluut niet.
Mijnheer de minister, Groenland wordt de lakmoesproef voor de Europese weerbaarheid en voor de Europese geloofwaardigheid. Het is absoluut nodig dat Europa hier een dikke rode lijn trekt, niet in verdeelde slagorde waarbij elk land apart een antwoord formuleert. Als we hier geen dikke rode lijn trekken, gaat in de toekomst iedereen over ons heen lopen. Welke rol (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, c'est la troisième fois en une semaine que nous échangeons sur le Groenland. J'en suis ravi et, à ce rythme-là, nous pourrons bientôt publier un livre d'entretiens, même si j'avoue que je commence à trouver intrigant le fait que le premier ministre échappe constamment à cette discussion parce qu'il s'agit ni plus ni moins de la fin possible de l'Alliance atlantique.
Hier soir, vous nous disiez que, selon les informations que vous aviez recueillies à Washington, une opération armée n'était pas envisagée. Vous vous êtes même aventuré à dire que, tout compte fait, il ne fallait pas prendre M. Trump au pied de la lettre, ce que je trouve extrêmement audacieux.
Pour montrer comment les chose évoluent, la semaine dernière, votre collègue Theo Francken se moquait en commission d'un collègue député parce qu'il avait osé demander dans une question écrite si l'envoi de troupes était envisagé par la Belgique. Aujourd'hui, nous constatons que la France, l'Allemagne, la Suède et la Norvège annoncent l'envoi de troupes. Et je pense également qu'il faudrait sérieusement songer à s'y joindre.
La question reste la même: qu'allons-nous faire si les États-Unis prennent de force le Groenland? Et vous ne répondez toujours pas clairement à cette question, parce que la réponse est que l'Alliance atlantique s'effondrera. Et vous devriez au moins dire cela. Ce que Trump essaye de faire, c'est transformer l'OTAN en Pacte de Varsovie. Le Pacte de Varsovie alliait un très gros partenaire hyper puissant, l'URSS, et une série de vassaux qui lui obéissaient. Je suis désolé, monsieur le ministre, mais ce n'est pas pour cela que la Belgique a signé en 1949, lorsque nous avons fondé l'Alliance.
Il faut se réveiller. Cessons de nous comporter, cessons de penser, cessons de parler comme si nous ne pouvions pas survivre hors de la sphère d'influence des puissants. Si nous voulons garder l'Alliance, il va falloir sortir de l'emprise. Voilà ce que j'aimerais vous entendre enfin dire.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, on voit que le premier ministre essaie d'éviter le débat coûte que coûte. C'est la deuxième fois qu'il fuit les débats internationaux quand cela concerne les États-Unis. Je pense qu'il a peur d'émettre la moindre critique vis-à-vis des États-Unis.
Les menaces contre le Groenland ne cessent de se poursuivre. La réunion d'hier n'a rien arrangé. Au contraire, elle a démontré la contradiction fondamentale qui existe entre le Danemark et l'administration américaine.
Soyons clairs, monsieur le ministre, l'affaire du Groenland ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans la nouvelle stratégie de sécurité américaine qui veut s'accaparer et contrôler l'ensemble de l'hémisphère occidental, du sud de l'Argentine jusqu'au Groenland. Tout cela pour servir les intérêts économiques et géostratégiques de l'impérialisme américain. Cet impérialisme, aujourd'hui, menace la souveraineté même des États européens et les intérêts de l'Union européenne.
Face à cette situation, que fait l'Europe? On observe une certaine hésitation, parce que le droit international est à géométrie variable: quand ce sont nos alliés, on est soft ; quand ce sont nos adversaires, on est dur. Avec une telle attitude, on perd toute crédibilité.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères de la Belgique, qu'allez-vous faire si le Groenland est envahi par les États-Unis? Que faites-vous pour éviter toute agression américaine contre le Groenland? Quels leviers sont mis en place, qu'ils soient économiques, politiques ou diplomatiques, au niveau européen pour empêcher cette agression et ce renforcement de l'impérialisme américain?
Maxime Prévot:
Chers collègues, je vous le disais hier en commission, lors d'un long débat sur le sujet: le Groenland n'est pas à vendre. C'est la position sans équivoque des autorités danoises et groenlandaises. C'est aussi la position sans équivoque de la Belgique, de l'Union européenne et des autres alliés au sein de l'OTAN.
Aucune démarche hostile à l'égard du Groenland n'est acceptable ni ne sera acceptée.
Dat is de boodschap die ik vorige week in Washington heb overgebracht.
Gisteren vond er een ontmoeting plaats tussen Denemarken, Groenland en de Verenigde Staten. Zoals de Deense minister van Buitenlandse Zaken het samenvatte, hebben de partijen agreed to disagree . Ze hebben echter een dialoog opgestart en dat is het belangrijkste. Dialoog is en moet immers de enige weg blijven om tegemoet te komen aan de Amerikaanse veiligheidszorgen.
Mevrouw Almaci, gisteren was ik niet naïef optimistisch. Ik zei dat volgens mijn informatie een vijandige militaire actie niet aan de orde leek te zijn. Dat betekent niet dat de VS hun voornemen om hun belangen ter plaatse te behartigen hebben opgegeven.
Mijn Deense collega spreekt de hoop uit dat de werkgroep die zal worden opgericht tot een aanvaardbare oplossing zal komen. Denemarken wil dit probleem in eerste instantie bilateraal aanpakken, maar weet dat het kan rekenen op de volledige steun van zijn bondgenoten.
Nous continuerons donc à soutenir pleinement les Danois, avec lesquels nous entretenons des contacts étroits. Du reste, chaque semaine, une réunion du Conseil de l’Atlantique Nord (CAN), c’est ‑ à ‑ dire l ’ ensemble des ambassadeurs pr é sents à l ’ OTAN, offre l ’ occasion d ’ en d é battre.
Cette r é gion, nous le savons, rev ê t une importance strat é gique et s é curitaire majeure. La Russie y voit un espace clé pour sa projection de puissance, tandis que la Chine affiche l’ambition de devenir une grande puissance polaire d’ici 2030. L’Alliance atlantique constitue indubitablement le cadre approprié pour une coopération efficace, en complément des accords bilatéraux existant depuis 1951 entre le Danemark et les États ‑ Unis. Elle offre toutes les possibilit é s de r é soudre ces diff é rents probl è mes par le dialogue. L ’ adh é sion r é cente de la Su è de et de la Finlande a d ’ ailleurs consid é rablement renforcé la posture de l’OTAN dans la région ainsi que la crédibilité de sa dissuasion.
Des clarifications sur les mesures concrètes envisagées sont évidemment attendues dans les prochaines semaines.
De aankondigingen van ontplooiingen of de versterking van de aanwezigheid door bepaalde bondgenoten, met name Frankrijk en Duitsland, passen in de logica van collectieve verantwoordelijkheid en bijdragen aan de Euro-Atlantische veiligheid. Ze illustreren de bereidheid van de Europese bondgenoten om hun deel bij te dragen aan de stabiliteit van de noordelijke flank binnen het kader van de NAVO.
Wat betreft de vraag of België soldaten naar Groenland zal sturen, bekijkt Defensie al welke steun België zou kunnen leveren. Het is echter nog te vroeg om te communiceren over de mogelijke middelen die zouden kunnen worden ingezet. Wij hebben daarvoor nog geen verzoek ontvangen, noch op bilateraal, noch op Europees of NAVO-niveau. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou de beslissing om al dan niet aan deze missie deel te nemen door de regering worden genomen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U kijkt na of wij steun kunnen leveren. U hebt de vraag nog niet gekregen. Ik ben blij dat u hebt aangegeven dat wij absoluut een bondgenoot zijn in de strijd. Wat echter nog beter zou zijn, is proactief onze hulp aanbieden aan Groenland, om samen met die landen opnieuw een voortrekkersrol te kunnen spelen op het Europese toneel. Opkomen voor onze bondgenoten en met Europa opnieuw een blok vormen, dat is essentieel. Wij liggen in het hart van Europa en wij moeten die rol opnieuw durven spelen.
Uw minister van Defensie, Theo Francken, zegt heel graag " Belgium is back ". Mijnheer de minister, walk the talk . Neem uw verantwoordelijkheid. Toon aan dat Belgium back is en zorg ervoor dat België zijn steentje kan bijdragen aan de veiligheid in heel Europa.
Meyrem Almaci:
Zoals zo vaak zijn de woorden van deze regering vaak forser dan de werkelijke acties die ze onderneemt.
Mijnheer de minister, wist u dat 71 % van de Amerikanen tegen de annexatie van Groenland zijn? Zijn eigen bevolking steunt hem niet. Wie hem wel steunt zijn miljardairs zoals Bezos en Bill Gates, die miljarden hebben geïnvesteerd in mijnbouwbedrijven die actief zijn in Groenland: Amaroq, KoBold. Dat is geen toeval.
Trump verandert systematisch de democratie voor de belangen van het grote geld. Hij grijpt in de internationale orde in door dwang. Aan die dwang mogen wij niet toegeven, niet met ons land. Kom met een plan en maak uw woorden waar. Het is hoog tijd.
Koen Van den Heuvel:
In Groenland staat er heel wat op het spel: de internationale rechtsorde, de geloofwaardigheid van de NAVO en ook de Europese geloofwaardigheid. Voor ons is het heel duidelijk: geen versnipperd beleid, geen versnipperd antwoord, maar een sterke, collectieve respons en een dikke rode lijn om te zeggen dat het zo niet verder kan. Voor ons is het heel duidelijk, wij moeten in België opnieuw meer dan ooit onze internationale verantwoordelijkheid opnemen. Als we ook aan die sterke defensieve geloofwaardigheid willen bouwen, dan kunnen wij als land niet achterblijven. Voor ons is het duidelijk, met cd&v steunen wij het absoluut dat er Belgische troepen naar Groenland worden gestuurd, in samenspraak met de andere Europese bondgenoten.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Ne soyons pas naïfs! Moi, je ne peux pas articuler décemment les mots "Trump", "Groenland" et "groupe de travail" dans le même univers conceptuel. Cet homme n’est pas le genre de gars à faire des groupes de travail, monsieur le ministre. C’est quelqu'un qui ne comprend que la force et l’intimidation. Si la séquence commence avec le Venezuela – un racket – pour se poursuivre par le Groenland, c’est pour dire: "Regardez ce que je suis capable de faire!"
Il est urgent que nous fassions partie des pays européens qui l’ont compris et qui comprennent qu’il faut répondre, évidemment pas par de la force pure et simple, mais en montrant que nous n’avons pas peur, que nous sommes capables, nous aussi, d’envoyer des troupes de reconnaissance au Groenland, et que nous faisons partie des pays européens qui ne se laissent pas impressionner – parce qu’il n’attend que cela, comme une brute en cour de récréation.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous nous dites que l’Europe est un allié des États-Unis. Je vous rappelle juste que les États-Unis n’ont pas d’alliés. Ils n’ont que des intérêts. Aujourd'hui, ils agissent seulement dans leur intérêt. Si l’Europe veut agir et progresser, elle doit sortir de l’emprise de l’impérialisme américain. Il est absolument nécessaire aujourd'hui de se tourner vers le reste du monde, de travailler dans le dialogue et la diplomatie, avec les autres peuples, dans un principe de sécurité collective, pour assurer la sécurité et la progression de tous les peuples du monde. Car aujourd'hui, ce qui se pose, c’est l’intérêt de l’impérialisme américain. Les Américains n’agissent pas pour leur sécurité nationale. C’est la sécurité mondiale qui est menacée par l’impérialisme américain. L’Europe doit changer de lunettes, regarder le reste du monde et se libérer de cet impérialisme américain!
De Amerikaanse aanval op Venezuela
De dreigende taal van de VS richting Groenland
De eerbiediging van de soevereiniteit van Groenland
De houding van België over de Amerikaanse inval in Venezuela
De situatie in Venezuela en de veiligheid van de Belgische onderdanen
De situatie in Venezuela en de verschillende machtsclaims
De arrestatie van president Maduro
De Europese positie m.b.t. Groenland
De stavaza na de diplomatieke gesprekken in de VS en het onderhoud met Secretary of State Rubio
De ontvoering van de Venezolaanse president door de Verenigde Staten
De diplomatieke gevolgen en de Europese coördinatie in het licht van de trans-Atlantische spanningen
De politieke situatie omtrent Groenland
De spanningen in Venezuela
Groenland en de Amerikaanse uitspraken
Groenland
Venezuela
De dreigende taal van Trump richting Groenland
De agressie van de VS tegen Venezuela
Het onderhoud met minister Marco Rubio
De onduidelijke positie van België ten opzichte van de VS-inval in Venezuela
De Amerikaanse dreigementen over Groenland
Internationale spanningen rond Venezuela en Groenland: diplomatie, soevereiniteit en machtsconflicten
Gesteld door
Vooruit
Annick Lambrecht
DéFI
François De Smet
PS
Christophe Lacroix
Open Vld
Sandro Di Nunzio
VB
Ellen Samyn
VB
Ellen Samyn
N-VA
Kathleen Depoorter
Vooruit
Annick Lambrecht
PS
Christophe Lacroix
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
MR
Michel De Maegd
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
Open Vld
Sandro Di Nunzio
CD&V
Els Van Hoof
CD&V
Els Van Hoof
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
VB
Britt Huybrechts
Groen
Meyrem Almaci
Groen
Meyrem Almaci
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de schendingen van het internationaal recht door de VS (annexatieplannen voor Groenland en de ontvoering van Maduro in Venezuela) en Europa’s zwakke, versnipperde reactie. België/minister Prévot veroordeelt de VS-acties in principe (VN-Handvest als "boussole"), maar weigert een expliciete veroordeling en benadrukt diplomatieke "dialoog" met Washington, ondanks kritiek op Trumps "recht van de sterkste"-benadering. Kritiekpunten: Europa’s gebrek aan strategische autonomie (militair, energiek, technologisch) en eendracht (blokkades door Hongarije, verdeeldheid over sancties) ondermijnen zijn geloofwaardigheid. Prévot pleit voor een sterker Europa met eigen defensie- en industriële capaciteit, maar relativeert dit door de economische afhankelijkheid van de VS (115.000 Belgische jobs, €65 mjd handel). Oppositie (o.a. Lambrecht, Boukili, Almaci) bekritiseert scherp: - Selectieve toepassing internationaal recht: VS-acties (Groenland, Venezuela) worden getolereerd, terwijl gelijksoortige daden door Rusland/China wel worden veroordeeld ("twee maten"). - Europa’s zwakte: Gebrek aan snelle, uniforme sancties (vs. VS/Rusland) en afhankelijkheid van de VS maken het tot een "papieren tijger". - Trumps motieven: Ontvoering Maduro draait om olie (Trump noemde "pétrole" 20x), Groenland om strategische grondstoffen—geen "democratische bevrijding". - Veroordeling ontbreekt: Prévot herhaalt VN-regels maar vermijdt woorden als "condamnation" (Mutyebele: "U zegt ‘gangster’ over Maduro, maar zwijgt over Trumps kidnapping"). Concrete spanningen: - Groenland: Denemarken versterkt militaire aanwezigheid; VS dreigt met geweld maar ontkent "annexatieplannen" (Prévot: "Neem Trump serieus, niet letterlijk"). - Venezuela: EU zoekt dialoog met de facto regime (Rodríguez) en oppositie (González), maar blokkeert op erkenning legitieme leiding. Humanitaire crisis (7,9 mln noodhulp) en olie-exploitatie door VS blijven onopgelost. - NAVO-crisis: Sommigen (De Smet) waarschuwen: "VS-overname Groenland = einde NAVO"—Prévot ontwijkt dit scenario. Oplossingsrichtingen (maar weinig concrete stappen): - Europese "autonomie": Versneld investeren in defensie (vs. VS-afhankelijkheid), energietransitie, en technologische soevereiniteit (AI, 4% EU-aandeel). - "Coalitie van willigen": Voorstanders (Di Nunzio) pleiten voor snelheidsverschillen in EU-beleid om blokkades (Hongarije) te omzeilen. - Economische druk: VS als handelspartner (€65 mjd) beperkt EU-ruimte, maar sancties tegen VS worden niet overwogen. Kern: Europa faalt in krachtig optreden door interne verdeeldheid en VS-afhankelijkheid, terwijl Prévot diplomatie boven conflict stelt—wat critici zien als appeasement. Normatieve tweespalt: VS-handelen is onwettig, maar pragmatisme wint het van principes.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de recente acties en verklaringen van de Verenigde Staten werpen een schaduw over de internationale regels.
Enerzijds is er de situatie rond Groenland, dat door het Witte Huis formeel als een nationale veiligheidsprioriteit wordt beschouwd. De Amerikaanse regering stelt dat Groenland eigenlijk een deel van de Verenigde Staten moet worden. Een ambitie die kracht wordt bijgezet door te dreigen met – indien nodig – het gebruik van geweld. Hoewel de Deense premier benadrukt dat Groenland aan de Groenlanders behoort, blijft de druk vanuit Washington zeer groot.
Anderzijds zijn we getuige geweest van een escalatie in Venezuela, waar de Verenigde Staten een illegale aanval hebben uitgevoerd en president Maduro en zijn vrouw hebben ontvoerd. Laat ons wel wezen, een dictator minder, waar ook ter wereld, is goed nieuws, maar internationale regels moeten wel worden gerespecteerd. Ook hier was er een schending van het internationaal recht.
Deze acties dreigen een zeer gevaarlijk precedent te scheppen voor andere grootmachten, die dan kunnen denken dat zij op dezelfde manier kunnen handelen, zoals China en Rusland in Oekraïne.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, bent u van mening dat Europa over een degelijke strategie beschikt om weerstand te bieden aan de Amerikaanse druk op Groenland en aan schendingen van het internationaal recht in Latijns-Amerika?
Ten tweede, wat doet België concreet om bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europese strategie, en echt rode lijnen te trekken en ons te distantiëren van dergelijke eenzijdige acties?
Ten derde, hoe schat u de huidige reacties van uw Europese collega’s in? Zijn die naar uw mening krachtig genoeg om de Europese autonomie te waarborgen?
Ten vierde, wat is het standpunt van België over het voorstel van generaal Brieger om een symbolische Europese militaire aanwezigheid in Groenland te gaan vestigen?
Ten vijfde, hoe kijkt u aan tegen de rechtsgang die Maduro en zijn vrouw in de Verenigde Staten te wachten staat? Denkt u dat het proces eerlijk zal verlopen?
Ten zesde, wat zijn de concrete contouren van ons buitenlands beleid tegen straffeloosheid en hoe past u dat toe op de huidige Amerikaanse acties?
Ten zevende, wat zal Europa doen om de vreedzame oppositie in Venezuela te steunen en een terugkeer naar vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken?
De voorzitster : De heer De Smet is niet aanwezig. De heer Lacroix evenmin. Het woord is aan de heer Di Nunzio. U hebt vier minuten.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel, voorzitster. Ook mijn beste wensen voor u, mijnheer de minister, en voor alle collega’s hier, nu we elkaar voor het eerst zien.
Nicolas Maduro heeft de verkiezingen verloren in 2004 en is sindsdien toch aan de macht gebleven als dictator. Het lijdt geen enkele twijfel dat hij zich moet verantwoorden voor zijn misdaden. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn.
Vrede en gerechtigheid binnen Venezuela en voor de Venezolanen kan je echter niet afdwingen met militaire macht. De Amerikaanse militaire coup, die dat effectief heeft beoogd, ondergraaft het internationaal recht en de wereldorde. Door de acties die zijn ondernomen, heeft men daar een ernstige schok aan gegeven.
Laat mij zeer duidelijk zijn. Ondanks de euforie die hier en daar leeft binnen het Venezolaanse volk, betekent mijn kritiek niet dat ik zou vinden dat dat volk geen recht heeft op democratie, maar het heeft ook het recht om geen buitenlandse inmenging te ondergaan en om niet onderworpen te zijn aan machtspolitiek.
Nog verontrustender was nadien de aankondiging van president Trump dat Amerikaanse oliebedrijven Venezuela zullen exploiteren, terwijl het olie-embargo gewoon blijft gelden. Even verontrustend zijn de druk en dreigementen jegens Colombia en andere landen. Trump spreekt zich ook uit over Mexico. Het zijn woorden en daden van een Amerikaanse president waar we bijna niet meer van opkijken. Het feit dat dit ons niet meer verrast, moet ons zeer ongerust maken, want we zijn in een wereld verzeild waarin geen sprake meer is van een multilaterale orde, maar van het recht van de sterkste. Ik pleit ervoor dat verandering in Venezuela van binnenuit moet komen, niet door extern ingrijpen.
Ik zie dat mijn tijd verder loopt, dus ga ik meteen over naar Groenland. Ik heb de subvraag ook overgemaakt. In verband met Groenland hebt u in de plenaire zitting van 8 januari gezegd dat u de veiligheidsbekommernissen van de Verenigde Staten kunt begrijpen en dat achter sommige uitspraken legitieme bezorgdheden schuilgaan. Tegelijk hebt u terecht gesteld dat het onaanvaardbaar is om de territorialiteit van een bevriend land en een NAVO-bondgenoot in vraag te stellen. Groenland is NAVO-gebied en de Verenigde Staten hebben akkoorden met Denemarken die hen nu al toelaten om militaire bases te gebruiken en er militairen te stationeren. Het zijn echter de Verenigde Staten zelf die in het verleden hebben beslist om hun militaire aanwezigheid daar af te bouwen.
Als de VS het recht hebben om daar militair aanwezig te zijn en men die aanwezigheid destijds zelf heeft afgebouwd, waarom stelt u dan dat u de bekommernissen van de Amerikanen begrijpt en legitiem vindt? Binnen de bestaande akkoorden, vooral binnen het NAVO-bondgenootschap, kunnen de VS immers afspreken wat noodzakelijk is om in de eigen veiligheid te voorzien, als men dat als een probleem beschouwt. Waarom vindt u die bekommernissen legitiem, terwijl men binnen het huidige bondgenootschap eigenlijk al over voldoende middelen beschikt om daarmee aan de slag te gaan?
Ellen Samyn:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de situatie in Venezuela is de voorbije weken sterk geëvolueerd en roept belangrijke vragen op inzake politieke legitimiteit, veiligheid, internationale rechtsorde en consulaire bescherming. Na een Amerikaanse militaire operatie werd president Maduro uit het land weggehaald. De Verenigde Staten geven aan tijdelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid op te nemen in afwachting van een zogenaamd correcte en veilige machtsoverdracht.
Tegelijk heeft het Venezolaanse Hooggerechtshof Delcy Rodriguez presidentiële bevoegdheden toegekend, terwijl de oppositie stelt dat Edmundo Gonzalez de rechtmatige winnaar is van de presidentsverkiezingen van 2024 en diens onmiddellijke aanstelling vraagt. Daarnaast verklaart het Venezolaanse regime dat honderden politieke gevangenen zouden zijn vrijgelaten, terwijl mensenrechtenorganisaties aangeven dat het aantal bevestigde vrijlatingen voorlopig aanzienlijk lager ligt en dat alle transparantie ontbreekt.
In dezelfde context gaf Venezuela te kennen opnieuw werk te willen maken van een dialoog met de Europese Unie.
Mijnheer de minister, hoe schat België vandaag de situatie in Venezuela concreet in? Is er overleg geweest met uw Europese collega-ministers en bestaat er al een gezamenlijke Europese lijn, zeker nu Caracas opnieuw toenadering zoekt tot de Europese Unie?
U had sinds de Amerikaanse operatie contacten met de Verenigde Staten. Welke garanties werden er gegeven over de aard, de duur en de grenzen van het Amerikaanse optreden?
Dan heb ik een aantal vragen over de Belgen ter plaatse. Hoeveel Belgische onderdanen bevinden zich volgens de recentste cijfers nog in Venezuela? Hoe wordt hun veiligheid vandaag gegarandeerd? Bestaat er een concreet evacuatieplan, eventueel samen met andere EU-landen? Is dat plan al voorbereid of geactiveerd?
Dan kom ik bij de consulaire bijstand. Aangezien België zijn ambassadewerking vanuit Bogota organiseert, wordt er actief samengewerkt met andere EU-ambassades voor gezamenlijke consulaire hulp?
Dan heb ik ook een aantal vragen over de machtsvraag. Hoe positioneert dit land zich tegenover de verschillende machtsaanspraken? Wordt Gonzalez door België beschouwd als de legitieme winnaar van de verkiezingen van 2024? Zal België Rodriguez erkennen als het momenteel de facto gezag en zo ja, op basis van welke criteria? Met wie hebben onze diplomatieke en consulaire diensten vandaag concreet contact? Is dat met de structuren van Rodriguez, met de oppositie of met de tijdelijke Amerikaanse administratie?
Dan heb ik vragen met betrekking tot sancties. Overweegt België gerichte sancties tegen personen die een democratische overgang blokkeren of mensenrechten blijven schenden?
Ten slotte, hoe kijkt u in het algemeen aan tegen een overgangsbestuur, in afwachting van nieuwe verkiezingen? Onder welke voorwaarden acht u zo’n scenario aanvaardbaar binnen het internationaal recht en het zelfbeschikkingsrecht van het Venezolaanse volk?
Bijkomend, heeft België zicht op de impact op Belgische bedrijven en contracten in Venezuela, bijvoorbeeld in energie, logistiek of dienstverlening? Worden die bedrijven actief begeleid?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, Groenland, NAVO-bondgenoot, deel van een lidstaat van de Europese Unie, een autonoom gebied binnen het koninkrijk Denemarken, met een kleine bevolking en een strategische ligging, wordt nu toch wel heel sterk onder vuur genomen, spreekwoordelijk dan. Het zijn vrij bange tijden voor de bevolking daar, want ze staan zowaar te koop. Het is bijzonder dat een bondgenoot een deel van een land en een bevolking zegt te willen kopen.
Er zijn scherpe discussies over soevereiniteit, over de arctische gebieden, over de samenwerking tussen Europa en de Noord-Amerikaanse partners en over hoe wij daarmee moeten omgaan.
Mijnheer de minister, ik had graag van u vernomen hoe u deze ontwikkelingen beoordeelt. Hoe ziet u dit in het kader van de soevereiniteit van de Groenlanders en van onze trans-Atlantische samenwerking?
Dit is een pijnlijke situatie, waarbij wij het ook over de veiligheid van de Europese Unie moeten hebben. Ik hoorde vanochtend nog een uitspraak van de Amerikaanse president over annexatie: "Het kan in onze visie niet anders dat er een annexatie plaatsvindt". Dat zijn toch uitspraken waarover wij moeten nadenken en waarop wij een antwoord moeten geven. Dat is ook wat Europa zegt.
Ik heb gisteren Teresa Ribeira gehoord, die een heel duidelijk signaal van de Europese Unie vraagt. Ik had graag van u vernomen hoe u daar tegenaan kijkt. Hoe zult u hiermee omgaan? Hoeveel onderdanen van ons land zijn er trouwens in Groenland aanwezig? Zijn daar Belgen aanwezig of niet? Staat u achter de uitspraak dat, wanneer een NAVO-lidstaat wordt aangevallen, wij allemaal mee in het bad moeten gaan?
Een tweede deel van het actualiteitsdebat gaat over Venezuela.
Het feit dat president Maduro in gevangenschap is gebracht en dat er hoop is voor de vele Venezolanen die het land hebben verlaten omwille van dit toch wel zeer bijzondere regime, is niet evenredig met het feit dat het internationaal recht hier echt wel geschonden is.
Mijnheer de minister, hoe interpreteert u het internationaalrechtelijke kader in dezen? Hoe gaat u daarmee om? Hebt u al contact met de Belgische ambassadeur opgenomen, die op dit moment in Bogota is? Worden er bijkomende consulaire of veiligheidsmaatregelen genomen voor de mensen van ons land die in Venezuela aanwezig zijn?
De stabiliteit van de hele regio is uiteraard heel belangrijk. Colombia is een buurland. Er zijn gesprekken geweest tussen de Amerikaanse president en president Petro, maar hoe schat u de politieke situatie en de veiligheidssituatie in Venezuela in?
Belangrijk ook, hoe is de relatie vandaag met de verkozen oppositieleiders, met de heer Gonzalez, met mevrouw Maria Corina Machado? Zijn er contacten vanuit ons land met de oppositie, zoals die ook in het Witte Huis zullen plaatsvinden, zoals we lezen in de pers? Zult u ter zake stappen ondernemen?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, la nouvelle année s'est ouverte par une intervention impérialiste qu'on a cru, à tort, ne plus être de notre temps. C'est celle de l'Amérique qui a enlevé sans base légale, sans mandat, le président d'un État souverain, à savoir le Venezuela. Ce monsieur a été enlevé avec sa femme.
Cette opération s'est faite sur la base d'accusations d'un réseau de narcotrafic géré par le président Maduro, à contre-courant de l'avis de tous les spécialistes. Outre la nature franchement grossière de telles accusations, l'illégalité d'un acte assimilable à une déclaration de guerre ne peut être accueillie avec une telle passivité. Croire que cette opération s'est faite dans l'optique de soulager la population du Venezuela – qui est victime de la politique autoritaire et violente de son président – serait faire preuve d'un optimisme naïf. Le président Trump n'a pas tenté de cacher ses réelles motivations car, pendant la conférence de presse, il a prononcé au moins vingt fois le mot "pétrole". Il veut contrôler les larges ressources pétrolières de cet État.
Monsieur le ministre, la Colombie a déjà été menacée de subir le même sort. Le Groenland aussi, et les autres grandes puissances n'en demandaient pas tant. Si la loi du plus fort est de retour, les plus faibles n'ont qu'à bien se tenir. Tel est le message qu'on nous fait passer.
Condamnez-vous les É tats-Unis et leur président pour l'enlèvement illégal et sans mandat du président Maduro? Qu'avez-vous dit à vos interlocuteurs américains sur le sujet?
Comment justifiez-vous votre politique basée sur le droit international quand une violation de ce même droit est accueillie – non pas par votre silence – mais par une absence de condamnation ferme et claire, selon moi, des États-Unis? Pensez-vous que cette action et la faiblesse de nos réactions pourront mener à de pareilles opérations de la part d'autres États ou des États-Unis eux-mêmes, comme au Groenland, en Colombie, à Taïwan ou ailleurs?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, lors du débat en plénière la semaine dernière, vous avez rappelé que la Belgique fonde sa sécurité et sa prospérité sur le respect d'un ordre international fondé sur des règles et que ce principe n'est pas optionnel. Vous avez souligné que, quelles que soient les appréciations portées sur certains régimes, les méthodes employées ne peuvent être cautionnées lorsqu'elles violent le droit international, la souveraineté des États ou l'intégrité territoriale.
Vous avez également souligné que la relation transatlantique reste stratégique, mais qu'elle doit s'inscrire dans un dialogue exigeant, respectueux du multilatéralisme, de la souveraineté des États et de l'intégrité territoriale. Ces dernières semaines, l'actualité internationale a toutefois mis en lumière une multiplication de prises de position et d'initiatives unilatérales de la part des États-Unis, tant en matière de sécurité que de politique étrangère, suscitant bien entendu des interrogations croissantes quant à la solidité et la prévisibilité du cadre transatlantique. Dans ce contexte, la nécessité d'une parole européenne plus cohérente et d'une capacité d'action autonome apparaît de plus en plus pressante.
Dans le prolongement de ce débat, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Tout d'abord, la Belgique entend-elle prendre des initiatives concrètes afin d'inscrire explicitement la question du respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale à l'agenda des instances européennes face à ces remises en cause actuelles de l'ordre juridique international? Ensuite, quels instruments diplomatiques et politiques concrets la Belgique et l'Union européenne pourraient-elles privilégier pour renforcer un dialogue transatlantique à la fois franc et exigeant, en particulier en cas de nouvelles initiatives unilatérales susceptibles de fragiliser encore le cadre multilatéral et le droit international?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, vanuit Washington blijven er weinig geruststellende signalen over Groenland komen. Tijdens de plenaire vergadering zei u duidelijk dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Groenland en Denemarken moeten worden gerespecteerd. Dat stond ook in het statement van 6 januari van verschillende Europese leiders. Afgelopen weekend zei president Trump echter opnieuw dat de VS Groenland in hun bezit moeten krijgen, desnoods op een moeilijke manier.
Dat vraagt een gecoördineerd antwoord van de Europese Unie. Sommige analisten pleiten er alvast voor om een Europees sanctiepakket voor te bereiden. In de NAVO pleiten verschillende lidstaten dan weer voor een gezamenlijke missie op Groenland, zodat de strategische positie kan worden gewaarborgd zonder escalatie tussen de NAVO-bondgenoten. Onze minister van Defensie sloot zich daarbij aan en secretaris-generaal Rutte verklaarde dat stappen zich opdringen. De vraag is wat er zal gebeuren.
De premier van Groenland gaf gisteren aan dat het Denemarken verkiest boven de VS en Denemarken heeft ondertussen aangekondigd militaire troepen naar Groenland te zullen sturen. In het Witte Huis vindt er vandaag een ontmoeting plaats tussen de ministers van Buitenland van Denemarken, Groenland en de VS en ook vicepresident Vance zou zich daarbij aansluiten.
Op welke manier is ons land betrokken bij de gesprekken over een gezamenlijk Europees antwoord? In welke richting gaan de Amerikaanse dreigementen ten opzichte van Groenland? Welke maatregelen liggen er concreet op tafel?
Wat Venezuela betreft, voorlopig is er geen sprake van een regimewissel. Met uitzondering van Maduro en zijn echtgenote zitten alle oudgedienden nog in het zadel. De nieuwe autoriteiten lieten intussen wel al enkele politieke gevangenen vrij, naar eigen zeggen als teken van vrede. Verschillende leden van de oppositie roepen op tot nieuwe verkiezingen en president Trump lijkt vooral te focussen op het controleren van de Venezolaanse olie. Wij hadden ook niets anders verwacht.
Een grote groep EU-lidstaten verklaarde in een statement van 4 januari in contact te staan met de VS om een dialoog tussen alle partijen te faciliteren, met het oog op een onderhandelde, democratische, inclusieve en vreedzame oplossing voor de crisis. Die dialoog zou worden geleid door de Venezolanen, wat heel belangrijk is. De Venezolaanse autoriteiten hebben intussen aangekondigd klaar te zijn voor een nieuwe agenda met de Europese Unie en om te evolueren naar een fase van productieve betrekkingen.
Vandaag vraagt de humanitaire situatie in Venezuela om bijkomende aandacht. Volgens OCHA, waarover ik het daarnet al had, hebben op dit moment 7,9 miljoen Venezolanen dringend nood aan bijstand. Welk standpunt neemt ons land concreet in met betrekking tot de toekomst van Venezuela? U zei in de plenaire vergadering duidelijk dat het internationaal recht voorop staat, wat heel belangrijk is.
Hoe beoordeelt ons land de legitimiteit van de nieuwe machthebbers in Venezuela? Kunt u een update geven over de contacten tussen de Europese Unie en Venezuela en tussen de Europese Unie en de VS over Venezuela? Is de EU vandaag op enige wijze betrokken? Hoe zullen wij de humanitaire noden lenigen?
Nabil Boukili:
S'agissant du Venezuela, nous avons vu que les É tats-Unis ont agi comme des bandits. En l'occurrence, l'impérialisme américain ne se cache plus, et même s'assume. Nous avons assisté à l'enlèvement du président d'un É tat souverain en plein jour, en violation de tout principe du droit international. Les É tats-Unis ne se cachent pas. M. Trump est honnête en disant que cette agression contre le Venezuela n'est pas motivée par la lutte contre le narcotrafic – les rapports des Nations Unies minimisent, du reste, la participation de ce pays à cette activité –, puisqu'il indique clairement qu'il vise le pétrole et qu'il cherche à défendre les intérêts stratégiques américains. Toutefois, il le fait en violant le droit international. La Charte des Nations Unies interdit la menace ou l'emploi de la force contre l'intégrité territoriale d'un É tat membre. Point! Il n'y a pas de "mais" qui justifierait cette violation du droit international, même par les grandes puissances.
Jusqu'à présent, votre réponse a manqué de logique, monsieur le ministre, puisque vous dites que le principe du droit international est "notre boussole comme Belgique", mais vous n'avez pas condamné l'initiative américaine. Dès lors, condamnez-vous l'agression américaine contre le Venezuela? Celle-ci ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans une stratégie américaine que le président Trump a clairement exprimée dans son plan de sécurité national. De plus, ce dernier a menacé d'attaquer d'autres É tats: la Colombie, le Mexique, Cuba, ainsi que le Groenland. Peut-être apprendrons-nous dans les semaines à venir que la reine du Danemark est également une "trafiquante", une "criminelle" ou qu'elle est "responsable de telle ou telle violation" afin que soit justifiée une invasion ou une agression contre le Groenland.
Nous savons très bien que ces actions servent l'intérêt d'un impérialisme américain de plus en plus agressif parce qu'il se retrouve dans une situation internationale telle que les É tats-Unis sont en perte de vitesse, puisque leur hégémonie recule à l'échelle mondiale, notamment face à des concurrents du Sud global et à ceux du BRICS. Ils ne parviennent plus à maintenir la domination qu'ils imposaient auparavant par la menace ou par la négociation dans des coulisses obscures et recourent désormais à la force pour se maintenir comme puissance dominante.
Au vu de cette stratégie, où se situe l'Union européenne? Que fait-elle? Que fait la Belgique? Allons-nous rester spectateurs de ces violations commises par l'impérialisme américain? Ou bien allons-nous agir conformément aux valeurs que nous sommes censés défendre? Le problème de la Belgique et de l'Union européenne est qu'elles ne sont plus crédibles sur la scène internationale. Comment pouvons-nous prétendre que nous défendons les valeurs, le droit international, le respect des souverainetés étatiques alors que nous n'adoptons aucune position claire de condamnation de la politique agressive américaine?
Monsieur le ministre, je réitère donc mes questions.
Condamnez-vous l'agression contre le Venezuela ainsi que l'enlèvement de son président, chef d'un É tat souverain?
Condamnez-vous les menaces américaines contre le Groenland et d'autres É tats, notamment Cuba et la Colombie? Allez-vous agir conformément aux valeurs que vous êtes censé défendre comme ministre belge des Affaires étrangères?
François De Smet:
Des déclarations récentes émanant de responsables politiques américains, faisant suite à l’offensive à l’égard du Venezuela, évoquent de manière insistante la possibilité d’un contrôle accru, voire d’une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du Royaume du Danemark.
Le Groenland constitue non seulement une partie intégrante du Royaume danois, État membre de l’Union européenne, mais également un territoire situé au cœur de l’aire euro-atlantique, dont la sécurité relève des équilibres stratégiques existants, notamment dans le cadre de l’OTAN.
Dans ce contexte, voici mes questions :
Le Gouvernement belge a-t-il pris connaissance officielle de ces déclarations américaines et quelle en est son analyse politique, diplomatique et stratégique ?
La Belgique a-t-elle échangé avec les autorités danoises, bilatéralement ou dans un cadre multilatéral (Union européenne, OTAN), afin d’évaluer les implications de telles déclarations pour la souveraineté danoise et la sécurité européenne ?
Le Gouvernement considère-t-il qu’une tentative de prise de contrôle unilatérale du Groenland par un État allié constituerait une situation susceptible de justifier des consultations au titre de l’article 4 du Traité de l’Atlantique Nord, qui prévoit une concertation lorsque l’intégrité territoriale, l’indépendance politique ou la sécurité d’un allié est menacée ?
Quelle serait, dans un tel scénario, la position que la Belgique défendrait au sein du Conseil de l’Atlantique Nord et des instances européennes compétentes ?
Plus largement, le Gouvernement estime-t-il nécessaire de renforcer une position européenne commune face à des déclarations ou initiatives susceptibles de remettre en cause la souveraineté territoriale d’États membres de l’Union européenne, y compris lorsqu’elles émanent d’alliés stratégiques ?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, recent verklaarde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat president Trump Groenland niet wil aanvallen, maar kopen. Die uitspraak heeft internationaal voor onrust gezorgd, aangezien Groenland een autonoom deel is van het koninkrijk Denemarken en dus ook Europees grondgebied is. Tegelijk had u recent een ontmoeting met minister Rubio die door u werd omschreven als een belangrijk moment in de Belgisch-Amerikaanse relaties.
Niet alleen in dat dossier, maar ook in de kwesties migratie, islam, multiculturalisme en nationale identiteit staat minister Rubio bekend om zijn uitgesproken standpunten, die scherp afwijken van uw visie daarover. We stellen vast dat hij expliciet de nationale veiligheidsstrategie van president Trump onderschrijft, radicaal islamisme als een imminente dreiging voor het Westen ziet en massamigratie zelfs disruptief noemt voor onze gedeelde waarden en normen. Ik vond het bijgevolg bijzonder dat u met hem samen bent gekomen. We hebben vandaag dan ook een aantal vragen over die ontmoeting.
Hoe beoordeelt u vanuit Belgisch en Europees standpunt de uitspraken van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken over het kopen van Groenland? Welke implicaties ziet u voor het respect voor territoriale soevereiniteit, iets wat het Vlaams Belang zeer belangrijk vindt?
Hebt u tijdens het onderhoud ook uw visie op migratie, het samenlevingsmodel en culturele cohesie duidelijk kenbaar gemaakt aan minister Rubio? Hoe verhoudt die visie zich tot zijn standpunten?
Hebt u naast het gesprek met minister Rubio ook al contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur hier in België, de heer Bill White? Zo ja, wat waren de relevante conclusies van dat gesprek?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, daarnet zijn er beste wensen geuit, maar uw eerste twee weken van januari zijn door president Trump in ieder geval niet heel erg warm ingezet.
Het jaar kondigt zich op geopolitiek vlak in ieder geval niet stabieler aan dan 2025. Het is eerder een verderzetting van het principe van het recht van de sterkste, tegenwoordig ook aangevuld met een concept als my own morality , zoals de president van de Verenigde Staten zei, de man die is veroordeeld voor verschillende feiten in eigen land. Dat is niet echt geruststellend. Ik moet zeggen, ik ben ook steeds minder en minder gerustgesteld door het feit dat vanuit heel wat internationale westerse landen de reacties op deze president, die zijn eigen moraliteit vooruit schuift, toch op zijn minst dubieus of verschillend zijn.
Vorige week hebben we effectief het debat gevoerd in de plenaire vergadering. Ik ben het met u eens dat het chavisme een verschrikkelijk systeem was, waarbij Venezolanen werden vermoord, buitenspel gezet en verkiezingsuitslagen werden genegeerd. Maar zelfs het chavisme staat niet boven het internationaal recht. Dat betekent niet dat u zomaar als land een ander land kunt binnenvallen, bombardementen kunt uitvoeren op onschuldige burgers en een staatshoofd kunt ontvoeren, zelfs al zit het daar illegitiem. Er zit er bijvoorbeeld ook eentje in Noord-Korea waar ik me zorgen over maak. Er zit er eentje in Israël waar dan blijkbaar wel koffie mee kan worden gedronken in het Witte Huis. Er zitten er op heel veel plaatsen in deze wereld. De vraag is natuurlijk waar het begint en waar het eindigt. Dit hellend vlak is bijzonder problematisch.
We hebben gezien waar het naartoe leidt toen het over Groenland begon te gaan. Dan rijst de vraag hoe wij ons opstellen tegenover deze schending van het internationaal recht. Ik heb u vorige week in de plenaire vergadering gehoord. U was zeer voorzichtig over het feit dat het recht in dit geval niet gerespecteerd is, maar er kwam geen veroordeling.
Daarom stel ik de vraag: zal deze federale regering wat er gebeurd is in Venezuela uitdrukkelijk veroordelen als flagrante schending van dat internationaal recht? Als we niet aan een zeel trekken en zeggen dat het internationaal recht het ijkpunt is op basis waarvan we met elkaar omgaan, dan wordt dat hellend vlak alleen maar groter, bijvoorbeeld vanuit China richting Taiwan of vanuit Rusland richting de Baltische Staten.
Mijn vraag is hoe u die streep zult trekken. Zult u daar duidelijk in zijn? Zult u maatregelen nemen, samen met de Europese Unie? Zo zijn er al de uitspraken van president Macron over Groenland. Zullen er maatregelen worden genomen om in eerste instantie te garanderen dat de Venezolanen worden geholpen op humanitair vlak, en zullen ze het recht hebben om zelf te kunnen beschikken over hun oliereserves en te bepalen hoe die worden uitgebaat?
Hoe gaat u om met de nieuwe realiteit rond Groenland, waarvan u zegt dat het misschien soms abrupt overkomt, maar waarachter legitieme bekommernissen zitten? Is dit dan de manier waarop we met legitieme bekommernissen zullen omgaan?
Hoe staat u tegenover die verschillende Europese pistes die momenteel op tafel liggen? Wat zijn de afspraken die gemaakt zijn, ook met de minister van Defensie, over de diplomatieke contacten met de ambassadeurs? Heeft minister Francken die voor zijn rekening genomen omdat u toen in het buitenland was? Was dat eenmalig? Is dat de bedoeling op langere termijn? Hebt u bijvoorbeeld ook contact buiten de Europese Unie gehad om te zien wat de steun is voor de Groenlandse zaak?
Wat is onze definitieve positionering daar eigenlijk, zeker als ik zie wat Spanje doet, wat Frankrijk doet, wat men vanuit verschillende hoeken in Europa doet. Wat is uw positie ten gronde?
Al die ontwikkelingen van een president die het recht van de sterkste en zijn eigen morele uitgangspunten als basis neemt in plaats van het internationaal recht, wat betekent dat voor onze verhouding met de VS, bijvoorbeeld op het vlak van Belgische legeraankopen?
De voorzitster : Bedankt, mevrouw Almaci.
Dat was de laatste ingediende vraag. Wensen er nog andere collega’s tussen te komen in het kader van dit actuadebat? (Nee)
Dan is het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Bedankt, mevrouw de voorzitster.
Allereerst maak ik graag mijn beste wensen over aan iedereen. Gelukkig Nieuwjaar!
Certains collègues ont réitéré leurs questions. J’imagine qu’ils ne seront donc pas surpris que je puisse à certains égards réitérer aussi mes réponses.
Comme je l’expliquais la semaine dernière en séance plénière, nous vivons une période de pressions sans précédent sur l’ordre international, un ordre international fondé sur des règles. Cela nous rappelle une réalité simple, mais brutale: notre conviction, en tant qu’Européens, que le monde doit fonctionner selon des règles applicables à tous, est loin d’être unanimement partagée.
Het toeval van mijn bezoek aan Washington, onmiddellijk na de Amerikaanse interventie in Venezuela en de verklaringen van president Trump over Groenland, heeft deze realiteit op zeer concrete wijze geïllustreerd.
J’ai eu l’occasion de rencontrer le secrétaire d'État Marco Rubio, le secrétaire d'État adjoint Christopher Landau, le secrétaire au Commerce Howard Lutnick, le représentant spécial pour le Commerce Jamieson Greer, le sous-secrétaire à la Défense chargé de la stratégie Elbridge Colby, ainsi que le conseiller adjoint à la Sécurité nationale Andy Baker.
Avec chacun d’eux, j’ai privilégié le dialogue direct; comme d’ailleurs avec d’autres illustres personnalités de think tanks qui sont très actives sur les relatons transatlantiques.
Les échanges francs que nous avons eus sont infiniment plus utiles, plus éclairants et plus responsables que des joutes par tweets interposés. Le dialogue diplomatique, même empreint de convivialité, n’exclut certainement ni la fermeté, ni la clarté. Il les rend au contraire plus efficaces.
De conclusie is helder, wij delen grotendeels dezelfde bekommernissen en staan voor dezelfde mondiale uitdagingen, zoals de strijd tegen drugshandel, klimaatverandering, migratiestromen, het beheersen van wereldwijde conflicten, terrorisme of radicalisering en het belang van buitenlandse betrekkingen. We hanteren soms wel radicaal verschillende perspectieven bij het formuleren van de antwoorden daarop.
Wat Venezuela betreft, heb ik duidelijk gezegd dat niemand het vertrek van Nicolas Maduro zal betreuren. Hij genoot geen enkele legitimiteit bij België of bij de andere lidstaten van de Europese Unie. Het beleid van zijn regering heeft geleid tot de vlucht van 8 miljoen Venezolanen en het regime heeft zich schuldig gemaakt en blijft zich schuldig maken aan acties die de democratie en de rechtsstaat ondermijnen.
Or comme j’ai déjà pu le préciser, et cela à plusieurs reprises, dire cela ne signifie en rien cautionner les moyens utilisés pour déloger ce dictateur.
Pour un pays comme le nôtre, un pays, au vu de sa taille, dont la sécurité et la prospérité reposent sur l’existence même d’un système de règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système de droit international n’est pas un luxe; c’est une condition d’existence.
Het Handvest van de Verenigde Naties is overal van toepassing. België hanteert geen twee maten en twee gewichten. Leden van de VN-Veiligheidsraad hebben in dat opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.
J’ai fait passer ce message sans la moindre ambiguïté auprès de mes interlocuteurs américains. Il n’y a donc eu ni silence, ni encore moins de complaisance de la part de la Belgique, ni même de l’Europe, qui s’est exprimée par le biais d’une déclaration à 26 – seule la Hongrie manquait – et qui continue de suivre, avec une attention toute particulière, la situation.
Chacun a évidemment son rôle. Des députés peuvent vouloir que nous criions tout le temps, partout, que nous criions peut ‑ ê tre plus fort que les autres, qualifiant de faiblesse ce qui ne fragiliserait pas les tympans de nos interlocuteurs. Mon r ô le est diff é rent. La diplomatie, c’est le contraire de l’excès ou de la caricature.
Je rappelle en outre que la sécurité de nos compatriotes au Venezuela demeure une priorité absolue. Nous dénombrons 212 Belges inscrits au Venezuela, faisant partie de centaines de milliers de citoyens européens présents dans le pays.
À ce stade, aucun Belge, ni résident ni voyageur, n’a sollicité de l’assistance. Nos partenaires européens ne signalent pas de difficultés avec leurs propres ressortissants.
Het huidige reisadvies raadt alle reizen naar Venezuela ten stelligste af. De situatie is ernstig, maar niet chaotisch. We spreken vandaag van een geopolitieke crisis, eerder dan van een consulaire.
De nouvelles opérations américaines ou des tensions internes au Venezuela ne pouvant être exclues à court et moyen terme, nous continuons de suivre la situation de près, notamment via notre ambassade à Bogota, ainsi que par nos services compétents à Bruxelles et au travers de l’Union européenne. Cela sera indubitablement discuté lors de la prochaine réunion du Conseil européen des ministres des Affaires étrangères. Cependant, à ce stade, aucune intervention spécifique sur place ne semble envisagée par les partenaires européens.
Je souligne, enfin, qu’à la suite de l’arrestation de Nicolas Maduro par les autorités américaines, les juridictions vénézuéliennes ont invoqué une situation "d'absence forcée", conduisant la vice ‑ pr é sidente, Mme Delcy Rodr i guez, à assumer l ’ exercice du pouvoir à titre int é rimaire. La Belgique prend acte de cette r é alit é de fait.
La priorité demeure l’ouverture d’un processus vénézuélien crédible et inclusif, permettant rapidement des élections libres, transparentes et placées sous observation internationale.
België en de EU blijven volledig solidair met het Venezolaanse volk in zijn democratische aspiraties en de uitoefening van zijn mensenrechten. Het respecteren van de wil van het Venezolaanse volk blijft de enige weg naar het herstel van de democratie.
Mevrouw Depoorter, persoonlijk heb ik tot nu toe geen specifiek contact gehad met de oppositie.
Over Groenland ben ik ook tegenover mijn Amerikaanse gesprekspartners duidelijk geweest. We begrijpen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio, onder meer de nabijheid van Rusland en de aanzienlijke activiteit van onderzeeërs in het gebied.
Het is echter onaanvaardbaar, on-aan-vaard-baar, de territoriale integriteit van bevriende bondgenoten ter discussie te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken reeds het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking. De bestaande overeenkomsten stellen het Amerikaanse leger bovendien al in staat om aanwezig te zijn, en die overeenkomsten zijn nog altijd van kracht. Vandaag de dag is er nog maar één actieve Amerikaanse militaire basis ter plaatse. Die teksten kunnen dus de basis vormen voor een nieuwe discussie tussen de Verenigde Staten, Groenland en Denemarken.
Laat mij dit zonder enige ambiguïteit herhalen: Groenland is geen onderhandelbaar territorium, noch een invloedsfeer die opnieuw kan worden verdeeld. Het valt onder een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de soevereiniteit van het Koninkrijk Denemarken en op het recht van het Groenlandse volk op zelfbeschikking.
Que la motivation soit sécuritaire ou économique, peu importe: aucun de ces deux motifs ne peut justifier la moindre atteinte au moindre kilomètre carré de l’intégrité et de la souveraineté des Groenlandais et des Danois.
Des contacts que j’ai pu avoir, il apparaît que la perspective d’une prise du territoire par une quelconque opération armée ne soit pas envisagée, chacun mesurant la déflagration que cela pourrait générer au niveau des relations internationales et singulièrement au sein de l’OTAN. Un interlocuteur que j’ai rencontré à Washington m’a indiqué qu’il était toujours utile de prendre au sérieux ce que le président américain évoque, sans pour autant devoir le prendre au pied de la lettre.
La Belgique s’est donc exprimée de manière ferme, comme l’ont d’ailleurs fait les autorités danoises, l’ensemble des collègues européens ainsi que nos alliés dans le cadre de l’OTAN. J’ai d’ailleurs veillé à maintenir, en parallèle de mes rencontres à Washington, un contact permanent avec mon homologue danois et avec la haute représentante de l’Union européenne – Mme Kaja Kallas –, tandis que mes équipes ont également tenu informée Mme l’ambassadrice du Danemark, ici auprès de la Belgique. Ce dialogue quotidien, très étroit, a été particulièrement apprécié, ayant eu le bénéfice d’être le premier ministre européen des Affaires étrangères reçu en audience à Washington au moment même où ces discussions étaient particulièrement aiguës.
Il ne vous aura pas échappé, chers collègues, qu’une rencontre est prévue aujourd’hui même entre le Danemark, le Groenland et les États ‑ Unis. Nous suivrons évidemment de près les discussions, et surtout leurs conclusions. Nous resterons solidaires de nos amis danois et veillerons à ce que les Européens continuent à s’exprimer de manière ferme, tant au niveau de l’Union européenne qu’au niveau de l’OTAN.
Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen.
Les États-Unis possèdent les moyens d'imposer leur vision du monde, tandis que trop souvent les Européens s'émeuvent depuis le balcon et peinent à décider.
Il s'agit d'ailleurs d'un problème majeur. Je m'en suis encore récemment ouvert auprès d'autorités européennes. Cette incapacité est la nôtre et elle a connu une illustration flagrante l'an dernier à travers le dossier de Gaza, à savoir l'incapacité européenne de prendre des décisions fortes, et surtout des décisions rapides.
Cette difficulté à décider, et plus encore à décider de manière unie sur la scène internationale, contribue – j'ai peine à devoir le reconnaître mais c'est la réalité – à affaiblir la portée de la voix de l'Union européenne. C'est aussi un élément qui peut parfois nous décrédibiliser aux yeux des États-Unis, lassés de nous entendre donner des leçons.
Dit ondermijnt ook onze geloofwaardigheid bij tal van internationale partners, die onze zorgen delen, maar tegenover wie de EU moeite heeft om zich als een geloofwaardig alternatief te profileren.
Ne soyons toutefois pas trop sévères avec l'Europe. Pour de nombreux pays dans le monde, elle reste, nous restons, le partenaire le plus fiable, offrant de la prévisibilité et de la sécurité. Ce constat, que je pense lucide, doit néanmoins nous inciter à retrousser nos manches et à investir plus que jamais dans une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome. Une Europe capable d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts. L'ordre international fondé sur des règles n'est pas acquis. Il doit être expliqué, rappelé et défendu avec constance et fermeté, y compris à l'égard de nos partenaires les plus proches.
Il est urgent de nous donner collectivement les moyens d'y parvenir en développant notre autonomie stratégique, ou devrais-je dire nos autonomies stratégiques.
Il s'agit de notre autonomie militaire, trop longtemps sous-traitée aux États-Unis, même si nous devons balayer devant notre porte. Rappelons-nous que, ces dernières décennies, nous avions tendance à considérer qu'il était mal que les pouvoirs publics investissent dans le secteur de la défense, que ce n'était pas une priorité et que les banques devaient même, en vertu de leurs obligations morales, ne pas prêter à certaines industries de la défense. Nous sommes bien loin du monde d'aujourd'hui.
Au-delà de notre autonomie militaire, l'Europe doit également développer son autonomie technologique. Les États-Unis et la Chine donnent aujourd'hui le tempo au niveau mondial et européen. Si l'on prend l'exemple du développement de l'intelligence artificielle, la part de l'Europe s'élève à 4 %.
Notre autonomie énergétique doit aussi être renforcée, elle qui a été trop longtemps concédée à la Russie ou au Moyen-Orient.
Nous devons consolider l'OTAN et, en son sein, un pilier européen fort est indispensable.
Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat onze relatie met de Verenigde Staten strategisch is en zal blijven. We moeten in dit partnerschap blijven investeren. Dat doen we via open en kritische uitwisselingen, waarbij we onze standpunten met vastberadenheid verdedigen.
Une économie ouverte comme la nôtre, dont 85 % du PIB dépend des échanges internationaux, ne peut se permettre le luxe du repli, ni de tourner le dos à celui qui représente notre quatrième partenaire commercial et le premier investisseur hors Union européenne dans notre pays, source de plus de 115 000 emplois en Belgique et de 65 milliards d'euros d'échanges commerciaux par an.
Notre monde est devenu plus transactionnel, c'est un fait. À nous de concilier davantage diplomatie économique et diplomatie politique, sans travestir notre ADN et la défense inoxydable d'un ordre mondial basé sur des règles et le respect du droit, principal bouclier pour défendre la sécurité et la prospérité de notre population.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, u hebt vorige week tijdens de plenaire vergadering al enige duiding gegeven over Venezuela. Europeanen volgen de regels, maar de VS vegen de voeten daaraan. U veroordeelt dat, maar nog niet luid genoeg. We moeten nog een tandje bijsteken en mogen Trumps demarches niet langer tolereren. We nemen veel van zijn uitspraken en intenties niet au sérieux, maar hij doet wel wat hij zegt. Als hij overmorgen Groenland binnenvalt, zullen we ook zeggen dat we niet hadden verwacht dat hij dat ook werkelijk zou doen.
U verwoordt mooi dat Europa veel sterker moet staan en eenduidiger moet spreken, maar dat discours hanteren we al maanden. Het is tijd voor actie, mijnheer Prévot. Europa mag zich niet langer laten gijzelen door één land, door één lidstaat. Laten we een koe een koe noemen, we moeten onderzoeken of Hongarije eruit gezet kan worden. Het blokkeert ons immers volledig, terwijl wij staan voor een sterke internationale handel en internationale verbanden, altijd met respect voor internationale regels.
Mijnheer de minister, uit uw antwoord concludeer ik dat u in Europa nog veel harder en duidelijker op tafel zult moeten kloppen, dan dat u tot op heden hebt gedaan, en dat u verder het debat moet aangaan. Eén lidstaat mag de rest van Europa niet verhinderen om veel strenger op te treden tegen mensen als Trump, die wel veel, maar niet alles te zeggen hebben. Europa vormt een zeer sterk economisch blok, dat veel meer in de weegschaal kan leggen. Ook op het vlak van defensie en veiligheid moeten we een grote tand bijsteken. Men is daarmee bezig, maar het kan allemaal nog veel sneller. Dan kan Europa de VS zeggen dat Groenland wel degelijk beveiligd is.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses certes exhaustives.
Je reste toutefois, comme en plénière, un peu sur ma faim, car cela ne répond pas à une question: que ferons-nous si, malgré vos informations et vos intuitions, les États-Unis prennent d'une manière ou d'une autre possession du Groenland? Vous avez dit que d'après vos contacts, une opération armée n'est pas envisageable. Vous vous risquez même à nous dire qu'il ne faut pas toujours prendre Donald Trump au pied de la lettre.
Il me semble que depuis quelques années, cette administration américaine nous montre qu'il faut prendre le président Trump au pied de la lettre. Il n'y a pas, chez cet homme, de surmoi, de filtre. C'est tout le problème: ce qui rend unique cette administration américaine, ce n'est pas son impérialisme. Car, entre nous, que les grandes puissances, en ce compris les États-Unis, aient des visées impérialistes, faisant tomber des régimes en Amérique du Sud ou ailleurs, c'est presque commun. Par contre, ce qui est nouveau, c'est la franchise, c'est d'admettre ouvertement de se moquer de l'excuse démocratique, d'enlever le président vénézuélien pour des raisons économiques et des visées pétrolières. Ce qui s'est passé au Venezuela, c'est du racket, et la menace sur le Groenland est une tentative de racket, l'un servant à l'autre. C'est comme dans une cour de récréation: regardez ce que je viens de faire et prenez-moi au sérieux lorsque que je dis ce que j'entends faire pour la suite.
C'est pour cette raison que, même si j'apprécie en grande partie votre ton, je pense que nous pourrions aller plus loin et plus fort. Nous devrions dire, comme la première ministre du Danemark: si les États-Unis décident de s'emparer du Groenland, ce sera la fin de l'Alliance. Même si je suis moi-même atlantiste, je ne vois pas comment de facto , si une telle chose arrivait, l'Alliance ne s'effondrerait pas. Il faut donc maintenir la pression. Même si vous êtes très content d'avoir été le premier ministre des Affaires étrangères à avoir été reçu par l'administration américaine, dire que notre relation avec les Américains ne changera pas quoiqu'il arrive, ce n'est à mon sens pas un bon signal. Je suis désolé, si M. Trump continue à nous traiter de la sorte, il faudra hélas que notre relation avec les États-Unis change.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Op zich was het wel te verwachten dat u op een slappe koord danst en moet opletten met wat u zegt, zeker ten aanzien van de Amerikaanse president. Ik heb u gehoord wanneer u sprak over de Venezolanen en over Groenland, waarvan u zei dat het onaanvaardbaar is. U hebt het een aantal keren herhaald.
Als ik de analyse maak over de VS en over de Amerikaanse president, ben ik het met u eens. We moeten blijven investeren in de Verenigde Staten als een partner, als een bondgenoot. De grote uitdaging is inderdaad dat die president en die administratie een houding aannemen die voor ons land en voor Europa zeer moeilijk is om te beheren, want eigenlijk is het een houding die we eerder toemeten aan landen zoals Rusland en China: de wereld opdelen in invloedssferen en daarnaar handelen.
De reden waarom ik optimistischer ben over de VS dan over Rusland en China, is dat de VS vooralsnog een democratisch land zijn, met democratische verkiezingen, waar mensen nog de vrijheid van meningsuiting hebben, hoewel dat soms ook onder druk staat, als je ziet hoe Trump tekeergaat tegen bepaalde opposanten.
Dus er is nog hoop, ook als we de beelden zien passeren van Jerome Powell. Ik moet zeggen, het is toch te gek voor woorden om dat te moeten zien, dat iemand zich daartegen moet verweren, gewoon omdat wellicht de interesten niet worden verlaagd. Dus er is hoop en ik begrijp dat wij de VS op een bepaalde manier, en zeker deze president, ook wel omzichtig moeten behandelen.
Maar wat we wel moeten doen is als land – en zeker binnen Europa, u hebt het gezegd – ervoor zorgen dat wij als Europa sterker en eendrachtiger optreden. Wat mijn fractie betreft kunnen we daarin bij wijze van spreken niet ver genoeg gaan. We moeten Europa verder integreren, meer met één stem spreken, desnoods in twee snelheden opereren met de landen die daar wel toe bereid zijn. Maar het moment is hier voor Europa om daarin verder te hervormen en sneller te gaan dan ooit tevoren.
Ik hoor het u graag zeggen – afsluitend, want ik ben over de tijd aan het gaan – dat Europa nog altijd een zeer zware economische macht is in de wereld en dat we die macht moeten gebruiken. Dat is de belangrijkste leverage die we vandaag hebben. In die zin vind ik het jammer – we zullen het er straks over hebben – dat wij als land er niet in slagen om Mercosur te steunen. Maar we hebben nog die economische leverage. Dus, alstublieft, laat ons die gebruiken in dialoog. De VS zijn een partnerland en nog steeds een bondgenoot, maar laat uw stem duidelijker horen in Europa en in de wereld.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil nog een aantal elementen kort duiden en enkele aandachtspunten meegeven.
Ten eerste is het duidelijk dat de situatie in Venezuela al jaren catastrofaal is. Los van recente gebeurtenissen mogen we niet vergeten dat het land onder het bewind van Nicolas Maduro is afgegleden in een diepe humanitaire, economische en democratische crisis, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg en ernstige mensenrechtenschendingen die uitgebreid zijn gedocumenteerd door internationale organisaties.
Tegelijk lijkt het mij belangrijk om vast te houden aan een principieel uitgangspunt. Hoe problematisch een regime ook is, de toekomst van Venezuela moet in de eerste plaats door het Venezolaanse volk zelf worden bepaald. Internationale druk of inmenging kan hoogstens faciliterend zijn, maar mag geen substituut worden voor interne legitimiteit en volkssoevereiniteit. Dat is een evenwichtsoefening die we kritisch moeten blijven opvolgen.
Wat de internationale context betreft, stel ik vast dat de geopolitieke realiteit steeds complexer en multipolair wordt. Dat vraagt om nuchterheid en realisme in het buitenlands beleid. Europa beschikt vandaag over beperkte hefbomen in Latijns-Amerika, zoals u zelf ook aangaf, en zal dus keuzes moeten maken die gebaseerd zijn op belangen, stabiliteit en haalbaarheid, eerder dan op louter symboliek. Het is belangrijk dat België en de Europese Unie zich daarvan bewust zijn.
Tot slot wil ik benadrukken dat deze ontwikkelingen ook voor ons relevant blijven, onder meer op het vlak van migratiestromen, regionale stabiliteit, georganiseerde criminaliteit en internationale veiligheid. Het lijkt mij dan ook essentieel dat België de situatie in Venezuela verder nauwgezet blijft opvolgen, in overleg met Europese partners, met aandacht voor zowel mensenrechten als geopolitieke realiteit.
Kathleen Depoorter:
Bedankt, mijnheer de minister. Soevereiniteit en internationaal recht moeten altijd de leidraad zijn van ons buitenlands beleid. Ik denk dat u het daarmee eens bent.
Wat de situatie in Venezuela betreft, is Maduro weg, maar het chavismo blijft. Dat is dus wel een probleem. Een transitie naar democratie is waar het Venezolaanse volk om vraagt en waar het ook recht op heeft. Het is dan ook belangrijk dat we als Europa sterk, verenigd, waardig en autonoom onze stem gebruiken.
U gaf al aan dat het ontzettend belangrijk is dat we verenigd blijven. We moeten sterk zijn op militair vlak, op energetisch vlak, op economisch vlak, technologisch vlak en op het vlak van innovatie, waar we op zich al een sterke speler in zijn. Die positie moeten we ook behouden. Dat kunnen we alleen wanneer we ook de relatie met de Verenigde Staten goed houden, aangezien ze een belangrijke handelspartner zijn.
Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen onze diplomatieke waarden en onze verdragen, die we blijven verdedigen en waar we achter blijven staan, en het internationaal recht, waar we achter blijven staan, en tegelijk een modus vivendi te vinden met de Amerikaanse administratie.
De Nobelprijs, mijnheer de minister, is niet iets om weg te geven. De Nobelprijs voor de Vrede is ook niet iets om te delen, vind ik, en zeker niet iets om te claimen. María Corina Machado heeft de Nobelprijs gekregen van het Nobelprijscomité, omdat zij de stem van de Venezolanen heeft vertaald en verkondigd. Het is dan ook belangrijk dat we in de transitie, in het proces naar een democratische transitie, met de oppositie spreken en die oppositie ook een kans geven om zich te herpositioneren.
Wat Groenland betreft, mijnheer de minister, zou een aanval op Groenland volgens mij het einde betekenen van het NAVO-bondgenootschap. Daarvoor moeten we dus zeer alert zijn.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je suis à la fois satisfaite, mais en même temps pas vraiment, car vous n'avez pas répondu à ma question principale. Je ne vous demande pas de crier. Moi-même je ne crie jamais, car cela ne sert à rien. Ce que je vous demandais, c'était de dire que vous condamniez l'enlèvement de M. Maduro et de sa femme par M. Trump. Vous ne l'avez pas dit. Vous nous avez énoncé les règles du droit international, vous avez fait part de vos convictions, mais ce qui m'étonne, c'est que vous avez repris certains éléments de langage de l'administration américaine.
À la RTBF, vous avez qualifié M. Maduro de "gangster", en insinuant qu'il fait partie d'un gang. Si c'est le cas, enlevons alors tous les chefs d'État qui ne nous plaisent plus. Je demanderai alors à M. Trump d'enlever M. Kagame, M. Netanyahu, M. Poutine. Cela me ferait vraiment plaisir, ces personnes se comportant, elles aussi, comme des gangsters. Je remarque que nous invoquons la boussole du droit international à la demande.
La boîte de Pandore a aujourd'hui été ouverte par M. Trump, qui met à exécution ses désirs d'expansion et de domination, peu importe l'impact que cela aura sur le monde. Il a également été clair sur son dégoût à l'égard de l'Union européenne et sur le fait qu'il nous méprisait.
Monsieur le ministre, on ne peut pas continuer à croire éternellement que les États-Unis sont toujours les alliés d'autrefois. M. Trump a amorcé un changement qui pourrait être durable et il est temps d'en prendre conscience. Peut-être faut-il éviter de prendre des photos avec le secrétaire d'État américain le lendemain d'un enlèvement aussi scandaleux. Il serait temps de croire en notre propre force, en notre propre indépendance et en nos valeurs, et de tenir bon. Vous avez dit que l'Europe et nous-mêmes devons faire preuve de courage. Je vous invite à faire preuve de courage ici, comme vous le faites dans d'autres dossiers.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour cette réponse nuancée.
Que l'on parle du Groenland, du Venezuela ou d'ailleurs, vous confirmez une ligne qui me paraît essentielle aujourd'hui. Notre pays doit être lucide, fidèle à ses principes, mais également pleinement conscient des équilibres fragiles à préserver dans un monde marqué par le retour brutal des rapports de forces. Défendre le droit international, la souveraineté des États et le multilatéralisme est plus que jamais une nécessité et une responsabilité absolue.
Nous devons urgemment transformer nos valeurs en actions collectives, nous devons construire des positions communes, en particulier au niveau européen, lorsque le cadre international est bousculé et que les règles sont mises à mal. Notre pays a toujours tiré sa force de son rôle de facilitateur, capable de faire dialoguer des partenaires aux intérêts souvent divergents sans jamais renoncer à l'essentiel. Ce rôle est aujourd'hui plus nécessaire que jamais, mais j'insiste sur l'urgence pour l'Union européenne à réinventer, notamment, son autonomie industrielle, technologique, énergétique et de défense très rapidement tout en gardant – je vous rejoins – la tête froide face aux attitudes disruptives de Donald Trump – c'est un euphémisme. Alliés aux États-Unis, mais jamais aliénés.
Enfin, un dernier mot pour rappeler à ma collègue du Parti Socialiste que, en diplomatie, le fait d'immortaliser des rencontres se pratique depuis la nuit des temps, également avec tous les ministres socialistes.
Maxime Prévot:
Madame la présidente, je voudrais avoir la possibilité de reprendre la parole après les répliques.
Els Van Hoof:
Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Om de wereld niet in chaos te storten en niet vervreemd te raken van onze bondgenoten – in het Frans klinkt dat als: ne pas être aliénés de nos alliés – zijn realpolitik en een zeker pragmatisme nodig. Toch moeten we ook trouw blijven aan onze principes.
U vermeldde duidelijk het VN-Handvest. We mogen geen twee maten en twee gewichten hanteren. Daarom moeten we ondubbelzinnig veroordelen wat er in Venezuela is gebeurd. Dat geldt ook voor Groenland. Dit kan niet, het is een aanfluiting van de soevereiniteit en van het VN-Handvest. Zulke daden moeten we ondubbelzinnig blijven veroordelen. Dat moet het antwoord zijn van België, maar ook van de Europese Unie.
Ten tweede, Europa is wél economisch sterk. We zijn een sterke partner op het vlak van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Maar zoals u terecht zegt, hebben we twee zwakheden. We zijn niet sterk genoeg in snelle en vereende uitspraken en ook onze strategische autonomie moet verder worden uitgebouwd. Het is belangrijk om die twee aspecten te versterken.
Dat neemt niet weg dat we niet chanteerbaar mogen worden voor de Verenigde Staten, die zich soms opstelt als een partner die het internationaal recht niet respecteert. Dat mogen we niet aanvaarden. Doen we dat wel, dan worden we chanteerbaar.
Voor de cd&v-fractie is het duidelijk, het internationaal recht vormt de basis en de Europese Unie moet werken aan haar zwaktes op economisch, militair en industrieel vlak, zonder chantabel te worden voor de Verenigde Staten.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je suis à la fois déçu et inquiet car votre réponse démontre la manipulation du droit international et son utilisation à géométrie variable. En l'occurrence, il y a une violation du droit international que vous êtes incapable de condamner du fait qu'il s'agit des États-Unis. S'il s'agissait d'autres puissances, d'autres forces, vous seriez le premier à le faire. Mais parce que ce sont les Américains, vous êtes incapable de le condamner. C'est grave; cela démontre la soumission de l'Europe, la Belgique y compris, à l'impérialisme américain. On est incapable d'agir en dehors de l'accord de l'Oncle Sam.
Ce n'est pas juste que vous ne condamnez pas, plus grave encore, vous allez plus loin en disant que nous partageons les mêmes inquiétudes et, parfois, les mêmes défis. Que partageons-nous avec l'impérialisme américain? La violation du droit international? Le soutien au génocide contre les Palestiniens, où ce sont les Américains qui arment le génocide? Le fait de s'accaparer le Groenland? M. Trump a dit clairement que, d'une manière ou d'une autre, il prendrait le Groenland. Est-ce là ce que nous partageons avec les Américains? Est-ce conforme à nos valeurs? Est-ce vers cela que l'Europe doit aller, monsieur le ministre?
Aujourd'hui, vous êtes dans une attitude de soumission à la politique étrangère américaine, alors que les États-Unis représentent actuellement la plus grande menace pour la paix dans le monde. Ils menacent l'ensemble des pays dans le monde, leur paix et leur souveraineté.
Et, si nous voulons sortir de cette situation, au lieu de nous coucher devant les Américains, nous devons nous tourner vers le reste du monde, avoir notre indépendance dans nos relations internationales et agir dans ce sens, dans le multilatéralisme, la coopération avec les autres peuples, le dialogue, la diplomatie plutôt que dans la politique du plus fort et dans la force de l'impérialisme américain. Ce n'est que de cette manière que nous pourrons nous en sortir, monsieur le ministre. Mais, aujourd'hui, avec votre position et la position des États européens, nous allons droit dans le mur.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, u stelt terecht dat Groenland niet te koop is en dat territoriale integriteit en volkssoevereiniteit moeten worden gerespecteerd. Dat is een duidelijk en correct standpunt. Het is de eerste keer dat u zo sterk volkssoevereiniteit hebt verdedigd. U wordt nog een echte nationalist. Misschien worden we het ooit nog eens met elkaar.
Mevrouw Lambrecht, u vraagt naar opties om de blokkeringen, bijvoorbeeld door Hongarije, tegen te houden. Hoe ondemocratisch is dat idee eigenlijk? Is de stem van de Hongaren plotseling minder waard? Het is net door zulke blokkeringen dat we het Eurocleardrama hebben vermeden. Dat mechanisme heeft volgens mij al meerdere keren zijn nut bewezen.
Meyrem Almaci:
It’s not easy being a diplomat these days . Ik benijd uw positie op dit moment niet, mijnheer de minister. Europa had perfect heel snel kunnen reageren. België had samen met de andere Europese landen de rug kunnen rechten en zeggen dat de gebeurtenissen in Venezuela volstrekt in strijd zijn met het internationaal recht. Het chavisme is niet weg, dus ze hadden die daad moeten veroordelen.
Tot op vandaag doet u dat echter niet. Uiteraard handelt Europa op die manier in versnipperde slagorde. Dat had diplomatiek het sterkste signaal kunnen zijn van een economisch machtsblok in de wereld, waar Trump een broertje aan dood heeft, omdat wij meer goederen uitvoeren naar de VS dan de VS naar ons. We hadden die kracht kunnen gebruiken, maar we hebben ons uit elkaar laten spelen.
Ik weet niet of u het opiniestuk van Hendrik Vos, professor aan de UGent, hebt gelezen. Hij schrijft dat er over president Nicolas Maduro veel te zeggen valt, weinig goeds, maar dat het onthutsend is dat Europese leiders nauwelijks durven op te merken dat het Amerikaanse optreden flagrant fout is. Ik ben het met hem eens.
De gevolgen daarvan zijn duidelijk. Het was een testcase voor Groenland. Nu kijkt Trump opnieuw hoever hij kan gaan. Elke keer onderschatten we hem en ook nu doet u dat. U verklaart dat het wellicht niet zo ver zal komen en dat u met mensen uit zijn administratie hebt gesproken. Die illusie mogen we in 2026 wel begraven.
We hebben dus nood aan een coherent Europa dat zijn gewicht gebruikt en consequent is in de verdediging van het internationaal recht. Naar dat Europa kijken ontzettend veel Amerikanen. Amper 17 % van de Amerikanen steunt de verklaringen van Trump over Groenland. Er is een massale afkeer van zijn economisch beleid. Kijk ook naar wat er gebeurt met Jerome Powell.
Europa heeft de Amerikaanse burgers aan zijn kant om een vuist te maken en consequent te zijn. Dat begint ook binnen deze regering, waar er blijkbaar veel diplomatie nodig is om het evidente te kunnen uitspreken, namelijk een veroordeling van de gebeurtenissen, het rechten van de rug en de VS duidelijk maken dat het genoeg geweest is en dat hun strategische gevechtjes om allerlei grondstoffen overal ter wereld de wereld niet veiliger maken, integendeel.
Maxime Prévot:
Je suis conscient qu'en reprenant la parole, je cours de le risque de lancer un nouveau tour, mais c'est le principe. Je pourrais me contenter de passer à la question suivante, mais je trouve que le débat que nous venons d'avoir est intéressant et illustratif des réflexions à mener, pour peu que nous l'élargissions un peu pour quitter les seules questions du Venezuela et du Groenland. Ce sont peut-être des propos que nous aurions pu partager dans quelques semaines, lorsque nous analyserons la note de politique générale. Mais à mon sens, l'esprit est mûr dans l'échange que nous venons d'avoir.
Vous me dites régulièrement d'ouvrir les yeux et de ne pas être naïf sur le fait que le monde a changé. Je peux vous assurer que, depuis un an que je suis à la tête du département des Affaires étrangères, je n'ai pas manqué d'occasions de mesurer que le monde avait changé, et mes diplomates en sont bien conscients. Mais si le monde a changé, je vous invite aussi parfois – et je dis ceci avec beaucoup d'humilité – à changer vous-même le regard au travers duquel vous lisez ce monde.
Bien sûr que l'attitude des États-Unis me préoccupe et m'inquiète, bien sûr qu'elle n'est pas acceptable dans une série de dossiers. J'ai dit que nous avions, comme tous les pays et grandes puissances du monde, des défis communs, que j'ai cités, notamment le trafic de drogue, le terrorisme, etc. Je ne tomberai pas dans les propos plus restrictifs auxquels m'a invité M. Boukili en mettant en exergue des dossiers sur lesquels nous avons des divergences avec les États-Unis, bien entendu. De même, Mme Mutyebele Ngoi, j'ai dit que nous restions alliés, j'ai n'ai pas dit que c'étaient les mêmes alliés. C'est là votre vocabulaire. Je suis conscient que les États-Unis restent des alliés mais qu'ils ont changé. C'est le sentiment qu'ont les Européens.
Les Américains, eux, ont le sentiment que c'est l'Europe qui a changé, considérant que celle-ci – de leur point de vue, je ne le défends pas – se montre trop permissive face aux questions migratoires, qu'elle ne résiste pas assez à l'influence de certains courants religieux, etc. De leur point de vue, c'est nous qui avons changé. Je pense que le monde a globalement changé. Et, si je suis préoccupé par ce qui se passe outre-Atlantique, je pense que nous devrions collectivement et peut-être bien davantage nous préoccuper de ce qui se passe en Europe. Car la superpuissance américaine n'a d'égale que l'affaiblissement européen.
En ja, we hebben nood aan een coherent Europa, mevrouw Almaci. Dat is 100 % waar.
Vous appelez souvent l'Europe à la barre, en disant: "Monsieur le ministre, il faut que l'Europe réagisse plus fortement. Il faut qu'elle mette le holà, qu'elle prenne des mesures, qu'elle annonce les rétorsions; et la Belgique doit être dans le même mouvement."
L'Europe est forte quand elle est unie. C'est d’ailleurs parce que les Américains l'ont bien compris qu'ils préfèrent régulièrement avoir des démarches bilatérales plutôt que des démarches avec les institutions européennes.
Ce qui me préoccupe aujourd'hui, moi, Européen convaincu depuis mon premier souffle, c'est de constater depuis un an que l'Europe se divise de plus en plus.
Vous dites, madame Almaci, que l'Europe aurait pu réagir vite, fortement, en condamnant ceci, en dénonçant cela. Il a fallu plus de 48 heures – j'ai le bénéfice d'être dans le groupe WhatsApp ou Signal de mes collègues – pour obtenir un statement à 26, et dont chacun des mots a dû être pesé ou soupesé, et où vous ne trouvez pas, d'ailleurs, le mot "condamnation".
Pourquoi est-ce que je dis cela? Parce qu'on peut tous – moi aussi – rêver de cette Europe forte qui réagit rapidement, promptement, fermement. Mais aujourd'hui, force est de constater, avec lucidité autant qu'avec regret, que cette Europe unie sur les dossiers internationaux peine à exister.
Ce n'est pas pour rien que nous sommes en train de plaider pour être associés à la table des négociations sur le dossier ukrainien, un peu en deuxième ligne. Ce n'est pas pour rien que vous m'avez, et de mon point de vue, souvent à raison, interpellé sur la réaction européenne par rapport à Gaza, qui faisait défaut, et que nous n'avons pas été en capacité d'avoir une voix européenne forte sur le sujet. Le plan de paix a dès lors davantage été rédigé à Washington qu'à Bruxelles.
L’Europe n'est pas unie sur le volet international, parce que les 27 pays n'ont pas le même point de vue. Certains sont plus proches de Moscou que d'autres. Certains ont une affiliation historique très forte avec Washington.
N'oublions pas, chers collègues, que certains pays européens sont indépendants depuis seulement l'après-chute du mur de Berlin, depuis 30 ou 35 ans. Ils doivent souvent cela à l'intervention des Américains, et leur reconstruction aussi à l'intervention de ceux-ci. Ils n'ont donc pas nécessairement la même posture que la nôtre, ce qui rend plus compliqué encore la capacité de fédérer les points de vue à 27.
Je tiens à le partager pour que cela serve de sursaut afin de travailler aussi au renforcement de l'Union européenne, et non uniquement à la dénonciation de ce qui se pratique ailleurs. En effet, c'est entre nos mains que réside notre capacité à peser et à être cette fameuse puissance économique – comme nous le sommes à 27 –, qui ne signifie cependant pas que nous soyons toujours une puissance diplomatique, parce que l'unanimité est souvent requise pour les questions de politique étrangère.
Je sais que nous allons encore connaître des moments dans l'actualité internationale qui nous heurteront. On entendra: "L'Europe doit faire ceci, mais ne le fait pas! Vous devez plaider ceci, mais vous ne le faites pas!" Si, si, je plaide fermement, vocalement, mais je plaide dans une assemblée qui, aujourd'hui, est moins unie qu'elle ne l'était antérieurement. C'est pourquoi je déplore, comme vous, l'incapacité pour l'Union européenne de peser sur la scène internationale autant qu'elle serait théoriquement apte à le faire. Ne voyez aucune résignation dans mon propos, mais bien une invitation à la lucidité afin que nous travaillions tous ensemble à la lecture du monde à la lumière de cette réalité.
Il est évident que les partenariats avec les autres pôles géopolitiques sont plus que jamais indispensables et essentiels. Au demeurant, quand une nation prend des initiatives contraires à nos intérêts, à nos valeurs et à notre ADN, j'entends souvent des députés plaider pour que nous envoyions des signaux clairs, que nous rompions nos relations internationales, que nous renvoyions des ambassadeurs, etc. Si chaque fois qu'un événement qui nous déplaît se produisait, nous devions renvoyer un ambassadeur, l'avantage est que nous n'aurions plus beaucoup de sujets à traiter en commission des Relations extérieures! Or la vocation même de la diplomatie est, surtout et avant tout, d'essayer de garantir le maintien d'un dialogue avec celles et ceux qui nous sont peut-être le moins proches. Il est certain que nous devons continuer à entretenir de bonnes relations avec celles et ceux qui sont plus alignés sur nos positions, mais ce n'est peut-être pas à leur égard que l'effort diplomatique doit être le plus intense. Je rappelle que, dans ces pays, nous avons aussi des entreprises et des compatriotes. L'absence de relations diplomatiques rendrait d'autant plus difficile la possibilité de leur apporter l'aide et l'assistance dont ils ont besoin. Je le dis parce que j'entends souvent: "Mais enfin! Pourquoi n'avez-vous pas renvoyé tel ambassadeur?"
Le monde est complexe. Notre travail collectif, à moi comme ministre et à vous comme membres vigilants de la politique étrangère de notre royaume, consiste à apporter une lecture plus fine des relations internationales, sans travestir notre ADN ni renoncer à nos valeurs, mais en étant conscients du contexte dans lequel ils doivent s'exprimer et se déployer au sein de cette Union européenne qui ne parvient pas toujours à le faire à la hauteur de ce que nous souhaiterions collectivement.
Ne me tenez pas rigueur d'avoir eu envie de partager cette réflexion avec vous.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir pris la balle au bond pour approfondir ce débat intéressant et je me réjouis déjà des futures discussions que nous aurons dans le cadre de la note de politique générale.
Vous avez abordé des points importants et je vous rejoins quand vous parlez de l'importance de la diplomatie. Ce n'est en effet que par la diplomatie que nous pouvons en grande partie trouver des solutions communes dans un monde multipolaire qui évolue et qui, vous l'avez dit, a évolué et a, d'une certaine manière, basculé.
Ces lunettes-là, mon groupe les a déjà mises depuis un moment. On a déjà averti sur certains événements internationaux actuels ainsi que sur l'agressivité de l'impérialisme américain qui est aujourd'hui en déclin économiquement. Celui-ci se fait dépasser par d'autres forces, notamment les forces du BRICS, mais veut maintenir sa domination coûte que coûte, quitte à violer toutes les règles internationales. Mais l'Europe, elle, n'a pas encore changé de lunettes. Elle continue à voir le monde avec ses vieilles lunettes et, pour cette raison, nous sommes en retard. Si, aujourd'hui, l'Europe n'est pas unie sur certaines questions, c'est notamment parce qu'elle n'a pas changé de lunettes. Elle reste dans cette logique du maintien de la domination de l'Occident sur le reste du monde, un reste du monde qui n'accepte plus cette logique-là voulant s'émanciper et avoir sa souveraineté et son mot à dire. Or, on ne s'est pas encore adapté à cette nouvelle situation et on ne l'accepte pas encore.
Quand vous dites que l'Europe est divisée, cela dépend des dossiers. L'Europe est unifiée. Quand il a fallu voter les 19 paquets de sanctions contre la Russie, toute l'Europe a voté. Quand il a fallu voter les sanctions contre l'Iran, toute l'Europe était unifiée. Mais, lorsqu'il s'agit de sanctionner Israël, un État génocidaire, dont le chef d'État a un mandat d'arrêt contre lui, là, l'Europe n'est pas unifiée. Pourquoi? Parce que l'Union européenne est le premier partenaire économique d'Israël et que ce sont des alliés.
Aujourd'hui, il faudrait que l'Europe se remette en question et change de lunettes car on continue à prendre des positions politiques en fonction de nos intérêts et au détriment des intérêts des autres.
Tant qu'on ne se met pas dans une logique de coexistence avec les autres, de sécurité collective et d'intérêts communs, on continuera à aller dans le mur. C'est cela qu'il faut changer. Je suis tout à fait d'accord avec vous, monsieur le ministre, et je me réjouis de nos débats futurs à ce sujet.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, al hetgeen u zegt, kunt u perfect toepassen op de Belgische regering en daarmee hebt u haarfijn de zwakte van de regering aangegeven, namelijk dat er geen coherente en consequente positie is. Nochtans, als er één zaak is waarover Europa verenigd zou moeten zijn, dan is het wel het respect voor het internationaal recht en als er een zaak is waarvan ik hoopte dat ook de Belgische regering verenigd zou zijn, dan was het wel het respect voor het internationaal recht. Zodra men naar gelang van het dossier van tonaliteit en houding wisselt, zullen landen elders in de wereld die minder democratisch zijn, die hypocrisie duiden en zich afvragen waarom er voor het ene land direct een veroordeling komt en voor het andere land niet. Dat is natuurlijk dodelijk voor het vertrouwen. Vandaar dus die vraag.
Ik heb ook gehoord wat een aantal collega's uit de zaal, vaak niet ver van mij, regeringsleiders en voorzitters zeggen over de Verenigde Staten met president Trump en over Venezuela en wat kan en mag. In het ene geval is het allemaal niet zo erg. In het andere geval roept men moord en brand. Kijken we maar even naar de daden van de regering na haar communicatie met betrekking tot sancties tegen Israël. Dat is nefast voor het vertrouwen.
Als 17 % van de bevolking van de Verenigde Staten min of meer kan volgen dat Groenland strategisch belangrijk is, dan wil dat zeggen dat een immens deel van de bevolking hoopt dat Europa een vuist maakt en consequent is en dat men ook naar België kijkt om het voortouw te nemen.
De agressiviteit en de brutaliteit van Trump zijn eigenlijk een immens teken van zwakte. Hij wil Groenland, omdat als hij zelf de grondstoffen niet kan ontginnen, een ander dat ook niet mag. Als hij zelf de wateren niet kan controleren, dan wil hij dat een ander dat ook niet kan. Waarom valt hij Venezuela aan? In wiens handen komt de 20 % aan olie? Waarom voert hij handelsheffingen voor Europa in en willen de techoligarchen deregulering? Dat is, omdat ze die markt nodig hebben, maar het tegelijkertijd heel moeilijk hebben met het feit dat die autonome beslissingen neemt.
Een wereld die op die manier het recht van de sterkste toelaat en niet langer gebaseerd is op afspraken en vertrouwen, is een gefragmenteerde, onveilige wereld. Net daarom is het belangrijk dat we consequent zijn in Europa, te beginnen in eigen land, en dat we daar een rode lijn trekken.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw overwegingen en voor uw interessante analyse. Ik moet het zeggen dat ik het heel vaak eens ben met uw analyse. U hebt gezegd dat we een andere bril moeten opzetten om naar de wereld te kijken. U hebt al verschillende maanden ervaring in de commissie hier, ik iets minder. U klaagt aan dat bepaalde collega’s dat niet doen. Welnu, ik ben het volmondig met u eens dat we van de gelegenheid gebruik moeten maken, de nieuwe situatie moeten aangrijpen om de zaken anders aan te pakken. Never waste a good crisis . Ik durf te stellen dat we op het vlak van diplomatie en internationaal recht in a permanent state of crisis zijn en ook nog zullen zijn in de komende jaren. Laten we dus maar hopen dat in de drie jaar waarin Trump nog president is, de crisis niet zal escaleren in een totale ramp. Van de crisis moeten we gebruikmaken, met de Europese Unie. Wanneer u uw beleidsnota ter bespreking legt, hoop ik dat u met die nieuwe bril ook naar Europa zult kijken en dat vooraan in uw beleidsnota zal staan op welke manier ons land zal proberen Europa meer te unificeren, opdat het meer met één stem zou spreken en opdat we, in de mate dat er geen aanpassingen mogelijk zijn aan de basisverdragen, met een soort coalition of the willing in een hogere versnelling daadkrachtiger zullen kunnen samenwerken met andere Europese landen op tal van vlakken waar het nodig is in deze nieuwe wereld. Ook al heeft collega Almaci het gras voor mijn voeten weggemaaid, ik sta erop om nog het volgende op te merken. Vous avez dit que l'Europe est forte quand elle est unie. C'est la même chose pour la Belgique, "l'union fait la force". Nous en reparlerons à propos du Mercosur, qui est un bon exemple. Nous n'arrivons pas à nous mettre d'accord sur le fait que cet accord est bon pour la Belgique, qui est un pays qui exporte beaucoup. Als het niet werkt in België, zal het ook in Europa, met al die verschillende landen, zeer moeilijk worden. Vandaar inderdaad mijn pleidooi voor een betere samenwerking, desnoods met bepaalde landen aan een hogere snelheid.
De invoerheffing voor e-commerce
De pakjestaks
Het ontwijken van de pakjestaks
De Europese vaste douanerechten op kleine e-commercepakjes en de Belgische pakjestaks
De vestiging van SHEIN in Polen
De pakjestaks
Douanerechten en heffingen op internationale e-commercepakketten
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België schrapt zijn geplande nationale handling fee van 2 euro op pakjes uit niet-EU-landen, maar onderhandelt met buurlanden (inclusief Duitsland) over een gecoördineerde invoering (mogelijk 5 euro totaal, naast de Europese importtaks van 3 euro vanaf 1 juli 2026). 25% (0,75 euro) van die EU-taks gaat naar België, maar de verdeling kan verschuiven naar 10% als de EU haar claim verhoogt – wat volgens kritiek van Van Quickenborne (Open Vld) de budgettaire baten sterk zou reduceren. Kemal Bilmez (PTB) bekritiseert de maatregel als een regressive vlaktaks die lage inkomens onevenredig treft en stelt dat het beoogde doel (beperken goedkope import) niet zal slagen, terwijl Jambon (N-VA) benadrukt dat de opbrengst deels zal dienen voor douane-investeringen. De EU overweegt bovendien een eigen handling fee vanaf november 2024, wat nationale regels overbodig zou maken.
Voorzitter:
De heer Keuten is niet aanwezig.
Lode Vereeck:
Oorspronkelijk wou ik naar aanleiding van het bericht van begin november dat de Europese Unie, net zoals de Belgische regering, een importtaks op alle pakjes van buiten de Europese Unie, ook op de kleine pakjes onder de 150 euro, wou heffen, vernemen of de Europese en de Belgische pakjestaks naast elkaar konden bestaan, dan wel of ze mekaar zouden uitsluiten volgens het principe van non bis in idem . De situatie is ondertussen gewijzigd. De Belgische regering heeft haar pakjestaks van 2 euro ingetrokken en er komt nu een Europese taks van 3 euro.
Heeft de Europese Unie eigenlijk wel de bevoegdheid om die bijkomende belasting zomaar te kunnen invoeren? Gaat die opbrengst ook volledig naar de schatkist van de Europese Unie?
Ik zag in de begrotingsnotificatie ook dat er een handling fee komt. Is dat hetzelfde als de pakjestaks? Of is dat nog iets anders? Is dat dan een dubbele belasting? Komt er op pakjes uit het buitenland dan een handling fee en een Europese pakjestaks? Dient de handling fee dan eigenlijk om uw verlies aan inkomsten, dat u voorzien had met uw Belgische pakjestaks, te compenseren? Kunt u dat eens toelichten?
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand trekt haar vraag nr. 56011432C terug.
Vincent Van Quickenborne:
Het nadeel van relatief laat een antwoord te krijgen, is dat intussen de zaken veranderen. U zult begrijpen dat ik mijn vragen dan ook wat verander, want van de zeven vragen die ik indiende, zijn er inmiddels zes achterhaald. Ik heb begrepen dat u de Belgische pakjestaks niet zal invoeren. Die komt er niet. Wel zal de Europese pakjestaks van 3 euro vanaf 1 juli 2026 van kracht zijn.
Mijnheer de minister, hoe zit het dan met uw budgettaire opbrengsten? U had voor 2026 140 miljoen ingeschreven, voor 2027 200 miljoen, voor 2028 250 miljoen en voor 2029 300 miljoen. Als ik goed ben geïnformeerd, zal de opbrengst van de 3 euro Europese pakjestaks niet volledig België toekomen, maar slechts een deel, terwijl het andere deel aan Europa wordt gegeven. Hoe worden de opbrengsten verdeeld?
U was ook van plan bijkomende investeringen te doen omwille van meer controleurs en controlemechanismen. Hoeveel bedragen die investeringen?
Wat is uiteindelijk het budgettaire effect? Wat zal er nog overblijven van de geraamde opbrengsten?
Zal dat gebeuren via een Europese richtlijn, een Europees reglement, een verordening of moet de Belgische wetgeving worden aangepast in die zin?
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, fin novembre, dans le cadre de l’accord budgétaire, vous avez décidé d’introduire une taxe de deux euros sur les colis provenant de pays hors Europe. Cette mesure vise à répondre à l’afflux massif de produits bon marché.
Le 11 décembre, les ministres des Finances de l’Union européenne ont décidé, eux aussi, d’introduire, au niveau européen, une taxe de trois euros par colis à partir de juillet 2026.
Selon la presse du 24 décembre dernier, vous avez donc décidé de ne pas introduire de taxe belge distincte et il ne sera donc pas nécessaire d’élaborer une loi belge pour quelques mois, pour ensuite passer au système européen en juillet.
Pourtant, dans les notifications budgétaires, les montants ont déjà été inscrits: 223 millions d’euros en 2026, 283 millions d’euros en 2027, 333 millions d’euros en 2028 et 383 millions d’euros en 2029.
Monsieur le ministre, quel sera l’impact budgétaire de cette modification? Les notifications budgétaires actuelles intègrent-elles déjà ces derniers éléments? Comme dans le cas de la TVA, une partie de ces recettes sera-t-elle reversée à l’Union européenne?
Jan Jambon:
Het is een complex dossier. Enerzijds is er de handling fee en anderzijds zijn er de Europese invoerrechten. Onder andere op Belgisch niveau hadden we het steeds over een handling fee van 2 euro per pakje. We hebben dat besproken met Frankrijk, Luxemburg en Nederland, maar niet met Duitsland. In de budgettaire raming, die altijd gebaseerd was op een fee van 2 euro, hielden we rekening met een mogelijke verschuiving van het goederenverkeer om de handling fee te ontwijken, indien alleen die vier landen die zouden invoeren. De budgettaire raming is dus niet gebaseerd op een fee van 2 euro vermenigvuldigd met het dagelijkse ingevoerde aantal pakjes. Dat heeft de luchthaven van Luik de wenkbrauwen doen fronsen, om het zacht uit te drukken. Het Europees Parlement besliste vervolgens invoerrechten te heffen op pakjes met een waarde van minder dan 150 euro. Lange tijd bestond de hypothese van 10 % invoerrechten, maar op de recentste bijeenkomst van Ecofin, eind november, kwam Frankrijk met een voorstel om die vast te leggen op 3 euro.
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt gelijk: van de 3 euro gaat 25 %, dus 0,75 euro naar de lidstaten waar de heffing gebeurt, en 2,25 euro naar de Europese schatkist. De heffing van 3 euro per pakje wordt echter over heel Europa ingevoerd, vanaf 1 juli. We denken dat daardoor geen verschuiving van verkeer van goederen zal plaatsvinden. Op die manier is er dus een veel grotere belastbare basis dan met de handling fee van 2 euro per pakje, die we met slechts vier landen zouden invoeren.
Wat hebben we nu op regeringsniveau over de fee van 2 euro beslist? De pers heeft gemeld dat de maatregel is afgeschaft, maar dat is niet volledig correct. Men heeft mij gevraagd om twee zaken te doen: ten eerste overleg te plegen met de sector, vooral met de luchthaven van Luik, en ten tweede te bekijken of we Duitsland kunnen betrekken bij het systeem van de 2 euro. Hypothetisch, als we dat akkoord met Duitsland kunnen sluiten, komt dat boven op de 3 euro, waardoor het totaal 5 euro zou bedragen. In Frankrijk is het wetgevingsproces aan de gang om alsnog, naast de 3 euro, een handling fee in te voeren. De Senaat heeft beslist dat die minstens 5 euro moet bedragen, boven op de 3 euro importheffing. In Roemenië, als ik mij niet vergis, is dat bedrag ook al op 5 euro vastgesteld. Ik ben nu dus gevraagd om onderhandelingen met Duitsland te voeren. Ik heb opnieuw contact gehad met de vier landen die de handling fee wilden invoeren en wij zullen daarover in de marge van de eerstvolgende Ecofin-vergadering met onze Duitse collega overleggen.
Budgettair is het onze inschatting dat de heffing van 0,75 euro, vermenigvuldigd met de volledige hoeveelheid inkomende pakjes, minstens even veel zal opleveren als een fee van 2 euro die unilateriaal door vier van de vijf landen wordt opgelegd. Daarom is de budgettaire tabel niet aangepast. Het is zelfs mogelijk dat de heffing meer zal opleveren.
Europa overweegt tevens om vanaf november dit jaar een handling fee in te voeren. Op dat moment zullen wij de nationale handling fee laten vallen en zal de regeling voor heel Europa gelden. Het is enigszins complex, omdat de twee initiatieven elkaar deels doorkruisen.
De juridische basis van de invoering zal afhangen van de Europese onderhandelingen. Als er enkel een handling fee komt met verschillende buurlanden, zal die via een nationale wet worden ingevoerd. Als er een Europese handling fee komt met alle EU-lidstaten, zal dat via Europese wetgeving verlopen, die al dan niet in nationaal recht moet worden omgezet.
Het is dus niet de bedoeling dat een Europese en een Belgische handling fee naast elkaar bestaan, maar de importheffing kan wel naast een handling fee bestaan. Het is misschien een beetje complex, maar ik denk dat ik daarmee wel de actuele situatie heb geschetst.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik zou de uitwerking van de budgettaire raming wel eens willen zien. Als de 75 cent die we krijgen van de Europese pakjestaks en die niet tot een verschuiving van de handelsstromen leidt, meer opbrengt dan de 2 euro fee waarbij er wel een verschuiving is, dan kan men niet anders dan concluderen dat door de fee van 2 euro de distributie van pakjes meer dan gehalveerd moest zijn. Ik kan me voorstellen dat ze dan in Luik wel eventjes in hun haar krabben.
Dat zijn toch wel interessante cijfers. Ik dank u voor de uitleg. De impact is dus niet te onderschatten. De hele handel stuikt in elkaar, tot minder dan de helft. Het is dus een goede zaak dat u dat voorlopig niet unilateraal, met vier, invoert.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Wat ik onthoud, is dat er ofwel een Belgische handling fee komt, gecoördineerd met een aantal landen, waaronder Duitsland, ofwel komt er een Europese handling fee vanaf 1 november.
Jan Jambon:
Mijn inschatting is dat de Europese handling fee er zal komen vanaf 1 november. De vraag is of we al eerder samen met de buurlanden een Belgische handling fee zouden invoeren. Daar komt het op neer, maar daarvoor is die onderhandeling met Duitsland cruciaal belangrijk.
Vincent Van Quickenborne:
Samengevat, er kan eerst nog een handling fee komen met vier of vijf landen afhankelijk van het resultaat van de onderhandelingen. Dat is één zaak.
Een tweede zaak zijn de invoerrechten. Europa heeft beslist om vanaf 1 juli dit jaar een invoertaks van 3 euro in te voeren, ook voor pakjes onder de 150 euro. U zegt dat van de opbrengst 75 % naar Europa en 25 % naar België gaat. Dat is juist, maar ik heb mij laten vertellen dat Europa in haar meerjarig financieel kader (MFK), de nieuwe meerjarenbegroting, vraagt om de opbrengst van 75 % naar 90 % op te trekken. De opbrengst voor België is dus maar 10 %. U zegt dat de budgettaire tabel beter zal zijn dan we verwacht hadden, maar ik denk dat u met die 10 % niet zult behalen wat u hebt vooropgesteld.
Dank u voor de volledigheid en het actuele antwoord dat u hebt gegeven, mijnheer de minister.
Ik heb nog één laatste vraag. Eigenlijk heeft de pers het niet juist omschreven. Dat kan gebeuren. Het is duidelijk dat de invoerrechten worden verdeeld, maar gaat de opbrengst van de handling fee naar de lidstaten of is dat voor Europa?
Jan Jambon:
Dat gaat naar de lidstaten, in afwachting van de onderhandeling van het MFK. U gaat er al van uit dat het 90% en 10 % zal zijn. De meeste landen aanvaarden dat niet. Daarvoor volgt er nog een onderhandelingsproces, waar wij duidelijk standpunten zullen innemen. De opbrengst van de handling fee is voor de lidstaten.
Vincent Van Quickenborne:
Is dat een netto-opbrengst? Of moet men dat gebruiken om personeel aan te stellen, om te handlen?
Jan Jambon:
U hebt gewezen op een aantal investeringen die in de douane moeten gebeuren, voor meer controleurs en ook voor het informaticasysteem MASP-T, dat Europa ons oplegt, een project dat al een tijdje loopt. Wij moeten daarin nieuwe stappen doen en een deel van de inkomsten zullen wij aanwenden voor de automatisering van de inning.
Kemal Bilmez:
Ik dank u, mijnheer de minister, want het is inderdaad een bijzonder complexe situatie. Er lijkt sprake van een race om de pakjes zo snel mogelijk te taxeren.
Ik vind ook de cijfers die u aanhaalde over de opbrengst opmerkelijk. U gaf aan dat het transferverkeer in Luik zou halveren en dat een aanzienlijk deel van de pakjes via Duitsland zou verlopen indien we die handling fee in België en drie andere landen zouden invoeren. Dat zijn bijzonder opvallende cijfers. Het lijkt mij dan ook aangewezen om dat op Europees niveau aan te pakken en niet alleen op het niveau van België, waardoor alles via Duitsland zou passeren.
Tegelijk merk ik op dat dit betekent dat we na het einde van het jaar 5 euro per pakje zouden moeten betalen, terwijl dat nu nul euro is, als ik het goed begrijp. Dat komt neer op een aanzienlijke belastingverhoging. Het gaat hier om een vorm van consumptietaks, aangezien het een heffing is op consumptiegoederen. Zoals bij andere consumptietaksen, zoals de btw, veranderen mensen hun gedrag doorgaans niet meteen. Mogelijk gebeurt dat wel bij een bedrag van 5 euro. Bij een bedrag van 2 of 3 euro blijven niet-Europese producten echter meestal goedkoper dan Europese. In dat geval zal het consumentengedrag niet wezenlijk veranderen en wordt het beoogde doel niet bereikt.
Bovendien gaat het om een vlaktaks: iedereen betaalt hetzelfde bedrag. Dat maakt die belasting per definitie regressief. Mensen met een lager inkomen betalen proportioneel meer van hun inkomen aan dergelijke belastingen. We moeten daar eerlijk over zijn: het zijn niet de sterkste schouders die hun aankopen via AliExpress doen, maar veeleer gewone mensen met een beperkt inkomen.
We stellen dus vast, zowel in Europa als met uw beslissing, dat er opnieuw voor wordt gekozen om het geld niet te halen bij de superrijken of via het afbouwen van bedrijfssubsidies, maar wel via een platte consumptietaks die de werkende mensen treft. Dat betreuren wij ten zeerste.
Jan Jambon:
Het gaat hier duidelijk om pakjes die van buiten de EER komen.
De Europese top over het concurrentievermogen
De teloorgang van de industrie en met name van de chemiesector in België
De situatie van de chemiesector in België, onder andere bij Vynova Tessenderlo
België en Europa: industrie, chemiesector en concurrentievermogen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
PS en De Smet bekritiseren dat premier De Wever een urgente parlementaire vraag over de Groenlandse soevereiniteitscrisis (en EU-betrokkenheid) ontwijkt, ondanks zijn medioptredens erover, en wijten dit aan regeringsontwijkgedrag. Intussen domineren industriële noodkreten (Vynova/Tessenderlo) het debat: Keuten (N-VA) en Gielis (CD&V) eisen concrete reddingsacties—energienormen, aandeelhoudersdruk, kortetermijnsteun—om 1.200 banen en 133 jaar chemie-erfgoed te behouden, en bekritiseren het "feestjescircuit" (Davos, Alden Biesen) als leeg retorisch Europa-beleid terwijl bedrijven nu failliet dreigen. De Wever benadrukt Europese competitiviteit als enige oplossing—via energie-unie, handelshervormingen en investeringsplannen (o.a. 11/2-top in Antwerpen)—en verdedigt nationale maatregelen (loonkostendaling, €1mrd energiekorting), maar erkent dat tijdsnood (Vynova-deadline: maart) en EU-traagheid de crisis verergeren. Kritiek blijft: oppositie ziet geen directe actie, slechts intentieverklaringen.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, avant toute chose, permettez-moi de vous adresser ainsi qu’à l’ensemble des collègues les meilleurs vœux du groupe PS pour cette année 2026 et, à travers vous, bien entendu, à l’ensemble des collaboratrices et des collaborateurs des services de la Chambre, qui nous permettent – au-delà des attentions particulières réservées à notre collègue Piedboeuf – de travailler dans d’excellentes conditions, malgré le fait que nous les sollicitons bien plus que de raison, souvent d’ailleurs de la faute du gouvernement et de la majorité.
Monsieur le président, au risque de paraître chafouin, permettez-moi de commencer cette première séance plénière de l’année 2026 par un regret. Nous avons déposé une question d’actualité concernant la situation internationale, singulièrement les menaces qui ne sont aujourd’hui plus voilées concernant le principe de souveraineté territoriale du Groenland, et donc de l’Union européenne. Cette question était adressée à monsieur le premier ministre, qui était présent à Paris en début de semaine à un sommet important. Il n’a pas signé la déclaration à l’issue de cette réunion de soutien au Danemark. Aujourd’hui, il est présent mais refuse de répondre à cette question. Je le regrette, monsieur le président.
Quatre groupes parlementaires souhaitaient interroger le premier ministre sur cette question mais le Règlement permet effectivement au gouvernement de renvoyer cette question vers un autre ministre. Nous le regrettons et le dénonçons aujourd’hui, monsieur le président.
Voorzitter:
Je vous remercie, monsieur Dermagne. Votre intervention figurera bien évidemment au compte rendu, mais je ne peux qu'en prendre acte.
François De Smet:
Monsieur le président, meilleurs vœux à vous-même, aux collègues et aux services de la Chambre.
Je n’interviens pas souvent dans ce genre de questionnement, mais j’avais moi aussi posé une question sur la situation internationale au premier ministre. Nous aurons certainement un débat intéressant avec M. Prévot, mais il est tout de même regrettable que le premier n’y participe pas. Je pensais que, comme cela arrive régulièrement dans ce genre de situation, les deux ministres allaient répondre ensemble. La gravité de la situation internationale aurait vraiment mérité cette réponse.
Monsieur le président, vous allez nous dire que le Règlement autorise le gouvernement à choisir quel ministre va répondre. Il me semble que le gouvernement commence un petit peu à abuser de cette manière de faire. Il est quand même difficilement compréhensible que le premier ministre puisse répondre à Terzake sans problème sur le Groenland, le Venezuela et l’actualité internationale, mais qu’il ne trouve pas le temps de le faire ici, alors qu’il est face à la représentation parlementaire.
Je rappelle qu'un Parlement est un lieu où les parlementaires choisissent les questions auxquelles les ministres doivent répondre et non un lieu où les ministres choisissent les questions auxquelles ils ont envie de répondre. Il faudrait que l’Arizona commence à s’en souvenir.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, u organiseert weldra een top rond Europese competitiviteit. Dat initiatief is hoognodig voor de slagkracht van onze industrie en onze bedrijven. Europa staat immers op een kruispunt. Als we economisch en geopolitiek relevant willen blijven, moeten we sterker worden. Dat vergt samenwerking. We moeten aan één zeel trekken, meer verantwoordelijkheid opnemen en leren om zelf onze broek op te houden in een steeds hardere wereld.
U stelde duidelijk dat de grootste uitdaging niet ideologisch, maar economisch is. U wees herhaaldelijk op een stagnerende productiviteit in Europa, een realiteit die we al te vaak ontwijken in het publieke debat. Zonder productiviteitsgroei is er geen duurzame welvaart, zijn we niet in staat om te herverdelen, is er geen strategische autonomie en geen geloofwaardig klimaatbeleid.
U sprak in dat verband over een klavertje vier. De eerste drie blaadjes betreffen competitiviteit, innovatie en productiviteit. Pas wanneer die voorwaarden er zijn en die fundamenten stevig staan, kan het vierde blaadje, de Green Deal , duurzaam en sociaal verantwoord worden uitgerold. Dat is een heldere, maar ook moedige analyse.
Welke concrete agenda wilt u met deze top naar voren schuiven? Welke keuzes zult u op tafel leggen om Europa opnieuw competitiever te maken?
Dat u koos voor een Belgische locatie lag voor de hand, maar waarom koos u voor het idyllische, maar ook machtige Alden Biesen? Kunt u uitleggen waarom de keuze daarop viel?
Dieter Keuten:
Collega’s, ik woon in Tessenderlo. Dat ligt naast de E313 en het Albertkanaal. Dat zijn de aorta’s of de slagaders van onze Vlaamse economie. Ze verbinden Antwerpen met het Duitse Hartland of het Duitse industriegebied.
Al 133 jaar staat op amper 300 meter van onze kerktoren een chemische fabriek. Wat vandaag Vynova heet, noemen wij Looi Chemie. Het bedrijf zit in ons DNA, want al 133 jaar leven wij met de ongemakken maar vooral met de welvaart die die industrie ons brengt.
Vynova Belgium in Tessenderlo is de hoofdzetel van een internationale groep met ook fabrieken in alle buurlanden. Die Vynova Groep verkeert vandaag in grote problemen omdat vanuit Tessenderlo honderden miljoenen euro naar het buitenland zijn gevloeid. Alle reserves zijn op en door de uitzichtloosheid, onder meer op het vlak van de energieprijzen, wil geen enkele bank nog vers geld lenen.
De gevolgen zijn dramatisch. Zevenhonderd gezinnen en vijfhonderd leveranciers, lokale kmo’s, vrezen nu terecht het ergste. De tijd dringt en de mensen uit mijn regio wachten op antwoorden.
Mijnheer de premier, ik heb vier vragen.
Ten eerste, wil deze regering de Vlaamse en Limburgse chemische sector daadwerkelijk redden?
Ten tweede, welke acties uit de werkgroepen van MAKE 2025-2030 kunnen op korte termijn zuurstof bieden?
Ten derde, wanneer wordt de energienorm toegepast, zodat onze industrie opnieuw kan concurreren?
Ten vierde, wat doet u om de aandeelhouder van Vynova te overtuigen om te blijven investeren in Vlaanderen? In Tessenderlo gaat er nu eindelijk iemand naar Frankfurt. Waar wacht u nog op?
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, in oktober waarschuwde ik al voor de problemen bij BASF en INEOS. Dat waren toen geen losse incidenten, maar signalen van een dieper probleem in onze industrie. Ik vroeg toen waar de fundamentele koerswijziging voor onze chemie-industrie bleef.
Vandaag staan we hier opnieuw. Met 36 jaar ervaring in de chemiesector op de teller ligt dat mij nauw aan het hart. Deze keer gaat het inderdaad over de site van Vynova, het vroegere Tessenderlo Chemie, op de grens van de Kempen en Limburg, een site die generaties lang stond voor werk en welvaart, een site waarrond een gemeenschap werd gebouwd.
De chemische sector, de moeder van onze industrie en de motor van onze economie, zit in overlevingsmodus. De sector kreunt onder hoge energieprijzen, trage procedures en oneerlijke concurrentie. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor van onze welvaart vormen, stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven groeien en bloeien, en dat ten koste van onze eigen bedrijven en van medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven. Niet met cd&v.
De regering erkende zelf al dat onze industriële competitiviteit structureel verzwakt is. Uw collega verwees naar arbeidskosten, energieprijzen en procedures en sprak over plannen, intenties en trajecten. De realiteit gaat echter sneller dan het beleid. Daarom blijf ik, mijnheer de premier, bij mijn eerdere vraag: waar blijft de fundamentele ommezwaai voor onze industrie? Dank u wel.
Bart De Wever:
Voorzitter, beste collega’s, beste wensen voor het nieuwe jaar.
Chers collègues, mes meilleurs vœux pour le Nouvel An.
Herr Frank, meine besten Wünsche für das neue Jahr.
Leden van de meerderheid, ik wens u alles wat u wenst. Leden van de oppositie, ik wens u alles wat u mij toewenst. Ik hoop dat we er een vruchtbaar jaar van kunnen maken. Ik dank u alvast hartelijk voor de vragen over dit thema, dat me zeer na aan het hart ligt.
Dat de industrie in ons land en in Europa onder druk staat, valt niet te miskennen. Er zijn heel veel slechte tijdingen aangehaald. Er zijn er al heel wat geweest. Het valt te vrezen dat er nog komen. Het is een teken aan de wand dat we voor het eerst sinds heel lang onze productievolumes duidelijk zien dalen en dus een ernstige onderbenutting kennen van onze industriële capaciteit. Dat schreeuwt urgent om bijsturingen.
Wij hebben nationaal werk gemaakt van een verbetering van onze concurrentiekracht door maatregelen om de bruto loonkosten te drukken en door eindelijk vlak voor Kerstmis de lang verwachte energiekorting in te voeren, die over de hele legislatuur onze energie-intensieve bedrijven voor een miljard euro zal ontlasten. Dan gaat het natuurlijk vooral over de petrochemie.
Het is geen evidente maatregel. Het zal u opgevallen zijn dat we niet zo goed bij kas zitten. Maar de regering is zich bewust van de waarde van industrie en zeker van deze industrie voor onze welvaart. We doen het nodige. We doen wat we kunnen.
Samen met de regio’s maken we ook verder werk van vereenvoudiging van de procedures en de regels waar we zelf de controle over hebben. Dat zijn ze niet allemaal, dat weet u. De recente hervorming van het vergunningenbeleid in Vlaanderen – door de goede collega Brouns – is een waardevolle vooruitgang. Die weet ik zeker naar waarde te schatten. Maar het probleem stopt bij uitstek niet aan onze landsgrenzen. Het is een veel breder probleem dat de hele Europese Unie en zeker Noordwest Europa treft. Het is dus een brede grensoverschrijdende aanpak die we nodig hebben als we echt een positieve impact willen hebben op de toekomst van de Europese industrie.
Een vergaande integratie van de Europese markt voor diensten en goederen. Dat is wat we moeten doen. Een waarachtige spaar- en investeringsunie creëren. Dat is wat we moeten doen. De energiemarkt één maken, met investeringen in transnationale infrastructuur. Dat is wat we moeten doen. Talent aantrekken voor onze arbeidsmarkt. Onze markt afschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. En wat mij betreft, ook zoveel mogelijk logische vrijhandelsverdragen afsluiten met de rest van de wereld. Dat lijkt me wat we moeten doen op Europees niveau.
De komende weken zullen belangrijk zijn om de koers in Europa te helpen bepalen.
Eind deze maand is er het Wereld Economisch Forum in Davos. Ik kan u zeggen dat ik die gelegenheid zal aangrijpen om zo veel mogelijk nuttige bijeenkomsten over die thema’s te organiseren, formeel en informeel.
Nog belangrijker dan Davos is Antwerpen. Op 11 februari zal immers de derde Industry Summit in de prachtige Handelsbeurs plaatsvinden. Ik denk, mijnheer Keuten, met alle respect, dat de Schelde de aorta is van de Vlaamse welvaart. Het Albertkanaal is zeker een ader, maar die aorta lijkt mij toch de Schelde te zijn. Ursula von der Leyen zal daar opnieuw zijn. Ik zal haar daar verwelkomen. Daarna zal de top van de Europese industrie in alle transparantie de omzetting van de Antwerp Declaration kunnen evalueren. Dat zal niet mis te verstane boodschappen opleveren.
Ik kan u zeggen dat ik volop bezig ben met relevante bedrijfsorganisaties uit ons eigen land, maar ook uit de ons omringende landen, om die bijeenkomst goed voor te bereiden en er het maximum uit te halen. De hoofdtoon zal ongetwijfeld zijn dat de intentie bestaat om al die zaken om te zetten en dat die met meer urgentie moeten worden aangepakt. Die feedback zullen de Europese regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie de volgende dag mee kunnen nemen. De dag erna, op 12 februari, zal António Costa op mijn vraag, die ondersteund werd door andere industrielanden, zoals Duitsland, een informele top organiseren in Alden Biesen. Hij heeft zelf die plek gekozen. Ik had hem die kunnen aanbevelen, maar hij heeft ze zelf gekozen.
Er staat maar één punt op de agenda van die top. Competitiviteit. Wettbewerbsfähigkeit . Een prachtig Duits woord. We zullen daar moeten kijken naar de omzetting van de rapporten van Letta en Draghi. Dat zijn zeer waardevolle documenten. We moeten het warme water niet uitvinden. Alles staat immers op papier. Dat gaat over de gebrekkige werking van onze interne markt. Dat gaat over alles wat ik heb geschetst aan oplossingen voor onze Europese competitiviteit.
De bedoeling is dat de conclusies van die informele top worden omgezet in formele beslissingen op de Europese Raad van maart. Samen met u hoop ik op een krachtig resultaat, want we worden elke dag geconfronteerd met onze tanende geopolitieke zeggenschap en onze economische situatie. Opnieuw werk maken van welvaartsgroei is het begin van de heropbouw van onze relevantie in Europa. Innovatie en een sterke industrie zijn daarbij onmisbaar. U kunt op mij rekenen om hiervoor op Europees niveau aan de kar te trekken. Er is geen andere keuze. It is to mend or to end .
Voorzitter:
Bedankt, premier. Ook voor uw bijzonder keurige timing.
Katrijn van Riet:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister. Alvast een dikke bravo voor de heer Costa voor de keuze van Alden Biesen, maar ook voor de Antwerpse Handelsbeurs, steeds een topper.
De energiekorting werd net voor het winterreces goedgekeurd. De vereenvoudiging van procedures en regels is meer dan welkom. Onze industrie en onze bedrijven snakken naar al de maatregelen die u hebt opgesomd. Wij hopen dat u een sterk Europa kan doen herrijzen, een Europa waar onze strenge duurzaamheidseisen niet tot ons eigen verval zullen leiden. Daar moeten we echt voor waken. Wij gaan voor een Europa met focus, eensgezindheid, strategie en vooral een ecorealistisch denkvermogen.
Dieter Keuten:
Leuk, een feestje in Davos, een feestje in Alden Biesen, een feestje in de Handelsbeurs, maar wat brengt het ons? Dat zijn allemaal mooie intenties op papier, maar hoe oud is de Antwerp Declaration? Nu gaat u opnieuw discussiëren over de urgentie van de intenties tot omzetting. Wauw.
Mijnheer de premier, er dreigt 133 jaar chemiegeschiedenis verloren te gaan. Tweeduizend gezinnen maken zich zorgen. Wanneer stopt het bloeden? Wanneer stopt de collectieve verarming die bezig is?
De tijd tikt genadeloos. U verwijst naar de Europese raden van maart, maar Vynova heeft tijd tot einde maart om een oplossing te vinden. De site in de Tessenderlo is voor het grootste deel rendabel. Wat Ford was voor Genk, is Vynova voor Tessenderlo. Het is voor ons in de streek totaal onbegrijpelijk dat uw regering zwijgt. Neem uw telefoon op. Laat Diependaele bellen naar Frankfurt. Bel zelf naar Frankfurt. Doe iets voor de Vlaamse welvaart alstublieft. Het is nu of nooit voor Vynova en Tessenderlo.
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, u zoekt uw antwoorden vooral op het Europese niveau. Dat boezemt mij vertrouwen in. Intussen tikt de tijd inderdaad weg. De realiteit gaat sneller dan het beleid, zoals ik reeds aangaf. Daarom wil ik erop aandringen dat men in de komende maanden een oplossing zoekt en in dialoog gaat met de werkgevers, zodat Tessenderlo op de grens van de Kempen met Limburg geen spookgemeente zou worden. We moeten de lokale tewerkstelling blijven verankeren. We rekenen daarvoor op u en hopen dat we in de Kempen de chemische cluster kunnen behouden.
De laakbare vertragingen bij het uitvoeren van arresten van de Europese rechtscolleges
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Aurore Tourneur (Les Engagés) bekritiseert dat België gemiddeld 4 jaar en 9 maanden nodig heeft om vonnissen van het EHRM uit te voeren – met stijgende achterstanden (+25% in 10 jaar) op thema’s zoals migratie, rechterlijke onafhankelijkheid en LGBTQIA+-rechten – en stelt dat deze traagheid menselijk leed verlengt en de belastingbetaler miljoenen aan boetes kost; ze vraagt om een publiek dashboard om de vertraging met minstens 2 jaar te verkorten. Minister Verlinden (CD&V) wijst op het bestaande Europese toezichtssysteem (met openbare actieplannen en statistieken) en benadrukt dat structurele problemen (zoals overbevolkte gevangenissen) complex zijn, maar dat België op sommige domeinen wel vooruitgang boekt, volgens de evaluaties van de Raad van Europa. Tourneur herhaalt dat haar partij de traagheid onaanvaardbaar vindt en scherp toezicht zal houden.
Aurore Tourneur:
Pour Les Engagés, le respect de l'État de droit ne se limite pas à la simple reconnaissance de la primauté du droit international et européen; il se mesure aussi concrètement à la diligence avec laquelle un État transpose les décisions de justice dans son arsenal législatif national.
Or, comme vous le savez, les conclusions du récent rapport publié par les ONG European Implementation Network (EIN) et Democracy Reporting International (DRI) dressent un constat préoccupant pour la Belgique: celle-ci met en moyenne quatre ans et neuf mois pour exécuter les arrêts de la Cour européenne des droits de l'homme (CEDH). Ce délai place donc notre pays dans la catégorie des élèves "modérément faibles". Depuis 2021, le nombre de condamnations qui n'ont donné lieu à aucun suivi a augmenté de 8 % en Europe. La hausse est même de 25 % ces 10 dernières années.
Les thèmes récurrents sont malheureusement l'immigration, l'indépendance des juges, l'égalité des chances – notamment les droits des personnes LGBTQIA+ –, les conditions d'incarcération et le respect de la vie privée.
Bien que la Belgique ne puisse être comparée aux États dont la gouvernance est nettement plus restrictive, elle stagne dans une zone grise où les droits fondamentaux sont reconnus certes sur papier, mais bafoués dans les faits par lenteur législative. Cette lenteur ne nuit pas seulement à notre image internationale; elle coûte cher au contribuable en astreintes et pénalités, et prolonge des situations humaines dramatiques.
Madame la ministre, êtes-vous en mesure de nous expliquer pourquoi, après tant d'années, la réponse structurelle belge est toujours jugée insuffisante au niveau européen? Vos services s'engagent-ils à mettre en place un tableau de bord public permettant de suivre en temps réel l'état d'avancement de l'exécution des condamnations européennes de la Belgique, afin de réduire d'au moins deux ans ce délai moyen?
Annelies Verlinden:
Madame Tourneur, la bonne exécution des arrêts de la Cour européenne des droits de l'homme est fondamentale et fait l'objet d'un suivi par le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe.
La déclaration de Bruxelles adoptée en 2015 sous la présidence belge rappelait à cet égard la responsabilité partagée des acteurs concernés, en particulier celles des États membres et de leurs parlements, dans le suivi de la mise en œuvre de certains arrêts. L'idée d'un tableau de bord pour le suivi de l'exécution des arrêts est précisément au centre du système mis en place par le Conseil de l'Europe.
Ce système de surveillance prévoit en effet la publication de plans d'action périodiques rédigés par les États pour rendre compte de l'état d'exécution des arrêts les concernant ainsi que des décisions du Comité des Ministres évaluant cette exécution.
Le site de l'exécution des arrêts de la Cour permet ainsi de suivre l'exécution de chaque arrêt rendu par la Cour de Strasbourg à l'égard de notre pays, mais aussi des 45 autres États membres du Conseil de l'Europe. Ce site comprend également des fiches d'information et des statistiques qui s'avèrent très utiles pour l'échange éventuel de bonnes pratiques entre nos États, en vue de résoudre des problèmes souvent communs à plusieurs pays. L'exécution de certains arrêts constatant des dysfonctionnements structurels, comme en matière de surpopulation carcérale, d'internement ou d'exécution tardive des décisions judiciaires relatives à l'accueil des demandeurs d'asile, est complexe et nécessite du temps, mais les efforts sont continus.
Sur d'autres thématiques, notre pays a cependant avancé à un rythme acceptable, comme l'a récemment relevé le service de l'exécution des arrêts qui appuie le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe pour la surveillance de l'exécution.
Aurore Tourneur:
Merci madame la ministre. Vous savez que les valeurs liées à l'État de droit sont profondément ancrées chez Les Engagés. Nous resterons très attentifs au suivi de cette problématique.
De gevolgen van de Duitse grenscontroles voor België en het belang van de Europese samenwerking
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Achraf El Yakhloufi (Vooruit) bekritiseert dat landen zoals Duitsland eenzijdig grenscontroles herinvoeren binnen Schengen, wat volgens hem leidt tot verplaatste migratiedruk en België riskeert tot "wachtruimte van Europa" te maken; hij eist strakkere Europese afspraken om verantwoordelijkheden en procedures te verduidelijken en benadrukt dat zwakkere landen anders de prijs betalen. Minister Van Bossuyt (N-VA) verdedigt de Duitse soevereiniteit, stelt dat de samenwerking goed loopt en ontkent acute druk op België (instroom daalt), maar El Yakhloufi betwist dit en waarschuwt voor langetermijnrisico’s door gebrek aan collectief Europees beleid. Kernpunt: spanning tussen nationale soevereiniteit en geëiste Europese solidariteit in migratiebeheer.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, iedereen wil grip op migratie. Voor alle duidelijkheid, ook Vooruit pleit daarvoor. Af en toe wordt er wel eens gelachen omdat ik de woorden 'grip op migratie' heel vaak gebruik, maar ik meen het ook. Mensen aan de grens, burgers in onze steden en onze diensten willen dat.
Er ontstaat een probleem wanneer landen opnieuw grenscontroles invoeren, alsof Schengen een lichtschakelaar is die men zomaar kan aan- of uitzetten. Duitsland voert al een tijdje systematisch controles uit aan de grenzen en dat heeft gevolgen. Cijfers tonen dat aan met betrekking tot de terugsturing naar België. Dat klinkt technisch, maar voor onze keten is het zeer concreet. Het gaat over wie waar wordt geregistreerd, wie opvang nodig heeft, wie verantwoordelijkheid draagt en hoe snel dat verloopt.
Ik wil vooral vermijden dat België plots de wachtruimte van Europa of West-Europa wordt, dat procedures en verantwoordelijkheden onduidelijk worden. Tegelijk moeten we dit Europees blijven aanpakken, niet elk land apart en niet iedereen zijn eigen show. Ik kies hier bewust voor het woord show.
Hoe volgen we dit op? Hoe strak is de samenwerking met Duitsland daaromtrent? Welke afspraken maken we om te vermijden dat deze controles leiden tot extra druk op onze registratie- en opvangdiensten?
U hebt mij in het verleden vaak horen pleiten voor Europese samenwerking. Dat is heel belangrijk. We moeten druk zetten. Onze premier spreekt heel goed Duits en onderhoudt goede contacten met Duitsland. Hij speelt daarin een belangrijke rol, maar dat geldt natuurlijk ook voor u, als minister van Asiel en Migratie.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer El Yakhloufi, ik verdedig de soevereiniteit van lidstaten om te kiezen hoe zij omgaan met de controle van hun landsgrenzen. Duitsland kiest voor dergelijke grenscontroles, terwijl wij sinds vorige zomer opteren voor binnenkomstcontroles.
De contacten met de Duitse collega’s verlopen zowel bilateraal als op Europees niveau zeer goed. Als buurlanden zijn we uiteraard van elkaar afhankelijk bij de genomen beslissingen. Op operationeel niveau zijn er op regelmatige basis contacten met de bevoegde Duitse autoriteiten. De liaison van de DVZ voor Duitsland volgt de evoluties op de voet.
De controles die Duitsland uitvoert, zijn, zoals u aangaf, al enige tijd bezig. We zien geen opmerkelijke stijging in het aantal aanvragen of druk op onze asielketen. Integendeel, de instroomcijfers dalen al maanden. Een aanpassing is dan ook niet aan de orde.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, ik hoor u zeggen dat de samenwerking met Duitsland goed verloopt en alles wordt opgevolgd. Dat is goed, maar we mogen natuurlijk niet naïef zijn. Wanneer één land opnieuw de grenzen sluit, schuift die druk automatisch door naar andere landen. U zegt dat elk land zijn soevereiniteit heeft. Ik volg u daar gedeeltelijk in, maar voor de problematiek van asiel en migratie moeten we met West-Europa, eigenlijk met heel Europa, collectief handelen.
Als Duitsland en nog een paar andere landen hun grenzen beginnen te sluiten, dan gaan die mensen ergens terechtkomen. Ook als dat niet in België is, dan wil ik er als Europeaan, maar ook als Belg en als socialist, voor wie solidariteit heel belangrijk is, voor zorgen dat er elders geen verschuivingen of wachtruimtes ontstaan waar mensen dan maar moeten gaan wachten. Dat verhoogt de concentratiedruk in een land immers enorm. Dat ervaren wij in België heel sterk. In vergelijking met andere Europese landen hebben wij in ons land in verhouding een zeer grote opvang. Dat wil ik vermijden. Daarom stel ik die vraag.
Als procedures en verantwoordelijkheden niet glashelder zijn, dan betaalt de zwakste schakel die prijs. Dat wil ik ten stelligste vermijden.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, dank u voor het beantwoorden van de vele vragen. De onbeantwoorde vragen worden bij een volgende vragensessie geagendeerd. Dat is normaal gezien gepland op 20 januari. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.03 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 03.
Het uitstel van de nieuwe Europese ontbossingswet
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 6 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marie Meunier bekritiseert het herhaalde uitstel (tot 2026) van de EU-wet tegen ontbossing als een "totaal verlies aan klimaatcredibiliteit", ondanks EU-ambities, en vraagt hoe België concreet druk zal uitoefenen in de Europese Raad om versnelling af te dwingen. Minister Crucke bevestigt dat België het verwaterde voorstel afwees maar benadrukt pragmatische implementatie via federale/regionale samenwerking (o.a. SPF-inspecties, Enabel-steun voor PME’s en Afrikaanse partners). Meunier betwijfelt of deze aanpak voldoende is en eist "middelen van druk" om EU-blokkades te doorbreken, met de belofte van volhardende controle. Crucke wijst op structurele ondersteuning (workshops, wetgevingslijsten) maar erkent geen directe EU-lobbyplannen.
Voorzitter:
Collega's, mijnheer de minister, eerst en vooral mijn beste wensen aan iedereen.
Marie Meunier:
Monsieur le président, je souhaite tout d'abord une bonne année à l'ensemble des collègues ainsi qu'à M. le ministre. Alors, je ne sais pas ce qu'on peut vous souhaiter, monsieur le ministre, si ce n'est la santé. On a en tout cas pu constater que votre groupe politique commençait bien l'année, puisque vous récupérez une personne de plus dans vos rangs au sein de ce Parlement. Que cette année soit bonne pour tout le monde!
Monsieur le ministre, fin de l'année dernière l'Union européenne a repoussé, une fois de plus, l'entrée en vigueur de la loi contre la déforestation. Après un premier report à 2024, nous apprenons maintenant qu'elle ne s'appliquera qu'en 2026 au plus tôt. Les ONG, dont le WWF, dénoncent un recul politique lourd de conséquences. Ce choix est justifié par des contraintes économiques et des complications administratives. Mais comment le justifier au moment même où l'Europe prétend renforcer son ambition climatique? Réellement, c'est une perte totale de crédibilité.
Concrètement, reporter cette loi revient à retarder encore la protection de notre biodiversité et la stabilité de notre climat. Et ce choix intervient alors que les scientifiques alertent sur les conséquences de la destruction des forêts. C'est clairement incohérent de la part de l'Union européenne, et par extension de la part de la Belgique, qui affirme vouloir être en première ligne de la transition écologique. Pour être en première ligne, encore faut-il pouvoir avancer et non pas reculer, comme nous sommes en train de le faire.
Monsieur le ministre, quelle position le gouvernement belge compte-t-il défendre au Conseil de l'Union européenne pour que la Belgique reste cohérente sur le climat et la protection des écosystèmes? Comptez-vous vous concerter avec les ministres de l'Environnement des autres États membres pour garantir l'application rapide et effective de la loi européenne contre la déforestation? Enfin, le gouvernement fédéral prévoit-il des initiatives pour soutenir la loi contre la déforestation et encourager les PME à respecter la traçabilité des produits importés en Belgique?
Jean-Luc Crucke:
Eerst en vooral, voorzitter, collega’s, medewerkers en medewerksters, mijn beste wensen, meilleurs veux.
Madame Meunier, vous êtes encore jeune et je suis persuadé que, dans les quelques semaines et mois qui viennent, vous prendrez conscience que la politique n’est pas tout dans la vie. En dehors des vœux de santé que vous avez aussi exprimés et qui sont évidemment importants, je vous souhaite d’abord d’être heureuse et de trouver le bonheur dans ce que vous faites, mais aussi en dehors. Cela permet tout simplement de rester soi ‑ m ê me, et c ’ est d é j à pas mal si on y arrive. C ’ est donc ce que je vous souhaite é galement.
Comme vous le savez, j’ai toujours défendu une mise en œuvre ambitieuse et crédible du règlement européen sur la déforestation. Si je suis bien sûr en faveur de mesures de simplification administrative, celles ‑ ci ne devraient n é anmoins ni d é naturer l ’ esprit du texte, ni le niveau d ’ ambition initialement fix é .
Le texte final, ne répondant pas à ces exigences minimales, n’a donc pas pu être soutenu par la Belgique. Cela a été ma position durant tout le processus. J’ai exhorté mes collègues de l’Environnement, ainsi que nos partenaires commerciaux et les secteurs concernés, à mettre en œuvre le règlement European Union Deforestation Regulation (EUDR) rapidement et de manière pragmatique, car son application constitue une responsabilité partagée pour la protection des forêts, du climat et de la biodiversité.
La mise en œuvre de l’EUDR se déroule à différents niveaux et dans différents domaines. La Conférence interministérielle de l’Environnement, élargie aux ministres chargés de l’Agriculture, a acté la répartition des responsabilités entre entités fédérées, fédérales et régionales.
La DG Environnement du Service public fédéral (SPF) Santé publique est pilote du projet. Elle sert de point de contact pour les acteurs concernés en Belgique, en Europe et dans les pays tiers. Elle représente également la Belgique dans la comitologie européenne. Forte de son expertise, elle conseille les différentes autorités concernées. De plus, elle soutient structurellement les acteurs, notamment par le biais d’ateliers de services d’assistance, d’un site web, de réponses aux questions par e ‑ mail, de consultations sur les travaux au niveau européen et belge, etc. En collaboration avec les autorités régionales, la DG Environnement publiera une liste de législations belges pertinentes au regard des exigences de légalité du règlement.
Par ailleurs, l’unité d’inspection Déforestation de l’Inspection fédérale de l’Environnement a été désignée comme autorité de surveillance compétente, chargée de contrôler le respect de l’EUDR par les entreprises. Les autorités agricoles et environnementales régionales, ainsi que l’Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA) via Sanitel, en collaboration avec les associations sectorielles, étudient comment elles peuvent apporter un soutien technique aux opérateurs économiques produisant du bois, du soja et des bovins, afin de les aider à démontrer qu’ils remplissent les conditions d’une production légale et sans déforestation.
Le programme Trade for Development Centre de l'Agence belge de développement Enabel renforce en Afrique des business support organizations et soutient des micros, petites et moyennes entreprises dans le cadre du règlement EUDR, ce qui aidera également les PME belges à se conformer aux exigences du règlement pour les produits importés.
Marie Meunier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos différentes réponses. Effectivement, il faut rester attentifs à la situation. Même si c'est plutôt une bonne chose de ne pas voter des propositions qui ne vont pas assez loin – nous avons déjà eu l'occasion d'en discuter ici dans le cadre de ce dossier ou dans d'autres –, à un moment donné, il faut aussi pouvoir avancer sur les dossiers. Nous craignons qu'à un moment donné, nous tournions un peu en rond. Si votre position est louable, il n'en reste pas moins qu'en définitive, le dossier n'avance pas au niveau européen. C'est un véritable problème. Je pense donc qu'il faut mettre en place les moyens de pression nécessaires pour que le niveau supérieur avance. Je reviendrai avec des questions complémentaires dans les semaines qui viennent, ou plutôt les mois, parce que je vais m'absenter un moment. Je vous réinterrogerai car je pense qu'il faut vraiment les tenir à la culotte pour les faire avancer rapidement sur le dossier.
De wijzigingen in de Europese klimaatkoers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 6 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Katrijn van Riet (N-VA) stelt dat de versoepeling van het EU-klimaatbeleid—met name het schrappen van het verbod op verbrandingsmotoren in 2035 en de flexibele 2040-doelstellingen—een erkenning is van "ecologisch realisme", waarbij betaalbaarheid en economische competitiviteit centraal staan. Ze vraagt zich af of België zijn klimaatplan moet herzien om industriele achterstand door hogere energieprijzen en trage procedures te voorkomen. Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de EU-aanpassingen als pragmatisch maar risicovol: flexibiliteit (zoals e-brandstoffen) kan innovatie afremmen en koplopers zoals Volvo Gent benadelen, terwijl hij internationale kredieten alleen acceptabel acht als ze strikt gecontroleerd en additioneel zijn. Hij benadrukt dat het huidige Belgische klimaatplan (NEKP) al voldoet aan realisme en concurrentievermogen, met steunmaatregelen voor bedrijven, maar belooft wel langetermijnupdates tegen 2029. Van Riet ondersteunt de "pragmatische bijsturing", maar waarschuwt voor energietekorten door groeiende elektrificatievraag—zoals tweedehands EV’s—zonder voldoende capaciteit (bv. nieuwe kerncentrales) tegen 2035. Beide spreken steun voor innovatie en bedrijven uit, maar Crucke hamert op EU-voorspelbaarheid, terwijl Van Riet meer ruimte voor transitietempo bepleit.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk het gevoel dat u ook op deze vraag al deels geantwoord hebt, maar voor de goede orde zal ik ze toch stellen.
De Europese Unie wijzigde recentelijk haar koers op het vlak van klimaatbeleid. Zo laat ze het geplande verbod op de verkoop van nieuwe wagens met verbrandingsmotor in 2035 los, ten voordele van een veel flexibelere norm. Het 2040-doel van 90 % emissiereductie werd behouden, maar we spreken van een afzwakking, daar internationale credits toegelaten worden en er sectorale flexibiliteit en een latere invoering van ETS-prijzen voor benzine en aardgas volgen.
Uiteindelijk geeft de Commissie toe dat Europa zonder massale investeringen in zijn energie-infrastructuur en zonder een versoepeling van de milieuregels zijn concurrentiekracht dreigt te verliezen. Er dringt als het ware een vorm van ecologisch realisme door in Brussel. Wij van de N-VA-fractie pleiten daar al jaren voor. Klimaatambitie is zeker noodzakelijk, maar men moet rekening houden met betaalbaarheid, technologische haalbaarheid en economische slagkracht. Daarover heb ik enkele vragen.
Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de beslissing van de Europese Commissie om het verbod op nieuwe benzine- en dieselwagens te laten vallen? Ziet u daarin een erkenning dat technologieverboden niet werken binnen een realistisch klimaatbeleid op dit moment?
Wat is uw standpunt over het nieuw 2040-doel dat tot 5 % buitenlandse klimaatcredits toelaat? Hoe voorkomt u dat dat leidt tot dubbele boekhouding of tot climate shopping , waarbij landen hun klimaatambitie zouden verlagen om credits aan Europa te verkopen, terwijl onze industrie wél bindende verplichtingen krijgt?
Vindt u dat België, in het licht van die nieuwe Europese koers, zijn klimaatplan opnieuw moet actualiseren, om opnieuw te vertrekken van economische haalbaarheid en industriële competitiviteit?
Hoe garandeert u dat Belgische bedrijven niet achteropraken wanneer de EU expliciet kiest voor een pragmatische en flexibele transitie, terwijl ons land vandaag al worstelt met hogere energieprijzen en trage procedures?
Tot slot: hoe wil u, gebaseerd op de nieuwe ideeën van de EU, het toekomstig Belgisch klimaatbeleid concreet richting economisch realisme sturen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, uw eerste vraag gaat over het automotive package. De beslissing van de Europese Commissie betekent volgens mij geen afschaffing van de klimaatdoelstellingen voor de auto-industrie, maar wel een pragmatische bijsturing. Met het automotive package blijft de kern overeind: tegen 2035 moet de uitstoot van de nieuwe voertuigen met 90 % dalen.
De Commissie laat toe dat de resterende 10 % wordt gecompenseerd via alternatieven als e-brandstoffen, biobrandstoffen, of het gebruik van in de EU geproduceerd koolstofarm staal.
Flexibiliteit verdient een kritische blik. Alle energieoplossingen moeten kosteneffectief en duurzaam zijn.
E-fuels en biobrandstoffen zijn vandaag duur, schaars en vaak problematisch voor biodiversiteit en voedselzekerheid. Daarom moeten ze prioritair worden ingezet waar elektrificatie niet mogelijk is. Dat is niet het geval voor personen- en bestelwagens. Dat fabrikanten een deel van de uitstoot mogen compenseren met e- en biobrandstoffen, betreur ik persoonlijk. De mogelijkheid om flexibiliteit te voorzien via koolstofarm staal dat in de EU wordt geproduceerd, is in dat opzicht zinvoller, omdat ze tegelijk bijdraagt aan de uitbouw van een strategische, schone industrie in Europa.
We mogen bovendien niet vergeten dat de transportsector een van de moeilijkste sectoren blijft op het vlak van emissiereductie en dat de uitstoot nog steeds stijgt. Het afzwakken van doelstellingen is dan ook geen neutrale keuze. Het heeft concrete economische gevolgen.
België telt vandaag nog één autoconstructeur, Volvo Gent. Die fabriek heeft resoluut ingezet op elektrificatie en voldoet aan de Europese doelstellingen. Onder het vorig kader zou die koploperspositie zelfs economische voordelen opleveren via poolingmechanismen. Door de regels te versoepelen dreigen we net die bedrijven te benadelen die vooruitlopen, investeringen af te remmen en de eigen werkgelegenheid onder druk te zetten. De CO 2 -normen voor voertuigen bieden net voorspelbaarheid voor industri ë le investeerders, stimuleren innovatie in Europa en zorgen voor een groter aanbod aan emissievrije voertuigen. Dat is ook essentieel voor consumenten, die zo een alternatief krijgen voor de stijgende koolstofprijs onder ETS2.
Tot slot moeten we dat ook internationaal bekijken. De wereldwijde markt evolueert snel richting elektrificatie. Als Europa zijn industriële positie en exportmarkten wil veiligstellen, moeten we inzetten op technologieën van de toekomst. Sterk snijden in onze ambitie betekent niet alleen snijden in onze klimaatdoelstellingen, maar ook in onze eigen economie.
Ik kom tot uw vraag over flexibiliteit in de 2040-doelstelling De verhoging van het percentage internationale koolstofkredieten dat kan worden aangekocht in het kader van de 2040-doelstellingen maakt deel uit van het compromis dat nodig was om een akkoord te vinden over de 90 %-doelstelling binnen de EU. Gelet op die context ben ik tevreden met die uitkomst, zelfs als de federale overheid voor 3 % had gepleit.
Wat de meer technische aspecten van uw vraag betreft, om de milieu-integriteit te waarborgen en te vermijden wat u klimaatshopping noemt, kan ik als volgt antwoorden. Internationale kredieten moeten inderdaad van zeer goede kwaliteit zijn. Dat wil zeggen dat het moet gaan om additionele uitstootverminderingen, die zonder het project niet zouden hebben plaatsgevonden, die ambitieuzer zijn dan wat bekendstaat als business as usual en die vervolgens onafhankelijk worden gecontroleerd. Bovendien moeten de kredieten zich situeren binnen een traject van klimaattransitie in het gastland. Dat moet ervoor zorgen dat de EU alleen kredieten zal kopen van ambitieuze landen en niet van landen met lage ambities. Artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs bevat regels om dubbeltelling te voorkomen. Ik wil er ook op wijzen dat de EU volgens artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs ervoor zal kunnen kiezen om voornamelijk kredieten te kopen die zijn gegenereerd in het kader van het crediteringsmechanisme van artikel 6, 4de lid, dat gaat uit van een top-down multilateraal controlemechanisme, wat aanvullende garanties biedt. Ik wil erop wijzen dat het van belang zal zijn ervoor te waken dat die flexibiliteitsmechanismen uitgaan van partnerschappen die meerwaarde bieden voor zowel het klimaat, voor het gastland als voor de EU en dat die kredieten dus ook opportuniteiten bieden voor onze economische actoren. Finaal benadruk ik dat we er uiteraard over moeten blijven waken dat die kredieten de aandacht niet afleiden van de inspanningen die nodig zijn om binnen de EU tegen 2050 volledig klimaatneutraal te zijn, wat uiteraard een prioriteit blijft.
Uw derde vraag betreft de actualisering van het NEKP. In juli keurde de regering de federale bijdrage aan de actualisering van het Nationaal Energie- en Klimaatplan goed. Het NEKP is een strategisch plan dat de beleidslijnen en maatregelen uittekent om de energie- en klimaatdoelstellingen tegen 2030 te halen en klimaatneutraliteit na te streven. Concurrentievermogen, koopkracht en een rechtvaardige transitie vormen de leidende principes bij die actualisering wat de federale bijdrage betreft. Het plan is opgesteld om te voldoen aan ons regeerakkoord. Dat regeerakkoord is gebaseerd op pragmatisme en realisme wat betreft doelstellingen en beleidsmaatregelen. Een herziening is daarom momenteel niet nodig.
Specifiek voor bedrijven zijn er verschillende maatregelen voorzien, zoals een verlaging van het accijnstarief tot het Europees minimumniveau, een verlaging van de elektriciteitstransporttarieven voor energie-intensieve industrieën zodat die in lijn liggen met die in de buurlanden en een verhoging van het investeringsaftrektarief van 30 % naar 40 % voor grote ondernemingen, met als doel de energie- en klimaattransitie te stimuleren. Ik zal zo snel mogelijk besprekingen opstarten met mijn gewestelijke collega’s om te beginnen met het bijwerken van de langetermijnstrategie van België en het NEKP voor het volgend decennium, dat we tegen 1 januari 2029 aan de Europese Commissie zullen moeten voorleggen.
Uw vierde vraag gaat over de mogelijkheden voor bedrijven, hogere energieprijzen en tragere procedures. Het is moeilijk om daarop een antwoord te geven voor al onze bedrijven. Ik ga ervan uit dat u doelt op de meest energie-intensieve Belgische bedrijven, aangezien daarover heel wat in de pers is verschenen. Die bedrijven vallen onder het Europees emissiehandelssysteem, het EU-ETS. Dat systeem garandeert een gelijk speelveld op het vlak van de koolstofprijs binnen de Europese Unie, waardoor onze ondernemingen niet worden benadeeld ten opzichte van Europese concurrenten.
Met betrekking tot het geschil waarover u daarstraks sprak, de federale regering heeft in december van vorig jaar in eerste lezing een voorontwerp van wet goedgekeurd dat voorziet in een tijdelijke steunregeling voor de elektriciteitsprijs voor bedrijven die actief zijn in sectoren waar een aanzienlijk risico bestaat dat activiteiten op sectoraal niveau worden verplaatst naar buiten de Europese Unie, naar regio’s waar geen of minder ambitieuze milieuregels gelden. Daarbij wordt bekeken hoe die extra ondersteuning kan worden gekoppeld aan een gelijkwaardige inspanning in de richting van decarbonisatie en meer energie-efficiëntie.
We moeten erover waken dat Belgische bedrijven voldoende ondersteuning krijgen tijdens die transitie. Europese instrumenten, zoals het innovatiefonds, en mechanismen, zoals de contracts for difference, kunnen bedrijven helpen om investeringen in innovatieve technologieën en koolstofarme productieprocessen te realiseren. België neemt bijvoorbeeld actief deel aan de IPCEI, Important Projects of Common European Interest, rond waterstof en batterijen, zodat onze industrie toegang heeft tot Europese innovatieclusters en bijbehorende financiering.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord op de verschillende vragen. Ik kom even terug op het mogelijk verbod van benzine- en dieselwagens in het kader van de elektrificatie. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben daarvoor, maar een beetje uitstel of een pragmatische bijsturing, zoals u het noemt, lijkt mij toch wel wenselijk. Zeker Volvo Gent heeft mooie scores behaald. Men maakt mooie voertuigen en men heeft daar goede beslissingen genomen. Onlangs verscheen ook in de pers dat er steeds meer tweedehandswagens, zowel hybride als volledig elektrisch, in omloop komen. Dat is een zeer goede zaak. Dat fenomeen zal in de toekomst alleen maar toenemen. Een en ander brengt met zich mee dat de vraag naar elektriciteit veel groter wordt. Daar wringt vandaag het schoentje. De energievraag wordt zo groot dat we er niet aan kunnen voldoen. Als we iedereen verplicht naar een elektrificatie sturen, dreigen we op een bepaald moment vast te lopen. Tegen 2035 zullen de nieuwe kerncentrales, of andere voorzieningen om aan de hogere energiebehoeften te voldoen, immers nog niet beschikbaar. Dat debat moeten we met de daartoe bevoegde minister voeren. We moeten daar echter waakzaam voor blijven. Daarom vind ik die pragmatische bijsturing zeer welkom. Ik wil u bedanken voor uw antwoorden op mijn andere vragen, waaruit blijkt dat we op dezelfde golflengte zitten en dat we onze bedrijven moeten blijven ondersteunen om die innovatieve koers aan te houden.
De Europese aanpak van de e-commerce
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Lieve Truyman kaart de overlast van Chinese pakjes (o.a. Temu/Shein) en dropshipping aan, waarbij ze vraagt of Europese maatregelen (afschaffing 150€-vrijstelling, handling fee van 2-3€) averse effecten kunnen hebben, zoals meer fraude via tussenpersonen, en of België extra stappen zet. Minister Clarinval bevestigt dat dropshipping niet illegaal is maar misleidende praktijken bestraft worden, benadrukt dat een Europese aanpak (o.a. Consumer Agenda 2030) cruciaal is voor transparantie, en kondigt een nationale handling fee (afgestemd met buurlanden) aan—terwijl hij erkent dat klachten over dropshipping moeilijk traceerbaar zijn. Truyman noemt de plannen "goed nieuws", maar wijst op de snelle ontwikkelingen die om opvolging vragen.
Lieve Truyman:
Het onderwerp kwam al meerdere keren aan bod, zowel in de plenaire vergadering als hier in de commissie.
De problematiek van de overvloed aan Chinese pakjes op Europese bodem is alom bekend. Ik verneem bovendien van medewerkers bij bpost dat zij vandaag geen pakje meer kunnen zien, omdat zij er al zoveel in handen hebben gehad. Ook op Europees niveau wordt daarom actie ondernomen.
Op 13 november 2025 bereikte de minister van Financiën een akkoord om de vrijstelling voor ingevoerde pakjes tot 150 euro op te heffen. Voorts onderzoekt de Europese Commissie de mogelijkheid om een handling fee van 2 euro per pakje in te voeren, waarmee douanekosten zouden worden gefinancierd.
In dat verband heb ik een aantal vragen.
Zullen de recente Europese maatregelen mogelijk een averechts effect hebben? Ze zouden bijvoorbeeld de trend van dropshipping kunnen versterken, waarbij via een tussenpersoon wordt gewerkt, zodat alsnog producten kunnen worden verkocht met een waarde van meer dan 150 euro. Dropshipping is het fenomeen waarbij de producent of verkoper een tussenschakel - vaak influencers - een bedrijfje laat oprichten, om op dit manier reclame te maken voor gelijkaardige producten die ook bij Temu en Shein worden verkocht.
Mijnheer de minister, wat is uw algemene visie op de problematiek van dropshipping? Wordt het onderwerp ook behandeld binnen de werkgroep e-commerce die door uw kabinet is opgericht?
Kunnen er federale maatregelen worden getroffen om dropshipping tegen te gaan of wordt het probleem ook aangekaart op Europees niveau?
Heeft de FOD Economie al klachten ontvangen over het fenomeen? Zo ja, om hoeveel klachten gaat het dan?
Momenteel zou 75 % van de handling fee naar Europa vloeien terwijl de rest zou gaan naar de landen waar de meeste pakjes binnenkomen. Wij ontvangen er natuurlijk bijzonder veel.
Klopt het dat de Europese Commissie dat aandeel zou verhogen aangezien die landen ook te maken krijgen met de hogere douanekosten? Wat is uw visie daarop?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
David Clarinval:
Mevrouw Truyman, de afschaffing van de vrijstelling van douanerechten voor pakketten van minder dan 150 euro is een initiatief van de douane.
Hoewel sommigen vrezen voor een indirect effect op de ontwikkeling van dropshipping, moet worden benadrukt dat de Economische Inspectie niet de bevoegde autoriteit is om de doeltreffendheid van deze maatregel te beoordelen. Dat behoort uitsluitend tot de bevoegdheid van de douaneadministraties en de gespecialiseerde Europese instanties.
Wat de tweede vraag betreft, dropshipping is op zich niet onwettig. Sommige webwinkels hanteren echter misleidende praktijken of zijn frauduleus opgezet. In dat kader maakt de problematiek van dropshipping wel degelijk deel uit van de onderwerpen die binnen de taskforce e-commerce aan bod zullen komen.
Wat de derde vraag betreft, vormt een Europese aanpak de meest efficiënte manier om de transparantie te verhogen, explicietere verplichtingen in te voeren en misleiding door dropshippers efficiënter te bestrijden. In haar recente Consumer Agenda 2030 erkent de Europese Commissie alleszins de nood aan het verhogen van de transparantie over het gebruik van dit bedrijfsmodel.
Wat de vierde vraag betreft, de Economische Inspectie ontvangt meldingen over problemen bij de afhandeling van een bestelling, zoals geen of te late levering, een verkeerd product of garantieproblemen enzovoort. Bovendien is het op het moment van het indienen en beoordelen van een melding vrijwel onmogelijk vast te stellen of de betrokken handelaar gebruikmaakt van dropshipping en in welke mate dat verband houdt met het gemelde probleem. Om die redenen is een betrouwbare registratie van het fenomeen niet mogelijk.
Wat de vijfde vraag betreft, valt de kwestie van de verdeling van de behandelingskosten van pakketten in de eerste plaats onder de douaneautoriteiten, die verantwoordelijk zijn voor de inning en de praktische uitvoering van deze maatregelen. De federale regering heeft tijdens de begrotingsonderhandelingen afgesproken om vanaf volgend jaar een nationale handling fee in te voeren, samen met Nederland, Frankrijk en Luxemburg, en dit af te stemmen met alle buurlanden om het verschuiven van logistieke ketens te beperken. Parallel hiermee zal een structureel overleg met de sector worden opgestart, waarbij op regelmatige basis de effecten van de vooropgestelde maatregelen zullen worden geëvalueerd.
Intussen hebben de ministers van Financiën van de Europese Unie vorige week een akkoord bereikt over de invoering van een importheffing van 3 euro. De impact van die beslissing op de Belgische plannen wordt momenteel besproken.
Lieve Truyman:
Het is een belangrijk thema en de laatste tijd wordt er op dit vlak heel snel geschakeld op de diverse niveaus. Uw antwoord is zeer goed nieuws.
De strategie voor generatievernieuwing in de landbouw van de Europese Commissie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Patrick Prévot (socialist) vraagt hoe België de EU-strategie om het aandeel jonge landbouwers tegen 2040 te verdubbelen zal uitvoeren, met focus op toegang tot grond, financiering en een leefbaar inkomen, en bekritiseert de oneerlijke mondiale concurrentie (bv. Mercosur) en regionale versnippering die een ambitieuze aanpak blokkeert. Minister Clarinval (liberaal) onthaalt het plan positief, benadrukt de regionale bevoegdheid maar belooft coördinatie via de DGE en prioriteiten zoals gelijke kansen voor vrouwen, eerlijke beloning en koppeling aan de nieuwe GLB. Hij erkent dat boerenprotesten andere signalen afgeven dan het EU-beleid. Prévot bekritiseert de historische gebrekkige samenwerking tussen gewesten, noemt eerdere beleidskeuzes "laf" en dringt aan op een concrete, ambitieuze strategie (vs. "halfslachtige compromissen") om niet-landbouwkinderen kansen te bieden, met een duidelijke deadline (2027).
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, fin octobre, la Commission européenne a présenté une nouvelle stratégie pour inciter les jeunes à se lancer dans l'agriculture. Son objectif est clair: doubler la part de jeunes agriculteurs d'ici 2040.
C'est un projet ambitieux mais nécessaire. Comme vous le savez, le métier d'agriculteur est loin d'être attractif aux yeux des jeunes tant les contraintes sont nombreuses et ont été démontré ces dernières années. La concurrence à l'échelle globale – une concurrence que notre groupe socialiste juge comme déloyale – contribue à une précarisation du métier (le Mercosur en est un exemple).
La pyramide des âges parle d'elle-même: à l'heure actuelle, l'âge moyen d'un agriculteur dans l'UE est de 57 ans. Seuls 12 % d'entre eux ont moins de 40 ans. En Belgique, plus de la moitié des agricultrices et agriculteurs ont plus de 55 ans (55 % en 2023). Le nombre de jeunes agriculteurs, lui, est très faible: seulement environ 6 % des chefs d'exploitation ont moins de 35 ans.
La stratégie de la Commission européenne repose sur cinq piliers: 1) l'accès à la terre; 2) l'accès au financement; 3) l'accès aux compétences; 4) l'accès à un niveau de vie équitable dans les zones rurales; et 5) un soutien à la succession.
La Commission soutiendra les États membres sous forme de partage des connaissances, de coordination et de conseils, afin d'intégrer une stratégie de renouvellement générationnel dans les plans nationaux. Elle recommande également aux États membres d'investir au moins 6 % de leur budget agricole dans des mesures de soutien aux jeunes agriculteurs.
Monsieur le ministre, pourrions-nous avoir votre retour sur ce plan stratégique de la Commission européenne? Comment la Belgique compte-t-elle mettre en œuvre les cinq piliers précités dans l'élaboration et la concrétisation de cette stratégie? Comment ces points stratégiques seront-ils partagés et coordonnés entre les différents niveaux de pouvoir? Le gouvernement fédéral compte-t-il investir au moins 6 % de leur budget agricole dans des mesures de soutien aux jeunes agriculteurs comme le recommande la Commission européenne?
David Clarinval:
Monsieur le député, j'accueille favorablement cette nouvelle stratégie européenne de renouvellement générationnel dans l'agriculture. Ce renouveau est essentiel pour assurer la pérennité du secteur agricole. Il faut encourager l'installation de nouveaux agriculteurs capables de valoriser durablement nos terres, tout en intégrant les innovations nécessaires à la modernisation du secteur.
La mise en œuvre de cette stratégie sera principalement pilotée au niveau des régions. Comme toute prise de position belge au niveau européen, les points stratégiques nécessitant une position commune feront l'objet de discussions entre toutes les autorités concernées, fédérales et régionales, dans le cadre de la Direction générale Affaires européennes et Coordination (DGE) au sein du SPF Affaires étrangères.
Les États membres devront présenter leur propre stratégie nationale de renouvellement générationnel d'ici 2028, intégrée dans leurs plans de partenariats nationaux et régionaux. Les aspects budgétaires devront faire l'objet de concertations et négociations avec les collègues régionaux. La stratégie présentée le 21 octobre dernier est en cours de discussion au sein du CSA, le groupe de travail du Conseil dans lequel siègent les représentants des régions.
De manière générale, la Belgique se positionne favorablement envers cette stratégie et souhaite qu'un lien clair et cohérent soit établi avec la nouvelle politique agricole commune (PAC), afin de garantir la complémentarité et l'efficacité des mesures mises en œuvre. La Belgique entend en particulier mettre l'accent sur plusieurs priorités: l'amélioration de l'accès à la terre, le renforcement de l'accès des femmes à la profession agricole, ainsi que la garantie d'une rémunération juste pour les agriculteurs.
Soyez assuré que je défendrai activement les intérêts de nos jeunes agriculteurs et que je veillerai à ce que les mesures futures répondent pleinement aux besoins du terrain, même si les agriculteurs sont en train de faire passer un autre message dans les rues de Bruxelles.
Patrick Prévot:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que, chez nous comme ailleurs, cette stratégie de renouvellement générationnel est vraiment un enjeu majeur.
Vous savez que je suis très proche des syndicats agricoles, singulièrement au niveau de la Fédération des Jeunes Agriculteurs, et c'est un combat qu'ils mènent depuis de nombreuses années maintenant. Comment favoriser l'accès à la terre, comment permettre une meilleure transmission des exploitations agricoles? Comment permettre à un jeune de se lancer demain et comment permettre à un jeune qui pourrait être considéré comme un fou parce qu'il n'est pas issu d'une famille d'agriculteurs de tenter l'aventure, belle mais difficile, de l'agriculture?
Monsieur le ministre, il s'agit vraiment d'un défi majeur. En tant qu'État membre, notre pays ne peut pas louper le coche et doit proposer une stratégie ambitieuse pour favoriser ce renouvellement générationnel.
Nous avons été trop longtemps tiraillés entre les régions. Il est arrivé que l'une – peut-être celle que je connais le mieux – se montrait plus volontariste tandis qu'une autre, plus au nord, l'était beaucoup moins, empêchant ainsi que notre pays puisse développer une politique ambitieuse. Dès lors, j'y insiste: nous avons besoin d'une telle politique. J'espère que la note qui sera rendue, si j'ai bien compris, en 2027 par notre pays le sera en effet et que nous n'adopterons pas encore une fois une position chèvre-choutiste ou très tiédasse, comme on le fait malheureusement trop souvent dans les dossiers agricoles.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56010437C en 56010438C van mevrouw Verkeyn worden op haar verzoek omgezet in schriftelijke vragen.
Het mislopen van Europese steun ten belope van 25 miljoen euro voor de war on drugs
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Ridouane Chahid (oppositie) zou de partij Les Engagés (coalitiepartner) valse claims hebben verspreid dat België 25 miljoen EU-subsidie voor narcotraficbestrijding misliep door een verzuim van de vorige minister (eigen partijgenoot). Minister Bernard Quintin ontkent dit scherp: België heeft 33,76 miljoen euro uit het ISF-fonds volledig benut, met lopende projecten (o.a. cybercriminaliteit, politiecapaciteit) en extra goedgekeurde middelen (3,58 miljoen), terwijl de EU bevestigde dat de cijfers op Kohesio verouderd zijn. Chahid prijsde Quintins weerlegging als "compleet" maar bekritiseerde de "slechte signalen" van de coalitie naar narcotraficanten door dergelijke mediaberichten.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, je tiens tout d'abord à préciser que cette question a pour but de clarifier les choses. Je pense en effet que certaines informations erronées ont été transmises à la presse par un de vos partenaires de la majorité, à savoir Les Engagés. Ces informations suggèrent que la Belgique n'aurait pas introduit auprès de l'Union européenne un dossier qui nous aurait permis d'obtenir une subvention de 25 millions d'euros. Si je ne me trompe, votre partenaire de la majorité ne vous met même pas en cause, évoquant plutôt l'ancienne ministre de l'Intérieur, issue de son parti frère, qui n'aurait pas rentré le dossier en question.
Monsieur le ministre, a-t-on bien introduit ce dossier qui nous permettrait d'avoir ces subventions pour lutter contre le narcotrafic? Sinon, a-t-on l'intention de le faire?
Bernard Quintin:
En effet, contrairement aux informations relayées par d'aucuns dans la presse, il est inexact de prétendre que la Belgique aurait laissé se perdre une subvention de 24,5 millions d'euros du Fonds pour la sécurité intérieure, le fameux ISF. Les chiffres réels, vérifiés avec la Commission européenne, démontrent que les moyens européens sont bel et bien mobilisés et font l'objet d'un suivi rigoureux. En période de disette budgétaire, ce serait malheureux qu'il n'en soit pas ainsi.
L'enveloppe totale allouée à la Belgique dans le cadre du ISF – et je dis bien du ISF, à savoir la Sécurité intérieure – s'élève à 33,763 millions d'euros. Les projets financés directement concernent des avancées concrètes dans la lutte contre la criminalité organisée, la biométrie, le renforcement des capacités d'enquête, la modernisation des infrastructures critiques, la cybersécurité, la gestion des données sensibles ou encore le soutien aux unités spécialisées. Ils contribuent à renforcer l'efficacité des services de police et de justice dans un contexte de menaces croissantes.
Par ailleurs, cinq projets supplémentaires représentant 3,583 millions d'euros, dont 3,010 millions subsidiables, ont reçu un avis favorable de l'Inspection des finances et sont en cours de validation finale.
Ils viendront compléter la programmation dès finalisation des dernières étapes administratives. Il convient également de préciser que la liste des projets sélectionnés est entièrement publique, mise à jour plusieurs fois par an et accessible sur le site du SPF Intérieur.
Enfin, les chiffres publiés sur la plateforme Kohesio de la Commission européenne ne correspondent pas aux données actualisées. Après vérification effectuée ce matin avec les services compétents de la Commission, ceux-ci ont confirmé les montants mentionnés ci-avant et analysent les écarts constatés sur le site. Les éléments disponibles montrent clairement que la Belgique n'a ni manqué les délais ni renoncé aux financements européens et que les crédits de l'Internal Security Fund (ISF) sont pleinement programmés, engagés et suivis, conformément aux exigences européennes.
Je me tiens comme toujours au service de l'opposition, mais aussi de la majorité, pour fournir les bons éléments, les bons chiffres et les bonnes données.
Ridouane Chahid:
Effectivement, ici, c'est plutôt auprès de votre partenaire de majorité que vous devez être à disposition. Vous avez donné des informations claires et précises. Il est regrettable qu'on balance ce genre d'informations dans la presse, c'est un mauvais signal envoyé à ceux que l'on combat tous les jours, à savoir les narcotrafiquants. Je vous remercie, monsieur le ministre, d'avoir apporté ces éclaircissements et ces réponses plus que complètes.
De intimidatie van Iraanse vluchtelingen in Europa door het Iraanse regime
De executiegolf in Iran en de intimidatie van vluchtelingen
Bita Shafiei en de protesten tegen het regime in Iran
Intimidatie en onderdrukking van Iraanse vluchtelingen en dissidenten door het regime
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Annick Lambrecht (AL) bekritiseert de "industriële schaal" van executies in Iran (1.000+ in 9 maanden) en vraagt om concrete Belgische/EU-actie, waaronder bescherming van Iraanse vluchtelingen in België en sancties tegen Iraanse agenten. Minister Prévot (MP) bevestigt verurdeling van de doodstraf, wijst op EU-sancties (juli 2024) en een gezamenlijke verklaring van 14 landen tegen Iraanse intimidatie, maar sluit steun aan antiregimeprotesten uit omwille van soevereiniteit. Sam Van Rooy (SVR) bekritiseert MP scherp voor "milde houding tegenover Iran" (vergeleken met Israël), noemt het regime "sjiitische IS" en eist steun voor protesten; MP houdt vast aan diplomatieke druk zonder inmenging. AL dringt aan op voortgezette verurdeling en sancties, SVR beschuldigt MP van dubbele standaarden ("hard voor bondgenoten, mild voor islamonazisme").
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik vestig graag uw aandacht op de extreem verontrustende en alarmerende toename van het aantal executies in Iran. Volgens een rapport van Amnesty International zijn er ernstige aanwijzingen dat in Iran in de eerste negen maanden van dit jaar meer dan 1.000 mensen zijn geëxecuteerd, wat het hoogste aantal in decennia zou zijn.
Het is duidelijk dat het regime de doodstraf op intensieve en industriële schaal gebruikt, als instrument van repressie en intimidatie van de bevolking. De families van de veroordeelden leven in constante angst voor de onherroepelijke gevolgen. Bovendien blijkt uit recente berichtgeving dat de Iraanse geheime diensten hun inspanningen opvoeren om Iraanse politieke vluchtelingen en dissidenten in het buitenland, ook in België, evenals hun families in Iran, te bedreigen, te bespioneren en te intimideren, met als doel hen het zwijgen op te leggen.
Ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, is de Belgische regering op de hoogte van de scherpe toename van het aantal executies in Iran, met name meer dan 1.000 in de eerste negen maanden van dit jaar, en welke concrete stappen heeft ze op bilateraal en Europees niveau ondernomen om dit ter sprake te brengen bij de Iraanse autoriteiten?
Ten tweede, welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de politieke gevangenen die een executie boven het hoofd hangt?
Ten derde, welke maatregelen neemt de Belgische regering om Iraanse asielzoekers, vluchtelingen en hun families in België te beschermen tegen de gemelde intimidatie, spionage en bedreigingen door agenten van Iran? Zal België concrete stappen ondernemen om de betrokken agenten en huurlingen te vervolgen en uit te wijzen?
Ten vierde, zal België, in het licht van deze verergerde mensenrechtensituatie een Europees initiatief steunen of nemen dat de druk op Iran opvoert met betrekking tot het gebruik van de doodstraf, in het bijzonder tegen politieke tegenstanders en minderheden, en dat aandringt op een onmiddellijk moratorium op alle executies?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, wie volgt wat het islamitische regime van Iran allemaal uitvreet, zowel in de wereld als tegen de eigen bevolking, die zou denken dat Israël Iran beter een kopje kleiner had gemaakt en zou toen hebben moeten juichen voor wat de Israëlische regering aan het doen was tegen het Iraanse regime. Helaas horen we hier vaak het tegenovergestelde geluid en vervolgens komen er parlementsleden klagen over wat het Iraanse regime allemaal uitvreet. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.
Laat ons hopen, mijnheer de minister, dat Iran op een keerpunt staat. Er zijn een aantal factoren die erop kunnen wijzen dat verschrikkelijke jihadistische ayatollahregime misschien eindelijk ten val zou kunnen komen, maar voor het zover is, moeten wij ons buigen over weer maar eens iemand, een jonge dame, de 19-jarige activiste Bita Shafiei, die ontvoerd is door de Islamitische Republiek.
Agenten van de jihadistische IJC arresteerden en ontvoerden haar, net zoals haar moeder trouwens, tijdens een van de vele gecoördineerde sharia-acties. Bita werd bekend toen zij in verzet kwam tegen het jihadistische Iraanse regime en de vergiftiging door het regime van meer dan 1.000 schoolmeisjes. Kunt u zich dat voorstellen, een regime dat 1.000 schoolmeisjes vergiftigt? Ook haar steun voor de kroonprins Reza Pahlavi is een factor die hier meespeelt. De bewoners van Junaqan, haar geboorteplaats, hebben een hard ultimatum aan het Iraanse shariaregime gesteld, namelijk dat het Bita en haar moeder moet vrijlaten of dat het een landelijk antiregimeprotest moet riskeren.
Mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar uw reactie hierop. Welk signaal geeft België aan het jihadistische regime van Iran? Ik mag toch hopen dat België die antiregimeprotesten steunt? Zo ja, hoe kan België dit soort antiregimeprotesten steunen zodat het Iraanse regime zo snel mogelijk, hopelijk nog tijdens onze carrière of ons leven, ten val kan worden gebracht?
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, mijnheer Van Rooy, ik zal uw vragen uiteraard beantwoorden, evenals de vragen die oorspronkelijk door mevrouw Samyn werden gesteld.
Zoals u weet, valt de beoordeling van de dreiging in ons land, met inbegrip van onze diplomatieke belangen in het buitenland, onder de bevoegdheid van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en van de minister van Binnenlandse Zaken, die u waarschijnlijk ook hebt geraadpleegd.
Op 31 juli ondertekende België een gezamenlijke mededeling van 14 landen waarin de toename van de staatsdreigingen door Iraanse inlichtingendiensten op hun respectieve grondgebied werd veroordeeld.
Enkele dagen eerder, op 15 juli, heeft de Europese Unie met Belgische steun een pakket sancties goedgekeurd tegen acht personen en één entiteit in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten. Die sancties tonen aan dat de EU zich zorgen maakt over de transnationale repressie door Iraanse overheidsinstanties.
Mevrouw Lambrecht, het huidige tempo van executies in Iran is inderdaad verschrikkelijk. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen. Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de uitvoering van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten.
België neemt de kwestie van het respect voor de mensenrechten systematisch op in de agenda van zijn contacten met de Iraanse autoriteiten en pleit ook op multilateraal niveau voor de afschaffing van de doodstraf in Iran. België heeft Iran eveneens aanbevolen een moratorium op executies in te stellen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, opnieuw een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf in Iran wordt veroordeeld.
Mijnheer Van Rooy, ons land steunt de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk voor mensenrechten en democratie, maar neen, België steunt geen antiregimeprotesten in Iran. We moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Dat betekent ook respect hebben voor de nationale soevereiniteit van staten en geen inmenging in hun interne aangelegenheden.
Omdat we ondanks alles de dialoog blijven voeren, maken we onze analyses en verwachtingen uiteraard zeer duidelijk en krachtig kenbaar aan Teheran.
Als gevolg van het schadelijk gedrag van de Islamitische Republiek op verschillende vlakken, ook inzake de mensenrechtensituatie, hebben België en de Europese Unie hun toon verhard en een aantal maatregelen genomen, met name de goedkeuring van aanvullende sancties tegen de Islamitische Republiek. Ons recent regeerakkoord weerspiegelt dat standpunt.
Annick Lambrecht:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat we het punt van de executies hier op de agenda blijven zetten. We hebben het er al vaak over gehad. Het is een belangrijk signaal dat u nu nog eens hebt gezegd dat België dit ten zeerste veroordeelt als land zelf, maar ook als deel van de Europese Unie en dat we ons ook heel erg zorgen maken. Meer dan 1.000 executies in negen maanden, dat is niet echt een trend die de goede richting uitgaat.
Mijnheer de minister, ik kan u alleen vragen dat u dit op elk overleg, op elke mogelijkheid tot dialoog en communicatie met de Iraanse autoriteiten, ter sprake blijft brengen en onze afschuw voor dergelijke executies overbrengt, zodat men blijft zien dat het internationaal recht en de mensenrechten voor België geen vodje papier zijn.
Ik kan ook alleen hopen dat België, maar ook de EU de sancties uitbreidt als dit tempo van executies niet stopt en integendeel nog blijft uitbreiden.
Sam Van Rooy:
Minister, het regime van Iran is in wezen de sjiitische versie van Islamitische Staat. Het betreft een moorddadig, jihadistisch shariaregime: jihadistisch naar ons toe en een shariaregime ten aanzien van de Iraniërs zelf. U spreekt over respect voor soevereiniteit, maar dat staat in schril contrast met uw bemoeienissen met Israël. Bovendien is Iran bezet door het islamitische regime en wordt het Iraanse volk gegijzeld door de ayatollahs. Het ayatollahregime had er trouwens nooit mogen zijn – met dank ook aan het Westen – en had allang op de vuilnisbelt van de geschiedenis moeten liggen. De ontvoering van deze 19-jarige studente vormt daarvan het trieste en zoveelste bewijs. Mijnheer de minister, ChatGPT vergeleek uw uitlatingen en acties inzake Iran met die inzake Israël, een land dat nota bene in vergelijking met Iran de hemel op aarde is. De conclusie luidt: "Prévot is hard tegen Israël en mild voor Iran." U bent dus hard voor de geallieerden en mild voor het islamonazisme, minister Prévot.
Het Amerikaanse vredesplan voor de oorlog in Oekraïne
De Amerikaanse vredesvoorstellen, de Russische eisen en de Europese risico's
De situatie in Oekraïne
Het vredesakkoord in Oekraïne
Geopolitieke spanningen en vredesonderhandelingen in Oekraïne
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Katrijn van Riet bekritiseert dat de VS via pro-Russische tussenpersonen onderhandelingen voeren die territoriale toegevingen aan Oekraïne dreigen op te leggen, terwijl Poetin militaire druk en diplomatieke vertragingstactieken hanteert om Europa en Oekraïne te splijten. Minister Prévot benadrukt dat België en de EU vasthouden aan Oekraïens zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit, maar bevestigt dat er in Berlijn akkoord ging over een 800.000 manschappen sterk Oekraïens leger, een NAVO-achtige veiligheidsgarantie en een VS-geleid toezichtsmechanisme—mits Oekraïne instemt en Rusland (dat volgens Prévot maximalistische eisen blijft stellen) meewerkt. Depoorter en Van Riet onderstrepen unaniem dat vrede alleen haalbaar is met Oekraïense en Europese inbreng, zonder Amerikaanse dominantie, en dat bij falen van onderhandelingen verdere sancties tegen Rusland noodzakelijk zijn. Prévot bevestigt Belgiës betrokkenheid bij een 20e EU-sanctiepakket en waarschuwt dat Rusland de diplomatie misbruikt om tijd te winnen.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, figuren die nauwe banden hebben met de Russische Federatie zouden het proces beïnvloeden, en Washington lijkt eerder te mikken op een deal dan op een rechtvaardige en duurzame vrede. Europa en vooral Oekraïne houden ondertussen vast aan hun principes: geen territoriale toegevingen en geen erkenning van Russische, maximalistische eisen.
Tegelijkertijd verontrusten uitspraken zoals de bewering dat Europa en Kiev zouden eten uit de hand van de VS, of zelfs verraden zullen worden, het Europees continent. Onze strategische positie lijkt onder vuur te liggen. De Russische president Poetin blijft inzetten op militaire druk, terreur tegen energie-infrastructuur en onderhandelingstechnieken die aansturen op capitulatie.
Vanuit onze zorg voor veiligheid, soevereiniteit en de internationale rechtsorde wil ik u vragen hoe u de Amerikaanse bemiddelingsinspanningen beoordeelt, gezien de signalen dat er nog territoriale toegevingen zouden plaatsvinden en dat Washington de onderhandelingen voert met figuren die Rusland gunstig gezind zijn.
Welke garanties vraagt België in Europees verband om te vermijden dat de EU in een onderhandelingskader belandt waar Amerikaanse belangen primeren op de Europese veiligheidsdoelstellingen?
Hoe verzekeren we dat het Oekraïense standpunt, geen afstand van internationaal erkend grondgebied, niet onder druk wordt uitgehold door externe actoren die snel een deal willen?
Analyseert de EU de Amerikaanse voorstellen op hun impact op onze veiligheid, en neemt België daarin een actieve rol op?
Hoe schat u het risico in dat Rusland diplomatieke processen misbruikt om tijd te winnen en tegelijk zijn militaire druk op Oekraïne opvoert? Hoe vertaalt dat zich in het Belgische en Europese standpunt?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, collega’s, zoals u ziet, ligt het lot van het Oekraïense volk ons na aan het hart. Daarvan getuigen de twee vragen uit één fractie. Uiteraard raakt de oorlog in Oekraïne ons allemaal. Die oorlog vindt aan onze grenzen plaats, blijft maar duren en heeft zware gevolgen voor de burgerbevolking. Ook internationaal is het een veelbesproken thema.
Er lopen onderhandelingen, waarin zowel de Verenigde Staten als Europa een rol spelen, maar uiteraard zijn de belangrijkste partijen Oekraïne en Rusland zelf, die tot een toekomstig vredesakkoord zouden moeten komen. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van het Oekraïense volk gerespecteerd moeten worden.
Mijnheer de minister, ik had dan ook graag van u vernomen welke concrete contouren zich vandaag aftekenen waar wij als land en de Europese Unie kunnen achterstaan. Hoe beoordeelt u de haalbaarheid en de wenselijkheid om een gedemilitariseerde zone of vrijhandelszone uit te werken, zowel vanuit het oogpunt van de Oekraïense soevereiniteit en veiligheid als vanuit het Europees en internationaal recht?
Zowel de Amerikaanse president Trump als de Duitse bondskanselier Merz verklaarden dat vrede dichterbij is dan ooit. Hoe ziet u dat? Wat is de stand van zaken?
De voorzitster : De heer Lutgen is niet aanwezig.
Maxime Prévot:
Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van mevrouw van Riet en mevrouw Depoorter, maar ook op de vragen van de heren Lacroix en Lutgen.
Beste Kamerleden, de gesprekken zijn de afgelopen dagen nog in een stroomversnelling gekomen. Het is heel positief dat de E3, dus Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, een heel actieve rol heeft opgenomen in de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne.
Comme je l'ai déjà dit lors de la dernière réunion de cette commission, notre pays, comme d'autres alliés de l'Ukraine, est informé des efforts qui sont déployés par ces trois pays à travers les réunions de la Coalition des volontaires, d'une part, et du Conseil des Affaires étrangères, d'autre part. Et notre position reste identique: la guerre doit bien évidemment cesser au plus vite, mais à des conditions acceptables pour l'Ukraine.
Na twee dagen van gesprekken in Berlijn zijn de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese partners het eens geraakt over verschillende punten. Zo bestaat de intentie dat de Oekraïense strijdkrachten in vredestijd een sterkte van 800.000 manschappen moeten kunnen behouden. Daarnaast zal een Europese, multinationale missie worden opgezet, gesteund door de Verenigde Staten, binnen het kader van de coalition of the willing . Zoals eerder aangegeven, zal ons land aan die missie deelnemen. Die missie zal bijdragen aan het regenereren en versterken van de Oekraïense troepen, het beveiligen van het luchtruim en het waarborgen van veilige zeeën, met inbegrip van operaties binnen Oekraïne. Voorts is een door de Verenigde Staten geleid monitoring- en verificatiemechanisme voorgesteld om een staakt-het-vuren te bewaken, vroegtijdige waarschuwingen te geven en schendingen aan te pakken. Dat mechanisme moet tevens bijdragen aan het voorkomen van escalatie.
Er bestond bovendien overeenstemming over een pakket van NAVO-achtige veiligheidswaarborgen en economische steun voor Oekraïne zodra de gevechten stoppen.
Dat brengt mij terug bij de resultaten van de gesprekken in Berlijn. Het is belangrijk te onderstrepen dat de Verenigde Staten en de Europese partners Oekraïne krachtig blijven steunen in zijn streven naar lidmaatschap van de Europese Unie. Op diplomatiek vlak boeken die gesprekken alvast een zekere vooruitgang. Veel details blijven evenwel vaag en vereisen nog verdere onderhandelingen, ook met de Verenigde Staten.
La question territoriale, notamment, reste toujours ouverte. On entend des idées, comme la création d'une zone économique libre ou une zone démilitarisée, voire l'abandon de territoire. Cette question est particulièrement sensible et difficile. Un accord, quel qu'il soit, concernant le territoire, doit d'abord être approuvé par l'Ukraine, et le président Zelensky a formulé l'intention de tenir une consultation publique à ce sujet, mais cela ne peut en aucun cas être fait sans des garanties de sécurité inébranlables.
Un autre test consiste évidemment à voir si Poutine accepte ces propositions. Le président ukrainien a déclaré qu'à la suite des pourparlers de Berlin, la délégation américaine allait désormais entamer des discussions avec la Russie.
Néanmoins, hier, déjà, le vice-ministre des Affaires étrangères de la Russie a indiqué que la Russie n'acceptera aucun compromis concernant les territoires occupés de l'Ukraine. Moscou campe donc jusqu'à présent sur ses exigences maximalistes de vouloir contrôler des régions que l'armée russe n'a pas réussi à conquérir malgré des pertes énormes.
Cela nous rappelle que la Russie n'est pas en train de gagner cette guerre d'attrition. La Russie veut semer la discorde en Ukraine, entre l'Ukraine et ses alliés, mais aussi au sein de l'OTAN. Ainsi, à la proposition du président ukrainien d'un cessez-le-feu – en particulier pour les infrastructures énergétiques – pendant la période de Noël, Moscou a réagi de manière cynique. Je salue le fait que l'Ukraine continue à se montrer constructive, par exemple en proposant de tenir des élections à condition de pouvoir les organiser dans un contexte sécurisé, autrement dit un cessez-le-feu.
Het diplomatiek werk wordt dus voortgezet. Indien een akkoord wordt gevonden, zal het noodzakelijk zijn om snel te schakelen om de nodige veiligheidsgaranties te implementeren. Het risico bestaat evenwel dat een akkoord uitblijft en dat de oorlog onverminderd voortduurt. Hoe de Verenigde Staten daarop zullen reageren, is een vraag die uitsluitend door de Verenigde Staten kan worden beantwoord. België vertrekt alvast van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder de betrokkenheid van Oekraïne zelf. Evenmin kan er iets worden beslist over Europa en de NAVO zonder dat die daarbij worden betrokken. De fundamenten van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties vormen voor ons land de basis voor een duurzame vrede.
Indien er geen akkoord wordt bereikt, pleit ik ervoor, zoals ik dat ook deed tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, om de druk op Rusland hoog te houden door bijkomende sancties en om parallel daaraan de steun aan Oekraïne verder op te voeren, tot Moskou op basis van een kosten-batenanalyse tot de conclusie komt dat echte onderhandelingen verkieslijk zijn.
Les sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue. La Belgique participera aux efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi qu'à un vingtième paquet de sanctions envisagé au sein de l'Union européenne.
La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine. Depuis le début de l'agression russe à grande échelle, la Belgique a fourni plus de 3,3 milliards d'euros en soutien bilatéral à l'Ukraine et maintiendra son engagement multidimensionnel pour la durée de toute cette législature.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het stemt mij positief te vernemen dat er reeds plannen bestaan voor het geval een akkoord wordt bereikt. U spreekt al over wat in vredestijd zou kunnen gebeuren, met name over het behoud van 800.000 soldaten in Oekraïne en over de rol die Europa via de coalition of the willing zou kunnen opnemen bij het ondersteunen van en het toezicht houden op een staakt-het-vuren. Dat zijn voor mij allemaal positieve signalen. Voorwaarde is uiteraard dat er eerst een akkoord tot stand komt. Ik begrijp dat het bijzonder moeilijk is om daarop vooruit te lopen. Dat zal geen eenvoudige opdracht zijn aangezien Rusland vermoedelijk niet snel zal willen schakelen. Een staakt-het-vuren tijdens de kerstperiode zou alvast erg welkom zijn.
Het blijft afwachten hoe de situatie evolueert. In ieder geval dank ik u voor uw antwoord en voor uw engagement om bij het uitblijven van een akkoord bijkomende sancties te overwegen om Rusland dat te laten voelen.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, uiteraard is er alle steun voor de processen die momenteel gaande zijn en voor de vertegenwoordiging die u telkens opneemt binnen de Europese Raad. Ook de steun die onze regering resoluut wil geven aan het Oekraïense volk en aan het vredesproces, verdient erkenning. Het is heel goed dat drie Europese landen, namelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, daarin een duidelijke stem laten horen en vooruitgang boeken in het vredesproces. Wat u aangeeft, raakt de kern van de zaak. Wij kunnen niet evolueren naar een vredesakkoord zonder instemming van het Oekraïense volk. Dat betekent dat Oekraïne een stem aan tafel moeten hebben, net zoals Europa mee aan tafel moet zitten om samen te zoeken naar hoe we het vredesproces zullen aanpakken alsook hoe we de wederopbouw zullen organiseren en hoe we ervoor zullen zorgen dat die vrede stabiel blijft en leidt tot een duurzame toekomst voor het Oekraïense volk en bijgevolg voor het volledige Europese continent.
De Europese investeringen in mijnbouwbedrijven
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Annick Lambrecht (11.11.11) bekritiseert dat Europese banken zoals BNP Paribas en ING via mijnbouwfinanciering (o.a. in Congo’s Kamoa-Kakulamijn) mensenrechtenschendingen en milieuschade veroorzaken, ondanks bestaande regelgeving, en eist dat België via de Nationale Bank en EU-lobby (zorgplichtwetgeving, Critical Raw Materials Act) striktere controles afdwingt om "ethische leemtes" te dichten. Minister Prévot bevestigt België’s steun voor UN-mensenrechtenrichtlijnen en EU-duurzaamheidsregels (bv. CSDDD), maar ontwijkt concrete sancties: hij wijst op bestaande vrijwillige due-diligenceplichten voor banken en EU-trilogen over vereenvoudiging, zonder garantie dat ambities (bv. handelsakkoorden) niet verwateren door lobby voor "competitiviteit". Lambrecht betwist de effectiviteit van huidige mechanismen, beschuldigt de EU ervan gaten in wetgeving te creëren door administratieve "versoepeling", en dringt aan op daadwerkelijke handhaving om de "winstlogica" in Congo’s mijnbouw te stoppen, die EU-Green Deal-principes ondermijnt.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, recent publiceerde 11.11.11 samen met partners een zorgwekkend rapport waaruit blijkt dat de Europese overgang naar groene energie onbedoeld bijdraagt aan schendingen van mensenrechten en milieuschade. Dat komt doordat Europese banken al te gemakkelijk investeren in mijnbouwbedrijven. Het rapport toont aan dat Europese banken tussen 2016 en 2024 meer dan 69 miljard dollar hebben geleend aan bedrijven die kritieke grondstoffen zoals koper en kobalt, winnen. Verschillende grootbanken die in België actief zijn, zoals BNP Paribas en ING, scoren erg laag op hun beleid inzake milieu, mensenrechten en goed bestuur.
Een schrijnend voorbeeld is de Kamoa-Kakulamijn in Congo. Investeringen, mede door BNP Paribas, leiden daar tot vervuild water, gedwongen verhuizingen en mislukte oogsten. Toen bewoners in april 2025 vreedzaam protesteerden, werden 72 personen gearresteerd en raakten er twee zwaargewond door kogels.
Mijnheer de minister, deelt de Belgische regering de bezorgdheid over het feit dat banken die in België actief zijn zo slecht, zeg maar ronduit onethisch, scoren op het gebied van de bescherming van mensenrechten en milieu? Welke stappen zal de regering, bijvoorbeeld via de Nationale Bank, zetten om die banken aan te spreken op hun rol in de financiering van misstanden, met name in de Democratische Republiek Congo?
In het rapport wordt ervoor gepleit om de regels voor bedrijven rond duurzaamheid en de Europese zorgplichtwetgeving niet af te zwakken en ze ook te laten gelden voor de financiële sector. Op die manier worden banken gedwongen om een strikte controle uit te oefenen op hun investeringen in de mijnbouw. Wat is de positie van België in Europa ten aanzien van het versterken, uitbreiden en waterdicht maken van die zorgplicht?
Is de regering bereid zich in te zetten voor de opname van strikte milieu- en sociale normen door de EU in handelsakkoorden en in de Critical Raw Materials Act, zodat de groene energietransitie, op zich zeer goed, niet ten koste gaat van mensenrechten, in landen zoals Congo?
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, België hecht in zijn buitenlands beleid groot belang aan sociale normen, mensenrechten en een op regels gebaseerde internationale orde. Ik streef daarbij naar een sterke diplomatie rond klimaat en leefmilieu.
Concreet onderschrijft België de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights, de UNGPs. Die principes vormen het internationaal referentiekader voor het respecteren en bevorderen van mensenrechten in de context van bedrijfsactiviteiten. In dat kader publiceerden wij een tweede Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten, dat bedrijven aanmoedigt om mensenrechten te respecteren, zowel in België als in het buitenland.
De UNGPs stellen dat financiële instellingen, net als andere bedrijven, een verantwoordelijkheid hebben om due diligence rond mensenrechten uit te voeren. Dat betekent dat ze risico's moeten identificeren, voorkomen en mitigeren en dat ze transparant moeten rapporteren over hun aanpak. Daarnaast kunnen de autoriteiten voor financiële diensten en markten worden geraadpleegd, aangezien die zowel nationaal als internationaal een sleutelrol spelen bij duurzame financiering en het voorkomen van greenwashing.
Op Europees niveau werken de autoriteiten voor financiële diensten en markten mee aan de uitvoering van de Green Deal, met betrekking tot de Corporate Sustainability Reporting Directive en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive. De vereenvoudigingsprocedure bevindt zich in de triloogfase.
Er is momenteel op Europees niveau geen sprake van een uitbreiding van het toepassingsgebied. De vereenvoudigingsagenda is een belangrijke oefening voor onze competitiviteit en een vermindering van de administratieve lasten, maar we zullen erover waken dat de oefening onze beleidsdoelstellingen niet ondermijnt.
België pleit steeds voor EU-handelsovereenkomsten met ambitieuze bepalingen inzake mensenrechten en milieu. Diezelfde ambitie is ook verankerd in de Critical Raw Materials Act, die reeds voorziet in een hoge mate van bescherming van milieu- en sociale normen.
De strategische partnerschappen moeten bijdragen aan de economische en sociale ontwikkeling van de partnerlanden, aan menswaardige arbeidsomstandigheden en aan het respect voor mensenrechten in de waardeketens.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, het is goed dat u nogmaals benadrukt dat u voorstander bent van sociale en milieunormen, mensenrechten en de internationale rechtsorde. Daaraan twijfel ik bij u ook helemaal niet, maar de feiten zijn wat ze zijn. We zien dat Europese banken zorgen voor zeer grote schade op milieuvlak en ook op menselijk vlak. Er bestaan inderdaad mechanismen binnen financiële instellingen om dat te vermijden, maar blijkbaar werken die niet goed. Daarom wil ik hier toch de alarmbel luiden en u vragen om, wanneer u op bepaalde fora de mogelijkheid hebt om dat aan te kaarten, dat ook daadwerkelijk te doen. Ik kan volgen wat u zegt, namelijk dat men op Europees niveau zoekt naar manieren om de administratieve lasten te verminderen en procedures te versoepelen en te vereenvoudigen. Daardoor ontstaan evenwel gaten in het systeem, waardoor misbruiken opnieuw gemakkelijker mogelijk worden. Die misbruiken leiden tot minder sociale rechten, minder milieurechten en minder mensenrechten. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat men bedrijven gemakkelijker laat werken en hun tegelijk carte blanche geeft om hun voeten te vegen aan alles wat we hier afspreken in het kader van onder meer de Green Deal. Met deze vraag wil ik de zeer grote bezorgdheid van 11.11.11 en van vele andere partners over de mijnbouw in Congo onder de aandacht brengen, met als doel de mensen daar te beschermen tegen een winstlogica die alles overheerst en tegen praktijken die de principes dreigen te omzeilen waar we als België en als Europese Unie voor staan.
De rector van het Europacollege
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Britt Huybrechts (CD&V) vraagt om de jaarlijkse federale subsidie (€1,95 mln) aan het Europacollege tijdelijk te bevriezen na het fraudeonderzoek naar rector Federica Mogherini (en ex-EU-topambtenaar Stefano Sannino) rond verdachte opdrachtverlening voor de EU Diplomatic Academy, waarbij mogelijk Belgische middelen misbruikt werden. Minister Maxime Prévot (MR) wijst bevriezing af (vanwege "negatieve impact op studenten en werking"), benadrukt dat de subsidie losstaat van het omstreden project en dat het college transparantiemaatregelen neemt (nieuwe aanbestedingsregels, klokkenluidersregeling), maar eist wel verder toezicht. Huybrechts bekritiseert dat geld naar een "clubje" zou gaan in plaats van diplomatenopleiding en dringt aan op voorzorgsmaatregelen, terwijl Annick Lambrecht (Open Vld) de reputatie van het college verdedigt en vreest voor schade aan Brugge’s prestigieuze instelling. Prévot bevestigt steun aan het college, maar stelt dat de zaak de academische kwaliteit niet aantast.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, recent werd de rector van het Europacollege, de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlandse Beleid van de Europese Unie, Federica Mogherini, samen met twee anderen opgepakt en in verdenking gesteld door het Europees Openbaar Ministerie (EOM).
Ook de vroegere secretaris-generaal van de Europese Dienst voor extern optreden (EEAS), Stefano Sannino, zou volgens meerdere bronnen betrokken zijn. Het onderzoek betreft ernstige aanwijzingen van fraude en schendingen van de eerlijke mededinging bij de toewijzing van het project European Union Diplomatic Academy. Dat is bijzonder verontrustend, zeker gelet op het feit dat de federale Staat jaarlijks bijna 2 miljoen euro aan subsidies toekent aan het Europacollege, wat in se zeer goed is, maar het roept vragen op in het licht van het fraudedossier, omdat het mogelijk is dat Belgische middelen werden misbruikt door de entourage van mevrouw Mogherini voor eigen doeleinden. Ik heb daarover verschillende vragen, maar beschik over onvoldoende tijd om die allemaal voor te lezen. Ik verwijs daarom naar de ingediende vraag.
Maxime Prévot:
Mevrouw Huybrechts, mijn diensten en ik hebben, net als u, via de pers kennisgenomen van deze zaak.
Er werd vermeld dat het gaat om de gunning van een overheidsopdracht die in 2021 door de Europese Dienst voor extern optreden werd gepubliceerd voor het project European Union Diplomatic Academy. Zoals u weet, loopt het onderzoek nog. Het is belangrijk te benadrukken dat de parketten in dergelijke dossiers nooit communiceren over de draagwijdte van lopende onderzoeken, in overeenstemming met het geheim van het onderzoek en het principe van de scheiding der machten.
Het is dan ook niet aan mij om hierover commentaar te geven. Ik kan u wel verzekeren dat mijn diensten en ik dit dossier met de grootste aandacht opvolgen. In antwoord op uw specifieke vragen kan ik bevestigen dat de financiële bijdrage van de federale overheid beperkt blijft tot de jaarlijkse subsidie van in totaal 1.950.000 euro. Die subsidie wordt in twee schijven uitbetaald. Dit jaar werd 80 % betaald; de resterende 20 % volgt in 2026, na voorlegging van de rekeningen, het budget en het activiteitenverslag voor dit jaar.
Voorzitster: Kathleen Depoorter.
Présidente: Kathleen Depoorter.
Op dit moment is er geen sprake van het bevriezen van de aan het Europacollege toegekende subsidie. Zo’n bevriezing zou een zeer negatieve impact hebben op de werking van het Europacollege, op zijn studenten en op het lopende academiejaar. Het is ook belangrijk te benadrukken dat de European Union Diplomacy Academy een afzonderlijk programma is, los van de klassieke opleidingen van het Europacollege.
De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet om het transparantiebeleid op het Europacollege te moderniseren. Zo werd een nieuw intern reglement inzake overheidsopdrachten ingevoerd, om volledig in lijn te zijn met de Belgische en Europese wetgeving. Daarnaast werd in september 2025 een gespecialiseerde legal advisor and procurement support aangeworven. Het Europacollege publiceert op zijn website de jaarrekening van de campus in Brugge. De HR-afdeling heeft recent een uitgebreide klokkenluidersregeling afgerond.
Wel moeten wij vaststellen dat het werk nog niet voltooid is. Daarom heeft België binnen de besluitvormingsorganen van het Europacollege bijkomende verduidelijkingen gevraagd en zal het zijn toezichthoudende rol ten volle blijven opnemen en benadrukken dat het begonnen werk rond transparantieverhoging moet worden voortgezet.
Ten slotte wil ik mijn steun aan het Europacollege herbevestigen. Deze prestigieuze instelling is van groot belang voor ons land en draagt bij aan de uitstraling van België in Europa en internationaal. Hoewel ik betreur dat deze zaak de reputatie van het Europacollege schaadt, is het belangrijk om geen zaken door elkaar te halen. De kwaliteit van het academische korps en de opleidingen die er worden aangeboden, staat in deze zaak geenszins ter discussie.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil zeker benadrukken dat het hier niet gaat om schuld of onschuld, want de zaak loopt nog, maar eerder om voorzorg. Er loopt een fraudeonderzoek naar de rector van het Europacollege. Dat is de persoon die de financiën mee beheert. Vandaar mijn vraag om die financiële stroom te bevriezen, al is het maar tijdelijk tot dit is uitgeklaard.
Ik wil ook benadrukken dat ik geen oordeel vel over het andere personeel van het Europacollege. Ik ben er zeker van dat zij niets te maken hebben met de zelfverrijking van het clubje van Mogherini, maar het blijft wel belangrijk dat elke euro die van de federale Staat naar zo'n college gaat, wordt besteed aan de toekomst van ons diplomatiek personeel en niet gaat naar de zelfverrijking van een beperkt clubje.
Annick Lambrecht:
Omdat ik van Brugge ben, wil ik een korte aanvulling geven. Ik wil de minister bedanken voor het genuanceerd beeld dat hij heeft geschetst. Als er iets zou zijn, moet er een onderzoek worden gevoerd naar de rector, maar wij zijn zeer trots op het Europacollege in Brugge. Het is een zeer gerenommeerde instelling met enorm goede lesgevers, enorm goed personeel en enorm goede studenten, die wij in ons latere leven vaak op diverse posten tegenkomen. Wij zijn zeer bezorgd over de reputatieschade die hier zou kunnen optreden. Mede door het stellen van de vraag en het antwoord van de minister kan die toch een beetje beperkt worden. De voorzitster : Dat was een chauvinistisch zijsprongetje.
De toegang tot El Fasher
De situatie in Soedan en de Europese humanitaire hulp
Humanitaire toegang en crisis in Soedan
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Annick Lambrecht is Soedan een vergeten humanitaire ramp, met mogelijk tienduizenden doden in El Fasher, waar hulporganisaties sinds 27 oktober geblokkeerd worden; ze bekritiseert dat België – ondanks financiële steun – te passief blijft vergeleken met conflicten zoals Gaza en Oekraïne en dringt aan op dringender diplomatieke druk. Minister Maxime Prévot bevestigt dat België actief pleit voor humanitaire toegang via de VN, EU (o.a. steun voor een luchtbrug) en financiële bijdragen (5 miljoen euro + 170 miljoen via VN/Rode Kruis), maar erkent dat de situatie ondoorzichtig blijft door geblokkeerde konvooien en geweld. Lambrecht bekritiseert dat Soedan minder prioriteit krijgt en eist dat België bij elk internationaal contact het conflict agressiever aankaart, uit vrees voor toekomstige schaamte over onvoldoende actie.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik heb een vraag over wat vandaag geldt als het grootste vergeten conflict en de grootste humanitaire ramp van het moment, namelijk Soedan, waarover we morgen een voorstel van resolutie voorleggen.
Hulporganisaties in Soedan zijn gefrustreerd, omdat zij, weken nadat El Fasher werd ingenomen door de paramilitaire groepering RSF, de stad nog altijd niet binnen mogen. Mogelijk zijn er de afgelopen weken tienduizenden mensen omgekomen. Satellietbeelden tonen grote stapels lichamen in de straten van de stad. Het blijft gissen naar de precieze omvang van de gruwel, aangezien er geen recente informatie beschikbaar is. Voor de val van de hoofdstad van de federale staat Noord-Darfur woonden er nog ruim een kwart miljoen mensen in de stad. Voor het begin van de oorlog in april 2023 telde El Fasher zelfs ongeveer 1,5 miljoen inwoners.
Sinds 27 oktober krijgen hulporganisaties geen toestemming meer om de stad binnen te gaan. Medewerkers van de Rode Halve Maan werden verplicht de stad te verlaten en de bevolking zonder enige hulp achter te laten. Ik las gisteren berichten over naar schatting 150 locaties waar lichamen op elkaar gestapeld zouden liggen. Niemand kent het exacte aantal doden, het zou om tienduizenden kunnen gaan.
Mijnheer de minister, beschikt u via uw ministeriële kanalen over informatie over de huidige situatie van de bevolking in El Fasher? Kunt u er internationaal voor pleiten om humanitaire hulpverlening dringend toe te laten?
De voorzitster : Mevrouw Maouane is nog in een andere commissie.
Maxime Prévot:
Je répondrai également à la question initiale de Mme Maouane, de sorte qu'elle puisse découvrir la réponse dans la lecture du compte rendu.
Mevrouw Lambrecht, België volgt de dramatische situatie in Al-Fasher met de grootste aandacht en zet zich actief in om humanitaire toegang te waarborgen. De diensten van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking staan in voortdurend contact met de agentschappen van de Verenigde Naties, met name OCHA en het UN Human Rights Office. Volgens hun rapporten blijven meer dan 70 humanitaire konvooien geblokkeerd in Nyala in afwachting van toestemming om Al-Fasher binnen te trekken. De situatie ter plaatse blijft uiterst ondoorzichtig. Het exacte aantal slachtoffers is onbekend, maar de signalen zijn alarmerend, met een hoog risico op hongersnood en wijdverspreid geweld.
België speelt een actieve rol op het internationale vlak.
La Belgique soutient d'ailleurs pleinement l'initiative de la Commission européenne visant à établir un pont aérien humanitaire vers le Darfour. Bien que notre pays ne fournisse pas directement, pour ces vols, de moyens logistiques ou de matériel provenant de ses stocks, notre contribution se fait par un engagement financier et diplomatique au niveau multilatéral.
Steeds op Europees niveau hebben wij in samenwerking met verschillende lidstaten krachtige steun uitgesproken voor de invoering van een humanitair staakt-het-vuren in de regio Al-Fasher en voor de onmiddellijke opheffing van blokkades die de humanitaire toegang belemmeren.
In de Mensenrechtenraad hebben we bovendien een resolutie gesteund waarin wordt opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek naar ernstige mensenrechtenschendingen in de regio. Als medeondertekenaar van internationale initiatieven heeft België de oproep gesteund voor een humanitaire pauze om de levering van hulp en de bescherming van burgers mogelijk te maken.
België heeft op financieel vlak 5 miljoen euro toegewezen aan het humanitair VN-fonds voor Soedan, naast een jaarlijkse bijdrage die is opgetrokken tot meer dan 170 miljoen euro, inclusief 20 miljoen euro via het Rode Kruis
Ces efforts reflètent notre engagement concret à garantir un accès humanitaire sûr, complet et inconditionnel pour la population d'El Fasher. Nous continuons à exercer une forte pression diplomatique en étroite collaboration avec nos partenaires européens et internationaux, afin de veiller à ce que toutes les parties respectent leurs obligations humanitaires. Merci aussi à vous pour l'attention que vous portez à ce dossier crucial.
Annick Lambrecht:
Ik twijfel er niet aan dat België zijn financieel deel doet voor Soedan en blijft doen, maar het blijft een drama dat we wat Soedan betreft wel een beetje hulp bieden, maar voor de rest aan de zijlijn blijven staan, terwijl we bijvoorbeeld wat andere conflicten betreft, zoals Gaza en Oekraïne, onze stem wel laten horen. In Soedan vielen al 10.000 doden en 100.000 mensen zijn op de vlucht. Mensen zitten nu als ratten gevangen in Al-Fasher. We proberen wel bilateraal en via de EU hulp te bieden, maar ik dring erop aan – ik herhaal dit in mijn voorstel van resolutie – om een tandje voor Soedan bij te zetten. Het is niet Gaza, het is niet Oekraïne en het is allemaal wat verder van ons bed, maar wat er in Soedan gebeurt, is mensonterend. We zullen beschaamd zijn als we later zullen moeten bekennen dat we het wel wisten, maar niets hebben gedaan. Ik kan niet geloven dat niets de gruwel kan stoppen. Ik doe een oproep om niet meer te talmen. Ik vraag u om bij elk internationaal contact het probleem van Soedan op tafel te leggen.
De National Security Strategy van de Verenigde Staten
De National Security Strategy (NSS) van de VS
De invloed van de VS op de Europese politiek en de groei van de MAGA-beweging in Europa
De Amerikaanse inmenging in Europa
Amerikaanse veiligheidsstrategieën en politieke invloed in Europa
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: François De Smet en Katrijn van Riet bekritiseren de Amerikaanse National Security Strategy (NSS) onder Trump, die Europa als een "civilisatorisch falend" continent afschildert, extreemrechtse narratieven (migratie, klimaatbeleid) overneemt en openlijk steun belooft aan "patriottische" (extreemrechtse) partijen—wat ze als onaanvaardbare inmenging in Europese democratieën bestempelen. Minister Maxime Prévot deelt die verontwaardiging, noemt de strategie een "wekkersignaal" voor Europa’s strategische autonomie (defensie, energie, industrie) en waarschuwt dat de VS met bilaterale druk het multilateralisme ondermijnt, maar benadrukt dat samenwerking mogelijk blijft waar belangen overlappen; hij zal in Washington proberen de VS te overtuigen dat een verzwakte EU ook hun nadeel is. De Smet bevestigt de noodzaak van een Europese defensiepijler binnen de NAVO en industriële/hernieuwbare autonomie, terwijl Van Riet hoopt op een koerswijziging van Trump, maar de rechtsstatelijke principes als niet-onderhandelbaar stelt.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je sais que vous vous êtes exprimé sur le sujet en séance plénière, mais j'avais introduit cette question un peu antérieurement.
La publication récente par l’administration américaine de la nouvelle National Security Strategy (NSS) – version Trump II – doit provoquer une réaction ferme de notre gouvernement. Ce document consacre à l’Europe une attention inédite: elle est citée 49 fois, bien plus que la Chine, la Russie ou tout autre acteur mondial.
Mais cette attention n’a rien de bienveillant: le ton est hostile, dépréciatif et s’inscrit dans ce que l’expert en relations internationales Tanguy Struye (UCLouvain) qualifie explicitement de "guerre hybride" contre l’Union européenne. Cette expression convient déjà parfaitement pour qualifier notre relation avec la Russie, mais elle devient un diagnostic valable pour qualifier la dégradation des liens avec notre plus ancien allié. Nous ne pouvons rester silencieux face à ce qui constitue ni plus ni moins qu'une stratégie assumée d’ingérence et d’affaiblissement de notre continent.
Dans ce document, l’administration américaine décrit l’Europe comme un continent voué à un effacement civilisationnel; elle reprend, sans les nommer, des thématiques et narratifs issus de l’extrême droite européenne, en identifiant les migrations ou les politiques environnementales comme des menaces idéologiques. Le document affirme vouloir promouvoir la grandeur européenne via un soutien actif aux partis patriotes, euphémisme employé pour désigner les partis d’extrême droite européens. Voilà encore un point commun assumé avec M. Poutine!
Quelle analyse le gouvernement porte-t-il sur la reprise, dans un document stratégique américain officiel, de concepts corrosifs pour la cohésion européenne, traditionnellement utilisés par les mouvances extrémistes que l’Europe combat?
Que compte faire le gouvernement pour dénoncer et contrer ces ingérences politiques, totalement contraires aux principes de souveraineté démocratique que nous défendons? Une initiative coordonnée sera-t-elle portée au niveau européen?
Notre diplomatie compte-t-elle rappeler à Washington que soutenir des acteurs politiques cherchant à défaire l’Union européenne revient à fragiliser un allié stratégique clé, et qu’il s’agit d’une ligne rouge inacceptable pour nos démocraties?
Enfin, au vu des éléments déclaratifs recueillis lors de la dernière plénière, notamment de certains affirmant qu'ils auraient pu eux-mêmes écrire ce rapport, pouvez-vous nous assurer du consensus de l'ensemble du gouvernement sur le caractère dangereux dudit rapport?
Katrijn van Riet:
De Amerikaanse regering publiceerde haar veiligheidsstrategie. Hiermee bevestigt president Trump dat hij grote vraagtekens heeft bij het Europese project. Hij meent dat het oude continent verandert en een richting uitgaat die niet de zijne is.
Het document stelt onder andere dat Europa zijn huishouden op orde moet krijgen en dat er politieke organisaties zijn aan de rechterzijde van het politieke spectrum die ideologisch aansluiten bij Make America Great Again, die gesteund moeten worden door de VS.
In een interview voor Politico heeft de Amerikaanse president dezelfde analyse nogmaals toegelicht.
Op de achtergrond pleitte de techmiljardair Elon Musk recentelijk nog voor het opbreken van de Europese Unie. Dat gebeurde nadat zijn socialemediaplatform een aanzienlijke boete kreeg van de Europese Commissie en zijn publieke steun aan het AfD een averechtse effect had op de stemuitslag in Duitsland.
Ik heb de volgend vragen voor u, mijnheer de minister.
Welke conclusies trekt u uit analyse van het document? Welke zijn voor u de grootste verschilpunten met de vorige veiligheidsstrategieën? Welk elementen blijven volgens u dezelfde?
Hoe beoordeelt u het voornemen in de veiligheidsstrategie dat getracht zou worden “patriottische” en vaak uiterst rechtse partijen in Europa te steunen?
Kan dit volgens u beschouwd worden als een vorm van inmenging in de interne politieke keuze van Europese burgers?
Hoe schat u de banden in tussen de MAGA-beweging in de VS en organisaties in België? In welke mate acht u het mogelijk dat de veiligheidsstrategie geschreven werd met het oog op het tevredenstellen van de MAGA-achterban?
In welke zin ziet u het interview van de president in Politico ?
Merkt u op de socialemediakanalen die door de diensten onder uw bevoegdheid vallen meer anti–EU of EU-kritische reacties? Komen die daar voor? Door wie worden deze reacties geplaatst? Wordt hierop gereageerd?
Hoe ziet u de trans-Atlantische diplomatieke relaties na de oproep van president Trump en co wanneer zij kritiek hebben op de EU en oproepen deze te ontmantelen?
In de veiligheidsstrategie wordt de Russische Federatie niet genoemd als een vijandige entiteit. Welke conclusies trekt u hieruit?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Maxime Prévot:
Madame Van Riet, monsieur De Smet, lors de la séance plénière de la semaine dernière, j'ai effectivement déjà eu l'occasion de vous expliquer, dans un temps limité, ma lecture de la stratégie nationale de sécurité américaine. J'ai partagé avec vous mon indignation quant à l'analyse du continent européen qu'elle véhicule.
Het gemeenschappelijke erfgoed van westerse waarden, dat sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedeeld, valt uiteen, en het principe van niet-interventionisme dat aan het begin van de tekst wordt genoemd, is duidelijk niet van toepassing op Europa. De strategie sluit niet uit dat men zich mengt in de interne aangelegenheden van de EU, wat onaanvaardbaar is.
We moeten erop toezien dat onze verkiezingen vrij en integer blijven, dat de mensenrechten worden gerespecteerd, dat de democratische instellingen hun werk naar behoren kunnen uitvoeren en dat de principes van de rechtsstaat als leidraad dienen in onze samenleving. Dat moeten we blijven herhalen.
Mais je soulignais aussi que cette stratégie, plus qu'un choc, doit surtout être un électrochoc pour l'Europe et pour nous-mêmes car, finalement, il y a peu de surprises par rapport au discours de Munich du vice-président Vance, auquel j'ai pu assister. Il est évident, monsieur De Smet, que le soutien aux narratifs ou à des forces dites patriotiques est problématique.
L'Europe, en perte de vitesse, doit absolument se profiler comme un bloc indépendant d'un monde multipolaire. Il faut préserver l'unité, la cohésion européenne déjà malmenée, et pourtant essentielle pour la Belgique, face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations, dans son déni du multilatéralisme. Il faut renforcer notre autonomie stratégique en accélérant la mise en place d'un pilier européen au sein de l'OTAN, en défendant notre souveraineté économique, notre compétitivité et notre autonomie énergétique.
Vu ce qu'eux-mêmes font sous la bannière MAGA, comment ne pourraient-ils pas considérer normal que d'autres entités dans le monde, d'autres pays, cherchent aussi à défendre leurs propres intérêts? Nous devons préserver l'autonomie réglementaire de l'Union européenne. Nous devons maintenir le cap sur le soutien à l'Ukraine, évidemment. Et veiller enfin à protéger notre cohésion sociale et nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine.
Dat neemt niet weg dat wij gemeenschappelijke belangen behouden met de VS. Ze blijven een onmisbare partner, met wie moeten blijven zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden wanneer dat mogelijk is, dit met respect voor onze fundamentele waarden. We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tegelijkertijd moeten wij het tempo van de diversificatie van onze partnerschappen opvoeren.
Comme j'ai pu vous l'annoncer, je me rendrai à Washington début janvier et je compte bien poursuivre la discussion au plus haut niveau avec nos partenaires américains. Je compte en particulier travailler à leur faire comprendre qu'il n'est pas dans l'intérêt des États-Unis de perdre l'Union européenne comme partenaire principal, ni de la maltraiter, ni de la mépriser. Ce n'est pas ce qui est attendu d'un partenaire.
Enfin, s'agissant des propos qui ont été tenus par l'un des députés de la Chambre, ils n'engagent que lui et je n'ai pas à répondre des propos tenus par chacun des parlementaires. En tout état de cause, ils ne sont pas le reflet de la ligne gouvernementale.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik treed u bij wanneer u stelt dat wij over de principes van onze rechtsstaat moeten waken en daar te allen tijde op moeten toezien.
Voorts wens ik u veel succes wanneer u naar Washington reist. Ik hoop dat u de president ervan kunt overtuigen om zijn mening te herzien.
François De Smet:
Nous sommes en effet coincés entre deux impérialismes, et le fait que l'un d'eux soit de nature démocratique ne suffit pas à nous rassurer. Je vous rejoins sur le fait que ce doit être un moment d'électrochoc. Nous connaissons nos faiblesses européennes; elles sont identifiées par la guerre en Ukraine et l'éloignement des États-Unis. Nous devons absolument agir sur l'autonomie de la Défense, en créant, au sein de l'OTAN, un pilier européen qui puisse agir en cas de défaillance ou de retrait de l'allié américain, notamment pour que l'article 5 de la Charte puisse être défendu. Il y a aussi l'autonomie énergétique: l'Europe est très dépendante d'énergies fossiles extérieures russes, mais aussi américaines. Nous ne pouvons nous passer des Russes sans aller chercher de l'énergie ailleurs, notamment américaine. Il y a également l'autonomie industrielle: nous devons absolument redevenir un acteur industriel et technologique et non un simple consommateur, ce qui est malheureusement la ligne principale sur laquelle l'Union européenne s'est construite. Enfin, je me réjouis de votre point de vue sur les déclarations de ce député qui n'est pas n'importe lequel des 150 députés, et qui incarne la ligne d'un des partis importants de la coalition. Mais votre mise au point me paraît suffisamment claire jusqu'à présent.
Het kraakpand in het voormalige gebouw van de Europese Commissie
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Francesca Van Belleghem bekritiseert het gebrek aan daadkracht van lokale autoriteiten en migratiediensten bij de illegale bezetting (200-250 Moldavische krakers, vermoedelijk illegaal) van een voormalig EU-pand in Evere, en eist onmiddellijke ontruiming en repatriëring. Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) alleen kan handelen na politie-aanhouding en ontkent falend beleid, wijzend op eerdere acties (bv. Antwerpen-Noord). Van Belleghem beschuldigt de politie en DVZ van passiviteit, vraagt om proactieve samenwerking en noemt de situatie—met Moldaviërs ondanks ontradingsmissies en EU-toetredingsonderhandelingen—"absurd en beleidsfalend". Van Bossuyt houdt vol dat lokale overheden verantwoordelijk zijn voor handhaving.
Francesca Van Belleghem:
Het voormalige pand van de Europese Commissie aan de Genèvestraat in Evere (Brussel) is het slachtoffer geworden van een flagrante en illegale bezetting. Sinds twee weken wordt het gebouw, dat vorig jaar nog werd gebruikt voor vertaaldiensten, bezet door een groot aantal personen.
Burgemeester Alessandro Zappala schat het aantal bezetters op 100 tot 150, maar de politie-observaties wijzen op een veel grotere groep van 200 tot 250 krakers. Het gaat hier voornamelijk om Moldavische families, van wie bekend is dat zij al eerder op illegale wijze andere Brusselse panden, zoals in Auderghem, hebben gekraakt. Dit duidt op een georganiseerde tactiek om leegstaande panden te misbruiken.
Hoewel netbeheerder Sibelga de stroom heeft afgesloten, is dit slechts een cosmetische ingreep. Wat het meest verontrustend is, is het gebrek aan daadkracht bij de lokale autoriteiten. De burgemeester en de politie 'volgen de situatie op de voet' en 'bekijken mogelijke stappen om de situatie te regelen'.
Dit is onacceptabel. De wet moet onmiddellijk gehandhaafd worden. Het is de plicht van de overheid om het eigendomsrecht te beschermen en de openbare orde te garanderen. Er is geen plaats voor het 'reguleren' van illegale kraakacties; er is enkel ruimte voor een onmiddellijke uitzetting en, indien nodig, de repatriëring van de betrokkenen. Deze aanhoudende nalatigheid zet de veiligheid en leefbaarheid van de wijk Evere onder druk.
1. Waarom heeft het twee weken geduurd voordat deze illegale bezetting van een voormalig Europees pand de aandacht van de autoriteiten kreeg? Is er een bevel tot onmiddellijke ontruiming uitgevaardigd?
2. Wat is de exacte verblijfsstatus van deze voornamelijk Moldavische krakers? Indien zij zonder geldige papieren in België verblijven, worden er dan onmiddellijk uitwijzingsprocedures opgestart om hun terugkeer naar Moldavië te garanderen (cf. uw ontradingsmissie naar Moldavië eerder dit jaar)?
3. Gezien het feit dat deze Moldavische families eerder al betrokken waren bij squats in andere Brusselse gemeenten (zoals Auderghem), op welke manier falen de migratie- en handhavingsdiensten in het voorkomen van herhaaldelijke illegaliteit?
4. Zijn er nog andere kraakpanden (met een groot aantal illegalen) waar u weet van heeft?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik veroordeel elke vorm en elke daad van kraken. Door dergelijke daden worden eigendommen illegaal benut, wordt schade aangericht en ontstaat overlast.
Voor uw eerste en vierde vraag verwijs ik u naar andere beleidsniveaus, aangezien het politionele of lokale politionele aangelegenheden betreft.
Als antwoord op uw tweede en derde vraag kan ik u meedelen dat de lokale overheden of de politie in het kader van deze problematiek geen contact hebben opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Wij beschikken dus ook niet over informatie over de bewoners van het kraakpand.
Indien de krakers zich illegaal op het grondgebied zouden bevinden en door de politiediensten aan de Dienst Vreemdelingenzaken zouden worden aangeboden, kan een procedure tot identificatie en indien mogelijk tot verwijdering worden opgestart. De Dienst Vreemdelingenzaken kan pas maatregelen nemen nadat de politie een bestuurlijke aanhouding uitvoert en het bijbehorende verslag opstelt. Mijn diensten verlenen volledige ondersteuning bij uitzettingen uit kraakpanden. Het is aan de lokale overheden om te beslissen of zij op dit aanbod ingaan.
Uw bewering dat de migratiediensten zouden falen in het voorkomen van herhaalde illegaliteit, vind ik volledig onterecht. Mijn diensten leveren op het terrein schitterend werk. De omstandigheden waarin bijvoorbeeld de personeelsleden moeten opereren bij gerichte acties tegen illegaliteit, zijn op zijn zachtst gezegd, niet altijd prettig. Indien u daarbij aanwezig zou zijn, zou u dat zelf kunnen vaststellen. Zowel mijn diensten als de ordediensten voeren gerichte acties uit tegen illegaliteit. Dat blijkt uit de actie van 19 november in Antwerpen-Noord, evenals uit andere soortgelijke acties op die locatie of elders in het verleden. Ook bij acties gericht tegen transmigratie en de binnenkomstcontroles verleent de Dienst Vreemdelingenzaken zijn medewerking.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, dit is hallucinant. In de krant staat dat er 250 krakers, vermoedelijk Moldaviërs of illegale Moldaviërs, in een kraakpand wonen in een voormalig gebouw van de Europese Commissie. De ironie kan nauwelijks groter zijn. U stelt dat de politie geen contact heeft opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Ik verwijt u dat overigens niet. Het illustreert echter hoe mank de procedure loopt. Als de politie nog niet eens contact opneemt met de DVZ, terwijl in de krant duidelijk te lezen is dat het kraakpand vol illegale Moldaviërs zit, is een degelijk terugkeerbeleid moeilijk te voeren. Kan de DVZ niet zelf proactief optreden of met de politie contact opnemen? Er loopt duidelijk iets grondig fout. We moeten dat verder uitspitten. Indien er kraakpanden zijn of locaties die klaarblijkelijk vol illegalen zitten, moeten de politie en de DVZ gezamenlijk, zoals in Antwerpen, optreden om die illegaliteit tegen te gaan. Indien de Brusselse politie dat weigert, kunnen er vanzelfsprekend weinig personen worden teruggestuurd. Ironisch genoeg gaat het om Moldavische families. Amper enkele maanden geleden bent u op ontradingsmissie naar Moldavië gereisd om ervoor te zorgen dat er minder illegale Moldaviërs naar ons land zouden komen. Nog absurder is dat Moldavië sinds 2022 kandidaat-lid van de Europese Unie is. Vorig jaar zijn de toetredingsonderhandelingen formeel gestart, maar nu blijkt dat ons land vol illegale Moldaviërs zit. Dat toont hoezeer dit beleid faalt.
De Belgische bijdrage in het Europese solidariteitsmechanisme
Het akkoord binnen de Raad van de Europese Unie
De Europese samenwerking en akkoorden in crisistijd
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verduidelijkt dat België via het EU-migratiepact een verplicht fair share van 3,0767% (gebaseerd op BBP en bevolking) moet dragen: €12,9 miljoen (2026) of 600 relocaties, waarbij België voor de financiële optie kiest—kosten die pas vanaf 2027 in de begroting verschijnen. Volgens haar moet het pact secundaire migratie verminderen via strengere registratie, harmonisatie van asielprocedures en terugkeerakkoorden met derde landen, terwijl ze onderhandelt om het bedrag te verlagen. Di Nunzio (N-VA) kritiseert dat België—ondanks hoge migratiedruk (3e per capita in EU)—toch moet betalen of opvangen, en eist zichtbare resultaten in dossierafhandeling en terugkeerbeleid. Daems (Groen) bekritiseert dat Van Bossuyt vier van haar zes vragen negeerde, met name garanties voor mensenrechten en asielrecht bij externe afhandeling van aanvragen, en wijst op het risico dat theorie (veilige derde landen) en praktijk (rechten) uiteenlopen.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, het nieuwe migratiepact zorgt voor een aangepast solidariteitsmechanisme op Europees niveau.
We hebben vernomen dat lidstaten die geen extra asielzoekers willen overnemen uit Griekenland, Italië, Spanje of Cyprus kunnen kiezen voor een forfaitaire financiële bijdrage per niet-overgenomen asielzoeker. Ons land kiest voor die financiële optie en volgens de berichtgeving zal het gaan over 13 miljoen euro omdat we geen extra asielzoekers uit andere lidstaten willen overnemen. In ons land leeft het gevoel dat wij al heel veel asielzoekers opvangen. Waarom belandt België dan in de groep landen die extra asielzoekers moeten overnemen of moeten betalen? Kunt u mij daarbij wat toelichting geven?
Op welke basis werd die 13 miljoen euro berekend in het Europese solidariteitsmechanisme? Is dat bedrag al opgenomen in de tabellen van het begrotingsakkoord? Hoe rijmt dat dan met het feit dat u wilt besparen op asiel en migratie? Ik krijg daarover graag wat uitleg.
Hoe verhoudt de migratiedruk op België zich ten aanzien van andere Europese lidstaten in het kader van dat akkoord? Kunt u aangeven op welke plaats België staat in de EU wat betreft het aantal verzoekers om internationale bescherming per 100.000 inwoners? Kunt u toelichten welke keuze landen zoals Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg maken in dit solidariteitsmechanisme? Nemen zij effectief extra asielzoekers op of betalen zij een financiële bijdrage? Welke garanties hebt u dat asielzoekers, eenmaal we financieel hebben bijgedragen, niet alsnog naar België doorreizen? Het zou immers geen oplossing betekenen als we enerzijds betalen en zij anderzijds naar ons land komen.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, op 8/12 kwamen de Europese ministers voor migratie tot een akkoord over de invulling van het solidariteitsmechanisme, de verbreding van het concept veilige derde land, een lijst van veilige landen van oorsprong en een gemeenschappelijk terugkeerbeleid.
Ik heb hierover volgende vragen:
Met welke landen plant België een overeenkomst te onderhandelen die in onze plaats de asielverzoeken zullen behandelen?
Hoe zal u erop toezien dat die asielaanvragen op een adequate manier behandeld worden.
Hoe zal u erop toezien dat die mensen voldoende bescherming genieten in het derde land?
Hoe kwam het bedrag van 12,9 miljoen euro tot stand?
Hoe verzekert u, en uw collega’s, dat dit alles met respect voor het asielrecht en de mensenrechten gebeurt?
België wordt wel als een 'risicoland voor migratiedruk' erkend. Daardoor zouden we toegang krijgen tot een 'toolbox' aan hulpmiddelen, zoals financiële steun of operationele steun vanuit Europese agentschappen. - Wat betekent dit precies?
Krachtens artikel 127, nr. 2, van het Reglement van de Kamer moeten de vragen "een actueel karakter hebben en van algemeen belang zijn". De toepasselijke bepalingen inzake persoonsgegevens dienen hierbij in acht te worden genomen.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb vorige week tijdens de plenaire vergadering al een antwoord gegeven op vragen in dat verband van uw collega's, maar ik geef graag, in antwoord op uw vragen, nogmaals de essentie weer.
Het verplichte solidariteitsaandeel van België wordt berekend aan de hand van een percentage, het zogenaamde billijk deel of fair share , van het niveau van de benodigde Europese solidariteit dat voor het komende jaar is vastgelegd. Het billijk aandeel van elke lidstaat houdt voor 50 % rekening met het bevolkingsaantal en voor 50 % met het bruto binnenlands product. Op basis van die berekening is het Belgische fair share voor het komende jaar vastgelegd op 3,0767 %.
Het niveau van de benodigde Europese solidariteit voor het komende jaar is het resultaat van een onderhandelingsproces in de Raad. Voor 2026 werd dat vastgelegd op 21.000 relocaties, of, het equivalent, 420 miljoen euro. Wanneer men van die 21.000 het Belgische fair share van 3,0767 % berekent, komt men uit op het bedrag waarover het momenteel gaat.
De kosten worden pas vanaf 2027 in rekening gebracht en zijn dus niet zichtbaar in de begroting van 2026. Ze zullen met de budgetten voor de opvang van asielzoekers betaald worden, waarbij ook een algemene kostenreductie wordt verwacht door een beter georganiseerd Europees migratiesysteem, met minder asielzoekers, minder dubbele aanvragen en minder Dublingevallen tot gevolg.
Zoals reeds vermeld, ik blijf achter de schermen vooortonderhandelen om het bedrag van 12,9 miljoen euro nog verder te verlagen. In het kader van de eerste solidariteitscyclus werd België door de Commissie erkend als een land met een risico op migratiedruk voor het komende jaar. België staat voor augustus 2025 op de derde plaats wat het aantal verzoekers om internationale bescherming per capita betreft. De keuze van de EU-lidstaten tussen de verschillende solidariteitsvormen zit vervat in de annex van de uitvoeringshandeling van de Raad.
Momenteel werd voor die uitvoeringshandeling alleen een politiek akkoord gevonden. Dat werd nog niet gepubliceerd, omdat het nog om EU-restricted informatie gaat. Ik kan daarover voorlopig niet meer informatie geven.
Enerzijds moet de invoering van een nieuw verplicht kader voor solidariteit onder de EU-lidstaten verzekeren dat de buitengrenslidstaten de regels inzake verantwoordelijkheid effectief en volledig toepassen. De solidariteit waarop zij kunnen rekenen, is in de vorm van steun bij het correct registreren, opvangen en integreren van de verzoekers om internationale bescherming die onder hun verantwoordelijkheid vallen, waardoor secundaire migratiestromen moeten afnemen.
Anderzijds moeten andere onderdelen van het Asiel- en Migratiepact, zoals de nieuwe asielprocedureregels en de nieuwe opvangstandaarden, het Europese asielsysteem verder harmoniseren, zodat de grondoorzaken van secundaire migratiestromen worden verminderd.
Wij verwelkomen eveneens dat het voorstel van de Commissie voor een terugkeerverordening een rechtsgrondslag bevat om de innovatieve oplossingen op het gebied van terugkeer verder te ontwikkelen. De verordening zorgt er enerzijds voor dat lidstaten, indien zij dat wensen, voldoende flexibiliteit behouden om de projecten verder te conceptualiseren en te operationaliseren. Anderzijds wordt door de terugkeerverordening een Europees gemeenschappelijk minimumkader vastgelegd waaraan de regelingen of overeenkomsten die door de lidstaten met derde landen in die context worden gesloten, moeten voldoen.
Sandro Di Nunzio:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.
Ik hoor een hele resem maatregelen die wellicht tegemoetkomen aan de duidelijke aanbevelingen met betrekking tot burden sharing en moeten zorgen voor een betere coördinatie en een terugkeer van uitgeprocedeerde, illegale vluchtelingen. Wij zijn benieuwd naar de uitvoering hiervan. Wij zullen dat nauw opvolgen.
Wij hopen uiteraard dat de 13 miljoen euro goed wordt besteed en bijdraagt aan een verdere afname. Ons land zit immers in de voorhoede wat de migratiedruk betreft. Het is essentieel dat hiervan werk wordt gemaakt.
Wij hopen dat de achterstand van de lopende dossiers wordt weggewerkt, zodat het verschil zichtbaar wordt. Op dit moment zien wij dat nog onvoldoende. Bij deze roep ik u op om daar dringend werk van te maken. Hopelijk zullen wij weldra de resultaten daarvan zien.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden maar ze lijken mij voornamelijk betrekking te hebben op de vragen van de heer Di Nunzio. Ik heb mijn vragen nog eens nageteld. Ik heb zes vragen gesteld en op slechts twee daarvan een antwoord gekregen. Vier vragen bleven onbeantwoord. Hoe verzekeren u en uw collega’s dat dat alles gebeurt met respect voor het asielrecht en de mensenrechten? Dat lijkt mij geen onredelijke vraag. Integendeel, ik vind de vraag enorm belangrijk. Ik heb daarop echter geen antwoord gehoord. Het is moeilijk om een repliek te formuleren wanneer er geen antwoorden zijn gegeven. Laat ik duidelijk zijn. Het is uiterst belangrijk dat dat alles gebeurt met respect voor de Europese wetgeving. De Europese Commissie stelt bijvoorbeeld dat er garanties zijn, zoals toegang tot gezondheidszorg en onderwijs en het concept van een veilig derde land. Wij weten echter dat de realiteit vaak anders is. Ik had daarover graag met u van gedachten gewisseld, maar dat zal helaas voor een volgende keer zijn.
Het Europese migratiebeleid en de terugkeerhubs
De terugkeerhubs en het Europese migratiebeleid
Terugkeerhubs en andere ‘innovatieve oplossingen’
Europees migratiebeleid en terugkeerhubs
Gesteld door
DéFI
François De Smet
DéFI
François De Smet
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kiest voor financiële solidariteit (€12,9 miljoen) in plaats van relocalisatie van asielzoekers, omdat de opvangcapaciteit verzadigd is – volgens minister Van Bossuyt is dit een geldige, equivalente vorm van EU-solidariteit, afgestemd op de behoeften van grenslanden. Zij verdedigt de externalisering van asielprocedures via terugkeerhubs in derdelanden als een doeltreffend instrument, mits garanties zoals non-refoulement en onafhankelijk toezicht, maar benadrukt dat de definitieve regels nog onderhandeld moeten worden met het Europees Parlement. De Smet bekritiseert dat België door betalen in plaats van opvangen zijn humanitaire verantwoordelijkheden ontloopt, met risico’s op schendingen van het Vluchtelingenverdrag en de EVRM, en vraagt concrete waarborgen voor mensenrechten in de hubs. Van Belleghem (N-VA) ziet externalisering als potentieel effectief (mits strikte uitvoering, zoals het Australische model), maar waarschuwt dat slechte afspraken nieuwe migratieroutes kunnen creëren.
François De Smet:
Madame la ministre, je sais que vous vous êtes déjà exprimée sur le sujet en séance plénière mais j'avais introduit cette question préalablement.
Le Conseil de l’Union européenne a validé la possibilité de transférer des demandeurs d’asile déboutés vers des hubs de retour situés hors de l’Union. La Belgique, pour sa part, a choisi de ne pas accueillir de personnes relocalisées et de se limiter à une contribution financière de 12,9 millions d’euros. Or, cette option consistant à payer pour ne pas accueillir pose de sérieuses questions.
Premièrement, sur le plan du droit humanitaire, l’externalisation de l’asile vers des pays tiers est contestée et peut entraîner des risques de refoulement indirect et un affaiblissement des garanties prévues par la convention de Genève et la Cour européenne des droits de l'homme. Comment la Belgique justifie-t-elle ce choix, tout en restant pleinement responsable du respect de ses obligations internationales?
Deuxièmement, aucune garantie précise n’est fournie quant aux conditions dans ces hubs extérieurs. Quelles conditions minimales de droits humains la Belgique exigera-t-elle (accès à un avocat, contrôle indépendant, normes de détention, interdiction des renvois vers des pays dangereux, etc.)?
Troisièmement, en refusant toute relocalisation, la Belgique se dégage du volet humain de la solidarité européenne, pourtant essentiel dans un système commun d’asile. Comment justifiez-vous ce positionnement face aux États membres qui, eux, continuent d’assumer un effort d’accueil?
Francesca Van Belleghem:
Met het recente akkoord in de Raad over de regels met betrekking tot terugkeer, zou het mogelijk worden zogenaamde terugkeerhubs te organiseren buiten de EU. Daarnaast zou eindelijk ook een juridische opening gemaakt zijn voor de externalisering van de asielprocedure.
Ondertussen moeten de onderhandelingen met het Europees Parlement nog beginnen. Ook in de Belgische regering zouden over een aantal aspecten van beide akkoorden nog beslissingen moeten worden genomen.
Wat is uw standpunt en dat van de regering over de zogenaamde terugkeerhubs? Wat is uw standpunt en dat van de regering over de externalisering van de asielprocedure? Werd daarover al een beslissing genomen in de regering?
Nederland heeft in september al een intentieverklaring over een terugkeerhub getekend met Oeganda. Zult u dat voorbeeld volgen?
Anneleen Van Bossuyt:
En mars 2025, la Commission européenne a en effet publié une proposition de règlement afin de mettre en place un système commun de retour. Cela s'appelle le règlement retour. La proposition contient un fondement juridique en vue de continuer à développer des solutions innovantes en matière de retour. Contrairement à ce que vous avez indiqué dans votre question, Monsieur De Smet, le règlement retour s'applique à tout ressortissant d'un pays tiers séjournant illégalement, et pas uniquement aux demandeurs d'asile déboutés.
Trouver un compromis entre les États membres dans le dossier du règlement de retour était une priorité essentielle aux yeux de la présidence danoise. Lors du conseil Justice et Affaires étrangères du 8 décembre dernier, il a pu être constaté qu'il existait une majorité qualifiée parmi les États membres et, donc, un soutien suffisant pour le texte présenté. Une approche générale a été adoptée au sein du Conseil. Dès que le Parlement européen aura fait savoir son propre point de vue, les négociations entre les deux législateurs européens pourront commencer et le texte fera encore potentiellement l'objet d'adaptations.
Mevrouw Van Belleghem, zoals aangegeven in de plenaire vergadering van vorige week, voorziet het voorstel in de mogelijkheid om terugkeerhubs op te richten, een element van externalisering van het asiel- en migratiebeleid. De regering verwelkomt de gecreëerde juridische mogelijkheid en ik ben ervan overtuigd dat dit een belangrijk instrument kan vormen voor een doeltreffend terugkeerbeleid.
La proposition prévoit aussi plusieurs garanties. Ainsi, un accord ou un règlement ne peut être conclu qu'avec un pays tiers qui respecte les normes internationales en matière de droits de l'homme, y compris le principe de non-refoulement. Le texte fixe aussi quels éléments doivent être repris dans un accord ou un règlement, les modalités encadrant la procédure de retour, les modalités relatives au séjour dans un pays tiers, les obligations du pays tiers et les conséquences en cas de non-respect. Si le pays où se trouve le return hub n'est pas la destination finale de la procédure de retour, un organisme indépendant doit assurer le suivi et les modalités du retour définitif doivent être fixées. Les mineurs non accompagnés sont exclus de l'application de cet instrument.
Zoals reeds gezegd, gaat het nog niet om een definitieve tekst. Er moet worden gewacht op de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement. De tekst kan dus nog worden gewijzigd. De definitieve tekst zal het juridisch kader vastleggen, terwijl de concrete uitvoeringsmodaliteiten vervolgens deel zullen uitmaken van de effectieve uitvoering.
Monsieur De Smet, en ce qui concerne votre question sur le premier cycle de solidarité, comme indiqué lors de la séance plénière la semaine dernière, je tiens tout d'abord à souligner que nous sommes un partenaire loyal au sein de l'Europe et que nous respectons nos obligations envers les États membres situés aux frontières extérieures.
L'accord de gouvernement stipule que lorsque l'on constate qu'il s'avère impossible de mettre en œuvre le Pacte sur la migration dans la pratique, que l'afflux de demandeurs d'asile reste très élevé et que de nombreux États membres de l'Union européenne ne prennent pas leurs responsabilités, nous avons recours à une contribution financière telle que prévue dans le mécanisme de solidarité.
Tout d'abord, je tiens à être claire, nous n'accueillerons pas ici les demandeurs d'asile provenant d'autres États membres. Nos capacités d'accueil sont saturées. Nous préférons donc accorder notre part obligatoire de solidarité sous forme d'aide financière.
Nos contributions financières peuvent aider les États membres situés aux frontières extérieures à prendre des mesures structurelles afin de réduire l'afflux vers l'Union européenne, ce qui est également dans notre intérêt.
Je tiens également à préciser qu'il existe trois formes équivalentes de solidarité: les relocalisations, les contributions financières et les contributions alternatives. Les contributions financières ne sont donc pas une question de moindre solidarité, mais une autre forme de solidarité.
Chaque État membre est libre de la manière dont il fait preuve de solidarité. Cette flexibilité a été introduite afin de tenir compte de la situation spécifique de chaque État membre.
Enfin, il convient de souligner le caractère needs-based de la solidarité. Il revient aux États membres bénéficiaires qui ressentent la pression migratoire d'indiquer sous quelle forme ils souhaitent recevoir la solidarité. Il n'est pas à exclure que certains États membres souhaitent recevoir cette solidarité en partie sous forme de contributions financières.
Il ne s'agit donc pas d'être plus ou moins solidaires, mais plutôt de la manière dont cette solidarité s'exprime.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Francesca Van Belleghem:
De externalisering van de asielprocedure kan een heel goede zaak zijn, maar het kan ook een slechte zaak zijn, dat hangt af van de wijze waarop ze wordt ingevuld. Als men alleen de asielprocedure of de asielaanvraag in een derde land zal behandelen en nadien de asielzoeker of tegen dan de erkende vluchteling laat invliegen, dan vrees ik dat we een nieuw migratiekanaal openen. Als men echter tijdens de asielprocedure, eens erkend, ook de opvang nadien gaat regelen in dat derde land, dan zou asiel wel degelijk kunnen worden drooggelegd. Dit is vergelijkbaar met het Australische model voor illegale immigratie, namelijk geen asiel na illegale immigratie. Ik spreek dan niet over de andere Australische migratiekanalen, die wel falen. De externalisering van de asielprocedure kan dus een goede zaak zijn, maar het hangt af van de invulling.
De bijeenkomst van de Europese migratieministers van de Raad van Europa over het EVRM
De herinterpretatie van het EVRM
De verklaring van de Raad van Europa over de controle op de rechters van het EHRM inzake migratie
EVRM, migratiebeleid en rechterlijke controle in Europa
Gesteld door
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigde op de informele Raad van Europa-bijeenkomst in Straatsburg de stelling dat het EVRM te strikt wordt geïnterpreteerd, wat de uitzetting van criminele migranten bemoeilijkt, en pleitte voor een "nieuwe balans" tussen individuele rechten en collectieve veiligheid—een standpunt gedeeld door 26 andere landen (waaronder Hongarije en Italië, maar niet Frankrijk of Nederland). Ze benadrukte dat het EVRM-systeem verouderd is en aangepast moet worden aan hedendaagse migratiestromen, maar wees kritiek op politieke druk op het Hof af als een "karikatuur", terwijl ze tegelijk juridische aanpassingen steunt via een toekomstige politieke verklaring (te verwachten in 2026). Van Belleghem (N-VA) onderschreef de nood aan herziening, ook op nationaal niveau (bv. leeflonen voor asielzoekers), en bekritiseerde dat rechtspraak strikt migratiebeleid blokkeert. Schlitz (Ecolo) daartegen bestempelde België’s alliantie met "mensenrechtenkritische" landen als een "radicale breuk" met traditionele bondgenoten en een aantasting van de rechtsstaat, vragen stellend bij Van Bossuyt’s mandaat en de afwezigheid van de minister van Justitie. De minister antwoordde dat haar aanwezigheid was afgestemd met collega Verlinden en de regering.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Neem me niet kwalijk dat ik deze vergadering moet verlaten. Ik zal uw antwoord naderhand lezen.
Ik wil evenwel van de gelegenheid gebruikmaken om nog iets aan te kaarten. Er vond een brand plaats in het centrum in Machelen. U hebt een brief geschreven naar de personeelsleden van dat centrum. Het werd zeer gewaardeerd dat u als minister uw betrokkenheid hebt getoond. Ik wilde dat toch even zeggen. We zijn het vaak oneens, maar als u iets goeds doet, zoals met die brief, wil ik dat ook zeggen.
Op 10 december kwamen verschillende Europese migratieministers van de Raad van Europa samen in Straatsburg. De secretaris-Generaal had iedereen uitgenodigd om de uitdagingen rond migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te bespreken.
De aanleiding van de informele bijeenkomst was de open brief van Bart de Wever en de zogenaamde migratiekritische landen, waarin zij kritiek uitten op de interpretatie van het EVRM. Volgens hen zou het mensenrechtenverdrag “de mogelijkheden beperken om politieke beslissingen te nemen." Vooral rond terugkeer van mensen die strafbare feiten hebben gepleegd. Na de bijeenkomst heeft u een gelijkaardige boodschap op sociale media gedeeld.
De brief stuitte op stevige kritiek van verschillende juristen, mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa zelf. Zij benadrukten dat het niet aan politici is om druk uit te oefenen op de rechterlijke macht, en dat er een karikatuur wordt gemaakt van de rechtspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wees er ook op dat slechts 2% van de klachten over migratie gaat. Bovendien wordt meer dan 90% van die klachten afgewezen. Slechts in 450 zaken werd daadwerkelijk een schending van mensenrechten vastgesteld.
Ik heb enkele vragen over deze bijeenkomst.
Welke boodschap heeft u tijdens deze bijeenkomst gebracht?
Tot welke conclusies of afspraken heeft de bijeenkomst on Straatsburg geleid?
Hoe verklaart u de stelling dat het EVRM de terugkeer belemmert, gezien het bijzonder lage aantal migratiegerelateerde klachten die door het Hof worden aanvaard?
Hoe reageert u op de kritiek van experts op de politieke druk op de onafhankelijke rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?
Onderschrijft u het mensenrechtenverdrag, inclusief bepalingen die betrekking hebben op migratie?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik zal dan in naam van collega Vandemaele spreken.
In de aanloop naar de bijeenkomst van de Europese ministers in Straatsburg spraken de Deense premier Frederiksen en haar Britse ambtsgenoot Starmer zich openlijk uit voor een herinterpretatie van het EVRM. Even later kondigde u aan dat 27 landen van de Raad van Europa een verklaring hadden ondertekend waarin werd opgeroepen tot een herziening van het EVRM. Daarbij werd gesteld dat een juist evenwicht moet worden gezocht tussen de individuele rechten en belangen van migranten en het algemeen belang om vrijheid en veiligheid in onze samenleving te beschermen. In mei riepen ook al negen Europese regeringsleiders in een brief op om de interpretatie van het EVRM beter te laten aansluiten bij de realiteit. De Raad van Europa zou tijdens die informele ministerraad in Straatsburg een voorstel hebben geformuleerd, dat inmiddels besproken zou zijn.
Wat was uw indruk van dat voorstel? Kunt u daar meer duiding bij geven? Welke voorstellen hebt u zelf of namens de regering gedaan?
Werd het voorstel van de Raad van Europa binnen de regering besproken, en zo ja, wat waren de plus- en minpunten? Zo niet, wanneer zult u dat bespreken?
Welke concrete gevolgen kunnen we koppelen aan die verklaring van de 27 landen? Welke andere initiatieven mogen we nog verwachten?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, le 10 décembre dernier, journée internationale des droits humains, les 46 pays membres du Conseil de l'Europe se sont réunis pour discuter d'une déclaration portant sur les questions liées aux migrations et à la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH).
Cette réunion faisait suite à la lettre signée par plusieurs pays européens, dont la Belgique, estimant que la CEDH entrave la volonté de leur gouvernement d'expulser des personnes migrantes. On pense par exemple au Royaume-Uni, qui a voulu expulser des migrants non-rwandais, faut-il le préciser, pour les placer dans des conteneurs au Rwanda, alors que ceux-ci risquaient des traitements inhumains et dégradants.
Durant cette réunion, un document a été présenté, signé par 27 pays, dont la Belgique, remettant en cause la CEDH. Ce texte demandait d'amender la Convention, qu'ils estiment trop stricte, pour mieux permettre aux pays d'expulser des personnes migrantes.
On parle ici d'un pouvoir exécutif qui indique au pouvoir judiciaire ce qu'il doit faire, ce qui remet en question la séparation des pouvoirs. C’est une atteinte au principe de non-refoulement, qui interdit d'expulser une personne vers un pays où elle serait en danger.
Madame la ministre, vous étiez la représentante de la Belgique lors de cette réunion. Pouvez-vous nous dire pourquoi c'est vous qui avez représenté la Belgique, et non pas la ministre de la Justice? Quelle position avez-vous défendue pendant cette réunion? Quelle a été votre implication dans ce processus? À quels résultats cette réunion a-t-elle abouti? Je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, die afwezig is, mevrouw Van Belleghem en mevrouw Schlitz, naar aanleiding van de brief die onze eerste minister mee heeft ondertekend, heeft de Raad van Europa in oktober een vierpuntenvoorstel geformuleerd om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van sommige Europese politieke leiders over migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
À l'initiative du secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, une conférence ministérielle informelle s'est tenue le mercredi dernier au siège du Conseil de l'Europe à Strasbourg.
Op basis van dat voorstel formuleerden de 45 verdragsstaten van de Raad van Europa conclusies die tijdens de informele ministeriële bijeenkomst in Straatsburg werden aangenomen.
De deelnemers hebben verzocht om binnen de Raad van Europa het politiek debat over die kwestie voort te zetten en aan het Comité van Ministers gevraagd om, ten eerste, een ontwerp van een politieke verklaring op te stellen over het waarborgen van mensenrechten in de context van irreguliere migratie en de situatie van veroordeelde vreemdelingen; ten tweede, zijn steun te herbevestigen voor een nieuwe aanbeveling om mensensmokkel te bestrijden; ten derde, te onderzoeken hoe de Raad van Europa het best kan omgaan met urgente migratievraagstukken, eventueel via een nieuw intergouvernementeel comité; en ten slotte de secretaris-generaal aan te moedigen om internationale migratiebesprekingen te voeren.
Er is aldus besloten dat het Steering Committee for Human Rights de opdracht krijgt om de elementen voor de desbetreffende politieke verklaring uit te werken over het waarborgen van de mensenrechten onder het EVRM in het licht van de uitdagingen van irreguliere migratie en de situatie van vreemdelingen die ernstige misdrijven hebben gepleegd, met aandacht voor nationale veiligheid en openbare orde. Dat Steering Committee zal daarover tegen 22 maart 2026 verslag uitbrengen, zodat de deputies de verklaring kunnen afronden voor de 135ste zitting van het Comité van Ministers in mei 2026 te Chisinau.
Il a également été demandé au secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, de faire rapport avant la fin de l'année 2026 des discussions internationales en matière de migration mentionnées.
Samen met 26 andere verdragsstaten onderschreef ik eveneens een gemeenschappelijke verklaring waarin we het belang van de fundamentele rechten uit het EVRM en van de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukken. Tegelijk kaarten we daarin problemen aan, onder meer met betrekking tot de terugkeer van illegale criminelen.
In die verklaring wordt gepleit voor een open en constructieve dialoog binnen de Raad van Europa over de wijze waarop het EVRM-systeem kan worden beschermd tegen pogingen om het te verzwakken. Het EVRM is immers tot stand gekomen in een context die niet langer vergelijkbaar is met de huidige migratierealiteit en de druk op onze samenleving die daarmee gepaard gaat.
De aanwezige ministers wezen op de plicht die we hebben om de bevolking te beschermen, onder meer door de veiligheid te garanderen, de grenzen effectief te bewaken en mensensmokkel te bestrijden. Die plicht wordt steeds complexer door uitdagingen zoals ernstige criminaliteit gepleegd door migranten, mensenhandel en de instrumentalisering van migratie. Die ontwikkelingen zetten druk op het huidig mensenrechtensysteem, dat deels werd ontworpen in een andere tijd en inmiddels met nieuwe realiteiten wordt geconfronteerd.
On ne peut nier que l'interprétation parfois trop large de certains droits issus de la Convention européenne des droits de l'homme rend l'éloignement de personnes en séjour illégal, qui constituent un danger pour notre société, plus difficile, voire impossible. Il est nécessaire de trouver un nouvel équilibre entre, d'une part, les droits individuels du migrant et, d'autre part, le devoir des États de garantir la sécurité collective et la liberté de leurs citoyens et de la société.
Zoals ik al vaak heb aangegeven, moet het recht een evolutief en groeiend gegeven zijn dat een antwoord kan blijven bieden op de hedendaagse uitdagingen. Alleen op die manier kunnen zowel de rechten vervat in het EVRM als onze veiligheid gewaarborgd blijven.
Gelet op de thematiek van die informele ministeriële bijeenkomst, was ik aanwezig in overleg met mijn collega-minister Verlinden. De conclusies en beslissingen doorliepen de gebruikelijke stilteprocedure, waarbij elke verdragsstaat amendementen kon indienen. Wij hebben op de tekst amendementen ingediend. De inhoud werd besproken op het core multi . Ook het statement werd binnen de regering afgetoetst.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u gaf een bijzonder interessant antwoord.
Het herbekijken van de rol van het EHRM naast het EVRM is iets wat wij steunen. De rechtspraak maakt een strikt migratiebeleid de facto immers onmogelijk.
Er zijn echter niet alleen de supranationale instellingen. Op nationaal niveau rijst hetzelfde probleem. Vaak blijkt dat rechtspraak, bijvoorbeeld van arbeidshoven of rechtbanken van eerste aanleg, een strikt migratiebeleid niet mogelijk maakt. Het is dan ook noodzakelijk om de redenering door te trekken op nationaal niveau. Ik hoop dat u dat punt ook binnen de regering zult aankaarten. Als voorbeeld noem ik dat leeflonen worden toegekend aan vluchtelingen of asielzoekers. Dat gebeurt op basis van rechtspraak. Ook dat moeten wij durven herbekijken met een open houding en zonder meteen in een kramp te schieten, zoals bij sommigen gebeurt. Ik hoop dat u die benadering consequent zult doortrekken.
Sarah Schlitz:
Vous co-signez cette déclaration avec des pays comme l'Italie de Meloni et la Hongrie d'Orban. Mais vous n'avez pas à vos côtés, par exemple, la France, les Pays-Bas, l'Espagne. Ces pays sont quand même des pays fondateurs, ou du moins parmi les premiers pays. Ils sont les plus proches de notre philosophie. Madame la ministre, ce qu'on constate depuis plusieurs mois, c'est un basculement de la Belgique, à votre initiative, dans un alignement radicalement opposé aux droits humains et avec des pays avec lesquels nous n'avons jamais été alignés. Ce qui m'interroge, ce n'est pas que vous soyez à l'initiative de cela, ni que le Vlaams Belang vous soutienne et vous encourage à continuer dans cette voie. Aucun étonnement par rapport à cela. Vous ne m'avez en revanche pas répondu sur la raison pour laquelle c'était vous que le gouvernement avait décidé d'envoyer et avec quel mandat vous étiez allés à cette réunion. Est-ce bien avec le mandat, par exemple, des Engagés, que vous vous rendez à ce type de meeting pour pousser ce genre de mobilisation qui va à l'encontre non seulement des droits humains fondamentaux, mais également de l'État de droit. Madame la ministre, nous continuerons évidemment à suivre ces évolutions très inquiétantes que la Belgique adopte sur la scène internationale, à votre initiative et avec le soutien de l'entièreté de votre gouvernement.
De Europese defensieaankopen en de bewaking van onze strategische autonomie
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 12 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kristien Verbelen vraagt zich af of de groeiende afhankelijkheid van Israëlische en Amerikaanse defensietechnologie (bv. radarsystemen en interceptieraketten) via initiatieven zoals ESSI de Europese strategische autonomie ondermijnt, ondanks de ambitie om minder extern afhankelijk te zijn. Minister Theo Francken bevestigt dat België investeert in luchtverdediging (o.a. via Benelux-samenwerking en NASAMS), maar erkent dat hoogtechnologische systemen vaak van buiten Europa moeten komen, zonder de NAVO-partnerschap met de VS in vraag te stellen; hij wijst op Strategische Visie 2025 en DIRS 2.0 als hefbomen voor meer eigen productie. Verbelen bekritiseert dat Europa nog steeds kwetsbaar blijft voor externe politieke beslissingen (bv. exportlicenties) en pleit voor versnelde Europese ontwikkeling en productie om de afhankelijkheid af te bouwen. Francken benadrukt dat België tweesporig blijft: autonomie versterken én bondgenootschappen behouden.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, door de oorlog in Oekraïne zijn de Europese defensieaankopen in een stroomversnelling gekomen. Verschillende landen versterken hun luchtverdediging via het European Sky Shield Initiative (ESSI). Wij zien daarbij dat Israëlische bedrijven aan belang winnen op het gebied van radarsystemen, interceptieraketten en andere technologie. Ook in ons land werken wij begrijpelijkerwijze samen met buitenlandse partners, onder andere met Israël en de Verenigde Staten, om onze luchtverdediging en -bewaking te moderniseren en te verbeteren.
Dat doet wel de vraag rijzen in welke mate die samenwerkingen onze Europese strategische autonomie versterken en vanaf welk moment ze die autonomie ondermijnen. Europa heeft al jaren de ambitie om zelf meer defensietechnologie te ontwikkelen, zodat we minder afhankelijk te zijn van externe leveranciers. Voor onze kritieke systemen rekenen wij echter nog steeds in grote mate op niet-Europese bedrijven, waardoor het risico bestaat dat wij in de praktijk afhankelijk blijven van beslissingen die elders worden genomen.
Daarom zou ik graag begrijpen hoe u die balans ziet tussen, enerzijds, de nood aan performante systemen die vaak buiten Europa worden ontwikkeld en, anderzijds, de verantwoordelijkheid om onze technologische onafhankelijkheid te versterken.
Hoe kunnen wij bijdragen aan een Europese aanpak die innovatie en samenwerking bevordert, terwijl wij tegelijk onze strategische autonomie bewaken?
Theo Francken:
De oorlog in Oekraïne heeft inderdaad de urgentie om de Europese defensiecapaciteit te versterken, in de verf gezet. Hoewel België het memorandum of understanding inzake het ESSI heeft ondertekend, zijn er bij Defensie geen dossiers die specifiek betrekking hebben op aankopen via die vector, hangende.
Tijdens deze legislatuur zal België investeren in luchtverdedigingssystemen om het volledige nationale grondgebied te beschermen, met een focus op gevoelige infrastructuur. Zoals toegelicht, zullen wij daarvoor samenwerken met de Benelux, denken we maar aan de aankoop van NASAMS. Het valt evenwel niet te ontkennen dat landen zoals Israël en de Verenigde Staten, vanuit defensie-industrieel oogpunt een belangrijke rol spelen in dat specifieke domein, zeker op het vlak van hoogtechnologische producten en materialen. Dat doet geen afbreuk aan de Europese ambitie om de strategische autonomie te versterken door defensietechnologie op eigen bodem te ontwikkelen. Bovendien blijven de Verenigde Staten uiteraard een essentiële partner in de NAVO. Daar hebben wij het daarnet uitgebreid over gehad.
De strategische visie 2025 legt duidelijk de fundamenten voor de versterking van onze nationale strategische autonomie, zowel op Europees als op nationaal vlak. Ze benadrukt de noodzaak om een robuuste industriële en technologische defensiebasis uit te bouwen, die onze militaire capaciteiten kan ondersteunen in tijden van crisis of conflict. Daartoe werden verschillende hefbomen geïdentificeerd, waaronder de ontwikkeling van DIRS 2.0 en de versterking van de industriële defensiecapaciteit.
Dat strategische kader beoogt een duurzame technologische soevereiniteit te waarborgen, terwijl een nauwe samenwerking met onze bondgenoten behouden blijft. Defensie wil op die manier actief bijdragen aan een meer autonome Europese defensie en tegelijk een betrouwbare partner blijven in de NAVO.
Kristien Verbelen:
Dank u voor uw toelichting, mijnheer de minister. Ik hoor dat er stappen worden genomen naar meer Europese samenwerking. We zijn echter nog altijd redelijk ver verwijderd van echte autonomie. Europa blijft kwetsbaar voor externe druk, exportlicenties en politieke beslissingen elders. Ik hoop dat we met ons land via Europese samenwerkingsverbanden echt het voortouw kunnen nemen om de afhankelijkheid af te bouwen, en dat we kunnen inzetten op ontwikkeling en productie op eigen bodem, opdat we stilaan onze veiligheid echt in eigen handen kunnen nemen.
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De Europese reacties op de nieuwe nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van president Trump
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van Donald Trump
De beleidstekst van de regering-Trump
Internationale veiligheidsstrategieën en reacties op VS-beleid
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie die Europa als een verzwakte, gemanipuleerde concurrent afschildert, met openlijke steun voor extreemrechts en ingrepen in Europese politiek. Koen Van den Heuvel, Stéphane Lasseaux en minister Prévot waarschuwen dat Europa moet ontwaken, zijn strategische autonomie moet versterken en zich niet langer blind mag staren op de VS, terwijl Nabil Boukili en Rajae Maouane de strategie zien als imperialistische agressie die Europese soevereiniteit ondermijnt. Sam Van Rooy en Georges-Louis Bouchez (MR) onderschrijven gedeeltelijk de Amerikaanse kritiek op migratie en "civilisatieverval", wat leidt tot felle tegenreacties over racisme en extreemrechtse sympathieën. Minister Prévot pleit voor een lucide, assertieve EU die selectief samenwerkt met de VS maar eigen belangen verdedigt, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, slaapwandelaars kennen we allemaal. Ze lijken volledig wakker, maar ze negeren heel wat signalen van hun omgeving, en ze hebben nog nauwelijks contact met de realiteit.
Mijnheer de minister, ik hoop dat ons continent niet vol slaapwandelaars zit. Steeds meer komen er signalen van de overkant van de oceaan dat Europa niet langer wordt beschouwd als een trouwe bondgenoot, maar eerder als een concurrent. Voor diegenen die nog mochten twijfelen, de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie is duidelijk. Washington kijkt niet langer naar Europa als een gelijkwaardige partner, maar als een beschaving die op het randje van de zelfvernietiging staat.
Sommigen zeggen dat Trump Europa een spiegel voorhoudt. Misschien hebben ze – weliswaar maar een klein beetje – gelijk. Ik meen dat we hier en daar, op sommige vlakken, een beetje moeten bijkleuren en dat we onze strategie wat moeten aanpassen.
Maar met uitspraken die actief verzet kweken tegen het Europees model, tegen de normen en waarden van Europa, tegen onze democratische rechtsstaat met zijn stevige sociale zekerheid, bevinden de Verenigde Staten zich steeds meer in het gezelschap van Rusland. Die landen willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken en strategisch uit elkaar spelen om hun eigen macht en invloed te versterken.
De maskers vallen af, want ze kunnen daarbij rekenen op Europese slippendragers, op de Trumppartijen binnen Europa, die ze willen versterken. Ook daarvoor moeten we waakzaam zijn. Zij willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken. ( Applaus )
We mogen niet langer slaapwandelen. We moeten wakker worden. Ik hoop dat België een sterke rol kan spelen om de overige Europese landen te overtuigen (…)
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, le 5 décembre, la Maison-Blanche a publié sa nouvelle note stratégique concernant la sécurité nationale des É tats-Unis. C'est un véritable bouleversement. Les É tats-Unis sont-ils encore les amis de l'Europe? En effet, dans cette note, on trouve la volonté de détruire l'Union européenne, la volonté de remplacer des régimes centristes – tels qu'ils se placent dans beaucoup de pays européens – par des partis d'extrême droite, et la volonté de s'accorder avec la Russie et la Chine au détriment de l'Europe.
Quelles sont les réactions européennes? Défendons-nous avec force nos intérêts, nos valeurs? Non, non parce qu'il y a les aveugles, les autruches qui se cachent la tête dans le sable, ceux qui considèrent que ce document n'est qu'un document politique sans conséquences et que tout va rentrer dans l'ordre. Les lâches, les lâches qui se taisent pour ne pas vexer ou contredire "big daddy", par peur de représailles. Les MAGA européens – y compris dans notre pays – qui trouvent que l'administration Trump a raison de remettre en cause nos valeurs fondamentales.
Monsieur le ministre, qu'attendez-vous pour défendre le projet européen de Jean Monnet, Robert Schuman ou Paul-Henri Spaak face à ces agressions verbales et commerciales venues d'outre-Atlantique? Comment expliquez-vous ce silence radio côté européen? L'urgence n'est-elle pas de renforcer notre action commune?
Monsieur le ministre, pour que nos citoyens respectent notre Union européenne, nos dirigeants doivent porter fièrement la bannière bleue et ses douze étoiles d'or.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la nouvelle stratégie de sécurité nationale de Donald Trump est un document majeur, pas seulement parce qu'il définit les priorités américaines, mais parce qu'il dévoile, sans ambiguïté, un impérialisme américain assumé.
Les États-Unis y expliquent, noir sur blanc, comment ils comptent maintenir leur domination sur le monde. Cela commence par l'Amérique latine. Pour Trump, cette région n'est rien d'autre que l'arrière-cour des États-Unis. Nous le voyons clairement aujourd'hui, avec l'agression contre le Venezuela sous des faux prétextes. Je rappelle ici que vous avez dit, par le passé, que vous souteniez les prétextes avancés par M. Trump.
Au Moyen-Orient et en Afrique, le message est tout aussi clair. Ce qui intéresse Washington, ce sont les ressources et les matières premières.
Mais Trump veut aussi vassaliser l'Europe, la mettre au service de l'économie et des multinationales américaines. Washington nous pousse à acheter encore plus d'armes américaines, à rester dépendants en matière énergétique et industrielle, et prétend même décider avec qui nous devons commercer ou non.
Ils soutiennent ouvertement l'extrême droite en Europe et ne cachent plus vouloir influencer les élections dans les pays européens en faveur de leurs intérêts, au détriment des intérêts des peuples européens. C'est une attaque contre notre souveraineté, monsieur le ministre. Ils veulent déstabiliser l'Europe en misant sur la division et en montant les États les uns contre les autres. Nous assistons à une attaque frontale.
Monsieur le ministre, la dernière fois que je vous ai interrogé sur l'agression américaine au Venezuela, vous avez insisté sur le fait que vous partagez les mêmes inquiétudes que M. Trump, et sur le fait qu’il s’agit d’alliés.
Alors, je vous pose la question aujourd'hui: face à cette hostilité, considérez-vous toujours les États-Unis comme des alliés? Comme ministre des Affaires étrangères, quelles mesures allez-vous prendre pour protéger notre pays contre l'agression américaine?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ambtgenoten, we herinneren ons allemaal de geweldige speech van de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance dit jaar in München en enkele maanden later lazen we de reportage van het Franse magazine Le Figaro , dat kopte: ‘Reis naar Belgistan , hoe België islamiseert’.
De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS bevat nu een even treffende als zorgwekkende analyse over Europa, die luidt als volgt: "Door de aanhoudende massa-immigratie en demografische omwenteling" – sommigen zouden de term ontvolking durven te gebruiken – "staat Europa op het punt om zijn beschaving kwijt te geraken. Over enkele decennia zal de meerderheid van de bevolking van bepaalde NAVO-lidstaten waarschijnlijk uit niet-Europeanen bestaan en dus zal het de vraag zijn of zij hun plek in de wereld of hun band met de VS nog steeds hetzelfde zien als de landen die zich ooit bij de NAVO aansloten. Onvermijdelijk zal de toekomst van een natie worden bepaald door de mensen die een land toelaat binnen zijn grenzen, met name in welke aantallen en vanwaar ze komen. Het tijdperk van de massa-immigratie moet eindigen."
De VS waarschuwt dus dat, bij gelijkblijvend oikofoob en globalistisch weg-met-onsbeleid, Europa zal blijven islamiseren en uiteindelijk Eurabië zal worden, een waarschuwing die vele islamcritici reeds gaven, waaronder Bat Ye'or in haar gelijknamig boek. Ik raad iedereen aan om het eens te lezen.
Mijnheer de minister, deelt u deze analyse? Zo neen, waarom niet? In hoeverre zal het regeringsbeleid rekening houden met die nieuwe veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, il y a quelques jours, une importante note de la Maison- Blanche est sortie. Elle décrit l'Europe comme un continent en disparition civilisationnelle. C'est une vision catastrophiste. On y lit tout mais surtout n'importe quoi, sans la moindre étude sérieuse, mais avec une intention claire: affaiblir l'Union européenne, faire reculer l'État de droit, démanteler nos protections sociales et climatiques et, surtout, encourager la montée de l'extrême droite.
Le plus choquant, c'est que certains, dans le gouvernement Arizona, applaudissent. On entend le président du premier parti francophone dire: "C'est un rapport que j’aurais pu écrire moi-même." On entend un ministre fédéral dire que Trump a parfaitement raison. Soyons clairs, quand ce président de parti et ce ministre disent qu'ils se reconnaissent dans ce texte, ce n'est pas innocent. Ils valident une stratégie américaine qui appelle clairement à cultiver la résistance à l'intérieur des pays européens, pour influencer nos choix politiques. C'est très grave parce que c'est de l'ingérence. C'est un problème politique majeur. Surtout, se rend-on compte de ce qu'ils valident? On parle d'un président, Trump, qui fait arrêter des familles sur leur lieu de travail, qui démonte toutes les politiques climatiques, qui attaque frontalement le droit des femmes, des minorités, des migrants, des personnes trans. Est-ce cela le modèle que l'Arizona veut amener ici? Est-ce cela, votre vision?
Monsieur le ministre, ceci vous met face à une responsabilité claire. Mes questions sont simples. Comment la diplomatie belge analyse-t-elle cette note qui assume clairement vouloir intervenir dans les dynamiques politiques européennes? Quelles garanties pouvez-vous donner quant à la protection de notre souveraineté, face à une vision qui cherche à affaiblir nos institutions et à pousser l'extrême droite dans nos parlements? Nous en avons eu la démonstration juste avant. Comment va-t-on rappeler à l'administration américaine que la coopération transatlantique ne peut pas se construire au détriment des droits humains, de l'État de droit et de l'action climatique?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, we hebben nota genomen van het nieuw nationaal veiligheidsplan van de Verenigde Staten, dat nogal fel is ten opzichte van Europa en dat Europa behoorlijk bekritiseert. Het geeft vooral duiding bij het standpunt dat Europa de nationale soevereiniteit en identiteit van de Verenigde Staten in gevaar zou brengen. Het rapport is een aanval op de ideologie binnen Europa.
Sta me echter toe duidelijk te stellen dat de Verenigde Staten een essentiële partner zijn en blijven voor ons land en onze bevolking op het vlak van economie, veiligheid en defensie, maar ook op het vlak van geopolitieke stabiliteit.
De ideologische aanval die wij vandaag voelen, werpt een nieuw licht op onze trans-Atlantische relatie. Er is de heel belangrijke NAVO-samenwerking en de bilaterale samenwerking, maar ook het besef dat Europa heel krachtig moet optreden in een wereld die wordt gekenmerkt door grote stress, grote spanningen en heel veel crisissen.
Het feit dat wij niet langer een strategische partner worden genoemd, baart mij de meeste zorgen.
Mijnheer de minister, hoe leest u dat rapport?
Collega's, veel belangrijker dan te beweren dat de Amerikanen het niet goed zouden weten of niet goed doen, vind ik de positie van ons als maatschappij, van ons land en van Europa. Dat is eigenlijk de vraag die ik hier vandaag wil stellen.
Mijnheer de minister, na lezing van dat rapport, welke antwoorden formuleren we om als land maar ook als continent Europa krachtdadig op te treden op zowel diplomatiek als economisch en geopolitiek niveau?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, er zijn heel wat vragen gesteld. U hebt vijf minuten spreektijd om te reageren.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les parlementaires, je vous remercie pour vos questions.
Comme vous, j'ai évidemment pris connaissance du contenu de la stratégie de sécurité nationale des États-Unis. Bien entendu, je partage votre stupéfaction, votre indignation, parfois même votre condamnation quant aux analyses qu'elle véhicule du continent européen, à commencer par la thèse d'un prétendu effacement civilisationnel et par l'affirmation explicite des États-Unis de vouloir soutenir certains acteurs politiques européens pour résister aux tendances qualifiées de "négatives" en matière de migration, de liberté d'expression et d'identité. Ce serait des interférences inacceptables et c'est déjà un choc de valeurs. Mais soyons clairs, ce document, pour brutal qu'il soit, ne constitue pas une surprise.
Die strategie weerspiegelt in feite volledig de lijn van het optreden van vicepresident Vance tijdens de conferentie van München afgelopen februari en komt overeen met de verschillende boodschappen die de regering-Trump ons doorgeeft. De gesprekken die ik onlangs had met de Deputy Secretary of State, de heer Landau, vertoonden dezelfde accenten.
Il n'en demeure pas moins que nous conservons des intérêts communs. C'est pourquoi je plaide, depuis le début, pour une approche lucide. Plus qu'un choc, cette stratégie américaine doit être un électrochoc.
We moeten absoluut uit de comfortabele ontkenning stappen, waarin wij ons al veel te lang hebben genesteld en die blijft voortduren ondanks de harde klappen van de afgelopen maanden. Niet alles in die tekst is overigens onjuist. De EU verliest op economisch, militair, politiek en diplomatiek vlak. Het is tijd om ons te herpakken.
Nous devons impérativement prendre nos responsabilités. Nous avons trop longtemps vécu sur nos acquis, nous pensant sous la protection indéfinie de l'Oncle Sam. Cette époque est révolue. L'Europe doit se reprendre en main. Il ne s'agit pas tant de réagir vis-à-vis des États-Unis, mais plutôt d'agir entre Européens.
Europa moet zich profileren als een onafhankelijk machtsblok in een multipolaire wereld door bepaalde essentiële lijnen te verdedigen.
Il faut préserver l'unité et la cohésion européenne face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations. Je rappelle d'ailleurs que le fonctionnement optimal de l'Union européenne est considéré comme un intérêt vital de la Belgique dans notre propre stratégie nationale de sécurité.
We moeten een strategische autonomie opbouwen door de opkomst van een Europese pijler binnen de NAVO te versnellen en door onze economische soevereiniteit, onze concurrentiekracht, onze energieautonomie te verdedigen en door de regelgevende autonomie van de EU te behouden.
Il faut maintenir évidemment le cap sur le soutien indéfectible à l'Ukraine, et aussi veiller à protéger notre cohésion sociale, nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine. Nous entrons donc dans une ère de coopération à géométrie variable. Nous sommes alliés sur certains dossiers, rivaux sur d'autres.
De Verenigde Staten blijven een onmisbare partner waarmee wij moeten blijven zoeken naar mogelijkheden tot samenwerking waar dat mogelijk is. De strijd tegen georganiseerde misdaad en in het bijzonder tegen drugshandel vormt een gedeelde prioriteit. Het beheer van migratiestromen met respect voor onze fundamentele waarden is eveneens een convergentiepunt. Thema's die verband houden met defensie, de strijd tegen terrorisme, evenals onze nauwe economische banden blijven onderwerpen waarover het essentieel is de dialoog voort te zetten.
We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tevens moeten we de diversificatie van onze partnerschappen versnellen.
J'entends proposer à l'ensemble des membres du gouvernement de souscrire à cette vision stratégique plus volontariste et lucide pour garantir la cohérence de notre action vis-à-vis de Washington. Nous avons, avec les États-Unis d'Amérique, une histoire commune, forgée dans le sang et la solidarité. Cette histoire, nous devons chercher à la préserver et nous devons l'utiliser comme un tremplin pour réinventer un destin conjoint à défaut de pouvoir toujours être commun. L'allié d'hier sera encore celui de demain. Les États-Unis ont changé. À nous d'en faire autant.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Wij mogen niet langer blindelings op veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten rekenen. Dan zijn we aan het slaapwandelen. Europa moet ontwaken en opstaan, zoals u hebt gezegd. België moet daar als middelgroot land binnen Europa echt een grote rol in spelen. Ik roep u en de voltallige Belgische regering op om die rol op te nemen. We hebben die rol in het verleden gespeeld. Heel wat bekende Belgische politici hebben daaraan bijgedragen en daarmee naam gemaakt binnen Europa. Het is tijd om dat nu opnieuw te doen. We merken dat binnen grote Europese landen af en toe de nationale belangen overwegen, zeker op defensievlak. België moet daar tegen vechten en een voorbeeld vormen. Ik moedig u dan ook aan om die rol op te nemen en wens u daarbij heel veel succes.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses que vous nous apportez. En effet, nous ne devons plus compter uniquement sur l'Oncle Sam. Il faut impérativement défendre notre civilisation européenne, celle qui est née de notre histoire tragique – vous l'avez citée –, une civilisation ouverte au monde, une civilisation basée sur le droit international et la coopération entre États, une civilisation basée sur un État de droit et sur des droits humains, une civilisation où chacun est respecté, une civilisation qui soutient les plus faibles.
Monsieur le ministre, comme précisé dans ma question, il est important et urgent, je persiste et je signe, de consolider la défense de ces valeurs et de renforcer courageusement et avec conviction notre action commune avec les pays européens qui en ont la volonté, mais aussi notre autonomie collaborative. J'en ai toujours été convaincu et, pour que ce message puisse être entendu outre-Atlantique, je le dirai en anglais: vous êtes the right person in the right place.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, votre réponse est décevante. Vous faites un constat moyennement bon, mais vous en tirez les mauvaises conséquences. Vous dites, par exemple, qu'on partage la lutte contre la drogue avec les Etats-Unis. Quand on intercepte un pétrolier vénézuélien au large des côtes vénézuéliennes, est-ce pour lutter contre la drogue? C'est écrit noir sur blanc, c'est pour s'accaparer les richesses vénézuéliennes et c'est pour asseoir sa domination sur le monde.
Ce dont on a besoin, monsieur le ministre, c'est de sortir de la domination américaine et non pas de construire une autre Union européenne des États-Unis bis . Il nous faut construire une Europe qui tend la main vers le reste du monde, une Europe de coopération avec les autres peuples, pas une Europe de course à l'armement. Nous avons besoin d'une Europe de coopération et de travail avec les autres peuples. Il nous faut tendre la main aux peuples du Sud plutôt que de rester sous la domination américaine. Cette logique ne fonctionne pas.
Sam Van Rooy:
Zwaar beveiligde wintermarkten in plaats van kerstmarkten en een verminkte zogenaamde kerststal in Brussel, jihadisten die naar België kunnen komen en hier vrij rondlopen, de voortdurende instroom van fundamentalistische moslims, openlijke oproepen tot jihadistische terreur, sterk geïslamiseerde scholen en wijken, steeds meer moskeeën en Koranscholen, toenemende islamitische sluierdracht en honderdduizenden moslims op ons grondgebied met verwerpelijke islamitische opvattingen over vrouwen, niet-moslims, ex-moslims en homoseksuelen, infiltratie door de Moslimbroederschap en Hamas enzovoort, als de regering niet inziet dat de Verenigde Staten gelijk hebben en dat de massa-immigratie moet worden gestopt, zal onze eigen beschaving over enkele decennia inderdaad niet meer bestaan.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Je suis d'accord sur le fait que ce n'est pas une surprise. Qui est d'ailleurs surpris par les propos de Donald Trump? Par contre, ce qui m'étonne, c'est que des membres éminents de votre coalition gouvernementale applaudissent la note de Trump. Ce qui me surprend, c'est que vous ne convoquiez pas l'ambassadeur des États-Unis pour lui tenir les mêmes propos. Que vous ne convoquiez pas le ministre de la Défense pour lui dire que ce n'est pas OK de valider cette note, ou le président du premier parti francophone pour lui dire que ce n'est pas correct d'avoir une alliance et… (Interruption hors micro par M. Bouchez)
Voorzitter:
Mevrouw Maouane heeft nog een half minuut tijd.
Rajae Maouane:
Maintenant qu'il est revenu du Qatar, il peut peut-être passer au cabinet. (Brouhaha)
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om niet vanuit de stoeltjes te spreken zodanig dat de spreker die het woord heeft onverstaanbaar wordt. (Applaus)
Rajae Maouane:
En parlant de surprise, qui est surpris que M. Bouchez interrompe encore une fois des femmes qui parlent?
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Rajae Maouane:
Oui, vous aurez votre droit de parole.
On ne peut pas être aussi incendiaire avec Donald Trump et ne pas convoquer ces membres de la coalition gouvernementale.
Je voudrais clarifier une chose. Je vous ai entendu dire que vous étiez d'accord, que vous aviez un point de convergence avec la pratique ou la lutte migratoire des États-Unis? Voilà qui éclaire la politique de l'Arizona! Cela m'inquiète encore plus.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, we zijn een klein volk, maar we zijn pragmatisch, assertief, dapper en we laten ons niet zomaar destabiliseren. U hebt dat in uw antwoord ook niet laten gebeuren.
Het is inderdaad essentieel dat we ons aanpassen aan nieuwe geopolitieke situaties en dat we vooruitgaan in ons economisch beleid, in ons defensiebeleid en in onze strategische autonomie. We moeten duidelijk maken waar we voor staan en onze stem in de NAVO durven te verheffen. Het is ook essentieel dat we samen met onze partners, de Europese lidstaten, ons een visie op de toekomst eigen maken die ons sterk maakt en stabiliteit biedt aan onze bedrijven, niet alleen in relatie met de VS, maar ook in relatie met andere landen waar we nieuwe markten aanboren, essentieel voor de welvaart voor ons land, denk maar aan de stemming over Mercosur.
Voorzitter:
Monsieur Bouchez, je vous donne la parole pour un fait personnel.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je tiens seulement à apporter deux éléments. Mme Maouane était en effet très impatiente de pouvoir m'entendre. Je trouve particulièrement choquant d'entendre dans l'Assemblée d'un pays qui est une démocratie libérale des gens qui soutiennent le régime de M. Maduro, dont le pays devrait être l'un des plus riches du monde grâce à ses réserves de pétrole. Or, aujourd'hui, M. Maduro fait tirer sur sa population qui meurt de faim et se rebelle contre cela.
Pour le reste, m adame Maouane, oui, j'assume complètement que j'aurais pu écrire ce rapport, non pas pour les visées que vous me prêtez. Comme vous parlez beaucoup de mon voyage au Qatar, je vous conseille vivement de voyager un peu plus. Cela vous ouvrirait l'esprit et vous réaliseriez à quel point l'Europe est actuellement en perte de vitesse à l'échelle mondiale. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il indique que l'Europe produisait 25 % de la richesse mondiale et qu'elle n'en produit plus que 14 %. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe n'est plus capable de prendre des décisions. Oui, madame, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe est en train de disparaître de la scène internationale.
Meyrem Almaci:
(…)
Georges-Louis Bouchez:
Je connais votre habitude, madame Almaci. Quand on voit votre bilan à la présidence de votre parti, vous feriez mieux de vous montrer très modeste!
Alors, oui, j'assume pleinement que ce n'est pas faire allégeance à Trump. Ce doit être le wake-up call dont l'Europe a enfin besoin et que votre formation politique a empêché, ainsi que celles de toute la gauche. ( Applaudissements nourris sur les bancs du Vlaams Belang et de l'Open Vld )
Eh bien, oui! Cela ne me pose aucun problème. La vérité, c'est votre bilan que nous voyons aujourd'hui!
Voorzitter:
Vous avez la parole, madame Maouane.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le président.
J'allais répondre, mais je crois que les applaudissements de l'extrême droite constituent la meilleure des réponses aux propos de M. Bouchez. C'est la meilleure des réponses! Georges-Louis Bouchez, le président du MR, reçoit une standing ovation du Vlaams Belang. Je crois que ça se passe de commentaires!
Je pensais que M. Bouchez allait prendre la parole pour s'excuser de m'avoir encore une fois interrompue. Je pensais qu'il allait s'excuser d'interrompre encore une fois quelqu'un qui a la parole et qui dit quelque chose qui lui déplaît. Malheureusement, il ne le fait pas. Mais je n'en suis pas vraiment surprise.
Monsieur Bouchez, si vous aimez tant le Qatar, qui est pour vous ce modèle de démocratie, rejoignez vos Frères musulmans là-bas!
(Mevrouw Almaci vraagt het woord)
Voorzitter:
U bent niet bij naam genoemd. U kunt moeilijk een persoonlijk feit inroepen, als u niet genoemd bent.
Sofie Merckx:
Monsieur le président, je ne souhaite pas introduire un fait personnel, mais je trouve simplement très particulière la manière dont la réunion se déroule. Il suffit que quelqu’un soit présent sans être inscrit au débat et qu’il crie sur une personne, en l'empêchant ainsi de continuer à s’exprimer, pour entraîner un fait personnel. Vous devriez plutôt rappeler à l’ordre la personne qui a crié afin qu’elle cesse de le faire. Je suis désolée, il ne s'agit pas d'un fait personnel.
Moi aussi, je pourrais crier durant toute la plénière jusqu’à ce qu’on cite mon nom pour obtenir cinq minutes de parole. Ce n’est pas une façon de procéder ! Lorsqu'on veut intervenir dans un débat, il faut s’inscrire. Un fait personnel n’existe que lorsqu’il s’agit réellement de propos tenus à l’égard d’une personne, pas quand on interrompt la séance.
Voorzitter:
Ik heb mevrouw Maouane de 30 seconden gegeven die haar door onderbrekingen werden ontnomen. Dat betekent dat zij haar hele uiteenzettingen heeft kunnen doen. Ik heb kunnen vaststellen dat mevrouw Maouane de heer Bouchez in het debat betrokken heeft. Sommige collega's – ik spreek in het algemeen – vinden er een zeker plezier in om, ofwel persoonlijke feiten uit te lokken, ofwel om daar gebruik van te maken om zich bijkomend in het debat te mengen. Ik moet daarbij een heel dunne lijn bewandelen. Niet elke manier van naamvermelding volstaat, anders zouden we hier oeverloos debatteren. Bovendien kan de betrokkene – dit is het gevolg van het uitlokken van een persoonlijk feit - ook daarna weer het woord nemen. Misschien moeten we eens nadenken over die formule in het Reglement, want er wordt daar veelvuldig misbruik van gemaakt. Ik heb geoordeeld dat hier sprake was van een persoonlijk feit. Mevrouw Maouane heeft de kans gekregen om daarop te reageren. Dat betekent ook dat ik u geen persoonlijk feit toesta, mevrouw Almaci. Uw naam is genoemd, maar uw fractie heeft de tijd gekregen om haar zeg te doen . Ik vrees dat, wanneer u een persoonlijk feit krijgt toegewezen, de heer Bouchez daarna twee minuten krijgt om daarop te reageren, waarna vervolgens weer een andere naam kan volgen. We zullen daar paal en perk aan stellen. De twee fracties hebben uitgebreid van gedachten kunnen wisselen. Ik ga nu over tot de orde van de dag.
De stand van zaken met betrekking tot de Europese farmawetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jan Bertels (Vooruit) benadrukt dat betaalbare, toegankelijke zorg voor iedereen centraal moet staan en pleit voor het nieuwe Europese farmapakket om geneesmiddelentekorten en winstgedreven productieverplaatsingen tegen te gaan, met extra aandacht voor weesgeneesmiddelen en strategische EU-autonomie. Minister Vandenbroucke bevestigt dat het bereikte akkoord drie kerndoelen realiseert: versnelde toelating (180 dagen ipv 210), verplichte levering aan alle EU-landen (inclusief kleine markten zoals België) en striktere regels tegen tekorten (meldplicht, preventieplannen, beperking parallelle handel), terwijl het investeringsklimaat verbetert. Bertels sluit af door te herhalen dat solidariteit en betaalbare zorg voor Vooruit blijvende prioriteiten zijn, zowel nationaal als Europees.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, wie ziek is, moet geholpen worden met de juiste zorg. Iedereen heeft recht op de beste en betaalbare zorg, zonder te moeten vrezen voor onbetaalbare facturen. Solidariteit, mijnheer Dedecker, daarvoor zal Vooruit als partij van de zorg blijven strijden, hier in het Parlement en in het Europees Parlement.
De meer dan twintig jaar oude Europese geneesmiddelenwetgeving is absoluut aan modernisering toe. Vandaar dat wij, samen met u, mijnheer de minister, hebben geijverd en gestreden voor een nieuw Europees farmapakket, een pakket dat de beschikbaarheid van betaalbare geneesmiddelen voor onze patiënten garandeert. Het moet tekorten vermijden en ervoor zorgen dat firma’s niet zomaar een land zonder geneesmiddelen kunnen zetten door hun productie en/of consumptie te verhuizen naar een land waar zij meer winst kunnen maken. Met het pakket moderniseren we ook het Europees Geneesmiddelenagentschap, zodat innovatieve geneesmiddelen sneller beschikbaar worden, en stimuleren we innovatie en onderzoek naar bijvoorbeeld weesgeneesmiddelen, die bijzonder belangrijk zijn voor patiënten met een zeldzame ziekte. Tot slot versterken we met het pakket onze strategische autonomie en onze concurrentiepositie in Europa en verminderen we de afhankelijkheid van niet-EU-landen.
Mijnheer de minister, vanmorgen omstreeks vijf uur is na zeer lange onderhandelingen een politiek akkoord bereikt tussen de Raad en het Parlement over de hervorming van de Europese farmawetgeving. Kunt u toelichten welke doelstellingen werden bereikt en wat de hopelijk voor ons land positieve gevolgen zijn?
Frank Vandenbroucke:
Er is inderdaad vannacht een akkoord bereikt over de Europese wetgeving betreffende de geneesmiddelen. We hebben daar vanuit ons land twee jaar hard aan geduwd.
We hebben natuurlijk de definitieve teksten nog niet, maar ik meen te mogen zeggen dat drie belangrijke doelstellingen ermee bereikt worden. Ten eerste, de patiënten zullen sneller noodzakelijke geneesmiddelen krijgen. Ten tweede, een geneesmiddel dat een Europese vergunning krijgt, moet aan alle Europeanen aangeboden worden, ook in kleinere markten als die in België, die Big Pharma soms graag links laat liggen. Ten derde, we krijgen meer wapens in de strijd tegen onbeschikbare geneesmiddelen. Bovendien verwezenlijken we die doelstellingen met op de achtergrond een interessanter investeringsklimaat.
Ten eerste zullen geneesmiddelen en therapieën dus sneller vergund worden op de Europese markt. De beoordelingsprocedure wordt versneld van 210 naar 180 dagen. De bedrijven zullen, als ze een vergunning hebben, dus ook bij ons sneller terugbetaling kunnen vragen. Wij zijn bezig met onze procedures voor terugbetaling voor de patiënten te versnellen.
Ten tweede, we zullen als lidstaat de bedrijven kunnen verplichten om, als ze een vergunning hebben gekregen, het medicijn aan onze patiënten aan te bieden en de terugbetaling ervan in ons land aan te vragen.
Ten derde, we krijgen wapens in de strijd tegen de schaarste, tegen de tekorten. Zo moeten bedrijven preventieplannen uitwerken en zes maanden op voorhand melden als er tekorten drreigen. We zullen ook extra informatie en mogelijkheden krijgen om in te grijpen bij parallelle handel. Kortom, de patiënten zullen van het akkoord beter worden. Het betekent een belangrijke stap vooruit.
Jan Bertels:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Beter voor de patiënten, dat horen we graag. De Europese farmawetgeving moet inderdaad een duidelijk kader scheppen. Dat kader is belangrijk voor een eerlijke verdeling, de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van geneesmiddelen tegen een redelijke prijs. De beste en betaalbare zorg voor iedereen, die boodschap brengen wij, socialisten van Vooruit, al jaren en blijven we doen, tot in Europa. De beste en betaalbare zorg, toegankelijk voor iedereen, zal voor ons een strijdpunt blijven, hier, nu, morgen en overmorgen. Als partij van de zorg met solidariteit hoog in het vaandel, zullen we dat overal blijven zeggen.
De uitvoering van het nieuwe Europese migratiebeleid
De solidariteitsbijdrage
De nieuwe terugkeerverordening
Het Europese migratie-, solidariteits- en terugkeerbeleid
Gesteld door
MR
Victoria Vandeberg
VB
Francesca Van Belleghem
Groen
Matti Vandemaele
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese migratiedeal—met terugkeerhubs in derde landen en versnelde uitzetting van afgewezen asielzoekers—wordt door MR en minister Van Bossuyt (N-VA) verwelkomd als noodzakelijke versterking van een inefficiënt systeem (slechts 20% terugkeer uitgevoerd), maar stuit op fundamentele kritiek: Vlaams Belang ziet het als "cultureel doodvonnis" door massale immigratie (België nu 3e in EU voor asielaanvragen per capita), terwijl Groen (Vandemaele) het afdoet als dure, juridisch onhoudbare "schijnoplossingen" die mensenrechten ondermijnen en falen zoals het Amerikaanse model. Van Bossuyt verdedigt de deal als pragmatische oplossing—met 30% lagere Belgische bijdrage (€12,9m ipv €18,5m) en weigering om extra asielzoekers op te nemen—maar benadrukt dat solidariteit met grenslanden (financieel, niet via opvang) cruciaal is; Hongarije’s weigering wordt genuanceerd (vrijstelling omwille van Oekraïense druk). MR steunt de plannen als noodzakelijk voor een "duurzaam asielsysteem", terwijl Groen en VB de minister ideologisch motiveren (VB: "bewuste bevolkingsvervanging"; Groen: "statistiekcosmetiek" zonder echte oplossingen). De kernconflicten: efficiëntie vs. menselijkheid (terugkeerhubs, kinderdetentie), Europese solidariteit vs. nationale soevereiniteit (afkoopsommen, verplichte opvang), en de rol van mensenrechten (EVRM als "hinderpaal" vs. fundamentele waarde). Concreet blijft onduidelijk hoe, waar en wanneer de hubs operationeel worden—en of ze juridisch en financieel houdbaar zijn.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, à l'heure où l'Europe redéfinit les contours de sa politique migratoire, des États membres et des partis dont le MR saluent ici une avancée historique: la création de hubs de retour hors de l'Union et la possibilité de renvoyer des demandeurs déboutés vers des pays tiers dits "sûrs". Ces hubs constituent une évolution importante du cadre européen.
Par cet accord, l'Union se dote enfin d'outils concrets pour renforcer les procédures de retour et assurer également une répartition plus efficace des responsabilités. Il était temps, car notre système d'accueil ressemble à un chantier où l'on voudrait bâtir étage après étage sans avoir finalement de fondations stables. À force d'ajouter du poids sans pause, ce n'est pas la volonté qui manque, mais c'est la stabilité. Rien ne tient vraiment et rien ne peut s'ancrer durablement. Pour garder un cap clair et assurer une place sûre à ceux qui en ont réellement besoin, il faut éviter la surcharge et rétablir l'équilibre.
Les décisions européennes vont précisément dans cette direction et offrent les moyens de stabiliser l'ensemble du système de l'asile. Ces avancées appellent aussi certaines clarifications, en particulier quant aux conditions de mise en œuvre dans les pays tiers.
Madame la ministre, avez-vous une idée du calendrier dans lequel les institutions européennes adopteront définitivement les textes juridiques? Comment la Belgique envisage-t-elle de mettre en œuvre ces nouvelles dispositions? Comment et par qui sera assuré le contrôle du respect des droits humains dans ces hubs de retour, afin de s'assurer que ces mesures s'inscrivent dans nos engagements européens? Quelle part financière la Belgique devra-t-elle assumer? Quelle est la répartition du financement de ces différents dispositifs? Enfin, pouvez-vous nous donner aujourd'hui le pourcentage de décisions de retour effectivement exécutées en Belgique?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, als de vreemdelingenpopulatie aan dit tempo blijft groeien, zal binnen negentien jaar nog maar de helft van de bevolking Vlaamse roots hebben. Vorig jaar telden we zoveel asielzoekers dat we heel de stad Ninove konden vullen en dit jaar kunt u opnieuw al Aalter vullen. Dat zijn 70.000 mensen op twee jaar tijd.
Veronderstel eens dat uw huis tot de nok vol zit en uw huisbaas u tot een keuze verplicht: ofwel propt u er nog meer mensen bij, ofwel betaalt u een boete omdat u er niet nog meer wilt bij nemen. Dat is precies waartoe de Europese Unie ons nu wil verplichten. Dat noemt men verplichte solidariteit. We moeten dus ofwel meer asielzoekers opnemen, ofwel een boete betalen van 13 miljoen euro. Hongarije en Polen weigeren nu al om te plooien voor de verplichte solidariteit, nul euro en nul extra asielzoekers.
Als u werkelijk wilt dat er binnen negentien jaar nog iets overblijft van Vlaanderen en van de Vlamingen, dan is de vraag niet of u asielzoekers hebt afgekocht of hebt overgenomen van andere lidstaten, maar dan is de vraag of u immigratie wel degelijk gestopt hebt.
Mevrouw de minister, kiest u voor het voortbestaan van Vlaanderen of kiest u voor de vervanging van onze eigen mensen?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik denk dat u welgezind van de Europese top bent teruggekeerd, want het stoere Belgische asiel- en migratiebeleid wordt nu ook Europees uitgerold. In die zin zijn jullie een beetje de slippendragers van het extreemrechts gedachtegoed dat Donald Trump hier probeert te installeren. Dat is eigenlijk ook wat minister Prévot daarstraks heeft geantwoord: over asiel en migratie zitten we op dezelfde lijn als de Verenigde Staten.
Het domste migratiebeleid ooit wordt nu dus naar een Europese dimensie getild. De vraag is uiteraard of dat door het Europees Parlement zal raken. Dat valt te betwijfelen. Ik hoop alvast dat men daar intelligenter is dan op de migratietop.
Ik begin bij de terugkeerhubs. Dat idee gaat al langer mee, maar iedereen weet dat zulke hubs duur zijn, weinig intelligent zijn, heel veel geld kosten en met grote juridische obstakels gepaard gaan. Waarom zet u daarmee door als u weet dat die schijnoplossing er nooit zal komen? Heel concreet, bent u van plan om daarin kinderen op te sluiten? Daarover schijnt nog discussie te bestaan.
België zal meebetalen aan het solidariteitsmechanisme. De vraag is echter wat er gebeurt als Hongarije, een land waaraan wij ons steeds meer spiegelen, nu al zegt niemand extra op te nemen en niet te zullen betalen. Stort het kaartenhuisje van de deal dan niet helemaal in, wanneer Hongarije weigert om mee te doen?
Mijn volgende vraag gaat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het verdrag zelf. Dat vallen jullie steeds vaker aan. Mensenrechten zijn voor jullie duidelijk een vervelende hinderpaal. Gaat u daarmee door? Hoe beschouwt u dat?
Mevrouw de minister, uw migratiesprookje, dat in de realiteit op het terrein voor veel mensen een nachtmerrie is geworden, gaat almaar verder. Wanneer komt u uit uw ideologische loopgraven?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Vandeberg, mevrouw Van Belleghem en mijnheer Vandemaele, dank u voor uw vragen.
Mijnheer Vandemaele, u spreekt over het domste migratiebeleid. Ik denk dat vooral dom was wat uw partij in de vorige regering heeft gedaan, namelijk te zeggen: kom maar allemaal af, en dan zien we wel. Ik denk dat dat heel dom was.
De vergadering van maandag van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was inderdaad bijzonder belangrijk. Er werd tussen de lidstaten een akkoord bereikt over drie belangrijke voorstellen die het Europese asiel- en migratiebeleid verder aanscherpen.
Madame Vandeberg, le nombre de décisions de retour exécutées à l'échelle européenne est environ d'une sur cinq. Je suis sûre que nous sommes d'accord pour dire que c'est beaucoup trop peu. C'est pourquoi je suis convaincue que ces trois propositions constituent ensemble le noyau de ce qui est nécessaire pour appliquer une politique de retour crédible. La directive Retour en vigueur date de 2008 et n'est plus adaptée à la réalité d'aujourd'hui. Un nouveau règlement nous offrira beaucoup plus d'instruments pour mener une politique de retour forte et efficace. Une liste européenne de pays d'origine sûrs ainsi que l'extension du concept de pays tiers sûrs permettront également de rejeter plus rapidement les demandes d'asile.
Het voorstel voorziet ook in de mogelijkheid van terugkeerhubs. Dat is één van de elementen van externalisering die ik verwelkom. Ik ben er namelijk van overtuigd, mijnheer Vandemaele, dat dat een belangrijk instrument kan vormen voor een effectief terugkeerbeleid.
De plaatsing van gezinnen met minderjarigen in terugkeerhubs, wordt binnen de regering besproken.
Er werden vragen gesteld over de timing en de uitvoering. Madame Vandeberg, het gaat om voorstellen waarover de onderhandelingen met het Europees Parlement nog moeten beginnen.
Madame Vandeberg, nous entamons les négociations avec le Parlement européen. Par conséquent, nous ne pouvons pas encore vous indiquer quand le nouveau règlement entrera en vigueur.
En tout cas, nous continuerons à peser sur les négociations, comme nous l'avons fait ces derniers mois. Nous avons déjà réussi à faire inclure dans le texte la possibilité d'une interdiction d'entrée à vie et le manque de coopération comme motif explicite de détention.
We zijn er ook in geslaagd om het verplicht karakter van de wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten te laten schrappen, aangezien dat een risico op meer secundaire migratie inhoudt.
Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Vandemaele, met betrekking tot uw vragen over de Europese solidariteitspool wil ik eerst en vooral benadrukken dat wij een loyale partner zijn binnen Europa en onze verplichtingen ten aanzien van de lidstaten aan de buitengrenzen nakomen. Laat mij echter ook duidelijk stellen dat wij geen asielzoekers uit andere landen naar hier zullen halen. Onze opvang zit vol.
Onze financiële bijdragen kunnen de lidstaten aan de buitengrens echter helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat de instroom in de Europese Unie vermindert, wat ook ons ten goede komt. Of bent u misschien gekant, mevrouw Van Belleghem, tegen sterkere buitengrenzen?
Ten slotte, terwijl u de voorbije weken op sociale media toeterde over de Belgische bijdrage, heb ik er in alle discretie achter de schermen voor gezorgd dat die voorlopig begrensd wordt tot 12,9 miljoen euro, terwijl dat aanvankelijk 18,5 miljoen euro was. Dat is een daling van 30 %. Ik vind het erg vreemd dat uw partij daarop schiet. Blijkbaar vliegt het Vlaamse Belang liever extra asielzoekers binnen dan een afkoopsom te betalen, terwijl dat laatste op termijn de goedkoopste oplossing is.
U verwijst graag naar Polen, daarnet opnieuw, dat zou weigeren te betalen. Ofwel weet u niet hoe het systeem werkt, ofwel verkoopt u fakenieuws. Polen weigert niet om te betalen, maar heeft recht op een vrijstelling met goedkeuring van de Europese Commissie, vanwege van het enorm aantal Oekraïense ontheemden en illegale grensoverschrijdingen in het land.
Ook de komende maanden blijf ik intensief werken aan een bijkomende verlaging van het Belgisch aandeel in de solidariteitspool. In de marge van de Raad maandag had ik daartoe al een eerste bilaterale ontmoeting met de Griekse bevoegde minister. Die gesprekken worden de komende weken voortgezet.
Mijnheer Vandemaele, u had een vraag over Straatsburg, over het EVRM. Ik heb niemand horen pleiten voor een afzwakking van het EVRM. Het is vooral heel belangrijk dat we het systeem klaarmaken voor de toekomst. Vandaag moeten we vaststellen dat we illegale criminelen niet kunnen terugsturen, bijvoorbeeld vanwege van bepaalde interpretaties van dat verdrag. Als we dat verdrag voor de toekomst willen veiligstellen, dan moet het anders.
Victoria Vandeberg:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses.
Le MR se réjouit de l'accord européen et soutiendra pleinement sa mise en œuvre. Il était temps de restaurer l'efficacité et la crédibilité de notre politique d'asile. Vous parliez d'un cinquième des retours qui sont effectifs; cela illustre le manque d'efficacité actuel.
Soyons clairs, notre système d'accueil est pour le moment saturé, contrairement à ce que certains veulent faire penser. La Belgique ne peut pas tout assumer seule. Il faut réduire les incitants à l'asile en l'absence de besoins réels de protection, et éviter ce shopping de l'asile qui mine cette solidarité européenne.
Des mesures ont déjà été votées ici même, sous votre impulsion, mais il est maintenant urgent que les résultats soient visibles rapidement. Accélérer le retour lorsqu'une demande est rejetée, ce n'est pas de l'idéologie, c'est du bon sens. C'est ainsi que nous pourrons bâtir un système juste, où les personnes qui en ont vraiment besoin pourront être accueillies, et durable.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u bent geen slippendrager van extreemrechts, u draagt de slip van Ursula von der Leyen. In 2024 stonden wij op de vijfde slechtste plaats qua aantal asielaanvragen per capita. Dankzij uw beleid zijn wij naar de derde plaats gestegen, nog slechter dus. Wij hebben een derde meer asielaanvragen dan Duitsland, dubbel zoveel als Nederland en drie keer zoveel als Zweden.
De waarheid is dat wij voor een beschavingskeuze staan, aangezien in sommige gemeenten al meer dan 70 % van de bevolking van vreemde herkomst is. Dat is geen natuurramp, maar een doelbewuste politieke keuze. Die keuze hebben wij nooit gemaakt en de Vlaming heeft daarvoor nooit gestemd.
Het Europees migratiebeleid is een doodvonnis voor onze cultuur en onze identiteit. Het is een schande dat u daaraan meewerkt.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, zet die plaat af. U laat telkens opnieuw hetzelfde riedeltje horen. Blijkbaar lukt het u niet om een debat op een ernstig niveau te voeren. Het gaat altijd over mijn partij en over het verleden. Het gaat hier vandaag echter over uw beleid. Met uw beleid probeert u het Vlaams Belang langs rechts voorbij te steken. Met uw beleid schoont u de statistieken op. U laat mensen verdwijnen uit uw statistieken, maar niet uit hun miserie. Daarover gaat het. U verkoopt stoere praatjes, maar we weten dat uw oplossingen, zoals terugkeerhubs, niet zullen werken. Als het toch anders zou uitkomen, dan zal het bijzonder veel geld kosten. Bovendien valt het juridisch gezien niet te onderbouwen. In plaats van uw domme, onrealistische, onwerkbare en juridisch niet te onderbouwen ideeën te exporteren, zou u hier beter een echt deugdelijk beleid op poten zetten. Dat zou u sieren als minister.
Militaire mobiliteit
Een betere militaire mobiliteit
De militaire mobiliteit en de oorlogsbestendigheid van onze spoorwegen
De uitwerking van een Europese militaire Schengenzone
De militaire mobiliteit
De verbetering van de militaire mobiliteit
Verbeterde Europese militaire mobiliteit en spoorwegbestendigheid
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Theo Francken bevestigt dat België – als NAVO-transitland – drie duale infrastructuurprojecten (1 weg: N49 Maldegem; 2 spoor: Antwerpen-haven) subsidieert (€97 mln EU-steun) en werkt aan een Nationaal Actieplan Militaire Mobiliteit (onderdeel van het Enablementplan), dat procedures moet versnellen en kritieke corridors (noord-zuid) versterken. Hij ontkent dat slechts één project loopt en benadrukt regionale samenwerking (o.a. met Nederland/Duitsland) voor een "militair Schengen", maar Annick Ponthier (Vooruit) bekritiseert dat hij geen evaluatie geeft van de oorlogsbestendigheid van Belgische spoorwegen – naar aanleiding van Nederlandse waarschuwingen over kwetsbaarheid (sabotage, cyberrisico’s, gebrek aan rangeerruimte). Kjell Vander Elst (N-VA) en Koen Van den Heuvel (CD&V) dringen aan op meer gewestelijke betrokkenheid (Vlaanderen/Wallonië) en budgettaire coördinatie, terwijl Axel Weydts (VB) de 5%-NAVO-toewijzing voor interne veiligheid (drones, politie-helikopters) positief onthaalt. Het Enablementplan (eind 2024) moet België’s rol als NAVO-host nation concretiseren, maar Ponthier blijft vragen om een risicoanalyse spoorinfrastructuur, vergelijkbaar met Nederland.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, in verschillende Europese landen worden de laatste jaren aanzienlijke investeringen gedaan in de uitbouw en modernisering van de wegen-, spoorwegen- en waterwegeninfrastructuur, rekening houdend met de noodzaak om militaire transporten vlot te laten verlopen. Ons land is bovendien een transitland, mede door zijn cruciale ligging. Dat moet dan ook een absolute prioriteit zijn voor onze Defensie en vooral ook voor onze mobiliteitsdepartementen. Er moet aandacht voor zijn er actie worden ondernomen.
In uw beleidsnota gaf u aan dat een nationaal plan voor militaire mobiliteit zal worden opgemaakt. Het is dan ook schrijnend dat in Vlaanderen op dit moment slechts één wegenproject wordt opgestart waarbij die militaire reflex wordt gemaakt, namelijk de N49 tussen Damme en Maldegem. Dat is momenteel het enige project in Vlaanderen waarbij met militaire mobiliteit rekening wordt gehouden. Gelet op het plan dat in aantocht is en op de cruciale ligging van ons land, is dat mijns inziens veel te weinig.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de opmaak van het nationaal plan inzake militaire mobiliteit?
Welke rol speelt Defensie bij het identificeren van infrastructuurprojecten die van strategisch belang zijn voor de militaire mobiliteit in ons land?
Wat vindt u van het feit dat momenteel slechts één project in Vlaanderen in opmaak of opgestart is?
Acht u bijkomende weg-, spoor- of waterprojecten noodzakelijk om tegemoet te komen aan de Europese technische vereisten?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik trap een open deur in als ik zeg dat het hele Enablementverhaal een zeer belangrijk aspect vormt binnen onze collectieve defensie. België is, gelet op zijn geografische ligging op de kaart van Europa, een van de landen die de komende jaren aanzienlijke inspanningen zal moeten leveren.
Voor de inhoudelijke antwoorden verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.
Ik wil daaraan toevoegen dat ik een bijkomende vraag heb ingediend over de militaire Schengenzone. Die vraag is in het actualiteitsdebat opgenomen, maar ik wil het benadrukken, gelet op het groot belang ervan. Ik heb daarbij gevraagd welke initiatieven momenteel worden genomen en in hoeverre België daar zijn schouders onder zet. We beschikken over zeer capabele mensen die zich daarvoor inzetten. Ik had graag vernomen hoever het daarmee staat.
Voorzitter:
Mijnheer Weydts, uw beide vragen zijn alleszins opgenomen in dit actualiteitsdebat.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, militaire mobiliteit is een belangrijk onderwerp in de huidige geopolitieke context. Een nationaal plan daaromtrent werd aangekondigd. We zien op het terrein – we waren daar eerder dit jaar in Antwerpen zelf getuige van – dat een en ander vaak rimpelloos verloopt.
Soms duikt echter ook bezorgdheid op, zoals recent in Nederland. Daar klonk ernstige bezorgdheid over de weerbaarheid van de spoorweginfrastructuur in oorlogstijd. Volgens een recent onderzoek kan een militair transport daar het spoorverkeer tot drie uur volledig lamleggen. De spoorwegen bleken bovendien niet oorlogsbestendig. Bruggen, tunnels en viaducten zijn, zo zei men in Nederland, onvoldoende berekend op grootschalig militair gebruik, wat de snelle verplaatsing van troepen en materieel in een crisissituatie ernstig zou kunnen hinderen. Bovendien is het spoor erg kwetsbaar voor cyberaanvallen en sabotage en zijn er te weinig rangeerterreinen voor laden en lossen. Dat is de situatie in Nederland.
Dat roept de vraag op hoe het in België is gesteld met de militaire mobiliteit via het spoor. België speelt binnen de NAVO een belangrijke rol als host support nation en enabling nation , met als expliciet doel om militaire verplaatsingen door en naar ons grondgebied te faciliteren. U hebt terecht grote investeringen gekoppeld aan het verhogen van onze militaire mobiliteit. Ik heb daarover de volgende vragen.
Hoe beoordeelt u, gezien de bezorgdheid in Nederland, vandaag de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen? Zijn de NMBS en Infrabel volgens u voldoende voorbereid op het transport van zwaar militair materieel in crisistijd? Welke concrete middelen of investeringen zijn sinds het begin van deze legislatuur vastgelegd om de militaire mobiliteit via het spoor te versterken? Zijn er specifieke projecten of prioritaire trajecten in uitvoering? Heeft de NAVO reeds richtlijnen of ramingen gegeven over de benodigde infrastructuur of het geraamde budget dat België daarvoor zou moeten voorzien om aan zijn verplichtingen als host support nation te voldoen? Tot slot, zal de regering, gezien de recente waarschuwingen uit Nederland, een evaluatie laten uitvoeren van onze spoorcapaciteit en interoperabiliteit met NAVO-partners in crisissituaties? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik wil kort de vragen van de collega's over de militaire mobiliteit aanvullen. Enige tijd geleden heeft de Europese Commissie een strategie ontwikkeld rond militaire mobiliteit. Ik heb daarover een aantal vragen, aangezien Europa vraagt om in elke lidstaat een nationale coördinator aan te stellen om de militaire mobiliteit te optimaliseren.
Mijnheer de minister, is binnen ons land al duidelijk wie die rol zal opnemen en wie de lead voor die taak zal nemen? We leven in een federaal land. Dat betekent dat ook de deelstaten, zeker op het vlak van mobiliteit, een belangrijke partner zijn. In welke mate worden zij betrokken?
Theo Francken:
Geachte Kamerleden, Defensie onderschrijft de urgentie om de noodzakelijke transportinfrastructuurprojecten met een duaal karakter te ondersteunen en de impact op de militaire mobiliteit te verhogen. Daarvoor werkt Defensie reeds samen met de bevoegde infrastructuurbeheerders, de FOD Mobiliteit en Vervoer, de gewesten, Infrabel, de havens, enzovoort aan het in kaart brengen van alle noodzakelijke infrastructuurprojecten op de prioritaire mobiliteitscorridors die onder meer onze havens verbinden met de rest van Europa. Die analyse omvat zowel de noordelijke corridor richting Duitsland en Nederland als de zuidelijke corridor richting Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Het duaal karakter van dergelijke projecten betekent niet dat ze automatisch onder de noemer ‘militaire uitgaven’ vallen. Enkel het deel van het project dat aantoonbaar is of afscheidbaar is en voor puur militaire doeleinden wordt gerealiseerd, kan meetellen binnen de eerste korf die werd afgesproken op de top van Den Haag tijdens de zomer. Het andere deel valt onder korf twee, defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven, dus die 1,5 %.
Mede dankzij een positief advies van Defensie werd reeds voor 96 tot 97 miljoen euro aan EU-subsidies vanuit de Connecting Europe Facility toegekend aan vier Belgische infrastructuurprojecten, waarvan drie in Vlaanderen, één op de N49 in Maldegem en twee projecten om de spoorverbinding vanuit de haven van Antwerpen aan te pakken. Het klopt dus niet dat er maar één project is, het zijn er drie.
Op 19 november kondigde de Europese Commissie haar Military Mobility Package aan, dat door middel van een bindend EU-regelgevend kader procedurele hindernissen wil wegnemen, procedures en regels wil harmoniseren, infrastructuur wil versterken en digitale systemen wil ontwikkelen om de militaire mobiliteit in Europa te faciliteren. Om de belangrijkste knelpunten, 500 hotspots op de prioritaire militaire mobiliteitscorridors, aan te pakken, voorziet de Europese Commissie 17,7 miljard euro voor de volgende CEF binnen het meerjarig financieel kader 2028-2034, een vertienvoudiging van het budget.
Zoals gezegd zijn er drie projecten, niet één: het N49-project in Maldegem en twee spoorprojecten vanuit de haven van Antwerpen.
Daarvoor hebben we een subsidie van 97 miljoen euro ontvangen.
De lijst van knelpunten op de strategisch belangrijke corridors op ons grondgebied werd opgesteld in samenspraak met de administraties van de federale en deelstatelijke infrastructuurbeheerders en met de defensiestaf. De gedetailleerde lijst kan niet publiek worden meegedeeld. Die kunnen we eventueel in de commissie bekijken, maar niet publiek. Er zullen dus wel degelijk ingrijpende extra infrastructuurprojecten nodig zijn, zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië.
In het regeerakkoord en de Strategische Visie werd Defensie door de regering aangeduid om de leiding te nemen in de ontwikkeling van het Nationaal Verdedigingsplan en het Nationaal Enablementplan. Die plannen worden gezamenlijk uitgewerkt door Defensie, in samenwerking met de andere betrokken actoren en vertegenwoordigers van de federale en gefedereerde entiteiten.
In dat kader wordt momenteel ook gewerkt aan de eerste versie van het Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit. Dat plan zal, boven op de noodzakelijke infrastructuurverbeteringen, een vereenvoudiging van de procedures voor militair transport omvatten alsook acties voor een snelle en vlotte planning en uitvoering van militaire transporten op ons grondgebied, zowel in vredestijd als in tijden van crisis of conflict. Dat plan zal rekening houden met de inhoud van het Military Mobility Package en met de voorstellen tot harmonisatie en optimalisatie die ontwikkeld worden binnen een multinationale samenwerking, waarvoor België samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije op 13 november een intentieverklaring heeft ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area. Dat Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit zal worden opgenomen in het Nationaal Enablementplan, dat onze rol als ontvangst- en doorvoerland voor de NAVO-plannen zal beschrijven.
Naast de bestaande top-downprojecten binnen de NAVO en de EU, zoals het PESCO-project voor militaire mobiliteit, heeft Defensie recent haar engagement verhoogd om, samen met gelijkgestemde naties, het voortouw te nemen om via regionale samenwerking sneller vooruitgang te boeken richting het objectief van een militair Schengen in Europa. Zo heeft onze Defensie op 13 november 2025, zoals ik al heb vermeld, samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije de intentieverklaring ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area.
Daarnaast zal België samen met Nederland, Duitsland en Polen het voortouw nemen om de aanbevelingen en best practices van die regionale aanpak te bespreken binnen zowel de EU- als de NAVO-context en te onderzoeken waar we een meerwaarde kunnen betekenen voor de militaire mobiliteit op het Europees continent.
Het plan is dus bijna klaar.
Over de tender voor onze logistiek hebt u misschien al gehoord. We zullen een hele grote logistieke tender uitschrijven. Er hebben al informatievergaderingen plaatsgevonden in Evere. Daar is heel veel interesse voor. Onze logistieke bedrijven behoren tot de top, dus dat is chique. Die tender zou tegen het einde van het jaar klaar moeten zijn. Ik zou dus eind dit jaar of begin 2026 een brief kunnen richten aan Mark Rutte, zeggende dat wij ons ding hebben gedaan, dat we klaar zijn en dat we indien nodig heel snel kunnen schakelen. Dat is ongeveer de timing.
Defensie neemt in dezen de lead. Wat betreft het Weerbaarheidsplan, zijn wij dat niet, maar wel het Nationaal Crisiscentrum. Dat zit echter niet zo gemakkelijk. De regering heeft vorige week afgesproken om budgetten van Defensie te voorzien om bijkomende steun te geven bij de opmaak van het Nationaal Weerbaarheidsplan. Voor het Nationaal Enablementplan is Defensie de lead, net als voor het Nationaal Defensieplan. Voor het Nationaal Weerbaarheidsplan heeft het Nationaal Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken de lead. Daar zijn echter te weinig personeelsleden voor aangesteld. Er is heel veel werk voor te weinig personeel, dus er komt versterking van Defensie. Dat werd twee weken geleden afgeklopt.
Er is afgesproken dat 5 % van het budget van Defensie naar interne veiligheid gaat. De heli's voor de politie, die wij kopen, zitten daarin. Ook de Belgica zit daarin. Zo zijn er heel veel projecten opgelijst, zoals de drones en counterdrones van de politie, de ondersteuning van het Nationaal Crisiscentrum bij het opstellen van het Nationaal Weerbaarheidsplan, en Westakkers. Terwijl veel ministers op hun sjiek moeten bijten, heb ik heel veel geld gekregen. In het kader van de interne veiligheid hebben we met het budget van Defensie dus toch wat vooruitgang kunnen boeken in een aantal projecten. De voorwaarde is dat de projecten aanrekenbaar moeten zijn aan de NAVO. Het duoproject in Sint-Niklaas is daarvan een mooi voorbeeld. Dat is een masterplan van de federale politie, maar wij kunnen daar perfect aan meedoen. Het gaat om een schietstand, om drones en counterdrones en om slippistes. Dat hebben wij ook voor onze mensen nodig.
In die zin kunnen we er een gezamenlijk project van maken en dan kunnen wij dat betalen. Dan gaat het eindelijk vooruit. Dan kan Peter Buysrogge ook aankondigen dat het asielcentrum daar dicht gaat. Sint-Niklaas heeft immers twee centra. Veel partijen, of zelfs de hele gemeenteraad, zeggen al jaren dat twee grote asielcentra voor één stad te veel is. Dat kunnen ze niet aan. In die zin is dat het compromis geworden.
Twee weken geleden hebben we daarover op het kernkabinet tot vrijdagavond laat gesproken. Dat is vervolgens finaal uit de bus gekomen.
Het National Enablement Plan is dus een heel belangrijk plan. Dat zal normaal gezien in orde komen. Dat is dus op te volgen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, in alle neutraliteit wil ik u persoonlijk danken voor dat antwoord.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Eén wegproject en drie projecten in totaal, waarvan twee spoorwegprojecten, dat is alvast goed. Het is beter dan ik initieel dacht.
Het is absoluut noodzakelijk dat ook de regio’s, Vlaanderen en Wallonië, in dezen hun deel doen. De veiligheid van ons land is een gedeelde verantwoordelijkheid. Defensie is weliswaar een federale bevoegdheid, maar op Vlaams niveau wil men ook een Vlaams Defensieplan oprichten. Als de regio’s een steentje kunnen bijdragen, moeten ze dat in de eerste plaats op het mobiliteitsvlak doen. Ik ben blij dat dat toch voor een deel gebeurt.
Voor het overige kijk ik uit naar het Enablementplan, dat in een afrondende fase zit. Het wordt opgevolgd. Ik kijk uit naar het resultaat.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik dank u eveneens voor uw antwoord. Het Enablementverhaal is heel belangrijk. Het is interessant om te vernemen dat 5 % van het geplande defensiebudget naar interne veiligheid gaat. Dat wist ik nog niet. Het stelt mij gerust dat het aan de voorwaarde van NAVO-aanrekenbaarheid moet voldoen; anders creëren we elders een probleem.
U ziet waartoe vragen over militaire mobiliteit kunnen leiden. Het is goed dat de minister af en toe afwijkt van het voorbereid antwoord. Dank u daarvoor.
Voorzitter:
Ik weet niet of men daar op het kabinet ook zo over denkt.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U stelt dat Defensie de noodzaak onderschrijft om de militaire mobiliteit op zoveel mogelijk vlakken te ondersteunen. U hebt het ook over drie voorbereidende trajecten gehad die prioritair worden behandeld.
Defensie wordt als leidende factor beschouwd in het Nationaal Verdedigings- en Enablementplan. Het is inderdaad uitkijken naar de resultaten die wij daar binnenkort uit zullen leren. Het is voor alle duidelijkheid goed dat Defensie daarin de lead neemt.
U stelt ook dat wij heel snel kunnen schakelen, wat in de huidige context heel belangrijk is.
U gaf alle details over het Enablementplan en andere aspecten, maar ik mis een antwoord op de vraag die ik u heb gesteld, namelijk een reflectie op de bezorgdheid bij onze noorderburen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die bezorgdheid ook voor ons land relevant is.
Dat geldt zeker voor mijn provincie, Limburg, die zoals u weet een heel belangrijke provincie is in het hele enablementverhaal. Er is nood aan dezelfde oefening. Nederland heeft die oefening gemaakt. We weten dat Nederland vaak vooroploopt op België. Ik had van u verwacht dat wij dat eveneens zouden doen.
Ik blijf dus op mijn honger zitten wat betreft de evaluatie die we hebben gemaakt en de lessen die we kunnen trekken over de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen. Spelen bij ons dezelfde problemen of niet? Daarop hebt u, tenzij ik mij vergis, geen antwoord gegeven. Dat betreur ik ten zeerste.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil nog even focussen op de rol van de deelstaten. Ze zijn een erg belangrijke partner inzake mobiliteitsinvesteringen. Zij hebben ook budgettair, de ene deelstaat misschien wat meer dan de andere, ruimte om mee te investeren. Dat geldt ook in het kader van de uitdaging om die 5 % op termijn te realiseren.
Ik wil u daarom aanmoedigen om de lijn met de deelstaten heel kort te houden, want zij kunnen op dat vlak een heel belangrijke partner zijn en een heel belangrijke rol spelen.
Voorzitter:
Collega's, die repliek beëindigt onze vier actualiteitsdebatten. Op de agenda staat nog een hele reeks vragen, die zowel vandaag als vrijdag zullen worden behandeld. Ik breng in herinnering dat de mogelijkheid bestaat om te verwijzen naar de tekst van de vraag zoals ingediend. Het punt is dat wij op die manier snelheid kunnen maken. U hebt echter uiteraard het recht om uw vraag voluit te stellen wanneer u dat wenst.
De hoge drempel tot de arbeidsmarkt voor vrouwen van niet-Europese origine
De toegang tot werk voor vrouwen van niet-Europese origine
Toegang tot de arbeidsmarkt voor vrouwen van niet-Europese origine
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz bekritiseert dat België slecht scoort in arbeidsinclusie van vrouwen met niet-Europese roots (slechts 50% werkt vs. 75% autochtone vrouwen), vooral door structurele barrières (taalcursussen ontoegankelijk, niet-erkenning buitenlandse diploma’s, gebrek aan kinderopvang, discriminatie) en systematische onderwaardering (35% is overgekwalificeerd in schoonmaaksector). Ze beschuldigt minister Clarinval van leegtaal en gebrek aan concrete maatregelen: zijn hervorming dwingt kwetsbare groepen (ook 55-plussers) in werk zonder passende ondersteuning of discriminatiebestrijding, terwijl bekende oplossingen (diploma-erkenning, sancties voor discriminerende werkgevers) politieke moed vereisen. Clarinval benadrukt dat de hervorming werk moet stimuleren via een "activatie"-model (hogere uitkeringen in beginfase, strengere degressiviteit) en samenwerking met regio’s voor opleidingen en begeleiding, maar concrete acties ontbreken—Schlitz noemt dit "cynisch" en stelt dat zijn beleid competenties verspilt (bv. verpleegsters als schoonmaakster) en discriminatie structureel in stand houdt.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, une étude récente de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes (IEFH) met en lumière une réalité qui est inquiétante mais qui ne m'étonne absolument pas. Seule une femme d'origine non-européenne sur deux travaille en Belgique contre trois sur quatre chez les femmes dites d'origine belge. Ce constat place notre pays parmi les moins performants d'Europe en matière d'inclusion sur le marché du travail.
Plus de deux tiers de cet écart s'expliquent par des obstacles structurels et systémiques comme des barrières linguistiques, le fait que les formations en langue sont devenues payantes, trop rares ou organisées à des horaires incompatibles avec la vie familiale. La non-reconnaissance des diplômes étrangers constitue en outre un énorme frein à la valorisation des compétences dont nous avons pourtant besoin, mais cela relève des entités fédérées. Des procédures administratives kafkaïennes complexifient l'accès à l'emploi et aux dispositifs d'aide à l'emploi. Par ailleurs, un manque criant de solutions de garde d'enfants empêche de nombreuses femmes de suivre une formation ou d'accepter un emploi; cela ne s'arrangera évidemment pas avec les mesures qui viennent d'être prises en Fédération Wallonie-Bruxelles où de nouvelles économies seront réalisées dans le secteur de la petite enfance avec pour conséquence la fermeture de toute une série de structures d'accueil.
À cela s'ajoute un autre constat préoccupant, à savoir que 35 % des femmes d'origine non européenne sont surqualifiées pour le poste qu'elles occupent, notamment dans le secteur du nettoyage ou des aides ménagères. Cette double discrimination de genre et d'origine traduit un échec collectif de nos politiques d'inclusion sur le marché du travail.
Dans un contexte où on envisage de réformer en profondeur les règles d'accès et de maintien des allocations de chômage, il apparaît d'autant plus important de garantir à chaque chercheuse et chercheur d'emploi une réelle égalité des chances car on ne peut exiger l'emploi sans offrir l'accès.
Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes allez-vous mettre en œuvre pour lever ces obstacles identifiés? Dans le cas de la réforme du chômage, quelles dispositions prévoyez-vous de mettre en œuvre pour faire en sorte que ces femmes aient réellement accès aux opportunités qu'elles méritent à la hauteur des diplômes qu'elles ont empochés en se formant et en travaillant pour les obtenir?
David Clarinval:
Madame la députée, le gouvernement a la volonté d'inscrire le plus grand nombre possible de personnes, femmes comme hommes, dans le cercle vertueux du travail. L'emploi apporte des revenus, un épanouissement personnel, une intégration sociale, mais il contribue aussi, via des cotisations sociales, à la solidité de notre sécurité sociale. L'accord de gouvernement fixe clairement l'ambition et la méthode. Pour rappel, l'activation vers l'emploi est une mesure centrale et il est essentiel que le travail reste toujours plus avantageux financièrement que l'inactivité. Mon exposé d'orientation politique et ma note de politique générale Emploi mettent l'accent sur un marché du travail inclusif et sur une meilleure adéquation entre les compétences et les besoins des entreprises.
S'agissant de votre question à propos de l'emploi des femmes d'origine non européenne, les données officielles confirment l'enjeu d'inclusion et d'accompagnement. Ces chiffres issus d'institutions reconnues objectivent la nécessité d'agir sur des obstacles structurels, sans stigmatisation et avec des solutions adaptées.
Premièrement, concernant l'analyse des écarts évoqués pour les femmes d'origine non européenne, les documents de référence soulignent les leviers structurels à activer: améliorer l'adéquation entre compétences et emplois, soutenir les transitions vers l'emploi et renforcer la coordination avec les régions et les partenaires sociaux. Ce sont ces actions concrètes qui permettent de réduire les inégalités, y compris celles qui touchent plus fortement certains publics féminins.
Deuxièmement, en ce qui concerne les mesures fédérales, notre trajectoire est double. La réforme du chômage transforme le système actuel en un système assurantiel avec un soutien initial revalorisé et une dégressivité plus marquée par la suite. Parallèlement, nous modernisons le marché du travail pour adapter les durées et formes du travail tout en préservant la protection des travailleurs.
Troisièmement, dans le cadre de la réforme du chômage, l'équilibre entre solidarité et responsabilité est essentiel. L'accord de gouvernement prévoit que l'activation soit organisée au plus près des réalités régionales et que les critères d'emploi, de disponibilité ou d'exemption s'inscrivent dans un cadre clair. Portés par les services régionaux, l'accompagnement et la formation constituent la passerelle centrale vers l'emploi.
Quatrièmement, pour lutter contre la surqualification et renforcer l'adéquation compétences/emploi, notre priorité est d'adapter davantage l'offre de formation aux besoins du marché et de promouvoir des trajectoires de réorientation vers des métiers en demande, en collaboration avec les services régionaux d'activation et de formation ainsi que les entreprises. C'est ainsi que l'on valorise pleinement les compétences, que l'on évite les déclassements et que l'on réussit les transitions.
Comme vous pouvez le constater, le cap de ce gouvernement est cohérent et profondément inclusif. Nous voulons faire du travail un moteur d'émancipation et soutenir les transitions grâce à la formation et à l'accompagnement.
La réforme du chômage s'ancre dans une logique d'activation juste coordonnée avec les régions. L'accord du gouvernement trace ce chemin et les statistiques officielles en montrent toute la pertinence. Notre action repose sur la responsabilité, la concertation et l'attention portée à chaque personne, afin que chacune et chacun puisse accéder durablement à l'emploi.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, à toutes les questions que nous vous posons, vous répondez toujours par le même blabla. Nous connaissons bien vos slogans, "tant les femmes que les hommes", "plus avantageux de travailler que de ne pas travailler", "équilibre entre solidarité et responsabilité", mais où sont les mesures concrètes? Les chiffres sont sur la table! Vous le saviez dès le premier jour de la mise en place de cette réforme: aujourd'hui, des publics sont éloignés du marché de l'emploi, non pas parce qu'ils s'en sont éloignés, mais parce que le marché de l'emploi ne les inclut pas! Et qu'avez-vous fait? Vous avez poursuivi votre réforme, sans proposer de mesures d'accompagnement ou de lutte contre les discriminations. La situation est la même pour les travailleurs âgés et les plus de 55 ans, qui vont se retrouver exclus du chômage, sans aucune mesure d'accompagnement et de lutte contre les discriminations de ces publics extrêmement discriminés. Mais vous n'en avez rien à faire! Là, vous venez de me sortir tout un laïus mais vous ne prévoyez aucune mesure concrète, aucune solution, alors que les éléments sont là, les chiffres sont là, les données sont là, et qu'on sait quelles solutions il faut mettre en place, mais cela requiert un peu de courage politique. Il faut confronter les entreprises qui discriminent, il faut identifier ceux qui ne font pas le job. Il faut l'équivalence des diplômes, parce qu'aujourd'hui, ce sont des infirmières qui travaillent comme femmes de ménage, alors qu'on a besoin d'infirmières dans nos hôpitaux pour soigner les gens. Votre politique revient à cracher sur des possibilités pour la société, mais aussi à bousiller des compétences et des parcours pour ces personnes et pour la société tout entière. Aujourd'hui, il faut que vous mettiez en place le deuxième volet de cette réforme, c'est-à-dire faire en sorte que personne ne soit oublié. Aujourd'hui, vous êtes en train d'abandonner des publics, et qu'allez-vous faire? Vous allez les contraindre à exercer des métiers pour lesquels ils sont surdiplômés, c'est cela que vous voulez faire! Nous connaissons l'envers de votre réforme, et nous allons continuer à la dénoncer. Président: Denis Ducarme. Voorzitter: Denis Ducarme.
De toekomst van de Russische tegoeden
Het regeringsstandpunt over de Europese voorstellen m.b.t. Russische tegoeden
De impact van de activatie van Russische activa bij Euroclear op de Belgische begroting
De Europese top en de Europese schulden
Het gebruik van de bevroren Russische tegoeden voor een lening ter ondersteuning van Oekraïne
De vrijgave van de bevroren Russische tegoeden en de steun voor Oekraïne
De bevroren Russische tegoeden bij Euroclear
Euroclear en de bevroren Russische tegoeden
Bevroren Russische tegoeden en Europese beleidsmaatregelen voor Oekraïne
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), Bart De Wever (Eerste minister)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België weigert als enige EU-lid de confiscatie van bevroren Russische activa bij Euroclear (€20 mjd) zonder drie harde voorwaarden: (1) volledige mutualisering van juridische/financiële risico’s (incl. BIT-schadeclaims tot 16 jaar), (2) onmiddellijke liquiditeitsgaranties (om Ruslands vorderingen bij vredesakkoord of sanctie-opheffing af te dekken), en (3) gelijke verdeling van risico’s en opbrengsten over alle EU-landen met Russische activa. Premier De Wever bekritiseert het EU-voorstel als "juridisch twijfelachtig" (art. 122-misbruik), waarschuwt voor "systeemrisico’s" (Euroclear = 70x Belgisch BBP) en eist alternatieven, maar laat een kleine opening voor akkoord mits alle garanties tegen 18/12 – wat onwaarschijnlijk wordt geacht. Kritiek & meningen: - Oppositie (Merckx, De Smet) steunt het veto en noemt confiscatie "oorlogseskalatie" die vrede bemoeilijkt; Merckx vraagt EU-initiatieven voor vredesonderhandelingen (nu ontbrekend). - Ducarme (MR) benadrukt loyaliteit aan EU maar wil "geen Belgische Hongarije" worden; ziet Oekraïne als "buffer tegen Rusland". - De Wever ontkent isolatie: "vele landen zwijgen maar delen onze bezorgdheden" (vrezend voor precedent en Russische tegenmaatregelen). - Vlaams Belang voegt toe dat herstelbetalingen historisch contraproductief bleken (cf. Duitsland na WOI). Kern: België blokkeert (voorlopig) de EU-lening aan Oekraïne (€50 mjd) gefinancierd met Russische activa, tenzij risico’s 100% gedekt zijn – een eis die de EU (nog) niet kan invullen.
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, ce dossier est vraiment difficile. Vous faites pleinement la démonstration de votre engagement sur cette question et je veux vous en remercier.
Comment garantir à notre pays la sécurité financière et la mutualisation du risque dans le cadre de ce projet de prêt, qui est l'expression de notre solidarité à l'Ukraine? Comment éviter d'apparaître comme une nouvelle Hongrie dans le concert des nations européennes? Comment ne pas lâcher l'Ukraine, qui est notre premier rempart, de mon point de vue, face à la menace russe? J'ose espérer qu'il est possible de répondre dans un sens positif à toutes ces questions-là en même temps.
Je pense qu'on essaye, et j'imagine que c'est votre intention, de se positionner dans le sens du compromis, de voir si le compromis ne met pas notre pays en danger sur le plan de la sécurité financière, comme je l'ai exposé dans le cadre du premier point. Ce débat d'actualité est l'occasion, avant le sommet des 18 et 19 décembre, de faire le point avec vous sur l'avancée du dossier, depuis également votre rencontre de vendredi dernier avec le chancelier Merz et la présidente von der Leyen.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, reconnaissons tout d'abord que la séquence actuelle, c'est d'abord l'échec de la Commission européenne, qui n'a pas été capable de parvenir à un accord politique unanime sur un emprunt simple fait par les 27 É tats membres. La Commission européenne semble avoir abandonné cette piste, parce que convaincre la Hongrie semble plus ardu que de forcer la Belgique.
Toujours est-il que nous nous trouvons face à un dilemme dont nous devons sortir, et tout repose sur la qualité des garanties que peuvent offrir les États membres à la Belgique et sur votre analyse de la solidité de ces garanties, raison pour laquelle nous continuons à vous questionner sur l'évolution du dossier. Depuis nos derniers échanges en séance plénière, vous avez eu un entretien le 6 décembre avec la présidente von der Leyen et le chancelier allemand Merz.
Le Conseil européen décisif des 18 et 19 décembre approche sans que nous ne sentions une réelle évolution des positions. Je note que la Commission européenne affirme proposer des garanties qui se veulent légalement contraignantes, inconditionnelles et irrévocables, incluant le partage des risques entre les É tats membres sur la base du revenu national brut, ainsi que le maintien du gel des actifs plutôt que leur confiscation, ce qui réduirait, d'après eux, les risques juridiques.
La Commission européenne semble également promettre "un système de liquidité robuste pour Euroclear". Enfin, si on en croit le président Costa, un cadre juridique et technique acceptable par une majorité qualifiée serait en vue; je suppose que cela sous-entend sans la Belgique.
Monsieur le premier ministre, entrevoyez-vous des progrès dans les discussions avec les États membres qui permettraient d'aboutir à des garanties qui vous semblent suffisantes? Dans le cas contraire, quels sont les éléments qui, selon vous, manquent et permettraient d'aboutir à des garanties suffisantes?
Comment allons-nous réagir en cas de plan imposé à la Belgique par une majorité qualifiée sans la Belgique, ce qui semble être le scénario sur la table? Avez-vous évoqué ce scénario lors de votre dîner avec le chancelier allemand et la présidente de la Commission européenne?
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, la discussion sur les avoirs russes et Euroclear continue. La semaine passée nous vous avons exprimé notre soutien parce que nous pensons que vous avez raison de résister à la pression de la Commission européenne. La confiscation des avoirs russes exposerait notre pays à des graves dangers. Dans votre lettre à Ursula von der Leyen vous avez dit que le projet pourrait empêcher de facto la conclusion d'un accord de paix. De plus, lors d'une conférence à Bozar, vous avez rappelé que personne ne croit vraiment que la Russie perdra en Ukraine.
Aujourd'hui, certains en Europe veulent saisir ces avoirs pour continuer la guerre. Nous nous y opposons car nous plaidons pour un accord de paix. Or, jusqu'à aujourd'hui, l'Europe elle-même n'a pas vraiment pris d'initiative de médiation ni n'a cherché de vraie solution négociée dans le conflit. Confisquer les avoirs russes, selon nous, ne représente pas seulement des risques énormes pour notre pays au niveau financier, mais ce serait aussi un pas qualitatif et une nouvelle escalade dans les méthodes de la guerre économique.
Vous avez rappelé que voler des avoirs immobilisés d'un autre pays n'a jamais été fait, même pas durant la Seconde Guerre mondiale avec l'Allemagne. Comme l'a dit la CEO d'Euroclear, les avoirs russes pourraient tout aussi bien être utilisés comme levier dans des négociations de paix.
Monsieur le premier ministre, êtes-vous d'accord sur le fait que l'Europe doit prendre des initiatives pour parvenir à un accord de paix, sans laisser la main uniquement à Trump et aux é tats-Unis? Êtes-vous d'accord sur le fait que la stratégie des dirigeants européens, consistant à confisquer les avoirs russes pour poursuivre la guerre, nous éloigne d'un accord de paix?
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de premier, we lezen in de pers dat de Europese Commissie mogelijk deze week al een voor België nadelige beslissing zou kunnen nemen omtrent de Euroclear-tegoeden. Onze fractie steunt u in het zoeken naar een solide juridische basis, maar tegelijkertijd is het vanuit strategisch oogpunt belangrijk een sterk signaal te geven dat we onvoorwaardelijk de Oekraïense bevolking steunen tegen het Russische oorlogsgeweld, vandaar mijn vraag
Welke financiële bijdrage levert België aan Oekraïne vanuit de Euroclear-opbrengsten en vanuit de eigen middelen? Hoe zult u dat zichtbaar en transparant maken voor het Parlement, de Europese Raad en de Oekraïense bevolking?
Sandro Di Nunzio:
Nog even kort. Laat ons helder zijn. Wij steunen uiteraard het standpunt dat ons land inneemt ten aanzien van de Russische tegoeden. Het is een risico dat wij niet alleen als land kunnen dragen, dus die positie moet absoluut worden verdedigd. Wij steunen u daar ook in, mijnheer de premier.
Ik sluit me aan bij de vragen over de aanpak. Wat is de stand van zaken? Hoe zorgt u ervoor dat we uit het geïsoleerde hoekje geraken en effectief akkoorden kunnen sluiten die tot een oplossing leiden? Hoe zorgt u er daarnaast voor dat het duidelijk is in de perceptie dat wij de mensen in Oekraïne steunen en dat Rusland in deze strijd de vijand is die we tot de orde moeten roepen?
Bart De Wever:
Dank u wel, collega’s. Ik begin met u, mijnheer Van Lysebettens.
Het is een redelijk recent inzicht dat ons land meer zou moeten doen in de bilaterale hulp dan enkel het doorgeven van de opbrengsten van de vennootschapsbelasting op de windfall profits van Euroclear via bilaterale militaire hulp en ondersteuning aan de civiele samenleving. Dat is wat er jarenlang is gebeurd, met uw partij in de regering. Plotseling zit u niet meer in de regering en hebt u het nieuwe inzicht dat dat niet volstaat en dat wij meer moeten doen.
Op zichzelf valt daar iets voor te zeggen. Het enige voordeel van Euroclear en de geïmmobiliseerde sovereign assets in ons land is dat er een kleine belastingopbrengst is op de windfall profits . Zo kan de bilaterale hulp aan Oekraïne worden gefinancierd zonder dat dit op de rest van de begroting drukt. Het is echter bijzonder onverstandig om dit nu publiekelijk te communiceren. Er zijn immers heel wat landen die geïmmobiliseerde of bevroren assets hebben. Al die landen hebben daar nooit transparantie over gegeven, ook niet over wat er met de windfall profits gebeurt, zeker niet over de vennootschapsbelasting in die landen op de windfall profits .
Wij zijn met andere woorden de enigen die al veel risico lopen, omdat we Euroclear in Brussel hebben. Wij hebben een bilateral investment treaty met Rusland, wat ons nu al heel kwetsbaar maakt voor allerlei arbitrages, zowel over de immobilised als de frozen assets . Dat brengt ook kosten met zich mee, die allemaal op ons drukken. We zijn echter de enigen die bereid zijn geweest om die windfall profits aan te bieden aan de G7 om een lening aan Oekraïne af te betalen. Bovendien zetten we als enigen de vennootschapsbelasting op dat bedrag in voor de bilaterale hulp. Andere landen hebben zelfs nog geen transparantie gegeven over de exacte omvang van wat ze hebben, laat staan over de bestemming van die opbrengsten. Uw betoog dat helpt om van België de zondebok te maken, is daarom wellicht een van de domste uitspraken van vandaag. Zeker wanneer u tot voor kort zelf die verantwoordelijkheid in de regering droeg en het destijds volstond om enkel de vennootschapsbelasting in te zetten voor de bilaterale hulp. Dat is nogal hypocriet.
Wat betreft de Commissie, moet ik erop wijzen dat zij uiteraard geen beslissingen neemt. De Commissie doet een voorstel aan de Europese Raad, maar neemt op zichzelf geen beslissing. Het debat gaat dan ook over het voorstel van de Commissie, waarbij de kernvraag is welk voorstel precies zal worden gedaan en hoe dat eruit zal zien.
Là-dessus, je crains que je n'aie pas beaucoup de nouvelles à vous donner depuis la séance plénière de jeudi passé. Nous voulons arriver à une solution. Pas de doute, monsieur Ducarme. Nous voulons arriver à une solution pour soutenir l'Ukraine.
Comme vous le savez, la Belgique est un pays loyal à l'Union européenne, mais aussi un pays loyal à la coalition des volontaires qui soutient l'Ukraine. Nous voulons une solution pour 2026 et 2027, le cas échéant, pour financer l'Ukraine. La grande question est: quelle est la meilleure solution?
Je vais continuer à souligner qu’on peut poser beaucoup de questions sur l'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear, parce que cela pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble.
Il existe aussi de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération. On se base sur l'article 122. On peut se poser beaucoup de questions là-dessus. Cet article prévoit un état d'urgence. Mais où est l’urgence? Il y a une urgence en Ukraine, mais l'Ukraine n'est pas dans l'Union européenne. Dès lors, est-il légitime d'utiliser l'article 122? On peut poser beaucoup de questions là-dessus.
Je pense que c'est une sanction, que cela relève de la politique extérieure, ce qui requiert l'unanimité. On essaie d'invoquer l'article 122 pour travailler avec une majorité qualifiée. Mais on peut se poser beaucoup de questions là-dessus ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l’euro en tant que monnaie de réserve.
Comme vous l'avez dit, la Belgique est toujours un pays qui veut arriver à une solution au niveau européen. Pour moi, c’est cela l'enjeu: trouver une solution – j'espère, une bonne solution. Je ne pense pas que celle-ci est la bonne solution, mais nous sommes à la recherche d'une bonne solution.
Si un grand nombre de pays veut, malgré mes objections – qui sont, à mon avis, très légitimes –, avancer dans la direction du reparations loan , j'ai clairement dit à Mme von der Leyen et M. Merz vendredi passé ce que j'ai dit à la Chambre pendant la séance plénière, à savoir qu'il y a trois conditions cruciales.
La première, c'est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. C'est quand même normal. Il est important ici de préciser qu'il s'agit d'un risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements (BIT), les indemnités pour expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés.
Et cela peut durer longtemps. Même si on annule le BIT, soit ce que la Commission nous recommande de faire, on peut aller en justice pendant 16 ans. Une mutualisation des risques serait pour une période de 16 ans minimum! Si on demande à la Belgique de biffer le BIT, les 17 autres qui ont un BIT avec la Russie doivent aussi être obligés de le biffer. On ne peut tout de même pas demander à la Belgique de le faire seule et de laisser tomber la protection de nos entreprises en Russie, qui seront immédiatement confisquées.
Euroclear a presque 20 milliards d'euros immobilisés en Russie. Cet argent va disparaître dès le premier jour. Toutes les entreprises belges en Russie – et il y en a quelques-unes – seront confisquées dès le premier jour. On ne peut pas demander seulement à la Belgique de biffer le BIT qui est la seule protection que ces entreprises ont encore. Si on saute dans le précipice, tout le monde doit sauter avec nous. Ce serait normal. Et ce serait une mutualisation des risques. C'est très raisonnable de demander des garanties dès le premier jour pour couvrir toutes les obligations financières potentielles. Il faut que ce soit la même chose pour tout le monde.
De tweede voorwaarde, mijns inziens de belangrijkste, is de liquiditeitsbescherming. Wij zijn niet zeker van de gehanteerde hypothese dat die middelen aan het einde van de oorlog niet zullen moeten worden terugbetaald. Dat hangt met name af van de beschikking in het vredesverdrag, een situatie die we niet kennen. Er zijn geen historische precedenten waarbij tijdens een oorlog geïmmobiliseerde activa zijn ingezet. Die bestaan niet, zelfs niet toen wij zelf in oorlog waren. We zijn bij mijn weten niet in oorlog met Rusland, tenzij ik mij vergis, en ik heb niet de ambitie om in oorlog met Rusland te geraken; ik denk niemand. Over dat laatste zullen we het waarschijnlijk eens zijn. Het is dus uncharted water om geïmmobiliseerde activa te gebruiken, terwijl we de afloop van de oorlog niet kennen.
Wat ik heb gezegd tijdens de Grandes Conférences Catholiques, en wat nu natuurlijk wordt gedecontextualiseerd, is dat het onwaarschijnlijk is dat Rusland een militaire nederlaag zal lijden in de klassieke betekenis van het woord. Ik denk niet dat er ooit Oekraïense troepen voor de poorten van het Kremlin zullen staan. Ik kan mij vergissen, maar ik denk het niet. Waarschijnlijk zal die oorlog op een bepaald moment stoppen, hopelijk zo snel mogelijk, met een vredesverdrag dat door Europa en Oekraïne wordt aanvaard. Dat is belangrijk, het gaat niet om een vredesverdrag dat president Poetin en president Trump eventueel zouden aanvaarden, maar een vredesverdrag dat Europa en Oekraïne aanvaarden. Het is mogelijk, en de geschiedenis wijst uit dat het zelfs waarschijnlijk is, dat die geïmmobiliseerde activa op dat moment deel zullen uitmaken van het vredesakkoord. De hypothese dat Rusland die gelden sowieso zal moeten laten vallen omdat het verslagen is in de oorlog, is dus onwaarschijnlijk.
Als men dat als een rationele waarheid aanvaardt, moet men ervoor zorgen dat die liquiditeit ter beschikking is voor het geval dat gebeurt, of voor het geval dat Europa in verdeeldheid – stel u voor – de sancties tegen Rusland niet langer zou kunnen handhaven, waardoor Rusland onmiddellijk zijn activa kan opvragen. Dan moet die liquiditeit aanwezig zijn. Dat is niet op termijn, maar onmiddellijk. Binnen de week moet die liquiditeit kunnen worden gemobiliseerd. Dat is redelijk cruciaal.
Wanneer men het geld van de ECB ‑ rekening wegneemt waar Euroclear dat geld heeft geparkeerd omdat het in cash is omgezet, wat juridisch correct is, dan doet men iets wat nog nooit is gebeurd en dus juridisch twijfelachtig is. Dat zou verkeerd kunnen aflopen in de scenario's die ik heb geschetst. Men moet dan onmiddellijk over die liquiditeit kunnen beschikken. Dat is niet evident, aangezien het over enorme bedragen gaat.
Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dat niet uit de Belgische schatkist zal komen. Dat zal niet gebeuren. Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat we dat niet bij Euroclear kunnen laten. Als dat bedrijf, waar op de balans 70 keer ons bbp staat, zou wankelen, wankelt het hele mondiale financiële systeem. Dat is dus ook geen goed idee. Dat is onmogelijk. Het kan niet van Euroclear komen en niet uit onze schatkist.
Er moet dus een heel sluitende regeling voorliggen op het moment dat Europa een beslissing neemt over die liquiditeit. Ik heb die regeling tot op heden niet gezien. Wanneer men van mij vraagt om een compromis te sluiten over een voorstel dat ik intrinsiek slecht vind, moet minstens dat aspect voor honderd procent in orde zijn. Anders nemen we risico’s ten aanzien van de Belgische belastingbetaler die niemand kan verantwoorden. Tenzij ik mij vergis, heb ik donderdag kunnen vaststellen – de PS heeft zich niet uitgesproken, maar dat kan vandaag misschien gebeuren – dat niemand in de Kamer, letterlijk niemand, vindt dat we dat wel zouden moeten doen. Desgevallend hoor ik dat graag. Dan kunnen we misschien een uniek moment vaststellen: we zijn unaniem. Dat is in een land als België niet zo evident. Vlamingen en Franstaligen, 150 leden, van uiterst links tot uiterst rechts, we zijn het over iets eens, met name dat we dat niet gaan doen.
Dat heeft ook belang als signaal naar de rest van Europa. Het is geen onredelijke overtuiging, gekoesterd door een of twee partijen in een Belgische regering, of van een bizarre premier, maar het is een eenheidsstandpunt. Dat gaan we niet doen. Dat moet voor honderd procent in orde zijn.
Dan kom ik tot de derde voorwaarde, in mijn ogen vooral een zaak van billijkheid. De eerste twee voorwaarden kan men beschouwen als een soort parachute: de mutualisering van het juridisch risico en een liquiditeitsgarantie. Dat vormt samen de parachute. Als men ons vraagt om van de klif te springen in een gebied waar nog nooit iemand is geweest in de geschiedenis, dan moet die parachute stevig zijn. De laatste voorwaarde gaat dus over billijkheid. Alle andere landen die ook geïmmobiliseerde activa hebben – ik denk bijvoorbeeld aan onze zuiderbuur, die er behoorlijk wat hebben en daar tot nu toe niet zo expressief over is geweest – moeten met ons springen, met dezelfde parachute. Als men vertrouwen heeft in de regeling en de Commissie zegt dat het risico minimaal is, dan is er toch geen probleem? Dan kunnen we allemaal met dezelfde parachute springen.
Si le risque est minimal, nous pouvons tous sauter: tous ensemble, avec le même parachute. Je ne vois pas de problème. C'est pour moi une condition d'équité. Il est équitable que ceux qui ont des avoirs immobilisés, comme l'Allemagne, de manière limitée, la France et d'autres pays, sautent avec nous, au prorata. Si on prend de l'argent chez Euroclear, on prend aussi, dans les mêmes proportions, des avoirs immobilisés dans les autres pays. De cette manière, quand il s'agira des contremesures, nous sommes sûrs que tout le monde sera visé par les conséquences et pas uniquement la Belgique.
This is the proof of the pudding. Put your money where your mouth is. Doe dat pari passu, dat lijkt mij alleen maar billijk.
Dat is ongeveer wat ik donderdag in de Kamer heb verteld, maar nu iets uitgebreider. Ik heb dat vrijdag uiteraard ook uiteengezet aan bondskanselier Merz en mevrouw von der Leyen. Mijn indruk was dat zij de rationaliteit van ons standpunt begrijpen. Ze begrijpen dat het niet onbillijk en niet onredelijk is, dat wij niet op zoek zijn naar een manier om Europa te doen struikelen, dat wij openstaan voor een oplossing. Ze hebben ook geluisterd naar onze alternatieve pistes om Oekraïne te financieren. De toestand sindsdien is dat de Commissie daarmee aan de slag is gegaan.
Als het lukt om die drie voorwaarden sluitend te krijgen tegen 18 december, is het niet onmogelijk dat wij onze goedkeuring geven. Dat is ook wat de heer Ducarme heeft gezegd. Het zit niet in het DNA van België om een soort van Hongarije te spelen om Europees niveau. Dat zijn we niet en zo willen we ook niet worden.
Bloquer l’Union européenne et être l'origine du blocage de toute solution pour l’Ukraine n'est pas ce que nous voulons. Ce n’est pas dans l’ADN de la Belgique. Nous voulons donc parvenir à une solution. Nous pourrions, au moment où les trois conditions seraient remplies, envisager de bouger, mais je reste sceptique, car cela représente beaucoup de travail à réaliser en une seule semaine.
Je continue donc à plaider pour une autre solution pour prévoir des moyens pour 2026 afin de financer l’Ukraine. Ce n’est pas impossible. Si nous pouvons invoquer l’article 122 pour les reparations loans , je pense qu’il est également possible de recourir à ce même article pour une autre solution. Il existe d’autres pistes qui sont plus légales, plus sûres et comportent beaucoup moins de risques. Je vais continuer jusqu’à la dernière minute à défendre ces solutions.
Je crois que nous ne sommes pas du tout isolés en Europe sur ce point, bien au contraire. Mon impression est qu’un grand nombre de collègues partagent notre position. Certes, certains pays sont très expressifs et favorables à la saisie, voire à la confiscation des avoirs immobilisés. Nous savons lesquels et nous comprenons pourquoi. En étant voisins de la Russie et en gardant encore le souvenir d’avoir vécu sous sa tyrannie, je peux imaginer que l’on soit beaucoup plus volontariste en faveur de telles mesures. Mais beaucoup d’autres pays sont plutôt silencieux et savent très bien que tout ce que je viens de vous expliquer est correct, que notre position n’est pas du tout irraisonnable et que d’autres solutions sont à préférer.
Wordt dus vervolgd, geachte Kamerleden. Sorry dat ik iets langer aan het woord ben geweest, maar dit is momenteel een pertinente vraag.
De aanwezige vertegenwoordigers van de vierde macht zijn volgens mij vooral opgedaagd om hiernaar te luisteren, tenzij het over iets anders zou gaan. Gaat u blijven zitten tot het bittere einde? Dan trek ik mijn woorden terug. Ik denk dat dit wel het issue van de komende weken is. Dit spel is niet gespeeld, maar het zal spannend blijven tot de laatste minuut. Dat zijn mijn iets te transparante indrukken.
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie. J'étais venu avec un espoir aujourd'hui, et j'ai entendu ces mots répétés à six ou sept reprises: "il faudra trouver une solution". Nous sommes du côté de la solution. Vous avez parlé aussi du compromis à trouver, ce qui ne veut pas dire en votre chef – et je vous soutiens pleinement dans cette démarche – qu'on fait un pas en arrière dans le cadre de la requête au niveau de la mutualisation des risques. Vous avez évoqué le terme important d'équité.
Ce qui se passe aujourd'hui est un test historique pour la cohésion de l'Union Européenne. Dès lors, entendre que vous allez aussi fortement dans le sens de notre loyauté à l'Union européenne, dans le fait que nous avons un ADN européen, que nous ne sommes pas la Hongrie et que nous ne la serons jamais, est un élément évidemment important. Notre loyauté va à l'Union européenne mais notre responsabilité va aussi aux contribuables belges, comme vous l'avez indiqué. Et, dans le cadre de cette solution envisagée, nous devons avoir toutes les garanties pour la sécurité financière au niveau de notre pays.
Monsieur le premier ministre, vous nous dites que l'Ukraine n'est pas en Europe. Je vous dirai toutefois à titre personnel, pour n'indisposer personne, que je crois que le sort de notre pays et celui de l'Ukraine sont étroitement liés. Ce qui fait la différence aujourd'hui, c'est que la Russie envoie en Ukraine des drones armés et qu'elle envoie en Belgique des drones qui ne le sont pas encore. Je crois qu'il est souhaitable que l'Ukraine gagne la guerre, non pas pour arriver au port de Moscou mais simplement pour retrouver l'intégralité de son territoire.
C'est une situation difficile. On ne doit pas faire le jeu de Poutine et je suis vraiment réconforté par les mots que vous avez utilisés aujourd'hui, parce que vous vous placez naturellement en tant que premier de cordée belge par rapport à votre responsabilité en matière de sécurité financière et par rapport aux contribuables, mais vous êtes aussi au cœur de l'enjeu sur le plan européen. Je vous en remercie.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie d'avoir réaffirmé votre soutien à la coalition des volontaires – c'est important – et pour les précisions. Nous avons appris quelques éléments nouveaux notamment sur l'ampleur et la longueur du risque qui sont sans doute sous-estimés par certains.
Concernant votre petite phrase "à vos armes", historiquement c'est vrai. D'une certaine manière depuis la fin la Seconde Guerre mondiale, plus personne ne perd de guerre. Depuis 1945, plus personne ou presque ne perd au sens d'une occupation, d'une capitulation comme ont perdu l'Allemagne et le Japon. En ce sens-là, vous avez raison. Mais je pense qu'il faut ajouter que, selon nous, l'Ukraine non plus ne peut pas perdre cette guerre. Il est là tout l'enjeu. Je crois que nous devons être lucides: un plan de paix qui serait accepté par l'Ukraine et par l'Europe (ce que vous venez d'appeler de vos vœux), je crains que ce ne soit pas pour demain.
Cela nous renvoie vers les moyens d'aider l'Ukraine encore une fois et pas seulement sur un champ de bataille mais pour arriver fort à une négociation de paix et pour que l'Ukraine tienne, il faut que tous les États membres soient solidaires de la Belgique aujourd'hui.
Merci d'avoir tracé les conditions positives qui peuvent aboutir à un accord car, au niveau international, on tente de nous enfermer dans un rôle de "monsieur non", ce qui est un peu court. Le message me semble important et espérons donc que la solution adviendra dans les jours à venir.
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, vous demandez que la décision soit prise à l'unanimité. Vous y mettez les trois conditions, ce qui n'est pas très clair pour moi. Dans le même temps, vous pensez que cela peut évoluer et vous vous appuyez surtout sur la deuxième condition concernant les liquidités. Je ne suis donc pas sure, à vous entendre aujourd'hui, que vous soyez encore aussi décidé que ce vous n'étiez la semaine passée.
Le problème de notre pays n'est pas seulement la prise de risques financiers. Vous avez rappelé que des biens sont immobilisés, ce que nous soutenons dans le cadre des sanctions. D'ailleurs, cela devrait aussi être fait pour un pays comme Israël, mais cela nous éloigne du sujet. Vous avez d'ailleurs rappelé que confisquer n'est jamais arrivé. Ouvrir cette porte, n'est-ce pas très dangereux et pouvant être vu comme un acte d'agression et comme une déclaration de guerre de l'Europe et de notre pays en particulier?
Le 18 décembre est une date proche de la fête de Noël et à cette période-là, traditionnellement, nous essayons de faire la paix dans le monde. Je crains que prendre la décision de la confiscation avant Noël serait envoyer le signal que l'Europe veut continuer cette guerre. Ce serait comme poser un acte pouvant être vu comme une agression. Vous affirmez vouloir une vraie solution et vous voulez (vous l'avez dit) une paix négociée entre l'Europe et l'Ukraine. Pour cela, je vous soutiens. Ce qui n'est pas clair à mes yeux est que si vous avez discuté avec Mme von der Leyen et M. Merz, avez-vous discuté de cette solution? Car si nous voulons une vraie solution, ce serait aujourd'hui un accord de paix négocié par l'Europe. Quels sont les efforts aujourd'hui que l'Europe fait pour qu'il y ait un accord négocié avec l'Ukraine et qui ne soit pas uniquement une histoire entre Trump, Poutine et Zelensky? Je crois que c'est ce que nous devons faire aujourd'hui: choisir la paix et non pas la guerre.
Voorzitter:
Wenst een collega nog bij de replieken aan te sluiten?
Dieter Keuten:
Mijnheer de eerste minister, ik wil nog een bescheiden kanttekening maken. U weet dat het Vlaams Belang u steunt in het vasthouden aan de positie die u zonet hebt uiteengezet. Mijn bescheiden kanttekening gaat over een van de assumpties van de Europese Commissie om de zogenaamde Russische tegoeden te confisqueren. De assumptie die de Europese Commissie maakt, is dat die miljarden bij een vredesakkoord als een voorafname op herstelbetalingen zullen worden beschouwd, herstelbetalingen die Rusland ter vergoeding van de aangerichte schade in Oekraïne krijgt opgelegd. Dat principe van het opleggen van gigantische financiële herstelbetalingen werd na de Tweede Wereldoorlog echter als niet constructief beschouwd. Er bestaat consensus onder historici dat de herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog werden opgelegd, mee de bron vormen voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien nemen herstelbetalingen in vredesakkoorden veelal de vorm aan van materialen, machines, goederen en grondstoffen die worden overgedragen, maar niet van gigantische financiële sommen. Die kanttekening wilde ik u even meegeven, als hulp in uw betoog bij de Europese Commissie.
Het nieuwe Europese rijbewijs
Het einde van het levenslange rijbewijs
Hervormingen in Europese rijbewijsregels
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de nieuwe EU-rijbewijshervorming (geldig vanaf 2025) een digitale norm introduceert maar fysieke rijbewijzen blijft aanbieden om digitale uitsluiting te voorkomen, met een overgangsperiode tot 2033 voor oude papieren bewijzen. Hij ontkent verplichte medische keuringen voor categorieën A/B (enkel zelfevaluatie), behalve voor vracht- en buschauffeurs (C/D), en wijst op toekomstige EU-besluiten over beveiliging (bv. digitaal identiteitsportaal) en kosten—die nog niet vastliggen. Dufrane uit zorgen over cyberrisico’s, kosten (bv. vervanging 400.000 bewijzen), fraudegevoelige zelfevaluaties en regionale coördinatie, maar noemt Cruckes antwoorden grotendeels "geruststellend", met belofte van opvolging.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, la réforme européenne du permis de conduire, en cours de finalisation, introduit des changements majeurs qui auront un impact direct sur les conducteurs belges. Parmi ces évolutions, on note l'introduction d'un permis unique, une période probatoire renforcée pour les jeunes conducteurs, des formations élargies – notamment l'utilisation sécurisée du téléphone, gestion des angles morts, systèmes d'aide à la conduite, etc. – ainsi que des examens médicaux supplémentaires ou des auto-évaluations pour le renouvellement.
Ces mesures, bien que visant à améliorer la sécurité routière, soulèvent des préoccupations majeures comme une augmentation de la fracture numérique avec l'usage systématique du smartphone, des risques cyber, des coûts de remplacement du permis, le remboursement des nouveaux examens médicaux, des fraudes à l'auto-évaluation et enfin la coordination avec les régions pour le passage de l'examen.
Monsieur le ministre, quelles mesures seront mises en place pour éviter une fracture numérique? Quels dispositifs de sécurité seront intégrés pour prévenir les risques de piratage ou d'usurpation du permis numérique?
Quel sera le coût du remplacement des permis physiques par des permis numériques pour les 400 000 conducteurs belges concernés?
Les examens médicaux supplémentaires prévus pour la première délivrance ou le renouvellement du permis seront-ils remboursés par l'INAMI?
Comment garantirez-vous la fiabilité des auto-évaluations médicales, qui pourraient remplacer les examens traditionnels pour certains conducteurs?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, depuis 2013, avec la mise en œuvre de la précédente directive 2006/126 relative au permis de conduire, le permis de conduire à vie avait été supprimé pour passer à une durée administrative de 10 ans. Avec cette nouvelle directive 2025/2205, la durée de validité administrative du permis de conduire passera de 10 à 15 ans.
Le texte de la nouvelle directive prévoit un permis de conduire qui peut être délivré aux citoyens sous deux formes différentes: un permis de conduire numérique et un permis de conduire physique sous forme de carte bancaire, tel qu'il est délivré aujourd'hui en Belgique. Bien que le permis de conduire numérique devienne la norme, tous les citoyens auront toujours la possibilité de demander un permis de conduire physique. Pour ceux qui n'ont pas de smartphone ou ne souhaitent pas en utiliser pour obtenir leur permis de conduire, l'égalité des droits est donc garantie.
Comme vous le savez, l'accessibilité est une priorité pour moi.
Dans tous les cas, d'ici 2033, tous les anciens permis de conduire papier devront être remplacés par de nouveaux permis ayant une durée de validité administrative de 15 ans. Mon administration informera par courrier l'ensemble des citoyens avant l'expiration administrative de leur permis de conduire. Les permis de conduire existants resteront valables jusqu'à la fin de la période de validité qui y est mentionnée.
J'ajouterai, monsieur Dufrane, que les mesures de sécurité requises font partie de la mise en œuvre du portefeuille d'identité numérique européen, gérée par le SPF BOSA, pour le permis de conduire numérique ou le permis de conduire mobile.
La Commission européenne dispose en outre d'un délai de 12 mois à compter la date d'entrée en vigueur de la nouvelle directive pour publier des décisions d'exécution spécifiques. Tous les délais ne sont donc pas encore connus à l'heure actuelle.
En outre, le renouvellement d'un permis de conduire ne nécessitera pas nécessairement un examen médical, ni aujourd'hui ni à l'avenir. Conformément à la nouvelle directive, une auto-évaluation du respect des normes médicales et psychologiques d'aptitude à la conduite suffit pour les titulaires d'un permis de conduire AM, A1, A2, A, B ou BE. Comme c'est le cas aujourd'hui, seuls certains conducteurs devront présenter un certificat d'aptitude à la conduite pour obtenir un nouveau permis de conduire. Le texte de la nouvelle directive n'impose donc pas d'examen médical pour chaque demandeur d'un premier permis de conduire. Celui-ci reste obligatoire uniquement pour les demandeurs d'un permis de conduire pour une catégorie du groupe C et D – camions et bus – qui, comme aujourd'hui, doivent présenter au moins tous les cinq ans un certificat d'aptitude physique et psychologique afin de renouveler leur permis de conduire.
L'autre évaluation d'aptitude à la conduite pour les conducteurs qui ne seront pas soumis à un examen d'aptitude à la conduite fera partie intégrante de la procédure de demande, comme c'est le cas actuellement avec la déclaration sur l'honneur. La forme que prendra cette évaluation n'est toutefois pas encore définie. Les premières démarches en vue d'une consultation avec les régions ont été entreprises.
Cette nouvelle directive doit être transposée dans le droit national de chaque État membre dans le délai prévu de trois ans. Elle devra ensuite être mise en œuvre dans un délai d'un an.
Comme c'est le cas depuis de nombreuses années, la comitologie doit garantir une harmonisation poussée avec les autres États membres.
La préparation de la transposition et de la mise en œuvre au sein du comité du permis de conduire a déjà commencé.
En ce qui concerne le permis de conduire numérique ou permis mobile, la Commission européenne dispose de 12 mois à compter de la date d'entrée en vigueur de la directive pour publier les décisions d'exécution spécifiques.
Une fois que les décisions de la Commission sur le permis numérique sont adoptées, les États membres disposeront de 54 mois pour mettre en place le permis de conduire mobile. La reconnaissance mutuelle des permis de conduire mobiles entre les États membres n'aura également lieu qu'à l'expiration de ce dernier délai et pas avant. À titre exceptionnel, les États membres doivent transposer la disposition relative à la conduite de véhicules à propulsion alternative d'un poids maximal autorisé de 4 150 kg avec un permis de conduire B dans un délai plus court de deux ans.
Mon cabinet et le SPF Mobilité s'en occupent déjà, tenant également compte des demandes du secteur en la matière.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour ces réponses rassurantes en grande partie. Je ne manquerai pas de suivre ce dossier durant cette législature, notamment en fonction de l'évolution de la transposition de la directive européenne.
De plannen van de Europese Commissie voor de hogesnelheidstreinen
De Europese plannen voor hogesnelheidsverbindingen tussen hoofdsteden
Europese hogesnelheidsnetwerkplannen voor hoofdsteden
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat België’s bestaande hogesnelheidsnetwerk aansluit bij de EU-plannen (€345–546 mjd tegen 2030/2050) om korte vluchten te vervangen, maar waarschuwt dat concrete kosten, CO₂-besparingen en economische baten voor België nog onduidelijk zijn en afhangen van verdere EU-voorstellen en capaciteitsanalyses door Infrabel. Hij benadrukt dat internationale uitbreiding niet ten koste mag gaan van nationaal spoorvervoer, vooral op drukke knooppunten, en dat alternatieve financiering (o.a. private middelen) cruciaal is. Frank Troosters dringt aan op garanties dat de EU-ambities de dagelijkse pendelaars en nationale dienstregeling niet zullen benadelen, maar erkent dat details pas in 2026 verwacht worden. Crucke steunt het EU-plan principieel, mits evenwicht en overleg met NMBS/Infrabel.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De Europese Commissie maakte bekend versneld werk te willen maken van de uitrol van een Europees netwerk voor hogesnelheidstreinen. Op deze wijze wil men van het spoor een valabel alternatief maken voor korte afstandsvluchten met het vliegtuig.
De ambitie is om tegen 2030 het treinverkeer aan hoge snelheid te verdubbelen tegenover 2015.
De kostprijs voor dit alles wordt geraamd op 345 miljard euro. In een latere fase, tegen 2050, wordt de kostprijs op 546 miljard euro geraamd.
Op welke wijze zal de minister erover waken dat de verdere uitrol van internationale hogesnelheidstreinen niet ten koste van het nationale spoorverkeer zal plaatsvinden?
Welk zal het aandeel van België zijn in de kosten van dit project?
Welk zal de economische return uit dit project voor dit land zijn?
Welk zal de totaal gerealiseerde besparing inzake CO2-uitstoot zijn voor dit land tegen 2030 als gevolg van dit project?
Welke infrastructurele werken zullen nodig zijn voor deze Europese plannen?
Welke kostprijs zullen de aanpassingswerken die hiervoor nodig zijn met zich meebrengen?
Voorzitter:
Mevrouw Gielis is niet aanwezig.
Jean-Luc Crucke:
Op 5 november 2025 heeft de Europese Commissie haar mededeling Europa verbinden via hogesnelheidstreinen gepubliceerd. Op die mededeling werd met spanning gewacht gezien het belang van een betere verbinding tussen de belangrijkste Europese steden, met name de Belgische steden, en van echte alternatieven voor vervuilende vervoerswijzen en korteafstandsvluchten. In de mededeling wordt een reeks initiatieven aangekondigd die niet allemaal betrekking hebben op infrastructuur.
Ik neem met belangstelling kennis van het plan van de Europese Commissie om de hogesnelheidsspoorverbindingen in Europa uit te breiden. Het project sluit volledig aan bij de strategie van onze regering, die erop gericht is de internationale verbindingen te versterken en de concurrentie in de hogesnelheidssector te stimuleren.
Het spreekt voor zich dat de voorgestelde maatregelen grondig moeten worden geanalyseerd, zodra de Europese Commissie de concrete elementen heeft voorgesteld. Ons hogesnelheidsnetwerk is al goed ontwikkeld en het plan voorziet specifiek in verbindingen via onze hoofdstad. Het is dus aan ons om te werken aan de randvoorwaarden die een echt aantrekkelijke verbinding met Brussel moeten garanderen. Het dossier staat duidelijk in mijn roadmap voor 2026.
Zoals ik al eerder heb aangegeven, mag ons doel om het aanbod van internationaal spoorvervoer te vergroten, niet ten koste gaan van het nationale aanbod. Er moet een evenwicht worden gevonden, met name op de drukste punten van het netwerk.
Voor de capaciteit van ons netwerk zal alles afhangen van de interesse die de spooroperatoren zullen tonen om er met een trein te rijden. De capaciteitsanalyses zullen door Infrabel moeten worden uitgevoerd op basis van concrete aanvragen. Eén zaak is zeker. Er zal moeten worden gezorgd voor een evenwicht tussen het aanbod van het internationale en het nationale treinverkeer, met name in de meest drukke zones van het netwerk.
Wij zullen, ten slotte, actief deelnemen aan de bespreking van de concrete maatregelen die de Europese Commissie volgens haar tijdschema zal voorstellen. Ik zal ervoor zorgen dat de NMBS en Infrabel volledig bij het proces worden betrokken in overeenstemming met de eisen inzake overleg.
Wat de kosten van het door de Europese Commissie ontwikkelde hogesnelheidsplan betreft, hebben de aangehaalde bedragen betrekking op de hele Europese Unie. Voor een ventilering van de bedragen over de lidstaten is het nog veel te vroeg. Het gaat trouwens om ramingen. Ikzelf stel vast dat België al goed voorzien is van hogesnelheidsinfrastructuur. België is al verbonden met onze buurlanden door hogesnelheidslijnen, die rechtstreeks van grens tot grens zijn aangelegd.
Zoals u weet, worden er momenteel werkzaamheden uitgevoerd aan de lijnen van ons netwerk die ons verbinden met onze buurlanden, waaronder Luxemburg, om de snelheid van de treinen te verhogen en zo de reistijden te verkorten.
Hoewel het niet om hogesnelheidstreinen in de eigenlijke zin van het woord gaat, past de snelheidsverhoging in het streven van de Europese Commissie om de reistijden aantrekkelijker te maken in vergelijking van die van andere vervoerswijzen.
Het door de Commissie voorziene plan voorziet niet in wonderoplossingen voor de financiering van nieuwe infrastructuur en maakt in grote mate gebruik van alternatieve financieringsoplossingen als particuliere financiering. De Commissie zal met de lidstaten besprekingen voeren om hierover te overleggen.
Wat het economische rendement van dit plan voor ons land betreft, het is nog veel te vroeg dat te beoordelen, net zoals dat het geval is voor de vermindering van broeikasgassen. Daar dit plan gericht is op alle grensoverschrijdende trajecten, is het duidelijk dat rekening gehouden moet worden met de impact van alle voorgestelde maatregelen, zowel op het gebied van infrastructuur als op het gebied van regelgeving.
Overigens worden in het plan van de Commissie niet rechtstreeks de investeringen genoemd die nodig zijn om hogesnelheidstreinen in Europa in te voeren. Dat is een taak voor de coördinator van de trans-Europese vervoersnetwerken, in het kader van een werkplan. Ik verwacht de voorstellen van de coördinatoren tegen het einde van dit jaar, of tegen begin volgend jaar. Op dat moment zal ik in overleg met Infrabel kunnen nagaan welke investeringen wenselijk zijn.
Tot slot sta ik zeer positief tegenover de door de Europese Commissie voorgestelde ontwerpplannen. Aangezien het eerste doel daarvan is de ontwikkeling te ondersteunen van de hogesnelheidsspoorverbindingen tussen de Europese hoofdsteden, is dat een stap die ik wens te ondersteunen en aan te moedigen. Ik zal natuurlijk aandacht hebben voor de manier waarop het plan een impact zal kunnen hebben op de modal shift in ons land en op de gevolgen voor het nationale spoorverkeer.
Ik heb trouwens de gelegenheid gehad het onderwerp ter sprake te brengen bij commissaris van Vervoer, de heer Apostolos Tzitzikostas, op woensdag 3 december in de marge van de Raad Vervoer. Hij steunt eveneens het plan van de Europese Commissie en hij heeft me aangemoedigd een nieuw dossier in te dienen om de voltooiing van as 3 te versnellen, iets wat hij ten zeerste wenst en waarbij hij niet zal aarzelen een standpunt in te nemen.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw heel uitgebreide antwoord. Ik begrijp dat de meeste details duidelijk zullen worden in de loop van 2026. Ik wil u maar één opdracht meegeven: zorg ervoor, waak erover, om niet te zeggen garandeer, dat al die Europese plannen niet opnieuw ten koste gaan van het nationale spoorvervoer en van de dagelijkse pendelaars.
Hondsdolheid in Europa
De strijd tegen hondsdolheid
Hondsdolheidspreventie en -bestrijding in Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anthony Dufrane en Carmen Ramlot vragen om opheldering over het Belgische hondsdolheidsbeleid, na een dodelijk geval in Frankrijk, en benadrukken de risico’s van herintroductie via geïmporteerde dieren of reizigers. Minister Vandenbroucke bevestigt dat België sinds 2001 officieel hondsdolheidvrij is (laatste menselijk geval in 1990, dierlijk in 1999), maar erkent geen strategische vaccinvoorraad en seizoensgebonden tekorten (Rabipur/Verorab), terwijl immunoglobulines zeldzaam tekortkomen. Ramlot kritiseert het gebrek aan interbestuurlijke coördinatie en eist dat Vandenbroucke als "dirigent" optreedt voor betere preventiecampagnes en vaccinatiedata-groups at risk, ondanks bevoegdheidsversnippering; Dufrane onderstreept het levensreddende belang van publiek bewustzijn.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, un récent décès lié à la rage a été confirmé en France par l'Institut Pasteur, rappelant que cette maladie quasiment disparue d'Europe occidentale reste mortelle. En effet, elle peut être transmise à l'être humain par morsure ou griffure d'animaux domestiques ou sauvages contaminés. Ce cas interroge sur la vigilance à maintenir dans les pays voisins, dont la Belgique, où la mobilité accrue des personnes et des animaux peut exposer à un risque de réintroduction.
Dans ce contexte, il est essentiel de rappeler les procédures prévues en cas de suspicion ou de confirmation d'un cas de rage sur notre territoire, tant pour la prise en charge médicale des personnes exposées que pour les mesures sanitaires et vétérinaires. La disponibilité du vaccin antirabique ainsi que l'existence d'un protocole clair post-exposition sont des éléments déterminants pour éviter toute propagation. La surveillance des importations d'animaux, notamment en provenance des zones endémiques, reste également un point crucial.
Pouvez-vous préciser le protocole sanitaire actuellement en vigueur en cas de détection d'un cas de rage en Belgique? De quand date la dernière indication de cette maladie sur notre territoire, pour l'humain et aussi pour l'animal? Quelles dispositions sont-elles prises pour assurer la disponibilité du vaccin et la protection rapide des personnes exposées?
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, la rage est une maladie virale qui se transmet de l'animal à l'homme. Lorsqu'un traitement n'est pas administré après exposition et dès l'apparition des symptômes, la rage est mortelle dans 100 % des cas. Seule une vaccination préventive ou post-exposition rapide peut sauver des vies. La Belgique est officiellement indemne de rage depuis 2001.
Sciensano est un acteur important. Le laboratoire national de référence a développé un réseau de surveillance conjointement avec l'AFSCA et les régions ainsi que les vétérinaires. Le service qualité des vaccins et des produits sanguins est le laboratoire officiel belge pour le contrôle des médicaments, qui est responsable du contrôle qualité des vaccins à rage avant qu'ils ne puissent être mis sur le marché européen. Le centre antirabique de l'Institut de médecine tropicale est quant à lui responsable du traitement post-exposition.
Des inquiétudes émergent concernant la disponibilité des vaccins et des immunoglobulines en Belgique, la couverture vaccinale des groupes à risque – c'est-à-dire voyageurs fréquents, vétérinaires ou personnes travaillant avec la faune – ainsi que la sensibilisation du grand public face à ce danger souvent méconnu. La lutte contre la rage en Belgique relève de différents niveaux de pouvoir.
Cette thématique fait-elle l'objet d'échanges avec les autres niveaux de pouvoir compétents? Pouvez-vous préciser l'état actuel des stocks stratégiques de vaccins antirabiques et d'immunoglobulines en Belgique? Ces stocks sont-ils suffisants pour faire face à plusieurs cas d'exposition simultanés? Disposez-vous de données concernant la mise en œuvre des recommandations qui ont été émises, notamment par Sciensano ainsi que par l'Institut de médecine tropicale, en matière de vaccination préventive pour les personnes à risque? Enfin, des campagnes d'informations spécifiques en concertation avec les autres niveaux de pouvoir sont-elles prévues afin de rappeler au grand public et aux publics à risque la gravité de cette maladie, les gestes préventifs à adopter et les réflexes à adopter également en cas de morsure ou de contact suspect?
Frank Vandenbroucke:
À la première question de madame Ramlot, qui demande si cette thématique fait l'objet d'échanges avec d'autres niveaux de pouvoir compétents, je peux répondre que pour la partie animale, cette thématique est bien intégrée dans les échanges et les suivis réalisés entre Sciensano, l'AFSCA et le SPF Santé publique. En ce qui concerne l'aspect humain, cette question ne fait pas l'objet d'échanges directs avec les autres niveaux de pouvoir.
À la question de monsieur Dufrane sur le protocole sanitaire suivi, je peux répondre que pour les cas vétérinaires nous prévenons l'AFSCA et, pour les cas humains, les autorités régionales en matière de santé. Cette question est donc une question pour ces entités.
Troisi è mement, la dernière identification chez les humains sur notre territoire date de 1990. Il s'agissait d'un cas importé en raison d'une prise de sang à l'étranger. Le dernier cas endémique – donc une contamination en Belgique – date de 1922. La dernière identification d'un cas vétérinaire date de 1999. Il s'agissait d'un bœuf à Bastogne. Le dernier cas chez les renards date de 1998. Enfin, en 2007 et 2008, deux cas positifs ont été décelés chez des chiens importés illégalement du Maroc et de Gambie.
J'en arrive à la quatrième question, sur la disponibilité du vaccin et la protection rapide des personnes. Sur le marché belge, deux vaccins contre la rage sont disponibles en pharmacie: Rabipur et Verorab. Des ruptures de stock peuvent arriver en Belgique, généralement au printemps et en été. Lorsque la demande des voyageurs est en augmentation, il n'existe pas de stock stratégique de vaccins antirabiques. En cas de contact à haut risque, des immunoglobulines humaines doivent également être administrées localement dans la plaie. Le Verorab est disponible chez les grossistes, mais n'est remboursé que s'il est prescrit par un infectiologue de l'ITM UZA. Les ruptures de stock, là, sont rares.
Concernant la cinquième question, Sciensano n'a pas, à ce stade, collecté de données spécifiques sur ce sujet.
Concernant votre dernière question sur la campagne d'information, vous êtes vraiment dans des matières de prévention et c'est donc une question qui doit être adressée à mes collègues des entités fédérées.
Anthony Dufrane:
Merci monsieur le ministre. Je vous remercie pour les chiffres et les différentes informations que vous nous avez transmises.
La mise en place d'un protocole adapté et d'un suivi des autorités sanitaires est prioritaire d'un point de vue sanitaire.
Concernant la campagne d'information, j'ai bien pris note également que cela relevait des entités fédérées. Je ne manquerai pas de relayer auprès de mes collègues parce que cette problématique est importante et souvent méconnue et une communication peut sauver des vies. Je ne doute pas non plus que vous et votre administration suivrez cette problématique de près.
Carmen Ramlot:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses détaillées. Ici, mon intention n'était pas de faire un ping-pong entre les ministres du gouvernement, que ce soit ici ou à la région. Je souhaitais attirer votre attention pour que vous soyez justement le chef d'orchestre d'une parfaite coordination entre les différents niveaux de pouvoir. Même si cela n'est pas de votre ressort immédiat, je pense qu'il est de votre devoir – des vies humaines étant en jeu – de suggérer éventuellement une communication à la région au sujet de cette problématique.
Dunnevezelneuropathie
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Natalie Eggermont vraagt waarom dunnevezelneuropathie (een pijnlijke zeldzame zenuwaandoening zonder behandeling) in België niet erkend wordt op de E-lijst voor zware pathologieën, waardoor kinesitherapie niet wordt terugbetaald – terwijl dat in Nederland wel het geval is. Minister Frank Vandenbroucke benadrukt dat opname op de E-lijst niet automatisch recht geeft op terugbetaling: alleen bij aangetoonde functionele stoornissen (bv. mobiliteitsproblemen) komt men in aanmerking, en de aandoening zelf staat niet op de lijst, hoewel onderliggende ziekten (diabetes, Ehlers-Danlos) dat soms wel zijn. Hij wijst patiënten naar het RIZIV voor individuele beoordeling en vermeldt het aanstaande nationaal plan zeldzame ziekten (2026-2030), maar neemt zelf geen concreet initiatief voor lijstaanpassing, wat Eggermont als onbevredigend ervaart. Vandenbroucke stelt dat de complexiteit van de aandoening (vaak secundair aan andere ziekten) en budgettaire/medische criteria binnen het RIZIV bepalend zijn.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over dunnevezelneuropathie.
Zo'n 500.000 tot 700.000 mensen lijden aan een zeldzame ziekte. Een daarvan is dunnevezelneuropathie. Dit is een polyneuropathie waarbij dunne zenuwvezels slecht functioneren. Patiënten ervaren brandende, prikkende pijn, maar ook gevoelstoornissen, hartkloppingen en maag- en darmklachten. Momenteel is er geen behandeling beschikbaar. Er kan alleen aan symptoombestrijding worden gedaan.
Patiënten kunnen wel geholpen worden met kinesitherapie. Omdat dunne vezelneuropathie niet is opgenomen op de lijst van E-pathologieën, wordt deze behandeling niet terugbetaald. Daardoor is kinesitherapie zeer duur voor deze patiënten. In Nederland is dunnevezelneuropathie echter wel erkend. Daar bestaat er een expertisecentrum en wordt de behandeling terugbetaald.
We kregen een getuigenis binnen van iemand die aan deze ziekte lijdt en die reeds meerdere keren contact heeft opgenomen met uw kabinet, maar nog geen antwoord heeft ontvangen op zijn vragen.
Naar aanleiding van zijn getuigenis wil ik hier graag horen waarom dunnevezelneuropathie in België niet erkend wordt en wat het te volgen pad is. Ik begrijp dat dit via de artsen van de mutualiteit kan worden geregeld, maar de vraag is of u als minister ook geen initiatief kunt nemen. Dit is niet de eerste keer dat hierover in het Parlement gesproken wordt. Welk initiatief kunt u nemen om deze mensen te helpen?
Frank Vandenbroucke:
Bedankt om dit onder de aandacht te brengen.
Om te beginnen wil ik even aanknopen bij het vorige punt. We zitten hier dus weer in de context van zeldzame ziekten en we moeten het echt beter doen voor mensen die door een van de vele zeldzame ziekten getroffen zijn. Dat is ook de reden waarom we momenteel een nationaal plan zeldzame ziekten 2026-2030 uitwerken. Dat moet ervoor zorgen dat mensen sneller de juiste weg vinden. Dit betreft niet alleen het medische aspect, maar ook de begeleiding, de ondersteuning en de zorgcoördinatie. Dat is een breed probleem en ik vind dat dit er ook mee samenhangt.
Er is echter een specifieke kwestie waarop ik een antwoord kan geven, namelijk dunne vezelneuropathie en de E-lijst, de lijst van zware pathologieën voor kinesitherapie.
De vermelding van een bepaalde aandoening op de E-lijst zware pathologie is op zichzelf niet voldoende om een akkoord voor het statuut zware pathologie te verkrijgen. Er moet altijd sprake zijn van functionele stoornissen in bijvoorbeeld mobilisatie en articulatie, die een intensieve en langdurige kinesitherapeutische of fysiotherapeutische tenlasteneming vergen.
Zoals de meerderheid van de neurologische aandoeningen, staat dunnevezelneuropathie niet vermeld op de lijst van aandoeningen die is opgenomen in het koninklijk besluit van 23 maart 1982. Dat verhindert echter niet dat een persoon met dunnevezelneuropathie kan genieten van een erkenning zware pathologie, voor zover zijn medische situatie beantwoordt aan een van de in de lijst vermelde aandoeningen en voor zover die gepaard gaat met een aangetoonde behoefte aan intensieve en langdurige kinesitherapeutische of fysiotherapeutische tenlasteneming.
Het zou dus kunnen dat die persoon daar wel voor in aanmerking komt. Het staat mij voor dat mensen die vraag ook al hebben gesteld via mijn infobox en dat we die vragen doorgestuurd hebben naar het RIZIV. Ik kan daar immers niet zelf op antwoorden en ik hoop dat de mensen een begrijpelijk antwoord hebben gekregen.
Men kan dus niet op voorhand zeggen dat iemand daar niet voor in aanmerking komt. Het hangt ervan af of die persoon een aandoening heeft die in aanmerking komt en of er vervolgens de nodige behandelingen zijn waarvoor die E-lijst dan kan worden gebruikt. De E-lijst wordt binnen het RIZIV uitgewerkt door het College van artsen-directeurs, in overleg met de beroepsverenigingen en rekening houdend met aangetoonde zorgnoden en organisatorische en budgettaire mogelijkheden. Dat maakt natuurlijk dat men daar wel bepaalde keuzes in maakt.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik heb het niet helemaal goed begrepen. U zegt dat het niet is omdat het op de lijst staat dat men daar d'office recht op heeft.
Frank Vandenbroucke:
Het is niet omdat men een bepaalde aandoening heeft die op die lijst staat, dat de kinesitherapeut de behandelingen kan doen op basis van de E-lijst. Daarvoor moet ook aangetoond worden dat men bepaalde functionele stoornissen heeft die een intensieve behandeling vereisen. Het kan zijn dat die patiënt een aandoening heeft die wel op die lijst staat en ook effectief een functionele stoornis heeft. Dunnevezelneuropathie as such staat niet op die lijst. Dat is al wat ik kan zeggen.
Natalie Eggermont:
Als men een functionele beperking heeft die niet op de lijst staat, dan kan men (…)
Frank Vandenbroucke:
(…)
Natalie Eggermont:
Kunt u geen initiatief nemen zodat dit op die lijst komt?
Frank Vandenbroucke:
U bent arts, u kent er meer van dan ik, maar dunnevezelneuropathiesymptomen kunnen bij veel ziektes voorkomen: schildklierpathologieën, diabetes, het syndroom van Ehlers-Danlos, infecties. Het is geen zeldzame ziekte die in de ORPHA-code wordt vermeld, het is iets wat verbonden is met vele soorten pathologieën. Misschien heeft die patiënt wel een pathologie die op die lijst staat.
De casus zou via de mutualiteit aan het RIZIV moeten worden voorgelegd. Het kan zijn dat die mensen ons ook hebben aangeschreven en dat wij die mensen naar het RIZIV hebben doorverwezen. Dan hoop ik dat ze een duidelijke antwoord hebben gekregen.
Natalie Eggermont:
Oké, dat is heel verhelderend. Dank u.
Het Belgisch standpunt in de Raad van Europa inzake de beperking van de toetsing door het EHRM
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Rajae Maouane waarschuwt dat de België mede-ondertekende brief (met 8 andere landen) over CEDH-rechters—geïnspireerd door migratiestrijd—de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (CEDH) bedreigt, met een cruciale interministeriële conferentie op 10 december als mogelijke mijlpaal in die afbraak. Maxime Prévot ontkent dat de onderhandelingen de CEDH-autoriteit aantasten en benadrukt dat België via dialogue (met migratiethema’s binnen mensenrechtenkader) de Conventie en rechterlijke onafhankelijkheid juist wil versterken, zonder concrete afzwakking van toezicht. Maouane blijft sceptisch: de symbolische alliantie met land als Hongarije/Italië en het risico op politieke druk op rechters (o.a. via expulsiebeleid) maken de conferentie tot een "democratische tijdbom", en roept op tot actieve verdediging van de rechtsstaat door humanistische partijen in de regering. België’s rol als stichterlid van de Raad van Europa staat volgens haar op het spel.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, le 10 décembre est la Journée internationale des droits de l'homme. Nous nous sommes, du reste, battus pour obtenir et acquérir ces droits: le droit à la vie, à la dignité, à l'égalité, à la vie privée, à la vie familiale, à un procès équitable, ainsi que l'interdiction des traitements inhumains.
Ces droits ne devraient, par ailleurs, jamais être remis en question. Pourtant, le 10 décembre prochain, ils risquent d'être piétinés. En effet, ce même jour, une Conférence interministérielle du Conseil de l'Europe a été convoquée. Est inscrite à l'ordre du jour une discussion sur l'indépendance des juges de la Cour européenne des droits de l'homme (CEDH). Cette idée prend sa source dans la lettre que la Belgique a corédigée et cosignée avec huit autres pays européens, relativement aux décisions rendues par les juges de la CEDH dans les affaires en rapport avec la politique migratoire. Cette lettre s'appuie sur des formulations inexactes, comme nous l'avions relevé à l'époque, accusant ainsi la Cour de limiter la capacité des É tats d'expulser comme ils le veulent. Pas une décision n'y est citée, aucun argument juridique solide n'y est invoqué; il s'agit seulement d'un coup de com' pour mettre la pression sur la Cour et ses juges.
Mercredi prochain, il est possible que cette attaque soit entérinée par une décision qui influencerait la manière dont les juges doivent rendre leurs arrêts. C'est grave parce que la CEDH est la plus haute juridiction européenne, c'est le socle de la démocratie pour les 680 millions d'Européennes et d'Européens, c'est notre barrière la plus importante pour faire respecter l' É tat de droit et les droits humains dans un contexte de trumpisation des discours et même des esprits, ainsi que de diabolisation des migrants. Monsieur le ministre, la réunion du 10 décembre sera très importante. La Belgique y détiendra la possibilité soit de s'aligner sur la défense de la démocratie soit de s'aligner sur l'Italie de Meloni et la Hongrie d'Orban.
Dès lors, monsieur le ministre, mes questions sont très simples. Avez-vous discuté de cette Conférence interministérielle en kern? Qui va représenter le gouvernement à cette réunion? Et puis, surtout, quelle sera la position de notre pays au sujet de l'indépendance des juges de la Cour européenne des droits de l'homme?
Maxime Prévot:
Madame la députée Maouane, je vous remercie de votre question qui se réfère à la Conférence ministérielle informelle du Conseil de l'Europe qui se tiendra à Strasbourg le 10 décembre prochain et à laquelle la Belgique entend bien participer par l'entremise de la ministre de l'Asile et de la Migration.
Les décisions et les conclusions en cours de négociation en vue de cette Conférence ne conduisent aucunement à une réduction du contrôle du respect de la Convention exercé par la Cour. Ces textes font suite à la main tendue par le secrétaire général du Conseil de l'Europe aux États membres. Le secrétaire général, M. Berset, a décidé d'initier un processus de dialogue pour répondre ensemble, effectivement à la suite du courrier que vous avez évoqué, aux défis contemporains posés à la fois par la migration irrégulière, par la situation des étrangers condamnés pour des infractions graves et par le trafic illicite de migrants dans le plein respect de leurs droits humains.
Ces textes ne remettent d'aucune manière en cause la liberté ni l'indépendance de la Cour. Il s'agit, justement, dans cet exercice, de s'assurer, ce faisant, de préserver l'intégrité du système de la Convention européenne des droits de l'homme en tant que pierre angulaire de la protection des droits humains en Europe. Ces textes réaffirment d'ailleurs des principes fondamentaux parmi lesquels notre engagement profond et constant à l'égard de la Convention et à l'égard de l'indépendance, de l'impartialité et de l'autorité de la Cour européenne des droits de l'homme. Ils réaffirment également l'importance de prendre en compte la jurisprudence de la Cour, de manière à donner pleinement effet à la Convention et à l'obligation inconditionnelle des États de se conformer aux arrêts de la Cour.
La Belgique s'engagera pleinement dans ce dialogue. Nous préférons cette main tendue à des raccourcis simplistes et nous préférons un dialogue dans un cadre institutionnel balisé, un cadre de respect des droits humains, à une initiative ad hoc sans balise. Mais vous trouverez toujours en ma personne un fervent défenseur des droits fondamentaux de toutes et de tous.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'ai envie de vous croire et j'entends votre ton rassurant. Mais, ce qui peut se passer la semaine prochaine, monsieur le ministre, c'est quand même une bombe pour notre démocratie! Quand à l'époque M. De Wever avait cosigné cette lettre, on l'avait dénoncé. Vous aviez dit que ce n'était pas une attaque contre l'État de droit et vous aviez feint l'ignorance indiquant que vous n'étiez pas forcément au courant de la remise en question totale de l'indépendance des juges. Mais c'est malheureusement ce qui se passe. Le risque est réel. Aujourd'hui, vous ne pouvez pas dire la même chose. Ce risque existe; on le verra la semaine prochaine. Vous avez donc six jours pour rétablir la situation, six jours pour ranger la Belgique du bon côté. La Belgique est un pays fondateur du Conseil de l'Europe, je le rappelle. Il ne faut pas ternir l'image de notre pays en vous alliant à cette déclaration. Je me tourne donc vers les humanistes de ce gouvernement, le cd&v, Vooruit et Les Engagés. Il ne faut pas laisser ce genre de choses se produire. On attend de vous que vous défendiez l'État de droit et l'indépendance des juges au Conseil de l'Europe et à la Cour européenne des droits de l'homme.
Het niet agenderen van de situatie in de DRC op de vergadering van de Raad van de Europese Unie
Het conflict in Oost-Congo
De humanitaire situatie in de DRC en het gebrek aan middelen van het Wereldvoedselprogramma
De evolutie van de toestand in de DRC
Het Washington-Doha-vredesproces
De situatie in Oost-Congo na het akkoord tussen de DRC en de M23-rebellen
De crisis in de DRC, Oost-Congo en internationale respons hierop
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het fragiele vredesproces in Oost-Congo, met kritiek op de rol van Rwanda en M23 en de humanitaire crisis (honger, geweld, geblokkeerde hulp). Minister Prévot benadrukt Belgische steun (€26+ miljoen humanitaire hulp in 2025) en diplomatieke inspanningen (EU-agenda, Washington/Doha-akkoorden), maar erkent dat implementatie ontbreekt en pleit voor terugtrekking Rwandese troepen. Kritiek komt van Huybrechts (onderhandelingen met "terroristen" M23 zijn riskant) en Mutyebele (Rwanda’s "dodelijke rol", gebrek aan druk op Kigali). Van Hoof vreest transactionele vredesdeals zonder aanpak grondstoffenconflict, terwijl Kompany hoopt op EU-urgentie en Congolese betrokkenheid.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, recent werd over een aantal vredesakkoorden onderhandeld. Onder andere in Doha werd afgelopen maand een kaderovereenkomst gesloten voor een vredesakkoord. Het gaat om acht protocollen. Twee ervan werden reeds eerder afgesloten en de andere zes zouden onder meer handelen over de toegang tot humanitaire hulp, de terugkeer van ontheemde personen en de bescherming van de rechterlijke macht.
Uiteraard moeten die akkoorden ook worden geïmplementeerd. Dat is het meest heikele punt. De vertegenwoordiger van M23 liet zich ook ontvallen dat er op het terrein geen veranderingen zullen plaatsvinden voordat alle maatregelen een voor een zijn onderhandeld en een finaal vredesakkoord is bereikt.
Ondertussen bereiken ons berichten dat het vredesproces van Washington doorgaat, onder andere vandaag en morgen, tussen de Democratische Republiek Congo en Rwanda, voor het ondertekenen van een akkoord, onder meer over een regionaal economisch integratiekader, nadat in juli reeds een vredesakkoord werd gesloten.
Mijnheer de minister, hebt u meer zicht op het vredesproces, zowel in Doha als in Washington? Ik vermoed van wel.
U ontving begin oktober ook de senior advisor voor Afrika, Massad Boulos. Wat werd er besproken in het kader van het conflict?
Welke concrete inspanningen heeft ons land reeds geleverd om het vredesproces in Oost-Congo te bevorderen, zowel bilateraal als op EU-niveau?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, "des personnes meurent de faim". C'est l'alerte lancée par le Programme alimentaire mondial (PAM) au sujet de la crise humanitaire atroce que subit la population congolaise à l'Est de la RDC, après des mois de guerre impitoyable menée par le M23 et le Rwanda. Dans les régions contrôlées par les rebelles, une personne sur trois meurt de faim, tandis que l'aide humanitaire peine à atteindre ceux qui en ont le plus besoin. Les routes sont bloquées, les convois pillés, les humanitaires attaqués, et l'aéroport de Goma, le seul qui soit susceptible de soutenir un corridor aérien humanitaire, continue d'être occupé et bloqué par le M23. De son côté, le ministre des Affaires étrangères rwandais refuse d'ouvrir cet aéroport.
Au-delà des risques, c'est le manque de financement qui freine gravement l'aide humanitaire. La baisse des financements de l'aide humanitaire internationale est responsable de l'incapacité des agences onusiennes à apporter de l'aide à ceux qui meurent de faim. En effet, le PAM demande une aide financière urgente, soit 350 millions pour les six prochains mois. Sinon, l'agence ne pourra venir en aide qu'à seulement 10 % de ceux dans le besoin. Dans les provinces situées à l'est, on estime que 10 millions d'hommes, de femmes et d'enfants souffrent d'insécurité alimentaire, dont près de 4 millions vont bientôt tomber dans le stade d'urgence alimentaire. Ce sont donc des millions de personnes qui meurent de faim. Or l'aide humanitaire des agences onusiennes ne peut en secourir qu'une fraction, car nos États, y compris la Belgique, ont décidé de définancer l'aide humanitaire dans un monde où les conflits se multiplient.
Monsieur le ministre, à quelle hauteur la Belgique prévoit-elle d'accroître son aide humanitaire en RDC? Avez-vous insisté à l'échelle européenne pour inscrire à l'agenda l'aide humanitaire en RDC et augmenter le budget en la matière, comme c'est le cas pour d'autres conflits? La Conférence de Paris a-t-elle apporté, selon vous, un changement significatif dans l'aide humanitaire et le processus de paix? Quelles sont les évolutions sur place dans la distribution de l'aide et sa logistique?
De voorzitster : De heer De Maegd is niet aanwezig.
Britt Huybrechts:
Om het wat vooruit te laten gaan gezien het grote aantal vragen, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De voorbije weken werden in Doha twee nieuwe akkoorden gesloten: een framework deal tussen de DRC-regering en het door Rwanda gesteunde M23, én bijkomende protocollen die aansluiten op het Washington-akkoord van juni. Terwijl de internationale gemeenschap deze deals als “historische stappen" verkoopt, blijft de situatie op het terrein even gewelddadig, en groeit de bezorgdheid over de rol van buitenlandse spelers net zoals over de ruildynamiek tussen veiligheid en toegang tot kritieke mineralen. België blijft zich intussen actief inschrijven in dit diplomatiek proces.
Hoe beoordeelt u het recent in Qatar afgesloten framework-akkoord tussen DRC en M23, in het bijzonder het feit dat het M23, internationaal erkend als door Rwanda gesteunde rebellengroep, nu als volwaardige onderhandelingspartner wordt “geformaliseerd"?
Welke risico's ziet u voor Congolese soevereiniteit en regionale stabiliteit?
Welke positie verdedigt België precies binnen het bredere Washington-Doha-proces, waarin veiligheidsconcessies van Kinshasa (neutralisering FDLR, terugtrekking troepen, integratie van strijders) expliciet worden gekoppeld aan economische afspraken rond kritieke mineralen?
Heeft de regering hierover voorafgaand overleg gepleegd met het parlement, en zo ja, welke mandaten werden gegeven?
Hoe beoordeelt u de voortdurende militaire aanwezigheid van Rwanda in Oost-Congo, ondanks het Washington-akkoord en ondanks herhaalde rapporten over Rwandese steun aan M23?
Welke stappen ondernemen België en de EU om effectief garanties te eisen rond terugtrekking, monitoring en naleving van het staakt-het-vuren, en welke concrete gevolgen voorziet u bij verdere schendingen?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, le 15 novembre dernier, après des mois de pourparlers pilotés par le Qatar, les États-Unis et l'Union africaine, les autorités de la République démocratique du Congo (RDC) et le groupe armé M23 soutenu par le Rwanda ont signé à Doha une feuille de route qui entend poser les bases d'un futur accord de paix dans l'Est du pays. Ce cadre de Doha, pour un accord de paix global, ne constitue toutefois pas encore un accord final. Il contiendrait huit protocoles, dont deux déjà signés en septembre et octobre 2025, qui doivent encore être négociés plus avant.
Les interprétations du statut de ce texte semblent contradictoires. En effet, un membre de l'équipe de négociation du M23 a affirmé qu'il ne contenait aucune clause contraignante et ne modifiait pas la situation sur le terrain. De son côté, le gouvernement congolais affirme que ce texte doit permettre d'obtenir dans les plus brefs délais les conditions d'un changement réel et mesurable pour les populations et qu'aucun statu quo n'est compatible avec cet objectif de paix.
La semaine dernière, la presse annonçait de son côté que les présidents de la RDC et du Rwanda devraient se rendre cette semaine à Washington pour signer un accord de paix et rencontrer le président Trump.
Monsieur le ministre, ces différents mouvements pourraient donner l'espoir d'une amélioration de la situation sur le terrain. Or, pour le moment, tout comme après sa signature officielle en juillet dernier, le cessez-le-feu n'est pas suffisamment respecté. Le Rwanda continue à ne pas respecter la souveraineté du Congo et, surtout, les populations continuent à souffrir des exactions des différents groupes armés. D'où mes questions.
Monsieur le ministre, avez-vous eu des contacts récents sur ces derniers développements lors de vos récents voyages en Afrique? Qu'en est-il de l'action de la Belgique au sein de l'Union européenne pour étendre les sanctions contre le Rwanda? Considérez-vous que l'Union européenne devrait se réinventer dans le processus de paix? Enfin, avez-vous eu des contacts avec la haute représentante à ce sujet?
Maxime Prévot:
Madame la présidente, mesdames et messieurs les députés, étant donné la situation extrêmement grave qui persiste sur le terrain, j'ai effectivement plaidé, publiquement et à plusieurs reprises, pour que le conflit à l'Est de la République démocratique du Congo soit à l'agenda du Conseil des ministres de l'Union européenne. Il est vrai que d'autres crises, comme la situation au Moyen-Orient ou la guerre en Ukraine, tendent à monopoliser l'agenda du Conseil. C'est évidemment justifié, étant donné les enjeux pour la sécurité internationale et européenne qu'elles représentent. Mais je trouve qu'il n'est pas normal que le dossier de l'Est de la RDC n'ait plus été traité à la table du Conseil depuis février-mars dernier, après l'adoption des sanctions européennes.
Au-delà de la dimension stratégique que cette région représente pour l'Union européenne, ce qui a d'ailleurs été encore rappelé à Luanda à l'occasion du sommet entre l'Union africaine et l'Union européenne voici quelques jours, la persistance du conflit affecte la vie de millions de personnes. Malgré les accords signés, les combats continuent quasi quotidiennement sur les lignes de front, en particulier dans le Sud-Kivu en ce moment même, alors que les forces en présence, on le constate, se renforcent.
Les droits des civils continuent d'être massivement violés dans les zones occupées par le M23, mais aussi au-delà. Selon des rapports crédibles dont nous avons pu prendre connaissance, de graves exactions et des déplacements forcés de civils par le M23 ont effectivement eu lieu ces derniers mois. Le Dr Mukwege vient encore de dénoncer le meurtre de plus de 22 personnes par le M23 dans le territoire de Kabare dans la nuit du 23 au 24 novembre derniers. Ce sont des développements atroces et écœurants que nous condamnons avec la plus grande fermeté.
En termes d'aide humanitaire, la Belgique assume pleinement sa part de responsabilité collective. Je tiens d'ailleurs à rappeler à Mme Mutyebele que, contrairement à ce qu'elle a affirmé, la Belgique n'a décidé d'aucune diminution de son budget destiné à l'aide humanitaire.
J'ai expliqué dans cette commission que, nonobstant les 25 % de réduction pour la coopération au développement, j'avais fait le choix politique et assumé de conserver 100 % des crédits, tout au long de la législature, pour l'aide humanitaire, au vu justement des urgences auxquelles nous sommes confrontés. Sur ce secteur-là en tout cas, la Belgique est restée à la pointe.
En 2025, notre contribution humanitaire pour la région des Grands Lacs, ce qui inclut la RDC, s'élève à plus de 26 millions d'euros, et nous avons déjà prévu 24,5 millions d'euros pour 2026.
Ce sont des financements anticipatifs, pluriannuels et flexibles. Cela signifie que ce type de financement permet aux acteurs humanitaires d'agir rapidement et efficacement, en fonction des besoins du terrain auxquels ils sont confrontés, sans être contrariés par la rigidité, parfois, des procédures administratives.
La Belgique a déjà mobilisé ces financements pluriannuels pour répondre à l'urgence. Nous travaillons avec nos partenaires multilatéraux, notamment le PAM, dont le core funding est essentiel pour garantir la flexibilité et la rapidité de la réponse. Nous évaluons en permanence la situation et n'excluons pas un renforcement de notre effort en fonction de la situation.
Quant à la conférence humanitaire de Paris, à laquelle M. Kompany a fait explicitement référence, elle a permis de collecter globalement 1,5 milliard d'euros d'engagement, dont 900 millions pour l'Union européenne et ses membres, et de donner la parole aux acteurs humanitaires. Elle a réaffirmé la nécessité de financements durables et de lever les obstacles administratifs et sécuritaires. Toutefois, il est essentiel que ces engagements se traduisent en actions plus concrètes sur le terrain.
Malheureusement, l'urgence et l'importance de ce dossier ne sont pas toujours perçues de la même façon au niveau européen. Je poursuivrai donc mes efforts afin de convaincre mes homologues, ainsi que la haute représentante Kaja Kallas, de mettre le dossier à l'ordre du jour du Conseil le plus rapidement possible, si possible en décembre. L'agenda, au niveau des points relatifs au continent africain, était déjà chargé la fois précédente, en novembre, puisque y figuraient le Soudan et le Sahel.
Avec mon homologue français, je chercherai en particulier à ce que les conclusions de la conférence humanitaire de Paris sur la RDC du 30 octobre, à laquelle j'ai participé, puissent générer une nouvelle dynamique au sein de l'Union européenne afin qu'elle joue un rôle plus affirmé et de premier plan en matière de diplomatie humanitaire.
Le travail diplomatique du représentant spécial de l'Union européenne, Johan Borgstam, et de son équipe est à saluer, mais il est clair qu'avec son expertise et ses moyens, l'Union européenne devrait s'impliquer davantage sur les questions d'accès humanitaire afin d'apporter des réponses concrètes aux besoins immenses rencontrés sur le terrain par la population.
Concernant le mécanisme d'enquête internationale que vous appelez de vos vœux – souhait exprimé à l'origine par Mme Maouane –, je peux confirmer que la Belgique a soutenu et coparrainé la résolution du Conseil des droits de l'homme adoptée lors de la session de septembre-octobre 2025 à ce sujet. Celle-ci demande, le plus rapidement possible, l'établissement d'une commission d'enquête internationale sur les violations et les abus des droits humains dans les Kivu, afin de pouvoir documenter les faits et établir les responsabilités. La lutte contre l'impunité en RDC reste un point d'attention majeur pour la Belgique, car c'est une condition sine qua non pour briser le cycle des violences, et je compte bien continuer le plaidoyer en ce sens.
Pour ce qui est des sanctions, j'ai déjà dit devant cette commission qu'à ce stade, j'estime qu'il faut donner toutes les chances aux efforts de médiation de Doha et de Washington et qu'il ne faut donc pas les perturber par des actions qui pourraient être utilisées comme prétexte pour instrumentaliser, par certains, les potentielles difficultés qui pourraient être rencontrées dans les processus en cours, voire même justifier de s'en retirer. Il faut éviter tout parasitage de ces processus fragiles mais indispensables afin d'obtenir un cessez-le-feu et une paix durable. Il s'agit d'ailleurs d'une approche consensuelle actuellement au niveau européen. Mais il est évident qu'en cas d'échec des médiations ou de reprise encore plus intense des combats, avec la prise de nouvelles villes par exemple, le sujet serait à nouveau sur la table.
Betreffende het kaderakkoord van Doha van 15 november hebben wij inderdaad kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. Ik heb de ondertekening toegejuicht omdat dit een stap in de goede richting is, ongeveer vier maanden na de ondertekening op 19 juli van de intentieverklaring met het oog op een staakt-het-vuren.
Het bevat belangrijke principes, zoals het respect voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de DRC, het verbod op discriminatie, de bescherming van burgers en mensenrechten, de strijd tegen straffeloosheid, het respect voor het internationale humanitaire recht enzovoort. Ik zie in deze tekst dus geen nieuwe risico’s voor de Congolese soevereiniteit en de regionale stabiliteit.
Dit kaderakkoord zal worden aangevuld met acht protocollen. Het is duidelijk dat er nog veel inspanningen nodig zijn voordat de onderhandelingen kunnen worden afgerond. Er blijven tal van gevoelige punten te regelen, zoals de tijdelijke veiligheidsregelingen, de humanitaire toegang en het herstel van het gezag van de staat.
Op zijn verzoek heb ik op 8 oktober in Brussel Massad Boulos ontvangen , senior advisor for Africa van de Verenigde Staten. Het was een inhoudelijk gesprek over verschillende Afrikaanse dossiers, waaronder Oost-Congo. Wij hebben de stand van zaken besproken rond de lopende bemiddelingsinspanningen en onze boodschappen afgestemd ten aanzien van de belangrijkste actoren. Ik denk dat hij ook geïnteresseerd was in onze analyse van de situatie.
Hoe dan ook is het van groot belang dat de internationale gemeenschap eensgezind en coherent optreedt, zodat de inspanningen in dezelfde richting gaan. Dat versterkt de impact van diplomatieke initiatieven. Ik zal erop blijven toezien dat België zich inschrijft in deze dynamiek en het waardevolle werk van de Verenigde Staten, Qatar en de Afrikaanse Unie versterkt.
Zoals ik al vaak gezegd heb, is het volgens mij niet onze rol om zelf als bemiddelaar op te treden, maar wel om hen te ondersteunen en de internationale gemeenschap te mobiliseren, onze expertise te delen en contacten te vergemakkelijken, met als kompas de verdediging van het internationaal recht.
Ik ben van plan deze inspanningen in de komende maanden voort te zetten. Ik zal blijven aandringen op de volledige terugtrekking van de Rwandese troepen die nog steeds op Congolese bodem aanwezig zijn. Ik zal ook blijven pleiten voor het voeren van een inclusieve nationale dialoog in de DRC, ook met het parlement en alle maatschappelijke krachten, en voor het beëindigen van elke soort samenwerking met de FDLR, om ervoor te zorgen dat de akkoorden leiden tot een duurzame vrede.
Voilà, chers collègues, les quelques éléments que je pouvais partager. J'ajoute que, si nous n'avons pas eu connaissance du contenu précis des textes qui vont faire l'objet des signatures à Washington, on peut en tout cas se réjouir que chaque étape qui soit susceptible de se rapprocher d'un cessez-le-feu et d'une paix soit franchie.
Encore faut-il, et c'est là le point d'attention en particulier de la diplomatie belge, s'assurer de la concrétisation sur le terrain de ces engagements signés dans des bureaux pour mettre un terme à cette spirale inacceptable de violence quotidienne.
Els Van Hoof:
Dank u wel voor uw rijkgevulde antwoord, mijnheer de minister. Volgens de Global Peace Index zijn er in de wereld 56 vergeten conflicten. Ook Oost-Congo behoort daartoe. Een van de redenen daarvoor – u hebt dat zelf al aangehaald – is dat Oost-Congo, behalve voor België, voor de internationale gemeenschap geen prioriteit is. Trouwens, Soedan behoort ook tot dat lijstje van 56 conflicten. Een conflict geraakt hoger op de agenda als het weer intenser wordt. Dat is nu gebeurd met Soedan. Het is te betreuren dat er een ernstige humanitaire crisis of de inname van bepaalde steden nodig is voor zo'n conflict weer aandacht krijgt. Het klopt dat een conflict zo weer meer prioriteit krijgt, maar we moeten daar toch verontrust over zijn.
Ik kijk uit naar de zes protocollen die nog moeten komen na de onderhandelingen in Doha, aangezien de M23 heeft verklaard dat het niets zal veranderen vooraleer over alle onderdelen wordt onderhandeld. Ik hoop dat dan ook snel gebeurt in Doha.
Washington heeft ondertussen al acht conflicten opgelost. Als men naar de concrete inhoud daarvan kijkt, zijn het snelle deals met heel sterke transactionele elementen, waarbij de oorzaak van het conflict nooit wordt aangepakt. Ik denk, zoals u ook zei, dat de oorzaak van het conflict duidelijk ligt in het grondstoffenelement. We moeten daaraan werken vooraleer er een duurzame vrede kan ontstaan.
Ik kijk uit naar het akkoord in Washington, maar als we naar de andere zogenoemde vredesakkoorden kijken, zal het transactionele element daar ook in aanwezig zijn. Ik kan maar hopen dat men in Washington eveneens aandacht zal besteden aan de oorzaken van het conflict.
Gezien het trackrecord uit het verleden is het belangrijk dat wij als Belgen niet als bemiddelaar optreden, maar toch wijzen op de elementen die noodzakelijk zijn om een duurzame vrede te bewerkstelligen. Dat gaat dan over het terugtrekken van de troepen, humanitaire toegang, een staakt-het-vuren en het aanpakken van de straffeloosheid. Dat laatste wordt meestal niet vermeld. Mensen leven al decennialang met trauma’s. Die blijven in de vezels zitten en worden doorgegeven aan volgende generaties. Ik kijk dus uit naar het akkoord, maar ik denk dat we ook een constructieve en waar nodig kritische reactie mogen geven.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, we moeten steeds streven naar vrede en zoveel mogelijk levens redden. Het baart ons echter grote zorgen dat M23 in het vredesproces als een volwaardige onderhandelingspartner wordt beschouwd. Het is altijd een slecht idee om met terroristen aan tafel te gaan zitten. Als historica ken ik weinig tot geen conflicten waarbij onderhandelingen met terroristen tot vrede hebben geleid.
Voorts zou België een kritischere en hardere positie moeten durven in te nemen tegenover de schurkenstaat Rwanda, die hier overduidelijk een vinger in de pap heeft. De recente incidenten tonen aan dat het land geen belang meer aan België hecht.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, j'apprécie qu'une conférence se tienne à Paris pour que les problèmes auxquels se heurte l'Est du Congo soient enfin inscrits à l'agenda politique et que cette crise humanitaire suscite la réaction de plusieurs É tats. Une fois n'est pas coutume, monsieur le ministre, je tiens à vous féliciter pour vos efforts en vue d'inscrire cette crise à l'agenda européen et mondial. On ne peut pas hiérarchiser les conflits et se limiter à la guerre en Ukraine, qui est en effet gravissime. Comme l'a dit Mme la présidente, plusieurs conflits sont oubliés dans le monde.
Je ne suis pas surprise que le M23 et le Rwanda refusent toutes les propositions de livraison d'aide humanitaire et la demande d'une réouverture de l'aéroport. Depuis quand le Rwanda se préoccupe-t-il du sort des Congolais, puisque cela fait 30 ans qu'il essaie de les tuer?
S'agissant du budget dédié à la coopération, les ONG que j'ai eu la chance de rencontrer m'ont expliqué le rôle de l'aide humanitaire et les difficultés auxquelles elles se heurtent à cause de la réduction du financement. Ces coupes budgétaires sont généralisées et se produisent partout. Je vous ai parlé du PAM, qui a besoin de davantage de moyens pour exister. La mission des ONG se complique de jour en jour. Certes, vous n'avez pas réduit le budget de l'aide humanitaire, mais les attaques contre les associations empêchent le versement de dons, comme en témoigne la baisse de la déductibilité fiscale. Cela n'encourage pas les dons, monsieur le ministre. Je vous ai félicité, mais je ne peux pas le faire pour tous les aspects du dossier.
Maxime Prévot:
( hors micro )
Lydia Mutyebele Ngoi:
On peut déduire, mais on n'est pas encouragé à donner davantage, car la déductibilité fiscale a été rabotée. Cela n'encourage pas la population à verser plus de dons. C'est ce que je voulais dire. Vous le savez bien et vous aimez jouer avec les mots.
Monsieur le ministre, vous étiez à Luanda, où vous vous êtes entretenu avec la ministre des Affaires étrangères de la RDC. Je vous suis sur vos réseaux sociaux.
Vous étiez à Kigali, vous avez embrassé chaleureusement votre collègue le ministre des Affaires étrangères rwandaises. Mais alors, je vous le dis, monsieur le ministre, encouragez-le, soyez plus ferme pour qu'on puisse ouvrir cet aéroport et pour que l'aide puisse enfin arriver.
En ce qui concerne les FDLR, on en parle toujours mais où sont-ils? C'est sempiternellement la même excuse depuis des années. On maintient les troupes pour les soi-disant FDLR qui ont peut-être 80 ans. On ne sait même pas si ces FDLR existent. Donc, monsieur le ministre, je vous encourage à être plus ferme avec vos désormais amis rwandais.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, je vous ai entendu, nous vous avons entendu, et ce qui est intéressant, c'est de savoir que la Belgique ne change pas de boussole. Comme on dirait au Congo, vous êtes la voix autorisée de la Belgique et ce que vous dites a du sens. Nous voulons que la Belgique continue à percevoir ce qui se passe au Congo dans la tradition de son expertise sur ce pays. Pourquoi? Parce que celle-ci, à travers le monde, je crois, est le seul pays à avoir des relations poussées, des relations d'affinité dues à beaucoup de circonstances heureuses et malheureuses, mais la Belgique est notre porte-voix pour la paix au Congo Monsieur le ministre, sans être ministre moi-même, une pétition contre le dialogue, qui a déjà dépassé le million de signatures, circule au Congo. C'est pour cette raison que j'affirme ma certitude en votre capacité de donner le meilleur de la Belgique dans cette histoire qui brûle le Congo. Nous avons parlé des déplacés. Chers collègues, imaginez-vous qu'il y a des gens qui se sont déjà déplacés plus de cinq fois depuis le début de ce conflit. Comment faire vivre sa famille lorsqu'on doit se déplacer plus de cinq fois dans des lieux différents, sous des tentes différentes? Je crois que cela doit nous préoccuper. Monsieur le ministre, je vous encourage – et je suis convaincu que vous le ferez – à donner au Congo une bonne place dans l'agenda de l'Union européenne. Celle-ci semble avoir oublié cette problématique depuis le mois de février ou mars, époque de ses dernières sanctions contre le Rwanda. Veuillez lui rappeler que vous êtes encore là, que le Congo souffre encore et qu'il y a urgence en la matière. Espérons que Washington nous donnera une petite réponse agréable.
De Europese trend van versoepeling van de Green Deal
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 25 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België staat voor de uitdaging om de Green Deal te verzoenen met economische concurrentiekracht, terwijl lidstaten pleiten voor flexibilere klimaatregels om industrie en werkgelegenheid te behouden zonder de Parijs-doelen los te laten. Minister Crucke benadrukt koersvastheid en voorspelbaarheid, wijzend op Belgische koplopers zoals ArcelorMittal en Volvo, maar waarschuwt dat onzekerheid en regelwijzigingen innovatie remmen—terwijl hij wel pleit voor minder administratie en strategische autonomie (bv. schone energie) om Europa competitief te houden vs. de VS/Azië. Van Riet onderstreept het imagoprobleem van België (energiekosten, complexiteit) dat buitenlandse investeerders afschrikt, en vreest verlies van zware industrie (bv. INEOS, Exxon) en jobs, ondanks eerdere CO₂-daling bij economische groei—toekomstige groei en klimaatdoelen lijken moeilijk verenigbaar zonder drastische hervormingen.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, mag ik eerst zeggen dat ik heel blij ben dat u hier vandaag bent, aangezien u vorige week in Belém toch wel gevaarlijke toestanden met die brand hebt meegemaakt. Welkom terug in het veilige België.
Op de recente Europese top werd opnieuw duidelijk dat de Green Deal stilaan een reality check doormaakt. De roep om versoepeling van de klimaatdoelstellingen klinkt steeds luider. Steeds meer lidstaten eisen minder regels, meer flexibiliteit en een beleid dat met de economische realiteit rekening houdt. Zonder concurrentiekracht is er immers geen welvaart en zonder welvaart is er geen draagvlak voor klimaatambitie.
Begrijp mij niet verkeerd. We moeten de klimaatopwarming tegengaan, maar het is niet de bedoeling dat onze industrieën, die de ruggengraat van onze welvaart vormen, door procedures en administratieve regels worden gewurgd, terwijl andere mondiale actoren – zoals de Verenigde Staten en landen in Azië, maar niet beperkt tot deze landen – hun bedrijven wel ademruimte en fiscale stimulansen geven. Als we investeringen willen behouden, moet de Green Deal dringend tot een groeiverhaal in de plaats van louter een lastenverhaal worden hervormd.
De sluitingen en het verdwijnen van jobs in België spreken voor zich. De competitiviteit van onze bedrijven is een Europees probleem. Daarom heb ik de volgende vragen, mijnheer de minister.
Hoe beoordeelt u de toenemende druk van lidstaten om de Green Deal te versoepelen in het licht van de internationale concurrentie? Steunt u dit streven naar meer flexibiliteit, zonder aan de grote richtsnoeren van onze strijd tegen klimaatverandering te verzaken? Ziet u het gevaar dat een te dogmatische toepassing van Europese klimaatregels onze industrie verder richting de Verenigde Staten, Azië of elders duwt, waar het klimaatbeleid wel bedrijfsvriendelijker wordt ingevuld?
Bent u bereid om op Europees niveau te pleiten voor een herziening van de klimaatdoelstellingen en de CO ₂ -heffingen? Zult u pleiten voor het in acht nemen van de economische draagkracht en voor een economisch realistisch klimaatbeleid?
Voorziet u in eigen land in een vermindering van verplichtingen, lasten of rapporteringsregels? Hoe wilt u onze ondernemingen binnen de brede energietransitie opnieuw zuurstof geven? Hoe waarborgt u dat klimaatbeleid in de toekomst niet langer een rem vormt op groei en werkgelegenheid, maar een motor van innovatie en concurrentiekracht wordt? Hoe zult u ervoor zorgen dat België binnen Europa, conform het regeerakkoord, niet aan gold plating doet en regels strenger toepast dan onze concurrente lidstaten binnen de eigen Unie?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega, eerst en vooral dank ik u voor uw vriendelijke woorden.
Ik wil duidelijk stellen dat het regeerakkoord geen ruimte laat voor twijfel. We bevestigen de gemaakte afspraken in het Akkoord van Parijs, het biodiversiteitsakkoord van Montréal, de Green Deal en de Europese klimaat- en energiedoelstellingen, die België goedkeurde. We voeren beleid om die afspraken na te komen. Dat is de koers die deze regering volgt en die koers blijft richtinggevend, ook al heeft de Europese Commissie met de European Competitiveness Compass een strategische kapstok aangereikt die voortbouwt op de Green Deal en expliciet inzet op competitiviteit en transitie. In dat kader kijken we met aandacht naar de discussies binnen de Raad over het zoeken naar meer flexibiliteit, zonder dat de kern van onze klimaatambities wordt uitgerold.
Europa heeft in oktober opnieuw bevestigd vast te houden aan de overeenkomst van Parijs en dat het alle kansen wil benutten die de industriële transformatie biedt. We steunen vereenvoudiging en betere regelgeving, maar nooit ten koste van voorspelbaarheid, rechtszekerheid of de doelstellingen die door alle lidstaten zijn onderschreven.
Dat is geen ideologische stellingname, maar een economische noodzaak. De Belgische industrie kan alleen floreren in een klimaat van stabiliteit. We zien op het terrein dat onze ondernemingen – en dat mag eens luid gezegd worden – koplopers zijn in die transitie. Neem bijvoorbeeld Volvo Cars in Gent, als gevolg van flexibiliteit in de Europese tussentijdse doelstellingen liep het 400 miljoen euro mis, omdat andere fabrikanten die hun huiswerk niet maakten, schone rechten konden opkopen. Dat illustreert perfect wat er gebeurt wanneer we de spelregels tijdens de match veranderen. Niet de achterblijvers, maar de pioniers betalen dan de prijs.
Ook onze staalsector is een voorbeeld van vooruitgang, niet van achterstand. Bij ArcelorMittal Gent bedraagt de uitstoot 1,7 ton CO 2 per ton staal. Het Europese gemiddelde ligt op 2 ton. In India bedraagt de uitstoot van zogenaamd low mission steel 2,5 ton. Wie pleit de ambitie terug te schroeven, moet dat zeer goed voor ogen houden. Onze bedrijven lopen voorop. Wat ze ondermijnt, is niet hun ambitie, maar de onzekerheid. Als er iets is dat investeringen vertraagt en innovatie fnuikt, is het wel onzekerheid.
Het is daarom dat we niet pleiten voor een terugkeer naar de Europees vastgelegde klimaatdoelstellingen of C0 2 -heffingen. Geen enkele lidstaat doet dat overigens. We hebben een acute klimaatcrisis en een geopolitieke energiemarkt die ons confronteert met fossiele afhankelijkheid. Wie de industrie wil ondersteunen zoals ik, moet doelen stellen richting eigen schone energie en strategische autonomie. Dat is het enige pad om competitief te blijven tegenover de VS of Azië, niet het loslaten van onze ambities.
Dit betekent echter niet dat we blind zijn voor de economische werkelijkheid. Binnen Europa pleiten we voor voorspelbaarheid, voor het vermijden van prijsvolatiliteit in ETS2, wat intussen door Europees commissaris Hoekstra ook opgepikt is, en voor minder administratieve lasten zonder de essentiële doelstellingen op het vlak van klimaat en duurzame ontwikkeling te ondermijnen. Ook nationaal doen we wat nodig is: gerichte vereenvoudigingen en fiscale stimuli zoals de verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen en lagere accijnzen op elektriciteit voor bedrijven.
Daarnaast zorgen we ervoor dat onze Belgische bedrijven niet zwaarder worden belast dan hun Europese concurrenten. De klimaattransitie heeft enkel zin binnen een ambitieuze Europese context. Anders riskeren onze bedrijven achterblijvers te worden in een wereld waarin decarbonisering onvermijdelijk is.
Laten we naar de feiten kijken. In Europa nam de uitstoot sinds 1990 met 37 % af, terwijl de economie met 68 % groeide. Klimaatbeleid remt onze groei niet af, maar moderniseert hem. Met een sterke circulaire economie, een Clean Industrial Deal en massale innovatiekansen zal de transitie een motor blijven voor jobs, investeringen en nieuwe technologieën.
Wie vandaag beweert dat het terugschroeven van de ambities de industrie vooruithelpt, kijkt niet naar de werkelijkheid op het terrein. Onze Belgische ondernemingen tonen elke dag dat vooruitgang mogelijk en rendabel is. Nu loslaten zou hen de dieperik induwen. De enige verstandige weg is koersvastheid, voorspelbaarheid en het versterken van onze strategische autonomie en onze industriële koplopers en dat is precies wat deze regering doet.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Op sommige punten ben ik het helemaal met u eens, bijvoorbeeld wanneer u zegt dat de spelregels niet mogen veranderd worden tijdens het spel. U stelt ook samen met mij vast dat de pioniers betalen en dat de achterblijvers dat niet moeten doen. Dan is het toch erg dat men pionier is en het allemaal goed doet. De daling van de CO 2 -uitstoot die we de afgelopen decennia hebben gerealiseerd, terwijl we er economisch op vooruit zijn gegaan, is een heel goede zaak, maar die daling moet zich verderzetten tot 2050, terwijl we moeten blijven groeien. Ik weet niet of dat nog een op een kan worden gecorreleerd. Eind oktober, begin november was ik in Taiwan en bij het departement International Trade van het ministerie van Economische Zaken zei men heel trots waar ze allemaal in Europa investeerden. Dat is het geval in Dresden, Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk, dus in onze buurlanden. Ik vroeg hoe het komt dat zij niet in België investeren en wat wij moeten doen om ons land aantrekkelijker te maken. Het hoofd van het departement viel achterover van verbazing en zei dat ze geïnteresseerd zijn in productieactiviteit. Ze begreep niet dat wij productie naar België wilden halen, terwijl er daarvoor heel veel energie nodig is en vroeg zich af of wij dat wel konden leveren. Ik was verbaasd over hoe zij over België denken. Zo gaan we het dus niet binnenhalen en enkel met diensten gaan we het ook niet binnenhalen. We moeten ervoor zorgen dat zware industrieën, zoals INEOS en Exxon, in en rond onze havens blijven. Die zorgen voor veel werkgelegenheid. Ik maak me daar werkelijk zorgen over. Ik moet nu de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen bijwonen over non-proliferatie met betrekking tot fossiele brandstoffen, alstublieft. In de Commissie voor Buitenlandse Betrekkingen.
De bevroren Russische tegoeden en de vredesonderhandelingen over Oekraïne tussen de VS en Rusland
De Europese plannen voor een confiscatie van Russische tegoeden en de Belgische positie
Bevroren en geconfisqueerde Russische tegoeden, vredesonderhandelingen Oekraïne, EU- en Belgische rol
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België blokkeert een EU-plan om 140 miljard euro aan bevroren Russische activa (voornamelijk via Euroclear) als garantie te gebruiken voor een lening aan Oekraïne, vanwege juridische risico’s en gebrek aan waterdichte garanties van andere lidstaten. Premier De Wever eist volledige, contractuele risicodekking (*joint and several guarantees*) voor België om schadeclaims en financiële instabiliteit te voorkomen, maar de EU-lidstaten moeten die garanties nog leveren. Ondertussen versnelt het conflict met Russische aanvallen en mogelijke VS-Ruslandonderhandelingen *zonder EU-inbreng*, wat de druk vergroot om snel te handelen. Steun aan Oekraïne blijft prioriteit, maar België wil geen eenzijdig financieel of juridisch avontuur aangaan.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, pendant que votre coalition, de manière assez irresponsable, se déchire sur le budget, le reste du monde continue à tourner, et n'attend pas l'Arizona. Ces derniers, jours, des attaques russes d'une ampleur sans précédent ont frappé l'ouest du pays, faisant vingt-six morts, dont trois enfants. On apprend aussi que des négociations de moins en moins secrètes sont en cours entre les États-Unis et la Russie. Elles comporteraient des concessions majeures de la part de l'Ukraine. Tout cela se fait évidemment, comme d'habitude, dans le dos des Européens. Nous vivons donc peut-être un momentum important de ce conflit, et nous devons soutenir l'Ukraine plus que jamais.
On le sait, les Européens, voudraient bien faire un prêt de 140 milliards à l'Ukraine. La garantie de ce prêt serait constituée par les quelque 210 milliards d'avoirs russes gelés qui se trouvent sur notre territoire. Mais le mécanisme qui pourrait nous permettre de le faire est pour l'instant bloqué, car la Belgique, c'est-à-dire vous – c'est bizarre, mais c'est comme ça –, bloque le dossier, parce que vous n'avez pas de garanties juridiques suffisantes.
Je pense, monsieur le premier ministre, que vous êtes un partisan assez fervent du soutien à l'Ukraine. Je crois aussi que vos réserves sur les garanties juridiques, et vos doutes, sont légitimes et fondés. Mais je pense qu'il faut pouvoir atterrir, vu la manière dont les événements s'accélèrent.
Vous avez rencontré récemment la présidente de la Commission européenne. Elle aurait, paraît-il, apporté à votre attention des garanties des États membres. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous en parler? Quelles solutions voyez-vous pour que demain, l'Europe et la Belgique puissent aider davantage l'Ukraine? Que ce soit sur le terrain ou autour de la table des négociations, ce pays va avoir besoin de notre soutien plus que jamais. Il faut donc absolument lever les doutes et obtenir les garanties nécessaires. Que pouvez-vous nous apprendre à ce sujet?
Axel Weydts:
Mijnheer de eerste minister, België bevindt zich in een uitzonderlijke positie. Via Euroclear ligt een enorm deel van de bevroren Russische staatsmiddelen bij ons, meer dan 140 miljard euro. Geen enkel ander Europees land draagt een dergelijke verantwoordelijkheid. Die situatie brengt een enorme druk met zich mee, maar ook enorme risico's.
Europa wil terecht Oekraïne blijven steunen; dat is duidelijk. De rente op die middelen wordt daar vandaag voor gebruikt.
De voorbije weken zien we op Europees vlak voorstellen opduiken om nog verder te gaan, zoals het gebruik van die tegoeden zelf als een garantie voor leningen. Dat zou kunnen leiden tot rechtszaken en immense schadeclaims tegen ons land. Ons land staat dus in het midden van een financieel en geopolitiek spanningsveld.
De vraag is niet of we Oekraïne moeten blijven steunen, want daarover bestaat een brede eensgezindheid, maar wel hoe we dat doen zonder België in juridische of financiële avonturen te storten en zonder de stabiliteit van onze financiële instellingen te ondergraven.
Mijnheer de eerste minister, ik heb maar één cruciale vraag. Welke concrete garanties heeft de Europese Commissie aan België gegeven om ons land te beschermen tegen mogelijke claims en rechtszaken of grote financiële gevolgen die kunnen voortvloeien uit het gebruik van die bevroren Russische tegoeden?
Bart De Wever:
Chers collègues, merci de vos questions.
Le soutien à l'Ukraine reste une priorité absolue. L'Union européenne doit assumer sa juste part, et la Belgique s'engage pleinement en ce sens. Vous savez que je suis fortement préoccupé par le concept des réparations. J'ai exprimé mes préoccupations dès le Conseil informel du 1 er octobre à Copenhague. Je les ai à nouveau clairement soulignées lors du Conseil européen du 23 octobre.
Op die jongste vergadering van de Raad werd, na mijn lang pleidooi en op mijn uitdrukkelijke vraag, de kwestie gereduceerd tot een vraag aan de Europese Commissie om verschillende opties – meervoud – voor te stellen om het Europese aandeel te dekken in het financieel overeind houden van Oekraïne. De beste garantie voor onze eigen vrijheid en veiligheid is immers een Oekraïne dat de Russische agressie kan weerstaan. Ik hoop dat we die opinie allemaal koesteren, namelijk de opinie dat een sterk, vrij en weerbaar Oekraïne essentieel is voor onze eigen vrijheid en veiligheid. Ik ben er niet zeker van, maar ik hoop dat we die opinie allen delen. In dat geval moeten we onze verantwoordelijkheid opnemen.
De Commissie heeft voorbije maandag als respons een option paper voorgesteld aan alle lidstaten. Het is geen geheim document, u kunt het vinden op Politico. Dat document stelt drie mogelijke pistes voor om Oekraïne vanaf 2026 te ondersteunen.
De eerste optie is de rechtstreekse financiering door de Europese lidstaten. Ik vertel u geen grote indiscretie wanneer ik zeg dat het enthousiasme om het op die manier te doen eerder beperkt is, gezien de budgettaire realiteit, niet alleen in dit land maar in veel Europese landen op dit moment.
Een tweede optie is financiering vanuit Europa, met verschillende subopties. Dat zijn er te veel om binnen de tijdspanne van mondelinge vraag en antwoord allemaal aan u uit te leggen. Daar zitten zeker interessante pistes bij. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het gebruik van de headroom om een eventuele lening te garanderen. Dat is een interessante piste.
Optie drie is het verhaal dat we al kenden, namelijk de reparatieleningen, gekoppeld aan de cashbelangen van de geïmmobiliseerde Russische activa bij financiële instellingen – meervoud. We weten echter allemaal dat het dan in het bijzonder gaat om Euroclear, waar 90 % van de geïmmobiliseerde, niet de bevroren, maar de geïmmobiliseerde, sovereign assets in Europa geparkeerd staan. Er zijn er uiteraard nog buiten Europa, in verschillende andere landen die eveneens tot de coalition of the willing behoren en die Oekraïne ondersteunen. Het is belangrijk dat men een participatie in zo’n operatie heeft binnen de eurozone en eventueel ook daarbuiten, niet alleen voor de stabiliteit van de financiële instellingen, zoals de heer Weydts heeft onderstreept, maar eventueel ook voor het vertrouwen in de euro als reservemunt. Dat komt er allemaal bij kijken.
Zoals ik meermaals publiek heb verklaard, kan voor dit land nooit een akkoord worden gegeven voor de derde optie zonder stevige juridische garanties en een afdoende, contractueel vastgelegde risicodekking door de andere lidstaten en eventueel derde landen.
Het gaat hier over joint and several guarantees . Dat een belangrijke aangelegenheid en er komt behoorlijk wat bij kijken, meer dan ik in dit tijdsbestek aan u kan uitleggen. Het is essentieel dat die betrekking hebben op het volledige bedrag én op het volledige risico én op de volledige periode waarin we dat risico zouden lopen.
Ik hoop uw volle steun te krijgen voor die positie. Van wie het dossier begrijpt, wat niet voor iedereen op alle banken geldt, zoals ik al kon vaststellen, denk ik dat die mij daarin unaniem zou steunen. Ik zal aan de Europese tafel niet afwijken van die positie en daar ligt het kalf gebonden. Dat zijn natuurlijk garanties die de lidstaten soeverein zullen moeten geven en waartoe de Commissie hen kan uitnodigen. Dat heeft de Commissie in de option paper gedaan en dat apprecieer ik zeer, maar de Commissie kan die garanties uiteraard niet aanleveren. Dat zal van de lidstaten afhangen.
Monsieur De Smet, s'agissant de vos propos sur les négociations de paix, j'ai déjà déclaré à plusieurs reprises qu'un accord sans la participation active de l'Ukraine et de l'Europe n'est pas une option acceptable et ne pourra jamais conduire à un résultat souhaitable.
Nous continuons évidemment à suivre la situation en étroite collaboration avec nos partenaires afin que la (…)
Voorzitter:
Mijnheer de premier, u hebt nog een halve minuut spreektijd.
Bart De Wever:
Het is mijn laatste zin. Ik zie dat collega Van Quickenborne pleit voor een tijdsbeperking. Ik begrijp dat. (Gelach)
Ik ga door met mijn laatste zin.
En étroite collaboration avec nos partenaires, afin que la liberté et la souveraineté de l'Ukraine soient préservées.
François De Smet:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète.
Je crois que nous savons tous que, quand la présidente de la Commission européenne présente ces trois options, elle sait que les deux premières – vous l'avez vous-même énoncé – ne sont pas praticables. On tourne donc sur la troisième et sur les garanties que vous essayez d'obtenir. Je crois que vous avez raison: sans partage des risques, il est impossible de s'avancer plus loin.
J'espère donc que la raison, parmi les États membres qui décideront, l'emportera, si possible même avant le prochain Conseil européen qui se déroulera en décembre. Vu l'évolution de la situation, on ne peut pas attendre.
Deuxièmement, c'est le genre de dossiers qui doit nous ramener sur terre. Vous avez parlé, en réponse à une autre question, du théâtre politique. Quand on voit l'état du monde qui s'invite chez nous, que nous sommes survolés par des drones hostiles capables de faire fermer des aéroports civils pendant plusieurs heures, ou tous les soirs de la semaine si cela leur chante; quand on voit que nous sommes attaqués par le narcotrafic, et les difficultés que nous avons, il est plus que temps que l'Arizona se retrouve une cohérence, un budget pour l'intérieur, mais aussi pour notre stature internationale.
Axel Weydts:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Ik wil het hier nog een keer herhalen zodat het zeker duidelijk is: we moeten Oekraïne blijven steunen. Ik ben er echt van overtuigd dat elke euro steun die we nu aan Oekraïne geven de beste investering is in defensie die we ons kunnen inbeelden.
De manier waarop we dat doen, is echter heel belangrijk. Uw antwoord stelt mij dan ook gerust. Het stelt mij gerust dat de regering volhardt in de boosheid en spijkerharde garanties blijft eisen. Premier, u hebt zelf al de metafoor van de gouden kip gebruikt. Als we vandaag echter de kip met de gouden eieren zouden slachten, dan zou het wel eens kunnen dat wij daarna een bijzonder zure vol-au-vent voorgeschoteld krijgen.
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
Er is geen aanleiding voor een persoonlijk feit, mijnheer Van Quickenborne. Ik nodig mevrouw De Knop uit voor de volgende vraag. Ik wil de keren niet tellen dat ik de heer Bouchez het woord niet heb gegeven toen hij dat vroeg. Mevrouw De Knop, ik nodig u uit om uw vraag te komen stellen.
De begrotingsonderhandelingen
Het ontwerpbegrotingsplan 2026 en de aanpassing van het meerjarenplan
De begroting en de Europese Commissie
De actualisering van het MTFSP
Financieel beleid en begrotingsplanning op Europees en meerjarig niveau
Gesteld door
VB
Wouter Vermeersch
VB
Wouter Vermeersch
Open Vld
Alexia Bertrand
VB
Wouter Vermeersch
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met acute begrotingscrisissen door gemiste deadlines (ontwerpbegroting 2026 niet ingediend, voorlopige twaalfden vanaf januari) en onrealistische meerjarenplannen (tekortdoelstellingen van 3% in 2029 en 2% in 2031 zijn onhaalbaar volgens kritici, terwijl de schuld blijft oplopen tot bijna 40 miljard euro in 2029). De regering overweegt pijnlijke maatregelen (indexsprong, btw-verhoging, besparingen op gezondheidszorg en ziekte-uitkeringen) die vooral werkenden en gepensioneerden raken, terwijl structurele inefficiënties en het Brusselse tekort onbesproken blijven. Europa dringt aan op duidelijkheid, maar minister Van Peteghem blijft vaag (geen concrete deadlines, geen bijgesteld plan) en ontkent de ernst van de situatie, terwijl oppositie en markten (Moody’s, stijgende rentes) gebrek aan geloofwaardigheid aanklagen en België vergelijken met Frankrijk – maar dan slechter.
Wouter Vermeersch:
Mevrouw de voorzitster, de premier verklaarde eerder in de Kamer dat de lopende begrotingsonderhandelingen “cruciaal zijn om België uit het vizier van de internationale markten te houden”. Die ratings houden daar trouwens verband mee. Hij wees op een mogelijk rentesneeuwbaleffect en benadrukte dat geen actie gelijkstaat aan schuldig verzuim. Dat waren zijn woorden.
Tegelijk worden de inhoud en de voortgang van de onderhandelingen zorgvuldig afgeschermd. Toch lekken via de pers concrete pistes uit: een indexsprong die vooral de uitkeringen en de hogere lonen zou treffen, een verstrenging van het beleid tegenover langdurig zieken, een verlaging van de groeinorm in de gezondheidszorg en een forse btw-verhoging. Aangezien een volledig uitgewerkt saneringsplan tegen 14 oktober niet haalbaar bleek te zijn - de deadlines zijn ondertussen al verplaatst - circuleert in de Wetstraat het idee om voorlopig te werken met een hoofdlijnenakkoord.
Intussen stijgt de federale rentevoet en blijft de begrotingssituatie zorgwekkend. Moody’s heeft zijn rapport gepubliceerd en de financiële markten lijken België steeds meer met Frankrijk te vergelijken, terwijl landen als Spanje en Portugal intussen goedkoper lenen.
De premier stelde dat zijn hervormingen structureel effect zullen hebben, maar volgens het Monitoringcomité, de Nationale Bank en diverse onafhankelijke instellingen blijven de tekorten ontsporen, tot bijna 40 miljard euro in 2029.
Mijnheer de minister van Begroting, hoe beoordeelt u de houdbaarheid van de pistes die momenteel binnen de regering circuleren, in het bijzonder met betrekking tot hun impact op de koopkracht van de werkende middenklasse, denk bijvoorbeeld maar aan die btw-verhoging?
Waarom lijkt de regering opnieuw te kiezen voor maatregelen die voornamelijk werkenden en gepensioneerden treffen, in plaats van te besparen op het politieke apparaat en inefficiënties binnen de federale overheid?
Hoe verklaart u dat landen die wel grondig hebben gesaneerd, zoals Ierland en Portugal, vandaag aanzienlijk goedkoper kunnen lenen dan België, ondanks hun vergelijkbare uitgangsposities enkele jaren geleden?
Dan ga ik naadloos over naar mijn tweede vraag, mevrouw de voorzitster. Op 15 oktober 2025 diende de regering haar ontwerpbegrotingsplan of draft budgetary plan voor 2026 over te maken aan de Europese Commissie. Dat is uiteraard niet gebeurd.
Dat plan moest dienen als basis voor de verdere beoordeling van het zevenjarig traject dat België aan de Europese Commissie had voorgelegd om de netto-uitgavennorm te behalen en de buitensporigtekortprocedure te vermijden. Voor die laatste doelstelling moet tegen het einde van het traject de overheidsschuld een aannemelijke neerwaartse trend volgen en moet het vorderingensaldo, zoals beloofd in het regeerakkoord, onder 3 % van het bbp worden gebracht en gehouden.
Wanneer beoogt de regering het ontwerpbegrotingsplan voor 2026 aan de Europese Commissie te bezorgen? Zal dat na Kerstmis gebeuren?
Heeft de regering met de Europese Commissie gecommuniceerd over die laattijdige indiening en wat was de reactie van de Commissie? Welke sancties kan de regering oplopen voor het laattijdig indienen van het ontwerp van begrotingsplan?
Zal de regering een aanpassing van het Belgisch budgettair structureel plan voor de middellange termijn voorstellen, om dat af te stemmen op een eventueel aangepaste federale meerjarenbegroting?
Wanneer zullen er begrotingsmaatregelen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het budgettair structureel plan worden opgenomen?
Dat brengt mij bij mijn laatste vraag, over de actualisering van het meerjarenplan. In dat plan, het budgettair structureel plan voor de middellange termijn, werd een zevenjarig kader geschetst waarbinnen de verschillende overheden zouden werken om de netto-uitgavengroei, het vorderingensaldo en de schuldgraad op middellange termijn onder controle te houden. Zo werd onder meer vooropgesteld, zoals ik al vermeldde, dat het vorderingensaldo tegen 2029 zou dalen tot 3 %, om vervolgens zelfs verder te dalen tot 2,5 % in 2030 en tot 2 % in 2031.
Daarbij heb ik enkele vragen, mijnheer de minister. Acht u de veronderstellingen en de doelstellingen in dat meerjarenplan op dit moment nog realistisch en geloofwaardig? Ons lijkt dat alvast niet het geval.
In hoeverre acht u het noodzakelijk om dat meerjarenplan bij te werken? Verwacht de Europese Commissie een actualisering? Indien dat zo is, wat is dan de uiterste datum om die te realiseren?
Op welke wijze zullen de ontbrekende engagementen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden ingevuld of aangevuld? Hebt u daarover al contact gehad met de bevoegde minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Heeft de Europese Commissie de federale regering daarover al aangesproken?
Was er sinds 15 oktober enig contact tussen de federale regering en de Europese Commissie over dat meerjarenplan, dan wel over het ontwerp van begrotingsplan? Klopt het dat er uitstel werd verkregen voor de indiening van het ontwerp van begrotingsplan, maar dat de deadline toch werd gemist?
Hoe beoogt de regering dit te verhelpen?
Tot slot, werden er met betrekking tot de budgettaire cyclus en de eerder genoemde documenten concrete afspraken gemaakt met de Europese Commissie?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, in principe moest u tegen 15 oktober 2025 de federale begroting aan de Europese Commissie bezorgen. U hebt ons laten weten dat u een uitstel van enkele weken had aangevraagd. Intussen weten we allemaal dat deze regering zal werken met voorlopige twaalfden vanaf begin januari.
Ik heb twee korte vragen voor u. Kunt u toelichten wat de reactie van de Europese Commissie was op deze aankondiging, met name op het uitstel en het werken met twaalfden? Hebt u een meer nauwkeurige tijdlijn gegeven aan de Commissie?
Kunt u daarnaast de documenten en de schriftelijke uitwisseling tussen u en de Commissie over het uitstel en de toepassing van de twaalfden aan het Parlement bezorgen?
Vincent Van Peteghem:
Collega’s, we weten al langer dat er moeilijke keuzes moeten worden gemaakt om ons land op een duurzaam budgettair pad te zetten, keuzes in het belang van deze en de volgende generaties. Het is jammer dat de aandacht vandaag te vaak verschuift naar politieke profilering.
We hebben vandaag een gedragen en geloofwaardig plan nodig. Saneren is geen doel op zich, al is een gezonde begroting natuurlijk wel de basis om te blijven investeren in welvaart, veiligheid en een sterke economie. Ik hoop dan ook dat we in de komende dagen en weken het verantwoordelijkheidsgevoel laten primeren en samen tot een ambitieus meerjarenplan kunnen komen dat ons land vooruit helpt en onze welvaart beschermt voor de volgende generaties.
Het ontwerp van begrotingsplan 2026 voor de gezamenlijke overheid zal kunnen worden ingediend zodra de federale regering een akkoord heeft gevonden over de federale meerjarenbegroting. Die boodschap hebben we ook zo doorgegeven aan de Europese Commissie. Intussen werd er een verslag over de maatregelen ter correctie van het buitensporig tekort ingediend bij de Europese Commissie. Dat verslag staat los van ons ontwerp van begrotingsplan. Het is beschikbaar op de website van de Europese Commissie, maar indien noodzakelijk kan ik dat uiteraard ook altijd aan het Parlement overmaken.
Aanpassingen aan ons budgettair structureel plan voor de middellange termijn staan niet op de agenda. België engageert zich om het in het goedgekeurde plan opgenomen uitgaventraject te volgen en de opgenomen hervormingen ook uit te voeren.
Er zijn niet zozeer ontbrekende engagementen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het plan. Het ingediende plan geldt voor de gezamenlijke overheid en werd aldus ook op Europees niveau goedgekeurd.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u had in De Zevende Dag aangekondigd geen stand-upcomedy meer te doen, maar dit is toch een sterk staaltje.
We hollen van uitstel naar uitstel en mogelijk zelfs naar een totaal afstel van die plannen met Europa. U blijft zeer vaag en zegt dat zodra de regering een akkoord heeft, ze alles zal indienen. Uiteraard zal dat zo zijn, zo ver waren we ook al, maar er is geen akkoord. Uw antwoorden blijven vaag, ontwijkend en vooral totaal niet in verhouding met de budgettaire ravage die op ons afkomt en die u en uw regering momenteel aanrichten. De Europese Commissie vraagt duidelijkheid, de burgers vragen duidelijkheid en het Parlement vraagt duidelijkheid, maar deze regering levert vandaag opnieuw alleen maar uitvluchten.
U zegt dat u zich zult houden aan het meerjarenplan dat aan Europa werd bezorgd. Weet u wat daarin staat? Er staat dat de gezamenlijke overheid – dus niet enkel entiteit I zoals in uw regeerakkoord, maar alle entiteiten samen – het tekort in 2029 zal doen dalen tot 3 %, zelfs verder tot 2,5 % in 2030 en 2 % in 2031. Dat zijn de cijfers die daarin staan, waarde collega’s. U zegt hier dat België zich zal engageren om zich daaraan te houden. Mijnheer de minister, dat is echt stand-upcomedy. U kent de cijfers, u weet hoe dramatisch die zijn en toch blijft u hier het zonlicht ontkennen.
Op Brussel gaat u zelfs niet meer in, dus dat meerjarenplan was al een luchtkasteel bij de indiening. Vandaag, als we de nieuwe rapporten bekijken, is dat luchtkasteel een ingestort kaartenhuis geworden. De Brusselse gaten, waar ik het net over had, zullen opnieuw moeten worden gedicht met Vlaams geld. En u kijkt gewoon weg. U beantwoordt zelfs de vragen daarover niet in het Parlement. Dat is, mijnheer de minister, schuldig verzuim.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt het over politieke profilering, maar ik weet niet waarover u het hebt. U zou misschien best zelf wat aan politieke profilering doen. U hoopt een ambitieus meerjarenplan te kunnen indienen. Het gaat echter niet over wat u zult indienen, want dat hebt u al gedaan, het gaat over wat u zult uitvoeren. Tot nog toe hebt u nog niets uitgevoerd. Alle deadlines hebt u gemist, uw paasakkoord, uw zomerakkoord, uw herfstakkoord. Nu hopen wij op een kerstakkoord en misschien komt er volgend jaar een nieuw paasakkoord met de begroting. We gaan naar voorlopige twaalfden. Voor hoe lang, dat weet niemand. Dat weten wij niet en dat weet de Europese Commissie blijkbaar ook niet. Ik kan alleen vaststellen dat er absoluut geen respect is voor de Europese regels. Zelfs voor de deadlines is er geen respect. Dat is jammer, want u had die Europese regels zelf onderhandeld. Het is le flou total . We weten niets, we zijn geen stap verder. Ik ga ervan uit dat de Europese Commissie in dezelfde situatie verkeert als wij. Het is gewoon afwachten en intussen stevent België af op het grootste begrotingstekort van alle EU-landen. Zelfs Frankrijk doet het beter dan wij, wat echt ongezien is.
De toepassing van de Europese begrotingsregels op de deelstaten
Het traject van België
De Europese begrotingsregels en hun impact op Belgische deelstaten
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spanning tussen fiscale autonomie van deelstaten (met name Vlaanderen) en Europese begrotingsregels, waarbij Vlaanderen weigert federale of Europese inmenging en Brussel en Wallonië worden verweten hun budgettaire verplichtingen te negeren. Minister Van Peteghem benadrukt dat Europese regels (Stabiliteitspact) via een herzien samenwerkingsakkoord op deelstaten worden toegepast, maar Vermeersch (N-VA) noemt dit "dubbele moraal" omdat Brussel geen sancties krijgt terwijl Vlaanderen wel moet betalen. Daerden (PS) kritiseert het ontbreken van impactanalyses en loyaal federalisme, met vrees voor doorgeschoven kosten naar lokale overheden.
Wouter Vermeersch:
Ik vermoed dat dit een subtiel grapje is van het kabinet om mijn vraag over de deelstaten te combineren met een vraag van de PS over België.
Collega Daerden, ik heb u daarnet in de context van Brussel eigenlijk heel verholen horen pleiten voor een nieuwe staatshervorming. U wijst op de problemen voor Brussel, deels als gevolg van de staatsstructuur van dit land. Ik denk dat dit alleen kan opgelost worden als we eindelijk in dit land de discussie over de middelen zullen voeren en bepalen op welk niveau die moeten terechtkomen. U weet dat wij uiteraard voorstander zijn van zoveel mogelijk fiscale autonomie voor de regio's en de deelstaten. Wat ons betreft, betekent dat een volledige fiscale autonomie.
Mijnheer de minister, u zei in De Zevende Dag dat de regering bezig is om de Europese regels ook van toepassing te laten zijn op de deelstaten. Daartoe zou men een akkoord sluiten met de deelstaten.
Welke concrete Europese regels wenst men toe te passen op de deelstaten? Werd daarover reeds overleg gevoerd of gepland met de deelstaten? Ik vermoed van niet. Zo ja, wat was de uitkomst van dat overleg. Zo nee, wanneer zal dat overleg plaatsvinden?
Bovendien werd bovenstaande stelling geponeerd als antwoord op een kijkersvraag over de impact van de verslechterende budgettaire toestand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een discussie die wij hier net ook voerden. Mijnheer de minister, kunt u toelichten welke stappen reeds zijn ondernomen om de concrete inspanningen van Brussel in het kader van een structureel budgettair plan voor de middellange termijn, het miljardenplan van Europa, vast te stellen? Zal de Europese Commissie blijven tolereren dat Brussel geen inspanningen levert? Werden daarover reeds waarschuwingen ontvangen? Dreigt België sancties te ondervinden indien Brussel niet kan beslissen over zijn begroting en de noodzakelijke inspanningen niet kan leveren?
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, s'agissant de l'accord de coopération et, de manière plus générale, je vous ai régulièrement interrogé sur la trajectoire de la Belgique et la répartition entre entités. Selon les informations à ma disposition, il n'y a toujours pas d'accord à ce sujet ni à propos d'une réforme de l'accord de coopération en matière de gouvernance économique.
En effet, le gouvernement fédéral reporte une série de dépenses (réforme fiscale, réforme du marché du travail) sur les régions et les pouvoirs locaux. Or vous savez que je suis particulièrement préoccupé par ce thème. Le gouvernement fédéral tarde à transmettre les évaluations précises de ces reports de charges aux entités fédérées. C'est aussi cela qui nuit à la bonne collaboration entre celles-ci.
Monsieur le ministre, quelle est l'évaluation du gouvernement de ces reports de charge? Quelles estimations ont-elles été réalisées? Sont-elles réalistes? Ont-elles été transmises et challengées auprès des entités fédérées? Où en est l'accord de coopération sur la gouvernance économique? Comment comptez-vous intégrer les reports de charges sur l'entité 2 au sein de cet accord?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vermeersch, op 30 april is het nieuwe Europese kader voor economische governance in werking getreden. De Europese begrotingsregels maken deel uit van het Stabiliteits- en Groeipact. De juridische basis voor dat pact is het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangevuld met secundaire wetgeving bestaande uit allerlei verordeningen en richtlijnen. Het kader wordt uitgewerkt in de volgende wetgevende teksten: de verordeningen (EU) 2024/1263 en 1264 en de richtlijn (EU) 2024/1265.
Die laatste richtlijn moet in nationaal recht worden omgezet, hetgeen op federaal niveau vorige week is gebeurd, met de stemming in plenum. Ook de herziening van het samenwerkingsakkoord wenst daaraan gevolg te geven. De herziening van het samenwerkingsakkoord vormt ook een cruciaal element van het budgettair structureel plan voor de middellange termijn.
Deze initiatieven werden goedgekeurd door het overlegcomité op 14 maart 2025 en ontvingen een positieve beoordeling van de Europese Commissie op 21 mei 2025. Ze werden finaal goedgekeurd door de Raad op 20 juni 2025.
In het door het overlegcomité en dus door alle deelstaten goedgekeurde plan wordt het volgende vermeld: "In opeenvolgende staatshervormingen werden belangrijke bevoegdheidspakketten en de daarmee samenhangende budgetten overgedragen van het centrale niveau naar de gemeenschappen en gewesten. De gemeenschappen en gewesten beschikken over een grote budgettaire autonomie. Een goede coördinatie van het begrotingsbeleid tussen de verschillende overheden is dus een belangrijke voorwaarde om ook aan de Europese vereisten te kunnen voldoen. De nieuwe regels, die vorig jaar van kracht werden op Europees niveau, maken het noodzakelijk om de bestaande coördinatiemechanismen grondig te herzien. De federale overheid zal de discussie met de gemeenschappen en gewesten aangaan om het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013 aan te passen aan de nieuwe Europese regels. Zo zal onder meer ook het concept van uitgavengroei en controlerekening moeten worden vertaald naar de Belgische context."
Pour y donner suite, plusieurs groupes de travail ont été organisés afin de discuter des grandes lignes d'un nouvel accord de coopération. Par la suite, le gouvernement flamand a approuvé une prise de position sur le nouvel accord de coopération, le 20 juin, suivi par le gouvernement fédéral, le 11 juillet, le gouvernement wallon, le 11 septembre et le gouvernement de la Communauté française, le 12 septembre. Sur cette base, le nouvel accord de coopération sera bientôt également discuté au sein du comité de concertation.
Mijnheer Vermeersch, met betrekking tot uw herhaalde vraag over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verwijs ik uiteraard naar mijn veelvuldige eerdere antwoorden.
Monsieur Daerden, pour conclure, en ce qui concerne votre question relative à l'impact éventuel des réformes fédérales sur les entités fédérées, je tiens à souligner qu'il s'agit là d'une conséquence de l'approbation de la répartition des compétences et du financement qui en découle. Les entités fédérées ont d'ailleurs elles-mêmes la possibilité d'y remédier. Cela étant dit, mon collègue en charge des finances a déjà indiqué qu'il organiserait cet automne une conférence interministérielle sur cet impact.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u weet dat wij de wetsontwerpen vorige week niet hebben goedgekeurd. We hebben toen onze kritiek geuit. Ik verwijs ook naar de discussie die vorige week in de notulen van het Parlement werden opgenomen. Wij zijn heel duidelijk. Vlaanderen moet zijn budgettaire autonomie behouden. Het is niet aan Europa om het begrotingsbeleid van Vlaanderen te bepalen. Iedere deelstaat moet voor de eigen deur vegen. Vlaanderen doet dat het best in dit land, niet optimaal, maar wel het best. Brussel en Wallonië doen dat helemaal niet, Brussel zeker niet.
Mijnheer de minister, het is verbijsterend hoe u Europese regels aan de deelstaten wilt opleggen, terwijl u zelf geen grip hebt op uw eigen begroting. U wilt Vlaanderen responsabiliseren, maar Brussel durft u helemaal niet aan te spreken. Dat is geen beleid. Dat is een Belgische dubbele boekhouding en een Belgische dubbele moraal. Iedere Vlaming weet dat wanneer de Belgische rekeningen niet kloppen, wanneer de Brusselse rekeningen niet kloppen, die rekening uiteindelijk in de Vlaamse bus zal belanden. Zo gaat het al jaren in dit land. Hoelang zullen we nog toekijken hoe het Brussels Gewest elk Europees traject negeert, zonder enige sanctie of druk? Dat is echt een probleem.
Mijnheer de minister, u verwijst naar de samenwerkingsakkoorden en het overleg tussen de deelstaten. Dat samenwerkingsfederalisme waarin u angstvallig gelooft, bestaat niet en werkt niet. Dat verklaart ook de meer dan vijf miljard euro aan facturen die ondertussen tussen de deelstaten en de federale overheid heen en weer worden gestuurd. Dat is het Belgische begrotingsfederalisme: wie ontspoort, wordt beschermd, en wie werkt en betaalt, wordt uiteindelijk gestraft en moet de rekening betalen. Wij passen voor die aanpak en vinden dat Vlaanderen niet langer moet opdraaien voor het potverteren van de andere deelstaten.
Frédéric Daerden:
Madame la présidente, je ne vais pas réagir aux réactions et aux interventions de mon collègue. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses; mais je tiens à vous dire que je crains que le gouvernement prend des décisions sans évaluer l'impact de celles-ci sur les autres niveaux de pouvoir, ni même être capable de les chiffrer. Avec cette décision, vous renvoyez dans un certain nombre de cas la facture aux communes. Elles vont être contraintes de prendre des décisions pour payer la facture de l'Arizona, au sens large. Cela me paraît être contraire au principe de loyauté fédérale.
De forecast van de Europese Commissie over de Belgische begroting
Het Belgische begrotingstekort, dat het grootst is van alle landen uit de eurozone
België slechtste begroting van de eurozone en het stokken van de begrotingsonderhandelingen
Belgisch begrotingstekort, eurozone-vooruitzichten en onderhandelingsimpasse
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met het hoogste begrotingstekort van de eurozone (5,9% BBP in 2027), grotendeels veroorzaakt door ongefinancierde defensie-uitgaven (0,5% BBP extra tekort) en dalende inkomsten (-0,3% BBP in 2027), terwijl de regering geen concreet plan voorlegt om dit te keren. Minister Van Peteghem erkent het probleem maar mijdt duidelijke antwoorden, wijst op langetermijnplannen (2030) en belooft "spoedig" een akkoord—terwijl oppositie en coalitiepartners stilstand, gebrek aan fiscale hervormingen (bv. aanpak fraude of managementvennootschappen) en ontwijkend beleid aanklagen. Kritiek richt zich op blinde NAVO-uitgaven, gemiste deadlines (10 miljard besparing blijft onbereikt) en ontbrekende structurele snedes in overheidsuitgaven, met als gevolg verder afglijden naar recordtekorten zonder draagvlak.
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Geachte minister Van Peteghem,
Uit de laatste macro-economische forecast van de Europese commissie blijkt dat ons begrotingstekort oploopt tot 5,9% van het BBP in 2027. De Commissie stelt vast dat hervormingen inzake de sociale zekerheid teniet gedaan worden door hogere defensie-uitgaven:
- Impact toenemende defensie-uitgaven op het begrotingstekort in 2026: +0,3% van het BBP
- Impact toenemende defensie-uitgaven op het begrotingstekort in 2027: +0,2% van het BBP
Daarnaast maakt de forecast ook gewag van een daling van inkomsten in 2027 (-0,3% van het BBP). Deze verwachte daling van inkomsten werd ook eerder door het Monitoringcomité aangehaald.
Deze cijfers bevestigen dat deze regering de begrotingsputten van morgen graaft via ongefinancierde defensie-uitgaven.
Ik heb de volgende vragen:
- Bent u het eens met de forecast van de Europese Commissie?
- Hoe gaat u, als minister van begroting, erop toezien dat deze ontsporing van de begroting omwille van defensie-uitgaven een halt wordt toegeroepen?
- Wat zal u ondernemen om de daling van de inkomsten vanaf 2027 tegen te gaan?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, la Commission européenne distribue en ce moment les bulletins et le résultat de votre gouvernement est très mauvais. La Belgique recevra en effet le bonnet d'âne dans la matière "déficit budgétaire", puisque notre pays affiche désormais le plus gros déficit de la zone euro: 5,3 % en 2025, 5,5 % en 2026, 5,9 % en 2029. Pas vraiment de surprise ici puisque ces chiffres sont dans la droite ligne de ce qui a été annoncé il y a quelques mois par le Bureau du Plan et le Comité de monitoring.
Cette situation peu enviable s'ajoute à la procédure pour déficit excessif déjà ouverte contre notre pays. Pendant ce temps, que fait votre gouvernement? Rien, ou en tout cas beaucoup trop peu! Vous auriez pourtant dû demander la confiance de cette Chambre et y déposer un budget voici plus d'un mois maintenant.
Alors que l'horloge tourne vers la deadline de Noël – qui, on l'aura compris, n'est en réalité pas vraiment une deadline, même si on ne sait pas comment cela va tourner –, le premier ministre fait plutôt parler de lui pour ses performances artistiques sur les réseaux sociaux.
Monsieur le ministre du Budget, comment justifiez-vous l'inaction ou plutôt l'incapacité de votre gouvernement à adopter un plan budgétaire cohérent, ambitieux et faisant réellement contribuer les épaules les plus larges? Vous avez évoqué les fuites budgétaires énormes provoquées par les sociétés de management et la presse a fait état de la possibilité de limiter les distributions de dividendes exonérés de cotisations sociales et faiblement taxés à 200 000 euros. Ces pistes vous semblent-elles cohérentes? Combien pourraient-elles rapporter?
Wouter Vermeersch:
Collega’s, uit de jongste vooruitzichten van de Europese Commissie blijkt dat België volgend jaar het grootste begrotingstekort van de volledige eurozone zal kennen. In 2027 zou het tekort, op dat van Polen na, zelfs het grootste van de hele Europese Unie worden. Het tekort zou dit jaar al oplopen tot 5,3 % van het bbp, goed voor ongeveer 35 miljard euro, en richting 5,9 % evolueren tegen 2027. Dat laatste is aanzienlijk slechter dan eerdere ramingen van het Monitoringcomité of de Nationale Bank.
Bovendien kunnen we vaststellen dat deze federale regering, de regering-De Wever, ondanks de aanhoudende verslechtering van de cijfers, geen vooruitgang boekt in de begrotingsonderhandelingen. De aangekondigde zoektocht naar 10 miljard euro om een eerste kentering te realiseren lijkt muurvast te zitten. De besprekingen liggen stil, deadlines worden overschreden en van de eerder gevraagde 50 dagen blijven slechts 35 dagen over, zonder dat er een concreet ontwerpakkoord op tafel ligt. Tegelijkertijd worden bijkomende uitgaven, onder andere extra middelen voor Justitie, vooruitgeschoven, terwijl er binnen de coalitie grote onenigheid bestaat over de mogelijke inkomstenmaatregelen, zoals de koopkracht, beperkende maatregelen als btw-verhogingen of nieuwe belastingen.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de cijfers van de Europese Commissie? Kunt u bevestigen dat de cijfers van de Europese Commissie, 5,3 % dit jaar en 5,9 % tegen 2027, momenteel als uitgangspunt worden genomen in de begrotingsvoorbereiding? Hoe verhouden die cijfers zich tot de interne ramingen van uw administratie? Eigenlijk betekenen ze immers dat uw 10 miljard al zeker niet zal volstaan, maar net iets hoger moet zijn.
Hoe beoordeelt u de huidige stilstand in de begrotingsonderhandelingen?
Welke tijdlijn hanteert u als minister met betrekking tot het afronden van die begrotingsonderhandelingen, gelet op de herhaaldelijke overschrijding van eerdere deadlines? Welke tijdlijn acht u realistisch voor het verder verloop van de begrotingsopmaak en de begrotingscyclus van 2026?
Vincent Van Peteghem:
Mevrouw Merckx, mevrouw Schlitz, de economic forecast die de Europese Commissie maandag heeft aangehaald, bevestigt inderdaad dat ons land voor belangrijke begrotingsuitdagingen staat, die we moeten aanpakken.
Un déficit pour l’ensemble des pouvoirs publics de 5,9 % du PIB en 2027 est trop élevé. Nous devons absolument parvenir à le réduire à long terme.
Ik wil er wel op wijzen dat de beperkte focus in de tijd in de economic forecast tot 2027 ons er niet toe mag brengen om onze begrotingshorizon niet op een langere periode te houden. Eerder dan op een kortetermijnfocus moeten we ons richten op een gezonde, houdbare begroting tegen 2029-2030.
Zo maakt het rapport ook gewag van een stijging van de verwachte werkloosheidsgraad in België, terwijl volgens de geharmoniseerde werkloosheidsgraad van Eurostat de werkloosheid inderdaad toeneemt van 5,7 % in 2024 tot 6,5 % in 2026, maar vervolgens aanhoudend zal dalen tot 5,4 % in 2030.
Inzake Defensie hebben we in het kader van het paasakkoord belangrijke afspraken gemaakt voor de financiering van de bijkomende uitgaven. Voor de structurele financiering zal de regering jaarlijks, bij de opmaak van de begroting, bekijken welke bijkomende maatregelen nodig zijn om naast de doelstellingen inzake normering in voldoende structurele financiering te voorzien. Die financiering maakt dus ook deel uit van de begrotingsoefening die we momenteel maken.
Nous discutons de la réalisation de cet exercice budgétaire à la table du gouvernement. J'espère pouvoir rapidement venir en expliquer les détails devant cette commission, dès qu'un accord aura été trouvé.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, de vragen lijken allemaal op elkaar en uw antwoorden lijken ook heel sterk op elkaar vanmiddag. Mijn vraag betrof de defensie-uitgaven. Het blijkt duidelijk dat deze voor een deel verantwoordelijk zijn voor het begrotingstekort. Dan is er ook het probleem dat deze defensie-uitgaven niet gefinancierd zijn. U herhaalt dat dit bij elke begroting bekeken wordt, maar er is geen begroting voor dit jaar, waardoor het probleem alleen maar groter wordt.
Ik wil ook herinneren dat de NAVO-norm, waarin België zich blindelings heeft ingeschreven, helemaal geen verplichting is. België is een soevereine staat. Andere staten, zoals Spanje, hebben andere keuzes gemaakt. Dit is dan ook een van de zaken die wij nodig achten. Stop met die blinde bewapeningswedloop, die het gat in de begroting alleen vergroot.
Op mijn laatste vraag kreeg ik ook geen antwoord. Wij zijn hier nochtans om antwoord te krijgen op vragen. Hoe komt het dat er een daling is van de inkomsten? Daarop bent u ook niet ingegaan. Ik blijf daar op mijn honger.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous avez à nouveau apporté des réponses vagues quant au déroulement des négociations budgétaires. Bien évidemment, vous n'êtes pas le seul responsable de l'échec dans lequel votre gouvernement s'enlise. Néanmoins, je reste abasourdie par le fait que les membres de ce gouvernement ne se tournent pas vers les solutions qui sont pourtant à portée de main afin d'atteindre les objectifs qu'ils se sont assignés, à savoir trouver 10 milliards d'ici 2029. La lutte contre la fraude fiscale représente un enjeu qui peut vous permettre d'atteindre cet objectif. On peut aller chercher jusqu'à 30 milliards par an en luttant efficacement contre ce phénomène.
Votre parti a également mis sur la table la question d'une véritable réforme fiscale visant les sociétés de management en vue de réduire les niches fiscales et l'ingénierie fiscale, qui plombent le budget de l' É tat. Nous en avons besoin pour boucler le budget, mais également au nom d'une question de justice sociale et fiscale. Aujourd'hui, les gens ne sont plus d'accord de toujours fournir des efforts, tandis que d'autres qui ont véritablement les moyens ne veulent jamais contribuer à la hauteur des efforts qui sont demandés.
Monsieur le ministre, votre budget ne sera pas soutenu par la population et les grèves continueront de se multiplier si vous n'allez pas chercher l'argent là où il se trouve.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u bent er werkelijk in geslaagd om geen enkele van mijn vragen te beantwoorden. Ik heb u gevraagd of de Europese cijfers als basis worden genomen bij de onderhandelingen. Die vraag werd niet beantwoord. Ik heb u gevraagd hoe u de huidige stilstand evalueert en beoordeelt. Die vraag werd evenmin beantwoord. Ik heb u ten derde gevraagd wat de tijdlijn is voor de begroting voor 2026. Ook die vraag werd helemaal niet beantwoord. Geen enkele van mijn vragen werd beantwoord. Ik betreur dat, mijnheer de minister. De begroting ontspoort volledig. De onderhandelingen binnen uw regering zitten muurvast. Ondertussen ruziet uw coalitie verder over nieuwe belastingen, veeleer dan keuzes te maken en te snijden in de veel te grote uitgaven van dit land. Uw regering en uw premier, de heer De Wever, vroegen 50 dagen om 10 miljard euro te vinden. U verloor ondertussen al 15 dagen zonder één concrete lijn op papier te zetten. De regering-De Wever beloofde een budgettaire kentering. De enige kentering die we momenteel zien, is een kentering in de min: het verdere aftakelen van de begroting en de financiën van dit land, met steeds meer nieuwe uitgaven. Er zijn discussies over btw-verhogingen en nieuwe belastingen, maar geen enkel plan om de Belgische staat uiteindelijk zelf slanker en efficiënter te maken. Mijnheer de minister, dit land is kampioen in belastingen betalen. Het is ondertussen ook kampioen in het creëren van begrotingstekorten en schulden. Dat is geen pro-Vlaams beleid; dat is Belgisch wanbeheer.
Het Digital Simplification Package
Het deels op pauze zetten van de AI Act door de Europese Commissie onder Amerikaanse druk
Digitale regelgeving en AI-beleid onder internationale invloed
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Digital Simplification Package van de Europese Commissie (18 oktober) moet digitale regelgeving vereenvoudigen, administratieve lasten voor bedrijven verminderen en Europa’s concurrentiepositie versterken, maar de definitieve tekst werd pas 10 minuten voor de commissievergadering gepubliceerd. België heeft wel voorlopige opmerkingen kunnen maken maar nog geen formeel standpunt, aangezien de analyse (inclusief het AI-luik) loopt en EU-brede besprekingen nog moeten starten; een overgangsperiode voor implementatie is mogelijk door eerdere vertragingen. De minister benadrukt het belang van juridische zekerheid voor bedrijven en gebruikersbescherming, maar concrete termijnen en impact op Belgische concurrentiepositie zijn nog onduidelijk. Truyman stelt dat België het dossier zal opvolgen voor verdere implementatie.
Voorzitter:
De heer Prévot is afwezig. Zijn vraag zal als beantwoord worden beschouwd.
Lieve Truyman:
Mevrouw de minister, de Europese Commissie stelde op 18 oktober haar Digital Simplification Package voor. Het is een ambitieus plan om de complexe digitale wetgeving te vereenvoudigen. Het belangrijkste doel van dat pakket is de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen, zodat ze zich kunnen richten op innovatie en groei. Op die manier zou er een betere harmonisatie moeten komen tussen de verschillende lidstaten en kan de concurrentiepositie van Europa versterkt worden ten opzichte van China en de Verenigde Staten.
Bent u op de hoogte van de inhoud van die maatregelen? Heeft men u, als bevoegd minister, daarover geraadpleegd?
De Europese Commissie heeft de afgelopen jaren zeer veel nieuwe regelgeving opgelegd. Zal dat pakket aan maatregelen onze bedrijven effectief helpen om hun administratieve lasten te verminderen?
Op welke termijn voorziet ons land de invoering? Zullen onze bedrijven voldoende tijd krijgen om dit te implementeren?
Zal dit pakket een invloed hebben op de concurrentiepositie van Belgische bedrijven ten opzichte van hun buitenlandse collega’s?
Vanessa Matz:
De Europese Commissie kondigde inderdaad aan dat ze op woensdag 19 november een wetgevingspakket over digitale vereenvoudiging zou publiceren. De tekst werd 10 minuten voor aanvang van deze commissievergadering gepubliceerd. Het aangekondigde doel is de vereenvoudiging van de Europese regels op digitaal vlak, het wegnemen van overlappingen tussen wetgevingen en het verminderen van lasten voor bedrijven.
De voorbereidende werkzaamheden zijn uitgevoerd zonder tekstvoorstel. België heeft in de afgelopen maanden echter de mogelijkheid gehad om voorlopige opmerkingen over te maken. Ik heb recentelijk kunnen kennisnemen van de inhoud van het project. We analyseren momenteel dat omvangrijke project, dat uit twee afzonderlijke onderdelen zou bestaan. Het eerste is gericht zich op vereenvoudigingen op digitaal vlak, terwijl het tweede betrekking heeft op kunstmatige intelligentie.
Het is belangrijk te benadrukken dat de tekst nog niet formeel op Europees niveau besproken werd.
Zoals ik al aangaf, bevat het voorstel van de Commissie ook een onderdeel over AI. In dit kader is het niet uitgesloten dat de Commissie een overgangsperiode zal voorstellen vanwege de vertraging bij de aanneming van de implementatiewetten die ze moest publiceren.
België heeft nog geen formeel standpunt ingenomen over deze tekst, die nog niet gepubliceerd was en de komende weken op Europees niveau zal worden besproken.
Ik heb in de analyse van mijn dienst ook benadrukt hoe belangrijk het is om juridische zekerheid voor onze bedrijven te garanderen en een hoog niveau van bescherming voor de gebruikers te waarborgen.
Lieve Truyman:
Dank u wel. Dat is letterlijk vers van de pers. We zullen het persbericht dus zeker raadplegen en verder opvolgen welk standpunt België zal innemen, en hoe we dit zullen implementeren voor onze bedrijven. Bedankt voor de info.
Lumpy skin disease bij rundvee
Het opnieuw opduiken van lumpy skin disease bij rundvee in Europa
De voorbereiding van België op gevallen van lumpy skin disease
De dreiging van lumpy skin disease (LSD) en de bescherming van de Belgische veestapel
Lumpy skin disease bij rundvee en Europese preventie- en beschermingsmaatregelen
Gesteld door
N-VA
Lotte Peeters
PS
Patrick Prévot
PS
Patrick Prévot
VB
Katleen Bury
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bleef in 2023 gespaard van lumpy skin disease (LSD), ondanks uitbraken in Frankrijk en Italië, dankzij strikte traceerbaarheid, quarantaine en importcontroles—geen besmette runderen werden geïmporteerd. Vaccinatie is cruciaal, maar België heeft geen eigen voorraad; afhankelijkheid van de Europese vaccinbank (nu in heraanvulling) blijft een risico, terwijl een nationaal noodplan met betrokkenheid van FAVV, AFMPS en veehouders wordt voorbereid. Lotte Peeters dringt aan op een nationaal importverbod voor runderen uit risicolanden (Frankrijk, Italië, Spanje) als extra bescherming, terwijl Patrick Prévot benadrukt dat de vaccinvoorraad prioriteit moet houden. De dreiging blijft bestaan, met verhoogde waakzaamheid voor 2024.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, ik diende deze vraag begin juli in toen de lumpy skin disease nog niet zo bekend was. Daar kwam eind juli verandering in door de impact ervan op de Ronde van Frankrijk.
Begin juli moest het Federaal Voedselagentschap, nadat de ziekte op drie landbouwbedrijven in Italië en Frankrijk die honderden kilometers van elkaar lagen, werd vastgesteld, meedelen dat de ziekte in Europa terug van weggeweest was en riep het de rundveehouders op om waakzaam te zijn en de nodige maatregelen in acht te nemen. Er zouden geen runderen uit de zone rond de besmette gevallen aangevoerd zijn naar België, maar het onderzoek liep.
Ten eerste, is dat onderzoek ondertussen al afgerond? Kunt u bevestigen dat er geen besmette runderen naar ons land geïmporteerd zijn?
Ten tweede, voert het FAVV naar aanleiding van de uitbraken extra controles naar geïmporteerde dierlijke producten op risicoplaatsen, zoals havens of luchthavens uit?
Ten derde, vaccinatie is de enige manier om het virus in te dijken. Worden er voldoende vaccinaties voorzien vanuit de vaccinatiebank van Europa?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, après la grippe aviaire, la fièvre catarrhale, la peste porcine africaine, la fièvre aphteuse, une nouvelle épidémie vient s'ajouter à cette dramatique liste de maladies animalières: la dermatose nodulaire. Elle est de retour sur notre continent.
Le 21 juin, un premier foyer a été confirmé dans un élevage de bovins en Sardaigne. On pourrait penser que le caractère insulaire facilite de contenir la propagation du virus. Il n'en est rien: le 25 juin, un bovin a été testé positif en Lombardie, à près de 700 km de son point de départ et, enfin, à l'heure d'écrire ces lignes, le 29 juin, un nouveau foyer a été détecté cette fois-ci en France, dans la Savoie. En près d'une semaine, le virus a circulé à vitesse grand V.
Je lis que d'après l'AFSCA, les bovins de ces élevages seront abattus et une zone de surveillance d'un rayon de 50 km a été délimitée. J'espère que ces mesures de biosécurité seront effectives. Elles semblent ne pas l'avoir été en Sardaigne et en Lombardie. L'agence de contrôle de la sécurité alimentaire rappelle que le contrôle et la traçabilité des mouvements d'animaux depuis les autres États membres et les pays tiers revêt toute son importance.
D'après l'AFSCA, tous les bovins de ces élevages seront abattus. De plus, une zone de surveillance d'un rayon de 50 km a été délimitée autour des foyers. Et l'enquête épidémiologique continue, y compris en Belgique. Heureusement, à ce jour, aucun animal provenant de la zone de surveillance actuelle n'est entré dans notre pays.
Monsieur le ministre, depuis le dépôt de cette question, un nouveau foyer de dermatose nodulaire a-t-il été déclaré depuis celui observé en Savoie?
A-t-on des éclairages sur l'effectivité ou les manquements des mesures de biosécurité du premier foyer en Sardaigne à aujourd'hui?
Où en est l'enquête épidémiologique en Belgique?
Monsieur le ministre, depuis le 29 juin, une partie de la France (la Savoie et la Haute-Savoie) est touchée par des foyers de dermatose nodulaire contagieuse.
Au même titre que la fièvre aphteuse ou la grippe aviaire, le moindre foyer d'une maladie animalière dans un pays frontalier effraie les actrices et acteurs du secteur agricole.
Pour sa part, la Belgique applique de son côté la prévention prévue aux pays dits indemnes: déclaration des suspicions; respect de la quarantaine; traçabilité des mouvements animaliers, etc.
Récemment, j'ai pu lire dans la presse des propos d'Aline Van Den Broeck, porte-parole de l'agence, qui rappelle que la plus-value de l'expérience acquise dans les Balkans au cours de la décennie. Madame Van Den Broeck évoquait par ailleurs que l'AFSCA examinait des options de collaboration avec d'autres agences et services pour anticiper toute la logistique qui devrait être mise à l'œuvre en cas d'épidémie et de recours à la vaccination.
Avant de poser mes questions, je tiens à saluer cette proactivité de la part de l'AFSCA et cette anticipation qui a pu faire défaut, dans d'autres domaines, à notre pays.
De plus, l'AFSCA examine actuellement les options en collaboration avec l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé (AFMPS) et les services publics fédéraux (SPF) pour être prête si le pays devait être confronté à une épidémie de DNC cet été et voulait recourir à la vaccination.
Monsieur le ministre, où en est l'examen des options de collaboration avec l'AFMPS et les SPF évoquées par la porte-parole de l'agence?
À part de l'AFMPS et les SPF, d'autres agences ou autorités pourraient-elles être intégrées dans une forme de task-force?
En cas de recours à la vaccination, comment se déroulerait la campagne proprement dite? Avons-nous les stocks suffisants?
David Clarinval:
De drie bevoegde instanties in België, namelijk de FOD Volksgezondheid, het FAGG en het FAVV, zijn volledig gemobiliseerd om op te volgen hoe de situatie in Frankrijk en in Italië evolueert en België zo goed mogelijk voor te bereiden op een eventuele insleep van de ziekte op ons grondgebied.
De epidemiologische situatie wordt aandachtig en permanent opgevolgd. In geval van de ontwikkeling zouden andere actoren er ook bij betrokken worden, zoals de officiële labo’s van Arsia en de DGZ, het nationale referentielabo Sciensano, dat ook het Europese referentielabo voor lumpy skin disease is, de gewesten, de beroepsorganisatie van dierenartsen en de vertegenwoordigers van de veehouders.
Omdat het virus hoofdzakelijk wordt overgedragen door vectoren, zijn controles aan de grens of op luchthavens slechts beperkt efficiënt. Het transport van besmette runderen, zelfs zonder zichtbare symptomen, kan bijdragen aan de verspreiding van het virus. Daarom heeft het FAVV vanaf de melding van de eerste haard de nadruk gelegd op de traceerbaarheid van runderen die mogelijk geïmporteerd werden vanuit besmette zones. Elk rund dat in België toekomt, moet vergezeld zijn van een sanitair certificaat en alle verplaatsingen van runderen tussen de lidstaten moeten geregistreerd worden in het TRACES-systeem. Zo kunnen de controlediensten zoals die van het FAVV de verplaatsingen volgen. Dat systeem maakt het met name mogelijk om, wanneer een nieuwe besmette zone wordt vastgesteld, na te gaan of er recentelijk runderen in België toegekomen zijn uit die zone.
Geen enkel rund uit de beperkingszones uit Frankrijk of Italië werd geïdentificeerd.
La réglementation européenne dispose que les mouvements d'animaux depuis des zones contaminées sont interdits. L'existence de cette réglementation ne permet pas de décréter unilatéralement un embargo sur des animaux provenant de zones indemnes de pays contaminés. À l'achat de bovins, une quarantaine est néanmoins obligatoire en vue de la protection contre certaines maladies telles que l'IBR.
L'interdiction d'exportation depuis l'ensemble de la France était une décision française et non une décision européenne. Comme prévu dans la réglementation européenne, des zones réglementées d'un rayon de 50 km ont été établies autour des foyers dès la détection du premier foyer. Aucun mouvement de bovins n'est autorisé au sein de ces zones. Ces règles sont communes à tous les États membres et visent à permettre les mouvements d'animaux en toute sécurité au sein de l'Union européenne.
Afin d'assurer une détection rapide des éventuels foyers, une communication spécifique a été adressée aux éleveurs et aux vétérinaires, les invitant à signaler sans délai tout cas suspect à l'AFSCA, qui prendra alors les mesures nécessaires, et leur déconseillant de ramener des bovins provenant de pays contaminés.
Un plan d'urgence existe pour toutes les maladies animales de catégorie A, dont la DNC. Dès la confirmation d'un foyer, des zones de protection (20 km) et de surveillance (50 km) sont établies. Dans ces zones, les déplacements de bovins sont strictement interdits et la surveillance est renforcée. Une vaccination d'urgence est prévue. Tous les bovins du foyer sont abattus et éliminés.
Les modalités d'une vaccination d'urgence protectrice font partie d'un plan d'urgence national en cours d'élaboration par l'Agence. Ce plan respectera les règlements européens sur l'utilisation de certains médicaments vétérinaires à des fins préventives, et s'appuiera sur l'expérience acquise récemment en France et en Sardaigne.
La Belgique ne dispose actuellement pas d'un stock de vaccins contre la DNC. Les vaccins utilisés par la France et l'Italie proviennent de la banque européenne de vaccins, dont le stock est en cours de reconstitution. Le SPF Santé publique, l'AFMPS et l'AFSCA collaborent étroitement afin d'instaurer un accès rapide aux vaccins pour le cas où des foyers de DNC venaient à apparaître en Belgique ou à proximité de la frontière.
Le recul dont nous disposons aujourd'hui, au mois de novembre, nous permet d'affirmer que nous avons pu échapper à cette maladie pour cette année, mais nous restons vigilants et continuons à nous préparer à une éventuelle contamination qui surviendrait l'année prochaine. Nous sommes toutefois en novembre et l'on peut dire que les inquiétudes du mois de juillet se sont un peu apaisées puisque cette maladie est restée circonscrite en France et en Italie.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, het is goed te horen dat we paraat staan. Het is zeer belangrijk om tegen de volgende zomer nog sterker in te zetten op de bescherming van ons land tegen lumpy skin disease .
Frankrijk heeft het exportverbod voor runderen op 1 november vervroegd opgeheven. De Boerenbond heeft Vlaamse veehouders als reactie daarop aangeraden voorlopig geen runderen uit Frankrijk, Italië en Spanje te importeren. Het lijkt me aangewezen dat u, als bevoegd minister, een nationale oproep doet om voorlopig geen runderen uit voornoemde landen te importeren. We hebben er immers alle belang bij om die ziekte uit ons land te weren. Het is ieders verantwoordelijkheid de Belgische veestapel maximaal te beschermen. Wij zullen dat samen met u opvolgen, mijnheer de minister.
Patrick Prévot:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Nous sommes en novembre, nos inquiétudes sont donc apaisées. J'entends que la banque européenne de vaccins fait face à une forme de pénurie, mais que le stock devrait être rapidement mis à jour afin de pouvoir faire face à toute éventualité. Cela doit donc faire l'objet d'une attention toute particulière, et nous ne manquerons pas d'y être attentifs.
De kwetsbaarheid van het Europese elektriciteitsnetwerk
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België versterkt interconnecties met buurlanden (via Elia en EU-financiering zoals *Connecting Europe Facility*) en zet in op grootschalige opslag (o.a. 500 MW batterijcapaciteit via CRM-veiling 2025) om netstabiliteit en bevoorradingszekerheid te waarborgen, met nadruk op geïntegreerde EU-samenwerking voor energie-, infrastructuur- en veiligheidsbeleid. Cyber- en fysieke beveiliging van kritieke infrastructuur worden verstrengd via *NIS2-richtlijn* en samenwerking met het *Centrum voor Cybersecurity*. Coenegrachts benadrukt de noodzaak van proactief overleg met EU-partners (bv. UK) om interconnectie en opslag af te stemmen, wijzend op de gevolgen van politieke keuzes (zoals afwijzing energie-eiland) voor projecten zoals *Nautilus*. Minister Bihet bevestigt een holistische aanpak: veerkrachtige netten, grensoverschrijdende investeringen en technologische innovatie als sleutels voor een veilig, onderling verbonden Europees energiesysteem.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, er is recent onderzoek uitgevoerd door de energiedenktank Ember. Dat concludeert dat 55 % van het Europese elektriciteitsnetwerk zeer kwetsbaar is voor stroomuitval. Het rapport benadrukt dat internationale interconnectie de voorbije jaren heeft geholpen om meerdere grote incidenten te vermijden. In deze tijden van geopolitieke spanningen, waarin de dreiging van sabotage en cyberaanvallen is toegenomen, is het belang van grensoverschrijdende netten en van opslagcapaciteit verder gestegen.
De analyse concludeert dat energiebeleid, infrastructuurbeleid en veiligheidsbeleid niet als gescheiden domeinen kunnen worden behandeld en dat een gezamenlijke Europese strategie noodzakelijk is. Vandaar mijn vraag of u kunt toelichten hoe de internationale netverbindingen van ons land er vandaag voor staan en hoe u die wenst uit te breiden.
Welke strategie bestaat er inzake grootschalige opslag als onderdeel van de Belgische netstabiliteit?
Hoe positioneert u ons land binnen de lopende Europese gesprekken over deze kwesties? De onderzoekers – ik zei het al – wijzen erop dat energiebeleid, infrastructuurbeleid en veiligheidsbeleid niet langer als gescheiden mogen worden beschouwd. Hoe werken u en uw administratie samen met andere departementen om de fysieke en digitale veiligheid van ons net te garanderen?
Mathieu Bihet:
Mijnheer Coenegrachts, interconnecties zijn een essentieel onderdeel van onze energievisie om de bevoorradingszekerheid te garanderen en de energietransitie te begeleiden. Ik ben dan ook, in overeenstemming met de geest van het regeerakkoord, voorstander van het gebruik van Europese instrumenten zoals de Connecting Europe Facility en de financiering door de Europese Investeringsbank, om investeringen in transmissienetten en elektriciteitsinterconnecties te stimuleren en zo de bevoorradingszekerheid in België te versterken. Deze instrumenten vormen een aanvulling op nationale en particuliere financiering om de trans-Europese netwerken te moderniseren en te voltooien.
Ik benadruk regelmatig het belang van projecten van gemeenschappelijk belang in de energiesector, die Europese subsidies kunnen ontvangen, om de veerkracht en de competitiviteit van de interne energiemarkt te verbeteren en tegelijkertijd de bevoorradingszekerheid te waarborgen en de integratie van hernieuwbare energiebronnen mogelijk te maken.
Ons land blijft bovendien de verbindingen met de buurlanden versterken, in samenwerking met netbeheerder Elia.
Het ontwikkelingsplan voor het federale transmissienet 2028-2038 wordt momenteel door de transmissienetbeheerder opgesteld. Om de bevoorradingszekerheid in België te garanderen, zal ik aandachtig kijken naar de verwachte ontwikkeling van interconnecties in het plan dat mij zal worden voorgelegd.
Opslag is een essentiële pijler voor de flexibiliteit en stabiliteit van het net.
Daarom voorziet het regeerakkoord dan ook in een onderzoek naar de maximale activering van de hefbomen die onder de bevoegdheid van de federale regering vallen, voor de opslag en het beheer van de vraag van grote infrastructuren en het nemen van noodmaatregelen teneinde de vraag in het geval van een energiecrisis te verminderen.
Opslag is ook essentieel om onze energieautonomie te versterken en de toekomst voor te bereiden met geavanceerde technologische oplossingen. De opslagcapaciteit van batterijen is aanzienlijk toegenomen. De resultaten van de CRM-veiling 2025 tonen een sterke aanwezigheid van batterijsystemen. Meer dan 500 megawatt aan capaciteit werd tijdens deze veiling toegekend aan batterijprojecten. Tegelijkertijd worden particuliere initiatieven en aanvullende technologieën aangemoedigd, om overtollige hernieuwbare energie op te vangen en de continuïteit van de bevoorrading te garanderen.
De veiligheid van de elektriciteitsnetwerken kan niet langer worden beschouwd als een op zichzelf staand technisch onderwerp. Ze staat centraal in onze energieonafhankelijkheid en in onze nationale veerkracht. We integreren voortaan cyberbeveiligingseisen in alle beslissingen met betrekking tot kritieke infrastructuur, in overeenstemming met de NIS2-richtlijn en in samenwerking met het Centrum voor Cybersecurity België. België neemt zo actief deel aan de Europese werkzaamheden op het vlak van netwerkveiligheid, cyberbeveiliging en kritieke infrastructuur.
Ons standpunt is duidelijk, we bevorderen een geïntegreerde aanpak die fysieke en digitale veiligheid combineert, de veerkracht van kritieke infrastructuur versterkt en grensoverschrijdende investeringen aanmoedigt, voor een veiliger en meer onderling verbonden Europees energiegebied.
Ten vierde werkt mijn administratie nauw samen met de verschillende partners en actoren op alle niveaus, om een geïntegreerde en weerbare benadering voor de veiligheid van de energiesector te blijven ontwikkelen. Ik ben mij ervan bewust, net als deze regering, dat de risico’s inzake veiligheid transversaal zijn en niet anders zijn voor de verschillende actoren.
Steven Coenegrachts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw omstandige antwoorden. Dank u ook om te bevestigen hoe belangrijk veiligheid en de beveiliging van onze elektriciteitsnetwerken zijn. Het is goed dat u dat ook op Europees niveau aanpakt. Voor ons land zou het uiteraard zeer nuttig kunnen zijn om goede interconnecties met het buitenland te hebben. Wanneer het daar vaker waait – wat vaak het geval is – of de zon er vaker schijnt en er dus ook meer negatieve prijzen op de markt zijn in het buitenland, moet elektriciteit zeer gemakkelijk in het binnenland kunnen worden opgeslagen. De combinatie tussen die interconnectie en opslag is dus essentieel, niet alleen om de bevoorradingszekerheid te garanderen, maar ook voor een lage prijs. U kunt zeggen dat u wacht op de plannen die u worden voorgelegd, maar uw eigen beslissingen hebben daarop uiteraard ook een impact gehad. Wanneer bijvoorbeeld wordt gesteld dat het energie-eiland te duur is – wat inderdaad het geval was – heeft dat een impact op Nautilus en de verbinding met het Verenigd Koninkrijk. Elke beslissing heeft dus uiteraard ook een keerzijde. Ik vraag u daarom niet alleen te wachten op de plannen die u worden voorgelegd, maar ook zeer proactief in gesprek te blijven met uw collega’s aan de andere kant van de Noordzee en in andere Europese landen, om ervoor te zorgen dat we elektriciteit van elkaar kunnen afnemen en aan elkaar kunnen leveren, om zo elkaars netstabiliteit te kunnen garanderen.
De weigering van Iran om de onderhandelingen met Europa over zijn kernprogramma te hervatten
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Iran weigert nucleaire onderhandelingen met Europa te hervatten na de herinvoering van VN- en EU-sancties (waaronder olie-embargo’s en bevriezing van tegoeden) via het *snapback*-mechanisme, wat de regionale destabilisatie en kerndreiging verergert. België/EU blijven vasthouden aan diplomatie als enige duurzame oplossing, maar combineren dit met strenge sanctiehandhaving en druk op Iran om te voldoen aan IAEA-verplichtingen en het non-proliferatieverdrag, met bilaterale acties tegen Iraanse entiteiten als optie. Samyn betwijfelt de effectiviteit van diplomatie gezien Irans gijzeldiplomatie en systematische schendingen van afspraken, maar Prévot benadrukt dat sancties en onderhandelingsbereidheid hand in hand moeten gaan—zonder militaire opties.
Ellen Samyn:
Iran heeft aangekondigd dat het niet langer bereid is de gesprekken met de Europese landen over zijn nucleaire programma te hervatten. Volgens Teheran worden enkel de “implicaties" van de herinvoering van de internationale sancties onderzocht.
Sinds 28 september zijn de VN-sancties tegen Iran opnieuw van kracht, nadat Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk het mechanisme activeerden dat dit mogelijk maakte. De sancties treffen bedrijven, organisaties en personen die betrokken zijn bij het kernprogramma of bij de productie van ballistische raketten. Ook de Europese Unie heeft bijkomende maatregelen genomen, waaronder inreisverboden en de bevriezing van Iraanse tegoeden.
De weigering van Iran om opnieuw aan tafel te gaan, versterkt de bezorgdheid over de nucleaire dreiging en de rol van het Iraanse regime in regionale destabilisatie via milities in Syrië, Libanon en Jemen.
Graag verneem ik van de minister:
Hoe beoordeelt u de beslissing van Iran om de onderhandelingen met de Europese landen stop te zetten, en wat betekent dit voor de bredere stabiliteit in de regio?
Hoe zal België, binnen de EU en de VN, bijdragen aan de naleving en versterking van de heringevoerde sancties tegen Iran? Zal België ook bilateraal optreden tegen entiteiten met banden met Iraanse staatsbedrijven of de Revolutionaire Garde?
Bent u van oordeel dat de diplomatieke inspanningen van de Europese Unie nog geloofwaardig zijn zolang Iran zich openlijk onttrekt aan internationale afspraken en mensenrechten systematisch schendt?
Acht u bijkomende maatregelen of een verstrenging van de bestaande sancties noodzakelijk, gelet op de voortdurende ontwikkeling van het kernprogramma en de rol van Iran in regionale destabilisatie en terreur?
Blijft België pleiten voor dialoog met Iran, of acht u dat, gezien de huidige context van gijzeldiplomatie, repressie en internationale agressie, niet langer realistisch of wenselijk?
Maxime Prévot:
Mevrouw Samyn, de restricties van de Verenigde Naties die de voorbije 20 jaar door de VN Veiligheidsraad werden goedgekeurd, middels 6 resoluties, werden met ingang van 28 september heringevoerd. Deze sancties verbieden de handel in goederen die van nut zijn voor nucleaire en raketprogramma’s, stellen een wapenembargo in en leggen reisbeperkingen en bevriezing van tegoeden van bepaalde personen en entiteiten op.
De EU heeft deze sancties overgenomen en er eigen sancties aan toegevoegd, in het bijzonder een olie- en gasembargo, sancties tegen de centrale bank en andere banken en restricties op cargovluchten. De activering van de snapback is een duidelijk besluit van de VN Veiligheidsraad. Alle VN-lidstaten moeten nu de nodige nationale maatregelen treffen om de volledige uitvoering van de VN-sancties te waarborgen.
De reactivering van een reeks beperkende maatregelen door de activering van de snapback , vormt een instrument van druk in de richting van een duidelijk doel. Iran moet opnieuw voldoen aan zijn bindende safeguards obligations en een levensvatbare en vreedzame diplomatieke oplossing voor het nucleaire dossier garanderen.
Het terug opleggen van sancties mag niet het einde zijn van de diplomatie met Iran over de nucleaire kwestie. De positie van de EU en België is duidelijk. Wij staan klaar om bij te dragen aan een onderhandelde oplossing. Een duurzame oplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie zal niet met militaire middelen worden bereikt, maar moet gebaseerd zijn op een onderhandelde overeenkomst, die nauwlettend toezicht door het Internationaal Atoomenergieagentschap op het nucleaire programma van Iran omvat.
De weg vooruit is duidelijk: Iran moet zinvolle diplomatieke onderhandelingen aangaan, zijn samenwerking met het Internationaal Atoomenergieagentschap onverwijld hervatten en voldoen aan zijn wettelijke verplichtingen uit hoofde van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en de bindende comprehensive safeguards agreement . Het moet ook opheldering verschaffen over al het nucleair materiaal dat momenteel niet wordt verantwoord.
Ik blijf ervan overtuigd dat diplomatie de voorkeur moet krijgen, maar dat weerhoudt er ons niet van om andere kaarten in de hand te houden om geloofwaardig te zijn, zoals geïllustreerd door de reactivering van de snapback . Het aannemen van sancties is in dat opzicht uiteraard nuttig. België blijft actief op dat vlak, conform het regeerakkoord.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. U zegt dat diplomatie de voorkeur moet krijgen. Ik begrijp wat u daarmee bedoelt, maar u weet zelf hoe Iran met diplomatie omgaat. We weten allemaal dat dat land er een gijzeldiplomatie op nahoudt. Ik twijfel niet aan uw goede bedoelingen, maar ik betwijfel of Iran zich zal houden aan allerlei akkoorden en overeenkomsten.
De executies in Iran
De Belgische en Europese reactie op de massale executies en gevangenisprotesten in Iran
Internationale reacties op executies en protesten in Iran
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt de recordhoeveelheid executies in Iran (minstens 1.000 in 2025, hoogste in 30 jaar) en de massale hongerstaking in Ghezel Hesar-gevangenis, maar kan de cijfers niet onafhankelijk bevestigen. De minister bevestigt diplomatieke actie (VN-resolutie tegen doodstraf, EU-sancties, contact met Iraanse ambassadeur) en coördineert met Zweden voor de vrijlating van Ahmadreza Djalali, wiens detentieomstandigheden licht verbeterd zijn, maar wiens leven nog steeds gevaar loopt. Minstens twaalf Europese gevangenen zitten vast in Iran, met wisselende aantallen door vrijlatingen en nieuwe arrestaties. Samyn benadrukt dat Iran systematische repressie en staatsterreur toepast, met executies als bewust instrument van onderdrukking.
Voorzitter:
De heer Van Rooy is niet aanwezig.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Volgens berichten van onder meer Agence France-Presse, Iran Human Rights (IHR) en HRANA, zijn in de Iraanse gevangenis van Ghezel Hesar ruim 1.500 gevangenen in hongerstaking gegaan uit protest tegen de drastische toename van executies in Iran.
Het gaat om de grootste gevangenisprotestactie in jaren. De actie werd uitgelokt door de verplaatsing van zestien gevangenen naar de isolatiecellen in afwachting van onmiddellijke terechtstelling.
Sinds het aantreden van president Masoud Pezeshkian zou Iran inmiddels meer dan 2.000 mensen hebben geëxecuteerd in amper veertien maanden.
Het aantal terdoodveroordelingen ligt volgens Iran Human Rights op het hoogste peil sinds 2008.
De Fars-nieuwsagentschap, dat gelieerd is aan de Revolutionaire Garde, ging zelfs zo ver om openlijk op te roepen tot een herhaling van de massale executies van 1988.
Gezien de ernst van deze situatie en de oproepen van mensenrechtenorganisaties tot internationale actie, verneem ik graag van de minister:
1.Hoe beoordeelt u de recente hongerstaking en 'sit-in' van Iraanse gevangenen, en welke informatie ontvangt België via zijn diplomatieke kanalen over deze gebeurtenissen?
2. Welke concrete initiatieven heeft België sinds juli genomen binnen de Europese Raad of de VN-Mensenrechtenraad om de willekeurige detenties en executies in Iran opnieuw op de agenda te plaatsen?
3. Overweegt u, gelet op de toenemende repressie en het hoge aantal executies, bijkomende diplomatieke maatregelen, zoals het oproepen van de Iraanse ambassadeur of het ondersteunen van EU-sancties tegen verantwoordelijken binnen de Iraanse justitie en Revolutionaire Garde?
4. Is er enige vooruitgang geboekt in het dossier van professor Ahmadreza Djalali, en welke bijkomende inspanningen worden geleverd om zijn vrijlating te bekomen?
5. Op 1 oktober verwees u in uw antwoord naar 'Europese onderdanen die willekeurig in Iran worden vastgehouden', over hoeveel Europese onderdanen gaat het?
Maxime Prévot:
Mevrouw Samyn, ik zal mede de vraag van de heer Van Rooy beantwoorden.
We volgen de situatie in Iran op de voet, maar we kunnen vandaag het door u genoemde cijfer van 1.500 gevangenen niet bevestigen. Dat cijfer kon niet onafhankelijk worden geverifieerd. Niettemin is het huidig tempo van executies in Iran verschrikkelijk. Hoewel de exacte cijfers over het aantal executies van bron tot bron verschillen, werd de kaap van 1.000 executies in 2025 al bereikt, waarmee 2025 nu al het hoogste aantal executies in drie decennia kent. De vaststelling is duidelijk. Er zijn nog nooit zoveel executies geweest in Iran als nu. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen.
Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. Zoals u weet, heb ik al heel duidelijk berichten gestuurd naar de Iraanse ambassadeur en ben ik even duidelijk geweest in mijn contacten met mijn Iraanse tegenhanger, minister Araqchi.
België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het gebruik van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten. De universele afschaffing van de doodstraf is reeds geruime tijd een prioriteit van het Belgische beleid en ons land blijft actief op dat gebied, niet alleen op een transversale manier, bijvoorbeeld door onze actie in de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, maar ook specifiek ten aanzien van Iran.
Er zit momenteel minstens een dozijn Europese onderdanen vast in Iran.
Dat cijfer verandert, aangezien de afgelopen maanden een aantal personen werd vrijgelaten, maar andere personen gearresteerd werden.
De vrijlating op 4 november van twee Franse onderdanen, Cécile Kohler en Jacques Paris, was goed nieuws. Wat de heer Djalali betreft, verwijs ik u naar de antwoorden die ik al heb gegeven op uw recente soortgelijke vragen. We vrezen steeds voor zijn leven, maar ik kan eraan toevoegen dat hij sinds zijn recente terugkeer naar de Evingevangenis in betere omstandigheden wordt vastgehouden. Zijn familie is daarvan op de hoogte. De coördinatie tussen mijn diensten en hun Zweedse collega’s verloopt zeer goed.
In de aanloop naar de drieëntwintigste Europese dag en Werelddag tegen de doodstraf op 10 oktober heeft de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties een door België ingediende resolutie over de doodstraf aangenomen. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf wordt veroordeeld. Tot slot is er nog het EU-sanctiebeleid tegen Iran inzake mensenrechtenschendingen, dat België mee onderschrijft. De snapback werd bovendien recent geactiveerd, wat heeft geleid tot de hervatting van sancties. Mijn diensten en ik blijven de situatie aandachtig volgen.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor de update over professor Djalali. De vorige vraagt dateert ondertussen van twee maanden geleden, en het is toch fijn te horen dat zijn detentieomstandigheden beter zijn en dat u die nauw opvolgt, samen met uw Zweedse collega.
Een dozijn Europese onderdanen wordt in Iran willekeurig vastgehouden, maar het aantal varieert doordat er, gelukkig, mensen worden vrijgelaten. Tussen de regels door heb ik echter begrepen dat er opnieuw Europese onderdanen worden vastgehouden, maar ik zal uw antwoord er nog eens op nalezen.
U zei dat het cijfer niet bevestigd kan worden, maar u zei dat minstens duizend executies voltrokken zijn. Ik vrees, helaas, dat duizend een ondergrens is en dat het er in werkelijkheid veel meer zijn. We zullen het juiste aantal wellicht nooit weten.
U zegt terecht dat dat dodenaantal het hoogste is in decennia. Helaas is het een doelbewuste tactiek van het Iraans regime. We moeten de realiteit onder ogen zien; ik weet dat u dat ook doet. De realiteit in Iran is er een van systematische repressie, extreem geweld en van een staat die zijn bevolking blijft terroriseren.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56009124C van de heer Cornillie. Hij is afwezig.
De internationale opvolging van antifaleiders die de Verenigde Staten ontvluchten
De vlucht van gewelddadige Antifa-figuren uit de VS en de gevolgen voor Europa
De toename van de extreemlinkse dreiging in Europa (antifa)
Internationale migratie van gewelddadige extreemlinkse activisten en de gevolgen
Gesteld door
VB
Britt Huybrechts
N-VA
Katrijn van Riet
N-VA
Katrijn van Riet
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België volgt geen concrete signalen van Antifa-leiders die uit de VS naar Europa vluchten, maar erkent de dreiging van extreemlinks geweld—al staat die volgens Europol na jihadisme en extreemrechts. Erkenning als terreurgroep (nationaal of EU-breed) is niet aan de orde, omdat daarvoor consensus ontbreekt en de bevoegdheid bij Binnenlandse Zaken/Justitie ligt. Huybrechts dringt aan op EU-actie, wijzend op Antifa-geweld in Brussel en Europa (o.a. hameraanvallen op politici), maar Prévot verwijst naar andere ministers en benadrukt de contextuele relativering van dreigingscijfers.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de ingediende vraag.
Volgens een recent artikel in de Washington Examiner (“Antifa leaders flee America as law enforcement closes in") hebben verschillende leidende figuren van de extreemlinkse Antifa-beweging de Verenigde Staten ontvlucht. Amerikaanse bronnen spreken over individuen die betrokken zouden zijn bij geweld, sabotage en georganiseerde rellen. Zij zouden zich mogelijk in Europese landen vestigen, waaronder lidstaten van de Europese Unie.
Antifa is in de Verenigde Staten door diverse politiediensten en onderzoekers reeds omschreven als een netwerk van gewelddadige, extremistische groeperingen. De bezorgdheid groeit dat deze activisten, eenmaal in Europa aangekomen, hun activiteiten en netwerken hier verderzetten.
Staat uw departement in contact met de Amerikaanse autoriteiten omtrent de beweging van deze Antifa-terroristen? Volgt u dit op de voet op in uw diplomatieke contacten met de V.S.?
Wordt via Europol en Interpol automatisch een signaal gegeven wanneer deze personen het Schengengebied of België betreden? Zijn zij überhaupt al op de radar gezet van onze veiligheids- en inlichtingendiensten?
Zal u er op Europees niveau voor pleiten om Antifa als organisatie te laten erkennen als een terroristische groepering en op te nemen op de Europese terreurlijst, gegeven de lange lijst aan bewijzen voor politiek-ideologisch geweld op hun conto?
Zal u uw veiligheidsanalyse omtrent het gevaar van extreemlinkse terreur en links-extremisme bijschaven, gegeven het recente rapport van Europol waarin het aangeeft dat extreemlinkse aanslagen maar liefst 21 keer meer voorkomen in de EU dan extreemrechtse?
Maxime Prévot:
Mevrouw Huybrechts, mijn diensten en ikzelf nemen alle potentiële terroristische dreigingen ernstig. De mogelijke dreiging die zou uitgaan van de Antifa-beweging maakt daar deel van uit.
We onderhouden regelmatig contact met onze Amerikaanse partners, maar op dit moment beschikken we niet over informatie die wijst op een mogelijke verplaatsing van Amerikaanse Antifa-leiders naar Europa. Er is hier via de diplomatieke kanalen evenmin informatie over gedeeld. De cijfers waarnaar u in uw vraag verwijst, afkomstig uit een rapport van Europol, moeten in hun juiste context worden geplaatst. Hoewel er in dat rapport meer incidenten aan extreemlinkse groeperingen worden toegeschreven, blijkt uit de gegevens dat de dreiging van extreemlinkse bewegingen, zowel wat betreft het aantal arrestaties als het dreigingsniveau, op de derde plaats staat, na de jihadistische en extreemrechtse dreiging.
In de Belgische veiligheidsaanpak is Buitenlandse Zaken maar één schakel in een bredere keten. Hoewel mijn diensten bijdragen aan de analyse en de beeldvorming van de dreiging die uitgaat van gewelddadige extremistische en terroristische organisaties, zijn het de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie die bevoegd zijn voor het voeren van het Belgische veiligheidsbeleid. Zij zijn dan ook beter geplaatst om in te gaan op uw vragen over eventuele maatregelen die worden genomen of moeten worden genomen in het kader van de dreiging die uitgaat van extreemlinkse groeperingen. Ze zijn eveneens beter geplaatst om u te informeren over de werking van Europol- en Interpolmeldingen. Voor de toegang tot het Belgische grondgebied is de minister van Binnenlandse Zaken bevoegd.
Tot slot wens ik te benadrukken dat de Antifa-beweging in België niet als een terroristische organisatie is erkend. Op Europees niveau is de aanduiding van Antifa als terroristische groepering momenteel geen onderwerp van discussie tussen de lidstaten. Ik herinner eraan dat voor de opname van een organisatie op de Europese lijst van terroristische groeperingen een consensus vereist is tussen alle 27 lidstaten.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, aan de ene kant ben ik gerustgesteld dat u stelt dat u geen informatie hebt dat er daadwerkelijk Antifa-leiders naar Europa komen. Aan de andere kant blijft het verontrustend dat dit door Washington wel gesteld wordt. In elk geval, of er Amerikaanse Antifa-leiders naar hier komen of niet, de feiten blijven de feiten: Antifa is extreem gevaarlijk. We hebben een aantal weken geleden nog gezien hoe zij Brussel kort en klein sloegen en hoe ze ambtenaren van de overheid bedreigd hebben. Het was hallucinant dat te zien. Ik blijf erbij, men zou Antifa ook in België op de terreurlijst moeten zetten. Ik weet dat dit eerder de bevoegdheid van minister Quintin is, maar toch meen ik dat het voor u, als minister van Buitenlandse Zaken, een goed idee zou zijn om dit dossier op de Europese agenda te zetten. Wereldwijd, maar zeker ook in Europa, pleegde Antifa immers verschillende aanslagen. Denk maar aan de hamerbende, die verschillende Europese politici met hamers neergeslagen heeft. Daaronder was er zelfs iemand uit het Europees Parlement. Opnieuw, ik meen dat het enorm belangrijk is om Antifa aan te pakken en het te zetten waar het hoort, namelijk op de terreurlijst.
De Belgische en Europese houding tegenover de recente ontwikkelingen in de Zuidelijke Kaukasus
De nieuwe uitspraken van president Aliyev over het Sevanmeer
De processen in Bakoe tegen gewezen leiders van Nagorno-Karabagh
De implementatie van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan
Azerbeidzjaans-Armeense betrekkingen en regionale spanningen in de Zuidelijke Kaukasus
Gesteld door
VB
Ellen Samyn
MR
Michel De Maegd
MR
Michel De Maegd
Les Engagés
Pierre Kompany
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België erkent de fragiele vrede tussen Armenië en Azerbeidzjan na het vredesakkoord van augustus 2025 (handelsheropening, maar geen vrijlating Armeense gevangenen zoals Ruben Vardanyan) en steunt de EUMA-missie met Belgische experts, maar kritiseert Azerbeidzjans mensenrechtenschendingen (showprocessen, territorialisme zoals claims op Meer van Sevan) en dreigende expansie. De EU houdt vast aan territorialiteit en energiepartnerschap, maar België dringt aan op strengere EU-reacties op provocaties (revisionisme, cultureel erfgoedvernietiging) en bilaterale druk via UNESCO en diplomatieke kanalen, zonder concrete sancties. Positieve signalen (opgeheven handelsblokkade, eerste graanleveringen) worden overschaduwd door Azerbeidzjans hardlijn (zware strafeisen, OTAN-gerichte militaire samenwerking met Turkije/Pakistan), wat de geloofwaardigheid van het akkoord ondermijnt. Parlementariërs eisen dringend EU-eenheid om intimidatie tegen te gaan, rechtvaardige processen af te dwingen en Armeense soevereiniteit te waarborgen, maar België blijft voorzichtig optimistisch over "complexe dialoog".
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De voorbije weken zien we opnieuw spanningen in de Zuidelijke Kaukasus, met berichten over nieuwe schendingen van de wapenstilstand en aanhoudende druk van Azerbeidzjan op Armenië. Ondanks internationale bemiddeling blijft de situatie precair, zeker wat betreft de veiligheid van etnische Armeniërs, de controle over de grenzen en de humanitaire nasleep van het conflict rond Nagorno-Karabach.
De Europese Unie heeft haar diplomatieke aanwezigheid in Armenië versterkt via de EUMA-waarnemingsmissie, maar de effectiviteit daarvan wordt in twijfel getrokken. Tegelijk blijft Azerbeidzjan economisch en energetisch een belangrijke partner voor de EU, wat de geloofwaardigheid van het Europese mensenrechtenbeleid onder druk zet.
Graag verneem ik van de minister:
Hoe beoordeelt België de huidige situatie in de Zuidelijke Kaukasus, met name de toenemende druk van Azerbeidzjan op Armenië?
Heeft België binnen de EU-Raad Buitenlandse Zaken recente initiatieven gesteund of voorgesteld om de EUMA-missie te versterken of humanitaire steun aan Armenië te verhogen?
Acht u het aangewezen dat de Europese Unie haar partnerschap met Azerbeidzjan (met name inzake energie) herbekijkt zolang het land weigert om VN- en EU-resoluties inzake mensenrechten na te leven?
Welke stappen onderneemt België bilateraal om de bescherming van Armeense burgers en culturele erfgoedsites in de regio aan te kaarten bij de betrokken partijen?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, dans un discours prononcé le 3 novembre à l'Académie nationale des sciences d'Azerbaïdjan, le président Aliev a affirmé que "le lac Sevan n'existe pas" et qu'il s'agirait du "lac Goïtcha", un toponyme d'origine azérie selon lui présent sur d'anciennes cartes de l'empire russe.
Ces propos ont immédiatement été interprétés comme une remise en cause de la souveraineté territoriale de l'Arménie sur le lac Sevan, qui représente près de 5 % de son territoire et constitue un enjeu stratégique majeur, tant sur le plan écologique qu'économique et symbolique.
Ces déclarations interviennent dans un contexte particulièrement fragile, on le sait, après la prise du Haut-Karabakh et le déplacement forcé de 120 000 Arméniens en 2023.
Plusieurs signaux politiques à Bakou laissent entrevoir une volonté d'expansion territoriale, notamment l'idée du "retour des Azerbaïdjanais sur leurs terres historiques", parfois décrites comme situées à l'intérieur même de l'Arménie.
J'aimerais donc faire un point sur cette situation.
Tout d'abord, comment analysez-vous les déclarations du président Aliev? L'Union européenne a-t-elle réagi ou prévu de réagir à ces propos, alors que l'UE affirme régulièrement soutenir l'intégrité territoriale de l'Arménie?
Ensuite, savez-vous si l'Union européenne compte exprimer une position officielle concernant ces déclarations?
Et enfin, comment la diplomatie belge entend-elle continuer à soutenir la stabilité régionale, alors même que des négociations arméno-azerbaïdjanaises restent en cours et que les risques d'escalade ou de nouvelles revendications territoriales semblent croissants?
Je vous remercie pour vos réponses.
Monsieur le ministre, selon des informations en provenance de Bakou, les procureurs azerbaïdjanais viennent de requérir des peines extrêmement lourdes, allant de 16 ans d'emprisonnement à la prison à perpétuité, à l'encontre des anciens dirigeants politiques et militaires du Haut-Karabakh, ainsi que d'autres détenus arméniens. Le verdict est attendu pour le 27 novembre prochain.
Parmi les personnes visées figurent plusieurs anciens présidents de la république autoproclamée, d'anciens commandants militaires, d'anciens ministres et hauts responsables.
À ce jour, l'Azerbaïdjan détient 23 prisonniers arméniens, dont certains depuis la guerre de 2020. De nombreux observateurs et organisations de défense des droits humains qualifient ces audiences de "procès-spectacles", en relevant l'absence de garanties minimales pour un procès équitable et l'impossibilité pour le public d'assister pleinement aux audiences. On en a déjà parlé dans cette commission.
En juillet dernier, notre Assemblée a adopté la résolution relative à la situation au Haut-Karabakh, qui demandait notamment de plaider en faveur de la libération de tous les détenus arméniens arrêtés depuis le 19 septembre 2023, et du respect en tout temps des droits fondamentaux des détenus.
La situation actuelle semble s'éloigner à grande vitesse de ces principes.
Monsieur le ministre, dans ce contexte, comment la Belgique évalue-t-elle la conformité de ces procès aux standards internationaux, notamment en matière de publicité des audiences, de droits de la défense et d'indépendance judiciaire?
L'Azerbaïdjan a-t-il réagi ou donné une suite, même partielle, aux demandes formulées dans la résolution adoptée par notre Assemblée?
La Belgique a-t-elle entrepris des initiatives en ce sens ou compte-t-elle entreprendre?
L'Union européenne a-t-elle réagi à ces réquisitions extrêmement lourdes et au caractère controversé du procès?
La Belgique encourage-t-elle une position commune au Conseil Affaires étrangères?
Enfin, dans la perspective de la paix durable que nous évoquons régulièrement, comment garantir que les négociations Arménie–Azerbaïdjan ne se déroulent pas sous la menace permanente de condamnations lourdes infligées à l'une des parties, ce qui risque d'entraver tout processus de réconciliation?
Je vous remercie pour vos réponses.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, en août dernier, le président azerbaïdjanais Ilham Aliev et le premier ministre arménien Nikol Pachinian ont signé, sous l'égide du président américain, un document par lequel les deux États du Caucase du Sud s'engagent à "mettre définitivement fin au conflit, ouvrir leurs relations commerciales et diplomatiques, et respecter la souveraineté et l'intégrité territoriale" de chacun.
Alors que la république d'Arménie célèbre le 34ᵉ anniversaire de son indépendance et qu'elle se prépare à des élections législatives en 2026, plusieurs observateurs soulignent que la concrétisation de cet accord reste fragile et encore incomplète.
Monsieur le ministre, à l'aube de cette année électorale déterminante pour l'Arménie, quelle évaluation faites-vous de la mise en œuvre réelle de l'accord de paix?
Quelles garanties ou initiatives diplomatiques la Belgique et l'Union européenne peuvent-elles activer afin de s'assurer que ce texte ne demeure pas une déclaration d'intention, mais se traduise par des mécanismes effectifs de suivi, de vérification, de désarmement et de retour des populations?
Ensuite, comment notre pays mobilise-t-il ses instruments de coopération bilatérale et multilatérale pour veiller au respect des principes de paix, de justice, de droit international et à la protection des populations civiles dans ce contexte sensible?
Enfin, pensez-vous que le récent défilé militaire avec la présence de troupes turques et pakistanaises marque une modification des équilibres géopolitiques dans la région et un danger pour l'influence européenne?
Je vous remercie.
Voorzitter: Els Van Hoof.
Président: Els Van Hoof.
Maxime Prévot:
Geachte Kamerleden, op 8 augustus 2025 namen Azerbeidzjan en Armenië in Washington een gezamenlijke verklaring aan en parafeerden een vredesakkoord.
Zoals op 1 oktober 2025 aangegeven in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen, zijn België, de Europese Unie en de lidstaten van mening dat die overeenstemming tussen Azerbeidzjan en Armenië een positief perspectief biedt op vrede en welvaart in de Zuidelijke Kaukasus.
Armenië stond de voorbije maanden niet op de agenda van de Europese Raad Buitenlandse Zaken maar werd recent wel besproken door de directeurs voor Oost-Europa van de ministeries van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Europese Unie.
België steunt de civiele EU-missie in Armenië in woord en daad. Een Belgische expert neemt deel aan de missie. Recent werd zelfs een tweede Belgische expert toegevoegd.
Een evenwichtig EU-partnerschap met Azerbeidzjan is een platform om mensenrechten effectief te bespreken. We zullen dat blijven doen.
Zoals u weet, kaart België ook consistent in de bilaterale contacten met de betrokken partijen op politiek en diplomatiek niveau mensenrechten en andere relevante kwesties aan.
Wat specifiek de bescherming van cultureel erfgoed betreft, biedt UNESCO een multilateraal platform aan de betrokken partijen om hun bilaterale bezorgdheden te bespreken, wat ons land blijft aanmoedigen.
Monsieur De Maegd, au sujet du lac Sevan et du retour de réfugiés azerbaïdjanais dans la région, la Belgique est très claire sur notre attachement au principe de l'intégrité territoriale, partout dans le monde, également dans le Caucase du Sud.
Quant à la conformité aux standards internationaux des procès judiciaires en cours contre les anciens dirigeants du Haut-Karabagh, il va de soi que notre pays est attaché aux droits et à un procès équitable, tout comme à tous les autres droits humains. Cette question des droits humains a encore été abordée avec l'ambassadeur de l'Azerbaïdjan, début novembre, par notre directrice générale pour les relations bilatérales.
Vous mentionnez également la résolution parlementaire adoptée cet été. Après le vote de ce texte, en juillet, nous avons observé une séquence positive, notamment les paraphes azerbaïdjanais et arméniens sous l'accord de paix à Washington en août.
Monsieur Kompany, tout comme votre collègue, vous m'interrogiez sur ce processus de paix. Suite de la signature de l'accord que je viens de mentionner, je peux vous communiquer la bonne nouvelle que l'Azerbaïdjan a levé ses restrictions commerciales contre l'Arménie. Des premières livraisons de blé kazakh sont déjà arrivées en Arménie à travers l'Azerbaïdjan pour la première fois depuis la chute de l'URSS dans les années 90.
En ce qui concerne le défilé militaire sur lequel vous m'interrogez, je tiens à rappeler que la Belgique ne veut pas se mêler des défilés militaires d'autres pays. Cela dit, il est plus positif de voir des défilés militaires avec des troupes OTAN qu'avec des troupes russes, surtout dans la région stratégique du Caucase du Sud.
Pour conclure, je précise que même si ces avancées positives sont à souligner, nous resterons attentifs à la situation dans la région car un processus d'apaisement de ce type est un parcours complexe et nécessitant du temps et du dialogue. Je vous remercie.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Zoals ik ook in de vorige vergadering heb gezegd, is de intentieverklaring een stap in de goede richting, maar belangrijke elementen, zoals de vrijlating van Armeense krijgsgevangenen, blijven volledig buiten beeld. Ondertussen blijven mensen als Ruben Vardanyan gewoon in Bakoe in de gevangenis zitten, nu al meer dan twee jaar.
Wij vinden ook dat er met betrekking tot het Armeense erfgoed op internationaal niveau meer zou mogen worden opgetreden, maar zolang gevangenen niet worden vrijgelaten, wordt ook het erfgoed niet beschermd.
Eerlijk gezegd, zolang de provocaties van Azerbeidzjan tegenover Armenië blijven duren, kan niemand dat echt een vredesakkoord noemen. We hopen dat het Westen zich niet laat verblinden door de feestelijkheden, georganiseerd door Azerbeidzjan. We moeten blijven inzetten op de Armeense soevereiniteit.
Michel De Maegd:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse concernant les prisonniers arméniens du Haut ‑ Karabakh d é tenus à Bakou.
Je ne peux évidemment que réitérer ma vive inquiétude et mon empressement à ce que ces personnes puissent retrouver la liberté et, à tout le moins – comme vous l’avez dit – bénéficier d’un procès équitable, ce qui n’a pas été le cas jusqu’ici.
Les développements récents nous montrent que nous ne sommes, hélas, pas confrontés à des faits isolés du régime Aliyev. En effet, nous constatons une multiplication de signaux politiques inquiétants: du révisionnisme historique, une rhétorique expansionniste et une mise en cause implicite de l’intégrité territoriale arménienne.
Nous pouvons donc légitimement penser que l'Azerbaïdjan prépare le terrain à de nouvelles revendications territoriales, ce qui fragilise, évidemment, un processus de paix déjà extrêmement précaire.
Une paix durable entre l’Arménie et l’Azerbaïdjan ne peut se construire sous la menace de lourdes condamnations visant un seul camp, ni sous une pression politique ou territoriale permanente. La Belgique et l’Union européenne doivent pouvoir le rappeler fermement au régime de Bakou.
Cela suppose une position claire, notamment au Conseil des Affaires étrangères, afin de défendre l’intégrité territoriale des deux États – comme vous l’avez souligné – mais aussi de soutenir le droit international, de prévenir les escalades et de réaffirmer que la stabilité du Caucase du Sud ne saurait reposer sur l’intimidation ou sur la réécriture unilatérale des frontières.
Pierre Kompany:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses très encourageantes. Vous nous promettez de rester attentif à une paix durable dans cette région et à la réduction des tensions. Vous réaffirmez également votre attachement au respect des droits humains. Pour cela, nous ne pouvons que vous souhaiter de continuer cette mission avec beaucoup de courage.
De vestiging van SHEIN-winkels in Europa
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De uitbreiding van Shein naar fysieke winkels in Europa (waaronder België) baart zorgen door oneerlijke concurrentie (fiscale ontwijking, sociale dumping, lage productkwaliteit) en bedreigingen voor lokale handel, werkgelegenheid en consumentenbescherming, verergerd door recente schandalen (o.a. pedopornografische pop). Minister Clarinval benadrukt dat Shein de Belgische wetgeving (concurrentie-, arbeids-, consumentenrecht) moet naleven, met streng toezicht via de taskforce e-commerce en sancties bij overtredingen, maar Thémont dringt aan op verscherpte controles en een gecoördineerde Europese aanpak om het destructieve *ultra-fastfashion*-model tegen te gaan. België moet proactief optreden, in lijn met Franse en EU-maatregelen, om economische soevereiniteit en eerlijke marktomstandigheden te waarborgen.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, le géant chinois de l'ultra fashion SHEIN vient d'annoncer l'ouverture de ses premiers magasins permanents en Europe, avec six boutiques en France dès novembre. C'est une première mondiale pour une marque jusqu'ici cantonnée au commerce en ligne et qui s'apprête désormais à étendre son modèle économique à l'ensemble du marché européen. La Belgique ne sera évidemment pas épargnée.
Derrière les promesses d'emplois et de revitalisation des centres-villes, les risques sont immenses pour notre économie: destruction d'emplois locaux, concurrence déloyale envers nos commerces, évasion fiscale et dépendance accrue aux importations. Le tissu économique belge, déjà fragilisé par une vague de faillites dans le commerce de détail, ne pourra pas encaisser une telle pression.
Depuis, des faits nouveaux ont eu lieu, notamment la commercialisation en ligne d'une poupée dite "pédopornographique". La polémique fut telle que le gouvernement français a engagé une procédure de suspension du site, tandis que la Commission européenne a indiqué prendre l'affaire très au sérieux et envisage désormais de prendre des mesures face aux infractions commises par le géant chinois. Ces récents développements confirment l'ampleur du problème et la nécessité d'une réponse économique coordonnée à l'échelle européenne.
Cette implantation soulève également de grandes inquiétudes pour nos consommateurs. SHEIN est régulièrement épinglé pour ses pratiques commerciales trompeuses, son manque de transparence sur l'origine des produits et la qualité très faible de ses vêtements. La marque a, d'ailleurs, déjà été condamnée à hauteur de 190 millions d'euros en France pour pratiques commerciales abusives.
Monsieur le ministre, il est urgent d'agir pour éviter que ce modèle ne vienne aggraver la crise que traversent déjà nos commerces de proximité. Et quand je parle d'agir, je parle de réponses concrètes, immédiates, mais aussi fermes pour défendre nos entreprises, nos travailleurs et nos consommateurs.
Face à ces menaces, comment le gouvernement va-t-il anticiper l'arrivée de magasins SHEIN en Belgique et protéger notre économie de la concurrence déloyale? Autrement dit, quelles mesures concrètes le gouvernement peut-il prendre pour défendre nos entreprises locales et garantir un cadre de concurrence équitable sur notre territoire?
Quelles garanties le gouvernement peut-il apporter pour préserver l'emploi et soutenir les travailleurs du commerce de détail, directement menacés par l'expansion de ces géants de la fast fashion ?
Quelles actions envisagez-vous pour renforcer la protection des consommateurs face à des pratiques commerciales trompeuses et assurer une transparence réelle sur la qualité des produits vendus?
David Clarinval:
Madame la députée, le fait pour SHEIN de s'installer en Europe, et plus particulièrement en Belgique, ne constitue pas en soi une infraction à la législation en matière de concurrence, telle qu'une entente anticoncurrentielle, un abus de position dominante ou de dépendance économique.
Cependant, comme toute entreprise qui souhaite s'installer sur le territoire belge, SHEIN devra respecter l'ensemble de la réglementation en vigueur, qu'il s'agisse du droit de la concurrence, du droit du travail, des dispositions sectorielles applicables ou encore du droit à la protection des consommateurs.
En ce qui concerne votre question relative à mes actions, je tiens à souligner que la lutte contre la concurrence déloyale constitue un axe central de la task force e-commerce que j'ai mise en place. Cette question est donc traitée avec la plus grande attention.
Une attention particulière est portée au projet d'un acteur de grande envergure qui a déjà été plusieurs fois épinglé pour des pratiques illégales et de concurrence déloyale. Il est essentiel qu'il respecte les règles afin de protéger les consommateurs et de garantir des conditions équitables pour nos entreprises.
L'entreprise est soumise au respect du livre VI du Code de droit économique, qui impose, par exemple, aux entreprises des obligations en matière d'information du consommateur ainsi que d'indication des prix et des promotions. Le Code de droit économique interdit aussi les clauses abusives et les pratiques commerciales déloyales.
SHEIN doit également respecter la législation en matière de garantie légale. Celle-ci a pour vocation d'inciter les vendeurs à offrir des biens de qualité. Lorsque ce n'est pas le cas, le vendeur a, dans un premier temps, l'obligation de réparer ou remplacer le bien. À défaut, le consommateur a droit à une réduction du prix ou à la résolution du contrat de vente.
Ces différentes formes de protection du consommateur font l'objet d'un contrôle de la part des services d'inspection du SPF Économie. Mes services continueront d'y accorder une attention particulière. Ceux-ci ont d'ailleurs déjà enjoint SHEIN, en mai 2025, à se conformer au droit européen de la consommation et à mettre fin à certaines pratiques considérées comme illégales. SHEIN, comme toute entreprise, devra se soumettre aux enquêtes de l'Inspection économique et aux sanctions prononcées en cas d'infraction éventuelle au droit de la protection des consommateurs.
Sophie Thémont:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. J'entends que vous serez attentif à faire respecter les règles. Les petites enseignes ou les indépendants n'ont toutefois pas les moyens de rivaliser avec un géant qui contourne les règles fiscales, sociales et environnementales.
On peut prendre toutes les mesures possibles, mais il faut surtout encore renforcer les contrôles. Le gouvernement français a lancé une procédure en suspension du site en pointant des produits illégaux, mais aussi des infractions répétées aux règles européennes. La Commission européenne dit prendre l'affaire très au sérieux. L'Europe commence donc à agir, et la Belgique doit être en première ligne pour défendre ses commerces, ses travailleurs et ses consommateurs. C'est aussi une question d'équité et de souveraineté économique. On ne peut pas laisser l'ultra- fast fashion imposer son modèle destructeur sans une réponse coordonnée et ferme.
Voorzitter:
Les questions n os 56008961C et 56008969C de M. Patrick Prévot sont reportées.
Het Europese terugkeerbevel
De JBZ-raad en de terugkeerverordening
EU-terugkeer- en grensbeleid binnen het JBZ-kader
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt voorwaardelijk de wederzijdse erkenning van EU-terugkeerbevelen (uit het nieuwe voorstel voor een terugkeerverordening), maar wijst het verplichte karakter af om secundaire migratie (doorreis naar andere lidstaten) niet te legitimeren. Minister Van Bossuyt bevestigde haar eerdere kritiek en kreeg steun van Duitsland en Frankrijk, terwijl onder het Spaanse voorzitterschap naar een compromis wordt gezocht. Kritiekpunten zijn dat België niet wil opdraaien voor terugkeeruitvoering van andere lidstaten (risico op "papieren doorSchuiven") en dat het Dublinsysteem al faalt door asieltoerisme. De onderhandelingen blijven moeizaam, met nadruk op soevereiniteit in migratiebeleid en vermijden van extra druk op België’s capaciteit.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, het Europees terugkeerbevel heeft tijdens het recent Europees overleg in Luxemburg stof doen opwaaien, aangezien het voorziet in de wederzijdse erkenning van bevelen van de lidstaten, elkaars vodjes papier dus. Zo'n erkenning kan positief zijn, omdat die voorkomt dat illegalen doorreizen naar andere landen om daar opnieuw asiel aan te vragen. De adder onder het gras, de mogelijk negatieve kant, is dat zo'n uitgevaardigd terugkeerbevel van een land uitgevoerd zou moeten worden door de EU-lidstaat waarnaar de asielzoeker is afgereisd.
Kunt u bevestigen dan wel ontkrachten dat bij wederzijdse erkenning uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid voor de terugkeer van het eerste aankomstland naar het bestemmingsland dreigt te worden doorgeschoven? Bevestigt u ook de bedenkingen die u destijds in de media maakte? Welke landen hebben zich daartegen verzet?
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, momenteel lopen op Europees niveau de onderhandelingen over de nieuwe terugkeerverordening en over de terugkeerhubs. Een van de grootste struikelblokken op de top was de wederzijdse erkenning van de nationale terugkeerbesluiten.
De commissie stelt voor om een Europees uitwijzingsbevel in te voeren. Aangezien ons land reeds met veel secundaire migratie te maken heeft, moeten we daar zorgvuldig mee omgaan en kijken we daar ook met argusogen naar, vooral naar het voorgestelde verplichte karakter van zo'n Europees bevel om het grondgebied te verlaten. Een kordaat terugkeerbeleid is het sluitstuk van het migratiebeleid en het Europees niveau speelt daarbij een belangrijke rol, aangezien de EU verordeningen en richtlijnen uitvaardigt waaraan wij ons moeten houden. Het is dus zeer belangrijk dat u op Europees niveau uw rol ten volle speelt.
Kunt u toelichting geven over de afgelopen BZ-raad en de stand van zaken van het Europees terugkeerbeleid geven? Wat waren de conclusies van dat overleg? Wat waren de voornaamste struikelblokken tijdens de Raad? Welk standpunt hebt u ingenomen over de verschillende thema's, in het bijzonder over een Europees bevel om het grondgebied te verlaten? In hoeverre kreeg u steun van andere Europese landen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, het principe van de wederzijdse erkenning van nationale terugkeerbesluiten maakt inderdaad het voorwerp uit van de discussie over het voorstel van terugkeerverordening.
Ik heb tijdens de jongste Raad Justitie en Binnenlandse Zaken bevestigd dat ik achter dat principe sta – dat staat ook zo in het regeerakkoord – maar we moeten vermijden dat we een systeem installeren dat secundaire bewegingen valideert. Ik heb dan ook gesteld dat we voorzichtig te werk moeten gaan en dat we voorlopig het verplichte karakter van die wederzijdse erkenning nog niet kunnen aanvaarden. Onder leiding van het Spaanse voorzitterschap zoeken we nu verder naar een goed compromis, waarbij ook voldoende rekening gehouden wordt met onze bedenkingen en bezorgdheden.
Mevrouw Van Belleghem, ik kan de bedenkingen die ik op 15 oktober tijdens de Europese ministerraad heb geuit nog steeds bevestigen en ik stond zeker niet alleen in die discussie. Verschillende landen deelden mijn bezorgdheid, onder meer Duitsland en Frankrijk.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor uw antwoord. Nu moeten we eigenlijk al de asielzoekers van andere lidstaten opnemen, omdat het Dublinsysteem faalt – het zogenaamde asieltoerisme. Met dat Europese terugkeerbevel, waar ook goede aspecten aan zijn, moeten we er inderdaad over waken dat we niet nog eens illegale toeristen zullen moeten terugsturen. We moeten ons daar echt voor behoeden. Als landen als Duitsland en Frankrijk zich ertegen verzetten, wil dat meestal wel zeggen dat het er niet van zal komen.
Ik hoop dan ook dat wij niet opnieuw de dupe worden en dat we geen illegale migranten van andere lidstaten zullen moeten terugsturen, zeker omdat de cijfers hier al zo laag liggen.
Maaike De Vreese:
Ik zie hier een minister die op het niveau van de Europese Unie haar stem laat horen. Dat is, zoals daarnet al gezegd werd, zeer belangrijk. We stellen straks ook nog een vraag over het solidariteitsmechanisme. Ik stel dus voor dat u op deze weg verder blijft gaan. Ik denk dat u zeer goed bezig bent. Als minister horen wij u ook vaak in de pers, waar u onmiddellijk reageert op bepaalde communicaties die vanuit de Europese Unie komen. Minister, doe zo verder.
Het Europese overleg met betrekking tot de ‘solidariteitspool’
Het solidariteitsmechanisme van het migratiepact
Het solidariteitsmechanisme bij het EU-migratiepact
EU-solidariteitsmechanismen binnen migratiebeleid
Gesteld door
VB
Francesca Van Belleghem
N-VA
Maaike De Vreese
Groen
Matti Vandemaele
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België voert een verhit debat over de Europese erkenning van migratiedruk, waarbij de Commissie België als "risicoland" (niet als hoog-drukland zoals Italië/Griekenland) clasificeert, ondanks 101.000 asielaanvragen in 3 jaar, overbelaste opvang (35.000 plaatsen) en een budget van 1,1 miljard euro. Minister Van Bossuyt benadrukt dat België meer dan zijn *fair share* doet en kiest voor financiële bijdragen (€20.000 per asielzoeker) in plaats van extra opvang, maar kritiek blijft dat het solidariteitsmechanisme (30.000 herplaatsingen/€600 mln pool) onvoldoende verlichting biedt zolang landen als Polen/Hongarije weigeren mee te werken. De oppositie noemt het systeem "een mes in de rug" en eist geen extra opvang of betalingen, terwijl de minister hamert op "geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid"—maar concrete afdwinging ontbreekt.
Francesca Van Belleghem:
Minister, u hebt altijd gezegd dat u een departement in crisis hebt geërfd en dat de migratiedruk op dit land bijzonder hoog is. Dat klopt. We beschikken over een asielbudget van 1,1 miljard euro en 35.000 opvangplaatsen voor mensen die gratis bed, bad en brood krijgen. De afgelopen drie jaar waren er 101.000 asielaanvragen en talloze veroordelingen wegens een gebrekkig asielbeleid. Men zou dan ook verwachten dat de Europese Unie erkent dat er in ons land een ernstig probleem bestaat.
Als ik echter de documenten van de Europese Commissie lees die gisteren zijn gepubliceerd, dan blijkt dat België volgens de Commissie geen hoge migratiedruk kent. Ons land zou alleen een risico lopen op een hoge migratiedruk. Als ik het goed begrijp, maakt de Europese Commissie een onderscheid tussen drie groepen landen: landen met een hoge migratiedruk – dat zijn er vier, namelijk Griekenland, Cyprus, Spanje en Italië –, landen met een risico op migratiedruk en de overige landen. Tot die tweede groep, de landen met een risico op migratiedruk, behoren er twaalf. Polen valt daaronder, maar ook België.
Terwijl we het hier nog nauwelijks kunnen bolwerken, stelt de Europese Unie dus dat er in ons land enkel sprake is van een risico op een hoge migratiedruk. We worden daarmee ingedeeld in dezelfde categorie als Polen, Litouwen en Finland, landen die dat risico lopen door hybride oorlogsvoering.
Klopt het dat wij bijgevolg geen beroep zullen kunnen doen op het solidariteitsmechanisme en dat we – boven op de 30.000 à 40.000 asielzoekers die we jaarlijks moeten opvangen – ook nog eens extra zullen moeten betalen om er niet nog meer te moeten ontvangen? Zult u ervoor kiezen om die asielzoekers af te kopen of om er zelf nog bijkomend op te vangen? Als dat laatste het geval is, dan is het solidariteitsmechanisme niet meer of niet minder dan een mes in onze rug. Ik hoop dat ik mij vergis. Ik krijg dus graag meer uitleg over dat solidariteitsmechanisme.
De Europese Commissie heeft ook een voorstel geformuleerd over dat solidariteitsmechanisme, maar dat is nog niet publiek. Hebt u dat al kunnen inkijken? Wat staat erin? Wat zijn de conclusies? Hebben wij recht op een gedeeltelijke of volledige korting bij het afkopen of het opvangen van asielzoekers uit die solidariteitspool?
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem, wilt u wel even op uw spreektijd letten? Mevrouw De Vreese heeft het woord.
Maaike De Vreese:
Minister, wat dat solidariteitsmechanisme betreft, het vergt inderdaad enige toelichting om duidelijk te maken wat de Europese Unie daar allemaal mee wil doen. Collega Van Belleghem heeft geprobeerd dat te duiden. Ook hier zien we opnieuw dat de Europese Unie veel bepaalt wat betreft de manier waarop we moeten omgaan met asiel en migratie en met de druk op bepaalde lidstaten.
In het regeerakkoord staat duidelijk dat we de migratiedruk moeten verminderen en dat we niet van plan zijn om nog meer mensen op te vangen. We doen al zeer lang meer dan ons billijke deel. Mengt u zich, minister, ook op dat niveau in het debat?
Het is inderdaad zo dat eurocommissaris Magnus Brunner gisteren zijn rapport heeft voorgesteld, de First Annual Migration Management Cycle. Tijdens die voorstelling gaf de commissaris mee dat er 35 % minder illegale grensoverschrijdingen waren. België werd echter geïdentificeerd als een land in de at risk -categorie, wegens de hoge instroom van asielzoekers. Dat klopt, minister, wij doen al meer dan voldoende ons deel.
Daardoor komen we ook in aanmerking voor prioritaire toegang tot de European Union Migration Support Toolbox, met onder meer noodfinanciering, operationele steun en beleidscoördinatie. Ik zag in het document ook iets staan over een budget voor drones. Minister, kunt u daar wat meer toelichting over geven?
De status van ons land wordt elk jaar geherevalueerd. Als we in de categorie ‘Member States Facing a Significant Migratory Situation’ zouden terechtkomen, dan kunnen we een verzoek aan de Commissie richten om een volledige of gedeeltelijke vermindering van onze bijdrage aan die pool te vragen.
De Commissie heeft een voorstel geformuleerd over die solidariteitspool, maar het werd nog niet bekendgemaakt of gepubliceerd. Het is bezorgd aan de Europese Raad. Het is aan die Raad om de knoop door te hakken over de omvang van het solidariteitsmechanisme en over hoe elke lidstaat zal bijdragen aan de pool.
Werd het solidariteitsmechanisme ook besproken op de JBZ-Raad van 14 oktober? Kunt u toelichting geven over de landen die zouden rekenen op solidariteit, zoals gedeeltelijk al vermeld in het document?
Is er al iets bekend over de bijdrage die dit land zou moeten leveren? Hoe zullen we ons in de komende periode positioneren? Dat wordt immers bijzonder belangrijk. Welk standpunt zullen we daarin innemen, ook in de Raad, als regering?
Voorzitter:
Mevrouw De Vreese, wilt u op uw beurt ook op uw spreektijd letten? Ik kan niet anders dan de heer Vandemaele nu ook voldoende spreektijd te geven.
Matti Vandemaele:
De heer Vandemaele zal zich aan zijn spreektijd houden.
Mevrouw de minister, tegen juni 2026 moet het EU-migratiepact volledig in werking treden. U kwam met de Europese migratieministers samen in Luxemburg en het solidariteitsmechanisme bleef daar een heikel punt. Het idee om de druk aan de buitengrenzen te verlichten, houdt in dat lidstaten een flexibele bijdrage kunnen leveren, via relokalisatie, financiële steun of operationele hulp. Verschillende lidstaten hebben echter aangekondigd dat ze niet willen bijdragen aan het solidariteitsmechanisme via relokalisaties, waaronder ook België. Landen als Polen en Hongarije geven zelfs aan dat ze op geen enkele manier willen bijdragen aan het mechanisme.
De collega’s verwezen er al naar, er is gisteren een document gelanceerd, maar nog niet gepubliceerd. We hebben dus geen toegang tot de afspraken die daar gemaakt zouden zijn. Misschien kunt u straks een tip van de sluier oplichten. In elk geval is het voor ons duidelijk dat het Europese migratiepact alleen kan slagen als alle lidstaten deelnemen aan het systeem. Als we niet tot een evenwichtige verdeling komen, dan zal het systeem vanzelf in elkaar storten. Dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Welke bijdrage zal België in 2026 leveren binnen het solidariteitsmechanisme? Is de regering bereid om in de toekomst toch nog deel te nemen aan relokalisaties in het kader van het Europese migratiepact? Hoe kan het migratiepact effectief werken als er lidstaten zijn die eenvoudigweg beslissen niet mee te doen? Hoe kunnen we landen als Polen en Hongarije, die dat standpunt innemen, ertoe verplichten toch mee te werken? Dat zijn mijn vragen, mevrouw de minister, mooi binnen de tijd.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, mijnheer Vandemaele, het solidariteitsmechanisme maakt deel uit van het Europees pact inzake asiel en migratie, meer bepaald de verordening betreffende het asiel- en migratiebeheer. Lidstaten waar volgens een analyse van de Europese Commissie sprake is van migratiedruk, hebben recht op solidariteitsbijdragen uit de Europese solidariteitspool.
De Europese Commissie heeft gisteren inderdaad bekendgemaakt welke landen ze in welke categorie kwalificeert. Dat had normaal gezien op 15 oktober moeten gebeuren, maar het is dus met enig uitstel bekendgemaakt. De Europese Commissie erkent in haar evaluatie van de eerste solidariteitscyclus dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. De Commissie bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. Die fair share is de verhouding tussen het aantal asielzoekers dat we opvangen, het bevolkingsaantal en het bbp. De Europese Commissie erkent dat en bevestigt bovendien dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is.
De solidariteitscyclus is een nieuw mechanisme binnen het Europese migratie- en asielpact dat jaarlijks evalueert hoe de migratiedruk binnen de Europese Unie wordt verdeeld. Enkele lidstaten aan de buitengrens zullen gelet op hun specifieke situatie solidariteitsbijdragen kunnen ontvangen, omdat zij onder acute druk staan. Het gaat over Italië, Griekenland, Cyprus en Spanje. De Commissie geeft echter ook aan dat België het risico loopt om in diezelfde situatie terecht te komen. We waarderen dat de Commissie onze moeilijke realiteit erkent. Voor ons is het echter duidelijk dat solidariteit alleen kan werken als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.
De Commissie stelt ook expliciet dat de lidstaten die solidariteit ontvangen de Europese regels moeten naleven, waaronder de Dublinverplichtingen. Dat principe is voor ons essentieel. Ik heb tijdens de laatste Europese ministerraden elke keer benadrukt dat België enkel solidariteit kan tonen als er ook verantwoordelijkheid wordt genomen. Voor ons kan er dus geen sprake zijn van solidariteit zonder verantwoordelijkheid. Dat zal echter pas voor het eerst worden geëvalueerd in juli 2026 en dat is veel te laat.
Dat is veel te laat. We missen een concreet stappenplan om de naleving al in de komende maanden op te volgen, want voor ons mag solidariteit geen blanco cheque zijn.
De exacte omvang van de Belgische bijdrage is nog niet bekend. De Europese Commissie is wettelijk verplicht om een Europese solidariteitspool van minstens 30.000 herplaatsingen of 600 miljoen euro voor te stellen, maar het is de Raad die finaal beslist over de uiteindelijke omvang van die pool. Het gaat dus om verplichte maar flexibele solidariteit, omdat die op verschillende manieren kan worden ingevuld, namelijk via herplaatsingen of via financiële bijdragen. Eén herplaatsing komt daarbij overeen met 20.000 euro.
De omvang van het voorstel van de Commissie kennen we nog maar sinds kort, maar de werkelijke omvang zal pas duidelijk worden na de formele goedkeuring op een Europese ministerraad. Daarover moet dus nog worden onderhandeld. De exacte omvang van de Belgische bijdrage is bijgevolg nog niet bekend en zal worden berekend op basis van onze fair share . De lidstaten zullen daarover in de komende weken onderhandelen.
Wij zullen ernaar streven om een zo beperkt mogelijke bijdrage te moeten leveren. We kiezen ervoor om financiële bijdragen te betalen in plaats van nog meer asielzoekers op te nemen, want het is duidelijk dat het Belgische opvangsysteem nog steeds overvol zit. Bovendien kunnen we via financiële bijdragen andere lidstaten aan de buitengrenzen helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat er niet langer doorgereisd wordt naar België. België blijft dus een loyale partner in Europa, maar de solidariteit moet in evenwicht zijn.
We verwachten dat de lidstaten die steun ontvangen nu ook hun verantwoordelijkheid opnemen, want alleen zo zal het systeem kunnen werken. Ik denk, mijnheer de voorzitter, dat ik daarmee alles perfect binnen de voorziene tijd heb gezegd.
Francesca Van Belleghem:
Minister, sta mij toe dat waanzin te noemen. U waardeert het dat de Europese Commissie zegt dat we een risico lopen op hoge migratiedruk. Dat is complete waanzin! We lopen geen risico op een hoge migratiedruk; die hoge migratiedruk is een feit!
U stelt dat u niet zult meedoen aan de hervestiging en dat we zo nodig asielzoekers zullen afkopen, dat wij 20.000 euro per asielzoeker zullen betalen om alsjeblieft niet nog meer asielzoekers op te nemen, terwijl we er in 2024 al 40.000 hadden en we er dit jaar waarschijnlijk meer dan 30.000 zullen hebben.
Onze asieldiensten worden overstroomd. Uw diensten kunnen trouwens zelf de asielaanvragen niet eens tijdig afhandelen. Het duurt bijzonder lang vooraleer een asielaanvraag wordt behandeld. U zegt dat de website met migratiecijfers er niet komt door de hoge migratiedruk en omdat u andere prioriteiten hebt. We worden al overspoeld door asielzoekers en dan zou de Europese Commissie ons bovendien opleggen dat we er ofwel nog meer moeten opnemen, ofwel dat we ze moeten afkopen.
Ik vind dat absoluut onaanvaardbaar. We moeten er alles aan doen om geen euro extra aan asielzoekers te besteden, aangezien we nu al aan zovelen gratis bed, bad en brood moeten geven. Ik hoop dus dat u niet onderhandelt om er minder op te nemen, maar dat u onderhandelt om er geen enkele extra op te nemen of om geen euro extra te betalen.
Daarmee bleef ook ik mooi binnen de tijd.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, u moet zich als minister natuurlijk aan het regeerakkoord en compromissen houden. Het is geen geheim dat onze partij van mening is dat een werkelijke oplossing niet binnen de grenzen van de Europese Unie ligt, maar in een strikte grensbewaking en opvang in de regio. Wie hier dan illegaal binnenkomt, moet terug.
Binnen de context van de Europese Unie en binnen de context waarin u een regering moet vormen met de verschillende partners, elk met hun eigen mening, haalt u daaruit wat mogelijk is. Het is inderdaad zo dat we er het met de volledige arizonaregering over eens zijn dat we al meer dan ons deel doen. We doen al onze fair share . We weten allemaal dat de druk uitzonderlijk hoog is, ook hier, op onze diensten, ons opvangsysteem en onze lokale besturen. Ook bij de lokale besturen is het draagvlak op.
Mevrouw de minister, op dat vlak moet u uw stem aan de Europese onderhandelingstafel heel luid laten klinken. Ik wens u daarbij veel succes.
Matti Vandemaele:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De Europese Commissie plaatst ons eigenlijk in de categorie at risk , samen met 11 andere landen. Er zijn dan ook nog vier landen waar de druk echt extreem is. Ik stel vast dat ongeveer de helft van de lidstaten at risk of hoger scoort.
De collega’s zeggen hier al jaren dat wij het allerzwaarste kruis dragen dat er op aarde bestaat, wanneer het over asiel en migratie gaat, maar blijkbaar is dat niet de appreciatie van de Europese Commissie. Blijkbaar bevestigt de Europese Commissie niet het verhaal dat de rechtse partijen hier al jaren vertellen, met name dat wij veel meer doen dan onze fair share . Blijkbaar kijkt men daar op het Europese niveau toch anders naar.
Mevrouw de minister, “geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid”, zegt u. Dat impliceert eigenlijk dat u, zodra bepaalde elementen van het solidariteitsmechanisme niet worden uitgevoerd, niet meer bereid bent om ons deel te doen. Iedereen weet dat het solidariteitsmechanisme maar werkt als alle afspraken die daarin worden gemaakt ook worden nagekomen. Zodra een of meerdere landen zeggen dat ze niet meedoen, stort het hele systeem in.
Het heeft er alle schijn van dat een aantal landen dat inderdaad van plan is. Ik heb u daarover een vraag gesteld, maar u hebt daar niet op geantwoord. Integendeel, u hebt gezegd dat wij onze verantwoordelijkheid pas zullen nemen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.
Dan rijst natuurlijk de vraag wat er zal gebeuren als dat niet het geval is. Ik denk dat we daar mogelijk wel op afstevenen.
U keek boos toen ik dat zei, maar ik interpreteer dat alsof de Europese Commissie eigenlijk zegt dat we onze fair share niet doen, dat we niet genoeg doen, want anders zouden we in de hoogste categorie zitten. Als alle landen die in de categorie at risk of lager zitten, moeten bijdragen, dan betekent dat dat we onze fair share niet leveren, maar misschien kunt u mij corrigeren, mevrouw de minister.
Voorzitter:
Een correctie van de minister?
Anneleen Van Bossuyt:
Ik ben daarmee begonnen, mijnheer Vandemaele, maar ik zal het voor u nog eens herhalen.
Ten eerste, de Europese Commissie erkent in haar evaluatie dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. Ten tweede, ze bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. De Europese Commissie bevestigt dus dat wij meer dan onze fair share doen. Ten derde, ze bevestigt dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is. Ik weet dus niet wat u gehoord hebt, maar dat zijn de elementen die de Europese Commissie expliciet in haar evaluatie vermeldt. U kunt misschien iets anders willen horen, maar dit is wat u leest in de evaluatie van de Europese Commissie.
Matti Vandemaele:
Ja, mevrouw de minister, ik heb u dat horen zeggen – het is niet dat ik niet geluisterd heb – maar als de Europese Commissie zegt dat wij het meeste opvang voorzien voor secundaire migratie, als ze erkent dat wij een geweldige druk ervaren, als al de elementen die u opsomt aanwezig zijn, waarom zitten we dan in de categorie at risk en niet in de hoogste categorie, in de categorie die zal ontvangen als het gaat over fair share ? Waarom zitten wij in de categorie van zij die moeten geven als het over fair share gaat? Waarom zijn die twee elementen niet met elkaar verbonden? Daar kunt u me duidelijk niet op antwoorden.
Het geneesmiddelentekort
Het geneesmiddelentekort en de Europese afhankelijkheid van ingevoerde producten
Geneesmiddelentekorten en Europese importafhankelijkheid
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 5 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met recordhoogte tekorten aan 650 essentiële geneesmiddelen (pijnstillers, astmamedicatie) door Europese coördinatiegebreken, afhankelijkheid van Azië (China/India) en marktmechanismen zoals contingentering en *just-in-time*-productie. Minister Vandenbroucke wijst op Europese initiatieven (o.a. *Critical Medicines Act*, solidariteitsmechanisme, verplichte *shortage prevention plans*) en Belgische maatregelen (stockmonitoringtool, aangescherpte sancties voor nalatige leveranciers, prijsstijgingen voor kritieke medicijnen), maar concrete timing en uitvoering ontbreken nog grotendeels—terwijl landen als Frankrijk en Duitsland wel bilaterale stappen zetten. Kritiek blijft dat Europa de oplossing vertraagt en België te afhankelijk is van import, ondanks beloftes na COVID-19 om strategische autonomie te versterken. Parlementsleden dringen aan op versnelling, verscherpt toezicht op leveringsplichten en prioritaire productie in Europa om geopolitieke kwetsbaarheid te verminderen.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de voorbije weken – ondertussen is dat al maanden, want de vraag dateert van september – berichtte de pers dat geneesmiddelentekorten in Europa een recordniveau bereiken. Dat wordt toegeschreven aan een gebrek aan coördinatie en strategie op Europees niveau, maar tegelijk ook aan de blijvende afhankelijkheid van import uit derde landen zoals China en India.
Tijdens de coronacrisis klonk nochtans luid en duidelijk de belofte dat Europa lessen zou trekken en meer farmaceutische autonomie zou nastreven. Men zou investeren in eigen productiecapaciteit en zo vermijden dat we nog langer gegijzeld worden door kwetsbare toeleveringsketens of geopolitieke chantage. Vandaag moeten we echter vaststellen dat er van die voornemens bitter weinig is gerealiseerd.
Welke stappen zet België concreet, zowel op nationaal vlak als binnen Europees overleg, om de bevoorradingszekerheid van essentiële geneesmiddelen te garanderen?
Kunt u bevestigen dat er een operationeel plan komt met duidelijke deadlines, afspraken en desnoods sancties voor wie nalatig blijft?
Hoe zult u ervoor zorgen dat de lessen van de coronacrisis, namelijk het belang van strategische autonomie en minder afhankelijkheid van dubieuze regimes, eindelijk wél worden omgezet in actie?
Ludivine Dedonder:
Monsieur le ministre, les pénuries de médicaments atteignent un niveau préoccupant en Belgique: près de 650 produits sont aujourd'hui en rupture de stock, ce qui place notre pays parmi les plus sévèrement touchés en Europe. Des traitements de première nécessité sont concernés – antidouleurs, anti-inflammatoires, produits contre l'asthme –, compliquant la vie quotidienne de milliers de patients.
Un récent rapport de la Cour des comptes européenne pointe la persistance de failles structurelles dans la réponse des États membres et de l'Union européenne. L'audit rappelle que, si une liste de médicaments critiques a été établie fin 2023, les mesures pour garantir leur disponibilité demeurent insuffisantes. La dépendance croissante vis-à-vis de la production en Asie, la logique de flux tendu adoptée par l'industrie, le contingentement économique et l'absence de coordination européenne en matière de stocks sont identifiés comme causes majeures.
Vous avez rappelé dernièrement que l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé (AFMPS) développe un Stock Monitoring Tool , que l'arrêté royal "transparence" impose déjà des obligations spécifiques aux grossistes répartiteurs et qu'un cadre plus strict pour l'obligation de service public – accompagné de sanctions – sera mis en place afin de responsabiliser l'industrie pharmaceutique. Vous avez également mentionné l'importance du projet européen, même si les moyens financiers prévus restent insuffisants.
Quelles conclusions tirez-vous de ce rapport de la Cour des comptes européenne?
À quelle échéance le cadre belge renforçant l'obligation de livraison et les sanctions à l'égard des acteurs de la chaîne du médicament sera-t-il finalisé et appliqué?
Comment comptez-vous associer la Belgique, de manière proactive, aux initiatives européennes afin de réduire notre dépendance aux importations hors Union européenne?
Quelles mesures spécifiques envisagez-vous pour protéger en priorité l'accès aux médicaments critiques pour les patients belges, notamment face au contingentement économique pratiqué par une partie de l'industrie pharmaceutique?
Frank Vandenbroucke:
Mesdames, je suis un peu gêné, et même fort gêné, parce que je n'ai pas de préparation en réponse à vos questions. Je n'ai pas, pour une raison que je ne comprends pas, vos questions chez moi, donc je n'ai pas de réponse. À vrai dire, la référence au rapport de la Cour des comptes européenne est extrêmement importante. C'est un rapport important qui a été débattu lors de la dernière réunion de la formation "santé" du Conseil. Il y a toute une série de recommandations que nous partageons. Hélas, je peine toutefois à donner une réponse précise, parce que je n'ai pas la préparation écrite.
Ik zal daarom eerst even ingaan op de drie vragen van mevrouw Sneppe, waarvan ik de voorbereiding wel voor mij heb liggen.
Welke stappen zetten we concreet? Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie is onder meer een solidariteitsmechanisme opgezet waardoor landen geneesmiddelen kunnen uitwisselen. We hebben ook een lijst van kritische geneesmiddelen kunnen laten opstellen, waarvan de kwetsbaarheden in kaart worden gebracht. Daarnaast is er een Critical Medicines Act in voorbereiding. Dit is een wetgevend kader dat een batterij aan maatregelen mogelijk moet maken, waaronder initiatieven om minder afhankelijk te worden van landen zoals China. Verder komt er nieuwe Europese geneesmiddelenwetgeving, die het voor de firma's verplicht zal maken om shortage prevention plans aan te houden.
Momenteel werken we aan de afronding van een stockmonitoring tool. Deze zal toelaten om voorraden beter op te volgen en indien nodig te verschuiven. Samen met de FOD Economie is er ook gewerkt aan een nieuw kader voor prijsstijgingen van geneesmiddelen die een risico lopen op kritieke onbeschikbaarheid. Dit kader maakt het mogelijk om een hogere prijsstijging toe te kennen dan gewoonlijk. Indien er toch een onbeschikbaarheid optreedt, is er een kader voor de invoer van geneesmiddelen uit het buitenland, dat solidair wordt gefinancierd door de industrie.
Ten tweede is het bestrijden van geneesmiddelentekorten een van de grote werven van het strategisch plan van het FAGG. Het agentschap heeft daarvoor een operationeel plan uitgewerkt dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Dit voorziet in continue monitoring van de geneesmiddelenmarkt, onder meer via inspecties, samenwerking met andere federale diensten en het gebruik van tools zoals de stockmonitoring tool.
Het FAGG kan optreden tegen actoren die hun wettelijke verplichtingen tot marktbevoorrading niet nakomen. Het regeerakkoord voorziet ook dat de sancties met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen verder zullen worden aangescherpt.
Ten derde, België kan niet op eigen houtje zorgen voor strategische autonomie. Dit vraagt om een Europese aanpak en een samenwerking tussen de lidstaten. Precies daarom heb ik in het verleden voorgesteld om een Critical Medicines Act op te stellen, waarover op dit ogenblik wordt onderhandeld in de Europese lidstaten en het Europees Parlement.
Voici quelques éléments plus précis sur le rapport de la Cour des comptes européenne. Nous souscrivons aux conclusions de ce rapport et nous soutenons également la majorité des recommandations qu'il contient. Il importe de noter que la mise en œuvre de la législation pharmaceutique révisée et du Critical Medicines Act permettra de résoudre la plupart des problèmes dans les années à venir.
Le rapport de la Cour des comptes européennes confirme que l'Union et ses États membres sont toujours confrontés à des lacunes dans leur approche de pénurie de médicaments. Dans ce contexte, je tiens à souligner quelques conclusions importantes du rapport et les initiatives belges qui y répondent.
Avec PharmaStatut, la Belgique dispose d'un outil efficace pour signaler et communiquer les ruptures de stocks. Chaque notification est évaluée par l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, ce qui permet de recenser rapidement et systématiquement les pénuries critiques. Comme l'indique le rapport – notamment la figure 8 –, la Belgique est en tête en matière d'informations correctes de l'Agence européenne des médicaments sur les pénuries critiques. La recommandation de la Cour des comptes visant à améliorer la communication sur les autres solutions possibles est mise en œuvre concrètement en Belgique par le biais de PharmaStatut et PharmaInfo. À l'avenir, des efforts seront déployés pour proposer des solutions alternatives de manière encore plus transparente.
La Cour des comptes souligne également les risques liés aux obligations nationales de stockage. La Belgique n'a pas d'obligation nationale, mais soupçonne avoir déjà été victime des obligations de stockage imposées par les autres États membres. La Belgique soutient la nécessité d'une approche européenne coordonnée dans ce domaine.
En outre, la politique actuelle en matière de marché public est trop axée sur les prix, de sorte que la production à bas coût en Asie est souvent privilégiée. La Belgique a soulevé cette question dans une note libre ( non-paper ) document informel en 2023, qui a conduit à la création de la Critical Medicines Alliance et la proposition du Critical Medicines Act. Par ailleurs, la distribution parallèle et les restrictions à l'exportation entraînent des perturbations du marché. La Belgique a prévu une réglementation nationale en matière de restrictions à l'exportation, qui n'est appliquée qu'aux pénuries les plus critiques et est correctement notifiée à la Commission européenne.
Madame Dedonder, votre deuxième question fait l'objet de discussions approfondies. Il est important d'examiner la manière de garantir l'obligation de livraison en concertation avec le secteur.
Troisièmement, au niveau européen, les efforts sont déployés pour prévenir les pénuries et remédier aux vulnérabilités dans la chaîne d'approvisionnement des médicaments. L'AFMPS participe activement aux discussions et aux projets pilotes des Shortage Prevention Plans et des Shortage Mitigation Plans, à l'élaboration et à la mise à jour de l'Union list of critical medicines, à l'élaboration d'une méthodologie pour déterminer la vulnérabilité de la chaîne d'approvisionnement des médicaments et au développement de l'European Shortages Monitoring Platform.
En outre, l'AFMPS a joué un rôle de premier plan dans la Critical Medicines Alliance qui a abouti au Critical Medicines Act, une proposition législative visant à améliorer l'approvisionnement en médicaments critiques et vulnérables et à renforcer l'autonomie stratégique de l'Europe dans ce domaine. Les initiatives susmentionnées sont également liées au Critical Medicines Act et font toutes l'objet d'un suivi actif au sein de l'Agence.
Quatrièmement, la distribution des médicaments est actuellement un processus particulièrement complexe en raison de la pluralité des acteurs. D'une part, le cadre juridique actuel impose des responsabilités aux titulaires d'autorisation de mise sur le marché, aux grossistes, aux grossistes répartiteurs et aux pharmaciens. D'autre part, nous constatons que des pratiques économiques telles que le contingentement et l'absence d'un cadre juridique suffisamment spécifique rendent difficile, dans la pratique, l'application de l'obligation de livraison.
Pour cette raison, l'AFMPS examine, en concertation avec toutes les parties concernées, une proposition visant à renforcer le cadre juridique relatif au service public et à l'obligation de livraison. Les titulaires d'une autorisation de distribution sont tenus de maintenir un stock suffisant pour garantir un approvisionnement continu aux patients. Ils doivent être en mesure de livrer les commandes des grossistes répartiteurs et des pharmacies dans un délai de trois jours ouvrables.
Les grossistes répartiteurs doivent, quant à eux, prévoir des stocks minimaux et assurer la livraison urgente dans les 24 heures. Le respect de l'obligation de livraison envers les grossistes répartiteurs est essentiel. Dans la pratique, l'obligation de livraison est actuellement difficile à faire respecter car le cadre juridique ne fait pas clairement la distinction entre les livraisons dans le cadre du service public et les autres activités des grossistes répartiteurs.
Étant donné qu’ils ne sont pas tenus d’indiquer la finalité des médicaments lors de leurs commandes, par exemple les livraisons à des pharmacies ou d’autres grossistes sans garantie qu’ils soient destinés au marché belge, il est alors difficile pour l’AFMPS de contrôler le respect de l’obligation de livraison. C’est pourquoi l’AFMPS souhaite mettre en place un cadre juridique plus clair, qui oblige les grossistes répartiteurs à indiquer explicitement les commandes dans le cadre du service public, afin de permettre des contrôles ciblés et de garantir le respect effectif de l’obligation de livraison.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Een lijst van 300 kritieke geneesmiddelen is natuurlijk niet niks. Het zijn vooral ook geneesmiddelen die patiënten dagelijks of wekelijks nodig hebben om hun levenskwaliteit op peil te houden.
Ik hoor u in uw planning veel spreken in de toekomstige tijd – we zullen dit en we zullen dat – maar ook hier heb ik geen concrete timing gehoord. Een land dat geen controle heeft over zijn geneesmiddelenketen, heeft eigenlijk ook geen strategische autonomie. In deze tijd van geopolitieke strubbelingen is dat heel zorgwekkend.
Het is eigenlijk meer dan vijf voor twaalf om de lessen die we uit de covidcrisis zouden moeten hebben geleerd, in de praktijk te brengen, zowel op nationaal als op Europees vlak. U verwijst graag naar Europa, maar helaas merken we dat Europa vaak de boel vertraagt en soms ook een deel van het probleem vormt. We kunnen niet op eigen houtje handelen, zegt u, maar landen als Frankrijk, Duitsland en Italië voeren toch bilaterale gesprekken en treffen maatregelen. Waarom zou België dat dan ook niet kunnen?
Ik hoop oprecht, mijnheer de minister, dat u de ernst van deze tekorten inziet en in de timing een tandje bijsteekt, zodat de lange lijst van kritieke geneesmiddelen op zijn minst kan worden ingeperkt. Voor een ontwikkeld land als België zou die eigenlijk zelfs niet mogen bestaan.
Dank u.
Ludivine Dedonder:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je vous encourage à continuer sur cette voie. Je dirai la même chose que ce que je répète depuis plusieurs années – et plus encore maintenant – dans le domaine de la Défense: il est fondamental d'avoir une autonomie stratégique européenne, tant au niveau de la Défense que dans les secteurs de la santé, de l'énergie, ou d'autres. Aujourd'hui et plus que jamais, nous avons besoin de limiter au maximum nos dépendances dans tous ces domaines et, évidemment, particulièrement en matière de santé, parce qu'elles peuvent constituer l'objet de mauvaises intentions de la part d'ennemis potentiels. Je vous encourage donc à continuer dans cette direction, à concentrer vos efforts pour nous permettre de limiter ces dépendances et de faire en sorte que la population dispose en temps voulu des médicaments dont elle a besoin pour se soigner. Vous avez parlé des difficultés de contrôle pour l'obligation de livraison, et je pense que les pistes que vous évoquez sont intéressantes. Il faut poursuivre en ce sens.
De concrete voordelen van de Belgische AI-antenne in het kader van het EuroHPC-netwerk
De mislukte kandidatuur van België om een AI Factory op ons grondgebied te vestigen
De verkeken kans op het Europese AI-project en de aangekondigde AI-antenne en AI-fabriek
De AI-strategie van België
België, AI-antenne, EuroHPC-netwerk en Europese AI-initiatieven
Gesteld door
MR
Anthony Dufrane
VB
Dieter Keuten
Vooruit
Nele Daenen
N-VA
Lieve Truyman
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kreeg wel een EU-gesteunde AI-antenne (5 miljoen euro, virtueel, gekoppeld aan Duitse en Finse supercomputers) maar geen AI-fabriek door gebrek aan gecoördineerde governance, onduidelijk budget en een versnipperde locatiestrategie (Zellik-Charleroi). De antenne, operationeel vanaf eind 2026, biedt toegang tot rekenkracht, data en training voor start-ups, universiteiten en overheden zonder lokale energiebelasting, maar vereist betere federale-regionale samenwerking en publiek-private financiering voor toekomstige projecten zoals een *AI Gigafactory*. Nederland haalde wél een fabriek dankzij 200 miljoen euro en reconversiemiddelen, wat vragen oproept over België’s energievoorziening, locatiekeuze (één site ipv twee) en versnelde voorbereiding voor volgende EU-kansen. De minister belooft vereenvoudigde governance, heldere rollen en een nationaal convergentieplan om de achterstand op buurlanden in te halen.
Anthony Dufrane:
Monsieur le président, je revoie à la version écrite de ma question.
Madame la ministre, la sélection de la Belgique pour accueillir une antenne d'intelligence artificielle dans le cadre du réseau européen EuroHPC représente une opportunité majeure pour notre écosystème numérique. Cette antenne, qui s'appuiera sur les infrastructures lourdes des usines IA allemandes et finlandaises, doit permettre aux chercheurs, start-ups et industriels belges d'accéder à des ressources de calcul de pointe, à un accompagnement technique et à des programmes de formation, sans devoir supporter le coût d'un centre de données géant. Cette initiative s'inscrit dans une stratégie européenne visant à démocratiser l'accès aux technologies d'IA et à renforcer la compétitivité des États membres, y compris les plus petits.
Pourtant, si les bénéfices théoriques sont clairs : accès simplifié aux supercalculateurs, transfert de compétences, mise en réseau des talents, il est essentiel de préciser comment cette antenne concrétisera ces avantages pour les acteurs belges.
Par ailleurs, le choix des lieux d'implantation de cette antenne sera déterminant pour maximiser son impact, notamment en termes de proximité avec les pôles académiques, les clusters technologiques et les entreprises innovantes. Une répartition équilibrée entre les Régions pourrait également garantir une couverture nationale et éviter les disparités territoriales.
Madame la ministre, quels sont les bénéfices concrets attendus pour le numérique belge, notamment en matière d'accès aux ressources de calcul, de soutien aux start-ups et de collaboration avec les acteurs académiques et industriels? Quels critères seront utilisés pour choisir les endroits où l'antenne IA sera implantée? Comment sera assurée une répartition équitable entre les Régions? Comment comptez-vous impliquer les acteurs locaux (universités, centres de recherche, entreprises) dans la gouvernance et l'utilisation de cette antenne, afin d'en maximiser l'impact économique et scientifique? Quel est le calendrier prévu pour le démarrage effectif de l'antenne?
En quoi cette antenne préparera-t-elle la Belgique à participer activement à des projets plus ambitieux, comme l'AI Gigafactory européenne, et quelles synergies sont envisagées avec les initiatives existantes en matière d'IA?
Nele Daenen:
Mevrouw de minister, recent raakte bekend dat België naast een belangrijk Europees AI-project heeft gegrepen. Daarbij kent de Europese Commissie middelen toe aan andere lidstaten voor de oprichting van zogeheten AI-fabrieken en AI-antennepunten. Deze projecten zijn bedoeld om data-infrastructuur, supercomputing en sectorale AI-toepassingen in Europa te versterken.
Volgens verschillende mediaberichten lag de oorzaak bij een gebrek aan coördinatie tussen de federale en de regionale overheden, waardoor ons land de kans misliep om een AI-antenne op te zetten. Dat roept uiteraard vragen op over het Belgische AI-beleid en over de samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus. Er rijzen ook vragen over wat er concreet zal gebeuren met de eerder aangekondigde AI-fabriek en AI-antenne.
Voorzitter: Roberto D'Amico.
Président: Roberto D'Amico.
Kunt u toelichten waarom België naast dit Europese AI-project heeft gegrepen?
Welke stappen worden er momenteel ondernomen om alsnog deel te nemen aan gelijkaardige Europese initiatieven, of om federale financiering te voorzien voor een Belgische AI-fabriek of AI-antenne?
Hoe wilt u in de toekomst de coördinatie tussen de federale en regionale actoren verbeteren, zodat ons land niet opnieuw digitale opportuniteiten mist?
Wat gebeurt er concreet met de reeds aangekondigde AI-antenne en AI-fabriek? Worden die alsnog gerealiseerd in aangepaste vorm of via andere middelen?
Lieve Truyman:
Mevrouw de minister, artificiële intelligentie is een heel belangrijk onderwerp. Europa hinkt achterop als we kijken naar de evoluties in de Verenigde Staten en China. Alle hens aan dek dus om daar werk van te maken. We mogen dit niet alleen als een onderwerp in deze commissie bekijken, het is ook van belang wat betreft economie en energie. Ik stel u deze vragen omdat u hier mee voor bevoegd bent.
België was kandidaat voor Europese steun voor de bouw van een AI-fabriek. Er werden 19 locaties bekendgemaakt, maar ons land werd helaas niet geselecteerd, een gemiste kans om deze innovatieve hub naar hier te krijgen. Samen met deze kandidatuur werd er ook een aanvraag ingediend voor Europese steun voor een AI-antenne.
Wat is de concrete reden waarom ons land geen steun kreeg voor de bouw van deze AI-fabriek? Betekent dit dat er in ons land helemaal geen AI-fabriek kan komen? Werd onderzocht of er hiervoor andere middelen kunnen worden ingezet? Hoever staat het met de procedure voor het verwerven van een AI-antenne? Wat houdt deze antenne precies in?
Wat betreft het luik energie, zal die AI-antenne extra energie vergen? Is ons land daarop voorzien? Hoe verloopt de communicatie met Europa en met de deelstaten om dezelfde strategie te implementeren, zodat Europa weerbaar wordt op het gebied van deze technologie?
De AI-ontwikkelingen en -toepassingen evolueren heel snel. Volgens uw beleidsnota zou u werk maken van een volwaardige AI-strategie. Hoever staat u met dat stappenplan? Wat zijn de juridische obstakels? Ik had ook begrepen dat er volgens de Europese AI-verordening uiterlijk tegen 2 augustus 2026 een AI-testomgeving op nationaal niveau operationeel zou moeten zijn. Lijkt u dat haalbaar? Wat zijn de concrete plannen daarvoor?
Dieter Keuten:
Mevrouw de minister, het voorstel dat door België werd ingediend om de AI- factory te huisvesten in Zellik en Charleroi, werd niet weerhouden. In Nederland, Litouwen, Polen, Roemenië, Spanje en Tsjechië komen er wel AI- factories .
Eerder werden er al 13 andere locaties voor AI-fabrieken in de Europese Unie gekozen, dus niet in België. We worden omringd door landen met AI-fabrieken, maar in België blijkt het voorlopig onmogelijk. Het is interessant dat de collega's de vragen deels zelf beantwoorden. Volgens cd&v ligt het aan het overleg met de deelstaten. De N-VA wijst op de energieproblematiek. Ik ben uiteraard ook benieuwd naar uw antwoorden en naar die op de volgende vragen.
Welke criteria heeft de Europese Unie volgens u doen besluiten om wel een AI- factory in Nederland te steunen, maar niet in België?
België werd, als ik het goed begrepen heb, wel geselecteerd om de AI-antenne te huisvesten. Dat hebt u toch onlangs zelf op uw LinkedIn aangekondigd. Waar en wanneer zal deze virtuele hub van start gaan? Er zou maximaal 5 miljoen euro aan Europese steun kunnen worden ontvangen voor die AI-antenne, die troostprijs. Hoeveel werd er reeds toegezegd en hoe zal dat project verder worden gefinancierd?
Ten slotte, mevrouw de minister, hoe zullen kmo’s, start-ups en universiteiten concreet gebruik kunnen maken van de gedeelde Europese AI-rekenkracht?
Vanessa Matz:
Dank u voor uw interesse in de projecten die ik leid op het vlak van artificiële intelligentie, een strategische uitdaging voor onze digitale soevereiniteit en ons concurrentievermogen.
Bij mijn aantreden als minister was er niets voorbereid om te kunnen reageren op de Europese oproepen inzake artificiële intelligentie en supercomputers. Ondanks een strakke timing hebben mijn teams rigoureus en transparant gewerkt om twee kandidaturen in te dienen: de eerste voor een AI-fabriek, de tweede voor een AI-antenne.
L'objectif était d'assurer une présence belge sur la carte européenne avec une seule des propositions en visant à minima l'antenne d'IA. Je me réjouis que cet objectif ait été atteint. La Commission européenne a validé l'antenne IA en Belgique. C'est une étape concrète et prometteuse.
La proposition pour une AI Factory n'a pas été retenue en raison de la structure décentralisée entre deux sites, Zellik et Charleroi. Cette configuration a entraîné une gouvernance complexe, un budget insuffisant aux contours peu clairs ainsi qu'une vision stratégique fragmentée, notamment sur la feuille de route et les responsabilités des partenaires. Malgré cela, notre écosystème IA a été salué pour sa qualité, l'expérience acquise guidera nos prochaines démarches.
L'antenne belge, structure dématérialisée sans implantation physique, connectera notre pays aux AI Factories LUMI en Finlande et JUPITER en Allemagne, deux des supercalculateurs les plus puissants d'Europe et probablement futurs piliers des AI Gigafactories.
Ze zal concreet toegang bieden tot gedeelde rekenkracht, kwaliteitsvolle data en opleidingen voor start-ups, universiteiten, onderzoekscentra en overheden. Zo maken we AI toegankelijker en stimuleren we innovatie.
L'antenne IA n'entraîne pas de consommation énergétique significative en Belgique. Les calculs de capacités intensives mobilisées dans le cadre de ces activités seront hébergés sur les superordinateurs européens, notamment en Allemagne ou en Finlande. C'est à ce niveau que se concentre la charge énergétique.
Le calendrier prévoit une signature avec l'EuroHPC fin 2025 - début 2026, suivie d'une phase de lancement de six mois, puis d'une phase opérationnelle de 12 mois avec mise en service du portail. L'antenne s'inscrit pleinement dans la stratégie IA de la Belgique, rassemblant les acteurs fédéraux et régionaux, FARI, VAIA, AI4Belgium, universités, instituts scientifiques fédéraux.
Dit succes, waarmee België een Europese bijdrage van 5 miljoen euro zal ontvangen, vormt de basis voor onze toekomstige kandidatuur voor een gigafabriek. We zullen de opgedane ervaring benutten om onze volgende kandidatuur voor te bereiden door de governance te vereenvoudigen, de rollen te verduidelijken en de federale en gewestelijke financiering te versterken. De samenwerking met de privésector wordt cruciaal volgens een publiek-privaat investeringsmodel.
En coordonnant nos efforts à tous les niveaux et en impliquant tous les acteurs (startups/recherche), je souhaite que la Belgique soit prête à saisir la prochaine opportunité européenne.
Zelfs onder de high factory is het binnenhalen van de high antenne een strategische overwinning. Ze plaatst ons in het hart van het Europese netwerk voor high performance , artificiële intelligentie en het versterkt ons vermogen om een referentiespeler te worden.
Je resterai pleinement engagée à porter cette ambition pour faire de l'IA un levier de développement pour notre économie, notre recherche, notre souveraineté numérique. Par ailleurs, pour davantage de détails, je vous invite à m'adresser une question écrite.
De samenwerking met Europa en de deelstaten gaat verder om een samenhangende digitale strategie uit te werken en onze technologische soevereiniteit te versterken. Momenteel bekijken we het nationale convergentieplan voor AI in samenwerking met economische en academische partners om nieuwe sectorale richtlijnen te integreren.
Ten slotte heeft de FOD Economie een studie afgerond over een regelvrije testzone. In overleg met de minister van Economie werk ik aan een wetsontwerp om ondernemingen een veilig en stimulerend experimenteel kader te bieden.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, je vous remercie pour les précieuses réponses, le temps que vous m'avez consacré. Je peux conclure en disant que l'arrivée de cette technologie permettra de mettre la Belgique sur la carte des IA, malgré l'échec de la venue de l'AI Factory. Toute notre industrie pourra bénéficier de cette antenne via la coopération avec les services finlandais et allemands. Je ne doute pas que vous continuerez à œuvrer dans cette direction pour de futurs dossiers et à surveiller l'accès équitable aux services dispensés pour les différentes régions du pays et les acteurs académiques.
Dieter Keuten:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw eerlijke en uitgebreide antwoorden.
Het is goed om te onthouden dat uw voorganger van de MR het dossier helaas nog niet had voorbereid, waardoor het voor u wat snel kwam, als ik een en ander goed tussen de lijnen lees.
Decentralisatie is in het dossier geen goed idee of is in elk geval niet goed onthaald. Laten wij daarom de volgende keer kiezen voor één locatie in plaats van twee locaties en zorgen voor voldoende budget. Nederland had 200 miljoen euro vrijgemaakt en heeft het project kunnen binnenhalen.
Vanessa Matz:
(…).
Dieter Keuten:
Ik heb u horen aangeven dat het budget een van de redenen was waarom onze kandidatuur niet werd weerhouden. Als ik de Nederlandse kandidatuur goed heb begrepen, werden daar behalve middelen van de centrale overheid ook reconversiemiddelen ingezet.
Dat lijkt mij misschien een idee. In mijn provincie Limburg zijn eveneens heel wat reconversiemiddelen beschikbaar voor een volgende AI- factory , zoals Nederland ze op een oude industriële site zal bouwen. Ook in ons land zijn er voldoende oude industriële sites die voor dergelijke reconversies geschikt zijn.
Ik heb u tot slot niet horen antwoorden op het energievraagstuk. Ik ben ook benieuwd hoe u bij toekomstige aanbestedingen de governance zult vereenvoudigen. Welke initiatieven zult u volgende keer nemen en welk overleg zult u volgende keer voeren met de deelstaten om de governance eenvoudiger te maken? Ik ben benieuwd.
Ondertussen moeten wij vaststellen dat er in Frankrijk voldoende energie beschikbaar is voor datacenters en AI- factories . Nederland steekt ons opnieuw voorbij. In België blijft het wachten op een eerste AI- factory .
Nele Daenen:
Bedankt voor uw omstandige en eerlijke antwoord.
Zoals blijkt, was de oproep inderdaad nog niet bijzonder goed voorbereid. U hebt echter alles gedaan wat binnen uw mogelijkheden lag. We hopen dat in de toekomst, wanneer een kandidatuur wordt ingediend, rekening zal worden gehouden met een minder complexe governance, zoals u aangaf, en dat het proces ook toegankelijker zal zijn. We hopen dan niet uit de boot te vallen.
We zullen het dossier zeker verder opvolgen, aangezien het van groot belang is en we kijken uit naar de verdere stappen die u zult ondernemen. Dank u.
Lieve Truyman:
Er werd al heel veel geantwoord door de collega’s. Het is inderdaad een belangrijk onderwerp. Ik begrijp dat u dit van nabij opvolgt en dat u, wat het AI-beleid betreft, over het 5G-netwerk beschikt, zodat dit met de nodige snelheid kan worden opgevolgd. Hopelijk komen we in de toekomst wel in aanmerking voor een AI-antenne. Ik had nog één kleine vraag, maar u mag die gerust per mail beantwoorden. Moet de overheid enige vergoeding betalen aan Finland of Duitsland om gebruik te maken van hun infrastructuur of technologie, meer bepaald van hun AI-antenne, of niet? Als u het antwoord op dit moment nog niet hebt, mag u dat gerust later per mail bezorgen.
De samenwerking met de Europese dwergstaten voor het afschaffen van de roamingkosten
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie gaat over onverwachte roamingkosten in microstaten zoals Andorre, Monaco en Vaticaanstad, die niet onder EU-regels vallen en dus geen gratis roaming bieden. Minister Matz bevestigt dat EU-brede afschaffing alleen via complexe internationale onderhandelingen mogelijk is, maar wijst op Belgische consumentenbescherming (automatisch blokkeren bij €50 en dubbele waarschuwingen). Prévot benadrukt dat dit plafond snel bereikt wordt (bv. door onbewust datagebruik) en pleit voor bilaterale EU-afspraken met deze staten. De kwestie blijft voorlopig onopgelost, maar Matz overweegt het te bespreken met Europese collega’s.
Patrick Prévot:
Madame la ministre, le 15 juin 2017, l'Union européenne a mis fin aux frais de roaming , probablement l'une des plus grandes avancées pour les citoyennes et les citoyens en ce domaine. Depuis lors, nous pouvons envoyer des sms, téléphoner ou surfer sur internet sans frais supplémentaires, partout sur le territoire des États membres de l'Union européenne – à ne pas confondre évidemment avec l'Espace Schengen. Pourtant, chaque année, particulièrement après la saison estivale, des articles de presse relatent les mésaventures de personnes qui ont reçu une facture très salée de la part de leur opérateur télécom.
De mauvaises surprises peuvent en effet surgir quand on oublie de couper sa 4G alors que l'on traverse la Suisse, mais je voudrais aborder avec vous aujourd'hui les frais supplémentaires qui sont appliqués par des micro-États, parfois traversés sans même que le voyageur s'en rende compte.
Je pense en particulier à Andorre, à Monaco et même au Vatican. Après une visite du Colisée, vous utilisez une application de géolocalisation pour découvrir la Place Saint-Pierre; sur la route du retour depuis la Côte d'Azur, vous bifurquez sur la Principauté. Dans les deux scénarios, sans le savoir directement, vos dépenses de vacances viennent de gonfler. J'espère qu'un jour, tout cela sera de l'histoire ancienne.
Madame la ministre, pourrions-nous avoir votre retour sur cette extension de la suppression des frais de roaming à des États non-membres de l'Union européenne? Je cible en particulier, vous l'aurez compris, les micro-États. La question de cette suppression avec Monaco, le Vatican ou Andorre a-t-elle déjà été évoquée ou creusée? Si tel est le cas, à quelles barrières se heurtent les États membres, pour lesquels la fin des frais de roaming est censée faire l'unanimité? Le sujet a-t-il déjà été évoqué? Comptez-vous l'aborder avec vos homologues européens?
Vanessa Matz:
Monsieur Prévot, les micro-États européens auxquels vous vous référez ne sont effectivement pas membres de l'Union européenne et, à l'exception du Liechtenstein, pas membres de l'Espace économique européen, où le régime "Roaming like at home" est également d'application. Dès lors, ils échappent à la compétence législative de l'Union européenne.
Certains opérateurs peuvent librement décider d'étendre le tarif à domicile à des pays tiers, ce qui est le cas pour Monaco, Andorre et le Liechtenstein chez un opérateur. N'étant pas membres de l'Union européenne, il conviendrait que cette dernière négocie des accords internationaux avec les micro- É tats dans l'intérêt des citoyens. Il faudra des négociations bilatérales ou multilatérales avec suivi aux niveaux technique, interopérabilité, réseau mobile, tarification et régulatoire.
Je peux évoquer le sujet avec mes homologues mais, de manière pragmatique, notez que l'État belge a inscrit dans sa législation une disposition qui protège les consommateurs d'une utilisation excessive de leur abonnement mobile en roaming . L'article 112 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques prévoit un mécanisme de blocage et un système de double alerte. Le mécanisme de blocage signifie que l'opérateur doit automatiquement suspendre les services internet lorsque la facture pour les services de données en roaming a atteint la limite de 50 euros hors TVA. Le système d'alerte signifie que lorsque le client a atteint 80 % du montant limite, son opérateur doit lui envoyer un sms, un email ou un pop-up pour le signaler. Lorsqu'il y a un risque que le client dépasse le montant de 50 euros, il doit à nouveau alerter le client et expliquer comment éviter la suspension des services de données. Il doit également préciser à combien s'élèvent les coûts. Si le client ne réagit pas à ce message, son opérateur suspendra le service internet. Sauf avec l'accord du client, il n'est donc plus question de factures vraiment salées en cas de roaming .
Patrick Prévot:
Merci madame la ministre pour votre réponse très claire et surtout l'instantané de la situation actuelle, singulièrement dans notre pays.
Vous l'avez rappelé, ces micro-États ne sont pas membres de l'Union européenne et ils ne sont donc pas concernés directement par la compétence législative de l'Union. Il faudrait idéalement pouvoir négocier des accords internationaux bilatéraux, ce qui serait à mon avis de bon aloi en termes de protection du consommateur.
J'entends que vous pourriez évoquer la thématique avec vos homologues mais cette protection belge empêche en tout cas d'exploser le plafond. Celui-ci peut tout de même être rapidement atteint lorsqu'on traverse ces micro-États, parfois même sans s'en rendre compte.
Ce plafond de 50 euros, ou même 80 % de celui-ci, peut très vite être atteint. Il suffit de recevoir quelques emails ou quelques messages, ou même un appel à ce moment-là.
J'entends évidemment le rappel de la situation en Belgique. C’est déjà une belle protection, en tout cas pour les consommateurs. Il serait aussi de bon aloi que vous puissiez l'aborder avec vos homologues.
Voorzitter:
La question n° 56009657C de M. Patrick Prévot est transformée en question écrite.
Voorzitter: Jeroen Soete.
Président: Jeroen Soete.
Voorzitter:
Collega's, we gaan verder met de vragen gericht aan minister Beenders.
Het verplicht optrekken van de quota in de raden van bestuur
De omzetting in Belgisch recht van de Europese 'Women on Boards'-richtlijn
Gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in bestuurlijke organen
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische transpositie van de EU-richtlijn *"Women on Board"* (minimaal 40% vrouwen in niet-uitvoerende RA-zetels of 33% in alle RA-rollen) loopt vertraging, ondanks de vervallen deadline (december 2024) en dreigende boetes. Beenders (ambitieus) bevestigt dat aanpassing van de bestaande quotawet in voorbereiding is via Justitie, maar MR (Bouchez) blokkeert een akkoord, terwijl de éinddatum (30 juni 2026) nadert. Désir benadrukt het nut van quota voor gelijke vertegenwoordiging en mentaliteitsverandering, maar vraagt concrete stappen en follow-up. Kernpunt: politieke tegenstand vertraagt verplichte EU-implementatie, ondanks bewezen effectiviteit van quota.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, comme vous le savez, la directive 2022/2381 du Parlement européen et du Conseil du 23 novembre 2022 relative à un meilleur équilibre entre les femmes et les hommes parmi les administrateurs des sociétés cotées demande à chaque État membre de veiller à ce que les sociétés cotées soient soumises à l'un ou l'autre des objectifs suivants, à atteindre au plus tard le 30 juin 2026. Les deux possibilités sont soit les membres du sexe sous-représenté occupent au moins 40 % des postes d'administrateurs non exécutifs, soit que les membres du sexe sous-représenté occupent au moins 33 % de tous les postes d'administrateurs, tant exécutifs que non exécutifs.
En mai 2024, une résolution avait par ailleurs été adoptée à la Chambre, à la suite de l’évaluation de la loi. Celle-ci demandait notamment de relever les quotas dans les conseils d’administration et de prévoir un quota pour les administrateurs exécutifs au sein des comités de direction.
Il y a quelques mois, monsieur le ministre, vous aviez affiché votre volonté de modifier notre législation en ce sens – en transposant ces directives –, tandis que M. Bouchez a rapidement fait savoir sur les réseaux sociaux que ces mesures ne faisaient absolument pas l'objet d'un accord.
Nous vous avons dès lors interrogé à plusieurs reprises sur le sujet, notamment lors des discussions relatives à votre exposé d’orientation et à votre note de politique générale, sans obtenir au final de réponses claires à ces questions.
Monsieur le ministre, pourriez-vous clarifier ce qui sera fait ou ne sera pas fait concernant les quotas dans les conseils d'administration et les comités de direction? Des discussions sont-elles enfin en cours au sein du gouvernement dans ce cadre? L'échéance du 30 juin 2026 approche et nous aimerions qu'elle soit tenue.
Rob Beenders:
Je vous remercie pour votre question.
Il s’agit d’une question relative à la directive "Women on Board". Vous savez bien que je suis très ambitieux sur ce sujet. À l’heure actuelle, c’est le ministre de la Justice qui est responsable du dossier. Les textes sont en cours de discussion et notre objectif est clairement de trouver une solution pour assurer la transposition avant la date fixée.
Nous disposons déjà d’un système de quotas en Belgique. Ce système devra toutefois être adapté sur certains points afin de répondre aux exigences de la directive. Des consultations débuteront prochainement sur la base de projets de textes rédigés par les services de la ministre de la Justice. Comme je l’ai déjà indiqué, nous sommes en train de discuter pour trouver un équilibre au sein du gouvernement.
Concrètement, la directive visant à améliorer l’équilibre entre les femmes et les hommes parmi les administrateurs des sociétés cotées offre aux États membres deux obligations: soit un objectif de minimum 40 % de représentation de chaque sexe parmi les administrateurs non exécutifs, soit un objectif de 33 % pour l’ensemble des postes d’administrateurs, qu’ils soient exécutifs ou non exécutifs.
Je tiens à rappeler que la directive doit être transposée par la Belgique et que, même si M. Bouchez s'y oppose, il faut le faire, faute de quoi la Belgique devra payer des amendes. Nous devons donc veiller à respecter les exigences imposées par l'Europe. En outre, le délai de transposition est déjà dépassé puisque la directive devait être transposée avant la fin décembre 2024. Je suis néanmoins convaincu que nous allons désormais progresser rapidement.
De même, je suis convaincu que les quotas ont déjà prouvé leur efficacité. L'évaluation des effets de la loi sur les quotas dans les conseils d'administration par l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes montre – dans son quatrième bilan de ladite loi – que l'adoption de la loi quota en 2011 a permis d'augmenter significativement la représentation des femmes au sein des conseils d'administration sans en augmenter la taille. Je reste également convaincu que la diversité, y compris au sein des conseils d'administration et des comités de direction, est un véritable atout. Dès lors, je continuerai à me battre pour trouver des solutions.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse parce que je vous sens combattif sur cette question, et j'espère donc que vous allez obtenir que cette directive européenne soit transposée comme il se doit. Comme vous, je pense que les quotas n'ont rien d'un gadget, mais qu'ils contribuent à faire changer à la fois les mentalités et les pratiques, et qu'ils permettent également aux femmes d'arrêter de s'autocensurer par rapport à leurs capacités. Je pense donc qu'il s'agit là d'une question essentielle. Peut-être qu'un jour, nous n'aurons plus besoin de quotas, et ce sera tant mieux. Mais en attendant, pour faire évoluer les choses, pour la représentation des femmes, ces quotas restent nécessaires. Et donc j'espère évidemment que vous arriverez à convaincre vos collègues du gouvernement de transposer ces directives dans les temps. Je reviendrai bien évidemment à la charge pour vous interroger sur l'évolution de ce dossier.
De Europese richtlijn inzake loontransparantie en gelijke beloning
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Caroline Désir benadrukt de hardnekkige loonkloof van 20% in België (2022) en wijst op structurele oorzaken zoals onbetaalde zorgtaken, tijdelijke arbeid in vrouwendominante sectoren en onderrepresentatie in leidinggevende functies, ondanks bestaande wetgeving (2012). Ze vraagt om versterking van de wet en snelle transpositie van de EU-directieve (mei 2023) over loontransparantie, met deadline juni 2025. Minister Beenders bevestigt dat de transpositie complex is (samenwerking met Emploi, Sociale Zaken, Justitie) en belooft efficiënte, niet-bureaucratische uitvoering om de kloof te dichten, zonder extra administratieve lasten voor bedrijven. Concrete maatregelen en timing blijven nog onduidelijk.
Caroline Désir:
Madame la présidente, pour le coup, ces questions auraient pu être jointes. Les voies des services sont parfois impénétrables, mais cela aurait été plus simple pour le ministre.
Je vais davantage vous interroger sur la directive et sa transposition, monsieur le ministre. Le principe "à travail égal, salaire égal", repris formellement dans la législation tant européenne que belge, constitue une pierre angulaire de l'égalité de traitement des femmes et des hommes sur le marché du travail. Pourtant, on vient encore de le rappeler, la réalité, malgré les progrès réalisés ces dernières années, reste tout autre. En Belgique, l'écart salarial brut annuel s'élevait encore à près de 20 % en 2022.
Je ne sais pas si vous l'avez vu d'ailleurs, mais un syndicat a communiqué il y a quelques jours sur le sujet en disant qu'à partir du 17 octobre, les femmes en Belgique travaillent gratuitement jusqu'à la fin de l'année. C'est quand même édifiant.
Comme l'indique l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes, le travail à temps partiel est la principale cause des différences de salaire moyennes entre les femmes et les hommes. Cette inégalité dans le travail à temps partiel est largement due à la répartition inégale des tâches ménagères et des soins et à l'organisation du travail dans les secteurs où travaillent de nombreuses femmes, comme par exemple dans le secteur de la distribution ou du nettoyage. Une autre cause importante se situe au niveau de la ségrégation. Les femmes exercent souvent d'autres fonctions dans d'autres secteurs et elles occupent moins souvent des fonctions dirigeantes.
Monsieur le ministre, en matière de lutte contre l'écart salarial, notre pays dispose de la loi du 22 avril 2012, que nous avions à l'époque portée avec Vooruit. Cette loi doit aujourd'hui être évaluée et améliorée. Envisagez-vous de renforcer cette législation?
Qu'en est-il de la transposition de la directive du 10 mai 2023 relative à la transparence des rémunérations? Quelles améliorations de notre législation sont-elles envisagées dans ce cadre? Selon quel calendrier? – sachant que la directive doit être transposée à nouveau d'ici juin de l'année prochaine.
Rob Beenders:
Il aurait en effet mieux valu joindre ces questions, car ma réponse sera quasi identique.
J’en profite pour indiquer que nous avons commis une erreur concernant une question précédente de Mme Maouane. J'ai reçu un mail concernant cette question. Je vous propose de la reporter et nous transmettrons la réponse par écrit. Il s’agit de la question sur l’étude sur le racisme de la Fondation Roi Baudouin. Nous n'y avons en effet pas répondu. Je vous prie de nous excuser pour cette erreur.
La présidente : La question n° 56009591C de Mme Rajae Maouane est donc transformée en question écrite.
Rob Beenders:
Madame Désir, je pense que cette directive est très importante. Nous devons transposer la directive sur la transparence des rémunérations, ce qui implique de nombreux partenaires ainsi qu’un processus très complexe. Je dois collaborer avec le ministre de l’Emploi, le ministre des Affaires sociales, la ministre de la Fonction publique et la ministre de la Justice. Il est vraiment important que nous transposions cette directive dans les plus brefs délais. Les travaux ont déjà commencé.
Pour moi, il est essentiel que cette transposition se fasse de manière intelligente, attentive et efficace. En effet, des entreprises pensent que la transposition entraînera davantage de charges administratives. Nous ne devons pas faire de gold plating ( de la surtransposition ), mais l’objectif est bien de réduire les différences salariales. C’est ce que nous devons réaliser avec l’ensemble des ministres. Nous collaborons pour transposer la directive au plus vite.
Caroline Désir:
Je vous remercie monsieur le ministre. Nous suivrons également ce dossier avec toute l’attention qu’il requiert, car là aussi, les délais de transposition approchent. Nous ne manquerons pas de vous réinterroger dans les mois à venir.
Drones boven het kamp in Elsenborn
Het drone-incident in Elsenborn
Drones boven België
Drones boven het militaire terrein in Elsenborn
De drones boven Elsenborn
Drones en de bescherming van kritieke entiteiten
Drones en de bescherming van kritieke entiteiten
De Belgische en Europese reactie op de dreiging die van drones uitgaat
Drones boven militaire zones en bescherming van kritieke infrastructuur
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om drone-incidenten boven het militaire kamp Elsenborn, waar 15 verdachte drones werden gedetecteerd, met vermoedens van buitenlandse spionage of hybride dreigingen. België kampt met juridische lacunes (geen duidelijke bevoegdheid om drones neer te halen buiten zelfverdediging) en investeert in antidronesystemen (detectie, jamming, kinetische neutralisatie), terwijl de Defensiecodex en het Nationaal Defensieplan dringend moeten worden afgerond voor heldere regels en middelen. De Europese "dronewall" (nu *European Drone Defence Initiative*) krijgt Belgische steun, maar men benadrukt dat de focus niet enkel op de oostgrens mag liggen—ook havens en interne dreigingen (bv. drones vanuit containers) vereisen aandacht. Samenwerking met NAVO, EU en Duitse autoriteiten loopt, maar concrete Belgische rollen en juridische aanpassingen blijven werkpunten.
Axel Weydts:
Mijnheer de voorzitter, mijn vraag is natuurlijk ingegeven door het incident boven het kamp van Elsenborn. De vraag was niet of België ooit aan de beurt zou komen met het overvliegen van drones die er niet thuis horen, maar wel wanneer dit zou gebeuren. Het is nu effectief ook gebeurd boven het kamp van Elsenborn.
Vanochtend hebben we hierover een zeer boeiende gedachtewisseling gehad in de commissie voor de Opvolging van Militaire Missies, achter gesloten deuren. Daar hebben we vernomen dat het onderzoek nog loopt. Ik heb daar respect voor. Mijnheer de minister, u zult straks hoogstwaarschijnlijk zeggen dat u nog geen informatie kunt verspreiden, omdat het onderzoek loopt, en dat moeten wij als commissieleden respecteren. Ik ben er ook van overtuigd dat u ons te woord zult staan zodra de informatie wel beschikbaar is.
Dit is echter geen op zichzelf staand incident. Overal in Europa zijn al soortgelijke incidenten gemeld, soms zonder gevolgen, soms met zware gevolgen, zoals het platleggen van een aantal luchthavens in Denemarken. Het is duidelijk dat Poetin ons test en pest. Op een gepaste manier reageren, is zeker niet gemakkelijk. Er moet altijd gestreefd worden naar proportionaliteit, zeker boven burgerdomeinen en civiele luchthavens. Die drones zomaar neerhalen klinkt eenvoudiger dan het in realiteit is. Dat beseffen wij heel goed. Het zal een zoektocht vergen naar een evenwicht om de juiste proportionele middelen en de juiste proportionele acties te koppelen.
Het ene incident is ook niet het andere. Jens Franssen heeft dit op VRT mooi verwoord. Het feit dat drones boven de bossen van Elsenborn de aanwezige everzwijnen kunnen detecteren, is misschien niet zo ernstig, maar als dergelijke drones boven de 10 de tactische wing in Kleine Brogel zouden worden gezien, dan hebben we te maken met een ander niveau van incident en zal daarop anders moeten worden gereageerd.
Mijn vraag is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, kunt u politiek nog iets toevoegen aan het debat dat wij vanochtend achter gesloten deuren hebben gevoerd?
Koen Metsu:
Naar aanleiding van een zeer interessante gedachtewisseling deze ochtend en wetende dat het onderzoek loopt, zijn er misschien enkele vragen waarop mogelijk wel een antwoord kan komen.
In de nacht van 2 op 3 oktober van dit jaar werden boven het militair terrein van Elsenborn, in de Oostkantons nabij de Duitse grens, vijftien drones waargenomen. Het incident werd blijkbaar toevallig opgemerkt dankzij een testopstelling die specifiek is ontworpen om drones te detecteren. Die opstelling wist de toestellen vast te leggen terwijl ze over het terrein vlogen. Het gaat om een terrein van 28 vierkante kilometer. Het terrein wordt gebruikt als trainingskamp voor de Landmacht, inclusief zones voor onder andere schietoefeningen. Volgens de pers zouden de drones vanuit België richting Duitsland zijn gevlogen, waar ze eveneens werden opgemerkt door de politie van het Duitse stadje Düren.
De herkomst van de drones en wie ze bediende, is voorlopig nog onbekend en dus onderwerp van het lopende onderzoek. Aangezien de drones mogelijk de landsgrens zijn overgestoken, kan het incident ook internationale implicaties hebben. De samenwerking met de Duitse autoriteiten is opgestart om de vluchtgegevens en eventuele sporen verder te analyseren.
Er kunnen mogelijk antwoorden komen op volgende vragen.
Welke maatregelen werden onmiddellijk na de waarneming genomen?
Kunt u iets meer zeggen over concrete stappen in het onderzoek en wanneer resultaten te verwachten zijn? Wordt er samengewerkt met andere Belgische veiligheidsdiensten, zoals de Veiligheid van de Staat of de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, in het kader van dat onderzoek?
Werd er een verhoogde paraatheid afgekondigd binnen Defensie naar aanleiding van dat incident?
Zijn er nog lacunes in de huidige wetgeving die het moeilijk maken om op te treden tegen ongewenste dronevluchten boven defensieterreinen?
Welke rol speelt Defensie bij het opstellen van nationale richtlijnen voor het dronegebruik in gevoelige gebieden?
Voorzitter:
Collega Vander Elst is momenteel in een andere commissie en collega Lacroix is verontschuldigd.
Annick Ponthier:
Boven het militair kamp van Elsenborn in de provincie Luik zijn recent in totaal vijftien verdachte drones waargenomen, verspreid over een periode van vier maanden. De meldingen gebeurden op wisselende tijdstippen, vaak ’s avonds of ’s nachts. Het terrein van Elsenborn is eigendom van Defensie en wordt gebruikt voor schietoefeningen van het Belgische leger en buitenlandse legers. De Luchtmacht, de militaire inlichtingendienst ADIV en de federale politie voeren momenteel een onderzoek naar de waarnemingen. U hebt vanmorgen nog bevestigd dat het onderzoek nog loopt.
We zouden toch graag wat meer informatie krijgen waar mogelijk. De incidenten zijn immers ernstig. De herkomst van de drones is nog niet bevestigd. Er bestaat een reëel risico dat gevoelige militaire informatie, zoals bewegingen, procedures en installaties, in kaart kan worden gebracht door kwaadwillende actoren, mogelijk in opdracht van buitenlandse inlichtingendiensten of extremistische groepen.
Bovendien vormt dit een rechtstreekse bedreiging voor de veiligheid van onze militairen, zeker wanneer drones op lage hoogte in actieve oefenzones opereren. U verwees in de media in dit verband naar de counterdronesystemen om, indien nodig, de toestellen uit de lucht te kunnen halen.
Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen voor u. Ook al weet ik dat het onderzoek nog loopt, kunt u meer informatie over dat onderzoek geven? Is er enig spoor naar de vermoedelijke operatoren of hun motieven? Gaat het om een hybride actie?
Hebt u aanwijzingen voor gevaar van drone-intrusies boven andere militaire locaties in België?
Welke maatregelen zult u nemen om de militaire site van Elsenborn en andere militaire terreinen beter tegen ongewenste drone-activiteiten te beveiligen?
Zijn er specifieke investeringen in antidronesystemen in de militaire programmeringswet gepland? Welke aanpassingen moeten er op juridisch vlak nog gebeuren?
Welke rol zal België spelen in de dronemuur die de EU samen met de lidstaten aan de NAVO-oostflank wil ontplooien?
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, depuis le précédent débat d'actualité, la Belgique figure désormais parmi les pays concernés par le survol de drones. En réponse à ce survol, la Commission européenne a proposé de créer, dans le cadre de l'opération de surveillance du flanc de l'Est, un mur anti-drones qui serait donc en fait un bouclier aérien qui pourrait couvrir le ciel européen. Berlin, quant à elle, travaille à la modification de sa loi sur la sécurité aérienne afin d'attribuer aux forces armées un rôle officiel dans la défense contre les drones, y compris le pouvoir d'abattre les aéronefs hostiles. Le Parlement européen a officiellement condamné les violations de l'espace aéré européen et les ingérences sur les infrastructures de l'Union européenne en appelant à des actions coordonnées.
Monsieur le ministre, en ce moment même, un projet de loi relatif à la résilience des entités critiques est en cours de discussion en commission de l'Intérieur. Le 30 septembre dernier, le commissaire général de la police fédérale a lui-même indiqué collaborer activement avec la Défense. Comment cette collaboration se concrétise-t-elle sur le terrain? Qu'en est-il face à ces nouvelles incursions de drones visant directement les entités critiques belges? Comment les missions de défense sont-elles amenées à évoluer dans la protection de nos entités critiques, que ce soit face aux menaces physiques telles que les drones ou les menaces cyber?
Alors que les pays baltes, la Pologne, la Finlande ou encore le Danemark sont favorables à l'initiative du mur anti-drones proposée par la Commission européenne et discutée lors du dernier Conseil européen, qu'en est-il de la Belgique? Soutenez-vous cette proposition? Quels moyens comptez-vous débloquer en ce sens? Les solutions européennes basées notamment sur l'expertise des entreprises belges et européennes sont-elles privilégiées?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je n'avais pas la chance d'être là ce matin, durant la première partie de la réunion de la commission. Je n'ai donc aucune information, puisque mon collègue Frank garde bien le secret – comme il se doit.
Monsieur le ministre, les incursions de drones dans les cieux européens se sont multipliées de manière assez régulière. Récemment, des drones ont survolé les installations militaires d'Elsenborn.
Face à cette menace, vous entendez d'abord avoir une réponse nationale pour protéger nos installations militaires. C'est évident, c'est d'ailleurs votre première responsabilité: nous protéger et protéger notre armée.
Pourriez-vous néanmoins nous expliquer ce qui a été planifié pour la protection des autres infrastructures critiques, tels que les aéroports, les centrales nucléaires, ou encore les centres de distribution alimentaire? On sait qu'à un moment ou l'autre, ces centres sont intéressants pour nos ennemis. Dès lors, quel rôle la Défense va-t-elle jouer dans le cadre de la protection de toutes ces infrastructures critiques?
L'enjeu des drones a également été saisi par l'Union européenne dans sa communication sur la feuille de route 2030 du 16 octobre 2025. La Commission a présenté deux flagship projects : l’ European Drone Defence Initiative , qui vise la mise en place d'une défense anti-drones sur le territoire européen d'ici 2027, et l 'Eastern Flank Watch , qui reprend l'idée du mur anti-drones à la frontière orientale de l'Union.
N’oublions toutefois pas que des drones pourraient très bien décoller de notre territoire. Ils peuvent arriver en kit sur le territoire et être montés et décoller de la Belgique.
Monsieur le ministre, la Belgique soutient-elle les deux initiatives mentionnées? Comment les projets nationaux vont-ils s'insérer dans le projet européen, et notamment au regard de ma troisième réflexion? Quelle sera l'insertion de ces projets dans les mécanismes déjà mis en place par l'OTAN?
Theo Francken:
Dank u allemaal, om aanwezig te zijn. Er waren veel vragen, dus is het goed dat er een vragensessie is. De voorzitter heeft mij gebeld met de vraag om iets extra in te lassen, omdat de vragen zich aan het opstapelen waren. Het is dus niet zo dat ik niet wil, maar er is momenteel veel ander werk. Er lopen ook nog andere commissiewerkzaamheden van Defensie, met hoorzittingen of werkbezoeken. Indien nodig kunnen we werken met volle dagen; alles is bespreekbaar, zolang ik het tijdig weet.
Ik moet vandaag om zes uur spreken in Oostende voor een paar honderd ondernemers en moet om halfvijf vertrekken om tijdig aanwezig te zijn. Die afspraak lag al geruime tijd vast. Ik doe momenteel een tour door heel Vlaanderen en zal later ook in Wallonië en Brussel presentaties geven.
Ik zal de vragen beantwoorden tot aan mijn vertrek en dan bekijken we op basis van de agenda wanneer we de rest verderzetten. Om vier uur wordt er bovendien taart aangeboden door het kabinet van Defensie. Ik hoop dat iedereen kan blijven om een stukje te eten. Als u in een andere commissie vastzit, kunt u nog altijd nadien langskomen. We hebben al hard gewerkt, het is u meer dan gegund, want het is al sinds deze ochtend redelijk intens.
In de nacht van 2 op 3 oktober werden boven het kamp van Elsenborn drones waargenomen. De betrokken eenheid heeft dit gemeld via de veiligheidsofficier aan de ADIV (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid), volgens de voorziene procedure. Het operationeel centrum van de Defensiestaf (COPS) werd verder op de hoogte gehouden.
Onmiddellijk vond informatie-uitwisseling plaats tussen politie, veiligheidsdiensten en luchtverkeersleiding om alle elementen te verzamelen en te delen. Over het incident loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek. De ADIV is aangesteld om het onderzoek mee te voeren naar de omstandigheden van de melding. Door het lopende onderzoek kunnen er actueel geen verdere details worden gecommuniceerd.
Er is een nauwe samenwerking met nationale en internationale partners. In dit specifieke geval is er doorgedreven samenwerking met de Duitse autoriteiten. In dezelfde context vond op 8 oktober bij het Nationaal Crisiscentrum overleg plaats met de nationale interdepartementale stakeholders over detectie, interventie en opvolging van drone-incidenten.
Defensie heeft daarnaast een sensibiliseringscampagne opgestart om de waakzaamheid in alle eenheden en kwartieren in België te verhogen, maar ook in operationele theaters bij de ontplooide detachementen. De Chef Defensie (CHOD) heeft hierover een duidelijke flashbericht verspreid om iedereen wakker te schudden.
Defensie beschikt over verschillende draagbare systemen om drones te detecteren, signalen te verstoren en indien nodig kinetisch te neutraliseren. Op dit ogenblik bestaat er echter geen expliciete juridische basis die militairen toelaat om drones te neutraliseren met kinetische middelen, behalve in het kader van wettige verdediging. Die expliciete mogelijkheid wordt wel voorzien in de toekomstige Defensiecodex.
Er bestaat wel een juridische basis om drones te jammen met het oog op de bescherming van militaire infrastructuur, militaire installaties, militaire transportmiddelen en militair materieel. Jamming kan dus, maar er is nog wat discussie over de vraag of we effectief drones mogen neerschieten. Met de codex is het echter duidelijk. Met de huidige wetgeving zou het onder bepaalde omstandigheden wel kunnen volgens mij, maar het is belangrijk juridische helderheid te creëren zodat de militairen die dergelijke handelingen moeten uitvoeren, ook juridisch beschermd zijn. Daar moet deze commissie steeds bezorgd over zijn.
In de militaire programmatiewet zijn investeringen voorzien in antidronesystemen, waaronder draagbare detectie ‑ en verstoringsmiddelen en aangepaste munitie voor kinetische neutralisatie.
België volgt de ontwikkelingen rond de zogenaamde Europese dronewall nauwgezet op. Men spreekt nu van het European Drone Defence Initiative, omdat ‘ muur ’ de lading niet echt dekt. Er is immers ook bescherming nodig tegen drones die niet uit het oosten komen, maar bijvoorbeeld uit een container in de haven, zoals bij Operation Spiderweb. In dat geval heeft men niets aan een muur aan de oostgrens, maar moet men ook hier bepaalde handelingen kunnen stellen.
In overleg met NAVO ‑ partners en industri ë le actoren wordt via de taskforce Drones en Innovatie ge ë valueerd op welke vlakken Belgi ë een meerwaarde kan bieden, met bijzondere aandacht voor innovatie, situational awareness en de bescherming van het eigen grondgebied.
Juste avant l'été, le groupe de travail Drones a été créé afin de rationaliser les projets et l'organisation existants en matière de drones et de lutte contre les drones au sein de la Défense, d'accélérer le cycle d'innovation ainsi que d'entamer et de renforcer les collaborations avec l'industrie.
Dans ce cadre, le groupe de travail se trouve actuellement dans la première phase, à savoir la cartographie des initiatives existantes au sein et autour de la Défense, ainsi que l'étude des capacités de notre industrie, de nos centres de recherche et du monde académique dans ces domaines spécifiques. Par ailleurs, je me réjouis que le groupe Groen-Ecolo ait changé d'avis et soutienne aujourd'hui des études des capacités de notre industrie en matière de contre-drones.
Nee, dat is geen taboe.
À moyen terme, les innovations mises en œuvre dans le domaine des anti-drones et drones pourront également être intégrées dans les processus globaux de la Défense.
L'évaluation en cours concernant une mise en œuvre accélérée de certains éléments relève de la protection de la sécurité opérationnelle. À ce sujet, je vous renvoie à la commission de Suivi des missions militaires. Je tiens à souligner que l'analyse des risques pour les sites critiques relève en premier lieu de la responsabilité de l'entité concernée, et en second lieu du Centre de crise national.
La Défense effectue cette analyse pour ses propres sites, ce qui constitue notamment l'un des éléments déclencheurs de la soumission imminente d'un dossier visant une réponse rapide à la menace aiguë. Elle n’examine, dans un troisième temps, certains aspects des autres sites que dans le cadre de l'élaboration d'une série de plans nationaux relatifs à la défense du territoire national, conformément à l'article 3 de l'OTAN.
Dit betreft dus het Nationaal Defensieplan, dat volop wordt uitgewerkt en zeker ook uitgebreid aandacht zal besteden aan de nieuwe dreigingen. Ik wil nogmaals onder de aandacht brengen dat er behoorlijk veel waarnemingen van drones zijn. We moeten dus snel optreden en efficiënt werken. Het is niet eenvoudig om op die dreiging te reageren, maar het is wel zeer belangrijk ons daartegen te wapenen. Let’s go , zou ik zeggen.
Axel Weydts:
Het verheugt mij dat het geen dronemuur op Europees niveau en binnen de NAVO meer is, ook al is het misschien slechts een semantische discussie. Ik heb de eerste minister hier ook vragen gesteld in het kader van de voorbereiding van de top in Denemarken. Mijn kritiek was toen dat de aandacht te veel naar de oostgrens gaat. We begrijpen uiteraard dat het brandt aan de oostgrens, maar België is door de Noordzee en onze havens eveneens een frontline nation .
U verwijst terecht naar de Oekraïense droneoperatie vanuit een container, diep in Rusland. Het moet daarom over meer dan een muur gaan en de focus mag niet uitsluitend op de oostgrens gericht worden. Het is goed dat dit in die zin is aangepast.
Verder kijken wij zeer uit naar de codex, het wettelijk kader, niet alleen voor dit thema maar ook voor andere thema’s, zoals de inzet van militairen op straat, zodat daar een duidelijk mandaat voor bestaat. We kijken daar zeer naar uit, net als naar het Nationaal Defensieplan. Ik vermoed dat dit de komende weken en maanden op ons bord zal komen.
Koen Metsu:
Ik herhaal alleen de laatste woorden van de minister: “ Let’s go ”. Het antwoord was duidelijk. We wachten het onderzoek af en volgen dit nauwgezet op. Het kader, de codex, lijkt ons van cruciaal belang. Alle support voor de let’s go .
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, u zei dat het gerechtelijke onderzoek, in samenwerking met de ADIV, nog loopt. We mogen uiteraard niet vooruitlopen op de resultaten van het onderzoek, maar ik denk dat we deze vraagstelling wel uitgebreider mogen bekijken, we moeten het niet over Elsenborn alleen hebben.
U zei dat er momenteel eigenlijk geen wettelijke basis is om drones uit de lucht te halen, tenzij in het kader van zelfverdediging. Men kan ze alleen jammen. Ik meen dan te kunnen stellen dat we absolute prioriteit moeten geven aan het wegwerken van die belemmeringen op korte termijn, we moeten deze maximaal wegwerken. Bijkomend, de innovatiecyclus van drones of UAV’s verloopt zeer snel. Daarom moeten wij absoluut voldoende inzetten op onderzoek en ontwikkeling op dat vlak.
Met betrekking tot mijn laatste vraag, u zei dat de drone wall of dronemuur niet meer zo mag genoemd worden. We moeten nog eens goed bekijken hoe we het dan wel noemen.
Theo Francken:
Drone bubble.
Annick Ponthier:
Ik vroeg u welke rol België zal spelen in heel dat verhaal. We zitten natuurlijk ook met het NAVO-antwoord op die vraag, met de Eastern Sentry en de drone wall op Europees niveau. Daarover bestaat nog veel onduidelijkheid. Wie zal welke rol op zich nemen? Wat kunnen wij doen en wat mogen we niet doen, zodat we niet in elkaars vaarwater komen? Dat is ook heel belangrijk. Vooralsnog heb ik daar geen duidelijk antwoord op gekregen. Laten we concluderen dat u zich daarvoor zult inzetten, zodat België daar actief een rol in kan spelen. Welke dat op dit moment is, weten we nog niet. Dit wordt ongetwijfeld nog vervolgd.
Philippe Courard:
Monsieur le président, je n’ai pas de réplique.
Stéphane Lasseaux:
Merci, monsieur le ministre, pour les réponses.
Nous attendrons les retours et les éclaircissements nécessaires de l'enquête qui a été évoquée. Nous insistons vraiment sur le fait qu’il importe que la Belgique s'inscrive réellement dans les initiatives lancées. Nous sommes satisfaits que l'on puisse apporter notre plus-value, ce qui est également très important. Par ailleurs, il convient d’être particulièrement attentif au fait que des mini-drones en kit peuvent aussi arriver sur le territoire belge. En cette matière, nous devons pouvoir intervenir. Dès lors, le fait de légiférer permettrait d'intervenir rapidement le cas échéant. Merci pour votre attention.
Theo Francken:
Ik wil nog toevoegen dat het op de agenda van de Europese Raad van morgen en overmorgen staat.
De uitvoering van de richtlijn betreffende loontransparantie
De gelijke beloning van vrouwen en mannen
De voortgang van het BE-MAGIC-project
De stavaza met betrekking tot de omzetting van de richtlijn inzake loontransparantie
De omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie
De loontransparantierichtlijn
De omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie
Implementatie en voortgang van de Europese loontransparantierichtlijn
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omzetting van de EU-richtlijn loontransparantie (deadline: 7 juni 2026), bedoeld om de hardnekkige loonkloof van 20% (tot 40% bij arbeiders) aan te pakken via transparantie, rapportageplichten en sancties. Standpunten: Sommigen (Vanrobaeys, Schlitz, Pirson) benadrukken de noodzaak van strikte implementatie (met steun voor bedrijven) om gelijke beloning af te dwingen, terwijl Ronse waarschuwt voor overmatige administratie en pleit voor minimalistische uitvoering om de industrie niet te belasten. Minister Clarinval bevestigt dat de voorbereiding loopt (via sociale partners en BE-MAGIC-project), maar concrete wetgeving ontbreekt nog. Kernpunt: Transparantie vs. administratieve last – de richtlijn moet effectief inegaliteit bestrijden zonder bedrijven te verzwaren.
Voorzitter:
Le cabinet me demande de vous indiquer que si vous souhaitez transformer votre question en question écrite, vous pourrez disposer de la réponse tout de suite. Cette proposition vous est faite compte tenu de la nécessité pour le ministre de rejoindre le kern à 16 h.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, vrouwen moesten tot 14 maart 2025 werken om evenveel te verdienen als wat mannen in 2024 hadden verdiend. Dat is alom bekend. Het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’ is verankerd in Belgische en Europese regelgeving. Discriminatie op basis van geslacht is verboden, maar toch blijft de loonkloof hardnekkig bestaan. Die kloof bedraagt gemiddeld 20 % en is groter in de privésector dan in de openbare sector. Bij arbeiders loopt het verschil zelfs op tot meer dan 40 % op jaarbasis, wat meer is dan bij bedienden. Ook bij kleinere ondernemingen bedraagt de loonkloof meer dan 20 %.
Op 10 mei 2023 gaf het Europees Parlement groen licht voor de richtlijn inzake loontransparantie. Die richtlijn moet uiterlijk tegen 7 juni worden omgezet in nationale wetgeving. Ze bevat bepalingen over transparantie bij vacatures, het recht op informatie voor werknemers, verplichte rapportering door ondernemingen en sancties bij loondiscriminatie.
In de Nationale Arbeidsraad wordt momenteel gewerkt aan een inventaris van bestaande wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten om die omzetting voor te bereiden.
Mijnheer de minister, hoever staat de voorbereiding en de uitvoering van de Europese richtlijn inzake loontransparantie? Hoe zult u ervoor zorgen dat de omzetting van die richtlijn daadwerkelijk leidt tot een versterking van de Belgische loonkloofwet van 2012, met meer controle, sancties en transparantie, in plaats van een louter administratieve oefening zonder meerwaarde? Zal de richtlijn ook gelden voor overheidsdiensten, waar de loonkloof kleiner maar nog steeds aanwezig is? Zult u inzetten op flankerende maatregelen, zoals begeleiding en ondersteuning van ondernemingen bij de implementatie van de rapportageverplichtingen?
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, la discrimination salariale entre les hommes et les femmes reste une réalité criante en Belgique. Les chiffres parlent d'eux-mêmes. Malgré des décennies de mobilisation, l'écart de rémunération persiste. Cet écart contribue directement aux inégalités entre les femmes et les hommes, à la précarité accrue de nombreuses femmes, et constitue une atteinte flagrante au principe fondamental d'égalité entre les sexes inscrit dans notre Constitution et dans le droit européen.
À cet égard, la directive européenne du 10 mai 2023 représente une avancée essentielle. Elle renforce l'application du principe de l'égalité de rémunération pour un travail égal ou de valeur égale, en instaurant notamment des obligations de transparence salariale et en imposant aux États membres de développer des outils d'évaluation et de classification des emplois neutres du point de vue du genre. La date butoir de la transposition est fixée au 7 juin 2026, ce qui implique dès à présent un travail soutenu au niveau national.
La Commission européenne a d'ailleurs mis à disposition des fonds via le programme Citoyens, Egalité, Droits et Valeurs (CERV) pour accompagner ce processus. La Belgique a été retenue avec le projet BE-MAGIC porté par votre ministère. L'objectif, c'est non seulement d'assurer une transposition correcte de la directive dans notre droit, mais aussi de soutenir les partenaires sociaux dans la concertation sectorielle en leur offrant des outils adaptés.
Monsieur le ministre, où en est concrètement le projet BE-MAGIC? Quelles étapes ont-elles déjà été franchies et quelles actions sont-elles prévues dans les prochains mois pour outiller efficacement les partenaires sociaux et les commissions paritaires? Pouvez-vous indiquer à la Chambre à quel horizon vous envisagez de déposer un projet de loi de transposition de la directive pour garantir que la Belgique respecte les délais européens et pour qu'elle donne un signal fort en matière d'égalité salariale entre les femmes et les hommes?
Axel Ronse:
Binnen de Europese Commissie heeft er naar mijn mening iemand aandelen in de papier- en kartonsector. Telkens immers wanneer een richtlijn wordt gepubliceerd, resulteert dat werkelijk in een diarree aan rapporteringsverplichtingen. Er is dus een stroom van papier, papier en nog eens papier, ondanks de European Sustainability Goals.
Nu is er ook de wet op de loontransparantie. Evident is dat een nobel doel, maar hoe ziet die richtlijn eruit? Grote bedrijven moeten verplicht rapporteren. Bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten vanaf 2031 ook verplicht rapporteren. Als ze boven 5 % uitkomen, moeten ze een schriftelijk actieplan voorleggen. Nochtans is China ons op dit moment economisch volledig uit de markt aan het concurreren. Terwijl men in de Verenigde Staten steeds meer overheidssteun verleent, legt Europa ons bijkomende papieren verplichtingen op.
Het ergste is dat België op Europees niveau de beste leerling van de klas is. Wij dreigen door de richtlijn opnieuw te worden versmacht.
Ik heb daarover al een aantal schriftelijke vragen gesteld. Ik lig er net als veel bedrijven echt van wakker. Geen enkel bedrijf weigert te werken aan loontransparantie, maar ze walgen en braken allemaal van al die papieren verplichtingen.
Mijnheer de minister, bestaat er op een of andere manier een mogelijkheid om die richtlijn minimalistisch uit te voeren, zodat ze vooral haar doel dient en niet de papierindustrie?
Ziet u het zitten om samen met de eerste minister naar Europa te stappen om aan te geven dat het gedaan moet zijn met al dat gezever, en dat Europa eindelijk moet beginnen inzien dat de auto-industrie het moeilijk heeft en dat we nood hebben aan deregulering in plaats van aan versmachtende regulering?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, le 10 mai 2023, le Parlement européen a adopté la directive 2023/970 visant à renforcer la transparence salariale et à combler l'écart de rémunération entre les femmes et les hommes. Les États membres, dont la Belgique, ont jusqu'au 7 juin 2026 pour transposer ce texte dans leur droit national.
Plus de deux ans plus tard, force est de constater que la Belgique accuse un retard. En effet, aucune nouvelle mesure législative n'a encore été adoptée au niveau fédéral, contrairement à la Fédération Wallonie-Bruxelles, qui a déjà transposé la directive et impose depuis janvier 2025 des obligations aux employeurs et établissements d'enseignement sous sa juridiction.
Monsieur le ministre, pouvez-vous indiquer clairement où en est le processus de transposition de cette directive? Quel est votre calendrier d'ici l'échéance? Enfin, pouvez-vous garantir que le gouvernement respectera l'échéance européenne de juin 2026?
Voorzitter:
M. Jeroen Van Lysebettens est absent.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ma question vise à vous demander où vous en êtes dans la transposition de la directive relative à la transparence des salaires, qui constitue, en réalité, un levier essentiel pour l’égalité salariale entre les femmes et les hommes. Vous avez jusqu’au 7 juin 2026 pour transposer cette directive dans le droit national. J’aimerais donc savoir où en est le travail, et à quel moment un projet de loi pourrait arriver sur la table.
Par ailleurs, étant donné qu’il me reste un peu de temps, j’aimerais rappeler à M. Ronse que les inégalités salariales entre les hommes et les femmes ne font rire personne et certainement pas les femmes. Si les employeurs rémunéraient de manière équitable, et offraient des temps de travail identiques aux hommes et aux femmes, nous n’aurions pas à produire tout ce travail de paperasserie au niveau européen, ni à procéder ensuite à sa transposition au niveau national.
Si la transparence salariale était d'office de mise, et si les employeurs transmettaient automatiquement – ou à la demande – les salaires pratiqués dans l’entreprise, avec tous les avantages qui les accompagnent, il ne serait pas nécessaire de mettre en place des directives et des transpositions.
Ne vous trompez pas de combat, monsieur Ronse: l’écart salarial a pour conséquence que des femmes ne sont pas rémunérées correctement pour le travail qu’elles fournissent, et que si elles étaient des hommes, elles seraient mieux rémunérées, ce qui est profondément injuste. J’imagine que vous partagez ce constat.
Par ailleurs, c’est aussi un manque à gagner pour la sécurité sociale. Car si les femmes gagnaient autant que les hommes pour le travail qu’elles exercent, elles disposeraient automatiquement de davantage de pouvoir d’achat, ce qui leur permettrait de consommer, de faire tourner l’économie, mais aussi de contribuer davantage aux cotisations sociales, aux pensions, aux soins de santé, etc.
Nous avons tous à gagner à tendre vers plus d’égalité. Si la Belgique est exemplaire, cela ne signifie pas que l’écart salarial a disparu. Il faut continuer à être le meilleur élève en la matière.
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, de Europese richtlijn inzake loontransparantie wil het principe ‘gelijk loon voor gelijkwaardig werk’ versterken en het gebrek aan informatie en transparantie over de verloning als een van de hoofdoorzaken van de loonkloof en loondiscriminatie via zeer gerichte maatregelen aanpakken. Die richtlijn moet inderdaad tegen 7 juni 2026 in het Belgisch recht worden omgezet.
De Europese richtlijn inzake loontransparantie lijkt duidelijk in haar doelstelling om de loonverschillen tussen vrouwen en mannen te verkleinen, maar dat is in de praktijk desalniettemin zeer complex.
Het principe van gelijk loon voor gelijk werk is niet nieuw in België, maar het klopt dat de richtlijn voorziet in bepalingen en maatregelen inzake transparantie, zowel op individueel als op collectief niveau, die verder gaan dan wat momenteel in het Belgisch recht is opgenomen. De omzetting van de richtlijn in het Belgisch recht is dus een zware en ingewikkelde opdracht.
In dat kader onderzoeken de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, die samen copiloot zijn voor de omzetting, evenals de RSZ, de mogelijkheden om hulpmiddelen ter beschikking te stellen van de ondernemingen en om hen de mogelijkheid te bieden om gebruik te maken van automatische overdrachten van de loongegevens die in de administratieve databanken beschikbaar zijn.
Momenteel onderhandelen de sociale partners over dat dossier binnen de Nationale Arbeidsraad, met het oog op een omzetting, in eerste instantie, in een collectieve arbeidsovereenkomst, althans voor de privésector. De bevoegde administraties ondersteunen de sociale partners daarbij door hun technische kennis en hun gegevens ter beschikking te stellen.
Je suis également convaincu qu'en regroupant les connaissances et les expériences des différents acteurs mentionnés précédemment, nous parviendrons à mettre en œuvre une solution viable et soutenue, ceci dans le but de réduire l'écart salarial et la discrimination salariale entre les hommes et les femmes. Je ne suis toutefois pas encore en mesure de fournir de détails concrets à ce sujet. Je tiens également à vous confirmer que la directive s'applique aussi au secteur public. Elle doit être transposée dans la réglementation fédérale et régionale par les autorités compétentes en la matière. Je ne m'exprimerai toutefois pas davantage sur cette partie, car cela ne relève pas de ma compétence, mais de celle de ma collègue Mme Matz. Comme vous le savez, je ne suis compétent que pour ce qui concerne le secteur privé.
Pour conclure, je peux également vous informer que dans le cadre des travaux de transposition, une attention particulière est accordée aux pistes qui aideront au maximum les employeurs à remplir leurs nouvelles obligations et qui allégeront leurs charges administratives. Car en effet, comme M. Ronse l’a dit, le mieux est l'ennemi du bien et parfois, des surcharges administratives peuvent être contre-productives.
En réponse à la question de Mme Pirson sur BE-MAGIC, ce projet ne se concentre pas sur la transposition de la directive elle-même, mais il vient la compléter. Le projet BE-MAGIC vise principalement à soutenir les partenaires sociaux dans le cadre des concertations sectorielles sur les structures de rémunération, en mettant à leur disposition des outils pour des systèmes neutres en matière de genre – pour la classification et la valorisation des fonctions – et en élaborant des lignes directrices sur la manière dont les aspects de salaire égal à travail égal et de transparence peuvent être protégés et transposés dans les conventions collectives sectorielles. Le projet est divisé en plusieurs volets et s'étend sur une période de deux ans. Après une première journée d'études, l'analyse juridique préparatoire a entre-temps été terminée dans ce cadre. Dans le troisième volet du projet, qui est actuellement en cours de réalisation, les systèmes sectoriels existants de classification et d'évaluation, ainsi que d'autres avantages salariaux, sont cartographiés dans une perspective de transparence salariale neutre du point de vue du genre.
Voilà, monsieur le président, les réponses aux différentes questions en l'état actuel des choses.
Voorzitter:
Je vous remercie, monsieur le ministre.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Mijnheer Ronse, ik vind dat u in de Efteling kunt gaan staan, naast Holle Bolle Gijs: “Papier hier”. Uiteraard moeten we er altijd over waken dat het administratief eenvoudig blijft voor de bedrijven, maar de oorzaak van de Europese richtlijn is dat er te weinig verbetering was. Na al die jaren is er nog altijd geen gelijk loon, zelfs niet voor gelijk of gelijkwaardig werk.
In die zin steun ik dat dus volledig. Er moet een tandje bijgestoken worden, want het heeft een impact op de gehele loopbaan van vrouwen, ook op hun pensioen. Die tijd zijn we toch al lang voorbij? Naar mijn mening had die nooit mogen bestaan. Gelijk loon voor gelijk werk is iets dat we moeten afdwingen.
Mijnheer de minister, ik kijk uit naar de cao die daarover hopelijk zal worden gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Ik denk dat de sociale partners het best geplaatst zijn om ervoor te zorgen dat dat principe wordt afgedwongen en om te kijken naar de administratieve mogelijkheden voor ondernemingen.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
L'égalité salariale ne se décrète pas, elle se construit pas à pas, avec des outils concrets et une vraie volonté politique. Pour Les Engagés, le projet BE-MAGIC va dans la bonne direction, à savoir celle d'une transparence accrue et d'un accompagnement réel des partenaires sociaux, pour corriger les écarts de rémunération. Nous soutenons pleinement cette démarche, car elle traduit en actes le principe d'égalité qui figure dans notre Constitution et dans le droit européen. Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre engagement à faire avancer cette cause que le groupe Les Engagés juge essentielle.
Axel Ronse:
Het project BE-MAGIC heeft zijn naam niet gestolen. BE-MAGIC, abracadabra, Europa komt en lost alle problemen op met een toverstokje. Het toverstokje is een richtlijn voor alles, binnenkort over het soort ondergoed dat we moeten dragen. Alles wordt geregeld via Europese richtlijnen, die de lidstaten vervolgens mogen omzetten.
Het is tijd om daarmee te stoppen. Onze industrie heeft zuurstof nodig. Stop met het pesten van onze ondernemingen. Evident ben ik voor gelijk loon voor dames, absoluut. Laat dat evenwel niet opnieuw gepaard gaan met eindeloze rapporteringen en een diarree aan actieplannen. Neem dat element gewoon op in de sociale balans of in de eindrapportering, in bestaande documenten, maar voer toch alstublieft geen nieuwe paperasserij in. Collega’s, het doel wordt volledig gemist. Volledig!
Mijnheer de minister, ik vraag u dan ook om te waken over een minimalistische, hyperminimalistische invulling van die richtlijn. Liever gisteren dan vandaag zie ik u met eerste minister De Wever in Europa op tafel slaan, omdat het gedaan moet zijn met die abracadabra. Europa moet onze industrie zuurstof geven en bevrijden van al die onzinnige en dwaze regels, die enkel de belangen van talloze consultants dienen. Tot daar mijn bescheiden inbreng.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je vois que c'est sympa chez vous, dans le gouvernement. Je suis désolée, monsieur Ronse, deux ans après l’adoption d’une directive européenne, vous avouerez quand même que le fédéral est un petit peu à la traîne.
Nous parlons ici d'un outil essentiel de justice et d'égalité réelle, qui permet aux femmes de faire valoir leurs droits. Chaque jour de retard est un jour où le gouvernement cautionne ces inégalités. C'est inacceptable. Alors pourquoi attendre et traîner autant?
Ce gouvernement, doit essayer de reléguer l'écart salarial entre les femmes et les hommes au second plan. Les femmes de ce pays attendent aujourd'hui des actes, monsieur Ronse, des actes concrets.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J’entends qu'un travail est en cours. Il n’y a quand même pas encore beaucoup d'éléments concrets par rapport à la transposition. Je vous invite à avancer afin d'arriver dans les temps, et de ne pas vous retrouver parmi les moins bons élèves de la classe européenne en étant les derniers à transposer cette directive, voire à ne pas la transposer dans les délais requis, et donc à vous voir imposer des astreintes.
D'autre part, monsieur Ronse, croyez-vous que cela nous fait rire? Croyez-vous que cela fait rire les employées de gagner moins d'argent que leurs collègues ou d'avoir moins d'avantages que leurs collègues? Cela ne fait rire personne.
À un moment, il y a deux options. Soit les employeurs se responsabilisent tout seuls, mais visiblement ce n'est pas le cas. Nous sommes obligées, nous, les femmes, les associations, de nous organiser pour faire voter des directives comme celle-là.
Monsieur le ministre, vous devez aller au kern. Vous pouvez ranger vos affaires pendant que je parle, il n'y a pas de souci. C'est une invitation. Il n'y a pas de problème.
David Clarinval:
(…)
Sarah Schlitz:
Tout à fait. Je dis que nous sommes le meilleur élève de l'Europe. Cela ne veut pas dire que nous sommes parfaits; et surtout, nous allons essayer de ne pas nous retrouver dans le fond de la classe.
D'autre part, il y a deux options. Comme je le disais, soit les entreprises se responsabilisent toutes seules – la main invisible – et elles se disent: "C'est super l'égalité, il n'y a même pas besoin que l'État s'en occupe, et nous allons faire nous-mêmes l'égalité salariale. Pensons aussi aux promotions égales, au fait qu'il y ait autant d'hommes que de femmes dans les comités de direction, etc." Ce qui est par ailleurs très bon pour la compétitivité des entreprises, la diversité dans les comités de direction!
Ou alors, vous pouvez mettre en place, en tant qu'État, les conditions pour davantage d'égalité, à savoir des congés de paternité et de maternité égaux, des places en crèche, le fait de lutter contre les discriminations envers les femmes sur le marché du travail. Vous pouvez mettre toutes ces politiques en place pour faire en sorte que ce ne soient pas les entreprises qui doivent se soumettre à ces obligations. Des alternatives, il en existe, mais je ne vois pas votre gouvernement y travailler en ce moment. Je pense donc que les propos que vous tenez ici sont assez malvenus, monsieur Ronse.
Voorzitter:
Merci. Nous sommes obligés d'interrompre les travaux. Nous tâcherons de reprogrammer rapidement avec le ministre la suite des réponses aux questions. Sinon, comme je l'ai dit tout à l'heure, ceux qui souhaitent avoir une réponse tout de suite peuvent venir ici pour signaler dès maintenant les questions qu'ils veulent transformer en questions écrites. La réunion publique de commission est levée à 15 h 45 . De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.45 uur.
De Europese veggieburger
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kjell Vander Elst kritiseert Europa’s focus op triviale regelgeving (zoals het verbod op *veggieburger* of dopjes aan flessen) terwijl veiligheid, welvaart en strategische dreigingen (Russische drones, handelstarieven, industriële vlucht) worden verwaarloosd, en eist prioriteit voor kerntaken. Minister Clarinval verdedigt het benamingsverbod voor vleesvervangers als noodzakelijk voor consumentenhelderheid en marktordening, maar België heeft nog geen officieel standpunt. Vander Elst blijft staan op zijn punt: Europa’s regeldrift leidt af van urgente crises. De discussie belicht de spanning tussen bureaucratische details en existentiële Europese uitdagingen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, er vliegen momenteel Russische drones door het Europees luchtruim en de industrie kreunt en vertrekt uit Europa. Elke dag is het wakker worden met het risico op nieuwe handelstarieven die op Europa neerdalen. Onze burgers en ondernemers zijn die Europese regelneverij kotsbeu en worden elke dag ontmoedigd door het Europese niveau en door de regeldrift van Europa.
Dat zijn slechts enkele voorbeelden die aantonen dat onze Europese welvaart, onze veiligheid, onze vrijheid en onze toekomst onder druk staan. Op zo’n moment hebben we een sterk Europa nodig, een krachtig Europa met een motor die draait, maar wat krijgen wij vandaag in de plaats? Een Europa dat de veggieburger wil verbieden. Voorlopig mag men de veggieburger nog eten, maar het woord veggieburger mag niet meer.
We krijgen een Europa dat de verplichting oplegt dat het dopje aan een flesje water of cola moet vasthangen. We hebben ook een Europa dat er meer dan een decennium over deed om te beslissen dat een oplader universeel moet zijn. Dat heeft meer dan tien jaar geduurd. We hebben momenteel een Europa dat zich bezighoudt met futiliteiten.
Ik geloof in Europa, maar niet in dat Europa. Europa moet wakker worden en zich bezighouden met de essentie en met kerntaken, namelijk het beschermen van onze veiligheid, vrijheid en welvaart. Europa moet vooral ook de mensen gerust laten met dat soort onnozele futiliteiten en dossiers.
Mijnheer de minister, wat zal het Belgisch standpunt zijn over dat belachelijk dossier? Zult u naar Europa trekken met de boodschap dat Europa zich moet bezighouden met zijn kerntaken?
David Clarinval:
Je ne vais pas saucissonner le dossier, je vous rassure.
Mijnheer Vander Elst, gisteren werd in het Europees Parlement met 355 stemmen voor en 247 tegen beslist om het gebruik van namen als burger en worst te verbieden voor plantaardige producten; een belangrijk dossier in het Europees Parlement.
Men moet weten dat het voedingspatroon in de Europese Unie wijzigt en dat er een groeiende markt is voor vleesvervangers. Dat biedt ook mogelijkheden tot innovatie, wat we moeten ondersteunen. Zowel vlees en producten op basis van vlees als vleesvervangers hebben hun plaats in de huidige markt. Het is echter van belang, zowel voor de consumenten als voor de marktdeelnemers, dat er duidelijkheid wordt gecreëerd over de aard van het product en de daarbij horende vereisten.
Er is een duidelijk onderscheid nodig tussen producten op basis van vlees en vegetarische producten. Ze worden immers niet onder dezelfde omstandigheden of volgens dezelfde voorschriften geproduceerd en hebben niet dezelfde eigenschappen. Naast een betere bescherming van de actoren in de vleesproductiesector zal dat voorstel van het Europees Parlement toelaten om de consumenten beter te informeren, zodat zij de voor hen beste keuze kunnen maken.
Persoonlijk vind ik dat een goede zaak. Duidelijkheid rond de verkoopbenaming is essentieel. Het is ook positief dat dat dossier op Europees niveau wordt aangepakt om een wirwar aan nationale wetgeving te vermijden. België heeft echter nog geen officieel standpunt bepaald in dat dossier.
Voorzitter:
Gelieve die laatste woorden niet te interpreteren als ‘het zal ons worst wezen’.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat u de maatregel verdedigt, verbaast mij enorm. Ik had van een liberaal anders verwacht. Eerlijk gezegd, het kan mij niet schelen welke benaming we eraan geven. Het interesseert mij niet of het nu gaat om een veggieburger, een plantaardige schijf of een veggiestick. Wat mij wel kan schelen, is waar Europa zich vandaag, in de huidige tijden, mee bezighoudt. Elk woord en elk detail wil Europa reguleren. Europa moet daarmee ophouden en ik hoop dat u die boodschap meeneemt. Immers, collega’s, terwijl de wereld rondom ons in brand staat, houdt Europa zich bezig met dergelijke futiliteiten. Mijnheer de minister, ik hoop dat u voldoende tijd neemt om Europa duidelijk te maken dat het genoeg is met die bezighouderij, die regeldrift en die randzaken en dat Europa de focus legt op de kern, namelijk veiligheid en welvaart.
Het Belgische standpunt inzake de Chat Controlverordening
Het Belgische standpunt inzake de Chat Controlverordening
Het Belgische standpunt met betrekking tot Chat Control
Het Belgische standpunt met betrekking tot Chat Control
Chat Control 2.0
Chat Control
Het Belgische standpunt met betrekking tot Chat Control
De vooruitgang inzake de Europese CSAM-verordening (Child Sexual Abuse Material)
Belgisch standpunt en ontwikkelingen rond Europese Chat Control- en CSAM-regelgeving
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Chat Control (CSAM-verordening), een omstreden EU-voorstel om kindermisbruik te bestrijden via preventief scannen van privéberichten, wat door critici wordt gezien als massasurveillance en een aantasting van privacy, encryptie en het briefgeheim. Alle aanwezige partijen – van liberalen tot oppositie – verwerpen het voorstel als disproportioneel, ineffectief (criminelen omzeilen het gemakkelijk) en gevaarlijk voor democratische vrijheden, terwijl de minister bevestigt dat België’s definitieve standpunt nog niet vastligt, maar waarschijnlijk tegen zal stemmen of zich onthouden. De kern: veiligheid mag geen vrijbrief zijn voor alomvattende controle, en alternatieven zoals gerichte opsporing en investeringen in handhaving worden geprefereerd.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de strijd tegen kindermisbruik is essentieel. Die strijd moet echter wel gevoerd worden met proportionele maatregelen en Chat Control is dat niet. Het preventief scannen van beeldmateriaal, foto’s en berichten op onlinekanalen zoals WhatsApp vormt een aanslag op de privacy van onze burgers. In China is dat misschien gebruikelijk en zal dat bon ton zijn, maar hier in België en in de Europese Unie moeten wij ons met hand en tand verzetten tegen die poging tot massasurveillance, want dat is het. Het preventief scannen van berichten en foto’s zet de wereld op zijn kop. Het vermoeden van onschuld tot het tegendeel bewezen is, wordt volledig omgedraaid. Men is schuldig, tot men kan bewijzen dat men onschuldig is. Dat is niet de wereld waarin ik wil leven. Dat is niet de rechtsstaat waarvoor wij zo lang hebben geijverd.
Een bijkomend proargument voor het gebruik van Chat Control is vaak dat op die manier de veiligheid zou worden verhoogd en de pakkans van daders zou worden vergroot. Meent u nu echt dat criminelen en verwerpelijke kindermisbruikers niet inventief genoeg zijn om andere middelen te gebruiken om hun vieze, vuile, degoutante daden voort te zetten? Die maatregel zal absoluut niet bijdragen aan een verhoging van de veiligheid. Het zal er enkel toe leiden dat de privacy van burgers volledig wordt aangetast. De maatregel zal de veiligheid van kinderen absoluut niet ten goede komen.
Wij hebben echter een sprankeltje hoop gekregen. Ik heb gelezen dat er op dit moment geen gekwalificeerde meerderheid is op Europees niveau. Dat zou een goede zaak zijn, want dat betekent dat men er volgende week wellicht nog niet over zal stemmen. Dat is alvast een eerste goede zaak.
Een ander hoopgevend element is dat ik in de pers heb gelezen dat België waarschijnlijk tegen zal stemmen. Een prominente bron in de regering heeft dat laten weten en zelfs geretweet. U mag raden wie dat was.
Die signalen geven mij enige hoop dat de huidige Belgische regering eindelijk met een duidelijk neen tegen het voorstel zal komen. Wij kunnen er immers absoluut niet mee akkoord gaan dat België een dergelijke massasurveillancemaatregel zou goedkeuren.
Ten eerste, bent u het met mij eens dat de Europese verordening betreffende Chat Control een aanslag vormt op de privacy van onze burgers?
Ten tweede, wat zal het standpunt van België zijn? Zal België voor- of tegenstemmen, dan wel zich onthouden?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik denk dat er geen enkele twijfel over bestaat: de strijd tegen kindermisbruik moet absoluut worden versterkt en zeer ernstig worden genomen. Laten we echter ook duidelijk zijn: Chat Control is niet de manier om dat te doen.
Wanneer ik de uitspraken van sommige partijen hoor, lijkt het wel alsof privacy voor hen geen enkel belang heeft. Ik vind dat een ronduit gevaarlijke evolutie. Het gaat hier immers over privécommunicatie, waarbij men voortdurend de hete adem van de overheid in de nek voelt.
Het voorstel zoals het nu voorligt, dat we ook bij experten hebben afgetoetst, toont aan dat het in de praktijk gewoon niet zal werken. Wanneer men zijn foto’s in een zipbestand plaatst of enkele pixels aanpast, kan het systeem namelijk al worden omzeild. Men zal het krapuul dus niet beteugelen met wat hier voorligt.
Daarnaast, mijnheer de minister – u bent een liberaal en ik ben een liberale groene, ik zal het maar bekennen – vind ik dat soort systemen ronduit autoritair. Ik wil niet dat de overheid voortdurend alles scant wat ik communiceer. Het komt er immers op neer dat de overheid, wanneer men een brief schrijft, al thuis aan de keukentafel komt kijken voordat men die brief in de envelop stopt om te kijken wat er allemaal instaat. In Oost-Europa kon dat misschien, in China en Rusland kan dat misschien, maar in een democratie mogen we nooit die weg opgaan.
Ik moet zeggen dat ik hoopvol was en mij erover verheugde, toen ik collega’s uit de meerderheid in de pers hoorde verklaren dat Chat Control een monster is dat de privacy schendt en nooit zou worden goedgekeurd. Ik dacht dat de meerderheid het had begrepen. Daarna las ik echter in het verslag van de Raadswerkgroep Wetshandhaving van 12 september dat België zich in principe akkoord had verklaard met het huidige compromisvoorstel, omdat de tekst in die vorm nuttig en efficiënt zou zijn. Dan slaak ik toch een kreet van paniek.
Dus, mijnheer de minister, wat zal het zijn? Wat is het standpunt van België? Welke afwegingen liggen aan de basis van dat standpunt? Hoe gaan we om met de privacy? Hoe staat u tegenover de bijzonder ernstige bedenkingen die experten op tafel hebben gelegd? Kortom, hoe zorgen we ervoor dat we niet vervellen tot China of Rusland, wanneer het over dat non-idee gaat?
Barbara Pas:
Mijnheer de voorzitter, het gebeurt zelden, maar ik geef collega Vandemaele in deze volledig gelijk. Mijnheer de minister, binnenkort zal de Raad van Europa beslissen over die Chat Control 2.0. De officiële uitleg met betrekking tot die maatregel klinkt goed, namelijk het opsporen van teksten en beelden die wijzen op kindermisbruik, maar de realiteit is helemaal anders. In de praktijk gaat Chat Control veel verder. Het leidt regelrecht naar een totalitaire controlestaat. De verordening schendt het digitale briefgeheim en ondermijnt de privacy, het vrije woord en dus ook de democratie, terwijl de echte criminelen, daarover moeten we ons geen illusies maken, snel andere manieren zullen vinden om het systeem te omzeilen.
De voorgestelde verordening komt de facto neer op een blauwdruk voor massasurveillance, waarbij privécommunicatie systematisch wordt gescand en encryptie wordt ondermijnd. Uiteraard moeten berichten kunnen worden opgevraagd bij verdenking van ernstige misdrijven, volgens de bestaande procedures. Een massale scan van berichten is echter niets minder dan totalitaire controle van burgers, waartegen wij ons absoluut verzetten.
Het Vlaams Belang neemt trouwens voortouw in dat verzet op Europees niveau. We hebben samen met 50 Europarlementsleden uit 15 landen en 5 fracties de Raad van de Europese Unie aangeschreven. Men moet immers kiezen voor ofwel vrijheid en privacy, ofwel een permanent controlesysteem.
Mijnheer de minister, ik wil graag duidelijkheid over het standpunt van de Belgische regering. Eerst konden we via de pers vernemen dat België tegen zou stemmen. Nadien vernamen we via een gelekt verslag van een interne werkgroep dat België wel voor zou stemmen. In een volgende berichtgeving werd gesproken over onbeslist of onthouding. Vandaag lezen we in de krant dat er wellicht een tegenstem komt.
Ik krijg dus graag enige duidelijkheid van u met betrekking tot het standpunt van deze regering. Ik hoop dat u dit even hard, samen met ons, gaat afschieten.
Jeroen Bergers:
Chat Control beroert de gemoederen, en terecht. Laat ik beginnen met te zeggen dat iedereen uiteraard de strijd tegen kindermisbruik steunt. Die strijd moet worden gevoerd, nog harder. Daarvoor zijn er ook handvatten opgenomen in het regeerakkoord: meer capaciteit voor de inspectiediensten, digitale bronnen die kindermisbruikers in de val kunnen lokken of – een wetsvoorstel dat onze fractie in de vorige legislatuur heeft ingediend – een aangifteplicht voor mensen die weten van kindermisbruik.
Chat Control gaat echter te ver. Het is niet alleen nutteloos en zal niet doeltreffend zijn om kindermisbruik aan te pakken, het gaat bovendien veel te ver. Ook het zogenaamde Deens compromis is eigenlijk geen compromis. Het voorziet nog steeds in een proactieve screening van elk toestel van elke persoon. Ook dat zogenaamde Deens compromis vormt dus een flagrante overtreding van het recht op privacy en het briefgeheim en is volgens mij duidelijk een schending van het algemene rechtsbeginsel van noodzakelijkheid en proportionaliteit.
Chat Control gaat dus echt te ver. Dat kunnen wij als liberale democratie niet aanvaarden. Dat is al lang heel duidelijk het standpunt van onze partij en ik hoop dat het ook het standpunt van de regering zal zijn en van u als minister, als liberaal. Mijn vraag aan u is dan ook heel duidelijk. Bent u als liberaal ook een beschermer van het recht op privacy en het briefgeheim en zult u ervoor zorgen dat de regering, zoals onze partij vraagt, tegenstemt? Dank u wel.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, comme les collègues l'ont évoqué, il est question ici de la réglementation européenne Child Sexual Abuse Material (CSAM), qu'on appelle aussi Chat Control. L'objectif affiché est de lutter contre les contenus pédopornographiques, ce que personne ne conteste, certainement pas moi, mais le problème c'est le moyen qui est choisi, à savoir scanner systématiquement les communications privées de toutes et tous. Cela signifie que, demain, un message WhatsApp entre deux parents qui échangent une photo de leur bébé en maillot à la plage pourrait être analysé, qu'un mail entre un journaliste ou une journaliste et sa source confidentielle pourrait être scruté, qu'un simple partage de photos intimes dans le cadre d'une relation privée et consentie pourrait finir par déclencher une alerte automatique. Des ONG, des experts en cybersécurité et la presse spécialisée nous disent que c'est une porte ouverte à une surveillance de masse, à une menace directe à l' encryption qui protège aujourd'hui des millions de citoyens, d'activistes, de journalistes.
Et pourtant, selon un rapport du Conseil daté du 12 septembre, la Belgique aurait indiqué qu'elle pouvait en principe se rallier au compromis actuel en estimant que ce texte, sous sa forme, serait "utile et efficace". Alors, soyons clairs, oui, il faut lutter contre les abus pédopornographiques. Non, il ne faut pas le faire en écrasant la vie privée.
Monsieur le ministre, la Belgique soutient-elle ce compromis? Quelles garanties avez-vous pris en considération en termes de respect du droit à la vie privée, de la protection des sources et de la sécurité numérique? à quelles dates la Direction générale Affaires européennes et Coordination (DGE) a-t-elle discuté du dossier? Quelle a été la position exacte exprimée par nos représentants? Quelle a été la conclusion officielle de la coordination DGE? Quelles prochaines étapes sont-elles prévues? Enfin, la Belgique va-t-elle rouvrir le débat?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, comme vous l'avez entendu, la proposition de règlement européen CSAM, qui vise à lutter contre la diffusion de contenus pédopornographiques, suscite beaucoup de questionnements. Il suffit d’ailleurs de faire l’exercice en tapant "Chat Control" sur Google: vous verrez apparaître dans les titres d’articles des expressions telles que "surveillance de masse". En tout cas, les mots et le cadre sont posés.
Pour être synthétique, le CSAM mettrait en place un système qui obligerait les plateformes à scanner les contenus et à intervenir en amont sur leur diffusion en ligne, que ces plateformes soient cryptées ou non. Cela inquiète évidemment WhatsApp ou Signal, qui font partie des applications utilisées notamment par des lanceurs d’alerte, voire même des journalistes.
Ainsi, au nom d’un objectif louable – tout le monde est certainement d'accord de lutter contre la pédopornographie – le CSAM poserait les bases d’un dispositif dangereux.
Depuis le dépôt de cette question, il semble que les choses ont évolué. J'avais également interrogé votre collègue Vanessa Matz qui ne connaissait pas la position de la Belgique au moment de sa réponse. D'après ce qui a été dit par d'autre collègues, la Belgique voterait contre cette réglementation.
Monsieur le ministre, quelle est la position définitive de la Belgique sur ce dossier? Notre pays rejette-t-il bien cette proposition, comme indiqué dans les médias? Qu’est-ce qui a motivé cette position et cette décision?
Greet Daems:
Volgende week beslist u samen en bespreekt u met andere Europese ministers van Binnenlandse Zaken het Belgische standpunt in het debat over de Chat Controlverordening. Het voorstel voorziet in Chat Control als maatregel tegen kindermisbruik, maar in werkelijkheid dreigt het voorstel de deur open te zetten voor een gigantisch controlesysteem dat ieders privéberichten kan doorlichten, ook als men nergens van wordt verdacht.
De platformen WhatsApp, Messenger, Snapchat en Signal zouden alle berichten, foto’s en filmpjes automatisch moeten laten scannen door algoritmen. Ook gesprekken die vandaag end-to-end versleuteld zijn, dus volledig privé zijn, zouden op het eigen toestel gecontroleerd moeten worden, nog vóór men ze verstuurt. Dat betekent dat niemand nog echt privé zal kunnen communiceren, niet met familie, niet met de vakbond, niet met een journalist of een advocaat. Iedereen wordt standaard gecontroleerd alsof wij allemaal verdacht zijn.
Er is bovendien veel kritiek op het voorstel. Experts en privacyorganisaties waarschuwen al maanden voor de gevaren ervan. Het is bovendien niet effectief in de strijd tegen kindermisbruik, want echte daders wijken eenvoudig uit naar andere platformen of versleutelde netwerken die buiten bereik blijven.
Veiligheid mag nooit een voorwendsel worden om mensenrechten te schenden. Als we kindermisbruik echt willen bestrijden en ik denk dat we dat allemaal willen, moeten we investeren in meer speurders, in opleidingen en in steun aan jeugdzorg en sociale diensten, niet in AI-scanners die de privacy van miljoenen Europeanen schenden.
Mijnheer de minister, welk standpunt zal België innemen tijdens de Europese ontmoeting over Chat Control? Zal België zich uitdrukkelijk verzetten tegen elk voorstel dat massasurveillance invoert of end-to-end-encryptie ondermijnt? Dank u wel.
Mathieu Michel:
Monsieur le ministre, je ne vais pas revenir sur ce qu'est Chat Control . J e vais rappeler le risque d'une surveillance généralisée de l'ensemble des individus, qui va bien au-delà de ce qu'on peut accepter d'une technologie. J'en veux pour preuve le parcours législatif de ce dossier, qui est passé par toute une série d'étapes. J'ai bien connu un moment de son parcours, puisque je m'y étais personnellement opposé. Effectivement, nous étions vraiment dans une dynamique qui, selon ma lecture, allait beaucoup trop loin. Je pense qu'il faut très souvent se rappeler, et encore plus aujourd'hui, que ce n'est pas parce qu'une technologie permet de faire quelque chose que c'est souhaitable. Cet élément est essentiel.
Vous me permettrez de noter que si ce projet a avancé, c'est peut-être par manque de compréhension politique de ce qu’il était. On pensait que c'était quelque chose de sympathique, alors que lorsqu'on le détricote, lorsqu'on comprend la technologie qu'il y a derrière et son impact, on se rend compte qu'on glisse tout doucement dans un monde orwellien, où chacune et chacun de nous est surveillé. Et c'est le monde que nous ne voulons pas. C'est un moment dans notre histoire commune où on doit oser dire stop, dire que cela va trop loin.
Bien sûr, il y a des éléments légitimes de sécurité et de protection des mineurs, c'est évident. Mais derrière cela, sommes-nous prêts pour autant à placer une caméra de surveillance dans la cuisine, dans le lit ou dans le salon de chacun de nos concitoyens? Je pense que ce n'est pas le monde dans lequel nous voulons vivre.
Je pense que c'est bien la balance et la proportionnalité qu'il faut identifier dans ce dossier. Je m'y oppose parce que c'est une atteinte massive à la vie privée, parce que c'est une mesure qui est totalement disproportionnée par rapport aux buts recherchés et parce que c'est un risque cyber majeur, car en présentant des backdoors sur les données de tous les Belges, on créerait des voies royales aux cyberattaques, contre lesquelles nous voulons lutter ensemble.
Monsieur le ministre, je compte sur vous pour être un défenseur de la liberté et de la vie privée de nos concitoyens. Dans un État de droit, et je pense que nous pouvons partager ce point, on ne traque pas les citoyens mais bien les criminels.
François De Smet:
Monsieur le ministre, c'est un débat très récurrent en politique: est-ce que la fin justifie les moyens, même si la fin est très légitime? De toute évidence, à ce stade, non; surtout si les moyens ne sont même pas assez efficaces pour atteindre les fins.
Je vois au moins cinq raisons pour s'opposer à Chat Control: la surveillance de masse, puisque ce dispositif va imposer le scan de toutes les communications, ce qui conduit à une surveillance généralisée des utilisateurs; l'atteinte au chiffrement et à la sécurité, puisque les plateformes vont devoir affaiblir ou contourner le chiffrement de bout en bout, ce qui expose à des risques de piratage; les droits fondamentaux, puisque, avec une surveillance indiscriminée, le projet va violer les droits essentiels reconnus comme piliers des valeurs démocratiques; les faux positifs et la surcharge judiciaire, puisque les outils automatisés vont confondre à l'évidence des contenus légitimes et des contenus illégitimes, ce qui, in fine , va nuire à la protection des enfant; une inefficacité dans cette protection, puisque des experts en protection de l'enfance et des agences internationales ont alerté sur le fait que la surveillance de masse ne prévient pas suffisamment les abus. Au contraire, la surveillance de masse mobilise des ressources importantes qui pourraient être utilisées pour des mesures de protection plus ciblées et efficaces.
Pour toutes ces raisons, il me paraît clair que notre pays ne peut pas souscrire à ce dispositif. Ma question est simple. Quelle sera la position de la Belgique? Pouvez-vous nous rassurer? À ce stade, la position de notre pays n'a rien de rassurant. Or beaucoup de monde a pris la parole ici. Je n'ai pas entendu une seule voix favorable à Chat Control. Il serait quand même extrêmement étonnant que notre gouvernement prenne le contrepied total de l'opinion parlementaire, sa propre majorité incluse.
Bernard Quintin:
Dank u voor uw vragen, beste Kamerleden. Ik begrijp de bezorgdheden over de draft CSAM-verordening. Ik wil eerst kort een en ander duiden, want uit de vragen blijkt dat er veel misverstanden bestaan en zelfs fake news over wat er op de tafel ligt.
De naam Chat Control is gegeven door de tegenstanders van een principe van Europese verordening die digitale communicatieplatformen zou verplichten om te strijden tegen het verspreiden van child sexual abuse material , want, zo zeggen de tegenstanders, dit tast de privacy aan.
En quelques mots, je souhaite également expliciter ce qui est en jeu avant d'aborder la position de la Belgique. J'y viendrai dans un instant, mais ce petit moment d'explication est indispensable afin de nous mettre d'accord sur ce dont nous sommes en train de parler. Cette directive garantit la vie privée des citoyens de l'Union européenne dans le monde en ligne et limite la marge de manœuvre des fournisseurs de services internet en ce qui concerne l'accès aux données de leurs utilisateurs.
Om chatapplicaties, socialemediaplatformen en andere internetproviders de mogelijkheid te bieden de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik tegen te gaan, heeft de EU een tijdelijke afwijking op de e-privacyrichtlijn toegestaan. Via deze afwijking hebben bedrijven zoals Meta, YouTube, Snapchat en Telegram vrijwillige detectiemechanismen ingevoerd. Dit systeem is echter niet transparant en verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. Sommige nemen een vrijwel ongelimiteerde toegang tot gebruikersdata, terwijl anderen niets doen.
In de VS bestaat een erkende ngo, het National Center for Missing & Exploited Children (NCMEC). Deze organisatie ontvangt informatie van diverse Amerikaanse internetbedrijven over kindermisbruik en het versturen van beeldmateriaal daarvan, ook van Europese gebruikers via de uitzondering op de e-privacyrichtlijn. NCMEC bezorgt de geanalyseerde resultaten vervolgens aan de FBI en Interpol. Die bezorgen relevante data aan de juiste overheden, waaronder ook België. Volgens Child Focus is het op basis van deze informatie dat het merendeel van de gerechtelijke dossiers over de verspreiding van materiaal met seksueel misbruik wordt geopend.
De tijdelijke uitzondering op de e-privacyrichtlijn loopt af op 6 april 2026. Als er tegen dan geen nieuwe verordening wordt aangenomen, mogen internetbedrijven geen vrijwillige detectie meer uitvoeren en zullen er met andere woorden geen hits meer worden gegenereerd. De ontwerpverordening beoogt de oprichting van een Europese variant van NCMEC. Het is nog niet duidelijk welke vorm die instelling zou aannemen, maar vele stemmen pleiten ervoor om die bevoegdheid aan Europol toe te wijzen. In het Deens voorstel dat momenteel op tafel ligt, moeten alle internetdiensten die communicatiefuncties aanbieden een risicoanalyse doorlopen. Wanneer blijkt dat er een hoog risico bestaat op misbruik van het platform voor het versturen van CSAM, moet het platform maatregelen nemen, zoals het faciliteren van rapportering, leeftijdsverificatie enzovoort.
Indien deze mitigerende maatregelen niet volstaan, kan een gerechtelijke autoriteit een detection order uitvaardigen. Het betrokken platform moet dan upload moderation toepassen om te verhinderen dat dergelijk materiaal effectief wordt verstuurd.
Il s'agit uniquement de la détection d'images et de vidéos d'abus sexuels sur enfants qui ont été préalablement répertoriées et validées. Il ne s'agit donc ni de matériels nouveaux ou inconnus ni de textes. Les contenus de discussions ou autres conversations ne sont donc pas concernés. Cette modération à l'envoi doit être vue comme une sorte de détecteur de métaux qui compare l'empreinte électronique des images que l'on souhaite transmettre à une base de données. Il ne s'agit pas d'une analyse du contenu de l'image elle-même. En outre, la technologie devrait d'abord faire l'objet d'un audit approfondi.
Wanneer het platform dat na een detection order aan uploadmoderatie moet doen een hit genereert, moet deze onmiddellijk naar het EU Center worden doorgestuurd dat de analyse doet. Gaat het effectief over CSAM, dan worden de autoriteiten op de hoogte gebracht. Is het een vals positief, dan gebeurt er niets.
Bijzonder aan de uploadmoderatie is dat de beelden door de detector gaan voordat ze versleuteld worden. Eens het beeld door de detector is gegaan is er geen enkele interventie meer mogelijk, ook niet door het platform zelf.
Dat is kort gezegd wat er op tafel ligt.
De la sorte, nous savons de quoi nous parlons en distinguant bien Chat Control, CSAM, etc.
Er is inderdaad een DGE over dit dossier georganiseerd.
Vous savez combien je respecte le travail de la DGE, l’ayant moi-même dirigée pendant quelques mois. Le respect que j’ai pour tous les collègues, tant des Affaires étrangères que des autres administrations, est profond. J'ai d'ailleurs moi-même été l’un d’eux pendant plus de trente ans. Mais ce respect va de pair avec le fait que, bien sûr, c’est au gouvernement qu’il revient de prendre la décision.
Je pourrais dire qu’il ne faut pas toujours croire ce qui est écrit dans la presse, même si celle-ci relaie effectivement des discussions, des idées, des envies, ou est parfois utilisée pour faire avancer les points de vue des uns et des autres. Ce n’est un secret pour personne ici qu’il peut exister des divergences de vues entre des services, y compris certains que je dirige. Je comprends leur volonté, leur besoin de disposer d’outils qui leur permettent d’accomplir le travail que, par ailleurs, nous leur demandons de faire en tant que gouvernement.
C’est aussi le rôle du gouvernement de veiller à ce que tout cela soit proportionnel, et dans le cadre de la loi, et que cette décision reste.
Het is essentieel dat we ook in dit dossier het juiste evenwicht vinden tussen de bescherming van de privacy en de strijd tegen CSAM. Dit is voor mij een belangrijk dossier en we willen grondig en zorgvuldig te werk gaan. De uiteindelijke oplossing moet evenwichtig en proportioneel zijn.
Puisque certains d'entre vous ont eu la grâce de faire appel à ma qualité de libéral, et je vous en remercie, je vais l'être dans ce dossier comme dans d'autres d'ailleurs.
La position du gouvernement n'est pas encore arrêtée. Dès qu'elle le sera, nous pourrons vous la communiquer. J'ai bien entendu ce qui a été dit dans cette commission et je note que tous les partis de la majorité ne se sont pas prononcés ici. Dès que nous aurons une décision, qu'elle soit positive – ce dont je doute, évidemment –, négative ou d'abstention, nous ne manquerons pas de vous la communiquer.
Ma position rejoint un peu les propos du député Michel, à savoir préserver la liberté tout en veillant à la sécurité. Dans ce dossier-ci, comme dans d'autres, c'est un souci quotidien que j'ai de trouver cet équilibre entre assurer la sécurité – qui est une demande forte de nos concitoyens – tout en veillant à respecter et même à chérir la liberté – qui est une autre demande forte de nos concitoyens. C'est ce à quoi je m'emploie tous les jours et c'est ce pour quoi je suis certain que ce gouvernement prendra la bonne décision dans ce dossier.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat u stelt dat dergelijke beslissingen binnen een regering moeten worden genomen en dat, zodra een beslissing is genomen, u zich daarbij neerlegt. Het zijn echter wel uw regeringscollega’s die momenteel alle mogelijke boodschappen op X en andere sociale mediakanalen verspreiden. U doet dat misschien niet; dat is waar, maar wel leden van uw regering.
Ik twijfel op geen enkel moment aan uw liberale overtuiging. Het tegendeel hoort u mij niet beweren. U hebt echter wel verklaard dat u met de regering zoekt naar een evenwicht in het dossier. In dat dossier is echter geen sprake van evenwicht. Het is compleet disproportioneel. Het is een aanval op de privacy van onze burgers. Er is nergens enig evenwicht te vinden in het hele dossier.
Of wij het nu Chat Control of CSAM-verordening noemen, ik begrijp dat u die nuance aanbrengt, maar het blijft massasurveillance. Met dat systeem zal ervoor worden gezorgd dat iedereen schuldig is tot het tegendeel is bewezen.
Ik herhaal het nogmaals. Het betreft hier een aanslag op de privacy. U hebt aangegeven dat proportionaliteit belangrijk is en dat u op zoek bent naar een evenwicht. Wat voorligt, is echter disproportioneel. Het is onevenwichtig.
Ik reken erop dat u aan de regeringstafel het voorstel keldert en dat België tegenstemt. De voorliggende maatregel is immers op geen enkele manier te verantwoorden. Ze is een absolute aanslag op de privacy van onze burgers. Die maatregel moet verdwijnen.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik vind het enigszins vreemd dat ik in de media en op sociale media allerlei zaken lees van regeringspartners. Ik hoor hier wel partijen zich duidelijk uitspreken en daar ben ik alvast blij om.
Als de politie ons allemaal bij de geboorte een chip zou geven, zou dat geweldig handig zijn. Heel wat politiewerk zou veel gemakkelijker zijn als wij allemaal gechipt zouden zijn. Dat blijft echter een achterlijk idee. Daarover zijn wij het allemaal eens. Dat idee is achterlijk, omdat het zo extreem is.
Welnu, wat nu voorligt, is ook extreem, namelijk een overheid die heel consequent alle externe communicatie van iedereen screent. Dat is onvoorstelbaar.
Daarom spreek ik u aan op uw liberale ziel. Ik mag hopen dat het halfrond hier is gevuld met mensen die de liberale democratie een warm hart toedragen. Ik doe dat alvast. Het zou een onwaarschijnlijke stupiditeit zijn om in te stemmen met het voorstel zoals het nu voorligt. Ons land zou veel beter aansluiten bij de lijn van het Europees Parlement. Dat Parlement heeft een voorstel dat volgens ons wel aanvaardbaar is. Dat voorstel lijkt mij een veel interessantere koers om te volgen.
Ik weet dat we er eigenlijk geen tijd voor hebben, maar ik wil het toch vragen. Gezien de grote techniciteit van het onderwerp en het feit dat experts elkaar tegenspreken, zowel publiek als in de wandelgangen, lijkt het mij aangewezen dat we hierover een ernstige hoorzitting houden. In onze commissie organiseren we hoorzittingen over allerlei kleinigheden, dus dan kunnen we dat zeker ook doen over een onderwerp als dit, zodat experten ons kunnen informeren over de reële gevaren en over waar het kalf gebonden ligt. Als daar geen tijd meer voor is, hoop ik dat u in alle wijsheid beslist.
U zei zelf dat het evenwichtig en proportioneel moet zijn. Het enige evenwichtige en proportionele voorstel dat momenteel op tafel ligt, is om heel dat idee van Chat Control gewoon in de vuilnisbak te kieperen.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, ik heb u één vraag gesteld met als doel duidelijkheid te krijgen over het regeringsstandpunt. Heel wat regeringspartners blazen immers koud en warm tegelijk. De ene zegt wit, de andere zegt zwart. U kon daarop echter niet antwoorden omdat het standpunt nog niet vastligt.
U hebt terecht het belang van vrijheden benadrukt en dergelijke meer, maar het stelt mij niet gerust dat er tot op vandaag nog geen duidelijk standpunt is. U hebt het over proportionaliteit en evenwicht, maar een richting inslaan van totalitaire controle valt met geen enkel evenwicht te verantwoorden. Die richting betekent een ondermijning van de privacy. Het digitaal briefgeheim gaat ermee op de schop. Dat is totaal onaanvaardbaar.
Ik begrijp niet dat de regering daarover nog geen standpunt heeft ingenomen, dat nog steeds niet voor alle regeringspartners duidelijk is dat dat niet kan. We hebben hier helaas slechts enkele partijen van de regering gehoord, niet allemaal.
Ik reken erop dat u een halt toeroept aan die massasurveillance. Ik roep de regeringspartijen die hier vandaag terecht zeggen dat zij tegen Chat Control zijn dan ook op om ons verzet in het Europees Parlement mee te ondersteunen. Ik hoor het verzet hier namelijk wel, maar sommige van die partijen hebben geweigerd om de brief te ondertekenen die we samen met Europarlementsleden uit vijftien landen en vijf verschillende fracties aan de Raad van de Europese Unie hebben gestuurd. Ik hoop dat zij intussen tot betere inzichten zijn gekomen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De strijd tegen kindermisbruik is uiterst belangrijk en elk voorstel dat die strijd wil voeren zullen wij met open vizier bekijken. Chat Control is echter op alle vlakken een te verregaande inperking van onze privacy en van onze liberale democratie. Ik ben blij dat u duidelijk hebt gezegd dat u het ook een slecht idee vindt.
In tegenstelling tot sommige collega’s heb ik er alle vertrouwen in dat deze regering, in tegenstelling tot de vorige, wel verzet zal voeren tegen Chat Control. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat u dat verzet samen met onze ministers zult voeren en dat ons land een inperking zoals Chat Control op de privacy, de vrijheid van meningsuiting, het briefgeheim en beginselen zoals proportionaliteit en noodzakelijkheid zal tegenhouden.
Als collega’s hier lesjes geven over Twitter, dan ben ik wel verbaasd. Als er nu een partij is die op Twitter de hele tijd fakenieuws verspreidt, dan is het wel uw jongerenvoorzitter, mijnheer Vander Elst. Hij verspreidt fakenieuws over het standpunt van Duitsland en over standpunten van de N-VA en de regering, enkel en alleen omdat uw partij zo wanhopig op zoek is naar een thema dat ergens nog aan haar plakt, waarin zij nog ietwat geloofwaardig kan zijn, en dat terwijl de vorige regering volgens mij een totaal ongeloofwaardig standpunt heeft ingenomen. Misschien moet u eens praten met uw goede collega De Croo over hoe het in Vivaldi over Chat Control ging in plaats van op Twitter te ageren.
Er kan best wel eerlijk worden gecommuniceerd ten aanzien van de burger, aangezien het over zo’n belangrijk dossier gaat. Die eerlijke communicatie is dat de twee grootste regeringspartijen heel duidelijk zeggen dat Chat Control voor hen niet kan.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui ne sont pas de nature à me rassurer.
J’entends une partie de votre prudence. Toutefois, on parle quand même – et je ne vois pas comment on peut l’appeler autrement – d’un projet de surveillance de masse. J'ai cité l’exemple d’un message WhatsApp entre deux parents qui échangent une photo de leur enfant en maillot à la plage. C'est un contenu qui pourra être analysé, ce qui est grave. Je ne suis pas rassurée sur le fait que nos messages ne puissent pas être scrutés.
On sera d'accord sur le fait qu'il faut protéger nos libertés fondamentales. J'espère qu'on sera d'accord sur le fait que ce projet est à revoir de toute urgence. D'ailleurs, les voix dissonantes dans votre gouvernement ne sont pas rassurantes non plus. On n'entend pas de clarté et pas d'alignement entre les différents partis de la coalition Arizona.
Je rejoins mon collègue Vandemaele: il faut effectivement des auditions, et rapidement. Ce débat concerne tout le monde. Il doit être porté au grand public et doit être le plus transparent et le plus large possible. Il s'agit, en effet, d'un vrai projet de surveillance de masse généralisée, qui est extrêmement inquiétant pour nos libertés.
Patrick Prévot:
Big Brother is watching you! Pas vous précisément, monsieur le ministre. C'est vous que nous interrogeons à l'instant T, mais j'ai l'impression que ce sont davantage vos collègues gouvernementaux qui répondent le plus aux interrogations légitimes des députés.
Tout d'abord et d'emblée, je vous remercie d'avoir rappelé le fonctionnement et d'avoir pris le temps de l'explication et de la pédagogie. C'est quelque chose que vous faites régulièrement. Je le salue.
Par contre, même si j'entends que la position du gouvernement n'est pas arrêtée, vous avez déjà un peu préjugé en disant: "Elle ne sera pas positive, mais j’oscille entre négative ou abstentionniste." Abstentionniste, c'est d'ailleurs une position bien belge, qu'on utilise très régulièrement dans tous les secteurs.
Je ne suis quand même pas rassuré non plus quant au processus utilisé pour arriver à une finalité dont nous sommes toutes et tous convaincus. La lutte contre la pédopornographie devrait être le combat de toutes et tous.
J’entends votre exercice difficile de préserver la liberté tout en veillant à la sécurité. Néanmoins, j'ai la naïveté de penser qu'ici, le processus est complètement disproportionné. J'ai entendu certains collègues demander des auditions ou, en tout cas, un débat plus long. Je pense qu'il serait de bon aloi que nous puissions avoir une vraie discussion parlementaire sur cette mesure. J'entends les collègues, qu'ils soient de droite ou de gauche ou du centre – on ne sait plus, parfois, où se situent certains partis. J'ai l'impression qu'il y a une certaine unanimité quant au fait qu'il y a quelque chose de disproportionné dans cette mesure, ce qui crée un malaise quasi généralisé.
Mathieu Michel:
Monsieur le président, puis-je répliquer?
Voorzitter:
Monsieur, le Règlement prévoit que les personnes non inscrites peuvent se joindre soit aux questions, soit aux répliques, mais pas les deux.
De informele bijeenkomst van de Europese ministers van Landbouw
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval (afwezig, vertegenwoordigd door Waals minister Dalcq) benadrukte op de EU-informele Landbouwraad in Warschau dat generatievernieuwing in de landbouw centraal stond, met focus op innovatie, toegang tot grond en financiering om jonge boeren te behouden—klemtonend op stabiliteit, vereenvoudigde regelgeving en anti-speculatiemaatregelen voor grondprijzen. Verkeyn beaamde dat de bijeenkomst vooral een gedachtenwisseling was zonder concrete plannen, maar drong aan op EU-brede verdediging van boerenbelangen, gezien dat veel druk voortkomt uit Europese regelgeving waar lokale overheden weinig grip op hebben. De kern: jonge boeren aantrekken via innovatie, financiële steun en grondtoegang, met nadruk op langetermijnperspectief en minder bureaucratie.
Charlotte Verkeyn:
Geachte minister, van 15 tot 17 juni 2025 vindt in Warschau de informele bijeenkomst van EU-landbouwministers plaats. Tijdens deze bijeenkomst worden onder meer innovatieve technologieën en duurzame teeltmethodes in de land- en tuinbouw voorgesteld, met een bijzondere focus op fruitteelt en de modernisering van het platteland.
Wat zijn uw verwachtingen van deze bijeenkomst?
Welke Belgische accenten of prioriteiten zal de u tijdens deze bijeenkomst onder de aandacht brengen?
David Clarinval:
Helaas kon ik de informele Raad van de Europese ministers van Landbouw in Warschau niet bijwonen. België werd daar vertegenwoordigd door Waals minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq.
Deze informele Raad had betrekking op een essentiële uitdaging: de generatievernieuwing in de landbouw. Daarbij stonden twee belangrijke krachtlijnen centraal, namelijk de rol van innovatie bij de vestiging van jonge landbouwers en, omgekeerd, de maatregelen die genomen moeten worden om hen aan te moedigen zich op het platteland te vestigen.
In dit opzicht tekenen zich meerdere prioriteiten af. Zo moeten we het vertrouwen van de landbouwers herstellen, aangezien zij nood hebben aan stabiliteit, aan een duidelijk juridisch kader om te kunnen investeren en duurzame projecten uit te bouwen, alsook aan een perspectief op lange termijn. We zullen stabiele, toereikende en toegankelijke financieringen moeten voorzien.
Ook inzetten op innovatie, digitalisering en nieuwe technologieën kan jongeren aantrekken tot de landbouwsector. Dat kan met name door de arbeidsomstandigheden te verbeteren en een omgeving te creëren die ondernemerschap bevordert. We zullen de uitwisseling van kennis moeten versterken en de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden moeten aanmoedigen.
Ook de toegang tot landbouwgrond moet verbeterd worden. Speculatie en hoge prijzen remmen de vestiging van jonge landbouwers af. De regelgeving inzake koolstofarme landbouw en milieucompensatiemechanismen kan deze druk nog vergroten als ze niet goed worden omkaderd. België is van mening dat een strikte omkadering van deze praktijken noodzakelijk is om te vermijden dat ze de generatievernieuwing in de landbouw belemmeren.
Het zal van essentieel belang zijn om de toegang tot financiering en verzekeringen te vergemakkelijken om investeringen te kunnen waarborgen. De ondersteuningsmaatregelen van de Europese Investeringsbank moeten behouden blijven, vooral voor wie een kleine landbouwonderneming opstart.
Ook overnemers moeten beter worden begeleid, in het bijzonder buiten het familiale kader. Eigenaars van landbouwgronden moeten eveneens worden aangemoedigd om pachtovereenkomsten te ontwikkelen en te behouden.
Charlotte Verkeyn:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. We weten allemaal dat de landbouwsector sterk onder druk staat en het de afgelopen jaren zwaar te verduren heeft gehad. Dat komt natuurlijk ook door interne regelgeving, al kunnen de interne overheden daarvoor niet altijd als eindverantwoordelijke of veroorzaker worden beschouwd. Ik denk dan ook dat het belangrijk is om op internationaal, en zeker op Europees niveau, de belangen van onze landbouwers te verdedigen. Vaak komt de regelgeving immers van dat niveau, waarna wij ons hier lokaal moeten aanpassen of bijkomende regels moeten uitwerken. Ik heb begrepen dat deze Raad in hoofdzaak een gedachtenuitwisseling was over de manier waarop we een nieuwe generatie landbouwers kunnen versterken en behouden, maar dat er nog geen concrete voorstellen op tafel liggen, behalve het mechanisme dat de toegang tot steun moet vergemakkelijken. Ik neem aan dat dit verder intern zal worden uitgewerkt, zodat we kunnen bepalen hoe we dat in ons land kunnen waarborgen. Kort samengevat, het ging vooral om een gedachtewisseling over hoe we jonge landbouwers aan boord kunnen houden en de concrete maatregelen zullen wellicht nog volgen. Ik wil ervoor pleiten om dit thema voor onze landbouwers hoog op de agenda te houden. Zoals gezegd worden we in ons land soms afgerekend op regels waarvoor we niet altijd als uiteindelijke veroorzaker kunnen worden beschouwd.
De situatie van de veeteelt in Europa
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anne Pirson waarschuwt voor de verslechterende veehouderysector in Europa (krimpende veestapel, economische onzekerheid, verlies aan voedselsoevereniteit) en dringt aan op EU-flexibiliteit in staatssteun en concurrentieregels, eerlijkere prijsverdeling in de voedselketen en behoud van steun voor familiale landbouw om standardisatie tegen te gaan. Minister Clarinval wijst extra staatssteunregels af (risico op marktverstoring), maar benadrukt strengere handhaving van oneerlijke handelspraktijken (UTP), transparantie via prijsstudies (Observatoire des prix) en sectoroverleg (bv. Belbeef) om marges eerlijker te verdelen, plus behoud van een sterke, tweepijerige PAC-begroting (inkomensstabilisatie + langetermijninvesteringen). Pirson sluit af met een pleidooi voor EU-voedselautonomie, analoog aan defensie- en energiebeleid, en economische duurzaamheid van het Belgische, milieuvriendelijke landbouwmodel via collectief engagement.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, la situation de l’élevage en Europe ne cesse de se détériorer et les cris d’alerte du secteur se multiplient: baisse du cheptel, précarisation des éleveurs, perte de souveraineté alimentaire, déséquilibre croissant dans les échanges commerciaux. Cette situation met sous pression un modèle agricole familial que nous devons défendre.
Face à la future réforme de la PAC, il est essentiel d’assurer une prévisibilité au secteur agricole et d’éviter des changements brutaux qui compromettraient la viabilité économique de nombreuses exploitations.
Par ailleurs, il est impératif de bâtir une chaîne agroalimentaire plus juste et plus transparente. La transparence sur les marges économiques des différents acteurs de la chaîne est une condition indispensable pour rétablir la confiance et permettre aux agriculteurs de vivre dignement de leur travail. L’accord de gouvernement auquel nos partis ont souscrit prévoit d’ailleurs l’évaluation des pratiques commerciales déloyales entre les entreprises de la chaîne d’approvisionnement, afin de protéger les petits et moyens fournisseurs contre les abus des gros acheteurs.
Comptez-vous plaider auprès des institutions européennes pour la flexibilité du cadre réglementaire des aides d’État et des règles de concurrence, afin de permettre aux États de mieux soutenir leurs agriculteurs dans cette phase de transition? Comment comptez-vous concrètement défendre une répartition plus équitable du prix et des marges des produits agricoles et alimentaires entre les différents maillons de la filière agroalimentaire? Dans quelle mesure envisagez-vous d’agir, au niveau européen, pour garantir le maintien et le renforcement des aides spécifiques aux élevages familiaux face aux risques de standardisation et de concentration des soutiens agricoles?
David Clarinval:
Madame la députée, en général, je suis assez réticent à l'idée de demander une révision du cadre réglementaire des aides d'État et des règles de concurrence, car ce serait ouvrir une porte à une dérégulation du marché et à de potentielles distorsions du marché entre États membres, ce que le cadre actuel a pour objectif de limiter. Dès lors, je suis plutôt d'avis qu'une bonne mise en œuvre du règlement sur les pratiques commerciales déloyales entre les entreprises de la chaîne d'approvisionnement et les agriculteurs, ce que l'on appelle communément les pratiques UTP, permettra de mieux protéger les agriculteurs contre des abus des gros acheteurs.
En réponse à votre deuxième question, je peux vous dire que dans le cadre des efforts qui visent à accroître la transparence concernant les marges générées par chaque maillon de la chaîne alimentaire, l'Observatoire des prix publie chaque année une étude sur la transmission des prix et les marges dans la chaîne agroalimentaire. La dernière version a été publiée en mai 2025. En parallèle, le SPF É conomie, en concertation avec les filières, élabore des indicateurs de rentabilité. Un indicateur sur l'engraissement pour l'élevage bovin et trois indicateurs sur la viande porcine ont déjà été élaborés et publiés sur le site internet du SPF. Mon administration prévoira également des indicateurs pour d'autres activités agricoles. Le SPF É conomie soutient également la concertation chaîne, si nécessaire, par l'intermédiaire d'un référent dont les avis peuvent faciliter les négociations.
Belbeef, l'organisation interprofessionnelle belge pour la filière bovine, qui réunit les maillons principaux – producteurs, abattoirs, grossistes et transformateurs –, se penche sur la question des prix et des marges. Je ne suis pas en mesure de vous indiquer dans quel sens cette concertation va aboutir, mais je peux vous garantir qu'il y a, pour chaque maillon de la chaîne, une volonté d'adresser la question. Mon administration soutient également la concertation relative à la chaîne alimentaire en jouant le rôle de centre de connaissance. Toutes ces mesures ont été mises en œuvre il y a un an, à la suite des manifestations des agriculteurs. Ce sont les résultats du travail accompli depuis peu.
Enfin, en ce qui concerne votre troisième question, j'ai toujours plaidé au niveau européen et continuerai à le faire en faveur d'un budget de la PAC spécifique, indépendant, intégré et fort. Ce budget doit continuer à être axé sur deux piliers forts, le premier jouant un rôle de stabilisateur pour le revenu annuel, le second permettant de financer des mesures pluriannuelles.
Anne Pirson:
Merci, monsieur le ministre. Nous espérons que l'Union européenne ira dans votre sens en ce qui concerne le budget de la PAC. Je voudrais insister sur un point. Aujourd'hui on parle beaucoup d’autonomie stratégique de l'Union européenne en matière de défense et d’énergie, mais sans doute pas encore assez de l’autonomie alimentaire. Nous n’y arriverons qu’avec l’engagement de toutes les parties, pour défendre notre modèle agricole belge qui est respectueux de l'environnement et de la santé des consommateurs, et qui devrait aussi permettre la durabilité économique de ses exploitations à terme.
De Belgische bijdrage aan de Europese meerjarenbegroting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bestudeert nog het EU-voorstel voor het nieuwe meerjarig financieel kader (2.000 miljard euro), maar benadrukt de nood aan een flexibel, prestatiegericht budget met focus op defensie, migratie en competitiviteit, terwijl de budgettaire lasten voor lidstaten (incl. België) beperkt moeten blijven. Minister Van Peteghem ontwijkt concrete garanties over de gevreesde extra jaarlijkse bijdrage van 600 miljoen euro en een mogelijke Vlaamse nettobetalerslast, maar wijst op overleg met gelijkgezinde landen (o.a. Duitsland, Nederland) om de druk te verzachten. Vermeersch kaart scherp verzet aan: de regering moet duidelijk "no pasaran" stellen tegen extra bijdragen, Vlaamse belastingbetalers ontzien en een sterke coalitie met nettobetalers vormen, gezien eerdere zwakke onderhandelingsposities en het risico op verlies van landbouwsteun en douane-inkomsten.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister de Europese Commissie heeft haar ontwerp voor de nieuwe meerjarenbegroting voorgesteld, het meerjarig financieel kader, dat goed is voor een recordbedrag van 2.000 miljard euro. Hoewel de Commissie benadrukt dat de nationale bijdragen niet zouden stijgen, blijkt uit de voorstellen dat België mogelijk 600 miljoen euro per jaar extra zou moeten afdragen, onder andere door een verlaging van het percentage douanerechten dat de lidstaten mogen behouden.
De Belgische regering noemt dat een rode lijn, maar concrete garanties blijven uit. Tegelijk wordt gevreesd dat essentiële Europese middelen voor landbouw en cohesie worden samengevoegd in nationale potten, wat onzekerheid schept voor onze landbouwers en regio's. Ook elders klinkt verzet tegen het voorstel, onder andere in Duitsland en Nederland, wat het Belgische verzet zou moeten versterken. Men kan zich echter afvragen of deze regering standvastig is in haar verzet. Het verleden toont namelijk andere zaken aan.
Kan de regering haar standpunt inzake de hervorming van het meerjarig financieel kader delen? Werd er trouwens een gezamenlijk standpunt bepaald met de deelstaten? Hebt u dat afgeklopt, mijnheer de minister?
Kunt u bevestigen dat België een extra jaarlijkse bijdrage van 600 miljoen euro effectief uitsluit en toelichten hoe dit standpunt zal worden verdedigd in de Europese onderhandelingen?
België, zeker Vlaanderen, is een van de grootste nettobetalers aan de Europese Unie. De Vlamingen zijn zelfs de grootste nettobetalers. Zal de regering een korting op de Belgische bijdragen op tafel leggen?
Hoe verhoudt het standpunt van België zich tot de lijn van andere nettobetalers zoals Duitsland en Nederland? Wordt er samengewerkt om de druk op de nationale begrotingen te beperken?
Acht u de door de Europese Commissie voorgestelde eigen middelen realistisch en wenselijk? Welke impact zouden die hebben op de Belgische begroting?
Vincent Van Peteghem:
Gelet op de complexiteit van het nieuwe voorstel bestudeert België, net als de meeste andere lidstaten, dit momenteel nog. Intern zijn er uiteraard al verschillende overlegmomenten geweest over de diverse onderdelen, maar het is op dit ogenblik te vroeg om een volledig interfederaal standpunt toe te lichten. Wel kan ik enkele grote lijnen meegeven.
Ten eerste erkent België dat de aanpak in het huidige meerjarig financieel kader (MFK) niet langer volstaat. We hebben nood aan een flexibel, eenvoudig en toekomstgericht budget dat kan inspelen op nieuwe uitdagingen. Het is daarbij duidelijk dat defensie en veiligheid, migratie en competitiviteit onze bijzondere aandacht verdienen.
Ten tweede steunt België het principe van een prestatiegerichte aanpak – de performance-based approach – maar benadrukt het dat lessen moeten worden getrokken uit de RRF. Ook dat instrument was immers performance-based , maar we zijn van oordeel dat de administratieve lasten moeten worden verlicht. De staatsstructuur van de verschillende lidstaten – en dus zeker onze federale structuur – moet daarbij in rekening worden gebracht bij de uitwerking van die aanpak.
Tot slot leggen wij steeds de nadruk op het feit dat de budgettaire uitdagingen waarvoor we als land staan, uiteraard bepalend zullen zijn voor onze standpuntbepaling. Wij verwachten van de Europese Commissie een even strikte begrotingsoefening binnen dit MFK-kader als van de lidstaten wordt gevraagd in het kader van hun nationale budgettaire plannen.
Naast het interne overleg in België hebben intussen ook gesprekken plaatsgevonden met gelijkgezinde landen. Er lijkt daarbij zeker overeenstemming te bestaan over de noodzaak om de budgettaire lasten te beperken. In dat verband werden ook de voorstellen inzake de nieuwe eigen middelen bestudeerd, met de bedoeling de budgettaire impact voor ons land zo veel mogelijk te beperken of te minimaliseren.
Wouter Vermeersch:
Met alle respect, mijnheer de minister, maar het meerjarig financieel kader van de Europese Unie werd midden juli voorgesteld. U zegt nu – we zijn ondertussen oktober – dat u het nog aan het bestuderen bent. Ik weet niet wat u deze zomer hebt gedaan, maar de zomer biedt natuurlijk de gelegenheid om zulke zaken te bestuderen. De uitdaging die voor ons ligt, is gigantisch. Als we 600 miljoen euro extra moeten betalen… Ik denk dat we nu al meer dan 7,5 miljard betalen aan de Europese Unie en dan komt daar nog eens zoveel bij, terwijl we als Vlamingen al de grootste nettobetaler zijn. Is deze regering bereid om de Vlaamse belastingbetaler opnieuw op te offeren voor de Europese Unie? 600 miljoen euro is voor ons no pasaran, om de woorden van de MR te gebruiken. In het verleden hebben we al te vaak gezien dat de Belgische onderhandelingslijn op Europees niveau als een natte dweil is. Ik zou u aanraden, mijnheer de minister, om zeker een coalitie te zoeken met andere gelijkgezinde landen, lees: de nettobetalers in de Europese Unie. De boeren verliezen steun, de douanerechten verdwijnen, maar de Europese Unie vraagt steeds meer geld. We moeten heel duidelijk zijn, wij hebben geen geld meer om uit te delen. We kunnen dus niet akkoord gaan met nog meer miljarden voor de Europese Unie.
De haalbaarheid van de Europese begrotingsnormen
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat België tegen 2029 8,2 miljard euro (gelijkmatig verdeeld) nodig heeft om aan de netto-uitgavennorm te voldoen, maar benadrukt dat dit voorlopig is door lopende onderhandelingen met gewesten en gemeenschappen, en afhankelijk van de controlerekening. Hij ontwijkt concrete antwoorden over soepelheid bij de EU en verlenging van de defensie-ontsnappingsclausule, verwijzend naar toekomstige Europese onderhandelingen. Vermeersch beschuldigt de regering ervan onrealistische beloftes (zoals een tekort van 3% in 2029) aan de EU te hebben gedaan en noemt de plannen "begrotingsluchtkastelen", met twijfel over de haalbaarheid van de 8,2 miljard. De discussie blijft onopgelost, met een eerste evaluatiemoment volgende week.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, volgens berichtgeving in De Tijd zou België tegen 2029 zowel de Maastrichtnorm als de netto-uitgavennorm schenden. Uit het jongste rapport van het Monitoringcomité blijkt dat er in 2029 8,6 miljard euro extra nodig zal zijn om aan de netto-uitgavennorm te voldoen. Dat is het fameuze bedrag van 8 miljard dat in de media circuleert. Om aan de Maastrichtnorm te voldoen, zou de regering nog eens 22 miljard euro extra moeten vinden. Tegelijkertijd vernemen we dat er wellicht sprake kan zijn van enige soepelheid vanwege de Europese Commissie.
Mijnheer de minister, ten eerste, kunt u de juistheid van die aangehaalde cijfers bevestigen, dus 8,6 miljard euro om aan de netto-uitgavennorm te voldoen en 22 miljard euro om aan de Maastrichtnorm te voldoen? Ten tweede, zal de regering vasthouden aan de ambitie om tegen 2029 beide normen te halen? Ten derde, welke bijkomende begrotingsinspanningen zal de regering hiervoor leveren? Ten vierde, zal de regering soepelheid vragen aan de Europese Commissie? En ten vijfde, zal de regering een verlenging verzoeken van de nationale ontsnappingsclausule na 2028, zodat de defensie-uitgaven ook daarna buiten de begroting kunnen blijven? Want die clausule vervalt in 2028, wat ongetwijfeld een probleem zal vormen voor uw regering.
Vincent Van Peteghem:
Het cijfer dat u aanhaalt, was inderdaad het cijfer waarnaar werd verwezen in het rapport van het Monitoringcomité van juli. Dat cijfer had echter uitsluitend betrekking op entiteit I, dus niet op de gezamenlijke overheid. In het recentste rapport, dat intussen werd gepubliceerd, is dat bedrag licht neerwaarts bijgesteld tot 8,2 miljard euro.
Wat die raming betreft, wil ik enkele kanttekeningen maken.
Ten eerste, de berekening van het Monitoringcomité vertrekt van de norm die voor entiteit I werd voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën, meer bepaald de afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid, in zijn advies van april 2025, waar ik daarnet ook al naar verwees, over de verdeling van het structurele begrotingstraject op middellange termijn dat België op 18 maart 2025 heeft ingediend. Die verdeling is gebaseerd op de voorkeurssleutel die door de betrokken afdeling naar voren werd geschoven.
Zoals ik in mijn vorige antwoord reeds heb toegelicht, is de vastlegging van die verdeelsleutel en het bijbehorende samenwerkingsakkoord momenteel nog onderwerp van overleg en onderhandelingen met de gewesten en de gemeenschappen. Het is dus te vroeg om te spreken over een definitief bedrag.
Daarnaast is het zo dat het cijfer van het Monitoringcomité werd berekend onder de aanname dat de controlerekening noch een debet- noch een kredietsaldo zal vertonen. De Europese verordening bepaalt dat de geregistreerde afwijking niet groter mag zijn dan 0,3 procentpunt van het bbp per jaar, of 0,6 procent cumulatief. Het zal de taak zijn van de Hoge Raad van Financiën om die controlerekening op intra-Belgisch niveau bij te houden.
Wat uw vragen betreft over mogelijke soepelheid vanwege de Europese Commissie en de verlenging van de ontsnappingsclausule, dat zijn uiteraard kwesties die verder op Europees niveau moeten worden besproken.
Wouter Vermeersch:
Dank u, mijnheer de minister. Zo danst u natuurlijk netjes rond de hete brij. Ik herinner eraan dat u in maart het meerjarenplan aan Europa hebt ingediend en in april het ontwerpbegrotingsplan. U hebt toen dure beloftes gedaan aan Europa, maar wij hebben toen al gewaarschuwd dat u Europa eigenlijk een rad voor de ogen draaide. En dat blijkt vandaag steeds duidelijker uit de cijfers. In dat meerjarenplan beloofde u zelfs een begrotingstekort van 3 procent in 2029 voor de gezamenlijke overheid. Dat hebt u in maart van dit jaar nog aan Europa beloofd. Die beloften blijken echter loze woorden, begrotingsluchtkastelen die u aan Europa hebt verkocht. De 8,2 miljard euro uit het rapport van het Monitoringcomité blijft een gigantische uitdaging, en het valt nog te bezien in de komende dagen of die haalbaar zal blijken. Volgende week zullen we daar hopelijk een eerste antwoord op krijgen, maar deze discussie zal ongetwijfeld nog worden voortgezet.
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
De nieuwe besparingen van de regering
De begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro
De door Europa gevraagde begrotingsinspanning en de uitspraken van de minister
Het Europese strafbankje
De impact van de EU-meerjarenbegroting
De lekken in de belastingontvangsten
De begrotingsambitie van de regering-De Wever
Begrotingsinspanningen, besparingen en Europese eisen voor 2024
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat België een begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro (20,7 miljard in 2030) nodig heeft om het tekort van entiteit I (federale overheid) terug te brengen naar 3,2% in 2029 en 3% in 2030, zoals afgesproken met Europa—hoewel critici (inclusief coalitiepartners) twijfelen aan de haalbaarheid en consistentie met eerdere beloftes over de *gezamenlijke overheid*. Hij wijt het structurele tekort aan decennia kortetermijnbeleid en waarschuwt voor een rentesneeuwbal (40% van het tekort gaat in 2030 naar schuldaflossing), maar ontwijkt concrete maatregelen tegen fiscale lekken (vennootschapsconstructies, flexi-jobs) die miljarden kosten. Oppositie en coalitiegenoten kaarten tegenstrijdigheden aan: de regering overweegt soepelere deadlines (2032 ipv 2030) voor Europa, terwijl Van Peteghem vasthoudt aan 2030, en ontwijkt sancties bij falen. Europese meerjarenbegroting (extra gat van 1,5 miljard) en belastinguitval (bv. Russische bevroren tegoeden) blijven onverdisconteerd, ondanks oproepen tot langetermijnplanning. Kritiek richt zich ook op oneerlijke lastenverdeling (patiënten/pensioenen vs. bankwinstbelasting) en tegenstrijdige hervormingen (uitbreiding flexi-jobs ondanks fiscale verliezen).
Voorzitter:
De heer Bilmez, mevrouw Merckx en de heer Daerden zijn niet aanwezig.
Mijnheer Vermeersch, u hebt het woord voor uw vier vragen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, de leden van het Vlaams Belang zijn wel trouw aanwezig.
Mijnheer de minister, uit de recentste berichtgeving blijkt dat de regering een bijkomende begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro wil realiseren. Dat zijn uw eigen woorden, mijnheer de minister. Ik heb daarbij een aantal vragen.
Kunt u het bedrag van de beoogde inspanning bevestigen en toelichten? Hoe is dat bedrag berekend?
Het verschil tussen het tekort voor entiteit I, dat volgens het Monitoringcomité geraamd wordt op min 5,8 % van het bbp of min 42,6 miljard euro in 2030, en de doelstelling van het regeerakkoord, zijnde min 3 % van het bbp of min 22 miljard euro in 2030, bedraagt immers 20,6 miljard euro, volgens onze eigen berekening. Dat is natuurlijk uitgedrukt in euro’s van 2030. Daarom vraag ik of u uw berekening van die 16,6 miljard euro kunt voorleggen.
Op welke termijn wil men die begrotingsinspanning realiseren? Moet dat nu gerealiseerd worden of wilt u dat spreiden? U spreekt niet van een col buiten categorie, maar wel van een koninginnenrit, meerdere cols dus. Ik heb goed geluisterd, mijnheer de minister.
Bevat het genoemde bedrag in het federaal regeerakkoord de genoemde fiscale hervorming? Zo ja, hoe rijmt u dat met het voorstel van de partijvoorzitter van de MR, die pleitte voor een oefening van 20 miljard euro, waarin ook de fiscale hervorming opgenomen zou zijn?
Wat is de geraamde kostprijs van de fiscale hervorming die de regering wil doorvoeren?
Bevat het genoemde bedrag een correctie voor de overschatte terugverdieneffecten uit de verhoging van de werkzaamheidsgraad, die gedeeltelijk geoormerkt werd voor de fiscale hervorming?
Bevat de genoemde begrotingsinspanning een correctie voor mogelijke minderinkomsten uit de vennootschapsbelasting op de bij Euroclear bevroren Russische tegoeden?
In het federaal regeerakkoord wordt inderdaad de doelstelling van 3 % in 2030 vermeld. De ambitie om het tekort tegen 2030 onder de 3 % te brengen, werd herhaald in de algemene toelichting bij de begroting voor 2025.
Mijnheer de minister, u gaf u op 29 september een interview in Terzake . In de beschrijving van de aflevering staat onder meer dat de arizonaregering 16,6 miljard wil besparen om het gat in de begroting terug te brengen tot 3 % van het bbp in 2029. Toen u over de gevolgen van het niet halen van die doelstelling werd bevraagd, verbeterde u de journaliste in de studio en stelde dat die doelstelling uiteraard tegen 2030 te halen valt en dat daarover afspraken met Europa werden gemaakt, meer bepaald over de uitgavenevolutie.
Mijnheer de minister, wat is zowel in procent van het bbp als in absolute cijfers de concrete begrotingsambitie van deze regering voor entiteit I in 2029 en in 2030?
Wat is zowel in procent van het bbp als in absolute cijfers de concrete ambitie van deze regering voor de gezamenlijke overheid in 2029 en in 2030?
Hoe rijmt u uw uitspraken met de belofte aan Europa om het vorderingssaldo van de gehele overheid terug te brengen tot 3 % van het bbp in 2029 en tot 2,5 % van het bbp in 2030, zoals in het Europees meerjarenplan is opgenomen? Ik verwijs naar het document dat werd gepubliceerd in maart van dit jaar.
Het Europees strafbankje is het onderwerp van mijn derde mondelinge vraag. In juni 2025 nam de Europese Raad een herziene aanbeveling aan waarin wordt gesteld dat dit land zijn excessief tekort moet beëindigen tegen 2030. Daardoor dient er tegen 15 oktober 2025 effectieve actie te worden ondernomen en moeten de nodige maatregelen, samen met een ontwerpbegrotingsplan voor 2026, aan de Commissie worden bezorgd.
De referentiewaarden in de buitensporigtekortprocedure zijn een tekort van 3 % van het bbp en een schuld van 60 % van het bbp. U stelde onlangs in datzelfde interview in Terzake dat we op het Europees strafbankje zitten en dat de Europese Unie van ons geloofwaardige maatregelen wil, waarmee ik u citeer. Volgens de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken zou de regering soepelere begrotingsdeadlines kunnen vooropstellen, waardoor bijvoorbeeld 2032 als richtsnoer zou kunnen worden genomen. Het gaat dan dus niet meer over 2030, maar 2032. U stelde daarop dat dat mogelijk, maar niet wenselijk is.
Mijnheer de minister, hoe plant deze regering een ontsnapping aan die buitensporigtekortprocedure?
Welke doelstellingen streeft de regering daartoe na, zowel qua tekort als qua schuld?
Zal de gezamenlijke overheid tegen 2029 voldoen aan het tekort van 3 % van het bbp, zoals ook in het meerjarenplan aan de Europese Commissie werd vooropgesteld?
Wanneer en welke sancties dreigt België op te lopen bij niet-naleving van die vereisten?
Hoe verenigt u de Europese eisen in het kader van de buitensporigtekortprocedure, waaronder de strikte deadlines, met geluiden binnen de regering dat die begrotingsdeadlines er minder toe doen en kunnen worden vooruitgeschoven?
Inzake de begrotingsambitie van uw regering, mijn vierde mondelinge vraag, keer ik even terug naar september, toen de Voka Rentrée plaatsvond. Over dat evenement stond in de pers te lezen dat de premier erop wees dat de regering nog heel wat werk wachtte om het begrotingstekort terug te dringen. Volgens de premier zou België bij Europa niet wegkomen met een tekort van 6,5 % van het bbp tegen het einde van de legislatuur.
Verder werd bericht dat de regering, of minstens de partij van de premier, de ambitie koestert om een extra begrotingsinspanning te leveren van 12 miljard, wat het tekort zou moeten beperken tot 4,5 %.
Mijnheer de minister, moet in de uitspraken van de premier gelezen worden dat het begrotingstekort reeds in 2029 zou oplopen tot 6,5 %? Die vraag is ondertussen beantwoord door het Monitoringcomité.
Kunt u verduidelijken wat de precieze begrotingsambitie van deze regering is? Op welke termijn en op welke wijze plant men die te realiseren?
Is de regering bereid om haar doelstellingen, en in het bijzonder de 3 %-doelstelling, te realiseren zonder aanmaningen van de Europese Commissie?
Kunt u verduidelijken in welk jaar de bijkomende inspanning van 12 miljard gerealiseerd moet worden? Tot welk begrotingsresultaat moet die leiden?
Impliceert de bijkomende inspanning dat de doelstelling inzake het begrotingstekort wordt bijgestuurd van 3 % naar 4,5 % tegen 2029, en dat de aan Europa beloofde 3 %-doelstelling dus losgelaten wordt?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, ik vind het een beetje eigenaardig dat mijn vraag gekoppeld wordt aan alle voorgaande vragen, aangezien mijn vraag een andere insteek heeft, maar ik hoop er een antwoord op te krijgen.
Mijn vraag gaat over de boodschap van het Monitoringcomité dat ons tekort nog verder zal oplopen als gevolg van de financiering van de nieuwe Europese meerjarenbegroting. Die zou in de begroting een extra gat van anderhalf miljard kunnen slaan tegen 2030. Naast tot een hogere Belgische bijdrage zouden de Europese plannen ook tot een verlies aan inkomsten leiden door minder douanerechten, maar ook door minder vennootschapsbelasting als gevolg van een Europese heffing op grote bedrijven.
Die impact van de Europese meerjarenbegroting staat nog niet vast. Daar die nog het voorwerp van onderhandeling vormt tussen de Europese lidstaten in het Europese Parlement, hebben we nog tot eind 2027 om daarover een akkoord te vinden.
In de weekendkranten van eind september hebt u kritiek geuit op de dominante boekhoudersmentaliteit met betrekking tot de begroting. U stelde dat er dringend nood is aan een langetermijnvisie en een manier van werken op langere termijn. Ik geef u daarin gelijk.
Mijnheer de minister, hoe zal de regering, gezien de Europese meerjarenbegroting aan de horizon en de mogelijke toekomstige impact op de Belgische begroting, dat extra tekort opvangen? Met welke strategie op langere termijn zal de regering dat doen?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez récemment fait état de "fuites énormes" dans le budget fédéral, lesquelles font perdre des millions de recettes à l'État. Nous ne pouvons évidemment que vous rejoindre sur ce constat.
D'une part, vous visez les sociétés de management, qui offrent plusieurs avantages aux contribuables y ayant recours, notamment des cotisations sociales et des impôts moins élevés. D'autre part, vous visez l'extension incontrôlée des flexi-jobs et des jobs d'étudiants, qui entraînent eux aussi des taux de cotisations sociales et d'impôts bien plus faibles.
Ce gouvernement, dont vous êtes vice-premier ministre, a pourtant récemment encore marqué son accord sur une extension de ces deux régimes, qui sont actuellement à l’examen en commissions dans une loi dispositions diverses qui transpose l'accord de Pâques du gouvernement Arizona.
Faut-il voir, dans cette interview, une remise en cause du projet de loi actuellement en discussion, au vu des chiffres budgétaires publiés par le Comité de monitoring fin septembre, faisant état d’un déficit inouï de près de 43 milliards à l’horizon 2030?
Dans la même interview, vous avez aussi chiffré l’effort budgétaire à 16,6 milliards d'euros d’ici 2029, afin de rentrer dans les critères de la norme de Maastricht de 3 %.
Monsieur le ministre, avez-vous chiffré l’impact des fuites que vous évoquez dans votre interview? À combien s’élève, par exemple, le manque à gagner direct pour le budget fédéral et celui des soins de santé lié à la mise en société des indépendants, à l’essor des flexi-jobs, à l’extension du travail étudiant, ainsi qu’à la réduction du travail de nuit?
Vincent Van Peteghem:
Dank u voor uw vragen, collega’s. Er waren ook vragen bij die later nog aan bod komen.
Ik wil eerst nogmaals benadrukken dat wij in de komende periode voor een reusachtige opdracht staan.
Les chiffres présentés dans le récent rapport du Comité de monitoring ne sont bien sûr pas réjouissants. Cependant, le déficit n'est pas imputable au gouvernement actuel ni au précédent. Il résulte de décennies de politiques qui ne tenaient compte que du budget de l'année suivante. Le défi est désormais énorme. Si nous ne faisons pas attention, 40 % de notre déficit fédéral seront consacrés, en 2030, au paiement des intérêts sur ces dettes. Cela représente une somme colossale que nous ne pourrons pas consacrer aux soins de santé ou à la sécurité.
Deze regering heeft bij haar aantreden de doelstelling bepaald om het tekort op het niveau van entiteit I te beperken tot 3 % in 2030. Dat vraagt in een lineair scenario een bijkomende inspanning van 16,6 miljard euro tegen het einde van deze legislatuur in 2029. Dat is 20,7 miljard euro in 2030. Voor 2030 komt dat overeen met een negatief vorderingensaldo ten belope van 3 % van het bbp. In 2029 gaat dat over een vorderingensaldo ten belope van 3,2 % van het bbp.
Deze cijfers zijn gebaseerd op het rapport van het Monitoringcomité, dat daadwerkelijk rekening houdt met de verschillende maatregelen waarover deze regering reeds heeft beslist, de lastenverlaging op arbeid inbegrepen.
Les effets retour qui avaient été pris en compte dans le budget initial ne sont plus inscrits de manière exogène. Ce budget tenait compte des effets retour liés à l'augmentation du taux d'activité résultant des réformes prévues dans l'accord de gouvernement. Le montant retenu s'élève à 7,9 milliards en 2029.
Aangezien het Monitoringcomité uitgaat van de vooruitzichten en de economische begroting van het Federaal Planbureau, veronderstelt het dat de geraamde impact van de hervormingen vervat zit in verschillende macro-economische aggregaten, zoals de evolutie van de loonmassa, de werkloosheid en de werkgelegenheid, en wordt er geen afzonderlijke lijn met terugverdieneffecten meer opgenomen.
Mijnheer Vanbesien, u hebt gelijk, in de zin dat het Monitoringcomité enkel de bedragen opneemt die momenteel vaststaan en dat de impact van de EU-meerjarenbegroting, die tot vandaag onzeker is, niet mee is opgenomen.
Wat de exacte hoogte zal zijn van de komende begrotingsoefening, dat is een afspraak die we binnen de regering moeten maken. Zoals ik eerder al aangaf, is het goed om voldoende ambitie aan te houden. Zo houden we onszelf scherp, al moeten we natuurlijk ook realistisch blijven.
En ce qui concerne la clef de répartition, l'accord de gouvernement contient des accords clairs à l'horizon 2029 qui doivent être respectés.
Tot slot, met betrekking tot de vraag hoe dat zich verhoudt tot het medium-term fiscal structural plan heb ik al aangegeven dat Europa ons evalueert aan de hand van het uitgaventraject en niet zozeer aan de hand van het vorderingensaldo. Zoals ik eerder aangaf, hebben bepaalde elementen die wel invloed hebben op het vorderingensaldo niet noodzakelijk een impact op onze netto-uitgaven.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u veel meer antwoorden geeft op vragen in de studio van Terzake dan hier in het Parlement. Ik heb ook vragen gesteld over het Europese strafbankje, waarop nog geen antwoord is gegeven. De verdere lekken in de belastingontvangsten zijn hier eveneens uitgebreid bevraagd. Ik kom daar straks nog op terug. U gaat daar in uw antwoord echter niet op in. In de Franse versie van uw antwoord stelt u bovendien dat het niet uw schuld is, noch die van de regering, noch die van de vorige regering, maar dat het probleem nog uit eerdere periodes stamt. Dat mevrouw Bertrand tevreden is dat het niet van de vorige regering komt, is begrijpelijk. Mevrouw Bertrand, ik vermoed dat het probleem dateert uit de periode van Verhofstadt en dat u daar toch enige verantwoordelijkheid in draagt.
Wat opmerkelijk is in uw antwoord, mijnheer de minister, is dat u aangeeft dat u op een begrotingssaldo van 3,2 % in 2029 en 3 % in 2030 wilt uitkomen. U lijkt zowat de enige in de regering die gelooft dat het land in 2030 op 3 % zal uitkomen. Dat is toch heel opmerkelijk. U stelt dat die 3 % haalbaar zou zijn. Ik verwijs naar uw beleidsnota die u hier in het Parlement hebt ingediend. Daarin staat letterlijk: ʺh ervormingen die ervoor gaan zorgen dat op termijn de federale overheid bijdraagt tot het tekort van de gezamenlijke overheid onder de 3 % wordt gebracht en gehouden ʺ . U spreekt dus nog over 3 % voor entiteit I, de federale overheid, terwijl u in deze commissie in uw beleidsnota zelfs de belofte hebt gemaakt dat we op 3 % moeten uitkomen voor de gezamenlijke overheid. Dat staat zwart op wit in uw beleidsnota.
Dat is natuurlijk, mijnheer de minister, een manier om iedereen een rad voor de ogen te draaien. Zoals gezegd, u hebt Europa een rad voor de ogen gedraaid en u lijkt zowat de enige die nog gelooft in uw eigen begrotingsbeloftes. Het is hoog tijd dat er realiteitszin komt in de regering en dat de problemen met de begroting, die zeer ernstig zijn, eindelijk worden onderkend vooraleer de financiële markten ons daartoe dwingen. Het is daarom van groot belang, mijnheer de minister, dat we met correcte cijfers werken, de juiste doelen vooropstellen en de rentesneeuwbal, die stilaan aan het rollen gaat, erkennen. Die problemen moeten worden aangepakt.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, zoals u ook in uw antwoord hebt aangegeven, kunnen we niet anders dan de begroting op de lange termijn bekijken. Ik hoop dat dat zal gebeuren. U geeft aan momenteel geen rekening te houden met de mogelijke impact van de Europese meerjarenbegroting op onze begroting, omdat die nog onzeker is. Het zou echter verstandig zijn om dit toch in het achterhoofd te houden indien men op lange termijn wil werken. Het is immers zeer waarschijnlijk dat die er wel zal komen.
Ik wil ook terugkomen op de argumenten van de heer Vermeersch over onze bijdragen aan de Europese begroting. We mogen niet uit het oog verliezen dat ondanks dat ons land een nettobetaler is, het ook veel inkomsten heeft door het lidmaatschap van de Europese Unie, meer inkomsten dan we zouden hebben als we buiten de EU zouden staan, zowel door de voordelen van de Europese instellingen in Brussel als door de open economie en de interne markt, die een gelijk speelveld garanderen.
Op de lange termijn zou besparen op de Europese meerjarenbegroting niet verstandig zijn. De grote uitdagingen van onze tijd kunnen we veel effectiever op Europees niveau aanpakken dan wanneer elk van de 27 lidstaten dit individueel zou proberen. We zullen die extra impact dan ook in onze begroting moeten verwerken.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, votre constat sur les sociétés de management fait écho au plaidoyer de longue date des écologistes pour une plus grande justice fiscale.
Aujourd'hui, selon les chiffres publiés dans la presse, il devient intéressant pour un indépendant de passer en société à partir de 90 000 euros de chiffre d'affaires ou 45 000 euros de bénéfice par an. C'est le seuil à partir duquel les travailleurs peuvent se permettre de payer moins d'impôts en Belgique.
Votre constat sur les flexi-jobs fait également écho à la critique des écologistes, portée ici depuis des mois. En plus de coûter cher, ils sont inefficaces puisqu'ils concentrent les heures de travail auprès de travailleurs qui ont déjà un emploi, au détriment de travailleurs qui sont à la recherche d'un emploi. Vous êtes pourtant bien placé pour savoir qu'il y a 180 000 personnes qui vont être aujourd'hui à l'affût d'un travail. C’est donc une décision absolument illogique en plus d'être abjecte.
Monsieur le ministre, vous êtes actuellement dans une séquence qui va ne faire que s'intensifier dans les prochains jours, autour du budget 2026. Votre gouvernement va-t-il prendre ses responsabilités et mettre fin à certaines hérésies de certains de vos collègues, notamment en matière de travail de nuit?
Le ministre Clarinval a déjà reculé sur une série de secteurs qui étaient concernés par la limitation du travail de nuit en Belgique. On estimait, s'agissant de 10 commissions paritaires concernées, que cette mesure de réduction des primes de nuit aux heures prestées entre minuit et 5h – et non plus entre 20h et 6h du matin – avait un coût de 20 millions pour les finances publiques. Avez-vous 20 millions à donner pour booster l'e-commerce? C'est complètement hallucinant.
Par ailleurs, ces diminutions de primes retirent 25 millions de revenus aux travailleurs et travailleuses de ces secteurs. C'est de l'argent qui n'est pas injecté dans l'économie directe. C'est de l'argent qui n'est pas dépensé dans les restaurants, dans les magasins, par exemple pour de l'alimentation locale et qui soutient des producteurs d'ici.
Monsieur le ministre, ces décisions vont complètement à contre-courant. Par contre, elles équivalent à un cadeau de 45 millions net pour les entreprises.
Comme je le disais, le ministre Clarinval a reculé. Allez-vous le faire reculer davantage pour récupérer ces 20 millions? Je pense que c'est une chose que vous devez mettre sur la table dès aujourd'hui, lors du kern de cet après-midi, pour aller rechercher cet argent que, dans la période de crise que nous traversons, nous n’avons aucun intérêt à dépenser de la sorte.
C'est une idée parmi d'autres pour récupérer des montants dont nous avons bien besoin.
Frédéric Daerden:
Monsieur le président, désolé d’être arrivé un peu tard. Je n’ai pas pu écouter les différentes réponses de M. le ministre, mais je donnerai quelques éléments de réflexion à ce stade.
Monsieur le ministre, j’ai vraiment le sentiment que cela reste encore très flou, que c’est le flou qui règle la politique budgétaire du gouvernement actuellement. Une chose est certaine, la politique du gouvernement aggrave le déficit. L’objectif n’est pas clair. Certains parlent de 16 milliards, d’autres parlent de 20 milliards et d'autres encore de 8 milliards. Tout cela est évidemment inquiétant.
Ce qui est aussi inquiétant, c’est que vous ne voulez pas faire contribuer les épaules le plus larges, les ultra-riches, les bénéficiaires de surprofits bancaires, mais plutôt faire payer les patients et les pensionnés. Cela reste très inquiétant, mais je suis certain que nous aurons l'occasion d’en reparler dans les prochains jours.
Sarah Schlitz:
Connaissons-nous l'heure jusqu'à laquelle monsieur le ministre reste parmi nous?
Voorzitter:
De minister blijft tot alle vragen zijn beantwoord.
De Global Sumud Flotilla
De bescherming van en de steun aan de vloot naar Gaza
De associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël
De Belgische investeringen in de nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Het uitblijven van concrete maatregelen van de Europese Unie tegen de humanitaire blokkade in Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De situatie in Palestina
De blijvende focus op de humanitaire situatie
De financiële steun voor de heropbouw van Palestina
Het intensifiëren van de medische evacuaties van kwetsbare kinderen
Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties en leden van Hamas
Het wapenexport- en wapentransitverbod
De importban
De beperking van de consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de nederzettingen wonen
Overvluchten
De maatregelen op EU-niveau
De erkenning van de Staat Palestina
De aanhoudende financiering van dodelijk jihadistisch terrorisme door de Palestijnse Autoriteit
De reactie op de uitschakeling van terroristische leiders in Qatar
Belgen die meevaren met de Hamasvloot
De genocide in Gaza en de bescherming van de Gazavloot
De bescherming van en de steun voor de vloot die naar Gaza onderweg is
De sancties tegen Israël
De diplomatieke contacten in verband met Palestina en het probleem van de sancties
De vloot die naar Gaza onderweg is om de blokkade te doorbreken
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza
De New York Declaration en de Palestijnse Staat
De uitvoering van het akkoord over Gaza
Het Amerikaanse vredesplan voor het Midden-Oosten
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
EU-beleid, sancties en humanitaire steun inzake Israël, Palestina en Gaza
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
Ecolo
Rajae Maouane
DéFI
François De Smet
DéFI
François De Smet
PS
Christophe Lacroix
Groen
Staf Aerts
N-VA
Kathleen Depoorter
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Open Vld
Kjell Vander Elst
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Les Engagés
Pierre Kompany
PS
Pierre-Yves Dermagne
Ecolo
Rajae Maouane
PTB-PVDA
Nabil Boukili
CD&V
Els Van Hoof
CD&V
Els Van Hoof
Ecolo
Rajae Maouane
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op de humanitaire flottille naar Gaza, het Trump-plan voor vrede, sancties tegen Israël en erkenning van Palestina. België steunt diplomatiek de flottille (via Spanje/Italië) maar wijst militaire bescherming af, uit vrees voor escalatie, en benadrukt het risico voor Belgische deelnemers. Het Trump-plan (20 punten) wordt beoordeeld als onvolmaakt maar potentieel effectief voor een staakt-het-vuren en gijzelaarsruil, hoewel kritiek bestaat op het ontbreken van Palestijnse zelfbeschikking en Europese betrokkenheid. Sancties (importverbod nederzettingsproducten, beperking EU-Israël-akkoorden) worden voorbereid, maar België wacht grotendeels op Europese consensus—wat kritiek uitlokt over traagheid en "twee maten en twee gewichten". De erkenning van Palestina (politiek, nog niet juridisch) wordt bevestigd als drukmiddel, maar concrete stappen (KB) blijven uit. Humanitaire hulp (evacuaties, UNRWA-financiering) loopt, maar de blokkade van Gaza en Israëlische schendingen van internationaal recht blijven centraal in de kritiek.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.
Ces derniers jours, des citoyennes et des citoyens européens, mais aussi des Belges, ont embarqué dans la flottille pour la liberté, en route pour Gaza. À l'heure où on parle, quelques bateaux s'approchent déjà du rivage gazaoui. Parmi eux, se trouvent des médecins, des militants, des militantes, des élus – dont une élue belge, Bénédicte Linard, ancienne ministre de la Culture –, mais aussi des visages de la société civile.
Leur geste n'est pas seulement symbolique et politique, il est aussi extrêmement courageux, parce que nos gouvernements ne font rien, ou pas suffisamment, en tout cas. Ces gens prennent des risques, ils risquent leur vie. Parmi ces personnes-là, il y a aussi des gens sans parti, sans étiquette, qui disent "assez", qui en ont marre de l'inaction complice de l'Europe. Des ministres israéliens qualifient de terroristes ces militants pour la paix qui veulent casser le blocus illégal imposé par Israël à Gaza, et les chancelleries européennes, dont la nôtre, malheureusement, restent silencieuses.
J'avais déjà posé la question au premier ministre, mais je vous la repose, monsieur le ministre. Quelles mesures concrètes prenez-vous pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique immédiat? Et que mettez-vous en place pour soutenir la flottille et protéger celles et ceux qui pacifiquement défendent le droit et veulent casser le blocus israélien?
Pendant ce temps, on a vu, ce 29 septembre, Donald Trump présenter un plan pour Gaza en 20 points, 20 points qui ne sont rien d'autre qu'un ultimatum qui dit, en gros, d'accepter ce plan ou subir. Le premier ministre israélien l'affirme également sans détour: " Israël will finish the job ", autrement dit, rendez-vous, ou alors on vous tue tous et on écrasera tout ce qui reste. Je n'ai pas l'impression que ce soit un plan de paix, ni une solution. C'est vraiment une mise en scène. C'est humilier un peu plus la population palestinienne. C'est faire de la paix une monnaie de chantage. Et l'Europe, une fois encore, commente, analyse, mais n'agit pas.
Monsieur le ministre, reconnaissez-vous que cette dynamique et cette rhétorique du finish the job augmentent dramatiquement le risque d'une escalade militaire et de pertes civiles massives? Et quelle position défend à ce sujet la Belgique au Conseil de sécurité auprès de nos partenaires européens? Allez-vous exiger des garanties réelles comme des corridors humanitaires, la protection des civils, des sanctions concrètes? Et surtout, comment allez-vous nous assurer que la construction et l'aide humanitaire ne soient pas instrumentalisées par Trump et Netanyahu?
Enfin, je reviens en Belgique et sur ce que notre propre gouvernement a décidé, puisque, le 2 septembre, vous avez annoncé qu'un arrêté royal allait interdire l'importation des biens produits dans les territoires occupés. C'est une décision dans la ligne de la Cour internationale de Justice (CIJ), et de ce que font déjà notamment l'Irlande et la Slovénie. Cette mission vous a été confiée, monsieur le ministre, mais, depuis, nous nous demandons où ça en est. Pendant que le Parlement avance, ou peut avancer, que le Conseil d'État a rendu un avis constructif, on ne voit pas ce qui arrive du gouvernement.
Sur quelle base juridique allez-vous fonder cet arrêté et avec quel calendrier? D'ici la fin de l'année? Ce texte va-t-il repasser en Conseil des ministres? Que couvrent exactement les termes "par la puissance occupante"? S'agit-il uniquement des entreprises publiques ou aussi des entreprises privées installées dans les colonies? Comment allez-vous traiter les produits qui entrent par le biais d'autres pays européens? Quel mécanisme de contrôle allez-vous mettre en place?
J'ai conscience que je vous pose de nombreuses questions, mais j'ai essayé d'être aussi claire et condensée que possible.
François De Smet:
Monsieur le ministre, mes questions ont été rédigées juste après l'accord pris en kern, de sorte qu'elles portent essentiellement sur des précisions.
Je commencerai par les investissements belges dans les colonies, les territoires occupés. La Cour internationale de Justice, dans son avis de juillet 2024, avait établi sans ambiguïté les conséquences juridiques découlant de la colonisation en cours dans les territoires occupés, considérant que "la présence continue de l' É tat d'Israël dans les territoires palestiniens occupés est illicite" et qu'il est dans l'obligation de mettre fin à sa présence illicite dans les territoires palestiniens occupés.
Dans ce même avis, la CIJ a également conclu que tous les É tats sont dans l'obligation de ne pas reconnaître la situation découlant de la présence illicite d'Israël dans les territoires palestiniens occupés et de ne pas prêter aide ou assistance au maintien de la situation créée par la présence continue de l' É tat d'Israël dans ce territoire. Il peut être déduit de cet avis qu'il s'agit de ne pas financer ces deux crimes de guerre, ce qui signifie refuser d'importer des produits mais aussi des services, et cesser les exportations et les investissements belges dans les colonies.
Or, l'accord intervenu au sein du kern début septembre sur Gaza prévoit, certes, une interdiction d'importation des produits mais ne comporte pas d'éléments sur les services, les exportations et les investissements. Monsieur le ministre, quelles sont les exportations et investissements belges dans les colonies existantes? Disposez-vous d'un recensement à cet égard?
Par ailleurs, en application de la ligne politique que vous vous êtes fixée, à savoir le respect du droit international, ne pensez-vous pas qu'il faudrait étendre l'interdiction aux services, aux exportations et aux investissements belges dans les colonies?
Ma seconde question concerne l'accord d'association entre l'Union et Israël qui contient, comme nous le savons tous, une clause dite essentielle faisant dépendre tout l'accord du respect des droits humains. Ceux-ci sont constatés comme étant violés selon l'Union européenne. L'ancien vice-président de la Commission européenne, Josep Borrell, s'est récemment exprimé publiquement, considérant que le fait de suspendre l'ensemble de l'accord d'association n'est pas une option politique discrétionnaire mais également une obligation légale.
L'accord intervenu au sein du kern prévoit le soutien belge à la suspension de deux volets de l'accord, à savoir le volet commercial et le volet recherche, innovation, coopération, technologique. Mais il subsiste des zones d'ombre. Qu'en est-il du soutien de notre pays à la suspension des autres volets?
Dans la mesure où ces autres volets ne seraient pas mis à l'agenda prochainement, avez-vous un mandat pour pouvoir soutenir d'autres suspensions, voire la suspension de l'ensemble de l'accord, si les positions des autres pays européens devaient évoluer?
Enfin, j'ajoute une dernière question puisque, l'actualité étant ce qu'elle est, je peux difficilement éviter de vous demander si la Belgique a un avis sur le plan proposé par M. Trump, qui a déjà l'accord d'Israël et qui propose une fin de guerre conditionnée par des éléments qui, pour certains, paraissent assez peu réalistes. Que pensez-vous de ce plan? Que penser, surtout, de l'inexistence complète de l'implication des Palestiniens, mais aussi des Européens, dans son élaboration?
De voorzitster : Mevrouw De Poorter is niet aanwezig.
Katrijn van Riet:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw De Poorter wil haar vragen graag stellen aan het einde van dit debat.
De voorzitster : Goed. De heer Aerts is ook niet aanwezig, de heer Van der Elst evenmin. Dan is het woord aan de heer Van Rooy voor vier minuten.
Sam Van Rooy:
Minister, ik heb drie vragen voor u. Ten eerste, Israël heeft bewijzen dat de zogenoemde Gaza Flotilla wordt aangestuurd door Hamas. Saif Abu Kishk zou namelijk een Hamasagent zijn en eigenaar van de Flotillaboten via Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza zijn ook documenten gevonden waaruit blijkt dat Hamas rechtstreeks betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogenaamde Sumud Flotilla.
Ook de vorige flotilla had banden met jihadistische groeperingen, waaronder Hezbollah. Het is bovendien illegaal om te proberen de zeeblokkade te doorbreken, want die is volgens het internationaal recht en het UN Panel of Inquiry legaal. Ik verwijs in dit verband graag naar het Palmer Report van 2011.
Verschillende Belgen nemen deel aan deze Gazavloot, onder wie de zogenaamde mensenrechtenactivist Alexis Deswaef.
Minister, verifiëren onze veiligheidsdiensten deze zorgwekkende bevindingen van Israël over die Gazavloot? Hoeveel Belgen nemen deel aan deze Hamasvloot en wie zijn dat precies? Kunnen zij nog rekenen op diplomatieke hulp? Ik mag hopen van niet. Worden ze gescreend op mogelijke banden met het jihadistisch-terroristische Hamas? Zo niet, waarom niet?
Ten tweede, minister, ik heb u hier al meermaals over ondervraagd, de Palestijnse Autoriteit blijft nog altijd maandelijks salarissen uitbetalen aan Palestijnse moslimterroristen en/of hun families als beloning voor jihadistische moorden of terreuraanslagen. Ondanks de belofte om dit weerzinwekkende zogenaamde pay-to-slay -systeem te stoppen, gaat de corrupte negationist Mahmoud Abbas hier gewoon mee door.
Dat hoeft niet te verbazen, want dat soort moslims is uiteraard niet te vertrouwen. In het Engels praten ze ons, westerlingen, naar de mond als het hen uitkomt. Vervolgens gaan ze aan hun eigen publiek, in casu de Palestijnse moslims, precies het tegenovergestelde zeggen en oproepen tot jihad tegen niet-moslims. Dat is de islam ten voeten uit, dus.
Van 2019 tot 2024 heeft de Palestijnse Autoriteit zo maar liefst 1 miljard dollar uitbetaald als beloning voor dode joden.
Tot nader order, proficiat, draagt de Belgische regering daar nog altijd vrolijk aan bij.
Mijnheer de minister, mijn vraag is evident, voor de zoveelste keer. Wanneer draait deze regering eindelijk de geldkraan dicht naar deze Palestijnse terrorismesponsor in Judea en Samaria?
Ten slotte, heel veel mensen zijn terecht verbaasd dat u nu plots het Gazaplan van Trump en Netanyahu steunt. Het gaat om een toch wel slim plan, dat, indien Hamas niet akkoord gaat – wat helaas te verwachten valt – Israël terecht de toestemming geeft to finish the job .
Ik ben zeer benieuwd hoe u dat verzoent met al uw eerdere stellingnames, met uw systematische demonisering van Israël en met al uw eenzijdige, toch wel populistische oproepen tot het sanctioneren van Israël.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, le gouvernement Netanyahu continue de violer le droit international en toute impunité avec le soutien indéfectible des États-Unis. En effet, entre l'attaque du 9 septembre à Doha contre un bâtiment en plein centre de la capitale et les attaques répétées de drones de ces dernières semaines contre les navires de la Flotilla, la communauté internationale reste silencieuse.
Mon groupe soutient fermement la Freedom Flotilla et exige que la Belgique soit aux côtés de ses ressortissants, peu importe les différences politiques. Il s'agit d'une question d'humanité et de solidarité. Alors que la famine est en train de tuer à Gaza, certains mettent leur vie au service de l'humanité.
Quelle a été votre réponse, monsieur le ministre? Eh bien, vous avez qualifié leur action d'inutile et vous refusez même de leur accorder la protection. Je tiens à rappeler que la protection de nos ressortissants belges à l'étranger est une question régalienne qui ne saurait être négociable. Comment justifier que la Belgique reste silencieuse alors que d'autres pays européens, tels que l'Italie, l'Espagne et la Norvège, ont pris des mesures concrètes? Vous avez simplement déploré l'attaque illégale à Doha, une attaque arbitraire contre un pays souverain, et vous n'avez ni soutenu ni protégé la Flotilla. Vous n'avez même pas condamné les attaques et les menaces contre elle.
Quelle est la position officielle de la Belgique face à ces attaques contraires au droit international? Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger le rétablissement du respect du droit international et la protection de nos ressortissants? Allez-vous pousser le gouvernement pour l'envoi d'une assistance maritime et consulaire pour protéger nos compatriotes belges? Dans le cas contraire, comment allez-vous le justifier?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, on a vu depuis hier un plan néocolonial en 20 points de Donald Trump être accueilli avec enthousiasme à la fois par Benjamin Netanyahu, le criminel de guerre, et par vous.
Monsieur le ministre, ce plan n'est pas un plan de paix, mais un ultimatum unilatéral américano-israélien. C'est une capitulation imposée, qui ne fera qu'au mieux mettre la guerre génocidaire à Gaza en pause, sans y mettre fin.
C'est une attaque frontale contre le droit international. Les arrêts de la Cour internationale de Justice exigent sans équivoque qu'Israël se retire des territoires occupés et garantisse le droit au retour des réfugiés palestiniens. Ces revendications sont jetées à la poubelle. Négation d'un état palestinien. C'est dit clairement. Division définitive des territoires palestiniens.
Vous avez salué cet accord, monsieur le ministre. Vous dites même: "c'est ce que la Belgique défend et c'est ce que la Belgique est prête à encourager".
Cela pose question. Est-ce cela que la Belgique salue? Ce genre de rejet du droit international, un plan qui ignore le droit du peuple palestinien à l'autodétermination, qui ne traite ni du colonialisme, ni de l'occupation, ni de l'apartheid, qui accueille un criminel de guerre comme Tony Blair comme responsable de l'administration de Gaza? Un plan dans lequel Netanyahu insiste pour que les troupes israéliennes ne quittent pas Gaza?
Ma première question, monsieur le ministre: comment pouvez-vous saluer un tel plan pour le peuple palestinien?
Deuxième chose, vous avez aussi salué la reconnaissance de l'État palestinien par la Belgique, ce qui est faux, monsieur le Ministre. Dans vos propres gouvernements, des messieurs comme M. Bouchez disent exactement le contraire de vous. Malheureusement pour vous, les faits lui donnent raison – parce que c'est une reconnaissance sous conditions, et ces conditions ne sont pas réunies. De facto, il n'y a pas de reconnaissance. C’est un peu une reconnaissance fastoche de communication, mais qui ne s'applique pas dans les faits.
Monsieur le ministre, c'est une deuxième promesse que vous avez faite au peuple palestinien que vous n'honorez pas ici.
Je termine par le fait que l'accord de gouvernement prévoit des sanctions contre l'État d'Israël – enfin, "'sanctions", ce sont franchement des demi-mesures. D’'ailleurs, la semaine suivant votre annonce de cet accord, 110 000 personnes sont descendues dans la rue pour dire que c'est complètement insuffisant et pas à la hauteur de la situation.
Dans cet accord, vous mentionnez les deux ministres extrémistes et le chef du gouvernement, M. Netanyahu. Les autres membres du gouvernement ne sont-ils pas des extrémistes? Deuxièmement, vous évoquez des colons violents. Connaissez-vous, monsieur le ministre, des colons non violents? Surtout, quelles sanctions ont-elles été prévues contre l'État d'Israël? Aujourd'hui, aucune sanction économique concrète n'est prise contre cet État génocidaire. Interdire l'importation des produits issus des colonies est vraiment le minimum, mais cela ne répond pas à la gravité de la situation.
La population se mobilise pour compenser les manquements et l’inefficacité des gouvernements européens. Il y a cette flottille qui, dans un contexte marqué par la honte liée à la complicité de l’Union européenne avec Israël dans ce génocide, a mobilisé des personnes déterminées à briser le blocus et à acheminer de l’aide humanitaire. Ici, le premier ministre a déclaré que cette action était inutile, qu’il n’apporterait aucune protection à cette flottille, et que les gens n’avaient qu’à éviter les zones de guerre.
Pourtant, un génocide est en cours. Il faut intervenir. Les conventions nous y obligent. En tant que gouvernement signataire de ces conventions, vous ne les respectez pas. Les populations compensent donc ce manquement et vous ne leur apportez pas la protection nécessaire.
Monsieur le ministre, la Belgique va-t-elle prendre des mesures concrètes pour protéger la flottille en cours, lui apporter l’aide nécessaire et faire en sorte qu’Israël ne l’attaque pas, sachant que des menaces ont déjà été proférées depuis hier à l’encontre de ses passagers?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, ce 22 septembre, aux yeux du monde, la Belgique a reconnu l'État de Palestine. Le discours du premier ministre a constitué une étape importante dans la mise en œuvre de l'accord que vous avez obtenu en kern le 2 septembre dernier.
La Belgique se trouve désormais en bonne compagnie aux côtés de nombreux États. Elle figure également parmi les pays ayant adopté le plus de sanctions pour assurer le respect du droit international par Israël, mais aussi contre les terroristes du Hamas. Elle a également une position en pointe au sein de l'Union européenne pour que d'importantes sanctions soient adoptées à ce niveau. À cet égard, il est important que d'autres pays puissent suivre notre position pour que les sanctions puissent être véritablement efficaces. Tout seul, notre pays n'aura qu'un impact limité.
Plus particulièrement, nous devons tout faire pour que les propositions que la Commission a présentées le 17 septembre dernier soient adoptées rapidement. Elle a fait son job. Il revient à présent au Conseil de l'Union européenne de faire le sien. Nous devons agir pour qu'une majorité qualifiée puisse être rassemblée afin d'adopter la suspension du volet commercial de l'accord d'association.
Monsieur le ministre, votre département a-t-il élaboré une stratégie pour inciter d'autres É tats à suivre les positions de la Belgique? Vous-même, avez-vous eu des contacts bilatéraux avec d'autres États pour expliquer les positions adoptées? Avez-vous déjà eu des discussions avec certains de nos partenaires européens au sujet des propositions de la Commission du 17 septembre dernier?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ten eerste, de tijd zal uitwijzen of het twintigpuntenplan een vredesplan is. Het heeft in elk geval de verdienste dat het op korte termijn de genocide kan stoppen.
De bedoeling is dat er een duurzame vrede tot stand komt, waarbij ook de erkenning van de Palestijnse staat in het vooruitzicht wordt gesteld en waarin de Palestijnse Autoriteit een rol speelt. Er zijn dus positieve elementen, zoals de vrijlating van de Israëlische gijzelaars binnen de 72 uur, een onmiddellijk staakt-het-vuren, humanitaire toegang, de volledige terugtrekking van het Israëlische leger uit Gaza op termijn en het idee van een overgangsregering met een internationale stabilisatiemacht.
Er zijn echter ook nog veel onduidelijkheden in en bedenkingen bij het plan. Zo lijken er geen veiligheidsgaranties voor het Palestijnse volk te zijn opgenomen, indien Israël zich niet aan de afspraken houdt. Sinds de akkoorden van Oslo weten we bovendien dat een tijdelijke Israëlische bezetting in een permanente bezetting kan uitmonden.
Hoe staat u tegenover het twintigpuntenplan? Was de Europese Unie betrokken bij de opmaak ervan of werd ze geconsulteerd om ook deel uit te maken van de board of peace ? Oorspronkelijk bevatte het plan ook een 21ste punt, een belangrijk punt, maar dat is weggevallen. Zijn er ook garanties voor een vredesplan voor de Westelijke Jordaanoever? Daarover wordt er immers niets gezegd.
Ten tweede, wat het akkoord in de Belgische regering over de oorlog in Gaza betreft, mijn wetsvoorstel om producten uit de bezette gebieden te verbieden, dat ik in de Kamer heb ingediend, kon rekenen op enkele constructieve opmerkingen van de Raad van State, die bovendien bevestigde dat zo’n verbod tot onze bevoegdheid behoort. In het akkoord staat dat de ministers van Economie en Financiën samen met u een koninklijk besluit zullen uitwerken voor een nationale importban, enkel voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt worden in de door Israël bezette gebieden. Hoe ver staat u met de opmaak van het KB, samen met uw collega-ministers? Wat is daarvoor de deadline? Hopelijk wordt het nog dit jaar afgerond, zoals Slovenië reeds heeft gedaan en Ierland hopelijk zal doen en zoals ook Spanje en Nederland overwegen. Wordt de ban ook van toepassing op diensten uit de bezette gebieden of niet?
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, vandaag lopen we heen en weer tussen commissievergaderingen.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over de situatie in Gaza, die opnieuw veranderd is sinds ik mijn vraag indiende. Zo ligt er nu het twintigpuntenplan. Hebt u kennis van de exacte bewoordingen van dat plan. Ik heb het opgezocht, maar niet gevonden. Misschien beschikt u wel over duidelijke omschrijvingen. Uiteindelijk kunnen we pas de kans op slagen ervan inschatten, als we kennis kunnen nemen van alle details en van de manier waarop het plan moet worden uitgevoerd.
Ik merk ook dat de veiligheidsgaranties op het einde van het traject bij de erkenning van Gaza en bij de erkenning van Israël door de Arabische staten nogal vaag omschreven zijn. Die staten hebben, zo verneem ik toch, aangegeven te zullen meewerken. In hoeverre hebt u er zicht op dat die medewerking ook leidt tot een uiteindelijke erkenning van Israël zelf?
Een ander probleem betreft de Westelijke Jordaanoever . Hoe wordt daarrond voortgewerkt? Hoe concreet zijn de garanties zijn dat de illegale nederzettingen niet worden ingenomen? Dat wordt nog steeds door de regering van Israël verkondigd. We moeten aandachtig blijven voor die kwestie.
Wat de positie van Europa betreft, in hoeverre was Europa betrokken bij de totstandkoming van dat plan? In hoeverre is er een Europese vertegenwoordiging in de vrijheidsbestuur van Gaza? In hoeverre acht u het democratisch proces onder controle? Ik denk dat we het erover eens zijn dat de inwoners van Palestina uiteindelijk een democratisch verkozen bestuur moeten kunnen installeren om zo hun volledige zelfbeschikkingsrecht te kunnen uitoefenen. In hoeverre is dat volgens u meegenomen in het stappenplan? Kan Europa daarin een stem hebben, opdat dat inderdaad gebeurt?
Ten slotte, hoe ver staat het met de uitvoering van de beslissingen van het kernkabinet? Hoe ver staat het met de uitwerking van eventuele sancties in Europa, sancties die ons land sowieso zal onderschrijven conform de beslissing die genomen is in het kernkabinet?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, ce week-end, pendant que le président du gouvernement israélien, Benyamin Netanyahu, pérorait à la tribune des Nations Unies, où sa présence-même constituait une insulte à l'ordre juridique international, au droit international et même à la plus simple décence, j'ai eu l'occasion de me rendre à Catane pour soutenir les citoyens et les citoyennes courageux qui ont pris part à la flottille pour Gaza.
J'y ai vu des femmes, des hommes, des citoyens et citoyennes venus de toute l'Europe embarquer avec courage et dignité sur la flottille Thousand Madleens to Gaza . J'y ai vu des Belges, des Européens, des Européennes, des citoyens et les citoyennes engagés, solidaires et déterminés à briser le blocus illégal qui affame Gaza et sa population depuis des années, et avec une acuité et une violence décuplées depuis plusieurs mois maintenant.
J'y ai vu des militants qui refusent de rester les bras croisés devant le génocide en cours à Gaza. J'y ai vu des cœurs, et pas des armes. Des humanitaires, pas des provocateurs, et encore moins, bien entendu, des terroristes. Et, pourtant, depuis le départ de la Global Sumud Flotilla , ces embarcations civiles sont systématiquement attaquées. Des drones ont largué des grenades assourdissantes et des substances chimiques incendiaires sur le pont de différents bateaux remplis de civils. Suite à cela, des États comme l'Espagne et l'Italie ont immédiatement réagi, en envoyant des frégates pour protéger leurs ressortissants. L'Irlande a, quant à elle, accordé une protection diplomatique à ses ressortissants.
Et nous, monsieur le ministre? Quid de la Belgique? Nous avons d'abord eu droit à un silence radio de la part du gouvernement. Ensuite, des propos décalés, méprisants de la part du premier ministre à l'égard des citoyennes et citoyens courageux qui s'engagent dans cette flottille, en les présentant finalement comme des irresponsables qui prendraient des risques inconsidérés.
Et puis, monsieur le ministre, vous rendant compte qu'un total silence radio serait à la fois une faute politique, diplomatique et, plus important encore, morale, vous avez fait un petit pas. Et je tiens ici à le souligner, et le saluer d'une certaine manière, puisque vous avez pris langue avec vos homologues italien et espagnol pour que les frégates de ces deux pays puissent accorder leur protection aux citoyens belges qui naviguent sur les bateaux de la flottille.
C'est un premier pas significatif, mais insuffisant, monsieur le ministre. Face au comportement du gouvernement Netanyahu…
La présidente : Monsieur Dermagne, vous avez déjà parlé trois minutes.
Pierre-Yves Dermagne:
… Face aux attaques contre le droit international, il importe que la Belgique et son gouvernement aillent plus loin. Par conséquent, je vous demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères, si vous entendez accorder la protection diplomatique aux ressortissants belges qui se trouvent sur la flottille. Entendez-vous demander au gouvernement et, en particulier, au ministre de la Défense d'envoyer également une frégate militaire pour protéger nos concitoyens?
La présidente : Ik geef het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Dank u, mevrouw de voorzitster. Merci, chers collègues. Vous avez été à nouveau nombreux à me poser des questions relatives à la situation au Moyen-Orient et à Gaza en particulier. Malgré l'absence de MM. Lacroix, Vander Elst et Aerts – lequel m'avait adressé de nombreuses questions – et comme une trentaine d'interventions étaient prévues à ce sujet, je vais tenter de répondre complètement, y compris aux questions des collègues absents, puisque nous avons pu prendre connaissance de leurs préoccupations préalables.
Qu'il n'y ait aucun doute à ce sujet: je continue de me préoccuper de ce qu'il se passe précisément, car ces événements sont extrêmement graves. Chaque jour, je travaille avec mes services, mon cabinet et mes collègues du gouvernement afin de trouver des solutions.
De militaire operaties van Israël tegen Gaza-Stad veroorzaken meer onschuldige slachtoffers, meer materiële schade en verdere massale verplaatsingen van de burgerbevolking. Samen met andere Europese landen heb ik de regering-Netanyahu opgeroepen om die plannen op te geven. Ik heb vervolgens de aanvallen veroordeeld en Israël herinnerd aan zijn verplichting om het internationaal humanitaire recht te respecteren.
Het is belangrijk dat zulke acties worden veroordeeld. Het is van essentieel belang om de aandacht te vestigen op schendingen van het internationale recht. Dat maakt deel uit van de strijd tegen straffeloosheid.
Comme nous le savons, les condamnations ne suffisent pas. La moitié des centres qui traitaient la malnutrition dans la ville de Gaza ont été détruits. Fin août, le secrétaire général de l'ONU déplorait une famine à Gaza. Le 16 septembre, la Commission d’enquête internationale indépendante de l’ONU sur le territoire palestinien occupé a estimé qu’il y avait un génocide à Gaza.
Face à la situation, il faut des mots forts, c’est évident, mais il faut aussi des actes concrets, ce qui l’est tout autant. C’est la raison pour laquelle j’ai fait de nombreuses propositions très précises que le kern a décidé d’entériner le 2 septembre dernier. Vous les connaissez, chers membres de la commission, puisque je suis venu dès le lendemain vous les présenter au sein même de cette commission.
Certaines d’entre elles avaient déjà été envisagées sous la précédente législature, mais c’est l’Arizona qui les a adoptées lors de son Conseil des ministres du 12 septembre dernier.
De heer Aerts en enkele collega's hebben mij gevraagd hoever de uitvoering van elk van die besluiten gevorderd is. Ze zijn niet allemaal van mij afhankelijk, maar na overleg met mijn collega's kan ik meedelen dat ze allemaal ofwel werden uitgevoerd ofwel in het proces van uitvoering zijn, met een tijdschema dat varieert. Zoals u zich kunt voorstellen, duurt het wijzigen van een wet langer dan het persona non grata verklaren van individuen. U hebt me ook veel vragen gesteld over de uitdagingen bij de uitvoering van die besluiten. U bent zich daar dus terdege van bewust.
Sommige van die besluiten zijn inderdaad primeurs. Ze inspireren trouwens ook andere landen, die België als voorbeeld nemen, mevrouw Depoorter. Met name Spanje kondigde enkele dagen later maatregelen aan die vergelijkbaar zijn met het Belgische pakket. We hebben verzoeken ontvangen van andere partners, die ook nationale maatregelen willen nemen. De Palestijnse missie in België heeft de Belgische regering bedankt voor haar moed en daden. Verschillende ngo's hebben me geschreven om mijn voorstellen te verwelkomen en me aan te moedigen de uitvoering ervan voort te zetten.
Monsieur Boukili, vous pensez qu'il faut agir plus vite et faire encore plus. C'est évident! C'est la raison pour laquelle je veille à ce que les décisions prises par le gouvernement soient matérialisées le plus rapidement possible. Au demeurant, j'ai écrit à mes collègues pour les sensibiliser à l'urgence d'agir. Mes services ont contacté en parallèle leurs homologues afin d'obtenir rapidement des résultats. La machine est donc en marche. En soi, c'est déjà un signal envoyé au gouvernement Netanyahu.
Depuis la dernière fois que je suis venu devant vous, nous avons pu évacuer médicalement des enfants supplémentaires, atteints de pathologies complexes qui ne pouvaient être traitées dans la région. Quelques semaines auparavant, déjà, nous avions évacué d'autres enfants ainsi que leurs accompagnateurs. La Belgique se situe ainsi en quatrième place des pays de l'Union européenne en ce domaine, même si le nombre de personnes reste en soi bien modeste au regard de l'ampleur du drame. En tout cas, peu nombreux sont les pays à agir par rapport à ce qui devrait être, mais l'essentiel de ceux qui assument cette prise en charge sont l' Égypte, les Émirats arabes unis ou la Jordanie qui, en raison de leur proximité, font plus que nous. Ces évacuations sont complexes et coûteuses, mais elles ne dépendent pas que de la Belgique. Nous ne maîtrisons pas de nombreux acteurs et de multiples facteurs. Il ne suffit pas de rêver à évacuer les gens de Gaza. Il faut se rendre compte que, dans ce contexte de guerre, arriver à identifier leur localisation, prévoir et sécuriser des couloirs d'extraction, s'assurer que ce qui avait été prévu la veille est encore valable le lendemain matin, procéder aux checks de sécurité nécessaires et assumer la prise en charge, ce sont des choses qui se disent facilement, mais qui sont applicables beaucoup plus difficilement dans un contexte de guerre. En tout cas, nous allons évidemment poursuivre ces opérations par humanisme.
De heer Aerts had meer informatie gevraagd over de 12,5 miljoen euro aan humanitaire hulp die ik heb aangekondigd, bovenop de 7 miljoen euro die dit jaar al is toegezegd. De aangekondigde 12,5 miljoen euro omvat een bijkomende 4,5 miljoen euro voor UNRWA, 2 miljoen euro voor de activiteiten van het ICRC, met name de bescherming en bijstand aan de meest kwetsbare mensen in Gaza en nog eens 6 miljoen euro voor OCHA als flexibele financiering om onder coördinatie van de Verenigde Naties de actoren te ondersteunen die het best geplaatst zijn om aan de behoeften ter plaatse te voldoen.
Daarnaast werden de voorbereidingen opgestart om het lopende programma van onze gouvernementele samenwerking met de Palestijnse Autoriteit bij te sturen. De timing en concrete invulling hangen af van de verwachte evolutie op het terrein. In ieder geval zal België zich resoluut blijven inzetten voor de ontwikkeling van een stabiele en inclusieve rechtsstaat in de Palestijnse gebieden. Tevens zal worden bekeken in welke mate België zich, in het kader van een internationale en multilaterale samenwerking, kan aansluiten bij een gezamenlijke aanpak voor herstel en heropbouw.
À ce sujet, nous nous sommes associés voici quelques jours à plusieurs autres États qui ont lancé la Emergency Coalition for the Financial Sustainability of the Palestinian Authority.
Ik wil ook duidelijk stellen dat België wel degelijk reageert op de vernieling door Israël van projecten die mede door ons land zijn gefinancierd. Sinds 2017 hebben de EU en een aantal donoren op initiatief van België een gemeenschappelijke strategie ontwikkeld voor gevallen van sloop en inbeslagname, waarbij wij financiële compensatie van de Israëlische autoriteiten eisen. De donoren en de EU hebben officiële brieven gestuurd naar de COGAT (Coordinator of Government Activities in the Territories), de civiele administratie in de Palestijnse gebieden die onder het Israëlische ministerie van Defensie valt.
De overhandiging van die brieven gaat regelmatig gepaard met stappen die de ambassades van de betrokken lidstaten zetten ten aanzien van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.
Il va évidemment de soi qu'une reconstruction de Gaza ne pourra être effective que si elle s'inscrit dans le cadre d'une perspective politique négociée garantissant les conditions pour que les Palestiniens et Israéliens puissent vivre durablement en paix côte à côte. C'est pour cela que le 22 septembre, à New York, la Belgique s'est jointe aux pays qui ont annoncé la reconnaissance de l' É tat de Palestine.
Cette décision était fidèle à la résolution que vous avez vous-même adoptée en mai dans ce Parlement et que le gouvernement avait décidé de faire sienne. Cette reconnaissance participe à la matérialisation de la solution à deux É tats pour laquelle nous plaidons, ceci parce que nous pensons que c'est la meilleure façon de permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre les uns à côté des autres pacifiquement et en sécurité dans la durée.
Dit was de eerste fase, de politieke fase. Het koninklijk besluit is immers onderworpen aan twee voorwaarden die het mogelijk maken om te voorkomen dat Hamas een blanco cheque krijgt. Als het Trumpplan wordt aangenomen, zal trouwens aan de twee voorwaarden worden voldaan: de vrijlating van de gijzelaars en de uitsluiting van Hamas van het bestuur van Palestina.
Monsieur Boukili, ne vous en déplaise à vous ou à d'autres de vos collègues, je peux témoigner que la semaine dernière à New York, lors de la semaine de haut niveau des Nations Unies, les propos de notre premier ministre à la tribune, évoquant clairement cette reconnaissance sur la scène diplomatique, ont été largement salués, y compris par les autorités palestiniennes. Personne ne m'a en effet accosté dans les couloirs en me disant "Monsieur le ministre, quand va venir le moment de l'adoption de l'arrêté royal en Conseil des ministres?" Ce qui importait pour la communauté diplomatique internationale, c'était la posture politique de la Belgique se joignant au groupe des autres pays qui ont reconnu l'État de Palestine.
S'il est vrai que certains, vous comme d'autres, pourraient considérer que la seule reconnaissance valable est celle qui produit des effets juridiques, à savoir celle qui fera l'objet d'une validation par le Conseil des ministres, alors oui, nous n'y sommes pas encore. On peut continuer à rester dans l'entre-soi belgo-belge, pétri de ses certitudes politiques, parce que cela sert évidemment le jeu majorité-opposition, il n'en demeure pas moins que l'effet de la position belge a été bien perçu sur la scène diplomatique internationale. Du reste, d'autres pays sont d'ailleurs en train d'observer et d'étudier, en interne de leur processus décisionnel, le processus qui a été le nôtre.
Rappelons aussi, parce que le débat autour de la question de la reconnaissance a parfois tellement supplanté le reste des dimensions de ce problème à Gaza, que la reconnaissance, même décidée de manière immédiate, n'est pas ce qui permet de nourrir les bouches affamées des enfants, des femmes, des citoyens actuellement en manque d'aide humanitaire à Gaza. C'est la raison pour laquelle – même si cette reconnaissance était extrêmement importante pour pouvoir s'ériger contre les velléités israéliennes d'annexion de la Cisjordanie, d'occupation militaire totale de Gaza ou de relance de nouvelles colonies illégales, pour préserver la solution à deux États, comme son nom l'indique – elle ne doit pas nous éloigner de l'essentiel, qui reste la crise humanitaire. Le seul moyen de faire sauter le bouchon inacceptable et illégal du blocus humanitaire, constitutif de crime de guerre, est d'agir sur le volet des sanctions.
À cet égard, la Belgique est dans le peloton de tête européen des mesures qui ont pu être prises. Je l'ai déjà dit, et je le répète, je vous mets au défi de trouver cinq pays européens qui ont pris des mesures aussi volontaristes que les nôtres en termes de sanctions.
In ieder geval blijven wij sancties opleggen aan Israëlische kolonisten en aan Hamas, zowel op nationaal als Europees niveau. We roepen de EU ook op met aanvullende voorstellen te komen die de druk op hen kunnen opvoeren.
Parce qu'il est clair que, si la Belgique ne pouvait plus rester derrière le paravent de l'inertie européenne pour s'exonérer de prendre des initiatives nationales – raison pour laquelle j'ai proposé cette batterie de mesures début septembre –, nous sommes aussi conscients que c'est en prenant des sanctions à l'échelle européenne que celles-ci auront potentiellement le plus d'impact sur Israël, puisque l'ensemble du marché européen représente le premier partenaire économique d'Israël.
Donc, nonobstant les mesures prises au niveau belge, nous continuons de plaider ardemment pour que des sanctions soient également prises au niveau européen pour maximiser l'impact de ces mesures. En attendant, nous travaillons à ce que nos mesures, jointes à des décisions nationales d'autres États, puissent atteindre une masse critique significative et avoir un effet d'entraînement, un effet boule de neige.
Wat Hamas betreft, willen wij dat die terroristische beweging de gijzelaars onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat. Tegelijkertijd moedigen we Israël aan om met Hamas te onderhandelen. Tot nu toe is het immers dankzij onderhandelingen dat de meerderheid van de gijzelaars is vrijgelaten.
Daarom betreur ik, mijnheer Van Rooy, net als de Europese Unie, de schending van de soevereiniteit van Qatar door Israël, dat op 9 september aanslagen heeft gepleegd in Doha. Op grond van artikel 2, paragraaf 4, van het Handvest van de Verenigde Naties is dat een ernstige schending van de soevereiniteit van Qatar. Die aanslagen zijn des te betreurenswaardiger omdat Qatar, samen met Egypte en de Verenigde Staten, een bemiddelende rol speelt om de vrijlating van Israëlische gijzelaars en een staakt-het-vuren in Gaza mogelijk te maken. Het waren echter juist de Hamas-onderhandelaars die Israël daar heeft gedood. U mag zich verheugen dat er mannen zijn gestorven, als u dat wilt, maar het internationale recht sluit buitengerechtelijke executies uit. Bovendien is het doden van Hamas-onderhandelaars waarschijnlijk geen goed nieuws voor de Israëlische gijzelaars, omdat het de deur sluit voor verdere onderhandelingsmogelijkheden, terwijl onderhandelingen tot nu toe meer resultaat hebben opgeleverd dan militair geweld.
Même si, évidemment, personne ne pleurera le décès de leaders terroristes du Hamas.
We veroordelen trouwens ook gelijkaardige Israëlische aanvallen in Libanon en Syrië. Het is aan deze landen om terreurorganisaties op hun eigen grondgebied te bestrijden, met respect voor de rechtsorde en de mensenrechten.
De twee voorwaarden, waarvan eerder sprake, om de staat Palestina wettelijk te erkennen, hangen niet af van Israël. Het is twijfelachtig of de regering-Netanyahu al het mogelijke doet om de gijzelaars vrij te laten, maar het is Hamas dat hen vasthoudt. Het is Hamas dat hen zou moeten bevrijden.
Over de voorwaarde dat terroristische organisaties zoals Hamas van het beheer van Palestina zouden worden uitgesloten, heeft Hamas gezegd dat het hiervan voorstander zou zijn. De verklaringen van president Abbas gaan in dezelfde richting, zoals ook is besloten door alle ondertekenende staten in de Verklaring van New York en het is ook wat het Trumpplan, dat Hamas bestudeert, biedt.
Mevrouw Van Hoof, madame Maouane, monsieur Boukili, je n'ai pas accueilli "avec enthousiasme", comme vous l'avez indiqué, monsieur Boukili, le plan proposé par M. Trump, plan que vous qualifiez de néocolonial. Mais j'ai, comme d'ailleurs l'immensité de la communauté internationale, salué ce plan. Même l'Espagne, que vous identifiez souvent comme étant le pays le plus en pointe dans la défense de la cause palestinienne, a salué ce plan, tout comme moi.
Ce plan n'est pas parfait, et l'Union européenne n'a pas encore été formellement impliquée à ce stade, non. Plusieurs pays arabes ont, par contre, été consultés en amont, notamment durant la semaine à New York. J'en ai été le témoin direct, et j'ai pu en parler avec plusieurs de mes homologues des pays arabes.
Ce plan exclut l'occupation de Gaza par Israël. C’est une bonne chose, mais les conditions du retrait mériteraient d'être clarifiées et précisées selon un calendrier précis, d'autant qu'on entend le premier ministre israélien émettre des objections à cette question.
Ce plan reconnaît que les Gazaouis doivent pouvoir rester chez eux. Il prévoit un cessez-le-feu et une augmentation de l'aide humanitaire; mais il resterait des obstacles à cette aide. Le sort de la Global Humanitarian Foundation, qui est problématique, nous le savons, n'est pas clairement réglé.
Le plan reconnaît aussi le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, ce qui est notre position également. Mais les étapes pour parvenir à la solution à deux États restent à confirmer.
Il prévoit la libération des otages et celle de prisonniers palestiniens, dont des enfants. Il exclut le Hamas de la gouvernance de Gaza, ce que nous souhaitons également. Mais il part de la mise en place d'un board of peace , dirigé par des étrangers, ce qui peut aussi poser question. L'Autorité palestinienne est mentionnée, mais son rôle n'est pas évident.
Bref, ce plan n'est pas parfait, mais il a bien le mérite d'exister dans le contexte que nous connaissons. Malgré ses imperfections, il offre une base pour reprendre les négociations de manière crédible. C'est cela qui mériterait d'être salué.
In een verklaring naar aanleiding van het plan van president Trump herhaalde de Palestijnse Autoriteit ook haar positie over de hervormingen die toegezegd zijn op de Tweestatenconferentie in New York, inclusief presidents- en parlementsverkiezingen binnen één jaar na het einde van de oorlog; scholencurricula in lijn met de Unesconormen binnen de twee jaar uitvoeren; de afschaffing van het Martelarenfonds en de oprichting van een sociaal welzijnssysteem, onderworpen aan internationale controle. Een uitdaging zal echter het organiseren van verkiezingen zijn. De Palestijnse Autoriteit heeft geen toegang tot Oost-Jeruzalem, dat geannexeerd is door Israël, en momenteel ook niet tot Gaza. Toch wordt er nagedacht over creatieve oplossingen, ook om de mogelijke weigering van Israël te overwinnen.
Mijnheer Van Rooy, de hervormingen van het Martelarenfonds en van de schoolcurricula maken al deel uit van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA (Directorate-General for the Middle East, North Africa and the Gulf) heeft technische teams ter beschikking gesteld aan de Palestijnse Autoriteit. De wetgeving rond het Martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet ter oprichting van een socialezekerheidsfonds gebaseerd op armoede-indicatoren. Begin september werd de eerste betaling verricht onder dat nieuwe socialezekerheidssysteem. Voorts werd ook een audit besteld, die de komende maanden zal worden uitgevoerd.
Ik wil de heer Van Rooy ook meegeven dat de Palestijnse Autoriteit van haar kant Israël al erkend heeft in 1993. De Palestijnse Autoriteit is echter niet beloond voor haar erkenning van Israël, wat extremisme in de hand heeft gewerkt.
Ik wens te benadrukken dat de erkenning van Palestina geen anti-Israëlische beslissing is. Het is de bevestiging van het Europese en Belgische beleid sinds decennia, waarbij we ons engagement ten aanzien van de tweestatenoplossing systematisch herhalen.
Volgens de beschikbare archieven tussen 2020 en vandaag was er één verzoek aan België voor diplomatieke toestemming voor overvluchten van Israëlische militaire vluchten. De weigering van verzoeken van de Israëlische autoriteiten voor militaire overvliegvergunningen geldt voor alle aanvragen. Er is nog nooit een verzoek ingediend voor een permanente diplomatieke toelating voor Israëlische militaire vluchten. Dat is mijn antwoord op een vraag van de heer Aerts.
Wat ons wapenuitvoerbeleid betreft, kan ik het volgende meedelen. In juni organiseerde ik reeds een interfederaal overleg met de betrokken beleidscellen en administraties. Het doel van dat overleg is enerzijds om de regels aan te scherpen en anderzijds om de uitvoering te verbeteren door middel van coördinatie en informatie-uitwisseling. Daarbij spelen Douane, Mobiliteit, Buitenlandse Zaken en de gewesten een rol. Vragen die specifiek over Douane en Mobiliteit gaan, moeten aan de bevoegde minister worden gesteld. Op basis van de beslissing van de Raad van ministers van september vond nog recent overleg plaats.
We hebben een politieke consensus bereikt om het akkoord tussen de federale overheid en de gewesten van 2009 aan te passen. Ik bereid bovendien een koninklijk besluit voor, samen met mijn collega Jean-Luc Crucke, de minister van Mobiliteit. Beide worden binnen de komende dagen verwacht.
Wat individuele sancties betreft, gaat het om verschillende lijsten. De namen die op Europees niveau zijn aangenomen, zijn meteen ook op Belgisch niveau overgenomen. We pleiten echter al meer dan een jaar op Europees niveau voor een uitbreiding van deze lijsten, zowel wat betreft de leden van Hamas als gewelddadige kolonisten en twee extremistische ministers.
Tot nog toe is daarover op Europees niveau geen consensus, zoals ik ook meermaals in deze Kamer heb aangegeven, niettegenstaande de juridische sterkte van deze voorstellen. Onze voorkeur gaat uiteraard nog steeds uit naar een Europese aanpak, maar in afwachting daarvan zullen wij op nationaal niveau deze individuen sanctioneren, als uitzonderlijke maatregel. De betrokken diensten werken aan de uitvoering hiervan. Persoonlijk hoop ik dat er stilaan een momentum ontstaat, zodat de Europese leiders hierover een gemeenschappelijk signaal kunnen geven. Ik hoop het des te meer na de verklaringen van de voorzitster van de Commissie, mevrouw Von der Leyen.
Mevrouw Van Hoof, laten wij eerlijk zijn, van alle maatregelen die ik aan het kernkabinet heb voorgesteld, zal het invoeren van een importban voor producten uit de illegale nederzettingen ongetwijfeld de moeilijkste worden. Zoals u allen weet, leven wij in een eengemaakte Europese markt en is de Europese Commissie bevoegd voor de handel met landen buiten de EU. Het Internationaal Gerechtshof heeft echter al meer dan een jaar geleden beslist dat derde staten, zoals België, de verplichting hebben de handel met de nederzettingen stop te zetten. Zo niet, dragen wij onrechtstreeks bij tot het bestendigen van een oorlogsmisdaad.
Dit geldt als onze juridische basis. Vandaar dat ik al aan de Europese Commissie heb gevraagd om ons richtlijnen te geven. Samen met ongeveer 10 andere EU-lidstaten heb ik bovendien een brief gestuurd naar de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om samen te werken aan een Europees beleid hieromtrent. In afwachting van een Europees beleid willen wij op Belgisch vlak al van start gaan, in lijn met ons engagement ten aanzien van het internationaal recht.
Slovenië voerde al een importverbod in, enkel voor producten uit de nederzettingen. Ierland werkt eveneens aan een wetsvoorstel waarin ook de diensten en investeringen zouden worden opgenomen. Ook vanuit onze buurlanden Nederland en Luxemburg bestaat er belangstelling, evenals vanuit Spanje. Mijn diensten staan bovendien in contact met onze collega’s in Ierland, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken. Met andere woorden, ons initiatief krijgt tractie.
Het behoort tot de bevoegdheden van de FOD Economie om samen met de FOD Financiën de actie concreet uit te werken. Er zijn deelaspecten die eenvoudiger toe te passen zijn dan andere. Als voorbeeld kan worden vermeld dat de lijst met postcodes van de nederzettingen gekend is, waardoor de productiesites kunnen worden getraceerd. Ook de Verenigde Naties heeft recent een geactualiseerde lijst gepubliceerd van ondernemingen die actief zijn in de illegale nederzettingen. Om uw vraag te beantwoorden, geef ik mee dat geen enkel Belgisch bedrijf daarin is vermeld.
C'est bon à savoir! Cette mise à jour faite par les É tats, par les Nations Unies, précise bien que, dans toute cette liste d'entreprises qui agissent dans les colonies illégales, ne figure aucune entreprise belge.
Pour répondre de manière plus précise encore à M. De Smet, qui m'interrogeait sur les modalités pratiques de la mise en œuvre de cette sanction décidée par le Conseil des ministres et visant à interdire l'importation de ces produits, je ne peux que vous inviter à l'avenir à interroger mes collègues de l'Économie et des Finances chargés de la mise en œuvre pratique de cette décision, et non les Affaires étrangères. Madame Maouane, la décision du Conseil des ministres vise bien à interdire non seulement les produits issus d'entreprises publiques israéliennes mais aussi ceux des entreprises privées installées dans les colonies. Pour les mécanismes de contrôle et les modalités d'importation via d'autres pays de l'Union européenne, comme je viens de le préciser, je ne peux que vous orienter vers mes collègues en charge de l' É conomie et des Finances.
Monsieur De Smet, nous prenons nos responsabilités au niveau national et aussi au niveau européen qui, je l'ai déjà dit, reste incontestablement le niveau le plus pertinent pour agir. Mais ceci ne doit pas nous dédouaner de nos propres initiatives. La Belgique soutient clairement la suspension partielle et même potentiellement totale de deux volets de l'accord: le volet commercial et le volet recherche-innovation-coopération technologique.
Je rappelle qu'à la lecture de la décision prise par le kern, entérinée ensuite par le Conseil des ministres, j'ai reçu un mandat clair et total d'appuyer toutes les sanctions qui seront mises sur la table par l'Union européenne et de pouvoir même les plaider. Vous aurez vu dans la liste que nous avons évidemment évoqué le fameux accord d'association entre l'Union européenne et Israël, tant sa suspension totale que partielle. Mais nous avons été bien au-delà, en listant toute une série d'autres accords entre l'Union européenne et Israël et pour lesquels la Belgique est demandeuse. Elle-même soutiendra donc toute sanction possible.
Monsieur Kompany, le 17 septembre la Commission européenne a finalement présenté un paquet de mesures et de sanctions aux États membres. Il y a donc quelques jours de cela, suite aux demandes que j'avais formulées à plusieurs reprises avec d'autres collègues européens. J'ai en effet eu des discussions avec certains de mes partenaires européens sur ces propositions. Pour les adopter, il faudra, selon les mesures proposées, tantôt l'unanimité, tantôt une majorité qualifiée. La Belgique adoptera quoi qu'il en soit une approche volontariste. Au-delà des accords et des programmes dont nous avons déjà décidé d'appuyer la suspension, la décision du gouvernement est très claire: la Belgique appellera la Commission et le Service européen pour l'action extérieure à présenter également d'autres mesures possibles. Nous ne nous en tiendrons pas uniquement aux déclarations faites par Mme Von der Leyen.
Monsieur Boukili, vous estimez peut-être que l'accord est largement insuffisant, bien qu'il soit largement supérieur à ce qu'un quelconque précédent gouvernement ait jamais pris comme décision, que plusieurs mesures sont des premières et que d'autres pays s'en inspirent. Là où je ne suis pas d'accord avec vous, c'est que votre logique semble être celle de sanctions aveugles permanentes, celle du blanc ou noir. Je l'ai dit, ce serait une erreur de punir aveuglément un peuple dont des centaines de milliers de personnes, tout comme en Belgique, s'insurgent contre les politiques du gouvernement Netanyahu. Notre gouvernement fait la différence entre le gouvernement d'Israël, qui viole actuellement de manière scandaleuse le droit international, et le peuple d'Israël, qui est divisé. Nous veillons aussi à ne pas faire d'amalgame entre le gouvernement d'Israël et la communauté juive à travers le monde. L'antisémitisme est en hausse, et pour lutter contre cela, nous prenons aussi des mesures.
Volgend op de beslissingen van de federale regering van 12 september en de opdracht die mij werd gegeven om de toegang tot de consulaire diensten voor Belgen die in de nederzettingen wonen te beperken tot uitsluitend de wettelijk bepaalde noodbijstand, kan ik enige toelichting geven in antwoord op uw vragen.
Er dient allereerst een duidelijk onderscheid tussen consulaire administratieve bijstand en consulaire noodbijstand te worden gemaakt. Beiden vallen onder het regelgevend kader van het Consulair Wetboek. De elementen van consulaire dienstverlening die in dat wetboek staan, die u in uw vragen hebt aangehaald, vallen onder de definitie van consulaire administratieve bijstand en zullen derhalve niet langer aan de Belgen die in de nederzettingen wonen worden verleend.
Wat de legalisaties betreft herinner ik u eraan dat Israël, net als België, lid is van het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereisen van legalisatie van buitenlandse openbare akten. Voor de regeringsbeslissing van 12 september werden er dus al geen documenten meer gelegaliseerd.
Consulaire noodbijstand, inclusief de afgifte van noodreisdocumenten, zoals bepaald in hoofdstuk 13 van het Consulair Wetboek, blijft wel van toepassing, zoals voor alle Belgen in het buitenland, in uitvoering van de regeringsbeslissing van 12 september.
Collega’s, volgens de informatie waarover wij beschikken, nemen acht Belgen deel aan de Global Sumud Flotilla. Anderen maken deel uit van de Thousand Madleens Flotilla. We staan in contact met deze flottieljes en hun vertegenwoordigers in België. Mijn medewerkers ontvangen vandaag voor de tweede keer vertegenwoordigers op mijn kabinet.
De FOD Buitenlandse Zaken volgt de ontwikkelingen op de voet.
Et je suis toujours surpris quand – sauf à vouloir caricaturer la situation – on parle de mon silence sur la question de cette flotte.
D'abord parce que je me suis déjà exprimé publiquement à deux reprises. Par ailleurs, pas plus tard que dimanche dernier, j'ai encore longuement eu au téléphone le matin l'un des acteurs coordinateurs. Peut-être que ce que je dis n'est-il pas ce que la flottille a envie d'entendre. Ça, c'est autre chose. Mais pour autant, on ne peut pas parler de silence.
Pendant votre week-end à Catane, monsieur Dermagne, j'ai obtenu de mes homologues italien et espagnol – et je vous remercie d'avoir eu l'élégance de le souligner – que leurs bateaux puissent en cas de besoin porter assistance à nos compatriotes.
Il y a une grande distinction à opérer entre la protection consulaire et la protection militaire. J'entends que la flottille voudrait que la Belgique envoie un bateau militaire. Outre le fait que je ne rentrerai pas dans un long débat sur notre marine et la disponibilité relative de ses frégates – dont certaines sont d'ailleurs en maintenance –, des pays comme la Grèce, l'Italie ou l'Espagne, au vu de leur configuration géographique bercée par l'eau, ont évidemment une flottille bien plus large que la nôtre. Dès lors que l'enjeu est de porter assistance en cas de problème, il n'est nul besoin d'un bateau supplémentaire à ceux déjà aux côtés de la flottille actuelle. C'est la raison pour laquelle j'ai pris contact d'initiative avec mes homologues italien et espagnol pour s'assurer qu'en cas de nécessité, leur bateau pourrait aussi prendre en considération l'assistance à apporter à nos compatriotes, ce qui a été acquis. Et j'en remercie l'Italie et l'Espagne.
C'est différent d'une protection militaire, car même mes homologues m'ont confirmé que les bateaux militaires dépêchés sur place par l'Espagne et l'Italie s'y rendent avec la seule finalité d'une assistance humanitaire. Ils ne vont pas eux-mêmes franchir les eaux territoriales israéliennes. Il ne faut donc pas attendre une intervention militaire quelconque, susceptible de générer une escalade militaire avec plusieurs pays européens, que personne ne souhaite dans cette région.
Bien sûr, nous pourrions à l'envie discourir, faire des cartes blanches, donner des interviews en disant "oui mais ce ne sont pas des eaux territoriales israéliennes, ce sont des eaux territoriales palestiniennes". Je suis ouvert et prêt pour tout ce débat rhétorique. Il n'en demeure pas moins qu'aujourd'hui, nous avons quand même tous pu nous rendre compte, depuis des mois et des mois, que le respect du droit international n'était pas la grande priorité de l’État d’Israël. Il viole ce droit international sans vergogne depuis des mois sur terre. Qui peut imaginer que tout d'un coup, il va par miracle être pris de remords à violer ce droit international en mer? Il considère, indépendamment de la rhétorique qui peut nous animer, que les eaux territoriales sont bel et bien israéliennes. Peu importe que l'on cautionne ou pas cette analyse: c'est celle aujourd'hui d'Israël, qui est susceptible d'intervenir militairement.
C'est la raison pour laquelle, tout en saluant pour ma part la démarche extrêmement louable de ces activistes – et ce mot n'est pas péjoratif dans ma bouche – je rappelle, et c'est mon devoir, que nos compatriotes qui participent à ces flottilles sont en train de mettre leur vie en danger. C'est mon devoir de les alerter et de ne pas faire semblant de l'ignorer. C'est mon devoir de souligner que, si leur volonté d'attirer l'attention de la communauté internationale sur le blocus humanitaire honteux qui s'exerce depuis trop longtemps à Gaza est évidemment louable, il n'a pas été utile que cette démarche se fasse pour que la communauté internationale soit consciente de ce drame qui se joue.
C'est là où je dis qu'il y a une mise en danger que l'on peut juger risquée ou inutile de leur propre vie, alors même que le message a déjà été compris, mais que les capacités d'action et d'intervention pour éviter un embrasement militaire total de la région sont compliquées et doivent se résoudre par les voies diplomatiques. Il ne saurait être question d'envoyer des navires militaires et encore moins d'intervenir militairement, sous peine de générer une escalade dans la région.
Je rappelle que des propositions ont été faites à cette flottille de pouvoir livrer leur aide humanitaire sur une île grecque, se chargeant par la suite du transport jusqu'à destination, mais que cette proposition n'a ni été souhaitée ni jusqu'à présent acceptée par Israël.
Je le dis et redis très clairement: une assimilation de ces Belges par Israël à des terroristes est et serait totalement inacceptable. J'ai déjà insisté auprès d'Israël pour le respect strict du droit international, y compris celui de la mer. Mais vous savez, aujourd'hui, quel intérêt extrêmement relatif Israël porte au respect du droit international.
Mes services ont invité vendredi dernier l'ambassadrice d'Israël, une nouvelle fois, pour lui transmettre clairement nos messages et la mettre en garde: toute démarche, et a fortiori, attaque contre nos compatriotes est inacceptable. Une protection consulaire classique – celle que nous offrons à nos compatriotes quel que soit le pays du monde où ils se trouvent en difficulté – sera évidemment procurée. Mais ne confondons pas un souhait de protection consulaire avec une exigence de protection militaire qu'il n'est pas raisonnable de formuler dans le contexte que nous connaissons!
C'est la raison pour laquelle, sans remettre en cause la motivation de ces personnes et en m'associant à la volonté qui est la leur de dénoncer le blocus humanitaire, en agissant par contre par les voies diplomatiques en vue d'obtenir un résultat, je ne peux que réitérer mon appel à la plus grande prudence pour éviter à nos compatriotes une mise en danger de leur propre vie et de celle des personnes qui les accompagnent.
Les leviers sont clairement au niveau diplomatique. On peut espérer que le plan proposé par M. Trump, nonobstant les éléments d'insatisfaction qui subsistent ou les éléments de clarification attendus, procure rapidement des effets, dont notamment la libération de plus de 500 camions d'aide qui pourraient à nouveau entrer chaque jour à Gaza. Ce serait effectivement un élément utile, susceptible de procurer un résultat concret sur le terrain.
Voilà, mesdames et messieurs les parlementaires, les éléments qu'il me paraissait utile d'apporter en réponse à vos interrogations multiples et légitimes sur la situation problématique à Gaza, en Israël, et à l'égard de la flottille. Il n'y a pas de silence. Il y a une prise de conscience et une prise de responsabilité, qui doivent venir de toutes les parties. Je vous remercie.
De voorzitster : Collega’s, iedereen heeft twee minuten repliektijd. Gelieve u daaraan te houden, aangezien er nog veel vragen volgen.
Rajae Maouane:
Madame la présidente, je vais essayer d'être rapide. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous cacher que je ne suis pas totalement satisfaite ou totalement rassurée par toutes vos questions. Merci d'abord d'avoir qualifié les propos du ministre israélien – qui menace les activistes – "d'inacceptables". C'est rassurant, je ne l'avais pas entendu avant. Je l'entends maintenant et cela me rassure.
Le plan américain est un début, en effet, mais ce n'est pas vraiment un plan de paix. Comme je l'ai dit, c'est un ultimatum. C'est un couteau sous la gorge des Palestiniens pour accepter un plan de paix qui n'en n'est pas un.
Sur le reste, je me réjouis d'interroger MM. Jambon et Clarinval sur l'interdiction des produits issus des colonies.
J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction. J'ai même – j'espère que vous le savez – de l'estime à votre égard. Par contre, quand je vous entends dire qu'il y a un "problème" à Gaza, parler de "crise humanitaire", cela me choque profondément. Les mots ont un sens, monsieur le ministre. Le problème à Gaza est qu’Israël est une armée sans limite qui bombarde des enfants, qui tue des pères, qui tue des mères, qui assassine des journalistes, qui fait un nettoyage ethnique, qui fait exploser des hôpitaux, qui tue un à un des membres des services de secours, des médecins, des infirmiers, des secouristes. Ce n’est pas un problème: c'est un génocide.
Vous parlez de "crise humanitaire", mais ce n’est pas une crise humanitaire, c'est un blocage, un blocus humanitaire imposé de manière illégale par Israël à une population, qui empêche la nourriture d'entrer et qui empêche les médicaments d'entrer. Israël a des snipers qui tuent des gens qui viennent chercher à manger alors qu'ils sont déjà affamés. Donc quand je vous entends dire ces mots-là, moi ça me choque et je ne comprends pas pourquoi il y a une espèce de minimisation de ces problèmes.
Monsieur le ministre, on ne rêve pas d'une évacuation des civils de Gaza. Moi je rêve, je demande et veux que les civils soient protégés. On veut que les civils ne soient pas bombardés tous les soirs et tous les jours. On rêve que les enfants retrouvent un avenir, qu'une population arrête d'être nettoyée ethniquement, qu'elle arrête d'être privée de nourriture, qu'elle arrête de craindre pour sa vie à toute heure du jour ou de la nuit, qu'elle arrête de craindre pour son avenir. On rêve que les Gazaouis restent à Gaza en sécurité. On rêve que les colons arrêtent leur violence en Cisjordanie. C'est ça, notre rêve. Que le peuple palestinien ait réellement droit à son autodétermination et à la paix et la sécurité.
C'est ça notre rêve aujourd'hui. J'espère que vous le partagez également, même si parfois les mots, comme je l'ai dit, ne sont pas suffisamment forts au vu de la situation dramatique et du génocide qu'on est en train de vivre.
Sam Van Rooy:
Vooreerst laat ik opmerken dat de Hamas Flotilla, waaraan acht antisemitische narcisten uit België deelnemen, uiteen is gevallen, omdat moslims niet met zogeheten queeractivisten willen varen. De terreurvloot wees zelfs het voorstel van Italië en het Vaticaan af om de hulpgoederen veilig af te leveren in Gaza. Dat zegt alles.
Mijnheer de minister, ik heb vier punten genoteerd. Ten eerste, de Belgen die zich aansloten bij de illegale terreurvloot van Hamas, van moslimterroristen dus, kunnen op uw steun en die van de regering rekenen. Ze krijgen zelfs lovende woorden, Belgistan ten top.
Ten tweede, de corrupte negationist Mahmoud Abbas en diens Palestijnse Autoriteit betalen al decennia, ook de afgelopen maanden nog, minister, jihadistische Jodenmoordenaars. De regering blijft daar belastinggeld aan geven en heeft dus alsmaar meer Joods bloed aan de handen.
Ten derde, een aantal woningen in Judea en Samaria blijkt voor de Belgische politici belangrijker te zijn dan de talloze christenen die in het Midden-Oosten door moslims worden afgeslacht.
Ten vierde, als Hamas het Gazaplan van Trump en Netanyahu aanvaardt, stopt de oorlog onmiddellijk. Zo niet, gaat Israël door to finish the job , en dat voortaan met de goedkeuring van iedereen die het twintigpuntenplan aanvaardt. Het is dus een goede zaak, minister Prévot, dat u achter dat plan staat. Dat uw meent dat de jihadisten van Hamas en Qatar zonder de grote militaire macht en druk van Israël, en dus zonder de oorlogsvoering van het IDF, willen onderhandelen, illustreert uw infantiel wereldbeeld.
Tot slot richt ik me tot de pro-Palestijnse activisten in het Parlement, die al bijna twee jaar genocide en ceasefire roepen en aanhoudend lasteren, maar vandaag het ceasefire plan van president Trump verwerpen, uw masker is nu wel heel duidelijk afgevallen.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je voudrais tout d’abord vous remercier pour vos propos concernant la flottille. Nous avons en effet entendu ce matin que vous vous êtes déjà adressé à Israël en affirmant qu’il ne respecte pas le droit international, notamment en ce qui concerne les eaux territoriales, qui ne relèvent pas de sa compétence mais bien de Gaza. Je vous remercie pour ces déclarations fortes. Je vous remercie également d’avoir affirmé que les membres de la flottille ne sont pas des terroristes. Vos propos, en tout cas, se distinguent de ceux du premier ministre et du gouvernement. Je tiens à le saluer.
Je vous invite, monsieur le ministre, à rester en contact avec les membres de la flottille et à continuer à interpeller solennellement Israël. Je pense que la population belge a besoin de vous entendre, de savoir que vous êtes solidaire de nos compatriotes qui accomplissent un travail remarquable.
Un génocide est en cours. Concernant les sanctions, il ne faut pas fanfaronner. Jusqu’au mois d’août, au Conseil de l’Europe, nous étions du mauvais côté de l'histoire. Ce n’est qu’en septembre que nous avons rejoint les autres pays. Il ne faut donc pas adopter un ton trop triomphant. Je vous salue pour le travail accompli, mais restons lucides car jusqu’il y a peu, la situation était complexe.
Enfin, concernant le texte visant à interdire les produits issus des colonies, je m’adresse à vous, madame la présidente, madame Van Hoof, et vous demande de bien vouloir soumettre votre texte au vote. Nous vous soutiendrons. Si nous devons attendre celui de M. Clarinval et de M. Jambon, nul ne sait quand il sera prêt.
En tout cas, nous devons avancer et aller plus loin. Nous vous soutiendrons donc. Je vous remercie.
Nabil Boukili:
C'est très difficile de répondre en deux minutes, monsieur le ministre. Vous avez dit beaucoup de choses.
Certaines choses ont retenu mon attention, notamment ce que vous dites que au sujet de la flottille. Ce qui était demandé, c'est comment garantir sa protection et éviter qu'on arrive à un drame. C'était de prendre position par rapport à Israël de manière publique et déclarée, que s'il s'attaque à cette flottille il y aura des représailles, il y aura des réponses du gouvernement belge. Ça, ça n'a pas été clarifié à ce niveau-là. Quand vous dites que cette flottille n'était pas nécessaire pour sensibiliser la communauté internationale à ce qui se passe à Gaza, je ne suis pas d'accord avec vous. Parce que vu la situation aujourd'hui à Gaza, vu le génocide à Gaza, ce n'est pas une crise humanitaire, c'est une famine organisée dans l'objectif de supprimer le peuple palestinien. C'est la politique et la stratégie de l'État d'Israël.
Non, les réponses ne sont pas à la hauteur. Je suis désolé. Vous dites qu'on est dans le peloton de tête au niveau européen concernant des sanctions. Je suis désolé, on parle de l'Europe, qui est la première complice de l'État génocidaire en étant son premier partenaire économique et commercial. C'est l'Europe de l'Allemagne qui exporte 30 % des armes importées par Israël qui tuent les Palestiniens. C'est l'Europe d'Orbán et compagnie. Être dans le peloton de cette Europe-là, ce n'est pas un exploit. Je vous rejoins sur le fait qu'il ne faut pas fanfaronner là-dessus.
Par contre, la Belgique peut prendre des sanctions toute seule sans avoir recours à l'Europe, notamment pour suspendre des accords commerciaux parce que le droit international prime sur le droit européen. Ce sont des juristes et des avocats qui le disent. Ce n'est pas Nabil Boukili qui l'invente. Vous pouvez le faire et il y a des articles dans ces traités-là qui vous permettent de le faire.
La Belgique a choisi de ne pas le faire. Et vous dites vous-même pourquoi vous ne le faites pas: il ne faut pas de sanctions aveugles parce qu'il ne faut pas sanctionner le peuple israélien. Il ne faut pas mélanger le peuple avec le gouvernement. Et c'est ça qui vous est reproché, monsieur le ministre. C'est cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures. Parce que quand vous prenez des sanctions contre l'Iran, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre la Russie, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre d'autres pays, vous ne dites pas ça. Ici, on parle d'un État qui fait ce qu'aucun de ces pays n'a fait: un génocide. Colonisation, déportation des populations, famine. Aucun de ces États qui sont sanctionnés par la Belgique n'a fait la moitié du quart de ce que fait Israël. Pourtant, vous avez ce discours vis-à-vis d'Israël, mais pas vis-à-vis des autres pays.
Ce sont cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures qui vous sont reprochés.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Nous avons entendu. Vous êtes toujours dans la même ligne de conduite, à savoir la défense du droit international. Ce faisant, vous finissez par amener notre pays, la Belgique, en tête du peloton européen de ceux qui cherchent des solutions, aussi difficiles soient-elles, parce qu’en face, il y a des actes qui dépassent l’entendement.
Vous avez parlé du blocus humanitaire. Qui peut accepter qu’une telle situation devienne naturelle? Impossible. Vous êtes là pour montrer à l’Europe…Vous avez parlé aussi de l’inertie européenne, qui est visible, il ne faut pas se le cacher. Mais la Belgique en fait partie. La Belgique, avec son paquet de sanctions, entraîne de plus en plus le niveau international, et surtout européen, à la compréhension que seul prime le droit international.
Quant à la flottille, je vous ai bien entendu, monsieur le ministre. Vous avez parlé du cas diplomatique et de celui qui est militaire. Avec raison. Ce n’est pas avec une armée que nous pouvons aller bousculer ce qu’il se passe par là. Il faut de l’intelligence. Je vous le conseille. Merci.
Els Van Hoof:
Dank u, meneer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. U onderstreept dat de verdienste van het Amerikaans plan erin bestaat dat het de genocide van vandaag onmiddellijk stopt. Maar willen we een nieuwe genocide voorkomen, dan moet het plan ook worden uitgevoerd en u hebt daar zelf toch wel enkele vraagtekens bij geplaatst.
Inderdaad, bezetting moet worden uitgesloten. Hoe zit het echter met het recht op zelfbeschikking op termijn? Wat zijn de etappes? Welke rol speelt de Palestijnse Autoriteit? U hebt erkend dat het plan niet perfect is. Daarom moet de Belgische regering zich houden aan haar akkoord van 2 september om druk te blijven zetten op de Europese Unie in verband met het associatieakkoord en de sancties.
Als het twintigpuntenplan wordt goedgekeurd door zowel Hamas als Israël, moeten we volgens mij doorpakken, want dan zijn de twee voorwaarden vervuld: Hamas verdwijnt uit het bestuur en de gijzelaars worden vrijgelaten. Dan moet het KB houdende de erkenning van Palestina er snel komen, op grond waarvan België Israël agressor kan noemen, aangezien het land een ander land binnen is gevallen. Israël moet dan inderdaad het internationaal recht naleven en stoppen met annexaties van een ander land. Dat is belangrijk, want vandaag zijn er geen garanties in verband met de Westelijke Jordaanoever. Dan kunnen we ook verdragen sluiten met de Palestijnse autoriteit, daar een ambassadeur naartoe sturen en sancties hardmaken. Dat zijn de voordelen van het plan en daar moeten we op blijven inzetten. Dat advies wil ik meegeven.
Michel De Maegd:
Pour ma part, j'aimerais saluer l'accord obtenu en kern, qui a permis à la Belgique, lors de l'Assemblée générale de l'ONU, par votre entremise, monsieur le ministre, mais également par celle du premier ministre, de tenir une voie digne en phase avec le droit international et les valeurs que notre pays a toujours défendues dans le concert des nations. Il s'agit d'une décision humanitaire importante qui, oui, je le dis comme vous, place notre pays dans le peloton de tête de l'Union européenne: train de sanctions sévères à l'encontre des ministres d'extrême droite et suprématistes du gouvernement Netanyahu, ainsi que reconnaissance politique de l' État de Palestine – certes conditionnée pour ne donner aucun blanc-seing au groupe terroriste Hamas et servir, surtout, de levier pour tenter d'obtenir enfin la libération des otages . C'est une décision forte de notre pays, qu'aucun autre gouvernement avant l'Arizona n'avait pu prendre et qui est en phase, madame la présidente, avec la résolution que nous avons adoptée ici même. Les États-Unis ont proposé un plan de paix. À charge pour le groupe terroriste Hamas de revenir enfin à la raison et de libérer les otages. C'est une lourde responsabilité qui pèse sur lui, près de deux ans après les effroyables attaques terroristes du 7 octobre qui étaient clairement revendiquées comme visant à tuer des Juifs parce qu'ils étaient juifs. Dans peu de temps, les masques tomberont. Le Hamas, qui crie au génocide en piégeant dans le même temps les Palestiniens de Gaza, veut-il sincèrement éviter un nouveau de bain de sang sur place? Je l'espère. Ce plan de paix, certes imparfait, prévoit un cessez-le-feu, une aide humanitaire, la libération des otages, ainsi que celle de nombreux prisonniers palestiniens. Ce plan exclut tout rôle pour le Hamas et prévoit le développement à Gaza d'une force de stabilisation internationale. Il faut en tenir compte. En effet, voyant d'où l'on vient, c'est un pas décisif. Pour conclure, madame la présidente, ce plan est bien plus concret que toute mission menée par une flottille internationale. Les participants à cette périlleuse entreprise ont, certes, la liberté de le faire, mais en tant que libéral, je sais que la liberté s'assortit de responsabilités. Les membres de cet équipage, quelque peu pompiers-pyromanes, par les temps qui courent, mettent sciemment leur vie en danger, comme le ministre nous l'a dit. Crisper davantage la situation, alors qu'elle est déjà si complexe, n'apportera rien à la population de Gaza ni aux Palestiniens, et rien non plus à la sécurité des Israéliens. En revanche, elle va créer beaucoup de problèmes aux membres de cette flottille.
Het standpunt van België inzake het Mercosur-handelsakkoord
Mercosur
Het EU-Mercosur-akkoord
Het door de Europese Commissie goedgekeurde Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-handelsverdrag
Het EU-Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-handelsakkoord en de Belgische positie
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België heeft nog geen definitief standpunt over het EU-Mercosur-handelsakkoord, dat eind 2024 door de Europese Commissie is voorgelegd en mogelijk nog dit jaar wordt gestemd, omdat consensus ontbreekt tussen federale en deelstaatregeringen (met name Wallonië tegen). Kritiekpunten zijn de dreiging voor de landbouwsector (oneerlijke concurrentie, lagere normen), zwakke handhaving van klimaat- en arbeidsrechten (ondanks opname Parijsakkoord) en gebrek aan bindende sancties bij schendingen. De federale regering analyseert nog de impactstudie en beschermingsmechanismen (quota, vrijwaringsclausules), maar Frankrijk en Oostenrijk verzetten zich al, terwijl andere lidstaten (o.a. Nederland, Polen) nog aarzelen. Snelheid en een duidelijk Belgisch front worden gevraagd om zowel economische kansen (diversificatie, export) als risico’s (voedselzekerheid, duurzaamheid) af te wegen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, het betreft een heel ander onderwerp dan in de twee voorgaande debatten, maar daarom is het niet minder belangrijk. Op 4 september werd bekend dat de Europese Commissie een concreet voorstel voor een handelsdeal met Mercosur heeft voorgelegd. Dat zou reeds op 3 augustus jongstleden zijn gebeurd. Voor de Europese Commissie is het akkoord nu klaar om ter stemming aan de lidstaten en het Europees Parlement te worden voorgelegd.
Ik heb u daar in het verleden al een schriftelijke vraag over gesteld en u gaf toen aan dat België nog geen definitief standpunt had omdat men de finale teksten afwachtte. Dat begrijp ik, maar die finale teksten zijn er nu. De documenten liggen op tafel en de Europese Commissie hoopt tegen het einde van het jaar het akkoord goedgekeurd te krijgen. De tijd dringt dus, eindelijk zou ik zeggen, want die handelsdeal hangt al heel lang in de lucht. Het wordt tijd dat we actie ondernemen en dat er duidelijkheid komt over de positie van de Belgische regering.
Het zal u niet verbazen dat de Mercosur-handelsdeal voor mijn fractie bijzonder belangrijk is. Wij zijn niet alleen voorstander, maar het zou een ernstige en strategische fout zijn om er niet in mee te gaan. We spreken allemaal over het belang van andere afzetmarkten. Zij hebben heel goede banden met de Verenigde Staten, die ons handelstarieven opleggen. Het is daarom van groot belang, ook voor België, dat we andere afzetmarkten ontwikkelen. De deal met Mercosur kan daar een voorbeeld van zijn.
Ik heb een aantal vragen. Hebt u kennisgenomen van de Mercosur-deal die nu op tafel ligt? Heeft de federale regering inmiddels een standpunt? Zo ja, kunt u dat standpunt toelichten? Zo niet, welke elementen ontbreken volgens u nog om tot een standpunt te komen?
Zijn er al gesprekken gevoerd met de deelstaten? We weten dat de Waalse regering of meerderheid vorig jaar november al aangaf dat het voorstel destijds onvoldoende was. Is dat ondertussen gewijzigd?
Wanneer staat het handelsakkoord op de agenda van de Raad?
Er zijn bovendien bezorgdheden vanuit de landbouwsector en milieuorganisaties. Acht u die terecht? Is er sprake van een level playing field?
U gaf ook aan dat de FOD Economie werkte aan een actualisering van de impactstudie. Is deze studie reeds beschikbaar?
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, opnieuw wordt Mercosur hier besproken. Ik kan de vragen van collega Vander Elst alleen ondersteunen. We verschillen van mening over de finaliteit van het akkoord dat op tafel ligt, maar zijn vragen zijn heel pertinent. Hij zegt dat het akkoord nog voor het einde van dit jaar zou kunnen worden ondertekend. Ik heb vandaag gelezen dat 5 december naar voren wordt geschoven als de datum waarop er in Brazilië een ceremonie zou plaatsvinden waarbij de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse landen het akkoord zouden ondertekenen.
Ik heb nog een kleine aanvulling op de uiteenzetting van collega Vander Elst. Ik heb gelezen dat de Waalse minister-president zich afgelopen maand nog sterk heeft uitgesproken tegen dit akkoord. Ook Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns verzet zich nog steeds tegen dit akkoord. Ik ben heel benieuwd naar het standpunt van de federale regering.
Hoe rijmt u dit akkoord met het regeerakkoord? Daarin wordt de landbouwsector immers aangeduid als een strategische sector die de voedselzekerheid waarborgt. Zijn er voldoende waarborgen ingebouwd in deze laatste versie van de Mercosur-tekst? Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking treden wanneer de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt? Op welke compensaties kunnen onze boeren rekenen wanneer dat het geval is?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, recent is de definitieve tekst van het EU-Mercosur-akkoord gepubliceerd, na meer dan 20 jaar. De nieuwe versie bevat duidelijke verbeteringen ten opzichte van die van 2019, zoals het opnemen van het akkoord van Parijs als essentieel element en afspraken om ontbossing tegen te gaan.
Het zou goed zijn als Europa hierop invloed kan uitoefenen. Toch blijven er belangrijke tekortkomingen die vragen oproepen, terwijl de Belgische regering eigenlijk een standpunt moet formuleren. Zo kan het niet naleven van het klimaatakkoord in theorie leiden tot opschorting van het handelsakkoord, maar de bepalingen over duurzame ontwikkeling zijn zeer moeilijk afdwingbaar.
Daarnaast verplicht het akkoord tot het aannemen van verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ter bescherming van sociale en arbeidsrechten, maar ook daarover blijven grote zorgen bestaan. Een belangrijk artikel maakt na drie jaar een eerste evaluatie mogelijk over ontbossing en de sociale situatie, maar het is niet duidelijk wat er gebeurt als de resultaten negatief zouden zijn.
Ik heb een paar vragen.
Ten eerst, welk standpunt zal België innemen in de Raad om te garanderen dat schending van het akkoord van Parijs daadwerkelijk invloed uitoefent op het klimaatbeleid van onze handelspartners en kan leiden tot opschorting van het akkoord?
Ten tweede, hoe zal België erop toezien dat sociale en arbeidsrechten in de Mercosur-landen worden gerespecteerd en niet verder worden uitgehold onder druk van de toegenomen handel?
Ten derde, welke garanties zal België vragen op Europees niveau zodat de evaluatie na drie jaar bindende gevolgen heeft wanneer de resultaten negatief zijn voor ontbossing of arbeidsrechten? Hoe zal de betrokkenheid van de vakbonden en de ngo’s hierbij worden verzekerd?
Pierre Kompany:
Monsieur le premier ministre, le 3 septembre 2025, la Commission européenne a validé l'accord avec le Mercosur. Toutefois, tout n'est pas encore joué tant que les 27 du Parlement européen n'ont pas encore voté cet accord. Nous l'avions déjà dénoncé en juin, mais il est temps d'agir face à la stratégie de la Commission européenne qui scinde le traité pour isoler la partie commerciale des volets politique et de coopération.
Elle va ainsi retirer toute possibilité de contrôle démocratique par les parlements de notre pays. Pourtant, la Belgique n'est pas la seule à marquer sa ferme opposition à la mise en œuvre de cet accord. La France et l'Autriche font également partie de ce groupe.
Nous ne pouvons pas laisser la Commission tenter de passer outre les parlements belges. Monsieur le ministre, je rappelle que l'accord de gouvernement impose de garantir la réciprocité commerciale tout en veillant strictement au respect des normes européennes de qualité pour les produits importés. Or l'accord de l'Union européenne Mercosur en l'état échoue sur ces trois plans.
Premièrement, il expose nos producteurs à une concurrence déloyale. Deuxièmement, il tire vers le bas nos normes sociales, environnementales et sanitaires. Troisièmement, il fragilise notre autonomie stratégique en matière alimentaire.
La position des Engagés est ferme. L'Europe est un marché de 450 millions de consommateurs. Elle doit être capable d'imposer ses propres standards sur son territoire.
Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous ou comptez-vous rapidement mettre en place au niveau européen pour tenter d'éclairer d'autres États membres sur les dangers et risques de cet accord pour nos agriculteurs européens ainsi que pour l'alimentation et la santé de nos citoyens européens? Quel est l'état de la coalition des pays de l'Union européenne qui s'opposent au Mercosur? Face à l'imminence de l'action de la Commission, avez-vous multiplié les contacts?
Avez-vous des éléments d'information concernant la clause de sauvegarde pour protéger les agriculteurs européens – cette législation annexe décidée par la Commission à défaut d'avoir accepté de rouvrir l'accord? Quels pourront être les moyens mis en œuvre par la Belgique pour parer aux trois échecs précités de l'accord Mercosur?
Maxime Prévot:
Op woensdag 3 september presenteerde de Commissie haar voorstellen voor besluiten van de Raad betreffende de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur.
Laat ik beginnen met het onderstrepen van een strategisch fundament: het belang van nieuwe handelsverdragen in onze diversificatieaanpak. Vandaag, meer dan ooit, is dat geen luxe, maar een noodzaak. U volgt het nieuws net als ik. Handel is uitgegroeid tot een dagelijks gespreksonderwerp, met de huidige tariefoorlog van de Verenigde Staten als sprekend voorbeeld. Als kleine open economie kunnen we niet toekijken vanaf de zijlijn. We hebben baat bij sterke, eerlijke en toekomstgerichte handelsakkoorden.
Permettez-moi d'être clair: mon engagement ne s'arrête pas pour autant aux seuls chiffres économiques. Je suis pleinement conscient des sensibilités liées à la durabilité et à l'agriculture, par exemple. Celles-ci méritent notre attention, notre soin et notre protection. C'est pourquoi je vise des relations commerciales mondiales stables, qui renforcent non seulement notre économie et notre prospérité, mais reflètent aussi nos valeurs: écologiquement responsables et socialement justes.
Wat het Mercosurakkoord zelf betreft, de toezending van de besluiten markeert formeel het begin van het proces van validering van de overeenkomst op Europees niveau.
In haar voorstel stelt de Commissie een structuur voor die vergelijkbaar is met de structuur die in het verleden voor het akkoord met Chili werd gebruikt, namelijk een interimhandelsovereenkomst met exclusieve bevoegdheid van de EU, aangenomen met gekwalificeerde meerderheid, en een partnerschapsovereenkomst met gemengde bevoegdheid, die met unanimiteit wordt aangenomen.
De partnerschapsovereenkomst zal de interimovereenkomst vervangen, zodra die door alle partijen bij de overeenkomst is geratificeerd. Op EU-niveau betekent het dat alle lidstaten in overeenstemming met hun institutionele procedures moeten instemmen.
La Belgique, y compris le gouvernement fédéral, a pris connaissance des propositions de la Commission. Mes services avaient commencé à analyser l'accord dès la publication des textes négociés en décembre 2024.
Le SPF Économie a préparé une analyse complémentaire à l'analyse d'impact de l'accord pour notre pays. Cette analyse complémentaire devrait être publiée prochainement, et la publication du 3 septembre dernier marque une nouvelle étape dans le processus décisionnel.
Het definitieve Belgische standpunt over het EU-Mercosurakkoord zal, zoals bij elk handelsakkoord, worden ingenomen in coördinatie met alle betrokken politieke overheden op het niveau van de federale en gefedereerde entiteiten en in consensus, in overeenstemming met ons institutionele systeem. Bij gebrek aan consensus onthoudt België zich bij de stemming. Het definitieve standpunt zal uiterlijk bij de formele goedkeuring van de voorstellen voor besluiten betreffende de ondertekening van de overeenkomst aan de Raad moeten worden voorgelegd.
Dat brengt mij bij het tijdschema voor de werkzaamheden op Europees niveau, momenteel onder het voorzitterschap van Denemarken. Het Deens voorzitterschap is verantwoordelijk voor het voeren van discussies en, belangrijker nog, het bepalen wanneer een formeel besluit wordt genomen in de Raad.
Vooralsnog is het exacte tijdschema nog niet bekend, maar het is duidelijk dat het voorzitterschap snel vooruitgang wil boeken, zodat de overeenkomst voor het einde van dit jaar kan worden ondertekend. Naast België moeten op Europees niveau ook lidstaten zoals Ierland, Nederland, Italië, Polen, Cyprus en Griekenland hun positie nog bevestigen. Frankrijk blijft, ook na de publicatie, terughoudend.
De federale regering heeft nog geen definitief standpunt ingenomen over het akkoord. Het regeerakkoord ondersteunt ambitieuze, open en eerlijke handels- en investeringsovereenkomsten en pleit het voor duurzame wereldhandel op basis van eerlijke regels en eerlijke handel. Tegelijkertijd roept het regeerakkoord er ook toe op om een evenwicht te vinden tussen maatregelen ter bescherming van de gevoeligste landbouwsectoren en de ontwikkeling van onze handelsbetrekkingen met betrekking tot landbouwproducten, in overeenstemming met de WTO-regels.
Mijn diensten analyseren of de specifieke bepalingen van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur inderdaad het juiste evenwicht vinden tussen landbouw en duurzaamheid.
Voorts kan ik meegeven dat gevoelige producten worden beschermd door quota, gedefinieerd als een cumulatief jaarlijks volume. Zolang de invoer binnen het vastgelegde contingent blijft, gelden voor die producten verlaagde tarieven, bijvoorbeeld 7,5 % voor rundvlees. Zodra de hoeveelheid wordt overschreden, is de extra invoer onderworpen aan de BEL-EU-tarieven of most varied nation . Bovendien zijn die producten onderworpen aan een vrijwaringsmechanisme, op grond waarvan preferenties voor een periode van maximaal vier jaar kunnen worden geschorst, indien de invoer de EU-markt verstoort.
Producten die op de EU-markt komen, moeten tevens voldoen aan de EU-productnormen, waaronder de sanitaire en fytosanitaire normen. De overeenkomst zal daaraan niets veranderen.
Tot slot kondigde de Europese Commissie de oprichting aan van een Unity Safety Net in het kader van het volgende meerjarig financieel kader, dat volgens hetzelfde beginsel werkt als een verzekering.
Het voorstel van de Europese Commissie voorziet in een totale begroting van 6,3 miljard euro, zijnde 950 miljoen euro per jaar, maar dat bedrag is uiteraard nog onderwerp van de lopende begrotingsonderhandelingen. Ik merk daarbij op dat het niet om een geoormerkt budget gaat. Het is nog niet duidelijk hoe het crisisfonds precies zal werken en of het voldoende garanties biedt.
Permettez-moi donc d'indiquer que j'entends que les inquiétudes de nos agriculteurs ne semblent pas suffisamment rencontrées.
Wat de duurzaamheidsaspecten betreft, is het akkoord van Parijs toegevoegd als een essentieel onderdeel van zowel de interim-handelsovereenkomst als de partnerschapsovereenkomst, wat een positief element is. De activering van de clausule kan relatief eenvoudig zijn, vooral in het geval van een terugtrekking van het land uit het akkoord van Parijs.
We blijven in contact met de Europese Commissie om het proces te verduidelijken. Het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling bevat ook een verbintenis om het akkoord van Parijs en de kernnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie effectief uit te voeren, evenals een verbintenis tot voortdurende en duurzame inspanningen om de verdragen die nog moeten worden geratificeerd door de partijen, te ratificeren.
Dit hoofdstuk is onderworpen aan een specifiek geschillenbeslechtingsmechanisme dat kan leiden tot een besluit van een panel van deskundigen. Er is echter geen mogelijkheid om, als laatste redmiddel, sancties op te leggen. Er wordt ook jaarlijks een specifiek comité opgericht om de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te controleren en te bespreken. We zullen aandacht blijven besteden aan en pleiten voor de effectieve implementatie van de gedane toezeggingen.
Concernant l'évaluation après trois ans, celle-ci concerne l'ensemble du volet commercial, y compris le volet développement durable. En fonction des résultats, des modifications à ce volet pourraient s'avérer nécessaires.
Je plaiderai pour que ce processus soit mené de manière exhaustive et que les dispositions de l'article concernant la participation des représentants de la société civile à ce processus soient respectées.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw zeer uitgebreid en gedetailleerd antwoord. U ving uw antwoord aan met te zeggen dat u voor sterke, eerlijke en open handelsakkoorden bent. Ik ben het daarmee eens. U onderstreept ook het strategisch fundament en de strategische keuzes die we de komende jaren zullen moeten maken. Zeker met de Verenigde Staten, die met handelstarieven begint te goochelen, is het voor ons land, met de open economie die we hebben, belangrijk dat we zeer objectief en rationeel naar handelsakkoorden kijken en daarin keuzes maken.
Met betrekking tot die keuzes is er momenteel nog geen Belgisch standpunt. U zegt zeer juist dat het standpunt met consensus moet worden vastgelegd. Eigenlijk is er dan wel een Belgisch standpunt, want de Waalse regering heeft al zeer duidelijk aangegeven dat zij tegen zal zijn. België zal dus niet voorstemmen. Daarvan mogen we eigenlijk al uitgaan.
Met betrekking tot het federaal standpunt is er nog geen consensus bereikt, er is nog geen standpunt ingenomen. Ik blijf dat jammer vinden. U verwijst naar andere landen, die eveneens nog geen beslissing hebben genomen, maar wij zouden de snelheid moeten opvoeren. De eerste stap zal een gekwalificeerde meerderheid zijn. Als die gekwalificeerde meerderheid wordt bereikt, zal die Mercosur-handelsdeal ook in België van kracht zijn. Dan moeten we ervoor zorgen dat we onze bedrijven beschermen, maar ook onze landbouwsector, want niemand wil de landbouwsector pijn doen, noch in het noorden, noch in het zuiden van het land. We moeten naar een level playing field gaan, met garanties en correcties.
Gewoon afwachten, bekijken welk standpunt anderen innemen en dan positie innemen, daarvan hebben we in vorige buitenlandse conflicten gezien waar dat ons brengt, dat wachten, wachten, wachten en uiteindelijk zien waar we uitkomen. Ik vind dat jammer. Ik pleit dus voor snelheid, zodat we kunnen anticiperen, ten aanzien van zowel de sectoren die beïnvloed zullen worden als de sectoren die ervan zullen profiteren. Het gaat niet alleen over de landbouwsector. Heel veel bedrijven, ondernemingen en sectoren in België zullen voordeel halen uit CETA. Ik hoor alleen spreken over de nadelen, maar er zal ook voordeel zijn voor de Belgische economie, zeer veel zelfs. Ik kijk dan ook uit naar de nog op te leveren impactstudie.
Mijnheer de minister, ik pleit voor snelheid. Ik pleit ervoor dat de federale regering de regie behoudt, zeker in de gesprekken met de gefedereerde entiteiten. Men moet proberen tot een standpunt te komen en zich niet opnieuw onthouden zoals bij CETA.
Snelheid is nodig, zodat men met een duidelijk standpunt naar de Raad kan trekken. Dat is er momenteel nog niet, dus die vraag zal ongetwijfeld nog terugkomen.
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Wat we vandaag hebben geleerd, is dat er nog geen consensus is en dat die wellicht niet zal worden bereikt. Daarom zult u zich onthouden. Wij vragen u echter om tegen te stemmen, net zoals Frankrijk zal doen.
U verwees ook naar de andere landen en hun standpunten. Frankrijk, Polen en Italië hebben moeite gedaan. Zij hebben met de vuist op tafel geklopt. Zij hebben bijkomende waarborgen gevraagd en gekregen voor de sectoren die voor hen belangrijk zijn, voor subsectoren zoals de kip- en rundvleessector en de rijst- en suikersector. Zelfs ondanks die waarborgen zal Frankrijk de teksten wellicht niet goedkeuren.
Mijnheer de minister, wat hebt u gedaan om extra waarborgen te verkrijgen voor de sectoren die bij ons belangrijk zijn? Ik denk aan de aardappelteelt in West-Vlaanderen of de fruitteelt die in mijn provincie zeer belangrijk is voor de landbouwsector.
De landbouwers zijn niet overtuigd van dat akkoord. De boeren lijden al vele jaren. Herinner u begin vorig jaar, toen ze hier met duizenden tractoren in Brussel stonden te wachten. Ik hoop dat de boeren niet opnieuw extra zullen moeten lijden en niet opnieuw de noodzaak voelen om met hun tractoren naar Brussel te trekken in plaats van hun erf te bewerken. Onze boeren verdienen een duurzame toekomst, zonder al te veel klimaatwaanzinnige regels die hun toekomst onduidelijk maken en hun bedrijven letterlijk de toekomst ontnemen.
Vorige maand was er in mijn dorp nog een boer die in 2030 zijn werk zal moeten neerleggen, omdat hij gewoonweg de pech heeft dat zijn landbouwbedrijf naast een zoekzone voor een natuurgebied ligt. Daarvan had ik nog nooit gehoord.
Mijnheer de minister, stem daarom tegen in plaats van u te onthouden.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uiteenzetting.
Iedereen is ervan overtuigd dat we, gezien de geopolitieke situatie en de tariefoorlog met de VS, niet in onze cocon kunnen blijven en dat nieuwe handelsverdragen meer dan nodig zijn. Ook Vooruit is die mening toegedaan. Dit mag uiteraard niet ten koste van alles gaan. Ik heb u duidelijk horen zeggen dat er geen stappen terug mogen worden gezet wat betreft klimaatbeleid, sociaal beleid en arbeidsrechtbeleid, maar dat het ook niet ten koste mag gaan van de landbouwsector. Zoals u hebt gezegd, zal er een evenwicht moeten worden gevonden, daarbij in het achterhoofd houdend dat er nieuwe handelsverdragen nodig zijn als we in de toekomst nog wat handel willen drijven los van de Verenigde Staten.
Ik kijk uit naar de analyses die u zult vrijgeven en hoop dat u deze hier kort zult komen toelichten. Ik weet niet of dat gebruikelijk is, maar dat kan wel nuttige informatie zijn voor alle parlementsleden.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, nous vous avons entendu. Nous imaginons bien qu’aujourd’hui, les accords commerciaux sont d’une grande importance, surtout pour la taille économique des pays comme le nôtre. Il est vrai aussi que cela dépend de la décision des entités fédérées. Cependant, ces dernières devraient savoir qu’il existe tout de même un filet de sauvetage annuel – prévu par l’Union européenne – en cas de dérapage budgétaire. Encore faut-il que ces entités fédérées se mettent ensemble, afin que nous allions vers une certaine raison qui permette à la taille de notre économie de survivre. Mais là, c’est à vous de convaincre les différents partis engagés. Je vous remercie pour toutes les explications que vous avez données, qui nous permettent de voir que tout n’est pas encore fait.
De sponsordeals van de DRC met Europese voetbalclubs
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Prévot bevestigt dat geen Belgisch ontwikkelingsgeld (250 miljoen euro voor DRC, 2023-2027) naar commerciële voetbalsponsordeals gaat, aangezien alle fondsen via Enabel en erkende NGO’s lopen onder strikte Belgische controle—geen directe budgetsteun aan Congo. Hij erkent dat dergelijke deals (zoals Congo-Barça, 40-44 miljoen) misverstanden creëren en pleit voor proactieve communicatie om het onderscheid met echte ontwikkelingshulp (voedsel, gezondheid, onderwijs) scherp te stellen, vooral nu budgettaire druk toeneemt. Vander Elst benadrukt de ethische kritiek: miljoenen voor Europese voetbalclubs zijn "not done" gezien de schrijnende lokale noden in Congo, maar aanvaardt dat soevereiniteit en strikte Belgische controles misbruik uitsluiten. Beide eisen transparantie om publiek draagvlak voor hulp te behouden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben een groot voetballiefhebber. Ik ben supporter van RSC Anderlecht. Het zijn moeilijke tijden; de laatste jaren heb ik nog niet veel plezier gehad van mijn abonnement, maar ik blijf volharden.
In de voetbalwereld gaat er heel veel geld om. Als dat privégeld is van private firma’s en ondernemers, dan heb ik daar geen probleem mee. Maar als het om publiek geld gaat, ben ik voorzichtig en vind ik dat we daar heel voorzichtig mee moeten omgaan. In juli van dit jaar kondigde voetbalclub FC Barcelona een strategisch partnerschap aan met de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC), naar verluidt goed voor een bedrag van 40 tot 44 miljoen euro, gespreid over vier seizoenen.
Die samenwerking gaat over branding op trainingskledij. Er zijn ook vergelijkbare deals met andere clubs in Europa. Congo staat zeker niet alleen. ‘Visit Rwanda’ bijvoorbeeld is ook zo’n sponsordeal, die op veel borden langs de kant van een voetbalveld wordt geprojecteerd. Dat is allemaal niet gratis. Het gaat om publiek geld dat in voetbalclubs en in de voetbalwereld wordt geïnvesteerd.
Deze deal heeft tot heel wat verontwaardiging geleid in Zweden. De minister van Ontwikkelingssamenwerking in Zweden heeft daar formeel op gereageerd en verduidelijkt dat er geen eurocent Zweedse ontwikkelingsmiddelen wordt ingezet voor dit soort commerciële of sportieve promotie en dat het volledige Zweedse budget via multilaterale kanalen naar voedselpakketten, medische benodigdheden en onderwijs gaat – daar dient ontwikkelingsgeld ook voor.
België heeft een zeer intensieve bilaterale relatie met de DRC, met een budget van 250 miljoen euro tussen 2023 en 2027 en aanzienlijke bijkomende bedragen via multilaterale en humanitaire kanalen.
Kunt u formeel bevestigen dat er garanties zijn dat hiervoor geen eurocent van de Belgische officiële budgetten – noch direct, noch indirect –wordt gebruikt? Hoe schat u de impact van dergelijke Congolese beslissingen in op het publieke draagvlak voor Belgische ontwikkelingssamenwerking? Overweegt België, net zoals Zweden, om officieel te communiceren over het onderscheid tussen Belgisch ontwikkelingsgeld en deze commerciële initiatieven om percepties of misvattingen bij burgers of parlement te vermijden?
Maxime Prévot:
Mijnheer Vander Elst, net als u heb ik via de pers kennisgenomen van de sponsorcontracten tussen de Democratische Republiek Congo en enkele Europese voetbalclubs, waarbij bedragen van tientallen miljoenen euro’s circuleren. Men kan zich afvragen of het wel een zinvolle besteding van middelen is om te investeren in sponsordeals met Europese voetbalclubs, gezien de grote lokale noden. Dat geldt ook voor lokale sportclubs en sportinfrastructuur.
Tegelijk erkennen wij dat de Congolese autoriteiten als soevereine staat hun eigen strategieën mogen bepalen, ook wanneer die gericht zijn op internationale zichtbaarheid en economische positionering. Andere landen – zoals Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Rwanda en andere – hebben er eveneens voor gekozen om via sportmarketing hun internationale imago te versterken.
Dit kan deel uitmaken van een bredere ontwikkelingsstrategie, mits het gepaard gaat met transparantie en lokale betrokkenheid. Wat de Belgische bilaterale samenwerking betreft met de Democratische Republiek Congo wil ik benadrukken dat wij geen directe budgetsteun verlenen aan dat land. Alle samenwerkingsprogramma’s worden rechtstreeks uitgevoerd door Enabel en door Belgische ngo’s die erkend zijn bij de FOD Buitenlandse Zaken.
De uitvoering van het gouvernementele samenwerkingsprogramma 2023-2027 is volledig in handen van het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel en niet rechtstreeks in handen van Congolese overheidsinstellingen.
De portefeuille wordt in regie beheerd. Dat betekent onder meer dat de Belgische en Europese regelgeving inzake overheidsopdrachten volledig van toepassing is.
Dergelijke sponsordeals kunnen tot misverstanden leiden over de aard van onze samenwerking met de Democratische Republiek Congo. Daarom is het belangrijk om proactief te communiceren over de doelstellingen, de resultaten en het onderscheid tussen de Belgische ontwikkelingssamenwerking en commerciële initiatieven van partnerlanden. Dat is des te belangrijker in een context van budgettaire besparingen, waarin ontwikkelingssamenwerking een steeds belangrijkere budgettaire variabele lijkt te worden.
Onze ontwikkelingssamenwerking blijft echter essentieel en het is belangrijk om de echte successen die wij met dat instrument behalen te blijven benadrukken. Het is bovendien van belang hierover te kunnen discussiëren met de Congolese autoriteiten in het kader van een open en transparante dialoog, om hen bewust te maken van de misverstanden waartoe dat kan leiden in de publieke en politieke opinie in de landen die hen steunen.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw duidelijke antwoord. U hebt gelijk, het is belangrijk dat die misvattingen de wereld worden uitgeholpen. Daarom heb ik ook de vraag gesteld. We kunnen ons daarbij grote vragen stellen, zeker gezien de lokale situatie in Congo, om nog maar te zwijgen over de lokale sportinfrastructuur. We kunnen die vragen stellen, maar we kunnen ze ook beantwoorden. Ik vind het absoluut not done dat men zoveel miljoenen investeert in commerciële activiteiten terwijl de situatie in Congo zelf voor de burgers schrijnend is. U hebt inderdaad gelijk wanneer u zegt dat we de soevereiniteit van de lidstaten moeten respecteren. Ik ben ook blij dat u zegt dat alles via Enabel verloopt en nooit rechtstreeks met de Congolese autoriteiten. Dat we dus eigenlijk een sterk controlemechanisme hebben op de Belgische middelen die naar Congo gaan en dat we ervan kunnen uitgaan, dat we de zekerheid hebben dat die niet worden gebruikt voor commerciële deals tussen de Congolese regering en voetbalclubs binnen Europa. Ik ben blij dat u dat bevestigt. Ik hoop dat de procedure volledig sluitend is, want ik kan niet aanvaarden dat er één euro Belgisch ontwikkelingsgeld naar een of andere Europese voetbalclub zou gaan via de Democratische Republiek Congo. Als Congo middelen heeft om aan commerciële sponsordeals via voetbalclubs geld te geven, dan moeten wij ons ernstig afvragen waarvoor en in welke landen wij ons ontwikkelingsgeld besteden.
De impact van de Amerikaanse invoerheffingen
Trump en Europa
De economische betrekkingen tussen Trump, Europa en Amerikaanse handelspolitiek
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het EU-VS akkoord van juli 2025 voert een 15% douanetarief in op Europese export, wat België 4,46 miljard euro per jaar kan kosten, met zware klappen voor exportgerichte sectoren, maar de concrete impact is nog onduidelijk en wordt gemonitord via een *earlywarningsysteem*. België verwerpt de eenzijdige VS-tarieven (zoals de dreiging van 100% op farmacie) en houdt tegenmaatregelen in reserve, maar mijdt escalatie, terwijl het vrijhandel en regelgebaseerde handel blijft verdedigen—met aandacht voor diversificatie (bv. Mercosur) om afhankelijkheid van de VS te verminderen. Het akkoord is geen eindpunt: de EU moet onderhandelen over blijvende asymmetrie (bv. 50% tarieven op staal/aluminium) en risico’s zoals verhoging van het 15%-plafond, terwijl de VS’ betrouwbaarheid onder Trump onvoorspelbaar blijft. De federale regering neemt nog geen officieel standpunt in, maar benadrukt dat investeringsbeloftes (750 mjd euro energie, 60 mjd AI-chips) vaag en marktgedreven zijn, zonder bindende EU-verplichtingen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, deze vraag dateert al van even geleden. Op 28 juli 2025 bereikten de Europese Unie en de Verenigde Staten een principeakkoord over de invoering van een all-in douanetarief van 15 % op de invoer van bepaalde Europese producten. Dat betekent een zware slag voor veel Belgische bedrijven en sectoren en voor de Belgische economie. De Europese Commissie presenteert dat akkoord als een diplomatiek succes.
Toch stel ik mij ernstige vragen bij de economische assertiviteit van de EU in het licht van die compromissen. Vanuit liberaal oogpunt zijn vrijemarktprincipes, eerlijke concurrentie en wederkerigheid van cruciaal belang voor een evenwichtige trans-Atlantische relatie. De Belgische economie is sterk exportgericht en dus bijzonder gevoelig voor wijzigingen in het internationaal handelsbeleid. Voor Vlaanderen alleen al zou dat een kost van 4,46 miljard euro per jaar betekenen.
Mijnheer de minister, kunt u het akkoord toelichten? Welke investeringen vanuit de Europese Unie in de Verenigde Staten worden verwacht? Over welke bedragen gaat het en wat is de concrete impact op de Belgische economie? Wat is het officiële standpunt van de federale regering over dat akkoord met de Verenigde Staten? Wat is de potentiële economische impact op de Belgische exporterende sectoren? Welke sectoren zullen, gezien hun exportvolumes naar de Verenigde Staten, zwaar getroffen worden? Wat is daarvan de inschatting? Worden er impactanalyses uitgevoerd op federaal niveau? Wat is het Belgische standpunt over het opschorten van de tegenmaatregelen door de EU in die context? Is België bereid om druk uit te oefenen indien de asymmetrie in tarieven tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie blijft bestaan?
Voorzitter:
M Boukili est absent.
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, ik zal natuurlijk de vraag van de heer Vander Elst beantwoorden, maar ook de verschillende vragen die oorspronkelijk door de heer Boukili werden ingediend.
Op 27 juli bereikten de Europese Commissie en de Verenigde Staten een politiek akkoord, bevestigd in de gezamenlijke verklaring van 21 augustus. Het gaat om een kaderovereenkomst die stabiliteit en voorspelbaarheid terug moet brengen ten gunste van Europese bedrijven, werknemers en consumenten. Dat akkoord is een startpunt voor verdere onderhandelingen met de VS om de huidige handelsstromen tussen de Europese Unie en de VS zoveel mogelijk te behouden, ondanks de huidige politieke wind die door Washington waait.
La Belgique, tout comme la Commission, regrette la réintroduction de droits de douane préjudiciables à la relation transatlantique de commerce et d'investissement. Les É tats-Unis et l'Europe entretiennent la relation économique la plus mutuellement bénéfique au monde, une relation indispensable que nous devons préserver malgré l'approche idéologique adoptée par l'administration américaine.
Het kaderakkoord bevat verschillende elementen, waaronder beloften om inspanningen te leveren op het vlak van investeringen in de Amerikaanse economie, zoals de aankoop van Amerikaanse energie, olie, lng en kernenergie, ter waarde van 750 miljard euro over 3 jaar, private investeringen in de Verenigde Staten ter waarde van 600 miljard euro en de aankoop van 40 miljard euro aan AI-chips. Dit zijn echter marktgedreven inspanningsverbintenissen en geen overheidsuitgaven. Er is ook eerder sprake van intenties dan van daadwerkelijke verbintenissen, aangezien het gaat om zaken die op het niveau van de lidstaten of zelfs bedrijven beslist worden.
Quant à l'impact sur l'économie et sur les secteurs exportateurs belges, il est trop tôt pour se prononcer. Ma propre administration et les collègues du SPF É conomie suivent cette situation de très près. La coopération avec les Régions, y compris les agences de commerce extérieur, sera cruciale de même que les consultations étroites et constantes avec les entreprises et le secteur privé ainsi qu'avec les douanes.
On s'attend à ce que l'impact dans certains domaines et secteurs ne se manifeste réellement que dans deux ou trois ans, notamment en ce qui concerne les investissements et les relocalisations ou délocalisations éventuelles d'entreprises.
In deze context is de monitoring van de handelsstromen cruciaal. Er wordt gewerkt aan een earlywarningsystem om snel te kunnen reageren en desnoods het akkoord bij te sturen wanneer in bepaalde sectoren grote economische schade dreigt.
Op dit moment wordt het kaderakkoord nog geanalyseerd en besproken binnen de Raad. Voor een officieel standpunt van de Belgische federale regering is het dan ook nog te vroeg, maar het is duidelijk dat ons land zich op korte termijn zal moeten positioneren. België blijft voorstander van de vrije handel en van een internationaal handelssysteem gebaseerd op regels.
België blijft er ook van overtuigd dat de handels- en investeringsrelatie tussen de EU en de VS de afgelopen decennia voor beide partijen enorm voordelig is geweest, en dat de VS hier waarschijnlijk nog het meest van heeft geprofiteerd, in tegenstelling tot wat het Witte Huis vaak propageert.
Zoals gezegd, is nu al duidelijk dat dit akkoord geen eindpunt kan zijn. De Europese Commissie zal ook na de volledige inwerkingtreding verder moeten blijven onderhandelen met de VS om oplossingen te vinden voor kwesties waarover nog geen akkoord bestaat, zoals de tarieven van 50 % op staal en aluminium, of domeinen waarbinnen verdere vooruitgang moet worden geboekt, bijvoorbeeld de uitbreiding van de exemption list .
Enfin, il faut oser se poser la question de la solution alternative en cas de rejet de l'accord-cadre avec les États-Unis. Il y a malheureusement de fortes chances que le taux de 15 % atteigne, par exemple, un régime prohibitif de 30 %, et que les taux sectoriels soient également plus élevés sur la base des études de l'article 232, avec toutes les conséquences désastreuses que cela impliquerait pour nos entreprises et notre industrie.
Notre pays devra également adopter une position quant aux mesures de rééquilibrage. Sans vouloir s'avancer, l'un n'exclut pas l'autre. Bien que la Belgique veuille éviter une nouvelle escalade, il me semble approprié de garder en réserve des contre-mesures possibles.
Met uw laatste vraag, namelijk hoe zeker men is dat de VS de maximale invoerheffing van 15 % niet eenzijdig nog kan verhogen, legt u de vinger op de wonde. Het stabiliserend succes van het huidige kaderakkoord zal de komende weken en maanden bepaald worden door de vraag of de VS gemaakte beloftes zal nakomen en of president Trump en zijn team plotseling nieuwe tarieven of andere handelsbelemmerende maatregelen zullen afkondigen.
À cet égard, vous aurez évidemment vu l'annonce du président Trump concernant l'instauration de tarifs de 100 % sur les produits pharmaceutiques. Ces tarifs ne s'appliquent heureusement pas à l'Union européenne, pour qui le plafond de 15 % n'est pas remis en cause. Ceci a été confirmé par la porte-parole de la Maison Blanche. Cela démontre cependant toute la vigilance et la fermeté dont il faudra faire preuve dans la mise en œuvre de cet accord. Je vous remercie.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik denk dat we op dezelfde golflengte zitten. Een vrije markt en vrijhandel zijn bijzonder belangrijk en hebben ons continent veel welvaart geschonken. In een ideale wereld stoppen die invoerheffingen en tegenmaatregelen dus onmiddellijk. Als er echter een impulsief persoon in het Witte Huis zit, kunnen de invoerheffingen vandaag 15 % bedragen, morgen 30 % en overmorgen misschien opnieuw 0 %. Daarom is het inderdaad belangrijk dat we tegenmaatregelen in ons achterhoofd houden – " garder en réserve " zoals u hebt gezegd – maar dat we niet meteen met de bazooka terugschieten. Zodra we in een opbod van invoertarieven en tegenmaatregelen terechtkomen, zullen onze economie, onze bedrijven en verschillende Belgische sectoren dat zeer hard voelen. Ik ben ook blij te vernemen dat er een earlywarningsystem bestaat. Het is van groot belang dat we heel snel kort op de bal kunnen spelen, zowel voor onze economie als voor bepaalde sectoren en bedrijven. We hebben daarstraks in een ander debat gesproken over de Mercosur-deal. Ik wil nogmaals onderstrepen hoe belangrijk het is verschillende afzetmarkten en opties te hebben voor onze Belgische bedrijven. Een natuurlijke bondgenoot op economisch vlak, zoals de Verenigde Staten van Amerika, kan van de ene dag op de andere invoertarieven heffen. Daarom is het zeker geen overbodige luxe om naar andere partners te kijken, in het bijzonder ook naar die Mercosur-deal.
De verkiezingsuitslag in Moldavië
De pro-Europese overwinning in Moldavië
Pro-Europese verkiezingsuitslag in Moldavië
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De pro-Europese overwinning van Moldavië’s PAS-partij (50%+ stemmen) bevestigt ondanks Russische desinformatie, cyberaanvallen en destabilisatiepogingen de keuze voor EU-integratie, met lof voor de vrije verkiezingen (OVSE) en het hervormingstempo. België steunt actief via het EU Growth Plan (€1,9 mjd), bilaterale expertise en de EU Partnership Mission (met Belgische inbreng) om democratie, veerkracht en toetredingsklaarheid te versterken, terwijl Rusland’s blijvende dreiging wordt veroordeeld. EU-lidmaatschap blijft het einddoel, met België bereid om binnen de Raad mee te werken aan versnelde clusters waar Moldavië voldoet, zonder expliciete toezeggingen over vetorechten zoals Hongarije’s. Polarisatie en hybride oorlogvoering vragen blijvende waakzaamheid, maar de Moldavische bevolking’s pro-EU-mandaat wordt onverkort gesteund.
Kathleen Depoorter:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De recente parlementsverkiezingen in Moldavië hebben geleid tot een duidelijke overwinning voor de pro-Europese regeringspartij PAS van president Maia Sandu, die met iets meer dan 50 procent van de stemmen en die hiermee haar absolute meerderheid weet te behouden. Hiermee heeft de Moldavische bevolking gekozen voor hervormingen, democratie en een Europese toekomst.
Tegelijkertijd zijn er ernstige zorgen geuit over Russische inmenging in het verkiezingsproces. Hoewel de Russische Federatie ontkent, beschouwen veel waarnemers de stemming als een symbolische en geopolitieke keuze tussen Europa en Rusland. Europese leiders, onder wie voorzitter van de Europese Raad António Costa, president Macron en Commissievoorzitter von der Leyen, hebben de pro-Europese keuze van de Moldaviërs nadrukkelijk verwelkomd en hun steun uitgesproken voor het Europese pad van het land. Ondertussen blijft de kwestie van Transnistrië spelen daar dit een de facto Russische exclave vormt en het conflict in Oekraïne in intensiteit toeneem.
Mijn vragen voor de minister:
1. Hoe beoordeelt u de uitslag van de verkiezingen in Moldavië en de duidelijke pro-Europese keuze van de bevolking in de huidige geopolitieke context?
2. Welke rol kan en wil België spelen om Moldavië, samen met onze Europese partners, concreet te ondersteunen in zijn verdere Europese integratieproces?
3. Welke diplomatieke en praktische initiatieven overweegt België om Moldavië te helpen bij het versterken van zijn democratische instellingen en het weerbaar maken tegen buitenlandse inmenging, in het bijzonder vanuit de Russische Federatie?
4. Op welke manier ziet u de verdere stappen die binnen de Europese Unie gezet kunnen worden om de toetredingsambities van Moldavië geloofwaardig te ondersteunen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik was verkiezingswaarnemer in Moldavië. Tot grote vreugde en opluchting in Europese hoofdsteden heeft de pro-Europese partij PAS met een meerderheid de verkiezingen gewonnen. Gelukkig, want er stond vorig weekend immers heel veel op het spel.
Mijnheer de minister, ten eerste, welke signalen vangt u op van de Belgische diplomaten ter plaatse? Hoe schatten zij de resultaten van die verkiezingen in?
Ten tweede, Moldavië verdient net als Oekraïne alle steun voor een toetreding tot de EU. Nu de Moldaviërs zelf opnieuw het sterke signaal gaven dat ze pro-Europa zijn, wat is binnen de Raad het standpunt van België over de toetreding van Moldavië tot de EU? Is België bereid om veto's van lidstaten als Hongarije te omzeilen?
De voorzitster : Nog een kleine inspanning, mijnheer de minister.
Maxime Prévot:
Bedankt, mevrouw de voorzitster.
Mevrouw Depoorter, mevrouw Lambrechts, het verloop en het resultaat van de Moldavische parlementsverkiezingen op 29 september 2025 zijn zeer positief. Het rapport van de electorale waarnemersmissie van de OVSE stelt dat de verkiezingen vrij en eerlijk zijn verlopen en goed en correct werden georganiseerd. De Moldavische kiezers hebben, ondanks de intensieve hybride aanvallen van Rusland en zijn bondgenoten, een duidelijk en sterk mandaat gegeven om de koers richting de EU voort te zetten.
Wat de toetredingsonderhandelingen betreft, wordt op Europees niveau onderzocht hoe de cluster waarvoor Moldavië aan alle voorwaarden heeft voldaan, zo snel mogelijk kan worden geopend. België staat klaar om met zijn institutionele en economische ervaring en knowhow Moldavië te helpen, zowel op bilateraal vlak als in het kader van de EU-steun. De kwaliteit en het tempo van de hervormingen waren indrukwekkend en ik ben overtuigd dat de uitvoering van de hervormingsagenda ook zo verdergaat, overigens volledig in overeenstemming met de op verdiensten gebaseerde aanpak voor toetreding.
We hebben nu de kans om het EU Growth Plan, ter waarde van 1,9 miljard euro aan leningen en giften, verder vlot te implementeren. Op die manier kunnen wij het land op economisch vlak vooruitgang laten boeken, de veerkracht versterken en klaarmaken voor het EU-lidmaatschap.
Daarnaast zal België de EU Partnership Mission in Moldavië actief blijven steunen, binnenkort met een Belgische specialist. Die EU Partnership Mission maakt Moldavië weerbaarder tegen de blijvende pogingen van Rusland om de rechtsstaat en democratie te ondermijnen en de polarisatie aan te wakkeren. Die Russische inmenging, die we krachtig veroordelen, gebeurt door desinformatie, cyberaanvallen, steun aan gewelddadige provocateurs en stemmenkoop.
In dat opzicht heeft de EU Partnership Mission op 29 september zijn steentje bijgedragen tot vrije en eerlijke verkiezingen, maar ik koester geen illusie. Rusland zal zijn pogingen tot destabilisatie en polarisering niet stoppen en proberen een klimaat van angst te cultiveren, maar de EU en België zullen de wens van de Moldavische kiezers respecteren en helpen realiseren. De toekomst van Moldavië en haar burgers ligt binnen de Europese Unie. Dat is duidelijk.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het is effectief een lichtpuntje voor de Europese samenleving en voor de weg die we met zijn allen inslaan, dat nu ook Moldavië opnieuw bevestigd heeft pro Europa te kiezen. De Russische inmenging, waarvoor we allemaal vrezen en vreesden, heeft niet gepakt.
U haalt terecht aan dat het werk nog niet over is en dat we in de toekomst moeten voorkomen dat verdere provocatie en polarisatie van volkeren, mensen en de maatschappij zich verder kan ontwikkelen. De EU Partnership Mission, het samenwerken aan die toekomst en het beschermen van onze maatschappij en democratie is absoluut noodzakelijk. Daaraan zullen we inderdaad verder gezamenlijk moeten werken.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, heel veel mensen beseffen niet hoe belangrijk de verkiezingen van vorig weekend waren. Ik heb de angst bij de mensen gezien, de angst om terug onder Russisch bewind te vallen. Het is heel belangrijk dat we de vinger aan de pols houden en de bevolking steunen in de wil, die ook ik gevoeld heb, om voor de Europese waarden te kiezen. De voorzitster : Vraag nummer 56008582C van mevrouw Mutyebele wordt uitgesteld.
Israël bij het Europees Investeringsfonds (EIF) en de Europese Investeringsbank (EIB)
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt via de EIB projecten in zowel Israël (€650 mln sinds dec. 2023) als Palestina (focus op economische veerkracht en KMO’s), met controles tegen misbruik door Hamas, maar ontwijkt concrete maatregelen tegen Israël ondanks beschuldigingen van genocide. Minister Jambon benadrukt de tweestatenoplossing en versterkte toezichtsmechanismen, maar Almaci kritiseert het ontbreken van sancties of stopzetting van financiering aan Israël als "schuldig verzuim". België stemde mee met recente EIB-projecten in Israël zonder formeel verzet. Geen duidelijke voorstellen of timing voor strengere actie.
Meyrem Almaci:
Op 2 september heeft de federale regering beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van het Europees Investeringsfonds en de Europese Investeringsbank in samenwerking met Israël. Als minister van Financiën bent u bevoegd voor de Belgische positie in beide instellingen. U zetelt ook als vertegenwoordiger van ons land in de Raad van Gouverneurs van de Europese Investeringsbank. België is daarnaast ook vertegenwoordigd in de raad van bestuur van de Europese Investeringsbank. Sinds 1981 heeft de EIB in Israël 30 projecten gefinancierd voor een totale waarde van 2,6 miljard euro. Sinds december 2023 zijn er zes nieuw opgestarte financieringen voor een waarde van meer dan 650 miljoen euro, in een context waarbij elke gezaghebbende internationale instantie spreekt over etnische zuivering en genocide.
Welke concrete voorstellen heeft België al gedaan binnen de EIB en EIF, waar u ons vertegenwoordigt, om de situatie aan te pakken en aan te passen aan de context van genocide? Aan welke concrete voorstellen werken u en uw diensten nog op dit moment? Wanneer wilt u deze voorstellen voorleggen aan andere lidstaten en aan het bestuur van de EIB en het EIF? Welke mogelijke maatregelen met betrekking tot de activiteiten ziet u nog? Welke stappen zult u nemen om die te bereiken? Wat was het stemgedrag van de Belgische vertegenwoordiger wat betreft de zes nieuwe financieringen sinds het uitbreken van de oorlog?
Jan Jambon:
Mevrouw Almaci, zoals u terecht aangeeft, heeft de federale regering op 2 september beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van de EIB en het EIF. In een context van extreme polarisatie kiest de EIB ervoor om zowel in Israël als in Palestina actief te zijn om haar status als betrouwbare partner voor beide partijen te waarborgen.
In Palestina richt de bank zich voornamelijk op het versterken van de macro-economische veerkracht via leningen aan de privésector, het verbeteren van toegang tot financiering voor micro-ondernemingen en kmo's en het verlichten van het dagelijks leven van de Palestijnse bevolking. Deze activiteiten gaan gepaard met strikte waarborgen om te voorkomen dat middelen worden afgeleid naar terroristische groeperingen, waaronder Hamas. In lijn met de conclusies van de Europese Raad van 26 oktober 2023 is het streven van België, zoals dat van vele andere lidstaten, om initiatieven te steunen die bijdragen aan het welzijn van de bevolking, die op middellange termijn bijdragen aan een duurzame tweestatenoplossing en die het risico op versterking van terroristische groeperingen minimaliseren.
Mijn diensten blijven in nauw overleg en volgen dat nauwgezet op.
Wat betreft de financiering, sinds december 2023 heeft België, samen met de andere aandeelhouders van de bank, een aantal projecten in de regio gesteund, terwijl het de EIB-autoriteit heeft opgeroepen om haar opvolgings- en controlemechanismen te versterken om misbruik van financiering te voorkomen. Alle projecten zijn terug te vinden op de website van de EIB met de nodige toelichting. Besluiten binnen de EIB worden doorgaans bij consensus genomen, formele stemmingen zijn zeer zeldzaam.
Meyrem Almaci:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U geeft aan dat de EIB en het EIF actief zijn, zowel in de regio Palestina als in Israël en dat zij een betrouwbare partner willen zijn, maar dat ze macro-economische investeringen doen.
U hebt uitgebreid gesproken over ervoor zorgen dat middelen niet naar terroristische organisaties worden afgeleid, maar u hebt niets gezegd over de situatie met het Israëlische regime, dat momenteel een genocide uitvoert op het Palestijnse volk. Dat is problematisch, zeker op een moment waarop in juli 2025 gezaghebbende Israëlische stemmen hebben gepleit voor het opleggen van verpletterende sancties aan dat regime. Ik had gehoopt dat u daarover iets zou zeggen, maar het is bijzonder teleurstellend te zien dat, zelfs nu overduidelijk is dat er een genocide plaatsvindt, het voor u als minister nog altijd business as usual is. Ondertussen hebt u op een vraag geantwoord dat u gaat bekijken hoe de boycot van producten uit nederzettingen zal worden aangepakt. Ik vind dat opmerkelijk en het is op zijn minst schuldig verzuim.
Voorzitter:
De vraag nummer 56008279C van de heer Tas wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De uitsluiting van België uit het FCAS-programma door het Franse Dassault
De geplande aankoop van extra F-35's
De Belgische deelname aan het FCAS-programma
De F-35's en de Europese strategische onafhankelijkheid
De Belgische deelname aan de ontwikkeling van effectoren voor de F-35's
De geplande aankoop van extra F-35's
België, F-35-aankopen en Europese defensiesamenwerking met FCAS
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 24 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België wil ondanks de scherpe afwijzing door Dassault’s CEO (wegens de F-35-aankoop) toch volwaardig toetreden tot het Europese SCAF-programma (6de-generatiejager), maar blijft afhankelijk van de onderhandelingen met Frankrijk, Duitsland en Spanje, waar interne spanningen het programma bedreigen. Parallel blijft België inzetten op de F-35 (met 11 extra toestellen) als kortetermijnoplossing, terwijl men voor 2040+ een gemengde vloot (F-35 + Europees toestel) nastreeft om strategische autonomie en industriële return (bv. SABCA, Sonaca) te waarborgen. Kritiekpunten zijn de afhankelijkheid van de VS (risico’s op meerkosten, technische problemen en politieke chantage), onduidelijkheid over SCAF-toetreding (360 miljoen euro al geïnvesteerd, maar status nog onzeker) en dreigend verlies van Europese defensie-invloed als België uitgesloten blijft. De minister benadrukt diplomatieke inspanningen en een plan B (bv. Brits-Italiaans-Japans GCAP) mocht SCAF mislukken.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik wil geen nieuw debat openen over de F-35's. We hebben het hier al heel vaak over de F-35's gehad. Ik wil wel in de toekomst kijken, naar de opvolging van de F-35's.
De ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig vergt decennia. Het wordt niet van vandaag op morgen bedacht, laat staan geproduceerd en in gebruik genomen. Er zijn blijkbaar wat donderwolken boven het SCAF-programma, een programma van de Fransen, de Duitsers en de Spanjaarden. Men kan zich de vraag stellen of dat erg is, want binnen Europa is er ook het Tempestprogramm, nu het GCAP van de Britten, de Japanners en de Italianen.
Er zijn dus twee programma's voor de opvolging van de F-35's op Europees niveau. Mocht men beginnen met aan één programma te werken, dan meen ik dat dit verstandiger zou zijn, met het oog op de Europese onafhankelijkheid van andere partners.
Dit gezegd zijnde, de CEO van Dassault heeft deze zomer verklaard dat België niet meer welkom is in het SCAF-programma omdat het de F-35's heeft gekocht. Hij zou natuurlijk liever hebben dat we de oude brol van Dassault hadden gekocht. Gelukkig hebben we dat niet gedaan.
In die zin kan ik zijn opmerking wel ergens plaatsen, maar ze staat natuurlijk haaks op wat in de strategische visie staat, mijnheer de minister. In de strategische visie kiezen we duidelijk voor het SCAF-programma. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig of we daarmee verder gaan. Wat is uw reactie op wat de CEO van Dassault verklaard heeft over ons land? Hoe zullen we ons gedragen met het oog op een volwaardige Europese opvolger van het Amerikaanse systeem?
Ik meen dat we echt naar de toekomst moeten kijken. Als de F-35 over 20 of 30 jaar vervangen moet worden, moeten we een echt Europees alternatief hebben. Dat is niet onbelangrijk.
Kristien Verbelen:
Ik wil het ook hebben over de uitspraak van de CEO van Dassault, ondertussen al enige tijd geleden. Hij is toch een van de sleutelfiguren binnen het Europese gevechtsvliegtuigprogramma FCAS.
Hij liet er weinig twijfel over bestaan: zolang wij de F-35’s aankopen, ziet hij ons niet als volwaardige partner. Het waren harde woorden. "Ze maken ons belachelijk", dat is niet zomaar een uitspraak. Dat tast onze geloofwaardigheid aan binnen de Europese defensiesamenwerking. Het roept ook vragen op bij de industriële return voor onze bedrijven. Wat als wij uitgesloten blijven van het FCAS? Dreigen we dan een van de Europese defensieprojecten van de komende decennia te missen? Wij kijken namelijk ver vooruit. Onze ondernemingen dreigen dan met lege handen achter te blijven. Ik heb daarover enkele vragen.
Hoe reageert u op die uitgesproken Franse kritiek, die nog altijd nazindert? Hoe beoordeelt u de Belgische positie binnen het FCAS vandaag? Is een volwaardige, geloofwaardige toetreding nog realistisch? Wat zou een mogelijke uitsluiting betekenen voor onze defensie-industrie, en vooral voor de Vlaamse bedrijven die nu al veel investeren en onderzoek doen naar technologie en innovatie? Zijn er gesprekken geweest met Frankrijk of andere FCAS-partners om die spanningen weg te nemen? Zonder duidelijke koers dreigen we namelijk strategisch geïsoleerd te geraken.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de uitspraken van de CEO van Dassault waren opmerkelijk en belachelijk. Volgens hem zou onze deelname belachelijk zijn. Door onze aankoop van de F-35 wordt de geloofwaardigheid van ons engagement ondermijnd. Het waren zeer scherpe uitspraken van de CEO over ons land en de strategische keuzes waar we voor staan.
Ook voor de toekomst zijn deze opmerkingen relevant. Ik kijk namelijk graag vooruit. We zijn het traject van de aankoop van de F-35 gestart en dat is op dit moment zeker de juiste keuze. Tegelijkertijd moeten we echter verder kijken. Onze horizon moet niet alleen de komende 5 jaar beslaan, maar de komende 15 tot 20 jaar. We moeten er dus voor zorgen dat we de juiste strategische keuzes maken.
In uw strategische visie, die ik uiteraard al gelezen heb, staat dat de regering het SCAF-consortium zal vragen om België zo snel mogelijk als volwaardige partner op te nemen. Daarbij moet de meerwaarde op het vlak van maatschappelijke voordelen, consolidatie en versterking van de industriële en technologische basis voor defensie worden gewaarborgd.
Heeft de uitspraak van de CEO gevolgen voor deze concrete passage uit uw strategische visie? Wat is uw officiële reactie en die van de Belgische regering op deze uitspraak? Komt er een gesprek met Frankrijk over dit dossier? Misschien het belangrijkste, wat is de impact van deze uitspraak op de reeds gedane financiële investeringen van ons land? We hebben immers al een engagement van 300 miljoen richting SCAF uitgesproken. Wat is daarvoor het gevolg?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le gouvernement MR-NVA de Charles Michel avait posé le choix de remplacer la flotte de F-16 belges par des F-35 américains. À l'époque déjà, mon groupe s'était opposé à un tel achat, qui ne tenait pas compte des intérêts industriels et stratégiques belges et européens. Depuis lors, les questions d'autonomie stratégique de l'Union européenne sont sans cesse plus impératives, notamment au vu de la direction clairement antieuropéenne prise par le président Trump. J'entends les collègues s'inquiéter des déclarations du président du PDG de Dassault. Personnellement, je m'inquiète plutôt de ce que Trump a dit hier au siège de l'Organisation des Nations Unies (ONU), dans une diatribe hallucinante et insultante, disant même que l'Europe n'était plus la bienvenue et tenant des propos sur l'Europe d'un allié, d'un soi-disant allié. Je m'inquiète très fort.
En juillet, pourtant, le gouvernement avait confirmé sa volonté, votre volonté, d'acquérir onze F-35 supplémentaires, en évoquant un pilier de l'interopérabilité et de la coopération transatlantique et européenne dans l'alliance. Parallèlement, votre vision stratégique ouvre la porte à un chasseur européen de sixième génération, en contradiction avec vos précédentes réponses. Grâce à votre prédécesseur, la Belgique joue actuellement un rôle d'observateur dans le programme européen baptisé Système de combat aérien du futur (SCAF).
Nous apprenons désormais que votre gouvernement demandera à ce consortium d'intégrer la Belgique en tant que partenaire à part entière dès que possible, et c'est une véritable plus-value en matière de retours sociétaux, de consolidation et de renforcement de notre base industrielle, technologique et de défense. Nous vous demandons bien évidemment de pouvoir l'assurer.
Monsieur le ministre, le fait que la vision stratégique annonce publiquement la volonté d'acheter un modèle précis de F-35 américain – et que vous ayez même annoncé où il devait être produit – n'est-il pas de nature à tronquer ledit marché et ouvrir la porte à de nombreux recours?
Quelles sont les garanties industrielles de coûts alors que la Suisse a mis en place une commission d'enquête et d'indépendance?
Quelles procédures, notamment sur le plan de l'implication parlementaire, allez-vous suivre?
Enfin, concernant le SCAF, vous indiquez que pour la troisième phase de développement, à partir de 2030, les budgets seront prévus dans la loi de programmation militaire adaptée. Dès lors, où en sont vos contacts avec vos homologues concernés, les Régions et le secteur industriel belge? De quel budget et de quel calendrier est-il question?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, il est clair qu'au niveau du SCAF, le PDG de Dassault, Éric Trappier, détricote tout ce qui est mis en place. Il met aussi une pression énorme sur l'Allemagne. Il est d'ailleurs aussi désagréable avec l'Allemagne qu'il l'a été avec la Belgique. Nous pouvons clairement dire que le projet est mal parti. L'Europe doit encore se ressaisir et vraiment s'entendre sur un projet commun de nouvel avion, européen cette fois!
Pour en revenir à ma question d'origine, relative à la vision stratégique, la Belgique a confirmé l'achat de nouveaux F-35 mais dans une quantité moindre que vous ne l'aviez espéré. Dans le cadre du développement de la capacité de combat multirôle, il est prévu, pour la prochaine législature, que des moyens soient également prévus afin de participer à ce développement de la capacité, qui devra être renforcée et permettre d’étendre la capacité des avions de combat grâce à l’intégration des aéronefs sans pilote.
Aux é tats-Unis, le développement de ce qu'on appelle des effecteurs s'est accéléré avec le programme Collaborative Combat Aircraft (CCA). Nous avons le choix entre plusieurs propositions, mais toujours est-il que cela devra être effectué pour 2026. Parallèlement, d'autres programmes privés existent, comme le MQ-28A Ghost Bat de Boeing et le XQ-58A Valkyrie de Kratos. Ces entreprises lorgnent évidemment sur le marché européen et ont conclu des accords avec Airbus pour Kratos, et Rheinmetall pour Anduril, tandis que General Atomics semble compter sur sa filiale allemande.
Nous allons donc assister à une offensive industrielle américaine importante pour nous vendre les effecteurs qui auront été développés pour les flottes de F-35 américains. Nous risquons de devoir acheter ces appareils et, au niveau industriel, de seulement pouvoir participer au développement des futurs effecteurs du SCAF, du moins si ce programme aboutit.
Monsieur le ministre, pouvez-vous garantir que le F-35 pourra éventuellement fonctionner avec des effecteurs développés en Europe ou serons-nous nécessairement dépendant du système développé par les é tats-Unis? Existe-t-il déjà des programmes d'effecteurs auxquels participe la Belgique ou certaines de nos industries? Avez-vous eu des contacts sur ce sujet? Vu la vitesse actuelle de développement de ces systèmes, ne risque-t-on pas que la participation au développement des effecteurs, si elle est repoussée à la prochaine législature, intervienne trop tard?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de F-35 is uitgegroeid tot een sterk symbool, niet alleen voor deze regering maar ook onder de bevolking. We herinneren ons allemaal de opvallende visual van Vooruit met de slogan: "Daar vliegt ons pensioen." Dat leeft sterk onder de bevolking, en terecht. Terwijl de regering zegt dat de pensioenen onbetaalbaar zijn, dat iedereen langer moet werken – ook de militairen – voor een lager pensioen, bestelt diezelfde regering elf extra F-35's.
Dat maakt meteen duidelijk waar de prioriteiten liggen van deze regering: besparen op sociale noden, op gepensioneerden, op ernstig zieken, op werkzoekenden en zelfs op daklozen, maar tegelijk investeren in oorlogsmaterieel.
Die elf bijkomende F-35's kosten ons minstens 1,5 miljard euro, terwijl de totale kostprijs ongetwijfeld verder zal oplopen door onderhoud, training, bewapening, softwareherstellingen enzovoort. Zelfs de aankoopprijs kan nog stijgen. We hebben dat gezien in Zwitserland. Ondanks een ondertekend contract moesten de Zwitsers op een bepaald moment meer betalen. Met andere woorden, men bestelt voor prijs A, en daarbovenop komt nog een bedrag B. Bovendien maakt deze aanschaf ons volledig afhankelijk van de VS – en van Trump – voor wisselstukken, software, updates enzovoort. Dat roept vragen op over onze strategische autonomie ten aanzien van Trump. Daarnaast blijven er nieuwe technische problemen opduiken bij die toestellen. Extra vertragingen en extra hoge onderhoudskosten blijven het programma belasten. Het Pentagon zelf heeft daarom besloten om de geplande aankoop van F-35's voor 2026 te halveren van 48 naar 24 toestellen. De VS halveren dus hun bestelling, terwijl België er net bijbestelt.
Daarover heb ik enkele vragen.
Kunt u garanderen dat België niet extra zal moeten betalen voor de F-35's, zoals Zwitserland heeft moeten doen? Hoe garandeert u de operationele autonomie van ons land, gezien de afhankelijkheid van de VS voor cruciale componenten en software? Kunt u bevestigen dat de levenscycluskost substantieel hoger zal liggen dan de aankoopprijs? Welke concrete ramingen hanteert Defensie op dit moment voor die levenscycluskost? Hoe staat u tegenover de beslissing van het Pentagon om de geplande F-35-aankopen voor 2026 te halveren vanwege technische problemen? Ziet u de mogelijkheid dat België een soortgelijke herziening van de aankoop zal overwegen?
Mijnheer de voorzitter, mijn excuses voor het overschrijden van de spreektijd.
Theo Francken:
Comme annoncé dans la Vision stratégique 2025 pour la Défense, le renforcement progressif de la dimension capacitaire Air sera poursuivi entre autres par l'acquisition de 11 appareils de combat F-35 supplémentaires pour répondre aux engagements de l'OTAN.
Comme tous les autres marchés, ce marché sera soumis au contrôle administratif budgétaire et de gestion préalable en matière de passation de marchés publics.
L'acquisition d'avions de combat supplémentaires se fera sous le partenariat de gouvernement à gouvernement pour le F-35A et la procédure à suivre sera celle des Foreign Military Sales (FMS). Tout comme lors de l'acquisition initiale, des pistes d'implication de la base industrielle et technologique de défense (BITD) belge sont actuellement explorées. Conformément aux principes régissant la procédure FMS, les pays FMS paient tous les mêmes prix, tels que négociés par le Joint Program Office avec le fabricant, et bénéficient en sus de l'économie d'échelle d'un achat groupé beaucoup plus important. Finalement, en ligne avec la vision stratégique, l'achat complémentaire inclura des éléments supplémentaires de résilience. Entre autres, un assemblage en Europe permettra de renforcer la dépendance mutuelle transatlantique et de générer des possibilités de spin-off technologique européennes ainsi que des opportunités stratégiques. En outre, pour rappel, nous sommes et resterons souverains dans l'usage que nous ferons de nos F-35A.
En ce qui concerne le concept de Loyal Wingman ou de Collaborative Combat Aircraft, c'est-à-dire l'usage au sein d'un système de systèmes de drones qui sont dirigés à partir d'un avion de toute dernière génération comme le F-35, force est de constater que l'US Air Force progresse rapidement dans le développement de ce concept. Elle adopte une approche de "open architecture" et met tout en œuvre pour faciliter l'accès à des entreprises aéronautiques innovantes ainsi qu'à des nations disposant d'un solide tissu technologique aéronautique.
Dans le cadre de la veille technologique dans le domaine "Next Generation Combat Aircraft Technologies", l'industrie et l'Institut royal supérieur de défense (IRSD) suivent les évolutions avec intérêt.
Il est donc intéressant d'impliquer d'abord nos entreprises dans ces chaînes d'approvisionnement afin de pouvoir progresser technologiquement en Europe vers des CCA compatibles avec nos avions et nos besoins opérationnels. Le plan stratégique reconnaît aussi qu'à plus long terme, au-delà de 2040, et à condition que la situation en matière de budget et de personnel alloué continue d'évoluer dans un sens favorable, une flotte mixte composée du F-35 avec un chasseur européen de sixième génération pourrait apporter une valeur ajoutée en matière de flexibilité stratégique. Une telle approche n'est pas contradictoire compte tenu des besoins opérationnels à court terme, de l'orientation stratégique à long terme et des délais de disponibilité; elle est plutôt complémentaire et permet de répondre au mieux à l'ensemble des attentes.
Sinds 2014 is België officieel waarnemer bij het SCAF-programma of système de combat aérien du futur via een overeenkomst met de drie belangrijkste partners, Duitsland, Frankrijk en Spanje. De waarnemersstatus houdt geen bindende verplichting in om later toe te treden, maar geeft België wel toegang tot programmatorische en technische informatie en biedt de mogelijkheid om de Belgische industriële en technologische defensiebasis te positioneren op het gebied van toekomstige gevechtsvliegtuigen.
België is van plan het SCAF-consortium te vragen België als volwaardige partner op te nemen, op voorwaarde dat de meerwaarde op het vlak van maatschappelijke voordelen, consolidatie en versterking van de Belgische industriële en technologische defensiebasis gewaarborgd is.
Het budgettaire engagement van 360 miljoen euro tot 2029, zoals goedgekeurd door de vorige regering, ondersteunt een Belgische deelname aan Europese O&O-programma's rond toekomstige Europese luchtgevechtcapaciteit. In 2024 werd daartoe een nationale O&O-oproep gelanceerd ter waarde van 60 miljoen euro om Belgische bedrijven en onderzoeksinstellingen te laten inspelen op relevante technologieën. Voor de Belgische defensie-industrie ligt de potentiële return in deelname aan hoogtechnologische ontwikkelingsdomeinen, zoals aerostructuren, motoren, avionics , communicatie, cyber en disruptieve technologieën. Niet deelnemen aan een Europees project voor de ontwikkeling van een volgende generatie gevechtsvliegtuig zou een absolute gemiste kans zijn op het vlak van kennisontwikkeling en werkgelegenheid.
De uitspraken van de heer Trappier, de CEO van Dassault Aviation, over de mogelijke Belgische deelname aan het SCAF-programma zijn betreurenswaardig. Via diplomatieke, militaire en industriële kanalen zal het gesprek worden aangegaan met Duitsland, Frankrijk en Spanje om de positie en meerwaarde van ons land te verduidelijken. Concrete overlegmomenten vinden plaats in het kader van het Belgisch waarnemerschap. Het gaat daarbij om de opvolging van het programma, allerhande meetings en de halfjaarlijkse bijeenkomst van de monitoring committee . Ik heb begrepen dat de heer Trappier nogal hardleers is en blijft uitspraken doen, ook over de Duitsers, een iets groter en belangrijker land dan België. Dat is allemaal heel interessant en wordt nauwlettend opgevolgd door mijn team.
Normaal gezien geeft de strategische visie aan dat België wil toetreden, maar om van observator lid te worden, moet men toegelaten worden in de club. Daar zijn we nog niet aan toe. Ondertussen wordt de situatie van het hele programma dagelijks gemonitord, want het ziet er mogelijk wat minder goed uit. Er is veel stress tussen de originele oprichters van het programma. We zullen even bekijken hoe dat evolueert en of FCAS wel overleeft. Als het programma stopt door onenigheid tussen Frankrijk en Duitsland, zullen we onze opties bekijken en hiermee naar de Kamer komen.
We zullen zien hoe de situatie evolueert. Optie één is volledige participatie in FCAS. Optie twee is een vervolgstap onderzoeken, als FCAS kapseist. Men moet altijd een alternatief achter de hand houden.
Ik wil in ieder geval zeer duidelijk stellen dat we het ons niet kunnen veroorloven, zoals bij de ontwikkeling van de F ‑ 35, om niet vanaf het begin betrokken te zijn bij de ontwikkeling van een Europese fighter jet of the sixth generation . Ik vraag daarvoor ook het mandaat van de Kamer. We moeten daarbij betrokken zijn, zoals destijds bij het F ‑ 16 ‑ programma Bedrijven zoals SABCA, Sonaca en Safran bloeien nog steeds dankzij hun deelname 50 jaar geleden. Die prachtige bedrijven creëren daardoor nog steeds hoogwaardige jobs, innovatie en technologie. We moeten opnieuw van meet af aan betrokken zijn bij die programma's, want anders is dat een gemiste kans.
Indien FCAS mogelijk blijft en Trappier wat minder arrogant doet, moeten we erbij zijn. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zoeken we een alternatief; deelname blijft essentieel.
L'aéronautique et le spatial sont vraiment des priorités. Nous sommes très forts en Belgique dans ces domaines, tant en Flandre que du côté wallon, où de nombreuses entreprises sont au top. Nous ne pouvons rester à ce niveau élevé que si nous participons à un tel programme.
Axel Weydts:
De voorbije weken heeft de NAVO het hoofd koel moeten houden. Ik heb gemerkt dat u ook hebt getracht dat te doen toen u het had over de uitspraken van de heer Trappier. U bent daar ook in geslaagd, mijnheer de minister.
Alle gekheid op een stokje, u zult de volledige steun krijgen van Vooruit voor het instappen in een Europese opvolger voor de F-35, de ontwikkeling van een zesde generatie gevechtsvliegtuig. Het is belangrijk dat we daar vanaf het begin bij betrokken zijn, vooral wegens onze economische belangen, maar ook om een seat at the table te hebben. U zult daarvoor onze steun krijgen. Is het niet FCAS, dan wellicht iets anders. We zullen zien hoe het evolueert, maar nogmaals, alle steun om er dit keer van bij het begin bij betrokken te zijn.
Kristien Verbelen:
Ik heb een aantal voorwaardelijke elementen gehoord, dus we zullen moeten afwachten hoe dat alles zich ontwikkelt. Ik voel de spreidstand tussen de aanzienlijke investeringen die we hebben gedaan in de F-35’s en het feit dat we volgens mij nog niet volledig betrokken zijn bij het Europese partnerschap. Er is bezorgdheid met betrekking tot de industriële return en onze geloofwaardigheid. Zonder duidelijke keuzes te maken, zullen zowel onze industrie als de belastingbetaler hiervoor opdraaien. Ik hoop daarom op een coherent beleid, waarbij we zowel economisch als militair kunnen redeneren.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben het met u eens dat we van bij het begin moeten meewerken aan en meedenken over een opvolger, een toekomstig Europees alternatief. Het is zeer belangrijk voor ons continent dat het Europese alternatief efficiënt is en een waardig alternatief vormt voor wat we vandaag hebben, namelijk de F-35, die nog altijd het beste toestel op de markt is. Het is belangrijk dat we daaraan kunnen bijdragen.
U was inderdaad zeer diplomatisch over bepaalde uitspraken. De opmerkingen van zo’n CEO zijn, zoals u zei, betreurenswaardig. Ik vind het belachelijk, zelf lichtelijk schandalig dat men op die manier uithaalt.
Er zijn al engagementen uitgesproken door de vorige regering. Het gaat over ettelijke miljoenen en we moeten ervoor zorgen dat dat geld niet verloren gaat en dat het een succes wordt. Ik begrijp echter ook dat dit meer vergt dan alleen ons engagement, de hoofdpartners moeten daar zeker ook aan meewerken. Ik hoop bovendien dat FCAS of SCAF overeind blijft, zodat we daarop verder kunnen bouwen als volwaardige partner.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, s'agissant du SCAF, il n'y a pas l'épaisseur d'une feuille de papier à cigarette entre votre position et celle du Parti Socialiste. Nous sommes parfaitement d'accord. Du reste, Ludivine Dedonder avait repris langue et développé une stratégie pour nous y impliquer. Vous poursuivez sur cette voie, et je considère que c'est le meilleur choix.
En revanche, pour le F-35, je regrette, monsieur le ministre, mais vous êtes vite passé sur le respect des règles en matière de marchés publics. Je n'arrive pas à comprendre comment on peut dire que ces règles seront respectées tout en annonçant que le choix se portera sur un F-35 qui sera construit en Italie. Ce choix est donc déjà biaisé. J'aurais préféré, de votre part, une réponse très claire relativement à la nature même de ce marché public, à la procédure, à sa date de lancement, aux critères qu'elle fixera, etc. Or vous vous contentez de surfer sur cette question sans y répondre. Puisque cela fait partie de votre vision stratégique, je reviendrai vous interroger tant que je n'aurai pas obtenu de réponse à ce sujet.
Nous voilà parvenus au troisième débat d'actualité. Nous nous reverrons en octobre. J'avais déjà signalé précédemment que nous aurions du mal à poser toutes nos questions et qu'il convenait par conséquent d'envisager davantage de réunions de commission pour un échange de questions-réponses. Je sais, monsieur le ministre, que vous êtes fort occupé sur le terrain à la fois national et international et je ne vous le reproche évidemment pas. Le 22 octobre, de nombreuses questions seront à nouveau inscrites à l'agenda. Or nous serons en plein débat budgétaire. Donc, toutes les questions seront ramassées dans le débat d'actualité budgétaire. Dès lors, j'espère que votre objectif n'est pas de les y intégrer parce que, dans ce cas, nous n'obtiendrons pas de réponses très précises. Je me permets de le signaler parce que c'est aussi important pour le travail parlementaire.
Voorzitter:
Over die laatste opmerking wil ik het volgende meegeven. Kort voor het zomerreces hebben wij nog een hele namiddag en avond doorgewerkt. De minister is ook altijd beschikbaar wanneer dat in zijn agenda mogelijk is.
Het is alleszins niet mijn doel dat de vragen worden weggemoffeld in een begrotingsdebat. In de mate van het mogelijke maken wij een planning om zoveel mogelijk vragen te kunnen behandelen.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je vous rejoins tout à fait sur le fait qu'il faut être partie prenante d'un programme dès son début, car c'est de cette manière qu'on pourra en retirer un maximum de retours sociétaux. D'ailleurs, le "contrat du siècle", tel qu'a été appelé le contrat relatif aux F-16, qui arrive tout doucement à son terme, l'a bien démontré.
J'ai entendu l'ensemble des interventions de mes collègues. Mais il est très clair que les effecteurs arriveront avant un éventuel SCAF, avant un nouvel avion de sixième génération. C'est pourquoi il est primordial que nous puissions accompagner dès le départ pour ne pas rester au balcon. Il est évident que les effecteurs – qui sont des éléments essentiels de l'avenir de l'aviation de combat – doivent être pensés dans le cadre d'une vision européenne. C'est en tout cas notre conception des choses, avec la possibilité de faire travailler nos entreprises. Nous avons énormément d'entreprises innovatrices, et dès lors, monsieur le ministre, je vous demande de les contacter afin de se mettre en marche dès maintenant.
Il serait évidemment souhaitable que la Belgique figure parmi les pionniers d'un programme effecteurs, voire même qu'elle soit le déclencheur d'un tel programme au niveau européen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik begrijp niet goed waarom ik geen antwoord gekregen heb op mijn vragen. U had nochtans veel spreektijd over. Soms is het natuurlijk gewoon onmogelijk om te antwoorden op vragen. Bijvoorbeeld, kunt u garanderen dat België niet zoals Zwitserland extra zal moeten betalen voor de bestelde F-35's? Dat land heeft zaken gedaan met Trump, wij doen zaken met Trump. Dat valt niet samen te vatten in regels, wij weten eigenlijk niet wat er zal gebeuren. Als hij beslist the Belgians have to pay more , dan zal het zo zijn. Met andere woorden, we zitten in een situatie dat we kunnen worden bedreigd, afgedreigd, gechanteerd door de VS. Wij zijn klein en zij zijn groot. Als men dan ziet dat zelfs de VS hun bestellingen voor F-35's halveren, begrijp ik niet goed wat er gebeurt. Misschien zoeken ze andere slachtoffers om de winst op te drijven en daarvan zal België er misschien één zijn. We zullen zien.
De klimaatdoelstelling voor 2040
De Europese Milieuraad van 18 september 2025
Emissiereductie en de doelstellingen voor 2040
De klimaatdoelstelling 2040
De klimaatdoelstellingen voor 2040
De klimaatdoelstellingen voor 2040
De neerwaartse bijstelling van de emissiereductiedoelstellingen van de EU
EU-klimaatdoelstellingen en emissiereductie voor 2040
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt de EU-doelstelling van 90% CO₂-reductie in 2040, maar stelt drie voorwaarden: een Europees transitie-investeringsplan, een herzien budgetkader en versnelde internationale flexibiliteit (koolstofcredieten)—ondanks kritiek op de betrouwbaarheid en ethiek daarvan. Tijdens de EU-Milieuraad (18/9) blokkeerde een minderheid een akkoord, waardoor de beslissing doorgeschoven wordt naar de Europese Raad (23/10); België eist garanties voor koopkracht, competitiviteit en rechtvaardige transitie, maar de uitvoering blijft onzeker door gebrek aan draagvlak in de regeringen. De tussentijdse 2035-doelstelling (66,25–72,5% reductie) werd vastgelegd in een intentieverklaring voor de COP30, maar kritiek luidt dat de EU verzwakt en verdeeld aantreedt door uitstel en waterige afspraken. België verkleint zijn COP30-delegatie met 39% en benadrukt partnerschappen met Afrika voor "win-win"-klimaatprojecten, maar interne tegenstrijdigheden (bv. energienorm-uitstel) ondermijnen de geloofwaardigheid.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, la Commission européenne a publié le 2 juillet dernier sa proposition législative en ce qui concerne l'objectif climatique de 2040. La Commission propose un objectif de réduction de 90 % des émissions nettes de gaz à effet de serre d'ici 2040. Pour y parvenir, elle propose d'intégrer, dès 2036, le recours aux "flexibilités", c'est-à-dire la possibilité pour les É tats d'atteindre l'objectif en achetant des crédits carbone à l'étranger.
Dans ce contexte, votre gouvernement a décidé, dans le cadre de son accord d'été, de soutenir la proposition de la Commission moyennant trois conditions: un plan européen de transition et d'investissement crédible dans l'année, destiné aux industries intensives en énergie; une révision du cadre budgétaire européen, afin de mieux accompagner les États membres qui atteignent leurs objectifs climatiques et économiques; la mise en œuvre anticipée des flexibilités internationales prévues, avant 2036.
Les flexibilités internationales font l'objet de vives critiques. Y recourir est, selon nous, une rupture par rapport au passé. Les marchés internationaux de carbone fonctionnent mal. Une tonne de CO 2 stockée dans une forêt n'est pas aussi stable qu'une tonne de CO 2 enfouie dans le sol. Les crédits carbone sont trop souvent surévalués. Ils favorisent l'accaparement des terres et la violation des droits humains. Avec ce mécanisme, on externalise l'effort climatique vers les communautés du Sud. Il vaut mieux, pour nous, tabler sur des réductions domestiques de gaz à effet de serre. Au regard de ces critiques, comment justifiez-vous votre exigence d'anticiper la mise en œuvre des flexibilités avant 2036?
Des discussions ont lieu au niveau européen en ce début de mois de septembre. Les 10 et 11 juillet, un Conseil Environnement informel s'est tenu à Aalborg; le 16 juillet, un Coreper; le 18 septembre, le Conseil Environnement extraordinaire, censé entériner la trajectoire climatique de l'UE. Pouvez-vous faire le bilan de ces discussions au niveau européen? Qu'avez-vous obtenu concernant vos trois conditions? Quelle a été au final l'attitude de la Belgique?
Kurt Ravyts:
Wie zegt dat deze regering zwak is op het vlak van klimaatambities? Ik durf dat niet te zeggen, mijnheer de minister. Op 21 juli jongstleden heeft de federale regering het voorstel van de Europese Commissie goedgekeurd dat een vermindering van minstens 90 % van de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 tot doel heeft. Er zijn inderdaad voorwaarden, zoals mevrouw Meunier zei, namelijk concrete waarborgen op het vlak van concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en technisch-economische haalbaarheid.
De federale regering pleit voor een geloofwaardig Europees transitie- en investeringsplan, dit jaar nog, voor energie-intensieve industrieën. U pleit ook voor een herziening van het Europese budgettaire kader om de lidstaten beter te begeleiden. Daarnaast pleit u voor de vervroegde invoering van de voorziene internationale flexibiliteit vanaf 2036.
Heel wat mensen aan de linkerzijde zijn ontgoocheld over de Europese Milieuraad van 18 september, want een en ander moest uiteraard besproken worden via uw Waalse collega. Het Deense voorzitterschap heeft een compromisvoorstel op tafel gelegd, waarop een blokkeringsminderheid is ontstaan. Duitsland zou erop hebben aangedrongen dat de discussie verdergezet wordt op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders, die op 1 oktober informeel in Kopenhagen samenkomen en op 23 oktober naar Brussel afzakken voor een formele top. Dat is de Europese lijn.
Aan de andere kant is er de VN-lijn. Daar is er een compromisvoorstel opgesteld – een intentieverklaring, heb ik begrepen – waarbij de EU naar een indicatieve vermindering van de uitstoot zal streven, tussen 66,25 % en 72,5 % tegen 2035, binnen die vork. Daarnaast worden de ambities voor 2030 – min 55 % – bevestigd. Er zal de komende dagen op VN-niveau worden toegelicht dat Europa in 2035 een nieuwe tussentijdse klimaatambitie zal vastleggen. Ook aan het klimaatdoel voor 2040 zal verder moeten worden geschaafd.
Dat is echter allemaal niet voldoende voor mijn collega’s van de linkerzijde. Toch wil ik u vandaag bevragen.
Kunt u verslag uitbrengen over de conclusies van de Europese Milieuraad? Klopt alles wat ik hier heb gezegd? Mijn eerste vraag gaat dus over de Belgische positiebepalingen bij monde van uw collega tijdens die Raad.
Werd er al overleg gepleegd met de gewestregeringen rond de goedkeuring door de federale overheid van het voorstel van de Europese Unie om een tussendoel voor 2040 vast te leggen in de Europese klimaatwet, of is dat niet nodig? Ik denk van wel.
Ten derde, kunt u een stand van zaken geven over de aangehaalde Belgische voorwaarden, het Europese transitie- en investeringsplan, de begeleiding en de internationale flexibiliteit? Dank u wel.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Ravyts.
U bent een beetje over de tijd gegaan, maar dat is ook omdat u zo goed geïnformeerd bent. Dat wil ik u dus vergeven.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je ne referai pas le discours de mes prédécesseurs à propos de l'objectif européen intermédiaire 2040.
En juillet, la Commission européenne annonçait une réduction intermédiaire de nos émissions de 90 % à l’horizon 2040. Afin d’y arriver, la Commission a décidé d’accorder une certaine flexibilité aux États membres, en autorisant, par exemple, le financement de projets de réduction de CO 2 à l’étranger dans le calcul final. Cependant, avec vos homologues européens, vous vous êtes accordés sur un objectif de réduction de CO 2 entre 66,25 % et 72,50 % pour 2035.
Monsieur le ministre, quelle a été la position défendue par notre gouvernement sur ces objectifs climatiques? Quelle est la position aujourd'hui sur les objectifs intermédiaires fixés pour 2040?
J'ai aussi une sous-question: l’accord du gouvernement prévoit une réflexion sur la taille des délégations internationales que nous envoyons, qu’en est-il pour la COP30?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, over de klimaatdoelstelling 2040 bestaat enige zenuwachtigheid, zowel op Europees niveau als tussen verschillende lidstaten, met bepaalde lidstaten die hun positie wijzigden kort voor de Raad plaatsvond. Die zenuwachtigheid is uiteraard ook ingegeven door het feit dat het voor het Deense voorzitterschap een heel belangrijk dossier is en de klimaatdoelstelling 2040 moet resulteren in een NDC waarmee Europa naar Belém kan trekken. In die zin vond vorige week een belangrijke raadsvergadering plaats. Ik sluit mij dan ook aan bij de eerdere sprekers, die vroegen naar het standpunt dat België daar heeft ingenomen.
Ik zou vooral ook willen weten wat de uitkomst was van de Raad. We hebben wel kunnen lezen hoe de conclusie luidde, maar ik zou graag kennis willen nemen van uw inzicht over twee aspecten. Ten eerste, hoe moeten wij de letter of intent van het Deense voorzitterschap interpreteren? Wat wordt daarmee nu verder gedaan? Wat is de verwachting? Het Deense voorzitterschap kon die discussie niet afronden en heeft een uitweg gevonden in de vorm van een intentieverklaring. Wat is echter de route van de conclusies van de Raad, die al samengezeten heeft, naar de top in Belém? Komt er een Europese doelstelling, een NDC, waarmee we naar Belém kunnen trekken?
Ten tweede, is het een zaak van de klimaatministers of wordt het een chefsache? In het verleden is het immers nog gebeurd dat op de Europese Raad met de staatshoofden en regeringsleiders ook werd gesproken over de klimaatdoelstellingen. Waar zal de knoop finaal worden doorgehakt? Zal dat in de Milieuraad gebeuren of wordt de discussie integraal overgeheveld naar de Europese Raad?
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous vous êtes récemment réunis avec vos homologues européens pour tenter d’adopter un objectif climatique pour 2040, avant la COP30 de Belém. Cette réunion a débouché sur un compromis a minima , comme l’a relayé la presse: une simple déclaration d’intention fixant un objectif intermédiaire pour 2035, compris entre -66,25 % et -72,5 % des émissions par rapport à 1990. Cet accord a été présenté comme une manière de sauver la face. Il est jugé trop flou par de nombreux acteurs. Les ONG évoquent une non-décision, trop imprécise pour garantir la trajectoire vers la neutralité carbone en 2050. Pendant ce temps, les catastrophes climatiques en Europe s’aggravent d’année en année.
L’objectif pour 2040 de -90 % proposé par la Commission européenne, et qui était un pas en arrière, restera en suspens, et sera désormais discuté au niveau des chefs d’État et de gouvernement le 23 octobre. Selon la presse, la Belgique fait partie des pays qui ont freiné des quatre fers, réclamant une longue liste de garanties liées à la protection du pouvoir d’achat et à la compétitivité des entreprises.
Monsieur le ministre, pensez-vous qu’il sera toujours possible de parvenir à un accord sur un objectif contraignant pour 2040 avant la COP30? Ou faudra-t-il constater que l’Europe risque d’y arriver divisée et affaiblie?
Deuxièmement, pouvez-vous rendre publique la liste précise des garanties qui ont été exigées par notre pays pour soutenir l’objectif de -90 % des émissions en 2040?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, vous le savez, la Commission européenne a présenté ses ambitions climatiques pour 2040, visant une réduction de 90 % de ses émissions de gaz à effet de serre. Je sais que vous êtes sensible à cet objectif également.
C'est un objectif qui paraît ambitieux sur le papier. Plusieurs éléments, malgré tout, suscitent notre inquiétude. L'utilisation des crédits carbone, les différences de traitement entre secteurs et l'inclusion de technologies d'élimination de carbone qui sont encore immatures, qui sont coûteuses en ressources financières et coûteuses en ressources naturelles.
La position officielle de votre gouvernement est d'approuver cette décision, qu'on ne juge pas assez ambitieuse au vu de l'urgence climatique et du coût de l'inaction. On rappelait encore, la semaine dernière, le rapport sur la Cour des comptes en France sur la transition écologique: le coût de la transition est estimé à 1,2 points de PIB contre 15 points pour l'inaction. Donc cette inaction climatique coûte plus cher que d'agir contre le dérèglement climatique. Pendant ce temps, on voit que l'Union européenne tergiverse également et on a reporté notre prise de position concernant cet objectif 2040, pourtant si stratégique.
Dans ce contexte, pourriez-vous nous expliquer quelles mesures vous allez prendre au niveau européen pour défendre le maintien d'un objectif ambitieux – on connaît votre capacité à convaincre les collègues – pour que l'Union européenne reste à la pointe du combat climatique à l'échelle mondiale et puisse continuer à être à la pointe de sa position de leader environnemental? Quel niveau d'ambition allez-vous défendre pour l'objectif intermédiaire de l'Union européenne pour 2035 qui sera défendu à la COP30? Avez-vous pris connaissance de ce rapport de la Cour des comptes en France que j'évoquais en début de question? Si oui, quels enseignements en tirez-vous? Comment le gouvernement fédéral entend veiller à ce que les technologies émergentes d'élimination du carbone soient intégrées de manière réaliste et complémentaire plutôt que de servir d'alibi pour reporter l'action climatique immédiate et dévier les capitaux?
Merci pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, je manquerais à toutes mes obligations en ne commençant pas par féliciter Mme Meunier pour l'heureux événement qu'elle attend. Je l'ai appris par la presse et je pense pouvoir le faire publiquement. Je me réjouis pour elle et sa famille.
Pendant le Conseil informel "Environnement", le 10 et 11 juillet, les États membres sont intervenus sur la proposition d'amendement de la loi européenne sur le climat, pour la première fois au niveau ministériel. Pendant le COREPER du 16 juillet, les États ont continué les discussions et pendant le COREPER du 12 septembre, la présidence danoise a constaté qu'il n'y avait pas suffisamment de soutien parmi les États membres pour adopter une approche générale sur la loi européenne climat, lors du Conseil "Environnement" du 18 septembre. J'étais présent avec ma collègue Neven, et il était évident que nous n'arriverions pas à dégager une majorité avant de décider de modifier l'ordre du jour et d'organiser un débat d'orientation sur la loi européenne sur le climat lors du Conseil "Environnement" afin que le Conseil puisse s'exprimer sur l'objectif 2040 fin octobre.
Het debat over de 2040-doelstelling tijdens de Milieuraad van 18 september was zonder meer constructief en geeft mij de hoop dat we goed op weg zijn naar een oplossing en een mogelijke landing in dit dossier. De focus van het debat lag ook nu weer in grote mate op de faciliterende voorwaarden die nodig zullen zijn om ervoor te zorgen dat competitiviteit, koopkracht en decarbonisatie hand in hand kunnen gaan. Dit zal de staatshoofden en regeringsleiders toelaten een constructief debat te voeren over de randvoorwaarden en factoren die zij relevant achten tijdens de Europese Raad in oktober. De uiteindelijke stemming zal moeten plaatsvinden tijdens de Milieuraad, na de Europese Raad.
Le Conseil a approuvé une déclaration d'intention, comme précisé, en vue de la présentation par l'Union européenne d'une contribution déterminée au niveau national (CDN) de l'Union européenne et de ses États membres à la Convention-cadre des Nations Unies sur les changements climatiques.
La déclaration, qui n'est pas la CDN de l'Union européenne, indique l'intention de l'Union européenne de soumettre sa CDN post-2030, avant la COP30, conformément aux obligations de l'Accord de Paris.
De definitieve NDC zal worden aangenomen zodra er een beslissing genomen is over de Europese doelstelling voor 2040. De Europese Unie moet een beslissing nemen over haar NDC voor de COP30.
En ce qui concerne la question de la délégation belge à la COP30, je peux vous informer qu'avec mes collègues flamands, wallons et bruxellois, nous nous sommes accordés pour réduire la délégation belge de 39% par rapport à la COP29 de l'an dernier, pour des raisons budgétaires et climatiques. Une décision quant à la délégation elle-même sera prise dans les prochaines semaines.
Wat het Belgische standpunt betreft, u weet dat dat steeds wordt bepaald tijdens een DGE-vergadering, waarin zowel de federale regering als de gewesten vertegenwoordigd zijn. Het Belgische standpunt is dus steeds het resultaat van een consensus, aangezien België met één stem spreekt tijdens de Europese vergadering.
Au cours des discussions européennes de juillet et septembre, la Belgique a constamment réaffirmé son engagement pour la neutralité climatique d'ici 2050. Cependant, elle n'accordera son soutien à un objectif intermédiaire de réduction de 90 % des émissions de gaz à effet de serre qu'à la condition que des garanties claires et crédibles soient mises en place.
Concrètement, la Belgique défend trois axes essentiels et a défendu ces trois axes lors du Conseil du 18 septembre. Le premier est la protection du pouvoir d'achat, de l'emploi et de la compétitivité. La transition doit rester juste et inclusive. Elle doit garantir une énergie abordable, bas carbone et compétitive, préserver l'avenir de notre agriculture et créer un environnement porteur pour nos entreprises et nos travailleurs.
Deuxièmement, nous voulons un cadre post-2030 équitable et efficace. Nous plaidons pour une architecture climatique fondée sur le principe du coût/efficacité et la neutralité technologique, tout en assurant un véritable level playing field entre États membres.
Les critères de solidarité et de coût/efficacité doivent être appliqués à parts égales afin de garantir l'équité et l'efficacité du futur cadre.
Troisièmement, nous souhaitons un plan d'accompagnement solide et prospectif. La Belgique insiste sur la nécessité d'un plan européen crédible de transition et d'investissements, en particulier pour les industries énergivores comme la chimie, le ciment et l'acier. Sans des dispositifs d'accompagnement à la hauteur des efforts demandés, l'Europe ne parviendra pas à susciter l'adhésion indispensable de ses citoyens et de ses entrepreneurs. Une flexibilité budgétaire accrue doit aussi être prévue pour les États membres respectueux de leurs objectifs.
Concernant la flexibilité liée aux crédits internationaux, l'objectif de 2040 doit avant tout porter sur les réductions d'émissions au sein de l'Union, mais cela n'exclut pas, selon moi, une certaine flexibilité limitée, sans répéter des erreurs qui ont parfois pu être commises par le passé. La flexibilité doit être comprise comme un instrument complémentaire qui stimule l'action climatique dans des pays tiers, renforce la coopération au développement et contribue à des relations durables win-win avec nos partenaires, notamment en Afrique. Je veillerai à ce que les crédits internationaux soient additionnels, de haute qualité et à ce qu'ils préservent l'intégrité environnementale tout en contribuant à la transition climatique.
Ma position est que nous devrions utiliser uniquement des crédits certifiés sous l'article 6.4 afin de garantir la qualité et l'ambition de notre action internationale. Pour avoir eu l'occasion de me rendre à la COP africaine, et notamment d'y défendre notre objectif ABC Africa Belgium Climate, je peux dire qu'il y a de réelles demandes de pays africains en la matière pour ce que j'appellerais un partenariat équitable, juste, pas seulement pour des partenariats où l'on profite des avantages que connaît l'Afrique en la matière, mais bien des collaborations qui permettent également des investissements durables, y compris en termes d'emplois, sur le sol africain. C'est en empruntant cette direction que je pense qu'un pays comme la Belgique sera la mieux placée pour à la fois être crédible mais aussi atteindre des objectifs climatiques qui ne sont pas seulement des objectifs européens mais qui sont, comme vous le savez, mondiaux.
L'Europe, 6 % d'émissions de CO2, l'Afrique 4 % d'émissions de CO2, cela fait 10 % ensemble. Si on parle le même langage, je pense qu'on sera bien plus forts et qu'on donnera des exemples qui seront parfaitement compris par d'autres continents.
Marie Meunier:
Merci monsieur le ministre pour vos explications.
J'entends ce que vous nous dites. C'est de nature à me rassurer, néanmoins j'espère que vous serez suivi. Nous serons attentifs, comme à chaque fois, à la suite et on espère vraiment sincèrement que vous puissiez mettre en œuvre tout cela et que vous receviez la capacité et le soutien nécessaires au sein des Régions.
Comme vous le dites: la Belgique ne parle que d'une seule voix. J'espère que vos différents partenaires de majorité vous soutiendront également dans votre démarche et que les différentes Régions pourront toutes aller dans le même sens. En tout cas, c'est mon souhait.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, verdergaand op wat mevrouw Meunier zei, de N-VA maakt deel uit van de regering en ging op 21 juli akkoord met het 90 %-standpunt waarmee u en uw collega, uiteraard ook met toestemming van de Vlaamse regering, op 18 september naar de Europese Raad zijn getrokken. Ik neem daarvan akte.
De faciliterende voorwaarden worden een chefsache, zoals mevrouw Van der Straeten opmerkte. Ik ben benieuwd hoe de chefs, de regeringsleiders dus, daarover zelf zullen oordelen, want er wordt nogal wat druk uitgeoefend, bijvoorbeeld door Duitsland. De automobielindustrie is er maar één voorbeeld van hoe de hele industrie – dit komt straks aan bod – met de vergroening worstelt. Er moet financieel een mogelijkheid daartoe zijn, er moet daarvoor ruimte in de businessplannen worden gemaakt, er zijn de dure energieprijzen enzovoort. We zijn dus nog niet aan het einde van de rit voor de Europese NDC's.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour la précision de vos réponses.
Nous ne doutons pas de votre volonté d'aboutir ni de votre implication dans nos objectifs climatiques que vous souhaitez atteindre, tout comme nous. Nous suivrons avec beaucoup de passion et d'attention votre travail. Nous savons que vous voulez aller jusqu'au bout et que vos paroles ne sont pas vaines. Merci beaucoup.
Tinne Van der Straeten:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw duidelijke antwoord.
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik niet twijfel aan uw goede intentie. Die wordt echter wel begrensd door de wil van de andere federale ministers om concreet beleid uit te werken, om nog maar te zwijgen van de gewestministers. Die bereidheid zie ik momenteel namelijk niet.
Ik heb uiteraard geen bezwaar tegen de lijst van randvoorwaarden. Een klimaatbeleid moet namelijk rekening houden met de competitiviteit van bedrijven en de koopkracht van gezinnen – dat is een evidentie –, maar een en ander blijft in de praktijk zonder effect. De randvoorwaarden vormen vaak louter windowdressing om in feite niets te doen. Een concreet voorbeeld daarvan is de energienorm, die oorspronkelijk voor het einde van het jaar geïmplementeerd zou worden. Volgens mij zit dat dossier in het slop.
Ligt dat aan u? Nee, uw intentie is goed. U geeft aan dat u als minister van Klimaat wilt dat andere ministers beleid ontwikkelen dat rekening houdt met competitiviteit. De minister van Energie, die het moet uitvoeren, gooit er echter met de pet naar. In die zin worden de randvoorwaarden louter windowdressing en wordt er in feite niets gerealiseerd.
Trouwens, wat de grootte van de delegatie betreft, de intentie om de delegatie te beperken, is op zich juist – minder CO 2 -uitstoot en minder impact op de begroting –, maar dan moet er wel rekening mee gehouden worden welke kosten van de delegatie door de federale begroting worden gedragen. Ngo's en bedrijven als Fluxys en Elia dragen hun eigen kosten. Die vallen niet onder de federale begroting, maar als u aangeeft dat u de delegatie beperkt om begrotingsredenen, dan wil ik weten of dat betekent dat u het aantal onderhandelaars of klimaatdiplomaten beperkt. Beperkt u het aantal ambtenaren die meegaan? Het zou bijzonder kwalijk zijn als onze competentste medewerkers, die internationaal en Europees gewaardeerd worden, niet meer kunnen deelnemen aan een van de belangrijkste multilaterale klimaatonderhandelingen, uitsluitend omwille van snel ideologisch gewin.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Ce qui me frappe aujourd'hui, et que je constate aussi au niveau européen, c'est que l'urgence climatique semble avoir été reléguée au second plan. En 2019, nous étions des millions de jeunes à manifester dans la rue pour réclamer des mesures fortes et, aujourd'hui, j'ai l'impression que c'est plutôt la protection de la compétitivité qui domine les débats européens.
Alors, les faits sont là! Une étude a démontré qu'en 2025, l'été a coûté 43 milliards à l'économie européenne en vagues de chaleur, en sécheresses, en inondations. Selon les chercheurs, cette facture pourrait grimper à 120 milliards en 2029. Elle est là la menace pour notre économie et pour le pouvoir d'achat des citoyens. Chaque euro non investi aujourd'hui dans la transition, engendrera une dépense doublée, voire triplée demain en réparation.
On connaît vos intentions, et elles sont louables. Mais le gouvernement ne parle pas de la même voix. Et quand j'entends votre collègue David Clarinval du MR appeler à mettre l'écologie en pause, cela revient, en fait, à condamner nos entreprises à rester à la traîne. Plutôt que d'opposer sans cesse la compétitivité et le climat, n'est-il pas temps d'assumer que la meilleure garantie pour le pouvoir d'achat des familles dont vous parlez, comme pour la survie de notre industrie, c'est précisément une économie sobre en énergie et résiliente face aux chocs climatiques?
De l'argent, le nerf de la guerre, il y en a. Votre gouvernement a trouvé des milliards pour faire la guerre, mais rien pour le climat! Pour la militarisation, que ce soit en Europe ou en Belgique, tout va vite et on est dans une logique de surenchère. Pour le climat, je le regrette, c'est tout l'inverse, ça traîne, et on ne compte que des centimes.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je prends bonne note de votre engagement et de l'engagement de la Belgique au niveau européen, même si on voit que les ambitions sont à la baisse. Comme l'ont souligné les collègues, ce n'est pas tant votre intention ou votre ambition qui est ici questionnée, c'est celle de votre gouvernement. Nous vous évaluerons non pas seulement en fonction de vos déclarations – qui ont tendance à nous rassurer – mais surtout des actions concrètes et mesurables qui seront prises. On le sait, l'urgence climatique impose que chaque mécanisme, qu'il s'agisse de crédits carbone ou de technologies d'élimination du carbone, serve réellement la réduction des émissions immédiates et puisse aussi accompagner les gens dans le changement de paradigme que nous impose le dérèglement climatique. On a trop tendance à présenter les politiques climatiques comme des freins ou des contraintes, alors qu'elles sont en réalité également un levier extrêmement intéressant de croissance et d'innovation pour l'économie européenne. Ce que nous voulons vraiment, c'est un accompagnement au niveau social, afin que les ménages et les familles puissent elles aussi bénéficier de ces mécanismes pour faire face aux effets du dérèglement climatique, mais également que les politiques climatiques soient de vraies alliées de la politique économique car l'un et l'autre ne sont pas du tout incompatibles.
Het Federaal Energie- en Klimaatplan
De indiening van een geïntegreerd Nationaal Energie- en Klimaatplan bij de Europese Commissie
Het FEKP en de impact ervan op de reductie van de broeikasgasuitstoot
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Federaal Energie- en Klimaatplan en de impact ervan op de vermindering van broeikasgassen
Nationale en federale energie- en klimaatplannen voor broeikasgasreductie
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De federale bijdrage aan het Belgisch Klimaat- en Energieplan (PFEC 2025) wordt zwaar bekritiseerd omdat ambities drastisch zijn afgebouwd: doelstellingen voor hernieuwbare energie (o.a. wind op zee teruggebracht van 3,5 GW naar 2,2 GW), klimaatneutrale gebouwen (uitstel van 2040 naar 2050), en sociale maatregelen (precariteit, vorming) zijn verwaterd of geschrapt, terwijl concrete CO₂-reductiecijfers ontbreken. Minister Crucke verdedigt het plan als een "basis voor verdere uitbouw", wijzend op interfederale afstemmingsproblemen en het ontbreken van een eenduidige methodologie om federale impact te meten, maar erkent dat België de EU-doelen voor hernieuwbare energie (33% vs. verwachte 20,4%) niet zal halen. Kritiek van oppositie en experten (o.a. Canopea, Planbureau) noemt het plan "leeg, onvoldoende ambitieus" en vraagt hoe België zijn internationale klimaatverplichtingen (47% reductie in 2030, neutraliteit in 2050) kan nakomen zonder bindende maatregelen of budgettaire toezeggingen. Het definitieve geïntegreerde nationale plan (PNEC) moet eind september 2024 bij de EU ingediend worden, maar blijft afhankelijk van gewestelijke plannen (Vlaanderen en Wallonië herzien nog) en onopgeloste financiële verdeling van emissiekosten.
Marie Meunier:
La contribution fédérale au Plan Énergie Climat a, enfin, été approuvée par le gouvernement. C'est en soi une bonne nouvelle car nous étions en retard. Qu'en est-il du contenu? Si on compare la version Arizona du 21 juillet 2025 et la version du 17 mai 2024 sous la Vivaldi, on voit que la structure du texte est identique. Un grand nombre de développements et de mesures sont aussi repris tels quels. Par contre, le nouveau document compte 90 pages – soit un tiers de moins que le précédent. Beaucoup de mesures sont retirées: que ce soit en matière d'énergies renouvelables, de lutte contre la précarité énergétique, d'ambition pour le rail ou pour les bâtiments de la Régie. Monsieur le ministre, je ne vais pas vous mentir, j'ai énormément de questions.
Pourquoi le PFEC 2025 de l'Arizona ne parle-t-il plus des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en Mer du Nord – les 3,15 à 3,5 GW à développer d'ici 2030?
Pourquoi avoir supprimé, en matière de recherche et développement, l'objectif de 10 % de budget affecté au climat et à l'énergie?
Pourquoi la lutte contre la précarité énergétique, qui était une priorité absolue dans l'ancien document, semble-t-elle aujourd'hui remise en cause?
Pourquoi avoir supprimé, sur le plan du marché du travail, le lien entre droit à la formation des travailleurs et climat?
Pourquoi les objectifs chiffrés en matière de fret – doubler le transport ferroviaire de marchandise d'ici 2030 – ont-ils disparu du document?
Pourquoi les objectifs pour le transport de passagers en train sont-ils revus à la baisse?
Pourquoi votre gouvernement repousse-t-il de 10 ans – on passe de 2050 au lieu de 2040 – les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules?
On a lu diverses réactions dans la presse – notamment celle de Canopea qui estime que "les ambitions climatiques sont tuées dans l'œuf". Le Pr Marek Hudon regrette aussi "une série de bullet points sans cadre global" et "des objectifs sans instrument pour les atteindre". Quelles sont vos réponses face à ces critiques?
Pourquoi l'État fédéral ne s'engage-t-il pas à un objectif chiffré pour 2030?
Pourquoi le document a-t-il été moins un travail de rédaction qu'un travail d'amputation, étant donné le résultat?
Enfin, pouvez-vous expliquer comment ce PFEC amoindri va permettre à la Belgique de rencontrer ses engagements internationaux pour 2030 et rendre notre pays climatiquement neutre d'ici 2050 avec tous ces points qui ont été retirés?
Je vous remercie pour vos différentes réponses.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, op 21 juli heeft de federale regering haar definitieve bijdrage aan het NEKP goedgekeurd. Deze federale bijdrage zou in de loop van de voorbije zomer worden samengesteld met de bijdragen van de gefedereerde entiteiten om een geïntegreerd nationaal plan 2030 op te stellen, dat dan eind september – binnenkort dus – aan de Europese Commissie zou moeten worden voorgelegd. U hebt daarover op 15 juli in de Kamer geantwoord: "Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen al dan niet zal behalen. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september." Dat is dus deze maand.
Wordt er nu, minister Crucke, een geïntegreerd Belgisch plan ingediend bij de Europese Commissie, of zullen opnieuw afzonderlijke klimaat- en energieplannen van elke entiteit worden ingediend, samen met een koepeltekst waarin België meldt dat de maatregelen voor de resterende emissieruimte later zullen worden bepaald, zonder dat die nu al aan een van de entiteiten worden toegewezen? Is er, daaraan gekoppeld, een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de mogelijke betaling van emissierechten? Als ik hoor dat u over de 90 %-doelstelling zonder problemen een akkoord bereikt, dan zal dat daarvoor ook wel het geval zijn, vermoed ik. Of ben ik nu een beetje stout?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, ik had ook een vraag over het Federaal Energie- en Klimaatplan dat deze zomer op 21 juli door de regering aangenomen werd.
We hebben dat gelezen. De collega heeft dat ook zeer aandachtig gelezen. Er is heel veel tekst geproduceerd, maar wat betekent dat nu concreet als men het uitdrukt in de vermindering van broeikasgassen? Dat heb ik niet gezien. Dat heb ik gemist. Met andere woorden, wat is de doorrekening in de tekst van het Federaal Energie- en Klimaatplan, wat de reductie betreft? En wat is de bijdrage van het federale aandeel aan de -47 %-doelstelling die voor België geldt? De federale overheid neemt natuurlijk maatregelen die meetellen voor de doelstellingen van de gewesten. Daarom vraag ik naar het geheel van de federale maatregelen die genomen worden. Wat is de impact daarvan op de vermindering van de broeikasgassen voor het federale beleid als geheel, ongeacht in welke doelstelling ze uiteindelijk intra-Belgisch verrekend worden?
Als u naar de volledige catalogus kijkt, welke maatregel heeft de meeste impact wat betreft CO ₂ -reductie en wat is de implementatietermijn daarvan? Voor de vivaldiregering was dat heel duidelijk, de elektrificatie van de bedrijfswagens was de maatregel met de meeste impact. Ik ben dus benieuwd welke maatregel in dit plan, in deze herziening, de grootste bijdrage levert aan de vermindering van de CO ₂ -uitstoot.
Wat mij verder is opgevallen – collega Meunier heeft dat ook aangehaald – is dat de doelstelling voor wind op zee eigenlijk verminderd is. Er is enkel nog sprake van 2,2 gigawatt die gerealiseerd zal worden. Gisteren nog maar, of eergisteren, is er een studie verschenen, deze keer van het Planbureau, die opnieuw aangeeft dat er weliswaar verschillende scenario’s zijn, maar dat een scenario met 8 gigawatt windenergie wel degelijk tot de goedkoopste kan behoren. Ik vraag me dan ook af of het Federale Klimaatplan, dat twee maanden geleden aangenomen werd, ondertussen niet gedateerd is. Heel het klimaatbeleid is immers gestoeld op het realiseren van de doelstellingen tegen zo laag mogelijke kosten. Ik begrijp wel waarom er nu voor 2,2 gigawatt is gekozen, namelijk wegens het energie-eiland dat op dít moment te duur is om te realiseren, maar dat sluit niet uit dat het op een later moment wel mogelijk wordt. Waarom wordt de piste van 8 gigawatt nu al volledig verlaten in plaats van te bekijken hoe kan worden gewerkt aan de modaliteiten van het energie-eiland?
Mijn vraag is dan ook welke gevolgen u zult verbinden aan de studie van het Planbureau en welke bijsturing u zult vragen aan de minister van Energie.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, avec l'accord de gouvernement, la contribution fédérale au Plan national É nergie-Climat (PNEC) a été validée. Certains parlent d'un plan raboté, qui a été mal reçu par le terrain. Je pense à l'association Canopea, qui s'est montrée très critique envers celui-ci, parlant d'un plan "au goût amer" et dénonce le fait qu'il nous éloigne davantage encore de l'ambition de placer la Belgique sur une trajectoire de décarbonation. D'autres voix parlent, de leur côté, d'un plan composé de " bullet points ", et j'en passe.
La Belgique aurait dû présenter ce plan dès le 30 juin 2024. Pour qu'un plan national puisse être soumis, chaque Région ainsi que le fédéral doivent d'abord approuver leur propre plan. Le 10 juillet, la Flandre a adopté un premier projet de note, mais doit encore valider son plan définitif. Quant à la Wallonie, elle disposait déjà d'un plan qui avait été approuvé, mais le nouveau gouvernement wallon a annoncé qu'il allait le réviser.
Monsieur le ministre, que répondez-vous aux critiques visant le manque d'ambition de la part fédérale du Plan national É nergie-Climat? Où en est la validation du PNEC et quand sera-t-il approuvé? Enfin, quel sera l'objectif fixé pour la Belgique?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, la mise à jour du Plan fédéral a fait l'objet de discussions intensives entre les partenaires gouvernementaux afin de refléter au mieux l'accord de gouvernement et de trouver des équilibres entre l'atteinte des objectifs énergétiques et climatiques, la protection de la compétitivité des entreprises et le soutien des ménages et des PME. Ce plan constitue la première brique de la politique climatique de ce gouvernement. Il n'est pas le point final de notre action climatique, mais constitue une base solide sur laquelle il faudra en effet continuer de construire afin de nous assurer que nos objectifs soient respectés.
En plus des discussions politiques, un exercice a par ailleurs été mené afin de raccourcir le texte initial qui contenait, me semble-t-il, beaucoup de répétitions et de facilités. Même si nous reconnaissons que le travail est loin d'être parfait, il mérite que nous nous y penchions différemment pour les prochaines révisions.
En ce qui concerne les aspects spécifiques que Mme Meunier a mentionnés, j'y répondrai point par point.
S'agissant des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en mer du Nord, le PNEC est en ligne avec l'accord de gouvernement. Il a été décidé que le développement sera continué dans un premier temps avec une capacité de 2,1 gigawatts répartie sur deux parcelles, compte tenu des limitations de capacité en courant alternatif.
Le gouvernement fédéral a décidé de reporter la première adjudication de concession de 700 mégawatts, l'objectif du précédent gouvernement ne pouvant être entériné sans une analyse technico-économique poussée. À ce stade, le gouvernement avance les chiffres pour lesquels il a la certitude de pouvoir les atteindre. Pour le reste, je dois vous conseiller de vous adresser au ministre compétent, mon collègue Mathieu Bihet.
L'objectif d'allouer 10 % du budget en matière de recherche et de développement à des projets liés au climat et à l'énergie n'a pas été supprimé dans le PFEC. Il a été assoupli. Il s'agit maintenant de tendre vers 10 % au niveau national. Par contre, cet objectif n'est pas retenu pour l'instant par les Régions dans le cadre du texte coupole. Il se limite à la Belgique dans son ensemble avec ses trois Régions. Le gouvernement fédéral et les entreprises veulent s'assurer que les ressources consacrées à la recherche et au développement s'élèvent à 3 % du produit intérieur brut.
La lutte contre la précarité énergétique n'est pas remise en cause et fait l'objet de plusieurs sections du PFEC. Le texte a seulement été allégé pour des raisons de lisibilité et d'efficacité. Les mesures principales incluses dans le plan fédéral concernent la précarité énergétique et sont les suivantes: étoffer le monitoring des prix sur tous les vecteurs énergétiques au regard des impacts sur la compétitivité et sur le budget des ménages; envisager une réforme budgétairement neutre du tarif social de l'énergie et des interventions du Fonds Social Chauffage vers une intervention forfaitaire plus transparente basée sur les revenus et le patrimoine et neutre sur le plan technologique; et étudier une série de mesures pour assurer une facture d'énergie transparente.
Ensuite, la formation des travailleurs est une condition importante pour la transition climatique. Il est en effet crucial de s'assurer que chaque travailleur puisse faire évoluer ses compétences et ses connaissances afin de s'adapter aux évolutions en cours et à venir. Le plan fédéral reconnaît ce besoin et le gouvernement maintient le droit individuel à la formation, tout en le complétant par une plus grande flexibilité et une collectivisation partielle.
L'objectif en matière de fret, c'est-à-dire l'objectif de doublement du volume de transport de marchandises par voie ferroviaire d'ici 2030, n'a pas été supprimé. Le gouvernement a par ailleurs réaffirmé sa volonté de mener à bien les projets envisagés dans les programmes d'investissement pluriannuels et d'y consacrer les moyens nécessaires.
En ce qui concerne les objectifs de transport de passagers en train, le transfert modal des passagers est un vrai défi. Les statistiques disponibles ne montrent pas, actuellement, de transfert modal de la voiture vers le train. Les objectifs proposés pour le transport de passagers en train restent donc ambitieux: une augmentation de 30 % des voyageurs, une ponctualité supérieure à 90 %, 50 % de nouveaux trains, et une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés. Ces mesures permettront de renforcer la confiance du public dans le train comme véritable solution alternative à la voiture.
Concernant les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules, les gestionnaires des bâtiments fédéraux ont, à plusieurs reprises, indiqué que l’objectif 2040 était très difficile à atteindre sans que des budgets significatifs y soient consacrés. Le gouvernement a donc décidé de ne plus garder cet objectif, en vue des autres priorités.
Voor de federale overheid een concreet cijfermatig doel tegen 2030 vastleggen, is geen eenvoudige opdracht. Er bestaat namelijk geen duidelijk afgebakend kader dat bepaalt welke uitstoot precies aan de federale overheid moet worden toegeschreven. Elke federale maatregel heeft invloed op de uitstoot van de gewesten en die maatregelen werken bovendien samen of lopen door elkaar met de initiatieven van de gewesten, zoals collega Van der Straeten daarnet heeft gezegd. Daardoor is het moeilijk om exact vast te stellen welke maatregel welk effect heeft. Dat vraagt ook heel wat methodologische veronderstellingen waarover discussie mogelijk blijft. Daarom is het belangrijk om de capaciteit voor evaluatie en opvolging te versterken. We zullen dan beter kunnen meten wat het effect is van het huidige en het geplande beleid.
We hebben wel de bijdrage van onze federale maatregelen in kaart gebracht om onze prioriteiten te bepalen, maar exacte cijfers kunnen we niet geven, door de vele onzekerheden. De impact moet systematisch worden bekeken. Bovendien hebben de gewesten onze maatregelen meegenomen in hun eigen vooruitzichten.
J’ai bien pris connaissance des critiques à l’égard du plan fédéral, et je comprends les préoccupations autour de ce sujet important. Comme précisé au début de ma réponse, les discussions ont été intenses à ce sujet. Ma priorité était de parvenir à un plan approuvé qui pourrait servir de base à un PNEC, et pas seulement à une prise d’acte par le Conseil des ministres comme dans le passé. Ce plan n’est pas un point final, mais une pierre angulaire sur laquelle nous pourrons continuer à construire une société climatiquement neutre d’ici 2050. Un plan approuvé, plutôt qu’une simple prise d’acte comme ce fut le cas par le passé, nous permet d’avancer collectivement vers la mise en œuvre des mesures. Le plan sera validé fin de cette semaine par les quatre gouvernements, pour être remis à la Commission européenne, comme prévu, lundi ou mardi prochain.
En matière de réduction des émissions de gaz à effet de serre, nous atteignons l’objectif contraignant imposé à la Belgique, à savoir une réduction de 47 % cumulés sur la période 2021-2030.
Op het vlak van hernieuwbare energie halen we momenteel het Europese doel niet. Van ons totaal finaal energieverbruik moet 33 % uit hernieuwbare bronnen komen, terwijl we waarschijnlijk op ongeveer 20,4 % zullen uitkomen. De federale bijdrage betreft vooral biobrandstoffen en offshore windenergie. Voor biobrandstoffen heeft de minister van Energie het proces voor de omzetting van de Europese RED III-richtlijn opgestart. Daarover volgt later meer. Voor de offshore energie verwijs ik u naar de minister van Energie.
Op dit moment is het moeilijk om precieze cijfers te geven, omdat we nog geen duidelijk zicht hebben op de technische en economische haalbaarheid. Ik zal mijn partners blijven overtuigen om de federale doelstellingen in de internationale energie- en klimaatplannen aan te scherpen, zodat die beter aansluiten bij wat van ons verwacht wordt. Voor concrete antwoorden verzoek ik u de minister van Energie rechtstreeks aan te spreken, aangezien hij daarover meer details kan geven.
Enfin, je souligne l'importance de mettre en place à l'avenir un processus de travail plus efficace, basé sur une vision interfédérale belge, aujourd'hui totalement inexistante, de la transition climatique. Je plaide pour une réduction des formalités administratives et de meilleurs outils de modélisation nationaux. Je souhaite entamer des discussions à ce sujet avec les Régions, dans le cadre plus large de la gestion du climat et du développement durable. Je proposerai une nouvelle méthode de travail en vue du PNEC 2031-2040.
Marie Meunier:
Merci, monsieur le ministre.
Sans surprise, de toutes vos réponses aujourd'hui, c'est celle qui me convient le moins. Je me rends compte ici qu'énormément de choses ont été évacuées. J'ai pris note au fur et à mesure. Je pense notamment au fait de repousser de dix ans l'objectif de neutralité, qui est dû à d'autres priorités. Mais on voit également que de nombreuses autres priorités ont été sucrées.
La question légitime à se poser aujourd'hui est la suivante: comment voulez-vous atteindre les objectifs avec moins de mesures pour y arriver? Pour moi, cette démarche est à tout le moins audacieuse. Nous regrettons effectivement l'élagage de l'ensemble du plan. Nous suivrons l'efficacité de sa mise en œuvre. En effet, si j'entends bien, certaines choses ont été retirées pour permettre d'être plus efficaces sur d'autres. Nous demandons à voir.
Nous verrons pour la suite, mais ce n'est pas une réponse qui nous convient, comme nous ne convient pas non plus le plan dans sa stratégie globale.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik heb toch enkele aspecten van mijn vraag in uw antwoord niet echt goed begrepen. U hebt op 15 juli in de Kamer gezegd dat pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling haalt om de emissies met 47 % te verminderen. Is het nu een geïntegreerd plan of is het, zoals de vorige keer, een Vlaams en een federaal plan met een koepeltekst? Moet er dus een akkoord zijn over het tekort en over de emissierechten? Ik heb dat niet goed begrepen.
Tinne Van der Straeten:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Ik vermeld drie elementen in mijn repliek.
Ten eerste, de interne boekhouding van België is inderdaad een moeilijk gegeven. Zoals u zelf zegt, u voert beleid. Onder welk onderdeel van de subdoelstelling valt dat dan? Hoe wordt dat opgeteld enzovoort? Ik denk dat we daar uiteindelijk ook abstractie van moeten maken, want die interne boekhouding neemt niet weg dat elk beleid, elke federale maatregel, waarvan de impact uiteindelijk ook zijn weg vindt naar de doelstelling, effect heeft of tenminste beoogt effect te hebben. Het feit dat we hier vandaag zeggen dat we geen concrete cijfers kunnen geven, is eigenlijk onaanvaardbaar.
Ten tweede, de arizonabegroting is in het Parlement ingediend met een volledige berekening van terugverdieneffecten, maar bestaat er een afdoende methode om die terugverdieneffecten te berekenen? Het Rekenhof had veel kritiek op de methode. Die methode is ook in vraag gesteld, waarna Arizona heeft verduidelijkt hoe een en ander werd berekend. Zo kon het Parlement inschatten of er al dan niet sprake was van een grote impact. Waarschijnlijk lag de waarheid in het midden.
Als men terugverdieneffecten kan berekenen, waarom kan men dan geen klimaateffecten berekenen? Zullen de berekeningen tot na de komma juist zijn? Waarschijnlijk niet, want elke methode heeft haar beperkingen, zoals u zelf hebt gezegd. Een methode kan echter wel ter discussie worden gesteld. De verkiezingsprogramma’s worden ingediend bij het Planbureau voor doorrekening en worden ook doorgerekend op klimaateffecten. Waarom kunnen federale maatregelen in een federaal deel van een federaal klimaatplan dan niet ad hoc worden beoordeeld op hun klimaateffect, op de CO ₂ -reductie die ze daadwerkelijk realiseren? Het feit dat hier wordt gezegd dat men zaken niet weet, dat het moeilijk zou zijn enzovoort, wil eigenlijk zeggen dat dat plan een 3 Suisses-catalogus is en dat niemand ook maar een idee heeft.
Ten derde, inzake energie is voor de minister van Energie dat point taken en aanvaard, maar vraiment, c’est du n’importe quoi . Dat de huidige regering op het allerlaatste moment heeft beslist het dossier over de 700 megawatt stop te zetten met als reden dat het nog technisch en economisch moest worden bekeken, is onzin. Dat dossier heeft de goedkeuring gekregen van de Europese Commissie voor staatssteun.
Is er ook maar één lid hier in de zaal dat gelooft dat de Europese Commissie goedkeuring verleent aan een dossier als dat technisch en economisch niet is onderzocht? Neen, in een staatssteunprocedure moet voortdurend informatie worden aangeleverd. Hoeveel gaat het kosten? Hoe hebt u dat gedaan? Wat zijn uw assumpties? Wat is de impact van die parameter in dat artikel en dat subonderdeel? Dat is een dossier voor de Europese Commissie.
U beweert dat omdat dat de motivatie van de minister van Energie was. Dat weet ik ook wel. De minister van Energie stelt echter dat het dossier technisch en economisch op niets trok. Zijn bedoeling is een beetje lachen met Van der Straeten, maar in werkelijkheid geeft hij daarmee aan dat de Europese Commissie er niets van kent. Dat is werkelijk du n’importe quoi .
Julien Ribaudo:
Si je vous ai bien compris, nous devrions assister à l'épisode final de la longue saga PNEC d'ici le 29 ou 30 septembre. Nous avons hâte de voir ça. Comme le terrain, nous émettons de gros doutes quant au fait que le raccourcissement du document ait été réalisé simplement à cause des répétitions. On constate que l'ambition est en-dessous de ce qu'il devrait y avoir. On ne manquera donc pas de revenir vers vous dans les prochaines semaines et les prochains mois afin de discuter concrètement des chiffres et du plan.
De strikte regelgeving en de exportban die de Europese recyclagesector verstikken
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese exportban op plasticafval (2026) dreigt de circulaire sector te verstikken doordat recyclagebedrijven vier jaar zonder afzetmarkt zitten, terwijl de verplichte recycled content-pas in 2030 ingaat, wat leidt tot faillissementen, investeringsvlucht en een groeiende plasticberg in Europa. Daarnaast ontbreekt een duidelijke berekeningsmethode voor chemische recyclage, remt oneerlijke Aziatische concurrentie (goedkopere, minder gecontroleerde import onder valse labels) innovatie af, en eist de sector snelle maatregelen zoals een voorrangsmechanisme voor Europees recyclaat en strengere importcontroles. Minister Crucke bevestigt EU-actie (herzieningsclausule, mogelijke zorgplicht voor Aziatische import zoals bij conflictmineralen) en België’s pleidooi voor uniforme recyclageregels, maar concrete oplossingen voor de kritieke periode 2026-2030 en handhaving blijven vaag, terwijl de sector acute noodsignalen afgeeft.
Katrijn van Riet:
Naast de hoge energie- en productiekosten weegt de regelgeving als een blok op de circulaire sector. Vanaf 2026 geldt een Europese exportban op plasticafval naar Azië, terwijl de verplichtingen rond recycled content pas tegen 2030 worden ingevoerd. Dat betekent dat we de recyclagemarkt eerst vier jaar in een wurggreep zullen houden, waarbij we nu al de eerste effecten zien van teruggetrokken investeerders en faillissementen, om dan pas een wettelijke vraag te creëren naar recyclaat op de Europese markt. De recyclagebedrijven zullen door deze ban nu ook bedolven worden onder een plasticberg waarmee ze blijven zitten. Zo creëren we naast de melkplassen en boterbergen die we ooit gekend hebben ook een berg van plasticafval.
Daarenboven is er voor de chemische recyclage nog steeds geen duidelijke berekeningsmethode van recyclagepercentages. Bedrijven weten dus niet hoe hun output zal meetellen in de officiële statistieken. Dat maakt investeringen riskant en houdt innovatie tegen.
Daar komt nog bij dat ons eigen recyclaat wordt onderworpen aan een strenge regulering en een zeer grondige controle, wat terecht is. Ondertussen komt recyclaat of zelfs virgin plastic met een recyclaatlabel uit Azië onze markt binnen onder een gunstigere, maar daarom niet steeds waarheidsgetrouwe HS-code. Zo kunnen die producten, die sowieso al ongeveer 200 euro goedkoper zijn dan Europees recyclaat, met minder controles onze markt verzadigen. Dat is geen vrije markt, maar een ongelijk speelveld dat onze bedrijven en zo onze eigen groene economie wurgt.
Hoe wilt u vermijden dat de exportban zonder bijhorende vraagcreatie leidt tot een implosie van de resterende Europese recyclagecapaciteit en een gigantische plasticberg op ons continent?
Bent u bereid bij de Europese Commissie te pleiten voor een heldere en uniforme berekeningsmethode en bijhorende communicatie van recyclagepercentages, zodat de chemische recyclagesector eindelijk duidelijkheid krijgt en investeringen niet langer uitgesteld worden?
Welke stappen wilt u zetten om Belgische bedrijven te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van goedkope import uit Azië, die vaak onder de radar als nieuw plastic binnenkomt, terwijl het in realiteit om recyclaat gaat of vice versa, en dus niet aan onze strenge controles onderworpen is?
Overweegt u instrumenten zoals een voorrangsmechanisme, zodat onze producenten eindelijk een eerlijk speelveld krijgen ten opzichte van goedkope Aziatische alternatieven?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw van Riet, dank u voor uw vraag.
Ter herinnering, ons land blijft een zeer groot uitvoerder van plasticafval, wat tot spanningen heeft geleid met bepaalde derde landen. In 2022 voerde de EU 32,1 miljoen ton plasticafval uit. Om die situatie te verhelpen, hebben de Europese Raad van ministers en het Europees Parlement met overgrote meerderheid gestemd voor een verbod op de uitvoer van plasticafval. Daarbij gingen 587 leden akkoord, waren 8 leden niet akkoord en waren er 33 onthoudingen. De uitvoer van plasticafval blijft toegestaan, mits derde landen over de nodige faciliteiten beschikken om dat afval op milieuvriendelijke wijze te beheren.
(…) is een herzieningsclausule gepland. Op die manier zal de Europese Unie haar verantwoordelijkheid voor haar plasticafval op zich nemen. Deze wetgevende stap is bedoeld om de EU-producenten van kunststoffen te responsabiliseren en te verplichten tot recycling en hergebruik.
Met het verbod wil men ook voldoende plasticafval binnen de EU houden, zodat in 2030 het beoogde doel qua percentage recyclaat in producten kan worden bereikt. De beschikbare hoeveelheid plasticafval zou de kosten van dat afval ook moeten drukken. Dat zou een goede zaak zijn, want momenteel is virgin plastic goedkoper dan recyclaat.
U hebt echter gelijk, we moeten vermijden in dezelfde crisis te belanden die de textielsector momenteel doormaakt door producenten voor te stellen om te anticiperen op de verplichtingen van 2030, zodat ze met het systeem kunnen experimenteren en de nodige financiering kunnen vinden om die activiteiten te ontwikkelen. Tegelijkertijd moeten we consumenten aanmoedigen om over te stappen op producten die gerecycleerd plastic bevatten.
Wat uw tweede vraag betreft, het Belgische standpunt is duidelijk. Wij wensen inderdaad dat de Europese Commissie een duidelijke en eenvormige berekeningsmethode vaststelt.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, het waarborgen van de naleving van milieunormen, strikte controle en eerlijke concurrentieregels zijn voor mij een prioriteit.
Daarnaast heb ik een actieplan gevraagd aan onze administratie om de inspecties te versterken en de sancties te verscherpen voor bedrijven die zich niet aan de milieunormen houden. Het is bovendien zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om administratieve sancties en boetes buiten de EU af te dwingen. Daarom werken we momenteel aan een non-paper over dit onderwerp.
De EU-lidstaten en de Europese Commissie denken ook samen na over een oplossing. We wachten op een nieuw voorstel van de Europese Commissie. Tot nog toe staat het overleg nog niet ver, ook al hebben de bedrijven de alarmbel geluid.
Mijn administratie staat aan het prille begin van een denkoefening over de mogelijkheid om een stelsel van zorgvuldigheidseisen te ontwikkelen dat gelijkwaardig is aan en geïnspireerd op de bestaande EU-wetgeving inzake conflictmineralen, zoals de EU-verordeningen 2017/821 en 2023/1115.
Deze zorgvuldigheidseisen zouden gelden voor Europese invoerders van Aziatisch plastic. Dat zou het invoeren van een zekere traceerbaarheid mogelijk maken. In dat verband zal ik er, naar analogie van het Europese systeem dat nog moet worden ingevoerd, op toezien dat de inspectiedienst van de FOD Volksgezondheid en de douane een essentiële rol spelen bij de controle van de invoer uit Azië.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het is hoopgevend dat u de problemen erkent en die ook wilt aanpakken. We zullen echter moeten bekijken hoe de periode tussen 2026 en 2030 wordt overbrugd, als we die bedrijven ook hier actief willen houden. Ik heb vorige week met verschillende spelers uit de sector gesproken en de situatie is echt rampzalig, het water staat hen aan de lippen. Zij weten niet hoe ze de periode tot 2030 kunnen overbruggen. Ik denk dat we samen aan dezelfde kant van het touw moeten trekken.
De dreigende teloorgang van de industrie
De dreigende teloorgang van onze (duurzame) economie
Het concurrentievermogen van de Europese economie en de maatregelen voor België
De uitdagingen voor Belgische industrie, duurzame economie en Europees concurrentievermogen
Gesteld door
VB
Reccino Van Lommel
N-VA
Katrijn van Riet
MR
Mathieu Michel
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Vlaamse industrie verkeert in diepe crisis door hoge energiekosten, overregulering, loonlasten en Europese concurrentienadelen, wat leidt tot massale afdankingen, geannuleerde investeringen (bv. ExxonMobil’s €100M recyclageproject) en bedrijfsvertrek (GSK naar de VS). Premier De Wever erkent de structurele problemen—energie, fiscale druk (OCDE-Pillar 2), regeldruk en "gold-plating"—en wijst op Europese afhankelijkheid, maar belooft nationale maatregelen (loonlastenverlaging, Make 2030, minder bureaucratie) en hoopt op een versnelde Europese koerswijziging (Clean Industrial Deal). Kritiek blijft hard: de oppositie ziet geen concrete vooruitgang, terwijl bedrijven blijven vertrekken en de geloofwaardigheid van de regering onder vuur ligt. Kernvraag: kan België/Europa de deïndustrialisering en ecologische achteruitgang (bv. mislukte recyclage-investeringen) stoppen zonder radicale beleidsshift op kosten, regelgeving en fiscale concurrentie?
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, onze Vlaamse industrie verkeert in crisis. Dat zeg ik niet alleen, dat zeggen ook experten. Dat begint hoe langer, hoe meer aan de oppervlakte te komen: onzekerheid, uitgestelde investeringen, lege orderboeken, cashflowproblemen. Op de koop toe beginnen werkgevers die in de afgelopen jaren een strijd hebben gevoerd om talent aan te trekken, stelselmatig personeel af te danken. Het gaat lang niet meer alleen over de hoge energiekosten, de regelneverij en andere kosten, maar ook over de afwachtende houding van ons land. Onze industrie kijkt lijdzaam toe op de acties van de industriële grootmachten, zoals China of de Verenigde Staten.
Er wordt hier als een konijn voor een lichtbak naar anderen, zoals Ursula von der Leyen, gekeken om het probleem op te lossen, maar, premier, zo werkt het helemaal niet. Het gaat hier over de survival of the fittest . Ik weiger genoegen te nemen met het argument dat de industrie in onze buurlanden het ook moeilijk heeft en dat dat ons ontslaat van actie. Ik weiger genoegen te nemen met een Europese Unie die er met haar maatregelen jarenlang voor heeft gezorgd dat onze industrie kapotgaat.
De toestand is precair. ExxonMobil is met zijn nieuws vandaag slechts een van de vele voorbeelden in de rij van industriële bedrijven die hier geen toekomst meer zien. Mijn vragen zijn daarom heel duidelijk, mijnheer de premier. Zult u blijven wachten op Ursula of zult u nu actie ondernemen om te vermijden dat Vlaanderen morgen een industrieel kerkhof wordt?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, bent u ervan op de hoogte dat er 1 miljoen ton aan capaciteit voor plasticrecyclage is verdwenen in Europa de voorbije twee jaar? Faillissement na faillissement kleurt een deel van die groene sector bloedrood. ExxonMobil maakt nu bekend dat het een investering van 100 miljoen euro voor chemische recyclage in de havens on hold zet.
Er komt een enorme plasticberg op ons af door de Europese exportban van plasticafval naar Azië en door het feit dat zeer goedkope, gesubsidieerde virgin plastic grondstoffen vanuit Azië onze markt overspoelen, grondstoffen die trouwens niet aan dezelfde strenge regels voldoen als onze Europese recyclaten. Dan is er nog de onzekerheid over de berekening van het recyclagepercentage, wat ExxonMobil nu doet steigeren, om nog maar te zwijgen van het feit dat de bouw van zo’n fabriek voor chemische recyclage een zeer grote investering vergt en het proces bijzonder energie-intensief is.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u ervoor zorgen dat we onze eigen capaciteit niet laten wegconcurreren? Hoe kunnen we innovatie, zoals die van ExxonMobil, aantrekken in plaats van afstoten, zoals nu gebeurt? Zult u in overleg treden met de Europese Commissie om de enorme regellast aan te pakken?
Mathieu Michel:
Monsieur le premier ministre, j'étais très heureux d’avoir la chance d’aller à Walibi, finalement, pour vous voir, monsieur Bart "De Wavre".
Comme vous le savez, pas très loin de Wavre, une entreprise extraordinaire, qui s'appelle GSK, a décidé d'investir plus de 20 milliards d'euros aux États-Unis. Son but est certainement d'y développer à la fois la recherche et le développement, mais aussi les chaînes de production. Cela constitue un signal d'alarme assez important sur le fait qu'aujourd'hui, certains de nos fleurons – des entreprises qui nourrissent la prospérité de notre territoire – sont en train de lorgner vers d'autres endroits pour investir. Cela doit nous alerter car l'entreprise GSK est un pilier historique du secteur pharmaceutique qui pèse pour plus de 25 % de nos exportations.
Alors que l’Europe – et la Belgique en particulier – appliquent loyalement les principes de Pillar 2 de l’OCDE, afin de garantir une imposition minimale de 15 % sur les multinationales, au détriment notamment de notre secteur pharmaceutique, les États-Unis, eux, multiplient les mesures protectionnistes et douanières, sans pour autant appliquer avec la même rigueur ces principes de réforme fiscale mondiale. Le rapport Draghi sonnait d'ailleurs déjà l'alarme par rapport aux besoins d'une véritable stratégie de compétitivité européenne.
Dans ce cadre, monsieur le premier ministre, pouvez-vous me dire quelle analyse le gouvernement tire-t-il de la décision de GSK et d'autres d'investir ailleurs, mais surtout de ses impacts potentiels sur l'écosystème pharmaceutique belge? Disposez-vous d'une évaluation consolidée de l'impact cumulé de Pillar 2 et des mesures fiscales américaines? Quelles mesures concrètes le gouvernement envisage-t-il pour renforcer la compétitivité de nos filières stratégiques prioritaires? Dans ce contexte, la Belgique va-t-elle continuer à adhérer de façon loyale à ce pilier aussi appelé Pillar 2, qui aujourd'hui, s'additionne effectivement aux difficultés des entreprises pour la compétitivité? Je vous remercie, monsieur le premier ministre.
Bart De Wever:
Monsieur le président, chers collègues, j'ai reçu hier une haute délégation du siège d'ExxonMobil, en provenance de Houston. Leur message était très clair, et se retrouve aujourd'hui également dans la presse: si aucune mesure n'est prise pour améliorer le climat entrepreneurial et d'investissement en Europe, il deviendra très difficile d'assurer l'avenir de l'industrie ici. Les signaux de ces derniers mois et années sont très clairs: volumes en baisse, taux d'utilisation des capacités historiquement bas, annonces de fermetures d'installations, et ainsi de suite.
Avant-hier encore – et ce n'est pas un hasard –, j'ai reçu le PDG de TotalEnergies sur le même sujet, M. Pouyanné.
Voor hem zijn er nog anderen langsgekomen. U sprak over GSK en over de farmasector. Als oud-burgemeester van Antwerpen heb ik het geluk de meeste van die bedrijfsleiders en CEO's zeer goed te kennen en veel onder hen persoonlijke vrienden te mogen noemen. Persoonlijke vrienden laten ook wel eens the backside of the envelope zien en die ziet er niet goed uit.
Chers collègues, nous connaissons tous les causes. Je les ai déjà mentionnées à plusieurs reprises ici. Les coûts salariaux trop élevés, les coûts énergétiques beaucoup trop élevés, les difficultés liées aux permis, la pression réglementaire gigantesque et depuis cette année, un environnement commercial très incertain. Dans une certaine mesure, nous sommes nous-mêmes responsables en Europe. Certaines règles et lois sapent tout simplement la viabilité des projets d'investissement.
Het is dus voor mij geen verrassing dat ExxonMobil zijn geplande investeringen voorlopig – daar druk ik op –, heeft opgeschort, zowel in Antwerpen als in Rotterdam. Ik zag dat van ver aankomen. Het probleem is dus niet beperkt tot België alleen. Was dat maar het geval, dan konden we het ook alleen oplossen.
Het gaat om 100 miljoen euro aan investeringen die on hold staan en die zullen worden afgeblazen, als we in dit land en in Europa niet doen wat nodig is. Vooral de Lage Landen, met twee wereldhavens, Rotterdam en de Port of Antwerp-Bruges, worden door die industriële impasse zeer zwaar getroffen. Ik kan niet genoeg beklemtonen dat de verliezen die we daardoor lijden, niet louter economisch zijn, al zouden Groen en links graag horen van degrowth. Het verlies is namelijk ook ecologisch van aard. De investering die ExxonMobil bijvoorbeeld pauzeert, gaat namelijk om een fabriek die plastic afval chemisch zou moeten recycleren volgens de meest moderne standaarden. Er zijn nog andere duurzaamheidsinvesteringen die om dezelfde reden niet doorgaan, zoals bij ArcellorMittal. Ik kan een hele lijst maken van projecten die om economische redenen niet doorgaan. We zijn dus bijzonder slecht bezig wat onze economie, onze werkgelegenheid en de ecologische transitie betreft, tenzij men Europa wilt decarboniseren door het te deïndustrialiseren, maar dan moet men dat maar eens openlijk zeggen.
Sinds het begin van mijn ambtstermijn en ook al lang daarvoor pleit ik voor een Europese strategie om die problematiek aan te pakken. De geesten rijpen zichtbaar. Tegen mijn natuur in ben ik hoopvol. Er waait een andere wind door Europa, en die zou, in tegenstelling tot de Europese traditie, sneller tot resultaten kunnen leiden dan wij denken of gewend zijn. Ik hoop het en ik werk er hard aan.
We kijken uit naar de opvolging van de Clean Industrial Deal van de Europese Commissie en de industrie-versterkende plannen. Overal waar ik kom in Europa, hamer ik daarop; dat zal u wellicht zijn opgevallen. Dat ontslaat ons echter niet van de plicht om in ons eigen land te doen wat we zelf kunnen: een verstandiger energiebeleid zonder dogma’s. Vanmorgen was ik nog in Dessel en Mol. We willen zonder dogma’s een specifiek beleid voeren tegen de hoge energiekosten. We werken ook aan meer competitieve loonlasten. We doen wat we kunnen. De noodzakelijke arbeidsmarkthervormingen zullen hopelijk dit jaar allemaal door het Parlement worden goedgekeurd. Daarnaast is er het Make 2030-initiatief, waarbij de sectoren en de regio’s samen met ons moeten zorgen voor minder complexiteit en groeiversterkende maatregelen. De economie reageert daar heel positief op en dat mag ook gezegd worden.
In het regeerakkoord is bovendien het principe opgenomen dat wij een fout, die de afgelopen decennia zo vaak werd gemaakt, niet meer willen herhalen: de traditie van gold-plating in ons land, en overigens niet alleen in ons land. De staat van onze industrie, zowel in ons land als in Europa, zal een blijvend aandachtspunt zijn van de regering en van mezelf, dag na dag, tot er beterschap komt en, wat mij betreft, liever vandaag dan morgen.
Reccino Van Lommel:
Premier, na zeven maanden regering-De Wever zie ik eigenlijk geen verandering voor onze industrie. Ik zie alleen maar bedrijven die het steeds moeilijker krijgen en elders investeren. Ik zie bedrijven die uit noodzaak gewaardeerde medewerkers afdanken.
Tegelijk zie ik een regering die zich bezighoudt met buitenlandse conflicten. Ondertussen bent u verknocht aan de Belgische macht, zoals destijds de heer Verhofstadt of de heer De Croo. U kunt als zelfverklaard Vlaams-nationalist dan wel blij worden van een staande ovatie op een congres van de Waalse liberalen of de grapjas uithangen bij Europese ontmoetingen. Onze Vlaamse industrie heeft geen reden om blij te zijn, als uw oplossingen uitsluitend in de Europese Unie worden gezocht. Het is bloedserieus, premier. Uw geloofwaardigheid wordt echt wel problematisch.
Red onze industrie, niet morgen of overmorgen, maar vandaag.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.
U stemt mij al enigszins optimistischer. We maken samen werk van de Clean Industrial Deal en we vermijden gold-plating. We moeten er gewoon voor zorgen dat Europa de eigen werkgelegenheid niet bant door een strenge regelgeving. Hoe kan immers van een vrije markt met een gelijk speelveld worden gesproken, als de spelregels verschillen voor veel te veel spelers?
Geef onze industrie de broodnodige ademruimte. Meer heb ik daaraan niet toe te voegen.
Mathieu Michel:
Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre. Il est évidemment essentiel – je pense que vous vous en rendez compte, comme tous les gouvernements doivent s'en rendre compte – que nous prenions conscience de l'ampleur de ce qui est en train de se jouer. Nous devons absolument mobiliser toutes nos énergies et toutes nos intelligences pour rendre notre économie plus compétitive. À l'heure où nous nous interrogeons sur les nécessités de mener des réformes en profondeur, il ne faut pas oublier que notre capacité à soutenir notre modèle social dépend directement de la compétitivité de ces entreprises, également sur la scène internationale. C'est pourquoi je suis convaincu qu'il est essentiel de la renforcer et aussi probablement de s'interroger sur une certaine forme de naïveté que nous avons pu développer, notamment sur notre loyauté en matière de fiscalité à l'international. C'est le cas, à mon sens, de Pillar 2.
De toekomst van de Joodse gemeenschap in België en Europa
De overheden in dit land die van 'puur antisemitisme' beschuldigd worden door de Duitse regering
De annulatie van het concert van een Joodse dirigent door Gent Festival van Vlaanderen
Antisemitisme, Joodse gemeenschap en cultuur in België en Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Premier De Wever verdedigt de vrijheid van meningsuiting maar erkent dat het cancelen van Israëlische dirigent Lahav Shani door het Gent Festival van Vlaanderen (met steun van minister Gennez en overheden) de facto antisemitisch was en België’s reputatie schaadt—Duitse reacties waren furieus. Hij distantieert zich van de beslissing maar onderneemt geen concrete stappen tegen Gennez of juridische vervolging, ondanks oproepen van Ducarme (MR) en Van Rooy (Vlaams Belang), die systematisch antisemitisme in beleid, straatprotesten (o.a. Hamas-verheerlijking) en overheidsmeelopen aanklagen. Van Rooy valt De Wever’s coalitie (met socialisten) hard aan voor dubbele standaarden en passiviteit, wijzend op ongestrafte haatuitingen en Gennez’ weigering om de cancelcultuur te herroepen. De Wever ontwijkt verantwoordelijkheid, benadrukt "hoop op inzicht" bij jongeren en wijst selectieve verontwaardiging af, zonder het structurele probleem—groeiend antisemitisme in instituties en straat—op te lossen.
Sam Van Rooy:
Premier De Wever, tijdens een bezoek aan Berlijn op 26 augustus hebt u gezegd, ik citeer: "De joodse gemeenschap zal altijd een thuis hebben in Europa." De helaas recent overleden Frits Bolkestein, u welbekend, sprak 15 jaar geleden al de vrees uit dat er door het groeiende antisemitisme voor orthodoxe en andere herkenbare joden hier geen toekomst is. Jammer genoeg lijkt hij steeds meer gelijk te krijgen.
Op het moment dat ik mijn vraag indiende, in de zomer, doken beelden op van een zogenaamde Palestinabetoging waar moslimtieners opriepen tot het eren van hun martelaren. Daarbij verheerlijkten ze expliciet de moorddadige Hamasjihadist Yahya Sinwar, de architect van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023. Op de foto die ik u toon, ziet u trouwens ook de zogenaamde arafatsjaal, het symbool van een terrorist en jodenmoordenaar. Dat symbool zien we zelfs steeds meer in dit Parlement en in deze commissie. Een paar stoelen naast mij hangt gewoon dat symbool van een jodenmoordenaar. Deze jihad palmt ook steeds meer van onze wijken en scholen in, een zorgwekkende tendens.
Mijnheer de premier, wat onderneemt u om ervoor te zorgen dat, zoals u hebt gezegd, de joodse gemeenschap in ons land altijd een thuis zal hebben?
Dan is er ook het geval van het Gent Festival van Vlaanderen, een zogenaamd verbindend en verzoenend festival, dat het optreden van de Israëlische topdirigent Lahav Shani heeft gecanceld. Het is een zoveelste incident, dat aantoont dat in dit land de jaren 30 niet alleen letterlijk dichterbij komen, maar ook ideologisch. Shani werd gecanceld op aansporen en met goedkeuring van de minister van Cultuur, Caroline Gennez, uw socialistische coalitiepartner, mijnheer De Wever. Dat gebeurde in samenwerking met de stad Gent, de Vlaamse overheid en de VRT. Dat is dus antisemitisme met medewerking van overheden en subsidieslurpers in dit land. Ook uw federale overheid is betrokken, want de Nationale Loterij is een van de sponsors van dat festival. Ook twee N-VA-leden in de raad van bestuur van dat muziekfestival hebben nooit aan de alarmbel getrokken.
Uit Duitsland kwamen zeer heftige reacties, van het orkest zelf, van de burgemeester van München en van de Duitse minister van Cultuur. Die zei terecht dat dit puur antisemitisme en een aanval op de fundamenten van onze cultuur is, en stelde dat Europese podia geen plekken mogen worden waar antisemieten het programma bepalen. Ik vind dat helemaal terecht.
Premier De Wever, mijn vragen aan u zijn evident. Vindt u dat onze Nationale Loterij zich ooit nog kan verbinden aan dat evenement? Wat onderneemt u om die antisemitische canceling terug te draaien en om de besmeurde reputatie van Vlaanderen en België te herstellen? Last but not least, vindt u dat iemand die aanzet tot en applaudisseert voor een dergelijke antisemitische maatregel en iemand die daar expliciet haar steun voor uitspreekt en dat blijft doen, minister kan blijven in dit land? Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, vous avez évidemment été choqué, comme bon nombre d'entre nous, par la décision du festival de Gand visant au retrait de l'affiche d'un de ses concerts d'un chef d'orchestre compte tenu de ses origines. Cela renvoie à de sombres souvenirs auxquels on ne peut pas s'empêcher de songer. Vous avez qualifié cette décision d'irresponsable, vous avez également indiqué que ça ternissait l'image et la réputation de la Flandre et de la Belgique. Moi, je veux vous en remercier.
Vous vous êtes même rendu en Allemagne pour assister au concert de Lahav Shani, vous avez indiqué que cette décision à Gand, relevait de l'antisémitisme et vous l'avez condamnée une nouvelle fois. Au sommet de l'État allemand, on vous a remercié pour votre démarche. Certains ont dit que c'était un geste fort. Je ne sais pas si c'est fort, c'est en tout cas un beau geste sur le plan symbolique. Mais, tout de même, quand le premier ministre d'un pays doit aller voir un artiste à l'étranger parce qu'il n'a pas pu se produire dans son propre pays, c'est aussi un geste de désespoir.
Monsieur le premier ministre, je pense qu'il ne faut pas en rester là. Si vous déclarez que cette décision est de nature antisémite, elle doit être sanctionnée. Vous avez la possibilité de mandater votre ministre de la Justice pour prendre une injonction positive afin que ce fait antisémite soit poursuivi. L'avez-vous fait ou comptez-vous le faire?
Bart De Wever:
Geachte Kamerleden, ik wil eerst en vooral meegeven dat volgens mijn persoonlijke overtuiging, als ik die nog mag utspreken, de vrijheid van meningsuiting de ruimst mogelijke invulling moet krijgen. Dat is voor mij een heilige overtuiging. Die vrijheid moet vooral meningen beschermen waarmee wij het fundamenteel oneens zijn. Wij moeten heel zuinig zijn met het voeren van intentieprocessen. Collega’s aanwijzen omdat zij een symbool dragen en aangeven wat de intentie daarvan is, zijn zaken die ik niet zou doen.
Veel van wat jonge mensen roepen, menen zij hopelijk niet. Als zij dat wel menen, is dat verschrikkelijk. Mijnheer Van Rooy, ik vrees dat u in dat verband af en toe de nagel op de kop slaat. Er worden in Europa dingen geroepen die vreselijk zijn.
Ik begrijp de emotie. De oorlog in Gaza is vreselijk. Wat daar gebeurt, is afschuwelijk. Dat raakt mensen emotioneel. Zij laten zich daardoor meeslepen om allerlei zaken te verklaren, waarvan ik alleen maar kan hopen dat ze op een rustiger en rationeler moment beseffen dat die woorden heel ver over de schreef gaan. Ik mag die hoop toch uitspreken.
Mijnheer Van Rooy, u moet dan wel consequent zijn. U kan niet in een fractie zitten met iemand die ‘ Meine Ehre heißt Treue ’ en het logo van de SS online zet en tegelijk een collega aanwijzen die volgens u een schandalig symbool draagt. Het is het ene of het andere. U kunt niet op die manier selectief zijn in uw verontwaardiging. In dat geval bent u niet geloofwaardig in het debat en zeker niet in het debat over antisemitisme. Dan hebt u geen geloofwaardigheid en verliest u naar mijn mening alle recht van spreken. Dat wil ik duidelijk gezegd hebben.
We moeten grenzen trekken. Die grens ligt uiteraard op het punt waar een mening ophoudt een mening te zijn en een oproep wordt tot geweld. We spreken dan nog niet over haat, maar over geweld. Die grens mag zeker worden getrokken waar racisme en antisemitisme beginnen.
Ik meen dat het Gent Festival van Vlaanderen niet de bedoeling had om iets antisemitisch te doen. Dat was volgens mij niet de intentie. Dat intentieproces zal ik niet maken. Echter, men heeft het de facto volgens mij wel gedaan door te zeggen dat een Duits orkest – geen Israëlisch, maar een Duits orkest – in België niet welkom is omdat de dirigent een Israëli is. Daarmee is naar mijn mening een grens overschreden die niet mag worden overschreden.
Hopelijk was dat niet kwalijk bedoeld, maar het is wel heel kwalijk uitgedraaid. Dat is in Duitsland ingeslagen als een bom.
À la suite de la décision d'écarter l'Orchestre philharmonique de Munich du Festival van Vlaanderen à Gand, j'ai immédiatement reçu plusieurs questions, tant au plan national qu'en provenance de l'étranger – en particulier, de l'Allemagne. C'est un fait vraiment exceptionnel. Je puis vous dire que l'ambassadeur d'Allemagne a exprimé son mécontentement, que je partage pleinement.
Der Ruf unseres Landes ist schwer beschädigt.
Il m'a indiqué que, selon lui, écarter un chef d'orchestre uniquement parce qu'il est israélien était complètement répréhensible. Je pense que M. Merz a été très clair à ce sujet. Qu'on le veuille ou non, la réputation de notre pays et de la Flandre a été écornée.
De plus, il a été demandé à ce chef d'orchestre de signer une déclaration publique et politique. J'estime que cela va totalement à l'encontre de la liberté artistique et du principe même de notre démocratie. Cela ne se fait pas! Imaginez que nous appliquions une telle mesure à chaque Chinois ou chaque Russe arrivant en Belgique en leur demandant qu'ils se prononcent contre le génocide des Ouïghours! C'est inacceptable. Voilà ce que l'ambassadeur m'a dit. Je lui ai répondu qu'en Belgique, et je pense que nous partageons tous ce message, il n'y a pas de place pour le racisme et l'antisémitisme. C'est une valeur fondamentale de notre société.
C'est un message que j'ai évidemment voulu transmettre en me rendant à Essen ce week-end. Pour l'image internationale de la Belgique, il importait de le rappeler. Et je pense, monsieur De Smet, que c'est ma tâche de défendre la réputation de notre pays. Je crois l'avoir fait avec beaucoup de succès. M. Merz m'a remercié. Il me semble que j'ai pu limiter les dégâts consécutifs à cette décision prise par le comité de gestion du festival de Gand.
Voor het overige stel ik vast dat de raad van bestuur gisterenavond heeft volhard in die beslissing. Ik betreur dat persoonlijk. Ik ben van oordeel dat dit een fout is en dat het niet zomaar zal overwaaien. Daar vrees ik voor. Dat valt echter niet onder mijn verantwoordelijkheid.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de premier, allereerst, ik heb niet gezegd wat de intentie is van de draagster van de arafatsjaal, laat staan van elke drager van die sjaal. Ik heb verklaard dat de arafatsjaal symbool staat voor terreur en jodenmoord. Dat is wat ik heb gezegd. Woorden zijn belangrijk.
Socialisten en christendemocraten, mijnheer De Wever, met wie u regeert, hebben ofwel antisemitische sentimenten, ofwel zijn het opportunisten die op de kap van de joden linkse, gehersenspoelde of islamitische kiezers proberen te paaien. Al bijna twee jaar wakkeren zij antisemitisme aan en zorgen zij ervoor dat België voor joden en Israëli’s steeds onveiliger wordt. Dat weet u verdorie goed genoeg. Minister Gennez staat nog altijd achter de Kauft nicht bei Juden -canceling van Lahav Shani. Het verbaast niemand dat uw Vlaamse minister-president Diependaele minister Gennez gewoon laat aanblijven. Immers, de heer Diependaele verklaarde pas nog dat hij niet weet wie de grotere smeerlap is, Israël of Hamas, en wil de joodse gemeenschap geen gelukkig nieuwjaar wensen.
Mijnheer De Wever, u reisde speciaal naar Duitsland om aan topdirigent Lahav Shani te zeggen dat er voor antisemitisme en racisme nooit plaats is in uw land. De reactie van uw mateke Conner Rousseau luidt: “Ik kende de dirigent niet, I don’t care ”, waarmee hij perfect aangeeft hoe de collaboratie in de jaren 30 is verlopen. Mijnheer De Wever, u sprak ook terecht over racisme en stelde dat principes zo fundamenteel werden geschonden dat u geen andere keuze had dan te spreken. De reactie van uw mateke Conner Rousseau luidt: “De premier moet stoppen met dit op te fokken."
Ondertussen bent u ook premier van een land waar men ongestraft mag schrijven dat men elke jood die men tegenkomt een puntig mes los door de keel wil rammen en waar men ongestraft in het Arabisch op straat mag oproepen om de joden te verbranden. Bovenal, mijnheer De Wever, bent u nu ook premier van een land waar een antisemitische minister gewoon mag aanblijven, en dat met instemming van u en uw partij. Ga dat maar eens uitleggen in het buitenland.
Denis Ducarme:
Je vous remercie pour votre réponse, monsieur le premier ministre.
Ce n'est pas seulement une décision malheureuse ou irresponsable mais aussi une infraction. À partir du moment où vous-même, quand vous allez en Allemagne, vous qualifiez cette décision d'antisémite, cela signifie qu'elle ne respecte pas la loi sur le racisme et sur l'antisémitisme. Tant que les organisateurs qui ont pris cette décision ne seront pas sanctionnés, cela restera une tache, une souillure sur les drapeaux belge et flamand. Je sais que vous êtes sensible à cet aspect. J'en profite donc pour le dire.
Vous avez la possibilité, au sein de votre gouvernement, comme le prévoit le Code d'Instruction Criminelle, de demander à votre ministre de la Justice de poursuivre les infractions. C'est ce que je vous demande de faire.
Au-delà de ça, à partir du moment où il faut rendre des aveux écrits sur ses positions, cela fait presque penser à un tribunal culturel de la terreur. Ces représentants de la culture qui ont signé cette carte blanche nous disent que M. Shani a le droit de rester silencieux et de se taire, comme nous avons le droit, nous, de sanctionner ceux qui se taisent.
Il faudra rappeler aussi, monsieur le premier ministre, que la liberté d'expression, c'est aussi la liberté de se taire. Quand on fait taire un artiste qui veut se consacrer à son œuvre, nous sommes scandalisés.
Voorzitter:
Ik dank de eerste minister voor zijn souplesse om een kwartiertje langer te blijven dan voorzien. Ik moet deze vergadering nu afsluiten. De niet-behandelde vragen worden uitgesteld naar een volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.15 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 15.
De bezorgdheid van de Europese autobouwers over de strenge CO2-doelstellingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Sam Van Rooy waarschuwt dat de Europese CO₂-doelstellingen voor auto’s (2030/2035) onhaalbaar zijn door hogere kosten en Aziatische batterijafhankelijkheid, wat de Europese autosector dreigt te vernietigen. Minister Crucke benadrukt dat de doelstellingen flexibel en al bijgesteld zijn (uitstel tot 2027), wijst op groeiende EV-vraag (20% marktaandeel) en waarschuwt dat verzwakking de sector juist schaadt door concurrentie uit Azië. Van Rooy blijft staan op realiteitsaanpassing om economische zelfmoord te voorkomen, terwijl Crucke vasthoudt aan het klimaatbeleid als economische kans. De kern: spanningsveld tussen klimaatambitie en industriële overleving.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de burgers zijn bezorgd, net als de koepelorganisaties van de Europese autobouwers en hun toeleveranciers CLEPA. In een open brief aan de beleidsmakers van de Europese Unie vragen die organisaties om de strenge CO 2 -doelstellingen voor de sector te herzien. Die doelstellingen zijn in de huidige wereld niet langer haalbaar, zo schrijven ze. Zij wijzen onder meer op hogere productiekosten, waaronder hogere elektriciteitsprijzen. Daar waarschuwen wij ook al jaren voor, zowel in het Vlaams Parlement als hier.
De sectororganisaties wijzen er ook op dat Europa bijna volledig afhankelijk dreigt te worden van Azië voor de waardeketen voor batterijen. Ook daarvoor heb ik tijdens de vorige legislatuur gewaarschuwd, zowel in het Vlaams Parlement en nu hier.
Ze stellen dat het behalen van de strengere CO 2 -doelstellingen voor auto's en bestelwagens tegen 2030 en 2035 in de huidige wereld simpelweg niet haalbaar is. Ze waarschuwen er bovendien voor dat de Europese Unie met die fanatieke CO 2 -reductie onze concurrerende en succesvolle automobielindustrie in gevaar brengt.
Zoals u weet, staat dat alles in het licht van het feit dat particulieren ondanks de vele steunmaatregelen en stimulansen nog altijd nauwelijks interesse hebben in elektrische wagens.
Mijnheer de minister, graag verneem ik uw reactie op die brief. Deelt u de bezorgdheid en de analyse van onze automobielsector? Indien ja, wilt u er dan bij de Europese Unie voor pleiten om de strengere CO 2 -doelstellingen voor auto's en voertuigen te herzien? Indien neen, waarom deelt u die bezorgdheid niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, over die kwestie debatteren we niet voor het eerst. Het wegtransport is in België verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van onze uitstoot en is bovendien de enige sector waarvan de uitstoot blijft stijgen. Het is dus uiterst belangrijk dat we daarin actie blijven ondernemen.
Het wettelijk kader met betrekking tot de reductie van de uitstoot van broeikasgassen door lichte voertuigen bestaat al sinds 2009 en de doelstellingen zijn al meerdere jaren bekend bij de sector. De Europese klimaatwetgeving biedt een duidelijk en coherent kader dat ook voorziet in de nodige flexibiliteit om de doelstellingen te behalen.
De reductiedoelstelling geldt namelijk niet voor elk verkocht voertuig afzonderlijk, maar wordt berekend op de gemiddelde uitstoot van alle verkochte voertuigen. Autoconstructeurs kunnen daarbij samenwerken om bij een eventueel tekort alsnog de gemiddelde doelstelling te behalen.
De enige autoconstructeur in België, Volvo, heeft zijn huiswerk gemaakt en zou dus een financieel voordeel kunnen genieten door zich voor te bereiden op de Europese wetgeving. Volvo kan namelijk zijn overschot aan emissiereducties verkopen aan autobouwers die minder goed hun huiswerk hebben gemaakt. Zij die de verplichtingen wel zijn nagekomen, dreigen nu het slachtoffer te worden van verzachtende maatregelen voor concurrenten die hun huiswerk niet hebben gemaakt.
Bovendien hebben autoconstructeurs van de Europese Commissie recent twee jaar extra tijd gekregen om de doelstelling die voor 2025 voorzien was, te behalen. Dat betekent de facto al een aanzienlijke tegemoetkoming aan autobouwers, terwijl die voor velen zelfs niet meer nodig was. Een bepaalde autobouwer heeft bijvoorbeeld de doelstelling die voortaan pas in 2027 moet worden gehaald, nu al gerealiseerd. Veel andere autobouwers staan niet meer ver van de doelstelling af. Ik durf zelfs te stellen dat een structurele afzwakking van de emissiereductiedoelstelling de sector in gevaar zou brengen.
De verschuiving naar elektrische voertuigen is ingezet en de vraag zal niet stilvallen. In België wordt dat bijvoorbeeld sterk aangemoedigd door ons groen bedrijfswagenbeleid. Op Europees niveau zal het nieuwe ETS2 de elektrische wagens nog extra wind in de zeilen geven.
Als Europese autobouwers onvoldoende elektrische voertuigen aanbieden, zullen die van buiten Europa komen en verliezen we het economisch pleit aan buitenlandse constructeurs. Wie heeft het economisch spel dan gewonnen? De interesse voor elektrische voertuigen stijgt immers. Bijna een op de vijf voertuigen die in Europa rondrijden, is inmiddels elektrisch. In België steeg in 2024 het aantal registraties van nieuwe elektrische auto's met ruim een derde. Ook de markt voor tweedehands elektrische voertuigen is stevig gegroeid. Die markt is in 2024 vertienvoudigd en in het laatste jaar verdubbeld. Die cijfers tonen de constante groei van elektrische wagens op de Belgische wegen aan.
Op de tweedehandsmarkt gaat het weliswaar nog om een bescheiden marktaandeel. Veel van de nieuwe elektrische bedrijfswagens zijn nog niet beschikbaar voor de tweedehandsmarkt en er is nog geen geharmoniseerde methode om de kwaliteit van de batterij te testen. Vanaf begin 2027 zal een accupaspoort voor elektrische voertuigen vanuit Europa verplicht zijn. Dat paspoort zal nuttige informatie over de technische kenmerken en prestaties van de batterij bevatten en zodoende het vertrouwen op de tweedehandsmarkt nog verhogen.
In de brief van de koepelorganisaties uit de autosector, waarnaar u verwijst, wordt gepleit om naast het bepalen van de emissiereductiedoelstellingen ook voldoende aandacht te schenken aan omkaderend beleid. Dat kan ik alleen maar volmondig aanmoedigen. Er wordt onder meer voorgesteld om een evenwichtige en betaalbare Europese toeleveringsketen van batterijen te ondersteunen en aandacht te hebben voor de competitiviteit en strategische belangen van de sector. Daarnaast moet buiten de productieketen voldoende aandacht gaan naar de afzetmarkt, vlootvernieuwing en aankoopsteun, evenals naar de totale eigendomskosten van elektrische voertuigen.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord, maar u blijft het licht van de zon ontkennen. De automobielsector trekt aan de alarmbel. Die ziet het al langer niet meer zitten, door de stijgende productie- en energiekosten. Vandaag wordt de sector nog eens extra gewurgd door de fanatieke wijze waarop de Europese Unie – en de Belgische regering doet daar ondertussen al decennia aan mee – razendsnel die CO 2 -uitstoot wil terugdringen. Het enige wat de sector vraagt, is om die doelstelling aan de realiteit aan te passen en onze eigen economie voorop te zetten. Als we dat niet doen, zullen we worden weggeconcurreerd door Azië. Ik heb de indruk dat u daarmee geen enkele feeling hebt. U blijft die doelstellingen immers vooropstellen alsof dat een heilige graal is waaraan niet kan worden getornd. Ik garandeer u echter dat, als we op dat pad verdergaan, onze automobielsector volledig zal verdwijnen. In de eerste plaats zal dat slecht nieuws zijn voor de consumenten, die gewoon, zoals altijd, tegen een normale, degelijke prijs willen kunnen autorijden. Ik zal mij daar zeer grote zorgen over blijven maken.
Het gebrek aan medewerking van de federale politie aan de Europese fraudeaanpak
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s personeelstekort bij de federale gerechtelijke politie ondermijnt de bestrijding van Europese fraude (zoals btw-dossiers en corruptie), wat het vertrouwen in de rechtsstaat en België’s geloofwaardigheid als EU-hart schaadt. Minister Quintin bevestigt 35 speurders voor financiële criminaliteit (waarvan de helft voor het Europees parket) en belooft extra investeringen, een rondetafel over werving en betere Europese samenwerking, maar benadrukt realistische middelen. Meuleman (Vooruit) eist concrete stappen om fraude hard aan te pakken—ter bescherming van eerlijke burgers en bedrijven—en herhaalt de nood aan structurele versterking van de politie, met steun voor het Europees parket. De kritiek richt zich impliciet op Vlaams Belang, dat volgens hem fraudeonderzoeken zou saboteren.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, of het nu gaat om het Europees gesjoemel van Vlaams Belang of om douane- en btw-fraude voor miljoenen euro's op de luchthaven van Luik, voor Europese fraudedossiers is Europa afhankelijk van de speurders bij de federale gerechtelijke politie.
Europa noemt de situatie echter a joke. Dat is natuurlijk een scherpe uitspraak, maar ze komt ergens vandaan. Laat ik duidelijk zijn, onze politie levert schitterend werk op het terrein, maar er is een enorm personeelstekort en de werkdruk is bijzonder groot. Daardoor blijven fraudedossiers soms maanden liggen. Als dat dan het werk van het Europees parket lamlegt, dan overstijgt de kwestie het Belgische niveau. Dan riskeren we niet alleen dat miljoenen aan Europese fraude ongestraft blijven, maar zetten we ook onze geloofwaardigheid als hart van Europa op het spel.
Mijnheer de minister, voldoende personeel is cruciaal voor een efficiënte fraudebestrijding. Vooruit zal nooit aanvaarden dat sommigen valsspelen en daar blijkbaar ook nog mee wegkomen. Alle hardwerkende mensen en bedrijven die wel correct bijdragen en het spel eerlijk spelen, zijn immers de dupe van die straffeloosheid.
Collega's, elke euro die we investeren in de bestrijding van georganiseerde fraude, komt dubbel en dik terug, niet alleen in euro's, maar ook in vertrouwen in onze rechtsstaat. De regering, met Vooruit, zal investeren in onze gerechtelijke politie en hervormen.
Mijnheer de minister, ik heb het u een paar dagen geleden al gezegd in de commissie, u zult daarvoor in ons een trouwe partner en bondgenoot hebben. Vandaag is mijn vraag aan u de volgende. Welke stappen zult u concreet zetten om het vertrouwen van Europa te herwinnen?
Bernard Quintin:
Mijnheer Meuleman, ik ben niet bevoegd voor de onderzoeken van het parket, noch op Belgisch, noch op Europees niveau. Desalniettemin zal ik uit beleefdheid toch antwoorden.
De strijd tegen corruptie en fraude is voor mij en de regering een absolute prioriteit. Het raakt immers aan het vertrouwen in de rechtsstaat, in de instellingen van de Europese Unie en in de correcte besteding van publieke middelen. De centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële criminaliteit bij de federale gerechtelijke politie telt vandaag 35 speurders. Ongeveer de helft van de capaciteit wordt ingezet voor dossiers die onder leiding staan van het Europees openbaar ministerie. Ook de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie, waar 64 speurders werken, voert opdrachten uit in samenwerking met het Europees parket. De regering blijft investeren in de versterking van de federale gerechtelijke politie. Daarnaast organiseer ik voor het einde van dit jaar een rondetafel om het politieambt aantrekkelijker te maken en de instroom te verhogen. We hebben meer en gespecialiseerde mensen nodig.
Georganiseerde fraude stopt niet aan de landsgrenzen. Samenwerking en afstemming op Europees niveau zijn daarom essentieel, zeker in een land als België, waar veel Europese en internationale instellingen gevestigd zijn. De samenwerking met het Europees parket is belangrijk. België neemt zijn verantwoordelijkheid, maar dat moet gebeuren in samenwerking en pragmatisch, met respect voor justitie en de beschikbare middelen.
Brent Meuleman:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik meen mij te herinneren dat wij in de commissie voor Binnenlandse Zaken al vaak over de federale gerechtelijke politie hebben gesproken. Daarom meende ik u die vraag vandaag zeker te moeten stellen. U neemt de noodkreet van het Europees parket duidelijk ernstig en dat stemt mij tevreden. Elke euro die verdwijnt in de verkeerde zakken, beste collega’s, is immers een euro minder voor onze welvaartsstaat. Vooruit trekt een duidelijke lijn: fraude moet worden bestraft, vooral uit respect voor de mensen en bedrijven die zich wél aan de spelregels houden en eerlijk bijdragen. Daarom is het zo belangrijk dat wij het Europees parket goed ondersteunen en dat we actief meewerken aan onderzoeken naar fraude en gesjoemel met Europese middelen. Ik begrijp echter dat men dat vandaag bij het Vlaams Belang niet graag hoort. We zullen dus blijven investeren en hervormen, mijnheer de minister, om onze politie te versterken, want alleen zo, leden van het Vlaams Belang, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen eerlijk bijdraagt.
De Europese strategie voor de eengemaakte markt
Gesteld door
Gesteld aan
Eléonore Simonet (Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onthaalt de EU-strategie voor de eengemaakte markt positief, vooral omwille van de focus op kmo-ondersteuning, strategische diensten en administratieve vereenvoudiging, maar benadrukt de complexe federale bevoegdheidsverdeling bij implementatie. Concreet loopt België al mee in werkgroepen (bv. duurzaamheidsstandaard voor kmo’s, SME Envoys-netwerk) en ontwikkelt het een automatisch instrument voor ondernemingsgrootte-berekening, terwijl de aanstelling van een sherpa nog in beraad is door structurele en Europese twijfels over de meerwaarde. De minister belooft verder overleg met stakeholders en integratie van sectorvoorstellen in een toekomstig kmo-plan. Knelpunten zitten vooral in de coördinatie tussen beleidsniveaus en de praktische uitvoering van EU-prioriteiten zoals de digitale kmo-ID.
Leentje Grillaert:
Mevrouw de minister, deze vraag gaat over het feit dat de Europese Commissie in mei een nieuwe en ambitieuze strategie voor de eengemaakte markt heeft gepresenteerd. Die strategie heeft tot doel om bestaande handels- en investeringsbelemmeringen in de Europese Unie weg te nemen. De Commissie stelde onder meer maatregelen voor ter vereenvoudiging van regelgeving, de invoering van een digitale kmo-ID, de versterking van grensoverschrijdende dienstverlening en de aanstelling van nationale sherpa’s.
Die strategie beantwoordt een expliciet verzoek van de Europese Raad en van de ministers bevoegd voor Concurrentievermogen en bouwt voort op recente rapporten.
In het licht daarvan stel ik graag de volgende vragen.
Hoe evalueert u als minister de impact en de relevantie van die nieuwe strategie voor België?
Welke voorbereidende of reeds lopende initiatieven neemt België om de voorgestelde maatregelen tijdig en doeltreffend te implementeren?
Zal België ingaan op de oproep van de Commissie om een hooggeplaatste vertegenwoordiger, de zogenaamde sherpa, aan te wijzen? Zo ja, tegen wanneer?
Hoe zal België bijdragen aan de ontwikkeling, promotie en toepassing van de digitale kmo-ID?
Ziet u bijkomende kansen of knelpunten voor België in verband met de zogenaamde verschrikkelijke tien belemmeringen die de Commissie prioritair wil aanpakken?
Eléonore Simonet:
Mevrouw Grillaert, die nieuwe strategie, die ik in principe alleen maar kan toejuichen, moet worden geanalyseerd in het licht van de verschillende entiteiten en bevoegdheden. In het algemeen is de interne markt onze belangrijkste economische troef. We moeten die beschermen, versterken en verder ontwikkelen ten behoeve van iedereen.
België staat dan ook positief tegenover die nieuwe strategie, in het bijzonder tegenover de aandacht voor strategische diensten en diensten die de hele economie ondersteunen, de aankondiging van een 28ste regeling voor ondernemingen en de bereidheid om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van kmo’s en small mid-caps .
De nieuwe single market strategy bevat talrijke elementen. Sommige daarvan worden momenteel besproken. Andere, die reeds bestonden of al waren aangekondigd en besproken, worden nauwlettend opgevolgd met het oog op hun implementatie op het terrein of om ondernemingen zo goed mogelijk te informeren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vrijwillige kmo-standaard voor het beheer van duurzaamheidsaanvragen die kmo’s krijgen van hun waardeketen en financiële partners. Daarvoor nemen we deel aan werkgroepen, waarover we later zullen communiceren. Ook geldt dat voor de werkzaamheden van het netwerk van SME Envoys, waaraan we actief deelnemen in overleg met de verschillende gefedereerde entiteiten of stakeholders. Zo heeft mijn administratie op verzoek van de Europese Commissie bijvoorbeeld een Europese rapportering opgesteld over de overdracht van ondernemingen die de weg vrijmaakt voor reflectie over de herziening van de aanbeveling van 1994 betreffende de overdracht van ondernemingen.
Over de sherpa zijn we nog steeds in beraad, gelet op onze complexe staatsstructuur en de noodzaak om een vertegenwoordiger aan te duiden die een overzicht heeft over alle dossiers. De kwestie wordt overigens ook op Europees niveau besproken, omdat veel lidstaten zich afvragen wat de meerwaarde is van een dergelijke sherpa ten opzichte van de bestaande structuren, zoals de Europese Raad Concurrentievermogen op politiek niveau of de SMET op technisch niveau. Aangezien België een federale staat is waar de bevoegdheden om de regels van de interne markt toe te passen, verdeeld zijn over verschillende beleidsniveaus die onafhankelijk van elkaar opereren, zal de aanstelling van een sherpa op hoog niveau met gezag over alle delen van de regering bovendien complex blijken.
Op uw vierde vraag kan ik antwoorden dat mijn administratie momenteel werkt aan de ontwikkeling van een instrument voor de automatische berekening van de omvang van ondernemingen aan de hand van bestaande databanken. Dat zal een administratieve vereenvoudiging betekenen voor verschillende administratieve processen op alle niveaus. Uiteraard zal daarover ook overleg plaatsvinden met de Europese Commissie.
Tot slot, zoals u weet, heb ik aan de HRZKMO gevraagd om mij de voorstellen tot administratieve vereenvoudiging te bezorgen die door de sectoren werden ingediend. Ik zal trachten om die voorstellen zoveel mogelijk te vertalen in concrete maatregelen, die ik samen met andere initiatieven zal bekendmaken in het kader van mijn toekomstige kmo-plan.
Leentje Grillaert:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Opnieuw, er zullen nog een aantal vervolgvragen komen, maar wij kijken alleszins uit naar uw verdere initiatieven.
De boetes die de Europese Commissie oplegt aan Apple en Meta
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt de DMA-sancties van de EU tegen Apple (App Store-beperkingen) en Meta (dwangkeuze datagebruik/betaalmodel) volledig en versterkt de handhaving via de Belgische Mededingingsautoriteit, die sinds maart 2024 lokale onderzoeken en klachten behandelt. Minister Matz benadrukt transparantie en vrije toestemming voor datagebruik, zonder afpersing, en zet in op bewustmaking via gidsen voor bedrijven en burgers over hun DMA-rechten. Ze wijst op de uitdaging om regelgeving bij te benen in een snel evoluerend digitaal landschap, maar bevestigt de Belgische lijn: EU-eenheid combineren met nationale belangenbescherming. Kritische geopolitieke spanningen (vs. VS/Italië) blijven onbesproken.
Marie Meunier:
Madame la ministre, la Commission européenne a récemment infligé deux amendes significatives à des géants du numérique: 500 millions d'euros à Apple et 200 millions à Meta. Ces sanctions font suite à des violations de la Digital Markets Act (DMA) entré en vigueur en 2023.
Dans le cas d'Apple, l'amende vise les restrictions imposées aux développeurs d'applications souhaitant orienter les utilisateurs vers des alternatives à l'App Store. Pour Meta, c'est la manière dont les données personnelles sont exploitées à des fins publicitaires qui est remise en cause: l'utilisateur devait soit accepter le traitement de ses données, soit payer pour éviter les publicités – une forme de chantage qui ne colle pas avec nos exigences européennes.
Ces décisions interviennent dans un contexte géopolitique délicat comme avec les accusations de "discrimination" fiscale par Trump que la Première ministre italienne Giorgia Meloni, par exemple, semble prête à suivre.
Madame la ministre, en tant que représentante de la Belgique dans les discussions européennes sur le numérique, il me semble essentiel de connaître votre position.
Pouvez-vous nous dire comment vous comptez défendre la ligne européenne tout en préservant les intérêts belges?
Soutenez-vous pleinement l'approche de la Commission dans l'application de la DMA?
Quelles initiatives envisagez-vous pour faire respecter les droits numériques des citoyens belges?
Vanessa Matz:
Madame Meunier, je voudrais vous dire, petite blague dans le coin, que j'ai été assez longtemps parlementaire de l'opposition pour connaître la frustration que l'on peut ressentir d'avoir de bonnes idées et de ne pas être entendue, ou alors de se voir feindre d'être entendue. Si j'ai proposé ce dossier au Parlement, c'est parce que je sais qu'il y a une opposition et qu'elle doit s'exprimer parce qu'elle est l'enceinte la plus représentative de notre société.
Sur la question suivante, dès le départ, la Belgique a approuvé et soutenu l'adoption du DMA devant le Conseil de l'Union européenne où, bien entendu, les intérêts pour les entreprises et les citoyens belges ont été défendus. La Belgique a, complémentairement au DMA, adopté la loi du 29 mars 2024 qui désigne l'Autorité belge de la concurrence comme l'autorité compétente pour assister la Commission européenne dans sa mise en œuvre du DMA, mener des enquêtes sur d'éventuels cas de non-respect par les gatekeepers sur le territoire belge et recevoir des plaintes de victimes belges du non-respect du DMA.
Une étude du SPF Economie réalisée en 2024 sur le marché belge des plateformes en ligne recommande une application efficace des règles existantes en insistant sur la nécessité pour les utilisateurs de mieux connaître leurs droits pour se prémunir contre les pratiques abusives. Dans le même esprit, l'autorité belge de la concurrence a publié un guide destiné aux nouveaux acteurs technologiques afin de les informer des opportunités offertes par le DMA.
Le traitement des données à caractère personnel doit se faire dans le respect des droits à la vie privée, du droit à la protection des données personnelles. Les utilisateurs doivent être tenus informés du traitement de leurs données afin de pouvoir y consentir librement et sans contrainte. Ils doivent également pouvoir s'opposer au traitement en question sans subir de préjudice.
Le secteur numérique étant en constante évolution, il n'est pas toujours facile de tirer le meilleur parti des réglementations existantes et en particulier de connaître les droits et obligations qu'elles prévoient ainsi que l'autorité auprès de laquelle une entreprise ou un citoyen peut avoir accès. Ma volonté est claire, je veux continuer à sensibiliser et à informer citoyens et entreprises de leurs droits et obligations avec l'arrivée de nouvelles réglementations afin de permettre une application efficace des réglementations numériques. Je vous remercie.
Marie Meunier:
Merci, madame la ministre. Je n'ai rien à ajouter pour le moment.
De Belgische kandidatuur voor de vestiging van een Europese 'AI-fabriek'
De Belgische kandidatuur voor een AI Factory in het kader van InvestAI
De Belgische kandidatuur voor de vestiging van een 'AI-fabriek'
Een AI Factory
België's kandidatuur voor een Europese AI-fabriek
Gesteld door
PS
Patrick Prévot
MR
Anthony Dufrane
PS
Dimitri Legasse
VB
Dieter Keuten
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende een gezamenlijke kandidatuur in voor een Europese AI Factory (80 miljoen euro, half gefinancierd door de EU) met twee sites (Zellik & Charleroi) die als één federale infrastructuur zullen functioneren, gericht op strategische sectoren (gezondheid, defensie, robotica) en soevereiniteit in AI. Het project, gedragen door een consortium van 21 partners (imec, Cenaero, KU Leuven, UCLouvain, etc.), moet 53 directe jobs creëren en een lokaal AI-ecosysteem stimuleren, met aandacht voor energieduurzaamheid en competitieontwikkeling, maar concrete financieringsverdeling en energieoplossingen blijven nog onduidelijk. Critici vragen zich af of België ook zal meedingen voor een Europese *gigafactory* (schaal groter dan dit project) en wijzen op energiecapaciteitsproblemen, terwijl de beslissing in september 2025 verwacht wordt.
Patrick Prévot:
Madame la ministre, vous avez officiellement déposé une candidature pour une usine d'intelligence artificielle (IA) en Belgique. Cette candidature s'inscrire dans le cadre du programme InvestAI qui vise à ce que l'Europe développe ses propres infrastructures dans le domaine de l'IA et plus globalement afin qu'elle retrouve une part de souveraineté numérique là où d'autres pays sont déjà bien avancés dans cette course technologique.
La décision est attendue en septembre prochain. Il s'agit d'implanter une AI Factory (AIF) sur deux sites, un de chaque côté de la frontière linguistique, qui travailleront en tandem, ce que je fais déjà l'Institut flamand Imec et le centre de recherche wallon Cenearo.
Face au défi que représente l'IA, l'union semble continuer à faire la force et notre groupe ne peut que s'en réjouir. C'est main dans la main que la Belgique et plus largement l'Europe pourra faire face aux grandes puissances dont aucune ne devrait se permettre d'obtenir un quelconque monopole.
Si le projet est retenu, le coût de l'AIF belge est évalué à 80 millions d'euros, dont la moitié serait subsidiée par l'Europe. Une décision est attendue pour septembre 2025.
Madame la ministre, mes questions sont les suivantes: Premièrement, le coût est évalué à 80 millions d'euros dont la moitié serait subsidié par l'UE: pourriez-vous être plus explicite sur ce coût et cette répartition? Au-delà de l'investissement, quelles recettes sont attendues des travaux qui seront menés dans cette usine consacrée à l'IA? Deuxièmement, a-t-on déjà une estimation de nombre d'emplois qui seraient créés dans l'hypothèse où la candidature belge soit retenue? Troisièmement, quels types de travaux seront menés dans cette usine? Quatrièmement, planifiez-vous des aménagements législatifs dans le cadre de cette candidature (comme par exemple la mise en place de zones de test sans règle), si oui lesquels et quel est l'agenda? Enfin, quels sont les autres pays qui ont déposé une candidature pour implanter cette usine sur leur sol?
Je vous remercie pour vos réponses.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, vous avez récemment annoncé le dépôt officiel, avec le soutien des Régions, de la candidature belge pour accueillir une AI Factory dans le cadre du programme européen InvestAI. Ce projet, qui est entre un simple hub et une giga-factory, repose sur deux sites complémentaires, l'un à Zellik (Green Energy Park), l'autre à Charleroi (Cenaero), qui collaboreraient de manière interconnectée.
Le coût estimé de cette AI Factory s'élève à 80 millions d'euros, dont la moitié serait cofinancée par l'Union européenne. Cette infrastructure s'inscrit dans une dynamique d'accélération numérique et de souveraineté technologique européenne, et pourrait offrir des perspectives économiques et sociales importantes pour notre pays, en particulier dans les zones concernées.
Mes questions, Madame la ministre, sont: Quelles sont les estimations actuelles en matière d'emplois directs et indirects que l'implantation de cette AI Factory pourrait générer, en particulier sur les sites de Zellik et Charleroi? Qui financera l'autre moitié du projet? Autrement dit, est-ce que les régions et/ou l'Etat fédéral seront aussi des investisseurs? Quid des villes où ils seraient situés? Le projet prévoit-il des partenariats structurants avec les centres de recherche, les universités, les hautes écoles ou les centres de formation en lien avec l'intelligence artificielle et la haute performance informatique? Une réflexion est-elle engagée, en concertation avec les Régions et les acteurs de l'emploi, pour anticiper les besoins en compétences et soutenir la création de formations adaptées à ces profils technologiques? Comment le projet entend-il favoriser l'implantation de start-up ou d'entreprises autour de cette future AI Factory, afin de structurer un véritable écosystème local d'innovation? Des garanties existent-elles sur le fait que les retombées du projet, en cas de sélection, bénéficieront de manière équilibrée aux deux sites retenus et aux territoires environnants?
Voorzitter:
M. Legasse est absent.
Dieter Keuten:
Mevrouw de minister, onlangs hebben we uit de pers mogen vernemen dat u in het raam van de Europese projectoproep EuroHPC, een aanvraag hebt ingediend om in België een AI Factory te vestigen. Het project, zou bestaan uit twee onderling verbonden sites, één in Zellik en één in Charleroi. Deze sites zou kmo's toegang geven tot de infrastructuur die nodig is om eigen AI-modellen of praktische toepassingen ervan te bouwen.
Ik kom tot mijn concrete vragen, mevrouw de minister.
Met dit project zou een investering van zo'n 80 miljoen euro gemoeid zijn, waarvan de helft gefinancierd wordt door Europa. Wie zal de overige helft financieren?
Zult u ook een aanvraag indienen in het raam van het InvestAI-fonds, een fonds van 200 miljard euro, waarvan 20 miljard is bedoeld voor de bouw van datacentra?
Welke bedrijven, instellingen, universiteiten of onderzoekscentra zullen deelnemen aan het project?
Zijn er plannen grensoverschrijdend samen te werken met nabij gelegen regio's, bijvoorbeeld de Euregio, of in Benelux-verband?
Vanessa Matz:
Je vous remercie pour l'intérêt que vous portez à l'initiative stratégique de l'AI Factory, que j'ai portée dans le but de positionner la Belgique comme un acteur central du développement de l'intelligence artificielle en Europe.
De AI Factory is een ambitieus project van naar schatting 80 miljoen euro, dat als doel heeft geavanceerde rekencapaciteiten en dataplatformen te bieden om de ontwikkeling en invoering van kunstmatige-intelligentieoplossingen in strategische sectoren te bevorderen.
Ce projet se concentre sur des domaines clés tels que la défense, la sécurité, la santé, la biotechnologie, le spatial, la robotique, l'aéronautique et la transformation numérique des services publics. Il représente ainsi une opportunité majeure pour renforcer notre souveraineté technologique en Europe.
Het project van de AI Factory zou worden ontwikkeld binnen een consortium van 21 belangrijke spelers, waaronder universiteiten, onderzoekscentra en gespecialiseerde instellingen zoals de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO), Belnet, de FOD Beleid en Ondersteuning (FOD BOSA), Sciensano, Imec, Senaro en prestigieuze universiteiten zoals de UCLouvain, de KU Leuven, de Universiteit Antwerpen en de UGent.
Ce partenariat multidisciplinaire est essentiel pour garantir l'excellence du projet et soutenir l'innovation dans un cadre collaboratif. Le projet est conçu pour être cofinancé à parts égales par l'Europe et la Belgique, avec une contribution attendue des Régions et de la SFPI, sous réserve de l'approbation des organes compétents.
L'AI Factory contribuerait également à la création d'emplois avec 53 équivalents temps plein prévus sur les trois années du projet. Bien que les recettes futures dépendent des projets spécifiques développés, cette initiative vise clairement à stimuler l'innovation et la recherche appliquée, en particulier pour les centres de recherche, les entreprises et les PME.
De locaties Zellik en Charleroi zijn geselecteerd om de AI Factory te huisvesten, na een grondige analyse van de logistiek en de technische behoeften. Het project zal niet leiden tot twee afzonderlijke fabrieken, maar tot één federale AI Factory, wat een uniform beheer van de middelen mogelijk maakt en een gelijke dienstverlening en kwaliteit op alle locaties waarborgt. De infrastructuur zal worden ontworpen om een transparante toegang voor gebruikers te bieden, ongeacht de locatie.
Un plan de développement des compétences sera mis en place pour centraliser les ressources de formation et favoriser la montée en compétences des acteurs publics, privés et académiques. Des études seront menées pour garantir un approvisionnement stable, durable et abordable en énergie, en accord avec les principes de durabilité.
Er zullen studies worden uitgevoerd om een stabiele, duurzame en betaalbare energievoorziening te waarborgen, in overeenstemming met de duurzaamheidsprincipes.
En conclusion, bien que l'AI Factory ne soit pas encore définitivement approuvée, elle représente une ambition stratégique pour l'innovation, la compétitivité et la croissance durable de la Belgique. Grâce à ce projet, nous avons une occasion unique de renforcer notre positionnement dans le domaine de l'intelligence artificielle en Europe et je m'engage pleinement à faire tout ce qui est nécessaire pour mener cette initiative à son terme pour l'avenir de notre pays et de notre continent.
Patrick Prévot:
Merci madame la ministre d'avoir scrupuleusement répondu à toutes les questions que j'avais posées. Le dépôt de la candidature est un acte important car il faut pouvoir positionner notre pays en tant qu'acteur crédible en cette matière. C'était une bonne idée de déposer notre candidature.
L'idéal serait que l'on soit sélectionné. J'ai l'impression que ce dossier avance bien et peut-être pour une fois sans tiraillement communautaire; nous avançons dans un sens commun. C'est peut être une bonne chose à retenir pour d'autres projets.
Vous avez affirmé que c'est soutenu par un partenariat et un consortium solide – avec 21 acteurs. Nous verrons la suite dans quelques semaines, au mois de septembre je pense, en espérant que cette candidature soit acceptée et validée.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, je tiens vraiment à vous remercier. Vous avez répondu à toutes mes questions. Je ne peux que me réjouir et vous féliciter de vous investir dans ce dossier mais aussi de soutenir et stimuler l'innovation, la compétitivité et l'emploi de notre Belgique. Il ne reste plus qu'à mettre toute notre énergie pour que cette candidature soit acceptée et se concrétise.
Dieter Keuten:
Mevrouw de minister, wij ondersteunen volledig uw ambitie in deze kandidatuur om meer AI-infrastructuur naar onze contreien te halen en zo stappen te zetten in de richting van Europese autonomie op dit vlak. Ik heb echter op al mijn vragen geen concreet antwoord gekregen. U hebt geantwoord op de vraag inzake de financiering en verduidelijkt dat ook de regio’s zullen moeten bijdragen, maar u hebt geen verdeelsleutel genoemd. Ik ben benieuwd naar hoe die financiering verdeeld zal worden.
U hebt evenmin geantwoord op de vraag of u zult meedingen naar het Europese fonds voor de bouw van een gigafabriek. Het datacenter is immers, op wereldschaal bekeken, vrij kleinschalig. Zult u dus ook meedingen om een van de vijf Europese gigafabrieken naar onze contreien te halen?
Met betrekking tot duurzaamheid, zult u ten slotte nog een studie laten uitvoeren over hoe beide sites kunnen worden voorzien van duurzame energie en van koelwater, waaraan zulke infrastructuur bijzonder veel nood heeft. Ik kijk uit naar de resultaten van die studie. Ik hoop natuurlijk dat het zover komt dat u ze ook daadwerkelijk zult kunnen uitvoeren.
Een kanttekening daarbij is dat Elia en Fluvius al eerder hebben aangegeven dat nieuwe bedrijfsaansluitingen op het hoogspanningsnet on hold zijn geplaatst. Met andere woorden, er is amper nog ruimte voor bijzonder grote energieverbruikers in ons land. Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe deze AI-fabrieken in de toekomst op een duurzame manier van stabiele elektriciteit en koelwater zullen kunnen worden voorzien. Het is een dossier dat moet worden opgevolgd.
Voorzitter:
La question n° 56006519C de Mme Marie Meunier est transformée en question écrite.
Wero
De economische gevolgen van de transitie naar de Europese betaaloplossing Wero
Het gebruik van Wero voor e-commerce
De impact van Wero op economie en digitale betalingen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overgang van Payconiq naar Wero (Europese betaaldienst) verloopt geleidelijk tot eind 2025, met behoud van huidige tarieven tot 2026, maar onzekerheid over kostenstijgingen daarna, terwijl technische integratie voor handelaren minimaal zou zijn. Veiligheid en aansprakelijkheid volgen bestaande systemen, maar concrete gebruikerscijfers en voorbereidheid van Belgische webshops blijven onduidelijk. De strategische EU-doelstellingen (autonomie, grensoverschrijdend betalen) prevaleren, met toezicht door de Nationale Bank en ECB om concurrentie en kosten te bewaken. Kritiek blijft op mogelijke toekomstige prijsverhogingen en gebrek aan transparantie over adoptie.
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, ik zal mijn vraag over de betaaldienst Wero zo summier mogelijk stellen.
Zijn de Belgische webshops voorbereid op de komst van Wero? Zal Wero vlot geïntegreerd kunnen worden met bestaande bank- en kassa-infrastuctuur? Welke prijsgaranties gelden er met betrekking tot de transactiekosten? Klopt het dat Wero na de eerste twee jaar hogere kosten aanrekent dan de bestaande betaalmethoden? Worden aansprakelijkheden op dezelfde manier geregeld als bij kredietkaarten? Welk herstelmechanisme is voorzien bij mislukte betalingen en wie is verantwoordelijk voor het verlies? Is Wero, dat sinds november beschikbaar is, inmiddels goed ingeburgerd in België? Hoe groot is de huidige gebruikersgroep? Is Wero normaal gezien veilig als men zijn smartphone goed beveiligt? Op welke manier zult u de consument dus sensibiliseren om zijn smartphone te beveiligen?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, le remplacement progressif de Payconiq par la solution européenne Wero, qui ambitionne de regrouper les paiements entre particuliers, en ligne, en magasin et même par abonnement tel que le streaming, marque une étape importante dans la transformation du secteur des paiements en Belgique.
Alors que cette transition se veut fluide pour les usagers, elle entraînera de profondes modifications dans l'écosystème économique local, tant pour les consommateurs que pour les commerçants. Wero assurera la continuité de Payconiq, qui disparaitra à terme. L'avantage du système est une harmonisation européenne qui pourrait être bénéfique pour l'économie belge dans son ensemble.
De plus, une offre alternative au cash doit toujours être proposée dans les commerces physiques et Wero permet de s'affranchir d'un terminal bancontact classique, avec les frais y afférant. Son extension pourra donc être bénéfique pour l'ensemble du secteur.
Mes questions, monsieur le ministre, sont:
Quel rôle votre administration joue-t-elle dans le suivi de cette transformation?
Quelles garanties sont prévues pour assurer la transparence des frais facturés aux commerçants dans ce nouveau système, afin d'éviter des hausses tarifaires indirectes?
Le SPF Économie a-t-il évalué les conséquences de cette intégration sur la concurrence dans le secteur des paiements numériques, notamment vis-à-vis des fintechs?
La mise en place de Wero permettra-t-il à l'économie belge d'accroître ses exportations via la facilitation des payements inter-européens?
David Clarinval:
Monsieur le président, en réponse aux trois questions (deux questions de M. Keuten et celle de M. Dufrane), je souhaite vous dire ceci: Bancontact Payconiq a confirmé que l'application Payconiq actuelle et le système de paiement continueront à coexister avec Wero, en tout cas pour le moment. La transition sera progressive et aboutira à la disparition de Payconiq d'ici la fin 2025. À partir de septembre 2025, la plateforme actuelle de Payconiq sera remplacée par une nouvelle plateforme dédiée aux paiements Wero.
Les utilisateurs d'applications bancaires et de l'application Payconiq by Bancontact pourront toujours scanner le code QR comme aujourd'hui. Le passage technique vers la plateforme Wero n'impliquera donc pas d'action spécifique de la part de la majorité des commerçants. Wero offrira des fonctionnalités similaires à celles de Payconiq. Le schéma de carte Bancontact continuera d'exister parallèlement à Wero.
En ce qui concerne le coût, Bancontact Payconiq s'est engagé à maintenir les tarifs actuels pour 2025 et 2026. Les paiements via l'application Payconiq by Bancontact resteront entièrement gratuits. Comme Wero repose sur un four-party scheme , l'European Payment Initiative ne peut pas fixer les prix vis-à-vis des commerçants. Payconiq et Wero ont déjà consulté les représentants du secteur belge du commerce, notamment UNIZO, UCM et Comeos.
De Nationale Bank volgt de overgang van nabij op om te verzekeren dat er geen negatieve impact is op de kwaliteit en de kosten van de betaaldiensten voor de Belgische consumenten en handelaars. Wero is ook onderworpen aan een grensoverschrijdend toezichtsregime, in samenwerking met de centrale banken van België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en de Europese Centrale Bank. Het doel bestaat erin te garanderen dat het EPI-betalingssysteem voldoet aan de verwachtingen van de toezichthoudende autoriteiten in elk van die landen.
Het Wero-project past in een ruimere Europese dynamiek die niet alleen beoogt om betalingen over de nationale grenzen heen te vereenvoudigen, maar ook om de strategische autonomie van Europa te versterken in een domein dat vandaag grotendeels wordt gedomineerd door niet-Europese spelers. In een geopolitieke context die steeds onzekerder wordt, vormt de invoering van een pan-Europese betalingsoplossing een belangrijke hefboom om de economische en technologische soevereiniteit van de Unie te waarborgen. We moeten dat project dus alle kansen geven om te slagen.
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, de versterking van de Europese autonomie is een zeer goede zaak. U hebt echter niet geantwoord op mijn vraag of de Belgische webshops daarop voorbereid zijn. U hebt gezegd dat de transactiekosten voor 2025 en 2026 vastliggen, maar wij blijven ervoor vrezen dat die vanaf 2027 zullen stijgen. Mijn vraag over de grootte van de huidige groep gebruikers zal ik als schriftelijke vraag opnieuw indienen.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Vous avez répondu à toutes mes questions.
Het gebrek aan transparantie bij de Europese aankoopcentrales
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de gebrekkige transparantie en juridische controle van Europese inkoopcentrales (zoals *Everest* en *Eurelec*), die door supermarktketens worden gebruikt om collectief betere prijzen af te dwingen bij multinationals zoals Nestlé. Minister Clarinval benadrukt dat België via het *UTP Enforcement Network* en een aankomend EU-reglement (2025) transnationale controles wil versterken, maar dat nationale sancties (bv. Franse *loi Egalim*) nu nog beperkt blijven tot eigen grondgebied. Colruyt (Vasco) en Ahold Delhaize (Eurelec) zijn betrokken, terwijl zware spelers als Lidl en Carrefour zelfstandig onderhandelen. Prévot kaart de oligopolierisico’s en juridische ontwijking aan, maar krijgt geen concrete toezeggingen voor verscherpt toezicht.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, les centrales d'achat à l'échelle européenne sont des lieux où se regroupent les grandes surfaces de toute l'Europe dans le but de négocier les prix avec les géants de l'agroalimentaire comme Nestlé ou Coca-Cola.
Everest est le nom de l'une de ces centrales d'achat à laquelle a récemment adhéré le trio fusionné Intermarché/Auchan/Casino qui pèse pour près de 30% de la grande distribution chez nos voisins français, rejoignant ainsi les grandes surfaces hollandaises et allemandes.
Le problème de ces centrales d'achat est qu'il y a une opacité qui entoure leurs activités et des freins juridiques qui empêchent tout contrôle. On peut parler d'évasion juridique: lorsque des tribunaux français sanctionnent, les instances européennes les annulent en expliquant que la juridiction de l'Hexagone n'est pas compétente en la matière.
Cette actuelle "anarchie juridique" rend les centrales d'achat intouchables et nous savons qu'au plus les acteurs d'un marché sont peu et puissants, au plus les risques oligopolistiques sont possibles – raison pour laquelle des contrôles doivent être effectués.
Pour le groupe socialiste, il est urgent de lever les freins juridiques qui empêchent aujourd'hui les contrôles car les négociations de ces centrales d'achat européens se basent en dehors des frontières pour des produits qui se retrouvent pourtant bel et bien à l'intérieur des mêmes frontières après négociation.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:
Pourrions-nous avoir votre retour sur l'opacité qui entoure ces centrales d'achat européennes? La Belgique compte-t-elle motiver ses partenaires européens à lever tous les freins juridiques pour que la transparence soit faite sur l'activité de ces centrales?
À votre connaissance, combien existe-t-il de centrales de ce type? Quelles enseignes belges font partie de ces centrales?
Au même titre que la Direction générale de la Concurrence, de la Consommation et de la Répression des fraudes (DGCCRF) en France, l'Inspection économique éprouve-t-elle des difficultés à enquêter sur ces centrales d'achat européennes?
Je vous remercie pour vos réponses.
David Clarinval:
Monsieur le député, une centrale d'achat est une structure qui regroupe plusieurs entreprises ou points de vente pour mutualiser leurs achats auprès de leurs fournisseurs. L'objectif est d'obtenir de meilleures conditions commerciales vis-à-vis de grandes multinationales, notamment du secteur alimentaire mais aussi du non food grâce à l'effet de masse.
En Europe, il existe des centrales d'achat dans ces deux secteurs avec une transparence généralement assurée sur les membres participants. Concernant l'opacité des centrales d'achat, je peux vous assurer que mon administration dispose d'une vue d'ensemble satisfaisante. Vous évoquiez l'anarchie ou encore des freins juridiques en vous référant à la procédure de la DGCCRF à l'encontre de la centrale d'achat Eurelec, dont le siège social est à Bruxelles.
Il importe ici de préciser que la sanction prise par le service d'inspection français n'a pas été annulée par la Cour de justice comme votre question semblait le suggérer. Les sanctions administratives ne sont en principe exécutables que sur le territoire de l'autorité qui sanctionne, en l'occurrence ici le territoire français. Une question préjudicielle a été posée à la Cour de justice, qui a confirmé ce principe.
L'amende n'a donc pas pu être appliquée à Eurelec car les dispositions de la loi Egalim excèdent les règles européennes harmonisées en matière de pratiques commerciales déloyales. Le 7 avril 2025, les représentants des États membres au sein du Comité spécial de l'agriculture ont approuvé le mandat de négociation du Conseil sur un règlement visant à lutter contre les pratiques commerciales transfrontalières déloyales dans la chaîne d'approvisionnement agricole et alimentaire. Ce règlement prévoit un mécanisme d'assistance mutuelle permettant aux autorités nationales de demander des informations ou de faire exécuter des mesures par d'autres États membres.
Toutefois, cela ne concerne que les dispositions harmonisées de la directive UTP et non les législations nationales telles que la loi Egalim. Lorsque ce règlement entrera en vigueur, une autorité de contrôle pourra demander l'exécution d'une sanction par une autre autorité européenne pour des infractions transfrontalières liées à la directive UTP. La Belgique soutient cette approche.
Concernant le nombre de centrales européennes dans le secteur alimentaire, je peux vous citer les principales, au nombre de onze, situées dans divers États membres: en Belgique, aux Pays-Bas ou encore en Espagne et en Suisse. Nous avons Eurelec, Eureka, Everest, Agecor, CWT Carrefour, Aura Retail, Coopernic, EMD, Vasco, Lidl Schwarz, Aldi Nord et Sud et Epic Partner.
Les distributeurs belges peuvent décider de participer à diverses centrales en fonction des marques concernées. Récemment, Colruyt a annoncé son adhésion à Vasco. En 2023, Ahold Delhaize a rejoint la centrale d'achat Eurelec. Certaines chaînes telles que Lidl, Carrefour, Tesco et Aldi ne sont pas affiliées à des centrales d'achat internationales. Cela peut s'expliquer par leur poids suffisant dans les négociations ou par leur besoin de conserver des informations sur leurs fournisseurs pour rester compétitives.
Pour ce qui est de votre troisième question, l'Inspection économique ne voit pas d'objection à enquêter sur les centrales d'achat européennes. À cet égard, elle peut s'appuyer sur les réseaux européens de contrôle des pratiques commerciales déloyales dans la chaîne d'approvisionnement agroalimentaire, à savoir le "UTP Enforcement Network". La mission de contrôle sera rendue plus aisée par les futurs instruments relatifs à la facilitation des contrôles transfrontaliers dans le cadre dudit réseau.
Voorzitter:
Monsieur Prévot, pour votre réplique.
Patrick Prévot:
Je voudrais simplement remercier M. le ministre pour ses réponses.
Voorzitter:
De vraag nr. 56004967C van mevrouw Pirson is ingetrokken.
De EU-top en Gaza
De EU-top en Iran
De oorlog in Gaza en de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
Gaza en de Europese Raad
De Europese top en de stavaza betreffende het conflict tussen Israël en Iran
De oorlog tussen Israël en Iran
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De Europese Raad en het uitblijven van concrete maatregelen inzake Gaza
De associatieovereenkomst EU-Israël
Het associatieakkoord
De opschorting van de associatieovereenkomst EU-Israël
De situatie in Gaza
De Israëlische agressie tegen Iran
De gerechtelijke stappen tegen België wegens het gebrek aan actie t.a.v. de situatie in Gaza
De bijeenkomst van de RBZ op 15 juli, de situatie in Gaza en de associatieovereenkomst EU-Israël
Het standpunt van de EU met betrekking tot Gaza en Israël
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
Israël en Palestina
EU-top, buitenlands beleid en conflicten in Gaza, Israël en Iran
Gesteld door
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
Open Vld
Kjell Vander Elst
Vooruit
Annick Lambrecht
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Darya Safai
Vooruit
Annick Lambrecht
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Staf Aerts
Open Vld
Kjell Vander Elst
N-VA
Kathleen Depoorter
Vooruit
Annick Lambrecht
PS
Christophe Lacroix
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PS
Christophe Lacroix
Les Engagés
Benoît Lutgen
MR
Charlotte Deborsu
Ecolo
Rajae Maouane
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een actueel debat over de humanitaire crisis in Gaza benadrukten parlementsleden unaniem de catastrofale situatie (honger als oorlogswapen, massale burgerdoden, geblokkeerde hulp) en Israëls schendingen van internationaal recht, maar kritiseerden ze Europa’s en België’s gebrek aan concrete actie. Minister Prévot (BZ) bevestigde dat België geen mandaat had om op de EU-top de opschorting van het associatieakkoord EU-Israël (art. 2, mensenrechtenclausule) te eisen, ondanks zijn persoonlijke steun daaraan, en wees op interne regeringsverdeling en EU-blokkades (o.a. Hongarije). Hij somde wel Belgische initiatieven op (humanitaire steun, druk op Hamas/Israël, juridische analyse handel nederzettingen), maar erkende dat sancties of unilaterale stappen (bv. importban) uitblijven door gebrek aan consensus. Oppositie en meerderheidsleden eisten meer lef, verwijtend dat België’s “morele leiderschap” ontbreekt terwijl 70% van de Belgen sancties wil.
Voorzitter:
Collega's, we beginnen met een actuadebat met maar liefst twintig vragen. We houden ons uiteraard aan de spreektijd. U zult de minuten op de spreekklok zien aftellen. Wie meerdere vragen heeft ingediend, krijgt vier minuten spreektijd, de overige leden twee minuten. Gelieve u daaraan te houden, want anders wordt het heel laat vandaag. De minister heeft meegedeeld dat hij aanwezig blijft tot de finish van deze vragensessie, waarvoor dank, maar ik vraag u dan ook om u aan uw spreektijd te houden.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de situatie in Gaza is onmenselijk en schrijnend, daarover zijn we het eens. Er is nood aan meer humanitaire hulp. Ons land heeft steeds gestreefd naar een coherent en principieel buitenlandbeleid, gestoeld op mensenrechten en humanitair recht. We kunnen vandaag niet anders dan vaststellen dat de humanitaire situatie in Gaza onmenselijk is. Het is onaanvaardbaar dat mensen worden neergeschoten terwijl ze eten gaan halen en dat zij volledig aan hun lot worden overgelaten.
Deze week vond een belangrijke Europese Raad plaats, waaraan u deelnam als vertegenwoordiger van ons land. U had daarvoor een sterk mandaat, voortvloeiend uit de resolutie die we hier in het Parlement hebben aangenomen. U kreeg daarmee een mandaat om de weg naar een wederzijdse erkenning en duurzame vrede verder te verdedigen.
Mijnheer de minister, wat hebt u op de Europese Raad tafel gelegd? Welke concrete acties en initiatieven hebt u aan uw ambtsgenoten voorgelegd? Welke stappen kunnen vandaag al worden gezet om tegemoet te komen aan de humanitaire noden? Wat kan er nu al worden ondernomen om een verschil te maken voor de mensen in Gaza?
Wat waren de besluiten van de Europese top daarover? Mevrouw Kallas verklaarde dat de humanitaire situatie onaanvaardbaar is en dat er stappen moeten worden gezet. Wat is haar verslag van het gesprek met de Israëlische autoriteiten? Welke conclusies werden er in de Raad getrokken?
Wat kunt u meedelen over het associatieakkoord met Israël of over de eventuele vorming van een gekwalificeerde meerderheid om een deel van dat akkoord te onderzoeken? Op welke termijn verwacht u dat binnen het Europees gremium, samen met de andere lidstaten, initiatieven zullen worden genomen?
Daarnaast hebben we gisteren de minister van Diaspora van de Palestijnse Autoriteit ontmoet. Zij wees op een belangrijke conferentie die eind deze maand in New York zal plaatsvinden, waaraan u wellicht zult deelnemen. Wat is het standpunt van de regering dat u daar zult verdedigen?
Tevens loopt er een initiatief van Colombia. Ons land neemt daaraan niet deel. Ook daarover had ik graag van u vernomen wat de beweegredenen zijn, wat de standpunten zijn, en hoe onze staat zich zal positioneren ten aanzien van, ten eerste, de humanitaire noden in Gaza en het antwoord dat we daarop zoeken, en ten tweede een vredesinitiatief op lange termijn, met het oog op een tweestatenoplossing en oplossingen voor de volkeren aan beide zijden van dat bijzonder dramatisch, bloederig en onmenselijk conflict.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, gemiddeld vallen er in Gaza honderd doden per dag, en dat al maandenlang. Nagenoeg iedereen lijdt er honger. Voedsel of drinkwater halen betekent dat men zich op een mijnenveld begeeft. Op zoek gaan naar voedsel kan leiden tot de dood. Dat is een schrijnende situatie die zo snel mogelijk moet stoppen.
De Europese Unie doet momenteel niets anders dan wachten en lijdzaam toekijken. Ze doet niets. Mevrouw Kallas heeft gecommuniceerd dat de Europese Unie de situatie nauwlettend in het oog zal houden.
Op dit moment is het echter overduidelijk dat de mensenrechtenclausule in artikel 2 van het associatieverdrag tussen de EU en Israël geschonden wordt. We hoeven geen professor of academicus te zijn om vast te stellen dat de mensenrechten in Gaza op grove wijze worden geschonden.
Het logisch gevolg is dat men die associatieovereenkomst opschort. Het feit dat de EU daar nog altijd geen akkoord over heeft kunnen bereiken, is schrijnend en totaal onaanvaardbaar. Het is eigenlijk de eerste stap van schuldig verzuim. De EU doet niets en België is op dit moment ook nog altijd muisstil. Ik ben dan ook blij dat u hier nu bent om enige tekst en uitleg te geven, want België heeft nog geen standpunt ingenomen.
Mijnheer de minister, daarom heb ik maar twee duidelijke vragen.
Ten eerste, waarom is het associatieverdrag tussen de EU en Israël nog niet opgeschort, terwijl het overduidelijk is dat artikel 2, de mensenrechtenclausule, geschonden wordt?
Ten tweede: wat was het standpunt van de Belgische regering op de Europese Raad? Ik bedoel dus niet uw persoonlijk standpunt, mijnheer de minister, want uw persoonlijke verklaring in de pers kennen we inmiddels. We zitten op dat punt zelfs op dezelfde lijn. Maar wat is het officieel standpunt van de Belgische regering? Wat hebt u daar verdedigd? Welk mandaat hebt u gekregen van de federale regering? Hebt u daar namens de Belgische regering kunnen zeggen dat de Belgische regering pleit voor de opschorting van het associatieakkoord, ja of neen? Dat wil ik vernemen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, we zijn diep teleurgesteld. We hoorden de aankondiging dat Europa de situatie nauwlettend in het oog zal houden. Diepe teleurstelling is het enige wat nog rest na de top van gisteren met de Buitenlandministers. Opnieuw heeft men ervoor gekozen om niets te doen, helemaal niets. Maandag alleen al werden in de Gazastrook opnieuw 78 Palestijnen gedood. Sinds eind mei telden de Verenigde Naties meer dan 800 doden. In totaal zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen. Daar komen nu ook nog hongerdoden bij.
Mijnheer de minister, in onze resolutie vroegen we u om het associatieakkoord aan te pakken. Met welk mandaat bent u gisteren naar de top gegaan? Klopt het dat u daar pleitte voor een gedeeltelijke opschorting?
Op de top lag een lijst met opties om Israël onder druk te zetten. Wat waren die opties?
Vorige week gaf de Europese Unie aan dat een nationaal handelsverbod met betrekking tot producten uit illegale nederzettingen perfect mogelijk is. We hebben daar recent nog over gesproken. Gaat u daarmee zo snel mogelijk aan de slag, of doet u dat niet?
De EU sloot vorige week een akkoord met Israël over humanitaire hulp. Er is echter niets bekend over de controle op de naleving van dat akkoord. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een lege doos?
Dappere landen zoals Ierland en Colombia tonen leiderschap. Zij zetten stappen om internationaal recht te herstellen. Wanneer volgt België? Wanneer zal België dapper zijn?
Mijnheer de minister, het is duidelijk dat alle rode lijnen al lang zijn overschreden. De mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden. Het is onze plicht om er alles aan te doen om dat te stoppen en om Israël ter verantwoording te roepen. Het minste wat we nu kunnen doen, is toch wel maatregelen nemen tegen Israël. België en Europa moeten meer doen. Bijna 70 % van de Belgen sprak zich uit voor strengere maatregelen tegen Israël.
De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken merkte hier gisteren nog dat we met een probleem zitten, aangezien de bevolking maatregelen wil, terwijl de politieke wereld geen maatregelen neemt.
Ik hoop dat ik een heel duidelijk antwoord krijg op de vijf vragen die ik heb gesteld. Ik hoop ook dat we ook over België eindelijk kunnen zeggen dat het een dapper land is.
Voorzitter:
Mevrouw Safai is niet aanwezig.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het is een schande. De conclusie van u en uw collega's, verwoord door mevrouw Kallas, luidt dat we Israël in de gaten zullen houden.
Israël in de gaten houden? Elke dag zien we de beelden binnenstromen. Elke dag krijgen we getuigenissen van hulpverleners die smeken om actie van de hele wereldgemeenschap. De Europese Unie, meer bepaald de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, heeft echter, na een rapport waarin wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden, geconcludeerd dat we Israël in de gaten moeten houden.
Dat is echt een schande. Ik lig er al de hele nacht van wakker hoe u tot een dergelijke conclusie kunt komen. Al 65.000 Palestijnen hebben daar het leven gelaten sinds de aanslagen van oktober 2023. Daarbovenop komen het blokkeren van humanitaire hulp en de georganiseerde hongersnood, waardoor het aantal slachtoffers nog een veelvoud is geworden. Gisteren hebben we hier nog gehoord dat het aantal inwoners van een stad als Gent of Charleroi overeenkomt met het aantal mensen dat daar is weggevaagd door Israëlisch geweld. Als ik de conclusie hoor van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dan breekt mijn klomp.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u gaat over iets waarover bijzonder veel mist hangt. Welk standpunt heeft België gisteren ingenomen? Waarmee hebt u ingestemd? Dat is een cruciale vraag.
Een even belangrijke vraag is wanneer we als België eindelijk eens meer zullen doen. Wanneer zullen we zelf beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat zulke zaken niet meer gebeuren, om ervoor te zorgen dat Israël beseft dat het rode lijnen overschrijdt, althans in de ogen van de Belgische regering?
In de meerderheidsresolutie zat alle mogelijkheid om u te verschuilen achter het Europese compromis. Dat compromis heeft echter niets opgeleverd. Het is nu tijd dat België zelf actie onderneemt. Dat kan door een ban op Israëlische producten of de erkenning van Palestina als staat. Er zijn nog zoveel andere voorbeelden van maatregelen die België zelf kan nemen. Mijnheer de minister, wat zal de Belgische regering vanuit België zelf initiëren?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, les masques sont tombés. La décision du Conseil des ministres européens est très clair. L'Europe choisit la complicité du génocide plutôt que de prendre des sanctions contre l'État génocidaire. Voilà des années, des mois que nous nous cachons derrière l'Union européenne. On va décider au niveau du Conseil européen, on va faire des réunions, on va faire des rapports, on va faire des études. Tout cela pour dire que nous allons suivre de près la situation. Aucune sanction! Même une suspension temporaire de l'accord d'association qui accorde des privilèges au marché européen pour l'État d'Israël n'a pas été remis en question!
Donc, l'Europe a choisi de manière consciente d'être complice du génocide en cours. Pourquoi? Parce que tout est clair. Ne revenons pas sur toutes les atrocités que commet l'armée coloniale contre le peuple palestinien. On parle de famine organisée, de destruction d'infrastructures, d'hôpitaux, d'enfants tués, assassinés pendant qu'ils vont chercher de l'aide humanitaire. Il n'y a plus de mots pour décrire la barbarie commise par Israël contre le peuple palestinien.
Aucune sanction, aucune mesure contraignante ne sont prises contre l'État d'Israël! Si Israël agit ainsi aujourd'hui, c'est parce que cet É tat est impuni. Pas de sanction, impunité totale! Quand il y a impunité totale, cela signifie chèque en blanc. Continuez, circulez, il n'y a rien à voir! Voilà la position de l'Europe aujourd'hui!
Monsieur le ministre, que va faire la Belgique dans ce contexte où l'Europe choisit son camp? Elle a choisi le camp de l'État génocidaire contre le droit international et contre les droits humains. Va-t-elle suivre la complicité européenne ou va-t-elle avoir un sursaut d'honneur afin de respecter ses propres engagements?
Parce que parallèlement à ce sommet européen, il y a eu un autre sommet d'urgence, à Bogotá, auquel une trentaine de pays de tous les continents ont participé. L'Irlande et l'Espagne y étaient d'ailleurs représentées. Mais où était la Belgique? La Belgique, qui annonce respecter le droit international et qui fera tout pour le faire respecter, attachée aux droits humains, attachée à nos soi-disant valeurs, où était-elle lors de cette réunion?
Et surtout, que va faire la Belgique aujourd'hui? Va-t-elle suivre de près ou compte-t-elle prendre ses responsabilités et infliger des sanctions à l' É tat génocidaire? Désormais, il n'est plus question de se cacher derrière l'Union européenne. L'Europe a choisi. Maintenant, c'est à vous de choisir, monsieur le ministre. Et quel choix faites-vous? Telle est ma seule question!
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, bonjour, excusez mon retard, mais j'étais en commission des Achats militaires, où les débats étaient aussi quelque peu tendus. Enfin, je ne sais pas comment les débats se déroulent ici maintenant, mais je ne peux rien dire car cette commission se réunit à huis clos, de sorte que j'espère ne pas me faire réprimander tout à l'heure.
J'ai deux questions à vous poser, en tout cas deux thèmes à aborder. Tout d'abord sur l'expression du premier ministre, qui avait exprimé publiquement son opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait de toute façon pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Pourtant, les attaques systématiques répétées indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans le cadre de ce que de nombreux juristes, ONG et États – dont l'Espagne – qualifient de génocide.
Ce qui m'ennuie, c'est que ces propos sont tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, mais qui ne reflète absolument pas, du moins de ce que j'ai compris, la position officielle du gouvernement fédéral. Dès lors, cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable, mais elle peut également affaiblir et elle affaiblit certainement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Et ce n'est pas la première fois lorsqu'il s'agit de condamner Israël.
Un Conseil Affaires étrangères s'est tenu hier. À ce sujet, j'ai deux questions précises à vous poser.
Premièrement, pouvez-vous confirmer que les propos tenus récemment par le premier ministre ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est, à l'heure actuelle, la position du gouvernement belge? Et comment vous êtes-vous exprimé lors du Conseil d'hier?
Deuxièmement, je souhaite aborder l'initiative du collectif Droits pour Gaza, composé de juristes, d'avocats, de professeurs d'université, et soutenu par plusieurs associations belges et palestiniennes. Ce collectif a récemment mis en demeure l'État belge de prendre des mesures concrètes afin de faire cesser les violations graves du droit international humanitaire dans la bande de Gaza.
Cette démarche s'appuie notamment sur les dispositions de la Convention de Genève ainsi que sur la Convention de 1948 pour la prévention et la répression du crime de génocide. On parle souvent de répression, en rappelant que ce sont les cours qui doivent juger, mais on oublie trop souvent que cette convention parle d'abord de prévention. La lettre adressée au gouvernement souligne que la Belgique, en tant qu'État partie à ces conventions, a l'obligation de prendre toutes les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir un génocide – même si celui-ci n'est pas encore juridiquement avéré, dès lors que le risque est manifeste.
Elle rappelle également que l'inaction, ou le maintien de relations privilégiées avec un État accusé de crimes graves, peut être interprété comme une forme de complicité.
Dans ce contexte, je souhaite vous interroger sur plusieurs points. Quelles mesures concrètes le gouvernement belge a-t-il prises, ou envisage-t-il de prendre, pour répondre aux obligations qui lui sont rappelées par ce collectif en matière de prévention du génocide et de respect du droit international humanitaire? La Belgique envisage-t-elle un embargo total sur les armes ainsi que sur les biens à double usage à destination d'Israël, conformément aux recommandations formulées et aux principes de précaution prévus par le droit international? Comment le gouvernement entend-il répondre à l'accusation de complicité portée par ces associations? Quelles garanties peut-il offrir aux citoyennes et aux citoyens de ce pays en ce qui concerne le respect des principes de justice, de moralité et d'humanité dans sa politique étrangère? Enfin, alors que la rapporteuse spéciale de l'ONU pour les Territoires palestiniens, Francesca Albanese, à Genève, fait l'objet de menaces de sanctions inacceptables de la part des États-Unis, quelle sera la position de la Belgique sur ce point précis?
Benoît Lutgen:
Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, hier a eu lieu le Conseil européen. On peut d'abord vous féliciter d'avoir été du bon côté de l'histoire en demandant qu'il y ait révision de l'accord Union européenne-Israël, notamment en son article 2, il y a quelques semaines.
Maintenant, cet élément-là n'est pas suffisant. Je voudrais savoir exactement quelle position la Belgique a adoptée, hier, lors du Conseil européen, puisque, comme vous le savez, la haute représentante a d'abord entamé des consultations ces dernières semaines et a proposé, et mis sur la table en tout cas, différents éléments. J'aurais aimé savoir, d'ailleurs, si vous avez défendu ces différents éléments, à savoir la suspension totale ou partielle de l'accord d'association, la suspension de la participation d'Israël aux différents programmes d'échange, notamment d'étudiants ou de recherche universitaire dits "horizons", l'imposition de sanctions aux ministres israéliens pour l'évaluation en violation des droits de l'homme, ou encore l'interdiction des importations provenant des colonies israéliennes sur les territoires palestiniens, où certains pays de l'Union pourraient décider de mettre en œuvre une telle interdiction.
Je viens de vous donner lecture d'une partie du document de la haute représentante. Sur ces différents points, en tout cas au moins ceux que je viens de relever, j'aurais voulu savoir quelle était la position de la Belgique que vous avez exprimée hier au sein de ce Conseil européen. À en croire le communiqué de presse, rien n'a été décidé à l'issue de celui-ci. Mais vous pouvez quand même nous dire quels sont les pays ou les États membres qui ont pu rejoindre la position que je viens d'exprimer, et qui était autre que celle de la haute représentante.
Le cas échéant, quelles sont les mesures que vous prendriez ou que vous soumettriez au gouvernement dans les prochains jours si cela ne bougeait pas au niveau européen? La lenteur est absolument indigne, reconnaissons-le! Je suis certain que vous partagez mon point de vue. Certains pays n'ont pas attendu effectivement un accord au niveau de l'Union européenne pour prendre des sanctions, notamment à l'égard de certaines personnalités israéliennes qui ont commis des faits graves, ou encore sur des éléments qui touchent aux importations.
Bref, je souhaite le compte rendu par rapport à hier, ainsi que connaître la position de la Belgique sur les différents points qui ont été évoqués par la haute représentante, et par ailleurs, les initiatives que vous pourriez prendre soit au niveau européen, soit au niveau purement belge, pour mettre fin à ces non-sanctions qui sont indignes pour chacune et pour chacun.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le ministre, alors que Gaza est aujourd'hui réduite à un champ de ruines, et c'est peu de le dire, la chef de la diplomatie européenne a présenté cette semaine une liste de mesures visant à réagir aux opérations militaires israéliennes. Elles incluent, entre autres, la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, le gel du dialogue politique ou encore l'arrêt des importations en provenance des colonies. Certaines de ces options, comme la remise en cause de l'accord d'association, nécessitent l'unanimité des É tats membres et paraissent donc peu probables. Nous avons pu l'observer hier. Toutefois, d'autres mesures peuvent être prises unilatéralement par chaque membre, sans passer par la Commission européenne. Nous savons aussi que plusieurs pays préfèrent attendre l'issue des discussions humanitaires en cours avec Israël, alors que d'autres réclament des initiatives immédiates.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique au vu de ces différentes options? Souhaitez-vous privilégier une approche graduelle, qui laisse une chance aux négociations humanitaires, ou vous êtes-vous déjà prononcé pour des mesures plus fermes à court terme?
Si l’option d’une suspension de l’accord d’association devait avancer, même symboliquement, quelle serait l’attitude de la Belgique dans la recherche d’un consensus européen?
Enfin, en ce qui concerne les mesures unilatérales, par exemple le blocage des produits issus des colonies, la Belgique envisage-t-elle de prendre des initiatives propres si aucun accord commun n’émerge?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je me répète et nous sommes nombreux à le faire, depuis des mois, à Gaza comme en Cisjordanie, toutes les lignes rouges sont franchies: bombardements de zones civiles, famine utilisée comme arme de guerre, attaques contre les hôpitaux, etc. Et l'on tire même à présent à balles réelles sur des civils affamés venus chercher de la nourriture. Selon plusieurs témoignages, c'est l'armée israélienne elle-même qui aurait reçu l'ordre de tirer sur la foule.
Médecins sans frontières nous indique, par ailleurs, que près de la moitié des personnes tuées par Israël sont des enfants. Près de la moitié! Et que fait la communauté internationale, en particulier l'Union européenne? Rien! La réponse de Mme Kallas est tout simplement indigne. Elle dit: "Notre objectif n'est pas de punir Israël, mais d'améliorer la situation." Sérieusement?
C'est une honte absolue! Nous sommes nombreux à être choqués par cette réponse. Mes questions, monsieur le ministre, concernent la position défendue par la Belgique. Parce qu'entre vos propos qui sont plutôt clairs, et ceux de votre premier ministre, on n'y voit plus trop clair.
Ensuite, puisque l'Union Européenne continue à être complice, et continue de tergiverser, quelles mesures la Belgique est-elle enfin prête à prendre? Interdira-t-on enfin le commerce avec les colonies? Mettra-t-on fin à notre accord de coopération militaire avec Israël? Ou continuera-t-on à se placer dans la roue de l'Union Européenne, position absolument scandaleuse au regard du génocide qui se passe en ce moment?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de humanitaire situatie is catastrofaal. Voedsel, medicijnen, water en basisvoorzieningen worden al maandenlang geblokkeerd. Het zorgsysteem in Gaza is volledig ingestort. Niets doen is geen optie. Het sprekendste beeld dat ik de voorbije week heb gezien, is van de UNICEF-vertegenwoordiger. Die zei dat men zich de hele dag, ook de kinderen, bezighoudt met het achtervolgen van watertrucks om toch maar een druppel water te kunnen bemachtigen. "Gaza is not fit for human survival," was de conclusie. Toch vernamen we gisteren dat de Europese Unie voorlopig de kat uit de boom kijkt. Dat is redelijk schokkend.
Nochtans is artikel 2 van het Associatieakkoord geschonden. Voor mijn partij is het al langer duidelijk dat hier conclusies aan moeten worden verbonden. Er werden tien opties voorgesteld door mevrouw Kallas, maar geen daarvan lijkt gisteren te zijn overwogen. Ik vraag me af waarop de Europese Unie nog langer wacht.
De Europese vertegenwoordiger slaagde er wel in om een akkoord te sluiten met Israël over extra humanitaire hulp. Meteen daarna hoorden we echter dat mevrouw Lahbib verklaarde dat dat akkoord niet wordt nageleefd en dat ze niet weet hoeveel vrachtwagens Gaza exact binnenrijden, wat opnieuw aantoont hoe moeilijk het is om het akkoord te monitoren. De EU wil dat Israël het akkoord beter naleeft, maar de vraag blijft uiteraard hoe dat moet gebeuren.
We hebben wel de juiste kant van de geschiedenis gekozen wat betreft de implementatie van de adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof, maar een formeel antwoord van de Commissie blijft uit. Nochtans hebben op initiatief van België tien lidstaten zich daarbij aangesloten. Frankrijk heeft het initiatief herhaald om eind juli een conferentie in New York te organiseren over de erkenning van Palestina.
Welke positie heeft u gisteren namens ons land verdedigd op de Europese Raad Buitenlandse Zaken?
Hoe evalueert u het akkoord dat de hoge vertegenwoordiger Kallas met Israël sloot?
Wat zijn de concrete resultaten van de brief over de implementatie van de genoemde adviesopinie?
Zal ons land deelnemen aan de VN-conferentie over een tweestatenoplossing?
Sam Van Rooy:
Op het moment dat in Syrië een zoveelste islamitische massaslachting plaatsvindt, dit keer op de Druzen, wordt hier weer maar eens een debat gehouden om Israël te bekritiseren. Men bepleit geen sancties tegen de Syrische jihadist Mohammed al-Jolani, maar wel tegen Netanyahu, die nota bene de Druzische minderheid probeert te beschermen tegen de islamitische jihad. Alle bekende Hamas- en Al Jazeera-leugens passeren hier weer de revue.
De casus belli – de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 – is hier allang vergeten. Mocht het IDF toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust niet hebben gestopt, dan was het enige Joodse staatje inmiddels vernietigd, maar dat zouden bepaalde parlementsleden hier ook niet erg vinden.
Terwijl Israël hier weer maar eens wordt bekritiseerd, deelt het via de Gaza Humanitarian Foundation anderhalf miljoen maaltijden per dag uit aan de Gazanen. Dat is aartsmoeilijk en levensgevaarlijk, want Hamas doet er alles aan om voedsel te stelen, het tegen woekerprijzen te verkopen of om er jihadisten mee te betalen. Alle ellende en elke dode komt door de jihadisten van Hamas, die de gijzelaars niet willen vrijlaten, zich niet willen overgeven en systematisch mensen als schild gebruiken. Doordat het IDF al meer dan 21 maanden voorzichtig en humaan oorlog voert, lieten al meer dan 900 Israëlische soldaten het leven. Laten we daar ook eens bij stilstaan.
Tot slot, men zal in dit Parlement de weerbarstige realiteit van het Midden-Oosten echt niet veranderen. Alleen als alle jihadistische actoren – Hamas, Hezbollah, Qatar, Iran enzovoort – hun islamitisch antisemitisme laten varen, Israël erkennen en de wapens neerleggen, zal er vrede zijn. Legt daarentegen Israël de wapens neer, dan wordt het van de kaart geveegd. Maar dat is helaas wellicht de wens van vele parlementsleden hier.
De voorzitster : Zijn er nog andere parlementsleden die zich willen aansluiten? Nee, ik zie niemand die daarvoor de hand uitsteekt.
Maxime Prévot:
Chers collègues, je vous remercie pour vos nombreuses questions sur un sujet éminemment sensible qui nécessite que l'on s'y attarde avec conscience et sérieux.
La situation à Gaza, et en Palestine de manière générale, est une honte absolue. J'ai pu le dire déjà il y a plusieurs mois, je le réitère, et chaque jour qui passe accentue encore l'horreur vécue au sein de ce qui est désormais – et de plus en plus – un cimetière à ciel ouvert. Le cessez-le-feu que nous appelons de nos vœux depuis des mois n'est toujours pas une réalité.
Hongersnood wordt bewust ingezet als oorlogswapen. Elke dagen sterven kinderen van honger of onder de bommen. Bijna 18.000 onschuldige kinderen zijn al omgekomen en het aantal burgerlijke slachtoffers bedraagt inmiddels meer dan 60.000.
Par ma voix, le gouvernement belge n'est pas resté inactif, contrairement à certains ressentis ou procès d'intention. Alors que se clôturait hier la dernière réunion du Conseil européen des Affaires étrangères avant la trêve estivale, je veux saisir l'occasion qui m'est donnée de refaire le point sur le dossier et de rappeler les nombreuses initiatives et positions claires de la diplomatie belge ces derniers mois, sans évacuer les écueils que les uns ou les autres ont mis en lumière.
Natuurlijk heeft Israël het recht om in veiligheid te leven en om zijn gijzelaars zo snel mogelijk en zonder voorwaarden terug te krijgen. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas schandalige terroristische daden. Toch is de Israëlische militaire reactie duidelijk disproportioneel en schendt deze op meerdere vlakken het internationaal humanitaire recht. We hebben dat zonder omhaal geuit.
Concrètement, la Belgique a vigoureusement plaidé au niveau européen pour que des sanctions soient prises à l'égard de leaders politiques et militaires, autant du Hamas que d'Israël. Je pense en particulier à des leaders islamistes mais aussi aux deux ministres d'extrême droite Ben-Gvir et Smotrich.
België wil sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar die worden momenteel tegengehouden door Hongarije. We veroordelen de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, evenals elke poging tot gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking.
La Belgique a mobilisé ses services pour un soutien humanitaire concret sur le terrain. Une livraison de matériel médical est en partance vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération est menée par B-FAST.
La Belgique a aussi préparé l'hypothèse d'un largage de vivres par avion. Nous avons sollicité pour ce faire, sans retour à ce stade, les autorités israéliennes car nous devons pouvoir emprunter leur espace aérien. La concentration de la population ces dernières semaines dans des zones densément peuplées, conséquence directe des mouvements forcés de citoyens, rend cependant l'opération de largage par voie aérienne de plus en plus risquée.
België heeft zoals in het verleden opnieuw zijn bereidheid bevestigd om gewonde of zieke kinderen op te vangen en zet zich actief in om dat mogelijk te maken.
La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge (CICR). Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et octroyons des financements à vocation humanitaire.
België blijft aandringen op een onmiddellijke, ruime, veilige en ononderbroken humanitaire toegang over land tot Gaza, op de oprichting van een medische corridor richting Oost-Jeruzalem en op de vrijlating van Palestijnse kinderen en medisch personeel die arbitrair worden vastgehouden.
La Belgique a pu dénoncer, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer, juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.
La Gaza Humanitarian Foundation doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.
België heeft zijn financiële steun behouden aan UNRWA, het VN-agentschap en een sleutelorganisatie in de hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, gerustgesteld door het officiële rapport waarin wordt bevestigd dat er geen structurele band met Hamas bestaat.
La Belgique et l'Europe ont enjoint Israël de cesser d'occuper illégalement la Cisjordanie et Gaza et de permettre que le pouvoir à Gaza revienne à un leadership palestinien qui ne soit évidemment pas le Hamas, lequel doit être impérativement désarmé.
Par ailleurs, nous plaidons au niveau européen et bilatéral pour que les fonds bloqués par Israël qui reviennent à l'Autorité palestinienne soient libérés sans délai.
L'expansion illégale des colonies doit aussi cesser. Les autorités israéliennes doivent autoriser les agences onusiennes, les commissions d'enquête internationales et la presse à faire leur travail en territoire occupé sans entrave
La Belgique a déjà annoncé voici plusieurs mois qu'elle partagerait, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) par Israël, la lecture juridique de son administration sur la question, sachant qu'au-delà de l'opinion personnelle que j'ai pu exprimer sur cette situation et qui se renforce chaque jour, il revient bien à la justice internationale, et à elle seule, de se prononcer.
Ik heb het initiatief genomen voor een gezamenlijke brief, gesteund door een tiental landen, gericht aan de Europese Commissie om de verenigbaarheid van het Europees recht, met name inzake de handel in producten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen, met het internationaal recht te analyseren. Deze actie vloeit voort uit het advies dat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 heeft uitgebracht. Ik heb gisteren ook opnieuw benadrukt hoe belangrijk het is om hier snel gevolg aan te geven.
Concernant l'octroi de licences pour les exportations d'armes vers Israël et le territoire palestinien occupé, la Belgique applique, depuis 2009, l'un des embargos les plus stricts d'Europe. À mon initiative, des consultations ont été menées en juin avec les Régions, afin de garantir le respect du droit international, et notamment du Traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.
België heeft samen met 16 andere lidstaten de Europese Commissie verzocht om het respect door Israël van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te evalueren, dat betrekking heeft op mensenrechten en democratische beginselen. Het gepubliceerde verslag maakt duidelijk melding van talrijke schendingen. De verschillende concrete toezeggingen die Israël heeft aangekondigd, na de besprekingen met de Europese Unie, zijn op 15 juli voorgesteld door de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas. De HRDP heeft ons de mondelinge en dus niet schriftelijke engagementen meegedeeld die Israël heeft geformuleerd om de levering van humanitaire hulp aan Gaza te verbeteren.
Si nous pouvons quand même saluer ce résultat, puisque c'est la première fois depuis le début du conflit qu'Israël, sous la pression de l'Union européenne, annonce des gestes de concession à vocation humanitaire, il n'en demeure pas moins que ces engagements, de l'aveu même de la Commission européenne, ne se matérialisent pas pour le moment sur le terrain de manière complète.
België heeft gisteren dan ook duidelijk gesteld dat deze engagementen, gezien de ernst van de humanitaire situatie, moeten worden gemonitord door externe waarnemers en dat Israël ze absoluut moet naleven. Zo niet, en zeker als de situatie verder zou verslechteren, moeten er sancties volgen. Geen enkele optie mag op dit moment worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering stopt met het voeren van een beleid dat al geruime tijd niet meer onder het kader van legitieme zelfverdediging valt.
Au-delà de la question humanitaire, les autres violations du droit international requièrent que ce train de possibles sanctions fasse l'objet de propositions formelles, concrètes, de décisions avec analyse d'impact par la Commission. Même si chacun constate la difficulté qui subsiste au sein du Conseil européen des Affaires étrangères et qui n'a d'égal, pour être transparent, que la difficulté qui existe aussi au sein de la Commission européenne pour faire des propositions de décisions, puisque là aussi il faut le consensus, nous avons tenu à rappeler ces enjeux majeurs de l'absolue urgence humanitaire et de la pression à maintenir sur les sanctions à envisager.
Chers collègues, je n'ai jamais eu pour habitude de mentir. Je ne vais donc pas commencer aujourd'hui. Je vais répondre de manière claire à vos questions. Non, je n'ai pas eu mandat de la part du gouvernement pour pouvoir plaider pour la suspension totale ou partielle de l'accord d'association. Et ce n'est pas faute de l'avoir sollicité!
J’ai clairement estimé que le moment était venu de faire cette proposition. Le kern s’en est saisi et doit pouvoir, lui aussi, décider de manière consensuelle. Il est donc parfois délicat de donner des leçons à l’Europe lorsque, au sein de son propre gouvernement, cette approche consensuelle ne parvient pas à être atteinte.
Je ne peux donc que plaider pour que les parlementaires parmi vous, qui, aujourd'hui, m'ont questionné en demandant que nous haussions le ton et que nous prenions des sanctions ou que des initiatives du côté belge soient prises à défaut de pouvoir les prendre au niveau européen et qui sont issus des formations qui ont peut-être plus de réserves que d'autres, pour le dire pudiquement, puissent agir intensément au sein de leur propre structure pour mettre leurs demandes en cohérence avec la situation. Cependant, je me refuse à accepter que l'on plaide ici quelque chose que l'on empêche là-bas.
Dire que l'Union européenne ne fait rien est objectivement faux. Dire qu'elle n'en fait pas assez ou plus exactement qu'elle n'a pas la possibilité d'en faire plus est vrai.
Et j'ai beaucoup de compassion pour Mme Kaja Kallas et le rôle ingrat qui est le sien lorsqu'elle doit résumer, au terme de nos réunions du Conseil européen des Affaires étrangères, ce qui semble faire l'objet d'un consensus, aussi ténu puisse-t-il être.
Mais, si l'Europe aujourd'hui n'est pas capable de parler d'une voix plus forte, ce n'est pas, monsieur Boukili, parce qu'elle a fait le choix de la complicité. C'est parce qu'hélas, elle a fait le choix de la division en ayant en son sein une série d'États qui ne sont pas prêts à prendre des sanctions à l'égard d'Israël. Cela ne fait que poser, de manière plus accrue encore, une nouvelle fois le débat sur les modalités de vote et de prise de décision au sein des instances européennes.
Het gaat uiteraard niet om het bestraffen van het Israëlische volk. Dat is ook duidelijk. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de Israëlische regering haar internationale verplichtingen nakomt, onder meer op het gebied van de mensenrechten. Vele Israëli's herkennen zich niet in het beleid dat door hun eigen regering wordt gevoerd.
Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. C'est la raison pour laquelle l'Iran ne doit pas pouvoir disposer de l'arme nucléaire. La communauté internationale y veille et a raison. Il nous faut aussi, avec la même détermination, éviter les amalgames et lutter contre tout antisémitisme. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent aussi la sécurité. Tout le monde la mérite.
België wil ook de druk op Hamas aanhouden. We eisen op permanente en uitgesproken wijze de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en zijn uitsluiting van het bestuur van Gaza.
Voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Le résultat est cependant insuffisant, puisque la situation reste insupportable. C'est pourquoi nous devons continuer. Il n'y a pas de vacances pour Gaza!
Samen met mijn diensten zal ik onvermoeibaar blijven werken aan het smeden van een consensus tussen de lidstaten. We weten dat wanneer de staten overeenstemming bereiken de Europese Unie werkelijk het verschil kan maken. De kracht van de Europese Unie ligt in de eensgezindheid van haar leden. We hopen dat de Europese Commissie snel concrete en realistische voorstellen kan indienen voor besluitvorming.
La Belgique veillera à ce que l'avis rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024 soit pris en compte au niveau européen. En parallèle et selon les conclusions de la Commission, il est probable que nous ne pourrons pas faire l'économie à terme d'un débat national sur l'interdiction éventuelle d'importer en Belgique les produits des colonies. Pour autant, il faudra bien s'assurer que ce ne soient pas les Palestiniens y vivant et y travaillant qui soient affectés.
Ik zal het overleg met de regio’s en met mijn collega’s voortzetten om ervoor te zorgen dat België het internationaal recht naleeft en in het bijzonder het Verdrag inzake de Wapenhandel, ook wat de transit betreft.
Enfin, la Belgique suit avec attention la question d'une solution à deux États, et donc la reconnaissance de l'État de Palestine. Vous me posiez la question, madame la présidente. La Belgique sera bien partie prenante à la réunion fixée fin juillet, mais la date étant ce qu'elle est, ce n'est pas moi qui y serai, m'accordant à cette période quelques moments de vacances en famille. Mais, bien entendu, la Belgique y portera sa voix.
Ce dossier revenant à l'agenda, le temps de faire des choix de positionnement approche lui aussi à grands pas. Nous devrons, dans les semaines qui viennent, prendre une position claire lors du rendez-vous initié par la France et l'Arabie Saoudite à New York, fin juillet, ou à défaut, puisqu'il semble que ce ne soit pas à ce moment-là que des décisions liées aux reconnaissances soient attendues, lors de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre.
België wil een coherente lijn aanhouden op het vlak van internationaal recht, maar daarvoor moeten we onszelf de nodige middelen geven. België en de Europese landen moeten bereid zijn om Israël tegen te werken, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. België is vastbesloten om met volle bewustzijn te handelen tegenover de gruweldaden die op het terrein worden begaan door alle partijen, of dat nu in Gaza is, in Palestina in het algemeen, of elders in de wereld waar de menselijkheid wordt opgeofferd.
Je terminerai, en espérant avoir été complet, pour dénoncer les sanctions que certains pays ont souhaité exprimer à l'égard de la rapporteuse de l'ONU, Mme Albanese. Je l'ai fait savoir publiquement à travers un tweet circonstancié le jour où ce fut annoncé. Quelles que soient les considérations ou opinions que l'on peut avoir quant au contenu d'un rapport, aller sanctionner son auteur, représentant une agence de l'ONU, au motif que les conclusions ne plaisent pas, n'est pas une approche respectueuse des droits et libertés.
Monsieur Lacroix, s'agissant du courrier adressé par le collectif Droit pour Gaza, qui a estimé devoir intenter une action en justice contre certains membres du gouvernement, y compris moi-même, je veillerai alors, puisqu'il a choisi ce type d'arme, à répondre aussi avec les voies juridiques et les avocats. à part encombrer les tribunaux et ne rien régler de la situation sur le terrain au bénéfice des Gazaouis, cela ne sera pas d'une grande utilité. Cela sera une bonne déperdition d'énergie. Je le regrette, puisque ce collectif n'a pas nécessairement besoin de ce genre de démarches pour nous convaincre collectivement, ni moi, ni d'ailleurs l'ensemble du gouvernement, de l'urgence humanitaire vécue dans le territoire palestinien.
Je vous remercie, madame la présidente.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, u zegt terecht dat het er niet om gaat Israël of Israëli's te straffen, het gaat erom dat we samen op zoek gaan naar een betere humanitaire situatie en uiteindelijk naar vrede.
De situatie is zeer complex. Het is dan ook goed dat er stappen zijn gezet conform het associatieverdrag, met name dat men eerst met Israël spreekt, afspraken maakt, die afspraken evalueert, om wanneer ze niet worden nageleefd verder te gaan. Daarover zijn we het dus helemaal eens. De mensen op het terrein, de mensen in Gaza, worden niet geholpen met symbolen, ze worden alleen geholpen met concrete acties.
U verwees naar uw gesprekken met de regio’s. Minister-president Diependaele heeft in het Vlaams Parlement zeer duidelijk gesteld dat het wapenembargo, het tegenhouden van de exportlicenties van wapens, iets is waar de Vlaamse overheid zeker achter staat. U hebt ook terecht aangehaald dat de heer Francken heeft onderzocht of vliegtuigdroppings voor humanitaire hulp mogelijk zijn. We hebben als regering, als regeringspartijen, als arizonapartijen samen echt naar oplossingen gezocht, maar we zijn er nog niet. Ook daarover zijn we het volledig eens.
We moeten blijven pleiten voor een staakt-het-vuren, voor de vrijlating van de gijzelaars en vooral voor het opschalen van de humanitaire hulp. We moeten alle mogelijkheden benutten om duidelijk aan te geven aan de autoriteiten dat die humanitaire situatie echt niet langer geduld kan worden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U was goed begonnen. U noemde Gaza een openluchtgevangenis. U sprak over de 60.000 onschuldige burgerslachtoffers. U sprak over hongersnood als wapen. Alleen is het jammer dat uw woorden niet in verhouding tot uw daden staan.
Ik apprecieer uw eerlijkheid. U hebt hier letterlijk gezegd dat u geen mandaat van de Belgische regering had om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag. Dan kunnen wij hier allemaal wel met het morele vingertje wijzen naar Hongarije of Slovakije, maar als ons land, als de Belgische regering niet in staat is om te pleiten voor de opschorting van een associatieverdrag, waarvan overduidelijk artikel 2 wordt geschonden, waarbij ook mensenrechten worden geschonden, dan hebben wij geen recht van spreken. Vroeger nam België een voortrekkersrol op zich op het Europese toneel. Die voortrekkersrol is volledig verdwenen.
Mijnheer de minister, blijf pleiten voor actie. Blijf pleiten voor sancties tegen Israël, dat disproportioneel geweld hanteert. Probeer in elk geval binnen de regering gedaan te krijgen dat België opnieuw gaat pleiten voor de opschorting van dat associatieverdrag.
Van mijn fractie hebt u die steun. Onthoud dat goed. U hebt in dit Parlement veel meer steun dan rond de onderhandelingstafel of de regeringstafel. Blijf dus naar het Parlement kijken.
Ik hoop dat België opnieuw een voortrekkersrol kan spelen en in dit conflict moedig kan worden, want geen enkele Gazaan, geen enkele Palestijn, wordt beter van de manier waarop Europa en België hier schuldig verzuim plegen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden.
Wij zitten op dezelfde lijn. De kunst bestaat er nu in om binnen onze eigen regering op dezelfde lijn te komen. Voor Vooruit is het glashelder: dit is geen oorlog, dit is een genocide. Ik onderschrijf al wat u hebt gezegd. Uw frustratie is de onze en zoals de collega al zei, u hebt veel meer medestanders dan u denkt wat betreft harde maatregelen tegen Israël, niet alleen in dit Parlement, maar ook op straat.
Er is echt een verschil tussen wat de mensen nu willen en wat de politiek doet. Als dat zo is, dan zijn we niet goed bezig, want wij vertegenwoordigen de mensen. Als men de bevolking vraagt of dit zo verder kan, of het zo verder kan met deze gruwel, met deze oorlogsmisdaden, dan antwoordt praktisch niemand dat dat kan.
We moeten blijven proberen om het associatieverdrag te schorsen, maar zelfs een klein land als België kan nog sneller iets proberen te doen. Ierland is immers ook niet zo groot. We moeten de handel met die illegale nederzettingen stopzetten. U hebt gezegd dat dit kan, dat we Europa daar niet voor nodig hebben. Ik hoop dat u wat dat betreft doorzet, zodat toch minstens dat zo snel mogelijk kan worden geregeld.
Er zijn geen woorden meer om de gruwel te omschrijven en ik zal dat dan ook niet doen. Gaza heeft geen nood aan symbolen, maar wel aan concrete maatregelen tegen Israël. Dat is het enige wat zal helpen om die gruwel te stoppen. Mijnheer de minister, u hebt veel meer steun dan u denkt.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de belangrijkste en meteen ook de pijnlijkste passage was toen u heel eerlijk aangaf geen mandaat te hebben om te stemmen voor het opschorten van het associatieakkoord, niet bij unanimiteit, maar ook niet bij gekwalificeerde meerderheid.
Collega's, hier mag nog zoveel worden gezegd hoe erg we het allemaal vinden, België stond aan de kant van de landen die het associatieakkoord niet wilden opschorten, zelfs niet lichtjes met die gekwalificeerde meerderheid. Voor de Belgische regering is dat een brug te ver. Collega's, dat is de stand van zaken, dat is waar België vandaag staat.
Hier mag nog heel vaak gezegd worden hoe er het wel is, maar wanneer zal er een parlementaire meerderheid opstaan om dit ook effectief uit te voeren?
Het is nu echt wel genoeg geweest. Er is een parlementaire meerderheid om sancties op te leggen aan Israël. Er is een parlementaire meerderheid om een rode lijn te trekken tegenover Israël. Er is ook een meerderheid in de straten van België, bij de bevolking, om actie te ondernemen. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. De straten kleurden rood in Brussel. Honderdduizend Belgen kwamen protesteren, aanklagen en vroegen om een rode lijn te trekken. Deze Belgische regering legt dat echter naast zich neer. Dat is onwaarschijnlijk.
Ook het Parlement heeft dat, gezien de resolutie van de meerderheid, gewoon naast zich neergelegd. Die resolutie was niet krachtig genoeg om effectief tegen te stemmen. Dat staat er niet in.
Collega's, ik roep alle parlementsleden op om eens goed naar zichzelf te kijken. Onthoud ook dat u over vijf of tien jaar niet zult kunnen zeggen dat u het niet wist. Over vijf of tien jaar zult u terugdenken aan deze dagen en zich afvragen of u toen actie hebt ondernomen of niet, of u zich in een meerderheidslogica hebt ingeschakeld of niet.
De meerderheidslogica hier in het Parlement zou horen te zijn dat wij dat niet dulden, dat wij een rode lijn trekken, dat België actie onderneemt en op zijn minst op Europees niveau het opleggen van sancties tegen Israël steunt. Zelfs dat is voor deze Belgische regering echter al te veel gevraagd.
Collega’s, ik hoop op enige parlementaire moed van de parlementsleden hier in de zaal om die stap verder te zetten, om te doen wat u zegt en echt actie te ondernemen. Het is hoog tijd. Elke dag opnieuw sterven ginds honderden mensen, elke dag.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous apprécie beaucoup. Aujourd'hui, mon admiration pour vous s'est encore renforcée. Vous ne faites pas partie des cyniques. Le cynisme selon Oscar Wilde, c'est connaître le prix de tout et la valeur de rien. Des membres de ce gouvernement sont de vrais cyniques. Je suis certain qu'il ont porté le cynisme tellement loin qu'ils ont dû vous proposer des deals au sujet de la Palestine, sur le sujet de ce génocide.
À travers vos mots, j'ai ressenti qu'un ministre du gouvernement belge considère que l'honneur de la Belgique a été souillé pour ceux qui refusent de voir ce que tout le monde nous révèle, ce que le passé nous enseigne.
Ehud Olmert, ancien premier ministre israélien qu'on ne peut quand même pas qualifier d'antisémite, dit que la solution pour Gaza proposée aujourd'hui de mettre 600 000 Palestiniens dans un camp, c'est la solution d'un camp de concentration. Bientôt nous n'aurons plus assez de larmes pour pleurer. Mais je suis comme vous. Vous avez fait un appel au Parlement. Il faut que ce Parlement bouge au-delà du clivage majorité/minorité. Il faut qu'on soit là pour défendre non seulement le nom de la Belgique, mais les vies, les quelques vies qu'il reste encore à sauver à Gaza.
L'Europe a décidé de se revoir après la pause estivale en estimant qu'il sera encore temps de prévoir des sanctions. Nous devons nous réunir tous ensemble pour demander clairement la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Et que ceux qui disent qu'ils font ici mais qui font autrement au gouvernement se révèlent au grand jour parce que leur petit jeu est horrible, minable et n'est pas à la hauteur des enjeux. Vous pourrez compter sur le Parti Socialiste et sur tous les parlementaires qui veulent un État palestinien, la paix, un cessez le feu et sauver les vies des enfants, des femmes, des vieillards et de tous ceux et de toutes celles qui sont en train de crever, abandonnés par tous les cyniques de ce monde.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre honnêteté.
Je ne sais pas comment répliquer à votre réponse. J’avais accusé l’Union européenne de complicité – à juste titre – car il ne s’agit pas simplement d’une division, mais bien d’une prise de position politique de complicité. Cependant, je ne m'attendais pas à ce que cette complicité soit dans le chef de notre gouvernement.
Le gouvernement belge de l'Arizona, qui proclame haut et fort son attachement à nos valeurs, au droit international et aux droits humains, se rend aujourd’hui complice d’un génocide en refusant de suspendre l’accord d’association entre l’Union européenne et l'État génocidaire.
Les membres parlementaires de ce gouvernement viennent ici verser des larmes de crocodile sur la situation humanitaire, dire que c’est inacceptable et que cela ne peut plus durer, mais après, par lâcheté, ils se cachent derrière ces considérations humanitaires tout en votant contre l’adoption de sanctions contre l'État génocidaire.
Parler uniquement de la question humanitaire, c’est comme poser un sparadrap sur une hémorragie. Cela ne résout rien si l’on ne s’attaque pas à la cause. Et cette cause, c’est la politique génocidaire menée par l’État d’Israël. Cette hypocrisie est inacceptable.
Quelle crédibilité ce gouvernement peut-il encore avoir lorsqu’il prétend défendre le droit international et les droits humains ailleurs dans le monde? Quelle crédibilité avez-vous pour faire la leçon à d’autres États, alors que vous n’êtes même pas capables de respecter vos propres règles? Vous les violez, parce que business as usual. Parce que vous avez des intérêts politiques, stratégiques et économiques avec un État génocidaire, vous fermez les yeux sur vos principes et sur vos valeurs prétendues. C’est hypocrite, lâche et inacceptable!
À tous les partis de la majorité qui sont venus ici verser des larmes sur la situation humanitaire, j'ai envie de dire: Allez vous cacher! Comment pourrez-vous, dans trois ans, cinq ans ou dix ans, vous regarder dans un miroir et vous dire que vous avez rempli votre rôle, celui de défendre les droits humains? Allez vous cacher! C’est inacceptable! C’est une honte pour ce gouvernement!
Benoît Lutgen:
Merci, monsieur le ministre. Je ne sais pas si je dois vous plaindre, mais au travers de vos propos, des éléments aussi flagrants de la part de certains membres de ce gouvernement, de ne pas être du côté du respect du droit international et du droit humanitaire – parce que c'est cela dont on parle – sont absolument insupportables.
Je ne sais pas ce qu'il faut ou ce qu'il faudrait pour que des membres de ce gouvernement – c'est bien cela que vous nous avez dit – acceptent tout simplement de faire respecter le droit humanitaire et international. C'est cela dont on parle. Que faudrait-il dans le monde, ailleurs, pour qu'on puisse enclencher, à un moment donné, un rapport de forces? C'est cela, aussi. C'est un rapport de forces. Je pense qu'Israël ne comprend que le rapport de forces.
Oui, le rapport de forces passe par des sanctions à l'égard de l'État d'Israël; et bien sûr aussi des sanctions à l'égard du Hamas. Nous sommes mille fois d'accord. L'un va avec l'autre. Bref, des sanctions à l'égard de celles et ceux qui ne respectent pas le droit humanitaire, le droit international, les droits de l'homme tout simplement. Que faudrait-il pour que certains se retrouvent tout simplement de ce côté-là?
Cela m'interpelle au plus profond de moi-même. Je ne peux pas vous dire les choses autrement. C'est pour cela que j'ai plutôt envie de vous féliciter pour votre action et votre courage – il n'y a pas de doute là-dessus.
Je ne vais pas vous plaindre par rapport à ce qui se passe dans le monde. Vous prenez vos responsabilités. Mais je vous plains de devoir convaincre des collègues d'un gouvernement de telles évidences. Cela fait plus que m'interpeller. Cela me sidère. Je ne peux pas dire les choses autrement. Cela me sidère.
On peut toujours dire qu’il y a la Hongrie. Il y en a d'autres. Il n’y a pas que la Hongrie. Mais nous sommes au cœur du cœur de notre État, dans lequel nous avons des responsabilités, et nous avons pris des responsabilités.
D'aucuns devront s'exprimer. L'ensemble des formations politiques de la majorité devront s'exprimer. On ne peut plus dire qu'on veut un cessez-le-feu. Tout le monde veut un cessez-le-feu, à part les parties engagées. On peut dire aussi que la pluie, ça mouille. Franchement, c'est à peu près cela.
Il faut un peu plus que cela. Oui, il faut un rapport de forces. D'ailleurs, vous l'avez très bien évoqué. Les premiers pas sont en train d'être franchis. En tout cas, cela bouge un tout petit peu du côté d'Israël. C'est la première fois qu'on voit que cela bouge. Pourquoi? Parce qu'on sent le rapport de forces. Ni plus ni moins. Croyons-nous une seule seconde qu'un État qui se comporte de cette façon, en utilisant la force de façon absolument honteuse, sans respecter le droit humanitaire, sans respecter les personnes, a une autre approche que celle du rapport de forces?
La voix de l'Europe en la matière est loin d'être unie. Cela me désole voire peu plus parce qu'on ne parle pas ici de n'importe quoi. Ce sont des choses qui sont d'une gravité absolue, dont cette désunion ou ces évidences qui n'existent pas au sein des formations politiques de la majorité. Je ne doute pas de votre force de conviction ni de votre invitation à ce que le Parlement prenne ses responsabilités, pour qu'on puisse actionner rapidement certains leviers. Effectivement, il y a déjà des initiatives qui ont été prises en la matière, des résolutions et d'autres éléments. Nous devons maintenant les activer rapidement pour que nous puissions faire en sorte d'être du côté de la dignité. C'est ni plus ni moins que cela: être du côté du droit international et du droit humanitaire, et que le Parlement prenne ses responsabilités.
Le cynisme n'est pas que d'un côté et les calculs politiques, on les a vus à de très nombreuses reprises, d'un côté ou de l'autre, dans l'importation du conflit sur le territoire, ce que nous n'avons jamais fait chez les Engagés, et vous certainement pas non plus. Il faut qu'on puisse éviter cela aussi dans nos débats, qu'on soit tout simplement du côté de l'objectivation maximale de ce qui se produit. Oui, cela passera largement par des sanctions, et on ne pourra le faire qu'en convainquant toute une série d'autres États membres, et je vous remercie pour ça aussi. Vous allez me dire que ce sont quand même ces mêmes États membres qui sont en train d'avancer, et qui connaissent sans doute les mêmes difficultés que celles que vous connaissez au kern.
Merci en tout cas de votre honnêteté, aucun doute là-dessus, de votre courage et de votre volonté de pouvoir faire bouger les lignes avec un mandat qui était pour le moins limité. Vous aviez une possibilité, mais on ne peut pas se permettre d'avoir un ministre des Affaires étrangères eunuque, mais je n'ai pas de doute que vous ne l'êtes pas et que vous ne le serez jamais, pour porter la voix de la Belgique avec la force nécessaire. En tout cas, on pourra vous recharger en énergie grâce au Parlement. Prenons nos responsabilités au sein du Parlement, au sein de cette Assemblée!
Charlotte Deborsu:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, et pour l'honnêteté et la transparence qui vous caractérisent. Il n'y a pas de mots, vraiment, pour décrire la situation que nous vivons ici, et celle que vit Gaza.
Mais je crois qu'on ne peut plus se permettre l'attentisme diplomatique. Soyons lucides, soyons honnêtes avec nous-mêmes: ce n'est pas la Belgique ni même l'Europe qui résoudront ce conflit. Nous n'en avons pas les leviers. Mais cela ne nous empêche pas de prendre nos responsabilités. Et nous en avons une.
Il faut faire avancer ce qui peut l'être (…)
Nabil Boukili:
(…)
Charlotte Deborsu:
Il faut faire avancer ce qui doit l'être en priorité. Aujourd'hui, c'est l'accès humanitaire, la protection des civils et surtout le respect du droit international. Il est plus que temps de mettre une pression claire, lisible, tangible sur les autorités israéliennes.
Si certaines mesures nécessitent l'unanimité européenne, rien n'empêche la Belgique de se positionner dès maintenant et surtout de chercher à entraîner d'autres États dans une réponse commune. Même si cela commence par un positionnement clair de son propre gouvernement. Car la réponse la plus forte sera forcément collective. Mais pour qu'elle le soit, il faut passer la deuxième, la troisième, la sixième et mettre véritablement la pression. L'intensifier comme jamais. Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai entendu vos messages, y compris les plus subliminaux.
Rajae Maouane:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses et pour cet exercice de transparence. Mais à vrai dire, ce que vous avez livré ici s'apparente presque à un aveu d'impuissance.
Et je dois vous dire que je suis partagée entre empathie et colère. De l'empathie parce que vos propos ne laissent aucun doute sur votre lecture de la situation à Gaza. Mais une colère crasse à l'égard des membres de la majorité. Car c'est une honte absolue que la Belgique, aujourd'hui, soit incapable de prendre une position claire, juste, une position simplement conforme au droit international.
Je vois bien que certains collègues de la majorité sont sidérés, qu'ils se posent des questions. Mais que font-ils concrètement pour faire pression en interne? J'entends le malaise du MR, et je suis désolée pour Madame Deborsu, qui doit ici défendre les positions de son parti. J'entends aussi, à peine, le malaise de la N-VA. Et les autres membres de la majorité gouvernementale, que faites-vous pour que la Belgique ne soit pas alignée sur des pays comme la Hongrie ou la Pologne? Est-ce cela, le modèle de l'Arizona?
Aujourd'hui, est-on incapable de prendre une décision basique, à savoir celle du respect du droit international? Mais que faites-vous dans cette majorité si cette question est si importante pour vous? Que faites-vous? Pour moi, c'est une honte absolue de voir la Belgique incapable de prendre une telle position. C'est une honte absolue que ce gouvernement n'arrive pas à se mettre d'accord là-dessus. La Belgique doit sortir de sa passivité, ce gouvernement doit sortir de cette complicité.
Selon un sondage, près de 70 % des Belges demandent que des sanctions soient prises à l'égard d'Israël. Il y avait plus de 120 000 personnes dans les rues et ce gouvernement est incapable de se mettre d'accord! En fait, les Belges en ont marre qu'on salisse l'image de leur pays, qu'on prenne la Belgique en otage pour de sombres calculs politiques. Je n'ai aucune explication logique à cette situation. Franchement, regardez-vous dans une glace et agissez! Agissez, prenez position! Ayez un positionnement clair! Nous ne demandons rien d'incroyable, nous vous demandons simplement de respecter le droit international.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, ook voor uw transparantie en eerlijkheid. Het is duidelijk wat de mensen willen: een staakt-het-vuren, het opheffen van de humanitaire blokkade, het vrijlaten van de gijzelaars. Ik vrees echter dat we het niet eens zijn over de oplossing, ook niet in de regering en op Europees niveau. Ik vind dat we Israël onder druk moeten zetten. Volgens mijn partij hadden we het associatieakkoord moeten opschorten. U bent het daarmee ook eens. Het rapport van de Europese Unie was daarover duidelijk of minstens toch gedeeltelijk. Toch kregen we een antwoord van verdeeldheid, zowel van België als van de Europese Unie. Over de zaken waarover er wel eensgezindheid bestond, zoals de individuele sancties voor de kolonisten, kon de Europese Unie dan weer geen overeenstemming bereiken, omwille van Hongarije. Het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de advisory opinion dat we onze economische relaties met de bezette gebieden moeten stopzetten, spreekt ook voor zich. De Europese Commissie kan dat wel, maar weigert dat te doen. Het feit dat er voor de humanitaire noodtoestanden slechts mondelinge engagementen zijn gekomen, dat volstaat niet. We hebben hier een resolutie met een ruime meerderheid goedgekeurd, maar daaruit is vandaag nog geen enkele concrete actie gerealiseerd. Daarover moeten we ons bezinnen, niet alleen met het Parlement, maar ook met de regering. U hebt nul op het rekest gekregen op de vragen die ook van de Belgische regering zijn gekomen. Dat antwoord moet tenminste aan het kernkabinet worden teruggegeven, zodat we kunnen doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Vandaag kregen we het recht om nationale actie inzake een importban te nemen. Ik heb mijn wetsvoorstel dan ook heel bewust vandaag toegelicht, omdat ik al aanvoelde, ook gisteren, vanwaar de wind zou komen, namelijk dat er niets zou gebeuren. Ik hoop dat wij de parlementaire vrijheid zullen krijgen om op die manier de taal van de macht te spreken, om Israël onder druk te zetten, om toch iets te doen voor de bevolking in Gaza die wordt uitgemoord. De voorzitster : De heer van Rooy is er niet meer. Is er iemand anders die nog wil repliceren? ( Neen )
De handelsoorlog met de VS van president Trump
De impact van de Big Beautiful Bill en de ommezwaai in het Amerikaanse beleid op Europa en België
De invoerrechten die de Verenigde Staten per 1 augustus 2025 willen opleggen
Amerikaanse handelsbeleid en invoerrechten, impact op Europa en België
Gesteld door
PTB-PVDA
Nabil Boukili
N-VA
Katrijn van Riet
Les Engagés
Benoît Lutgen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de agressieve Amerikaanse handelspolitiek onder Trump (50% douanetarieven op Brazilië, 30% op Europa vanaf 1 augustus) en Europese onderdanigheid, met kritiek op blind volgen van VS-belangen (NAVO-uitgaven, Israël-steun) ten koste van eigen soevereiniteit en klimaatdoelen. Maxime Prévot (minister) benadrukt onderhandelen via de EU, weerstand tegen protectionisme, diversificatie naar BRICS/Zuidoost-Azië en versterking van de multilaterale WTO-orde, maar erkent dat de VS onvoorspelbaar blijft. Boukili beaamt de nood aan alternatieve partners (BRICS), maar wijst op concrete onderwerping (bv. defensie-uitgaven voor Trump), terwijl Van Riet vreest voor economische schade (farma, groene energie) en pleit voor strategische autonomie zonder breuk met de VS.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, le président Trump a annoncé ce mercredi l'instauration d'un tarif douanier de 50 % à l'encontre du Brésil, qu'il accuse de persécuter l'ancien président Jair Bolsonaro, actuellement jugé pour sa tentative de coup d'État contre Lula.
L'objectif est de frapper les pays du BRICS, perçus comme une alternative à l'hégémonie américaine. Ceci montre une fois encore le caractère coercitif des tarifs douaniers et de la politique des États-Unis. L'Europe sera clairement la prochaine cible. D'ailleurs, comme cela a été annoncé il y a quelques jours, elle sera elle aussi touchée par de nouveaux droits de douane à compter du 1 er août.
Dans ce contexte, on observe une Union européenne – et une Belgique – totalement soumise aux intérêts américains. Nous nous sommes alignés en prenant le parti d'Israël, en jetant à la poubelle le respect du droit international, en justifiant même les attaques israéliennes illégales contre l'Iran au moyen d'arguments identiques. Les États-Unis exigent que nous augmentions nos dépenses de défense, et nous le faisons sans broncher au détriment de notre propre sécurité sociale.
Monsieur le ministre, que compte faire l'Europe? Et que compte faire la Belgique? Allons-nous continuer à nous soumettre aux États-Unis, à leur logique de zones d'influence et de coercition? Comment peut-on encore les considérer comme des alliés, quand on voit leur politique de sanctions économiques contre les pays européens? Quelle sera la position de la Belgique – et de l'Union européenne – face à ces nouvelles menaces formulées par M. Trump?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, de Amerikaanse regering beloofde een ommezwaai in zowel het binnenlandse als het buitenlandse beleid. President Trump gelooft in het opleggen van invoerheffingen en voegde de daad bij het woord. Hij voert een belastingverhoging door voor buitenlandse bedrijven in hernieuwbare energie. De heffing van importtarieven lijkt een ware rollercoaster te worden, van hoog naar laag, van laag naar hoog. De huidige stand van zaken is 30 % vanaf 1 augustus 2025, maar het is niet uitgesloten dat dat nogmaals verandert.
Daarnaast is de zogenaamde One Big Beautiful Bill goedgekeurd, die een ingrijpende verschuiving in het Amerikaanse binnenlandse beleid inhoudt met grote geopolitieke gevolgen. Die heroriëntering van middelen kan de VS minder voorspelbaar maken als partner in multilaterale samenwerking zoals klimaatfinanciering, ontwikkelingssamenwerking en NAVO-afspraken. Vanmorgen tijdens ons overleg vernamen we nog dat 4 miljard dollar minder voor het klimaat wordt vrijgemaakt. Bovendien zal het protectionistische karakter van de energiemarktregels, vooral gericht tegen China, ook Europese bedrijven treffen via supply-chainbeperkingen.
Hoe evalueert u de mogelijke impact van de fiscale en sociale herschikking in de VS op de Europese samenwerking inzake klimaatfinanciering en duurzame ontwikkeling?
Welke impact zullen deze nieuwe tarieven hebben op de Europese en Belgische economie?
Welke tegenmaatregelen worden op Europees niveau overwogen, of wachten we nog af? Dat laatste vernamen we immers begin deze week via de pers.
Bekijkt u alternatieve markten om de Amerikaanse instabiliteit op te vangen?
Ziet u in de nieuwe protectionistische energievoorwaarden risico's voor Belgische of Europese bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energieprojecten met wereldwijde toeleveringsketens?
Via welke diplomatieke strategie wilt u een gecoördineerd klimaatbeleid voeren met de Verenigde Staten?
Maxime Prévot:
Mevrouw de voorzitster, collega’s, mevrouw Van Riet, zoals u ongetwijfeld weet, beoogt de One Big Beautiful Bill de Verenigde Staten te positioneren als kerngebied voor productie, onderzoek en innovatie, terwijl ze tegelijkertijd de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers wil verminderen. De wet betreft een geheel van fiscale, budgettaire en economische maatregelen die tot doel hebben investeringen op Amerikaans grondgebied te stimuleren en de nationale economische prioriteiten te heroriënteren.
Een aantal van die maatregelen heeft indirecte, maar significante gevolgen voor buitenlandse bedrijven die in de Verenigde Staten actief zijn of er zaken doen. Op het vlak van klimaatbeleid bijvoorbeeld is een duidelijke terugschakeling van de Amerikaanse klimaatambities merkbaar, zoals blijkt uit de terugtrekking uit het klimaatakkoord en de hernieuwde focus op fossiele energie. Tal van federale maatregelen ter bevordering van hernieuwbare energie, schone voertuigen en industriële decarbonisatie zijn voortijdig afgeschaft of opgeschort, terwijl de fossiele industrie net wordt aangemoedigd.
Dat verzwakt onvermijdelijk de aantrekkingskracht van de Amerikaanse markt voor Belgische bedrijven die actief zijn in groene technologie. Het zou ook gezamenlijke projecten met Amerikaanse partners kunnen afremmen of de terugverdientijd van dergelijke investeringen verlengen. De situatie zet een gecoördineerde aanpak inzake klimaat onder druk en bevestigt eens te meer het belang van een voortrekkersrol voor de Europese Unie als betrouwbare partner, niet alleen inzake klimaatactie, maar bij uitbreiding ook op andere domeinen van multilaterale samenwerking.
De drastische besparingen op de budgetten van publieke onderzoeksinstellingen dreigen op termijn de wetenschappelijke fundamenten van de Verenigde Staten aan te tasten en hun concurrentievoordeel in opkomende sectoren te ondergraven. Voor Europa biedt een en ander daarentegen een kans om toptalent aan te trekken en de eigen innovatiecapaciteit te versterken.
Daarbij dient opgemerkt te worden dat bepaalde Amerikaanse staten vasthouden aan meer ambitieuze klimaatmaatregelen. Het is essentieel om de samenwerking met hen voort te zetten binnen een constructieve en toekomstgerichte context.
MM. Boukili et Lutgen – ce dernier pourra lire les réponses –, vous aurez certainement vu ma réaction à la suite de l'imposition des droits de douane de 30 % annoncée ce samedi par le Président Trump.
Cette nouvelle agression commerciale est injustifiée et d'autant plus incompréhensible que les négociations se poursuivent intensivement en vue d'atteindre un accord avant le 1 e août prochain. Elle est source, une fois de plus, d'incertitudes, ce qui n'est bon pour aucun investisseur, aucun entrepreneur, aucun consommateur, d'un côté comme de l'autre de l'Atlantique. Cette guerre commerciale n'aura aucune conséquence positive. Elle doit donc cesser!
La Commission européenne qui négocie au nom des États membres conserve toute notre confiance pour poursuivre son travail en vue d'atteindre un accord préalable, qui est la seule voie raisonnable. Il faut garder la tête froide et poursuivre le travail. Nous connaissons les méthodes parfois brutales de l'administration Trump et les revirements de position du président. À ce stade, il est essentiel qu'on préserve l'unité entre les États membres et qu'on soutienne la stratégie coordonnée de la Commission vers un accord.
Parallèlement à ces négociations, il va de soi que la Commission se prépare à tous les scénarios, y compris celui d'un échec, et travaille à l'identification de contre-mesures. Elle est également en contact avec une série de partenaires "like-minded" qui, comme nous, sont des cibles de la politique américaine actuelle. Qu'un deal soit ou pas conclu le 1 er août, je suis convaincu que l'incertitude va perdurer et nécessite de diversifier nos partenaires économiques et de poursuivre l'approfondissement du marché intérieur.
Monsieur Boukili, nous ne devons certainement pas tomber dans l'unilatéralisme ou le protectionnisme en réponse à celui des États-Unis. Au contraire, nous devons continuer à nous présenter comme le défenseur d'un système commercial multilatéral fondé sur des règles avec l'Organisation mondiale du commerce (OMC) comme fondement.
Le rôle de l'OMC est aujourd'hui plus crucial que jamais. Tous nos partenaires attendent de l'Union européenne qu'elle prenne l'initiative de réformer l'institution en modernisant ses règles et en assurant leur mise en œuvre de façon équitable.
Nous appuyons la Commission dans cette démarche ambitieuse qui nécessitera du réalisme sans pour autant brider notre ambition de coopérer avec les pays du Sud global. Les pays du groupe BRICS manifestent en effet un intérêt accru pour des relations bilatérales renforcées avec l'Union européenne. C'est un des avantages que je découvre avec le contexte que nous connaissons: les parties du monde qui parfois regardaient plus vers les États-Unis que vers l'Europe sont en train de changer leur mindset . Les discussions en cours avec l'Indonésie, les Philippines, ou dans le cadre des accords sur la facilitation des investissements durables, illustrent cette dynamique.
La ligne est claire: une réponse ferme, ciblée, mais équilibrée, aux pratiques américaines, alliée à une diversification active de nos partenariats commerciaux, tout en poursuivant un agenda de dialogue constructif avec Washington, notamment pour préserver, et même approfondir, nos partenariats dans des domaines-clefs tels que l'innovation, la recherche, la logistique et la sécurité. Certes, nous devons agir sans naïveté, mais toujours avec conviction, car les É tats-Unis sont et devront rester un partenaire. En agissant ainsi, nous affirmons notre souveraineté économique et notre attachement à une prospérité partagée dans un monde fondé sur la coopération et la stabilité.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je partage votre réponse. Je pense que c'est une première! ( Rires )
Sur la question du multilatéralisme, je suis entièrement d'accord avec vous, car nous ne devons pas tomber dans le protectionnisme et l'unilatéralisme, contrairement aux États-Unis aujourd'hui. Comme vous l'avez dit, l'avantage est que d'autres partenaires se tournent vers l'Union européenne. Cela dit, elle doit aussi se tourner vers eux dans un cadre multilatéral pour des intérêts partagés.
Toutefois, dans les faits, là où le bât blesse, c'est que la politique européenne et la nôtre également ne sont pas encore complètement détachées de la politique américaine. Nous continuons encore de dire amen aux injonctions de M. Trump. Au dernier sommet de l'OTAN, nous avons vu comment tout avait été agencé pour le faire revenir à de meilleures dispositions, car il ne fallait pas le froisser. Puis, on finit par voter des milliards et des milliards supplémentaires dans la Défense, sous l'égide de l'OTAN, pour faire plaisir à M. Trump et acheter des armes américaines. Donc, dans les faits, nous continuons de nous soumettre aux injonctions des États-Unis.
En revanche, et je vous rejoins entièrement à ce sujet, notre démarche doit consister à nous tourner vers le reste du monde en diversifiant nos partenariats. Il existe d'autres puissances et économies avec lesquelles nous pourrons travailler au nom d'intérêts communs, intérêts qui sont favorables à l'ensemble de la population mondiale, et non seulement à ceux des États-Unis.
Katrijn van Riet:
Ik ben het niet helemaal eens met de conclusies van de heer Boukili, maar ik begrijp, mijnheer de minister, dat we meer op onszelf moeten rekenen, dat we deze kans moeten gebruiken om onszelf te versterken en dat we handel moeten drijven waar het kan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de farmaciesector en veel andere sectoren die veel exporteren naar Amerika. Daarover maak ik mij wel zorgen. Wij moeten diversifiëren en inzetten op andere economische partners. Daarover ben ik het met u eens. Dank u voor uw antwoord. We zijn nog niet klaar met het Amerikaanse beleid, denk ik. Dat zal een constante blijven, vrees ik.
Het Europese en Belgische beleid inzake computerchips van Chinese makelij
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU focussen op strategische autonomie in de chipsector via de *European Chips Act* (2023), gericht op innovatie, veiligheid en diversificatie van aanvoerketens—zonder volledige afkoppeling van China. België, met *imec* en andere spelers, speelt een sleutelrol in onderzoek en design en pleit voor versterking van de EU-strategie via de *Semicon Coalition*. Geopolitieke risico’s (veiligheid, spionage) worden gemonitord, maar concrete maatregelen tegen Chinese chips (zoals de VS/Taiwan) blijven vooralsnog bij bevoegde instanties. Economische weerbaarheid en internationale samenwerking staan centraal, met kansen voor Belgische expertise in AI, defensie en telecom.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, Taiwan voerde recentelijk naar het voorbeeld van Washington een strengere controle in op computerchips vanuit China door ze toe te voegen aan haar exportcontrolelijst. Taiwan onderstreept zo zijn banden met de VS en ondersteunt het idee de samenwerking met Chinese bedrijven, die artificiële intelligentie gelieerd aan Beijing incorporeren in hun producten, drastisch te verminderen of stop te zetten. We spreken hier over chips van het populaire Huawei en de Semiconductor Manufacturing International Corporation (SMIC).
Dit zet een streep door de rekening van China dat de semiconductorindustrie en artificiële intelligentie als prioriteiten beschouwt en speelt dus in op Trumps handelsoorlog tegen China. Beijing gaf eerder al zijn volste vertrouwen aan Huawei en de SMIC om de techleiders te worden van de Chinese innovatie.
De strategie van de VS en Taiwan baseert zich op de introductie van een nieuwe chiptechnologie anno 2023 die uitgebreid onderzocht is door de VS. Redenen voor de strengere controle worden niet concreet opgelijst, maar het gebeuren doet toch denken aan spionagesoftware en aan andere technologiegerelateerde veiligheidsrisico's waarmee de Chinese overheid in verband wordt gebracht.
Hoe kijken de EU en België naar die potentiële dreiging? Welke stappen zetten de EU en België inzake de import van Chinese chips? Zal de EU nog nieuwe maatregelen treffen in verband met dit topic? Liggen er alternatieve handelsstrategieën op tafel? Ziet u hier opportuniteiten voor de uitbreiding van de chipindustrie binnen Europa en België, bijvoorbeeld die van het Leuvense imec?
Maxime Prévot:
Mevrouw van Riet, voor uw vraag over de beoordeling van de potentiële risico’s die het gebruik van chips van buitenlandse makelij inhouden voor de nationale veiligheid verwijs ik u graag naar de bevoegde instanties in ons land.
In mijn antwoord zal ik focussen op de Belgische en Europese coördinatie en initiatieven die genomen worden om onze autonomie en aanvoerketens in de chipssector te verzekeren. Aangezien ze tot verstoringen van de wereldwijd vertakte waardeketens kunnen leiden, volgen mijn diensten en onze posten zowel de technologische evoluties als het handelsbeleid en de geopolitieke ontwikkelingen op. We doen dat samen met de bevoegde instanties van de gewesten.
Vooral Vlaanderen is met imec een belangrijke stakeholder in dit dossier. Gezien het belang voor een aantal kritieke technologieën, zoals AI of defensietoepassingen, is dit een technologiedomein waarin wij het essentieel achten dat Europa en haar bondgenoten het bestaande technologisch leiderschap behouden en verder uitbreiden. Daarom speelde ons land een belangrijke rol bij het tot stand komen van de European Chips Act in 2023.
Enerzijds beoogt de EU hiermee innovatie en competitiviteit in de Europese chipssector te versterken, anderzijds beoogt de strategie om de bevoorrading van chips te verzekeren door het versterken van de eigen sector en ook door de wereldwijd vertakte aanvoerketens te monitoren en te diversifiëren. De doelstelling van de EU is echter niet de ontwikkeling van de volledige waardeketen binnen de EU. Die is immers zo complex en wereldwijd vertakt dat dat realistisch noch wenselijk zou zijn.
In de European Semiconductor Board, waarvan België deel uitmaakt, coördineren de lidstaten en de Europese Commissie hun beleid ter implementatie van de European Chips Act. België blijft ijveren voor een herziening en versterking van de European Chips Act. Hiervoor neemt België samen met acht andere lidstaten deel aan de Semicon Coalition.
Dit beleid past in een breder kader van maatregelen om de economische en technologische competitiviteit, weerbaarheid en soevereiniteit van de Europese Unie te versterken, met acties in domeinen zoals kennisveiligheid, kritieke grondstoffen, de screening van buitenlandse investeringen, paraatheid of economische weerbaarheid en digitale diplomatie.
Hoewel België zelf geen grote producent is van de meest gevoelige chips, beschikt ons land wel over wereldvermaarde expertise in specifieke niches, zoals onderzoek en design. Naast imec zijn er immers nog tal van andere bedrijven en onderzoeksinstellingen in België betrokken bij deze materie. Het is essentieel om innovaties op dit vlak om te zetten in concrete, impactvolle en concurrentiële toepassingen in sectoren zoals industrie, telecommunicatie en AI. België bevordert in dit kader internationale samenwerking om complementaire kennis te bundelen, het gelijke speelveld te beschermen en in te spelen op internationale opportuniteiten.
Katrijn van Riet:
Bedankt voor uw antwoorden. We blijven het opvolgen.
De toepassing van de Europese richtlijn 2019/882 over de toegankelijkheid van producten en diensten
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De European Accessibility Act (EAA), sinds 28 juni 2025 van kracht, is formeel omgezet in België, maar de uitvoering is gefragmenteerd (versnipperd over sectoren en overheden) en ontbeert effectieve controles, sancties of proactieve handhaving, wat het CAWaB als "theoretische toegang" bestempelt. Minister Beenders bevestigt dat sectorale toezichthouders (SPF Economie, IBPT, Gemeenschappen) verantwoordelijk zijn, maar geen uniforme boetes of centrale klachtenmodule voorziet, terwijl transitieperiodes (bv. geldautomaten) en uitzonderingen (noodnummers pas in 2027) de impact verzachten. Schlitz dringt aan op snelle informatiecampagnes voor bedrijven en sterkere federale regie door Beenders als coördinerend minister, om de rechten van personen met een handicap daadwerkelijk te garanderen via dwarsdoorsnijdend beleid en interfederale afstemming (o.a. via de CIM Handicap). Concreet voor burgers blijven tastbare verbeteringen (banken, transport, e-commerce) echter vaag en sectorafhankelijk, zonder duidelijke tijdlijn.
Sarah Schlitz:
Monsieur le Ministre,
Depuis le 28 juin 2025, la directive (UE) 2019/882 — dite European Accessibility Act — s’applique dans l’ensemble de l’UE. Elle harmonise les normes d’accessibilité pour des services essentiels tels que les services bancaires, numériques, de transport ou de commerce électronique, en imposant des exigences concrètes à une large gamme de produits et services : guichets automatiques, liseuses, sites web d’opérateurs, plateformes de vente en ligne, etc.
C’est une avancée majeure pour l’inclusion des personnes en situation de handicap.
En Belgique, la transposition repose sur la loi du 5 novembre 2023 modifiant le Code de droit économique et un arrêté royal fixant les exigences applicables aux produits.
Le Conseil central de l’Économie a souligné une transposition fragmentée : chaque autorité compétente a assuré sa partie (SPF Économie pour les services bancaires, IBPT pour les équipements hertziens, Communautés pour l’audiovisuel, etc.). Ce morcellement, entre ministres et niveaux de pouvoir, nuit à la lisibilité de la mise en œuvre pour les citoyens.
Le Collectif Accessibilité Wallonie-Bruxelles (CAWaB), regroupant 22 associations, alerte sur une accessibilité “théorique” : aucune autorité de contrôle clairement désignée, absence de vérifications proactives, pas de rubrique spécifique sur le site de réclamations, et surtout aucune sanction prévue.
En tant que ministre chargé de l’Égalité des chances et des personnes handicapées, votre rôle est essentiel, car l’accessibilité relève des droits fondamentaux.
Je souhaite dès lors vous poser les questions suivantes :
La transposition est-elle complète et conforme aux exigences européennes dans les délais ?
Quels changements concrets les citoyens peuvent-ils attendre (banques, numérique, transports, e-commerce) ? Et selon quel calendrier ?
Quelles autorités sont chargées du contrôle ? Des vérifications proactives sont-elles prévues, ou reposera-t-on sur les signalements des personnes concernées ?
Une rubrique spécifique “accessibilité” sera-t-elle ajoutée au site fédéral de réclamations ?
Quelles sanctions sont prévues en cas de non-respect, notamment dans le numérique ?
Que fait le gouvernement pour garantir l’effectivité des règles, y compris dans les services publics ?
Une campagne d’information est-elle prévue à destination des citoyens, associations et professionnels ?
Enfin, quelle est votre posture :
pour coordonner la mise en œuvre au niveau fédéral ?
pour renforcer la coopération interfédérale ?
pour garantir une vision transversale et inclusive de l’accessibilité sur tout le territoire ?
Je vous remercie.
Rob Beenders:
Madame Schlitz, en ce qui concerne les compétences fédérales, la directive a été transposée dans son intégralité et la Commission européenne a été informée des mesures prises. Celles-ci ont été publiées sur le site web officiel pour la législation de l'Union européenne. Cette directive introduit l'obligation d'accessibilité pour une série de produits mis sur le marché européen tels que des ordinateurs, smartphones, liseuses électroniques, terminaux de paiement ou encore des distributeurs automatiques de billets.
Divers groupes de prestataires de services tels que les banques, les compagnie de transport, de commerce électronique, etc., doivent également respecter des exigences spécifiques en matière d'accessibilité pour leur secteur. La directive est d'application depuis le 28 juin dernier. Toutefois, il existe des exceptions. Par exemple, la date limite pour l'accessibilité du numéro d'urgence n'est fixée qu'à 2027.
En outre, des mesures transitoires ont été prévues pour les prestataires de services afin qu'ils puissent continuer à utiliser les produits qui ne sont pas conformes aux nouvelles normes tels que les guichets automatiques bancaires, qu'ils utilisaient déjà avant juin 2025.
Les instances de contrôle déjà existantes pour chaque secteur assumeront également la surveillance des exigences de l’European Accessibility Act (EAA). Par exemple, pour les produits, il s'agira du SPF Économie et de l’IBPT. Pour les médias audiovisuels, il s'agira des Communautés et de l’IBPT.
Il n'existe pas de régime de sanctions uniforme. Pour le fonctionnement de la surveillance des procédures, des plaintes et des sanctions éventuelles par secteur, je vous invite à vous adresser aux ministres compétents. Je vous invite également à contacter les ministres compétents pour chaque secteur en ce qui concerne l'effectivité des règles.
Il n'y a pas de campagne d'information prévue pour l'ensemble des secteurs.
Dans les mois à venir, je souhaite continuer à travailler avec mes collègues ministres sur l'accessibilité à tous les niveaux de pouvoir. C'est pourquoi l'accessibilité sera reprise dans mes discussions avec les autres ministres à l'occasion de la mise en place du plan d'action fédéral Handicap. Je mettrai également cette thématique à l'agenda de la CIM Handicap afin de faire le suivi des recommandations de l'ONU que la Belgique a reçues sur l'accessibilité.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre réponse circonstanciée, monsieur le ministre. En effet, je pense qu'il serait utile qu'il ait y à court terme une information à destination des opérateurs concernés par la directive. Cela me paraît vraiment important pour l'effectivité du droit. En ce qui concerne vos collègues, je peux leur déposer mes questions, mais pour faire en sorte qu'il y ait une bonne coordination de l'action des membres de votre gouvernement , je pense que vous devriez prendre le lead, en tant que ministre de l'Égalité des chances.
Het Europese herstelfonds en de versoepeling van de bedrijfswagenfiscaliteit
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het risico dat België 282 miljoen euro uit het Europees herstelfonds (mijlpaal 126: *Zero Emission Company Cars*) verliest door de versoepelde fiscaliteit voor hybride bedrijfswagens, volgens EV Belgium. Minister Van Peteghem bevestigt dat de Europese Commissie hierover vragen stelde en dat de maatregel al werd aangepast, maar verwijst voor terugvorderingsmechanismen naar een EU-document (COM/2023/545). Concrete bevestiging of ontkenning van het bedrag of de EU-tegenstand ontbreekt, terwijl Vermeersch benadrukt dat verdere opvolging met Brussel nodig is.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, per schriftelijke vraag (nr. 32) heb ik de minister reeds uitgebreid bevraagd over de opvolging van het Europees herstelfonds. Recent verschenen in de pers echter bedenkingen bij de door de regering geplande herziening van de fiscaliteit voor hybride bedrijfswagens.
Volgens EV Belgium, de federatie van elektrische mobiliteit in België, zou de versoepeling van die fiscaliteit ertoe leiden dat België 282 miljoen euro aan middelen uit het Plan voor Herstel en Veerkracht – het Europees herstelfonds – misloopt. Voor alle duidelijkheid, wij vinden het op zich positief dat er een versoepeling komt. Niettemin heb ik daarover een aantal begrotingstechnische vragen.
Klopt het door EV Belgium genoemde bedrag? Staat er effectief 282 miljoen euro aan relancegelden op het spel? Op welke wijze is dat bedrag berekend, of hoe zou het volgens u berekend moeten worden?
Kunt u bevestigen dat de bedoelde maatregel nummer 126 is, getiteld Zero Emission Company Cars, en dat hiervoor reeds een betaling werd ontvangen in het kader van de eerste betalingsaanvraag?
Indien bovenstaande correct is, hoeveel middelen zijn er voorzien voor het behalen van die mijlpaal? Via welk mechanisme kan of zal de Europese Commissie die middelen inhouden dan wel terugvorderen? Graag een grondige toelichting hierover, mijnheer de minister.
De regering zou inmiddels contact hebben opgenomen met de Europese Commissie. Kunt u toelichten hoe de Europese Commissie zich verhoudt tot de stelling van EV Belgium? Zal de Europese Commissie zich verzetten tegen de versoepeling van de fiscaliteit rond hybride bedrijfswagens?
Vincent Van Peteghem:
Dank u wel, mijnheer Vermeersch.
Het klopt inderdaad dat de Europese Commissie in het kader van de geplande wijzigingen aan het fiscale regime voor hybride bedrijfswagens vragen heeft gesteld met betrekking tot mijlpaal 126 van het Plan voor Herstel en Veerkracht. Die gesprekken zijn vervolgens vooral gevoerd met mijn collega, de minister van Financiën, de heer Jambon, die bevoegd is voor die maatregel. De voorgestelde regeling inzake hybride bedrijfswagens werd nadien ook aangepast, zoals u ongetwijfeld weet.
Wat betreft de hypothetische gevolgen bij een terugdraaiing van een voltooide mijlpaal of een streefdoel, verwijs ik graag naar bijlage 2 bij het verslag van de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, van 19 september 2023, met als referentie COM/2023/545 final.
Ik ben ervan overtuigd dat u via die referentie alle informatie vindt op uw voorlaatste vraag, anders wordt het antwoord veel te uitgebreid.
Wouter Vermeersch:
Mijn excuses, mijnheer de minister, maar ik ken die bijlage niet van buiten. Ik heb die misschien ooit eens doorgenomen en ik zal dat uiteraard nu opnieuw doen. We zullen inderdaad zien wat de impact kan of zal zijn, maar ik heb uit uw antwoord toch begrepen dat u regelmatig in contact staat met de Europese Commissie om dit verder te begeleiden. We zullen zien of daar nog een staartje aan komt. Ik dank u voor uw antwoord.
De bijsturingen aan het bij Europa ingediende meerjarenplan
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem benadrukt dat de EU-evaluatie draait om de netto-uitgavennorm (niet het tekort) en dat de huidige flexibiliteit via de ontsnappingsclausule tot 2028 de begroting dekt, maar kritische bijsturingen onvermijdelijk zijn bij de volgende begrotingsronde. Vermeersch kaart aan dat het meerjarenplan (tekort <3% en schuld <60% tegen 2029) onhaalbaar is, wijst op gebrek aan concrete saneringen en vreest dat belastingverhogingen (bv. meerwaarde- en defensiebelasting) de burger zullen opzadelen, in strijd met verkiezingsbeloftes. De kernspanning blijft: Europa’s normen vs. ontbrekende actie en wie de toekomstige rekening betaalt.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, bij de voorstelling van de studie over tien jaar overheidsfinanciën van het Belgisch Instituut voor openbare financiën verklaarde u dat u blijft vasthouden aan het ingediende meerjarenplan en zou bijsturen waar nodig.
Ondanks alle opmerkingen bij de haalbaarheid van de initiële plannen van de regering en ondanks de stellingname van de regering dat zou worden bijgestuurd waar nodig, is tot op heden volgens ons en in de mate waarin wij het kunnen nagaan, geen actie ondernomen.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat u blijft vasthouden aan de doelstelling om tegen 2029 zowel het gezamenlijke overheidstekort als het tekort van entiteit I onder de 3 % van het bruto binnenlands product te laten zakken?
Ten tweede, welke bijsturingen acht u daartoe noodzakelijk?
Ten derde, op welke termijn plant u de bijsturingen te verrichten?
Vincent Van Peteghem:
Ik wijs er nogmaals op dat de Europese Commissie ons in het kader van het meerjarenplan evalueert aan de hand van de netto-uitgavennorm en niet op basis van het vorderend tekort, waarnaar u in uw vraag en eigenlijk ook in uw vorige vraag ten onrechte verwijst.
Uit de tabel in het rapport van het Monitoringcomité, dat voorbije donderdag werd gepubliceerd, valt af te leiden dat, rekening houdende met de activering van de nationale ontsnappingsclausule, de impact van de stijging van de netto-uitgaven op de controleberekening meer dan gecompenseerd wordt door de toegestane flexibiliteit in de periode tot 2028.
Dat neemt uiteraard niet weg dat behalve onze verplichtingen tegenover Europa ook een strenge begrotingsbehoedzaamheid cruciaal is, noch dat de Maastrichtnormen irrelevant zouden zijn geworden. De huidige budgettaire toestand zal ons noodzaken om bij de komende begrotingsoefening kritisch onder de loep te nemen welke bijsturingen nodig en mogelijk zijn.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, de Maastrichtnormen zijn niet in de vuilnisbak gekieperd en biljven onlosmakelijk overeind. Die zijn ook bevestigd. U hanteert trouwens zelf de 3 %-tekortnorm in uw eigen regeerakkoord. U past die toe wanneer het u uitkomt. Laten we ook eerlijk zijn, het uitgaventraject moet er net toe leiden dat de Maastrichtnormen van een tekort van 3 % en een overheidsschuld van 60 % worden gehaald. Mijnheer de minister, u blijft koppig vasthouden aan een meerjarenplan dat al van bij de start door zowat elke expert als onhaalbaar werd bestempeld. Wij zien op het moment geen sanering, geen ingrepen, geen ambitie, maar alleen gebakken lucht en een hoop wollige beloftes. Ondertussen kijkt Europa uiteraard met argusogen toe. Die ontsnappingsclausule vervalt normaliter ook over enkele jaren. Wie betaalt straks de rekening? Juist, u raadt het al: dat zal natuurlijk de hardwerkende Vlaming zijn. Die mag niet alleen hogere belastingen slikken, maar ook nog eens opdraaien voor de facturen van uw regering. Ik verwees daarnet al naar de meerwaardebelasting. Ondertussen is er ook sprake van een defensiebelasting. Het houdt niet op. Dat is uiteindelijk het begrotingsbeleid van de regering-De Wever; het is een absolute schande en niet wat aan de kiezer beloofd werd voor de verkiezingen.
Het Europese herstelfonds en het waterstofnetwerk van Fluxys
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België riskeert tot 80 miljoen euro aan EU-herstelfondsgelden (een *lening*, geen subsidie) te verliezen door de stilgelegde en mogelijk geschrapte Fluxys-waterstofpijpleiding (Kallo-Zelzate), vertraagd door juridische procedures en PFAS-bezwaren, terwijl het project al werd ingekort van 150 naar 51 km. Minister Van Peteghem bevestigt lopende herzieningen en overleg met vakministers en de Europese Commissie om de middelen *veilig te stellen*, maar Vermeersch kritiseert het herstelplan als *haastig, vluchtig en inefficiënt*, met structurele vertragingen die België—als netto-bijdrager—extra kosten opleveren door gemiste deadlines en slecht beheer. Alternatieven of concrete vervangprojecten werden niet genoemd, wel benadrukt dat de financiële impact van schrapping beperkt blijft door de leningstructuur. De fundamentele zorg blijft dat slechte planning en juridische obstakels de kostenefficiëntie van het fonds voor België verder ondermijnen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, het zou handig zijn mocht een aantal vragen die hetzelfde thema behandelen worden samengevoegd. Zo heb ik twee gelijkaardige vragen over het Europees herstelfonds, maar ik zie dat die niet zijn samengevoegd.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, in eerdere gevallen werd beslist om bepaalde vragen samen te voegen en toen was dat ook niet goed. Het zal dus nooit goed zijn en die opmerking zal altijd gemaakt worden. Ik twijfel er niet aan dat u uw best hebt gedaan om in de verschillende vragen minimale verschillen aan te brengen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, ik weet waaraan u refereert, maar ik ben de heer Van Quickenborne niet. We hebben nogal uiteenlopende visies en opvattingen over een aantal zaken.
Dat gezegd zijnde, mijnheer de minister, ik heb u al vaker ondervraagd over het Europees herstelfonds.
Volgens berichtgeving in de Franstalige pers dreigt België tot 80 miljoen euro aan Europese relancegelden te verliezen, dit als gevolg van de stillegging van de werken aan het waterstofnetwerk tussen Kallo en Zelzate. Dat netwerk wordt door Fluxys aangelegd en moest oorspronkelijk vóór eind augustus 2026 afgerond zijn om de Europese middelen veilig te stellen. De werken werden echter opgeschort door een juridische procedure, aangespannen door lokale landbouwers, uit vrees voor PFAS-verontreiniging. Ondertussen is het project al afgeslankt van 150 naar 51 kilometer. Bovendien blijkt uit berichtgeving dat het kabinet van de minister van Energie aan het kabinet van de minister van Begroting heeft gevraagd om het project zelfs volledig uit het relanceplan te schrappen.
Bevestigt u dat België het risico loopt om tot 80 miljoen euro aan Europese relancegelden te verliezen door het stilleggen en mogelijk schrappen van het Fluxysproject?
Wat is de stand van zaken van het overleg tussen uw kabinet en het kabinet van de minister van Energie over de eventuele vervanging van dit project binnen het herstelplan?
Welke concrete alternatieve investeringsprojecten overweegt u momenteel ter vervanging om het verlies van Europese middelen te vermijden?
Hoe beoordeelt u het beheer van dit soort projecten binnen het relanceplan? Plant u maatregelen om gelijkaardige risico's in de toekomst te vermijden?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vermeersch, een herziening van verschillende projecten in het kader van het Plan voor Herstel en Veerkracht is lopende. Daarom lopen er gesprekken met zowel de bevoegde vakministers als met de Europese Commissie. Het is in elk geval de bedoeling van de regering om de middelen in het kader van het Plan voor Herstel en Veerkracht veilig te stellen zodat we die ook effectief kunnen besteden.
Wat betreft het door u aangehaalde project, wijs ik erop dat het om een lening gaat en niet om een subsidie. De impact van een eventuele terugtrekking van het project uit het Plan voor Herstel en Veerkracht zal dus veel minder groot zijn, gelet op de economische voorwaarden van leningen onder het PHV.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, waterstof is vluchtig, net zoals de ambities van uw regering.
Dat gezegd zijnde, we stellen vast dat het herstelplan regelmatig wordt bijgestuurd en dat we daarbij geen beste beurt maken. Bepaalde mijlpalen komen onder druk te staan en projecten worden niet gerealiseerd. Eigenlijk is heel dat herstelplan knip- en plakwerk geworden, haastig en vluchtig opgesteld.
We maken ons daar toch ernstige zorgen over, vooral omdat België in dat Europees herstelfonds een netto bijdrager is. We steken meer in het fonds dan we er ooit zullen uithalen. Als we er dan bovendien voor zorgen dat ons plan slechts half wordt uitgevoerd, dat betalingen laattijdig of zelfs helemaal niet worden ontvangen, dan wordt de netto kost van dat herstelfonds voor ons, door onze eigen onkunde en inefficiënte aanpak, nog veel groter. Dat is betreurenswaardig. Daardoor zullen vele miljoenen, zelfs miljarden, weglekken in een land met een noodlijdende begroting.
Tot die spijtige conclusie komen we aan het einde van deze commissievergadering, mijnheer de voorzitter.
Voorzitter:
Op dat laatste punt moet ik u tegenspreken, want onze commissievergadering is nog niet ten einde.
Het tijdig indienen van een sociaal klimaatplan bij de Europese Commissie
Het Belgisch sociaal klimaatplan in het kader van het Europees Sociaal Klimaatfonds
De stand van zaken betreffende het sociaal klimaatplan
De stand van zaken betreffende het sociaal klimaatplan
Het Belgische sociaal klimaatplan en de Europese rapportageverplichtingen
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
VB
Kurt Ravyts
PS
Marie Meunier
CD&V
Phaedra Van Keymolen
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om ETS2 (CO₂-heffing op gebouwen en transport vanaf 2027) en het uitblijvende Belgisch Sociaal Klimaatplan (deadline 30/06/2025 gemist), dat kwetsbare huishoudens moet beschermen via Europese middelen (€1,66 mjd). Minister Crucke bevestigt dat de federale overheid de coördinatie op zich neemt, maar onderhandelingen over middelenverdeling (tussen gewesten en federaal) en cofinanciering (€600 mjd, nog niet geborgd) lopen nog—doel is indienen tegen 29/07. België steunt ETS2-principe (samen met 17 EU-lidstaten in *non-paper*), maar vraagt prijsstabiliteit en gerichte compensatie (bv. forfaitaire steun voor stookoliegebruikers, fiscale kortingen voor KMO’s), terwijl Vlaanderen al eigen maatregelen (tax cuts, renovatiepremies) trof—kritiek blijft op sociale impact (tot €548/jaar extra voor slecht geïsoleerde huishoudens).
Voorzitter:
De heer Coenegrachts is nog niet aanwezig. Wij zullen hem nog even respijt geven. De heer Ravyts mag de spits afbijten.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, iedereen ligt blijkbaar wakker van ETS2. Ook uw coalitiepartner, de heer Bouchez, ziet plots een gevaar opduiken voor de vele mensen in Wallonië die bijvoorbeeld met stookolie verwarmen. Er is zelfs een schrijven gericht aan de Europese Commissie door een aantal EU-lidstaten. Dat betekent niet dat zij het principe in vraag stellen, maar ze hebben wel vragen en suggesties bij de uitvoeringsmodaliteiten.
Normaal gezien moest u tegen 30 juni 2025 een Belgisch sociaal klimaatplan klaar hebben. U zult me ongetwijfeld een stand van zaken kunnen geven. Ik meen in de plenaire vergadering van enkele weken geleden van u te hebben gehoord dat u tegen 21 juli 2025, dus volgende week, wilde landen. Ik vermoed dat het onderwerp vannacht ook ter sprake is gekomen in de kern, die u net als de kroon wellicht niet zult ontbloten.
Ik probeer niettemin een vraag te stellen. Wat is de stand van zaken?
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn volledige vraag niet aflezen. Hoe zal de verdeling binnen België over de gewesten gebeuren? Is al een autoriteit aangesteld die verantwoordelijk is voor de technische bijstand en de administratieve opvolging van die Europese middelen?
Mijnheer de minister, ik zou echt een oproep aan u willen doen, niet voor mijn partij maar voor de mensen: waak erover dat de sociaal kwetsbaren niet het slachtoffer worden. Kijk naar de Vlaamse regering – ik mag ook eens iets goeds zeggen over de Vlaamse regering, nietwaar mevrouw van Riet? Die heeft niet alleen een taxshift ingevoerd, maar ook een tax cut . Zij compenseert dus ook de mensen die nog met fossiele brandstoffen verwarmen.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, dans votre note d'orientation politique, qui a été approuvée récemment, on peut lire que "Le gouvernement fédéral s'en tient quoi qu'il en soit aux objectifs fixés dans le cadre du Green Deal. Au cours de cette législature, je m'engagerai donc pleinement en faveur de la transposition intégrale et de la mise en œuvre équitable de la directive ETS révisée, avec la mise en œuvre du nouvel ETS2 qui débutera pleinement en 2027".
Cette mesure est aujourd'hui remise en cause par des partenaires de majorité, notre collègue vient d'ailleurs d'en citer un. Je renvoie aux échanges en séance plénière ce 10 juillet. De plus, la ministre régionale Cécile Neven a annoncé que la Belgique avait adressé avec 17 autres États membres un non-paper à l'Europe pour demander un report ou des modifications substantielles.
Et il est vrai qu'un problème se pose: c'est le coût pour le citoyen, qui a été chiffré par le Bureau fédéral du Plan. Il est estimé entre 250 et 400 euros supplémentaires en moyenne annuelle. Et, pour ceux qui se chauffent au mazout (c'est le cas de nombreux Wallons), c'est même 548 euros. Et, si le logement est mal isolé, c'est plus cher encore. Les ménages les plus modestes seront donc plus affectés que les autres.
Monsieur le ministre, tout cela démontre la nécessité d'avancer au plus vite, avec des mesures structurelles pour faire baisser la facture des ménages, pour isoler les logements et pour faciliter l'accès aux pompes à chaleur, notamment. Et tout cela démontre aussi l'urgence d'un plan social pour le climat, qui permettrait d'atténuer l'impact pour les ménages les plus vulnérables. Le Plan Social Climat (PSC) aurait dû être remis à la Commission européenne le 30 juin 2025, malheureusement l'échéance a été dépassée.
Quelle est la position du gouvernement fédéral sur la mise en œuvre et l'entrée en vigueur d'ETS2 en 2027? Quel est le contenu du non-paper envoyé à l'Europe? Le gouvernement fédéral a-t-il pris part à cette initiative? Quelle a été la teneur des discussions au sein du gouvernement sur le sujet?
Comment réagissez-vous à l'étude du Bureau fédéral du Plan concernant l'impact sur les ménages? Quelles sont vos mesures pour faire baisser la facture des ménages, en particulier les classes moyennes et les plus vulnérables? Où en est la rédaction du plan social pour le climat?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, op 30 juni liep de deadline af voor de indiening van het nationaal sociaal klimaatplan bij de Europese Commissie, als sleutelvoorwaarde om middelen uit het Europees Sociaal Klimaatfonds te kunnen benutten. Dat plan moet duidelijk maken hoe we kwetsbare huishoudens en kleine ondernemers zullen ondersteunen in de omslag die hen te wachten staat door de invoering van het emissiehandelssysteem ETS2 vanaf 2027.
Vlaanderen had tijdig zijn luik klaar. Tegelijk bleven knopen op federaal niveau en in de interfederale afstemming onopgelost. Dat leidt tot begrijpelijke vragen op het terrein. Wie neemt de regie op? Welke middelen gaan waar naartoe? En vooral, wie garandeert dat die ondersteuning ook echt bij de mensen terechtkomt die ze het hardst nodig hebben?
Voor mij is het alvast duidelijk: het sociaal klimaatplan moet een hefboom zijn voor structurele maatregelen, zoals renovatieprojecten, duurzame verwarming en toegankelijke mobiliteit, vooral voor wie daartoe vandaag de middelen of mogelijkheden niet heeft.
Is het sociaal klimaatplan inmiddels ingediend bij de Europese Commissie? Zo niet, wanneer verwacht u dat dit alsnog zal gebeuren? Wat zijn de gevolgen van het uitstel voor het verdere traject?
Hoe zit het met de cofinanciering van ongeveer 600 miljoen euro? Kunt u meegeven hoe minstens een gedeelte ervan intussen geborgd is binnen de federale begroting?
Welke concrete maatregelen zal de federale overheid in het kader van het sociaal klimaatplan nemen ter ondersteuning van onze meest kwetsbare huishoudens en ondernemers?
Hoe verloopt de interfederale samenwerking momenteel concreet? Op welke manier bewaakt de federale overheid de samenhang en vooruitgang in dit dossier?
Is intussen duidelijk welke instantie binnen de federale administratie verantwoordelijk wordt voor de opvolging en praktische organisatie van het Sociaal Klimaatfonds?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, au-delà des chiffres, l'enjeu fondamental de l'ETS2 réside dans le soutien que nous souhaitons et devons apporter, comme vous l'avez précisé, aux ménages et aux entreprises les plus fragiles. Il est, en effet, important d'avoir à l'esprit que l'impact social de l'ETS2 sera notamment déterminé par l'usage qui sera fait des recettes générées par ce mécanisme. Son avantage est qu'il génère des recettes, qui peuvent ensuite être redistribuées pour accélérer la transition climatique.
De bevoegdheidsverdeling maakt dat de federale hefbomen zich vooral bevinden in de ondernemingsfiscaliteit en de voorziening van directe inkomstensteun aan kwetsbare gezinnen. De Europese Commissie verwacht dat dergelijke maatregelen tijdelijk en regressief zijn en gekoppeld aan structurele maatregelen, zoals renovatiemaatregelen of een betere toegang tot duurzame mobiliteit. Deze structurele maatregelen vallen onder de gewestelijke bevoegdheid. Om mogelijke federale maatregelen voor inkomstensteun af te stemmen op gewestelijke materie is het nodig dat het Overlegcomité eerst beslist over de verdeling van de middelen.
Dans le cadre du Fonds social climat, deux mesures sont sur la table des négociations. La première mesure consiste en une aide directe au revenu énergétique, destinée aux ménages précaires bénéficiant déjà d'un soutien via le Fonds social mazout. Pour les ménages vulnérables qui se chauffent au gasoil de chauffage, au pétrole lampant, au gaz propane en vrac, une allocation forfaitaire annuelle par ménage sera octroyée. Ces ménages seraient identifiés sur la base d'une enquête sociale. En ce qui concerne les ménages précaires utilisant le gaz naturel, généralement soutenus via le Fonds gaz et électricité, un fonds séparé serait mis en place afin de couvrir une partie des factures impayées de gaz. Seule la part de la facture imputable à l'ETS2 serait éligible à cette intervention, sur la base d'un taux fixe correspondant à la hausse induite par l'ETS2 sur la facture.
Les bénéficiaires de cette aide seraient également informés et accompagnés de manière proactive au sujet des autres mesures structurelles mises en œuvre par les Régions afin de maximiser leur accès aux solutions à long terme.
La deuxième mesure fédérale prévoit une augmentation du taux actuel de déduction fiscale thématique en faveur des micro-entreprises vulnérables; cette majoration viserait les entreprises qui relèvent de la définition de l'Union européenne, qui sont particulièrement exposées aux effets de l'ETS2. Le reste des recettes issues de l'ETS2, soit entre 5,4 et 7,6 milliards d'euros pour la Belgique sur la période 2027-2030, sera également mobilisé pour accompagner les ménages et les entreprises dans la transition climatique. L'usage de ces recettes doit encore être discuté au sein du gouvernement.
De deadline van 30 juni is verstreken, maar we doen er alles aan om zo snel mogelijk een Belgisch sociaal klimaatplan in te dienen. Nu de administratieve en technische werkzaamheden zijn afgerond, werken we parallel aan een akkoord over de verdeling van de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds en over de beheersstructuur die moet zorgen voor de correcte implementatie, monitoring en rapportering van de geplande maatregelen en investeringen.
Deze maatregelen kunnen pas effectief worden uitgevoerd als er meer duidelijkheid is over de verdeling van de middelen tussen de gewesten en de federale overheid. Deze gesprekken zijn nog steeds aan de gang, maar ik hoop binnenkort tot een akkoord te komen. Ik heb daarover vanavond nog een vergadering. De definitieve vaststelling van het plan zou dan vrij snel moeten plaatsvinden en ik behoud dus de datum van 29 juli.
Bovenop zijn aandelen in de Europese inkomsten zal België zelf een cofinanciering moeten verzekeren die minstens 25 % van de totale kosten van het Belgisch sociaal klimaatplan vertegenwoordigt, te verdelen tussen de gefedereerde entiteiten en de federale overheid in verhouding tot hun aandeel uit het Sociaal Klimaatfonds. De voorfinanciering van de aangenomen maatregelen moet dus ook nog worden bepaald.
Nous espérons qu'un accord en CodeCo pourra être obtenu afin de pouvoir transmettre le Plan Social Climat à la Commission européenne le plus rapidement possible après l'été.
U vraagt of er al een autoriteit is aangesteld die verantwoordelijk is voor de technische bijstand en de administratieve opvolging van het fonds.
De Nationale Klimaatcommissie heeft op 22 april 2025 beslist dat het federale niveau verantwoordelijk is om de rol van bevoegde autoriteit op zich te nemen. Daardoor komt de algemene coördinatie en administratieve opvolging van het fonds, met inbegrip van het opstellen en opvolgen van betalingsaanvragen op basis van behaalde mijlpalen, het overmaken van deze aanvragen aan de Europese Commissie en het doorstorten van de middelen, bij de federale overheid te liggen. De federale overheid zou daarom aanspraak moeten kunnen maken op de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds die beschikbaar zijn voor technische bijstand, om de kosten te dekken die gepaard gaan met deze coördinerende functie.
Een andere vraag betreft de rol van de federale overheid in de coördinatie van het plan en de samenwerking met de gewesten. De interfederale samenwerking verloopt goed en wordt binnen de administraties opgevolgd via de werkgroep Sociaal Klimaatfonds van de Nationale Klimaatcommissie. Die werkgroep stemt wekelijks of tweewekelijks af en wordt in haar werkzaamheden ondersteund door het Technical Support Instrument, aangeboden door de Europese Commissie, net als bij negen andere lidstaten. De werkgroep heeft regelmatig overleg met de stakeholders, zowel over de prijsimpact van het ETS2 op kwetsbare doelgroepen als over de impact van mogelijke maatregelen. Politiek overleg vindt plaats op het niveau van de plenaire vergadering van de Nationale Klimaatcommissie. Een sterke governancearchitectuur, met een splitsing van verantwoordelijkheden inzake implementatie, opvolging, controle en audit, zal deel uitmaken van het sociaal klimaatplan.
Er was nog een vraag over wat de mogelijke gevolgen zijn als België de deadline van 30 juni 2025 niet haalt, zowel financieel als juridisch? Er zijn geen juridische of financiële gevolgen als België het Sociaal Klimaatplan niet uiterlijk op 30 juni indient. Het voor België voorziene budget van 1,66 miljard euro blijft ongewijzigd. Het enige gevolg is een mogelijke vertraging in de inwerkingtreding en uiteraard de noodzaak voor de autoriteiten om het implementatieschema zorgvuldig op te stellen, zodat de doelstellingen kunnen worden gehaald en aan de voorwaarden voor het verkrijgen van Europese fondsen wordt voldaan. Dat is echter een kwestie van rigoureuze programmering.
Hoe zit het met de cofinanciering van ongeveer 600 miljoen euro? Kunt u aangeven hoe minstens een gedeelte ervan intussen gebruikt is binnen de federale begroting? Elke entiteit is zelf verantwoordelijk voor het pro rata voorzien van de 25 % cofinanciering van de eigen maatregelen. De grootte van de federale cofinanciering zal dus opnieuw afhangen van het deel dat het federale deel zal toekomen. Dat is nog in onderhandeling. De borging van die middelen is nog niet voorzien in de federale begroting en zal afhankelijk zijn van de uiteindelijke maatregelen. Lidstaten zijn vrij om de cofinanciering te voorzien via de veiling van de inkomsten van ETS2. Indien het federale niveau of een andere entiteit van die mogelijkheid zou gebruikmaken, kan de cofinanciering pas worden verzekerd zodra in de lopende onderhandelingen een akkoord wordt gesloten over de burden sharing .
Quelle est la position du gouvernement fédéral sur la mise en œuvre et l'entrée en vigueur de l'ETS2 en 2027? Le système d'échange des quotas d'émission est une des pierres angulaires de la politique climatique européenne. L'élargissement de ce système au secteur du bâtiment, des transports et de la petite industrie est à cet égard crucial pour atteindre les objectifs de réduction des émissions de gaz à effet de serre déjà convenus par l'Union européenne et les États membres.
Le signal pris qui sera ainsi créé soutiendra des investissements plus durables et rendra, (puisque vous l'avez cité en exemple) les pompes à chaleur, l'isolation des bâtiments ou les véhicules électriques plus attractifs par rapport à leur alternative responsable de l'émission de gaz à effet de serre. Il est, néanmoins, très important que les revenus générés par cette mesure soient redistribués aux ménages et aux entreprises belges afin que la transition se fasse équitablement pour chacun. Les recettes directes pour la Belgique provenant de l'ETS2 sont estimées entre 5,4 et 7,6 milliards d'euros pour la période 2027-2030 en fonction de plusieurs hypothèses dont le prix de la tonne de carbone.
L'accord de coalition stipule que ces ressources seront utilisées pour soutenir la transition des citoyens et des entreprises à travers des mesures et avantages fiscaux. La préparation de la mise en œuvre de l'ETS2 a déjà commencé et se déroule sans accroc. À partir de 2024, les entités réglementées, les distributeurs de carburant fournissent des rapports sur les quantités de carburant mises sur le marché, tandis qu'à partir de 2028, elles devront restituer une certaine quantité de quotas d'émissions pour compenser leur émission et générer en 2027.
En complément du prix carbone européen, nous étudierons la manière de renforcer le signal de prix en faveur des solutions décarbonées, comme mentionné dans l'accord de gouvernement. Le gouvernement favorisera donc la décarbonation de la consommation et recherchera comment concrétiser un signal de prix favorable à l'électricité et aux combustibles neutres en carbone et défavorables aux combustibles fossiles afin de rendre les alternatives bas carbone encore plus attractives.
Quel est le contenu d'un non-paper envoyé à l'Europe? Le gouvernement fédéral a-t-il pris part à cette initiative et quel est l'état des discussions au sein du gouvernement?
La Belgique a signé, avec 17 autres États membres, un non-paper adressé à la Commission européenne concernant l'incertitude liée au niveau des prix futurs et à la volatilité des prix dans le cadre de l'ETS2. Les signataires ne demandent ni de reporter ni de supprimer l'ETS2. Au contraire, ils soulignent que l'ETS2 sera un instrument essentiel pour atteindre les réductions d'émissions dans les secteurs du bâtiment et des transports en combinaison avec d'autres politiques sectorielles et mesures de soutien nécessaires à la décarbonisation de ces secteurs - ce qui fut ma plaidoirie à Copenhague cette semaine.
Par le biais de ce non-paper , les États signataires appellent à garantir les estimations de prix fiables dans le but de prévenir les fluctuations excessives et les hausses soudaines. Cela permettrait la mise en place de politiques d'accompagnement adaptées ainsi qu'un soutien social approprié. Une trajectoire des prix prévisibles et rigoureusement définie est également cruciale pour préserver la confiance du public dans ce mécanisme. Dans ce document, il est donc demandé à la Commission de publier régulièrement des informations afin d'améliorer les prévisions de prix pour l’ETS2. Ces informations, aideront les autorités nationales à mieux planifier leur politique. Les mesures de soutien aideront les consommateurs à anticiper la rentabilité des investissements en bas carbone et amélioreront de manière générale la prévisibilité et l'efficacité du signal prix du carbone.
Ce document propose également d'examiner plusieurs autres mesures complémentaires: le lancement d'enchères anticipées de quotas dès 2026 afin de réduire l'incertitude sur les prix en 2027, un assouplissement des conditions de déclenchement de la réserve de stabilité du marché afin de limiter la volatilité et d'augmenter les volumes libérés par cette réserve en cas de tension sur le marché, la prolongation de la durée de vie de la réserve au-delà de 2031 et enfin, le renforcement des mécanismes de contrôle des prix. Ces mesures sont essentielles car ce sont elles qui permettront une certaine maîtrise de l'évolution des prix du carbone.
Concernant l’étude du Bureau du Plan sur l'impact sur les ménages, j'ai pris connaissance de cette étude évaluant l’impact de l’ETS2 sur les ménages belges, pas sur les microentreprises, sur la base du modèle EUROMOT. Cette étude est une contribution intéressante au débat sur l’ETS2 et sur ses mesures d'accompagnement. Elle contribue à identifier objectivement les types de ménage qui sont susceptibles d'être touchés par ce signal-prix envoyé par l’ETS2 et nous informe, dès lors, sur le type de mesures qui doivent être mises en place afin d'éviter ou de compenser un tel impact et faciliter la transition de ces ménages.
Il s'agit d'un important rappel. Nous devons mettre en place des mesures d'accompagnement solides afin de soutenir les ménages et les entreprises les plus vulnérables à l’ETS2. Plusieurs nuances peuvent, néanmoins, être apportées vis-à-vis des résultats obtenus par le Bureau fédéral du Plan. Premièrement, le prix de l’ETS2 n'est pas encore connu, ce qui empêche évidemment de calculer avec précision son impact réel sur les ménages. Deuxièmement, l'étude se fonde sur les données de consommation énergétique de 2015 issues des enquêtes sur les budgets des ménages. Cela conduit à mon sens à une surestimation de l'impact de l’ETS2, car la consommation actuelle de combustibles fossiles est déjà nettement plus faible en raison des efforts consentis en matière d'efficacité énergétique et d'électrification.
Pour ces raisons, nous nous attendons également à ce que la consommation des ménages continue à diminuer à l’horizon 2030. Troisièmement, ces analyses reposent sur les résultats d’une enquête, laquelle ne constitue pas toujours un outil optimal pour estimer avec précision les consommations énergétiques. Ces trois éléments laissent donc à penser que l’impact d’ETS2 sur la facture énergétique des ménages sera inférieure à l’estimation du Bureau fédéral du Plan, pour un prix donné de l’ETS2.
Enfin, plus important encore, il est également essentiel de retenir que cette étude ne prend pas en considération les mesures fédérales et régionales prévues dans le Plan social pour le climat. Ces mesures ont justement pour objectif d’atténuer de manière significative l’impact financier d’ETS2 sur les ménages vulnérables, tout en leur permettant de participer activement à la transition énergétique.
Kurt Ravyts:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreid antwoord.
Zoals u hebt herhaald, is er ook het federale luik binnen het Belgisch Sociaal Klimaatfonds, waar het Overlegcomité een belangrijke beslissing moet nemen over de middelen, met een cascade aan gevolgen voor de kwetsbare groepen. Wat doet evenwel de Vlaamse regering? De Vlaamse regering haalt ook nog middelen uit de algemene veiling om een tax cut door te voeren. Ook de middenklasse zal dus door ETS2 worden getroffen. Wij, het Vlaams Belang, zouden daarom ook een extra inspanning willen vragen van de federale regering. Dat zal ons voorstel zijn in de komende maanden.
Marie Meunier:
Merci monsieur le ministre pour cette réponse très complète. Pour notre part, nous serons attentifs aux mesures que vous prendrez pour faire baisser la facture des ménages. J'ai entendu qu'il y avait une réflexion sur les aides à l'installation de pompes à chaleur, etc. Nous ne manquerons pas de revenir avec d'autres questions si nécessaire.
Phaedra Van Keymolen:
Ik bedank de minister voor zijn uitgebreid, volledig en bovendien zeer helder antwoord. Ik hoop dat de deadline gehaald wordt en dat er spoedig een definitief plan beschikbaar is. Ik ben verheugd dat we het eens zijn over de noodzaak van structurele maatregelen. U verwees ook naar de afstemming met de gewesten, wat uiteraard van groot belang is. Uit uw antwoord heb ik begrepen dat die samenwerking vlot verloopt. Hopelijk blijft dat zo.
De aanbevelingen van de Europese Commissie met betrekking tot het Belgische milieubeleid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese Commissie kritiseert België voor onvoldoende klimaatambitie: te hoge fossiele subsidies, trage industriële decarbonisatie en een inefficiënte energiebelasting, waardoor de CO₂-reductie in 2030 (42,6%) onder de vereiste 47% blijft. Minister Crucke erkent de tekortkomingen en belooft een fiscale verschuiving (accijnzen van elektriciteit naar fossiel) en afbouw van fossiele subsidies, in overleg met Financiën, maar vermijdt concrete timing of maatregelen. Hij stelt details over het aangepaste klimaatplan (PNEC) uit tot een latere toelichting, wat bij Meunier twijfels laat over het halen van de EU-doelstellingen. De kernvraag—hoe België de klimaatkloof dicht—blijft onbeantwoord.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, dans ses recommandations annuelles émises le mercredi 4 juin, la Commission européenne s'est montrée particulièrement critique à l'égard de la politique environnementale de la Belgique, pointant plusieurs manquements: des subventions aux énergies fossiles encore trop élevées, une décarbonation industrielle trop lente et une fiscalité énergétique qui ne favorise pas le basculement vers des sources propres.
On le sait, et nous en avons déjà discuté dans cette commission, le Plan national Énergie-Climat (PNEC) de la Belgique se fait attendre depuis longtemps et vous avez annoncé qu'il devrait être prêt pour la rentrée. Mais la Commission souligne que, sur la base de la version provisoire du PNEC que vous lui avez présenté récemment, la Belgique n'atteindra qu'une réduction de 42,6 % de ses émissions de gaz à effet de serre d'ici 2030, ce qui est loin des 47 % initialement exigés.
Monsieur le ministre, quelle est votre réaction face à ces remarques de la Commission européenne et comment entendez-vous agir et au travers de quelles actions concrètes pour adapter le futur Plan national et garantir l'atteinte des objectifs climatiques d'ici 2030?
Jean-Luc Crucke:
Madame la députée, les recommandations de la Commission européenne du 4 juin, notamment ce qui concerne les subventions aux combustibles fossiles, ont retenu mon attention. La Commission a raison.
Sur le plan fiscal, la Commission, comme d'autres institutions internationales, recommande que la Belgique prenne des mesures concrètes pour supprimer les subventions aux énergies fossiles, en particulier dans le secteur du transport et des bâtiments. Elle souligne l'importance d'un transfert d'accises, comme vous l'avez précisé, sur l'électricité vers les énergies fossiles. L'accord du gouvernement prévoit bien d'examiner quelles subventions fossiles peuvent être réduites et dans quels délais réalistes un phasing-out peut avoir lieu sans impact économique négatif.
Concernant le tax shift sur les produits énergétiques, de nombreuses études ont été publiées ces dernières années, et encore très récemment. Je travaillerai avec le ministre des Finances – qui dispose de la compétence principale – pour mettre en œuvre ce tax shift , comme toutes les autres mesures fiscales qui peuvent contribuer à l'atteinte des objectifs climatiques.
Concernant vos questions sur le PNEC, sans vouloir vous offenser, je me permettrai de répondre à ces questions via un état des lieux présenté à l'occasion de la prochaine question, dans lequel vous trouverez toutes les réponses que vous cherchez.
Marie Meunier:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. C'est vrai que notre inquiétude était liée au fait qu'on n'atteigne pas ces 47 %. J'entends que vous y travaillerez avec votre collègue. J'espère sincèrement que ce minimum exigé sera atteint parce que c'est important. Nous y serons évidemment attentifs, et j'attendrai les réponses relatives au PNEC que vous apporterez aux collègues d'ici quelques minutes.
De voortgang van en het tijdpad voor het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het bij de Europese Commissie in te dienen Belgische NEKP
Het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan en de implementatie ervan
Gesteld door
MR
Hervé Cornillie
PVDA
Natalie Eggermont
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
VB
Kurt Ravyts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet tegen 21 juli een geactualiseerd Federaal Energie- en Klimaatplan indienen en het complete nationale PNEC uiterlijk eind september bij de EU inleveren om een bindende 47%-reductie van broeikasgassen tegen 2030 (vs. 2005) te halen. Vlaanderen mikt op 40% (tegen de vereiste 47%), terwijl Wallonië en Brussel dichter bij 47% zitten; de federale overheid ondersteunt met maatregelen (fiscaliteit, mobiliteit, kernenergie) maar geen eigen cijferdoel. Coördinatie tussen gewesten en verdeling van emissiekosten (ETS, CBAM) blijven knelpunten, met politieke onderhandelingen nodig na september om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Strategische afstemming voor toekomstige plannen (2031-2040) wordt urgent geacht om de Belgische institutionele vertragingen te overwinnen.
Voorzitter:
M. Cornillie et Mme Eggermont étant absents, je donne la parole à M. Ribaudo.
Julien Ribaudo:
Bonjour, monsieur le ministre. Je suis content de vous voir. Cela faisait longtemps que je n'étais plus venu dans cette commission vous poser une question.
En novembre dernier, la Commission européenne a ouvert une procédure d’infraction contre la Belgique en raison du retard pris dans la remise de son Plan national é nergie-Climat (PNEC). Après avoir déjà manqué plusieurs échéances, vous vous êtes engagé, lors de la séance plénière du jeudi 3 juillet, à le déposer avant le 21 juillet. Ce PNEC est essentiel pour garantir notre contribution à l’objectif européen de réduction de 55 % des émissions de gaz à effet de serre d’ici 2030, notamment dans des secteurs clés tels que le transport, le bâtiment et l’agriculture.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer que cette nouvelle échéance sera bien respectée? Quels sont les engagements chiffrés en matière de réduction des gaz à effet de serre que vous vous êtes fixés, et pour quelle échéance? Comment comptez-vous concrétiser ces objectifs?
Kurt Ravyts:
Op 6 juli bereikte de Vlaamse regering een akkoord over een geactualiseerd Vlaams Energie- en Klimaatplan. Er verschuiven voor 362 miljoen euro aan Vlaamse heffingen uit de elektriciteitsfactuur naar de aardgas- en stookoliefactuur, een taxshift in feite. Echter, om te voorkomen dat mensen die op gas verwarmen, de dupe worden, komt er een extra verlichting van hun elektriciteitsfactuur, zodat de totale energiefactuur voor hen min of meer - dat zal nog moeten blijken; ik geloof er niet veel van - ongewijzigd blijft.
Vlaanderen zit daarmee aan een daling van 40 % tegen 2030. Om Europa tegemoet te komen, zou de ambitie eigenlijk op een daling van 47 % moeten liggen. Toch reageerde u, mijnheer de minister, positief. U had het over een belangrijke maatregel. Uw voorgangster, een zekere mevrouw Khattabi, stelde al in 2021 en bleef dat sindsdien herhalen dat we, als we emissierechten moeten betalen en dus niet de door Europa vastgelegde cijfers halen, we over de verdeling van de factuur zullen moeten onderhandelen.
Hoe ver staat het met de federale bijdrage in het licht van het geactualiseerde NEKP, dat tegen 21 juli rond moet zijn?
Klopt het dat het definitief plan in september bij de Europese Commissie wordt ingediend?
Hoe reageert u op de kloof tussen de doelstellingen van het Vlaamse plan en die van de plannen van Wallonië en van Brussel, die in de niet-geactualiseerde versie wel tegen -47 % aanschurken. Wordt er nu met het oog op een intra-Belgisch akkoord gewerkt aan die verdeling van de factuur van de emissierechten? Wordt er rekening gehouden met de geactualiseerde versie? Hoe stelt u zich ter zake strategisch politiek op?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, je répondrai aux questions de Mme Meunier par la même occasion.
Chers collègues, les dernières semaines, des discussions intensives et constructives ont eu lieu avec les partenaires gouvernementaux sur la mise à jour du Plan fédéral é nergie-Climat (PFEC), c'est-à-dire la partie fédérale du PNEC. Cette mise à jour est en cours de finalisation. Ceci nous permet de nous inscrire entièrement dans le rétroplanning réaliste que nous avons soumis et présenté à la Commission européenne en mai dernier et que j'ai évoqué à plusieurs reprises au Parlement. Je vous confirme que le document sera bien présenté au gouvernement le 18 juillet.
We doen dus al het mogelijke om het Federale Energie- en Klimaatplan voor 21 juli in te dienen, zodat er voldoende tijd is om tegen eind september de respectieve bijdragen te integreren in een Nationaal Energie- en Klimaatplan. Wat het nationale plan betreft – waaraan nog enkele weken werk en politieke onderhandelingen tussen de gewesten en de federale overheid voorafgaan, nadat de bijdragen van alle entiteiten zijn ontvangen – hebben we ons er dus toe verbonden om het tegen eind september in te dienen. Dat heb ik deze week nog bevestigd aan commissaris Hoekstra. Dat was overigens niet in Kopenhagen, maar in Aalborg.
En preuve de bonne foi et d’avancement de nos travaux, nous enverrons les parties distinctes, sans compilation, à la Commission durant l’été. C’est ce que j’avais également promis au commissaire Hoekstra et il l’avait parfaitement bien compris. Il était d’ailleurs satisfait que nous puissions respecter les procédures, tel qu’annoncé.
Les négociations sur le PNEC sont menées conjointement avec le ministre de l’Énergie. C’est un exercice d'équilibre parfois délicat, dans lequel le projet de plan déjà transmis à la Commission européenne en novembre 2023 est amendé au regard des politiques et mesures de l’accord de gouvernement 2025-2029, qui contribue à la réalisation des objectifs en matière d’énergie et de climat.
Dans le contexte géopolitique actuel, face à la position concurrentielle de notre économie et à l’impact croissant du changement climatique, il est essentiel de trouver les équilibres. Il convient de protéger la compétitivité des entreprises tout en mobilisant des leviers fédéraux pour réaliser les objectifs climatiques et soutenir les ménages et les PME dans cette transition. J’ai eu plusieurs échanges enrichissants avec la Commission européenne sur l’état d’avancement du dossier. J’ai également échangé avec la ministre flamande Melissa Depraetere sur les politiques et mesures fédérales supplémentaires prévues dans l’accord de gouvernement et leur mise en œuvre pour que la Belgique atteigne l’objectif – contraignant, je le rappelle – d’une réduction de 47 % d’ici 2030 par rapport à 2005.
En lien avec le PNEC, il faudra également entamer rapidement les discussions sur la répartition des revenus issus des systèmes ETS, du mécanisme d’ajustement carbone aux frontières (MACF-CBAM) et du Fonds social pour le climat, en vue d’un accord sur l’ensemble dans les meilleurs délais. Je veillerai donc, à cet égard, à l’utilisation intégrale de ces moyens pour mettre en place une politique climatique ambitieuse, en application de l’accord de gouvernement qui précise que l ’autorité fédérale se réunit avec les Régions pour discuter notamment de la répartition des bénéfices (recettes des systèmes ETS, CBAM et Fonds social pour le climat). Ces recettes seront exclusivement affectées au financement de mesures visant à la lutte contre le changement climatique et à la compensation des efforts consentis par les citoyens et les entreprises à cet égard.
En ce qui concerne le renforcement de la coordination intergouvernementale en matière d’énergie et de climat, il s’agit d’un point d’attention pour le développement du prochain PNEC 2031-2040, sur lequel je plancherai dès que possible. J’entamerai ainsi rapidement les discussions à ce sujet avec mes collègues des Régions, afin de tenter d’établir un calendrier et des objectifs clairs en la matière, de développer une nouvelle méthodologie et de rendre le processus plus efficient.
Soyez assurés que cela fait partie de mes priorités. La politique climatique ne peut continuer de souffrir du contexte institutionnel belge, j’en suis convaincu. Nous devons pouvoir être plus réactifs, plus cohérents et plus intégrés.
Wat zijn de gekwantificeerde toezeggingen in termen van broeikasgasreducties en tegen wanneer? Hoe zal ik die doelstellingen bereiken? In het algemeen kunnen we twee onderdelen onderscheiden bij de vermindering van de uitstoot om de Europese doelstelling van -55 % te behalen. Het eerste onderdeel betreft het Emissions Trading System (ETS), dat op Europees niveau wordt geregeld en waarvoor de lidstaten zelf geen specifieke reductiedoelstellingen hebben. Het tweede onderdeel betreft de niet-ETS-sectoren, waaronder ook sectoren die onder het nieuwe ETS vallen, ETS2. Hiervoor heeft elke lidstaat wel een individuele bindende doelstelling. Voor België betekent het een uitstootreductie van 47 %.
De federale regering heeft zich niet verbonden aan een cijfermatige doelstelling. Emissies zijn territoriaal en worden daarom op regionaal niveau berekend. De regering wil de gewesten echter ondersteunen bij het realiseren van die reductie door gebruik te maken van de hefbomen die op federaal niveau beschikbaar zijn. Dat zijn fiscaliteit, mobiliteit en het spoor, steunmaatregelen voor energie-efficiëntie, productnormen, het gebruik van hernieuwbare energie in het vervoer, de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen, alsook de invoering van faciliterende maatregelen, bijvoorbeeld de versterking van het elektriciteitsnet, het opzetten van een kader voor waterstof, en de uitwerking van een strategie voor duurzame financiering. Ook het decarboniseren van de elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld via kernenergie, faciliteert en versnelt elektrificatie. Het plan omvat ook een reeks maatregelen die meer specifiek betrekking hebben op gebouwen, het wagenpark en federale overheidsopdrachten.
Sinds enkele weken vinden intensieve en constructieve besprekingen plaats met de regeringspartners om te bepalen hoe ver we kunnen gaan in die verschillende domeinen. Pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling zal halen om de emissies tegen 2030 met 47% te verminderen ten opzichte van 2005.
Indien dat niet het geval is, zullen we de besprekingen moeten hervatten, niet alleen op federaal niveau, maar ook met de gewesten, om de plannen zo snel mogelijk te versterken, zelfs als we het plan, zoals gepland, eind september indienen.
U vraagt vervolgens naar mijn reactie op de kloof tussen enerzijds de doelstellingen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) en anderzijds de plannen van Wallonië en Brussel, die wel dicht in de buurt van de -47 % komen. Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen zal behalen of niet. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september.
Dan zullen we bekijken welke stappen nodig zijn en hoe we samen met de gewesten onze maatregelen kunnen versterken.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Le rétroplanning sera respecté. C’est une très bonne nouvelle. Nous avons bien noté les prochaines échéances. Nous ne manquerons pas de revenir vers vous en septembre prochain.
Kurt Ravyts:
Ik dank u voor uw lang en uitgebreid antwoord. Het was verhelderend. Wij zullen tot september moeten wachten om te zien op welke manier een en ander in het geïntegreerde verhaal voor de dag komt. Er zal daarna nog een hartige politieke discussie moeten plaatsvinden, ook met Vlaanderen en de andere gewesten.
De eventuele intrekking van de Europese richtlijn betreffende greenwashing
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de opgeschorte EU-directieve tegen ecoblanchiment (greenwashing), die consumenten moet beschermen tegen misleidende milieubeweringen door bedrijven. België steunt de richtlijn, maar onderhandelingen zijn geblokkeerd door tegenstand van enkele lidstaten en aarzeling bij de Commissie; minister Crucke volgt het dossier op. Nationaal bestaat al een kader (via het Wetboek van Economisch Recht en de nieuwe *Empowerment*-richtlijn), maar bij definitief falen van de EU-plannen overweegt België versterkte wetgeving specifiek gericht op ecoblanchiment. Prévot benadrukt de noodzaak om lobbying tegen de richtlijn te weerstaan en het nationale juridische arsenal uit te breiden indien nodig.
Patrick Prévot:
Monsieur le Ministre,
Vous avez dénoncé par voie de presse avec votre collègue de la Mobilité Jean-Luc Crucke le possible retrait par la Commission européenne de sa proposition de directive visant à lutter contre l'écoblanchiment des entreprises.
Mon groupe ne peut que déplorer cette décision de la Commission européenne si elle venait à être effective. Cette proposition de directive allait dans le sens d'une meilleure protection des consommateurs envers des pratiques trompeuses. Il y a à l'heure actuelle des entreprises qui surfent sur la lutte contre le réchauffement climatique pour en tirer de plus grands bénéfices.
L'indignation semble présente tant dans les rangs de l'opposition que de la majorité. J'espère qu'à défaut d'une initiative européenne, la Belgique se montrera proactive et fera ce qu'il faut pour protéger ses consommateurs au niveau national.
Monsieur le Ministre,
D'abord, où en est cette proposition de directive ? Des négociations en trilogue sont-elles encore menées au moment où je pose oralement cette question ? Quel rôle joue la Belgique sur ce dossier ?
Ensuite (et enfin), une initiative via un projet de loi pour lutter contre l'écoblanchiment est-il à l'ordre du jour en cas de retrait définitif du texte de la part de la Commission européenne ?
Je vous remercie pour vos réponses.
Rob Beenders:
Monsieur Prévot, s'agissant de votre première question, la proposition de directive sur les allégations environnementales, dite "Green Claims", vise à garantir que les allégations émises par les entreprises soient précises, vérifiables et compréhensibles afin que le consommateur puisse former un choix éclairé et jouer un rôle actif dans la transition écologique. La Belgique soutient pleinement cette initiative européenne, essentielle pour renforcer la transparence et la confiance dans les messages environnementaux.
À l'heure actuelle, les négociations en trilogue entre le Parlement européen, le Conseil et la Commission sont suspendues. Ce blocage résulte notamment du changement de position de certains États membres ainsi que d'une incertitude exprimée par la Commission quant à son soutien à la version actuelle du texte. Pour sa part, la Belgique a exprimé clairement son attachement à cette directive et à la poursuite des négociations. Le suivi de ce dossier est assuré par mon collègue compétent en la matière: M. Crucke, ministre du Climat et de la Transition écologique. Pour toute question complémentaire relative à cette initiative, je vous invite à le contacter directement.
Ensuite, s'agissant de votre deuxième question, dans le cadre des matières relevant de ma compétence, je tiens à rappeler que l'écoblanchiment est déjà punissable, notamment à travers les règles relatives aux pratiques commerciales déloyales, telles qu'inscrites dans le Code de droit économique. Toute allégation environnementale fausse, trompeuse ou ne pouvant être dument vérifiée peut ainsi faire l'objet d'un contrôle et, le cas échéant, de sanctions. Par ailleurs, la directive européenne 2024/825, dite "Empowerment", adoptée en 2024 et visant à accorder aux consommateurs les moyens d'agir en faveur de la transition verte grâce à une meilleure protection contre les pratiques déloyales et à une meilleure information, viendra consolider cet arsenal juridique en introduisant explicitement certaines formes d'écoblanchiment dans la liste noire des pratiques commerciales déloyales. Néanmoins, nous restons attentifs à l'évolution du dossier à l'échelle européenne. En cas d'échec définitif du processus, nous examinerons les pistes possibles en tenant compte du cadre juridique existant et des exigences du marché intérieur.
En parallèle, le SPF Économie a déjà pris plusieurs initiatives à ce sujet.
Des guidelines sur les allégations environnementales ont notamment été publiées, ainsi que plusieurs communications destinées à sensibiliser les consommateurs aux pratiques de greenwashing. Merci pour votre question.
Patrick Prévot:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse très complète. Tout d'abord, je suis évidemment très content d'apprendre que votre position n'a pas changé d'un iota et que vous êtes favorable, tout comme votre collègue Jean-Luc Crucke, à la transposition de cette directive. J'entends néanmoins qu'elle est pour l'instant suspendue, notamment parce que certains États membres ont changé de position. Nul doute qu'il y aura encore eu, comme à l'accoutumée, un lobbying important auprès de certains États membres. Pour le surplus, et c'était l'objet de ma deuxième question, au niveau d'une initiative supplémentaire, si malheureusement cette directive venait à tomber à l'eau, ne faudrait-il pas renforcer notre arsenal législatif? J'entends que vous êtes ouvert à la question. Effectivement, aujourd'hui, cela rentre dans le champ des pratiques commerciales déloyales transcrites dans le Code de droit économique, mais demain peut-être, si malheureusement cette initiative européenne venait à tomber à l'eau, il y aurait lieu, chez nous, de renforcer encore l'arsenal pour pouvoir s'attaquer spécifiquement à l'écoblanchiment.
Het verslag van het Rekenhof en de gemotoriseerde capaciteit van Defensie
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-project
Het verslag van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
De opvolging en de verificatie van de economische return binnen het CaMo-programma
De economische return van het CaMo-programma
Het bezoek van de minister van Defensie aan Frankrijk in het kader van het CaMo-rapport
De opvolging van het CaMo-dossier en de aanbevelingen van het Rekenhof
De modernisering van het materieel voor de genie in het kader van het CaMo-programma
Het rapport van het Rekenhof over de gemotoriseerde capaciteit van Defensie (CaMo)
Het CaMo-programma
Een eventuele gemotoriseerde capaciteit (CaMo) op Europese schaal
De follow-up van het rapport van het Rekenhof betreffende het CaMo-project
Het CaMo-project
Evaluatie en opvolging van het CaMo-programma door het Rekenhof en Defensie
Gesteld door
Ecolo
Rajae Maouane
Groen
Staf Aerts
PS
Christophe Lacroix
Open Vld
Kjell Vander Elst
Open Vld
Kjell Vander Elst
Vooruit
Axel Weydts
Open Vld
Kjell Vander Elst
VB
Kristien Verbelen
Les Engagés
Luc Frank
PS
Patrick Prévot
CD&V
Koen Van den Heuvel
MR
Charlotte Deborsu
MR
Charlotte Deborsu
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om kritiek op het CaMo-project (aankoop 600 gepantserde voertuigen met Frankrijk), waar de kostprijs vertienvoudigde (van €1,5jrd naar €15jrd) en economische return uitbleef door gebrek aan bindende afspraken en transparantie, zoals het Rekenhof aantoonde. Minister Francken verdedigt het project als noodzakelijke Europese defensiesamenwerking, erkent fouten in governance (geen artikel 346, onduidelijke lifecycle-kosten) en belooft een bindend regeringsakkoord met Frankrijk (september 2024) voor betere return en transparantie, maar sluit extra bestellingen niet uit. Kritiekpunten blijven: budgettaire risico’s (2%-norm NAVO), gebrek aan afdwingbare industriële voordelen voor Belgische bedrijven, en twijfels over strategische keuzes (lichte vs. gemechaniseerde brigade, focus op Afrika i.p.v. Oekraïne). Oppositie eist strengere controle en integratie Rekenhof-aanbevelingen in toekomstige defensieplannen.
Voorzitter:
Mevrouw Maouane is afwezig, dus verleen ik het woord aan collega Aerts.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, we hebben een discussie gehad naar aanleiding van het gelekte rapport van het Rekenhof. Ondertussen heeft het Rekenhof dat rapport toegelicht en daarna hebben we de militairen gehoord.
Wat ik voorspeld had, is effectief gebeurd. Vanuit militaire hoek heeft men alle zaken weerlegd die het Rekenhof aanhaalde. Het is jammer dat we dan geen repliek van het Rekenhof konden krijgen, want we hadden dat eigenlijk al vastgesteld in het rapport zelf. De militairen hebben de kans gekregen om te reageren op de kritiek van het Rekenhof en dan vernamen we wat er in het rapport stond. Alleen weerlegde dat rapport heel wat van de kritieken die vooraf werden geformuleerd vanuit Defensie en werd gezegd dat het Rekenhof het daar niet mee eens is en blijft vasthouden aan zijn standpunten.
Mijnheer de minister, hoe evalueert u het rapport van het Rekenhof? Kiest u telkens de kant van Defensie? Van welke punten vindt u dat het Rekenhof ze op een goede manier heeft aangehaald? Wat is uw evaluatie van dat rapport?
Bent u bereid om voortaan bij grote investeringen een realistische totaalraming voor te leggen, inclusief alle afgeleide kosten? Zult u structurele maatregelen nemen om toekomstige dossiers transparanter, beheersbaarder en controleerbaar te maken? Tot slot, hoe zult u ervoor zorgen dat de engagementen inzake de terugverdieneffecten worden nagekomen?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, en 2018, le gouvernement de Charles Michel avait décidé d'équiper le pays d'une nouvelle capacité motorisée et d'acheter des véhicules de combat blindés. Cet achat a été conclu dans le cadre d'un partenariat stratégique avec la France. Nous avons appris que cet achat avait finalement coûté dix fois plus cher qu'initialement prévu. De 1,5 milliard d'euros prévus sous le ministre Vandeput, nous sommes passés à quelque 15 milliards d'euros aujourd'hui.
Au-delà du débat budgétaire cinglant que nous pourrions avoir, je suis frappé par la tonalité particulièrement critique du rapport de la Cour des comptes quant à la manière dont ce contrat a été conclu sur les aspects relatifs aux retours sociétaux: aucune clause contraignante n'avait été prévue, l'article 346 n'a pas été activé et l'absence d'un organe représentatif conjoint des industriels belges et de la Défense belge a compliqué leur implication au moment de la définition du retour. À l'époque, nous avions largement dénoncé ce qui apparait aujourd'hui comme des constats alors qu'il est trop tard; même si, comme le souligne la Cour, de nombreuses initiatives ont été prises par la ministre qui vous a précédé pour rattraper ce dossier, notamment en vue de la maintenance et de l'assemblage des véhicules – désormais assurés en Belgique –, mais aussi à travers la mise en œuvre de la DIRS pour en tirer les leçons.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que ni vous ni votre collègue en charge de l' É conomie n'ayez répondu aux questions de la Cour? Comment analysez-vous ce rapport cinglant sur la manière dont ce partenariat a été conclu sous le gouvernement de Charles Michel? Comment répondez-vous à la Cour qui met en garde contre un risque d' "éviction budgétaire" du budget de la Défense qui vient s'ajouter au trou budgétaire déjà dénoncé dans le budget à l'horizon 2029? Enfin, comment comptez-vous pleinement intégrer les recommandations en vue de votre future loi de programmation militaire?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, we hebben over het CaMo-programma en het rapport van het Rekenhof al uitvoerig kunnen debatteren, eerst met het Rekenhof, vervolgens met de defensiestaf. Die gedachtewisseling met de defensiestaf was al zeer verhelderend voor veel van de vragen die ik aan u had gericht, maar ik wil u toch nog een aantal politieke vragen stellen.
Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de eerste minister en de president van Frankrijk. Op 12 juni vond ook een gesprek plaats tussen u en de Franse minister van Defensie. Er werd gecommuniceerd dat er tegen september een nieuw akkoord tussen België en Frankrijk zou komen om het militaire verbond te lijmen en te verbreden. Hoe zal dat toekomstige akkoord eruitzien? Waarover zal het precies gaan? Betekent dit een uitbreiding van het CaMo-partnerschap? Betekent dit dat er aanpassingen komen aan het huidige contract?
We weten immers dat er afspraken gemaakt worden rond economische return. De FOD Economie gaf aan dat daaraan op dit moment nog niet voldoende tegemoetgekomen is voor de Belgische Staat. Gaat het nieuwe akkoord daarover? Of betreft het een uitbreiding van een toekomstig project? Kunt u daar wat meer toelichting over geven?
Dan heb ik een vraag over de toekomst. Met het CaMo-project, met dat strategische partnerschap, zijn we een bepaalde richting ingeslagen. Daarover valt veel te zeggen. Zeker op X zijn er heel veel mensen te vinden die het een foute keuze vinden. We zijn die weg nu ingeslagen en we hebben op dit moment geen andere optie meer. Volgende week rolt de eerste van de band. We mogen die dan gaan bekijken.
Ik wil het daarom hebben over de toekomst. Als ik uw tweet goed gelezen heb, met een samenvatting van uw strategische visie, die nog niet afgeklopt is, maar waarin we vorige week al een eerste inkijk hebben gekregen, ga ik ervan uit dat u het CaMo-project en het strategische partnerschap met Frankrijk in de toekomst verder wilt uitbreiden.
Klopt dat?
Ten tweede, we hebben al vaak gediscussieerd over de keuze tussen rupsen en wielen. Welke keuze moeten we nu precies maken? Er valt voor beide systemen iets te zeggen. Als u zegt dat u verdergaat op het pad van dat strategisch partnerschap met Frankrijk, betekent dat dan dat u definitief voor de gemotoriseerde capaciteit kiest? Of is er op middellange termijn nog ruimte om te kijken naar gemechaniseerde capaciteiten?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik wil verdergaan op het laatste punt van collega Vander Elst. Dat is ook gebleken uit het debat en de hoorzittingen die we hier enige tijd geleden met Defensie hebben gehad. Die hoorzittingen vond ik overigens zeer goed. Defensie heeft echt de moeite genomen om op heel wat vragen te antwoorden. Ze hebben ook een inkijk gegeven in hun visie op waarom CaMo een belangrijk project is. Daaruit is duidelijk gebleken dat er bij Defensie zeker een opening is om in de toekomst, wanneer er werk wordt gemaakt van een extra brigade, eventueel na te denken over een gemechaniseerde capaciteit en dus niet alleen met een gemotoriseerde capaciteit te werken. Die opening was er duidelijk.
Tijdens de hoorzittingen zijn er heel wat vragen gesteld, zowel aan het Rekenhof als aan Defensie. We hebben daar allemaal veel uit geleerd. Wat mij het meest uit de antwoorden van de defensiestaf is bijgebleven, is dat men daar ook lessen uit trekt. Men heeft ons gegarandeerd dat bij toekomstige grote aankopen die er de komende jaren aankomen, men in de mate van het mogelijke rekening zal houden met de opmerkingen van het Rekenhof. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het berekenen van de lifecyclekosten en het transparant rapporteren aan dit Parlement en de regering.
Ik heb nog een vraag. Dat is niet zozeer een politieke vraag, maar een vraag die alleen u kunt beantwoorden, mijnheer de minister. Het is hier al gezegd. De premier heeft een gesprek gehad met president Macron. U hebt een gesprek met uw Franse ambtgenoot, minister Lecornu, gehad. Wat was het resultaat daarvan? U hebt daarover al een tipje van de sluier opgelicht op de sociale media, maar kunt u vandaag, in deze commissie, iets meer toelichting geven over de mogelijke verbeteringen op het vlak van de economische return voor dit belangrijke project voor de toekomst van onze landmacht?
-
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, we weten ondertussen dat het Rekenhof ernstige tekortkomingen heeft blootgelegd in het CaMo-dossier. De totale kostprijs blijkt vele malen hoger dan het oorspronkelijke aankoopbedrag van anderhalf miljard euro. Hoewel bepaalde levensduurkosten wellicht zijn doorgerekend, zijn die allesbehalve transparant en volledig duidelijk gecommuniceerd aan het Parlement en dat is toch wel problematisch.
Ook de economische return blijft ver onder de verwachtingen, omdat er geen bindende afspraken zijn met de Franse partner. U bent naar Parijs gereisd voor overleg met uw Franse collega met de ambitie om tegen september een nieuw akkoord te sluiten. Dat akkoord moet niet alleen het militaire partnerschap versterken, maar ook zorgen voor een echt afdwingbare meerwaarde voor onze bedrijven en belastingbetalers.
Ik heb daarover enkele vragen.
Wat zijn voor u de belangrijkste krachtlijnen en harde garanties die u in dat akkoord met Frankrijk absoluut wil verankeren?
Hoe zult u ervoor zorgen dat niet alleen FN Herstal, maar ook andere Belgische en dan vooral Vlaamse defensiebedrijven vanaf het begin maximaal betrokken worden?
Wat beschouwt u als een realistische, maar ook noodzakelijke economische return? Liggen daar concrete cijfers of minimumdoelen op tafel die u wil vastleggen?
Ten slotte, hoe zult u garanderen dat de aanbevelingen van het Rekenhof deze keer wel allemaal worden meegenomen, zodat we niet bij een volgende keer voor verrassingen komen te staan en zodat de levenscycluskosten en return volledig transparant en controleerbaar zijn?
Luc Frank:
Monsieur le ministre, dans le cadre du programme CaMo, une coopération forte s'est mise en place au niveau des unités de génie, liée à l'acquisition des Griffon "Génie" par la composante terre.
Le 19 juin 2024, le commandant de la Composante Terre a signé avec le chef d'état-major de l'armée de Terre française l'objectif d'état-major pour l'acquisition en commun de l'engin du génie de combat (EGC). L'EGC est le moyen d'appui au combat (MAC) du programme Scorpion en France. Pour ce programme, CNIM Systèmes industriels s'est associé à Texelis et à KNDS France pour proposer l'Auroch, un véhicule d'aménagement du terrain de type 8 x 8, capable de fournir un appui à la manœuvre des unités de mêlée.
En Belgique, il remplacera partiellement le char Pionnier. Si je comprends bien, ils complèteront également les quatre Armoured Combat Engineer Vehicle (ACEV) de JCB. Les premières livraisons des EGC étaient prévues pour 2030.
Au mois de février 2025, l'armée de Terre française a annoncé un programme de modernisation de ces unités de génie comprenant notamment 60 robots d'investigation pour le déminage, qui seront opérés à partir de blindés Griffon, et l'attribution du contrat de l'EGC, 200 exemplaires étant prévus. Ceci s'ajoutait à l'achat de 30 engins de bréchage mécanique de zone minée.
Monsieur le ministre, où en est la modernisation de nos unités de génie, qui fournissent un appui essentiel aux autres unités? Le contrat de commande des EGC est-il définitivement conclu avec des dates claires de livraison?
D'autres commandes sont-elles envisagées le cadre de cette modernisation? Si oui, pour quel types d'engins?
Au-delà des Griffon "Génie" et maintenant de l'EGC, y a-t-il une coopération sur d'autres engins spécialisés dans le cadre de CaMo?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, la semaine dernière, la Cour des comptes a été auditionnée en commission sur son rapport concernant le programme CaMo. Un rapport accablant. En 2018, il faut se rappeler que le gouvernement Michel décidait d'un partenariat stratégique avec la France pour moderniser notre capacité motorisée. Le coût annoncé à l'époque était de 1,5 milliard. Le coût réel aujourd'hui s'élève à 14,7 milliards.
Dix fois plus, un gouffre, un gouffre laissé par notre collègue M. Vandeput. Mais le scandale, il n'est pas que budgétaire, monsieur le ministre. La Cour dénonce aussi un montage bâclé sur le plan industriel et sociétal. Aucune clause contraignante, pas d'activation de l'article 346, aucun organe représentatif belge associé, ni pour la Défense ni pour nos entreprises. Tout cela a mené malheureusement à une implication belge minimale dans un projet pourtant colossal. À l'époque, mon groupe avait alerté.
Aujourd'hui, ce sont malheureusement des constats. Et il est trop tard. La Cour reconnaît également dans ce même rapport des efforts, entre autres de votre prédécesseuse, Ludivine Dedonder, pour rattraper le coup, notamment via la DIRS ou l'assemblage et la maintenance prévus en Belgique. Mais cela reste malheureusement un pansement sur une plaie mal refermée.
Monsieur le ministre, pourquoi ni vous ni votre collègue de l' É conomie n'avez jugé utile de répondre aux questions de la Cour? Quelle est votre lecture de ces rapports qui pointent de lourdes défaillances dans la gestion du partenariat? Que répondez-vous à l'alerte sur le risque d'éviction budgétaire qui met en péril les équilibres de budget Défense à l'horizon 2029? Et surtout, comment comptez-vous intégrer les recommandations de la Cour dans votre future loi de programmation? Je vous remercie d'avance de vos réponses.
Koen Van den Heuvel:
We hebben inderdaad interessante hoorzittingen gehad met het Rekenhof en met Defensie. Het CaMo-dossier is belangrijk, omdat het een testcase is voor het draagvlak bij de bevolking voor de extra miljarden defensie-uitgaven en voor de geloofwaardigheid. Daarbij gelden volgende principes: transparantie, efficiënte besteding van de middelen en, wat ons betreft, een versterkte Europese samenwerking. Uit het kritische Rekenhofrapport blijkt dat er ruimte voor verbetering is.
Hoe zult u de aanbevelingen van het Rekenhof uitvoeren? Voor Life Cycle is dat al gebeurd en gisteren zagen we in de commissie Legeraankopen in elk dossier niet alleen de investeringskosten, maar ook de onderhoudskosten opgelijst, ook al ging het daarbij om kleinere investeringen. Hoe dan ook is het een stap in de goede richting.
Ook moet er van in het begin rekening worden gehouden met de DIRS. Hoe ziet u dat? Moeten er aanpassingen gebeuren, moet de structuur verstevigd worden?
Wat de return betreft, u en de eerste minister hadden de voorbije weken contacten met Frankrijk. Hebt u respect en begrip ondervonden of is het kleine België in het grote Parijs toch wat in de hoek gezet?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, le contrat CaMo initial, portant sur l’achat de 442 véhicules blindés en France, ne coûtera pas 1,58 milliard d’euros aux contribuables belges, comme cela avait été annoncé au départ, mais bien plus de 14,7 milliards d’euros. La Cour des comptes a d’ailleurs formulé plusieurs critiques sur cet achat, soulignant des problèmes dans le contrat lui-même ainsi que dans la méthode de calcul du projet.
Aujourd’hui, dans le cadre de la vision stratégique, des véhicules blindés supplémentaires seraient acquis dans le cadre du partenariat CaMo avec la France.
Nous avons déjà discuté en détail de ce dossier. Je vais donc me concentrer ici sur quelques questions concernant l’extension du projet CaMo.
Vu que les montants peuvent se multiplier par 10 "comme par magie", les coûts du cycle de vie des nouveaux véhicules CaMo augmenteront-ils le budget de la Défense au-delà des 2 % du PIB? Existe-t-il une transparence totale vis-à-vis de la Cour des comptes concernant cet achat? Allez-vous utiliser l’article 346 dans le futur contrat afin d’imposer contractuellement des retombées socio-économiques, comme le recommande le SPF Économie? Finalement, puisque tout cela est justifié par la crainte d’une éventuelle attaque de M. Poutine, pourquoi choisit-on d’acheter des véhicules qui sont principalement conçus pour être déployés en Afrique?
Monsieur le ministre, je suis impatient d’entendre vos réponses.
Koen Metsu:
Iedereen is het er wel over eens dat het rapport van het Rekenhof een heel waardevol document is. We moeten vaststellen dat het CaMo-project initieel in een volledig ander tijdperk, in een volledig andere context, tot stand gekomen is. Als we dan een paar jaar overslaan, komen we bij het NATO Defence Planning Proces, Vilnius, 2023, proces waarin nog eens duidelijk gestaafd werd dat we een gemotoriseerde brigade en ook een lichte brigade nodig hebben. Een bilaterale samenwerking met Frankrijk is welgekomen. Kan het beter? Ik meen inderdaad dat het veel beter kan.
Wat ik alvast merk, is dat, nadat we het debat destijds met getrokken messen zijn gestart en de woorden niet scherp genoeg konden zijn, we nu min of meer op dezelfde lijn aan het komen zijn, zelfs over meerderheid en oppositie heen. Ja, we moeten transparanter zijn, ja, we moeten het dossier kritisch bekijken. De experts hebben intussen wel duidelijk gemaakt dat er absoluut geen sprake meer is van bodemloze putten, gelukkig.
Mijnheer de minister, ik had het over Vilnius, 2023. Dan was dus ten tijde van de vivaldiregering. Ik vind het heel jammer dat uw voorgangster, mevrouw Dedonder, hier nu niet bij de discussie aanwezig is – ze is hier vandaag vijf minuten geweest en haar verwijt dat u te weinig aanwezig bent, terwijl u niet zeer toegankelijk en zelfs oproepbaar bent, is dus wel wat cynisch. Waarom had ik mevrouw Dedonder graag in het debat gehoord, en niet haar collega's, die nu de kastanjes uit het vuur moeten halen? Dat is omdat over CaMo2 en CaMo3 natuurlijk ook heel wat te zeggen valt.
Mijnheer de minister, we kijken naar de toekomst. Het verleden ligt achter ons. CaMo4 zal volledig uw verantwoordelijkheid worden. We hebben onze lessen geleerd. Hoe gaat u ermee om?
Theo Francken:
Je vous remercie pour les questions. Nous avons déjà eu à plusieurs reprises des discussions sur le projet CaMo.
Laten we beginnen bij het begin. Persoonlijk ben ik van oordeel dat de keuze voor het CaMo-partnerschap zeker te verantwoorden was.
Wanneer we het over Europese defensie hebben, spreken we altijd over samenwerking op Europees niveau, over Europese defensieprogramma's. Op verschillende domeinen werken we reeds samen, bijvoorbeeld met de marine bij de aankoop van onze mijnenbestrijdingsvaartuigen. Ook met onze fregatten nemen we deel aan Europese projecten. Daarnaast zijn we betrokken bij het European Sky Shield Initiative en nog tal van andere Europese initiatieven. We zijn ook observator in het SCAF-programma. De lijst is lang.
Destijds heeft de regering, waar ik deel van uitmaakte, weliswaar bevoegd voor migratie en niet voor defensie, toen er over de aankoop van 34 Amerikaanse F-35's, waar niet iedereen enthousiast over was – de oppositie was zelfs faliekant tegen – geoordeeld dat er minstens een Europees samenwerkingsproject in het licht van een Europese defensie moet komen. Dat werd dus CaMo, het gemotoriseerde Scorpionverhaal met Frankrijk. Dat is de politieke geschiedenis van dat dossier. Men kan het al dan niet goedkeuren, maar zo is het verlopen. Het was ook niet onlogisch. Eigenlijk voeren we nu dezelfde discussie: als we nog F-35's aankopen, dan moeten we misschien ook des te meer inzetten op Europese defensiesamenwerking, zeker gezien de bedenkingen bij de huidige Amerikaanse president.
Ook vandaag wordt er sterk ingezet op Europese defensiesamenwerking. Ten bewijze, wanneer men oplijst wat in de strategische visie Amerikaans dan wel Europees materiaal is, dan blijkt dat 80 à 85 % Europees is. De perceptie is vaak het omgekeerde, maar dat stemt niet overeen met de realiteit. Veel wapensystemen, waarover we nauwelijks spreken, zijn Europees. De Amerikaanse systemen daarentegen domineren het debat. In die zin ontstaat er soms een verkeerd beeld bij het publiek. De werkelijkheid is echter duidelijk. Ik begrijp daarom de gemaakte keuze. We bevonden ons op dat moment niet in een full-fletched war in Oekraïne. We hadden wel operaties in Afrika en hadden dus nood aan die voertuigen.
We waren actief in Benin en Niger, betrokken bij de opleiding van soldaten in Burkina Faso en zeer actief in West-Afrika en in de regio van de Grote Meren.
Comme Koen Metsu l'a dit, il faut toujours revenir sur le contexte quand on parle d'une décision prise en 2018.
Wat het verdere proces betreft, ten eerste, persoonlijk ben ik van mening dat de discussie over de life-cycle costs overdreven is. Ze zouden tien keer duurder zijn. Dat is niet waar. Dat budget is volledig voorzien in het STAR-plan van mevrouw Dedonder. Dat budget ligt vast. Het is dus niet dat wij ineens boven 2 % gaan, zoals sommigen hier beweren. Dat slaat nergens op. Die budgetten zijn voorzien.
Het Rekenhof heeft wel terecht opgemerkt dat, als de totale life-cycle costs worden berekend, het resultaat een veel hoger bedrag is dan het initiële aankoopbudget. In die zin is dat inderdaad een veel grotere kostenpost. Dat geldt toch ook als iemand een wagen koopt? Als iemand een wagen koopt van 40.000 of 50.000 euro, dan is de totale kostprijs over een periode van tien of twintig jaar toch veel hoger dan enkel de aankoopprijs van het systeem of van die wagen? Het is in mijn ogen een heel vreemde discussie.
Het enige wat volgens mij terecht is, is het volgende.
Je suis convaincu qu'il faut prendre une décision. Faut-il, oui ou non, appliquer un total life cycle cost à l'ensemble de nos projets d'achat? Voilà qui est pertinent et intéressant. Il ne s'agit effectivement pas de comparer des pommes et des poires. Ce serait absurde.
Een tweede terechte opmerking betreft natuurlijk de economische return. Het ging in 2018 om een partnerschap in ontwikkeling, er moest nog veel ontwikkeld worden voor het project en het was nog niet helemaal duidelijk wat het aan economische return zou opleveren. Artikel 346 is toen niet ingeroepen, omdat dat toen niet de logica was. Het ging om een Europese defensiesamenwerking, een partnerschap.
Nu, enkele jaren later, zijn onze verwachtingen niet ingelost. We zitten in een vendor lock-in , ook qua munitie. Die prijzen zijn hoog. We moeten daarover spreken. Daarom ben ik dat gesprek aangegaan met mijn collega. Ook de eerste minister heeft de president van Frankrijk daarover gesproken. We hebben nu de afspraak gemaakt om een government-to-government agreement te maken. Ik denk dat dat het enige is wat we kunnen doen: government to government een duidelijk akkoord op papier zetten over de economische return voor defensieprojecten met Frankrijk. We zijn daarmee bezig, maar het is nog niet afgerond.
Ik had de heer Lecornu uitgenodigd voor het defilé. Helaas kan hij niet aanwezig zijn, anders hadden we daar nog over kunnen spreken. Ik hoop dat we in september of oktober kunnen landen met een tekst en dan zal ik dat hier voorstellen, zodat daarover in commissie van gedachten kan worden gewisseld.
Zullen er extra CaMo-bestellingen komen? Ja, die zullen er komen. Dat staat in de strategische visie, die hier is toegelicht. Dat is evident. Voor mij is het heel duidelijk dat men niet halfweg op een traject stopt om dan terug te keren. Dan heeft men alle kosten gemaakt en bereikt men niets. Dat kan gewoon niet.
Men kan zeggen dat de vroegere beslissing om F-35’s te kopen waanzin was, dat men dat nooit had mogen doen, maar het zou evenzeer waanzin zijn om dan over te schakelen naar Rafales, nu we extra vliegtuigen nodig hebben. Sorry, dat kan men niet maken. Als men een leger van 200.000 soldaten en een budget van 100 miljard heeft, dan kan men twee platformen nemen. Dan heeft men die luxe. Als men echter een leger heeft van 20.000 man met een budget van 10 miljard, dan gaat dat niet.
Il faut être réaliste. Je crois qu'il est nécessaire de rester dans le CaMo. C'est une décision que je soutiens à 100 %. Je sais que de nombreux officiers et experts militaires sur X et d'autres plateformes sont absolument contre. Ils sont d'ailleurs en train de nous suivre.
We blijven dus bij het CaMo-project. Make your choices, love your choices . We zullen dat verder ontwikkelen en een goed akkoord met de Fransen sluiten. We zullen het in de toekomst ook beter aanpakken.
Monsieur Frank, les véhicules du génie seront repris dans la vision stratégique et seront achetés en 2032. Ce thème pourra être abordé lors du débat sur la loi de programmation militaire qui doit encore avoir lieu.
Wat de lichte en de gemechaniseerde brigade betreft, ook daarover wordt er eindeloos gediscussieerd. Wat wordt er van ons gevraagd? Er wordt van ons geen gemechaniseerde brigade gevraagd. De NAVO, de Europese Unie vragen in het NATO Defence Planning Process (NDPP) een tweede brigade, maar wel een lichte brigade. Een lichte brigade kost aanzienlijk minder dan een gemechaniseerde brigade. Ik begrijp de heimwee en bepaalde strategische ideeën en overtuigingen om voor een gemechaniseerde brigade te opteren, maar, beste collega’s, ik deel die overtuiging niet. Ik weet niet wat de legerstaf precies gezegd heeft tijdens de hoorzitting, want ik heb die niet bijgewoond. Ik heb de informatie via via vernomen en zou de hoorzitting dus moeten beluisteren om te weten hoe de legerstaf het exact geformuleerd heeft.
Voor mij is een lichte brigade geen tankbrigade. We moeten doen wat in het regeerakkoord staat en wat de NAVO van ons vraagt op het vlak van capability targets . Waarom zouden we dan een tweede brigade oprichten die ettelijke keren duurder is? Als we de 2 %-norm halen, betekent dat niet dat ineens alles mogelijk is. We zullen ook op onze centjes letten, om die capaciteiten te halen.
C'est mon opinion. Dans la vision stratégique, il est question d'une deuxième brigade légère.
Het hoofdcommando bevindt zich in Leopoldsburg. Het eerste commando, de eerste brigade, heeft het hoofdcommando in Marche-en-Famenne.
In de strategische visie staat dat er in 2028 een evaluatiemoment over de juiste aankopen zal komen. Ik denk niet dat dat evaluatiemoment bedoeld zal zijn om te besluiten dat we toch tanks moeten kopen. Voor mij zal dat evaluatiemoment veeleer dienen om te bekijken hoe de oorlog in Oekraïne evolueert, wat we daaruit kunnen leren en of we bijvoorbeeld niet nog veel meer op drones moeten inzetten. Ik denk dat dat het debat van de toekomst is. Gaan we naar een echt gevechtsbataljon met drones? Wat doen we met dronetechnologie, met elektronische oorlogsvoering, met antidrones? Dat is voor mij het debat van de toekomst. Daarover wil ik graag met u verder praten.
Ik heb niet op alle opmerkingen kunnen ingaan. Ik heb hier 25 bladzijden bij me. Ik zou dat allemaal kunnen voorlezen, maar dat zal ik toch maar niet doen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, vous aviez un texte de 25 pages. J'aurais été très intéressé de les avoir et d'en entendre le contenu. Vous n'avez quand même pas répondu à beaucoup de questions. Vous avez tiré un bilan. Je sais que parler d'un de ses prédécesseurs, c'est toujours délicat à partir du moment où il appartient au même parti. Mais franchement, vous avez beau expliquer que ce partenariat était à l'époque un peu différent, qu'on ne pouvait pas invoquer l'article 346, etc., vous couvrez votre prédécesseur – et c'est tout à votre honneur, cela étant dit. Mais je ne reviens pas sur le partenariat. Je suis comme vous. Je pense que la capacité motorisée était nécessaire. C'est sur la gouvernance du projet, comment il a été monté, que j'ai beaucoup de reproches à faire. En effet, on paie maintenant ce manque de vision. Justement, vous n'avez pas répondu à ma question qui visait à savoir comment on allait répondre au problème d'éviction budgétaire alors qu'on a déjà un manque de financement actuel pour la capacité militaire telle que vous la voyez.
Deuxièmement, je ne vous ai pas entendu parler de la manière dont vous allez procéder pour mettre en œuvre correctement les recommandations de la Cour des comptes dans votre future loi de programmation. Ce serait quand même intéressant. Je reviendrai lorsque vous viendrez présenter votre loi de programmation militaire de manière à voir si la gouvernance est bien assurée.
Pour le reste, vous me parlez d'une évaluation. J'ai cru comprendre que vous parliez d'une évaluation en 2028 pour voir s'il fallait effectivement acheter plus de drones, et d'anti-drones. On peut parler aussi de missiles. Vous en avez déjà parlé d'ailleurs. Je ne comprends pas pourquoi vous voulez vous précipiter aussi vite pour les F-35. Pourquoi n'attendez-vous pas un peu plus de temps pour avoir une évaluation? Vous savez comme moi, parce que vous connaissez bien le sujet, que les F-35 sont de bons transporteurs et de bons bombardiers, notamment, qui peuvent transporter des charges nucléaires, mais ils n'ont pas non plus la polyvalence que d'autres avions pourraient offrir. On peut très bien se mettre ensemble au niveau de l'Union européenne pour acheter autre chose que les F-35 et compléter respectivement nos flottes avec un accord global au sein de l'Union européenne. Je trouve qu'on va beaucoup trop vite, indépendamment du fait qu'on achète américain. Mais résumer le débat à cela, comme vous l'avez dit, ce n'est bien entendu pas suffisant.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uit naar dat government-to-government agreement , want dat is echt wel de kern van dat project. De economische return voor ons land moet opnieuw worden opgetrokken.
We hebben vaak de mond vol over Europese samenwerking; dat zou daarvan een voorbeeld moeten zijn. Wanneer men in een partnerschap met een bevriende natie, een buurland, geen bindende clausules inschrijft, maar vervolgens vaststelt dat er aan afspraken ook geen gevolg wordt gegeven, is dat toch wel een probleem. We moeten dus met eender welke partner goede, bindende afspraken maken, zodat er voldoende economische return is voor onze economie, voor ons land en voor onze defensie-industrie.
Wat betreft uw visie op de toekomst en de tweede lichte brigade, zal ik u zeggen wat de defensiestaf daarover in het Parlement verklaard heeft, al ga ik ervan uit dat u dat weet. De staf sluit de deur niet voor een gemechaniseerde capaciteit. Meer heeft ze niet gezegd. Welnu, ik zou die deur ook niet sluiten, ik zou daarmee nog wachten. U zegt dat u naar de toekomst wilt kijken. Het klopt dat drones en dronetechnologie steeds meer deel zullen uitmaken van onze defensie. Ook voor die gemechaniseerde capaciteit zou ik de deur echter niet sluiten. Ook Nederland heeft die bocht immers deels ingezet. Ik zeg niet dat we Nederland altijd moeten volgen, maar op bepaalde vlakken is dat toch een gidsland waar we af en toe eens naar moeten kijken.
In de eerste plaats kijk ik vooral uit naar dat akkoord met Frankrijk, zodat onze Belgische bedrijven en ondernemers er opnieuw beter van worden.
Axel Weydts:
Ik zal dezelfde repliek hanteren als bij de hoorzittingen met de defensiestaf. U hebt het zelf ook al aangehaald: make your choices, love your choices . Daar wil ik echt voor pleiten. Die keuzes zijn destijds gemaakt. Er kan veel over worden gediscussieerd, maar ze zijn gemaakt en nu moeten we daarmee verder.
Generaal Baugnée, de commandant van de landmacht, heeft in het debat over de tanks heel duidelijk verwezen naar Zelensky: Zelensky vraagt geen tanks, hij vraagt drones. Hij wil drones, drones en nog drones.
Dat is inderdaad de toekomst. We moeten echt werk maken van een geïntegreerde dronecapaciteit in onze brigades en bataljons, zodat we mee zijn met de nieuwste technologieën en we de meest performante middelen op het terrein kunnen inzetten.
In die zin wens ik ook de nieuwe drone-officier, generaal Van Strythem, veel succes met zijn belangrijk project om die nieuwe capaciteiten en innovaties te implementeren in de structuren van onze defensie. Ik kijk net als alle collega's uit naar het Gov2Gov-akkoord dat u met de Franse collega's zult sluiten. Laat ons hopen dat er voor onze Belgische economie iets uit de brand kan worden gesleept en dat er verbeteringen kunnen worden aangebracht aan wat tot nu toe werd gerealiseerd.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoor dat er stappen worden gezet voor bindende engagementen. Toch blijf ik wat op mijn honger zitten wat betreft afdwingbare afspraken en garanties voor de structurele betrokkenheid van bedrijven, ook kmo’s. De komende jaren worden er miljarden euro's geïnvesteerd, maar dat zal alleen mogelijk zijn als er transparantie en een sterke economische return is en als de strategische autonomie gegarandeerd wordt.
Ik reken erop dat het Parlement daarbij op de voet zal worden betrokken en dat de fouten uit het CaMo-dossier zich niet meer herhalen. In september of oktober zullen we daarover hopelijk meer vernemen.
Luc Frank:
Je souhaite seulement remercier le ministre pour sa réponse.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik zei het daarnet al, het is een mooi, exemplarisch project, waarin een aantal bekommernissen samenkomen. Die moeten bewaakt worden en we rekenen erop dat u dat doet. We hopen ook dat we tot een verbeterd akkoord met de Fransen kunnen komen, met voldoende return voor onze industrie toe.
Nog belangrijker vind ik dat dit een voorbeeld is om de Europese interoperabiliteit te verstevigen. Ik hoop dat die bilaterale samenwerking als voorbeeld kan dienen voor andere Europese landen, om eventueel toe te treden en zo de Europese interoperabiliteit te vergroten.
Ik kan u alleen maar succes wensen om als pionier dat netwerk uit te breiden en zo de geloofwaardigheid van de Europese samenwerking te optimaliseren.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, votre réponse me laisse quelque peu sur ma faim quant à la garantie que cet achat supplémentaire ne nous fera pas dépasser les 2 % du PIB. Vous dites que vous allez présenter un accord à la rentrée, mais vous pouvez comprendre qu'on ne vous fasse pas confiance sur parole, vu les dégâts causés par votre prédécesseur lors de l'achat de 2018. Et d'ailleurs, lors de cet achat en 2018, comme vous l'avez dit, il y avait un contexte.
On peut être d'accord ou pas sur l'analyse de ce contexte-là, mais je me demande quel est aujourd'hui le contexte qui vous incite à acheter davantage. En effet, vous dites que c'est à cause de Poutine, alors que ces véhicules sont utilisés en Afrique. À moins que le Mali ou le Niger ne menacent notre sécurité au point de nous inciter à investir des milliards dans des véhicules que nous utiliserons en Afrique plutôt que contre Poutine? Je fais le même constat pour ce qui concerne les drones SkyGuardian, qui ne sont pas opérables en Ukraine, mais dans lesquels nous investissons malgré tout.
Nous devons rester cohérents. Sommes-nous aujourd'hui en train de mettre sur pied une politique de défense contre Poutine en achetant des armes que nous allons utiliser en Afrique, au Sahel? Je ne comprends pas la logique. Est-ce là la raison pour laquelle nous démantelons aujourd'hui notre sécurité sociale? Soi-disant pour nous défendre, alors qu'en réalité nous accroissons notre capacité d'agression et d'attaque, comme nous l'avons déjà fait par le passé dans le Sahel, en Libye ou ailleurs?
Je crois que les choses commencent à s'éclaircir petit à petit et que nous nous rendons compte aujourd'hui que cette politique de défense n'est pas uniquement une politique de défense mais aussi une politique qui entre dans une logique d'agression, d'offensive, un constat qui se confirme d'ailleurs par les armes dont nous parlons aujourd'hui.
Koen Metsu:
Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor de zeer duidelijke antwoorden, maar ook voor de motivatie en de gedrevenheid om van die CaMo 4 iets te maken. De enige manier om effectief tot economische rendabiliteit te komen of een win-winsituatie te creëren is die gov-to-govhouding. U zei: make your choices, love your choices and adapt these choices . Daar bent u volop mee bezig, met die derde pijler. U zei heel duidelijk dat u het doet opdat de toekomst er beter zou uitzien. Sta mij toe u daarbij alle succes te wensen.
Voorzitter:
Collega's, dan is meteen ook het derde actualiteitsdebat afgerond. We beginnen nu aan een reeks vragen. Daarnet ben ik niet bijzonder streng geweest in de toepassing van de spreektijd. Ik stel voor om dat nu wel te doen, als de vergadering daarmee akkoord gaat. Dat betekent dat ik u zal onderbreken zodra de toegemeten tijd verstreken is, als de vergadering zich daarin kan vinden. Ik wil u er ook aan herinneren dat u kunt verwijzen naar de ingediende vraag. Misschien kunnen we op die manier wat meer vaart maken. Het is niet noodzakelijk, maar het staat u vrij dat te doen.
De Belgische deelname aan het Europese SAFE-instrument
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt momenteel welke defensieprojecten in aanmerking komen voor EU’s SAFE-instrument (150 miljard euro aan leningen voor gezamenlijke wapenorders) en zal voor 29 juli een niet-bindende intentieverklaring indienen, gevolgd door een definitieve aanvraag voor 30 november. Concrete projecten, partnerlanden en leningsbedragen zijn nog niet bekend, maar België ziet Europese defensiesamenwerking als cruciaal voor interoperabiliteit en schaalvergroting. De regering streeft naar deelname om de Europese defensie-industrie te versterken.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De Europese Commissie stelt via het SAFE-instrument 150 miljard euro aan leningen ter beschikking voor lidstaten die gezamenlijk wapenorders willen plaatsen. De deadline voor het indienen van projecten is eind juli.
In dat kader had ik graag volgende vragen voor u:
Heeft de Belgische regering concrete projecten ingediend of in voorbereiding binnen het kader van het SAFE-instrument?
Zo ja, over welke projecten gaat het en met welke landen wordt er samengewerkt?
Hoeveel middelen of leningscapaciteit zouden in dat geval concreet voor België gereserveerd of beschikbaar zijn? Is daar al zicht op?
Zo neen, waarom niet? En wordt alsnog overwogen om voor de deadline projecten in te dienen?
Hoe ziet u de rol van België binnen dit Europese initiatief in de bredere context van interoperabiliteit en schaalvergroting?
Theo Francken:
Mevrouw Verbelen, voor de implementatie van het SAFE-instrument vraagt de Europese Commissie in een eerste fase aan lidstaten die van het instrument gebruik willen maken, om uiterlijk op 29 juli op niet-bindende wijze hun interesse kenbaar te maken, vergezeld van een raming van het gewenste leningsbedrag.
Defensie onderzoekt momenteel welke geplande of toekomstige projecten in aanmerking komen voor SAFE en zal op basis daarvan een voorstel uitwerken voor de gewenste leningen. Vervolgens zal in overleg met mijn bevoegde collega’s een intentieverklaring aan de Commissie worden bezorgd. Na 29 juli zal de Commissie een voorlopige toewijzing van het leningsbudget bekendmaken.
De officiële aanvragen voor leningen moeten uiterlijk op 30 november worden ingediend. Als voorstander van Europese samenwerking op het gebied van defensie is België gebaat bij een deelname aan de gemeenschappelijke aankopen via SAFE, die op korte termijn de Europese defensie-industrie zullen versterken en zo ook de interoperabiliteit bevorderen.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoop dat we snel meer duidelijkheid krijgen over de projecten en de budgettaire impact voor ons land.
De invoerheffingen en het concurrentievermogen van Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Bouchez kritiseert de dalende Europese industriële productiviteit (vs. Zwitserland) en waarschuwt voor ETS2-klimaatbelastingen (2027), die bedrijven verzwakken zonder milieuwinst, en vraagt duidelijkheid over douanetarieven (VS-EU-spanningen) en de voortgang van MAKE 2030 (industriële heropleving). De Wever bevestigt onderhandelingssteun voor EU-VS-handel, benadrukt vrijhandelsakkoorden (Mercosur, Inde, ASEAN) als prioriteit en ziet MAKE 2030 (met Clarinval) als sleutel voor competitieve, duurzame industrie, maar ontwijkt concrete ETS2-maatregelen. Bouchez hamerde op uitstel/herziening ETS2 en strategische investeringen, met voorwaarden voor akkoorden zoals Mercosur (*niet ten koste van landbouw*). Kern: industriele competitiviteit vs. reguleringsdruk en handelsoorlogen.
Georges-Louis Bouchez:
Lors des débats précédents, on a pu réaliser que pour le Parti Socialiste, on était riche à deux millions d'euros, ce qui montre quand même le niveau d'ambition. Mais on a eu droit au sketch habituel dans cette Assemblée sur le clivage qu'il y aurait entre la caissière et les épaules les plus larges. Parfois, c'est bien d'avoir une épaule large sur laquelle on peut se reposer, mais je suis toujours abasourdi de constater que l'on n'aborde pas le vrai problème de l'économie de notre pays et de l'Union européenne qui est résumé sur ce graphique, que vous pouvez regarder.
Il s'agit de l'évolution en 10 ans de la production industrielle en Suisse et en Europe. La Suisse, c'est la barre qui monte, l'Europe, c'est la barre qui s'effondre. On aura certainement besoin d'épaules larges pour investir dans notre pays. On aura aussi besoin, monsieur le premier ministre, de marchés économiques où l'on peut vendre. Ma première question vise donc à savoir où nous en sommes, entre les États-Unis et l'Europe, sur la question des taxes douanières. En effet, un accord a été trouvé avec la Chine, pas encore avec l'Europe, ce qui en dit beaucoup sur notre place réelle au niveau mondial.
Le deuxième élément si on veut de l'industrie, c'est d'arrêter de créer des lois sur des lois. Je voudrais vous interpeller sur le fameux Green Deal et un de ses versants, ETS2, qui devra s'appliquer en 2027. Tout le monde doit être conscient que c'est plusieurs centaines d'euros de taxes en plus sur les travailleurs, et des contraintes supplémentaires sur nos entreprises. Cela ne sauvera pas la planète mais cela achèvera définitivement notre industrie.
Le troisième élément, monsieur le premier ministre, est de savoir où nous en sommes sur le projet MAKE 2030 mis en œuvre avec David Clarinval pour permettre à la Belgique de redevenir l'acteur industriel qu'elle a pu être et qui sera fondamental pour le développement et le bien-être de notre pays.
Bart De Wever:
Cher collègue, comme vous le savez, le président américain a fixé une date limite au 9 juillet, après quoi il menace d'imposer des droits de douane de 50 % sur les produits européens. Nous approchons désormais de cette échéance.
Je continue à soutenir pleinement la stratégie de la Commission européenne. Nous devons tout mettre en œuvre pour faire aboutir les négociations et limiter autant que possible les dommages pour nos deux économies. J'espère qu'à terme, un nouvel équilibre pourra être trouvé, dans lequel les deux partenaires commerciaux sortiront gagnants par rapport à la situation précédente car le protectionnisme ne sert les intérêts de personne. Jamais!
Dans l'intervalle, nous devons tirer les leçons de cet épisode préoccupant, tant au niveau national qu'européen. Vous avez raison, il faut éviter à tout prix une hausse des taxes.
L'Union européenne doit se concentrer sur l'achèvement du marché intérieur et sur l'ouverture active de nouveaux débouchés pour nos entreprises. C'est également une opportunité d'aboutir sur l'accord du Mercosur et de conclure de nouveaux accords de libre-échange comme avec l'Inde ou l'ASEAN. La compétitivité de nos entreprises est l'une des priorités de l'accord de gouvernement. Dans toutes nos discussions au niveau européen, nous défendons les intérêts et la compétitivité de nos entreprises et veillons à préserver le pouvoir d'achat de nos ménages.
Enfin, comme vous le savez, David Clarinval et moi-même venons de lancer, avec les ministres-présidents des Régions, la plateforme MAKE 2030, dont l'objectif est de renforcer la compétitivité, la résilience et la durabilité de notre tissu industriel par une coopération accrue entre le gouvernement fédéral, les Régions et les partenaires économiques dans le respect de leurs propres compétences. Quatre groupes de travail prioritaires ont été lancés, mais il me manque du temps pour les nommer.
Pour ce gouvernement, notre industrie n'est pas un souvenir du passé mais le chemin vers un futur prospère pour nos entreprises et nos citoyens.
Georges-Louis Bouchez:
Je vous remercie, monsieur le premier ministre. Je comprends que les deux minutes étaient assez courtes pour pouvoir répondre à une question si vaste. Je voulais aussi vous la poser par rapport à l'intérêt stratégique de la possibilité d'investir pleinement au niveau de l'industrie et de pouvoir aussi faire évoluer les règles en la matière. J’insiste sur l’enjeu de l'ETS2. Vous avez parlé d’un groupe de travail en collaboration avec les Régions. C’est une bonne chose qu’elles puissent participer à cette volonté, à tout le moins reporter l’entrée en vigueur de ces dispositions européennes, et, si ce n’est pas possible, les revoir complètement. Nous n’avons, en effet, jamais sauvé la planète en créant des taxes. Elles ont peut-être, parfois, permis d’équilibrer légèrement des comptes publics qui ont trop souvent été mal gérés. J’insiste aussi sur la nécessité de pouvoir signer de nouveaux accords commerciaux. Je vous remercie pour cet engagement, à commencer par cet accord sur le Mercosur. Nous devons le faire, mais pas à n’importe quelles conditions ni sur le dos des agriculteurs!
De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!
Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!
J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.
Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.
Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.
Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.
Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?
Natalie Eggermont:
Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.
Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.
Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."
De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.
Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.
Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.
Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.
De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.
Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?
Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.
Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.
Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.
Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.
Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.
Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.
Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.
La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.
Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.
Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.
De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.
Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.
Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.
(Applaudissements)
(Applaus)
Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.
On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.
En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.
S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.
Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.
De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.
Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.
Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.
In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.
Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.
Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.
Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.
Natalie Eggermont:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.
Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.
Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.
Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.
De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.
Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.
Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.
Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.
Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.
Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.
Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.
De Europese regelgeving over het doorzenden van asielzoekers richting 'veilige derde landen'
Het voorstel van de Europese Commissie betreffende het concept van veilige derde landen
De plannen van de Europese Commissie met betrekking tot het begrip 'veilig derde land'
Het voorstel van de Europese Commissie met betrekking tot het concept veilige derde landen
EU-beleid over asielzoekers en veilige derde landen
Gesteld door
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Matti Vandemaele
PVDA
Greet Daems
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het EU-voorstel om asielzoekers naar "veilige derde landen" te deporteren, zelfs zonder band met dat land, waarbij België openstaat voor dit flexibeler concept om asielstroom te beheersen, maar kritiek krijgt op mensenrechtenrisico’s en "dumping" in landen zoals Rwanda. Minister Van Bossuyt benadrukt dat fundamentele rechten gewaarborgd blijven en dat het om een efficiëntere verwerking gaat, maar erkent dat concrete afspraken en Belgische standpunten nog moeten worden uitgewerkt in EU-onderhandelingen. Kritische parlementsleden (Vandemaele, Daems) wijzen op morele bezwaren, gebrek aan regeerakkoord-steun en vrezen langdurige opsluiting in kampen, terwijl de minister geen duidelijk "ja" of "nee" geeft, maar wel stelt dat innovatieve oplossingen nodig zijn. De eindbeslissing hangt af van EU-onderhandelingen, waarbij België actief zal deelnemen "zonder taboes".
Voorzitter:
De heer Vander Elst is verontschuldigd.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, mijn excuses als ik u irriteer met mijn vragen. Nog twee vragen te gaan en dan bent u voor vandaag van mij verlost.
Ik wil het met u hebben over het concept van het veilige derde land. Vooralsnog geldt de voorwaarde dat er een band of een link moet zijn met dat veilige derde land. Nu wil de Europese Commissie die voorwaarde schrappen, zodat mensen kunnen worden gedeporteerd naar een land waarmee zij geen enkele band hebben. Er zijn voorbeelden, zoals de Rwandadeal van het Verenigd Koninkrijk. Degenen die dromen van het zogenaamde Australische model, verheugen zich al op de ambitie ter zake van de Europese Commissie. Dat voorstel moet echter nog worden besproken, zowel in de Raad als in het Europees Parlement.
Gevraagd naar een reactie van u als minister, gaf u aan dat het zeker een debat waard is. Ik heb echter het regeerakkoord opnieuw doorgenomen en daarin staat hierover niets vermeld. Ik heb eveneens de eerdere versies van het regeerakkoord nagelezen, waarin het wel vermeld stond. Het is er dus blijkbaar uit onderhandeld.
Wanneer zal het voorstel worden besproken in de Raad van ministers?
Wat wordt daar het Belgische standpunt met betrekking tot het voorstel, gelet op het feit dat het uit het uiteindelijke regeerakkoord weg is onderhandeld?
Hoe denkt u met een dergelijk voorstel vergeetputten, waar asielzoekers jarenlang in vluchtelingenkampen in landen zonder toekomstperspectief en zonder enige band met de betrokken personen worden gedumpt, te vermijden?
Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt.
Greet Daems:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de minister,
De Europese Commissie wil asielzoekers kunnen doorsturen naar een land waar ze geen enkele band mee hebben. Lidstaten kunnen in het voorstel zelf akkoorden sluiten met deze "veilige derde landen". U liet al weten dat België bereid is actie mee te werken.
11.11.11 zegt dat de Europese Commissie mensen wil dumpen, en haar verantwoordelijkheid doorschuift naar landen met minder middelen. Ook dat het beroep tegen zo'n beslissing niet langer opschortend zou zijn botst op kritiek.
Daarom mijn vragen:
Welke landen worden door de EC beschouwd als "derde veilige land?"
Met welke landen wenst u een akkoord te bereiken om hen te beschouwen als derde veilige land?
Wat is uw reactie op de kritiek van 11.11.11?
Hoe verhoudt dit voorstel van de EC tot hun vorstel om terugkeerhubs te installeren in derde landen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, om alle misverstanden uit de wereld te helpen, u ergert mij geenszins met uw vragen. Ik beantwoord ze zelfs graag. U trekt graag de kaart van de morele verontwaardiging en wijst graag met het vingertje. Ik denk wel dat het soms niet slecht zou zijn om de hand ook eens in eigen boezem te steken, al is dat soms moeilijk.
Over het concept van veilige derde landen, waarover ook mevrouw Daems een vraag stelde, geef ik graag het volgende mee. De Europese Commissie publiceerde op 20 mei een voorstel over dat concept. In het kader van een eerdere plenaire vraag zei ik al dat het daarbij niet om een nieuw concept gaat; met haar voorstel wil de Europese Commissie enkel het toepassingsgebied ervan uitbreiden.
Het voorstel heeft als doel het concept in de praktijk bruikbaarder, efficiënter en flexibeler te maken, zodat het kan bijdragen aan een snellere en effectievere verwerking van asielaanvragen. Daarvoor worden twee elementen van het concept aangepast. Ten eerste zou de toepassing van het zogenaamde connectiecriterium, dat erin bestaat dat de verzoeker een band moet hebben met het veilige derde land, op Europees niveau niet langer verplicht zijn. Lidstaten krijgen voortaan de keuze om het veiligederdelandenconcept toe te passen wanneer er sprake is van een connectiecriterium. Ze kunnen transit ook opnemen als connectiecriterium in hun nationale wetgeving en ze kunnen het concept ook toepassen op basis van een akkoord dat ze sluiten met een derde land dat daadwerkelijk bescherming kan bieden aan de verzoeker.
In dat geval is een individueel connectiecriterium niet nodig. De maatregel is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen.
Daarnaast wordt het automatische opschortende effect in geval van een beroep geschrapt. Die aanpassing is evenwel niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen, noch op mensen waarvoor een grensprocedure loopt.
We bevinden ons in de eerste fase van het Europees wetgevingsproces. Dat proces verloopt via de medewetgevingsprocedure, wat inhoudt dat de lidstaten in de Raad moeten onderhandelen over het voorstel van de Europese Commissie. Ook het Europees Parlement doet dat op zijn niveau. Zodra beide instellingen een onderhandelingsmandaat hebben bereikt, kunnen ze de triloogonderhandelingen met de Commissie aangaan. Pas als er tussen die drie instellingen een akkoord bereikt wordt, kan op nationaal niveau worden onderzocht hoe een en ander kan worden geïmplementeerd.
Het is dus nog veel te vroeg om te spreken over overeenkomsten met derde landen. Los daarvan kan ik alvast meedelen dat de regering voorstander is van Europese maatregelen die het asielsysteem ontlasten door de instroom te beperken en de uitstroom te versnellen, inclusief het onderzoeken van innovatieve oplossingen in de externe dimensie, zoals de veiligelandenconcepten.
Daarbij moeten de fundamentele rechten steeds gewaarborgd blijven. Dat is ook het uitgangspunt van de Europese Commissie voor de voorstellen. Dat wordt letterlijk zo gezegd.
De inschatting op ons asielsysteem van de impact van een gewijzigd concept, met inbegrip van de mogelijke overeenkomsten met derde landen, kan pas nuttig worden gemaakt, als duidelijk wordt hoe de nieuwe regels er na de onderhandelingen zullen uitzien, als er een akkoord met een derde land tot stand komt en welke vorm dat zal aannemen.
In ieder geval is het doel van het voorstel met de veiligelandenconcepten bij te dragen aan een snellere en effectievere verwerking van de asielaanvragen. Dat is zowel op Europees als op Belgisch niveau het uitgangspunt. Ik lees nogal onheilspellende berichten – ik herhaal wat ik in plenaire vergadering naar aanleiding van een vraag van mevrouw Vandeberg antwoordde – over het concept, namelijk dat men met dat Rwandamodel mensen dumpt en de mensenrechten overboord gooit. Maar waarover gaat het eigenlijk? Het voorstel van de Europese Commissie, waarvan u beweert dat het tijdens de regeringsonderhandelingen weg werd onderhandeld - quod non ; ik heb u niet gezien aan die onderhandelingstafel en mevrouw De Vreese zal veel beter weten of ze u daar heeft gezien of niet -, betreft niet meer, maar ook niet minder dan de uitbreiding van het toepassingsgebied van een bestaand concept.
De Europese Commissie en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen hebben trouwens verklaard dat het concept in overeenstemming is met zowel het internationale als het Europese recht. Bovendien worden de nodige rechten gevrijwaard en is er in garanties voor het respecteren van die rechten voorzien.
We bespreken het voorstel van de Europese Commissie momenteel op het niveau van de regering. Op Europees niveau zullen we actief bijdragen aan de onderhandelingen, zonder taboes.
Matti Vandemaele:
Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik ben blij dat ik u niet irriteer.
De voorbije maanden heb ik vaak verwezen naar de adviezen van experten en academici en de conclusies tijdens eerdere hoorzittingen. U legt dat echter allemaal netjes naast u neer. U hebt daar blijkbaar een broertje dood aan.
Ik dacht u dus op een andere manier te proberen te overtuigen en daarvoor een ander vaatje open te trekken. Maar ik heb al lang begrepen dat het met morele argumenten uiteraard niet zal lukken. Toch zal ik de rest van de legislatuur blijven proberen Les Engagés, Vooruit en cd&v een beetje te kietelen, in de hoop dat er alsnog iets beweegt. Ze zijn hier vandaag niet aanwezig. Dat zegt natuurlijk ook iets.
Wat introspectie betreft, ben ik het met u eens. Men kan inderdaad alleen groeien, als men aan introspectie doet. Dus als u een vriendenboekje hebt, zal ik daarin schrijven dat ik spijt heb dat we dat in de vorige regering onvoldoende hebben gedaan. Ik wil dat hier gerust zeggen en dat ook opschrijven, als u daar gelukkig van wordt. U kunt dat echter natuurlijk niet uitentreuren blijven herhalen. Ja, ik geef toe: het had beter gemoeten. Het zal echter niet aan mij gelegen hebben en ook niet aan mijn partij, maar goed.
Ik vroeg u ook nog welk standpunt de Belgische regering zou innemen. U hebt in antwoord daarop een stukje uit het regeerakkoord voorgelezen, maar dat helpt me niet echt verder. Zult u het voorstel steunen of niet? Ik vind dat u daar wat omheen draait. Ik leid daaruit ook af dat er in de regering nog geen eensgezindheid over bestaat. Ik kan me niet inbeelden dat de heer Dubois van Les Engagés, die intussen ook vertrokken is, vrolijk dansend zou meegaan in het idee van Rwanda-achtige deals. Dat zou me echt verwonderen. Maar goed, de toekomst zal het uitwijzen.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Zomaar mensen naar landen sturen waarmee ze geen enkele band hebben, lijkt mij niet bepaald de oplossing. In plaats daarvan zouden de Europese Unie en u beter inzetten op een eerlijke verdeling in de Europese Unie en ervoor zorgen dat mensen op de vlucht voor oorlog en vervolging overal een even goede bescherming en behandeling krijgen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56005167C van de heer El Yakhloufi is omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 56005260C van mevrouw De Vreese wordt op haar verzoek ook omgezet in een schriftelijke vraag.
Het nationale implementatieplan voor het Europese migratie- en asielpact
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende in juni 2025 zijn technisch-administratief uitvoeringsplan voor het EU-migratie- en asielpact in, maar publiceert dit pas na bilateraal overleg met de Commissie—tijdstip onbepaald. Het plan volgt strikt EU-regels (beperkte nationale speelruimte) en omvat 10 thema’s (o.a. Eurodac, asielprocedures, solidariteit), met administratieve acties in plaats van wetgevende aanpassingen. Parlementaire raadpleging gebeurt pas bij indiening van regeringswetsvoorstellen (eind 2025), terwijl samenwerking met entiteiten en maatschappij al liep via een nationaal stuurcomité (sinds 2024) en ad-hocconsultaties.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, dans le cadre de la mise en œuvre du Pacte européen sur la migration et l’asile, les États membres de l’Union européenne étaient tenus de soumettre à la Commission européenne pour le 12 décembre 2024 leur plan national de mise en œuvre. Ce document est destiné à préciser comment chaque État compte adapter son système d’asile et de migration aux exigences du nouveau cadre législatif européen, notamment en ce qui concerne le filtrage, les procédures à la frontière, la détention, le retour et les mécanismes de solidarité.
Il nous revient que la Belgique aurait transmis ce plan à la Commission européenne en date du 12 juin 2025. À ce jour, ce plan ne semble pas avoir été rendu public. Aucun échange n’a été engagé avec les parlementaires ni avec les acteurs spécialisés de la société civile à ce sujet, alors même que l’entrée en vigueur du Pacte approche, prévue pour mi-2026.
Dans ce contexte, madame la ministre, la Belgique a-t-elle bien transmis son plan national de mise en œuvre à la Commission européenne? Ce plan sera-t-il rendu public, et selon quel calendrier? Quelles sont les grandes lignes du contenu de ce plan? Des mécanismes de concertation sont-ils prévus avec les parlementaires, les entités fédérées et la société civile dans le cadre de sa mise en œuvre?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Schlitz, vous êtes apparemment très bien informée. Je peux vous confirmer que j'ai bien transmis la version définitive du plan national de mise en œuvre du Pacte en juin 2025.
J'ai effectivement l'intention de partager le document au moment opportun. À la suite de la transmission du document, des consultations bilatérales ont lieu avec la Commission européenne afin de fournir des clarifications. Dès que je le jugerai opportun, je partagerai le document.
Tous les instruments législatifs du Pacte de l'Union européenne, à l'exception de la directive sur l'accueil, sont des règlements. Cela signifie qu'ils ont un effet direct et qu'ils ne laissent qu'une faible marge de manœuvre au niveau national. L'implémentation sera donc de nature plutôt administrative et technique. Le plan de mise en œuvre est par conséquent principalement un document administratif et technique.
Le document est basé sur un modèle fourni par la Commission européenne et est basé sur 10 thèmes tels que Eurodac, la procédure d'asile, la responsabilité, la solidarité, etc. Par thème, les actions spécifiques à réaliser sont définies.
Les concertations avec les parlementaires auront lieu en commission après que les différentes propositions de loi auront été soumises. J'envisage d'introduire les premières propositions de loi d'ici la fin de l'année.
En juin 2024, un comité de pilotage national a été créé par l'ancienne secrétaire d'État, Mme Nicole de Moor. Ce groupe de pilotage est composé de représentants des principales administrations telles que l'Office des étrangers, le CGRA, Fedasil, le CCE, etc.
Puisque certaines dispositions du Pacte relèvent de la compétence des entités fédérées, elles ont été impliquées dans les travaux de ce comité de pilotage à plusieurs reprises.
De plus, une communication sera faite aux entités fédérées afin de répéter les dispositions qui relèvent de leurs compétences. Si des modifications légales ou autres sont nécessaires, c'est à elles de le faire selon leur processus de décision.
Plusieurs concertations avec plusieurs organisations de la société civile ont eu lieu afin de recevoir leur input .
Sarah Schlitz:
Merci pour ces précisions. J'aurais aimé avoir une idée du calendrier selon lequel nous pourrons avoir accès aux documents. Il me semble quand même important pour les parlementaires de pouvoir savoir ce que contient ce plan, même si vous me dites que ce sont des éléments plutôt techniques.
Encore juste une précision. Vous dites: "Je vais venir avec les propositions de loi." Je suppose que ce sont des projets de loi et que vous n'allez pas passer par le Parlement.
(Assentiment de la ministre)
Voorzitter:
De laatste vragen van vandaag zijn van mevrouw Van Belleghem, die de onemanshow van de heer Vandemaele probeert te overtreffen.
De stavaza betreffende de aanbevelingen van de Raad van de EU
De federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen
De Europese Commissie en het uitfaseren van fossiele subsidies
Europese beleidsmaatregelen en subsidies voor fossiele brandstoffen
Gesteld door
Les Engagés
Luc Frank
Les Engagés
Marc Lejeune
Groen
Dieter Vanbesien
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese Commissie dringt aan op versnelde afbouw van fossiele subsidies (15 mjd), energietransitie via accijnsverschuiving (elektriciteit → gas/olie) en versterkte hernieuwbare energie-incentives, maar kritiseert België’s gebrek aan ambitie en laag aandeel groene energie. Minister Jambon verwijst naar het regeerakkoord (afwachten ETS2, sociale tarieven behouden, geen concrete afbouwplannen) en belooft enkel prikkels zoals vliegtaxbelenasting en kolen-BTW, zonder duidelijke kalender of coördinatie met gewesten. Kritiekpunten: geen begrotingsmaatregelen voor 2025, vertragingstactieken en ontbrekende impactanalyses, terwijl de oppositie uitstel tot 2029 als falen bestempelt.
Luc Frank:
Monsieur le président, j’ai avant tout une question de procédure. Mon collègue Marc Lejeune étant absent et comme il s’agit de questions jointes, puis-je intégrer ses questions dans la mienne?
Voorzitter:
Vous disposez de deux minutes pour poser votre question. Et je pense que la réponse du ministre contient aussi les réponses aux questions de votre collègue.
Luc Frank:
Monsieur le ministre, le Conseil de l'Union européenne a adressé ses recommandations sur les politiques économiques, sociales et structurelles de la Belgique. Parmi ces recommandations pour les années 2025 et 2026, la quatrième parlait directement d'énergie. Le Conseil recommande effectivement à la Belgique de diminuer sa dépendance aux énergies fossiles, d'augmenter l'efficacité énergétique et de développer des incitants pour encourager l'industrie à se décarboner. Le Conseil suggère également de développer et d'améliorer les incitants pour investir dans l'énergie décarbonée et le partage d'énergie. Enfin, le shift fiscal de l'électricité vers les énergies fossiles est également mentionné.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance des recommandations du Conseil de l'Union européenne? Comment influenceront-elles vos politiques futures?
Quelles sont vos priorités en matière de sortie des énergies fossiles? Comment comptez-vous rendre les énergies renouvelables et le partage d'électricité plus attractifs en tant que ministre fédéral?
Quel est votre calendrier concret pour la suppression progressive des subventions aux combustibles fossiles? À quelles étapes pouvons-nous nous attendre d’ici la fin 2025?
Dans quelle mesure prévoyez-vous de réaffecter les montants économisés à des investissements dans la rénovation énergétique, les énergies renouvelables ou le soutien ciblé aux ménages précaires?
Comment comptez-vous déterminer les subventions qui seront prioritairement ciblées, et selon quels critères?
Une large part des subventions concerne aussi les Régions. En tant que ministre fédéral, comment comptez-vous garantir une coordination cohérente avec les entités fédérées pour éviter des effets de transfert ou des doublons?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, in haar sociaaleconomische aanbevelingen voor België stelt de Europese Commissie vast dat onze staatssteun voor fossiele brandstoffen economisch inefficiënt is, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt, de energiearmoede niet adresseert en de Belgische klimaatdoelstellingen niet dichterbij brengt.
Het beleid van de regering rond deze materie is tot nog toe bijzonder weinig ambitieus. De Europese Commissie stelt dan ook vast dat er geen plannen zijn om de 15 miljard euro aan directe fossiele subsidies uit te faseren voor 2030, hoewel dit een prioriteit zou moeten zijn. De accijnsverminderingen op professionele diesel en benzine, bedrijfstankkaarten en verminderde btw op gas zijn economisch inefficiënt en bemoeilijken de energietransitie. Het aandeel hernieuwbare energie in België is bij de laagste van Europa. Zonder grote bijkomende inspanningen zullen we onze doelstellingen voor 2030 niet halen. Om de energietransitie te versnellen, dringt de Europese Commissie dan ook aan op een verschuiving van accijnzen op elektriciteit naar gas en olie.
Ik heb hierover een aantal vragen.
Ten eerste, in het kader van de begroting zegt deze regering dat ze zoveel mogelijk wil uitvoeren van wat Europa vraagt. Geldt dat ook voor deze aanbevelingen van de Europese Commissie?
Ten tweede, zult u de uitfasering van fossiele subsidies voorleggen bij de volgende begrotingsoefening?
Ten derde, heeft uw kabinet een inschatting gemaakt van de impact van de programmawet op de fossiele subsidies in België? Zullen die door de programmawet stijgen of dalen en met hoeveel euro?
Ten vierde, een verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar gas en olie dringt zich al geruime tijd op. Dat wordt nu opnieuw bevestigd door de Europese Commissie. Het regeerakkoord stelt dat het energiebeleid gericht is op de uitfasering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en dat de accijnzen op elektriciteit voor ondernemingen worden verlaagd tot het Europese minimum. Daarbij zullen accijnzen worden aangewend als hefboom in het kader van de energienorm voor huishoudens en ondernemingen. Zal er een accijnsverschuiving van elektriciteit naar gas en olie plaatsvinden? Zo ja, voor welke gebruikers? Indien een dergelijke verschuiving afhankelijk is van de resultaten van impactanalyses, wanneer zullen die analyses dan plaatsvinden?
Jan Jambon:
Bedankt, collega's, voor de vragen.
Vooreerst, mijnheer Vanbesien, in die 12 miljard euro aan subsidies zitten ook de sociale tarieven. Ik neem echter aan dat u niet pleit om die af te schaffen. Het is dus belangrijk om dat correct te stellen.
Wat betreft de verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar gas en olie zal ik mij zoals steeds houden aan het regeerakkoord. Het regeerakkoord bepaalt dat we eerst ETS2 moeten afwachten en vervolgens moeten onderzoeken hoe een verschuiving binnen de subsidies voor brandstoffen kan gebeuren. Ik zal tijdig de nodige maatregelen communiceren en voorbereidingen treffen. Tegelijkertijd bereidt de Europese Commissie een wijziging van de Energy Tax Directive voor.
Comme je l’ai déjà indiqué en réponse à d’autres questions parlementaires, aucun contrôle budgétaire ne sera aisé au cours de cette législature. D’éventuelles propositions d’économies seront discutées en Conseil des ministres ou au sein du kern, pas ici en commission. J'espère que vous me le pardonnerez.
La loi-programme contient déjà certaines mesures qui envoient un signal prix. Pensez à la très discutée taxe d’embarquement mais aussi à la TVA sur le charbon. Des mesures concernant les cartes carburant ne sont pas prévues dans l’accord de gouvernement.
Luc Frank:
Cette réponse me suffit. Merci.
Dieter Vanbesien:
U verwees naar het regeerakkoord. In dat regeerakkoord staat het volgende, ik citeer: "De regering onderzoekt welke fossiele subsidies afgebouwd kunnen worden en op welke realistische termijnen. Fasing out kan en dat rekening houdend met de economische impact en zonder negatieve impact op de koopkracht of de kosten voor ondernemingen."
Iedereen die een beetje ‘begrijpend lezen’ geleerd heeft in zijn opleiding voelt aan dat deze formulering bedoeld is om er niets aan te doen. In de praktijk gaat het om manieren om de energietransitie te vertragen, in plaats van om oplossingen die sociale en economische vooruitgang kunnen brengen.
We zullen de rekening maken in 2029. We zullen zien wat ermee gebeurd is.
Voorzitter:
La question n° 56005807C de M. Piedboeuf est reportée.
Het indicatief nucleair programma van de Europese Commissie
De nucleaire brief
Europese nucleaire strategie en beleidsplannen
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België sluit zich aan bij de European Nuclear Alliance (sinds februari 2025) en steunt het nieuwe EU-nucleaire programma (PINC), dat pleit voor uitbreiding van kernenergie (inclusief SMR’s en levensduurverlenging bestaande reactoren) als sleutelrol in decarbonisatie, maar vereist massale publieke steun (garanties, de-risken) om private investeerders aan te trekken—zoals blijkt uit het ENGIE-akkoord voor Doel 4/Tihange 3. Minister Bihet benadrukt complementariteit met hernieuwbare energie en een gebalanceerde financiering (geen directe last voor de staatskas), maar critici (o.a. Vooruit) vrezen hoge budgettaire risico’s (205 miljard euro EU-breed) en concurrentie met goedkopere, snellere groene alternatieven, terwijl concrete plannen (bv. SMR’s) nog ontbreken. De Alliantie (met nieuwe leden zoals Italië) werkt aan Europese financieringsinstrumenten en een stabiel regelkader, maar blijft vaag over exacte budgettaire impact—terwijl de energietransitie betaalbaar moet blijven voor burgers en bedrijven. Kernpunt: kernenergie als strategische pijler, maar afhankelijk van publieke middelen en spanningsveld met hernieuwbare investeringen blijft onopgelost.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de voorzitter, ik zal de commissie opnieuw verrassen. Het indicatief nucleair programma van de Europese Commissie was een eyeopener voor mij. Ik heb in de plenaire vergadering vaak gezegd dat de N-VA in de vorige legislaturen, van 2014 tot 2019, en mevrouw Marghem precies niet veel zin hadden in nucleaire energie, en vooral niet in nieuwe nucleaire energie.
Het vorige indicatief nucleair programma van 2016 voorspelde 14 gigawatt aan nieuwe nucleaire capaciteit, terwijl het uiteindelijk slechts 3,6 gigawatt is geworden in die voorbije 10 jaar. Zoals mevrouw Marghem hier nog heeft geantwoord op een mondelinge vraag, staan de private investeerders niet te springen. Dat zou een engagement van miljarden betekenen voor die nucleaire productie, terwijl de inkomsten gespreid zouden zijn over 60 jaar. Er zou 205 miljard euro nodig zijn voor de bouw van nieuwe reactoren.
Voorzitster: Tinne Van der Straeten.
Présidente: Tinne Van der Straeten.
Mijnheer de minister, ik stel u deze vraag omdat België op 18 februari is toegetreden tot de European Nuclear Alliance. Dat was een van uw eerste beleidsdaden. Italië is inmiddels ook toegetreden. De Europese Commissie geeft aan dat er nood is aan nieuwe financieringsinstrumenten die aantrekkelijk zijn voor private investeerders. Een combinatie van verschillende financieringsbronnen met instrumenten die de risico’s beperken, zou een oplossing kunnen zijn.
Hoe reageert u op het nieuwe ontwerp van indicatief nucleair programma van de Europese Commissie? Hoe denkt u private investeerders aan te trekken om op termijn nieuwe reactoren te bouwen? U kunt niet zeggen dat wat ik zeg niet waar is. U had het over SMR's en andere grote reactoren van de nieuwste generatie. Hoe zult u private investeerders aantrekken? Hoe reageert de European Nuclear Alliance op die zaken? Is die Alliance nog samengekomen sinds half februari? Zo ja, wat werd er precies besproken en beslist?
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de voorzitster, ik heb eveneens een vraag over de nucleaire brief.
Mijnheer de minister, op 25 juni 2025 hebt u, ten persoonlijken titel, samen met twaalf andere Europese ministers van Energie, een gezamenlijke brief ondertekend in het kader van de zogenaamde Nucleaire Alliantie. In die brief, gericht aan de Europese Commissaris voor Energie, wordt gesteld dat kernenergie een sleutelrol moet spelen in de decarbonisatie van onze economie.
Zoals u wellicht weet, is dat voor Vooruit absoluut geen taboe. Het is voor Vooruit wel belangrijk dat de energietransitie betaalbaar blijft voor zowel burgers als bedrijven en dat onze publieke middelen zo efficiënt en effectief mogelijk worden ingezet. Meneer de minister, uw handtekening engageert België tot een strategie die zwaar leunt op publieke middelen en garanties om een kapitaalintensieve sector te ondersteunen.
De brief stelt dat overheden een aanzienlijke financiële rol moeten spelen omdat de private sector de risico's niet kan dragen. Kunt u toelichten welke budgettaire impact u voorziet voor de Belgische staatskas om die nucleaire ambities te realiseren? Over welke bedragen aan publieke steun of garanties spreken we om, zoals de brief het stelt, projecten te de-risken voor private investeerders? Kunt u in dat kader ook toelichten wat de deal met ENGIE voor de verlenging van Doel 4 en Tihange 3 de staatskas al heeft gekost en naar schatting nog zal kosten, als voorbeeld van de kostprijs van verdere nucleaire projecten?
De alliantie pleit voor een versnelde goedkeuring van staatssteun. Hoe rijmt u deze vraag met de noodzaak van een grondige en zorgvuldige analyse van de budgettaire gevolgen en de eerlijke concurrentie met andere, meer kostenefficiënte en sneller te realiseren CO 2 -vrije technologieën, zoals hernieuwbare energie?
U vraagt de Europese Commissie en de EIB om de financiering van kernenergie te vergemakkelijken. Dreigt deze sterke focus op het aantrekken van kapitaal voor nucleaire projecten niet ten koste te gaan van de al even noodzakelijke investeringen in hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en de modernisering van ons elektriciteitsnet? Hoe garandeert u een evenwichtige aanpak?
Mathieu Bihet:
Ik verwelkom de publicatie van het nieuwe PINC door de Europese Commissie. Het document vormt een belangrijk keerpunt in de erkenning van de strategische rol van kernenergie in onze energiemix. Het past volledig binnen een langetermijnvisie, vastgelegd bij de oprichting van het Euratom-verdrag. Zelf heb ik trouwens persoonlijk bijgedragen aan de raadpleging die de Europese Commissie voorafgaand aan de publicatie heeft georganiseerd.
Ik juich in het bijzonder toe dat het PINC duidelijk erkent dat de nucleaire capaciteit in Europa de komende jaren zou moeten toenemen, onder meer dankzij de levensduurverlenging van de bestaande reactoren van de nieuwe projecten die vanaf 2035 worden opgestart. De tekst gaat verder dan louter elektriciteitsproductie. Er wordt ook ingegaan op cruciale aspecten zoals toeleveringsketens, competentieontwikkeling, financieringsstrategieën en medische isotopen, zijnde een domein waarin België een wereldrol speelt. Dat domein wil ik ook in de toekomst actief blijven verdedigen.
Ons engagement op nucleair vlak past in de logica van complementariteit met hernieuwbare energiebronnen. Sinds de officiële toetreding van België tot de European Nuclear Alliance in februari 2025, heb ik aan verschillende bijeenkomsten deelgenomen met mijn collega-ministers, onder meer in de marge van de Energieraden. Wij bespraken er het PINC, de financiering van nieuwe projecten en de toekomst van kernenergie binnen de Europese agenda. Er werd ook een gezamenlijke brief van de ministers aan de Commissie verstuurd.
Onder het Zweedse voorzitterschap van de Nucleaire Alliantie werd bovendien een ambitieus werkplan aangenomen. Ik verwelkom tevens de recente toetreding van Italië tot de Alliantie, evenals de aanwezigheid van de nieuwe Duitse minister van Energie als genodigde.
De rol van de overheid, zoals vermeld in onze gezamenlijke brief, bestaat erin de mobilisering van private financiering mogelijk te maken en niet alle investeringen alleen te dragen. Het komt erop aan de risico’s te beperken die investeerders ervaren, met name via gerichte waarborgen, een duidelijk en stabiel regelgevend kader en een versterkte toegang tot Europese instrumenten. Het akkoord met ENGIE over de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 toont aan dat een evenwichtige verdeling van de risico’s mogelijk is, zonder een rechtstreekse last voor de overheidsfinanciën.
Tot slot wil ik benadrukken dat onze aanpak wordt geleid door de zoektocht naar een evenwicht. Ja, we verdedigen een betere toegang tot financiering voor kernenergie, maar dat gebeurt niet ten koste van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie of de modernisering van de netten. Al deze elementen zijn noodzakelijk voor de transitie. Het is die globale visie die België op Europees niveau verdedigt. Ik dank u.
Voorzitter: Jeroen Soete.
Président: Jeroen Soete.
Kurt Ravyts:
Inhoudelijk ben ik het natuurlijk roerend eens inzake een aantal genomen initiatieven in verband met de European Nuclear Alliance en de Belgische rol erin. U hebt bijvoorbeeld gesproken over gerichte waarborgen en over een versterkte toegang tot Europese instrumenten. Dat is allemaal goed, maar om een echt copernicaanse omwenteling te creëren, zal er in deze legislatuur toch iets concreets op tafel moeten komen. We zullen het daar straks nog over hebben, naar aanleiding van het SMR-verhaal.
We blijven de zaak van nabij opvolgen. De eindevaluatie zal dan over enkele jaren volgen.
Oskar Seuntjens:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik wil herhalen dat kernenergie een van de mogelijkheden is om onze energie-infrastructuur te versterken en om onze energieonafhankelijkheid te verzekeren voor de komende jaren. Ik wou gewoon nog eens een oproep doen om te blijven waken over het evenwichtig zijn van de keuzes en van de kosten, zodat we de energiefactuur niet doorsturen naar de gebruikers.
Hezbollah en de Europese terreurlijst
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgisch regeerakkoord pleit voor opheffing van het EU-onderscheid tussen Hezbollahs politieke en militaire vleugel en actualisatie van de terreurlijst, maar minister Prévot benadrukt dat de militaire tak al is opgelijst en er geen consensus of nieuwe bewijzen zijn om de politieke vleugel toe te voegen, ondanks Libanees ontwapeningsstreven. Van Rooy kaart toenemende steun voor jihadistische groepen (waaronder Hezbollah) in België en de EU aan, koppelt dit aan islamitische ideologie en kritiseert het uitblijven van strenge EU-maatregelen als symptoom van "Eurabia". Prévot houdt vast aan EU-procedures (Comet-werkgroep) en afhankelijkheid van nieuwe inlichtingen of gerechtelijke uitspraken. Concrete stappen ontbreken, ondanks regeerakkoordbelofte.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik citeer: "We pleiten voor het opheffen van het artificiële onderscheid tussen een politieke en militaire vleugel van Hezbollah en voor een Europese terreurlijst die tred houdt met evoluties op het terrein en de verspreiding van gelieerde steunbewegingen in België." Aldus het regeerakkoord.
Hoe staat het daarmee? De tijd dringt immers. Welke stappen werden of zullen worden ondernomen om dit wat artificiële onderscheid tussen de politieke en militaire vleugel van Hezbollah op te heffen? Wanneer zal dat eindelijk gebeuren?
Wat het updaten van de Europese terreurlijst betreft, over welke "evoluties op het terrein" en "gelieerde steunbewegingen in België" – ik citeer opnieuw uit het regeerakkoord – gaat het precies?
Maxime Prévot:
Dank u, mijnheer Van Rooy.
De gewapende vleugel van Hezbollah wordt door de Europese Unie al als terroristisch beschouwd. Hij is sterk verzwakt en steunt officieel het staakt-het-vuren met Israël. De nieuwe Libanese regering wil ook het wapenmonopolie terugwinnen en dus Hezbollah ontwapenen. Dat wordt gesteund door België en ook door landen zoals Qatar.
Het al dan niet terecht zijn van de aanduiding van de politieke vleugel van Hezbollah op de terroristische sanctielijst van de Europese Unie zal het voorwerp blijven van overleg met onze Europese partners. Het toevoegen van de politieke tak van Hezbollah aan de sanctielijst van de EU met restrictieve maatregelen in de strijd tegen terrorisme gebeurt via consensus in de bevoegde Raadswerkgroep Comet, de bevoegde werkgroep binnen de EU. De afgelopen twee jaar heeft in het kader van de semestriële adoptie van deze lijst geen enkele lidstaat een verzoek ingediend om de politieke tak van Hezbollah op te lijsten. Dat komt omdat er geen nieuwe elementen zijn aangebracht, zoals een gerechtelijke uitspraak of pertinente informatie van lidstaten of partnerlanden, die dat zouden rechtvaardigen. Dat is immers een procedurele sine qua non om wijzigingen of toevoegingen te kunnen bewerkstelligen in de Comet.
Mochten zich binnen die werkgroep nieuwe ontwikkelingen voordoen, dan zal België hiermee rekening houden en deelnemen aan de zoektocht naar een Europese consensus.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, of het nu gaat over Hezbollah, Hamas, IS, de taliban, Al Qaida, de Iraanse Revolutionaire Garde, Boko Haram, Al Shabab of nog de Moslimbroeders, wat hen bindt is de islam. Zoals islamoloog Halim El Madkouri stelt: "Uit de basisliteratuur van terreurbeweging Islamitische Staat blijkt dat zij niets doet wat ingaat tegen de algemene islamitische leer inzake politiek en oorlogshandelingen". In onze samenleving zijn er dus steeds meer moslims, en tegenwoordig ook niet-moslims, die sympathie hebben voor of zelfs aanhanger zijn van jihadistische organisaties zoals Hezbollah. Dat Hezbollah dus na al die decennia nog altijd niet volledig op de EU-terreurlijst staat en dat tegelijkertijd ook het aantal Hezbollah-aanhangers in de EU en in dit land toeneemt, zegt alles over Eurabia en Belgistan.
De arrestatie van Georgisch oppositieleider Zurab Japaridze
De willekeurige arrestaties van pro-Europese leiders in Georgië
Politieke onderdrukking van pro-Europese oppositie in Georgië
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België uit ernstige bezorgdheid over de democratische erosie in Georgië, gekenmerkt door repressie tegen oppositie (o.a. arrestaties Melia en Japaridze), gerechtelijke manipulatie en autoritaire neigingen, gesteund door Russische invloeden. Concrete maatregelen zijn genomen: bilaterale/multilaterale veroordelingen, opschorting van visumvrijstelling voor officiële paspoorthouders (sinds 18 april) en pleidooien in EU-verband voor gerichte sancties zonder de bevolking te raken, met ruimte voor terugdraaiing bij verbetering. België benadrukt de nood aan EU-solidariteit en dialoog met oppositie/maatschappij, maar stelt geen "business as usual" met de Georgische regering zolang de achteruitgang duurt. De Maegd onderstreept de dringendheid van een krachtig EU-signaal, gezien het Georgische volk’s pro-Europese protesten voor rechtsstaat en vrijheid.
Voorzitter:
Monsieur le ministre, M. Vander Elst m'a informé qu'il ne pourra pas revenir en commission pour poser sa question.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs mois, la Géorgie traverse une crise politique majeure, marquée par un recul préoccupant des libertés fondamentales, des ingérences de plus en plus visibles de la Russie, et une rupture de plus en plus assumée avec les standards démocratiques européens.
Le 29 mai dernier, Nika Melia, ancien président du Mouvement national uni et figure de proue de la Coalition pour le changement, a été arrêté à Tbilissi. Il s'agit du deuxième dirigeant pro-européen arrêté en une semaine, après Zurab Japaridze, leader du parti Girchi.
Je souhaiterais dès lors vous poser les questions suivantes:
1. Quel est le regard de la Belgique sur cette situation?
2. La Belgique soutient-elle une initiative européenne dans ce dossier?
3.Des contacts ont-ils été pris, ou sont-ils envisagés, avec des représentants de la société civile géorgienne, ou avec les forces d'opposition, afin de témoigner de notre solidarité?
Maxime Prévot:
M. Vander Elst, à défaut d’être présent, pourra, je l’imagine, parcourir le compte rendu pour obtenir les informations qu’il souhaitait, d’autant que ma réponse est rédigée dans les deux langues.
Zoals u in uw vragen terecht aanhaalt, kampt Georgië met een erosie van de democratische rechten en vrijheden. Ik deel uw bezorgdheid over deze democratische erosie, die niet strookt met onze waarden en normen.
België antwoordt daarom met de volgende stappen: ten eerste, duidelijke verklaringen in bilateraal en multilateraal kader. Ten tweede, geen business as usual wat betreft politieke contacten met de Georgische regering zolang de democratische erosie aanhoudt. Ten derde, de opschorting van de visumvrijstelling voor officiële paspoorten.
België maakt deel uit van de gekwalificeerde meerderheid die deze concrete visummaatregel nam in de Raad Buitenlandse Zaken van de EU. België voerde deze gedeeltelijke opschorting van de visumvrijstelling nationaal uit, zonder gewone burgers te treffen. In samenwerking met de Benelux-buurlanden trad deze visummaatregel gelijktijdig in werking op 18 april jongstleden.
L’arrestation récente de l’opposant géorgien Zurab Japaridze et son procès font l’objet d’un suivi par notre ambassade à Bakou. Dans le cadre du Conseil de l’Europe, la Belgique s’est jointe à une déclaration claire sur son arrestation, initiée par les pays nordiques et baltes au début du mois.
Wat de EU-dimensie betreft, werd de situatie in Georgië de voorbije maanden meermaals besproken in de Raad Buitenlandse Zaken. Dat gebeurde dit jaar reeds in januari, februari en april. Tijdens de bespreking in dat verband pleit ik consequent voor een gerichte en graduele aanpak ten aanzien van de verantwoordelijken voor de repressie gericht tegen de oppositie, het maatschappelijk middenveld en vreedzame betogers. Dat betekent dat verdere maatregelen moeten worden overwogen indien de situatie verder verslechtert. Daarbij is het belangrijk dat eventuele maatregelen de burgerbevolking niet treffen en dat ze snel kunnen worden ingetrokken indien de regering de repressie stopzet, wat vanzelfsprekend ons doel is.
Un dialogue sincère avec l’opposition et la société civile géorgiennes, ainsi qu’une communication claire de l’Union européenne, sont également importants. Une écrasante majorité de la population géorgienne soutient l’intégration européenne du pays. La Belgique adoptera une attitude constructive si le gouvernement géorgien s’engage également dans cette voie.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Ce qui se passe aujourd’hui en Géorgie est extrêmement préoccupant: c’est une mise à l’écart méthodique de l’opposition, une instrumentalisation de la justice, une dérive autoritaire assumée et une volonté affichée de rompre avec l’Union européenne. Le peuple géorgien manifeste depuis des mois pour défendre une idée de l’Europe que nous partageons: celle de la liberté, d’un État de droit, du pluralisme. Le peuple géorgien nous demande donc un signal politique fort. Vous avez notamment évoqué la question des passeports. Je suis satisfait de voir que la Belgique porte une voix forte et a coordonné une réponse européenne exigeante car, en effet, là aussi, les silences se paient toujours au prix fort.
De lgbtqi+-rechten in Hongarije en het verbieden van de Budapest Pride
Nieuwe voorbeelden van de autoritaire koers van de Hongaarse regering
De schendingen van de fundamentele waarden van de Europese Unie door Hongarije
De gaypride in Boedapest
Hongaarse regering, LGBTQI+-rechten en EU-waardenconflicten
Gesteld door
Groen
Staf Aerts
MR
Michel De Maegd
PS
Christophe Lacroix
PS
Christophe Lacroix
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt de systematische onderdrukking van LGBTQI+-rechten in Hongarije, waaronder het verbod op *Budapest Pride*, discriminerende wetten (zoals de "antipedofiliewet" van 2021) en nieuwe repressieve maatregelen tegen NGO’s en media, die de EU-waarden (art. 2 TUE) schenden. De regering steunt Europese inbreukprocedures (o.a. zaak bij het Hof van Justitie, waar advocaat-generaal Capeta Hongarije’s schendingen bevestigde), dringt aan op strengere EU-sancties (zoals art. 260 TFUE-boetes) en versterkt diplomatieke druk via Benelux-verklaringen, bilaterale gesprekken en steun aan lokale organisaties—de ambassadeur participeert actief in *Pride*-evenementen. Parlementsleden eisen concreet optreden, zoals deelname aan Budapest Pride (als symbool van solidariteit), activatie van art. 7 TUE (voor waarschuwingsmechanismen bij democratische afbraak) en financiële conditionering van EU-gelden, maar de minister benadrukt dat unanimiteit in de Raad (en juridische procedures) vertragend werken. Kritiek blijft op Orbáns illiberale koers, die EU-eenheid ondermijnt door fundamentele rechten te ontmantelen terwijl Hongarije EU-middelen blijft ontvangen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de situatie van de regenbooggemeenschap in Hongarije is bijzonder zorgwekkend. Zo voerde Hongarije al in 2021 een wet in die gesprekken en beelden over gender en seksuele oriëntatie aanzienlijk beperkt. Die thema's mogen niet meer getoond worden aan minderjarigen. Concreet zijn films of boeken over lgbtqi+, reclame met lgbtqi+-koppels en zelfs inclusieve lessen op school verboden. Bovendien kreeg die wet de naam 'antipedofiliewet', wat het allemaal nog pijnlijker maakt.
Als reactie daarop ben ik in 2021 samen met collega's van verschillende partijen en parlementen naar de Budapest Pride getrokken om daar de lgbtqi+-gemeenschap een hart onder de riem te steken. Volgende week zal ik daar opnieuw zijn omdat het belangrijker dan ooit is onze solidariteit met de Hongaarse lgbtqi+-gemeenschap te tonen.
In april 2025 besliste premier Orban en zijn Fidesz-partij een stap verder te gaan en de Budapest Pride te verbieden en gezichtsherkenning in te zetten om deelnemers op te sporen en te bestraffen. Er ligt ook nog stringentere wetgeving op de planken.
Op welke manier zal de federale regering druk uitoefenen op Hongarije om de wetgeving opnieuw in overeenstemming te brengen met de Europese normen en waarden? Er werden al verschillende inbreukprocedures opgestart, maar Hongarije blijft die naast zich neerleggen. Zal België van de Europese Commissie eisen dat er dringende voorlopige maatregelen worden genomen?
Hebt u hierover contact met de Hongaarse ambassadeur en steunt België Hongaarse lgbtqi+-organisaties in hun strijd tegen dit discriminerend beleid?
Vorige keer stapte de Belgische ambassadeur in Hongarije mee op in de diplomatieke sectie van de Budapest Pride. Zal dit opnieuw het geval zijn? Het zou een nog sterker signaal mochten ook leden van de Belgische regering zichtbaar aanwezig zijn op de Budapest Pride. Overweegt u om zelf te gaan?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, la Hongrie s'apprête à voter une loi dite de "transparence de la vie publique", qui, sous couvert de protection de la souveraineté nationale, institue un mécanisme de contrôle et de répression de toute organisation financée par l'étranger. Les ONG, médias indépendants et entreprises pourraient voir leurs comptes gelés, leurs biens saisis et leurs dirigeants inquiétés à titre personnel.
Cette mesure, qui s'ajoute à une série d'amendements liberticides qui ont été évoqués, ciblant notamment les minorités LGBTQIA+ et restreignant le droit de manifester, s'inscrit dans un processus autoritaire alarmant, qualifié par certains observateurs de coup d'État progressif.
Quelle est la position du gouvernement belge face à cette nouvelle législation hongroise qui porte atteinte aux libertés fondamentales et à l'État de droit? Quelles démarches diplomatiques la Belgique envisage-t-elle, en lien avec ses partenaires européens, pour réaffirmer le respect des valeurs de l'Union prévues à l'article 2 du Traité sur l'Union européenne?
Plus globalement, comment la Belgique compte-t-elle se positionner face aux régimes européens qui, tout en participant aux institutions de l'Union européenne, en sapent les principes démocratiques de l'intérieur?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, en 2021, la Hongrie a adopté une législation officiellement destinée à lutter contre la pédocriminalité et à protéger les mineurs. En réalité, cette loi restreint l’accès à des contenus relatifs aux identités transgenres, à l’homosexualité et au changement de sexe, y compris dans les médias et l’éducation. Cette législation a suscité de vives critiques, tant pour ses atteintes aux droits fondamentaux que pour sa stigmatisation des personnes LGBTI.
La Commission européenne a introduit un recours contre la Hongrie, estimant que cette loi viole plusieurs dispositions du droit de l’Union, notamment les règles relatives au marché intérieur, à la protection des données, ainsi que les droits garantis par la Charte des droits fondamentaux.
Le 6 juin 2025, l’avocate générale de la Cour de justice de l’Union européenne, Mme Tamara Ćapeta, a estimé que la Hongrie avait enfreint l’ensemble des règles invoquées par la Commission. Elle recommande à la Cour de constater une violation distincte de l’article 2 du Traité sur l’Union européenne, qui consacre les valeurs fondamentales de l’Union : dignité humaine, égalité, droits de l’homme, État de droit. Elle souligne que la marginalisation d’un groupe, en l’occurrence les personnes LGBTI, constitue une ligne rouge incompatible avec ces valeurs.
Dès lors, je souhaite vous poser les questions suivantes:
Quelle est la position de la Belgique face à cette législation hongroise et aux conclusions de l’avocate générale ?
La Belgique soutiendra-t-elle une réponse ferme au niveau européen si la Cour confirme la violation de l’article 2 du TUE?
Le gouvernement belge envisage-t-il de plaider pour des mécanismes renforcés de protection des valeurs fondamentales de l’Union, notamment en cas de récidive ou de non-respect persistant par un État membre?
Monsieur le ministre, une fois de plus, le Premier Ministre hongrois a franchi les limites de l’État de droit et des valeurs fondamentales de l’Union européenne en s’attaquant à la Marche des Fiertés de Budapest.
Le 18 mars dernier, les membres de la coalition parlementaire pro-Orbán ont voté une loi interdisant la Pride, et en faisant même de la participation à cet évènement un délit passible d’une amende de près de 500€.
Une fois de plus, le chantre de l’illibéralisme et des prétendues “valeurs traditionnelles” s’attaque aux droits fondamentaux, qui sont le fruit de notre si douloureuse construction européenne.
Cette nouvelle aberration intervient après l’adoption en 2021 d’une loi interdisant “la promotion de l’homosexualité et du changement de genre auprès des mineurs” démontrant l’obsession homophobe et transphobe de Viktor Orban.
Le Premier ministre hongrois persiste à fragiliser la démocratie et l’État de droit, au mépris le plus total des procédures engagées par la Commission européenne et de l’avis rendu le 5 juin dernier par l’avocate générale de la CJUE Tamara Capeta, qui soutient la procédure et constate la violation des droits fondamentaux garantis par l’UE.
Voici donc mes questions:
1. Comment le gouvernement se positionne-t-il vis-à-vis des attaques illibérales de Viktor Orban contre la démocratie et l’Union européenne?
2. Quelles sont les mesures que le gouvernement envisage de prendre au niveau européen pour garantir à l’ensemble des citoyens le respect de leurs droits le plus entier?
3. Comptez-vous demander à la Commission européenne d’imposer des sanctions financières à la Hongrie, en vertu de l’article 260 du TFUE?
Je vous remercie pour vos réponses.
Maxime Prévot:
Bedankt voor uw vragen, geachte leden.
België zet zich sterk in voor de bestrijding van alle vormen van discriminatie, in het bijzonder op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit. De bestrijding van alle vormen van discriminatie, ook tegen de lgbtqi+-gemeenschap, blijft prioritair in ons buitenlands mensenrechtenbeleid. De toenemende discriminatie van de lgbtqi+-personen in Hongarije is dan ook grote zorg voor België. Deze kwestie wordt door mijn diensten nauwlettend gevolgd.
Après l'adoption des réformes législatives par le Parlement hongrois, le 18 mars dernier, qui pourraient servir de base à l'interdiction de la Budapest Pride, j'ai réagi immédiatement et publiquement via les réseaux sociaux et exprimé notre profonde inquiétude face à cette nouvelle loi qui stigmatise encore davantage les personnes LGBTQIA+ et porte atteinte à l'acquis communautaire en matière de non-discrimination et de liberté d'expression. La nouvelle législation que vous mentionnez, monsieur De Maegd, viendra, le cas échéant, charger encore davantage la barque.
Tijdens de vergadering van het Comité van Ministers van de Raad van Europa op 19 maart 2025 werd ook een verklaring van de Benelux afgelegd om onze ernstige bezorgdheid te uiten over de recente ontwikkelingen in Hongarije en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van de lgbtqi+-personen. Die verklaring werd ook op de sociale media gepubliceerd.
En outre, la Belgique est intervenue dans l'affaire historique portée devant la Cour de justice de l'Union européenne contre la loi hongroise sur la protection de l'enfance, en raison de la discrimination présumée à l'encontre de la communauté LGBTQIA+. Mes services ont bien pris note des conclusions de l'avocate générale, Mme Tamara Capeta. L'arrêt de la Cour est attendu après l'été.
Monsieur Lacroix, vous mentionnez l'article 260 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne. Il permet en effet à la Cour de condamner un État membre au paiement d'une amende ou d'une astreinte, mais seulement dans le cas de ce que les juristes de droit européen appellent un recours en double manquement. Je vous passe les détails techniques, mais sachez que mes équipes ne perdent jamais l'article de vue. La Commission européenne n'a pas déposé de requête visant à prendre des mesures provisoires urgentes. La Belgique l'avait toutefois approchée à ce sujet.
Tijdens de vergadering van de Raad Algemene Zaken van 27 mei vond de achtste hoorzitting over Hongarije plaats. Net voor die vergadering legden 20 lidstaten, waaronder België, een verklaring af waarin ze Hongarije opriepen om de wetgeving aan te passen en ze er bij de Commissie op aandrongen om hierop toe te zien. Die verklaring werd op de website van Binnenlandse Zaken gepubliceerd en via de sociale media verspreid. Ook in onze Benelux-tussenkomst tijdens die Raad Algemene Zaken werd hierop aangedrongen.
In bilaterale gesprekken met Hongarije wordt het belang benadrukt van de eerbiediging van de rechtsstaat, de mensenrechten en de bestrijding van discriminatie, met bijzondere aandacht voor de rechten van lgbtqi+-personen en de vrouwenrechten. Onze ambassade in Boedapest blijft zich inzetten voor de verdediging van de lgbtqi+-rechten in Hongarije, ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties.
Notre ambassadeur a, par exemple, participé à l'ouverture du mois de la Fierté à Budapest le 6 juin dernier. Notre ambassade entretient des contacts réguliers avec les organisateurs de la Pride et d'autres organisations de la société civile concernée ainsi qu'avec les autorités locales de la ville de Budapest.
Quant à la question de ma participation, je l'aurais fait volontiers, comme j'ai encore participé cette année à la Brussels Pride, mais mon agenda ne me permet malheureusement pas, en tout cas cette année, de faire le déplacement.
Enfin, notez que mes services ne cessent de chercher avec les États membres de l'Union européenne qui sont like-minded de nouvelles pistes pour renforcer l'État de droit dans l'Union européenne. À cet égard, vos idées resteront, chers collègues, naturellement les bienvenues.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben ervan overtuigd en weet dat de rechten van lgbtqi+-gemeenschap over de partijgrenzen heen een warm hart worden toegedragen. Dat heb ik ook duidelijk kunnen vaststellen toen we in 2021 met een delegatie van leden van N-VA, Vooruit, cd&v en Groen, een heel gemengde delegatie dus, allemaal met hetzelfde doel en hetzelfde warm hart, de regenbooggemeenschap in Hongarije gingen steunen.
Het is nu dus het juiste moment om, naast verklaringen in ministerraden, dat opnieuw te doen. Ik heb begrip voor uw volle agenda, maar ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is dat wij als parlementsleden met verschillende partijen zoveel mogelijk doen om dat signaal kracht bij te zetten.
Daarom roep ik mijn collega’s en collega-vraagstellers graag op mee te gaan naar de Budapest Pride. Ik zal alleszins proberen contact te leggen met de ambassade. Ik heb begrepen dat er ook een stevige delegatie van Europese parlementsleden aanwezig zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dit een heel belangrijk en krachtig signaal kan zijn dat aantoont dat we onze Europese waarden en normen niet laten overschrijden, niet door Fidesz en evenmin door premier Orban. We moeten dit een halt toeroepen en de regenbooggemeenschap voluit steunen.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, ce qui se passe aujourd'hui en Hongrie est une dérive autoritaire majeure, en plein cœur de l'Union européenne. Ce projet de loi sur la transparence n'est, bien entendu, qu'un nom de façade. Il s'agit en réalité d'un outil de répression déguisé destiné à bâillonner les contre-pouvoirs, à faire taire les médias indépendants et à intimider la société civile.
Quand la démocratie recule ainsi à l'intérieur même de l'Union, c'est évidemment l'ensemble du projet européen qui vacille. Le danger ne vient pas seulement de ceux qui contestent l'Europe de l'extérieur, mais aussi et peut-être surtout, de ceux qui l'instrumentalisent de l'intérieur en profitant de ses ressources, tout en sapant en même temps ses fondements.
Il est temps d'oser des réponses plus fermes: l'activation réelle de l'article 7, la conditionnalité des fonds européens ou encore un soutien renforcé aux acteurs de la démocratie en Hongrie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre vigilance en matière de défense des droits humains au sein de l’Union européenne, et en particulier du droit des personnes LGBTQIA+. Ce qui interpelle, c’est la lecture de l’avis de l’avocate générale de la Cour de justice de l’Union européenne, particulièrement cinglant à l’égard de la Hongrie. Elle y dénonce le non-respect et la marginalisation d’un groupe au sein de la société, ce qui constitue, estime-t-elle, les lignes rouges imposées par les valeurs d’égalité et de dignité. Elle considère qu’en remettant en cause l’égalité des personnes LGBTI, la Hongrie a nié plusieurs valeurs fondamentales et s’est ainsi significativement éloignée du modèle de démocratie constitutionnelle tel que reflété par l’article 2 du Traité de l’Union européenne. Ses conclusions, de manière générale, sont que la législation hongroise en question enfreint la liberté de fournir et de recevoir des services dans l’Union, au-delà même de la seule question des LGBTQIA+. Mon seul souci est le suivant: j’espère que la Cour de justice de l’Union européenne pourra statuer en toute indépendance à la fin de l’été – ou après l'été –, comme vous l’avez mentionné. J'ai très peur qu’elle ne subisse des pressions de certains gouvernements, sachant que nous avons parfois besoin de règles d'unanimité pour prendre des positions au sein de l'Union européenne, notamment en matière de sanctions économiques contre la Russie, et sachant que la Slovaquie est également en train de prendre le même chemin trumpiste que la Hongrie. À l’instar de la Cour européenne des droits de l’homme, récemment attaquée par neuf chefs d’États membres du Conseil de l’Europe, j’espère que la vigilance sera renforcée afin de préserver l’indépendance et le statut de la Cour de justice de l’Union européenne.
De koers die Europa en België aangaven tijdens de Shangri-La-Dialoog
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De EU positioneert zich in Azië als een neutrale, stabiliserende partner (geen machtsblok) via multilateralisme, handel (Global Gateway) en regels gebaseerde samenwerking, als tegenwicht voor VS-China-polarisatie, zonder confrontatie te zoeken. België ondersteunt dit door diplomatie, handelsbetrekkingen en EU-missies, met focus op maritieme veiligheid en cyberweerbaarheid, terwijl de EU-China-top (juli) en Raad Buitenlandse Zaken (juni) de groeiende Chinese invloed en veiligheidsrisico’s moeten beoordelen. De Rusland-China-relatie is strategisch-opportunistisch (Rusland als junior partner), met historische territoriale spanningen maar groeiende economische en militaire afhankelijkheid sinds Oekraïne. Waakzaamheid tegen Chinese assertiviteit en spionage blijft cruciaal, zonder verdere bevestiging van Russische inlichtingenclaims.
Katrijn van Riet:
Tijdens de Shangri-La-dialoog gehouden te Singapore hebben verschillende Europese leiders gepleit om de samenwerking met de Aziatische landen te vergroten. Dit gebeurde tegen de achtergrond van het gewijzigde Amerikaanse buitenlandbeleid waar – vooral op het vlak van handel – een verhoogde volatiliteit plaatsvindt door de aankondiging van o.a. tarieven. Azië is zich sinds het einde van de Koude Oorlog aan een recordtempo economisch aan het opwerken, ondertussen vindt ongeveer 60% van de mondiale handel daar plaats.
Mijn vragen voor de minister:
Mevr. Kallas verklaarde dat "Europa gezien moet worden als een partner, niet als een macht". Kan u verduidelijken hoe de Europese Commissie precies deze rol ziet?
President Macron pleitte tijdens deze dialoog voor een 'strategisch evenwicht'. Wordt hiermee bedoeld dat er een tegengewicht moet opgezet worden tegen de aan invloed winnende positie van de Volksrepubliek China?
Welke rol kan Europa in Azië precies spelen volgens u en wat is de rol van België binnen de bredere EU-strategie?
Komt dit overeen met de visie dat Europa als een 'derde pilaar' stabiliteit kan brengen in Azië?
Meent u dat Europa voldoende middelen heeft om deze rol op te nemen?
Recent zou een vermeend document van de Russische veiligheidsdiensten wijzen op een toenemende Chinese assertiviteit aan de grens tussen beide landen. In het document wordt gesproken over toegenomen spionage en de ambitie van de Volksrepubliek om grondstofrijke gebieden die door Tsaristisch Rusland werden veroverd terug in bezit te nemen. Wat is uw analyse?
Maxime Prévot:
Mevrouw van Riet, in haar toespraak op de Shangri-La Dialogue benadrukte vicevoorzitster en Hoge Vertegenwoordiger, Kaja Kallas, dat de Europese Unie inzet op partnerschap gebaseerd op internationale rechtsorde, gedeelde waarden en wederzijds belang. Europa wil geen machtsblok zijn dat anderen zijn wil oplegt, maar een betrouwbare partner die stabiliteit, samenwerking en vrede vooropstelt.
President Macron riep op tot een coalition of independents , een strategisch evenwicht waarbij landen niet gedwongen worden te kiezen tussen de VS en China. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs een tegengewicht tegen China, maar veeleer een streven naar autonomie en samenwerking met alle partners, zonder afhankelijkheid of confrontatie.
Die verklaringen zijn in overeenstemming met de visie van Europa als derde pilaar van stabiliteit. De EU wil zich niet laten meeslepen in grootmachtsconcurrentie. Door in te zetten op multilateralisme, de versterking van een op regels gebaseerde internationale orde en duurzame ontwikkeling, positioneert Europa zich als een stabiliserende kracht met de duidelijke wil een verbindende rol te spelen. Dat kan onder andere via multilaterale samenwerking, vrijhandelsakkoorden en investeringen in duurzame infrastructuur via het Global Gateway-initiatief van de EU.
Dat partnerschapsmodel wordt in de regio gewaardeerd, zoals blijkt uit de toenemende vraag naar samenwerking met de EU. Binnen Azië kan men China en zijn groeiende invloed op de regio niet wegdenken, maar Europa is alsmaar zichtbaarder in Azië en de Indo-Pacifische regio met een groeiende diplomatieke, economische en veiligheidsaanwezigheid.
België ondersteunt deze strategie via multilaterale fora, door het uitbouwen van handelsbetrekkingen en via deelname aan relevante EU-missies. Onze diplomatieke posten in de regio spelen een actieve rol in het versterken van de bilaterale banden. België draagt bij aan het bredere EU-beleid inzake maritieme veiligheid en cyberweerbaarheid.
Eind juli staat de vijfentwintigste EU-Chinatop gepland. Dat zal een goed moment zijn om de stand van onze betrekkingen met China op te maken. Daarnaast staat China ook op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni, waar zal worden ingegaan op de invloed van China op de Europese veiligheid. Hoewel ik geen commentaar zal geven op niet-geverifieerde Russische inlichtingen en ik dus geen uitspraken zal doen over de inhoud van dergelijke informatie en analyses, is het duidelijk dat de relatie tussen Rusland en China complex is.
Historisch territoriale geschillen, zoals in de regio rond de Amoer, blijven gevoelig. Sinds de inval in Oekraïne is Rusland in grote mate afhankelijk geworden van Chinese steun voor zijn economie en militair-industrieel complex. Rusland is duidelijk de junior partner geworden. De band is strategisch-opportunistisch voor beide partijen en niet gebaseerd op vertrouwen.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat u niet alles kunt zeggen over de veiligheidsdiensten en over meer gevoelige informatie, maar ik denk dat u het met ons eens bent dat we waakzaam moeten blijven. Ik vertrouw erop dat we dat samen verder zullen opvolgen.
Het Europese arrestatiebevel tegen Majed al-Zeer
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat de Veiligheid van de Staat intensief samenwerkt met Zweedse en andere Europese diensten, ook over het Europees arrestatiebevel tegen Hamas-topman Majed al-Zeer, maar weigert operationele details te geven. België volgt de wettelijke procedure als al-Zeer op Belgisch grondgebied wordt aangetroffen, maar zijn aanwezigheid (verleden/heden) wordt niet bevestigd of ontkend. Van Rooy kaart aan dat jihadistische netwerken (Hamas, Hezbollah, Moslimbroederschap) ongehinderd infiltreren in media, onderwijs en politiek, terwijl hij de regering beschuldigt van eenzijdige focus op Israël in plaats van het bestrijden van islamitisch extremisme, met als waarschuwing dat passiviteit de "islamitische overwinning" in Europa bespoedigt.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, met deze vraag blijven we in dezelfde sfeer als bij de voorgaande vraag.
Er is een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Majed al-Zeer, een topman van Hamas in Europa. Naar verluidt zou die gevaarlijke moslimterrorist zich schuilhouden in Zweden.
Mevrouw de minister, vindt er over dat concreet geval contact plaats met de Zweedse en andere veiligheidsdiensten in Europa?
Is Hamastopman al-Zeer ooit op Belgisch grondgebied geweest? Kunt u uitsluiten dat hij momenteel in België is of zich op Belgisch grondgebied zou begeven?
Welke stappen worden gezet om die moslimterrorist zo snel mogelijk te arresteren?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Rooy, de Veiligheid van de Staat heeft, zoals ik daarnet al zei, intensieve contacten met internationale partners, niet alleen met de Deense, maar ook met de Zweedse veiligheidsdiensten en niet alleen in algemene termen, maar ook over individuele dossiers. Ik kan echter geen informatie verstrekken over de acties van onze inlichtingendiensten met betrekking tot specifieke personen.
Verder wil ik toelichten dat indien een persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd op Belgisch grondgebied wordt aangetroffen, de wettelijk voorziene procedure uiteraard zal worden gevolgd.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Terwijl de jihadisten van de Moslimbroederschap, van Hamas en Hezbollah, zonder probleem kunnen rondreizen binnen Europa en bovendien infiltreren in onze media, culturele instellingen, ons onderwijs en zelfs de politiek, houdt deze regering zich bezig met het bashen en sanctioneren van Israël. Ik begrijp dat mechanisme wel, mevrouw de minister, want Israël heeft wél de moed en de kracht om zich succesvol te verdedigen tegen de islamitische jihad, overigens zeer succesvol, wat bij velen uiteraard afgunst opwekt. Dat gezegd zijnde, als België en bij uitbreiding West-Europa niet wordt zoals Israël, zal de jihad hier blijven woekeren en zal de islam uiteindelijk zegevieren.
Het Starlineproject en de plaats van België en Luik in het Europese hst-net van morgen
De Belgische perspectieven in het kader van het Starlineproject
Het Starlineproject en de rol van België en Luik in het toekomstige Europese hogesnelheidsnetwerk
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Starline-project (22.000 km hogesnelheidsrail tegen 2040) wil 1 miljard reizigers van vliegtuig naar trein halen, maar België’s rol—met name Luik als strategisch knooppunt—is nog onduidelijk, ondanks bestaande HSL-infrastructuur. Minister Crucke bevestigt dat België via de IRP-plateforme betrokken is bij Europese spooroverleg, maar Starline blijft voorlopig een conceptuele studie; Brussel en Antwerpen staan wel in het plan, Luik nog niet, ondanks zijn HSL-verbindingen (Duitsland/Nederland) en logistieke potentieel. De minister benadrukt capaciteitsbeperkingen in Luik-Guillemins en wacht op de EU-strategie voor HSL (eind 2024) om concrete stappen te zetten, met focus op 30% meer reizigers, punctualiteit en klimaatdoelen. Foret dringt aan op proactieve lobby om Luik als sleutellocatie te verankeren en België’s centrale positie in Europa te benutten.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, le projet ferroviaire Starline, récemment présenté par le consortium 21st Europe, ambitionne de connecter 41 villes européennes via un réseau de 22 000 km de ligne à grande vitesse d'ici 2040. À terme, ce métro de l'Europe permettrait à un milliard de voyageurs de délaisser l'avion au profit du rail, réduisant significativement les émissions de CO 2 , tout en assurant des trajets compétitifs en termes de temps, comme un Helsinki-Berlin en cinq heures ou un Milan-Munich en trois heures.
Ce projet, chiffré à plus de 430 milliards d'euros, repose pour moitié sur des lignes déjà existantes. La Belgique, grâce à sa situation géographique centrale et son infrastructure ferroviaire dense, est idéalement positionnée pour y jouer un rôle majeur. Toutefois, à ce jour, la place concrète que notre pays et en particulier certaines villes comme Liège pourraient occuper dans ce projet reste floue. Liège, ville métropolitaine disposant d'une gare internationale emblématique de connexion à grande vitesse vers l'Allemagne et les Pays-Bas ainsi qu'un potentiel logistique reconnu apparaît comme un maillon pertinent à intégrer dans le futur réseau. Pourtant, elle ne figure pas clairement parmi les villes prioritairement identifiées jusqu'ici par le consortium.
L'accord de gouvernement insiste sur l'importance de promouvoir une mobilité transfrontalière durable et intégrée à l'échelle européenne. Il est donc essentiel que la Belgique et ses hubs ferroviaires comme Liège soient pleinement considérés dans les discussions à venir.
Monsieur le ministre, le gouvernement fédéral est-il en contact avec ce consortium ou d'autres acteurs institutionnels afin d'analyser la faisabilité et la pertinence d'une participation belge à ce projet? Quelle stratégie envisagez-vous pour garantir une place centrale à la Belgique dans ce réseau, notamment en capitalisant sur les atouts de la dorsale ferroviaire belge? La ville de Liège, en tant que nœud ferroviaire et métropole régionale, est-elle soutenue par le gouvernement pour figurer dans la liste des futures gares desservies? Quelles démarches concrètes sont-elles prévues pour articuler ce projet avec les objectifs climatiques et le développement de la mobilité à grande échelle en Belgique et en Europe?
Voorzitter:
La question de M. Julien Matagne a été retirée.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Foret, le projet ferroviaire Starline, auquel vous faites référence, se veut être une vision créative de la grande vitesse sur le continent européen. Cette vision a été élaborée par un nouveau think tank danois, le 21st Europe. Les thèmes visés par ce think tank sont très variés et portent sur des sujets tels que la mobilité, mais aussi l'énergie nucléaire ou la petite enfance. Le projet Starline se trouve actuellement à l'étape conceptuelle et nécessite des investissements considérables de tous les pays européens dans leur infrastructure ferroviaire, ainsi que l'unification du réseau ferroviaire européen.
La Belgique est représentée au sein de la Plateforme sur le transport ferroviaire international de voyageurs (IRP). Cette plateforme rassemble le secteur – entreprises ferroviaires, gestionnaires d'infrastructures, groupes d'intérêts passagers –, ainsi que les États membres de l'Union européenne, afin de faire un état des lieux des avancées et des obstacles au développement du réseau ferroviaire transfrontalier pour passagers en Europe. Ce forum est un lieu d'échange sur des projets en cours, le projet Starline étant pour le moment dans sa phase dite de design au sein du think tank 21st Europe. L'IRP devrait constituer un forum pertinent afin de discuter des évolutions avec les acteurs clés et les institutions, le tout afin de garder une place centrale pour la Belgique dans les connexions avec d'autres hubs européens.
Au niveau belge, l'infrastructure dédiée au trafic international est déjà existante, y compris les gares internationales à Bruxelles, Anvers et Liège. Bruxelles et Anvers sont d'ailleurs reprises dans le projet Starline. Le maintien de ces trois gares, y compris Liège, dans le réseau européen, doit rester une priorité.
Pour ce qui me concerne, j'ai déjà présenté mes ambitions pour le réseau ferroviaire lors de la commission du 13 mai dernier. En effet, j'ai annoncé tout mettre en œuvre pour que les objectifs d'une augmentation de 30 % des voyageurs, d'une ponctualité supérieure à 90 %, du renouvellement de la moitié du parc de matériel roulant et d'une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés soient atteints.
La gare de Liège-Guillemins est directement connectée en grande partie via la ligne grande vitesse 2 à la gare de Bruxelles-Midi, d'où partent et arrivent tous les trains internationaux; elle est aussi connectée directement à l'Allemagne via la ligne grande vitesse 3, la L37 et la L24. Toutefois, les capacités de cette gare, et en particulier les possibilités de stationnement et de retournement, sont presque complètement exploitées, déjà à l'heure actuelle.
Au-delà de l'intérêt d'une réflexion innovante sur le déploiement de la grande vitesse, je serai particulièrement attentif à la proposition que la Commission européenne prévoit de publier cette année en matière de transport ferroviaire à grande vitesse. C'est notamment sur cette base que j'évaluerai comment articuler mes objectifs de renforcement de l'offre de transport sur les lignes de grande vitesse, avec les orientations européennes en la matière. Soyez donc assuré que je ne ferme aucune porte pour le développement du transport ferroviaire transfrontalier, à grande vitesse ou non, notamment avec l'ambition de permettre une offre concurrentielle à l'avion pour les trajets de courte distance.
Gilles Foret:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éclaircissements et vos précisions. Il nous semble crucial que la Belgique et Liège en particulier ne ratent pas le train du Starline. La centralité de notre pays et l'excellence de certains de nos pôles doivent être mis en avant, non seulement pour défendre nos intérêts, mais aussi pour contribuer activement à la transformation durable et intégrée de la mobilité européenne.
De opmerkingen van het Rekenhof over de kostprijs van het regeringsbeleid
Het verslag van het Rekenhof en de Europese Commissie
Beoordeling door het Rekenhof van regeringsuitgaven en Europese beleidsverslagen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Rekenhof vernietigt de begroting van premier De Wever, noemt de 7,9 miljard aan terugverdieneffecten "drijfzand" en beveelt aan ze volledig te schrappen, terwijl het structurele gaten bij defensie, politie en justitie blootlegt, plus onrealistische fraude-inkomsten en een recordasielbudget in 2025. De Wever erkent de onzekerheid van de effecten maar blijft vertrouwen op Europese goedkeuring en hervormingen (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), terwijl oppositie hem beschuldigt van kiezersbedrog, Vlaamse beloftes breken en toekomstige besparingen op middenklasse en sociale zekerheid in plaats van superrijken. Kern: Begrotingscrisis door onrealistische cijfers, schuldenberg groeit met 100+ miljard, en geen concreet plan om gaten te dichten.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, het zou me verwonderen mocht u champagne drinken, aangezien het Rekenhof brandhout heeft gemaakt van uw begroting. Het Rekenhof was maandag snoeihard tijdens de hoorzitting in de commissie voor Financiën en Begroting. Onze vermoedens werden bevestigd: de terugverdieneffecten zijn volledig op drijfzand gebouwd. Ik citeer de uitspraken van de raadsheren van het Rekenhof van afgelopen maandag letterlijk – het stond niet in hun rapport: "De terugverdieneffecten zouden beter niet in de begroting worden ingeschreven." Mijnheer de premier, 7,9 miljard euro mag u meteen al schrappen volgens het Rekenhof.
Dat is niet alles. Het Rekenhof heeft nog veel andere grote gaten gevonden en onduidelijkheden rond de financiering van de defensie-uitgaven vastgesteld. Er is een structurele onderfinanciering van verschillende posten bij de politie en Justitie ten bedrage van honderden miljoenen euro's. U rekent zich rijk met de inkomsten van de strijd tegen fiscale en sociale fraude. Wat een zootje.
Collega's, mocht Bart De Wever in de oppositie zitten, hij zou de begroting van premier De Wever met de grond gelijkmaken. Hij zou ze afbranden.
Bart De Wever:
(…)
Stefaan Van Hecke:
U was er nooit, dat klopt.
De vraag is dus hoe u deze gaten zult dichtrijden. Ik maak me eerlijk gezegd grote zorgen. Zal de regering het geld opnieuw gaan halen in de sociale zekerheid, bij de pensioenen, bij de zieken, bij de werklozen, bij de middenklasse en opnieuw niet bij de superrijken, die vandaag ocharme een zestiende van de inspanningen moeten leveren?
Waar zult u het geld halen, mijnheer de premier? Show me the money!
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, het lijkt wel alsof er azijn in uw glas zit in plaats van water. Maandag kwam het Rekenhof zijn vernietigende rapport over uw eerste begroting toelichten. Normaal brengen dergelijke hoorzittingen wat nuance, maar deze keer was dat niet het geval. De mondelinge analyse was zelfs nog scherper. De terugverdieneffecten moeten niet worden teruggebracht van 8 naar 7 miljard, volgens het Rekenhof worden er beter helemaal geen terugverdieneffecten in de begroting opgenomen. Dat betekent dus 0 miljard. Er is sprake van een achteruitgang van de kwaliteit van de begroting. Essentiële informatie ontbreekt, er rijzen grote vragen bij de betrouwbaarheid van de cijfers, er is ronduit sprake van amateurisme, tabellen zijn achterhaald en berekeningen werden niet aangepast.
Belangrijker nog is dat we vier stellingen aftoetsten bij het Rekenhof en dat die alle vier bevestigd werden.
Stelling 1 is dat deze regering-De Wever meer dan 100 miljard euro aan staatsschuld zal toevoegen. Die stelling werd bevestigd. U zult het rotten dus niet stoppen en u zult de begroting niet op orde stellen. Net als de vorige regeringen, die u bestreed, zult u de Belgische schuldenberg verder doen aangroeien.
Stelling 2 is dat de begroting te optimistisch is opgesteld. Ook die stelling werd bevestigd. U rekent zich rijk. De terugverdieneffecten zijn ongezien. Ze zijn extreem.
Stelling 3 is dat deze regering-De Wever ook in 2025 het hoogste asielbudget ooit zal kennen. Die stelling werd eveneens bevestigd. Van het strengste asielbeleid is in de cijfers helemaal geen sprake, wel integendeel.
Tot slot is stelling 4, dat het meerjarenplan dat aan Europa werd voorgelegd niet strookt met de begroting. Die laatste stelling werd ook bevestigd. U beloofde Europa een tekort voor heel België van 3 % in 2029, maar het tekort van het federale niveau alleen al zal in 2029 3,7 % bedragen, of 3,5 % zonder de bijkomende kosten voor defensie. Denkt u werkelijk dat Wallonië of godbetert Brussel plots mirakels zullen verrichten? (…)
Voorzitter:
Ik ben streng voor u omdat ik ook streng zal zijn voor de eerste minister, die vier minuten spreektijd krijgt.
Bart De Wever:
Collega's, in mijn glas zit geen azijn maar heerlijk water, weliswaar met een schijfje citroen – om in de beeldspraak te blijven –, want het Rekenhof heeft natuurlijk de opdracht om op vraag van de Kamer erg kritisch te kijken naar de beslissingen van de regering. Zo hoort het ook. Het Rekenhof vervult die opdracht grondig. Dat is een goede zaak. We moeten scherp blijven.
De opmerkingen van het Rekenhof hebben betrekking op een materie die niet nieuw is en die hier al uitgebreid en bij herhaling is besproken vanaf de allereerste dag van deze regering en zelfs voordien al. In de bevoegde commissies is het debat over het rapport van het Rekenhof met de ministers van Begroting en Financiën momenteel aan de gang. Het heeft geen zin om binnen het heel korte tijdsbestek dat mij is toebedeeld te trachten hun gedetailleerde antwoorden hier volledig te herhalen. Ik zal me dan ook beperken tot enkele algemene opmerkingen.
Zoals reeds bij de aanvang van de regering werd gesteld, zijn de terugverdieneffecten inderdaad een onzekere factor. We hebben daar nooit iets anders over gezegd, ze zijn afhankelijk van heel wat parameters die buiten onze controle liggen. Mijnheer Van Hecke, dat is volgens mij nooit anders geweest. Het geheugen is soms kort.
De regering is zich zeker bewust van die onzekerheid en heeft dan ook gezegd dat ze voortdurend moet monitoren of de prognoses overeenstemmen met de werkelijkheid. Ook de minister van Begroting heeft het al aangegeven: als dat niet het geval blijkt te zijn, zal er inderdaad moeten worden bijgestuurd. Op dat moment zullen we dan bekijken hoe dat wordt aangepakt.
De terugverdieneffecten of opbrengsten stijgen in onze projecties gestaag. Dat lijkt me logisch, aangezien hervormingen tijd nodig hebben om effect te sorteren. Het gaat hier immers om ingrijpende hervormingen. Dat heeft iedereen erkend. We zullen zien hoe die hervormingen tegen 2029 de beoogde veranderingen op de arbeidsmarkt teweegbrengen.
Dat er terugverdieneffecten zullen zijn, lijkt me alvast zeker. Alle hervormingen gaan immers in dezelfde richting, namelijk de richting van het activeren van mensen en het belonen van wie werkt. Denk daarbij aan de beperking van de werkloosheid in de tijd, die heel binnenkort van kracht wordt, of aan het aanpakken van de problematiek van de langdurig zieken, iets wat volgend jaar van start gaat. Ook is er het afstemmen van de pensioenen op de geleverde arbeidsprestaties en het aanmoedigen van mensen om langer te werken en hen daarvoor te belonen.
U stelt vandaag echter geen vragen over iets wat nochtans cruciaal is, namelijk: de Europese Commissie heeft onze hervormingen beoordeeld en heeft ons deze week groen licht gegeven. Dankzij dat groen licht mogen we onze begroting op zeven jaar tijd op orde brengen, volgens de geldende Europese normen. De Europese Commissie toont dus wel vertrouwen in deze regering en haar programma.
De weg is uiteraard nog lang – dat geef ik toe –, maar de tocht is begonnen. Als we volharden, dan ben ik er rotsvast van overtuigd dat we heel ver kunnen geraken op weg naar het herstel van onze economie en sociale zekerheid.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u geeft uiteindelijk wel toe dat die terugverdieneffecten onzekere factoren zijn. Het Rekenhof was echter wel straffer in zijn uitspraken. Het Rekenhof heeft het niet over onzekere factoren, het beveelt eigenlijk aan om die terugverdieneffecten volledig uit de begroting te schrappen.
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat u nog niet zo vaak in uw leven een slecht rapport hebt gekregen. U kunt daar niet zo goed mee om. Een glaasje water met citroen smaakt natuurlijk heel zuur. Vandaag en deze week hebt u eigenlijk een stevige buis gekregen. U verwijst voor die terugverdieneffecten naar vroeger. Vroeger was dat ook zo. Ja, volgens mij hebben alle regeringen rekening gehouden met terugverdieneffecten van enkele honderden miljoenen, maar niet met terugverdieneffecten voor 7,9 miljard euro.
Als er vandaag mensen boos zijn en op straat komen, dan is dat omdat zij het onevenwichtige maatregelen vinden, aangezien er te veel wordt gekeken naar dezelfde mensen en niet (…)
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, u gaf een bijzonder oppervlakkig antwoord, even oppervlakkig als uw glaasje water. U hebt Europa, dit Parlement en uw kiezers al in de eerste 100 dagen van uw Belgisch premierschap een rad voor de ogen gedraaid. U zet daarmee de toekomst van Vlaanderen en de Vlamingen op het spel, want u weet maar al te goed dat als er moet worden bijgestuurd, zoals u zei, als er bijkomende en pijnlijke maatregelen moeten worden genomen om uw valse beloftes aan Europa te halen, er in de eerste plaats wordt gekeken naar de hardwerkende Vlamingen. Waar Verhofstadt jaren voor nodig had, doet u in slechts 100 dagen. U hebt uw Vlaamse beloftes gebroken, de geloofwaardigheid van uzelf en uw regering te grabbel gegooid en u laat zelfs de begroting verder ontsporen. Wat u beloofde aan de kiezer was Vlaanderen, maar wat u hun geeft is meer Belgisch malgoverno. Dat is geen beleid, dat is kiezersbedrog, mijnheer de premier.
Het plafond-Wijninckx bij de pensioenen van ambtenaren en (Europese) parlementsleden
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jean-Marie Dedecker kaart aan dat Europarlementsleden en topambtenaren in Europa (met salarissen tot €13.000/maand) vrijgesteld zijn van de wet-Wijninckx en cumulverboden, terwijl lokale mandatarissen wel bijdragen tot 12,5% moeten afstaan – een schending van het principe dat "sterkste schouders de zwaarste lasten dragen". Minister Jan Jambon bevestigt dat Europese pensioenen nu niet meetellen voor het Wijninckx-plafond, maar kondigt aan dat Belgische pensioenen voortaan wel zullen worden afgetopt om binnen het plafond te blijven, conform het regeerakkoord. Dedecker reageert tevreden maar ironisch, terwijl de discussie eindigt met een ludieke noot over parlementsbier en -pudding.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, in de kwarteeuw dat ik hier rondloop, heb ik ongeveer zes keer ingeleverd, hetzij op mijn wedde, hetzij op mijn pensioen. Ik zal niet klagen en ik zal ook niet de populistische toer opgaan, want ik behoor tot de begunstigden die al negen jaar volledig op pensioen hadden kunnen zijn. In plaats daarvan betaal ik nog iedere maand 1.300 euro aan pensioenbijdrage.
Mijn vraag gaat echter niet over mezelf, maar gaat u allen aan. Niemand van u zal hier een pensioenloopbaan van 45 jaar kunnen opbouwen, maar mijn vraag gaat daar niet over. Mijn vraag gaat in principe over de wet-Wijninckx, die op ons wordt toegepast.
De topambtenaren die wij afvaardigen naar Europa en onze Europarlementsleden, die een pak poen verdienen, gemiddeld 13.000 euro per maand, zijn tot op heden niet onderworpen aan de wet-Wijninckx wanneer ze op pensioen gaan. Iedereen levert in, behalve degenen die het meest verdienen, de Europarlementsleden. Zij moeten noch inleveren ten gevolge van de wet-Wijninckx, noch rekening houden met het cumulverbod. Dus het is kassa voor bijvoorbeeld de burgemeester van Hasselt of Aalst. Dat is niet het geval voor de burgemeester van Middelkerke, want die moet betalen; er wordt van zijn wedde afgehouden. Daar is niets op tegen, hij wordt inderdaad goed betaald en kan rustig leven, ook al lijdt hij aan een hartziekte, maar dat is het minste.
Meer nog, ik hoor dat de wet-Wijninckx wordt verstrengd: de af te dragen bijdrage zal van 3 % naar 12,5 % gaan. Voor de Europarlementsleden geldt dat niet, zij kunnen rustig met pensioen gaan na 20 jaar en hun pensioen wordt niet onderworpen aan de wet-Wijninckx.
Mijnheer de minister, de sterkste schouders moeten zogezegd de zwaarste lasten dragen, maar blijkbaar is dat niet zo. Ik hoop oprecht dat u daar iets aan doet.
Jan Jambon:
Mijnheer Dedecker, het klopt inderdaad dat de pensioenen die uitbetaald worden door internationale instellingen zoals het Europees Parlement en de Europese Commissie, niet mee in rekening genomen worden voor het zogenaamde Wijninckxplafond, dat geldt voor alle andere Belgische pensioenen. Tot vandaag bestaat er daarover geen wettelijke verplichting.
Ik heb echter goed nieuws – misschien niet voor sommigen, maar alvast wel voor u –, want binnenkort komen er veranderingen. Conform het regeerakkoord werd in het ontwerp van programmawet, dat nu voorligt en binnenkort in het Parlement wordt ingediend, ingeschreven dat de Federale Pensioendienst voortaan ook de pensioenen van buitenlandse instellingen mee in rekening zal nemen bij de toetsing aan het Wijninckxplafond. Concreet, we kunnen niets afhouden van de Europese pensioenen, maar wel kunnen we de Belgische pensioenen aftoppen om onder het Wijninckxplafond te blijven. U wordt dus op uw wenken bediend.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, met dat antwoord krijg ik geen minuut repliektijd gevuld. Dat ik op mijn wenken bediend word, gebeurt eerlijk gezegd voor de eerste keer in de kwarteeuw dat ik hier rondloop.
Ik heb nog een verrassing voor u. Vandaag betreuren wij de drooglegging van het Parlement. Uit dankbaarheid zal ik als barman straks in het Parlement een Jus de Mer serveren, een prachtig biertje van de brouwerij van Middelkerke. Mijnheer de voorzitter, ook u nodig ik daarvoor uit. Ik heb geen bier bij voor iedereen, want aangezien u allen al geknipt hebt in mijn pensioen, kan ik alleen de vierentwintig eersten tot de toog toelaten.
Voorzitter:
Collega Dedecker, van de weersomstuit zal ik erg graag putten uit de koelkasten van het Voorzitterschap, want die zitten vol met pudding. (Hilariteit)
De reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
De moslimbroederschap en de islamisering in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
Belgische reacties op Franse maatregelen tegen Moslimbroederschap, islamisering
Gesteld door
Open Vld
Paul Van Tigchelt
VB
Sam Van Rooy
MR
Denis Ducarme
DéFI
François De Smet
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de dreiging van de moslimbroederschap en islamistisch extremisme in België, met name hun infiltratie in instellingen en de zwakke reactie van de overheid. Van Tigchelt en Ducarme benadrukken dat België een Europees knooppunt is voor de moslimbroeders en dringen aan op snelle wetgeving om extremistische groepen te verbieden, terwijl Van Rooy een hardere lijn eist, inclusief migratiebeperking. Minister Quintin bevestigt dat er gewerkt wordt aan juridische tools om radicale organisaties (zoals Samidoun) te ontbinden, maar waarschuwt voor juridische hordes, terwijl De Smet pleit voor een eigen Belgisch rapport en balans tussen veiligheid en grondrechten. Critici (o.a. Van Tigchelt) vragen om activering van de Nationale Veiligheidsraad en een duidelijker onderscheid tussen moslims en islamisten.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, ik had mijn vraag eigenlijk aan de premier willen stellen, maar om de een of andere reden krijg ik hem niet te pakken als het gaat over de veiligheid van het land. Ik hoop dat de premier intussen begrepen heeft dat België groter is dan Antwerpen. Dat zeg ik uiteraard met alle sympathie voor u, minister Quintin.
Mijnheer de minister, de moslimbroederschap is een van de fabrieken van het islamisme. Volgens onze veiligheidsdiensten is het een politieke stroming die onze democratie wil vernietigen om hier de sharia te installeren. Ik heb het Franse rapport gelezen. Ik hoop dat u het ook gelezen hebt. Het is verontrustend. De moslimbroeders zijn hun mars door onze instellingen begonnen. Er wordt tientallen keren naar ons land verwezen.
Ik kan u zeggen dat we in de voorbije jaren al maatregelen hebben genomen tegen die zogenaamde fabrieken van het islamisme. We hebben de Moslimexecutieve ontbonden. We hebben een imam die in het Franse rapport genoemd wordt het land uitgewezen, meer dan twee jaar geleden. Zijn naam staat op pagina 18 van het rapport, collega Van Rooy.
We hebben een strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering uitgerold, een strategie om radicalisering in de kiem te smoren. De premier zei enkele weken geleden nog dat ze goed functioneert, toch in Antwerpen. Dat kan ik beamen, ze functioneert goed in Antwerpen, maar helaas is België groter dan Antwerpen.
In Frankrijk heeft president Macron de hand aan de ploeg geslagen en zijn Nationale Veiligheidsraad bijeengeroepen. Daarom mijn vragen aan deze regering. Hebben onze diensten kennisgenomen van dit rapport? Is er overleg met Frankrijk? En vooral, bestaat de Nationale Veiligheidsraad nog in dit land? Deze regering zit nu meer dan 100 dagen in het zadel en de Nationale Veiligheidsraad is nog steeds niet samengekomen. Is veiligheid een issue voor deze regering?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren, het islamisme, zoals u het noemt, mijnheer Van Tigchelt, de politieke islam, is een flagrant pleonasme, omdat de islam in de eerste plaats politiek is. Dat zeg niet ik, maar wel de Algerijnse auteur Hamid Zanaz. En hij kan het weten.
De islamitische jihad wordt door jihadisten, oftewel beroepsmoslims, op diverse manieren gevoerd. Dat gebeurt op illegale wijze, namelijk met geweld en terreur, en op legale wijze, namelijk via immigratie, via het onderwijs en via de culturele, academische, juridische en politieke weg. Het gaat om vrome moslims wier loyaliteit niet bij ons, bij onze samenleving ligt, maar wel bij het Turkse Diyanet of bij jihadistische terreurorganisaties zoals Hezbollah, Islamitische Staat en Hamas, of bij de Iraanse ayatollahs of salafistische of islamfundamentalistische organisaties zoals inderdaad de moslimbroederschap, waaruit nota bene ook de genocidale jihadisten van Hamas zijn voortgekomen.
Hun doel is om onze samenleving te islamiseren en alles en iedereen te onderwerpen aan de regels en wetten van de islam. Het motto van de moslimbroederschap luidt: Allah is ons doel, de profeet Mohammed is onze leider, de koran is onze wetgeving, jihad is ons pad, sterven voor Allah is onze allergrootste hoop.
Dankzij een zorgwekkend rapport is de Franse president Macron eindelijk wakker geschoten. Hij kondigt nu voorstellen aan tegen de infiltratie van beroepsmoslims en dus tegen de islamisering van Frankrijk.
Mijnheer de minister, aangezien deze regering Macron blijkbaar graag volgt, welke voorstellen legt u op tafel tegen jihadistische infiltratie van onder andere de moslimbroederschap en tegen de islamisering van onze (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre de la Sécurité, j'ai été membre de la commission Attentats terroristes. C'est une mission qui vous change un homme à vie. Nous avions eu du courage. Nous avons pris des recommandations en matière de sécurité, contre le terrorisme et également contre le radicalisme. Mais il aura fallu attendre ce gouvernement de réformes pour qu'enfin des dispositions soient prises pour nous permettre en Belgique de dissoudre des groupes radicaux extrémistes. Cela me fait donc vous parler des Frères musulmans. Ceux-ci jouent sur les mots: ils ne sont pas musulmans; ils sont islamistes. Et nous devons lutter contre cette menace qui est une vraie mine sous notre socle commun des valeurs, sous notre vivre ensemble et qui remet en question la cohésion de notre société.
Au niveau du MR, nous n'avons pas attendu pour demander un rapport à nos propres services de renseignement. Je l'avais fait avec mon collègue Dallemagne en 2022. À l'époque, ce rapport sur les Frères musulmans était déjà alarmant. Aujourd'hui, le rapport français est accablant. Et les Français ont raison: nous sommes un carrefour du frérisme en Europe.
Je vous demande, monsieur le ministre, en tant que ministre de la Sécurité, de mettre tout en œuvre pour nous doter des outils qui permettent de protéger notre société, toute notre société, en ce compris nos amis musulmans, de la menace islamiste. J'espère donc que vous pourrez très rapidement venir avec ce projet qui nous permettra de réagir et d'être enfin à la hauteur face à une menace telle que celle des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je voudrais tenter de concilier vigilance et nuance dans ce débat.
D'abord, il faut en effet absolument distinguer l'islam de l'islamisme. Il faut rappeler que l'écrasante majorité des concitoyens musulmans de ce pays vivent leur foi de manière tout à fait paisible et sans opposition avec la société.
À côté de cet islam, il n’y a pas un, mais plusieurs islamismes. Il y a un islamisme violent, djihadiste, qu'on ne connaît que trop bien. Il y a une frange salafiste, non violente, mais qui est plutôt dans la séparation avec la société. Et il y a un entrisme des Frères musulmans, dont le projet n'est pas violent non plus, mais vise culturellement, oserais-je même dire lentement, démocratiquement, à faire en sorte que notre société soit la plus compatible possible avec les préceptes musulmans les plus rigoureux.
Que nous dit ce rapport? Que la Belgique est, en effet, le carrefour européen de la mouvance frériste. Qu'ils y auraient développé un maillage étroit d'associations. Plusieurs associations, une dizaine de mosquées, 200 activistes, cinq écoles, etc.
On y lit surtout que la Belgique est considérée comme fragile pour trois raisons: le morcellement de l'action publique, l'ambivalence supposée de notre neutralité, et le fait que la classe politique y est vue comme relativement légère sur le sujet.
La Sûreté de l'État a déjà parlé des Frères musulmans dans un rapport. Elle n'y voit pas une menace immédiate, mais une menace à long terme. Je fais partie de ceux qui pensent que la Sûreté de l'État devrait davantage investiguer les menaces à très long terme.
Ma demande vise en premier lieu à mieux connaître l'adversaire. Ma demande formelle à vous aujourd'hui, monsieur le ministre, c'est que la Belgique se dote de son propre rapport. Prenons connaissance du rapport français et vérifions-en toutes les allégations. Ce rapport, il ne faut ni s'asseoir dessus, ni le prendre, si j'ose dire, comme parole d'Évangile. Il faut vérifier chacune des allégations et se doter de notre propre expertise, parce que nous avons face à nous un ennemi insidieux, long, et qui nous connaît beaucoup plus que nous ne le connaissons.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme vous j'ai pris connaissance du rapport français concernant l'entrisme des Frères musulmans en France et son chapitre consacré à la Belgique, à savoir le chapitre 2.2 et, surtout, 2.2.2.1.
Nous prenons évidemment le contenu de ce rapport très au sérieux.
Naar aanleiding van de publicatie van het rapport heb ik onmiddellijk mijn diensten bevraagd. De Veiligheid van de Staat en het OCAD volgen zoals altijd de ontwikkelingen op de voet. Zij lieten me gisteren weten dat er geen nieuwe elementen zijn met betrekking tot bijkomende radicalisering in ons land. Dat wil niet zeggen dat het niet zorgwekkend is, maar er is geen nieuw nieuws.
Ik kan u verzekeren dat er binnen het kader van de nationale strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering voortdurend toezicht wordt gehouden op ideologische stromingen die onze liberale democratie trachten te ondermijnen en die een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisme.
Je serai ici le plus clair possible: il n'y a pas de place dans notre pays pour l'extrémisme et le radicalisme, qu'ils soient islamistes ou d'une quelconque autre nature. Pas de place pour les prêcheurs de haine qui divisent nos sociétés et menacent notre vivre ensemble, très singulièrement dans nos institutions publiques. Pour qu'il n'y ait aucun doute, je range évidemment les Frères musulmans dans cette catégorie.
Ik herhaal het ook in het Nederlands, voor alle duidelijkheid: er is in ons land geen plaats voor extremisme of radicalisme, of het nu islamistisch is of van welke aard dan ook. Er is geen plaats voor haatpredikers die onze samenleving willen verdelen en het samenleven bedreigen. Dat geldt ook binnen onze democratische instellingen. Voor alle duidelijkheid, ik reken de moslimbroederschap tot deze categorie.
C'est pourquoi je peux d'ores et déjà vous annoncer que mes services, conformément à l'accord de gouvernement, travaillent activement et promptement à la mise en place d'un cadre juridique permettant enfin d'interdire des organisations radicales, dangereuses – à commencer par Samidoun, comme c'est indiqué dans l'accord de gouvernement –, en raison de leur lien avec le djihadisme, le terrorisme ou la propagation de l'antisémitisme ou du racisme dans notre pays.
Mais nous devons être clairs, nous ne devons ni nous tromper ni nous mentir. Par exemple, quand on nous parle des Frères musulmans, on ne parle pas ici d'une association des Frères musulmans, quel que soit son statut, mais bien d'une nébuleuse, d'une stroming , monsieur Van Tigchelt. Nous devons donc établir une législation précise pour qu'elle soit efficace, afin d'éviter que certaines organisations ou associations appartenant entre autres à cette nébuleuse des Frères musulmans passent entre les mailles du filet. Je l'ai dit et je le répète, ce travail est actuellement en cours depuis le début de mon mandat, il y a un peu plus de trois mois.
J'ai pris aujourd'hui contact avec mon homologue français, M. Retailleau, pour échanger sur le sujet et pour le rassurer sur le fait que nous prenons évidemment la situation tout aussi au sérieux que dans l'Hexagone, conscients d'ailleurs des liens dans un sens comme dans l'autre. Les services belges sont évidemment aussi en contact constant avec les autres services de renseignement et de sécurité européens et au-delà.
En conclusion, en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je peux vous assurer de la pleine et entière vigilance de ce gouvernement. Et j'ai bien entendu votre troisième point, monsieur De Smet. Pas de mollesse, il faut le faire de manière extrêmement résolue. C'est le moment de le faire.
Je peux vous assurer de la volonté ferme et résolue de ce gouvernement d'agir pour la sécurité de tous nos concitoyens, monsieur Ducarme. Nous ne laisserons pas l'extrémisme prendre racine dans notre pays.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw heldere en duidelijke antwoorden.
Ik verzoek u toch om de premier te vragen om de Nationale Veiligheidsraad eindelijk eens bijeen te roepen.
Ten tweede, de ontbinding van islamistische of extremistische groeperingen. Ik wil u waarschuwen. We proberen dat al 20 jaar in dit Parlement en telkens botsen we daarbij op onze Grondwet, op de grondwettelijke rechten en vrijheden. Daar moeten we omzichtig mee omspringen.
Ten derde, last but not least, over onze Grondwet gesproken, ik ben blij met uw tussenkomst en ook met die van de heren Ducarme en De Smet, want u maakt het onderscheid tussen moslims en islamisten. Er is één persoon die dat niet doet en dat is collega Van Rooy. Van die boer geen eieren, collega Van Rooy. Niet alle moslims zijn extremisten. Ik hoop dat we in dit halfrond afstand kunnen nemen van dat soort ranzige uitspraken.
Sam Van Rooy:
Terwijl de moslimbroederschap zelfs in diverse moslimlanden allang verboden is, kan die hier in Belgistan al decennia vrij opereren, rekruteren en infiltreren. De talrijke bondgenoten en vrienden van Hamas in deze regering en in dit Parlement zijn ook de bondgenoten en vrienden van de moslimbroederschap.
Het is dus geen toeval dat deze regering zogenaamde islamofobie wil bestrijden. Het probleem is bovendien nog veel groter, want ondertussen zijn er zeker al honderd salafistische organisaties en 400.000 moslimfundamentalisten op ons grondgebied. Steeds meer van onze wijken en scholen islamiseren en lijken op Marokko, Turkije, Afghanistan of Somalië.
Mijnheer de minister, verbied niet alleen de moslimbroederschap, maar verbied elke islamiserende organisatie. Stop de massa-immigratie van moslims. Zet alle (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est à la hauteur des attentes.
Nous avons longtemps été trop lents et trop naïfs par rapport à la menace radicale. Nous avons parfois même été les idiots utiles de l'islamisme dans notre pays.
Beaucoup de démocraties libérales voisines, comme la France ou l'Allemagne, ont mis en place un dispositif de dissolution des groupes extrémistes et radicaux.
Il faut donc agir rapidement. Vous avez compris que, pour le Mouvement Réformateur, il faut agir rapidement face à la menace. La position des libéraux francophones est claire: il faudra dissoudre l'ensemble des organisations liées à la mouvance des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui va dans le bon sens. Nous sommes et devons rester une démocratie libérale. Je ne doute pas que, dans les mesures juridiques que vous mettrez en œuvre, vous veillerez évidemment à ne pas entraver la liberté d’association et de conviction. Il faudra faire en sorte que seules les associations dangereuses soient éventuellement dissoutes. Mais, à côté de l'interdiction ou de la dissolution d'associations, un autre volet mérite notre attention. En effet, il convient aussi de promouvoir le vivre ensemble, de lutter contre le prosélytisme, de travailler sur la neutralité, notamment celle des services publics, y compris en matière d’apparence. Cela implique même d’oser un peu plus en portant haut un principe que j’ai parfois l’impression d’être seul à défendre ici: la laïcité.
Het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de verordening internationale bescherming
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België wil de asielprocedure versnellen (van 14 naar 6 maanden) door EU-voorstellen te steunen die renvois naar "veilige derde landen" vereenvoudigen, zonder de mensenrechten te schenden, om zo de instroom te verminderen en uitstroom te vergroten. Minister Van Bossuyt benadrukt dat het bestaande "safe third country"-principe wordt uitgebreid—geen nieuwe maatregel—en wijst kritiek op "rechtenschendingen" af, met steun van de VN-vluchtelingenorganisatie (HCR). Vandeberg (MR) onderschrijft dit als deel van een strikte maar rechtvaardige migratiepolitiek, gekoppeld aan integratiecapaciteit, en roept op tot een ambitieuze Belgische inbreng in de EU-onderhandelingen. Kern: efficiënter asielbeleid via EU-samenwerking, met behoud van rechtsbescherming.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, 14 mois, c'est le temps moyen que passe un demandeur d'asile dans un centre d'accueil avant d'obtenir une réponse quant à la possibilité ou non de rester sur notre territoire. Ce délai est long, et le MR a toujours défendu un délai de six mois afin de diminuer la pression sur nos structures d'accueil déjà touchées par la crise de l'accueil et l'afflux entrant important.
À ce titre, l'accord de gouvernement est clair et vise à réduire le flux entrant tout en augmentant le flux sortant pour que la migration en Belgique redevienne socialement et économiquement positive. Mais, au-delà des mesures belges que vous êtes déjà en train de prendre, la migration et l'asile doivent être vus au niveau européen.
Cette semaine, la Commission européenne a proposé de modifier le règlement européen sur la procédure commune en matière de protection internationale. Le but est d'y faire disparaître la notion de lien entre le demandeur de protection et le pays tiers sûr dans lequel il pourrait avoir droit à cette protection. Cela suppose d'assouplir certaines conditions, aujourd'hui trop rigides, qui freinent les renvois des demandeurs d'asile en pays tiers, même lorsque la décision d'irrecevabilité est justifiée et respecte évidemment les droits de l'homme, la notion de pays sûr restant centrale. En plus d'augmenter le flux sortant, cela pourrait réduire la charge de travail des collaborateurs et donc raccourcir le délai d'attente.
Madame la ministre, la Belgique est connue pour recourir davantage à une protection internationale, au détriment de la protection subsidiaire, et attire donc une grande partie des demandeurs d'asile. L'accord de gouvernement acte que ce déséquilibre doit être contrôlé. Quelles sont les actions que vous allez entreprendre à cet égard? Pensez-vous que la modification du règlement puisse inverser la tendance? Quelle sera la position que vous défendrez au nom de la Belgique dans ces discussions européennes?
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, je salue la proposition de la Commission européenne. Elle témoigne d'un constat qui ne date pas d'hier, comme vous l'avez indiqué, à savoir que le système d'asile en vigueur est à bout de souffle. Je suis disposée à contribuer activement à l'élaboration de solutions visant à limiter l'afflux, tout en augmentant les départs, et à accélérer le traitement des demandes d'asile, car la procédure est aujourd'hui trop longue. Ce traitement, qui permet le retour vers un pays tiers sûr, non seulement allège la pression exercée sur les É tats membres mais peut également envoyer un message dissuasif.
Je lis des réactions alarmistes dans la presse, mais j'appelle à une relativisation des choses. Le concept de "pays tiers sûr" existe déjà dans le droit européen et est déjà appliqué. Certains articles parlent de "dumping" et de "droits de l'homme bafoués", mais je m'oppose à ce genre de démagogie. La Commission européenne et le Haut-Commissariat des Nations Unies pour les réfugiés (HCR) ont confirmé que ce concept était conforme au droit international et européen. En outre, les garanties nécessaires sont prévues pour encadrer ce concept. En réalité, il s'agit ni plus ni moins d'une extension du champ d'application du principe de "pays tiers sûr".
La proposition fait actuellement l'objet de discussions entre les É tats membres au sein du Conseil. La Belgique y contribuera activement et sans tabou.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et je suis heureuse d'entendre que vous êtes disposée à avancer également dans cette direction. Évidemment, le débat reste ouvert mais je suis heureuse d'entendre que c'est la voix qui sera portée par la Belgique au niveau européen.
Au MR, nous croyons que la liberté ne peut exister sans responsabilité. Nous défendons donc une politique d'asile et de migration régulée, juste et compatible aussi avec nos capacités d'intégration. Cela sera peut-être facilité à l'avenir par cet assouplissement qui respecte, comme vous l'avez d'ailleurs souligné avec raison, les droits humains. Il s'agit uniquement d'un élargissement d'un concept déjà existant. C'est l'ambition du gouvernement Arizona et la vôtre, madame la ministre, et vous devez la porter avec lucidité, courage et ambition pour notre pays.
Voorzitter:
Ce n'est pas la première intervention de notre collègue Vandeberg mais sa première question d'actualité. (Applaudissements) (Applaus)
Het gesprek met president Macron over de kerncentrales
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Premier De Wever bevestigt een nucleaire renaissance in lijn met Frankrijk, met verlenging van bestaande centrales en potentieel nieuwe SMR-technologie, na goedkeuring van de gewijzigde kernuitstapwet—Macron steunt dit. EDF’s rol blijft onduidelijk, maar synergie met Frankrijk wordt beoogd als *win-win*, zonder concrete afspraken of commerciële details. Van Keymolen benadrukt Belgisch nucleair expertise en bedrijven moeten mee profiteren en waarschuwt voor afhankelijkheid van Franse staatsbedrijven, gezien hun eerdere kritiek op "Belgische euro’s naar Parijs". Energiezekerheid en betaalbaarheid blijven centrale motieven, met nadruk op samenwerking zonder verlies van Belgische autonomie.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de premier, gisteren liet u via Facebook weten dat u even heen en weer naar Parijs bent geweest, want er viel heel wat te bespreken. Waarover het precies ging, vernamen we nadien in De Tijd .
Collega’s, binnenkort stemmen we hier in dit halfrond over de herziening van de kernuitstap. Dat is een belangrijk dossier om onze energiebevoorrading veilig te stellen en om de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven betaalbaar te houden. Mijn partij heeft hier altijd mee voor geijverd, maar dat weet u. De vraag blijft wie er in de toekomst zal instaan voor de uitbating van onze kerncentrales.
Stoort het, mijnheer Van Quickenborne, als ik even doorga?
(Applaus)
Mijnheer de premier, u trekt met deze regering volop de nucleaire kaart. U spreekt zelfs van een nucleair reveil. We begrijpen dat u hiervoor ook overleg pleegt met onze buurlanden en uiteraard met president Macron. Dat is logisch, want energie stopt niet aan onze landsgrenzen. We konden lezen dat het Franse staatsbedrijf EDF straks een rol zou kunnen spelen bij de uitbating van onze kerncentrales. Tegelijk weten we dat EDF zelf met grote uitdagingen kampt bij hun eigen nucleaire projecten, zoals trage vooruitgang en oplopende kosten.
Premier, wordt dat nucleair reveil er straks eentje met een stevig Frans tintje? Ik herinner me nog goed hoe uw partij destijds tijdens de debatten over de nucleaire rente luid en duidelijk stelde dat er al genoeg Belgische euro’s naar Parijs vloeiden. Hebt u nu het geweer van schouder veranderd?
U postte terecht een leuke foto op Facebook. Maar mogen we in dit halfrond ook vernemen wat er precies besproken is over onze kernenergie tijdens uw overleg met president Macron?
Bart De Wever:
Mevrouw Van Keymolen, ik zal deze keer niet schetsen in welke toestand de vorige regering ons energielandschap heeft achtergelaten, hoe ze met kernenergie is omgesprongen en welke keuzes er nu nog mogelijk zijn. Ik zal vriendelijk zijn en het daar niet over hebben.
Ik heb het daar gisteren wel over gehad met de Franse president. Dat leek mij ook onvermijdelijk, gezien de context die ik zonet schetste. Dat was echter maar een van de thema's die op de agenda stonden, naast de geopolitieke context, Oekraïne, het Midden-Oosten, importheffingen, EU-competitiviteit en een aantal belangrijke bilaterale dossiers, waarvan het CaMo-project van Defensie niet het minste was.
Het ging dus ook over energie, waar ik vooral de ambities van ons regeerakkoord heb toegelicht en gezegd dat er een nieuwe regering is die de bladzijde heeft omgeslagen en aansluit bij de ambitie van een nucleaire renaissance. Ik heb hem meegedeeld dat de wet op de kernuitstap in tweede lezing in de commissie werd goedgekeurd en binnenkort naar de plenaire vergadering zal komen. Macron was daar heel blij mee en vindt dat de juiste keuze. Een mix van hernieuwbare energie en kernenergie is volgens hem de weg die we moeten bewandelen en dat is ook de weg die deze regering wil bewandelen.
Wij hebben al beslist om een maximale verlenging van de bestaande capaciteit te proberen realiseren op langere termijn en eventueel ook nieuwe capaciteit dankzij de SMR30-technologie. Er zijn veel samenwerkingen en synergiën mogelijk. Ik denk dat het voorbarig is te zeggen hoe, met wie, wat en waar. Het zou commercieel onvoorzichtig zijn om daarop in te gaan, dus dat zal ik niet doen.
Dat wij op het vlak van strategie heel sterk aansluiten bij de Franse strategie is een evidentie. Dat synergie en samenwerking daar mogelijk zijn, is een evidentie. Dat hoeft voor ons geen verliesverhaal te worden. We kunnen dat omturnen naar een win-winverhaal, net zoals we dat voor Defensie dringend moeten proberen doen.
Het was een open en heel constructief gesprek. De minister van Energie is heel gemotiveerd om daarop door te gaan en wij zullen op tijd en stond rapporteren aan dit Parlement.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoorden. Een stabiele en zekere energiebevoorrading is cruciaal voor ons land. We hebben de voorbije dagen in de landen in onze buurt kunnen zien welke ontwrichtende effecten een black-out kan hebben. Vergeet ook niet dat ons land beschikt over een sterke nucleaire kennis en een brede technologische basis. Wij hebben Belgische bedrijven en instellingen die vandaag ook al een sleutelrol spelen. Het is dan ook belangrijk dat wij bij toekomstige beslissingen over onze energiestrategie ook in overleg treden met onze eigen partners, zodat ook zij de vruchten kunnen plukken van de nucleaire reveil die u zo hevig bepleit.
De bestuurlijke aanhouding van een journalist in de Europese wijk
De arrestatie van een journalist
De vrijheid van pers en politieoptreden in de Europese wijk
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een journalist werd arrestéérd tijdens een niet-gewelddadige actie tegen extreemrechts, ondanks zijn perskaart, omdat politie hem verdacht van betrokkenheid bij "gestructureerde overlast" en materieel voor degradatie in zijn bezit vond. Minister Quintin verdedigde de arrestatie als procedureel correct (art. 31 politiewet) en benadrukte dat journalisten geen immuniteit genieten, maar beloofde meewerking aan het onderzoek naar mogelijke willekeur, na een klacht van de AJP en het Comité P. De tegenstrijdige verslagen (politie vs. journalist) blijven onopgehelderd, met de nadruk op vrijheid van pers en proportionaliteit als kernpunten.
François De Smet:
Monsieur le ministre, le 8 avril dernier, un journaliste et vidéaste, M. Thomas Haulotte, qui couvrait une action de collage d'affiches contre l'extrême droite dans le quartier européen de Bruxelles, a fait l'objet d'une arrestation administrative par la police de la zone Bruxelles-Capitale-Ixelles. Selon la porte-parole de la police, les personnes concernées ont été privées de liberté "en raison d'indices laissant supposer une organisation structurée en vue de commettre des infractions dans l'espace public". Et le journaliste aurait été appréhendé parce qu'aucun élément concret ne permettait de confirmer l'exercice effectif d'une mission journalistique au moment des faits et qu'aucune demande de tournage n'avait été préalablement envoyée.
L'Association des journalistes professionnels (AJP) s'est émue de cette arrestation qu'elle estime à caractère arbitraire, d'autant que le journaliste était parfaitement identifiable au regard de sa carte de presse et couvrait ce qui constitue certes un acte de désobéissance civile, mais qui n'était pas violent et qui n'occasionnait aucune dégradation à l'espace public. L'AJP a saisi le Comité P et s'est constituée partie civile dans le cadre d'une plainte déposée.
Monsieur le ministre, quelle est votre appréciation par rapport à cette arrestation administrative? Entendez-vous solliciter un rapport sur cet incident auprès de la zone de police concernée?
Bernard Quintin:
Monsieur De Smet, comme vous le savez, tant par conviction que par expérience professionnelle, j'attache un intérêt tout particulier au respect des droits fondamentaux, en ce compris le droit à l'information. En ce sens, j'ai demandé directement des éclaircissements à mes services quant à l'intervention à laquelle vous faites référence, en particulier en ce qui concerne la détention administrative.
Selon la zone de police de Bruxelles-Capitale-Ixelles, où les faits se sont déroulés, il m'a été indiqué qu'une arrestation administrative de six personnes avait eu lieu dans le cadre d'une intervention relative à des faits de collage d'affiches dans le quartier européen, conformément à l'article 31 de la loi sur la fonction de police. Les policiers sur place ont constaté qu'un groupe de six personnes, vêtues de la même manière, s'apprêtaient à coller des affiches et à commettre des dégradations dans le cadre d'une action de désobéissance civile. Pendant l'intervention, une des personnes s'est identifiée en tant que journaliste et a déclenché sa caméra.
Ni l'enregistrement, ni le tournage n'ont par ailleurs été entravés. Cependant, après vérification, il a été constaté que la même personne détenait dans son sac du matériel susceptible de causer des dommages. En conséquence, l'arrestation administrative de cette personne a été confirmée, motivée par les circonstances et par les éléments en sa possession.
La zone de police citée précise que sa décision a été prise sur la base d'une approche uniforme envers un groupe engagé dans une action de désobéissance civile, sans distinction de la qualité des individus, et que la présence d'un journaliste ne confère en aucun cas une forme d'immunité.
Concernant l'éventualité d'une enquête, j'ai été informé qu'une plainte a été déposée auprès du comité compétent, afin de dénoncer le caractère éventuellement arbitraire de cette arrestation. Dans ce cadre, la zone de police et moi-même nous tenons à la disposition des autorités pour faire toute la lumière sur les circonstances de cet incident.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse ainsi que pour avoir pris les renseignements nécessaires auprès de la zone de police. Je ne peux qu'observer qu'il y a une forte divergence d'interprétation des faits entre la zone de police et le journaliste concerné. Je suppose que l'examen de la plainte en cours finira par établir les faits, ce qui est notre plus grande attention à vous comme à moi. Par ailleurs, je suis heureux de vous entendre dire que pour vous, même si je n'en doutais pas, la liberté de manifester ne doit pas être entravée d'une manière ou d'une autre.
Voorzitter:
Vraag nr. 56004416C van de heer Raskin en de vragen nrs. 56004434C en 56004435C van mevrouw Pas worden in schriftelijke vragen omgezet.
De Europese koolstoftaks
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy (Vlaams Belang) bekritiseert de klimaatmaatregelen van de regering en EU (Green Deal, CO₂-taks) als dure, onnodige belasting die gezinnen in armoede duwt, en pleit voor belastingverlaging in plaats van een "taxshift". Jean-Luc Crucke (regering) verdedigt de koolstofprijs als noodzakelijk om klimaatschade te internaliseren en wijst op het Sociaal Klimaatfonds (€1,1 mld) om kwetsbaren te ondersteunen, maar Van Rooy wijst dit af als onvoldoende en misleidend, noemend het beleid "klimaatregelneverij" die levenskwaliteit aantast.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, net als de klimaathysterische vivaldiregering onderwerpt ook de huidige regering zich helaas slaafs aan het Klimaatakkoord van Parijs en aan de welvaartvernietigende Green Deal van de Europese Unie.
De Green Deal werd tijdens de vorige legislatuur door een Vlaamse N-VA-minister terecht een mean deal en een green steal genoemd. Dat blijken echter helaas alweer loze woorden te zijn. De huidige regering zet de CO 2 -religie van de vivaldiregering immers gewoon voort. Hoewel de impact van België op de wereldwijde CO 2 -uitstoot en op de wereldwijde temperatuur verwaarloosbaar is, wil de huidige regering dat wij zogenaamd klimaatneutraal worden.
Daarom willen de regering-De Wever en de Europese Unie benzine, diesel, mazout en aardgas steeds duurder maken. De huidige regering wil dat doen door een zogenaamde taxshift van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. De Europese Unie doet dat door de invoering van een CO 2 -taks.
Die nieuwe koolstoftaks zal onze gezinnen tot wel 650 euro per jaar extra kosten. Autorijden en verwarmen zullen dus voor onze gezinnen veel duurder worden. Gezinnen die het nu al niet breed hebben, zullen in de armoede worden geduwd. Onze middenklasse zal nog maar eens bloeden en aan levenskwaliteit inboeten.
Mijnheer de minister, ik geef u nu al aan dat wij geen genoegen nemen met nog maar eens het riedeltje van een sociaal klimaatfonds om de impact te verzachten. Wij willen geen nieuwe koolstoftaks. Wij willen geen taxshift. Wij willen een taxcut, zijnde een belastingverlaging voor alle gezinnen en alleenstaanden in België.
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, uw voorganger zei dat we te weinig doen voor het klimaat en u zegt dat we te veel doen voor het klimaat. We zijn zeker uit evenwicht, maar dat is misschien onze stijl.
Vanaf 2027 zullen leveranciers van fossiele brandstoffen uitstootrechten moeten inleveren in het kader van het Europese emissiehandelssysteem ETS 2. Het gaat daarbij niet om een boete, maar om een koolstofprijs. Op die manier worden de externe kosten als gevolg van de impact van fossiele brandstoffen op het klimaat geïntegreerd in de prijs. Zonder koolstofprijs worden de externe kosten door de klimaatschade afgewenteld op de samenleving. De prijs moet brandstofgebruikers het signaal geven om minder koolstofintensieve alternatieven te verkiezen.
Investeringen in de klimaattransitie zijn hoe dan ook noodzakelijk. Het grote voordeel van de invoering van een koolstofprijs, in plaats van het louter inzetten op directe regulering, is dat dat instrument alle opties voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, gaande van investeringen tot gedragsveranderingen, op een evenredige wijze stimuleert.
De FOD Volksgezondheid heeft als opdracht de impact van ETS 2 op de energiefactuur van gezinnen te berekenen. De schatting zal natuurlijk afhankelijk zijn van de uiteindelijke koolstofprijs in ETS 2. Tijdens de Raad Milieu in maart hebben talrijke lidstaten de Commissie ook verzocht een effectenbeoordeling uit te voeren.
Het Sociaal Klimaatfonds heeft als doel de meest kwetsbare groep te ondersteunen door hun energie- of brandstofverbruik te verminderen of door hun energierekening rechtstreeks te verlagen. Voor België beschikt het Sociaal Klimaatfonds over een Europese envelop van 1,1 miljard euro. Dat is niet niks.
Sam Van Rooy:
Minister, ik heb u net gezegd dat wij geen genoegen nemen met een riedeltje over een sociaal klimaatfonds en het verzachten van de impact. Dat zal immers simpelweg niet voldoen.
U hebt natuurlijk, net zoals alle voorgangers, dat politiek correcte, misleidende riedeltje opgezegd om ons een rad voor de ogen te draaien. De regering-De Wever is een vivaldi 2.0-regering: mensen worden gedwongen hun huis te isoleren, een dure warmtepomp te kopen en elektrisch te rijden. Dat is dus klimaatregelneverij. Door die klimaatreligie zullen onze gezinnen en alleenstaanden, hoe u het ook draait of keert, honderden euro's per jaar extra moeten betalen.
Dat is schandalig. Ik en het Vlaams Belang zeggen dat men moet stoppen met de CO 2 -hysterie en dat men eindelijk eens de torenhoge belastingen in dit land moet verlagen.
Voorzitter:
Daarmee sluiten we de vragenronde af.
De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De gevolgen van de Europese top over Oekraïne voor de Belgische defensie
De Europese top over Oekraïne
De reis van premier De Wever en de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken naar Oekraïne
Het bezoek aan en het steunpakket voor Oekraïne
De steun aan Oekraïne
De zending naar Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart in Parijs en de oorlog in Oekraïne
Europese defensie- en steuninitiatieven voor Oekraïne in maart 2025
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bevestigt zijn sterke, langetermijnsteun aan Oekraïne (1 miljard euro extra in 2025, inclusief F-16-leveringen vanaf 2026) en zet in op Europese defensie-integratie via het *ReArm Europe*-programma, gezamenlijke aankopen (40% doel) en industriële samenwerking, met nadruk op munitieproductie in Oekraïne zelf (bv. Thales’ raketfabriek). Praktische uitdagingen (verzekeringen voor defensiepersoneel, afhankelijkheid van VS/NAVO) en strategische spanningen (Franse autonomie vs. Europese eenheid, dubbele jagerprogramma’s) blijven knelpunten, terwijl België zich proactief opstelt in een toekomstige *coalition of the willing* voor vredeshandhaving—mits NAVO-steun en duidelijke mandaten. Transparantie over wapenleveringen blijft beperkt om veiligheidsredenen, maar details volgen achter gesloten deuren.
Darya Safai:
Op 20 en 21 maart bogen de Europese leiders zich in Brussel over de Europese defensie en de steun aan Oekraïne. U verklaarde eerder dat op de vorige Europese top een belangrijk signaal werd gegeven door de bevestiging dat de Europese defensie stelselmatig zal worden opgebouwd.
Op 27 maart organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. Eerste minister Bart De Wever vertegenwoordigde er ons land. Na een eerste editie in Londen begin maart kwam de nieuwe top er na de onderhandelingen in Saoedi-Arabië geleid door de Verenigde Staten met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Macron en de Britse premier Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen. Voor Macron moeten nu de verschillende niveaus van steun voor Oekraïne worden gedefinieerd, voor wanneer er een vredesakkoord gesloten is. Het gaat om steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.
Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Ze willen de Europese defensie versterken en verzekeren dat ze Oekraïne kunnen blijven steunen.
Hoe passen deze beslissingen binnen het ReArm Europe-programma, dat de Europese Commissie voorstelde? Hebt u kennisgenomen van het witboek rond de Europese defensie? Welke zijn voor u de voornaamste aandachtspunten? Welke engagementen werden door ons land aangegaan? Wat zijn de gevolgen voor Defensie op korte en lange termijn?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, de beslissing van de regering om de steun aan Oekraïne niet alleen voort te zetten, maar ook op te trekken, stemt mij zeker tevreden. Dat is een teken van internationale solidariteit. Het is niet te min om te stellen dat Oekraïne op het moment ook onze oorlog aan het uitvechten is. De Oekraïners vechten voor wat wij in Europa belangrijk vinden, voor de waarden van Europa, voor vrije democratie. Dus elke euro die we uitgeven aan Oekraïne, is inderdaad welbesteed. Op dat vlak ben ik het volledig eens met de eerste minister.
Mijnheer de minister, voor de detailvragen verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Ik heb wel nog een bijkomende vraag. Acht u het mogelijk om meer in detail bekend te maken welke steun wij effectief aan Oekraïne geven? Nederland doet dat ook. We hebben het daarstraks al gehad over wat Nederland publiek maakt inzake het NDPP. Ik heb een infografiek van de Nederlandse krijgsmacht bij die heel duidelijk en tot in detail uitlegt welke middelen voor Oekraïne worden uitgetrokken. De meningen zijn wat verdeeld over de vraag of dergelijke informatie publiek gemaakt moet worden. Sommigen stellen dat men moet tonen wat men uitgeeft. Anderen vinden dat die informatie gevaarlijk kan zijn, omdat ook de vijand te zien krijgt over welke middelen Oekraïne beschikt, waardoor de vijand gemakkelijker kan inschatten hoelang Oekraïne nog sustainable is en nog verder oorlog kan voeren. Ik stel u daarom een open vraag, waar ik zelf nog niet helemaal uit ben. In hoeverre kunnen we de effectieve steun die wij aan Oekraïne leveren, gedetailleerd publiek maken? Met die informatie kan het draagvlak bij de bevolking mogelijk ook vergroot worden. Dat vind ik een debat op zich waard, maar omdat ik niet correct kan zeggen of dat publiek gemaakt moet worden, wil ik graag uw inschatting vernemen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de vragen die nu aan de orde zijn, gaan over beslissingen op Europese toppen die intussen al meer dan een maand achter ons liggen. In deze snelle tijden lijkt dat soms een eeuwigheid, maar niettemin is het van belang om een duidelijk zicht te krijgen op de steun die we ook vanuit ons land aan Oekraïne geven.
Het is belangrijk om steun te blijven geven, aangezien Oekraïne vecht voor onze waarden. Oekraïne voert uiteindelijk een strijd voor onze democratie. Dat land moet dus echt absoluut op onze steun kunnen blijven rekenen.
Zijn wij op die Europese toppen nieuwe engagementen aangegaan? Heeft de keuze om de middelen van Euroclear of de interesten ervan als NAVO-middelen op te nemen, een effect op de steun die wij bieden? Betekent het dat wij van humanitaire steun naar militaire steun overgaan? Op welke manier positioneren we ons in de debatten over een sterkere Europese defensie en de financiering daarvan? Welke Belgische prioriteiten horen daarbij?
Op de Europese top ging het niet alleen over Oekraïne en defensie en Europese defensie, maar ook over het Midden-Oosten. Op welke manier acht u het aangewezen om de hefbomen uit de EU-Israël-associatie-overeenkomst over de schending van de mensenrechten toe te passen, omdat Israël dat continu aan het doen is. Werd dat ook op de Europese defensietop besproken? Welk standpunt neemt u daarover namens België in?
Voorzitter:
Mevrouw Maouane is afwezig.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, uw bezoek aan Oekraïne, samen met de minister van Buitenlandse Zaken en de eerste minister, stond enerzijds in het teken van steun aan Oekraïne en anderzijds in het teken van de steun aan onze Europese defensiebedrijven. Zij zien in de bewapening van Oekraïne een kans om te investeren in fabrieken in dat land. Met hetzelfde geld kan men in Oekraïne namelijk meer wapens maken. Volgens rekenwerk van denktank Bruegel liggen de productiekosten van drones er bijvoorbeeld rond de 500 euro per stuk. Dat is tot drie keer lager dan in Europa.
U hebt ook een aantal mensen van defensiebedrijven naar Oekraïne meegenomen. We hebben gezien dat Thales, John Cockerill en FN Herstal mee zijn afgereisd. Werden ook Vlaamse defensiebedrijven uitgenodigd om hun mogelijkheden in Oekraïne te bekijken. Welke? Waarom waren ze er wel of niet? Wat is de uitkomst van uw bezoek aan Kiev? Kijkt u zelf ook naar het opstarten van productiesites op defensievlak in Oekraïne over afzienbare termijn? Welke opties werden ter zake besproken? Met welke bedrijven zou dat zijn?
Tot slot, wat is er besproken rond het steunpakket van 1 miljard euro? Wat zal Oekraïne daar concreet mee doen? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, collega Ponthier heeft al gezegd dat u samen met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken bent afgereisd naar Oekraïne. Ook mijn fractie en ikzelf erkennen ten volle het belang van de solidariteit met de steun aan Oekraïne in zijn strijd tegen de Russische agressor. Het is niet alleen een strijd tussen Oekraïne en Rusland, het is ook een strijd voor onze normen en waarden, voor democratie, voor veiligheid en voor vrijheid, ook voor ons.
Via de pers konden we vernemen dat er dit jaar een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne wordt gegeven. Er reisden ook een aantal defensiebedrijven mee, wat een zeer goede zaak is. Het is belangrijk dat we de industrie zoveel mogelijk betrekken, vandaar de volgende vragen.
Mijnheer de minister, wat valt er exact binnen het steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne? Er zijn een aantal collega's die al gewezen hebben op wat we kunnen zeggen en wat we niet kunnen zeggen, maar er zijn toch al een aantal dingen gezegd. Ik vraag me dan ook af waar we de grens trekken van wat wel en wat niet mag worden meegedeeld in het Parlement of in de media.
Wanneer vertrekken de eerste twee F-16's voor reserveonderdelen? Zijn de leveringen van die twee gevechtsvliegtuigen voor 2026 het minimum? Zal die levering plaatsvinden in het voorjaar of in het najaar?
Voor de overige leveringen van F-16's zijn we afhankelijk van de levering van de F-35 aan België, waar blijkbaar toch wel wat vertraging op zit. Wat is nu de tijdslijn voor de leveringen van de 34 F-35's aan ons land? Wanneer zal de nieuwe vloot gevechtsvliegtuigen volledig zijn?
In verband met de defensiebedrijven, welke akkoorden werden gesloten tussen de Belgische defensiebedrijven en Oekraïne? Het zou onder andere gaan om gezamenlijke wapenproductie en investeringen in productie op Oekraïens grondgebied. Wat is de return van die investeringen voor België? Zijn er bepaalde afspraken gemaakt die ook de defensie-industrie en de productie in ons land zullen versterken?
Ik wil nog even terugkomen op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Er was sprake van dat we die zullen meetellen voor de defensie-uitgaven hier. Er was eerder ook al sprake van dat we die zouden meetellen voor het militair steunpakket aan Oekraïne. We kunnen dat geld natuurlijk geen twee keer uitgeven. Hoe zit dat nu juist? Waar vallen de bevroren Russische tegoeden juist onder?
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, vous êtes allé avec le ministre des Affaires étrangères et le premier ministre en Ukraine, accompagnés de chefs d'entreprises belges du secteur de la défense. Cela me donne l'occasion de rappeler ici que mon groupe est tout à fait favorable au soutien à l'Ukraine. Il est important, capital, et on ne le répète peut-être pas assez. Je tiens à le redire parce qu'une partie de l'opinion publique se lasse un peu de cette guerre-là. Une partie de l'opinion publique ne comprend pas, par égoïsme, que ce qui se passe en Ukraine a des répercussions chez nous, et que si demain l'Ukraine devait être abandonnée, les conséquences seraient incommensurables pour l'Europe et pour notre pays en particulier. Il faut donc inlassablement rappeler cette nécessité de défendre la liberté et de défendre l'Ukraine. C'est aussi nous protéger de problèmes futurs.
Monsieur le ministre, pouvez-vous rapidement faire un débriefing de cette mission? Des engagements ont-ils été pris par votre département? Les sociétés qui vous ont accompagnés étaient-elles heureuses d'être sur place? Des contacts ont-ils eu lieu? Un bilan est-il à tirer de ces visites?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik val een beetje in herhaling als ik zeg dat er op 27 maart in Parijs topoverleg plaatsvond met enkele Europese leiders, waar de oorlog in Oekraïne en de situatie met Rusland werd besproken. Ook onze premier was bij dat overleg aanwezig. Tijdens die bijeenkomst kwamen drie pijlers voor een veilig Europa naar voren: een sterk Oekraïens leger, een Europese veiligheidsmacht en een beter georganiseerde Europese defensie. De conclusie van dat topoverleg was dat we er alles aan moesten doen om de druk op Rusland hoog te houden. De premier zei niet te geloven dat de woorden van Rusland oprecht zijn, noch dat Rusland zich aan de gemaakte afspraken zou houden. We hopen, aldus de premier, dat ook de Verenigde Staten snel tot die conclusie zullen komen.
President Zelensky voegde daaraan toe dat de Amerikanen voortdurend de voorwaarden aanpassen van de mineralendeal die zij willen sluiten. Ook Amerika blijkt dus geen betrouwbare partner te zijn.
Vandaag zien we dat de oorlog met Rusland financieel voordelig blijkt te zijn voor de arizonaregering, meer in het bijzonder voor het Defensiebudget. Vijf jaar lang rekent Arizona namelijk op meer dan een miljard euro aan jaarlijkse belastinginkomsten uit de bevroren tegoeden geparkeerd bij Euroclear. De regering vertrekt dus van de aanname dat de sancties en daarmee ook het voortdurend conflict met Rusland nog minstens vijf jaar zullen aanhouden.
Mijnheer de minister, ik heb drie vragen voor u. Heeft Europa eigenlijk diplomatieke initiatieven genomen om een vredesakkoord te bereiken op die toppen? Zijn er binnen de coalition of the willing ook veiligheidsopties overwogen die inzetten op duurzame vrede zonder te focussen op de verdere opbouw en inzet van militaire macht? Hoe gaan we dat conflict beëindigen als men niet eens met Rusland aan tafel wil zitten?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, heel kort wil ik vanuit onze fractie zeggen dat het ook voor ons een absolute prioriteit is om Oekraïne te blijven ondersteunen. Dat is absoluut nodig om onze westerse democratie op een stevige manier te verdedigen. Het is ook goed dat ons land heeft toegezegd mee te zullen werken binnen een Europese context, want dat vind ik absoluut de weg die we moeten kiezen. Het is een Europees verhaal. Volle steun voor Oekraïne vinden wij duidelijk de juiste weg vooruit en wij gaan ook volledig akkoord met het bedrag van 1 miljard.
Theo Francken:
Merci beaucoup pour vos questions.
Je retiens de vos questions trois grands thèmes: premièrement, le Livre blanc européen; deuxièmement, le Sommet européen des 20 et 21 mars; troisièmement, la visite en Ukraine. Je vais donc répondre thème par thème.
Ten eerste, over het witboek. Het witboek heeft als doel de Europese Defensie klaar te stomen tegen 2030, zodat we beter gewapend zijn tegen alle mogelijke bedreigingen. De voorgestelde maatregelen moeten de lidstaten aanzetten tot hogere defensie-investeringen, gezamenlijke aankopen stimuleren en beter inspelen op de noden van de industrie.
La Belgique approuve les sept capacités phares prioritaires que les É tats membres de l'Union européenne devraient développer ensemble.
Daarnaast wordt het voorstel gedaan van een defensieomnibus, bedoeld om administratieve procedures en regels te vereenvoudigen en de kruiscertificiëring van defensieproducten te bevorderen. Tevens bevat het witboek een strategie om de militaire strategie aan Oekraïne op te voeren op basis van het voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Kaja Kallas. Quote: verhoogde militaire steun voor Oekraïne.
Dit pleit voor de integratie van Oekraïne in de militaire mobiliteit van de EU-defensie-industrieprogramma's en Pescoprojecten. België draagt hieraan al bij via het Kallasplan, onder meer door onze steun aan het Tsjechische munitie-initiatief. Voorts voorziet het witboek in een leenfaciliteit van 150 miljard, onder de naam Securitiy and Action for Europe (SAFE,) ter ondersteuning van gezamenlijke aankopen. Daarnaast is het mogelijk de nationale ontsnappingsclausule in het Stabiliteits- en Groeipact te activeren voor defensie-uitgaven tot 1,5 % van het bbp, verspreid over 4 jaar. Bovendien geldt er een gezamenlijke inkoopdoelstelling van minstens 40 %.
België ziet in deze vlaggenschipprojecten een kans voor zowel onze krijgsmacht als voor onze economie. Dit geldt in het bijzonder voor domeinen als militaire mobiliteit, luchtafweersystemen, systemen voor diepe precisieaanvallen, cyberveiligheid en de bescherming van kritieke infrastructuur.
Voor de Belgische defensiebedrijven betekent de defensieomnibus een belangrijke stap vooruit. De kruiscertificiëring van de capaciteit biedt eveneens voordelen. Maatregelen die gericht zijn op de overgang naar een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt, zoals de herziening van de EU-richtlijnen inzake defensieaanbestedingen en intra-Europese overdrachten, zijn bovendien cruciale stappen die aansluiten bij enkele van de ambities uit het regeerakkoord. Als we de Europese defensiemarkt willen verbeteren en minder types van bepaalde producten willen, want het is soms echt belachelijk hoeveel types er bestaan, zullen we de kruiscertificiëring moeten doen en ook een aantal richtlijnen aanpassen. Daar is men nu mee bezig.
Wat niet betekent dat het dan allemaal opgelost zal zijn. Ik wil toch nog even in herinnering brengen dat het interessant is te kijken naar de hoorzitting met de baas van Dassault, vorige week in de Franse Senaat. Ik zal het fragment online zetten waarin hij over het SCAF-project zegt dat de Franse strategische autonomie van het hoogste belang is. Hij had het dus niet over de Europese strategische autonomie. De Franse strategische autonomie! Ik wil dat toch even zeggen. Voor sommige Europese lidstaten, en zeker voor Frankrijk, is alles wat defensie aanbelangt gewoon een essentieel onderdeel van hun buitenlands beleid en van hun internationale veiligheidsbelangen. En dus het delen van bepaalde technologieën en geheime sleutels enzovoort ... Het is ook daarom dat zij zo ongeveer de enigen zijn die inzake nucleaire capaciteit volledig autonoom kunnen opereren. Dat vloeit voort uit de beslissing van generaal De Gaulle, lang geleden, naar aanleiding van de Suezcrisis, waarvan de Fransen nu zeggen: “Zie je wel dat we gelijk hadden? Zie je wel dat we altijd gelijk hebben gehad?” Ik denk dus niet dat we er al helemaal zijn. De beste voorbeelden daarvan zijn volgens mij het Future Combat Air System (FCAS) en het Tempestprogramma, twee Europese programma's. We gaan een nieuwe fighterjet maken, sixth generation .
Iedereen praat maar over Europese defensie. Voor sommigen is dat zelfs het absolute walhalla. Als we dat bereiken, dan kunnen de NAVO en die Amerikanen overboord. Nu, voor de huidige president Trump bestaat er natuurlijk weinig steun in het land, maar om dan maar te zeggen dat alles van Europa moet komen. Het grootste ontwikkelingsprogramma op Europees niveau? Dat is er niet één, dat zijn er twee. We weten immers allemaal dat luchtmachtprogramma's de duurste zijn. Dat zijn er dus twee: het Frans-Duitse SCAF/FCAS en het Brits-Italiaanse Tempest. Misschien kunnen we beginnen met daar één programma van te maken. De ontwikkelingskosten bedragen 60 miljard euro per programma. Voor 350 toestellen per programma. Reken maar uit! Een F-35 is een koopje in vergelijking met de volgende generatie fighterjets !
Het moet en het zal echter Europees zijn en voor sommigen mag dat tegen elke prijs. “We betalen dat, want het is Europees, joepiejee!” Ik denk toch dat we nog heel veel werk hebben en dat we vooral met onszelf moeten beginnen. Misschien moeten we maar eens minder naar de andere kant van de Atlantische Oceaan verwijzen en beginnen in Europa. Voor mij is dan de hoogste inzet één ontwikkelingsprogramma – één, geen twee – voor de volgende generatie fighterjets , straaljachten of jachtvliegtuigen, pardon. Excuse me for my English , dat niet altijd even goed is.
Het volgende thema is de trip naar Oekraïne en de Belgische militaire steun aan Oekraïne. Wat is de stand van zaken en wat zijn de toekomstplannen?
Tijdens het bezoek aan Kiev en de ontmoeting met president Zelensky kondigde België een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan voor 2025. De details van dit pakket worden momenteel verder uitgewerkt, maar het omvat onder meer directe bilaterale militaire steun, evenals bijdragen aan diverse internationale capaciteitscoalities. Exclusief dit nieuwe pakket heeft België sinds 2022 al voor 1,25 miljard euro aan militaire uitrusting aan Oekraïne geleverd. Inclusief humanitaire hulp stijgt dit bedrag tot 2,2 miljard euro.
België blijft gerichte steun verlenen via internationale coalitiemechanismen. Dit omvat onder meer gespecialiseerde training van F-16-technici en ondersteuning bij het F-16-beheer. In 2025 zal België reserveonderdelen van 1 à 2 F-16’s doneren, gevolgd door de levering van de eerste twee operationele straaljagers in 2026. De inzet is helder, zodra België F-35’s ontvangt, krijgt Oekraïne F-16’s.
Wat betreft internationale capaciteitscoalities levert België al bijdragen aan zes van de acht bestaande coalities, waaronder die voor luchtmacht, luchtverdediging, artillerie, marine, IT en mijnopruiming. Recent werd de Belgische steun hernieuwd voor de door Tsjechië geleide munitiecoalitie. Twee weken geleden heb ik de Tsjechische minister ontvangen in het NAVO-hoofdkwartier, of eigenlijk ben ik door hun delegatie ontvangen. Maar dat geldt ook voor de door Estland geleide IT-coalitie. Twee weken geleden heb ik die brief met de Estse collega ondertekend, want de vorige regering had dat nog niet opnieuw bevestigd.
De Europese EUMAM-missie wordt door België gezien als het primaire platform voor de militaire training van Oekraïense strijdkrachten. België ondersteunt het Europese voorstel om deze missie in Oekraïne zelf verder uit te breiden.
Daarnaast onderschrijft België het voorstel van de Europese Commissie, zoals opgenomen in het witboek, om Oekraïne te behandelen als een de facto EU-lidstaat bij gezamenlijke defensieaankopen en subsidiëring. België pleit voor nauwere business-to-business relaties tussen Oekraïense en Europese ondernemingen, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote bedrijven. In dit kader steunt België ook de opname van Oekraïne in het European Defence Industry Programme (EDIP), dat in 2025 gelanceerd wordt.
België toont zich ook tevreden over het Memorandum of Understanding voor militair-technische samenwerking, dat op 24 januari 2024 werd ondertekend om de samenwerking tussen de Oekraïense en Belgische defensie-industrieën te versterken.
Tijdens het bezoek aan Oekraïne reisden tien prominente Belgische defensiebedrijven mee die allen reeds actief waren in dat land. In Kiev werden concrete overeenkomsten gesloten, waaronder – dit is niet exclusief, maar dit zijn de overeenkomsten die kunnen worden bekendgemaakt – een letter of intent tussen Sabena Engineering en Ukranian Defence Industry GSC voor het onderhoud van F-16’s in Oekraïne. Een tweede overeenkomst betreft een memorandum of implementation of MOI tussen Thales Belgium en SDB AME voor de productie van 70 mm-raketten ter ondersteuning van de strijd tegen drones.
Dat is inderdaad een productiefaciliteit in Oekraïne. Ik zal ze binnenkort proberen te bezoeken. De faciliteit zou de moeite zijn. Dat bezoek is niet gelukt tijdens de trip, omdat de heer Prévot een veel te drukke agenda in België had. Hij moest dus tijdig terug zijn in België. Anders waren wij sowieso daar ook langs geweest. Dat was nu niet mogelijk, maar ik zal dat zeker nog doen.
Les entreprises qui ont participé à cette journée de l’industrie de défense belgo-ukrainienne sont Sabena Engineering, Thales Belgium, Patria Belgium Engine Center, John Cockerill Defense, FN Browning, Sioen, OIP, Exail, ILIAS et K&S Belgium.
Daar zijn dus ook Vlaamse bedrijven bij. Het zijn de grote jongens, die het graag wilden. Het zijn bedrijven die al handel drijven met Oekraïne. Het event is heel goed verlopen. Tijdens de terugreis op de trein ben ik samen met de eerste minister en minister Prévot bij al die mensen langsgegaan. Wij hebben een goed gesprek kunnen voeren met al die bedrijfsleiders. Ik denk dat zij het erg gewaardeerd hebben dat ze even met de eerste minister hebben kunnen praten.
We hebben ter plaatste een goede persconferentie gegeven in een kelder. Men gaat daar constant van kelder naar kelder. We hebben een demonstratie gekregen van wat de Oekraïners hebben aan drones. Dat was indrukwekkend. Dat materiaal stond opgesteld in kelders onder hotelgebouwen aan -2 °à -5 °C en wordt verhuisd in de stad. Het is ongelooflijk wat daar allemaal ondergronds gebeurt. Ze zijn natuurlijk heel bang van raketten uit Rusland.
We hebben daar een groot rondetafelgesprek georganiseerd. De pers was uitgenodigd. We hadden geen pers meegenomen. Er waren enkele cameraploegen die zelf op accreditatie ter plaatse waren geraakt. Wij hadden ervoor gekozen geen persmensen mee te nemen. De eerste minister wou dat absoluut niet. Ikzelf had daar geen problemen mee, maar bon, hij wou dat niet … (Hilariteit in de zaal)
We hebben nog veel werk met de defensie-industrie. U moet begrijpen dat de bedrijfsleiders hun industrie willen uitbouwen in Oekraïne, maar er bestaan enkele praktische problemen. Onze bedrijfsleiders uit de defensiesector gaan ter plaatse, maar de vraag is of zij verzekerd zijn. Wat gebeurt er indien zij worden aangevallen of wanneer iemand sterft wegens een raket- of een droneaanval? Vannacht was er nog een aanval in Odessa. Constant wordt er nog aangevallen. Het gaat eigenlijk om een staakt-het-vuren op papier. Dus wie verzekert die werknemers? Bijna niemand wil dat doen.
Wij zijn daarvoor een oplossing aan het zoeken. De vraag werd gesteld of die werknemers als reservist ingeschreven konden worden. Men kan ze echter niet als militair sturen, want dan is men betrokken bij een oorlog, als iets misloopt. Daar moet dus goed over worden nagedacht. Het gaat om kleine, praktische zaken die gemakkelijk op te lossen lijken. Niet alleen ons land, maar ook andere landen kampen met die problemen. Een goede verzekering is nodig, dat is evident.
Veel werknemers staan niet te springen om naar Oekraïne te gaan, eerlijk gezegd. Ze verkiezen hier in hun bedrijf te blijven dan in Oekraïne gedurende zes maanden een productie-eenheid op te starten. Dat is begrijpelijk. Het gaat om een land in oorlog. Wij zijn dat niet gewoon, veel van die werknemers zijn dat ook niet gewoon.
Er is dus nog veel werk aan de winkel. De benadering was volgens mij zeer positief. Ik denk dat president Zelensky dat miljard heeft gewaardeerd, maar nog veel meer het feit dat we met die bedrijfsleiders ter plaatse zijn gegaan. We hebben goodwill getoond om samen business te doen en expertise uit te wisselen. Ik hoop dat dat zo goed zal blijven lopen.
President Zelensky heeft ons zeer hartelijk onthaald en heeft veel tijd voor ons uitgetrokken, voor de eerste minister natuurlijk. We hebben daar tijdens een lunch over heel wat gepraat. Het gesprek was zeer openhartig, in tegenstelling tot wat ik had verwacht. President Zelensky heeft echt diepgaand gepraat over issues waarover men dagelijks in de krant leest. Ik kan niet alles onthullen, maar zijn openhartigheid en transparantie zijn me sterk bijgebleven.
Tot slot was het derde thema de coalition of the willing en de bijeenkomst in Parijs. Er was twee weken geleden ook een bijeenkomst in het kader van de NAVO waarop ik aanwezig was. De gesprekken in Parijs rond de coalition of the willing stonden in het teken van de versterking van de steun aan Oekraïne en de voorbereiding van mogelijke vredeshandhavingsmaatregelen. De bijeenkomst werd op 27 maart bijgewoond door vertegenwoordigers van 31 landen en had tot doel de concrete bijdrage van elk land af te stemmen en te coördineren. Ter verduidelijking, ik was niet aanwezig op die vergadering. Ik was wel aanwezig op de vergadering van de zogenaamde Ramsteingroep hier in het NAVO-hoofdkwartier.
Die Ramsteingroep werd altijd geleid door de Amerikanen. Zij willen dat echter niet meer doen en nu zijn het de Britten en de Fransen die dat gezamenlijk doen. Een centraal discussiepunt was de mogelijkheid om Europese veiligheidstroepen naar Oekraïne te sturen zodra er een vredesakkoord met Rusland is bereikt. Hoewel er nog geen definitieve beslissingen zijn genomen, bestaat er brede steun voor het principe dat elk akkoord gepaard moet gaan met robuuste veiligheidsmaatregelen ter bescherming van Oekraïne. Hoe deze maatregelen per land ingevuld worden, verschilt echter sterk.
België is bereid verantwoordelijkheid te nemen binnen de coalitie, op voorwaarde dat er brede steun voor en actieve deelname aan een militaire inzet is. België vraagt ook dat de NAVO en de VS logistieke en inlichtingenondersteuning voorzien, evenals een backstop voor de eventuele inzet van troepen op het terrein. Een heel grote discussie is natuurlijk wat er gebeurt wanneer de troepen worden aangevallen. Zal men dan Rusland de oorlog verklaren of wat gaat er dan gebeuren? Welke rol België precies op zich zal nemen binnen een mogelijke vredes- of regeneratiemissie hangt af van de uiteindelijke invulling, noden en vorm van de operatie en wordt momenteel verder onderzocht en besproken. Zoals ik heb gezegd, gebeurt dat onder leiding van de Fransen en de Britten samen met alle CHOD's van de betrokken landen. Om veiligheidsreden en uit discretie kunnen hierover geen verdere details worden gegeven.
De Europese inspanningen hangen ook sterk samen met het mogelijke succes van de Amerikaanse bemiddeling in het streven naar een full ceasefire met Rusland. Vandaag is daarvoor een heel belangrijke dag, dus we wachten af wat er verder zal uitkomen.
Le président français Emmanuel Macron a appelé à l'unité européenne et a souligné que le soutien à l'Ukraine devait être maintenu aussi longtemps que nécessaire. Selon lui, le maintien des sanctions contre la Russie reste également crucial pour faire pression. Le chancelier allemand Olaf Scholz a partagé ce point de vue et a mentionné que la levée des sanctions serait une grave erreur.
Voorts werd besproken op welke manier de coalitie Oekraïne bijkomend kan ondersteunen met militaire training en materieel om de verliezen van het Oekraïense leger aan te vullen. Dat is essentieel voor het versterken van de Oekraïense eerste verdedigingslinie tegen toekomstige Russische agressie.
De coalition of the willing is vastberaden om Oekraïne blijvend te ondersteunen. Tegelijk is het duidelijk dat een bijkomende concretisering nodig is om de geplande maatregelen te verfijnen en op te schalen.
Collega’s, basically is België behoorlijk forward-leaning om deel te nemen aan een dergelijke coalition of the willing . Ik weet dat sommige partijen dat totaal niet zien zitten. Wij zijn daar wel voorstander van. Ik blijf dat zeggen. Ik heb dat helemaal in het begin verklaard in een interview. Daarvan is behoorlijk wat misbruik gemaakt om te beweren dat wij Vlaamse jongens en zonen zouden laten sterven in Oekraïne. Een en ander is echter in het kader van een vredesakkoord en een ceasefire .
Dat standpunt is ondertussen bevestigd door de eerste minister. Er is minder fuzz over dan toen. Het standpunt is echter niet gewijzigd. Ik blijf bij wat ik toen heb verklaard. Wij zijn forward-leaning . Wij zullen zien wat wij doen. Komt er een vredesakkoord? Komt er een ceasefire ? Komt er een inzet van een coalition of the willing ? In dat geval zullen wij bekijken wat wij gaan doen. Nu wordt volledig uitgewerkt wat wij kunnen doen, wat de verschillende scenario’s zijn en welke capaciteit wij kunnen leveren. Dat is militair geheim en kan ik hier dus niet delen. Een en ander is echter heel concreet.
Als er deze week een akkoord zou komen, dan zal er ook onmiddellijk worden gepraat over veiligheidsgaranties en zullen de Fransen en de Britten de lead nemen van een dergelijke coalition of the willing , waarbij het gaat over een inzet die er relatief snel kan komen. Hoogstwaarschijnlijk zal er daarbij ook een Belgische deelname zijn.
Mijnheer de voorzitter, zodra dat dat moment er is, moet een en ander worden beslist binnen de regering. Zodra dat in de regering is beslist, zal ik natuurlijk zo snel mogelijk naar het Parlement komen om toelichting te geven. Dat is evident. Dat zal in de commissie voor de opvolging van de militaire missies zijn maar waarschijnlijk ook in de commissie voor Landsverdediging, deels publiek en deels achter gesloten deuren, om toelichting te geven bij wat wij daar exact zullen doen, waar wij gestationeerd zullen zijn en welke militaire inzet wij juist zullen leveren. Dat proces is volop bezig. U hoort er misschien minder over, maar die gesprekken zijn heel hard bezig achter de schermen.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, ik val in herhaling als ik zeg dat ik blij ben met de steun van ons land aan Oekraïne. Collega's, beschouw dit als een les voor de toekomst. Als wij in 2014 een duidelijk en sterk antwoord hadden gegeven op de invasie van Rusland in de Krim, dan was dit vandaag misschien niet gebeurd. Wij moeten Oekraïne blijven steunen en autocratieën als Rusland, Iran, China en Noord-Korea duidelijk laten zien dat wij samen sterker dan ooit staan en dat wij ons ook kunnen verdedigen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, mij is in dit actualiteitsdebat niet duidelijk geworden wat nu eigenlijk het standpunt is van het Vlaams Belang over de steun aan Oekraïne. Dat is wel heel vreemd. Men stuurt persberichten uit zeggende dat de steun aan Oekraïne onverantwoord en gevaarlijk is. Ik heb mevrouw Ponthier dat hier vandaag niet horen herhalen. Het is heel duidelijk dat het Vlaams Belang daar een beetje op twee benen hinkt. Dat op zich is gevaarlijk. De steun aan Oekraïne in twijfel trekken en persberichten uitsturen om het draagvlak daarvoor bij de bevolking te proberen onderuit te halen is echt gevaarlijk.
Het is onze taak als democratische politici om mensen uit te leggen waarom het belangrijk is dat wij de steun aan Oekraïne voortzetten. Die mensen zijn momenteel aan het vechten voor de waarden die wij in Europa verdedigen. Dat mogen we nooit vergeten. Dat is absoluut heel belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen de komende jaren, zolang het nodig is.
Ik ben ook heel tevreden dat we momenteel niet veel horen over de specificiteit van de inzet van mogelijke troepen bij een eventueel vredesakkoord. Dat is een teken dat daar achter de schermen goed aan gewerkt wordt. Het zou heel dom zijn om dat nu voor de schermen te doen.
Het is echter evident dat het ook voor Vooruit een kwestie van solidariteit is. Als die vraag ooit komt – en laten wij hopen dat die er zo snel mogelijk komt – dan moet België daarin zijn rol spelen en moeten wij solidair zijn met onze partners en vooral met Oekraïne.
Mijnheer de minister, met betrekking tot de details verwees ik naar een infographic van de Nederlandse krijgsmacht. U bent daar niet verder op ingegaan. Dat is misschien iets voor een verder debat, daarover kunnen we het later nog hebben. Ik had graag geweten – maar het kan later – of het verstandig is om dergelijke dingen tot in detail te delen.
Theo Francken:
Dat is door meerdere collega's gevraagd. De tabel met wat we precies zullen leveren, is nog niet 100 % afgeklopt. Op het moment dat die is afgeklopt, kan die eventueel achter gesloten deuren worden gedeeld, of openbaar, maar dat moet ik bespreken met mijn adviseurs.
Voorzitter:
Of in de commissie Opvolging van de militaire missies.
Axel Weydts:
Dank u. Dat lijkt mij heel verstandig.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten Oekraïne blijven steunen. Dat wordt door veel partijen gedragen en er bestaat daarover bij de grote meerderheid geen discussie.
We moeten verder gaan en durven kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we minder afhankelijk worden van onder andere Rusland op het vlak van olie en gas. Daarop besparen en die omslag maken, zal ook een belangrijk instrument zijn om onrechtstreeks de oorlogskas van Rusland te treffen. We kunnen daarop nog meer inzetten dan we vandaag al doen.
Op mijn vraag over de steun en de rol die de middelen van Euroclear daarin spelen, heb ik, tenzij ik het gemist heb, geen antwoord gekregen. Betekent dit dat die steun, die vandaag ook naar humanitaire projecten in Oekraïne gaat, wegvalt nu die onder de NAVO-norm wordt gezet? Ik zal daarover dus opnieuw vragen moeten indienen tot we daar zicht op krijgen. Hetzelfde geldt voor het lijstje van zaken waarin we zullen investeren, maar evengoed met welke middelen en welke humanitaire steun we blijven bieden. Ik vind het belangrijk dat we Oekraïne op die manier blijven steunen.
Wat betreft uw vragen over meer Europese samenwerking, het is mij niet helemaal duidelijk of u voor meer Europese samenwerking bent of niet en of dat u dat nog totaal onmogelijk acht, maar ik meen dat dit toch echt the way to go is.
Theo Francken:
Ik ben daarvoor, maar ik ben realistisch. Ik zeg u dat het grootste Europese onderzoeksprogramma dat loopt heel verdeeld is, heel duur en heel slecht loopt en geen goed voorbeeld is. In die zin denk ik dat we goed moeten kijken hoe we dat kunnen verbeteren. Ik hoop dat dit de komende weken zal gebeuren.
Ik kijk enorm uit naar het toekomstige Duitse regeerakkoord en zal het luik defensie aandachtig lezen. Duitsland maakt immers deel uit van SCAF. Wat zullen de Duitsers doen? Als we het effectief zo zullen aanpakken dat we twee projecten doen met 350 toestellen, dan is dat onbetaalbaar. Dat kan zo niet verder. Nogmaals, luister naar wat de baas van Dassault vorige week in de hoorzitting van de Franse Senaat zei over het strategisch belang van de wapenindustrie in Frankrijk en hoe dat precies wordt gepercipieerd bij Dassault. Basically zei hij dat Dassault dat toestel helemaal alleen kan maken, dat het daarvoor niemand nodig heeft. Hij vroeg zich af waarom hij al die geheimen zou moeten delen met andere landen, waarmee hij voor alle duidelijkheid Europese naties bedoelde. Bij grote industriële bazen – Dassault is geen kleine speler, maar echt een van de grote jongens in Europa – is er dus nog altijd veel weerstand. We moeten ons goed realiseren dat we enerzijds een politiek discours hebben van meer Europese samenwerking, maar anderzijds soms een heel ander discours op het terrein tussen de grote defensiebonzen, tussen de technologische strijders. Daarvan moeten we ons bewust zijn.
Ik ben voorstander van Europese samenwerking, want ik vind het heel vreemd dat uit mijn uitspraken geconcludeerd zou kunnen worden dat ik daar tegen ben; dat is absoluut niet juist. Wel ben ik realistisch en ik probeer mij te informeren op basis van dossierkennis en over hoe een en ander effectief werkt op het terrein. In dat opzicht zie ik een groot verschil tussen het politiek discours en datgene wat op het terrein gebeurt, en dat betreur ik, voor alle duidelijkheid.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor de opheldering, dat u voor meer Europese samenwerking bent. Dat is prima. Het realisme, de voetnoot die u daarbij plaatst, mis ik wel zodra het gaat over de F-35 en de Amerikaanse steun. De Amerikaanse president zegt namelijk dat hij minderwaardige toestellen zal leveren aan de partners, of dat hij dat alleszins overweegt. Ik vraag me af of de Europese Unie in zijn ogen zelfs nog een partner is. Ik vind dat we daarin evengoed realistisch moeten zijn en een evenwicht moeten blijven bewaren. Maar ik ben zelf ook absoluut voor meer Europese samenwerking. Daar kan ik mij geheel achter scharen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, dank voor uw uitgebreid antwoord. Het staat buiten discussie dat de defensie-industrie, zeker ook op Europees vlak, maximaal ondersteund moet worden. Ook is het goed dat er op het terrein productiesites worden opgezet, waarvan we binnenkort zullen zien wat dat concreet zal inhouden. Het opzetten van die productiesites is goed, al was het maar om de afhankelijkheid van andere internationale partners waar mogelijk af te bouwen.
Ik heb niet precies begrepen of de Vlaamse bedrijven, onder andere Sioen en OIP, al dan niet concrete deals hebben afgesloten.
Theo Francken:
Niet alle deals konden publiek gemaakt worden.
Annick Ponthier:
Goed, daar valt dus nog wel wat te onderzoeken. Ik denk dat het belangrijk is dat u de Vlaamse industriepartners op dat vlak niet uit het oog verliest, opdat zij zich ook maximaal kunnen inschakelen in verschillende elementen van het samenwerkingsakkoord. We weten immers dat Vlaamse defensiebedrijven ook zeer belangrijke innovatieve en hoogtechnologische defensietoepassingen uitwerken. Op dat vlak mogen we geen kansen onbenut laten.
Collega Weydts, ik weet niet waar u het haalt. Wij hebben vanaf dag één Oekraïne ondersteund. U kunt dat nakijken in alle debatten die hier in dit Huis hebben plaatsgevonden. U kunt ons natuurlijk ook de vraag stellen. We zijn collega's. U kunt altijd verduidelijking vragen. Mocht u een bepaald persbericht fout begrepen hebben, wil ik dat uiteraard voor u uitklaren. Maar nogmaals, wij hebben Oekraïne vanaf dag één ondersteund, in alle initiatieven die deze regering heeft genomen. De steun van 1 miljard die hier voorlag, is natuurlijk van een andere orde. Daar valt wel een en ander over te zeggen. Dit terzijde.
Ik dank nogmaals de minister voor de concretisering van zijn antwoorden. We zullen dit sowieso verder opvolgen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke en uitgebreide antwoord.
Ik heb vernomen dat de details van het steunpakket nog worden uitgewerkt, maar dat die ons, hetzij publiekelijk, hetzij achter gesloten deuren, later meegedeeld zullen worden zodra ze afgeklopt zijn. Dat is een goede zaak.
Over de tijdslijn van de F35 hebt u niet geantwoord, maar ik moet eerlijk toegeven dat dit thuishoort in een ander debat, maar dat zal voor een andere keer zijn.
Wat de bedrijven betreft, hebt u gezegd dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er 2 akkoorden afgesloten zijn, maar dat het geen exclusieve lijst betrof. Ik meen dat dit een zeer geslaagde zet was. Als we het immers over de rol van de Europese Unie hebben, gaat het voor mij in de eerste plaats daarover, namelijk de defensiebedrijven in Europa op elkaar afstemmen en samenwerken. Sommige collega's horen dat niet graag. Maar onze economie moet ook draaien. In Europa moet die ook draaien. Dat is een deel van de strategische autonomie. We moeten op eigen benen kunnen staan, ook met onze defensie-industrie. Het is dus goed dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er akkoorden afgesloten zijn. Ik hoop daar in de toekomst nog wat meer details over te vernemen.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Je pense que vous avez eu des réponses assez complètes sur l’ensemble des questions.
Je profite quand même de l’occasion pour rappeler que l’Europe ne peut compter que sur elle-même. Les Américains, malheureusement, nous l’ont démontré au quotidien depuis quelques mois, depuis l’arrivée notamment de M. Trump. Nous avons été lâchés par les Américains. Cela nécessite véritablement une défense européenne de qualité.
Je voudrais aussi souligner, comme député fédéral belge, que quand on parle des entreprises, certains évoquent toujours certaines entreprises situées dans une Région plutôt que dans une autre. Je pense que nous devons avoir une approche globale sur l'ensemble du pays.
S'il y a un bénéfice à tirer pour l'emploi et pour les entreprises, c'est sur l'ensemble du pays qu’il faut compter. Toutes les entreprises sont de qualité et peuvent offrir les services qui sont nécessaires par les temps qui courent. Certains qui font parfois des reproches au Sud du pays en termes d'emploi, de chômage, etc., devraient se réjouir que les entreprises du Sud du pays soient performantes en matière de défense.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u sprak over gesprekken achter de schermen over eventuele vredestroepen. Ik hoop dat de gesprekken achter de schermen ook over vrede mogen gaan, over echte vredesonderhandelingen, niet alleen achter de schermen, maar ook voor de schermen, want ik maak me eigenlijk zorgen over het voortzetten van deze oorlog. Hoe lang gaat die nog duren?
De regering rekent immers op de inkomsten van Euroclear. Nog vijf jaar lang rekent men zich rijk met de inkomsten van Euroclear. Met andere woorden, men gaat er precies van uit dat de oorlog nog vijf jaar zal duren of vijf jaar moet duren. Onlangs, vandaag ook, heeft Rusland de intentie getoond om de wapens kortstondig neer te leggen tijdens een paasbestand van 30 uur. Jan Balliauw van het Egmont Institute en een ex-VRT-journalist, zei daarover dat dat bestand hem niet erg serieus lijkt en dat Poetin vooral wil tonen dat Rusland nog altijd bereid is om verder te praten over een bestand. Dat zijn zijn woorden.
Momenteel aast de VS eigenlijk op de grondstoffen in Oekraïne, terwijl Trump Poetin opnieuw aan de onderhandelingstafel probeert te krijgen, bijvoorbeeld met als voorwaarde het bevriezen van nieuwe wapenleveringen. Wat doen wij? Wij trekken 1 miljard euro uit voor militaire steun, terwijl extra wapenleveringen de oorlog zullen verlengen. Meer wapens zijn meer doden, meer economische en milieuschade. Jan Balliauw voegde daaraan toe dat de Europese Unie en Rusland dringend en beter met elkaar moeten communiceren. Ik citeer hem opnieuw: "De communicatie van Europa gaat nu te vaak alleen nog maar over het bewapenen tegen Rusland."
Ik sluit mij daarbij aan. Onderhandelingen zijn noodzakelijk om tot een duurzame vrede te komen. Verdere bewapening is niet de oplossing voor deze verschrikkelijke oorlog. Ik hoop van harte dat er heel snel werk kan worden gemaakt van een echt vredesakkoord.
Luc Frank:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je reviens à la date du 27 mars, date à laquelle le Conseil européen réaffirmait le soutien de l'Union européenne à l'Ukraine. Malheureusement, une fois de plus, la Hongrie, en mouton noir, a refusé de se joindre au consensus et a préféré soutenir M. Poutine. On peut d'ailleurs se poser la question de savoir comment la coopération avec la Hongrie reste possible en matière de défense. Face au risque d'arrêt de l'aide militaire américaine, il était essentiel que les Européens réaffirment leur soutien et tant pis si cela irrite certains membres de l'administration américaine. C'est pourquoi je suis heureux que la mission en Ukraine du premier ministre et des ministres des Affaires étrangères et de la Défense ait été un tel succès. Il est important que des contrats aient été conclus entre des sociétés de notre industrie de l'armement et des sociétés ukrainiennes. Dans une perspective d'élargissement de l'Union européenne à l'Ukraine, il est bien d'intégrer nos industries du secteur de la défense. Je suis également content d'entendre que la Belgique prendra ses responsabilités en cas d'accord de paix en Ukraine. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.18 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 18.
De aanwezigheid van de Syrische interim-president Al-Sharaa op een donorconferentie in Brussel
De politieke situatie in Syrië en de Europese steun in dat verband
De interim-grondwet in Syrië
De slachtpartijen in Syrië
Europese betrokkenheid bij de Syrische politieke crisis en mensenrechtenschendingen
Gesteld door
N-VA
Darya Safai
N-VA
Darya Safai
VB
Ellen Samyn
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om kritiek op EU-steun aan Syrië’s islamitische interim-regering onder Al-Sharaa, die via een tijdelijke grondwet een sharia-gebaseerde staat nastreeft en massa-executies pleegt tegen minderheden (o.a. alawieten, christenen). België/EU verdedigen hun 5,8 miljard euro steun (waaronder 18 miljoen van België) als noodzakelijk voor humanitaire hulp en transitie, maar critici (Safai, Samyn) waarschuwen voor financiering van een nieuw islamitisch regime (vergelijkbaar met Iran) en eisen strengere voorwaarden, zoals mensenrechtengaranties en uitsluiting van terroristen. Boukili benadrukt voorzichtigheid, terwijl de minister juridische stappen en monitoring belooft om straffeloosheid tegen te gaan.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, Ahmad al-Sharaa, de voormalige Al-Qaedastrijder en militieleider, kan misschien zijn kleren verwesteren, maar zijn ideologie en politieke overtuiging blijven geïnspireerd door de sharia.
Al-Sharaa, die Kaja Kallas, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken, de hand niet wilde schudden omdat ze een vrouw is en die aan vrouwen vraagt om zich te bedekken als ze met hem op de foto willen, is een islamist. Een islamist discrimineert niet alleen vrouwen, maar ook religieuze minderheden. Hij stuurde zijn gemaskeerde milities naar de gebieden waar de alawieten wonen. Die milities maken geen onderscheid tussen ongewapende aanhangers van Assad en onschuldige ongewapende alawieten. Net zoals IS de Jezidi's en christenen vermoordde, zijn nu de alawieten het slachtoffer van blinde haat. Minstens 300 alawieten werden reeds geëxecuteerd en er zouden in totaal al meer dan 800 alawieten zijn vermoord. Video's van deze gruweldaden worden verspreid om nog meer terreur te zaaien. Ook heeft hij in de grondwet nu verankerd dat het land binnen vijf jaar een islamitisch bewind zal krijgen.
De Europese Commissie maakte bekend dat de Syrische interim-president al-Sharaa is uitgenodigd voor een donorconferentie in Brussel op 17 maart. De EU veroordeelde de aanvallen van de regeringstroepen, maar rept met geen woord over de executies van minderheden. Wat is uw reactie op deze communicatie van de Europese Commissie?
Welk belang hecht u aan de intentieverklaring die getekend werd door de Syrische regering en de Koerdische SDF? Welke steun heeft de Europese Unie toegezegd aan de Syrische regering en onder welke voorwaarden gebeurt dit? Hoe kadert dit in de wederopbouw van het land? Vallen deze voorwaarden samen met het aannemen van de tijdelijke grondwet in Syrië?
Hoe rijmt u de militaire actie tegen de talrijke burgerslachtoffers onder de alawieten met het bezoek van de interim-president van Syrië?
Ons land heeft ook een pakket van 17 miljoen euro aangeboden aan Syrië. Is dit een juist signaal volgens u, net na de executies en moord op onschuldige mensen?
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, op 13 maart ratificeerde de nieuwe Syrische president Ahmed al-Sharaa een interim-grondwet. Die tekst moet dienen als een legitimatie voor een islamitisch bestuur gedurende een vijfjarige transitieperiode. Het is nu kristalhelder welke ideologische lijn de nieuwe president en zijn regering voor het nieuwe Syrië uitzetten: een shariastaat naar het voorbeeld van IS of de Taliban.
Tijdens de debatten over de beleidsverklaring werd duidelijk dat verschillende traditionele partijen, waaronder ook die van u, de situatie in Syrië nog steeds als een historische kans op weg naar een democratische transitie beschouwen. Het nieuwe islamitische bestuur van al-Sharaa, een aftakking van terreurbeweging al-Nursa, hielp ons zeer snel uit die illusie. Hun willekeurige militaire geweld en de massa-executies gericht tegen Syrische minderheden, waaronder christenen, alawieten, druzen en Koerden, wijzen veel meer op een nieuw Afghanistan dan op een democratische overgang. Daar komt die islamitische grondwet bovenop.
Mijnheer de minister, wat is uw standpunt over die interim-grondwet? Hebt u daarover al contact gehad met de Syrische ambassadeur of uw Syrische ambtgenoot? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken?
Bent u nog steeds van mening dat het nieuwe bestuur een historische kans biedt voor de democratisering van Syrië?
Wat is uw standpunt rond de opheffing van het sanctieregime tegen Syrië? Die opheffing werd door bepaalde collega's geopperd tijdens de debatten over de beleidsverklaring, maar zou in de huidige context een historische vergissing zijn.
Bent u bereid om de geplande 18 miljoen euro aan financiering voor Syrië te herzien? De kans is immers zeer reëel dat we aldus het nieuwe islamitische regime mee ondersteunen.
Maxime Prévot:
Madame la présidente, M. Boukili étant absent, il pourra certainement se référer au compte rendu intégral de mes propos pour trouver réponse aux questions qu'il m'avait adressées.
Beste parlementsleden, de afgelopen weken is Syrië het slachtoffer geweest van een zorgwekkende toename van geweld. Na een reeks incidenten in het zuiden van het land is het kustgebied in het noordwesten van het land het doelwit geweest van gewelddadige aanvallen van aan het Assadregime gelieerde elementen tegen de veiligheidstroepen. Die aanvallen leidden tot een cyclus van geweld, die resulteerde in gruwelijke misdaden tegen burgers, waaronder standrechtelijke executies gepleegd door elementen die banden hadden met het voormalige regime van Assad, leden van de veiligheidstroepen van de overgangsautoriteiten en niet-geïdentificeerde daders. Die aanvallen hebben honderden slachtoffers geëist en zijn de meest gewelddadige botsingen in het land sinds de val van het Assadregime in december 2024.
Dergelijk geweld is onaanvaardbaar. België heeft die daden scherp veroordeeld, zonder een onderscheid te maken tussen de daders. Ik heb dat op 9 maart 2025 publiekelijk geuit, in naam van België. Ons land steunde vervolgens op 11 maart 2025 een verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger namens de Europese Unie, waarin het geweld werd veroordeeld. Tegelijkertijd reisde onze ambassadeur in Beiroet, die verantwoordelijk is voor Syrië, naar Damascus, waar hij persoonlijk de diepste bezorgdheid van België kon overbrengen aan de Syrische interim-minister van Buitenlandse Zaken.
Enkele dagen later, op 17 maart 2025, kon ik de krachtige veroordeling van dat geweld door België ook rechtstreeks overbrengen aan mijn Syrische ambtgenoot tijdens een bilaterale ontmoeting in Brussel in de marge van de Conferentie van Brussel over Syrië.
La Belgique a profité de chacune de ces occasions pour souligner la nécessité absolue de tenir compte de tous les auteurs présumés responsables de leurs actes.
Il a été souligné qu'un système judiciaire rapide, transparent et impartial, conforme aux normes internationales, est essentiel pour empêcher que de tels crimes se reproduisent et pour garantir que tous les Syriens, sans aucune distinction, puissent vivre sans peur dans la nouvelle Syrie. Une justice transitionnelle globale est nécessaire à la réconciliation et à la construction d'une Syrie pacifique.
La lutte contre l'impunité en Syrie est un objectif de notre accord de gouvernement. La Belgique soutient en particulier le travail de l'International, Impartial and Independent Mechanism, Syria (IIIM). La Belgique a joué aussi un rôle de pionnier dans la création de l'Independent Institution on Missing Persons in the Syrian Arab Republic
Mes services réfléchissent actuellement à un appui dans ce cadre afin d'aider notamment à recueillir et à préserver les preuves liées aux violations du droit international humanitaire et des droits humains.
Na vijf decennia dictatuur is Syrië een land met een verwoeste economie en een gefragmenteerde samenleving. Dit geweld illustreert de enorme uitdagingen en verantwoordelijkheid die een vreedzame, duurzame en inclusieve transitie betekent voor de overgangsregering.
De Syrische autoriteiten hebben erkend dat er fouten zijn gemaakt, maar er zijn ook bemoedigende signalen. De toezeggingen van de overgangsregering en in het bijzonder de oprichting van een onderzoekscommissie zijn stappen in de goede richting. Op 25 februari werd een politiek transitieproces in gang gezet met de nationale dialoog. Op 13 maart werd een voorlopige grondwet goedgekeurd en op 29 maart werd de overgangsregering benoemd die de derde fase van dit proces vormt.
De interim-grondwet schaft de functie van premier af en versterkt daarmee de concentratie van de uitvoerende macht rond de president. Er wordt echter wel rekening gehouden met een aantal aanbevelingen van de Verenigde Naties, bijvoorbeeld de verwijzing naar de mensenrechten en het internationaal recht.
Wat de nieuwe regering betreft, hoewel de meerderheid van de ministers soennitische moslims zijn, wat de demografie van het land weerspiegelt, telt de nieuwe regering ook vier ministers uit minderheidsgroepen – een druzische, een Koerdische, een alawitische en een christelijke vrouw –, hoewel zij niet in sleutelministeries zijn benoemd.
Het akkoord dat op 10 maart werd bereikt tussen de overgangsautoriteiten en de Syrisch democratische strijdkrachten in het noordoosten van Syrië om alle civiele en militaire instellingen van het autonome Koerdische bestuur te integreren in het kader van de Syrische staat is ook een positieve ontwikkeling. Deze overeenkomst kan de weg vrijmaken voor meer stabiliteit en een betere toekomst betekenen voor veel Syriërs, hoewel de uitvoering ervan een grote uitdaging blijft.
Ons land zal uiterst waakzaam blijven voor de manier waarop deze toezeggingen worden geïmplementeerd en hoe ze evolueren. We hebben de Syrische autoriteiten eraan herinnerd dat de opschorting van de beperkende maatregelen deel uitmaakt van een geleidelijke en omkeerbare aanpak en dat de Europese Unie en haar lidstaten de relevantie van deze opschorting zullen blijven onderzoeken op basis van een nauwgezette monitoring van de situatie in het land.
De huidige transitieperiode in Syrië blijft zeer fragiel en de Syrische bevolking heeft de volle ondersteuning van de internationale gemeenschap nodig. Dat is niet alleen een morele plicht, maar ook een essentiële voorwaarde om tot stabiliteit in het land en de gehele regio te komen. Als internationale gemeenschap en als Belgen mogen we deze historische kans niet missen.
Het is in die context dat op 17 maart de negende internationale conferentie ter ondersteuning van Syrië plaatsvond. De conferentie was een cruciaal platform om het gezamenlijke internationale engagement voor een inclusieve, vreedzame en door Syrië geleide transitie opnieuw te bevestigen. De conferentie bracht de belangrijkste belanghebbenden bijeen om tegemoet te komen aan de veranderende behoeften van Syrië, essentiële financiële steun te mobiliseren en de rol van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen.
Als duidelijk bewijs van dit engagement kondigde de Europese Unie een substantiële toezegging van bijna 2,5 miljard euro aan voor 2025 en 2026.
Samen met andere internationale partners werd er in totaal 5,8 miljard euro opgehaald om het overgangsproces van Syrië en het socio-economische herstel van het land te ondersteunen en tegelijkertijd de dringende humanitaire behoeften aan te pakken, zowel in Syrië als in de gastgemeenschappen in Jordanië, Libanon, Irak, Egypte en Turkije.
De Europese Unie en haar lidstaten blijven de grootste donor voor Syrië en de buurlanden die Syrische vluchtelingen opvangen. Het gaat om een totaalbedrag van bijna 3,4 miljard euro.
België beloofde 18 miljoen euro voor humanitaire hulp vrij te maken in 2025. Die financiering zal bestaan uit zowel flexibele als geoormerkte financiering en zal zich richten op de bescherming van de getroffen burgers, zowel op het volledige grondgebied van Syrië als de Syrische vluchtelingen in de buurlanden en hun gastgemeenschappen. Daarnaast heeft België ook 475.000 euro vrijgemaakt voor ontmijningsprojecten.
Subsidieovereenkomsten voorzien telkens in een clausule die de organisaties verplicht de administratie op de hoogte te stellen van elke vorm van fraude, van elke onregelmatigheid of praktijk van corruptie. De internationale humanitaire organisaties moeten de rapporten en audits van de uitvoering voorleggen.
De conferentie werd voor de eerste keer georganiseerd in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Syrische interim-regering. Aangezien het een ministeriële conferentie was, nam de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Al-Shabani, en dus niet de Syrische interim-president Al-Sharaa, eraan deel op officiële uitnodiging van Hoge Vertegenwoordigster Kallas en eurocommissaris Lahbib. In de marge van de conferentie had ik dus een bilaterale ontmoeting met hem om de eerder uiteengezette boodschappen van de Belgische positie over te brengen.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Uiteraard is het belangrijk dat wij invloed blijven uitoefenen op een land dat, hopelijk, in ontwikkeling is. Wij krijgen echter ook duidelijke signalen dat we voorzichtig moeten zijn met de richting die men daar kiest. Ik maak een parallel met het regime in Iran. De stichting ervan in 1979 herinneren velen ons zich niet, maar de geschiedenis moet nog verder worden geschreven. Het was in het begin ook niet duidelijk dat het zo erg zou worden. Het regime zou alles anders en beter doen. Uiteindelijk wil een islamist echter de sharia uitvoeren. Die uitvoering daarvan heeft niets te maken met een democratie. Het is een theocratie.
Wij moeten dus heel goed opletten waarin wij investeren. Uiteindelijk is het onze bedoeling om die landen mee te trekken naar de waarden en normen die wij de onze noemen, zoals het respect voor de mensenrechten. Het land is ook heel divers.
Net een week nadat de gruweldaden hebben plaatsgevonden naar Europa komen en doen alsof er niets aan de hand is, op een paar woorden na… Men had een ander signaal kunnen geven. Wij mogen eisen dat zoiets niet gebeurt of dat er anders geen sprake kan zijn van een relatie of geld. Europa geeft miljarden euro's. Dat is veel geld. Dat moeten wij op zo'n manier besteden dat we zelf geen tweede islamitische republiek van Iran in de regio creëren, ditmaal met ons eigen geld.
Die belangrijke punten wou ik u nog meegeven. Ik dank u voor uw antwoord.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Hoewel u beweert waakzaam te blijven ten aanzien van het Syrische regime, mag u het mij niet kwalijk nemen dat ik u naïef blijf vinden, wat het nieuwe regime in Syrië betreft.
We spreken over een historische kans op een democratische transitie. Dat is ijdele hoop. President en islamterrorist Al-Sharaa heeft recent op een kristalheldere manier duidelijk gemaakt welke ideologische lijn het nieuwe Syrië zal volgen, met een interim-grondwet die voor de komende vijf jaar Syrië van een islamitisch bestuur verzekert.
De sharia en democratie gaan niet samen. Dat weet ondertussen iedereen.
Wat de miljoenen euro steun betreft, hoe weet u en hoe kunt u verzekeren dat de humanitaire hulp daadwerkelijk terechtkomt bij de noodlijdende en meest kwetsbare bevolking?
Ik stel me nog steeds de vraag wat we daar eigenlijk zullen financieren. U kent onze mening: de wederopbouw van Syrië vereist menselijk kapitaal. In plaats van geld te sturen, is het beter om de terugkeer aan te moedigen van de hier verblijvende Syriërs die van hieruit het nieuwe regime toejuichen. We moeten in elk geval verhinderen dat de vele jihadterroristen in Syrië via welke weg dan ook naar België afzakken, want ze vormen een groot veiligheidsrisico.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous prie tout d'abord d'excuser mon retard, mais je pense que vous avez reçu ma question, à laquelle je fais référence. J'ai bien entendu votre réponse, et je pense qu'après ce qu'a vécu le peuple syrien sous le régime meurtrier d'Assad, l'arrivée d'un nouveau régime n'est pas une garantie automatique de la paix pour le peuple syrien. Nous devons rester vigilants et attentifs, notamment pour ce qui concerne notre politique de soutien ou de financement - que ce soit à travers l'Union européenne ou d'autres - le respect des droits des peuples syriens, le respect des droits humains, ainsi que le respect de la dignité humaine sur le territoire syrien. Tel est notre devoir, surtout après les massacres auxquels nous venons d'assister sous le nouveau régime. De tels actes montrent bien que ce n'est pas parce qu'on a remplacé un régime meurtrier par un nouveau régime que ce dernier est automatiquement plus humain. Nous devons rester attentifs à la question, surtout dans le cadre de notre politique internationale.
De oorlog en de hongersnood in Soedan
De Europese verantwoordelijkheid in de oorlog in Soedan
De massale plundering van natuurlijke rijkdommen in Soedan
De evolutie van de situatie in Soedan
Humanitaire crisis, buitenlandse betrokkenheid en uitbuiting in Soedan
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische discussie over de humanitaire en politieke crisis in Soedan benadrukt de catastrofale situatie: een burgeroorlog met 12+ miljoen ontheemden, hongersnood, massale mensenrechtenschendingen en risico op landsdeling door een parallelle regering van de *RSF-milities*. België steunt EU-sancties tegen oorlogspartijen, pleit voor onbelemmerde humanitaire hulp (€1 miljard EU-bijdrage) en CPI-onderzoeken naar straffeloosheid, maar erkent dat buitenlandse inmenging (Rusland, VAE) en EU-steun aan milities in het verleden (via migratiedeals) het conflict verergeren. Kritische punten zijn ontbrekende traçabiliteit van Soedanese grondstoffen (gom arabicum, goud) en risico’s op wapenleveranties ondanks EU-embargo’s.
Rajae Maouane:
Madame la présidente, monsieur le ministre, merci pour votre temps.
Vous le savez, le Soudan est aujourd'hui dévasté par une guerre. Il est déchiré par une guerre civile qui dure depuis plus de deux ans. Plus de 12 millions de personnes sont déplacées, fuient les combats, la famine, les atrocités commises par les belligérants. Des camps de réfugiés sont attaqués, des enfants sont malheureusement violés, des femmes sont tuées.
Les forces de soutien dirigées par le général Mohamed Hamdan Daglo ont annoncé la formation d'un gouvernement parallèle, ce qui exacerbe le risque de partition du pays.
C'est une situation vraiment tragique qui survient dans un pays qui est déjà marqué par des décennies de conflits internes et des divisions ethniques. La communauté internationale, y compris l'Union européenne, ne peut rester silencieuse face à cette tragédie. Il est impératif que la Belgique, en tant que membre de l'Union européenne, prenne des mesures concrètes pour soutenir le peuple soudanais et œuvrer en faveur d'une paix durable.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Quelle est la position du gouvernement belge concernant la formation d'un gouvernement parallèle par les FSR et le risque de partition au Soudan? Quelles actions la Belgique envisage-t-elle pour fournir une aide humanitaire concrète aux populations déplacées et touchées par le conflit? La Belgique, par votre voix au sein de l'Union européenne, va-t-elle soutenir des sanctions ciblées contre les responsables des violations des droits humains au Soudan? Elles sont nombreuses. Est-ce que la Belgique va plaider pour une initiative internationale qui vise à faciliter un dialogue inclusif entre toutes les parties prenantes au Soudan? Quelles mesures la Belgique propose-t-elle pour prévenir la propagation du conflit au-delà des frontières du Soudan et garantir la stabilité régionale? Merci pour vos réponses.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, merci pour votre temps et merci d'avoir accepté de nous accorder quelques minutes supplémentaires.
Le Soudan traverse actuellement une situation pire que jamais. Comme l'a alerté Elise Nalbandian, responsable régionale du plaidoyer chez Oxfam, le pays fait face à la plus grande crise humanitaire, à la plus grande crise de déplacement et à la plus grande crise de faim. Tous les mauvais records sont battus. Depuis avril 2023, le pays est en proie à un conflit armé brutal entre les Forces de soutien rapide (RSF) et les forces armées soudanaises, provoquant ce que les Nations Unies qualifient de plus grave crise humanitaire actuelle.
Près de 13 millions de personnes ont été déplacées, des centaines de milliers sont menacées par la famine, et des dizaines de milliers ont déjà perdu la vie. Le pays est brisé, à genoux, après trois ans d'une guerre civile impitoyable.
Le 10 avril, l'Union européenne a annoncé une aide humanitaire de 160 millions d'euros pour faire face à cette crise. Il est cependant extrêmement important de rappeler notre responsabilité dans les plus grandes crises humanitaires mondiales.
Dans le cadre du processus de Khartoum, l'Union européenne a coopéré avec le régime d’Omar Al-Bachir, poursuivi pour génocide, en finançant des programmes sécuritaires ayant notamment bénéficié aux RSF, dirigées par le général Mohamed Hamdan Daglo (Hemetti). Cette milice est issue des tristement célèbres janjawids responsables du génocide du Darfour. Ce soutien indirect, mais réel, a permis à Hemetti de consolider son pouvoir militaire, de contrôler les routes migratoires et de devenir un acteur central dans le conflit sanglant que nous dénonçons aujourd'hui.
Monsieur le ministre, alors que la communauté internationale appelle à un cessez-le-feu et promet 800 millions d'euros d'aide humanitaire, comment justifier cet élan de solidarité aujourd'hui, quand des politiques européennes ont indirectement contribué à armer et à légitimer les milices responsables de l'actuel chaos?
De plus, un rapport confidentiel de l'ONU, cité par Bloomberg et The Guardian, révèle que le conflit est alimenté par des économies de guerre reposant sur le pillage massif des ressources naturelles, telles que l'or et la gomme arabique.
Entre janvier et juin 2024, les RSF auraient détourné pour 14,6 millions de dollars de gomme arabique, avec jusqu'à 70 000 tonnes expédiées vers le Tchad. Or, cette substance, utilisée dans de nombreux produits de consommation courante – tels que les sodas, les cosmétiques, les médicaments ou les confiseries – provient à 70 % du Soudan, notamment de zones actuellement sous contrôle des RSF.
Cela veut dire qu'une partie de l'économie mondiale, y compris, potentiellement, européenne, pourrait, aujourd'hui, contribuer involontairement au financement de ce conflit par le biais de ces importations.
Dans ce contexte, il est légitime de se poser quelques questions, notamment par rapport à la Belgique. La Belgique importe-t-elle actuellement de la gomme arabique ou de l'or en provenance du Soudan? Existe-t-il des mécanismes de traçabilité fiables permettant de garantir que ces produits n'alimentent pas indirectement le conflit armé en cours? Voilà mes questions, monsieur le ministre. J'espère que les réponses seront assez claires à ce niveau-là.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, lors de ma précédente intervention, j’avais interrogé la ministre de l'époque sur la position de la Belgique face à la guerre civile au Soudan, en demandant quelles démarches notre pays avait entreprit pour soutenir les efforts diplomatiques, sanctionner les responsables et appuyer l’action de la Cour pénale internationale.
Depuis, la situation a connu une dégradation dramatique.
Désormais plus de 24,6 millions de personnes, près de la moitié de la population soudanaise, sont confrontées à une insécurité alimentaire aiguë, dont 638 000 vivent des conditions proches de la famine. La famine est confirmée dans au moins 10 régions, dont le Darfour, Khartoum et Kandahar. 1/3 des enfants souffrent de malnutrition aiguë.
Le nombre de victimes continue de croître: selon les estimations les plus récentes, entre 20 000 et 150 000 personnes auraient été tuées directement du conflit, et 12 millions de personnes ont dû fuir leur foyer, dont près de 760 000 réfugiés au Tchad, majoritairement des femmes et des enfants.
Sur le plan international, les ingérences étrangères s’intensifient: la Russie, l’Iran, l’Égypte et les Émirats arabes unis continuent de soutenir activement les belligérants, souvent en violation de l’interdiction de fournitures d’armement décidée par l’ONU. L’Union européenne a prolongé jusqu’en octobre 2025 ses sanctions ciblées contre des acteurs des deux camps, mais la dynamique de guerre persiste.
Au vu du contexte qui empire depuis les dernières questions:
1) Quelles sont les nouvelles actions diplomatiques qui vont être entreprises par la Belgique pour encourager une sortie de crise?
2) Quelles initiatives notre pays a pris et continuera de prendre, en matière humanitaire, dans les zones frappées par la famine?
3) Notre nouveau gouvernement soutient-il un élargissement du régime de sanctions, y compris à l’encontre des États tiers impliqués dans des transferts d’armes?
4) Comment notre diplomatie va-t-elle continuer de soutenir le travail de la cour pénale internationale et la lutte contre l’impunité pour les crimes commis au Darfour et ailleurs?
Je vous remercie.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions sur l'un des conflits les plus graves, qui est aussi l'un des plus négligés à ce jour. Cette guerre civile qui a débuté il y a plus de deux ans continue d'engendrer des souffrances incommensurables à la population civile et déstabilise toute la région. La poursuite sans relâche des combats et des exactions de masse sont très préoccupantes. Le risque de partition du pays et les annonces de mise sur pied du gouvernement de façon non consensuelle et unilatérale doivent aussi nous inciter à agir.
Il va de soi que nous sommes préoccupés par ce type de développement et que nous sommes fortement attachés à la préservation de l'unité et de la souveraineté du pays. La dégradation continue de la situation sécuritaire et humanitaire résulte en grande partie de l'absence de volonté politique des belligérants d'engager un processus inclusif et durable.
Nous pouvons aussi constater qu'il existe des intérêts divergents entre les différents acteurs régionaux. C'est ce qui explique l'échec relatif de la Conférence de Londres, du 15 avril, qui avait pour but d'aligner l'ensemble de la communauté internationale autour des mêmes objectifs, à savoir la réponse à la crise humanitaire, le règlement négocié du conflit et la mise sur pied d'un processus de transition vers un gouvernement civil.
Il est impérieux que tout acteur extérieur mette fin à tout soutien visant à alimenter le conflit. La Belgique reste active au sein de l'Union européenne sur ce dossier et fait partie d'un petit groupe d'États membres qui visent à maintenir cette crise à l'agenda et à soutenir le travail de la représentante spéciale de l'Union européenne pour la Corne de l'Afrique, Mme Weber. Le lundi 14 avril dernier, le Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne s'est à nouveau penché sur ce grave conflit. J'y ai pris la parole afin de plaider pour le maintien d'un engagement fort et constant de l'Union européenne en soutien aux efforts de médiation.
J'ai appelé à rester mobilisé afin de répondre à l'urgence humanitaire, à défendre les droits humains et à lutter contre l'impunité. Depuis janvier 2024, des sanctions de l'Union européenne ont été adoptées ciblant des individus et des entités liées aux Rapid Support Forces et à l'armée soudanaise, qui sapent les efforts de paix et qui se rendent coupables de violations graves des droits humains. Vu les évolutions sur le terrain, la Belgique soutient pleinement l'adoption de nouvelles mesures restrictives afin de faire pression sur les partis. Des discussions intra-européennes ont débuté à cet effet.
Le rétablissement d'un gouvernement civil demeure la seule perspective à moyen terme. Une solution durable doit inclure les civils soudanais. L'Union européenne continue de prendre des initiatives visant à construire un consensus parmi les acteurs civils et soutenir des coalitions civiles inclusives qui sont au cœur de toute transition politique.
La crise humanitaire est sans précédent. Le service de la Commission européenne à la protection civile et aux opérations d'aide humanitaire a ouvert un bureau à Port-Soudan. L'Union européenne et les États membres, y compris la Belgique, contribuent à hauteur de près d'un milliard d'euros à l'aide humanitaire, ainsi qu'à hauteur de 467 millions d'euros au programme de développement.
Nous continuons de plaider en faveur d'un accès humanitaire sans entrave à toutes les frontières. Nous soutenons également les efforts de la représentante spéciale, Mme Weber, pour protéger les infrastructures critiques, en particulier l'approvisionnement en électricité, condition indispensable à la protection des civils. Nous restons profondément préoccupés par la persistance des violations et atteintes aux droits humains, et par l'impunité répandue dans le pays.
Nous encourageons le renforcement du mandat de la Cour pénale internationale (CPI) au Soudan et une coopération accrue avec la mission d'enquête du Haut-Commissariat aux droits de l'homme.
La Belgique avait par ailleurs soutenu la création de ce mandat d'enquête lors d'une précédente session au Conseil des droits de l'homme. Un rapportage indépendant est essentiel pour rendre compte de la situation dramatique sur place et faire en sorte que les auteurs de violences soient poursuivis pour leur acte.
Concernant les éventuelles importations en Belgique d'or et de gomme arabique provenant du Soudan, je vous invite, monsieur Boukili, à poser ces questions au Service public fédéral Économie, Direction générale des Analyses économiques et de l' é conomie internationale, pour une réponse documentée et circonstanciée.
Sachez toutefois que le groupe d'experts sur le Soudan des Nations Unies est mandaté pour examiner toutes les sources de financement, qu'elles soient locales, nationales ou internationales, des groupes armés actifs au Darfour. Leur dernier rapport n'a pas encore été publié, mais il a entre-temps été soumis au Conseil de sécurité. Il faudra voir s'il contient des éléments pertinents à cet égard.
Pour ce qui est des mécanismes de traçabilité des ressources naturelles dans les chaînes d'approvisionnement internationales, la Belgique continue de soutenir leur renforcement, afin de s'assurer que les flux commerciaux ne contribuent pas au financement de quelconque conflit.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, merci pour cette prise de parole claire sur la situation dramatique au Soudan, que l'ONU qualifie comme le plus grand drame humanitaire au monde actuellement.
Nous sommes dans un contexte où ce conflit reste largement ignoré. Il passe sous les radars médiatiques et diplomatiques. C'est un soulagement de voir que la Belgique fait partie des pays qui ne détournent pas le regard sur la situation qui est d'une ampleur sans précédent, avec des millions de déplacés, la famine, des violences systématiques. Ce silence ambiant est de plus en plus insupportable. Il est donc important pour nous de mettre ce conflit et ce drame à l'agenda. Je me réjouis de voir que la Belgique continue à le faire. C'est là aussi que la diplomatie peut montrer son utilité.
Néanmoins, on voit aussi qu'il y a une "guerre" des puissances étrangères par rapport à ce qui se passe au Soudan. Des armes européennes se retrouvent au Soudan alors qu'il y a un embargo. Il y a là quelque chose à creuser. Nous ne pouvons pas être ainsi complices de ce qu’il se passe sur place.
Dès lors, je pense qu'il y a effectivement moyen de creuser davantage au niveau européen et d'entamer une réflexion sur la présence sur place d'armes fabriquées, notamment, en Bulgarie.
Merci pour vos réponses.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne manquerai pas de poser la question en commission de l' É conomie pour obtenir plus de détails.
On parle beaucoup des deux généraux qui sont en lutte aujourd'hui, mais on oublie un acteur fondamental dans ce qui se passe au Soudan, à savoir le peuple soudanais, qui s'est révolté et qui a mis fin au régime d'el-Bechir, et j'aimerais ici lui porter tout mon soutien et toute ma solidarité dans la crise humanitaire qu'il traverse aujourd'hui.
De même, monsieur le ministre, en ce qui concerne l'aide financière que nous apporterons au Soudan, vers qui cette aide ira-t-elle? En matière de pouvoir officiel, je pense qu'il importe de définir un itinéraire propre pour cette aide, afin d'éviter qu'elle ne tombe entre les mains des milices armées et qu'elle ne finance pas ces milices, qui sont aujourd'hui coupables et responsables des massacres des populations civiles.
Nous allons suivre de près cette situation et j'espère qu'on aura l'occasion d'en rediscuter. Encore merci, en tout cas, d'être resté pour ce débat.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, si nous devions faire le bilan de cette journée, il resterait toujours positif pour un ministre actif. Tout le monde souhaite que vous poursuiviez dans cette voie.
Je pourrais même divaguer un instant sur le Congo. Votre commune de Namur a opté pour un jumelage avec une commune de Kinshasa. Si vous allez à Kinshasa, passez-y! Cette commune de Masina est appelée la Chine populaire car il s'agit de la plus peuplée de Kinshasa. Faites-le!
Ils vous verront en ministre très actif. Sachez que, dans tous ces pays, on vous suit et on est content de vous entendre.
Mais, pour ce qui est du Soudan, je reviens à l'histoire. Le jour où vos enfants, nos enfants, apprendront d'où vient le Soudan, je crois qu'ils seront horrifiés, quelle que soit la couleur de leur peau. Le Soudan, c'est ce pays d'où sont partis les pharaons. Le Soudan, c'est ce pays où il y a plus de pyramides que dans d'autres pays dans le monde parce qu'ils avaient commencé par de petites pyramides. Aujourd'hui, c'est le grand vide. Monsieur le ministre, vous êtes quand même conscient de l'histoire, tout le monde vous décrit ainsi que votre parti comme humaniste.
C'est cela qui vous différencie, dans la prise des décisions, de ceux qui tergiversent. Mais ce n'est pas toujours facile. Alors, n'oubliez jamais qu'il y a 200 ans, Champollion déchiffrait les hiéroglyphes. Et c'est là que, petit à petit, on commençait à découvrir les vérités cachées, ces pharaons noirs qui ont fait l' É gypte.
Je ne vais pas vous comparer à un pharaon, mais je dis simplement que vous êtes très apprécié et que tout le monde veut que vous continuiez dans cet élan afin que l'international écoute la voix de la Belgique. Nous sommes un petit pays, mais nous sommes écoutés, même si nous ne faisons pas ce que nous voulons.
Alors, continuez dans cette voie, monsieur le ministre, et merci beaucoup.
De voorzitster : Dank u wel mijnheer de minister om zo lang hier aanwezig te zijn en respect te hebben voor al de leden hier.
Maxime Prévot:
Avec plaisir, madame la présidente. J'aurais encore une question, pour satisfaire ma curiosité. Comme certaines questions n'ont pas pu être posées, sont-elles automatiquement reportées à la prochaine réunion? Ou bien sont-elles transformées en questions écrites? La présidente : Les questions n° 56004066C de Mme Kathleen Depoorter, n° 56004521C de M. Staf Aerts, n° 56004102C de M. Staf Aerts, n° 56004147C de Mme Rajae Maouane, n° 56004540C de M. Nabil Boukili, n° 56004546C de M. Christophe Lacroix, n° 56004125C et n° 56004301C de Mme Annick Lambrecht, n° 56004471C de M. Staf Aerts, n° 56004507C de M. Christophe Lacroix, n° 56004524Cde Mme Lydia Mutyebele Ngoi, n° 56004530C de M. Staf Aerts, n° 56004538C de Mme Els Van Hoof, n° 56004619C de M. Christophe Lacroix, n° 56004539C de Mme Els Van Hoof, n° 56004555C de M. Anthony Dufrane, n° 56004592C de M. Nabil Boukili et n° 56004610C de Mme Els Van Hoof sont reportées. Si les membres le souhaitent, ils peuvent aussi les transformer en questions écrites. Cela dépend de chacun, en fonction de l'actualité ou non de leur question respective. La réunion publique de commission est levée à 17 h 51. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.51 uur.
Het standpunt van de Belgische regering over de erkenning van Palestina
De uitspraken van president Macron over de toekomst van Palestina
Belgisch en Frans standpunt over Palestina
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische politieke discussie draait om de erkenning van Palestina als staat en de tweestatenoplossing, met scherpe tegenstellingen over timing en benadering. Paul Magnette (PS) eist onmiddellijke erkenning van Palestina – zoals 148 andere VN-landen deden – en veroordeelt de Belgische "koudheid" tegenover Palestijns leed, verwijzend naar Netanyahu’s oorlogsmisdaden en de humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. De Wever (N-VA) en Prévot (cd&v) benadrukken dat erkenning pas kan na onderhandelingen over grenzen en een functionerend Palestijns bestuur, terwijl Deborsu (MR) een gecoördineerde Europese aanpak (zoals Macron voorstelt) steunt, gekoppeld aan veiligheidsgaranties voor Israël en afwijzing van Hamas. De kern: symbolische erkenning nu (Magnette) vs. voorwaardelijke erkenning binnen een onderhandeld vredesproces (regering/MR/cd&v).
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, quand j'ai entendu vos déclarations sur Netanyahu, je n'en ai pas cru mes oreilles. Vos propos constituent d'abord une violation de la séparation des pouvoirs. Ils constituent ensuite une violation du droit international. Netanyahu fait l'objet d'un mandat d'arrêt délivré par la Cour pénale internationale. Tous les États membres de la Cour pénale internationale, dont la Belgique, ont le devoir de le traîner devant cette juridiction et de le faire condamner pour les crimes qu'il a commis.
Avec de tels propos, inévitablement, vous apportez un soutien politique à Netanyahu à un moment où la situation est plus tragique que jamais à Gaza, où on ne trouve plus les mots pour décrire la situation catastrophique dans laquelle se trouvent les populations. Mais c'est aussi le cas en Cisjordanie. Nous n'en parlons plus, mais Netanyahu, pendant ce temps, profite de la guerre pour aggraver, prolonger et renforcer la colonisation des territoires.
Allez voir le film No Other Land , réalisé par deux journalistes, un Palestinien et un Israélien. Vous y verrez la situation actuelle en Cisjordanie. Aujourd'hui, l'armée israélienne y rase les maisons, démolit les écoles des Palestiniens et bouche les puits pour empêcher les peuples de vivre sur leurs terres, qu'ils occupent depuis de nombreuses générations. C'est aussi l'armée israélienne qui couvre des colons armés tirant à bout portant sur les Palestiniens. Voilà ce que représente Netanyahu aujourd'hui.
Ce que nous attendons de la Belgique, c'est de la clarté sur le respect du droit international et aussi enfin un engagement clair. Hier, dans un éclair de lucidité, Emmanuel Macron a déclaré que la France allait enfin reconnaître la Palestine. Il est plus que temps que la Belgique se joigne aux 148 pays des Nations Unies qui reconnaissent la Palestine comme un État plein et entier.
Voorzitter:
Met het oog op de goede orde van de ziting verwijs ik ook nog even naar de interpellatie die straks zal plaatsvinden. De thema’s dreigen enigszins door elkaar te lopen.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, j'ai pris connaissance avec intérêt des déclarations du président Macron concernant la paix au Proche-Orient. Les objectifs sont de faire taire les armes, redémarrer l'aide humanitaire, qui est une nécessité critique, et renouer le dialogue politique.
Tout cela rend obligatoire la reconnaissance de l'État d'Israël par l'ensemble des pays de la région et la reconnaissance d'un État palestinien. Le MR a toujours plaidé pour une solution à deux États où deux peuples vivraient côte à côte en paix. La reconnaissance d'un État de Palestine a été défendue par les différents ministres MR successifs dans un cadre multilatéral. Le MR a toujours prôné une reconnaissance avec d'autres pays majeurs.
L'initiative du président Macron va dans ce sens et nous devons saisir cette opportunité. Cette reconnaissance devra avoir un impact réel sur le terrain. Je vous rappelle que nous avons toujours condamné la colonisation et la violence des colons en Cisjordanie et tout projet d'annexion. Et comme tout État, Israël doit respecter le droit international. Nous avons aussi exigé la libération sans condition de tous les otages à la suite des attaques ignobles du Hamas du 7 octobre 2023.
Monsieur le ministre, quelle est votre première réaction à la suite des propos du président français? Comment la Belgique va-t-elle contribuer concrètement au succès de son initiative, dans la lignée de l'action de vos prédécesseurs libéraux?
Voorzitter:
De eerste minister zal als eerste antwoorden. Hij krijgt vier minuten spreektijd. Vervolgens zal de minister van Buitenlandse Zaken het woord nemen.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions.
Comme je devrai tout à l'heure encore répondre à plusieurs interpellations sur la Cour pénale internationale, je vais me concentrer sur l'essentiel de votre question, monsieur Magnette, à savoir la reconnaissance de la Palestine. Mme Deborsu a déjà tout dit et je pense que notre accord de gouvernement est très clair sur cette question. Je me permets de le citer: "En ce qui concerne le lourd conflit israélo-palestinien, nous opterons toujours pour le camp de la paix. Nous soulignons l’importance d’une paix durable et d’efforts soutenus dans le processus de paix au Proche-Orient. Nous souhaitons que l’Union européenne joue un rôle de premier plan pour parvenir, par la voie diplomatique, à une solution à deux États qui garantisse à la fois la sécurité d’Israël et permette la reconnaissance de la Palestine, dans le respect de l’intégrité territoriale. Toute action mettant en péril cette solution sera dénoncée. Nous préconisons donc, conformément aux conclusions du Conseil européen d’octobre 2024, de sanctionner davantage les colons qui poursuivent leur expansion agressive en Cisjordanie, et de prendre des mesures contre les groupes extrémistes et terroristes qui menacent la sécurité d’Israël. Nous exhortons également les autorités compétentes à agir contre la haine et l’intolérance qui menacent la solution à deux États. Pour y parvenir, la première étape consiste à garantir un cessez-le-feu et un soutien à la reconstruction. Le gouvernement fédéral fournira une aide humanitaire et un soutien pour rendre cette reconstruction possible et souligne que seuls les civils et les organismes d’aide sont en droit de recevoir une aide humanitaire et que celle-ci ne doit pas être détournée. Nous rejetons fermement toute forme d’antisémitisme et de terrorisme."
En d'autres termes, la position de ce gouvernement est qu'il faut œuvrer en faveur d'une solution à deux États. Et je pense que M. Macron ne dit pas autre chose. Je dirais même plus: il a dit exactement la même chose. Il plaide pour une solution à deux États avec une reconnaissance mutuelle. Cela signifie que cette solution inclut, outre la reconnaissance d'Israël – que, j'espère, personne ici ne remet en question –, la reconnaissance d'un deuxième État, la Palestine.
Mais, avant de pouvoir le faire, il faut bien entendu un accord où sont notamment définis les frontières de ce deuxième État ainsi qu'un appareil d'État acceptable. Le jour où ce moment tant espéré arrivera, notre pays pourra alors reconnaître officiellement la Palestine comme un État à part entière, avec entière conviction.
Maxime Prévot:
Monsieur Magnette, madame Deborsu, vous avez eu l'occasion de le souligner lors de votre prise de parole, la véritable urgence aujourd'hui, c'est d'abord de dénoncer le fait que, depuis le 2 mars, plus aucune aide humanitaire n'arrive à Gaza. Cela veut dire des centaines de milliers de personnes qui ont soif, qui ont faim; des femmes et des enfants notamment.
Je condamne une nouvelle fois le plus fermement qu'il soit cette situation et c'est là-dessus que pour le moment toute notre attention politique et diplomatique doit être concentrée. Comme le premier ministre l'a dit, toute action mettant en péril la solution à deux États sera dénoncée. Précisément parce que nous croyons, comme l'Union européenne et une majorité d'États à travers le monde, que cette solution est la seule qui puisse garantir les aspirations légitimes tant du peuple palestinien que du peuple israélien.
Nous plaidons déjà pour que l'Union européenne mette en œuvre son plan d'action avec l'Autorité palestinienne, qui prévoit d'entamer des négociations en vue d'un accord d'association, lequel serait conclu in fine avec un État de Palestine. Reconnaître l'État palestinien de manière symbolique n'aurait pas grand intérêt si cela crée au final davantage de problèmes sur le terrain que cela n'œuvre à une solution.
Cependant, nous pouvons penser, d'une part, que, bien au-delà du symbole, il faille un leadership palestinien légitime et capable de fournir les services de base à la population. Dans le cas d'une solution à deux États, l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) pourrait progressivement transférer à l'Autorité palestinienne les services essentiels qu'il assume actuellement, par exemple en matière d'éducation et de santé. Une Autorité palestinienne légitime et capable de gérer un État de Palestine, cela permettrait également d'assurer la sécurité sur le territoire palestinien et aussi celle d'Israël.
Dans ce sens, j'accueille de façon positive les efforts déjà consentis par l'Autorité palestinienne pour mettre en œuvre un ambitieux programme de réformes concerté avec l'Union européenne. Ces réformes ont pour but de renforcer l'Autorité palestinienne, et nous les soutenons.
D'autre part, la reconnaissance d'un État de Palestine pourrait avoir un effet d'apaisement dans tout le Moyen-Orient et même au-delà. Je pense par exemple aux revendications affichées par le Hezbollah au Liban, aux Houthis au Yémen ou encore à toutes les tensions que cette question sensible suscite dans les opinions publiques à travers le monde, y compris en Belgique.
En tout état de cause, l'objectif doit rester une solution à deux États.
Cela pourrait permettre aussi aux pays qui ne l'ont pas encore fait de reconnaître comme nous l' É tat d'Israël. C'est ce que prévoit l'Initiative de paix arabe. Nous sommes favorables à un tel processus de normalisation qui profiterait à toutes les parties.
Dans l'attente de se positionner sur la question afin de définir le message à délivrer à New York en juin prochain, la Belgique sera à nouveau présente pour avancer sur cette question lors de la prochaine réunion de l'Alliance globale pour la solution à deux États, qui se tiendra à Rabat les 21 et 22 mai prochain.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, nous vous avons vu en larmes il y a quelques jours en Ukraine. Et c'est très bien. Nous sommes tous des êtres humains et nous sommes tous solidaires des victimes ukrainiennes. Mais comment pouvez-vous, dans le même temps, rester d'une froideur glaciale devant les victimes palestiniennes de ce conflit? C'est cela que nous ne pouvons pas comprendre! Votre ministre des Affaires étrangères est heureusement un peu plus volontariste que vous. Mais quand on est face à de telles situations, il faut choisir le bon côté de l'Histoire. Ici, la situation est simple. On peut soit être avec ceux qui, comme Orbán et ses amis, décident de couvrir Netanyahu ou être du côté de ceux qui, comme Pedro Sanchez et, peut-être demain, Macron, décident de porter vraiment cette solution à deux États en reconnaissant maintenant – et pas dans un avenir éternellement reporté – la Palestine. Il faut la reconnaître comme 148 pays dans les Nations Unies pour que la Belgique redevienne un pionnier de cette solution à deux États. Voilà, monsieur le premier ministre, ce que nous attendons de vous.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous remercie pour vos réponses. Le MR a toujours défendu une solution à deux É tats, reconnus, en paix. Les reconnaissances symboliques, dispersées n'ont jamais rien changé, il suffit de voir la situation aujourd'hui. Aujourd'hui, nous sommes à un tournant. Ce que la France amorce, les pays qui soutiennent la paix doivent le transformer en actions coordonnées et concrètes. Saisissons cette opportunité, monsieur le ministre. Participons activement au succès de cette initiative. Parce que la situation dure depuis trop longtemps. Trop de victimes, trop de violences, trop de haine de part et d'autre. Certes, Israël a le droit de se défendre, mais cette violence massive dépasse l'entendement. La reconnaissance passera par l'élimination du Hamas, oui, mais dans le respect du droit international. Reconnaître la Palestine, ce n'est pas choisir un camp. C'est redonner une chance à la paix. C'est aussi exiger que la Palestine et tous ceux qui la défendent reconnaissent Israël en retour. Deux peuples, deux États, il n'y a pas d'autre chemin et cela a toujours été la voie du MR.
De strategische visie van de Europese Commissie rond landbouw en voeding
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese landbouwvisie 2040 focust op eerlijk inkomen, klimaatafstemming, veerkracht en betere werkomstandigheden, maar minister Clarinval benadrukt dat België vooral via markttransparantie (Taskforce Agrovoeding, prijsobservatorium, verbod op onder-kostprijs-verkoop) en technologische innovatie invulling geeft aan de eisen uit de boerenprotesten. Coenegrachts dringt aan op concrete kostprijsdata en productie-afstemming om overaanbod en prijsdruk te voorkomen, maar vindt dat transparantie in de voedselketen nog onvoldoende is. Fiscale stimulansen voor jonge boeren en klimaatadaptatie blijven regionaal gefragmenteerd, terwijl de federale overheid inzet op EU-samenwerking en digitale tools voor duurzamere landbouw.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, de Europese Commissie heeft een landbouwstrategie Vision for Agriculture and Food voorgesteld. Het perspectief is 2040. Het plan is opgebouwd rond vier prioriteiten: ten eerste de sector aantrekkelijker maken, ook voor jonge mensen, door een eerlijker inkomen en een beter gerichte overheidssteun, ten tweede een sector die competitief en veerkrachtig blijft, ten derde het afstemmen van het klimaatbeleid en het landbouwbeleid en ten vierde betere leef- en werkomstandigheden in landelijk gebieden.
De Europese Commissaris heeft gehamerd op het belang van een aanpak op maat en op overleg met alle betrokken partijen. De Commissie kijkt ook naar een herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waarover we al gesproken hebben. U hebt toen geantwoord, maar u hebt mij ook doorverwezen naar de regio's.
Hoe kijkt u naar de beleidskeuzes die worden gemaakt in deze Vision for Agriculture and Food vanuit de Belgische landbouw- en voedingsnijverheid? Beantwoorden deze keuzes voldoende aan de eisen die werden geformuleerd tijdens de boerenprotesten van het afgelopen jaar en van ons eigen beleid?
Op welke manier zult u deze visie integreren in de federale engagementen die werden aangegaan ten aanzien van de boeren na de protesten, vooral op het vlak van het eerlijk inkomen voor onze landbouwers? Hoe zult u gehoor geven aan de oproep om fiscale stimuleringsmaatregelen te nemen ten voordele van jonge landbouwers?
Worden deze Europese doelstellingen meegenomen in de werking van de Taskforce Agrovoeding? Op welke manier zult u kunnen bijdragen aan het verbeteren van de werkomstandigheden in onze landelijke gebieden?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, het landbouwbeleid in België valt grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten. Desalniettemin beschikt het federaal niveau over meerdere hefbomen om de landbouwsector in België te ondersteunen. In het regeerakkoord voor 2025-2029 wordt benadrukt dat de landbouwsector als een strategische sector voor onze economie wordt beschouwd. Landbouwers moeten van een eerlijke prijsvorming kunnen genieten.
In overeenstemming met de Vision for Agriculture and Food van de Europese Commissie zet de federale administratie volledig in op markttransparantie. De Taskforce Agrovoeding heeft drie werkgroepen opgericht in antwoord op de bezorgheden geformuleerd door de landbouwers.
De werkgroep Reglementering heeft op basis van de belangrijkste verzuchtingen van de actoren uit de sector en uitgaande van de beschermingswetgeving in andere landen een KB uitgevaardigd met een aanvulling van de zwarte lijst en de grijze lijst van verboden handelspraktijken. Het besluit beoogt met name het verbod op praktijken zoals het automatisch aanrekenen van boetes en schadevergoedingen zonder voorafgaande schriftelijke rechtvaardiging. Het besluit beoogt ook de verkoop van producten tegen een prijs die lager is dan de productiekosten.
De werkgroep Sensibilisering heeft op zijn beurt een bewustmakingscampagne gelanceerd om consumenten te helpen om weloverwogen keuzes te maken die goed zijn voor hun eigen gezondheid en welzijn en voor de duurzaamheid van de agrovoedingssector.
Tot slot werden in de werkgroep Transparantie rentabiliteitsindicatoren ontwikkeld voor de rundvee- en varkenshouderijen. Andere gelijkaardige indicatoren zullen het komende jaar ook worden ontwikkeld voor andere landbouwsectoren. Zij zullen zorgen voor meer transparantie in de winstgevendheid van verschillende landbouwactiviteiten en zullen dienen als objectieve referentie in de context van het versterken van de wet op oneerlijke marktpraktijken, met name om aankopen tegen een prijs die lager is dan de productiekosten te verbieden.
De Europese Commissie wil de komende jaren zorgen voor meer markttransparantie in de voedingsketen, net zoals de federale administratie dat wil doen. Medewerkers van de FOD Economie zetelen in het EU Agri-food Chain Observatory om deze ontwikkelingen van nabij op te volgen. Daarnaast zet het Prijzenobservatorium zijn werkzaamheden voort inzake prijstransparantie en marges in de voedingskolom, waarbij het ook voedselinflatie aandachtig blijft monitoren.
Wat de fiscale stimuleringsmaatregelen en de werkomstandigheden in landelijke gebieden betreft, spreekt het voor zich dat de landbouw van morgen meerdere uitdagingen zal moeten aangaan, zoals de voedselzekerheid waarborgen, zich aanpassen aan de klimaatomstandigheden, natuurlijke hulpbronnen vrijwaren en een stabiel inkomen garanderen voor de landbouwers. Innovatie en technologie zullen daarbij strategische hefbomen zijn. Precieze technologieën maken het met name al mogelijk om het gebruik van productiemiddelen te optimaliseren en de bodem te beschermen.
Deze technologieën moeten toegankelijker gemaakt worden om een transitie naar gezondere, duurzamere en veerkrachtige landbouw- en voedselsystemen te bevorderen. Het is dus van belang om de landbouwers de middelen te geven om hun praktijken aan te passen en degenen te steunen die deze transformatie al hebben opgestart. De regering zal het gebruik van nieuwe technologieën, precisielandbouw en het gebruik van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen aanmoedigen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, de federale overheid heeft wel degelijk een impact op het landbouwbeleid. U verwijst naar het Prijzenobservatorium dat u zult versterken. Dat is een goede zaak. Dat zou moeten leiden tot meer transparantie op de markt, ook binnen het ketenoverleg. Dat zou toch de bedoeling moeten zijn, maar daar zijn we nog niet. Ik hoop dat het ertoe kan leiden dat ook binnen dat ketenoverleg, waar we als overheid maar weinig aan tafel zitten, meer transparantie komt. U zegt terecht dat mensen niet zouden mogen verkopen voor prijzen onder de kostprijs. Maar natuurlijk, hoe zorgt men daarvoor? Voor veilingen waar de prijszetting via de fameuze klok gebeurt, zullen we toch moeten weten wat de exacte kostprijs is van de productie van bepaalde groenten in een bepaald jaar of van bepaald fruit in een bepaald jaar. Misschien is het interessanter om transparantere informatie te verstrekken met betrekking tot het aanbod of de teelten, zodat mensen ook hun productie kunnen aanpassen. Wanneer er overproductie is, zorgt men voor een lage prijs op veilingen. Als men als landbouwer weet waar het risico van een te lage prijs bestaat, kan men daar op termijn, zelfs per jaar, de productie op afstemmen. Transparantie is dus het ordewoord. Ik ben blij dat u daar aandacht voor hebt.
De situatie inzake de verschillende infectieziekten die op het Europese continent rondwaren
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie ging over de actuele dreiging van dierziekten in Europa, met focus op grippe aviaire (33 gevallen in België, dalende trend maar blijvend risico), bluetongue (verplichte vaccinatie, recent geval in Noord-Frankrijk dicht bij België) en mond-en-klauwzeer (uitbraken in Hongarije/Slovakije, geen directe bedreiging voor België). Nieuwe/vergeten ziektes zoals schap- en geitenpokken (52 haarden in Griekenland) en peste des petits ruminants (Roemenië/Hongarije) worden bestreden via strikte importcontroles, abattage en zonesperren, maar illegale import blijft een risico. Biosurveillance en Europese samenwerking zijn cruciaal om verspreiding te voorkomen.
Patrick Prévot:
Je m’en réfère à ma question telle que déposée.
Monsieur le ministre, grippe aviaire, fièvre catarrhale, fièvre aphteuse: depuis le début de cette législature, nous avons discuté de plusieurs maladies infectieuses qui circulent sur le continent européen. Chacune de ces maladies, rappelons-le, est dommageable pour nos agriculteurs et nos agriculteurs déjà durement touchés par le modèle économique en vigueur et contre lequel ils ont protestés, mais également pour le nombre considérable d'animaux abattus par mesure de précaution, dans et autour de chaque foyer d'infection.
Le 31 mars dernier, l'AFSCA a tenu à rappeler dans un communiqué l'interdiction d'importer des (b)ovins sans certification médicale. L'agence écrit qu'au-delà des trois maladies que j'ai citées au début de ma prise de parole, je cite, "la variole du mouton et la variole de la chèvre sont présentes en Bulgarie et en Grèce (et) la peste a été détectée chez des petits ruminants en Hongrie, en Roumanie, en Bulgarie et en Grèce."
Par ma question, je tenais à faire avec vous le point sur les diverses maladies qui touchent l'Europe, à la fois les trois qui nous touchent le plus mais aussi le retour de ces « maladies oubliées » (ce sont les termes employés par l'AFSCA) et la gestion du risque menée dans une collaboration indispensable entre les autorités sanitaires de tous les pays.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous communiquer les dernières informations que vous disposez sur la situation de la grippe aviaire, de la fièvre catarrhale et de la fièvre aphteuse sur le continent européen, la dernière actualité en ce qui concerne la Belgique et le risque encouru par notre pays?
Pourriez-vous nous communiquer les dernières informations à votre disposition sur ces foyers d'infection de la variole du mouton, de la variole de la chèvre et de la peste? Comment est gérée la gestion du risque de contamination de ces maladies?
Enfin, comment les autorités sanitaires expliquent-elles le retour de ces maladies que nous pensions ne plus devoir citer dans les médias et au sein des commissions compétentes?
Je vous remercie pour vos réponses.
David Clarinval:
Monsieur le député, depuis quelques mois, plusieurs cas de grippe aviaire hautement pathogènes ont été confirmés chez les oiseaux sauvages à travers l'Union européenne. Des foyers ont également été détectés chez des volailles et autres oiseaux d'élevage, principalement en Pologne et en Hongrie. En Belgique, 33 cas ont été enregistrés cette année chez des oiseaux sauvages. Par ailleurs, 5 foyers ont été identifiés chez des éleveurs amateurs ayant participé avec leurs animaux à une exposition à la Foire agricole de Battice. En Flandre orientale, 3 foyers ont été recensés chez des volailles: 2 dans des élevages de poules pondeuses appartenant au même propriétaire et 1 dans un élevage de poulets de chair. Dans ce dernier, le virus a également été détecté chez deux chats présentant des symptômes nerveux sévères – nous en avons parlé tout à l'heure avec Mme De Knop.
Au cours des deux dernières semaines, la détection d'oiseaux sauvages contaminés a diminué. Cela indique que le pic hivernal de la grippe aviaire a probablement été dépassé. La circulation virale s'est donc atténuée par rapport aux mois précédents. Toutefois, le risque de contamination subsiste et rend donc indispensable le maintien de pratiques rigoureuses et d'une biosécurité stricte.
Par ailleurs, le virus de la langue bleue, transmis par des vecteurs inactifs en hiver, reste une source de préoccupation. L'an dernier, la Belgique a été touchée par le sérotype 3, avec des conséquences particulièrement graves que vous connaissez. Il s'est propagé à une vitesse sans précédent, touchant une large zone allant de la Norvège à la Corse et de l'Angleterre à la Pologne. En parallèle, le sérotype 8 s'est étendu vers le nord de la France, tandis que quelques cas de sérotype 12 ont été signalés aux Pays-Bas. La France a également connu une propagation du virus de la maladie hémorragique épizootique. Face à cette situation, j'ai décidé d'instaurer une vaccination obligatoire, comme vous le savez. Un screening mené cet hiver par l'Agence a confirmé l'absence de sérotype 8 et 12 de la langue bleue en Belgique l'an dernier. C'est une bonne nouvelle!
En janvier, un cas inattendu de fièvre aphteuse a été détecté en Allemagne dans une petite exploitation de 14 buffles d'eau. L'abattage sanitaire a été effectué immédiatement. Aucun autre foyer n'a été identifié. Les animaux ayant quitté l'État de Brandebourg durant la période à risque ont été localisés et contrôlés par l'Agence sans détection de cas suspects.
En mars, la Hongrie a signalé un foyer de fièvre aphteuse dans une grande exploitation laitière située à proximité du Danube, près de la frontière slovaque. Il s'agit d'une souche différente de celle détectée en Allemagne, ce qui constitue une mauvaise nouvelle. Malheureusement, dans ce cas, le virus s'est propagé. À ce jour, 4 foyers ont été confirmés en Hongrie et 6 en Slovaquie. Des zones de restriction étendues ont été mises en place en Hongrie, en Slovaquie et en Autriche, où deux foyers ont été identifiés près de la frontière.
Aucun animal n'a été importé en Belgique depuis ces zones pendant la période à risque. Il n'y a donc pas de menace immédiate pour notre pays, mais une grande vigilance reste de mise.
Cette année, 52 foyers de variole ovine et caprine ont été signalés en Grèce, ainsi que 3 en Bulgarie. Des cas de peste des petits ruminants ont également été recensés: 3 foyers en Hongrie et 1 en Roumanie. Dans chacun de ces cas, les animaux ont été abattus et des zones de restrictions ont été définies conformément à la législation européenne.
En conséquence, tous les transports d'ovins et de caprins depuis la Grèce et la Roumanie vers le reste de l'Union européenne sont temporairement suspendus. Aucun animal en provenance des zones touchées n'a été importé en Belgique pendant la période à risque. L'importation illégale de moutons et de chèvres représente néanmoins un risque potentiel.
C'est pourquoi l'AFSCA a mené une campagne de communication approfondie pour éviter toute introduction non contrôlée. Toute suspicion de ces maladies doit obligatoirement être notifiée à l'Agence, et Sciensano dispose des capacités nécessaires pour analyser les cas suspects.
Enfin, il convient de rappeler que la variole ovine et caprine, la peste des petits ruminants et la fièvre aphteuse sont endémiques en Turquie, au Moyen-Orient et en Afrique du Nord. Il existe donc un risque constant d'introduction dans l'Union européenne. Plusieurs foyers ont été détectés en peu de temps sans que l'on sache précisément comment les virus sont rentrés sur le territoire. Dans ce contexte de circulation intense de personnes, d'animaux et de marchandises, le renforcement des mesures de biosécurité constitue, plus que jamais, un outil préventif essentiel.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, vous savez que j'aime faire régulièrement le point avec vous sur la situation épidémiologique et donc, pour cette raison, je vous remercie d'avoir fait l'instantané de la situation.
David Clarinval:
Je me permets, si Mme la présidente me l'autorise, de vous dire qu'on a détecté récemment un cas de Bluetongue 8 dans le Pas-de-Calais, ce qui est beaucoup plus emmerdant, si vous me passez l'expression. On pense que c'est un animal qui est issu du Sud de la France et qui a été acheté par un agriculteur du Pas-de-Calais. C'est considérablement plus proche de chez nous que les pays dont on a parlé avant. (Je ne cherche pas à faire peur.)
Patrick Prévot:
C'est effectivement une affaire à suivre en raison de sa proximité avec nos frontières, avec évidemment un vrai risque sanitaire, et merci en tout cas de cette transparence, monsieur le ministre. La présidente : Ceci clôture notre séance. Bon retour. La réunion publique de commission est levée à 16 h 05. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.05 uur.
De Europese top van 6 maart en de Europese strategische autonomie
De steun aan Oekraïne
Een vooruitblik op de Europese top
De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De top over Oekraïne
De Europese top over Oekraïne
Het vredesproces in Oekraïne en het Belgische defensiebudget
De top van bondgenoten van Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
Europese tops, defensie, strategische autonomie en steun aan Oekraïne
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en defensie-investeringen in een veranderende geopolitieke context, met focus op Oekraïne, de VS (Trump), en de 2%-NAVO-norm. België bevestigt onwrikbare steun aan Oekraïne (soevereiniteit, "peace through strength") maar benadrukt realisme: Europa moet zelfredzamer worden, gezien de onbetrouwbaarheid van Trump (handelsoorlogen, wapenstop) en Russische agressie. De 2%-doelstelling (nu 7,4 mjd, doel 17 mjd) moet gehaald worden via diverse financieringsbronnen (dividenden Belfius, goudreserves, bezuinigingen), maar concrete afspraken ontbreken nog. F-35-aankopen blijven noodzakelijk (gebrek aan Europees alternatief), ondanks pleidooien voor meer Europese defensiesamenwerking (bv. toekomstige 6e-generatie jagers). Kritiek punt op gebrek aan transparantie (parlementair debat over troepeninzet, sancties Israël) en tegenstrijdigheden: multilateralisme wordt bepleit, maar VS-afhankelijkheid (F-35, handel) en selectieve toepassing internationaal recht (Oekraïne vs. Palestina) ondermijnen die claim. Kernvraag: Kan Europa zowel VS-eisen volgen *als* eigen strategische autonomie opbouwen?
Voorzitter:
Collega's, de minister kan blijven tot 18.00 uur. We doen ons best om er vaart achter te zetten. De vragen die vandaag niet kunnen worden behandeld, worden sowieso uitgesteld naar de volgende vergadering.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, force est de constater que jour après jour, le monde change et qu’on ne sait pas très bien comment adopter une position définitive et résolue.
Votre déclaration de politique gouvernementale était déjà dépassée de fait puisqu’elle était résolument atlantiste et que nous constatons aujourd'hui que les différents épisodes liés à la versatilité de Donald Trump font qu’il faut s’adapter. Il faut que l’Union européenne s’adapte, que la Belgique s’adapte face à la guerre commerciale, aux menaces que fait peser le président Trump sur la sécurité européenne.
Il a voté à l’ONU une résolution contre la paix en Ukraine avec la Russie, la Corée du Nord, l’Iran, la Biélorussie et toute la bonne compagnie qui préside à une version un peu noire du monde. Depuis lors, la riposte se prépare. D’une part, l’Union européenne et la présidente de la Commission annoncent 800 milliards – qui sont plutôt 150 milliards européens et 650 autres milliards à trouver dans les financements nationaux. D'autre part, quelle est votre position quant au budget Défense de 2 % du PIB? Vous avez annoncé qu'un kern aura lieu tout à l'heure. En conséquence, je suppose que je ne recevrai pas le détail des solutions et/ou propositions que vous ferez pour atteindre ces 2 %. Comment les atteindrons-nous et qui va payer?
J’ai plusieurs questions à vous poser concernant la réunion à laquelle vous avez récemment participé à Paris, sur la coalition des volontaires pour l’Ukraine – une trentaine de pays – destinée à finaliser des garanties de sécurité pour Kiev dans un éventuel déploiement militaire européen, dans le cas d'un hypothétique accord avec la Russie.
Nous, Européens, et nous, parlementaires, nous ne voyons pas très bien quelles sont les positions des Américains et des Russes. Les États-Unis sont surtout intéressés par les minerais rares. Mais les Russes, dans leur position pour une négociation de paix, pourraient menacer la sécurité européenne. Si, par exemple, ils réclament le départ de Zelensky, la démocratie en Ukraine est disloquée. S’ils réclament le départ des forces militaires de l’OTAN dans les pays baltes et la Pologne, c’est une insécurisation accrue de l’Union européenne.
Pouvez-vous nous en dire plus sur les positions de négociation des uns et des autres? De quelle manière la Belgique entend-elle peser sur ce débat?
La Belgique pourrait prendre part à une potentielle mission en Ukraine. Quelle forme prendrait notre participation? Quelles seraient les conditions posées par la Belgique? À quelles implications parlementaires vous engagez-vous? Quelles sont les règles d'engagement qui seraient définies pour la participation de la Belgique et peut-être de sa force armée dans le déploiement d'une force en Ukraine ou dans des États limitrophes de l'Ukraine? Avez-vous également énoncé des propositions concernant la contribution volontariste de la Belgique à l'autonomie stratégique européenne?
Finalement, nous sommes face à une dislocation de nos certitudes et face à un président américain qui a repris la phrase de Hobbes: " Bellum omnium contra omnes". Comment vous positionnez-vous et comment comptez-vous positionner l'Union européenne face à ces nouveaux défis?
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, het zijn al zeer bewogen maanden geweest op het internationale toneel. De hallucinante beelden van de ontmoeting tussen de presidenten Trump en Zelensky gaan nog altijd de wereld rond en hebben heel veel mensen gechoqueerd. Dat is ook niet zonder gevolgen gebleven. Meteen bleek hoe wispelturig de VS-politiek momenteel is: van de ene dag op de andere werden de wapenleveringen aan Oekraïne stopgezet, net als de inlichtingen. Die beslissingen werden ondertussen wel teruggedraaid. Ook dat toont echter aan hoe instabiel de situatie is.
Hetzelfde geldt voor de F-35's. President Trump heeft nog maar net verklaard dat de VS de capaciteiten voor hun bondgenoten wat zullen terugschroeven omdat ze niet weten of we wel bondgenoten zullen blijven. Morgen is het ook Liberation Day, zoals het in de VS genoemd wordt: de lancering van een grote ronde van wereldwijde importheffingen. Een handelsoorlog lijkt in de maak. Het zijn dus zeer verontrustende tijden.
Voor ons als groenen moet daarop een Europees antwoord worden geboden. We pleiten voor meer Europese samenwerking, ook op het vlak van defensie. U hebt de afgelopen weken aan verschillende Europese toppen deelgenomen, al dan niet binnen de constellatie van de Europese Unie. U had ook een ontmoeting met president Zelensky. Welke concrete steun hebt u op die verschillende Europese toppen aan Oekraïne toegezegd, zowel op militair als op economisch vlak? We moeten daarbij immers rekening houden met het feit dat we sinds de invasie door Rusland nog altijd meer geld hebben uitgegeven aan fossiele Russische brandstoffen en Russische nucleaire brandstof dan aan financiële steun voor Oekraïne. Is dat iets wat op tafel gelegen heeft tijdens de verschillende ontmoetingen? We moeten ook sterker Europees samenwerken op het vlak van defensie. Welke standpunten hebt u daarover ingenomen? Zult u kiezen voor een meer Europese koers?
Ik wil daarbij toch nog eens verwijzen naar het hele debat over de F-35's. Onze minister van Defensie heeft al een aantal keer gezegd dat ons Belgisch leger te klein is om meer dan een type jachtvliegtuig te hebben. Net dat toont echter aan dat we dat op Europees niveau moeten bekijken, niet alleen op nationaal niveau. Als we dat Europees bekijken, gaat het immers over een bestelde vloot van 500 F-35's. Dat maakt het misschien toch wel mogelijk om te diversifiëren, zoals India en Canada van plan zijn. Zij willen namelijk in Europese jachtvliegtuigen investeren. Aangezien iedereen roept om meer investeringen in de Europese defensie-industrie en om die industrie meer kansen te geven, moeten we dat zeker overwegen. Zeker wanneer er sprake van is die F-35's te downgraden omdat men niet weet of we bondgenoten zullen blijven.
Dat zijn mijn bemerkingen over het luik defensie, dat de debatten overheerst.
Uit de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025 had ik echter ook begrepen dat eveneens zou worden ingegaan op de situatie in het Midden-Oosten. Ik was enigszins teleurgesteld: Israël werd niet bij naam genoemd en er werden geen stevige conclusies getrokken. Nochtans zijn de genocide en de schendingen van het humanitair recht, of hoe u het ook wilt noemen, ondertussen al 17 maanden aan de gang. Het is echter overduidelijk dat het humanitair recht daar heel duidelijk wordt geschonden.
Wat is er de voorbije tien dagen sinds de Europese top immers allemaal niet gebeurd? Ik bedoel niet dat de Europese top de oorzaak was, maar er zijn sindsdien wel 322 kinderen gedood door Israëlische bombardementen. Dat blijkt uit cijfers van UNICEF. Gisteren werden de lichamen van 14 hulpverleners opgegraven. Ze waren samen met de kapotgeschoten ziekenwagens begraven. Er is ook nog een Israëlisch evacuatiebevel voor heel Rafah uitgesproken.
Is er op die Europese Raad ook gesproken over de hefbomen die wij in handen hebben met de associatieovereenkomst met Israël? Acht u het ook geen tijd om dat op de volgende top aan bod te brengen, aangezien de situatie keer op keer onveranderd blijft en de schendingen zich blijven opstapelen?
Voorzitter:
Mevrouw Safai, u hebt twee vragen ingediend over Oekraïne.
Darya Safai:
Mijnheer de eerste minister, op 27 maart 2025 organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. De nieuwe top, na een eerste editie in Londen begin maart 2025, kwam er na door de Verenigde Staten geleide onderhandelingen met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Die onderhandelingen vonden plaats in Saoedi-Arabië.
President Macron en Brits eerste minister Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen, nadat de Amerikaanse president Donald Trump een maand geleden zijn Oekraïnebeleid omgooide. Voor president Macron moeten de verschillende steunniveaus voor Oekraïne nu worden gedefinieerd, met, nadat er een vredesakkoord is, steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.
Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Zij willen zowel de Europese defensie versterken als verzekeren dat Europa Oekraïne kan blijven steunen.
Mijnheer de premier, welke beslissingen aangaande Defensie werden er genomen? Welke engagementen is ons land aangegaan? Hoe passen die beslissingen binnen het programma ReArm Europe, dat de Europese Commissie voorstelde?
Welke nieuwe ondersteuning zou Oekraïne ontvangen?
Wat zijn de gevolgen voor Defensie bij ons op korte en lange termijn?
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur deux sujets étroitement liés, à savoir le sommet européen sur l'Ukraine et l'augmentation du budget de la Défense.
Le sommet de Paris, convoqué à l’initiative du président Macron, a marqué une étape décisive. Mais ce sommet a aussi vu émerger des propositions lourdes de conséquences, avec la création d'une coalition de pays "volontaires" pour offrir un soutien renforcé à l'armée ukrainienne via le déploiement de troupes, non combattantes certes mais bel et bien présentes sur le terrain ukrainien. C'est une présence dans des zones dites "stratégiques" en dehors de la ligne de front. Cela représente un changement profond dans l'engagement européen et donc belge dans ce conflit. Or c'est un changement de cap, monsieur le premier ministre, qui ne peut pas se faire en catimini ou sans débat démocratique, sans transparence sur les engagements pris et sans éclaircissements sur la stratégie de notre pays.
Et, dans le même temps, on apprend que, pour financer l'objectif de 2 % du PIB pour la Défense, votre ministre de l'Économie, M. Clarinval, exclut toute création de taxe mais ouvre la porte à des pistes inquiétantes: vente de participations publiques, notamment de Belfius, cession de réserves d'or de la Banque nationale ou encore économies dans d'autres secteurs de l'État, sans qu'on sache lesquelles. Or, hier, dans la rue, des milliers de personnes protestaient contre ces économies dans des départements qui sont essentiels. Tout cela, sans réel débat public, sans consultation du Parlement et sans évaluation de l'impact de ces mesures sur notre souveraineté économique, sociale et financière.
Monsieur le premier ministre, je souhaiterais dès lors vous poser plusieurs questions précises. Quels résultats concrets retenez-vous de ce sommet de Paris? Quelles étaient les priorités défendues par la Belgique? Et, surtout, quels engagements avez-vous pris au nom de notre pays?
Partagez-vous l'idée avancée par le président Macron selon laquelle l'envoi de troupes sur le territoire ukrainien, même en soutien logistique, serait désormais une option crédible et envisageable? Une telle inflexion dans la nature de notre engagement militaire ne nécessite-t-elle pas selon vous un débat démocratique approfondi ici même au Parlement? Vous engagez-vous à consulter cette Assemblée avant toute décision d'une telle ampleur? Par ailleurs, au-delà de la seule réponse militaire, quelle est aujourd'hui la stratégie belge en matière de diplomatie active, de coordination des sanctions, de soutien humanitaire et de pression internationale sur la Russie? Il est en effet impératif de renforcer aussi notre capacité politique à peser sur l'évolution du conflit.
Concernant le financement de cette hausse du budget de la Défense, quelle est votre position sur les pistes évoquées par le ministre de l'Économie? Que pouvez-vous nous dire? En particulier, quelle serait la plus-value ou quel serait le risque d'une vente de 20 % des parts de Belfius ou d'une cession de nos réserves d'or?
Monsieur le premier ministre, monsieur le président, je vous remercie car j'ai un peu dépassé mon temps de parole.
Voorzitter:
Madame Maouane, avez-vous combiné vos deux questions? Pour le premier ministre, ce n'est pas facile.
Rajae Maouane:
Monsieur le président, je pourrais la reposer après. Il n'y a pas de problème. Je pense que le premier ministre va répondre quelque part à ces questions.
Voorzitter:
J'espère pour vous.
Rajae Maouane:
Si je n'ai pas de réponse, je reposerai ma question. Cela ne pose pas de problème.
Bart De Wever:
Je vais tirer mon plan, monsieur le président.
Rajae Maouane:
Je n'en doute pas, monsieur le premier ministre.
Nabil Boukili:
Monsieur le premier, j'ai moi aussi une question prévue plus tard à l'agenda sur le budget militaire. Voulez-vous que je la pose maintenant ou plus tard? Les deux options me vont. Je ne sais pas laquelle vous convient le mieux.
Bart De Wever:
(Comme vous voulez)
Nabil Boukili:
Dans ce cas, je vais poser les deux, comme la collègue qui m'a précédé.
Monsieur le premier ministre, les questions ont été soumises voici plusieurs semaines déjà mais je souhaiterais également aborder quelques autres points.
Les négociations pour un cessez-le-feu et un processus de paix en Ukraine sont en cours. Toutefois, de nombreuses incertitudes subsistent. Se profile par exemple la menace d'une escalade dans l'Arctique en raison des plans américains visant à annexer le Groenland.
Ce qui est clair, en revanche, c'est que Trump veut imposer un accord qui fasse supporter les coûts de la guerre à l'Europe, tandis que les É tats-Unis acquerront via un nouveau fonds le contrôle de l'extraction des ressources et minerais ukrainiens. Trump veut traiter l'Ukraine comme une colonie, à l'image de nombreux pays du Sud global. Cela confirme que cette guerre n'a jamais été une question de valeurs comme on l'a toujours prétendu mais, comme toutes les guerres, une question d'intérêts géopolitiques et de ressources. Attisée par ces intérêts, la guerre en Ukraine a déjà coûté d'innombrables vies et jeté des millions de personnes sur les routes.
L'idée que davantage d'armes apporteraient la paix est une illusion dangereuse, mais c'est une illusion qui reste malheureusement fortement ancrée chez les dirigeants européens. La semaine dernière, une réunion s'est tenue lors du sommet de Paris, où vous étiez également présent. M. Macron a pris les devants dans les discussions. Il souhaitait demander à chaque représentant de chaque pays ce qu'il pouvait concrètement apporter en vue d'un possible cessez-le-feu en Ukraine, quelles troupes ou quel soutien militaire pourraient être fournis.
Monsieur le premier ministre, quelle a été précisément votre position lors de ce sommet? La Belgique enverra-t-elle des troupes ou du matériel? Concernant le budget, le gouvernement veut dépenser plus de quatre milliards d'euros supplémentaires en dépenses militaires d'ici l'été pour atteindre, à l'horizon de la fin de cette législature, la norme de l'OTAN de 2 % du PIB. Il s'agit de 17 milliards d'euros.
Mais l'Arizona n'a toujours pas d'accord concret parce que vous n'osez pas admettre qu'il faudra encore plus d'économies pour financer la guerre.
Le MR et votre ministre de la Défense sont bien sûr plus honnêtes à ce sujet que les autres. Selon la presse, un accord pourrait éventuellement être bientôt conclu. Nous connaissons déjà plus ou moins ses grandes lignes. Ces 4 milliards seraient répartis en trois parts égales. La première partie proviendrait des recettes exceptionnelles, notamment des taxes que la Belgique prélèverait sur les avoirs russes gelés et déposés chez Euroclear. Cela rapporterait près d'un milliard d'euros. Cinq cents millions supplémentaires proviendraient de dividendes exceptionnels de la banque publique Belfius.
Un deuxième tiers serait puisé dans le futur fonds Défense. L'objectif est d'y regrouper les participations publiques, les actions belges dans Belfius, BNP Paribas et Ethias par exemple, avec un double but: d'une part, encaisser les dividendes et d'autre part, céder, même partiellement, les participations non stratégiques.
Le débat politique se concentre sur le dernier tiers de l'effort: les mesures structurelles en plus des recettes exceptionnelles et des dividendes. Sur ce point, le consensus semble encore loin d'être trouvé.
Monsieur le premier ministre, un accord a-t-il été trouvé entre-temps? Pouvez-vous confirmer qu'il y aura encore des économies?
La discussion sur la manière dont ces milliards supplémentaires seront dépensés n'a pas non plus beaucoup avancé. Quand aurons-nous plus d'informations à ce sujet?
Voorzitter:
Geen andere leden wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat.
Bart De Wever:
Geachte Kamerleden, ik zal trachten om eerst een soort van update te geven van wat zich allemaal heeft afgespeeld op het internationaal forum en dan op concrete vragen terugkomen of in de marge van die update trachten uit te wijken naar precieze antwoorden op de gestelde vragen.
Sinds de vorige ontmoeting in de commissie voor Binnenlandse Zaken vergaderde de Europese Raad op 20 maart. In die Europese Raad hebben wij via videoverbinding eerst president Zelensky gehoord, die ons een update heeft gegeven, vooral van de situatie op het terrein, en een inschatting van de capaciteit die Oekraïne nog heeft om zich te verdedigen in diverse scenario's, actueel en in de nabije toekomst. U zult begrijpen dat ik daar om evidente redenen niet verder over kan uitweiden. In eerste instantie wilde president Zelensky de steun van de Europese Unie herbevestigd zien en dat is gebeurd vanwege 26 van de 27 lidstaten. Die situatie is bijzonder in die zin dat de steun aan Oekraïne niet unaniem wordt toegekend, maar dat de lidstaat die niet akkoord gaat de consensus van de 26 andere lidstaten ook niet blokkeert.
De principes die op die vergadering zijn herbevestigd, zijn erg belangrijk en ik denk dat u ze kent. Het eerste principe gaat over de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen de erkende grenzen. Dat is uiteraard gebaseerd op het charter van de Verenigde Naties. Het is wel essentieel dat eender welke uitkomst dat conflict mag kennen, de onafhankelijkheid en soevereiniteit erkend blijven en dat Oekraïne niet herleid wordt tot een vazalstaat. Dat laatste is wellicht de meest acute dreiging in elk toekomstscenario over de korte termijn, niet alleen voor de veiligheid van Oekraïne, maar ook van de rest van Europa.
Het tweede principe is peace through strength .
Mijnheer de voorzitter, ik wil u vragen of mij enige latitude in de spreektijd is gegund, gelet op de hoeveelheid vragen die werd gesteld.
Voorzitter:
Mijnheer de premier, ik stel u meteen gerust. Per ingediende vraag krijgt u twee minuten om te antwoorden, waardoor u in totaal 16 minuten spreektijd hebt.
Bart De Wever:
Mijnheer de voorzitter, ik kan gerust stellen dat ik capabel ben om zelfs die spreektijd ver te overschrijden, maar ik zal trachten om dat niet te doen.
De nombreux collègues m’interrogent pour savoir si nous bénéficions encore du soutien des États-Unis dans le principe de " Peace through strenght ". On me demande ce qu’il se passera si ce n’était pas le cas et que M. Trump décide de conclure un accord avec M. Poutine qui leur convient à tous les deux, mais qui ne convient pas à l’Ukraine ou à l’Europe. C’est un scénario dangereux et à éviter. Je comprends que certains collègues estiment que les déclarations quotidiennes de M. Trump sont quelque chose d’à la fois nouveau et pas forcément très agréable, comme lorsqu’il annonce pour demain le " Liberation Day ", une nouvelle guerre commerciale contre l’Union européenne. Ce ne sont pas des conditions très amicales. Il profère également des menaces envers le Danemark et le Canada. Nous vivons dans un monde plein de surprises, qui ne sont malheureusement pas belles.
Ceci dit, tout le monde est conscient qu’il faut mener un dialogue constructif avec les États-Unis, et qu’il faut tâcher de le maintenir. Je dois bien admettre que ce n’est pas si facile et que cela se complique de plus en plus. C’est toutefois essentiel car, si l’on adhère au principe de " P eace through strenght ", il faut avoir conscience du fait que l’Europe n’a pas aujourd’hui la force nécessaire pour s’asseoir à la table des négociations. Et comme le veut le dicton: "Si vous n’êtes pas à table, vous serez au menu". Il faut donc à tout prix éviter que l’Europe et l’Ukraine soient au menu de MM. Poutine et Trump et il nous faut donc réagir avec réalisme. Je peux comprendre l’envie de faire des déclarations fortes et émotionnelles, mais ce n’est pas l’attitude à adopter. Tout le monde autour de la table européenne partage cette idée. C’est là le deuxième principe.
Le troisième principe est que si l’on obtient la paix, celle-ci doit être équitable et durable, basée sur la charte des Nations Unies et sur le droit international.
Dat blijven de drie principes waarop de Europese strategie gebaseerd is. Die zijn onwankelbaar, maar staan onder druk. We moeten daar realistisch in zijn. We moeten als Europeanen trachten op de beste manier daar door te komen en daar de nodige maatregelen aan te koppelen voor Oekraïne en voor onszelf.
Wat we daarvoor moeten doen, was dus het tweede onderwerp.
En tout cas, il faut étendre l'aide bilatérale à l'Ukraine. Beaucoup d' É tats membres sont déjà en train de prévoir les budgets nécessaires. J'espère aussi que nous pourrons nous mettre d'accord à propos d'un budget de la Défense qui puisse être élargi de manière à inclure l'aide militaire bilatérale à l'Ukraine. J'espère m'y rendre en visite au début du mois, en principe le 7 avril. C'est pourquoi je ne tiens pas à y débarquer les mains vides. M. Zelensky nous a décrit sa vision de ce qu'il lui fallait. Je n'entrerai pas dans le détail puisque le sujet est sensible, mais nous ambitionnons d'être un partenaire fiable de l'Ukraine, tout comme les autres pays européens. L'aide à l'Ukraine constitue un élément clé de la sécurité de toute l'Europe.
La deuxième tâche est de renforcer notre propre position en matière de sécurité et de Défense. M. Lacroix a évoqué les 800 milliards, en estimant que 650 proviennent des É tats membres, tandis que le reste émanerait de l'Union européenne. Je dois vous dire que ce n'est pas le cas. Les 650 sont une invitation lancée aux É tats membres en vue de dépenser plus. Il est possible d'invoquer l' Escape Clause . Quant aux 150, ils proviennent également des É tats membres. Ne vous méprenez pas: ce sont des emprunts des É tats membres, mais que l'Union européenne va garantir. Donc, il n'y a pas d'argent européen au sens strict. Cela étant, les emprunts peuvent être facilités, grâce aux conditions européennes très intéressantes. De plus, l' Escape Clause peut aider chaque É tat membre à parvenir aussi vite que possible aux 2 % ou, pour certains, d'aller au-delà de ce taux. En effet, certains ont presque atteint 5 %, telle la Pologne qui se situe à 4,8 %, car c'est un grand pays. Vous comprenez tous que c'est intenable. Dans la famille européenne, nous sommes aussi membres de l'OTAN, laquelle nous demande de dépenser 2 %. M. Di Rupo l'avait déjà promis en 2014 lors d'un Sommet qui se tenait au Pays de Galles. Or cet objectif n'a pas été atteint. Bref, nous sommes membres d'un club, mais nous ne versons pas notre cotisation. Ce n'est pas honnête. Il faut donc le faire. En outre, les 2 % ne resteront plus très longtemps la norme de l'OTAN.
Je crains que d’ici l’été, nous allons être confrontés à une norme de 3 %, ou au-delà de 3 % - peut-être 3,5 %. Nous devons donc, aussi vite que possible, arriver dans le peloton de pays qui font 2 %, pour ne pas être totalement isolés.
Il y a aussi la divergence, dans la famille européenne, avec ceux qui payent presque 5 %, et qui s'occupent de notre sécurité, qui sont proches de la Russie, qui sont des voisins de la Russie. C'est intenable, non seulement dans l'OTAN, mais dans la famille européenne, la famille de l'Union européenne, de dire: "Vous n’avez pas de chance. Vous êtes tout proches de la Russie. Vous devez dépenser 5 %. Mais nous, les autres, nous nous cachons derrière votre dos." C'est intenable, chers collègues.
Nous devrons en tout cas faire un exercice budgétaire. Je comprends que vous vouliez en connaître chaque détail. Vous avez déjà donné un tableau. C'est très intéressant, monsieur Boukili. Je devrais vous inviter au kern. Vous avez beaucoup d’idées très intéressantes. Je comprends les questions. Vous allez me comprendre quand je vous dis que je pourrai vous donner tous les détails dès que nous aurons trouvé un accord au sein du kern et dans le gouvernement. Nous devons arriver aux 2 %. Il n'y a aucun parti dans la coalition qui dise le contraire. Tout le monde dit que nous devons y arriver. Je ne connais pas la position des partis dans l'opposition, mais je pense qu’il est inévitable que nous arrivions aux 2 %. Je serais intéressé de vous entendre si vous dites l'inverse, et quelle est votre motivation pour ne pas le faire. Les 2 %, c'est le minimum des minimums, que nous avons déjà promis au Pays de Galles en 2014.
Mais il n’est pas question de signer un chèque en blanc qui entraînerait des dettes impossibles à couvrir sur le long terme. Compte tenu de la situation budgétaire de notre pays, nous ne pouvons pas nous le permettre. Les Allemands le peuvent, la Belgique ne le peut pas. Le gouvernement, en tout cas, assurera le financement de ces nouvelles dépenses et étudie actuellement comment y parvenir. "Actuellement", vous pouvez prendre cela très littéralement. Si je dois partir à 18 h, c'est pour une réunion du kern consacrée à cette question.
Quoi qu'il en soit, la priorité reste toujours, pour moi, un budget sain. Nous allons revenir là-dessus aussi vite que possible. Mais en tout cas, c’est le deuxième grand sujet.
Le premier sujet était l’aide à l'Ukraine, et les principes que nous allons continuer à suivre dans un monde qui est compliqué. On nous complique les choses, pas seulement à Moscou, mais aussi à Washington.
Le deuxième sujet, c’est que nous devons arriver aux 2 %. Nous avons pris connaissance du livre blanc sur l'avenir de la défense européenne, Readiness 2030 . Il y a un consensus sur le fait que nous devons dépenser plus et que nous devons aussi mettre en avant des principes clairs.
Le premier principe est buy more , acheter davantage. Il ne s’agit pas seulement de dépenser davantage, mais aussi d’efficacité et de coordination, et d’éviter de gaspiller de l’argent. Cela nécessite à mon sens un débat sur l’intégration des capacités (les capabilities ) et l’interopérabilité. Il faut également un débat sur la consolidation, au niveau européen, de la défense de l’industrie, comme le modèle Airbus. Pour dépenser de manière efficace, il faut le faire de la manière la plus intégrée possible. Ce n’est pas facile, mais nous devons avancer sur ce point aussi vite que possible. Je constate qu’il existe là-dessus un accord autour de la table européenne. Or s’il y a un accord sur le principe, il n’est pas si facile de le mettre en pratique, même si c'est nécessaire. Il nous faut également avancer sur l'Union pour l'épargne et l'investissement (le savings and investments Union ou SIU ). Cela me semble très urgent. La question est évoquée depuis des années, mais j’espère nous pourrons enfin y arriver. Une crise représente aussi toujours une opportunité, et avancer sur l’intégration des marchés financiers en est une, de même que l’intégration dans le domaine de l’industrie de la défense et dans celui des capacités et de l’interopérabilité. B uy more , donc, mais de manière intelligente.
Le deuxième principe est b uy together , acheter ensemble. Il faut veiller à des conditions équitables entre les États membres qui ont des marges budgétaires importantes et ceux dont la marge budgétaire est réduite.
Troisième principe: buy european , acheter européen. Nous devons atteindre une autonomie stratégique, tout le monde s’accorde sur ce point. Si cela représente un retour maximal sur investissement, je plaide également pour un peu de réalisme. Par rapport aux avions F-35 par exemple, il faut être réaliste: il n’y a pas d’avion comparable sur le marché. Il y a l’ambition de développer au niveau européen un avion de chasse Airbus de la sixième génération. C’est une bonne décision et, si c’est possible, notre pays devrait participer à un tel projet. Toutefois, cet avion ne sera pas sur le marché demain; cela prendra au moins dix ans. Le F-35 est le meilleur avion disponible. Nous en avons déjà acheté conjointement avec les Pays-Bas. Nous avons en effet un force aérienne totalement intégrée avec les Pays-Bas. Si, cet été, l’OTAN nous impose des capability targets – il ne s’agit en effet pas d’un choix, l'OTAN vous impose les capacités à développer – je n’exclus pas que l’on nous demande d’acheter davantage d’avions de chasse et que ce soient des F-35, car pour l'instant il est inimaginable d'avoir deux systèmes.
Si on parle d'intégration au niveau européen, on parle d'une réduction des systèmes d'armes et pas d'encore plus compliquer les choses. Buy european , tout le monde est d'accord, mais il faut un peu de réalisme à ce sujet.
Ik zou er nog aan kunnen toevoegen dat we op die Europese top ook veel over competitiviteit hebben gesproken. Aangezien u daarover geen vragen hebt gesteld, ga ik er niet op in. Weet dat het wel een pertinent thema wordt, wanneer we zonder twijfel met een tarievenoorlog worden geconfronteerd en morgen de Europese Unie doubledigittarieven worden opgelegd, om nog niet te spreken van het feit dat we ons ook aan specifieke reshoring strategieën van president Trump mogen verwachten, die volgens mij op economische waanzin gebaseerd zijn. Ik wik mijn woorden, want we proberen constructief te blijven, maar af en toe moet men toch nog zijn idee daarover kunnen geven. Het is dus volgens mij economische waanzin – Ronald Reagan draait zich om in zijn graf – te denken dat men met specifieke tarieven voor automotive , staal, metaal, halfgeleiders en farma erin zou slagen de eigen industriële capaciteit op te bouwen. Dat leidt nergens toe.
U zult dus begrijpen dat wij aan de Europese tafel ook van gedachten hebben gewisseld rond competitiviteit en reactie op een eventuele handelsoorlog. Het is ook interessant, beste collega's, als ik mij de bedenking mag permitteren, dat de pro-Oekraïnecoalitie enerzijds kleiner is dan de Europese Unie - er zijn maar 26 landen echt aan boord -, maar anderzijds ook groter en dat landen zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan en IJsland in die pro-Oekraïnecoalitie niet toevallig ook slachtoffer zijn van een eventuele handelsoorlog en net als wij wakker werden in een wereld waarin het multilateralisme als principe weer ter discussie wordt gesteld. Aangezien ook een land als India op het moment naar de wereld kijkt en op dat gebied in beweging kan komen - het is wel een vraagteken of China mee de imperialistische toer zal opgaan, de toer van de ongeremde rivaliteit met brutale macht, of toch veeleer zal kiezen voor het multilateralisme en een wereld die gebaseerd is op regels – ligt daar een werkelijke opportuniteit voor Europa.
Mevrouw Lagarde, die op de Europese Raad aanwezig was, heeft zich de beeldspraak gepermitteerd – ik vond die wel treffend - van de poolster. In de duistere nacht vaart men op de poolster. Europa moet proberen die poolster te zijn van het multilateralisme, van rechtszekerheid, van een wereld die op regels is gebaseerd en waar men niet wordt geconfronteerd met politieke leiders die elke dag van de week van de ene dag op de andere een nieuwe verrassing of een of andere fantastische wending of radicale omkeringen van ideeën of het soort economische policies die de wereld op zijn kop zetten, brengen. Ik vind dat juist.
Die pro-Oekraïnecoalitie levert ons ook een ad-hocframework aan met het oog op een gezonde basis voor het multilateralisme, die enerzijds wat kleiner is dan de Europese Unie, maar anderzijds ook veel groter om beslissingen op te kunnen funderen en ons desgevallend te verdedigen.
Trouwens, ook de heer Guterres, die op het afsluitend diner van de Raad een soort status quaestionis vanuit het perspectief van de Verenigde Naties voorstelde, sprak heel duidelijk in die richting. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik denk dat het voor ons misschien deze zou kunnen zijn. In die zin zijn alle onderwerpen uiteraard aan elkaar gebonden.
Mijnheer de voorzitter, mag ik nog even voortgaan of houdt u streng aan de spreektijd? Het thema is ongelooflijk interessant.
Voorzitter:
Mijnheer de eerste minister, alles hangt inderdaad samen met mekaar; ik veronderstel dat u een aantal uren kunt debatteren over het onderwerp.
Bart De Wever:
Je voulais simplement conclure avec les questions qu'on m'a posées au sujet du sommet convoqué par M. Macron à Paris. Je comprends que l'on me demande si nous avons promis d'envoyer des troupes en Ukraine dans un certain cadre. Je peux vous rassurer: ce n'est pas le cas. Ce que nous avons dit, c'est que, si ce monde multilatéral décidait de lancer une mission de paix, nous devrions y participer. Je pense que c'est notre devoir. Et la Belgique est ouverte à participer à une telle mission. Mais ce sera sur la base d'un mandat international multilatéral, qui devra être clair et qui n'existe pas actuellement. Et c'est loin d'une évidence de voir comment, par qui et à qui un tel mandat sera donné. Cela doit s'inscrire dans le cadre d'une paix durable, cela veut dire une situation de paix acceptée tant par l'Ukraine que par l'Europe.
Chers collègues, je n'exagère pas quand je vous dis que nous sommes encore très loin d'une telle situation; au contraire, nous semblons nous en éloigner de jour en jour avec la réalité sur le terrain de l'agression de la Russie qui ne cesse pas et M. Poutine qui n'est ni un homme de paix ni un homme de parole.
Nous ne pouvons qu'espérer que M. Trump constate que Poutine n'est pas fiable, que par conséquent aucun deal honorable ne peut être conclu et que le monde occidental – l'Union européenne, les pays tiers et les États-Unis – se retrouve sur la même longueur d'onde. C'est à espérer, mais malheureusement, je ne m'attends pas à ce que les conditions d'une paix durable qui permettraient d'envoyer des troupes pour une mission de paix soient remplies d è s demain. Nous en sommes encore très loin.
Als die situatie zich voordoet, lijkt het mij evident dat we daarover een normaal democratisch debat voeren, dat we niet alleen in de regering maar ook in het huis hier bekijken wat dat betekent voor ons land, welke capaciteiten we kunnen sturen en wat er van ons wordt verwacht.
Wat ik wel niet verhul, is dat die situatie wordt voorbereid. De CHOD's van de coalition de pays volontaires , de coalition of the willing , hebben elkaar ook al gezien.
Ils se sont déjà rencontrés à Paris pour analyser la disponibilité des capacités.
La situation de notre pays est délicate puisque nos capacités sont limitées. Nous investissons beaucoup moins que nécessaire dans la Défense, alors même que nous sommes déjà impliqués dans le Nordic Policing et que nous venons de renforcer notre présence au sein de la mission KFOR. À court terme, notre pays ne dispose donc pas de grandes capacités disponibles à envoyer en Ukraine. Il n'y a aucun souci à ce sujet.
Cependant, nous sommes en train de planifier, d'examiner et de discuter avec nos alliés pour évaluer quel pourrait être l'effort de notre pays, ainsi que celui des autres pays, en vue d'une paix ou d'un armistice durable. La situation pourrait varier selon que l'on bénéficie ou non du soutien des États-Unis et qu'il s'agisse d'une mission en Ukraine ou ailleurs. De nombreux cas de figure restent encore possibles. Je crains malheureusement que nous soyons encore loin d'une décision concrète à ce sujet.
Monsieur Lacroix, vous avez cité Thomas Hobbes qui a popularisé l'expression latine bellum omnium contra omnes . Nous devons absolument tout mettre en œuvre pour ne pas nous réveiller dans un tel monde, qui serait véritablement infernal.
Vous m'avez demandé quelle position j'ai défendue lors du sommet européen ainsi que lors du sommet de Paris. La position de la Belgique est de toujours rester fermement engagée dans le camp du multilatéralisme, des nations qui aspirent à un monde fondé sur des règles, et non sur la force ou la violence. Je pense que c'est la seule position que ce pays peut adopter et j'espère qu'elle est soutenue par vous tous.
Excusez-moi d'avoir pris un peu trop de temps pour mes explications, mais je considère ce sujet comme étant d'une importance capitale.
Voorzitter:
Over dat laatste zal iedereen het wel eens zijn.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour avoir effectivement répondu très largement mais les sujets le méritaient.
Vous rejetez le monde de Thomas Hobbes – je suis heureux de le vérifier avec vous – et vous vous positionnez dans le camp du multilatéralisme, du respect du droit international. C'est bien en ce qui concerne l'Ukraine mais c'est moins bien lorsque cela concerne le droit des Palestiniens où on sent un peu moins d'importance accordée au sujet du droit international.
Le deuxième élément que je veux souligner, c'est votre appel au réalisme: "Il faut arrêter d'être romantique." Je crois que c'est vous quelque part le romantique qui avez toujours cru aux États-Unis et qui êtes déçu que cette histoire d'amour se termine. Aujourd'hui, il faut que l'Europe se réveille et se prenne en main. Certes, cela ne se fera pas du jour au lendemain mais ce n'est pas en continuant à croire qu'après Donald Trump, cela ira mieux que l'histoire d'amour avec les États-Unis va reprendre.
Notre souveraineté européenne et fondamentale doit être construite, bâtie dès aujourd'hui avec un temps moyen, court et long terme. Vous dites qu'il faut acheter européen en matière de défense mais par réalisme, on va continuer à acheter américain et vous faites un plaidoyer extraordinaire pour le F-35. Mais que font les Anglais, les Italiens, les Allemands, les Espagnols, les Turcs qui ont des Eurofighters? Que font les Suédois qui ont des Gripen? Que font les Français avec le Rafale, les Grecs qui ont une flotte composée à la fois de Rafale et de F-35? Bref, à un moment donné, il y a beaucoup de contradictions dans votre positionnement et le réalisme, je ne sais pas où il se trouve. On doit prendre acte des positions américaines. Elles ne changeront plus. Elles ont été annoncées par Barak Obama, de manière plus douce que par Donald Trump. Mais Donald Trump comme Vladimir Poutine sont des brutes épaisses avec qui on ne négocie plus.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor de toelichting en ook omdat u een en ander duidelijk hebt geschetst.
U zegt dat wij met de Verenigde Staten enerzijds een constructieve dialoog moeten blijven behouden. U bent echter ook eerlijk geweest, toen u zei: “pas de conditions amicales” . Dat is wel het minste wat wij kunnen stellen. Wij moeten dus ook vraagtekens bij die band plaatsen.
Mij valt op dat, wanneer het over buy European gaat, die stelling voor de F-35 nog altijd moeilijk ligt. U hebt verwezen naar de partners buiten de Europese Unie en naar de grotere coalitie die voor het multilateralisme wil gaan. Net die nieuwe partners, zoals Canada en India, willen echter investeren in Europese gevechtsvliegtuigen, om niet meer alleen in F-35’s te gaan investeren. Ik begrijp dus niet waarom Europa dan niet hetzelfde zou doen, om dat naast elkaar te laten bestaan. Het is cruciaal om daarmee op die manier aan de slag te gaan, zodat wij ook onafhankelijker zijn, met zowel F-35’s als andere wapensystemen. Ik kan mij niet voorstellen dat zoiets op Europese schaal onmogelijk zou zijn, aangezien India en Canada dat wel kunnen.
Ik ben blij met het pleidooi voor multilateralisme. Ik wil echter nogmaals benadrukken dat multilateralisme ook vraagt om te blijven investeren in diplomatie en in ontwikkelingssamenwerking. Op dat vlak maakt deze regering natuurlijk andere keuzes. Er zal bijvoorbeeld op ontwikkelingssamenwerking zwaar worden bespaard.
Ik ben het ook helemaal met u eens als u stelt dat een en ander op regels gebaseerd moet zijn. Voor Groen zullen het internationaal humanitair recht en de mensenrechten altijd het kompas zijn. Ik stel echter vast dat dit voor de arizonapartijen tot nu toe niet het kompas is, toch niet als het over Israël gaat. Het is bijzonder pijnlijk om vast te stellen dat er steeds met fluwelen handschoenen met hen wordt omgegaan en dat Israël telkens opnieuw alle regels naast zich neer mag leggen. Bovendien stelt onze minister van Defensie nog altijd dat voor ons leger de Israëlische Defensie nog altijd een betrouwbare partner is. Dat begrijp ik niet. Doe dat voor iedereen, gebaseerd op regels en op het internationaal humanitair recht. In dat geval zal u aan ons een partner hebben.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik vier minuten spreektijd heb voor mijn repliek, aangezien ik twee vragen had ingediend.
Voorzitter:
Mevrouw Safai, in de repliek hebt u één minuut per vraag.
Darya Safai:
Ja, dat is waar.
Mijnheer de premier, bedankt voor de uitleg. We leven inderdaad in een andere wereld en het wel belangrijk om te beseffen dat landen zoals Rusland, Iran, China en Noord-Korea proberen de wereldorde te veranderen. Die wetenschap moet ons in deze moeilijke tijden samenhouden.
U hebt gesproken over het principe van peace through strength , want wij hebben geen andere manier om onze vrede en tevens solidariteit met elkaar in de Europese Unie, wat ook heel erg belangrijk is, te behouden. Op dit moment is de 2 %-regel nog van kracht, maar we weten niet of dat binnen een paar dagen of maanden verandert. Ook wij moeten daar klaar voor zijn, niet omdat we oorlogszuchtig zijn, maar omdat wij gewoon onze vrede willen behouden.
De tijden zijn aan het veranderen en wij kunnen niet echt voorspellen wat Amerika gaat doen binnen een paar dagen of maanden. Dat geldt evenzeer voor Palestina en Israël, waarover veel collega's spreken. In die context wil ik een misschien toch wel belangrijk punt aanhalen. Ik hoor namelijk geen enkele collega, ook niet in de commissies voor Landsverdediging of voor Buitenlandse Betrekkingen, praten over het feit dat Iran bezig is met de ontwikkeling van een nucleair wapen, waarover het land mogelijk binnenkort beschikt. De enige landen in de hele wereld die aankondigen dat ze dat zullen tegenhouden, zijn net Amerika en Israël. Zijn wij minder angstig als het gaat over de nucleaire wapens van een theocratisch totalitair land als het Iran van de ayatollahs? Dat snap ik echt niet. Wij houden ons veel en terecht bezig met wat er in de wereld gaande is, maar dat stuk valt altijd weg.
Mijn boodschap is dus dat we klaar moeten zijn. Wij moeten voor onze vrede en voor ons nageslacht zorgen. Ik ben blij dat u op het vlak van defensie en in al die toppen de boodschap van vrede aanhoudt.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses parfois rassurantes, parfois un peu moins. J'entends les collègues parler de droit international et c'est très bien, c'est un rappel essentiel. Mais il faut, pour que le droit international continue à être cohérent, être aussi cohérent et plaider pour son respect, quel que soit le conflit, pas seulement dans certaines régions du monde. Il faut qu'on puisse plaider avec la même cohérence partout.
Monsieur le premier ministre, vous serez d'accord avec moi pour dire que la paix, la défense et la souveraineté ne peuvent être dissociées de la démocratie. Ici, ce n'est pas simplement une question de stratégie ou de chiffres, c'est aussi une affaire de vision. C'est de cette vision que je vous demandais de débattre ici. Je comprends parfaitement qu'à certains moments, certaines discussions doivent avoir lieu de manière discrète. Mais une de mes questions était de savoir si l'inflexion de notre engagement militaire – qu'il soit financier ou autre – nécessitait un débat démocratique approfondi et si vous alliez vous engagez à consulter notre Assemblée avant toute décision de grande ampleur. Je vous avais posé ces questions et je n'ai malheureusement pas eu de réponse. Si vous pouviez y répondre à un moment donné, ce serait bien.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses qui étaient très importantes. J'essayerai d'y répliquer mais deux minutes seront bien sûr insuffisantes. Il y a une chose avec laquelle je suis tout à fait d'accord et que je trouve très importante, c'est quand vous dites que la Belgique doit être inscrite dans le multilatéralisme et qu'elle doit être non alignée, avec une diplomatie qui ait sa propre voix et sa propre vision du développement industriel, dans le respect du droit international. Cette politique non alignée s'ouvrirait sur le reste du monde et ses géants, qu'il s'agisse des États-Unis, de l'Inde, du Brésil ou de la Chine. Sur ce sujet, je vous rejoins. En effet, le multilatéralisme garantirait un dialogue avec l'ensemble des peuples du monde. Vous avez parlé de continuer le dialogue constructif avec les Américains, mais cela devient compliqué maintenant que l'Europe découvre la violence de l'impérialisme américain, qui a toujours été aussi violent et agressif envers le reste du monde, sauf que l'Europe était du bon côté à ce moment-là. Maintenant qu'elle passe de l'autre côté du ring, nous ressentons la violence de l'impérialisme américain; cela se concrétise en Ukraine. Vous avez parlé du fait qu'il faut défendre, dans les accords de paix, les intérêts de l'Ukraine et de l'Union européenne. J'aimerais demander quels sont les intérêts de l'Union européenne. On pourrait croire, comme vous l'avez dit, qu'il s'agit de la défense du droit international ou de nos valeurs, mais je suis très sceptique par rapport au fait que ce serait notre seule motivation. En effet, le droit international n'est pas appliqué dans d'autres conflits comme lorsqu'Israël reste un allié privilégié de l'Union européenne ou que le Rwanda le soit resté jusqu'à très récemment. J'aimerais donc bien savoir quelles sont les motivations réelles. Pour les Américains, nous savons qu'il s'agit des minerais. Pour les Européens, s'agit-il de l'agriculture, des minerais? Ou d'autres éléments? J'ai du mal à croire que cela se limite au seul respect du droit international. Par contre, en ce qui concerne les 2 %, vous avez dit qu'on avait un retard à rattraper. Mais vous parlez comme si on n'avait jamais augmenté notre budget militaire auparavant, alors que de 2017 à 2024, on est passé quand même de 3,8 milliards à 7,4 milliards d'euros en termes de budget Défense. On a donc toujours augmenté notre budget Défense. Ces 10 dernières années, l'Europe a doublé son budget défense. Or on parle comme si on n'avait pas augmenté notre budget militaire. C'est juste qu'on ne l'a pas augmenté autant que les Américains le veulent. Et les 2 % dont vous parlez, c'est ce qu'exigent les Américains. D'un côté, on dit qu'il faut de l'autonomie stratégique et se protéger des Américains parce qu'ils deviennent agressifs et, de l'autre côté, on fait exactement ce qu'ils nous imposent et ce qu'ils nous demandent, en achetant en plus leurs propres armes, notamment les F-35. Il y a donc une incohérence totale dans ce discours-là. Même si je comprends les éléments que vous avancez, vous représentez dans votre discours l'ambiguïté européenne sur ces questions. Il serait bien de clarifier ces éléments de manière un peu plus concrète.
De Belgische rol in de Europese innovatie in artificiële intelligentie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderschrijft de Europese AI-topdoelstellingen (open, ethische en betrouwbare AI) en de AI Act (2024), maar sluit zich *nog niet* aan bij specifieke coalities (bv. Duurzame AI) door politieke timing en beperkte internationale steun. De regering steunt deregulering voor kmo’s (minder regeldruk) maar benadrukt mensgerichte, verantwoorde AI-toepassing, met aandacht voor arbeidsrecht en overheidsgebruik (doorverwezen naar bevoegde collega). Kritische noot: Europa schakelt van strenge regulering naar innovatiestimulans om de VS/China-achterstand (€200 mjd investering) in te halen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik zal mijn vraag heel efficiënt stellen.
De Europese Commissie kondigde op de wereldtop over artificiële intelligentie (AI) in Parijs een investering van 200 miljard euro in AI aan. Daarmee wil Europa de concurrentiestrijd met de Verenigde Staten en China, waar bedrijven als Open AI voorloper zijn, aangaan.
Terwijl de ontwikkeling heel snel gaat, hinkt Europa achterop. Het is dus een goede zaak dat we onze verantwoordelijkheid nemen. We zien dat in Europa een nieuwe weg wordt ingeslagen: terwijl we eerst nogal voorzichtig waren en vooral voorloper waren in de regulering van AI, zitten we nu veeleer op het spoor van de deregulering.
Welke houding neemt de regering aan ten opzichte van de conclusies van de top?
Is de deregulering zo'n geweldig idee?
Welke voor- en nadelen ziet u in de toepassing van artificiële intelligentie door onze eigen overheidsdiensten?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, de regering steunt de doelstelling van de top over artificiële intelligentie in Parijs om AI te promoten die open, inclusief, ethisch, betrouwbaar, duurzaam en in het algemeen belang is. Zoals in het Nationaal Convergentieplan voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie, dat aangenomen werd in 2022, werd bepaald, werkt België samen met zijn Europese partners om de vruchten van AI voor de samenleving te plukken en innovatie aan te moedigen en tegelijkertijd een verantwoord gebruik van AI te promoten waarbij de mens en vertrouwen centraal staan.
België heeft met meerdere van zijn instellingen en met een reeks stakeholders uit het Belgische AI-ecocysteem actief bijgedragen aan de voorbereiding van de top en van de verschillende sessies ervan.
Wij sluiten ons aan bij de doelstellingen en de conclusies in de slotverklaring, die ook door België ondertekend werd.
België heeft zich echter niet aangesloten bij de Coalitie voor Duurzame AI, noch bij het Current AI-partnerschap, gelet op de politieke context. Er werd immers een nieuwe regering gevormd toen de top plaatsvond, waardoor België geen nationaal standpunt kon bepalen. De slotverklaring van de top, waarvan de teksten drie maanden voor de top werden onderhandeld, werd wel gevalideerd door de vorige regering.
We moeten eveneens opmerken dat de twee initiatieven in dit stadium nog geen significante internationale steun hebben gekregen. De Coalitie voor Duurzame AI wordt nu gesteund door 11 staten, waarvan 4 Europese, en het Current AI-partnerschap door 10 staten, waarvan 4 Europese. Die initiatieven blijven echter openstaan voor nieuwe leden. Frankrijk heeft bevestigd dat België zich op een later tijdstip nog steeds bij die initiatieven kan aansluiten, als de regering de beslissing daartoe zou nemen.
De Europese Commissie heeft in haar werkprogramma haar voornemen aangekondigd het voorstel van richtlijn inzake burgerlijke aansprakelijkheid in verband met AI liabitity in te trekken. Ik noteer dat voornemen en begrijp haar wens om te onderzoeken of een nieuw regelgevingsvoorstel nodig is. De Europese AI Act, aangenomen in 2024, wordt nu geleidelijk uitgevoerd. De lidstaten moeten de bepalingen van de AI Act implementeren, met name de aanstelling van de nationale bevoegde autoriteiten inzake de AI Act en de invoering van een sanctieregime.
Ik waak, samen met mijn collega bevoegd voor modernisering van de overheid en belast met de digitalisering, over de toepassing ervan. Voorts verbindt de nieuwe Europese Commissie zich ertoe om de regeldruk voor kmo's te verminderen. De AI Act voorziet in bepaalde rechten specifiek voor kmo's, inclusief start-ups. Ik steun dat initiatief van de Europese Commissie en zal het samen met mijn collega bevoegd voor middenstand nauwlettend opvolgen.
Met betrekking tot het gebruik van AI-toepassingen op de werkvloer is het duidelijk dat het arbeidsrecht onverminderd van toepassing blijft. De Pledge for a Trustworthy AI in the World of Work, die werd aangenomen op de top, beklemtoont die eis door aanbevelingen te formuleren over rechtvaardigheid, veiligheid en gezondheid op het werk, autonomie, transparantie en verantwoordelijkheid.
Voor uw derde vraag verwijs ik u naar mijn collega bevoegd voor modernisering van de overheid.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, er zit in uw antwoord genoeg voer voor volgende vragen. Ik neem aan dat wij daarover op een ander moment voort van gedachten kunnen wisselen.
Voorzitter:
La question n° 56002701C de Mme Van den Bosch est transformée en question écrite.
De handelsoorlog tussen Europa en de VS
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval betreurde Trumps protectionistische staaltarieven en waarschuwde voor negatieve gevolgen voor Belgische sleutelsectoren (staal, chemie, auto’s). Hij steunt de proportionele EU-tegenmaatregelen en benadrukt diversificatie via bestaande en nieuwe vrijhandelsakkoorden (o.a. schone technologie/energie) om afhankelijkheid te verminderen. Coenegrachts onderstreept het risico op eigen schade en pleit voor voorzichtige escalatie en versterking van handelspartnerschappen buiten de VS, cruciaal voor België’s exportafhankelijke economie. Beide benadrukken vrijhandel als basis voor welvaart, maar waarschuwen voor escalatie.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, Amerikaans president Trump heeft importtarieven op staal ingevoerd. Europa reageerde daarop met tegenmaatregelen, waardoor er niet meer veel nodig is om van een handelsoorlog te spreken. We weten allemaal tot wat dat leidt: meer protectionisme zorgt voor minder economische groei en minder welvaart.
Hoe evalueert u de protectionistische houding van president Trump? Welke gevolgen verwacht u voor onze economie? Steunt u de tegenmaatregelen of ziet u andere oplossingen?
Wat kunt u doen om te voorkomen dat we verstrikt raken in een escalerend handelsconflict? Zijn er manieren om de vrijhandel met andere regio’s te versterken? Zou dat het verlies aan handel met de VS kunnen compenseren?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, gezien de langdurige trans-Atlantische vriendschap betreur ik de ongerechtvaardigde tarieven, die een impact zullen hebben op consumenten en bedrijven aan beide kanten van de oceaan.
De Amerikaanse maatregelen en de tegenmaatregelen van de EU zullen een impact hebben op de Belgische economie. We hebben nu al een paar kritieke sectoren geïdentificeerd, waaronder de chemie-, de farma-, de metaal- en staalindustrie, kritieke grondstoffen, de automobielsector, transportmiddelen en machines en elektronische apparaten. We volgen de gevolgen van de maatregelen van nabij op via economische impactanalyses om onze belangen zo goed mogelijk te verdedigen.
Ik steun de Europese Commissie volledig in haar proportionele reactie op de Verenigde Staten. We zullen onderhandelen wanneer dat mogelijk is en we zullen terugslaan wanneer dat nodig is. Wat het handelsconflict betreft, verwijs ik naar de minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, die hiervoor bevoegd is.
De versterking van onze toeleveringsketens en de vermindering van onze afhankelijkheid vereisen solide partnerschappen. De EU beschikt over een enorm netwerk van vrijhandelsakkoorden dat 76 landen dekt of bijna de helft van haar handel. Om onze toeleveringsketens te blijven diversifiëren en versterken, stelt de Europese Commissie een nieuwe reeks Clean Trade and Investment Partnerships voor. Zo kunnen we ook onze bevoorrading inzake grondstoffen, schone energie, duurzaam transport van brandstoffen en schone technologie van over de hele wereld veiligstellen. België steunt deze aanpak.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, het betreft inderdaad unilaterale beslissingen van de Verenigde Staten, waarop Europa reageert. We moeten toch voorzichtig blijven, zorgen dat we niet meer in eigen vel snijden dan nodig is en goed kijken naar alternatieve vrienden in de wereld, met wie wij handel kunnen drijven. Goede relaties zijn immers de kern van onze welvaart en vrijhandel is de hoeksteen ervan. Een land dat sterk afhangt van export zoals het onze, kan niet zonder overzeese connecties. Wij moeten dat aandachtig in de gaten blijven houden en met veel zorg bekijken.
De conclusies van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken inzake asiel en migratie
De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en de externe dimensie van het migratiebeleid
De Europese Raad en de terugkeerhubs
Europese migratie- en asielbeleid, externe dimensies en terugkeermaatregelen
Gesteld door
N-VA
Maaike De Vreese
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (5 maart 2025) lag de focus op terugkeerbeleid (Syrië, Afghanistan), EU-grensbeheer (Schengen, Eurodac) en het EU-migratiepact, met als kernpunt dat grootschalige terugkeer naar Syrië nog prematuur is, maar lidstaten welwillend zijn om vrijwillige en gedwongen terugkeer te faciliteren via *go-and-see-missies* en financiële steun (cash-uitkeringen door gebrek aan lokale partners). België steunt een gecoördineerd EU-beleid, inclusief de hervorming van de terugkeerrichtlijn (2008 → verordening 2025) voor snellere procedures, maar concrete terugkeerhubs blijven omstreden door juridische bezwaren (o.a. socialisten) en praktische obstakels. Secundaire migratie (M-statushouders) en Afghaanse terugkeer (beperkt door talibanbeleid) werden bilateraal besproken met Frankrijk, Nederland en Denemarken, zonder directe EU-afspraken. Nationale plannen (noodplan opvang, migratiestrategie) moeten tegen 12 april bij de Commissie ingediend worden.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, op 5 maart 2025 kwam de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen. In het kader van die bijeenkomst zouden de ministers van Asiel en Migratie ook overleg plegen. Op de agenda stonden onder meer het EU-grensbeheer, de EURODAC-databank, Syrië en de Schengenevaluatie. Het was het uitgelezen moment om ook enkele andere dossiers aan te kaarten. Denk aan de terugkeerakkoorden en meer specifiek de gedwongen terugkeer van Afghanen in EU-context, alsook aan de problematiek waarbij migranten met M-status, ondanks dat ze reeds een internationaal beschermingsstatuut kregen in Griekenland, toch doorreizen naar ons land om hier nogmaals asiel aan te vragen.
Kunt u toelichting geven over de recente vergadering van de Raad? Wat waren de voornaamste conclusies?
Welke collega's hebt u gesproken en welke samenwerkingen zullen hieruit voortvloeien?
Welk standpunt hebt u ingenomen inzake de terugkeer van Syriërs? Welke stappen zal de EU hieromtrent nemen?
Op welke manier zullen er concrete stappen worden genomen om het terugkeerproces te verbeteren?
Wat is de jongste stand van zaken van de uitrol van het EU-migratiepact?
Welke stappen worden er genomen voor de gedwongen terugkeer van Afghanen in een EU-context?
Hebt u gesproken over de problematiek van de M-statussen? Hebt u hieromtrent extra afspraken gemaakt?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik zal een korte versie brengen, gezien het vergevorderde uur.
Tijdens de vorige vragensessie gaf u aan dat de externe dimensie, waaronder de terugkeerhubs, een belangrijk agendapunt op de vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zou zijn. In het korte verslag daarover vinden wij niets terug, maar dat kan aan ons liggen.
De Europese Commissie heeft ondertussen een nieuw pakket aan maatregelen voorgesteld voor een eengemaakt terugkeerbeleid. Wat was het Belgisch standpunt in de Raad over de terugkeerhubs? Hoe zijn de gesprekken over de terugkeerhubs tot een conclusie gekomen? Is het werken aan terugkeerhubs nog steeds een standpunt van de regering? Welke juridische en praktische obstakels ziet u bij het opzetten van terugkeerhubs in derde landen?
Wanneer wordt het nieuwe pakket maatregelen besproken in de Raad en wanneer wordt het Belgisch standpunt bepaald?
Hoe zal België tijdens de onderhandelingen garanderen dat de terugkeerhubs geen rechteloze zones worden?
Hoe verhoudt het eengemaakt Europees terugkeerbevel zich tot het terugkeercontract van de regering? Het gaat immers over twee verschillende instrumenten en ik zie niet in hoe zij compatibel zijn met elkaar, maar u zult mij dat uitleggen.
Francesca Van Belleghem:
Op 5 maart kwam de Raad van ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijeen om verschillende migratiedossiers te bespreken, waaronder de zogenaamde terugkeerhubs. Op 11 maart werden die terugkeerhubs ook besproken in de Europese Commissie. Bovendien zouden ze zijn vermeld in de voorlopige tekst van de ontwerpverordening over het terugkeerbeleid.
Wat is het standpunt van de regering over de terugkeerhubs? Kunnen alle regeringspartijen zich in dat standpunt vinden of moet er nog naar een meerderheid worden gezocht? De totstandkoming van die terugkeerhubs vergt natuurlijk ook een meerderheid in het Europees Parlement, maar de socialistische leden zouden zich in het verleden al kritisch hebben uitgelaten over het principe van de terugkeerhubs. Vorige week maandag zou de socialistische fractie in een persbericht hebben laten weten dat de hubs geen deel kunnen uitmaken van de aanpak. Hebben de linkse partijen in de arizonaregering dezelfde bezorgdheden geuit?
Anneleen Van Bossuyt:
De vergadering van de Europese Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was heel interessant en ik zal een vrij uitgebreid antwoord geven op uw vragen. Er werden daar heel belangrijke discussiepunten aangekaart en volgende conclusies vloeiden eruit voort.
Aangaande het grensbeheer en Schengen governance werden monitoring en aanpak van verschuivende migratiedruk, weerbaarheid tegen onrustwekkende hybride dreigingen en de verhoogde waakzaamheid ten opzichte van conflicten in het Midden-Oosten als belangrijkste prioriteiten benoemd.
Lidstaten legden hun focus bovendien sterk op verbetering van terugkeer in afwachting van het nieuwe terugkeervoorstel, dat ondertussen op 11 maart door de Europese Commissie werd gepubliceerd.
Aangaande het Entry/Exit System, Eurodac en algemene interoperabiliteit werd de geleidelijke en gecoördineerde implementatie doorgesproken en ook goedgekeurd
Wat de externe dimensie betreft, spitste de discussie zich toe op Syrië, waarbij de opties van go and see visits , waarover hier al vragen zijn gesteld, vrijwillige terugkeer en gedwongen terugkeer in het kader van openbare orde werden verkend.
We kunnen concluderen dat het nog te vroeg is voor grootschalige terugkeer, maar dat er wel een grote bereidheid is onder de lidstaten om terugkeer te faciliteren en dat ze nog van mening verschillen over de richting van de gecoördineerde Europese aanpak.
De Commissie en de internationale agentschappen werken samen om zo snel mogelijk pistes op tafel te leggen, op basis waarvan dan de discussie concreter gevoerd kan worden.
In de marge van de raadsvergadering heb ik bilaterale gesprekken aangeknoopt met enkele collega-ministers, namelijk van Luxemburg, Frankrijk, Nederland, Zweden en Denemarken. Ik heb ook informeel kennisgemaakt met Europees commissaris Brunner.
Intussen zijn we door verschillende collega's uitgenodigd het beleid verder bilateraal af te stemmen, waar we natuurlijk met veel plezier op zullen ingaan. De inhoud van de gesprekken ligt nog niet vast, laat staan de mogelijke samenwerkingen die eruit voort kunnen vloeien. Maar laat het duidelijk zijn, België steunt de gecoördineerde Europese initiatieven inzake de vrijwillige en de gedwongen terugkeer naar Syrië en Afghanistan.
Een zeer concrete stap was de publicatie op 11 maart van het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn van 2008. Om het Europese terugkeerbeleid te hervormen, deed de Commissie nu een voorstel tot terugkeerverordening, wat absoluut noodzakelijk is. België is al lange tijd voorstel van die hervorming, zeker omdat terugkeer de grote ontbrekende component was in het Europese Asiel- en Migratiepact. Het doel is te komen tot een snellere en efficiëntere terugkeer.
De meerderheid van de lidstaten heeft ondertussen zijn nationaal implementatieplan overgezonden naar de Commissie.
Collega De Vreese, u vroeg naar de stappen die ondertussen gedaan zijn met het oog op het Europese Asiel- en Migratiepact. België zal, zoals overeengekomen werd met de Commissie, zeer binnenkort een nieuwe versie van zijn nationaal implementatieplan sturen, waarin de nieuwe politieke richting zal worden weerspiegeld, en waarin duiding zal worden gegeven over het financiële aspect.
Ondertussen werken de lidstaten, inclusief België, aan hun nationaal noodplan inzake opvang en asiel, dat op 12 april aan de Europese Commissie overgezonden moet worden. Dat noodplan heeft als doel een weerbaarder opvang- en asielsysteem te creëren.
Tot slot starten de lidstaten met de uitwerking van hun nationale asiel- en migratiebeheerstrategie. Die strategie moet een omvattend en whole-of-governementbeleid inzake asiel en migratie beschrijven voor de komende vijf jaar.
De Commissie en de lidstaten zijn het eens over het belang van Eurodac voor een volledige en tijdige implementatie van het gehele pact. De Commissie roept de lidstaten dan ook op om nauw samen te werken met eu-LISA, het European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area of Freedom, Security and Justice.
Op Belgisch niveau wordt momenteel volop onderzocht hoe de technische en inhoudelijke aspecten van de nieuwe databank zullen worden uitgewerkt. België wordt, net als andere naburige landen, verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal aantal verzoeken om internationale bescherming, bijzonder zwaar getroffen door secundaire migratiestromen. In dat verband zien we de jongste jaren een tendens waarbij verzoekers om internationale bescherming al in een andere lidstaat een beschermingsstatus genieten. De toestroom van die personen, met M-status, die in feite in België geen nood hebben aan bescherming, aangezien zij die in een andere lidstaat genieten, verhoogt de dossierachterstand en draagt bij aan onze actuele opvangcrisis. Die problematiek kwam niet aan bod tijdens de ministerraad, maar werd wel aangekaart in het bilateraal overleg dat ik had met de Franse en Nederlandse ministers, die met gelijkaardige uitdagingen kampen.
Mijnheer Vandemaele, met het terugkeercontract zoals vervat in het regeerakkoord, beklemtonen wij de plichten die de te verwijderen derdelander heeft, vooral wat de samenwerking met de Belgische autoriteiten inzake de terugkeer betreft en verbinden wij sancties aan niet-medewerking. Die aspecten zijn reeds vervat in onze nationale wet betreffende het aanklampend terugkeerbeleid en zijn ook vervat in het wetgevend voorstel van de Europese Commissie.
Voor onze Belgische positie verwijs ik naar het regeerakkoord en naar het feit dat onze eerste minister reeds aan tafel zat met de zogenaamde gelijkgestemde partners, dus de migratierealistische landen. Naast het Europees asiel- en migratiepact zullen we pleiten voor een versterking van de externe dimensie van het migratiebeleid door meer en op verschillende manieren samen te werken met herkomst- en doorreislanden, alsook door andere nuttig geachte pistes te verkennen.
Wat de vrijwillige terugkeer naar Syrië betreft, Fedasil organiseerde dat al in eigen beheer. Sinds 17 maart jongstleden kan terugkeer ook worden georganiseerd via Frontex Application for Return. De terugkeerder ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 125 euro per kind. Momenteel is er geen re-integratiepartner aanwezig waarmee Fedasil samenwerkt, en ontvangt de terugkeerder 1000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. De samenwerking met een re-integratiepartner in Syrië is in voorbereiding.
Damascus is de enige luchthaven die open is. Indien de terugkerende persoon verder moet reizen in Syrië, is een bijkomende ondersteuning van 50 euro voor onwoard transportation mogelijk.
Voor de terugkeer dient de persoon in kwestie in het bezit te zijn van een geldig reisdocument. Dat kan een Syrisch paspoort zijn of een laissez-passer, uitgereikt door de Syrische vertegenwoordiging in Brussel. Die kan verlopen paspoorten verlengen door middel van een stempel, maar zij kan geen nieuwe paspoorten afleveren. Om een laissez-passer te verkrijgen, is in principe een boeking van een ticket nodig. Voor ieder vertrek worden de reisdocumenten ook doorgestuurd naar Emirates voor een dubbele check. Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer kan worden georganiseerd. Sinds 1 januari 2025 zijn 61 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.
Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan in eigen beheer. Sinds september 2021 is er geen vrijwillige terugkeer naar Afghanistan mogelijk via IOM. Dat kan alleen voor personen met een geldig paspoort. Het talibanregime aanvaardt niet langer de reisdocumenten die de ambassade in België verstrekt. Wij onderzoeken momenteel op welke manier wij de vrijwillige terugkeer toch kunnen organiseren.
De terugkerende persoon ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 150 euro per kind. Re-integratie in Afghanistan kan niet worden aangeboden door de twee partners van Fedasil. IOM heeft alle activiteiten met betrekking tot Afghanistan opgeschort. Caritas is niet aanwezig in Afghanistan.
De terugkerende persoon ontvangt 1.000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. Fedasil blijft de mogelijkheden verkennen om samen te werken met een re-integratiepartner in Afghanistan.
Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer mogelijk is. Momenteel zijn er niet veel aanvragen om vrijwillig terug te keren naar Afghanistan. Negentien personen keerden vrijwillig terug naar Afghanistan in 2024 met het programma voor vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2025 keerden twee personen vrijwillig terug. Er staan nog twee vertrekken gepland.
Voorzitter:
Dat was een volledig antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, uw antwoord was zeer volledig, waarvoor dank.
Matti Vandemaele:
Ik heb vandaag geleerd dat al mijn collega's boeken schrijven. Misschien moet ik ook maar eens een boek schrijven, bijvoorbeeld over het EU-implementatieplan, met als titel Hoe geraak ik eraan? . Dat zou een bundeling van al mijn uiteenzettingen tot nu toe kunnen zijn.
U zei dat de geüpdatete versie binnenkort verstuurd zal worden. Misschien is het een goed idee om die daarna ook met de parlementsleden te delen. Op de Europese Raad over de externe dimensie van migratie ging het dus voornamelijk over Syriërs en Afghanen. België moest nog geen standpunt innemen over de terugkeerhubs en ik veronderstel dat dat er ook nog niet is. Daardoor is de rest van mijn vraag zonder onderwerp. Ik zal u de vraag daaromtrent daarom later opnieuw stellen.
Francesca Van Belleghem:
U zou niet alleen het nationaal implementatieplan, maar ook het nationaal noodplan dat u tegen 12 april zult moeten indienen, aan het Parlement moeten bezorgen.
U hebt gezegd dat re-integratiesteun voor Syriërs en Afghanen cash wordt uitbetaald. Is het gebruikelijk om die steun contant uit te betalen? Ik dacht dat de uitbetaling van re-integratiesteun via partners verliep bijvoorbeeld in de vorm van hulp om een zaak op ge starten, en dat men niet gewoon flappen contant geld. Wordt de re-integratiehulp voor Syriërs en Afghanen uitzonderlijk cash uitbetaald bij gebrek aan partners?
Anneleen Van Bossuyt:
Dat klopt. De partners waarmee wij samenwerkten in die landen, waaronder IOM en Caritas, zijn daar niet meer.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor de verduidelijking.
Voorzitter:
Vraag nr. 56003362C van de heer Aouasti is zonder voorwerp. Vraag nr. 56003386C van mevrouw Van Belleghem wordt op haar verzoek uitgesteld. De vragen nrs. 56003389C en 56003399C van de heer Van Rooy worden op zijn verzoek uitgesteld.
De overbrenging van Europese gedetineerden naar hun land
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het transfer en de identificatie van Europese gedetineerden in België: minister Van Bossuyt bevestigt dat EU-burgers wel degelijk traceerbaar zijn (346 gevallen in 2024) en na vrijlating worden teruggestuurd, maar transfers voor strafuitzitting vallen onder Justitie, niet onder het Vreemdelingenoffice. Dubois stelt vast dat de opmerking van de Brusselse procureur over ontbrekende data onjuist is en kondigt aan Justitie hierover te bevragen. Samenwerking tussen justitie, politie en het Vreemdelingenoffice wordt benadrukt als cruciaal voor efficiënte terugkeer van illegale gedetineerden.
Xavier Dubois:
Je vous remercie monsieur le président. Je vais faire mon possible pour que ma question soit courte et concrète.
Madame la ministre, ma première question concerne les détenus européens dans leur pays d'origine. Bien que ce sujet ait déjà été abordé dans le cadre de l'exposé, ma question vise à apporter un éclairage plus précis sur une intervention du procureur du Roi de Bruxelles, lors des débats sur la problématique des violences liées au trafic de drogue à Bruxelles.
Il a mis en avant qu'il n'existait pas une image précise du nombre de détenus ressortissants européens qui pourraient faire l'objet d'un transfert dans leur pays d'origine. Il rappelle que le cadre européen permet ce transfert offrant la possibilité aux détenus de purger leur peine dans leur pays d'origine. Il a également mentionné que les autres pays de l'Union européenne n'hésitent pas à transférer en Belgique les ressortissants belges condamnés à l'étranger.
Ce que ce que le procureur du Roi a dit est-il correct: n'y a-t-il pas la possibilité d'avoir une vision précise du nombre de citoyens européens dans nos prisons qui pourraient faire l'objet de ce transfert? Si c'est le cas, pourquoi et comment pourrait-on répondre à cette difficulté?
De manière plus concrète, concernant la lutte contre les trafiquants de drogue, quelle est la marge de manœuvre et la collaboration que l'Office des étrangers peut apporter, spécifiquement par rapport aux trafiquants d'origine étrangère?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur Dubois, je vous remercie pour votre question.
L'éloignement des détenus en séjour illégal est une priorité absolue pour ce gouvernement. Nous travaillons en étroite collaboration avec la ministre de la Justice car une bonne coopération entre nos services est cruciale pour atteindre cet objectif.
Les ressortissants de l'Union européenne sont en général facilement identifiables, même lorsqu'ils sont détenus.
Si un transfert interétatique est impossible, ils sont renvoyés dans l' État membre compétent au moment de leur libération conditionnelle ou anticipée, voire à la fin de leur peine . En 2024, cela concernait 346 ex-détenus condamnés provenant d'un autre État membre.
Comme vous le savez, l'éloignement du territoire des détenus en séjour illégal relève d'une compétence partagée. D'une part, l'Office des étrangers organise l'éloignement après que la personne a été libérée par la justice. L'intéressé est libre dès son arrivée dans son pays d'origine. D'autre part, la justice organise l'éloignement du territoire des individus qui doivent encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Ils restent privés de liberté et sont transférés en prison pour y purger le reste de leur peine.
Je suppose que la question posée par la procureure générale de Bruxelles concerne spécifiquement la compétence du ministre de la Justice, puisqu'il s'agit de transférer des détenus afin qu'ils poursuivent leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, vous devriez plutôt vous adresser à ma collègue de la Justice. Je puis vous confirmer que l'Office des étrangers ne se heurte à aucun problème pour éloigner les détenus sans droit de séjour qui ont été libérés par la justice vers des pays tels que les Pays-Bas, l'Italie ou la France.
L'Office des étrangers entretient de bons contacts avec le parquet de Bruxelles ainsi qu'avec les services de police locaux et fédéraux. Une collaboration renforcée et un échange d'informations avec les parquets et les services de police ont également été inclus dans la circulaire 08/2023 du Collège des procureurs généraux. Si des ajustements sont nécessaires à cet égard, je veillerai à l'en informer.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Tout d'abord, une information me rassure, puisque l'on peut quand même déterminer précisément combien de ressortissants européens se trouvent dans nos prisons. Dès lors, je m'étonne de la remarque du procureur du Roi. J'entends ensuite que cette question relève davantage de la compétence de la ministre de la Justice, étant donné qu'il s'agit en l'occurrence d'individus qui devraient encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, je ne manquerai pas d'interroger la ministre en la matière. J'y reviendrai en fonction de la réponse que votre collègue aura apportée.
De cijfers van het Drugsagentschap van de Europese Unie en het Kanaalplan
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met het hoogste cocaïnegebruik van Europa en topt ook in MDMA/ketamine, wat zware criminaliteit en maatschappelijke ontwrichting veroorzaakt. Minister Quintin belooft een hernieuwd *Kanaalplan 2.0* (Brussel-Antwerpen-Charleroi) als topprioriteit, gericht op drugshandel, preventie en handhaving, maar geeft nog geen concrete timing. N-VA (Bergers) dringt aan op snelle implementatie en uitbreiding, wijzend op het succes van het vorige plan onder Jambon en het verlies aan veiligheid sinds de afschaffing ervan. De urgentie wordt benadrukt: criminele netwerken winnen terrein, terwijl politiek debat actie vertraagt.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, uit cijfers van het Europees Drugsagentschap blijkt dat er in geen enkel Europees land zoveel cocaïne wordt gebruikt als in ons land. Ook wat betreft MDMA en ketamine staan we jammer genoeg in de top drie.
Beste collega's, het moet duidelijk zijn, die drugs maken onze samenleving kapot en verwoesten individuele mensenlevens. Een kordaat drugsbeleid is dan ook nodig. Dat zal een en-enverhaal zijn: we moeten de hele keten aanpakken van de bronlanden tot de controle op de invoer hier in onze luchthavens en onze zeehavens, en de geldstromen van die criminele organisaties. We moeten die organisaties raken waar het pijn doet. We moeten evenwel ook de criminaliteit in onze straten aanpakken. We moeten de gebruikers preventief benaderen en hen wijzen op hun verantwoordelijkheid in het financieren van die criminaliteit.
Mijnheer de minister, onder Arizona moet het duidelijk zijn dat niet de criminelen de baas zijn van de straten in onze steden, maar wel de ordediensten en dat wie criminele feiten pleegt, daarvoor wordt aangepakt. De feiten, of het nu het onderzoek is, de schietincidenten in Brussel of de aanslagen in Antwerpen, tonen elke week opnieuw duidelijk aan wat een absolute stommiteit Vivaldi heeft begaan door het Kanaalplan van minister Jambon af te schaffen. Dat plan zorgde ervoor dat er meer blauw op de straat was waar dat het meest nodig is, in Brussel en de Vlaamse rand en in Antwerpen alsook dat drugscriminaliteit kordater werd aangepakt.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is duidelijk. Welke timing stelt u voorop om dat Kanaalplan terug in te voeren? We zullen met de N-VA, met Arizona, met u, immers een kordater veiligheidsbeleid voeren. Welke timing stelt u voorop? Wilt u dat plan ook uitbreiden en versterken? De N-VA-fractie is alvast vragende partij.
Bernard Quintin:
Mijnheer Bergers, de recente cijfers over de hoge concentratie cocaïne in het Brusselse en Antwerpse rioolwater, zoals geapporteerd door het Europees drugsagentschap EUDA en het onderzoeksnetwerk SCORE, bevestigen de uitdaging waarvoor we staan in de strijd tegen drugscriminaliteit, inclusief consumptie. Opvallend is dat de concentratie aan restanten in onze hoofdstad volgens het EUDA verdubbeld is in vergelijking met vorig jaar, waardoor Brussel wat betreft cocaïnegebruik al op de vierde plek in Europa staat. Dat probleem treft niet alleen onze grootsteden, maar heeft een bredere impact op de samenleving en de openbare veiligheid.
Gisteren, tijdens de debatten over de beleidsverklaring in de commissie voor Binnenlandse Zaken, heb ik reeds uitvoerig mijn plan van aanpak uiteengezet voor de komende jaren. De strijd tegen drugs is een topprioriteit voor deze regering en het gaat over de mondigheid van de gebruikers. In dat kader zal er voor Brussel een Kanaalplan 2.0 worden ontwikkeld, zo vlug mogelijk, conform het regeerakkoord, waarbij de strijd tegen drugs centraal zal staan. Interessant is toch te noteren dat het kanaal loopt van Charleroi tot Antwerpen via Brussel.
De boodschap is duidelijk: er is geen plaats voor drugshandel in onze samenleving. De federale regering neemt haar verantwoordelijkheid en voert een doortastend beleid om deze plaag bij de wortel aan te pakken. Dat werd gisteren in de commissie bevestigd en de komende maanden zal dat beleid onverminderd worden doorgezet.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U weet dat ik ontzettend enthousiast ben – men zal ons dat niet verwijten – over deze regering, die eindelijk werk wil maken van een kordaat veiligheidsbeleid. Ik heb er alle vertrouwen in dat u het regeerakkoord zult uitvoeren en dat u werk zult maken van die kordate veiligheidsaanpak. Het moet mij echter wel van het hart dat we in het Parlement heel veel tijd spenderen aan vergaderen en debatteren – dat is belangrijk – en dat criminele organisaties dat niet doen. Zij verliezen geen tijd, maar winnen terrein en dus is het duidelijk dat er een aanpak nodig is. Wat het Kanaalplan betreft, is het geluk dat er al heel wat maatregelen uitgewerkt zijn door minister Jambon destijds en dat zij makkelijk opnieuw kunnen worden geïmplementeerd. Daarom roep ik u nogmaals op om hier snel werk van te maken. Er is al heel veel werk gedaan. We moeten hier het debat voeren, maar het is ook tijd voor actie. De burger verwacht dat van ons.
De EU-top van 6 maart over defensie en de steun aan Oekraïne
De Belgische positie in het internationale veiligheidsbeleid
De Europese defensietop na de recente wijzigingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van Oekraïne
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De besluiten en de uitwerking van de EU-top van 6 maart te Brussel
EU-top 6 maart: defensie, Oekraïne-steun, internationaal veiligheidsbeleid
Gesteld door
PS
Paul Magnette
CD&V
Koen Van den Heuvel
Groen
Staf Aerts
VB
Annick Ponthier
N-VA
Darya Safai
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europese defensieautonomie en financiering na Trumps onbetrouwbare VS-beleid en Poetins agressie, met België onder druk om 4 miljard extra te investeren. Magnette (PS) eist dat Poetin (niet burgers) betaalt en waarschuwt voor dure, inefficiënte Amerikaanse wapenaankopen (bv. F-35’s), terwijl De Wever (N-VA) en Van den Heuvel (CD&V) pleiten voor Europese samenwerking, industriële integratie en strategische autonomie—zonder versnippering of paniek. Critici (Aerts, Ponthier) vrezen ongedekte cheques en escalatie, terwijl Safai (N-VA) het EU-plan *"ReArm Europe"* (800 mjd) als historisch scharniermoment omarmt.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, l'heure est grave! Depuis son retour à la tête des États-Unis, Donald Trump sème le désordre partout. Il sème le désordre autour des États-Unis avec ses projets d'annexion du Groenland et du Canada. Il sème le désordre au Proche-Orient avec ses projets délirants pour la bande de Gaza et son soutien inconditionnel au gouvernement Netanyahou. Il sème le désordre chez nous avec ses mesures douanières qui menacent notre économie et nos emplois. Et il sème le désordre à nos frontières avec son alliance à peine cachée avec le dictateur Poutine et le lâchage en rase campagne de Zelensky et du peuple ukrainien. Trump met le feu au monde! Il est aujourd'hui la première menace pour notre sécurité.
Les Européens doivent prendre leur sort en main. Ils commencent à le faire timidement. Après l'invasion de l'Ukraine par Poutine, en quelques mois, nous nous sommes débarrassés du gaz russe. Nous devons désormais nous passer des armes américaines. Cela impose, c'est vrai, un investissement massif en matière de sécurité, mais pas à n'importe quelle condition. Il faut d'abord tirer les leçons du passé.
Voici 10 ans, le premier gouvernement MR/N-VA a acheté des avions américains, fasciné par le soutien américain.
Ces F-35 nous ont coûté une fortune, 5 milliards, et peut-être ne décolleront jamais. Et votre ministre de la Défense veut à nouveau investir massivement dans de l'armement américain. Il ne faut pas refaire cette erreur. Les investissements doivent profiter à notre économie et à nos emplois.
Et puis, il y a bien sûr la question que tous les Belges se posent. Qui va payer? Qui va payer? Pour nous, la réponse est très claire. Ce ne doit pas être les travailleurs, ce ne doit pas être les pensionnés. Le responsable de la guerre, c'est Poutine et c'est Poutine qui doit payer.
Ma question est donc claire, monsieur le premier ministre. Êtes-vous prêt à vous rallier aux Européens qui veulent saisir les avoirs (…)
Koen Van den Heuvel:
Beste collega's, vandaag is er grote onzekerheid op wereldvlak, zoals we ook hier al gehoord hebben. Een wispelturige Amerikaanse president, die blijkbaar heel goed bevriend is met de Russische beer, dwingt ons in Europa tot keuzes om de veiligheid van onze gezinnen te waarborgen en de democratie van morgen veilig te stellen. Daarbij moeten we een gezonde ambitie tonen, want de tijd is rijp om als Europeanen onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze strategische autonomie binnen Europa te versterken.
De extra veiligheidsinvesteringen in defensie zijn nodig. Daarbij telt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit. We moeten die middelen op de juiste, de meest efficiënte en strategische manier gebruiken. Het is niet de bedoeling dat we met onze goedgevulde portemonnee wereldwijd gaan shoppen. Ik denk dat we de juiste keuzes moeten maken. Dat wil zeggen dat we komaf moeten maken met de versnippering van de militaire investeringen binnen Europa. Gedaan met twaalf verschillende typen tanks, terwijl Amerika één tank heeft. Wij moeten kiezen voor meer Europese samenwerking, we moeten kiezen voor meer strategische autonomie binnen Europa en we moeten kiezen voor een sterke uitbouw van een goede innovatieve Europese defensie-industrie.
Mijnheer de premier, de voorbije weken nam u regelmatig deel aan Europees topoverleg, en dat zal in de toekomst nog meer gebeuren. Vandaar onze vraag welke boodschap u op Europees niveau zult brengen. Hoe ziet u de versterking van de militaire samenwerking binnen Europa? Hoe ziet u de uitbouw van een innovatieve, sterke Europese defensie-industrie? In welke mate speelt in uw ogen de Atlantische samenwerking daarin nog een versterkende rol?
Voorzitter:
Dan zijn er drie vragen die in de commissie werden ingediend en hier worden toegevoegd. De eerste vraag is van collega Aerts.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, collega's, ik neem jullie even mee naar mijn keukentafel van afgelopen maandag. Ik heb drie kinderen van 11 jaar, 15 jaar en 17 jaar. De jongste, Kasper, vroeg, heel ongerust: "Zal mijn grote broer, die volgend jaar 18 wordt, naar het leger moeten gaan en moeten gaan vechten in Oekraïne?" Zo ongerust zijn onze kinderen dus aan het worden. Die ongerustheid is er niet alleen bij onze kinderen, maar in onze hele samenleving.
Ik begrijp dat grotendeels, want de vernederende manier waarop Trump Zelensky vorige week in de hoek heeft gezet, tart alle verbeelding. Poetin is al langer een agressor, maar de VS toont zich echt als een ongelooflijk grote onbetrouwbare speler.
Wat ondertussen niet helpt om die onrust te bedaren, zijn politici die opgaan in het opbod, waarbij ze komen met meer miljarden, met F-35's die men wil bijkopen, Amerikaanse dan ook nog, en met drones. Iedereen heeft noodpakketten nodig. Net nog hoorde ik: pas op, want straks staan de Russische troepen hier op de Grote Markt in Brussel.
Dat gaat de onrust niet wegnemen. Neen, wat wij nodig hebben, zijn politici die niet panikeren maar organiseren, die het hoofd koel houden en die doordacht en samen met Europese partners het gesprek aangaan. Dat betekent meer Europese samenwerking, meer samenwerking, want anders gaan we de fouten maken die we al tientallen jaren aan het maken zijn. Elk land investeert in zijn eigen kleine legertje en internationaal staan we nergens. Dat betekent niet alleen investeren in defensie, maar ook in eerlijke vrede en veiligheid. Dat doen we met meer diplomatie, met meer ontwikkelingssamenwerking. Dat is net hetgene waarop u wil gaan besparen.
Mijnheer de eerste minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat we met België volop voor meer Europese samenwerking gaan op al die domeinen van veiligheid?
Darya Safai:
Mijnheer de premier, de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn het op de speciale Europese top in Brussel eens geworden over een ambitieus plan voor het versterken van de Europese defensie. Het plan, 'ReArm Europe', is goed voor 800 miljard euro.
Deze top zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Europa eindelijk wakker werd, de dag waarop wij onze harde veiligheid eindelijk opnieuw ernstig namen en de dag waarop onze defensie ontwaakte. Het is een scharniermoment waarop toekomstige generaties zullen terugkijken.
Nu moeten we belangrijke beslissingen nemen. Wij kunnen Europees wegen, op voorwaarde dat we over onze eigen schaduw heen stappen en met een duidelijke visie naar buiten komen. Een juiste visie vergt ook investeringen in defensie.
Mijnheer de premier, zoals u al eerder hebt gezegd, moeten er miljarden euro worden gezocht. Dat is juist. Ik ben blij dat u zich inzet om zo snel mogelijk de minimumnorm van de NAVO te bereiken en de geloofwaardigheid van dit land te herstellen.
Mijnheer de premier, wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top?
Hoe ziet u de verdere Europese samenwerking en de opbouw van de strategische autonomie?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, de geopolitieke veranderingen komen in sneltempo voorbij. Eerst was er de aangekondigde terugtrekking van de VS-steun aan Oekraïne en aansluitend daarop vond vorige week de Defensietop plaats, waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe plan lanceerde ten belope van 800 miljard euro. Het merendeel daarvan, 650 miljard, zou moeten komen van extra uitgaven van de lidstaten en de rest van leningen.
Wat vaststaat, is dat de sense of urgency wat betreft de versterking van onze nationale en Europese defensiecapaciteit bij vrijwel iedereen begint te dagen. Intussen ligt er een voorstel tot staakt-het-vuren op tafel, met de steun van de VS en Oekraïne en vernemen we vandaag dat het Russische regime zijn eigen eisen ter zake stelt. In elk geval lijkt de diplomatie het op dit moment te halen van de oorlogsretoriek. Dat verhinderde uw minister van Defensie echter niet om tijdens het bilateraal overleg met president Zelensky maar liefst 1 miljard euro extra militaire steun te beloven.
Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de verdere afwikkeling van dit conflict en ik wil u dan ook graag de volgende vragen stellen. Wat betekent het ReArm Europe plan voor België en de inspanningen of het vlak van defensie? Wat betekent dit voor onze defensie-industrie? Wat als er effectief een staakt-het-vuren komt of op termijn een vredesakkoord? Welke rol zal België dan volgens u moeten spelen?
Bart De Wever:
Monsieur Magnette, je comprends votre manque d’enthousiasme à l’égard de M. Trump, mais dire, en tant que pays membre de l’OTAN, que les États-Unis sont la première menace pour notre sécurité est un non-sens dangereux. Tout comme l’est le fait de dire qu’il suffirait simplement de saisir les avoirs gelés, et je pense que vous le savez. J’appelle tout le monde au calme, à rester serein et à dire moins d’inepties.
Le 6 mars s’est tenu un Conseil européen extraordinaire. L’ordre du jour portait sur deux grands thèmes: l’Ukraine et la défense européenne. Cette réunion faisait suite à la réunion informelle en matière de défense de février, au cours de laquelle il fut question de renforcer la capacité de l’Union européenne à faire face aux menaces sécuritaires actuelles et futures.
Permettez-moi de commencer par les conclusions relatives à la défense. Il est clair que la capacité de défense européenne doit être renforcée. L’Union européenne prévoit dès lors des possibilités pour encourager les États membres à dépenser davantage en matière de défense. Elle présentera des décisions concrètes à ce propos au cours du Conseil européen du 20 mars. Comme je viens de l’exposer, nous devrons en tout cas accélérer l’augmentation de notre budget.
In de Raad hebben alle leiders unaniem de wil uitgesproken om onze strategische afhankelijkheden te verminderen en de kritieke capaciteitsgaten op te vullen. Sommigen menen blijkbaar dat dit heel eenvoudig is, maar het zal tijd vergen. We moeten in de toekomst maximaal op onszelf kunnen rekenen bij bedreigingen van onze veiligheid. Tot zolang zou ik alle anti-Amerikaanse statements eerlijk gezegd achterwege laten. Minstens tot zolang.
Om dat te realiseren, zal de Europese defensie-industrie zich dus maximaal moeten gaan ontplooien. Daarbij zullen inderdaad – mijnheer Van den Heuvel, u hebt dat aangeraakt – moeilijke maar levensnoodzakelijke keuzes gemaakt moeten worden inzake de integratie van die industrie op Europees niveau, en dus ook inzake de integratie van militaire capaciteiten. We weten dat allang. Het is een moeilijke weg, maar de dingen bewegen nu wel heel snel.
Voor de financiering van al die ambities wordt de Europese Investeringsbank vanaf nu niet langer ontmoedigd, maar gestimuleerd om te investeren in de defensiesector. Daarnaast zal er zeker mobilisatie nodig zijn van privékapitaal. Dit onderstreept eens te meer de noodzaak van een kapitaalmarktenunie om investeringen efficiënter en sneller te laten doorstromen. Ook hier, we weten dat allang, vergt dit moeilijke keuzes die vandaag echter snel noodzakelijk worden.
Commissievoorzitter Von der Leyen komt zeer binnenkort, normaal gezien volgende week, met een witboek over de toekomst van de Europese defensie, op basis waarvan de Raad naar ik hoop snel de nodige beslissingen zal kunnen nemen.
En ce qui concerne l'Ukraine, 26 É tats membres de l'Union, à l'exception de la Hongrie, ont réaffirmé leur soutien indéfectible à ce pays et à son intégrité territoriale.
Ik mag eigenlijk hopen dat we daar allemaal achter staan, dat we allemaal achter de steun voor Oekraïne staan; tenzij we tot de vijfde colonne van Poetin zouden behoren.
L'Union continuera de soutenir l'Ukraine par tous les moyens possibles: politiques, financiers, humanitaires et aussi militaires. Et j'en suis fier! En parallèle, l'Union maintiendra la pression sur la Russie grâce aux sanctions et à leur application renforcée. L'objectif reste qu'une Ukraine aussi forte que possible puisse s'asseoir à la table des négociations, parce que c'est clair pour nous et pour l'Union européenne: l'Ukraine doit être pleinement impliquée dans les négociations sur son propre avenir. Cela s'inscrit dans le principe plus large de la paix par la force, peace through strength . Ce n'est qu'en étant fortes qu'une Ukraine et une Europe résilientes pourront obtenir une paix durable et juste.
Al de rest lijkt mij ook naïeve onzin die we hier beter niet zouden vertellen. Op 15 maart zal ik deelnemen aan de virtual of leaders meeting on Ukraine op initiatief van de Britse eerste minister Keir Starmer. Op 20 maart zal ook de Europese Raad opnieuw samenkomen. Oekraïne en defensie zullen opnieuw op de agenda staan, samen met een aantal andere cruciale thema’s, zoals de versterking van de Europese competitiviteit, economische veerkracht, migratie, buitenlandse relaties, het beleid rond oceanen en milieu en de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daarnaast zal deze Europese Raad een eerste aanzet geven tot de opmaak van het volgend meerjarig financieel kader, waar ongetwijfeld ook meer ruimte voor defensie zal moeten worden voorzien. Dat is de stand van zaken.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, votre réponse – comme vous éludez l'essentiel des questions, je ne sais pas si c'en est vraiment une – ne nous rassure pas. Dans une interview récente, vous avez déclaré que vous alliez augmenter les dépenses de 4 milliards et que vous alliez essayer, je cite, de "ne pas faire trop mal aux Belges". Mais vous faites déjà très mal aux Belges!
Vous faites déjà mal aux travailleurs, qui ne toucheront que quelques dizaines d'euros en plus dans quatre ans, et qui devront travailler plus longtemps, pour une plus petite pension. Vous faites mal aux pensionnés qui, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux invalides, aux personnes en situation de handicap, qui eux aussi, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux patients, qui subiront les conséquences de 2 milliards d'économies dans les soins de santé.
Et, aujourd'hui, vous n'apportez aucune réponse à la question de savoir qui va payer. Vous vous cantonnez à des déclarations extrêmement vagues. En vous écoutant, on ne comprend pas qui payera cet effort de guerre. Les Belges ne sont pas responsables des délires de Trump et de Poutine. Ce n'est pas à eux de payer, c'est inacceptable, et nous continuerons à nous y opposer, avec toutes nos forces!
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Het is heel duidelijk, er zal in de toekomst heel wat meer geld naar defensie gaan. Toch is niet enkel de kwantiteit belangrijk, maar ook de kwaliteit. Voor ons is het heel duidelijk: wij willen niet langer een versnippering van militaire investeringen in Europa, maar wel een grotere Europese samenwerking, een grotere strategische autonomie binnen Europa en een sterkere Europese defensie-industrie.
Mijnheer de premier, we kunnen daar misschien als klein land een heel constructieve rol in spelen om het Europese orkest harmonieuzer te laten klinken. Ik wens u daarmee veel succes!
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, collega's, vrede en veiligheid moeten voorop staan. We zullen dus meer moeten investeren in defensie. We kunnen ons immers niet verdedigen tegen Poetin met mes en vork. We moeten wel slim, strategisch en effectief investeren, niet in het wilde weg of holderdebolder.
Premier, ik heb uw oproep goed gehoord. U roept iedereen op om sereen en kalm te blijven, maar ik hoop dat uw minister van Defensie die oproep ook gehoord heeft. Hij is immers ballonnetje na ballonnetje aan het lanceren om het defensiebudget hoger te krijgen.
Waar dat geld vandaan zal komen, is vandaag echter nog niet geweten. Dat is nog een grote ongedekte cheque. Daarover moet echter zeer goed nagedacht worden. Laat ons die cheque ook niet opblazen door alleen maar op een slechte manier te investeren. Volg dus de oproep van de cd&v-collega's om in te zetten op meer efficiëntie en meer samenwerking binnen de Europese Unie. Dat is wat we vandaag absoluut nodig hebben in deze ongeruste wereld.
Darya Safai:
Dank u wel, premier, voor uw antwoorden, voor uw inzet en voor alle maatregelen die u treft voor onze veiligheid en onze toekomst.
Collega’s, in de huidige geopolitieke toestand mogen we geen freerider meer zijn. Wij moeten extra inspanningen leveren voor onze eigen veiligheid als gevolg van het non-beleid van de vorige regering. Nu het nieuwe Amerikaanse bestuur andere beslissingen neemt, komt de beslissing van de Europese Unie op een cruciaal moment voor Oekraïne en de Europese veiligheid. Zoals u zei, is het belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Dat is trouwens ook goed voor onze eigen vrede en voor de welvaart in Europa.
Collega’s, elke crisis brengt opportuniteiten met zich mee. De huidige moeilijke tijden kunnen ons in staat stellen om ons beter voor te bereiden op de komende uitdagingen. Samen kunnen we die uitdagingen aan.
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, de vredesonderhandelingen die momenteel plaatsvinden en die een sprankeltje hoop op vrede in Oekraïne en op veiligheid in Europa bieden, moeten volgens ons alle kansen krijgen. We moeten dan ook uiterst omzichtig omspringen met beslissingen die een escalatie kunnen uitlokken of die het vredesproces kunnen dwarsbomen. Wat ons betreft, hebben we alle miljarden nodig om eerst onze eigen defensiecapaciteit herop te bouwen en onze samenleving en onze mensen veilig te stellen. Dus versterking van onze eigen defensiecapaciteit, ja. Versterking van onze eigen defensie-industrie, ja. Toekomstige generaties opzadelen met een gigantische schuldenberg via dat ReArm Europe plan, neen. Daartoe zullen een aantal heilige huisjes moeten sneuvelen. De oplossing ligt voor de hand: bespaar snel op migratie, bespaar op de politieke factuur en bespaar op de miljardentransfers.
Het Defensiefonds
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
De militaire hulp aan Oekraïne
De herziening van het defensiebudget als gevolg van de internationale druk
Het Belgische standpunt met betrekking tot de oorlog in Oekraïne
De Europese strategische autonomie
De krijtlijnen van de Europese top van 6 maart
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De onduidelijkheid over de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp
De pistes om de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp te financieren
Het investeringsplan voor defensie en de strategische prioriteiten
De Europese defensietop van 6 maart en de versnelde verhoging van de uitgaven tot 2 % van het bbp
De versnelde verhoging van de Belgische defensie-uitgaven
België, Europese defensie en militaire steun aan Oekraïne
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belgiës versnelde defensie-investeringen om de NAVO-norm van 2% BBP (nu al tegen eind 2024 in plaats van 2029) te halen, met focus op financiering, Europese strategische autonomie en steun aan Oekraïne. Kernpunten: De regering zoekt 17 miljard euro extra (4 miljard dit jaar) via een Defensiefonds (dividenden/verkoop staatsdeelnemingen) en Europese flexibiliteit (ReArm Europe-plan, schulden buiten begroting). Twistpunten: verkoop strategische bedrijven (bv. Proximus), afhankelijkheid van VS (F-35), en Oekraïne-steun (1 miljard euro, maar onduidelijkheid over vredesonderhandelingen en gebiedsafstand). Kritiek op gebrek aan structurele oplossingen en risico’s van schuldenstijging. Francken benadrukt NAVO-loyaliteit, maar erkent nood aan Europese defensiesamenwerking—zonder volwaardig Europees leger.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vais vous poser plusieurs questions, parce que, depuis l'accord de gouvernement, vous avez fait de nombreuses déclarations. La situation internationale a changé, s'est complexifiée et est devenue encore plus dangereuse. Mais, surtout, je trouve que vous n'êtes pas très aidé par les partenaires de votre coalition.
Sur le Fonds Défense, par exemple, vous avez déclaré qu'il y aura une vente d'actifs et qu'il faudra définir quels sont les actifs stratégiques et non stratégiques. Je vous dis déjà qu'au niveau du Parti Socialiste, nous ne sommes pas d'accord sur le principe de vendre des entreprises publiques pour financer l'achat d'armes. Par ailleurs, j'ai entendu M. Van Peteghem dire que "si c'est neutralisé par l'Europe, il faudra quand même payer". Il n'a pas l'air très ouvert à votre proposition. J'aimerais donc vous entendre à ce sujet.
Puis, une autre idée est venue des Engagés visant à doubler la taxe sur les plus-values. Mais deux fois zéro, en 2025, cela reste quand même zéro! Monsieur le ministre, comment voyez-vous les choses avec vos partenaires?
Et ensuite, je vois à l'agenda d'aujourd'hui, dans le cadre de ce même débat, une question du MR sur le flou autour de l'objectif des 2 % du PIB dédiés à la Défense. Je vous souhaite déjà bonne chance pour ramener la sérénité dans l'équipe gouvernementale autour de vos objectifs.
Je vais être un peu moins taquin vis-à-vis des autres et je vais un peu vous ennuyer, monsieur le ministre. Nous nous connaissons depuis longtemps, depuis 2012. En 2012, j'avais porté au nom du PS une résolution sur l'Europe de la Défense, dont on parle beaucoup aujourd'hui. J'ai repris les commentaires de l'époque et je vous cite, monsieur le ministre: "Une défense européenne demeure un rêve lointain qui n'est pas réalisable. La piste actuelle d'une défense européenne dans un avenir lointain ne mène à rien."
Heureusement, depuis 2012, je vous ai vu évoluer et vos dernières déclarations me rassurent quelque peu. Cependant, j'aimerais que vous confirmiez résolument votre attachement et votre ambition à mener une politique européenne en la matière et donc à faire en sorte que nous participions à l'autonomie stratégique européenne à 100 %. Je m'étonne également des déclarations, toujours d'un partenaire de votre majorité, en l'occurrence M. Charles Michel, qui, après un long congé, revient en disant qu'on va continuer à acheter des F-35, qu'il faut continuer à acheter américain parce que Donald Trump n'est là que pour quatre ans.
Le débat n'est pas Donald Trump, le débat, c'est l'autonomie stratégique de l'Europe. Allons-nous continuer à se mettre pieds et poings liés dans les intérêts américains ou allons-nous assumer nos souverainetés stratégiques sur le plan de la défense, de l'économie, de la production énergétique? Allons-nous continuer business as usual ?
Par ailleurs, à quoi vont servir effectivement les milliards annoncés par l'Europe à travers son plan ReArm Europe qui est déjà contesté aux Pays-Bas? J'ai lu la presse. La Chambre basse aux Pays-Bas s'oppose au plan européen de réarmer l'Europe. Or, j'avais cru comprendre que nous avions une collaboration avec les Pays-Bas en matière de marine. Donc qu'est-ce que cela signifie pour vous? Quel est le signal donné par les Pays-Bas en la matière?
Face à l'annonce américaine de stopper l'aide à l'Ukraine – elle vient d'être reprise puisqu'il y a un cessez-le-feu –, quelle position défendez-vous? Pouvez-vous nous faire le point sur l'aide belge à l'Ukraine? Je parle d'un cessez-le-feu, mais il s'agit plutôt d'une tentative de cessez-le-feu, car il faudra que les Russes l'acceptent.
Quelles sont les conséquences des décisions prises par vos homologues européens? Je vous demande de bien vouloir confirmer que vous êtes attaché à 100 % à un pilier européen au sein de l'OTAN et à une autonomie stratégique de l'Europe au sein de sa défense.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, gisteren vond een gesprek plaats tussen Amerikaanse en Oekraïense delegaties in Jeddah, Saoedi-Arabië. Wij hebben dit met heel veel belangstelling gevolgd, aangezien het de eerste ontmoeting was na het verschrikkelijke incident tussen de twee landen, tussen Trump en Zelensky. Het resultaat van het overleg is dat Oekraïne akkoord gaat met het voorstel van de Verenigde Staten over een voorlopig staakt-het-vuren. We moeten nu wachten op de reactie van Rusland, dat vanochtend niet erg enthousiast was, maar we moeten nog afwachten.
Die vooruitgang neemt niet weg dat Europa de rug moet rechten en de defensie-uitgaven moet opschroeven. Dat is iets waarvoor u ook steeds pleit. In de media verklaarde u dat binnen de regering besproken zal worden hoe we eerder tot die 2 % kunnen komen. In het regeerakkoord staat dat die 2 % bereikt moet worden tegen 2029. De eerste minister zei ook dat hij miljarden euro zoekt. Vanochtend kwamen de partijvoorzitters bijeen om te bekijken waar dat geld het best kan worden gevonden.
Op 6 maart werd er een Europese top georganiseerd waar de situatie in Oekraïne besproken werd, evenals de toekomst van de Europese defensie in de NAVO. Ik benadruk dat laatste. President Zelensky had een onderhoud met de Belgische regering voor deze top van 6 maart. Een dag eerder sprak president Macron over Franse nucleaire afschrikking bij de bescherming van Europese bondgenoten. Ik veronderstel dat dit werd meegenomen op die top.
Mijnheer de minister, hoe verliep het contact met president Zelensky voor de aanvang van de top? Wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top? Hoe ziet u verdere Europese samenwerking met betrekking tot de opbouw van strategische autonomie? Welke conclusies trekt u op het vlak van de bereidheid van de Europese partners om de defensie-industrie op te schalen? Welke besluiten werden er genomen op het vlak van financiering?
Werd de nucleaire afschrikking die de Franse president op tafel bracht, meegenomen in een bredere discussie?
Mijn laatste vraag gaat over het budget dat wij uittrekken voor de NAVO. De Verenigde Staten dringen erop aan dat elke NAVO-lidstaat, net als zijzelf, ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Wij hebben anders besloten, maar binnen welke termijn moeten de inspanningen volgens u gebeuren? Wat vindt u een realistische doelstelling?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de afgelopen dagen en weken heb ik veel informatie opgevangen via de pers. U geeft veel interviews, u staat vaak in de krant, ik ben er zelf een beetje jaloers op. Ik lees die artikels zeer aandachtig, al blijf ik het jammer vinden dat, in de geopolitieke situatie waarin we zitten en die elke dag grondig wijzigt, mijn vraag om de commissie bijeen te roepen niet werd ingewilligd. Zoals we weten, kan in 24 uur de situatie volledig wijzigen. Ik vind dus dat de discussie hier moet worden gevoerd, hoe belangrijk en leuk het ook is om dat in de krant en op X te doen. Maar goed, we zijn hier vandaag samen om dit te behandelen.
Het gevolg van al die informatie in de pers is dat een aantal van de vragen die ik had ingediend intussen al enigszins achterhaald zijn. Dat komt natuurlijk door de geopolitieke situatie, die telkens grondig wijzigt, maar tegelijk roept dat ook weer nieuwe vragen op. Ik wil ingaan op twee punten in dit debat: de financiering van defensie en Oekraïne.
Mijn eerste punt betreft de financiering van onze Belgische defensie. We hebben veel mogen lezen over of die uitgaven binnen of buiten de begroting moeten gebeuren, met een uitgebreide discussie op Europees niveau. Het mag nu dus buiten de begroting en er zullen geen EU-sancties volgen, maar dat is meteen het enige positieve. Ik denk dat u dat ook wel weet, mijnheer de minister, buiten de begroting, dat bestaat natuurlijk niet. De uitgaven voor defensie zullen oplopen en dat zal ervoor zorgen dat het begrotingstekort groter wordt, waardoor ook de schuldgraad zal stijgen.
Die rekening zal uiteindelijk betaald moeten worden. Het enige positieve is dat we geen EU-sancties zullen krijgen. In de Nederlandse Tweede Kamer werd het plan gisteren al weggestemd, dus we moeten nog zien hoe dat allemaal zal lopen. We moeten een kat een kat blijven noemen. We moeten heel wat centen vinden voor defensie, of dat op papier nu binnen of buiten de begroting zal zijn.
Mijn tweede punt gaat over de middelen voor defensie. Naar aanleiding van de regeerverklaring hebben we daar ook al over gesproken. Toen was de situatie zo dat we naar 2 % zouden evalueren tegen 2029 en dus had u nog 3 à 4 miljard euro nodig die u zou financieren met het defensiefonds. Dat was het plan om structureel de 2 % te bereiken tegen 2029.
Nu is het zo dat die 4 miljard euro voor de zomer gehaald moet worden. Dat betekent dat de 4 miljard euro die we gingen spijzen via het Defensiefonds nu voor de zomer, dus binnen drie maanden, op tafel moet liggen. Daarnaast hebben we van de minister van Begroting gehoord dat we in totaal 17 miljard euro nodig hebben om de 2 % tussen de zomer van dit jaar tot en met 2029 te halen. Dat betekent dat we nog 13 miljard euro moeten vinden en dan spreken we nog niet over de vraag wat er na 2029 moet gebeuren, want die 2 % van het bbp zou een structurele inspanning moeten zijn. Die 17 miljard euro gaat enkel over de periode van nu tot en met 2029.
Mijnheer de minister, u staat voor een huzarenstuk om die middelen te vinden. Ik hoor op dit moment bijzonder veel gegoochel met cijfers in de kranten en in tv-studio's. De ideeën vliegen in het rond, vandaar mijn concrete vragen.
Mijnheer de minister, hoe en waar zult u de 4 miljard euro aan middelen voor defensie voor de zomer vinden? Hoe en waar zult u de overige 13 miljard euro tegen 2029 halen en hoe zult u ervoor zorgen dat die middelen structureel verankerd zijn, zodat we dat niveau kunnen aanhouden na 2029?
Het tweede punt dat ik wil aanhalen, is Oekraïne. We hebben straks – of het zal misschien tijdens een volgende vergadering zijn – nog vragen over de concrete militaire en financiële steun. Ik wil nog kort ingaan op het standpunt van de federale regering over het vredesproces in Oekraïne.
U bent altijd zeer vocaal geweest over dit conflict. U hebt gezegd dat de Belgische boots on the ground bij vredesoperaties de logica zelve zijn. Daarna stelde u ineens dat Oekraïne zeer realistisch moet zijn. Afstand doen van door Rusland veroverde gebieden zou bij zo’n vredesproces horen, maar na uw ontmoeting met Zelensky afgelopen week lazen we weer wat anders. Slava Ukraini! Ook de financiële steun werd weer teruggebracht naar 1 miljard euro. Het Open Vld-standpunt is dat de Europese Unie en België met één stem moeten spreken en dat zij zich onvoorwaardelijk achter Oekraïne moeten scharen. Er is geen ruimte om in deze fase al tegemoet te komen aan de Russische agressor. In een onderhandeling waarvan de EU momenteel zelfs geen deel van uitmaakt, is dat strategisch niet verstandig.
Wat is het officiële en volledige standpunt van deze federale regering? Ik vraag naar uw mening als minister, niet naar uw mening als politiek analist of commentator.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, er is de laatste weken al zeer veel gezegd over de extra middelen die Defensie nodig heeft. Die zijn van cruciaal belang om het beoogde defensieapparaat uit te kunnen bouwen. Het regeerakkoord stipuleert om voor Defensie naar 2 % van het bbp te evolueren. U wordt nu in snelheid gepakt door de snel wijzigende geopolitieke situatie. Dat is niets nieuws natuurlijk. Die 2 %-norm tegen 2029 is intussen compleet achterhaald. Die 2 % moet onder druk van de NAVO en alle internationale partners sneller, tegen deze zomer, gehaald worden. Daarom wordt de trukendoos bovengehaald. Ik hoop alleszins dat het geen trukendoos zal zijn. Er wordt out of the box gedacht en dat is ook wel echt nodig.
Iemand zal echter de rekening moeten betalen. Of we het nu hebben over het plan-Van Peteghem of het buiten de begroting houden van de middelen van de Europese Unie, iemand zal de rekening moeten betalen. Die plannen lijken op dit moment echter onvoldoende financieel onderbouwd te zijn. Ik hoop dat u dat zo meteen kunt toelichten.
Mijn vragen zijn tweeledig, maar hangen onlosmakelijk samen.
Wat zal het groeitraject inhouden richting de 2 %-norm tegen deze zomer? Wat betekent die norm concreet cijfermatig?
In deze commissie hebben we het al gehad over de inhoud van het Defensiefonds, die niet zo structureel lijkt als wordt voorgesteld. Zult u het Defensiefonds inhoudelijk herbekijken, gezien de huidige noden?
Welke impact zal de defensie-inspanning van België hebben op onze internationale betrouwbaarheid? Momenteel staat die betrouwbaarheid immers zeer sterk onder druk, om het eufemistisch uit te drukken.
Vervolgens heb ik een vraag over de defensietop van 6 maart jongstleden waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe Plan voorstelde. Vorige week was internationaal zeer bewogen. U hebt een overleg gehad met president Zelensky tijdens hetwelk u bepaalde beloftes hebt gedaan, ook op budgettair vlak. Ik heb het niet over de inzet, maar echt over budgettaire afspraken die u hebt gemaakt. U zou een bod hebben gedaan van 1 miljard euro, opgesplitst in steun voor grond-luchtbescherming, munitie en dergelijke. Misschien zult u dat zo meteen specificeren.
Kunt u verduidelijken wat er tijdens dat overleg precies is gezegd inzake de budgettaire inspanningen? Hoe rijmt u dat met uw eerdere uitspraken over de vredesonderhandelingen en de gebiedsafstand die Oekraïne zou moeten doen om tot een onderhandeld vredesakkoord te komen? De eerste minister heeft uw uitspraken tegengesproken. Ik zou daar dus graag verduidelijking over krijgen.
Wat is de budgettaire impact van de beloofde steun aan Oekraïne van 1 miljard euro voor onze Belgische Defensie en onze defensiecapaciteit? Welke geplande aankopen of investeringen zouden daardoor misschien on hold worden gezet? Hoe verantwoordt u dat? Wat is de impact daarvan op het bereiken van de door u aangehaalde 2 %-norm?
Wat het ReArm Europe Plan betreft, wat is uw visie op het feit dat de desbetreffende middelen buiten de begroting zullen gehouden worden en op de eventuele verschuivingen op het vlak van budgettaire inspanningen in België of tijdens de regeringsonderhandelingen? Hoe zal de Belgische defensie-industrie worden betrokken bij het ReArm Europe Plan? Hebt u daarover reeds contacten gehad? Wat zal ter zake de communautaire verdeling inhouden? Welk aandeel zou België voor zijn rekening nemen in de nog geplande militaire steun aan Oekraïne? Wat zal daarvan de budgettaire impact zijn?
Charlotte Deborsu:
Monsieur le ministre, la situation géopolitique actuelle ne nous laisse plus le choix: la Belgique doit accélérer son effort en matière de défense. Notre pays est depuis des années à la traîne derrière ses partenaires de l’OTAN avec un budget sous-financé, très loin du seuil de 2 % du PIB.
Aujourd’hui, un consensus semble émerger quant à cet objectif, mais les annonces récentes des uns et des autres laissent paraître un certain flou quant à la méthode et au calendrier. Vous et le premier ministre êtes sur la même longueur d’onde. À l’inverse, le ministre des Affaires étrangères émet des doutes quant à la faisabilité budgétaire d’une telle accélération.
Quelle est la position officielle du gouvernement? L’objectif est-il bien de parvenir aux 2 % dès 2025 et selon quel calendrier. Au-delà des chiffres, il y a la priorité stratégique. La semaine dernière, vous évoquiez un plan d’investissement qui sera soumis en Conseil des ministres.
En parallèle, la Commission européenne envisage via son projet ReArm Europe de ne pas inclure certaines dépenses militaires dans le calcul des déficits. Quels seront les axes principaux de ce plan d’investissement? Quelles capacités seront-elles renforcées en premier lieu? La cyberdéfense? Les opérations extérieures? L’armée de terre? Les forces spéciales?
Dans un contexte où chaque euro compte, comment garantir que ces fonds seront utilisés de manière efficace et stratégique? Avant d’augmenter le budget, ne faudrait-il pas un audit précis de nos dépenses actuelles pour éviter tout gaspillage et optimiser les futurs investissements.
Il reste la question cruciale du financement. Plusieurs pistes ont été évoquées. Un plan détaillé a-t-il été arrêté pour financer cette montée en puissance? Quelles alternatives durables envisagez-vous pour assurer un financement stable et pérenne de notre Défense au vu de ces nouveaux délais?
Denis Ducarme:
Au niveau du MR, nous avons passé des dizaines d'heures ensemble, monsieur Francken, pour négocier cet accord en matière de Défense. Nous sommes satisfaits car il existe au moins deux engagements clairs, que je voudrais souligner dans le cadre de mon intervention.
Enfin, il y a un engagement du gouvernement belge à atteindre l'investissement de 2 % du PIB en matière de Défense dans le courant de la législature. C’est ce qui est écrit dans cet accord de gouvernement. C'est évidemment une bonne chose, une bonne nouvelle. Il aurait été impossible de déterminer un tel objectif avec une participation socialiste ou écologiste dans ce gouvernement. Enfin, nous allons pouvoir avancer, même peut-être plus vite. Souvent, on reporte les dates mais ici, compte tenu de la situation géopolitique, nous les avançons. Vous nous direz sans doute qu'une part des idées et des propositions doivent être débattues d’une manière plus précise et plus profonde au Conseil des ministres.
Évidemment, vous nous direz la manière dont on va pouvoir profiter du plan ReArm Europe. Vous nous direz peut-être aussi, parce que j'ai vu une déclaration de votre collègue Lecornu, la manière dont la Belgique va pouvoir profiter ou non des intérêts des avoirs russes gelés. M. Lecornu disait qu'il y avait 200 millions d'intérêts qui allaient pouvoir participer, au départ de cette manne, à l'effort français de défense.
Donc, nous devons aller plus vite. Tout le monde est d'accord. Nous ne devons sans doute pas nous précipiter. Le débat aura lieu cette semaine au gouvernement. Vous pourrez sans doute nous en dire quelques mots, monsieur le ministre.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de arizonaregering heeft beslist deze zomer versneld de NAVO-norm van 2 % van het bruto binnenlands product te bereiken om de Russische dreiging af te wenden. Uit de cijfers blijkt dat Europese NAVO-lidstaten vandaag al twee tot drie keer meer uitgeven aan defensie dan Rusland. We investeren dus samen al lange tijd volop in defensie, meer dan Rusland.
Desondanks stelt minister Van Peteghem dat we de komende vier jaar 17,2 miljard euro extra in defensie moeten investeren. De aandeelhouders van de grote wapenbedrijven zijn de gelukkigen. Via het project ReArm Europe krijgen EU-lidstaten de mogelijkheid om die uitgaven buiten de begroting te houden. De heer Conner Rousseau vindt dat plots een goed idee. Nochtans is dat heel hypocriet. Uitgaven in de defensie-industrie worden buiten de begroting gehouden, terwijl besparingen op de sociale zekerheid en de pensioenen binnen de begroting blijven. De heer Georges-Louis Bouchez ziet zijn kans. Na de aanval op de pensioenen en de vrouwen valt hij nu zelfs de kinderbijslag aan, die binnen de begroting valt.
Mijnheer de minister, u bent het waarschijnlijk eens met de heer Georges-Louis Bouchez. U hebt zelf al eerder gesteld dat onze sociale zekerheid te vet staat en dat besparingen binnen de sociale zekerheid niet per se onmenselijk zijn.
Tijdens de vorige commissievergadering van amper een paar weken geleden hebt u uitgelegd dat de arizonaregering binnen de begroting een inhaaloperatie van het STAR-plan zal uitvoeren om tegen 2029 een structurele verhoging van 1 miljard euro voor Defensie te realiseren. Nu wilt u dat doel evenwel deze zomer al bereiken. Hoe denkt u dat budget op zo'n korte termijn vrij te maken?
De verkoop van overheidsparticipaties verlaagt de structurele inkomsten door het verlies via dividenden en winsten. U had gepland om het grootste deel van de defensie-investeringen via uw Defensiefonds te realiseren. Nu wil de arizonaregering na ruim drie maanden die 2 %-norm al bereiken. Hoe zult u dat realiseren met een fonds dat nog niet eens bestaat?
Hoe kunt u verklaren dat de structurele aankoop van wapens buiten de begroting valt, terwijl dat onmogelijk is voor de pensioenen, de klimaatcrisis of pakweg het openbaar vervoer?
Axel Weydts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de discussie is enigszins voorbarig. Indien ik mij immers niet vergis, moeten deze week de kern en de regering nog passeren in het hele traject richting de bewuste 2 %. Vooruit heeft al publiekelijk verklaard dat wij absoluut geen probleem hebben met een versnelde verhoging van het defensiebudget. Dat zal ook nodig zijn, gelet op de toenemende dreiging. Op dat vlak hebben wij dus geen probleem.
Het enige waarover wij ons enigszins zorgen maken, is de vraag op welke manier u die verhoging meent te zullen realiseren. Het is immers soms verwarrend. Soms wordt gesteld dat tegen de zomer van 2025 met een plan naar buiten zal worden gekomen om richting 2 % te gaan tegen eind 2025. Soms horen wij in de pers, tenzij een en ander anders is vertaald door de media, dat tegen de zomer van 2025 die 2 % moet zijn uitgegeven.
Ik ben geen begrotingsexpert, maar ik zie niet voor mij op welke manier u dat zult doen. Ik zie niet in hoe u op 4 maanden tijd effectief 4 miljard euro uitgegeven zult hebben, het materieel geleverd zult krijgen en de facturen betaald zult hebben. Ik ben geen expert, maar dat alles zou wel heel erg snel zijn. Kunt u voor de commissie toelichten hoe u de situatie ziet en hoe u denkt op zo'n korte termijn zoveel geld te kunnen uitgeven?
Een tweede punt zijn de prioriteiten die worden gegeven. Het is heel duidelijk dat er een aantal prioriteiten zijn die door weinig partijen in vraag worden gesteld, zoals munitie en luchtverdediging , maar ook de hybride dreiging die vandaag heel actief is. Die dreiging is niet altijd heel zichtbaar, maar ze is vandaag wel bezig. Vandaag zijn wij de facto verwikkeld in een hybride oorlog met Rusland. Ziet u ook de strijd tegen de hybride dreiging als een van de belangrijkste prioriteiten bij het versneld verhogen van ons defensiebudget?
François De Smet:
Monsieur le ministre, bien qu'étant dans l'opposition, je trouve qu'il est absolument nécessaire de parvenir à ces 2 %, et même davantage, rapidement, si possible cet été. Nous vous soutenons là-dessus.
Je crois par contre qu'il y a un effort de pédagogie à faire vis-à-vis de la population. Il faut expliquer qu'il ne s'agit pas tant d'éviter que des chars russes se retrouvent sur la place de Brouckère demain que de lutter contre la guerre hybride. Il faut expliquer ce qu'est la guerre hybride, la lutte contre le piratage informatique, etc.
Je voudrais placer deux balises. D'abord, sur l'alimentation de ce fonds, pour passer de 8 à 12 milliards extrêmement rapidement. Je ne voudrais pas que cela soit l'occasion d'expédier un peu trop facilement certains bijoux de famille. Il faut faire la différence entre deux types de participation. Il y a les participations dans les banques, pour lesquelles tout le monde comprend que l'État n'a pas vocation à rester propriétaire de banques. Nous le sommes uniquement parce que, en 2008, il a fallu les sauver à tout prix. Donc, si on dirige les dividendes et des actifs, comme Belfius le demande elle-même, ou BNP Paribas, pour alimenter notre fonds de défense, c'est de la bonne gestion.
Par contre, je ne voudrais pas qu'on utilise le combo magique d'avoir des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense pour se séparer d'actifs stratégiques comme Proximus et bpost. Non seulement parce que, en raison de la valeur actuelle de l'action, ce ne serait vraiment pas le moment, mais surtout parce que ce sont des entreprises qui ont une haute valeur stratégique de service public.
Ensuite, il y a la destination de cet argent. Qu'allons-nous en faire? La revitalisation de l'industrie belge et européenne représente évidemment des bonnes solutions. Par contre, notre ministre de la Défense, avec tout le respect que je lui porte, est plutôt dans un fort tropisme pro-américain. Et il y a le fameux dossier des F-35, qui est sans doute le choix le moins visionnaire des 10 dernières années – on le disait déjà il y a 10 ans. Notre ministre confirme-t-il qu'il veut persister dans cette erreur visant à nous rendre dépendants des États-Unis? Bien sûr qu'il n'y a pas de bouton on/off à la Maison-Blanche, mais toute la logistique de ces avions dépend des Américains.
Theo Francken:
Merci beaucoup pour toutes ces questions, qui portent sur beaucoup de sujets.
Ik zal proberen er een antwoord op te geven. Daarna zal ik op een paar individuele punten reageren.
Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de oorlog daar al enorm veel schade aangericht, mensen op de vlucht gejaagd en duizenden doden geëist. Dat is verschrikkelijk. Er moet dus zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komen, gevolgd door een rechtvaardige vrede.
Een rechtvaardige vrede, wat is dat? Dit is mijn standpunt. Dat is niet hetzelfde als een analyse.
Ten eerste, Rusland verlaat alle gebieden die het illegaal en gewelddadig heeft ingenomen.
Ten tweede, Rusland vergoedt Oekraïne voor de geleden schade, zowel menselijk als materieel en moreel.
Ten derde, het Russische politiek-militaire leiderschap, verantwoordelijk voor de gruwelijke inval in Oekraïne, wordt internationaal berecht voor de misdaad van agressie en voor andere internationale misdrijven, waaronder oorlogsmisdrijven.
Daarnaast is het van belang dat Oekraïne in elk akkoord gekend wordt en dat er niet boven hun hoofd beslist wordt.
Il s'agit de mon opinion en tant qu'être humain et en tant que ministre de la Défense.
Cependant, en ma qualité de ministre de la Défense, si je devais répondre à la question sur la manière dont j'analyse l'issue du conflit en Ukraine aujourd'hui ou dans un avenir proche – avec toutes les connaissances que j'ai acquises et tout ce qui s'est passé ces dernières semaines, mois et années –, je vous dirais que ce ne sera pas le résultat que j'attendais. Je pense que cette assemblée partagera mon opinion.
Analisten zien op het terrein, ondanks Amerikaanse en Europese steun, geen realistisch pad naar een militaire overwining. Dat is wat de Amerikaanse minister van Defensie ook zei in zijn toespraak op de NAVO-defensietop. Er is geen realistisch pad naar een militaire overwinning in Oekraïne.
De Russische luchtmacht heeft geen grote verliezen geleden. De marine heeft een paar grote schepen verloren, maar is verder nog altijd bijzonder operationeel. Rusland produceert ook meer wapentuig dan het opgebruikt. Het is zelfs terug stocks aan het aanleggen. Ondanks gruwelijke verliezen blijft het voldoende soldaten mobiliseren om te blijven, blijven, blijven aanvallen.
Dat is wat ik heb gezegd. Dat is een analyse op basis van informatie. Ik denk dat het belangrijk is om dat mee te geven aan de publieke opinie. U krijgt veel vragen daarover, in uw familiesfeer, in uw electorale achterban, in uw partij. Ik krijg die ook. Ik denk dat we allemaal op een goede en correcte manier moeten informeren.
Mijn standpunt is duidelijk, mijnheer Vander Elst. Mevrouw Rutten moet ik eigenlijk zeggen, want u zit hier als een handpop van mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten instrueert u. U had de moed om op de Kamerlijst te gaan staan, u hebt fantastisch werk geleverd en u hebt die zetel binnengehaald. Ik denk niet dat mensen die gemakshalve op de Vlaamse parlementslijst gaan staan, waar zetels in Vlaams-Brabant gemakkelijker worden gegeven, u moeten instrueren. Ik zou dat niet pikken als ik u was, maar goed, dat is voor uw rekening. Dat is uw partij, gelukkig niet de mijne.
Het standpunt van de regering is heel helder. Elke vierkante centimeter die op illegale wijze door de Russen is ingenomen moet aan Oekraïne worden teruggegeven. Zij moeten de schade vergoeden. Zij zouden als oorlogsmisdadigers moeten worden berecht. Dat is zeer helder. Ik denk dat dat ook het standpunt is dat uw premier De Croo altijd heeft verdedigd. Als u mij echter vraagt wat volgens mijn inschatting de kans is dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren in de komende weken en maanden, dan zal ik u zeggen dat ik denk dat die kans niet zo groot is. Dat is mijn inschatting.
U zegt dat ik dat niet mag zeggen, omdat dat mijn onderhandelingspositie verzwakt. Dat is niet echt mijn ervaring. Maar goed, ik denk dat we nog uren kunnen discussiëren over het feit of ik zoiets al dan niet mag zeggen. Ik vind dat ik dat mag zeggen. Ik vind zelfs dat ik dat moet zeggen. Ik vind dat ik de mensen op een correcte manier moet informeren. Met alle briefings en informatie waar ik over beschik, mag ik prima zeggen hoe ik de situatie inschat.
Heb ik daarmee gezegd dat ik vind dat Oekraïne zijn grondgebied moet afstaan aan Rusland? Dat heb ik nooit gezegd. Wie beweert dat ik dat gezegd heb, is van kwade wil en is aan het stoken, vanuit een parlement waarin men niet eens verkozen is, om op een pathetische manier aan politiek te doen over een verschrikkelijk gruwelijk conflict. Er is niets zo erg als oorlog. Politieke spelletjes spelen op die oorlog? Doe maar, voor wie denkt dat dat leuk is. Het is nog vijf jaar tot de volgende verkiezingen. Ik trek dus geen sprint, ik loop een marathon. Ik denk dus dat men daarmee moet oppassen, maar goed, iedereen moet maar vooral doen en blijven doen wat men denkt dat nodig is"
Si vous ne pouvez pas emporter la victoire militaire, vous devez rechercher un compromis diplomatique. Cela implique que tout le monde soit prêt à faire des concessions. Voilà mon évaluation de ce qui se passe actuellement et de ce que prévoient les Américains dans les négociations en Arabie saoudite.
Deze regering blijft Oekraïne steunen zolang dat nodig is, voor 100 %. Slava Ukraini! Dat is geen bochtenwerk, ik zeg dat al jaren. Toen de oorlog uitbrak, ben ik meegereden met een medisch konvooi met drie vrachtwagens vol medisch materiaal, als een van de eersten en als enige, denk, ik in deze zaal. Ik zal de Oekraïners altijd blijven steunen. Laat dat heel duidelijk zijn. Dat weten zij maar al te goed. De ophef die u en sommigen hier wilden maken, is er diplomatiek niet gekomen omdat ze goed weten dat ik heel sterk in mijn schoenen sta als het gaat over Oekraïne en over mijn steun aan Oekraïne.
Teneinde hen in een zo goed mogelijke onderhandelingspositie te plaatsen, zullen we Oekraïne blijven steunen. Daarom gaan we met de eerste minister, de minister van Buitenlandse Zaken en de top van onze defensie-industrie binnen enkele weken naar Kiev om die steun verder uit te bouwen en te concretiseren. Woorden zijn immers goedkoop, maar daden zijn wat duurder en ook wat belangrijker.
Ondanks de aanzienlijke hervormingen waar deze regering voor staat, wordt er deze legislatuur toch flink geïnvesteerd in defensie. Het regeerakkoord voorziet een groeipad om tegen 2029 de NAVO-norm van 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te behalen. Dit wordt deels gefinancierd via de begroting en deels via een speciaal Defensiefonds dat wordt gevoed door dividenden van overheidsbedrijven en de verkoop van niet-strategische overheidsparticipaties. Aangezien het zou kunnen gaan over beursgenoteerde bedrijven, zal ik daar niet verder op ingaan. Ik heb dat al meermaals gezegd en ik heb gezien dat iedereen dat begrijpt en respecteert.
Cependant, depuis la rédaction de l'accord de gouvernement, la situation géopolitique ne s'est pas améliorée. Et la pression de nos alliés sur notre pays pour atteindre les 2 % plus rapidement est très élevée, et à juste titre.
Daarom werkte ik samen met de defensiestaf een plan uit om dit jaar nog de 2 %-norm te halen. Bedoeling is dat dit plan tijdens de NAVO-top in Den Haag kan worden voorgesteld. Het plan is klaar en ligt ter bespreking voor binnen de regering, onze eerste minister is daar heel hard mee bezig. We bekijken of er daarover een consensus kan worden gevonden. De financiering en de opbrengst van het Defensiefonds worden besproken in en beslist door de regering.
Er waren collega's die vroegen hoe die 2 %-norm dit jaar nog kan worden vereffend. Dat moet niet gebeuren tegen de top, het moet vereffend zijn tegen 31 december. We hebben dus nog heel het jaar. Dat kan. Het betreft munitiebestellingen en een aantal voorafbetalingen voor grote militaire wapentuigen. Er zijn dus wel degelijk heel concrete dingen die kunnen. Dat is allemaal voorbereid. Er is de voorbije dagen en weken al heel veel gebeurd. De mensen van de stafdiensten werken continu om dat rond te krijgen. Er is dus een concreet plan en dat wordt nu verder besproken met alle collega's.
Momenteel circuleren er inderdaad verschillende andere streefpercentages, maar voorlopig blijft de 2 %-norm de officiële NAVO-norm. Het ziet er nu naar uit dat deze norm op de komende NAVO-top in Den Haag zal worden opgetrokken. De regering zal dan bekijken hoe en op welke termijn dit land aan die nieuwe norm zal voldoen. Hoe Defensie deze middelen zal gebruiken, zal meer in detail beschreven worden in het strategisch plan, dat momenteel in opmaak is en dat normaliter voor de NAVO-top in Den Haag klaar moet zijn.
Le moment venu, je présenterai à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires le programme d’investissement en matériel majeur.
Dat is het militaire plan. Er werd gevraagd over welke capaciteiten het gaat. In het regeerakkoord staan al een aantal dingen. Het gaat over luchtverdediging, over een fregat, over extra jachtvliegtuigencapaciteit enzovoort.
De betrouwbaarheid van een land wordt niet alleen gemeten aan de defensie-inspanning. De internationale bijdragen aan de operaties in een NAVO-kader worden sterk gewaardeerd. In 2025 zullen we onder meer met een F-16-detachement de Air Policing van IJsland verzekeren, landeenheden ontplooien in het kader van de Forward Land Forces in Roemenië en Litouwen, een mijnenjager en fregat inzetten binnen de maritieme taskforces, onder andere nu in de Baltische Zee, naast een reeks andere inzetten van beperktere omvang.
Deze morgen hebben we onder het voorzitterschap van de heer Weydts lang gepraat over de militaire missies. Dat is geheim, maar we zijn zeer operationeel. We zijn met heel veel bezig en dat zal zo blijven.
Onze partners binnen de NAVO zullen bovendien zien dat België een extra inspanning doet om de 2 %-norm zo snel mogelijk te halen. Samen met onze inzet maakt dat dat België op internationaal niveau als een betrouwbare partner beschouwd wordt. Het gaat dus niet alleen over budget, maar ook over inzet. Laat dat wel duidelijk zijn.
Het budget was heel moeilijk de voorbije jaren. De inzet is er altijd wel geweest, maar ik denk dat we beide moeten verzekeren, want als we blijven onderinvesteren, dan gaat op den duur ook de inzet naar beneden, omdat men gewoon de capaciteiten en de mensen niet heeft.
Cependant, il va sans dire que l'accroissement du budget de la Défense est essentiel pour restaurer la capacité militaire de la Belgique. Les investissements se concentrent sur l'achat de systèmes d'armes et de munitions ainsi que sur la construction d'infrastructures stratégiques, afin que la Défense soit mieux adaptée à la réalité géopolitique actuelle.
Outre les renforcements matériels, des efforts sont également déployés dans le domaine du développement des connaissances et de l'innovation. La guerre moderne nécessite des technologies avancées telles que l'intelligence artificielle, la cybersécurité et la technologie spatiale. En collaboration avec les universités et les entreprises belges, la Défense peut se préparer de manière optimale aux défis futurs.
Le raz-de-marée géopolitique de ces dernières semaines à l'OTAN et à la conférence de Munich sur la sécurité souligne à quel point il est crucial pour l'Europe d'accroître rapidement ses capacités de défense. Des initiatives ont déjà été annoncées, par exemple en matière de défense aérienne, d'antimissiles intégrés et de cyberdéfense. C'est dans cette optique qu'il a été décidé, lors du sommet européen du 6 mars dernier, d'instaurer un plan dénommé ReArm Europe, à hauteur de 800 milliards d'euros.
Op die top hebben de Europese leiders de lijst van prioritaire actiegebieden aangevuld met onder andere gezamenlijke Europese projecten voor artilleriesystemen, missiles en munitie, unmanned aircraft systems , randcapaciteiten, bescherming van kritieke infrastructuur, militaire mobiliteit, artificiële intelligentie en elektronische oorlogsvoering.
Même si de nombreux éléments restent à préciser, ce plan offrira une marge de manœuvre bien plus large pour financer les investissements dans la Défense et l'industrie de défense.
Het belangrijkste is de activering van de nationale escapeclausule van het Stabiliteitspact. Dit wil zeggen dat de defensie-uitgaven mogen afwijken van de normen van het Stabiliteitspact. Zoals jullie weten, zal het erop neerkomen dat we gemaakte schulden buiten de begrotingsdoelstelling kunnen houden. Ik zeg niet dat deze regering dat zal doen, enkel dat de Europese Unie die optie nu mogelijk maakt. Hoe we het zullen aanpakken, dat is te beslissen door de regering in de komende weken. Daar zijn verschillende meningen over.
Er komt ook een nieuw financieel instrument dat leningen verstrekt voor EU-uitgaven. Er komen incentives voor investeringen in de defensie-industrie. En de Europese Investeringsbank zal haar scope aanpassen. Er is nog niet gedefinieerd hoe, maar het zal onder andere over single-use en over investeringen in munitieproductie gaan, enzoverder. Ik meen dat het nu alleen voor dual-use geldt, niet voor single-use .
Activering van privéspaargeld wordt vooropgezet, door de eenmaking van de Europese kapitaalmarkt.
Concernant l'utilisation des revenus des avoirs russes gelés, le gouvernement prendra bientôt une décision. J'ai demandé à pouvoir disposer d'une partie de ces revenus afin de réaliser des achats pour soutenir l'Ukraine.
De gebeurtenissen van de laatste weken en maanden maken duidelijk dat we als Europeanen meer moeten doen voor de verdediging van ons eigen continent. De Amerikanen vragen al decennia van ons dat we nauwer samenwerken en dat we onze eigen defensie-industrie consolideren en versterken. Daarvoor lopen de nodige overlegmomenten op het niveau van regeringsleiders, ministers van Defensie en stafchefs. Ik was gisteren nog in Italië, waar ik mijn collega Guido Crosetto onder andere ook specifiek daarover heb gesproken.
Tegelijkertijd moeten we het hoofd koel houden en kalm blijven. Ondanks forse en soms tegenstrijdige politieke verklaringen uit de Verenigde Staten is de NAVO verre van dood. Er zijn nog vele tienduizenden Amerikaanse soldaten gestationeerd in Europa. De parlementsleden die erbij waren in de haven van Antwerpen vorige week, hebben zelf kunnen zien hoe een hele gevechtsbrigade van het Amerikaanse leger werd ontscheept, dus de NAVO is niet dood. Ter attentie van degenen die dat hopen – ik mag hopen dat niemand dat hoopt, alhoewel er misschien een paar zijn – zeg ik dat dit zeker nog niet het geval is.
Ik denk dat het heel goede nieuws is dat er opnieuw een akkoord is tussen president Trump en president Zelensky. Ik hoop echt dat dit een nieuw begin kan zijn, een nieuwe start. Het is namelijk een feit dat maatregelen die de Amerikanen beslissen een directe impact hebben op het slagveld, en die impact is niet positief. Ik meen dus dat wij er echt alles aan moeten doen opdat de banden tussen die twee landen goed blijven. Voor wie denkt vanuit Europe first of vanuit Europese interesses, dus als we denken vanuit ons eigen belang vanuit Europa of België, is het volgens mij ook echt in ons eigen belang dat Oekraïne en de Verenigde Staten elkaar op het hoogste niveau goed blijven verstaan. Ik hoop dan ook echt dat die onderhandelingen zullen slagen.
De Russen hebben voorlopig nog afwachtend gereageerd. We zullen zien wat daar verder nog uitkomt. Een staakt-het-vuren en mogelijk zelfs een vredesakkoord zouden echt fantastisch zijn. Dat brengt weer een heel ander verhaal mee ter bespreking, namelijk de vragen of wij meedoen aan die vredesoperatie, hoe die eruit zal zien, welke de rules of engagement zijn en welke capaciteiten we zullen inzetten. Maar dat is iets voor de toekomst.
De hybride dreiging is zeker en vast ook heel belangrijk. Met de aanpak daarvan zijn we constant bezig.
Ik licht even toe wat ik over het Europese leger heb gezegd.
Monsieur Lacroix, en ce qui concerne la défense européenne, j'ai dit que je ne croyais pas en une armée européenne.
Ik blijf daarbij. Meer Europese integratie, meer Europese coöperatie, meer samengevoegde en samenwerkende industrie is wat wij moeten bewerkstelligen.
Nous devons avoir davantage d’intégration, de coopération et d’interopérabilité européennes ainsi qu'une industrie plus unifiée et collaborative. C’est la priorité absolue pour les années à venir.
Pour ce qui est de la stratégie d’autonomie, je suis d’accord que nous devons faire plus.
Il est vrai qu'avec l’OTAN, ce n'est pas facile. Quelques propositions et déclarations de l’autre côté de l’Atlantique n’étaient pas faciles à entendre. Quand quelqu'un traite M. Zelensky de "dictateur", je ne suis pas d’accord. Et même plus, je suis fâché que l'on dise une telle bêtise.
Au final, c’est le but qui compte. Je pense qu’hier nous avons fait un pas dans la bonne direction, et pas dans la mauvaise direction.
Wat Nederland betreft, ik heb ook gezien dat het plan daar is weggestemd.
Si j’ai bien compris, le vote concernait surtout les dettes européennes.
Het debat in Nederland gaat vooral over de schulden en niet zozeer over meer samenwerking en de defensie-industrie enzovoort. De grote discussie in Nederland, en die is niet nieuw, betreft de gemaakte Europese schulden. Daar is in Nederland veel over te doen. Het is een heel interessant en belangrijk debat, dat we ook hier moeten voeren. Volgens mij heeft dat debat de stemming beïnvloed. De regeringsleider daar komt daardoor inderdaad in een moeilijke positie terecht.
We zijn volop met het plan bezig. Hopelijk komt men komende week of komend weekend tot een akkoord. Indien we een akkoord bereiken, zal ik dat hier volgende week samen met de beleidsverklaring kunnen voorstellen. We zullen dat dan uitvoerig kunnen bespreken. The stakes are high . We moeten ervoor zorgen dat er voldoende budget wordt uitgetrokken.
Uiteraard zullen we het personeel niet vergeten. Wanneer we praten over een sociaal akkoord, kost dat natuurlijk geld. Misschien ontstaan er dus extra mogelijkheden, indien bijkomende middelen worden voorzien.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je pense que vous faites partie de ceux qui se réveillent douloureusement et qui constatent que les États-Unis nous ont presque mis la tête dans la guillotine et qu'en nous entêtant dans une vision purement otanienne, nous nous retrouvons aujourd'hui pris au piège et complètement coincés. Or, depuis 2009, donc indépendamment de Donald Trump, les États-Unis nous avaient prévenus qu'ils basculaient vers le Pacifique-Sud. D'où l'importance de construire, dès le départ, une Europe de la Défense, quelle qu'en soit la forme. Nous pouvons en effet réfléchir à la manière dont celle-ci doit avancer, notamment quant à la nature de la protection nucléaire: doit-elle être française? C'est une question essentielle. Et c'est justement pour cette raison que je vous dis que continuer à acheter américain, en l'occurrence des F-35, alors que nous savons très bien que leur chaîne logistique continue d'être le fait des Américains et que, tous les 30 jours, il faut une mise à jour du logiciel pour continuer à utiliser ces F-35, c'est à nouveau nous placer dans les mains des Américains.
Donc, nous devons prendre la direction d'une autonomie stratégique européenne en faisant participer non pas la classe moyenne au financement de cette industrie européenne de la défense, mais en saisissant les avoirs russes et en nous servant des capitaux des amis de Poutine pour réarmer l'Union européenne et lui accorder la souveraineté stratégique afin qu'elle défende nos intérêts et notre projet européen, qui est bien différent de celui de Donald Trump.
Darya Safai:
Ik wil graag nog terugkomen op het feit dat ik zo blij ben dat het budget eindelijk werd verhoogd. Wat wij in een paar maand hebben gedaan, moest de afgelopen jaren reeds gebeurd zijn. Het is wel heel positief dat we eindelijk zo ver zijn, ook al zal het niet genoeg zijn voor de komende top in Den Haag.
Zoals u zei, is echter niet alleen het budget belangrijk, maar ook de inzet. Wij tonen die inzet. Wij tonen dat we een betrouwbare partner kunnen zijn in het kader van de NAVO. Het is dus ook een zeer goede beslissing dat wij Oekraïne blijven steunen. Dat is een positief signaal.
Ik ben het ook niet volledig eens met collega Lacroix. Aangezien wij de F-35's nu gekocht hebben, moeten we dat systeem blijven steunen. Anders zullen we meerdere budgetten hebben. We zitten ook niet vast, voor komende investeringen kunnen we nog steeds meer richting Europa kijken. Voor de F-35 is het echter al te laat. Trouwens, het is ook niet zo dat Amerika een bondgenoot is van Poetin en Rusland. Trump eist nu gewoon de beëindiging van de oorlog.
We zullen het samen verder opvolgen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, u hebt duidelijk uw standpunt en uw analyse geschetst.
Ik heb u twee weken geleden een vraag gesteld. Ik heb die vraag daarna aan de Kamervoorzitter en aan de commissievoorzitter gesteld, omdat ik, toen ik het artikel las, het verschil niet zag tussen uw standpunt en uw analyse. Dat kan aan mij liggen. U legt nu heel duidelijk uw standpunt en uw analyse uit. Ik heb dus een vraag gesteld. Dat mag ik toch nog doen? Mag ik nog vragen stellen? Ik ben lid van de Kamer, ik speel hier mijn rol van parlementslid door u te ondervragen. Er wordt geïnsinueerd dat ik van kwade wil zou zijn. Ik heb vandaag negen vragen op de agenda staan. Ik voer op een constructieve manier oppositie. Ik meen dat u dat moet onderschrijven. Ik pik het dus niet dat ik hier van kwade wil wordt beticht. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Ik zit hier niet uit kwade wil of om vuurtjes te stoken. Ik probeer op een constructieve manier oppositie te voeren. Mijnheer de minister, voor veel thema’s trekken wij zelfs aan hetzelfde zeel.
Los daarvan voel ik mij niet aangesproken. U spreekt immers over iemand die hier niet zit. U spreekt over mevrouw Rutten. Ik zie haar hier momenteel niet zitten. Ik ben iemand anders. Ik kom wel uit dezelfde kieskring, maar u en ik komen ook uit dezelfde kieskring. Ik stel dus voor dat u de X- en twitterdiscussies en de persoonlijke vetes voor X houdt. Aarschot en Lubbeek liggen niet ver van elkaar. Spreek desnoods eens met elkaar af. Mijnheer de minister, ik zit hier als parlementslid. Ik stel u vragen en ik wil daarop gewoon antwoorden. Dat is alles wat ik doe.
Ik kom nu tot de inhoud.
Los daarvan heb ik vrij veel vragen gesteld over het budget. U zegt dat de regeringsdiscussies nog moeten beginnen en dat u hoopt op een snel akkoord. Ik kijk uit naar uw beleidsverklaring en verwacht daar vrij veel van. U zegt dat die 4 miljard tegen het einde van het jaar moet worden gevonden. Na 2025 komen er echter nog jaren en u moet nog veel miljarden vinden, dus ik hoop dat we op een constructieve manier heel snel en heel veel kunnen discussiëren in de commissie over dit heel belangrijke onderwerp. Ik zal u namelijk vragen blijven stellen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik wil mee waken over die constructieve dialoog.
Theo Francken:
Ik zeg niet dat u stookt. Natuurlijk mag u vragen stellen en ik mag ook antwoorden. Zo werkt dat nu eenmaal in een parlementaire democratie. Laten we dat vooral zo houden.
Ik heb geen vete met iemand, zeker niet met iemand uit Aarschot, maar als er uit kwade wil constant op die manier wordt gehandeld, zeker rond zoiets gevoeligs als Oekraïne en mijn persoonlijk engagement ten opzichte van dat land en die bevolking, dan krijgt u mij wel op mijn paard. Dat heeft zij goed door en ze zal dat ook blijven doen. Ik vind het bijzonder jammer dat zij u daarvoor instrumentaliseert. Zij is geen Kamerlid, maar het is heel bizar. Zij zegt dat u daarover vragen moet stellen. Dat zijn zaken die ik lees en dat irriteert mij inderdaad.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt uw punt gemaakt.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, u communiceert veel en u communiceert snel. Er heerst op dit moment echter wel een overvloed aan communicatie, zowel op Europees vlak als op nationaal vlak. De concrete uitwerking en de inhoud van het Defensiefonds waren al onduidelijk. Dat hebben we hier al besproken. Nu wordt de trukendoos volledig bovengehaald om de 2 %-norm versneld te halen. De EU wordt in snelheid gepakt en reageert met ReArm Europe. Ook uw coalitiepartners lijken dus overtuigd van meer middelen voor Defensie en voor creatieve oplossingen op dat vlak. Eindelijk, zou ik zeggen.
Het ergste is eigenlijk dat iedereen verrast lijkt, terwijl dit scenario – zelf onze broek ophouden, om de eerste minister te citeren – er al jaren zat aan te komen. Men hoeft daar echt niet verrast over te zijn.
Ik kom tot de essentie. Het buiten de begroting houden van de extra middelen voor Defensie lijkt voor sommigen een mirakeloplossing. Dat is het echter niet. Dat wil ik toch nog eens benadrukken in mijn repliek. Die middelen moeten nog altijd gevonden worden. Ze zullen dus via extra schulden gefinancierd worden, bijvoorbeeld via de defensiebonds van minister Van Peteghem.
De overheidsschuld zal daardoor dus enorm oplopen. Ik herinner me de debatten van voor de verkiezingen. Toen zei men dat voor elke minuut dat er werd gedebatteerd de overheidsschuld verder opliep. Als we dat plan nu evenwel aanhouden zonder bijkomende maatregelen te nemen, dan zal de overheidsschuld tegen 2050 oplopen van bijna 130 % van het bbp naar 170 %. Dat moeten we durven te erkennen.
Daarom pleiten wij voor meer middelen voor Defensie, maar ook voor andere oplossingen dan dit scenario alleen.
Wij pleiten voor gezonde keuzes op korte termijn. Overtuig uw coalitiepartners niet alleen van meer middelen voor Defensie, maar overtuig hen ook om te besparen op de migratiefactuur, de miljardentransfers die nog altijd onaangeraakt blijven in dit land, de politieke factuur en de ongecontroleerde subsidiestromen, die blijkbaar 66 miljard euro bedragen en waarvan men soms de bestemming zelfs niet kent. Daar liggen ook opportuniteiten voor extra middelen voor Defensie, buiten die fictieve trukendoos. Dat zal dus moedige keuzes vergen. Ik wens u alvast veel succes.
Charlotte Deborsu:
Merci monsieur le ministre pour vos différentes réponses. La sécurité de notre pays, de l'Europe, c'est crucial, c'est un enjeu fondamental et il faut éviter la surenchère politique. Je pense qu'on a besoin avant tout d'un débat serein et clair au vu du sujet extrêmement sensible que cela représente. L'urgence impose des décisions réfléchies et pragmatiques et surtout un cadre budgétaire soutenable. Il ne faut donc pas non plus se précipiter.
Je suis évidemment contente que vous travailliez à un consensus, même si c'est votre rôle. Je ne doute pas que le résultat sera à la hauteur de nos espérances. Il faut augmenter le budget mais il faut aussi, comme je le disais dans ma question, mieux gérer ce que nous avons déjà. Je vous donne un exemple: un camion devait partir vendredi, on le sait depuis des mois, et puis on s'aperçoit qu'il est hors service. On a donc un chauffeur mobilisé pour rien qui se préparait depuis des semaines pour cette mission et on a finalement du matériel qui n'arrive pas sur le terrain avec des soldats qui ne peuvent même pas s'entraîner correctement. Ce n'est donc pas juste une question de moyens, c'est aussi une question de gestion et d'organisation.
Avec les milliards qui vont arriver, je pense qu'il est important d'avoir notre attention là-dessus puisqu'on sait que quand de gros budgets sont débloqués, on a parfois l'impression que c'est Byzance et l'attention sur la dépense diminue.
Il faut vraiment éviter cet écueil. Il faut qu'il y ait une stratégie derrière chaque euro pour qu'il soit dépensé de la manière la plus optimale possible.
Il faut bien sûr une vision stratégique, une rigueur budgétaire, malgré le budget qui sera débloqué, et surtout une coordination européenne efficace. Je suis tout à fait d'accord avec vous sur ce sujet.
Robin Tonniau:
Ik blijf het hypocriet vinden om defensie-uitgaven buiten de begroting te houden. We weten allemaal bij wie de factuur …
Theo Francken:
Ik heb nooit gesproken over 'buiten de begroting houden', het betreft 'buiten de begrotingsdoelstelling'. Het is een nuance, maar die is heel belangrijk. De officiële term is 'buiten de begrotingsdoelstelling'.
Robin Tonniau:
Het is de officiële term, maar we weten allemaal bij wie de factuur terecht zal komen, namelijk bij de gewone mensen. De besparingen op het vlak van pensioenen zullen wel degelijk binnen de begrotingsdoelstelling vallen.
Er zijn gelukkig nog kritische stemmen over de NAVO. Ik citeer een van die stemmen: "De NAVO die uiteenvalt, is het beste dat ons kan overkomen." De heer Karel De Gucht zei dat een paar weken geleden in een interview in Het Nieuwsblad . Verder zei hij ook nog: "Amerika is geen bondgenoot meer. Het is een land dat tegen onze belangen ingaat en zelf vindt dat het ons regels kan opleggen. Dat is echt gevaarlijk." Er bestaan dus inderdaad nog kritische stemmen over de NAVO, gelukkig maar. Merci, Karel.
Voorzitter:
De heer De Gucht en de PVDA vormen één front.
Axel Weydts:
Na dit merkwaardige front van communisten en liberalen heb ik toch nog een kleine bedenking, mijnheer de minister. U zei dat u van plan bent om ook een aantal voorafbetalingen te doen inzake materieel dat al besteld is. Dat is een techniek die kan worden gebruikt, maar we mogen onszelf daar niets mee wijsmaken. Daarmee is onze readiness niet verhoogd. Daarmee hebben we hoogstens een factuur die later zou volgen, al voor een stuk betaald, maar we hebben dat materieel nog niet, laat staan dat het al kan worden ingezet, dat er een doctrine is en dat we er al mee aan de slag kunnen gaan. We mogen onszelf dus geen blaasjes wijsmaken.
Ik heb nog een kleine bedenking, mevrouw Safai. Trump is inderdaad misschien geen bondgenoot van Rusland, maar gebaseerd op wat we de afgelopen dagen hebben gezien, met het afsnijden van de intel ten aanzien van de Oekraïners – we hebben daarnet in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies gehoord welke gevolgen dat heeft – kunnen we toch ook niet echt zeggen dat hij een grote bondgenoot van Oekraïne is. Het is echt ongezien en verschrikkelijk erg wat er is gebeurd. Gelukkig worden de violen nu weer gestemd, maar ik ben er toch niet zo gerust op na wat we in de afgelopen dagen hebben gezien.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Sur les actifs, vous n’avez pas répondu. Je continue à dire que se séparer d’actifs stratégiques comme Proximus ou bpost serait une grave erreur. Même si vous êtes tenu par des cours de bourse, je pense qu’il y a un moment où le Parlement, même à huis clos, devrait légitimement être consulté.
Par ailleurs, je pense que nous reparlerons des F‑35. Comme mon collègue M. Lacroix, je continue à penser que c’est un choix stratégique vraiment difficile à assumer. La logistique est aux mains des Américains. On ne peut pas changer cela.
Darya Safai:
Dat is ook niet wat ik gezegd heb. Trump heeft het uiteraard heel slecht aangepakt, maar Trump is niet heel Amerika. Dat bedoelde ik.
In de toekomst zullen we onze manier van doen natuurlijk gewoon kunnen veranderen.
Theo Francken:
Je n'ai pas répondu à propos des F-35 car cela n'était pas vraiment l'objet de ce débat d'actualité. Un débat très intéressant sur les F-35 se tiendra la semaine prochaine. J'en suis sûr.
Voorzitter:
Dat brengt ons bij het einde van de vergadering, collega's. Volgende week houden we het debat over de beleidsverklaring, als die tijdig wordt ingediend tenminste. We hebben daarvoor de hele dag uitgetrokken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.50 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 50.
Het gesprek met ENGIE en het FANC
De beslissing van de Europese Commissie inzake de levensduurverlenging van twee kernreactoren
De ad-interimbenoemingen bij Hedera en BE-NUC
De financiering via de nucleaire heffingen
De stillegging van Doel 1 en de levensduurverlenging van de reactors
De stillegging van Doel 1 en het verdere traject
Het beroep tegen de LTO bij het Grondwettelijk Hof
De beslissing van de EC over de staatssteun in het kader van de ENGIE-deal
De strategische autonomie van de Staat en de levensduurverlenging van de kernreactoren
Kernenergiebeleid, levensduurverlenging en regelgeving in België
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 11 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe Belgische regering keert het antinucleaire beleid om en wil kernenergie behouden als hoeksteen van de energietransitie, met plannen voor 4 GW bestaande (levensduurverlenging Doel 4/Tihange 3) en 4 GW nieuwe nucleaire capaciteit. ENGIE’s akkoord voor Doel 4 en Tihange 3 (10 jaar verlenging) vereist nog aanpassingen na EU-staatssteungoedkeuring (o.a. prijsgaranties en governance), met onderhandelingen lopende en een kostplaatje van €1,6-2 mjd voor modernisering, waarvoor al €200 mln is voorgeschoten. Doel 1 is definitief gesloten, maar de regering onderzoekt via het FANC-rapport (31/03) of verlenging van andere reactoren (Doel 2/3) technisch en juridisch haalbaar is, terwijl wetswijzigingen (aansprakelijkheidsplafond, bescherming tegen retroactieve wetten) en grondwettelijke bezwaren (van universiteiten) dreigen de plannen te vertragen. Tijdsdruk en ENGIE’s terughoudendheid vormen de grootste obstakels, met ad-interim benoemingen bij Hedera als noopmaatregel om de deal operationeel te houden.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, mijn vraag werd enkele weken geleden ingediend. Midden februari is bij manier van spreken het licht uitgegaan in de oudste kerncentrale van het land, Doel 1, die definitief werd stilgelegd. Intussen is er een nieuwe regering. De beleidsnota zal volgende week worden besproken, maar we lezen in het regeerakkoord dat de antinucleaire tendens die de voorbije jaren in dit land heerste, wordt omgekeerd. Ook heeft de nieuwe minister van Energie publiekelijk laten verstaan dat hij een zekere voorkeur heeft voor nucleaire energie en gelooft in de toekomst ervan. Dat noopt ons tot enkele vragen, want naast de stilgelegde Doel 1 zijn er natuurlijk nog een aantal andere, oudere kernreactoren, waarvan de uitschakeling op de achtergrond sluimert.
Mijnheer de minister, hebt u intussen samengezeten met ENGIE Electrabel en het FANC? Wat zijn de conclusies van dat gesprek?
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik wil het wat diepgaander hebben over de beslissing van 21 februari 2025 van de Europese Commissie. Op grond van de EU-staatssteunregels heeft ze haar goedkeuring gegeven aan een herziene Belgische steunmaatregel voor de verlenging van de levensduur van twee kernreactoren.
Om aan de bezwaren van de Europese Commissie tegemoet te komen, heeft België de voorwaarden van het overheidssteunpakket waar mogelijk gewijzigd, rekening houdend met het ontwerp van de kernreactoren, onder meer een maximum voor het aantal modulaties, de aanvullende financiële steunmechanismen bovenop het contract for difference (CFD) met onder andere de overheveling van de beslissingsbevoegdheid voor economische modulaties van BE-NUC naar een onafhankelijke energiebeheerder, de uitoefenprijs van het CFD, een maximum voor de waarborg inzake de operationele kasstroom, enzovoort. Ik kan nog een tijdje doorgaan.
Volgens uw eerste reactie moet de visie van de Europese Commissie grondig worden bestudeerd, daar bepaalde technische aspecten enkele aanpassingen aan de gesloten akkoorden vereisen.
De laatste documenten van het akkoord moeten blijkbaar ook nog worden afgerond. Laten we niet vergeten dat de moderniseringswerken aan de twee jongste kerncentrales ook moeten worden uitgevoerd. De nodige veiligheidsverbeteringen mogen worden gespreid in de tijd. Dat weten we. Ze moeten in 2028 conform het akkoord met ENGIE allemaal zijn uitgevoerd. De studiefase bij de exploitant is al een hele tijd geleden gestart en moest eind vorig jaar afgewerkt zijn.
Mijnheer de voorzitter, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om te polsen naar de volledige tekst van de beslissing van de Europese Commissie, dus niet alleen het persbericht. Mevrouw Van der Straeten had daar terecht naar gevraagd, maar we hebben die jammer genoeg nog niet mogen ontvangen.
Ten eerste, mijnheer de minister, kunt u meer duidelijkheid bieden over de noodzakelijke aanpassingen aan de gesloten akkoorden naar aanleiding van de beslissing van de Europese Commissie van 21 februari 2025?
Is er al een zicht op de kostprijs van de noodzakelijke moderniseringswerken aan de twee betrokken reactoren? Op basis van de eerste inzichten werd door de exploitant een investeringsbedrag van 1,6 à 2 miljard euro voor beide centrales samen verwacht. Zijn er nieuwe cijfers? Wat is de reactie en de controle van de regering?
Ik kom nu tot mijn tweede vraag. Die zal enigszins korter zijn. Ze gaat over de benoemingen rond Hedera en BE-NUC. De federale ministerraad heeft op 21 februari 2025 een beslissing genomen over een aantal ad-interimbenoemingen, meer bepaald voor Hedera.
U hebt blijkbaar teruggegrepen naar de longlist die op vraag van uw voorgangster door headhunter Korn Ferry werd opgesteld. Het gaat over een voorzitter ad interim en een financieel directeur ad interim voor Hedera. Er was ook sprake van een technisch directeur voor Hedera, maar die functie wordt blijkbaar nog niet ingevuld of niet ingevuld. Wel is er ook de aanstelling van de financieel directeur voor BE-NUC. Die naam werd echter nog niet vrijgegeven. Alle kandidaten moesten op dat moment een fit and proper procedure doorlopen om te bepalen of zij wel geschikt waren voor hun functie.
De kern van de zaak is de volgende. Dat de benoemingen ad interim zijn, heeft blijkbaar te maken met wat in het regeerakkoord staat, namelijk dat alle overheidsinstellingen die zijn opgericht voor nucleair beheer, eerst nog eens tegen het licht moeten worden gehouden. Er staat ter zake in het regeerakkoord het volgende: "De regering zal de rollen en verantwoordelijkheden van NIRAS, de Commissie voor nucleaire voorzieningen, het FANC en Hedera specificeren, vervolledigen en op elkaar afstemmen. Vooraleer Hedera te operationaliseren, zal een evaluatie worden gemaakt van de geplande structuur van Hedera in functie van de beoogde activiteiten."
Dat klinkt allemaal veelbelovend, maar is enigszins cryptisch voor mij.
Mijnheer de minister, kunt u meer uitleg geven over het ad-interimkarakter van de benoemingen? Dat lijkt immers in strijd met de wet, die bepaalt dat bestuurders voor zes jaar worden benoemd.
Kunt u toelichting geven bij beide regeringspassages die ik heb geschetst?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, le 15 février 2025, le réacteur de Doel 1 a commencé sa mise à l'arrêt définitive, concrétisant ainsi l'actuelle loi de 2003 sur la sortie progressive du nucléaire. Les Engagés et plusieurs groupes politiques ont déposé des propositions de loi afin de prolonger le plus de réacteurs possible et de permettre la construction de réacteurs de nouvelle génération. L'objectif est de maintenir la production d'électricité nucléaire dans un contexte où l'approvisionnement est complexe – on l'a vu ces derniers temps –, mais également de conserver autant que possible cette part d'autonomie énergétique et de poursuivre ainsi notre volonté de décarboner notre électricité. De ce point de vue-là, il est clairement déplorable que le démantèlement de Doel 1 ait commencé.
Lors de l'analyse de ces différents textes de loi, les avis rendus par la Commission de Régulation de l' é lectricité et du Gaz (CREG) et le Conseil d'État montraient la complexité de la situation. L'accord passé avec ENGIE pour prolonger Doel 4 et Tihange 3 de 10 ans comporte une série de dispositions qui pourraient leur permettre de demander des dédommagements voire la résiliation de la convention. Une résiliation de la prolongation de Doel 4 et Tihange 3 créerait de sérieux défis en termes d'approvisionnement. Il est bien clair que ces réacteurs doivent pouvoir être prolongés si les conditions matérielles le permettent et que notre volonté est toujours bien présente.
Monsieur le ministre, depuis votre prise de fonction, avez-vous pu avoir des contacts avec ENGIE, voire des réponses de sa part? L'opérateur a, à plusieurs reprises, rappelé son intention d'arrêter l'exploitation des réacteurs nucléaires. Dès lors, des contacts avec d'autres opérateurs existent-ils? Quel est l'état de démantèlement de Doel 1? Des actions irréversibles ont-elles déjà été prises? Le démantèlement de Doel 1 empêche-t-il la prolongation de Doel 2, les deux réacteurs étant couplés? En cas de modification législative pour permettre éventuellement la prolongation de réacteurs supplémentaires, existe-t-il un risque qu'ENGIE remette en question l'accord initial pour les deux réacteurs déjà prolongés, à savoir Doel 4 et Tihange 3? Quelle est l'analyse de votre cabinet et de votre administration de cet accord? Le vote d'un texte législatif modifiant la loi de 2003 de sortie du nucléaire et singulièrement la prolongation des réacteurs ne risque-t-il pas d'entrainer une remise en question de la prolongation de Doel 4 et Tihange 3?
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, ik heb drie vragen ingediend, die enigszins uiteenlopen qua onderwerp, maar waarin het nucleaire wel telkens aan bod komt.
Mijn eerste vraag gaat over de stillegging van Doel 1. In het regeerakkoord is voorzien om te bekijken welke opties er zijn om de levensduur te verlengen van de centrales die niet in de ENGIE-deal zijn opgenomen. Na de stillegging van Doel 1 zou ENGIE al een aantal initiatieven hebben genomen die een mogelijke long term operation (LTO) zouden kunnen bemoeilijken. Tegelijkertijd zou binnen de bevoegdheid Nucleaire Veiligheid worden nagegaan welke opties andere landen hebben genomen bij het omzetten van de WENRA-normen. Dat heeft natuurlijk een zeer nauwe band met de mogelijkheden om op het vlak van LTO stappen te zetten voor de genoemde centrales. Het dossier is dus wel urgent in die zin dat het nog zinvol moet zijn om de mogelijke opties te bekijken en er aan het eind van de rit nog mogelijkheden moeten openstaan qua verlenging, zeker als we dat leggen naast de door u geformuleerde doelstelling om zowel 4 gigawatt bestaande als 4 gigawatt nieuwe nucleaire capaciteit te realiseren.
Mijnheer de minister, zijn er al gesprekken met de exploitant geweest in het kader van Doel 1 en eventueel andere centrales? Welke aanpak stelt u voor in het kader van dat dossier? Welke tijdslijn hebt u daarbij voor ogen? Worden daarbij ook wetgevende initiatieven voorzien?
Mijn tweede vraag gaat over de LTO die wel al in uitvoering is. In december 2024 hebben enkele universiteiten beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof tegen een aantal artikelen van de wet van 26 april 2024 naar aanleiding van de verlenging van Doel 4 en Tihange 3. We hebben daarover al eerder vragen gesteld aan uw voorganger, maar die kon toen nog niet antwoorden over de inhoud en de mogelijke impact van het beroep. Tegelijkertijd is de vraag hoe de onderliggende vrees van de universiteiten kan worden aangepakt zonder dat de LTO in gevaar wordt gebracht.
Mijnheer de minister, wat is de samenvatting van het beroep van de universiteiten? Wat zijn in het slechtste geval de gevolgen van een uitspraak van het Grondwettelijk Hof naar aanleiding van dat beroep? Hebt u al contact gehad met de betrokken universiteiten? Zijn er andere partijen betrokken bij een eventueel overleg met de universiteiten? Daarmee bedoel ik NIRAS, Belgoprocess en eventueel ENGIE. Welke zijn uw volgende stappen in verband met dat beroep?
Tot slot heb ik nog vragen over de staatssteunbeslissing van de Europese Commissie. Ondertussen is het wel duidelijk dat de Europese Commissie de ENGIE-deal heeft goedgekeurd, mits er een aantal aanpassingen worden doorgevoerd, maar het is niet duidelijk welke aanpassingen noodzakelijk worden geacht. In de pers heeft men het over aanpassingen aan de joint venture en de methodiek van de prijsgarantie voor de stroom. Meer details waren nog niet beschikbaar.
Mijnheer de minister, wat zijn de contouren van de goedkeuring? Op welke punten is een bijsturing noodzakelijk? Vergt dat opnieuw onderhandelingen met ENGIE, of zijn die wijzigingen sowieso verworven, gelet op de beslissingen van de Commissie? Kunt u de nodige documenten met betrekking tot de beslissing ter beschikking stellen?
Luc Frank:
Monsieur le ministre, en 2023, le gouvernement a signé un accord avec ENGIE sur la prolongation des deux réacteurs nucléaires. Le gouvernement s'est alors fait aider par des consultants pour l'assister dans les négociations. Ces consultants détiennent dès lors un savoir et des compétences stratégiques pour l'État, au risque de déforcer sa capacité d'action.
Monsieur le ministre, quelles ont été les missions de ces consultants au cours des négociations du deal de prolongation? Quel a été le montant total engagé par l'État? Quel Service public fédéral (SPF) ou organisme a-t-il été chargé de payer les factures de ces consultants? Une garantie d'accès à l'information a-t-elle été prise par le précédent gouvernement afin de garantir aux futurs ministres la possibilité d'accès à cette information stratégique?
En tant que ministre de l'Énergie, quelle est votre analyse de la situation? Ne pensez-vous pas qu'il y a un risque de perte d'autonomie stratégique de l'État si des informations cruciales sont détenues par des privés et pas par les organes de l'État, par exemple la CREG, l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) ou le SPF?
Enfin, l'accord de gouvernement prévoit la prolongation des réacteurs nucléaires. Dans ce cadre, comptez-vous à nouveau passer par des consultants? Quel groupe de travail allez-vous mettre sur pied?
Christophe Bombled:
Monsieur le président, je souhaiterais participer au débat d'actualité. J'ai une question à poser à M. le ministre.
Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, la Belgique a opéré un tournant majeur en matière de politique énergétique, notamment en rejoignant pleinement l'Alliance du nucléaire le 18 février dernier. Cet engagement marque une rupture avec le passé et affirme notre volonté de faire du nucléaire un pilier essentiel de notre mix énergétique.
Vous avez clairement affiché votre ambition: garantir une production d'électricité massive, pilotable et abordable, sans recourir aux énergies fossiles, tout en renforçant la souveraineté énergétique du pays. Dans cette optique, le gouvernement prévoit de s'impliquer activement dans plusieurs axes stratégiques, allant du développement d'infrastructures nucléaires à l'accès aux financements européens, en passant par la formation des compétences et le renforcement des collaborations industrielles et scientifiques.
Monsieur le ministre, pourriez-vous préciser quelles sont les prochaines étapes concrètes que vous entendez mettre en œuvre pour prolonger et renforcer la capacité nucléaire en Belgique? Plus précisément, comment envisagez-vous de traduire cet engagement au sein de l'Alliance du nucléaire en actions tangibles pour assurer la pérennité et le développement du secteur nucléaire dans notre pays?
Voorzitter:
Zijn er nog collega’s die wensen aan te sluiten bij het actualiteitsdebat? (Nee) Dan geef ik het woord aan de minister.
Mathieu Bihet:
Monsieur le président, chers collègues, pour moi, c'est une première avec les rôles inversés. Ayant moi-même participé à ces salves de questions il n'y a pas longtemps, je suis heureux de venir répondre à vos nombreuses questions.
Les différentes questions ont été regroupées. Je vais essayer d'isoler chacune de vos sous-questions au sein de thèmes pour répondre de manière globale à vos différentes interrogations.
Met betrekking tot de geplande sluiting van de kerncentrale Doel 1 wens ik in de eerste plaats te verduidelijken dat de minister van Energie geen bevoegdheid heeft met betrekking tot het FANC. Het FANC valt onder de bevoegdheid van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.
Ik kom nu tot de vraag over de eventuele gesprekken met de exploitant. Mijn eerste opdracht is om de nodige stappen te zetten om de reeds afgesloten overeenkomst met ENGIE Electrabel voor de levensduurverlenging met 10 jaar van Doel 4 en Tihange 3 uit te voeren.
Le gouvernement a fixé un calendrier pour une éventuelle nouvelle prolongation du parc nucléaire, comme l'ont évoqué plusieurs collègues. La première étape consiste en la mission confiée à l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN) par mon collègue Bernard Quintin, qui vise à remettre, en tant qu'organisme indépendant, d'ici le 31 mars prochain, un rapport comparant les différentes exigences de sécurité imposées aux installations nucléaires en Belgique à celles de pays dotés d'une technologie comparable. Ce rapport déterminera le contexte dans lequel se dérouleront les discussions avec l'exploitant.
J'en viens à l'approbation de l'aide d' É tat par la Commission européenne.
De goedkeuring door de Europese Commissie hield een aantal aanpassingen in van de akkoorden met betrekking tot de Phoenixdeal. Over die wijzigingen wordt nog onderhandeld. Het betreft bovendien ook gevoelige commerciële informatie, waaronder ook een lopende selectieprocedure voor de energy management serviceprovider die de geproduceerde volumes van de LTO zal vermarkten. Daarom kan ik nu niet verder op deze vraag ingaan.
De publicatie van de beslissing over de staatssteun valt onder de bevoegdheid van de Europese Commissie. Dat betekent dat ik de beslissing momenteel niet kan delen.
Je le répète pour les collègues francophones: à ce stade, je ne peux pas communiquer cette décision, singulièrement dans cette phase de discussion avec ENGIE.
Ik kom tot de wijziging van de wet van 31 januari 2003.
Monsieur Lejeune, vous m’interrogiez à ce sujet. En ce qui concerne les implications juridiques de l'adaptation de la loi du 31 janvier 2003 – adaptation à laquelle je tiens particulièrement –, je confirme que cette question devra avoir reçu une réponse claire au moment où il vous appartiendra à vous, législateur, d'adapter cette loi. L’accord de gouvernement prévoit spécifiquement un passage clair sur l’adaptation de cette loi.
Ces questions ont déjà été largement soulevées au sein de cette commission. Vous nous demandez l’avis de la DG Énergie qui a rendu un premier avis dans le cadre de cet examen en commission et nous avons déjà reçu des indications quant aux implications en jeu. Cependant, à ce stade, je ne peux anticiper le débat que vous aurez sur la question. L'attention du gouvernement est totalement focalisée sur la conclusion du deal avec Engie .
Dan kom ik tot de vraag over de kosten voor de moderniseringswerken aan de LTO-reactoren Doel 4 en Tihange 3. De rapportering over de investeringen door de exploitant gebeurt in het liaisoncomité tussen Electrabel en de Belgische overheid. Het liaisoncomité werd opgericht in het kader van het akkoord, met het oog op de uitwisseling van informatie. Daarin werd bevestigd dat de inschatting van de kostprijs van 1,6 miljard tot 2 miljard euro voor de werken aan de beide centrales nog steeds actueel is.
De rapportering van de investeringen door de operator gebeurt in het verbindingscomité tussen Electrabel en de Belgische regering. De studies en de nodige voorbereidende werken worden in afwachting van de sluiting gefinancierd door Electrabel en de Belgische Staat, via een systeem van evenredige prefinanciering. In het kader daarvan betaalden Electrabel en de Belgische Staat elk reeds ongeveer 100 miljoen euro.
De kosten van de noodzakelijke werken die verder dienen plaats te vinden na sluiting, worden gedragen door de gezamenlijke vennootschap BE-NUC. Bij BE-NUC zal de door de Belgische overheid aangewezen CFO en bestuurder samen met BE-WATT, namens de regering controle uitoefenen op de uitgaven.
De heer Ravyts had een vraag over het ad-interimkarakter van de benoeming van het directiecomité. Deze regering moest op zeer korte termijn de draad oppikken in de eindspurt van de Phoenixdeal. In dit dossier zag ik me geconfronteerd met de preselectie van de kandidaten voor het directiecomité van Hedera, waaruit geen enkel trio van kandidaten voortkwam dat voldeed aan de taal- en gendervereisten. Overeenkomstig de wet kan ik dan niemand benoemen. Daarmee zou er geen Hedera zijn die rechtsgeldig tot de akkoorden kan toetreden en zou er geen uitbetaling zijn. Kortom, er zou geen verlenging van de kerncentrales zijn geweest.
Ik zie mij dus genoodzaakt om, met het oog op de continuïteit van de openbare dienst, terug te vallen op een ad-interimoplossing in de vorm van de aanstelling van twee van de drie directeuren voor de duur van een jaar. Op die manier is Hedera functioneel en kan de verlenging van de kernreactor doorgaan. De kandidaten, benoemd door de regering, werden geselecteerd op basis van hun kwaliteiten die in de selectieprocedure naar voren kwamen, hun beschikbaarheid, hun kennis van de deal met ENGIE en de uitdagingen.
À ce stade, il n'y avait pas, dans la shortlist établie par les prestataires extérieurs, de possibilité de désigner un comité de direction valablement composé, eu égard aux différentes conditions fixées par la loi. Pour rendre le deal et donc Hedera opérationnels, nous avons choisi cette voie de l' ad interim.
Om op uw tweede vraag te antwoorden, er komt een evaluatie van de manier van werken van de nucleaire instellingen en van de manier waarop ze dienen samen te werken, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheden. De hertekening van het landschap die het door de vorige regering gesloten akkoord met zich meebrengt, vereist dat impliciet.
J'ai une réponse pour M. Lacroix; celui-ci n'étant pas arrivé, je lui ferai passer le message.
Mijnheer Wollants, u had het over het beroep tegen de LTO bij het Grondwettelijk Hof.
In de twee identieke vorderingen, de ene van de Franstalige universiteiten en de andere van de Nederlandstalige universiteiten, wordt een bezwaar geformuleerd tegen het forfaitaire regime voor de exploitanten van de kerncentrales in België, zoals vervat in de wet van 26 april 2024, houdende de verzekering van de bevoorradingszekerheid op het gebied van energie en de hervorming van de sector van de nucleaire energie. Die forfaitaire regel is een gevolg van de cap die overeengekomen werd met de kernexploitant met het oog op de verlenging van de levensduur van de kerncentrales Doel 4 en Tihange 3.
Het Grondwettelijk Hof heeft de twee zaken samengevoegd. In essentie richtten zij zich tegen twee pijlers van de Phoenixwet, met name de cap op de aansprakelijkheid van de kernexploitant en de bescherming tegen wetswijzigingen.
Monsieur Frank, concernant votre question sur l'autonomie stratégique, une équipe de consultants a effectivement été engagée par le gouvernement précédent afin d'assister l'État dans les négociations avec ENGIE et de mener à bon terme entre autres la négociation sur le volet aide d'État dont je viens de parler. Jusqu'à présent, ceci s'est fait à travers la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI) à qui les moyens pour cet exercice sont alloués au travers du SPF Finances. C'est par ce chemin que cela passe.
Le montant total engagé par l'État durant les trois années précédentes est d'environ 16,5 millions d'euros TVAC. Pour le budget 2025, un budget est prévu à hauteur d'un million d'euros par mois jusqu'au mois de mars et prorogeable à partir du 31 mars si nous ne devions pas atterrir à un accord pleinement opérationnel pour le 31 mars. Il s'agit des consultants suivants: la banque d'affaires Lazard, les cabinets d'avocats Eubelius et Clifford Chance, l'analyste économique Compass Lexecon, Eiya Consult (pour le marché d'électricité) et Korn Ferry (pour le recrutement de Hedera et BE-NUC). Cette dernière mention concerne la question de M. Ravyts et la liste qui avait été établie pour les candidats.
La ministre précédente a décidé d'impliquer activement la DG Énergie et le SPF Économie dans les travaux du deal, mais seulement à la fin, vers l'été 2024. Depuis cette date, l'administration collecte et consolide toutes les informations fournies par les différents consultants. De plus, comme vous l'avez mentionné, l'administration n'a pleinement pris pied dans le dossier que l'été dernier. Ensemble, nous rassemblons les différents éléments pour la clôture du deal dans les prochains jours. C'est un immense dossier dans lequel je m'efforce de compter sur la bonne collaboration et le soutien de chacun, mais plus particulièrement de la DG Énergie, du SPF Économie et de la CREG.
Monsieur le président, je conclus ici. Je suis désolé pour cette réponse complète, mais je me devais de répondre à toutes les questions.
Voorzitter:
Puisque vous avez terminé, bien qu'il vous reste 17 minutes de temps de parole, je donne la parole aux collègues pour la réplique.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Inzake de gesprekken met ENGIE is er een akkoord voor de eerste fase. De gesprekken voor de andere uitdaging zullen echter niet evident zijn. Dat lezen we in de pers. De houding van ENGIE is zeker aarzelend.
Mijnheer de minister, ik wens u voor de komende maanden heel veel daadkracht om de gesprekken op een goede manier te voeren. Veel succes.
Mathieu Bihet:
Monsieur le président, je me rends compte, honte à moi, que j'ai oublié mon ancien collègue, Christophe Bombled, dans mes réponses. Si cela ne vous dérange pas et que c'est acceptable d'un point de vue procédural, je vais répondre à ses questions, notamment sur la prolongation du calendrier.
Monsieur Bombled, dans un premier temps, notre attention est pleinement consacrée à la conclusion du deal pour Doel 4-Tihange 3. Il faudra préalablement le rapport AFCN, qu'on attend pour le 31 mars, mais également, comme le collègue Lejeune l'a dit tout à l'heure, une modification de la loi. Ou alors, il faudra faire une nouvelle loi ad hoc qui concernera les différents assets qu'il y a en Belgique en matière de nucléaire.
Vous donner un calendrier précis n'est dès lors pas possible mais parmi les prochaines étapes cruciales et importantes, il y a notamment cette date cardinale du 31 mars, à savoir le rapport AFCN.
Je rappelle à nouveau au collègue Van den Heuvel que l'AFCN est une compétence qui est sous l'égide de Bernard Quintin. Mais, évidemment, on travaille en bonne intelligence avec le collègue Quintin, parce que l'un ne va pas sans l'autre. Le nucléaire ne va pas sans sûreté et nous travaillerons à cela.
Je vous remercie, monsieur le président, et vous prie encore de m'excuser.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Mijn eerste vraag ging over de beslissing van de Europese Commissie. U verwijst naar de zeer belangrijke closing van de ENGIE-deal. Het is natuurlijk een ambetante vraag. U zegt eigenlijk dat ik wel zal merken welke wetswijzigingen zullen voorliggen. Ik zal dat inderdaad opvolgen en gepast reageren. Ik hoop dat u de horde van de closing toch definitief kunt nemen, want de klok tikt.
Ik neem ook akte van het feit dat de preselectie voor de aanstelling van de interimkandidaten niet voldeed. Mevrouw Van der Straeten is niet aanwezig, dus ze kan geen banbliksems uitsturen. Ik vermoed dat daaraan een bepaalde politieke visie ten grondslag ligt. Ik ben zeer benieuwd. We kunnen volgende week misschien ingaan op de passage in het regeerakkoord over de rollen en verantwoordelijkheden van NIRAS, CNV, FANC en Hedera. Daar zitten we opnieuw in de context van de closing van de deal met ENGIE.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos multiples réponses.
Nous avons reçu l'avis de la DG Énergie lors du dépôt de la proposition de loi. Entre-temps, d'autres débats ont eu lieu et d'autres avis ont été émis. Il serait dès lors intéressant que le cabinet et nous-mêmes ayons accès aux données et avis les plus à jour possible pour nous faire une opinion car nous ne savons pas trop si la modification aura un impact sur l'accord.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord.
Dat geeft vooral aan dat er nog werk op de plank ligt, dat we nog maar aan het begin van het hele traject staan en dat de uitdagingen natuurlijk niet minder groot worden. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe moeilijker het immers zal worden om ENGIE van het idee af te brengen alles te sluiten.
Ik heb de indruk dat nog veel zaken aan het Parlement zullen worden voorgelegd. Ik vind het enigszins jammer dat bepaalde informatie niet ter beschikking kan worden gesteld. Als ex-lid weet u dat deze commissie de vinger aan de pols wil houden en alles in het werk stelt om mee te denken en te analyseren. Dat zullen we dan ook via toekomstige vragen blijven doen.
Luc Frank:
Tout d'abord, un grand merci pour vos réponses, monsieur le ministre.
Dans ma vie antérieure, pendant plus ou moins 25 ans, j'étais surtout municipaliste. Quand j'entends parler d'un budget de 20 millions d'euros, je me dis que ce n'est pas rien pour des consultants. Bien que je puisse comprendre les honoraires de certains spécialistes, je m'interroge néanmoins quant à cette prise de décision. Des organes étatiques tels que la CREG ou l'ONDRAF peuvent en effet nous conseiller et sont même payés à cet effet pour leur expertise. Donc, d'une certaine manière, nous avons payé deux fois la facture. Bref, je m'interroge sur le recours à de la consultance, alors que nous disposons déjà d'administrations et d'organes qui sont là dans ce but.
Ensuite, comme vous l'avez évoqué dans votre réponse, c'est dans les mains de l' É tat et du public que de telles décisions et cette expertise doivent reposer. Il importe donc d'opérer un transfert de compétences, d'une certaine façon, pour que ces organes prennent connaissance du dossier dans son intégralité ainsi que de sa technicité. À l'avenir, il importe aussi que les gouvernements suivants soutiennent surtout les organes qui sont payés à cet effet.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je comprends qu’il ne soit pas facile à ce stade de donner un calendrier précis. En effet, le rapport de l’AFCN est attendu pour le 31 mars et, en outre, la loi de 2003 sera bientôt adaptée par une proposition de loi que vous connaissez particulièrement bien. Mais nous allons dans la bonne direction et c’est important.
Kernenergie
Het Belgische lidmaatschap van de EU Nuclear Alliance
De toetreding van België als volwaardig lid van de Europese Nucleaire Alliantie
De Europese Nucleaire Alliantie
België en kernenergie binnen de Europese Nucleaire Alliantie
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 11 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België is sinds 18 februari volwaardig lid van de Europese Nucleaire Alliantie (voorheen waarnemer), om als stuwende kracht in EU-kernenergiebeleid op te treden en Belgische expertise—zoals SMR’s en SCK CEN—te promoten, in lijn met het regeerakkoord dat kernenergie ziet als sleutel voor stabiele, betaalbare energie en decabonisering van de industrie. De alliantie streeft naar een Europees financieringskader voor nucleaire projecten (inclusief private investeringen) en een consortium voor nucleaire vaardigheden, maar heeft zich nog niet concreet gepositioneerd ten opzichte van de Clean Industrial Deal of de 40%-doelstelling voor nettonultechnologieën tegen 2030—wat kritiek uitlokt dat de alliantie nu vooral een praatplatform is en meetbare impact moet generen. Minister Bihet benadrukt dat België via het lidmaatschap meer gewicht kan uitoefenen op EU-beleid (bv. financiering, innovatie, circulaire economie), maar concrete nationale steun (naast internationale fondsen) en prioritaire projecten blijven nog onduidelijk, ondanks de ambitie om kernenergie centraal te stellen in de energietransitie en strategische autonomie. Leden eisen actievere lobby om kernenergie uit de "achterkamers" te halen en gelijkwaardig aan hernieuwbare energie te behandelen in EU-plannen, met nadruk op SMR-ontwikkeling, financieringsmechanismen en samenwerking met private partijen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik heb in de pers vastgesteld dat België sinds 18 februari blijkbaar volwaardig lid is van de Nucleaire Alliantie, die ontstaan is in het voorjaar van 2023. België had onder voormalig minister Van der Straeten het statuut van waarnemer. Het is goed dat we nu volwaardig lid zijn.
In maart 2024 pakte de Nucleaire Alliantie uit met een verklaring waarin ze de goede samenwerking in de alliantie naar voren bracht en ook gewag maakte van de erkenning van de rol van nucleaire energie door de Europese Commissie, die ook haar bijval betuigde aan de European Industrial Alliance on Small Modular Reactors. In de verklaring wordt gesteld dat er gekeken moet worden naar het ontwikkelen van een allesomvattend en faciliterend Europees raamwerk voor nucleaire ontwikkeling – dat klinkt heerlijk – waarbij essentiële beleidsdimensies, waaronder financiering, worden onderzocht. Ze roept de Europese Commissie op om zich verder in te zetten voor het ontwerpen van zo'n faciliterend kader. Ik zou graag hebben, mijnheer de minister, dat er in België ook zo'n faciliterend kader komt; we kunnen daar volgende week over spreken.
Kunt u ons wat meer concrete toelichting geven bij de Belgische toetreding tot de alliantie als volwaardig lid en ook verslag uitbrengen over de bijeenkomst van 18 februari?
Ik ben ook geïnteresseerd in de positionering van de alliantie met betrekking tot de Clean Industrial Deal van de Europese Commissie, die een week later werd voorgesteld.
Hoe ziet u de rol van nucleaire technologie bij de uitvoering van de Europese verordening voor een nettonulindustrie als onderdeel van het Green Deal Industrial Plan, dus het bereiken van 40 % eigen productiecapaciteit voor nettonultechnologieën tegen 2030? In mijn optiek en die van mijn partij moet het nucleaire daar eigenlijk een hoofdrol in spelen. Ik wil ook wel meegaan in de nettonulodoelstellingen, maar zonder het nucleaire zal dat niet lukken. Daar ben ik van overtuigd.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de voorzitter, ik merkte dat u even moest kijken waar ik juist zit. Ik ben blij dat ik als nieuw lid deel kan uitmaken van de commissie voor Energie.
Mijnheer de minister, net als collega Ravyts heb ik gelezen dat op 18 februari werd bekendgemaakt dat België volwaardig lid is geworden van de Europese Nucleaire Alliantie, een samenwerkingsverband van pro-nucleaire EU-lidstaten dat sinds februari 2023 bestaat. Tot voor kort had ons land inderdaad enkel een waarnemersstatuut in die alliantie. Over dat volwaardig lidmaatschap verklaarde u in de pers dat België decennia van twijfel achter zich laat en een stuwende kracht wil zijn voor de ontwikkeling van kernenergie in Europa.
In dat kader heb ik heel wat concrete vragen. Aangezien dit mijn eerste vraag is in deze commissie, heb ik nog wat in te halen.
Mijnheer de minister, welke specifieke juridische en strategische verplichtingen vloeien voort uit dat lidmaatschap? Welke impact denkt u dat dit zal hebben op de Belgische energiepolitiek, met name in het kader van de lopende energietransitie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen? Zijn er al concrete plannen om Belgische expertise of middelen in te zetten voor gezamenlijke nucleaire projecten binnen de EU? Op welke manier zal het lidmaatschap bijdragen aan het verkrijgen van publieke en private financiering voor de ontwikkeling van nieuwe nucleaire infrastructuur, zoals grote reactoren en SMR's, in overeenstemming met de doelstellingen van de alliantie?
U hebt ook gewezen op de noodzaak van een Europees kader voor financiering, inclusief private investeringen. Welke concrete maatregelen worden voorzien om private actoren te betrekken bij Belgische nucleaire projecten? Hoe zal de federale regering dat aspect integreren binnen het breder energiebeleid?
Hoe ziet u de Belgische bijdrage aan de oprichting van of deelname aan een Europees consortium voor nucleaire vaardigheden, zoals voorgesteld in de leidersverklaring van de alliantie in maart 2024, om een diverse en hoogopgeleide beroepsbevolking te verzekeren? Ook dat is namelijk een belangrijk aspect.
Welke zijn de concrete prioriteiten die de regering voor België heeft vastgelegd binnen de nucleaire alliantie? Op welke specifieke kernenergieprojecten of initiatieven zal ons land binnen die samenwerking de nadruk leggen?
Voorzitter:
Mevrouw Van Keymolen, een proficiat is op zijn plaats. U bent zeer welgekomen in deze commissie.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, in de vorige legislatuur kwamen de werkzaamheden van de zogenaamde Europese Nucleaire Alliantie op gang door het initiatief van Frankrijk. België was onder impuls van de vorige minister van Energie inderdaad slechts waarnemer en nam geen positie in inzake de thema's die daar werden behandeld.
Ook na verschillende vragen daarover wenste de vorige minister zich niet uit te spreken over de thema's die werden behandeld, noch over het standpunt dat België op dat vlak inneemt. De vorige minister noemde de bijeenkomsten op een bepaald moment zelfs een ontbijtformule waar weinig belangwekkends aan te verbinden was, maar misschien voelde zij zich gewoon meer verbonden met het menu dan met de agenda.
Het regeerakkoord ziet wel een grote rol voor de alliantie en dat leidt uiteraard tot een aantal vragen, mijnheer de minister.
Ten eerste, hoe ziet u de internationale nucleaire samenwerking en de rol die België daarin kan opnemen?
Ten tweede, welke stappen zijn er gezet in dat verband? Wat plant u op dat vlak in de nabije toekomst?
Ten derde, welke thema's en beleidsvragen komen aan bod in de komende weken en maanden? Hebt u al overleg gepleegd met andere partners in dit samenwerkingsverband?
Mathieu Bihet:
Beste collega's, in overeenstemming met de belangrijke rol die het federale regeerakkoord voorziet voor nucleaire energie om onze bevolking en industrie een stabiele toegang te garanderen tot elektriciteit en competitieve prijzen, nam ik op 18 februari als volwaardig lid deel aan de bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie.
De Nucleaire Alliantie is een informele alliantie tussen EU-lidstaten die hun gezamenlijke positie inzake nucleaire energie afstemmen in het licht van het EU-energiebeleid. Door volwaardig lid te zijn geworden, kan België in de voorbereidende fase wegen op de positiedocumenten van de Nucleaire Alliantie. Het stelt België aldus in staat via alliantievorming een groter gewicht uit te oefenen op de EU-plannen inzake nucleaire energie. Dat is precies wat het federale regeerakkoord beoogt.
Pour ce qui concerne l'expertise belge dans le domaine nucléaire au sujet de laquelle Mme Meunier – qui ne nous a pas encore rejoints – avait posé une question, je peux vous assurer que nos recherches et nos innovations dans le domaine nucléaire bénéficient d'une renommée mondiale. Le gouvernement a l'ambition de promouvoir notre expertise nucléaire et donc d'accroître le développement de solutions qui permettent à cette filière d'innover et d'inscrire la Belgique dans l'économie circulaire, d'une part, et l'autonomie stratégique verte, d'autre part. C'est dans ce cadre que les montants prévus au budget seront alloués. Mais nous participons à cette nouvelle Alliance et nous parlons de nos différents atouts en matière de nucléaire à l'occasion de ces réunions.
Mijnheer Ravyts, met betrekking tot uw vraag kan ik aangeven dat de Nucleaire Alliantie zich tot op heden niet gepositioneerd heeft inzake de Deal en dat dit wel degelijk de intentie is.
Mijnheer Wollants, in antwoord op uw vraag kan ik aangegeven dat ik aan de collega's kort de politieke prioriteiten, zoals besproken in het regeerakkoord, heb toegelicht. De verdere focus van de vergadering lag in de eerste plaats op het actieplan met betrekking tot betaalbare energie. Het supporting ecosystem omvat ook de nucleaire vaardigheden, wat me bij uw vraag brengt, mevrouw Van Keymolen.
Mevrouw Van Keymolen, proficiat en welkom. C'est la meilleure commission du Parlement et je le dis évidemment en toute neutralité.
Dat brengt me dus bij uw vraag over een eventuele bijdrage van België aan de oprichting van of deelname aan het Europees consortium voor nucleaire vaardigheden. Zoals u weet, legt het federale regeerakkoord sterk de nadruk op onze nucleaire expertise. We onderzoeken momenteel alle opties.
Le premier Conseil européen formel des ministres de l'Énergie aura lieu lundi. Ce sera l'occasion de poursuivre une série de contacts qui ont été pris à l'occasion de cette première réunion de l'Alliance européenne du nucléaire, à laquelle j'ai participé.
Kurt Ravyts:
Het is een goede zaak dat we lid zijn van die Nucleaire Alliantie, maar die alliantie moet meer zijn dan een praatbarak. Ze moet echt wegen op de Europese Commissie en ook op de manier waarop de industrie moet decarboniseren en de 40 % eigen productiecapaciteit voor nettonultechnologieën moet bereiken.
Mijn fractie vindt dat kernenergie daarin een belangrijk aandeel moet vormen. Wij willen dus dat er Europese steun komt voor investeringen, maar ook nationale steun. We zullen in mei en bij de bespreking van de beleidsnota voor de volgende jaren kunnen vaststellen in hoeverre deze regering het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) en de actieradius rond de SMR's van het SCK CEN ook financieel wil steunen en niet verklaart dat alle middelen alleen van internationale steun moeten komen. Ik vind dat er ook meer nationale steun moet zijn.
Phaedra Van Keymolen:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Een volwaardig lidmaatschap is inderdaad positief. Een internationale aanpak op dit vlak is heel belangrijk. Een goede energiemix – de combinatie van hernieuwbare energie en kernenergie – garandeert de energieonafhankelijkheid van ons land, wat een heel belangrijk aspect is.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. De Nucleaire Alliantie moet systematisch een grotere impact hebben binnen de EU, want het is nog altijd zo dat de Green Deal wel wordt besproken op Europees niveau, maar kernenergie lijkt te worden verbannen naar de achterkamers. Diegenen die geloven dat kernenergie een groot deel van de oplossing is, moeten hun gewicht gebruiken, met technische knowhow en dergelijke, om dat thema meer en meer op de agenda te zetten. Uiteraard hoop ik dat de Nucleaire Alliantie in de toekomst zelfs niet meer nodig is, omdat kernenergie in de beleidslijnen van de Europese Commissie op een volwaardige manier terecht zal komen. We zullen die stappen heel nauwgezet opvolgen, want het is absoluut noodzakelijk dat we vooruitgang boeken. We hebben veel te lang enkel naar hernieuwbare energie gekeken. Zoals het regeerakkoord duidelijk maakt, is het evenwel een en-enverhaal. Zonder en-enverhaal lijkt net-zero industry niet binnen handbereik.
Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.
Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.
Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.
Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.
Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.
Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.
La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?
Je vous remercie d'avance de vos réponses.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!
Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.
Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.
De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.
Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!
De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!
La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!
Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.
Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!
La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.
(…): (…)
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.
Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?
Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?
Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?
Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?
Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.
Je vous remercie déjà pour vos réponses.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.
Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.
Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.
Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.
La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?
Meyrem Almaci:
" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.
Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.
"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.
De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.
Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?
Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.
Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.
D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.
D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.
J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?
Koen Van den Heuvel:
Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.
Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.
We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.
Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!
Darya Safai:
Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.
De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.
Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.
Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.
Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.
Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.
Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.
L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)
Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.
Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.
Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.
Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.
Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.
Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.
On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!
Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )
Voorzitter:
Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.
Bart De Wever:
Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.
Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.
Voorzitter:
Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.
David Clarinval:
Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.
Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.
Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.
De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.
La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.
Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.
Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.
La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.
Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.
Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.
Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.
Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.
Maxime Prévot:
Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.
Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?
De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.
Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.
J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!
Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!
We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.
En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.
D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.
Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.
La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.
Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.
Kjell Vander Elst:
Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.
We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.
Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.
Patrick Prévot:
Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.
Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)
Voorzitter:
Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.
Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?
Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.
Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)
(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)
Voorzitter:
Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.
Charlotte Deborsu:
En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!
Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!
François De Smet:
Merci pour vos réponses.
Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.
De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.
Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.
Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.
Simon Dethier:
Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.
Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.
Voorzitter:
Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.
(Applaus)
(Applaudissements)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.
Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.
Darya Safai:
Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.
De begrotingstabel van de regering-De Wever
De begroting 2025
De kritiek van de begrotingsexpert op de begrotingstabel van de regering-De Wever
De Europese uitgavengroeinorm voor 2025
De Europese uitgavengroeinorm
De kritiek van een Vlaams topambtenaar op de begrotingstabel van de regering-De Wever
Begroting 2025, Europese uitgavennormen en kritiek op regering-De Wever
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kritische discussie over de Belgische begroting 2025 draait om onrealistische aannames (zoals 8 miljard euro aan terugverdieneffecten bij 80% werkzaamheidsgraad, door experts als *fata morgana* bestempeld) en structurele tekortkomingen: de regering mist een geloofwaardig plan om aan Europese eisen (uitgavengroeinorm, 4,4 miljard euro tekort in 2025) te voldoen, stelt hervormingen uit, en baseert zich op speculatieve inkomsten. De Wever erkent de problemen maar wijt ze deels aan vorige regeringen en benadrukt hervormingsambities (pensioenen, arbeidsmarkt), terwijl oppositie (Vlaams Belang, PVDA, Open Vld) gebrek aan transparantie, concrete maatregelen en een plan B aankaart—met risico’s voor financiële markten en Vlaamse belastingbetalers. Europa’s akkoord over een verlengd hersteltraject (7 jaar) en defensie-uitzonderingen blijft onzeker, wat extra besparingen van 6 miljard euro dreigt af te dwingen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de eerste minister, mijn eerste vraag gaat over de begrotingstabel. Tijdens het investituurdebat moest op vraag van de Vlaams Belangfractie een aangepaste begrotingstabel worden rondgestuurd aan de Kamerleden. Die tabel bevat nog heel wat onduidelijkheden en roept ook heel wat vragen op. Midden maart moet uw regering haar begrotingsplan indienen bij de Europese instanties.
Vorige week nog haalde de Nationale Bank de cijfers van uw begrotingstabel stevig onderuit. Ik heb u daar al over ondervraagd. Uit recente uitspraken van begrotingsexpert Moesen blijkt dat de huidige begrotingsvoorstellen onvoldoende onderbouwd zijn en grotendeels steunen op speculatieve terugverdieneffecten. Hij spreekt in een interview bij DPG Media over bricolage en knip- en plakwerk. In het verleden verwezen u en de N-VA nochtans maar wat graag naar de woorden en analyses van de heer Moesen.
Ook de topman van het Vlaams Departement Financiën en Begroting is in zijn analyse snoeihard voor de terugverdieneffecten van 80 % werkzaamheidsgraad. U rekent op bijna 8 miljard euro. Hij noemt dat cijfer een fata morgana en baseert zich op de vooruitzichten van het Federaal Planbureau, dat een werkzaamheidsgraad van slechts 74 % in 2029 vooropstelt, zonder bijkomende beleidsmaatregelen.
De regering lijkt erop te rekenen dat Europa zal instemmen met een hersteltraject van zeven jaar in plaats van vier. Er is echter geen garantie dat dit verzoek zal worden ingewilligd. Indien Europa de begroting onvoldoende acht, dreigt een bijkomende besparing van 6 miljard euro. Bovendien waarschuwt de heer Moesen dat de financiële markten alert zijn en dat een negatieve evaluatie vanuit Europa extra druk kan zetten op dit land. De regering heeft een begrotingsplan voorgelegd waarin een derde van de inspanningen uit onzekere inkomstenbronnen komt, zonder solide onderbouwing. Daarnaast worden heel wat hervormingen pas aan het einde van de legislatuur ingevoerd, terwijl Europa aanstuurt op frontloading van de saneringen. De vraag rijst dus in hoeverre de regering effectief voorbereid is om Europa te overtuigen en de financiële stabiliteit van dit land te waarborgen.
Hoe beoordeelt u de kritiek van begrotingsexpert Moesen, temeer daar u in het verleden herhaaldelijk verwees naar hem als een gerespecteerde begrotingsexpert en u zijn analyses vaak hebt gedeeld en ondersteund?
Hoe beoordeelt u de kritiek van de topman van de Vlaamse begroting, de heer Algoed, die voorheen kabinetschef was van Vlaams minister van Begroting Muyters namens de N-VA?
Is de regering zich ervan bewust dat het begrotingsvoorstel mogelijk niet aan de Europese eisen voldoet? Hebt u een plan B als dat zo zou zijn?
Hoe onderbouwt de regering de haalbaarheid van de verwachte miljarden aan terugverdieneffecten? Kan en wil u de concrete en cijfermatig onderbouwde berekeningen van die effecten voorleggen aan het Parlement?
Waarom koos de regering ervoor om ingrijpende hervormingen uit te stellen naar het einde van de legislatuur, terwijl Europa pleit voor frontloading ?
Hoe zal de regering vermijden dat België, al dan niet door een afwijzing van Europa, in het vizier komt van de financiële markten, met mogelijk drastische gevolgen voor de Belgische economie?
Bent u bereid om een uitgebreidere begrotingstabel en de achterliggende berekeningen voor te leggen aan het Parlement?
Ik heb ook een vraag over de Europese uitgavengroeinorm. Europa zal ons land evalueren op basis van het nieuwe Europese begrotingskader, meer bepaald de uitgavengroeinorm. Dit jaar alleen al zou u eigenlijk 3 miljard euro moeten besparen, maar u doet nog niet eens de helft. Dat blijkt uit uw begrotingstabellen. Bovendien rekent u erop dat de regering 770 miljoen euro aan defensie-uitgaven buiten de begroting zal mogen houden. Dat is een aanzienlijk risico, mijnheer de eerste minister, want grote Europese landen willen die ontsnappingsclausule – waarvan u al gebruikmaakt in uw tabellen terwijl er nog geen akkoord over is binnen Europa – pas toepassen vanaf de 2 %-norm inzake uitgaven voor defensie van de NAVO. Dat is echter een norm die België niet haalt, want wij zitten slechts aan 1,3 %.
Ik heb hierover twee vragen, mijnheer de eerste minister. Klopt de vaststelling dat de begrotingstabel van de regering de uitgavengroeinorm niet respecteert, al zeker niet voor 2025?
De Nationale Bank heeft daarover een artikel en een persbericht gepubliceerd. Zij sturen aan op ingrijpende consolidatiemaatregelen om die uitgavengroeinorm te halen. Welke specifieke maatregelen zal uw regering nemen om de uitgavengroeinorm te respecteren?
Ik kijk uit naar uw antwoorden, mijnheer de eerste minister.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, ik heb ook een aantal vragen over het begrotingstraject dat bij Europa moet worden ingediend. De heer Van Peteghem heeft onlangs gezegd dat dit tegen midden mei zou gebeuren. Kunt u bevestigen dat de regering tegen dan klaar zal zijn? Is er een concrete planning opgemaakt, ook om de begroting aan de Kamer voor te leggen? Voorlopig wordt ons gemeld dat de voorlopige twaalfden op 11 maart zullen worden goedgekeurd. Wanneer kunnen we de echte begroting verwachten?
Ondertussen zijn heel wat economisten zeer kritisch over uw budgettaire traject. Koen Algoed van de KU Leuven zegt dat een tewerkstellingsgraad van 80 %, net als de 7,9 miljard euro aan terugverdieneffecten, eigenlijk een fata morgana is. Ook Wim Moesen is zeer kritisch. In De Tijd en L'Echo stond gisteren dat 2025 als een verloren jaar in de begroting kan worden gezien.
In de begrotingstabel die u hebt ingediend, staan heel wat cijfers in de kolom voor 2025. Gisteren hadden we hier een discussie over de hervorming of het beter innen van de effectentaks. De heer Jambon kon echter niet zeggen hoe dat precies zal worden aangepakt. Hoe kan dat al in de tabel voor 2025 staan, als men nog niet weet hoe men dat precies gaat doen? Hoe zal dat begrotingstraject verlopen, mijnheer de eerste minister?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, u wil met uw arizonaregering een hervormings- en besparingsregering zijn. Dat klinkt goed, maar helaas blijkt uit uw eigen budgettaire tabel dat daar voor 2025 niets van in huis komt.
Als u de tabel bekijkt die u in de Kamer hebt neergelegd, moet u in 2025, na rekening te houden met technische correcties en nieuw beleid, een totale inspanning leveren van afgerond 4,4 miljard euro. Wat blijkt echter uit de tabel? U blijkt voor 2025 te stranden op een inspanning van 2,1 miljard, met andere woorden een negatief saldo van 2,2 miljard euro.
Even opmerkelijk is dat u in die tabel ook al rekening houdt met het feit dat de defensie-uitgaven sowieso buiten de begroting zullen worden gehouden. In de tabel ziet u twee paarse lijntjes. U gaat ervan uit dat u nu al een akkoord hebt om die uitgaven buiten de begroting te houden.
Het punt is dus een negatief saldo van 2,2 miljard in 2025. Komt daarbij dat uw minister van Financiën intussen heeft toegegeven dat de afschaffing van de federale gewone intrestaftrek dit jaar niet zal lukken en dat er nog eens 210 miljoen bijkomt.
Ik heb vier vragen voor u. Kunt u bevestigen dat de afschaffing van de federale gewone intrestaftrek pas ingaat vanaf het volgend aanslagjaar? Klopt het dat u met deze tabel de Europese uitgavengroeinorm van 2025 niet respecteert? Zult u nog iets doen aan dat negatief saldo of zult u alles laten zoals het is? Ten slotte, door dat negatief saldo van 2025 zal uw startbasis voor 2026, die nu is vastgelegd op 27,3 miljard, nog verslechteren naar 29,8 miljard. Geeft u dat toe of ontkent u de waarheid?
Bart De Wever:
U wijkt een beetje af van de vragen die werden ingediend, maar dat is geen probleem. Ik zal beginnen met iets te zeggen over de kritiek van de experts. Velen hebben daarop gewezen en gevraagd of ik die wegwuif of ter harte neem. Ik neem die wel degelijk ter harte en wuif die absoluut niet weg. Expert zijn is niet gemakkelijk, zeker niet in financiële materie en begrotingsmaterie. Dit land besturen is echter zo mogelijk nog moeilijker. Dat bewijst ook de laatste spreker, die me zoals Willem Elschot aanraadt te doen wat hij heeft nagelaten. Hij heeft namelijk nagelaten te doen wat nodig was. Ook andere sprekers uit de oppositie zeggen hoe diep de problemen zijn. Ze hebben geen ongelijk. De problemen zullen inderdaad ook nog groter worden. Door acht maanden te onderhandelen komen we immers ook in het fiscale jaar 2025 in moeilijkheden. Dat is allemaal juist. Wat de oppositie echter altijd nalaat, is een alternatieve oplossing vooruit te schuiven. Uiterst links behoudt immers de traditionele fantasieën over de verhoging van het overheidsbeslag, waar we al bijna op een wereldrecord zitten, of allerlei andere revolutionaire fantasieën die mooi klinken, maar geen zoden aan de dijk zullen brengen.
We zitten effectief serieus in de problemen. Die waren al structureel in dit land en al heel lang aan het groeien. Het moet me toch van het hart dat de vorige regering wat dat betreft ongekende dieptepunten heeft verkend. Mij nu vragen of ik dat op zijn beloop zal laten, valt een beetje zuur, zeker wanneer die vraag wordt gesteld door oud-ministers van de vivaldiploeg. U weet wat er op ons afkomt bij ongewijzigd beleid. Ik zal u straks de cijfers nog eens geven.
Hoe is onze begroting opgebouwd? Onze begroting heeft de ambitie om twee derde van de beoogde inspanning bij structurele hervormingen te halen. We doen dat met het besef, en dat staat ook verankerd in het regeerakkoord, dat het overheidsbeslag gewoon niet meer kan stijgen in dit land. Het is onze bedoeling om dat te doen dalen en belastingen te doen dalen. Dat gebeurt heel af en toe eens in dit land. Dat is in de Zweedse regering gebeurd toen er een welbepaalde samenstelling van de regering was en die is er vandaag opnieuw. Bij mijn weten hebben alle andere regeringen deze eeuw de belastingkraan allemaal verder opengedraaid. Het is de bedoeling om die een stukje dicht te draaien, maar daarvoor moet men natuurlijk zeer ingrijpend hervormen.
U kunt zeggen dat die structurele hervormingen niet genoeg zijn. Ik ben zelfs geneigd om u gelijk te geven, maar dat is het maximum dat we konden halen in een coalitieregering, die dit land eigen is. Het is altijd complex. Naar Belgische normen is het dus redelijk ongezien wat wij hebben gepland.
Er is ook niemand, ook niet van de experts, die in twijfel trekt dat dat tot resultaten zal leiden en dat het ook budgettaire effecten zal hebben. De vraag is alleen wanneer die effecten en resultaten er zullen komen en of ze voldoende zullen zijn. Hadden we geen andere maatregelen kunnen nemen? Dat zijn allemaal terechte vragen. Moest een expert een soort volmacht krijgen om dit land te besturen, zou hij een ander akkoord geschreven hebben. Ik zou ook een ander akkoord geschreven hebben als ik het helemaal alleen had mogen doen. Indien de kiezer ooit zo verstandig zou zijn om me die macht te geven, zou ik nog een ander akkoord hebben geschreven. Naar Belgische normen is wat wij op het getouw zetten inzake arbeidsmarkt, pensioenen en fiscaliteit redelijk ongezien.
Die terugverdieneffecten mogen we volgens mij wel verwachten. Het zou wel heel raar zijn dat er geen terugverdieneffecten komen. Geopolitiek en internationaal economisch kan ik nog in buitengewoon moeilijk vaarwater belanden, maar op basis van onze huidige kennis zou het raar zijn om geen terugverdieneffecten te verwachten. In het regeerakkoord is voorzien in een oplopend traject van die retoureffecten, waarbij we niet inschatten dat we de 80% werkzaamheidsgraad binnen de legislatuur zullen bereiken. Dat is wel degelijk voor na de legislatuur gepland. In de begroting is er ook een buffer ingeschreven van 2 miljard euro in 2029, waardoor we eigenlijk meer doen dan Europa strikt genomen van ons vraagt betreffende de uitgavennorm. We hebben toch een zekere veiligheidsmarge ingebouwd ten aanzien van de economische omgeving, zoals ik al heb aangegeven, maar ook ten aanzien van eventueel minder grote effecten dan verwacht van de maatregelen. In de begroting is er dus wel degelijk al een voorziening getroffen.
Indien u voortdurend de experten citeert, zou u ze best volledig citeren. Zij zeggen allemaal dat de hervormingen van deze regering de juiste zijn en dat de vorige regeringen die al hadden moeten doorvoeren of al veel meer hadden moeten doorvoeren. Bovendien zeggen ze dat deze regering in de juiste richting gaat, ook al om het budgettaire rotten te stoppen. Die ambitie lijkt me voor deze legislatuur al zeer hoog.
Bij ongewijzigd beleid zullen we volgens de cijfers naar ongekende diepten zakken. Vivaldi heeft voor entiteit I ongekende diepten achtergelaten. We zakken op entiteit I van een tekort van 21 miljard naar een tekort van meer dan 40 miljard bij ongewijzigd beleid. Dat maakt dat wij de unieke rode lantaarn zijn in de OESO-zone. Wij zijn niet alleen Europees recordhouder, maar wereldwijd in de ontwikkelde wereld hebben wij de slechtst denkbare begroting geërfd. Als men dat budgettair rotten kan stoppen, heeft men al een hele prestatie geleverd, vooral als men de nodige hervormingen op lange termijn neemt die dat saldo structureel gezond zouden kunnen maken. We moeten daarop focussen. Ook op Europees niveau zal de focus liggen op het structureel gezond maken van het saldo. Dat is de filosofie die Europa nu voor de uitgavennorm hanteert. We zijn wel degelijk optimistisch dat we daaromtrent groen licht zullen krijgen.
U hebt gelijk dat de situatie voor het fiscale jaar 2025 zeer moeilijk is. De regering zal de nodige maatregelen moeten nemen om dit overgangsjaar zo goed mogelijk door te komen en om onze uitgangspositie voor 2026 zo sterk mogelijk te maken. Het is inderdaad jammer dat de regeringsvorming zo lang heeft geduurd, maar het is wat het is.
We zullen zien of we defensie buiten de begroting kunnen houden. Ik verontschuldig mij al voor mijn vroegtijdig vertrek, aangezien ik een extra bijeenkomst van de Europese Raad moet bijwonen. Het gaat natuurlijk uitsluitend over dit soort thema’s. Mevrouw Von der Leyen komt volgende maand met een white paper . Wat dat betreft, is er dus zeker iets op komst.
De problematiek van ons land blijft echter die 2 %-norm, waaraan uw regering ook niets heeft gedaan, mijnheer Van Quickenborne. Er waren allerlei plannen, maar daarvoor werd onvoldoende of geen budget voorzien. De beloftes aan de NAVO werden niet waargemaakt, waardoor we tot onze oogballen in de problemen zitten. Ik verwacht dus wel maatregelen, ESR leniency , quantitive easing ; men voelt dat er iets op komst is. Het zou wel eens kunnen dat we eerst de 2 %-norm moeten halen en dat dit onze problemen ook nog zal vergroten. We zullen zien wat er uit het Europees overleg naar voren komt.
Mevrouw Merckx, wat de timing betreft, hebben we de bedoeling om de begroting in mei door het Parlement te krijgen. Dat zou de ideale timing zijn. Halverwege maart zal het meerjarenplan in Europa beginnen en dan begint het hele verhaal. Ik kan u de details over de timing nog niet geven, maar we zullen daar uiteraard het normale parlementaire proces voor doorlopen.
Mijn excuses voor het overschrijden van mijn spreektijd, maar ik wilde de vele vragen beantwoorden.
Voorzitter:
Mijnheer de eerste minister, het is altijd zoeken naar een evenwicht. Het is nuttiger dat de parlementsleden een volledig antwoord krijgen dan het Reglement te strikt toe te passen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, dank voor uw antwoord. Laat het duidelijk zijn dat wij het niet over een revolutie hebben. Wij houden u aan de belofte die u als partijvoorzitter aan uw kiezers en als eerste minister aan de burgers hebt gemaakt. Wij houden u aan uw verantwoordelijkheid. U hebt zelf gesteld dat u de financiën op orde wilt krijgen. Wel, de budgettaire alarmbellen gaan momenteel af. De Nationale Bank heeft vorige week een snoeiharde analyse gemaakt over het gebrek aan een langetermijnvisie in uw plannen. Experten als Moesen en Algoet, die vroeger door de N-VA als referentie werden beschouwd, spreken over bricolage, knip- en plakwerk en fata morgana’s.
Toch blijft uw regering tot vandaag dagdromen over de vele miljarden terugverdieneffecten, die er nooit zullen komen. Ik noteer dat u het overgrote deel van het effect verwacht in de volgende regeerperiode, maar u rekent voor het einde van deze regeerperiode al op vele miljarden aan extra inkomsten. Dat valt niet te rijmen.
Mijnheer de eerste minister, uw begrotingstabel is gebaseerd op onhaalbare prognoses, gebakken lucht, en ze mist een duidelijke langetermijnvisie. U maakt het nog veel bonter dan de vivaldiregering. Dat zegt niet alleen het Vlaams Belang. Dat zegt ook professor Peersman. Hij zegt dat hij het nog nooit zo extreem heeft gezien.
Wij hebben het ook nog nooit zo extreem gezien. Het is onverantwoord de financiële toekomst van dit land en zeker van Vlaanderen op zulke wankele fundamenten te bouwen. Wij maken ons grote zorgen.
Mijnheer de eerste minister, u weet net als wij hoe het uiteindelijk zal eindigen. De Vlamingen zullen de rekening betalen, als de rekening niet klopt in België. Dat mogen we niet laten gebeuren. U wilt België redden, maar wij vrezen dat de Vlaming daarvoor de prijs zal betalen.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, u zegt dat links enkel ideeën aanbrengt om het overheidsbeslag te verhogen. Daarbij gaat u uit van het idee dat hét overheidsbeslag en dé belastingen voor iedereen gelijk zijn, maar het probleem is nu juist dat we niet allemaal in dezelfde boot zitten. U hebt nu bijvoorbeeld beslist om de mensen één tot twee jaar langer te laten werken, of anders 200 of 300 euro van hun pensioen af te pakken. Dat zullen de mensen echt voelen. U kunt echter ook andere beslissingen nemen. Vandaag werd nog een bericht gepubliceerd over het feit dat vorig jaar, gewoon door financiële inspecties, 1,17 miljard euro extra aan belastingen geïnd kon worden van multinationals, omdat die hun belastingen niet correct invullen. U kunt ook die keuze nemen.
U wijst erop dat de regering-Michel bepaalde maatregelen kon nemen. Welnu, die regering heeft gezorgd voor 9 miljard minder inkomsten voor de sociale zekerheid. Dat is hier beslist. In Oostenrijk bijvoorbeeld heeft men dat totaal niet gedaan. Uw argument vandaag is dat de pensioenen onbetaalbaar zijn, maar dat komt doordat u gezorgd hebt voor minder inkomsten in de sociale zekerheid. Tegenover die minderinkomsten hebt u geen andere inkomsten gezet. Dat is het probleem. Als de rechtse partijen zeggen dat de begroting niet op orde is, dan moet u misschien eens kijken naar de beslissingen die u genomen hebt, toen u deel uitmaakte van de regering-Michel.
Ik denk dus dat er andere oplossingen mogelijk zijn. De mensen hebben heel hun leven hard gewerkt, maar u zorgt er nu voor dat zij minder pensioen zullen krijgen. De mensen zullen harder moeten werken voor minder loon. Ze moeten overuren of avonduren presteren waar geen overloon meer tegenover zal staan. Dus neen, de hardwerkende Vlaming komt er niet beter uit. U hebt werkelijk iedereen in het vizier. Wij zullen met hen mee op straat komen voor andere oplossingen, want die zijn mogelijk.
Voorzitter:
Mevrouw Merckx, ik stel voor dat u bij een volgende gelegenheid een interpellatie indient, want ik stel mij nu zeer soepel op in het gebruik van spreektijd.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, men kan blijven achteruitkijken, men kan blijven zeggen dat het allemaal de schuld is van anderen. Helaas voor u gaat de strenge beoordeling van experts en de Nationale Bank over uw traject, meneer De Wever, alleen over uw traject.
Het blijkt allemaal te weinig te zijn, want in 2025 doet u eigenlijk nagenoeg niets. Het excuus dat u nu geeft is dat de regeringsvorming wat langer heeft geduurd dan verwacht. Misschien is het feit dat het zo lang geduurd heeft ook wel de fout van de vorige regering. U beschikt nochtans over elf van de twaalf maanden van 2025. U bent gestart op 1 februari, u hebt dus elf van de twaalf maanden. Wij stellen echter vast dat u de handdoek in de ring gooit. U zegt dat u eigenlijk niks gaat doen. Weet u wat het resultaat zal zijn in 2025? Uw resultaat zal nog slechter zijn dan dat van 2024.
Er is dus slechts één oplossing, kom met een ernstige budgettaire tabel. Doe dat samen met uw minister van Begroting. Toon dat u echt wilt hervormen en saneren, in plaats van het fabeltje en de lucht die u nu in uw tabellen hebt gestoken.
Voorzitter:
Collega's, we moeten de termijnen respecteren met betrekking tot het beantwoorden van interpellaties. Daarom komt nu eerst de interpellatie van de heer Van Hoecke aan bod.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de eerste minister, ik zal het kort houden. Ik weet immers dat u om 9.45 uur moet vertrekken. Ik zal dus met de deur in huis vallen.
Het gebruik van Chinese apps brengt steeds een bepaald risico met zich. De massa data die door die applicaties wordt verzameld, kan steeds opgevorderd of ingekeken worden door de Chinese overheid en de Chinese inlichtingendiensten. Er is daarop ook geen enkele controle.
Ook de Veiligheid van de Staat waarschuwt voor het gebruik van Chinese applicaties in zijn jaarrapport voor 2024. Vorige week nog, op 18 februari, herhaalde administrateur-generaal Francisca Bostyn die oproep en stelde dat het van gezond verstand zou getuigen om apps van Chinese oorsprong zoveel mogelijk te weren binnen de overheid.
De voorbije jaren kwam één specifieke app, namelijk TikTok, regelmatig in opspraak. Dat weten we allemaal. De Vlaamse regering besliste in 2023 al om de toegang tot TikTok te blokkeren op de professionele toestellen van het personeel. Het Vlaams Parlement gebood iets later om hetzelfde te doen op de professionele computers en smartphones van de parlementsleden, de politieke medewerkers en de medewerkers van de diensten. Ook de Europese Commissie gebiedt dat trouwens aan al haar medewerkers.
De federale regering verbood eveneens in 2023 federale overheidsmedewerkers om de applicatie op hun werktelefoons en -computers te installeren. Dat verbod was tijdelijk, maar werd verlengd. Dat kon ik vernemen.
Het probleem is echter veel ruimer dan enkel één applicatie. Dat is de reden waarom ik deze vraag stel. Voor wat het waard is, ook ikzelf laat TikTok al een tijdje links liggen en de meeste overheden hebben minstens in theorie al passende maatregelen getroffen.
Het probleem situeert zich echter niet enkel bij één socialemedia-app. Ook heel veel andere Chinese apps zijn in opmars. Ze worden door steeds meer mensen gebruikt, ook binnen de overheid. Andere populaire Chinese apps zijn bijvoorbeeld de shoppingapplicaties Temu en Shein.
In Nederland waarschuwt de overheid rijksambtenaren om apps als Temu niet te gebruiken, omdat er een verhoogd spionagerisico zou zijn. Temu vraagt bijvoorbeeld toegang tot de camera, audio, contacten en het wifinetwerk. De app vraagt ook het recht om het apparaat ’s nachts te ontgrendelen. Technologie-expert Vincent Nys sprak over Temu als een nog grotere datastofzuiger dan TikTok.
Een zusterapp van Temu, Pinduoduo, werd door Google in 2023 al uit de Play Store gehaald, omdat er malware in zou zijn verwerkt. Er loopt bovendien een onderzoek van de Europese Commissie naar Temu, zoals we allemaal weten, in verband met de verkoop van illegale producten en de manipulatie van consumenten. Dat laatste vermeld ik echter geheel terzijde.
Nog in Nederland verbood het Nederlandse kabinet begin deze maand het gebruik van de Chinese AI-chatbot DeepSeek, grotendeels vanwege dezelfde bezorgdheden.
De maatregelen in onze buurlanden en de oproep van de Veiligheid van de Staat leiden tot enkele vragen.
Ten eerste, hoe staat het momenteel met het verbod op TikTok, specifiek voor medewerkers van de federale overheid? Dat verbod werd eenmalig verlengd, maar is het nog steeds van kracht? Welke overheidsmedewerkers vallen er precies onder dat verbod? Hoe wordt dat verbod gecontroleerd en gehandhaafd?
Ten tweede, wordt het gebruik van Chinese apps op professionele apparaten van medewerkers van de federale overheidsdiensten op dit moment ontmoedigd of is er sprake van een sensibiliseringscampagne?
Ten derde, is de regering bereid om een algemeen verbod in te voeren op het gebruik van Chinese apps op professionele apparaten van medewerkers van alle federale overheidsdiensten? Zo ja, hoe zal dat ingevoerd en gehandhaafd worden? Zo niet, waarom niet? Welke argumenten voert de regering daarvoor aan?
Bart De Wever:
Mijnheer Van Hoecke, ik begin met een positieve noot. Ik ben alleszins blij dat u het regime in China niet steunt. U weet dat naïviteit en te vriendelijke nabijheid bij autocratische regimes geen goed idee is.
Voor het overige, als u mij zou vragen om nu onmiddellijk iets op TikTok te zetten, dan zitten we hier morgen nog. Ik zal mij aan de voorbereide tekst moeten houden, want ik ben geen expert.
Ik breng een kleine persoonlijke noot, aangezien ik veel spreektijd heb om op een interpellatie te antwoorden. Los van de veiligheidsrisico's die met alle sociale media en met TikTok in het bijzonder gepaard gaan, denk ik dat niet alleen het securityprobleem bij TikTok pertinent is, maar ook de werking van die algoritmes. Ik kan u uit een spijtige persoonlijke ervaring melden dat de invloed van de sociale media in het algemeen en van TikTok in het bijzonder op opgroeiende jongeren nefast kan zijn. Dan spreek ik over de rabbit holes die hen aanzetten tot allerlei afwijkend en compulsief gedrag. Ik denk dat we dat maatschappelijk enorm onderschatten.
Ik ben geen expert in technologische materies en dan druk ik mij nog ongelooflijk voorzichtig uit. Ik zal mij dus aan de tekst houden. Wat uw eerste vraag betreft, is het verbod op het gebruik van TikTok voor federale overheidsmedewerkers ongewijzigd. Sinds maart 2024 werd dat verbod ook voor onbepaalde duur verlengd. Alle federale overheidsmedewerkers die gebruikmaken van apparatuur van de overheid, vallen onder dat verbod. Let wel, het verbod geldt voor wie gebruikmaakt van apparatuur van de overheid. Er kan geen verbod worden ingesteld – ik zou ook niet weten hoe men dat wettelijk moet doen – voor eventuele persoonlijke toestellen, al zou ik iedereen ten stelligste afraden om het op eender welk toestel te zetten, om velerlei goede redenen.
Voor de handhaving is iedere entiteit van de overheid zelf verantwoordelijk. In het algemeen gebeurt dat door technische ingrepen op de toestellen zelf. Ik weet er toch iets van, want als burgemeester van een grote stad heb ik dat ook ingevoerd: op dragers van mijn stad is het gewoon onmogelijk om die applicaties te installeren alsook om andere onveilige dingen te gebruiken. Dat is zo ook bij de federale overheid, leer ik nu. Dat is goed. Het wordt uiteraard ook sterk afgeraden om de applicatie op persoonlijke toestellen te installeren en daar wordt rond gesensibiliseerd.
Wat de ontmoediging van het gebruik van Chinese apps en eventuele sensibiliseringscampagnes betreft, wijzen de veiligheidsdiensten op eventuele risico's die met het gebruik van dergelijke apps meekomen. Ik heb persoonlijk zo'n sessie gevolgd en men krijgt de daver op het lijf, moet ik eerlijk zeggen, van wat er allemaal mogelijk is qua breaches in de persoonlijke cyberomgeving. De mogelijkheden zijn helaas eindeloos; dus de kat moet niet bij de melk worden gezet. Trouwens, men adviseert sowieso om geen onnodige apps te installeren op apparaten die in contact komen met overheidsinformatie. Ik heb mijn eigen telefoon daar eens op gecheckt en ik denk dat ik er twee derde kan afsmijten, al is het maar omdat ik zo'n digibeet ben dat zelfs nuttige apps door mij ongebruikt blijven. Ik ben redelijk oldschool en proud to be it . Ik zal nooit veranderen.
Specifiek voor de applicatie Temu is door het CCB een advies gegeven aan de voorzitters van de federale overheidsdiensten, dat waarschuwt voor de potentiële risico's van het gebruik ervan. Het CCB adviseert Temu niet te installeren of te gebruiken op eender welk toestel, ook niet op persoonlijke toestellen en zeker niet op toestellen die toegang zouden krijgen tot interne overheidsnetwerken.
Inzake een algemeen verbod op het gebruik van Chinese apps op professionele apparaten van medewerkers van alle diensten adviseert het CCB om van een ad-hocbenadering per applicatie over te schakelen op een bredere benadering, die de voorkeur geeft aan applicaties van Belgische, Europese of NAVO-origine. Dat lijkt me een zeer verstandige aanbeveling.
Het regeerakkoord van de arizonaregering stelt dat we ons ten opzichte van China beter moeten afschermen tegen inmenging en spionage. Nog specifieker staat er dat we ons moeten indekken tegen veiligheidslekken in de netwerkinfrastructuur bij het gebruik van digitale diensten door het overheidspersoneel. Ik denk dat dat een onwaarschijnlijke uitdaging is.
Als u het hebt over budgettaire uitdagingen, wel, dat is er ook eentje. Opnieuw, vanuit mijn vorige hoedanigheid – en ik zal dat afleren; naarmate de maanden voortschrijden zal ik minder en minder over Antwerpen spreken, maar nu zit ik daar nog een beetje in – kan ik ervan getuigen dat de cyberhack waarmee Antwerpen geconfronteerd werd, wellicht uitging van een minstens door een vijandig regime ondersteunde omgeving. Men noemt het een hybride oorlog, maar eigenlijk gaat het om staatsgesponsord terrorisme; daar is geen ander woord voor. Sommige landen zoals China en Rusland geven nu eenmaal vrije baan aan hackerscollectieven, die om commerciële of andere redenen hun werk doen. Ik heb aan den lijve ondervonden wat dat kan betekenen. Daarom weet ik nu dus ook welke kosten dat met zich brengt, want wij hebben daar noodgedwongen bij moeten stilstaan, om van de stad Antwerpen een cyberveilige omgeving te maken. Die kosten zijn duizelingwekkend.
Grote bedrijven reserveren tot 12 % van de kosten van de bedrijfsvoering om de cyberinfrastructuur op poten te zetten en ze veilig te houden. Reken dat eens door. Dan weet u waar u voor staat als u over cyberveiligheid spreekt. De cyberinfrastructuur is wellicht even belangrijk geworden als onze fysieke infrastructuur, die ook al onvoldoende beveiligd is. Dat is dus voor het decennium waaraan we begonnen zijn, nog maar eens een uitdaging erbij.
Tot slot, de doelstelling die we ons hebben gesteld om ons sterker te beveiligen, moet de huidige regering gradueel uitvoeren. Zij moet daartoe proportioneel verdere stappen ondernemen. Ongetwijfeld zullen we het daarover nog hebben.
Ik raad u in ieder geval aan om volgende keer uw vragen te stellen aan iemand die daar echt iets van kent en die daar ook voor bevoegd is. We zullen daar beiden gelukkiger van worden.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. De komende jaren zult u erover moeten bijleren. U hebt ook gezegd dat we ter zake niet naïef kunnen en mogen zijn. Geopolitiek maken we zeer turbulente tijden mee. Overheden in dit land zijn jarenlang zeer naïef geweest op heel veel vlakken en ook op veiligheidsvlak.
Vanochtend raakte trouwens het nieuws bekend dat de Veiligheid van de Staat tussen 2021 en 2023 het slachtoffer werd van spionage en hacking. Eén op tien e-mails die binnen en buiten zouden zijn gegaan bij onze inlichtingendienst, werd onderschept door een hackerscollectief dat spioneert voor Peking.
Ik ben tevreden dat het TikTokverbod, dat sinds maart 2023 geldt, voor onbepaalde duur wordt verlengd. Het is logisch dat dat verbod enkel geldt voor professionele apparaten. Ik doe absoluut geen oproep tot het algemeen verbieden van applicaties, maar vooral tot voorzichtigheid en gezond verstand. Onze buurlanden nemen dezelfde voorzichtige houding aan. Dat getuigt van gezond verstand.
Volgens mij knelt het schoentje op het vlak van de handhaving. Het is zeer goed dat er technisch wordt gehandhaafd en dat er op professionele apparaten van de overheidsdiensten zelf kan worden ingegrepen. Ik denk dat vooral daarop moet worden ingezet. Ik ben tevreden dat deze regering zegt minstens werk van de sensibilisering te willen maken, maar ik weet niet of dat voldoende zal zijn.
Wij zullen dat alleszins blijven opvolgen. Als u zich dan een beetje bijschoolt, dan doe ik hetzelfde. Dan zullen we elkaar nog vaak zien hierover.
Voorzitter:
U hebt geen motie van aanbeveling? (Neen) Dat hoeft niet, het is geen verplichting.
Mijnheer de eerste minister, ik heb begrepen dat u naar een volgende afspraak moet?
Bart De Wever:
Ja, ik wil mij tegenover de commissieleden verontschuldigen, maar gisteren is er een extra Europese Raad bij elkaar geroepen. Dat gebeurt nu bijna wekelijks. U zult wel begrijpen waarom. Ik hoop dat u begrijpt dat het redelijk dwingend is dat ik daarbij aanwezig ben. Ik hoop er geen gewoonte van te maken om de commissie te vervroegen, want ik ben geen ochtendmens, en ook niet om ze vervroegd te moeten afsluiten. Vandaag kan het echt niet anders. Slecht begonnen is half gewonnen, zeg ik altijd. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.43 uur. La réunion publique de commission est levée à 9 h 43.
Het implementatieplan voor het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende een onvolledig nationaal implementatieplan voor het EU-migratiepact in onder de vorige regering, dat nu wordt gefinaliseerd voordat besloten wordt of en hoe het met het parlement wordt gedeeld—geen concrete timing gegeven. Vandemaele dringt aan op transparantie voor een kwalitatief debat, terwijl Van Bossuyt benadrukt dat wetswijzigingen via de normale parlementaire weg lopen. De discussie over een *coalition of the willing* voor externalisering van terugkeerbeleid ontaardt in verwarring over regeerakkoordversies: Van Bossuyt claimt dat de intentie (samenwerking met "gelijkgezinden") behouden blijft, maar de expliciete term ontbreekt in de nieuwste versie, wat Vandemaele als politieke onduidelijkheid aanwijst.
Matti Vandemaele:
Hoewel ik relatief nieuw ben in dit Parlement, kan ik mijn vraag toch al als een evergreen beschouwen. Uw voorgangster heb ik daarover verschillende keren bevraagd. U zegt, zoals het ook in het regeerakkoord staat, dat het Europese migratiepact een centrale as in uw beleid vormt. In dat geval is het heel belangrijk dat wij als parlementsleden over de nodige informatie kunnen beschikken.
Elke lidstaat moest uiterlijk op 12 december 2024 een nationaal implementatieplan indienen. België is die verplichting flink nagekomen. De Europese Commissie heeft gecommuniceerd dat de lidstaten hun implementatieplan openbaar mochten maken. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, dat voor u toch een gidsland is inzake migratie, hebben hun plan inmiddels gedeeld. In het belang van het parlementaire debat en opdat wij ons werk goed zouden kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat wij over dat document kunnen beschikken. Binnen een aantal weken zullen we uw beleidsnota bespreken. Daarin zult u vaak verwijzen naar de implementatie van het Europese migratiepact. Om daarover op een kwaliteitsvolle manier te kunnen spreken, zouden we dat implementatieplan moeten krijgen.
Bent u bereid dat implementatieplan aan ons over te maken, al dan niet onder gesloten envelop, al dan niet achter gesloten deuren? Ik wil het plan kunnen lezen, want dat is belangrijk voor ons. Wilt u daaraan meewerken of niet? Zo ja, wanneer kunnen we het plan krijgen? Zo niet, wat zijn uw argumenten om dat plan niet over te maken?
Ik heb nog enkele seconden voor een bijvraag. U hebt daarnet verklaard nog steeds te willen werken aan een coalition of the willing in het kader van de externalisering van het terugkeerbeleid op Europees niveau, al dan niet in het kader van het implementatieplan van het migratiepact. Het toeval wil dat we drie minuten geleden van het algemeen secretariaat een mail met het regeerakkoord hebben ontvangen. Misschien een nieuwe versie? Ik weet het niet. Het zou een definitieve versie van het regeerakkoord zijn.
Na snel nazicht kan ik zeggen dat de coalition of the willing er niet in is vermeld. In de versie van 9 januari 2025 staat de coalition of the willing wel, maar niet in de laatste versie. U verrast me dus door hier nu te stellen dat u op zoek gaat naar een coalition of the willing , want uw coalitiepartners, cd&v, Les Engagés en Vooruit, zijn er niet. Ze zullen het misschien nooit weten. U stelt echter dat de coalition of the willing niet in het regeerakkoord staat. Kunt u mij dan verklaren welke versie van het regeerakkoord ik moet gebruiken om de debatten voor te bereiden, namelijk de versie met de coalition of the willing of de versie zonder de coalition of the willing ?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, ik dank u voor uw vragen. U spreekt over een evergreen, dat is goed, zolang we die maar niet beginnen te zingen.
Heeft iedereen zo iemand in zijn partij? Wij hebben ook partijleden die graag beginnen te zingen. (Hilariteit)
Het nationale implementatieplan in het kader van het EU-pact werd in december 2024 ingediend. Gelet op de deadline gebeurde dat onder de vorige regering, in lopende zaken. Sommige landen van de Europese Unie waren daar trouwens te laat mee, maar wij hebben het tijdig ingediend.
Aangezien bepaalde keuzes die in het plan moesten worden opgenomen niet in lopende zaken konden worden gemaakt, was het plan een onvolledig werkdocument, dat nog nadere afwerking vereist. Het onvolledige werkdocument wordt nu gefinaliseerd, conform de gemaakte beleidskeuzes. Zodra het klaar is, zal opnieuw worden geëvalueerd of het document openbaar wordt gemaakt of gedeeld en in welke vorm of met welke modaliteiten. U hebt al een aantal suggesties gegeven over mogelijke modaliteiten. Wij zullen het evalueren.
U vroeg naar een timing. Zoals ik al aangaf, moet er eerst verder werk worden gemaakt van de inhoud, zodat het vervolledigd kan worden. Daarna zullen wij het evalueren. Ik kan dus nog niets zeggen over de timing.
Wat de transparantie richting het Parlement betreft bij de uitvoering van het migratiepact, een deel van het werk in het kader van de implementatie van het EU-pact vraagt wetswijzigingen. Dat spreekt voor zich. Die wetswijzigingen zullen uiteraard de normale parlementaire weg volgen. Los daarvan hebt u natuurlijk steeds de mogelijkheid om mij daarover te bevragen, zoals u nu doet.
Wat de coalition of the willing betreft, er circuleren dan blijkbaar verschillende versies van het regeerakkoord. Op de website van de federale regering staat toch al een aantal weken de versie waarin het wel staat, tenzij dat nu ineens zou zijn gewijzigd. Het gaat dus over het verder inzetten op de externe dimensie van het migratiebeleid en daarover is er eensgezindheid binnen de regering.
Matti Vandemaele:
Ik vind het jammer dat ik de enige ben die hierover vragen stelt. Anders kon ik even kijken via de link die we net gekregen hebben. Volgens mij staat het er namelijk niet in. Het is dus echt heerlijk, het is zelfs kolder aan het worden, maar toch is dit niet onbelangrijk. Als het in een eerdere versie wel staat en in een volgende versie niet, dan is het dus wegonderhandeld door de ene of de andere partij. Als het wegonderhandeld is door een partij, dan zit er een partij in ons halfrond die zich in de luren laat leggen. Het is dus niet onbelangrijk voor uw coalitiepartners om dat eens te toetsen en te kijken in welke versie... Ondertussen is het voor ons als parlementsleden niet meer duidelijk in welke versie het staat of stond.
Wat het implementatieplan betreft, herhaal ik met de hand op het hart dat ik begrijp dat de vorige versie onvolledig was en dat die moet worden aangepast naar het nieuwe regeerakkoord. Ik begrijp dat, want ik heb ook vier jaar aan die kant gezeten. Ik snap dat dus helemaal.
Ik vind dat perfect verdedigbaar, maar ik zit nu aan deze kant. Wij willen allemaal ons werk op een goede manier doen. Ofwel stellen wij allemaal domme vragen, omdat we niet alle info hebben, ofwel krijgen wij alle info. Het is superbelangrijk dat wij, als parlementsleden, dat document krijgen, zodat wij ons op een goede manier kunnen organiseren om het werk voor u goed te laten verlopen. Ik vraag u dus met aandrang, op mijn knieën – ik weet niet wat ik nog moet doen –, om er toch even over na te denken en ons dat te geven.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb ook aan de andere kant gezeten. Ik weet hoe graag men een antwoord op zijn vragen krijgt.
Mijnheer Vandemaele, in het regeerakkoord staat: 'samen met gelijkgezinde partners'. Als men dat in het Engels vertaalt, komt het daarop neer.
Matti Vandemaele:
Het gaat over terugkeerhubs. In de vorige versie stond er: coalition of the willing .
Anneleen Van Bossuyt:
(…)
Matti Vandemaele:
Als ik contact heb met uw coalitiepartners kan ik zeggen: coalition of the willing , of de versie in het Nederlands, zodat ze doorhebben waarover het gaat. Dat is belangrijk.
De onderhandelingen tussen Trump en Poetin over Oekraïne
Het vredesplan van Trump en Poetin voor Oekraïne
De besprekingen tussen Trump en Poetin over de oorlog in Oekraïne, en de plaats van Europa
De positie van Europa tussen de VS en Rusland
Oekraïne
Oekraïne
Rusland, VS en Europa in Oekraïne-conflict
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU verwerpen de eenzijdige vredesonderhandelingen van Trump en Poetin over Oekraïne, die territoriale concessies en NAVO-uitsluiting afdwingen zonder Europese of Oekraïense inbreng, en benadrukken dat geen besluit over Oekraïne zonder Oekraïne en de EU kan. België bevestigt onverminderde militaire (o.a. gevechtsvliegtuigen, pantservoertuigen) en financiële steun aan Kiev, wijst het omstreden VS-grondstoffenakkoord (500 miljard dollar, onjuist bedrag) af, en dringt aan op Europese strategische autonomie, inclusief versterkte defensie-investeringen en een 16e sanctiepakket (o.a. Russische schaduwvloot, aluminium, chemische export). De minister noemt het VN-stemgedrag van de VS ("schande") en hamert op een Europese vredesarchitectuur met Oekraïne als volwaardige partner, terwijl hij bilaterale deals tussen Kiev en Washington niet kan blokkeren maar wel Europese alternatieven wil uitwerken. Urgente eensgezindheid op de EU-top van 6 maart is cruciaal om een Munich-achtig scenario te vermijden.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Trump heeft zonder enige afstemming met Europese bondgenoten het initiatief genomen om vredesbesprekingen over Oekraïne op te starten. In een verrassende wending heeft hij directe onderhandelingen met de Russische president Poetin geïnitieerd en daarbij aangegeven dat Oekraïne mogelijk territoriale concessies moet doen en dat het NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne niet realistisch is. Voorts draaide hij de waarheid om door Oekraïne te verwijten de oorlog te zijn gestart en stelde hij dat president Zelensky een dictator is.
Die situatie roept grote vragen op over de positie en de invloed van Europa in het conflict en over de strategische autonomie van de Europese Unie. Terwijl Trump en Poetin de toon zetten met betrekking tot de toekomst van Oekraïne, lijkt Europa opnieuw grotendeels aan de zijlijn te staan, afgezien van het feit dat president Macron en premier Starmer bij Trump mogen langsgaan.
Wat is uw reactie op het feit dat België en de EU als geheel niet formeel zijn betrokken bij de onderhandelingen?
Welke diplomatieke initiatieven zal België nemen, zowel bilateraal als in de EU, opdat Europa toch een volwaardige stem aan de onderhandelingstafel krijgt?
Welke garanties biedt België dat het Oekraïne zal blijven steunen, zowel op militair als op civiel vlak?
Hoe zal België in de EU pleiten voor een onderhandelingskader waarin Oekraïne zelf volledig maar ook volwaardig wordt betrokken, om te voorkomen dat er boven het hoofd van Oekraïne beslissingen worden genomen over de soevereiniteit en veiligheid, zoals nu wellicht gebeurt door de nieuwe grondstoffendeal met Trump?
François De Smet:
Monsieur le ministre, comme je n'ai pas encore eu l'occasion de vous le dire en commission, je tiens à vous féliciter pour votre poste et à vous souhaiter le meilleur dans cette belle fonction.
Depuis le coup de fil du 13 février dernier entre MM. Trump et Poutine au sujet de l'Ukraine, l'histoire s'accélère. Si nous en croyons les déclarations du président américain et de son secrétaire d' É tat à la Défense, les É tats-Unis considèrent déjà que l'Ukraine devra faire des concessions territoriales et ne pourra jamais faire partie de l'OTAN.
Je crois qu'il faut voir les choses en face: nous avons affaire à une administration américaine imprévisible et pro-russe. Elle est même à deux doigts d'estimer que c'est l'Ukraine qui devrait presque s'excuser d'avoir été attaquée.
Tout indique que nous nous dirigeons vers un règlement de paix en l'absence des principaux intéressés, à savoir les Ukrainiens, mais aussi les Européens. Tout indique aussi qu'après des années de lutte soutenues par les Occidentaux, l'Ukraine sera abandonnée et forcée à une paix qui n'en sera pas vraiment une.
Si l'Ukraine se retrouve à devoir accepter le dépeçage de son pays, si elle doit accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le respect des frontières et du droit international, alors c'est l'ensemble de nos valeurs qui sera bafoué.
Comme je l'ai souvent répété durant la dernière législature, notre pays fait partie des États européens qui auraient dû aider davantage et mieux l'Ukraine.
Nous avons certes fourni de l'aide, mais en retenant toujours quelque peu notre effort, contrairement à d'autres pays comparables, comme les Pays-Bas par exemple. C'est la raison pour laquelle nous sommes toujours considérés comme appartenant à la seconde division de l'aide militaire.
Quelle sera l'attitude la Belgique, face à ce tournant important?
Quelle sera notre position face à ce qui se dessine comme, au mieux, un nouveau Yalta et, au pire, un nouveau Munich, dont les Européens apparaissent pour l'instant comme les grands absents et les grands exclus?
Quelle position allons-nous adopter au sein du concert des nations européennes?
Si jamais la paix ne se réalise pas, ce que nous ne devons pas exclure, continuerons-nous à aider financièrement et militairement, peut-être plus que jamais, les Ukrainiens qui ont vocation à rejoindre à terme l'OTAN ainsi que notre Union européenne?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, la conférence de Munich, c'était une étape, mais je pense que nous sommes déjà beaucoup plus loin dans la rhétorique et dans l'action brutale du président Trump en concertation avec Vladimir Poutine pour, quelque part, se repaître du cadavre. Nous voyons également à quel point ils essaient de contraindre le président Zelensky à conclure un accord sur les terres rares et les minerais précieux en Ukraine pour rembourser l'aide militaire des États-Unis, on parle d'un marché de 500 milliards.
Négociations de paix sur un territoire souverain sans que ni le gouvernement de ce territoire souverain, ni l'Union européenne, les alliés traditionnels et historiques des États-Unis, y soient associés. Tout cela remet sur un plateau, quelque peu honoré aujourd'hui, Vladimir Poutine.
Le risque de voir l'Ukraine et l'Europe mises devant le fait accompli est aujourd'hui réel, d'autant que Washington semble, désormais, considérer comme irréaliste l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN et un retour aux frontières d'avant 2014. Alors que l'Europe doit jouer un rôle accru dans la gestion des crises internationales, il est impératif que la voix de nos institutions et de nos partenaires soit entendue. Dans ce contexte, il me semble essentiel que notre pays défende une approche cohérente et équilibrée.
Dès lors, quelle est la position officielle et claire de la Belgique face à ces récentes évolutions et au risque d'un accord négocié en dehors du cadre européen et ukrainien? Quelles initiatives la Belgique peut-elle soutenir pour garantir que l'Ukraine et l'Union européenne restent pleinement impliquées et que leurs intérêts soient préservés? Et pourquoi avoir seulement regretté amèrement et non pas avoir condamné le double vote qui a été amené entre la Russie et les É tats-Unis sur l'Ukraine, lâchant totalement à la fois les Ukrainiens mais également les alliés européens?
Kathleen Depoorter:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Via verschillende kanalen vernemen we dat de Verenigde Staten en Oekraïne bijna een akkoord hebben bereikt waarbij de VS toegang krijgen tot Oekraïense zeldzame aardmetalen. In ruil hiervoor zou de VS militaire steun blijven verzekeren. Het is dit akkoord dat de achterliggende reden zou zijn van de spanningen tussen de Amerikaanse president Trump en de Oekraïense president Zelensky. President Trump bekritiseerde president Zelensky openlijk in niet te verstane bewoordingen toen Oekraïne terughoudend was om het akkoord te ondertekenen. De Britse krant The Telegraph zou het document met de grondstoffen-“deal” in haar bezit hebben of minstens hebben kunnen inzien. Het zou gaan om een kleine 500 miljard dollar in waarde, waarvan de VS exclusieve toegang zou krijgen.
In Frankrijk verklaarde president Macron na overleg met negentien landen, waaronder België, dat er een eensgezind standpunt van de betrokken Europese landen is over Oekraïne. Dat standpunt legt de nadruk op duurzame vrede en robuuste garanties. Indien dit klopt, zou dit kunnen betekenen dat Europa zich in bredere zin positioneert tegenover de geopolitieke implicaties van het mogelijke akkoord tussen de VS en Oekraïne. Daarnaast wordt een nieuwe ronde van sancties tegen het Russische regime voorbereid.
Mijn vragen voor de minister:
Gezien deze ontwikkelingen en de potentiële impact op zowel de Europese als Belgische belangen, verneem ik graag wat de officiële positie van België is ten aanzien van het voorgestelde grondstoffenakkoord tussen de VS en Oekraïne?
Hoe beoordeelt de Belgische regering de mogelijke gevolgen van dit akkoord voor de Europese veiligheid en economie?
Indien het klopt dat de animositeit tussen president Trump en president Zelensky haar oorsprong vindt in het dispuut over de grondstoffen: wat is de positie van de Europese landen hierin?
Klopt volgens u de bewering van president Trump dat de VS meer hulp aan Oekraïne heeft gestuurd dan de Europese landen? Wat is volgens u de verhouding tussen beiden?
President Trump staaft de exclusieve toegang tot Oekraïense grondstoffen op het feit dat de VS het meest hebben bijgedragen in de steun. Hoe rijmt u dat met het antwoord op de vorige vraag? Klopt het circulerende bedrag van 500 miljard dollar?
Zeldzame metalen en grondstoffen vormen de inzet op geopolitiek vlak: onder andere China probeert deze in Afrika te controleren en de Europese landen hebben er steeds moeilijker toegang toe. Werd er door de Europese landen gesproken over een alternatieve grondstoffen-“deal” ten voordele van de Europese landen?
Het Verenigd Koninkrijk kondigde nieuwe sancties aan tegen de Russische Federatie. Vanuit Europa zou eenzelfde pakket onderweg zijn: wat zijn hiervan de contouren en welke sectoren van de Russische Federatie worden hier in het vizier genomen?
Wordt er op Europees niveau onderzoek gedaan naar de zogenaamde “grijze” of “schaduwvloot” van de Russische Federatie? Onderzoekt men hoe deze vloot tot stand kwam met behulp van mogelijk Europese bedrijven?
Els Van Hoof:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, het Amerika van Trump lijkt wel een bondgenoot van Poetin. Met zijn uitspraken lijkt Trump Zelensky en Oekraïne te laten vallen als een baksteen. Anderzijds lijken de Verenigde Staten wel geïnteresseerd in de Oekraïense grondstoffen. Onderhandelingen voor een deal rond grondstoffen zouden zich in een finale fase bevinden.
Zoals u aangaf in de marge van Europese Raad op maandag, blijft het cruciaal dat ook Oekraïne en Europa mee aan tafel zitten om de toekomst van Oekraïne vorm te geven. Tegelijk blijft het cruciaal om het lot van Oekraïne én Europa zelf in handen te nemen. Op de afgelopen Raad Buitenlandse Zaken kwam Oekraïne alvast aan bod, waar een zestiende sanctiepakket tegen Rusland werd aangenomen. Ook kondigde commissievoorzitter von der Leyen alvast 3,5 miljard euro extra financiële steun aan voor Oekraïne.
Ik heb daarom voor u de volgende vragen:
Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken genomen om Oekraïne zonder de VS verder te ondersteunen, zowel op diplomatiek vlak als wat betreft veiligheids- en economische samenwerking? Welke stappen heeft u daartoe verdedigt op de Raad?
Welke concrete stappen zal de Europese Unie nemen om haar eigen veiligheidsarchitectuur verder te versterken, nu de VS niet langer als een betrouwbare bondgenoot kan worden beschouwd?
Welke bilaterale steun van België aan Oekraïne is nog gepland? Waaruit bestaat die steun concreet?
Maxime Prévot:
Collega’s, u stelt allen terechte vragen inzake deze toch wel bijzondere wending in de houding van de Amerikaanse partner en bondgenoot. Wat de uitsluiting van Europa en Oekraïne betreft, is onze houding altijd geweest dat geen beslissing over Oekraïne kan worden genomen zonder Oekraïne daarbij te betrekken en dat niets over de EU kan worden beslist zonder de EU.
Et c'est d'autant plus le cas aujourd'hui, au moment où la nouvelle administration américaine semble défendre des positions qui vont à l'encontre de nos principes. Depuis trois ans, l'Ukraine se bat pour sa survie face à l'envahisseur russe. Nous ne pouvons accepter que les responsabilités de Moscou dans cette guerre d'agression soient minimisées ou relativisées à la lumière d'une lecture biaisée de l'Histoire. Aucun accord relatif à l'avenir de l'Ukraine ne sera durable ou acceptable sans que l'Union européenne et l'Ukraine y soient pleinement associées.
Sinds 2022 hebben de EU en haar lidstaten 134,5 miljard euro steun verleend aan Oekraïne, waaronder 48,5 miljard euro militaire bijstand. Gezamenlijk heeft de EU in 2024 meer dan de helft van alle militaire steun aan Oekraïne verstrekt. Volgens cijfers die onlangs door het Kiel Institute zijn gepubliceerd en door The Economist zijn overgenomen, bedraagt de hulp van de Verenigde Staten aan Oekraïne 114 miljard euro. De schuld van 500 miljard dollar die de regering-Trump de afgelopen dagen heeft genoemd, lijkt op basis van mijn informatie onjuist en schromelijk overschat.
De EU is niet betrokken bij bilaterale besprekingen over de exploitatie van zeldzame mineralen in Oekraïne. Dat is een gesprekwonderwerp tussen Oekraïne en de VS.
Nous regrettons les démarches américaines unilatérales, non concertées avec les alliés européens, ainsi que leur approche éminemment transactionnelle, qui semble guider l'administration Trump à ce stade.
J'en viens à l'épisode de lundi à New York, aux Nations Unies. On a dû compter sur une mobilisation européenne massive, à défaut d'être unanime, pour contrecarrer la proposition de résolution américaine qui ne parlait pas de violation de l'intégrité territoriale de l'Ukraine et qui parlait du conflit russo-ukrainien, plaçant les deux parties sur un même pied, en oubliant d'identifier qui est l'agresseur et qui est la victime. Cela a été évidemment un épisode marquant, et je dis même choquant.
La résolution proposée par les Européens et l'Ukraine, avec les amendements qui ont été apportés, a pu être soutenue majoritairement à l'Assemblée générale, mais elle n'a pas connu le même sort, hélas, au Conseil de sécurité des Nations Unies, quelques heures plus tard.
Je redis ici ce que j'ai condamné publiquement hier à Genève, ayant eu l'opportunité de m'exprimer juste après mon homologue le ministre des Affaires étrangères de Hongrie, qui n'avait pas nécessairement, pour le dire pudiquement, la même lecture des évènements que moi. Le vote intervenu au Conseil de sécurité des Nations Unies est une honte. Je pense qu'il ne peut pas y avoir de révision de l'Histoire au point, finalement, que l'Ukraine soit salie par des propos visant à assimiler son dirigeant à un dictateur, au point que l'Ukraine soit salie par des propos visant à sous-entendre qu'elle pourrait avoir suscité ou généré le conflit. L'Ukraine ne peut pas être méprisée ni abandonnée. La Belgique est d'une clarté limpide sur ce sujet. Nous sommes et nous resterons des alliés de l'Ukraine.
Les évènements des derniers jours doivent donc nous pousser à faire preuve de réalisme et de lucidité. Qu'on le veuille ou non, nous devons urgemment développer une politique et une approche qui nous garantiront une place à la table des négociations.
Daarom zijn de initiatieven die de Franse president Macron, de voorzitter van de Europese Raad Costa en de ministers van Buitenlandse zaken van de 27 lidstaten nu ontwikkelen van groot belang.
Il est absolument indispensable d'apporter une réaction européenne unanime, rapide et vigoureuse pour garantir un processus de paix qui inclut toutes les parties prenantes dont la Belgique. On sait que cette unanimité n'est aujourd'hui pas acquise.
Il est également clair que les garanties de sécurité d'un éventuel accord devront être développées par l'Europe tant pour assurer le respect de l'accord en question que pour garantir notre propre sécurité. Notre pays prendra ses responsabilités en la matière et ceci passera probablement par une hausse, à court terme, des dépenses de défense.
Pour rappel, l'accord bilatéral de sécurité signé entre l'Ukraine et la Belgique, en mai de l'année dernière, lie nos deux pays pour une période de dix ans. Il symbolise notre engagement à soutenir durablement l'Ukraine dans le domaine militaire et prévoit, entre autres, la livraison d'avions de combat, de véhicules blindés modernes et d'équipements divers. Une coopération est également prévue dans les domaines de l'industrie de la défense, du renseignement, de la cybersécurité ou de la lutte contre la désinformation.
La diplomatie belge reste pleinement mobilisée. Le premier ministre et moi-même avons multiplié les contacts avec nos homologues ukrainiens, européens et américains afin de plaider pour une paix juste et durable. Mon collègue en charge de la Défense a également eu des contacts avec son homologue. Seule l'Ukraine, en étroite coopération avec ses alliés, est en mesure de déterminer si le contexte est propice à l'ouverture de négociations. La Belgique a toujours fait partie des contributeurs importants en matière d'aides à l'Ukraine. C'est à ce titre que le premier ministre De Wever a récemment été contacté par le président Macron. Ces derniers jours, le Royaume-Uni, le Canada, la Norvège et l'Islande ont confirmé qu'ils partageaient la vision européenne du conflit et certainement pas l'obtention de la paix par la force.
Wat ik vandaag ook kan meegeven, is het besef van urgentie en de nood aan een flexibele modus operandi in de EU, die ook België bepleit. We moeten op korte termijn concrete resultaten boeken. In de afgelopen maanden zijn bepaalde Europese hulpmechanismen voor Oekraïne geblokkeerd of gegijzeld door bepaalde EU-lidstaten. Dit is niet langer acceptabel. De tijd is tegen ons.
Pour qu'il n'y ait pas de mauvaise compréhension, il est clair que les pays que j'ai évoqués partagent cette vision européenne du conflit, avec la nécessité – au besoin, par le soutien militaire constant à apporter à l'Ukraine – d'obtenir par la force la cessation du conflit, même s'il y a lieu de déployer tous les efforts diplomatiques afin de parvenir à cette cessation par la négociation.
Het zestiende pakket EU-sancties tegen Rusland werd op 24 februari 2025 goedgekeurd. Het bevat bijkomende oplijstingen van personen en entiteiten die de Russische oorlogseconomie ondersteunen en nadere exportverboden op gevoelige goederen die de Russische oorlogseconomie ondersteunen, zoals chemicaliën, CNC-software en chroom. Ook worden verdere maatregelen getroffen tegen de Russische transport- en infrastructuursectoren. Daarbovenop wordt een importverbod van aluminium uit Rusland toegevoegd. Verder zijn er veel technische wijzigingen die dienen om sanctieomzeiling tegen te gaan en de uitvoering te vereenvoudigen.
In het zestiende pakket worden ook meer dan 70 schepen uit de Russische schaduwvloot gesanctioneerd. Verder worden de bewegingen van die schaduwvloot nauw gevolgd door de maritieme autoriteit van lidstaten en door de Europese Commissie. Landen die aan de Noordzee of Baltische Zee grenzen, waaronder België, zijn zich erg bewust van de mogelijke dreiging die uitgaat van die schaduwvloot. Zij werken samen om die schepen stil te leggen en de uitbreiding van de vloot tegen te gaan. Daarbij wordt ook actief samengewerkt met de zogenaamde vlaggenstaten wereldwijd.
Diplomatiek overleg is nog volop aan de gang om de volgende stappen te bepalen die de Europese Unie zou kunnen nemen. De komende Europese Raad van 6 maart 2025 zal zich over dat thema buigen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Het is inderdaad van cruciaal belang dat Europa niet buitenspel wordt gezet in dit conflict en dat wij gezamenlijk blijven opkomen voor de soevereiniteit en de veiligheid van Oekraïne. Ik ben blij dat u binnen maar ook met de Europese Unie blijft aandringen op een volwaardige rol aan de onderhandelingstafel. Enkel door een sterke, eensgezinde Europese houding kunnen wij voorkomen dat beslissingen over Oekraïne zouden worden genomen zonder Oekraïne. Het is essentieel dat onze steun aan Oekraïne, zowel militair als humanitair, onverminderd doorgaat. Het is zoals u zegt, België blijft een bondgenoot van Oekraïne. Dat is meer dan nodig.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, franchement, je voudrais vous féliciter pour votre réponse. Vous rendez honneur à ce pays, à l'Union européenne et à la victime, l'Ukraine. Je vous remercie pour cela.
Cependant, vous êtes quelque part coincé, au sein de cette majorité, avec la vision pro-atlantiste qui était dans la déclaration de politique gouvernementale et qu'il va falloir rapidement corriger. Je serai attentif à ce que le sommet européen du 6 mars donnera, car je suis convaincu, comme vous, que c'est l'occasion de construire une nouvelle feuille de route européenne, sans se résigner. Construisons cette feuille de route et réorientons notre politique économique, diplomatique, notre stratégie militaire également, sur le long terme. Abandonnons la centralité américaine comme point de référence!
Les États-Unis étaient nos alliés. Je croyais qu'ils allaient rester nos partenaires. Je me demande s'ils ne vont pas devenir, bientôt, un jour, nos adversaires. Je vous encourage, en tout cas, à faire tout ce que vous pouvez pour que nous soyons fermes. Je pense que Poutine, comme Trump sont des gens brutaux qui ne comprennent que les rapports de force et partagent très peu de valeurs morales et humaines. Bien sûr, on ne conduit pas le monde simplement sur des valeurs, il y a des rapports de force, mais l'Union européenne ne se laissera pas faire. Vous en avez été le témoin, ici, et je vous remercie d'avoir utilisé deux expressions importantes à propos du vote intervenu aux Nations Unies. Vous l'avez condamné publiquement et vous avez dit que c'était une honte. Je vous remercie pour cela.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos propos assez forts sur ce qui s'est produit à l'ONU.
Non, nous ne pouvons pas accepter, au XXI e siècle, que la force entérine des frontières en Europe. C'est impossible, de sorte qu'on a raison d'en faire une question de principe. Non, nous ne pouvons pas accepter la lecture actuelle des É tats-Unis, et nous devons nous en émanciper. J'ai l'impression que les Européens sont en train de se diviser en deux blocs: ceux qui pensent qu'il est encore possible de raisonner M. Trump en allant le voir et en lui expliquant la réalité de la situation, et les autres, qui, eux, ont conscience que cet homme est imprévisible.
Or, si on fait preuve de lucidité face à ses propos et à ses intentions ainsi qu'à ceux de ses proches, il y a un tropisme pro-russe qu'il faut pouvoir intégrer avec cette administration. En tout état de cause, nous pensions tous que le premier Trump serait une parenthèse, et il ne faut pas faire l'erreur de penser que le deuxième en sera une également, même si nous espérons tous pouvoir un jour reprendre nos partenariats avec les Américains.
Nous ne sommes pas encore autour de la grande table européenne en raison de la faiblesse de notre aide militaire, mais nous avons une compensation sous la forme de notre vaste réseau diplomatique – vous en êtes désormais à la tête – qui permet à la Belgique, aux moments clés de l'histoire, de jouer un rôle essentiel. Je ne peux donc que vous encourager à continuer à mettre un pied dans la porte et à continuer à ne pas exclure la possibilité que la guerre se poursuive. En effet, il est tout à fait possible que les efforts de paix n'aboutissent pas. Dans un tel cas, nous devrons être au rendez-vous et apporter l'aide militaire à l'Ukraine.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de steun van ons land aan Oekraïne moet inderdaad krachtig en duidelijk zijn. Oekraïne misprijzen door te roepen dat het een conflict zou hebben uitgelokt, kunnen wij niet aanvaarden. Het is goed dat dat hier wordt veroordeeld.
Als N-VA-fractie zullen wij de zoektocht naar middelen voor defensie blijven ondersteunen. Minister Francken is daar op het moment al mee bezig. We moeten ervoor zorgen dat we klaar staan om onze toch bijna buur, Oekraïne, verder te helpen.
Ik ben verheugd over de rechtzetting in verband met de middelen. Als Europa effectief 134 miljard steun heeft gegeven aan Oekraïne en de VS 114 miljard, zoals u nu zegt, dan moeten we er rekening mee houden dat men zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan een beetje rijk aan het rekenen is. Hoezeer we ook een partner blijven van de Verenigde Staten, het kan niet dat ze zich rijk rekenen op de rijkdommen en de mineralen die in Oekraïne aanwezig zijn. Het factchecken van de cijfers is belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen.
Zoals u aangaf, is het heel belangrijk dat een vredesakkoord onderhandeld wordt met de partners aan tafel. Het kan niet anders dan dat Oekraïne en de Europese Unie daarbij aanwezig zijn. U krijgt al onze steun om er met eerste minister De Wever voor te gaan en om het vredesakkoord te bepleiten met de mensen die echt aan zet zijn.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw krachtig antwoord. Er kan inderdaad geen duurzame vrede zijn zonder Oekraïne aan de tafel, en ook niet zonder de Europese Unie die in veiligheidsgaranties zal moeten voorzien. Het is ook belangrijk dat we blijven inzetten op militaire en humanitaire steun en dat er in de Europese Unie eensgezindheid bestaat, zodat we een krachtig signaal kunnen geven en ons lot in eigen handen kunnen nemen, samen met Oekraïne. Ik heb Kiev twee keer bezocht tijdens de oorlog en het is me bijgebleven dat de miljarden euro's die we hebben gegeven nog altijd niet voldoende zijn. Ik herinner me heel goed het discours aldaar: Oekraïne moet kiezen waar ze één kogel kunnen inzetten om hun grondgebied en hun burgers te beschermen tegenover zes kogels voor Rusland. Dat is onaanvaardbaar. We moeten steun blijven geven en mogen ons niet voorhouden dat het genoeg is. Onze regering is in dat verband eensgezind, net als de oppositie.
Nieuwe Europese regels voor securitisatie
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De EU wil titrisatieregels versoepelen om private investeringen in energietransitie en innovatie te stimuleren, maar minister Jambon waarschuwt voor risico’s zoals in 2008 door ondoorzichtige producten, ondanks strengere huidige regels (o.a. risicoretentie, transparantie). België steunt voorzichtige aanpassingen binnen de Unie van Kapitaalmarkten, mits strikte garanties op transparantie en toezicht, om misbruik door banken te voorkomen. Jambon benadrukt dat de huidige EU-regels al strenger zijn dan in de VS, maar dat het ondergebruikte marktpotentieel (door complexe eisen en lage investeerdersvraag) een uitdaging blijft. Concreet toezicht op besteding van vrijgemaakte middelen (bv. voor groene projecten) wordt niet uitgesloten, maar nog niet gedetailleerd.
Simon Dethier:
Monsieur le ministre des Finances, la Commission européenne a annoncé en février son intention de réviser les règles encadrant la titrisation afin de libérer des financements privés pour des investissements dans des secteurs clés de l'économie européenne. La titrisation est un processus complexe consistant à regrouper des crédits bancaires pour les transformer en actifs vendus sur les marchés. Cette pratique a d'ailleurs été accusée d'avoir contribué à la crise financière de 2008 en raison des prêts "subprimes" risqués.
L'UE souhaite toutefois alléger les régulations pour attirer des investissements privés nécessaires à la transition énergétique, au numérique et à d'autres secteurs vitaux. Les régulateurs européens en appellent eux à moderniser les règles. Néanmoins, des inquiétudes persistent sur le risque de réintroduire des produits financiers opaques et risqués.
1. Monsieur le ministre, la révision des règles de la titrisation pourrait-elle conduire à la réintroduction de pratiques financières similaires à celles qui ont conduit à la crise de 2008, notamment en matière de gestion des risques liés aux crédits subprimes? Quelle est la position défendue par la Belgique et les préoccupations mentionnées sont-elles partagées?
2. Le gouvernement prévoit-il des mesures spécifiques pour garantir que la révision des règles sur la titrisation serve effectivement à financer des projets de transition énergétique, plutôt qu'à favoriser les banques sans impact direct sur l'économie réelle?
3. Certains experts soulignent que l'Europe reste beaucoup plus régulée que les États-Unis en matière de titrisation, ce qui limite la compétitivité des banques européennes. Quelle est l'analyse du ministre en la matière?
4. Le gouvernement a-t-il l'intention de mettre en place un mécanisme de suivi des investissements réalisés grâce à la titrisation pour s'assurer que ces fonds soient utilisés à bon escient, notamment dans les domaines de l'innovation, de la compétitivité et de la défense?
Jan Jambon:
Monsieur Dethier, la grande crise financière de 2008 a mis en évidence des faiblesses majeures sur le marché des titrisations, qui a constitué alors une source d'instabilité financière plutôt qu'un outil permettant aux banques de diversifier les sources de financement et de libérer de l'espace sur leur bilan pour des prêts et des investissements supplémentaires.
Cependant, depuis la crise, le cadre des titrisations a subi d'importantes modifications visant à en améliorer la robustesse. Ces changements concernent principalement les exigences relatives à la rétention des risques, c'est-à-dire à la skin in the game que les initiateurs doivent conserver en matière de transparence et de divulgation ainsi que de vigilance ( due diligence ), pour les investisseurs, la normalisation et la simplification des structures de titrisation. Mais ils concernent aussi les exigences accrues en ce qui concerne les fonds propres pour les banques et les compagnies d'assurance qui investissent dans des titrisations.
Toutefois, le marché européen de la titrisation reste sous-utilisé par rapport au niveau qui était le sien avant la crise. Ce constat peut s'expliquer, d'une part, par la faiblesse de l'offre due à l'environnement monétaire et à la préférence des banques pour d'autres instruments de financement, notamment les covered bonds, et, d'autre part, par la faiblesse de la demande des investisseurs qui perçoivent les titrisations comme des produits complexes soumis à des exigences très strictes en matière de vigilance.
La Banque nationale de Belgique (BNB), en sa qualité d'autorité de surveillance bancaire, conjointement avec les mécanismes de surveillance unique de la Banque centrale européenne (BCE), suit les travaux de la Commission sur la révision du cadre de titrisation de l'Union européenne, qui s'inscrivent dans le contexte plus vaste des travaux visant à achever l'Union des marchés de capitaux.
Ces propositions doivent être envisagées avec prudence, eu égard au fait que l'opacité des titrisations aux États-Unis a constitué l'un des principaux éléments déclencheurs de la crise financière de 2008. Les exigences doivent ainsi rester suffisamment détaillées et claires pour garantir la sécurité juridique et la transparence vis-à-vis des investisseurs et des superviseurs.
Simon Dethier:
Monsieur le ministre, je vous remercie beaucoup pour votre réponse complète et pour l'attention que vous réservez à la prudence afin d'envisager les opportunités et les menaces que représente la titrisation.
De dubbele Europese vertegenwoordiging
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België stuurt als eerste EU-land twee ministers (Financiën en Begroting) naar aparte Europese overlegorganen (Ecofin en Eurogroep), wat uniek en controversieel is omdat andere lidstaten één minister afvaardigen. Jan Jambon verdedigt de opsplitsing als logisch door de bestaande Belgische bevoegdheidsverdeling en belooft coördinatie via onderlinge rapportage en evaluatie, maar bagatelliseert risico’s op incoherentie. Wouter Vermeersch bestempelt de constructie als onnodige bureaucratie en verspilling, die beleidsverwarring en hogere kosten riskeert zonder toevoegde waarde, puur om politieke ego’s te dienen. De discussie draait om efficiëntie versus politieke opportuniteit, met kritiek op gebrek aan garanties voor een eenduidig Belgisch standpunt in Europa.
Wouter Vermeersch:
In België hanteert men vaak het principe 'waarom iets eenvoudig maken als het ook moeilijk kan'.
U hebt een Europese primeur vast, want u stuurt twee ministers voor de prijs van een. Uit recente berichtgeving blijkt dat de regering-De Wever heeft beslist om twee ministers af te vaardigen naar het maandelijkse financiële overleg op Europees niveau. U zult als minister van Financiën deelnemen aan de Ecofin-vergaderingen, terwijl de minister van Begroting in de Eurogroep zal zetelen. Deze opsplitsing van taken is een Belgische primeur aangezien de meeste EU-lidstaten één minister hebben die zowel financiën als begroting beheert. De Eurogroep, een informeel overlegorgaan van de eurozone, bespreekt voornamelijk begrotingsaangelegenheden, terwijl de Raad Ecofin zich richt op het bredere financiële en economische beleid en formele beslissingen neemt.
Hoe garandeert u dat deze opsplitsing van taken tussen twee ministers de coherentie en eenduidigheid van het Belgische standpunt – wat nu al moeilijk ligt, zeker met de deelstaten – in het Europese financiële overleg niet verder zal ondermijnen? Welke concrete afspraken zijn er gemaakt tussen de minister van Financiën en de minister van Begroting om de onderlinge coördinatie en informatie-uitwisseling te waarborgen, zowel voor als na de Europese vergaderingen?
Ziet u een risico van verwarring of tegenstrijdige boodschappen ten aanzien van de andere EU-lidstaten, gezien de unieke situatie van België met twee vertegenwoordigers in plaats van een? Wordt deze aparte regeling niet gezien als een verspilling van middelen, gezien het feit dat de meeste EU-lidstaten één minister voldoende achten? Wordt er een evaluatiemoment voorzien om de effectiviteit van deze nieuwe aanpak te beoordelen? Zo ja, welke criteria zullen daarbij worden gehanteerd?
Jan Jambon:
Mijnheer Vermeersch, men kan natuurlijk op alle slakken zout leggen, maar de taken tussen de Eurogroep en de Ecofin-groep zijn verdeeld net zoals die bevoegdheden ook verdeeld zijn in de Belgische regering. Collega Van Peteghem en ik zijn overeengekomen dat de ene de Eurogroep doet en de andere de Ecofin-groep, en dat wij met elkaar coördineren en daarover rapporteren aan elkaar. De Eurogroep houdt zich vooral bezig met budgettaire kwesties en de Ecofin-groep eerder met financieel beleid. Als het anders zou zijn, moesten wij ook op voorhand coördineren en daarna feedback geven. Ik zie dus eerlijk gezegd het probleem echt niet.
Beide vergaderingen worden tevens uitstekend voorbereid door de Belgische permanente vertegenwoordiging. We krijgen dezelfde voorbereiding voor die vergadering. Natuurlijk is het zo dat ik met mijn collega van gedachten zal wisselen.
Financiën en Begroting zitten in België bij twee verschillende ministers en dat is inderdaad niet in alle landen zo. Omdat dit zo is, lijkt het mij ook aanvaardbaar dat de thematische groepen die er op Europees vlak bestaan ook door de verschillende collega's gevolgd worden. Uiteraard zullen we dat op regelmatige basis evalueren. Als echter een van ons beiden naar beide vergaderingen zou gaan, moest hij achteraf ook rapporteren. Zoals u weet, is de regering een en ondeelbaar.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u zegt dat wij op alle slakken zout leggen. U ontkent het schijnen van de zon. Deze constructie is uniek, niet alleen in Europa – het is echt een primeur –, maar ook in dit land. Deze dualiteit in de Europese vertegenwoordiging is een schoolvoorbeeld van Belgische politieke verspilling en inefficiëntie. De regering creëert een bureaucratische constructie die niet alleen de belastingbetaler uiteindelijk meer geld zal kosten, maar ook de coherentie van het beleid ondermijnt. Hoe kunt u immers garanderen dat er geen tegenstrijdige boodschappen worden uitgezonden naar Europa wanneer twee ministers uiteindelijk hun eigen agenda hebben? Dit is geen oplossing voor een probleem, maar een politiek compromis om de ego's van twee ministers te sussen. De burger betaalt uiteindelijk de prijs daarvoor. Twee ministers voor de job van een, het perfecte symbool van Belgische inefficiëntie.
Het Europese overleg over Oekraïne en de Europese defensie
Het Europese overleg over Oekraïne
Europese veiligheidsstrategie
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s afhankelijkheid van de VS en de dreiging van Trump’s pro-Russische houding, waarbij kritiek is op plannen voor extra Amerikaanse wapeninkopen (F-35’s) en de passiviteit tegenover Trump’s verdeel-en-heersstrategie (o.a. Oekraïne, Groenland). De Wever benadrukt meer Europese defensie-investeringen en eensgezindheid (steun aan Oekraïne, "vrede door kracht"), maar ontwijkt concrete antwoorden over wapenbestellingen. Mertens en Van Hoof waarschuwen voor blind vertrouwen in de VS en pleiten voor strategische autonomie, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken. Kernpunt: Europa moet zelf veiligheid garanderen, maar blijft verdeeld over hoe om te gaan met Amerikaanse en Russische belangen.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, in De Tijd zegt minister van Defensie Francken dat we ons beter wat zouden inspireren op het Amerikaanse model, dat de sociale zekerheid iets voor wussies is en dat we beter nog wat meer Amerikaans materiaal zouden bestellen.
Ik heb het gevoel dat er in Europa een soort Stockholmsyndroom heerst, want sinds de eerste dag dat Donald Trump opnieuw president is geworden, heeft hij alleen maar gehandeld alsof de Europese lidstaten niet van tel zijn. Dat was al duidelijk in de Groenlandkwestie, een land vol mineralen dat al 800 jaar bij Denemarken hoort en waarvan Theo Francken trouwens zegt dat de Verenigde Staten het best mogen hebben. Er kwam daarop zo goed als geen reactie.
Dat was ook duidelijk met de inmenging van Elon Musk in de politieke aangelegenheden in Europa, met name in Duitsland. J.D. Vance heeft dat nadien nog eens overgedaan. Er kwam daarop enkel een erg flauwe reactie. Dat is vandaag opnieuw het geval met de deal tussen Trump en Poetin over Oekraïne, waarbij Trump wil dat Europa de oorlogskosten draagt en hij met de kostbare grondstoffen kan gaan lopen. Get real , Trump is niet de vriend van de Europese Unie en zal dat ook niet worden. Het is niet door meer materiaal te bestellen bij Lockheed Martin dat Trump van mening zal veranderen.
Mijn vraag aan u en aan deze regering is of deze regering nog steeds van plan is om, zoals Theo Francken beweert, extra F-35's in de Verenigde Staten te bestellen, F-35's die trouwens niet kunnen opstijgen zonder de toestemming van het Pentagon. Is ons land nog steeds van plan om meer militaire bestellingen bij de VS te plaatsen in de hoop dat Trump daardoor kalmeert?
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, de mensen liggen wakker van de dagelijkse onheilsberichten die de wereld op zijn kop zetten. Donald Trump heeft duidelijk geen gebrek aan fantasie: Zelensky is een dictator en Oekraïne is verantwoordelijk voor de oorlog. Er is duidelijk een open lijn tussen Moskou en Washington. Trump lijkt wel een Russische onderhandelaar, bijna een communist, mijnheer Mertens.
Moskou kan zich geen beter openingsbod indenken. Het vredesplan van Trump is duidelijk een capitulatie, terwijl we net nood hebben aan veiligheidsgaranties, zowel voor Oekraïne als voor Europa. Als kers op de taart lijkt het erop dat Oekraïne verdeeld wordt in Russische en Amerikaanse wingewesten, terwijl Oekraïne en de Europese Unie lijdzaam moeten toekijken. We vragen ons dus af of de Verenigde Staten nog een bondgenoot zijn.
We hebben vandaag nood aan een Europese sense of urgency en aan eensgezindheid. Daarnaast zijn er meer investeringen in veiligheid en meer investeringen in defensie nodig. Ik ben het dus niet eens met de communistische partij hier. We moeten de duidelijke boodschap brengen dat er geen Oekraïense vrede komt zonder Oekraïne en dat er geen Europese veiligheidsregeling komt zonder Europa.
Mijnheer de premier, wat werd er besproken tijdens de al dan niet virtuele digitale top in Parijs? Welke boodschap zal Macron brengen in Washington? Als er geen eensgezindheid is tussen de 27 lidstaten, is er dan bereidheid tot samenwerking tussen gelijkgezinde staten?
Bart De Wever:
Bedankt, collega Van Hoof, om alle vragen te stellen waarover wij gezworen hadden te zullen zwijgen. Ik zal mijn best doen.
Mijnheer Mertens, het viel mij op dat er een langgerekte aanval op Trump was – daar is misschien een reden voor, het is nog altijd een NAVO-bondsgenoot – maar geen kwaad woord over Vladimir Poetin. Dat viel me wel op in uw tussenkomst.
De eerste twee weken van mijn premierschap, dat nog twintig jaar zou moeten duren, waren alleszins redelijk vermoeiend. Er was de defensietop, er waren heel wat bilaterale contacten met regeringsleiders, er was een gesprek met de voorzitter van de Europese Raad, er was een onderhoud met de Oekraïense premier en gisteren was er de informele top van Macron in Parijs. Het waren drukke weken, met als voornaamste onderwerp uiteraard het onderwerp van uw vraag.
In het laatste overleg in Parijs was de pertinente vraag die iedereen bezighield hoe een duurzame vrede er nu uit zou zien. Hoe kan die eruit zien? Wat is daarvoor nodig? Het is natuurlijk een zaak om die oorlog te doen stoppen, het is een andere om te verzekeren dat Rusland geen nieuwe aanvallen op Oekraïne of op het Westen zou kunnen lanceren. Ik herinner u aan de Minskakkoorden van 2014-2015, zeven jaar later door Rusland versnipperd met een brutale invasie.
Het is dus alleszins zeker dat ons land meer defensie-inspanningen zal moeten leveren, om bij te dragen tot de veiligheid van ons continent. Inderdaad, ons defensiebudget zal stijgen en wij zullen op een verstandige manier met die centen omgaan, mijnheer Mertens.
Ik denk dat in Europa heel wat beslissingen, die anders misschien heel veel tijd vragen, met betrekking tot de integratie van de markten, tot minder wapensystemen, tot intelligente keuzes over de eigen productie en intelligente keuzes over de aankoop weleens op korte termijn zouden kunnen worden genomen, maar het moet gebeuren.
Ik moet discreet blijven over het overleg in Parijs, maar ik zal u de principes meegeven, waarvan iedereen wel weet heeft en die voor alle deelnemende naties enorm belangrijk zijn.
Ten eerste moeten we de steun aan Oekraïne volhouden. Daarover waren we het allemaal eens. Ten tweede zal een deal zonder Oekraïne en zonder Europa nooit een aanvaardbare optie zijn en nooit tot een gewenst resultaat leiden. Men kan de Europeanen niet vragen een vredesbestand te verdedigen aan hun buitengrens waarover zij geen zeggenschap hebben gehad. Ik moest terugdenken aan de 18 e eeuw, namelijk aan 1713 en de vrede van Utrecht met Melchior de Polignac: "Nous traiterons de vous, chez vous, sans vous". Die vernedering weerklinkt nog altijd in de geschiedenis en die mag zich niet herhalen. Ten derde en ten slotte was iedereen het erover eens dat de Europese landen en bijkomende partners zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en IJsland op korte termijn beslissingen moeten nemen om die posities kracht bij te zetten: peace through strength .
President Macron heeft aangegeven de nodige contacten hiervoor te leggen. Hij heeft een leiderschapsrol opgenomen en zou coördineren met de EU en de NAVO. We zullen de lijnen met die partners heel kort houden.
Het is alleszins zeker dat agressie richting Europa niet mag worden getolereerd en dat Rusland de agressor en Oekraïne het slachtoffer is. Het vrije democratische westen heeft maar een keuze, als het trouw wil blijven aan zijn waarden: Oekraïne steunen op weg naar een door hen aanvaardde en duurzame vrede. Dat zal ook de boodschap zijn die ik morgen uitspreek, wanneer ik president Zelensky zal spreken. Ik hoop dat ik die boodschap kan geven met de ondubbelzinnige steun van ieder lid in dit halfrond. Slava Ukraini! (Applaus)
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, het valt mij op dat u in het regeerakkoord heel veel spreekt over Poetin en wellicht is dat terecht. Over de Verenigde Staten staat er één belangrijke zin in dat regeerakkoord, namelijk dat het onze belangrijkste en beste bondgenoot voor wereldwijde stabiliteit is. Wel, ik mag hopen dat u noteert wat de president vindt over bijvoorbeeld Panama, dat u noteert wat hij vindt over bijvoorbeeld Groenland, een deel van de Europese Unie nota bene, dat u noteert wat de president denkt over Gaza, dat hij wil opkopen, en dat u beseft wat hij nu aan het doen is met Poetin, namelijk het onderling verdelen van Oekraïne en het roven van de grondstoffen. Dat is hetgeen gebeurt.
Ik had een beetje zelfreflectie van de Europese leiders verwacht. Ook in ons land had ik een klein beetje zelfreflectie verwacht. Is het wel strategisch voor Europa om ons wagonnetje aan dat van de Verenigde Staten te blijven hangen? Is het wel strategisch om daar nieuw materiaal te bestellen? Daarop hebt u trouwens niet geantwoord en dat is heel duidelijk.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, om toch al een tipje van de sluier te lichten, ik nam in mijn vraag dezelfde positie in al u. Wat we nodig hebben en dit is wat mensen willen, is duurzame vrede. Mijnheer Mertens, mensen willen veilig zijn. Dat betekent ook investeren in Europese defensie. Wij moeten onze eigen belangen kunnen behartigen. Moeten we daarom de trans-Atlantische bruggen opblazen? Nee, maar we moeten wel onze eigen boontjes kunnen doppen, want het is heel duidelijk dat Europa solidair moet blijven met Oekraïne. Europa kan namelijk niet veilig zijn zonder een veilig en soeverein Oekraïne. Het is onze morele plicht om die waarden te verdedigen, zoals we altijd hebben gedaan, en we mogen Oekraïne dus niet in de steek laten.
De Amerikaanse steun voor Oekraïne
Het vredesplan van Trump en Poetin voor Oekraïne
Oekraïne en de Europese strategische autonomie
De uitspraken van de minister in De Tijd aangaande een Belgische vredesmissie in Oekraïne
De verklaringen van de Amerikaanse regering
De positie van België bij mogelijke vredesonderhandelingen voor Oekraïne
De uitspraken van J.D. Vance en Keir Starmer
Het sturen van Belgische grondtroepen naar Oekraïne
Internationale diplomatie en militaire betrokkenheid in de Oekraïne-oorlog
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 19 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en Europa staan onder druk door de verschuivende Amerikaanse houding in het Oekraïne-conflict, waar de VS (onder Trump) Oekraïne’s NAVO-lidmaatschap uitsluiten, territoriale concessies eisen en vredesonderhandelingen *zonder* EU/Oekraïne voeren—wat als een "nieuwe Yalta" of "Munich" wordt gezien. Minister Francken (Defensie) bevestigt ongewijzigde Belgische steun aan Oekraïne, benadrukt dat vrede *alleen* met Oekraïne’s instemming mogelijk is, maar waarschuwt dat een eventuele vredesmacht (waaraan België zou kunnen deelnemen) afhankelijk is van een concreet akkoord, internationaal mandaat (VN) en consensus in de regering—wat nu ontbreekt. Kernpunten: Europa moet dringend strategische autonomie ontwikkelen binnen de NAVO, maar België’s defensiecapaciteit (munitie, manschappen) is ontoereikend voor langdurige inzet, terwijl Rusland elke westerse troepeninzet als escalatie ziet. De VS trekken zich de facto terug, wat Poetin’s positie versterkt—terwijl EU-lidstaten (o.a. Frankrijk) zonder België overleggen, wat de Europese eenheidscrisis blootlegt. *Critici* (o.a. PVDA) eisen snelle vredesonderhandelingen *met* Rusland; *atlanticisten* (o.a. Open Vld) willen de VS-band behouden maar erkennen dat Europa zichzelf moet verdedigen. Francken: "Geen 'boots on the ground' als gevechtstroepen, wel steun aan Oekraïne—maar prioriteit is eigen defensieherstel."
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik heb deze vraag ingediend op 12 februari, een week geleden. Intussen is ze compleet gedateerd. Er beweegt immers heel veel op het Europese en op het wereldtoneel, en niet altijd in een positieve richting. De aanleiding voor mijn vraag waren een aantal uitspraken van de nieuwe defensieminister van de Verenigde Staten, Hegseth, die België en bij uitbreiding Europa met de neus op de feiten drukte dat we in de toekomst zelf onze boontjes zullen moeten doppen.
Ondertussen zijn er in Saoedi-Arabië onderhandelingen opgestart tussen de Verenigde Staten en Rusland, zonder Oekraïne, zonder de Europese Unie. Volgens president Trump moeten Oekraïne en de Europese Unie een toontje lager zingen. Macron organiseerde op zijn beurt een Europees veiligheidsoverleg. Zonder ons. Vandaag is er een veiligheidsoverleg aan toegevoegd waar onze eerste minister wel aan zal deelnemen, zij het digitaal.
Er zijn eigenlijk niet zoveel positieve vooruitzichten, maar ik wil hier niet van Trump de baarlijke duivel maken. Hij heeft een aantal punten, zeker als hij zegt dat Europa en België stilaan hun NAVO-verplichtingen moeten nakomen. Daarin heeft hij 100 % gelijk.
Waar ik me wel veel zorgen over maak, is de houding van de Verenigde Staten ten aanzien van Oekraïne. Hegseth heeft toch heel duidelijk gezegd dat Oekraïne er stevig over moet nadenken de door Rusland bezette gebieden op te geven en dat het zijn toetreding tot de NAVO vooral moet vergeten. Wij moeten die toetreding volgens hem uit ons hoofd zetten. Op dat vlak is het standpunt van de Verenigde Staten wel heel duidelijk.
Het ging ook over de vredestroepen. Als er vredestroepen naar Oekraïne gestuurd worden, zal dat zonder de Verenigde Staten zijn. Het zijn toch allemaal zeer sterke uitspraken, waardoor meer en meer duidelijk wordt dat België en Europa hun plan zullen moeten leren trekken. Ik vind het echter wel belangrijk dat we de banden met de Verenigde Staten niet volledig verbranden, vandaar een aantal vragen.
Mijnheer de minister van Defensie, wat is uw standpunt met betrekking tot die uitspraken? Vindt u ook dat Oekraïne de bezette gebieden zou moeten opgeven? Wat denkt u over een NAVO-bondgenootschap met Oekraïne? Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van de steun aan Oekraïne? Wat is nu de te volgen strategie van Europa als bondgenoot van Oekraïne?
Gelet op de recente ontwikkelingen, ziet u op korte termijn vredesgesprekken aanvatten tussen Oekraïne en Rusland? Het gaat dan om echte vredesgesprekken, niet het aftasten dat nu gebeurt tussen de Verenigde Staten en Rusland. Welke rol is daarin voor de Europese Unie weggelegd?
François De Smet:
Monsieur le ministre, on apprenait le 13 février dernier, le coup de téléphone entre MM. Trump et Poutine au sujet de l’Ukraine et, à en croire les déclarations du président américain et de son secrétaire à la Défense, les États-Unis considèrent déjà que l’Ukraine devra faire des concessions territoriales et ne pourra jamais faire partie de l’OTAN. Tout indique, malheureusement, qu’un règlement de paix se dessine dans le dos des principaux intéressés: les Ukrainiens et les Européens. Cela se confirme depuis lors par les échanges intervenus à Riyad entre Russes et Américains.
Tout indique qu’après des années de lutte soutenue par les occidentaux, l’Ukraine va être abandonnée et forcée à une paix qui n’en sera pas vraiment une. Si l’Ukraine se retrouve à devoir accepter le dépeçage de son pays, s’il elle doit accepter que la loi du plus fort l’emporte sur le respect des frontières et le droit international, c’est l’ensemble de nos valeurs qui sera bafoué. Notre pays, je l’ai souvent dit sous la précédente législature, fait partie des États européens qui auraient pu aider davantage et mieux l’Ukraine. Nous avons fourni de l’aide, oui, mais en retenant toujours quelque peu notre bras lorsqu’on regarde ce qui a été investi par des pays comparables comme les Pays-Bas. C’est pour cette raison que nous sommes aujourd’hui considérés comme étant en seconde division et que notre premier ministre n’est invité à l’Élysée qu’aujourd’hui, à la réunion de rattrapage, un peu comme aux demi-finales de l’Eurovision.
Quelle sera donc l’attitude de la Belgique face à ce tournant important? Quelle sera notre position face à ce qui sera au mieux un nouveau Yalta et au pire un nouveau Munich dont les européens apparaissent à ce jour comme les grands absents, les grands exclus? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre au milieu du concert des nations européennes sur l’Ukraine et les perspectives de cette soi-disant paix? Continuerons-nous quoi qu’il en coûte à aider financièrement et militairement ce pays qui a tant vocation à rejoindre l’Union et l’Alliance atlantique? Je vous remercie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, en marge d’un sommet européen consacré à la Défense, auquel vous avez participé, mais également interrogé par la presse, le premier ministre, lui, s’est défini comme un atlantiste désireux de préserver la relation avec Washington et de poursuivre en indiquant, je cite: "C’est une erreur de penser que l’Union européenne peut ou devrait se défendre toute seule." Alors, force est de constater que le gouvernement de Donald Trump ne partage pas du tout cette analyse. Durant un sommet de l’OTAN, auquel vous avez participé, le secrétaire américain à la Défense a jugé que l’adhésion de l’Ukraine à l’OTAN n’était pas réaliste, pas plus qu’un retour aux frontières d’avant 2014. Il a indiqué que si les forces de paix devaient être déployées – vous avez d’ailleurs fait des déclarations en ce sens sur la participation éventuelle de l’armée belge dans les forces de paix destinées à être déployées –, celles-ci ne le seraient pas dans le cadre de l’OTAN. C'est très clair. Elles ne pourraient pas invoquer l'article 5 du Traité de l'Alliance en cas d'attaque. L'armée américaine n'y participera pas.
Pour mon groupe, le retour de Donald Trump à la Maison-Blanche devrait être l'occasion, pour l'Union européenne et notre pays, d'un électrochoc pour une véritable autonomie stratégique européenne au sein de l'OTAN. Ce sont des difficultés, mais il y a d'immenses opportunités.
Monsieur le ministre, quelle est votre réaction suite aux propos du gouvernement de Donald Trump quant à l'Ukraine? Quelle position avez-vous défendue au nom de la Belgique durant le sommet de l'OTAN, notamment au sujet de l'Ukraine, des négociations en cours qui excluent les autorités ukrainiennes, et du besoin d'une véritable autonomie stratégique de l'Union européenne? Quelles initiatives allez-vous prendre en ce sens au sein de l'Union européenne pour tenter de renforcer le pilier européen au sein de l'OTAN? Je vous remercie pour vos réponses.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, u hebt recentelijk verkondigd dat België aan een vredesmissie in Oekraïne zou kunnen deelnemen. U sprak over vredesonderhandelingen en een vredesbestand dat mee kon worden gehandhaafd met onze militairen. In het bewuste artikel leek u de realpolitik van Trump te smaken, ook al lijkt hij dus snel een einde te willen maken aan de oorlog en de deur open te zetten voor gebiedsafstand in de Donbas en het zuiden van Oekraïne. Dat roept toch enkele vragen op.
U beklaagde zich in april 2024 nog over de lamentabele staat van de munitiestocks en van ons defensieapparaat in het algemeen. Dat zou op dit moment eerder een last dan een bijdrage zijn. Ik citeer: “In elk geval klopt het dat wij op dit moment geen munitie hebben om een langdurige oorlogsinspanning van welke aard dan ook vol te houden. Een vredesmissie aan de – toekomstig – voormalige Oekraïense frontlijnen na een vredesdeal draagt altijd het potentieel van opflakkering in zich. We moeten dus erg goed voorbereid zijn op dit scenario als we die stap willen zetten en onze militairen effectief aan zo'n missie zouden willen laten deelnemen.”
Wat is uw visie op de lopende vredesonderhandelingen? Wat is uw visie op het door Trump beoogde vredesakkoord met Poetin? Hoe rijmt u dat met uw eerder geuite standpunt dat we tot de laatste man moeten vechten? Hoe zou zo'n vredesmissie er concreet uitzien? Hoeveel manschappen zouden we moeten sturen om enig gewicht in de schaal te kunnen leggen en uit welke eenheden zouden zij komen? Hoeveel munitie zouden zij moeten meenemen?
Is Defensie wat u betreft voorbereid op een mogelijk zeer langdurige vredesmissie in Oekraïne? Ik vrees namelijk dat het geen kwestie van enkele maanden zal zijn. Wat zal de impact op onze capaciteit zijn? Wat zal de kostprijs zijn?
Is Defensie voorbereid op effectieve vredeshandhaving indien Rusland een eventueel vredesbestand zou schenden? Oud-generaal Thys stelde immers dat we dit nog nooit in die vorm hebben gedaan. U zegt zelf dat Poetin zich niet aan een akkoord zal houden, wat effectief in de lijn der verwachtingen ligt. Kan onze Defensie dat scenario dan wel aan op dit moment? Dat lijkt me een cruciale vraag.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, we krijgen nu op korte termijn een realitycheck. Dat ons land niet mee aan tafel zat bij de Europese besprekingen hebt u in de pers al gekaderd. U zult het echter wel met ons eens zijn dat Oekraïne een plaats aan de onderhandelingstafel moet krijgen. We vernemen dat de Oekraïense strijdkrachten zich bij eender welke boven hun hoofd besliste deal niet zullen neerleggen.
Graag hoor ik van u of u bij uw Amerikaanse collega de grote strategie hebt meegekregen, dan wel of hun diplomatie eerder heel situationeel is.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, een maand geleden was ik op bezoek op de Amerikaanse ambassade. De rode draad doorheen het gesprek met de daar aanwezige diplomaten was: fasten your seatbelts, it's gonna be a hell of a ride . Die woorden zijn nog maar drie weken oud en we hebben al gezien wat die in de praktijk betekenen.
We hebben de afgelopen weken heel wat uitspraken gehoord in het kader van internationale bijeenkomsten in de Munich Conference, maar ook op de NAVO-top van Defensieministers. Daarbij is het heel duidelijk dat het met deze Amerikaanse administratie wel degelijk een hell of a ride zal worden.
Europa is volgens mij terecht bezorgd dat het op dit moment enigszins buitenspel gezet wordt bij de mogelijke vredesonderhandelingen voor Oekraïne. Ik hoop dat Europa zich daar krachtdadig zal tonen, maar vooral ook dat Europa de rug recht en schouder aan schouder blijft staan en niet collectief in tranen uitbarst bij uitspraken van Amerikaanse officials, maar dat we vooral rekenen op onszelf en dat we onszelf voldoende sterk tonen op het internationaal toneel.
Mijnheer de minister, u hebt zelf verklaard dat het mogelijk moet zijn dat ook Belgen deelnemen aan een eventuele vredesoperatie in Oekraïne. Vooruit kan dat absoluut ondersteunen, want ook dat is een vorm van internationale solidariteit. Dat zal echter moeten gebeuren onder een aantal belangrijke voorwaarden. De basisvoorwaarde is natuurlijk dat er vrede bereikt wordt. Zonder vrede kan men geen peacekeepingoperatie opstarten. Dat zal dus een belangrijke voorwaarde zijn. Het zal ook onder een internationale paraplu moeten gebeuren, met duidelijke inzetregels en een duidelijk mandaat. Kunt u die mogelijke Belgische deelname aan de toekomstige peacekeepingoperatie al wat verder duiden?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je ne vous souhaite pas la bienvenue car vous étiez là bien avant moi, mais je vous félicite pour l'engagement déjà pris, et certainement pour tout le travail que vous pourrez réaliser au sein de votre ministère.
Les États-Unis ont décidé dernièrement et unilatéralement de mettre les Européens devant leurs responsabilités en affirmant que la sécurité du continent devait être assurée par leurs soins. Cela n'est pas resté sans suite ni sans effet puisque, immédiatement, le président Macron a convoqué à Paris une réunion entre certains pays de l'Union européenne, et ensuite une réunion supplémentaire, qui a lieu ce jour.
Suite aux déclarations du premier ministre britannique ce dimanche, disant que la Grande-Bretagne était prête à envoyer des troupes en Ukraine, et en raison de la possibilité d'arrêt du soutien des États-Unis prochainement dans la gestion du conflit russo-ukrainien, j'aimerais vous poser quelques questions.
L'Europe travaille-t-elle à un envoi coordonné de troupes sur le sol ukrainien? Le gouvernement belge y est-il favorable? À quelles fins nos troupes seraient-elles utilisées le cas échéant? Serait-ce en soutien au cessez-le-feu sur le front?
Pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas été invitée à la première réunion d'urgence à Paris? On a un peu l'impression qu'hier avait lieu la Champions League et qu'aujourd'hui a lieu la Conference League. Pourquoi sommes-nous seulement invités aujourd'hui? Si vous aviez une réponse à nous apporter, cela serait évidemment fort éclairant pour nous tous.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de vredesonderhandelingen zijn opgestart. Dat is op zich een positief feit. Dat toont aan dat onderhandelingen mogelijk zijn. We hadden daar veel eerder aan moeten beginnen, want de afgelopen drie jaar zijn er honderdduizenden slachtoffers voor niets gevallen.
Trump is vooral in zijn eigen belangen geïnteresseerd. De 500 miljard euro aan grondstoffen die hij zou opeisen in Oekraïne is vooral bedoeld om zijn geopolitieke doelen en zijn financiële achterban te dienen. Hij beslist boven de hoofden van de Europeanen, van de Oekraïners, van iedereen. Dat toont ook aan dat alle oorlogen het eigen financiële belang dienen en niet de mensenrechten, niet het redden van de democratie en niet de vrijheid.
Europa moet stoppen met het slaafs volgen van de VS en de NAVO. Europa moet de vrede in Oekraïne verdedigen op basis van een gemeenschappelijke veiligheidsarchitectuur en de weg van internationale samenwerking, ook met de landen van het Zuiden, bewandelen en niet de weg van de militarisering volgen. Europa moet het vredesproces in Oekraïne verdedigen, samen met de Oekraïners, samen met de Russen en ook met de andere mondiale machten. Dat is de enige manier om de oorlog te stoppen.
De vragen die ik had ingediend, gingen over uw 'boots on the ground'-uitspraken. Werd het sturen van Belgische militairen op de ministerraad besproken? Is iedereen in de arizonaregering het daarmee eens? Denkt u dat de aanwezigheid van Belgische grondtroepen en de permanente aanwezigheid van militairen in Oekraïne een positieve factor voor de veiligheid van de regio is? Om hoeveel troepen gaat het precies, als u wilt meedoen? Aan welke veiligheidsgarantie moet worden voldaan? Zijn de missies in Roemenië en Estland daaraan gelinkt? Ziet u de Belgische troepen opereren binnen de NAVO of uitsluitend in een Europese context?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik wil eigenlijk minder genuanceerd zijn dan mijn collega's Weydts en Vander Elst. Is Europa een beetje buitenspel gezet? Neen, Europa is totaal buitenspel gezet. Moeten we de gedragingen van Trump een beetje veroordelen? Neen, we moeten die compleet veroordelen.
De Verenigde Staten willen zich enerzijds terugtrekken van het wereldtoneel en anderzijds gedragen ze zich als een bullebak in de wereldpolitiek, door vredesgesprekken aan te knopen met Rusland zonder Europa en zonder Oekraïne erbij. Dat is een rode lijn: vredesgesprekken moeten steeds samen met Oekraïne en samen met de Europese Unie gebeuren. Er kan immers niet worden gesproken over Oekraïne of over de Europese Unie zonder dat Oekraïne of de Europese Unie daarbij worden betrokken. Ik vind het zeer sterk wat daar gebeurt.
Daar komt nog bij dat de president van de Verenigde Staten tegen president Zelensky zei dat hij eigenlijk niet hoefde te klagen dat hij niet bij de gesprekken was, aangezien hij de oorlog allang zelf had kunnen stoppen en die zelf nooit had mogen beginnen. Hij legt de schuld van de oorlog dus ook nog eens bij Oekraïne. De waarheid heeft haar rechten. Wij moeten dat absoluut streng veroordelen. Wij kunnen dat niet dulden, ook niet vanuit de Europese Unie. Wij moeten daarop een fors antwoord geven.
Verschillende Europese leiders hebben aangegeven dat ze eventueel vredestroepen willen sturen. Mijnheer de minister, u hebt ook een dergelijke verklaring gedaan. U zei daarstraks dat u contact had met de ambassadeur in Moskou en benieuwd was naar diens reactie, vooral in het licht van de verklaring van de Russische minister van Buitenlandse Zaken gisteren dat Rusland welk initiatief ook waarbij een nationaal leger, een NAVO-leger of een Europees leger ook maar één voet aan grond in Oekraïne zet, zal beschouwen als een brug te ver. Ook Rusland hanteert natuurlijk de bullebaktactiek. Is daarop feedback gegeven door de ambassadeur? Hoe kijkt hij daarnaar en wat zijn de mogelijkheden daaromtrent?
Theo Francken:
Voor alle duidelijkheid, dat was onze ambassadeur in Moskou, niet de Russische ambassadeur, want die heb ik nog niet gezien. Ik wil wel, maar dan zou ik ook wel wat vragen krijgen.
Récemment, la position géopolitique américaine a été clairement annoncée dans de nombreux forums. La Belgique et ses partenaires se tiennent prêts à apporter une réponse appropriée afin de sauvegarder la cohésion au sein de l'Union européenne et de l'OTAN.
België moet daarbij rekening houden met de realiteit van zijn oostflank, namelijk de Russische dreiging die nog gedurende enkele decennia pertinent zal blijven. Tegelijk hangen veel Europese landen voor hun veiligheid sterk af van de Verenigde Staten. Veel partnerlanden zullen vermoedelijk een pragmatische koers varen ten opzichte van de vooropgestelde Amerikaanse oplossingen voor de crisis aan onze oostflank.
Sans tirer de conclusions prématurées sur un éventuel nouvel ordre mondial et sur la pérennité des organisations internationales, la Belgique continue d'adhérer à ses valeurs et défend également cette position au sein de la communauté internationale. En 2025, nous ne pouvons pas écarter l'hypothèse que les États-Unis durcissent leurs attentes vis-à-vis de l'Union européenne et au sein de l'OTAN.
In uitvoering van het regeerakkoord en van het Belgisch-Oekraïense veiligheidsakkoord van 28 mei 2024 heeft België zijn steun toegezegd aan Oekraïne op korte en op lange termijn. De snel veranderende actualiteit schept veel onzekerheid in de internationale relaties. De regering zal in het kader van die nieuwe realiteit nagaan welke maatregelen België kan en zal nemen.
Wat het mogelijke Oekraïense lidmaatschap van de NAVO betreft, staat België volledig achter het standpunt van het bondgenootschap dat in 2023 tijdens de NAVO-top in Vilnius werd vastgelegd. Oekraïne kan met name pas een uitnodiging ontvangen om zich bij het bondgenootschap aan te sluiten, wanneer de bondgenoten daartoe hebben besloten en wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Zoals u weet, moet er rond een lidmaatschap van de NAVO consensus bestaan binnen de NAVO, dus tussen alle 32 lidstaten, zoals dat trouwens ook geldt voor de Europese Unie. Natuurlijk zijn er ook voorwaarden aan het lidmaatschap verbonden. Het duurzame einde van het conflict is een van die voorwaarden.
La Défense belge accueille favorablement toute initiative visant à mettre fin de manière honorable à la guerre en Ukraine. Le principe fondamental est qu'aucune paix durable ne peut être réalisée sans l'assentiment de l'Ukraine, et qu'il n'y aura pas de paix durable sur le continent européen sans que l'Europe n'y participe.
Dat lijkt mij nogal logisch. Een vredesmacht kan enkel in het leven worden geroepen met de toestemming van alle betrokken partijen, eerst en vooral van Oekraïne zelf. Ook is een internationaal kader en een duidelijk mandaat noodzakelijk en liefst een goedkeuring van de Veiligheidsraad. De rol en bijdrage van elk land dient te worden afgesproken. Geen van de voorwaarden is op dit ogenblik ingevuld, waardoor niet alle elementen beschikbaar zijn om een adequaat antwoord te kunnen geven op de vraag voor een Belgische deelname aan een eventuele internationale interventiemacht in Oekraïne.
La Belgique déplore de ne pas avoir été invitée à la réunion d'urgence organisée à Paris le 17 février, tout comme d'autres partenaires européens. Cependant, le choix des participants relève de la prérogative de l' É tat hôte. En vue de concertations futures, la Belgique exprime sa volonté de participer à toute discussion constructive, comme celle qui aura lieu aujourd'hui.
Ik wil nog enkele punten aanhalen. Ten eerste, wat ik nu zeg, heb ik in elk interview gezegd, ook in dat weekendinterview. Het is een virtuele discussie, want er is geen vredesakkoord. Er is geen vraag om een internationale vredesmacht op de been te brengen, want er is nog geen vredesakkoord waarvan die dan eventueel een deel zou uitmaken.
Het is altijd beter om niet te antwoorden op virtuele vragen, maar als men mij dat zou vragen, dan zou ik antwoorden dat het mij niet onlogisch lijkt om, als die vraag wordt gesteld en als er consensus bestaat binnen de regering, binnen de Belgische Defensie te kijken welke capaciteit we beschikbaar kunnen stellen. Ik lees vandaag dat dit een uniek gegeven is, maar dat is niet waar. We hebben daar wel degelijk ervaring in en we hebben dat al vaak gedaan. Elk conflict is natuurlijk anders. Er zijn altijd andere vijanden, andere posities en andere strijdtonelen, maar basically is het wel iets dat we al hebben gedaan.
U vraagt of er nog wel munitie zal zijn. De aankoop van munitie is voor mij een absolute prioriteit, want die kwestie is nog altijd problematisch. Er zijn wachtlijsten en er kunnen daarover binnen het bondgenootschap onderlinge afspraken worden gemaakt, zoals we in het verleden al hebben gedaan. Er zijn landen die veel munitie in stock hebben en andere minder, dus er kunnen daarover afspraken worden gemaakt. Dat staat dit dus zeker niet in de weg. Het is niet dat we niemand kunnen sturen omdat we geen kogels hebben. Het is misschien leuk om dat de mensen zo voor te spiegelen, maar dat is absurd.
Ik heb gezien dat sommige partijen ervoor pleiten om de militairen niet naar Oekraïne, maar wel naar Anderlecht te sturen. Dat is dan toch in tegenspraak met de partijstandpunten over Operation Vigilant Guardian (OVG). Ik kan mij vergissen en partijen kunnen van standpunt veranderen. Men kan jaren pleiten tegen OVG en zeggen dat de militairen niet op straat moeten worden ingezet, dat dit niet hun kerntaak is, dat er geen kader is en dat OVG een ramp en een schande is en daarna zeggen dat Francken geen militairen moet inzetten in Oekraïne, maar wel in Anderlecht. Enige consequentie van mijn kant is belangrijk, maar zou ook bij de oppositie geen kwaad kunnen. Daarvoor zit ik al iets te lang in deze commissie. Ik heb dat allemaal wel al eens gehoord en kan dus het ene ook afzetten tegen het andere. Op dit moment is er dus geen concrete vraag.
Collega's, ik denk inderdaad dat we aan realpolitik moeten doen. De terugtrekking van Amerikaanse troepen zal niet volgende week plaatsvinden. Integendeel, er is momenteel zelfs Fort to Port, wat betekent dat Amerikaanse troepen toekomen om naar het oosten en de oostflank te gaan. Het is dus momenteel zelfs omgekeerd.
Is het echter op dit moment zeer onduidelijk? Is er veel stress, frustratie en onbegrip langs twee kanten? Dat is het minste wat men kan zeggen. Ik deel uw emotie dus natuurlijk en we zullen zien wat daaruit komt. Ik weet dat ook niet, want ik zit daar niet. We zullen dus afwachten.
Er is overleg, ook binnen de Europese Unie. We moeten blijven overleggen en duidelijk stellen dat we Oekraïne blijven steunen en dat dat heel belangrijk is. Dat is mijn absolute mening. We moeten echter niet zeggen dat we boots on the ground en nu onmiddellijk gevechtstroepen zullen sturen om mee te gaan vechten tegen de Russen. Sommigen hebben geïnsinueerd dat ik dat zou hebben gezegd. Dat getuigt echter van slechte wil. Ik heb dat nooit, maar dan ook nooit, gezegd. Ik zal dat ook niet zeggen, want ik ben niet gek. We hebben dat tot nu toe niet gedaan en zullen dat ook niet doen.
Wat we wel moeten doen, is Oekraïne blijven steunen. Ik heb de heer Oemjerov, de minister van Defensie, vorige week ontvangen. Dat was een van mijn eerste ontmoetingen. Een uur ervoor had ik enkel de minister van Luxemburg gesproken. De premier en ik zullen ook zo snel mogelijk naar daar gaan. Er was dus ook overleg met Oekraïne en we moeten die lijn aanhouden. Maar goed, er zijn partijen die misschien denken dat dat geen goed idee is. Dan hoor ik het echter graag vandaag, want dat is belangrijk om te weten.
Quant à savoir si on est en Conference League ou en Champions League, on ne peut nier, sur le plan des capacités militaires, qu'on n'est pas du tout en Champions League. Je souhaiterais que ce soit différent mais on sait que ce n'est pas le cas. On ne doit pas le nier et être clair vis-à-vis du public. Il importe d'être transparent.
Nous avons des capacités substantielles. Notre frégate Louise-Marie est partie avant-hier dans le cadre d'une opération très importante en mer Baltique. Ce n'est donc pas que nous n'avons rien. En tant que bourgmestre de Florennes, vous savez que nous avons des F-16 qui travaillent super bien et qui remplissent des missions très importantes comme la mission Baltic Air Policing . Ce n'est donc pas comme si l'armée belge n'avait rien mais nous ne sommes pas en Champions League. Cependant, pour parler de football, en Conference League, on peut aussi avoir un match assez intéressant.
Ten slotte, ik heb hier op een aantal vragen kunnen antwoorden. Ik begrijp dat ik nog niet alle antwoorden heb gegeven, maar de situatie evolueert elke dag. Wij volgen die natuurlijk ook op. Ze zal hier de komende weken en maanden nog vaak aan bod komen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil heel even reageren op de heer Tonniau van de PVDA. Mijnheer Tonniau, ik hoor u hier opnieuw met dubbele tong spreken over Oekraïne en Rusland. U werpt op dat heel veel slachtoffers voor niets zijn gevallen. Ik moet er u dus op wijzen dat Rusland Oekraïne is binnengevallen. Ik weet dat Rusland een bevriende natie is voor u en dat u dat regime misschien graag ziet, maar zeggen dat slachtoffers voor niets zijn gevallen in Oekraïne is echt de waarheid geweld aandoen. Ik hoop dat u die uitspraak corrigeert. Mocht ik zoiets uitspreken, dan zou ik beschaamd zijn.
Mijnheer de minister, ik wil het nu hebben over uw antwoorden, waarvoor ik u dank. De houding van België ten aanzien van Oekraïne is niet gewijzigd. Wij blijven hen actief steunen en dat is een goede zaak. Alleen is de houding van de Verenigde Staten wel gewijzigd. Die houding is veel forser en veel actiever geworden. Europa en ons land moeten hun tanden dus laten zien, tonen dat ze aan hetzelfde zeel trekken en eendrachtig tot beslissingen kunnen komen. De positie van Europa op het wereldtoneel wordt immers grondig onder druk gezet en ook enigszins ondermijnd.
Wij moeten daarop blijven hameren. Ik hoop dat België Oekraïne onvoorwaardelijk kan blijven steunen. We kunnen het best aan de tafel zitten om ons standpunt te verkondigen. Ik hoop dat dit in de toekomst continu het geval zal zijn. We voeren heel veel hypothetische gesprekken in dit debat, maar we moeten zoals u aangeeft alle opties in het oog houden. Op alle opties die op tafel kunnen komen, moeten we actief kunnen reageren, dus ook op besprekingen over de vredestroepen in de toekomst. Het is goed dat we dat bespreken, zodat we snel kunnen schakelen op het moment waarop dat op de tafel komt. Ik hoop dat we de Belgische steun aan Oekraïne onvoorwaardelijk kunnen voortzetten.
François De Smet:
Merci pour vos réponses. Trois éléments rapidement. Oui, nous regrettons de ne pas avoir été invités à la concertation européenne, mais nous pouvons mettre un pied dans la porte et tenter de monter en première division. Nous sommes un petit pays dans l'investissement militaire mais nous avons d'autres atouts, comme le réseau diplomatique. Il n'y a pas que la Champions League, il y a aussi la Croky Cup et les matchs de coupe, où les petits poucets peuvent tenter d'aller plus haut.
Deux, la Belgique n'exclut pas d'avoir des forces de paix sur place dans le cadre d'un accord de paix. Je crois en effet que nous ne devons pas l'exclure. Si un jour, une force de paix se déploie dans ce pays, elle doit être européenne. Les Russes sont farouchement contre cette idée mais je pense que c'est pourtant la bonne solution.
Et trois, je pense qu'il ne faut quand même pas écarter une hypothèse que tout le monde semble écarter, c'est tout simplement que la guerre continue. Tout le monde a l'air d'être dans l'idée que la paix va s'imposer parce que M. Trump est arrivé et que les planètes s'aligneraient. Mais en fait, les obstacles sont immenses.
Je crois que le gouvernement Arizona ne doit pas seulement tenter de mettre le pied dans la porte pour que les Européens soient intégrés dans un processus de paix. Il doit aussi prévoir, si ça ne marche pas, que la guerre continue et que le soutien à l'Ukraine devra s'intensifier davantage que sous la Vivaldi.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Participer, dans le cadre d'un accord de paix, au maintien de cette paix: oui, pourquoi pas. Nous l'avons fait par le passé. Vous l'avez dit. Nous avions, notamment au Liban, participé à des opérations de déminage à travers l'opération Blue Line. Cela a malheureusement été interrompu mais nous avons une expertise en la matière.
Deuxièmement, j'ai l'impression que pour l'instant, Poutine est en train de gagner. Il gagne pour les raisons suivantes. Il y a une forme d'acceptation de fait des territoires qu'il occupe déjà aujourd'hui. Cela semble déjà être une forme de préaccord possible. Il refuse l'adhésion à l'OTAN de l'Ukraine mais il permet à l'Ukraine d'éventuellement aller vers l'Union européenne. Il pourrait même interdire que des armes soient livrées à l'Ukraine, que des infrastructures militaires américaines y soient installées. Cela arrangerait bien Donald Trump. Il est en train de discréditer, et Donald Trump aussi, le président Zelensky. Pourquoi? À mon avis, dans l'intention de faire basculer le régime ukrainien et peut-être d'y installer à terme une potiche aux ordres de Poutine. Il faut donc être très vigilant parce que ce pays était sur la voie d'une démocratisation et d'une intégration au niveau de l'Union européenne.
En outre, Poutine a réussi à faire en sorte que la relation entre les États-Unis et l'Union Européenne se dégrade et que le lien transatlantique soit complètement distendu. Donc pour l'instant, qui gagne? C'est Poutine. Nous avons en conséquence besoin d'un leadership commun et d'une stratégie ambitieuse au niveau de l'Union européenne.
En tant que membre fondateur, la Belgique peut jouer un rôle, même si elle n'a pas été invitée à la première réunion, comme élément de stabilisation de l'Union européenne. Cela peut nous apporter des éléments sur lesquels je suppose que dans les jours, semaines et mois à venir, nous aurons l'occasion de discuter non seulement avec vous, mais également avec votre collègue en charge des Affaires étrangères.
Annick Ponthier:
Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Dit is eigenlijk een provisoir debat, maar u hebt wel een aantal zaken duidelijk gesteld. Daarvoor wil ik u danken. Er is op dit moment uiteraard nog geen vraag gekomen, daar waren we ons allemaal van bewust. Er is wel gezegd dat de houding van de Verenigde Staten gewijzigd is, dat klopt. We weten ook allemaal hoe dat komt. Het draagvlak voor de steun aan Oekraïne is natuurlijk sterk afgenomen in de Verenigde Staten. De huidige president voert uit wat zijn bevolking hem heeft gevraagd. We moeten daar eigenlijk niet al te verbaasd over zijn.
Anderzijds biedt het voor Europa wel de opportuniteit om eindelijk zelf onze verantwoordelijkheid te nemen in een aantal scenario's. Die opportuniteit moeten we dan ook grijpen. We hebben het al eerder gezegd, Europa heeft jarenlang, decennialang, de snooze button ingedrukt. Het wordt misschien tijd dat we daarvan afstappen.
Verder weten we uit de vredesonderhandelingen dat de Russen absoluut niet gewonnen zijn – oh verrassing – voor het idee van een vredesmissie van welke orde dan ook, zelfs buiten de NAVO om. Zij stellen natuurlijk zo hun eisen scherp. Dat zou ons van een aantal zaken zeer bewust moeten maken. Enerzijds moeten we er ons bewust van worden dat het potentieel inschakelen van een vredesmissie een heel langdurige inzet zou kunnen vereisen. Dat heb ik al in mijn vraagstelling gezegd, maar ik wil dat toch nog eens herhalen. Er moet dus heel omzichtig met die situatie omgesprongen worden. Anderzijds moeten we prioriteit geven aan de opschaling van onze defensiecapaciteiten en nog even afwachten of dat vredesakkoord er wel effectief zal komen.
Aan alle collega's die ons in het verleden een beetje naïef hebben genoemd als we het over vredesonderhandelingen of diplomatie hadden, wil ik nog even het volgende zeggen. Niet iedere oorlog wordt gestopt met een bijkomende militaire inzet, maar de stopzetting van iedere oorlog begint natuurlijk wel met onderhandelingen. We mogen daar dus ook niet te meewarig over doen.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, ik ben blij te horen dat we Oekraïne blijven steunen. Overigens, de oorlog in Oekraïne vandaag is ook onze oorlog. Het is dus heel belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Oekraïne is de poort van Europa. De imperialistische dromen van Rusland zullen daar niet eindigen. Wij moeten er dus voor zorgen dat Oekraïne sterk staat en iets te zeggen heeft, als het ooit aan de onderhandelingstafel komt.
Wij moeten Oekraïne blijven steunen, maar het is ook belangrijk in te zetten op de eigen veiligheid en de eigen defensie. Dat is de boodschap die ik wil brengen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, partijen die u woorden in de mond proberen te leggen die u niet gezegd hebt, kunt u gewoon wegzetten als fake news. Die tactiek wordt ook door Rusland gebruikt. Of dat toeval is, laat ik in het midden, maar ik wil het toch duidelijk stellen.
Nogmaals, voor ons is het heel duidelijk dat er voorwaarden vervuld moeten worden, voor er nagedacht kan worden over de eventuele inzet van Belgische troepen in een Oekraïense vredesmacht. Ten eerste, er moet uiteraard eerst een vredesakkoord zijn. Ten tweede, er moet een concrete vraag komen. Ten derde, die vredesmacht moet in een internationale context tot stand komen, en, ten vierde, een duidelijk mandaat hebben, het liefst een mandaat van de Verenigde Naties, via een resolutie in die zin, zoals u zelf hebt onderstreept.
Onze enige bezorgdheid – die delen we trouwens met de defensiestaf – bestaat erin dat de inzet van onze militairen voor zo'n vredesoperatie, waar ik achter kan staan, als het zo ver komt, niet ten koste mag gaan van de opbouw van onze Defensie en van de vele investeringen die we daarvoor zullen moeten doen. Defensie moet effectief kunnen werken aan die opbouw. Ik hoop dat u daaraan gehoor geeft.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je suis entièrement d'accord avec vous. Peu importe la division dans laquelle nous sommes, il nous faut absolument avoir une défense forte. Nous devons dès lors en avoir les moyens et continuer à entraîner nos équipes. La décision de l'Arizona va dans ce sens.
Robin Tonniau:
Mijnheer de voorzitter, ik wil eerst even tijd maken om collega Vander Elst van antwoord te dienen. Ja, in de jaren 2000 schreef de PVDA al kritische artikels over de imperialistische politiek van Poetin, we hebben Poetin toen al veroordeeld, en op het moment waarop wij die artikels publiceerden, ging Guy Verhofstadt bij Poetin op de koffie, waar hij op de rode loper ontvangen werd, en vice versa. Welk standpunt nam de Open Vld in tijdens de oorlog in Tsjetsjenië, toen Rusland Tsjetsjenië binnenviel? Ik heb jullie niet gehoord.
Wij hebben geen enkele band met Rusland, in tegenstelling tot Open Vld. In de vorige legislatuur was de heer Leysen lid van de Kamer en hij had en heeft financiële en ook zakelijke banden met Rusland. Ik vraag u dus om te stoppen met beschuldigingen die nergens op gebaseerd zijn.
De PVDA pleit al vanaf de eerste dag voor vredesonderhandelingen. Wij werden daar toen om uitgelachen. Nu zijn we drie jaar verder. Duizenden mensen zijn effectief voor niets gestorven. Nu zal de oorlog uiteindelijk stoppen via, jawel, vredesonderhandelingen. Er zal geen militaire oplossing komen.
Ik ben blij dat minister Francken heeft gezegd: ik ben niet gek, geen boots on the ground. Dat was een virtueel debat, maar de realiteit is wel keihard, want we zijn al drie jaar in oorlog
De enige manier om de oorlog te stoppen, zijn onderhandelingen. We zien vandaag jammer genoeg, omdat Europa veel te lang getalmd heeft, dat Europa niet meetelt op internationaal gebied, en binnen Europa telt België niet mee op defensievlak. Met andere woorden, we hadden veel vroeger zelf initiatieven, vredesinitiatieven, moeten nemen om mensenlevens te redden, collega Weydts.
Voorzitter:
Collega Aerts heeft geen repliek.
Nabil Boukili:
Monsieur le président, au départ, je ne souhaitais pas intervenir dans ce débat, mais c'est le constat que je fais qui m'y conduit. En fait, pour arriver à la fin du conflit, il y a plusieurs visions. Il y a une vision militariste: plus on envoie d'armes et de soldats, plus on fait ceci et cela, plus vite on aboutira à la paix. On a vu le résultat que cela a donné! Il y a une autre vision qui est basée sur le travail diplomatique, et sur la coopération entre les États et entre les peuples. On peut être en désaccord à ce sujet, mais ce qui est insupportable dans ce Parlement, et qui devient vraiment aujourd'hui très flagrant, c'est le fait d'éviter ce débat-là et de diaboliser une vision qui est différente de l'autre, dont on voit qu'elle est majoritaire dans cette commission. Vous faites cela en qualifiant de "pro-Poutine", "pro-Russie", toute position qui est différente de la vôtre. Ça, c'est un déni de démocratie. Si on veut vraiment avoir une vision, et un débat sur la manière de sortir de cette guerre, avec de la bonne foi, comme M. le ministre l'a dit, je pense que nous avons un intérêt commun ici, c'est-à-dire comment trouver une solution au conflit, et comment retrouver la souveraineté de l'Ukraine, du peuple ukrainien et de son territoire. C'est l'objectif. Alors, comment y arriver? On peut être en désaccord. On peut se tromper. Mais diaboliser les positions parce qu'on n'est pas d'accord avec elles, je trouve cela insupportable et je trouve que c'est un déni de démocratie.
Concentrons-nous maintenant sur le débat de fond et si vous n'avez pas d'arguments dans ce débat, ne le menez pas, mais ne venez pas avec des mensonges et avec des fake news par rapport à la Russie! Si quelqu'un ici a des preuves, si quelqu'un a la moindre preuve de ce qu'il avance sur la Russie, je veux bien l'entendre. Après, je ferai mon mea culpa et je me tairai. Mais vous n'avez rien du tout. Donc arrêtez de dévier le débat et restons dans le débat de fond! Même si on n'est pas d'accord, le débat mérite au moins d'être mené.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u wou nog iets toevoegen?
Theo Francken:
Dit is de commissie voor Landsverdediging. Mijnheer Boukili haalt thema's aan voor de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ik begrijp dat die zeer sterk met Defensie verbonden zijn en ik ben uiteraard blij dat het debat ook hier kan worden gevoerd. Elkaar diaboliseren hoeft inderdaad niet, maar dat werkt natuurlijk aan beide kanten. Ik denk dat dit iets is dat we de komende jaren kunnen meenemen. Dat 'iedereen voor niets is gestorven', vind ik persoonlijk wel een vreemde uitspraak, maar iedereen moet maar zeggen wat hij denkt te moeten zeggen. Freedom of speech is me zeer dierbaar, zoals jullie weten.
Theo Francken:
Mijnheer de voorzitter, er zijn nog heel veel belangrijke vragen, onder andere over de pensioenen en over OVG. Ik heb evenwel om twaalf uur een briefing, dus ik moet nu vertrekken. Ik had dat ook vooraf laten weten.
Voorzitter:
Dan sluit ik de vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.
De toekomst van de Europese veiligheid
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De VS verschuiven hun focus naar Azië (Pacific Pivot) en dwingen Europa tot meer eigen verdedigingsverantwoordelijkheid, met duidelijke waarschuwingen van Trump en Hegseth dat Europa alleen kan komen te staan tegen Rusland en uitgesloten wordt van vredesonderhandelingen over Oekraïne. België en de EU moeten dringend investeren in defensie (2% BBP tegen 2029), met plannen voor uitbreiding capaciteit, weerbaarheid en inzetbaarheid, ook in Oekraïne, om afschrikking te garanderen en een plaats aan de onderhandeltafel te behouden. Frank benadrukt: alleen een sterke verdediging kan Poetins agressie afschrikken, de democratie beschermen en Europa’s stem in internationale machtsverhoudingen verzekeren—oorlog is duurder dan investeren nu. Jambon bevestigt: het Amerikaanse veiligheidspakket is voorbij, Europa moet zelfstandig optreden, maar blijft onvoorwaardelijk steunen Oekraïne.
Luc Frank:
Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister! Depuis hier, le système de sécurité européen connaît un bouleversement profond. Les discours et interventions du secrétaire d'État à la Défense américain Pete Hegseth et du président américain Donald Trump ont clairement indiqué que l'Europe devait prendre une responsabilité plus grande et importante pour sa sécurité.
En fait, ils laissent craindre qu'elle se retrouve rapidement seule face à la Russie, seule pour assurer la paix en Ukraine en cas d'accord. Non seulement seule, mais aussi exclue des grandes décisions qui pourraient fixer une paix précaire sur le continent européen. En effet, comment penser que le régime du président Poutine puisse respecter des accords éventuels? Il ne l'a jamais fait.
En raison de ce bouleversement, une défense totale deviendra donc l'objectif que nous devons poursuivre, et cela en Belgique, dans l'Union européenne et avec nos partenaires de l'OTAN. La Défense deviendra donc un des départements les plus importants dans les années, si pas les décennies à venir. Ce sera indispensable si nous voulons protéger notre État, notre démocratie, nos citoyens et nos valeurs.
Monsieur le ministre, où en est la préparation de la Défense à un éventuel déploiement en Ukraine? Quel calendrier envisagez-vous pour l'adoption des trois plans prévus dans l'accord de gouvernement, soit le plan de défense, le plan d' enablement et le plan de résilience? Les événements de ces dernières heures démontrent la nécessité d'être prêts au plus vite. Enfin, quelle campagne de communication est envisagée pour expliquer à nos citoyens à quel point l'époque a changé?
Jan Jambon:
Ich hätte die Antwort auf Deutsch gegeben, aber Herr Francken hat sie mir nur auf Französisch hinterlassen. Deshalb muss ich Französisch verwenden, um Ihnen zu antworten.
Monsieur Frank, les déclarations du président américain Donald Trump et de son ministre de la Défense sur leur plan de paix en Ukraine constituent un véritable signal d'alarme pour l'Europe. Le message sous-jacent est que les États-Unis déplacent leur attention vers la région du Pacifique et que les États européens devront désormais assumer davantage leur propre défense et leur sécurité collective. Ce message n'est pas nouveau. Le Pacific Pivot date déjà de la présidence d'Obama. Ce qui est nouveau, en revanche, c'est la clarté et la fermeté avec lesquelles il est exprimé.
Nous, Européens, devront plus que jamais prendre nos responsabilités et assurer nous-mêmes notre propre sécurité et défense. L'époque où nous pouvions à moindre coût nous abriter sous les généreux parapluies de sécurité des États-Unis semble désormais définitivement révolue. Nous devrons investir dans nos forces armées en moyens, en effectifs et en matériel. L'accord de gouvernement prévoit à cet égard une trajectoire de croissance ambitieuse pour notre pays. Le gouvernement fédéral s'est engagé à porter les dépenses de défense à 2 % du PIB d'ici 2029.
Le contexte sécuritaire en Europe reste cependant en pleine évolution. Il est actuellement impossible de prévoir ce que nous réserve l'avenir proche et encore moins le moyen ou le long terme. Ce qui est certain, c'est que notre Défense doit être préparée à toutes les éventualités. Nous prendrons nos responsabilités et nous nous inscrirons dans les efforts de défense européens aux côtés de nos partenaires de l'OTAN. La paix en Europe passera par la paix par la force.
Enfin, je tiens à réaffirmer clairement que nous continuerons à soutenir l'Ukraine. Notre solidarité est inébranlable. Nous ne nous déroberons pas à nos responsabilités. Nous resterons aux côtés de l'Ukraine sans hésitation, sans faille.
Voorzitter:
Omdat de minister spreekt namens een andere minister, heb ik niet ingegrepen. Hij heeft immers geen macht over wat hij moet antwoorden.
Luc Frank:
Sehr geehrter Herr Minister, vielen Dank für die Antwort. Sie können dem Kollegen, dem Verteidigungsminister, natürlich ausrichten, dass die Antwort zufriedenstellend war. J’ai trois éléments de réponse. D’abord, seule une Défense forte permettra de dissuader M. Poutine. Nous devons le comprendre et investir massivement. Ensuite, dissuader Poutine de se lancer dans d'autres aventures, c'est protéger notre démocratie, notre système social et notre prospérité. Une guerre serait mille fois plus coûteuse. L'Europe, donc l'OTAN et l'Union européenne, doit enfin prendre ses responsabilités. Enfin, avoir une Défense forte permet aussi d'avoir une place à la table, comme les rapports de force sont la monnaie courante des relations internationales. Ich danke Ihnen für Ihre Aufmerksamkeit. Vielen Dank.
De situatie in de DRC
De situatie in de DRC
De situatie in Oost-Congo
De situatie in de DRC
De situatie in Congo
De oorlog in de Democratische Republiek Congo
De situatie in de Democratische Republiek Congo
De geopolitieke focus van Europa in Afrika
Conflicten en geopolitiek in Centraal-Afrika
Gesteld aan
Bernard Quintin, Alexander De Croo (Eerste minister)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische politiek wordt scherp bekritiseerd voor haar passiviteit in het conflict in Oost-Congo, waar Rwanda (via M23-rebellen) systematisch etnische zuiveringen, verkrachtingen als oorlogswapen en plundering van Congolese mineralen pleegt, met 7 miljoen ontheemden en decennia van straffeloosheid als gevolg. Terwijl België en de EU snelle sancties en wapembargo’s eisen tegen Rusland in Oekraïne, blokkeert economisch en strategisch belang (kobalt, coltan) concrete actie tegen Rwanda, ondanks bewijzen van Rwandese agressie en schendingen van internationaal recht—wat door parlementsleden wordt afgedaan als "twee maten en twee gewichten". De regering belooft diplomatieke druk (o.a. via VN, EU-sancties, herziening van minerale akkoorden en militaire steun aan Rwanda) en humanitaire hulp, maar critici—onder meer Congolese diaspora en oppositiepartijen—eisen onmiddellijke sancties, een totaal embargo op "Rwandese" mineralen (die de facto uit Congo komen) en stopzetting van alle EU-financiering aan Kagame’s regime, met de dreiging dat Bukavu het volgende doelwit is. Kernpunt: zonder eind aan westerse hypocrisie en economische afhankelijkheid van Congolese grondstoffen zal de crisis—met Rwanda als centrale dader—voortduren.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, chaque jour qui passe en République démocratique du Congo, ce sont des vies qui sont brisées dans un silence complice. La prise de Goma par les rebelles du M23 soutenus par le Rwanda n'est pas qu'un fait militaire. C'est un crime contre l'humanité, voire un génocide qui se déroule sous nos yeux. Ce sont des femmes violées, utilisées comme armes de guerre. Ce sont des villages détruits, des familles arrachées, plus de sept millions de personnes déplacées. Ce sont des civils bombardés dans des camps de réfugiés. Ce sont des enfants qui grandissent dans le chaos et dans la peur.
Pourtant, que fait la communauté internationale? Eh bien, elle ne fait pas grand-chose.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, l'Europe a su sanctionner la Russie pour son agression en Ukraine, et c'est très bien. Mais pourquoi n'y arrive-t-elle pas quand c'est le Rwanda? Il est temps d'arrêter ce deux poids deux mesures insupportable. Le droit international doit être une boussole de Kiev à Kinshasa en passant par Gaza. Les discours ne suffisent plus. Nous demandons que la Belgique et l'Union européenne prennent des mesures fermes et immédiates. Nous demandons des sanctions ciblées contre les dirigeants rwandais impliqués dans ce conflit. Nous demandons un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais qui sont, en réalité, des minerais de sang pillés au Congo. Nous demandons un soutien à la justice internationale. Nous devons répondre aux appels de la société civile du Congo. Il ne peut y avoir de paix sans justice, et tant que l'impunité régnera, les massacres continueront.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quand allons-nous enfin passer des paroles aux actes? Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour stopper ce massacre et protéger les populations civiles de l'Est du Congo? Quand la Belgique ordonnera-t-elle la fin du massacre et exigera le retrait des troupes rwandaises, comme le réclamait d'ailleurs l'ambassadeur de la République démocratique du Congo que nous avons rencontré hier? La Belgique sera-t-elle au premier plan aux Nations Unies (l'ONU) pour réclamer des sanctions contre le Rwanda?
Michel De Maegd:
Messieurs les ministres, chers collègues, je vais aller droit au but. Pardonnez-moi ce cri de rage, mais le peuple congolais en crève, au sens propre comme au sens figuré! Les femmes de l'Est du Congo sont mutilées et violées, l'arme de guerre la plus immonde. Elles en crèvent, à petit feu ou sous les balles du M23. Les enfants de l'Est du Congo, sans eau ni électricité, sans de quoi subsister dignement, n'ont-ils droit à un autre destin que celui d'enfants soldats? Les hommes de l'Est du Congo n'ont-ils comme seul avenir que de survivre dans la peur et la perpétuelle violence, au gré des groupes rebelles qui s'affrontent dans une indifférence quasi générale? Alors oui, cela fait des décennies que les Congolais de l'Est en crèvent, qu'ils soient de Goma, du Nord ou du Sud-Kivu, qu'ils survivent dans d'innombrables camps de réfugiés ou dans des villes et villages dans lesquels "vivre" veut d'abord dire "survivre". Au nom de mon groupe, je veux avoir une pensée sincère pour ces femmes, ces enfants et ces hommes qui, chers collègues, nous attendent.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le premier ministre, je sais qu'en tant qu'amis fervents de l'Afrique, vous partagez mon désarroi. Hier en commission, nous recevions l'ambassadeur de la RDC, qui a adressé quatre demandes à la Belgique: ordonner la fin des hostilités et le retrait des troupes rwandaises de la RDC; mettre en place un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais et introduire une traçabilité dès le sol congolais; plaider auprès de l'Union européenne pour revoir les accords militaires et économiques avec le Rwanda; plaider pour un registre complet des armes vendues à celui-ci.
Messieurs les ministres, dans quelle mesure pouvons-nous répondre à ces demandes? Quels sont les leviers que nous pouvons immédiatement actionner pour éviter de nouveaux massacres? L'Union européenne annonce une aide humanitaire d'urgence de 60 millions d'euros, insuffisants certes, mais comment garantir que cette aide atteigne les populations touchées? Et puis, enfin, messieurs les ministres, pouvez-vous dresser un bilan de la sécurité de nos ressortissants dans la région et de nos équipes diplomatiques en RDC? Nous savons en effet que plusieurs ambassades ont été attaquées.
Pierre Kompany:
Monsieur le président, je suis fier d’être ici devant deux représentants du pays, qui travaillent et connaissent le Congo. Je connais le Congo, mais je ne peux pas prétendre le connaître nécessairement mieux que vous.
Des questions se posent. Le pays qui souffre, c’est le Congo. Des questions se posent. Pourquoi cela a-t-il duré tant d’années sans que des êtres humains – comme nous, qui sommes ici les représentants du peuple – aient débattu de ce problème et aient mis un terme, il y a longtemps, à ce que nous vivons aujourd'hui?
Je me le demande, et je vous le demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères. Je sais que le premier ministre couvre tout. La Belgique va-t-elle soutenir l’adoption de sanctions contre le Rwanda au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Avez-vous des contacts sur ce sujet avec les États actuellement membres du Conseil de sécurité?
La Belgique va-t-elle demander, au sein de l’Union européenne, la suspension de tous les accords avec le Rwanda et la suspension des financements accordés par l’Union? Ils sont accordés y compris par le biais de la Facilité européenne pour la paix – étonnant!
Quel soutien la Belgique va-t-elle elle-même donner à la MONUSCO et aux troupes africaines de la SADC qui défendent la République démocratique du Congo? Quelles actions diplomatiques les Affaires étrangères mettent-elles en œuvre pour rétablir la paix?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous interpelle évidemment sur les événements dramatiques en cours à l'Est de la République démocratique du Congo, notamment la prise de Goma par le M23 soutenu par l'armée rwandaise. Je vous pose tout de suite la question. Pourquoi autant d'inaction? Pourquoi laisse-t-on faire?
Waarom laten wij hen gewoon doen? In Oekraïne komen wij direct tussen: sancties, het leger, wapens enzovoort, alles erop en eraan. Als het echter over Congo gaat, gebeurt er niets. Waarom?
C'est cela la question! Tout le monde sait ici que l'armée rwandaise ne pourrait pas se permettre cela sans le soutien de l'impérialisme américain. Sans le soutien des États-Unis d'Amérique, c'est impossible. Vous le savez. Vous regardez par terre parce que vous le savez. Un petit pays comme cela ne peut pas intervenir chez son voisin sans un appui occidental important.
Il y a aujourd'hui des protocoles d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda. Le protocole sur les minerais stratégiques est signé. Ce sont des accords favorables à l'Union européenne et au Rwanda. On aide le Rwanda. Il y a des accords entre l'armée rwandaise et les institutions européennes. Pourquoi? Pourquoi tant d'hypocrisie? C'est la question qui est posée aujourd'hui par les peuples africains et par le peuple congolais.
Va-t-on faire sauter ces protocoles? Le PTB a proposé de faire sauter ces protocoles. Tous les partis traditionnels belges ont voté contre, ils ont voté pour le maintien de ce partenariat stratégique. Pourquoi? Business! Les minerais, le cobalt, le coltan, le cuivre. Business, business, business! C'est pour cela que vous ne voulez pas intervenir.
Monsieur le ministre, va-t-on enfin soutenir le peuple congolais, soutenir l'intégrité territoriale de ce pays, ne pas appliquer le deux poids deux mesures? Quand ça nous arrange, on ferme les yeux parce qu'il y a de l'argent, et quand ça ne nous arrange pas, on intervient aussi, parce que là aussi il y a de l'argent. Les droits humains ne sont pas à géométrie variable. C'est une question de principes, monsieur le ministre.
Els Van Hoof:
Minister Quintin, ik merk het ook aan u, de oorlog in Oost-Congo raakt u persoonlijk. U was destijds kandidaat-speciaal gezant van de EU voor de Grote Meren. U werd geweigerd door Rwanda.
Dood, vernieling, plundering en seksueel geweld, het raakt mij ook als vrouw, al decennialang. Moeders en dochters worden verkracht en dokter Mukwege herstelt. Dat is het cynische spel vandaag in Oost-Congo. Het Rwandese regime ligt er niet wakker van. Het heeft een onverzadigbare honger naar grondstoffen. Opportunistische rebellen als die van M23 helpen hen. Dat zijn de recepten van het Rwandese imperialisme.
Poetin inspireert, mijnheer Hedebouw, en de Congolese bevolking crepeert. België kan niet langer toekijken. Maandag zei u het al, mijnheer de minister: woorden volstaan echt niet meer.
Hoe kunnen we vanuit de EU het geweld veroordelen en tegelijkertijd toch grondstoffen importeren uit Rwanda? Hoe kunnen we vrolijk een WK wielrennen organiseren in de straten van Kigali in Rwanda? De Belgische kritische houding leidt al langer tot ruis op de diplomatieke lijn met Rwanda, maar dat zal Kagame worst wezen. Only money talks .
Het is hoog tijd om een ethische en morele grens te trekken. De Congolese ambassadeur vroeg dat gisteren ook. Wij steunen hem. Leg een embargo op voor de Rwandese grondstoffen. Ze zijn trouwens niet van Rwanda, ze komen uit Oost-Congo. Herroep de Europese militaire en economische samenwerking. Er moeten sancties komen!
Daarom is mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister en mijnheer de minister: welke concrete maatregelen stellen wij voor aan de Europese Unie? Welke bilaterale maatregelen nemen wij zelf? Ik merk dat Duitsland en het VK kijken naar hun ontwikkelingssamenwerking. U moet natuurlijk de Rwandese bevolking niet straffen, maar er is wel een heroriëntatie nodig.
François De Smet:
Messieurs les ministres, les combats qui ont repris il y a quelques semaines dans l'Est du Congo ont déjà fait de trop nombreuses victimes et ont jeté des centaines de milliers de personnes sur les routes. Et, comme toujours, ce sont les civils qui payent le prix principal, en premier lieu les femmes et les enfants.
Mais, en réalité, nous le savons, voilà des décennies que l'Est du Congo est abandonné, dans un conflit meurtrier par intermittence et qui est, en fait, tout simplement, le conflit le plus meurtrier de l'histoire moderne. Alors, oui, on doit pouvoir cibler les responsables principaux: le M23, bien sûr, qui est le principal groupe paramilitaire qui terrorise la région, mais aussi ses soutiens et, en premier lieu, le Rwanda de M. Paul Kagame qui, dès l'instant où il choisit de soutenir et d'armer ces milices, porte aussi la responsabilité de leurs exactions. Et puis, il y a la communauté internationale, dont l'inaction et le silence ne sont plus possibles.
Que peut faire, que doit faire la Belgique? DéFI vous demande, monsieur le premier ministre, d'abord dans les mots les plus clairs et les plus durs, de condamner les responsables de ces exactions, à savoir le M23 et le Rwanda. Mais il faut aussi ajouter, en effet, des armes plus dures. Il faut qu'on parle d'embargo sur les armes, il faut qu'on puisse parler de sanctions économiques, et nous pourrions aussi demander – nous vous le demandons – que l'Union européenne suspende et rompe dès que possible le partenariat sur l'extraction des minerais entre l'Union européenne et le Rwanda.
Je n'oublie pas l'aspect humanitaire. En ce moment-même, des centaines de milliers de personnes sont isolées, notamment parce que la prise de l'aéroport de Goma rend les accès difficiles. La Belgique peut participer à l'ouverture d'un corridor humanitaire. Et puis, il faudra tôt ou tard que, dans cette région meurtrie, vienne l'heure de la justice. La Cour pénale internationale (CPI) a repris des enquêtes et des activités. C'est très bien, et nous devons les soutenir. Tous les démocrates doivent soutenir le fait que, quels qu'ils soient, les responsables des viols et des meurtres soient poursuivis parce qu'au Congo comme ailleurs, il n'y aura pas de paix sans justice.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Messieurs les ministres, la peur! La peur! Voilà l'état de la population de Goma et de l'Est du Congo. Mais on ne peut pas dire qu'ils ne sont pas habitués à cette situation car cela fait 30 ans que le Kivu et l'Est de la RDC se sentent en insécurité. Trente ans que des factions rebelles soutenues par le Rwanda pillent, violent, tuent, sèment la terreur dans les zones rurales! Trente ans qu'il y a des millions de déplacés! Trente ans qu'il y a des millions de morts!
Pourquoi, monsieur le ministre? C'est pour la richesse du sous-sol de cette région, pour des minerais – oui, monsieur le ministre, vous m'avez bien entendue! – pour que nous puissions rouler dans nos belles voitures électriques, pour que nous puissions utiliser nos smartphones. Trente ans, monsieur le ministre, et nous n'avons voulu rien voir. La Communauté internationale est silencieuse. Pourquoi? Monsieur le ministre, le Congo, c'est trop loin! L'Ukraine, c'est à côté! Ce sont nos voisins! C'est beaucoup plus facile. Et puis, les Rwandais sont des personnes sérieuses. Ils sont considérés comme des partenaires stables. C'est un régime autoritaire avec un président élu à 99 % des voix mais c'est un régime stable. Belligérant mais stable! Parce que, surtout, on a besoin d'or, de diamants, de cobalt, de coltan. Oui, j'ose le dire, monsieur le ministre. Nous sommes restés silencieux. J'apprécie toutefois votre sortie volontariste de cette semaine. Je devais quand même vous le dire.
Comment la Belgique compte-t-elle agir? Quelles solutions diplomatiques sont envisagées pour éviter ce bain de sang et sauver cette population qui a trop souffert? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre ce protocole de coopération sur les matières critiques avec le Rwanda qui sont pillées en RDC? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre la coopération militaire?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de crisis in Oost-Congo, een van de vergeten conflicten, duurt al dertig jaar en het is pas sinds vorige week met de val van Goma dat de internationale gemeenschap eindelijk tot actie oproept.
De M23-terreurgroepen hebben de miljoenenstad, een economisch knooppunt aan de rand van Rwanda, al jaren in hun greep. We zien er een vicieuze cirkel van mensenrechtenschade en van terreur, waaraan de staat Rwanda deelneemt. Het land financiert de rebellen immers. Die houden zich ook niet in. Vrouwen worden verkracht, kinderen worden vermoord, mensen verdwijnen. Er is geen voedsel. Er zijn geen geneesmiddelen. De ziekenhuizen liggen vol. De humanitaire crisis is op het moment enorm.
De greep van de M23-rebellen en van Rwanda op Oost-Congo wordt ook alleen maar groter, omdat zij het slagveld uitbreiden. Zij trekken ook naar het zuiden, naar Bukavu.
De mensen in Congo zijn angstig en boos. Zij komen op straat, want zij voelen zich in de kou gelaten. Wij, de westerse overheden, praten immers nog altijd met de militaire regimes in Rwanda. Wij blijven ook financieren. Wij financieren niet alleen het leger, maar besteden ook 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in Rwanda.
Mijnheer de minister, is dit niet het moment waarop wij onze hulp ter discussie moeten stellen? U hebt gepleit voor concrete acties. Welke acties zijn dat? Wat hebt u aan uw Europese collega’s gevraagd?
Voorzitter:
Mevrouw Depoorter, u eindigt net als de andere sprekers keurig op tijd, waarvoor mijn dank.
Alexander De Croo:
Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions relatives à la situation dans l'Est du Congo, situation dramatique depuis bien trop longtemps.
En effet, cela fait des décennies que les conflits sont quotidiens dans cette région. Malheureusement, la situation a empiré récemment.
La réaction de la Belgique a été très claire. Elle a demandé à l'ensemble des partis de faire tout le nécessaire pour veiller à une désescalade. Le Rwanda doit arrêter son soutien au M23. Cela a été documenté partout et il est important que le message soit très clair. Mais du côté congolais, il y a aussi des choses à faire: arrêter les discours haineux, tenter de restaurer l'autorité dans la région. Il y a bien des efforts à faire des deux côtés.
Le point principal est d'arrêter l'ingérence dans l'Est du Congo depuis le Rwanda. J'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président Félix Tshisekedi hier au sujet d'actions que nous pourrions entreprendre pour mobiliser la communauté internationale. De plus, s'agissant de la situation à Kinshasa, je lui ai demandé d'agir avec fermeté pour faire cesser les attaques contre l'ambassade belge et les ambassades d'autres pays. Il m'a assuré qu'il ferait tout ce qui est nécessaire pour calmer la situation à Kinshasa. On voit aujourd'hui que ce genre de manifestations se produit moins souvent qu'auparavant.
Avant de donner la parole au ministre des Affaires étrangères concernant les actions internationales et notre position par rapport à des sanctions, je rappellerai que la Belgique a toujours été très critique, notamment concernant le protocole européen sur les minerais. La Belgique a d'emblée alerté sur le fait que ce n'était pas une bonne idée. Malheureusement, nous le voyons aujourd'hui, nous avions raison d'émettre de nombreuses questions au sujet de cet accord.
Dans un contexte plus large, la position internationale de la Belgique a toujours été de respecter le droit international et la souveraineté d'un pays, position que nous affichons partout.
Concernant ce qui se passe en Ukraine, cela a été notre position. Nous avons dit que la souveraineté et l'intégrité d'un pays devaient être respectées. Concernant ce qui se passe au Proche-Orient, nous avons toujours été clairs. Les lois internationales et les conventions doivent être respectées. Pour ce qui se passe au Congo, le même raisonnement s'applique. L'intégrité du pays doit être respectée. Les ingérences auxquelles nous assistons de la part du Rwanda ou de groupes soutenus par le Rwanda au Congo sont insupportables. Nous ferons tout pour les arrêter et pour sauver les vies de ceux qui vivent pour l'instant des moments extrêmement pénibles et difficiles.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, j'ai décidé de revenir anticipativement de ma mission officielle au Maroc pour pouvoir répondre à vos vives inquiétudes. Ce n'est que normal car la situation actuelle en RDC nous mobilise pleinement.
Wij volgen de situatie minuut per minuut en zijn in permanent contact met onze ambassade, de Belgische gemeenschap, de Congolese autoriteiten en onze internationale partners.
La prise de Goma constitue une violation supplémentaire, claire et nette du droit international et, en plus, du cessez-le-feu conclu via le processus de Luanda.
Nous ne restons ni silencieux ni inactifs, madame Maouane, je puis vous l'assurer. Lundi, j'ai appelé mes homologues européens à prendre des mesures concrètes. J'ai évoqué explicitement les dossiers suivants, mevrouw Depoorter: le MoU sur les matières premières critiques – pour répondre aussi à Mme Mutyebele –, la Facilité européenne pour la paix dite "Cabo Delgado", la suspension du dialogue sécuritaire avec le Rwanda, monsieur De Smet. Il faut trouver un compromis à l'échelle européenne, parce que c'est à ce niveau-là que nous aurons un impact significatif.
Monsieur Kompany, s'agissant des Nations Unies, j'ai pris contact, dès dimanche dernier, avec mes homologues européens qui siègent au Conseil de sécurité afin de faire passer nos messages et pour que soit nommé le Rwanda dans son agression.
Ondertussen heb ik de Rwandese zaakgelastigde al door mijn FOD laten ontbieden en heb ik het reisadvies voor Rwanda laten aanpassen. Alle reizen naar de parken in het westen van het land worden afgeraden. Het doel is om de druk op de partijen, vooral Rwanda, op te voeren. De Rwandese autoriteiten mogen zich niet onaantastbaar voelen, als ze het internationaal recht aan hun laars lappen.
C'est la seule façon de les ramener autour de la table des négociations afin de travailler à une solution pacifique, comme on a pu le constater en 2012. J'ai partagé ce point de vue de modus operandi avec mon homologue américain, Marco Rubio, hier soir.
Il y a urgence. Kigali a déjà communiqué publiquement qu'elle compte prendre Bukavu. Mais soyons clairs, comme l'a dit le premier ministre, les autorités congolaises doivent aussi prendre leurs responsabilités: rétablir l'autorité sur l'Est de la RDC, mettre fin aux discours de haine et mettre fin à la coopération avec des groupes armés, singulièrement les FDLR, comme nous le demandons systématiquement dans chacun des contacts que nous avons avec toutes les autorités congolaises.
Monsieur De Maegd, en effet, il faut s'attaquer aux racines de ce conflit qui dure depuis plus de 30 ans.
De gevolgen voor de bevolking zijn inderdaad afschuwelijk, mevrouw Van Hoof.
Ce conflit me parle personnellement, puisque je le suis depuis de nombreuses années déjà et que j'en ai vu de mes propres yeux les conséquences innommables il y a déjà 20 ans.
Wat de situatie in Kinshasa betreft, veroordeel ik ten zeerste de aanvallen op onze ambassade en die van onze partners. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de situatie, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de Congolese autoriteiten en hen gevraagd om in te grijpen. Die interventie heeft geleid tot een terugkeer van de rust.
Sans la présence et l’intervention de nos militaires qui ont protégé notre équipe sur place, nous aurions un autre débat aujourd'hui. Je tiens ici à les remercier sincèrement, comme je tiens à remercier notre personnel à Kinshasa ainsi que mes services à Bruxelles qui ont géré avec beaucoup de sang-froid une situation explosive.
De veiligheid van het personeel van de ambassade en de Belgische gemeenschap is zoals steeds onze prioriteit. We nemen sindsdien bijkomende veiligheidsmaatregelen en passen ons reisadvies aan in functie van de evolutie.
Je suis pleinement mobilisé, tout comme le SPF Affaires étrangères, afin de tout mettre en œuvre pour faire cesser les combats dans l'Est de la RDC.
Le droit international, comme cela a été rappelé par le premier ministre, doit être respecté et défendu partout, en tout temps et en tous lieux. La Belgique joue et continuera à jouer pleinement son rôle dans la promotion de la paix et de la sécurité dans la région.
Rajae Maouane:
Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses.
Je dois dire qu'elles me laissent un peu sur ma faim. Je trouve que la réponse de la Belgique n'est pas à la hauteur de la situation. La Belgique a une responsabilité historique dans ce pays et dans cette région. On ne demande pas aux agresseurs de désescalader. On dit aux agresseurs d'arrêter de violer le droit international. On fait en sorte de sanctionner les agresseurs.
Je suis révoltée, je dois le dire, par l'hypocrisie que j'entends parfois, de ceux qui prêchent la paix tout en fermant les yeux sur des crimes, par opportunisme politique ou par intérêt économique. L'heure aujourd'hui n'est plus aux déclarations, aussi fortes soient-elles. Il faut des actions. Nous exigeons des sanctions dès maintenant. Nous exigeons un embargo et nous exigeons la justice.
Michel De Maegd:
Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses franches et déterminées.
Je voudrais insister sur les responsabilités de chacun, toujours au détriment des populations de l'Est du Congo. C'est indéniable pour le Rwanda. Je le dis depuis des années. Il fait fi de toute règle internationale au travers du M23, pour s'accaparer des minerais du Congo, et aujourd'hui, pour violer, de façon flagrante, la souveraineté de la RDC. C'est tout aussi indéniable pour d'autres pays voisins qui, avec d'autres rebelles, s'assurent de leur part du gâteau. C'est encore indéniable pour le pouvoir en place à Kinshasa, miné par la corruption endémique, et dont les discours vigoureux peinent à masquer les énormes défaillances quand il s'agit de protéger son peuple avec une armée en perdition.
Soyons francs, que dire de l'Europe et de sa réalpolitique? En effet, pour ne pas se faire damer le pion sur cet échiquier morbide, les adversaires occidentaux mais aussi, soyons honnêtes, monsieur Hedebouw, chinois, indiens, turcs et, demain, russes, prennent aussi leur part du gâteau, encore et toujours sur le dos des populations congolaises.
Pierre Kompany:
Monsieur le président, je suis vraiment fier d'être ici, tout simplement parce que je suis d'origine congolaise. J'en ai presque les larmes aux yeux.
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé des discours de haine. Pensez quand même un seul instant que ce peuple congolais a une générosité qui dépasse le monde. Il a reçu tous ceux qui, aujourd'hui, deviennent les agresseurs. Des bourses d'études ont été distribuées à la peine des enfants congolais. La plupart des gens que vous voyez, qui font le Rwanda et qui sont du côté congolais ont souvent étudié avec des bourses d'études congolaises que les Congolais n'ont pas eues. Alors, remettons les choses en place: le Rwanda doit remercier le Congo au lieu de faire ce qu'il fait avec l'argent du monde entier.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, monsieur le ministre des Affaires étrangères de Belgique, Frantz Fanon, un grand militant panafricain disait que "l'Afrique a la forme d'un revolver dont la gâchette se trouve au Congo". Et je pense qu'il a raison. Le but des puissances occidentales aujourd'hui est d'avoir un Congo faible pour qu'il n'y ait plus de gâchette, pour avoir un continent africain faible devant les puissances mondiales. Voilà ce qui se joue aujourd'hui, le but étant d'avoir une balkanisation du pays.
On n'a pas eu de réponse, monsieur De Maegd, à la question de savoir pourquoi les États-Unis d'Amérique soutiennent Kagame depuis le début. Vous le savez! C'est là où tout le monde se tait car l'échiquier mondial se joue à coups de millions de morts. C'est cela qu'il faut dénoncer aujourd'hui et c'est pour cela qu'il y a de l'impunité. J'aurais espéré aujourd'hui que la Belgique dise stop: "Stop, United States! Stop!" Mais non, business, business, business! C'est un problème. On mène le combat contre (…)
Els Van Hoof:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat wij concrete voorstellen hebben voorgelegd aan de Europese Unie, maar nu moeten wij doorpakken, er is nog niets gebeurd. Tolereren wij in Oost-Congo wat wij niet tolereren in Oekraïne? Dat is de vraag waarvoor wij staan.
U sprak ook over de haat die vandaag heerst bij de Congolezen. Is het echter niet normaal dat die mensen boos zijn na zoveel straffeloosheid? MONUSCO staat daar al jarenlang naar te kijken en kan niets ondernemen wegens het beperkte mandaat. De Congolezen zijn terecht boos. Er wordt gewerkt met twee maten en twee gewichten. Dat aanvaarden zij niet meer. Het is ook heel terecht dat ze dat niet meer aanvaarden.
Er wordt Kigali weinig of niets in de weg gelegd. Dat moet veranderen. Gaan wij vandaag tolereren dat het internationaal recht word opgeofferd op het altaar van geld en grondstoffen? Misschien valt Bukavu binnenkort. Het is tijd voor sancties en acties. Wij moeten niet alleen naar de Verenigde Staten kijken, wij moeten vooral ook kijken naar onszelf. Ik vertrouw op u, heren ministers.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Trois choses. D’abord, attention quand même au relativisme. Bien sûr que tout ne va pas bien au Congo. C’est évident. Mais dans cette histoire, il y a quand même très clairement un agresseur et un agressé. L’agresseur, c’est le Rwanda. L’agressé, c’est la République démocratique du Congo.
Ensuite, huit partis se sont succédé à cette tribune, et pratiquement tout le monde a demandé de hausser le ton sur les sanctions économiques et sur les sanctions sur les armes. Cela veut dire que ce gouvernement et le suivant – s’il advient – ont un mandat extrêmement clair de cette Assemblée et auront un soutien pour aller en ce sens.
Enfin, vous n’avez pratiquement pas évoqué le volet humanitaire. On parle de 400 000 personnes qui se trouvent sur les routes. Si la Belgique, d’autres démocraties et les ONG n’aident pas très rapidement, cela va devenir très vite une catastrophe humanitaire.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Moi, je vais vous parler un peu de ma famille qui est coincée à Goma sans eau et sans électricité, de la fille que mon frère a adoptée dans cette mauvaise situation. Je vais vous parler de mes nombreuses visites à Panzi où j’ai vu des enfants emmenés parce qu’ils ont été violés, des petites filles de un an, des mamans complètement désorientées.
Alors maintenant, il est temps d’agir. Le temps est aux actes. On doit dire au M23 de se retirer. On doit dire au Rwanda de se retirer. La Belgique ne doit plus rester passive. Il faut que nous puissions préserver l’intégrité territoriale de la RDC. Surtout, nous devons imposer des sanctions fermes contre le Rwanda.
Une réponse humanitaire et diplomatique urgente est nécessaire, messieurs les ministres. La paix doit être rétablie en RDC, et les crimes doivent cesser.
Je voudrais également présenter toutes mes condoléances aux familles de ces soldats de la MONUSCO et des FARDC qui sont tombés au front.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het militaire regime van Rwanda aarzelt niet om bij zijn buurman de minerale rijkdommen te gaan plunderen en om daar de bevolking te gaan verkrachten en te folteren.
We mogen vandaag niet aarzelen om daadkrachtig op te treden en om te pleiten voor een opbouw van de humanitaire hulp in Oost-Congo, maar we mogen ook niet aarzelen om te herevalueren hoe we de 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. De 500.000 mensen op de vlucht hebben nood aan hulp. We mogen ook niet aarzelen in de herevaluatie van onze omgang met de middelen die naar het Rwandese leger gaan, want met die middelen worden de M23-rebellen betaald.
De aarzeling moet voorbij zijn, de stilte moet worden gebroken. Dank u.
Voorzitter:
Collega's, wij hebben nog 25 minuten de tijd om onze stem uit te brengen, maar nog niet heel veel mensen hebben dat gedaan, dus u bent daartoe uitgenodigd.
Het plan van de Europese Commissie om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om EU-competitiviteit en strategische autonomie, met focus op vereenvoudigde regelgeving (met name voor KMO’s), bevordering van Europese technologische kampioenen en energie- en investeringsuitdagingen. Minister Quintin benadrukt de Belgische prioriteiten: administratieve lastenverlichting, een sterker interne markt en talentontwikkeling, gekoppeld aan de EU-"competitiviteitsboussole" (geïnspireerd door rapporten Draghi/Letta). Financierings- en energiekwesties (zoals kapitaalvlucht en hoge EU-energieprijzen) blijven kritiek, maar concrete maatregelen ontbreken nog. Snelheid en eenheid tussen EU-lidstaten en Belgische overheden worden cruciaal geacht voor succes.
Youssef Handichi:
Monsieur le ministre des Affaires européennes, après la publication des rapports Draghi et Letta, la Commission européenne a rendu publiques une série de propositions en renfort du tissu économique des pays de l'Union européenne. Monsieur le ministre, les entreprises ne doivent plus avoir la vie dure, grâce à différents paquets de simplification de législations européennes, appelés poétiquement "paquets omnibus". Un point important, à mes yeux, concerne une révision des règles sur les appels d'offres publics pour introduire une préférence européenne pour les secteurs technologiques stratégiques, la révision des règles de la concurrence pour favoriser la création sur notre sol de champions internationaux.
Monsieur le ministre, ma première question concerne la portée de cette simplification administrative pour les entreprises, les premières législations ou les secteurs particuliers qui vont être ciblés et la nature de la concertation avec les entreprises. Comment l'État fédéral, en concertation avec les Régions, va-t-il pouvoir aider nos entreprises à tirer profit de cette modification structurelle du cadre législatif européen?
Ma deuxième question porte sur l'aspect financier ou budgétaire qui sous-tend ces mesures. On se rappelle des propositions du rapport Draghi qui évoquaient 750 à 800 milliards d'euros d'investissements additionnels nécessaires par an. Or on constate la fuite des capitaux européens: 300 milliards d'euros d'épargne européenne filent vers des contrées plus accueillantes. Comment mobiliser l'épargne européenne et les investissements étrangers vers les entreprises européennes?
Monsieur le ministre, nous savons aussi que les prix élevés de l'énergie dans l'Union européenne pénalisent les entreprises européennes par rapport à leurs concurrentes internationales. Quelles sont les mesures envisagées par la Commission sur cet aspect cardinal?
Enfin, nous sommes attentifs à la poursuite des ambitions climatiques européennes, afin d'atteindre la neutralité carbone.
Bernard Quintin:
Monsieur le député, une des priorités de la présidence belge de l'Union européenne était la compétitivité. Vous vous rappellerez que nous avons demandé le rapport Letta, que nous avons soutenu le rapport Draghi et que nous avons présenté la Déclaration d'Anvers. Les constats étaient clairs et ont été une inspiration pour cette "boussole pour la compétitivité" de l'Union européenne que j'accueille donc favorablement.
C'est notre conviction qu'il est temps d'écouter le quatrième wake-up call . Nous avons eu la première administration Trump, le covid, la crise énergétique liée à la guerre contre l'Ukraine. Il nous faut donc maintenant travailler à l'autonomie stratégique de l'Union européenne. Et cette initiative y contribuera.
Plusieurs initiatives sont regroupées sous cette "boussole". Je voudrais revenir sur certaines qui, selon moi, sont essentielles pour la Belgique.
Premièrement, il s'agit de la simplification des règles, qui réduira les charges administratives et qui permettra aussi de mieux prendre en compte l'intérêt de nos entreprises européennes. C'est très important pour les PME belges qui sont, comme nous le savons, le moteur de notre économie. Deuxièmement, je pense à la réduction des obstacles au marché unique. C'est crucial pour une économie interconnectée comme la nôtre, avec plus de 60 % de nos exportations destinées aux pays de l'Union européenne. Enfin, troisièmement, il s'agit de la promotion des compétences et emplois de qualité, car nous avons des talents incroyables en Belgique, qui ne demandent qu'à être utiles et utilisés.
Beaucoup reste à faire, mais une chose est certaine: il est plus que temps d'agir, en étant rapides et unis. Dans un monde en mutation, l'Union européenne et, singulièrement, la Belgique doivent rester compétitives pour maintenir leur position de leader à l'échelle mondiale. L'initiative montre la voie à suivre et sera une mission importante pour le futur gouvernement. Soyons au cœur de l'élaboration des plans. Nous devons saisir l'opportunité qui découle de ce rapport pour le bien de nos acteurs économiques, qui sont les garants de notre prospérité. Et c'est, comme vous l'avez souligné, ce que nous devons faire en Belgique avec tous les acteurs qui sont impliqués à tous les niveaux. Je vous remercie de votre attention.
Youssef Handichi:
Monsieur le ministre, agir vite et uni: " wake-up call "! Effectivement c'est ce dont nous avons besoin et c'est ce que le futur gouvernement devra mettre en place rapidement, car il s'agit de notre autonomie stratégique. Les travailleurs en ont besoin. Je vais peut-être oser, pour une certaine gauche, un gros mot: les PME et les entrepreneurs ont besoin de ce " wake-up call" , de cette énergie. C'est la raison pour laquelle je vous remercie pour vos réponses. Nous soutiendrons le prochain gouvernement pour que cette stratégie soit appliquée.
De besprekingen tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Energie van 16 december 2024
De Europese Energieraad van 16 december 2024
Europese Energieraadsbijeenkomst 16 december 2024
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 29 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt de Europese Energie-unie als sleutel tot prijsconvergentie en een gelijk speelveld, maar benadrukt dat interconnectie en uniforme energieprijzen cruciaal zijn om concurrentievervalsing (bv. door nationale prijsregulering in Frankrijk/Duitsland) te voorkomen. Geothermie heeft beperkt potentieel in België (regionale bevoegdheid), maar wordt elders in de EU wel gestimuleerd; Fit for 55 blijft prioriteit, met aandacht voor wind op zee en energie-efficiëntie, terwijl stijgende kosten offshore-wind (via brief aan EU) verder worden onderzocht. Prijsverschillen tussen EU-landen (met name Zuidoost-Europa) blijven een splijtzwie, waar België pleit voor een geïntegreerde markt en streng staatssteunkader. Kritische geluiden (bv. van Polen over ETS2) tonen groeiende EU-breed debat over de haalbaarheid van klimaatdoelen.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je reviens sur le Conseil européen des ministres de l'Énergie du 16 décembre 2024 lors duquel la politique énergétique a été abordée dans le cadre du concept de l'union de l'énergie. Et reconnaissons que, face aux défis mondiaux auxquels nous devons faire face, ce concept est plutôt heureux, quoique j'en serai totalement satisfait après avoir eu connaissance de votre vue sur le sujet et de ce qu'on y englobe. On peut effectivement se dire qu'il y a là de l'ambition mais parfois aussi de l'ambiguïté.
Madame la ministre, comment définissez-vous le concept de l'union de l'énergie? Comment la Belgique se positionne-t-elle à l'égard de celui-ci?
Par ailleurs, on ne peut pas parler du futur en termes d'union de l'énergie sans faire un bref bilan du cadre "Fit for 55". De quelle manière liez-vous les deux et quel est le bilan belge de ce programme?
La géothermie a également été évoquée dans le cadre du Conseil. On sait que, chez nous, la géothermie a toujours fait débat entre les Régions et le fédéral. Il me semble qu'aujourd'hui, un arrêt fait la clarté en la matière. À la suite de ce Conseil, comment considérez-vous qu'on peut promouvoir la géothermie en Belgique?
Enfin, pouvez-vous faire le point sur l'envolée des coûts de l'éolien offshore? Ce sujet a-t-il été abordé à la suite du courrier que vous avez adressé à l'Europe avec le premier ministre?
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, misschien is dit ook mijn laatste vraag aan u over een Europese Energieraad. Ik heb u de voorbije jaren heel wat vragen gesteld.
Op de agenda van de Energieraad van 16 december stonden de vaststelling van de raadsconclusies over geothermie, een beleidsdebat over de prioriteiten in het werkprogramma van de nieuwe eurocommissaris, zoals de heer Crucke heeft aangehaald, een gedachtewisseling over de kostprijs van het energiebeleid met het oog op een echte energie-unie en de prioriteiten voor de volgende legislatieve cyclus.
In bepaalde verslagen over die Europese Raad heb ik gelezen dat de EU-ministers voor Energie niet op één lijn zouden zitten met betrekking tot de manier om betaalbare energieprijzen te garanderen. Sommigen pleiten voor een rechtvaardige en inclusieve energietransitie, anderen onderstrepen het belang van een geïnterconnecteerde elektriciteitsmarkt.
Kunt u verslag uitbrengen over die Energieraad en over de Belgische positiebepalingen?
Klopt de berichtgeving over de verdeeldheid met betrekking tot de manier waarop het garanderen van betaalbare energieprijzen dient te worden bewerkstelligd?
Tinne Van der Straeten:
Dank u voor uw vragen, heren. Mijn antwoord behelst verschillende elementen.
Allereerst wil ik ingaan op de Energieraad en zijn agenda. Het eerste punt op de agenda betrof de raadsconclusies van het Hongaarse voorzitterschap met betrekking tot geothermische energie.
Pour répondre aux questions de MM. Ravyts et Crucke, la géothermie est une source d’énergie locale qui dépend fortement du potentiel technique déterminé géologiquement dans le sous-sol, mais aussi de la faisabilité économique de tels projets. En Belgique, ce potentiel géologique est limité alors qu’en Hongrie – qui assurait à l’époque la présidence de l’Union européenne –, le potentiel géologique est nettement plus élevé et se traduit par des business cases concrets.
Au niveau de l’Union européenne, il est dès lors primordial que la Belgique soutienne ces É tats membres qui disposent d’un tel potentiel géothermique dans le cadre de l’objectif de neutralité climatique d’ici à 2050. Dans notre pays, il s’agit principalement d’une compétence régionale, ce qui explique pourquoi j’ai cité plusieurs projets régionaux en cours de déploiement. J’ai également souligné l’importance des pompes à chaleur géothermiques. Ces conclusions ont été soutenues par la Belgique.
Het tweede punt betrof de volgende beleidscyclus en het bereiken van een echte energie-unie. België benadrukte dat het Fit for 55-pakket moet worden geïmplementeerd en heeft technische bijstand van de Europese Commissie gevraagd. Het belang van energie-efficiënte werd onderstreept. Ook de versnelde uitrol van energieopslag en flexibiliteit, hernieuwbare energie en in het bijzonder wind op zee werden voorgesteld.
Wij hebben daar ook de Benelux-aanbeveling van 10 december 2024 voorgesteld voor de export van vervuilende en kankerverwekkende brandstoffen van de EU naar derde landen, in het bijzonder naar West-Afrika. Die werd door heel wat lidstaten gesteund. Er zou dus een overkoepelend Europees initiatief komen. De nieuwe Poolse voorzitter heeft dan ook haar programma toegelicht.
Mijnheer Ravyts, inzake de discussie over de energieprijzen klopt het wat u beschrijft. Er worden inderdaad verschillende invalshoeken in het debat naar voren gebracht. Dat debat is scherper gevoerd dan anders, omdat bepaalde landen in Europa met grote prijsverschillen worden geconfronteerd, met name in het zuidoosten van Europa, namelijk Griekenland, Roemenië en Bulgarije, waar de prijsstijgingen van een totaal andere orde zijn dan aan de andere kant van Europa. Zij roepen de Europese Commissie herhaaldelijk op om daarnaar te kijken en ter zake een initiatief te nemen. Deels is dat te verklaren door een gebrek aan interconnectie van die landen. Niet overzee, maar tussen de landen is er een tekort aan interconnectie, waardoor zij enigszins afgesneden zijn van de uitwisseling van elektriciteit.
In die debatten brengen wij als België systematisch naar voren dat een echte energie-unie van cruciaal belang is om tot convergerende elektriciteitsprijzen tussen de EU-lidstaten te kunnen komen, waarmee ik ook op een vraag van de heer Crucke antwoord. Voor België is de notie van een gelijk speelveld daarin heel belangrijk. Als klein land zijn wij zeer goed geïnterconnecteerd, wat we uiteraard nodig hebben voor onze bevoorradingszekerheid, maar soms hebben we niet dezelfde middelen om op bepaalde zaken te kunnen ageren. Frankrijk heeft voor een stuk nog altijd gereguleerde prijzen, Duitsland heeft bepaalde maatregelen genomen om de prijzen te drukken. Zulke zaken riskeren dat industriële activiteit bij ons weggaat naar die landen. Daarom hameren wij vanuit België steevast op het punt van een gelijk speelveld, met tegelijkertijd een strikte toepassing van het bestaande staatssteunraamwerk.
In die zin hebben wij ook al een aantal keren het idee naar voren gebracht, met de vraag of het wenselijk is, eventueel te bestuderen door de commissiediensten, van de totstandkoming van bijvoorbeeld een Europese elektriciteitsprijs. De dispatching kan daarbij intact gelaten worden, maar voor de elektriciteitsprijs kan misschien wel gekeken worden naar meer eenvormigheid.
Pour les autres questions de M. Crucke, en tout cas, je représente tous les gouvernements belges – le fédéral et les fédérés – au Conseil, et tous prennent des mesures pour atteindre le paquet Fit for 55. Les positions belges ont été convenues au préalable entre ces gouvernements. En ce qui concerne l’union de l’énergie, c’est un concept qui est fort partagé par les entités fédérées car il est vraiment considéré comme un outil très important pour arriver à des prix qui convergent mieux.
Pour clôturer, j’ai en effet profité de la présence du nouveau commissaire J ø rgensen – c'était son premier Conseil – pour attirer à deux reprises son attention sur la hausse des prix des composants offshore de l’éolien en mer. J’ai fait référence à notre lettre commune, avec le premier ministre, à la Commission européenne, une fois au cours de la session plénière et une fois de manière bilatérale, dans le cadre du transfert de la présidence du NSEC du Danemark à la Belgique. J’ai attiré son attention sur ce problème, qui sera traité entre ses services et les miens.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je prends acte, par rapport à la géothermie, que les conclusions ont été soutenues.
En ce qui concerne le concept d’union de l’énergie, je partage votre point de vue. Je crois effectivement que ce n’est pas seulement crucial en termes d’interconnexion, même si nous pouvons effectivement valoriser notre expérience, ce l’est également en termes d'uniformisation du prix.
Nous ne pouvons pas avoir une Europe sans Europe de l’énergie. Il n’y a pas d’Europe de l’énergie sans qu’on ait, à un moment donné, un level playing field.
Quant au courrier que vous avez adressé, avec le premier ministre, à la Commission européenne, j'entends qu'il fera l'objet d'une étude suivie d'instructions. J'espère que les conclusions seront les plus favorables possible.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, dank u voor uw toelichting over de Energieraad. U zegt dat de Belgische regering voor de volgende cyclus een onverminderde uitrol van het Fit for 55-pakket ondersteunt. Ik denk wel dat er op Europees niveau wat beweging is. Ik zie dat Donald Tusk, dat was geen EU-vijandige politicus, twijfels heeft en kritische kanttekeningen bij ETS2 plaatst. Ik denk dat het heel interessant wordt. Ik kijk met grote belangstelling uit naar de positionering van de minister in de mogelijke arizonacoalitie op de Europese energieraden.
De perspectieven inzake het effectieve dichtdraaien van de Russische gaskraan
De gevolgen van het aflopen van het contract voor de invoer van Russisch gas in Europa via Oekraïne
De impact van Russische gasleveringsbeperkingen aan Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 29 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de impact van de stopzetting van Russisch gastransit via Oekraïne (per 1/1/2025) en de Belgische/Europese strategie om afhankelijkheid te verminderen. België voert strikte controles in op GNL-transit (o.a. via Zeebrugge), met traceringsmechanismen en sancties bij fraude, maar blijft kwetsbaar door bestaande langetermijncontracten en transit via derde landen (bv. Turkije). De afhankelijkheid van Russisch gas daalt (6,5% minder GNL-import in 2024 vs. 2023), maar de EU blijft geconfronteerd met energieprijsstijgingen, lagere reserves (74% gevuld) en industriële concurrentieverlies vs. de VS/China. België pleit voor verstrengde EU-maatregelen (o.a. volledige GNL-sancties) en versnelt alternatieven zoals Qataarse/Noorse leveringen binnen het REPowerEU-plan, met een nieuwe roadmap in februari 2025.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, vous venez d'évoquer le coût du gaz et la compétitivité de ce marché entre l'Europe et les États-Unis. La décision est tombée concernant le gaz russe – et je crois qu'on ne peut pas la remettre en cause – depuis le début de l'année 2025. Le fait que le gazoduc Brotherhood, qui relie la Russie à l'Union européenne, a cessé de livrer, rend les choses extrêmement claires. Toutefois, clair ne veut pas dire définitif. Certains affirment que cela n'aura pas d'impact sur la Russie qui exportera ou réexportera via des pays tels que la Turquie.
Vous avez plaidé pour ce dossier et je pense que vous avez bien fait de le faire. Ainsi, l'Europe institue-t-elle un système de suivi et de contrôle. Je voulais avoir votre lecture, vos explications par rapport à la manière dont ce dossier a été abordé par les autres États européens. Où en sommes-nous et comment les choses risquent-elles de se développer?
Par ailleurs, vous savez que le port de Zeebrugge est un point stratégique en termes de transbordement du GNL, y compris celui qui provient de Russie. Comment le gouvernement aborde-t-il ces éventuelles difficultés? Quels sont les chiffres pour 2024? Cela nous permettrait de voir comment les choses peuvent se dérouler à l'avenir.
Enfin, l'arrêt du transit de gaz via le gazoduc aura-t-il un impact sur la sécurité énergétique belge et quel impact? Cela rejoint un débat que nous venons d'avoir tout à l'heure. Dans l'affirmative, quelles sont les solutions alternatives? Comment développer ou renforcer encore les accords avec des pays producteurs de GNL? Je pense au Qatar, à la Norvège ou à d'autres régions. L'idée est de faire le point avec vous sur ce dossier également.
François De Smet:
Monsieur le président, madame la ministre, en effet, le contrat qui permet au gaz russe de passer par l’Ukraine pour alimenter l’Europe n’a pas été prolongé et a expiré le 1 er janvier 2025.
C’est bien connu, l’approvisionnement énergétique constitue une arme de chantage politique utilisée par le président russe, M. Poutine, vis-à-vis des pays européens. Il n’en demeure pas moins que d’après le think tank énergétique Bruegel, la fin du contrat de transit aura un impact significatif sur l’approvisionnement européen, même si le combustible envoyé par pipeline à travers l’Ukraine ne représente plus qu’environ 5 % des importations européennes.
Les réserves européennes sont ainsi remplies à 75 % aujourd’hui, contre 87 % il y a un an à la même période. Dans notre pays, le taux serait de 74 %.
Malgré ses efforts pour remplacer le gaz russe, l'Union européenne a ressenti les effets de la hausse des coûts de l'énergie, qui a affecté sa compétitivité industrielle par rapport à la concurrence des États-Unis et de la Chine. De nombreux pays ont connu et connaîtront un ralentissement économique, tandis que les taux d'inflation ont grimpé en flèche, aggravant l’augmentation du coût de la vie.
Madame la ministre, mes questions sont assez simples. Quel est l’état de la dépendance actuelle de notre pays par rapport au gaz russe? Quelles sont les conséquences de la fin de la prolongation de ce contrat pour notre pays en termes de sécurité d’approvisionnement?
Quels sont les développements du réseau de remplacement complet du gaz russe entamé par l’Union européenne? Quel rôle entend jouer notre pays au niveau européen en termes de transition énergétique? Je vous remercie.
Tinne Van der Straeten:
Tout d’abord, merci pour ces questions, et merci surtout à M. Crucke, pour des questions très pertinentes et intéressantes qui nous donnent l’opportunité d’élaborer et d'éclaircir quelque peu la matière sur différents volets.
Je vais commencer avec la sanction qui a été décidée dans le quatorzième paquet de sanctions, dans lequel l’Union européenne a renforcé ses mesures pour limiter les revenus de la Russie issus de son industrie fossile. Ce paquet interdit le transbordement de gaz; uniquement le transbordement de gaz naturel liquéfié russe, dans les ports européens, sauf si une exception est accordée pour des besoins énergétiques spécifiques d’un État membre.
Donc, c'est un règlement qui est directement applicable dans l'Union européenne, mais nous avons élaboré un arrêté royal pour préciser les règles et les procédures nationales, parce que la sanction est complexe en soi. Il s'agit uniquement du transbordement. Cela veut dire que si un transbordement arrive à Zeebrugge, nous devons être capables de voir si c'est un transbordement, donc de savoir si cela va partir par après en Asie par exemple, ou si cela entre, via Zeebrugge, pour aller vers l'Allemagne par exemple. En effet, c'est très facile, par exemple, si on a une installation, un nouveau terminal, de dire que l'on va interdire le gaz russe dans ces nouvelles installations, comme l'Allemagne le fait. Je fais cette référence parce qu'elle est indiquée dans les articles de presse. Mais si l'on a des capacités existantes avec des contrats à long terme, ce n'est pas si facile que cela. Cela veut donc dire qu'en Allemagne, il n'y a pas de nouveau contrat qui amène des quantités de gaz russe en Allemagne, ce qui est une bonne chose en soi. En même temps, il y a toujours, via le transbordement, des quantités de GNL russe qui entrent en Allemagne.
Cela veut donc dire que nous avons acquis l'opportunité, dans notre propre législation nationale déjà, de faire rentrer quelques instruments pour réagir si par après se présentent encore d'autres initiatives provenant de l'Union européenne, et cela pour pouvoir agir contre le GNL russe dans sa totalité.
Dans la mise en œuvre de la sanction au niveau belge, nous avons introduit plusieurs mécanismes. D'abord, il s'agit d'une déclaration d'origine et d'un contrôle. Chaque utilisateur du terminal de GNL doit déclarer l'origine de ses cargaisons au SPF Économie et à la DG Navigation. Ces informations sont vérifiées via un traçage des routes maritimes, en collaboration avec la DG Énergie.
Ensuite, un système de mass balance : Fluxys LNG suit précisément l'origine des cargaisons grâce à un système de comptabilité de masse.
Cela permet de vérifier si les cargaisons respectent les restrictions avec une rigueur supérieure à celle d'autres É tats membres. C'est notamment sur ce point qu'il y a deux conseils, j'ai demandé le soutien de la Commission européenne pour que ce que nous implémentons en Belgique le soit aussi ailleurs.
Troisième chose, le contrôle des rechargements. Les rechargements de GNL russe nécessitent une attestation d'un É tat membre confirmant son caractère indispensable à l'approvisionnement énergétique. Quatrième sanction, en cas de fausse déclaration ou d'infraction, la DG Navigation peut interdire l'accès aux ports belges.
Cela signifie qu'à partir de l'implémentation prévue le 27 mars – c'est-à-dire au moment de l'entrée en vigueur du quatorzième train de sanctions –, nous serons capables d'avoir un traçage de tout flux en provenance de Russie. Si la cargaison est un transbordement pur et simple, il ne sera plus possible mais s'il s'agit d'un transbordement ou d'un volume qui arrive sous forme de transbordement pour être ensuite injecté pour des raisons de sécurité d'approvisionnement, comme cela est prévu dans le paquet de sanctions, ce flux sera tracé. Nous connaîtrons donc avec plus de détails à partir du 27 mars les flux, leur niveau, leur direction, etc.
Cela signifie que si, dans une étape ultérieure, la Commission décide de sanctionner le GNL dans sa totalité ou de l'inclure dans le roadmap que le commissaire J ø rgensen doit développer, il existe déjà un instrument pour faciliter ce travail. Mes réponses contiennent beaucoup de chiffres, je propose de vous les transmettre pour le rapport. J'ajouterai que les importations de GNL russe diminuent mais qu'il y en a encore. Ils sont toujours là.
Il y a aussi différents flux via diverses installations. L'Allemagne a indiqué que les flux ne pouvaient plus entrer dans ses nouvelles installations. Il y en a donc plus qui arrivent via la Belgique. C'est un peu logique. Autrement dit, cela signifie que, pour pouvoir limiter les flux dans leur totalité, la Belgique doit disposer d'une sanction ou d'une mesure européenne plus stricte. Ainsi que je l'ai déjà expliqué à plusieurs reprises, des contrats pluriannuels ont été signés, comme c'est le cas aux Pays-Bas.
S'agissant de la dépendance de la Belgique au gaz russe, les données préliminaires pour 2024 montrent une baisse de 6,5 % des importations de GNL russe par rapport à 2023. La consommation belge de gaz naturel a également diminué de 4 % environ. Ces chiffres montrent que notre dépendance au gaz russe est aujourd'hui très limitée. Mais, je le répète, cela ne veut pas dire qu'aucun gaz n'entre chez nous, mais qu'il transite par la suite.
Pour les contrats de transit Russie-Ukraine, l'impact direct de leur expiration sur notre sécurité d'approvisionnement est négligeable, car nous importons peu de gaz russe par pipeline. En revanche, les marchés restent fragilisés par des facteurs externes, notamment une baisse des réserves européennes et une diminution des importations de GNL. Le remplacement du gaz russe dans l'Union européenne implique plusieurs mesures importantes dans le cadre de REPowerEU. Nous constatons ainsi une réduction de 18 % de la consommation de gaz naturel en 2023 par rapport à la moyenne 2017-2021. La Commission européenne va présenter une roadmap, REPowerEU, le 24 février prochain, marquant le troisième anniversaire du début de la guerre en Ukraine. Ce document contiendra des mesures concrètes pour éliminer les derniers flux de gaz russe.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour les explications et pour les informations bien précises et utiles que vous avez communiquées. Je crois effectivement qu'avoir une traçabilité parfaite est une obligation si on veut tenir la route. Mais, comme vous l'avez dit aussi, il faut que tout le monde puisse accepter et appliquer les mêmes règles. Je prendrai connaissance des chiffres que vous nous communiquerez qui, j'imagine, pourront fournir l'éclairage supplémentaire par rapport aux explications que vous avez données.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour le caractère très détaillé de votre réponse. Nous ne manquerons pas de regarder également les chiffres pour compléter notre propre information.
De gasprijs
Het verdwijnen van het Europese gasprijsplafond
Europese gasprijzen en regelgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 29 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De leveringszekerheid van aardgas in Europa voor winter 2025-2026 staat onder druk door lage voorraden, het wegvallen van Russisch gas via Oekraïne en onvoldoende LNG-capaciteit, terwijl nieuwe LNG-projecten pas gedeeltelijk verlichting bieden. Hoge gasprijzen – verergerd door schaarsteperceptie en Aziatische concurrentie – bedreigen de competitiviteit van de Europese industrie, met risico’s op productiestops en afhankelijkheid van goedkopere energieregio’s zoals de VS, ondanks REPowerEU-investeringen in hernieuwbare energie en efficiëntie. Minister Van der Straeten benadrukt structurele oplossingen (strategische LNG-partners, vraagbeperking, marktsturing) en relatieve stabiliteit dankzij milde winters en gasbesparingen (21% in België), maar kritiek blijft op het ontbreken van een effectief prijsplafond en de impact van kernuitstap (beperkt, maar wel druk op elektriciteitsprijzen). Dringend Europees actieplan wordt afgewacht, met vrees voor verlies van industrie en verdere prijsstijgingen in 2026.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, de bevoorrading van aardgas in Europa voor de volgende winter, eind dit jaar, ziet er niet zo goed uit. We eindigen de winter waarschijnlijk met bijna lege voorraden. In Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn de gasreserves al onder de 40 % gedoken. We zullen dit jaar mogelijk problemen hebben om de gasvoorraden voldoende bij te vullen tegen begin november. Dat is namelijk extra moeilijk geworden door het wegvallen van een deel van de bevoorrading uit Rusland via Oekraïne eind 2024, zonder dat er veel extra lng-capaciteit bij is gekomen. De combinatie van een koude winter met weinig wind en zon, zoals eind 2024, kan resulteren in een tekort aan aardgas.
Een dreiging van een mogelijk tekort volstaat om de prijs te laten stijgen en dat kan eind dit jaar opnieuw leiden tot schaarsteprijzen. Ook de prijzen voor 2026 zijn al weken aan het stijgen. De bijkomende sluiting van 2.000 MW aan kerncentrales in België doet daar wellicht ook geen goed aan. Tegelijkertijd eindigt ook het door u bejubelde mechanisme van het Europese prijsplafond, al is de vraag of dat nooit geactiveerde mechanisme wel ooit enig effect heeft gehad.
Wat zijn de verwachtingen voor de leveringszekerheid van aardgas in de winter van 2025-2026? Als er effectief een tekort wordt vastgesteld, wat zijn dan de gevolgen voor de prijzen voor aardgas in België en Europa?
Hoe kunnen industriële bedrijven competitief blijven, nu de prijs jaar na jaar veel duurder blijft dan die in de Verenigde Staten en landen in het Midden-Oosten?
Wat zult u doen om de bevoorrading van België en de EU te maximaliseren en eventueel vraagbeperkende maatregelen te nemen? Bent u van mening dat het prijsplafond hier een effect op zou kunnen hebben of is dat niet het geval?
Wat zou de impact op de leveringszekerheid en de gasprijs zijn geweest indien de kerncentrales in België en Duitsland niet vervroegd gesloten waren om politieke redenen?
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, binnenkort is het plafond op de gasprijzen niet meer van toepassing, omdat de regeling ter zake niet wordt verlengd. Overigens waren de voorwaarden dermate streng dat het plafond de afgelopen twee jaar nooit is bereikt, zelfs niet bij benadering. De Europese Commissie verwijst nu naar het aangekondigde actieplan voor betaalbare energie van de nieuwe Europese commissaris J ø rgensen. De gasmarkten reageren zeer zenuwachtig. Zelf ben ik ook ongerust over de leveringszekerheid van aardgas voor volgende winter.
Dreigt er geen tekort aan aardgas voor de hele EU en bijgevolg ook hogere prijzen wegens schaarste voor de consument? Er rijzen bovendien vragen over de stabiliteit van lng-aanvoer, nu de Europese Unie hard bezig is met het definitief onmogelijk maken van invoer van Russisch lng in de Europese Unie. Nochtans werd altijd verdedigd dat men oog moest blijven houden voor de prijzen, maar daarover hoor ik nu minder spreken.
Kunt u meer toelichting geven bij de leveringszekerheid?
Wat is uw visie op de noodzaak aan een meer structurele aanpak in plaats van de tijdelijke noodmaatregel van het Europese plafond?
Hoe zullen consumenten en bedrijven beschermd worden tegen toekomstige gasprijscrisissen? Men zou minder gas kunnen consumeren, maar zo eenvoudig is het niet.
Tinne Van der Straeten:
Of misschien wel!
Mijnheer Wollants, mijnheer Ravyts, voorafgaandelijk wil ik een persoonlijke noot meegeven. De voorspelling van gasprijzen in een vrijgemaakte en vooral ook wereldwijde markt, geconfronteerd met geopolitieke spanningen en weersextremen, is niet zo eenvoudig. Als ik dat zou kunnen, denk ik dat ik geen minister zou zijn, maar wel een duurbetaalde en goed verdienende consultant.
Dat gezegd zijnde, ik wil er absoluut niet vanonder muizen, want in een wereldwijde markt met die spanningen en weersextremen is het als minister absoluut belangrijk om te garanderen dat die markt goed werkt. We hebben noodremmen ingebouwd, die we kunnen activeren, als het nodig is. De bevoorradingszekerheid hebben we zeer sterk gemonitord. Daarnaast staat ook ons crisismanagement voldoende op punt. Aan al die zaken heb ik de afgelopen jaren gewerkt.
Nu ga ik punctueel in op uw vragen. Inzake de bevoorradingszekerheid voor de winter van 2025-2026 legt het wegvallen van de Russische gasstromen via Oekraïne per 1 januari 2025 extra druk op de wereldwijde gasbalans, vooral in het eerste kwartaal van dit jaar. Tegelijkertijd vereist de zomer van 2025 een verhoogde inspanning om de Europese voorraden aan te vullen, zeker nu in de vroege maanden van de winter al relatief veel gas uit de voorraden gehaald werd. Tegelijkertijd is er ook reden tot relativering, in die zin dat de weersomstandigheden wel degelijk binnen normale grenzen vallen, wat betekent dat de vraag naar aardgas minder groot is dan in extreem koude winters. Fluxys maakt altijd inschattingen voor extreme temperaturen en let ook op de mogelijke uitval van bepaalde stromen. Een strenge winter zoals in 2010-2011 zou de vraag naar gas aanzienlijk meer hebben doen toenemen dan wat wij nu verliezen aan Russische leveringen via Oekraïne. Daarnaast zijn er positieve signalen, want aan het eind van 2024 zijn nieuwe lng-projecten, zoals Plaquemines, Corpus Christi Stage 3 en Greater Tortue Ahmeyim, operationeel geworden. Ook komt LNG Canada in 2025 online, wat extra perspectief biedt voor het mondiale aanbod.
Wat zijn de gevolgen voor de gasprijzen? Hoewel de gasbalans momenteel gespannen is, hebben de relatief milde winteromstandigheden een dempend effect op de vraag. De prijzen blijven wel hoog, deels door de perceptie van schaarste en de concurrentie tussen Europa en Azië voor de lng-ladingen. Dat is niet nieuw; diezelfde parameters blijven altijd terugkomen. Die dynamiek zal waarschijnlijk aanhouden tot er meer stabiliteit ontstaat door een nieuwe productiecapaciteit en aanvullende voorraadvullingen.
Met betrekking tot de competitiviteit van de industrie zijn de hoge gasprijzen absoluut een uitdaging voor de Europese industrie, die moet concurreren met regio's als de VS, waar de energieprijzen aanzienlijk lager zijn, denk bijvoorbeeld aan de Henry Hub. Het Europese REPowerEU-plan speelt hierin een sleutelrol. Het richt zich op het verlagen van energiekosten en het versterken van de concurrentiekracht door middel van investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.
Ik kom nu tot het beleid voor de bevoorrading en het vraagbeheer. De Belgische gasmarkt is geliberaliseerd. Private partijen dragen de verantwoordelijkheid voor de bevoorrading. Met de overheid houden we toezicht op strategische elementen, zoals de vulling van de opslag in Loenhout. Tegelijk blijft België in gasbesparing vooroplopen. Sinds april 2024 hebben we een vraagreductie van 21 % gerealiseerd, wat boven de Europese doelstelling van 15 % ligt. Daarnaast bieden nieuwe lng-capaciteiten wereldwijd hoop op extra flexibiliteit, wat kan bijdragen aan de stabilisatie van de markt en de vermindering van de druk op Europese voorraden.
Ik wil hieraan toevoegen dat het voor mij echt absoluut cruciaal blijft om onze bevoorradingspartners meer strategisch te kiezen en dat niet louter technisch te bekijken vanuit de energie, vanuit de lng-terminal, vanuit Fluxys. Ik was nog niet zo lang geleden in Abu Dhabi voor de councel van het International Renewable Energie Agency (IRENA). We kijken vaak naar Qatar, omdat er daarmee contracten zijn gesloten, en naar Saoedi-Arabië, maar we moeten toch rekening houden met de positie van de Verenigde Arabische Emiraten in de Golf.
Het zal de komende jaren van cruciaal belang zijn om naast de strategische benadering door Buitenlandse Zaken, ook perspectieven op het vlak van energie in het beleid mee te nemen en dan heb ik het over de gasbehoefte en de keuze van de partners waarmee men contracten sluit. Kortom, we moeten een antwoord bieden op de vragen met welke landen wij bevoorrechte relaties willen uitbouwen en welke andere elementen meespelen. Zo niet blijven we afhankelijk van regimes die overnight neen kunnen zeggen.
Het is juist dat het prijsplafond nooit werd geactiveerd, omdat de prijzen nadien niet meer die hoogtes bereikten. Dat wil niet zeggen dat het geen impact heeft gehad op de markt of de bevoorradingszekerheid. Dat plafond was belangrijk voor de Europese energieministers om interne marktspelers in Europa ervan te weerhouden tegen elkaar op te bieden en zo artificieel de gasprijs heel hoog te maken. Net dat is hetgeen wij zagen in 2021. Die outbidding is nu ook niet aan de gang en zou in de huidige omstandigheden ook geen impact hebben.
Het gasplafond werd niet verlengd, omdat het een noodmaatregel was, genomen op basis van speciale procedures in het verdrag. Ik blijf er alleszins van overtuigd dat dergelijke noodmaatregelen structureel ingebed moeten worden in de voorstellen die de Europese Commissie nu uitwerkt, want op die manier kunnen beleidsmakers de marktspelers duidelijk maken dat men niet eender wat zal betalen. Vertegenwoordigers ervan zijn in mijn bureau geweest om mij te vertellen dat de markt werkt. Ja, de markt werkt, maar wat eruit komt, is een onbetaalbare en onwenselijke prijs. Het is aan de politieke overheid, het liefst op Europees niveau, om daaraan sturing te geven. Een dergelijk instrument heeft wel degelijk een impact en is wel degelijk noodzakelijk.
Wat het effect van de kernuitstap op de gasprijzen betreft, het sluiten van de kerncentrales in België en Duitsland leidde tot een hogere vraag naar gas voor elektriciteitsproductie, maar de impact is beperkt. Slechts 27 % van het gas in de EU wordt gebruikt om elektriciteit te produceren. De reductie van de vraag in andere sectoren heeft de stijging grotendeels gecompenseerd.
Het is dus heel belangrijk om te blijven inzetten op een vermindering van het gasgebruik, ook in andere sectoren. Ook bijvoorbeeld voor verwarming moet er overgeschakeld kunnen worden op andere technologieën, die dan natuurlijk ook betaalbaar moeten zijn. Het is al te gemakkelijk om te zeggen dat iedereen moet overschakelen op warmtepompen, want die moeten betaalbaar zijn en er moet een businesscase zijn. Dat is nog niet noodzakelijk het geval.
Inzake het gasplafond heb ik geantwoord dat ik belang hecht aan structurele oplossingen in een breder beleidskader. In die zin is het wachten op en uitkijken naar het actieplan voor betaalbare energie, dat de Commissie voorbereidt. Ik hoop en verwacht dat dat plan niet louter gemakkelijkheidsoplossingen bevat, zoals sociale energietarieven, maar dat er ook structureel naar marktwerking wordt gekeken.
Bert Wollants:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Er blijven toch wat bezorgdheden spelen op de gasmarkt, zeker omdat de prijzen onder andere door de huidige weersomstandigheden stijgen en de markt zelf op de langere termijn, meer bepaald voor het kalenderjaar 2026, eenzelfde stijging verwacht. Die is sinds februari 2024 toch bepaald fors te noemen. Daar maak ik me zorgen over, des te meer omdat we het gasverbruik in de industrie zien afnemen. Dat zou een geweldig goede zaak kunnen zijn, mocht de reden daarvan zijn dat de industrie volop op nieuwe technologieën overschakelt. In de praktijk is dat niet het geval, want een aantal processen liggen gewoon stil, omdat de gasprijs te hoog wordt.
Ik citeer een federaal minister: "Men kan zijn industrie maar één keer verliezen." Dat het gasverbruik vermindert, kan dus niet zomaar een goede zaak worden genoemd.
Er moet structureel iets gebeuren, want onze gas- en elektriciteitsprijs blijft op een niveau dat niet competitief is met landen aan de andere kant van eender welke oceaan. De lage vullingsgraad van onze gasvoorraden baart mij zorgen. Voor het uitbreken van de energiecrisis zagen we immers een gelijkaardig beeld. We moeten onderzoeken of we daarvoor maatregelen kunnen nemen. U kijkt vooruit naar het actieprogramma dat op Europees vlak uitgerold kan worden. Er is echter werk aan de winkel, want anders zullen we er niet komen en zullen we de industrie inderdaad verliezen. Dat heeft als gevolg dat er heel wat kosten aanvullend op andere sectoren zullen moeten worden afgewenteld en die zullen daar ook niet blij mee zijn. Ik zie het wat pessimistischer in dan u. ik maan iedereen aan de nodige actie te ondernemen.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, ik sluit me aan bij de repliek van collega Wollants. U hebt een aantal zaken in perspectief geplaatst en gerelativeerd. De vraag is echter waaraan die vraagreductie te wijten is. Het antwoord werd daarnet gegeven. Voorts tast ik nog wat in het duister in verband met de leveringszekerheid en het nieuwe lng-aanbod. We zullen zien. Op 24 februari komt de roadmap van REPowerEU. De uitdagingen zijn legio.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de voorzitter, ik zou nog één element willen toevoegen, getriggerd door de antwoorden van de parlementsleden.
Ik ben het eens met de observaties in verband met de situatie aan de overkant van de oceanen, inclusief Amerika, maar we mogen ook onze buren niet uit het oog verliezen. Er is in Duitsland van alles gebeurd, wat bijgedragen heeft tot de heel hoge prijzen. We hoeven de geschiedenis hier niet opnieuw te schetsen; wat gebeurd is, is gebeurd. Dat neemt niet weg dat we goed moeten opvolgen welke initiatieven Duitsland al dan niet zal nemen, bijvoorbeeld inzake het al dan niet vullen van zijn voorraden. Dat kan immers een opwaartse druk geven. Wij moeten ter zake de vinger aan de pols houden.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, uw opmerking is een nuttige aanvulling: wij moeten ook monitoren wat er in Europa zelf gebeurt. Dat geldt niet enkel voor gas, maar ook voor elektriciteit, aangezien er op dat vlak bijna dezelfde problemen rijzen. We moeten alert zijn voor wie wat doet in het licht van de competitiviteit. Op zulke momenten lijkt een eengemaakt Europa net iets te ver weg en kijkt men liever iets dichterbij. Denken we maar aan onze reactie op initiatieven van Duitsland, waarbij we inzetten op de verhoging van de capaciteit van bepaalde gasleidingen om, vanuit lng-oogpunt, extra gas in de richting van Duitsland te kunnen voeren. Het kan soms raar lopen.
De voorbereiding van het Europese witboek over defensie
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 29 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België benadrukt in het EU-verdedigingswitboek (voorbereiding op oorlogsrisico’s) kortetermijnprioriteiten zoals munitievoorraden, onderzeese oorlogsvoering en dual-use capaciteiten, en langetermijnfocus op gezamenlijke EU-projecten (luchtverdediging, cybersecurity, drones). Financiering moet via een EU Defence Facility voor gezamenlijke aankopen, met nadruk op industriële samenwerking en marktintegratie, zonder concurrentie te ondermijnen. De regio’s werden informeel betrokken (9 januari), maar er was geen interministerieel overleg; militaire afstemming gebeurde wel via het EU Military Committee. Lasseaux dringt aan op versterkte regionale industriële voorbereiding op dreigingen.
Stéphane Lasseaux:
Madame la ministre, le nouveau commissaire européen à la Défense Andrius Kubilius a pris l’engagement de présenter un livre blanc sur la Défense dans les 100 jours de son entrée en fonction. Ce livre blanc devrait être présenté le 19 mars 2025, soit avec quelques jours de retard, mais ce n’est certainement pas un drame.
Selon le commissaire européen Andrius Kubilius, ce livre blanc devrait contribuer à préparer l’Union européenne à l’éventualité militaire la plus extrême, à savoir une guerre. Il devrait notamment souligner les besoins des armées européennes pour être préparées à la guerre; expliquer comment les États membres peuvent acheter conjointement plus de fournitures afin de garantir une sécurité à plus long terme pour les producteurs; explorer les possibilités de financement.
Dans cette logique, les services de la Commission européenne et d’autres institutions européennes doivent certainement travailler d'arrache-pied. À cette fin, ils ont également enclenché des processus de consultation avec les États membres.
Madame la ministre, quelles sont les priorités que la Belgique a transmises à l’Union européenne dans le cadre de l’élaboration de ce livre blanc et notamment des trois points évoqués par le commissaire Kubilius? Avez-vous pu vous concerter avec les pouvoirs régionaux, notamment pour ce qui relève des aspects industriels? Avez-vous pu consulter les États membres ou, de manière bilatérale, d'autres ministres de la Défense?
Ludivine Dedonder:
Monsieur Lasseaux, le 16 janvier dernier, les États membres étaient invités à exposer leur point de vue dans le cadre d'un atelier informel organisé par la Commission européenne. Les positions ont été formulées autour de deux questions principales. Tout d'abord, il s'agissait de savoir comment, à court terme, combler d'urgence les lacunes critiques dont souffrent les capacités des États membres, y compris en mobilisant les capacités industrielles nécessaires pour garantir le maintien du soutien militaire de l'Union européenne à l'Ukraine. Ensuite, nous nous sommes demandé comment développer conjointement, à moyen et à long termes, des capacités stratégiques à travers des projets à grande échelle et renforcer la compétitivité et la résilience de la European Defence Technological and Industrial Base: en investissant dans l'innovation et en développant davantage le marché intérieur des produits et services de défense.
Pour résumer la position de la Défense, en vue de répondre aux besoins en capacités à court terme, il convient d'accorder la priorité à la mise à niveau des stocks de munitions, à l'accentuation des efforts en matière de guerre sous-marine et de fonds marins pour protéger les réseaux critiques d'énergie et de communication. Il est également essentiel de soutenir les capacités à double usage où l'Union européenne apporte une valeur ajoutée.
Pour les besoins à moyen et à long termes, l'accent doit être placé sur les initiatives de collaboration prioritaire de défense européenne. Je pense, par exemple, à des domaines tels que la défense intégrée contre les aéronefs et les missiles, la guerre électronique, les munitions rôdeuses, la résilience des infrastructures critiques et la cybersécurité.
En termes de financement, ces efforts pourraient être soutenus par un instrument extrabudgétaire appelé EU Defence Facility. Il servirait à encourager les achats de défense conjoints, à grande échelle, pour mettre en œuvre les objectifs de capacités convenus par l'Union européenne et l'OTAN. Les efforts doivent également se concentrer sur la suppression des obstacles au transfert de défenses intra-Union européenne. Les acquisitions transfrontalières et la coopération industrielle doivent aussi être renforcées.
Enfin, il est essentiel de maintenir un équilibre entre l'offre et la concurrence. L'agrégation de la demande et de l'offre pour des projets stratégiques à grande échelle peut permettre de réaliser des économies d'échelle, tout en maintenant la concurrence entre les consortiums industriels européens. Cette approche favorisera l'innovation tout en garantissant un niveau d'ordre suffisant et durable.
En vue de l'atelier informel du 16 janvier, des représentants des Régions et le directeur adjoint de l'armement national se sont réunis de manière informelle à la Représentation permanente de la Belgique auprès de l'Union européenne le 9 janvier pour une présentation suivie d'une discussion ouverte afin d'échanger des points de vue sur les défis et les opportunités pour la Belgique et son industrie de la défense, dans le contexte du livre blanc sur l'avenir de la Défense.
Aucune consultation interministérielle n'a eu lieu avant l'atelier. Toutefois, les États membres se sont consultés au niveau stratégique militaire, dans le cadre de l'European Union Military Committee.
Stéphane Lasseaux:
Merci, madame la ministre, pour cette réponse très précise. Il est clair que nous devons être très attentifs à tout ce qui vient d'être évoqué et insister sur le fait de prendre langue encore une fois avec les différentes Régions, pour justement renforcer les industries afin qu'elles puissent être sensibilisées aux risques qui sont malheureusement devant nous, et afin qu'elles puissent également s'y préparer.
De samenwerking van de ADIV met diensten van met Rusland bevriende Europese landen
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 29 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de risico’s van samenwerking met pro-Russische EU- en NAVO-lidstaten (Hongarije, Slowakije, Oostenrijk) binnen inlichtingendiensten, gegeven Russische infiltratie en hybride dreigingen. Minister Dedonder bevestigt dat het SGRS risico’s continu evalueert maar benadrukt dat inlichtingenbeleid uitsluitend nationaal is en niet openbaar wordt gemaakt. Frank waarschuwt voor informatielekken via "mol"-landen zoals Oostenrijk, waar al eerder delen van informatie door bondgenoten (o.a. Duitsland) werden ingehouden. Concrete EU/NAVO-afspraken of Belgische initiatieven hierover blijven onvermeld.
Luc Frank:
Madame la ministre, l'échange de renseignements entre les services européens est essentiel pour assurer notre sécurité. Ainsi, des attentats terroristes peuvent être déjoués, des menaces d'espionnage contrées et des opérations de désinformation dévoilées. Cette coopération doit être tous les jours renforcée.
La Russie constitue actuellement une des principales menaces envers notre sécurité. Si nous ne nous considérons pas en guerre contre elle, le régime de Vladimir Poutine nous voit comme une menace existentielle et déploie de nombreuses opérations qualifiées d'hybrides contre l'OTAN, l'Union européenne et leurs États membres. Pour les contrer, la coopération entre les services de renseignement est indispensable. Or, certains gouvernements comme ceux de la Hongrie et de la Slovaquie expriment des sympathies ou une compréhension pour la Russie. En Autriche, nous risquons d'avoir un gouvernement dirigé par le FPÖ qui ne cache pas qu'il est proche de la Russie de Poutine. C'est d'autant plus inquiétant que des scandales d'espionnage russe ont surgi dans ces pays: en 2022 en Slovaquie et en 2024 en Autriche, dont le service de renseignement était déjà considéré comme largement infiltré par les services russes. Il faut en plus ajouter que la Hongrie elle-même a espionné certains fonctionnaires européens de l'Office européen de lutte antifraude (OLAF).
Madame la ministre, des mesures sont-elles prises pour limiter la coopération entre le Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) et les services de ces gouvernements? Existe-t-il des directives ou des lignes de conduite à suivre, décidées au sein de l'Union européenne ou de l'OTAN? La Belgique s'est-elle concertée sur ce sujet avec d'autres États membres de l'Union européenne ou de l'OTAN?
Ludivine Dedonder:
Monsieur Frank, conformément à la loi organique des services de renseignement et de sécurité du 30 novembre 1998, le SGRS veille à assurer une coopération avec les services de renseignement et de sécurité étrangers. Ceci se fait de manière systématique par une évaluation permanente des risques et opportunités, quel que soit le service étranger concerné, afin de garantir au mieux les intérêts de la Belgique tout en assurant une position d'information du SGRS.
Tant en Belgique qu'à l'étranger, la mission et le fonctionnement des services de renseignement et de sécurité sont une prérogative exclusivement nationale et ne sont donc pas débattus en dehors de la sphère nationale.
À son niveau, le SGRS a des échanges fréquents avec un nombre important de services des autres États membres de l'Union européenne et de l'OTAN. Le contenu de ces échanges n'est pas dévoilé, vous l'aurez compris, de manière publique.
Luc Frank:
Madame la ministre, je vous remercie.
En tout cas, il est clair qu'il y a une certaine sensibilité. Je crois qu'il faut faire attention à ce qu'il n'y ait pas de taupe parmi les alliés. D'après ce que je lis dans les journaux, allemands notamment, il y a déjà une certaine réserve par rapport à l'Autriche. Cela avait déjà été le cas lorsque le gouvernement de Sebastian Kurz avait formé une coalition avec le FPÖ; à l'époque, il y avait une certaine réticence à partager les informations en possession des services de renseignement allemands.
Voorzitter:
De heer Dufrane is afwezig, zijn vraag nr. 56002190C vervalt.
Het verbod op de uitvoer van verboden pesticiden
De uitvoer van in Europa verboden pesticiden
De weigering om de handtekening te zetten onder een uitvoerverbod voor in Europa verboden pesticiden
Export van in de EU verboden pesticiden
Gesteld door
PS
Marie Meunier
Ecolo
Sarah Schlitz
Les Engagés
Anne Pirson
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België nam in 2023 een baanbrekend koninklijk besluit aan dat vanaf 28 mei 2025 de export van 15 verboden pesticiden blokkeert en 10 andere beperkt, maar minister Clarinval (Agricultuur) ontwijkt of dit daadwerkelijk zal worden toegepast en duwt de verantwoordelijkheid door naar de *toekomstige regering*. Hij weigert ook de Deense oproep voor een EU-breed exportverbod te steunen, met als argument *ontbrekende studies* en *complexiteit*, terwijl België eerder als voorloper optrad—wat nu als achteruitgang wordt gezien. Kritiek richt zich op de hypocrisie van verboden pesticiden exporteren (die via voedselimporten terugkeren) en het ontbreken van concrete garanties voor agrariërs en volksgezondheid. De oppositie noemt de vage antwoorden *"alarmerend"* en ziet een gebrek aan lef om eerdere beloftes waar te maken.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, en février 2023, 6 organisations non gouvernementales (ONG) ont publié un rapport dénonçant le fait que la Belgique est l'un des plus importants exportateurs de pesticides, avec 16 substances actives à usage agricole interdites au sein de l’Union européenne exportées entre 2013 et 2020, soit un total de près de 50 000 tonnes envoyées à 70 pays différents sur la période.
Dans la foulée, en novembre 2023, le gouvernement Vivaldi a posé un acte fort en publiant au Moniteur belge un arrêté royal interdisant l'exportation de certaines substances dangereuses vers des pays non-membres de l'Union européenne. Concrètement, cet arrêté interdit l'exportation de 15 substances et limite strictement l'exportation de 10 autres produits. L'entrée en vigueur est prévue le 28 mai 2025.
Sur cette lancée, dans le cadre de la présidence belge au premier semestre 2024, la Belgique a fait adopter des conclusions ambitieuses sur le sujet, l'idée étant de ramener l'ensemble de l'Europe autour d'une position cohérente.
Or, nous sommes aujourd’hui inquiets, car cet élan pourrait se fracasser. C’est en tout cas ce que dénonce l’ONG Humundi, qui alerte sur un rétropédalage de la Belgique. D'un côté, le Danemark a pris l'initiative de demander à la Direction générale Environnement de la Commission européenne de stopper ce type d’exportations à l'échelle de l’Union européenne. Cette demande a été appuyée par sept pays, mais pas par la Belgique, ce qui constitue un revirement. D'un autre côté – et c’est plus inquiétant encore – vous, le ministre fédéral de l’Agriculture, êtes accusé de mener en coulisses des tractations pour reporter l'entrée en vigueur de l'arrêté royal de novembre 2023.
Monsieur le ministre, l'arrêté royal du 19 novembre 2023 entrera-t-il bien en vigueur le 28 mai 2025 comme prévu? Dans la négative, pourquoi?
La Belgique se joindra-t-elle à l'initiative du Danemark afin de demander à la Commission européenne de stopper l'exportation de pesticides interdits à l'échelle de l'Europe? Dans la négative, pourquoi?
Enfin, il me paraît insensé d'interdire à nos agriculteurs l'usage de certains pesticides mais, par ailleurs, d’exporter ces mêmes pesticides hors de l'Europe, pour finalement importer de l'étranger des aliments dont la culture a nécessité l'usage des mêmes poisons. Même aveuglé par les vertus du libre-échange, qui pourrait comprendre ce raisonnement? Dès lors, confirmez-vous l'information de l’ONG Humundi selon laquelle la Belgique rétropédale? Si oui, comment pouvez-vous le justifier?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, en juin 2023, la Belgique adoptait un arrêté royal interdisant l’exportation de pesticides interdits dans l'Union européenne, se positionnant comme pionnière sur cette question. Pourtant, des inquiétudes émergent en raison de votre refus de cosigner une lettre, portée par le Danemark, appelant à une interdiction européenne généralisée de ces exportations toxiques.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous éclairer sur ce refus de signer la lettre en question? Que signifie-t-il quant au positionnement de la Belgique? Le report de l’entrée en vigueur de l'arrêté royal est-il à l'ordre du jour? Autrement dit, l'arrêté entrera-t-il en vigueur le 28 mai prochain ou sera-t-il reporté?
Enfin, soutiendrez-vous les futures initiatives européennes visant à bannir les exportations de pesticides pourtant interdits chez nous?
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, comme déjà indiqué, le 23 juin 2023, la Belgique se positionnait en pionnière, puisqu'elle prenait une décision historique en devenant le deuxième État membre de l'Union européenne à interdire l'exportation de pesticides bannis dans l'Union européenne. Plusieurs États membres ont accepté de soutenir cette initiative, en demandant à la Commission européenne d’interdire ces exportations, en vue de renforcer la dynamique vers une interdiction européenne. En refusant d’y apposer la signature de la Belgique, votre position semble marquer un recul par rapport aux engagements pris par notre pays, notamment sous la présidence belge du Conseil de l’Union, à l'occasion de laquelle des conclusions ambitieuses avaient été adoptées en faveur d’une telle interdiction.
Plusieurs associations environnementales et organisations expriment aujourd’hui leurs craintes quant aux conséquences de cette décision. Elles s’inquiètent ainsi du signal envoyé à l'échelle européenne. En effet, la Belgique pourrait constituer un frein aux avancées en matière de régulation des pesticides dangereux.
De plus, cette décision envoie un nouveau message négatif aux agriculteurs, déjà inquiets des différentes crises ainsi que du Mercosur. Comment pourront-ils nous maintenir leur confiance si nous autorisons l’exportation de pesticides vers des pays étrangers et que les aliments produits avec ces mêmes pesticides seront ensuite importés chez nous et pourront se retrouver dans l’assiette de nombreux Belges?
Monsieur le ministre, comment justifiez-vous cette décision alors que notre pays a adopté une telle interdiction dans son droit national? Pouvez-vous garantir que cette position ne préfigure pas un report ou une remise en cause de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal prévue pour le 28 mai 2025? Après plusieurs crises majeures pour le secteur, comment comptez-vous expliquer aux agriculteurs que la Belgique est favorable à l'exportation de pesticides interdits en Europe tout en acceptant l'interdiction de denrées traitées avec ces substances? En adoptant une telle attitude, la Belgique ne risque-t-elle pas en plus d'envoyer un signal contradictoire à ses partenaires européens?
David Clarinval:
Mesdames les députées, je comprends pleinement les préoccupations qui sont soulevées par vos différentes questions. Toutefois, il est essentiel de replacer ce sujet dans un cadre plus large et d'expliquer les dynamiques complexes qui entrent en jeu. Vos questions doivent être remises dans leur contexte.
Tout d'abord, l'arrêté royal qui interdit l'exportation de certaines substances dangereuses vers des pays non-membres de l'Union européenne a été précédé de longues discussions et de recherche d'équilibre menées notamment par la ministre de l'Environnement, Mme Khattabi, compétente pour ce qui concerne les normes de produits. L'arrêté du 19 novembre 2023 ne cible qu'un nombre très limité de produits, permettant l'exportation de certains produits non repris dans cette liste, bien qu'interdits pourtant d'utilisation au sein de l'Union européenne. De plus, cet arrêté prévoit une réévaluation périodique de la liste afin d'y ajouter ou de retirer des produits selon les besoins. Le gouvernement précédent ne s'est donc jamais engagé en faveur d'une interdiction totale des exportations de produits chimiques dont l'utilisation est proscrite dans l'Union européenne.
Je ne peux pas me prononcer ni anticiper les décisions qui seront prises par le prochain gouvernement en ce qui concerne le report ou la remise en cause de l'entrée en vigueur de cet arrêté royal.
Par ailleurs, en ce qui concerne le soutien durant la présidence belge, il est d'usage que l'État qui préside, en l'occurrence la Belgique à l'époque, s'abstienne de prendre position sur des dossiers en cours. Cette réserve était d'autant plus justifiée dans le cadre des affaires courantes. Pour se prononcer sur un dossier d'une telle complexité, il est essentiel de disposer de l'ensemble des informations et des études nécessaires, éléments qui n'étaient alors pas pris en compte à ce stade dans la lettre proposée par le Danemark.
L'utilisation des produits interdits d'usage en Europe par les pays tiers doit sans conteste se restreindre. Les besoins de lutte contre les ravageurs de culture sont différents dans le monde. La possibilité d'approvisionnement pour ces substances ne réside pas uniquement en Europe. Il n'y a pas que la Belgique qui produit ce genre de produits.
La coopération agronomique internationale et le soutien aux pays partenaires doivent davantage prendre le relais pour œuvrer à la vision One Health . Une telle stratégie doit être phasée pour assurer son implémentation. Elle doit prendre en compte les réalités de chacun ainsi que l'établissement de normes en résidus cohérents.
Pas plus tard qu'hier, j'ai rappelé très clairement en Conseil des ministres européens que nous soutenons également le fait que les normes appliquées aux importations soient similaires aux normes appliquées au sein de l'Union européenne pour autant que celles-ci ne soient pas défavorables à nos agriculteurs et maintiennent un level playing field .
En résumé, notre responsabilité est d'avancer avec pragmatisme et cohérence en tenant compte des réalités internationales tout en défendant les intérêts de nos agriculteurs et les normes élevées de l'Union européenne.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, merci d'avoir répondu à mes questions, mais pas avec des réponses encourageantes.
Vous me renvoyez au prochain gouvernement pour savoir si l’arrêté qui a été pris le 19 novembre 2023 entrera bien en vigueur le 28 mai 2025. Vous ne répondez pas à ma question de savoir si la Belgique se joindra au Danemark pour stopper l’exportation des pesticides interdits. Vous ne confirmez ou n’infirmez pas l’information Humundi selon laquelle la Belgique rétropédale.
Nous avons une réponse très vague qui reste, selon moi, très inquiétante. Vous parlez de responsabilité. Mais votre responsabilité, c’est aussi d’appliquer les décisions qui sont prises. Actuellement, ce n’est pas le cas.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci. Cette réponse, soit me laisse sur ma faim, soit est plus qu’inquiétante. Je dois choisir entre les deux.
Vous nous dites que vous ne pouvez pas décider à la place du futur gouvernement si une décision prise en 2023 doit être appliquée. Sauf votre respect, vous êtes quand même impliqué dans les négociations. Je pense que le MR est un élément central dans la décision d’appliquer, ou pas, cet arrêté royal. C'est bien de ne pas tourner autour du pot par rapport à cela.
Vous nous parlez de complexité, de la nécessité d’études, de la prise d'un certain recul. En fait, la santé humaine, c’est la santé humaine, que ce soit à l’autre bout de la planète ou ici. Exporter des pesticides interdits ici pour les voir revenir par avion sous la forme de produits consommés dans nos pays, c’est extrêmement problématique.
L’intérêt des agriculteurs ici n’est pas de permettre à des agriculteurs là-bas d’utiliser des produits mauvais pour la santé des personnes d'ailleurs et des consommateurs d’ici. Que des producteurs à l’étranger produisent à moindre coût grâce à des pesticides extrêmement dangereux n’est pas dans l’intérêt de nos agriculteurs.
Je pense que l’Europe a justement un rôle à jouer pour harmoniser vers le haut les normes en matière de protection de la santé et de l’environnement. C’est là que nous vous attendons, monsieur le ministre.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je suis un peu dans le même état d'esprit que mes collègues. Je n'ai pas obtenu de réponse à toutes mes questions. De plus, les réponses données sont inquiétantes. C'est le genre de réponse qui doit encore compliquer davantage la vie aux agriculteurs. On sait que leur vie est déjà difficile, alors quand on entend ce genre de réponse… Je repense à nouveau au Mercosur. Ce n'est vraiment pas rassurant. Nous suivrons ce dossier avec beaucoup d'attention.
Cryptomunten en de Europese MiCA-verordening
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met vertraging in de implementatie van MiCA door het ontbreken van een aangestelde nationale toezichthouder (FSMA/BNB), wat Belgische crypto-bedrijven benadeelt ten opzichte van buitenlandse concurrenten. Anti-witwasmaatregelen (inclusief identiteitscontroles en transparantie bij transacties) zijn al actief via bestaande EU-regels, terwijl de FSMA sinds mei 2023 strenge reclamevoorschriften hanteert (waarschuwingen, verbod op misleidende boodschappen) om consumenten te beschermen. Het energieverbruik van cryptomining vereist volgens de minister een Europese aanpak, maar concrete Belgische plannen ontbreken. Sensibilisering richt zich vooral op risico’s, niet op actieve promotie bij middenstand of consumenten.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, jusqu'à présent, les cryptomonnaies évoluaient dans un cadre très peu régulé. Le règlement européen MiCA (Markets in Crypto-Assets) doit modifier cela. Son entrée en vigueur était prévue en décembre 2024. Ce ne semble pas être le cas pour la Belgique, dans la mesure où la presse évoque aujourd'hui "un flou persistant". Comme on n'a pas désigné l'autorité nationale compétente (FSMA ou autres) en la matière, certaines entreprises se trouvent aujourd'hui dans une forme de disconcurrence. Celles qui ont un siège à l'étranger se font connaître à l'étranger, tandis qu'en Belgique, il n'y a pas de possibilité de reconnaissance.
Monsieur le ministre, pour ce qui concerne l'autorité nationale qui doit être désignée, quelles sont les raisons de ce retard? Pourquoi le gouvernement fédéral n'a-t-il pas pu se mettre d'accord – pour autant qu'une proposition ait été faite?
Peut-on imaginer un dispositif supplémentaire pour lutter contre ce qui est notoirement connu en termes d'abus des cryptomonnaies (blanchiment d’argent et financement du terrorisme)? Des mesures sont-elles prévues?
Les cryptomonnaies sont malgré tout assez attractives puisqu'on considère que 30 % des Belges ont déjà acheté une cryptomonnaie. Dans ce cadre, le SPF Finances réfléchit-il à une forme de sensibilisation dans la mise en place de cette "nouvelle monnaie"? En termes d'incitation, un message est-il dédicacé aux classes moyennes et aux commerçants pour qu'ils puissent utiliser ces cryptomonnaies?
Enfin, dans un tout autre registre, puisqu'on sait que cela a un impact climatique, y a-t-il là également une prise de conscience à l'égard de cette problématique?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Crucke, actuellement, le nombre d'entreprises auxquelles le règlement MiCA pourrait s'appliquer est limité. Le contrôle du respect de ses règles est assuré par la Banque nationale et l'Autorité des services et marchés financiers (FSMA).
Le règlement sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains cryptoactifs assure la transparence des transferts de cryptoactifs. Il impose qu'ils soient accompagnés des informations requises sur l'initiateur du transfert et son bénéficiaire lorsqu'un prestataire de services sur cryptoactifs établi dans l'Union européenne intervient dans le transfert.
La totalité du cadre de lutte contre le blanchiment et le financement du terrorisme s'applique donc, en ce compris l'identification et la vérification de l'identité, la vigilance constante à l'égard des opérations, la vérification de l'origine des fonds et du patrimoine, en ce compris en cas de rapatriement d'actifs, etc.
De nombreuses alertes et communiqués avertissant le public des risques liés aux cryptoactifs ont été publiés par la Banque nationale ou par la FSMA. C'est en raison de ces risques que le règlement de la FSMA visant à encadrer les publicités relatives aux monnaies virtuelles a été adopté et est entré en vigueur au mois de mai 2023. Il s'applique aux publicités diffusées auprès des consommateurs en cas de commercialisation de monnaies virtuelles en Belgique.
Le règlement établit certaines conditions auxquelles ces publicités doivent répondre et notamment leur caractère clair et non trompeur ainsi que la présence obligatoire des mentions attirant l'attention sur les risques inhérents aux monnaies virtuelles. Les campagnes de masse, c'est-à-dire les publicités diffusées auprès de 25 000 consommateurs au moins, doivent désormais être préalablement notifiées à la FSMA.
Depuis son entrée en vigueur, le règlement MiCA régit les publicités diffusées. Le règlement de la FSMA entré en vigueur en mai 2023 sera dorénavant principalement d'application pour les publicités diffusées auprès de consommateurs dans le cadre de la commercialisation des monnaies virtuelles en Belgique par des personnes agissant pour le compte de prestataires de services soumis à MiCA, tels que des influenceurs, sans qu'elles ne prestent dans le même temps des services règlementés par MiCA.
A priori , la décision d'un marchand d'utiliser l'un ou l'autre moyen de paiement est un choix de nature commerciale.
Pour ce qui concerne votre question relative à la limitation du minage de cryptomonnaies compte tenu de son impact énergétique, nous ne sommes pas au courant d'une telle législation qui, de toute façon, devrait être implémentée au niveau européen afin qu'elle produise des effets réels.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je prends acte du règlement de la FSMA, qui a été évoqué. Par ailleurs, je poursuivrai votre réflexion à propos du minage. C'est, à mon avis, une bonne chose que cela se règle au niveau européen. Et c'est bien la preuve, monsieur le ministre, que le climat se cache partout, même là où on ne l'attend pas.
De terugtrekking van de VS uit het mondiale akkoord over een minimumbelasting voor multinationals
De opbrengst van de Europese minimumbelasting voor multinationals in 2024
Internationale afspraken en gevolgen van minimumbelasting voor multinationals
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België implementeert de OESO-Pillar 2-regels (15% minimumbelasting voor multinationals) om fiscale rechtvaardigheid en stabiliteit te garanderen, met een verwachte opbrengst van €624 miljoen in 2024, maar de exacte voorafbetalingen (deadline 20/12/2024) zijn nog niet uitgezuiverd. Minister Van Peteghem benadrukt dat België, ondanks Trumps dreigende terugtrekking uit het OESO-akkoord, de regels zelfstandig en robuust blijft toepassen, gesteund door bestaande Amerikaanse principes. De digitaks-onderhandelingen (voor techgiganten als Google/Meta) liggen vast op OESO-niveau, maar België en de EU moeten eigen stappen overwegen. Vooruit steunt beide maatregelen en dringt aan op snelle transparantie over de betalingscijfers.
Voorzitter:
De heer Daerden geeft verstek.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, in de begroting van 2024 werd een verwachte opbrengst van 624 miljoen euro ingeschreven voor de minimumbelasting voor multinationals. Die maatregel maakt deel uit van de implementatie van de Pillar 2-regels in Europa, regels die een minimumbelasting van 15 % opleggen aan multinationale ondernemingen met een jaarlijkse omzet van meer dan 750 miljoen euro. Die regels, die sinds vorig jaar van kracht zijn, moeten zorgen voor meer fiscale rechtvaardigheid – een stokpaardje van Vooruit – en stabiliteit door belastingontwijking tegen te gaan en de race to the bottom tussen landen te stoppen. De verwachte opbrengst is gebaseerd op voorafbetalingen van de betrokken ondernemingen.
Hoeveel voorafbetalingen voor het kalenderjaar 2024 werden inmiddels ontvangen? Bestaat er een apart rekeningnummer voor die betalingen? De uiterste datum voor de voorafbetalingen was 20 december 2024, dus ik hoop dat u me nu al cijfers kunt geven.
De kersverse president van de Verenigde Staten heeft jammer genoeg aangegeven zich eventueel terug te trekken uit het mondiale belastingakkoord van de OESO. Ik heb enkele vragen over de impact hiervan op België in het licht van de Pillar 2-regels.
Zal dat de verwachte belastinginkomsten beïnvloeden? Heeft de situatie volgens u een invloed op de lopende onderhandelingen over het belasten van digitale multinationals zoals Amazon, Google en Meta, die onder het OESO-akkoord vallen? Wat zijn volgens u de gevolgen van het besluit voor de Europese Unie en België, die streven naar een eerlijke belasting van digitale giganten?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Bertels, ik heb vorige week reeds een antwoord gegeven op een gelijkaardige vraag. Wij mogen ons niet laten afschrikken door de dreigementen van president Trump. Onze regels van minimumbelasting zijn op een zeer robuuste wijze vormgegeven, waarbij ook rekening werd gehouden met eerdere internationale afspraken. De Verenigde Staten passen al soortgelijke principes toe, die Trump tijdens zijn vorige regeerperiode heeft ingevoerd.
Zelfs zonder de Verenigde Staten zullen wij in staat zijn om rechtvaardige fiscaliteit van toepassing te maken en te combineren met een competitieve economie. Het is aan ons om daarin stappen te zetten. Willen we onze concurrentiepositie versterken, dan moeten we ervoor zorgen dat er minder regels zijn en de kosten met betrekking tot energie verminderen terwijl de fiscaliteit tegelijk rechtvaardig is conform de Pillar 2-regels.
Voorts kan ik nog geen definitief antwoord geven over de voorafbetalingen, hoe graag u ook cijfers zou krijgen. We zijn momenteel die cijfers aan het bekijken, omdat die samen uitgevoerd worden met die voor de vennootschapsbelastingen. We moeten een onderscheid kunnen maken tussen die twee stromen, maar ze worden wel samen binnengebracht. Dat moet nog wat worden uitgezuiverd. Zodra er duidelijkheid is, zullen we de cijfers zeker en vast meedelen.
Inzake de digitaksonderhandelingen op het OESO-niveau weet u dat ze momenteel geblokkeerd zijn. We zullen moeten bekijken of op Europees niveau en op termijn zelfs op Belgisch niveau de nodige stappen worden ondernomen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik heb nog drie punten, die in lijn liggen met uw antwoord.
Ten eerste, in de Vooruitfractie Zult u altijd een medestander vinden voor fiscale rechtvaardigheid en voor de nadere uitwerking van Pillar 2. We moeten daar inderdaad zelf aan blijven trekken en ons niet laten afschrikken door wat u "dreigementen" hebt genoemd. We kunnen ook zonder die andere zaken verder. We moeten daar ook verder in gaan binnen de OESO. U hebt gelijk dat u verwijst naar de regels die al bestaan binnen de USA en die gelijkaardig zijn.
Ten tweede, ik neem er akte van dat u spontaan de cijfers van de voorafbetalingen, die op een aparte rekening staan, zult meedelen aan de vraagstellers. Ik neem aan dat u dat ook gestand zult doen.
Ten derde, inzake de zogenaamde digitaks kan ik meegeven dat ook op dat punt de Vooruitfractie een medestander zal zijn om die taks op Europees niveau en indien nodig ook op Belgisch niveau nader onder de aandacht te brengen en in werking te stellen. Ook op dat vlak hebben we immers nood aan fiscale rechtvaardigheid.
Voorzitter:
De heer Daerden vraagt om zijn vraag nr. 56002176C om te zetten in een schriftelijke vraag. De heer Matheï vraagt zijn om vragen nr. 56002111C en nr. 56002157C om te zetten in schriftelijke vragen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.12 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 12.
De nieuwe deadline voor de indiening van het Belgische begrotingsplan bij Europa
Het voorwaardelijke uitstel van de EU voor de indiening van het federale begrotingsplan
Belgische begrotingsplannen en EU-deadlines
Gesteld door
Gesteld aan
Alexia Bertrand
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt al zeven maanden zonder regering, wat het begrotingstekort met 2,5 miljard verergert (119% schuld/PIB in 2029) en 508 euro per seconde kost, terwijl Europa een deadline van 30 april hanteert voor hervormingen (fiscaliteit, arbeidsmarkt). De Croo bevestigt dat nieuwe voorlopige twaalfden (tot juni) onvermijdelijk zijn en waarschuwt dat terugverdieneffecten door Europa systematisch worden afgewezen, wat de onderhandelingen bemoeilijkt. Kritiek uit oppositie (Coenegrachts, De Smet) benadrukt het falend leiderschap en onrealistische rekenmodellen in de Arizona-onderhandelingen, terwijl de schuld voor toekomstige generaties blijft groeien. Europa eist concrete hervormingen tegen maart, maar een akkoord lijkt onhaalbaar zonder verdere vertraging.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, zeven maanden geleden zijn we naar de stembus getrokken en we zitten nog altijd zonder regering. Voor de zoveelste keer hebben we vandaag opnieuw een deadline gekregen. Eind januari zou er nu een regering zijn. Eerst was het voor september, dan werd het na 13 oktober, vervolgens was het tegen Kerstmis. Nu is het eind januari. Dat maakt ons ondertussen allemaal lid van de club van de ongelovige thomas: eerst zien, dan geloven.
Mijnheer de eerste minister, dat getreuzel kost ons geld. Het Monitoringcomité berekende dat hierdoor het begrotingstekort groeide met 2,5 miljard. Nochtans heeft uw regering al verschillende keren de arizonaonderhandelaars moeten assisteren, helpen en ondersteunen, door uitstel te vragen aan de Europese Commissie en door voorlopige twaalfden op te stellen. Blijkbaar zal dat niet volstaan, want u zult opnieuw voorlopige twaalfden moeten opstarten. Opnieuw zal er aan Europa gevraagd moeten worden wanneer de begroting effectief binnen moet zijn.
Hoe loopt dat proces? Is het nodig om opnieuw die voorlopige twaalfden op te stellen? Wat zegt Europa over de timing?
We hebben gisteren allemaal de heer Gert Peersman gehoord over de begrotingsuitdaging, over de terugverdieneffecten. Wat zegt de Europese Commissie in uw ervaring over terugverdieneffecten? In hoeverre mogen die meegerekend worden?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, l'absence de gouvernement fédéral nous coûte 508 euros par seconde. Ce n'est pas moi qui le dit mais le formateur, M. De Wever. Cela veut dire que la dette fédérale belge se sera alourdie de 60 000 euros pendant la durée de ma question. Durant le temps probable de votre réponse, elle se sera encore alourdie de 150 000 euros.
Le formateur a raison parce qu'il est allé chercher les chiffres du Comité de monitoring qui nous révèlent en effet que, à politique Vivaldi inchangée, nous aurons une dette de 119 % du PIB en 2029, soit 840 milliards d'euros. Ces chiffres sont vertigineux et nous paraissent abstraits, mais ils sont en réalité très concrets. Il s'agit de l'argent de nos impôts, de nos soins de santé, de nos écoles, de nos policiers, de nos pensions. Mais il s'agit surtout de celui de nos enfants et des prochaines générations. La dette que nos enfants devront endosser augmente chaque jour où les cinq partis de l'Arizona n'arrivent pas à former un gouvernement ou à nous sortir une réforme fiscale, du marché de l'emploi ou des pensions. C'est inacceptable!
Comme tout le monde le sait, la Belgique est mise sous procédure de déficit excessif par la Commission européenne. Vous avez négocié un nouveau délai courant jusqu'au 30 avril.
Que va-t-il se passer si, malgré tout, nous sommes toujours en crise à la date du 30 avril? Il n'est évidemment pas exclu que l'Arizona finisse par se former sur un malentendu. Cela fait d'ailleurs bientôt deux jours qu'aucun président de parti n'a incendié le processus de formation; tous les espoirs sont donc permis. Il faut néanmoins envisager les hypothèses du pire. Allons-nous nous en sortir avec seulement une étape de douzièmes provisoires? Je n'en suis pas du tout certain puisque la Commission européenne nous demande d'avoir mis en place, dès le mois de mars, les nouvelles réformes concernant la fiscalité et le marché de l'emploi. Que se passera-t-il dans le scénario probable – en tout cas possible – du pire?
Alexander De Croo:
De onderhandelende partijen hebben inderdaad nog geen akkoord gevonden voor de begroting van dit jaar. De ontslagnemende regering heeft eind vorig jaar een begroting met voorlopige twaalfden laten goedkeuren in dit Parlement. Op die manier kregen de onderhandelende partijen tot 31 maart van dit jaar om een volwaardige begroting volledig goedgekeurd te krijgen.
Het is duidelijk dat het eerste pakket aan twaalfden niet zal volstaan, want zelfs als de onderhandelende partijen eind deze maand tot een akkoord komen, is het onhaalbaar om ervoor te zorgen dat het op 31 maart goedgekeurd zal zijn. Meestal gaat men ervan uit dat een periode van drie maanden nodig is om volledig alle adviezen te kunnen doorlopen.
Het lijkt me logisch dat een ontslagnemende regering geen risico neemt en dat we een nieuwe tranche van twaalfden zouden voorbereiden, om ervoor te zorgen dat de middelen voor de verschillende diensten gegarandeerd zijn tot eind juni en om een soort van shutdown bij de overheidsdiensten te vermijden.
Ik heb de formateur en zijn team daarvan op de hoogte gebracht en zij vonden het logisch dat de ontslagnemende regering voorbereidingen zou treffen voor een volgende reeks aan twaalfden. De staatsecretaris heeft daarvoor een omzendbrief verstuurd en het zal gelden volgens dezelfde regels die ook van toepassing waren voor de eerste drie maanden aan twaalfden, bijvoorbeeld geen nieuwe uitgaven.
De ontslagnemende regering heeft ook eind oktober en eind december aan Europa aangegeven dat de onderhandelende partijen, op dat moment, niet in staat waren om een meerjarenbegroting in te dienen. Ik verwacht dat de Europese Commissie eind volgende week een formeel antwoord zal geven, maar informeel heeft ze reeds aangegeven dat ze eind april een oordeel zal vellen over de begrotingssituatie van ons land. Dat betekent dat er eind maart een volledig akkoord van begroting en van hervormingen nodig zal moeten zijn.
Ik kom tot de vraag over de terugverdieneffecten. Onze ervaring de voorbije jaren in de huidige regering, maar ook in vorige regeringen bij voorgaande evaluaties van de Europese Commissie leert ons dat de Europese Commissie steeds zeer kritisch staat ten opzichte van het in rekening brengen van terugverdieneffecten in een begroting. We moeten daar dus zeer voorzichtig mee omspringen, want in het verleden heeft de Europese Commissie dat soort zaken vaak verworpen uit ingediende begrotingen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk dat u op de winkel past tijdens het getreuzel van Arizona.
(Rumoer op de banken van de N-VA en het Vlaams Belang)
In zeven maanden tijd is men er niet in geslaagd een regering te vormen, waardoor de put elke dag groter wordt. U kunt wel zeggen dat wij dit en dat hebben gedaan. Het is uw getreuzel dat elke dag, zeven maanden lang, geld kost. Collega’s, u kunt, tot spijt van wie het benijdt, niet rekenen op die terugverdieneffecten. Stop daarmee, maak een echte begroting. Maak ze sneller. Show us the money! Show us the money , beste collega’s. U zou het beter doen, doe het beter. Show us the money!
François De Smet:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète et honnête, mais quand même inquiétante. En effet, si je vous entends, il n'y a pratiquement aucune possibilité qu'un gouvernement Arizona arrive à produire des réformes convaincantes, même s'il arrivait à se former dans le temps imparti par l'Union européenne. C'est quand même ennuyeux. L'autre élément intéressant de votre réponse est le rappel de ce mythe des effets retour. Les effets retour existent, mais en général ils sont très fortement surévalués par rapport à la réalité. En général, la Commission européenne ne les inclut pas. C'est quand même intéressant, parce que dans les notes Arizona qui circulent, une grande partie des réformes fiscales envisagées se basent sur une exagération forte des effets retour. C'est un rappel à la réalité. Je ne doute pas qu'il ne sera pas entendu, mais merci quand même de l'avoir fait.
De herhaalde aanvallen van Elon Musk tegen Europese regeringsleiders
De bescherming van België tegen inmenging door Elon Musk
De dreigende taal van Donald Trump en Elon Musk met betrekking tot de Europese democratieën
De inmenging door Elon Musk
Elon Musks invloed op Europese politiek.
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de dreigende ondermijning van de Europese democratie door Elon Musk (X) en Meta, die via algoritmen, desinformatie en haatzaaiende content extreemrechts promoten en verkiezingen beïnvloeden—met name in Duitsland en het VK—terwijl Musk als toekomstig Trump-regeringslid ook politieke druk uitoefent. Premier De Croo benadrukt dat de EU (via het *Digital Services Act*) en lidstaten hard moeten optreden tegen platformen die regels schenden, maar waarschuwt tegen overreactie op provocaties; hij stelt vertrouwen in burgers, juridische handhaving en Europese samenwerking centraal, met een oproep aan de Commissie om sancties toe te passen. Critici (o.a. Lacroix, Maouane, De Smet) eisen onmiddellijke actie: suspendering van X in België, versterkte wetgeving tegen digitale inmenging, en een offensieve EU-strategie om afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten te doorbreken, gezien hun imperialistische en autoritaire dreiging—vergeleken met Russische desinformatie. De kern: Europa’s democratie staat op het spel door digitale oorlogsvoering, en België/EU moeten nu het DSA afdwingen, propagandakanalen blokkeren en technologische soevereiniteit claimen—of riskeren ze definitief de controle te verliezen.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, ces derniers jours, Elon Musk a encore fait parler de lui et, malheureusement, pas en bien. Patron de X, il a commencé par y supprimer toute modération sérieuse. Les discours de haine y prospèrent, la désinformation domine et, maintenant, il s'attaque directement à des dirigeants européens. Il insulte Olaf Scholz, le chancelier allemand; il appelle à des élections anticipées au Royaume-Uni; et, peut-être le pire, il amplifie des discours d'extrême droite sur son réseau social.
Mais il n'est pas le seul à agir ainsi. Ce mardi, Mark Zuckerberg, patron de Meta, a annoncé qu'il allait suivre cette même voie en réduisant drastiquement la modération sur Facebook et Instagram. Cela ne semble donc plus être une série de choix individuels, c'est un mouvement qui remet en cause le cadre de responsabilité des plateformes numériques.
En outre, dans moins de deux semaines, Elon Musk deviendra un membre du gouvernement de Donald Trump. Il ne s'agit donc plus seulement d'un milliardaire fou, mais d'un officiel américain utilisant sa plateforme pour s'immiscer dans les affaires démocratiques européennes.
Rappelons-le, l'Europe est le premier marché mondial pour les plateformes numériques. Et pourtant, elle semble impuissante face à ces géants. Des règlements européens existent pour l'éviter: le Digital Services Act (DSA), dont nous avons adopté la transposition il y a quelques semaines ici, doit empêcher la manipulation des algorithmes. Des sanctions existent, l'Europe doit les appliquer!
Monsieur le premier ministre, que pensez-vous du fait qu'un officiel américain tente directement d'influencer les élections en Europe? Par ailleurs, si vous deviez être attaqué personnellement, comment réagiriez-vous?
Ensuite, comment votre gouvernement agit-il pour protéger la Belgique et s'assurer que les normes européennes soient respectées ici et partout ailleurs? Le DSA permet de suspendre les plateformes ne respectant pas son règlement. La Commission européenne doit l'appliquer. Si elle ne le fait pas, comme cela semble être le cas, que comptez-vous faire? Que fera le gouvernement belge?
Monsieur le premier ministre, il ne s'agit pas seulement des folies d'un homme. Il s'agit d'attaques violentes et répétées contre nos démocraties (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, je vous présente mes meilleurs vœux.
Depuis qu’Elon Musk a repris Twitter, désormais appelé X, les ingérences étrangères dans nos démocraties se sont intensifiées. Des exemples inquiétants se multiplient: soutien manifeste à des partis d'extrême droite ou extrémistes comme l'AfD en Allemagne, campagne de déstabilisation ciblant Justin Trudeau au Canada et division active de populations comme au Groenland. Ces pratiques rappellent tristement les campagnes de déstabilisation et de désinformation de la Russie et menacent directement nos institutions et notre sécurité.
Sous la direction d'Elon Musk, X favorise les contenus clivants, des contenus racistes, des contenus haineux, climatosceptiques et incompatibles avec nos valeurs. La plateforme s'est transformée en machine politique sauvage pour imposer un agenda conservateur et un agenda de division, en piétinant lois et protections européennes. Ce n'est pas à un milliardaire américain ou à une entreprise privée de décider de l'avenir de nos démocraties.
L'Union européenne a mis en place des règles strictes, notamment via le règlement sur les services numériques (DSA), pour protéger les citoyens et lutter contre la désinformation. Pourtant, X continue de contourner ses obligations en matière de modération, de transparence et de lutte contre les fake news . L'attitude d'Elon Musk face à ces règles montre un mépris alarmant pour la législation européenne et pour nos institutions.
Garantir la liberté d'expression est fondamental, mais garantir la liberté et la sécurité d'expression l'est tout autant. Il n'y a pas de liberté quand certaines et certains risquent leur vie pour s'exprimer.
Monsieur le premier ministre, comment comptez-vous garantir que X ou toute autre plateforme similaire comme Meta respecte enfin les règles européennes en vigueur? Soutiendrez-vous une suspension temporaire de l'accès à X en Belgique tant qu'elle ne sera pas en conformité avec les lois européennes?
Quels sont vos projets pour renforcer nos lois en Belgique et éviter que les nouvelles règles des plateformes ne créent un dangereux appel d'air? Nous devons envoyer un signal clair. Nos démocraties ne sont pas à vendre et la Belgique ne tolérera pas de telles dérives.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je n'ai aucun plaisir à le dire, parce que philosophiquement je suis plutôt atlantiste, comme pas mal de collègues ici, mais il faut pouvoir dire les choses comme elles sont.
D'Amérique, ces jours-ci, nous vient un vent hostile. MM. Trump et Musk nous envoient des signaux très clairs. Le premier nous explique vouloir annexer le Groenland, le canal de Panama, le Canada avec ou sans approbation des intéressés. Le second s'amuse à déstabiliser les démocraties européennes, à commencer par l'Allemagne ou le Royaume-Uni.
Certains diront que c'est de l'esbroufe ou que c'est de l'intimidation. Moi, je crois qu'on doit prendre ce qui est en train de se produire extrêmement au sérieux. Nous sommes peut-être à quelques jours d'une bascule dans un monde nouveau où l'un de nos plus anciens alliés se transforme de manière assumée en force impérialiste et déstabilisatrice, avec en plus une alliance encore inédite entre autoritarisme et technologies de l'information.
Face à cette tempête qui se lève, comme beaucoup, je m'inquiète. Je m'inquiète de constater le silence, l'apathie, la mollesse des Européens, en ce compris la Belgique. Je m'inquiète de voir une Union européenne où les seules voix qui s'expriment fort sont celles des alliés de M. Trump, Mme Meloni, M. Orb á n, profitant aussi de la faiblesse de la France, de l'Allemagne et d'une position à tout le moins très attentiste de la présidente de la Commission européenne.
Monsieur le premier ministre, nous n'avons pas de gouvernement – si ce n'est en affaires courantes – et ce n'est pas de votre faute, mais ce n'est pas une raison pour, dans l'intervalle, ne pas avoir une voix qui peut peser fort, puisque nous avons affaire à des gens qui ne comprennent que le rapport de force.
Quelle réponse les Européens et la Belgique entendent-ils apporter aux menaces constituées par M. Trump et M. Musk? Une concertation européenne est-elle prévue sur le sujet?
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, ce 23 février, l'Allemagne doit élire un nouveau chancelier. L'homme le plus riche du monde, Elon Musk, futur ministre de Trump – et certainement pas de la Culture –, met tout son poids et ses algorithmes de X, ex-Twitter, dans la balance pour faire gagner l'extrême droite. L’utilisation que fait son propriétaire de ce réseau X est aujourd'hui une grave menace pour la démocratie européenne. Il ne s'agit plus d'une plateforme d'échange d'informations, mais d'un média, d'un outil à usage de propagande.
Certains parleront de liberté d'expression. Non: il s'agit d'ingérence, d'interférence dans un processus électoral, de manipulation. Aujourd'hui, Musk utilise son réseau et manipule ses algorithmes comme une arme pour faire gagner l'extrême droite partout où il le peut.
Les réseaux sociaux et leurs systèmes de messagerie sont manipulés, sont instrumentalisés. J'en veux pour preuve également la suppression du fact-checking d'un autre géant de la communication digitale, le réseau Meta et son outil Facebook.
Monsieur le premier ministre, on ne peut plus simplement dire que la démocratie est menacée. À ce stade, elle est véritablement en grand danger. Je pense qu'elle n'a jamais été aussi fragile.
Contrairement aux dirigeants des trois grands pays européens qui ont réagi aux déclarations provocatrices d'Elon Musk (le président Macron, le premier ministre Starmer et le chancelier Scholz), la bien décevante Commission européenne reste frileuse. Vous êtes resté silencieux, et votre ministre des Affaires étrangères également.
J’ai très peur pour la démocratie. Le processus électoral est un socle fondamental de cette démocratie. Je suis profondément européen, mais l'Europe, c'est la protection des citoyens, c'est la protection de la démocratie.
Monsieur le premier ministre, la Belgique s'est-elle positionnée au niveau européen pour faire part de sa grande préoccupation par rapport à la propagande de l'extrême droite, soutenue très clairement par le géant X, en pleine campagne électorale d'un État membre?
Alexander De Croo:
Monsieur le président, chers collègues, je vous remercie pour ces questions tout à fait pertinentes. La situation dans laquelle on se trouve est sans précédent. En Europe, nous sommes aujourd'hui soumis à des attaques constantes de notre souveraineté, à des attaques de certains pays tels que la Russie. Il s'agit parfois d'attaques visibles, parfois d'attaques hybrides moins visibles. Il y a notamment l'exemple des élections présidentielles en Roumanie qui ont dû être annulées pour cause d'ingérence. Je ne pense pas qu'on aurait imaginé, voici cinq ans, être dans cette situation. On fait face à des ingérences de pays mais aussi clairement de personnages, de personnages riches et très puissants au vu de leurs actifs économiques, actifs dans les communications et dans les médias. On ne peut pas tolérer cela! L'organisation libre et convenable d'élections, c'est la base de notre système politique et de notre système social. Cela doit pouvoir se faire sans aucune ingérence, de pays ou de personnes puissantes et riches.
On a beaucoup parlé d'ingérences étrangères mais, maintenant, on constate que ce type d'ingérences est devenu beaucoup plus large. On ne peut pas tolérer cela et il nous faut intervenir. Il importe maintenant de définir la manière d'intervenir par rapport à ce à quoi on est confronté aujourd'hui.
Tout d'abord, en tant que pays européen, il nous faut garder notre sang froid. Une leçon que nous avons apprise du premier mandat du président Trump, c'est qu'il ne faut pas réagir à tout. Souvent, le seul objectif est de lancer une discussion qui finalement ne mène pas à grand-chose. Il ne faut pas réagir à chaque provocation. Si on le faisait, on ne ferait que cela tous les jours. En effet, aujourd'hui, il y a des provocations quasiment tous les jours.
Deuxièmement, je pense que nous pouvons avoir confiance en notre population. La majorité de la population dans nos pays fait très bien la différence entre information et désinformation. Cela veut naturellement dire que nous devons investir dans l'éducation à ces sujets en informant nos populations mais je tiens à insister en la nécessaire confiance que nous devons avoir en notre population.
Troisièmement, cela veut aussi dire que nous devons intervenir en faisant usage des bases légales existantes. Nous devons faire respecter notre législation, comme le Digital Services Act (DSA) par exemple: je trouve que la Commission devrait entrer en action et utiliser les éléments qui sont à sa disposition dans le Digital Services Act.
Soyons clairs: la liberté d'expression m'est très chère mais elle ne peut jamais servir de prétexte à des mensonges ou manipulations. Ceux qui, aujourd'hui, crient le plus qu'il est nécessaire de préserver la liberté d'expression sont ceux qui la maltraitent et la manipulent. Face à cela, nous devons veiller à la préserver. Or, si l'on constate qu'il y a trop de concentration de pouvoirs et que ceux qui détiennent ces pouvoirs en abusent, c'est dangereux et nous devons intervenir, la Commission doit intervenir: je plaiderai auprès de la Commission pour qu'elle utilise le DSA et intervienne en cas d'abus manifeste de concentration de pouvoirs et de communications, comme c'est le cas maintenant.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de vos réponses.
Je suis ravi d'entendre que vous allez plaider auprès de la Commission européenne pour qu'elle agisse et j'espère qu'elle agira vite. C'est en effet nécessaire, vu le timing des élections allemandes mais aussi de manière générale: plus cela avance, plus cela s'aggrave.
J'ai entendu que nous ne devions pas réagir à chaque provocation. Je suis évidemment d'accord, mais je pense que ce à quoi nous assistons en ce moment ne sont pas des provocations; ce sont des attaques répétées contre notre démocratie. Nous devons bien distinguer entre les provocations de Donald Trump et les attaques que nous subissons aujourd'hui de la part d'Elon Musk.
Vous avez également parlé de la liberté d'expression. Elle est extrêmement importante. Toutefois, comme vous l'avez dit, si elle est sans limites, elle devient tyrannique. Une liberté d'expression où seule est entendue la voix du plus fort n'en est plus une. Aujourd'hui, monsieur le premier ministre, ce n'est pas à vous que je dois l'expliquer, mais j'ai peut-être envie de l'indiquer pour que cette Chambre l'entende, ainsi que tous ceux qui voudront l'entendre: le numérique est politique! Nous allons devoir nous en saisir sérieusement avant qu'il ne nous échappe. Merci, monsieur le premier ministre.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.
La protection de notre démocratie ainsi que des citoyennes et des citoyens exige une réponse ferme et coordonnée. Nous comptons sur votre engagement et celui de la Belgique pour défendre nos valeurs face à ces dérives et attaques qui ne sont pas seulement des provocations, mais qui constituent également des menaces numériques aux conséquences bien réelles.
Liberté d'expression, comme vous l'avez dit, oui! Mais sécurité d'expression, oui également! Prendre la parole s'accompagne d'une prise de risque. Or, non, de nos jours, notre justice ne la protège pas suffisamment. Au demeurant, nous ne disposons toujours pas d'une procédure judiciaire efficace pour réprimer les propos violents tenus en ligne.
Enfin, je note votre conseil de ne pas réagir à chaque provocation. Cela me semble un bon conseil que nous devons appliquer face aux propos de certains présidents de parti.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. En effet, appliquons le droit belge et le droit européen.
Résumons la faiblesse européenne: nous n'avons pas d'autonomie énergétique, nous n'avons pas de défense commune, nous n'avons pas de Google européen, pas de X, pas de Facebook, ni de TikTok européen.
Il est temps de se réveiller et de concevoir que nous avons deux chemins possibles: soit nous comprenons enfin que nous sommes entourés de menaces impérialistes qui prospèrent sur notre faiblesse, soit nous restons des herbivores, comme le dirait M. Macron.
En optant pour le premier chemin, nous devons commencer à nous dire qu'il faut réagir, nous réveiller, aller dans une direction plus offensive et nous orienter à la fois sur l'industrie, sur l'énergie, sur la défense et sur la défense numérique. Je crois que c'est la leçon du jour.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. Imaginez, monsieur le premier ministre, la campagne électorale ici en Belgique. Une conférence est organisée sur le réseau X et diffusée à tous ses abonnés. Le leader du Vlaams Belang, Tom Van Grieken, y est l'invité principal avec d'autres dirigeants d'extrême droite. Donald Trump et son ministre de la Vérité, Musk, le soutiennent ouvertement. Imaginez-vous cela ici, monsieur le premier ministre? Ce n'est pas une fiction, ça se passe en Allemagne! En ce qui me concerne, je ne peux pas l'imaginer, c'est certain. Nous ne pouvons pas rester sans agir contre la résurgence de ces propagandes fascisantes. Nous devons lutter contre la désinformation, la manipulation des masses par l'extrême droite. Nous devons réagir fermement, défendre pied à pied nos valeurs, nos principes et notre démocratie. D'ailleurs, comme d'autres, je joindrai le geste à la parole et, en toute cohérence, je quitterai X dès ce soir.
Het rekruteren van tieners door Iran om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 8 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s veiligheidsdiensten bevestigen dat Iran via criminele netwerken en jonge rekruten (zelfs tieners) aanslagen pleegt op Israëlische/Joodse doelen in Europa, zoals in Zweden en Denemarken, en werken hierover samen met internationale partners zoals de Zweedse diensten. Van Tigchelt erkent de dreiging ook voor België, waar de VSSE de situatie monitort, maar benadrukt dat de modus operandi (ontkenbare proxy-aanvallen) moeilijk te bestrijden is. Van Rooy waarschuwt voor onvoldoende erkenning van Iran’s jihadistische expansie, wijst op bedreigingen aan Iraanse dissidenten in België (zoals zelfcensuur uit angst) en noemt het gebrek aan bescherming een overheidsfaling, met hoop op externe druk (Trump/Netanyahu) om het regime te ontmantelen. Kern: Iran gebruikt Europa als proxy-oorlogsveld, België is waakzaam maar kwetsbaar.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, volgens Bloomberg huurt de islamitische staat Iran tieners in om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen. Zo was in Stockholm een 15-jarige met een geladen geweer in een taxi op weg naar de Israëlische ambassade. Een 13-jarige schoot dan weer met een wapen naar de Israëlische firma Elbit Systems. Zweedse en Noorse veiligheidsdiensten hebben gewaarschuwd voor door Iran gestuurde aanslagen op Israëlische en Joodse doelwitten. Teheran rekruteert criminelen die vaak piepjong zijn om gewapende aanvallen te plegen op Israëlische ambassades in Stockholm en Kopenhagen. Zo werden twee tieners van 16 en 19 jaar gearresteerd na schoten op de Israëlische ambassade in Stockholm en twee explosies nabij de Israëlische ambassade in Kopenhagen. Uit onderzoek bleek dat de islamitische staat Iran daarbij betrokken was.
De Zweedse inlichtingendienst heeft Teheran ervan beschuldigd bendeleden te rekruteren om Israëlische doelwitten aan te vallen. De Iraanse ayatollahs spreken openlijk hun steun uit voor wereldwijde aanslagen op Israëlische, Joodse en niet-Joodse doelwitten.
Volgens de Zweedse veiligheidsdienst gebruikt het Iraanse regime criminele netwerken om gewelddadige acties uit te voeren tegen groepen of individuen die Iran als een bedreiging beschouwen. Het gaat dus over critici en politieke dissidenten.
Zijn onze veiligheidsdiensten bezig met dat soort jihadistische terreur door de islamitische staat Iran op Belgisch grondgebied? Had onze veiligheidsdienst daarover ook contact met bijvoorbeeld de Zweedse veiligheidsdienst? Hoe groot is de dreiging in België?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer Van Rooy, regimes zoals Rusland, de zware en georganiseerde misdaad en de Islamitische Republiek Iran gebruiken inderdaad de modus operandi waarbij ze jongeren onder andere via Telegram rekruteren om in Europe specifieke aanvallen of sabotageacties uit te voeren. Dat is ook het geval in Zweden. We hadden daarover contact met de Zweedse diensten en ook de Zweedse minister van Justitie, die ik onlangs zag naar aanleiding van de bijeenkomst van de Justice and Home Affairs Council in Brussel.
De Veiligheid van de Staat heeft kennis van aanvallen tegen of in de nabijheid van Israëlische diplomatieke posten in Kopenhagen en Stockholm in 2024. Er wordt in de pers ook gewag gemaakt van linken met Iran. Onze inlichtingendienst onderschrijft de hypothese dat de modus operandi waarbij transnationale criminele netwerken en jonge individuen zonder banden met Iran worden ingezet, er een is van de Iraanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Iran kan dan ontkennen dat het bij aanvallen zelf betrokken is.
De VSSE volgt die kwestie op de voet, ook wat ons land betreft. Onze veiligheidsdiensten doen wat ze moeten doen, samen met de internationale partners.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de jihadistische intentie van de islamitische staat Iran wordt onderschat. Op ons grondgebied bevinden zich reeds heel wat sympathisanten en pionnen van de jihadistische ayatollahs. Het Iraanse islamitische regime pleegt in het buitenland aanslagen en liquideert dissidenten. Pas nog werd het Nederlandse Kamerlid Ulysse Ellian bedreigd door het Iraanse islamitische regime. Ellian zegt: "Het regime zal je altijd volgen. Ongelovigen worden nooit met rust gelaten. Nooit." Seculiere Iraniërs op ons grondgebied – ik ken er velen – voelen zich alsmaar minder veilig en zijn soms doodsbang. Velen houden zich bewust low profile en censureren zichzelf. Mijnheer de minister, dat betekent dat de overheid faalt. Laten we hopen dat Netanyahu en Trump ervoor zorgen dat het Iraanse volk en de wereld worden bevrijd van de jihadistische ayatollahs.
Het implementatieplan voor het EU-migratiepact en het solidariteitsmechanisme
Het implementatieplan van het Europese asiel- en migratiepact
EU-asiel- en migratiepactimplementatie en solidariteitsmechanisme
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België diende zijn technisch-administratief implementatieplan voor het EU-migratiepact tijdig in (12/12), maar onder politieke en budgettaire voorbehouden vanwege de lopende regeringsvorming, waardoor politieke validatie en openbaarmaking uitblijven tot een nieuwe regering besluit. Het plan bevat concrete operationele details (bv. capaciteit grenscentra, Eurodac-aansluiting) maar geen nieuwe beleidskeuzes, terwijl transparantie beperkt blijft ondanks parlementsvragen – andere landen (bv. Nederland) publiceerden hun plannen wel. Kritiek richt zich op het ontbreken van een "Australisch model" (strengere externalisering) en de afhankelijkheid van lidstaten: zonder hun medewerking (bv. solidariteitsmechanisme) dreigt het pact te falen, hoewel de EU druk kan uitoefenen via verplichtingen en beheer door de Commissie. Parlementariërs eisen inzage maar krijgen enkel de belofte van latere betrokkenheid bij wetgevende omzetting.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ik heb al een aantal keren vragen gesteld over het Europees migratiepact en ik zal vragen blijven stellen. Het is heel erg belangrijk om het migratiebeleid van ons land de komende jaren, en misschien zelfs decennia, vorm te geven. Er staan zeer goede elementen in het migratiepact; ik ben er zelfs voorstander van. Er staan echter ook zaken in die mij de wenkbrauwen doen fronsen en waarvoor ik mijn hart vasthoud.
Het kalf ligt gebonden in de implementatie en uitvoering. Ik zit daar al een tijdje op mijn honger, moet ik eerlijk bekennen. De deadline voor het indienen van het implementatieplan was 12 december. Ik hoor dat België op tijd was, maar dat niet alle landen op tijd waren. De woordvoerder van de Europese Commissie bevestigde dat de implementatieplannen publiek mogen worden gemaakt. Meer zelfs, het voor sommigen gidsland Nederland heeft dat al gedaan. Het Nederlandse implementatieplan is online terug te vinden.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot ons implementatieplan? Mag ik dat inzien en lezen? U zei daarstraks dat u bereid bent transparant te zijn en ik kom dus graag terug op uw belofte om transparant te zijn. Wilt u het implementatieplan openbaar maken? Indien niet, waarom niet? Hoe waarborgt u de nodige transparantie ten aanzien van het Parlement?
Kunt u bevestigen dat het Belgisch implementatieplan op tijd werd ingediend? Kunt u meegeven welke landen niet op tijd waren? Ik hoor dat een aantal landen weigert deel te nemen aan het solidariteitsmechanisme. Hoe gaan wij daarmee om? Kunnen wij lidstaten verplichten om een bijdrage te leveren? Welke mogelijkheden hebben wij om druk uit te oefenen op de landen die niet willen meedoen?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, België heeft zijn implementatieplan inderdaad op de valreep ingediend. Het implementatieplan is een administratief werkdocument dat in kaart brengt wat er in België precies moet gebeuren om het nieuwe pact vanaf juni 2026 te kunnen toepassen. Zoals collega Vandemaele zegt, we zullen in de commissie voor Binnenlandse Zaken dus nog heel wat vragen kunnen stellen over die implementatie.
Het implementatieplan bestaat uit verschillende stappen. Zo zullen onder andere onze diensten zich moeten aansluiten op de nieuwe Eurodacdatabank en moet de capaciteit voor de overdracht van asielzoekers naar andere lidstaten worden verhoogd. De deadline voor de indiening van het plan was 12 december 2024. Via de pers vernamen we echter dat verschillende lidstaten die deadline niet hebben gerespecteerd of gehaald, hoewel lidstaten als Duitsland en Spanje – niet de minste – hadden opgeroepen voor een versnelde uitrol van het pact.
In het verleden heeft onze fractie zich steeds kritisch opgesteld tegenover dat pact, wat u wel weet, mevrouw de staatssecretaris. De paradigmashift naar een Australisch model met een externalisering blijft uit en de basisfilosofie van het pact zit volgens ons verkeerd en zal niet volstaan. Het pact gaat nog altijd uit van open asielgrenzen na illegale binnenkomst in Europa, waardoor het in feite een aantrekkelijke optie blijft voor illegale migranten.
Mevrouw de staatssecretaris, verschillende lidstaten hebben hun plan niet tijdig ingediend. Waarom was het volgens u dan wel nodig om dat in de periode van lopende zaken te doen?
Kunt u het Belgisch implementatieplan toelichten? Welke zijn de belangrijkste uit te voeren ingrepen? Wanneer zal het Belgisch implementatieplan volledig worden uitgevoerd?
Wat is de laatste stand van zaken omtrent de indiening van de implementatieplannen van andere lidstaten? Hoe groot schat u de kans in op een vervroegde uitrol van het Europese migratiepact?
Hoewel wij kritisch staan tegenover het migratieplan, erkennen we wel dat er zeer belangrijke stappen mee gezet worden, die inderdaad zo snel als mogelijk moeten worden uitgevoerd.
Nicole de Moor:
Collega's, ik kan u inderdaad bevestigen dat het Belgisch Nationaal Implementatieplan op 12 december tijdig werd ingediend bij de Europese Commissie. Zoals ik al eerder heb toegelicht, is dat nationaal implementatieplan een administratief document van onze diensten en van andere diensten die daarbij betrokken zijn, dus niet alleen van de migratiediensten. Dat plan beschrijft op een heel technisch- administratief vlak hoe de verschillende overheidsdiensten de nieuwe wetgeving zullen toepassen. Het is dus een technisch plan dat werkprocessen uiteenzet en dat in een latere fase door de politiek verantwoordelijke zal worden aangevuld.
Ons plan is ingediend onder twee heel belangrijke voorwaarden: een politieke disclaimer en een budgettaire disclaimer.
De besprekingen op het politieke en het budgettaire vlak zijn nog volop lopende in ons land. Mijnheer Vandemaele, we zitten inderdaad rond de tafel met collega De Vreese om een regering te vormen en niet met u. Ik begrijp dat u op uw honger blijft zitten en dat het voor u moeilijker is om een zicht te krijgen op de politieke keuzes die in de toekomst zullen worden gemaakt. Die gesprekken zijn volop aan de gang en zijn heel constructief. Zodra er een nieuwe regering is, zult u daarop meer zicht krijgen. Ik kan u in deze commissie nog geen volledig beeld geven.
Waarom vond ik het dan toch belangrijk om dit plan in te dienen? Omdat onze diensten zich zo goed mogelijk moeten kunnen voorbereiden op een correcte uitvoering van dat pact in België. Ik wil ons land zo goed mogelijk voorbereiden en zal binnen mijn bevoegdheden en in lopende zaken alle nodige beslissingen nemen om de migratiediensten te ondersteunen bij hun belangrijke taken. Ook dat maakt immers deel uit van een periode van lopende zaken, mevrouw De Vreese. We mogen geen gat laten vallen en moeten de diensten ondersteunen om de verplichtingen op Europees vlak zo goed mogelijk voor te bereiden.
De nationale plannen van de lidstaten maken deel uit van de diplomatieke correspondentie tussen de lidstaten en de Commissie. Dit is dus in essentie een bilateraal traject, waarbij lidstaten op basis van hun nationale situatie de Commissie inlichten. België heeft heel duidelijk gemaakt dat we geen regering in volheid van bevoegdheid hebben.
Het is niet aan mij om te communiceren over de situatie of de gevolgde tijdslijnen in andere lidstaten. Ik kan u wel zeggen dat ik de voorbije week met heel veel collega's contact heb gehad. Er was vorige week toevallig ook een JBZ-raad op de dag dat wij ons plan hebben ingediend. In het rondetafelgesprek dat we hebben gevoerd over de opvolging van het implementatieplan hebben alle lidstaten bevestigd dat zij volop bezig zijn met die implementatieplannen. De meesten hebben al een plan ingediend en degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeiden dat het een kwestie van dagen of weken was.
Mijnheer Vandemaele, u sprak al over sancties voor landen die niet willen meewerken aan het pact. Ik moet u teleurstellen. Rond de Europese tafel is er veel meer enthousiasme over het pact dan er bij u is.
Nu, wat de openbaarmaking van het finale Belgisch implementatieplan betreft, wanneer er een politiek verantwoordelijke is, en er ook politieke keuzes gemaakt kunnen worden, zal die beslissing aan mijn eventuele opvolger overgelaten worden.
U vraagt ook transparantie, mijnheer Vandemaele. U doet alsof het om een soort geheim plan gaat, maar ik kan u zeggen: er is volledige transparantie. Het Europees Asiel- en Migratiepact is op Europees niveau aangenomen door de medewetgevers. Die plannen zijn volledig toegankelijk. Negen van de tien instrumenten van het pact zijn trouwens verordeningen die geen omzetting in nationale wetgeving vereisen. Er is één richtlijn die België wel moet omzetten. Uiteraard zullen de nationale parlementen daarbij betrokken worden zodra er wetgevende projecten worden ingediend om de implementatie van het pact te faciliteren.
Op de vraag wat er dan allemaal in het plan zit, kan ik antwoorden dat het een heel concreet beeld geeft van onze diensten. Nemen we nu de grensprocedure. Wij hebben in België al een grensprocedure. Wij moeten voorzien in capaciteit aan de grens. Wel, wij hebben in dat plan beschreven wat de huidige capaciteit is in de gesloten centra aan onze grens en hoeveel personen er vastgehouden kunnen worden in het gesloten centrum Caricole. Dat staat allemaal in het plan beschreven. Ook hoeveel mensen daar werken en hoeveel mensen specifiek voor onze grensprocedure werken. Het plan bevat dus heel technische details. Niets nieuws, want alles wat wij moeten doen kunt u lezen op de website van de Europese diensten.
Het pact voorziet voor het eerst in een permanent en verplicht solidariteitsmechanisme, zodat de lidstaten niet alleen staan bij migratiedruk. De lidstaten dragen flexibel bij aan dit mechanisme en kiezen zelf hoe zij solidariteit tonen. De Europese Commissie beheert het systeem en kan dus altijd optreden wanneer de lidstaten hun verplichtingen niet zouden nakomen.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, u zei dat ik alles kan terugvinden en dat er helemaal niets geheim is aan dat plan. Ik stel alleen maar vast dat dit de derde commissievergadering op rij is waarin ik vraag om ons dat plan te bezorgen.
U zegt dat u aan het onderhandelen bent. Dat kan goed zijn, maar wij zijn een volwaardig Parlement, met volheid van bevoegdheden. Dat is iets anders dan de regering waarvan u op dit moment nog deel uitmaakt en dan de regering waaraan u aan het werken bent. De arizonaregering zou er komen voor Kerstmis. Eerst zou zij er zelfs na twee weken zijn en dan tegen Kerstmis. Nu zou het voor na de kerstvakantie zijn. Het kan nog een halfjaar duren vooraleer de arizonaregering er is. Ondertussen moeten wij, parlementariërs, gewoon wachten? Wij moeten dus wachten op een regering die ons een document bezorgt waarin volgens u enkel basiszaken staan. Er staan blijkbaar twee disclaimers in, onder andere dat het politiek niet gevalideerd is. Mevrouw de staatssecretaris, u kunt dat document toch overmaken met diezelfde disclaimers? Als wij weten dat dat document niet politiek gevalideerd is bij gebrek aan een volwaardige regering, dan is dat oké voor ons. U kunt ons er toch niet van weerhouden ons werk te doen?
Ik ben bijzonder teleurgesteld, want u bent bijzonder minachtend naar dit Huis en de parlementsleden. Zo moeilijk is dat nu toch niet? In andere landen plaatst men die documenten gewoon op de website, terwijl u dat liever in de achterkamertjes houdt. Ik kan dus niet anders dan denken dat er iets aan de hand is en mij de vraag stellen waarom u dat niet met de Kamerleden wilt delen. Ik ben bijzonder ontgoocheld in uw ontwijkende antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, we zitten inderdaad rond de tafel en we spreken daar grondig over migratie en dat is ook absoluut nodig. We staan voor grote uitdagingen als we de doorstart nemen, gelet op de grote instroom van asielzoekers in België. Dat migratiepact staat of valt met de implementatie van de andere lidstaten. U zegt ook steeds dat we hebben gedaan wat verwacht werd, maar ik vind het zeer belangrijk dat u hier zegt dat u dat onder twee belangrijke voorwaarden hebt gedaan, namelijk de politieke voorwaarde en de budgettaire voorwaarde. Die maken inderdaad deel uit van de onderhandelingen. Voor mijn partij zijn die zeer belangrijk. We moeten dit absoluut opvolgen aan de Europese tafel. U hebt aangegeven dat daar veel enthousiasme over is en u vertrouwt erop dat de andere lidstaten hun plan binnen nu en enkele weken zullen invoeren. Het is dan ook zeer belangrijk om dit op te volgen. Indien een aantal lidstaten niet meewerkt, dan valt dit migratiepact immers volledig weg.
De zwakke score van de NMBS op reizigerservaring in een Europese studie
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS scoort matig (6,1/10) in een Europese studie, met een slechte reizigerservaring (2,7/10) door gebrek aan wifi, stopcontacten en comfort, terwijl stiptheid en fietsbeleid wel positief scoren. Minister Gilkinet erkent de tekortkomingen maar benadrukt dat de NMBS zich richt op korte trajecten en al verbeteringen doorvoert, zoals betere mobiel dekking (in plaats van wifi) en stopcontacten in nieuwe M7-rijtuigen, met focus op innovatie en frequentie. Cuylaerts vindt de laagste Europese score onaanvaardbaar en dringt aan op snellere modernisering (wifi, comfort) om de trein aantrekkelijker te maken voor pendelaars, studenten en werkende reizigers. De kernkwestie blijft: moet de NMBS meer investeren in reizigerscomfort om het spoorconcurrentiëler te maken?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, een recente studie van Transport & Environment plaatst de NMBS met een score van 6,1 op 10 in de middenmoot van de Europese spoorwegmaatschappijen. Hoewel de betrouwbaarheid en het fietsbeleid positief scoren, eindigt de NMBS met het criterium reizigerservaring op de laatste plaats met 2,7 op 10. Dat is echt wel een slecht resultaat, dat wordt toegeschreven aan het ontbreken van voorzieningen zoals wifi aan boord en comfortabele zitplaatsen met stopcontacten, waardoor de reizigers minder mogelijkheden hebben om tijdens hun reis te werken of te ontspannen.
Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van de studie?
Hoe beoordeelt u de resultaten die de NMBS in de studie behaalt?
Zal de NMBS concrete maatregelen nemen om de reizigerservaring te verbeteren? Indien ja, welke specifieke maatregelen worden overwogen?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Cuylaerts, een studie is een studie. De resultaten van de studie zijn voor rekening van de auteurs en afhankelijk van de keuzes die zij hebben gemaakt. Er zijn positieve en minder positieve resultaten voor de NMBS.
De studie is een indicator. Ze is positief voor een optimist en negatief voor een pessimist. U moet echter weten dat wij een nieuw contract met de NMBS hebben, waarin veel doelstellingen zijn opgenomen. Wij zijn het spoor ook aan het vernieuwen en attractiever aan het maken om elke dag meer reizigers te vervoeren.
Graag geef ik enkele bedenkingen mee. De NMBS staat volgens de studie op de twaalfde plaats van 27 Europese spoorwegoperatoren en toont daarmee haar solide prestatie op verschillende belangrijke domeinen, zoals stiptheid en betrouwbaarheid, de compensatieregeling en het fietsbeleid. Dat is heel belangrijk.
De studie schuift ook een aantal domeinen naar voren die voor verbetering vatbaar zouden zijn, zoals de reizigerservaring, waarop de NMBS minder scoort door het gebrek aan wifi, stopcontacten en catering aan boord.
Het is belangrijk die analyse te plaatsen in de specifieke context van het Belgische net, dat is gericht op korte of relatief korte trajecten en een hoge frequentie. Dat verschilt van de maatschappijen waarmee wordt vergeleken. Die zijn vooral gericht op lange afstanden.
Ik denk niet dat we de NMBS moeten vragen om voor de reizigers in catering te voorzien op een traject van een uur.
Voor het gebruik van wifi heeft de NMBS de keuze gemaakt om het signaal van de smartphone in de trein te verbeteren, een piste die ook door experts wordt ondersteund.
De nieuwe M7-dubbeldekrijtuigen zullen minstens een stopcontact per twee reizigers bevatten, waardoor ook de situatie op dat vlak sterk zal verbeteren. De NMBS toont hiermee aan dat ze blijft inzetten op innovatie en reigerstevredenheid en op de goede weg is.
Dorien Cuylaerts:
ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Een studie is een studie. Dat klopt. Een 6,1 kan men positief of negatief bekijken. Ik was nooit tevreden met een 6 op 10, ook al is dat meer dan de helft. Op een onderdeel krijgen we 2,7 op 10 en staan we onderaan in Europa. Dat lijkt mij toch wel onaanvaardbaar. We zijn 2024. Ik denk dat wifi geen overbodige luxe is. We moeten het altijd beter willen doen. We moeten niet gewoon berusten en tevreden achterover in onze zetel leunen. Onze aller doelstelling is toch om zo veel mogelijk reizigers op de trein te krijgen. Dan moet het comfort en het gebruiksgemak stijgen. Mijnheer de minister, ik roep u daarom op om de trein echt wel aantrekkelijker te maken voor iedereen, de pendelaars, de studenten en de reizigers, die onderweg willen ontspannen of onderweg werken.
De akkoorden en de samenwerking tussen de Europese Unie en Rwanda
De nieuwe steun van de Europese Unie voor de militaire operaties van Rwanda
De Europese samenwerking met Rwanda
De Belgische onthouding over Europese steun voor het leger in Mozambique
Europese samenwerking en militaire steun aan Rwanda en Mozambique
Gesteld door
Les Engagés
Pierre Kompany
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
CD&V
Els Van Hoof
MR
Michel De Maegd
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België uit kritische bezorgdheid over de EU-steun aan Rwanda, ondanks diens betrokkenheid bij het M23-conflict in Oost-Congo en schendingen van internationaal recht. Hoewel de EU Rwanda blijft financieren via de *Europese Vredesfaciliteit* (voor antiterrorisme in Mozambique), onthield België zich als enige lidstaat, eisend bindende voorwaarden: terugtrekking van Rwandese troepen uit Congo en strikte controle op het niet-militaire gebruik van EU-gelden—met dreiging van opschorting bij non-compliance. De MoU over strategische mineralen met Rwanda (om EU-afhankelijkheid te verminderen) wordt door België kritisch gevolgd, met nadruk op traçabiliteit om illegale exploitatie van Congolese grondstoffen te voorkomen, maar concrete garanties ontbreken nog. België benadrukt diplomatieke druk op Rwanda en steun voor regionale vredesprocessen (o.a. Luanda-akkoord), terwijl het bilaterale relaties openhoudt—mits goede trouw van Rwanda. Kernpunt: België kiest voor een genuanceerd standpunt—steun aan antiterrorisme in Mozambique zonder legitimering van Rwandese agressie in Congo—maar blijft geïsoleerd binnen de EU, waar de meerderheid Rwanda’s dubbelrol (vredesactor *en* conflictpartij) tolerant benadert. Critici vragen hardere EU-sancties en een stem *tegen* in plaats van onthouding.
Pierre Kompany:
Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenue. Vous arrivez quand le monde et les observateurs géopolitiques sont inquiets. Et vous avez alors beaucoup de soucis à résoudre. En février dernier, l'Union européenne a conclu un mémorandum d'entente avec le Rwanda concernant les minerais stratégiques. Il a rapidement été contesté, notamment par notre partenaire, la République démocratique du Congo, car il semblait donner un blanc-seing à l'exploitation illégale des ressources minières congolaises par le Rwanda.
Dans sa récente audition devant le Parlement européen, le futur commissaire européen chargé de partenariats internationaux, M. Jozef Sikela, a soutenu cet accord et l'aurait même qualifié d'exemplaire. De même, l'Union européenne vient de renouveler le soutien de la facilité européenne pour la paix, je dis bien pour la paix, de financer les opérations de l'armée rwandaise au Mozambique, alors que cette armée, en soutenant le mouvement M23, participe à l'agression contre la République démocratique du Congo.
Depuis février 2024, la Belgique a-t-elle reçu les assurances que le mémorandum d'entente permettra une traçabilité de tous les minerais ou de leurs produits dérivés en provenance du Rwanda, afin d'éviter l'exploitation illégale des minerais congolais? Dans le cas contraire, pourquoi ne remet-elle pas en cause cet a priori ? De même, pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas bloqué le financement de l'armée rwandaise par la facilité européenne pour la paix, alors qu'elle n'a pas l'assurance que cette armée ne soutient pas et ne soutient plus les forces du M23?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, bienvenue parmi nous. L’Union européenne prévoit de renouveler son soutien à l’armée rwandaise dans le cadre de la Facilité européenne pour la paix. Bien que cet instrument soit destiné à financer des équipements militaires et des opérations logistiques, il est difficile d’ignorer les inquiétudes liées à l’implication continue du Rwanda dans le soutien au groupe rebelle M23, responsable de crimes de guerre dans l’Est de la RDC.
Des rapports de l’ONU et d’organisations de la société civile congolaise sont explicites. Les violences contre les civils s’intensifient, les déplacements de population se multiplient et l’instabilité dans le Nord-Kivu s’aggrave. À ce jour, ce conflit a causé environ 10 millions de morts et plus de 7 millions de déplacés; une tragédie humanitaire qui continue d’évoluer en silence.
Vous le savez bien, il y a un réel risque que les fonds de l’Union européenne soient utilisés pour alimenter le conflit à l’Est de la RDC, même si le Rwanda affirme qu’ils sont uniquement destinés aux opérations au Mozambique. De plus, le sentiment que le Rwanda influe sur les décisions européennes, notamment après la nomination controversée d’un représentant spécial de l’Union européenne pour la région, accentue les doutes de la société civile quant à l’impartialité de l’Union européenne.
Monsieur le ministre, dans ce contexte, voici mes questions. Pourquoi l’Union européenne soutient-elle militairement un pays accusé de violer le droit international humanitaire: le viol comme arme de guerre, des violences contre les populations civiles, et j’en passe? Comment explique-t-elle cette différence entre les théâtres d’opérations militaires au Mozambique et la situation dramatique à l’Est de la RDC? Le Rwanda peut-il être considéré comme un grand acteur de paix dans un pays et comme un acteur de la guerre dans un autre pays?
La Belgique bloquera-t-elle ces fonds tant que le Rwanda n’aura pas prouvé qu’il ne soutient plus le M23, ce dont il existe plusieurs preuves? Dans le cas contraire, quelles garanties obtiendra-t-elle pour que l’argent soit bien utilisé au Mozambique?
Comment l’Union européenne vérifiera-t-elle l’utilisation de ces fonds? Quelles sanctions seront-elles infligées au Rwanda s’il ne respecte pas les garanties demandées?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de vorige vragen. De collega’s hebben al perfect uitgelegd waarom de Europese steun aan Rwandese militairen omstreden is, namelijk de betrokkenheid van Rwanda bij het conflict in Oost-Congo. België onthield zich daarom bij de stemming in de Raad. Dat was een goede houding van België.
In een persbericht dat de FOD Buitenlandse Zaken daarop verspreidde, werd het belang onderstreept van de aanvullende conditionaliteitselementen verbonden aan de Europese steun. Er werd ook gepreciseerd dat de niet-naleving van de mensenrechten of het internationaal recht kan leiden tot opschorting of beëindiging van de steun.
Kunt u het standpunt van België nader toelichten? Hebben andere lidstaten een gelijkaardig standpunt verdedigd?
Waaruit bestaan precies de voorwaarden die aan de bijkomende steun verbonden zijn? Hoe zal de naleving ervan concreet gegarandeerd worden?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, lors du dernier Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne en novembre dernier, la Belgique s'est abstenue sur le renouvellement de l'assistance militaire accordée au RDF rwandais dans le cadre de la lutte contre le terrorisme dans la province de Cabo Delgado, au Mozambique. Cette position est motivée par des inquiétudes sur l'implication des forces rwandaises dans le soutien au mouvement rebelle M23 en République démocratique du Congo et reflète une volonté de garantir que l'aide européenne soit strictement dédiée à la lutte contre le terrorisme au Mozambique.
Monsieur le ministre, pouvez-vous revenir sur cette abstention? D'autres pays ont-ils suivi le même raisonnement que le nôtre? Cette décision reflète-t-elle une divergence plus grande entre la Belgique et ses partenaires européens quant à la manière de gérer les questions de sécurité en Afrique? La Belgique envisage-t-elle de proposer des mécanismes de suivi ou de contrôle pour s'assurer que l'aide européenne au Mozambique ne soit pas utilisée à d'autres fins ou dans d'autres zones d'opération, comme le Nord-Kivu? Cette abstention pourrait-elle affecter les relations bilatérales, déjà fragiles, entre la Belgique et le Rwanda, notamment sur le plan de la coopération diplomatique, économique et/ou sécuritaire? Enfin, pouvez-vous nous dire où en est ce dossier à l'échelle européenne?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui sont de deux ordres.
Concernant la question sur le Memorandum of understanding (MoU), sur les matières premières critiques entre l'Union européenne et le Rwanda, il convient de replacer cela dans un contexte approprié. L'Union européenne a signé des accords de ce genre avec toute une série de pays, y compris avec la République démocratique du Congo. Ce dernier a d'ailleurs été conclu avant celui avec le Rwanda grâce à l'insistance belge. Nous en avons également avec la Zambie, l'Ouganda ou encore le Kazakhstan, l'Argentine et le Chili.
Ces accords illustrent les efforts de l'Union européenne pour diversifier l'approvisionnement en matières premières critiques. C'est un secteur prioritaire pour consolider notre autonomie stratégique, ce qui devient dans le monde d'aujourd'hui toujours plus important
Dans ces MoU, nous nous attaquons aux problèmes d'exploitation et de commerce illégal de ces ressources. L'objectif est également de renforcer la traçabilité des chaînes d'approvisionnement. L'Union européenne condamne régulièrement l'exploitation et le commerce illégal des matières premières dans la région des Grands Lacs.
Le régime européen des sanctions liées à la situation en RDC prévoit d'ailleurs des mesures restrictives ciblant des acteurs, individus, entités ou organisations qui alimentent ou profitent des conflits armés, de l'instabilité ou de l'insécurité dans le pays. Cela inclut les responsables de violences ou ceux impliqués dans l'exploitation et le commerce illicite de ressources naturelles.
Lors de la signature du MoU en question avec le Rwanda, ma prédécesseure a souligné devant ce Parlement que ces accords doivent être utilisés comme des leviers pour améliorer la transparence et la traçabilité du commerce des matières premières, contribuant ainsi à traiter l'une des causes profondes des conflits dans l'Est de la RDC.
Pour mettre en œuvre ces memorandums , l'Union européenne négocie actuellement avec le Rwanda une feuille de route détaillant les actions à entreprendre. La Belgique suivra de près la mise en œuvre de ces actions pour s'assurer qu'elles respectent pleinement les objectifs fixés.
Concernant vos questions sur la mesure d'assistance de la Facilité européenne pour la paix, destinée à appuyer les poursuites du déploiement des Forces rwandaises de défense (RDF) au Cabo Delgado, au Mozambique, je rappelle qu'il s'agit d'une réponse à une demande précise et répétée des autorités mozambiquaines pour faire face à la menace terroriste qui est encore active dans cette partie de leur pays.
Le SPF Affaires étrangères a publié le lundi 18 novembre et ce, directement après la communication de l'Union européenne annonçant l'approbation de cette mesure, un communiqué expliquant la position de la Belgique dans ce dossier, à savoir son abstention. Je reviendrai par la suite sur ce point.
Cette abstention exprime deux choses. Il s'agit tout d'abord de notre soutien à la lutte contre le terrorisme au Cabo Delgado, ainsi que notre approche constructive et solidaire au sein de l'Union européenne. Il est en effet important que celle-ci continue de se positionner comme un partenaire qui réponde aux demandes des pays africains dans le domaine de la sécurité, parce que vous savez aussi bien que moi que l'Union n'est pas le seul acteur sur le terrain. Ensuite, je rappelle l'attachement de la Belgique au respect de la Charte des Nations Unies et aux principes du droit international, en rapport notamment avec la situation dans l'Est de la République démocratique du Congo.
Comme vous le savez, et tel que documenté à de multiples reprises par les Nations Unies, ainsi que vous l'avez souligné, madame la députée, le Rwanda poursuit son appui militaire aux forces du M23 et, par là-même, viole l'intégrité territoriale et la souveraineté de la République démocratique du Congo. La Belgique continue de condamner fermement ce soutien rwandais au M23 et exige le retrait immédiat des RDF de l'Est de la RDC. La Belgique a également été très claire vis-à-vis de la RDC quant à la nécessité d'un arrêt immédiat de la collaboration avec le FDLR et autres groupes armés et à leur neutralisation.
Nous soutenons pleinement les processus de médiation régionaux, au premier chef desquels celui de Luanda. Cette position est, du reste, pleinement partagée par l'Union européenne.
Lorsqu'il s'est agi de discuter d'un nouvel appui au déploiement des RDF au Cabo Delgado, il n'était pas possible, selon nous, de dissocier complètement les situations, étant donné la présence simultanée des militaires rwandais sur les deux théâtres. Les discussions européennes ont montré que cette vision était partagée par plusieurs autres États membres. Cependant, pour le dire clairement, seule la Belgique s'est abstenue.
Door het optreden van België en andere lidstaten werden aanvullende politieke en technische voorwaarden toegevoegd in vergelijking met de oorspronkelijke maatregelen. In de eerste plaats zorgden we ervoor dat de European Peace Facility (EPF) gelinkt werd aan de inspanningen van Rwanda in het kader van het Rwandaproces en dus aan de gevraagde terugtrekking uit Oost-Congo.
En plus, l’appui européen est strictement non létal et consiste en l’acquisition d’équipement personnel non repris dans la liste des équipements militaires de l’Union européenne, ainsi que le financement du transport aérien entre le Rwanda et la province de Cabo Delgado au Mozambique.
Dat weerspiegelt onze doelstelling dat de hulp uitsluitend bestemd moet blijven voor de strijd tegen het terrorisme in Mozambique door de Rwanda Defence Force (RDF), ter ondersteuning van de Mozambikaanse strijdkrachten en ten behoeve van de Mozambikaanse bevolking, en niet voor andere doeleinden of in andere gebieden mag worden gebruikt.
In ons persbericht hebben we het belang benadrukt van een zorgvuldige monitoring van de naleving van de extra voorwaarden die van toepassing zijn op de uitvoering van deze steunmaatregel. Sommige van die voorwaarden zijn juridisch bindend voor Rwanda. De niet-naleving van het internationale recht en het niet respecteren van de mensenrechten zouden bijvoorbeeld kunnen resulteren in de opschorting of stopzetting van de steun.
Enfin, je tiens à souligner que les contacts diplomatiques ne sont pas à l’arrêt, ni avec le Rwanda, ni avec la République démocratique du Congo, et que via ces contacts, nous avons l’occasion d’échanger, mais aussi d’expliquer nos positions en toute transparence.
Concernant nos relations bilatérales avec le Rwanda, nos canaux restent ouverts et nous sommes évidemment prêts à en discuter à tout moment avec les autorités rwandaises, afin d’évaluer leur état et d’envisager leur futur. C’est d’ailleurs le sens du message que nous avons transmis aux autorités rwandaises.
Vous l’aurez compris – et cela vient de moi – nous sommes à disposition, comme nous l’avons toujours été, pour travailler à des relations apaisées, mais cela nécessite, bien entendu, un minimum de bonne foi de part et d’autre. Nous attendons donc maintenant que les Rwandais nous disent, et surtout nous montrent, qu’ils sont eux aussi disposés à poursuivre une telle relation.
Pierre Kompany:
Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse que vous avez donnés. Mais la chose la plus embêtante dans cette histoire, c'est que toute l'Afrique pense qu'on a créé un petit gendarme – même si mes mots sont exagérés – pour la paix en Afrique. Alors que, si on regarde bien la situation dans ce pays, il n'y a que trois tribus. Je l'affirme. Le vivre ensemble n'est pas garanti. Je ne veux pas rentrer dans l'analyse de ce qu'il s'y passe ou non, mais le vivre ensemble n'est pas garanti. Vous ne garantissez pas le vivre ensemble chez vous. Allez-vous le garantir ailleurs? À moins qu'il y ait des intérêts cachés qui ne soient pas nécessairement ceux de notre pays, la Belgique. Cela, tout le monde le sait. La Belgique est peut-être une médiatrice de paix. La Belgique, on l'écoute partout dans le monde, même si on ne tient pas compte de ses conseils.
Je crois que pour cette fois-ci, l'Union européenne, via son commissaire, a dit n'importe quoi. Il est temps de changer de dialogue. Il est temps de changer de façon de parler. L'Afrique, que vous comme moi nous représentons ici – car la plupart d'entre nous connaissent l'Afrique et nous n'avons rien à leur apprendre –, est choquée. Encore heureux que la Belgique se soit abstenue. Mais la réalité est très forte. Merci.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes.
Je suis heureuse que la Belgique se soit abstenue. Comme je l'avais dit à votre prédécesseur, j'aimerais que la Belgique aille plus loin en votant contre et je regrette profondément que l'Union européenne ne prenne pas en compte les nombreuses victimes et les exactions commises par le Rwanda et le M23.
Comme souligné précédemment, nous sommes dans une position contradictoire de l'Union européenne qui considère que le Rwanda est, d'une part, un acteur de paix dans un pays et, d'autre part, ne respecte pas le droit international ni les droits humains. L'Union européenne continue à dialoguer avec un pays qui méprise les droits humains en RDC. J'espère que la Belgique continuera à avoir cette position exemplaire en continuant à vouloir dialoguer avec les deux États.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik zie een goede evolutie in het standpunt van België. We zeggen nu duidelijk waarop het staat: respect voor het Rwandaproces, geen ondersteuning aan de M23 en respect voor de integriteit van Oost-Congo.
Ons standpunt over de steun is ook in goede zin geëvolueerd. Bij de eerste stemming hebben we ons immers onthouden. Vorige keer hebben we het gesteund. Er is dus evolutie in het standpunt.
Het is ook opmerkelijk dat België zich onthouden heeft. Dat geeft immers duidelijk een signaal naar Rwanda. Zo zeggen we immers dat het uitsluitend bestemd is om de jihadisten te bestrijden en ter ondersteuning van de strijdkrachten van Mozambique en dat we geen letale wapens willen. Die monitoring en opvolging zijn ook heel erg belangrijk om dit au sérieux te nemen. Op deze manier maken we duidelijk dat wat er in Oost-Congo gebeurt onaanvaardbaar is. We moeten daaraan paal en perk stellen en duidelijke taal spreken. We hebben dat dus gedaan, waarvoor dank.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour cette réponse très franche. La charte des Nations Unies doit être notre boussole absolue, et la présence du RDF en République démocratique du Congo la viole. Il faut donc être ferme. Nous devons maintenir la pression pour que toute force affiliée, de près ou de loin, au Rwanda se retire de la RDC et pour tendre vers un processus de médiation régionale. Dans le même temps, il est primordial de garantir la sécurité et de soutenir l'aide contre le terrorisme. Je compte donc sur vous pour convaincre vos homologues européens d'aller plus loin dans les garanties concernant cette aide. Celle-ci ne peut bénéficier qu'à la lutte antiterroriste et à la population du Mozambique et ne peut être détournée à d'autres fins. L'Europe doit tout faire pour s'en assurer. Je vous remercie. De voorzitster : Aan de orde is vraag nr. 56000948C, maar de heer Freilich is niet aanwezig.
De plaats van Afrika in de prioriteiten van de nieuwe hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Pierre Kompany drong aan op meer EU-aandacht voor Afrika’s conflicten (Sahel, Soedan, RDC) en kritiseerde de focus op Oekraïne/Midden-Oosten, terwijl minister Quintin bevestigde dat hij bij Kallas pleitte voor een strategische EU-Afrika-agenda, gesteund door een gezamenlijke brief van alle 27 EU-ministers. Kompany benadrukte België’s unieke positie als brug naar Afrika, waar Quintin’s “open strategische autonomie” via Afrika als cruciaal en wisselwerking bevorderend werd onderschreven. De discussie bevestigde Afrika als existentiële prioriteit voor EU-belangen, met concrete stappen richting structurele opname in de EU-agenda.
Pierre Kompany:
Madame la présidente, monsieur le ministre, je tiens d'abord à féliciter Mme la présidente car j'ai entendu mon nom et j'ai entendu que tant Mme la présidente que vous-même, monsieur le ministre, êtes prêts à suivre ce qu'elle a dit: le monument commémoratif. Ce serait formidable que l'on prenne cela à cœur parce que les souffrances humaines, parfois, il n'y a que les êtres humains, comme nous sommes ici, qui peuvent y apporter une solution. Et la solution sera belle.
Monsieur le ministre, le 10 décembre dernier, vous avez rencontré la nouvelle haute représentante de l’Union européenne et vice-présidente de la Commission, Mme Kaja Kallas. Si l’on en croit votre tweet du même jour, vous avez eu un échange constructif. Vous avez préparé le Conseil des Affaires étrangères du 16 décembre 2024 et discuté de l’Ukraine, du Moyen-Orient et de la Syrie.
Ces dossiers revêtent évidemment une grande importance comme le démontrent les questions de mes collègues parlementaires aujourd’hui. Néanmoins, j’aimerais partager mon inquiétude sur la place de l’Afrique dans les priorités politiques de Mme Kallas.
Il est naturel que ses yeux se dirigent d’abord vers le voisinage oriental vu qu’elle a été premier ministre d’Estonie. Comme ancien ambassadeur du Burundi, où – je le dis – vous avez été apprécié, je ne doute pas que vous auriez eu naturellement un tropisme vers l’Afrique des Grands Lacs, si vous aviez été nommé à ce poste.
Mais la politique de l’Union européenne ne doit pas négliger nos voisins du Sud. C’est pourquoi, monsieur le ministre, je me permets de vous poser ces questions. Avez-vous eu l’occasion de souligner l’importance d’avoir une politique active en Afrique lors de votre rencontre avec Mme Kallas? Avez-vous pu aborder les différentes crises et conflits en Afrique, que ce soit le Sahel, le Soudan et l’agression du Rwanda contre la République démocratique du Congo? Le Conseil des Affaires étrangères de l’Union européenne va-t-il rapidement aborder ces sujets qui nous tiennent tous à cœur? Merci pour les réponses que j'attends.
Bernard Quintin:
Monsieur Kompany, vous êtes bien informé, et me suivez sur Twitter, c'est très bien. J'ai rencontré la nouvelle haute représentante et vice-présidente de la Commission européenne le 10 décembre dernier pour une première prise de contact, comme il convient de le faire, surtout que nous avions pris nos fonctions respectives le même jour, à savoir le 1 er décembre 2024. Nous nous sommes évidemment concentrés sur les sujets d'actualité et singulièrement ceux qui étaient à l'ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères qui se tenait six jours plus tard.
Un de mes messages principaux a été de veiller à ce qu'on donne l'importance qu'elles méritent aux relations entre l'Union européenne et le continent africain, et de veiller à ce que ce soit autant que possible mis à l'ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères.
Nous avons d'ailleurs eu, sans entrer dans tous les détails, une séance fermée des ministres des Affaires étrangères avec la haute représentante, en matinée, pour parler des méthodes de travail. Un des éléments qui a été soulevé par de nombreux collègues ministres des Affaires étrangères consistait à demander d'être un peu plus créatif dans l'ordre du jour et, entre autres, dans la manière d'aborder les choses et parfois simplement l'ordre des sujets. Cela permettrait de donner de l'espace à d'autres sujets que les sujets qui – il faut le rappeler – restent d'une importance cruciale pour l'Union européenne. Je ne pense pas que la haute représentante se concentre sur la guerre de la Russie contre l'Ukraine uniquement de par son passé de première ministre estonienne, mais aussi parce que c'est une question tout à fait existentielle pour l'Union européenne.
Notre relation avec le continent africain n'en est pas moins importante, pour ne pas dire existentielle – et c'est un point que j'ai porté avec vigueur –, pour de multiples raisons. Il y a des raisons historiques; mais il y a aussi – mon travail de ministre des Affaires étrangères est de veiller aux intérêts de la Belgique et, partant, de l'Union européenne – l'importance de veiller à l'autonomie stratégique ouverte de l'Union européenne.
Ma conviction profonde, monsieur le député – je ne suis pas encore parvenu à fatiguer mes collaborateurs mais ça viendra –, est que cette open strategic autonomy ne fonctionnera que si nous la basons en bonne partie sur le continent africain.
Si je précise "en bonne partie" c'est que cela n'aurait pas de sens de parler d'une autonomie stratégique en la fixant sur un seul continent. L'objectif est d'ouvrir le jeu. Je suis assez rassuré (et je voulais partager cela avec vous aussi) de l'écho très positif de très nombreux collègues par rapport à cet intérêt à diversifier nos partenariats et à les approfondir aussi dans cette optique de nos propres intérêts. Je les entends comme un développement des intérêts mutuellement bénéfiques pour nos deux continents.
C'est à tel point positif que j'ai pris l'initiative d'écrire une lettre à la haute représentante pour indiquer qu'il serait important que ces points africains ne soient pas oubliés. Elle a été cosignée par mes 26 collègues – une forme de EU 27 , les 27 ministres des Affaires étrangères, en ce compris le ministre des Affaires étrangères estonien, ont signé cette lettre à l'attention de la haute représentante. Un premier pas important a donc été fait pour développer une approche cohérente et stratégique.
Comme je le disais, ce n'est pas par romantisme mais bien par conviction. C'est dans l'intérêt de notre continent de travailler plus étroitement et de prendre à bras-le-corps – pour autant que ce soit possible – les nombreux conflits et points de tension qu'il y a sur le continent africain.
J'ai eu l'occasion aussi d'indiquer au cours de mes différents contacts avec la presse belge et internationale que s'il y a la situation en Ukraine, situation existentielle pour nous, s'il y a les conflits au Moyen-Orient avec la situation de la Syrie, il y a de nombreux conflits sur le continent africain pour lesquels l'UE doit aussi s'engager comme elle le fait déjà, mais peut-être plus encore!
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, j'ai bien entendu votre réponse, qui contient de la sagesse, en ce sens que l'Europe ne peut pas vivre sans l'Afrique et que nous avons des liens qui datent, quoi que nous ayons pu nous faire et que nous nous ferons probablement encore. Je crois que, quand vous établissez une échelle des valeurs et que vous citez l'Afrique, cela fait plaisir. Non pas à Pierre Kompany, personnellement, mais je crois que l'Afrique partage cette vision avec vous. Je pense que la Belgique est mieux placée que beaucoup de pays en Afrique pour ne pas sombrer si les géants se mangent entre eux. À cet égard, l'Union européenne ferait mieux d'écouter un peu plus la Belgique, qui a un pied mieux placé en Afrique que la plupart des pays européens, qui tanguent tout le temps, qui ont des problèmes, des soucis. La Belgique devrait peut-être leur donner de temps en temps des conseils. Telle est la vision de quelqu'un qui vient de l'africanisme. L'africanisme, nous le partageons avec vous, avec tous ceux qui connaissent l'Afrique et sentent ce qui s'y passe. Je crois que nous avons un bon représentant à l'Union européenne. Tenez bon! Merci. De voorzitster : Ik meen dat de aanwezige volksvertegenwoordigers uw beleid en uw sterke interventie ter zake zeker ondersteunen, mijnheer de minister. Dank daarvoor, alsook voor uw eerste sessie en uw goed getimede antwoorden. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.09 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 09.
Het onderhoud met Teresa Ribera, uitvoerend vicevoorzitster van de Europese Commissie
De ontmoeting van de minister met de nieuwe Eurocommissaris voor Transitie
Duurzame Europese energie- en klimaatbeleid
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van der Straeten besprak met EU-commissaris Ribera vooral het ENGIE-staatssteundossier (kernenergie, CFD, afvalregeling), dat in de finale fase zit en eind 2024/begin 2025 afgerond moet worden, mits verduidelijking van risico’s voor ENGIE. Kort werd ook de Clean Industrial Deal (transitie + mededinging) aangestipt, met focus op koopkracht en bedrijfsconcurrentie. Het CRM-dossier en Noordzeewindmolens bleven onbesproken, maar zijn eveneens prioriteit. Ravyts bevestigde dat de ENGIE-deal centraal stond en spoedig kan landen.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, ik kan het kort houden. U hebt een gesprek gehad met de uitvoerend vicevoorzitster van de Europese Commissie, die ook bevoegd is voor Schone, Rechtvaardige en Concurrentiële Transitie.
U hebt het wellicht onder meer gehad over de Clean Industrial Deal. Die houdt uiteraard verband met het dossier-ArcelorMittal. Daarover hebt u ongetwijfeld ook gesproken met mevrouw Ribera. In uw communicatie had u het over dossiers die cruciaal zijn voor de energiebevoorrading van ons land. Kunt u ons vertellen welke dossiers besproken werden? Wat was telkens de uitkomst van het onderhoud?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer Ravyts, dank u wel voor uw vraag.
De aanleiding voor het aanvragen van een meeting met de vicevoorzitster van de Europese Commissie, mevrouw Teresa Ribera, was uiteraard de ENGIE-deal. We hebben er heel erg op aangedrongen om, zodra de Commissie volledig was aangesteld – wat het geval was op 1 december, meen ik – zo snel mogelijk een meeting te hebben met de commissaris.
Waarom? We zitten met dit staatssteundossier werkelijk in de laatste rechte lijn. U weet dat we al verschillende staatssteundossiers besproken hebben. Er waren er eigenlijk drie die er met kop en schouders bovenuit staken: het CRM, de windmolens op de Noordzee en het dossier-ENGIE. Die drie Belgische dossiers kunnen niet gewoon door de mazen van het net glippen. Zij zijn bijzonder.
Het CRM-dossier was bijzonder omdat dat het eerste dossier was waar de verordeningen inzake ACER (Agentschap voor de samenwerking tussen Energieregulators) speelden. Het dossier van de windmolens op de Noordzee was bijzonder omdat dat het eerste dossier was dat vertrok van wat er in het EMD (Electricity Market Design) besloten was. Dit dossier is ook bijzonder, omdat het voortgaat op het EMD, namelijk op het aspect PPA (Power Purchase Agreement). Het is echter ook bijzonder omdat dit het eerste dossier zal zijn waarover de nieuwe Commissie zal beraadslagen. Bovendien is het een kernenergiedossier.
We hadden met mevrouw Margrethe Vestager, de voorganger van mevrouw Teresa Ribera, een heel strikte timing afgesproken. U weet dat er in-depth investigation gebeurd is, in samenspraak met de Commissie, om zo snel mogelijk te kunnen gaan. Er is ook zeer veel en zeer intensief overleg met de technische mensen, zowel van mijn diensten als van de diensten van de Commissie.
Op het einde van zo'n dossier blijven er natuurlijk een aantal open punten, die dan rechtstreeks met de commissaris moeten worden besproken. Daarom hebben we die meeting aangevraagd zodra de Commissie was geïnstalleerd. De vergadering duurde een uur en we hebben drie kwartier gepraat over de ENGIE-deal. Dat is eigenlijk logisch, omdat het een nucleair dossier betreft, waarbij veel aspecten komen kijken. Er is de cap met betrekking tot afval, maar ook het CFD (contract for difference) zit erin. De Commissie bekijkt het echt langs alle kanten om tot een goede en robuuste beslissing te komen.
Uit die meeting bleek dat er veel appreciatie is voor het werk dat technisch gedaan was door de verschillende teams. Tevens bleek dat er absoluut mogelijkheden zijn om het dossier effectief afgerond te krijgen binnen de timeline die iedereen hier voor ogen heeft, dus eind dit jaar, begin volgend jaar. Ik verwacht dat we de komende weken finaal zullen landen en dat we effectief op een zucht staan van een akkoord. Er wordt vooral nog gekeken naar een aantal elementen in het kader van het CFD.
Aan onze kant, dus de Belgische Staat en ENGIE, wordt er nog gewerkt aan een aantal verduidelijkingen om de Commissie aan te tonen dat er nog voldoende risico blijft bij ENGIE en dat het niet een volledige de-risking is die op tafel ligt. Zoals altijd in dit domein, wil dat zeggen dat onze mensen tot de laatste dag voor de kerstvakantie hieraan zullen voortwerken. Het is wel de bedoeling – en dat is dan het positieve – dat ze dan met een goed gevoel de kerstvakantie kunnen ingaan.
In het overige kwartier hebben we gesproken over de brief die we gestuurd hebben, de clean industrial en de elementen die voor de nieuwe Commissie op tafel liggen. Teresa Ribera zei dat het de bedoeling is om de twee elementen in haar portefeuille, mededingen en transitie, samen te brengen voor de koopkracht van onze gezinnen, maar ook voor de concurrentiekracht van onze bedrijven.
Kurt Ravyts:
Ik was de voorbije dagen een beetje in de war door de titel van de bevoegdheden van mevrouw Ribera. Ik had niet door dat ze de opvolgster was van mevrouw Vestager voor mededingen. Bijgevolg had ik niet door dat het vooral ging over de zeer belangrijke ENGIE-deal en het staatssteundossier, dat dus blijkbaar elke dag kan landen, en in mindere mate over de brief rond Assouar Wittelmar. Ik ga ervan uit dat de ENGIE-deal in de volgende vragensessie weer aan bod zal komen.
De 400 miljard euro EU-investeringen in een Europese defensie
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de herbestemming van EU-cohesiefondsen (392 miljard euro) voor defensie en veiligheid na de opkomst van Trump en de Russische dreiging, waarbij België’s aandeel en besteding onduidelijk blijven. Minister Dedonder benadrukt dat concrete toewijzing en verdeling nog moeten worden onderhandeld op EU-niveau, met regionale afstemming in België, waar fondsen traditioneel naar economische en sociale projecten gingen. Ponthier pleit voor snelle officiële toekenning en integratie in het defensiebudget, mogelijk om de NAVO 2%-norm te halen, met focus op militaire infrastructuur en mobiliteit. De kwestie blijft open, afhankelijk van toekomstige EU-beslissingen en Belgische coördinatie.
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, de overdonderende overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten betekende een tweede wake-upcall voor de Europese beleidsmakers. Een eerste kregen we al bij de inval van Rusland in Oekraïne. Het signaal is duidelijk: onze Europese veiligheid heeft sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo onder druk gestaan. We kunnen ons niet blijven nestelen onder de Amerikaanse paraplu, maar zullen onze eigen boontjes moeten doppen, zeker op het vlak van veiligheid en defensie.
De Europese Unie heeft dat signaal gekregen en we moeten bekijken hoe dat zal worden beantwoord. De EU heeft gezegd sneller werk te willen maken van nieuwe investeringen. Zo zal men 392 miljard euro uit de Europese cohesiefondsen omleiden voor de financiering van dual-use goederen. Men denkt daarbij aan infrastructuur voor militaire mobiliteit, maar ook aan financiering van drones en munitie- en wapenproductie. Het geld uit die fondsen is normaal bedoeld voor investeringen in achtergestelde regio's, maar kan nu flexibeler worden aangewend.
Duitsland maakt aanspraak op 39 miljard van die cohesiefondsen, tot en met 2027. Wat betekent dat voor België? Hoeveel geld uit die cohesiefondsen zal België eventueel ontvangen? Zal België dat ook daadwerkelijk investeren in defensie en veiligheid? Hebt u plannen om daarmee concrete projecten te ondersteunen? Kunt u dat toelichten? Waren er al plannen om dat geld anders in te zetten in België? Zo ja, welke?
Ludivine Dedonder:
Mevrouw Ponthier, er is momenteel geen officiële mededeling van de Europese Commissie over de herverdeling van de Europese structuurfondsen, waaronder het cohesiefonds, en de mogelijke verdeling ervan tussen de lidstaten. Dit hangt af van verdere onderhandelingen op Europees niveau en de concrete modaliteiten die de Europese Commissie zal vastleggen. België is evenwel betrokken bij deze besprekingen en volgt ze van nabij op.
De verdeling van de Europese structuurfondsen is in België een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het federale en regionale niveau. Voorheen waren de Belgische cohesiefondsen voornamelijk bestemd voor regionale ontwikkeling, met de focus op economische groei, werkgelegenheid en sociale cohesie in achtergestelde gebieden. De precieze plannen verschillen per regio. Investeringen in openbaar vervoer, stadsvernieuwing en opleidingstrajecten zijn enkele voorbeelden. Als de heroriëntering van die fondsen naar defensieprojecten wordt doorgevoerd, zal dat steeds in overleg moeten gebeuren met de regionale overheden, om een evenwicht te behouden tussen de verschillende doelstellingen van de cohesiefondsen.
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, op dit moment is er dus nog geen officieel bericht namens de EU om wat dan ook toe te kennen aan België. Mochten ze dat wel overwegen – en we zullen dat net als u, zolang u nog minister bent, verder opvolgen – is het heel belangrijk dat er een officiële toekenning komt en dat er ook concrete modaliteiten worden vastgelegd. In mijn vraag had ik het over infrastructuur voor militaire mobiliteit. In het kader van het enablement naar andere NAVO-partners toe, kunnen we die middelen misschien wel integreren in het algemene defensiebudget. Er zijn stemmen die in de richting gaan van een integratie in de toenaderingspoging om binnen enkele jaren toch tot de 2 %-norm te komen. Ik geef het maar mee, maar u hebt er ongetwijfeld al voor mij aan gedacht om dat op die manier te implementeren. Dit wordt dus vervolgd.
Het stijgende aantal asielaanvragen
De Europese abnormaliteit van de sterke asielinstroom in België
België en Europa: asielinstroom en -aanvragen
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kent een unieke stijging van asielaanvragen (+11%) in 2023, terwijl buurlanden en de EU gemiddeld dalen, door aantrekkingsfactoren zoals bestaande Palestijnse/Afghaanse netwerken, soepeler beleid (bv. herhaalde aanvragen van al erkende vluchtelingen) en sociaal voorzieningenstelsel. Staatssecretaris De Moor benadrukt genomen maatregelen (versnelde procedures voor kansloze aanvragen, ontradingscampagnes, voorbereiding EU-migratiepact) maar wijst op structurele uitdagingen (internationale conflicten, complexe EU-samenwerking). Oppositie (Van Belleghem, Safai) kaart gebrek aan strenge beleidsaanpassingen aan (vb. Zweden daalde door strengere regels) en eist snellere, drakere herzieningen (asielbeleid voor Syriërs/Palestijnen, leefloon, Dublin-afspraken). Kernpunt: België mist effectief afschrikbeleid waar buurlanden wel in slagen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, in de EU zijn er maar vier landen waar het aantal asielaanvragen significant stijgt. Een van die vier landen is België. Het aantal asielaanvragen ligt in ons land maar liefst 11 % hoger dan vorig jaar. Nochtans is het aantal asielaanvragen in de EU op dit moment met 12 % gedaald in vergelijking met vorig jaar. Ook bij onze buurlanden zien we die trend. Frankrijk telt 8 % minder asielaanvragen en Nederland 13 %. Luxemburg en Duitsland hebben zelfs 28 % minder asielaanvragen.
Hoe verklaart u dat het aantal asielaanvragen in België blijft stijgen terwijl er in de EU minder asielaanvragen zijn? Wat zijn volgens u de pullfactoren, waardoor asielzoekers duidelijk België kiezen als bestemmingsland en niet onze buurlanden?
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, in oktober 2023 kende Duitsland een enorm hoog aantal asielaanvragen: 37.140. Daarop nam de Duitse bondsregering een pakket aan strenge maatregelen. Dat werd via ontradingscampagnes ook aan de betreffende doelgroepen gecommuniceerd, met succes. Vandaag ligt het maandelijkse aantal asielaanvragen er maar liefst 42 % lager. Ook in Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Zweden en Oostenrijk is er een significante daling van de asielinstroom ten opzichte van vorig jaar waarneembaar. De hele Europese Unie plukt dus de vruchten van het succesvolle beleid van de rechtse regeringen in lidstaten aan de buitenste Schengengrens.
Slechts één eindbestemming voor asielzoekers in Europa vormt een notoire uitzondering op deze regel: België. Hier stijgen de asielaanvragen sterk. U wijt dit vanmorgen in de pers aan misbruik van onze asielprocedures door mensen die hier asiel aanvragen terwijl ze al een vluchtelingenstatus verkregen in een ander Europees land. U vermeldt ook het cijfer van 4.400 asielaanvragen. Maar ook zonder die groep steeg het aantal asielaanvragen in België ten opzichte van vorig jaar, terwijl de instroom in al onze buurlanden daalt. Het probleem gaat dus dieper dan dat.
Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag voor u. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen en België niet?
Nicole de Moor:
De cijfers zijn inderdaad hoog. In oktober vroegen 4.300 personen asiel aan. Dat is een zeer hoog, te hoog aantal. Het aantal asielaanvragen voor november zal, zoals het er voorlopig naar uitziet, lager liggen. Oktober is traditioneel de maand met de hoogste cijfers van het jaar, maar dit jaar lagen de cijfers uitzonderlijk hoog. In november zal het aantal wellicht een duizendtal personen minder bedragen. We moeten het einde van de maand afwachten, maar er is alvast een sterke daling zichtbaar.
U maakt een vergelijking met andere Europese landen, maar die moet ik toch wat nuanceren. De Europese asielcijfers fluctueren immers voortdurend. In de Europese Unie was er in 2023 bijvoorbeeld een stijging met 20 % van het aantal asielaanvragen in vergelijking met 2022. In Frankrijk was er een stijging met 5,5 %, in Nederland met 7,6 %, in Duitsland zelfs met 51,1 %, terwijl we in België een daling met 8,8 % hadden.
Het is moeilijk vast te stellen wat de beweegredenen van individuen zijn om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Voor België kan het zeker meespelen dat er al een aanzienlijke Palestijnse en Afghaanse gemeenschap is in België, terwijl net bij die nationaliteiten in Europa de asielaanvragen stijgen. Als mensen al kunnen bogen op een aanwezig netwerk van vrienden of familie, merken we dat ze vaker kiezen voor een land waar dat netwerk al aanwezig is.
Mevrouw Safai en mevrouw Van Belleghem, het is pertinent onwaar dat ik geen maatregelen neem om de instroom naar omlaag te krijgen. Alleen wilt u blijkbaar allebei de illusie wekken dat de instroom gemakkelijk onder controle te brengen is, dat ik maar aan een paar knoppen heb te draaien. Sorry, zo werkt het niet.
Om de asieldruk op ons land te verminderen heb ik wel degelijk al een aantal initiatieven genomen. Te veel mensen die in de asielprocedure zitten, horen daar niet in thuis. Uiteraard helpt de woelige internationale context met veel conflicten niet om de hoge instroom te verminderen.
Sinds februari is als een van de maatregelen al een fast-trackprocedure ingesteld voor nationaliteiten die nauwelijks kans maken op asiel, zoals Georgiërs en Congolezen, twee nationaliteiten in de top 10 van de aanvragen, en Moldaviërs. Die aanvragen worden zo snel mogelijk binnen de 40 werkdagen behandeld om ervoor te zorgen dat mensen zo snel mogelijk de opvang verlaten en kunnen terugkeren en dat ze zo snel mogelijk een signaal krijgen dat asiel niet voor hen is bedoeld.
Intussen zijn reeds de aanvragen van 850 mensen via die procedure behandeld. We merken dat ze in 96 % van de gevallen een negatieve beslissing krijgen. Sinds kort wordt er dan ook voor die doelgroep van mensen sterker ingezet op ontrading om te vermijden dat ze ü berhaupt asiel aanvragen.
Heel wat Palestijnen zijn vandaag op de vlucht voor een gruwelijke oorlog. Ons land toont zich solidair, maar het is wel heel problematisch dat er vandaag vele Palestijnen asiel aanvragen in ons land hoewel ze al erkend zijn als vluchteling in Griekenland. Daarover hebben we het daarnet al gehad. Ook wat dat betreft worden er dus maatregelen genomen.
Daarnaast is de implementatie van het migratiepact in volle voorbereiding, ook in ons land. Dat pact is een fundamentele wijziging van het interne Europese asielbeleid, met een betere controle van de Europese buitengrenzen, korte procedures aan de grenzen en een spreiding van solidariteit. Hoe graag we dat ook morgen in werking zouden zien, de uitwerking van zoiets omvangrijks kost nu eenmaal tijd. Uiteraard moet dat goed worden geïmplementeerd door alle Europese landen, niet alleen door ons, maar ook door de landen aan de buitengrenzen, die heel wat bijkomende taken krijgen om de buitengrenzen beter te controleren. Dat is iets waaronder ik ook in lopende zaken mijn schouders blijf zetten.
Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie ons nu groen licht gegeven om bepaalde delen van dat pact vervroegd te kunnen uitwerken. Daardoor zouden we bijvoorbeeld op het vlak van opvang van personen die onder Dublin vallen of voor M-statussen al maatregelen kunnen nemen. Deze maatregelen kunnen dan ook op kortere termijn al hun vruchten afwerpen. We nemen dus wel degelijk maatregelen.
Uiteraard is er nog meer nodig. We onderhandelen vandaag een regeerakkoord met opnieuw maatregelen om meer controle te krijgen op migratie. We zullen nog veel meer dan vandaag moeten samenwerken met landen van herkomst en transitlanden om de migratiedruk op Europa naar beneden te krijgen. Beweren dat men de instroom naar beneden kan krijgen door gewoon wat te draaien aan de knoppen, is echter de mensen iets wijsmaken en daaraan doe ik niet mee.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, de asielcijfers in de EU fluctueren inderdaad. Waar maatregelen genomen of zelfs nog maar aangekondigd worden, daalt de asielinstroom. Bij ons gaan de asielcijfers maar één richting uit, namelijk omhoog. Sinds 2019, maar vooral sinds 2021, stijgt het aantal asielaanvragen systematisch.
Zweden heeft in 2022 aangekondigd de asielinstroom te willen beperken en heeft daartoe ook maatregelen genomen. Sinds 2022 evolueren de asielaanvragen in Zweden ook maar in één richting, namelijk naar beneden.
U kunt dus wel degelijk aan meer knoppen draaien dan u denkt. U kunt wel degelijk maatregelen nemen. Het gaat niet om onbestaande tovermaatregelen. Zweden doet het, dus wij kunnen het ook, mevrouw de staatssecretaris. Het vergt alleen een portie lef.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, belangrijk om te weten is wel dat de enige reden waarom wij meer Palestijnen, Syriërs en Afghanen hebben, ons eigen beleid is. Het beleid is nog niet aangepast. Veronderstel dat Nederland zegt dat het de asielaanvragen van mensen van Syrische afkomst vanaf nu strenger zal beoordelen, terwijl wij nog altijd hetzelfde beleid aanhouden, dan is het resultaat dat veel Syriërs naar ons komen. Dat geldt evenzeer voor inwoners van Palestina. We weten dat Gaza gewoonweg afgesloten is, dus dat geen enkele vluchteling rechtstreeks uit Gaza komt, maar toch blijven we mensen van Palestijnse oorsprong die veilig in een ander land leven, hier aanvaarden. Dat beleid moet natuurlijk veranderd worden. Het CGVS moet dat aanpakken. Ons land is daarnaast ook interessant gelet op het leefloonsysteem. Ook daarin dringen drastische veranderingen zich op. Er moet zo snel mogelijk een regeerakkoord komen. Daarvan zullen we werk moeten maken. Hopelijk kunnen we het zo snel mogelijk oplossen.
De deloyale en onwettige Spaanse migratiepolitiek en de nood aan Europese actie daartegen
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kritiseert Spanjes plan om 300.000 illegale migranten per jaar (2025-2027) te regulariseren, omdat dit illegale migratie beloont, Schengenregels schendt en doorstroom naar andere EU-landen (zoals België) stimuleert. Staatssecretaris De Moor stelt dat Spanje binnen zijn bevoegdheid handelt en wijst formele kritiek af, maar belooft het informeel aan te kaarten in de JBZ-Raad (12 december), benadrukkend dat Spaanse vergunningen geen rechten in België geven. De Vreese blijft bezorgd over doorstroom en eist nadrukkelijke EU-actie, met een vervolgvraag over de Spaanse reactie na het overleg.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de staatssecretaris, de socialistische regering van eerste minister Sanchez in Spanje kondigde aan per jaar zowat 300.000 mensen in illegaal verblijf te regulariseren in 2025, 2026 en 2027. In de praktijk gaat het om asielzoekers die op illegale wijze de Schengenzone binnendrongen via mensensmokkel, dan wel langer in de Schengenzone bleven dan hun visum of visumvrijgesteld paspoort toeliet. Daarmee geeft de Spaanse regering een totaal verkeerd signaal. Illegale binnenkomst via mensensmokkel noch het negeren van de vervaldatum van een visum mag worden beloond met een legaal verblijf. Dergelijke maatregel is behalve deloyaal ook onwettig voor een lid van de Schengenzone. Het lidmaatschap daarvan veronderstelt immers het bestrijden van illegale migratie en niet het aanvaarden en faciliteren ervan.
Daarenboven zullen de verblijfsvergunningen die Spanje in dat verband zal uitreiken,ook een negatief effect hebben op de Schengenzone als geheel. Nog meer mensen zullen proberen met mensensmokkel via Spanje Europa te bereiken.
De verblijfsvergunningen die Spanje uitreikt, geven ook recht op vrije circulatie in de Schengenzone, met bijkomende asielaanvragen of andere aanvragen in lidstaten als Frankrijk en België tot gevolg, zoals we in 2009 al hebben gezien.
Tijdens de commissievergadering van 6 november 2024 stelde ik u over de materie reeds een vraag. Toen gaf u aan dat u daarover uiteraard in contact zou treden met uw Spaanse ambtgenoot. Er is volgens ons echter nog veel meer nodig dan louter bilateraal overleg. U dient de kwestie ook aan te kaarten op Europees niveau, opdat de Europese Raad en de Europese Commissie de Spaanse regering herinneren aan haar verplichtingen als lid van de Schengenzone.
Hebt u ondertussen reeds contact opgenomen met uw Spaanse ambtgenoot? Wat was het concrete resultaat daarvan? Indien niet, wanneer plant u dat te doen?
Zult u de onwettige en deloyale houding van Spanje in de Europese Raad aankaarten?
Nicole de Moor:
Zoals ik tijdens de vorige commissievergadering al heb aangegeven, beschikken Europese lidstaten inderdaad over beleidsruimte met betrekking tot verblijf op hun grondgebied. Het is dan ook niet aan mij om formeel kritiek te uiten op een binnenlandse beslissing die volledig binnen die wettelijke en politieke beleidsruimte valt. België zou evenmin een Europese inmenging in zijn regularisatiebeleid waarderen.
Laat dat ook duidelijk zijn: het Belgische regularisatiebeleid staat zeer ver af van het Spaanse voorbeeld. Mijn Spaanse collega moet mij daarover ook niet formeel aanspreken of berispen. Op een informele manier zal ik het punt uiteraard wel bij een volgende gelegenheid, de JBZ-Raad van 12 december, onder de aandacht brengen bij mijn collega's en dus ook bij mijn Spaanse collega.
Ik wil u er ook aan herinneren dat een verblijf dat door Spanje wordt toegekend, geen recht geeft op verblijf in België. Voor die personen geldt evenmin een recht op werk, sociale rechten of bijstand in ons land.
Maaike De Vreese:
De maatregel opent hier inderdaad geen rechten, maar de betrokkenen zullen wel naar hier doorstromen. Ik wou natuurlijk liever dat het niet zo was, maar het verleden heeft al aangetoond dat een dergelijke maatregel ook een impact bij ons heeft. Daarom is het zeer belangrijk dat u de kwestie op het overleg met uw Spaanse collega op 12 december zeker en vast aankaart. Ik zal u nadien ondervragen over zijn reactie. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 16.
De 'financiële greep' van de Verenigde Staten op Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s financiële afhankelijkheid van de VS, met name door de dominantie van Amerikaanse betaalplatforms (Visa/Mastercard) en datacontrole. Van Peteghem bevestigt EU-brede gesprekken (o.a. Eurogroep), wijst op het EPI-project (16 Europese banken voor een alternatief betaalsysteem) en de plannen voor een digitale euro (BCE) als tegenwicht, plus België’s unieke positie met Bancontact. Bayet juicht deze stappen toe als middel om Europese autonomie te herwinnen. Kernpunt: Europa zoekt naar eigen oplossingen, maar de VS-dominantie blijft (voorlopig) structuurversterkend.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, selon l'ancien Premier ministre italien Enrico Letta, la mainmise des États-Unis sur les données bancaires des citoyens européens et sa domination des systèmes de paiement mondiaux sont les signes que l'Union européenne (UE) devient progressivement une "colonie financière" des États-Unis. Il a également averti que le refus des États membres d'abandonner le contrôle de leur secteur bancaire national pour favoriser un marché européen transfrontalier risquait d'exacerber la soumission financière de l'Europe vis-à-vis des États-Unis.
Dans les faits, on ne peut pas lui donner puisque les plateformes permettant les payements digitaux sont presque exclusivement américaines.
Y-a-t-il déjà eu des discussions à ce sujet au sein de l'EcoFin? La Belgique ne devrait-elle pas être force de proposition en la matière?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Bayet, au niveau européen, des discussions ont lieu à l'Eurogroupe en formule élargie, c'est-à-dire avec les 27 États membres de l'Union européenne. Il est vrai que les solutions de paiement disponibles en Europe sont offertes par Visa et Mastercard. Naturellement, ces entreprises doivent respecter le cadre juridique applicable aux utilisateurs européens, entre autres le règlement général sur la protection des données (RGPD). Ce règlement stipule que le client reste propriétaire de ses données mais peut autoriser leur utilisation.
Le secteur des paiements est un secteur hautement compétitif, principalement caractérisé par les économies d'échelle générées par de gros volumes. Il en résulte une barrière qui rend l'accès difficile aux nouveaux acteurs. Toutefois, des évolutions encourageantes sont apparues récemment. Un groupe de 16 banques et prestataires de services financiers européens a lancé le projet "Initiative européenne de paiement" (EPI), en vue de proposer à terme une solution de paiement mobile paneuropéenne.
En outre, la possibilité de créer un euro numérique offrant une alternative au système de paiement par carte américain est à l'étude au niveau de la Banque centrale européenne (BCE) et des banques centrales de la zone euro. Il s'agirait d'une monnaie numérique émise par celle-ci, qui serait l'équivalent des espèces mais sous forme électronique. L'euro numérique viendrait en complément des comptes bancaires commerciaux et des espèces et constituerait une solution de paiement paneuropéen supplémentaire.
Il faut noter que la Belgique fait actuellement figure d'exception au sein de l'Union européenne dans la mesure où une très large majorité des paiements sont faits par carte dans les points de vente et où nous avons un volume substantiel en e-commerce, qui est réalisé à l'aide d'un schème domestique, Bancontact.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces informations. Je me réjouis d'entendre que vous travaillez sur un euro numérique et des cartes européennes; je pense que cela rassurera bon nombre de nos concitoyens.
De transferregels in het Europese voetbal ingevolge het arrest-Diarra van het HvJ-EU
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 20 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De CJUE-uitspraak oordeelt dat FIFA’s artikel 17 (over transfervergoedingen bij eenzijdige contractbreuk) in strijd is met EU-mededingingsrecht en vrije arbeidsmobiliteit, maar erkent wel FIFA’s doel om clubstabiliteit te waarborgen. België wacht op het arrest van het hof van beroep in Bergen en FIFA’s herziene regels voordat nationale aanpassingen worden overwogen, met skepsis over FIFA’s bereidheid tot echte verandering. Crucke benadrukt dat contractbreuk *met geldige reden* een basisrecht is en hoopt op een Belgisch precedent, terwijl hij FIFA’s traagheid kritiseert. De finale beslissing ligt bij de rechter, niet bij wetgevers of FIFA.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le vice-premier ministre, en votre qualité de vice-premier, mais aussi comme fin juriste, vous n'aurez pas manqué de lire cet arrêt de la Cour de justice de l’Union européenne (CJUE) qui concerne le joueur Lassana Diarra et vise l'article 17 du règlement du statut et du transfert des joueurs de football sur le plan international.
Je voudrais tout d'abord connaître la lecture que vous faites de cet arrêt sur le plan économique. Pensez-vous qu'il va entraîner des modifications de la législation en Belgique? Si oui, pensez-vous pouvoir prendre des initiatives à ce sujet?
Quelles sont les difficultés que vous imaginez à la lecture de cet arrêt, tant du côté du droit des joueurs que de l'intégrité des compétitions sportives? Quand des règles ne sont pas respectées, des conséquences pénibles surviennent, même pour ceux qui respectent ces règles.
J'ai lu que la Fédération internationale de football association (FIFA) allait annoncer des évolutions, mais, la connaissant, je pense qu'il serait bien de lui rappeler qu'il y a des législateurs. J'attends votre réponse avec intérêt, tout en sachant que cela ne s'adresse sûrement pas à ce merveilleux club d'Anderlecht, où on ne se trompe jamais.
Voorzitter:
La parole est à monsieur le ministre, qui est supporter de l'Olympic.
Pierre-Yves Dermagne:
Je supporte Rochefort, monsieur le président!
Merci, monsieur Crucke, pour votre question. Je ne suis pas étonné, ni par son ton ni par son sujet, qui touche à deux de vos passions: le football et le droit.
Comme vous l'avez rappelé, les règles sur les transferts de la FIFA doivent bien entendu respecter le droit européen et notamment les dispositions et les articles qui prévoient la libre-circulation des travailleurs et l'interdiction des accords d'entreprise ayant pour objet ou effet de restreindre la concurrence.
Or, selon l'arrêt de la Cour de justice de l'Union européenne qui a été rendu ou prononcé le 4 octobre dernier et que vous avez évoqué, certaines clauses du règlement du statut et du transfert des joueurs de la FIFA, en particulier l'article 17, seraient incompatibles avec les dispositions et les principes du droit européen. Elles restreindraient en effet la concurrence dans le recrutement de joueurs déjà engagés par un club. Il s'agit en particulier de la méthode fixant les indemnités de rupture et les risques qu'encourent les clubs souhaitant engager unilatéralement des joueurs. L'arrêt de la Cour de justice évoque néanmoins la légitimité de l'objectif poursuivi par la FIFA, à savoir le maintien d'une certaine stabilité dans les effectifs des clubs de football professionnel.
Il appartiendra désormais au juge de la cour d'appel de Mons – encore elle – de trancher s'il apparaissait que les règles de la FIFA allaient au-delà de ce qui est nécessaire à la poursuite de cet objectif, sur la base de la réponse et de la décision de la Cour de justice de l'Union européenne.
Au vu de l'arrêt que celle-ci a prononcé, la FIFA a annoncé, comme vous l'avez indiqué dans votre question, avoir ouvert le dialogue avec les parties prenantes afin de réviser son règlement en vue de se conformer au droit européen. Il convient donc, en l'espèce, s'agissant de la décision judiciaire belge, d'attendre l'arrêt de la cour d'appel de Mons et l'évolution du processus de révision des règles de la FIFA avant de se prononcer sur l'opportunité de mesures supplémentaires en droit national. Comme vous, je suis sinon sceptique, en tout cas vigilant quant à la concrétisation des annonces faites par la FIFA.
Enfin, vous ne l'avez pas abordé oralement, mais cela figurait dans le texte de votre question, concernant l'aspect fiscal de ce dossier, je suis contraint de devoir vous renvoyer vers mon excellent collègue des Finances, Vincent Van Peteghem.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. Il est malheureux que ce soit systématiquement un joueur qui est obligé d’aller devant la Cour de justice de l'Union européenne pour qu’enfin, cette fameuse FIFA dise qu’elle va bouger! Comme vous, je reste sceptique, nous verrons comment évolue cette affaire. Cela dit, il s’agit d’une rupture de contrat sans juste cause! Il est tout de même aberrant qu’au XXI e siècle, nous devions rappeler qu’il est possible de rompre un contrat, mais qu’il faut pour ce faire une cause et que cette cause doit être juste! C’est selon moi une condition basique. Je ne vais pas rendre le droit à la place des juges, puisque c’est la cour d’appel de Mons qui va être saisie, ce dont je me réjouis. Oui, je me réjouis que ce soit, une fois de plus, en Belgique qu’on va pouvoir créer un précédent, du moins c’est ce que j’espère. Nous pourrons en reparler dans quelques semaines, lorsque la cour aura rendu son verdict, et j’espère que la FIFA nous lira et nous écoutera. Quoi qu’il en soit, elle sera tenue de se conformer à l’avis de la cour d’appel de Mons, car le dernier mot revient toujours aux juges, et peut-être pas toujours aux parlementaires.
Het nieuwe Europese relancefonds
Gesteld door
Gesteld aan
Thomas Dermine
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België heeft via NextGenerationEU (tijdelijk covid-herstelfonds) al 5 miljard subsidie en een lening van 264 miljoen ontvangen, maar er lopen geen formele EU-plannen voor verlenging of uitbreiding na 2026. Dermine bevestigt dat er geen Belgisch standpunt is, aangezien er nog geen EU-overleg over plaatsvindt. Van Lommel benadrukt dat België als nettobetaler kritisch moet blijven en twijfelt aan de kosteneffectiviteit van toekomstige fondsen. Een eventueel later EU-debat zal met Dermines opvolger worden besproken.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de staatssecretaris, er is sprake van een nieuw Europees relancefonds. Heel wat landen in Europa worden onderworpen aan de buitensporigtekortprocedure, de excessive deficit procedure , van de Europese Commissie, waaronder ook België. Op die manier zou een gezamenlijke financiering worden uitgewerkt. Het NextGenerationEU-fonds bestaat al en men zou dat verder willen uitbouwen. België is altijd nettobetaler geweest aan dat fonds. Er kunnen dus toch vraagtekens worden geplaatst bij de wenselijkheid van een dergelijke uitbreiding.
Omdat er stemmen opgaan voor een dergelijke uitbouw, heb ik de volgende vragen.
Welk overleg heeft er ondertussen plaatsgevonden over de uitbouw van zo'n fonds en wat zijn de bevindingen daarvan? Hoe staat de federale regering daartegenover? Welke positie neemt België in ten opzichte van een nieuw gemeenschappelijk fonds?
Thomas Dermine:
Mijnheer Van Lommel, het NextGenerationEU-fonds werd ontworpen als een tijdelijk en eenmalig instrument om te reageren op de uitzonderlijke omstandigheden van de covidcrisis. De Herstel- en Veerkrachtfaciliteit of Recovery and Resilience Facility (RRF), is het belangrijkste onderdeel van dat instrument en biedt subsidies en leningen aan lidstaten aan, op voorwaarde dat ze hervormingen doorvoeren en investeren.
In dat kader kan België profiteren van iets meer dan 5 miljard euro aan subsidies en heeft het ook een lening aangevraagd van 264 miljoen euro. We hebben het daarover al gehad in de vorige legislatuur. Op dit moment ben ik niet op de hoogte van formele discussies op Europees niveau over de verlenging van dat instrument na 2026. Gezien het gebrek aan formele debatten in de Raad van de EU over een verlenging van het NextGenerationEU-fonds na 2026, is er op dit moment geen overleg gepland in België om een standpunt voor ons land te bepalen.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. De bedoeling was tijdelijk en eenmalig, zegt u, maar her en der wordt gezegd dat men een uitbreiding en geen verlenging van het fonds overweegt om zo een uitweg te bieden, aangezien een aantal Europese landen in budgettaire moeilijkheden raakt. U hebt daar geen weet van. Ik ben blij dat te horen en herinner eraan dat België een nettobetaler is aan dergelijke fondsen. Dat doet trouwens de vraag rijzen of het sop de kool wel waard is en of we in de toekomst nog aan dergelijke zaken moeten deelnemen. Ik neem akte van de stand van zaken. Als er over de kwestie in de toekomst een debat op Europees niveau plaatsvindt, dan zullen we dat opnemen met uw opvolger.
De Europese Raad van Milieuministers van 14 oktober 2024 in Luxemburg
Gesteld door
Gesteld aan
Zakia Khattabi (Minster van Klimaat, Milieu en Duurzame Ontwikkeling)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt bindende EU-standpunten voor COP29-klimaatfinanciering (met focus op publieke/private investeringsstromen) en dringt aan op strengere globale regels in het plasticverdrag (levenscyclusaanpak, producentenverantwoordelijkheid, gezondheidslink) en de EU-chemicaliënstrategie (PFAS-restrictie, REACH-herziening, einde dubbele standaarden). China’s rol in klimaatfinanciering blijft punt van kritiek. Het Parlement eist snelle opvolging na COP29 via hoorzittingen om Belgische acties en resultaten te evalueren.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, dat was een belangrijke Raad. Ik heb vernomen dat de heer Maron daar was namens ons land als gevolg van het roterende systeem. Ik stel de vraag echter toch aan u omdat u de bevoegde minister bent.
De ministers hebben zich gebogen over de onderhandelingspositie van de EU in de aanloop naar de COP29 in Bakoe. De klimaatfinanciering wordt daar het grote thema. De voorzitter heeft daarover straks ook nog een vraag. Het zal er immers gaan over een new collective quantified goal voor de klimaatfinanciering. We weten dat er 100 miljard dollar werd afgesproken, maar dat akkoord is pas na 15 jaar bereikt in 2022. Toen was het 116 miljard dollar. In totaal zou er jaarlijks voor de adaptatie en mitigatie echter 2,4 biljoen dollar nodig zijn tegen 2030.
De hele discussie gaat natuurlijk over de investeringsstromen tussen de private en publieke sector. Daarover is er ook een contentieux tussen de ontwikkelingslanden en de rijke landen, die verkiezen om de verschillende lagen van de financiering tegelijk aan te pakken. Wat is de Belgische inbreng en positiebepaling rond dat thema?
Onze fractie vindt ook dat China, de op één na grootste economie ter wereld, een sterkere bijdrage zou moeten leveren aan het klimaatfinancieringsplan.
Het internationaal plasticverdrag stond ook op de agenda, net als de implementatie van de EU-chemicaliënstrategie. Kunt u verslag uitbrengen over de Belgische inbreng en positiebepaling?
Zakia Khattabi:
De Belgische positie voor de Raad Milieu op 14 oktober werd vastgesteld tijdens een DGE-vergadering op 8 oktober 2024. Voor de COP29 stonden de Raadsconclusies op de agenda in verband met de internationale onderhandelingen over het Plastics Treaty en de strategie inzake chemicaliën en vond er een gedachtewisseling plaats. Minister Alain Maron vertegenwoordigde er, zoals reeds gezegd, ons land. Wat de COP29 betreft, focuste de DGE-vergadering op de nog openstaande punten in de ontwerp-Raadsconclusies van de Europese Unie voor de COP29. Er werd besloten dat ons land een aantal aandachtspunten zou meegeven conform eerdere Belgische standpunten in de Raad Milieu of Ecofin. Algemeen werd ook besloten dat ons land de voorliggende Raadsconclusies zou steunen, wat de positie van ons land op Europees niveau tijdens later Europees overleg zal versterken.
In zijn tussenkomst met betrekking tot de INC-5 hechtte België veel belang aan maatregelen over de hele levenscyclus inclusief stroomopwaarts van de waardeketen, bijvoorbeeld via mondiale, bindende maatregelen die problematische chemische stoffen en plasticproducten verbieden. België steunt ook de invoering van in de EU reeds toegepaste, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en modellen voor hergebruik. België onderstreept het belang van de link met gezondheid in deze context. België beoogt een dynamisch instrument dat in de loop van de tijd kan evolueren, waarvoor een robuust besluitvormingsmechanisme nodig zal zijn.
België gaat niet akkoord met een verdragstekst die geen bindende en geharmoniseerde verplichtingen bevat voor het stroomopwaartse deel van de levenscyclus. Tot slot kan België niet akkoord gaan met een instrument zonder verantwoordelijkheid voor de privésector of handelsmaatregelen.
Tijdens de Raad Milieu steunde België ook de nadere uitvoering van de Chemicals Strategy for Sustainability en van alle thema’s die daarbinnen werden geïdentificeerd, zoals de herziening van de REACH-verordening, de invoering van spiegelclausules en het beëindigen van dubbele standaarden voor stoffen die op EU-niveau verboden zijn. België heeft ook opnieuw zijn steun uitgesproken voor een groepsrestrictie voor PFAS die momenteel door het ECHA wordt beoordeeld.
Kurt Ravyts:
Dank voor de toelichting inzake het plasticverdrag en de strategie rond chemicaliën, mevrouw de minister. Ik vind het wel belangrijk, mijnheer de voorzitter, dat we in de weken na de COP onmiddellijk samenkomen om de minister van Klimaat en mevrouw Van der Straeten te horen over wat daar allemaal beslist en gebeurd is en wat de Belgische actieradius precies inhoudt.
Ik weet nu al wat er gaat gebeuren. Men zal in de plenaire vergadering ministers ondervragen, maar om dieper te gaan moeten we als Parlement zelf ook een initiatief nemen. Ik zal dat nog op mail zetten.
Voorzitter:
Dat lijkt me zeker geen slecht idee. Ik stel voor om volgende week nog een regeling der werkzaamheden te agenderen.
De gap analysis en het implementatieplan met betrekking tot het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staatssecretaris Nicole de Moor belooft transparantie over de implementatie van het Europees migratiepact, maar deelt crucial documenten zoals de *gap analysis* en het voorlopig implementatieplan niet, omdat ze intern en diplomatiek vertrouwelijk zouden zijn – ondanks EU-toestemming voor openbaarmaking. Matti Vandemaele (Parlement) kritiseert dit als schijntransparantie, benadrukt het recht op parlementaire inbreng en eist concrete documenten om beleid te kunnen controleren, in plaats van louter wetsteksten. De Moor bevestigt dat middenveldorganisaties slechts ad-hoc worden geraadpleegd, niet structureel betrokken, en houdt vast aan een gesloten administratief proces tot het definitieve plan (12/12). Kernconflict: democratische controle vs. ambtelijke afscherming bij een beleid dat de Moor zelf "heel belangrijk" noemt.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, we hebben dit punt al eens besproken tijdens de vergadering van 1 oktober. Toen zei u dat u bereid was om te bekijken hoe u de gap analysis met het Parlement kon delen. Ondertussen is ook een eerste versie van het implementatieplan aan de Europese Commissie bezorgd. Tegen 12 december moet er een definitieve versie zijn. Ik heb eens geïnformeerd. Blijkbaar laat de Europese Commissie toe dat die documenten publiekelijk gedeeld worden.
Mevrouw de staatssecretaris, hoe zit het met uw belofte om het document met ons te delen? Als u dat niet wilt delen, wat is daarvoor dan de reden?
Zal het definitieve implementatieplan wel publiekelijk beschikbaar worden gesteld? U zegt in veel verklaringen altijd dat de implementatie van het Europese migratiepact heel belangrijk is voor uw beleid. Dat kan, maar dan lijkt het ons zinvol dat we die informatie krijgen.
U had het de vorige keer over een werkgroep. Wat is daar besproken? Wordt het middenveld daarbij betrokken? Ik heb dat de vorige keer ook gevraagd, maar u hebt dat toen handig ontweken. Wordt het middenveld bij het implementatieplan betrokken? Hoe zal de implementatie op een transparante manier gebeuren, zodat wij als parlementsleden ons werk kunnen doen?
Nicole de Moor:
Dank u voor uw vragen over de implementatie van het Europees migratiepact. U hebt daarover al eerder vragen gesteld. Zoals u weet ben ik heel vastberaden om dit proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen en ons land voor te bereiden op de operationalisering van dat pact. Ik denk dat ik ook duidelijk ben geweest over het proces tijdens onze vorige uitwisseling hierover, maar ik herhaal mijn standpunt graag.
De wetgeving die België moet respecteren, is openbaar. U kunt die raadplegen. Negen verordeningen zullen rechtstreeks van toepassing worden, één richtlijn moet worden omgezet. U kunt deze wetgeving nalezen in het Publicatieblad van de Europese Unie . Wanneer dat nodig blijkt, zal er ook nationale wetgeving moeten worden aangenomen en dan zal dit Huis uiteraard zijn gebruikelijke parlementaire rol kunnen spelen.
We zijn daar echter nog niet. Het proces dat nu loopt, is een administratief proces van mijn diensten, waarbij de verschillende betrokken diensten analyseren welke wijzigingen in wetgeving en beleid er precies nodig zijn. We staan daarover in nauw contact met de Europese Commissie. De inhoud van onze eigen contacten met de Europese Commissie is inderdaad niet publiek.
De diensten maakten deze zomer een stand van zaken van de Belgische situatie. Er werd in oktober ook een ontwerp van nationaal implementatieplan door hen opgesteld. Beide documenten zijn overgemaakt aan de Europese Commissie.
Het implementatieplan bevindt zich momenteel nog in een vroege fase. Een eerste ontwerpversie is slechts een indicatieve inschatting van een aantal acties die België moet ondernemen. We streven ernaar om het definitieve implementatieplan tegen 12 december klaar te hebben. Ook die versie is in de eerste plaats een werkdocument voor de diensten.
De Europese Commissie heeft nog geen formele feedback verstrekt over het voorlopige ontwerp van implementatieplan. Er lopen wel al constructieve gesprekken met een landenteam dat ons begeleidt. We verwachten binnenkort gerichte feedback over de noodzakelijke bijsturingen.
Middenveldorganisaties werden ook al ingelicht over dit proces, maar maken geen deel uit van de Belgische stuurgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende administraties. Voor specifieke thema's en vraagstukken kunnen en zullen zij evenwel op ad-hocbasis worden geraadpleegd. Dat zorgt ervoor dat we bij relevante aspecten van de implementatie ook hun expertise kunnen valoriseren.
Transparantie is en blijft een prioriteit voor mij. Ik zal daarom updates blijven geven aan de betrokken stakeholders, waaronder het Parlement en het bredere publiek, over de voortgang van de implementatie binnen de grenzen van de diplomatieke vertrouwelijkheid, maar vandaag heb ik er het volste vertrouwen in dat mijn diensten dit proces op een gedegen manier aan het voorbereiden zijn.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, u verklaart meermaals dat u transparant bent, maar daarna verklaart u dat u toch niet transparant kunt zijn en ons geen informatie kunt bezorgen. De Europese Commissie verklaart letterlijk dat er geen probleem is om de gap analysis te bezorgen en het voorlopige document publiek te maken. U zegt dat we de wetgeving kunnen terugvinden. Dat kan ik uiteraard, maar ik ben niet geïnteresseerd in de wetgeving, maar wel in de manier waarop ons land dat Europees migratiepact ten uitvoer zal brengen. Het is een legitieme vraag om daarover in dit Parlement met elkaar van gedachten te wisselen. Voor ons is het heel moeilijk om te bepalen welke richting u uit gaat als we geen enkel document ontvangen en op geen enkele manier feedback mogen of kunnen geven op de huidige werkzaamheden. U beweert ook transparant te zijn voor het middenveld, maar dat wordt er niet bij betrokken, u zegt enkel dat u het te gepasten tijde eens zult informeren. Dat is eerder een manier van werken van de vorige eeuw. Ik ben meer fan van het samenwerkingsmodel, waarbij de bevoegdheid van het Parlement gerespecteerd wordt en de parlementsleden dus samen met u de wetgeving bekijken en daarover discussiëren en van gedachten wisselen. We moeten elkaar helpen in plaats van informatie af te schermen voor elkaar.
De Europese Raad over migratie
De concrete resultaten van de Europese top
De opschorting van het asielrecht in Finland en Polen
Europese migratiebeleid, topresultaten en asielrechtwijzigingen
Gesteld door
PVDA
Greet Daems
VB
Francesca Van Belleghem
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese Raad (okt 2024) bereikte weinig concrete afspraken over migratie, ondanks dringende vragen om illegale instroom te beperken en terugkeer afgedwongen asielzoekers te versnellen, terwijl het EU-migratiepact als ontoereikend wordt gezien. België steunt versnelde uitvoering van delen van het pact (o.a. strengere terugkeerrichtlijn met verplichte medewerking van herkomstlanden) en wil handels- en visuminstrumenten harder inzetten om terugkeer af te dwingen, maar ziet geen heil in een algemene asielstop zoals Polen/Finland, behalve bij hybride oorlogsvoering. Van Belleghem dringt aan op een Belgische asielstop wegens overbelasting (duizenden dakloze asielzoekers, veroordelingen voor falend beleid) en budgettaire onhoudbaarheid, maar De Moor houdt vast aan het recht op asielaanvraag en wijst op Europese rechtshandhaving als grens. Kernpunt blijft het gebrek aan concrete EU-maatregelen en weerstand tegen nationale eenzijdige acties.
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, vorige week kwam de Europese Raad samen om over migratie te spreken en te kijken hoe het staat met de uitvoering van de integrale aanpak van migratie, waarover zij overeenstemming bereikten tijdens de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 9 februari 2023.
Wat zijn de conclusies van de Europese Raad van 17 oktober mbt migratie? Hoe verhoudt België zich tot die conclusies?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, midden oktober 2024 vond een veelbesproken Europese top plaats met als thema het indammen van de illegale immigratie. Men zocht er naar innovatieve oplossingen om de instroom te verminderen en de terugkeer van afgewezen asielzoekers op te drijven. Daarmee lijkt in ieder geval het inzicht te groeien dat het fameuze en historische EU-migratiepact, op zijn zachtst gezegd, helemaal niet het middel zal zijn dat de illegale instroom aan banden zal leggen. Eigenlijk is de vraag ondertussen of de Europese Unie zelf nog gelooft in het pact. Indien we de berichten mogen geloven, werd tijdens de recente top weinig of niets concreets beslist.
In een brief aan de lidstaten opperde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, het idee om sommige onderdelen van het EU-migratiepact versneld uit te voeren. Over welke onderdelen zou het gaan? Welke concrete impact zou dat hebben? Bent u voorstander van dat idee?
Een ander prominent idee dat de revue passeerde, was de aanpassing van de terugkeerrichtlijn uit 2008, omdat die niet meer aangepast is aan de realiteit van vandaag. Dat had eigenlijk moeten zijn gebeurd bij het EU-migratiepact. Toen werd echter geen overeenstemming daarover gevonden. Welke verstrengingen mogen wij verwachten? Voor welke verstrengingen bent u vragende partij?
Ik heb in de krant ook gelezen dat de nieuwe Commissievoorzitter zelf ook tegen juni 2025 een plan zou opstellen om de terugkeer op te drijven. Wat is de stand van zaken in dat verband?
Hoe men het ook draait of keert, het centrale probleem blijft altijd de gebrekkige medewerking van herkomstlanden bij de terugkeer van illegalen. Mogelijke instrumenten zoals het visumbeleid en de gunstige handelstarieven blijven tot op heden naar onze mening onderbenut. Is er op dat vlak een vooruitzicht op verandering? Indien ja, aan welke maatregelen wordt dan gedacht? Wat zit concreet in de pijplijn?
Voorts vernam ik graag wat uw standpunt is ten opzichte van de tijdelijke opschorting van het asielrecht door Finland en Polen. Bent u daar voorstander van? Steunt u die beslissing?
Kunnen wij ook een dergelijke asielstop opleggen aan de EU? Wij hebben hier geen last van hybride oorlogsvoering, maar we hebben wel te maken met een forse toename van asielaanvragen. Duizenden asielzoekers slapen buiten. U hebt nog meer veroordelingen opgelopen, er zijn inbeslagnames geweest wegens een gebrekkig asielbeleid. Misschien is ook hier de enige oplossing een asielstop? Ik zou graag uw standpunt hieromtrent kennen.
Nicole de Moor:
Collega’s, het is uiteraard de eerste minister die België vertegenwoordigt op de Europese Raad. Zoals gebruikelijk wordt het standpunt dat hij namens België verdedigt vastgelegd tijdens onze coördinatievergaderingen van de DGE. Ik geef u graag mijn lezing van de zaken, maar voor meer gedetailleerde vragen over de dynamieken tijdens de Europese Raad verwijs ik u graag door naar de eerste minister.
De conclusies van de Europese Raad, mevrouw Daems, zijn openbaar. U vindt ze terug op het internet. De Europese Raad neemt beslissingen bij consensus. Dat betekent dat alle lidstaten, met inbegrip van ons land, met de beslissingen hebben ingestemd.
Mevrouw Van Belleghem, ik ben blij dat u ook geïnteresseerd bent in de versnelde uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact. Dat pact zal een diepgaande hervorming van het Europese migratiesysteem introduceren en zal de lidstaten toelaten om asiel en migratie beter te beheren en onze interne huishouding op orde te zetten. Wat mij betreft kan dat niet snel genoeg worden uitgevoerd.
We moeten echter wel realistisch zijn. Een vergaande hervorming neemt tijd in beslag en moet zorgvuldig gebeuren. IT-systemen moeten worden opgezet, wetten moeten in 27 landen worden aangenomen. Waar we sneller kunnen gaan, moeten we dat absoluut doen. De brief van de Commisievoorzitter behoort niet tot het publieke domein, maar aangezien u er blijkbaar inzage in hebt, zult u ook kunnen lezen wat haar concrete voorstel is.
De uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact hangt af van effectieve terugkeerprocedures. De organisatie van terugkeer voor wie het al kan vanaf de buitengrenzen van de EU, is een absolute noodzaak voor een correct migratiebeheer. De hervorming van de terugkeerrichtlijn kan dus niet langer worden uitgesteld.
Tijdens de vorige vergadering van de Raad Migratie in Luxemburg hebben we de hervorming van het juridisch kader besproken. Ik heb er daar voor gepleit om in de Europese wetgeving een verplichting in te schrijven voor derdelanders om samen te werken met de autoriteiten tijdens het terugkeerproces. Voor wie terugkeer weigert moeten er duidelijke consequenties volgen, bijvoorbeeld wanneer men onderduikt of niet naar verplichte afspraken komt. Ik heb zelf tijdens de vorige legislatuur een dergelijke medewerkingsplicht ingevoerd in onze eigen Belgische wetgeving. Ik kan onze Belgische ervaringen dus met de Europese collega's delen.
Daarnaast had u ook een vraag over het inzetten van verschillende instrumenten om terugkeer af te dwingen. Ik wijs u graag op de bepaling in de conclusies van de jongste Europese Raad, waar u ook naar verwijst. Daarin stelden de Europese leiders dat alle relevante instrumenten moeten worden gebruikt om de terugkeer te bevorderen. Zelf zei ik het al tijdens mijn aantreden: we hebben een brede kijk op terugkeer nodig en moeten de thematiek integreren in onze diplomatieke en handelsgesprekken met derde landen.
U had ook vragen over Polen en Finland. U vraagt naar het Belgische standpunt over een tekst die we zelf mee hebben aangenomen. Het lijkt me dus duidelijk dat het geen rode lijn was. Het is niet aan mij of aan België om na te gaan of het nationaal beleid van andere lidstaten het Europese recht schendt. Dat is de job van de Europese Commissie als hoedster van de verdragen.
Vanuit principieel standpunt kan ik u wel bevestigen, zoals ik al vaak heb gedaan, dat er een recht bestaat en moet blijven bestaan om asiel aan te vragen op Europees grondgebied, maar dat we tegelijkertijd maatregelen moeten nemen om op te treden wanneer migranten door buitenlandse regimes aan onze buitengrenzen worden geïnstrumentaliseerd.
Greet Daems:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de staatssecretaris.
Francesca Van Belleghem:
Het is intussen al zover gekomen dat Ursula von der Leyen aan Polen toegeeft dat het zijn grenzen moet kunnen beschermen en dat een asielstop daarvoor een aanvaardbare maatregel is. Met alle respect voor de Poolse beslissing, maar onze asieldruk ligt vele malen hoger. Er slapen hier duizenden mensen op straat en u bent al duizenden keren veroordeeld voor een gebrekkig asielbeleid. Niet alleen Polen en Finland zouden recht moeten hebben op die buitengewone maatregelen, maar ook België. Is het niet wegens hybride oorlogsvoering, dan is het wel wegens de buitengewone verzadiging. Wij kampen met een gigantisch begrotingstekort en we kunnen dat eenvoudigweg niet meer betalen. Elke dag dat er geen beslissing komt en u geen maatregelen neemt, werken we ons dieper in de nesten.
ETS2 en de Europese koolstoftaks
ETS2 en de Europese koolstoftaks
De stijging van de aardgas-, stookolie- en benzineprijs als gevolg van de nieuwe Europese CO2-taks
Invloed van Europese CO₂-taks op brandstof- en energieprijzen
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om ETS2, het nieuwe Europese emissiehandelsysteem (2027) dat brandstof- en verwarmingskosten sterk zal verhogen (tot €940/jaar extra voor gas, €1705 voor mazout), met zware sociale gevolgen voor kwetsbare huishoudens en automobilisten. Minister Van der Straeten benadrukt dat ETS2 geen belasting is maar een *cap-and-trade*-systeem, gekoppeld aan een Sociaal Klimaatfonds dat 75% van de opbrengst reserveert voor isolatie, schone mobiliteit en steun aan lage inkomens, waardoor het een *herverdelende maatregel* moet worden. Critici (D’Amico, Van Rooy) wijzen op onbetaalbare lasten voor burgers en betwijfelen of de herverdeling voldoende zal zijn, terwijl Van Rooy het systeem afdoet als "roof door de overheid" die de middenklasse uitkleedt. De kernspanning ligt tussen klimaatambitie (via prijsmechanismen) en sociale rechtvaardigheid, met onenigheid over de effectiviteit van de voorgestelde compensatie.
Voorzitter:
De heer Hedebouw is niet aanwezig.
Roberto D'Amico:
Madame la ministre, le système ETS2 a été adopté et doit entrer en vigueur en 2027. Cela impliquera une nouvelle taxe qui impactera la facture énergétique des ménages.
En effet, contrairement à l'ETS1, le système d'échange de quotas d'émissions pour l'industrie, c'est désormais le citoyen qui devra s'acquitter de cette taxe carbone européenne.
Si le prix de la tonne de CO 2 se situe à 45 euros, le litre d'essence ou de diesel coûtera 10 à 12 centimes de plus. Mais plusieurs chercheurs pensent que le prix de la tonne de CO 2 pourrait plutôt se situer entre 71 et 261 euros.
S’il passe effectivement à 261 euros par tonne, il faudra ajouter jusqu'à 60 centimes pour l'essence et 70 centimes pour le diesel. Une consommation moyenne de gaz coûterait 940 euros de plus par an et une consommation moyenne de mazout 1 705 euros.
Madame la ministre, que pensez-vous de ces chiffres? Êtes-vous d’accord avec ces projections? De nombreuses personnes ne pourront tout simplement pas supporter ces coûts. Pensez-vous que quelqu'un qui arrive à peine à joindre les deux bouts, mais qui a besoin de sa voiture pour le travail, les courses ou des entretiens d'embauche, c'est-à-dire pour vivre tout simplement, aura encore assez d'argent pour passer à la conduite électrique? La grande majorité des Belges se chauffent encore au gaz ou au mazout, vous le savez tout aussi bien que moi. En Flandre, huit ménages sur dix se chauffent actuellement au gaz. Ils vont voir leurs coûts exploser.
Madame la ministre, avez-vous déjà pris en compte les conséquences sociales de cette hausse des prix de l’énergie et des carburants?
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, een gemiddeld gezin dat met gas verwarmt, zal tot de helft meer moeten betalen op jaarbasis. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de universiteiten van Bazel en Stuttgart en het Potsdam Instituut voor Klimaatimpact in Duitsland. Zij becijferden de impact van het nieuwe Europese uitstootsysteem dat vanaf 2027 in werking treedt. Daardoor valt de verwarming van gebouwen en het transport op land onder de zogenaamde emissiehandel ETS2. Leveranciers van benzine, diesel, aardgas en stookolie moeten vanaf dan betalen voor de uitstoot van CO 2 . Deze extra taks zal worden doorgerekend aan de eindconsument die de wagen voltankt of thuis verwarmt.
Volgens de nieuwste prognoses dreigen de kosten vanaf 2030 fors op te lopen, tot 800 euro extra per jaar op de aardgasfactuur van een gemiddeld gezin. Ook verwarmen met stookolie en benzine tanken zal dan voor onze gezinnen veel duurder, zeg maar onbetaalbaar worden, tot wel 620 euro per jaar voor stookolie en 25 euro per tankbeurt. Maar ook vanaf 2027, binnen drie jaar dus, zal er al een verhoging van de aardgasfactuur van gemiddeld minimaal 184 euro per jaar zijn.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie hierop? Vindt u dat België deze nieuwe Europese CO 2 -taks moet verwerpen, gelet op de onbetaalbare prijzen die daarvan het gevolg zullen zijn? Zo niet, waarom?
Tinne Van der Straeten:
Collega’s D’Amico en Van Rooy, het is interessant dat u die vragen stelt, maar de insteek van uw vragen had anders kunnen zijn.
Op Europees niveau is er een ETS2 afgesproken, dat kan dus niet verworpen worden. Alleen volgens Vlaams Belangers kan iets wat al beslist is nog verworpen worden. Voor hen bestaat de democratie immers niet, maar dat doet niet ter zake. Er is iets beslist op Europees niveau wat geïmplementeerd zal worden en het zou een consequentie kunnen hebben.
De vraag dringt zich dan op wat men daarmee moet doen. Zal men dat ondergaan of zal men dat in handen nemen? Het misschien wel nuttig om die studie ter hand te nemen en naast het systeem zoals het is ingevoerd te leggen.
Wat is ETS2 eigenlijk? ETS2, het ETS voor gebouwen en transport, zal het cap-and-trade system implementeren. Het is dus geen klassieke taks.
Ce n'est pas une taxe, monsieur D'Amico.
Het zullen ook niet de eindverbruikers zijn, maar de brandstofleveranciers die hun emissies moeten monitoren en rapporteren en emissierechten zullen moeten kopen en inleveren om hun emissies te dekken.
Het cruciale aan ETS2 is dat het gepaard gaat met de invoering van een Sociaal Klimaatfonds. De middelen daarvan gaan voor 75 % naar de lidstaten en in de regeling is aan de lidstaten opgelegd hoe zij die middelen moeten inzetten, namelijk ten dienste van zij die de laagste inkomens hebben. Er is ook een budget gereserveerd van 25 % dat specifiek gaat naar de financiering ten bate van de kwetsbaarste groepen in elke EU-lidstaat. U kunt hier zeggen dat de mensen zullen moeten betalen door de beslissing over ETS2 omdat hun factuur hoger zal worden, maar u zou ook kunnen zeggen dat ETS2 zal zorgen voor inkomsten voor de lidstaten, waarvan een deeltje specifiek is gereserveerd voor kwetsbare groepen, en dat er dus iets beslist is dat in se een herverdelend effect heeft. De inkomsten die worden opgehaald, gaan er immers voor moeten zorgen dat huizen geïsoleerd worden en dat mensen zullen kunnen rijden met een propere auto. De groepen in de samenleving die dat niet kunnen betalen, krijgen hulp. Dat is dus absoluut een herverdelende maatregel. Bij de implementatie van de maatregel zal het dan ook cruciaal zijn dat dat zich ook zo realiseert en dat de gegenereerde inkomsten effectief worden ingezet voor de laagste inkomens, om ervoor te zorgen dat huizen en gebouwen gerenoveerd zullen worden en propere wagens op de weg zullen komen.
Alle vragen moeten en kunnen worden gesteld. Als wij zouden zien dat de prijzen enorm stijgen … We hebben het al gehad over de volatiliteit van de prijs van fossiele brandstoffen, die een feit is. We zullen worden geconfronteerd met periodes waarin de prijzen weer omhooggaan, wat zal resulteren in meer inkomsten voor de lidstaten en dus voor België, hoofdzakelijk voor de gewesten, want gebouwen en transport betreffen niet noodzakelijk federale bevoegdheden. Dat wil dus ook zeggen dat die hoge prijzen niet zullen resulteren in winsten voor de oorlogsmachine van Poetin. Het systeem zal ervoor zorgen dat de lidstaten meer inkomsten krijgen en zij zullen die middelen kunnen inzetten om het herverdelende effect te realiseren.
Dit dossier heeft baat bij minder populisme, bij minder demagogie. We mogen de situatie niet ondergaan maar moeten stellen dat we willen dat mensen in huizen wonen waar de energie niet langs ramen en deuren naar buiten vliegt. We zien dat heel wat mensen hun energie niet kunnen betalen. De inkomsten die we daaruit halen, zullen we dan ook structureel inzetten voor hen. Het is een zegen, een blessing in disguise, voor de gewestelijke ministers van Energie, voor de gewestelijke ministers van Huisvesting, om te zorgen voor een sociaal en rechtvaardig klimaatbeleid.
Roberto D'Amico:
Madame la ministre, je vous remercie. Je vous crois quand vous dites que ce n'est pas une nouvelle taxe pour les citoyens. Vous dites aussi que les répercussions seront endossées par les producteurs, mais ceux-ci répercuteront cette taxe vers les citoyens.
Si nous voulons réellement conscientiser les gens à une nouvelle transition écologique, cette transition écologique ne pourra se faire que si elle passe par une transition sociale. Sans aider les gens, cette transition ne pourra pas se faire. Si les citoyens commencent à payer plus, la transition économique n'aura pas lieu et la population sera contre la transition écologique. Je ne pense donc pas que l'approche soit la plus pertinente en ce qui concerne la transition écologique.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik noteer dat Groen na het verliezen van twee verkiezingen op rij nog steeds dezelfde demagogische onzin verkondigt en het ook niet kan laten om leugens te vertellen over mijn partij. Wij hebben de EU altijd verworpen omdat het een antidemocratische instelling is. Wij hebben ook dat zogenaamde emissiehandelsysteem altijd verworpen omdat dat het leven van de gewone, hardwerkende Vlaming alleen maar duurder maakt. Er is nu een studie die aantoont dat dat het geval zal zijn, maar wat zegt u? Dat is positief, want dat zijn meer inkomsten voor de overheid, die ze dan een beetje kan herverdelen. Wat u doet, mevrouw Van der Straeten, is geld stelen van de middenklasse. U bent lid van een roverheid die de middenklasse in dit land steeds maar verzwakt en dat onder het mom van vergroening en hernieuwbare energie. Stop daarmee of u zult straks – wat ik natuurlijk hoop – onder de kiesdrempel zakken.
De mogelijke fraude met POME-houdende biobrandstoffen
Het onderzoek naar mogelijke palmoliefraude in Europa
Onderzoek naar fraude met biobrandstoffen en palmolie in Europa
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De fraude met POME-biobrandstoffen (palmolie-afval) staat centraal: België zag de consumptie in twee jaar 560x stijgen (van 139 m³ naar 77.684 m³ in 2023), wat fysiek onmogelijk is en wijst op wijdverspreide fraude, mogelijk om verboden palmolie-brandstoffen via POME te smokkelen. Minister Van der Straeten bevestigt dat Europese regelgeving POME toelaat als 'geavanceerde' brandstof (zonder beperkingen), maar technische controles onmogelijk zijn na verwerking, waardoor enkel Europese inspecties ter plaatse (bij productie/ophaling) en uitsluiting van POME uit de richtlijn (zoals Duitsland voorstelt) oplossingen bieden. België kan dubbeltelling voor POME weigeren via technische dossiers (3-jaarlijkse goedkeuring), maar kan de totale consumptie niet zelf beperken; Nederland overweegt een gelijksoortig systeem. Wollants benadrukt nodige opvolging in de commissie, met aandacht voor klimaatrapportage en het scheiden van legitiem en frauduleus gebruik.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, u hebt ondertussen verklaard dat u zich aansluit bij de vraag om een diepgaand onderzoek naar de fraude met biobrandstoffen. De hoeveelheden palm oil mill effluent (POME) die worden geclaimd te zijn ingevoerd, lijken de wereldwijde productiecapaciteit te overschrijden en de afgelopen tijd is er sprake van een gigantische toename. Mogelijk worden biobrandstoffen op basis van palmolie, die ondertussen verboden zijn om rechtstreeks te gebruiken, ingevoerd onder de noemer POME. Graag kreeg ik meer details over die mogelijke fraude.
Ten eerste, kunt u details geven over de problematieken die aanleiding gaven tot het ingenomen standpunt?
Ten tweede, zijn er gegevens beschikbaar over het gebruik van biobrandstoffen op basis van POME in België?
Ten derde, indien dat het geval is, zijn er stappen die u intra-Belgisch kunt nemen om eventueel frauduleus aangemelde biobrandstoffen op basis van die grondstof te onderscheppen? Is het technisch mogelijk om op basis van de samenstelling te achterhalen of de biobrandstoffen die worden aangeboden, frauduleus zijn?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer Wollants, eens te meer is gebleken dat de sector van de biobrandstoffen een zeer fraudegevoelige sector is. Ondertussen geldt een uitfasering van en een verbod op het gebruik van biobrandstoffen gebaseerd op palm en soja, ook in België.
Wij hebben in ons land het gebruik van de eerste generatie verder afgebouwd. Herinner u dat we daarover bij de omzetting van RED II, de tweede hernieuwbare-energierichtlijn, een debat voerden en we voor de dierlijke vetten in categorie 3 een beperking oplegden, omdat we toen al voorzagen dat dat potentieel ook zou kunnen worden verbruikt.
Uw vraag gaat over de POME of palm oil mill effluent , een afvalstof van de raffinage van ruwe palmolie, waarvan de consumptie wordt gestimuleerd door de Europese regelgeving. Het is dus opgenomen in de lijst van de toegelaten geavanceerde biobrandstoffen. Dat betekent dat er in de Europese richtlijnen geen beperkingen zijn opgenomen.
Wat zien we echter? Ik heb cijfers voor u van België. De consumptie van POME-gebaseerde biobrandstoffen in België bedroeg in 2021 139 m 3 . In 2022 was dat 5.411 m 3 en in 2023 77.684 m 3 . De consumptie is dus op twee jaar tijd 560 maal vergroot. Die gerapporteerde hoeveelheden, die we zien in België en andere lidstaten – dat was ook de aanleiding voor Ierland om het punt te agenderen –, corresponderen niet met wat fysiek mogelijk is. Ter zake kan er dus onvermijdelijk alleen maar sprake zijn van fraude.
Fraude met grondstoffen kan enkel worden vastgesteld op de plaats waar de grondstoffen worden opgehaald en verwerkt. Na ophaling en zeker na behandeling kunnen de grondstoffen niet meer worden onderscheiden. Dat betekent dat een oplossing op Europees niveau moet worden gevonden.
Een mogelijkheid is dat wordt vastgelegd dat collectie- en productiesites, indien zij hun product op de Europese markt willen brengen, toegang moeten verlenen aan Europese inspecteurs die de vrijwillige certificatieorganen vergezellen. Dat garandeert meteen ook het level playing field voor de Europese producenten.
Naar analogie van de gebruikte braadolie kan de totale hoeveelheid POME die kan meetellen ten opzichte van de doelstellingen, worden beperkt. Dat is misschien nog het gemakkelijkste, namelijk dat het uit de annex wordt gehaald en dat de beperking van toepassing is.
Duitsland stelde voor om POME gewoon te schrappen uit de lijst van geavanceerde grondstoffen. Lidstaten zouden op eigen initiatief al beperkingen kunnen opleggen aan de consumptie van die grondstof.
Vandaag kunnen we binnen ons huidige wetgevend kader de totale consumptie niet beperken. Wel kunnen we het volume beperken dat in aanmerking komt voor de dubbeltelling. Om in België te kunnen genieten van de dubbeltelling, moeten bedrijven daartoe een aanvraag indienen via een technisch dossier, dat drie jaar geldig is. De technische dossiers moeten worden goedgekeurd door de minister. De minister kan elke dubbeltelling voor POME weigeren zodra een realistisch volume is overschreden. Op die manier kan dus een aanmoediging voor het gebruik van POME worden weggenomen.
Dat wil dus zeggen dat de technische dossiers wel degelijk een toegevoegde waarde hebben voor de integriteit van het systeem. Nederland overweegt ondertussen om een gelijkaardig systeem in te voeren. Het dossier vereist dus zeker opvolging.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten inderdaad heel goed bekijken op welke manier dat nu verder verloopt. Ongetwijfeld is er een weliswaar miniem deel wel rechtmatig en gaat een en ander duidelijk mis bij de rest. We moeten bijvoorbeeld nagaan wat in de rapportage van de klimaatcijfers van elk land wel en niet wordt meegeteld. We zullen de kwestie in onze commissie blijven opvolgen.
De Europese top over asiel en migratie
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met 60.000 nieuwe illegalen sinds 2020 door falend asielbeleid, terwijl omringende EU-landen (Nederland, Italië, Polen) eigen strengere maatregelen nemen—terugkeerdeals, asielstops of externe opvang (bv. Albanië). Staatssecretaris De Moor wijst op het Europese migratiepact en partnerschappen met herkomstlanden (bv. Tunesië) als oplossing, plus mogelijke terugkeerhubs, maar stelt geen directe Belgische actie voor. Van Belleghem kaart aan dat België blijft talmen (regeringsformatie als excuus), terwijl andere landen al wetten aanscherpen, wat dreigt te leiden tot nog meer asielinstroom naar België. Kern: geen concrete Belgische maatregelen, enkel afwachten van EU-beslissingen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, sinds het aantreden van de vivaldiregering, op 1 oktober 2020, tellen we al 130.000 asielaanvragen. Omgerekend betekent dat 90 asielaanvragen per dag. Als men weet dat 60 % van de asielzoekers geen recht heeft op asiel en maar een op de vijf effectief ook terugkeert naar het land van herkomst, dan wil dat zeggen dat er sinds Vivaldi 60.000 nieuwe illegalen in dit land zijn.
In veel landen in de EU is intussen het besef doorgedrongen dat we niet kunnen rekenen op de EU om tot strengere asiel- en migratieregels te komen. Wat doen die landen dan? Die nemen zelf strengere maatregelen.
Nederland gaat voor de striktste asiel- en migratiewetgeving ooit. Italië stuurt zijn asielzoekers zelfs naar Albanië. Polen wil een asielstop. Hongarije wil niet langer gebonden zijn aan de Europese asiel- en migratieregels. Daarnaast zijn er nog meer landen die maatregelen nemen. Wat ze doen, komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer: ze wachten niet op de EU, maar ze nemen zelf maatregelen.
Weet u wat wij hier in België doen? Wij babbelen. We babbelen heel veel en zeggen daarbij niets. Het enige wat we zeggen, is dat de instroom van asielzoekers omlaag moet. U zegt dat altijd, mevrouw de staatssecretaris, en de premier zegt het ook, maar we nemen nooit concrete maatregelen.
Mijn vraag aan u is heel duidelijk. Zult u vandaag op de Europese top opnieuw babbelen en niets doen, of zult u concrete maatregelen voorstellen om de instroom van asielzoekers te beperken?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, vandaag en morgen worden er op de Europese top belangrijke besprekingen gehouden, onder andere over migratie.
Een van de zaken die de Europese Commissie naar voren schuift, is een versnelde uitvoering van het nieuwe Europese migratiepact. Ik vind het een heel goede zaak dat men sneller wil proberen te gaan. Het is dat pact dat we nodig hebben, het is dat pact dat onze interne Europese huishouding op orde zet.
Migratie beheren, begint natuurlijk waar de migratie zelf begint en daarom wordt er ook verder gesproken over partnerschappen met de herkomstlanden om irreguliere migratie tegen te gaan. We hebben vandaag verschillende van die partnerschappen, bijvoorbeeld met Tunesië. Die zorgen ervoor dat veel minder mensen de gevaarlijke overtocht maken.
Het kan daarbij geen kwaad om af en toe eens out of the box te denken, bijvoorbeeld over terugkeer. Ik ben nu al een aantal jaren bevoegd voor dit departement en we zien de terugkeercijfers jaar na jaar stijgen. We hebben een sterker terugkeerbeleid, maar we botsen stilaan op de limieten van wat we op Belgisch niveau nog kunnen doen. Er zijn nog steeds te veel mensen in onwettig verblijf die niet terugkeren. We mogen ons niet neerleggen bij een situatie waarin mensen weigeren om terug te keren en landen weigeren om hen terug te nemen.
De piste van de terugkeerhubs, waarover onder andere Commissievoorzitter von der Leyen nu spreekt, moeten we durven onderzoeken. We moeten dat debat open voeren. Er worden daarover vandaag nog geen beslissingen genomen. Dat ligt ook nog niet concreet op tafel en het is dus niet nodig om daarover al een concreet standpunt in te nemen, maar ik wil wel heel duidelijk zijn. We moeten dat debat aangaan, maar als we gaan voor een innovatieve aanpak, dan kan dat niet om het even hoe of om het even waar. Dat kan alleen als we mensen die vluchten voor oorlog of vervolging blijven beschermen en als we de verantwoordelijkheid voor hoe we met mensen omgaan in eigen handen houden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, ik noteer dat u vandaag opnieuw gaat babbelen. Er is dus altijd een nieuw excuus: eerst kon de vivaldiregering geen maatregelen nemen omdat de groenen in de regering zaten, nu kan de regering geen maatregelen nemen omdat ze in lopende zaken is, maar in de 131 dagen dat de arizonapartijen al aan het onderhandelen zijn, hebben Nederland, Polen, Zweden en Italië effectief al een striktere asiel- en migratiewetgeving aangenomen. Het gevolg daarvan zal zijn dat alle asielzoekers die anders naar die landen zouden gaan, naar hier zullen komen. We hebben dus geen tijd om te wachten op een nieuwe regering om maatregelen te nemen, want als al die asielzoekers naar hier komen, worden we letterlijk overspoeld.
Het absorptiepercentage van België wat Europese fondsen betreft
Gesteld door
Gesteld aan
Alexia Bertrand
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België haalt met 88% (vs EU-gemiddelde 91%) nog steeds onvoldoende EU-subsidies op, met 400 miljoen euro onbenut tot mid-2025, ondanks verbetering. Bevoegdheden liggen bij gewesten/regio’s (behalve het FEAD, dat 100% benut wordt via federaal niveau), maar coördinatie ontbreekt. Dubois pleit voor interfederale afstemming om de middelen optimaal te benutten en zo als EU-koploper te fungeren. Bertrand bevestigt dat de fondsen decentraal beheerd worden, maar gaat niet in op concrete oplossingen.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, c'est une question qui pourrait sembler assez technique mais elle est assez importante puisqu'il s'agit de la bonne utilisation des moyens octroyés par la Commission européenne et de leur optimisation.
Il y a un rapport de la Cour des comptes européenne qui pointe que le taux d'absorption de ces moyens au niveau de la Belgique était l'année passée de 76 %, soit sous la moyenne européenne de 80 %. Il y a maintenant un progrès puisqu'on est passé cette année à 88 % mais l'on reste sous la moyenne européenne, désormais à 91 %. Cela signifie qu'il reste 400 millions d'euros de fonds à utiliser d'ici mi-2025.
Quelles sont les prévisions? Parviendrons-nous finalement à atteindre cet objectif? Pourrons-nous affecter l'ensemble des moyens qui sont fournis à la Belgique au niveau européen? Dans la négative, quelles mesures faudra-t-il prendre pour y parvenir?
Alexia Bertrand:
Merci monsieur Dubois pour votre question qui est, je pense, une excellente question. C'est quelque chose qui revient chaque année dans le rapport de la Cour des comptes européenne et vous l'aurez donc certainement vu. Le rapport insiste effectivement sur l'augmentation du taux d'absorption. Vous le savez, la méthode de calcul employée pour définir le taux d'absorption de ces fonds européens est définie par la Cour des comptes européennes sur la base de chiffres qui sont fournis par la Commission européenne. Je peux vous donner le lien mais je pense que vous connaissez parfaitement la question.
La seule chose que je dois vous dire c'est que ces fonds sont gérés au niveau des Communautés et des Régions, sauf pour le fonds européen d'aide aux plus démunis, le FEAD. Celui-ci est géré par le SPP Intégration Sociale. Ce fonds-là ne représentait qu'une vingtaine de millions par an engagés directement dans le cadre des campagnes organisées par le SPP Intégration Sociale. En ce qui concerne ce fonds, l'exécution est de 100 %. Sauf erreur de ma part donc, je pense que tous ces fonds sont gérés au niveau des Communautés et des Régions, à moins que vous me disiez qu'on en a oublié un dans l'analyse.
Xavier Dubois:
Merci pour cette réponse assez claire. Il faut se demander dès lors s'il existe aussi une coordination interfédérale pour essayer de maximiser l'utilisation de ces fonds et, dans la négative, cela vaudrait peut-être la peine de la mettre en œuvre pour s'assurer d'une bonne utilisation et devenir le meilleur élève européen.
De uitspraken van de Hongaarse regering over immigratie en het Europese migratiebeleid
Het Hongaarse dreigement om illegale migranten en asielzoekers naar Brussel te sturen
Hongarije
De plannen van Hongarije wat het beheer van de migratiestromen betreft
Het Hongaarse dreigement om bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen
Hongarije en het Europese migratiebeleid, dreigementen en plannen
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische staatssecretaris Nicole de Moor veroordeelt Hongarije’s populistische dreiging om asielzoekers per bus naar Brussel te sturen als onacceptabele politieke chantage, bevestigt diplomatieke actie (contact met EU-Commissie, Hongaarse ambassadeur en lidstaten) en benadrukt dat de EU de Hongaarse asielwetschendingen via het Hof van Justitie moet afdwingen. Khalil Aouasti (PTB) kritiseert het gebrek aan harde reactie van BZ-minister Lahbib en betwijfelt het EU-migratiepact, terwijl Francesca Van Belleghem (N-VA) het pact als ineffectief bestempelt en pleit voor een Australisch model tegen illegale migratie. De Moor houdt vast aan EU-solidariteit en vertrouwen in het pact, maar waarschuwt dat Hongarije’s provocaties de EU-samenwerking ondermijnen. Kernpunt: Hongarije’s anti-EU-houding en Belgisch-Europese reactie op asielcrisis en rechtsstatelijkheid.
Voorzitter:
Monsieur Aouasti, vous avez droit à quatre minutes.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le président, mais je n'en aurai pas besoin puisque mes deux questions sont identiques et qu'elles étaient destinées à Mmes la ministre des Affaires étrangères et la secrétaire d' É tat. Je regrette que Mme la ministre se défausse sur Mme la secrétaire d' É tat pour répondre à sa place. En effet, les enjeux ne sont pas tout à fait les mêmes. J'aurais aimé entendre Mme Lahbib, mais j'entendrai donc Mme de Moor ici. Je la remercie déjà par avance pour sa présence et pour avoir accepté de répondre à nos questions.
Madame la secrétaire d' É tat, une nouvelle fois, le premier ministre hongrois et son gouvernement versent dans le populisme, les démarches xénophobes et anti-européennes en visant directement Bruxelles et, à travers elle, l'Union européenne. Afin de dénoncer la politique de solidarité européenne en matière d’asile et de migration, le gouvernement Orban a dit vouloir offrir aux "migrants illégaux" un aller simple gratuit en bus vers la capitale européenne. Face à cet énième écart au regard de ses obligations – qui furent, du reste, récemment négociées sous la présidence belge du Conseil européen –, vous avez réagi dans les médias pour marquer votre désapprobation. Vous avez indiqué avoir demandé au représentant de la Belgique auprès de l'Union européenne de s'entretenir à ce sujet avec son homologue hongrois. C'est la raison pour laquelle j'avais aussi adressé ma question à Mme Lahbib, afin de savoir comment les Affaires étrangères avaient réagi.
Madame la secrétaire d’ É tat, au sein du gouvernement, avez-vous pris contact avec votre homologue hongrois afin de dénoncer cet acte contraire au droit et à la solidarité internationale et qui, je suis désolé de le dire, sent la xénophobie?
Vous avez indiqué vouloir que la Commission européenne réagisse "avec fermeté et détermination". Quels contacts avez-vous (vous et la ministre des Affaires étrangères) pris en ce sens? Quelle a été ou sera la réponse des autorités européennes?
Plus fondamentalement, et alors que la Hongrie occupe actuellement la présidence tournante du Conseil de l’Union européenne, quelle position comptez-vous prendre afin de faire respecter les droits et devoirs – puisque la droite et l'extrême droite en parlent souvent – qui incombent à chaque É tat membre de l’Union européenne, y compris en matière de politique d’asile et de migration?
Voorzitter:
Merci, monsieur Aouasti. M. De Smet est absent.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, begin september dreigde de Hongaarse regering ermee bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen. Op 16 september hebt u op Twitter gemeld dat u een open en constructief gesprek had met de Hongaarse ambassadeur in de EU.
Mevrouw de staatssecretaris, wat is de laatste stand van zaken in de kwestie?
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, de Hongaarse regering dreigde er inderdaad mee, via haar woordvoerder en de staatssecretaris, om asielzoekers naar Brussel te brengen. Dat dreigement werd zelfs in beeld gebracht tijdens een persconferentie aan de Hongaarse buitengrens waar een rij bussen stond opgesteld met Brussel als veronderstelde eindbestemming.
Graag schets ik u nu, enkele weken later, nogmaals de context. De harde communicatie van Hongarije vloeit voort uit een Europese discussie. Hongarije onderhandelt namelijk met de Europese Commissie over een boete die werd opgelegd door het Europees Hof van Justitie wegens de niet-naleving van de Europese asielwetgeving. België komt daarbij in beeld, omdat de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel gevestigd is.
Laat ik duidelijk stellen dat wij niet kunnen noch zullen accepteren dat premier Orban en zijn regering ons op die manier afdreigen en politieke spelletjes spelen op ons grondgebied, bovendien op de kap van mensen die daardoor de valse hoop krijgen dat zij, eenmaal ze in Hongarije zijn, per bus naar Brussel worden gebracht.
Ik heb dan ook meteen de nodige stappen gezet om de Belgische belangen te beschermen en de situatie te ontmijnen. Ten eerste nam mijn kabinet onmiddellijk contact op met de Europese Commissie, zowel op administratief als op hoog politiek niveau. Ten tweede heb ik de Belgische permanente vertegenwoordiging bij de EU gevraagd om ten aanzien van de Hongaarse collega een demarche te ondernemen, wat nog dezelfde dag is gebeurd. Ten derde heeft mijn kabinet contacten gelegd met Hongaarse collega's en collega's van andere lidstaten. Ten slotte heb ikzelf de Hongaarse ambassadeur in België uitgenodigd voor een gesprek op mijn kabinet. De inhoud van diplomatieke gesprekken blijft vertrouwelijk, maar ik kan u meedelen dat de Belgische zorgen duidelijk en krachtig zijn overgebracht en dat daarop werd geantwoord.
Wij delen met Hongarije wel de analyse dat het in essentie om een Europese kwestie gaat, die dan ook op Europees niveau moet worden opgelost. Het komt de Europese Unie als hoedster van de verdragen toe om de naleving van de asielwetgeving in Hongarije af te dwingen en bij conflicten velt het Europees Hof een oordeel. Dat zijn de spelregels. Respect voor de Europese instellingen is wat mij betreft een minimumvereiste voor Europees lidmaatschap.
Des discussions de ces dernières semaines, il ressort que tant la Belgique que la Hongrie apprécient leurs relations bilatérales. Cependant, la coopération au sein de l'Union européenne et de l'espace de Schengen exige également une confiance mutuelle. J'ai insisté sur ce point à tous les niveaux. La Belgique fait confiance à la Hongrie, y compris dans son rôle actuel de présidence du Conseil de l'Union européenne; depuis le début de cette présidence hongroise, nous avons effectivement déjà eu des échanges fructueux. Toutefois, cette confiance établie ne doit pas être compromise car cela rendrait impossible la coopération au sein de l'Union intégrée. La Belgique demande donc que cette confiance ne soit pas rompue.
Cette discussion est évidemment liée aux réformes adoptées par l'Union européenne ce printemps sous la forme du pacte européen sur l'asile et la migration. Pour les pays situés aux frontières extérieures, un pacte qui fonctionne bien est crucial car il met fin aux transferts de responsabilité. Le pacte européen sur l'asile et la migration répartit les charges, tous les É tats membres montrant leur solidarité. Nous soutiendrons les pays des frontières extérieures en facilitant des procédures d'asile rapides et une meilleure gestion des frontières et nous prendrons également notre part en accueillant certains demandeurs d'asile.
J'ai confiance en ce pacte car il touche à l'essentiel: chaque pays contribue. Cela est également plus équitable pour un pays comme la Belgique qui est souvent la destination finale des flux migratoires secondaires.
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d' É tat, je vous remercie pour votre réponse.
Je ne partage pas votre optimisme sur le pacte à partir du moment o ù il a été poignardé dans le dos avant même sa naissance par ceux-là même qui occupent aujourd'hui la présidence du Conseil. Je pense par ailleurs que son contenu est plus que discutable; nous en avons débattu de manière approfondie voici quelques mois.
Ce qui est important à mon sens est que chaque État européen continue à assurer l'accueil et que ces États européens, pour des logiques purement internes et politiques, ne commencent pas à jouer l'absence de solidarité en prenant Bruxelles pour cible. J'attendais une réponse ferme de la ministre des Affaires étrangères. Elle est malheureusement absente; ce sera donc un silence au lieu d'une réponse.
J'entends que, par votre intermédiaire, des contacts auraient malgré tout été pris et des relations normalisées, mais que veut dire "normalisées" et pour combien de temps? J'ose espérer à tout le moins que la dignité de l'accueil sur le territoire européen restera une préoccupation conjointe de l'ensemble des membres de cette Union et que cet accueil digne pourra être assuré partout sur le territoire de l'Union européenne.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, de realiteit is dat het dreigement van Orban eigenlijk een schreeuw om aandacht is. Het Europese migratiebeleid werkt immers niet en het Europese migratiepact zal ook niet werken. Zolang men asiel kan aanvragen na een illegale immigratie, zullen wij gevoelig blijven voor stromen asielzoekers die naar hier komen. Jaarlijks sterven zo zelfs duizenden asielzoekers. Ik meende dat wij in de N-VA een bondgenoot hadden voor het Australische model tegen illegale immigratie. Ik hoop dat ik mij daarin niet vergist heb.
De vraag van de Raad van Europa aan België om de opvangcapaciteit te vergroten
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een groeiende opvangcrisis voor asielzoekers: ondanks een recordaantal opvangplaatsen (3.221 alleenstaande mannen op de wachtlijst) blijft de Raad van Europa aandringen op *verdere* capaciteitsverhoging, terwijl staatssecretaris De Moor stelt dat dit onhaalbaar is en pleit voor Europese lastenverdeling via het nieuwe migratiepact. Zij wijst financiële steun (leefloon/OCMW) voor wachtlijst-asielzoekers af ("*bed, bad, brood*"), ondanks oproepen van Myria en FIRM, en benadrukt bestaande medische en juridische hulp. Van Belleghem kaart aan dat het gebrek aan *instroombeperkende maatregelen* (zoals het "aanzuigeffect" van hotelopvang) de crisis verergert, en beschuldigt de regering van falend beleid. Kernpunt: structurele oplossingen ontbreken, terwijl de druk op opvang en Europese solidariteit blijft groeien.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, op 23 september gaf het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan dat België niet voldoende doet om de opvangcrisis op te lossen: "De capaciteit van het opvangnetwerk moet zo snel mogelijk aanzienlijk en duurzaam verhoogd worden om de huidige asielcrisis op te lossen".
Dat is bijna waanzinnig, want wij hebben nog nooit zoveel opvangplaatsen voor asielzoekers gehad en dat aantal blijft maar stijgen. Het is wederom meer, meer, meer. Onze opvangcapaciteit moet volgens de Raad van Europa dus stijgen, terwijl wij nog nooit zo'n groot netwerk aan opvangplaatsen hadden. Ondanks dat grootste netwerk ooit blijft de wachtlijst van asielzoekers groeien.
Hoeveel asielzoekers staan er op de wachtlijst om terecht te kunnen in een opvang?
Welk gevolg zult u geven aan de vraag van de Raad van Europa?
Hoe reageert u op de vraag van Myria en het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) om asielzoekers die op de wachtlijst staan, een leefloon of minstens hulp van het OCMW te geven? Bent u hieromtrent in overleg geweest met de bevoegde minister? Hoe zult u hierop reageren?
Nicole de Moor:
Mevrouw Van Belleghem, op 30 september stonden er 3.221 alleenstaande mannen op de wachtlijst.
Wij hebben uiteraard de uitspraak van de Raad van Europa grondig bestudeerd. In die uitspraak formuleert het Comité van Ministers een aantal aanbevelingen. Het Comité van Ministers erkent trouwens ook uitdrukkelijk dat België al de nodige stappen heeft gezet om de opvangcrisis te bestrijden, onder meer door het creëren van extra opvangplaatsen, het wijzigen van de opvangwetgeving en een efficiëntere behandeling van asielaanvragen – ik verwijs naar mijn antwoord van daarnet –, maar het wijst er tevens op dat die maatregelen nog steeds onvoldoende zijn om elke asielzoeker een opvangplaats te geven. Dat is juist, maar de oplossing kan echter niet zijn dat wij nog duizenden opvangplaatsen bij creëren. Dat is gewoonweg niet mogelijk.
Vergeleken met die in andere Europese landen blijft de instroom van asielzoekers in België zeer hoog. Ik blijf dan ook een sterk pleitbezorger van een meer evenredige lastenverdeling op Europees niveau. Wij doen al veel te lang meer dan ons deel.
Het Europees Asiel- en Migratiepact, dat in mei 2024 werd gesloten, biedt hiervoor een structurele oplossing. Niet alleen zullen hierdoor de migratiestromen naar Europa beter beheerst kunnen worden, maar het verankert ook een sterkere solidariteit tussen de verschillende lidstaten.
In verband met de oproep van Myria en het FIRM, het basisprincipe blijft bij ons: bed, bad, brood en begeleiding. Verzoekers hebben recht op materiële hulp, niet op financiële steun. Personen die niet in de opvang verblijven, hebben dus ook reeds recht op sociaal-juridische begeleiding en op medische ondersteuning, maar ik heb mij altijd verzet tegen voorstellen financiële steun te geven aan asielzoekers tijdens de procedure. Ik zal dat ook blijven doen.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor uw antwoord. Mevrouw de Moor, u hebt eigenlijk een soort sneeuwbal van asielproblemen gecreëerd. U hebt geen maatregelen genomen om de instroom van asielzoekers te beperken, waardoor u asielzoekers in een hotel moet onderbrengen. Doordat u asielzoekers in een hotel moet onderbrengen, creëert u een extra aanzuigeffect voor nieuwe asielzoekers. Zo wordt het sneeuwbaleffect alleen maar erger. U bent duidelijk niet in staat die sneeuwbal te stoppen. Effectief maatregelen nemen om de instroom te verlagen, is daarvoor de enige manier, maar dat zien wij helaas niet onder de vivaldiregering.
De implementatie van het Europese migratiepact
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet tegen 12 oktober 2024 een eerste en tegen 12 december 2024 een definitief nationaal implementatieplan voor het Europese migratiepact indienen, met een stuurgroep (Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, CGVS, etc.) onder leiding van een ervaren coördinator die de gap analysis al deelde met de EU—maar weigert deze (nog) openbaar te maken ondanks parlementaire vraag om transparantie. Middenveldorganisaties zijn niet structureel betrokken, terwijl de implementatie tegen 2026 ingrijpende wijzigingen in wetgeving en procedures vereist. De EU biedt gerichte ondersteuning, maar de uiteindelijke aanpassingen hangen af van toekomstige feedback en mogelijke vertraging door de regeringsvorming.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het Europese migratiepact is al een paar keer aan bod gekomen vandaag. U verwees er zowel tijdens de vorige legislatuur als nu tijdens uw antwoorden vrij regelmatig naar. Er zou een structurele verandering komen.
Ter voorbereiding van het pact heeft de Europese Commissie een Common Implementation Plan op tafel gelegd. Het is de bedoeling dat de lidstaten dat plan nu concretiseren in een nationaal implementatieplan. Wij krijgen daarvoor ook hulp van de Europese Commissie, onder andere door het opstellen van een gap analysis .
Zoals ik het heb begrepen, moeten wij op 12 oktober 2024, dus over elf dagen al, een eerste versie van het implementatieplan klaar hebben. De Europese Commissie zal het plan becommentariëren, evalueren en bijsturen waar nodig. Dat moet ons land in staat stellen om, naar ik meen, op 12 december 2024 een finaal implementatieplan in te dienen.
Mijn vragen zijn de volgende.
Welke implementation gaps heeft de Europese Commissie geïdentificeerd voor ons land? Wat zijn de volgende stappen, om de implementation gaps weg te werken? Kunnen de Kamerleden de gap analysis krijgen?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie? Wie wordt bijvoorbeeld de nationale coördinator voor het opstellen van het plan? Welke diensten worden daarbij betrokken? Is er al een ontwerpdocument beschikbaar? Zo ja, kunnen wij het document ontvangen?
Hoe verloopt het proces tussen 12 oktober 2024 en 12 december 2024?
Ten slotte, welke nadere ondersteuning krijgen wij van de Europese Commissie om de implementatie rond te krijgen?
Ik stel u die vragen heel expliciet, omdat wij net uit uw antwoorden hebben gehoord hoe belangrijk het Europese migratiepact is in de uitwerking van zowel het beleid van de huidige regering als het beleid van de komende regering. Daarom stelde ik u mijn vragen.
Nicole de Moor:
Mijnheer Vandemaele, ik ben ontzettend blij dat u mij in uw eerste commissievergadering een vraag stelt over het Europese migratiepact. U merkt zeer terecht op dat ik daar vaak naar verwijs. Het sluiten van dat pact was een belangrijke prioriteit voor mij en het blijft een belangrijke prioriteit om dat pact uit te voeren.
Op respectievelijk 10 april en 14 mei hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie het Europees Asiel- en Migratiepact goedgekeurd na jaren van intensieve discussies. Dat pact zal aanzienlijke wijzigingen met zich meebrengen, zowel binnen het unierecht als op nationaal niveau. De meeste nieuwe wetgevende instrumenten zijn verordeningen die vanaf het voorjaar van 2026, sommige zelfs eerder, rechtstreeks van toepassing zullen worden binnen de Belgische rechtsorde. De veranderingen zijn van die aard dat België zich nu al moet voorbereiden om de nationale wetgeving en praktijk aan te passen aan de nieuwe Europese regelgeving.
De Europese Commissie is zich wel bewust van de uitdagingen waar de lidstaten voor staan en heeft hen dus opgedragen om uiterlijk op 12 december een nationaal implementatieplan in te dienen, waarbij een eerste ontwerp al op 12 oktober klaar moet zijn. Dat plan zal beschrijven hoe België het pact zal toepassen op het grondgebied en aan de buitengrenzen.
In het kader van die aankomende wetgevende veranderingen heb ik beslist een nationale stuurgroep op te richten die de implementatie van het pact in België in goede banen zal leiden. Die stuurgroep zal een grondige analyse uitvoeren van het wetgevingspakket en de impact ervan op de Belgische asiel- en migratieprocedures. Het is de stuurgroep die het nationaal implementatieplan opstelt. Die stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken administraties, waaronder de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de federale politie, het Nationaal Crisiscentrum en de Dienst Voogdij van de FOD Justitie. Daarnaast zullen ook op ad-hocbasis vertegenwoordigers van de administraties van de deelstaten worden uitgenodigd, met name voor de bevoegdheden sociale zaken, integratie en onderwijs. Ook deze administraties zal gevraagd worden een bijdrage te leveren aan het nationaal implementatieplan.
De coördinatie werd in handen gegeven van een uitmuntend ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken die voor ons land ook de onderhandelingen van het pact opvolgde.
Deze zomer – we hebben hard doorgewerkt – werd door die Belgische stuurgroep reeds een gap analysis opgesteld en gedeeld met de Commissie. Dat document geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van het Belgisch migratiesysteem. Zoals u weet, is de diplomatieke correspondentie tussen België en de Commissie niet publiek, maar in de wetgevende teksten van het pact kunt u wel nalezen welke maatregelen België in de komende jaren zal moeten nemen om het nieuw Europees recht ter zake te respecteren.
Ons land zit ook regelmatig samen met de coördinator die door de Europese Commissie is aangesteld voor België om de implementatie van het pact te bespreken. Na indiening van het finaal nationaal plan in december zullen wij meer gerichte feedback van de Commissie ontvangen over de nog benodigde bijsturingen om de eventueel bestaande implementation gaps te vermijden tegen de ultieme deadline in 2026.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben natuurlijk nieuw in deze commissie, maar van de gemaakte gapanalyse kan ik mij niet inbeelden wat erin zou staan dat wij als parlementsleden niet zouden mogen weten. Ik ben nogal voorstander van een open democratie waarin wij documenten delen met elkaar en in dat opzicht vraag ik u nogmaals te overwegen om dat document met ons te delen. Mij lijkt daar niets gevaarlijk aan. Dat u het plan niet met ons wilt delen, kan ik wel begrijpen, aangezien het nog niet definitief is goedgekeurd, dus die beslissing valt nog te verdedigen, maar de analyse as such zou ik wel graag ontvangen.
Het zal inderdaad snel moeten gaan, want het traject dat u meedeelt, zal wellicht nog doorkruist worden door de federale regeringsvorming. Daarom ben ik blij dat de stuurgroep daar nu al hard aan werkt.
Wat die stuurgroep betreft, heb ik nog een kleine vraag. U noemt allerhande diensten op, maar ik vraag me af of ook in overleg voorzien is met organisaties uit bijvoorbeeld het middenveld, zodat ook die insteek over de implementatie van het migratiepact in ons land op de een of andere manier kan worden meegenomen.
Voorzitter:
Mevrouw de staatssecretaris, hebt u nog bijkomende antwoorden voor de heer Vandemaele?
Nicole de Moor:
Niet op dit moment, want de analyse is nog volop bezig, maar we bekijken op welke manier we die beter kunnen delen met het Parlement.
De vertegenwoordiging van België in de Europese Commissie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s vertraagde en nonchalante benoeming van Hadja Lahbib als Europees Commissaris – genomen *tussen regeringsonderhandelingen door* – degradeert het land van Europese agenda-zetter naar bijrolspeler, met een zwakke portefeuille die België naar de *achterbank* verplaatst, aldus Kjell Vander Elst. David Clarinval wijst de kritiek af door te verwijzen naar de eerste minister en prijst Lahbib’s kwaliteiten, maar ontwijkt de *strategische zwakte* van de keuze. Vander Elst benadrukt dat het niet om de persoon gaat, maar om het verlies van Belgische invloed in cruciale EU-dossiers, wat Europa’s waarneming van België als *figurant* versterkt. De discussie onthult een diepe bezorgdheid over België’s afglijdende Europese leiderschapspositie.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de vicepremier, ons land stond aan de wieg van de Europese eenmaking. De Europese hoofdstad is Brussel, waar ook de Europese Commissie gevestigd is. Veel belangrijke beslissingen worden in een Europese context genomen en deze hebben een impact op 500 miljoen Europeanen. Belangrijke beslissingen in cruciale domeinen als handelsbeleid, de competitiviteit van bedrijven en industrieel beleid worden binnen een Europese context genomen.
Ons land heeft de voorbije decennia een ijzersterke reputatie opgebouwd op Europees niveau. Wij bepalen al jaren de Europese agenda en we zitten al jaren op de eerste rij om Europese beslissingen te nemen. Mijnheer de vicepremier, net dat is nu gedaan. We zullen op het Europese toneel veroordeeld worden tot een bijrol. Waarom? Omdat we niet meer geïnteresseerd zijn in een hoofdrol. Door het getalm waren we weer te laat. We hebben onze Europese positie bepaald tussen de soep en de patatten, als een variapunt op de agenda van de regeringsonderhandelingen. Als eerste en enige signaal naar Europa van een toekomstige federale regering kan dat wel tellen. Ik ben er vrij zeker van dat dit een onverstandige beslissing was, collega’s. Het is niet alleen een onverstandige, maar ook onverantwoorde beslissing.
Ik heb dan ook maar één duidelijke en eenvoudige vraag voor u, mijnheer de vicepremier. Welke rol ziet u voor ons land nog weggelegd na het debacle van de laatste weken?
David Clarinval:
Mijnheer Vander Elst, ik feliciteer u met uw maidenspeech.
Misschien had u uw vraag beter aan de eerste minister gericht. De leden van het kernkabinet hebben kennisgenomen van het voorstellen van een kandidaat door de partijen die onderhandelen over de vorming van een volgende regering, onder leiding van koninklijk formateur Bart De Wever, in antwoord op de brief van mevrouw von der Leyen. De bespreking in het kernkabinet heeft, zoals u hebt kunnen lezen in de pers, geleid tot een brief van de eerste minister aan de voorzitster van de Europese Commissie. Daarin wordt mevrouw Hadja Lahbib, die beschikt over alle vereiste kwaliteiten, voorgesteld voor de functie van Europees Commissaris. Persoonlijk vind ik haar een uitstekende keuze.
Ik nodig u uit om bijkomende vragen die u relevant zou achten te stellen aan de eerste minister, die beschikt over meer informatie hieromtrent.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik heb daarnet vermeld dat de beslissing is genomen tussen de soep en de patatten. U hebt de hete patat aardig doorgeschoven.
Mij ging het niet over het individu of de persoon, mij gaat het over de inhoud.
De bevoegdheid die België nu heeft gekregen, zorgt voor een portefeuille waarmee België niet langer in de cockpit zit maar naar de achterbank is verbannen. Dat signaal naar Europa maakt van ons land een figurant. Ik betreur dat. In onze fractie zult u altijd een partner vinden om op Europees niveau met ons land het voortouw te nemen binnen een sterk Europa.
Voorzitter:
Ze passeren in een hoog tempo, maar ook de heer Vander Elst heeft voor het eerst het woord gevoerd in de Kamer. (Applaus) (Applaudissements) Wij hebben vele nieuwe krachten, maar met dat tempo zullen zij bijzonder snel de nodige routine in de vingers krijgen.
De invulling van de Prinses Elisabethzone en de haalbaarheid v.d. deadline voor de indienststelling
De Europese goedkeuring van het staatssteundossier inzake offshore wind
De beslissing van de EC betreffende het windmolenpark in de Noordzee
Duurzame energieprojecten en Europese regelgeving in België
Gesteld door
VB
Kurt Ravyts
N-VA
Bert Wollants
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 17 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De tender voor het Prinses Elisabeth-windpark (700 MW, eerste kavel van 3,5 GW) wordt 28 oktober 2024 gelanceerd, met gunning voor 31 december 2025 en operationele turbines in 2028, maar voltooing van de volledige zone pas in 2030. De Europese Commissie keurde 682 miljoen euro staatssteun goed (pessimistisch scenario bij lage energieprijzen) onder het TCTF-kader, met als voorwaarde dat de steun uiterlijk 31/12/2025 toegekend moet zijn, en benadrukte het innovatieve two-sided capability-based CfD-model (beloning voor *potentiële* in plaats van *werkelijke* productie) als voorbeeld voor andere EU-lidstaten. Kritieke knelpunten zijn de netversterking (Ventilus en Boucle du Hainaut), waarvoor de omgevingsvergunning uiterlijk Q2 2025 moet komen om de 2028-deadline te halen, en de illiquide onbalansmarkt, waarvoor een intradaymarkt-mechanisme wordt ingevoerd om *curtailment*-risico’s te mitigeren. Lessons learned voor kavels 2 en 3 (1 GW+) zullen vooral uit de eerste veiling komen, niet uit het staatssteundossier, maar de tijdsdruk en coördinatie met gewesten blijven risico’s voor het halen van de doelstellingen.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, u hebt een mail gericht aan de commissie in verband met het CRM en u had het daarin ook over de lopende werven.
Een van de werven is de tender rond het offshorewindpark Prinses Elisabeth. De Europese Commissie heeft het staatssteundossier goedgekeurd. Ook de collega's zullen het daar straks over hebben. De aankondiging van de tender wordt voor 28 oktober verwacht.
Mijn vraag betreft de nodige voorstudies. Op de webstek van de bevoegde FOD staat dat er voorstudies zijn waarvan het resultaat nog niet is opgeleverd. Ik moet er wel aan toevoegen dat die webstek sinds 10 juni niet meer is bijgewerkt. Kunt u een stand van zaken geven?
We zitten met de realiteit van Ventilus en de noodzakelijke netversterking. In maart heeft de Vlaamse regering het GRUP rond Ventilus definitief goedgekeurd. Dat is heel belangrijk voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Elia, maar verschillende steden en gemeenten in West-Vlaanderen en ook ondernemings- en burgerplatforms hebben een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van dat GRUP. Ik blijf heel geboeid door een zinnetje dat nog steeds op de webstek van de FOD staat: "De data van de voltooiing van deze twee projecten zijn namelijk twee essentiële parameters voor potentiële inschrijvers om hun bod voor te bereiden."
Ik weet uit de tijdslijn dat het de bedoeling is dat men in het eerste kwartaal een maand de tijd heeft om biedingen in te dienen, waarna een evaluatie volgt en dat u verwacht dat die omgevingsvergunningsaanvraag er toch komt in het eerste of tweede kwartaal van 2025. Wanneer dient volgens u de omgevingsvergunning uiterlijk te worden toegekend? Wanneer moeten de netversterkingsprojecten worden gefinaliseerd – er is immers ook de Boucle du Hainaut voor de verdere loten –, teneinde de data voor het operationeel worden van het eerste lot niet in het gedrang te brengen? Dat aspect blijft mij boeien.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, op 13 september 2024 werd inderdaad bekendgemaakt dat de Europese Commissie het staatssteundossier voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone heeft goedgekeurd. Dat werd althans in de communicatie van de Europese Commissie aangegeven. Er is ter zake sprake van een staatssteun ten belope van 682 miljoen euro voor 700 MW en een jaarlijkse productie van 2,6 TWh.
Uiteraard is het voor ons belangrijk om na te gaan op welke manier de Europese Commissie het dossier heeft bekeken en welke klemtonen de Europese Commissie legt, aangezien dat mogelijk effecten zou kunnen hebben voor de manier waarop we de twee volgende kavels moeten bekijken. Bovendien kunt u ongetwijfeld een timing geven voor het verdere verloop van de tenderprocedure en hoe een en ander juist in zijn werk zal gaan.
Ik heb daarbij een aantal vragen.
Ten eerste, hoe komt de Europese Commissie aan het exacte bedrag van 682 miljoen euro? Bestaat er een risico dat het bedrag zou kunnen worden overschreden in de loop van de duurtijd van het contract for difference ?
Ten tweede, welke elementen heeft de Europese Commissie in het dossier benadrukt? Welke aandachtspunten heeft de Europese Commissie ter zake geformuleerd?
Ten derde, moeten er lessen worden getrokken voor de kavels 2 en 3?
Ten vierde, wat is de concrete timing van de tenderprocedure?
Ik dank u voor uw antwoorden.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, pour ne pas être long par rapport aux questions qui ont déjà été soulevées, je crois qu'il faut tout d'abord se réjouir que la Commission européenne ait approuvé le financement public et la mise aux enchères de la première tranche. On ne peut évidemment pas regarder ce dossier sans avoir un œil sur la deuxième et la troisième tranche. Il y a forcément des leçons à pouvoir tirer de cette décision.
J'aimerais tout d'abord connaître vos impressions concernant votre lecture de cette décision. Est-elle conforme à vos attentes? Des éléments supplémentaires ou contradictoires ont-ils été apportés par rapport à ce que vous attendiez? Des conditions ou des paramètres ont-ils été soulevés par cette décision? À travers votre lecture, quels sont finalement les éléments de force et les difficultés éventuelles dont vous vous apercevez? On dit que le diable se cache souvent dans les détails et j'imagine bien que dans ce type de décision, le détail est sans doute l'élément sur lequel les esprits doivent pouvoir être frappés, si besoin en est.
Comment percevez-vous l'évolution de l'agenda maintenant que cette décision est prise, du moins qu'elle a été approuvée par la Commission? Est-on dans le timing prévu ou estimez-vous qu'il y a, là aussi, des éléments sur lesquels l'attention devrait être portée – que cela soit par vous-mêmes ou par d'autres – dans l'évolution du dossier? Il serait intéressant de pouvoir faire le point sur le schéma chronologique des choses telles qu'elles devront se dérouler avant de pouvoir opérationnaliser et concrétiser le dossier sur le terrain.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil het eerst even hebben over de voorstudies, omdat dit een apart element is. Alle veldstudies werden opgeleverd. De resultaten zitten al in de onlinedatabank. Enkele desktopstudies, die gebaseerd zijn op de resultaten van de veldstudies, zitten momenteel in finale fase. Ze zullen binnenkort ook opgeladen worden in de databanken. Dan zijn er nog het archeologisch assessment, het wind-resourceassessment en het metoceanassessment, dat betreft meteorologie, oceanografie en de metoceandesigncondities. Die drie studies bevinden zich in de finale fase van uitvoering. Het rapport met betrekking tot de geologische parameters doorloopt momenteel het certificeringsproces.
Dan kom ik aan het staatssteundossier voor de PEZ. Ter herinnering, de PEZ is een zone in de Noordzee waar we tot 3,5 gigawatt aan capaciteit zullen ontwikkelen. Dat zal in drie stukken gebeuren. Er komt een eerste kavel van 700 megawatt en nadien komen de loten 2 en 3, met telkens meer dan 1 gigawatt.
De huidige beslissing van de Europese Commissie gaat over de eerste kavel, die van 700 megawatt. Die beslissing gaat alleen over de eerste kavel omdat wij besloten hebben om dat dossier aan te melden onder TCTF, het Temporary Crisis and Transition Framework, dat door de Commissie op poten is gezet in het kader van de energiecrisis. Dat maakte het voor lidstaten mogelijk om projecten die de onafhankelijkheid van Europa, de transitie en de uitrol van hernieuwbare energie kunnen versnellen, via een versnelde procedure goedgekeurd te krijgen op het vlak van staatssteun.
TCTF-dossiers die aangemeld worden, komen ook met een externe deadline. De uitkomst van die versnelde procedure, in dit geval goedkeuring, impliceert ook dat staatssteun gegund moet worden uiterlijk op 31 december 2025. Daarom hebben we alleen de eerste kavel aangemeld onder TCTF. We kunnen de twee andere loten immers niet afronden op uiterlijk 31 december 2025.
Mijnheer Wollants, de Commissie heeft inderdaad via een persbericht gecommuniceerd. We wachten zelf ook nog op de integrale beslissing. Ik kan u daarover uiteraard heel veel vertellen, want dat is een intensieve onderhandeling geweest met de Commissie. Het bedrag dat daarin vermeld wordt, 682 miljoen euro voor 700 megawatt voor de jaarlijkse positie van 2,6 terawattuur, komt eigenlijk uit de strike price -studie. Voorafgaand aan en tijdens de opstelling van het KB Tender werd een studie uitgevoerd om de mogelijke en eveneens de maximale strike price te berekenen.
In het kader van de bepaling van de strike price zijn ook Aurora-prijscurves gebruikt, die inzage geven in of een indicatie geven van de verwachte evoluties van de elektriciteitsprijs. Die berekening is gemaakt met de te verwachten strike price en met een scenario van een high , medium en low elektriciteitsprijs, afkomstig uit die Aurora-prijscurves.
Dezelfde prijscurves zijn overigens ook gebruikt voor het dossier betreffende de levensduurverlenging van de kerncentrales Doel 4 en Tihange 3, een dossier dat momenteel nog loopt bij de Europese Commissie. De 682 miljoen euro is het meest pessimistische scenario, namelijk met lage energieprijzen – het gaat over 49,9 euro per megawattuur. Ik wil daarbij wel aanvullen dat het over capture values gaat, terwijl in het dossier voor Doel 4 en Tihange 3 de baseload values gebruikt zijn, dus daar zit een klein verschil op.
Waarom hanteren we dat pessimistische scenario? Inzake staatssteun zal de Commissie bij een aangemeld dossier het maximumbedrag bepalen, maar als dat met meer dan 20 % overschreden wordt, moet het dossier opnieuw aangemeld worden. Door uit te gaan van het meest pessimistische scenario, verwacht ik niet dat we hoger zouden kunnen uitkomen.
Je réponds maintenant à une autre série de questions qui ont été posées et que je résumerai de la sorte: quels étaient les éléments les plus pertinents sur lesquels la négociation avec la Commission a vraiment porté?
Ter zake zou ik de nadruk willen leggen op twee elementen waarover we met de Europese Commissie lang hebben gesproken.
Ten eerste, wat de Europese Commissie heel goed vond, was dat we werken met een two-sided capability-based contract for difference .
Cela signifie que les bénéficiaires reçoivent ainsi une compensation pour la production potentielle, et non pour la production réelle. Selon la Commission, cette pratique est plus conforme au fonctionnement du marché, en soutenant donc le réseau électrique et en offrant une plus grande sécurité de financement. Bien évidemment, il en résulte que l'on stimule de la sorte au maximum la disponibilité des éoliennes. Cela vaut aussi dans le dossier de Doel 4 et Tihange 3, qui sera abordé dans le débat suivant. En effet, là encore, le guideline visait à obtenir une disponibilité maximale.
De guideline was ook hier een maximale beschikbaarheid.
Donc, le fait que nous soyons les premiers à travailler avec un capability-based contract for difference a été très apprécié par la Commission européenne, qui nous a également indiqué lors de l'approbation du mécanisme que la Belgique constitue un exemple à suivre pour les autres É tats membres.
Un autre élément important était le correctiefactor voor de onbalans .
We weten dat er zeker voor de eerste 700 megawatt een eventuele beperking in het net, een grote onbalans, zou kunnen optreden. We zien ook nu al dat er soms momenten zijn met zeer negatieve prijzen, omdat er een grote beschikbaarheid is van windenergie op momenten dat de vraag iets lager is. Als het net onvoldoende flexibel en versterkt is, kan dat leiden tot grote onbalans en curtailment .
Wij hadden aanvankelijk in ons mechanisme voorzien om daarvoor een vergoeding te geven. Dat is immers een risico voor de ontwikkelaar. Hij kan daarmee geconfronteerd worden, hoewel hij daarvan niet altijd de oorzaak is. Hij kan namelijk geconfronteerd worden met een net dat onvoldoende sterk is. We wilden dat risico dus vergoeden met een een-op-eenvergoeding. De Commissie heeft dat echter geweigerd. Dat zou immers te weinig risico's bij de ontwikkelaar laten en mogelijk een negatieve impact hebben op het marktgedrag. Als de prijzen negatief zijn, is er te veel energie en moet er afgeschakeld worden.
De Commissie begreep dus wel wat we wilden doen en erkende dat er een probleem is op onze onbalansmarkt. Die is namelijk niet liquide. Dat is dus een probleem aan de ene kant van het net, maar er is ook een probleem aan de andere kant van het net. Er is namelijk te weinig flexibiliteit en capaciteit om dat te kunnen wegwerken. De Commissie zei dus dat ze zag wat we wilden doen, maar het had een te groot potentieel effect op de marktsignalen, die zouden kunnen worden verstoord.
We hebben daarvoor dus een alternatief gevonden. We zullen de onbalans wel vergoeden, maar op basis van de intradaymarkt. Deze vergoeding op basis van de intradaymarkt houdt in dat we een vraag zullen creëren op de intradaymarkt, zodat er capaciteit vrijgemaakt wordt om op de intradaymarkt te brengen, waardoor er een incentive gecreëerd wordt voor de ontwikkelaar om zelf die onbalansen weg te werken. We hopen dus dat de ontwikkelaar een vraag zal plaatsen op de intradaymarkt om een probleem op te lossen en dat er ook volumes zullen worden aangeboden op die intradaymarkt.
Dat is dus een heel belangrijk element. Ik leg daarop zoveel nadruk omdat dat niet stopt bij ons, omdat we iets hebben ingeschreven in het tenderdesign. Er zijn twee zaken die de komende jaren enorm belangrijk zijn.
Ten eerste moet de netbeheerder blijven werken aan betere forecasts. We hebben ook in het Energietransitiefonds (ETF) heel wat projecten, die we ondersteunen vanuit de federale overheid, die daarmee te maken hebben. Hoe beter men kan voorspellen, hoe beter men kan anticiperen en hoe minder men met dat probleem zal worden geconfronteerd.
Ten tweede is de onbalansmarkt, de intradaymarkt, vandaag te weinig liquide en er zal moeten worden gezorgd voor voldoende aanbod, ook op de intradaymarkt. Dat is absoluut een werf voor de komende jaren.
Het tweede element waarover we veel hebben gesproken met de Commissie is de beschikbaarheid van de elektriciteit voor de industrie en de burgers. U zult in het dossier zien dat het volledige volume wordt afgedekt met een CFD, maar dat er twee referentieprijzen zijn. Aan de ene kant is dat de day ahead en aan de andere kant de volumes die gedekt worden door een PPA.
Ik heb eurocommissaris Vestager een aantal keren ontmoet en in het begin vroeg zij mij waarom we dat zo ingewikkeld maken, waarom we niet gewoon kunnen komen met een dossier dat 100 % CFD is. Mijn antwoord was dat ik een industrie heb die vraagt om toegang te hebben tot langetermijncontracten met vaste prijzen. In dit dossier werden we geconfronteerd met aan de ene kant de ontwikkelaars, die zelf ook vragende partij waren van two-sided contracts for difference , waar 100 % van dat volume onder valt en ze wel afrekeningsbetalingen zouden doen naargelang de prijzen, maar ook met een aantal partners, zoals TotalEnergies en BASF, die niet moesten weten van two-sided contracts for difference en wel een zero bid zouden doen, ons zouden betalen en dat dan later wel zouden ontwikkelen.
Aan de andere kant had ik een veel grotere groep van industriële partners – zoals ArcelorMittal en Umicore, maar ook de medium caps , kleinere bedrijven – die zeiden dat hun grootste risico volatiliteit op de energieprijs is. We hebben de laatste jaren gezien dat de energieprijs bij het minste wat er op de internationale markt gebeurt omhoog- en omlaaggaat, wat het heel moeilijk maakt als een bedrijf bijvoorbeeld investeringen moet doen om de productiecapaciteit uit te breiden. Men wil weten wat de energiekosten zijn.
We hebben dus een heel grote vraag van onze industriesector om toegang te hebben tot elektriciteit aan vaste prijzen. We hebben ten aanzien van de Commissie altijd verdedigd dat we die mix moeten hebben om onze industrie daartoe toegang te geven. Dat was ook een beslissing die we politiek hadden genomen in de Energieraad, waar we hadden gezegd dat PPA's een belangrijk middel waren om de volatiliteit weg te nemen, want dat men dan de facto een loskoppeling van de gasprijs doet.
We hebben ter zake met de Commissie een zeer goed akkoord bereikt. Het is nu belangrijk dat er voor de volgende kavels stabiliteit gerealiseerd wordt. Het is een akkoord zonder voorwaarden. Het is een akkoord over het hele KB Tender. In principe zal dit KB Tender ook van toepassing zijn voor de kavels 2 en 3. In principe hoeven daaraan geen wijzigingen te worden aangebracht.
Uiteraard zal het resultaat van de eerste veiling wel geëvalueerd moeten worden. Het zal eerder daaruit zijn dat men lessen kan leren voor de volgende kavels dan uit het lopende dossier inzake staatssteun.
J'en viens au timing .
De einddatum, dus het punt dat niet in de tijd schuift, is 31 december 2025. De staatssteun is geldig tot en met die dag. Op dat moment moet er een definitieve gunning zijn. Tellen wij terug in de tijd, dan betekent dat dat wij er snel aan moeten beginnen.
Het plan is de tender te lanceren op 28 oktober 2024. Dat is dus over zes weken. Dat is ook gepubliceerd op de website van de FOD Economie. Dat is ook een heel duidelijk marktsignaal.
Hoe verloopt het verder? Er is een periode van negen maanden waarbinnen de kandidaat-ontwikkelaars kennis kunnen nemen van alle documenten en vragen kunnen stellen. Het volledige tenderproces zal via een onlineplatform lopen. Alle antwoorden op vragen zullen aan alle kandidaten worden bekendgemaakt, wat heel belangrijk is voor het level playing field. Gedurende de negende maand kunnen de kandidaten hun bod indienen. De einddatum daarvoor zal 28 juli 2025 zijn. Vervolgens start een evaluatieprocedure van drie maanden. De winnaar zal worden bekendgemaakt voor 31 december 2025. Vervolgens heeft de ontwikkelaar een termijn van 48 maanden om de bouw van het park te realiseren, waarbij de eerste turbines in 2028 operationeel zullen zijn.
Om de tender te lanceren op 28 oktober 2024, liggen wij vandaag op koers. Uiteraard wordt een aantal zaken nog in orde gebracht. Belangrijk daarbij zijn natuurlijk de milieuvergunning en het MB Kavels, dat daaruit volgt. Het platform moet klaar zijn voor het delen van de documenten. De tenderdocumenten moeten klaar zijn. Dat is allemaal op schema. Een aantal technische bijlagen van Elia en van de CREG moeten nog worden opgeleverd. Ook dat ligt op koers.
Er is ook nog het ministerieel besluit inzake de correctiefactor. In dat verband hebben wij echter de goedkeuring van de Europese Commissie over het principe maar ook over de formule, die dus in een ministerieel besluit zal moeten worden gegoten. Daartoe is er overleg geweest met de CREG, die het voorstel moet uitwerken en die ook heel nauw betrokken was bij het staatssteundossier. Ook op dat vlak verwacht ik geen problemen.
Monsieur Ravyts, j'en viens à Ventilus. Cela répond également à votre troisième question concernant les grands défis du projet, monsieur Crucke.
Comme vous le savez, Ventilus sera développé en même temps que le premier parc de la zone Princesse Elisabeth. Nous avons abordé en détail le calendrier de l'appel d'offres de ce premier parc éolien il y a quelques minutes. La construction et le raccordement via l'île énergétique se déroulent en parallèle. Il s'agit donc de différents projets, à la fois en mer, offshore (l'île et les câbles), et aussi sur terre, onshore (les projets de Ventilus et la Boucle du Hainaut). Ils sont exécutés simultanément afin de réaliser le renforcement du réseau et le raccordement des nouveaux parcs éoliens le plus rapidement possible. Ces différents projets doivent effectivement rester bien coordonnés. Le gestionnaire du réseau a besoin d'une période de trois ans pour construire Ventilus. Pour terminer cela fin 2028, le permis d'urbanisme de Ventilus doit être délivré au plus tard au cours du second semestre de 2025. Il s'agit donc d'un calendrier sans doute ambitieux, mais quand même réaliste. Le gouvernement flamand a finalisé la procédure GRUP pour Ventilus au printemps 2024. La demande de permis et l'étude d'impact sur l'environnement sont en cours de préparation.
Monsieur Crucke, j'en viens à votre question sur les éventuelles difficultés que le dossier pourrait encore rencontrer. La réponse est aussi relativement simple. Nous faisons tout pour que cela réussisse. Sans doute y aura-t-il encore des choses inattendues. C'est toujours le cas dans n'importe quel projet, pas uniquement dans les projets en énergie. C'est exactement la raison pour laquelle ce dossier retient encore toute mon attention et celle de mon équipe. Ce n'est pas le moment de lâcher, c'est le moment de bien tout coordonner, de tout mettre en route.
Chaque solution amène de nouvelles difficultés mais il est très important pour notre pays que nous ayons accès à ces 3,5 gigawatts de capacité en mer du Nord. J'ose donc espérer que mon successeur agira de la même façon dans l'intérêt du pays, de notre industrie et de nos citoyens. Il y a toujours une législature pendant laquelle on dessine le cadre régulateur, puis, durant la législature qui suit, on construit le tout.
We geven het stokje door, voor een goede zaak, namelijk betaalbare elektriciteit voor onze gezinnen en industrie.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, het is inderdaad een heel belangrijke werf voor de bevoorradingszekerheid in dit land. U zei dat de omgevingsvergunning voor Ventilus in het tweede kwartaal van 2025 rond zou moeten zijn. Als dat niet het geval zou zijn, zullen er dan biedingen komen van ontwikkelaars voor eind juli 2025? Dat is een belangrijke vraag met betrekking tot de slaagkansen van dit project.
Ik dank u voor de uitvoerige uitleg over de staatssteun en de visie van de Europese Commissie.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, we zullen inderdaad moeten bekijken wat het contract for difference – in het Nederlands heet dat een bijpascontract – zou kunnen kosten. Het gaat natuurlijk in de twee richtingen, want het andere eind van de curve ligt op een meerwaarde van iets meer dan een miljard. Dat is de prijsvork. We zullen inderdaad goed moeten bekijken waar we uiteindelijk zullen landen met dat verhaal.
De timing is ook relatief helder. U schoof een tijdschema naar voren met een toewijzing ten laatste op 31 december 2025. Dat wil zeggen dat een volledige realisatie in 2028 niet haalbaar is. Dat zal eerder eind 2029 worden. Het is immers zo dat vanaf de bekendmaking van de winnaar volgens de tenderprincipes de termijn van 48 maanden geldt.
Tinne Van der Straeten:
De eerste verbinding komt er in 2028. Dat zal inderdaad doorlopen in 2029. De bedoeling is steeds geweest om de gehele zone operationeel te hebben uiterlijk in 2030.
Bert Wollants:
We zullen ook moeten kijken naar de volgende kavels. Als er een evaluatie noodzakelijk is na de eerste kavel – en ik denk dat die noodzakelijk zal zijn – kan dat impact hebben op wat er gebeurt met de kavels 2 en 3. Daarvoor zal ook de nodige tijd moeten worden uitgetrokken. In uw tijdslijn leek het alsof dat haalbaar zou zijn tegen 2026 of 2027. De tijdspanne voor een grondige evaluatie wordt kleiner, maar het gaat inderdaad om een taak voor uw opvolger.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse très complète et détaillée. On voit clairement, dans ce dossier, que le temps et l'argent sont comptés, l'un dépendant parfois de l'autre mais tout ne dépendant pas du fédéral. Comme vous l'avez précisé, les Régions auront également leurs responsabilités à prendre, ce qui ne simplifie pas toujours le dossier. Ceci dit, une première étape a vraiment bien été franchie: 3,5 gigawatts, cela se mérite mais cela se travaille aussi. J'ai compris qu'il restait du travail à accomplir mais qu'il restait surtout énormément de suivi et d'attention à apporter à un dossier si on veut que cette énergie durable puisse effectivement servir tant aux citoyens qu'aux entreprises.
Het advies van de EC over staatssteun voor de verlenging van de levensduur van twee kerncentrales
Het Europese onderzoek naar de Belgische overheidssteun voor de verlenging van Doel 4 en Tihange 3
Het onderzoek van de Europese Commissie naar de staatssteun bij de ENGIE-deal
Europese staatssteunonderzoeken naar kerncentraleverlengingen in België
Gesteld door
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
VB
Kurt Ravyts
N-VA
Bert Wollants
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 17 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Europese Commissie voert een diepgaand onderzoek naar de staatssteun voor de verlenging van kerncentrales Doel 4 en Tihange 3, met name naar marktverstoring, de noodzaak van joint venture BE-NUC en de 15 miljard euro compensatie voor nucleair afval. Minister Van der Straeten benadrukt dat de procedure normaal is, vergelijkbaar met eerdere dossiers (bv. offshore-wind), en streeft naar goedkeuring eind 2024/begin 2025 om de heropstart in 2025 te garanderen, mits stabiliteit in de afspraken en nauwe samenwerking met ENGIE en de Commissie. Kritische punten (marktconcurrentie, proportionele steun) worden onderhandeld, terwijl veiligheidsinvesteringen niet-onderhandelbaar zijn. Het tijdschema is krap, maar de minister toont vertrouwen in een succesvolle afronding, met politieke en technische opvolging om vertragingen te voorkomen.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, le 22 juillet, la Commission européenne a remis un premier avis sur les aides d' É tat relatives à la prolongation de l'exploitation des centrales nucléaires Doel 4 et Tihange 3. En même temps, comme le prévoit le processus, elle a décidé d'ouvrir cette enquête approfondie qui permet à tout tiers intéressé d'exprimer ses observations.
Nous reconnaissons que l'avis émis par la Commission est largement favorable, ce dont nous nous réjouissons. Ce n'est pas sur cet avis favorable que je vais vous questionner mais sur les quelques nuages qui malgré tout persistent, comme dans tout dossier, et sur les doutes que la Commission peut avoir à l'égard de trois éléments plus précis.
Il s'agit de la compatibilité de l'aide avec les r è gles du marché intérieur, de la nécessité ou non de créer une coentreprise BE-NUC et de l'indemnisation d'un montant de 15 milliards d'euros pour le transfert des risques liés aux déchets nucléaires. Par rapport à ces trois éléments, dont l'importance ne doit ni être minorée ni exagérée au point de masquer les autres, j'aimerais recueillir votre réaction et votre sentiment sur la manière dont vous considérez que ces trois points peuvent être abordés.
Comme je l'ai fait dans ma question précédente, je pense qu'il est important à ce stade de préciser chronologiquement les étapes à venir, non seulement eu égard à la Commission mais également au processus décisionnel belge.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, die andere grote werf inzake de bevoorradingszekerheid is het akkoord over de verlenging van de levensduur van twee kernreactoren. Als onderdeel van dat akkoord zijn er zeer veel maatregelen genomen.
De Europese Commissie bekijkt al die maatregelen als één geheel. Hoewel de Belgische maatregel gerechtvaardigd lijkt, aldus de Commissie, twijfelt de Commissie in dit stadium over de verenigbaarheid met de Europese staatssteunregels. Het is een normale stap in de procedure om een diepgaand onderzoek te voeren naar de noodzaak van de aanvullende steunmechanismen, de geschiktheid van het CFD-ontwerp en de combinatie van financiële en structurele regelingen, aangezien de begunstigden onrechtmatig zouden kunnen worden ontlast van een te groot marktaandeel en van operationele risico's. Vandaar het onderzoek naar de evenredigheid van de combinatie van die financiële en structurele regelingen en het forfaitbedrag van 15 miljard euro. Dat is in de commissie voor Energie al vaker aan bod gekomen.
Mevrouw de minister, kunt u een stand van zaken geven betreffende de uitwisseling van vragen, opmerkingen en antwoorden met de Europese Commissie in dit dossier, waarbij de Commissie evalueert of de inhoudelijke bepalingen van het akkoord noodzakelijk, gepast en proportioneel zijn?
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, beide collega's hebben de situatie al geschetst omtrent het diepgaande onderzoek naar de ENGIE-deal dat de Europese Commissie momenteel voert.
Mevrouw de minister, kunt u toelichten welke stappen sinds de start van dat onderzoek zijn gezet in dat dossier? Hoe schat u het verdere verloop van die procedure in?
Voorzitter:
Vraagt iemand van de andere fracties het woord?
Marie Meunier:
Mon groupe rejoint les questions posées par nos collègues. Où en est la procédure, madame la ministre? Pouvez-vous faire le point sur l'état d'avancement du dossier? Quelles informations pouvez-vous nous communiquer? Quelles sont les demandes de la Commission européenne? Enfin, avez-vous un agenda à nous communiquer?
Tinne Van der Straeten:
Allereerst, de Commissie heeft op 22 juli 2024 beslist om een diepgaand onderzoek te voeren. Dat kwam niet onverwacht. Het betreft niet de start van de procedure, maar wel de officiële lancering van een procedure. Onze interacties met de Commissie waren echter al geruime tijd aan de gang. Zelfs tijdens de onderhandelingen is er op verschillende momenten informeel met de Europese Commissie gesproken.
Eigenlijk zijn we in dit dossier niet anders te werk gegaan dan in de andere zeven staatssteundossiers waarvoor een in-depth procedure is doorlopen. Zo is het CRM goedgekeurd na die in-depth procedure. Daarnet hadden we het ook al over de procedure voor de Prinses Elisabethzone. Daarnaast was er ook de staatssteunprocedure voor de omschakeling van het financieringsmechanisme voor het afromen van de overwinsten voor wind op zee. Er zijn twee keer aanpassingen geweest van het CRM, waaronder het CRM met inclusie van 2 GW nucleair, die door de Commissie zijn goedgekeurd. Deze namiddag zal door de Commissie een persbericht worden verspreid over de goedkeuring van de T-2-veiling met de payback obligation voor het demand-side management . Daarnaast was er ook het non-dossier van de offshorebijdrage, waarin de Commissie met een infringement dreigde. We hebben daar de accijnshervorming aan gekoppeld, waardoor we buiten het bestek van de staatssteun vielen.
Ik geef deze inleiding om aan te geven dat het niet ons eerste dossier is. Ondertussen hebben we een goede relatie en goede werkmethodes met case handlers opgebouwd. Ik heb vertrouwen in de afloop van het dossier, vooral ook wat de gehanteerde timing betreft. Net als in de offshore, waarvoor de staatssteun toegekend moet zijn op 31 december 2025, zal in dit dossier het eindpunt van de timing niet bewegen. De kerncentrale van Tihange 3 zal elektriciteit leveren vanaf september 2025 en de kerncentrale van Doel 4 vanaf november 2025. Om dat mogelijk te maken, is de goedkeuring van de Europese Commissie inzake staatsteun nodig. De goedkeuring door de Commissie betekent meteen dat de transactie kan worden afgesloten, wat een aantal andere zaken in gang zal zetten, namelijk de oprichting van de joint venture en het storten van 11 miljard euro voor de waste cap .
Net als het offshoredossier is dit een dossier waarin heel wat zaken parallel lopen. Zo zal bijvoorbeeld over het investeringsprogramma van de exploitanten al parallel beslist worden. Wij verwachten dat dit begin volgend jaar zal gebeuren. Op zich is dat niet afhankelijk van het afsluiten van de transactie, maar de tijdslijnen zullen wel samenkomen. Er is namelijk een indirecte link, want 60 dagen nadat het FANC het actieplan goedkeurt, zal de exploitant het financieringsmodel moeten voorstellen. In dat financieringsmodel zal de voorlopige strike price voorgesteld worden.
U ziet, het is een puzzel met vele stukjes die allemaal parallel gelegd worden om de grote puzzel te kunnen maken. Het stukje van de staatssteun is daarbij absoluut essentieel.
La Commission a donc décidé d'ouvrir une enquête approfondie, comme c'est la coutume dans quasiment tous les dossiers nucléaires. Bref, ce n'est pas neuf. Et j'estime sain que la Commission agisse ainsi. Sinon, certains É tats membres pourraient s'étonner que la Commission ne pose pas de questions. Au moyen de cette étape qu'est l'enquête approfondie, celle-ci souhaite qu'une décision aussi robuste que possible soit prise.
Le processus avance à grands pas. Bien entendu, il s'agit d'une étape importante en vue d'une décision finale. Dans le dossier de presse, vous avez pu lire quels étaient les principaux éléments de la Commission européenne.
Het is eigenlijk vergelijkbaar met de Prinses Elisabethzone. Door deze aanpak wordt de markt niet onnodig verstoord. Negatieve of lage prijzen zorgen in dit geval voor een modulering van de kerncentrales. Bij offshore is het eerder curtailment , bij kerncentrales spreken we van modulering, wat technische beperkingen heeft.
Verder zijn er ook vragen over de economische aspecten, met name of er niet te veel garanties worden voorzien. Op het vlak van de veiligheidsinvesteringen verschilt dit dossier van dat over de Prinses Elisabethzone. De veiligheidsautoriteiten moeten de investeringsplannen goedkeuren. De driver daarvoor is nucleaire veiligheid, waarvoor zeer weinig onderhandelingsmarge bestaat.
Ce processus est donc en cours.
Na het persbericht van de Europese Commissie en de opening van de Europese Commissie in juli 2024 heeft de Belgische Staat de kans gehad om een aantal elementen extra te motiveren. Wij hebben bijvoorbeeld gemotiveerd dat de marktsignalen niet worden verstoord en dat wij integendeel een aantal punten hebben opgenomen die naar maximumbeschikbaarheid, maar ook naar flexibiliteit duwen.
In-depth investigation betekent ook dat de markt wordt geconsulteerd en dat de marktpartijen hun opmerkingen kunnen geven, waarop wij opnieuw onze reactie kunnen geven. Daarna starten uiteraard de verdere onderhandelingen met de Europese Commissie, met een nadere evaluatie.
Het betreft een dossier dat wij uiteraard hand in hand met de verschillende stakeholders beheren. ENGIE is natuurlijk ook zelf bij het dossier betrokken. Het is voor ons belangrijk dat ENGIE uit de eerste hand hoort wat de eventuele opmerkingen van de Europese Commissie zijn.
U weet ook dat Ursula von der Leyen vandaag haar nieuwe Europese Commissie voorstelt en dat het mijn collega Teresa Ribera is die wellicht bevoegd zal worden voor Mededinging. Ik ken haar goed. Wij waren collega’s, maar ook buren, in de Europese Raad. Het is mijn vaste voornemen om, zodra de Europese Commissie benoemd is, met Teresa Ribera een gesprek te hebben over het dossier.
De case handlers en de verschillende diensten werken uiteraard heel nauw samen. Het dossier wordt alsmaar verder gebracht. Het is echter ook altijd zo dat er politiek toezicht is of dat politieke autoriteiten voldoende op de hoogte moeten zijn.
Collega’s, het betreft een ambitieus tijdschema. Er is binnen dat schema geen dag te verliezen. Het zal ook zeker heel intensief werken zijn, wat in de andere dossiers niet anders is geweest. Ik ben dus absoluut confident . Ik heb vertrouwen dat wij het dossier kunnen afronden binnen de timing die ik hier altijd heb aangegeven, namelijk eind 2024 of begin 2025, dus aan het begin van de winter. Op die manier kunnen de implementatie en de operationalisering op een goede manier verlopen, met het oog op een tijdige heropstart van Doel 4 en Tihange 3.
Collega’s, er is nog één element dat ik graag wil meegeven aan het Parlement. Net als in alle andere staatssteundossiers – dit is dus niet nieuw voor dit dossier – vraagt de Europese Commissie stabiliteit in het voorliggende dossier. Het grootste deel van mijn bezoeken aan de commissaris had dan ook als doel toelichting te geven en vooral gerust te stellen dat dit de definitieve versie was. Mijn taak is nu af te werken wat eerste minister De Croo en ikzelf hebben onderhandeld.
Ik wil benadrukken, voor zover dat nodig is, dat ik 100 % trouw ben aan elke komma, elke letter en elk detail van dit contract van 1.000 pagina’s. U kunt op mij rekenen om toelichting te verschaffen in het Parlement indien nodig. De regering heeft alle elementen van die deal ook al toegelicht bij de onderhandelende partijen. Ik neem daar mijn verantwoordelijkheid voor. Sinds mijn eerste dag als minister heb ik daaraan gewerkt en ik zal dat blijven doen zolang ik op deze stoel zit. Ik kan echter geen verantwoordelijkheid nemen voor elementen buiten deze deal.
De deadlines van september 2025 en november 2025 staan vast. Het is zeer complex. We kunnen deze elementen tot een goed einde brengen, maar de stabiliteit van de gemaakte afspraken zal van cruciaal belang zijn om de finish te halen.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour cette réponse. Je crois que vous avez raison de dire qu'il y a des éléments de comparaison entre le dossier offshore, et d'autres d'ailleurs, et celui de la prolongation de ces deux centrales nucléaires.
Dans ces dossiers, on constate que deux éléments capitaux s'entrecroisent. Il s'agit du timing et du capital, de l'argent qui est sur la table – et il n'est pas ici question de montants légers.
Par contre, on ne peut pas s'étonner de ce que la Commission ait un œil versé sur les éventuelles perturbations des marchés. Je ne dis d'ailleurs pas ce que c'est le cas. C'est le rôle de la Commission qui est garante de l'esprit de concurrence également et je pense qu'elle remplit son rôle. Toutefois, les réponses peuvent être données aussi.
Madame la ministre, j'entends à la fois toute votre confiance et une forme de prudence aussi par rapport aux questions soulevées. Vous n'apportez pas ici directement les réponses. Je peux l'entendre. Cela doit effectivement se faire en bonne intelligence mais, malgré tout, il faut continuer à y travailler. Au vu des premiers éléments que j'ai évoqués et du travail qu'il reste à faire, on voit bien que, si la montagne est en train d'être escaladée, on n'est pas encore arrivé au sommet et les différents pics qu'il reste à surmonter ne sont pas minces. Madame la ministre, j'espère que le travail qui a été engagé par vous pourra se terminer avec le succès que vous espérez.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
U hebt natuurlijk zelf de voorzet gegeven. Ik heb op het einde van de vorige legislatuur gezegd dat u een aantal zaken in gang hebt gezet waarmee uw opvolger rekening zal moeten houden en die hij zal moeten afwerken. Ik zie het niet anders gebeuren. Er lekt heel weinig uit van de federale onderhandelingen over energie. Er zijn wat nucleaire ambities en zaken die zijn bijgeschaafd. U kunt uw loyauteit alleen bewijzen op wat door deze regering werd overeengekomen in het voorjaar. Ik ben heel benieuwd naar de eventuele bijsturingen van een nieuwe regering in dit dossier en het andere.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Dit proces zal nog enige tijd lopen. We moeten kijken waar de klemtonen gelegd zullen worden. Ik ben het met u eens dat het niet zo bijzonder is dat er een diepgaand onderzoek komt. Ik kan u ook volgen wanneer u zegt dat het goed is voor het dossier en dat het er is om te kunnen zorgen voor wat meer stabiliteit achteraf. Het gaat dus de juiste richting uit. We zullen moeten opvolgen waar de Commissie haar klemtonen in dit dossier zal leggen, of dat aanpassingen vereist of niet en hoe het verder zal worden behandeld.
Sowieso zullen wij dit dossier van nabij opvolgen in deze commissie. Dat is tegelijkertijd de verklaring voor mijn laattijdigheid, want de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft zonet de aanzet gegeven voor de oprichting van de subcommissie Nucleaire Veiligheid en ik verwacht dat wij het dossier ook daar verder zullen kunnen opvolgen op het vlak van nucleaire veiligheid.
Voorzitter:
Zijn er nog leden die het woord wensen? ( Nee)
Tinne Van der Straeten:
Volgens mij is er geen link tussen de nucleaire veiligheid en het staatssteundossier.
Het persbericht van de Europese Commissie geeft wel aan welke elementen aandacht moeten krijgen. Uit dossiers van de afgelopen tijd blijkt dat een aantal zaken uitgelegd moet worden en een aantal zaken soms ook anders geformuleerd kan worden. Soms, zoals in het CRM-dossier, bestaat de oplossing uit evaluaties naderhand.
Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat we dit samen met het Parlement goed blijven opvolgen. Ik kan niet vooruitlopen op de zaken, ik heb vandaag geen indicatie. Ik blijf natuurlijk altijd optimistisch en ik wil ook altijd tot resultaten komen. Ik heb het boek The Tragic Mind van Robert Kaplan gelezen, die stelt dat beleid gevoerd moet worden met anxious forsights . Dat houdt in dat men optimistisch moet blijven, maar zich wel moet inbeelden wat er zou kunnen gebeuren. In dit geval, indien een wetswijziging noodzakelijk is, dan denk ik wel dat de commissie voor Energie dient samen te komen. Daarvoor heb ik nu echter geen indicaties. In de huidige fase van het dossier is dat niet aan de orde en hoef ik dus niet aan de bel te trekken. Wanneer dat wel het geval is, stel ik voor dat de commissie snel bijeengeroepen wordt om te bekijken hoe we dat aanpakken.
Voorzitter:
Dat staat genoteerd, mevrouw de minister.