Over Israëlisch-Palestijns conflict
97
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De economische relaties in de illegale nederzettingen
De importban op producten uit illegale Israëlische nederzettingen
Handel en beleid rond illegale Israëlische nederzettingen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Achraf El Yakhloufi (PVDA) en Els Van Hoof (Groen) bekritiseren dat België ondanks een akkoord van september 2025 nog steeds geen importverbod op producten uit illegale Israëlische nederzettingen uitvoert, terwijl de bezetting en nederzettingsuitbreiding doorgaan. Ze beschuldigen de regering van dubbelspel (humanitaire hulp vs. economische steun aan bezetting) en eisen concrete timing voor het verbod, verwijzend naar het Internationaal Gerechtshof dat de bezetting illegaal noemde. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat een ontwerp-KB in voorbereiding is, maar benadrukt juridische complexiteit door EU-handelsregels, zonder duidelijke deadline te geven. Beide parlementsleden betwijfelen zijn urgentie en dringen aan op onmiddellijke uitvoering van het akkoord.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, de rollen zijn omgekeerd in vergelijking met in Turnhout; dat is ook eens fijn.
Mijnheer de minister, laat ons stoppen met rond de pot te draaien. We kijken nu al maanden naar een bloedbad in Palestina, in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, die meter voor meter wordt ingepikt.
U geeft aan dat de regering op Europa wacht. U weet wat dat betekent; dat is wachten op de laatste dwarsligger, op mensen die de beslissing bewust tegenhouden, niet wegens de inhoud maar puur wegens de symboliek, terwijl er elke dag onschuldige mensen sterven. Mijn geduld en dat van mijn partij is op.
Het is niet uit te leggen dat wij met de ene hand eten en dokters naar Palestina sturen, maar met de andere hand bedrijven geld laten verdienen aan de diefstal van grond. Is een dik handelscontract dan echt meer waard dan al die mensenlevens en het internationaal recht?
Toon dat België een ruggengraat heeft. Stop met praten over vrede terwijl wij de bezetting meefinancieren. Trek die rode lijn nu. Wij kunnen niet blijven beweren dat wij voor vrede zijn wanneer wij de oorlog meefinancieren. Toon dat België een ruggengraat heeft. Toon dat wij niet alleen praten over waarden maar ook handelen. Stop de business as usual want die business is besmeurd met bloed. Het is tijd om die rode lijn nu te trekken.
Mijnheer de minister, ik verwijs zo dadelijk naar mijn schriftelijke voorbereiding. Ik wil u alleen meegeven dat er begin september 2025 een akkoord is gesloten. Een van de punten uit dat akkoord is het importverbod. Mijn vraag is heel concreet wanneer dat verbod er zal zijn?
Voorzitter:
Mijnheer El Yakhloufi, voor alle duidelijkheid: ofwel verwijst u naar de schriftelijke versie van uw mondelinge vraag, ofwel stelt u uw mondelinge vraag. Ik geef het maar even mee.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de laatste woorden van de heer El Yakhloufi. Op 2 september 2025 werd inderdaad een akkoord gesloten om een reeks maatregelen te nemen tegen de aanhoudende Israëlische schendingen van het internationaal recht. De problematiek komt minder aan bod in de media en de bouw van nederzettingen loopt gewoon verder. Deze maand werden er nog 3.000 extra aangekondigd. Volgens de VN is er steeds meer bewijs van een apartheidsregime op de Westelijke Jordaanoever.
De regering heeft een importban voor producten uit de Israëlische nederzettingen ingevoerd, maar meer dan vier maanden na deze beslissing blijft deze maatregel dode letter. Ik heb uw collega-ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën hierover ook al vragen gesteld. Zowel minister Prévot als minister Jambon hebben verklaard dat zij het voorbereidend werk hebben gedaan en dit aan uw diensten hebben overgemaakt. Het is dringend tijd om dit koninklijk besluit naar de regeringstafel te brengen.
Kunt u ons daar duidelijkheid over verschaffen? Welke concrete problemen of moeilijkheden verhinderen dit? Welke maatregelen moeten worden uitgevoerd om dit proces te bespoedigen?
David Clarinval:
Geachte Kamerleden, ik heb mijn administratie, de FOD Economie, de opdracht gegeven om een ontwerp van koninklijk besluit uit te werken. Dit is momenteel het voorwerp van grondig technisch overleg tussen de FOD Economie en de FOD Financiën.
Het handelsbeleid valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie, wat de uitwerking van een nationale basis bijzonder complex maakt. Verordening 2015/478 voorziet evenwel in een uitzondering. Artikel 24, § 2, staat de lidstaten toe om verbodsbepalingen of controlemaatregelen vast te stellen om redenen van openbare orde, op voorwaarde dat de Commissie daarvan in kennis wordt gesteld. Dit artikel maakt het mogelijk om te handelen met eerbied voor het Europese kader, terwijl een nationale controlelaag wordt toegevoegd wanneer een aangelegenheid van openbare orde wordt vastgesteld.
Zodra het ontwerp van het koninklijk besluit is goedgekeurd door de bevoegde minister, kan het zijn wetgevend traject voortzetten.
Voorzitter: Roberto D'Amico.
Président: Roberto D'Amico.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik heb twee zaken gehoord.
Het eerste betreft het Europese verhaal. Mijnheer de minister, het Europese verhaal in dit dossier is een synoniem voor verlamming, terwijl wij wachten op landen die de bezetting openlijk steunen. Dat Europese verhaal is daarvoor niet nodig.
Ten tweede, wanneer u spreekt over complexiteit, wil ik u verwijzen naar het Internationaal Gerechtshof. Dat heeft in juli 2025 een zeer duidelijke uitspraak gedaan. De bezetting is illegaal en de lidstaten hebben de plicht om die niet te steunen. De plicht om die niet te steunen. Dat is de hoogste juridische instantie ter wereld.
Het enige wat ik u vraag, en daarover hebben we ook afspraken gemaakt in september, is wanneer die voorwaarden worden bekendgemaakt en uitgerold. Concreet, wanneer ligt dat importverbod op tafel en wanneer gaat het in uitvoering? Dat zijn mijn concrete vragen.
Ik heb daar jammer genoeg geen antwoord op gehoord en ik hoop dat alsnog te krijgen. Als dat niet nu is, dan zal ik daar opnieuw een vraag over stellen, maar ik hoop dat dat niet de manier van werken wordt. We hebben daarover immers een akkoord gesloten dus ik verwacht dus dat dat zo snel mogelijk worden uitgevoerd.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, u hebt op het einde van uw antwoord nogal cryptisch gezegd dat zodra het ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd is door de bevoegde minister, het zijn wetgevend traject kan voortzetten. U bent de bevoegde minister, dus ik hoop dat dat zo snel mogelijk zal gebeuren.
Ik weet van de andere ministers dat het voorbereidend werk is geleverd. Er zijn inderdaad nog bepaalde puntjes die moeten worden afgetoetst, maar wij verwachten dat dit koninklijk besluit snel op de regeringstafel komt om goedgekeurd te worden en op die manier uitvoering te geven aan het akkoord van 2 september; een heel gevoelig akkoord, overigens.
Voorzitter:
La question n° 56012008C de M. De Smet est sans objet puisqu'il est absent. La question n° 56012101C de M. Bayet est transformée en question écrite.
De evacuatie van de Belgen en rechthebbenden uit Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Khalil Aouasti vraagt om opheldering over de afgeronde evacuatielijst van 500 Belgen/gerechtigden uit Gaza (waaronder 62 recente gevallen) en dringt aan op een nieuwe lijst voor personen met goedgekeurde gezinshereniging, wijzend op lopende gerechtelijke procedures en de urgentie voor transparantie over criteria en timing. Minister Maxime Prévot bevestigt dat de oorspronkelijke lijst (500 personen, voornamelijk echtgenoten/kinderen van erkende vluchtelingen) afgehandeld is (laatste vlucht op 16/12), maar erkent de noodzaak van een structurele, snelle oplossing voor nieuwe gerechtigden, zonder concrete plannen te noemen – alle opties liggen open, afhankelijk van terreinanalyse en regeringsoordeel. Aouasti kritiseert het gebrek aan duidelijkheid over operationele hindernissen (bv. Israëlische/Jordaanse belemmeringen), benadrukt dat wettelijk gerechtigden (geen "gunsten") onmiddellijke actie verdienen, en eist transparantie naar families toe, terwijl Prévot de complexiteit onderstreept maar belooft prioriteit te houden aan verdere evacuaties. Beide benadrukken de humanitaire crisis, maar Aouasti betwist de vaagheid van Prévots antwoord als ontoereikend voor de acute nood van betrokkenen.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, la question que je vous ai posée concernant l'évacuation des Belges et des ayants droit à Gaza date effectivement déjà de quelques jours, voire de quelques semaines, et je suis conscient que la situation évolue très rapidement.
Sauf erreur de ma part, au moment du dépôt de ma question, il restait encore 62 personnes sur la liste en cours d'évacuation. Il me semble que cette liste a depuis lors été épuisée. C'est d'ailleurs l'un des éléments sur lesquels je souhaiterais vous entendre.
La question porte également sur l'éventualité de l'établissement d'une nouvelle liste, afin d'y inclure les personnes dont le regroupement familial a récemment été approuvé, mais qui ne figurent pas sur la liste actuelle. Je suis conscient que des procédures judiciaires sont en cours à ce sujet. Des plaidoiries ont d'ailleurs eu lieu la semaine dernière. Il me semble, à cet égard, que l'avocat de l'État belge a indiqué publiquement à l'audience que le ministre répondrait à une question parlementaire et qu'il invitait éventuellement le juge à prendre connaissance de la réponse que vous allez me fournir. Quelle influence!
Pour le surplus, je renvoie aux questions que je vous ai adressées.
Maxime Prévot:
Monsieur le député, je me permettrai de vous apporter des éléments de réponse, ainsi qu'à plusieurs personnes qui nous suivent manifestement très attentivement. Merci pour vos questions relatives aux évacuations de Gaza, qui m'offrent l'occasion de présenter un état des lieux dans un dossier qui me tient fort à cœur.
Comme je l'ai précisé dans une réponse apportée à votre collègue Christophe Lacroix voici quelques mois, le gouvernement a décidé en mai 2025 de poursuivre les évacuations commencées sous le précédent gouvernement. Une liste d'environ 500 personnes a été établie sur la base des catégories fixées par la Vivaldi. Pour la plus grande partie, elle comprenait des conjoints légaux ou enfants mineurs de réfugiés reconnus, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique. Les efforts d'évacuation étaient uniquement concentrés sur ce groupe.
Je puis vous confirmer que le gouvernement a honoré son engagement à évacuer les personnes reprises sur cette liste, à quelques exceptions près, et ceci malgré les nombreuses difficultés auxquelles mes services étaient confrontés dans l'organisation de ces opérations sur le terrain dans un contexte que je n'ai pas besoin de vous décrire, mais vous pouvez imaginer la difficulté à mettre en œuvre ces opérations. Le 16 décembre dernier, un vol avec les derniers 53 ayants droit de cette liste de 500 a atterri à l'aéroport d'Ostende. Je tiens à remercier tous les services qui ont contribué à ces évacuations.
Cependant, la situation à Gaza reste extrêmement préoccupante. Nous sommes bien conscients que, malgré la cessation de la plupart des hostilités, les habitants continuent de vivre dans des conditions déplorables.
La Belgique ne peut évidemment pas rester indifférente à cette situation.
Nous sommes également conscients qu'un grand nombre de personnes se trouvent encore à Gaza. Un grand nombre de ces personnes ont pu recevoir l'approbation de l'Office des étrangers pour l'octroi d'un visa ou titre de séjour en Belgique. Je répète qu'il est toujours une priorité pour moi de favoriser la sortie de Gaza à chaque fois que cela le requiert. Je veux maintenir cette priorité, pas simplement en continuant ce que nous avons fait auparavant, mais sur la base d'une analyse détaillée de ce qui a évolué et évolue toujours sur le terrain et de ce que pourraient être nos moyens pour arriver à une solution plus structurelle, qui soit – comme vous l'évoquiez dans votre question – effective, équitable et rapide. Une telle solution reste urgente et les services du SPF Affaires étrangères travaillent d'arrache-pied à l'identification des différentes pistes possibles. Pour l'instant, aucune option n'est exclue.
Je ferai, le moment venu, part des différentes pistes que nous envisageons, dès qu'il y aura plus de clarté sur les options et surtout dès que le gouvernement aura eu l'occasion de se prononcer sur cette question.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le ministre, et je tiens aussi à remercier à travers vous l'ensemble des services. Je pense en effet que le travail est devenu vraiment complexe depuis de nombreux mois, compte tenu de l'horreur de ce qui se passe là-bas. Je crois savoir aussi que les services se démultiplient en effet pour essayer d'évacuer toutes les personnes susceptibles d'être évacuées, en ce compris celles qui encourent un grand danger. Contrairement à votre réponse à la question précédente, vous vous êtes montré beaucoup plus vague – et je le comprends – sur la question des solutions opérationnelles, sur les difficultés que posent éventuellement les autorités israéliennes ou jordaniennes à ces évacuations, sur les conditions qui seraient imposées et sur la façon dont les familles peuvent être contactées et selon quels critères. Il est nécessaire de lever ces incertitudes le plus rapidement possible car effectivement, au-delà du groupe que vous avez évoqué au début de votre réponse, toute une série d'autres personnes, et notamment toute une série d'autres ayants droit, remplissent actuellement les conditions légales pour un tel rapatriement – je dis bien légales, ce ne sont pas des faveurs qu'elles demandent. On sait qu'il y a des difficultés, et que des solutions sont recherchées mais, à ce jour, pour celles et ceux qui vivent dans ces conditions et pour leurs familles qui vivent ici et qui connaissent les conditions dans lesquelles ils vivent, chaque jour est un jour de trop. Je ne doute pas de votre sincérité et de votre engagement à faire en sorte que les choses aillent au plus vite, mais j'insiste sur la nécessité de faire rapidement preuve de la plus grande transparence possible vis-à-vis de ces familles, de façon à ce qu'elles puissent savoir quand, comment et dans quelles conditions ces rapatriements pourront intervenir.
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
De dringende invoering van een importverbod
De importban voor goederen uit door Israël bezette gebieden
Importverbod op producten uit Israëlische bezettingsgebieden
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Els Van Hoof bekritiseert dat de regering-De Wever het Gaza-akkoord van 2 september 2023 (importban op goederen uit Israëlisch bezette gebieden) nog niet uitvoert, ondanks toezeggingen en urgente mensenrechtenschendingen, waaronder 120 nieuwe kolonistenboerderijen waarvan producten op de Belgische markt komen. Jan Jambon bevestigt dat zijn administratie de nodige juridische en douanetechnische elementen (oorsprongscontroles via EU-regels en postcodelijsten) heeft doorgegeven aan FOD Economie (bevoegd voor het KB), maar benadrukt dat EU-wetgeving nationale invoerbeperkingen verbiedt en samenwerking met Israël vereist is; Nederland heeft volgens hem eveneens vertraging. Van Hoof eist versnelling en herhaalt haar kritiek op Israëlisch geweld (o.a. huisvernielingen door kolonisten), verwijzend naar documentaires zoals No Other Land, maar schort haar eigen wetsvoorstel op nu het KB in voorbereiding is. Jambon wijst FOD Economie (Clarinval) aan als verantwoordelijke voor de verdere uitvoering.
Els Van Hoof:
Ik heb mijn vraag voor de kerstvakantie ingediend, maar ze blijft zeer actueel. De Standaard kopte deze week nog dat de regering-De Wever het Gaza-akkoord vergeet. Op 2 september vorig jaar heeft de regering een akkoord bereikt over een aantal belangrijke maatregelen met betrekking tot de oorlog in Gaza, waarvan men weet dat er in de door Israël bezette gebieden nog steeds wordt gesloopt. Volgens een van die maatregelen kregen de federale ministers van Economie en van Financiën de opdracht om samen met de minister van Buitenlandse Zaken een koninklijk besluit op te stellen dat voorziet in een nationale importban voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt zijn in de door Israël bezette gebieden door de bezettende macht. Tevens diende de nodige controle van de naleving van de importban te worden voorzien.
Er werden al enkele vragen over gesteld, ook aan u, mijnheer de minister, en u verwees inderdaad naar de complexiteit van de materie. Belangrijk is te weten dat ook andere landen, zoals Spanje, Ierland en Slovenië, met soortgelijke maatregelen bezig zijn. Minister Prévot zal morgen van mij ook een vraag krijgen, evenals minister Clarinval. Het is duidelijk dat de minister van Buitenlandse Zaken volgens het artikel in De Standaard zijn werk reeds heeft uitgevoerd.
Mijn vraag aan u is of u de nodige elementen hebt aangeleverd opdat minister Clarinval verder zou kunnen werken aan het koninklijk besluit? Kunt u een stand van zaken geven over de voorbereiding van de maatregel? Minister Prévot vermeldt dat de toepassing ervan niet eenvoudig is. Welke deelaspecten behoren daartoe? Is er voldoende wettelijke basis om de situatie te regelen? Staat u in contact met uw collega’s uit Ierland, Slovenië en Spanje, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken?
Voorzitter:
Op dit moment is er geen andere vraagsteller aanwezig. Mijnheer de minister, u hebt het woord.
Jan Jambon:
Het is een belangrijke materie. Daarom zal ik de vragen van de andere collega’s in hun geheel beantwoorden. Dat is een kwestie van beleefdheid, omdat zij de moeite hebben gedaan om deze vraag te stellen, maar niet de moeite hebben gedaan om aanwezig te zijn.
Conformément aux traités sur l'Union européenne, aucune législation nationale ne peut imposer d'interdiction en matière douanière. Par conséquent, il sera fait appel à la législation économique du SPF Économie.
Pour l'identification des marchandises, les contrôles se concentreront sur l'origine et l'expéditeur. L'Administration générale des Douanes et Accises, donc l'AGD&A, n'est pas compétente pour effectuer des contrôles sur le marché belge. Une fois que les marchandises ont été libérées dans un État membre faisant partie du territoire douanier de l'Union, elles sont considérées comme des marchandises de l'Union et peuvent circuler librement sur le plan douanier.
La réglementation contenue dans le Code des douanes de l'Union et dans l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël donnent à la douane la possibilité d'effectuer les contrôles nécessaires respectivement en matière d'origine non préférentielle et préférentielle, notamment sur la base de la liste des codes postaux publiée par la Commission européenne. En cas de doute fondé quant à l'origine préférentielle, une procédure de coopération administrative avec Israël peut être engagée. Le cas échéant, la douane peut soumettre l'affaire au SPF Économie afin de déterminer l'applicabilité de l'origine non préférentielle.
De regelgeving vervat in het douanewetboek van de Unie en in de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël, geeft de administratie van de douane de mogelijkheid om de nodige controles uit te voeren, respectievelijk inzake niet-preferentiële en preferentiële oorsprong, met name op basis van de door de Europese Commissie gepubliceerde lijst van postcodes.
In geval van gegronde twijfel over de preferentiële oorsprong kan een procedure van administratieve samenwerking met Israël worden opgestart. In voorkomend geval kan de douane de zaak voorleggen aan de FOD Economie om de toepasselijkheid van de niet-preferentiële oorsprong te bepalen.
Les modalités spécifiques font l'objet de consultations, qui sont en cours avec le SPF Économie. La disposition relative aux sanctions sera déterminée par la base légale sur laquelle s'appuie l'arrêté royal. Comme indiqué, la douane collabore avec le SPF Économie, y compris en ce qui concerne la mise en œuvre. Le SPF Économie prépare actuellement le projet d'arrêté royal. Le processus d'adoption sera mené à bien dans les plus brefs délais.
Mijn administratie heeft ook de Nederlandse collega’s bevraagd. Uit hun antwoord blijkt dat het verbod daar nog niet is geïmplementeerd, aangezien de wetgeving zich nog in de opmaakfase bevindt bij de respectieve bevoegde autoriteiten. Het dossier geniet de vereiste aandacht en de regering zal hierover op het gepaste tijdstip communiceren.
Mevrouw Van Hoof, het is dus de FOD Economie die in dit dossier de pen vasthoudt, met dien verstande dat zij alle relevante informatie van ons heeft ontvangen.
Els Van Hoof:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het is duidelijk dat u uw werkzaamheden ter zake hebt afgerond, zoals ook de minister van Buitenlandse Zaken heeft meegedeeld. We vragen dan ook aan de minister van Economie om snel werk te maken van het koninklijk besluit. We zullen hem daarover opnieuw bevragen, zodat er geen enkele twijfel bestaat dat het akkoord van 2 september zal worden uitgevoerd door de Belgische regering.
De reden daarvoor is duidelijk: het geweld van de Israëlische kolonisten blijft aanhouden. De situatie is nog nooit zo ernstig geweest als sinds 7 oktober en ook sinds het staakt-het-vuren. Het is belangrijk te onderstrepen dat er zelfs economisch meer gebeurt dan voorheen. Er zijn 120 nieuwe boerderijen opgericht waarvan de producten effectief op onze markt terechtkomen.
Wie de documentaire No Other Land heeft gezien – naast andere interessante documentaires die op de VRT worden uitgezonden – kan vaststellen dat de werkelijkheid de verbeelding tart. Ze toont hoe men daar te werk gaat en hoe woningen met bulldozers worden vernield: men komt zich eenvoudigweg aanmelden met zwaar materieel en maakt de huizen met de grond gelijk.
Het is dan ook goed dat hier snel werk van wordt gemaakt. Ik zal de regering en ook uw collega’s hierover blijven bevragen, aangezien mijn wetsvoorstel nog steeds hangende is. Ik zal het evenwel niet agenderen, aangezien u bezig bent met het koninklijk besluit, waarvoor dank.
Voorzitter:
La question n° 56008773C de M. François De Smet tombe.
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
De dringende invoering van een importverbod
De importban voor goederen uit door Israël bezette gebieden
Importverbod op producten uit Israëlische bezettingsgebieden
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Christophe Lacroix bekritiseert dat België, ondanks de belofte van 2 september om importverbod op goederen uit illegale Israëlische nederzettingen in te voeren, geen concrete stappen heeft gezet, en vraagt om juridische basis, timing en handhavingsmechanismen. Minister David Clarinval bevestigt dat er gewerkt wordt aan uitvoering (samen met Financiën en Douane), maar geeft geen details, wat Lacroix als traagheid bestempelt. Lacroix bekritiseert Israël scherp voor "genocide in Gaza" en geweld in Cisjordanie, en dringt aan op Europese druk om Netanyahu’s beleid te keren. De rest van de discussie gaat over procedurele afhandeling van parlementsvragen, zonder verdere inhoudelijke toevoeging.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre,
Nous avons récemment interrogé le ministre des Affaires étrangères sur la mise en œuvre de l'interdiction d'importation de biens produits, extraits ou transformés dans les territoires occupés par Israël, telle que décidée par le gouvernement fédéral dans son accord du 2 septembre sur Gaza. Celui-ci nous a renvoyés vers vous et votre collègue des Finances pour les aspects liés à la mise en œuvre concrète de cette mesure.
Cette interdiction, conforme à l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice et inspirée par des initiatives similaires en Irlande ou en Slovénie, doit se traduire par un arrêté royal. Or, depuis cette annonce, aucune avancée concrète n'a été communiquée.
Dans ce cadre, nous souhaitons obtenir des éclaircissements sur les points suivants:
Quelle base juridique envisagez-vous pour fonder cet arrêté royal? Quel est le calendrier prévu pour sa finalisation? Peut-on espérer une adoption avant la fin de l'année? L'arrêté devra-t-il repasser en Conseil des ministres?
Comment votre administration définit-elle les produits «extraits, produits ou transformés par la puissance occupante»? Cela inclut-il les entreprises privées israéliennes installées dans les colonies?
Comment comptez-vous traiter les produits qui entrent en Belgique via d'autres États membres de l'Union européenne?
Pourquoi limiter l'interdiction aux biens matériels, et non aux services qui participent également à la colonisation?
Quel mécanisme de contrôle sera mis en place? Les importateurs devront-ils prouver que l'origine des produits n'est pas liée aux territoires occupés?
David Clarinval:
Mon administration travaille actuellement en collaboration avec le SPF Finances et les Affaires étrangères, et plus précisément la douane, sur les options pouvant traduire la décision prise par le Conseil ministériel restreint d'interdire au niveau national l'importation de marchandises produites, exploitées ou transformées sur les territoires occupés illégalement par Israël. S'agissant des aspects précis que vous avez soulevés, je ne peux pour l'instant vous donner aucune information concrète, je peux seulement vous assurer que ces points et ces travaux retiennent toute mon attention et que le gouvernement fournira prochainement de plus amples informations à ce sujet.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, ma question était très brève, la réponse du ministre l'est tout autant. Je vais me permettre de la commenter.
Monsieur le ministre, j'ai bien compris que vous mettiez en œuvre la décision du gouvernement, puisque c'était l'une des rares sanctions que nous adoptions à l'égard d'Israël, à savoir l'interdiction d'importation de produits issus de colonies israéliennes, occupées illégalement selon le droit international et selon l'ONU. J'avais beau dire que le gouvernement avait été un peu léger concernant la reconnaissance de l'État palestinien, force est de constater que des sanctions ont été décidées, dont celle-là qui est très importante.
J'entends bien qu'il faut réfléchir au mécanisme pour qu'il soit correctement établi sur le plan légal, sur le plan fonctionnel et que les marchandises produites dans les colonies israéliennes ne traversent pas les mailles du filet. Mais si vous pouviez être de ceux et de celles qui dynamisent le processus de décision, je vous remercierai parce qu'on en parle un peu moins aujourd'hui, et on se focalise sur l'Ukraine. En politique internationale, on passe souvent d'un sujet de préoccupation à un autre, mais ces sujets sont de plus en plus abominables.
À Gaza et en Cisjordanie, ce qui se passe reste abominable. À Gaza, le génocide continue, plusieurs centaines de personnes ont été tuées par l'armée israélienne. On voit à nouveau les incursions d'Israël dans le Sud du Liban, et on voit que les colons sont de plus en plus violents, parfois – ou même très souvent – avec la complicité de l'armée israélienne. Tout cela ne concourt pas à l'émergence d'une solution à deux États, une solution de paix durable. La guerre continue, il faut bien le savoir. Il est vraiment important que le souffle de l'Europe et le souffle de la Belgique soient présents sur la nuque de Benyamin Netanyahou et de son gouvernement d'extrême droite, car je pense que seul le rapport de forces pourra faire changer les choses là-bas.
Voorzitter:
M. Patrick Prévot nous a prévenus de son retard.
Les questions n° 56008990C, n° 56008993C et n° 56009001C de M. Jeroen Soete ayant déjà été reportées une première fois sont transformées en questions écrites, tout comme la question n° 56009048C de Mme Meyrem Almaci. La question n° 56009865C de Mme Britt Huybrechts est reportée. Comme la question n° 56009943C de Mme Kathleen Depoorter avait déjà été reportée, elle est transformée en question écrite. Monsieur le ministre, vous pouvez lui répondre par mail, si vous voulez.
David Clarinval:
Monsieur le président, je le fais quand les députés sont présents. Je suis désolé, mais personne n'est là. Donc, je ne vais pas commencer à envoyer mes réponses par mail, alors que je suis le seul à être ici.
Voorzitter:
Moi aussi.
David Clarinval:
Quand elles sont écrites, on va suivre la procédure habituelle, mais quand une question tombe, elle tombe.
Voorzitter:
Très bien. Quand un membre avait déjà reporté une question et qu'il est absent, normalement, sa question devient sans objet. C'est le Règlement.
David Clarinval:
En revanche, monsieur le président, pour les questions que vous transformez en écrites, nous enverrons les réponses au secrétariat pour qu'elles soient aussi transformées en écrites.
Voorzitter:
Oui, pas de souci, monsieur le ministre. Je poursuis. Les questions n° 56010145C et n° 56010146C de M. Reccino Van Lommel sont reportées. M. Dieter Keuten ne nous ayant pas prévenus, sa question n° 56010193C est sans objet et est donc retirée. La question n° 56010213C de Mme Marie Meunier a été transformée en question écrite. La question n° 56010339C de M. Reccino Van Lommel est reportée, tout comme la question n° 56010831C de M. Kjell Vander Elst. La question n° 56011150C de M. Alain Yzermans est transformée en question écrite.
De infiltratie van Hamas in gesubsidieerde ngo's
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy verwijst naar een NGO Monitor-rapport (gebaseerd op door de IDF gevonden Hamas-documenten) dat stelt dat Hamas systematisch ngo’s zoals Oxfam, Artsen zonder Grenzen en International Medical Corps infiltreert via lokale "garanten" in leidinggevende functies, met sommige projecten als dekmantel voor militaire doeleinden, en bekritiseert dat minister Prévot geen actie onderneemt om Belgische geldstromen naar betrokken ngo’s te onderzoeken of stoppen. Prévot betwist de geloofwaardigheid van NGO Monitor (vanwege gebrek aan transparantie en eenzijdigheid), vertrouwt op de interne controles van Belgische ngo’s en diplomatieke toezichtsmechanismen, en wijst erop dat eerdere Israëlische beschuldigingen tegen ngo’s nooit hard gemaakt zijn. Van Rooy beschuldigt Prévot ervan naïef te zijn, stelt dat Hamas ngo’s dwingt tot samenwerking ("mes op de keel") en noemt het een "schande" dat Belgisch belastinggeld zo bij Hamas terechtkomt, zonder dat de minister ingrijpt.
Sam Van Rooy:
Minister, uit een rapport van NGO Monitor blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam waren of zijn in Gaza. Ik heb u de link van dat rapport bezorgd. Dat gebeurt via zogenoemde garanten, ofwel inwoners van Gaza die als contactpunt fungeren tussen Hamas en de betrokken ngo’s. Die zogenoemde garanten kregen vaak zelfs invloedrijke bestuursfuncties binnen die ngo’s, zoals directeur of bestuursvoorzitter, terwijl sommige van die personen tegelijkertijd lid zijn van Hamas.
Anderen worden dan weer omschreven als betrouwbare sympathisanten of als gelieerd aan Hamas. Zo is de huidige administratief directeur van het International Medical Corps, een wereldwijde non-profitorganisatie, niet alleen lid van Hamas, maar bekleedt hij zelfs de rang van kapitein binnen die terroristische organisatie. Oxfam werkte dan weer samen met een lokale, aan Hamas gelieerde groep om een irrigatieproject voor fruitbomen uit te voeren. Hamas heeft dat project misbruikt als dekmantel voor militaire doeleinden tegen Israël, aan de Israëlische grens. Verder worden ook Artsen zonder Grenzen, Save the Children en andere bekende organisaties genoemd. Het rapport kwam overigens tot stand dankzij vondsten van de IDF in Gaza.
NGO Monitor ontdekte daardoor, op basis van communicatie van Hamas zelf, dat ten minste tien van die zogenoemde garanten ook senior ngo-functionarissen in Gaza waren en tegelijkertijd leden of supporters van Hamas, of werkzaam voor een aan Hamas gelieerde groep. Hamas voerde ook grootschalige surveillance uit op ngo-functionarissen in Gaza. In een document van Hamas dat door de IDF werd gevonden, valt te lezen dat garanten, gelieerd aan Hamas, bij maar liefst 48 ngo’s kunnen worden geëxploiteerd voor veiligheidsdoeleinden, om buitenlandse organisaties, hun buitenlandse seniormedewerkers en hun bewegingen te infiltreren. Nog verontrustender is dat ngo’s daar kennelijk ook van op de hoogte waren of er zelfs gewillig aan meewerkten.
Minister, wat is uw reactie hierop? Bent u bereid na te gaan welke in het rapport genoemde ngo’s direct of indirect, bijvoorbeeld via de EU, Belgisch geld ontvangen? Zult u de geldstromen naar ngo’s die door Hamas werden geïnfiltreerd minstens opschorten? Zo niet, waarom niet?
Maxime Prévot:
Mijnheer Van Rooy, deze aantijgingen worden geuit door de eenzijdig gefocuste organisatie NGO Monitor, waarvan de eigen financiering niet publiek is en die zich baseert op vermeende Hamas-documenten.
Persoonlijk hecht ik meer waarde aan de rapportering door onze erkende, geauditeerde Belgische ngo’s, aangevuld met enerzijds het toezicht vanuit onze diplomatieke posten en de administratie en, anderzijds, de mechanismen van risicobeheersing en interne controle van onze ngo’s zelf. In het kader van hun samenwerking met partners ter plaatse nemen die steeds verschillende maatregelen in acht om te voorkomen dat ze in welke valkuil dan ook trappen, of die nu afkomstig is van Hamas of van de Israëlische veiligheidsdiensten.
Ik herinner u er graag aan dat Israël ook in het verleden beschuldigingen ten aanzien van zowel Belgische ngo-partners als VN-instellingen niet hard heeft kunnen maken.
Sam Van Rooy:
Minister, ik weet ondertussen natuurlijk dat u het Midden-Oosten niet begrijpt. Ik weet dat u Gaza niet begrijpt en dat u in zowat elke valkuil, elke leugen en elke misleiding van Hamas & co trapt. Uit dit rapport van NGO Monitor, en dus uit documenten van Hamas zelf die werden gevonden, blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam zijn in Gaza. Onder meer Oxfam en Artsen Zonder Grenzen worden genoemd. Dat is ook logisch, minister, want denkt u nu echt dat ngo’s in Gaza kunnen opereren zonder dat Hamas hen soms letterlijk het mes op de keel zet? Denkt u dat echt? Belgisch belastinggeld is dus de facto naar Hamas gegaan. Dat is de spijtige conclusie. U bent blijkbaar niet van plan dat te stoppen, minister. Het is een schande.
Palantir en Defensie
Palantir en Defensie
Defensie en de relaties met Israël: Palantir en het F-35-programma
?Palantir en Defensie
Palantir en Oracle in de strategische visie en de digitale strategische autonomie
Palantir, Defensie, Israël, F-35 en digitale strategische autonomie
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 12 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tinne Van der Straeten bekritiseert het bezoek van de minister aan Palantir (omstreden om privacy-, dataveiligheids- en ethische AI-risico’s) en wijst op Amerikaanse legerkritiek over gebrek aan transparantie en controle op datatoegang, terwijl Palantir zich volgens haar ontziet door te stellen dat klanten zelf verantwoordelijk zijn voor het gebruik. Ze vraagt garanties voor digitale soevereiniteit en dataveiligheid, met name bij Defensie’s samenwerking met Oracle voor eigen datacenters. Theo Francken ontkent kennis van interne Amerikaanse memo’s, benadrukt dat België geen directe banden heeft met Palantir (wel indirect via NAVO) en dat strikte GDPR- en veiligheidsprotocollen gelden, met plannen voor een Digital Compliance Officer. Hij verdedigt het bezoek als verkennend voor technologische NAVO-samenwerking, met focus op strategische autonomie en ethische afwegingen, maar zonder concrete contracten. Van der Straeten reageert voorzichtig positief op de aangehaalde waarborgen, maar blijft sceptisch en kondigt opvolging aan van de praktische uitvoering, gezien de risico’s van onbezonnen samenwerking met dergelijke bedrijven.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, mijn beide vragen gaan over Palantir. U bent in de Verenigde Staten op handelsmissie geweest en u hebt daar een bezoek gebracht aan Palantir. Ik meen dat u niet de enige was die aan dat bedrijf een bezoek bracht.
De naam Palantir komt, heb ik me laten vertellen, uit Lord of the Rings: The Seeing Stone . Het bedrijf heeft wegens dat aspect een vrij omstreden reputatie waar het gaat over privacy, de beveiliging van data en de ethische inzet van artificiële intelligentie.
Ik weet dat Palantir die discussie wat van zich afschuift. Het zegt dat ze gewoon technologie aanbieden en het is de cliënt die ermee doet wat hij ermee doet. Dat neemt echter niet weg dat er ook vanuit de Amerikaanse veiligheidsdiensten zelf kritiek gekomen is op het gebrek aan transparantie en dit op basis van een gelekte memo van het Amerikaanse leger. Daarin werd gezegd dat er toch een zeer hoog risico was, daar niet gecontroleerd kan worden wie toegang heeft tot welke data. Evenmin kan worden nagegaan wat de gebruikers doen en of de software zelf veilig is.
In die zin heb ik een aantal vragen. Ze zijn opgenomen in mijn schriftelijke vraag, dus ik zal ze niet voorlezen.
Mijn tweede vraag gaat over de digitale transformatie in het licht van de Strategische Visie van de Programmeringswet. Ik heb me doen informeren door mijn collega’s dat die bij de bespreking van de Programmeringswet wel aan bod gekomen is en dat er wel vragen over zijn gesteld, maar dat die zonder antwoord zijn gebleven. Die vragen blijven dus pertinent.
Ze gaan vooral over de eigen datacenters van Defensie en hier in het bijzonder de betrokkenheid van Oracle. Hoe kan er gezorgd worden voor de nodige beveiliging van data? Welke garanties worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat men echt soeverein blijft in the cloud en dat er geen nieuwe afhankelijkheden of zwakheden worden ingebouwd?
Theo Francken:
Defensie beschikt volgens mijn informatie niet over een interne memo die binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie zou circuleren. Daarom doen we daarover geen uitspraak.
Berichtgeving in de pers doet vermoeden dat het gaat om een prototype van het Next Generation Command & Control platform voor het US Army . Hoewel concrete tijdlijnen niet publiek kunnen worden gemaakt, blijkt uit recente NAVO-ontwikkelingen dat Palantir een artificieel intelligentieplatform levert aan het NAVO-bondgenootschap. De Belgische Defensie zou daarvan indirect gebruik kunnen maken via de bestaande NAVO-structuren. Er is echter geen directe Belgische implementatie en er is dus evenmin sprake van nationale gegevensdeling.
Defensie wijst erop dat alle toepassingen binnen Defensie onderworpen zijn aan strikte veiligheidsprotocollen, inclusief de naleving van de Europese GDPR en de nationale wetgeving. Gezien de toenemende complexiteit van vooral internationale regelgeving wordt binnenkort ook werk gemaakt van de aanstelling van een Digital Compliance Officer binnen Defensie.
Een bezoek aan Palantir maakte deel uit van de missie in de Verenigde Staten om beter zicht te krijgen op de technologische evoluties die Silicon Valley momenteel aan NAVO-legers kan aanbieden. Tot op heden bestaan er geen contractuele verbintenissen die de betrokken onderneming aan Defensie verbinden.
Defensie is zich ten volle bewust van de ethische, juridische en geopolitieke implicaties van samenwerking met buitenlandse technologiebedrijven. Daarom wordt elke stap zorgvuldig geëvalueerd, met nadruk op digitale soevereiniteit, transparantie en naleving van Belgische en Europese normen. Daarnaast is het een belangrijke beslissingsfactor dat de samenwerking ons in staat moet stellen relevant te blijven en een technologische voorsprong te behouden, zodat we onze operationele effectiviteit en strategische autonomie kunnen waarborgen.
Tinne Van der Straeten:
Het is goed om te horen dat er grendels worden ingebouwd en dat men zich ervan bewust is dat, wanneer men met nieuwe technologiebedrijven werkt die bepaalde bezorgdheden oproepen en dat is nog een understatement, we daar niet onbezonnen mee in zee mogen gaan. We zullen blijven nagaan – al zal mijn collega dat wellicht doen – hoe dit zich verder in de praktijk ontwikkelt.
De dringend noodzakelijke aanhoudende en versterkte druk op Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Achraf El Yakhloufi noemt het staakt-het-vuren in Gaza "een dikke leugen", wijzend op aanhoudende bombardementen, hongersnood en 350 doden na 10 oktober, terwijl Belgische banken en bedrijven volgens hem de bezetting financieren—hij eist concrete sancties en een investeringsverbod voor Belgische banken die Israëlische nederzettingen steunen. Maxime Prévot erkent de fragiele wapenstilstand en humanitaire crisis (belemmerde hulp, geweld door kolonisten, IDF-schendingen van internationaal recht), maar benadrukt enkel verbaal protest (bv. veroordeling UNRWA-inval). El Yakhloufi dringt aan op dwingende economische maatregelen om druk uit te oefenen, met de leus: "Spreken in de taal van het geld."
Achraf El Yakhloufi:
Voordat ik begin, richt ik mij tot alle collega’s hier. De burgers hebben hier niets aan. Als wij beleid willen voeren, hebben zij niets aan de show die hier wordt opgevoerd.
Collega’s, the ceasefire is a big fat lie , het staakt-het-vuren is een dikke leugen. Dat is wat de mensen in Gaza vandaag zeggen. Dat is de harde waarheid, de harde realiteit. Wat is er veranderd voor de mensen na 10 oktober, na het zogenaamde staakt-het-vuren? Helemaal niets. De bombardementen gaan gewoon door. De gedwongen verhuizing van de Palestijnen gaat gewoon door. De blokkade van voedsel en drinkwater gaat gewoon door. Sterker nog, de bezetting wordt elke dag sneller en agressiever. Sinds 10 oktober zijn er 350 Palestijnen gestorven. Van welk staakt-het-vuren is hier sprake? Pasgeboren baby’s zijn ondervoed. Elke dag vechten zij voor hun leven. Daarnaast zijn er meer dan 700.000 Israëlische kolonisten in de bezette gebieden, verspreid over 280 nederzettingen. Ja, the ceasefire is a big fat lie .
Vergis u niet, de bezetting gebeurt niet zomaar. Dat wordt niet alleen gedaan door de betrokkenen, ook banken en bedrijven zijn erbij betrokken, banken die de financiering steunen en bedrijven die met bulldozers en technologieën het enige ziekenhuis dat daar staat platgooien.
Mijnheer de minister, sinds 2 september hebben wij in Europa een sterk akkoord bereikt met harde sancties. In plaats van te wachten op Europa, nemen wij zelf maatregelen: verlies van tegoeden van Israëlische misdadigers, inreisverbod en een nationale importban, op papier. Ik heb één vraag. Welke sancties zijn er inmiddels daadwerkelijk doorgevoerd? (…)
Maxime Prévot:
Mijnheer El Yakhloufi, in oktober heb ik het plan voor Gaza, dat voorgesteld werd door president Trump en aanvaard werd dankzij de bemiddeling van Egypte, Qatar en Turkije, met voorzichtig optimisme verwelkomd.
Enerzijds zijn de gevechten in Gaza grotendeels tot stilstand gekomen, maar anderzijds blijven er grote uitdagingen bestaan. De wapenstilstand is fragiel. Het geweld gaat door, wat extra burgerslachtoffers veroorzaakt. Humanitaire hulp wordt nog steeds belemmerd door het blokkeren van dual - use goods en door de voortdurende sluiting van de grensovergangen Rafah en Allenby.
De aangekondigde verhuizing van 1 miljoen mensen naar zogenaamde alternatieve veilige gemeenschappen en het aanhouden van beperkingen voor UNRWA en ngo’s baren ernstige zorgen, evenals de Israëlische aankondigingen dat de IDF zich niet uit Gaza zou terugtrekken. Dit alles vormt nog steeds een ernstige bedreiging voor het noodzakelijke respect voor het internationaal humanitair recht.
Nog deze week heb ik de inval van de Israëlische veiligheidsdiensten in een UNRWA-complex in Oost-Jeruzalem veroordeeld, ondanks het feit dat de infrastructuur van de Verenigde Naties onaantastbaar is onder het internationaal recht.
Intussen is het geweld door kolonisten op de Westelijke Jordaanoever nooit zo hoog geweest in de afgelopen 20 jaar, terwijl de IDF nieuwe militaire interventies in het noorden uitvoerde. Dit leidde tot moorden op onschuldige mensen en tot gedwongen verplaatsingen. Ik heb dit publiekelijk veroordeeld, in het bijzonder de beelden waarop Israëlische soldaten burgers die zich overgeven koelbloedig neerschieten (…)
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de minister.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza moet stoppen, daarover is iedereen het eens. Toch blijven Belgische banken en bedrijven Israëlische bezettingen financieren. Dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Wij kozen vanaf het begin de kant van de slachtoffers, van alle onschuldige slachtoffers. Dat doen we nu opnieuw. Ons voorstel ligt klaar, wij vragen een investeringsverbod voor alle Belgische banken die met ons spaargeld Israëlische bezettingen financieren. No way. Laten wij de taal spreken die de banken en Netanyahu goed begrijpen, namelijk de taal van het geld. Wij rekenen op u, mijnheer de minister. België moet er alles aan doen om de horror in Gaza te stoppen en vooral om die mensen te helpen.
Het verminderen van bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van de bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van afhankelijkheden van Israël
Gesteld door
Groen
Staf Aerts
Groen
Matti Vandemaele
Ecolo
Tinne Van der Straeten
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tinne Van der Straeten vraagt hoe de regering haar opdracht om afhankelijkheid van Israël te verminderen (geen nieuwe aankopen, onderhoudscontracten of samenwerking met Israëlische bedrijven waar mogelijk) concreet zal uitvoeren, gegeven juridische en operationele beperkingen. Theo Francken stelt dat de bestaande wetgeving (2011) en WTO-afspraken Israël geen automatisch toegang geven tot defensieaanbestedingen, maar dat Israëlische producten niet categorisch kunnen worden geweerd als ze voldoen aan criteria en geen gelijkwaardig alternatief bestaat—zoals bij de Midazolam-autoinjectoren (alleen door Israël geleverd), waar de regering uiteindelijke toestemming voor gaf omwille van militairenveiligheid. Van der Straeten bekritiseert de regeringsbeslissing als symbolisch en leeg, omdat de Europese en nationale aanbestedingsregels volgens Francken weinig ruimte laten voor daadwerkelijke vermindering van Israëlische leveringen, tenzij er sancties of alternatieven zijn. Francken benadrukt dat operationele noodzaak (bv. unieke medische uitrusting) altijd voorrang krijgt op politieke afwegingen.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de bestaande afhankelijkheden van Israël en de opdracht die u op 2 september hebt gekregen van de regering om toekomstige aankopen van materieel en reserveonderdelen niet meer in Israël te doen. U werd ook gevraagd daar geen onderhoudscontracten meer af te sluiten waar mogelijk en wanneer er alternatieven bestaan. Het uitgangspunt daarbij is om de afhankelijkheid van Israël te verminderen, ten minste zolang het conflict aanhoudt.
Er zijn een aantal specifieke vragen over de manier waarop u dat zult omzetten, welke wijzigingen er zijn ten opzichte van het huidige beleid, wat gelijkwaardigheid precies betekent en hoe 'waar mogelijk' moet worden geïnterpreteerd. Er is ook de vraag wat dit betekent voor bedrijven die zich buiten Israël bevinden, maar die wel in Israëlische handen zijn. Voor die concrete vragen verwijs ik echter naar de ingediende vraag.
Theo Francken:
Defensie zal deze opdracht uitvoeren conform de richtlijnen van de federale regering. Bij nieuwe aanbestedingen zal als Israëlische economische operatoren zouden meedingen, steeds worden nagegaan of hun toegang tot de markt werd verleend en of er gelijkwaardige alternatieven beschikbaar zijn bij leveranciers uit andere landen.
Het beleid over het toegangsrecht van derde landen – met name landen die niet behoren tot de Europese Unie – tot aanbestedingen op defensie- en veiligheidsgebied is sinds 2 september niet gewijzigd en is reeds wettelijk geregeld in de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied.
In dit verband wordt ook verwezen naar het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 168 van collega Aerts. De antwoorden stelden dat het Agreement on Government Procurement van de Wereldhandelsorganisatie, waarbij Israël partij is, niet geldt voor het merendeel van de opdrachten voor defensie en veiligheid en dus a priori niet kan worden ingeroepen voor dit materieel en dergelijke opdrachten. Dat verleent hun dus normaliter geen toegang tot aanbestedingen op defensie- en veiligheidsgebied.
Het is met de huidige regelgeving inzake overheidsopdrachten en zonder sancties op Europees niveau tegen bedrijven gevestigd buiten Israël die in Israëlische handen zijn, echter niet mogelijk om dergelijke ondernemingen uit te sluiten van deelname aan een overheidsopdracht indien zij voldoen aan het toegangsrecht en de eventuele overheidsselectiecriteria voor die opdracht. Het invullen van de operationele noden van defensie gaat gepaard met een verkenning van de markt. In dat opzicht wordt telkens maximaal gekeken naar de mogelijkheden op de internationale markt voor het invullen van onze noden, zowel voor wapensystemen als voor producten of beschermingsmiddelen voor onze militairen.
Teneinde het best mogelijke product te verkrijgen voor de gebruiker – of bij gebrek daaraan een volwaardig alternatief op de markt – is het daarom niet altijd aangewezen om op voorhand Israëlische producten uit te sluiten. In deze gevallen zou het weigeren van Israëlische wapensystemen immers een grote impact kunnen hebben op de operationele inzetbaarheid van defensie. In het geval van lopende of toekomstige procedures waarbij Israëlische economische operatoren voldoen aan alle selectiecriteria en een conforme offerte indienen, zullen deze op dezelfde manier worden geëvalueerd als andere offertes. De evaluatie van de offertes houdt steeds rekening met de beste militaire en operationele oplossingen voor onze militairen en hun opdrachten.
Wanneer u de schriftelijke vraag bekijkt, die misschien niet bij u is geraakt, zult u zien dat wij nog één product hebben aangekocht: Midazolam autoinjectoren voor de medische dienst. Dat zijn pennen die elke soldaat bij zich heeft om zichzelf te injecteren wanneer hij wordt blootgesteld aan een gifaanval of wanneer bepaalde chemische producten of gassen vrijkomen.
Zij zijn de enigen die dat maken. Dat dossier is herhaaldelijk binnen de regering besproken. Veel collega’s geloofden niet dat zij echt de enigen waren. Geloof me, het is 1.000 keer van alle kanten bekeken, ze zijn wel degelijk de enigen. We hebben dat dus nog besteld. Het is een goede zaak dat onze militairen daarover beschikken. Ik begrijp dat Israël heel gevoelig ligt, maar we gaan de veiligheid van onze eigen mensen toch niet in gevaar brengen. Dat is toch te gek. Het is dus uiteindelijk door de regering goedgekeurd.
Ik begrijp dat dit aanleiding tot veel polemiek geeft. Ik kan er nog veel over zeggen, maar ik doe dat niet in een openbare zitting. Achter gesloten deuren zal ik daarover nog een paar dingen zeggen.
Tinne Van der Straeten:
Ik wil geen polemiek starten over dit individuele dossier, waarin u hebt beargumenteerd waarom er wel is aangekocht. Wel wil ik ingaan op de opdracht die u hebt gekregen en het antwoord dat u hier hebt gegeven. Ik vraag mij af of de beslissing van de regering misschien een lege doos is, om de gemoedsrust van een aantal coalitiepartners te bewaren. De intentie is om minder bij Israël te kopen, maar u hebt uitgebreid toegelicht dat de wetgeving inzake overheidsopdrachten, die overigens niet louter nationaal maar ook Europees is, u geen handvatten biedt om dat ook werkelijk te implementeren. Misschien was het dus alleen een beslissing van de regering voor de schone schijn.
Het Duitse verbod op een islamitische organisatie die oproept tot de stichting van een kalifaat
De Hamasdreiging in België
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (1)
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (2)
De screening en opvolging van Mohaned al-Khatib en de Palestijnse asielzoekers
Extremisme, Hamas en islamitische radicalisering in Europa
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
N-VA
Michael Freilich
N-VA
Michael Freilich
VB
Sam Van Rooy
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 3 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert dat België onvoldoende optreedt tegen Hamas-sympathisanten en jihadistische organisaties, waaronder Mohaned al-Khatib—een verdachte van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—die volgens hem niet dagelijks wordt opgevolgd door veiligheidsdiensten, ondanks zijn openlijke jihadistische uitingen. Hij stelt dat de screening van Palestijnse asielzoekers falen (o.a. door signalen van het Joods Informatiecentrum in plaats van eigen inlichtingen) en waarschuwt dat het merendeel Hamas/Hezbollah-steunt, wat de veiligheid bedreigt. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er gerechtelijk onderzoek loopt naar al-Khatib en dat Hamas prioriteit heeft voor de diensten, maar ontkent structurele banden met Duitse extremistische groepen in België. Hij verwijst voor asielscreening naar Van Bossuyt (Migratie) en benadrukt dat dreigingsniveau 3 geldt, met focus op jihadisme—zonder concrete maatregelen tegen individuen of organisaties te specificeren. Van Rooy blijft kritisch en eist strengere actie tegen "terreurverheerlijkers".
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik heb veel vragen voor u.
Ten eerste, Duitsland verbiedt de islamitische organisatie Muslim Interaktiv omdat die oproept tot de stichting van een kalifaat. Om dezelfde reden worden Generation Islam en Realität Islam mogelijk ook verboden.
Mijnheer de minister, hebben Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen in België of onderhouden ze banden met organisaties in België? Wordt onderzocht of zich in België islamitische organisaties bevinden die oproepen tot de stichting van een kalifaat en zullen die desgevallend, zoals in Duitsland, verboden worden?
Ten tweede, een rapport van het Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center stelt dat Hamas in Europa een netwerk heeft uitgebouwd en tracht te versterken om hier aanslagen te plegen. Zo werd reeds een wapendepot ontdekt en zijn al verschillende gewapende Hamasleden en -aanhangers opgepakt, onder meer in onze buurlanden. Volgens de Duitse inlichtingendienst is het aantal Hamasleden tussen 2008 en 2023 met 50 % toegenomen, tot meer dan 450. U weet dat die vrij kunnen reizen in Europa binnen de Schengenzone. Ze kunnen zich dus ook op ons grondgebied bevinden.
Mijnheer de minister, weet u hoeveel Hamasleden en -agenten zich momenteel op ons grondgebied bevinden? Hoe verloopt de veiligheidsscreening van Palestijnse asielzoekers en migranten op een eventueel lidmaatschap van Hamas of spionage voor Hamas?
Ten derde, wat die screening betreft, die verloopt blijkbaar op zijn zachtst gezegd niet goed, want een Palestijnse Hamasfanaat die betrokken is bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël blijkt nu gewoon in België te verblijven. Hij werd eerst gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel. U hebt de beelden intussen wellicht gezien. Ik heb daarover ook al mevrouw Van Bossuyt, de minister van Asiel en Migratie, en mevrouw Verlinden, de minister van Justitie ondervraagd. Minister Van Bossuyt heeft me gisteren bevestigd dat de man hier nog steeds verblijft, met name in een asielcentrum in Sint-Niklaas. Er is bovendien een dossier van 65 pagina’s opgesteld – niet door onze veiligheidsdiensten, maar door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID) – over dat verschrikkelijk jihadistische sujet Al-Khatib. Ik hoop dat u het ondertussen al hebt gelezen. Het staat gewoon op de site van het JID.
De vraag is hoe het mogelijk is dat zo iemand, met wat hij op 7 oktober 2023 heeft gedaan en met de openlijke jihadistische oproepen die hij nog altijd doet op zijn sociale media, zich op Belgisch grondgebied bevindt. Hij is hier nog altijd, in Sint-Niklaas. Zal hij nu wel worden gescreend door de veiligheidsdiensten, is dat al gebeurd, naar ik hoop, of wordt hij ten minste op dit moment opgevolgd door de veiligheidsdiensten? Ik herinner mij dat de zogenaamde Syriëstrijders zouden worden opgevolgd, wat dat ook moge betekenen. Ik veronderstel dat agenten of mensen van de veiligheidsdiensten zo iemand volgen in zijn of haar dagelijkse praktijken, onder andere op sociale media. Wordt die Mohammed Al-Khatib vandaag dagelijks opgevolgd door onze veiligheidsdiensten?
Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waaronder Palestijnse tieners die een trui dragen waarop in het groot een M16-machinegeweer staat. De M16 is, naast de Kalasjnikov, het geliefkoosde wapen van jihadisten en ook van Hamas. Het werd onder andere gebruikt bij de verschrikkelijke massaslachtingen in de Israëlische kibboets. Zij komen hier gewoon binnengewandeld.
U weet dat België een favoriete bestemming in Europa is van Palestijnse asielzoekers. Het merendeel van hen heeft sympathie voor Hamas en Hezbollah en juicht de genocidale massaslachting op 7 oktober 2023 toe . Dat blijkt uit onderzoeken, bevragingen en peilingen. Zij delen dus het zieke jihadistische wereldbeeld van de persoon over wie ik u specifiek ondervraag, Mohammed Al-Khatib.
Tot slot, welke stappen zet u om ervoor te zorgen dat Hamas-terroristen, maar ook Hamas-fanaten en verheerlijkers van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 onze samenleving niet kunnen verzieken of onveilig maken voor joden, maar ook voor niet-joden?
Bernard Quintin:
Mijnheer Van Rooy, u weet dat het niet mijn gewoonte is om details te geven over individuele dossiers, zeker niet wanneer ze zich in de onderzoeksfase bevinden.
Ik kan u wel meegeven dat ik op 7 november 2025 op de hoogte ben gebracht van de aanwezigheid van de betrokkene op ons grondgebied en van de open bronelementen die zouden kunnen wijzen op diens aanwezigheid tijdens de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023.
Justitie voert momenteel een onderzoek dat moet uitwijzen of dat klopt en desgevallend in welke hoedanigheid dat gebeurde.
Het dossier is ook in behandeling bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor informatie daarover, evenals over de maatregelen voor het groot aantal Palestijnen dat naar België komt of over de screening moet u minister Van Bossuyt nog eens bevragen.
Op de vraag over de bewegingsvrijheid van personen binnen de Schengenzone of de Benelux is het antwoord eenvoudig. Wanneer iemand niet is geseind, mag hij of zij zich vrij verplaatsen.
Op de concrete onderzoeksdaden van de veiligheidsdiensten ga ik niet in.
Het spreekt voor zich dat wanneer wordt vastgesteld dat de betrokkene effectief banden met Hamas zou hebben, het parket een gerechtelijk onderzoek moet openen. Vragen daarover stelt u het best aan mijn collega Verlinden. Ook zal het OCAD in een dergelijk geval overgaan tot opvolging in het kader van de nationale Strategie T.E.R.
Onze veiligheidsdiensten hebben geen indicaties die erop wijzen dat Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen hebben in België of dat er structurele banden bestaan tussen die organisaties en organisaties in België.
U weet dat ik een wetsontwerp voorbereid om te beschikken over een instrument om in overeenstemming met het regeerakkoord gevaarlijke radicale organisaties te kunnen verbieden. Ik kan niet vooruitlopen op dat wetsontwerp, aangezien de Raad van State nog geen advies heeft kunnen afleveren.
De Veiligheid van de Staat en het OCAD zijn bevoegd voor het onderzoek naar en de analyse van zowel religieus als ideologisch extremisme. Wanneer er in ons land organisaties zijn die oproepen tot het stichten van een dergelijke organisatie, zal dat via het VSSE en het OCAD aan het licht komen.
Al sinds 7 oktober 2023 houden onze veiligheidsdiensten rekening met de mogelijkheid dat leden van Hamas hun toevlucht zouden zoeken in België of andere Europese landen. Hamas wordt prioritair behandeld door de inlichtingendiensten en de inlichtingen over Hamas worden steeds meegenomen in de dreigingsanalyses die door het OCAD worden opgesteld.
Het dreigingsniveau staat in België op niveau 3 sinds oktober 2023. Dat betekent dat de dreiging ernstig is. De religieus geïnspireerde dreiging voor West-Europa komt voornamelijk uit islamistische en jihadistische hoek. Voor het Westen blijft de dreiging van IS en IS-geïnspireerde actoren volgens het OCAD momenteel de belangrijkste.
Aangezien de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek – om de redenen die u aanhaalt, mijnheer Van Rooy – kan de politie geen details geven. Voor meer informatie verwijs ik naar de magistraat die belast is met het dossier. Sta me toe om op te merken dat het bestaan zelf van dat dossier aantoont dat de veiligheidsdiensten adequaat hebben gereageerd.
Wat betreft de vraag inzake de administratieve situatie van die persoon en de mogelijke maatregelen in geval van terugkeer, mocht hij naar Griekenland worden teruggestuurd, heb ik al gezegd dat u zich moet richten tot de Dienst Vreemdelingenzaken. Ook de FOD Justitie zou kunnen worden geraadpleegd, indien een meer gedetailleerd overzicht van de geldende regelgeving moet worden gegeven.
Wat de politie betreft, geldt het algemeen toezicht op de openbare ruimte en het opstellen van processen-verbaal voor alle inbreuken die haar ter kennis worden gebracht, ook voor dit soort feiten. Het openbaar ministerie kan een vervolging instellen. De bestuurlijke opvolging door de politie van groeperingen en hun leden is mogelijk binnen een zeer strikt regelgevend kader.
Over het algemeen wordt het toezicht op extremistische individuen en groeperingen georganiseerd door de Strategie T.E.R. en wordt het risiconiveau dat zij vormen, vastgesteld door het OCAD, dat beschikt over alle informatie van de politie, de Veiligheid van de Staat en andere instanties. De politie kan zich uiteraard niet uitspreken over andere maatregelen die door de regering worden genomen en die niet onder haar bevoegdheid vallen.
Sam Van Rooy:
Minister, dank u voor uw antwoord. De situatie is helaas helder. Ik zeg 'helaas', want Mohaned al-Khatib wordt vandaag dus niet opgevolgd. Dat is wat u hebt gezegd. Er wordt wel onderzoek gedaan, terwijl de info al weken bekend is.
Bernard Quintin:
(…)
Sam Van Rooy:
Wordt hij dagelijks opgevolgd in zijn doen en laten en in zijn socialemediaposts? Ik dacht het niet. Ik verwijs ook naar uw antwoord op mijn andere vraag. U moet radicale organisaties niet verbieden. U moet daarentegen jihadistische en moslimfundamentalistische organisaties viseren en verbieden, want daar zit het probleem. Jihadisten en moslimfundamentalisten, maar ook verheerlijkers van jihadistisch terreur moeten buiten dit land worden gehouden. Als ze hier toch aanwezig zijn, dienen ze te worden uitgezet of – zoals in het geval van Mohaned al-Khatib – te worden opgevolgd om na te gaan waar ze mee bezig zijn. U zegt dat de diensten goed werk leveren, maar ze hebben dat moeten vernemen van het onvolprezen Joods Informatie- en Documentatiecentrum. Als die organisatie niet aan de alarmbel had getrokken, dan wisten de diensten vandaag waarschijnlijk nog nergens van. Dat is een bewijs dat de screening faalt. Ik vraag me dus af hoe u dat ziet, met al die Palestijnen die hier wekelijks binnenkomen. Nogmaals, ons land is een topbestemming. In 2025 zijn er al 3.000 Palestijnse asielzoekers binnengekomen. Het merendeel heeft op zijn minst sympathie voor Hamas en voor Hezbollah. Ik herhaal dat. De meesten juichten de genocidale jihadistische terreuracties van 2023 gewoon toe. U, als minister van Veiligheid, stond erbij en u keek ernaar. Dat is de realiteit.
De bij de massaslachting van 7 oktober 2023 betrokken Hamasjihadist die nu in België woont
De toekenning van de status van erkend vluchteling in België aan een Hamasterrorist
Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Palestijnse asielzoekers en Hamasterroristen in België
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat België de Hamas-sympathisant Mohaned al-Khatib—verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—niet uitlevert of weert, ondanks zijn asielafwijzing (omdat Griekenland zijn vluchtelingenstatus al erkende). Hij beschuldigt de regering ervan Palestijnse migranten met extremistische opvattingen massaal toe te laten, zonder effectieve controles, en noemt België een "speeltuin voor jihadisten". Minister Van Bossuyt bevestigt dat al-Khatib in afwachting van zijn beroep (met schorsende werking) nog in België verblijft (Fedasil Sint-Niklaas), maar stelt dat hij geen opvang meer zou krijgen onder nieuwe regels. Ze wijst verantwoordelijkheid voor veiligheidsonderzoek door naar Justitie/Binnenlandse Zaken en ontwijkt concrete cijfers over Palestijnse migranten, maar beaamt maatregelen om instroom te beperken—met name voor wie elders in de EU al bescherming geniet. Ducarme (N-VA) kritiseert dat al-Khatibs afwijzing niet gebaseerd is op zijn vermeende Hamas-band of terrorisme, maar louter op de Griekse vluchtelingenstatus—een "gat in het beleid". Hij vraagt om strengere screening van Palestijnse asielzoekers op radicalisme, maar erkent vooruitgang in Van Bossuyt’s voorstel om terrorismeverdachten permanent uit te sluiten.
Sam Van Rooy:
Minister, de Hamasjihadist Mohaned al-Khatib, die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, werd – ik hoop dat u het dossier intussen al wat kent –. gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025. In video's van de genocidale massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas en verheerlijkt vandaag op zijn sociale media, zoals veel Palestijnen en moslims in dit land, openlijk 7 oktober 2023. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum heeft daarover een rapport van 65 pagina’s met al zijn uitlatingen en beeldmateriaal opgesteld, waaruit duidelijk blijkt wat voor een verderfelijk en potentieel gevaarlijk figuur hij is.
In dat licht wil ik er nogmaals op wijzen dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt – indien ik het fout heb, mag u mij corrigeren – en benadruk ik opnieuw dat het merendeel van de Palestijnen die hier binnenkomen, op zijn minst sympathie hebben voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah. De meesten juichten ook de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. De meerderheid van de Palestijnen deelt dus de verwerpelijke en potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohanad al-Khatib.
Op 20 november zei u in de plenaire vergadering dat Mohanad al-Khatib zich nu in een asielcentrum van Fedasil bevindt. In welk asielcentrum bevindt hij zich? Is hij vrij om dat centrum te verlaten? Wordt hij minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten, zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?
U gaf aan dat zijn beroepsprocedure om hier een asielstatus te verkrijgen, zal worden teruggebracht naar Griekenland. Wat is de stand van zaken? Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, dan kan hij vandaar uiteraard terugkeren naar België. Wat zal er gebeuren, indien hij terug naar België reist?
Kamerlid en partijgenoot Michael Freilich beweert dat de regering de instroom van Palestijnen afbouwt. Dat hoor ik graag, maar klopt dat wel? Welke maatregelen neemt u om de instroom daadwerkelijk af te bouwen?
Waarom zou u specifiek de instroom van Palestijnen willen afbouwen? Ik vermoed de reden wel, maar ik hoor het graag van u. Indien u daarmee bezig bent, wat is dan uw streefcijfer per jaar of per maand?
Tot slot heb ik nog enkele cijfermatige vragen, minister. U mag mij de antwoorden daarop ook schriftelijk bezorgen, maar kreeg wel graag de grote lijnen mondeling. Hoeveel Palestijnen zijn sinds 7 oktober 2023 in ons land binnengekomen? Hoeveel mochten er sindsdien in België blijven? Hoeveel Palestijnen werden er Belg?
Tot slot, minister, zou ik toch graag een antwoord krijgen op een blijkbaar moeilijk te beantwoorden vraag – ik heb zelf al naar die gegevens gezocht –, namelijk hoeveel Palestijnen er eigenlijk in totaal in België zijn. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
Denis Ducarme:
Madame la ministre, la question a été déposée il y a un mois. Vous avez déjà pu donner certains éléments en plénière, mais vous n'avez pas encore pu répondre à l'ensemble des questions qui se posent sur ce dossier. J'ai vu le projet que vous avez déposé en Conseil des ministres. Votre volonté d'éloigner les opportunités de demandes de protection pour les personnes qui se rendent auteurs de faits de radicalisme ou de faits de terrorisme est actuellement temporaire, vous voulez la rendre définitive.
Il y a une question qui se pose, compte tenu des dispositions légales qui sont les nôtres aujourd’hui, concernant le cas de Mohaned al-Khatib. En effet, ce personnage a fait une demande en Belgique. Il est sans doute rentré par un autre pays en Europe, la Grèce, vous confirmerez. En tout cas, il a fait une demande secondaire au niveau de la Belgique. Il est suspecté de complicité avec le Hamas et suspecté également d’avoir participé aux événements atroces du 7 octobre.
Nous devons donc nous poser la question, compte tenu de ces faits, si, au niveau de votre administration, on a analysé la demande de Mohaned al-Khatib à la lumière de sa collaboration et de sa complicité avec le Hamas. Aujourd’hui, si je ne m’abuse, il y a un rejet de la demande, mais sur quelle base? Sur la base d’une seconde demande après celle introduite en Grèce ou sur la base des suspicions de faits terroristes?
Les candidats réfugiés issus de Palestine sont évidemment à accueillir comme les autres. Néanmoins, il y a un fait qu’il faut considérer, c’est qu’on a plusieurs groupes terroristes actifs dans cette zone: le FPLP, le Hamas. Donc la question est de savoir si, en collaboration avec les services de renseignement, vous faites analyser par votre administration leurs demandes de protection également à la lumière de la proximité, en Palestine, de groupes tels que le FPLP et le Hamas.
Anneleen Van Bossuyt:
Messieurs, en ce qui concerne ce dossier, je puis vous communiquer ce qui suit.
Ik herhaal daarmee wat ik tijdens de plenaire vergadering van 20 november heb gezegd.
De betrokken man heeft als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek ingediend om internationale bescherming. Hij heeft op 6 maart, dus twee dagen later, het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij reizen binnen de Schengenzone.
Op 7 april heeft hij opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend, ditmaal in België. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken voor hem controles uitgevoerd in de Europese databanken Eurodac en het visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Staatsveiligheid, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.
Op 25 september heeft het CGVS zijn verzoek als niet-ontvankelijk beoordeeld wegens zijn erkenning als vluchteling in Griekenland. Hij heeft tegen die negatieve beslissing van het CGVS op 7 oktober beroep ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, en dat beroep is nog altijd hangende, mijnheer Van Rooy. Dat beroep heeft ook een schorsende werking. Met andere woorden, eventuele andere procedures of de aflevering van een bevel om het grondgebied te verlaten, worden op pauze gezet.
Momenteel krijgt de man opvang in het centrum van Fedasil in Sint-Niklaas. Pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus weigert Fedasil de opvang van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat. Mocht zich vandaag dus een soortgelijke situatie voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen. Daarmee is meteen ook uw vraag beantwoord, mijnheer Van Rooy, over wat er zou gebeuren indien hij na zijn eventuele uitwijzing naar Griekenland opnieuw naar ons land zou reizen en hier een verzoek tot bescherming zou indienen.
Dès que cela sera possible, je mettrai évidemment tout en œuvre pour renvoyer cette personne vers la Grèce. Entre-temps, il appartient avant tout aux services de sécurité d'examiner plus en profondeur si les accusations formulées, notamment sur les réseaux sociaux, sont véridiques. Je ne peux, dans le cadre de mes compétences, m'exprimer à ce sujet. Ce sont mes collègues de la Justice et de l'Intérieur qui sont désormais en première ligne pour mener d'éventuelles enquêtes supplémentaires concernant l'aspect sécuritaire, si cela s'avère opportun.
Mijnheer Van Rooy, u vroeg heel veel specifieke cijfers, maar voor het verkrijgen van de gedetailleerde cijfermatige informatie verwijs ik u naar de mogelijkheid om een schriftelijke vraag in te dienen. Ik denk dat het niet correct als ik hier talrijke cijfers zou voorlezen.
We hebben maatregelen genomen om de instroom in zijn geheel te beperken, bijvoorbeeld de zonet genoemde maatregel om de opvang te beperken van personen die in een ander EU-land bescherming genieten. Het bleek dat in die groep hoofdzakelijk personen van Palestijnse origine zaten.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, u denkt dat u mij een rad voor de ogen kunt draaien, maar niets is minder waar. U zegt dat u Mohammed Al-Khatib naar Griekenland wilt brengen. Dat is vooralsnog niet gebeurd, want hij verblijft momenteel nog altijd op het Belgisch grondgebied,. Als u hem terugbrengt naar Griekenland en hij keert vervolgens terug naar België per trein, vliegtuig of auto, wie gaat hem dan aan de grens tegenhouden? U wilt hem geen opvang geven – het zou er nog aan mankeren! – maar dat is irrelevant. Hij zal en kan opnieuw naar België terugkeren om hier zijn antisemitisch en jihadistisch gif te spuien. Dat is uw beleid in de praktijk.
Hebt u de beelden van de kerstmarkt in Brussel gezien, die werd gekaapt door pro-Palestijnse jihadisten en hun linkse nuttige idioten? Dat is wat u massaal blijft binnenhalen.
Het is eigenlijk nog erger, want Palestijnse Hamasfanaten en jihadverheerlijkers zoals Mohammed Al-Khatib kunnen gewoon naar België komen en hier verblijven, legaal of illegaal. Dat is de realiteit van uw migratiebeleid. België blijft een topbestemming, een speeltuin voor jihadisten en moslimfundamentalisten.
Ik herhaal wat ik al eerder heb gezegd. Als u er niet eens voor kunt zorgen dat een misselijkmakend en potentieel gevaarlijk sujet, een jihadist zoals Mohammed Al-Khatib, buiten België blijft, als u er niet voor kunt zorgen dat zulke lieden geen voet meer in België binnenzetten, dan bent u de titel van minister van Asiel en Migratie in feite niet waardig.
Denis Ducarme:
Madame la ministre, votre réponse me rassure. Je sais que vous êtes attentive. Je pense en effet que M. Mohaned al-Khatib ne recevra jamais de protection en Belgique, mais sans doute pas pour les bonnes raisons. Le rejet par votre administration de la demande d'octroi d'une protection repose sur le fait qu'il avait demandé l'accueil dans un autre pays, à savoir la Grèce, selon mes informations. Cette décision n'est donc pas motivée par l'existence de complicités avec le Hamas ou par sa participation au 7 octobre. Voilà le problème. Par ailleurs, si je puis me permettre, et en toute amitié, vous ne pouvez pas, d'une part, communiquer de manière flatteuse à propos du projet que vous présentez en Conseil des ministres et dans lequel vous indiquez, tout comme moi, que les auteurs de faits de radicalisme ou de terrorisme ne pourront plus demander asile en Belgique et, d'autre part, répondre au Parlement que tout cela relève de la responsabilité des ministres de la Justice et de l'Intérieur, et non de la vôtre. Donc, il y a encore des trous dans la raquette. Vous ne pouvez pas mettre en lumière que, grâce à vous, il sera désormais impossible aux auteurs d'actes radicaux ou terroristes de demander asile en Belgique et, lorsqu'on vous parle d'un personnage qui a sans doute participé au 7 octobre, renvoyer vers la Justice et l'Intérieur. Donc, il y a encore beaucoup de trous dans la raquette, raison pour laquelle nous sommes ici. En l'occurrence, nous ne pouvons pas nous satisfaire que ce personnage se voie refuser le titre de protection parce qu'il en a introduit la demande en Grèce. Il devrait être refusé compte tenu de sa participation au 7 octobre. C'est mon avis, et je me tiens naturellement à disposition pour continuer à travailler avec vous sur ces questions difficiles.
De Hamas-jihadist Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat Mohaned Al-Khatib, een vermeende Hamas-jihadist betrokken bij de aanslagen van 7 oktober 2023, vrij in België verblijft en openlijk geweld verheerlijkt, terwijl volgens hem ook andere Palestijnse asielzoekers met sympathie voor Hamas/Hezbollah ongehinderd worden toegelaten – wat hij een "schande" noemt en als toekomstig veiligheidsrisico bestempelt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat potentiële terroristische dreigingen via de T.E.R.-strategie (JIC/JDC) worden opgevolgd, maar kan geen details geven over individuele dossiers of concrete maatregelen, verwijzend naar collega’s voor asielbeleid. Van Rooy beschuldigt de regering van onverschilligheid en gebrek aan actie tegen wat hij ziet als een groeiende jihadistische dreiging binnen de asielstroom. De minister benadrukt procedurele opvolging, maar biedt geen geruststelling over directe uitlevering, opsluiting of preventieve stappen.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Een Hamas-jihadist die betrokken was bij de massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, bevindt zich nu in België. Mohaned Al-Khatib werd gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025 (ziehier de beelden: https://www.v-1.co.il/news-magazine/2025-m11_w02/shorts-c62161dd2136a91027.htm)
In video's van de massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas. Vandaag verheerlijkt hij op zijn sociale media openlijk 7 oktober 2023. JID overhandigde daarover een dossier van 65 pagina's aan politie/justitie. (https://stopantisemitisme.be/wp-content/uploads/2025/11/File-Mohanad-Alkhatib.pdf)
Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waarbij een Palestijnse tiener te zien is die een trui draagt met daarop een M16 machinegeweer (zie: https://x.com/HartvoorIsrael/status/1987472638168400356?t=I11KbsBAe-Ft3HaC4OWL9g&s=19)
België ontvangt meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Een deel daarvan heeft echter op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas en/of Hezbollah, en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Zij delen dus de zieke opvattingen van Mohaned Al-Khatib.
Volgens minister Van Bossuyt zit Mohaned Al-Khatib nu in een asielcentrum van Fedasil en zal hij na zijn beroepsprocedure worden teruggebracht naar Griekenland. Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, zal hij nadien mogelijk terugkeren naar België. Wat zal er met hem gebeuren als hij terugkomt? En wordt hij opgesloten of minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?
Wat kunt en wilt u vanuit uw bevoegdheid doen om ervoor te zorgen dat Mohaned Al-Khatib, en bij uitbreiding alle Palestijnen die zulke jihadistische en antisemitische opvattingen delen, onze samenleving niet verzieken of onveilig maken?
Mevrouw de minister, ik hoop dat u de ernst van de situatie voldoende inschat. Het gaat om een Hamasverheerlijker, een jihadist die betrokken was bij 7 oktober 2023. Vandaar dat ik de vraag ook aan u richt. Ik heb ze ook al aan minister Van Bossuyt gesteld en aan minister Quintin. Ik hoop dat er toch één minister in deze regering is die me kan geruststellen dat die figuur, die hier nog steeds is en eigenlijk zo snel mogelijk ons land zou moeten verlaten, nauw wordt opgevolgd.
Annelies Verlinden:
Wat uw vraag over de mogelijke terugkeer van de betrokkene naar Griekenland of de vasthouding in een gesloten centrum in België betreft, verwijs ik u naar mijn collega bevoegd voor asiel en migratie.
Wat uw vraag over de opvolging van de betrokkene door de veiligheidsdiensten betreft, ik kan niet ingaan op een concreet dossier ten aanzien van een welbepaalde persoon. In het algemeen kan ik wel bevestigen dat wanneer iemand de intentie heeft om geweld te gebruiken of geweld ondersteunt als handelingswijze in een context van extremistische ideologie, welke dan ook, de structuren van de strategie T.E.R. in werking treden om de meest effectieve opvolging te verzekeren.
De opvolgingsoriëntering van terrorismedossiers gebeurt via het joint information center (JIC) en het joint decision center (JDC). Dat zijn veiligheidsgeoriënteerde platformen wier opdracht erin bestaat om continu informatie uit te wisselen in het kader van gerechtelijke dossiers of inlichtingendossiers met betrekking tot terrorisme. Ze beslissen samen welke strategie het best kan worden gevolgd wanneer informatie over mogelijke terroristische activiteiten beschikbaar is. Een van de opties daarbij is het openen van een strafonderzoek.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, Mohammed al-Khatib is een Hamasfanaat die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël en die dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt. Hij loopt ondertussen al maanden vrij rond in België. Palestijnse tieners die een trui dragen met daarop een M16-machinegeweer, een van de machinegeweren die werden gebruikt bij de genocidale jihadistische massaslachting in Israël, in de kibboets, worden gewoon België binnengevlogen. België is de favoriete bestemming van Palestijnse asielzoekers en het merendeel daarvan heeft volgens mij op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Ze delen dus de zieke, potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohammed al-Khatib, maar ik hoor daarover bij u, net zoals bij alle andere ministers die ik hierover bevraag, geen afschuw en geen bezorgdheid. Mevrouw de minister, ik vind dat een schande en we zullen zien wat ons dat in de toekomst nog oplevert.
De bij de aanvallen van 7 oktober 2023 betrokken Hamas-jihadist die nu in België woont
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (1)
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (2)
Hamas-aanhangers betrokken bij 7 oktober 2023 in Europa opgedoken en actief bij pro-Palestina protesten
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Mohaned al-Khatib, een Palestijnse man die op sociale media de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023 verheerlijkte en nu in België verblijft dankzij een Grieks vluchtelingenstatuut, maar wiens asielaanvraag hier werd afgewezen. Minister Van Bossuyt bevestigt dat hij in beroep is en niet uitgezet kan worden zolang de procedure loopt, terwijl Van Rooy (N-VA) eist dat hij en "jihadisten" massaal worden gedeporteerd en de Schengenzone verlaten. Freilich (N-VA) nuanceert dat er geen bewijs is dat al-Khatib Hamas-lid was, maar benadrukt wel de nood aan strengere screening van Palestijnse asielzoekers, die door een vorige regeringsbeslissing massaal naar België komen. De kern: asielbeleid, veiligheidsrisico’s en de omgang met extremistische profielen binnen Schengen.
Sam Van Rooy:
Ambtsgenoten, minister, dit keer gaat het niet over de jihadist Mohammed Khatib van Samidoun die in onze samenleving de geesten vergiftigt met antisemitisme en de verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur, maar wel over Mohaned al-Khatib. Hij is een Hamas-jihadist die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. In video-opnames van die massaslachting is hij lachend te zien op Israëlisch grondgebied. Juichend van blijdschap filmde hij het antisemitische bloedbad en hij poseerde trots met hooggeplaatste Hamasterroristen.
Vandaag loopt dat misselijkmakende tuig gewoon vrij rond op ons grondgebied. Hij was te zien op pro-Hamasdemonstraties in Brussel en in Gent. Op zijn sociale media verheerlijkt hij openlijk de martelingen, verkrachtingen en moorden van 7 oktober 2023, net zoals trouwens talrijke Palestijnen en andere moslims op ons grondgebied. Hij is daarin helaas zeker niet de enige. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum overhandigde over deze Mohaned al-Khatib dit document van 65 pagina's waarin hij wordt beschreven volgens wat hij is: een moorddadige, jihadistische Hamasterrorist. ( Sam Van Rooy toont een document )
Minister, ik heb twee vragen.
Ten eerste, hoe is het mogelijk dat zo'n moordlustige jihadist zich op ons grondgebied bevindt en dan ook nog openlijk dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt?
Ten tweede, wordt hij opgespoord en direct het land uitgezet?
Michael Freilich:
Mevrouw de minister, op 7 oktober, toen in alle vroegte vanuit Gaza raketten werden afgevuurd op Israël en honderdduizenden gezinnen naar de schuilkelders moesten vluchten, terwijl op datzelfde ogenblik in Israëlische steden niet heel ver van de grens families werden afgeslacht en iets verder op een festivalweide jongeren werden verkracht, gekidnapt en vermoord, zat een zekere Mohaned al-Khatib te vieren. Hoe weten we dat? Hij plaatste een video op zijn sociale media.
Even fastforwarden naar vandaag, want twee jaar later is diezelfde man is in België. Voor alle duidelijkheid, dat is niet uw schuld, mevrouw de minister, en ook niet die van mijn partij of van deze regering. Hoe komt het trouwens dat meer dan de helft van alle Palestijnse asielaanvragen in de Europese Unie in ons land worden ingediend? Ik heb het antwoord opgezocht. Dat is de verdienste – als men het zo mag noemen - van de vorige regering. Op 8 maart 2023 werd een besluit aangenomen, waarbij behandeling van alle aanvragen van de Palestijnen als groep werd versoepeld. Als één land in Europa dat zo doet, dan krijgt men natuurlijk dergelijke situaties.
Er zijn trouwens heel veel andere groepen in de wereld waarvoor dat niet werd gedaan, zoals de jezidi's, de Oeigoeren, de Koerden en de Grieks-Cyprioten. Enkel aan de Palestijnen werd toen duidelijk gemaakt dat ze hier allemaal welkom zijn. Nogmaals, men kan voor of tegen die beslissing zijn, maar als slechts één land dat doet in een Europese context, dan krijgt men problemen.
Terug naar Mohaned al-Khatib. Ik heb gehoord dat uw diensten zijn aanvraag hebben afgewezen. Kunt u dat bevestigen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, mijnheer Freilich, het is eerst en vooral belangrijk om een misverstand recht te zetten dat ik vooral afleid uit berichten op sociale media. De man waarvan sprake beschikt namelijk niet over een beschermingsstatuut in België.
Mijnheer Freilich, ik kan ook zeggen dat elke aanvraag van een Palestijn individueel wordt beoordeeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.
Over het concrete dossier kan ik u mededelen dat de betrokkene als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft daar twee dagen later het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij binnen de Schengenzone reizen.
Op 7 april 2025 heeft hij in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker werden over hem controles uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken in de Europese databank Eurodac en in het Visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag bij de DVZ was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.
Op 25 september 2025 heeft het CGVS geoordeeld dat zijn verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk was, omdat hij al een erkenning had gekregen in Griekenland. Hij heeft echter op 7 oktober 2025 tegen die negatieve beslissing beroep aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat beroep is momenteel hangende.
Zoals u weet, werkt een dergelijk beroep opschortend, wat betekent dat eventuele andere procedures of het afleveren van een bevel om het grondgebied te verlaten op pauze worden gezet. Dat kunnen wij dus niet doen zolang de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen loopt.
Momenteel heeft de betrokkene opvang in een centrum van Fedasil. Het is pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus 2025 dat Fedasil de opvang weigert van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat.
Mocht een gelijkaardige situatie zich vandaag voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen.
Zodra het mogelijk is, stel ik uiteraard alles in het werk om deze persoon terug te brengen naar Griekenland. In tussentijd is het in de eerste plaats aan de veiligheidsdiensten om verder te onderzoeken of de beschuldigingen die geuit worden op onder meer de sociale media waarheidsgetrouw zijn. Daar kan ik vanuit mijn bevoegdheid natuurlijk geen uitspraken over doen. Het zijn mijn collega’s, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, die in eerste instantie aan zet zijn om verdere onderzoeken te voeren inzake het veiligheidsaspect, als dat opportuun zou zijn.
Sam Van Rooy:
Minister, u hebt het weer eens aangetoond, we moeten uit de Schengenzone. U moet Mohaned al-Khatib niet terugsturen naar Griekenland, maar naar Gaza, waar hij thuishoort.
Jihadisten, jihadisten in spe, verheerlijkers van dodelijke jihadistische terreur, ze komen elke dag België vrolijk binnengewandeld. Wat zeg ik? Ze worden door deze regering zelfs het land binnengehaald, binnengevlogen, minister.
Deze regering zou dringend schoonmaak moeten houden in het hele land. De honderdduizenden – want daar gaat het om – salafisten, moslimfundamentalisten, verheerlijkers van jihadistische terreur, verheerlijkers en aanhangers van Hamas en van Hezbollah, zouden manu militari dit land uitgezet moeten worden.
Tot slot, minister, laat geen Palestijn meer binnen, want met hun sharia en met hun jihadopvattingen horen ze hier niet thuis.
Michael Freilich:
Voor alle duidelijkheid, er is geen enkele informatie, noch bij onze veiligheidsdiensten, noch bij de buitenlandse veiligheidsdiensten, dat Mohaned al-Khatib lid is of was van Hamas. Dat is heel belangrijk om de bangmakerij tegen te gaan. Er is geen bewijs dat hij bij Hamas was. Ik meen dat de Mossad als geen ander weet wie daar wel of niet bij hoort.
Wat we wel weten, is dat die man Hamas steunde op de sociale media. Zo zijn er heel veel. En inderdaad moeten we ons de vraag stellen of we zo’n massa mensen naar hier kunnen krijgen en of we genoeg middelen hebben om die mensen te screenen, ja of neen? Dat is iets waar deze regering zich in de komende weken en maanden over moet buigen.
Mevrouw de minister, ik heb goed begrepen dat uw diensten hem geen toelating willen geven om hier als vluchteling te zijn. Hij gaat daartegen in beroep. Ik ben blij dat u nu een strenger maar rechtvaardiger asielbeleid op gang trekt. Dank u wel.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Freilich. Daarmee hebt u het slotwoord gesproken van deze vragenronde. Ik dank alle deelnemers, ook die van de regering.
Israëlische leveranciers van software bij de politie
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volksvertegenwoordiger Matti Vandemaele dringt aan op transparantie over het gebruik van Israëlische software door de federale politie en politie Antwerpen, benadrukkend dat parlementair toezicht essentieel is om wettelijkheid te garanderen, maar aanvaardt vertrouwelijke inzage achter gesloten deuren. Minister Bernard Quintin bevestigt dat openbaarmaking operationele risico’s met zich meebrengt, maar belooft een beveiligde, vertrouwelijke oplossing (bv. besloten raadpleging) om toezicht en veiligheid te verzoenen. Beide partijen vinden elkaar in de noodzaak van gecontroleerde transparantie zonder publiekelijke blootstelling van gevoelige gegevens. De minister toont zich coöperatief om praktische afspraken te maken.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, uw collega mevrouw De Vreese heeft u enige tijd geleden vervangen en heeft toen het persoonlijk feit in de commissie geïntroduceerd. Ik gaf aan dat dat helemaal niet bestond, maar het secretariaat heeft toen aangegeven dat het wel bestond. Ik zal er uiteraard niet over doorzeuren, maar ik ben blij dat we terugkeren naar de oude gebruiken, mevrouw De Vreese. Ik denk dat het ook beter is dat we dat niet doen.
Over mijn vraag, mijnheer de minister. Ik heb reeds meerdere malen schriftelijke vragen gesteld over Israëlische software die werd of wordt gebruikt bij de federale politie en bij de politie Antwerpen. Ik begrijp dat u die informatie niet publiek wilt delen, ik heb daar alle begrip voor. Als federaal volksvertegenwoordiger is het echter mijn taak om controle uit te oefenen op de regering en op de uitvoering van uw bevoegdheden. Daarom zou ik die informatie graag ontvangen. Ik zoek naar een legale manier om te achterhalen welke software van Israëlische makelij onze veiligheidsdiensten gebruiken, specifiek in Antwerpen. Als u die info niet publiek wilt vrijgeven, kan dat voor mij achter gesloten deuren. Het kan bijvoorbeeld in een document dat wij mogen raadplegen, met iemand aanwezig om te controleren dat wij niets kopiëren. Dat is voor mij acceptabel. Het is belangrijk dat wij als volksvertegenwoordigers weten welke technologie wordt gebruikt door onze veiligheidsdiensten en of die in lijn is met de geldende wetgeving. Mijn vraag vloeit voort uit het feit dat ik daaraan twijfel. Ik hoor immers dat sommigen beweren dat er geen problemen zijn, maar enkel horen is voor mij onvoldoende. Ik wil dat op een correcte manier controleren, zodat bijsturing mogelijk is indien nodig.
Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig, mijnheer de minister. Bent u bereid ons te helpen, zodat wij als parlementsleden die informatie, achter gesloten deuren of bij raadpleging, op een of andere manier kunnen verkrijgen om ons werk correct uit te voeren?
Bernard Quintin:
Mijnheer Vandemaele, ik begrijp uw bezorgdheid over transparantie en het democratisch toezicht op de technologieën die door onze politiediensten worden gebruikt. Die vragen zijn terecht en belangrijk in een democratische rechtsstaat. De politiediensten beroepen zich echter op operationele en tactische redenen om niet alle gedetailleerde informatie over de gebruikte technologieën en leveranciers publiekelijk bekend te maken. Het openbaar maken van dergelijke gegevens in het kader van parlementaire vragen, die publiek toegankelijk zijn en dat moeten blijven, kan gevoelige informatie blootstellen aan kwaadwillige actoren, waaronder criminele organisaties. Dat zou de doeltreffendheid van onderzoeken en de veiligheid van onze agenten in gevaar kunnen brengen.
Dat neemt niet weg dat ik uw standpunt over parlementaire controle deel. Ik ben daarom bereid te onderzoeken hoe die informatie op een vertrouwelijke manier beschikbaar kan worden gesteld, bijvoorbeeld via een besloten inzage of een beveiligde consultatie voor parlementsleden. Op die manier kan transparantie worden verzoend met de bescherming van operationele belangen.
Ik blijf beschikbaar om samen met u de praktische modaliteiten van die inzage te bespreken.
Matti Vandemaele:
U bent met dat antwoord nog een beetje meer mijn favoriete minister geworden.
De diplomatieke bescherming van de Belgische staatsburgers aan boord van de vloot naar Gaza
Het naar de Palestijnse gebieden versluisde Belgische geld
De dringende invoering van een importverbod
De deadline in het Amerikaanse stappenplan en de reactie van Hamas
De repatriëring van de Global Sumud Flotilla
Het staakt-het-vurenplan in het Midden-Oosten
De afwikkeling van de repatriëring van de Thousand Madleens Flotilla
Het staakt-het-vuren in Gaza
De heropstanding van Hamas in Gaza
De EU-Raad van 23 oktober
De budgetten voor ontwikkelingssamenwerking en Belgische humanitaire hulp voor Gaza
De vernieling door Israël van door België gefinancierde infrastructuur op de Westbank
De schending van het staakt-het-vuren en de hervatting van de genocide in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
De Belgische medeplichtigheid aan de Israëlische bezetting
De vernieling van humanitaire bouwwerken op de Westelijke Jordaanoever
Het politieke akkoord in Gaza
De hulpvloten voor Gaza en de werking van de consulaire diensten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De gevangenhouding van Marwan Barghouti door Israël
Fase 2 van het staakt-het-vuren in Gaza
Het recordaantal kolonistenaanvallen in oktober
De genocide in Gaza
Gaza
De naleving van de akkoorden over het staakt-het-vuren in Gaza
Het vredesakkoord van Sharm el-Sheikh en de uitvoering ervan
Belgische betrokkenheid, Gaza-conflict en humanitaire crisis in het Midden-Oosten
Gesteld door
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
VB
Sam Van Rooy
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
PTB-PVDA
Nabil Boukili
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Khalil Aouasti
PTB
Ayse Yigit
PTB
Ayse Yigit
CD&V
Els Van Hoof
Les Engagés
Pierre Kompany
Les Engagés
Pierre Kompany
VB
Britt Huybrechts
PS
Christophe Lacroix
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
PTB-PVDA
Nabil Boukili
CD&V
Els Van Hoof
Les Engagés
Pierre Kompany
PS
Christophe Lacroix
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de fragiele wapenstilstand tussen Israël en Hamas en de Belgische/Europese rol in het conflict, met focus op vier kernthema’s: 1. Kritiek op het "Trump-plan" en de VN-resolutie: deze worden gezien als koloniaal, eenzijdig (pro-Israël) en negeren kernkwesties zoals bezetting van de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, en de tweestatenoplossing, terwijl Hamas’ ontwapening en Israëlische terugtrekking onzeker blijven. 2. Belgische maatregelen onder vuur: ondanks beloftes (importverbod nederzettingsproducten, sancties, erkenning Palestina) ontbreekt concrete uitvoering—Belgische banken en bedrijven blijven betrokken bij Israëlische bezettingseconomie, en consulaire steun aan kolonisten werd pas recent stopgezet; het importverbod vertraagt door bureaucratie. 3. Humanitaire crisis en mensenrechtenschendingen: marteling van Palestijnse gevangenen (inclusief verkrachtingen), blokkade hulp Gaza (slechts 150/600 nodige vrachtwagens per dag), en kolonistengeweld in Cisjordanie (recordaantal aanvallen in oktober) blijven ongestraft, terwijl Israëlische schendingen van de wapenstilstand (240+ incidenten) worden gedoogd. 4. Toekomstperspectief somber: zonder politieke oplossing (tweestaten, Palestijnse zelfbeschikking) en effective druk op Israël (embargo’s, sancties) dreigt het conflict chronisch te blijven, met Hamas’ heropstanding in Gaza en versnippering Palestijns gebied als risico—terwijl de EU weifelt en België economische banden met Israël handhaaft.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, dans le cadre du débat d'actualité, j'ai souhaité aborder un sujet autre que celui initialement prévu, car l'actualité est dominée quotidiennement par un nouvel évènement. Le contexte dans cette partie du monde nous confronte à une actualité mouvante qui nous demande d'être flexibles. En Israël, l'actualité s'est concentrée récemment sur les conditions de la fuite dans les médias d'une vidéo figurant cinq soldats israéliens violant un détenu. Or les débats ont étrangement omis de dénoncer le fait lui-même, alors qu'il est symptomatique d'un phénomène dénoncé par les ONG ainsi que par les témoignages des détenus.
Plusieurs rapports témoignent en effet des conditions épouvantables dans lesquelles les Palestiniens vivent dans ces prisons: simulations de noyade, brûlures de cigarettes, privation d'eau et de nourriture, électrocutions, attaques de chiens, viols etc. La liste est bien trop longue. Les prisons israéliennes sont de plus en plus des zones de non-droit. L'usage de la torture et de traitements dégradants à l'encontre des Palestiniens y sont régulièrement décrits comme systématiques. Plus de 11 000 Palestiniens sont détenus et plus de la moitié d'entre eux sans aucune charge. Plus d'un millier d'enfants en font partie, sans aucun respect pour leurs droits, tandis que 500 femmes sont actuellement détenues, subissant quotidiennement tortures, humiliations, violences et viols, spécifiquement conçus pour humilier les femmes.
Une chose est sûre: le traitement inhumain des détenus palestiniens est symptomatique de la politique d'apartheid israélienne. Cette dernière s'applique à détruire la dignité palestinienne et est largement restée impunie. L'ONG israélienne B'Tselem parle d'une politique institutionnelle axée sur la maltraitance et la torture.
Quel dialogue entretenez-vous avec Israël sur ces rapports témoignant de traitements dégradants et inhumains infligés aux détenus palestiniens? La Belgique soutient-elle l'envoi d'observateurs internationaux pour examiner les conditions de détention dans les prisons? Pourriez-vous nous communiquer une évaluation du suivi des mesures prises par le kern ce 2 septembre notamment sur les sanctions et la reconnaissance conditionnelle de la Palestine, au vu de l'accord de paix de Trump et de la résolution du Conseil de sécurité?
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik start met mijn vraag over het importverbod. Verschillende Europese landen hebben de afgelopen maanden maatregelen genomen om de import van goederen uit Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied te verbieden. Slovenië heeft al een importverbod opgelegd en Ierland werkt aan een wet om een ban te implementeren. As we speak, worden Israëlische nederzettingen agressief uitgebreid ten koste van het Palestijnse landbezit en van Palestijnse levens, met voortdurende mensenrechtenschendingen. Het Internationaal Hof van Justitie bevestigde op 19 juli 2024 dat die nederzettingen illegaal zijn en dat landen passende maatregelen moeten nemen om daar niet aan mee te werken.
Het kernkabinet heeft op 2 september na een woelige zomer beslist om het voorbeeld van Ierland en Slovenië te volgen. De ministers van Economie, Financiën en Buitenlandse Zaken werden gelast een koninklijk besluit op stellen met het oog op een nationale importban van goederen die worden geproduceerd, ontgonnen of verwerkt in de door Israël bezette gebieden, inclusief de nodige controle op de naleving.
Kunt u een stand van zaken van dat beoogd koninklijk besluit geven? Wanneer zal het worden uitgewerkt en wanneer zal het van kracht worden? Heeft België contact opgenomen met Ierland en Slovenië om ervaringen uit te wisselen over de implementatie van de maatregelen? Indien ja, welke inzichten kwamen daaruit voort? Acht de regering het niet dringend dat KB zo snel mogelijk uit te vaardigen, gelet op de ernst van de situatie in de bezette gebieden?
Ik kom tot mijn vraag over het staakt-het-vuren. Een maand geleden werd het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas van kracht, na uitwisseling van gevangenen en gijzelaars en het na het opnieuw toelaten van humanitaire hulp.
Er zijn nu gesprekken opgestart voor fase 2 van het Amerikaanse staakt-het-vurenplan, die voor duurzame vrede moeten zorgen.
Na de initiële blijdschap van de Palestijnen en Israëli blijven nu heel veel belangrijke vragen open, ondanks Trumps grote woorden, niet het minst over de vredesmacht en het Palestijns bestuur. Terwijl Israël zich volledig moet terugtrekken langs de yellow line , vinden er bombardementen plaats. Bovendien weigert Israël elke betrokkenheid van de Palestijnse Autoriteit. Het legt de vinger op de wonde: dit is een plan gemaakt door Amerikanen, met minimale participatie van de Palestijnen en bovendien is het eerder een ultimatum dan een onderhandeld vredesakkoord. Het zwijgt ook volledig over de steeds sneller groeiende en voortdurende illegale kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever door Israël.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Gelet op de grote obstakels, zoals de Israëlische afwijzing van de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische bombardementen langs de ye llow line , deelt u de analyse dat de tweede fase, bij gebrek aan duidelijke mechanismen en druk op de partijen, een zeer hoge kans op mislukken heeft?
Er bestaat diepe twijfel over de haalbaarheid van de multinationale veiligheidsmacht. Welke informatie hebt u daarover ontvangen van onze partners? Wat is de Belgische analyse van de levensvatbaarheid van dat VS-plan? Werd België of de EU reeds benaderd om hierin een rol te spelen? Er wordt gewaarschuwd voor een de facto opdeling van Gaza, waarbij Israël 53 % van het gebied controleert en Hamas de rest. Hoe evalueert u dat risico op een permanente versnippering? Welke concrete druk zet België, bilateraal en binnen de EU, op de Israëlische regering om de uitbreiding van de kolonisatie op de Westelijke Jordaanoever, die ook tijdens het staakt-het-vuren doorgaat, onmiddellijk te stoppen, en de afspraken van het staakt-het-vurenakkoord na te leven?
Mijnheer de minister, ik heb ook nog een vraag over de kolonistenaanvallen in oktober. Hoe beoordeelt u die nieuwe escalatie, met name de aanval op de moskee en het recordaantal geregistreerde kolonistenaanvallen in oktober?
Welke dringende stappen onderneemt België, zowel bilateraal als binnen de EU, om druk uit te oefenen op Israël om het geweld en de straffeloosheid op de Westelijke Jordaanoever daadwerkelijk aan te pakken?
Hoe ziet u nog perspectief voor een politiek proces richting vrede, zolang de Westelijke Jordaanoever geteisterd wordt door steeds intensiever kolonistengeweld en een verdere versnippering door illegale nederzettingen, die een Palestijnse Staat fysiek onmogelijk maken?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar mijn schriftelijk ingediende vragen. Ik heb er heel veel ingediend. Ik hoor graag uw antwoorden, en ik ben ervan overtuigd dat u de huidige inzichten inzake het VN-plan dat is goed gekeurd, ook zult meegeven.
Voorzitter:
Dank u wel, dat is efficiënt.
Kathleen Depoorter:
Op 3 oktober verklaarde de Amerikaanse president Trump dat hij de terreurorganisatie Hamas tot zondag middernacht geeft om een antwoord te geven op het plan dat hij eerder die week lanceerde. Zoniet voorziet de Amerikaanse president in een aanzienlijke escalatie. In dit 20-puntenplan wordt voorzien in de ontwapening van de organisatie en dat deze geen rol meer kan spelen in het verdere proces. Er zou ook een regering van technocraten aangesteld worden die de heropbouw van Gaza moet overzien.
Alle gijzelaars moeten volgens het plan vrijgelaten worden. De gehele Gazastrook zou niet geannexeerd worden door Israël – net zoals de Westelijke Jordaanoever – maar wel militair geneutraliseerd worden.
Enkele kleinere Palestijnse gewapende groeperingen wezen het voorstel af. Hamas zegt dat het de clausules aangaande de ontwapening van de terreurgroep wil heronderhandelen en vraagt ook “internationale garanties” betreffende het statuut van Gaza. Ondertussen spraken meerdere landen hun steun uit voor het plan.
Mijn vragen voor de minister:
1. Welke conclusies trekt u uit de reactie van Hamas die Hamas uitstuurde nog voor de deadline van 3 oktober?
2. Welke conclusies trekt u uit de reactie van Hamas na de deadline van 3 oktober – als die er is?
3. Hoe ziet u de vervolgstappen?
In de nacht van 1 op 2 oktober werd de Global Sumud Flotilla dat bestond uit een groep van een kleine veertig schepen door de Israëlische marine aangehouden. Israëlische regering benadrukt dat alle van de ongeveer 200 arrestanten van de vloot in goede gezondheid verkeren en heeft naar eigen zeggen de uitzettingsprocedure opgestart.
U verklaarde dat de rechten van de aangehouden Belgen gevrijwaard moeten worden en dat er zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een repatriëring. Daarnaast verklaarde u dat u uw diensten mobiliseert om consulaire bijstand te verlenen. De Zweedse regering verklaarde bij een eerdere poging dat zij die willen afvaren naar het gebied ten volle de risico’s kennen en dus niet op consulaire bijstand moesten rekenen.
Daarnaast riep Thunberg in juli op om de Zweedse regering onder druk te zetten door de nooddiensten te bellen en te berichten. Dit leidde tot de overbelasting van de nooddiensten waardoor andere Zweedse burgers geen toegang konden krijgen tot urgente consulaire bijstand.
1. Hoeveel personen werden uiteindelijk naar België gerepatrieerd? Over hoeveel personen met de Belgische nationaliteit gaat het? Zijn er personen met een andere nationaliteit die ook naar België zijn teruggestuurd?
2. Hoeveel bedragen de totale kosten die werden gemaakt bij het repatriëren en de ondersteuning van Belgen die deel uitmaakten van de Global Sumud Flotilla?
3. Door wie worden deze kosten gedragen? Worden deze kosten nadien verhaald?
4. Speelt het feit dat deelnemers zich redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn van de risico’s mee in het verhalen van gemaakte kosten?
5. Speelt het feit dat voor het afreizen naar de betrokken conflictzone een negatief advies geldt mee in het verhalen van gemaakte kosten?
6. Spelen bovenstaande elementen mee bij terugbetalingen vanuit een verzekering?
7. Werd de werking van de consulaire diensten en/of de noodnummers door dit incident geïmpacteerd?
8. Hebt een indicatie wat er zal gebeuren met de noodhulp die de Global Sumud Flotilla mee had? Over hoeveel ton gaat het en over welke hulpmiddelen ging het?
Na twee jaar van conflict werd er recent een eerste akkoord bereikt tussen Israël en Hamas. Onder bemiddeling van de Verenigde Staten, Turkije, Egypte en Qatar werd een staakt-het-vurenplan overeengekomen dat voorziet in de vrijlating van de laatste gijzelaars, de terugtrekking van Israëlische troepen tot een afgesproken punt, en de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Dit akkoord wekt voorzichtige hoop op een doorbraak in een lang aanslepend conflict. Tegelijk wijzen experts erop dat grote uitdagingen blijven bestaan: de ontwapening van Hamas, de humanitaire situatie in Gaza, en de vraag naar toekomstig bestuur en veiligheid in de regio.
Graag verneem ik het volgende van u
1. Welke recente informatie heeft de minister over de uitvoering van dit akkoord, in het bijzonder over de tijdslijn voor de vrijlatingen en de Israëlische terugtrekking?
2. Hoe zal België, binnen het Europese kader, bijdragen aan de humanitaire hulpverlening die nu mogelijk weer op gang kan komen in Gaza?
3. En hoe beoordeelt de minister de internationale samenwerking rond dit akkoord? Welke rol kan de Europese Unie opnemen om bij te dragen aan stabiliteit, naleving van afspraken en het vooruitzicht op een duurzame politieke oplossing?
Op 10 oktober verklaarde u dat 6 van 8 deelnemers aan de Thousand Madleens flotilla onderweg zouden zijn naar België. Op 7 oktober werd ook deze vloot door de Israëlische marine onderschept. Vijf dagen eerder de gebeurde dat ook met de Global Sumud Flotilla.
Net zoals dat het geval was bij de Global Sumud Flotilla dienden de rechten van de aangehouden Belgen gevrijwaard te worden. Nog andere twee Belgen zouden op een later tijdstip terugkeren maar ook hier zou ik willen ingaan op de kosten die gemaakt werden om de ondersteuning te verlenen.
Mijn vragen voor de minister:
1. Hoeveel personen die deel uitmaakten van de Thousand Madleens flotilla werden uiteindelijk naar België gerepatrieerd? Over hoeveel personen met de Belgische nationaliteit gaat het? Zijn er personen met een andere nationaliteit die ook naar België zijn teruggestuurd?
2. Hoeveel bedragen de totale kosten die werden gemaakt bij het repatriëren en de ondersteuning van Belgen die deel uitmaakten van de Thousand Madleens flotilla?
3. Door wie worden deze kosten gedragen? Worden deze kosten nadien verhaald?
4. Speelt het feit dat deelnemers zich redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn van de risico’s – alsook het gegeven dat de Global Sumud Flotilla werd aangehouden en redelijkerwijs ook dit het scenario was voor de Thousand Madleens flotilla - mee in het verhalen van gemaakte kosten?
5. Speelt het feit dat voor het afreizen naar de betrokken conflictzone een negatief advies geldt mee in het verhalen van gemaakte kosten?
6. Spelen bovenstaande elementen mee bij terugbetalingen vanuit een (persoonlijke) verzekering?
7. Werd de werking van de consulaire diensten en/of de noodnummers door dit incident geïmpacteerd?
8. Hebt u een indicatie wat er zal gebeuren met de noodhulp die de Thousand Madleens flotilla mee had? Over hoeveel ton gaat het en over welke hulpmiddelen ging het?
Na meer dan twee jaar is er in Gaza sprake van een staakt-het-vuren tussen de Israëlische regering, diens strijdkrachten en Hamas na het initiatief van de Amerikaanse president Trump. Dit geeft de kans om humanitaire hulp te sturen en medische zorgen te bieden aan wie dat nodig heeft. Ondertussen is er een werkgroep opgestart om de heropbouw van Gaza te faciliteren. Er werd internationaal veel druk gezet om dit staakt-het-vuren te bekomen en we stellen vast dat Hamas – dat eigenlijk geen rol meer kan spelen in de toekomst van Gaza – nu met bijzonder harde methodes de eigen bevolking terroriseert en andere politieke facties uitschakelt. In Gaza-stad werden deze week breed uitgesmeerd op socale media net na het staakt-het-vuren, acht mannen geëxecuteerd die werden beschuldigd van samenwerking met Israël. Ze kregen een blinddoek om, moesten knielen en werden van dichtbij neergeschoten, de omstaanders konden hun goedkeuring niet wegsteken.
Mijn vragen voor de minister:
1. Wat is uw inschatting van de huidige situatie in Gaza? Welke conclusies trekt u op basis van de berichten over executies door Hamas over de politieke ontwikkelingen aan Palestijnse zijde?
2. Kan u verklaren hoe het kan dat een bijna 7000-tellende macht van Hamas-strijders na de confrontatie met het IDF in staat is om dergelijke acties uit te voeren?
3. Wat berichten de hulporganisaties ter plaatse over de situatie? Welke inschatting maken zij van de “heropstanding" van Hamas?
4. Hoe beoordeelt u - gegeven dat u vasthoudt aan het feit dat Hamas geen politieke rol meer kan spelen – de aanduiding door deze organisatie van 5 nieuwe gouverneurs?
5. Als een ontwapening van Hamas volgens het 20-puntenplan niet mogelijk is, wat zal er volgens u dan gebeuren?
Volgens recente berichtgeving in POLITICO is het plan van de Europese Unie om sancties in te voeren tegen bepaalde Israëlische regeringsleden en om handelsrelaties te beperken, voorlopig on hold gezet. Een aantal lidstaten acht deze maatregelen niet langer noodzakelijk in het licht van de door president Donald Trump bemiddelde vredesovereenkomst tussen Israël en Hamas, die de eerste fase van een staakt-het-vuren moet inluiden. Maar ondertussen lijkt Hamas de controle over Gaza opnieuw te verwerven.
Mijn vragen voor de minister:
1. Hoe beoordeelt u het uitstel van de voorgestelde EU-sancties tegen Israëlische ministers en kolonisten?
2. Hoe positioneert u zich ten opzichte van de uitvoering van deze maatregelen?
3. Wat verwacht u van de komende Raad Buitenlandse Zaken op 20 oktober en de Europese Raad van 23 oktober, waar dit dossier opnieuw op de agenda staat? Wat is het standpunt van de Belgische Regering?
4. U gaf aan dat het gebrek aan actie “de geloofwaardigheid van de EU ernstig heeft ondermijnd" – kan u dit toelichten?
5. En hoe wordt onze humanitaire steun aan de Palestijnse bevolking afgestemd op de nieuwe geopolitieke context?
6. Er zijn sterke indicaties dat Hamas de controle over Gaza wil heroveren na het wegtrekken van het IDF: in hoeverre belemmert dit de vereiste ontwapening van Hamas?
Nabil Boukili:
Bonjour, monsieur le ministre. Pour la énième fois, nous vous interpellons sur la question de Gaza et le génocide en cours. Il est vrai qu'un cessez-le-feu est intervenu depuis le 10 octobre mais c'est surtout un trompe-l'œil. Car depuis son entrée en vigueur, Israël a violé ce cessez-le-feu plus de 240 fois. À l'heure actuelle, Israël continue d'assassiner les Gazaouis; continue son génocide; continue de bloquer l'acheminement de l'aide humanitaire et d'affamer les enfants; continue d'empêcher les Gazaouis de se soigner; continue, enfin, sa politique coloniale et génocidaire. Elle n'a toujours pas cessé.
La seule chose qui a changé depuis le plan colonial Trump, c'est l'intensité. Nous sommes passés à un génocide de moindre intensité mais il est toujours en cours. Cet É tat colonial génocidaire torture – on a vu les révélations faites en Israël sur le comportement des soldats citées par ma collègue tout à l'heure – et la réaction du gouvernement israélien est de s'attaquer davantage à ceux qui dénoncent ces comportements qu'aux perpétrateurs. Cela nous rappelle la dénonciation des crimes de guerre américains en Irak et en Afghanistan où on s'est davantage attaqué aux lanceurs d'alerte qu'aux criminels de guerre. Force est de constater que c'est un peu la coutume dans la politique occidentale, parce que ce qui se passe aujourd'hui à Gaza contre le peuple palestinien et en Cisjordanie où les Palestiniens sont quotidiennement harcelés en violation de toutes les dispositions internationales qui défendent les droits humains, se fait avec la complicité de l'Union européenne et de la Belgique.
Si tel n'était pas le cas, Israël ne pourrait pas se comporter de la sorte. S'il continue à le faire, c'est parce que la Belgique et l'Union européenne sont derrière le gouvernement israélien en dépit de toutes ses violations du droit international et des droits humains. Et c'est pour cela que, malgré la pluie, le froid et la diminution de la couverture médiatique ces derniers temps de la situation à Gaza et malgré le fait que l'on tente de faire accroire que la situation s'améliore avec ce cessez-le-feu, des milliers de personnes sont descendues dans la rue dimanche passé pour dénoncer cette complicité, ce soutien de l'Union européenne et de la Belgique à la politique coloniale et génocidaire israélienne.
Cela reste des faits, monsieur le ministre. Il convient de distinguer faits et déclarations. Vous avez déclaré que vous prendriez des sanctions à l'encontre de l' É tat d'Israël mais rien n'a été fait. Les produits issus des colonies viennent toujours en Belgique. Aucune loi pour les interdire n'a été promulguée. Dans les faits, rien n'a changé.
La Belgique reste le septième partenaire économique d'Israël au sein de l'Europe. On continue par exemple le contrat avec l'entreprise CAF, des institutions financières publiques et des entreprises contrôlées par l' É tat belge comme Belfius, KBC, BNP Paribas, TKH Security dans laquelle la Banque nationale de Belgique a investi trois millions d'euros. C'est une entreprise qui fournit des équipements pour espionner les civils palestiniens. eDreams ODIGEO est une entreprise qui propose des logements à la location dans les colonies israéliennes illégales. Nos banques publiques investissent dans de telles entreprises. Notre complicité est totale.
Donc, monsieur le ministre, à quand de vrais actes? Parce que depuis la déclaration faite et l'accord du gouvernement pour sanctionner Israël, nous n'avons rien vu. La complicité continue.
Et où en sommes-nous par rapport à l'embargo militaire? Qu'est-ce qui a changé, concrètement, sur le terrain? Ma question est claire: ces derniers temps, quels changements concrets sont intervenus sur le terrain? Nous demeurons le septième partenaire économique de l' É tat d'Israël en dépit des accusations de génocide.
La présidente : M. Aouasti n’est pas présent.
Mevrouw Yigit is ook niet aanwezig.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je suis contente de vous voir, ainsi que les collègues, sains et saufs, malgré vos péripéties de voyage. C'est une bonne nouvelle.
J'avais envie de vous interroger sur plusieurs éléments, mais je vais me concentrer sur le cessez-le-feu ou plutôt le supposé cessez-le-feu, ce faux cessez-le-feu qui est en cours actuellement à Gaza, puisqu'il a été conclu voici quelques semaines. Ce "cessez-le-feu" devait permettre d'avoir enfin un répit pour les populations civiles palestiniennes. Cela devait ouvrir la voie à la reconstruction, au retour de l'aide humanitaire, des vivres, de l'eau, de l'électricité et surtout à l'arrêt des bombardements et à la fin du blocus. Mais, à peine les otages libérés, à peine les familles endeuillées avaient-elles pu souffler, que les bombardements ont repris de manière très intense. Des frappes touchent des zones civiles. Des enfants meurent. L'aide humanitaire n'entre pas toujours. Et l’ONU nous alerte: nous assistons clairement à une rupture du cessez-le-feu, en violation directe du droit international humanitaire – une fois de plus de la part d'Israël.
Pendant des mois, il nous a été répété qu'une fois que les otages seraient libérés, la paix reviendrait. Les otages ont été libérés, heureusement. Et pourtant, le cessez-le-feu, lui, n'a pas été respecté et les bombardements continuent. À travers cet ersatz de cessez-le-feu, on voit l'hypocrisie du gouvernement israélien.
Monsieur le ministre, y a-t-il de votre part une condamnation ferme et claire de cette rupture du cessez-le-feu par Israël? Quand la Belgique appellera-t-elle clairement à un embargo sur les armes et à la suspension de tout accord de coopération avec un État génocidaire? Comptez-vous soutenir l’adoption d'autres sanctions ciblées contre les responsables de cette violation? On sait qu'un train de petites sanctions ont été prises par la Belgique mais, comme les collègues l'ont dit, ne sont pas encore réellement effectives. D'autres sanctions peuvent-elles être prises?
Ma seconde question porte sur la destruction par Israël des infrastructures humanitaires financées par l’Union européenne et par plusieurs États membres, dont la Belgique. C’est ce que révèle une enquête de la VRT.
Ces infrastructures, ce sont des écoles, des réseaux d’eau et d’électricité, des projets destinés à garantir un minimum de dignité à des familles palestiniennes vivant sous occupation. Dans vos déclarations à la VRT, vous disiez, monsieur le ministre, "qu'il est absurde que ces infrastructures soient détruites, mais il n’est pas absurde que nous continuions à les construire". Je partage cette conviction mais cela n'est pas suffisant. Il faut vraiment construire encore et encore ce qu’Israël continue à détruire en toute impunité. Ce n'est plus vraiment une politique mais un constat d’échec. C'est une stratégie de destruction massive et assumée.
Quelles mesures supplémentaires avez-vous évoquées avec le ministre israélien des Affaires étrangères? Y a-t-il des actions concrètes au-delà des lettres ou appels de la Belgique et de l'Union européenne?
Concernant les budgets de la Coopération et de l'aide humanitaire à Gaza, lors du dernier débat d'actualité consacré à cette question, vous aviez annoncé qu'une enveloppe de 12,5 millions d'euros d'aide humanitaire s'ajoutant aux 7 millions d'euros déjà promis – annonce importante soulignée et applaudie – se répartissait de la sorte: 4,5 millions pour l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA), 2 millions pour la Croix-Rouge et 6 millions pour le Bureau de la coordination des affaires humanitaires (OCHA) sous forme de financements flexibles.
On observe une zone d'ombre sur un point essentiel. D'où proviennent ces fonds? La décision du kern et du Conseil des ministres est explicite: ces 12,5 millions doivent provenir des crédits courants, c'est-à-dire du budget déjà existant de votre département. Or, on sait que les marges financières sont extrêmement limitées. On comprend que chaque euro dégagé pour Gaza doit être pris ailleurs. Dès lors, sur quel postes budgétaires précisément prendrez-vous ces redéploiements afin de financer cette somme? Quel sera l'impact concret des réaffectations? Quelles initiatives ou quels programmes verront leur budget réduit et dans quelle proportion?
Els Van Hoof:
De situatie blijft fragiel. Sinds het ingaan van het staakt-het-vuren werden heel wat nieuwe aanvallen uitgevoerd en gebouwen vernield. In totaal werden zo'n 1.500 gebouwen die onder Israëlische controle bleven, vernield. Er zouden zelfs volledige buurten met de grond gelijk zijn gemaakt. Ook is er nog steeds een voedselcrisis. Er is nood aan meer dan 600 vrachtwagens per dag, maar er komen er slechts 150 binnen.
De toekomst van de Gazastrook is onduidelijk. De resolutie hierover werd vannacht aangenomen. We hadden graag uw reactie daarop gehoord, want we horen uiteenlopende reacties. De Board of Peace werd opgericht en er zou een internationale stabilisatiemacht komen. Dat is overigens geen formele VN-vredesmacht. De Palestijnse Autoriteit reageert voorzichtig positief en beschouwt dat als een eerste stap op de lange weg naar vrede. Hamas verwerpt de resolutie, omdat op die manier internationale voogdij over Gaza zou worden uitgeoefend. In welke richting reageren België en de Europese Unie? Dertien leden stemden voor, terwijl China en Rusland zich hebben onthouden. Ik zou graag weten welke reactie wij daar vandaag op geven.
Sinds 2015 hebben kolonisten minstens 127 van de 473 humanitaire bouwwerken vernield, om nog maar te zwijgen van de systematische vernielingen van humanitaire bouwwerken door de Israëlische autoriteiten. Ik heb daar destijds al vragen aan minister Reynders over gesteld. Hoe reageert België daarop? Worden er juridische procedures aangespannen? Wordt dat probleem op het niveau van de Europese Unie aangekaart of worden hier formele brieven over verstuurd?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, nous parlons à nouveau de Gaza. Mais, pour une fois, nous avons un espoir. Un cessez-le-feu est entré en vigueur. L’aide humanitaire est revenue. Et cette nuit, une résolution du Conseil de sécurité a entériné le plan de paix des États-Unis. Ce sont des réels progrès, même si beaucoup de doutes persistent encore. J’y reviendrai.
Les questions que j’avais déposées portaient sur deux thèmes: d’abord, sur le fonctionnement de nos services consulaires dans le cadre de la participation des citoyens et citoyennes belges aux flottilles qui entendaient se rendre à Gaza. Ces initiatives citoyennes, bien que portées par des motivations humanitaires, peuvent exposer nos ressortissants à des risques importants, notamment d’interception ou de détention.
Dans ce contexte, pouvez-vous dès lors préciser comment nos services consulaires interviennent lorsqu’un citoyen belge participe à une flottille en direction de Gaza, notamment en cas d’arrestation, d’incident maritime ou de restriction de mouvement?
Quels contacts ont été établis avec les autorités israéliennes et avec nos partenaires européens durant la détention et l’expulsion des participants? Comment le SPF Affaires étrangères informe-t-il les Belges des risques liés à de telles initiatives et des limites de la protection consulaire dans une zone sous embargo et/ou en conflit?
Quelles leçons tirer de cette opération pour améliorer la réactivité, la transparence et la communication consulaires lors des futures crises impliquant des ressortissants belges?
Mes autres questions portent sur le cessez-le-feu du 9 octobre dernier et sa mise en œuvre. Grâce à lui, enfin, le retour mutuel des otages et prisonniers dans leurs familles; enfin, l'arrivée de l'aide humanitaire à Gaza. L'accord entre Israël et le Hamas permet un retour de l'espoir dans cette région ravagée. Cependant, la mise en œuvre de l'accord soulève certains doutes. On peut se demander si chacune des parties a la réelle volonté de mettre en œuvre les accords de bonne foi.
Du côté du Hamas, on peut se féliciter qu'il ait enfin libéré les otages encore vivants et qu'il ait rendu la plupart des corps de ceux qui étaient décédés. Néanmoins, on ne détecte aucune volonté d'abandonner la gouvernance de Gaza ou de désarmer. Le message du Hamas est: "J'ai survécu à la guerre, je continue à contrôler le territoire et je me prépare au prochain round de combats". Du côté d'Israël, on peut se féliciter du retrait partiel d'une partie du territoire et de l'arrêt des opérations majeures de combat. De même, l'aide humanitaire peut enfin entrer. Néanmoins, on ne détecte aucune volonté de la part d'Israël de passer à la deuxième phase des négociations, puisque des bombardements continuent à tuer régulièrement des civils palestiniens, y compris des enfants. Si le risque de famine a fortement diminué, l'aide humanitaire n'atteint pas encore les objectifs fixés de 600 camions par jour. Le message d'Israël est: "J'ai gagné la guerre, je continuerai pour longtemps à contrôler une partie du territoire et je me prépare au prochain round de combats".
Monsieur le ministre, le Conseil de sécurité des Nations Unies a adopté la nuit dernière une résolution endossant le plan américain. Elle est déjà rejetée en tout ou en partie, tant par Israël que par le Hamas. Comment faire la paix avec des protagonistes qui n'en veulent pas réellement? Croyez-vous qu'une force internationale de stabilisation pourra être déployée comme prévu? Où en est la formation de l'autorité de transition du territoire de Gaza?
Voorzitster: Kathleen Depoorter.
Présidente: Kathleen Depoorter.
Quelles mesures la Belgique compte-t-elle prendre pour renforcer ce cessez-le-feu? Comment affermir le Mémorandum pour garantir des progrès vers la deuxième phase du cessez-le-feu? Surtout, comment s'assurer que les populations palestiniennes aient un accès suffisant à l'aide humanitaire, particulièrement à l'approche de l'hiver? Bref, concrètement, quelles sont les actions de la Belgique pour renforcer le cessez-le-feu et le soutien aux populations?
De voorzitster : Mevrouw Huybrechts is niet aanwezig.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, depuis 2002 – donc il y a maintenant 23 ans – une grande figure de la cause palestinienne, Marwan Barghouti, est emprisonné par Israël pour résistance lors de la seconde Intifada.
Vingt-trois ans de prison, dans un silence presque assourdissant, pour une figure emblématique de la cause palestinienne qui demeure, aujourd’hui encore, une référence morale et politique pour l’ensemble des Palestiniens. On pourrait même dire: une figure fédératrice, ce qui est très important actuellement, lorsque l’on voit l’évolution rapide de la situation.
Alors que de nombreux prisonniers palestiniens ont été relâchés dans le cadre de l’accord obtenu au Proche-Orient, une campagne internationale s’est donc constituée en ce sens pour demander la libération de Marwan Barghouti. Mais les dernières informations dont nous disposons alertent sur son état de santé après que des soldats israéliens l’ont violemment agressé lors de son transfert à la prison de Megiddo. Et l’Union Interparlementaire, dont je fais partie, a ainsi constaté de nombreuses violations du droit international dans son cas, puisqu’il est effectivement membre du Conseil national législatif palestinien.
Monsieur le ministre, soutenir la libération de Marwan Barghouti, c’est défendre la reconstruction politique et démocratique de la Palestine, une condition sine qua non à la construction d’une paix juste et durable au Proche-Orient. Aussi, vos services possèdent-ils plus d’informations quant à l’état de santé de Marwan Barghouti? A défaut, le SPF Affaires étrangères est-il en mesure d’intervenir auprès des autorités israéliennes afin d’obtenir des précisions à ce sujet?
Par ailleurs, aujourd’hui, quelle est la position de la Belgique sur son emprisonnement et les traitements dégradants, contraires au droit international, dont il est la victime? Allons-nous œuvrer activement à sa libération et, le cas échéant, envisagez-vous de plaider auprès de vos homologues européens pour qu’une prise de position commune à l’échelle de l’Union européenne soit adoptée?
C’est d’autant plus urgent pour nous que, comme vous le savez, une loi a été votée par le parlement d’Israël pour punir de mort – je reprends le texte, le narratif de la loi – "quiconque cause intentionnellement ou par indifférence la mort d’un citoyen israélien pour des motifs de racisme ou d’hostilité envers une communauté, et dans le but de nuire à l’ é tat d’Israël et à la renaissance du peuple juif dans son pays, sera passible de la peine de mort". C’est donc automatiquement la peine de mort. Il se pourrait donc que Marwan Barghouti soit considéré comme étant un terroriste qui doit être condamné à la peine de mort. Raison de plus de s’alarmer.
Ma seconde question porte sur l'accord de paix de Charm el-Cheikh et ses suites; elle est quelque peu dépassée par la résolution du Conseil de sécurité des Nations Unies sur la Palestine et Gaza votée cette nuit. Cette résolution n'est sans doute pas parfaite et n'émane pas d'un président que j'affectionne particulièrement. Elle n'envisage malheureusement pas non plus le sort de la Cisjordanie et de Jérusalem. Mais, elle a le mérite d'exister et fait consensus au sein de l'ONU, ce qui est aujourd'hui assez remarquable.
Monsieur le ministre, quel rôle la Belgique entend-elle jouer pour veiller à la prise en compte de la voix palestinienne dans le processus de paix, et ainsi assurer que les droits fondamentaux du peuple palestinien seront pleinement garantis dans le cadre et à l'issue de cette résolution et de l'accord de paix intervenu auparavant?
Tout cela ne traite pas de la Cisjordanie et de Jérusalem, alors que la colonisation se poursuit. Quelle est la position de la Belgique à ce sujet? Comptez-vous maintenir l'interdiction d'importation de biens provenant des colonies israéliennes dans les territoires palestiniens?
De nombreuses communes belges travaillent d'ores et déjà à la création d'un réseau permettant de soutenir les communes palestiniennes sur les plans humanitaire, financier et culturel, afin de reconstruire ce qui peut être reconstruit à Gaza.
Dans la résolution du Conseil de sécurité de l'ONU, il est question de la reconnaissance de l'État palestinien. À travers cette résolution, votre gouvernement est-il prêt à donner un coup d'accélérateur à la reconnaissance, par la Belgique, de l'État de Palestine? Celle-ci était soumise à deux conditions. La première était le cessez-le-feu, qui est aujourd'hui obtenu. La seconde condition était la démilitarisation du Hamas, qui est en voie d'être mise en œuvre grâce à la résolution de l'ONU. Quelle est votre position et celle du gouvernement sur ce sujet?
De voorzitster : Wensen er nog collega’s zich aan te sluiten bij dit actuadebat?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, sta me toe dat ik me even voorstel. Ik ben Sandro Di Nunzio en ik ben nieuw in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen voor Open Vld. Het is mij een genoegen u hier voor het eerst te mogen ontmoeten.
Ik ben ook blij om meteen te kunnen deelnemen aan dit interessant actualiteitsdebat. Er zijn al veel vragen gesteld. De situatie ter plaatse verandert dagelijks. Daarover kan ik geen nieuwe vragen meer stellen. Wel wil ik enkele punten te berde brengen die wij zeer belangrijk vinden.
Gisteren werd de resolutie aangenomen die gebaseerd is op het 20-puntenplan van president Trump. Mijnheer de minister, vooral wens ik te vernemen wat het standpunt van de regering over die resolutie is. Ik weet dat wij niet in de Veiligheidsraad zetelen, maar zijn er voorafgaandelijk contacten geweest met landen die daar wel actief zijn? Hebben wij daaraan op de een of andere manier bijgedragen? Zijn wij het volledig eens met die resolutie, of zijn er bepaalde aspecten waarmee wij moeite hebben?
Mij werd verteld dat volgens dat plan Israël minstens een vijfde van Gaza voor onbepaalde tijd zou mogen blijven bezetten. Klopt die informatie, is dat effectief het geval? Zo ja, wat is onze positie daaromtrent? Valt die bepaling te rijmen met het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024, waarin duidelijk staat dat Israël verplicht is om de bezetting binnen twaalf maanden te beëindigen?
Gisteren liet Israël nog weten dat een Palestijnse staat niet zal worden aanvaard. Zowel premier Netanyahu als de extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid hebben dat duidelijk gemaakt. Daarom sluit ik mij aan bij de vragen hoe het gesteld is met de erkenning van Palestina als staat door ons land. Kunt u aangeven of de gestelde voorwaarden al dan niet vervuld zijn? U weet dat mijn fractie van oordeel is dat men een staat wel of niet erkent op zich, en dat voorwaarden bij een dergelijke kwestie eigenlijk niet aan de orde zouden mogen zijn.
Tot slot heb ik een vraag over de stand van zaken betreffende het importverbod. Ik heb begrepen dat mevrouw Van Hoof daaromtrent een wetsvoorstel heeft ingediend en dat de regering dat naar zich heeft toegetrokken. Wat is de stand van zaken over het importverbod vanuit die gebieden?
De voorzitster : Het woord is aan de minister voor zijn antwoord.
Maxime Prévot:
Madame la présidente, mesdames et messieurs les députés, 29 questions avaient été déposées originellement. J'y ajoute celle qu'a posée spontanément M. Di Nunzio, auquel je souhaite la bienvenue dans cette Assemblée de manière générale et dans cette commission en particulier. Cette trentaine de questions reflètent, à juste titre, toute l'importance que, dans la diversité de nos formations politiques, nous réservons à cet enjeu. Cette attention est méritée, vu les considérations humaines, d'abord, de droit, ensuite, qui sont intimement liées à ce dossier. Je vais donc tenter d'y répondre, tout en sachant que certaines des questions originellement déposées n'ont pas été développées à l'instant. Malgré tout, quelques éléments de réponse figureront dans mon intervention. À l'inverse, d'autres aspects ont été partagés par les parlementaires. Ces considérations n'avaient pas été initialement envisagées, mais témoignent justement de l'intérêt d'un débat d'actualité riche, puisque nous pouvons, de la sorte, étendre le champ des considérations que nous allons partager ensemble.
Bien évidemment, si nous regardons dans le rétroviseur, nous pouvons – et nous l'avons fait – nous réjouir de l'accord sur le plan proposé par le président Trump, annoncé voici quelques semaines à Charm el-Cheikh, en É gypte. Nous nous en sommes surtout réjouis en raison de la perspective, tant attendue, de paix, en tout cas, plus immédiatement, de cessez-le-feu que cet accord a pu offrir. Pour autant, ceux et celles qui m'avaient interrogé en séance plénière se souviendront que j'avais exprimé des réserves, soulignant certains manquements dans cet accord de paix. Nous avions le devoir d'y croire et de concentrer notre énergie à nous assurer que ce plan soit mis en œuvre rapidement, dans l'intérêt de la fin des hostilités.
Zelfs als het plan tekortkomingen kent, wordt er niet gesproken over de West Bank, over Oost-Jeruzalem, over de rol van de Palestijnse Autoriteit of de tweestatenoplossing. Er is ook geen tijdslijn of kalender.
Dit zijn zaken die zeer belangrijk zijn, en waarvan we onze aandacht niet mogen laten afwijken.
Le fonctionnement du Board of Peace, envisagé par le président Trump, doit encore être précisé. L'Union européenne doit pouvoir y jouer un rôle, à défaut d'avoir pu faire œuvre de courage et de crédibilité avant que ce plan de cessez-le-feu ne soit obtenu sous l'égide du président Trump, avec le concours d'autres pays arabes. Il faut au moins que l'Union européenne tente de se racheter une crédibilité a posteriori . C'est une chose pour laquelle j'ai personnellement plaidé, encore pas plus tard qu'hier, au sein du Conseil de l'UE des Affaires générales, pour souligner que la situation sur le terrain nécessitait un engagement constant de l'Union européenne et faire en sorte que cette dernière puisse aussi être une accompagnatrice de solutions concrètes. Il n'est donc pas question d'uniquement payer pour la reconstruction de Gaza, sans pouvoir s'assurer d'une solution politique qui soit durable, y compris et avant tout pour les Palestiniens.
On sait qu'il n'y aura de solution durable que si les intérêts des deux parties sont pris en compte et s'il est porté attention pour y répondre, mais il y a, malgré tout, dans le plan esquissé, un manquement majeur concernant le rôle de l'autorité palestinienne elle-même. L'espoir reste de mise même si vous avez, et à raison, rappelé que nombre de coups de canif ont eu lieu ces dernières semaines dans le plan de cessez-le-feu intégral qui avait été esquissé.
L'exécution de la première phase du Comprehensive Plan to End the Gaza Conflict n'en est cependant qu'à ses prémices. Depuis le 10 octobre, on enregistre des incidents tous les jours, malgré le cessez-le-feu. On ne peut donc pas encore parler d'une situation stabilisée. Il est très clair, monsieur Boukili, madame Maouane, – vous l'avez évoqué, parmi d'autres –, que la situation sur place reste problématique. Le cessez-le-feu est une bonne chose, mais il ne doit pas nous aveugler jusqu'à nous faire perdre la lucidité sur la situation sur le terrain, qui, actuellement, n'est pas totalement satisfaisante.
Jusqu'à présent, le cessez-le-feu n'a pas offert ce qu'il était en devoir de procurer aux Palestiniens, à savoir du répit – tout comme pour les Israéliens. S'il n'y a guère eu de répit, il nous appartient aussi d'éviter le repli, et même le déni.
C'est la raison pour laquelle la Belgique – contrairement aux propos de monsieur Boukili selon lesquels "la Belgique est derrière le gouvernement israélien" – n'a jamais, au cours de ces derniers mois, cautionné en aucune façon la manière dont l'autorité gouvernementale israélienne se comporte dans le cadre de ce conflit. Nous continuons à dénoncer les manquements au cessez-le-feu et à déplorer toute violation de celui-ci et toute violence, d'où qu'elle vienne. Nous déplorons également que l'aide humanitaire ne soit toujours pas délivrée de manière massive et satisfaisante. En dépit des améliorations, que nous saluons, nous sommes bien loin de l'engagement formulé originellement.
Madame Maouane, vous me demandez si d'autres sanctions sont envisagées. Permettez-moi de vous rappeler qu'à la pire des périodes, l'Union européenne n'a pas été en capacité de faire un consensus minimum pour arrêter des sanctions à l'égard du gouvernement israélien. J'ai dès lors peine à croire que mes collègues auront une attitude plus volontariste après l'obtention de cet accord de cessez-le-feu à Charm el-Cheikh et le vote de la résolution auprès des Nations Unies. En effet, ceux qui étaient déjà réticents auparavant ne manqueront pas de trouver dans ces deux étapes prétexte à considérer qu'une nouvelle mesure serait de nature à perturber les équilibres et à créer du chaos plus que toute autre chose.
Soyons lucides en la matière. S'agissant de la Belgique, il nous appartient bien sûr de continuer à mettre en œuvre avec autant de célérité que possible les différentes décisions que nous avons pu prendre.
Grenzen en grensovergangen blijven gesloten. De beschietingen op burgers gaan door. De humanitaire hulp komt ook nog niet aan volgens de afgesproken doelstellingen.
Cette situation humanitaire reste catastrophique et les attaques incessantes d'Israël contre Gaza depuis deux ans ont conduit à une situation de chaos où différents groupes se disputent maintenant le contrôle du territoire. Israël est accusé de soutenir certains de ces groupes tandis que le Hamas a cherché à reprendre le contrôle dans certaines zones de Gaza, y compris en exécutant sommairement des dizaines de personnes.
Vous connaissez notre position. Elle est claire, elle est constante, elle est ferme: nous condamnons indistinctement toute violation du droit international par quelque partie que ce soit. C'est le cas aussi, madame Mutyebele, pour le cas que vous évoquiez de cette personne violée, torturée par des geôliers. Quelle que soit la maison de détention, toute pratique de torture, sous quelque forme que ce soit; est inadmissible et est évidemment condamnable et condamnée par la Belgique. Nous ne pouvons en aucune façon cautionner ces actes de violation non seulement du droit mais également de la dignité de chacun.
Une fois de plus, la situation sur le terrain montre que la force militaire – même excessive et même au bout de deux ans – ne résout pas le problème. Je le répète une fois de plus: il faut une solution diplomatique, il faut des négociations. Le Hamas doit disparaître et laisser la place à une autorité palestinienne forte.
Le Hamas a déclaré qu'il ne souhaitait pas participer à la gouvernance de Gaza, ce qui est une de nos exigences. Je précise, monsieur Lacroix, que c'est bien cela la deuxième condition. Ce n'est pas la démilitarisation du Hamas mais le fait que le Hamas ne participe en aucune manière à la gouvernance de la Palestine. C'est ce qu'ils ont annoncé mais ce n'est pas encore actuellement constatable de manière sûre et certaine. Le jour où ce sera le cas, dès lors que la condition de la remise des otages aura pu être complètement remplie, je ferai le nécessaire pour présenter l'arrêté royal de reconnaissance de l' É tat de Palestine auprès du Conseil des ministres.
La question de la démilitarisation fait partie des étapes ultérieures, comme préalable à la normalisation de nos relations diplomatiques – si on devait envisager d'y ouvrir une ambassade par exemple. Je ne vous tiens pas rigueur de la confusion entre les deux conditions parce que celle-ci a été régulièrement faite. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle je souhaitais les repréciser.
Il doit être clair aussi qu’il n’y a aucune place pour le Hamas dans le maintien de l’ordre à Gaza. La question du désarmement de ce groupe terroriste est donc essentielle.
Cette situation nous impose des efforts pour passer rapidement à l’exécution de la deuxième phase du plan du président Trump – comme M. Kompany l’évoquait. Le Hamas doit encore rendre les dépouilles de trois otages. Il s’agit évidemment de procéder à son désarmement, de garantir le retrait total de l’armée israélienne de Gaza, ainsi que de sécuriser les populations civiles, de leur fournir une aide humanitaire en quantité et en qualité – une aide humanitaire, je le rappelle, qui doit être dépolitisée et désarmée – et de démarrer alors les énormes travaux de reconstruction.
En ce qui concerne l’aide humanitaire belge, vous soulevez, madame Maouane, la question de la provenance des fonds que j’ai annoncé allouer pour les populations de Gaza de manière complémentaire, dans un contexte budgétaire, vous l’avez rappelé, qui est contraint. Conformément à la décision du Conseil des ministres, ces moyens seront dégagés au sein des crédits courants, qui sont en fait dédiés à l’aide humanitaire, et pour lesquels des réserves ont été constituées en début d’année pour pouvoir faire face à une série d’urgences qui peuvent survenir aux quatre coins du globe en cours d’exercice budgétaire. Il est évident que la situation palestinienne comptait parmi ces urgences. Ce ne sont donc pas des crédits en plus qui proviennent d’arbitrages qui vont imposer des crédits en moins ailleurs.
Je tiens également à rappeler mon insistance à ne pas couper dans l’aide humanitaire qui permet aujourd’hui de préserver les interventions essentielles en faveur des populations les plus vulnérables. Ma politique humanitaire repose sur une gestion dynamique et réactive des crédits. Nous ne figeons pas l’ensemble des allocations en début d’année. C’est donc là l’explication de la capacité de débloquer ce budget additionnel. Nous conservons des réserves qui nous permettent d’intervenir rapidement en cas d’urgence, comme cela a été le cas aussi il y a quelques temps, lorsque je me suis rendu sur place, en soutien aux réfugiés issus du Soudan.
Les déploiements nécessaires seront opérés principalement au sein des lignes budgétaires – donc consacrées aux contributions volontaires, aux organisations multilatérales et des fonds flexibles. Aucun de nos programmes essentiels ne sera abandonné.
Madame Maouane, mevrouw Van Hoof, les destructions par Israël en Cisjordanie et à Jérusalem-Est des infrastructures humanitaires qui sont financées par la Belgique – telles que des réseaux électriques, des écoles, des installations d'eau – ont été catégorisées comme des violations du droit international humanitaire. De plus, j'ai convoqué l'ambassadrice israélienne à plusieurs reprises et exigé des compensations pour les dégâts et des démarches épistolaires officielles ont été effectuées, mais l'honnêteté m'impose de dire que pour le moment, on ne peut pas dire que l'autorité israélienne y consacre une attention soutenue, ni d'ailleurs à celles d'autres pays partenaires qui sont confrontés aux mêmes destructions de leurs propres investissements.
Je ne peux qu'une nouvelle fois condamner fermement les démolitions en zone C, qui sont contraires au droit international humanitaire, et nous allons continuer à mordre le mollet pour obtenir réparation.
Het is echter moeilijk om een volledige lijst te publiceren, mevrouw Van Hoof, omdat de meeste gebouwen eigendom zijn van particuliere Palestijnen en doordat de ngo’s niet systematisch communiceren, om hun partners te beschermen.
We werken samen met het West Bank Protection Consortium. Dat kreeg 1,8 miljoen euro aan hulp van België sinds 2015. We werken ook samen met het UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs om gevallen te identificeren die verband houden met Belgische financiering.
In 2025 ging het in om ongeveer 5 % van de vernielingen om door donoren gefinancierde structuren.
Wat de juridische procedures betreft, eisen België en zijn Europese partners sinds 2017 systematisch compensatie via diplomatieke stappen en officiële brieven aan de Coordinator of Government Activities in the Territories. Tot op heden is geen enkele aanvraag gehonoreerd. We blijven de mogelijkheden binnen het kader van het internationaal recht onderzoeken.
En ce qui concerne la sécurité de Gaza, vous savez que notre gouvernement plaide pour la constitution d’une force d’interposition placée sous le mandat des Nations Unies. Comme vous l’avez indiqué, le Conseil de sécurité des Nations Unies s’est prononcé, notamment, à ce sujet hier soir. En résumé, il formalise le plan Trump conclu à Charm el ‑ Cheikh.
Nous souhaitons aussi savoir comment cette étape est évaluée, question que m'a posée notamment M. Di Nunzio. Nous continuons à regretter que certaines zones territoriales aient été laissées dans l’ombre et que l’implication de l’Autorité palestinienne ne soit toujours pas clairement définie, en tout cas, pas de manière satisfaisante.
Pour en revenir à la question de la force d’interposition, une fois le mandat de cette force clarifié, mes collègues en charge de la Défense et de l’Intérieur et moi-même examinerons, dans quelle mesure la Belgique pourrait y contribuer.
Entre-temps, un centre de coordination civile et militaire a été mis en place en Israël par les États-Unis fin octobre. Je peux vous annoncer qu'en ma qualité de ministre des Affaires étrangères j’ai déjà pris la décision d’y détacher, à très court terme, du personnel des Affaires étrangères sur le volet humanitaire. En ce qui concerne le volet militaire, j’attends évidemment les arbitrages qui seront réalisés par mon collègue de la Défense. En tout cas, sur le volet humanitaire, du personnel des Affaires étrangères sera détaché, notamment pour veiller au retour de la sécurité à Gaza et pour relancer de manière intensive l’aide humanitaire.
Ce centre de coordination a également la vocation de s’assurer du désarmement du Hamas, de son exclusion de la gouvernance à Gaza et de sa reprise progressive par une Autorité palestinienne qui est en cours de réforme. Cela ne sera évidemment pas facile, mais nous nous employons à créer les conditions pour que l’Autorité palestinienne puisse remplacer le Hamas à Gaza, as soon as possible .
La mission civile de l’Union européenne, EUPOL COPPS, que la Belgique a toujours soutenue, pourrait d'ailleurs former et même équiper plusieurs milliers de policiers palestiniens appelés à être déployés à Gaza. Nous en discutons actuellement au niveau européen ainsi qu’avec nos partenaires internationaux.
Par ailleurs, la Commission européenne continue d’accompagner l’Autorité palestinienne dans ses réformes, notamment en ce qui concerne l’organisation, à terme, d’élections.
De Palestijnse Autoriteit moet zo snel mogelijk effectief aanwezig zijn in Gaza. De EU en België moeten haar daarin ondersteunen, mede in het licht van de tweestatenoplossing. De legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit zal komen uit hervormingen en uit verkiezingen, maar ook uit haar capaciteit om diensten te bieden aan de bevolking, zoals veiligheid, elektriciteit of gezondheid.
Aan de heer Van Rooy laat ik opmerken dat hervormingen met betrekking tot het martelarenfonds al deel uitmaken van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA heeft technische teams ter beschikking gesteld van de Palestijnse Autoriteit. Wetgeving rond het martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet die een sociaalzekerheidsfonds opricht, gebaseerd op armoede-indicatoren. Er vond ook een audit plaats. Die concludeerde dat, hoewel de overgrote meerderheid van de betalingen onder het oude systeem was stopgezet toen het nieuwe systeem van kracht werd, een klein deel van de families van gevangenen erin slaagde recente toelagen te ontvangen via het oude betalingsmechanisme. Dat leidde tot ontslagen bij het Palestijnse ministerie van Financiën en tot corrigerende maatregelen. Ik zeg u nogmaals dat onze ontwikkelingshulp aan de Palestijnse bevolking zeer streng wordt gecontroleerd en op geen enkele manier wordt gebruikt om terroristen te belonen.
Wat de vraag van mevrouw Huybrechts betreft, een deel van de overeenkomst over het Trumpplan was de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Meer dan 1 700 Palestijnse gevangenen werden tot nu toe vrijgelaten. Israël gaf de lichamen van ongeveer 250 overleden Palestijnse gevangenen terug; velen vertoonden tekenen van foltering en executie.
Daar waren inderdaad ook 154 Palestijnen bij die verbannen werden naar Egypte. Zij werden niet opgevangen in luxehotels, maar werden in hotels geplaatst onder Egyptische supervisie, waarbij zij hun hotel niet konden verlaten. Egypte benadrukt dat het slechts een tijdelijk verblijf zal toestaan. Mogelijk zullen enkelen onder hen in Egypte blijven, terwijl anderen verbannen zullen worden naar landen als Turkije, Qatar of Algerije. Als die personen naar de Schengenzone willen reizen, moeten zij een visum aanvragen, zodat de veiligheidsdiensten een screening kunnen uitvoeren.
Monsieur Lacroix, il n'est pas exclu que M. Marwan Barghouti soit libéré, car certains y seraient favorables, même si, à l'heure où l'on se parle, cela ne reste qu'une hypothèse. On peut du moins l'espérer, notamment pour des raisons humanitaires. Cet homme de 66 ans, détenu depuis 23 ans, a été déplacé de prison en prison et les rapports sur ses conditions de détention font état de mauvais traitements, de torture et d'autres formes de violence.
La Belgique plaide systématiquement pour le respect des droits des prisonniers, y compris ceux de M. Barghouti, et ce, tant directement auprès des autorités israéliennes que dans les fora multilatéraux. Les autorités israéliennes ne délivrent malheureusement que très peu d'informations, y compris quant à son état de santé, et limitent l'accès à M. Marwan Barghouti. Nous restons néanmoins très actifs et attentifs au sort de celui-ci, y compris dans nos contacts avec d'autres é tats. Sa libération serait aussi, me semble-t-il, un geste d'apaisement susceptible d'avoir un effet positif en Palestine et dans les relations entre la Palestine et Israël.
Pour pouvoir vous revenir avec plus d'informations, je solliciterai aussi de nos diplomates et, en particulier, de notre ambassadeur à Tel Aviv qu'ils contactent les autorités israéliennes pour obtenir des nouvelles sur son état de santé, ce qui sera une manière complémentaire de leur rappeler que nous restons attentifs à la situation et au sort de M. Barghouti, dont, de fait, nous souhaitons plaider la relaxe.
L'accord sur la première phase du plan de paix pour Gaza permet un optimisme prudent, mais beaucoup reste à faire. De plus, il ne règle pas la situation en Cisjordanie, où la colonisation et les violences se poursuivent à un rythme effréné, touchant autant les communautés musulmanes que chrétiennes de Palestine.
De druk op Israël moet dus aanhouden, net zoals ten aanzien van Hamas. Daarom worden de Belgische maatregelen, zoals beslist op de ministerraad in september, verder uitgerold. De consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de illegale nederzettingen in de West Bank wonen, is intussen gestopt.
Un accord nouvel accord interfédéral a été conclu le 8 octobre afin d'étendre notre embargo de manière totale sur l'exportation des armes, qui s'applique également à tout type de transit et aux objets à double usage. Cela a donc été fait, monsieur Boukili. Sur ce sujet, j'ai également préparé, avec mon collègue chargé de la Mobilité, le ministre Crucke, un arrêté royal, qui est actuellement soumis pour consultation aux régions.
Voorzitster: Els Van Hoof.
Présidente: Els Van Hoof.
Zoals ik recent al zei, is de importban van goederen uit de nederzettingen het meest complexe. Mevrouw Van Hoof, mijnheer El Yakhloufi, die maatregel moet doorgevoerd worden door de FOD Economie en de FOD Financiën.
De leur côté, mes services ont déjà pris contact avec d'autres pays européens intéressés, et ont fourni à leurs collègues du SPF Économie et du SPF Finances des éléments pour les aider à avancer au plus vite sur une interdiction d'importer les produits des colonies.
We merken wel dat veel importeurs zelf al minder uit Israël invoeren wanneer er geen duidelijkheid is over de oorsprong van de goederen. Dat toont dat het werk van landen zoals België omtrent een importverbod al een effect heeft.
Je me réjouis qu'aucune entreprise belge ne figure dans la base de données publiée fin septembre par le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l’homme (HCDH) sur les entreprises actives dans les colonies illégales israéliennes. Aucune entreprise belge.
Op het Europees niveau pleit ik er eveneens voor om de druk op Israël en Hamas aan te houden. Daarom moet het pakket zoals voorgesteld door Commissievoorzitter Von der Leyen volledig worden uitgevoerd, met inbegrip van verdere sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten.
Mevrouw Depoorter, mevrouw Mutyebele Ngoi en mijnheer Kompany, in totaal namen negen Belgen deel aan de Thousand Madleens Flotilla. Een Belgische vrouw reisde op 9 oktober terug naar België, gevolgd door zes andere Belgen die op vrijdag 10 oktober in België aankwamen. Op maandag 13 oktober keerden de twee overige landgenoten terug naar hun verblijfplaats.
De landgenoten werden bijgestaan door de betrokken consulaire posten. Het Consulair Wetboek voorziet enkel in het verlenen van consulaire bijstand aan Belgen. De FOD Buitenlandse Zaken beschikt om die reden niet over cijfers betreffende andere nationaliteiten.
Zoals beschreven in het Consulair Wetboek, wordt consulaire bijstand steeds verleend op basis van terugvorderbare voorschotten. In deze zaak was dat echter niet het geval, aangezien de kosten voor de terugkeer naar België gedragen werden door de families van de betrokken Belgen en door de organisatie waarvan ze deel uitmaken. Dezelfde redenering is van toepassing op de Global Summit Flotilla.
Voilà, chers collègues, en espérant avoir été le plus complet possible, les éléments qui permettent de faire un point d'actualité sur ce dossier. J'emploie ce mot même s'il est impropre, s'agissant d'une situation humaine et conflictuelle qui reste encore dramatique à l'heure d'aujourd'hui, nonobstant les efforts qui ont été réalisés par plusieurs diplomaties afin de permettre un cessez-le-feu aussi efficace et constant que possible.
La présidente : Chers collègues, la parole est à nouveau à vous pour deux minutes.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses qui sont complètes. Malheureusement, je ne partage pas nécessairement votre optimisme, que je comprends. Pour moi, il s'agit d'une paix qui est imposée au bénéfice d'Israël. On voit que Trump impose son idée de paix, avec des promesses où il promet l'enfer aux Palestiniens s'ils ne se plient pas à ses exigences. Il peut chanter sur tous les toits qu'il est un faiseur de paix, mais vous ne trouverez, ni à Gaza ni dans le reste de la Palestine d'ailleurs, la paix. Israël continuera ses exactions, le blocage de l'entrée libre de l'aide humanitaire, la menace et la reprise du génocide. En Cisjordanie ou à Jérusalem, la colonisation s'accélère et l'apartheid continue de semer sa haine et ses crimes dans le quotidien des Palestiniens. Le gouvernement de M. Netanyahu ne cache pas ses désirs d'extension et de colonisation qui se répandent jusqu'en Syrie et au Liban, où Israël continue son occupation illégale.
Quant à la résolution du Conseil de sécurité de cette nuit, c'est tout simplement un déni de droit. C'est une résolution qui est indigne de l'ONU, qui ignore même les décisions de la Cour internationale de Justice (CIJ) qui impose de mettre fin à l'occupation illégale. Cette résolution refuse d'adresser les racines du problème qui sont la colonisation, l'occupation et l'apartheid. En refusant d'accorder des droits et l'autodétermination au peuple palestinien, en accordant l'impunité face aux crimes, on ne résout rien. On se soumet simplement à la formule de Trump, mais on ne répare sûrement pas la paix. Nous continuerons donc à réclamer la paix.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke antwoorden. Ik heb op een aantal vragen geen antwoord gekregen. Ik zal die straks opnieuw stellen.
Ik ben blij dat u mij volgt in het verhaal dat het Trumpplan helemaal niet duidelijk is. Het roept meer vragen op dan dat het oplossingen biedt.
Ik ben ook blij te horen dat u in de Europese Raad gisteren een positief pleidooi hebt gehouden. Mijn vraag is welke druk onze regering op Europa zal blijven leggen. U zegt zelf dat het heel onduidelijk is wat Europa zal doen. Zult u als minister, samen met de regering, druk zetten om ervoor te zorgen dat Europa het nodig zal doen en opdat wij een impact op de Veiligheidsraad hebben en een en ander mee kunnen sturen? Wat nu voorligt, is immers duidelijk een Amerikaans plan, gestoeld op Amerikaanse participatie. We zien hoe dat momenteel in de Verenigde Staten van toepassing is. Daarom hoop ik dat u daar de nodige druk zet.
Over de voorwaarden van onze regering in het compromis, zegt u dat Hamas duidelijk aangeeft dat het niet mee wil besturen. Wij vragen om een ontwapening, ik steun die vraag ook. Elke dag zien we echter, ondanks het staakt-het-vuren, dat Hamas en Palestina nog steeds worden aangevallen. Een ontwapening zou leiden tot een zelfmoord van die mensen. Voor alle duidelijkheid, ik wil dat er een ontwapening komt, maar ik vraag me af hoe dat gerealiseerd kan worden.
Ik ben blij dat u aan uw diensten hebt gevraagd om verder te gaan met het importverbod, samen met de FOD Financiën en de FOD Economie. Dat is een goede stap. Op mijn vraag of u contact hebt gehad met Ierland of Slovenië en hoe die landen dat toepassen, heb ik geen antwoord gekregen.
Gezien de ernst van de situatie zou de regering toch wat verder mogen gaan dan alleen aan de ministers van Financiën en Economie te vragen om het koninklijk besluit mee te bekijken. Het staakt-het-vuren is nog maar een maand van kracht, maar we zien dat het niet werkt.
U hebt ook geen antwoord gegeven op mijn vraag over het recordaantal kolonistenaanvallen op de moskee in oktober. Kunt u daarop ook nog een antwoord geven, mijnheer de minister?
Kathleen Depoorter:
Er gebeurt wat we gevreesd hadden, mijnheer de minister. De resolutie is goedgekeurd en er zijn zeer goede plannen. We maken enige vooruitgang, maar humanitair en menselijk blijft de situatie nog altijd ontzettend moeilijk.
Ik wil dan ook benadrukken dat stabiliteit echt noodzakelijk is: stabiliteit voor beide volkeren, stabiliteit voor de mensen aan beide zijden van de grens. Ook de ontwapening aan beide zijden van de grens is echt belangrijk. Er gebeuren nog altijd vreselijke dingen en het feit dat Hamas het compromis en de resolutie niet aanvaardt, blijft ons zorgen baren. Wat zal de toekomst brengen?
Het is zeer hoopgevend dat de Palestijnse Autoriteit volledig meegaat in het verhaal en zich volledig engageert om ervoor te zorgen dat er een democratisch zelfbeschikkingsrecht voor de Palestijnen kan komen. Zolang de wapens spreken, ook aan de kant van Hamas, maak ik mij echter grote zorgen.
Ik ben ook bezorgd over de international stabilisation force . Wie zal daarvan deel uitmaken? Zullen de Arabische staten deel uitmaken van die belangrijke troepenmacht, die ervoor moet zorgen dat mensen in Gaza veilig kunnen leven?
Hoe zullen we de humanitaire hulp kunnen versterken? Er is een duidelijk signaal gegeven dat de Wereldbank een belangrijke rol in de heropbouw van Gaza zal moeten opnemen, maar daarvoor is het eerst en vooral nodig dat er stabiliteit komt en dat de humanitaire toestand verbetert.
U hebt ook aangegeven dat de rol van Europa belangrijk blijft. Laten wij die stem zijn, de neutrale stem die duurzame vrede en stabiliteit in de toekomst, voor een tweestatenoplossing, betracht.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Beaucoup de choses ont été dites. En deux minutes, il me sera difficile de répliquer à tout. Je me limiterai à la question du plan Trump. Il faut arrêter de le qualifier de "plan de paix", car ce n'en est pas un; il s'agit d'un plan colonial. En effet, il permet à Israël de poursuivre sa politique de colonisation et de destruction du peuple palestinien. C'est ce que les Israéliens sont en train de faire à Gaza et en Cisjordanie. La politique israélienne, son plan de remplacer les Palestiniens et de voler leur territoire, se poursuit toujours dans le cadre de ce plan colonial. Donc, arrêtons de travestir la réalité et de le considérer comme un plan de paix. C'est une insulte à l'intelligence humaine!
Surtout, monsieur le ministre, vous affirmez que l'Union européenne doit jouer un rôle dans la direction du comité de gouvernance. C'est génial! Voilà bien une preuve de mentalité coloniale: ce sont les Occidentaux qui vont diriger Gaza à la place des Palestiniens. Où est alors le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, qui consisterait à jouir de sa liberté sans que des forces occidentales viennent lui dicter comment il doit gouverner son pays? Ce peuple ne reçoit aucun respect de leur part. C'est vraiment insultant pour les Palestiniens.
Quand je dis que la Belgique se tient derrière le gouvernement israélien, je parle des faits, monsieur le ministre. Vous pouvez évoquer les déclarations, les condamnations et ainsi de suite. Il reste que notre pays est le septième partenaire économique d'Israël. Le 6 octobre, le ministre-président wallon Adrien Dolimont était interrogé sur la participation d'une entreprise wallonne dans la production des F-15 fournis à Israël en parlant, je le cite, d'une "véritable réussite: synergies positives entre les industries civiles et militaires, retombées industrielles locales". Où est donc l'embargo militaire puisque nos entreprises sont impliquées dans la fabrication d'armes qui tuent les Palestiniens? Oui, la Belgique se tient derrière quand nos banques publiques, dans lesquelles l' É tat détient des actions, investissent dans les colonies et que le ministère de la Mobilité investit dans un projet avec CAF, qui produit les trams qui se déplacent d'une colonie à une autre.
Oui, la Belgique, dans sa stratégie économique, soutient le gouvernement israélien par sa politique économique et son implication dans l'économie coloniale. Donc arrêtons de nous voiler la face, soyons honnêtes et soyons à la hauteur de l'histoire.
Aujourd'hui, notre complicité devient de plus en plus insupportable.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre pour vos réponses. Je ne partage pas totalement votre optimisme, même s'il est prudent, au sujet de l'avenir. Quand on voit la résolution qui a été votée cette nuit à l'ONU, je rejoins les collègues, on ne peut pas dire que c'est un plan de paix ni que c'est une bonne chose.
C'est un plan colonial qui consacre une tutelle coloniale sur Gaza. C'est une honte parce que ce plan continue à soutenir le génocide, l'apartheid et la colonisation. On ne parle pas des territoires occupés en Cisjordanie, on ne parle pas de Jérusalem, on ne parle pas de la fin du génocide. Et ce faisant, vous serez d'accord avec moi, ce plan rend l'avènement d'un É tat palestinien quasiment impossible. Ç a, c'est extrêmement grave et extrêmement décevant. Vous dites que l'Union européenne ne voudra pas sanctionner davantage Israël, même quand c'était au climax du génocide, l'Union européenne n'a pas fait plus d'efforts.
Mais la Belgique a du talent diplomatique. La Belgique, en tant qu' É tat membre qui compte en Europe, pourrait, d'une part, faire du lobbying à cet égard et d'autre part, être totalement irréprochable, tant au sujet des sanctions que d'un embargo – ce qui est loin d'être le cas.
La situation aujourd'hui à Gaza est catastrophique. Les bombardements continuent à Gaza – au Liban aussi, même si nous n'en avons pas parlé – et Israël continue à violer le droit international et le droit humanitaire avec une impunité totalement ahurissante. On voit que les colons sont extrêmement violents en Cisjordanie, ils deviennent de plus en plus violents. Ils bénéficient d'une espèce de totem d'impunité qui est absolument rageant. Personnellement, je suis très, très, très pessimiste pour la suite.
Malheureusement, les médias parlent de moins en moins de Gaza, comme si cet accord de cessez-le-feu avait endormi un peu les consciences. Or la situation est tout aussi dramatique aujourd'hui qu'hier et il faut poursuivre nos efforts, tant diplomatiques que médiatiques et de mobilisation sur le terrain.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et surtout pour la franchise de vos réponses.
La résolution d'hier à l'ONU est un espoir. Nous n’en espérions pas tant, même si ce n'est pas l'idéal. Vu qu'elle a été adoptée, c'est le cadre pour les prochains mois.
On peut refuser d'y participer, mais alors pas d'influence. Alors la question est: soutenir la procédure, le processus sans perdre son âme. Et ça je crois, monsieur le ministre, que vous en êtes capable.
Aussi, vous avez dit vouloir une aide humanitaire en quantité et en qualité. Et ça, c'est très important. L'espoir d'une paix durable dans cette partie du monde ravagée quasi à jamais doit demeurer en nous. Et vous êtes notre représentant pour le défendre.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, voorafgaand wil ik mij excuseren voor mijn laattijdigheid. Ik was belet wegens een vraag in een andere commissie aan minister Matz, uw partijgenoot.
Nu kom ik tot mijn vraag. De terroristen verblijven misschien niet in een luxehotel, maar zij zitten wel op hotel. Mogelijk kunnen ze nergens heen, maar waar zouden ze naartoe moeten als ze op hotel kunnen verblijven?
Het is ongezien dat terroristen, mensen die anderen hebben vermoord of willen vermoorden, worden vrijgelaten. Ik heb er alle begrip voor dat onschuldige Palestijnen en onschuldige Israëli’s worden vrijgelaten, maar dat terroristen worden vrijgelaten, blijft naar mijn oordeel een schande en een absurditeit.
U stelt dat wanneer die terroristen naar het Schengengebied zouden reizen, een visum moeten aanvragen en dat zij zullen worden gescreend. Dienaangaande zie ik twee problemen. Ten eerste, niets weerhoudt hen ervan om hier illegaal naartoe te komen. Ze beschikken over voldoende netwerken om onder te duiken. Ten tweede, gelooft u werkelijk dat een visumaanvraag hen zou tegenhouden? Het heeft de terrorist Trabelsi ook niet tegengehouden om naar België te komen. Dat is dus absoluut geen geruststelling, integendeel.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, merci pour toutes vos réponses. Elles montrent, même si nous ne sommes pas d'accord sur tout, qu'il y a un engagement plus que résolu de votre part. Mais, comme ma collègue Mutyebele l'a dit, la résolution de l'ONU et la force de stabilisation sont contraires à l'avis de la Cour internationale de Justice du 19 juillet 2024 ordonnant le retrait des forces israéliennes des territoires palestiniens illégaux occupés sur la base des frontières d'avant 1967. Cette résolution de l'ONU contredit une décision de la CIJ, ce qui ne peut être qu'une solution précaire, une forme de sparadrap le temps de...
Et c'est là que je vous rejoins sur une forme de méthode qu'il conviendrait d'appliquer en la circonstance. Il faut que la Belgique continue à être l'un des porte-voix pour que justice se fasse. C'est-à-dire que toutes celles et tous ceux qui ont été inculpés par la Cour pénale internationale (CPI) soient traités et déférés devant les tribunaux pour faire cesser l'occupation illégale et l'apartheid. Il convient de repartir de toutes les résolutions de l'ONU pour construire un État palestinien qui cohabitera avec l'État d'Israël. Il faut absolument éviter que le statu quo actuel et la mise en route de cette force de stabilisation et d'un régime spécial sur les territoires de Gaza ne prolongent une logique d'annexion et d'apartheid; il faut éviter que ce statu quo, à l'instar de ce que l'on a vécu en Libye ou en Irak, n'aboutisse à une situation qui soit encore pire après qu'avant.
Pour l'instant, en Palestine et à Gaza en particulier, la société civile gazaouie est complètement effondrée. Il faut donc la reconstruire et la renourrir démocratiquement. D'où mon insistance pour que Marwan Barghouti soit libéré. Je sais qu'Israël, évidemment, est contre. Je sais aussi que des Palestiniens eux-mêmes sont contre, parce que si ce personnage plus intègre que d'autres revient sur la scène nationale palestinienne, il sera certainement l'homme qui réunira les conditions d'une pacification et un interlocuteur valable. Certains n'y ont pas intérêt, surtout pas Israël, mais certains Palestiniens non plus.
Monsieur le ministre, je vous demanderai, ainsi qu'aux parlementaires de la majorité, d'être conformes et logiques avec vos engagements. Il nous faut un calendrier précis, en ce compris sur l'établissement des sanctions et cette loi qui interdit l'importation des produits des colonies; je crois qu'il est temps de le mettre à l'agenda de notre commission.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je voudrais d'abord dire mon soulagement et surtout mon espoir de voir que, même si c'est lent, imparfait et compliqué, le cadre multilatéral avance malgré tout. Il y a urgence puisque, comme vous l'avez rappelé, la situation sur le terrain est encore très instable et éminemment complexe. Néanmoins, le vote intervenu hier au Conseil de sécurité montre qu'après des mois de blocage, la communauté internationale parvient enfin à se mettre d'accord sur un horizon, une architecture de sortie de crise à Gaza, avec l'espoir, bien sûr encore éminemment fragile, d'un pas vers la sécurité sur place. Mais ce texte onusien ne sera crédible que s'il se traduit concrètement dans la vie quotidienne des familles palestiniennes et israéliennes: plus de bombardements, plus de roquettes, plus d'attaques, plus de peur, mais davantage de garanties, de protection et un respect strict du cessez-le-feu. La future force de stabilisation, les mécanismes de gouvernance transitoires et j'en passe, tout cela n'a de sens que si cela permet réellement aux enfants de Gaza de dormir sans craindre la prochaine frappe et de commencer à envisager autre chose que la survie au jour le jour. Dans ce contexte, l'angle humanitaire doit rester absolument central. Les résolutions précédentes sur Gaza rappelaient déjà l'urgence de l'accès sans entrave à l'aide, de la protection des travailleurs humanitaires et de la remise en état des infrastructures vitales. Le vote d'hier ne peut pas juste être un chapitre purement diplomatique de plus. Il doit apporter une solution politique et mener à des conséquences concrètes avec plus de convois, plus de carburants pour les hôpitaux, plus d'eau potable, plus de soutien psychologique et médical pour une population traumatisée, avec des garanties de sécurité, et aussi l'élimination du Hamas de toute gouvernance de la Palestine et sa démilitarisation. Des réformes importantes, des élections doivent remettre en selle l'Autorité palestinienne. Comme vous l'avez dit, l'Union européenne devra, bien plus que par le passé, jouer un rôle constant dans cette mise en œuvre et dans les précisions qui doivent encore intervenir, notamment sur le rôle de l'Autorité palestinienne, raison pour laquelle la pression des sanctions européennes contre le Hamas, contre les colons violents, doit être maintenue. Je vous remercie, monsieur le ministre, de maintenir ce message à la table du Conseil européen des Affaires générales. Nous serons à vos côtés chaque fois que la Belgique plaidera pour que la mise en œuvre de ce nouveau dispositif garde deux boussoles claires: la sécurité de toutes les populations et la priorité absolue donnée à l'humanitaire. Nous resterons vigilants pour que derrière les mécanismes et les textes, ce soit bien entendu des vies humaines que nous protégions.
De asielzoeker uit Gaza die een Hamas-agent blijkt te zijn
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy kaart aan dat een als vluchteling erkende Gazaan (Tamer Qdeeh) openlijk Hamas-propaganda verspreidt en vraagt waarom hij niet wordt uitgewezen, plus of Palestijnse asielzoekers systematisch gescreend worden op antisemitisme en jihadistische uitingen. Minister Van Bossuyt benadrukt dat screening alleen dossiergebonden gebeurt bij concrete vermoedens van fraude of veiligheidsrisico’s, geen automatische socialemediacontroles plaatsvinden, en strafbare feiten aan justitie worden overgelaten. Van Rooy hamert op de massale instroom van Palestijnse vluchtelingen (1.000 erkenningen dit jaar) en hun openlijke steun aan Hamas/antisemitisme, wat volgens hem de veiligheid ondermijnt door tekortschietende screening. De minister erkent dat betere screening bij aankomst nodig is, maar biedt geen concrete oplossingen.
Sam Van Rooy:
Minister, de laatste tijd zijn er meerdere berichten over Hamas-agenten en ‑jihadisten die zich op ons grondgebied bevinden. Deze vraag heb ik al enkele weken geleden ingediend. Ze gaat over de heer Tamer Qdeeh. Het gaat om een asielzoeker uit Gaza die in ons land de vluchtelingenstatus kreeg omdat hij beweerde door Hamas te worden vervolgd. Na 7 oktober 2023 ontpopte hij zich echter tot een grote verspreider van Hamas-propaganda en jihadistische propaganda, ook voor de Islamitische Jihad.
Ik heb u de link bezorgd. Ik hoop dat u en uw diensten evenals andere regerings- en overheidsdiensten de link grondig hebben bekeken. Daaruit blijkt immers duidelijk dat hij de moorddadige terreurcampagne en de executies steunt die Hamas vandaag uitvoert tegen de inwoners van Gaza, voor wie iedereen altijd beweert te willen opkomen.
Volgens zijn profiel op LinkedIn – het is echt niet ingewikkeld en kan door iedereen worden nagegaan – woont hij in Luik en is hij grafisch ontwerper en, opmerkelijk genoeg, luchtvaartingenieur.
Mijn vraag is dus uiteraard of die Hamas-agent opgespoord en uit het land gezet wordt. Zoniet, waarom niet?
Verder heeft de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 ertoe geleid dat vele Palestijnen die ook vóór 7 oktober 2023 in België de vluchtelingenstatus kregen op sociale media hun ware antisemitische en jihadistische aard tonen.
Mijn tweede en laatste vraag is dan ook de volgende. Worden de sociale media van Palestijnse vluchtelingen in ons land systematisch en ook retroactief gescreend op antisemitisme en op pro-Hamas- of andere jihadistische propaganda? Zoniet, waarom niet?
Tot slot, bent u van mening dat de zogezegde screening van Palestijnse asielzoekers op punt staat?
Zij komen hier vrolijk binnengewalst. Wij zagen de beelden uit Zaventem, waar tieners uit Gaza komen binnengewandeld, omgeven door allerlei hulpverleners en politieagenten, sommigen met een trui waarop een groot M16-machinegeweer staat afgebeeld. U haalt gewoon de jihadisten al van kind af aan in het land binnen. Vindt u dat de screening van die mensen op punt staat?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, het CGVS voert geen systematische socialemediascreening per nationaliteit of doelgroep uit. Onderzoek naar sociale media gebeurt uitsluitend op individuele basis. Wanneer er in een dossier concrete aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van onregelmatigheden, zoals indicaties dat de betrokkene van de vluchtelingenstatus uitgesloten moet worden, herkomstfraude of achtergehouden informatie, voert het CGVS een gericht onderzoek uit.
Een dergelijk onderzoek is steeds dossiergebonden, gebeurt alleen op basis van publiek toegankelijke informatie en is beperkt tot wat noodzakelijk en relevant is voor de uitvoering van de wettelijke opdracht van het CGVS, namelijk het onderzoek naar de nood aan internationale bescherming en de eventuele uitsluiting van de beschermingsstatus. In het kader van de heroverweging van de geldigheid van de reeds toegekende status kan ook een dergelijk onderzoek worden uitgevoerd.
Met betrekking tot het verblijf kan de dienst Vreemdelingenzaken in geval van feiten tegen de openbare orde of de nationale veiligheid een maatregel nemen na een individueel onderzoek van het dossier. Een systematische controle door de DVZ van de sociale media van erkende Palestijnse vluchtelingen op het grondgebied is echter niet mogelijk. Als de DVZ kennisneemt van elementen die wijzen op een gevaar voor de nationale veiligheid, wordt er contact opgenomen met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, om die elementen te laten controleren. Afhankelijk van het antwoord kan een opvolging en een onderzoek naar mogelijk te nemen administratieve maatregelen worden opgestart. Alles hangt af van de elementen die de Dienst Vreemdelingenzaken in handen heeft.
Als door de persoon naar wie u verwijst strafrechtelijke feiten zijn gepleegd, dan komt het de gerechtelijke instanties toe hem te vervolgen.
Uw bijvraag, die u niet vooraf hebt doorgegeven, gaat over mensen die hier nog niet waren, die hier aankomen. We moeten inderdaad bekijken op welke manier voor een betere screening gezorgd kan worden.
Sam Van Rooy:
Minister, uw partijgenoot en premier, Bart De Wever, zei onlangs met droge ogen aan de UGent dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa opvangt, verwelkomt eigenlijk. Dit jaar kregen al 1.000 Palestijnse asielzoekers de erkenning als vluchteling, tegenover 3.200 vorig jaar. Onderzoeken wijzen uit dat veruit de meesten onder hen antisemitische opvattingen hebben, pro-Hamas zijn of dodelijke jihadistische terreur verheerlijken. Doorgaans laten ze dat ook openlijk blijken, op straat en via hun sociale media. We zien nu zelfs beelden van Gazaanse kinderen die onze luchthaven binnenwandelen met een trui waarop een M16-machinegeweer afgebeeld is. Minister Van Bossuyt, de massale instroom van Palestijnse zogenaamde vluchtelingen, in combinatie met een veel te lakse screening, maakt onze samenleving elke dag onveiliger.
Manieren waarop ziekenhuizen en artsen Israëlische producten zouden kunnen boycotten
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 5 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke wijst een boycot van Israëlisch farmabedrijf Teva af omwille van VN-verboden op medicijnsancties, risico’s voor patiënten (geen alternatieven voor cruciale geneesmiddelen) en juridische haken (geen bewijs van mensenrechtenschendingen door Teva). België neemt wel economische maatregelen (importban bezette gebieden, druk op EU voor opschorting handelsakkoord Israël) en onderzoekt overheidsaankopen en onderzoekssamenwerking met Israël. Van Lysebettens pleit voor federale coördinatie van lokale boycots (bv. door Zorgnet-Icuro), maar Vandenbroucke benadrukt dat individuele artsen wel, de overheid niet mag boycotten zolang patiëntenzorg gegarandeerd blijft.
Jeroen Van Lysebettens:
Mjnheer de minister, ik heb deze vraag al een tijdje geleden ingediend en ook al is er sindsdien op het terrein heel wat veranderd, ik kom graag even terug op de discussie welke initiatieven de regeringen kunnen nemen gelet op de genocide in Gaza die toen aan de gang was, discussie die in veel parlementen aan de orde kwam.
Uw collega in de Vlaamse regering, Caroline Gennez, riep bijvoorbeeld op tot een culturele boycot. Ook actoren in de Belgische zorgsector willen nog altijd actie ondernemen en roepen op om niet medeplichtig te zijn. Zo onderzoekt het Vlaamse zorgnetwerk Zorgnet-Icuro of het een ethisch kader kan opstellen inzake de aankoop van Israëlische producten. Het richt tot de overheid de vraag om mee het kader te bepalen door bepaalde eisen juridisch of via rondzendbrieven te verankeren, of door een clausule op te nemen die Israëlische bedrijven uitsluit die actief zijn in de bezette gebieden of die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Voor Russische bedrijven bestaan zulke Europese regels al.
Gelooft u in de kracht van boycots, zoals uw Vlaamse collega, mevrouw Gennez, dat doet?
Zo ja, bent u bereid binnen uw bevoegdheden met voorstellen hiervoor te komen? U zou bijvoorbeeld de sector kunnen helpen bij het uitwerken van een robuust ethisch kader dat Israëlische bedrijven kan uitsluiten die actief zijn in bezette gebieden of die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.
Zo ja, hoe ziet u dat toepasbaar op contracten met bepaalde Israëlische producenten, specifiek dan TEVA?
Heeft België initiatief genomen op Europees vlak om zo’n boycot ook Europees mogelijk te maken?
Frank Vandenbroucke:
Wat onze houding ten opzichte van het bedrijf Teva betreft, we hebben onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om tegen dat bedrijf een boycot in te stellen. Er zijn verschillende redenen waarom dat niet aan de orde is. Een eerste belangrijke reden is dat het sanctioneren van toegang tot medicatie, vaccins en voeding expliciet verboden is door de Verenigde Naties met als onderliggende redenering dat in een conflict de volksgezondheid te allen tijde moet worden beschermd. Daarom worden ook in de sancties tegen Rusland medicijnen expliciet niet getroffen.
Een tweede reden sluit daarop aan. Een eventuele boycot van Teva zou veel patiënten in België in de problemen brengen, aangezien het bedrijf een belangrijke leverancier is van onder andere kankermedicatie voor kinderen, medicatie voor pijnpatiënten en anti-epileptica. Voor veel van die medicijnen is geen alternatieve leverancier beschikbaar die de benodigde volumes voor de Belgische markt kan leveren. Er zou dus een ernstig risico ontstaan dat patiënten zonder levensnoodzakelijke medicijnen komen te zitten.
Daarnaast spelen enkele juridische overwegingen mee. De Belgische markt importeert bijna geen medicatie uit Israël. Volgens informatie van het bedrijf zelf gaat het om minder dan één procent. Uit onderzoek blijkt bovendien dat Teva niet gelinkt kan worden aan mensenrechtenschendingen. Het bedrijf staat niet op de VN-zwarte lijst van bedrijven die deelnemen aan de illegale bezetting en wordt ook niet genoemd in het rapport van Francesca Albanese, de speciale VN-rapporteur voor Palestina. Dat maakt het juridisch bijzonder moeilijk om medicijnen van Teva van de markt te weren. De minister van Volksgezondheid mag volgens Europese en Belgische wetgeving trouwens enkel vergunningen van medicijnen intrekken, als er een gevaar is voor de volksgezondheid, niet om andere redenen. Om al die redenen is volgens ons een boycot van Teva geen gepaste actie.
Het akkoord van de ministerraad van 12 september, volgend op het besluit van het kernkabinet van 2 september, stelt een reeks maatregelen voor om de tweestatenoplossing concreet te maken en de druk op de Israëlische regering en enkele terroristische organisaties zoals Hamas te vergroten. Zo worden economische maatregelen tegen Israël genomen, waaronder een importban voor producten uit de bezette gebieden. Voorts pleit België in de EU voor een opschorting van het handelsluik van het associatieverdrag met Israël. Artikel 11 van de beslissing stelt bovendien dat de federale regering een bredere analyse zal maken van alle overheidsaankopen die momenteel in Israël worden gedaan, met het oog op de versterking van de algemene Belgische en Europese strategische autonomie.
Ten slotte heb ik aan Sciensano gevraagd om bestaande internationale samenwerkingen met Israëlische instellingen binnen grote Europese consortia via het Horizonprogramma te problematiseren en bij de raden van bestuur van die consortia te pleiten voor een uitsluiting van Israëlische deelname aan die Europese onderzoeksconsortia, in afwachting van een Europese beslissing rond Horizon.
Ik verwelkom uiteraard het huidige staakt-het-vuren in Gaza, maar wil erop wijzen dat de maatregelen van de regering onverkort gehandhaafd blijven, totdat alle parameters voor een duurzame vrede en respect voor het internationale recht zijn vervuld.
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel voor het antwoord. Uiteraard mogen we de volksgezondheid niet in gevaar brengen. U gaat er in uw antwoord niet op in, maar ik stel vast dat verschillende instellingen in België zoals Zorgnet-Icuro zich daarover buigen. Het zou niet slecht zijn dat ook te coördineren vanuit het federale niveau. Er zijn vandaag al zorginstellingen die, bijvoorbeeld, Teva volledig weren. Mevrouw Merckx kan daar misschien van getuigen, maar als ik goed geïnformeerd ben, weert Geneeskunde voor het Volk Teva al. Uit uw antwoord zou men kunnen afleiden dat dat een gevaar voor de volksgezondheid is, omdat hierdoor bepaalde medicatie die enkel Teva levert, niet beschikbaar is. Ik denk dus dat het nuttig is dat er federale coördinatie komt vanuit uw kabinet.
Frank Vandenbroucke:
Ik wil heel duidelijk zijn. Ik heb hier in commissie al onderstreept dat een individuele arts kan kiezen tussen alternatieve medicijnen met dezelfde therapeutische waarde en betekenis. Er is niets verkeerds aan dat de arts keuzes tussen verschillende vormen van medicatie maakt, zolang de kwaliteit van de zorg voor de patiënt de eerste prioriteit heeft. Het is echter een heel ander verhaal wanneer de overheid beslist een bepaald farmaceutisch bedrijf te boycotten.
De gevolgen van de evacuaties uit Gaza voor antisemitisme en vrouwenonderdrukking in België
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy waarschuwt dat de opvang van 500 Palestijnse asielzoekers (waaronder 40 recent geëvacueerden uit Gaza) antisemitisme, vrouwenonderdrukking en haat tegen LHBTQ+’ers en het Westen riskeert te importeren, gezien de decennialange sharia-indoctrinatie in Palestijnse gebieden, en vraagt om preventieve maatregelen via overleg met betrokken ministers. Minister Rob Beenders bestempelt de vraag als cynisch en propagandistisch, benadrukt dat de evacués vluchtelingen (vrouwen/kinderen) uit een oorlogszone zijn, en ontkent elk oorzakelijk verband tussen hun komst en maatschappelijke haat, zonder onderbouwing. Van Rooy kaatst terug met concrete voorbeelden (o.a. oproepen tot geweld door Palestijnse jongeren en steun voor Hamas na 7 oktober) en beschuldigt de minister van blindheid voor cultureel-religieuze risico’s, met name in steden als Antwerpen. De kernconflict draait om veiligheidsrisico’s vs. humanitaire plicht, met een polarisatie tussen cultuurrelativisme en waarschuwingen voor import van extremisme.
Sam Van Rooy:
Minister, u hoort het, deze vraag werd begin augustus ingediend, toen België opnieuw personen uit de Gazastrook had geëvacueerd. Het ging om een veertigtal mensen. In totaal, zo vernamen wij, stonden of staan vijfhonderd personen op die evacuatielijst. We weten dat België een topbestemming is voor Palestijnen, want dit land ontvangt meer dan de helft van de Palestijnse asielzoekers in Europa. In de Palestijnse gebieden, minister, heerst al decennialang shariapropaganda.
Die propaganda is vooral aanwezig in de media, in het onderwijs en uiteraard in moskeeën en Koranscholen. Uit onderzoek en reportages blijkt dat mensen in Gaza en ook op de zogenaamde West Bank – Judea en Samaria – voortdurend worden blootgesteld aan jihadistische propaganda tegen Joden en tegen ons, tegen het vrije Westen. Ze worden er institutioneel geïndoctrineerd met virulent antisemitisme, evenals met op de islamitische leer gestoelde haat tegen niet- en ex-moslims en tegen homoseksuelen.
Ook vrouwenonderdrukking wordt er systematisch gevoed door islamitische preken en propaganda. Daarom is mijn vraag, gelet op de hoge instroom van Palestijnse asielzoekers in dit land, hoe u daarnaar kijkt, minister, bevoegd voor Gelijke Kansen. Treedt u daarover in overleg met uw collega’s van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Asiel en Migratie? Hoe wilt u er concreet voor zorgen dat de komst van zoveel Palestijnen in onze samenleving niet leidt tot een toename van antisemitisme, vrouwenonderdrukking, haat tegen ongelovigen, tegen het Westen en tegen homoseksuelen? Dank u alvast, minister.
Rob Beenders:
Dank u wel voor uw vraag. Ik denk dat u iets heel belangrijks vergeet te vermelden. In de eerste plaats worden die mensen gered uit een verschrikkelijke situatie. Het gaat om vrouwen en kinderen die elke dag gebukt gaan onder bombardementen. Op de een of andere manier vermijdt u dat in uw vraagstelling en gaat u onmiddellijk over tot een redenering die ik ronduit cynisch vind. Ik weet ook helemaal niet waar u de bewering vandaan haalt dat er een oorzakelijk verband zou zijn tussen de aanwezigheid van mensen uit Gaza en een toename van haat in onze samenleving.
Ik zie geen studie, ik zie geen onderzoek. Ik zie alleen maar een vraag die, wat mij betreft, meer propaganda is dan een poging om aan de samenleving echt iets te veranderen. Ik vind uw vraag dus zeer suggestief en bijzonder cynisch. Ik beschouw ze eerder als een middel om uw propaganda te verspreiden dan als een onderbouwde vraag. Zo kijk ik ernaar, niet alleen als minister, maar ook als mens. Ik laat dat volledig voor uw rekening.
Het is een karikatuur en dat zegt meer over uzelf en over uw vooroordelen dan over die mensen.
Sam Van Rooy:
Onlangs verklaarde een Palestijnse tiener in een onlinevideo dat alle niet-moslims in Europa de keel moeten worden overgesneden. Dat negeert u, of u vindt fat blijkbaar prima. U hebt er blijkbaar ook geen probleem mee dat België meer dan de helft van de Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt. Ook premier De Wever beschouwt dat blijkbaar als de normaalste zaak van de wereld, zo bleek recent nog uit zijn lezing aan de UGent. De onderzoeken tonen echter duidelijk aan dat het merendeel van de Palestijnen op zijn minst sympathie heeft voor de moorddadige moslimterroristen van Hamas en co. Veruit de meesten juichten de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Vrouwenonderdrukking en haat tegen homo’s, niet-moslims en zeker tegen joden zijn ingebakken in de islamitische cultuur die heerst in de zogeheten Palestijnse gebieden. U sluit daarvoor uw ogen, ik open de mijne. Ik heb geprobeerd de uwe te openen, maar dat blijkt maar niet te lukken. Minister, die blindheid zal ons land – zeker ook een stad als Antwerpen, waar ik al heel mijn leven woon – grote problemen blijven opleveren.
Voedseldroppings boven Gaza
Airdrops in Gaza
Humanitaire hulpvluchten boven Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België voerde 12 humanitaire voedseldroppings (190 ton) uit boven Gaza via *Operatie Cerulean Skies* (augustus 2024), gekostend €2,6 miljoen, als onderdeel van een internationale coalitie met Jordanië, zonder bevestigde slachtoffers of diefstal door Hamas. Critici (o.a. VN-rapporteur Albanese en oppositie) noemen de actie "schandalig", wijzend op gebrek aan acute hongersnood in Gaza (wel voedseldiefstal door Hamas) en prioriteringsfouten, aangezien er elders (Soedan, Jemen) dringendere noden waren—waarvoor België geen verzoeken kreeg. Minister Francken verdedigt de operatie als noodzakelijk en succesvol, benadrukt de symbolische en humanitaire waarde, en wijst beschuldigingen van politiek opportunisme af, maar erkent dat toekomstige hulp afhangt van internationale vraag. De discussie onthult een diepe ideologische kloof: praktische hulp vs. strategische prioritering en de rol van België in conflictgebieden.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, toen het geven van humanitaire hulp aan Gaza uitzichtloos leek, stond defensie paraat, zoals zo vaak. Er zijn talrijke voedseldroppings door onze Belgische defensie uitgevoerd. Ons peloton Rav-Air heeft daarin immers een zeer grote expertise.
De veiligheid van die droppings wordt soms wel in vraag gesteld. Ik denk echter dat voor een situatie als die in Gaza alle middelen moeten worden aangewend om de humanitaire hulp ter plaatse te krijgen. Vrachtwagens kunnen zonder een staakt-het-vuren immers worden beschoten en aangevallen. Daar kunnen ook slachtoffers vallen. Ik denk dat we alles moeten proberen te doen om de humanitaire hulp op een zo veilig mogelijke manier ter plaatse te krijgen.
Mijnheer de minister, hoe evalueert u die operatie? Kunt u ons daarover wat meer informatie bezorgen?
Voorzitter:
Dan heet ik de heer Van Rooy welkom in onze commissie.
Sam Van Rooy:
Smakelijk, mijnheer minister, en allen hier. Ik ga zeker terugkomen, zoveel is zeker.
Ik ga beginnen met u te citeren, minister Francken: “Defensie staat altijd paraat om te helpen bij humanitaire rampen. De situatie in Gaza is dramatisch. Hamas moet de gijzelaars vrijlaten en de wapens neerleggen. Israël moet de humanitaire situatie dringend verbeteren. De 15de Wing heeft al humanitaire droppings uitgevoerd boven Gaza en zal dit kortelings hernemen. Op defensie kan men rekenen”. Dat zei u in augustus, minister Francken.
Op het moment dat ik deze vraag indiende, zei u dat er boven Gaza reeds drie Belgische airdrops werden uitgevoerd.
Aan de UGent zei premier De Wever recent trots dat België deze zomer wereldkampioen was in het aanleveren van humanitaire hulp aan de Palestijnen.
In hetzelfde betoog gaf hij echter terecht aan dat er veel conflictgebieden zijn in deze wereld waar de nood vele malen hoger is. Bovendien is er in Gaza uiteindelijk altijd genoeg voedsel geweest. Het werd echter massaal gestolen door Hamas om het tegen woekerprijzen te verkopen om jihadisten te betalen, waardoor de oorlog alleen maar werd verlengd.
Daarom heb ik enkele vragen, minister.
Wat was de precieze inhoud van deze airdrops? Hoe werd gegarandeerd dat ze niet in handen vielen van Hamas, Islamitische Jihad of andere jihadisten? Wat was de kostprijs van al die droppings in Gaza en door wie werd dit precies betaald? Hoeveel doden – ik mag hopen geen – vielen er in Gaza door die toch wel risicovolle airdrops? Ik las namelijk op een gegeven moment dat er een Palestijn was omgekomen door die airdrops. Werd of wordt onderzocht of België daarvoor verantwoordelijk is? Tot slot, voerde de regering in die periode ook zulke airdrops uit boven landen als Soedan, Nigeria en Jemen, waar de noden vele malen groter waren en nog altijd zijn? In die landen heerst immers wel echt hongersnood.
Theo Francken:
Over hongersnood gesproken: hopelijk geniet iedereen ondertussen van een lekker stukje taart. Ik wil niet cynisch zijn voor alle duidelijkheid, maar u ziet dat de besprekingen in sommige commissies wat gemoedelijker kunnen verlopen, ook al kunnen we het grondig oneens zijn over bepaalde zaken. Ik zetel al heel lang in de Kamer en uiteindelijk is dat toch wat mij het meeste plezier doet: dat we grondig kunnen verschillen van mening, maar ook een stuk taart kunnen eten en over normale dingen des levens kunnen praten, zodat het niet altijd over politiek hoeft te gaan.
Tijdens de tweede operatie Cerulean Skies werden, dankzij de paraatheid van defensie en in samenwerking met buitenlandse partners zoals Jordanië, 12 droppings uitgevoerd met een Belgische A400M. Van 1 tot 19 augustus nam de Belgische defensie deel aan de operaties om voedselgoederen boven de Gazastrook te droppen in het kader van een internationale coalitie in Jordanië.
Dit Belgische detachement, bestaande uit een A400M en een 50-tal soldaten, voornamelijk van de 15de Wing in Melsbroek en het Paracommando Trainingscentrum in Schaffen, dropte bijna 190 ton hulpgoederen. Het ging vooral om voedsel dat door Jordaanse ngo’s werd verstrekt en op pallets werd geplaatst die waren uitgerust met parachutes.
België is na Duitsland het land dat het meeste voedsel heeft gedropt in verhouding tot het aantal inwoners. Die droppings werden uitgevoerd met twee vliegtuigen. Op het vlak van asielopvang levert België verhoudingsgewijs ook aanzienlijke humanitaire inspanningen. Ongeveer de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen wordt in België ingediend. Men kan zich daar veel vragen bij stellen; ik doe dat althans. De eerste minister doelde met zijn uitspraak dat België wereldkampioen humanitaire hulp is dan ook hierop. Dat klopt ook voor 100 %. Dat mag wel eens gefactcheckt worden. Ik denk niet dat een ander westers land dat evenaart. Buurlanden als Jordanië en Libanon vangen zeer veel mensen op, maar in het Westen doet geen land meer dan België.
De kosten van de operatie worden intern verrekend op het Defensiebudget. Hiervoor zal binnenkort een regularisatiedossier opgemaakt ter goedkeuring door de administratie. Een operatie moet goedgekeurd worden. Soms gebeurt dat post factum. Begin augustus was er immers geen regering. De belangrijkste kostenposten voor deze opdracht waren de vlieguren en de kostprijs van de parachutes. De kostprijs van de vlieguren bedroeg 2.167.000 euro, die van de parachutes en toebehoren 460.000 euro.
Het bericht over de mogelijke dodelijke slachtoffers in Gaza naar aanleiding van airdrops kon niet via officiële kanalen worden bevestigd. De Belgische airdrops worden uiterst minutieus voorbereid en verlopen volgens strikte procedures. Tot heden hebben wij geen observaties of meldingen ontvangen waaruit zou blijken dat er bij Belgische airdrops slachtoffers of gewonden zijn gevallen. Ook meldingen dat Hamas het voedsel in beslag zou hebben genomen, konden niet door onze mensen worden bevestigd. We monitoren dat wel door erboven te vliegen opdat we deels kunnen zien wat er met het voedsel gebeurt, maar het is niet mogelijk alles te zien. We hebben geen boots on the ground, dus dat blijft altijd gedeeltelijk een inschatting.
Die droppings vonden plaats naar aanleiding van een internationale steunaanvraag, en na een beslissing van de federale regering. Tot heden hebben we geen aanvraag gekregen voor droppings in andere theaters, bijvoorbeeld Soedan, Jemen, of andere. Er is nog geen vraag gekomen. Als die er zou komen vanwege een internationale coalitie wil ik ze zeker bekijken. Het lijkt me dan geen probleem om een dropping te ontplooien.
Tot slot, ik heb online gezien dat u iets heel liefs gezegd hebt over mevrouw Albanese. Ik heb begrepen dat zij een rapport gemaakt heeft over die humanitaire airdrops . Ze was daar heel negatief over, ze vond ze eigenlijk een schande. Ik wil iedereen respecteren. Ik zal niet de woorden gebruiken die u gebruikte; ik zit ook in een andere rol.
Wel moet ik zeggen dat ik bijzonder ontgoocheld ben dat iemand die speciaal rapporteur is voor de Verenigde Naties durft te beweren dat onze humanitaire airdrops boven Gaza contraproductief en schandalig zijn. Ik pik dat niet. Ik pik dat echt niet, ook namens onze militairen die daar heel hun vakantie aan hebben opgeofferd, en die heel fantastisch werk hebben geleverd. Ik pik dat gewoon niet. Ook van anderen aanvaard ik die kritiek overigens niet. Enkele ngo’s en anderen zijn dezelfde mening toegedaan, kon ik lezen. Ik heb op de sociale media zelfs een campagne moeten zien waarin die airdrops een doekje voor het bloeden werden genoemd, dat ze een lame excuse waren, dat ze gebruikt werden om ons geweten te zuiveren, en zo verder. Dat is allemaal echt vieze praat, sorry. Ik pik dat dus niet. Als ik dat dan ook nog eens moet lezen in een rapport van de VN, vind ik het helemaal hallucinant. Ik zal altijd onze troepen verdedigen en ik zal altijd humanitaire hulp proberen te brengen als dat kan. Ik verneem veel reutemeteut: er zouden doden bij zijn gevallen, airdrops worden gewoonweg gevaarlijk genoemd. Bij de levering van humanitaire hulp zijn de meeste doden gevallen toen een vrachtwagen omgekanteld is. Daar zijn ettelijke doden onder gebleven, verschrikkelijk betreurenswaardig. Een airdrop is een soort van pakket aan een parachute en dat kan op iemands hoofd vallen als die niet goed genoeg oplet, dat is juist, maar er kan kennelijk dus ook een vrachtwagen kantelen. Wanneer men er met vijftig of zestig personen op een vrachtwagen kruipt en die begint te wiebelen, is men ook morsdood als die omvalt.
Ik vind het dus bijzonder betreurenswaardig – mijnheer Weydts, u hebt dat juist verwoord – dat er wordt gedaan alsof humanitaire hulp alleen per vrachtwagen geleverd kan worden en dat airdrops contraproductief zijn, een excuus zijn, een gewetensprobleem oplossen, maar nul effect hebben op het terrein. Ik pik dat niet. Ik heb dat nooit zo geweten.
Hebt u die kritiek ook gehoord over Cerulean Skies 1, uitgevoerd onder toenmalig minister Dedonder? Heeft iemand daar kritiek op gehoord? Zijn daar parlementaire vragen over gesteld? Zijn daarover socialemediacampagnes op Instagram opgezet? Zijn er factchecks gebeurd door de VRT toen onder de vorige regering Cerulean Skies werd uitgevoerd? Wat wij gedaan hebben, was de tweede Cerulean Skies. Ik ben daar niet mee begonnen.
Het was eenvoudigweg een herhaling van een eerdere operatie. Dat heeft niemand ontkend, maar in de zomer werd dat ineens een gigantisch probleem. Het was bijna een schande dat wij airdrops deden. Humanitaire hulp werd afgedaan als een pure schande. Dat is de wereld op zijn kop en het bevestigt alleen maar mijn stelling over wat er afgelopen zomer echt gebeurd is in West-Europa en een deel van de wereld, als het gaat over het culpabiliseren van onszelf in het kader van de hulp aan Gaza.
Ik ben blij dat de gijzelaars vrij zijn en hoop dat ook de Palestijnen eindelijk vrij kunnen zijn, dat Hamas eindelijk de wapens inlevert en dat we de komende jaren een heel ander Midden-Oosten krijgen. Dat is uiteindelijk wat echt nodig is, en dat geldt ook voor Europa. We mogen ons niet vergissen: het Midden-Oosten heeft heel directe invloed op ons land. Dat hebben we gezien aan de hoog oplopende emoties. Ik hoop dat de situatie kan bedaren. Rapporten zoals ik nu nog steeds moet lezen, aanvaard ik echter niet.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, laten we inderdaad met zijn allen hopen op een duurzame vrede in het Midden-Oosten.
Met betrekking tot Cerulean Skies vind ik het gepast om te stellen: job well done . Het is hier op zijn plaats om de vele militairen die bij die operatie betrokken waren, te feliciteren en te danken voor hun inzet.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, onze afkeer voor Francesca Albanese delen we, zij het om verschillende redenen. U hebt een afkeer omdat ze uw airdrops bekritiseert. Ik heb een afkeer omdat ze een antisemiet is en jihadterreur verheerlijkt.
Dat gezegd zijnde, ook ik vind uw airdrops een schande, maar om heel andere redenen. Er is in de Gazastrook, en dat weet u best, nooit sprake geweest van hongersnood. Toch communiceerde u trots over die airdrops . Premier De Wever deed dat ook: België is wereldkampioen in het aanleveren van humanitaire hulp aan de Palestijnen. De waarheid is dat, terwijl de VN massaal voedsel liet wegrotten en terwijl Hamas voedsel stal en tegen woekerprijzen verkocht om moorddadige jihadisten te betalen, om dus oorlog te blijven voeren tegen Israël, u miljoenen euro aan belastinggeld gebruikte voor airdrops boven Gaza, die, laten we eerlijk zijn, alleen bedoeld waren om uw linkse anti-Israëlische coalitiepartners te paaien. In hoeverre dat gelukt is, laat ik in het midden.
Mijn grootste bezwaar tegen die airdrops is dat, terwijl u ze uitvoerde, elders in de wereld, denk aan Nigeria, écht hongersnood heerste en kinderen écht omkwamen van de honger. Toch achtte u het belangrijker om airdrops te doen in Gaza dan op plaatsen waar dat echt nodig was, mijnheer de minister. Ik vind dat een schande.
Theo Francken:
Mijnheer Van Rooy, ik vind het onbegrijpelijk dat u die airdrops schandalig noemt. Dat is naar mijn mening extreem hard geformuleerd.
De vaste veronderstelling dat er op geen enkele manier in heel Gaza een tekort aan voedsel, water of medicijnen was, betwist ik. Dat er niet overal hongersnood of tekorten waren, klopt, maar wat u zegt, betwist ik uitdrukkelijk. Ik beschik duidelijk over andere informatie dan u.
Dat u het schandalig vindt om via airdrops mensen te helpen, vind ik bijzonder heel sterk geformuleerd. Ik betreur het dat u dat doet.
De keuze was niet gemakkelijk, maar ik sta er nog steeds absoluut achter. Ik denk dat we daarmee goed werk hebben geleverd. Ik wil onze soldaten en militairen voor hun inzet danken.
We staan trouwens altijd paraat. Er was geen internationale coalitie of vraag om gelijkaardige acties uit te voeren in andere delen van de wereld. Mocht die vraag zich aandienen, dan zullen we dat zeker overwegen.
In die zin is er voor mij geen sprake van meten met twee maten en twee gewichten. Als er in Soedan of Jemen een verzoek komt om dat samen met een internationale coalitie te doen, zoals dat het geval was in Jordanië, dan zal dat in de regering en in de bijzondere commissie voor de Opvolging van de militaire missies worden besproken, waar iedereen zijn standpunt kan innemen. Ik neem aan dat u het op dat moment geen schande zou vinden. De situatie is mogelijk niet altijd overal even problematisch, soms is er maar in bepaalde delen van een land of op een bepaald moment een hongersnood. In die zin betreur ik het dat u dat zo sterk formuleert.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u dat zo ziet, maar ik wil er toch op wijzen dat u als minister keuzes moet maken – dat zult u met mij eens zijn. U beschikt over een budget, manschappen, materieel en vliegtuigen. Welnu, het is onvoorstelbaar om te moeten vernemen dat die middelen in de zomer in Gaza worden ingezet, terwijl er op datzelfde moment in werkelijk tal van landen, Jemen, Soedan, Somalië, Congo, Afghanistan, noem maar op, veel grotere noden zijn en mensen letterlijk van de honger sterven. Men zou verwachten dat u zich niet uitsluitend door internationale coalities laat leiden, maar dat u zelf beslist om hulp te bieden waar de noden het grootst zijn. Dat was op dat moment niet in Gaza. Integendeel, in tientallen landen waren de noden veel groter. Toch koos u voor Gaza. Nogmaals, dat deed u om uw linkse, anti-Israëlische coalitiepartners te proberen te paaien. Dat vind ik echt schandalig, want het gaat om veel geld en middelen, en die moeten efficiënt worden ingezet, waar het echt nodig is.
De screening op banden met o.a. Hamas en de moslimbroederschap
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy beschuldigt Hamas van het organiseren en financieren van de Gaza-flotilla, wijst op banden met terroristische groepen zoals Hezbollah en Moslimbroederschap, en eist screening van deelnemende Belgen op extremistische connecties. Minister Quintin bevestigt kennis van zes mogelijke deelnemers, maar stelt dat deelname geen bedreiging of strafbaar feit is en monitoring enkel gebeurt bij concrete dreigingen. Van Rooy noemt de flotilla een "Hamas-vloot" zonder humanitair doel en vindt dat deelnemers zelf moeten opdraaien voor repatriëringskosten, gezien hun "naïeve steun aan jihadisten". Quintin benadrukt dat niet alle activisten standaard worden gescreend.
Sam Van Rooy:
Minister, Hamas heeft de illegale Gaza-flotilla gefinancierd en georganiseerd. Zo is Saif Abu Kishk een Hamas-agent die eigenaar is van die flotillaboten met Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza werden documenten gevonden die laten zien dat Hamas direct betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogeheten ‘Sumud’-flotilla. Er zijn ook banden met de Moslimbroederschap, die de regering nota bene aan banden zou willen leggen. Ook de vorige flotilla had trouwens banden met jihadistische terroristen, waaronder Hezbollah.
Hoeveel Belgen voeren mee met de Gaza-flotilla en hoeveel zijn er ondertussen terug in België? Ik vermoed allemaal.
De hamvraag is of onze veiligheidsdiensten ze screent op banden met Hamas, Hezbollah, Samidoun, de Moslimbroederschap enzovoort. Zo neen, waarom niet?
Bernard Quintin:
Mijn diensten hebben kennis van minstens zes personen die mogelijk betrokken zijn, maar dat is geen definitief cijfer. Ik wijs erop dat deelname aan de flotilla geen strafbaar feit vormt en evenmin een bedreiging voor de nationale veiligheid. Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten werken op basis van dreigingen, leads of concrete feiten. Het spreekt voor zich dat niet elke activist in ons land gemonitord hoeft te worden.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de illegale Gaza-flotilla was een Hamas-vloot en had vrijwel geen humanitaire hulp aan boord. De Belgen aan boord, waarvan u het aantal niet exact kent, hebben geluk gehad, aangezien het Israëlische leger hen uit een levensgevaarlijk oorlogsgebied met meedogenloze moslimterroristen heeft gered. Die nuttige idioten van de islamitische jihad kregen van Israël een koosjere sandwich en een zeer comfortabele terugreis, terwijl ze een aantal maanden verblijf in de terreurtunnels van Hamas verdienden Het is een grove schande dat de belastingbetaler nu opdraait voor hun dwaze fratsen, inclusief voor Alexis Deswaef, die na terugkomst een walgelijke, negationistische opmerking maakte. Mijnheer de minister, screen die personen op banden met Hamas en de Moslimbroederschap, en laat hen, net zoals in Zwitserland, zelf opdraaien voor de repatriëringskosten.
Het staakt-het-vuren in Gaza
De onderschepping op zee en het akkoord over een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De humanitaire situatie in Gaza en de diplomatieke ontwikkelingen
De hulpvloot voor Gaza
Oorlog en vrede in Gaza: staakt-het-vuren, humanitaire hulp, diplomatie en maritieme onderscheppingen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België discussieert de fragiele wapenstilstand in Gaza en eist onmiddellijke humanitaire hulp, vrijlating van gijzelaars en Belgen gedetineerd door Israël, maar blijft kritisch over Israël’s betrouwbaarheid (eerdere schendingen, voortgezette bombardementen en blokkade). Sancties, wapenembargo’s en erkenning van Palestina (bij vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) worden bevestigd, maar de tweestatenoplossing en einde bezetting blijven centrale eisen—diplomatie moet druk op Israël handhaven, terwijl activisten (zoals flotilles) Israël’s systematische schendingen van internationaal recht aanklagen. Voorzichtig optimisme, maar structurele gerechtigheid en ontmanteling van apartheid/kolonisatie ontbreken nog in het akkoord.
Achraf El Yakhloufi:
Na twee jaar van genocide en oorlog is het eindelijk zover: er ligt een vredesakkoord op tafel. Dat akkoord vraagt een staakt-het-vuren, de vrijlating van gijzelaars en de toelating van humanitaire hulp. Eindelijk.
De oorlog van vandaag heeft echter al meer dan 67.000 doden geëist. Dat zijn oma’s en opa’s, papa’s en mamma’s, en veel te veel kinderen die hadden kunnen bijdragen aan dat land. Ook de mensen die vandaag in Gaza leven, zonder voedsel, drinkbaar water of medicijnen, moeten wij helpen. Dat is bijzonder belangrijk, mijnheer de minister. We moeten voor hen zorgen, want Gaza ligt vandaag in puin en de weg naar vrede is nog heel lang.
Ik hoor vanuit Europa positieve signalen, bijvoorbeeld van mevrouw von der Leyen en van de Verenigde Naties, maar die zullen niet volstaan. We moeten ook nog voorzichtig zijn, collega’s, mijnheer de minister. We moeten echt waakzaam blijven, want premier Netanyahu heeft in het verleden al bewezen dat hij een staakt-het-vuren kan negeren om nadien verder te bombarderen. Er staan vrachtwagens met voedsel, medicijnen en drinkbaar water aan de grenzen van Gaza. Ze raken er niet binnen. Alleen al de Verenigde Naties hebben 170.000 ton hulp klaarstaan.
Mijnheer de minister, in Vooruit hebt u een bondgenoot – dat weet u – die bereid is druk uit te oefenen op Israël en te pleiten voor sancties. Dat heeft al geloond. België was namelijk een van de eerste landen die humanitaire hulp mogelijk maakten, een van de eerste landen die zich engageerden voor de erkenning van Palestina en een van de eerste landen die sancties tegen Israël invoerden.
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw zo’n dag. Ik vraag u: wat gaat u vandaag doen voor de Gazanen? Dank u wel.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, qui a dit ce matin en parlant des flottilles: "Cette démarche, aussi noble soit-elle, ne donne de toute manière pas de résultat, si ce n'est de permettre à certains parfois de se valoriser par une vidéo"? C'est vous, monsieur le ministre. Je vous le dis clairement, vos propos sont une honte. C'est une honte pour le courage de Aude, Mohamed, Youssef, Anne, Bénédicte, Fadwa, Yassine et Dan. Ces femmes et ces hommes ont eu le courage que la Belgique n'a pas eu: prendre des risques pour tenter de briser le blocus de Gaza, pour faire parvenir de l'aide humanitaire là où une population entière crève de faim.
Votre rôle n'est pas de juger, monsieur le ministre, mais d'agir pour leur libération immédiate et de dénoncer haut et fort les violations du droit international commises par Israël. Israël bafoue encore une fois le droit maritime et arrête illégalement des citoyens.
Oui, un cessez-le-feu a été annoncé. Mais ce cessez-le-feu, c'est le strict minimum, et encore, il faut qu'il soit respecté. Il ne doit pas faire oublier deux années de génocide et de bombardements sur des civils, la famine organisée, les journalistes assassinés, les enfants massacrés, les hôpitaux pulvérisés, les secouristes abattus. On n'oubliera pas l'horreur imposée par Israël au peuple palestinien sous le regard complice des gouvernements du monde entier.
Ce que réclament les Palestiniens, c'est une justice réelle: une Palestine véritablement décolonisée où les Palestiniens peuvent exercer leur droit au retour, où les terres sont restituées à la population palestinienne. Ce que nous voulons, c'est une véritable fin de l'occupation israélienne, pas seulement une trêve.
Monsieur le ministre, quid des Belges qui sont encore détenus illégalement par Israël? Quelles actions concrètes entreprenez-vous pour leur libération? On a vu que la députée Bénédicte Linard est bien rentrée. Que pouvez-vous dire sur le traitement de ces Belges par l'armée israélienne? La semaine dernière, je vous demandais ce que vous alliez faire par anticipation. Force est de constater que vous n'avez pas suffisamment anticipé. Le cessez-le-feu, c'est le minimum. Mais, qu'on soit clair, les sanctions actuelles contre Israël doivent être maintenues même si elles restent insuffisantes et il en faut d'autres plus fortes et plus dures (…)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hoeveel hoop kan een mens nog hebben na zoveel wanhoop, na zoveel lijden, na zoveel geweld, na uithongering? Is er eindelijk een terugkeer naar de menselijkheid, zowel voor Gazanen als voor de gijzelaars en hun families? Ook u bent voorzichtig positief, maar het stoppen van het lijden betekent nog geen echte vrede. Wat zal er met Gaza gebeuren na deze eerste fase? Wordt het een koloniale vrijhandelszone naar het voorbeeld van Trump of Netanyahu? Komt er een bezetting zoals op de Westelijke Jordaanoever na de Osloakkoorden? Dat zou werkelijk een vergissing zijn, want de kern en de oorzaak van dat conflict is het ontbreken van een Palestijnse staat en het negeren van het internationaal recht.
Echte vrede vraagt toekomstperspectief voor de Palestijnen en gerechtigheid voor alle oorlogsmisdaden. België mag daarom niet op zijn lauweren rusten.
In september bereikten wij inderdaad een ambitieus akkoord, een stevig pakket aan maatregelen. Dat akkoord moet verder worden uitgevoerd. Er moet bijkomende humanitaire steun komen. Gisteren werd al een versterking van het wapenembargo aangekondigd, in overleg met de deelstaten. Daarnaast moet er een invoerverbod komen op producten uit de nederzettingen zolang de bezetting aanhoudt. Ook moet er een koninklijk besluit komen voor de formele erkenning van Palestina. Ik hoop alvast dat één voorwaarde daarvoor spoedig wordt vervuld, namelijk de vrijlating van de gijzelaars.
Mijnheer de minister, welke rol zal België verder spelen bij de uitvoering van het akkoord dat wij in september hebben bereikt en bij het bevorderen van een duurzame vrede?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, deze nacht bereikte ons hoopvol nieuws: zowel Hamas als de regering-Netanyahu zouden instemmen met een eerste fase van een vredesplan. Volgens de Engelse pers zou dat ondertussen ook zijn ondertekend.
Het is inderdaad essentieel dat de gijzelaars, die nu al twee jaar gescheiden zijn van hun familie, worden vrijgelaten. Het is ook essentieel dat Palestijnen worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun familie, maar uiteraard is ook de zuurstof die een staakt-het-vuren zou kunnen geven aan de bevolking in Gaza heel erg belangrijk en vooral het feit dat we dan eindelijk de humanitaire hulp, waar we al maanden voor strijden, naar de mensen kunnen brengen, in een eerste fase.
We zijn het er echter allemaal over eens dat dit niet het einde is. We hebben als arizonaregering de New York Declaration ondertekend en pleiten voor een tweestatenoplossing, voor het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voor veiligheid voor de Israëli’s en voor een duurzame vrede, voor een toekomst.
Het is aan die toekomst dat we samen willen werken, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister. Hoe zult u, in Europa en in alle mogelijke gremia, concreet meehelpen aan de transitie naar een duurzame vrede, aan de democratische transitie die de Palestijnen nodig hebben en aan de veiligheid die de Israëli’s nodig hebben om in het Midden-Oosten eindelijk een toekomst te creëren voor al die gezinnen en kinderen die al zoveel jaren lijden? Ik dank u.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la deuxième flottille vers Gaza, qui apportait de l'aide humanitaire au peuple gazaoui, a été interceptée par l'armée israélienne. Les passagers qui étaient dans cette flottille ont été arrêtés par l'armée israélienne.
Depuis quand, quand on apporte de la nourriture, des médicaments à un peuple affamé, assiégé, occupé, on commet un crime au point de se faire arrêter par l'armée coloniale israélienne? Et, au lieu de soutenir cette flottille, monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur action était inutile.
Alors, allez-vous exiger la libération des passagers de cette flottille? Et, si oui, qu'allez-vous mettre en place pour faire pression sur l'État d'Israël pour exiger leur libération?
Cette flottille agit là où vos gouvernements ont échoué. C'est parce que vous, vous avez été incapables de prendre des mesures pour mettre fin au blocus et mettre fin au génocide que la société civile se mobilise. Que ce soit avec la flottille ou avec les mobilisations dans le monde entier. Que ce soit aux États-Unis, ici en Europe et dernièrement aux Pays-Bas: 250 000 personnes, du jamais vu, pour exiger la fin du génocide!
Et cette pression a payé, dans le sens où on a un cessez-le-feu. Un cessez-le-feu comme une bouffée d'oxygène pendant ce génocide. Mais il ne faut pas être naïf. Israël a rompu par deux fois le cessez-le-feu auparavant. Et ce cessez-le-feu n'est pas un accord de paix. Parce que ce cessez-le-feu ne met pas fin à l'occupation, ne met pas fin à la colonisation. Il ne fera pas justice au peuple palestinien, il ne met pas fin à l'apartheid. Ce qu'il faut aujourd'hui, c'est plus que jamais maintenir la pression et la mobilisation, pour exiger un embargo militaire et économique contre l'État génocidaire.
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, het is inderdaad een belangrijke en langverwachte dag. Ondanks de beschuldigingen van inactiviteit en het feit dat sommigen de indruk wekken dat diplomatie niet werkt, is, zoals ik vorige week al verklaarde, diplomatie de beste manier om een staakt-het-vuren in Gaza tot stand te brengen, volledige toegang voor humanitaire hulp te verkrijgen, de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen en uiteindelijk een duurzame oplossing te vinden met twee staten, die vreedzaam naast elkaar leven. Van die doelstellingen en prioriteiten maken mijn diensten en ikzelf al maanden intensief werk.
Ik heb u mijn mening gegeven over het vredesplan voor Gaza dat door president Trump werd voorgesteld. Het is niet perfect, maar het heeft het voordeel dat het bestaat. Ik verwelkom de aankondiging van een akkoord tussen Israël en Hamas over de eerste fase van dat plan. Dat opent de deur om verschillende van onze eisen te realiseren. Ik waardeer de inspanningen en de behaalde resultaten van de Amerikaanse diplomatie, met steun van andere sleutelspelers zoals Qatar, Egypte en Turkije.
La Belgique reste prête à soutenir la mise en œuvre effective de ce plan, via notre aide humanitaire et via notre aide au développement mais aussi via notre soutien politique. Nous sommes également en faveur d’une force internationale de stabilisation à Gaza et d’un soutien à l’Autorité palestinienne. Ces sujets seront d'ailleurs discutés aujourd'hui à Paris entre quelques pays. Nous suivons les débats de près. Notre position est connue. Notre diplomatie va continuer à s’impliquer pour œuvrer à des solutions concrètes afin de cheminer vers une solution pacifique à deux États.
Une certaine vigilance reste néanmoins de mise. Nous devons faire preuve d’un optimisme prudent. Je veux croire en cet accord, car c’est celui qui depuis longtemps semble le plus nous rapprocher d’une fin durable des hostilités. Mais en début d’année déjà, un accord avait été approuvé par le Hamas et par Israël, et nous avons vu que la trêve avait été interrompue par Israël et que les bombardements avaient repris. C’est pourquoi j’encourage toutes les parties à vraiment saisir cette nouvelle opportunité sur le chemin de la paix et à fournir sincèrement les efforts nécessaires jusqu’au bout. On sait que des écarts par rapport aux balises négociées ouvriraient le risque d’un nouvel embrasement de la région. Le ministre Smotrich, par exemple, a déjà déclaré qu’une fois les otages libérés, il souhaitait qu’Israël poursuive la guerre à Gaza.
Ondanks bemoedigend nieuws zetten we onze inspanningen voort. Het is op dit moment absoluut niet aan de orde om passief te blijven. Het akkoord van de ministerraad van 12 september over de door mij ingediende maatregelen en sancties wordt momenteel uitgevoerd. Het is nog te vroeg om gas terug te nemen, zeker nu er nog geen massale humanitaire toegang tot Gaza is en er vanochtend nog bombardementen plaatsvonden.
Gisteren heb ik samen met de gewesten een akkoord bereikt waardoor het Belgische wapenembargo tegen Israël en Palestina verder wordt versterkt door de maatregelen ook van toepassing te maken op wapens in transit. Die lacune moest nog worden opgevuld en dat is nu gebeurd.
Wat betreft het verbod op de invoer van producten uit nederzettingen, nieuwe evacuaties van zieke kinderen uit Gaza en een reeks rechthebbenden en sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten, boeken wij eveneens vooruitgang.
Met betrekking tot de erkenning van Palestina mag men verwachten dat België, na de politieke aankondigingen in New York, binnenkort zal overgaan tot de tweede juridische fase door middel van een koninklijk besluit, aangezien de twee te vervullen voorwaarden, de vrijlating van alle gijzelaars en het feit dat terroristische organisaties zoals Hamas zijn uitgesloten van het bestuur van Palestina, zich lijken te realiseren. Wij volgen die aspecten nauwgezet op en zodra beide voorwaarden zijn vervuld, zal ik onmiddellijk een besluit aan de ministerraad voorleggen.
Notre gouvernement et nos diplomates restent mobilisés à 100 % pour dénoncer et débloquer l'aide humanitaire, puisqu'il est impératif qu'elle parvienne rapidement aux populations civiles à Gaza. Cela reste la priorité!
Je déplore dès lors que, depuis plusieurs jours, nos diplomates doivent aussi concentrer d'importants efforts pour fournir aux membres des différentes flottilles – qui se sont mis en danger – l'assistance consulaire nécessaire. Nous le faisons évidemment avec professionnalisme et sans faille, mais je le redis: ce n'est pas efficace, puisque le non-respect du droit international par Israël – que nous pouvons déplorer – empêche ces flottilles d'arriver à bon port.
Concentrons-nous donc sur l'urgence: l'aide humanitaire à procurer à Gaza.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoorde een paar heel belangrijke dingen. U zei dat het een belangrijke dag is en dat we inspanningen zullen blijven leveren.
Dat zal heel belangrijk zijn, want de humanitaire hulp is essentieel voor alle mensen in Gaza. De hulp omvat voedsel, drinkbaar water en medicijnen. U weet dat u aan ons een partner hebt.
Maar ik ben ook blij te horen dat u mijn bezorgdheden meeneemt, bezorgdheden dat we sancties moeten blijven nemen tegen Netanyahu, dat we streng moeten blijven, dat we de kwestie moeten blijven opvolgen.
Voor mij en mijn partij is het heel duidelijk: wij hebben altijd de kant gekozen van de onschuldige slachtoffers, en dat zullen we ook altijd blijven doen.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement un accord de cessez-le-feu, c'est une bonne chose pour la libération des otages tant israéliens que palestiniens. Mais on ne doit pas être naïf: Israël doit retirer obligatoirement ses troupes et arrêter la colonisation. L'aide humanitaire doit entrer, c'est urgent.
C'est pour ça que les gens ont embarqué sur les flottilles, pour casser ce blocus illégalement imposé par Israël. Ils n'y sont pas allés pour faire des photos sur des bateaux mais bien pour casser le blocus. Vous ne m'avez, par contre, pas répondu par rapport aux personnes qui sont toujours détenues illégalement par Israël. On attend que tous les Belges soient relâchés, rentrent sains et saufs et qu'Israël soit sanctionné pour le traitement inhumain qu'il leur fait subir. Ce sont, je le rappelle, des personnes qui n'avaient qu'un seul but, casser le blocus imposé par Israël.
Els Van Hoof:
Het is voor cd&v ook duidelijk dat we vooral geen gas mogen terugnemen in Gaza, zeker niet wat betreft het Belgische akkoord dat in september werd bereikt.
Ook António Guterres was vannacht zeer duidelijk. Hij zei dat er een geloofwaardig pad moet komen naar een einde van de bezetting en naar de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen. Dat leidt naar de oplossing van het conflict. Zolang de bezetting voortduurt, moet België ook met dat akkoord doorgaan. U hebt het zelf ook herhaald. De importban uit de nederzettingen moeten worden gerealiseerd, evenals de formele erkenning van de Palestijnse staat. Het is tijd dat de tweestatenoplossing niet langer een droom is voor de Palestijnen, maar echt realiteit wordt.
Kathleen Depoorter:
Zoals u zegt, mijnheer de minister, moeten we elke kans op hoop en vrede grijpen. Wij steunen u dan ook voluit in de acties die u zult ondernemen.
Het is essentieel, collega’s, dat wij blijven pleiten voor de tweestatenoplossing, dat we blijven werken aan het zelfbeschikkingsrecht en dat we ervoor zorgen dat Hamas daadwerkelijk wordt ontmanteld en geen toegang tot de politieke macht in Gaza krijgt. Het is eveneens van belang dat de gijzelaars naar huis kunnen terugkeren en dat de wapens volledig zwijgen in de Gazastrook.
Er moet ook aan de bezette gebieden worden gewerkt. U hebt het ook gezegd, mijnheer de minister. Wij pleiten, samen met u en de arizonaregering, voor vrede, voor toekomst en voor het zwijgen van de wapens.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez parlé de diplomatie. Quand il s'agit d'autres pays, vous prenez directement des sanctions, mais lorsqu'il s'agit d'Israël, "on fait de la diplomatie". Je vous dis une chose, monsieur le ministre: si, aujourd'hui, Israël commet un génocide et impose un blocus, c'est parce qu'il a reçu le soutien politique, économique et militaire de l'Union européenne, y compris la Belgique, et des É tats-Unis. Voilà la réalité! Votre réponse, monsieur le ministre, est soit de l'hypocrisie soit de la complicité. Vous avez parlé du plan de paix de Trump. Ce n'en est pas un. C'est du colonialisme qui s'ajoute à la colonisation. C'est donc ainsi que vous considérez le peuple palestinien? Avoir une administration dirigée par Trump, avec le criminel de guerre Blair et le bourreau génocidaire Netanyahu? Ce sont eux qui vont décider pour le peuple palestinien? Celui-ci mérite l'autodétermination et son indépendance!
Het gebruik van Israëlische software door Belgische politiezones
Het gebruik van Israëlische technologie door onze politie
De BriefCam- en de Cellebritesoftware
Het gebruik van Israëlische software door de politie
De samenwerking met Israël bij Europol
De softwareprogramma's van Cellebrite
Het gebruik van Israelische spionagesoftware bij Belgische politiekorpsen
Het gebruik van Israëlische spyware door de Belgische politie
Gebruik van Israëlische surveillance- en politietechnologie in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België gebruikt Israëlische surveillancesoftware zoals Cellebrite en BriefCam (getest onder Palestijnse onderdrukking), ondanks ethische bezwaren en VN-beschuldigingen van genocide door Israël. Minister Quintin bevestigt dat er geen volwaardige Europese alternatieven zijn, maar pleit voor EU-brede oplossingen; lokale politiezones (bv. Gent, Zelzate) willen stoppen maar botsen op juridische, contractuele en prestatiebeperkingen. Kritiek blijft dat België via deze aankopen indirect medeplichtig zou zijn aan mensenrechtenschendingen, terwijl de minister benadrukt dat gerechtelijk toezicht en EU-handelsakkoorden uitsluiting op basis van nationaliteit nu onmogelijk maken. Concrete stappen (zoals alternatieven onderzoeken of ethische clausules verstrengen) blijven vaag, ondanks oproepen tot federale regie en transparantie.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik heb hierover onlangs een schriftelijke vraag gesteld en u hebt mij daarop ook geantwoord. Onze politiediensten gebruiken Cellebrite, maar ook andere Israëlische software. Die software is vrij discutabel, omdat het is gebruikt of uitgetest op Palestijnen die onderdrukt worden. Het is dus software van moreel erg discutabele kwaliteit.
In Gent wil men daar iets aan doen. Als stad van licht en liefde wil men stappen vooruit zetten, maar men botst daar op de limieten. Men krijgt te horen dat er geen of weinig alternatieven zijn. Toch worden in Frankrijk, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en een aantal Scandinavische landen alternatieve softwarepakketten gebruikt.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.
Ten eerste, hebt u kennisgenomen van de brief van de vrienden uit Gent? Ik veronderstel van wel. Bent u van plan om een initiatief op Europees niveau te nemen? Een lokale politiezone kan dat zelf onmogelijk doen. Ik denk zelfs dat het voor een klein land als België moeilijk is om dat alleen te doen. We zouden zoiets Europees moeten aanpakken. Dat zou ook een kans kunnen zijn voor Belgische spelers om zich daarin te bekwamen. Zult u initiatieven nemen en welke?
Mijn tweede vraag vloeit voort uit de Gazadeal in de federale regering. Op 2 september werd een aantal zaken beslist, onder andere over de activiteiten van Europol in samenwerking met Israël. Op basis van de huidige samenwerking tussen Europol en Israël bestaat de zogenaamde working agreement tussen Europol en Israël.
Welke concrete voorstellen heeft België al gedaan om eventueel zaken aan te passen? Aan welke concrete voorstellen werkt u of werken uw diensten op dit moment nog? Wanneer wilt u deze voorstellen voorleggen aan de lidstaten en aan het bestuur van Europol? Welke mogelijke maatregelen met betrekking tot deze activiteiten ziet u nog? Welke stappen zult u ondernemen om dat te bereiken? Welke stappen hebben Europol en België al gezet om een concrete samenwerking met Israël te verkrijgen met betrekking tot de misdaden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zoals bepaald in artikel 3 en annex 1 van de working agreement ?
Ik stel u die tweede vraag, omdat met veel tromgeroffel een akkoord binnen de regering werd aangekondigd over Israël en zijn acties niet alleen in Gaza maar in alle Palestijnse gebieden. Nu komt het erop neer die beloftes en beslissingen om te zetten in de praktijk. Ik ben dus zeer benieuwd welke stappen u hebt gezet binnen uw bevoegdheidsdomein.
Mijn eerste vraag gaat over de samenwerking met bedrijven, die er à la limite niets aan kunnen doen dat ze in Israël zijn gevestigd. Als de technologie echter wordt uitgetest op een volk dat een genocide moet ondergaan, lijkt me dat bijzonder problematisch. Dus ik ben zeer benieuwd hoe u denkt daarvoor alternatieven te ontwikkelen en hoe u onze lokale politiezones zult ondersteunen bij de uitwerking van die alternatieven.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, nous avons appris via plusieurs enquêtes journalistiques que notre police fédérale utiliserait des technologies sécuritaires venant d'Israël. Concrètement, cela signifie que notre police utiliserait des logiciels tels que Cellebrite – qui permet l’extraction complète des données d'un téléphone portable, qu'il s'agisse des messages, des photos ou des contacts –, ou BriefCam – qui analyse des heures de vidéosurveillance pour suivre les déplacements d'une personne dans une foule seconde après seconde –, ainsi que des équipements tels que les lanceurs de gaz lacrymogènes de la marque Ispra – utilisés lors d'opérations de maintien de l'ordre. Ces outils ne sont pas neutres. Ils proviennent d’un pays dénoncé par l’ONU et de nombreuses ONG pour des violations massives des droits humains, actuellement accusé de commettre un génocide, et aussi qui kidnappe illégalement des personnes en mer.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer si, oui ou non, notre police utilise ce type de technologie? Lors de l'achat de matériel policier par la Belgique, des critères éthiques sont-ils pris en compte ou bien seuls le prix et la performance technique priment-ils? Existe-t-il aujourd'hui un mécanisme qui empêche que notre police s'équipe avec des technologies venant de pays impliqués dans de graves violations des droits humains?
Je vous remercie pour vos réponses.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, hier is al eerder aangegeven dat verschillende gemeenten en lokale politiezones nog steeds met het hele Cellebriteverhaal worstelen. Vanuit de lokale politiezones wordt gemeld dat de situatie bijzonder complex is.
Mijn gemeente Zelzate heeft al vijf jaar geleden het initiatief genomen om de Engagementsverklaring Apartheidsvrije Zone te ondertekenen. We waren de eerste apartheidsvrije gemeente in ons land en stemmen daar uiteraard ook ons aankoopbeleid op af. We kopen dus geen producten aan uit illegaal bezette Israëlische gebieden.
Het Cellebriteverhaal blijkt echter zeer complex. Ik heb me hierover bevraagd bij onze lokale korpschef en heb ook informatie ingewonnen bij andere politiezones. Wat we daar horen, is dat er momenteel geen alternatief beschikbaar zou zijn dat even performant en betaalbaar is, niettegenstaande dat we horen van onder andere de Liga voor de Mensenrechten dat er wél alternatieven bestaan. Er wordt verwezen naar software zoals XRY van MSAB en Magnet Forensics. Die situatie roept uiteraard vragen op.
Wat is uw visie op het gebruik van die software?
Zijn er daadwerkelijk alternatieven beschikbaar die even performant en betaalbaar zijn? Valt het te overwegen om over te schakelen op alternatieve software zoals XRY van MSAB of Magnet Forensics? Op basis van welke criteria meent u of dat al dan niet een goed idee zou zijn?
Ten slotte wil ik ook graag vernemen of u beschikt over informatie over het testbeleid van Cellebrite.
Greet Daems:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, uit onderzoek van nieuwswebsite Apache blijkt dat bijna de helft van de Vlaamse politiezones gebruikmaakt van Israëlische surveillancesoftware, vooral van de bedrijven Cellebrite en BriefCam. Die software wordt ingezet om smartphones uit te lezen en camerabeelden te analyseren, maar werd ontwikkeld en getest in de context van militaire bezetting en onderdrukking van Palestijnen.
Verschillende gemeenten gaven al aan dat ze van die software af willen vanwege ethische en juridische bezwaren. Ze wensen geen technologie te gebruiken die getest is op een bevolking die onder bezetting leeft. Dat is een terechte houding, maar het is niet altijd eenvoudig. Lokale besturen stuiten op contractuele en juridische obstakels en vragen terecht steun aan het federale niveau.
België heeft het genocideverdrag ondertekend, waardoor ons land verplicht is genocide te voorkomen en geen medeplichtigheid toe te laten. In de huidige context, waarin de VN zelf vaststelt dat Israël een genocide pleegt in Gaza, betekent dit concreet dat onze overheden geen contractuele of economische banden mogen onderhouden met bedrijven die betrokken zijn bij deze misdaden of ze faciliteren.
Daarom wil ik u vragen om federale verantwoordelijkheid op te nemen, niet om morgen alles stil te leggen, maar om ervoor te zorgen dat alle politiezones op een zorgvuldige en consequente manier kunnen afstappen van Israëlische software, met volwaardige alternatieven.
Wilt u de politiekorpsen daarbij helpen?
Welke alternatieven bestaan er voor software zoals deze van Cellebrite, BriefCam en Radwin? Worden die gebruikt in België? Heeft uw administratie daar al onderzoek naar gedaan?
Gaat u gemeenten en politiekorpsen sensibiliseren over de ethische en juridische problemen bij de aankoop van Israëlische producten vandaag?
Voorzitter:
De heren Boukili en Dubois zijn niet aanwezig.
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, beste Kamerleden, afin de répondre à l'ensemble de vos questions, permettez-moi une courte introduction avant d'entrer dans le détail. Je peux confirmer que la police fédérale recourt à certains équipements ou logiciels développés par certaines entreprises israéliennes. C'est notamment le cas des logiciels Cellebrite et BriefCam, ainsi que des lanceurs de gaz lacrymogène de la marque ISPRA. Pour des raisons de sécurité opérationnelle des services de police, il m'est impossible de détailler de manière exhaustive l'ensemble des outils employés.
Il est exact qu'à ce stade, il n'existe pas d'alternative européenne offrant le même niveau de performance. C'est précisément pourquoi il importe de soutenir l'émergence de solutions européennes crédibles afin de renforcer notre autonomie stratégique. Il serait dommage que l'Union européenne se limite, comme on le dit parfois ironiquement, à réglementer pendant que d'autres créent. Je précise toutefois que le soutien à l'innovation et aux entreprises ne relève pas de mes compétences directes. Je veille cependant à ce que la Belgique s'aligne sur les recommandations européennes et garantisse que les outils employés respectent pleinement notre cadre légal et démocratique.
Les marchés publics passés par la police fédérale sont strictement encadrés par les législations belge et européenne. Cela inclut les directives européennes sur les marchés publics, la loi belge relative aux secteurs classiques et la loi sur la défense et la sécurité, ainsi que leurs arrêtés d'exécution. Ces procédures imposent des principes généraux comme l'égalité de traitement, la transparence et la non-discrimination. À ces critères s'ajoute la circulaire fédérale du 16 mai 2014 qui invite les adjudicateurs à intégrer des considérations de développement durable, notamment des clauses sociales ou liées au commerce équitable, dans la passation de leurs marchés.
Enfin, en matière de respect des droits humains, il existe une contrainte importante. La Belgique est liée par des accords internationaux qui garantissent aux entreprises de certains pays, dont Israël, le droit de participer à nos procédures de marché public. Il est donc impossible, à ce stade, d'exclure automatiquement des entreprises sur la seule base de leur origine nationale, sauf si ces accords venaient à être modifié à l'échelle européenne ou internationale.
Bien entendu, pour les raisons que j'ai déjà évoquées dans le cadre de la lutte contre le crime organisé, qui constitue l'une de mes préoccupations majeures en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, les éventuelles alternatives doivent apporter les mêmes possibilités opérationnelles au bénéfice de nos concitoyens, ici en Belgique.
Mijnheer Vandemaele, ik heb kennisgenomen van de brief van de stad Gent, waarin de wens wordt geuit om geleidelijk afstand te nemen van het gebruik van software van Israëlische oorsprong, zoals Cellebrite. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat dit niet op eigen houtje kan worden gerealiseerd.
De politiezones beschikken over een zekere mate van beheersautonomie. Die autonomie is echter niet absoluut. Zij moeten het federaal en Europees kader naleven, onder meer op het vlak van gegevensbescherming, overheidsopdrachten en het gebruik van technologieën. Dit beperkt in aanzienlijke mate de speelruimte van een lokale overheid om een technologisch hulpmiddel te verbieden of te vervangen. Het gebruik van de tools waarnaar de commissieleden verwijzen, moet dus voldoen aan dit juridisch kader. Het Controleorgaan op de politionele informatie ziet hierop toe.
Verder wens ik te benadrukken dat het gebruik van tools zoals Cellebrite of BriefCam plaatsvindt binnen een gerechtelijk kader. Concreet worden de onderzoeken waarbij deze tools worden ingezet, gevoerd onder leiding en toezicht van de procureur des Konings, die oordeelt over de wettelijkheid en proportionaliteit van de onderzoeksmaatregelen. Politieambtenaren beschikken dus niet over een onbeperkte autonomie. Zij handelen binnen een duidelijk procedureel kader, dat wordt gevalideerd door de bevoegde gerechtelijke autoriteiten.
En résumé, et pour répondre également à Mme Maouane, il existe bel et bien certaines possibilités d'exclure des fournisseurs spécifiques. Toutefois, à l'heure actuelle, je ne dispose pas de base légale visant à exclure certaines technologies.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, op mijn tweede vraag hebt u niet geantwoord. Ik zal daarover dan maar een schriftelijke vraag indienen. Zo wordt het moeilijk om een debat te voeren, als alles op een hoopje wordt gegooid. U hebt de vragen al weken geleden ontvangen. Ik betreur dus dat u ze niet beantwoordt. De regering heeft nochtans zeer fors gecommuniceerd over wat men zou doen ten aanzien van Israël. Het feit dat u niet antwoordt, is natuurlijk ook een antwoord. Het is duidelijk dat het akkoord dat ons is voorgesteld, waarbij streng maar rechtvaardig zou worden opgetreden, in feite weinig strengheid inhoudt ten opzichte van Israël. Dat was al duidelijk, maar u maakt het nu nogmaals duidelijk.
Wat betreft mijn eerste vraag, bestaat er veel tegenspraak. Wij horen dat er wel degelijk alternatieven zijn die even performant zijn en die ook in de Europese Unie worden gebruikt. Dat is lastig, maar nog lastiger is dat we op al onze vragen over welke politiezones welke tools gebruiken, altijd het antwoord krijgen dat die informatie niet kan worden gedeeld omdat ze te gevoelig is. Dat kan ik extern nog aanvaarden. Toch denk ik dat we op een bepaald moment, al is het achter gesloten deuren, een overzicht moeten krijgen van de lokale en federale politie van de leveranciers van Israëlische en andere oorsprong waarmee er wordt gewerkt en van de tools. Zo kunnen wij onze rol als toezichthouder op de overheid en de regering daadwerkelijk spelen. We kunnen er niet omheen dat alle tools en software die de collega's hier hebben genoemd, zijn uitgetest in het kader van een genocide. Dat vind ik bijzonder problematisch. U zegt zelf dat we daar niets aan kunnen doen, maar ik deel die mening niet. Ik denk dat de ethische clausules in dergelijke contracten wel degelijk de mogelijkheid bieden om bepaalde leveranciers uit te sluiten.
Daarom moet ik zeggen, mijnheer de minister, dat ik uw antwoord bedroevend vind. Wij zullen hier op een ander moment verder op ingaan, want dit is te pijnlijk voor woorden.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour la transparence, même si je reste un peu sur ma faim pour ce qui est de la transparence. En effet, je trouverais bien d'avoir toutes les informations complètes sur...
J’attends que M. le ministre termine pour qu’il écoute la réplique. Geen probleem! Ik mag wachten.
Monsieur le ministre, je vous remerciais pour votre transparence, même si je reste un peu sur ma faim parce qu’il serait quand même intéressant d'avoir toutes les informations au complet. Comme le disait mon collègue, cela peut même se faire en commission à huis clos.
Vous soulignez qu'il n'existe pas de moyen de sécurité européen qui soit tout aussi efficace. Mais, pour ces mêmes raisons de sécurité, je trouve dingue qu'on utilise des logiciels testés dans des conditions parfois de colonisation, de violation des droits humains et même de génocide. L'utilisation de logiciels israéliens ne devrait pas être une solution à cette carence. De même, l'absence de cadre légal ne justifie pas cet usage. À cet égard, je fais référence à l'avis de la Cour internationale de Justice qui rappelle que les États ont l'obligation de ne pas soutenir l'occupation illégale et d'intervenir. Ceci nous rend quelque part indirectement complice des violations du droit international, sans parler du contexte de répression systémique de la police. Mais c'est un autre débat auquel, je l'espère, on reviendra.
En poursuivant ces collaborations, la Belgique, je l'ai dit, se rend de facto complice. Cela mérite un vrai débat parlementaire, un vrai débat citoyen qui devrait être organisé pour garantir que nos forces de l'ordre ne soient pas équipées au détriment des droits humains. Nos forces de l'ordre doivent être irréprochables. Cela aussi, c’est la responsabilité de notre pays.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik heb geprobeerd goed te luisteren. U gaf veel informatie en de vertaling ging nogal snel. Ik zal alles zeker nog eens rustig herlezen in het Verslag.
Ik onthoud uit uw antwoord vooral dat het niet evident is. Ik heb begrepen dat er op dit moment bij ons in Europa geen systemen zijn die even performant en betaalbaar zijn. Dat stelt ons natuurlijk voor de vraag hoe wij daar in Europa mee moeten omgaan. Het overstijgt het Belgische niveau. Ik reken er wel op, mijnheer de minister, dat ons land daar een voortrekkersrol in speelt. Misschien kunt u daar iets in betekenen. De huidige toestand noopt echt wel tot vragen.
Ik blijf op dat vlak toch een beetje op mijn honger. Ik hoop oprecht dat we snel een duidelijk signaal kunnen krijgen, dat we eenduidige informatie kunnen krijgen over op welke manier we hiermee verder moeten. Ik stel immers vast dat heel wat gemeentebesturen en politiezones hiermee worstelen. Ze willen eigenlijk zo snel mogelijk af van deze software, maar dan moet er natuurlijk een systeem beschikbaar zijn dat even performant en betaalbaar is.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U zegt dat er geen Europees alternatief bestaat met hetzelfde surveillanceniveau. Een goed alternatief is uiteraard belangrijk. De veiligheid van onze burgers is een belangrijke prioriteit voor ons allemaal.
Wij van de PVDA willen ook dat de politie over volwaardige alternatieven beschikt om de criminaliteit te bestrijden, maar wij willen niet dat die middelen getest zijn op Palestijnen. Een feit is dat de helft van de politiezones in Vlaanderen niet met software van Cellebrite werkt. Dit toont aan dat het toch mogelijk is.
Er zijn verschillende burgemeesters die aangeven dat ze willen stoppen met die Israëlische software. Maar ze geven ook aan dat het niet zo eenvoudig is de contracten van de ene dag op de andere stop te zetten. U kan als minister op het federale niveau de regie in handen nemen en de steden en de gemeenten helpen met het zoeken naar alternatieven. Het is echt ontzettend belangrijk om die contracten zo snel mogelijk te beëindigen.
U bent verantwoordelijk voor onze binnenlandse veiligheid, dus u moet erop toezien dat onze binnenlandse veiligheid niet verzorgd wordt door bedrijven uit een genocidaire staat.
U geeft aan dat het niet mogelijk is om bedrijven automatisch uit te sluiten van publieke aankopen, bijvoorbeeld op basis van nationaliteit, maar dat is ook niet het principe. U ontwijkt de vraag. België is gebonden aan het genocideverdrag, dat medeplichtige bedrijven vermeldt. Het omvat dus niet alle Israëlische bedrijven, maar wel degenen die medeplichtig zijn aan genocide. Cellebrite is zo'n bedrijf.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, met uw goedvinden zou ik graag mijn vraag nr. 56007339C over de moord op een OCMW-medewerker in Gent omzetten in een schriftelijke vraag. Ze dateert immers al van zeer lang geleden en ik vermoed dat het antwoord van toen vandaag nog altijd hetzelfde zal zijn.
Problematische pro-Palestijnse betogingen
De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
De veiligheid bij de komende wielerkoersen
De willekeurige arrestaties van Palestijnen
De vaststelling van het OCAD over de steeds grimmigere pro-Palestijnse protesten in ons land
De opgepakte pro-Palestijnse actievoerders
De beteugeling van de betoging van 2 oktober jongstleden
De vreedzame steunbetoging voor de vloot naar Gaza
Het gewelddadige politieoptreden tijdens de Palestinabetoging
Het gewelddadige optreden van de politie tijdens de pro-Palestijnse betoging
Pro-Palestijnse protesten, veiligheid en politieoptreden in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om escalerend geweld en polarisatie rond pro-Palestijnse protesten in België, met twee tegenstrijdige visies: enerzijds klachten over agressie, antisemitisme en verheerlijking van Hamas (o.a. grafschennis, geweld tegen politici, bedreigingen bij wielerwedstrijden), anderzijds beschuldigingen van disproportioneel politiegeweld, etnisch profileren en onderdrukking van vreedzaam protest (o.a. arrestaties zonder duidelijke grond, geweld tegen journalisten, zelfmoord van een Palestijnse asielzoeker in detentie). De minister benadrukt wettelijk kader, proportioneel ingrijpen en interne evaluaties, maar critici (o.a. Amnesty, Comité P) wijzen op systematische overtredingen, gebrek aan transparantie en een patroon van repressie tegen Palestijnse activisten. Vrijheid van meningsuiting versus openbare orde blijft de kernspanning, met geen concrete oplossingen voor de onderliggende polarisatie.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, volgens het OCAD worden de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger. Iedereen met ogen in zijn hoofd had dat natuurlijk al lang gezien en soms ook meegemaakt. Het OCAD zei dat na de schandalige ontering van het graf van voormalig MR-boegbeeld Jean Gol, eigenlijk Jean Goldstein. Hij had zijn naam aangepast, omdat hij toen helaas al wist waarom dat nodig was, maar zelfs dat was blijkbaar niet meer voldoende om te voorkomen dat zijn graf werd onteerd. Hij was dus een Joodse man.
Vervolgens waren er ook gewelddadige protesten tegen MR-politici – u zult dat vast hebben gevolgd, mijnheer de minister – waarbij honderden pro-Palestijnse activisten betrokken waren, nota bene bij de gebouwen van de universiteit van Luik. Daarbij werden partijleden en -medewerkers belaagd en raakten twaalf politieagenten gewond, van wie vijf naar de spoed moesten.
Op zondagavond 24 augustus vond er een zoveelste Palestina-betoging plaats in Brussel. Daar werd een man neergestoken. Dat zou gaan om een inter-Palestijns conflict over de rol van Hamas. Ik verneem – ik weet niet of dat klopt, maar u mag het me zeggen als u het weet – dat een Hamas-aanhanger een demonstrant zou hebben neergestoken omdat hij Hamas had bekritiseerd; een klein stukje Midden-Oosten op ons grondgebied dus.
Er was nog een zogenaamde Palestina-betoging waar moslimtieners opriepen om – ik citeer – “onze martelaars te eren”. Daarbij werden expliciet jihadisten genoemd, onder wie de moorddadige Hamasleider Yahya Sinwar, de architect van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023. We gaan erop vooruit, mijnheer de minister.
Verder was er de Vuelta, waaraan ook de ploeg Israel - Premier Tech deelnam. Die werd dag na dag ontsierd door levensgevaarlijke taferelen, doordat anti-Israël-demonstranten met Palestijnse vlaggen herhaaldelijk het parcours bestormden. Zeker als voormalig wielrenner maakte mij dat extra woedend.
We stellen nu vast dat dit soort weerzinwekkende terreur – dat is het immers – helaas werkt. Nadat de Israëlische wielerploeg eerst werd gecanceld uit wielerkoersen, heeft de bezieler nu een stap opzijgezet en is Israël uit de naam van de ploeg geschrapt. Dat is de gele Jodenster anno 2025.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op deze tendens en evolutie? Wat onderneemt de regering om tijdens wielerkoersen in ons land de veiligheid van alle renners en hun omkadering te garanderen? Ik vraag dit nadat de bezieler van de Israëlische wielerploeg een stap opzij heeft gezet en nadat Israël uit de naam van de ploeg is geschrapt.
We weten immers dat die anti-Israëlactivisten daar geen genoegen mee zullen nemen. Zij zullen blijven proberen obstakels op te werpen en wellicht levensgevaarlijke taferelen te veroorzaken.
Wat onderneemt u om de veiligheid van onze wielerkoersen en van alle wielrenners te garanderen? Als er één valt, dan valt er immers vaak een hele hoop. Wat onderneemt u om die veiligheid te waarborgen? Wat vindt u van de verheerlijking van moorddadige Hamasterroristen zoals Yahya Sinwar door moslimtieners in België? Wat is uw reactie op de bevinding van het OCAD dat de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden? Wat onderneemt u daartegen? Dit gebeurt natuurlijk stap voor stap. Er staat ook nog een vraag over Code Rood en andere radicale groeperingen op de agenda. Deze worden steeds gewelddadiger en agressiever, omdat ze voelen en weten dat ze in dit land met fluwelen handschoentjes worden aangepakt.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, depuis deux ans, chaque soir, des citoyennes et des citoyens se rassemblent à Bruxelles. Depuis de nombreux mois, ils se rassemblent à la Bourse pour exprimer pacifiquement leur solidarité avec le peuple palestinien: ils chantent, ils manifestent et exercent donc un droit fondamental.
Cependant, depuis quelques semaines, les témoignages se multiplient. La police ne se contente plus d'encadrer les manifestants mais semble cibler directement les Palestiniens qui sont présents. Cela résulte en des arrestations, y compris de personnes en ordre de séjour, qui voient leur intégrité menacée et qui risquent même l'enfermement en centre fermé.
Je tiens à citer ici les noms, car derrière chaque arrestation, il y a des humains: Fethi, Enes, Hamouda et Ossam sont quatre militants palestiniens récemment arrêtés à Bruxelles. Ensuite, il y a le drame de Mahmoud. Il avait survécu aux horreurs de Gaza mais s’est donné la mort il y a deux nuits, alors qu'il était enfermé au centre fermé du 127 bis . Il avait demandé à pouvoir sortir pour faire son deuil. Il a écrit et supplié pour sortir mais sans succès. Suite à cela, il a tragiquement mis fin à ses jours. Ce n’est pas la question ici, mais je tiens à souligner qu’il est décédé ici, en Belgique. Ce que la guerre n’avait pas pris, notre système, lui, l’a brisé.
J'en reviens à des considérations très simples, très actuelles et très concrètes. Monsieur le ministre, quelles sont aujourd’hui les instructions données aux forces de l’ordre pour encadrer les rassemblements pacifiques qui ont lieu sur le territoire de la ville de Bruxelles? Comment vous assurez-vous qu'aucune communauté ne soit spécifiquement ciblée en raison de son origine ou de son engagement politique? Quelles garanties concrètes pouvez-vous nous donner pour que les libertés d'expression et de manifestation – qui sont des droits fondamentaux de notre démocratie – soient respectées?
Voorzitter:
Madame Marouane. Je vous donne la parole pour votre deuxième question jointe.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, le 2 octobre, nous avons vu l'inacceptable à Bruxelles. Des citoyennes et des citoyens manifestaient pacifiquement pour la Palestine et alors qu’ils fuyaient effrayés, ils ont été exposés aux gaz lacrymogènes. Ils ont été brutalisés par la police. Ils ont été pourchassés, battus, humiliés.
Amnesty International parle d’un recours illégal et disproportionné à la force. Malheureusement, ce n’est pas un incident isolé. Comme je le dis depuis des mois, ces manifestations de solidarité sont systématiquement entravées, brutalement dispersées, parfois même interdites. C’est devenu une tendance lourde, inquiétante, qui met directement en cause les choix et les ordres donnés à la police.
Quels ordres exacts ont été donnés le 2 octobre? À quelle heure, par qui et avec quels suivis policier et politique? Étiez-vous informé de la décision de disperser la manifestation pacifique de la place du Luxembourg? Comment expliquer que des policiers soient intervenus sans matricule – comme nous le voyons apparemment sur les images – alors qu'il s'agit pourtant d'une obligation légale et d'une garantie minimale de transparence?
Enfin, j'aimerais avoir des explications sur la disproportion de la réponse qui a été donnée. Pourquoi des gaz lacrymogènes, des canons à eau, des matraques contre des manifestants qui fuyaient et qui ne représentaient ou semblaient ne représenter aucune menace?
Greet Daems:
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over vier pro-Palestijnse actievoerders die de voorbije weken in Brussel na vreedzame betogingen werden opgepakt en ondergebracht in gesloten centra.
Volgens de politie en de DVZ ging het om een verstoring van de openbare orde, maar tot op vandaag blijft onduidelijk welke concrete feiten die zware ingreep rechtvaardigen. Een van de actievoerders is Houssam, een Palestijnse asielzoeker wiens asielprocedure loopt. Hij werd in een metrostation opgepakt en in een gesloten centrum geplaatst. Mensenrechtenadvocaten noemen dat ongezien en disproportioneel, aangezien asielzoekers enkel kunnen worden opgesloten na strafbare feiten en een rechterlijke veroordeling. De raadkamer heeft intussen geoordeeld dat de actievoerders moesten worden vrijgelaten wegens een gebrek aan enige bedreiging voor de openbare orde. Zelfs de processen-verbaal van de politie bleken niet in het dossier te zitten. Toch blijft de DVZ bij zijn beslissing en is de DVZ in beroep gegaan.
Ik heb daarover op 1 oktober al vragen gesteld aan de minister voor Asiel en Migratie, maar zij verwees mij voor de politionele zaken naar u door.
Mijnheer de minister, op basis van welke feiten werden Houssam en de andere actievoerders opgepakt? Wie heeft daartoe het bevel gegeven? Wat is de concrete motivering om te spreken van een verstoring van de openbare orde?
Waarom worden mensen wiens asielprocedure loopt opgesloten in een gesloten centrum?
Hoe garandeert u dat het grondrecht op vreedzaam protest niet wordt uitgehold door dat soort ingrepen?
Waarom ging de DVZ in beroep tegen de uitspraak van de raadkamer?
Waarom ontbraken de processen-verbaal in het dossier van de mannen die voor de raadkamer zijn verschenen?
Mijn tweede vraag gaat over het politiegeweld in Brussel tegen Palestijnse actievoerders. Na de betoging van vorige week donderdag in Brussel tegen de Israëlische aanval op de humanitaire flotilla zijn bij het Comité P al tien klachten binnengekomen over het buitensporig geweld door politieagenten. Niet alleen vreedzame betogers werden geconfronteerd met geweld, maar ook leden van de pers, ook al hadden zij zich duidelijk geïdentificeerd. Daar zijn verschillende getuigen van.
De politie spreekt over incidenten en vernielingen door een beperkte groep, maar het is een feit dat ook vreedzame deelnemers en journalisten zwaar werden aangepakt.
Een fotojournaliste van het internationaal onderzoekscollectief OCCRP heeft verklaard dat ze met de wapenstok werd geslagen toen ze vastlegde hoe agenten een vrouw op de grond sloegen. Dat is niet het eerste incident. In januari, tijdens de betoging tegen Jordan Bardella, werden journalisten eveneens geviseerd. Enkele maanden geleden belandde een journalist met perskaart ook een nacht in de cel. Het wordt stilaan een patroon dat bepaalde pelotons van PolBru optreden op een manier die persvrijheid en het recht op betogen ondermijnt.
Wij begrijpen dat ordehandhaving complex is, maar telkens buitensporig geweld vergoelijken met moeilijke omstandigheden ondermijnt de rechten van burgers. Als die incidenten blijven terugkeren, spreken we niet langer over individuele fouten, maar over een beleid dat die incidenten toelaat.
Mijnheer de minister, welke richtlijnen gelden voor het optreden van de politie tegenover journalisten en vreedzame betogers? Hoe garandeert u dat die richtlijnen in Brussel worden gerespecteerd?
Zult u gezien de herhaling van dergelijke incidenten een onafhankelijk onderzoek laten voeren door de AIG naar het optreden van PolBru tegenover de pers en burgers tijdens manifestaties?
Welke maatregelen zult u nemen om te vermijden dat de politie opnieuw zo reageert op vreedzaam protest, of het nu gaat over Palestina, sociale rechten of om het even welke andere zaak?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, par centaines de milliers, et à plusieurs reprises, les citoyens et les citoyennes de ce pays, en ce compris en famille (grands-parents, parents, enfants), ont exercé un droit constitutionnel important, celui de manifester pacifiquement. Ils l’ont fait pour dénoncer un génocide – ce qu'il y a de plus terrible dans l'histoire de l'humanité –, un génocide en cours, mené par le gouvernement israélien contre la population civile à Gaza. Ils ont tracé une ligne rouge, alors que notre gouvernement n'a pas été capable de faire de même, et n'a pas une réponse suffisante, à mes yeux, face au drame humanitaire en cours.
Jeudi dernier, à nouveau, de nombreux citoyens – 5 000 – sont descendus, de manière tout à fait spontanée, dans les rues de la capitale – mais il y en avait aussi dans d'autres villes du pays –, pour manifester leur soutien à la flottille pour Gaza. Cette flottille a été raillée par certains hommes politiques, dont votre président de parti. Plusieurs Belges y participaient et ont été arrêtés par les autorités israéliennes.
La manifestation a commencé au SPF Affaires étrangères et s'est terminée à la place du Luxembourg pour dénoncer la non-protection par notre pays de la flottille.
Cette manifestation a donné lieu à des images difficilement justifiables. Je me suis demandé si j'étais bien en Belgique. J'ai vu, comme d'autres, des policiers qui gazaient des manifestants en fuite. D'autres étaient littéralement pourchassés dans les rues.
Je pense que toute la transparence doit être faite sur ces événements inacceptables, alors que la réponse de la police doit toujours être proportionnelle. C'est de cette proportionnalité qu'elle tire sa légitimité. Loin de moi l'idée d'accabler la police. Je sais que c'est un métier compliqué, et particulièrement que gérer et encadrer des manifestations s'avère de plus en plus complexe.
Monsieur le ministre, j'aimerais avoir votre avis et connaître les informations en votre possession concernant ces violences en marge des manifestations. Je voudrais également savoir si une enquête interne à la police intégrée a été demandée.
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, ik vang mijn antwoord aan met de vraag van de heer Van Rooy over de verstoring van wielerwedstrijden. Bij een wielerwedstrijd hebben de lokale bestuurlijke overheden en de politiediensten uiteraard contact met de organisatoren. Bij het opstellen van de operationele risicoanalyse worden mogelijke protestacties besproken. Met betrekking tot de Israëlische wielerploeg Premier Tech wordt bijkomend door het NCCN voorzien in verhoogde waakzaamheid door de veiligheidsdiensten en worden gepaste maatregelen voorzien.
Het OCAD verwijst in algemene termen naar de evolutie van de wekelijkse kleinschalige pro-Palestijnse manifestatie in het Brusselse en naar de toenemende polarisatie rond de Palestijnse kwestie. De dramatische situatie in Gaza leidt tot uiteenlopende meningen binnen onze samenleving. De veiligheidsdiensten volgen die evolutie nauwgezet op via monitoring, dreigings- en risicobeoordeling en versterkte samenwerking tussen federale en lokale actoren. Daarnaast wordt ook gewerkt aan sensibilisering en preventie, onder meer via de Strategie T.E.R., om signalen van radicalisering tijdig te detecteren en een gepaste opvolging te voorzien.
Met betrekking tot de steekpartij tijdens de pro-Palestijnse manifestatie, het parket heeft gecommuniceerd dat uit de eerste elementen van het onderzoek blijkt dat de betrokken personen elkaar kenden. Het zou dus om een interpersoonlijke discussie gaan. Het 22-jarige slachtoffer verkeert niet meer in levensgevaar. Een 21-jarige verdachte werd ter beschikking gesteld van het parket.
Het verheerlijken van terrorisme wordt specifiek voorzien in het nieuw Strafwetboek, dat op 8 april 2026 in werking zal treden. Die strafbaarstelling wordt strikt afgebakend, met voorwaarden over omstandigheden en aannemelijkheid van de gevolgen. Het komt de minister van Justitie toe om te antwoorden op de vraag of heel jonge kinderen die op de schouders van volwassenen in het openbaar oproepen tot het verheerlijken van personen die zij martelaars noemen, binnen de definitie valt van strafbare deelneming aan het verheerlijken van terrorisme.
Madame Maouane, je vais répondre à vos questions en deux temps. D’abord, je répondrai en ce qui concerne les questions sur les arrestations arbitraires et ensuite je répondrai aux questions sur les instructions données à la police locale dans le suivi des manifestations.
Contactée par mes soins, la police de Bruxelles-Capitale/Ixelles, PolBru, m’a fait savoir qu’afin d’éviter les incidents, elle est toujours présente de façon plus discrète et n’intervient qu’en cas de commission de faits délictueux, surtout si ceux-ci menacent la sécurité publique ou l’intégrité physique des personnes.
Je tiens à être clair et à le rester. Chaque intervention policière qui serait basée sur l’origine ethnique ou sur l’engagement politique d’une personne est une discrimination strictement interdite par la loi et, comme je l’ai déjà répété quelques fois aujourd'hui, la loi est la loi. De wet is de wet. Bien sûr, les forces de l’ordre sont les premières à devoir respecter la loi dont elles veillent à la bonne mise en œuvre.
Le contrôle de cette interdiction est exercé par les fonctionnaires dirigeants de la police, les organes de contrôle des services de police, le ministère public et, bien sûr, la presse et le public. Plus spécifiquement, les règles en matière de profilage professionnel et d’interdiction du profilage ethnique sont reprises dans la circulaire ministérielle CP5 du 7 juillet 2023, établie par ma prédécesseure.
En outre, le contrôle d’une personne doit répondre aux critères légaux en la matière. En d’autres termes, si le policier ou la policière a des motifs raisonnables de croire, en raison d’indices matériels ou de circonstances de temps et de lieu, que cette personne est recherchée ou qu’elle a tenté de commettre une infraction, qu’elle se prépare à la commettre ou encore qu’elle pourrait troubler l’ordre public ou qu’elle l’a troublé, la police appliquera la loi. Si la personne contrôlée est en séjour illégal, les directives de l'Office des étrangers sont exécutées par la police. Ici aussi, le travail de la police peut faire l’objet de plaintes et de procédures en justice. Les libertés d’expression et de manifestation sont des droits fondamentaux mais elles ne sont pas des droits absolus. L’article 26 de la Constitution accorde aux Belges le droit de s’assembler paisiblement et sans armes en se conformant aux lois qui peuvent régler l’exercice de ce droit, sans néanmoins le soumettre à une autorisation préalable. Il va de soi que les lois de police s’appliquent en tous temps et en tous lieux.
J'en viens maintenant au suivi de la manifestation du 2 octobre dernier. Le 2 octobre – et je prends les informations reçues de PolBru – à 16 h 15, s’est formé à la hauteur du ministère des Affaires étrangères, dit SPF, un rassemblement de soutien à la flottille arraisonnée au large de Gaza. Aucune demande n’avait été introduite. Ni la police ni les autorités n’avaient été averties. Quatre mille personnes étaient rassemblées et la police a pris contact avec les responsables afin de négocier un scénario dans le respect du droit fondamental à la protestation pacifique.
Grâce à une concertation avec nos services de police, celle-ci a pu évoluer vers une action dynamique encadrée.
Un accord fut donc trouvé afin d'organiser une marche vers la place du Luxembourg face au Parlement européen.
Ce cortège s'est déroulé sans le moindre incident, en parfaite collaboration, mis à part un groupe plus radical qui a immédiatement été au contact des policiers au barrage protégeant le Parlement et dont certains membres ont tagué les bâtiments du Parlement, entre autres, de slogans antisémites.
Peu avant 18 h 45, les organisateurs ont appelé à se disloquer. C'est ce que 3 600 personnes environ ont fait dans le calme. Toutefois, un groupe de 200 à 300 personnes a décidé de former un nouveau cortège sans aucune concertation et dont les intentions n'étaient pas connues. Ce groupe a déambulé vers le centre-ville, causant des dégradations tant au domaine public qu'aux biens privés. Il a également bloqué temporairement les tunnels de la petite ceinture, s'en prenant aux automobilistes et aux installations des tunnels.
Une première apparition de la police, jusque-là discrète, a mis fin à ces agissements. Ce groupe a ainsi marché jusqu'à la Bourse, où il a rejoint le rassemblement, non autorisé mais toléré, qui s'y tient quotidiennement, comme vous l'avez souligné vous-même. Ici aussi, des dégradations furent commises le long du parcours.
Entre-temps, 100 à 150 personnes continuaient, sans concertation, à bloquer la place du Luxembourg, perturbant gravement la mobilité, en particulier les transports en commun.
Vers 20h, un groupe s'est reformé à la Bourse, toujours sans concertation, et a rejoint la petite ceinture.
La police a décidé de mettre fin à ce cortège sauvage. Elle a tenté de le stopper, mais cela a eu comme conséquence des jets de projectiles vers la police suivis d'un "jeu du chat et de la souris", si vous me permettez l'expression. À l'aide de patrouilles réactives, la police a fini par disperser ce groupe qui n'avait plus de "pacifique" que le nom.
Il est déjà près de 22h. La police a également demandé au groupe de la place du Luxembourg de libérer la place, ce qui a aussi eu comme conséquence des jets de projectiles. Les manifestants refusèrent de quitter la place et avouèrent l'intention d'y camper. Les jets de projectiles continuaient et les événements mettaient en danger les autres personnes sur ladite place.
Il a alors été décidé de disperser le groupe, et là aussi, il fut fait usage de gaz incapacitants et aussi d'une arroseuse. Ces moyens n'ont été utilisés que lorsque le dialogue n'était plus possible et dans le strict respect du cadre légal. Ces mesures, bien qu'impressionnantes visuellement, j'en conviens, sont prévues par la loi pour rétablir l'ordre public lorsque toutes les autres options ont échoué.
Le calme a été rétabli partout vers 23h.
Quatre personnes ont été arrêtées judiciairement et mises à disposition du procureur du Roi, entre autres pour rébellion armée. Cela démontre également les véritables intentions des groupes en question qui ne peuvent donc, à la lumière des événements que je viens de mentionner, être qualifiés ni de pacifiques ni de respectueux de la loi. Je parle bien des derniers groupes. Au demeurant, je vous rappelle qu'un policier a été blessé.
Mesdames et messieurs les députés, les manœuvres policières tant à Bruxelles qu'à Ixelles ont été approuvées par les autorités administratives compétentes. J'ajouterai que l'évaluation du caractère proportionné de toute intervention policière repose sur plusieurs critères, dont l'analyse de la situation sur le terrain, les risques pour la sécurité publique, le comportement des participants et le respect du cadre légal. A posteriori , une évaluation interne est systématiquement menée après chaque intervention d'envergure. Elle permet d'analyser les actions menées, d'identifier les points d'amélioration éventuels et de garantir que les futures interventions restent toujours proportionnelles, légales et transparentes. Voilà pour les faits.
Quant aux aspects d'ordre juridique, certains d'entre vous m'ont interrogé relativement à des plaintes adressées au Comité P. Je vous rappelle que celui-ci est un organe qui dépend du Parlement. Par conséquent, si vous souhaitez le saisir, cela relève évidemment de vos prérogatives.
S'agissant ensuite de la saisine de l'Inspection générale de la police, sur la base des informations qui m'ont été précisées par la zone PolBru, aucun élément ne me suggère, pour le moment, d'agir en ce sens.
Certains d'entre vous m'ont interrogé quant à la présence de journalistes dans la manifestation et à l'attitude de la police à leur égard. J'ai dit précédemment, et je le répète, que la liberté de la presse constitue un pilier fondamental de notre démocratie. Nos services de police sont pleinement conscients du rôle des journalistes, y compris lors de manifestations. Des directives claires sont en vigueur en ce qui concerne leur traitement par les forces de l'ordre. Elles insistent notamment sur l'identification correcte des journalistes sur le terrain, le respect de leur travail d'information et l'interdiction de toute entrave injustifiée à l'exercice de leur mission, sauf en cas de risque immédiat pour la sécurité. En pratique, ces directives sont rappelées régulièrement aux policiers, notamment en amont des manifestations importantes. De plus, lors des briefings opérationnels, l'attention est portée tout particulièrement sur la présence de journalistes, tandis que des consignes sont données pour garantir leur sécurité et leur liberté de mouvement, dans la mesure du possible et dans le respect des règles de sécurité publique.
En cas d'incident ou de plainte impliquant un journaliste, une procédure d'examen est systématiquement enclenchée. Toute plainte est prise au sérieux, transmise au parquet de Bruxelles, et peut faire l'objet d'un suivi disciplinaire ou judiciaire, si nécessaire.
La police reste engagée à maintenir un dialogue ouvert avec les représentants des médias et à améliorer en permanence nos pratiques, afin de garantir à la fois la sécurité publique et le respect des libertés fondamentales. Il s'agit là d'un sujet de tension permanent, mais aussi d'un sujet de tension au sens politico-légal du terme, bien entendu. La zone de police PolBru s'est déjà mise à table avec des représentants médias des deux côtés du pays afin de baliser au mieux leur présence lors des manifestations, en veillant à assurer leur droit à l'information, leur travail ainsi que leur intégrité physique et la protection de leur matériel face à des personnes et/ou des groupes hostiles.
Sam Van Rooy:
Minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het OCAD waarschuwt dat de zogenaamde pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden. In de praktijk zien we – ik merk dat ook in Antwerpen – dat ze agressiever worden, dat zij overgaan tot vandalisme en zelfs grafschennis, zoals bij het graf van Jean Gol, alsook tot geweld tegen politici, recent nog tegen politici van uw partij, de MR. Zij doen dat ook omdat zij weten dat zij in dit land niets of hoogstens een fopstrafje riskeren.
Die zogenaamde pro-Palestijnse activisten brengen bovendien wielrenners in levensgevaar. Zij mogen in dit land al bijna twee jaar gewoon oproepen tot dodelijk jihadistisch geweld. Zij mogen op straat moorddadige jihadistische terroristen verheerlijken, zelfs Yahya Sinwar, de architect van de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023.
Ondertussen worden de nuttige idioten van de jihad, die meevaren op de illegale Hamas- flotilla , door deze regering toegejuicht en zelfs geholpen. Belgistan doet zijn naam helaas weer alle eer aan.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je répliquerai aussi en deux temps, si vous le permettez.
Concernant les manifestations et le ciblage des Palestiniens tous les soirs à la Bourse, vous évoquez un encadrement policier qui est conforme aux règles. Pourtant, des témoignages concordants font état d'interpellations ciblées sur des personnes avec un faciès d'origine arabe, des personnes qui sont parfois aussi en ordre de séjour.
Puisque je participe régulièrement à ces manifestations, à ces rassemblements à la Bourse, j'ai moi-même assisté à des interventions qui étaient un peu limites avec des policiers qui n'avaient pas de matricule apparent. Mais une fois que je leur ai fait la remarque, ils l'ont évidemment bien gentiment montré. Ces policiers utilisent la technique de la nasse qui est totalement illégale, pour laquelle l'État belge a été condamné, pour laquelle la Ville de Bruxelles a été condamnée et pour laquelle M. Close a été condamné personnellement.
Pour nous, il est extrêmement important de mesurer ce qui est en train de se passer. Vous avez en effet rappelé que les arrestations qui sont fondées sur l'origine ethnique étaient contraires à la loi. Cependant, au regard des événements récents, des témoignages et de mes propres observations, il semblerait que la base légale du motif "raisonnable" de croire à la commission d'un délit soit bien trop largement interprétée par certains membres des forces de l'ordre. Comme on le voit bien, ces arrestations sont parfois suivies de placements en centre fermé ou en cellule qui mettent en péril des parcours d'intégration, des demandes d'asile voire des vies, puisqu'on a assisté voici deux jours au suicide d'un réfugié palestinien.
S'agissant de la répression du 2 octobre, monsieur le ministre, on a assisté à une espèce de moment de bascule. Vous avez dit que la proportion d'une intervention se mesure à l'analyse de la situation sur le terrain. Alors, force est de constater qu'il y a eu ici une grave disproportion au cours des événements du 2 octobre, la réaction de la police étant totalement disproportionnée.
Vous avez évoqué ce qu'il s’est passé du côté de la place du Luxembourg. Je n’y étais pas, mais vers 20 h, j’étais avec des centaines de personnes aux environs de la Bourse et j’ai vu de mes propres yeux des passants recevoir des coups de matraque, des passants qui parfois n’avaient rien à voir avec la manifestation en cours. À un moment donné, la police anti-émeutes a chargé sans sommation et s’est déchaînée sur une foule de citoyens. Certains participaient à la marche, d’autres pas du tout. Il y avait des femmes, des hommes, des enfants, des personnes âgées, des personnes à mobilité réduite. Ces personnes ont été chargées sans distinction. Il semblerait que cela ait eu lieu en toute impunité. Quand des policiers en civil ou des policiers anti-émeutes insultent, pourchassent et finissent par encercler des manifestants, également sur la place des Martyrs et dans les rues avoisinantes, on se retrouve face à un grave problème de proportionnalité, qui est extrêmement inquiétant et pour lequel je n’ai pas obtenu de réponse satisfaisante, monsieur le ministre. Je poserai la question aussi au responsable de la police locale, M. Close.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn eerste vraag, over de vier opgepakte Palestijnse actievoerders die in een gesloten centrum werden geplaatst. Ik weet niet of er iets fout gelopen is? U hebt er niets over gezegd. Ik weet niet of u het vergeten bent.
Bernard Quintin:
Dat hangt af van minister Van Bossuyt. Als er vreemdelingen zijn opgepakt, is ook Dienst Vreemdelingenzaken erbij betrokken.
Greet Daems:
Dat is straf, want mevrouw Van Bossuyt verwijst voor de politionele aspecten naar u door. Ik heb dit vandaag nog al gehoord. Men trekt hiermee de paraplu open. Wij hebben toch het recht om te weten wat er is misgelopen. Wat hebben die mensen misdaan om in een gesloten centrum te worden opgesloten? Daar moet duidelijkheid over komen. De politie en niet de DVZ kiest wie zij op een betoging oppakt en zij valt onder uw bevoegdheid. Het verstoren van de openbare orde als reden blijft heel vaag. Nu ontstaat de indruk dat Palestijnen die hun stem laten horen tegen de genocide het risico lopen opgesloten te worden in gesloten centra. Dat is een directe ondermijning van het grondrecht op vrije meningsuiting en vreedzaam protest. Ik zal de vraag misschien later nog eens stellen om alsnog een antwoord te krijgen.
Wat betreft het politiegeweld in Brussel tegen de Palestijnse actievoerders, hebt u een verloop van de betoging op 2 oktober gegeven op basis van een verslag van PolBru. Daaruit blijkt dat alles correct verlopen zou zijn. Hoe verklaart u echter dat er inmiddels tien klachten zijn ingediend bij het Comité P, waaronder van journalisten die zich identificeerden? Wanneer burgers en leden van de pers met een wapenstok worden geraakt, is er op zijn minst reden om te onderzoeken of de proportionaliteit wel gerespecteerd werd. Ik vind het jammer dat u die intentie niet hebt.
Dat is wat er telkens gebeurt. Men belooft interne evaluaties, maar er verandert eigenlijk niets. Intussen stapelen de klachten zich op en wordt het geweld telkens opnieuw vergoelijkt.
U zegt dat de politie moest ingrijpen omdat er vernielingen waren en er projectielen werden gegooid. Niemand betwist echter dat de politie de openbare orde moet handhaven. De vraag is hoe dat gebeurt. Het probleem is niet dat er werd opgetreden, maar dat ook vreedzame deelnemers en journalisten werden geviseerd. Dat is het probleem, mijnheer de minister.
Christophe Lacroix:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse, que j'ai trouvée franchement… très bonne! Je ne viens pas souvent dans cette commission, car je m'occupe plutôt des relations internationales, comme vous il fut un temps, mais je trouve que nous avons un ministre de l'Intérieur qui sait garder son sang-froid et qui prend ses responsabilités. Cela vaut la peine de le dire.
Deuxièmement, face au génocide qui se passe en Palestine, il y a évidemment une émotion qui est vivement ressentie par notre population, en particulier par les jeunes, des étudiants du secondaire, des étudiants universitaires qui se déplacent et qui souvent, parce qu'ils ont le cœur au bord des lèvres, ne sont pas habitués à des organisations cadrées, etc.
Vous avez bien précisé, dans votre réponse, que la police avait négocié, avec celles et ceux qui pouvaient encadrer le mouvement spontané, les conditions pour mener à bien la manifestation de manière pacifique. Et c'est en toute fin de parcours que la situation a dégénéré, comme très souvent. Je suis fils de syndicaliste, j'ai participé dès l'âge de 14-15 ans à de nombreuses manifestations, qui étaient toutes bien coordonnées par la police et les syndicats, et c'était toujours en fin de manifestation que des casseurs qui n'avaient rien à voir avec le mouvement syndical venaient à la fois pour discréditer ce mouvement, mais aussi pour casser du policier.
Cela ne justifie pas les réactions disproportionnées de la police. Ce qui me rassure, c'est que vous avez dit qu'une évaluation interne se faisait a posteriori , que tous les canaux qui sont à disposition des citoyens et des parlementaires pouvaient être actionnés, et que vous resterez vigilant à ce sujet.
Parce que, in fine , ont été décomptées 5 000 personnes selon le PS, et 4 000 selon la police. Ce sont des manifestants pacifiques qui étaient présents à Bruxelles le 2 octobre. Sur ces 4 000 ou 5 000 personnes, 150 ont créé des troubles et on ne dénombre que quatre arrestations, quatre personnes en détention judiciaire. Il est donc malheureux que ces 150 personnes aient minimisé l'impact positif de cette manifestation.
En outre, je pense que, si on calcule la proportion, il doit y avoir de temps en temps des dérapages de la part des policiers comme il y en a de la part des citoyens. Mais vous êtes là pour veiller à ce que les policiers, qui sont parfois lourdement armés et lourdement équipés, n'occasionnent pas des entraves manifestes à la liberté constitutionnelle de manifester pacifiquement. Je vous remercie.
Voorzitter:
Vraag nr. 56007460C van mezelf is omgezet in een schriftelijke vraag.
Het toenemende antisemitisme in ons land
De Hamas-terreurcellen in België en de veiligheid van de Joodse gemeenschap
Antisemitisme en veiligheidsrisico's voor de Joodse gemeenschap in België
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging van antisemitisme in België, met name de groeiende onveiligheid onder Joden in Antwerpen en Brussel, waar agressie, haatincidenten en vrees voor aanslagen toenemen. Minister Quintin bevestigt verhoogde politiële surveillance (zichtbaar en onzichtbaar) rond gevoelige locaties zoals synagogen en scholen, samenwerking met Joodse veiligheidsdiensten, en betere registratie van incidenten, maar Van Rooy (N-VA) blijft kritisch: hij wijst op trage politierespons, onvoldoende bescherming en het risico van Hamas-sympathisanten en jihadistische infiltratie in België, met name na 7 oktober 2023. Concrete actiepunten (zoals patrouilles en onderzoek naar extremistische netwerken) blijven beperkt tot lopende monitoring, zonder structurele oplossingen.
François De Smet:
Monsieur le ministre, ne nous voilons pas la face, la recrudescence de l'antisémitisme est une triste réalité. Je ne vais pas refaire l'inventaire, mais on ne compte plus les tags antisémites, les profanations de tombes, comme celle de Jean Gol, les insultes, les agressions verbales ou physiques.
Il faut prendre conscience de l'atmosphère de peur et d'insécurité dans laquelle vivent aujourd'hui nos concitoyens juifs à Anvers, à Bruxelles et ailleurs. C'est une réalité qui touche les écoles, les lieux de culte, les réseaux sociaux, les espaces publics. Des familles nous disent qu'elles hésitent encore à inscrire leurs enfants dans des écoles publiques. Certains cachent leur identité, d'autres songent à quitter le pays.
Je vous avais interrogé le 29 avril dernier au sujet d'un tag antisémite sur des pavés de la mémoire. Vous aviez alors annoncé que vous deviez rencontrer les représentants de la communauté juive dans les semaines suivantes.
Je crois qu'il importe de prendre cette menace d'actes antisémites très au sérieux et d'alerter de ce fait les services compétents. Il serait aussi opportun de mettre à exécution l'un des volets de l'accord du kern, selon lequel une vigilance accrue à l'égard de l'antisémitisme sera assurée et la surveillance des incidents antisémites sera renforcée.
Monsieur le ministre, cette rencontre avec les représentants de la communauté juive a-t-elle eu lieu? Quels enseignements ont-ils pu en être tirés? Des mesures concrètes sont-elles prises, notamment pour l'instauration de patrouilles de police régulières auprès de sites identifiés comme sensibles, de manière renforcée? Les modalités d'exécution de l'accord du kern sur le conflit au Proche-Orient et en matière de lutte contre l'antisémitisme ont-elles été définies?
Sam Van Rooy:
"België is uitgegroeid tot een centraal knooppunt voor Hamasagenten en sluimerende cellen, van wie velen op frauduleuze wijze asiel hebben aangevraagd, en na 7 oktober zijn geactiveerd. Ze zijn bij naam bekend en alomtegenwoordig, maar de autoriteiten willen niet ingrijpen uit angst om als islamofoob te worden bestempeld," aldus Ahmed Fouad Alkhatib, hoofd van 'Realign For Palestine'. Hij zegt dat naar aanleiding van de arrestatie in Duitsland van drie Hamasleden die bezig waren met wapens. Vermoed wordt dat ze aanslagen planden op Israëlische of joodse doelwitten.
Na de dodelijke jihadistische antisemitische aanslag in Manchester, waarbij aan een synagoge twee mensen werden vermoord en er vier zwaargewond geraakten, is weer maar eens pijnlijk duidelijk geworden dat de joodse gemeenschap een zeer groot risico loopt het slachtoffer te worden van de islamitische jihad.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de stelling van Ahmed Fouad Alkhatib?
Proberen in ons land Hamas of aanverwante jihadistische groeperingen moslims te rekruteren om jihadaanslagen te plegen?
Wil de regering onderzoeken hoe groot de sympathie voor Hamas is binnen de moslimgemeenschap, en specifiek bij de Palestijnen die sinds 7 oktober 2023 dit land zijn binnengekomen? Zo neen, waarom niet?
Mijn laatste vraag heb ik al heel vaak gesteld, hier maar vooral ook op het Antwerpse niveau, in de gemeenteraad. Vindt u dat joodse en Israëlische instellingen in België, met name in Antwerpen en Brussel, voldoende worden beveiligd? Graag een toelichting.
Bernard Quintin:
En ce qui concerne l'antisémitisme et la sécurité des communautés juives en Belgique, la lutte à cet égard nécessite effectivement une attention permanente dans notre pays. Ces derniers mois, j'ai pu rencontrer les représentants de la Fondation Auschwitz, du Comité de Coordination des Organisations Juives de Belgique (CCOJB) ou encore de l’Union des É tudiants juifs de Belgique, dont le coprésident a été agressé sur le campus universitaire de l'ULB. Par ailleurs, mon cabinet est en contact régulier avec ces différents représentants, et notamment, encore récemment, avec le Consistoire central israélite de Belgique (CCIB). L'ensemble de ces échanges confirment, s'il le fallait, que la communauté juive vit au quotidien, à tout le moins, un sentiment d'insécurité.
Les services de sécurité privés de la communauté juive sont extrêmement sollicités depuis maintenant deux ans pour des situations variées, allant de la sécurisation des institutions juives au monde scolaire et à la vie sociale et de quartier.
Vous le savez, si des actes ou menaces sont commis en différents lieux, la situation anversoise et la situation bruxelloise sont spécifiques. Sans entrer dans les détails opérationnels, je peux vous indiquer qu'effectivement, les dispositifs policiers sont et restent considérables, comme le sont aussi les échanges réguliers entre les services de police, locale et fédérale, et les services de sécurité privés de la communauté, et ce tout particulièrement depuis le 7 octobre 2023. Une présence visible et non visible est maintenue auprès des intérêts de la communauté juive de Belgique.
L'évaluation permanente de la situation est réalisée par les services de police, alors que l'analyse de la menace est, elle aussi, périodiquement effectuée. À cet égard, il est régulièrement demandé aux services de sécurité de la communauté de sensibiliser les personnes victimes sur l'importance de déposer une plainte auprès de la police. Cela permet d'assurer une vue précise du phénomène et d'adapter les dispositifs de prévention et de protection, si nécessaire.
Il me paraît important de signaler que l'OCAM participe aux réunions du mécanisme interfédéral de lutte contre l'antisémitisme. Par ailleurs, l'enregistrement des faits, menaces, discours, agressions liées à l'antisémitisme par les services de police est aujourd'hui possible avec précision, grâce à l'amélioration des données contextes dans les applications de services de police. Cela doit et va permettre d'affiner le travail indispensable des poursuites judiciaires.
Mijnheer Van Rooy, over het interview van Alkhatib kan ik u meegeven dat mijn diensten het interview ook hebben gelezen. Zonder in detail te gaan, kan ik u verzekeren dat de veiligheidsdiensten een en ander opvolgen, ook in samenwerking met hun partnerdiensten.
De diensten hebben geen indicaties dat Hamas op dit moment oproept tot gewelddadige aanslagen in het Westen. Groepen als IS, AS en Al Qaida doen dat wel, maar het OCAD beschouwt hen niet als verwant aan Hamas.
Wanneer informatie beschikbaar is dat een persoon in België mogelijk banden heeft met Hamas, wordt politioneel of door de inlichtingendiensten een onderzoek opgestart. Wanneer personen in die context oproepen tot haat of geweld, worden zij besproken in het kader van de Strategie T.E.R.. Informatie wordt uitgewisseld en gepaste maatregelen worden besproken. Dat kan ook leiden tot opname in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R..
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse claire. Je ne puis que vous encourager à maintenir cette vigilance, notamment dans les lieux dits "sensibles". Je vous remercie des précisions que vous avez apportées quant à la manière dont cette surveillance s'opère déjà.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik zie het met mijn eigen ogen, hoor het ook vanuit de joodse gemeenschap en breng het herhaaldelijk onder de aandacht tijdens de Antwerpse gemeenteraad: de beveiliging van synagogen, joodse scholen en Israëlische en joodse instellingen is onvoldoende, ook na de jihadistische antisemitische aanslag in Manchester. Afgelopen weekend werd een Joodse persoon in hartje Antwerpen in elkaar geslagen en het duurde, hou u vast, zestien minuten voordat de politie ter plaatse was.
Ondertussen zien wij op sociale media dat deze regering Hamasagenten, Hamassupporters en Hamassympathisanten massaal het land binnenkomen. België, Belgistan, is een speeltuin voor jihadisten, ongeacht of ze van Hamas, Hezbollah, Al Qaida of de Islamitische Staat zijn. Ik waarschuw u, mijnheer de minister, dat het slechts een kwestie van tijd is voordat het ook hier weer eens misloopt.
Voorzitter:
La question n° 56007566C de M. Éric Thiébaut concernant le numéro d'urgence est transformée en question écrite. M. Hervé Cornillie est absent pour sa question n° 56007568C. Vraag nr. 56007578C van de heer Depoortere is omgezet in een schriftelijke vraag. M. Khalil Aouasti est absent pour sa question n° 56007593C.
De onderschepping van de humanitaire vloot die naar Gaza onderweg was
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België eist consulaire bijstand voor zeven gearresteerde activisten (onder wie Alexis Deswaef) na Israëlische interceptie van de humanitaire *Sumud*-flottille in internationale wateren, maar Israël houdt hen vast tot na Jom Kipoer, wat België als "onacceptabele schending van zeerecht" bestempelt. Maouane bekritiseert de passiviteit van de regering: Israël negeert Belgische sancties en zet genocidale blokkade van Gaza onverminderd voort, terwijl burgers met risico op eigen leven humanitaire hulp brengen waar de overheid faalt. Prévot benadrukt diplomatieke druk (o.a. ambassadeursoproep) en belooft preventieve actie voor toekomstige flottieljes, maar Maouane dringt aan op concrete, proactieve maatregelen om nieuwe arrestaties te voorkomen, wijzend op aanstaande missies met Belgische deelnemers zoals Bénédicte Linard. De kern: Belgiës reactieve houding botst met urgente eis om blokkadebrekers te beschermen en Israël daadwerkelijk af te dwingen.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, ce que l'on craignait est arrivé: la flottille du Sumud a été illégalement interceptée par l'armée israélienne. Parmi ses passagers, on compte des citoyennes et des citoyens belges, dont Alexis Deswaef. Ils ont été arrêtés, emmenés de force par Israël et aujourd'hui, on ne sait même pas dans quelles conditions ils et elles sont détenus. L'interception a eu lieu en pleine mer, dans les eaux internationales. C'est encore une violation claire et nette du droit maritime. Cela dit tout, malheureusement, du régime israélien. En plus d'être un État colonial, d'être un État qui mène un génocide, c'est devenu un État pirate. Je suis, comme des milliers de Belges, sous le choc et assez inquiète.
Ces femmes et ces hommes transportaient du lait pour les enfants, de la nourriture et des médicaments. Ils ne transportaient pas d'armes. Le seul objectif était de briser, enfin, ce blocus inhumain, illégal et constitutif d'un crime de guerre. Ce blocus enferme plus de deux millions de Palestiniens et de Palestiniennes dans une prison, dans un cimetière à ciel ouvert. Le crime de ces personnes arrêtées, monsieur le ministre, est d'avoir osé agir avec courage là où nos gouvernements restent inactifs face à l'horreur. Mais qu'est-ce que ce gouvernement qui laisse ses ressortissants et ses ressortissantes se faire arrêter par un gouvernement génocidaire? Vous devez agir face à cette énième violation du droit maritime. Je vous le demande, monsieur le ministre: qu'avez-vous fait concrètement pour protéger les ressortissants belges à bord? Quelles pressions la Belgique exerce-t-elle aujourd'hui pour obtenir leur libération immédiate et leur retour en sécurité?
Les Belges se lèvent pour la dignité, pour l'humanité. Des artistes, des élus, des citoyens engagés, des militants refusent de rester sans rien faire. Pendant que vous hésitez, ils montent sur des bateaux au péril de leur vie. Pendant qu'on garde le silence, les Belges descendent dans la rue depuis des mois pour exiger des actes forts, à la hauteur de l'horreur et du génocide à Gaza. Dès hier soir, à l'annonce de l'interception de la flottille, ils étaient déjà devant vos bureaux pour faire entendre leur voix. Alors, monsieur le ministre, qu'attend-t-on pour protéger nos citoyennes et nos citoyens (…)
Maxime Prévot:
Madame la députée, c'est un sujet que nous avons déjà pu aborder hier en commission mais nous avons effectivement été rattrapés par l'actualité. Je dois vous dire qu'il est faux de prétendre que le gouvernement reste inactif. Nous avons adopté toute une série de mesures qui nous placent d'ailleurs dans le peloton européen des pays ayant décidé de prendre des sanctions à l'égard du gouvernement israélien pour précisément obtenir de celui-ci – avec, nous l'espérons, l'appui d'autres États et de la communauté européenne – un changement d'attitude. Son attitude est effectivement inacceptable par rapport à ce blocus humanitaire qui n'a que trop duré et fait trop de victimes.
Dès que je fus informé hier en soirée qu'une série de bateaux avaient été arraisonnés, j'ai aussitôt mobilisé notre réseau diplomatique en Israël, l'ambassadeur et ses services. Bien entendu, la première des urgences est de pouvoir procurer les garanties de sécurité, la garantie du droit de bénéficier de ces services consulaires – que nous allons procurer avec célérité à nos compatriotes. Leur sécurité prime et c'est effectivement l'élément le plus important à cette heure-ci.
Il semble que toute la flottille a été arraisonnée. Nous avons sept compatriotes qui sont concernés. Ils vont être acheminés dans un port pour ensuite être placés temporairement dans un centre de détention. Nous avons été informés par le ministère israélien des Affaires étrangères que c'est à partir de demain – puisqu'aujourd'hui c'est férié avec les fêtes de Yom Kippour – que l'ensemble des prestations consulaires pourront être procurées à nos compatriotes. Et nous avons bien l'intention de le faire. La manière dont ils ont été arraisonnés et les lieux en eaux internationales ne sont pas acceptables, raison pour laquelle j'ai convoqué l'ambassadrice pour le lui signifier. Contrairement à ce que (...)
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Merci d’avoir convoqué l’ambassadrice israélienne. Je ne la connais pas très bien, mais je l’ai déjà vue quelques fois. Je ne suis pas sûre que cela lui fasse grand peur que la Belgique la convoque – malheureusement. Les mesures que le gouvernement belge a prises sont malheureusement insuffisantes. Elles laissent Israël de marbre. Israël continue de violer le droit international. Israël continue de violer le droit maritime. Israël continue de commettre un génocide, malgré les menaces de sanctions qui sont insuffisantes et qui sont parfois seulement la transposition de protocoles européens. Des flottilles, monsieur le ministre, il y en aura d’autres. Il y en a qui sont encore en route. Il y a des Belges. Il y a une élue, Bénédicte Linard, qui est également à bord de cette flottille. Qu’allez-vous faire par anticipation? C’est ce qui vous est reproché aussi par les manifestants et les militants. Ce n’est pas d’agir après mais il faut savoir ce qu'on fait pour prévenir tout risque et pour prévenir tout danger pour les citoyens et citoyennes qui veulent, encore une fois, briser ce blocus inhumain et imposé de manière illégale par Israël.
De Global Sumud Flotilla
De bescherming van en de steun aan de vloot naar Gaza
De associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël
De Belgische investeringen in de nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Het uitblijven van concrete maatregelen van de Europese Unie tegen de humanitaire blokkade in Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De situatie in Palestina
De blijvende focus op de humanitaire situatie
De financiële steun voor de heropbouw van Palestina
Het intensifiëren van de medische evacuaties van kwetsbare kinderen
Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties en leden van Hamas
Het wapenexport- en wapentransitverbod
De importban
De beperking van de consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de nederzettingen wonen
Overvluchten
De maatregelen op EU-niveau
De erkenning van de Staat Palestina
De aanhoudende financiering van dodelijk jihadistisch terrorisme door de Palestijnse Autoriteit
De reactie op de uitschakeling van terroristische leiders in Qatar
Belgen die meevaren met de Hamasvloot
De genocide in Gaza en de bescherming van de Gazavloot
De bescherming van en de steun voor de vloot die naar Gaza onderweg is
De sancties tegen Israël
De diplomatieke contacten in verband met Palestina en het probleem van de sancties
De vloot die naar Gaza onderweg is om de blokkade te doorbreken
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza
De New York Declaration en de Palestijnse Staat
De uitvoering van het akkoord over Gaza
Het Amerikaanse vredesplan voor het Midden-Oosten
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
EU-beleid, sancties en humanitaire steun inzake Israël, Palestina en Gaza
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
Ecolo
Rajae Maouane
DéFI
François De Smet
DéFI
François De Smet
PS
Christophe Lacroix
Groen
Staf Aerts
N-VA
Kathleen Depoorter
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
Open Vld
Kjell Vander Elst
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Les Engagés
Pierre Kompany
PS
Pierre-Yves Dermagne
Ecolo
Rajae Maouane
PTB-PVDA
Nabil Boukili
CD&V
Els Van Hoof
CD&V
Els Van Hoof
Ecolo
Rajae Maouane
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op de humanitaire flottille naar Gaza, het Trump-plan voor vrede, sancties tegen Israël en erkenning van Palestina. België steunt diplomatiek de flottille (via Spanje/Italië) maar wijst militaire bescherming af, uit vrees voor escalatie, en benadrukt het risico voor Belgische deelnemers. Het Trump-plan (20 punten) wordt beoordeeld als onvolmaakt maar potentieel effectief voor een staakt-het-vuren en gijzelaarsruil, hoewel kritiek bestaat op het ontbreken van Palestijnse zelfbeschikking en Europese betrokkenheid. Sancties (importverbod nederzettingsproducten, beperking EU-Israël-akkoorden) worden voorbereid, maar België wacht grotendeels op Europese consensus—wat kritiek uitlokt over traagheid en "twee maten en twee gewichten". De erkenning van Palestina (politiek, nog niet juridisch) wordt bevestigd als drukmiddel, maar concrete stappen (KB) blijven uit. Humanitaire hulp (evacuaties, UNRWA-financiering) loopt, maar de blokkade van Gaza en Israëlische schendingen van internationaal recht blijven centraal in de kritiek.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.
Ces derniers jours, des citoyennes et des citoyens européens, mais aussi des Belges, ont embarqué dans la flottille pour la liberté, en route pour Gaza. À l'heure où on parle, quelques bateaux s'approchent déjà du rivage gazaoui. Parmi eux, se trouvent des médecins, des militants, des militantes, des élus – dont une élue belge, Bénédicte Linard, ancienne ministre de la Culture –, mais aussi des visages de la société civile.
Leur geste n'est pas seulement symbolique et politique, il est aussi extrêmement courageux, parce que nos gouvernements ne font rien, ou pas suffisamment, en tout cas. Ces gens prennent des risques, ils risquent leur vie. Parmi ces personnes-là, il y a aussi des gens sans parti, sans étiquette, qui disent "assez", qui en ont marre de l'inaction complice de l'Europe. Des ministres israéliens qualifient de terroristes ces militants pour la paix qui veulent casser le blocus illégal imposé par Israël à Gaza, et les chancelleries européennes, dont la nôtre, malheureusement, restent silencieuses.
J'avais déjà posé la question au premier ministre, mais je vous la repose, monsieur le ministre. Quelles mesures concrètes prenez-vous pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique immédiat? Et que mettez-vous en place pour soutenir la flottille et protéger celles et ceux qui pacifiquement défendent le droit et veulent casser le blocus israélien?
Pendant ce temps, on a vu, ce 29 septembre, Donald Trump présenter un plan pour Gaza en 20 points, 20 points qui ne sont rien d'autre qu'un ultimatum qui dit, en gros, d'accepter ce plan ou subir. Le premier ministre israélien l'affirme également sans détour: " Israël will finish the job ", autrement dit, rendez-vous, ou alors on vous tue tous et on écrasera tout ce qui reste. Je n'ai pas l'impression que ce soit un plan de paix, ni une solution. C'est vraiment une mise en scène. C'est humilier un peu plus la population palestinienne. C'est faire de la paix une monnaie de chantage. Et l'Europe, une fois encore, commente, analyse, mais n'agit pas.
Monsieur le ministre, reconnaissez-vous que cette dynamique et cette rhétorique du finish the job augmentent dramatiquement le risque d'une escalade militaire et de pertes civiles massives? Et quelle position défend à ce sujet la Belgique au Conseil de sécurité auprès de nos partenaires européens? Allez-vous exiger des garanties réelles comme des corridors humanitaires, la protection des civils, des sanctions concrètes? Et surtout, comment allez-vous nous assurer que la construction et l'aide humanitaire ne soient pas instrumentalisées par Trump et Netanyahu?
Enfin, je reviens en Belgique et sur ce que notre propre gouvernement a décidé, puisque, le 2 septembre, vous avez annoncé qu'un arrêté royal allait interdire l'importation des biens produits dans les territoires occupés. C'est une décision dans la ligne de la Cour internationale de Justice (CIJ), et de ce que font déjà notamment l'Irlande et la Slovénie. Cette mission vous a été confiée, monsieur le ministre, mais, depuis, nous nous demandons où ça en est. Pendant que le Parlement avance, ou peut avancer, que le Conseil d'État a rendu un avis constructif, on ne voit pas ce qui arrive du gouvernement.
Sur quelle base juridique allez-vous fonder cet arrêté et avec quel calendrier? D'ici la fin de l'année? Ce texte va-t-il repasser en Conseil des ministres? Que couvrent exactement les termes "par la puissance occupante"? S'agit-il uniquement des entreprises publiques ou aussi des entreprises privées installées dans les colonies? Comment allez-vous traiter les produits qui entrent par le biais d'autres pays européens? Quel mécanisme de contrôle allez-vous mettre en place?
J'ai conscience que je vous pose de nombreuses questions, mais j'ai essayé d'être aussi claire et condensée que possible.
François De Smet:
Monsieur le ministre, mes questions ont été rédigées juste après l'accord pris en kern, de sorte qu'elles portent essentiellement sur des précisions.
Je commencerai par les investissements belges dans les colonies, les territoires occupés. La Cour internationale de Justice, dans son avis de juillet 2024, avait établi sans ambiguïté les conséquences juridiques découlant de la colonisation en cours dans les territoires occupés, considérant que "la présence continue de l' É tat d'Israël dans les territoires palestiniens occupés est illicite" et qu'il est dans l'obligation de mettre fin à sa présence illicite dans les territoires palestiniens occupés.
Dans ce même avis, la CIJ a également conclu que tous les É tats sont dans l'obligation de ne pas reconnaître la situation découlant de la présence illicite d'Israël dans les territoires palestiniens occupés et de ne pas prêter aide ou assistance au maintien de la situation créée par la présence continue de l' É tat d'Israël dans ce territoire. Il peut être déduit de cet avis qu'il s'agit de ne pas financer ces deux crimes de guerre, ce qui signifie refuser d'importer des produits mais aussi des services, et cesser les exportations et les investissements belges dans les colonies.
Or, l'accord intervenu au sein du kern début septembre sur Gaza prévoit, certes, une interdiction d'importation des produits mais ne comporte pas d'éléments sur les services, les exportations et les investissements. Monsieur le ministre, quelles sont les exportations et investissements belges dans les colonies existantes? Disposez-vous d'un recensement à cet égard?
Par ailleurs, en application de la ligne politique que vous vous êtes fixée, à savoir le respect du droit international, ne pensez-vous pas qu'il faudrait étendre l'interdiction aux services, aux exportations et aux investissements belges dans les colonies?
Ma seconde question concerne l'accord d'association entre l'Union et Israël qui contient, comme nous le savons tous, une clause dite essentielle faisant dépendre tout l'accord du respect des droits humains. Ceux-ci sont constatés comme étant violés selon l'Union européenne. L'ancien vice-président de la Commission européenne, Josep Borrell, s'est récemment exprimé publiquement, considérant que le fait de suspendre l'ensemble de l'accord d'association n'est pas une option politique discrétionnaire mais également une obligation légale.
L'accord intervenu au sein du kern prévoit le soutien belge à la suspension de deux volets de l'accord, à savoir le volet commercial et le volet recherche, innovation, coopération, technologique. Mais il subsiste des zones d'ombre. Qu'en est-il du soutien de notre pays à la suspension des autres volets?
Dans la mesure où ces autres volets ne seraient pas mis à l'agenda prochainement, avez-vous un mandat pour pouvoir soutenir d'autres suspensions, voire la suspension de l'ensemble de l'accord, si les positions des autres pays européens devaient évoluer?
Enfin, j'ajoute une dernière question puisque, l'actualité étant ce qu'elle est, je peux difficilement éviter de vous demander si la Belgique a un avis sur le plan proposé par M. Trump, qui a déjà l'accord d'Israël et qui propose une fin de guerre conditionnée par des éléments qui, pour certains, paraissent assez peu réalistes. Que pensez-vous de ce plan? Que penser, surtout, de l'inexistence complète de l'implication des Palestiniens, mais aussi des Européens, dans son élaboration?
De voorzitster : Mevrouw De Poorter is niet aanwezig.
Katrijn van Riet:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw De Poorter wil haar vragen graag stellen aan het einde van dit debat.
De voorzitster : Goed. De heer Aerts is ook niet aanwezig, de heer Van der Elst evenmin. Dan is het woord aan de heer Van Rooy voor vier minuten.
Sam Van Rooy:
Minister, ik heb drie vragen voor u. Ten eerste, Israël heeft bewijzen dat de zogenoemde Gaza Flotilla wordt aangestuurd door Hamas. Saif Abu Kishk zou namelijk een Hamasagent zijn en eigenaar van de Flotillaboten via Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza zijn ook documenten gevonden waaruit blijkt dat Hamas rechtstreeks betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogenaamde Sumud Flotilla.
Ook de vorige flotilla had banden met jihadistische groeperingen, waaronder Hezbollah. Het is bovendien illegaal om te proberen de zeeblokkade te doorbreken, want die is volgens het internationaal recht en het UN Panel of Inquiry legaal. Ik verwijs in dit verband graag naar het Palmer Report van 2011.
Verschillende Belgen nemen deel aan deze Gazavloot, onder wie de zogenaamde mensenrechtenactivist Alexis Deswaef.
Minister, verifiëren onze veiligheidsdiensten deze zorgwekkende bevindingen van Israël over die Gazavloot? Hoeveel Belgen nemen deel aan deze Hamasvloot en wie zijn dat precies? Kunnen zij nog rekenen op diplomatieke hulp? Ik mag hopen van niet. Worden ze gescreend op mogelijke banden met het jihadistisch-terroristische Hamas? Zo niet, waarom niet?
Ten tweede, minister, ik heb u hier al meermaals over ondervraagd, de Palestijnse Autoriteit blijft nog altijd maandelijks salarissen uitbetalen aan Palestijnse moslimterroristen en/of hun families als beloning voor jihadistische moorden of terreuraanslagen. Ondanks de belofte om dit weerzinwekkende zogenaamde pay-to-slay -systeem te stoppen, gaat de corrupte negationist Mahmoud Abbas hier gewoon mee door.
Dat hoeft niet te verbazen, want dat soort moslims is uiteraard niet te vertrouwen. In het Engels praten ze ons, westerlingen, naar de mond als het hen uitkomt. Vervolgens gaan ze aan hun eigen publiek, in casu de Palestijnse moslims, precies het tegenovergestelde zeggen en oproepen tot jihad tegen niet-moslims. Dat is de islam ten voeten uit, dus.
Van 2019 tot 2024 heeft de Palestijnse Autoriteit zo maar liefst 1 miljard dollar uitbetaald als beloning voor dode joden.
Tot nader order, proficiat, draagt de Belgische regering daar nog altijd vrolijk aan bij.
Mijnheer de minister, mijn vraag is evident, voor de zoveelste keer. Wanneer draait deze regering eindelijk de geldkraan dicht naar deze Palestijnse terrorismesponsor in Judea en Samaria?
Ten slotte, heel veel mensen zijn terecht verbaasd dat u nu plots het Gazaplan van Trump en Netanyahu steunt. Het gaat om een toch wel slim plan, dat, indien Hamas niet akkoord gaat – wat helaas te verwachten valt – Israël terecht de toestemming geeft to finish the job .
Ik ben zeer benieuwd hoe u dat verzoent met al uw eerdere stellingnames, met uw systematische demonisering van Israël en met al uw eenzijdige, toch wel populistische oproepen tot het sanctioneren van Israël.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, le gouvernement Netanyahu continue de violer le droit international en toute impunité avec le soutien indéfectible des États-Unis. En effet, entre l'attaque du 9 septembre à Doha contre un bâtiment en plein centre de la capitale et les attaques répétées de drones de ces dernières semaines contre les navires de la Flotilla, la communauté internationale reste silencieuse.
Mon groupe soutient fermement la Freedom Flotilla et exige que la Belgique soit aux côtés de ses ressortissants, peu importe les différences politiques. Il s'agit d'une question d'humanité et de solidarité. Alors que la famine est en train de tuer à Gaza, certains mettent leur vie au service de l'humanité.
Quelle a été votre réponse, monsieur le ministre? Eh bien, vous avez qualifié leur action d'inutile et vous refusez même de leur accorder la protection. Je tiens à rappeler que la protection de nos ressortissants belges à l'étranger est une question régalienne qui ne saurait être négociable. Comment justifier que la Belgique reste silencieuse alors que d'autres pays européens, tels que l'Italie, l'Espagne et la Norvège, ont pris des mesures concrètes? Vous avez simplement déploré l'attaque illégale à Doha, une attaque arbitraire contre un pays souverain, et vous n'avez ni soutenu ni protégé la Flotilla. Vous n'avez même pas condamné les attaques et les menaces contre elle.
Quelle est la position officielle de la Belgique face à ces attaques contraires au droit international? Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger le rétablissement du respect du droit international et la protection de nos ressortissants? Allez-vous pousser le gouvernement pour l'envoi d'une assistance maritime et consulaire pour protéger nos compatriotes belges? Dans le cas contraire, comment allez-vous le justifier?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, on a vu depuis hier un plan néocolonial en 20 points de Donald Trump être accueilli avec enthousiasme à la fois par Benjamin Netanyahu, le criminel de guerre, et par vous.
Monsieur le ministre, ce plan n'est pas un plan de paix, mais un ultimatum unilatéral américano-israélien. C'est une capitulation imposée, qui ne fera qu'au mieux mettre la guerre génocidaire à Gaza en pause, sans y mettre fin.
C'est une attaque frontale contre le droit international. Les arrêts de la Cour internationale de Justice exigent sans équivoque qu'Israël se retire des territoires occupés et garantisse le droit au retour des réfugiés palestiniens. Ces revendications sont jetées à la poubelle. Négation d'un état palestinien. C'est dit clairement. Division définitive des territoires palestiniens.
Vous avez salué cet accord, monsieur le ministre. Vous dites même: "c'est ce que la Belgique défend et c'est ce que la Belgique est prête à encourager".
Cela pose question. Est-ce cela que la Belgique salue? Ce genre de rejet du droit international, un plan qui ignore le droit du peuple palestinien à l'autodétermination, qui ne traite ni du colonialisme, ni de l'occupation, ni de l'apartheid, qui accueille un criminel de guerre comme Tony Blair comme responsable de l'administration de Gaza? Un plan dans lequel Netanyahu insiste pour que les troupes israéliennes ne quittent pas Gaza?
Ma première question, monsieur le ministre: comment pouvez-vous saluer un tel plan pour le peuple palestinien?
Deuxième chose, vous avez aussi salué la reconnaissance de l'État palestinien par la Belgique, ce qui est faux, monsieur le Ministre. Dans vos propres gouvernements, des messieurs comme M. Bouchez disent exactement le contraire de vous. Malheureusement pour vous, les faits lui donnent raison – parce que c'est une reconnaissance sous conditions, et ces conditions ne sont pas réunies. De facto, il n'y a pas de reconnaissance. C’est un peu une reconnaissance fastoche de communication, mais qui ne s'applique pas dans les faits.
Monsieur le ministre, c'est une deuxième promesse que vous avez faite au peuple palestinien que vous n'honorez pas ici.
Je termine par le fait que l'accord de gouvernement prévoit des sanctions contre l'État d'Israël – enfin, "'sanctions", ce sont franchement des demi-mesures. D’'ailleurs, la semaine suivant votre annonce de cet accord, 110 000 personnes sont descendues dans la rue pour dire que c'est complètement insuffisant et pas à la hauteur de la situation.
Dans cet accord, vous mentionnez les deux ministres extrémistes et le chef du gouvernement, M. Netanyahu. Les autres membres du gouvernement ne sont-ils pas des extrémistes? Deuxièmement, vous évoquez des colons violents. Connaissez-vous, monsieur le ministre, des colons non violents? Surtout, quelles sanctions ont-elles été prévues contre l'État d'Israël? Aujourd'hui, aucune sanction économique concrète n'est prise contre cet État génocidaire. Interdire l'importation des produits issus des colonies est vraiment le minimum, mais cela ne répond pas à la gravité de la situation.
La population se mobilise pour compenser les manquements et l’inefficacité des gouvernements européens. Il y a cette flottille qui, dans un contexte marqué par la honte liée à la complicité de l’Union européenne avec Israël dans ce génocide, a mobilisé des personnes déterminées à briser le blocus et à acheminer de l’aide humanitaire. Ici, le premier ministre a déclaré que cette action était inutile, qu’il n’apporterait aucune protection à cette flottille, et que les gens n’avaient qu’à éviter les zones de guerre.
Pourtant, un génocide est en cours. Il faut intervenir. Les conventions nous y obligent. En tant que gouvernement signataire de ces conventions, vous ne les respectez pas. Les populations compensent donc ce manquement et vous ne leur apportez pas la protection nécessaire.
Monsieur le ministre, la Belgique va-t-elle prendre des mesures concrètes pour protéger la flottille en cours, lui apporter l’aide nécessaire et faire en sorte qu’Israël ne l’attaque pas, sachant que des menaces ont déjà été proférées depuis hier à l’encontre de ses passagers?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, ce 22 septembre, aux yeux du monde, la Belgique a reconnu l'État de Palestine. Le discours du premier ministre a constitué une étape importante dans la mise en œuvre de l'accord que vous avez obtenu en kern le 2 septembre dernier.
La Belgique se trouve désormais en bonne compagnie aux côtés de nombreux États. Elle figure également parmi les pays ayant adopté le plus de sanctions pour assurer le respect du droit international par Israël, mais aussi contre les terroristes du Hamas. Elle a également une position en pointe au sein de l'Union européenne pour que d'importantes sanctions soient adoptées à ce niveau. À cet égard, il est important que d'autres pays puissent suivre notre position pour que les sanctions puissent être véritablement efficaces. Tout seul, notre pays n'aura qu'un impact limité.
Plus particulièrement, nous devons tout faire pour que les propositions que la Commission a présentées le 17 septembre dernier soient adoptées rapidement. Elle a fait son job. Il revient à présent au Conseil de l'Union européenne de faire le sien. Nous devons agir pour qu'une majorité qualifiée puisse être rassemblée afin d'adopter la suspension du volet commercial de l'accord d'association.
Monsieur le ministre, votre département a-t-il élaboré une stratégie pour inciter d'autres É tats à suivre les positions de la Belgique? Vous-même, avez-vous eu des contacts bilatéraux avec d'autres États pour expliquer les positions adoptées? Avez-vous déjà eu des discussions avec certains de nos partenaires européens au sujet des propositions de la Commission du 17 septembre dernier?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ten eerste, de tijd zal uitwijzen of het twintigpuntenplan een vredesplan is. Het heeft in elk geval de verdienste dat het op korte termijn de genocide kan stoppen.
De bedoeling is dat er een duurzame vrede tot stand komt, waarbij ook de erkenning van de Palestijnse staat in het vooruitzicht wordt gesteld en waarin de Palestijnse Autoriteit een rol speelt. Er zijn dus positieve elementen, zoals de vrijlating van de Israëlische gijzelaars binnen de 72 uur, een onmiddellijk staakt-het-vuren, humanitaire toegang, de volledige terugtrekking van het Israëlische leger uit Gaza op termijn en het idee van een overgangsregering met een internationale stabilisatiemacht.
Er zijn echter ook nog veel onduidelijkheden in en bedenkingen bij het plan. Zo lijken er geen veiligheidsgaranties voor het Palestijnse volk te zijn opgenomen, indien Israël zich niet aan de afspraken houdt. Sinds de akkoorden van Oslo weten we bovendien dat een tijdelijke Israëlische bezetting in een permanente bezetting kan uitmonden.
Hoe staat u tegenover het twintigpuntenplan? Was de Europese Unie betrokken bij de opmaak ervan of werd ze geconsulteerd om ook deel uit te maken van de board of peace ? Oorspronkelijk bevatte het plan ook een 21ste punt, een belangrijk punt, maar dat is weggevallen. Zijn er ook garanties voor een vredesplan voor de Westelijke Jordaanoever? Daarover wordt er immers niets gezegd.
Ten tweede, wat het akkoord in de Belgische regering over de oorlog in Gaza betreft, mijn wetsvoorstel om producten uit de bezette gebieden te verbieden, dat ik in de Kamer heb ingediend, kon rekenen op enkele constructieve opmerkingen van de Raad van State, die bovendien bevestigde dat zo’n verbod tot onze bevoegdheid behoort. In het akkoord staat dat de ministers van Economie en Financiën samen met u een koninklijk besluit zullen uitwerken voor een nationale importban, enkel voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt worden in de door Israël bezette gebieden. Hoe ver staat u met de opmaak van het KB, samen met uw collega-ministers? Wat is daarvoor de deadline? Hopelijk wordt het nog dit jaar afgerond, zoals Slovenië reeds heeft gedaan en Ierland hopelijk zal doen en zoals ook Spanje en Nederland overwegen. Wordt de ban ook van toepassing op diensten uit de bezette gebieden of niet?
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, vandaag lopen we heen en weer tussen commissievergaderingen.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over de situatie in Gaza, die opnieuw veranderd is sinds ik mijn vraag indiende. Zo ligt er nu het twintigpuntenplan. Hebt u kennis van de exacte bewoordingen van dat plan. Ik heb het opgezocht, maar niet gevonden. Misschien beschikt u wel over duidelijke omschrijvingen. Uiteindelijk kunnen we pas de kans op slagen ervan inschatten, als we kennis kunnen nemen van alle details en van de manier waarop het plan moet worden uitgevoerd.
Ik merk ook dat de veiligheidsgaranties op het einde van het traject bij de erkenning van Gaza en bij de erkenning van Israël door de Arabische staten nogal vaag omschreven zijn. Die staten hebben, zo verneem ik toch, aangegeven te zullen meewerken. In hoeverre hebt u er zicht op dat die medewerking ook leidt tot een uiteindelijke erkenning van Israël zelf?
Een ander probleem betreft de Westelijke Jordaanoever . Hoe wordt daarrond voortgewerkt? Hoe concreet zijn de garanties zijn dat de illegale nederzettingen niet worden ingenomen? Dat wordt nog steeds door de regering van Israël verkondigd. We moeten aandachtig blijven voor die kwestie.
Wat de positie van Europa betreft, in hoeverre was Europa betrokken bij de totstandkoming van dat plan? In hoeverre is er een Europese vertegenwoordiging in de vrijheidsbestuur van Gaza? In hoeverre acht u het democratisch proces onder controle? Ik denk dat we het erover eens zijn dat de inwoners van Palestina uiteindelijk een democratisch verkozen bestuur moeten kunnen installeren om zo hun volledige zelfbeschikkingsrecht te kunnen uitoefenen. In hoeverre is dat volgens u meegenomen in het stappenplan? Kan Europa daarin een stem hebben, opdat dat inderdaad gebeurt?
Ten slotte, hoe ver staat het met de uitvoering van de beslissingen van het kernkabinet? Hoe ver staat het met de uitwerking van eventuele sancties in Europa, sancties die ons land sowieso zal onderschrijven conform de beslissing die genomen is in het kernkabinet?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, ce week-end, pendant que le président du gouvernement israélien, Benyamin Netanyahu, pérorait à la tribune des Nations Unies, où sa présence-même constituait une insulte à l'ordre juridique international, au droit international et même à la plus simple décence, j'ai eu l'occasion de me rendre à Catane pour soutenir les citoyens et les citoyennes courageux qui ont pris part à la flottille pour Gaza.
J'y ai vu des femmes, des hommes, des citoyens et citoyennes venus de toute l'Europe embarquer avec courage et dignité sur la flottille Thousand Madleens to Gaza . J'y ai vu des Belges, des Européens, des Européennes, des citoyens et les citoyennes engagés, solidaires et déterminés à briser le blocus illégal qui affame Gaza et sa population depuis des années, et avec une acuité et une violence décuplées depuis plusieurs mois maintenant.
J'y ai vu des militants qui refusent de rester les bras croisés devant le génocide en cours à Gaza. J'y ai vu des cœurs, et pas des armes. Des humanitaires, pas des provocateurs, et encore moins, bien entendu, des terroristes. Et, pourtant, depuis le départ de la Global Sumud Flotilla , ces embarcations civiles sont systématiquement attaquées. Des drones ont largué des grenades assourdissantes et des substances chimiques incendiaires sur le pont de différents bateaux remplis de civils. Suite à cela, des États comme l'Espagne et l'Italie ont immédiatement réagi, en envoyant des frégates pour protéger leurs ressortissants. L'Irlande a, quant à elle, accordé une protection diplomatique à ses ressortissants.
Et nous, monsieur le ministre? Quid de la Belgique? Nous avons d'abord eu droit à un silence radio de la part du gouvernement. Ensuite, des propos décalés, méprisants de la part du premier ministre à l'égard des citoyennes et citoyens courageux qui s'engagent dans cette flottille, en les présentant finalement comme des irresponsables qui prendraient des risques inconsidérés.
Et puis, monsieur le ministre, vous rendant compte qu'un total silence radio serait à la fois une faute politique, diplomatique et, plus important encore, morale, vous avez fait un petit pas. Et je tiens ici à le souligner, et le saluer d'une certaine manière, puisque vous avez pris langue avec vos homologues italien et espagnol pour que les frégates de ces deux pays puissent accorder leur protection aux citoyens belges qui naviguent sur les bateaux de la flottille.
C'est un premier pas significatif, mais insuffisant, monsieur le ministre. Face au comportement du gouvernement Netanyahu…
La présidente : Monsieur Dermagne, vous avez déjà parlé trois minutes.
Pierre-Yves Dermagne:
… Face aux attaques contre le droit international, il importe que la Belgique et son gouvernement aillent plus loin. Par conséquent, je vous demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères, si vous entendez accorder la protection diplomatique aux ressortissants belges qui se trouvent sur la flottille. Entendez-vous demander au gouvernement et, en particulier, au ministre de la Défense d'envoyer également une frégate militaire pour protéger nos concitoyens?
La présidente : Ik geef het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Dank u, mevrouw de voorzitster. Merci, chers collègues. Vous avez été à nouveau nombreux à me poser des questions relatives à la situation au Moyen-Orient et à Gaza en particulier. Malgré l'absence de MM. Lacroix, Vander Elst et Aerts – lequel m'avait adressé de nombreuses questions – et comme une trentaine d'interventions étaient prévues à ce sujet, je vais tenter de répondre complètement, y compris aux questions des collègues absents, puisque nous avons pu prendre connaissance de leurs préoccupations préalables.
Qu'il n'y ait aucun doute à ce sujet: je continue de me préoccuper de ce qu'il se passe précisément, car ces événements sont extrêmement graves. Chaque jour, je travaille avec mes services, mon cabinet et mes collègues du gouvernement afin de trouver des solutions.
De militaire operaties van Israël tegen Gaza-Stad veroorzaken meer onschuldige slachtoffers, meer materiële schade en verdere massale verplaatsingen van de burgerbevolking. Samen met andere Europese landen heb ik de regering-Netanyahu opgeroepen om die plannen op te geven. Ik heb vervolgens de aanvallen veroordeeld en Israël herinnerd aan zijn verplichting om het internationaal humanitaire recht te respecteren.
Het is belangrijk dat zulke acties worden veroordeeld. Het is van essentieel belang om de aandacht te vestigen op schendingen van het internationale recht. Dat maakt deel uit van de strijd tegen straffeloosheid.
Comme nous le savons, les condamnations ne suffisent pas. La moitié des centres qui traitaient la malnutrition dans la ville de Gaza ont été détruits. Fin août, le secrétaire général de l'ONU déplorait une famine à Gaza. Le 16 septembre, la Commission d’enquête internationale indépendante de l’ONU sur le territoire palestinien occupé a estimé qu’il y avait un génocide à Gaza.
Face à la situation, il faut des mots forts, c’est évident, mais il faut aussi des actes concrets, ce qui l’est tout autant. C’est la raison pour laquelle j’ai fait de nombreuses propositions très précises que le kern a décidé d’entériner le 2 septembre dernier. Vous les connaissez, chers membres de la commission, puisque je suis venu dès le lendemain vous les présenter au sein même de cette commission.
Certaines d’entre elles avaient déjà été envisagées sous la précédente législature, mais c’est l’Arizona qui les a adoptées lors de son Conseil des ministres du 12 septembre dernier.
De heer Aerts en enkele collega's hebben mij gevraagd hoever de uitvoering van elk van die besluiten gevorderd is. Ze zijn niet allemaal van mij afhankelijk, maar na overleg met mijn collega's kan ik meedelen dat ze allemaal ofwel werden uitgevoerd ofwel in het proces van uitvoering zijn, met een tijdschema dat varieert. Zoals u zich kunt voorstellen, duurt het wijzigen van een wet langer dan het persona non grata verklaren van individuen. U hebt me ook veel vragen gesteld over de uitdagingen bij de uitvoering van die besluiten. U bent zich daar dus terdege van bewust.
Sommige van die besluiten zijn inderdaad primeurs. Ze inspireren trouwens ook andere landen, die België als voorbeeld nemen, mevrouw Depoorter. Met name Spanje kondigde enkele dagen later maatregelen aan die vergelijkbaar zijn met het Belgische pakket. We hebben verzoeken ontvangen van andere partners, die ook nationale maatregelen willen nemen. De Palestijnse missie in België heeft de Belgische regering bedankt voor haar moed en daden. Verschillende ngo's hebben me geschreven om mijn voorstellen te verwelkomen en me aan te moedigen de uitvoering ervan voort te zetten.
Monsieur Boukili, vous pensez qu'il faut agir plus vite et faire encore plus. C'est évident! C'est la raison pour laquelle je veille à ce que les décisions prises par le gouvernement soient matérialisées le plus rapidement possible. Au demeurant, j'ai écrit à mes collègues pour les sensibiliser à l'urgence d'agir. Mes services ont contacté en parallèle leurs homologues afin d'obtenir rapidement des résultats. La machine est donc en marche. En soi, c'est déjà un signal envoyé au gouvernement Netanyahu.
Depuis la dernière fois que je suis venu devant vous, nous avons pu évacuer médicalement des enfants supplémentaires, atteints de pathologies complexes qui ne pouvaient être traitées dans la région. Quelques semaines auparavant, déjà, nous avions évacué d'autres enfants ainsi que leurs accompagnateurs. La Belgique se situe ainsi en quatrième place des pays de l'Union européenne en ce domaine, même si le nombre de personnes reste en soi bien modeste au regard de l'ampleur du drame. En tout cas, peu nombreux sont les pays à agir par rapport à ce qui devrait être, mais l'essentiel de ceux qui assument cette prise en charge sont l' Égypte, les Émirats arabes unis ou la Jordanie qui, en raison de leur proximité, font plus que nous. Ces évacuations sont complexes et coûteuses, mais elles ne dépendent pas que de la Belgique. Nous ne maîtrisons pas de nombreux acteurs et de multiples facteurs. Il ne suffit pas de rêver à évacuer les gens de Gaza. Il faut se rendre compte que, dans ce contexte de guerre, arriver à identifier leur localisation, prévoir et sécuriser des couloirs d'extraction, s'assurer que ce qui avait été prévu la veille est encore valable le lendemain matin, procéder aux checks de sécurité nécessaires et assumer la prise en charge, ce sont des choses qui se disent facilement, mais qui sont applicables beaucoup plus difficilement dans un contexte de guerre. En tout cas, nous allons évidemment poursuivre ces opérations par humanisme.
De heer Aerts had meer informatie gevraagd over de 12,5 miljoen euro aan humanitaire hulp die ik heb aangekondigd, bovenop de 7 miljoen euro die dit jaar al is toegezegd. De aangekondigde 12,5 miljoen euro omvat een bijkomende 4,5 miljoen euro voor UNRWA, 2 miljoen euro voor de activiteiten van het ICRC, met name de bescherming en bijstand aan de meest kwetsbare mensen in Gaza en nog eens 6 miljoen euro voor OCHA als flexibele financiering om onder coördinatie van de Verenigde Naties de actoren te ondersteunen die het best geplaatst zijn om aan de behoeften ter plaatse te voldoen.
Daarnaast werden de voorbereidingen opgestart om het lopende programma van onze gouvernementele samenwerking met de Palestijnse Autoriteit bij te sturen. De timing en concrete invulling hangen af van de verwachte evolutie op het terrein. In ieder geval zal België zich resoluut blijven inzetten voor de ontwikkeling van een stabiele en inclusieve rechtsstaat in de Palestijnse gebieden. Tevens zal worden bekeken in welke mate België zich, in het kader van een internationale en multilaterale samenwerking, kan aansluiten bij een gezamenlijke aanpak voor herstel en heropbouw.
À ce sujet, nous nous sommes associés voici quelques jours à plusieurs autres États qui ont lancé la Emergency Coalition for the Financial Sustainability of the Palestinian Authority.
Ik wil ook duidelijk stellen dat België wel degelijk reageert op de vernieling door Israël van projecten die mede door ons land zijn gefinancierd. Sinds 2017 hebben de EU en een aantal donoren op initiatief van België een gemeenschappelijke strategie ontwikkeld voor gevallen van sloop en inbeslagname, waarbij wij financiële compensatie van de Israëlische autoriteiten eisen. De donoren en de EU hebben officiële brieven gestuurd naar de COGAT (Coordinator of Government Activities in the Territories), de civiele administratie in de Palestijnse gebieden die onder het Israëlische ministerie van Defensie valt.
De overhandiging van die brieven gaat regelmatig gepaard met stappen die de ambassades van de betrokken lidstaten zetten ten aanzien van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.
Il va évidemment de soi qu'une reconstruction de Gaza ne pourra être effective que si elle s'inscrit dans le cadre d'une perspective politique négociée garantissant les conditions pour que les Palestiniens et Israéliens puissent vivre durablement en paix côte à côte. C'est pour cela que le 22 septembre, à New York, la Belgique s'est jointe aux pays qui ont annoncé la reconnaissance de l' É tat de Palestine.
Cette décision était fidèle à la résolution que vous avez vous-même adoptée en mai dans ce Parlement et que le gouvernement avait décidé de faire sienne. Cette reconnaissance participe à la matérialisation de la solution à deux É tats pour laquelle nous plaidons, ceci parce que nous pensons que c'est la meilleure façon de permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre les uns à côté des autres pacifiquement et en sécurité dans la durée.
Dit was de eerste fase, de politieke fase. Het koninklijk besluit is immers onderworpen aan twee voorwaarden die het mogelijk maken om te voorkomen dat Hamas een blanco cheque krijgt. Als het Trumpplan wordt aangenomen, zal trouwens aan de twee voorwaarden worden voldaan: de vrijlating van de gijzelaars en de uitsluiting van Hamas van het bestuur van Palestina.
Monsieur Boukili, ne vous en déplaise à vous ou à d'autres de vos collègues, je peux témoigner que la semaine dernière à New York, lors de la semaine de haut niveau des Nations Unies, les propos de notre premier ministre à la tribune, évoquant clairement cette reconnaissance sur la scène diplomatique, ont été largement salués, y compris par les autorités palestiniennes. Personne ne m'a en effet accosté dans les couloirs en me disant "Monsieur le ministre, quand va venir le moment de l'adoption de l'arrêté royal en Conseil des ministres?" Ce qui importait pour la communauté diplomatique internationale, c'était la posture politique de la Belgique se joignant au groupe des autres pays qui ont reconnu l'État de Palestine.
S'il est vrai que certains, vous comme d'autres, pourraient considérer que la seule reconnaissance valable est celle qui produit des effets juridiques, à savoir celle qui fera l'objet d'une validation par le Conseil des ministres, alors oui, nous n'y sommes pas encore. On peut continuer à rester dans l'entre-soi belgo-belge, pétri de ses certitudes politiques, parce que cela sert évidemment le jeu majorité-opposition, il n'en demeure pas moins que l'effet de la position belge a été bien perçu sur la scène diplomatique internationale. Du reste, d'autres pays sont d'ailleurs en train d'observer et d'étudier, en interne de leur processus décisionnel, le processus qui a été le nôtre.
Rappelons aussi, parce que le débat autour de la question de la reconnaissance a parfois tellement supplanté le reste des dimensions de ce problème à Gaza, que la reconnaissance, même décidée de manière immédiate, n'est pas ce qui permet de nourrir les bouches affamées des enfants, des femmes, des citoyens actuellement en manque d'aide humanitaire à Gaza. C'est la raison pour laquelle – même si cette reconnaissance était extrêmement importante pour pouvoir s'ériger contre les velléités israéliennes d'annexion de la Cisjordanie, d'occupation militaire totale de Gaza ou de relance de nouvelles colonies illégales, pour préserver la solution à deux États, comme son nom l'indique – elle ne doit pas nous éloigner de l'essentiel, qui reste la crise humanitaire. Le seul moyen de faire sauter le bouchon inacceptable et illégal du blocus humanitaire, constitutif de crime de guerre, est d'agir sur le volet des sanctions.
À cet égard, la Belgique est dans le peloton de tête européen des mesures qui ont pu être prises. Je l'ai déjà dit, et je le répète, je vous mets au défi de trouver cinq pays européens qui ont pris des mesures aussi volontaristes que les nôtres en termes de sanctions.
In ieder geval blijven wij sancties opleggen aan Israëlische kolonisten en aan Hamas, zowel op nationaal als Europees niveau. We roepen de EU ook op met aanvullende voorstellen te komen die de druk op hen kunnen opvoeren.
Parce qu'il est clair que, si la Belgique ne pouvait plus rester derrière le paravent de l'inertie européenne pour s'exonérer de prendre des initiatives nationales – raison pour laquelle j'ai proposé cette batterie de mesures début septembre –, nous sommes aussi conscients que c'est en prenant des sanctions à l'échelle européenne que celles-ci auront potentiellement le plus d'impact sur Israël, puisque l'ensemble du marché européen représente le premier partenaire économique d'Israël.
Donc, nonobstant les mesures prises au niveau belge, nous continuons de plaider ardemment pour que des sanctions soient également prises au niveau européen pour maximiser l'impact de ces mesures. En attendant, nous travaillons à ce que nos mesures, jointes à des décisions nationales d'autres États, puissent atteindre une masse critique significative et avoir un effet d'entraînement, un effet boule de neige.
Wat Hamas betreft, willen wij dat die terroristische beweging de gijzelaars onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat. Tegelijkertijd moedigen we Israël aan om met Hamas te onderhandelen. Tot nu toe is het immers dankzij onderhandelingen dat de meerderheid van de gijzelaars is vrijgelaten.
Daarom betreur ik, mijnheer Van Rooy, net als de Europese Unie, de schending van de soevereiniteit van Qatar door Israël, dat op 9 september aanslagen heeft gepleegd in Doha. Op grond van artikel 2, paragraaf 4, van het Handvest van de Verenigde Naties is dat een ernstige schending van de soevereiniteit van Qatar. Die aanslagen zijn des te betreurenswaardiger omdat Qatar, samen met Egypte en de Verenigde Staten, een bemiddelende rol speelt om de vrijlating van Israëlische gijzelaars en een staakt-het-vuren in Gaza mogelijk te maken. Het waren echter juist de Hamas-onderhandelaars die Israël daar heeft gedood. U mag zich verheugen dat er mannen zijn gestorven, als u dat wilt, maar het internationale recht sluit buitengerechtelijke executies uit. Bovendien is het doden van Hamas-onderhandelaars waarschijnlijk geen goed nieuws voor de Israëlische gijzelaars, omdat het de deur sluit voor verdere onderhandelingsmogelijkheden, terwijl onderhandelingen tot nu toe meer resultaat hebben opgeleverd dan militair geweld.
Même si, évidemment, personne ne pleurera le décès de leaders terroristes du Hamas.
We veroordelen trouwens ook gelijkaardige Israëlische aanvallen in Libanon en Syrië. Het is aan deze landen om terreurorganisaties op hun eigen grondgebied te bestrijden, met respect voor de rechtsorde en de mensenrechten.
De twee voorwaarden, waarvan eerder sprake, om de staat Palestina wettelijk te erkennen, hangen niet af van Israël. Het is twijfelachtig of de regering-Netanyahu al het mogelijke doet om de gijzelaars vrij te laten, maar het is Hamas dat hen vasthoudt. Het is Hamas dat hen zou moeten bevrijden.
Over de voorwaarde dat terroristische organisaties zoals Hamas van het beheer van Palestina zouden worden uitgesloten, heeft Hamas gezegd dat het hiervan voorstander zou zijn. De verklaringen van president Abbas gaan in dezelfde richting, zoals ook is besloten door alle ondertekenende staten in de Verklaring van New York en het is ook wat het Trumpplan, dat Hamas bestudeert, biedt.
Mevrouw Van Hoof, madame Maouane, monsieur Boukili, je n'ai pas accueilli "avec enthousiasme", comme vous l'avez indiqué, monsieur Boukili, le plan proposé par M. Trump, plan que vous qualifiez de néocolonial. Mais j'ai, comme d'ailleurs l'immensité de la communauté internationale, salué ce plan. Même l'Espagne, que vous identifiez souvent comme étant le pays le plus en pointe dans la défense de la cause palestinienne, a salué ce plan, tout comme moi.
Ce plan n'est pas parfait, et l'Union européenne n'a pas encore été formellement impliquée à ce stade, non. Plusieurs pays arabes ont, par contre, été consultés en amont, notamment durant la semaine à New York. J'en ai été le témoin direct, et j'ai pu en parler avec plusieurs de mes homologues des pays arabes.
Ce plan exclut l'occupation de Gaza par Israël. C’est une bonne chose, mais les conditions du retrait mériteraient d'être clarifiées et précisées selon un calendrier précis, d'autant qu'on entend le premier ministre israélien émettre des objections à cette question.
Ce plan reconnaît que les Gazaouis doivent pouvoir rester chez eux. Il prévoit un cessez-le-feu et une augmentation de l'aide humanitaire; mais il resterait des obstacles à cette aide. Le sort de la Global Humanitarian Foundation, qui est problématique, nous le savons, n'est pas clairement réglé.
Le plan reconnaît aussi le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, ce qui est notre position également. Mais les étapes pour parvenir à la solution à deux États restent à confirmer.
Il prévoit la libération des otages et celle de prisonniers palestiniens, dont des enfants. Il exclut le Hamas de la gouvernance de Gaza, ce que nous souhaitons également. Mais il part de la mise en place d'un board of peace , dirigé par des étrangers, ce qui peut aussi poser question. L'Autorité palestinienne est mentionnée, mais son rôle n'est pas évident.
Bref, ce plan n'est pas parfait, mais il a bien le mérite d'exister dans le contexte que nous connaissons. Malgré ses imperfections, il offre une base pour reprendre les négociations de manière crédible. C'est cela qui mériterait d'être salué.
In een verklaring naar aanleiding van het plan van president Trump herhaalde de Palestijnse Autoriteit ook haar positie over de hervormingen die toegezegd zijn op de Tweestatenconferentie in New York, inclusief presidents- en parlementsverkiezingen binnen één jaar na het einde van de oorlog; scholencurricula in lijn met de Unesconormen binnen de twee jaar uitvoeren; de afschaffing van het Martelarenfonds en de oprichting van een sociaal welzijnssysteem, onderworpen aan internationale controle. Een uitdaging zal echter het organiseren van verkiezingen zijn. De Palestijnse Autoriteit heeft geen toegang tot Oost-Jeruzalem, dat geannexeerd is door Israël, en momenteel ook niet tot Gaza. Toch wordt er nagedacht over creatieve oplossingen, ook om de mogelijke weigering van Israël te overwinnen.
Mijnheer Van Rooy, de hervormingen van het Martelarenfonds en van de schoolcurricula maken al deel uit van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA (Directorate-General for the Middle East, North Africa and the Gulf) heeft technische teams ter beschikking gesteld aan de Palestijnse Autoriteit. De wetgeving rond het Martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet ter oprichting van een socialezekerheidsfonds gebaseerd op armoede-indicatoren. Begin september werd de eerste betaling verricht onder dat nieuwe socialezekerheidssysteem. Voorts werd ook een audit besteld, die de komende maanden zal worden uitgevoerd.
Ik wil de heer Van Rooy ook meegeven dat de Palestijnse Autoriteit van haar kant Israël al erkend heeft in 1993. De Palestijnse Autoriteit is echter niet beloond voor haar erkenning van Israël, wat extremisme in de hand heeft gewerkt.
Ik wens te benadrukken dat de erkenning van Palestina geen anti-Israëlische beslissing is. Het is de bevestiging van het Europese en Belgische beleid sinds decennia, waarbij we ons engagement ten aanzien van de tweestatenoplossing systematisch herhalen.
Volgens de beschikbare archieven tussen 2020 en vandaag was er één verzoek aan België voor diplomatieke toestemming voor overvluchten van Israëlische militaire vluchten. De weigering van verzoeken van de Israëlische autoriteiten voor militaire overvliegvergunningen geldt voor alle aanvragen. Er is nog nooit een verzoek ingediend voor een permanente diplomatieke toelating voor Israëlische militaire vluchten. Dat is mijn antwoord op een vraag van de heer Aerts.
Wat ons wapenuitvoerbeleid betreft, kan ik het volgende meedelen. In juni organiseerde ik reeds een interfederaal overleg met de betrokken beleidscellen en administraties. Het doel van dat overleg is enerzijds om de regels aan te scherpen en anderzijds om de uitvoering te verbeteren door middel van coördinatie en informatie-uitwisseling. Daarbij spelen Douane, Mobiliteit, Buitenlandse Zaken en de gewesten een rol. Vragen die specifiek over Douane en Mobiliteit gaan, moeten aan de bevoegde minister worden gesteld. Op basis van de beslissing van de Raad van ministers van september vond nog recent overleg plaats.
We hebben een politieke consensus bereikt om het akkoord tussen de federale overheid en de gewesten van 2009 aan te passen. Ik bereid bovendien een koninklijk besluit voor, samen met mijn collega Jean-Luc Crucke, de minister van Mobiliteit. Beide worden binnen de komende dagen verwacht.
Wat individuele sancties betreft, gaat het om verschillende lijsten. De namen die op Europees niveau zijn aangenomen, zijn meteen ook op Belgisch niveau overgenomen. We pleiten echter al meer dan een jaar op Europees niveau voor een uitbreiding van deze lijsten, zowel wat betreft de leden van Hamas als gewelddadige kolonisten en twee extremistische ministers.
Tot nog toe is daarover op Europees niveau geen consensus, zoals ik ook meermaals in deze Kamer heb aangegeven, niettegenstaande de juridische sterkte van deze voorstellen. Onze voorkeur gaat uiteraard nog steeds uit naar een Europese aanpak, maar in afwachting daarvan zullen wij op nationaal niveau deze individuen sanctioneren, als uitzonderlijke maatregel. De betrokken diensten werken aan de uitvoering hiervan. Persoonlijk hoop ik dat er stilaan een momentum ontstaat, zodat de Europese leiders hierover een gemeenschappelijk signaal kunnen geven. Ik hoop het des te meer na de verklaringen van de voorzitster van de Commissie, mevrouw Von der Leyen.
Mevrouw Van Hoof, laten wij eerlijk zijn, van alle maatregelen die ik aan het kernkabinet heb voorgesteld, zal het invoeren van een importban voor producten uit de illegale nederzettingen ongetwijfeld de moeilijkste worden. Zoals u allen weet, leven wij in een eengemaakte Europese markt en is de Europese Commissie bevoegd voor de handel met landen buiten de EU. Het Internationaal Gerechtshof heeft echter al meer dan een jaar geleden beslist dat derde staten, zoals België, de verplichting hebben de handel met de nederzettingen stop te zetten. Zo niet, dragen wij onrechtstreeks bij tot het bestendigen van een oorlogsmisdaad.
Dit geldt als onze juridische basis. Vandaar dat ik al aan de Europese Commissie heb gevraagd om ons richtlijnen te geven. Samen met ongeveer 10 andere EU-lidstaten heb ik bovendien een brief gestuurd naar de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om samen te werken aan een Europees beleid hieromtrent. In afwachting van een Europees beleid willen wij op Belgisch vlak al van start gaan, in lijn met ons engagement ten aanzien van het internationaal recht.
Slovenië voerde al een importverbod in, enkel voor producten uit de nederzettingen. Ierland werkt eveneens aan een wetsvoorstel waarin ook de diensten en investeringen zouden worden opgenomen. Ook vanuit onze buurlanden Nederland en Luxemburg bestaat er belangstelling, evenals vanuit Spanje. Mijn diensten staan bovendien in contact met onze collega’s in Ierland, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken. Met andere woorden, ons initiatief krijgt tractie.
Het behoort tot de bevoegdheden van de FOD Economie om samen met de FOD Financiën de actie concreet uit te werken. Er zijn deelaspecten die eenvoudiger toe te passen zijn dan andere. Als voorbeeld kan worden vermeld dat de lijst met postcodes van de nederzettingen gekend is, waardoor de productiesites kunnen worden getraceerd. Ook de Verenigde Naties heeft recent een geactualiseerde lijst gepubliceerd van ondernemingen die actief zijn in de illegale nederzettingen. Om uw vraag te beantwoorden, geef ik mee dat geen enkel Belgisch bedrijf daarin is vermeld.
C'est bon à savoir! Cette mise à jour faite par les É tats, par les Nations Unies, précise bien que, dans toute cette liste d'entreprises qui agissent dans les colonies illégales, ne figure aucune entreprise belge.
Pour répondre de manière plus précise encore à M. De Smet, qui m'interrogeait sur les modalités pratiques de la mise en œuvre de cette sanction décidée par le Conseil des ministres et visant à interdire l'importation de ces produits, je ne peux que vous inviter à l'avenir à interroger mes collègues de l'Économie et des Finances chargés de la mise en œuvre pratique de cette décision, et non les Affaires étrangères. Madame Maouane, la décision du Conseil des ministres vise bien à interdire non seulement les produits issus d'entreprises publiques israéliennes mais aussi ceux des entreprises privées installées dans les colonies. Pour les mécanismes de contrôle et les modalités d'importation via d'autres pays de l'Union européenne, comme je viens de le préciser, je ne peux que vous orienter vers mes collègues en charge de l' É conomie et des Finances.
Monsieur De Smet, nous prenons nos responsabilités au niveau national et aussi au niveau européen qui, je l'ai déjà dit, reste incontestablement le niveau le plus pertinent pour agir. Mais ceci ne doit pas nous dédouaner de nos propres initiatives. La Belgique soutient clairement la suspension partielle et même potentiellement totale de deux volets de l'accord: le volet commercial et le volet recherche-innovation-coopération technologique.
Je rappelle qu'à la lecture de la décision prise par le kern, entérinée ensuite par le Conseil des ministres, j'ai reçu un mandat clair et total d'appuyer toutes les sanctions qui seront mises sur la table par l'Union européenne et de pouvoir même les plaider. Vous aurez vu dans la liste que nous avons évidemment évoqué le fameux accord d'association entre l'Union européenne et Israël, tant sa suspension totale que partielle. Mais nous avons été bien au-delà, en listant toute une série d'autres accords entre l'Union européenne et Israël et pour lesquels la Belgique est demandeuse. Elle-même soutiendra donc toute sanction possible.
Monsieur Kompany, le 17 septembre la Commission européenne a finalement présenté un paquet de mesures et de sanctions aux États membres. Il y a donc quelques jours de cela, suite aux demandes que j'avais formulées à plusieurs reprises avec d'autres collègues européens. J'ai en effet eu des discussions avec certains de mes partenaires européens sur ces propositions. Pour les adopter, il faudra, selon les mesures proposées, tantôt l'unanimité, tantôt une majorité qualifiée. La Belgique adoptera quoi qu'il en soit une approche volontariste. Au-delà des accords et des programmes dont nous avons déjà décidé d'appuyer la suspension, la décision du gouvernement est très claire: la Belgique appellera la Commission et le Service européen pour l'action extérieure à présenter également d'autres mesures possibles. Nous ne nous en tiendrons pas uniquement aux déclarations faites par Mme Von der Leyen.
Monsieur Boukili, vous estimez peut-être que l'accord est largement insuffisant, bien qu'il soit largement supérieur à ce qu'un quelconque précédent gouvernement ait jamais pris comme décision, que plusieurs mesures sont des premières et que d'autres pays s'en inspirent. Là où je ne suis pas d'accord avec vous, c'est que votre logique semble être celle de sanctions aveugles permanentes, celle du blanc ou noir. Je l'ai dit, ce serait une erreur de punir aveuglément un peuple dont des centaines de milliers de personnes, tout comme en Belgique, s'insurgent contre les politiques du gouvernement Netanyahu. Notre gouvernement fait la différence entre le gouvernement d'Israël, qui viole actuellement de manière scandaleuse le droit international, et le peuple d'Israël, qui est divisé. Nous veillons aussi à ne pas faire d'amalgame entre le gouvernement d'Israël et la communauté juive à travers le monde. L'antisémitisme est en hausse, et pour lutter contre cela, nous prenons aussi des mesures.
Volgend op de beslissingen van de federale regering van 12 september en de opdracht die mij werd gegeven om de toegang tot de consulaire diensten voor Belgen die in de nederzettingen wonen te beperken tot uitsluitend de wettelijk bepaalde noodbijstand, kan ik enige toelichting geven in antwoord op uw vragen.
Er dient allereerst een duidelijk onderscheid tussen consulaire administratieve bijstand en consulaire noodbijstand te worden gemaakt. Beiden vallen onder het regelgevend kader van het Consulair Wetboek. De elementen van consulaire dienstverlening die in dat wetboek staan, die u in uw vragen hebt aangehaald, vallen onder de definitie van consulaire administratieve bijstand en zullen derhalve niet langer aan de Belgen die in de nederzettingen wonen worden verleend.
Wat de legalisaties betreft herinner ik u eraan dat Israël, net als België, lid is van het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereisen van legalisatie van buitenlandse openbare akten. Voor de regeringsbeslissing van 12 september werden er dus al geen documenten meer gelegaliseerd.
Consulaire noodbijstand, inclusief de afgifte van noodreisdocumenten, zoals bepaald in hoofdstuk 13 van het Consulair Wetboek, blijft wel van toepassing, zoals voor alle Belgen in het buitenland, in uitvoering van de regeringsbeslissing van 12 september.
Collega’s, volgens de informatie waarover wij beschikken, nemen acht Belgen deel aan de Global Sumud Flotilla. Anderen maken deel uit van de Thousand Madleens Flotilla. We staan in contact met deze flottieljes en hun vertegenwoordigers in België. Mijn medewerkers ontvangen vandaag voor de tweede keer vertegenwoordigers op mijn kabinet.
De FOD Buitenlandse Zaken volgt de ontwikkelingen op de voet.
Et je suis toujours surpris quand – sauf à vouloir caricaturer la situation – on parle de mon silence sur la question de cette flotte.
D'abord parce que je me suis déjà exprimé publiquement à deux reprises. Par ailleurs, pas plus tard que dimanche dernier, j'ai encore longuement eu au téléphone le matin l'un des acteurs coordinateurs. Peut-être que ce que je dis n'est-il pas ce que la flottille a envie d'entendre. Ça, c'est autre chose. Mais pour autant, on ne peut pas parler de silence.
Pendant votre week-end à Catane, monsieur Dermagne, j'ai obtenu de mes homologues italien et espagnol – et je vous remercie d'avoir eu l'élégance de le souligner – que leurs bateaux puissent en cas de besoin porter assistance à nos compatriotes.
Il y a une grande distinction à opérer entre la protection consulaire et la protection militaire. J'entends que la flottille voudrait que la Belgique envoie un bateau militaire. Outre le fait que je ne rentrerai pas dans un long débat sur notre marine et la disponibilité relative de ses frégates – dont certaines sont d'ailleurs en maintenance –, des pays comme la Grèce, l'Italie ou l'Espagne, au vu de leur configuration géographique bercée par l'eau, ont évidemment une flottille bien plus large que la nôtre. Dès lors que l'enjeu est de porter assistance en cas de problème, il n'est nul besoin d'un bateau supplémentaire à ceux déjà aux côtés de la flottille actuelle. C'est la raison pour laquelle j'ai pris contact d'initiative avec mes homologues italien et espagnol pour s'assurer qu'en cas de nécessité, leur bateau pourrait aussi prendre en considération l'assistance à apporter à nos compatriotes, ce qui a été acquis. Et j'en remercie l'Italie et l'Espagne.
C'est différent d'une protection militaire, car même mes homologues m'ont confirmé que les bateaux militaires dépêchés sur place par l'Espagne et l'Italie s'y rendent avec la seule finalité d'une assistance humanitaire. Ils ne vont pas eux-mêmes franchir les eaux territoriales israéliennes. Il ne faut donc pas attendre une intervention militaire quelconque, susceptible de générer une escalade militaire avec plusieurs pays européens, que personne ne souhaite dans cette région.
Bien sûr, nous pourrions à l'envie discourir, faire des cartes blanches, donner des interviews en disant "oui mais ce ne sont pas des eaux territoriales israéliennes, ce sont des eaux territoriales palestiniennes". Je suis ouvert et prêt pour tout ce débat rhétorique. Il n'en demeure pas moins qu'aujourd'hui, nous avons quand même tous pu nous rendre compte, depuis des mois et des mois, que le respect du droit international n'était pas la grande priorité de l’État d’Israël. Il viole ce droit international sans vergogne depuis des mois sur terre. Qui peut imaginer que tout d'un coup, il va par miracle être pris de remords à violer ce droit international en mer? Il considère, indépendamment de la rhétorique qui peut nous animer, que les eaux territoriales sont bel et bien israéliennes. Peu importe que l'on cautionne ou pas cette analyse: c'est celle aujourd'hui d'Israël, qui est susceptible d'intervenir militairement.
C'est la raison pour laquelle, tout en saluant pour ma part la démarche extrêmement louable de ces activistes – et ce mot n'est pas péjoratif dans ma bouche – je rappelle, et c'est mon devoir, que nos compatriotes qui participent à ces flottilles sont en train de mettre leur vie en danger. C'est mon devoir de les alerter et de ne pas faire semblant de l'ignorer. C'est mon devoir de souligner que, si leur volonté d'attirer l'attention de la communauté internationale sur le blocus humanitaire honteux qui s'exerce depuis trop longtemps à Gaza est évidemment louable, il n'a pas été utile que cette démarche se fasse pour que la communauté internationale soit consciente de ce drame qui se joue.
C'est là où je dis qu'il y a une mise en danger que l'on peut juger risquée ou inutile de leur propre vie, alors même que le message a déjà été compris, mais que les capacités d'action et d'intervention pour éviter un embrasement militaire total de la région sont compliquées et doivent se résoudre par les voies diplomatiques. Il ne saurait être question d'envoyer des navires militaires et encore moins d'intervenir militairement, sous peine de générer une escalade dans la région.
Je rappelle que des propositions ont été faites à cette flottille de pouvoir livrer leur aide humanitaire sur une île grecque, se chargeant par la suite du transport jusqu'à destination, mais que cette proposition n'a ni été souhaitée ni jusqu'à présent acceptée par Israël.
Je le dis et redis très clairement: une assimilation de ces Belges par Israël à des terroristes est et serait totalement inacceptable. J'ai déjà insisté auprès d'Israël pour le respect strict du droit international, y compris celui de la mer. Mais vous savez, aujourd'hui, quel intérêt extrêmement relatif Israël porte au respect du droit international.
Mes services ont invité vendredi dernier l'ambassadrice d'Israël, une nouvelle fois, pour lui transmettre clairement nos messages et la mettre en garde: toute démarche, et a fortiori, attaque contre nos compatriotes est inacceptable. Une protection consulaire classique – celle que nous offrons à nos compatriotes quel que soit le pays du monde où ils se trouvent en difficulté – sera évidemment procurée. Mais ne confondons pas un souhait de protection consulaire avec une exigence de protection militaire qu'il n'est pas raisonnable de formuler dans le contexte que nous connaissons!
C'est la raison pour laquelle, sans remettre en cause la motivation de ces personnes et en m'associant à la volonté qui est la leur de dénoncer le blocus humanitaire, en agissant par contre par les voies diplomatiques en vue d'obtenir un résultat, je ne peux que réitérer mon appel à la plus grande prudence pour éviter à nos compatriotes une mise en danger de leur propre vie et de celle des personnes qui les accompagnent.
Les leviers sont clairement au niveau diplomatique. On peut espérer que le plan proposé par M. Trump, nonobstant les éléments d'insatisfaction qui subsistent ou les éléments de clarification attendus, procure rapidement des effets, dont notamment la libération de plus de 500 camions d'aide qui pourraient à nouveau entrer chaque jour à Gaza. Ce serait effectivement un élément utile, susceptible de procurer un résultat concret sur le terrain.
Voilà, mesdames et messieurs les parlementaires, les éléments qu'il me paraissait utile d'apporter en réponse à vos interrogations multiples et légitimes sur la situation problématique à Gaza, en Israël, et à l'égard de la flottille. Il n'y a pas de silence. Il y a une prise de conscience et une prise de responsabilité, qui doivent venir de toutes les parties. Je vous remercie.
De voorzitster : Collega’s, iedereen heeft twee minuten repliektijd. Gelieve u daaraan te houden, aangezien er nog veel vragen volgen.
Rajae Maouane:
Madame la présidente, je vais essayer d'être rapide. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous cacher que je ne suis pas totalement satisfaite ou totalement rassurée par toutes vos questions. Merci d'abord d'avoir qualifié les propos du ministre israélien – qui menace les activistes – "d'inacceptables". C'est rassurant, je ne l'avais pas entendu avant. Je l'entends maintenant et cela me rassure.
Le plan américain est un début, en effet, mais ce n'est pas vraiment un plan de paix. Comme je l'ai dit, c'est un ultimatum. C'est un couteau sous la gorge des Palestiniens pour accepter un plan de paix qui n'en n'est pas un.
Sur le reste, je me réjouis d'interroger MM. Jambon et Clarinval sur l'interdiction des produits issus des colonies.
J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction. J'ai même – j'espère que vous le savez – de l'estime à votre égard. Par contre, quand je vous entends dire qu'il y a un "problème" à Gaza, parler de "crise humanitaire", cela me choque profondément. Les mots ont un sens, monsieur le ministre. Le problème à Gaza est qu’Israël est une armée sans limite qui bombarde des enfants, qui tue des pères, qui tue des mères, qui assassine des journalistes, qui fait un nettoyage ethnique, qui fait exploser des hôpitaux, qui tue un à un des membres des services de secours, des médecins, des infirmiers, des secouristes. Ce n’est pas un problème: c'est un génocide.
Vous parlez de "crise humanitaire", mais ce n’est pas une crise humanitaire, c'est un blocage, un blocus humanitaire imposé de manière illégale par Israël à une population, qui empêche la nourriture d'entrer et qui empêche les médicaments d'entrer. Israël a des snipers qui tuent des gens qui viennent chercher à manger alors qu'ils sont déjà affamés. Donc quand je vous entends dire ces mots-là, moi ça me choque et je ne comprends pas pourquoi il y a une espèce de minimisation de ces problèmes.
Monsieur le ministre, on ne rêve pas d'une évacuation des civils de Gaza. Moi je rêve, je demande et veux que les civils soient protégés. On veut que les civils ne soient pas bombardés tous les soirs et tous les jours. On rêve que les enfants retrouvent un avenir, qu'une population arrête d'être nettoyée ethniquement, qu'elle arrête d'être privée de nourriture, qu'elle arrête de craindre pour sa vie à toute heure du jour ou de la nuit, qu'elle arrête de craindre pour son avenir. On rêve que les Gazaouis restent à Gaza en sécurité. On rêve que les colons arrêtent leur violence en Cisjordanie. C'est ça, notre rêve. Que le peuple palestinien ait réellement droit à son autodétermination et à la paix et la sécurité.
C'est ça notre rêve aujourd'hui. J'espère que vous le partagez également, même si parfois les mots, comme je l'ai dit, ne sont pas suffisamment forts au vu de la situation dramatique et du génocide qu'on est en train de vivre.
Sam Van Rooy:
Vooreerst laat ik opmerken dat de Hamas Flotilla, waaraan acht antisemitische narcisten uit België deelnemen, uiteen is gevallen, omdat moslims niet met zogeheten queeractivisten willen varen. De terreurvloot wees zelfs het voorstel van Italië en het Vaticaan af om de hulpgoederen veilig af te leveren in Gaza. Dat zegt alles.
Mijnheer de minister, ik heb vier punten genoteerd. Ten eerste, de Belgen die zich aansloten bij de illegale terreurvloot van Hamas, van moslimterroristen dus, kunnen op uw steun en die van de regering rekenen. Ze krijgen zelfs lovende woorden, Belgistan ten top.
Ten tweede, de corrupte negationist Mahmoud Abbas en diens Palestijnse Autoriteit betalen al decennia, ook de afgelopen maanden nog, minister, jihadistische Jodenmoordenaars. De regering blijft daar belastinggeld aan geven en heeft dus alsmaar meer Joods bloed aan de handen.
Ten derde, een aantal woningen in Judea en Samaria blijkt voor de Belgische politici belangrijker te zijn dan de talloze christenen die in het Midden-Oosten door moslims worden afgeslacht.
Ten vierde, als Hamas het Gazaplan van Trump en Netanyahu aanvaardt, stopt de oorlog onmiddellijk. Zo niet, gaat Israël door to finish the job , en dat voortaan met de goedkeuring van iedereen die het twintigpuntenplan aanvaardt. Het is dus een goede zaak, minister Prévot, dat u achter dat plan staat. Dat uw meent dat de jihadisten van Hamas en Qatar zonder de grote militaire macht en druk van Israël, en dus zonder de oorlogsvoering van het IDF, willen onderhandelen, illustreert uw infantiel wereldbeeld.
Tot slot richt ik me tot de pro-Palestijnse activisten in het Parlement, die al bijna twee jaar genocide en ceasefire roepen en aanhoudend lasteren, maar vandaag het ceasefire plan van president Trump verwerpen, uw masker is nu wel heel duidelijk afgevallen.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je voudrais tout d’abord vous remercier pour vos propos concernant la flottille. Nous avons en effet entendu ce matin que vous vous êtes déjà adressé à Israël en affirmant qu’il ne respecte pas le droit international, notamment en ce qui concerne les eaux territoriales, qui ne relèvent pas de sa compétence mais bien de Gaza. Je vous remercie pour ces déclarations fortes. Je vous remercie également d’avoir affirmé que les membres de la flottille ne sont pas des terroristes. Vos propos, en tout cas, se distinguent de ceux du premier ministre et du gouvernement. Je tiens à le saluer.
Je vous invite, monsieur le ministre, à rester en contact avec les membres de la flottille et à continuer à interpeller solennellement Israël. Je pense que la population belge a besoin de vous entendre, de savoir que vous êtes solidaire de nos compatriotes qui accomplissent un travail remarquable.
Un génocide est en cours. Concernant les sanctions, il ne faut pas fanfaronner. Jusqu’au mois d’août, au Conseil de l’Europe, nous étions du mauvais côté de l'histoire. Ce n’est qu’en septembre que nous avons rejoint les autres pays. Il ne faut donc pas adopter un ton trop triomphant. Je vous salue pour le travail accompli, mais restons lucides car jusqu’il y a peu, la situation était complexe.
Enfin, concernant le texte visant à interdire les produits issus des colonies, je m’adresse à vous, madame la présidente, madame Van Hoof, et vous demande de bien vouloir soumettre votre texte au vote. Nous vous soutiendrons. Si nous devons attendre celui de M. Clarinval et de M. Jambon, nul ne sait quand il sera prêt.
En tout cas, nous devons avancer et aller plus loin. Nous vous soutiendrons donc. Je vous remercie.
Nabil Boukili:
C'est très difficile de répondre en deux minutes, monsieur le ministre. Vous avez dit beaucoup de choses.
Certaines choses ont retenu mon attention, notamment ce que vous dites que au sujet de la flottille. Ce qui était demandé, c'est comment garantir sa protection et éviter qu'on arrive à un drame. C'était de prendre position par rapport à Israël de manière publique et déclarée, que s'il s'attaque à cette flottille il y aura des représailles, il y aura des réponses du gouvernement belge. Ça, ça n'a pas été clarifié à ce niveau-là. Quand vous dites que cette flottille n'était pas nécessaire pour sensibiliser la communauté internationale à ce qui se passe à Gaza, je ne suis pas d'accord avec vous. Parce que vu la situation aujourd'hui à Gaza, vu le génocide à Gaza, ce n'est pas une crise humanitaire, c'est une famine organisée dans l'objectif de supprimer le peuple palestinien. C'est la politique et la stratégie de l'État d'Israël.
Non, les réponses ne sont pas à la hauteur. Je suis désolé. Vous dites qu'on est dans le peloton de tête au niveau européen concernant des sanctions. Je suis désolé, on parle de l'Europe, qui est la première complice de l'État génocidaire en étant son premier partenaire économique et commercial. C'est l'Europe de l'Allemagne qui exporte 30 % des armes importées par Israël qui tuent les Palestiniens. C'est l'Europe d'Orbán et compagnie. Être dans le peloton de cette Europe-là, ce n'est pas un exploit. Je vous rejoins sur le fait qu'il ne faut pas fanfaronner là-dessus.
Par contre, la Belgique peut prendre des sanctions toute seule sans avoir recours à l'Europe, notamment pour suspendre des accords commerciaux parce que le droit international prime sur le droit européen. Ce sont des juristes et des avocats qui le disent. Ce n'est pas Nabil Boukili qui l'invente. Vous pouvez le faire et il y a des articles dans ces traités-là qui vous permettent de le faire.
La Belgique a choisi de ne pas le faire. Et vous dites vous-même pourquoi vous ne le faites pas: il ne faut pas de sanctions aveugles parce qu'il ne faut pas sanctionner le peuple israélien. Il ne faut pas mélanger le peuple avec le gouvernement. Et c'est ça qui vous est reproché, monsieur le ministre. C'est cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures. Parce que quand vous prenez des sanctions contre l'Iran, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre la Russie, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre d'autres pays, vous ne dites pas ça. Ici, on parle d'un État qui fait ce qu'aucun de ces pays n'a fait: un génocide. Colonisation, déportation des populations, famine. Aucun de ces États qui sont sanctionnés par la Belgique n'a fait la moitié du quart de ce que fait Israël. Pourtant, vous avez ce discours vis-à-vis d'Israël, mais pas vis-à-vis des autres pays.
Ce sont cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures qui vous sont reprochés.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Nous avons entendu. Vous êtes toujours dans la même ligne de conduite, à savoir la défense du droit international. Ce faisant, vous finissez par amener notre pays, la Belgique, en tête du peloton européen de ceux qui cherchent des solutions, aussi difficiles soient-elles, parce qu’en face, il y a des actes qui dépassent l’entendement.
Vous avez parlé du blocus humanitaire. Qui peut accepter qu’une telle situation devienne naturelle? Impossible. Vous êtes là pour montrer à l’Europe…Vous avez parlé aussi de l’inertie européenne, qui est visible, il ne faut pas se le cacher. Mais la Belgique en fait partie. La Belgique, avec son paquet de sanctions, entraîne de plus en plus le niveau international, et surtout européen, à la compréhension que seul prime le droit international.
Quant à la flottille, je vous ai bien entendu, monsieur le ministre. Vous avez parlé du cas diplomatique et de celui qui est militaire. Avec raison. Ce n’est pas avec une armée que nous pouvons aller bousculer ce qu’il se passe par là. Il faut de l’intelligence. Je vous le conseille. Merci.
Els Van Hoof:
Dank u, meneer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. U onderstreept dat de verdienste van het Amerikaans plan erin bestaat dat het de genocide van vandaag onmiddellijk stopt. Maar willen we een nieuwe genocide voorkomen, dan moet het plan ook worden uitgevoerd en u hebt daar zelf toch wel enkele vraagtekens bij geplaatst.
Inderdaad, bezetting moet worden uitgesloten. Hoe zit het echter met het recht op zelfbeschikking op termijn? Wat zijn de etappes? Welke rol speelt de Palestijnse Autoriteit? U hebt erkend dat het plan niet perfect is. Daarom moet de Belgische regering zich houden aan haar akkoord van 2 september om druk te blijven zetten op de Europese Unie in verband met het associatieakkoord en de sancties.
Als het twintigpuntenplan wordt goedgekeurd door zowel Hamas als Israël, moeten we volgens mij doorpakken, want dan zijn de twee voorwaarden vervuld: Hamas verdwijnt uit het bestuur en de gijzelaars worden vrijgelaten. Dan moet het KB houdende de erkenning van Palestina er snel komen, op grond waarvan België Israël agressor kan noemen, aangezien het land een ander land binnen is gevallen. Israël moet dan inderdaad het internationaal recht naleven en stoppen met annexaties van een ander land. Dat is belangrijk, want vandaag zijn er geen garanties in verband met de Westelijke Jordaanoever. Dan kunnen we ook verdragen sluiten met de Palestijnse autoriteit, daar een ambassadeur naartoe sturen en sancties hardmaken. Dat zijn de voordelen van het plan en daar moeten we op blijven inzetten. Dat advies wil ik meegeven.
Michel De Maegd:
Pour ma part, j'aimerais saluer l'accord obtenu en kern, qui a permis à la Belgique, lors de l'Assemblée générale de l'ONU, par votre entremise, monsieur le ministre, mais également par celle du premier ministre, de tenir une voie digne en phase avec le droit international et les valeurs que notre pays a toujours défendues dans le concert des nations. Il s'agit d'une décision humanitaire importante qui, oui, je le dis comme vous, place notre pays dans le peloton de tête de l'Union européenne: train de sanctions sévères à l'encontre des ministres d'extrême droite et suprématistes du gouvernement Netanyahu, ainsi que reconnaissance politique de l' État de Palestine – certes conditionnée pour ne donner aucun blanc-seing au groupe terroriste Hamas et servir, surtout, de levier pour tenter d'obtenir enfin la libération des otages . C'est une décision forte de notre pays, qu'aucun autre gouvernement avant l'Arizona n'avait pu prendre et qui est en phase, madame la présidente, avec la résolution que nous avons adoptée ici même. Les États-Unis ont proposé un plan de paix. À charge pour le groupe terroriste Hamas de revenir enfin à la raison et de libérer les otages. C'est une lourde responsabilité qui pèse sur lui, près de deux ans après les effroyables attaques terroristes du 7 octobre qui étaient clairement revendiquées comme visant à tuer des Juifs parce qu'ils étaient juifs. Dans peu de temps, les masques tomberont. Le Hamas, qui crie au génocide en piégeant dans le même temps les Palestiniens de Gaza, veut-il sincèrement éviter un nouveau de bain de sang sur place? Je l'espère. Ce plan de paix, certes imparfait, prévoit un cessez-le-feu, une aide humanitaire, la libération des otages, ainsi que celle de nombreux prisonniers palestiniens. Ce plan exclut tout rôle pour le Hamas et prévoit le développement à Gaza d'une force de stabilisation internationale. Il faut en tenir compte. En effet, voyant d'où l'on vient, c'est un pas décisif. Pour conclure, madame la présidente, ce plan est bien plus concret que toute mission menée par une flottille internationale. Les participants à cette périlleuse entreprise ont, certes, la liberté de le faire, mais en tant que libéral, je sais que la liberté s'assortit de responsabilités. Les membres de cet équipage, quelque peu pompiers-pyromanes, par les temps qui courent, mettent sciemment leur vie en danger, comme le ministre nous l'a dit. Crisper davantage la situation, alors qu'elle est déjà si complexe, n'apportera rien à la population de Gaza ni aux Palestiniens, et rien non plus à la sécurité des Israéliens. En revanche, elle va créer beaucoup de problèmes aux membres de cette flottille.
De evacuatie van niet-Belgen uit Palestina
De evacuatie van Palestijnen op humanitaire gronden
Evacuatie van buitenlanders en Palestijnen uit conflictgebieden
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België evacueerde sinds oktober 2023 775 personen uit Gaza (waarvan 131 Belgen), met focus op kerngezinnen van erkende vluchtelingen en Belgische burgers, na strenge veiligheidsscreening—geen uitsluitingen om veiligheidsredenen. Momenteel staan 230 van de 500 geplande evacuaties (vooral vluchtelingen met verblijfsrecht) nog uit, afhankelijk van Israëlische en Jordaanse toestemming, met logistieke knelpunten sinds sluiting Rafah. Medische evacuaties moeten tijdelijk blijven, zonder automatische vluchtelingenstatus, benadrukt Huybrechts. Prévot bevestigt de complexiteit en prioriteit voor kwetsbare groepen, maar beperkt acties tot haalbare evacuaties via Kerem Shalom/Jordanië.
Britt Huybrechts:
België heeft een veertigtal personen uit de Gazastrook geëvacueerd. Dat heeft FOD Buitenlandse Zaken vrijdag 8 augustus bekendgemaakt. De groep, naar verluidt vooral bestaande uit kinderen, kwam op 7 augustus in België aan.
Ongeveer vijfhonderd personen staan op de evacuatielijst van dit land. Het gaat om Belgische burgers en erkende vluchtelingen: mensen met een geldig visum of een verblijfsvergunning voor België. Daarnaast hebben ook de partner en kinderen van Belgen recht op hulp van de Belgische overheid om te worden geëvacueerd.
Dit is niet de eerste evacuatieronde.
Hoeveel niet-Belgen werden in 2024 en 2025 intussen naar België overgebracht? Graag een opsplitsing per verblijfsstatus.
Werden deze niet-Belgen bijkomend gescreend door uw diensten en door de veiligheidsdiensten?
Zijn er niet-Belgen die op de evacuatielijst staan, die omwille van veiligheidsredenen of openbare ordeproblemen, alsnog niet overgebracht werden? Zo ja, over hoeveel personen gaat het en om welke redenen?
Wat betreft de geëvacueerde erkende vluchtelingen:
Hoeveel erkende vluchtelingen waren 'ongeoorloofd' in Palestina (cf. de problematiek van de zogenaamde vakantiegangers)?
Wat zal u doen met het statuut van deze personen?
Hoeveel niet-Belgen staan er nog op de evacuatielijst? Graag een opsplitsing per verblijfsstatus.
Maxime Prévot:
Je vous remercie madame Huybrechts. Je vais apporter des éléments de réponse à vos questions, mais aussi à celles de Mme Maouane.
Ik geef graag een stand van zaken over het dossier van de evacuaties uit Gaza, met dank voor uw vraag.
Tout d’abord, je tiens à rappeler que faire sortir un maximum d’enfants, de femmes et d’hommes de l’enfer de Gaza demeure une priorité absolue pour nous. Mes équipes, tant au centre de crise du SPF Affaires étrangères à Bruxelles que dans nos postes diplomatiques à Jérusalem et Amman, s’investissent sans relâche pour rendre ces évacuations possibles.
Sinds maart van dit jaar hebben wij 298 personen uit Gaza geëvacueerd, waarvan 37 Belgen en hun kerngezinsleden. Dat brengt het totaal aantal geëvacueerde personen sinds oktober 2023 op 775, waarvan 131 met de Belgische nationaliteit.
Al die personen werden gescreend door onze nationale veiligheidsdiensten. Noch op de huidige evacuatielijst, noch op de voorgaande lijsten, staan personen die vanwege van problemen inzake veiligheid of de openbare orde niet naar België kunnen of konden worden overgebracht.
Mes équipes mènent ces évacuations dans des conditions très difficiles. Elles sont confrontées à des défis énormes sur les plans sécuritaire, opérationnel, administratif et politique.
Une évacuation ne s’improvise pas, c’est une opération complexe qui exige une préparation longue et intense. Dans ce contexte, nous n’avons d’autre choix que de concentrer nos efforts et nos moyens.
Le gouvernement a donc décidé, pour l’instant, de se focaliser sur une liste fixe de 500 personnes. Il s’agit presque exclusivement de membres de familles nucléaires de réfugiés reconnus en Belgique. À ce jour, 230 personnes figurant sur cette liste restent encore à évacuer.
Il convient de rappeler que chaque évacuation nécessite l’accord préalable des autorités jordaniennes et israéliennes. Une évacuation n'est dès lors possible que quand ces dernières l'autorisent – et n’est donc malheureusement pas possible quotidiennement, mais uniquement de manière périodique.
Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah, début 2024, les évacuations ont lieu via le poste frontière de Kerem Shalom et à travers la Jordanie.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik zal het nog eens herbeluisteren, want ik heb niet alles kunnen noteren. Het is goed om te weten dat mannen, vrouwen en kinderen naar hier worden gehaald. Ik hoop dat de focus natuurlijk ligt op de mensen die het nodig hebben. Met betrekking tot de medische evacuaties hoop ik dat die mensen, als ze genezen zijn, naar veilige zones worden teruggebracht en dat ze niet, via de medische evacuatie, heel gemakkelijk een Belgisch vluchtelingenstatuut kunnen krijgen.
De volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kondigde de erkenning van Palestina aan tijdens de VN-top, maar stelt deze formele erkenning via koninklijk besluit uit tot alle Hamas-gijzelaars zijn vrijgelaten en Hamas uit het Palestijnse bestuur is geweerd. Pas daarna zal België pushen voor volwaardig IMF- en Wereldbank-lidmaatschap voor Palestina, hoewel Jambon ontkent nu actief verzet te bieden. Almaci kritiseert de voorwaardelijke erkenning als te zwak en contraproductief, omdat Palestina dringend economische steun nodig heeft en België’s houding geen duidelijk signaal geeft voor een tweestatenoplossing.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, op 2 september besloot de federale regering om na de eigen erkenning aan te zullen dringen op de volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank, zodat Palestina op alle mogelijke vlakken toegang krijgt tot de nodige macro-economische en monetaire steun. Dat zal immers nodig zijn, wil het land opkrabbelen als de oorlog is beëindigd. De Belgische vertegenwoordigers bij die instellingen vallen onder uw bevoegdheid.
Ik heb de volgende punctuele vragen. Ten eerste, op welk moment gaat de eigen erkenning waarvan sprake is, in? Is dat bij de ondertekening van de New York Declaration , de politieke erkenning via een koninklijk besluit of de praktische erkenning en de operationalisering van de diplomatieke betrekkingen nadat aan de doelstelling van de New York Declaration werd voldaan?
Ten tweede, betekent het dat u zich op het moment nog verzet tegen het volwaardige lidmaatschap van Palestina van het IMF en de Wereldbank? Als dat het geval is, dan zal dat heel wat mogelijke macro-economische steun en monetaire steun voor de Palestijnse Autoriteit tegenhouden. Als dat inderdaad het geval is, wat is de reden voor uw verzet tot op heden tegen het volwaardig lidmaatschap van Palestina van die organisaties?
Jan Jambon:
Mevrouw Almaci, ons land sloot zich vorige week aan bij een groep landen die de erkenning van de Palestijnse Staat hebben aangekondigd in de marge van de high level week van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Dat was een krachtig diplomatiek en politiek signaal.
Omdat we ons bewust zijn van het trauma dat de Israëli hebben ervaren na de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, zal België de erkenning van de Palestijnse Staat pas bij koninklijk besluit formaliseren zodra de laatste gijzelaar is vrijgelaten en terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina zijn verwijderd.
Aan die voorwaarden is thans jammer genoeg nog niet voldaan, waardoor de formalisering nog niet aan de orde is. Na de eigen erkenning zal de federale regering aandringen op de volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank, zoals is afgesproken in het akkoord van het federale kernkabinet.
Er is op heden dus geen sprake van enig verzet of negatieve houding tegen het volwaardig lidmaatschap van Palestina bij beide instellingen. Als Belgisch gouverneur voor de Wereldbank en plaatsvervangend gouverneur voor het IMF volg ik als minister van Financiën de lijnen zoals afgesproken door het federale kernkabinet.
Meyrem Almaci:
Op een bepaald moment werd onze premier in het licht van zijn verklaringen in New York gevraagd of België nu wel of niet had erkend. Zijn antwoord luidde dat het een goede zaak was dat men die vraag stelde. Dat is echter helemaal geen goede zaak. De erkenning is zo voorwaardelijk dat ze een aantal problemen met zich meebrengt, problemen die Palestina op het moment als kiespijn kan missen. Er ontbreekt ook een duidelijk signaal vanuit ons land richting Israël en richting de wereld in verband met de tweestatenoplossing. Ik begrijp dat een en ander via een koninklijk besluit zal verlopen en dat wij nog steeds op die dunne lijn blijven en nog geen volwaardig lidmaatschap van Palestina bij het IMF en de Wereldbank zullen voorleggen, totdat al onze voorwaarden zijn vervuld. Dat is natuurlijk jammer, want ik denk dat het volwaardig lidmaatschap bij het IMF en de Wereldbank meer dan broodnodig is. Ik hoop dan ook dat de arizonaregering van positie verandert.
Israël bij het Europees Investeringsfonds (EIF) en de Europese Investeringsbank (EIB)
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt via de EIB projecten in zowel Israël (€650 mln sinds dec. 2023) als Palestina (focus op economische veerkracht en KMO’s), met controles tegen misbruik door Hamas, maar ontwijkt concrete maatregelen tegen Israël ondanks beschuldigingen van genocide. Minister Jambon benadrukt de tweestatenoplossing en versterkte toezichtsmechanismen, maar Almaci kritiseert het ontbreken van sancties of stopzetting van financiering aan Israël als "schuldig verzuim". België stemde mee met recente EIB-projecten in Israël zonder formeel verzet. Geen duidelijke voorstellen of timing voor strengere actie.
Meyrem Almaci:
Op 2 september heeft de federale regering beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van het Europees Investeringsfonds en de Europese Investeringsbank in samenwerking met Israël. Als minister van Financiën bent u bevoegd voor de Belgische positie in beide instellingen. U zetelt ook als vertegenwoordiger van ons land in de Raad van Gouverneurs van de Europese Investeringsbank. België is daarnaast ook vertegenwoordigd in de raad van bestuur van de Europese Investeringsbank. Sinds 1981 heeft de EIB in Israël 30 projecten gefinancierd voor een totale waarde van 2,6 miljard euro. Sinds december 2023 zijn er zes nieuw opgestarte financieringen voor een waarde van meer dan 650 miljoen euro, in een context waarbij elke gezaghebbende internationale instantie spreekt over etnische zuivering en genocide.
Welke concrete voorstellen heeft België al gedaan binnen de EIB en EIF, waar u ons vertegenwoordigt, om de situatie aan te pakken en aan te passen aan de context van genocide? Aan welke concrete voorstellen werken u en uw diensten nog op dit moment? Wanneer wilt u deze voorstellen voorleggen aan andere lidstaten en aan het bestuur van de EIB en het EIF? Welke mogelijke maatregelen met betrekking tot de activiteiten ziet u nog? Welke stappen zult u nemen om die te bereiken? Wat was het stemgedrag van de Belgische vertegenwoordiger wat betreft de zes nieuwe financieringen sinds het uitbreken van de oorlog?
Jan Jambon:
Mevrouw Almaci, zoals u terecht aangeeft, heeft de federale regering op 2 september beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van de EIB en het EIF. In een context van extreme polarisatie kiest de EIB ervoor om zowel in Israël als in Palestina actief te zijn om haar status als betrouwbare partner voor beide partijen te waarborgen.
In Palestina richt de bank zich voornamelijk op het versterken van de macro-economische veerkracht via leningen aan de privésector, het verbeteren van toegang tot financiering voor micro-ondernemingen en kmo's en het verlichten van het dagelijks leven van de Palestijnse bevolking. Deze activiteiten gaan gepaard met strikte waarborgen om te voorkomen dat middelen worden afgeleid naar terroristische groeperingen, waaronder Hamas. In lijn met de conclusies van de Europese Raad van 26 oktober 2023 is het streven van België, zoals dat van vele andere lidstaten, om initiatieven te steunen die bijdragen aan het welzijn van de bevolking, die op middellange termijn bijdragen aan een duurzame tweestatenoplossing en die het risico op versterking van terroristische groeperingen minimaliseren.
Mijn diensten blijven in nauw overleg en volgen dat nauwgezet op.
Wat betreft de financiering, sinds december 2023 heeft België, samen met de andere aandeelhouders van de bank, een aantal projecten in de regio gesteund, terwijl het de EIB-autoriteit heeft opgeroepen om haar opvolgings- en controlemechanismen te versterken om misbruik van financiering te voorkomen. Alle projecten zijn terug te vinden op de website van de EIB met de nodige toelichting. Besluiten binnen de EIB worden doorgaans bij consensus genomen, formele stemmingen zijn zeer zeldzaam.
Meyrem Almaci:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U geeft aan dat de EIB en het EIF actief zijn, zowel in de regio Palestina als in Israël en dat zij een betrouwbare partner willen zijn, maar dat ze macro-economische investeringen doen.
U hebt uitgebreid gesproken over ervoor zorgen dat middelen niet naar terroristische organisaties worden afgeleid, maar u hebt niets gezegd over de situatie met het Israëlische regime, dat momenteel een genocide uitvoert op het Palestijnse volk. Dat is problematisch, zeker op een moment waarop in juli 2025 gezaghebbende Israëlische stemmen hebben gepleit voor het opleggen van verpletterende sancties aan dat regime. Ik had gehoopt dat u daarover iets zou zeggen, maar het is bijzonder teleurstellend te zien dat, zelfs nu overduidelijk is dat er een genocide plaatsvindt, het voor u als minister nog altijd business as usual is. Ondertussen hebt u op een vraag geantwoord dat u gaat bekijken hoe de boycot van producten uit nederzettingen zal worden aangepakt. Ik vind dat opmerkelijk en het is op zijn minst schuldig verzuim.
Voorzitter:
De vraag nummer 56008279C van de heer Tas wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De bescherming van de Belgische staatsburgers aan boord van de hulpvloten naar Gaza
Gaza
Het VN-rapport waarin de situatie in Gaza als genocide gekwalificeerd wordt
De Global Sumud Flotilla
Humanitaire hulpvloten naar Gaza, bescherming burgers, VN-genociderapport, Global Sumud Flotilla
Gesteld door
Ecolo
Rajae Maouane
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Groen
Staf Aerts
PS
Christophe Lacroix
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden beschuldigen de Belgische regering van passiviteit en medeplichtigheid aan het Israëlische geweld in Gaza, dat door een VN-rapport als genocide wordt bestempeld, met systematische moorden, martelingen en honger als wapen. Ze eisen erkenning van de genocide, concrete sancties tegen Israël en diplomatieke bescherming voor Belgische activisten in de flottille naar Gaza—die Israël als "terroristen" bestempelt—maar premier De Wever ontwijkt het woord "genocide", wijst op humanitaire hulp via officiële kanalen en biedt geen extra consulaire garanties, beperkt tot standaardprocedures. Kritiek spitst zich toe op dubbele standaarden (vs. erkenning andere genocides) en gebrek aan moreel leiderschap, terwijl activisten—gedreven door falend internationaal optreden—hun leven riskeren om het beleg te breken. De Wever’s afwezigheid van urgente maatregelen en minimalisering van burgerinitiatieven worden als "schandalig" en "compliciteit" afgedaan.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, vous le savez ou pas, le génocide continue en direct. À Gaza City, il ne reste plus rien. Des familles entières disparaissent sous les gravats. Des bébés meurent quelques heures après être nés.
L'armée israélienne a déclenché la solution finale contre les Gazaouis: une opération terrestre massive, avec comme seul objectif anéantir et effacer Gaza. Et face à l'action largement insuffisante, voire inexistante de notre gouvernement, des courageux militants et militantes qui viennent du monde entier, dégoûtés du manque d'action de nos gouvernements, sont obligés de prendre la mer, obligés de risquer leur vie pour essayer de casser le blocus imposé par Israël à Gaza.
Le ministre israélien de la Sécurité, Itamar Ben-Gvir, a qualifié de terroristes les activistes de la flottille pour Gaza, parmi lesquels il y a des ressortissants belges, monsieur le premier ministre. Il a annoncé que ces activistes seraient traités comme des terroristes à leur arrivée. Mais qui sont les terroristes? Qui tire sur la foule de civils affamés? Qui tue à bout pourtant des mères, des pères, des enfants? Qui viole le droit international? Les menaces du gouvernement israélien sont explicites et ce sont des vies belges qui sont en danger.
Et pourtant, monsieur le premier ministre, je ne vous ai pas entendu défendre nos compatriotes. Alors monsieur le premier ministre, voici deux questions simples. Quelles mesures immédiates allez-vous prendre pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique face à ces menaces qui sont claires, directes et explicites? Quelles dispositions concrètes votre gouvernement va prendre pour soutenir la flottille – les flottilles – et assurer la protection de nos compatriotes qui sont à bord?
Merci pour vos réponses.
Nabil Boukili:
Le 16 septembre: une date, deux événements.
Le premier événement est l'offensive meurtrière de l'armée israélienne à Gaza City. Comme s’il n’y avait pas eu assez de morts, pas assez de massacres, pas assez de génocides… on s’enfonce, et on continue. Face à cela, pas de réaction, pas de mesure ou de sanction concrète.
Le deuxième événement est le rapport de la commission d’enquête de l’ONU, qui s’est clairement positionnée: il y a aujourd’hui un génocide perpétré par le gouvernement israélien contre le peuple palestinien. Là non plus, aucune prise de position, aucune sanction claire, concrète, contre l’État d’Israël.
Pourtant, hier, en commission des affaires étrangères, des résolutions ont été proposées pour reconnaître le génocide et pour prendre des sanctions contre l'État d'Israël. Votre majorité, sous votre direction, monsieur le premier ministre, a refusé de les voter.
Face à la lâcheté des gouvernements occidentaux, les peuples, eux, se réveillent et s’élèvent. Ils veulent mettre fin à la famine et au blocus. Aujourd’hui, une flottille est en route vers Gaza pour briser ce blocus. Là non plus, monsieur le premier ministre nous ne constatons pas de prise de position ni de déclaration pour protéger les ressortissants, notamment belges, qui participent à cette flottille.
Monsieur le premier ministre, dans le rapport ou dans l’accord de gouvernement, vous avez évoqué les ministres extrémistes israéliens. Considérez-vous aujourd'hui que ce n'est pas l'ensemble du gouvernement (…)
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, ons land, elke burger van ons land is verplicht genocide te voorkomen en te stoppen, aangezien wij het genocideverdrag ondertekend hebben en dat verdrag precies dat engagement inhoudt.
Afgelopen week verscheen het rapport van de uit topexperten wereldwijd samengestelde onderzoekscommissie en haar conclusies zijn overduidelijk: de Israëlische regering pleegt genocide op de Palestijnse bevolking. De feiten in dat rapport zijn huiveringwekkend: vrouwen worden seksueel misbruikt; gevangenen in de gevangenissen worden misbruikt en gefolterd; dagelijks zijn kinderen slachtoffer; kleuters worden doodgeschoten door sluipschutters en kinderen met witte vlaggen worden doelbewust neergeschoten. Ik hoor verontwaardiging in de zaal, maar dat is precies wat in het rapport staat en wat zich op het terrein afspeelt, elke dag opnieuw. Het zou zinvol zijn als iedereen minstens de samenvatting van dat rapport bij zich neemt.
Ondertussen heeft de Kamer gisteren tegen de erkenning van die genocide gestemd. Mijnheer de premier, u hebt tot nu toe het woord genocide nog niet in de mond genomen. Dat men dat woord niet gebruikt, is niet neutraal. Het betekent dat men partij kiest en de feiten ontkent. U gaat als eerste minister naar New York om ons land daar te vertegenwoordigen. We beschikken over verschrikkelijke beelden en omvangrijke rapporten. Ik wil van u weten of Israël volgens u een genocide op de Palestijnse bevolking uitvoert.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, je parle avec gravité, avec même une forme de profonde émotion. Pendant que nous débattons ici en effet, en toute sécurité, des citoyennes et des citoyens, dont des Belges, sont en mer à bord de la flottille Global Sumud, en route vers Gaza pour briser le blocus, pour forcer le passage et apporter de l’aide humanitaire, des aliments, des boissons, des médicaments. C’est la plus grande mission humanitaire civile jamais organisée.
Ce ne sont pas des aventuriers; ce ne sont pas des provocateurs; et ce sont encore moins des terroristes, comme le ministre israélien les a qualifiés. Ils viennent de 40 pays. Ce sont des filles, ce sont des garçons, d’à peine 20 ans parfois, des militants et des militantes de la paix, des âmes révoltées qui ont décidé d’agir là où la communauté internationale a échoué et échoue encore.
Je pense notamment à Maya, que j’ai rencontrée avant son départ. Elle m’a expliqué qu’elle ne pouvait plus rester chez elle à ne rien faire, à regarder l’horreur devenir plus d’horreur d’heure en heure, impressionnante d’énergie et de volonté, de détermination. En quelques mois, quelle mobilisation!
Ce n’est pas sans dangers. La flottille a déjà été attaquée à Tunis. Israël annonce un dispositif antiterroriste pour intercepter la flottille. L’Espagne, elle, a pris ses responsabilités. Elle a mis en place une protection diplomatique et consulaire pour ses ressortissants. Elle a dit qu’elle est aux côtés de la flottille.
Je vous pose ces questions, monsieur le premier ministre, et j’attends des réponses claires. La Belgique est-elle aux côtés de la flottille? La Belgique a-t-elle dit urbi et orbi qu’elle soutenait la flottille? A-t-elle dit à Israël qu’elle protégeait ses ressortissants et leurs bateaux? A-t-elle plaidé auprès de l’Union européenne pour que celle-ci se réveille et affirme qu’elle est aussi aux côtés de la flottille? Allez-vous accorder une protection diplomatique et consulaire à ces citoyens? Surtout, monsieur le premier ministre, quand la Belgique va-t-elle prendre ses responsabilités et reconnaître le génocide à Gaza?
Bart De Wever:
Chers collègues, avant de répondre, je souhaiterais dire un mot à propos de la profanation de la tombe familiale du ministre d' É tat Jean Gol.
Il n'y a rien de plus ignoble et abject que de profaner une tombe. J'ai personnellement et directement exprimé mon indignation et mon soutien à la fille et à la dernière compagne de Jean Gol.
Beste collega's, eergisteren was er in de commissie voor Binnenlandse Zaken een actualiteitsdebat over het Midden-Oosten van ruim een uur. Sta mij toe niet alles wat ik daar heb gezegd, te herhalen. Misschien is dit een teleurstellende boodschap, maar de regering is sinds dinsdag niet samengekomen en ik kan u dus geen verdere toelichting geven. Ik verwijs naar het verslag van de commissievergadering.
Par contre, quelques questions, notamment de Mme Maouane et de M. Lacroix, n'ont en effet pas été traitées. Je vais donc y répondre maintenant.
L'action à laquelle vous faites référence n'est pas sans risque. Si – et c'est un grand si – l'objectif est effectivement d'apporter une aide concrète à la population locale, ce n'est certainement pas la meilleure manière d'y arriver. En juin dernier, une action similaire s'est soldée par un échec, et aujourd'hui encore, nous recevons des informations selon lesquelles cette traversée n'est pas sans danger.
Comme vous le savez, nous en avons longuement parlé en commission ce mardi, le gouvernement concentre son aide sur l'amélioration de la situation humanitaire, et en fait beaucoup. C'est peut-être moins visible, mais c'est certainement plus efficace pour améliorer la situation sur le terrain, ce qui devrait tout de même être l'objectif – je pense. La Belgique est le pays qui a le plus contribué en termes d'acheminement de l'aide à la population et d'exfiltration des blessés. Au prorata, nous devons être le premier pays dans le monde, et cela est très concret pour les gens sur le terrain, contrairement à la profusion quotidienne de déclarations symboliques.
Concernant l'assistance consulaire d'urgence à nos ressortissants à l'étranger, nous agissons conformément à ce qui est prescrit dans le Code consulaire. Je renvoie évidemment aux "Conseils aux voyageurs" en vigueur qui déconseillent de se rendre dans la région.
Je cite également le passage de l'accord de gouvernement qui vise à affiner le cadre d'assistance consulaire: "Nous clarifions le cadre de l'assistance consulaire pour les Belges en dehors du territoire européen. Il y aura des instructions claires pour les évacuations/extractions des zones à risque ou des zones de guerre, avec une responsabilisation de nos citoyens". Concrètement, si un citoyen belge se trouve en difficulté ou demande une assistance consulaire, celle-ci lui sera accordée conformément au Code consulaire et aux cadres diplomatique et juridique d'usage.
Cela comprend la communication avec les autorités locales et le soutien, conformément aux obligations internationales, mais pas une protection exceptionnelle ou préventive. Pour l'heure, la Belgique n'a pas prévu d'intervention diplomatique ou consulaire relativement à cette initiative. Cela dit, chaque situation sera évaluée au cas par cas. Je vous remercie de votre attention.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je suis atterrée par la nonchalance avec laquelle vous nous répondez. Se rend-on compte de ce qu'il se passe sur place? C'est un génocide. Je sais que ce mot vous met mal à l'aise. C'est un génocide qui est en train de se dérouler. Je vous remercie de vous référer à la commission de mardi! Vous avez parlé de longues minutes sans prononcer un seul mot pour les civils palestiniens, pour les enfants, les femmes et les hommes qui sont tués.
Bart De Wever:
( … )
Rajae Maouane:
Ce n'est pas un mensonge. Je pourrai consulter le compte rendu. Cette nonchalance est scandaleuse et m'estomaque. On ne peut pas empêcher les gens d'être estomaqués. Ne me traitez pas de menteuse, monsieur le premier ministre, s'il vous plaît! Je ne mens pas.
Bart De Wever:
( … )
Rajae Maouane:
Oui, il faut agir! Les citoyens agissent puisque votre gouvernement ne le fait pas assez. Du reste, les membres de la flottille vous ont écrit. J'ai les courriers ici et je vais vous les transmettre. Ils vous ont écrit, mais n'ont pas reçu de réponse satisfaisante. Nous ne pouvons qu'être (…)
Voorzitter:
Merci, madame Maouane. Une minute est une minute pour tous. Vous avez eu droit à une minute. La parole est à M. Boukili.
(…) : (…)
Voorzitter:
Une minute est une minute pour tous. Vous avez réagi, ce qui n'est pas obligatoire. Vous avez eu la possibilité de répliquer pendant une minute.
(…) : (…)
Voorzitter:
Je n'ai pas entendu la réaction du premier ministre. Vous n'êtes pas obligée de répondre, car cela ne figurera pas dans le compte rendu. Vous avez réagi à ce qui a été dit, mais cela ne figurera pas dans le compte rendu. C'est un peu étrange! Vous avez utilisé votre minute comme vous l'entendez, et c'est votre liberté.
À présent, la parole est à M. Boukili.
Monsieur Boukili, pour être clair, vous avez également droit à une minute.
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, vous dites que la Belgique fait beaucoup. Elle fait beaucoup pour soutenir et être complice du génocide actuel en Palestine. C'est cela que fait la Belgique aujourd'hui. Et là-dessus, vous n'avez pas dit un mot!
Quel est ce gouvernement qui n'est même pas d'accord sur l'accord qu'il a lui-même négocié? M. Bouchez dit "A", M. Prévot dit "B" et, vous, vous vous en fichez complètement. C'est ça la position de la Belgique aujourd'hui! Il y a un génocide en cours et vous ne prenez aucune mesure concrète contre ce génocide et contre l'État génocidaire.
Monsieur le premier ministre, votre réponse est une honte pour la Belgique. Elle n'est pas à la hauteur de la situation. Et si, vous, vous détournez le regard de ce qu'il se passe aujourd'hui contre le peuple palestinien, l'Histoire vous regarde et elle retiendra que vous êtes du côté des bourreaux.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, ik dacht, ik houd het simpel en stel één enkele vraag: voert Israël volgens u een genocide uit op de Palestijnse bevolking. U hebt die vraag niet beantwoord. U hebt ze ook afgelopen dinsdag niet beantwoord. U krijgt het wederom niet over uw lippen dat Israël een genocide begaat op de Palestijnse bevolking. De bewijzen zijn er, rapport na rapport, beeld na beeld.
Het is niet onschuldig. U kiest daarmee de zijde van de Israëlische regering. Die genocide wil N-VA niet erkennen. De Holodomor op Oekraïners is voor de N-VA genocide. De N-VA wil eveneens de genocide op de jezidi's erkennen. Wat er nu gebeurt, dat is blijkbaar iets anders dan een genocide. U gebruikt twee maten en twee gewichten en beschermt opnieuw Israël met fluwelen handschoenen. Stop ermee. Zeg wat er te zeggen is: het is een genocide, punt uit.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, votre réponse est choquante parce que vous parlez de conseils de voyage, comme si ces jeunes pacifistes partaient en vacances sur la bande de Gaza. Non, ils partent parce que vous ne faites rien. Ils partent parce que les démocraties européennes laissent faire, parce que vous êtes un lâche, que vous laissez agir et que vous ne protégez pas ces citoyens qui vont risquer leur vie.
Vous ne me menacerez pas de me taire. Je me lèverai toujours contre des gens comme vous parce que vous les raillez, vous les méprisez, ces gens qui risquent totalement leur vie. Et il y a des Belges parmi eux. Ce sont des jeunes qui sont convaincus, qui viennent avec tout ce qu'ils peuvent – d'abord leur cœur et ensuite des aliments, pour aller là où les démocraties européennes ont failli, hormis l'Espagne et quelques autres. Vous êtes la honte de ce gouvernement et de ce pays!
Voorzitter:
Merci, monsieur Lacroix.
Mijnheer Van Hecke vraagt het woord voor een technische opmerking.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, u was bijzonder snel om de microfoon van collega Maouane uit te zetten …
Voorzitter:
Na één minuut.
Stefaan Van Hecke:
… Ondanks constante onderbrekingen door de eerste minister, niet in de microfoon, maar iedereen heeft ze gehoord, behalve die kant van de zaal. Bovendien heeft de eerste minister – hij ontkent het trouwens niet, want hij heeft het daarna nog bevestigd – parlementslid Maouane beschuldigd van leugens. Ze was aan het spreken en de eerste minister zei dat ze een leugenaar is.
Dat is uw stijl, mijnheer de eerste minister, maar dat is niet de stijl van dit Huis. Dat is ongezien.
Het is minstens een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Als dat geen persoonlijk feit is, wat is het dan wel nog in dit halfrond? Ik vraag u dus, bij toepassing van het Reglement, om mijn collega de mogelijkheid te geven om te antwoorden op het persoonlijk feit.
Voorzitter:
Mijnheer Van Hecke, u bent een handig man, maar in het verslag zal geen enkel persoonlijk feit geregistreerd staan en dus is er ook geen persoonlijk feit. Anders zou iedereen in de zaal kunnen reageren op wat dan ook en kan daarop worden voortgeborduurd om die minuut te verlengen. Ik ga daar niet op in, want dan openen we de doos van Pandora en kan iedereen zichzelf het recht toe-eigenen om die minuut uit te melken. Mevrouw Maouane heeft een minuut reactietijd gehad. Niemand heeft de collega verplicht te reageren op niet-geregistreerde opmerkingen. Zij had haar volledige exposé kunnen brengen indien ze dat had gewild. Ze heeft er echter voor gekozen te reageren op iets waarover wie later het verslag zal lezen zich zal afvragen waarop dat een reactie is. Er zal namelijk helemaal niets staan. Dat is de keuze en de vrijheid die ik voor alle duidelijkheid respecteer en verdedig. U kunt echter niet van mij verwachten dat ik geval per geval zal nakijken wie in het halfrond aanleiding heeft gegeven om die minuut te verlengen. Het spijt me, maar ik kan hier geen persoonlijk feit vaststellen. Een persoonlijk feit wordt geregistreerd via de microfoon en opgenomen in het verslag. Als we daarvan afstand nemen, collega Van Hecke, weet ik niet waar het einde nog kan worden gevonden. Als u mij toestaat, wil ik nu voortgaan met de vragen. U zult mogelijk nog andere opmerkingen hebben, maar ik denk niet dat ze mijn mening zullen doen veranderen.
Het opsluiten van Palestijnse activisten in gesloten centra
De 4 pro-Palestijnse betogers die naar een gesloten terugkeercentrum gebracht werden
De opsluiting van pro-Palestinabetogers in een gesloten centrum
Opsluiting van pro-Palestijnse activisten in gesloten centra
Gesteld door
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
PVDA
Greet Daems
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vier Palestijnse asielzoekers—onder wie een erkende vluchteling in Griekenland—werden na pro-Palestijnse betogingen in Brussel opgesloten in gesloten centra wegens vermeende "verstoring van de openbare orde", zonder concrete feiten of transparante motivering, wat vragen oproept over disproportionaliteit en inperking van protestrecht. Minister Van Bossuyt bevestigde dat hun detentie (maximaal 6 maanden) juridisch is zolang hun asielprocedure loopt, maar verwijst door naar Binnenlandse Zaken voor politionele details en mogelijke terugzending naar Griekenland bij afwijzing. Kritiek blijft bestendig: de opsluiting lijkt willekeurig (geen duidelijke strafbare feiten, alleen betogingsdeelname), ondermijnt vreedzaam protest, en discrimineert asielzoekers ten opzichte van andere betogers. De minister biedt geen verheldering over de specifieke overtredingen of het onderscheid in behandeling.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, via verschillende kanalen, onder andere de verfoeilijke vzw's maar evengoed lokale bestuurders, bereiken ons signalen dat er bij acties naar aanleiding van de genocide in Gaza Palestijnse activisten opgepakt worden en in gesloten centra opgesloten worden. De wet stelt duidelijk dat opsluiting in een gesloten centrum mogelijk is voor mensen voor wie een asielprocedure loopt, wanneer ze de nationale veiligheid of de openbare orde bedreigen.
Mevrouw de minister, over hoeveel mensen gaat het? Ik vernam dat het over vier personen gaat, maar ik durf me daar niet op vast te pinnen, want dat aantal kan te hoog of te laag zijn.
Zitten ze nog altijd vast? Hoelang blijven ze vastgehouden?
Ik neem aan dat op een bepaald moment wordt geoordeeld dat betrokkenen een bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Wie bepaalt dat, wie oordeelt daarover?
Zit men desgevallend maximaal twee keer drie maanden vast, of kan men vroeger vrijkomen? Dat is niet heel duidelijk.
Welke handelingen hebben die mensen gesteld opdat die inschatting werd gemaakt? Wellicht heb ik niet dezelfde kennis als u als minister, maar ik verneem dat het louter deelnemen aan een betoging een reden zou zijn om die mensen op te sluiten in een gesloten centrum. Ik kan me niet inbeelden dat we in een democratie een dergelijke keuze zouden kunnen maken. Daarom vraag ik u naar de redenen voor de opsluiting van die mensen. Kunt u bevestigen dat gewoon deelnemen aan een pro-Palestijnse betoging geen grond is om op basis van bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid te worden opgesloten in een gesloten centrum als een asielprocedure loopt?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De Dienst Vreemdelingenzaken bevestigde aan VRT NWS dat ze op vraag van de Brusselse politie deelnam aan gecoördineerde acties aan de Beurs. 4 personen zijn na de pro-Palestijnse protestacties naar een gesloten terugkeercentrum gebracht.
"Deze acties richten zich niet tegen de deelnemers aan de betoging, wel tegen de verstoorders van de openbare orde, bekend voor een aantal feiten in de marge hiervan", aldus de Dienst Vreemdelingenzaken.
Eén van de 4 betrokkenen, Hussam, de man gekend van de video, diende op 16 oktober 2023 voor de eerste keer een asielaanvraag in. Dat bevestigde zijn advocaat Mathilde Questiaux. Anderhalf jaar later, in maart 2025 is hij verhoord door het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. Hij heeft blijkbaar nog geen beslissing over zijn dossier ontvangen. Eerder werd hij al erkend als vluchteling in Griekenland. Sinds woensdag 10 september zit de persoon vast in het gesloten terugkeercentrum in Brugge.
Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken kunnen ook asielzoekers met een lopende asielaanvraag naar een gesloten centrum worden gebracht als ze de openbare orde verstoren.
Welke nationaliteit hebben de 4 betrokkenen?
Wat is de verblijfsstatus van de 4 betrokkenen?
Wat betreft de Palestijn Hussam: vermits hij al een vluchtelingenstatus gekregen heeft in Griekenland, zal hij gedwongen teruggestuurd worden naar Griekenland? Werd de beslissing intussen genomen? Zit hij nog altijd in het gesloten terugkeercentrum?
Hoeveel asielzoekers - dus personen in de asielprocedure - zitten op dit moment in de gesloten terugkeercentra? Voor welke feiten?
Greet Daems:
Mevrouw de minister, de voorbije weken zijn er vier pro-Palestijnse actievoerders opgepakt na betogingen aan de Beurs in Brussel. Ze werden opgesloten in verschillende gesloten centra. Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken en de Brusselse politie zouden ze de openbare orde hebben verstoord, maar tot vandaag is niet duidelijk om welke feiten het precies gaat.
Uit de beelden van de arrestatie van Hussam, een van de actievoerders, blijkt wel duidelijk dat hij na afloop van een rustig verlopen betoging in een metrostation door agenten in burger wordt opgepakt. Dat gebeurde dus niet tijdens de manifestatie, maar erna. Hussam zit momenteel midden in een asielprocedure. Hij werd in maart dit jaar gehoord door het CGVS, maar wacht nog altijd op een beslissing. Toch zit hij nu in een gesloten centrum door die arrestatie.
Mensenrechtenadvocaten noemen dat ongezien en disproportioneel. Ze herinneren eraan dat een asielzoeker tijdens zijn procedure normaal enkel in een gevangenis kan worden opgesloten, en dan nog alleen wanneer hij strafbare feiten heeft gepleegd en zich voor de rechter moet verantwoorden.
Het komt erop neer dat er veel onduidelijkheden en vragen zijn over de feiten die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan.
Mevrouw de minister, op welke concrete feiten baseerde de politie zich om die mensen te arresteren?
De volgende vraag staat niet in de ingediende tekst, maar kunt u zeggen wie het bevel voor zulke arrestaties geeft?
Wat was voor elk van de vier actievoerders de motivering om te spreken van een verstoring van de openbare orde?
Waarom worden mensen die midden in een asielprocedure zitten opgesloten in een gesloten centrum?
Tot slot, hoe garandeert u dat het grondrecht op vreedzaam protest niet wordt uitgehold door dat soort van ingrepen?
Anneleen Van Bossuyt:
Geachte Kamerleden, na de pro-Palestinabetogingen heeft de Dienst Vreemdelingenzaken vier Palestijnen opgesloten in een gesloten centrum. Dat aantal klopt dus wel degelijk, mijnheer Vandemaele. Die personen werden geïntercepteerd naar aanleiding van feiten tegen de openbare orde.
De opsluiting moet voldoen aan de criteria die zijn opgelegd door de Vreemdelingenwet. De rechter ziet toe op de correcte toepassing daarvan en de wettelijke vasthoudingstermijn geldt voor die personen. Ze hebben allemaal een verzoek om internationale bescherming ingediend in ons land, hoewel ze reeds in Griekenland het statuut van vluchteling hebben verkregen. Indien een verzoek in ons land wordt geweigerd, zal aan Griekenland gevraagd worden om de personen terug te nemen.
Voor het overige verwijs ik u door naar de minister van Binnenlandse Zaken. Intercepties wegens openbare orde van personen die legaal in België verblijven of van Belgen, worden niet aan de Dienst Vreemdelingenzaken gemeld. Ook voor vragen over politionele zaken verwijs ik u door naar collega-minister Quintin.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, in een democratie moeten we zeer behoedzaam zijn met de inperking van grondrechten van burgers. Wie de wet overtreedt, moet daarop aangesproken worden. Indien de inbreuken bewezen worden, is het evident dat men gestraft wordt. Het is echter maar de vraag of een deelname aan een betoging al dan niet een verstoring van de openbare orde inhoudt. In een normaal systeem kan een burger zich tegen de aantijgingen uit een klacht verweren. Desgevallend volgt een veroordeling en een straf. De genoemde mensen worden echter op basis van een verstoring van de openbare orde opgesloten in een gesloten centrum, zonder inzicht in de duur van hun verblijf.
Bent u van plan de maximale termijn, namelijk twee maal drie maanden, volledig te benutten? Wat is de meerwaarde daarvan? Die mensen zitten in een asielprocedure. Als ze een fout hebben gemaakt, mogen zij daarvoor zonder meer gestraft worden; daarover bestaat geen discussie. Voor zover wij kunnen nagaan, is het niet duidelijk welke strafbare feiten die mensen hebben gepleegd, behalve dat ze aanwezig waren op een betoging. Het lijkt mij uiterst problematisch om mensen op basis daarvan van hun vrijheid te beroven. Het feit dat hun asielprocedure hangende is, kan volgens mij geen reden zijn voor opsluiting. Overigens, andere betogers, burgers die geen asielprocedure doorlopen, zouden gewoon op vrije voeten zijn. Ik begrijp dan ook niet goed op welke basis het onderscheid wordt gemaakt. Uw antwoord heeft dat voor mij helaas niet verduidelijkt.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ook voor mij is niet duidelijk wat die mensen nu exact hebben misdaan waardoor zij in een gesloten centrum werden opgesloten. De argumentatie van de verstoring van de openbare orde blijft erg vaag. U verwijst naar de minister van Binnenlandse Zaken. Ik zal hem daarover ondervragen. Het is immers heel belangrijk dat er klaarheid wordt verschaft. Nu ontstaat de indruk dat Palestijnen die hun stem laten horen tegen de genocide, het risico lopen opgesloten te worden. Dat zou echt problematisch zijn. Dat zou een directe ondermijning zijn van het grondrecht op vrije meningsuiting en vreedzaam protest. Het is belangrijk dat daarin klaarheid wordt geschapen.
Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties, alsook leden van Hamas
Het ontzeggen van D-visa voor Israëli’s die in de illegale kolonies wonen
Gewelddadige actoren en visumbeperkingen in Israëlisch-Palestijns conflict
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kondigde aan extremistische Israëlische ministers (Ben-Gvir, Smotrich) en Hamas-leiders als *persona non grata* te verklaren en pleit voor Schengen-brede visumopschorting, maar Van Bossuyt bevestigt dat haar dienst hiervoor nog geen concrete stappen zette—individuele motivering (veiligheidsdreiging) en inlichtingen van veiligheidsdiensten (SGRS/OCAD) zijn vereist, met rechtsmiddelen mogelijk. EU-sancties (bevriezing tegoeden, reisverbod) waren al van kracht, maar België implementeerde ze kennelijk niet volledig; deadlines voor nieuwe sancties of de juridische analyse over D-visaweigering voor kolonisten ontbreken, en uitbreiding naar andere visacategorieën is onzeker. Geen automatische weigering mogelijk: elke beslissing moet individueel gemotiveerd worden, ook bij gezinshereniging.
Matti Vandemaele:
Op 2/9 besloot het kernkabinet " om duidelijke sancties voor te stellen tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en verantwoordelijken van Hamas, op basis van de lijsten van de EU, Canada en het VK: financiële beperkingen, het bevriezen van tegoeden, een inreisverbod, enzovoort. In afwachting van deze voorstellen zal België deze gewelddadige kolonisten en terroristen van Hamas die op de Europese lijst staan, per direct als persona non grata verklaren op Belgisch grondgebied."
Ook zou België "de extremistische ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich, evenals de politieke en militaire leiders van Hamas, tot persona non grata verklaren op haar grondgebied. Binnen de Schengengroep zal gepleit worden voor het opschorten van de visumverlening aan deze personen en aan de individuen die in het vorige punt zijn genoemd. Deze lijst kan verder worden uitgebreid indien er voldoende Europese steun voor is."
De Europese lijsten, zoals onder meer vastgelegd in het specifiek sanctiekader voor Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad op 19 januari 2024 en de aanvullende sancties voor extremistische Israëlische kolonisten op Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem op 15 juli 2024, hebben al tot gevolg dat "hun tegoeden bevroren worden. Ook is het krachtens die sancties reeds verboden hun direct of indirect tegoeden of economische middelen te verstrekken. Daarnaast geldt er voor de op de lijst geplaatste personen een reisverbod naar de EU." Enkele vragen:
Als de kern nu stelt dat de personen die op deze Europese lijsten staan, per direct als persona non grata verklaard zullen op BE grondgebied, betekent dan dat dit in België nog niet het geval was? En heeft België dus geen gevolg gegeven aan de voornoemde EU-sanctiebesluiten?
Als de kern nu stelt dat de Belgische diensten nu gaan onderzoek hoe "financiële beperkingen, het bevriezen van tegoeden en een inreisverbod" kunnen worden voorgesteld op die Europese lijsten, betekent dan dat dit in BE nog niet het geval was? En heeft BE dus geen gevolg gegeven aan de voornoemde EU-sanctiebesluiten?
Wat is de deadline waarop uw diensten duidelijke sancties moeten voorstellen op basis van voornoemde lijsten?
Welke bijkomende personen zal DVZ op basis van dit besluit invoeren in het Schengeninformatiesysteem (SIS), met de aantekening dat ze niet langer welkom zijn op het Belgische grondgebied? En welke van voornoemde personen en personencategorieën waren reeds niet welkom op het Belgische dan gehele Schengengebied?
De federale regering besloot op 2 september om u te vragen "om een juridische analyse uit te voeren naar de wijze waarop, in overeenstemming met het internationaal recht, verblijf in een bezet gebied door niet-Palestijnse aanvragers kan worden meegewogen, teneinde te onderzoeken in hoeverre deze situatie een invloed kan hebben op het weigeren van een D-visum voor lang verblijf."
Wat is de deadline van deze analyse?
Wat is de exacte onderzoeksvraag van deze analyse?
Verbindt u zich ertoe deze visa ook effectief consequent te weigeren, mocht dat juridisch mogelijk blijken?
Waarom beperkt deze analyse zich tot D-visa voor lang verblijf? Engageert u zich om ook andere visa op te nemen in de analyse en uw uiteindelijke besluiten?
Zal u deze personen die verblijven in illegale kolonies, persona non grata verklaren op het Belgisch grondgebied?
Zal u er binnen Schengen werk van maken dat deze aanvragers uit de illegale kolonies ook in andere Schengenlanden geen visa meer zullen krijgen?
Anneleen Van Bossuyt:
Collega Vandemaele, u stelt vragen over de beslissing van het kernkabinet over de financiële sancties. Dat valt niet onder mijn bevoegdheid. Evenmin valt het onder mijn bevoegdheid om iemand persona non grata te verklaren. Dan kom ik aan uw vragen over een inreisverbod. Een dergelijke beslissing wordt geregistreerd in de databank van de Dienst Vreemdelingenzaken en vormt een nationale signalering met het oog op weigering van toegang en verblijfsverbod in de zin van artikel 24 van het Schengeninformatiesysteem. Ik wijs erop dat een inreisverbod steeds in feiten en in rechten individueel moet worden gemotiveerd, bijvoorbeeld in geval van een aanslag of een bedreiging voor de nationale veiligheid of de openbare orde. De Dienst Vreemdelingenzaken moet dus beschikken over informatie afkomstig van de Belgische veiligheidsdiensten – SGRS, VSSE en het OCAD – voor elke geviseerde persoon. De beslissingen die in dit kader worden genomen, kunnen worden aangevochten bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat geldt eveneens voor het al dan niet afleveren van een visum. Telkens moet worden nagegaan of voldaan is aan de voorwaarden, bijvoorbeeld bij een visumaanvraag met betrekking tot gezinshereniging. Er kan dus niet consequent worden geweigerd zonder individuele motivering. Met betrekking tot de juridische analyse, de beperking tot visa D is een beslissing van de regering. Er is geen deadline voorzien voor dit onderzoek en de opdracht om die analyse uit te voeren is nog niet gegeven.
De vergadering van het kernkabinet van 27 augustus over de situatie in Gaza
Het akkoord van het kernkabinet over Gaza
Het federale akkoord over Gaza
De situatie in Palestina
De afwezigheid van de premier en de onduidelijkheid rond het akkoord van het kernkabinet over Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De uitvoering van het akkoord v.d. kern over het conflict en de humanitaire tragedie i.d. Gazastrook
Het Gaza-akkoord
Het akkoord over Gaza en het standpunt van België binnen de EU en in New York
Het federaal en kernkabinet Gaza-akkoord, situatie Palestina en humanitair conflict
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische regering wordt scherp bekritiseerd voor haar terughoudende, voorwaardelijke erkenning van Palestina (gekoppeld aan vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) en gebrek aan harde sancties tegen Israël, ondanks beschuldigingen van genocide in Gaza. Premier De Wever verdedigt het kernakkoord (sancties, steun aan EU-maatregelen, symbolische erkenning in New York) als "evenwichtig" en benadrukt humanitaire hulp, maar oppositie en delen van de meerderheid noemen dit "leeg retorisch compromis" dat Israël de facto ontziet. Polarisatie domineert: oppositie eist onmiddellijke, onvoorwaardelijke erkenning en economische druk, terwijl de regering vasthoudt aan EU-consensus en "realpolitiek". Concrete actie (bv. opschorting handelsakkoord) blijft uit door interne verdeeldheid en Europese afhankelijkheid.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier, vous voici enfin devant nous, vous le premier ministre dont le rôle consiste notamment à répondre aux parlementaires et à la population. Après un été de génocide, il était temps que nous nous voyions et que vous veniez au Parlement. Nous avions demandé plusieurs fois à vous voir, parce que vous nous manquiez. Nous voulions vous entendre en commission des Relations extérieures, mais nous n'avons malheureusement pas pu vous entendre avant. J'espère que votre safari s'est bien passé et que vous vous êtes reposé. Pendant ce temps, des familles entières ont été décimées, et notre pays s'est contenté de demi-mots.
Après l'accord du kern sur la Palestine, présenté comme "historique" par certains, force est de constater qu'il ne répond pas à la gravité de la situation. J'ai parlé d'un génocide à Gaza. Cette nuit encore, l'enfer s'est déchaîné sur Gaza-City. Israël a débuté une offensive terrestre. La Belgique s'en tient malheureusement à des demi-mesures, alors que le droit international impose bien davantage et qu'il continue d'être bafoué par l' É tat d'Israël.
Monsieur le premier ministre, j'aimerais vous poser deux questions simples, que je vous avais déjà adressées en commission des Relations extérieures. Malheureusement, vous n'étiez pas disponible. Tout d'abord, la Belgique continue de conditionner la reconnaissance de la Palestine à des critères que les Palestiniens et les Palestiniennes ne contrôlent pas: libération des otages – je l'entends bien –, exclusion du Hamas, démilitarisation. Cela revient à imposer une violence supplémentaire. Quand va-t-on enfin reconnaître la Palestine de manière immédiate et inconditionnelle, ainsi que l'impose le droit international?
J'en viens ensuite à votre lecture de l'accord du kern. Nous savons que les divergences au sein de votre gouvernement sont énormes. D'un côté, on parle de reconnaissance, de l'autre on la vide de sa substance. Vous êtes le premier ministre et donc censé être le garant de l'unité gouvernementale. Quelle est votre lecture, votre position? Pour l'instant, les messages contradictoires sèment la confusion et fragilisent davantage encore la crédibilité de la Belgique sur la scène internationale.
Monsieur le premier ministre, la Belgique compte-t-elle continuer à reculer et à se dissimuler derrière des positions intenables ou bien va-t-elle accomplir un acte clair, courageux et cohérent, en reconnaissant sans conditions l' É tat de Palestine et en imposant de réelles sanctions à l' É tat d'Israël qui viole le droit international? Je vous remercie de vos réponses.
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, ik heet u welkom in het Parlement. Het is lang geleden dat we u hier nog gehoord hebben. In december was u hier niet.
We hebben de voorbije zomer heel veel gezien van u over olifanten, katten en andere symboliek. Daarvoor was de weg naar de media blijkbaar heel makkelijk te vinden. Over de verhongerende en stervende mensen in Gaza bleef u echter opvallend stil.
De situatie is daar de voorbije zomer enorm geëscaleerd. Het aantal journalisten dat is gestorven en vermoord gaat richting 400. Vele experts hebben nogmaals uitgesproken dat ginds een genocide aan de gang is. Een hongersnood is daar gaande, namelijk een man-made starvation , zoals die hier in het Parlement begin september 2025 al is benoemd.
U bleef echter rustig op vakantie. Er was hier op 3 september 2025 nochtans een commissievergadering. Het Parlement toespreken lukte niet, maar een interview geven aan Radio 2 lukte blijkbaar wel. Een schooltje bezoeken in Nederland lukte blijkbaar ook. Volgens mij is onderwijs nochtans een Vlaamse bevoegdheid, maar dat was blijkbaar belangrijk.
De enige keer dat we u hebben gehoord over de kwestie, was tijdens een persconferentie in Duitsland – in Duitsland dan nog – waar u verklaarde dat een snelle erkenning zinloos en contraproductief is. Het is nochtans overduidelijk dat er helemaal geen staat meer is om te erkennen als we nu nog lang wachten.
Mijnheer de premier, in uw hoedanigheid van burgemeester had u al gezegd dat het voor uw kant van het licht duidelijk niet opgaat. U sprong zelfs last minute in de wagen om een concert, symbolisch in Duitsland, bij te wonen.
Het akkoord over Palestina zelf heeft minister Prévot hier toegelicht. Waarom is het dan belangrijk om daarover vragen te stellen en met u van gedachten te wisselen? Dat is omdat wat minister Prévot heeft verklaard een totaal andere versie is dan wat bijvoorbeeld de heer Freilich schetste. De heer Freilich gaf de boodschap dat België en Israël dezelfde doelstellingen delen. Hij is een partijgenoot van u. Is hij dan de woordvoerder van de N-VA? België zou dus onder de huidige regering dezelfde doelstellingen hebben als de genocidaire regering van Israël.
De heer Freilich heeft echter ook de hele N-VA-interpretatie van het akkoord uitgeschreven: veel geblaat, weinig wol. De erkenning van Palestina is een lege doos die niemand zal kopen. Met de aankoop van wapens in Israël zal België doorgaan. Aan de visa en consulaire diensten voor kolonisten verandert niets, behalve de retoriek. Een importban zullen de MR- en N-VA-ministers in de regering wel tegenhouden.
Collega’s van Vooruit, cd&v en Les Engagés en alle leden die de Palestijnse zaak een warm hart toedragen – die zitten immers in meerdere partijen –, de heer Freilich is zelfs niet de enige die dat stelt. Ook de heer Bouchez, nog altijd voorzitter van een van de regeringspartijen, verklaart exact hetzelfde.
Ondertussen wordt vanuit cd&v en Vooruit gecommuniceerd dat België Palestina onmiddellijk zal erkennen. Mensen laten zich niet foppen. Er kwamen 100.000 mensen op straat om het Palestijnse volk een stem te geven.
Bij het indienen van mijn vraag had ik nog de illusie dat u misschien naar New York zou gaan. Als ik uw communicatie van de afgelopen weken bekijk, denk ik echter dat u de moeite niet zult doen om het Palestijnse volk internationaal een stem te geven en dat u dat zult afschuiven op de heer Prévot.
Toch heb ik een aantal vragen over die erkenning. Mijn eerste vraag gaat over de politieke erkenning, via een koninklijk besluit, die is gekoppeld aan twee voorwaarden. De eerste voorwaarde is de vrijlating van alle gijzelaars. Het gaat dan over de gewapende groeperingen in Gaza. Van de politieke gevangenen in de Israëlische gevangenissen is er uiteraard geen sprake. Ten tweede moeten terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina worden verwijderd.
Betekent dat dan dat zolang de Israëlische regering weigert een akkoord te sluiten over de vrijlating van gijzelaars, er geen Belgische erkenning van Palestina komt? Betekent dat dus dat de erkenning door de Belgische regering afhangt van een Israëlische regering waarvan nu al leidende ministers hebben verklaard dat de vrijlating van gijzelaars er niet zal komen? Wanneer is voor u voldaan aan de voorwaarde van de verwijdering van terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina? Binnen welke termijn denkt u dat België Palestina echt zal erkennen?
Aan de werkelijk impactvolle stappen, de feitelijke operationalisering van diplomatieke gesprekken, koppelt u ook nog extra voorwaarden. Kunt u bevestigen dat zolang de Israëlische regering weigert medewerking te verlenen aan de organisatie van nieuwe verkiezingen in de Palestijnse gebieden die operationalisering, dus de opening van een ambassade en dergelijke, niet zal plaatsvinden? Tot daar mijn vragen, mijnheer de premier.
Benoît Lutgen:
Merci monsieur le premier ministre. Contrairement à mes collègues de l'opposition, vous ne m'avez pas manqué. C'est vrai, beaucoup d'amour ainsi que des attentes fortes ont quand même été exprimés. Ce n'est pas mon cas.
Je voudrais d'abord rappeler qu'un gouvernement peut s'engager notamment au travers de l'expression, ce qui a été fait à de nombreuses reprises en commission le 14 août et par la suite par le ministre des Relations extérieures qui a exprimé les différents accords. Je remercie d'ailleurs le gouvernement à cet égard. J'entends beaucoup de choses mais, si on regarde et si on compare l'ensemble des mesures qui ont été prises par le gouvernement belge notamment en matière de sanctions, qui sont inédites et fortes, je pense que la comparaison ne peut que nous amener à voir – cela fait d'ailleurs l'objet de ma question principale – les contacts que vous avez pu avoir au niveau international, et surtout au niveau européen, avec vos collègues, pour voir s'ils sont prêts à prendre des mesures de sanction aussi fortes. Je rappelle que ces sanctions visent tant certains ministres israéliens que le Hamas et que certaines sanctions économiques peuvent être prises.
Avez-vous pu, notamment dans le contexte de l'accord économique Union Européenne-Israël, en particulier en son article 2, dialoguer ces derniers jours avec les chefs d'État ainsi qu'avec les premiers ministres afin d'enclencher aussi cette dynamique-là au niveau européen? En tout cas, la Belgique et notre gouvernement, quant à eux, ont pu prendre des mesures, qui sont des mesures les plus fortes possible au regard de ce que d'autres pays membres ou non de l'Union Européenne ont pu prendre. Je ne peux que m'en féliciter et vous en féliciter.
Monsieur le premier ministre, mes questions portent dès lors surtout sur les différents contacts que vous avez pu avoir en la matière ces derniers jours ou dernières semaines pour tenter de convaincre vos homologues de prendre le même type de mesures à l'égard d'Israël et du Hamas.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le premier ministre, le 27 août, un accord a été conclu en comité restreint concernant la situation à Gaza.
Or, depuis lors, vous n'avez pas répondu à la demande d'audition qui a été formulée par la présidente de la commission des Relations extérieures, ni même pris la peine de vous présenter devant le Parlement pour clarifier la position de votre gouvernement.
Dans ce contexte, j'ai quelques petites questions à vous poser. D'abord, pourquoi n'avez-vous pas répondu à la demande officielle d'audition du Parlement sur cet accord? Ensuite, quelle est votre lecture précise de cet accord, notamment en ce qui concerne l'État de la Palestine? Enfin, pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas adopté une position claire, comme celle de l'Espagne, qui reconnaît l'État palestinien sans conditions? Je vous remercie.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister of – ik weet niet meer wie aan het spreken is op het buitenlandse toneel van het politieke leven – mijnheer de ex-voorzitter van de N-VA, u hebt gezegd dat de gebeurtenissen in Gaza 'geruis uit de buitenwereld' waren. Zestigduizend doden, waaronder veel kinderen en vrouwen, is dat geruis uit de buitenwereld? Tientallen journalisten werden gedood, is dat geruis uit de buitenwereld? Twee miljoen mensen worden uitgehongerd, is dat geruis uit de buitenwereld? Mijnheer de eerste minister van België, blijft u bij die uitspraak? Vindt u nog altijd dat dit geruis uit de buitenwereld is?
Mijnheer de eerste minister, de mate waarin u Israël, of zoals u vroeger hebt gezegd de kant van het licht, consequent blijft verdedigen, is frappant. Naar aanleiding van de boycot door het Festival van Vlaanderen Gent tegen Lahav Shani, bent u zelfs naar het Duitse Essen getrokken. Mijnheer de eerste minister, die twee maten en twee gewichten, hoe krijgt u dat nog uitgelegd? U spreekt in naam van de hele regering, van het hele land, en u kunt zelfs geen degelijke sancties nemen tegen Israël, dat zich schuldig maakt aan genocide.
Mijnheer de minister, blijft u bij die uitspraak? Waarom kan België Palestina gewoon niet erkennen? Dat is toch logisch? Dat is toch een onvoorwaardelijk recht van dat volk? We hebben in het verleden nog iets anders gekend. Waarom doet u dat niet?
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de premier, sinds het akkoord binnen de regering over het sanctiepakket tegen Israël is België opnieuw een voortrekker in Europa. Wat doen we concreet om een einde te maken aan de gruwel in Gaza? We handelen op onze eigen kracht, mijnheer de eerste minister. Dat gebeurt door een nationale importban in te stellen voor goederen afkomstig uit alle illegale Israëlische gebieden en door een lijst van Belgische sancties tegen individuen, variërend van het blokkeren van geld en visa tot actieve vervolgingen.
Daarnaast is de regering een sterk engagement aangegaan om op de VN-conferentie in New York een betekenisvolle rol te spelen en bij te dragen aan een duurzame tweestatenoplossing, met een nadrukkelijk statement voor de erkenning van Palestina, mijnheer de eerste minister.
Op het Europese niveau, waar we samen het meest impact kunnen hebben, krijgt minister Prévot een stevig mandaat om alle mogelijke onderdelen van het associatieakkoord waarvoor meerderheden gevonden kunnen worden op te schorten. Europa is de belangrijkste handelspartner van Israël en kan door de opschorting van handelsvoordelen en subsidies de grootste druk uitoefenen. Op deze manier kunnen we de Israëlische regering het meest raken en bijdragen aan het stoppen van de genocide.
Grote woorden zijn niet langer voldoende. Het is duidelijk dat als we de gruwel in Gaza en Palestina willen stoppen, we de regering van Netanyahu en de extreemrechtse coalitie moeten treffen waar het pijn doet, namelijk in hun zakken. Vorige week riep mevrouw Ursula von der Leyen in haar Europese State of the Union duidelijk op tot concrete maatregelen. Na Ierland, Spanje, Slovenië en nu ook België beweegt Europa eindelijk ook. Na een wetenschapsakkoord stelt de Europese Commissie voor om een handelskakkoord op te schorten, om zo bij te dragen aan dat momentum. Mevrouw von der Leyen roept de lidstaten om die meerderheid te vinden. Na een historisch akkoord binnen deze regering is dat nu net de rol voor België.
Mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister, is hoe België in Europa een meerderheid zal vinden, in de eerste plats over het handelsakkoord. Daarnaast wil ik weten naar welke partners we kijken om andere landen te overtuigen om Palestina te erkennen en wat uw boodschap zal zijn op het podium in New York, zowel aan Israëliërs als aan Palestijnen.
Voorzitter:
Dit is een actualiteitsdebat en andere leden kunnen aansluiten. Welke leden willen dat doen?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je me demande quelle est votre conviction réelle et profonde sur ce sujet. Gaza n'a pas valu le coup pour vous d'interrompre vos vacances alors que vos collègues de majorité s'écharpaient ici. Pendant ce temps-là, avec une certaine zénitude, vous étiez en train de faire des stories Instagram avec vos éléphants. J'admire cette forme de self-control, mais elle peut aussi être vue comme de l'indifférence. Au final, nous n'en savons pas beaucoup sur votre conviction profonde à propos de ce qui se passe à Gaza.
Comment qualifiez-vous ce qui s'y produit? Quelle est votre interprétation du compromis que vous avez forgé en kern avec cette demi-reconnaissance? Confirmez-vous mon hypothèse selon laquelle la Belgique ne reconnaîtra pas la Palestine à New York et se contentera d'annoncer son intention de le faire dans un temps qui n'arrivera sans doute jamais – sans doute pas sous l'Arizona vu les conditions imposées? Ne pensez-vous pas que ce compromis, cette reconnaissance – qui n'en est pas une –, est déjà obsolète? En effet, les bombardements se poursuivent à Gaza et M. Netanyahu a récemment déclaré que de toute façon, quoi que fous fassiez, il n'y aura jamais d'État palestinien.
Cela permet, cher collègue, de reprendre l'argument de ceux qui nous disent que reconnaître la Palestine reviendrait à recevoir les félicitations du Hamas. C'est évidemment absurde et il s'agit même d'une posture dangereuse lorsque cela vise à dire que le Hamas a une légitimité politique. Nous pourrions surtout inverser l'argument, compte tenu des propos et des actes du gouvernement israélien et compte tenu du fait que nous avons un premier ministre, M. Netanyahu, qui assume qu'il n'y aura jamais d'État palestinien. Nous pouvons affirmer que décider de ne pas reconnaître la Palestine, c'est féliciter et encourager M. Netanyahu. Qu'en pensez-vous? Je vous remercie.
Bart De Wever:
Monsieur le président, chers collègues, j'espère que vous avez tous passé de bonnes vacances. Tout d'abord, je vous souhaite une bonne année de travail.
Om te beginnen wil ik toch even aanstippen –niemand heeft erover gesproken – dat ons land zich in de afgelopen zomermaanden enorm gekweten heeft van het leveren van humanitaire hulp aan de burgerbevolking in de Gazastrook. Ik meen dat we daarin wereldwijd nummer 1 geweest zijn. Het gaat over de levering van voedingsmiddelen, drinkwater en medicamenten, maar ook over de extractie van gewonden, en met name van kinderen, die hier medisch verzorgd worden. Ik meen dat geen land ter wereld pro rata meer heeft gedaan dan België. Ik vind het heel eigenaardig dat daar nooit iemand bij stilstaat en dat het als een detail terzijde wordt geschoven. Ik vind dat echt jammer, want het betekende echt iets voor de mensen op het terrein, afgelopen zomer.
Ik meen niet dat het opbod van alle verklaringen deze zomer, in augustus met name, veel geholpen heeft in Gaza. Wat ons land gedaan heeft, heeft wel concreet heel veel geholpen voor de mensen op het terrein in Gaza. Daar zou het toch over moeten gaan, nietwaar? De kwestie is toch niet hoe wij ons hier voelen bij die situatie? Over het helpen van de mensen op het terrein, daarover zou het moeten gaan, of dat had althans gemoeten.
Ik zal eerst punctueel op een aantal vragen antwoorden.
Mijnheer De Smet, tegen intentieprocessen verdedig ik me niet. Ik begin daar zelfs niet aan. Daarop moet men antwoorden met andere intentieprocessen, maar tot die menselijke laagte zal ik niet zakken. Dat moet u me niet kwalijk nemen. U mag me dat wel kwalijk nemen, maar dat trek ik me eerlijk gezegd niet aan.
Mijnheer Hedebouw, stop met die leugens over geruis uit de buitenwereld. Die uitspraak is in een context gedaan, de context van partijvoorzitters in mijn meerderheid, die mij het leven moeilijk maakten. Dat heb ik gekwalificeerd als geruis, niet het maatschappelijk protest, want dat kan ik wel een plaats geven. De emoties die mensen voelen bij een vreselijk conflict, kan ik echt wel plaatsen.
Dat soort leugens is echt laag. Het creëert een sfeer van polarisatie, die gevaarlijk is. Ik zou u toch niet hoeven te wijzen op wat er allemaal in de wereld gebeurt als men zich laat gaan in dat soort halve leugens, of halve waarheden die eigenlijk hele leugens zijn? Het zijn bijzonder kwalijke leugens, die grote gevolgen kunnen hebben.
Nu kom ik tot de kwestie van de commissievergadering op 3 september. In de regering hadden we afspraken gemaakt.
Nous avions convenu que M. Prévot prendrait la parole au nom du gouvernement.
Ik heb de gewoonte om mij aan afspraken te houden.
J'ai pour habitude de m'en tenir à ce qui est convenu au sein du gouvernement. M. Prévot a dit qu'il irait au Parlement pour défendre l'accord, qu'il s'exprimerait au nom du gouvernement et qu'il le ferait seul.
C'est ce qui avait été convenu en kern. Donc, lorsque M. Prévot parle, c'est le gouvernement qui parle. Je trouve charmant le fait que je vous manque mais ce n'est absolument pas nécessaire.
Nu kom ik tot de kern van de zaak.
Les objectifs fixés dans l'accord de gouvernement restent inchangés. Dès le début, nous avons insisté sur le rôle de pionnier de l'Union européenne pour parvenir à une solution à deux États par la voie diplomatique, laquelle garantit tant la sécurité d'Israël que la reconnaissance mutuelle de la Palestine, dans le respect de l'intégrité territoriale.
We hebben in het kader van dat principe trouwens inderdaad een sanctiepakket afgesproken. We hebben gezegd – dit is niet min – dat we elke sanctie die Europa zal voorstellen, zullen steunen. Alle sancties die Europa zal voorstellen, zullen we steunen. Dat hoeft zelfs niet meer punt per punt bediscussieerd te worden binnen de regering. Alles wat Europa zal voorstellen en wat een gekwalificeerde meerderheid vergt, zal België steunen. Dat is toch niet niets?
We zullen dus de New York Declaration ondertekenen. Ik kom daar later op terug. Daarnaast hebben we een eigen pakket van federale maatregelen, waarover ik het ook nog zal hebben.
Mais nous ne voulons pas mener une politique inutile ou contre-productive. Nous voulons contribuer à faire la différence sur le terrain. Nous ne voulons par ailleurs en aucun cas récompenser une organisation terroriste telle que le Hamas. C'est pourquoi nous avons clairement indiqué que la reconnaissance serait légalement formalisée dès que les derniers otages auront été libérés et que les organisations terroristes comme le Hamas auront été écartées du pouvoir. Les différentes autres décisions prises dans le cadre de cet accord nous permettent bel et bien de maintenir une forte pression pour évoluer dans cette direction et avoir ainsi un impact réel sur le terrain.
In dat akkoord over het Midden-Oosten hebben we herbevestigd dat we een politiek en diplomatiek signaal zullen geven, door ons aan te sluiten bij de landen die de erkenning van de Palestijnse zaak zullen afkondigen in de marge van de High-level Week van de Algemene Vergadering van de VN, door ons aan te sluiten bij het gemeenschappelijk initiatief van Frankrijk en Saoedi-Arabië.
Ik vind het nogal onkies dat u daarover twijfel uit, want ik heb na mijn bezoek aan president Macron onmiddellijk gezegd dat we dat zouden doen. U mag mij kwalijk nemen dat het enige tijd heeft gevraagd om ook de regering op die lijn te krijgen. Daar was een deadline voor en die lag niet in augustus, maar begin september. Wij hebben die deadline gehaald.
Wat is nu eigenlijk uw probleem? Denkt hier iemand dat het, als ik mijn vakantie had onderbroken, één seconde verschil had gemaakt voor wie dan ook op het terrein? Wie dat werkelijk gelooft, mag nu de hand opsteken. Stop met uw moraliserende verhalen, alsof de oorlog al beëindigd zou zijn als ik vroeger uit vakantie teruggekeerd was. Dat is de sfeer die u creëert. Welnu, dat is een gevaarlijke sfeer, een zeer gevaarlijke sfeer. Wij doen niet aan geopolitiek om onszelf te bevredigen. Daarvoor dient geopolitiek niet.
Ik heb nooit twijfel laten bestaan over mijn intentie, na mijn bezoek aan het Élysée. Ik heb de regering op die lijn gekregen. Meer nog, ik ben in Duitsland en Nederland gaan spreken om hen ook te overtuigen om de New York Declaration te ondertekenen. Sterker nog, ze hebben dat ondertussen ook gedaan.
Mijnheer Aerts, u moet mij toch eens uitleggen wat u precies bedoelt wanneer u “uitgerekend in Duitsland” zegt. U zegt dat ik uitgerekend in Duitsland spreek over Palestina. Wat bedoelt u daar eigenlijk mee? Wat is het probleem met Duitsland? Geen antwoord? Ik hoop dat er geen antwoord op is, mijnheer Aerts. Ik hoop werkelijk voor u dat er geen antwoord op die vraag is. “Uitgerekend in Duitsland”, zeg straks maar wat er mis is met Duitsland. Ik zou het graag van u vernemen.
Ik heb in Duitsland met de heer Merz gesproken en ik heb hem gezegd dat het goed zou zijn als we in Europa allemaal de New York Declaration zouden ondertekenen over de erkenning van Palestina en het naar voren schuiven van de tweestatenoplossing. Ook al wordt die op het terrein niet gerealiseerd, Europa moet een baken zijn voor het internationaal recht, collectief, liefst met z’n allen.
Misschien is dat niet zo radicaal als sommigen in de oppositie en ook in de meerderheid wensen. Dat kan ik begrijpen. Sommigen willen dat het sneller gaat of willen dat de erkenning onvoorwaardelijk gebeurt, ze willen alles en ze willen het nu, maar zo werkt Europa niet. Europa is een consensusmachine. Daarvoor moet men zijn uiterste best doen. Daarom onderhoud ik bilaterale contacten. Ik zal dus inderdaad zelf naar New York gaan. Hoe durft u daarover eigenlijk twijfel te zaaien? Hoe durft u dat? Ik zal zelf naar New York gaan om daar namens ons land te spreken en de beslissingen die deze regering heeft genomen met veel overtuiging te verdedigen. Ik ben immers een sterke voorstander van de tweestatenoplossing. Ik ben van oordeel dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat en op een leven in vrede, in co-existentie met Israël. Dat is altijd mijn overtuiging geweest. Ik betreur ten zeerste wat daar gebeurt en ik trek mij dat bijzonder aan.
Het intentieproces waarbij mij onverschilligheid wordt aangewreven door een lid van deze vergadering, zal ik niet licht vergeten. Ik zal dat niet licht vergeten, mijnheer De Smet. Indifférence , dat woord kan tellen.
Ik denk dat het akkoord duidelijk is. Het impliceert dat de erkenning van Palestina bij koninklijk besluit zal worden geformaliseerd. Daar zijn inderdaad nog voorwaarden aan gekoppeld. Ik durf te vragen of iemand vindt dat we Palestina moeten erkennen zolang daar nog gijzelaars vastzitten. Vindt iemand we dat moeten doen zolang een terreurorganisatie daar de facto het bestuur in handen heeft? Dat is alvast niet het standpunt van de regering. U mag dat standpunt hebben en u kunt dat verdedigen, maar het is niet het standpunt van de regering. Ons standpunt is dat we dat op dat moment zullen doen, bij koninklijk besluit.
We verlenen dus steun aan de verklaring van New York, die ook de demilitarisering van Hamas als doelstelling heeft gesteld, alsook de democratisering van het bestuur in de bezette Palestijnse gebieden. Ik meen dat de Palestijnen ook recht hebben op een behoorlijk bestuur, met het engagement om daar democratische en transparante verkiezingen te houden. Dat staat in die verklaring.
Men kan daarover discussiëren, ik begrijp dat intellectueel ook. Men kan zich afvragen of die voorwaarden prealabel zijn en of de erkenning dan de beloning is, dan wel of de erkenning een hefboom is om die voorwaarden te realiseren. Daar kan men over discussiëren. De regering heeft een compromis gesloten. On a coupé la poire en deux . Daar kunt u kritiek op hebben. Bespaar mij evenwel al die zware woorden, want ze zijn ongepast.
Daarnaast zijn er nog de maatregelen die we uiteraard zelf nemen op het federale niveau.
En ce qui concerne les différentes mesures convenues qui nous permettent de respecter nos obligations internationales, des accords ont été conclus dans différents domaines politiques. À titre d'exemple, on peut citer le soutien fédéral à l'extension de l'interdiction du commerce des armes, qui a été décidée lors de la concertation interfédérale en 2009, mais dont la responsabilité revient aux entités fédérées. Je pourrais mentionner aussi le refus des demandes de survol militaire des autorités israéliennes tant que le conflit perdure ou le plaidoyer en faveur de nouvelles sanctions à l'encontre des colons violents, des responsables du Hamas, etc. Vous connaissez bien la liste des mesures.
Ces différentes mesures suivent bien sûr la procédure législative applicable. Les ministres concernés mentionnés dans l'accord prendront, chacun dans leur domaine de compétences, les mesures convenues conformément aux procédures en vigueur.
Conformément aux dispositions de cet accord, nous ferons valoir notre position lors des réunions européennes et internationales concernées. Nous demandons à la Commission de présenter des propositions visant à maintenir la pression sur Israël ainsi que des propositions visant à accroître la pression sur le Hamas.
En ce qui concerne les différentes mesures qui nécessitent une majorité qualifiée qui sont énumérées dans l'accord, nous voterons en faveur de celles-ci au niveau européen. Nous demandons également que des propositions concrètes soient présentées concernant les mesures relatives aux activités du Fonds européen d'investissement, de la Banque européenne d'investissement et d'Europol, en coopération avec Israël.
Nu zal ik ingaan op de besluitvorming via koninklijk besluit. In ons akkoord stellen we duidelijk dat de gijzelaars moeten worden vrijgelaten, zoals ik eerder al in het Frans heb uitgelegd. Dat is een voorwaarde prealabel aan het bewuste koninklijk besluit. Die gijzelaars worden niet door de Israëlische regering, maar door terreurorganisaties vastgehouden, die op die manier ook bewust hun eigen bevolking gegijzeld houden. In het akkoord nemen we dan ook verdere maatregelen ten aanzien van de verantwoordelijken van Hamas, zoals dat eerder ook gebeurde ten aanzien van de extremistische Israëlische ministers. Dat laatste had ik nog niet vermeld.
Ik sluit af met de essentie. Wij zullen ons aansluiten bij de verklaring van New York. We zeggen duidelijk dat we het zelfbeschikkingsrecht voor het Palestijnse volk nastreven, maar we willen Hamas niet belonen. De verwijdering van Hamas uit het bestuur van Palestina is een duidelijke voorwaarde. In de verklaring van New York zijn daarover bepalingen opgenomen, waaronder het engagement om democratische en transparante verkiezingen te organiseren en te werken aan akkoorden die de wederzijdse veiligheid kunnen verzekeren. Vanzelfsprekend kan de operationalisering van diplomatieke betrekkingen pas plaatsvinden nadat de doelstellingen van de verklaring van New York ook daadwerkelijk zijn bereikt, inclusief de demilitarisering van Hamas en de vernieuwing van het bestuur.
Tot zover het antwoord, mijnheer de voorzitter.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de eerste minister. Het woord is aan de leden voor hun repliek.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, merci de vos réponses que j'attendais avec impatience. Lorsque nous avons convoqué la commission des Relations extérieures le 14 août, nous voulions vous entendre, non pas pour le plaisir de vous voir ou d'interrompre vos vacances avec les éléphants, mais pour que vous preniez la mesure du génocide en cours.
Pourquoi avons-nous voulu vous voir après l'accord pris en kern? Qui s'est précipité sur une chaîne de propagande israélienne le lendemain de votre accord pour le torpiller? Un président de parti de votre majorité.
Je vous ai écouté pendant de longues minutes, monsieur le premier ministre. Vous ne nous avez pas appris grand-chose. Je n'ai toujours pas entendu de condamnation claire et explicite du massacre en cours, ni des assassinats d'enfants et de journalistes, ni de la famine organisée. Vous ne faites aucune mention des crimes de guerre ni des crimes contre l'humanité. C'est aussi cela que j'attendais de vous, monsieur le premier ministre.
Par contre, j'ai entendu beaucoup de larmes et d'émotion de votre part parce qu'on vous a reproché de ne pas agir assez fort contre le génocide en cours. Puisque nous sommes dans le registre de l'émotion, je vous dirai que je suis assez déçue ce matin, monsieur le premier ministre, par votre incapacité à agir de manière plus forte et plus concrète, parce qu'un génocide est en cours.
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, u hebt gezegd dat de Europese Unie een baken voor het internationaal recht zou moeten zijn. Ik vind dat bijzonder, omdat u ook hebt gezegd dat het aanhoudingsbevel van het Internationaal Gerechtshof niet uitgevoerd moet worden, als Netanyahu zich op Belgisch grondgebied zou begeven. Enige consequentie in uw retoriek zou niet misstaan.
In het akkoord wordt men geen woord gerept over de genocide en de hongersnood die Israël organiseert. Volgens Artsen Zonder Grenzen blokkeert de Israëlische regering de hulp aan de grens. Toch spreekt u vooral over Hamas. Het staat buiten kijf dat Hamas een terroristische organisatie is en ook ik zou uiteraard graag zien dat de gijzelaars vandaag worden vrijgelaten. We moeten echter vaststellen dat de Israëlische regering daar absoluut geen prioriteit van maakt, getuige trouwens de betogingen ginder tegen de Israëlische regering. De vrijlating van de gijzelaars is de voorwaarde die België koppelt aan de erkenning van Palestina. Daarmee legt u de sleutels in de handen van de Israëlische regering. Ik schrik daar zelfs niet van. Dat is immers exact uw beleidslijn. Dat is exact wat de heer Freilich zegt. De Belgische regering zit op dezelfde lijn als de Israëlische regering.
U hebt vandaag opnieuw gesproken over de verwijdering van Hamas uit het bestuur van Palestina en de organisatie van verkiezingen. Israël maakt die verkiezingen onmogelijk. Ze bombarderen elk gebouw plat. De minister van Defensie stond afgelopen weekend nog triomfantelijk voor een kaartenhuisje op het moment dat men een appartementsgebouw laat instorten. U zegt dan echter dat we ons vooral moeten focussen op Hamas en dat we vooral niet mogen kijken naar wat de Israëlische regering allemaal fout doet. De naleving van het internationaal recht impliceert de erkenning van Palestina, het opleggen van sancties en het opschorten van het associatieakkoord. In dat associatieakkoord is immers duidelijk bepaald in welke gevallen het wordt opgeschort.
De regering blijft echter met de voeten slepen, al ben ik blij dat er voortaan iets gesteund wordt op het Europese niveau. Dat had wat sneller gemogen. Het is wel ruim onvoldoende. U verwees naar de repatriëring van mensen. 700 mensen op de wachtlijst voor repatriëring zijn overleden. Die wachtlijst voor medische repatriëring telt 13.000 mensen en 10 daarvan werden door ons land gerepatrieerd. Althans, dat is wat ons werd gezegd. In ieder geval, men moet alles een beetje in perspectief zien.
Ik heb er alvast geen vertrouwen in, mijnheer de eerste minister, en ik hoop dat minister Prévot meegaat naar New York, zodat u daar ten minste met twee het ene Belgische standpunt zult vertolken. Vooralsnog vertolkt de regering nog altijd twee verschillende standpunten.
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, merci pour la clarté de vos propos.
Chers collègues, est-il possible, dans un Parlement, de dépasser un peu les clivages opposition/majorité sur des enjeux aussi importants que ceux-là? Sommes-nous obligés de nous abaisser à faire des procès d'intention, à accuser un gouvernement de manquer d'ambition en la matière?
Je ne sais pas, mais cela me dépasse complètement. Vous passez votre temps à essayer de créer du trouble, là où il devrait y avoir du soutien, à l'égard en tout cas des positions sur lesquelles nous pouvons tous nous retrouver en commun, par rapport à la position prise par le gouvernement belge. Le premier ministre a dit clairement ici que l'expression de la Belgique par rapport à la reconnaissance pourrait se faire à New York. Vous le saviez déjà, puisque monsieur Prévot s’était exprimé en la matière. De plus, il a pris des contacts et il essaie de convaincre nos amis allemands de pouvoir aussi faire la même chose.
Ce qui m'insupporte, par rapport à cela…D'abord, ce n'est pas un concours d'émotion. On ne demande pas à un premier ministre de participer à un concours d'émotion. Désolé. On lui demande d'agir, et d'agir effectivement, en matière de sanctions. La Belgique est d'ailleurs à la pointe en la matière, et les sanctions concernent à la fois le gouvernement israélien, Israël sur le plan économique, et le Hamas. Cela me paraît la moindre des choses en la matière.
Mais est-ce possible, ou pas? Ou alors, est-ce qu'on fait simplement des petits jeux politiques même là-dessus? On vient hurler en disant: regardez – et je le pense sincèrement – la gravité de ce qui se passe, les crimes qui se produisent.
Mais si c'est cela, alors, ne faisons pas des petits jeux politiques belges, ridicules au regard de ce qui se produit, honteux et indignes par rapport à ce qui se produit. C’est d'une indignité absolue à mes yeux. Je vous le dis sincèrement. Je vous remercie.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le premier, je me demande comment vous osez venir nous demander comment se sont passées nos vacances. Vous venez enfin vous présenter au Parlement et vous nous demandez si nous avons passé de bonnes vacances. Personnellement, je n'ai pas envie de vous répondre parce que c'est hors sujet.
Je ne comprends pas votre comportement: vous inondez les réseaux sociaux par des gestes provocateurs et indignes de la communication d'un premier. À Gaza, nous dénombrons plus de 60 000 morts, nous assistons en direct à un génocide. Des femmes, des enfants, des civils et des vieillards meurent. Les images sont terrifiantes et nous basculons dans l'inhumanité.
Comment osez-vous dire que vous coupez la poire en deux? J'en suis choquée. J'aimerais bien que vous m'écoutiez au lieu de discuter avec votre collaboratrice. Vous ne manquez pas d'ironie et de cynisme, mais vous ne nous manquez pas à titre personnel: nous voulons entendre un premier ministre.
Quand vous entendez votre copain de Walibi, dont vous aviez l'air très proche, dire autre chose que votre ministre qui a l'habitude de s'exprimer à titre personnel, vous devez venir ici donner la position de votre gouvernement. C'est ce que nous attendons!
Ici, vous confirmez que votre position forte est de donner un signal sur le terrain en disant qu'un jour, peut-être, nous reconnaîtrons la Palestine. Monsieur le premier, malgré le fait que vous venez crier devant nous en faisant semblant d'être énervé et choqué par nos propos, je retiens que vous n'allez jamais reconnaître la Palestine sans conditions. Nous en prenons acte. Je vous remercie.
Raoul Hedebouw:
Premier, u kunt het verwijt dat wij polariseren intellectueel toch niet verantwoorden, wanneer u, die zo bewust met communicatie bezig bent, vanuit Zuid-Afrika foto's post met olifanten en krokodillen, terwijl er bommen op Gaza vallen? U hebt heel bewust zo gecommuniceerd.
Ik waardeer het, mijnheer de minister, dat u een keuze gemaakt hebt. U hebt een geopolitieke keuze gemaakt voor Israël. U communiceert volle bak om te polariseren, omdat u de kant van het licht, de kant van Israël, hebt gekozen. Dat is niet mijn kamp. U kunt dan toch niet volhouden dat er hier gepolariseerd wordt? Vorige zaterdag bezocht u Duitsland en verklaarde u dat iedereen die voor de boycot van Israël is, een antisemiet is. Is dat niet polariseren tot en met? U gaat er volle bak voor. U staat achter het koloniale bewind van Israël. Zeg dat dan gewoon en kom hier niet vertellen dat er gepolariseerd wordt. Intellectueel weet u dat, mijnheer de eerste minister. Elke post die u maakt, is politiek goed berekend. U weet wat u doet. Iedereen in de zaal hier weet dat. U gaat ervoor, mijnheer de eerste minister. En u begrijpt het niet, zegt u en oordeelt dat hier gepolariseerd wordt?
U verklaart dat u met het geruis uit de buitenwereld, het geruis van de voorzitters van de partijen die in uw kernkabinet zitting hebben, bedoelde. Komaan, niemand gelooft dat hier en uzelf ook niet. U gaat er volle bak voor en dat is mijn meningsverschil met u. Ik sta niet achter het koloniale bewind van Israël.
Vous dites que l'on va mettre des conditions pour la reconnaissance de l'État palestinien, dont les partis qui seront dans le gouvernement. Depuis quand met-on ce type de conditions-là? Allez-vous juger toutes les nations du monde et dire: "Ce parti dans le gouvernement ne nous convient pas, nous ne vous reconnaissons plus comme nation"? Est-ce comme cela que l'on procède à présent? Depuis quand reconnaît-on les nations en fonction de qui se trouve dans leur gouvernement? Non. Vous ne voulez pas reconnaître l'autorité du peuple palestinien. C'est votre choix stratégique. C'est pour cela que 110 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles; parce qu'elles n'étaient pas d'accord avec vous.
Aux Engagés, je dis: remontez-vous un peu contre ce premier ministre. Il ne veut pas la reconnaissance du peuple palestinien. Vous le savez. Faites-en un point de rupture, nom de dieu! Voilà la question qui nous préoccupe ici. C'est cela l'hypocrisie et le bla-bla. Dans les faits, vous savez très bien que la déclaration de New York ne donnera rien du tout. En plus, intellectuellement, vous le savez. C'est cela qui n'est pas correct. La solution est de reconnaître l'État palestinien. Évidemment! Ce n'est pas prendre des demi-mesures. La solution est évidemment le boycott économique. Vous le savez très bien, alors faites-le! Mais il n'y a personne. C'est toujours la même chose. Des sanctions qui viennent des colonies... Le problème, ce ne sont pas les colonies mais c'est l'État d'Israël. Vous le savez très bien. Il ne faut pas un embargo uniquement sur les colonies, il faut un embargo sur l'ensemble.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de eerste minister, mijn collega's noch ikzelf zitten hier voor politieke spelletjes, maar de indruk wordt alsmaar sterker dat er hier wel een politiek spel wordt gespeeld. Mijnheer de eerste minister, weet u waarom ik hier het woord neem? Dat is omdat het mij oprecht pijn doet dat er ginder elke dag mensen aan beide zijden doodgaan. Dat is de realiteit. Er is geen verschil.
Het frustreert mij enorm dat er hier nu politieke spelletjes worden gespeeld. Wij hebben namelijk met de regering een historisch akkoord gesloten, nadat de discussie in voorgaande regeringen nooit tot resultaat heeft geleid. De regering-De Wever daarentegen geeft een duidelijk signaal met economische sancties. Now as we speak vallen er tanks binnen in Palestina. Now as we speak is er een genocide aan de gang, aldus de VN-onderzoekscommissie. Voor wie daar nog aan twijfelde, dat is de realiteit.
Mijnheer de premier, u hebt onderstreept dat we alle sancties die Europa zal nemen, zullen uitvoeren en respecteren. Ik heb genoteerd dat er daarover in de regering geen discussie is. We volgen Europa. U gaat naar New York en zult daar zelf het statement van de regering duidelijk maken, niet als voorzitter van een partij, maar als premier. U zult daar een duidelijk signaal geven dat we Palestina zullen erkennen.
U verklaart dat u niet alleen als premier, maar ook persoonlijk voor een tweestatenoplossing staat. Hopelijk blijft u dat nastreven. U bent in Nederland en Duitsland op zoek gegaan naar partners in Europa voor dat standpunt. Ik hoop dat het ook in de komende weken en maanden overal in de actualiteit te horen zal zijn en in daden zal worden omgezet.
Ongetwijfeld zullen we in de regering nog vaker botsen, maar hopelijk zal de regering een duidelijk signaal geven dat het zo niet verder kan en dat we het belang van de onschuldige slachtoffers altijd zullen vooropstellen.
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse qui, comme l'accord du kern, est équilibrée. L'accord du kern, c'était naturellement la priorité à l'humanitaire, des sanctions fortes sur le plan bilatéral et la construction de sanctions fortes sur le plan multilatéral européen et ensuite une reconnaissance évidemment conditionnée – pas de récompense à une organisation terroriste, pas de prime au 7 octobre – et c'était aussi contribuer à faire la différence sur le plan humanitaire et à sauver des vies.
Je vous ai senti un peu irrité dans vos réponses et, rien que pour cela, je suis content d'être venu. Des leçons de morale, une tonalité proche du réquisitoire, des procès en indifférence, certains estiment qu'il faut nécessairement être manichéen. Pourtant, il y a moyen de dire dans la même phrase qu'il est essentiel de ne pas renforcer le Hamas, de ne pas lui donner une prime pour son action terroriste, et, en même temps, que le gouvernement israélien a un comportement inacceptable, irresponsable qui doit être sanctionné. Vous avez dit dans la même phrase ces deux éléments.
Nous sommes un des pays européens qui sanctionnons le plus fort aujourd'hui le gouvernement israélien compte tenu de ses responsabilités dans le cadre du drame humanitaire. On espère naturellement que cela fera école et que vous porterez ce message sur le plan européen. Nous espérons que nous pourrons contribuer à une solution sur le plan humanitaire sans rentrer dans des slogans. Pour ce qui a trait au génocide, comme le texte de l'accord l'indique, il faut prévenir le génocide, mais ce n'est pas à un parti politique à décréter qu'il y a génocide. Ce sera à la Cour internationale de Justice. Merci pour votre action.
Kathleen Depoorter:
De eerste minister haalde hier terecht aan dat het gaat om de mensen op het terrein, niet alleen de moeders in Gaza, die hun kinderen geen eten kunnen geven, maar ook de moeders in Israël die nog altijd wachten op een antwoord over hun gegijzelde geliefden. Daar gaat het om, collega's. En ja, uiteraard hebben we allemaal hartenpijn. Uiteraard willen we allemaal helpen op het terrein. Dat is waarvoor we hier zitten. Ik vind het dan toch een beetje belachelijk hier te vloeken. Dat kan stoer overkomen, maar dat zal niemand, maar dan ook niemand, in Gaza helpen. Zo doen we geen stappen vooruit. Ik vind het ook heel jammer dat men hier slogans scandeert en het publiek thuis wijsmaakt dat bijvoorbeeld het associatieverdrag opgeschort kan worden zonder unanimiteit in Europa. Dat kan niet, dat weet u maar al te goed! We mogen geen symboolmaatregelen nemen. We moeten maatregelen nemen die effectief impact hebben op het terrein. Dat hebben sommigen hier nog altijd niet begrepen, zelfs na de maandenlange discussies, die we hier gevolgd hebben. Consequentie betekent ook consequent naar elkaar luisteren. Wat doet de regering? Wat heeft ze gedaan? Wat zal ze doen? De eerste minister heeft er net nog aan herinnerd dat we kampioen zijn in het verstrekken van humanitaire hulp. Is dat genoeg? Uiteraard niet. De vrachtwagens moeten in Gaza tot bij de mensen raken. Als Parlement hebben we ook onze verantwoordelijkheid opgenomen. We hebben een resolutie goedgekeurd. We zijn samengekomen op 14 augustus. Of de eerste minister erbij was of niet, we hebben wel het signaal gegeven. Heel kort daarna kwam het kernkabinet tot een akkoord over het onderwerp, wat ik nooit bij de vivaldiregering gezien heb. Laten we dus naar de toekomst kijken en oog hebben voor de actie die de regering onderneemt. Ze zal die ook unaniem in New York en in Europa uitdragen, opdat sancties effectief het verschil kunnen maken voor de Palestijnen en de Israëli's.
De repatriëring van Belgen uit Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy kritiseerde de passieve houding van België tijdens Israël’s offensieven tegen Iran (april 2024), waar buurlanden wel hun burgers repatrieerden, en kaartte selectief migratiebeleid aan: terwijl Belgen in Israël zich verwaarloosd voelden, haalt de regering massaal Palestijnen uit Gaza binnen—volgens hem geïndoctrineerd met jihadisme. De Wever verdedigde het beleid door te benadrukken dat commerciële vluchten snel hersteld waren, de ambassade informatie en hulp bood, en geen evacuaties nodig waren, maar beloofde cijfers na te leveren. De kern: asymmetrische crisisrespons (traag voor Belgen in Israël, actief voor Palestijnen) en veiligheidsrisico’s door migratiebeleid.
Sam Van Rooy:
Ik kom iets sneller aan de beurt dan verwacht. Dat geldt echter niet voor mijn vraag, mijnheer de premier, die ik reeds enkele maanden geleden indiende op het moment dat Israël geschiedenis schreef met Operation Rising Lion en Operation Midnight Hammer, waarmee het de jihadistische vijand in Iran een kopje kleiner heeft gemaakt.
Uw Duitse collega, mijnheer De Wever – u bent tegenwoordig veel in contact met Duitsland, dus ik zeg het toch even – Friedrich Merz, de bondskanselier, zei daarover toen: "Israël knapt het vuile werk op voor ons allemaal. Dit mullahregime heeft dood en verderf gezaaid in de wereld." Ik betreur dat we van u daarover toen niet dezelfde woorden hebben gehoord. U zei dat allicht niet omdat u uw linkse coalitiepartners niet wilde bruuskeren. Dit uiteraard geheel terzijde.
Tijdens Operation Rising Lion, meldden heel wat Belgen zich bij de Belgische ambassade in Tel Aviv met de vraag om gerepatrieerd te worden. Op het moment dat ik deze vraag indiende, in juni, waren dat er meer dan 100. Op dat moment hadden onze buurlanden hun burgers al geëvacueerd via repatriëringsvluchten of met de hulp van hun ambassade naar het Egyptische Sharm-el-Sheikh gebracht, om van daaruit terug te vliegen. Onze buurlanden, zo heb ik begrepen, hebben goed gecommuniceerd met hun burgers in Israël en zorgden voor een vlotte repatriëring.
Mijnheer De Wever, hoeveel landgenoten hebben toen aan België de vraag tot repatriëring gesteld? Welke stappen heeft de regering ondernomen om Belgische burgers vanuit Israël naar België te repatriëren? Wie stond desgevallend in voor de kosten van deze repatriëringen? Tot slot, hoe is er precies gecommuniceerd met de Belgen in Israël? Ik heb namelijk signalen ontvangen dat burgers in het ongewisse werden gelaten.
Bart De Wever:
Deze vraag is eigenlijk een vraag voor de minister van Buitenlandse Zaken. Ik zal u antwoorden wat hij mij heeft laten geworden. Ik zie nu wel dat u ook precieze aantallen vraagt en dat die niet in mijn antwoord vermeld worden. Ik zal u die cijfers eventueel nog schriftelijk laten bezorgen, want ik heb ze gewoon niet. Het is niet dat ik ze u niet wil geven, ik heb ze niet voorhanden. Dat stel ik nu zelf vast.
De communicatie door de ambassade in Tel Aviv en het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken is vanaf het begin van de bewuste incidenten of crisis altijd duidelijk geweest. Reizigers zijn uitgenodigd zich te registreren op Travellers Online, zodat de ambassade op de hoogte was van hun aanwezigheid in Israël. Wie in nood is, kan op elk moment de ambassade contacteren.
De Joodse gemeenschap heeft zelf ook namen van landgenoten kunnen doorgeven aan het crisiscentrum van Buitenlandse Zaken. Dat is ook gebeurd. Daar was ik niet persoonlijk bij betrokken, maar wel persoonlijk van op de hoogte.
Gedurende de hele crisis is het altijd mogelijk gebleven om Israël te verlaten. Dat gebeurde via de weg richting Jordanië of richting Egypte.
Zowel de ambassade in Tel Aviv als de ambassades in Amman en Caïro hebben vooral gefocust op het verschaffen van de nodige informatie en indien nodig ook op fysieke bijstand, om op die manier als de betrokkenen dat wensten het land te verlaten. Het reisadvies voor Israël werd eveneens systematisch geactualiseerd met de nodige informatie.
Het heeft niet lang geduurd vooraleer de luchthavens opnieuw opengingen en de commerciële vluchten hervat werden. Desondanks blijft de ambassade in Tel Aviv ten dienste van alle landgenoten in moeilijkheden en zullen er geval per geval specifieke oplossingen worden gezocht. Er werden op dat moment geen speciale evacuatievluchten gepland, aangezien er eigenlijk sneller via commerciële vluchten kon worden gewerkt.
Waarnaar wij verwijzen, is nu al zowat achter de rug, maar ik heb – u zult mij ter zake tegenspreken – geen kennis van concrete casussen. Er was in het begin wel even een angstopstoot, die ik ook heb aangevoeld, maar die opstoot heeft in mijn herinnering niet langer dan 24 à 48 uur geduurd. Daarna was iedereen gerustgesteld en werd iedereen verder geholpen.
Ik ben dus globaal genomen wel tevreden met de manier waarop een en ander door Buitenlandse Zaken is behandeld en afgehandeld.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de eerste minister, de verhalen die mij ter ore zijn gekomen via landgenoten in Israël, tonen aan dat een aanzienlijk aantal van hen het gevoel had door de Belgische overheid in de kou te worden gelaten. In dat verband wil ik erop wijzen dat de Belgische regering zeer gretig Palestijnen uit Gaza naar België haalt. In maart 2024 werd daarover in de media uitvoerig bericht. Ook het massaal binnenhalen van Palestijnse asielzoekers blijkt voor uw regering geen enkel probleem te zijn. België ontvangt momenteel zelfs de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Mijnheer De Wever, u weet dat het gros van die Palestijnen werd opgevoed en geïndoctrineerd met jihadistische en antisemitische denkbeelden. Recent nog verklaarde een jonge Palestijn dat de keel van niet-moslims in Europa moet worden overgesneden. Ik zal er dus voor blijven waarschuwen dat door het beleid van deze regering die jihadistische cultuur zich steeds meer zal manifesteren in onze scholen en wijken.
Voorzitter:
De volgende vragen op de agenda zijn vraag nr. 56006651C van de heer Matagne en vraag nr. 56006656C van de heer Bergers. Zij zijn echter afwezig.
De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
Het ontoereikende treinaanbod voor de steunbetoging voor Gaza
Pro-Palestijnse betogingen en treinaanbod in Brussel-Zuid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS staat neutraliteit voorop en gaf geen toestemming voor pro-Palestijnse betogingen in Brussel-Zuid, maar kan zelf geen verbod opleggen—dat is de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Sint-Gillis, die echter geen verbod afkondigde. Bij de grote Gaza-mars (7/9, 100.000 deelnemers) ontbraken extra treinen en afgestemde tarieven (ondanks vooraf bekende massale opkomst), wat leidde tot overvolle treinen en perrons, terwijl de NMBS voor andere grote evenementen (bv. festivals) wel specifieke maatregelen neemt. De minister benadrukt communicatiefalen tussen organisatoren en NMBS en dringt aan op betere afstemming in de toekomst, zonder concrete nieuwe maatregelen tegen betogingen in stations. Veiligheidsinzet (Securail/politie) bleef beperkt, met een oproep tot samenwerking tussen overheden voor toekomstige gebeurtenissen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het station van Brussel-Zuid werd op 22 augustus een pro-Palestijnse betoging gehouden. De manifestanten zwaaiden er met Palestijnse vlaggen, pancartes en spandoeken en riepen anti-Israëlische leuzen. Deze betoging was niet eenmalig, het initiatief werd door de manifestanten meermaals herhaald.
Is de minister van oordeel dat het station van Brussel-Zuid een gepaste plaats is voor het houden van deze pro-Palestijnse betogingen?
Hebben de manifestanten toestemming aangevraagd en gekregen voor het houden van deze betoging in het station van Brussel-Zuid? Zo ja, wanneer en bij wie?
Gaf de burgemeester van Sint-Gillis zijn toestemming tot het houden van deze manifestatie? Zo neen, had hij een verbod afgekondigd en werd dit desgevallend overtreden?
Welke maatregelen nam de NMBS tegen deze manifestatie? Op welke wijze zal de NMBS verhinderen dat het station van Brussel-Zuid (en andere NMBS-stations) in de toekomst zullen gebruikt worden voor het houden van pro-Palestijnse of andere betogingen?
Op welke wijze benaderde de veiligheidsdienst van de NMBS (Securail) de pro-Palestijnse manifestatie die in het station van Brussel-Zuid gehouden werd? Welke actie werd ondernomen? Werd een tussenkomst van de lokale of spoorwegpolitie gevraagd? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, le 7 septembre dernier, plus de 100 000 manifestants ont défilé dans les rues de Bruxelles en soutien à la manifestation pour Gaza. Une foule immense était là pour tracer une ligne rouge en faveur de Gaza.
Alors même que les précédentes manifestations organisées pour le soutien à Gaza avaient déjà drainé des dizaines de milliers de manifestants – vous vous souvenez qu'aujourd'hui, c'est la deuxième manifestation avec plus de 100 000 personnes – il apparaît qu'aucune mesure n'a été réellement mise en place par la SNCB pour faire face à cette masse de manifestants venus en train à Bruxelles.
De nombreux témoignages font écho de trains complémentaires blindés et de personnes obligées de rester sur les quais.
Alors même que la SNCB prévoit parfois des actions spécifiques et promotionnelles quand il faut renforcer ces trains pour l'affluence des beaux jours à la mer du Nord ou encore pour les différents festivals de musique, rien de tout cela n'était prévu pour cette énorme manifestation, dont l'importante communication ne pouvait être ignorée.
Des précédents existent pourtant pour d'autres manifestations. Nous pouvons par exemple citer les marches pour le climat, que vous connaissez un peu, qui ont bénéficié d'ailleurs d'offres tarifaires spécifiques et de trains supplémentaires.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire pourquoi la SNCB n'a pas prévu des trains en conséquence et une offre spécifique pour une manifestation dont on savait à l'avance qu'elle allait être importante?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, beste collega, twee demonstraties vonden plaats ter ondersteuning van Gaza, de eerste op 22 augustus en de andere op 7 september. Ik wil eraan herinneren dat ik solidair blijf met de beslissing van de Belgische federale regering met betrekking tot de erkenning van Palestina en de te nemen maatregelen. Het lijkt mij belangrijk om te herinneren aan de toepassing van de internationale mensenrechten, die het kompas vormen van deze federale regering.
Om een duidelijk antwoord te geven op uw vragen heb ik een beroep gedaan op de NMBS, die mij de volgende elementen heeft meegedeeld. Het principe van neutraliteit ten aanzien van verenigingen met een duidelijk politieke, ideologische, filosofische of levensbeschouwelijke inslag past de NMBS toe op alle terreinen die haar eigendom zijn. Mijnheer Troosters, de NMBS gaf geen toelating voor de betoging waarnaar u verwijst. De NMBS kan evenwel geen verbod opleggen om het station Brussel-Zuid te betreden. Het is aan de burgemeester van de betrokken gemeente om een dergelijk verbod op te leggen. De NMBS staat hierover in contact met de gemeente en vroeg schriftelijk aan de burgemeester van Sint-Gillis om geen manifestatie toe te staan in het station en om de veiligheid van de reizigers en het respect voor de infrastructuur te garanderen.
Uw vraag met betrekking tot de openbare orde moet u richten aan mijn collega van Binnenlandse Zaken.
De vraag over een eventueel speciaal tarief voor de manifestatie van 7 september heb ik ook aan de NMBS gesteld. Zij heeft mij geantwoord dat zij in het weekend al een korting van 80 % aanbiedt via het weekendticket, wat een zeer voordelig tarief vormt. Daarom stelt de NMBS de laatste jaren geen specifieke tarieven meer vast voor dat soort manifestaties.
Met betrekking tot de bezetting van het terrein kan de NMBS alleen antwoorden op een aanvraag die door de organisatoren werd ingediend. Voor de manifestatie van 7 september heeft de NMBS geen enkele aanvraag ontvangen vanwege de organisatoren.
Ten slotte moedig ik de NMBS aan om flexibiliteit aan de dag te leggen bij de uitrol van haar vervoersaanbod, rekening houdend met dit soort uitzonderlijke gebeurtenissen waarvoor de belangen van de openbare dienstverlening een uitbreiding van het aanbod zouden kunnen rechtvaardigen. Daarnaast verzoek ik de bevoegde overheden, of het nu gaat om de gemeentelijke, regionale of federale overheden, om de NMBS te steunen bij de aanpak van gebeurtenissen zoals die waarop een van de vragen betrekking had.
Pour répondre plus spécifiquement à la question de M. Chahid, je crois qu'il y a vraiment eu un problème de communication entre l'organisation de la manifestation et la SNCB, ce qui a entraîné les conséquences que vous avez à juste titre évoquées. On pouvait légitimement s'attendre – et c'est même heureux – à ce qu'il y ait du monde à cette manifestation, mais sans avoir une évaluation plus précise, on se retrouve face à une organisation et face à des réalités de terrain que l'on doit continuer à assumer. Je crois que ce genre de choses n'arrivera plus.
J'insiste pour que tout le monde, dans ce type de manifestation, puisse réellement et profondément bien communiquer avec la SNCB. C'est la meilleure manière d'arriver à satisfaire le droit à la manifestation et le service que la SNCB doit poursuivre en termes d'autorité publique.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord.
Het verbod op wapentransporten naar Israël via het nationale luchtruim
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België werkt aan een koninklijk besluit om wapentransport via het luchtruim naar Israël en Palestijnse gebieden te verbieden, maar artikel 2 (verbod op doorvoer met bestaande vergunningen) werd geschrapt op advies van de Raad van State, die een samenwerkingsakkoord met de gewesten bepleit. Controles op vertrekkende vliegtuigen zijn mogelijk via de Algemene Directie Luchtvaart (DGLV), maar overvliegende toestellen zijn nauwelijks controleerbaar door gebrek aan capaciteit en onbetrouwbare vrachtdocumenten, terwijl extra middelen pas tegen eind 2025 worden beoordeeld. Staf Aerts benadrukt de toenemende wapendoorvoer en gebrekkige controles (o.a. signaal vakbonden Bierset) en vraagt later toegang tot de ontwerpteksten voor verdere analyse.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, uw collega van Buitenlandse Zaken deelde mee dat u begin augustus een ontwerp van koninklijk besluit ter advies zou hebben voorgelegd aan de Raad van State. Het doel van dat koninklijk besluit is het nationale luchtruim te verbieden voor het vervoer van wapens en militair materieel vanuit België naar Israël en de Palestijnse gebieden. Met strikte inachtneming van de federale bevoegdheden zou u dus ook het doorkruisen van ons luchtruim en, a fortiori, elke doorvoer kunnen verbieden.
De Raad van State raadde u, volgens minister Prévot, aan artikel 2 te schrappen. Wat stond er in dat artikel 2? Hoe ver staat het met dat koninklijk besluit? Op welke wet of wetten is het koninklijk besluit gebaseerd? Hoe zult u controleren of wapens of militair materieel aan boord zijn van vliegtuigen die opstijgen vanuit België en vliegtuigen die het Belgische luchtruim doorkruisen? Welke dienst of diensten zijn verantwoordelijk voor de controles? Zal dat extra werklast met zich meebrengen en, zo ja, wordt er dan in extra middelen en personeel voorzien?
Jean-Luc Crucke:
In artikel 2 van het ontwerp van koninklijk besluit dat u aanhaalde, was hoofdzakelijk een verbod opgenomen op het gebruik van het nationale luchtruim voor vervoer van wapens en/of militair materieel van België naar Israël of naar het Palestijnse grondgebied dat de militaire capaciteit van de aanwezige strijdkrachten zou versterken, ook wanneer een vergunning wordt ingeroepen die vóór de inwerkingtreding van dat besluit was verkregen.
Om de coördinatie tussen gewestelijke en federale bevoegdheden te waarborgen, stelt de Raad van State voor om een samenwerkingsakkoord te sluiten. Het koninklijk besluit, dat aan de gewesten werd medegedeeld, wordt vandaag besproken naar aanleiding van een interfederale vergadering die door de minister van Buitenlandse Zaken werd samengeroepen. De door de Raad van State voorgestelde samenwerkingsovereenkomst zal eveneens aan de orde komen.
Er bestaan talrijke juridische rechtvaardigingen voor het ontwerp van koninklijk besluit, waaronder recente jurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof, het internationaal recht, het Verdrag van Chicago, en de wet van 27 juni 1937 tot herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart. Daarbij geldt dat de bevoegdheid om de luchtvaart te regelen, steeds onder de residuaire bevoegdheden van de federale Staat valt, zoals bepaald in artikel 35 van de Grondwet.
De Raad van State heeft bovendien verduidelijkt dat het ontwerpbesluit dat betrekking heeft op vervoer overeenkomstig de associatieprocedure waarin die bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de institutionele hervorming voorziet, aan de gewesten moet worden voorgelegd. Onverminderd de controlebevoegdheden die de gewesten uitoefenen om de concrete toepassing van de hen ter zake toegekende bevoegdheden te waarborgen, maken de artikelen 38 en volgende van de wet van 27 juni 1937 het mogelijk dat de Algemene Directie Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer controles uitvoert van vracht in vliegtuigen die vertrekken vanaf het Belgisch grondgebied. Die controles moeten uiteraard verband houden met de federale bevoegdheden ter zake.
De controle van vliegtuigen die over het Belgische grondgebied vliegen, is om praktische redenen veel moeilijker uit te voeren. In principe onderwerpt artikel 35 van het Verdrag van Chicago echte oorlogsmaterialen en oorlogsmunitie aan een vergunning binnen of boven het grondgebied van de Staat aan boord van de vliegtuigen. Een soortgelijke bepaling is opgenomen in Verordening 965/2012 van de Europese Commissie van 5 oktober 2012.
Voor elke vlucht bestaan er air way bills en een cargomanifest met betrekking tot de vervoerde vracht, net zoals er een passagierslijst bestaat.
In principe kan het DGLV die documenten opvragen voor een specifieke vlucht waarvan geweten is dat ze ons land overvliegt. Door het grote aantal overvluchten en de betrokken luchtvaartmaatschappijen is het in de praktijk echter niet haalbaar om die documenten systematisch op te vragen en te analyseren met de beschikbare middelen van het DGLV.
Ik betwijfel enerzijds of dat zinvol is, aangezien de documenten vaak weinig gedetailleerd zijn en fouten of zelfs bedrog niet kunnen worden uitgesloten. De vraag rijst anderzijds op welke manier een en ander zou kunnen worden gecontroleerd en gehandhaafd.
Zoals u begrijpt, is het DGLV een van de directies van de FOD Mobiliteit en Vervoer, verantwoordelijk voor de controles die kunnen worden uitgevoerd om de naleving van de federale bevoegdheden ter zake te waarborgen. Afhankelijk van de gekozen aanpak en de inhoud van de te nemen maatregelen is het mogelijk dat de uitvoering van het verbod op wapentransport, waarover we het hebben, extra werk met zich brengt voor het DGLV, waardoor extra personeel moet worden aangeworven. Ik kan u daarover meer informatie geven op het einde van 2025, wanneer de werkzaamheden zijn afgerond.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik heb lang genoeg alles rond wapenexport en wapendoorvoer opgevolgd in het Vlaams Parlement om te weten dat het geen schande is om te zeggen dat ik uw antwoord nog even zal bestuderen, zodra het helemaal op papier staat. Het is een bijzonder complexe materie. Ik begrijp dat het uiteraard veel moeilijker is om controles uit te voeren op een overvliegend vliegtuig, dan wanneer het vliegtuig landt. Maar zelfs wanneer een vliegtuig hier landt, om vervolgens door te vliegen – dus bij doorvoer – is het problematisch. Het Vlaams Vredesinstituut heeft niet voor niets het rapport Onder de Radar geschreven. Die doorvoer stijgt alleen maar, terwijl de controle erop afneemt. We weten dus hoe langer hoe minder welke problematische ladingen, zoals wapens, worden doorgevoerd. Dat neemt niet weg dat we daarop streng moeten blijven toezien. Anderhalf jaar geleden trokken de vakbondsvertegenwoordigers op de luchthaven van Bierset zelf aan de alarmbel. Zij zeiden toen dat ze geen wapens naar Israël meer zouden overladen. Om hen te beschermen en om die beslissing uit hun handen weg te nemen, moet de overheid ervoor zorgen dat de doorvoer, zeker naar Israël momenteel, grondiger gecontroleerd wordt. Kan ik, zodra ik het grondig bestudeerd heb, de ontwerpen van koninklijke besluiten via uw kabinet opvragen om verder te analyseren? Eerst zal ik evenwel, zoals gezegd, uw antwoord nog eens in detail bekijken.
De erkenning van Palestina
De erkenning van de Staat Palestina
De erkenning van Palestina
Erkenning van Palestina als staat
Gesteld door
Open Vld
Kjell Vander Elst
Open Vld
Kjell Vander Elst
DéFI
François De Smet
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 augustus 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische regering wordt fel bekritiseerd voor haar passiviteit in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met name de genocide in Gaza, ondanks brede parlementaire en maatschappelijke steun voor sancties tegen Israël, erkenning van Palestina en een onmiddellijk staakt-het-vuren. Kernpunten: De regering (met name MR en N-VA) blokkeert concrete actie, terwijl minister Prévot (Les Engagés) persoonlijk pleit voor erkenning van Palestina en sancties, maar gebrek aan regeringsconsensus hem verlamt. Het Parlement eist unaniem daden—inclusief wapenembargo’s, inreisverboden voor extremistische ministers en economische druk—maar de premier weigert het kernkabinet bijeen te roepen, waardoor België achterloopt op bondgenoten zoals Frankrijk, Ierland en Spanje. Conclusie: Woorden zonder daden—de regering faalt in haar morele en juridische plicht, terwijl het Parlement en de bevolking onmiddellijke, krachtige stappen eisen.
Christophe Lacroix:
Madame la présidente, pourquoi remettre l'ordre du jour à la fin de cette commission?
Habituellement, la commission prime sur le gouvernement. Nous devons donc nous réunir et décider de l'ordre de nos travaux maintenant puisque, directement et indirectement, l'audition du ministre fait partie en soi de l'ordre des travaux et qu'il y a une résolution qui demande la reconnaissance de l'État palestinien, qui demande des sanctions économiques contre Israël, qui réclame la libération des otages, qui veut condamner Israël pour des actes d'apartheid, de génocide. Une résolution qui demande un cessez-le-feu immédiat afin d'y faire entrer l'aide humanitaire. Des milliers de personnes sont déjà mortes et, à chaque seconde, chaque minute qui passe, d'autres sont en train de mourir. Et quand je parle de personnes qui meurent, ce sont des innocents qui n'ont rien à voir, qui sont assassinés par un régime raciste, un régime colonial, un régime qui pratique l'apartheid, un régime qui est violent, un régime qui est nationaliste et religieux.
Et vous allez me dire que, pour éviter des troubles dans la majorité, on va d'abord écouter le ministre qui, je l'espère, aura autre chose à nous dire que ce qu'il nous a dit il y a quelques semaines, où il réclamait d'ailleurs l'aide du Parlement pour faire avancer péniblement son gouvernement dans le sens d'un gouvernement plus humain. Car c'est ça que nous demandons: c'est qu'il y ait enfin dans ce gouvernement, dans tous les partis concernés, et dans celui du premier ministre notamment, une lueur d'humanité. Car la lueur d'humanité, elle peut briller pour l'Ukraine, mais elle doit briller tout autant pour la Palestine et pour toutes les nations qui souffrent dans le monde.
Donc, je trouverais ça scandaleux que nous ne discutions pas maintenant de l'ordre du jour et de l'ordre des travaux tels que nous en avons l'habitude. Et je ne comprends pas pourquoi jouer la montre sur une résolution qui se veut transpartisane, qui veut parler au-delà de partis et qui appelle à la décence, à la dignité et au respect de la vie humaine.
Peter Mertens:
Mevrouw de voorzitster, ik begrijp uiteraard dat er binnen de regering een zekere malaise heerst. Ik popel om met de minister van gedachten te wisselen. Het is echter niet duidelijk in wiens naam die minister zal spreken. Zal dat in naam van de regering zijn of niet in naam van de regering?
De afgelopen weken hebben verschillende partijen gevraagd het kernkabinet samen te roepen om ten minste een regeringsstandpunt in te nemen over de grootste genocide van de eenentwintigste eeuw. Dat is niet meer dan logisch, gelet op de ernst van de situatie, de hongermoord en de genocide. De eerste minister heeft als antwoord echter een digitale postkaart vanuit Zuid-Afrika gestuurd met krokodillen erop. Dat was dus het zeer duidelijke antwoord van de eerste minister. Ik wil dat hier duidelijk wordt wie namens wie spreekt en wat het standpunt van de regering is.
Ik wens dat deze commissie de eerste minister oproept om stante pede het eerste vliegtuig van Zuid-Afrika naar Brussel te nemen, zodat hij zijn verantwoordelijkheid kan opnemen, een kernkabinet kan samenroepen en eindelijk een ernstig debat kan voeren met het kernkabinet en in het Parlement over deze gore misdaad van genocide.
Rajae Maouane:
Madame la présidente, merci d'avoir accédé à notre demande d'organiser cette commission, puisque c'est une initiative du groupe Ecolo-Groen, joint par d'autres partis – merci à eux également.
On trouvait que c'était extrêmement important et nécessaire d'interrompre nos vacances parlementaires – puisque le génocide, lui, ne prend pas de vacances – pour pouvoir entendre nos responsables politiques, notre premier ministre – même si lui n'a pas souhaité interrompre ses vacances. Merci au ministre Prévot d'être présent. Même si j'apprécie sa présence, je ne sais pas très bien toutefois ce qu'il va nous raconter de nouveau, étant donné qu'il n'y a pas de positionnement clair du gouvernement belge.
Madame la présidente, vous avez déclaré dans la presse espérer que cette discussion ne sera pas une énième discussion, qu'on ne sera pas "dans la posture", et je vous rejoins. La situation est suffisamment grave – les collègues l'ont rappelé. On est face à un génocide, on est face à une famine sans précédent, on est face à des massacres, des exactions et des violations quotidiennes par Israël du droit international. Il faut à tout prix, pour nous, mettre un terme à ce massacre. La responsabilité de la Belgique est extrêmement grande à cet égard.
Je ne comprends donc pas – nous ne comprenons pas – cette inversion de l'ordre du jour, puisque l'idée est de proposer d'abord la manière dont on va travailler et ensuite d'entendre le ministre. Je regarde d'ailleurs les autres partis de la majorité, puisqu'il y a une majorité, il y a beaucoup de partis au sein de ce Parlement qui souhaitent aller plus loin dans les sanctions, qui souhaitent aller plus loin dans la fin du génocide, et je regarde spécifiquement les Engagés, Vooruit et le cd&v, et je leur dis "soyons courageuses et courageux, soyons du bon côté de l'Histoire et avançons".
On a d'ailleurs un texte, c'est le texte 671 qu'on a déjà déposé, qui a déjà fait l'objet d'auditions. Ce texte parle des sanctions contre Israël et de la reconnaissance du génocide, il suffirait donc de le voter. Mais moi je ne vais pas faire ici de politique politicienne, madame la présidente. Je voudrais qu'on puisse laisser le Parlement s'exprimer et que le gouvernement n'ignore pas l'avis du Parlement. C'est le Parlement qui est souverain et c'est le Parlement qui est maître de ses travaux, et donc nous ne comprenons pas cette inversion de l'ordre du jour. Il y a différents textes: le nôtre, mais celui d'autres partis également. Nous demandons donc que cette discussion ne soit pas une simple discussion affable et polie.
Nous connaissons d'ailleurs le positionnement du ministre Prévot – merci pour son positionnement clair –, mais ce que nous attendons, ce n'est pas juste un positionnement du ministre Prévot, ce sont des actions du gouvernement belge pour arrêter le massacre et le génocide en cours, et on continuera évidemment à convoquer le premier ministre également – qui, lui, n'a pas souhaité interrompre ses vacances –, pour pouvoir avoir un positionnement clair du gouvernement belge et des actions qui soient concrètes, puisque j'en ai marre des larmes de crocodiles de certains. Ce que nous demandons ce sont des actions fermes, des actions claires, et donc nous demandons également que l'ordre du jour ne soit pas inversé et qu'on puisse commencer par l'ordre des travaux.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de voorzitster, de shitshow is al enkele weken bezig. We zouden een spoedcommissie samenroepen. We zijn ondertussen twee weken verder. In die tijd is er al heel wat gebeurd. Honderden Gazanen zijn vermoord, vandaag nog zestig. Kinderen worden afgeslacht op weg naar eten en drinken. De Israëlische regering heeft net aangekondigd dat ze een groot offensief in Gaza-stad zou uitvoeren. Ze is daarmee bezig.
Nu zitten we hier in een commissievergadering, die al doodleuk een kwartier later begon, en zegt u dat we de regeling van de werkzaamheden naar het einde van de vergadering zullen verplaatsen. Ik heb echter nu al een belangrijke vraag: met wie spreek ik? Met wie ga ik in debat? Ga ik in debat met de heer Prévot, lid van Les Engagés, die hier voor de zoveelste keer zijn persoonlijk standpunt gaat verkondigen? Ga ik in debat met minister Prévot, die namens de regering spreekt? Of gaat het hier opnieuw om een schertsvertoning, waarbij elke partij nog eens haar standpunt kan uitspreken? Elke partij heeft die kans al gehad. Vooruit en cd&v zijn nauwelijks uit de media weg te slaan.
Gaan we die hele ronde hier nog eens overdoen, zodat elke partij opnieuw haar standpunt kan geven, waarna we elkaar binnen vijf weken terugzien, in de derde week van september? Zo gaat het hier blijkbaar.
Mevrouw de voorzitter, ik wil aansluiten bij mijn collega's. De agenda was vastgelegd: eerst de regeling van de werkzaamheden, daarna de gedachtewisseling. Ik wil dat die volgorde gerespecteerd wordt.
Tinne Van der Straeten:
Mevrouw de voorzitster, ik wil u vragen wat uw intentie is. Alle parlementsleden die hier vandaag aanwezig zijn, zijn naar hier gekomen om te werken en omdat ze gefrustreerd zijn. U knikt instemmend wanneer we het hebben over het ontbreken van een mandaat voor de minister van de regering.
Vrijwel iedereen die hier vandaag zit, heeft de afgelopen dagen verklaringen afgelegd over wat zij vinden dat er effectief nodig is. In deze zaal zit vandaag een coalitie van de menselijkheid, een coalitie van mensen die actie willen ondernemen. Het is goed om naar de minister te luisteren en om nog eens ieders standpunt te horen, maar zoals u deze ochtend zelf hebt gezegd, mag het geen rondje worden waarin iedereen opnieuw zijn verontwaardiging toont. Er moet nu actie worden ondernomen.
Als we straks de regeling van de werkzaamheden bespreken, waarvan ik vind dat we dat nu moeten doen, wil ik horen wat we dan precies zullen doen. Zullen we hier samen een tekst opstellen? Het Parlement kan de minister immers mandateren. Wat de minister vraagt, heeft hij al verschillende keren gevraagd en iedereen heeft in de media gehoord en gelezen dat wij allemaal bereid zijn om dat te doen. Er is daarvoor een meerderheid, maar dan moeten we natuurlijk wel werken en een tekst opstellen. Dan moeten we noteren wat iedereen hier zegt, waar iedereen achter staat en dat aan de minister meegeven, zodat hij niet telkens opnieuw naar de premier moet bellen – waar die zich ook bevindt – maar naar een tekst kan verwijzen die hij van het Parlement heeft gekregen.
Mevrouw de voorzitster, voor we overgaan tot de regeling van de werkzaamheden wil ik u dus vragen wat uw intenties zijn. Hoe wilt u het aanpakken? Hoe wilt u ervoor zorgen dat het Parlement de minister het mandaat geeft dat nodig is om de wreedheid in Gaza eindelijk te doen stoppen en hoe ons land daaraan kan bijdragen?
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, collega's, we zijn hier samen om de grootste gruwel in jaren te bespreken, om zaken in gang te zetten, om te verbinden, om met de minister in overleg te gaan en dan zouden we nu struikelen over procedures? Ik vind het voorstel van de voorzitster om over te gaan tot het tweede agendapunt dan ook prima. Laat ons naar elkaar luisteren, laat ons kiezen voor de dialoog, laat ons kiezen voor oplossingen en laat ons die gruwel samen aanpakken.
Pierre-Yves Dermagne:
J'entends les appels à la bonne volonté, au dialogue et à l'écoute. Ils sont importants mais ils sont sans doute tardifs, trop tardifs. Par ailleurs, je suis surpris de la proposition que vous avez faite, madame la présidente, de modifier l'ordre du jour. Selon moi, elle n'est légitime que si et seulement si monsieur le ministre Prévot, vice-premier ministre de cette majorité, de ce gouvernement Arizona, a quelque chose de neuf à nous dire. Vient-il aujourd'hui délivrer le message du gouvernement belge dans son ensemble? Vient-il nous dire autre chose que ce qu'il a dit les jours et les semaines passés?
Monsieur le vice-premier ministre, je ne remets pas en question votre sincérité sur ces questions, comme je ne remets pas en cause la sincérité d'autres membres de la majorité au sein de cette Assemblée. J'ai pu voir, à travers nos échanges, des moments de tension, d'émotion, d'exaspération par rapport au fait que ce gouvernement belge, votre gouvernement, cette majorité, n'arrivent pas aujourd'hui à être à la hauteur des événements. Votre sincérité, monsieur le ministre, comme celle d'autres membres de la majorité et des présidents de partis, je ne la remets pas en cause.
La sincérité est importante en politique. Mais le courage l'est encore plus. Aujourd'hui, monsieur le ministre, mesdames et messieurs les membres de la majorité, la sincérité ne suffit plus. Il faut du courage. Le courage d'en faire une affaire de gouvernement, de faire de cette question de la reconnaissance de la Palestine, des sanctions envers Israël, etc., une question de gouvernement, et qui nécessite bien entendu le retour du premier ministre, ou, à tout le moins, la réunion d'un Conseil des ministres électronique, d'un kern électronique.
Nous en avons fait des dizaines, voire des centaines sous la législature précédente. Et singulièrement pour des questions internationales, des enjeux d'opérations humanitaires et d'opérations militaires. Le 25 décembre, le 21 juillet, après la fête et le défilé; à n'importe quelle heure du jour et de la nuit, nous nous sommes réunis quand la situation l'exigeait. Aujourd'hui, je pense que tout le monde – presque tout le monde – est conscient que la situation nécessite une réunion, physique ou virtuelle, de ce gouvernement pour enfin prendre position de manière claire, et être effectivement du bon côté de l'Histoire.
Parce que l'Histoire, elle nous demandera des comptes, et pas à travers les manuels, pas à travers des documentaires, pas à travers des académiques. L'Histoire, elle prendra les yeux, le visage, la voix de nos enfants, de nos petits-enfants, qui nous demanderont, au regard de tout ce que nous savions, de tout ce que nous avons vu, de tout ce que nous avons connu et de ce que nous pouvions faire, comment nous n'avons pas fait plus pour arrêter enfin cette tragédie et ce drame.
Madame la présidente, chers collègues, l’intervention du vice-premier ministre, ministre des Affaires étrangères, n'a de sens en début de commission que si elle apporte un message nouveau, courageux et à la hauteur des événements.
Dans le cas contraire, travaillons, comme l’a proposé Mme Van der Straeten. Travaillons, comme l’ont suggéré M. Lacroix, Mme Maouane et M. Mertens. Travaillons dans le respect mutuel, cela va de soi, madame Depoorter. Mais surtout faisons bouger les lignes. Adoptons enfin des positions claires. Posons des actes forts.
Jean-Marie Dedecker:
Mevrouw de voorzitster, we zijn hier vandaag opgeroepen om onze mening te geven. Het lijkt me dan ook tijd om daaraan te beginnen. Voordat we met het debat beginnen – of beter, met het uurtje waarin we onze mening kunnen geven, waarbij we slechts 10 minuten spreektijd krijgen, wat op zich al een schande is, maar goed, dat zijn nu eenmaal de gemaakte afspraken – lijkt het me niet zinvol om nog eens een debat te voeren over bijvoorbeeld de kleur van het bluswater dat we straks zullen gebruiken. Ik stel voor dat we gewoon met het debat beginnen, zodat iedereen zijn spreektijd krijgt en zijn mening kan geven. Ik dank mijn collega's, nu ik op deze mooie, zonnige dag van de kust naar hier ben gekomen.
De voorzitster : Dank u wel. Het lijkt me goed dat we op het einde van het debat bekijken welke mogelijkheden er zijn.
We starten met de gedachtewisseling met de minister. Alles wat daarna aan bod moet komen, zullen we dan bekijken; die mogelijkheid blijft dus bestaan. Ik stel daarom voor dat we nu beginnen met het debat en daarna bepalen hoe we verdergaan. Dat is ook het standpunt dat ik vanuit de oppositie hoor: hoe gaan we hiermee verder? Het is nuttig om eerst de stem van een lid van de regering te horen, zodat we daarna, met kennis van zaken, verder kunnen werken.
Welkom mijnheer de minister, en welkom iedereen in dit commissiedebat. Het is belangrijk dat we naar elkaar luisteren en elkaar met respect behandelen. Dat betekent voor de mensen in de tribune dat er geen goed- of afkeuring mag worden geuit. Ik weet dat het een emotioneel geladen debat is, maar de bedoeling is dat we naar elkaar luisteren. We danken minister Prévot voor zijn aanwezigheid. Daarna zullen we bekijken hoe we het thema verder zullen aanpakken.
Vooraf zijn er afspraken doorgestuurd. Ik heb daarop commentaar ontvangen van bepaalde fracties. Er geldt een maximum van 10 minuten spreektijd per fractie. Dat betekent dat als verschillende sprekers van dezelfde fractie het woord nemen, zij de spreektijd moeten opdelen. Aangezien ik niet graag met een apothekersweegschaal werk, stel ik voor dat zij aansluitend op elkaar spreken. Dat is van belang. Eerst was er sprake van 2 minuten spreektijd voor de repliek. Ik stel voor om daarvoor wat meer marge te geven en 5 minuten repliekijd te geven.
Ik heb een benchmark gemaakt met Nederland, waar vorige week een soortgelijk debat is gehouden – de Ecolo-Groenfractie verwees daar trouwens naar in haar vraag om een gedachtewisseling te houden. In Nederland kregen de leden slechts 4 minuten. Ik ben hier dus ruimhartig door te bepalen dat elke fractie 10 minuten krijgt alsook een repliek van 5 minuten, teneinde tegemoet te komen aan de vraag om wat meer ruimte te geven. Zo kan iedereen aan bod komen.
Ik stel voor dat we op die manier werken. Ik denk dat er dan ruim de tijd is, zeker vergeleken met het debat in Nederland, waar slechts één lid per fractie gedurende 4 minuten het woord kreeg. Hier geven we dus meer spreektijd dan in onze buurlanden.
Ik stel voor dat we van start gaan met de grootste fractie.
Mevrouw Depoorter is aanwezig en krijgt de volle 10 minuten spreektijd.
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, zoals ik daarnet zei, is het een zomer vol gruwel, met gruwelijke beelden die op ons netvlies zijn gebrand. Als ik de beelden zie van Evyatar David, de gijzelaar die zijn eigen graf moest graven, en hem hoor vertellen wanneer hij wel en wanneer hij geen eten had gekregen, dan breekt mijn hart, net zoals het breekt wanneer de jonge journalist Anas al-Sharif koelbloedig wordt doodgeschoten. Beide jongemannen zijn ongeveer even oud als mijn zonen en dat raakt een mens. Je wilt dat niet zien, je wilt dat niet horen en je wilt daar zeker niet aan bijdragen. Het zijn slechts twee voorbeelden van de vele gruwelijke taferelen die we hebben gezien. We hebben ook de oproep van de bevolking gehoord, die duidelijk aangeeft dat het genoeg is geweest en dat het moet stoppen.
Vandaar dat we hier samen zijn om van gedachten te wisselen en te bekijken welke maatregelen we vandaag al kunnen nemen – zaken die binnen de arizonacoalitie zijn afgesproken en die effectief impact hebben.
Collega’s, mijn partij heeft van bij het begin van deze crisis gepleit voor maatregelen die juridisch aanvaardbaar zijn, impact hebben op het terrein en uitvoerbaar zijn.
Wat kunnen we vandaag doen? We kunnen een inreisverbod formuleren voor de extreemrechtse Israëlische ministers, net zoals voor de Hamasleiding. Dat staat in onze resolutie. Daarover zijn we het als N-VA eens. We hebben minister Prévot het mandaat gegeven om mee over Europese sancties te onderhandelen en in het bijzonder de opheffing van een deel van het associatieverdrag tussen Israël en ons land – het Horizonplan – te steunen en eventueel ook rond vrijhandelsakkoorden op te treden. De minister heeft daarvoor het mandaat gekregen van de volledige regering binnen de Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE).
Wat kunnen we nog doen, collega’s? In het regeerakkoord staat op pagina 193 dat we maatregelen zullen nemen die extremistische kolonisten in de bezette gebieden van Israël-Palestina viseren. Ook dat hebben we herhaald in onze resolutie. We verwijzen daarbij naar VN-resolutie 10/24 en benadrukken zo de verplichting van ons land om de import van producten uit illegaal bezette gebieden aan te pakken. Dat kunnen we doen, collega's, en we zijn ook bereid om dat te doen. Dat hebben we afgesproken.
Deze zomer was er ook een diplomatieke vertegenwoordiging van ons land actief in de verschillende werkgroepen in New York, die geresulteerd heeft in een declaratie. Deze declaratie is een stappenplan dat conform het regeerakkoord naar de erkenning van Palestina leidt. We hebben van bij het begin gezegd dat de erkenning van Palestina voor ons als N-VA mogelijk is, wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is, met name dat gijzelaars vrijgelaten worden, Hamas ontmanteld wordt, Israël erkend wordt en er territoriale grenzen afgesproken zijn. De declaratie is nog niet afgeklopt en ondertekend. De deadline daarvoor is immers 5 september. Wanneer we naar het stappenplan in die declaratie kijken, zien we duidelijk dat de regering daar een beslissing kan nemen en daar ook nog de tijd voor heeft.
Collega's, we hebben deze zomer allemaal de beelden gezien. Deze zomer heeft veel gruwel en onmenselijkheden met zich meegebracht voor de mensen in Gaza, maar er zijn binnen de regering ook wel afspraken gemaakt en uitgevoerd.
Het kabinet van minister Francken heeft mij vandaag bevestigd dat de achtste luchtdropping een feit is en dat er meer dan 100 ton aan humanitaire middelen is geleverd in Gaza. Is dat genoeg? Absoluut niet. Is dat ideaal? Absoluut niet. Maar ons land doet het wel. Aan dat klein beetje verschil dat we daarmee maken, moeten we ons vasthouden. Moeten we verder gaan? Moeten we de humanitaire situatie pogen te verbeteren? Ja, daarvoor moeten we diplomatieke en politieke druk blijven zetten.
Het kabinet van minister Van Bossuyt heeft mij dan weer bevestigd dat 53 % van de opvangaanvragen door Palestijnen in de Europese Unie in ons land gebeurt. Ook daar maakt België wel degelijk het verschil en doet deze regering wat ze moet doen.
Er was ook een oproep van de WHO, een Europese operatie over de evacuatie van zieke kinderen. Ook daar is ons land in meegegaan.
Ons land heeft het UK statement ondertekend waar we heel duidelijk het signaal geven dat de screening van de ngo's die Israël begin september van plan is door te voeren toch wel heel gevaarlijk kan zijn op het terrein. We willen ervoor zorgen dat de ngo's de humanitaire werking kunnen doen die ze moeten doen en dat ze de mensen op het terrein kunnen helpen. Ook dat heeft ons land deze zomer beslist.
Daarnaast heeft minister Prévot het mandaat gekregen mee te onderhandelen over Europese sancties.
Er wordt onvoldoende vooruitgang geboekt om de humanitaire situatie op het terrein te verbeteren. Tijdens onze vorige bijeenkomst hebben we duidelijk gesteld dat er vooruitgang moest worden geboekt en dat bij het uitblijven daarvan de sancties opgeschaald moeten worden. Nu is het het uitgelezen moment om de diplomatieke en politieke druk te verhogen. De N-VA heeft van bij het begin van deze crisis aan de kant gestaan van de vrede, van de burger en van een politieke cultuur die verantwoordelijkheid neemt. Wij pleiten voor maatregelen die aanvaardbaar, uitvoerbaar, en internationaal juridisch correct zijn. Met slogans zullen we er niet komen. We doen het voor die kinderen die geen eten, geen school, geen educatie en ook geen psychologische begeleiding krijgen. Het gaat om de toekomst van die kinderen, maar ook om de toekomst van een wereld waarin terreur aan banden wordt gelegd. De humanitaire situatie in Gaza is onhoudbaar. Kinderen moeten begeleid worden. Dit moet stoppen.
Collega’s, wij kunnen vanuit het Parlement wel degelijk iets doen. Ons land doet ook wel degelijk iets: een inreisverbod steunen voor de extremistische Israëlische ministers, meegaan met gelijkgestemde staten binnen Europa voor een gedeeltelijke opschorting van het associatieverdrag, maatregelen nemen tegen de extremistische kolonisten en ja zeggen tegen een stappenplan naar vrede en naar een tweestatenoplossing. Mijn partij heeft van begin af aan voor vrede en menselijkheid gepleit en dat doen we vandaag nog steeds, want dat is uiteindelijk wat telt.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, we zijn hier vandaag opnieuw voor een vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Helaas moet ik vaststellen dat deze commissie eerder een therapeutische praatsessie is geworden, aangezien er geen enkel wetgevend initiatief op de agenda staat.
Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook eenvoudig: waarom staat er geen wetgevend initiatief van de regering op de agenda? Hadden we de commissie niet beter pas bijeengeroepen zodra de regering een standpunt had ingenomen, in plaats van vandaag de politieke frustraties opnieuw te ventileren? Ik kan het antwoord op die vraag al raden, namelijk dat er niets kan worden voorgelegd, omdat er geen eensgezindheid bestaat binnen de regering. Sterker nog, misschien zou een wetgevend initiatief weleens het einde van de arizonacoalitie kunnen betekenen.
In de pers roepen verschillende partijen op tot Belgische handelssancties tegen Israël. De federale regering lijkt echter te vergeten dat ze volgens het principe in foro interno, in foro externo helemaal niet bevoegd is om daar eenzijdig over te beslissen. De gewesten zijn bevoegd en moeten dus ook hun akkoord geven. Ook als EU-lidstaat kan België niet zomaar unilaterale handelssancties opleggen; dat wil ik toch even duidelijk maken. Het is bovendien op zijn minst merkwaardig dat er sancties tegen Israël worden overwogen, terwijl de sancties tegen Syrië zijn opgeheven, hoewel de christenen daar nog steeds actief worden vervolgd.
Waarom krijgt alleen het conflict in Gaza zoveel aandacht? Waar blijven de commissies over de vervolging van christenen in Syrië? Waar blijft de aandacht voor de burgeroorlog in Soedan, waar voor naar schatting 770.000 kinderen hongersnood dreigt? Waar blijven de reacties op de situatie in Myanmar, Haïti, Burkina Faso, Mali en Niger, om er maar enkele te noemen? Het is onbegrijpelijk te moeten vaststellen dat de regering-De Wever I bijna uitsluitend focust op een conflict waarover geen consensus bestaat.
Zaken waar deze regering wél invloed op heeft, zijn het gigantische begrotingstekort, de torenhoge belastingen, de slabakkende economie, de factuur van de migratie en de groeiende onveiligheid in onze eigen straten. Het belangrijkste land is en blijft het binnenland. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u het daarmee eens bent. In het belang van iedere burger van dit land zou u daar beter eens uw aandacht op richten. Deze zomer alleen al waren er 20 schietpartijen in onze hoofdstad. Daarover slaakte het parket deze week nog een noodkreet. Cipiers worden bedreigd, zelfs tot aan hun woning, enzovoort Zal de commissie voor Justitie hierover eigenlijk eens samenzitten, want daarover wordt met geen woord gerept?
Het kan ook zijn dat Gaza als bliksemafleider dient om niet over deze moeilijke dossiers te moeten spreken. Waarom zou men in dit land de moeilijke dossiers aanpakken – justitie, begroting, Brussel, pensioenen, migratie – als we gewoon een zoveelste therapeutische praatsessie over het conflict in Gaza kunnen hebben?
De situatie in Gaza is hartverscheurend. Dat baby’s en jonge kinderen geen toegang hebben tot iets basaals als melkpoeder of essentiële medische zorg is onaanvaardbaar. Als moeder van een dochtertje van zes maanden grijpt mij dat diep aan.
De laatste tijd worden we bovendien met informatie overspoeld, zelfs in die mate dat het soms moeilijk is geworden om waarheid van propaganda te onderscheiden in het overaanbod aan nieuws over het conflict. De informatiestroom zorgt er bovendien voor dat het conflict zich naar onze eigen steden en wijken verplaatst. Dat is zorgwekkend.
Collega’s, wij Vlamingen hebben geen belang bij oorlog in het Midden-Oosten. Die oorlog zorgt namelijk voor ongewenste asielzoekers, economische instabiliteit, bedreiging van handelsroutes, onzekerheid over energievoorziening en het importeren van buitenlandse conflicten in onze samenleving. Wij hebben wel belang bij stabiliteit.
Een ander probleem in dit conflict dat de stabiliteit niet bevordert, is dat beide partijen elkaars bestaansrecht niet erkennen. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk, wij steunen het recht van beide volkeren op zelfbeschikking en pleiten voor een tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967. Daarvoor moeten echter drie obstakels worden aangepakt: de Israëlische kolonisatiepolitiek, de weigering van sommige Arabische landen om Israël te erkennen en het terrorisme van Hamas en de dreiging vanuit Iran.
Mijnheer de minister, bent u het eens met het Vlaams Belang dat deze drie obstakels eerst moeten worden aangepakt voordat we tot de erkenning van Palestina kunnen overgaan? Het is belangrijk dat Hamas wordt aangepakt. Dat kunnen wij hier in dit Parlement nu doen. Leg de financieringsstroom naar Hamas en andere terreurgroepen droog. Verbied haatgroepen zoals Samidoun en pak jihadistische bewegingen in eigen land aan.
Dit is opnieuw een eenvoudige vraag, mijnheer de minister. Bent u het op die drie punten met ons eens? Wilt u dit aanpakken? U kunt deze drie zaken immers morgen al aanpakken, als u dat wilt.
Denis Ducarme:
Madame la présidente, je vous remercie.
Quand on se réunit à la Chambre un 14 août, monsieur le vice-premier ministre, c'est que la problématique sur laquelle va porter le débat parlementaire est grave, et que la situation est urgente. Elle l'est!
Comment être insensible, comment ne pas être bouleversé par le sort de la population palestinienne de Gaza, du vieillard à l'enfant en passant par la mère, victimes directes de la guerre opposant dans cette zone l'armée israélienne et le Hamas? Il faudrait être de pierre pour ne pas être choqué.
Sans revenir sur les procès en inhumanité quelque peu secondaires que ma formation politique a subis, je voudrais dire en un mot à ceux qui donnent ces leçons de morale qu'ils n'ont ni le monopole du cœur, ni celui de l'humanisme. C'est pour cette raison… Oui, j'entends les rires! Quand vous êtes qualifié d'être proche de l'inhumanité dans une formation politique libérale, oui, vous le prenez mal et vous êtes blessé.
Simplement, nous, nous souhaitons agir avec rationalité par rapport à cette problématique grave sur le plan humanitaire et sur le plan international, plutôt que de rejoindre une position militante qui est sans doute mauvaise conseillère pour prendre les décisions équilibrées. C'est pour cette raison que nous sommes là, monsieur le vice-premier ministre: nous avons besoin de décisions, de décisions équilibrées et en particulier des décisions rapides sur le plan humanitaire. En effet, on le sait, la situation sur place est dramatique.
La Belgique (l'Union européenne) doit agir avec force afin que la malnutrition ne s'aggrave pas dans la bande de Gaza. Peut-être nous donnerez-vous des informations assez fraîches? Nous vous remercions d'être là le 14 août.
Il y a différents problèmes par rapport à l'acheminement de l'aide humanitaire, qu’il s’agisse de l'aide humanitaire alimentaire, sanitaire, logistique. Je pointe un problème en particulier: les contacts sont pratiquement rompus entre la GHF et les ONG, l'ONU et même la Commission européenne. Quand des gens crèvent de faim, on se parle pour organiser l'aide humanitaire. Avez-vous pu prendre des initiatives de rapprochement à cet égard?
Enfin, nous savons que, dans la bande de Gaza, la situation n'est pas la même partout. On sait en effet qu'au sud et au centre, la situation est moins grave qu'au nord de la bande de Gaza, où la malnutrition aiguë atteint des records. On sait évidemment que le contrôle de ces zones est opéré par les différents belligérants.
Il y a une initiative américaine visant à remettre à plat le fonctionnement. Aujourd'hui, la GHF donne des informations sur les convois d'aide humanitaire, qui doivent être rencontrés par les victimes dans l'heure qui vient, parfois dans les 20 minutes. Ce dispositif est sans doute à remettre à plat. La fenêtre est tellement courte que des centaines de personnes sont décédées en se rendant au point d'approvisionnement.
Très concrètement, nous souhaitons vous demander ce que vous faites, au-delà de rencontrer les objectifs sur lesquels l'Union européenne s’était accordée avec Israël en termes de quantité d'aide. On sait qu'il y a eu une progression. On sait qu'on ne rencontre pas encore aujourd'hui le volume d'aide souhaité. Dans ce cadre, avez-vous pu prendre des contacts avec vos homologues européens pour améliorer la situation sur place?
Nous sommes à la Chambre, nous débattons, nous travaillons. La Chambre, elle, a fait son travail! J'en veux pour preuve la proposition de résolution dont nous avons déjà débattu et que nous avons votée, madame la présidente: elle intègre, dans le cadre des demandes que nous formulons, le volet des sanctions européennes à l'égard du gouvernement israélien en réponse au drame humanitaire en cours.
Monsieur le vice-premier ministre, je tiens à vous remercier pour votre présence à ce poste. Toutefois, ce dossier relève pleinement de la compétence du gouvernement. Ce n’est pas ici à la Chambre, un 14 août, que nous pourrons déterminer l’action du gouvernement belge à mener, alors que la moitié de ses membres sont à l’étranger. C’est pourquoi, compte tenu de l’urgence humanitaire, le MR demande la tenue d’une réunion consacrée à ce sujet, non pas en septembre mais en août. Il est essentiel que les mesures à envisager – qu’il s’agisse de pressions diplomatiques ou de sanctions, tant au niveau belge qu’européen – soient décidées par le gouvernement, à qui cette responsabilité incombe. En effet, la Chambre, elle, elle a travaillé. Elle a voté. La Chambre a bon dos aujourd'hui. Il appartient au gouvernement de se mettre au travail!
Un dernier point. Il est profondément cynique de prétendre que la reconnaissance inconditionnelle de l’État palestinien suffirait à résoudre le drame humanitaire actuel. Ce ne sera pas le cas! Il est essentiel de distinguer deux problématiques distinctes, qui appellent des réponses différentes.
En ce qui nous concerne, notre position est claire: nous ne soutenons pas la reconnaissance de l’État palestinien sans que le Hamas, mouvement terroriste, soit désarmé. Ces conditions sont évidentes. D’ailleurs, même la Ligue arabe exige le désarmement du Hamas – c’est une condition fondamentale pour toute pacification. De la même manière qu’il faut exercer une pression sur le gouvernement israélien, qui ne remplit pas ses obligations humanitaires, il est tout aussi crucial de faire pression pour que le Hamas soit désarmé.
Voilà ce que je considère comme une réponse équilibrée en la matière. Non, le Hamas n'est pas...
(…) : (…)
Denis Ducarme:
Madame la présidente, les tribunes de la Chambre ne sont pas un stade de football. Je réclame le respect des travaux parlementaires et j’aimerais ne pas entendre systématiquement les supporters, d'un camp comme de l'autre.
De voorzitster : U hebt daar een punt. Ik heb daar ook toe opgeroepen in het begin van de zitting. Gelieve uw goed- of afkeuring in de tribune niet te uiten. Daar bestaan andere fora voor. Ik vraag enig respect.
Mijnheer Ducarme, u hebt opnieuw het woord.
Denis Ducarme:
Merci, madame la présidente.
Les choses sont donc claires: nous souhaitons agir avec force sur le plan humanitaire, de quelque manière que ce soit. S'il y a effectivement des sanctions susceptibles d’avoir des effets concrets sur l'amélioration de la situation humanitaire, vous trouverez, monsieur le vice-premier ministre, le MR à vos côtés. En revanche, les sanctions idéologiques ne présentent aucun intérêt dans le cadre de la solution à apporter au drame humanitaire.
Pour le reste, en effet, vous nous avez compris, nous avons des convictions fortes. Oui, nous plaidons en faveur de la reconnaissance de l'État palestinien, mais nous plaidons également en faveur du désarmement du Hamas.
Je voudrais maintenant vous demander, avec beaucoup d'amitié, de prier vos collègues du gouvernement de se mettre au travail. Je vous remercie.
Christophe Lacroix:
Madame la présidente, chers collègues, permettez-moi de commencer par quelques citations, afin de rafraîchir la mémoire de certaines et certains. Il y a quelque temps, et encore tout récemment, j'ai lu trois phrases qui m'ont marqué et ont sans doute aussi marqué la presse ainsi que celles et ceux qui les ont lues ou écoutées.
La première citation est la suivante: "Ce qui se passe à Gaza, ce n'est pas une guerre. C'est un génocide." La deuxième est: "Je ne veux pas entrer dans l’Histoire comme un collaborateur et devoir expliquer un jour à mes enfants que j’ai regardé des enfants mourir de faim sans rien faire." La troisième est: "Je pense que, oui, il faut reconnaître la Palestine. On ne peut pas rester au balcon."
Vous aurez sans doute reconnu les mots de Conner Rousseau, président de Vooruit, de Sammy Mahdi, président du cd&v, et d'Yvan Verougstraete, président des Engagés. Ils sont tous les trois présidents de partis membres du gouvernement. Depuis des mois, ils se lâchent dans la presse et sur les réseaux sociaux. Ils disent qu'il faut reconnaitre la Palestine, qu'ils veulent des sanctions contre Israël, qu’ils pleurent devant les images de ces enfants qui meurent de faim.
Cependant, face à la vérité et au courage, que font-ils concrètement? Que font-ils en dehors des pétitions qu'ils font signer ou des messages qu'ils publient sur les réseaux sociaux, notamment sur Facebook ou Instagram?
Cette illusion doit cesser. Pensez-vous réellement que cette forme de logorrhée larmoyante, qui vous donne une bonne conscience vis-à-vis d'autres partenaires de votre majorité, vous permet de faire encore illusion? Voulez-vous en réalité cacher l'inaction de la Belgique?
Nous sommes en effet face à des crimes de guerre et à des crimes contre l'humanité qui sont documentés, mais aussi face à une politique d'apartheid. Voyez ce qui se passe en Cisjordanie et ce qui y est documenté en matière de colonisation. Nous voyons une famine instrumentalisée comme outil d'extermination d'un peuple. Nous voyons une déportation proclamée par le premier ministre israélien. Au final, nous voyons un génocide.
De nombreux pays l'ont vu et, depuis, d'autres pays le voient encore et le disent ouvertement. La France, le Royaume-Uni, l'Allemagne – regardez le changement de pivot de l'Allemagne – le Portugal, Malte, l'Australie, le Canada. Et aujourd'hui, où est la Belgique? Où est la Belgique? Mais comment a-t-on pu tomber si bas? Je ne pensais pas vivre une médiocrité politique comme celle-là depuis que je suis député à la Chambre des représentants.
Quand j'ai appris – je n'en connais pas les raisons – que notre ministre des Affaires étrangères n'était pas à New York fin juillet pour assister à la grande conférence sur la Palestine, la conférence de haut niveau qui rassemblait toute une série de ministres des Affaires étrangères, une conférence qui préparait celle de septembre, organisée par le président Macron et l'Arabie saoudite pour reconnaître la Palestine. Vous n'étiez pas là, monsieur le ministre. J'aimerais savoir pourquoi, puisque vos collègues, vos homologues britannique, français, espagnol, norvégien, pour ne citer que ceux-là, étaient là.
Vous n'étiez pas là et ce n'est pas à vous, l'homme politique expérimenté, que je dois expliquer ce que sont ces grandes rencontres et surtout leurs coulisses, les couloirs où on peut non seulement sentir la température mais également échanger avec ses homologues dans la discrétion pour préparer les grandes décisions de plus tard. Vous auriez pu vous exprimer à titre personnel et prendre la température, rechercher des alliés de manière formelle et informelle. Mais où est la Belgique, monsieur Prévot?
Je vous ai entendu, comme d'autres membres du gouvernement également, dire "je vais me situer dans le sillon de Macron". Quand, au Conseil de l'Union européenne, on a débattu de la suspension de l'accord d'association, où étions-nous? Nous étions aux côtés de la Hongrie, de la Pologne, de l'Estonie, de l'Italie. Eh bien, quel voisinage!
Il y a peu, nous étions encore aux côtés des États qui soutenaient clairement la reconnaissance de l'État de Palestine. Alexander De Croo était aux côtés de Pedro Sánchez en mission en Israël et en Palestine, ce qui nous avait valu une convocation de nos ambassadeurs en Israël. Nous faisions partie du groupe like-minded , ce groupe de pointe qui rassemble des États qui recherchent activement des solutions et plaident pour la reconnaissance immédiate comme condition préalable à la négociation d'une solution, à la préparation d'un accord de paix.
On se souvient que Hadja Lahbib, l'ancienne ministre des Affaires étrangères, MR, avait été rappelée à l'ordre par Alexandre De Croo en avril 2024, lorsqu'elle avait laissé entendre que la Belgique ne ferait plus partie des "like-minded". Le MR, soutenu par la N-VA, a donc imposé sa ligne à ce gouvernement. Il n'y a donc plus de doute, nous ne sommes plus à la pointe, mais nous sommes à la traîne.
Je termine, madame la présidente, pour laisser un peu de temps de parole à ma collègue Lydia. Quand j'entends certains dire que reconnaître l'État de Palestine, c'est une position militante, je pense qu'ils devraient relire ce qu'Élie Barnavi a publié dans Le Monde le 5 août 2025, où il dit d'une part à monsieur Macron: "Monsieur le président, si des sanctions immédiates ne sont pas imposées à Israël, vous finirez par reconnaître un cimetière". Et il ajoute: "Vous avez pris, le 24 juillet, une décision courageuse et utile en annonçant la reconnaissance de l'État de Palestine par la France lors de l'Assemblée Générale des Nations Unies, le 21 septembre". Grâce à cet élan diplomatique, les capacités juridiques des citoyens palestiniens seront renforcées devant les instances internationales. Ce n'est pas une position militante, c'est accorder la souveraineté à un peuple, le droit de défendre son existence d'égal à égal face à celui qui le menace.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, merci pour votre présence.
Aujourd'hui, comme l'ont dit mes collègues, nous devons être du bon côté de l'Histoire. En tant que mère, je ne veux pas qu'un jour mes enfants me demandent: "Maman, tu étais députée, qu'est-ce que tu as fait pour empêcher ces femmes et ces enfants de mourir de faim?" Je veux leur dire que j'ai agi. Et comme en Palestine, comme en RDC, comme en Ukraine ou comme ailleurs dans le monde, nous avons la responsabilité d'agir.
Monsieur le ministre, je vais vous rappeler quelques chiffres. Vous les connaissez, mais la répétition est la mère de l'enseignement. En Palestine, c'est 61 000 Palestiniens qui ont été tués depuis octobre 2003. La moitié sont des femmes et des enfants: 18 500 enfants, 9 800 femmes arrachées à la vie. Il n'y a pas que des morts sous les bombes, il y a aussi les morts invisibles, ceux qui meurent à cause de la faim, des malades qui meurent par manque de soins, des milliers de personnes, dont des enfants, qui sont déjà morts par manque de nourriture, des hôpitaux qui n'ont plus de médicaments, d'électricité ni d'eau. Il y a également 188 000 personnes qui ont des infections respiratoires aiguës; 136 400 cas de diarrhée, dont la moitié chez des enfants de moins de 5 ans; 55 400 cas de gale, de poux; de nombreuses épidémies; des hépatites; des méningites; et le tout, sans traitement; plus de 145 000 blessés depuis le début de la guerre, avec des plaies infectées, des amputations à vif; 14 000 personnes atteintes de cancer qui attendent d'être évacuées – on dénombre plus de 600 enfants morts, et l'unique hôpital spécialisé en oncologie a été bombardé. Sur les 36 hôpitaux de la bande de Gaza, seulement 19 restent partiellement fonctionnels.
Je ne vous parle pas que de chiffres. Ce sont des femmes, des enfants, des personnes âgées, des malades et des handicapés. Eh bien ces personnes ont perdu tout espoir.
Monsieur le ministre, ce lundi, cinq journalistes, dont Anas Al-Sharif, ont été tués. Pourquoi? Parce que monsieur Benyamin Netanyahu préfère tuer en silence sans caméra. La liberté de la presse est importante, mais peut-être que pour votre partenaire de droite, ce n'est pas si important au vu des déclarations qu'il a faites cette semaine.
Monsieur le ministre, je ne comprends pas pourquoi votre partenaire de droite refuse d'agir comme il le fait pour l'Ukraine. Au moment de l'invasion russe, il dénonçait les crimes et imposait des dizaines de sanctions contre la Russie. Et aujourd'hui, c'est la politique du deux poids, deux mesures.
Cette situation humanitaire est catastrophique et on ne peut pas rester silencieux. Nous demandons la reconnaissance urgente et immédiate de l'État palestinien.
De voorzitster : Het woord is nu aan de PVDA-PTB-fractie.
Peter Mertens:
Mevrouw de voorzitster, de hele wereld zit vandaag te kijken naar de meest apocalyptische beelden die niet uit een videogame komen, maar uit de realiteit. Dat is al 22 maanden aan de gang. We zien een minutieus geplande uithongering, we zien een etnische zuivering, we zien concentratiekampen, we zien de complete kolonisatie van een gebied.
Dan horen wij hier na 22 maanden, na 62 debatten in dit Parlement, dat de rechtse partijen de situatie erg vinden, dat ze aangedaan zijn door die hele situatie en dat er moet opgetreden worden in naam van het humanisme. Dat horen wij hier dan.
De werkelijkheid is echter dat die hele situatie niet mogelijk zou zijn geweest zonder de actieve steun, sinds het begin, van de Verenigde Staten, van de Europese Unie en van ons land. Zonder militaire steun, zonder economische steun, zonder ideologische steun en zonder de weigering om Palestina te erkennen alsook die erkenning te laten afhangen van allerlei neokoloniale voorwaarden. Wij hebben een verantwoordelijkheid. Wie dat begrepen heeft, is meer dan ooit de burgerbevolking, niet alleen in ons land, maar overal ter wereld.
Er zijn 110.000 burgers in ons land die de rode lijn hebben getrokken. Er zijn de vakbonden die vandaag op de luchthaven hun verantwoordelijkheid nemen om te weigeren deel te nemen aan die genocide. Er is het middenveld gehad, er is de burgerbevolking die duidelijk heeft gezegd: tot hier en niet verder.
Dan komen we vandaag in een soort Pontius Pilatusfase terecht, waar een aantal mensen heel snel, heel graag, hun handen willen wassen in onschuld, zonder ook maar enige maatregel te nemen. Men weigert de Israëlische ambassadeur uit te zetten. Men weigert Palestina te erkennen. Men weigert een economisch embargo in te voeren. Men weigert een militair embargo in te voeren. Men weigert de handelsmissies in Tel Aviv te sluiten. Men weigert een verbod in te voeren op de producten uit Israël. Men weigert het Swiftsysteem af te sluiten voor Israël. Er gebeurt niets.
Er worden twee maten en twee gewichten gehanteerd, dat blijkt overduidelijk ten aanzien van het Ruslandbeleid. Ik denk dat wij vandaag in dit Parlement nog altijd geen akkoord hebben over de zaak, want ik hoor hier spreken over "een paar extremistische ministers". Dat vind ik een heel interessante uitspraak. Ik zou graag willen weten welke ministers dat dan zijn en vooral welke niet extremistisch zijn vandaag in Israël. Welk project van de huidige extreemrechtse regering in Israël zou niet extremistisch zijn? Welke ministers zijn hier welkom en waarom willen de N-VA en de MR de lijn van Netanyahu steunen in plaats van die van Smotrich? Wat is het fundamentele verschil tussen beide?
Men spreekt hier over een humanitaire crisis en dat is het ook. Men spreekt over honger en dat is het ook, maar het is niet alleen dat. De honger en de verwoesting drukken ook iets uit. Het betreft slechts de eindfase van een plan van Israël sinds het begin. De honger is al vanaf oktober 2023 aangekondigd, niet alleen door Smotrich, maar ook door de coördinator die verklaarde dat men een totale blokkade wilde van voedsel, energie, medicamenten en elektriciteit, omdat ʺ menselijke dieren als menselijke dieren moeten worden behandeld ʺ . Dat was in oktober 2023. Men heeft aangekondigd dat men Gaza zou uithongeren en dat heeft men ook gedaan. Men heeft de UNRWA en de voedselbedelingsprogramma’s doelbewust aangepakt om die kapot te maken. Hier in het Parlement zijn er partijen geweest die de UNRWA mee hebben besmet en belachelijk gemaakt, om het te ondermijnen. Daarna heeft men de programma’s en medewerkers van World Central Kitchen gebombardeerd. Men heeft de capaciteit om zelf landbouw te ontwikkelen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever kapotgemaakt. Het is vanaf het begin een bewuste politiek van uithongering geweest. Dat heeft geleid tot wat Alex de Waal stelt: there is no case since World War II of starvation that has been so minutely designed and controlled . Er is sinds de Tweede Wereldoorlog nooit een zaak geweest van een dergelijke minutieus geplande uithongering.
Degenen die hier vandaag komen praten over luchtdroppings, doen iets crimineels en gevaarlijks. Het is een afleidingsmanoeuvre en een rookgordijn, zoals de Verenigde Naties het noemen. Het is zoals Pontius Pilatus om nu te doen alsof luchtdroppings het probleem zouden oplossen, terwijl er nooit een hongersnood is geweest waarbij voedsel zo dicht bij de slachtoffers was. Ik herhaal, er is nooit een hongersnood geweest waarbij voedsel zo dicht bij de slachtoffers was. Het voedsel wordt geblokkeerd aan de grens met Egypte. Onze regering en ons land zouden moeten eisen dat die grenzen worden geopend, in plaats van die gevaarlijke en misleidende voedseldroppings als een oplossing te presenteren.
Hetzelfde geldt voor de verwoesting. Men verwoest de ene stad na de andere. In mei vorig jaar werd Rafah verwoest. Netanyahu heeft gezegd dat het de bedoeling is om alles kapot te maken zodat niemand kan terugkeren. Vandaag wil men dat ook voor de rest van Gaza doen.
Wie niet ziet dat er achter het minutieus geplande hongerplan sinds oktober 2023, enerzijds, en het verwoestingsplan, anderzijds, een andere agenda zit, is ziende blind en zal niet met een oplossing komen.
Het plan van Israël is een Groot-Israël op te richten. Het plan is om de Palestijnse gebieden definitief en volledig te bezetten. Dat is vanaf het begin het plan van extreemrechts in Israël. De honger en de verwoesting dienen om dat plan mogelijk te maken.
Degenen die vandaag pleiten tegen de erkenning van Palestina, geven eigenlijk groen licht aan die extreemrechtse regering in Israël en zeggen: ga uw gang. Pas wanneer er niets overblijft van Palestina, zullen ze Palestina erkennen. Dat is wat de N-VA zegt, dat is wat de MR zegt, dat is wat het Vlaams Belang zegt. Pas wanneer er geen Palestijn meer overblijft, zullen ze Palestina erkennen. Het is nu het moment om Palestina te erkennen. Het is nu het moment om het extreemrechtse annexatieplan voor een Groot-Israël een halt toe te roepen.
Degenen die zeggen dat het te vroeg is, lopen achter de feiten aan en zijn medeplichtig. Het is niet te vroeg; we zijn eigenlijk al te laat. We zijn al 22 maanden te laat met de erkenning van Palestina. Ierland heeft het gedaan. Slovenië en Spanje willen het doen. Het probleem is niet dat België te klein is, het probleem is niet dat het vandaag niet opportuun is en evenmin dat we even moeten wachten of dat we niet vanuit emotie mogen reageren. Het probleem is dat er vanaf het begin in onze regering krachten aanwezig zijn die de extreemrechtse regering in Israël hebben gesteund: met wapens, economisch en ideologisch. Ze hebben alle leugens van de IDF, het Israëlische leger, gepapegaaid in onze pers, tot en met de zogenoemde "kant van het licht". Dat is het probleem.
Ik wil graag weten, minister Prévot, of u gaat spreken, niet alleen als mens en niet alleen als individuele minister, maar namens de regering. Wat is het standpunt van de regering?
Men kan niet enerzijds zeggen dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen en dat de tijd van handelen is aangebroken en anderzijds weigeren om er een regeringscrisis van te maken. Het is het ene of het andere. Ofwel komt ons land nu, na die 22 maanden, eindelijk in actie en zetten we de Israëlische ambassadrice het land uit en voeren we een economisch en militair embargo in, ofwel is dit allemaal maar theater en zal België achterlopen op de geschiedenis. Dan zal de geschiedenis hard oordelen over deze Belgische regering, die samen met de Verenigde Staten en een aantal andere landen deze genocide mogelijk heeft gemaakt.
Stop met dit politieke theater. Handel. Voer een economisch embargo in. Voer een militair embargo in. Zorg ervoor dat er een wisselmeerderheid komt in het Parlement. Zet de MR buitenspel. Zet de heer Bouchez buitenspel. Zet de N-VA buitenspel. Zorg voor een wisselmeerderheid in dit Parlement om dat embargo eindelijk door te voeren en België aan de kant van de menselijkheid te laten staan.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, chers collègues, deux millions de personnes sont aujourd'hui encerclées et subissent des crimes de guerre ainsi que la famine, dans un territoire qui est une fois et demie plus grand que celui de ma commune. J'ai entendu plusieurs de mes collègues désireux de prendre le baromètre de l'émotion afin de savoir qui serait le plus sensible à la cause des Palestiniens.
Je pense qu'au-delà de l'humanité dont nous devons faire preuve, aucune décision – et je m’adresse ici à tous les collègues, en ce compris ceux de la majorité –, aucune décision ne peut être équilibrée si elle ne respecte pas le droit international et le droit humanitaire. Il est impossible de trouver l'équilibre sans ce respect-là. Oui, notre crédibilité, celle de notre pays, est aujourd'hui mise en cause au travers de la réalité et de son positionnement.
Nous nous devons de faire respecter le droit international et le droit humanitaire. Nous ne sommes pas plus partisans d'un camp que de l'autre, mais des partisans du droit international et du droit humanitaire. Oui, la politique et la diplomatie, c'est aussi un rapport de force. Et je ne crois pas, au plus profond de moi-même, je ne crois pas une seule seconde que nous parviendrons à faire bouger les lignes pour aider le peuple palestinien de Gaza à se nourrir correctement, si nous ne prenons pas de sanctions.
Il s’agit là d’un rapport de force. Israël nous envoie un tiers de ses exportations. Oui, nous devons prendre des sanctions. Oui, nous devons rallier à notre cause et à la cause du droit international et du droit humanitaire celles et ceux qui, en Israël ou en dehors des frontières, soutiennent effectivement ces droits. Elie Barnavi, que je connais très bien, qui est un ami, a pris des positions courageuses à cet égard. D'autres l'ont fait dans notre pays, en France ou ailleurs en Europe. Soyons à leurs côtés.
Soyons à leurs côtés mais aussi aux côtés de ceux qui, dans une assemblée parlementaire telle que la nôtre, s’efforcent de faire valoir et prévaloir le droit international, face à des extrémistes de tous bords.
Monsieur le ministre, d'aucuns vous font des procès ici, mais je voudrais d'abord vous remercier d’avoir pleinement exploité les quelques marges de manœuvre dont vous avez bénéficié au sein du gouvernement ou au niveau européen.
Oui, s'il y a eu une amorce de sanctions, certes insuffisantes, au niveau européen, c'est grâce à votre action, parce que vous avez été chercher effectivement ce mandat au sein du gouvernement et que vous l'avez utilisé à plein.
Oui, s'il y a eu, ces dernières semaines, des actions humanitaires concrètes sur le terrain insuffisantes et non permanentes, vous y avez contribué, tout comme d'autres membres du gouvernement. Je les en remercie très chaleureusement.
Mais oui, nous sommes face à un rapport de force qui passe par toute une série d'outils qui sont à notre disposition. J'ai cité les outils de sanctions. Bien sûr, la reconnaissance pourrait aider. C'est une évidence de reconnaître à un peuple le droit d'avoir son propre territoire. Qui d'entre nous ici dans cette Assemblée accepterait qu'on lui prenne un centimètre carré de terre? Regardez ce qui s'est produit depuis des décennies dans ces territoires, et non pas seulement depuis trois jours. À ceux qui ont fait partie de majorités antérieures, je dis que l'on n'aurait pas ce débat-là aujourd'hui si la reconnaissance avait été faite il y a 5, 10, 15 ans ou 20 ans par un gouvernement. Cela n'a jamais été fait.
Plus que jamais aujourd'hui, nous devons être aux côtés de celles et ceux qui ont pris des positions. Je pense notamment à la France et à d'autres pays qui, aujourd'hui, reconnaissent la Palestine, parfois sous condition. Ces conditions, il faut pouvoir les déterminer. Il n'est pas question, demain, de reconnaître au travers d'un territoire et d'un État la réalité de groupes terroristes qui s'y trouvent. Ne mélangeons pas les deux éléments, cela n'a pas lieu d'être!
Nous devons tout faire aussi pour que la pression soit maximale sur le Hamas afin qu'il libère les otages. Nous ne devons pas abandonner ou oublier ce combat. Il est sensé sur le plan humain. Depuis notre dernière réunion, tous les jours, il y a eu des images marquantes de Gazaouis. Certaines autres ont brisé le cœur de la plupart d'entre nous, pour ne pas dire tous: celles d'otages israéliens traités horriblement.
Le respect du droit humanitaire et du droit international est notre seul phare et notre seul guide. Je suis convaincu, je ne le dis pas par obligation, je le dis par conviction.
Vu les marges de manœuvre, quelqu'un dans cette Assemblée, dans ce contexte belge et européen qui est ce qu'il est, aurait-il pu faire plus que ce que notre ministre des Affaires étrangères a fait? Je remercie d'ailleurs certains membres de l'opposition de l'avoir reconnu.
Ce que nous devons faire, c'est donner la force nécessaire à notre ministre, ainsi qu'au gouvernement, pour imposer des sanctions, pour, rapidement et de façon permanente, acheminer l'aide humanitaire et pour que, lorsqu'arrivera le rendez-vous international, dans quelques semaines – vers le 20 septembre – à l'Assemblée générale des Nations Unies, nous puissions être du côté de ceux qui vont reconnaître le territoire de l'État palestinien.
La paix durable ne pourra jamais intervenir s'il n'y a pas côte à côte l’État palestinien et l’État israélien et si nous ne sommes pas du côté de ceux qui prônent la liberté et la démocratie pour pouvoir vivre librement sur son propre territoire.
Mesdames, messieurs, chers amis, je viens d'un territoire – il y en a dans notre pays – qui a subi des exactions. Il a fallu parfois des décennies, des générations, pour que nous oublions ce que nos voisins nous ont fait subir. Aujourd'hui, des millions de jeunes sont en train de subir des exactions d'une ignominie absolument insupportable. Cela risque de créer, pendant de nombreuses années encore, de la haine, de la violence.
Dans la réalité d'un conflit comme celui-là, quelles que soient les sensibilités, quelles que soient les raisons parfois dégueulassement électoralistes de certains, nous avons une responsabilité importante: être toujours du côté du droit international et du droit humanitaire.
C'est ce que vous faites, monsieur le ministre – et je vous en remercie. Je ne doute pas, à l'aune de ce que j'ai pu entendre ce matin – je remercie notamment les collègues de la N-VA – que les lignes bougent, et que les lignes bougeront au niveau du gouvernement, j'en suis sûr.
Ce gouvernement se doit de porter le fer et l'expression, avec d'autres sur le plan international, pour que la pression soit mise inexorablement et de façon puissante sur les extrêmes en Israël, dans le gouvernement, pour que, demain, une paix la plus durable possible puisse voir le jour.
Vous êtes notre phare, monsieur le ministre. Je ne doute pas que vous utiliserez toute votre conviction et vos qualités pour y parvenir, au sein du gouvernement, du Conseil européen et de l'Assemblée générale des Nations Unies au mois de septembre, qui est le rendez-vous le plus important.
Je vous remercie.
Oskar Seuntjens:
Vanochtend om 07.00 uur, het eerste nieuws op de radio: alweer 100 Palestijnen vermoord. Elke dag opnieuw vermoordt Israël Palestijnen. Mama's en papa's die in de rij staan voor voedselbedeling en hopen om voedsel en medicijnen te vinden voor hun kinderen worden vermoord door Israël. Hulpverleners die met gevaar voor eigen leven naar daar gaan om mensen te redden, worden vermoord door Israël. Journalisten die de waarheid aan het licht willen brengen, worden doelbewust vermoord door Israël. Kinderen worden uitgehongerd en vermoord.
Welke woorden blijven er dan nog over, collega's? Ik weet oprecht niet wat ik hier vandaag allemaal moet komen zeggen. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat de wereld toekijkt, zegt hoe schandalig men het allemaal wel niet vindt, maar in de praktijk niets doet. Dat is niet alleen onmenselijk, dat is gigantisch hypocriet. Toen Rusland Oekraïne nog niet zo lang geleden binnenviel, veroordeelden we Rusland in een vingerknip en legden we sancties op. We treden keihard op tegen Rusland, maar als het over Israël gaat, moeten we ineens met twee woorden spreken en dan is het allemaal veel complexer.
Het komt erop neer dat we vandaag te weinig doen. Van Trump zal het niet komen, dat weet iedereen. Europa is enorm verdeeld en doet niks. Sinds kort tonen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië wel een beetje moed en zeggen ze dat we Palestina moeten erkennen.
Voorzitster: Kathleen Depoorter.
Présidente: Kathleen Depoorter.
Mijnheer de minister, waar blijft België? Als er één plek is waar het echt moet gebeuren, dan is het wel in Europa. Daar hebt u een stem. Gebruik ze, wees een voortrekker en pleit daar voor sancties tegen Israël. Als die er niet komen, dan moet België een signaal geven. Vandaag droppen we voedsel. Is dat goed? Ja. Is dat genoeg? Allesbehalve. Wat is men ermee dat men voedsel brengt als Israël systematisch mensen blijft uitmoorden? Dat is dweilen met de kraan open.
Mijnheer de minister, de tijd is al heel lang op, net als ons geduld. Als er geen oplossingen komen van de regering, dan kiezen wij ervoor om niet tot de generatie te behoren die heeft weggekeken, maar dan zullen we zelf met voorstellen naar het Parlement komen omdat er iets moet gebeuren.
Ik zie dat ik nog meer dan zeven minuten spreektijd heb, maar ik zal die niet gebruiken. De tijd van woorden is voorbij. Iedereen is de holle woorden beu. Ik heb geen vragen voor u, ik wil actie. De meerderheid van de bevolking wil actie. De regering moet nu samenkomen. Kom uit uw kot, doe iets. Deze genocide is te ranzig voor woorden. Ik wil dat de regering nu samenkomt en een menselijker standpunt inneemt. De tijd van woorden is voorbij, het is tijd voor actie.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, alle Belgische rectoren, 284 middenveldorganisaties, 3.000 ondernemers, meer dan 20 gewezen ambassadeurs, meer dan 1.200 joodse rabbijnen wereldwijd, 100.000 Belgen in de Brusselse straten en volgens een recente peiling 75 % van de Vlamingen hebben zich uitgesproken. Australië, Canada, Finland, Frankrijk, IJsland, Ierland, Luxemburg, Malta, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Portugal, Slovenië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk klagen allemaal het gruwelijke onrecht aan dat de Gazanen wordt aangedaan. Allemaal roepen ze op tot actie, maar in de regeringskern bleef het stil. Tot vandaag. Ik denk niet dat de Belgische regering de laatste in de rij wil zijn om Netanyahu wat dan ook in de weg te leggen. Dat staat niet in het regeerakkoord. Dat hebben we niet afgesproken. We hebben afgesproken een voortrekkersrol te spelen.
Mijnheer de minister, u hebt in het verleden getoond dat dit dossier u echt raakt. U bent het met mij eens dat het internationaal recht ons uitgangspunt moet zijn en blijven. Het is het enige onwankelbare, het enige houvast in deze crisis. Wat zich afspeelt in Gaza is volgens Artsen zonder Grenzen een georkestreerde moord.
Volgens het Internationaal Gerechtshof bestaat er een risico op genocide. Bij een genocide, collega’s, heeft elk land – dus ook België – de inspanningsverplichting om actie te ondernemen. Dat nalaten kan België medeplichtig maken, zoals bepaald in het Genocideverdrag van 1948.
Is de regering zich bewust van die verpletterende verantwoordelijkheid? Niets doen als er een genocide aan de gang is, is ook een keuze.
Mijnheer de minister, dat betekent dat wij als land individuele actie moeten ondernemen. De passiviteit van de Europese Unie of de Verenigde Naties ontslaat België niet van zijn juridische en morele plicht om te handelen. Door ons aan te sluiten bij de lange lijst van landen die wel actie ondernemen, kunnen we gezamenlijk impact hebben. Vandaag maakt de EU zich totaal ongeloofwaardig als waardegemeenschap, een politiek project waar ik zelf altijd sterk in heb geloofd.
We verwachten dan ook actie van de Belgische regering in drie domeinen – ik ben ook enigszins opgelucht dat ik bij andere collega’s, ook bij de N-VA en de MR, een verschuiving opmerk. Voor ons moet de regering minstens de drie volgende zaken doen.
Ten eerste moet ze de Palestijnse Staat erkennen. Eind juli ondertekenden veertien gelijkgezinde landen de New York call van president Macron voor een voorwaardelijke erkenning van de Palestijnse Staat. België ontbrak. De Palestijnse Autoriteit heeft intussen ingestemd met verkiezingen in 2026. Zij heeft de Hamasaanval veroordeeld, opgeroepen tot de vrijlating van de gijzelaars en ingestemd met een gedemilitariseerde staat. Welke voorwaarde uit onze Kamerresolutie is dan nog niet vervuld om tot erkenning over te gaan?
Ten tweede moet er een inreisverbod komen voor extremistische Israëlische ministers. Landen als Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben dit reeds ingevoerd. Of moeten figuren als Smotrich en Ben-Gvir, die openlijk pleiten voor een volledige annexatie en een zuivering van Gaza, hier welkom blijven om te komen shoppen in België? Ik denk het niet.
Ten derde vraagt cd&v reeds lang een invoerverbod voor producten uit illegale nederzettingen. Ierland en Slovenië zullen het advies van het Internationaal Gerechtshof ook naleven. In België liggen cosmetica van onder andere Ahava en wijn uit de bezette Golanhoogten echter nog steeds in de rekken, zonder dat de consument dat weet. Ook hier geldt: als de EU stilzit, moeten we zelf handelen. Ons wetsvoorstel ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Dat advies komt hopelijk in september. Zodra het er is, hoop ik dat alle regeringspartijen mijn voorstel kunnen steunen.
Mijnheer de minister, het is de taak van dit Parlement om de spreekbuis te zijn van de Belgische samenleving, de regering te controleren en vragen te stellen. Het is de taak van onze regeringsleider om de vinger aan de pols te houden, het regeerakkoord uit te voeren en onze internationale verplichtingen na te komen. Met betrekking tot Gaza doet deze regering haar werk vandaag onvoldoende. Niemand hier wil ooit moeten antwoorden op de vraag waarom wij toekeken terwijl een genocide voor onze ogen plaatsvond en wij niets deden. Collega’s, die dag mag vooral niet komen.
Mijnheer de minister, welke concrete maatregelen zal België op zeer korte termijn zelfstandig nemen? Is er intussen al een vergadering van het kernkabinet over Gaza gepland?
De voorzitster : Dank u, mevrouw Van Hoof.
Dan geef ik het woord aan mevrouw Maouane van Ecolo-Groen.
Rajae Maouane:
Dank u, mevrouw de voorzitster.
Ik zal beginnen en daarna zal mevrouw Van der Straeten het woord nemen.
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.
J'ai l'impression que nous nous répétons, encore et encore, depuis des mois, dans cette commission. Chaque jour, nous voyons défiler des images insoutenables: des familles entières décimées; des journalistes ciblés, assassinés, parce qu'ils témoignent; des enfants, des bébés qui meurent de faim, qui sont délibérément affamés alors que les convois humanitaires restent bloqués.
Je vous parle de la mort de femmes et d'enfants. Et devant cette horreur, on oublie de s'émouvoir pour la mort d'hommes. Leur mort n'émeut presque plus personne, tellement les vies arabes sont déshumanisées, comme si la souffrance palestinienne était devenue une bande son de nos vies. C'est cela, c'est cette impunité qui devient insupportable! Et cette impunité, elle doit cesser! Cette impunité d'Israël, la Belgique en est complice. Complice, parce que la Belgique ne fait rien! Vous dites qu'il y a eu des largages. Oui, il y en a eu, mais êtes-vous sérieux? Est-ce cela la solution? Jeter des vivres comme à des chiens? De la farine dans la mer? Risquer de se faire écraser par un colis alimentaire? Franchement, est-ce là la solution dont l'Arizona est fier? Vraiment, quelle honte!
On se retrouve face à un É tat qui se permet de bombarder des hôpitaux, d'exécuter des journalistes, d'affamer une population entière, de commettre la colonisation, l'apartheid. Et cet É tat ne rend de comptes à personne. On a un illuminé, Netanyahu, qui entend des voix lui enjoignant d'exterminer une population entière et on le laisse faire dans une espèce d'apathie qui est scandaleuse, alors qu'il y a des choses à faire. Il y a des actes concrets à poser. Ce sont des actes qui sont à notre portée. C'est le minimum qu'on puisse faire. Nous voulons des sanctions immédiates. Aussi longtemps que les crimes se poursuivent, il faut frapper là où ça fait mal: dans l'économie, dans la diplomatie, dans la coopération militaire. Nous voulons des sanctions.
Lorsque la Russie a envahi l'Ukraine, on est intervenu directement. On a sanctionné. On a même donné des armes aux Ukrainiens pour se défendre. Et ici, que fait-on? On laisse le peuple palestinien se faire exterminer. On laisse le peuple palestinien livré à son propre sort.
Nous demandons également la suspension de l'accord d'association UE-Israël. On ne peut pas continuer à accorder des avantages commerciaux et politiques à un É tat qui viole ouvertement le droit international. C'est une question de cohérence et de dignité. Et même cela, on n'est pas capable de l'avoir en Europe! Il faut stopper ce blocus par la force s'il le faut! Nous voulons le déploiement d'une force d'interposition internationale accompagnée de casques bleus pour protéger les civils! Pas dans un futur lointain, mais immédiatement!
Monsieur le ministre, j'ai hâte de vous entendre et je vous sais sincère, mais je ne suis, hélas, pas sûre que vous réussirez à nous convaincre et à nous rassurer. Une de mes questions est – et je vous prie d'excuser mon impertinence –: venez-vous vous épancher en commission, parce que vous n'avez pas grand-chose à dire au sein du gouvernement? Venez-vous ici parce que vous ne parvenez pas à convaincre vos collègues d'autres partis?
Voorzitster: Els Van Hoof.
Présidente: Els Van Hoof.
Et j'interpelle ici les autres partis de la majorité. Si, comme vous le dites, la situation est insoutenable, si vous ne pouvez pas rester sans rien faire, alors pourquoi rester au gouvernement? Pourquoi rester si c'est pour cautionner l'inaction? Qu'attendons-nous pour reconnaître la Palestine? Qu'il n'y ait plus de Palestiniens? Qu'il n'y ait plus personne? Qu'on reconnaisse un cimetière à ciel ouvert? Qu'attendons-nous pour sanctionner? Attendons-nous un génocide? Ce génocide est en cours! Il est en cours en 4K, sur nos écrans géants!
Voici un extrait du testament d’Anas Jamal Al-Sharif, un des journalistes assassinés par Israël: "Je vous confie la Palestine. Je vous confie son peuple, ses enfants opprimés et innocents qui n'ont jamais eu le temps de rêver, ni de vivre en sécurité et en paix. Leurs corps purs ont été broyés sous des milliers de tonnes de bombes et de missiles israéliens, déchirés et éparpillés sur les murs." ( Mme Maouane est gagnée par l’émotion )
Je vous le répète, collègues de Vooruit, du cd&v et des Engagés, soyez du bon côté de l'Histoire. Soyons du bon côté de l'Histoire. Je suis sûre que vous êtes sincères dans votre colère, dans votre exaspération. Mais, s'il vous plaît, agissons! Agissez! Je ne veux plus de prise de position qui nous donne bonne conscience et qui ne change rien. Nous voulons des actions et des actes concrets, et nous avons la possibilité de les prendre.
Monsieur Ducarme, vous n’avez pas honte? Vous devriez. Vous parlez de la guerre d'Israël et du Hamas, mais c'est un génocide, monsieur Ducarme, c'est un génocide! C'est une extermination organisée du peuple palestinien! Vous dites que la situation est un peu moins grave dans le sud et dans le centre que dans le nord. Franchement, que vous faut-il? Que vous faut-il? Des crêpes au Nutella? Des restos? Faut-il que les gens crèvent la gueule ouverte pour vous émouvoir? Je vous le répète – oui, vous pourrez évoquer un fait personnel par la suite –, c'est le Parlement qui est souverain. C'est le Parlement qui donne mandat au gouvernement pour travailler. Ici, il y a une majorité de parlementaires qui veulent avancer. Il y a une majorité – comme le disait ma collègue – de l'humanité. Il faut avancer. J'ai bien compris que ce n'est pas du MR que viendra le salut, et je n'attends rien du MR. J'ai entendu l'ouverture de la N-VA et il y a un consensus. Il y a une majorité au niveau du Parlement pour avancer. Il faut avancer. Je n'ai pas envie que le MR, qui se rapproche du Vlaams Belang, reste avec le Vlaams Belang.
Je conclurai par une citation: "Un pays qui se défend s'impose au respect de tous. Ce pays ne périt pas." C'est une citation du roi Albert Ier. Vous savez, le roi qu'on appelait le Roi Chevalier, qu'on admire toutes et tous? Appliquez cette citation à la situation actuelle. Le peuple palestinien résiste tous les jours, jour après jour. Il résiste à l'écrasement. Il résiste à l'oubli. Il résiste au génocide. Vive la résistance palestinienne et longue vie au peuple palestinien!
La présidente : Monsieur Ducarme, vous avez la parole.
Denis Ducarme:
Juste pour indiquer que je respecte, et que nous respectons au niveau du MR, les sensibilités et les convictions de chacun. Nous ne partageons pas les vôtres, chère amie Ecolo. Ce n'est pas pour autant qu'on vous insulte ou qu'on indique que vous êtes proche des extrêmes, comme vous venez de le faire.
Tout ça est inutile sur un sujet que, vous le savez – je pense que j'ai été clair –, nous avons abordé en profondeur au travers des questions adressées au ministre sur les solutions à trouver sur le plan humanitaire. Nous n'avons donc pas à subir vos insultes.
Tinne Van der Straeten:
Collega's, het is vandaag 60 dagen geleden dat er 120.000 mensen op straat zijn gekomen, niet om te horen hoe erg het allemaal is, maar om uit te drukken hoe erg het allemaal is en vooral om actie te vragen van de regering.
Heel wat collega’s, hoofdzakelijk van de meerderheid, hebben erop gewezen dat de regering moet samenkomen en het probleem moet oplossen. Ik moet er toch niemand aan herinneren – ik viseer u niet, mijnheer de minister, want u bent hier vandaag – dat de minister van Buitenlandse Zaken eerder al heeft aangegeven dat hij alleen kan handelen met het mandaat van de regering en dat degenen die hem dat mandaat kunnen geven allemaal met vakantie zijn. Bungeespringen, olifanten knuffelen, krokodillentranen, dat is wat de regering doet.
Luchtdroppings, zegt men dan. Bent u niet beschaamd? Waarom krijgt de minister geen mandaat om druk op Israël uit te oefenen, zodat de vrachtwagens die aan de grens geparkeerd staan kunnen binnenrijden? Neen, België gaat eerst nog afstemmen met Israël wanneer er zal worden gedropt. Daarmee legitimeert men het beleid van Israël.
Collega Seuntjens heeft gezegd dat hij niet meer weet wat hij hier vandaag nog moet zeggen en hij heeft gelijk. Er valt niets meer te zeggen. Vandaag gaat het om actie ondernemen. Laten we onze rol in het Parlement niet uithollen. Het is onze rol om de regering te controleren en daarom is de minister hier. Het is niet onze taak om te vragen dat de regering bijeenkomt. Het is de eerste minister die de regering bijeenroept. A chacun son rôle . Wij als Parlement kunnen de regering wel een mandaat geven. Daar bestaan technieken voor. We kunnen wetsvoorstellen en resoluties goedkeuren. Wij kunnen de regering een mandaat geven.
Ik heb goed geluisterd naar iedereen die voor ons gesproken heeft. Ik heb geen enkele illusie dat het Vlaams Belang met iets zal meestemmen. Misschien kan er met de MR nog iets worden goedgekeurd.
Mijnheer Ducarme, mijn grootmoeder zei altijd: als mijn kat een koe was, gaf ze melk onder de stoof. U had het over sancties, blablabla. Als sancties niet werken, zoals we bij Rusland hebben gezien, wat gebeurt er dan? Dan worden er extra sancties opgelegd en gaat men verstrengen, maar men moet wel ergens beginnen.
Ik denk dat de N-VA met dubbele tong spreekt, zij zal zich minstens onthouden. Al de anderen hebben hier gezegd dat het tijd is voor actie.
Les Engagés en cd&v hebben expliciet verwezen naar respect voor het humanitaire recht. Het woord genocide is expliciet in de mond genomen. Dat is wat wij hier vandaag moeten doen.
Ik heb twee vragen.
De eerste is voor u, mijnheer de minister. Waar wacht de regering nog op en hoe kan de regering haar gebrek aan daadkracht nog goedpraten? Hebt u een extra mandaat gekregen?
Mijn tweede vraag, mevrouw de voorzitter, is voor u. Als voorzitter kunt u onze commissie samenroepen om samen te werken aan een tekst en om de tekst die hier eerder is aangenomen door het hele Parlement te verstevigen. Dan gaat het precies om de punten die u hebt opgenoemd: de importban, de erkenning van de Palestijnse Staat, een inreisverbod, sancties. Dat kunnen wij doen en daarvoor kan u het initiatief nemen. Wij kunnen aan de Conferentie van voorzitters vragen om dat via de techniek van artikel 76 te bekrachtigen. Dan kunnen wij aan de slag. Wij hoeven niet te wachten op de regering.
Zij die hier vandaag deel willen uitmaken van de coalitie van de menselijkheid, kunnen aan de slag gaan om de regering te machtigen, om deze minister, die bereid is om iets te doen, te machtigen om over meer middelen te beschikken om de genocide te kunnen stoppen.
Kjell Vander Elst:
Collega's, wat een shitshow, wat een farce, wat een schouwspel. Al dagen en weken horen we stoere verklaringen en krachtige woorden in de media en ook hier horen we weer forse statements. Wat doet de meerderheid, wat doet de regering? Niets. Er zijn geen daden, geen beslissingen. Er worden uitvluchten gezocht om vandaag niet te moeten handelen.
Vanmiddag is er opnieuw veel gesproken, maar er is bitter weinig gezegd en nog minder gedaan voor de Gazanen ter plaatse. Cd&v en Vooruit, collega Mahdi, collega Seuntjens, collega Van Hoof, ik hoor uw verklaringen en oproepen allemaal heel graag. U was de voorbije dagen niet uit de media weg te slaan. De ethische en morele ondergrens is bereikt, zo zegt u in koor. Dat is waar, u hebt volkomen gelijk, maar weet u welke ondergrens ook is bereikt? De ondergrens van de hypocrisie. U vertegenwoordigt immers twee van de vijf regeringspartners en hebt de macht om zaken in beweging te zetten.
Op dit moment slaagt u er zelfs niet in om een ministerraad samen te roepen. Dat had eventueel digitaal kunnen gebeuren. De premier hoefde dus niet eens weg te gaan bij zijn olifanten en krokodillen, maar zelfs dat is u niet gelukt. Als zelfs dat niet lukt op zo’n moment, dan stel ik mij zeer veel vragen bij die straffe en stoere verklaringen.
Collega’s, het enige wat deze regering op dit moment doet, is de kop in het zand steken en verstoppertje spelen. Dat zijn allebei plezierige spelletjes voor op vakantie, maar niet wanneer we met zo’n situatie te maken hebben. Het maakt mij werkelijk niet uit op welke manier we actie ondernemen: digitaal, hybride, fysiek, via de regering of via het Parlement. Het laat mij volkomen onverschillig, zolang er maar iets gebeurt. Er gebeurt echter niets. We zitten hier opnieuw onze partijprogramma's en onze standpunten tentoon te spreiden voor de mensen in de zaal en voor wie vanavond naar het nieuws kijkt. Daar zijn we allemaal goed in. Intussen gebeurt er echter niets. Het blijft oorverdovend stil bij de meerderheid. Dat is een absolute schande.
Het is hier vandaag een schertsvertoning, die zogenaamde spoedvergadering, twee weken na datum. Spoedvergadering. Weet u wat er in die twee weken in Gaza is gebeurd? Honderd doden per dag. Kinderen die sterven op weg naar een voedselpakket. Hongersnood die de hoogste piek bereikt. Israël kondigt een groot offensief op Gaza-stad aan en is dat aan het uitvoeren. Een hele reeks organisaties, academici, maar vooral burgers zijn het kotsbeu. Ze zijn het echt kotsbeu dat wij niets doen, dat ze die beelden moeten aanzien en dat wij als Belgen gewoon achterblijven en geen actie ondernemen.
Ik hoor hier vandaag ook opnieuw, en ik heb dat ook gelezen van een aantal collega’s, dat het Parlement zijn rol heeft gespeeld. Waarom zijn we hier eigenlijk samen? Het Parlement kan niets meer doen, het is de regering die het moet doen. Collega’s, er zijn vandaag gemeenteraden en lokale mandatarissen, burgemeesters die forsere statements maken, die moties indienen, die zaken gestemd krijgen. Die doen meer tijdens de zomermaanden dan dit Parlement. Stop dus met te zeggen dat dit Parlement niets zou kunnen doen.
Ik heb de oproep van collega Van der Straeten zeer goed gehoord en ik wil die ondersteunen. We kunnen veel meer doen dan wat we vandaag doen. Het Parlement kan dat doen, de regering kan dat doen. Daarvoor is het geen moment te vroeg, stilaan te laat, maar we kunnen het nog altijd doen in de komende dagen. Ik debatteer heel graag, collega’s, maar de woorden van vandaag vullen geen magen en stoppen geen kogels. Het is echt tijd dat we actie ondernemen.
België was ooit een voortrekker in Europa. Het is altijd een voorvechter geweest op het vlak van mensenrechten. Weken nadat Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, toch allemaal westerse bondgenoten zoals we dat graag zeggen, Australië en Portugal al de beslissing hebben genomen om volgens een aantal voorwaarden de Staat Palestina te erkennen, blijven wij muisstil. We blijven muisstil. Zelfs een digitale vergadering tijdens de zomervakantie is te veel gevraagd voor de regering. Dat is geen stilstand, collega’s, dat is schuldig verzuim.
Mijn fractie heeft een duidelijk standpunt: sancties tegen Israël. De opschorting van het volledige EU-Israël-associatieakkoord. Daarvoor pleiten, een voortrekkersrol spelen op Europees niveau, dat is wat België kan doen. Een importverbod op goederen uit de bezette gebieden, een volledig wapenembargo en ook het erkennen van de Palestijnse Staat, samen met de bondgenoten die op dit moment wel de moed hebben om dat uit te spreken en te doen. België moet zich aansluiten bij die Europese coalitie die vooruitkijkt, in plaats van zich te verstoppen achter stilzwijgen en vakantieagenda’s. Dat is ons standpunt, maar dat wist u al.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk geen enkele vraag voor u, want ik ken uw persoonlijk standpunt, maar dat weegt duidelijk niet zwaar genoeg om deze regering te doen bewegen. Ik vind dat bijzonder jammer, want het lost niks op. Namens wie zitten we hier eigenlijk? Zitten we hier namens uzelf, als minister van Buitenlandse Zaken zonder mandaat van de regering? Zult u hier straks een toespraak houden met een mandaat van de regering? Dat is wat ik wil weten, maar als ik zie dat er nog niet eens een digitale ministerraad is geweest, dan vrees ik dat u hier weer bochten zult maken en enkel ten persoonlijken titel een aantal standpunten zult poneren die ons niet vooruit zullen helpen en die geen enkele actie zullen teweegbrengen. U wordt in een wurggreep gehouden door uw coalitiepartners, door de MR en door de N-VA. De premier laat u vallen als een baksteen en u zit hier en moet incasseren. U zit hier eigenlijk als een keizer zonder kleren.
Ik heb geen vragen, maar wel een oproep om eindelijk met een regeringsstandpunt te komen, een standpunt waaruit blijkt dat België moed zal tonen, actie zal ondernemen, sancties aan Israël zal opleggen voor het disproportioneel geweld dat het al maandenlang gebruikt, in september de moed zal hebben om te tonen dat het wel in staat is om actie te ondernemen, om een voortrekkersrol te spelen en de Staat Palestina samen met veel bondgenoten zal erkennen.
Als u dat straks zegt, nog beter, maar als u daarmee de komende dagen of weken terugkomt naar dit Parlement, vóór die VN-vergadering, dan krijgt u de steun van mijn fractie. Dat beloof ik u. Als u die steun niet krijgt vanuit uw regering, kijk hier dan eens goed rond, want ik ben er 100 % zeker van dat er in dit Huis een meerderheid is die de Staat Palestina wil erkennen, wat u half september samen met veel bondgenoten kunt aankondigen op die VN-vergadering.
Mijnheer de minister, wij zitten klaar, het Parlement zit klaar. U hebt hier een meerderheid. Er hoeft niet veel te gebeuren. We moeten gewoon op het knopje duwen om de Staat Palestina te erkennen en om sancties tegen Israël uit te vaardigen. U hebt hier nu een meerderheid, niet morgen, niet na een vakantie, maar wel vandaag. Doe iets voor het te laat is.
François De Smet:
Monsieur le ministre, chers collègues, je voudrais d’abord répondre à celles et ceux qui, ici comme ailleurs, notamment sur les réseaux sociaux, interrogent la légitimité de notre réunion, en avançant l’argument suivant: "Oui, mais il y a d’autres drames ailleurs, il y a des conflits et des choses tout aussi importantes".
Je suis convaincu qu'il fallait se réunir aujourd'hui et j'ai expliqué pourquoi. Cependant, il vrai qu'au Soudan, par exemple, une famine sévit et peu de gens en parlent. Environ 23 millions de personnes sont en situation de malnutrition. Une guerre abominable ravage le pays. Monsieur le ministre, comme je vous ai vu réagir sur les réseaux sociaux, je sais que vous vous sentez également concerné par cette situation.
De la même manière, lors du débat sur les sans-papiers, certains rétorquent: "oui, mais… et les SDF?", d’autres brandissent l’argument: "oui, mais… et la famine au Soudan ou telle ou telle autre catastrophe?"
Ce qu’il faut répondre, avant tout, c’est que la question du Moyen-Orient a une portée universelle. Elle l’a toujours eue. C'est le cas lorsque le 7 octobre survient. Je pense que lors de ce pogrom, nous avons tous été indignés et retournés par une émotion de nature universelle. C'est cette même émotion qui nous saisit lorsque des enfants meurent à Gaza, sous les bombes ou de faim. C’est juste insupportable!
Bien sûr, ce conflit, depuis des décennies, est parfois invoqué ou importé dans le débat intérieur. Il existe des "mauvaises" raisons de s’y intéresser, notamment celles qui relèvent d’un calcul électoraliste. Mais il existe aussi de bonnes raisons: la raison universelle que je viens d’évoquer, mais également une raison historique que personne ne rappelle et que je vais brièvement aborder.
Après la Seconde Guerre mondiale, en novembre 1947, les Nations Unies – reconfigurées par les parties gagnantes de la guerre – décident qu’il faut offrir un foyer national au peuple juif parce qu'il a été presque exterminé par la Shoah. Cette décision intervient aussi après des décennies, voire des siècles, de pogroms et de mauvais traitements en Europe. À l’époque, cela semble oublié par certains, il y avait déjà 600 000 Juifs en Palestine. Cependant, il y avait aussi 1,3 million de Palestiniens arabes. La communauté internationale, et les Européens en premier lieu, ont alors décidé qu'il devait y avoir deux États.
Moralement, tant qu’il n’y aura pas deux États – Israël et la Palestine – vivant en sécurité et en paix au Proche-Orient, la communauté internationale, et les Européens en particulier, auront le devoir moral de s’intéresser à ce qui se passe dans cette région, et de peser de tout leur poids jusqu’à ce que le conflit israélo-palestinien soit résolu, vu que ce conflit est l’épicentre de toutes les tensions géopolitiques du monde. Tant que ce conflit ne sera pas résolu, nous aurons de l'alimentation de l'islamisme et de l'antisémitisme, et cela ne s'arrêtera jamais.
Rien que cette raison-là, qui est peu souvent rappelée, justifie qu'on continue à s'y intéresser.
Sur le fond, ce dossier mérite-t-il une chute du gouvernement? Je pense qu'il mérite au minimum une crise, parce que c’est une question de valeurs. La situation à Gaza ne fait qu’empirer. De nouveaux morts chaque jour, en ce compris des enfants.
Personne ne nie la responsabilité du Hamas dans le déclenchement de la séquence, avec son pogrom du 7 octobre. Il faut continuer – il faut le faire à chaque fois – de réclamer la libération des otages.
Mais même les meilleurs amis d'Israël, ceux qui pensent que cet État doit évidemment continuer à vivre et qu'il a une vocation historique réelle, doivent bien reconnaître que ce qu'il se passe est complètement injustifiable. On tue des civils en nombre insupportable, en ce compris un grand nombre d'enfants. On a détruit 50 à 60 % du bâti à Gaza.
En passant, cette opération est non seulement un désastre humanitaire, mais ce n'est même pas un succès militaire. Voilà deux ans qu'Israël nous dit qu'il va éradiquer le Hamas. C’est vrai qu'il tue ses dirigeants un par un. Il n'a pas l'air de comprendre qu’il est très compliqué d'annihiler avec des bombes une idéologie qui se nourrit en continu du sang de ses propres martyrs. Les chiffres parlent d'ailleurs d'eux-mêmes. Sur l'ensemble des otages libérés, 145 l'ont été par voie de négociation. Seulement 9 l'ont été à la suite d'opérations militaires.
La vérité, c'est que nous avons affaire à des extrémistes au pouvoir dans chaque camp, qui ne vivent et sans doute ne survivent que par la guerre. Il n'y a aucune raison que cela s'arrête sans pression extérieure.
Même un petit pays comme la Belgique a donc son mot à dire, et nous devons le faire pour les civils de chaque côté, auxquels je pense. À côté d'un gouvernement israélien qui aligne, hélas, des déclarations dignes de purification ethnique, il y a des milliers d'Israéliens qui veulent la paix, qui sont choqués et qui constatent la folie dans laquelle ils sont emmenés.
À côté du Hamas et de son agenda islamiste et d'éradication, par ailleurs, il y a des milliers de Palestiniens et de Gazaouis qui sont les premières victimes de la situation actuelle et qui ne sont pas responsables de ce que commet ce mouvement terroriste. Il y a aussi les Palestiniens de Cisjordanie qui subissent une violence impunie de la part des colons. Je pense que c'est pour ces civils des deux côtés que nous devons agir.
Y a-t-il un génocide aujourd'hui à Gaza? C'est la justice qui devra répondre un jour à cette question, et elle devra le faire avec la seule boussole du droit international. Ce qu'il est permis de constater, au minimum en tout cas, c'est le nombre important et convergent de déclarations de responsables gouvernementaux israéliens de nature génocidaire ou encourageant une forme de purification ethnique. Il est aussi permis de constater que les actes posés par ce gouvernement sont hélas compatibles avec une volonté de rendre de plus en plus impossible matériellement la survie sur place de cette population dans des conditions dignes. Quand on occupe un territoire à 75 %, quand on restreint fortement l'accès à l'aide alimentaire depuis des mois, quand on refuse l'établissement de corridors humanitaires, quand on restreint son accès matériel aux ONG et à la presse, il est évident qu'on est responsable, du point de vue du droit international, de son administration et de son accès à la nourriture, à l'eau et aux soins. Y aurait-il un risque de famine à Gaza aujourd'hui si l'essentiel de la population n'était pas enclavé dans 12 % du territoire et si la plupart des infrastructures n'étaient pas détruites?
Alors, que faire? Empêcher évidemment le plus possible qu'il y ait d'autres victimes, faire libérer les otages, empêcher la famine, arrêter ce carnage, indiquer à Israël que le projet d'invasion totale est une folie. Vous avez convoqué l'ambassadrice, monsieur le ministre. Je suppose que vous allez nous en parler. Il faut réclamer l'établissement de corridors humanitaires et un accès sans entrave à Gaza pour les humanitaires, et les journalistes d'ailleurs.
Je partage le point de vue de certains collègues sur les largages. Je comprends l'intention, mais je pense qu'il s'agit surtout de larguer notre mauvaise conscience.
Ces largages ne sont pas efficaces. Ils sont dangereux et donnent lieu parfois à des émeutes. Le simple fait qu'ils tombent alimente aussi des dégâts. Il n'y a donc rien à faire: il faudra faire pression pour obtenir des couloirs humanitaires sécurisés.
Je pense, moi aussi, qu'il faut reconnaître la Palestine. Mon parti DéFI le demande, in tempore non suspecto, depuis 10 ans. Nous avons aussi déposé des textes sur le sujet. Mais la motivation, aujourd'hui, évolue. Bien sûr, comme tout le monde, depuis les accords d'Oslo, nous aurions voulu que la reconnaissance de la Palestine sanctionne la fin d'un processus de paix à deux États. Aujourd'hui, il s'agit d'obtenir la reconnaissance de la Palestine pour que survive la possibilité de la solution à deux États. C'est cela qui est en jeu. On ne peut plus attendre la fin d'un processus de paix.
On m'opposera qu'il n'y a pas de gouvernement, pas de frontières claires. C'est vrai, mais il y a un peuple palestinien. C'est indéniable. Il y a un peuple qui a des aspirations légitimes à un État, qui souffre à la fois de la colonisation en Cisjordanie depuis 1967, une occupation qui sépare les habitants et leur confère des droits différents selon leur origine, et un peuple qui souffre à Gaza d'être sous la coupe d'un parti islamiste et sous les bombes d'Israël.
Reconnaître la Palestine, ce n'est pas reconnaître le Hamas, c'est reconnaître un peuple. Rappelons d'ailleurs que le Hamas n'a absolument que faire d'une double reconnaissance puisqu'il n'a ni envie ni intérêt de vivre à côté d'un État israélien.
Cette reconnaissance, selon nous, doit être rapide. Doit-elle être absolument inconditionnelle? Je crois, et j'aimerais votre avis là-dessus, monsieur le ministre. On peut peut-être s'inspirer de ce que les Britanniques proposent, à savoir qu'il faut refuser au Hamas le moindre rôle dans la représentation diplomatique ou politique de cet État. Cela paraît évident. Mais il est nécessaire que cette reconnaissance progresse pour préserver les deux États comme horizon.
Sur la question des sanctions, je rejoins le collègue Lutgen. Il est vrai que, dans la diplomatie, s'exerce un rapport de force. Il est vrai que ces sanctions sont désormais indispensables. Je pense qu'elles doivent être ciblées. Je ne vois pas, en effet, pourquoi on continuerait à permettre aux armes de parvenir aux belligérants, par exemple. Je ne vois pas non plus pourquoi les responsables politiques responsables de ce carnage ne seraient pas sanctionnés. Je voudrais juste dire qu'il y a aussi une société civile israélienne. C'est-à-dire que le boycott académique ou culturel ne serait pas une bonne idée. Parce que, même si son gouvernement est radicalement à droite et à l'extrême droite aujourd'hui, Israël reste une démocratie et on doit pouvoir compter aussi sur les forces vives de ce pays, celles qui, dans un inconfort et une douleur qui n'est pas simple non plus pour eux, comprennent ce qui se passe et peuvent aussi agir de l'intérieur.
Reconnaître la Palestine, chers collègues, c'est simplement tenter de sauver la solution à deux États afin de sortir du récit de guerre sans fin qui nous est imposé par les protagonistes de cette situation sans égard pour l'avenir et le bien-être réel de leurs populations respectives.
Monsieur le ministre, quelle réponse vous et votre gouvernement apporterez-vous? Pourriez-vous commencer par dire si vous répondez en votre nom propre ou en celui de l'ensemble du gouvernement? Y a-t-il aujourd'hui une position de l'Arizona claire sur la reconnaissance et sur les sanctions?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat een heel mooi Vlaams spreekwoord: wat baten kaars en bril als den uil niet zien en wil? Ik vraag niet dat u hier nogmaals komt opdraven voor de zoveelste therapeutische sessie in deze praatbarak. Ik zal u een concreet voorstel doen.
Neem de tgv met de hele regering. U kunt ook Gaza-negationisten meenemen, kwestie van tot inkeer te komen. U kunt ook mevrouw Hadja Lahbib meenemen. Het schijnt immers dat er ook nog een Eurocommissaris voor humanitaire hulp bestaat, maar die is nergens te vinden. Dus, u neemt de tgv richting Limoges. Niet voor de porseleinfabriek, maar u reist even verder naar Oradour-sur-Glane. Ik weet niet of u ooit van deze plaats heeft gehoord. Precies 81 jaar geleden vond daar een gruwelijk bloedbad plaats, op 10 juni 1944. Het was de Duitse SS-pantserdivisie Das Reich die als collectieve bestraffing dat hele dorpje uitgemoord heeft. Daarvoor is er nog steeds een monument terug te vinden. Er werden 643 mensen uitgemoord, 4 scholen werden leeggehaald, collega's, met daarin 191 kinderen. Ze werden allemaal in een kerk gebracht, samen met de vrouwen, 350 in totaal. Er vielen 643 slachtoffers, 25 jonger dan 5 jaar, 145 tussen de 5 en de 14 jaar, 193 jonge mannen en 240 meisjes en vrouwen.
Ik vertel dat verhaal hier. Het gaat niet over Joden, het gaat over collectieve bestraffing. Die collectieve bestraffing is daar gebeurd, met nazistische praktijken, door de SS, omdat men op zoek was naar een wapendepot, maar men vond het niet. Wat heeft men dan maar gedaan? De bevolking bestraft.
Waarom vertel ik dat verhaal? Ik breng het in verband met wat er vandaag in Gaza gebeurt. Daar worden 2 miljoen mensen collectief bestraft. Kinderen worden uitgemoord. Kinderen die voedsel gaan halen worden afgeschoten, als konijnen voor een lichtbak. Waarom? Als collectieve bestraffing voor een terroristische organisatie. Daar hebben die kinderen geen schuld aan. Ook de vrouwen hebben daar geen schuld aan. Het gaat om een collectieve bestraffing voor moorden door een terroristische organisatie. Dat keur ik ten zeerste af. Ik verafschuw het islamisme en ik vind de islam zelfs een achterlijke godsdienst. Dat mensen die slachtoffer zijn geweest in de oorlog dezelfde nazistische praktijken toepassen op een andere bevolking, is voor mij echter onbegrijpelijk.
Ik hoor hier collega’s verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor doe ik het, en ik doe het bewust. We zijn allemaal bang voor de Holocaustindustrie, zoals Norman Finkelstein het noemt. We maken ons schuldig aan net hetzelfde verhaal als toen, van “Wir haben es nicht gewusst”.
Wat is er gebeurd in 1948? We hebben het Joodse volk overgeplaatst naar Palestina. Wie betaalt de rekening voor wat wij, westerlingen, het Joodse volk hebben aangedaan? De Palestijnen. Vandaag gebeurt precies hetzelfde en wij doen alsof er niets aan de hand is. Wir haben es nicht gewusst .
Ik hoor hier de collectieve verontwaardiging over deze oorlog, maar die apartheidsstaat bestaat al veel langer dan vandaag. Die is ontstaan in 1948 en escaleerde na 1967. Gaza bestaat 25 jaar. Ik ben er geweest; ik ben verschillende keren in Israël geweest, maar ik zal mijn persoonlijke ervaringen niet gebruiken, anders word ik te emotioneel.
Wat gebeurt er in Gaza, collega’s? Men zegt dat de mensen zich niet ontwikkeld hebben, terwijl ze daartoe de kans hebben gehad. Nee, in Gaza heeft niemand de kans gehad!
Kent u de theorie van het gras maaien? Dat is de praktijk die het Israëlische leger toepast: om de vier à vijf jaar, sinds het ontstaan van Gaza, valt men er binnen, wordt alles vernietigd en worden mensen vermoord. Laten we eens kijken naar de collectieve verontwaardiging over de huidige uithongering: die situatie bestaat al jaren. U kunt het genocide noemen, u kunt het etnische zuivering noemen of u kunt het volkerenmoord noemen; daar gaat het niet om. Het gaat om menselijkheid. Of het nu joden of moslims betreft, het is mij om het even. Maar dat dit vandaag in onze maatschappij gebeurt…
Het is niet nieuw. Ik kan precies zeggen wanneer het allemaal gebeurd is; en altijd worden er vrouwen vermoord, altijd worden er kinderen vermoord. Voor de Israël-lovers of voor de Gaza-negationisten – ik zal hen voortaan zo noemen – som ik enkele feiten op. Operatie Hot Winter: 34 kinderen gedood, 6 vrouwen. Operatie Cast Lead: 1.417 slachtoffers, onder wie 337 kinderen en 124 vrouwen. Operatie Pillar of Defense in 2012. Operatie Protective Edge in 2014: 2.251 slachtoffers, onder wie 551 kinderen en 299 vrouwen. En ik kan zo doorgaan… Ik denk ook aan Breaking Dawn, Operatie Dageraad. In deze Gaza-oorlog vielen al 61.000 slachtoffers, waarvan 18.400 kinderen. Terwijl ik dit zeg, zijn er waarschijnlijk alweer slachtoffers bij gekomen.
Schaamteloos discussiëren wij hier over de kleur van het bluswater terwijl de wereld in brand staat en over nutteloze resoluties, maar we kunnen toch minstens proberen om iets te doen. We praten hier opnieuw over de tweestatenoplossing, maar er is geen tweestatenoplossing meer mogelijk. Waarom niet? Omdat we al 40 jaar wegkijken van wat wij de Palestijnen hebben aangedaan, sinds 1948. Omdat we blijven wegkijken. Omdat we de Palestijnen geen rechten geven. Het is de grootste openluchtgevangenis ter wereld, waar niemand weg kan. Vandaag is dat het grootste kinderkerkhof ter wereld. Wanneer gaan we dat eens beseffen?
Wij zitten te discussiëren over een resolutie voor de tweestatenoplossing. We praten over Gaza, maar hebt u ooit gehoord van de andere kant, van de Westelijke Jordaanoever? De Joden spreken over Judea en Samaria. Daar leven drie miljoen Palestijnen zonder eigendomsrechten. Gekoloniseerd in eigen land, zonder eigendomsrecht. Kolonisten vallen binnen en vermoorden rechteloos mensen; al 938 in de laatste twee jaar. Hamas zit niet op de Westelijke Jordaanoever, daar zit de Palestijnse Autoriteit en niet Hamas. Hamas is blijkbaar het alibi voor een genocidale campagne tegen het Palestijnse volk, met als doel de Joodse suprematie op te leggen, from the river to the sea .
Ik heb het moeilijk. Ik had gezegd dat ik nooit meer zou spreken, maar ik ben toch gekomen. Ik heb een interview gedaan met een bepaalde moraalfilosoof, totdat ik tot het inzicht kwam dat het een immoreel filosoof was. Ik wil er in principe niet meer over praten. Ik praat vandaag toch, om de mensen die geen geweten hebben een geweten te schoppen.
De voorzitster : Dank u wel.
Dan zijn we aan het einde gekomen van de tussenkomsten van de leden. Ik geef nu het woord aan de minister. Dank dat u vandaag wilt antwoorden.
Maxime Prévot:
Merci, madame la présidente et merci, mesdames et messieurs les parlementaires, pour vos interventions multiples.
Vous avez souhaité organiser une réunion en urgence de la commission des Relations extérieures de la Chambre au vu de l'actualité dramatique qui continue de se dérouler sous nos yeux et vous avez bien fait. La situation à Gaza et ailleurs en Palestine ne connaît pas de vacances et encore moins de répit. Je suis donc présent face à vous aujourd'hui non pas par contrainte, celle qui impose au ministre d'être à la disposition du Parlement, mais par conviction que nous ne pouvons pas rester six semaines sans avancer sur le sujet et sans rendre des comptes à la population par le biais de ses élus.
C'est un moment important et plusieurs d'entre vous ont commencé par me poser la question de savoir à quel titre je m'exprimais, quel mandat j'avais reçu, etc. Soyons clairs, vous le savez, il n'y a guère eu de réunion du kern ces dernières heures pour délivrer un mandat spécifique, mais lorsque j'ai prêté serment le 3 février dernier comme ministre des Affaires étrangères, j'ai reçu le mandat au sein de ce gouvernement de porter les messages de notre politique extérieure et donc de sa cohérence en matière de défense du droit international depuis plusieurs décennies déjà. Une cohérence, je le rappelle à titre utile, qui figure expressis verbis dans notre accord de gouvernement.
C'est donc le moment de faire le point sur le positionnement des Affaires étrangères, celui d'aujourd'hui et d'avantage encore les perspectives pour demain. C'est le moment, comme j'en ai toujours fait un mantra dans mon engagement politique, de penser loin, de parler vrai et d'agir juste.
Vous me permettrez d'ailleurs de souligner, monsieur Ducarme, le plaisir que j'ai eu, très attentif à vos propos, au fait que vous ayez précisé que la volonté du MR était d'agir avec rationalité. Tant mieux, car s'il peut exister des divergences sur les questions morales, la rationalité nous réconciliera incontestablement sur les questions légales. J'ose espérer que le droit inspire encore la droite.
Je crois pouvoir dire que le problème, puisque vous y avez fait allusion, n'est pas que mes collègues de gouvernement rechignent à se mettre au travail. Je pense sincèrement que, sur ce dossier, moi-même et mes collègues avons été nombreux à vouloir progresser. Or, nous devons effectivement – parce que vous avez raison, c'est une question de gouvernement davantage qu'une question de Parlement, je vous rejoins là-dessus – aussi veiller à avancer sans que ce soit en ordre dispersé.
Penser loin, c'est oser prendre de la hauteur dans l'analyse de ce conflit et ne pas réduire celui-ci à des considérations bassement électorales, ni à des enjeux de rapport de force de court terme, alors même que c'est la cohérence, et donc la crédibilité de la politique étrangère de la Belgique qui sont en jeu; au-delà, bien sûr, de la priorité absolue qui est celle de sauver des vies.
Pendant des décennies, la Belgique a pu se distinguer sur la scène internationale et être respectée à ce titre en boxant parfois au-dessus de sa catégorie. Respectée et distinguée comme inébranlable défenseur du droit international et particulièrement des droits humains. Cette posture nous a toujours permis d'être écoutés et d'être considérés, même par ceux qui ne suivent pas les mêmes standards démocratiques que nous, mais qui ont la capacité d'entendre notre diplomatie et ses messages, en raison précisément de sa constance et de son absence de double standard.
Deze regering is zich bewust van die uitdagingen en herinnerde er daarom in het regeerakkoord uitdrukkelijk aan dat België het belang benadrukt van een op internationaal recht gebaseerde internationale orde en pleit voor democratie, de rechtsstaat en mensenrechten. Een prioriteit is de strijd tegen straffeloosheid en België steunt internationale hoven, zoals het ICC en het ICJ, bij onderzoeken naar schendingen van internationaal recht. België promoot mensenrechtenverdragen en ondersteunt kwetsbare groepen, mensenrechtenverdedigers en het maatschappelijk middenveld.
Ik wil u graag aan bepaalde elementen van het regeerakkoord herinneren, want die zijn niet onbelangrijk.
In het regeerakkoord staat duidelijk dat we langs diplomatieke weg willen komen tot een tweestatenoplossing, die zowel de veiligheid van Israël moet garanderen als de erkenning van Palestina mogelijk moet maken en dit met respect voor de territoriale integriteit. Het vooruitzicht van de erkenning van de Staat Palestina is dus duidelijk een doelstelling die we ons eigen hebben gemaakt. Meer nog, we hebben in het regeerakkoord gespecificeerd dat elke actie die een tweestatenoplossing in gevaar brengt, aan de kaak zal worden gesteld. De paragraaf over het Israëlisch-Palestijnse conflict sluit af met de woorden: "We benadrukken te allen tijde het belang dat we hechten aan het respecteren van het internationaal recht." Dat kan niet explicieter. We moeten ons dus scharen achter het regeerakkoord, collega’s.
Vooruitdenken is – in overeenstemming met de eigen overtuigingen en de regeringsakkoorden die een team verbinden – een houding aannemen die ijvert voor enerzijds internationale druk om tastbare resultaten op het terrein te creëren en anderzijds de handhaving van een coherente en consequente internationale actielijn van België.
Wat dat laatste punt betreft, toont het gedrag van de internationale betrekkingen van de regering-Trump door de ontwrichtende effecten ervan aan dat het mogelijk en zelfs volkomen legitiem is voor een regering om de betekenis en de toon van haar buitenlandse beleid te veranderen. De stembus heeft die optie gegeven aan de Amerikaanse kiezers en aan hun democratisch gekozen vertegenwoordigers. Het zijn echter dezelfde ontwrichtende effecten die ook hebben geleid tot onzekerheid, onvoorspelbaarheid en de ineenstorting van een internationale orde die de bilaterale en multilaterale betrekkingen van de planeet decennialang heeft gediend. Daardoor wordt het jarenlange geduldige werk door de diplomaten van deze wereld vernietigd of ernstig ondermijnd, werk dat op de lange termijn vruchten afwerpt dankzij allianties op basis van overtuigingen in plaats van door omstandigheden.
In absolute termen zou dus kunnen worden aangenomen dat onze arizonaregering formeel niet gebonden is door de eerdere gedragslijnen van het Belgische internationale beleid, aangezien dat zoals elk openbaar beleid kan evolueren of in twijfel kan worden getrokken. Gelukkig is dat echter niet de weg die deze coalitie heeft gekozen. Zij heeft de substantiële beginselen van haar buitenlandse beleid in het regeerakkoord bevestigd. Ik citeer: ʺ Wij verdedigen krachtig de internationale orde, geworteld in het internationaal recht en in multilaterale akkoorden omdat wij geloven dat dit de enige weg is naar duurzame vrede en veiligheid. Wij blijven onophoudelijk pleiten voor onvoorwaardelijk respect voor internationale mensenrechten, waarbij wij nadruk leggen op de bescherming van de meest kwetsbaren in de samenleving. ʺ Einde citaat.
Dès lors, en raison de cette ligne de conduite et du choix que nous avons opéré de maintenir notre boussole dans la lignée des politiques étrangères menées depuis plusieurs gouvernements – et qui ont d'ailleurs démontré leur efficacité –, il m'apparaît indispensable de continuer à poser des actes afin d'œuvrer à la justice internationale et à la réputation belge de défense du droit international et des droits humains. C'est une question légale, politique, mais aussi pragmatique. Il ne s'agit pas d'un débat idéologique.
Respecter le droit revient à apporter une réponse pratique à des problèmes concrets. C'est aussi à la lumière de ces enjeux que les questions de la reconnaissance de la Palestine et des sanctions à l'égard d'Israël doivent s'apprécier. C'est la raison pour laquelle notre gouvernement aura encore rendez-vous avec lui-même dans les prochaines semaines, afin d'approfondir tant le volet relatif à la perspective de reconnaissance que celui relatif à la montée en puissance des sanctions vis-à-vis du gouvernement israélien s'il s'entête dans ses démarches actuelles à l'égard des Gazaouis en particulier et des Palestiniens en général.
Ce sont là des rendez-vous que nous ne pouvons pas manquer. Des rendez-vous avec l'Histoire, avec nos consciences, avec nos obligations morales, mais aussi avec nos obligations légales. Des rendez-vous que nous devrons aborder avec justesse et discernement, loin des slogans, mais focalisés sur la volonté de créer du résultat. Je peux vous certifier que tous les agents de mon département, particulièrement émus et troublés par la situation à Gaza, mais aussi – disons-le avec franchise – par la position du gouvernement qu'ils jugent trop timorée, sont mobilisés chaque jour, car ils ont choisi de servir l'État belge dans le respect de ses principes faîtiers liés au droit international et aux valeurs démocratiques. C'est le socle commun entre eux, entre eux et moi aussi, qui donne sens à notre engagement respectif quotidien au service des intérêts de notre pays et de ses citoyens.
In ons land heerst een malaise die het gevolg is van ons onvermogen om het geweld tegen de Palestijnse bevolking in zijn ware omvang te beschouwen. We moeten dus de kloof verkleinen tussen juridische analyses, diplomatieke opties en de politieke lijnen van de regering om het ethisch gevoel niet blijvend aan te tasten.
Op dit punt moet de diplomatieke, politieke en morele gestalte van ons land voorbeeldig zijn. Al meer dan 30 jaar, sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden, hebben de Europese Unie en haar lidstaten de voorkeur gegeven aan een dialoog met Israël, waarbij diplomatieke initiatieven en beginselverklaringen zijn vermenigvuldigd, ook al schond Israël duidelijk voortdurend het internationaal recht en werden alle rode lijnen die in deze verklaringen werden aangekondigd systematisch overschreden.
Intussen zijn wij er niet in geslaagd om de Palestijnse Staat te erkennen, wat de hoop van Oslo heeft verraden. De Palestijnse Autoriteit lijdt al jaren onder een democratisch tekort, maar dit kan geen rechtvaardiging vormen voor de politieke passiviteit ten aanzien van de voortdurende verslechtering van de situatie. Dat geldt trouwens eveneens voor de criminele acties van Palestijnse extremistische organisaties zoals Hamas, die altijd terecht werden veroordeeld en gesanctioneerd door de Europese Unie en haar lidstaten.
Het is zeker via de stembus dat de legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit versterkt zal worden, maar evenzeer vanuit de manoeuvreerruimte die men haar wil toekennen om de Palestijnen de basisdienstverlening te bieden waarop ze recht hebben.
En omettant ainsi la responsabilisation et la reddition de comptes d'un partenaire aussi étroitement lié à l'Union européenne qu'Israël, nous avons ouvert la voie à l'impunité.
La poursuite sans discontinuer de la politique de colonisation, la disparition sur le terrain de la perspective d'un État de Palestine viable, la négation des droits fondamentaux de la population palestinienne sous occupation militaire, l'annexion de moins en moins rampante de la Cisjordanie et la catastrophe humanitaire en cours à Gaza – que l'on qualifie ou non de génocide – sont aussi le résultat de choix politiques et de l'inconséquence européenne pendant plusieurs décennies.
Cette situation engage notre responsabilité à l'égard de la population palestinienne qui endure depuis des décennies les conséquences de l'impunité que nous avons contribué à perpétuer par notre absence d'actions concrètes. Nous ne pouvons pas non plus passer sous silence une responsabilité européenne que l'on peut faire remonter plus loin encore, comme le précisaient 21 de nos anciens diplomates dans une récente lettre ouverte.
De Europese Unie en België dragen dan ook een historische, politieke en morele verantwoordelijkheid. Het is tijd om te handelen in overeenstemming met onze waarden en onze internationale verplichtingen, met name deze zoals door het Internationale Gerechtshof in het advies van 19 juli 2024 bevestigd. Daarin wordt uitdrukkelijk geconcludeerd dat de Israëlische aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden onwettig is.
Als stichtend lid van de EU, de Verenigde Naties en de NAVO heeft België de verantwoordelijkheid om het primaat van het internationaal recht en de fundamentele waarden in herinnering te brengen. Wij hebben tevens, zoals onze diplomatieke geschiedenis laat zien, het vermogen om allianties te smeden, bruggen te bouwen en creatieve oplossingen voor te stellen om de Europese verlamming te overwinnen. De steun voor Oekraïne en de sancties tegen Rusland, waarbij de oppositie van sommige lidstaten wordt genegeerd, zijn hier duidelijke voorbeelden van.
La Belgique a un intérêt fondamental à défendre le droit international, seul rempart contre la loi du plus fort. Cette ligne ne relève pas uniquement d'un idéal, mais aussi de la realpolitik. L'ordre juridique international auquel notre pays a contribué avec rigueur et persévérance pendant des années et des décennies est aujourd'hui menacé de désintégration. Préserver cet ordre, fondé sur des règles, est essentiel à notre sécurité et à notre crédibilité, comme le démontre notre propre histoire.
Nous le devons à l'idéal de paix et de stabilité que nous prétendons défendre. Nous le devons à la cohérence de nos valeurs et de nos principes, sur lesquels nous avons construit notre pays et dont dépend son avenir. À défaut, la crédibilité de notre politique extérieure risque d'être irrémédiablement compromise. La Belgique et l'Union européenne ne pourront plus prétendre défendre la démocratie et les droits humains – qui ne peuvent être qu'universels. Le recours sélectif au droit international et les doubles standards que nous reprochent certains sapent notre légitimité et affaiblissent durablement notre influence sur la scène internationale. Notre capacité à convaincre sur les grands enjeux où la Belgique souhaite faire entendre sa voix, qu'il s'agisse de ses intérêts nationaux, européens ou mondiaux, s'en verra profondément diminuée.
À l'inverse, ménager à tout prix nos relations avec Israël, en dépit de ses violations massives du droit international, ne sert ni notre diplomatie ni l'ordre international. Un tel soutien inconditionnel au gouvernement israélien, largement mené par l'extrême droite, ne sert ni la sécurité d'Israël ni la libération des otages, mais contribue en revanche à affaiblir les voix courageuses qui s'élèvent au sein de la société civile israélienne.
Onze energie moet daarom gaan naar een snelle oplossing van het conflict, door zo spoedig mogelijk een staakt-het-vuren tot stand te brengen, dankzij een zo sterk gecoördineerd en relevant mogelijk internationaal diplomatiek optreden. Dat is de reden waarom multilateralisme essentieel blijft. Het is binnen de Verenigde Naties en de Europese Unie in het bijzonder dat wij een hefboomeffect voor ons optreden kunnen creëren dat tot een overtuigend resultaat kan leiden.
Laten we duidelijk zijn: zelfs al beschikt België, met Brussel als hoofdstad van Europa, over erkende diplomatieke invloed, het kan vandaag de grote wereldconflicten niet op eigen houtje oplossen, net zo min als gisteren. Bovendien zien we dat zelfs de Verenigde Staten, als een van de grote mogendheden, er vandaag niet in slagen een einde te maken aan de conflicten in Oekraïne of in het Midden-Oosten, zeker zolang ze geen moeite doen om het juiste perspectief in te nemen. Gezamenlijk optreden met alle staten – het grondbeginsel van het multilateralisme, dat diezelfde Verenigde Staten onder druk zetten – is daarom essentieel.
Penser loin, c'est aussi agir aujourd'hui, en ayant en perspective les jours d'après. C'est veiller à éviter d'exacerber tout sentiment antisémite, alors même qu'une large partie de la population israélienne ne cautionne pas elle-même les accents politiques de son gouvernement. C'est devoir lutter dans le temps long contre toute volonté de vengeance d'un peuple israélien conservant le souvenir amer des actes terroristes du 7 octobre 2023, mais aussi éviter la volonté de vendetta d'un peuple palestinien dont les générations actuelles et futures seront durablement traumatisées par la riposte manifestement disproportionnée et honteuse dont sont victimes en masse des femmes, des enfants et des civils.
Parler vrai, c'est dire les choses comme elles sont, sans déni, sans retenue. Les mots ont du sens, ils ont du poids, ils qualifient les faits. Ce qui est actuellement vécu à Gaza est une honte absolue qui entachera durablement l'image et la crédibilité d'Israël. Comment le gouvernement d'un peuple qui a connu tant de souffrances et de privations peut-il se comporter de la sorte aujourd'hui?
La violence fondée sur la souffrance passée n'est jamais une justification morale valable. La souffrance doit être un moteur de transformation, non de reproduction de la violence. La mémoire de la douleur doit, au contraire, nourrir une volonté de paix et de justice. Nelson Mandela, emprisonné durant 27 années, n'a-t-il pas choisi la réconciliation plutôt que la vengeance à sa libération? Choisir la non-violence, malgré la souffrance, demande du courage moral. Cela contribue à briser la chaîne des représailles. C'est un choix que doivent faire les Israéliens après les souffrances d'il y a 80 ans, ou plus récemment encore en octobre 2023. C'est un choix que devront aussi faire les Palestiniens au lendemain de ce conflit, quand viendra la fin de celui-ci.
De waarheid spreken betekent vandaag durven te zeggen dat de opeenstapeling van acties die de Israëlische regering de afgelopen maanden heeft ondernomen, ruimschoots voorbij het stadium van zelfverdediging gaan die zij aanvankelijk mocht uitoefenen na de laffe en verachtelijke aanslag van Hamasterroristen in oktober 2023; een aanslag waarbij meer dan 1.200 doden vielen, onder wie een groot aantal Israëlische burgerslachtoffers en gijzelaars gevangen werden genomen, van wie sommigen nog steeds worden vastgehouden en voor wie wij nogmaals de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating eisen.
En ayant fait plus de 60 000 victimes; en privant deux millions de personnes de nourriture, d'eau, d'électricité, de soins appropriés; en ayant tué plus de 500 humanitaires; en faisant volontairement mourir de faim des enfants au point que la communauté internationale est obligée de pallier le blocage honteux des camions remplis de vivres à la frontière par des largages aériens auxquels nous sommes en train de participer, malgré les risques et les coûts; en ayant annoncé la volonté d'occupation militaire totale de Gaza, quartier par quartier; en ayant des officiels qui ont tenu des propos qualifiant de sous-hommes les Palestiniens; en ayant indiqué par un vote de la Knesset le souhait d'annexer la Cisjordanie; en ayant relancé le projet E1 de colonies à l'est de Jérusalem; en prenant donc toutes les dispositions nécessaires pour que les territoires palestiniens occupés soient potentiellement rayés à terme de la carte; tout en tuant des journalistes et en empêchant les médias de couvrir les événements, il est difficile de ne pas y voir tous les éléments susceptibles de constituer des violences clairement génocidaires.
À nouveau, il s'agit, et je l'assume comme tel, d'une opinion personnelle. Je ne suis pas habilité à me prononcer officiellement sur cette qualification au nom du gouvernement pour deux raisons. D'abord, car il n'y a pas de consensus sur cette vision des choses au sein de notre coalition, vous le savez. Mais surtout, comme j'ai déjà pu le préciser moi-même antérieurement, et M. De Smet l'a encore souligné, parce qu'il revient au pouvoir judiciaire et non à la classe politique, en dehors de nos sentiments propres, à qualifier ou pas en droit cette situation. C'est du ressort de la Cour internationale de Justice et, ensuite, éventuellement, de la Cour pénale internationale, si les faits sont établis.
J'ai pu lire, il y a quelques mois, lorsque j'ai déjà partagé ma conviction, qu'un ministre des Affaires étrangères n'avait pas le droit d'avoir une opinion personnelle, même si j'ai eu le plaisir d'entendre que M. Lacroix m'invitait à l'inverse désormais. C'est évidemment une critique purement politique. D'ailleurs, je me souviens qu'en 2021, le brillant vice-premier ministre Dermagne avait déclaré qu'à titre personnel, il était pour l'abolition de la monarchie. Le fait qu'il soit ministre nommé par le Roi et numéro deux du gouvernement, signifiait-il à l'époque qu'il s'exprimait au nom de tout le gouvernement? Évidemment que non. Pourquoi se verrait-il d'ailleurs reconnaître le droit d'avoir une opinion personnelle et pas moi?
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Maxime Prévot:
Mais je te dédouane, sens-toi à l'aise.
Du reste, plus récemment, j'ai aussi entendu notre premier ministre exprimer, à titre personnel, qu'il regrettait que la séparation du Royaume des Pays-Bas ait eu lieu et qu'il ne soit donc plus une seule entité avec la Flandre. Personne n'y a vu pour autant l'expression de l'opinion collective du gouvernement dans son entièreté. C'est son opinion personnelle, il en a le droit. Comme ministre, même aux Affaires étrangères, je n'ai pas perdu le droit d'avoir une opinion personnelle. Je n'ai pas perdu ma conscience. Je rajouterai même que "surtout" aux Affaires étrangères, il ne faut pas perdre sa conscience. Je suis loyal à celle-ci lorsque j'exprime, même avec les réserves d'usage, le fond de mes convictions. Je n'autoriserai jamais personne à m'en dénier le droit. En politique, de manière générale et comme humaniste en particulier, je veux pouvoir garder la tête froide, mais aussi conserver le cœur chaud.
Ik kom even terug op de vraag of het om genocide gaat.
Het is moeilijk voor te stellen dat het noodzakelijk zou zijn te wachten tot het einde van een lange gerechtelijke en documentatieprocedure om vervolgens a posteriori, na het plaatsvinden ervan, het bestaan van een genocide te kunnen vaststellen. Dan zouden we slechts onze tranen hebben om te huilen over een gebeurtenis die zich voor onze ogen heeft afgespeeld, zonder adequaat te kunnen reageren.
Uiteindelijk maakt het niet uit wat deze of gene partij of gekozen functionaris of mandataris denkt over de vraag of het wel of niet genocide is. Zoals ik al zei, is dat geen politieke kwestie, maar een juridische. Op grond van de verdragen die België heeft ondertekend, volstaat het dat er een risico van genocide bestaat om ons wettelijk te verplichten te reageren en actie te ondernemen.
Ik durf mij voor te stellen dat zelfs de mensen die het meest terughoudend zijn om de situatie van vandaag als genocide te bestempelen, niet volledig kunnen uitsluiten dat er een potentieel risico van genocide bestaat en we dus verplicht zijn te handelen overeenkomstig onze internationale verplichtingen.
Wie niet overtuigd is door het argument dat de gedwongen verplaatsing van bevolkingsgroepen een oorlogsmisdaad is, zal misschien meer overtuigd raken wanneer we benadrukken dat die verplaatsing honderdduizenden extra vluchtelingen naar Europa zal drijven, op een moment waarop sommigen al klagen over de huidige vluchtelingenstromen.
De waarheid spreken betekent ook erkennen dat dit dossier – ik geef toe dat ik moeite heb om dat administratieve woord in deze context te gebruiken – het onderwerp was van bittere discussies voorafgaand aan het sluiten van ons regeerakkoord. Al tijdens de onderhandelingen belemmerde het de formatie van onze coalitie. Dat is een publiek geheim. Het is daarom aan mij, meer nog dan in enige andere kwestie op internationaal gebied, om een gedragslijn uit te stippelen die boven de partijspanningen uitstijgt en het actiebereik van onze diplomatie consolideert.
À ce titre, j'ai l'intime conviction qu'il nous faudra progresser sur la question de la reconnaissance de l'État palestinien à l'occasion du rendez-vous de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre prochain.
Déjà fin juillet à New York, nous aurions pu franchir une étape symbolique importante. Je continue de penser que les lignes directrices, esquissées par la communication publique coordonnée par la France et l'Arabie saoudite, pouvaient offrir un chemin adéquat à emprunter – pas avec un blanc-seing, bien sûr. Du reste, ni la France, ni le Canada, ni l'Australie, ni le Portugal, ni le Royaume-Uni ne se sont exprimés en faveur de la reconnaissance sans balises connexes. Souvent, l'enjeu est d'assortir cette reconnaissance de volontés ou d’exigences susceptibles de faire évoluer la situation sur le terrain au travers de cette reconnaissance. C’est d'ailleurs pleinement en phase avec le texte de résolution voté par le Parlement, que M. Ducarme rappelait tout à l'heure, qui liste des efforts attendus dans divers domaines, sans parler pour autant formellement de conditions.
Bref, ce n'est que partie remise, car si le rendez-vous de fin juillet n'était pas incontournable, celui de septembre le sera. Comptez sur moi pour mobiliser toute mon énergie et celle de mon ministère pour pouvoir faire bouger les lignes.
On entend dire que reconnaître la Palestine nuirait aux négociations pour un cessez-le-feu entre le Hamas et le gouvernement Netanyahu. Or, ces négociations sont malheureusement au point mort. Malgré les efforts de médiation du Qatar, de l'Égypte et des États-Unis, ni le Hamas, ni le gouvernement Netanyahu ne semblent prêts à faire la paix. Dans ce contexte, certains disent que la reconnaissance de la Palestine, dans plus d'un mois, n'y changerait rien.
Il y a aussi l'argument d'Israël selon lequel reconnaître la Palestine, ce serait récompenser le Hamas. On entend souvent cela. Au contraire, chers collègues, jusqu'ici, l'Autorité palestinienne a renoncé à la violence, et cela ne lui a valu aucun succès, ce qui a contribué à affaiblir sa crédibilité. La reconnaissance, c'est une prime à l'Autorité palestinienne, pas au Hamas. En aidant l'Autorité palestinienne à obtenir la reconnaissance, une Autorité qui en a besoin face au Hamas, on encourage la voie pacifique.
On offre un succès à l'administration du président Abbas pour terminer son mandat politique. Une Autorité palestinienne forte, c'est un Hamas faible. L'Autorité palestinienne lutte déjà contre le Hamas, comme le fait Israël, comme le fait la Belgique. Qu'on ne s'y trompe pas, il ne s'agit pas de reconnaître un gouvernement, on reconnaît un État. Beaucoup font la confusion. Il ne s'agit nullement d'octroyer un cadeau ou une récompense au Hamas, je le répète, on parle de reconnaître un État, pas un gouvernement, et encore moins un groupe terroriste.
Vandaag zouden velen ook krachtig en met recht de huidige Russische regering en haar acties aan de kaak kunnen stellen. Nochtans denkt niemand eraan om het bestaan van de Russische Federatie in twijfel te trekken. Zo zou ik een overzicht kunnen geven van verschillende landen in de wereld waar autoritaire of zelfs dictatoriale regimes aan de kaak worden gesteld, zonder dat dit ook maar de geringste verwarring veroorzaakt over de legitimiteit van deze staten en hun grenzen.
Vandaag protesteren vele landen wereldwijd tegen het extreemrechtse beleid van de Israëlische regering. Echter, niemand twijfelt aan het bestaan van Israël als legitieme staat. Ik doel daarbij uiteraard niet op de landen die altijd hebben geweigerd om Israël te erkennen, wat vanuit ons oogpunt evenzeer betreurenswaardig is, want duurzame vrede en wederzijdse veiligheid kunnen alleen door een proces van wederzijdse en multilaterale erkenning van de twee staten worden gewaarborgd.
Ter herinnering, de Palestijnse Autoriteit heeft de Staat Israël al lang erkend, terwijl dit omgekeerd niet het geval is. De erkenning van een staat is echter geen beloning of wapen. Het mag noch een gunst, noch een sanctie zijn, maar de erkenning van een politieke en sociale realiteit, van een volk en zijn bestaansrecht, in perfecte harmonie met ons regeerakkoord, dat het belang van het recht op zelfbeschikking van volkeren benadrukt. Dat recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk is reeds erkend door resolutie 3236, die op 22 november 1974 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen.
Selon moi, ne pas le faire à court terme, alors qu'une majorité d'États le fait, que les colonies israéliennes seront bientôt un obstacle définitif à la solution à deux États, alors que la famine ravage Gaza, que l'aide humanitaire est bloquée et que des milliers de civils sont tués ou blessés, c'est continuer de soutenir un déséquilibre mortifère au nom d'une prudence politique et économique qui est devenue indécente.
Reconnaître la Palestine, c'est, selon mon opinion, poser un acte politique de justice. Ce n'est pas punir Israël, qui a besoin de garantir sa sécurité à long terme, évidemment. Ce n'est pas récompenser le Hamas. C'est restaurer un minimum d'équilibre sans lequel aucune paix n'est possible ni, par définition, aucune solution à deux États.
Des demandes fortes ont été exprimées au président Abbas, dont le renouvellement de la gouvernance du territoire palestinien, l'organisation de nouvelles élections, la démilitarisation du Hamas. Le président Abbas a déjà mis plusieurs de ces demandes en œuvre et s'est formellement engagé dans sa lettre au président Macron pour d'autres, raison pour laquelle la France a décidé de reconnaître prochainement la Palestine, comme l'ont fait – ou vont le faire – la plupart des pays à travers le monde.
Reconnaître la Palestine, c'est aussi augmenter le prix à payer pour les colons. C'est préserver cette solution à deux États qui figure dans notre accord de gouvernement. Si la Belgique ne progresse pas vers la reconnaissance de la Palestine en septembre, il n'y aura bientôt plus rien à reconnaître.
La Knesset a voté récemment une motion appelant à l'annexion de la Cisjordanie. Le Conseil suprême de planification de l'administration civile israélienne a repris le projet E1, qui prévoit la construction de plus de 3 000 logements à l'est de Jérusalem. Et la semaine dernière, le contrôle militaire de l'ensemble de la bande de Gaza a été décidé.
Ik herinner eraan dat de ministerraad besloten heeft zich de analyses en aanbevelingen van de parlementaire resolutie van de meerderheidspartijen eigen te maken.
Deze resolutie voorziet in het zich inschrijven in het diplomatieke initiatief van Frankrijk en Saoedi-Arabië dat bij uitstek het diplomatieke momentum voert om de Staat Palestina te erkennen. Ik wil er ook op wijzen dat België de facto de Palestijnse Staat al heeft erkend, zoals ere-ambassadeur Raoul Delcorde ons onlangs in herinnering bracht, aangezien de vertegenwoordiger van Palestina in België de rang van ambassadeur heeft en ons land diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de Palestijnse Autoriteit.
Ik herinner degenen die zich er niet van bewust lijken te zijn eraan dat de grenzen van een toekomstige Staat Palestina betekend zijn. Het zijn die van 1967. Het is op deze basis dat de vele landen die recent Palestina hebben erkend dit hebben gedaan. Het is ook op deze basis dat ook België het volgens mij zou kunnen erkennen. Uiteraard zullen Israëli's en Palestijnen altijd in onderling overleg kunnen besluiten om deze basis achteraf te veranderen, zolang ze maar echte en oprechte onderhandelingen kunnen aangaan.
Indien België in september 2025 geen vooruitgang zou boeken in de richting van de officiële erkenning van Palestina, zullen wij niet langer geloofwaardig kunnen spreken over een tweestatenoplossing. We zouden ons aansluiten bij de minderheid van EU-lidstaten en landen over de hele wereld die Palestina niet hebben erkend, ons enigszins isoleren van anderen en ons in onze tegenstrijdigheden laten vastrijden. In dat geval zouden we niet meer geloofwaardig zijn als we steun vragen aan andere landen voor bijvoorbeeld Oekraïne. We zouden worden beschuldigd van het gebruik van dubbele standaarden.
Mettre en œuvre la solution à deux États, conformément à l'accord de gouvernement, c'est reconnaître aux Palestiniens et aux Israéliens le droit d'exister et de vivre en paix, c'est prouver aux Palestiniens que leur État peut se construire par la diplomatie plutôt que par les armes. Ne pas reconnaître ces deux État – comme nous le faisons déjà depuis environ 75 ans –, n'a pas marché. Cela n'a pas facilité le dialogue avec Israël. Cela n'a pas empêché la colonisation. Cela n'a pas empêché la montée des extrêmes en Israël et en Palestine. Cela n'a pas empêché ni la violence ni le terrorisme. Relisons les déclarations extraordinaires de courage et d'intelligence de Yitzhak Rabin, Shimon Peres, Ehud Olmert; Ehud Barak et même Ariel Sharon à la fin de son mandat.
À l'inverse, chers collègues, ayons l'honnêteté de reconnaître qu'à elle seule, la reconnaissance de la Palestine ne va pas du jour au lendemain et par miracle mettre un terme à la violence actuelle, à la famine quotidienne, aux morts que l'on décompte chaque jour avec horreur. C'est pour cela que, toujours en parlant vrai, je dois vous dire que si je considère la question de la reconnaissance de l'État palestinien comme un enjeu important, un enjeu dont la puissance symbolique n'est pas à négliger, un enjeu existentiel même – attendu par beaucoup d'acteurs politiques et nombre d'acteurs associatifs à l'heure où la crainte de la disparition du territoire palestinien se pose –, cela ne nous empêche pas de continuer de devoir nous occuper en parallèle de ce qui est aujourd'hui l'enjeu le plus urgent et le plus immédiat: celui de mettre fin au conflit et à la famine.
J'imagine donc que c'est également conscients eux aussi de cette réalité et du sens des priorités que les partis de la Vivaldi n'ont eux-mêmes pas cherché à progresser durant quatre ans sur la question de la reconnaissance de la Palestine. Il est en effet paradoxal de la part de certains partis de s'époumoner aujourd'hui sur cette question de la reconnaissance en accusant de tous les maux l'actuelle majorité, alors qu'eux-mêmes ont eu des années pour reconnaître cet État palestinien. Crier au scandale du fait que notre majorité n'a pas pu dégager de consensus sur cette question en seulement six mois, alors que d'autres n'y sont eux-mêmes pas parvenus durant plusieurs années, est un peu culotté.
Il me sera sûrement répondu que la situation sur le terrain a empiré ces derniers mois et que cette question de la reconnaissance est donc plus urgente aujourd'hui qu'elle ne le fut hier. C'est vrai. Cependant, la reconnaissance d'un État n'est pas une question liée à l'intensité d'un conflit. C'est une question de droit international, fondée notamment sur le droit à l'autodétermination des peuples.
La vraie question serait plutôt de savoir pourquoi la Belgique ne s'est pas inscrite dans un processus de reconnaissance de la Palestine depuis plusieurs dizaines d'années déjà.
Ayons donc, chers collègues, la vigueur de plaider – et à raison – pour cette reconnaissance aujourd'hui, avec la modestie de ceux qui ne l'ont eux-mêmes pas obtenue hier.
Ik zal daarom mijn departement en mijn bondgenoten in de regering mobiliseren om ervoor te zorgen dat de weg naar de erkenning van Palestina in de komende weken wordt vrijgemaakt.
Wat de tweestatenoplossing – het standpunt van de regering – betreft, wil ik u eraan herinneren dat die vooropstelt dat de Palestijnen het legitieme vooruitzicht op een eigen staat behouden. Er mag dus niet worden toegestaan dat Palestijns gebied, dat al internationaal wordt erkend door bijna 150 landen, wordt binnengevallen of bezet, laat staan geannexeerd.
C'est la raison pour laquelle j'ai dénoncé avec force la récente décision du cabinet de sécurité du gouvernement israélien de procéder à l'encerclement et la conquête, quartier par quartier, de la ville de Gaza et la prise de contrôle militaire de toute la bande de Gaza. Aussitôt la décision officielle tombée, j'ai fait convoquer – comme l'ont rappelé certains d'entre vous – l'ambassadrice d'Israël en Belgique. L'objectif était clairement de témoigner de notre totale désapprobation quant à cette décision.
S'il est légitime de vouloir anéantir le groupe terroriste du Hamas, cela ne saurait se faire au travers d'opérations disproportionnées qui allongeront encore et encore la déjà trop longue liste de victimes civiles palestiniennes et qui mettront inutilement en danger les otages israéliens, sans compter les soldats. C'est ce que demandent eux-mêmes de plus en plus d'Israéliens.
Je note, du reste, que l'indignation fut, une nouvelle fois internationale, avec plusieurs pays qui ont vertement réagi, de même que les Nations Unies et divers responsables européens. Je vous avoue avoir été assez estomaqué de voir l'ancien juge Luc Hennart sur un plateau de télévision singer cet acte de convocation de l'ambassadrice, parlant d'une démarche de courtoisie avec un café et des petits biscuits. J'espère franchement pour nos concitoyens qu'il fut meilleur juge qu'il n'est aujourd'hui chroniqueur. Quel lamentable et flagrant manque de connaissance du monde des affaires étrangères! Convoquer un ambassadeur est, au contraire, un acte fort et très significatif dans le monde diplomatique, à tel point qu'il est fait usage de cette démarche avec beaucoup de précaution et de parcimonie, sachant le risque de dégâts relationnels potentiels avec le pays concerné.
Et pourtant, j'ai voulu poser cet acte, un acte fort. Je ne souhaite pas que les actes posés par moi-même et notre gouvernement soient minimisés, banalisés, au risque de nourrir de manière inadéquate un narratif laissant penser que nous ne faisons rien. C'est faux. La Belgique, depuis le début de ce conflit – et je dis aussi: singulièrement depuis ma prise de fonction –, a posé de nombreux actes pour témoigner de sa totale réprobation de l'attitude israélienne. Est-ce suffisant pour autant? Non. Nous devons faire plus. Mais nous ne pouvons pas laisser penser, de manière caricaturale, que nous n'avons rien fait. Nombre d' É tats européens ont fait bien moins que nous. D'autres en font davantage. À nous de gagner progressivement ce groupe de tête.
Om dit te doen, moeten wij op een rechtvaardige manier handelen. Ik wil u eraan herinneren dat, in tegenstelling tot bepaalde vooroordelen die soms worden doorgegeven in openbare omroepen, waaronder de meest recente van de rectoren of verenigingen, de regering en ikzelf de voorbije zes maanden van ons uitvoerend bestaan niet hebben stilgezeten. Er zijn in de afgelopen zes maanden meer handelingen verricht dan tussen oktober 2023 en februari 2025. Een beetje perspectief dringt zich dan ook op.
Concreet heeft België op Europees niveau krachtig gepleit voor sancties tegen de gewelddadige kolonisten en tegen politieke en militaire leiders, zowel van Hamas als van Israël. Ik denk in het bijzonder aan islamitische leiders, maar ook aan de twee extreemrechtse ministers Ben-Gvir en Smotrich. Al in mei heb ik de regering gevraagd om deze twee personen persona non grata te verklaren op Belgisch grondgebied, maar het kernkabinet gaf er de voorkeur aan om sancties op Europees niveau te bepleiten.
Geconfronteerd met de blokkade van Hongarije zal ik het verzoek opnieuw op tafel leggen om hen in België op de zwarte lijst te zetten, zoals Nederland onlangs heeft besloten en ik ben blij te horen dat ik nu kan rekenen op de steun van de N-VA. België heeft er bij Israël op aangedrongen om te stoppen met het illegaal bezetten van de Westelijke Jordaanoever en Gaza en om de macht in Gaza terug over te dragen aan het Palestijnse leiderschap.
België heeft zich op Europees en bilateraal niveau gemobiliseerd om ervoor te zorgen dat de door Israël geblokkeerde middelen die aan de Palestijnse Autoriteit toekomen en die haar in staat stellen te opereren, onverwijld worden vrijgegeven. Ik herhaal dat een hervormde en sterke Palestijnse Autoriteit de beste manier is om een zwak Hamas te hebben.
België veroordeelde in de krachtigste bewoordingen de illegale uitbreiding van de nederzettingen en eiste dat deze onmiddellijk zou worden stopgezet, onder verwijzing naar het volstrekt illegale karakter van deze bezettingen, waarbij het advies van 19 juli 2024 van het Internationaal Gerechtshof in herinnering werd gebracht.
Ik heb ook een groep Europese landen rond mijn initiatief gemobiliseerd om de Europese Commissie formeel te ondervragen over de opvolging van dat advies en de te nemen Europese besluiten. Ik heb daarbij opgemerkt dat tot nu toe iedereen de andere kant opkeek, ook al betreft het de uitvoering van een verbod op de invoer van producten uit Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, zoals Slovenië zojuist heeft besloten.
Er zal binnenkort een debat worden gevoerd, ditmaal een nationaal debat, over een mogelijk verbod op de invoer van producten van kolonisten naar België, aangezien cd&v hierover een tekst heeft ingediend. Er moet echter worden gewaarborgd dat niet de Palestijnen die daar wonen en werken daardoor worden getroffen, maar ik sta volledig achter de principiële benadering. Ik zal ervoor zorgen dat het debat over dat onderwerp aan de regeringstafel wordt geopend.
België drong bij de Israëlische autoriteiten aan om VN-agentschappen, internationale onderzoekscommissies en de pers toe te laten hun werk ongehinderd uit te voeren in het bezette gebied.
La Belgique a annoncé que, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de Justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression de crimes de génocide par Israël, elle partagerait la lecture juridique de son administration sur la question, ce qui est une démarche significative.
Depuis 2009 la Belgique ne délivre plus de licences pour l'exportation d'armes vers Israël et la Palestine. Notre régime est l'un des plus stricts d'Europe. J'ai néanmoins réuni en juin dernier les divers cabinets ministériels concernés du fédéral et des Régions, pour refaire le point sur la question et s'assurer qu'il n'y avait pas de trou dans la raquette. Il s'agit de garantir le respect du droit international et notamment du traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.
La Wallonie n'est plus aujourd'hui en capacité d'empêcher le simple transit d'armes sans transbordement depuis l'annulation par le Conseil d'État de son arrêté de mai 2024 y relatif. La Flandre est notamment confrontée à une décision d'interdiction prononcée récemment par le tribunal de première instance de Bruxelles, sans préjudice des compétences respectives des Régions.
À l'initiative de mon collègue Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, je vous annonce que lui et moi avons adressé la semaine dernière un projet d'arrêté royal au Conseil d'État pour avis. L'arrêté royal vise à interdire l'utilisation de l'espace aérien national pour le transport d'armes et de matériel militaires depuis la Belgique vers Israël et les territoires palestiniens et prohibe le survol de l'espace aérien belge par des aéronefs effectuant un tel transport. Dans le strict respect des compétences fédérales, nous couvrirons ainsi même le survol de notre espace aérien – et donc a fortiori tout transit.
La Belgique a appuyé, avec 16 autres États membres, l'analyse du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Les violations des droits humains sont clairement établies.
Suite à ce coup de pression collectif, le gouvernement israélien a annoncé des engagements d'assouplissement du déploiement de l'aide humanitaire. Des engagements strictement oraux, non pas écrits, et qui n'ont pas été respectés de manière satisfaisante sur le terrain jusqu'à présent, de l'aveu des services de la Commission européenne, de sa commissaire en charge de la gestion des crises, Hadja Lahbib, et des fonctionnaires onusiens.
En indiquant, chers collègues, que seuls 17 États sur 27 ont apporté leur soutien à la pourtant simple analyse du respect de l'article 2, on mesure combien l'Union européenne est divisée sur la question du conflit israélo-palestinien.
À moi aussi, cela semble affligeant! Mais c'est la réalité avec laquelle je dois composer lorsque je cherche à faire évoluer avec d'autres collègues les positions européennes sur ce conflit. Imaginez que, à la suite de l'annonce récente d'Israël de conquérir la ville de Gaza et de contrôler l'ensemble de la bande de Gaza, la semaine dernière, il n'a pas été possible pour l'ensemble des 27 ministres des Affaires étrangères de s'accorder sur le texte d'indignation et de condamnation proposé par la haute représentante Kaja Kallas! Cela en dit long, chers collègues, sur les divergences au sein de l'Europe et sur son impuissance grandissante et dramatique.
Certains É tats invoquent leur responsabilité historique à l'égard d'Israël pour justifier leur positionnement. Or, c'est justement cette responsabilité qui devrait les amener à dénoncer les agissements de l'actuel gouvernement israélien. Je salue à cet égard l'inflexion de l'Allemagne, au travers de sa récente décision de gel des livraisons d'armes qui pourraient être utilisées à Gaza.
Au sein de la Commission elle-même, ces courants de tension traversent l'exécutif européen, d'où des propositions de sanction qui sont encore minimalistes à ce stade. Il importe de vous conscientiser en la matière. Ce qui se vit sous nos yeux n'est rien d'autre que le naufrage de la crédibilité internationale de l'Europe et ce n'est pas le fait de Mme Kaja Kallas. C'est un processus dangereux qui ne fera qu'accentuer ces divisions et rendre indispensables des changements de sa gouvernance, notamment vers davantage de majorités qualifiées, y compris dans la sphère des relations extérieures.
La frustration que, très souvent, vous me partagez face à l'inertie de la réaction européenne à Gaza, je la partage et je la vis régulièrement lors des réunions du Conseil des Affaires étrangères. À nous d'œuvrer donc pour fédérer des coalitions de bonne volonté, à chaque fois que des urgences ou nos valeurs le requièrent. Car les résultats sont là. Quand l'Europe est unie, elle fait la différence. La simple menace de sanctions potentielles a permis d'obtenir un premier assouplissement de l'accès humanitaire à Gaza. Trop faible, évidemment! C'est largement insuffisant et l'Union européenne aurait tort de ne pas poursuivre sa pression diplomatique sur Israël, parce que cela fonctionne.
Specifiek over het associatieverdrag tussen de EU en Israël heb ik in juli 2025 in het kernkabinet het voorstel ingediend om te pleiten voor de volledige of gedeeltelijke opschorting van die samenwerking, in de overtuiging dat we onze stem moesten verheffen door middel van sancties en signalen aan de regering-Netanyahu. Helaas bleek het niet mogelijk om een consensus te bereiken.
Laten wij de waarheid spreken, ook al is die ongemakkelijk. Er is geen openheid op Europees niveau voor een unanieme beslissing tot opschorting van het associatieakkoord. Die bestaat niet. Je kunt dat schandalig of spijtig vinden, maar erop hopen is een illusie.
Als we vooruitgang willen boeken op dit thema, dan zal dat moeten gebeuren door te zoeken naar mogelijkheden voor een eventuele gedeeltelijke opschorting. België heeft tot nu toe nochtans alle mogelijkheden aangegrepen voor collectieve sancties tegen Israël, zoals ook de heer Lutgen al zei. Elke keer dat er een voorstel van Europa op tafel kwam, hebben wij het gesteund. Hetzelfde zal gelden voor de voorgestelde opschorting van de deelname van Israël aan het programma Horizon Europa, waardoor de toegang tot honderden miljoenen euro’s aan kansen voor de Israëlische economie en onderzoekswereld, inclusief het militaire domein, verloren gaat. Ook hier lijkt de sanctie relatief klein.
Belangrijk is vooral het symbolische feit dat Europa eindelijk een sanctie oplegt. Het zou me echter niet verbazen als het niet zo eenvoudig blijkt om de gekwalificeerde meerderheid te vinden die daarvoor uiteindelijk nodig is. Als de Europese Unie zelfs niet tot zo’n minimalistische maatregel kon besluiten, hecht ik weinig geloof aan haar vermogen om geloofwaardig te blijven in het concert der naties. Deze internationale geloofwaardigheid is op dit moment al betreurenswaardig, gezien alle conflicten in de wereld waar andere landen zoals de Verenigde Staten maar nu ook Qatar, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten enzovoort zich inzetten voor een oplossing via een nieuwe aanpak van soft power, die vele middelen combineert.
De geschiedenis leert echter dat de invoering van gerichte sancties een doeltreffende hefboom kan zijn om situaties die door ernstig geweld worden gekenmerkt te veranderen in de richting van een dynamiek van vrede en duurzame conflictoplossing. Ik hoop dat België resoluut deel wil uitmaken van deze dynamiek. Men sanctioneert niet met het doel om te straffen, maar vooral om een evolutie te bewerkstelligen. Wij wensen stabiliteit en veiligheid voor het Israëlische volk, maar net als miljoenen van hen veroordelen we het huidige beleid van de regering-Netanyahu. We moeten daarom onze toon verhogen, meer vastberadenheid tonen en een gedragen en progressieve strategie van sancties hanteren. Het is nu too little too late voor zowel Europa als België.
Pour ce qui est du volet humanitaire, la Belgique a mobilisé de longue date ses services pour un soutien concret sur le terrain. Du matériel médical a été envoyé vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération a été menée par B-FAST.
La Belgique a pris part, aux côtés d'autres nations, à de multiples opérations de largage aérien de vivres alimentaires et de matériel de première nécessité. En partenariat avec mon collègue de la Défense, Theo Francken, et ses services, mon département et B-FAST, nous avons contribué à organiser cette aide humanitaire. L'opérationnalisation sur le terrain est confiée à la Défense, qui, à l'heure où l'on se parle, a déjà largué plusieurs dizaines de tonnes d'aide. D'autres vols sont encore prévus pour atteindre, à terme, 250 tonnes livrées.
Nous sommes fiers de compter parmi les rares pays au monde à effectuer de tels largages. Du reste, je note que ceux qui, aujourd'hui, pointent du doigt ces largages sont parfois les mêmes qui, il y a plusieurs mois, nous exhortaient à les mettre en œuvre, rappelant que ce fut le cas sous la Vivaldi et qu'il était temps que ce soit mis en œuvre sous l'Arizona. Soit. J'ai moi-même pu exprimer les réserves que j'avais à l'égard de cette démarche. Pour autant, nous sommes conscients que c'est un pis-aller, une goutte d'eau coûteuse et non sans danger par rapport à l'acheminement de l'aide par voie terrestre. Celle-ci doit évidemment rester notre priorité absolue, d'où l'importance des sanctions pour libérer la bride aux frontières de Gaza.
België zet zijn evacuatieoperaties uit de Gazastrook voort voor onze Belgische onderdanen, voor erkende vluchtelingen en voor hun gezinsleden. Sinds oktober zijn al bijna 800 mensen geëvacueerd. Meer dan 400 mensen staan nog op de lijsten van personen die prioritair moeten worden geëvacueerd. Helaas is het voor ons niet mogelijk om deze lijst voortdurend uit te breiden op basis van individuele situaties, ook niet voor studenten of doctoraatsstudenten, aangezien onze diensten ter plaatse al moeite hebben om de evacuatie waartoe de regering tot op heden heeft besloten, effectief uit te voeren.
Het is noodzakelijk dat u zich de chaotische situatie ter plaatse voorstelt waarin de betrokkenen in oorlogsgebied moeten worden teruggevonden. Hun correcte identiteit moet worden vastgesteld, de vereiste analyse moet worden uitgevoerd, de evacuatieroutes moeten worden geïdentificeerd en beveiligd. Daarnaast moet het transport en de repatriëring worden georganiseerd zonder bijkomend gevaar. Het is buitengewoon ingewikkeld op het terrein en ik neem mijn hoed af voor al onze diplomaten en ander personeel dat gemobiliseerd is om deze evacuaties te organiseren in een context die weinigen zich kunnen voorstellen.
België heeft ook, net als in het verleden, zieke of gewonde kinderen opgevangen om hen snel en passend zorg te bieden, hier of elders. Dit betreft slechts enkele beperkte gevallen, maar zij maken deel uit van een groter netwerk van gezondheidsinitiatieven. Gisterenavond nog verwelkomden wij kinderen met medische noden op Belgische bodem.
La Belgique a plaidé avec vigueur, y compris lors de nos échanges avec les autorités israéliennes, que ce soit lors de ma rencontre avec mon homologue israélien en février dernier ou lors des échanges avec leur ambassadrice, pour que les couloirs humanitaires vers Gaza soient libérés de toute entrave, pour que l'aide humanitaire et médicale puisse être acheminée, que les enfants palestiniens et les soignants qui sont détenus arbitrairement soient relâchés.
La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge. Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et auxquels nous octroyons des financements à vocation humanitaire.
Cette semaine, j'ai d'ailleurs veillé à débloquer 12,5 millions d'euros pour porter notre financement direct à l'aide humanitaire pour la Palestine à quasi 20 millions d'euros cette année. C'est tout sauf négligeable. Rien n'exclut d'accroître encore les moyens dans les prochains mois, mais, à ce stade, cela aurait de toute façon peu de sens, tant que cette même aide humanitaire n'a pas les moyens d'arriver à destination.
Nous avons donc une nouvelle fois exhorté Israël à laisser entrer les convois humanitaires sans aucune limitation, et nous nous sommes joints à l'appel du Royaume-Uni pour que les diverses ONG internationales puissent poursuivre leur travail sans les contraintes nouvelles que le Parlement israélien a décidé de leur imposer.
La Belgique a dénoncé, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation (GHF) déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.
Aujourd'hui, chers collègues, il y a seulement quatre sites de distribution de l’aide alimentaire, contre quatre cents antérieurement. La faim est si sévère que les rotations humanitaires se font harceler par des Gazaouis affamés. L'Organisation mondiale de la Santé (OMS) rapporte qu'ils sont obligés de transporter leur stock de lait en poudre pour bébés en véhicule blindé pour éviter de se faire piller.
Depuis fin mai, 1 300 personnes ont été tuées en tentant d'accéder à la nourriture.
Cette gestion militarisée et calculée de l'aide, fondée sur une alternance de privation et de soulagement, transforme l'humanitaire en levier politique via lequel Israël cherche à maintenir une pression constante sur la population pour influencer les négociations. Elle illustre de manière brutale comment l'aide peut être instrumentalisée, non pas pour protéger, mais pour dominer. La GHF doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.
België heeft zijn financiering van UNRWA voortgezet, gesterkt door een officieel rapport dat bevestigde dat het agentschap geen enkele structurele band heeft met Hamas. Dat VN-agentschap dat Palestijnse vluchtelingen helpt, is een belangrijke en geloofwaardige speler in de regio.
Ik wil ook herhalen dat wij de honderdduizenden demonstranten uit het Israëlische maatschappelijke middenveld die proberen hun stem te laten horen en die zich niet herkennen in de huidige Israëlische regering en haar excessen, niet zijn vergeten. Zij verdienen onze aandacht en steun. Ik heb een aantal van hen kunnen ontmoeten. Veel Israëli’s, Joden, zijn boos en keuren het af dat het imago en de reputatie van Israël op deze manier in alle hoeken van onze planeet worden bezoedeld. De generale staf van het leger steekt zijn afkeuring over de plannen om Gaza te veroveren niet onder stoelen of banken. Veel jonge rekruten binnen het leger zijn verward omdat zij zich moeten lenen voor dergelijke misstanden. Het aantal zelfmoorden onder jonge militairen neemt toe.
La Belgique plaide avec la même vigueur pour que les otages israéliens, dont on a pu voir quelques images des conditions atroces dans lesquelles ils sont détenus, soient libérés immédiatement. Je redis ma crainte, pour ces personnes, des effets de l'opération d'occupation militaire de Gaza. Il est difficile aussi de ne pas penser, comme le souligne le professeur Delvaux, que le Hamas aurait probablement libéré davantage d'otages si le gouvernement israélien n'avait pas rompu unilatéralement la trêve et avait accepté de passer à la seconde phase de négociation, ce qu'il n'a pas souhaité faire, probablement pour des raisons de politique intérieure.
Il n'en demeure pas moins que tout amalgame doit être banni et tout antisémitisme combattu. Le président du Consistoire central israélite de Belgique, avec qui je me suis entretenu en ce début de semaine, a d'ailleurs souligné, à raison, combien cet enjeu était important. Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent évidemment la sécurité, une sécurité durable. Et la solution à deux États, c'est une solution pragmatique à cette attente légitime. Tout le monde mérite de vivre en sécurité, y compris en Belgique. Je prendrai d'ailleurs l'initiative de réunir prochainement les présidents du Consistoire central israélite de Belgique, du Comité de coordination des organisations juives de Belgique et du Forum der Joodse Organisaties pour un échange de vues.
Chers collègues, voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Prétendre que le gouvernement est silencieux, qu'il se tait, qu'il ne dit rien, qu'il ne fait rien, comme je peux parfois l'entendre ou le lire ci et là, relève donc de la désinformation et du mensonge. Le résultat est néanmoins insuffisant puisque la situation sur le terrain reste insupportable. Nous devons clairement en faire plus. C'est notre obligation morale. Mais à ceux à qui cela ne parlerait pas de la même manière, je rappellerai que c'est aussi notre obligation légale, en vertu des divers traités et conventions auxquels la Belgique a souscrit. Car comme le disait Martin Luther King Jr., "Injustice anywhere is a threat to justice everywhere". Je vous remercie. Ik dank u.
De voorzitster : Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Daar zit zeker stof voor reactie in. De repliek voor elk lid is beperkt tot vijf minuten en overdrachten zijn niet toegestaan.
Kathleen Depoorter:
Dank u, mijnheer de minister.
U hebt zeer terecht aangehaald dat ons land achter het humanitaire recht en het internationaal recht staat en moet staan. De gruwelijke aanval van 7 oktober was ten stelligste te veroordelen en volledig buiten alle proporties. Jammer genoeg geldt dat ook voor het antwoord daarop. Het is aan ons om de regels van het humanitaire recht te respecteren en onze collega’s daarop te wijzen.
Hamas, als terroristische organisatie, moet worden uitgeroeid. De mensen in Gaza, die als schild worden gebruikt, hebben echter recht op een menswaardig bestaan. Binnen Arizona zijn we daarover tot een consensus gekomen, zoals u ook hebt aangegeven.
Ik dank u voor uw aanwezigheid en voor de bijzonder moeilijke opdracht die u vervult. Ik ben ervan overtuigd dat u, toen u het mandaat van minister van Buitenlandse Zaken opnam, hoopte op een vreedzamere wereld en op de uitoefening van uw mandaat in betere omstandigheden, waarin mensen niet zo nodeloos lijden.
U haalde het aan: het regeerakkoord uitvoeren en streven naar een tweestatenoplossing, is waar we samen voor staan. Een collega zei: “Oei, la Belgique.” In deze zaal heb ik nochtans veel meer eensgezindheid gehoord dan discussie. We willen allemaal de gruwel stoppen. We willen allemaal maatregelen, dialoog en politieke en diplomatieke druk die de situatie verbeteren. We zetten humanitaire hulp in en beschikken over expertise; u hebt die geroemd. We hebben luchtdroppings uitgevoerd en de verdediging van de ngo’s op ons genomen. U hebt van de DGE het mandaat gekregen om Europese sancties mee te bepleiten.
Samen willen wij, de N-VA, met u dat inreisverbod voor die extreme krachten van zowel Israël als Hamas realiseren en maatregelen nemen tegen de extremistische kolonisten.
Wat de erkenning van Palestina betreft, mijnheer de minister, willen we ook heel graag het regeerakkoord en de resolutie respecteren. Dan hebben we het over garanties die ervoor zorgen dat de gijzelaars vrijgegeven worden, dat ook Israël erkend wordt door de Arabische staten, dat de grenzen worden afgesproken en dat Hamas ontmanteld wordt. Ik ben ervan overtuigd dat we ook hierin naar een consensus zullen streven en dat het stappenplan van New York, dat uit 42 stappen bestaat, daarvoor een leidraad kan zijn.
In deze oorlog zijn er geen winnaars, daar zijn we het helemaal over eens. Het is onze taak als politici om te zoeken naar een balans, om niet te polariseren, om naar de bevolking te luisteren, maar ook om extreme organisaties zoals Samidoun te verbieden. Dat hebben we trouwens opgenomen in onze resolutie. Dat is wat de mensen van ons verwachten. Dat is wat wij samen met u willen doen.
Deze zomer zijn er beslissingen genomen en zijn er geen deadlines gemist. We hebben onze expertise getoond. Ik heb het vertrouwen, mijnheer de minister, dat we een regering hebben die doet wat van haar verwacht wordt, namelijk: maatregelen nemen die niet louter symbolisch zijn, niet enkel voor de galerij dienen, maar die voor de mensen in Gaza het verschil maken. Dat we diplomatiek en politiek die druk effectief kunnen opvoeren.
U bent geëindigd met een citaat. Ik zal dat ook doen. "It always seems impossible until it is done." Ik ben ervan overtuigd dat onze eerste minister die leuze ook meebrengt uit Zuid-Afrika en dat u samen, voor al die kinderen in Palestina en in Israël, voor al die mensen die in zo'n precaire omstandigheden leven, naar daadwerkelijke oplossingen kunt zoeken.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, u zit hier natuurlijk in een oncomfortabele positie, met dank aan premier Bart De Wever; dat weet iedereen.
Met alle respect, hier is eigenlijk niets nieuws gezegd. Ik heb niets nieuws gehoord. Het was gewoon een samenvatting van wat er het voorbije parlementaire jaar over dit thema werd gezegd. U bevestigt zo dat deze samenkomst niet meer is dan een therapeutische praatsessie, in afwachting van een ministerraad, waar Gaza wordt gebruikt als een bliksemafleider, zodat de regering-De Wever niet over andere belangrijke onderwerpen moet praten.
Wat betreft de erkenning van Palestina, die dan waarschijnlijk op de volgende ministerraad zal worden besproken, raad ik u aan om niet naïef te zijn. U steunt beter het standpunt van bijvoorbeeld Canada, dat Palestina wil erkennen, maar daarbij wel stelt dat er eerst een democratische verkiezing in het land moet plaatsvinden, waarvan de terroristen van Hamas worden uitgesloten, en dat de gijzelaars moeten worden vrijgelaten. Stellen dat Palestina erkennen Hamas zwak zal maken, lijkt ons dan ook extreem naïef en ons idee wordt bevestigd door Canada.
U sprak over de malaise en de geloofwaardigheid van dit land en verwees daarbij naar de huidige positie van België inzake dit thema. Er is inderdaad malaise en ongeloofwaardigheid door het jarenlange wanbeheer. Er is een malaise in dit land omdat België heiliger wil zijn dan de paus, maar vergeet om naar de eigen kerk te kijken.
De Vlaming heeft in juni niet gestemd om een regering te krijgen die meer inzet op het buitenland dan op het binnenland. Pak de migratietsunami aan, pak de begroting aan, zorg voor rechtvaardige pensioenen, pak de binnenlandse onveiligheid aan en pak daarbij ook Brussel aan. Het Vlaams Belang probeerde de commissie voor Justitie bijeen te roepen, maar geen enkele andere partij vond dat blijkbaar belangrijk genoeg, terwijl een therapeutische praatsessie organiseren over dit thema natuurlijk wel kan. Prioriteiten kunnen verschillen, collega's. De Vlaming verdient dan ook beter. Zoals ik al eerder zei, het belangrijkste land, het land waarop alle focus in de eerste plaats moet liggen, blijft het binnenland.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour cet échange. Certains diront qu’il ne s’agissait que de mots, mais je crois que votre engagement a été perçu par chacun.
J'aimerais toutefois ajouter un petit élément. Je connais votre franc-parler depuis longtemps, et le fait que vous exprimiez votre opinion personnelle dans la presse ne me pose aucun problème – c’est même une bonne chose. En revanche, au sein du Parlement, si vous parlez en votre nom, il devient difficile de distinguer si vous vous exprimez à titre personnel ou en tant que représentant du gouvernement. C'est un peu perturbant pour les parlementaires que nous sommes. Faudrait-il un changement du Règlement, un petit astérisque qui indiquerait, en petit: " Le ministre parlera partiellement à titre personnel"? Non évidemment!
Peu importe! Inspirés par la loyauté due entre les partenaires de la majorité, nous devons vous dire combien nous vous soutenons. La situation sur le terrain est en effet insupportable, et nous entendons bien votre mobilisation. Vous l'indiquez: vous avez largement augmenté le budget de l’aide humanitaire.
Je vous remercie pour les réponses que vous avez données au niveau de la Gaza Humanitarian Foundation (GHF). Je ne suis pas certain de les partager pleinement. Face à l’urgence, au drame humain, à la souffrance et à la malnutrition qui frappent la population, avons-nous réellement le temps de remettre en cause l’ensemble du dispositif? Est-il opportun, dans ce contexte, de condamner GHF plutôt que de chercher à collaborer avec elle?
Je tiens à vous remercier, monsieur le ministre, d'avoir convoqué l’ambassadeur israélien. Nous ne pouvons accepter que cette guerre défensive se transforme progressivement en guerre de conquête. Nous ne l'acceptons pas.
Toutefois, il y a énormément de membres ici qui semblent faire l'impasse sur un élément essentiel: le 7 octobre. Vous avez évoqué un "souvenir amer". Permettez-moi de vous reprendre: pour les Israéliens, il s’agit d’un traumatisme profond. Cela ne saurait en aucun cas justifier le positionnement, les actions, ni le manque de responsabilité sur le plan humanitaire du gouvernement israélien. Mais on ne peut pas non plus faire abstraction du 7 octobre et je vous remercie d'avoir parlé du Hamas en ces termes. Parce qu'il y a des extrémistes des deux côtés et ils doivent être combattus.
Et je vous remercie aussi, dans ce cadre-là, d'avoir veillé à rappeler combien il était essentiel de lutter contre l'antisémitisme. C'est évidemment, et on le voit tous les jours au niveau des statistiques, un autre poison qui est importé aujourd'hui à cause du conflit.
Vous nous indiquez les difficultés que vous avez sur le plan européen. C'est vrai que le Coreper, si j'ai bien compris, n'a même pas pu rassembler une majorité pour une mesure même mineure. Moi, je connais votre sens de la conviction et je vous invite, autant que possible, à faire bouger l'Europe. Ça n'aura du sens, évidemment, qu'à partir du moment où nous bougeons ensemble, donc continuez, s'il vous plaît, au nom des Belges, à faire œuvre de conviction sur le plan européen.
Mais peut-être, en effet, que vous serez encore mieux équipé pour faire le compromis au niveau européen quand vous l'aurez fait au niveau belge. Ça vous renforcera sans doute. Et donc, comme nous l'avons indiqué d'entrée, nous vous appelons – vous avez tout notre soutien – à mobiliser l'ensemble du gouvernement sur la question, si possible encore au mois d'août. Je vous remercie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, moi, je ne sais pas à quoi j'ai assisté, en fait. Est-ce que j'ai assisté à une séance de gouvernement où vous tentez de convaincre, pendant plus d'une heure, votre partenaire de coalition – le MR –, de rejoindre, en fait, tous les autres partis qui, semble-t-il, ont trouvé peu ou prou une forme de consensus pour enfin agir de manière efficace et déterminée? Ça, c'est une hypothèse que j'aimais.
Ou bien, la deuxième: j'ai l'impression, moi, d'avoir assisté à une forme de cours. Comme si j'étais un étudiant en relations internationales, et que vous expliquiez tout ce qu'il conviendrait de faire, et tout ce qu'un gouvernement qui a comme boussole le droit international devrait faire. Mais pourquoi ne le fait-il pas? C'est quand même assez incroyable. Vous justifiez, à un moment donné, le fait qu'au final nous n'aurons pas le choix, puisqu'il y a des résolutions de l'ONU, il y a des avis consultatifs de la Cour internationale de Justice, il y a des inculpations de la Cour pénale internationale.
Vous avez même fait une leçon de droit à votre partenaire de coalition, et vous dites finalement que nous devons respecter ce droit. Si nous devons respecter le droit, il n'y a aucune marge de manœuvre, monsieur le ministre. Dès-lors, ce gouvernement doit réclamer un cessez-le-feu, demander la suspension de l'accord d'association Israël – Union européenne, lever des sanctions économiques contre Israël, interdire les produits issus des colonies et renforcer l'action humanitaire. Il ne doit pas se contenter de deux largages de 100 tonnes puisqu'un camion peut contenir 40 tonnes et qu'il faut au minimum 500 à 600 camions par jour. Si le droit international est votre boussole, alors il n’est plus question aujourd’hui de discuter! J'en conclus dès lors que ce gouvernement ne respecte pas le droit international malgré votre action.
Vous avez beaucoup parlé de votre conscience. Je n'ai pas perdu ma conscience, avez-vous dit. Cependant, je me demande ce que vous en faites, puisque vous acceptez qu'un parti comme le MR – qui part totalement à la dérive sur ce sujet –, prenne finalement votre gouvernement en otage, en bafouant le droit international.
Vous avez dit aussi qu'il serait sans doute opportun de reconnaître la Palestine dans les semaines qui viennent, et de sanctionner le gouvernement israélien s'il s'entête. Je peux vous dire tout de suite qu'il s'entête. En effet, le ministre d'extrême-droite des Finances vient d'annoncer qu'il y avait 3 400 logements en Cisjordanie pour héberger des colons. De plus, Netanyahu vient de proclamer son vœu d’un "Grand Israël". Cela implique une volonté d’expansion territoriale au-delà des zones déjà occupées illégalement. Autrement dit, il envisage de s’en prendre à l’Égypte ou la Jordanie. Voilà la portée de sa déclaration. Après cela, vous nous dites: "s’il s’entête, alors il sera peut-être temps d’agir". Non, ce n'est pas juste! La Belgique ne va quand même pas devoir attendre le président Macron pour avoir une position ferme de gouvernement, un gouvernement dont le premier ministre préfère en effet poursuivre ses vacances, alors que, jour après jour, nous dénombrons des centaines de blessés et de morts.
Entendre un député MR qui défend la Gaza Humanitarian Foundation et qui dit qu'il suffirait peut-être de revoir le logiciel et de la remettre un peu à plat, alors que nous savons très bien que, derrière cette fausse aide humanitaire, se cache une volonté de tirer délibérément sur toutes celles et tous ceux qui risquent leur vie pour aller manger, pour aller quérir un peu de nourriture. Voilà la réalité des choses!
Il me semble, monsieur le ministre, que nous avons une résolution. Plusieurs partis ont une résolution dans ce Parlement. Nous allons passer à l'ordre des travaux. Chers collègues, je vous propose dès lors d’agir, à travers cette résolution, de travailler et de proposer des discussions.
Lydia, je crois que tu peux ajouter quelque chose.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Je voudrais juste remercier monsieur le ministre, ou bien je pourrais dire monsieur le professeur ordinaire, pour cette conférence magistrale qui nous a été dispensée, comme a dit mon collègue. Je m'attendais à ce que vous veniez ici avec une position forte de votre gouvernement, mais il n'en est rien.
Comme l'a dit mon collègue, nous avons un texte et il est prêt à être voté. Si j'entends tous mes collègues qui se sont exprimés, de Vooruit et des Engagés, ils le voteraient, et la majorité serait obligée, ou plutôt le gouvernement serait obligé de respecter la démocratie du Parlement.
Monsieur le professeur, s'il vous plaît, arrêtez les conférences et posez plutôt des actes. Vous aurez tout le Parlement derrière vous. La Belgique ira à New York pour reconnaître l'État de la Palestine. À la prochaine réunion du Conseil de l'Union européenne, vous pourrez enfin demander la suspension de l'accord d'association. Surtout, vous pourrez ne plus vous taire lors de toutes ces réunions. Merci beaucoup, monsieur le professeur.
Peter Mertens:
Het is uiteraard niet zo dat hoe langer u spreekt, hoe meer de regering heeft gedaan. Er zit een zekere misvatting in de combinatie van uw spreektijd en de onmacht van de daadwerkelijke maatregelen van de regering. Het lijkt er net op dat er minder is gedaan naarmate u langer spreekt.
Daarnaast kan ik me niet van de indruk ontdoen dat u vooral hebt geprobeerd om de MR en de N-VA hier vandaag te overtuigen van uw eigen standpunt en dat wij dat mochten aanhoren. Ik denk niet dat het overtuigend was voor de MR, noch voor de N-VA. Bovendien denk ik dat het niet nodig is om het debat te voeren met de achterhoede van de geschiedenis.
De enige manier om deze regering in beweging te krijgen, is dat u als minister, samen met de progressieve partijen in de regering, duidelijk zegt dat u voor een wisselmeerderheid gaat. Het is gedaan met praten, wij kiezen met een wisselmeerderheid voor economische sancties. Wij kiezen met een wisselmeerderheid voor militaire sancties. Wij kiezen met een wisselmeerderheid voor de erkenning van Palestina. Waarom kunt u in Europa terecht pleiten voor een coalition of the willing – wat u zojuist hebt gedaan – maar kunt u dat niet in dit Parlement? Er is namelijk een meerderheid voor al die punten om een coalition of the willing te vormen en eindelijk sancties op te leggen.
In dit debat beginnen mensen, op het Pontius Pilatusmoment, het moment waarop iedereen doorheeft dat er een genocide bezig is en een aantal leden nog snel hun handen in onschuld willen wassen, Nelson Mandela en Martin Luther King te citeren. Welnu, Mandela heeft nooit gezegd: "Het is moeilijk, we zijn te klein, het is complex." Ik ben opgegroeid ten tijde van de strijd tegen apartheid, toen Protea vol zat met Karel Dillen en zijn gelijkgestemde voorlopers van de Volksunie. In 1977 zei Protea: "Nelson Mandela is een terrorist." Dat was toen het standpunt van de rechterzijde. Nelson Mandela is een terrorist en apartheid moet verdedigd worden, ook hier in Vlaanderen. Net omdat Mandela zich niet heeft neergelegd bij dat standpunt, is er verandering gekomen. Hij zei: "We moeten doen wat nodig is en dan kunnen we winnen." Zoiets vergt moed.
Stop met te zeggen dat België klein is. U hebt het zelf gezegd en uw diplomaten zeggen terecht hetzelfde: op diplomatiek vlak is België groot. Reginald Moreels heeft op 75 jaar meer ruggengraat dan heel deze regering samen. Hij zegt: laten we er dan een regeringscrisis van maken, men zal er wereldwijd over spreken. Dat maakt een verschil, dat weet u ook. Het maakt een verschil als een westers land in het hart van Europa zegt: dit is de moeite waard om er een regeringscrisis van te maken. Er hoeft maar één dominosteen in Europa te vallen voor andere landen kunnen volgen, zo werkt het altijd. We moeten niet wachten op Friedrich Merz. Hij zal niet bewegen. We moeten in dit Parlement actie ondernemen.
Het goede nieuws is dat er een meerderheid is om al die resoluties in dit Parlement goed te keuren. Er is een coalition of the willing .
Ik wil afsluiten met Francesca Albanese, voor wie ik veel respect heb. Zij schrijft in haar Anatomie van een genocide : we moeten begrijpen dat een genocide vandaag inherent is aan kolonialisme. Genocide is geen actie, schrijft Francesca Albanese, genocide is een proces van fysieke vernietiging enerzijds en gedwongen desintegratie anderzijds. Het bestaan van een inheems volk, in dit geval de Palestijnen, bedreigt de koloniale staat. Daarom moet er een gedwongen verhuis plaatsvinden. Daarom moet er etnische zuivering zijn. Daarom moet er een opgelegde en geplande hongersnood zijn. Daarom moeten die tapijtbombardementen worden uitgevoerd. Om de oorspronkelijke inheemse bevolking uit hun staat te verdrijven. Dat is wat er bezig is.
Die genocide komt niet uit de lucht vallen. Het is een proces dat gestart is vanuit het settlerkolonialisme sinds 1948. Dit is de eindfase van het Groot-Israëlisch gedachtegoed. We moeten dus niet alleen neen zeggen tegen de genocide, maar ook tegen de apartheid en het kolonialisme van Israël. Daarom moeten wij vandaag maatregelen nemen. Daarom moeten wij het Parlement samenroepen en een wisselmeerderheid vormen.
U zult de geschiedenis ingaan als u het lef hebt om die wisselmeerderheid aan het Parlement te presenteren. Mijnheer Prévot, als u de moed hebt om het Parlement de keuze te laten die sancties te kunnen opleggen, dan zal de geschiedenis u vrijspreken omdat u aan de kant van de humanitaire zaak staat. Daar ben ik zeker van.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir apporté des clarifications sur l'action du gouvernement, son action propre par ailleurs. Selon moi, nos échanges ont permis de clarifier les positions des uns et des autres et d'en faire évoluer certaines. Je l'ai constaté avec bonheur au niveau humanitaire: une quasi-unanimité se dégage de cette Assemblée sur la façon de pérenniser et de garantir l'aide humanitaire et de l'accélérer.
Je l'ai constaté au niveau des sanctions, avec une forme d'unanimité potentielle, principalement au niveau de la majorité. Je vois poindre des possibilités d'actions concrètes, sans attendre – ce n'est plus possible – le bon vouloir de l'Europe. Il faut continuer le combat et dès lors des sanctions belges devront exister, et ce même dans l'attente de celles venant de L'Europe. Vous avez pris cet engagement, et je n'en doute pas.
J'ai aussi vu certaines positions relatives à la reconnaissance évoluer au cours de l'après-midi. L'échange de vues a pu, en tout cas sur ces trois points essentiels, faire évoluer certains points de vue. C'est bien cela qui doit nous motiver.
Quelques autres éléments de réaction. Chacun a le droit d'avoir ses propres opinions, et j'en ai aussi. Si je peux me permettre de donner un conseil à l'ensemble du gouvernement: usez de vos opinions personnelles avec modération, parce que je ne suis pas sûr que cela soit créateur de cohérence à entendre les opinions personnelles des uns et des autres ces dernières semaines. Il faut peut-être en user modérément. J'en ai aussi moi-même, qu'il n'y ait pas de doute à ce sujet! Nous formons une majorité et il faut pouvoir utiliser ses opinions avec grande modération – ceci pour le clin d'œil.
Pour ce qui concerne les risques de génocide, la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide de 1948 qui lie la Belgique engendre des obligations absolues d'action de la part du gouvernement. Une convention n'offre pas de choix de dire peut-être ou non. Et donc, à partir du moment où il y a effectivement cette reconnaissance de risque de génocide, les traités, les conventions lient la Belgique en matière d'obligation d'agir. Ce n'est pas un choix, c'est une obligation. Et vous l'avez rappelé avec beaucoup d'à-propos. Je ne doute pas que l'ensemble du gouvernement et ses partenaires seront sensibles à ces éléments d'obligation en matière de droit international, d'obligation liée à des traités et à des conventions. À nouveau, ce n'est pas un choix, c'est une obligation.
Monsieur le ministre, je terminerai en vous remerciant. D'aucuns vous reprochent d’avoir été trop long. Je pense que la pédagogie dont vous avez fait preuve et l’ensemble des éléments exposés, à la fois en toute clarté et en toute vérité à l’égard de l’ensemble des parlementaires, vous honorent réellement.
Nous avons largement pu voir les lignes que vous avez fait bouger ces dernières semaines et ces derniers mois. C'est insuffisant, comme vous le dites vous-même, mais à travers les échanges d'aujourd’hui, je me réjouis de voir qu’il y a un espace. Il faut l’utiliser le plus rapidement possible, sur les trois axes dont j’ai parlé: l’humanitaire, les sanctions et la reconnaissance, afin que la Belgique soit très rapidement du côté des pays leaders, en donnant le ton.
Dans le cas présent, vous ne vous contentez pas d’accompagner. Vous êtes trop modeste, puisque vous avez mené des actions – peut-être dans la diplomatie, discrètes, mais efficaces – pour faire en sorte que notre pays soit au rendez-vous de son histoire, dans une forme de reconnaissance et de cohérence dans les actes diplomatiques posés par la Belgique, qui lui donnent toute sa crédibilité, comme vous l’avez parfaitement dit, sans double standard. Dans le cas contraire, notre crédibilité serait partie et n’existerait plus. Elle aurait des conséquences extrêmement graves pour la voix de notre pays, aujourd’hui, demain et après-demain. C’est une question de cohérence dans la réalité de nos actions diplomatiques.
Enfin, je vous remercie mille fois d'avoir apporté des réponses très précises concernant l’embargo sur les armes et l’ensemble des actions que vous menez avec le ministre Crucke en la matière.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden. We horen daarin echter weinig nieuws. Wat u vandaag vertelt, hebben we al een aantal keer gehoord, al was u vandaag wat breedvoeriger. Het is fijn dat u tijd hebt gemaakt voor dit Parlement, maar uw antwoord zal er niet voor zorgen dat er minder doden vallen. Zoals u zelf al aangaf, is Gaza niet met vakantie.
Uw enige taak is op dit moment, mijnheer de minister, zo snel mogelijk het kernkabinet samen te roepen en dringende maatregelen te nemen. U hebt zelf meermaals het woord 'daden' gebruikt: neem dringende maatregelen. Niet wanneer het uitkomt, niet pas in september, maar vanaf morgen. Beleg desnoods een digitale kernvergadering. We vragen dit al lang, terwijl er elke dag meer doden vallen in Gaza.
Ga naar de regering, mijnheer de minister. U hebt daarvoor klaarblijkelijk een mandaat van een meerderheid in het Parlement. Ook de bevolking steunt u om in de regering op tafel te kloppen en daden te eisen. Er was vorige week ook een peiling en er zijn meer dan 100.000 mensen op straat gekomen voor de rode lijn. De boodschap is overduidelijk: de grote meerderheid wil dat deze genocide stopt, alsook dat er sancties komen, dat Palestina erkend wordt en uiteraard dat de gijzelaars zo snel mogelijk worden vrijgelaten.
De regering moet handelen en daden stellen, zoals u zelf hebt gesteld. U verwees terecht naar de mensenrechten, het naleven van het internationaal recht en het feit dat België geen gezichtsverlies mag lijden. U hebt dat niet uitgevonden; het staat in het regeerakkoord. Leg dat regeerakkoord op tafel in de kern en volgens ons zal iedereen u dan moeten volgen. Onder de bevolking is er duidelijke steun om het leed van de Palestijnen te helpen stoppen.
In de regering meen ik verschuivingen te zien. We weten allemaal waar het probleem ligt. Ik hoop dat er na vandaag opnieuw enige beweging is, zodat u kunt uitvoeren wat u zelf wilt en wat wij willen, want we zitten op één lijn. Wie zegt tegen burgerslachtoffers te zijn en de gruwel te willen stoppen, kan geen rondjes blijven draaien. We moeten handelen. Dat is wat Vooruit vanaf dag één heeft gezegd.
Mijnheer de minister, we zullen heel duidelijk zijn: als er op korte termijn niets verandert, zullen we op eigen initiatief actie ondernemen. De tijd van excuses en van niet-handelen is voorbij. We zijn het beu en we staan daar niet alleen in. De gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen.
Ik herhaal dus mijn oproep, aangezien we hetzelfde willen: ga naar de regering, roep de kern samen en eis een akkoord, eis die daden, zodat die genocide en die oorlogswaanzin kunnen stoppen. We hoeven niet te blijven wachten op Europa. We moeten niet langer dezelfde riedel afdraaien, we kunnen nu al stappen zetten. We rekenen op u, mijnheer Prévot. Eis dat dat het kernkabinet samenkomt.
Voorzitster: Kathleen Depoorter.
Présidente: Kathleen Depoorter.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ' agir juste ' hebt u gezegd. Mensen voelen perfect aan wanneer iets juist of onjuist is. Dat zeggen we ook in het Vlaams: rechtvaardig of onrechtvaardig. Dat hebben we recent ook in een peiling gezien. Daaruit blijkt heel duidelijk: doe iets, regering. Neem sancties. Ik voel heel duidelijk dat u dat ook wilt doen. U wilt uw job doen. U wilt het internationaal recht doen naleven.
Ik hoor in deze commissie wat verschuivingen in het narratief. Het kernkabinet moet die zo snel mogelijk vastleggen. De regering moet beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat er sancties worden opgelegd volgens het internationaal recht. Ook de erkenning van Palestina moet opnieuw op de agenda komen. Die staat eind september immers opnieuw op de agenda van de Verenigde Naties.
U hebt duidelijk gezegd dat de situatie in Gaza geen oorlog of humanitaire catastrofe is, maar wel een geplande en bewuste genocide. Gaza ligt in puin. Zestigduizend mensen zijn vermoord. Kinderen willen niet meer leven en verlangen naar het paradijs, waar wel eten en drinken is en waar hun ouders zijn.
Dit kunnen we niet oplossen met boterzachte maatregelen, zoals het ondertekenen van enkele oproepen die nu internationaal rondgaan. Ook schijnoplossingen, zoals voedseldroppings, zijn gevaarlijk en duur. Er is meer nodig. De Belg wil duidelijk niet medeplichtig zijn aan genocide, wil geen bloed aan zijn handen hebben en wil dat het internationaal recht wordt nageleefd.
Daarom steunen wij u in het opleggen van meer sancties, in het op korte termijn erkennen van Palestina. Zo kunnen we samen met andere lidstaten het genocidaire regime van Netanyahu stoppen. Wij steunen u om zo snel mogelijk een beslissing te nemen met het kernkabinet, in uitvoering van het regeerakkoord en het internationaal recht. We wensen u veel succes.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur Prévot, pour votre intervention.
Quand nous avons convoqué cette séance de commission, nous voulions auditionner les ministres, et notamment le ministre des Affaires étrangères. Et vous nous avez répondu en tant que M. Prévot.
C'était intéressant d'avoir l'avis de Maxime. Personnellement, ça me fait une belle jambe de savoir ce que le citoyen Prévot pense de la situation en cours. On peut prendre un café après, si vous le souhaitez, Maxime Prévot, et parler de ce que vous ressentez par rapport à la situation. Mais nous avons convoqué cette commission pour vous entendre comme ministre, pour que le gouvernement prenne position, clairement. Une position que vous pourrez endosser en tant que ministre des Affaires étrangères. Nous voulons un positionnement clair sur des sanctions à l'encontre d'Israël, pour un boycott des produits issus des colonies, pour reconnaître la Palestine et pas un cimetière à ciel ouvert. C'est ça que nous voulions savoir, c'est ça que nous attendions, et pas que vous étaliez votre impuissance à convaincre le MR.
Vous avez évoqué les fonctionnaires de votre administration, et j'ai une pensée pour elles et eux. Parce que vous avez dit qu'ils trouvaient que la position du gouvernement fédéral n'était pas à la hauteur. En fait, ils et elles ont totalement raison. Et après le tableau que le citoyen Prévot a dressé, je comprends encore moins comment et pourquoi ce gouvernement n'est pas en crise plus profonde.
Vous avez partagé une préoccupation par rapport à la crédibilité de la Belgique. Je la partage. Et je vais vous dire: il en va aussi de votre propre crédibilité, monsieur le ministre.
Tellement d'encre pour si peu de traces. On n'a toujours pas de date pour un kern. Le premier ministre est en train d'embrasser des éléphants en Afrique du Sud. On ne sait toujours pas comment on va avancer. On a passé des heures et des heures à vous entendre, et c'était très intéressant, mais moi je peux poursuivre la discussion au café avec vous. Ce sera peut-être un peu plus croustillant.
Ici, nous avons besoin d'actes et de positionnements forts. Ça manque cruellement. Nous aurons l'occasion d'y revenir lors de l'ordre des travaux, mais sachez que nous n'allons pas nous contenter de cette réunion. Parce que cette réunion, c'était sympa de vous voir: certains ont bronzé, d'autres moins. C'était très chouette de revoir les collègues. Mais en fait, ce que nous voulons, ce sont des actions. Ce que nous voulons, c'est avancer. Ce que nous voulons, c'est que le Parlement puisse travailler. Il y a une majorité de parlementaires pour avancer, pour sanctionner Israël et reconnaître l'État de Palestine. Eh bien, avançons. Donnons la latitude au Parlement de travailler.
Nous allons également demander – redemander, reconvoquer – que le premier ministre puisse revenir de ses congés et répondre aux membres du Parlement. Parce que le génocide, lui, n'attend pas. Il n'attend pas que M. De Wever ait fini de sauter dans le vide.
D'autres groupes – le Parti Socialiste, le PTB, je pense que l'Open Vld également – ont déposé des textes, tout comme nous, sur la reconnaissance du génocide et sur des sanctions contre Israël. Nous avons tenu des auditions sur ce texte. Il suffit donc de le voter. Nous pouvons l’ouvrir à cosignature. Nous pouvons l’ouvrir à des amendements. Je veux juste que nous avancions, peu importe si mon nom est affiché. Je n’en ai pas besoin. Je me fiche de cela.
Je veux juste que nous puissions avancer et que ce Parlement puisse se prononcer clairement et avancer sur des sanctions à l’égard d’Israël, et que les choses bougent enfin. Merci.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, in uw lang antwoord hebt u een brede analyse gegeven en geprobeerd om een aantal zaken naar voren te schuiven die voor het merendeel inderdaad, zoals anderen al hebben gezegd, ook uw persoonlijke mening vertolken.
Collega Lutgen heeft gezegd ' avec modération' , maar het is wel belangrijk. Niemand, zeker ik niet, zal u verwijten een persoonlijke mening te hebben, want het is net die persoonlijke mening, die persoonlijke betrokkenheid, die ervoor zorgt dat een minister de extra mile zal lopen. De vraag is wel of u binnen de regering nog vooruitgang kunt boeken met uw persoonlijke mening, of u verder raakt dan een aantal symbolische maatregelen.
U zegt te hebben gelezen dat er wordt gezegd dat België niks doet maar dat dit niet klopt aangezien u zoveel doet. Mijnheer de minister, onder diegenen die in de krant, op de radio en televisie en in dit Parlement zeggen dat de regering stil blijft, dat ze met vakantie is, dat er te weinig wordt gedaan, zijn ook coalitiepartners van uw eigen regering. Het gaat niet op om Vivaldi met de vinger te wijzen. Vivaldi is niet uw vijand, want de partijen die vandaag de genocide in de strengste bewoordingen veroordelen, die vandaag zeggen dat men aan de kant moet staan van het internationaal recht, maakten ook deel uit van Vivaldi. Een aantal van die partijen maken vandaag deel uit van de arizonaregering en zitten hier vandaag in het Parlement. Daar zit uw meerderheid, daar zitten degenen die u zullen helpen om een stap verder te kunnen gaan.
Voorzitter: Els Van Hoof.
Présidente: Els Van Hoof.
Het tweede deel van deze vergadering, dat in principe het eerste deel van de vergadering had moeten zijn, was daarom vandaag misschien wel het belangrijkste. Het is immers niet aan het Parlement om te zeggen dat de regering moet bijeenkomen. Het is nog altijd de eerste minister die het kernkabinet bijeenroept, niet de vakminister. We kennen allemaal voorbeelden van vakministers die hebben gevraagd om het kernkabinet samen te roepen. Als een eerste minister dat niet wil, dan wil de eerste minister dat niet. Ik denk dat u daar ondertussen ook genoeg voorbeelden uit de praktijk van kent.
Laten we zien wat de regering zal doen. Laten we zien wanneer de eerste minister tijd vindt in zijn agenda om het kernkabinet te laten samenkomen. Dat hoeft ons echter niet te verhinderen als Parlement verder te werken. Dat hoeft degenen die vandaag wel vooruit willen niet te verhinderen om alvast een tekst op te stellen, om u een mandaat te geven en u toe te laten vooruit te gaan, om België toe te laten aan de juiste kant van de geschiedenis te staan.
Kjell Vander Elst:
U bent uw relatief uitgebreide betoog begonnen met een opsomming uit het regeerakkoord: we onderschrijven het internationaal recht, we verdedigen de rechtsstaat, we komen op voor mensenrechten. Het zou er nog aan moeten mankeren, mijnheer de minister. Dat is geen nieuws, het is logisch dat dit in een regeerakkoord staat. Het is logisch dat u dat doet.
We leven in een democratische rechtsstaat. Ik vind dit niks nieuws en ik heb het gevoel dat u die passages voorgelezen hebt van voor naar achter, van links naar rechts, in verschillende vormen. U hebt zich in verschillende bochten gewrongen om wat tijd te winnen en uiteindelijk niks te zeggen.
U hebt wel een aantal interessante zaken gezegd. Het eerste interessante was dat België, telkens wanneer de Europese Unie een voorstel op tafel gelegd heeft, dat voorstel heeft gesteund. Dat hebt u op een bepaald moment gezegd. Dat moet ik toch tegenspreken. Het is nog niet zo lang geleden dat u in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen bent komen vertellen dat u geen mandaat had van de Belgische regering om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dus nee, België heeft niet altijd de Europese agenda of alles wat op de Europese tafel gelegd is, gesteund. Dat is niet waar.
Er zijn twee dingen die ik zeer graag hoor: "zonder erkenning zijn wij niet meer geloofwaardig" en "de weg naar erkenning wordt de komende weken vrijgemaakt door mijn administratie". Dat zijn goede intenties, alleen komt er daarna altijd een wending in de trant van "dit is ten persoonlijken titel" of "dat is mijn mening" of "volgens mij". Dus, wat velen van u gevraagd hebben, ikzelf maar ook andere partijen, is om met het regeringsstandpunt naar voor te komen. Wat is er nu afgeklopt binnen de regering? Dat hebt u niet gedaan. De woorden die ik zonet citeerde en waar ik volledig achter sta, gaan over uw engagement. Zij bieden echter 0,0 % zekerheid op sancties, op erkenning of op verdere actie in de toekomst. Daar kunnen wij als partij absoluut niet mee akkoord gaan.
Mijnheer de minister, u bent vicepremier van een regering voor wie alles wat met Palestina te maken heeft gewoonweg stilstaat. U hebt een verantwoordelijkheid als minister binnen die regering. Terwijl uw regering door verdeeldheid nauwelijks stappen vooruitzet, wordt Palestina op dit moment van de kaart geveegd. De situatie wordt uur na uur slechter, precairder en ook meer beangstigend. Niet alleen voor heel veel mensen ter plaatse, maar ook voor heel veel mensen van mijn generatie die continu de beelden op tv zien. Zij worden angstig, ook hier in het Westen.
De paroles, paroles, paroles die hier vandaag weer heeft plaatsgevonden, haalt nu niets meer uit. We weten allemaal wat de standpunten van de verschillende partijen zijn. Het is tijd dat er actie komt. Het is tijd dat u als minister en dat uw regering actie onderneemt. Als u dat niet doet, u hebt het hier gehoord, dan moet u het Parlement laten handelen. Hier is inderdaad een meerderheid om veel meer stappen vooruit te zetten, om sancties te nemen, om die erkenning door te voeren.
Mevrouw de voorzitster, ik weet dat dit zaken zijn voor de regeling van de werkzaamheden, maar ik heb iedereen goed gehoord. Ik heb het al gezegd, men moet geen rekenmachine hebben om te zien dat hier een meerderheid is om die erkenning door te duwen. Wij moeten als Parlement kunnen eisen dat de regering met een standpunt komt voor de start van die VN-vergadering. Dat moeten wij kunnen eisen.
Mijnheer de minister, als u daar binnen de regering niet in slaagt – ik twijfel niet aan uw engagement –, dan moet het Parlement vrij spel krijgen v óó r de start van die VN-vergadering, zodat we actie kunnen ondernemen vooraleer het te laat is. Als we nog lang wachten, is er geen gebied meer om te erkennen, is er geen bevolkingsgroep meer om te erkennen. Die actie is nu nodig en dat is wat ik van de regering verwacht.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre intervention.
Je vais essayer d'être intellectuellement honnête, comme toujours. Je dois saluer le paysage assez franc que vous avez dressé, des possibilités et impossibilités, des initiatives réelles, mais aussi des blocages intérieurs comme internationaux. On peut ne pas être satisfait de l'ensemble, mais il serait de mauvaise foi de dire que vous n'avez rien fait.
Le fond du problème, c'est qu'il est compliqué de distinguer, dans votre discours, ce qui relève de votre position personnelle et ce qui relève de la position du gouvernement. L'opposition l'a fait remarquer, c'est de bonne guerre, mais même le collègue Ducarme l'a souligné. Le MR nous a dit qu'il ne sait pas ce qui, dans votre intervention, relève de la position du gouvernement ou de votre position personnelle. C'est un peu ennuyeux quand même. En tout cas, personnellement, si j'étais membre d'un gouvernement, je trouverais cela ennuyeux.
Vous nous avez énuméré toute une série de mesures, dont certaines sont objectivement bonnes mais, en fait, c'est à nous de deviner, en écoutant ce qu'en pensent vos partenaires, si ces mesures viennent de vous ou du gouvernement. En d'autres termes, vous nous balancez des Lego, mais c'est à nous de construire. Nous allons donc construire. Et non, le contre-exemple du premier ministre qui regrette la révolution des Pays-Bas au XVI e siècle comme un propos personnel, je ne la trouve pas adéquate, mais j'aurai d'ailleurs l'occasion de lui poser la question, car je trouve qu'il s'agit là d'un propos problématique.
Je note certains éléments nouveaux, en tout cas pour moi. Premièrement, nos services diplomatiques trouveraient la position de votre gouvernement trop timorée. Dont acte. C'est quand même la première fois que j'entends un ministre mettre en avant la position et le malaise de son propre département pour convaincre ses propres collègues de majorité, de gouvernement, et tout ça au Parlement! Dont acte. Pour moi, il s'agit d'une première, mais je ne peux que partager le malaise de vos services.
Deuxièmement, nous avons appris que le kern avait refusé de suivre votre demande que deux ministres d'extrême droite soient persona non grata , malgré leurs interventions assez claires en matière d'invitation à la purification ethnique. C'est dommage. Et j'espère que cette évolution va rapidement changer au sein du kern.
Par ailleurs, nous avons appris que vous souhaitiez agir sur le survol de notre espace aérien en ce qui concerne les armes. Et enfin, nous avons appris que le MR serait de droite, mais que vous ne le seriez pas. Dont acte. Je dois vous avouer que tous dossiers confondus, le caractère centriste ou progressiste de la coalition Arizona nous avait jusqu'ici quelque peu échappé.
Alors, la ligne principale de votre message, c'est que le rapport de force reste indispensable, et que c'est cela qui justifie les sanctions. Je vous suis d'ailleurs reconnaissant d'avoir rappelé que l'idée de sanctions n'est pas de punir, mais d'inciter au mouvement, parce que nous voyons bien que c'est malheureusement la seule chose qui fonctionne.
Je prends note de l'évolution de certains discours, au niveau de la N-VA et du MR. J'espère que les libéraux les plus progressistes du MR continueront à être convaincus. Je sais qu’ils sont nombreux à comprendre qu’il y a un momentum , en termes de sanctions, en termes d’aide à cette population, et même en termes de reconnaissance.
Chers collègues, je rappelle que la Palestine est reconnue aujourd'hui par 147 membres des Nations Unies sur 173. Je pense qu’il serait nécessaire que la Belgique ne fasse pas partie d'un groupe d’États parmi les derniers à la reconnaître. Vous l’avez dit, monsieur le ministre, il ne s’agit pas de reconnaître un gouvernement. Il s’agit encore moins de reconnaitre une organisation terroriste qui est elle-même décriée par une large partie de sa population. Il s’agit de reconnaître un peuple, pour que la solution à deux États soit tout simplement encore possible demain.
Je vous remercie.
Jean-Marie Dedecker:
Dank u voor het laatste woord, mevrouw de voorzitster. Mijnheer de minister, ik twijfel niet aan uw intellectuele eerlijkheid, noch aan uw overtuiging of integriteit in uw houding ten opzichte van het conflict in Gaza. Ik heb driekwart van uw betoog beluisterd en dat is eerlijk gezegd lang genoeg. Iets waar ik wel aan twijfel, is wat u zegt over respect voor de wetgeving. Er was namelijk wetgeving. We hadden in dit land een genocidewet, een van de eerste, in 1993. Die is in 1999 bijgestuurd en over die bijsturing wil ik het hebben. De bijsturing kwam er omdat we met die wet in de problemen kwamen met Ariel Sharon, oorlogsmisdadiger, verantwoordelijk voor Sabra en Shatila, waar ik ben geweest en waarover ik enigszins kan meespreken... Het gevolg was dat we de wet onder de regering-Verhofstadt in 2003 hebben afgeschaft. We hadden dus een genocidewet. Nu zouden we er een nieuwe maken? Ik weet het niet. U spreekt over internationale verdragen en het respect daarvoor. Er zijn in de Verenigde Naties meer dan 1.300 resoluties over Israël verworpen – meer dan 1.300 – en 32 zijn er tot nu toe door Israël overtreden. Er geldt een internationaal aanhoudingsmandaat tegen premier Netanyahu. Een vooraanstaand lid van uw regering, voor wie ik veel respect heb – ik heb moeite om dit te zeggen, maar de eerlijkheid gebiedt het mij –, de premier dus, zei dat, mocht Netanyahu hier landen, hij er niet aan denkt om hem aan te houden. Ik hoor hier ontzettend veel praten over wetten maken, of opnieuw maken, en resoluties opstellen. In feite geloof ik er niet meer in, eerlijk gezegd. Toch wil ik eindigen met een positieve noot. In 1979 schreef de notoire dwarsligger Johan Anthierens – de Vlamingen onder u zullen hem wel kennen – over Israël: “(…) de Arabieren, die de bultenaren van de historie zijn, die het Duitse gelag moeten betalen, die opdraaien voor het Europese gesjacher en gesol met jodenmensen. Wij, Europeanen, hebben de joodse inboedel aan gruzelementen geslagen en sturen Izaäk naar de Palestijnse kassa voor de schadeloosstelling. Wat de minder begenadigde mohammedanen overbleef, was de niet-nobele kunst van het terrorisme. De Palestijn is een zwerfkat in het nauw, een kat met kale plekken in de vacht, een luizige woestijnkat, lelijk, vals, onbetrouwbaar, uitgestoten door de mondaine opinie. Voor zo’n schlemielig beest heb ik in mijn hart een kommetje melk klaarstaan. Niemand zal mij ooit zo laf krijgen dat ik de gehandicapte jood van nu, de Palestijn, met de vinger wijs. Joden zijn geen goden, Palestijnen geen zwijnen. Ik geloof niet in goeden en slechten, ik geloof niet in zwart en wit, ik bewandel bij voorkeur het niemandsland tussen die polen. Ik struikel graag over de waarheid die in het midden ligt." De voorzitster : Dank om af te sluiten met dit mooie citaat. Hiermee zijn we aan het einde van de gedachtewisseling gekomen. De gedachtewisseling eindigt om 18.39 uur. L'échange de vues se termine à 18 h 39.
Het uitblijven van Belgische steun voor sancties tegen Israël
De onenigheid in de regering over eventuele sancties tegen Israël
Belgische regeringsverdeeldheid over Israëlische sancties
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een felle debat over Israëls acties in Gaza beschuldigen oppositieleden (Aerts, Merckx) de Belgische regering van medeplichtigheid aan genocide door gebrek aan sancties, ondanks brede parlementaire en burgersteun (70% van de Belgen) voor economische maatregelen. De Wever benadrukt dat België via de EU humanitaire druk uitoefent en toekomstige sancties niet uitsluit, maar weigert nu te handelen—wat door oppositie als onvoldoende en schandalig wordt bestempeld. Merckx wijst op een rechtbankbeslissing die wapenexport blokkeerde als teken van burgerlijk verzet, terwijl Aerts het Parlement oproept zelf sancties af te dwingen. De kern: dringende eis tot actie vs. regeringsafwachten op EU-beslissingen.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, elke dag sterven in Gaza 100 Palestijnen door Israëlisch geweld. Daarbovenop sterven elke dag opnieuw nog eens 300 Palestijnen door gebrek aan water, voedsel en medicijnen. Kinderen lijden honger, slapen in tenten, en zelfs die tenten worden gebombardeerd. Wie naar een voedselbedeling gaat, riskeert zijn leven. Er zijn al verschillende mensen doodgeschoten op weg naar een voedselbedeling. De Israëlische ministers zijn dan weer heel duidelijk over hun bedoelingen: zij zeggen letterlijk dat de Palestijnen moeten verdwijnen.
Collega’s, het is overduidelijk dat daar een genocide aan de gang is. Handel blijven drijven met een land dat een genocide pleegt, maakt België medeplichtig. De Europese Unie kwam een paar dagen geleden bijeen, maar geraakte niet verder dan een toezegging om Israël in het oog te houden. Terwijl er dagelijks 100 mensen sterven door Israëlisch geweld, geraken wij niet verder dan Israël in het oog houden, geen sancties, geen actie.
Mijnheer de eerste minister De Wever, dat is mede uw verantwoordelijkheid. Gisteren vernamen we van minister Prévot dat er binnen de Belgische regering geen akkoord was om te pleiten voor een opschorting van het handelsakkoord. De Belgische regering gaf geen steun voor acties, oefende geen druk uit, trok geen rode lijnen.
Nochtans zegt 70 % van de Belgen achter economische sancties tegen Israël te staan. Er bestaat zelfs een parlementaire meerderheid voor die sancties. Luister dus alstublieft naar dit Parlement. Luister naar de heer Seuntjens en mevrouw Lambrecht. Luister naar mijnheer Mahdi en mevrouw Van Hoof. Luister naar de heer Lutgen. Luister ook naar mevrouw Van Peel, uw eigen voorzitter, die in Humo verklaarde dat de N-VA geen sancties blokkeert en dat ze desnoods ontslag neemt. .
Mijnheer de eerste minister, uw daden spreken haar tegen. Minister Prévot mocht van de regering immers niet pleiten voor sancties.
Sofie Merckx:
Quelle honte! Quelle complicité! Et vous en souriez? Vous en rigolez? Je parle de ce qu'il se passe à Gaza. Cela fait 21 mois qu'on regarde un génocide en direct, et cela vous fait rire! Vous devriez avoir honte. Cela fait des mois que nous demandons des mesures contre Israël et que vous nous répondez qu'il faut voir au niveau européen.
Avant-hier, les ministres européens des Affaires étrangères étaient ensemble, et ils devaient parler de la suspension de l'accord commercial d'association entre Israël et l'Union européenne. Le ministre belge n'a même pas demandé de suspendre cet accord! Vous m'entendez bien. Il ne s'agit même pas de sanctions, mais de ne plus donner un accès privilégié aux produits israéliens ici en Europe. Vous devriez tous avoir honte de cette complicité.
Mais heureusement, dans ce pays, il n'y a pas que ce gouvernement de la honte, il y a aussi des citoyens et des associations. Ils ont été voir un juge pour demander que l'embargo s'applique concernant un container avec du matériel militaire qui devait aller en Israël, et le juge leur a donné raison. C'est une victoire.
Vous êtes le camp de la honte, et eux le camp de la fierté. Nous sommes le camp de la fierté. Cette victoire nous donne de l'espoir. Elle donne de l'espoir au peuple palestinien.
Monsieur le premier ministre, allez-vous appliquer un embargo contre le transit du matériel militaire vers Israël? Allez-vous enfin prendre des sanctions et des mesures contre Israël ou bien assumez-vous aujourd'hui votre complicité?
Bart De Wever:
Als regering leggen we de focus op de humanitaire situatie op het terrein. De regering vindt eensgezind dat het menselijk lijden op zo kort mogelijke termijn moet stoppen. Het geweld heeft al veel te lang geduurd. Daarover zijn we het allen eens.
Sinds het aantreden van de regering dragen we dat standpunt ook uit op het Europese toneel. De voortrekkersrol vanuit het Europese niveau staat in het regeerakkoord beschreven. Europa is de enige weg om een duidelijk signaal te kunnen laten weerklinken en ervoor te zorgen dat er op het terrein verandering kan komen. In die zin hebben we voorzichtig hoopgevende signalen ontvangen over de dialoog die de Europese Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, Kaja Kallas, is aangegaan met de Israëlische regering om die humanitaire situatie effectief te verbeteren.
Onze regering pleit er wel voor om de druk Europees hoog te houden opdat die humanitaire hulp toegankelijk en veilig kan worden georganiseerd. Dat zullen we van nabij opvolgen. Als het tegenovergestelde zou blijken, dan sluit de regering verdere maatregelen of sancties niet uit. Dat zijn we overeengekomen, in tegenstelling tot wat hier wordt beweerd. Voor ons moet het humanitaire leed onmiddellijk stoppen.
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, u sluit toekomstige sancties niet uit. Intussen zijn er al 65.000 mensen gestorven, maar nog neemt de regering geen sancties. Ongelooflijk, het is een schande! Al had ik het wel verwacht, collega’s.
Het is aan ons als Parlement om te beslissen wat de regering moet uitvoeren. Wij nemen die beslissing. In eer en geweten kunnen wij die beslissing nemen. Ik heb de afgelopen dagen en weken goed geluisterd naar mensen van Vooruit, Les Engagés en cd&v en het lijkt me dat een meerderheid in dit Parlement sancties tegen Israël wil. Zelfs binnen de N-VA bestaat er twijfel. Ik kan echt oprecht niet geloven dat de collega’s van de N-VA werkelijk allemaal net als collega Freilich geloven dat het om een rechtvaardige oorlog gaat. Ik kan niet geloven dat u dat allemaal denkt. Ik kan evenmin geloven dat iedereen van de MR de pro-Israëllijn van de heer Bouchez volgt.
Collega’s, denk goed na, want binnen vijf jaar zult u hierop worden aangesproken en niemand zal dan kunnen zeggen: "We wisten het niet." Die genocide voltrekt zich onder onze ogen.
Sofie Merckx:
"Wij sluiten eventuele verdere sancties niet uit als het nog erger wordt." Mijnheer de premier, meent u nu echt wat u zegt? Wat een schande! Wat denken jullie daar allemaal van? Gaan jullie daarmee akkoord? Gaan jullie akkoord met wat minister Prévot heeft gedaan op Europees niveau? Hij heeft niet eens gevraagd om de opschorting van het associatieverdrag. Wordt artikel 2 dan niet geschonden misschien? U bent allemaal medeplichtig als u niets doet. Gelukkig hebben vier verenigingen een klacht ingediend en hebben ze ervoor gezorgd dat het schip dat in Antwerpen geblokkeerd is niet naar Israël mag vertrekken. Er mogen geen wapens uitgevoerd worden. Ook daarover heeft de premier zich niet uitgesproken. Wij zullen blijven pleiten voor een embargo. Als u nog in de spiegel wilt kunnen kijken, neem dan maatregelen.
De EU-top en Gaza
De EU-top en Iran
De oorlog in Gaza en de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
Gaza en de Europese Raad
De Europese top en de stavaza betreffende het conflict tussen Israël en Iran
De oorlog tussen Israël en Iran
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De Europese Raad en het uitblijven van concrete maatregelen inzake Gaza
De associatieovereenkomst EU-Israël
Het associatieakkoord
De opschorting van de associatieovereenkomst EU-Israël
De situatie in Gaza
De Israëlische agressie tegen Iran
De gerechtelijke stappen tegen België wegens het gebrek aan actie t.a.v. de situatie in Gaza
De bijeenkomst van de RBZ op 15 juli, de situatie in Gaza en de associatieovereenkomst EU-Israël
Het standpunt van de EU met betrekking tot Gaza en Israël
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
Israël en Palestina
EU-top, buitenlands beleid en conflicten in Gaza, Israël en Iran
Gesteld door
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
Open Vld
Kjell Vander Elst
Vooruit
Annick Lambrecht
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Darya Safai
Vooruit
Annick Lambrecht
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Staf Aerts
Open Vld
Kjell Vander Elst
N-VA
Kathleen Depoorter
Vooruit
Annick Lambrecht
PS
Christophe Lacroix
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PS
Christophe Lacroix
Les Engagés
Benoît Lutgen
MR
Charlotte Deborsu
Ecolo
Rajae Maouane
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een actueel debat over de humanitaire crisis in Gaza benadrukten parlementsleden unaniem de catastrofale situatie (honger als oorlogswapen, massale burgerdoden, geblokkeerde hulp) en Israëls schendingen van internationaal recht, maar kritiseerden ze Europa’s en België’s gebrek aan concrete actie. Minister Prévot (BZ) bevestigde dat België geen mandaat had om op de EU-top de opschorting van het associatieakkoord EU-Israël (art. 2, mensenrechtenclausule) te eisen, ondanks zijn persoonlijke steun daaraan, en wees op interne regeringsverdeling en EU-blokkades (o.a. Hongarije). Hij somde wel Belgische initiatieven op (humanitaire steun, druk op Hamas/Israël, juridische analyse handel nederzettingen), maar erkende dat sancties of unilaterale stappen (bv. importban) uitblijven door gebrek aan consensus. Oppositie en meerderheidsleden eisten meer lef, verwijtend dat België’s “morele leiderschap” ontbreekt terwijl 70% van de Belgen sancties wil.
Voorzitter:
Collega's, we beginnen met een actuadebat met maar liefst twintig vragen. We houden ons uiteraard aan de spreektijd. U zult de minuten op de spreekklok zien aftellen. Wie meerdere vragen heeft ingediend, krijgt vier minuten spreektijd, de overige leden twee minuten. Gelieve u daaraan te houden, want anders wordt het heel laat vandaag. De minister heeft meegedeeld dat hij aanwezig blijft tot de finish van deze vragensessie, waarvoor dank, maar ik vraag u dan ook om u aan uw spreektijd te houden.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de situatie in Gaza is onmenselijk en schrijnend, daarover zijn we het eens. Er is nood aan meer humanitaire hulp. Ons land heeft steeds gestreefd naar een coherent en principieel buitenlandbeleid, gestoeld op mensenrechten en humanitair recht. We kunnen vandaag niet anders dan vaststellen dat de humanitaire situatie in Gaza onmenselijk is. Het is onaanvaardbaar dat mensen worden neergeschoten terwijl ze eten gaan halen en dat zij volledig aan hun lot worden overgelaten.
Deze week vond een belangrijke Europese Raad plaats, waaraan u deelnam als vertegenwoordiger van ons land. U had daarvoor een sterk mandaat, voortvloeiend uit de resolutie die we hier in het Parlement hebben aangenomen. U kreeg daarmee een mandaat om de weg naar een wederzijdse erkenning en duurzame vrede verder te verdedigen.
Mijnheer de minister, wat hebt u op de Europese Raad tafel gelegd? Welke concrete acties en initiatieven hebt u aan uw ambtsgenoten voorgelegd? Welke stappen kunnen vandaag al worden gezet om tegemoet te komen aan de humanitaire noden? Wat kan er nu al worden ondernomen om een verschil te maken voor de mensen in Gaza?
Wat waren de besluiten van de Europese top daarover? Mevrouw Kallas verklaarde dat de humanitaire situatie onaanvaardbaar is en dat er stappen moeten worden gezet. Wat is haar verslag van het gesprek met de Israëlische autoriteiten? Welke conclusies werden er in de Raad getrokken?
Wat kunt u meedelen over het associatieakkoord met Israël of over de eventuele vorming van een gekwalificeerde meerderheid om een deel van dat akkoord te onderzoeken? Op welke termijn verwacht u dat binnen het Europees gremium, samen met de andere lidstaten, initiatieven zullen worden genomen?
Daarnaast hebben we gisteren de minister van Diaspora van de Palestijnse Autoriteit ontmoet. Zij wees op een belangrijke conferentie die eind deze maand in New York zal plaatsvinden, waaraan u wellicht zult deelnemen. Wat is het standpunt van de regering dat u daar zult verdedigen?
Tevens loopt er een initiatief van Colombia. Ons land neemt daaraan niet deel. Ook daarover had ik graag van u vernomen wat de beweegredenen zijn, wat de standpunten zijn, en hoe onze staat zich zal positioneren ten aanzien van, ten eerste, de humanitaire noden in Gaza en het antwoord dat we daarop zoeken, en ten tweede een vredesinitiatief op lange termijn, met het oog op een tweestatenoplossing en oplossingen voor de volkeren aan beide zijden van dat bijzonder dramatisch, bloederig en onmenselijk conflict.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, gemiddeld vallen er in Gaza honderd doden per dag, en dat al maandenlang. Nagenoeg iedereen lijdt er honger. Voedsel of drinkwater halen betekent dat men zich op een mijnenveld begeeft. Op zoek gaan naar voedsel kan leiden tot de dood. Dat is een schrijnende situatie die zo snel mogelijk moet stoppen.
De Europese Unie doet momenteel niets anders dan wachten en lijdzaam toekijken. Ze doet niets. Mevrouw Kallas heeft gecommuniceerd dat de Europese Unie de situatie nauwlettend in het oog zal houden.
Op dit moment is het echter overduidelijk dat de mensenrechtenclausule in artikel 2 van het associatieverdrag tussen de EU en Israël geschonden wordt. We hoeven geen professor of academicus te zijn om vast te stellen dat de mensenrechten in Gaza op grove wijze worden geschonden.
Het logisch gevolg is dat men die associatieovereenkomst opschort. Het feit dat de EU daar nog altijd geen akkoord over heeft kunnen bereiken, is schrijnend en totaal onaanvaardbaar. Het is eigenlijk de eerste stap van schuldig verzuim. De EU doet niets en België is op dit moment ook nog altijd muisstil. Ik ben dan ook blij dat u hier nu bent om enige tekst en uitleg te geven, want België heeft nog geen standpunt ingenomen.
Mijnheer de minister, daarom heb ik maar twee duidelijke vragen.
Ten eerste, waarom is het associatieverdrag tussen de EU en Israël nog niet opgeschort, terwijl het overduidelijk is dat artikel 2, de mensenrechtenclausule, geschonden wordt?
Ten tweede: wat was het standpunt van de Belgische regering op de Europese Raad? Ik bedoel dus niet uw persoonlijk standpunt, mijnheer de minister, want uw persoonlijke verklaring in de pers kennen we inmiddels. We zitten op dat punt zelfs op dezelfde lijn. Maar wat is het officieel standpunt van de Belgische regering? Wat hebt u daar verdedigd? Welk mandaat hebt u gekregen van de federale regering? Hebt u daar namens de Belgische regering kunnen zeggen dat de Belgische regering pleit voor de opschorting van het associatieakkoord, ja of neen? Dat wil ik vernemen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, we zijn diep teleurgesteld. We hoorden de aankondiging dat Europa de situatie nauwlettend in het oog zal houden. Diepe teleurstelling is het enige wat nog rest na de top van gisteren met de Buitenlandministers. Opnieuw heeft men ervoor gekozen om niets te doen, helemaal niets. Maandag alleen al werden in de Gazastrook opnieuw 78 Palestijnen gedood. Sinds eind mei telden de Verenigde Naties meer dan 800 doden. In totaal zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen. Daar komen nu ook nog hongerdoden bij.
Mijnheer de minister, in onze resolutie vroegen we u om het associatieakkoord aan te pakken. Met welk mandaat bent u gisteren naar de top gegaan? Klopt het dat u daar pleitte voor een gedeeltelijke opschorting?
Op de top lag een lijst met opties om Israël onder druk te zetten. Wat waren die opties?
Vorige week gaf de Europese Unie aan dat een nationaal handelsverbod met betrekking tot producten uit illegale nederzettingen perfect mogelijk is. We hebben daar recent nog over gesproken. Gaat u daarmee zo snel mogelijk aan de slag, of doet u dat niet?
De EU sloot vorige week een akkoord met Israël over humanitaire hulp. Er is echter niets bekend over de controle op de naleving van dat akkoord. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een lege doos?
Dappere landen zoals Ierland en Colombia tonen leiderschap. Zij zetten stappen om internationaal recht te herstellen. Wanneer volgt België? Wanneer zal België dapper zijn?
Mijnheer de minister, het is duidelijk dat alle rode lijnen al lang zijn overschreden. De mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden. Het is onze plicht om er alles aan te doen om dat te stoppen en om Israël ter verantwoording te roepen. Het minste wat we nu kunnen doen, is toch wel maatregelen nemen tegen Israël. België en Europa moeten meer doen. Bijna 70 % van de Belgen sprak zich uit voor strengere maatregelen tegen Israël.
De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken merkte hier gisteren nog dat we met een probleem zitten, aangezien de bevolking maatregelen wil, terwijl de politieke wereld geen maatregelen neemt.
Ik hoop dat ik een heel duidelijk antwoord krijg op de vijf vragen die ik heb gesteld. Ik hoop ook dat we ook over België eindelijk kunnen zeggen dat het een dapper land is.
Voorzitter:
Mevrouw Safai is niet aanwezig.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het is een schande. De conclusie van u en uw collega's, verwoord door mevrouw Kallas, luidt dat we Israël in de gaten zullen houden.
Israël in de gaten houden? Elke dag zien we de beelden binnenstromen. Elke dag krijgen we getuigenissen van hulpverleners die smeken om actie van de hele wereldgemeenschap. De Europese Unie, meer bepaald de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, heeft echter, na een rapport waarin wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden, geconcludeerd dat we Israël in de gaten moeten houden.
Dat is echt een schande. Ik lig er al de hele nacht van wakker hoe u tot een dergelijke conclusie kunt komen. Al 65.000 Palestijnen hebben daar het leven gelaten sinds de aanslagen van oktober 2023. Daarbovenop komen het blokkeren van humanitaire hulp en de georganiseerde hongersnood, waardoor het aantal slachtoffers nog een veelvoud is geworden. Gisteren hebben we hier nog gehoord dat het aantal inwoners van een stad als Gent of Charleroi overeenkomt met het aantal mensen dat daar is weggevaagd door Israëlisch geweld. Als ik de conclusie hoor van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dan breekt mijn klomp.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u gaat over iets waarover bijzonder veel mist hangt. Welk standpunt heeft België gisteren ingenomen? Waarmee hebt u ingestemd? Dat is een cruciale vraag.
Een even belangrijke vraag is wanneer we als België eindelijk eens meer zullen doen. Wanneer zullen we zelf beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat zulke zaken niet meer gebeuren, om ervoor te zorgen dat Israël beseft dat het rode lijnen overschrijdt, althans in de ogen van de Belgische regering?
In de meerderheidsresolutie zat alle mogelijkheid om u te verschuilen achter het Europese compromis. Dat compromis heeft echter niets opgeleverd. Het is nu tijd dat België zelf actie onderneemt. Dat kan door een ban op Israëlische producten of de erkenning van Palestina als staat. Er zijn nog zoveel andere voorbeelden van maatregelen die België zelf kan nemen. Mijnheer de minister, wat zal de Belgische regering vanuit België zelf initiëren?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, les masques sont tombés. La décision du Conseil des ministres européens est très clair. L'Europe choisit la complicité du génocide plutôt que de prendre des sanctions contre l'État génocidaire. Voilà des années, des mois que nous nous cachons derrière l'Union européenne. On va décider au niveau du Conseil européen, on va faire des réunions, on va faire des rapports, on va faire des études. Tout cela pour dire que nous allons suivre de près la situation. Aucune sanction! Même une suspension temporaire de l'accord d'association qui accorde des privilèges au marché européen pour l'État d'Israël n'a pas été remis en question!
Donc, l'Europe a choisi de manière consciente d'être complice du génocide en cours. Pourquoi? Parce que tout est clair. Ne revenons pas sur toutes les atrocités que commet l'armée coloniale contre le peuple palestinien. On parle de famine organisée, de destruction d'infrastructures, d'hôpitaux, d'enfants tués, assassinés pendant qu'ils vont chercher de l'aide humanitaire. Il n'y a plus de mots pour décrire la barbarie commise par Israël contre le peuple palestinien.
Aucune sanction, aucune mesure contraignante ne sont prises contre l'État d'Israël! Si Israël agit ainsi aujourd'hui, c'est parce que cet É tat est impuni. Pas de sanction, impunité totale! Quand il y a impunité totale, cela signifie chèque en blanc. Continuez, circulez, il n'y a rien à voir! Voilà la position de l'Europe aujourd'hui!
Monsieur le ministre, que va faire la Belgique dans ce contexte où l'Europe choisit son camp? Elle a choisi le camp de l'État génocidaire contre le droit international et contre les droits humains. Va-t-elle suivre la complicité européenne ou va-t-elle avoir un sursaut d'honneur afin de respecter ses propres engagements?
Parce que parallèlement à ce sommet européen, il y a eu un autre sommet d'urgence, à Bogotá, auquel une trentaine de pays de tous les continents ont participé. L'Irlande et l'Espagne y étaient d'ailleurs représentées. Mais où était la Belgique? La Belgique, qui annonce respecter le droit international et qui fera tout pour le faire respecter, attachée aux droits humains, attachée à nos soi-disant valeurs, où était-elle lors de cette réunion?
Et surtout, que va faire la Belgique aujourd'hui? Va-t-elle suivre de près ou compte-t-elle prendre ses responsabilités et infliger des sanctions à l' É tat génocidaire? Désormais, il n'est plus question de se cacher derrière l'Union européenne. L'Europe a choisi. Maintenant, c'est à vous de choisir, monsieur le ministre. Et quel choix faites-vous? Telle est ma seule question!
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, bonjour, excusez mon retard, mais j'étais en commission des Achats militaires, où les débats étaient aussi quelque peu tendus. Enfin, je ne sais pas comment les débats se déroulent ici maintenant, mais je ne peux rien dire car cette commission se réunit à huis clos, de sorte que j'espère ne pas me faire réprimander tout à l'heure.
J'ai deux questions à vous poser, en tout cas deux thèmes à aborder. Tout d'abord sur l'expression du premier ministre, qui avait exprimé publiquement son opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait de toute façon pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Pourtant, les attaques systématiques répétées indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans le cadre de ce que de nombreux juristes, ONG et États – dont l'Espagne – qualifient de génocide.
Ce qui m'ennuie, c'est que ces propos sont tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, mais qui ne reflète absolument pas, du moins de ce que j'ai compris, la position officielle du gouvernement fédéral. Dès lors, cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable, mais elle peut également affaiblir et elle affaiblit certainement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Et ce n'est pas la première fois lorsqu'il s'agit de condamner Israël.
Un Conseil Affaires étrangères s'est tenu hier. À ce sujet, j'ai deux questions précises à vous poser.
Premièrement, pouvez-vous confirmer que les propos tenus récemment par le premier ministre ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est, à l'heure actuelle, la position du gouvernement belge? Et comment vous êtes-vous exprimé lors du Conseil d'hier?
Deuxièmement, je souhaite aborder l'initiative du collectif Droits pour Gaza, composé de juristes, d'avocats, de professeurs d'université, et soutenu par plusieurs associations belges et palestiniennes. Ce collectif a récemment mis en demeure l'État belge de prendre des mesures concrètes afin de faire cesser les violations graves du droit international humanitaire dans la bande de Gaza.
Cette démarche s'appuie notamment sur les dispositions de la Convention de Genève ainsi que sur la Convention de 1948 pour la prévention et la répression du crime de génocide. On parle souvent de répression, en rappelant que ce sont les cours qui doivent juger, mais on oublie trop souvent que cette convention parle d'abord de prévention. La lettre adressée au gouvernement souligne que la Belgique, en tant qu'État partie à ces conventions, a l'obligation de prendre toutes les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir un génocide – même si celui-ci n'est pas encore juridiquement avéré, dès lors que le risque est manifeste.
Elle rappelle également que l'inaction, ou le maintien de relations privilégiées avec un État accusé de crimes graves, peut être interprété comme une forme de complicité.
Dans ce contexte, je souhaite vous interroger sur plusieurs points. Quelles mesures concrètes le gouvernement belge a-t-il prises, ou envisage-t-il de prendre, pour répondre aux obligations qui lui sont rappelées par ce collectif en matière de prévention du génocide et de respect du droit international humanitaire? La Belgique envisage-t-elle un embargo total sur les armes ainsi que sur les biens à double usage à destination d'Israël, conformément aux recommandations formulées et aux principes de précaution prévus par le droit international? Comment le gouvernement entend-il répondre à l'accusation de complicité portée par ces associations? Quelles garanties peut-il offrir aux citoyennes et aux citoyens de ce pays en ce qui concerne le respect des principes de justice, de moralité et d'humanité dans sa politique étrangère? Enfin, alors que la rapporteuse spéciale de l'ONU pour les Territoires palestiniens, Francesca Albanese, à Genève, fait l'objet de menaces de sanctions inacceptables de la part des États-Unis, quelle sera la position de la Belgique sur ce point précis?
Benoît Lutgen:
Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, hier a eu lieu le Conseil européen. On peut d'abord vous féliciter d'avoir été du bon côté de l'histoire en demandant qu'il y ait révision de l'accord Union européenne-Israël, notamment en son article 2, il y a quelques semaines.
Maintenant, cet élément-là n'est pas suffisant. Je voudrais savoir exactement quelle position la Belgique a adoptée, hier, lors du Conseil européen, puisque, comme vous le savez, la haute représentante a d'abord entamé des consultations ces dernières semaines et a proposé, et mis sur la table en tout cas, différents éléments. J'aurais aimé savoir, d'ailleurs, si vous avez défendu ces différents éléments, à savoir la suspension totale ou partielle de l'accord d'association, la suspension de la participation d'Israël aux différents programmes d'échange, notamment d'étudiants ou de recherche universitaire dits "horizons", l'imposition de sanctions aux ministres israéliens pour l'évaluation en violation des droits de l'homme, ou encore l'interdiction des importations provenant des colonies israéliennes sur les territoires palestiniens, où certains pays de l'Union pourraient décider de mettre en œuvre une telle interdiction.
Je viens de vous donner lecture d'une partie du document de la haute représentante. Sur ces différents points, en tout cas au moins ceux que je viens de relever, j'aurais voulu savoir quelle était la position de la Belgique que vous avez exprimée hier au sein de ce Conseil européen. À en croire le communiqué de presse, rien n'a été décidé à l'issue de celui-ci. Mais vous pouvez quand même nous dire quels sont les pays ou les États membres qui ont pu rejoindre la position que je viens d'exprimer, et qui était autre que celle de la haute représentante.
Le cas échéant, quelles sont les mesures que vous prendriez ou que vous soumettriez au gouvernement dans les prochains jours si cela ne bougeait pas au niveau européen? La lenteur est absolument indigne, reconnaissons-le! Je suis certain que vous partagez mon point de vue. Certains pays n'ont pas attendu effectivement un accord au niveau de l'Union européenne pour prendre des sanctions, notamment à l'égard de certaines personnalités israéliennes qui ont commis des faits graves, ou encore sur des éléments qui touchent aux importations.
Bref, je souhaite le compte rendu par rapport à hier, ainsi que connaître la position de la Belgique sur les différents points qui ont été évoqués par la haute représentante, et par ailleurs, les initiatives que vous pourriez prendre soit au niveau européen, soit au niveau purement belge, pour mettre fin à ces non-sanctions qui sont indignes pour chacune et pour chacun.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le ministre, alors que Gaza est aujourd'hui réduite à un champ de ruines, et c'est peu de le dire, la chef de la diplomatie européenne a présenté cette semaine une liste de mesures visant à réagir aux opérations militaires israéliennes. Elles incluent, entre autres, la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, le gel du dialogue politique ou encore l'arrêt des importations en provenance des colonies. Certaines de ces options, comme la remise en cause de l'accord d'association, nécessitent l'unanimité des É tats membres et paraissent donc peu probables. Nous avons pu l'observer hier. Toutefois, d'autres mesures peuvent être prises unilatéralement par chaque membre, sans passer par la Commission européenne. Nous savons aussi que plusieurs pays préfèrent attendre l'issue des discussions humanitaires en cours avec Israël, alors que d'autres réclament des initiatives immédiates.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique au vu de ces différentes options? Souhaitez-vous privilégier une approche graduelle, qui laisse une chance aux négociations humanitaires, ou vous êtes-vous déjà prononcé pour des mesures plus fermes à court terme?
Si l’option d’une suspension de l’accord d’association devait avancer, même symboliquement, quelle serait l’attitude de la Belgique dans la recherche d’un consensus européen?
Enfin, en ce qui concerne les mesures unilatérales, par exemple le blocage des produits issus des colonies, la Belgique envisage-t-elle de prendre des initiatives propres si aucun accord commun n’émerge?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je me répète et nous sommes nombreux à le faire, depuis des mois, à Gaza comme en Cisjordanie, toutes les lignes rouges sont franchies: bombardements de zones civiles, famine utilisée comme arme de guerre, attaques contre les hôpitaux, etc. Et l'on tire même à présent à balles réelles sur des civils affamés venus chercher de la nourriture. Selon plusieurs témoignages, c'est l'armée israélienne elle-même qui aurait reçu l'ordre de tirer sur la foule.
Médecins sans frontières nous indique, par ailleurs, que près de la moitié des personnes tuées par Israël sont des enfants. Près de la moitié! Et que fait la communauté internationale, en particulier l'Union européenne? Rien! La réponse de Mme Kallas est tout simplement indigne. Elle dit: "Notre objectif n'est pas de punir Israël, mais d'améliorer la situation." Sérieusement?
C'est une honte absolue! Nous sommes nombreux à être choqués par cette réponse. Mes questions, monsieur le ministre, concernent la position défendue par la Belgique. Parce qu'entre vos propos qui sont plutôt clairs, et ceux de votre premier ministre, on n'y voit plus trop clair.
Ensuite, puisque l'Union Européenne continue à être complice, et continue de tergiverser, quelles mesures la Belgique est-elle enfin prête à prendre? Interdira-t-on enfin le commerce avec les colonies? Mettra-t-on fin à notre accord de coopération militaire avec Israël? Ou continuera-t-on à se placer dans la roue de l'Union Européenne, position absolument scandaleuse au regard du génocide qui se passe en ce moment?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de humanitaire situatie is catastrofaal. Voedsel, medicijnen, water en basisvoorzieningen worden al maandenlang geblokkeerd. Het zorgsysteem in Gaza is volledig ingestort. Niets doen is geen optie. Het sprekendste beeld dat ik de voorbije week heb gezien, is van de UNICEF-vertegenwoordiger. Die zei dat men zich de hele dag, ook de kinderen, bezighoudt met het achtervolgen van watertrucks om toch maar een druppel water te kunnen bemachtigen. "Gaza is not fit for human survival," was de conclusie. Toch vernamen we gisteren dat de Europese Unie voorlopig de kat uit de boom kijkt. Dat is redelijk schokkend.
Nochtans is artikel 2 van het Associatieakkoord geschonden. Voor mijn partij is het al langer duidelijk dat hier conclusies aan moeten worden verbonden. Er werden tien opties voorgesteld door mevrouw Kallas, maar geen daarvan lijkt gisteren te zijn overwogen. Ik vraag me af waarop de Europese Unie nog langer wacht.
De Europese vertegenwoordiger slaagde er wel in om een akkoord te sluiten met Israël over extra humanitaire hulp. Meteen daarna hoorden we echter dat mevrouw Lahbib verklaarde dat dat akkoord niet wordt nageleefd en dat ze niet weet hoeveel vrachtwagens Gaza exact binnenrijden, wat opnieuw aantoont hoe moeilijk het is om het akkoord te monitoren. De EU wil dat Israël het akkoord beter naleeft, maar de vraag blijft uiteraard hoe dat moet gebeuren.
We hebben wel de juiste kant van de geschiedenis gekozen wat betreft de implementatie van de adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof, maar een formeel antwoord van de Commissie blijft uit. Nochtans hebben op initiatief van België tien lidstaten zich daarbij aangesloten. Frankrijk heeft het initiatief herhaald om eind juli een conferentie in New York te organiseren over de erkenning van Palestina.
Welke positie heeft u gisteren namens ons land verdedigd op de Europese Raad Buitenlandse Zaken?
Hoe evalueert u het akkoord dat de hoge vertegenwoordiger Kallas met Israël sloot?
Wat zijn de concrete resultaten van de brief over de implementatie van de genoemde adviesopinie?
Zal ons land deelnemen aan de VN-conferentie over een tweestatenoplossing?
Sam Van Rooy:
Op het moment dat in Syrië een zoveelste islamitische massaslachting plaatsvindt, dit keer op de Druzen, wordt hier weer maar eens een debat gehouden om Israël te bekritiseren. Men bepleit geen sancties tegen de Syrische jihadist Mohammed al-Jolani, maar wel tegen Netanyahu, die nota bene de Druzische minderheid probeert te beschermen tegen de islamitische jihad. Alle bekende Hamas- en Al Jazeera-leugens passeren hier weer de revue.
De casus belli – de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 – is hier allang vergeten. Mocht het IDF toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust niet hebben gestopt, dan was het enige Joodse staatje inmiddels vernietigd, maar dat zouden bepaalde parlementsleden hier ook niet erg vinden.
Terwijl Israël hier weer maar eens wordt bekritiseerd, deelt het via de Gaza Humanitarian Foundation anderhalf miljoen maaltijden per dag uit aan de Gazanen. Dat is aartsmoeilijk en levensgevaarlijk, want Hamas doet er alles aan om voedsel te stelen, het tegen woekerprijzen te verkopen of om er jihadisten mee te betalen. Alle ellende en elke dode komt door de jihadisten van Hamas, die de gijzelaars niet willen vrijlaten, zich niet willen overgeven en systematisch mensen als schild gebruiken. Doordat het IDF al meer dan 21 maanden voorzichtig en humaan oorlog voert, lieten al meer dan 900 Israëlische soldaten het leven. Laten we daar ook eens bij stilstaan.
Tot slot, men zal in dit Parlement de weerbarstige realiteit van het Midden-Oosten echt niet veranderen. Alleen als alle jihadistische actoren – Hamas, Hezbollah, Qatar, Iran enzovoort – hun islamitisch antisemitisme laten varen, Israël erkennen en de wapens neerleggen, zal er vrede zijn. Legt daarentegen Israël de wapens neer, dan wordt het van de kaart geveegd. Maar dat is helaas wellicht de wens van vele parlementsleden hier.
De voorzitster : Zijn er nog andere parlementsleden die zich willen aansluiten? Nee, ik zie niemand die daarvoor de hand uitsteekt.
Maxime Prévot:
Chers collègues, je vous remercie pour vos nombreuses questions sur un sujet éminemment sensible qui nécessite que l'on s'y attarde avec conscience et sérieux.
La situation à Gaza, et en Palestine de manière générale, est une honte absolue. J'ai pu le dire déjà il y a plusieurs mois, je le réitère, et chaque jour qui passe accentue encore l'horreur vécue au sein de ce qui est désormais – et de plus en plus – un cimetière à ciel ouvert. Le cessez-le-feu que nous appelons de nos vœux depuis des mois n'est toujours pas une réalité.
Hongersnood wordt bewust ingezet als oorlogswapen. Elke dagen sterven kinderen van honger of onder de bommen. Bijna 18.000 onschuldige kinderen zijn al omgekomen en het aantal burgerlijke slachtoffers bedraagt inmiddels meer dan 60.000.
Par ma voix, le gouvernement belge n'est pas resté inactif, contrairement à certains ressentis ou procès d'intention. Alors que se clôturait hier la dernière réunion du Conseil européen des Affaires étrangères avant la trêve estivale, je veux saisir l'occasion qui m'est donnée de refaire le point sur le dossier et de rappeler les nombreuses initiatives et positions claires de la diplomatie belge ces derniers mois, sans évacuer les écueils que les uns ou les autres ont mis en lumière.
Natuurlijk heeft Israël het recht om in veiligheid te leven en om zijn gijzelaars zo snel mogelijk en zonder voorwaarden terug te krijgen. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas schandalige terroristische daden. Toch is de Israëlische militaire reactie duidelijk disproportioneel en schendt deze op meerdere vlakken het internationaal humanitaire recht. We hebben dat zonder omhaal geuit.
Concrètement, la Belgique a vigoureusement plaidé au niveau européen pour que des sanctions soient prises à l'égard de leaders politiques et militaires, autant du Hamas que d'Israël. Je pense en particulier à des leaders islamistes mais aussi aux deux ministres d'extrême droite Ben-Gvir et Smotrich.
België wil sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar die worden momenteel tegengehouden door Hongarije. We veroordelen de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, evenals elke poging tot gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking.
La Belgique a mobilisé ses services pour un soutien humanitaire concret sur le terrain. Une livraison de matériel médical est en partance vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération est menée par B-FAST.
La Belgique a aussi préparé l'hypothèse d'un largage de vivres par avion. Nous avons sollicité pour ce faire, sans retour à ce stade, les autorités israéliennes car nous devons pouvoir emprunter leur espace aérien. La concentration de la population ces dernières semaines dans des zones densément peuplées, conséquence directe des mouvements forcés de citoyens, rend cependant l'opération de largage par voie aérienne de plus en plus risquée.
België heeft zoals in het verleden opnieuw zijn bereidheid bevestigd om gewonde of zieke kinderen op te vangen en zet zich actief in om dat mogelijk te maken.
La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge (CICR). Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et octroyons des financements à vocation humanitaire.
België blijft aandringen op een onmiddellijke, ruime, veilige en ononderbroken humanitaire toegang over land tot Gaza, op de oprichting van een medische corridor richting Oost-Jeruzalem en op de vrijlating van Palestijnse kinderen en medisch personeel die arbitrair worden vastgehouden.
La Belgique a pu dénoncer, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer, juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.
La Gaza Humanitarian Foundation doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.
België heeft zijn financiële steun behouden aan UNRWA, het VN-agentschap en een sleutelorganisatie in de hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, gerustgesteld door het officiële rapport waarin wordt bevestigd dat er geen structurele band met Hamas bestaat.
La Belgique et l'Europe ont enjoint Israël de cesser d'occuper illégalement la Cisjordanie et Gaza et de permettre que le pouvoir à Gaza revienne à un leadership palestinien qui ne soit évidemment pas le Hamas, lequel doit être impérativement désarmé.
Par ailleurs, nous plaidons au niveau européen et bilatéral pour que les fonds bloqués par Israël qui reviennent à l'Autorité palestinienne soient libérés sans délai.
L'expansion illégale des colonies doit aussi cesser. Les autorités israéliennes doivent autoriser les agences onusiennes, les commissions d'enquête internationales et la presse à faire leur travail en territoire occupé sans entrave
La Belgique a déjà annoncé voici plusieurs mois qu'elle partagerait, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) par Israël, la lecture juridique de son administration sur la question, sachant qu'au-delà de l'opinion personnelle que j'ai pu exprimer sur cette situation et qui se renforce chaque jour, il revient bien à la justice internationale, et à elle seule, de se prononcer.
Ik heb het initiatief genomen voor een gezamenlijke brief, gesteund door een tiental landen, gericht aan de Europese Commissie om de verenigbaarheid van het Europees recht, met name inzake de handel in producten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen, met het internationaal recht te analyseren. Deze actie vloeit voort uit het advies dat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 heeft uitgebracht. Ik heb gisteren ook opnieuw benadrukt hoe belangrijk het is om hier snel gevolg aan te geven.
Concernant l'octroi de licences pour les exportations d'armes vers Israël et le territoire palestinien occupé, la Belgique applique, depuis 2009, l'un des embargos les plus stricts d'Europe. À mon initiative, des consultations ont été menées en juin avec les Régions, afin de garantir le respect du droit international, et notamment du Traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.
België heeft samen met 16 andere lidstaten de Europese Commissie verzocht om het respect door Israël van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te evalueren, dat betrekking heeft op mensenrechten en democratische beginselen. Het gepubliceerde verslag maakt duidelijk melding van talrijke schendingen. De verschillende concrete toezeggingen die Israël heeft aangekondigd, na de besprekingen met de Europese Unie, zijn op 15 juli voorgesteld door de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas. De HRDP heeft ons de mondelinge en dus niet schriftelijke engagementen meegedeeld die Israël heeft geformuleerd om de levering van humanitaire hulp aan Gaza te verbeteren.
Si nous pouvons quand même saluer ce résultat, puisque c'est la première fois depuis le début du conflit qu'Israël, sous la pression de l'Union européenne, annonce des gestes de concession à vocation humanitaire, il n'en demeure pas moins que ces engagements, de l'aveu même de la Commission européenne, ne se matérialisent pas pour le moment sur le terrain de manière complète.
België heeft gisteren dan ook duidelijk gesteld dat deze engagementen, gezien de ernst van de humanitaire situatie, moeten worden gemonitord door externe waarnemers en dat Israël ze absoluut moet naleven. Zo niet, en zeker als de situatie verder zou verslechteren, moeten er sancties volgen. Geen enkele optie mag op dit moment worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering stopt met het voeren van een beleid dat al geruime tijd niet meer onder het kader van legitieme zelfverdediging valt.
Au-delà de la question humanitaire, les autres violations du droit international requièrent que ce train de possibles sanctions fasse l'objet de propositions formelles, concrètes, de décisions avec analyse d'impact par la Commission. Même si chacun constate la difficulté qui subsiste au sein du Conseil européen des Affaires étrangères et qui n'a d'égal, pour être transparent, que la difficulté qui existe aussi au sein de la Commission européenne pour faire des propositions de décisions, puisque là aussi il faut le consensus, nous avons tenu à rappeler ces enjeux majeurs de l'absolue urgence humanitaire et de la pression à maintenir sur les sanctions à envisager.
Chers collègues, je n'ai jamais eu pour habitude de mentir. Je ne vais donc pas commencer aujourd'hui. Je vais répondre de manière claire à vos questions. Non, je n'ai pas eu mandat de la part du gouvernement pour pouvoir plaider pour la suspension totale ou partielle de l'accord d'association. Et ce n'est pas faute de l'avoir sollicité!
J’ai clairement estimé que le moment était venu de faire cette proposition. Le kern s’en est saisi et doit pouvoir, lui aussi, décider de manière consensuelle. Il est donc parfois délicat de donner des leçons à l’Europe lorsque, au sein de son propre gouvernement, cette approche consensuelle ne parvient pas à être atteinte.
Je ne peux donc que plaider pour que les parlementaires parmi vous, qui, aujourd'hui, m'ont questionné en demandant que nous haussions le ton et que nous prenions des sanctions ou que des initiatives du côté belge soient prises à défaut de pouvoir les prendre au niveau européen et qui sont issus des formations qui ont peut-être plus de réserves que d'autres, pour le dire pudiquement, puissent agir intensément au sein de leur propre structure pour mettre leurs demandes en cohérence avec la situation. Cependant, je me refuse à accepter que l'on plaide ici quelque chose que l'on empêche là-bas.
Dire que l'Union européenne ne fait rien est objectivement faux. Dire qu'elle n'en fait pas assez ou plus exactement qu'elle n'a pas la possibilité d'en faire plus est vrai.
Et j'ai beaucoup de compassion pour Mme Kaja Kallas et le rôle ingrat qui est le sien lorsqu'elle doit résumer, au terme de nos réunions du Conseil européen des Affaires étrangères, ce qui semble faire l'objet d'un consensus, aussi ténu puisse-t-il être.
Mais, si l'Europe aujourd'hui n'est pas capable de parler d'une voix plus forte, ce n'est pas, monsieur Boukili, parce qu'elle a fait le choix de la complicité. C'est parce qu'hélas, elle a fait le choix de la division en ayant en son sein une série d'États qui ne sont pas prêts à prendre des sanctions à l'égard d'Israël. Cela ne fait que poser, de manière plus accrue encore, une nouvelle fois le débat sur les modalités de vote et de prise de décision au sein des instances européennes.
Het gaat uiteraard niet om het bestraffen van het Israëlische volk. Dat is ook duidelijk. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de Israëlische regering haar internationale verplichtingen nakomt, onder meer op het gebied van de mensenrechten. Vele Israëli's herkennen zich niet in het beleid dat door hun eigen regering wordt gevoerd.
Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. C'est la raison pour laquelle l'Iran ne doit pas pouvoir disposer de l'arme nucléaire. La communauté internationale y veille et a raison. Il nous faut aussi, avec la même détermination, éviter les amalgames et lutter contre tout antisémitisme. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent aussi la sécurité. Tout le monde la mérite.
België wil ook de druk op Hamas aanhouden. We eisen op permanente en uitgesproken wijze de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en zijn uitsluiting van het bestuur van Gaza.
Voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Le résultat est cependant insuffisant, puisque la situation reste insupportable. C'est pourquoi nous devons continuer. Il n'y a pas de vacances pour Gaza!
Samen met mijn diensten zal ik onvermoeibaar blijven werken aan het smeden van een consensus tussen de lidstaten. We weten dat wanneer de staten overeenstemming bereiken de Europese Unie werkelijk het verschil kan maken. De kracht van de Europese Unie ligt in de eensgezindheid van haar leden. We hopen dat de Europese Commissie snel concrete en realistische voorstellen kan indienen voor besluitvorming.
La Belgique veillera à ce que l'avis rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024 soit pris en compte au niveau européen. En parallèle et selon les conclusions de la Commission, il est probable que nous ne pourrons pas faire l'économie à terme d'un débat national sur l'interdiction éventuelle d'importer en Belgique les produits des colonies. Pour autant, il faudra bien s'assurer que ce ne soient pas les Palestiniens y vivant et y travaillant qui soient affectés.
Ik zal het overleg met de regio’s en met mijn collega’s voortzetten om ervoor te zorgen dat België het internationaal recht naleeft en in het bijzonder het Verdrag inzake de Wapenhandel, ook wat de transit betreft.
Enfin, la Belgique suit avec attention la question d'une solution à deux États, et donc la reconnaissance de l'État de Palestine. Vous me posiez la question, madame la présidente. La Belgique sera bien partie prenante à la réunion fixée fin juillet, mais la date étant ce qu'elle est, ce n'est pas moi qui y serai, m'accordant à cette période quelques moments de vacances en famille. Mais, bien entendu, la Belgique y portera sa voix.
Ce dossier revenant à l'agenda, le temps de faire des choix de positionnement approche lui aussi à grands pas. Nous devrons, dans les semaines qui viennent, prendre une position claire lors du rendez-vous initié par la France et l'Arabie Saoudite à New York, fin juillet, ou à défaut, puisqu'il semble que ce ne soit pas à ce moment-là que des décisions liées aux reconnaissances soient attendues, lors de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre.
België wil een coherente lijn aanhouden op het vlak van internationaal recht, maar daarvoor moeten we onszelf de nodige middelen geven. België en de Europese landen moeten bereid zijn om Israël tegen te werken, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. België is vastbesloten om met volle bewustzijn te handelen tegenover de gruweldaden die op het terrein worden begaan door alle partijen, of dat nu in Gaza is, in Palestina in het algemeen, of elders in de wereld waar de menselijkheid wordt opgeofferd.
Je terminerai, en espérant avoir été complet, pour dénoncer les sanctions que certains pays ont souhaité exprimer à l'égard de la rapporteuse de l'ONU, Mme Albanese. Je l'ai fait savoir publiquement à travers un tweet circonstancié le jour où ce fut annoncé. Quelles que soient les considérations ou opinions que l'on peut avoir quant au contenu d'un rapport, aller sanctionner son auteur, représentant une agence de l'ONU, au motif que les conclusions ne plaisent pas, n'est pas une approche respectueuse des droits et libertés.
Monsieur Lacroix, s'agissant du courrier adressé par le collectif Droit pour Gaza, qui a estimé devoir intenter une action en justice contre certains membres du gouvernement, y compris moi-même, je veillerai alors, puisqu'il a choisi ce type d'arme, à répondre aussi avec les voies juridiques et les avocats. à part encombrer les tribunaux et ne rien régler de la situation sur le terrain au bénéfice des Gazaouis, cela ne sera pas d'une grande utilité. Cela sera une bonne déperdition d'énergie. Je le regrette, puisque ce collectif n'a pas nécessairement besoin de ce genre de démarches pour nous convaincre collectivement, ni moi, ni d'ailleurs l'ensemble du gouvernement, de l'urgence humanitaire vécue dans le territoire palestinien.
Je vous remercie, madame la présidente.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, u zegt terecht dat het er niet om gaat Israël of Israëli's te straffen, het gaat erom dat we samen op zoek gaan naar een betere humanitaire situatie en uiteindelijk naar vrede.
De situatie is zeer complex. Het is dan ook goed dat er stappen zijn gezet conform het associatieverdrag, met name dat men eerst met Israël spreekt, afspraken maakt, die afspraken evalueert, om wanneer ze niet worden nageleefd verder te gaan. Daarover zijn we het dus helemaal eens. De mensen op het terrein, de mensen in Gaza, worden niet geholpen met symbolen, ze worden alleen geholpen met concrete acties.
U verwees naar uw gesprekken met de regio’s. Minister-president Diependaele heeft in het Vlaams Parlement zeer duidelijk gesteld dat het wapenembargo, het tegenhouden van de exportlicenties van wapens, iets is waar de Vlaamse overheid zeker achter staat. U hebt ook terecht aangehaald dat de heer Francken heeft onderzocht of vliegtuigdroppings voor humanitaire hulp mogelijk zijn. We hebben als regering, als regeringspartijen, als arizonapartijen samen echt naar oplossingen gezocht, maar we zijn er nog niet. Ook daarover zijn we het volledig eens.
We moeten blijven pleiten voor een staakt-het-vuren, voor de vrijlating van de gijzelaars en vooral voor het opschalen van de humanitaire hulp. We moeten alle mogelijkheden benutten om duidelijk aan te geven aan de autoriteiten dat die humanitaire situatie echt niet langer geduld kan worden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U was goed begonnen. U noemde Gaza een openluchtgevangenis. U sprak over de 60.000 onschuldige burgerslachtoffers. U sprak over hongersnood als wapen. Alleen is het jammer dat uw woorden niet in verhouding tot uw daden staan.
Ik apprecieer uw eerlijkheid. U hebt hier letterlijk gezegd dat u geen mandaat van de Belgische regering had om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag. Dan kunnen wij hier allemaal wel met het morele vingertje wijzen naar Hongarije of Slovakije, maar als ons land, als de Belgische regering niet in staat is om te pleiten voor de opschorting van een associatieverdrag, waarvan overduidelijk artikel 2 wordt geschonden, waarbij ook mensenrechten worden geschonden, dan hebben wij geen recht van spreken. Vroeger nam België een voortrekkersrol op zich op het Europese toneel. Die voortrekkersrol is volledig verdwenen.
Mijnheer de minister, blijf pleiten voor actie. Blijf pleiten voor sancties tegen Israël, dat disproportioneel geweld hanteert. Probeer in elk geval binnen de regering gedaan te krijgen dat België opnieuw gaat pleiten voor de opschorting van dat associatieverdrag.
Van mijn fractie hebt u die steun. Onthoud dat goed. U hebt in dit Parlement veel meer steun dan rond de onderhandelingstafel of de regeringstafel. Blijf dus naar het Parlement kijken.
Ik hoop dat België opnieuw een voortrekkersrol kan spelen en in dit conflict moedig kan worden, want geen enkele Gazaan, geen enkele Palestijn, wordt beter van de manier waarop Europa en België hier schuldig verzuim plegen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden.
Wij zitten op dezelfde lijn. De kunst bestaat er nu in om binnen onze eigen regering op dezelfde lijn te komen. Voor Vooruit is het glashelder: dit is geen oorlog, dit is een genocide. Ik onderschrijf al wat u hebt gezegd. Uw frustratie is de onze en zoals de collega al zei, u hebt veel meer medestanders dan u denkt wat betreft harde maatregelen tegen Israël, niet alleen in dit Parlement, maar ook op straat.
Er is echt een verschil tussen wat de mensen nu willen en wat de politiek doet. Als dat zo is, dan zijn we niet goed bezig, want wij vertegenwoordigen de mensen. Als men de bevolking vraagt of dit zo verder kan, of het zo verder kan met deze gruwel, met deze oorlogsmisdaden, dan antwoordt praktisch niemand dat dat kan.
We moeten blijven proberen om het associatieverdrag te schorsen, maar zelfs een klein land als België kan nog sneller iets proberen te doen. Ierland is immers ook niet zo groot. We moeten de handel met die illegale nederzettingen stopzetten. U hebt gezegd dat dit kan, dat we Europa daar niet voor nodig hebben. Ik hoop dat u wat dat betreft doorzet, zodat toch minstens dat zo snel mogelijk kan worden geregeld.
Er zijn geen woorden meer om de gruwel te omschrijven en ik zal dat dan ook niet doen. Gaza heeft geen nood aan symbolen, maar wel aan concrete maatregelen tegen Israël. Dat is het enige wat zal helpen om die gruwel te stoppen. Mijnheer de minister, u hebt veel meer steun dan u denkt.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de belangrijkste en meteen ook de pijnlijkste passage was toen u heel eerlijk aangaf geen mandaat te hebben om te stemmen voor het opschorten van het associatieakkoord, niet bij unanimiteit, maar ook niet bij gekwalificeerde meerderheid.
Collega's, hier mag nog zoveel worden gezegd hoe erg we het allemaal vinden, België stond aan de kant van de landen die het associatieakkoord niet wilden opschorten, zelfs niet lichtjes met die gekwalificeerde meerderheid. Voor de Belgische regering is dat een brug te ver. Collega's, dat is de stand van zaken, dat is waar België vandaag staat.
Hier mag nog heel vaak gezegd worden hoe er het wel is, maar wanneer zal er een parlementaire meerderheid opstaan om dit ook effectief uit te voeren?
Het is nu echt wel genoeg geweest. Er is een parlementaire meerderheid om sancties op te leggen aan Israël. Er is een parlementaire meerderheid om een rode lijn te trekken tegenover Israël. Er is ook een meerderheid in de straten van België, bij de bevolking, om actie te ondernemen. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. De straten kleurden rood in Brussel. Honderdduizend Belgen kwamen protesteren, aanklagen en vroegen om een rode lijn te trekken. Deze Belgische regering legt dat echter naast zich neer. Dat is onwaarschijnlijk.
Ook het Parlement heeft dat, gezien de resolutie van de meerderheid, gewoon naast zich neergelegd. Die resolutie was niet krachtig genoeg om effectief tegen te stemmen. Dat staat er niet in.
Collega's, ik roep alle parlementsleden op om eens goed naar zichzelf te kijken. Onthoud ook dat u over vijf of tien jaar niet zult kunnen zeggen dat u het niet wist. Over vijf of tien jaar zult u terugdenken aan deze dagen en zich afvragen of u toen actie hebt ondernomen of niet, of u zich in een meerderheidslogica hebt ingeschakeld of niet.
De meerderheidslogica hier in het Parlement zou horen te zijn dat wij dat niet dulden, dat wij een rode lijn trekken, dat België actie onderneemt en op zijn minst op Europees niveau het opleggen van sancties tegen Israël steunt. Zelfs dat is voor deze Belgische regering echter al te veel gevraagd.
Collega’s, ik hoop op enige parlementaire moed van de parlementsleden hier in de zaal om die stap verder te zetten, om te doen wat u zegt en echt actie te ondernemen. Het is hoog tijd. Elke dag opnieuw sterven ginds honderden mensen, elke dag.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous apprécie beaucoup. Aujourd'hui, mon admiration pour vous s'est encore renforcée. Vous ne faites pas partie des cyniques. Le cynisme selon Oscar Wilde, c'est connaître le prix de tout et la valeur de rien. Des membres de ce gouvernement sont de vrais cyniques. Je suis certain qu'il ont porté le cynisme tellement loin qu'ils ont dû vous proposer des deals au sujet de la Palestine, sur le sujet de ce génocide.
À travers vos mots, j'ai ressenti qu'un ministre du gouvernement belge considère que l'honneur de la Belgique a été souillé pour ceux qui refusent de voir ce que tout le monde nous révèle, ce que le passé nous enseigne.
Ehud Olmert, ancien premier ministre israélien qu'on ne peut quand même pas qualifier d'antisémite, dit que la solution pour Gaza proposée aujourd'hui de mettre 600 000 Palestiniens dans un camp, c'est la solution d'un camp de concentration. Bientôt nous n'aurons plus assez de larmes pour pleurer. Mais je suis comme vous. Vous avez fait un appel au Parlement. Il faut que ce Parlement bouge au-delà du clivage majorité/minorité. Il faut qu'on soit là pour défendre non seulement le nom de la Belgique, mais les vies, les quelques vies qu'il reste encore à sauver à Gaza.
L'Europe a décidé de se revoir après la pause estivale en estimant qu'il sera encore temps de prévoir des sanctions. Nous devons nous réunir tous ensemble pour demander clairement la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Et que ceux qui disent qu'ils font ici mais qui font autrement au gouvernement se révèlent au grand jour parce que leur petit jeu est horrible, minable et n'est pas à la hauteur des enjeux. Vous pourrez compter sur le Parti Socialiste et sur tous les parlementaires qui veulent un État palestinien, la paix, un cessez le feu et sauver les vies des enfants, des femmes, des vieillards et de tous ceux et de toutes celles qui sont en train de crever, abandonnés par tous les cyniques de ce monde.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre honnêteté.
Je ne sais pas comment répliquer à votre réponse. J’avais accusé l’Union européenne de complicité – à juste titre – car il ne s’agit pas simplement d’une division, mais bien d’une prise de position politique de complicité. Cependant, je ne m'attendais pas à ce que cette complicité soit dans le chef de notre gouvernement.
Le gouvernement belge de l'Arizona, qui proclame haut et fort son attachement à nos valeurs, au droit international et aux droits humains, se rend aujourd’hui complice d’un génocide en refusant de suspendre l’accord d’association entre l’Union européenne et l'État génocidaire.
Les membres parlementaires de ce gouvernement viennent ici verser des larmes de crocodile sur la situation humanitaire, dire que c’est inacceptable et que cela ne peut plus durer, mais après, par lâcheté, ils se cachent derrière ces considérations humanitaires tout en votant contre l’adoption de sanctions contre l'État génocidaire.
Parler uniquement de la question humanitaire, c’est comme poser un sparadrap sur une hémorragie. Cela ne résout rien si l’on ne s’attaque pas à la cause. Et cette cause, c’est la politique génocidaire menée par l’État d’Israël. Cette hypocrisie est inacceptable.
Quelle crédibilité ce gouvernement peut-il encore avoir lorsqu’il prétend défendre le droit international et les droits humains ailleurs dans le monde? Quelle crédibilité avez-vous pour faire la leçon à d’autres États, alors que vous n’êtes même pas capables de respecter vos propres règles? Vous les violez, parce que business as usual. Parce que vous avez des intérêts politiques, stratégiques et économiques avec un État génocidaire, vous fermez les yeux sur vos principes et sur vos valeurs prétendues. C’est hypocrite, lâche et inacceptable!
À tous les partis de la majorité qui sont venus ici verser des larmes sur la situation humanitaire, j'ai envie de dire: Allez vous cacher! Comment pourrez-vous, dans trois ans, cinq ans ou dix ans, vous regarder dans un miroir et vous dire que vous avez rempli votre rôle, celui de défendre les droits humains? Allez vous cacher! C’est inacceptable! C’est une honte pour ce gouvernement!
Benoît Lutgen:
Merci, monsieur le ministre. Je ne sais pas si je dois vous plaindre, mais au travers de vos propos, des éléments aussi flagrants de la part de certains membres de ce gouvernement, de ne pas être du côté du respect du droit international et du droit humanitaire – parce que c'est cela dont on parle – sont absolument insupportables.
Je ne sais pas ce qu'il faut ou ce qu'il faudrait pour que des membres de ce gouvernement – c'est bien cela que vous nous avez dit – acceptent tout simplement de faire respecter le droit humanitaire et international. C'est cela dont on parle. Que faudrait-il dans le monde, ailleurs, pour qu'on puisse enclencher, à un moment donné, un rapport de forces? C'est cela, aussi. C'est un rapport de forces. Je pense qu'Israël ne comprend que le rapport de forces.
Oui, le rapport de forces passe par des sanctions à l'égard de l'État d'Israël; et bien sûr aussi des sanctions à l'égard du Hamas. Nous sommes mille fois d'accord. L'un va avec l'autre. Bref, des sanctions à l'égard de celles et ceux qui ne respectent pas le droit humanitaire, le droit international, les droits de l'homme tout simplement. Que faudrait-il pour que certains se retrouvent tout simplement de ce côté-là?
Cela m'interpelle au plus profond de moi-même. Je ne peux pas vous dire les choses autrement. C'est pour cela que j'ai plutôt envie de vous féliciter pour votre action et votre courage – il n'y a pas de doute là-dessus.
Je ne vais pas vous plaindre par rapport à ce qui se passe dans le monde. Vous prenez vos responsabilités. Mais je vous plains de devoir convaincre des collègues d'un gouvernement de telles évidences. Cela fait plus que m'interpeller. Cela me sidère. Je ne peux pas dire les choses autrement. Cela me sidère.
On peut toujours dire qu’il y a la Hongrie. Il y en a d'autres. Il n’y a pas que la Hongrie. Mais nous sommes au cœur du cœur de notre État, dans lequel nous avons des responsabilités, et nous avons pris des responsabilités.
D'aucuns devront s'exprimer. L'ensemble des formations politiques de la majorité devront s'exprimer. On ne peut plus dire qu'on veut un cessez-le-feu. Tout le monde veut un cessez-le-feu, à part les parties engagées. On peut dire aussi que la pluie, ça mouille. Franchement, c'est à peu près cela.
Il faut un peu plus que cela. Oui, il faut un rapport de forces. D'ailleurs, vous l'avez très bien évoqué. Les premiers pas sont en train d'être franchis. En tout cas, cela bouge un tout petit peu du côté d'Israël. C'est la première fois qu'on voit que cela bouge. Pourquoi? Parce qu'on sent le rapport de forces. Ni plus ni moins. Croyons-nous une seule seconde qu'un État qui se comporte de cette façon, en utilisant la force de façon absolument honteuse, sans respecter le droit humanitaire, sans respecter les personnes, a une autre approche que celle du rapport de forces?
La voix de l'Europe en la matière est loin d'être unie. Cela me désole voire peu plus parce qu'on ne parle pas ici de n'importe quoi. Ce sont des choses qui sont d'une gravité absolue, dont cette désunion ou ces évidences qui n'existent pas au sein des formations politiques de la majorité. Je ne doute pas de votre force de conviction ni de votre invitation à ce que le Parlement prenne ses responsabilités, pour qu'on puisse actionner rapidement certains leviers. Effectivement, il y a déjà des initiatives qui ont été prises en la matière, des résolutions et d'autres éléments. Nous devons maintenant les activer rapidement pour que nous puissions faire en sorte d'être du côté de la dignité. C'est ni plus ni moins que cela: être du côté du droit international et du droit humanitaire, et que le Parlement prenne ses responsabilités.
Le cynisme n'est pas que d'un côté et les calculs politiques, on les a vus à de très nombreuses reprises, d'un côté ou de l'autre, dans l'importation du conflit sur le territoire, ce que nous n'avons jamais fait chez les Engagés, et vous certainement pas non plus. Il faut qu'on puisse éviter cela aussi dans nos débats, qu'on soit tout simplement du côté de l'objectivation maximale de ce qui se produit. Oui, cela passera largement par des sanctions, et on ne pourra le faire qu'en convainquant toute une série d'autres États membres, et je vous remercie pour ça aussi. Vous allez me dire que ce sont quand même ces mêmes États membres qui sont en train d'avancer, et qui connaissent sans doute les mêmes difficultés que celles que vous connaissez au kern.
Merci en tout cas de votre honnêteté, aucun doute là-dessus, de votre courage et de votre volonté de pouvoir faire bouger les lignes avec un mandat qui était pour le moins limité. Vous aviez une possibilité, mais on ne peut pas se permettre d'avoir un ministre des Affaires étrangères eunuque, mais je n'ai pas de doute que vous ne l'êtes pas et que vous ne le serez jamais, pour porter la voix de la Belgique avec la force nécessaire. En tout cas, on pourra vous recharger en énergie grâce au Parlement. Prenons nos responsabilités au sein du Parlement, au sein de cette Assemblée!
Charlotte Deborsu:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, et pour l'honnêteté et la transparence qui vous caractérisent. Il n'y a pas de mots, vraiment, pour décrire la situation que nous vivons ici, et celle que vit Gaza.
Mais je crois qu'on ne peut plus se permettre l'attentisme diplomatique. Soyons lucides, soyons honnêtes avec nous-mêmes: ce n'est pas la Belgique ni même l'Europe qui résoudront ce conflit. Nous n'en avons pas les leviers. Mais cela ne nous empêche pas de prendre nos responsabilités. Et nous en avons une.
Il faut faire avancer ce qui peut l'être (…)
Nabil Boukili:
(…)
Charlotte Deborsu:
Il faut faire avancer ce qui doit l'être en priorité. Aujourd'hui, c'est l'accès humanitaire, la protection des civils et surtout le respect du droit international. Il est plus que temps de mettre une pression claire, lisible, tangible sur les autorités israéliennes.
Si certaines mesures nécessitent l'unanimité européenne, rien n'empêche la Belgique de se positionner dès maintenant et surtout de chercher à entraîner d'autres États dans une réponse commune. Même si cela commence par un positionnement clair de son propre gouvernement. Car la réponse la plus forte sera forcément collective. Mais pour qu'elle le soit, il faut passer la deuxième, la troisième, la sixième et mettre véritablement la pression. L'intensifier comme jamais. Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai entendu vos messages, y compris les plus subliminaux.
Rajae Maouane:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses et pour cet exercice de transparence. Mais à vrai dire, ce que vous avez livré ici s'apparente presque à un aveu d'impuissance.
Et je dois vous dire que je suis partagée entre empathie et colère. De l'empathie parce que vos propos ne laissent aucun doute sur votre lecture de la situation à Gaza. Mais une colère crasse à l'égard des membres de la majorité. Car c'est une honte absolue que la Belgique, aujourd'hui, soit incapable de prendre une position claire, juste, une position simplement conforme au droit international.
Je vois bien que certains collègues de la majorité sont sidérés, qu'ils se posent des questions. Mais que font-ils concrètement pour faire pression en interne? J'entends le malaise du MR, et je suis désolée pour Madame Deborsu, qui doit ici défendre les positions de son parti. J'entends aussi, à peine, le malaise de la N-VA. Et les autres membres de la majorité gouvernementale, que faites-vous pour que la Belgique ne soit pas alignée sur des pays comme la Hongrie ou la Pologne? Est-ce cela, le modèle de l'Arizona?
Aujourd'hui, est-on incapable de prendre une décision basique, à savoir celle du respect du droit international? Mais que faites-vous dans cette majorité si cette question est si importante pour vous? Que faites-vous? Pour moi, c'est une honte absolue de voir la Belgique incapable de prendre une telle position. C'est une honte absolue que ce gouvernement n'arrive pas à se mettre d'accord là-dessus. La Belgique doit sortir de sa passivité, ce gouvernement doit sortir de cette complicité.
Selon un sondage, près de 70 % des Belges demandent que des sanctions soient prises à l'égard d'Israël. Il y avait plus de 120 000 personnes dans les rues et ce gouvernement est incapable de se mettre d'accord! En fait, les Belges en ont marre qu'on salisse l'image de leur pays, qu'on prenne la Belgique en otage pour de sombres calculs politiques. Je n'ai aucune explication logique à cette situation. Franchement, regardez-vous dans une glace et agissez! Agissez, prenez position! Ayez un positionnement clair! Nous ne demandons rien d'incroyable, nous vous demandons simplement de respecter le droit international.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, ook voor uw transparantie en eerlijkheid. Het is duidelijk wat de mensen willen: een staakt-het-vuren, het opheffen van de humanitaire blokkade, het vrijlaten van de gijzelaars. Ik vrees echter dat we het niet eens zijn over de oplossing, ook niet in de regering en op Europees niveau. Ik vind dat we Israël onder druk moeten zetten. Volgens mijn partij hadden we het associatieakkoord moeten opschorten. U bent het daarmee ook eens. Het rapport van de Europese Unie was daarover duidelijk of minstens toch gedeeltelijk. Toch kregen we een antwoord van verdeeldheid, zowel van België als van de Europese Unie. Over de zaken waarover er wel eensgezindheid bestond, zoals de individuele sancties voor de kolonisten, kon de Europese Unie dan weer geen overeenstemming bereiken, omwille van Hongarije. Het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de advisory opinion dat we onze economische relaties met de bezette gebieden moeten stopzetten, spreekt ook voor zich. De Europese Commissie kan dat wel, maar weigert dat te doen. Het feit dat er voor de humanitaire noodtoestanden slechts mondelinge engagementen zijn gekomen, dat volstaat niet. We hebben hier een resolutie met een ruime meerderheid goedgekeurd, maar daaruit is vandaag nog geen enkele concrete actie gerealiseerd. Daarover moeten we ons bezinnen, niet alleen met het Parlement, maar ook met de regering. U hebt nul op het rekest gekregen op de vragen die ook van de Belgische regering zijn gekomen. Dat antwoord moet tenminste aan het kernkabinet worden teruggegeven, zodat we kunnen doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Vandaag kregen we het recht om nationale actie inzake een importban te nemen. Ik heb mijn wetsvoorstel dan ook heel bewust vandaag toegelicht, omdat ik al aanvoelde, ook gisteren, vanwaar de wind zou komen, namelijk dat er niets zou gebeuren. Ik hoop dat wij de parlementaire vrijheid zullen krijgen om op die manier de taal van de macht te spreken, om Israël onder druk te zetten, om toch iets te doen voor de bevolking in Gaza die wordt uitgemoord. De voorzitster : De heer van Rooy is er niet meer. Is er iemand anders die nog wil repliceren? ( Neen )
Multinationals die grof geld verdienen aan de genocide in Gaza
De bezettings- en genocide-economie in de bezette Palestijnse gebieden
De sancties tegen Francesca Albanese
De economische belangen bij en sancties rond de Israëlisch-Palestijnse bezetting en genocide
Gesteld door
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Christophe Lacroix
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België erkent het VN-rapport van Francesca Albanese over Israëls *"economie van genocide"* in bezette Palestijnse gebieden en steunt haar oproep aan bedrijven om activiteiten die internationaal recht schenden te stoppen. Het land hanteert strikt resolutie 2334 (1967-grenzen), waarschuwt Belgische bedrijven voor risico’s in illegale nederzettingen, en handhaaft sinds 2009 een wapenembargo op Israël, met recente aanscherping op transit en dubbelgebruik-goederen. België pleit in de EU voor sancties tegen gewelddadige kolonisten en extremistische ministers (o.a. Ben-Gvir), maar ziet geen directe opschorting van handelsbetrekkingen met Israël; wel dringt het aan op EU-conformiteit met het ICJ-advies (2024) via een brief aan de Commissie, mede-ondertekend door 10 lidstaten. De onafhankelijkheid van VN-rapporteurs zoals Albanese wordt nadrukkelijk verdedigd tegen intimidatie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le 3 juillet 2025, la Rapporteuse spéciale des Nations Unies sur la situation des droits humains dans le Territoire palestinien occupé, Francesca Albanese, a présenté devant le Conseil des droits de l'homme un rapport accablant intitulé "De l'économie d'occupation à l'économie de génocide". Ce rapport documente de manière rigoureuse la manière dont l'occupation israélienne des territoires palestiniens s'est transformée en une économie du génocide, soutenue par un vaste réseau d'acteurs économiques, financiers, technologiques et politiques.
La Rapporteuse y identifie trois formes d'implication des entreprises dans cette dynamique: le déplacement, le remplacement et l'habilitation des Palestinien·ne·s, en lien avec des sociétés multinationales, y compris européennes, actives dans les domaines de l'armement, de la surveillance, de la construction, de l'énergie, de la finance et du tourisme. Elle appelle les États à imposer des sanctions, suspendre les accords commerciaux et les investissements, et à se conformer à l'avis consultatif de 2024 de la Cour internationale de Justice.
Dans ce contexte, je souhaite vous poser les questions suivantes:
Quelle est la position officielle de la Belgique à l'égard des conclusions du rapport de la Rapporteuse spéciale Francesca Albanese, notamment sur la qualification de l'économie israélienne comme moteur d'un génocide en cours?
La Belgique envisage-t-elle de suspendre ses relations commerciales, militaires ou financières avec des entités israéliennes ou internationales identifiées comme complices de violations graves du droit international humanitaire?
Le gouvernement belge soutiendra-t-il, au sein de l'Union européenne, l'imposition de sanctions ciblées et d'un embargo sur les armes à destination d'Israël, conformément aux recommandations du rapport?
Enfin, quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour protéger le mandat de la Rapporteuse spéciale, régulièrement attaquée pour son travail, et pour soutenir les mécanismes internationaux de justice et de responsabilité dans le cadre du conflit israélo-palestinien?
Maxime Prévot:
Monsieur le président, des questions de Mme Maouane et M. Boukili étaient jointes. Ils trouveront également réponse dans le texte.
J'ai pris connaissance du récent rapport de la rapporteuse spéciale des Nations Unies sur la situation des droits humains dans le territoire palestinien occupé, Mme Francesca Albanese. La Belgique est intervenue le 3 juillet, lors de la 59 e session du Conseil des droits de l'homme, pour remercier la rapporteuse spéciale Albanese pour son rapport et pour son travail important.
La Belgique soutient l'appel lancé par la rapporteuse spéciale aux entreprises pour qu'elles s'acquittent de leurs responsabilités en vertu des principes directeurs relatifs aux entreprises et aux droits de l'homme, qu'elles cessent toutes leurs activités commerciales et mettent fin aux relations directement liées au droit international humanitaire et aux droits de l'homme, qui y contribuent et qui les provoquent.
La Belgique respecte et plaide pour le droit international. Nous sommes un des pays qui met en œuvre avec le plus de zèle la résolution 2334 du Conseil de sécurité des Nations Unies et la politique de différenciation entre, d'une part, le territoire d'Israël dans ses frontières reconnues de 1967 et, d'autre part, le territoire palestinien occupé illégalement par Israël. À ce titre, nous veillons notamment à ce que nos entreprises soient informées de l'illégalité de la situation dans le territoire occupé et des risques que cela engendre.
La Cour internationale de Justice a rappelé dans son avis rendu en juillet 2024 l'illégalité de l'occupation israélienne et l'obligation pour les États tiers, dont la Belgique, de faire tout ce qui est en leur pouvoir pour éviter d'y contribuer.
En plus de ce que j'ai déjà évoqué, la Belgique appuie le travail du bureau du Haut-Commissaire aux droits de l'homme des Nations Unies. Dans la dernière mise à jour de la base de données qu'il produit sur les entreprises actives dans les colonies, je me réjouis qu'aucune entreprise belge ne figure.
J'ai néanmoins pris l'initiative d'écrire une lettre à la HR/VP Mme Kallas, qu'une dizaine d'États membres de l'Union européenne environ ont cosignée, afin de demander que la Commission européenne s'assure de la conformité du droit européen avec le droit international, suite à l'avis consultatif rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2014.
J'ai encore insisté mardi sur ce point lors du Conseil des ministres de l'Union européenne.
Vous savez que nous plaidons pour des sanctions au niveau européen contre des colons violents. Je souhaite aller plus loin, y compris en visant les leaders politiques, comme le ministre Ben-Gvir ou le ministre Smotrich, mais nous avons déjà eu l'occasion de faire le débat tout à l'heure.
En matière d'exportation d'armes, la Belgique peut servir d'exemple aux autres États membres de l'Union, puisque nous pratiquons un embargo sur les licences d'exportation depuis l'accord interfédéral de 2009. Et, comme j'ai pu l'indiquer préalablement, j'ai moi-même initié une nouvelle concertation interfédérale sur le sujet le 23 juin dernier, afin de m'assurer que la Belgique respectait bien le droit international et notamment le Traité sur le commerce des armes. J'ai aussi tenu à aborder la question du transit et des biens à double usage.
Quant aux sanctions contre Mme Albanese, je me suis exprimé publiquement le 11 juillet en disant que, peu importe si on est d'accord ou non avec les vues d'une rapporteuse spéciale des Nations Unies, la Belgique défendra toujours l'indépendance des procédures spéciales des Nations Unies et s'opposera à toute tentative d'intimider le détenteur d'un mandat des Nations Unies.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui n'appelle de ma part aucune réplique.
Voorzitter:
Les questions n os °56006701C, 56006703C et 56006704C de Mme Maouane sont transformées en questions écrites à sa demande. Il en va de même des questions n° 56006781C de M. De Maegd, n° 56006845C de Mme Mutyebele Ngoi et n° 56006899C de Mme Van Hoof.
De dreiging van een gedwongen volksverhuizing van Palestijnen naar een kamp in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt Israëls plannen voor gedwongen verplaatsing van Gazanen naar kampen bij Rafah als *onacceptabele schending van internationaal recht*, maar onderneemt slechts beperkte diplomatieke stappen: een EU-brief (met 10 landen) over koloniale producten en deelname aan een toekomstige VN-conferentie over een tweestatenoplossing (juli 2024). Concrete actie—zoals sancties, CPI-aanklacht of erkenning Palestina—ontbreekt, ondanks waarschuwingen over een "concentratiekamp-achtig" plan voor 2 miljoen Palestijnen en systematische ontwrichting van Gaza. Lacroix dringt aan op hardere VN-interventie, maar Prévot blijft vaag over Belgische initiatieven.
Christophe Lacroix:
Monsieur la Ministre,
Selon une enquête publiée par The Guardian, un ministre israélien a récemment confirmé l'existence d'un plan visant à forcer la population de Gaza à se regrouper dans un camp situé sur les ruines de Rafah. Ce projet, s'il était mis en œuvre, constituerait une violation manifeste du droit international humanitaire, notamment en ce qui concerne l'interdiction des transferts forcés de population et le traitement des civils en temps de conflit.
Cette déclaration officielle soulève de graves inquiétudes quant à l'intentionnalité de certaines opérations militaires et à la volonté de rendre Gaza inhabitable. Et renforce notre position sur le génocide en cours à Gaza sous le silence de la communauté internationale. Elle s'inscrit dans un contexte où les infrastructures civiles sont systématiquement détruites, où l'accès humanitaire est militarisé, et où les agences onusiennes, comme l'UNRWA, sont ciblées politiquement et financièrement.
Dans ce cadre, je souhaite vous poser les questions suivantes :
-Quelle est la position officielle de la Belgique face à cette déclaration d'un membre du gouvernement israélien ?
-Quelles démarches diplomatiques la Belgique a-t-elle entreprises ou envisage-t-elle d'entreprendre pour condamner ce projet et prévenir toute tentative de transfert forcé de population ?
-La Belgique est-elle prête à porter cette question devant les instances internationales compétentes, notamment le Conseil de sécurité des Nations unies ou la Cour pénale internationale ?
-Quand allez-vous enfin envisager de briser le blocus humanitaire, appliquer des sanctions sérieuses vers Israël, quand allez-vous enfin interdire les produits des colonies et quand allez-vous enfin reconnaître la Palestine ?
Maxime Prévot:
Monsieur Lacroix, vous savez que je condamne les intentions et les propos qui appellent à des violations graves du droit international comme, bien entendu, le déplacement forcé de populations. Les déclarations récentes des ministres israéliens de la Défense, M. Katz, et de la Sécurité intérieure, M. Ben-Gvir, sont totalement regrettables et même inacceptables. Ils noircissent encore le tableau d'Israël et envoient un signal négatif depuis Israël, qui est accusé par la Cour internationale de justice de violer la Convention sur le génocide et dont un rapport récent de l'Union européenne montre qu'il viole les droits humains de façon grave et répétée.
La situation à Gaza – nous en avons largement parlé tout à l'heure – est insupportable. Je dénonce les camps et refuse de cautionner le système opéré par la Gaza Humanitarian Foundation, auquel la Belgique ne participe pas.
J'ai eu l'occasion de répondre, par ailleurs, au sujet du dialogue engagé entre l'Union européenne et Israël dans le cadre de l'accord d'association et sur quelques annonces encourageantes qu'Israël aurait faites, bien que très timides et largement insuffisantes, concernant l'accès humanitaire à Gaza.
En ce qui concerne l'interdiction d'importer des produits des colonies, j'ai pris l'initiative d'une lettre cosignée par environ 10 autres É tats membres, par laquelle je demande à la Commission européenne de vérifier la conformité du droit européen au droit international, à la suite de l'avis consultatif rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024. J'ai encore insisté sur cette demande mardi lors du Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne.
En ce qui concerne la reconnaissance de l' É tat de Palestine, la Belgique se montre très attentive à l'initiative franco-saoudienne d'une Conférence sur la solution à deux É tats. Après avoir été postposée en raison du conflit opposant Israël et les É tats-Unis à l'Iran, elle est maintenant prévue à New York du 28 au 30 juillet. La Belgique y participera activement.
Christophe Lacroix:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse. J'espère en tout cas que le gouvernement ne fera pas comme sur Gaza de manière générale, en ne vous donnant pas le mandat pour porter ce dossier devant toutes les instances internationales auxquelles vous avez fait allusion. Il en manque sans doute encore une, qui pourrait être le Conseil de sécurité des Nations Unies et/ou la Cour pénale internationale. Pourquoi vous demande-je cela? C'est parce que selon des renseignements qui m'ont été fournis – et pas qu'à moi – par les ONG belges actives dans le secteur, il est question de 600 000 déplacés. À terme, ce serait l'ensemble de la population civile de Gaza, soit plus de 2 millions de personnes – ou du moins les survivants – qui seraient relocalisées dans cette zone par l'armée israélienne. Une fois screenés et entrés, les Palestiniens ne pourraient plus en sortir. Israël profiterait donc d'une trêve en cours de négociation, avec des avancées que vous avez qualifiées d'intéressantes mais pas suffisantes, pour construire cette ville. C'est là l'un des pièges de ces négociations, dans un cessez-le-feu, et d'un accès à une aide humanitaire. L'annonce d'Israël Katz a suscité un tollé dans les médias israéliens, où la future ville humanitaire est comparée, et les mots sont forts, à un camp de concentration. Je m'en réfère aux journalistes Zvi Bar’el, Gideon Levy et – je l'ai cité tout à l'heure – à l'ancien premier ministre israélien Ehud Olmert. Révélé par Reuters le même jour, un plan de zone de transit humanitaire, gérée par la Gaza Humanitarian Foundation, dans laquelle les Palestiniens pourraient résider temporairement, se déradicaliser, se réintégrer et se préparer à se réinstaller s'ils le souhaitent, vient compléter le tableau bien inacceptable et bien systémique des violences que commet Israël à l'égard du droit international et du droit international humanitaire. Voorzitster: Els Van Hoof. Présidente: Els Van Hoof. De voorzitster : De vraag nr. 56006921C van de heer Michel De Maegd is omgezet in een schriftelijke vraag.
De samenwerking van Sciensano met Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Petra De Sutter vraagt om opheldering over Belgische (Sciensano) samenwerking met Israëlische instellingen via Horizon Europe en dringt aan op een federaal kader om dergelijke samenwerkingen te stoppen zolang Israël de bezette gebieden niet verlaat en oorlogsvoering in Gaza voortzet. Minister Vandenbroucke bevestigt dat Sciensano geen directe bilaterale banden heeft maar wel deelt in EU-projecten met Israëlische partners, en dat Sciensano geen nieuwe projecten aangaat en lopende evaluaties uitvoert, maar wijst voor beleidskaders door naar Buitenlandse Zaken (associatieverdrag, sancties). De focus ligt op Europese actie, met name herziening van het associatieverdrag als hefboom om druk op Israël uit te oefenen. De Sutter benadrukt de nood aan concrete EU-stappen, inclusief mogelijke schadeclaims bij stopzetting.
Petra De Sutter:
Mijnheer de minister, de oorlogsdaden van Israël in Gaza worden met de dag erger. Ook de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever breidt uit. Sinds de Oslo-akkoorden zijn er minstens 200 nieuwe illegale nederzettingen en outposts gebouwd. Het aantal kolonisten is verdrievoudigd. De Israëlische minister van Defensie heeft recent nog nieuwe nederzettingen aangekondigd, expliciet bedoeld om de oprichting van een Palestijnse Staat te bemoeilijken.
In Europa zien we een zekere evolutie: er lijkt meer nagedacht te worden over een verandering in het beleid, maar concrete acties blijven vaak uit. Lidstaten leveren nog altijd wapens en producten uit de bezette gebieden circuleren nog vrij op de Europese markt.
De reden van mijn vraag is een artikel van Apache , dat u ongetwijfeld kent, waarin wordt vermeld dat 23 Belgische wetenschappelijke instellingen via Horizon Europe betrokken zijn bij in totaal 46 projecten met Israëlische partners, waaronder Sciensano.
Ik wil graag nagaan of dat klopt. Heeft Sciensano daadwerkelijk een samenwerking met Israëlische instellingen? Zo ja, met hoeveel partners? Kunt u ons de details daarvan bezorgen? Indien die informatie te uitgebreid is, mag u die gerust ook schriftelijk overmaken.
Voor internationale samenwerkingen ontbreekt vaak een duidelijk kader. De resolutie van uw regering met betrekking tot Gaza gaat niet dieper in op de vraag of federale agentschappen of andere instellingen kunnen blijven samenwerken met Israëlische partners die al dan niet betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.
Kunt u, binnen uw bevoegdheden, een dergelijk federaal kader mee uitwerken? Hoe zou dat eruitzien en volgens welke tijdlijn? Indien dat niet mogelijk is, waarom niet?
Het debat gaat vaak over de opschorting van samenwerkingsakkoorden met Israëlische partners zolang de oorlog in Gaza woedt. Hoe zit het echter met de nederzettingenpolitiek? Bent u bereid federale richtlijnen mee uit te vaardigen die samenwerking uitsluiten zolang Israël zich niet uit de bezette gebieden terugtrekt? Het Internationaal Gerechtshof heeft daarover een, weliswaar niet-bindend, advies uitgebracht in juli 2024.
Een volgende punt zijn de sancties die op tafel liggen. Welke sancties kunt u binnen uw bevoegdheden bepleiten om druk uit te oefenen binnen Europa?
Ten slotte weten we hoe we vandaag naar het associatieverdrag moeten kijken. Wat kunnen u en uw regering ondernemen om op dat vlak acties te ondernemen? Kunt u daarbij telkens de focus op uw eigen bevoegdheden houden?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw de Sutter, de situatie die zich in Gaza heeft ontwikkeld, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, is niet alleen dramatisch en uitermate verontrustend, maar ook volstrekt onaanvaardbaar.
Voor het algemene kader en het merendeel van uw vragen verwijs ik naar de minister van Buitenlandse Zaken. Hij neemt op dit moment deel aan de Raad Buitenlandse Zaken, samen met zijn collega’s, en zal daarover een zeer duidelijk standpunt innemen.
Wat daar gebeurt, kan men niet zonder gevolg laten. U hebt ook verwezen naar het onderzoek gevoerde met betrekking tot artikel 2 van het associatieverdrag. De minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, zal het onder meer daarover hebben en over de absolute noodzaak om maatregelen te treffen als de situatie zich niet verbetert. Het komt hem toe daarover te spreken. Hij zal dat onderwerp aansnijden in de belangrijke Raad Buitenlandse Zaken, die nu plaatsvindt. U hebt terecht gesteld dat een algemeen kader nodig is. Uiteraard komen we dan meteen uit bij het associatieverdrag, want de projecten waarover we spreken passen daar ook allemaal in.
Ik kom tot de antwoorden op uw feitelijke vragen daarover. Ik kan u een tabel bezorgen die een overzicht geeft van de onderzoeksverbanden waarbinnen zowel Sciensano als Israëlische onderzoekspartners aanwezig zijn. Sciensano heeft geen directe bilaterale samenwerking met Israëlische instituten, maar neemt wel deel aan een aantal grote Europese onderzoeksprojecten waaraan ook Israëlische organisaties deelnemen, als lid van het consortium. Dat impliceert echter niet dat er op het terrein automatisch een nauwe samenwerking bestaat tussen Sciensano en de betrokken Israëlische organisaties.
Sciensano heeft beslist om voorlopig niet meer in te stappen in nieuwe projecten waarbij ook Israëlische instellingen betrokken zijn. Daarnaast evalueert Sciensano momenteel ook de mogelijkheden en de gevolgen van een eventuele uitstap op eigen initiatief uit de lopende projecten. Daarbij is natuurlijk de bredere vraag wat de Europese Unie met het associatieverdrag doet essentieel. Wat het bredere kader betreft, wil ik mijn collega niet voor de voeten lopen en verwijs ik naar de verklaringen die hij vandaag zal afleggen.
Petra De Sutter:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de tabel die u ons bezorgt.
Sciensano zit met dezelfde vragen als de andere wetenschappelijke instellingen in ons land, namelijk wat het kan stopzetten en in welke mate het uit de internationale samenwerkingen onder Horizon Europe kan stappen, wat dan weer gekoppeld is aan het associatieverdrag, gelet op de eventuele schadeclaims die zouden kunnen volgen uit het stopzetten van dit soort projecten. Daar ben ik mij heel goed van bewust.
Ik ben blij te horen dat daarover nagedacht wordt en dat Sciensano al stappen heeft gezet. Ik hoop dat er vandaag in de Raad dan toch misschien een meerderheid kan worden gevonden om een ander Europees standpunt in te nemen met betrekking tot dat associatieverdrag, wat dan effectief gevolgen zou kunnen hebben voor de projecten van Horizon Europe en de samenwerkingen waarover we het hebben.
We volgen dit van nabij op en ik hoop dat u dat ook doet.
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, zal die tabel aan de hele commissie bezorgd worden? ( Ja ) Oké, dank u.
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De EU-top over de associatieovereenkomst met Israël
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De associatieovereenkomst tussen de EU en Israël
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli
EU-Israël associatieovereenkomst discussies.
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België staat onder zware druk om het EU-associatieakkoord met Israël op te schorten wegens beschuldigingen van genocide in Gaza, massale hongersnood (2 miljoen risico’s), en systematische schendingen van mensenrechten—inclusief gedwongen verplaatsingen naar "gesloten kampen" en blokkade van hulp. 70% van de Belgen en 100.000 betogers eisen sancties, terwijl de regering weifelt: minister Prévot erkent schendingen maar wacht op EU-voorstellen (15 juli), zonder garantie op opschorting, ondanks CIJ-adviezen over illegale bezetting en Belgische initiatieven voor strengere controles op Israëlische producten. Kritiek spitst zich toe op Belgiës dubbele rol: enerzijds morele veroordeling (o.a. "genocide"), anderzijds gebrek aan daadkracht—zoals een wapenembargo (via Antwerpen transiteren munitie voor Israël) of eenzijdige opschorting van het akkoord, mogelijk met gekwalificeerde EU-meerderheid. Compliciteit door inactiviteit is het centrale verwijt, met Ierland en Spanje als voorbeeld van proactief EU-leiderschap. De regering benadrukt humanitaire prioriteiten (toegang hulp, staakt-het-vuren) en wacht op Kallas’ voorstellen, maar parlementariërs en activisten eisen onmiddellijke economische/politieke druk—zoals handhaving artikel 2 (mensenrechtenclausule) en stopzetting van militaire/wetenschappelijke samenwerking. Symbolische stappen volstaan niet terwijl "alle rode lijnen" zijn overschreden. Kernvraag: Zal België op 15 juli in de EU-Raad leiderschap tonen (opschorting eisen) of zich verschansen achter procedures, terwijl de crisis escaleert?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, la situation est apocalyptique. Israël est responsable d'un des génocides les plus cruels de l'histoire moderne. Ces mots terribles sont ceux de Francesca Albanese, la rapporteuse spéciale de l'ONU et c'est la réalité insupportable du génocide en cours à Gaza.
Des bébés tués, brûlés vifs par les bombes, des corps mutilés, des hôpitaux débordés, sans médicaments, sans électricité. Des secouristes, des médecins abattus. Quasiment plus une seule goutte d'eau potable. Pendant qu'au MR, on raconte qu'on peut encore aller au resto pépouze à Gaza, un rapport de l'ONU dit pourtant que la quasi-totalité de la population est à haut risque de famine. Si la Belgique et l'Europe ne font rien, d'ici septembre, ce sont deux millions de personnes qui risquent de crever de faim. Et pendant ce temps-là, l'Union européenne continue de coopérer avec Israël comme si de rien n'était. Pour notre premier ministre, l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne n'a rien à voir avec le génocide.
Mais si, il faut suspendre immédiatement cet accord! Face à un génocide en cours, c'est le minimum! Ce n'est même pas des sanctions, c'est juste le minimum. Et apparemment, c'est déjà trop pour notre premier ministre. Les Belges n'en peuvent plus de la lâcheté de leur gouvernement. Les Belges n'acceptent plus qu'on salisse l'image de notre pays. Ils étaient plus de 100 000 dans les rues de Bruxelles. 69 % des Belges demandent des sanctions contre l'État d'Israël et contre sa folie meurtrière. On ne peut pas être ferme contre la Russie et lâche avec Israël.
M. le ministre Prévot a une responsabilité. Pas seulement quand il s'exprime à titre personnel, en interview, mais surtout quand il parle au nom de la Belgique. Alors je vous pose la question, monsieur Quintin – vous n'êtes pas monsieur Prévot: est-ce que la Belgique sera, oui ou non, du bon côté de l'histoire le 15 juillet prochain, au Conseil des Affaires étrangères, en exigeant, et en obtenant, la fin de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza gaat gewoon door. Eerst waren er de bombardementen, waarbij ook ziekenhuizen en scholen onder vuur kwamen te liggen. Ook de toegang tot voedsel, water en medicijnen werd ingezet als wapen.
Nu is er echter een volgende stap. Israël kondigde maandag aan dat het 2 miljoen Palestijnen wil onderbrengen in een gesloten kamp. U hoort het goed, in een gesloten kamp. Het is duidelijk dat alle rode lijnen zijn overschreden. Mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden.
Als we associatieakkoorden sluiten met mensenrechten als voorwaarde, dan moeten we ook een rode lijn trekken als die mensenrechten geschonden worden. Dat krachtige signaal, mijnheer de minister, gaf het Parlement al met onze resolutie, maar het is nu onze plicht om alles te doen om dit drama te stoppen en om Israël op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.
Op de top van 20 mei steunde België het initiatief van Nederland om een formeel onderzoek in te stellen om na te gaan of er oorlogsmisdaden worden gepleegd. Het rapport is inmiddels gepubliceerd en is vernietigend, maar toch zijn er geen maatregelen genomen tegen Israël.
Mijnheer de minister, Europa zal volgende week een duidelijk standpunt moeten innemen in de Raad Buitenlandse Zaken. Niet u, maar minister Prévot zal daar aanwezig zijn. Ik vraag u dus uitdrukkelijk: zal België daar pleiten voor maatregelen tegen Israël? Ik dank u.
Staf Aerts:
Collega's, een stad bouwen om honderdduizenden Palestijnen in onder te brengen, dat is het nieuwe plan van Israël. Als een gesloten zone, wat betekent dat wie binnen is, er niet meer uit geraakt. Ik vind het heel pijnlijk om te zeggen, maar dat lijkt toch op een concentratiekamp.
Ondertussen laten de Europese regeringsleiders Israël maar begaan. Gisteren verstopte premier De Wever zich in de commissie achter procedures en achter mevrouw Kallas. Hij zei dat het nu aan haar is om een stap te zetten, maar zelf nam hij geen standpunt in.
Er zijn ondertussen al 57.000 doden. Israël bombardeert ziekenhuizen, blokkeert alle noodhulp en gebruikt honger als een wapen. Er sterven daar kinderen van de honger. De Belgen vragen een heel duidelijk signaal. Met 100.000 kwamen ze naar Brussel om een rode lijn te trekken tegen dat Israëlisch geweld. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. Zal de Belgische regering luisteren naar dat signaal?
Volgende week staat het associatieakkoord op de agenda. Dat akkoord opschorten betekent zoveel als een boycot van Israël en dat is wat nodig is. De handelsrelaties moeten worden stopgezet. De universiteiten smeken daar ook om, want op die manier kunnen zij hun samenwerking met Israëlische universiteiten stopzetten. Ierland en Spanje hebben al het goede voorbeeld gegeven en trekken de Europese kar. Zal België dat ook doen? Het is hoog tijd dat we mee aan die Europese kar trekken, want alle rode lijnen zijn overschreden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, 110 000 personnes ont manifesté voici un mois pour dire: "Stop au génocide!" Elles ont manifesté pour signifier au gouvernement belge, le vôtre, que sa complicité et son inaction étaient inacceptables. Quelques jours plus tard s'est tenu un Sommet européen visant à se demander s'il fallait suspendre l'Accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Il ne s'agit pas simplement d'un accord économique comme on en conclurait avec n'importe quel pays; c'est un accord qui offre à Israël un accès privilégié au marché européen. Ce texte comprend un article 2 qui impose que "les pays contractants doivent respecter les droits humains et le droit international". On s'est donc demandé si Israël les respectait, alors qu'un génocide est en cours… Une réunion est prévue le 15 juillet.
Entre-temps, le ministre israélien de la Défense a déclaré envoyer 600 000 Gazaouis dans un camp de concentration. Cela nous rappelle les pires heures de notre Histoire. Je m'attendais à un sursaut d'indignation… au lieu de rire, monsieur le ministre! Pourtant, il n'y eut aucune réaction!
Ma question est très simple, monsieur le ministre. À l'occasion de la réunion du 15 juillet, quelle position le gouvernement Arizona défendra-t-il? Ne dissimulez pas votre complicité derrière l'Union européenne en prétendant qu'un accord à l'unanimité est nécessaire. Non! Pour suspendre une relation économique, il suffit d'une majorité qualifiée. Allez-vous suspendre cet accord d'association?
Voorzitter:
Merci, monsieur Boukili.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, de crisis in Gaza is tragisch en onmenselijk. Mensen die naar een hulppost gaan om eten te krijgen, worden doodgeschoten. Kinderen ontberen onderwijs en psychologische begeleiding, zo bevestigt UNICEF. Zij hebben daar nochtans nood aan. Vrouwen hebben geen toegang tot contraceptie en moeten bevallen in erbarmelijke omstandigheden, zonder hygiënische voorzieningen. De situatie is onmenselijk.
Met collectieve verontwaardiging alleen komen wij er niet. Wij hebben nood aan acties. Wij hebben geen nood aan symbolische maatregelen, maar aan initiatieven die een daadwerkelijke impact hebben. Een staakt-het-vuren is hoogst noodzakelijk. Het is ook hoogst noodzakelijk dat de gijzelaars naar huis worden teruggebracht, naar hun geliefden in Israël. Het is eveneens absoluut noodzakelijk dat meer humanitaire hulp tot in Gaza geraakt, zodat daar opnieuw een menswaardige situatie kan worden gecreëerd.
Mijnheer de minister, hier in het Parlement hebben wij een resolutie goedgekeurd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het duidelijke mandaat gekregen, niet alleen van het Parlement, maar ook van de regering, om samen met de Europese collega's van de andere lidstaten te pleiten voor acties die impact hebben op het terrein, die maken dat humanitaire hulp effectief tot bij de Gazanen geraakt en die bijdragen aan een diplomatieke uitweg voor de uitzichtloze situatie. Mevrouw Kallas heeft zojuist verklaard dat zij een goed constructief gesprek heeft gehad met de Israëlische autoriteiten en dat de humanitaire hulp effectief zal worden opgeschaald.
Ik heb één vraag voor u. Welk mandaat heeft de minister van Buitenlandse Zaken in de Europese Raad? Wat is de positie van ons land?
Voorzitter:
De vragen werden gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, maar minister Quintin zal namens de minister antwoorden.
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, namens de minister van Buitenlandse Zaken meld ik u het volgende. Samen met 16 lidstaten heeft België tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op 20 mei opgeroepen tot een onderzoek naar de naleving door Israël van artikel 2 van het Associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dat artikel bepaalt dat de overeenkomst gebaseerd is op het respect door beide partijen van de mensenrechten en de democratische beginselen.
Lors de la réunion du Conseil du 23 juin, la Haute représentante de l'Union européenne, Mme Kallas, a présenté le résultat de cet examen. Ce dernier révèle qu'il y a bel et bien eu des violations graves sur le terrain.
Suite à cela, comme le prévoit la procédure fixée dans l'accord, Mme Kallas a été chargée de "proposer des mesures appropriées" pour utiliser les termes de l'accord. La Haute représentante va présenter, aujourd'hui même, toutes les options possibles. Elles seront discutées à la réunion du Conseil du mardi 15 juillet.
Mme Kallas s'est, par ailleurs, entretenue, ces dernières semaines, avec les autorités israéliennes, - comme cela a été indiqué - pour les inciter notamment à permettre un accès complet et sans obstacle de l'aide humanitaire. Selon une communication de la Haute représentante intervenue en ce début d'après-midi, un accord semble avoir été conclu, dont nous nous réservons le droit d'analyser les contours.
Nos objectifs prioritaires doivent rester d'obtenir un accès humanitaire sans aucune restriction et un cessez-le-feu. Les blocages actuels ainsi que le système mis en place via le Gaza Humanitarian Foundation (GHF) doivent cesser.
Au-delà de l'aide humanitaire, le droit international, y compris le droit international des droits humains, exclut les déplacements forcés de population, l'occupation illégale d'un territoire, les attaques contre des civils et protège spécifiquement les enfants.
Toutes ces violations doivent donc cesser. Il ne pourra pas y avoir de place pour l'impunité.
De regering zal zich buigen over de verschillende opties die door Kaja Kallas op tafel zijn gelegd. Onze positie op dinsdag zal afhangen van deze voorstellen en van de evolutie van de situatie. België zal nooit afwijken van de volledige naleving van het internationaal humanitair recht door alle partijen.
Permettez-moi d’ailleurs de rappeler que la Belgique a, avec huit autres États membres et à son initiative, envoyé une lettre à Mme Kallas appelant à mettre le droit européen en conformité avec l’avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a un an.
Dat advies erkende op zeer duidelijke wijze dat de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden illegaal is en dat er actie moet worden ondernomen, ook met betrekking tot de invoer van producten uit die gebieden. Minister Prévot heeft gisteren persoonlijk met mevrouw Kallas gesproken en heeft vandaag onze ambassadeur bij de EU, net als verschillende andere lidstaten, de opdracht gegeven om stappen te ondernemen bij de Europese Commissie om te verzekeren dat er opvolging aan wordt gegeven.
La Belgique est déjà pionnière dans la mise en œuvre effective de la politique de différenciation entre le territoire d'Israël tel que reconnu et les colonies illégales. Nous effectuons notamment des contrôles renforcés sur certains produits en provenance d'Israël. Il est, néanmoins, probable que l'avis de la Cour internationale de Justice (CIJ) nous oblige à aller plus loin.
C'est une analyse qui doit avoir lieu au niveau européen pour des questions de compétences et d'efficacité. "J'ai bien pris note des déclarations de l'Irlande", dit le ministre. Une interdiction par un seul pays n'aurait, ceci dit, que peu d'impact et risquerait de détourner le problème.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vous faire le porte-voix de de M. Prévot, mais je dois avouer avoir du mal à suivre la position du gouvernement. M. Prévot évoque le terme de génocide, mais uniquement à titre personnel. M. De Wever, de son côté, s’oppose à toute sanction contre Israël. Et pendant ce temps, le MR bloque systématiquement chaque initiative visant à sanctionner le gouvernement israélien.
Nous n'en pouvons plus de ce mauvais sketch de Good Cop/Bad Cop . C'est d'une indécence totale. Il ne doit y avoir qu'une seule ligne: briser le blocus, arrêter le génocide et sanctionner l'État d'Israël. Toute autre ligne, tout autre positionnement nous rend complices de ce génocide qui se vit en direct. Je vois le malaise de certains quand je dis génocide mais je le dis et le redis: génocide, messieurs!
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn dat de gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen. Er zijn tienduizenden doden, 2 miljoen mensen lijden honger en kinderen sterven de hongerdood. Handel drijven met een land dat mensenrechten schendt aan de lopende band, is onaanvaardbaar. België moet volgende week op de top een duidelijke voortrekkersrol opnemen en op zoek gaan naar een meerderheid voor maatregelen tegen Israël. Vooruit rekent daarop, en wij niet alleen, ook 70 % van de Belgen wil dat er maatregelen worden genomen.
Mijnheer de minister, de rode lijnen waarover men spreekt, zijn al lang niet meer te tellen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ofwel is het standpunt sinds gisteren geëvolueerd, ofwel was er sprake van een botsing tussen persoonlijke meningen. Het is in dit debat moeilijk om dat onderscheid te maken.
Ik ben in elk geval tevreden dat er wordt aangedrongen op meer actie en op een sterker Europees optreden. Tegelijkertijd zal dat niet volstaan. We moeten daadwerkelijk mee het voortouw nemen. We moeten mee bekendstaan als pionier. Dat betekent dat we met andere lidstaten mee de kar moeten trekken, om ervoor te zorgen dat Israël niet langer met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Intussen kunnen we ook in België het een en ander doen.
De heer Francken vindt het nog steeds aanvaardbaar dat de Israëlische defensie-industrie een voorkeurspartner is van het Belgisch leger. Ik begrijp dat niet. Er is hier in België nog altijd geen ban op producten uit de bezette gebieden. We kunnen dat hier zelf al aanpakken. Eén land is niet genoeg, twee is beter, drie is beter, vier is beter. Stap voor stap moeten we de druk op Israël opvoeren. Alle rode lijnen zijn immers al overschreden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, votre réponse aurait été audible il y a un an. Aujourd'hui, c’est beaucoup trop tard pour ce genre de réponse molle.
Ce que vous cachez, ce que vous ne dites pas, c’est que vous êtes complice de ce qui se passe à Gaza. Le gouvernement belge et l’Union européenne sont complices, aujourd'hui, du génocide à Gaza. 30 % des importations d’armes par Israël viennent de l’Allemagne, de l’Union européenne, du port d’Anvers. Des conteneurs qui contiennent des munitions pour les chars, du matériel pour les chars utilisés pour génocider les Palestiniens en Palestine, transitent par le port d’Anvers.
En fait, nous sommes complices! Nous laissons le génocide se dérouler devant nos yeux, et nous ne prenons aucune mesure. Pour un embargo militaire, il n’y a pas besoin d’une unanimité de l’Europe. Nous pouvons le décider ici, en Belgique. Pourquoi ne le faites-vous pas? Non, vous laissez les armes passer pour tuer les Palestiniens, parce qu’Israël est votre allié. Vous êtes complice du génocide.
Kathleen Depoorter:
Het gaat over mensen, over de mensenrechten, over het humanitair recht, over de families van gijzelaars, die nog altijd geen nieuws hebben, over de moeders in Gaza, die geen eten hebben voor hun kinderen. Daar gaat het over. Het is onze verantwoordelijkheid om de vrede, de vrijlating van de gijzelaars en een betere humanitaire hulp te bewerkstelligen. Dit is, mijnheer de minister, het mandaat dat wij als Parlement aan de minister van Buitenlandse Zaken hebben gegeven: samen met Europese collega’s op zoek gaan naar maatregelen die impact hebben, naar een weg naar vrede, naar een weg naar humanitaire hulp. Het is positief dat uit het gesprek dat intussen plaats heeft gevonden, blijkt dat de grenzen opengaan en dat er meer vrachtwagens met hulpgoederen de Gazanen zullen bereiken. Wij zullen de minister absoluut steunen in alle stappen naar vrede en naar respect voor het humanitair recht.
De doorvoer van wapens naar Israël via Liege Airport
De doorvoer van wapens naar Israël via België
Wapentransport naar Israël via België
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De PTB-kamerlid Farah Jacquet kaart herhaaldelijk illegale transits van militair materiaal naar Israël via België (o.a. Liège en Antwerpen) aan, ondanks regionale verboden en federale toezeggingen, en wijst op gebrek aan coördinatie tussen federale en regionale overheden, ondanks het akkoord van 2007 en een interfederaal overleg (23/6) zonder concrete resultaten. Minister Crucke (Mobiliteit) bevestigt dat geen illegale vluchten (via Challenge Airlines) zijn gemeld, maar erkent juridische lacunes (o.a. vernietigd Waals decreet, lopend beroep tegen federaal AR van 4/6/2024) en belooft betere informatie-uitwisseling, zonder directe sancties of nieuwe maatregelen—wel verwijzend naar lopend strafonderzoek na klachten van Vredesactie. Christophe Lacroix (PS) benadrukt de urgentie na recent schandaal in Antwerpen (4/7) en dringt aan op snelle, gecoördineerde actie om België’s reputatie als "wapen-doorvoerland" te stoppen, met kritiek op Israëls extreemrechtse regering. Jacquet eist onmiddellijke federale sturing, verwijzend naar succesvolle burgeracties (bv. stopzetten licentie voor buskruit) en historische CIM-coördinatie (2008-2009), met de oproep om compliciteit met "apartheidregime" nu—niet in 2026—te beëindigen.
Voorzitter:
M. Lacroix étant absent, la parole est à Mme Jacquet.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, une fois de plus, le PTB doit interpeller le gouvernement pour des transits de matériel militaire à destination d'Israël via le territoire belge. Ce transit continue malgré les alertes répétées de la société civile, des syndicats et des journalistes. Dernièrement, l'association Vredesactie a déposé une plainte contre FedEx pour avoir illégalement fait transiter du matériel militaire par l'aéroport de Liège.
À chaque interpellation, il nous est répondu que cette question relève des compétences régionales. Pourtant le niveau fédéral possède une influence claire et peut limiter les marges de manœuvre régionales. Surtout, il a la responsabilité morale et politique d'assurer la cohérence de l'action de l'État belge. D'ailleurs l'accord de gouvernement fédéral reconnaît explicitement cette responsabilité en affirmant que le gouvernement garantira l'échange d'informations avec les autorités compétentes en matière de contrôle des exportations et du transit.
À l'heure où FedEx est de nouveau accusée de faire transiter du matériel militaire, nous constatons une réelle absence de coordination. Le ministre des Affaires étrangères, M. Prévot, a déclaré vouloir organiser une réunion avec les ministres concernés. Mais aucun pas concret n'a encore été posé.
Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes le gouvernement fédéral a-t-il mises en place pour garantir un échange d'informations efficace et régulier avec les Régions, conformément à l'accord de gouvernement?
Existe-t-il un mécanisme formel – comité de concertation, groupe de travail, partage de base de données, etc. – entre le SPF Mobilité, les douanes et les autorités régionales pour surveiller les flux de matériel militaire? Si oui, à quelle fréquence ces échanges ont-ils lieu? Quels en sont les résultats concrets depuis le début de la guerre à Gaza?
Quelles informations possédez-vous sur les récents transits d'armes en Belgique vers Israël, en particulier à Liège, via la compagnie israélienne Challenge Airlines? Quelles actions avez-vous entreprises?
Quelles sanctions sont-elles mises en œuvre contre les entreprises qui transportent de telles armes sur notre sol?
Enfin, que faites-vous pour faire respecter la législation en la matière et vous assurer que plus aucune arme à destination d'Israël ne passera par notre sol?
Jean-Luc Crucke:
Je vais répondre conjointement aux deux questions – même si l'une n'a pas été posée – car elles sont très liées.
Le SPF Mobilité et Transports m’indique n’avoir reçu aucune notification ni demande d’autorisation de la part de la compagnie aérienne que vous évoquez, concernant un transport d’armes à destination de Tel Aviv au départ de Liège.
Quant aux mesures de contrôle mises en place pour faire respecter les interdictions de transport actuellement en vigueur, il convient d’abord de rappeler qu’au niveau fédéral, le règlement en vigueur est l’arrêté royal du 4 juin 2024, portant restriction de l’autorisation de transport de marchandises dangereuses. Cette entreprise a toutefois introduit un recours en annulation contre cet arrêté devant le Conseil d’État. Ce recours est actuellement pendant.
Les mesures de contrôle fédérales relèvent, selon les cas, soit des services des douanes (SPF Finances), soit des services d’inspection aéronautique (SPF Mobilité et Transports). Les compétences de ces services sont prévues dans la loi du 27 juin 1937 relative à la réglementation de la navigation aérienne.
Le SPF Mobilité et Transports dispose donc de compétences d’inspection, notamment en matière de sécurité et de sûreté de l’aviation civile. La notion de sûreté est généralement définie comme la protection contre les actes intentionnels de malveillance mettant en danger l’aviation civile. La sécurité, quant à elle, est généralement définie comme l’ensemble des opérations visant à garantir le bon déroulement du trafic aérien civil.
Par ailleurs, les pouvoirs des fonctionnaires assermentés de l’administration aéronautique sont définis de manière large par la loi du 27 juin 1937, qui leur confie la mission de veiller "au respect des conventions aériennes, des accords internationaux aériens et des accords internationaux de sûreté aéronautique". Les plans de sûreté aéronautique sont gérés par cette même loi.
En ce qui concerne le niveau régional, un arrêté ministériel du 27 mai 2024, pris par le ministre-président wallon et interdisant le transit d’armes à destination d’Israël, a récemment été annulé par le Conseil d’État dans son arrêt n° 263.167 du 29 avril 2025.
Cet arrêté avait pour but de combler une lacune du régime décrétal wallon applicable, à savoir le cas d'un transit sans transbordement. Les compétences et responsabilités en matière de contrôle relèvent, lorsque la compétence est régionale, des administrations et autorités régionales compétentes.
Ces précisions faites, je ne peux pas vous suivre lorsque vous écrivez qu'aucun pas concret n'a été posé en matière de coordination. En effet, un point interfédéral a bien eu lieu le 23 juin entre l'État fédéral et les Régions. Lors de ce point interfédéral, les Régions et l'État fédéral ont eu l'occasion d'évoquer leurs priorités et préoccupations. La Région flamande a, par exemple, appelé de ses vœux une amélioration de l'échange d'informations en la matière. La Région wallonne a, de son côté, annoncé qu'une éventuelle réforme du décret du 21 juin 2012 ne pourrait pas aboutir avant 2026. Les échanges qui ont suivi ce point interfédéral devraient permettre, dans le respect des compétences de chacun, d'améliorer la coopération interfédérale indispensable en cette matière.
Quant au vol opéré par la compagnie aérienne évoquée, il ne faut pas oublier que, comme le prévoit le dispositif d'arrêté royal du 4 juin 2024 précité, les restrictions qui s'appliquent à la compagnie aérienne que vous évoquez ne concernent que le transport par la voie aérienne de matériel militaire. Cette compagnie reste donc libre de transporter du fret civil, y compris à destination d'Israël. Par conséquent, en l'absence d'éléments factuels démontrant une infraction, je n'ai, quant à l'opération que vous évoquez, pas engagé de mesures administratives ou judiciaires.
Bien entendu, des dispositions légales et réglementaires permettent d'infliger des sanctions tant civiles que pénales. Je citerai, à titre d'exemple, l'article 29 de la loi du 27 juin 1937, qui prévoit des sanctions pénales pour quiconque qui, sans autorisation, aura porté, transporté ou fait transporter sur un aérodrome au moyen d'un aéronef des explosifs, armes ou munitions dont le transport par air est interdit par les lois, règlements ou instructions.
À ce propos, il me faut rappeler que la compagnie que vous évoquez fait toujours l’objet d’un plainte pénale déposée par certaines associations et par mon prédécesseur. Les dernières nouvelles de ce dossier font apparaître que l’information judiciaire est toujours en cours.
Quant aux mesures à prendre à court ou moyen terme, j’étudie actuellement la possibilité d’améliorer l’échange d’informations entre les entités fédérales et régionales que prévoit l’accord de coopération du 17 juillet 2007 sur les armes. Il s’agit d’un sujet qui, comme je vous le disais, est ressorti du point entre l’État fédéral et les Régions du 23 juin dernier, mais qui soulève certaines questions juridiques à éclaircir au préalable.
Quant au mécanisme formel de concertation que vous évoquez, madame Jacquet, il existe déjà, par les faits des dispositions de l’accord de coopération du 17 juillet 2007 précité. Pour ne prendre qu’un exemple, cet accord prévoit le droit, tant pour les entités fédérées que pour l’État fédéral, de solliciter une consultation interfédérale pouvant aboutir, le cas échéant, à l’adoption de mesures de coopération entre administrations régionales et fédérales. Ces principes posés, et indépendamment des poursuites que je viens d’évoquer, il va de soi que je veillerai, au cours de mon mandat, à mettre en œuvre tout ce qui est en mon pouvoir pour faire respecter le cadre juridique existant, qu’il soit national, ou qu’il procède des obligations du droit international, auquel la Belgique a souscrit.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je suis désolé pour le retard mais, assistant à la commission de la Défense, je n'ai pu vous rejoindre à temps. Je vous remercie de me permettre d'intervenir.
Monsieur le ministre, il semble que vous ayez bien cerné le problème et que vous preniez les choses en main. C’est important, parce que des mesures ont été prises par votre prédécesseur et également par le gouvernement wallon. Je vois d’ailleurs que le gouvernement wallon engage une procédure en partie lésée en ce qui concerne ce dossier. Il faut éviter que des choses comme celles-là ne se reproduisent. Il faut que les mesures que vous préconisez et allez mettre en œuvre en partenariat avec les différentes autorités, le soient effectivement et le plus rapidement possible. C’est d’autant plus vrai qu’une dépêche Belga vient de tomber. Il y est question du port d’Anvers où un conteneur d’armes est parti le 4 juillet dernier à destination d’Israël, alors que c’est formellement interdit. Il ne faut pas que nos infrastructures de transport demeurent des passoires. Je vous connais depuis longtemps, je sais que vous tenez les engagements que vous prenez. Dès lors, je suis sûr que nous arriverons à ne plus devoir déplorer ce genre de mésaventures qui sont source de mauvaise réputation pour notre pays et nos Régions, mais qui sont source également d’une collaboration indirecte, voire directe, avec un régime israélien actuellement aux mains d’un gouvernement de droite conservatrice et d’extrême droite.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je salue l'action des collectifs citoyens. Grâce à leur mobilisation, ils ont permis la suspension d'une licence belge d'exportation de poudre à canon vers Israël. Cette victoire montre qu'il est tout à fait possible d'agir. Mais cela ne peut pas reposer uniquement sur les épaules de la société civile. La Région a un rôle central dans ce dossier, comme vous l'avez souligné. Mais le fédéral a également un rôle à jouer en mettant en place des mécanismes pour s'assurer qu'il n'y ait pas de transit de matériel militaire, garantir l'échange d'informations avec les autorités compétentes ou mettre en place une Conférence interministérielle. Sous le gouvernement Van Rompuy, une consultation avec les Régions avait été organisée sur les exportations d'armes vers Israël et les territoires occupés à la suite de la guerre à Gaza de 2008 à 2009. Le fédéral et les Régions doivent mettre leurs moyens en commun pour que cesse toute complicité, même indirecte, avec le régime d'apartheid israélien aujourd'hui, pas en 2026. Quant à la situation à Liège, nous attendons que toute la lumière soit faite sur ce transit et que les sanctions adéquates soient prises.
De uitspraak van minister Prévot over de 'genocide' in Gaza
De oorlogsmisdaden in Palestina
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De dramatische situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de opschorting v.d. associatieovereenkomst en de uitspraken v.d. premier
Het conflict in Gaza en de Belgische politieke reacties daarop
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de Belgische en Europese reactie op het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op Gaza’s humanitaire crisis en het EU-Israël-associatieakkoord. Kritiek richt zich op Israëls schendingen van mensenrechten (bombardementen, hongersnood als wapen, blokkade hulpgoederen) en Europa’s dubbele standaard (geen sancties vs. Rusland), terwijl België intern verdeeld is: premier De Wever benadrukt humanitaire hulp en procedurele stappen (onderhandelingen via EU), maar oppositie en coalitiepartners eisen opschorting van het akkoord (mogelijk met gekwalificeerde meerderheid) en sancties (wapenembargo, individuele maatregelen). Publieke druk (100.000 betogers) en juridische argumenten (schending artikel 2) versterken de oproep tot actie, maar De Wever ontwijkt concrete toezeggingen, wijzend op EU-eensgezindheidsgebrek.
Sam Van Rooy:
Goedemiddag, premier De Wever. Ik zie dat wij dezelfde kleur das dragen, maar ik twijfel eraan of u daarmee, net zoals ik, wilt verwijzen naar het door Hamas vermoorde gezin Bibas.
De term genocide gebruiken zonder enig bewijs en zonder fundament in het internationaal recht, louter als het gaat om een conflict waarbij het Joodse volk betrokken is, is moreel verwerpelijk. Dat zijn niet mijn woorden, maar wel die van Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR, een van uw coalitiepartners.
U had dus beter Georges-Louis Bouchez als minister van Buitenlandse Zaken aangesteld in plaats van de linkse Maxime Prévot, die beweert dat er in Gaza een genocide aan de gang is. Dat moet dan wel de allertraagste en domst uitgevoerde genocide uit de geschiedenis zijn, die bovendien onmiddellijk zou kunnen stoppen, namelijk zodra Hamas alle gijzelaars vrijlaat en zich overgeeft.
Ondertussen heeft de Gaza Humanitarian Foundation, een organisatie van Israël en de Verenigde Staten, in Gaza reeds 66 miljoen maaltijden uitgedeeld. Dat zijn gemiddeld meer dan anderhalf miljoen maaltijden per dag, en dat in een aartsmoeilijke, levensgevaarlijke context, waarbij jihadisten van Hamas er alles aan doen om voedsel te stelen om jihadisten te betalen, en om aanslagen te plegen op medewerkers van de Gaza Humanitarian Foundation.
Daarmee wil ik maar aantonen dat het uiteraard geen genocide is, maar wel een oorlog tegen de islamitische jihad, met twee zeer logische en heldere doelstellingen, namelijk free the hostages en free Gaza from Hamas .
Premier De Wever, bent u het daarmee eens, of bent u het eens met uw minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, die zegt dat er in Gaza een genocide aan de gang is?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister De Wever, het Palestijnse volk wordt nu al maandenlang gebombardeerd. Er vielen ondertussen 57.000 doden, onder wie veel kinderen en vrouwen. Israël schuift nu ook een plan naar voren om 2 miljoen Palestijnen, vrouwen, kinderen, mannen, samen te brengen in één stad, in een openluchtgevangenis. Hoever kan Israël gaan voordat Europa iets zal doen? Dat is de vraag die duizenden, miljoenen mensen zich stellen. Wat Israël doet, is gewoonweg pure koloniale politiek. Tot hoever kan Israël daarmee gaan?
De genocidale staat Israël kan zijn beleid enkel voeren omdat het steun krijgt van de Verenigde Staten van Amerika en van Europa. Door het associatieverdrag tussen Europa en Israël ontvangt Israël immers miljoenen euro’s en dollars aan steun. Zonder die steun van de Verenigde Staten van Amerika en Europa zou Israël zijn genocidale politiek niet kunnen voortzetten. Dat is de kern van de zaak.
Vorige week vond een Europese top plaats waarop zich een historisch moment aandiende. Europa en België hadden toen kunnen beslissen om dat associatieverdrag op te zeggen. Er zijn immers zeer veel mensenrechtenschendingen gebeurd. Wat blijkt echter? Europa doet niets, Europa wacht af. Tegen Rusland werd al het zeventiende sanctiepakket uitgevaardigd, maar hoeveel sancties zijn er tegen Israël? Nul. Twee maten, twee gewichten.
Het gaat hier helemaal niet om waarden. Onze buitenlandpolitiek heeft niets met waarden te maken, maar alles met geld, business en geopolitiek. Dat is nu duidelijk voor de overgrote meerderheid van de volkeren van deze wereld.
Mijnheer de eerste minister, wat zal België dan wel doen? Zullen we blijven toestaan dat wapentransit naar Israël plaatsvindt? Zullen we dat associatieverdrag laten bestaan? Of zal België zelf beslissingen nemen? Dat is mijn vraag.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, de situatie in Gaza is schandelijk en blijft maar duren. Ik denk dat één zaak zeer duidelijk is: de Israëlische regering overschrijdt momenteel alle mogelijke grenzen.
Ik wil geen semantische discussie voeren over de vraag of het woord genocide al dan niet gepast woordgebruik of juridisch correct is. Daar hebben de onschuldige burgerslachtoffers in Gaza niets aan. Volgens mij staat wel vast dat de mensenrechten in Gaza worden geschonden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Wie vandaag in Gaza eten of drinken probeert te halen, begeeft zich op een mijnenveld. De mensenrechten worden in Gaza al maandenlang geschonden.
Er is dus nood aan een signaal, ook vanuit Europa. Aangezien iedereen het erover eens is dat de mensenrechten worden geschonden, kan een heel duidelijk signaal erin bestaan om artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël ter sprake te brengen. Dat artikel gaat over de zogenaamde mensenrechtenclausule, die bepaalt dat de associatieovereenkomst enkel kan voortbestaan als de mensenrechten worden geëerbiedigd.
Het is overduidelijk dat de mensenrechten in Gaza geschonden worden. We hebben in het Parlement al een resolutie goedgekeurd, samen met de meerderheidspartijen. Die resolutie was zeer flauw, maar ook ik heb ze gesteund omdat ze in de juiste richting ging. Ook in die resolutie staat zeer duidelijk dat artikel 2 van de associatieovereenkomst moet worden nageleefd en dat er toezicht moet zijn op de handhaving ervan. Als dat niet het geval is, moet de associatieovereenkomst worden opgeschort.
Mijnheer de premier, daarom heb ik maar één heel duidelijke vraag voor u. Wat is het standpunt van de Belgische regering in die zaak? Zullen wij al dan niet een voortrekkersrol spelen om de associatieovereenkomst tussen Israël en de Europese Unie op te schorten?
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, voor mij zijn uw bochten over de humanitaire situatie in Gaza onaanvaardbaar. Israël bombardeert ziekenhuizen en nagenoeg elk gebouw in Gaza is weggevaagd. Honger wordt gebruikt als een oorlogswapen, want wie eten wil halen wordt doodgeschoten. Bovendien wordt honger ook gebruikt om mensen verplicht te doen verhuizen. Ondertussen wordt de andere noodhulp, aan de grenzen van Gaza, geblokkeerd. Het gevolg is dat kinderen van honger sterven, als ze al niet sterven door bommen en granaten.
Het is overduidelijk dat Israël de mensenrechten continu en op enorme schaal schendt, terwijl de wereld toekijkt en gewoon laat gebeuren.
Het is naar mijn mening hoog tijd dat de Europese Unie ingrijpt. Daar bestaat een middel voor, namelijk het associatieakkoord met Israël. Daarin staat dat het respect voor de mensenrechten een absolute voorwaarde is. In een review wordt gezegd dat de mensenrechten worden geschonden. Op basis daarvan kunnen we dat akkoord dus opschorten.
Ik vind dat de EU dat moet doen, maar u stelt dat het associatieakkoord maar weinig te maken heeft met de humanitaire situatie. Als u dat zegt, vraag ik mij af hoeveel mensen daar nog moeten sterven, hoeveel Palestijnse kinderen daar nog moeten sterven voor we eindelijk politieke druk zullen uitoefenen.
Volgende week bespreken de Europese ministers opnieuw de opschorting van het associatieakkoord. Ierland en Spanje steunen dat al, dus ook kleinere landen kunnen duidelijk iets laten zien.
In Brussel zijn ook 100.000 Belgen op straat gekomen om een rode lijn te trekken en aan de regering te vragen om eindelijk eens echt initiatief te nemen. Ook universiteiten vragen om dat akkoord op te schorten, zodat zij hun samenwerking met de Israëlische universiteiten kunnen stopzetten.
Voor ons is het overduidelijk: wie de regels overtreedt, krijgt geen handelsvoordelen.
Mijnheer de premier, wat zult u beslissen? Zult u mee aan de kar trekken om het associatieakkoord in te zetten, om de handelsrelaties op te schorten? Volgens mij is het daar hoog tijd voor.
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, les différentes organisations humanitaires et même l’ONU n’ont toujours pas un accès illimité et inconditionnel à Gaza. Le système de distribution de nourriture mis en place est un échec total: nombre de points de distribution insuffisants et mal répartis sur le territoire, et danger de mort pour ceux qui s’y rendent pour s’approvisionner. Ce n’est pas rien, des centaines de Gazaouis ont été tués lors la recherche de nourriture.
Différents contractants, même américains, sont absolument rebutés par la situation et ne se privent pas de le dire, ce dont nous les remercions. Le ministre Prévot a fait bouger les lignes au niveau européen, notamment par rapport à la procédure de vérification du respect de l’article 2, qui est enfin engagée, et heureusement. Un Conseil européen se tient la semaine prochaine et j’ose espérer que celui-ci ira plus loin. La lenteur actuelle est en effet insupportable sur le plan humain et dramatique face à la situation humanitaire sur place. Le Service européen d’action extérieure a d’ailleurs confirmé que l’article 2 n’était pas respecté et que les droits humains étaient bafoués quotidiennement.
Monsieur le premier ministre, quel est le mandat concret dont disposera le ministre Prévot au Conseil européen de la semaine prochaine? Il faut à présent avancer et nous souhaitons que l’ensemble de l’Union européenne puisse constater le non-respect du traité et de l’accord d’association entre Israël et l’Union européenne, puisqu’il ne subsiste aucun doute en la matière.
Deuxièmement, envisagez-vous de prendre des sanctions – au niveau belge, mais aussi, je le souhaite, européen – à l’égard de certains ministre israéliens ou d’autres personnes qui agissent contre la paix? Différents pays amis ont eu le courage de prendre ces sanctions, notamment le Royaume-Uni, l’Australie, la Nouvelle-Zélande, le Canada et la Norvège.
Enfin, si la lenteur persistait au niveau européen, seriez-vous prêt, peut-être avec un groupe de pays européens, à prendre des sanctions plus sévères, sans l’accord de l’Union européenne?
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait en tout cas pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Et pourtant, les attaques systématiques, répétées et indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans ce que de nombreux juristes, ONG et États, dont l'Espagne, mais également Francesca Albanese, Rapporteuse des Nations Unies sur la Palestine, qualifient de génocide.
Face à de telles atrocités, il est de notre devoir en tant que responsables politiques de défendre sans ambiguïté le droit international et les valeurs fondamentales de l'Union européenne. Or vos propos, tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, ne reflètent manifestement pas la position officielle du gouvernement fédéral. Vous avez d'ailleurs reconnu vous être exprimé à titre personnel. C'est une nouvelle réalité constitutionnelle aujourd'hui: nous avons un gouvernement de ministres "à titre personnel". Soit! On en tiendra compte dans l'histoire de l'État belge. Cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable mais elle affaiblit considérablement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Quand il s'agit de condamner Israël, nous sommes souvent absents.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous confirmer que vos propos ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est donc la position actuelle du gouvernement concernant la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël au regard des violations du droit international? Cela n’est pas très clair. Quelles démarches diplomatiques concrètes le gouvernement belge entend-il entreprendre pour faire respecter ce droit international? Des sanctions sont-elles envisagées, comme l'a déclaré le ministre des Affaires étrangères? Si oui, lesquelles et selon quel calendrier? Comment votre gouvernement entend-il garantir une position unifiée et cohérente au sein de la majorité? Enfin, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle l'État de Palestine?
Voorzitter:
Zijn er collega's die wensen aan te sluiten? (Nee)
Mijnheer de eerste minister, u hebt het woord.
Bart De Wever:
Geachte leden, over het vraagstuk of er al dan niet een genocide plaatsvindt, is er bij mijn weten geen regeringsstandpunt. De heer Vander Elst heeft gezegd dat het om een semantisch spel gaat. Ik zou zeggen dat het de internationaalrechtelijke instanties zijn die bevoegd zijn om dat soort kwalificaties al dan niet toe te kennen, maar ik kan u wel volgen wanneer u zegt dat de omschrijving die men kiest en die vaak afhangt van de politieke overtuiging die men hier huldigt, zeer weinig zal veranderen aan de humanitaire situatie op het terrein. Men kan dat allemaal heel boeiend vinden, maar ik weet niet of het allemaal zo relevant is om daar lang over te discussiëren. Uiteindelijk zal het Internationaal Strafhof daar wel een kwalificatie aan toekennen en dan zullen we over een objectivering beschikken.
Ik denk dat we ons inderdaad beter op de humanitaire situatie zouden focussen, want dat is een van de weinige zaken waarover we in Europa wel zeer eensgezind zijn. Immers, of men het nu graag heeft of niet, men moet er rekening mee houden dat de eensgezindheid in Europa over hoe we hiermee moeten omgaan beperkt is – dan druk ik mij heel voorzichtig uit –, maar op één vlak zijn we het wel allemaal eens, namelijk over de humanitaire situatie.
Cette situation humanitaire est dramatique. Tout le monde est d'accord à ce sujet, et j'espère que c'est le cas ici aussi. J'espère que personne ne va nier que cette situation est dramatique, qu'elle est inacceptable et que nous devons donc nous attacher en priorité à améliorer la situation humanitaire sur le terrain et à prendre les mesures qui feront réellement la différence si on en est capables.
C'est également ce qu'a déclaré la haute représentante de l'Union européenne pour les Affaires étrangères et la Politique de sécurité, Mme Kallas, lors du Conseil des Affaires étrangères de fin juin. Tout le monde, pendant ce Conseil, s'est accordé à dire que garantir l'accès à l'aide humanitaire était prioritaire. Je pense qu'on doit se focaliser là-dessus.
J'en viens au traité d'association entre l'Union européenne et Israël.
À la suite de l'examen du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, Mme Kallas est actuellement en contact avec Israël, notamment pour lui présenter les conclusions. Comme je l'ai dit pendant la commission de ce matin, si on veut le respect du droit international, on doit le respecter soi-même. Dans ce traité il a été prévu que, dès le moment où un partenaire s'interroge sur le respect de l'article 2 ou d'autres articles, la première étape est d'ouvrir des négociations, des pourparlers avec l'autre partenaire. Nous respectons donc le traité que nous avons fait. Mme Kallas a reçu la tâche d'organiser ces pourparlers avec Israël. Elle est en train de le faire. Il reviendra donc à Mme Kallas, qui est en dialogue avec Israël, avec comme perspective de demander à Israël d'améliorer la situation humanitaire, de présenter les conclusions. Si la situation ne s'améliore pas, de nouvelles mesures pourraient être envisagées. Mme Kallas fera le rapport à ce sujet lors du Conseil des Affaires étrangères prévu le 15 juillet, si je ne me trompe pas. Il reste à voir ce qu'elle aura à présenter, et ce qu'elle aura à proposer au Conseil.
Je veux encore ajouter une chose sur ce que l'on a dit de ma position à ce sujet. Je dois dire, monsieur Lacroix, que la liste de mensonges que vous avez racontés pendant votre réplique après la question précédente était déjà très longue, mais maintenant, vous avez encore ajouté un mensonge qui est à mon avis inacceptable. Vous avez dit que j'avais pris une position personnelle en disant qu'il ne fallait rien faire sur le traité d'association. Je n'ai jamais dit cela. J'ai dit qu'il ne fallait pas oublier que ce qu'on ferait avec le traité d'association n'aurait pas un impact immédiat sur la situation humanitaire qui est dramatique, et qu'il fallait se focaliser sur l'amélioration de cette situation immédiatement, parce qu'elle est inacceptable. Il faut exiger d'Israël qu'il respecte le droit humanitaire immédiatement. Je l'ai dit tout en sachant que pendant le Conseil, car je me trouvais à l'entrée pour commencer le Conseil, la décision serait inévitablement d'envoyer Mme Kallas pour des pourparlers qui allaient encore durer deux ou trois semaines.
C’est dans ce contexte que j’ai dit cela. Je n’ai jamais dit que ma position personnelle était qu’il ne faudrait rien faire sur le traité d’association. Pour moi, cela reste à voir.
C’est à Mme Kallas de proposer au Conseil de prendre des mesures: de supprimer le traité ou de le suspendre – ce qui requiert l’unanimité – ou de prendre d’autres mesures prévues dans le traité, que nous pourrions décider par une majorité qualifiée. Cela reste à voir.
Dat alles is in overeenstemming met de procedures die zijn voorzien in het associatieakkoord, zoals bijvoorbeeld in artikel 79. Ik benadruk dat internationale rechtsregels respecteren betekent dat men zijn eigen verdragen moet naleven. Artikel 79 voorziet in een grondig onderzoek in overleg met de associatieraad – en dus, in voorkomend geval, van de Europese Unie met Israël – dat noodzakelijk is alvorens verdere stappen worden gezet. Die procedures moeten worden gevolgd. Dat is het belangrijkste, mijnheer de voorzitter.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de eerste minister, er tekent zich in uw regering een patroon af. Minister Beenders had het over islamofobie, minister Prévot over genocide. Dat is verre van onschuldig. Het belasteren van de niet-moslim door hem valselijk te beschuldigen van islamofobie of discriminatie – of, erger nog, van genocide op moslims –, is wat men in de psychologie projectie noemt. De islam is een slachtoffercultus die de moslim afschildert als een structureel slachtoffer van de niet-moslim.
Die strategie maakt deel uit van de islamitische jihad: de moslim zal pas vrij zijn van islamofobie, zal pas niet meer worden gediscrimineerd, wanneer de islam domineert, wanneer de islamitische wet geldt en wanneer de niet-moslim onderworpen is aan de islam. Soumission .
Het is natuurlijk precies andersom: het is de islam die expliciet oproept om ons, de niet-moslims, te minachten, te bestrijden, te onderwerpen of te doden. Daarom blijf ik het zo merkwaardig vinden, mijnheer De Wever, dat u hebt verklaard dat de islam geen enge godsdienst is. Wat u eigenlijk had moeten zeggen – wat u zou moeten zeggen –, is wat de schrandere denker Sam Harris stelt: het probleem met het islamitisch fundamentalisme zijn de fundamenten van de islam. Dat betekent uiteraard niet – ik voeg het er maar bij voor de kwaadwillige verstaanders – dat elke moslim, elke zelfverklaarde moslim, problematisch is.
Tot slot moet ik uit dit debat helaas opnieuw concluderen dat deze regering zich de facto gedraagt als nuttige idioot van de islam, van de jihad, en dat onze samenleving dus blijft islamiseren.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, dat was eigenlijk een teleurstellend antwoord, want het vraagstuk is niet louter humanitair in de regio, maar gaat ook over wat het project van Israël in de regio is. Dat is een koloniaal project, een apartheidsproject. Dat geven ze zelf trouwens ook toe. Het gaat om het idee van kolonies die steeds verder uitbreiden: een koloniale staat in de 21ste eeuw. Daarop moeten sancties volgen.
Dat zegt ook de grote meerderheid van de naties ter wereld. Zij kijken naar het Westen, naar Europa en de Verenigde Staten, en vragen zich af hoe die hypocrisie zo kan blijven verdergaan. Wanneer het gaat over onze eigen belangen, onze eigen business, grijpen we wel in, zoals in Libië, Afghanistan, Syrië en Irak: bombardementen, boem, boem, boem. Als het gaat over het Palestijnse volk, is er echter plots geen akkoord meer te vinden. Die dubbele maatstaven zijn zo erg.
Daarom is het hoopgevend dat steeds meer mensen dat begrijpen. Honderdduizend mensen kwamen een paar weken geleden op straat in Brussel. Dat was een van de grootste betogingen van de voorbije jaren. Dat was niet voor niets. Heel veel mensen doorzien de hypocrisie van de regering, die er eigenlijk voor gekozen heeft om niets te doen. De N-VA, maar ook de andere partijen, ook linkse partijen die deel uitmaken van deze regering ... Nu, ik zal eerlijk zijn: de vivaldiregering heeft eigenlijk ook niets ondernomen. Dit conflict sleept al anderhalf jaar aan, maar er is toen ook geen enkele sanctie opgelegd. Geen enkele.
Or, vous le savez, pour le traité d'association avec Israël, l'unanimité n'est pas requise. Une majorité qualifiée suffirait amplement. Cela montre bien que le blocage est purement politique au niveau du gouvernement belge. Nous pourrions faire une coalition avec d'autres pays. Nous ne le faisons pas.
Il y a une différence entre ce qu'on fait pour le peuple palestinien et ce qu'on fait par rapport à d'autres régions dans le monde. Je crois que c'est cela qui explique que 100 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles. L’hypocrisie saute aux yeux de l'ensemble du monde. Le problème, c’est le projet d'Israël. C’est un projet colonial et d'apartheid. Je le rappelle: il s'agit de prendre des sanctions mais aussi d'arrêter le transit d'armes. Nous continuerons ce combat, monsieur le premier ministre.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de eerste minister, u zegt dat de eensgezindheid binnen de EU broos is. Dat is juist, maar het zou helpen als er eensgezindheid binnen de regering zou zijn, want die is er ook niet. Het zou echt helpen als minister Prévot niet steeds ten persoonlijke titel zou moeten spreken en als hij ook eens namens de regering zou kunnen spreken. Elke keer hij dat doet, krijgt hij echter de wind van voren van een parlementslid van uw partij, van collega Freilich. Het zou echt helpen als de regering eindelijk eens een duidelijk standpunt naar voren zou schuiven, zodat ook België opnieuw een standpunt heeft en in de ene of de andere richting een rol kan spelen op het Europese toneel.
Over één zaak ben ik het wel met u eens, namelijk dat procedures gevolgd moeten worden. Dat is juist. De hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, mevrouw Kallas doet dat ook. Het rapport is inmiddels opgeleverd en daaruit blijkt dat de mensenrechten geschonden worden. Zij zit nu aan tafel en het eerste window of opportunity om actie te ondernemen is volgende week. Volgens de procedure – waarmee we onze verdragen naleven – kan de Europese Unie dan voor het eerst een duidelijk signaal geven.
Het zou dan ook zeer goed zijn als de Belgische regering voor 15 juli al een Belgisch standpunt heeft. Wat mijn fractie en mijn partij betreft, is dat het opschorten van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël.
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, u zegt dat iedereen het erover eens is dat de humanitaire situatie die vandaag heerst in Gaza, dramatisch is. Dat klopt natuurlijk. De conclusie die u daar echter uit trekt, is dat we ons moeten focussen op humanitaire hulp. Die humanitaire hulp staat echter geblokkeerd aan de grenzen. Ze geraakt er niet door, omdat Israël die niet laat passeren. Meer nog, de Israëli’s nemen de hulpgoederen zelf in handen en schieten vervolgens op iedereen die humanitaire hulp komt vragen of voedsel probeert op te halen. Dat is de manier waarop Israël momenteel handelt.
U zegt dat het opschorten van het associatieakkoord geen zin heeft en dat we vooral moeten vragen aan Israël om de mensenrechten te respecteren. Hoelang zullen we nog blijven wachten en blijven vragen dat Israël de mensenrechten respecteert? Er is geen enkele intentie bij Israël om dat effectief te doen. Hun laatste plan is een emigratieplan waarbij ze honderdduizenden inwoners in een gesloten stad willen onderbrengen. Op langere termijn zullen alle Gazanen Gaza niet meer uit kunnen. Dat is hun laatste plan. Er is dus geen enkele intentie om de mensenrechten te respecteren.
Voor de Europese regeringsleiders blijft het evenwel business as usual. Doe maar door, we blijven samenwerken en handel drijven. Wat vragen de Belgen? Zeventig procent van de Belgen staat achter economische sancties tegen Israël. Wel, mijnheer de premier, ik vraag u dat u zich achter de Belgen schaart, achter de publieke opinie, en dat u mee economische sancties bepleit. Ik vraag u dat de Belgische regering zich volgende week bij de pioniers voegt, bij de landen die vragen dat het associatieakkoord wordt opgeschort. Het deel dat unaniem moet, unaniem, en het deel dat met een gekwalificeerde meerderheid kan, met een gekwalificeerde meerderheid. Er zijn al stappen die met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden ondernomen.
Voor Groen is het overduidelijk dat wie mensenrechten schendt, het moet voelen. Het akkoord opschorten is geen detail, het is het minimum. We moeten dat niet misschien doen, we moeten dat zeker doen. We moeten dat niet later doen, we moeten dat nu doen.
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, vous avez raison sur un point: ce n'est pas la rupture ou la suspension de l'accord d'association avec Israël qui va améliorer immédiatement la situation humanitaire sur place. Cela étant, je pense qu'il est primordial que, la semaine prochaine, comme ce fut le cas lors du Conseil européen des Affaires étrangères il y a quelques semaines, la Belgique puisse, avec l'Espagne et l'Irlande, donner le ton pour essayer de trouver une majorité qualifiée en vue de le suspendre ou, à tout le moins, de prendre des sanctions à l'égard d'Israël.
La situation est inacceptable. Inacceptable pour l'histoire, notamment. Comme tous les É tats, nous sommes très attachés à nos territoires, et si on touchait ce territoire d'un millimètre, je pense que nous aurions des débats particulièrement chauds. En l'occurrence, on piétine le territoire, on piétine les droits humains, on ne permet pas à la population de se nourrir sans risquer sa propre vie. Et donc oui, nous attendons de la Belgique, indépendamment des différentes sensibilités, qu'elle entreprenne une action à moyen et à long terme et qu'elle contribue à trouver, au niveau européen, une majorité qualifiée, afin de prendre des sanctions non seulement économiques, mais aussi individuelles, face à certaines prises de position ou certains comportements qui sont totalement inacceptables.
Je suis d'accord avec vous, il ne nous appartient pas de déterminer s'il y a génocide ou pas, et je me garderais d'ailleurs bien de le faire. Il existe des instances dont c'est le travail et la compétence, mais nous devons, quoi qu'il en soit, avoir la volonté à la fois d'intervenir pour le droit humanitaire, pour faire en sorte que l'approvisionnement puisse avoir lieu dans les plus brefs délais et que des sanctions soient prises lorsque ce n'est pas le cas, et il faut reconnaître que ce n'est vraiment pas le cas.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, je suis un peu choqué par les accusations de mensonge que vous avez relayées sans les étayer à mon égard. Je vais relire le début de ma question. "Vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire." Bon. Alors, selon l'agence Belga, lors de son arrivée au Sommet européen, Bart De Wever a reconnu que la situation humanitaire dans la bande de Gaza était inacceptable et qu'elle devait s'améliorer, en précisant toutefois que la suspension de cet accord n'y changerait rien à court terme. Et puis, je lis: "Que le premier ministre dise qu'il n'est pas un chaud partisan, c'est son point de vue personnel. Ce n'est ni le point de vue du Parlement, ni ce que les partis de l'Arizona ont convenu. Nous allons examiner l'accord d'association. C'est une demande explicite de la Belgique et le ministre des Affaires étrangères, Maxime Prévot, avait ce mandat. Nous allons en tirer les conclusions." C'est ce qu'a expliqué Mme Van Hoof, présidente cd&v de la commission des Affaires étrangères. Donc, qui ment dans cette pièce? Qui ment? Certainement pas moi! Quant aux faits que vous avez cités concernant votre ministre Vandeput, on peut y revenir factuellement avec tous les éléments. Et, s'il faut faire une commission d'enquête, je suis un chaud partisan. Et vous verrez qui sera le menteur, le Pinocchio de cette commission. Certainement pas moi! Moi qui pensais que vous étiez quelqu'un qui gardait ses nerfs, je m'étonne que vous utilisiez l'argument des faibles, l'argument de la personne qui est aux abois et qui ne sait plus comment réagir face à un gouvernement dont la cacophonie n'a jamais été aussi grande. Au lieu d'attaquer un parlementaire de base, jouez votre rôle de premier ministre, demandez des sanctions, demandez qu'on interdise les produits des colonies! Pour ce qui est de l'article 79, on peut aussi dire que l'Union européenne a déjà communiqué ses observations sur les violations des droits humains d'Israël lors du Conseil d'association en février dernier. Mais, en février dernier, où étiez-vous? Vous étiez totalement absent!
De humanitaire hulp in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België overweegt humanitaire hulp voor Gaza via luchtlargages (A400M) en B-FAST, maar Israël blokkeert toegang en veilige operaties zijn onmogelijk, aldus minister Francken. Zee- en landroutes (o.a. Egypte) zijn beperkt of gecontroleerd, terwijl de VS-gestuurde "Gaza-humanitaire stichting" nauwelijks hulp toelaat, wat de crisis verergert—450 doden en 3.500 gewonden bij hulpzoeken, voedseltekorten en woekerprijzen (bv. €30 voor 2 kg tomaten). Lacroix benadrukt dringende nood aan internationale coalitie (via Buitenlandse Zaken) en blijft druk uitoefenen. Defensie wacht op groen licht van Diplomatie voor actie.
Christophe Lacroix:
Monsieur ministre, cela fait maintenant des mois que mon groupe demande au gouvernement de prendre des initiatives pour qu'enfin l'aide humanitaire soit acheminée à Gaza tant la situation sur place issue du blocus israélien est inacceptable, inhumaine et dénoncée par l'ONU et de nombreuses ONG.
Sous le précédent gouvernement, la Belgique a assumé son rôle via des largages aériens à Gaza grâce aux A400M de la Défense.
Après plusieurs mois de tergiversation, le gouvernement De Wever a enfin trouvé un accord sur la situation à Gaza. Cet accord porte notamment sur l'action humanitaire en faveur de la population civile. Les différents départements belges compétents sont chargés de travailler sur la possibilité d'aides supplémentaires, y compris un pont aérien et la prise en charge d'enfants malades ou blessés.
Monsieur le ministre, concrètement, quelles initiatives va prendre la Défense pour rendre possible une telle action humanitaire ? Selon quel calendrier? Vous avez d'ores et déjà indiqué qu'obtenir l'autorisation d'Israël ne sera pas évident. Des possibilités notamment via la mer ou la frontière égyptienne sont-elles étudiées? Comptez-vous prendre l'initiative d'une coalition internationale pour débloquer la situation?
Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Theo Francken:
Monsieur Lacroix, la Défense étudie en ce moment la faisabilité d'effectuer, comme en 2024, des largages humanitaires à l'aide de A400M. Or, en ce moment, l'accès à la zone n'est pas garanti et les conditions pour effectuer une telle opération sans danger pour la population ne sont pas remplies.
En outre, la Défense se tient également prête à apporter une contribution dans le cadre de B-FAST si le dispositif devait être activé.
Dans un passé récent, la solution du ravitaillement par la mer a connu un succès mitigé malgré des moyens colossaux engagés par les États-Unis. Les options terrestres ne sont pas du ressort de la Défense. La frontière égyptienne est également sous contrôle strict.
La mise en place d'une coalition internationale est un effort gouvernemental international au travers du ministère des Affaires étrangères. La Défense y joue un rôle d'appui et éventuellement d'exécution mais n'a pas d'initiative.
Pour être clair, pour les droppings, nous sommes prêts à en faire en cas de demande des Affaires étrangères.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le ministre. Vos réponses sont claires. Si je vous pose cette question, c'est parce que nous avons encore eu récemment des informations d'une association qui travaille sur place en matière de coopération au développement et d'assistance humanitaire. L'association MA’AN nous dit que la crise humanitaire est aggravée par l'arrêt complet de l'entrée de nourriture et de fournitures essentielles par les forces d'occupation israélienne, l'imposition du fameux mécanisme d'entrée de l'aide humanitaire par le biais de la soi-disant "fondation humanitaire de Gaza" contrôlée par les États-Unis et les forces d'occupation israéliennes, qui n'a permis qu'un afflux dérisoire d'aide, mais causant jusqu'à hier la mort de 450 personnes et blessant plus de 3 500 autres personnes qui vont chercher de l'aide humanitaire. C'est vraiment devenu un piège mortel. Les marchés sont vides. Les rares denrées alimentaires sont vendues à des prix exorbitants, après avoir été pillées et revendues. Par exemple, deux kilos de tomates – quand on en trouve à Gaza – se vendent 30,63 euros. Je suis allé faire mes courses au Delhaize à 500 mètres de chez moi. Le prix du kilo de tomates varie entre 1,99 euro à 3,19 euros du kilo si vous achetez bio. Rendez-vous compte ce que cela coûte là-bas, tellement il y a peu de nourriture et quand des petits agriculteurs arrivent à en produire. Des marchés vides, des prix exorbitants lorsqu'il y a des denrées et une grave pénurie d'argent liquide avec des commissions pouvant atteindre 45 %, rien que pour accéder à la monnaie physique, je crois donc qu'il y a vraiment urgence. Je note que la coalition volontaire relève de la responsabilité du ministre des Affaires étrangères. Je ne lâcherai pas la pression et j'interrogerai évidemment le ministre Prévot sur ses intentions en la matière, ou en tout cas sur les initiatives.
De door Gazanen ingediende aanvragen om humanitaire visa
Het uitreiken door België van visa aan Palestijnen uit Gaza
De evacuatie van familieleden van Palestijnse Belgen uit Gaza
Humanitaire visa en evacuaties voor Palestijnen uit Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de blokkade van Belgische humanitaire visa en gezinshereniging voor Palestijnen in Gaza, waar 500 mensen wachten op evacuatie sinds oktober 2023, maar slechts 24 succesvol werden geëvacueerd. Critici hekelen traagheid, onhaalbare documenteneisen (verwoest door bombardementen) en het ontbreken van digitale aanvraagmogelijkheden, terwijl de minister benadrukt dat dossiers chronologisch worden behandeld—zonder prioriteit voor Gaza—en wijst naar bevoegdheidsgrenzen (Buitenlandse Zaken voor evacuaties). Concrete actie ontbreekt, ondanks dringende oproepen om procedures te versnellen en levens te redden. Een motie vraagt spoedbehandeling van visa, automatische digitale aanvragen en versnelde evacuaties, maar de minister houdt vast aan strikte regels en migratiebeperking als prioriteit. Urgente humanitaire nood weegt niet op tegen bureaucratie.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, vous le savez, le canal du visa humanitaire est vital en matière de migration pour les personnes palestiniennes qui vivent l'enfer d'un génocide organisé par le gouvernement et l'armée israéliens dans la bande de Gaza. Étant donné la fermeture du centre VFS – qui a été bombardé par l'armée israélienne –, qui est un opérateur privé qui assurait le suivi des demandes de visas humanitaires pour le compte du consulat belge de Jérusalem, la seule possibilité qui s'offre aujourd'hui aux populations palestiniennes de la bande Gaza est l'introduction d'une demande de visa en ligne.
Or les autorités belges n'acceptent pas ce mode d'introduction pour ce type de visa, sauf lorsqu'une juridiction leur impose d'accueillir une telle demande de visa en ligne ou dans certaines conditions, s'il s'agit d'une demande hybride, c'est-à-dire d'une demande de visa humanitaire pour certains membres de la famille qui est introduite en même temps qu'une demande de regroupement familial pour un autre membre de la cellule familiale. Cela rouvre tout le débat, notamment la question de la mise en œuvre de l'arrêt Afrin sur laquelle nous avons longuement débattu et pour la laquelle il n'y a pas encore de réponse.
Madame la ministre, quel est le nombre de demandes de visas humanitaires pendantes ou clôturées introduites par des Palestiniens entre le 1 er janvier 2023 et le 7 octobre 2023? Quel est le nombre de demandes de visas humanitaires non hybrides introduites par des Palestiniens après les massacres du 7 octobre 2023 et jusqu'à aujourd'hui? Quels sont les chiffres disponibles? Quel est le nombre de demandes de visas humanitaires hybrides introduites par des Palestiniens après cette même date et jusqu'à aujourd'hui? Quel est le nombre de visas octroyés sur la base d'une demande visée au point D et quelle est la ventilation? Finalement, quelles seront vos directives en la matière?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, ma question concerne la délivrance de visas par la Belgique à des Palestiniens vivant à Gaza. La population de Gaza vit un véritable enfer, assaillie par les bombes et la faim depuis des mois. Et le gouvernement belge a le pouvoir, et le devoir, de venir en aide à ces populations.
Or force est de constater que votre gouvernement empêche actuellement toute aide à ces hommes, femmes et enfants. Des citoyens belges ou des Palestiniens reconnus réfugiés tentent de venir en aide à leurs parents proches se trouvant à Gaza. Ces familles ont introduit des demandes de visas humanitaires afin qu’ils et elles puissent les rejoindre sur le territoire belge.
Il me revient que les procédures introduites par des Gazaouis pour obtenir un visa humanitaire sont soit rejetées, soit restent sans réponse. Pour quelles raisons? Quelles consignes avez-vous données en la matière?
Quant aux personnes qui ont demandé des visas sur d’autres bases, comme le regroupement familial, ces demandes font l’objet d’une interprétation très stricte qui empêche ces personnes de sortir de Gaza.
Madame la ministre, confirmez-vous ces informations très graves? Combien de visas humanitaires ont été délivrés par la Belgique depuis le 7 octobre 2023? Combien ont été exécutés? Combien de procédures de regroupement familial ont été introduites? Combien ont été acceptées? Combien ont été rejetées? Combien de regroupements familiaux ont pu avoir lieu concrètement depuis le 7 octobre 2023?
Greet Daems:
Mevrouw de minister, we krijgen heel veel getuigenissen binnen van Palestijnse Belgen die machteloos moeten toekijken hoe hun familieleden in Gaza gevaar lopen.
Ondertussen werden al 56.000 Palestijnen vermoord. De werkelijke cijfers liggen naar alle waarschijnlijkheid nog veel hoger.
De voorbije weken zien we bovendien een enorme toename van geweld tijdens de voedselbedelingen. Israëlische soldaten openen het vuur op mensenmassa’s die aanschuiven voor het schaarse voedsel. Volgens Artsen Zonder Grenzen werden daarbij al zeker 500 mensen gedood en werden bijna 4.000 mensen verwond. Dat is volgens Artsen Zonder Grenzen geen hulp maar een slachtpartij, vermomd als humanitaire actie. Nog steeds blijven de Israëlische autoriteiten humanitaire organisaties verbieden om voedselpakketten uit te delen in de Gazastrook. Daardoor blijft het tekort aan voedselhulp enorm, terwijl 95 % van de bevolking met ernstige tekorten kampt.
Al die horror en al dat leed zien wij hier dagelijks passeren in het nieuws en op sociale media. Iedereen wordt ermee geconfronteerd. Stel u maar eens voor dat uw familieleden – uw man of vrouw, kinderen, mama of papa, broers of zussen – vastzitten in Gaza, terwijl u elke dag opnieuw wordt geconfronteerd met verschrikkelijke beelden en moet vrezen voor het leven van uw geliefden. Die mensen zijn echt ten einde raad. Ze doen alles wat ze kunnen om hun familie in veiligheid te brengen.
België is erin geslaagd om 24 mensen naar België te evacueren, maar die inspanning volstaat niet. Volgens het crisiscentrum van het Belgisch ministerie van Buitenlandse Zaken wachten bijna 500 Palestijnen in Gaza sinds 7 oktober 2023 om zich bij hun familie in België te voegen.
Wij werden gecontacteerd door tientallen mensen. De aanvragen voor gezinshereniging zijn in bijna alle gevallen goedgekeurd. De familieleden beschikken over de nodige papieren om naar België te komen, sommigen al van vóór 7 oktober 2023. Anderen waren gewoon op bezoek en wachten intussen al een jaar en acht maanden op evacuatie.
Op het VRT-nieuws zagen wij recent nog de getuigenis van Zuhour en Rawan. De man en kinderen van Rawan hebben een visum en staan op de evacuatielijst, maar er gebeurt gewoon niets. Ze hebben al meerdere keren aangeklopt bij de overheid, maar krijgen telkens weinig duidelijkheid. Ze vertelt hoe haar familie in Gaza mentaal gebroken is. Rawan zelf slaapt nauwelijks nog.
Ook van mensen ter plaatse in Gaza horen we dat ze het niet meer aankunnen. Ze lijden honger en zijn totaal hopeloos.
Bij al die mensen werd de aanvraag voor gezinshereniging goedgekeurd. Niettemin zitten ze nog steeds vast in Gaza. Dat valt gewoon niet meer uit te leggen.
Bovendien ondervinden heel veel families enorme moeilijkheden bij het indienen van een aanvraag voor gezinshereniging. Volgens advocaten worden Palestijnen uit Gaza geconfronteerd met bijzonder omslachtig en vaak onhaalbaar papierwerk. Een elektronische aanvraag wordt vaak geweigerd. Ze moeten zich dan fysiek aanbieden bij de Belgische ambassade in Israël, hoewel ze Gaza niet kunnen verlaten.
Die procedure is dan ook haast onmogelijk. De nodige documenten, zoals huwelijksakten of geboorteakten, zijn bij velen vernietigd door de bombardementen. Ook DNA-testen vormen een bijna onmogelijke opdracht. Wanneer zij die documenten niet kunnen voorleggen, wordt hun aanvraag geweigerd of ondervindt die aanzienlijke vertraging.
Zo werd ook de elektronische aanvraag van een jongen van twaalf geweigerd. De jongen ligt in het ziekenhuis nadat hij tijdens een raketaanval zijn rechterarm, -been en -oog verloor. Zijn broer verblijft in België als erkend vluchteling. Zijn advocaat heeft de Dienst Vreemdelingenzaken gecontacteerd na de weigering van de aanvraag, maar kreeg nooit een antwoord.
Advocaten pleiten dan ook voor een vereenvoudigde aanpak. Visumaanvragen moeten per e-mail kunnen worden ingediend, zonder dat daarvoor telkens een gerechtelijke procedure moet worden opgestart.
Mevrouw de minister, er moet toch iets zijn dat u kunt doen. Daarom stel ik u de volgende vragen.
Welke inspanningen levert u om ervoor te zorgen dat de betrokkenen zich met hun familie kunnen herenigen?
Hoeveel mensen met een goedgekeurd visum wachten nog op evacuatie? Waarom bleef het bij de evacuatie van slechts 24 personen? Waarom gebeurde er daarna niets meer?
Zult u ervoor zorgen dat aanvragen automatisch per e-mail kunnen gebeuren in plaats van telkens geval per geval te worden behandeld, of zullen advocaten steeds een gerechtelijke procedure moeten opstarten om dat af te dwingen?
Hoelang zullen de betrokkenen nog moeten wachten om hun familie, hun kinderen, opnieuw te kunnen zien?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, M Aouasti et Mme Schlitz, eerst en vooral, de oorlog in Gaza heeft verschrikkelijke proporties aangenomen. Het menselijk leed is werkelijk gigantisch. Het is onmogelijk om daar onbewogen onder te blijven. Dat is zeer duidelijk.
Ik begin met de vragen naar concrete cijfers. Daarvan heb ik gemerkt dat u andere gegevens vraagt dan wat in de ingediende tekst van de vragen staat. Hopelijk begrijpen jullie dat ik die cijfers niet uit het hoofd ken.
Monsieur Aouasti, vous avez demandé la répartition entre les visas hybrides et les autres. Je ne connais pas ces chiffres par coeur. En revanche, je dispose des chiffres correspondant aux questions que vous avez transmises par écrit. Si vous souhaitez obtenir d’autres données, je peux naturellement vous les fournir par écrit.
Mevrouw Daems, de Dienst Vreemdelingenzaken behandelt het dossier na de visumaanvraag. Het zal u niet ontgaan zijn dat door de immense migratiedruk onder de vorige regering onze asiel- en migratiediensten overbelast zijn geraakt. Toch doen zij er alles aan om onder de huidige omstandigheden de dossiers, ook die van de Palestijnen, zo snel mogelijk te behandelen. Meer nog, van de aanvragen voor erkenning van Palestijnen op Europees niveau, gebeurt 53 % in België. We kunnen dus zeker zeggen dat België meer dan zijn deel doet.
Het is onze eerste prioriteit om de asielinstroom terug te dringen en te investeren in extra personeel bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het CGVS om de behandeling van aanvragen te kunnen versnellen. De visumaanvraag en wat er na een eventuele goedkeuring gebeurt, vallen onder de bevoegdheid van Buitenlandse Zaken, dus die vragen moeten worden gericht aan minister Prévot. Dat is ook het geval voor uw vraag wanneer personen hun familie en kinderen zullen kunnen terugzien.
In de ingediende tekst van uw vraag staat ook een vraag over het bestaan van zogenaamde nepmails. Volgens de laatste informatie heeft de DVZ geen weet van dergelijke mails.
Wat betreft uw vraag over de mogelijkheid om een visumaanvraag via elektronische weg in te dienen, heb ik de vorige keer in het kader van de discussie over de wetsontwerpen rond gezinshereniging al geantwoord dat er een mogelijkheid bestaat om een visumaanvraag via e-mail in te dienen.
Wat de originele documenten betreft, wordt geval per geval bekeken of een afwijking eventueel kan worden toegelaten als de originele documenten niet bezorgd kunnen worden. Dan kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een gesprek met de persoon in kwestie of voor een DNA-test.
Monsieur Aouasti, vous m'avez demandé quel était le délai moyen de traitement des demandes de visa humanitaire, tous pays confondus et spécifiquement pour les Gazaouis. En règle générale, l'Office des É trangers respecte l'ordre chronologique ( First In, First Out ). Plusieurs facteurs peuvent toutefois perturber cet ordre, par exemple l'injonction du tribunal de première instance de prendre une décision dans un délai déterminé, l'obligation de prendre une nouvelle décision après un arrêt d'annulation du Conseil du Contentieux des é trangers (CCE) ou une plainte auprès du Médiateur fédéral.
Le 31 mai 2025, l'Office des É trangers comptabilisait 1 224 demandes de visa en attente d'une décision. Aucune statistique n'est ventilée selon la nationalité, la présence d'enfants ou la combinaison avec une demande de regroupement familial. Une telle ventilation supposerait en effet un pré-examen des demandes lors de leur réception. Par souci d'équité, l'Office des É trangers examine les demandes de visa pour raison humanitaire par ordre chronologique ( First In, First Out) . En effet, ces demandes sont généralement formulées par des personnes qui se trouvent dans des régions en proie à différents types de conflits (internes, ethniques, régionaux, etc.) ou dans des situations personnelles, familiales ou sanitaires difficiles.
Vous m'avez demandé si je pouvais garantir que les demandes introduites par e-mail étaient traitées avec la même diligence que celles qui sont introduites par voie classique. Je peux le confirmer: le mode d'introduction de la demande n'a pas d'incidence sur les critères d'examen ou le délai de traitement.
Madame Schlitz et monsieur Aouasti, en ce qui concerne les chiffres que vous avez sollicités dans la version que j'ai reçue, je puis vous indiquer que de janvier jusqu'en avril dernier, 279 demandes de visa humanitaire ont été introduites par des Gazaouis, 737 demandes l'ont été en 2024 et 162 en 2023. Donc, vous voyez que leur nombre augmente. Jusqu'en avril dernier, 788 demandes de regroupement familial ont été introduites par des Gazaouis, 1 424 l'ont été en 2024 et 614 en 2023.
Madame Schlitz, j'attire votre attention sur le fait qu'en dépit de son usage fréquent, le concept de visa humanitaire n'apparaît nulle part dans la loi du 15 décembre 1980. Ceci dit, les demandes de visas motivées par des raisons humanitaires sont également examinées régulièrement. Toutefois, la loi ne fixant pas de critères, l'examen de ces demandes est généralement plus complexe et nécessite davantage de temps. En ce qui concerne le regroupement familial, une demande de visa peut être approuvée lorsque les conditions prévues par la loi sur les étrangers sont remplies. Dans les deux cas, un contrôle d'identité et de sécurité est également effectué. Chaque demande doit faire l'objet d'un examen approfondi.
Enfin, une distinction doit être faite entre la décision de l'Office des é trangers d'accorder un visa et l'exécution de cette décision. La délivrance effective d'un visa par un poste diplomatique ou consulaire belge dans la région est en effet empêchée depuis de longs mois en raison de la fermeture des frontières.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie pour vos réponses, madame la ministre. Si vous préférez que je vous adresse les demandes de statistiques par écrit, je le ferai avec plaisir.
Concernant les demandes de visas humanitaires, si cela a une base légale, c'est inquiétant. Mais vous dites qu'il n'y a pas de base légale, que le terme est tronqué.
C'est l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980 qui prévoit que les personnes peuvent introduire, depuis un poste diplomatique, des demandes qui sont examinées dans un cadre humanitaire. Ce sont effectivement des demandes de séjour, par le biais d'un visa, qui sont examinées à la discrétion du ministre. C'est d'ailleurs la règle, et les 9 bis et 9 ter sont des dérogations puisqu'ils supposent l'impossibilité pour la personne d'avoir un retour, même bref, pour pouvoir déposer sa demande de séjour depuis le poste diplomatique.
Donc l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980 existe, il a une base légale. Il est effectivement peu utilisé, et l'expression "visa humanitaire" peut être un terme tronqué. Mais cet article 9 existe et donne la compétence à l'Office des étrangers d'examiner des demandes humanitaires adressées par des personnes étrangères qui ne peuvent pas entrer dans une formule de regroupement familial ou autre depuis le poste diplomatique. Et c'est ce qu'on appelle communément "visa humanitaire".
Deuxièmement, il y a une réponse que je n'ai pas reçue, ou à moitié. Il s'agit de la faculté de pouvoir introduire ces demandes en ligne. Vous nous avez garanti que c'était possible pour le regroupement familial. On sait que dans la pratique administrative, c'est le cas pour les demandes hybrides. Mais pour les demandes qui sont purement basées sur l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980, cette faculté de les introduire en ligne existe-t-elle?
Comme nous en avons déjà débattu, les pratiques divergent d'un poste diplomatique à l'autre, d'un centre à l'autre, d'un pays à l'autre. Et il faut aussi tenir compte de la difficulté d'avoir ce qu'on appelle les dossiers incomplets et les dossiers complets. C'est une question technique, qui est vraiment importante dans ce cadre-là. Comme je l'ai dit dans ma question, le centre VFS a été bombardé et n'existe pas.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous nous avez seulement donné des chiffres pour ce qui concerne les demandes introduites. Par contre, on n'a pas de chiffres sur les octrois de visas ni sur les exécutions des visas. Vous n'avez donc pas répondu à la plupart de mes questions. Vous nous dites que c'est traité dans l'ordre chronologique mais qu'il y a des moments d'urgence où il peut y avoir une injonction.
En l'occurrence, n'y a-t-il pas une urgence prioritaire à faire passer les dossiers des Gazaouis en haut de la pile? Chaque jour qui passe, il y a des décès supplémentaires et, par conséquent, une impossibilité d'exécuter et de délivrer ces visas.
Madame la ministre, quelles initiatives avez-vous prises pour faire en sorte d'exfiltrer ces personnes de Gaza pour leur venir en aide et sauver leur vie? Voici en fait la traduction de toutes mes questions. Et là, ce que j'entends, c'est que vous n'avez rien fait. Vous n'avez rien fait. Vous vous en foutez complètement.
Vous nous dites au début de votre intervention que ce qui se passe à Gaza est terrible. J'imagine qu'on vous oblige à dire cela pour ne pas faire scandale. Mais, en fait, vous n'en avez rien à faire et vous n'avez manifestement rien fait pour venir en aide à ces personnes qui ont, notamment dans le cas du regroupement familial, des membres de leur famille en Belgique qui sont des ressortissants belges. C'est inadmissible!
Greet Daems:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik had enkele woorden verwacht waaruit de Palestijnen in Gaza hoop zouden kunnen putten, maar ik heb ze helaas niet gehoord. U zegt dat de DVZ er alles aan doet om de visumaanvragen zo snel mogelijk te behandelen, maar tegelijkertijd zegt u dat uw prioriteit ligt bij het terugdringen van de migratiecijfers. Uw prioriteit zou echter moeten liggen bij de evacuatie van mensen uit Gaza, gezinsleden van Palestijnen die een verblijf hebben in België, mensen die een hoog risico lopen om te sterven.
U zit aan de knoppen. U bepaalt wat prioritair is. U hebt de macht om sneller te schakelen. Terwijl de situatie in Gaza verschrikkelijk is en nog steeds escaleert – wat we live op beeld kunnen volgen – blijft u vasthouden aan de procedure. Er worden documenten gevraagd die al maanden onder het puin liggen. Gaza is zo goed als volledig platgebombardeerd. Er worden medische attesten gevraagd. Vind maar eens een dokter die zich daarmee wil bezighouden. De zorginfrastructuur van Gaza staat amper nog overeind. Hetzelfde geldt voor de DNA-testen. Zodra één document ontbreekt, wordt de aanvraag gewoon geweigerd.
U kunt het ook anders aanpakken. U kunt de aanvragen behandelen zonder al die documenten, documenten waarvan de meerderheid vernietigd is. U kunt uw diensten instructies geven dat de aanvragen van mensen uit Gaza boven op de stapel komen te liggen.
Ik denk dat het wel duidelijk is hoe ernstig de situatie in Gaza is. Elke dag dat mensen langer moeten wachten, is een dag te veel. Mevrouw de minister, u kunt hier het verschil betekenen tussen leven en dood. Ik reken op uw menselijkheid om zo snel mogelijk familieleden te evacueren, om ervoor te zorgen dat zij niet sterven.
U beweert ook dat elektronische aanvragen wel kunnen, dat het geval per geval wordt bekeken, maar in de pers lezen wij toch andere dingen. Ik sprak u daarnet ook over die jongen van 12 die in het ziekenhuis ligt en een been, een arm en een oog heeft verloren. Dat is geen alleenstaand geval. Wij horen dezelfde verhalen bij heel veel mensen die ons contacteren. Ook tal van advocaten bevestigen dat. Dan kunt u toch niet ontkennen dat er een probleem is met die elektronische aanvragen.
Daar stopt het trouwens niet. Als de aanvraag eenmaal is goedgekeurd, betekent dat nog niet dat er sprake is van evacuatie. Die mensen sturen ons berichten in de hoop dat die u bereiken. Ze vragen u om hen te helpen, om hun kinderen te redden uit Gaza. Die berichten, mevrouw de minister, zijn bijzonder hard om te lezen. Ik vermoed dat u ze ook ontvangt.
Velen onder hen zijn echt ten einde raad. Zo is er iemand die al 18 maanden wacht op zijn kinderen, al 18 maanden zitten die kinderen vast. Dat is onmenselijk lang, zeker met dagelijkse bombardementen en wanneer nagenoeg alle kinderen ondervoed zijn. Die man is zo radeloos dat hij geen andere uitweg meer ziet dan zelfmoord te plegen. Dat zijn enorm heftige situaties.
Er moet toch iets zijn wat u kunt doen, u moet toch meer kunnen doen. Ik hoop dan ook dat zij op uw empathie en menselijkheid mogen rekenen en dat u er alles aan zult doen om hen te helpen.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Greet Daems en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid, - overwegende dat Palestijnen uit Gaza elke dag moeten vrezen voor hun leven; - overwegende dat Israël al zeker 56.000 Palestijnen vermoordde; - overwegende dat er een enorme toename van geweld is tijdens de voedselbedeling, georganiseerd door Israël; - overwegende dat er een hongersnood is, en dat Israël hulp nog steeds tegenhoudt; - overwegende dat de humanitaire crisis in Gaza onverminderd doorgaat; - overwegende dat er volgens het crisiscentrum van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken bijna 500 Palestijnen in Gaza wachten sinds 7 oktober 2023 om zich bij hun familie in België te voegen; - overwegende dat er heel wat problemen zijn met de elektronische aanvragen van gezinshereniging; - overwegende dat het heel lang duurt vooraleer een visumaanvraag behandeld wordt; vraagt de regering - om alles in het werk te stellen om de evacuatie van de familieleden van Palestijnen in België zo snel als mogelijk te volbrengen; - om alles in het werk te stellen om de resterende visumaanvragen met spoed te behandelen; - om alles in het werk te stellen zodat elektronische aanvragen automatisch kunnen voor mensen die nog in Gaza verblijven." Une motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Greet Daems et la réponse de la ministre de l’Asile et de la Migration, et de l’Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes villes, - considérant que les Palestiniens de Gaza doivent craindre chaque jour pour leur vie; - considérant qu'Israël a déjà tué au moins 56 000 Palestiniens; - considérant qu'on assiste à un regain de violence démesuré lors de la distribution de nourriture, organisée par Israël; - considérant qu'une famine sévit et qu'Israël retient toujours l'aide; - considérant que la crise humanitaire se poursuit sans relâche à Gaza; - considérant que, selon le centre de crise du SPF Affaires étrangères, près de 500 Palestiniens attendent à Gaza, depuis le 7 octobre 2023, de rejoindre leur famille en Belgique; - considérant que les demandes électroniques de regroupement familial posent de nombreux problèmes; - considérant que le délai de traitement des demandes de visa est très long; demande au gouvernement de prendre les mesures nécessaires afin - de tout mettre en œuvre pour procéder, dans les plus brefs délais, à l'évacuation des membres de la famille de Palestiniens en Belgique; - de tout mettre en œuvre pour traiter d'urgence les demandes de visa restantes; - de tout mettre en œuvre pour permettre le traitement automatique des demandes électroniques pour les personnes qui séjournent encore à Gaza. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Het uitzetten van Hamassupporters
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy dringt aan op intrekking van verblijfsvergunningen en nationaliteit van Hamas- en jihadistische aanhangers in België, geïnspireerd door Amerikaanse maatregelen, om antisemitisme en terreurverheerlijking op universiteiten en in de samenleving hard aan te pakken, maar kritiseert minister Van Bossuyt omdat haar casuïstische benadering (geval-per-geval-beoordeling bij "dreiging voor openbare orde") hem te slap en onvoldoende proactief lijkt. Van Bossuyt verwerpt antisemitisme maar benadrukt dat individuele veiligheidsrisico’s de enige juridische grond zijn voor uitzetting, zonder algemene maatregelen te beloven. Van Rooy illustreert de urgentie met een persoonlijk voorbeeld: seculiere Iraniërs in België worden geconfronteerd met sharia-aanhangers die ongestraft extremistische opvattingen verspreiden, wat hij als onacceptabel en maatschappelijk schadelijk bestempelt.
Sam Van Rooy:
Dank u, mijnheer de voorzitter. Ik merk dat ook in deze commissie een aantal spreekbuizen van Hamas aanwezig zijn. Het gaat echt snel bergaf met dit land, helaas, maar dat terzijde.
"We will be revoking the visas and/or green cards of Hamas supporters in America, so they can be deported," zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. Hij sprak die woorden naar aanleiding van de arrestatie van Mahmoud Khalil, die een prominente rol speelde in de pro-Hamasprotesten aan de Columbia-universiteit. Khalils activiteiten ondersteunden de genocidale, antisemitische jihadisten van Hamas. Zijn studentenvisum of green card werd dan ook ingetrokken. Een woordvoerder van Homeland Security benadrukte dat dat past in de strijd tegen antisemitisme.
Ook bij ons, op straat in Antwerpen en Brussel, en in onze scholen en universiteiten, zijn Joden steeds minder welkom en zelfs minder veilig als gevolg van dat soort Hamaspropagandisten.
Mevrouw de minister, vindt u dat een goede en na te volgen maatregel?
Wilt u in het kader van de strijd tegen antisemitisme en tegen de verheerlijking van jihadistische terreur, met name op onze universiteiten, de verblijfsvergunning of, in het geval van dubbele nationaliteit, de Belgische nationaliteit van zulke Hamassupporters intrekken en hen het land uitzetten?
Ten slotte voeg ik daaraan toe dat ik de lat voor u niet al te hoog leg. Alleen al door uit te spreken dat u wenst om dat te doen, want ik begrijp uiteraard dat het niet evident is, zou u een sterk signaal geven dat antisemitisme en de verheerlijking van jihadterreur geen plaats hebben in dit land en al zeker niet op onze universiteiten.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, tijdens een vorige mondelinge vragensessie hebt u een gelijkaardige vraag gesteld. Ik heb toen heel duidelijk elke vorm van antisemitisme sterk veroordeeld en dat wil ik graag opnieuw doen.
Wat betreft de concrete vraag die u vandaag stelt, een studentenvisum of de verlenging van een studentenverblijf kan worden geweigerd of een studieverblijf kan worden beëindigd indien de betrokkene wordt geacht een bedreiging te vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid van het land. Die afweging kan niet in het algemeen, maar zal steeds geval per geval moeten worden gemaakt.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw kort antwoord. Ik denk dat u van goede wil bent, maar ik had toch een iets steviger antwoord verwacht. U ziet blijkbaar niet in hoe ernstig de situatie op dit moment is. Ik zal dat beschrijven met een persoonlijke noot, die helaas veelzeggend is. Mijn Iraanse partner is ooit naar België gekomen met een studentenvisum. Dat is prima, maar zij en ook seculiere Iraanse vrienden van ons werden geconfronteerd met Iraans-islamitische aanhangers van het jihadistische shariaregime van de Iraanse ayatollahs, die hier ook gewoon mochten en mogen studeren en wier opvattingen en intenties duidelijk niet koosjer zijn. Vindt u dat normaal? Vindt u dat goed voor onze samenleving? Blijft u dat toestaan? Als ik uw antwoord hoor, vrees ik van wel en dat vind ik werkelijk niet te geloven.
De samenwerking van de federale wetenschappelijke instellingen met Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Petra De Sutter kaart de Israëlische nederzettingenpolitiek en oorlogsmisdaden in Gaza aan en dringt aan op concrete Belgische/Europese sancties, waaronder een stop op wetenschappelijke samenwerking (o.a. via Horizon Europe) met Israëlische instellingen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen of bezetting, gebaseerd op schendingen van het EU-associatieverdrag (art. 2) en het ICJ-advies van juli 2024. Minister Vanessa Matz wijst federale richtlijnen af, verwijzend naar beperkte bevoegdheden (universiteiten vallen onder gemeenschappen) en praktische moeilijkheden (definiëren van "betrokkenheid"), maar belooft dual-use-samenwerkingen in ruimtevaart te onderzoeken en zich te schikken naar toekomstige EU-beslissingen (vergelijkbaar met Russische sancties). De Sutter houdt vol dat België meer kan doen, zoals druk uitoefenen via het associatieverdrag, interne evaluaties van federale instellingen afdwingen en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden vermijden, maar Matz blijft terughoudend en verschuilt zich achter procedurele en juridische beperkingen. Kernpunt: België handhaaft wetenschappelijke banden met Israël ondanks groeiende Europese twijfels, terwijl De Sutter onmiddellijke politiek-juridische stappen eist om de bezetting en oorlog te sanctioneren.
Petra De Sutter:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De oorlogsdaden van Israël in Gaza worden zowat elke dag grotesker, net als de kolonisering van de Westoever. Sinds de Oslo-akkoorden zijn er minstens 200 nieuwe illegale nederzettingen en outposts gebouwd; het aantal kolonisten is verdrievoudigd. Vorige week kondigde de Israëlische minister van Defensie 22 nieuwe nederzettingen aan, expliciet bedoeld om de oprichting van een Palestijnse staat te verhinderen.
Hoewel er in Europa stilaan bereidheid groeit om het beleid te herzien, blijft concrete actie vaak uit. Lidstaten blijven wapens leveren, en producten uit bezet gebied circuleren nog steeds vrij op de Europese markt.
Uit een artikel in Apache blijkt dat 23 Belgische wetenschappelijke instellingen via Horizon Europe betrokken zijn bij 46 projecten met Israëlische partners – tien daarvan gestart na 7 oktober 2023. Drie projecten worden gecoördineerd door Belgische instellingen.
Ik heb dan ook de volgende vragen:
Kunt u een lijst bezorgen van alle lopende samenwerkingen tussen Federale Wetenschappelijke Instellingen en Israëlische partners? Graag met info over looptijd, inhoud en eventuele interne evaluaties.
Er ontbreekt vaak een duidelijk kader voor internationale samenwerkingen. De Gazaresolutie van de federale meerderheidspartijen gaat bijvoorbeeld niet dieper in op de vraag of wetenschappelijke instellingen en universiteiten al dan niet mogen samenwerken met Israëlische partners die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Ook Europees blijft zo een kader uit, tot frustratie van onze Belgische universiteiten. Bent u bereid een dergelijk federaal kader uit te werken? Zo ja, hoe en wanneer? Zo niet, waarom niet?
De focus ligt momenteel vaak op het opschorten van nieuwe samenwerkingen zolang de oorlog in Gaza woedt. Maar hoe zit het met de nederzettingenpolitiek? Bent u bereid om federale richtlijnen op te stellen die samenwerking uitsluiten zolang Israël zich niet volledig uit bezet gebied terugtrekt? Het internationaal gerechtshof roept hier alvast toe op in haar niet-bindend advies van juli 2024.
De federale resolutie over Gaza stelt dat België op EU-niveau voor sancties zal pleiten. Welke specifieke sancties bepleit u binnen uw bevoegdheden? Hoe wilt u mee druk uitoefenen binnen Europa?
Tot slot: de resolutie belooft een kritische herziening van de samenwerking met Israël via een formeel onderzoek naar het associatieverdrag. Intussen blijkt uit een gelekt rapport dat de EU sinds november weet heeft van Israël's strafbare daden en van hun eigen verplichtingen. Waarom wacht Arizona nog af? Welke andere elementen is ze nog aan het afwachten?
Vanessa Matz:
Mevrouw De Sutter, alle betrokken wetenschappelijke samenwerkingen verlopen in het kader van een traditionele internationale wetenschappelijke samenwerking. De projecten zijn verbonden aan internationale en Europese organisaties, consortia en andere wetenschappelijke verenigingen, waaraan tal van andere landen deelnemen, waarin ze uitwisselen of waarvan ze gezamenlijk lid zijn.
Het opstellen van een specifiek federaal kader staat vandaag niet op de agenda. Een dergelijk kader veronderstelt definities, maar die zijn moeilijk vast te leggen. Het is niet eenvoudig om de betrokkenheid vast te stellen voor veel Israëlische publieke partners. Ik vrees dat de invoering van een dergelijk bindend kader op federaal niveau meer vragen zou oproepen dan antwoorden bieden. Bovendien is de federale overheid niet bevoegd om te antwoorden op dergelijke vragen met betrekking tot de Belgische universiteiten.
Wat het wetenschappelijk en cultureel domein betreft, geldt dat wetenschappelijke en culturele diplomatie normaal gezien het laatste is wat stopgezet wordt en het eerste wat opnieuw op gang komt. Uiteraard zal ik mij echter neerleggen bij elke duidelijke federale of Europese richtlijn ter zake, zoals enkele jaren geleden het geval was voor de Russische Federatie.
Binnen het kader van mijn bevoegdheden ben ik niet van plan om specifieke sancties uit te vaardigen tegen Israëlische bedrijven of instellingen. Ik ben echter wel van plan om bij mijn collega bevoegd voor Defensie na te gaan welke samenwerkingen er bestaan in de ruimtevaartsector en of bepaalde ontwikkelingen zogenaamde dual-use doeleinden kunnen hebben. In dat geval zal ik uiteraard handelen in overeenstemming met de instructies van Buitenlandse Zaken.
Petra De Sutter:
Mevrouw de minister, we weten dat de regering een evenwicht zoekt als het gaat over de samenwerking met Israël. We verschillen over die samenwerking van mening, denk ik. Net zoals de universiteiten dat zelf moeten doen en ook doen – u hebt daarnaar verwezen en dat valt inderdaad buiten het federaal kader – kan ook elk van de federale wetenschappelijke instellingen die onder uw bevoegdheid vallen, die oefening maken.
Ik verwijs naar de resolutie van uw meerderheid, die duidelijk stelt dat u op Europees niveau zult pleiten voor sancties. Via de discussie over het associatieverdrag zou onder Horizon Europe een aantal samenwerkingen kunnen worden stopgezet. Het is duidelijk dat artikel 2, dat mensenrechtenschendingen verbiedt, wordt geschonden. Het associatieverdrag zou op basis daarvan kunnen worden opgeschort.
U hebt eigenlijk meer instrumenten tot uw beschikking dan u wellicht denkt, ook binnen uw regering en binnen uw eigen bevoegdheid. Het zou passend zijn om die discussie te voeren en op die manier verantwoordelijkheid te nemen aangaande de samenwerking met instellingen in een land dat duidelijk het internationaal humanitair recht schendt.
Elke dag zien we de berichtgeving en beelden uit Gaza. Door te blijven samenwerken met die instellingen rijst de vraag in welke mate wij daaraan bijdragen of zelfs medeplichtig zijn.
Daarom vraag ik u om te overwegen om via uw bevoegdheid in overleg te gaan met uw wetenschappelijke instellingen. Misschien zijn zij zelf vragende partij, maar ze kunnen niet zonder uw toestemming handelen. Het associatieverdrag, de Europese ontwikkelingen en uw eigen federale resoluties zijn wellicht hulpmiddelen die daartoe kunnen worden ingezet.
Voorzitter:
Vraag 56005738C van mevrouw Jacquet wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De doorvoer van militair materieel naar Israël
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Nabil Boukili beschuldigt de Belgische overheid van medeplichtigheid aan het Israëlische geweld in Gaza door toelating van wapentransit (o.a. F-35-onderdelen) via Bierset, ondanks bestaande wetgeving die dit verbiedt bij schendingen van internationaal recht. Hij eist een interministeriële conferentie voor een militair embargo tegen Israël, maar minister Jan Jambon wijst verantwoordelijkheid af: licenties vallen onder de Régio’s (hier Wallonië), terwijl de federale douane enkel controles uitvoert op basis van risicoanalyses. Boukili noemt de passiviteit "compliciteit met genocide" en verwijst naar eerdere initiatieven (zoals de VLD-minister De Gucht in 2009) die nu ontbreken, ondanks langdurige signalen over wapenleveringen sinds 2003.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, De Morgen et Le Soir révèlent que du matériel militaire lié à des F-35 a transité par l'aéroport de Bierset à destination d'Israël pour bombarder le peuple palestinien à Gaza, pour contribuer aujourd'hui au génocide.
Ce n'est pas la première fois que sont faites des révélations selon lesquelles du matériel militaire transite par la Belgique. Mon collègue Peter Mertens a fait de telles révélations ici à plusieurs reprises. Des journalistes ont fait des enquêtes menant à de telles révélations. Des associations ont porté plainte contre cela. Des syndicalistes se sont révoltés contre cette situation.
Pourtant, il n'y a eu aucune réaction des différents gouvernements. Aucune. Les différents gouvernements, que ce soit la Région, que ce soit le fédéral, se rejettent la balle. "Ce n'est pas moi, c'est l'autre".
Mais vous savez, monsieur Jambon, que les bombes se foutent de qui est responsable du transit d'armes. Les bombes ne choisissent pas si c'est la Région ou le fédéral qui doit décider.
Aujourd'hui, alors que nous avons une législation qui interdit le transit d'armes vers des pays ou vers des armées qui violent le droit international, pourquoi cette législation n'est-elle pas appliquée contre Israël? S’il y a des flous dans cette législation, pourquoi n'agissez-vous pas pour lever ces flous?
Ma question est très simple, monsieur le ministre. Allez-vous organiser une Conférence interministérielle entre le fédéral et les Régions pour décréter un embargo militaire contre Israël, oui ou non?
Jan Jambon:
Chers collègues, conformément à la décision du Conseil des ministres de mai 2025, dans le cadre de l'accord de coopération de 2007 entre l'État fédéral et les Régions relatif à l'importation, l'exportation et le transit de matériel militaire ou de matériel à double usage et dans le respect des compétences respectives, le cas des exportations d'armes vers Israël et les territoires palestiniens occupés sera évalué avec une attention particulière portée au transit via la Belgique.
Le commerce et le transit des armes en Belgique sont largement régionalisés, ce qui signifie que les licences d'exportation de matériel militaire sont délivrées par les Régions. Lorsqu'elle est légalement requise, la licence de transit pour les armes et les biens militaires est demandée et délivrée par les Régions. Comme il s'agit ici de Liège, c'est donc la Région wallonne qui est compétente.
L'Administration générale des Douanes et Accises n'est compétente que pour le contrôle et la concertation liés au respect des différentes législations. Ce sont les diverses autorités compétentes qui décident du type de biens et de mouvements pour lesquels une licence est nécessaire. Comme pour toutes les autre marchandises, les contrôles sont effectués sur la base d'une analyse de risque liée aux déclarations et à la demande de l'autorité compétente elle-même.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je m'attendais à une réponse un peu décevante mais vous avez dépassé mes espérances. En 2009, un ministre fédéral Vld, M. De Gucht, a organisé une réunion avec des ministres régionaux parce qu'il y avait une guerre contre Gaza. Pourquoi le fédéral ne le fait-il pas dans ce cas-ci? Vous dites qu'on envisage et qu'on étudie les risques, mais on révèle depuis 2003 qu'il y a un transit d'armes chez nous vers Israël, pour tuer les Palestiniens. Aujourd'hui, l'inaction du gouvernement belge est une complicité dans le génocide actuel. Vous êtes complice des morts et du génocide. Tous les partis ici pleurent à chaque fois qu'il y a des bombardements à Gaza, à chaque fois que des enfants meurent, mais aujourd'hui, vous êtes complice de ce génocide parce que vous n'agissez pas contre le transit d'armes en Belgique.
De gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten voor de beschikbaarheid en de prijs van energie
De opschorting van de uitbating van twee gasvelden door Israël n.a.v. het conflict Israël-Iran
Energiecrisis in het Midden-Oosten door Israël-Iran conflict
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 19 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De escalerende conflicten in het Midden-Oosten (met name rond Iran en het Straat van Hormuz) bedreigen Belgiës energielevering (20% olie, 30% LNG) en drijven prijzen op, wat de koopkracht en bedrijfscompetitiviteit onder druk zet, terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (€13,3 mjd aan subsidies) klimaatdoelen ondermijnt. Minister Bihet benadrukt acute marktreacties maar zet in op langetermijnresilientie: versterkte strategische voorraden, diversificatie (kernenergie + hernieuwbaar), en Europese samenwerking (RePowerEU) om afhankelijkheid van fossiel—met name Russisch gas—te verminderen, aangevuld met een nieuwe Hoge Raad voor Energiebevoorrading voor scenario-planning. Frank en Wollants eisen concrete stappen: snelle afbouw fossiele subsidies, versnelling van de energietransitie (kern + groen), en crisisparaatheid (voorraden, infrastructuur) om prijsstijgingen en wintertekorten te voorkomen, met nadruk op soevereiniteit en klimaatverplichtingen. De kernboodschap: korte termijn = marktmonitoring en buffermaatregelen; lange termijn = radicale verschuiving naar eigen, duurzame energie om geopolitieke kwetsbaarheid en klimaatschade te breken.
Luc Frank:
Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister, ich weiß, Sie schätzen es sehr, wenn ich die Gelegenheit nutze, mit Ihnen ein wenig Deutsch zu sprechen. Aber damit auch die Kollegen es verstehen …
Je vais poser la question en français.
Monsieur le ministre, au Proche-Orient, le conflit avec l'Iran prend une nouvelle ampleur. Il touche directement vos compétences, à savoir la garantie de l'approvisionnement énergétique de notre pays. Le détroit d'Ormuz véhicule 20 % du pétrole mondial et 30 % du gaz naturel liquéfié. Cet approvisionnement risque d'être impacté par le conflit. Le prix du pétrole a déjà augmenté légèrement ces derniers jours. Or, on sait que ce prix influence directement le prix des autres énergies. Les fluctuations de prix des énergies fossiles ont une influence directe sur notre portefeuille. Les guerres en Ukraine ou au Proche-Orient ont systématiquement rappelé une chose: notre dépendance aux énergies fossiles. L'inventaire fédéral des subsides aux énergies fossiles montrent des résultats inquiétants: 13,3 milliards. Cela représente une augmentation par rapport à l'année passée.
Monsieur le ministre, quels sont les risques des conflits en cours au Proche-Orient sur l'approvisionnement énergétique de la Belgique, sur les prix dans l'immédiat et sur l'approvisionnement pour l'hiver prochain? Quelle est votre action pour anticiper les pires scénarios comme le blocage du détroit d'Ormuz? Quelles sont les mesures concrètes que vous comptez prendre pour diminuer les subsides fédéraux aux combustibles fossiles? Quelle est votre action pour nous sortir de la dépendance à ces combustibles pour un prix énergétique plus durable et cohérent avec nos engagements climatiques?
Voorzitter:
Ich danke Ihnen sehr, Herr Kollege Frank.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, wij weten natuurlijk dat het conflict in het Midden-Oosten op heel veel vlakken een effect heeft. Ook op energiegebied kan het ons duur te staan komen. Israël heeft bijvoorbeeld twee van zijn drie gasvelden in de Middellandse Zee stilgelegd. Wij hebben onmiddellijk de reactie van de markt gezien: de prijzen zitten opnieuw aan 40 euro per megawattuur, hoewel het eigenlijk bijna zomer is. Ook op het vlak van olie zien wij een aantal effecten. De voorbije dagen is de olieprijs fel gestegen, wat uiteraard slecht nieuws is. Zeker indien de leveringszekerheid in het gedrang zou komen, zullen de prijzen nog aanzienlijk verder stijgen. Experts waarschuwen dat dat ook zou kunnen gebeuren.
Wij hebben natuurlijk ook enige ervaring met oorlogsprijzen en de gevolgen daarvan. Die effecten hebben we onmiddellijk gemerkt voor onze energiebevoorrading maar ook voor de facturen van gezinnen en bedrijven, die daar het slachtoffer van zijn. Wij betalen in zekere zin nog altijd oorlogsprijzen voor aardgas als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Niemand zit te wachten op een verdere stijging van de aardgas- of olieprijzen.
Wij willen daar toch iets aan doen. Onze gezinnen en bedrijven zitten absoluut niet te wachten op die stijgingen. Deze regering wil uiteraard de zaken onder controle houden en de koopkracht van onze burgers en de competitiviteit van onze ondernemingen beschermen.
Daarom heb ik een aantal vragen voor u.
Ten eerste, welke effecten meent u in dat verband waar te nemen op de energieprijzen? Ten tweede, acht u het aangewezen om u met uw collega’s, de Europese energieministers, over de problematiek te buigen om na te gaan hoe Europa zich tegen die effecten kan wapenen? Ten derde, hoe wil u het dossier in zijn geheel verder aanpakken?
Mathieu Bihet:
Mijnheer Wollants, mein lieber Freund Herr Frank, de situatie in het Midden-Oosten herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de geopolitieke evenwichten zijn en in welke mate energie een strategische hefboom blijft in deze spanningen.
Pour vous répondre très concrètement, il y a des réactions immédiates des marchés à la montée des tensions. Bien que les stocks physiques soient actuellement suffisants, les marchés restent extrêmement sensibles à l'incertitude. Nous suivons la situation de près avec mon administration.
Mais soyons lucides, la vraie question, c'est celle de notre résilience, car nos concitoyens n'attendent pas des discours alarmistes ou des discours naïfs, ils attendent des réponses concrètes, des choix clairs, et c'est ce que nous faisons.
Ten eerste verhogen we onze bevoorradingszekerheid door de bescherming van onze kritieke infrastructuur, de versterking van onze strategische voorraad en de voorbereiding op verschillende crisisscenario's.
Ten tweede diversifiëren wij onze energiebronnen, niet morgen, maar vandaag. Kernenergie en hernieuwbare energie zijn geen tegenstanders. Het zijn twee pijlers van onze stabiele, soevereine en koolstofarme energiemix.
Comme le disait hier notre collègue, M. Dubois, à cette même place – je l'ai écouté avec beaucoup d'attention, presque religieusement –, un grand pas a d'ores et déjà été franchi dans la transition énergétique avec la modification de la loi sur le nucléaire. Il faut désormais marquer l'essai, prolonger les centrales tout en développant les énergies renouvelables. Et je suis très heureux que nous partagions cette vision.
Troisièmement, nous intensifions notre coopération internationale. Je me suis rendu cette semaine au Conseil européen de l'Union européenne à Luxembourg ainsi qu'à Oslo pour consolider nos partenariats tant avec nos pays voisins qu'avec la Norvège. Notre position centrale en Europe nous oblige également à être un acteur des solutions, et pas uniquement un acteur des dépendances.
Comme vous le savez, nous voulons réduire graduellement notre dépendance aux énergies fossiles et par-là même augmenter notre autonomie stratégique. À cet égard, la Belgique soutient pleinement les objectifs contenus dans la feuille de route RePowerEU .
Notre volonté collective reste claire: mettre fin à notre dépendance aux énergies fossiles russes. Cela demande une planification rigoureuse mais également des mesures concrètes qu'il est primordial de mettre en œuvre pour éviter de remplacer une dépendance par une autre.
Tot slot richten wij de Hoge Raad voor Energiebevoorrading op, een autonoom orgaan dat de risico's op lange termijn zal analyseren en scenario's uitwerken en dat zal helpen om doordachte beslissingen te nemen, los van de emotie van het moment.
Messieurs les députés, la crise au Moyen-Orient s'ajoute à plusieurs tensions géopolitiques qui, depuis plusieurs années, déstabilisent le marché de l'énergie. Face à cette incertitude, il faut maintenir le cap, celui d'une réponse stratégique, lucide mais surtout souveraine. Je vous remercie de votre attention.
Luc Frank:
Zunächst einmal vielen herzlichen Dank für Ihre Antwort.
Il faut agir avec cohérence, assurer un approvisionnement énergétique basé sur les énergies durables, comme vous l'avez indiqué, tout en réorientant nos subsides vers les alternatives respectueuses du climat. Dans ce contexte, le ministre du Climat, ici présent, a annoncé prendre des initiatives concrètes auprès du ministre des Finances et du gouvernement afin de diminuer les subsides fédéraux alloués aux énergies fossiles. J'espère, monsieur le ministre de l' Énergie, que vous allez vous joindre à ces initiatives.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten inderdaad bekijken hoe we met de situatie omgaan. Dat wordt trouwens niet alleen een verhaal van korte, maar ook een van de lange termijn. Op de lange termijn moeten we inzetten op andere energiebronnen, bronnen die we zelf veel meer onder controle hebben. Dat is de absolute weg voorwaarts en daarmee moeten we aan de slag gaan.
We moeten nauwlettend de situatie in de gaten houden en inzetten op de verhoging van onze bevoorradingszekerheid. Dat kan onder andere door maatregelen te nemen in verband met onze voorraden en het energietransport. Wij moeten absoluut onze burgers en bedrijven beschermen omwille van de koopkracht en de competitiviteit.
Voorzitter:
Daarmee sluiten wij het vragenuurtje.
Het gebrek aan Belgische steun voor het gemeenschappelijke donorstatement over de hulp voor Gaza
De financiële steun aan UNRWA
De humanitaire hulp in Gaza
Palestina
De erkenning van de genocide in Gaza
Het gelekte EU-rapport over de door Israël gepleegde oorlogsmisdaden
Het schip Madleen van de Freedom Flotilla
De steun van Benjamin Netanyahu aan milities in Gaza
De situatie in Gaza
De deelname van de Israëlische regering aan de EU-Middelandse Zee-top in Brussel
De Gaza Humanitarian Foundation
De Freedom Flotilla Coalition en de arrestatie van de opvarenden door het Israëlische leger
De oorlogsmisdaden in Palestina
De oorlog in Gaza
Humanitaire crisis, oorlogsmisdaden en internationale reacties op Gaza en Palestina
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een parlementsdebat over de genocide in Gaza en België’s rol daarin, drongen oppositiepartijen aan op onmiddellijke sancties tegen Israël, een militair embargo, en de opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag, gesteund door massale protesten (100.000 betogers in Brussel) en een intern EU-rapport dat Israël beschuldigt van oorlogsmisdaden zoals uithongering en bombardementen op burgers. Minister Prévot (Buitenlandse Zaken) erkende de misdaden en pleitte voor Europese actie (o.a. sancties tegen extremistische ministers), maar benadrukte dat België’s invloed beperkt is zonder EU-steun en dat interne regeringsverschillen (met name N-VA/MR) verdere stappen blokkeren, terwijl hij humanitaire hulp (luchtbruggen, medische evacuaties) en juridische druk (ICJ, VN-resoluties) blijft afdwingen. Kritiek bleef dat België te afwachtend is en UNRWA-steun handhaaft ondanks Hamas-verbanden, terwijl de oproep tot een tweestatenoplossing en staakt-het-vuren centraal stond.
Voorzitter:
Chers collègues, nous allons commencer cette longue séance de questions au ministre Maxime Prévot par un débat d'actualité sur Gaza. Il y a 14 questions. Je vous suggère un temps de parole de deux minutes par question et de quatre minutes pour ceux et celles qui auraient déposé deux ou trois questions comme c'est parfois le cas.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, afgelopen zondag kwamen er 100.000 mensen op straat in Brussel. De straten kleurden rood. Ik was zelf ook aanwezig, samen met een grote delegatie van onze Groen-Ecolofractie. Al die mensen kwamen in het rood op straat om een rode lijn te trekken en de regering te vragen dat ook te doen – een rode lijn tegen de genocide in Gaza.
Niet iedereen is in Brussel geraakt, maar er waren ook lokaal veel spontane initiatieven. Het was hartverwarmend om te zien dat zoveel mensen zich willen uitspreken tegen die genocide en u en de federale regering oproepen om meer te doen. Dat is logisch want die genocide wordt zowat gelivestreamd in de nieuwsuitzendingen en op de nieuwssites. Het nieuws van vandaag is dat er 45 Palestijnen zijn gedood in de buurt van een voedselbedeling. Gisteren vielen 34 doden.
Mijnheer de minister, uw reactie was pijnlijk, want u verwijst naar wat de regering al onderneemt en vindt eigenlijk dat u goed bezig bent, hoewel 100.000 mensen in Brussel op straat komen en er lokaal nog zovelen de rode lijn willen trekken en u vragen om dat ook te doen tegen de genocide.
U spreekt over 'het kleine België', maar u bent naar ons gevoel niet sterk op de Europese tafel aan het kloppen om meer te ondernemen. Waar is het voluntarisme van uw beleidsverklaring? Daarin verklaart u dat België zich moet profileren als de verdediger van het internationaal recht en dat u met meer ambitie samen met de partners gemeenschappelijke uitdagingen zult aanpakken en onze waarden en belangen verdedigen. Ik mis die ambitie. Ik stel vooral vast dat u zich probeert te verstoppen achter het Europese compromis. Als u echt ambitie wilt tonen, dan moet u verder gaan en dat is ook wat zoveel Belgen vragen.
U kunt een voorbeeld nemen aan Ierland, dat toch ook geen groot Europees land is. De Ierse regering is de eerste die zegt waar het echt op staat, namelijk dat Israël momenteel een genocide pleegt in Gaza. Wanneer zal de Belgische regering zich daarover ook op die manier uitspreken? Een jaar geleden al erkende Ierland de Palestijnse Staat, wat België ook kan doen, maar u hebt beslist om te wachten tot alle Europese landen ermee akkoord gaan.
De Ierse regering voert al een wettelijk verbod in op de handel in producten uit de illegale Israëlische nederzettingen. In ons land is er geen sprake van een dergelijk initiatief. Ierland brengt ook in kaart welke Ierse bedrijven linken hebben met Israël. De Belgische regering doet echter het tegenovergestelde. Minister Francken noemt in dit Parlement de Israëlische defensie een voorkeurspartner van het Belgische leger. Hij doet dat op dit moment nog altijd. Er klinkt daarover geen protest bij de andere meerderheidspartijen. Dat is blijkbaar normaal.
De NMBS maakt aanstalten om een megaopdracht toe te wijzen aan een bedrijf dat treinverbindingen aanlegt van Jeruzalem naar de illegale Israëlische nederzettingen. België vervult dus totaal geen voortrekkersrol.
Ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen, maar mijn vragen in deze vergadering zijn de volgende. Zal de Belgische regering luisteren naar het massale signaal van afgelopen zondag? Is de urgentie aangetoond en zal er meer gebeuren dan er tot nog toe is afgesproken? Er bestaat duidelijk een groot draagvlak daarvoor.
Dan heb ik nog enkele andere vragen over de voorbije week en de komende weken. Er is een belangrijk rapport geschreven door de speciale EU-vertegenwoordiger, waarin al werd vastgesteld dat er ernstige problemen zijn en waarin zelfs sprake is van een genocide. Waarom werd dat rapport niet aangewend om het Associatieakkoord stop te zetten? Waarom moet er nog een nieuw initiatief komen?
Er is de komende weken ook een top gepland tussen de EU-lidstaten en hun buurlanden rond de Middellandse Zee. De Israëlische regering zal daarbij aanwezig zijn, maar een Europese functionaris heeft al verklaard dat dit geen forum zal zijn om de aanhoudende oorlog in Gaza te bespreken. Wel zal men spreken over meer samenwerking op verschillende domeinen. Ik hoop dat we daaraan niet zullen meewerken.
Zult u op die top aanwezig zijn? Zult u ervoor zorgen dat de oorlog in Gaza wel besproken wordt? Zult u zich verzetten tegen een verdere versterking van de samenwerking met Israël? Ik denk dat het daar meer dan tijd voor is.
Sam Van Rooy:
Dit weekend kwamen tienduizenden mensen, onder wie heel wat politici, journalisten en bekende Vlamingen op straat om zogenaamd een rode lijn voor Gaza te trekken.
Dat is veelzeggend, want diezelfde mensen vonden het niet nodig om een rode lijn te trekken na 7 oktober 2023, toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust plaatsvond. Ook trokken zij geen rode lijn toen in dit land de zoveelste jihadistische aanslag werd gepleegd, toen Islamitische Staat massaal Jezidi’s aan het verkrachten en afslachten was, of toen Iran, een andere islamitische staat, weer maar eens vrouwen, dissidenten en homoseksuelen martelde en vermoordde.
We zien hen ook nooit een rode lijn trekken wanneer weer maar eens christenen door moslimterroristen worden vermoord, laat staan dat ze een rode lijn trekken wanneer het gaat om de systematische onderdrukking van christenen en andere niet-moslims in de islamitische wereld. Zelfs de honderdduizenden doden in Jemen en Soedan waren voor de vele Al Jazeera- en Hamasmarionetten in dit land geen reden om een rode lijn te trekken, want no Jews, no news , nietwaar?
Dit gezegd zijnde, op het moment dat Israël ons eindelijk tracht te verlossen van de terroristen en jihadisten van Iran, heeft het land een nieuwe, gedetailleerde lijst vrijgegeven van jihadistische terroristen en leden van terreurorganisaties zoals Hamas, die ook medewerker bij UNRWA zijn. Het gaat in totaal om maar liefst 1.400 moslimterroristen die ook UNRWA-personeelsleden zijn
Mijnheer de minister, ik heb u deze informatie bezorgd. Wat is uw reactie hierop? Pleegt u hierover overleg met Israël? Last but not least, zal België ook na deze onthulling UNRWA, en dus dodelijke jihadterreur, met belastinggeld blijven sponsoren?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, j'aimerais revenir avec vous sur ce sujet brûlant d'actualité et notamment vous interroger sur la coopération au développement et l'aide humanitaire à Gaza. Vous aviez dit que c'était l'une de vos priorités avec le cessez-le-feu, or force est de constater que rien n'avance à ce sujet alors que sous le précédent gouvernement, la Belgique avait assumé son rôle via des largages aériens à Gaza grâce aux A400M de la Défense. Bien sûr, cela avait été coordonné par les Affaires étrangères dans le cadre d'une coalition internationale et en accord avec la Jordanie. Cependant, il n'en reste pas moins vrai que dans votre gouvernement, il y a de nombreuses résistances et je n'ai vu aucun volontarisme de la part de votre collègue en charge de la Défense pour mettre à disposition sa flotte pour venir en aide à la population affamée de Gaza.
Donc concrètement, quelle initiative allez-vous prendre et suivant quel calendrier? Avez-vous déjà eu des contacts avec votre collègue de la Défense à ce sujet et comptez-vous prendre l'initiative d'une coalition internationale pour débloquer la situation? Plus surprenant encore, les Américains et les Israéliens ont mis en place l'intervention de la Fondation humanitaire pour Gaza qui est censée y apporter de l'aide humanitaire, mais on voit qu'en fait il y a un gros problème avec cette fondation privée qui est instrumentalisée à des fins essentiellement israéliennes et surtout qui se comporte de telle manière qu'aujourd'hui, les Palestiniens qui se rendent dans les points de rassemblement sont menacés, et même pire car ils perdent la vie. En effet, ils perdent la vie pour avoir de l'eau, ils perdent la vie pour avoir de quoi se nourrir, ils perdent la vie pour nourrir leurs enfants et leurs tout-petits puisqu'il ressort des auditions de l'UNICEF que nous avons eues il y a 15 jours qu'il y avait plus de 15 000 enfants qui ont été tués jusqu'à présent, dont une grande partie de ceux-ci sont des enfants de zéro à un an.
Par conséquent, par rapport à cette Fondation humanitaire pour Gaza, je voudrais savoir quelle est votre position et la position officielle du gouvernement fédéral face à ce contournement par Israël du droit international humanitaire qui compromet la survie de plus de deux millions de Palestiniens car, effectivement, un blocus pour toute aide humanitaire est interdit par le droit international humanitaire. Que prenez-vous donc comme décision? Le gouvernement fédéral a-t-il pris des dispositions pour fournir une aide humanitaire belge aux Palestiniens de Gaza?
J'ai également des questions à vous poser en ce qui concerne la Freedom Flotilla Coalition. La manière dont Israël est intervenu et a arrêté une série de personnes se trouvant sur ce bateau est contraire, une fois de plus, au droit international. Comment avez-vous réagi à ces arrestations illégales et comment comptez-vous apporter votre soutien aux citoyens européens membres de la flottille et qui seraient encore détenus par Israël ou qui subissent aujourd'hui des représailles lourdes de cet État?
Enfin, j'ai des questions relatives à l'évacuation des Belges et ayants-droits de Gaza, mais aussi à leur évacuation du territoire israélien, puisque le conflit s'est transporté en Iran et que nous avons des ressortissants et ayants-droits qui sont en difficulté. J'aimerais connaître la liste des bénéficiaires. Combien de personnes étaient concernées à chaque fois? Peut-il être fait une distinction en fonction de la nationalité? S'agit-il aussi de bénéficiaires nouvellement identifiés? Y a-t-il des changements de politique ou des changements sur le terrain en ce qui concerne l'évacuation elle-même? Quand des évacuations effectives vers la Belgique ont-elles eu lieu cette année, pour combien de personnes et par quels postes-frontières et pays? Je vous remercie.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, sinds de indiening van mijn vraag is er al heel wat gebeurd op het terrein. De humanitaire situatie blijft ons verontrusten: kinderen sterven en mensen sterven wanneer ze eten gaan halen. Die zaken moeten we absoluut met de grootste zorg behandelen. Vandaar ook dat we in het Parlement een resolutie hebben goedgekeurd waardoor u een mandaat hebt gekregen, ook via de kern in de regering, om deel te nemen aan die voorziene VN-top, georganiseerd door Frankrijk en Saoedi-Arabië. We hebben nota genomen van het feit dat die VN-top uitgesteld is, wat uiteraard ook te maken heeft met de escalatie in Iran, maar daar komen we straks op terug.
Ik verneem graag welke signalen u momenteel ontvangt rond de organisatie van de VN-top die op zoek moet gaan naar vrede en naar een duurzame oplossing, naar een tweestatenoplossing in het Midden-Oosten.
De collega verwees er zonet ook naar dat u volgende week maandag samenkomt met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Welke visie zult u op tafel leggen? In hoeverre verwacht u maatregelen die de humanitaire situatie kunnen aanpakken? In hoeverre zult u pleiten voor snelle sancties, maar ook voor gesprekken voor vrede op langere termijn? Voorziet u initiatieven om zo snel mogelijk tot een staakt-het-vuren te komen?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, j'avais déposé plusieurs questions et je vais essayer d'en faire une intervention cohérente, même si, en termes de cohérence, cela devient de plus en plus compliqué. Depuis des mois, vous le savez, Gaza est plongée dans une horreur sans nom: des familles entières sont rayées de la carte, des enfants sont amputés, des camps sont bombardés, des gens boivent de l'eau insalubre faute d'autre chose. On parle d'une population qui est menacée par la famine et qui subit un génocide. Pendant ce temps, les bombes continuent de tomber. C'est une longue litanie que l'on répète depuis des mois.
Récemment, nous avons un peu moins de nouvelles encore, parce qu'Israël, après avoir coupé l'eau et l'électricité, après avoir empêché l'aide humanitaire d'entrer, a coupé toutes les communications, tous les canaux, et cette violence continue dans le noir. Il n'y a plus journalistes, quand ils ne sont pas tués. Il n'y a plus de témoignages, plus d'images, même si les civils continuent à documenter leur propre disparation et leur propre mort en direct. Ce n'est pas tout. Une enquête internationale a été relayée par The Guardian et RTL. Elle révèle qu'Israël finance des milices criminelles pour semer la terreur dans Gaza. Israël finance des groupes armés, payés pour briser les populations civiles, pour terroriser les survivants. C'est une stratégie militaire par milices interposées, délibérée. C'est une nouvelle violation du droit international.
Encore une autre aberration et une autre violation du droit international: la flottille du Madleen, un bateau humanitaire qui avait à son bord des civils et une eurodéputée, a été interceptée en pleine mer, dans des eaux internationales. Nous sommes en présence d'encore une autre violation du droit international, car les passagers ont été emprisonnés.
En parallèle, la grande marche pour Gaza, prévue depuis des semaines, a été empêchée par l'Égypte. Certains organisateurs n'ont même pas pu atteindre Rafah. Je dois dire que c'est vraiment une honte que ces pays, notamment arabes, ne soutiennent pas davantage un processus de paix, et une initiative citoyenne et pacifique.
Monsieur le ministre, vous avez utilisé le mot "génocide" et vous avez raison. Mais ce mot vous engage, et il engage ce gouvernement.
Je me demande ce que nous attendons. Même si je sais que vous avez plaidé au niveau européen pour suspendre les accords de coopération, qu’attendons-nous pour imposer un embargo sur les armes et pour sanctionner les responsables israéliens?
Nous avons d’ailleurs une proposition de résolution sur la table depuis des mois pour reconnaître le génocide et pour sanctionner les responsables.
J’ai plusieurs questions sur ces éléments. La Belgique va-t-elle condamner officiellement l’interception du Madleen dans les eaux internationales et l’arrestation de civils, dont une eurodéputée? Allons-nous condamner l’annulation de la marche pour Gaza par l’Égypte, qui empêche toute solidarité internationale?
La Belgique va-t-elle soutenir l’enquête sur le financement de milices criminelles par le gouvernement israélien? Quand le gouvernement va-t-il rompre avec le double standard qui impose des sanctions concrètes à certains États et pas à d’autres, contre ce gouvernement qui piétine chaque jour un peu plus le droit international? Merci pour vos réponses.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, onlangs kwam een vernietigend intern EU-rapport naar buiten dat al sinds november circuleert. Het betreft geen rapport van een ngo, maar een document afkomstig van Europese instellingen zelf, gebaseerd op informatie van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof. Daarin wordt zwart op wit vastgesteld dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden: het uithongeren van een volk als oorlogswapen, het bombarderen van ziekenhuizen, scholen en hulpverleners. Ondanks deze zware aantijgingen blijft het echter oorverdovend stil bij de Europese Commissie en loopt het Associatieakkoord met Israël gewoon verder. Israël blijft genieten van voorkeurstarieven, alsof er niets aan de hand is, alsof de regels enkel gelden voor sommige landen.
Mijnheer de minister, een maand geleden kregen we via onze resolutie het mandaat om in de Raad Buitenlandse Zaken van de EU te pleiten voor het onderzoeken van een mogelijke opschorting van dat Associatieakkoord. Ondertussen blijkt er inderdaad een onderzoek te lopen, maar dat blijft aanslepen. Het Associatieakkoord is nog steeds niet geschorst.
Klopt het dat dit rapport al sinds november circuleert? Hebt u het document waarnaar ik verwijs onder ogen gekregen? Waarom wordt Israël nog steeds de hand boven het hoofd gehouden?
Hebt u een update over het aangekondigde onderzoek door de hoge vertegenwoordiger, mevrouw Kaja Kallas? Is er überhaupt nog een onderzoek nodig?
Zult u op de volgende bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU op 23 juni pleiten voor het zo snel mogelijk opschorten van het Associatieakkoord, aangezien nu ook via een rapport van de EU is aangetoond dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden tegen het volk van Gaza?
Wij rekenen op u, mijnheer de minister.
Ayse Yigit:
Mijnheer de minister, afgelopen zondag trokken we met meer dan 100.000 mensen door de straten van Brussel. Samen trokken we een rode lijn tegen de genocide in Gaza, tegen apartheid, tegen straffeloosheid en tegen de actieve medeplichtigheid van onze regering en de Europese Unie.
Vandaag stellen al die mensen u een dringende vraag. Wanneer zal België sancties opleggen aan Israël? Wanneer komt er een militair embargo tegen een staat die het internationaal recht openlijk schendt? België hoeft niet te wachten op Europa. We hebben de bevoegdheid en de morele plicht om nú te handelen. Waarom wachten tot er nog meer kinderen van onder het puin worden gehaald?
Op 3 juni lekte een intern rapport uit van de Europese Dienst voor extern optreden. Geen ngo, geen oppositiepartij, maar een officiële dienst van de EU zelf. Zwart op wit bevestigt dit rapport wat we al maanden zeggen: Israël pleegt oorlogsmisdaden in Gaza. Ook de VN-Mensenrechtencommissaris, het Internationaal Gerechtshof en andere VN-instellingen kaarten dit aan. Het ergste nog is dat de Europese Unie dit al wist in november 2024. Ze beschikte over feiten, maar deed niets. Geen sancties, geen actie, alleen maar stilte. Dit is geen neutraliteit, maar wel medeplichtigheid.
Zal België op 23 juni in de Raad Buitenlandse Zaken pleiten voor een opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de situatie in Gaza blijft bijzonder zorgwekkend en schandalig. Zelfs bij het afhalen van voedsel vallen tientallen doden per dag. Dat is een situatie die we niet kunnen tolereren en die zo snel mogelijk moet stoppen. Hoewel wij met ons land en met de Europese Unie misschien niet cruciaal kunnen zijn in het oplossen van dat conflict, moeten we wel elk signaal uitsturen of elk middel proberen aan te wenden om dat toch te proberen.
Eerlijk gezegd twijfel ik niet aan uw intenties. Ik denk dat die juist zijn. Alleen hebt u uw regering blijkbaar niet mee. Dat is een probleem, want dat betekent dat ons land, onze Belgische regering, op dit moment stil blijft. Die stilte moet worden doorbroken. Het conflict blijft aanhouden. Er vallen dagelijks tientallen doden. Kinderen zijn daar niet veilig. Wij moeten met België onze rol spelen, hoe klein die ook is, ook op het internationale toneel. Dat hebben we altijd gedaan en dat moeten we blijven doen.
Ik heb een aantal concrete vragen, mijnheer de minister. Volgende week maandag is er inderdaad die Europese Raad. Welk mandaat hebt u en waarvoor zult u pleiten? Gaat u op Europees niveau pleiten voor de opschorting van het Associatieverdrag? Ik denk dat dat een goede eerste stap zou zijn. Zult u pleiten voor het uitvoeren van humanitaire droppings? Dat kan men als land afzonderlijk doen. Dat heeft men in 2024 gedaan. Dat zou al zeer veel helpen voor de situatie op het terrein, voor de mensen daar. Dat moet onze eerste bezorgdheid zijn.
Dan heb ik nog een vraag die eigenlijk pas later in het debat thuishoort, maar ik stel ze toch al, omdat ze relevant is. Verschillende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Canada en Australië, hebben sancties aan twee Israëlische regeringsleden opgelegd. Zal de Europese Unie deze sancties ook opleggen? Zult u daar maandag al dan niet voor pleiten? Welke lidstaten blokkeren dit concreet of verzetten zich daartegen? Wat zal België ondernemen om hierin een voortrekkersrol te spelen?
Ik kijk uit naar uw antwoorden.
Voorzitter:
Je donne la parole pour deux minutes à Charlotte Deborsu qui souhaite se joindre à ce débat d'actuallité.
Charlotte Deborsu:
Je souhaite évoquer la conférence internationale qui, sous l’égide de la France et de l’Arabie saoudite, visait à relancer concrètement la solution à deux États. Elle était à l’origine prévue à New York du 17 au 20 juin – soit maintenant – mais a malheureusement été reportée. À titre personnel, je place beaucoup d’espoir dans cette conférence, même si d’aucuns y verront une certaine forme de naïveté.
Officiellement, le report est justifié par des contraintes logistiques et de sécurité, notamment liées aux déplacements de délégations de plusieurs pays arabes. Mais dans les faits, plusieurs observateurs pointent aussi des pressions politiques et diplomatiques, en particulier de la part d’Israël et des États-Unis. Ces derniers souhaitent évidemment que cette initiative n’aboutisse pas à la reconnaissance d’un État palestinien, qui constituerait selon eux un signal diplomatique prématuré et susceptible de renforcer le Hamas.
Dans ce contexte, disposez-vous d’informations complémentaires sur l’organisation concrète de cette conférence? Un report à court terme est-il d’ores et déjà envisagé? Comment la Belgique entend-elle peser pour que cette initiative internationale puisse réellement voir le jour, malgré les réticences de certains acteurs clés? Enfin, comment évaluez-vous l’impact – clairement négatif – de la position israélienne sur la solution à deux États, qui reste pourtant soutenue par une large partie des pays de l’Union européenne?
Voorzitter:
Aucun autre groupe ne souhaite-t-il se joindre à ce débat d'actualité? (Non)
Monsieur le ministre, vous disposez donc de 30 minutes pour vos réponses.
Maxime Prévot:
Je remercie l’ensemble des collègues parlementaires pour leurs multiples et différentes questions. La marche de ce dimanche, avec plus ou moins 100 000 personnes selon les statistiques, reste clairement une mobilisation massive et impressionnante. Bravo aux organisateurs!
À titre personnel, ma formation politique y était également présente, et je m’en réjouis. C’est un signal. Au-delà des 100 000 personnes qui ont participé à la marche, 2 millions de Palestiniens sont en train de mourir de faim: c’est là bien plus qu’un signal, c’est un enjeu moral et légal.
Je l’ai toujours dit avec beaucoup de clarté, et aussi avec beaucoup de lucidité: je me rêverais en Superman de la cause internationale. À mon échelle, avec la magistrature d’influence qui est celle de la Belgique – toute sa magistrature d’influence, mais aussi sa réelle magistrature d’influence –, nous agissons et tentons de faire bouger au maximum les lignes.
C’est la raison pour laquelle, non pas pour me décharger de mes responsabilités, je plaide régulièrement pour que ce soit à l’échelle européenne que les actions soient prises, sans quoi elles sont vides d’effet. Prenons un exemple simple à comprendre: celui des embargos sur les transits d’armes. L’embargo sur la vente existe déjà depuis de nombreuses années. Je suis le premier demandeur pour qu’il y ait un embargo total en Belgique, y compris sur le transit, y compris sur le double usage.
Ces compétences sont régionales. Dans quelques jours, à mon initiative – comme je m’y étais engagé –, une réunion aura lieu pour s’assurer que les Régions se mettent aussi en conformité avec le traité, notamment son article 6 § 3, afin de garantir qu’il n’y ait pas effectivement de situation susceptible de porter atteinte à la sécurité de civils ou de s’inscrire dans un schéma de crimes de guerre. J’espère que chacun alignera sa position.
Cependant, si, à côté de cela, à quelques kilomètres de là – par exemple à Rotterdam – le transit n’est pas interdit, et que, finalement, ce qui passait par Anvers passe désormais par Rotterdam, nous n’aurons pas résolu le problème dans l’intérêt des Palestiniens. C’est pour cette raison qu'une réponse supranationale est nécessaire. C'est donc une question de cohérence, car il ne s'agit pas de dire: "je me lave les mains et je renvoie la balle aux voisins".
Tant mieux si l'Irlande a la capacité d'être encore plus tranchée et audible. Probablement que la composition de son gouvernement facilite la tâche de mon homologue. Vous savez qu'au sein de notre gouvernement, il y a des sensibilités variées et variables sur ce dossier. Il m'appartient de porter le plus fortement et le plus loin possible mes convictions, certes, mais aussi la parole d'un gouvernement tel qu'il est composé avec la pluralité de ses sensibilités, tout comme d'autres ici sur les bancs de l'opposition, sous la Vivaldi, ont aussi dû porter le message d'un gouvernement qui n'était pas nécessairement toujours entièrement aligné avec le message qu'ils auraient souhaité porter.
Mais ce dossier est un concentré d'aberrations, d'indignations, de violations de droits humains et du droit international. On est tout sauf silencieux face à ce dossier. Vous l'avez d'ailleurs aussi lu par voie de presse: je suis personnellement convaincu que les faits à Gaza dont nous sommes témoins pourraient rassembler tous les éléments constitutifs d'un crime de génocide, mais il revient à la justice internationale d'en juger. Cela ne m'empêche ni d'avoir mon opinion ni de la partager. Du reste, à l'attention de ceux qui nous estiment parfois mous, je pense avoir assez des doigts d'une main pour compter le nombre de ministres européens des Affaires étrangères ayant osé prononcer ces mots.
Telkens als we denken dat er eindelijk een einde in zicht is en we misschien van een staakt-het-vuren kunnen spreken, moeten we vaststellen dat voornamelijk een aantal extremistische ministers in de Israëlische regering verklaringen afleggen over de vernieling van Gaza en de Palestijnse bevolking en de humanitaire blokkade blijven verdedigen.
Il faudra d'ailleurs voir comment, le moment venu, les déclarations de ces ministres seront évaluées par les juridictions compétentes et notamment la Cour pénale internationale.
Mijnheer Vander Elst, ik ben een voorstander van het opleggen van Europese sancties in het kader van een mensenrechtenregime tegen de Israëlische ministers Smotrich en Ben-Gvir. Ik ben de eerste minister van Buitenlandse Zaken in Europa die dat heeft gevraagd. Intussen heeft mijn Zweedse ambtsgenoot mijn voorbeeld gevolgd. Het is bovendien een krachtig signaal. Dat voorstel is eind 2024 al ingediend en sommige EU-lidstaten willen het opnieuw op de agenda plaatsen. Het gaat dan niet specifiek over het voorstel inzake die twee ministers, want dat is redelijk nieuw, maar wel over sancties gericht tegen gewelddadige kolonisten. U kunt erop rekenen dat België tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken zal vragen of dat inderdaad het geval is.
Et, là aussi, soyons transparents! Il y a aujourd'hui 26 pays sur les 27 qui, depuis plusieurs mois, sont prêts à sanctionner des colons violents. Il y en a un, la Hongrie, qui bloque. C'est hyper frustrant, parce qu'évidemment, vu depuis la population ou parfois depuis le Parlement, on a alors le sentiment qu'on ne fait rien, qu'on n'agit pas, qu'on n'est pas sensible, alors qu'on relaie, qu'on dit, qu'on tape du poing sur la table. Dès lors que la règle de l'unanimité est celle qui s'impose et qu'un seul pays bloque, on est effectivement très embêté. Or, puisqu'on me demandait quel mandat allait être celui de la Belgique, la semaine prochaine, notre ambassadeur aura des mots très clairs, très nets sur cette question.
Het uithongeren van een bevolking is duidelijk een oorlogsmisdaad.
Et la Belgique rejette catégoriquement toute initiative visant au déplacement forcé de la population de Gaza, qui constitue une violation grave du droit international humanitaire.
Nous exigeons aussi la libération immédiate et sans condition des otages par le Hamas, qu'ils soient, je l'espère, encore vivants ou même décédés.
Madame Maouane, monsieur Lacroix, le navire humanitaire Madleen était une tentative désespérée et, reconnaissons-le, surtout symbolique d'acheminer de l'aide humanitaire à Gaza. Et, tout comme pour la marche de milliers de volontaires qui devaient partir du Caire pour se rendre à Rafah, le but était de sensibiliser à l'horreur de la situation et à l'obligation d'agir.
Je note d'ailleurs – je l'ai dit en transparence – que plusieurs dizaines de Belges ont été arrêtés par les autorités égyptiennes, non pas en raison du contenu de leur message mais parce qu'ils se rendaient vers le Nord Sinaï qui est une zone interdite en raison de ses dangers. C'est la raison pour laquelle il y a eu ces arrestations et nous avons veillé avec nos diplomates à nous assurer qu'effectivement, tout le monde était traité correctement, qu'il n'y avait pas d'entrave quelconque aux droits humains et qu'il y avait surtout la capacité de collaborer pour pouvoir les libérer au plus vite.
Évidemment, je regrette, à la lumière de ce qu'on a constaté en Égypte ou avec le navire humanitaire, que l'on soit obligé d'en arriver à de telles extrémités et qu'Israël ait même empêché le navire d'arriver à Gaza. Dans ce même esprit, la Belgique reste prête à parachuter de l'aide au-dessus de Gaza, comme M. Lacroix y faisait à nouveau allusion. C'est néanmoins une opération qui ne peut en aucun cas remplacer en volume l'entrée des camions qui sont par centaines, par milliers en train d'attendre. Un largage par avion ne sera qu'un palliatif, outre les difficultés opérationnelles de s'assurer qu'il sera largué au bon endroit, que les vivres ne seront pas captés par le Hamas pour être revendus et se refaire de l'argent, que le largage ne va pas créer lui-même des morts et qu'on arrivera à gérer, au vu de l'extrême famine, la manière dont les populations vont se comporter autour de ce qui aura été largué.
Je n'oublie pas non plus une autre contrainte, c'est l'autorisation donnée par Israël de l'occupation de son espace aérien. La demande a été formulée fin de la semaine dernière. On n'a pas encore reçu de réponse. Mais gardons bien en tête que le principal enjeu, c'est évidemment d'abord de forcer l'acheminement par voie terrestre, un acheminement massif et encadré par des acteurs humanitaires professionnels.
Nous restons évidemment en contact avec les pays partenaires, notamment la Jordanie, ainsi qu’avec mon collègue en charge de la Défense, avec qui, monsieur Lacroix, j’ai effectivement pu me concerter – de même que nos équipes respectives – au cas où les conditions évolueraient de telle sorte que les parachutages pourraient être possibles et utiles.
Entretemps, nous comptons plus de 600 jours de guerre, plus de 55 000 morts à Gaza et une famine qui touche surtout les enfants, les plus innocents. Nous voyons des enfants qui mangent du papier, du plastique et de l’herbe, à défaut de nourriture.
Le nouveau système de livraison d’aide humanitaire mis en place par la Gaza Humanitarian Foundation (GHF) est un exemple de ce qu'il ne faut pas faire. Il est contraire à tous les standards attendus d’une aide humanitaire, qui doit être neutre politiquement et démilitarisée. Le 1 er juin, des tirs ont eu lieu lors d’une distribution d’aide, causant 31 morts confirmés et 200 blessés. Depuis, plusieurs incidents similaires se sont produits, causant des dizaines de morts. Certaines journées, aucune distribution d’aide n'a été possible. Le volume d’aide livré par famille reste par ailleurs très largement insuffisant.
Je le répète, et j’ai fait cette demande formelle encore la semaine dernière auprès d’Israël: l’accès humanitaire aux populations de Gaza doit être garanti, tout comme le respect absolu des principes humanitaires. L’accès terrestre est la priorité, pour laisser entrer ces centaines de camions chargés d’aide, envoyés par la Belgique et par de nombreux pays du monde.
Madame Maouane, monsieur Lacroix, le gouvernement israélien a publiquement admis avoir armé une bande de criminels dirigée par Yasser Abu Shabab à Gaza. Cela explique vraisemblablement en partie le nombre de morts et de blessés pendant la distribution de l’aide. Je suis d'accord avec vous sur le fait qu'il faut absolument condamner ces pratiques. D’ailleurs, armer des bandes criminelles contribue encore davantage à la circulation des armes dans la bande de Gaza.
Depuis début juin, l’armée israélienne a accéléré encore la destruction des bâtiments à Gaza, avec des explosions lourdes qui ont été entendues jusqu’à Tel-Aviv et Jérusalem.
Depuis le 1 er mai, au moins 28 collaborateurs humanitaires ont été tués, portant à 452 le nombre total de décès parmi les travailleurs humanitaires, dont 315 membres du personnel de l'ONU.
Mijnheer Van Rooy, wat UNRWA betreft, verwijs ik naar mijn antwoorden op uw eerdere vragen en naar het rapport-Colonna en de opvolging daarvan door UNRWA. Ik raad u aan om u op de feiten te baseren, in plaats van propaganda door te geven. België blijft het mandaat en de activiteiten van UNRWA steunen, gelet op de cruciale en stabiliserende rol van die organisatie in de regio, en zal dat blijven doen tot er een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing wordt gevonden voor de dramatische situatie van de Palestijnse vluchtelingen.
België heeft de donorverklaring waarnaar de heer Aerts verwees wel degelijk mee ondertekend. Aanvankelijk was er sprake van een vergetelheid van het Verenigd Koninkrijk, dat penhouder was, maar dat is inmiddels rechtgezet. Concreet roept België, net als andere Europese lidstaten, de Israëlische regering op om onmiddellijk een vrije, niet-gemilitariseerde en ongehinderde toegang te verlenen voor humanitaire hulp. Die hulp is bestemd voor de burgerbevolking in Gaza en mag niet worden omgeleid.
Mevrouw Depoorter, op 12 juni vond er een spoedzitting plaats van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar een nieuwe resolutie werd goedgekeurd met de steun van België. Die had tot doel te komen tot een staakt-het-vuren, na het veto van de Verenigde Staten in de VN-Veiligheidsraad, en tot ongehinderde humanitaire toegang. Mijn formele oproep aan de Israëlische autoriteiten werd gedeeld door het overgrote merendeel van de wereld.
Mevrouw Lambrecht, zoals ik al eerder stelde, heeft België geen probleem met het ondersteunen van onafhankelijke onderzoeken van de Verenigde Naties die bewijs verzamelen voor de verificatie van de vele oorlogsmisdaden. Het probleem is dat Israël geen toestemming geeft voor die onderzoeken.
Entretemps, il faut envisager ce que la Belgique peut faire concrètement sur le terrain. J'ai donc continué de maintenir une pression politique via les canaux bilatéraux, multilatéraux et européens pour qu'Israël lève les obstacles à l'aide humanitaire pour Gaza.
Nous progressons vers de nouvelles sanctions, y compris contre des leaders politiques israéliens et, évidemment, les leaders du Hamas. Nous devrions avoir la semaine prochaine, je l'espère, des nouvelles de l'examen de l'article 2 de l'accord d'association, ce qui pourrait potentiellement mener à la suspension du volet commercial de cet accord avec Israël.
Tout comme vous, madame Lambrechts, je pense que ces rapports ne sont pas utiles, parce qu'il est assez clair qu'il y a, de manière manifeste, des violations des droits humains. La haute représentante de la Commission européenne pour la politique de sécurité, Kaja Kallas, n'a pas dit autre chose sur la base des rapports qu'elle avait déjà pu lire des Nations Unies. Il n'en demeure pas moins que, formellement, il faut faire ce review comme première étape. Je peux imaginer ce que vont être les conclusions, mais, à ce stade, je ne sais pas encore imaginer ce que seront les suites, même de la part de notre gouvernement. C'est un élément que nous devrons clarifier le moment venu.
Dans un autre registre, après avoir déjà fait la demande orale de façon répétée, j'ai aussi pris l'initiative que soit envoyée, cette semaine, une lettre à la haute représentante Kallas, que sept à huit États membres ont déjà accepté de cosigner, afin que la Commission européenne indique les mesures à prendre, le cas échéant, suite à l'avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a presque un an. Cet avis reconnaissait de manière très claire que l'occupation par Israël des territoires palestiniens était illégale et qu'il y avait matière à agir, y compris par rapport à l'importation de certains produits de ces territoires ou encore d'autres enjeux de commerce. Mais cela doit donc faire l'objet d'un suivi. Cet avis de la Cour a été rendu. Plusieurs pays ont demandé à en débattre. L'occasion ne s’est jamais présentée. Nous formalisons avec plusieurs pays cette demande.
Mevrouw Yigit, in dat verband hebben mijn diensten het initiatief genomen om maandag een bijeenkomst te organiseren tussen de federale regering en de regio's om na te gaan of ons beleid inzake wapenexport, met inbegrip van de doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, in overeenstemming is met onze verplichting uit hoofde van het internationaal recht.
Un avion décollera par ailleurs dans les prochains jours vers la Jordanie avec du matériel médical d’une valeur d’un demi-million d’euros, permettant de soigner des blessés et des malades palestiniens.
Mijnheer Aerts, wat de evacuatie van kinderen betreft, gaat het om complexe operaties die worden uitgevoerd in coördinatie met de WHO en die afhankelijk zijn van de veiligheidssituatie. België verwelkomde 9 kinderen met kanker, vergezeld van hun familie, in totaal 25 personen, en evalueert de mogelijkheid van verdere medische evacuaties.
Wat betreft het Europees niveau, kan ik meegeven dat de Belgische diplomatie volop werkt om vooruitgang te boeken.
Le Moyen-Orient figure bien au prochain agenda du Conseil des Affaires étrangères. Le rapport relatif à la situation des droits humains, auquel plusieurs d'entre vous se sont référés, avait circulé sous la législature précédente en préparation d'un dialogue politique avec Israël. Comme vous le savez, celui-ci s'est tenu le 24 février. Du reste, en marge du dialogue, j'ai eu une rencontre bilatérale avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Tant en séance plénière qu'en aparté, j'ai évoqué les rapports faisant état de violations des droits humains. J'ai aussi envoyé un message à mon homologue israélien ce week-end pour lui dire que, contrairement à ce que l'un de ses collègues avait affirmé publiquement, la Belgique n'était pas un pays antisémite – rappelant à mon interlocuteur toutes les initiatives qui sont prises par le gouvernement belge depuis déjà de nombreuses années pour lutter ardemment contre toute forme d'antisémitisme.
Mijnheer Aerts, eind deze maand vindt de ministeriële vergadering plaats tussen de EU en de landen van het zuidelijk nabuurschap. Die vergadering wordt op dit moment nog voorbereid. Israël is een van de landen die daarvan deel uitmaken en is een van de genodigden. Deze deelname en de aanwezigheid van minister Sa'ar is dus niet ongewoon. Of dit opportuun is, is een beslissing die uiteraard niet in handen van België is. Wij moedigen niettemin een dialoog aan om oplossingen te vinden. Ik heb bijvoorbeeld al gepleit bij minister Sa'ar voor de actieve deelname van Israël aan de vergadering over de tweestatenoplossing.
Mijnheer Vander Elst, de brief van president Abbas aan president Macron was heel bemoedigend en werd geprezen. Daarin werden verschillende vorderingen aangekondigd met betrekking tot het bestuur van een toekomstige staat Palestina.
Et c'est peut-être l'occasion de faire aussi le lien avec le plaidoyer de madame Deborsu pour une solution à deux États et la reconnaissance de la Palestine sur laquelle elle avait espéré que la réunion prévue cette semaine des Nations Unies puisse déboucher. En tout cas, ça fait du bien de l'entendre de la part d'une mandataire MR, puisqu'on doit bien reconnaître que vous êtes manifestement très peu à attendre le même type de conclusion de cette initiative, alors même que ça pourrait évidemment participer d'une démarche – fût-elle symbolique – qui soit de nature à pouvoir constituer un geste fort, pour autant – ce sont les balises sur lesquelles la résolution du Parlement s'est entendue – qu'il y ait bien libération des otages, une sécurité mutuelle, une démilitarisation du Hamas et une autorité palestinienne crédible. On peut s'interroger sur la faculté de rencontrer ces différentes balises cette semaine comme ce fut initialement envisagé. En tout état de cause, les attaques actuelles entre Israël et l'Iran ont hypothéqué la tenue de ce sommet, mais je ne suis pas sûr que tout le monde, en tout cas dans votre formation politique, attendait la même conclusion que vous de cette initiative. En tout cas je me réjouis de compter des alliés supplémentaires, à nouveau, je le redis, à la lumière des balises que le gouvernement et le Parlement ont souhaité fixer.
Enfin, monsieur Lacroix, vous m'avez posé une rafale – sans mauvais jeu de mots – de questions de nature plus statistique sur le nombre de personnes, le nombre de nationalités, quelle date... Je suis honnêtement incapable de vous improviser cet élément-là en séance, ainsi je vous invite à redéposer ces questions au travers d'une question écrite. Ainsi, vous aurez le loisir de connaître tous les éléments de réponse en temps opportun, car je ne les ai pas sous le coude, j'espère que vous ne m'en tiendrez pas rigueur.
Bref, chers collègues, vous aurez compris que nonobstant ce qu'on peut ressentir comme sentiments, frustration, indignation et colère, quand on voit les images atroces en Palestine, il y a un gouvernement qui est à l'action, un gouvernement qui dit les choses et porte les messages dans les instances où la capacité d'agir est concrète.
Bien sûr, eu égard aux horreurs vécues sur le terrain, nous voudrions pouvoir, nous Belgique et nous Europe de manière collective, aller plus vite, plus fort, plus loin. Nous ne sommes pas seuls maîtres du temps, ni des actions qui sont menées, mais à notre niveau, moi-même également, en conscience, je veille à agir au nom de la Belgique pour rester un État digne de cette défense historique des droits humains et du droit international.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, u benoemde de uithongering als oorlogsmisdaad. U stelde dat het een morele en wettelijke uitdaging is om te handelen. Dat kon ik volgen.
Dan verwees u naar de invloed van België, die beperkt zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ik meen dat het aan staten, ook aan Europese staten, is om een pioniersrol op te nemen en om de eerste signalen te geven, zoals Ierland en Spanje al aan het doen zijn. Ik meen dat het belangrijk is om verdere stappen te ondernemen en niet altijd te wachten op een Europees compromis.
U hebt eigenlijk toegegeven wat het probleem is, namelijk dat uw handen gebonden zijn door de regering. Binnen de meerderheidspartijen – en dan kan ik gokken dat het ongetwijfeld om de N-VA en de MR gaat – is er onvoldoende bereidwilligheid om die stappen effectief te ondernemen. Het is wel echt cruciaal dat die stappen ondernomen worden. Al 600 dagen stromen de gruwelbeelden binnen. De genocide blijft doorgaan. De verontwaardiging groeit maar de actie van de internationale gemeenschap, van de regeringsleiders, is nog altijd veel te weinig.
Als ik op straat hoor roepen "boycot Israël", dan meen ik dat het echt hoog tijd is dat dit effectief gebeurt. Dan kunnen wij zelf stappen zetten. Laten we die dappere Belgen zijn die als een van de eersten in Europa hun voet zetten om ervoor te zorgen dat die genocide stopt en dat de druk wordt opgevoerd. Ik meen dat het cruciaal is dat daar meer werk van gemaakt wordt.
Laat ik even ingaan op de EU-raad over nabuurschap, waarover u zei dat we de dialoog moeten aanhouden. Dat klopt, maar als de Europese vertegenwoordiger daar al aanhaalt dat er niet mag worden gesproken over Gaza, word ik ongerust. Daar gaat het immers vooral over meer samenwerking. Dat is net het tegenovergestelde van wat we moeten doen.
Ik hoop dat de kwestie van Gaza wel op tafel gelegd wordt en dat er vooral niet over verdere samenwerking met Israël gesproken wordt. Want dat is wat past bij "boycot Israël" en wat we nodig hebben, zodat er effectief stappen ondernomen worden.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, zo goed als alles wat u en de meeste parlementsleden hier hebben gezegd, betreft Pallywoodleugens.
Naji Abdul Aziz is directeur van een UNRWA-school in Gaza en tegelijk lid van een Hamaseenheid die explosieven vervaardigt om onschuldige mensen op te blazen. Hij is slechts een van de 1.400 UNRWA-medewerkers die tegelijk moslimterrorist zijn.
België heeft dus reeds tientallen miljoenen euro bijgedragen aan Hamas en vandaag bevestigt u dat ook de huidige regering zal doorgaan met die bijdragen aan Hamas, dat nota bene schiet op behoeftige Gazanen en voortdurend voedsel steelt om jihadterreur te financieren.
De conclusie is dat de regering-De Wever belastinggeld van de hardwerkende burger gebruikt om het dodelijke islamitische terrorisme van Hamas te financieren. Dat is een grove schande.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous souhaite bon courage après les propos que nous venons d'entendre.
Je suis d'accord avec vous quand vous parlez de génocide, de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité et quand vous dites qu'il est nécessaire d'imposer des sanctions économiques et d'investiguer pour fixer des sanctions judiciaires à l'égard des responsables de ces faits. Par contre, je ne vous suis plus dans votre logique personnelle souvent développée et je me demande quelle est encore votre place dans ce gouvernement. Je pense que vous y faites un travail assez remarquable. Il est bien dommage que la coalition d'aujourd'hui ne soit pas celle d'hier dans laquelle vous auriez eu légitimement votre place. Si la coalition était très largement différente, nous aurions déjà pu avancer très durablement sur de nombreux points que vous défendez actuellement. En effet, vous êtes bloqué par le MR et la N-VA. Pour adopter des positions humanistes au sens large comme vous le faites, vous devez passer des deals , ce qui est une honte pour ce gouvernement. Néanmoins, je salue votre action.
Ensuite, la première négociation à mon sens doit nous permettre d'aboutir à un cessez-le-feu. Les responsables de l'UNICEF auditionnés nous ont dit que 600 camions par jour entraient pendant le court cessez-le-feu. Ils ont qualifié ce convoi de minimum minimorum . Il faut absolument œuvrer pour un monitoring robuste de l'aide humanitaire avec les Nations Unies car 95 à 98 % de celle-ci va essentiellement aux familles et aux enfants. En outre, il faut évacuer au maximum les enfants malades et gravement blessés.
Pour finir, je pense que de nombreuses fake news circulent. Selon l'UNICEF, il n'y a aucune preuve que l'aide humanitaire soit dérobée par le Hamas.
Kathleen Depoorter:
Collega, Vivaldi en duurzaam overeenkomen… Ofwel is het mij de voorbije legislatuur volledig ontgaan, ofwel bestond het niet.
Het antwoord van de minister was echter heel belangrijk. Ik dank u daarvoor, mijnheer de minister. U geeft duidelijk aan dat deze regering wel iets doet. Deze regering neemt stappen en is sterker wanneer ze samenwerkt met Europa om te bekijken wat de stem is die we moeten hebben in deze crisis.
Wij hebben uiteraard alle empathie met de betogers die zondag hier in Brussel aanwezig waren. Het is echter absoluut belangrijk dat we hen duidelijk maken dat men pas stappen neemt aan de onderhandelingstafel door te reageren. Het onderzoek dat in Europa al is verricht, moet worden afgerond, waarna conclusies kunnen worden getrokken.
Dat is precies wat ook in onze resolutie stond. Wij willen op korte termijn zowel een staakt-het-vuren als de vrijlating van de gijzelaars, maar ook veilige humanitaire hulp verzekeren. Mijnheer de minister, het kan immers inderdaad niet dat men wordt beschoten wanneer men voedsel gaat halen, om het even van waar de wapens komen. Zijn eigen volk beschieten, doet men niet. Zijn eigen volk als menselijk schild gebruiken voor bommen, ook dat doet men niet. Illegale kolonies verderzetten en uitbreiden, ook dat doet men echter niet. U hebt het zelf aangehaald, ook daarvoor zult u op tafel kloppen in Europa en ervoor zorgen dat deze maatregelen vorm krijgen.
Het is belangrijk eveneens aan te geven dat België de nieuwe resolutie in de Verenigde Naties heeft gesteund. Hoewel er een veto was van de Verenigde Staten, is onze stem daar wel degelijk verheven. Wij blijven achter de waarden staan die we altijd hebben verdedigd: de waarden van mensenrechten, diplomatie en humanitair recht.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses détaillées.
Si je reconnais votre volontarisme en la matière, je ne peux que déplorer que vous ayez ces partenaires de gouvernement. Un argument de plus que vous pourriez utiliser pour les convaincre est que, ce week-end, nous étions plus de 100 000 personnes dans les rues à défiler pour réclamer des sanctions et la fin du génocide. Tous les soirs, des centaines et des milliers de personnes se réunissent à 19 h à la Bourse, à Bruxelles, demandant, elles aussi, des sanctions et la fin du génocide.
Pour les amateurs de chiffres, un sondage réalisé par Le Soir /Ipsos, apolitique et non militant, montre que sept Belges sur dix soutiennent l'adoption contre Israël des mêmes sanctions que celles prises contre la Russie. Il ne s'agit pas de gauchistes, mais de sept Belges sur dix, dans toutes les Régions, dans les électorats de tous les partis.
Et, pour convaincre les collègues du MR – je ne parle pas de la collègue qui a eu l'audace d'être un peu plus courageuse que ses camarades –, sachez que 54 % des électeurs du MR veulent des sanctions. Une majorité de Belges demandent et réclament un positionnement fort et, au-delà de cela, des actes concrets, c'est-à-dire des sanctions, la fin du génocide et une intervention pour casser ce blocus qui devient totalement insupportable.
Nous comptons sur vous, monsieur le ministre, pour continuer à porter la voix de la Belgique et qu'elle continue à être parmi les bons élèves au niveau européen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik deel uw frustratie, verontwaardiging en woede. Ik hoor u op de radio en ik zou hetzelfde zeggen als u, indien ik daar zou zitten. Ik kan daar niets aan toevoegen. Ik volg u volledig, maar de frustratie blijft, want er zijn nog steeds geen sancties tegen Israël.
Ik blijf dan ook bij mijn vraag over dat vernietigende EU-rapport. Een EU-rapport dat zelf spreekt van oorlogsmisdaden, van het uithongeren van een volk, het bombarderen van ziekenhuizen, van mensen die voedselbedeling nodig hebben. Hoeveel onderzoeken zijn er nog nodig? Ik denk dat we er genoeg hebben. U denkt dat ook, ik weet het, ik deel uw frustratie.
U zei dat u superman zou willen zijn. U bént het een beetje, maar misschien moet u het nog meer zijn. Blijf op uw lijn en pleit op 23 juni hard voor die sancties tegen Israël. Iedereen is het erover eens, u hebt het ook nog eens gezegd, daar vindt een vreselijke genocide plaats, met elke dag nieuwe doden en het enige dat uitblijft, is niet onze verontwaardiging, maar die sancties. Dat is misschien ook het enige wat een beetje soelaas kan bieden.
Mijnheer de minister, ik twijfel niet aan u. Ik zit op uw lijn. We zitten binnen de regering op die lijn, want we hebben die resolutie. Als u op 23 juni verder kunt gaan, dan moet u niet twijfelen om sancties te bepleiten. U hebt die resolutie achter u, u hebt ons achter u, u hebt de regering achter u. U spreekt daar namens de regering. Ga ervoor op 23 juni. Zorg dat u partners vindt om dat Associatieakkoord onmiddellijk stop te zetten en dat er eindelijk sancties komen tegen Israël en tegen de genocide die Netanyahu daar aan het plegen is.
Ik wens u veel moed toe. U kunt op veel steun blijven rekenen. Vergeet dat nooit als het even lastig wordt.
Ayse Yigit:
Mijnheer de minister, er is een voortdurende, gruwelijke genocide aan de gang in Gaza. De Belgische bevolking vraagt om sancties en een militair embargo tegen Israël. Mijn collega Aerts vertelde het ook al. Er zijn wel degelijk maatregelen die wij kunnen nemen, zoals Ierland ons heeft voorgedaan. Men vraagt u ook niet om een militair embargo op te leggen in Rotterdam, maar hier in België.
Verder wil ik u eraan herinneren dat artikel 2 van het Associatieverdrag zowel de Europese Unie als Israël verplicht om de mensenrechten te respecteren. Israël schendt dit artikel op flagrante wijze. Het in stand houden van dit Associatieverdrag komt neer op het normaliseren van oorlogsmisdaden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw zeer duidelijke en voluntaristische antwoord. U wilt stappen zetten. U bent zeer vocaal en dat is goed. Wij moeten onze stem laten horen. Alleen vrees ik dat uw stem nog iets te vaak ten persoonlijken titel is en niet namens de regering. Die stap moet stilaan echt wel gezet worden.
Er werd in dit Parlement een resolutie goedgekeurd, die niet ver genoeg gaat, maar die wel een stap in de goede richting is. Deze kreeg een meerderheid en ook ik heb die gesteund. Die resolutie is een oproep aan de regering en het Parlement vraagt om deze resolutie uit te voeren. U kunt die gebruiken om verdere stappen te zetten.
Ik waardeer uw standpunt, ik waardeer uw duidelijkheid en ik denk dat u maandag op de Europese Raad op de juiste lijn zult zitten. Ik hoop alleen dat u ook een mandaat van uw regering hebt om die boodschappen in de verf te zetten en om door te duwen. Ik vrees immers dat dit momenteel nog steeds niet het geval is.
Met betrekking tot de sancties tegen kolonisten, het is een goede zaak dat we daar op dezelfde lijn zitten. U zegt dat dit wordt geblokkeerd door één lidstaat, Hongarije in dit geval. Dat is nog maar eens een reden dat van die unanimiteitsregel op Europees niveau moet worden afgestapt en om te evolueren naar een systeem met gekwalificeerde meerderheid. Dat kunnen we hier vandaag niet oplossen, maar het zou er zeker toe bijdragen dat de Europese Unie in de toekomst sneller, beter en efficiënter de tanden kan laten zien. En dat zal de komende jaren alleen maar meer nodig zijn.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Même si vous n'avez pas répondu à toutes mes questions, je ne vous en veux pas. Elles étaient plus spontanées et pas prévues. Je vous remercie pour vos considérations. En effet, je le dis sincèrement, j'en attends beaucoup de cette Conférence. Celle-ci ne peut pas et ne doit pas être reportée ad vitam aeternam , puisque la seule solution, c'est une solution à deux États. Monsieur le ministre, je sais que vous en êtes vous-même intimement convaincu. Cette Conférence des Nations Unies peut réellement ouvrir de nouvelles perspectives à ce sujet, même au-delà de la symbolique. En ces temps troubles, je crois qu'on a plus que jamais besoin d'espoir; attendre et reporter systématiquement ne ferait rien d'autre qu'empirer une situation qui est déjà catastrophique. Outre l'urgence humanitaire, il y a aussi urgence pour trouver une solution politique.
De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran en de stabiliteit in het Midden-Oosten
De Israëlische aanvallen op Iran
De militaire escalatie tussen Israël en Iran
De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran
De sluiting van de Israëlische ambassades na de interventie in Iran
Het conflict tussen Iran en Israël
De Israëlische illegale oorlogsdaad tegen Iran
Het escalerende conflict tussen Israël en Iran in het Midden-Oosten
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Israëls grootschalige luchtaanval op Iran (13 juni 2025), die nucleaire en militaire doelen trof, met risico op regionale escalatie en wereldwijde gevolgen. België benadrukt diplomatie, non-proliferatie en bescherming van burgers, maar vermijdt partij kiezen; kritiek varieert van veroordeling van Israël (illegale agressie, schending internationaal recht) tot steun voor zijn "preventieve zelfverdediging" tegen Iraans nucleair gevaar. Energiemarkten, veiligheid Belgische diplomaten/burgers en de rol van de EU/VN staan centraal, met oproepen tot de-escalatie en hernieuwde onderhandelingen. De-escalatie en multilaterale oplossingen worden als enige uitweg gezien, maar scepticisme over Iraanse intenties en westerse dubbelstandaarden blijft groot.
Kjell Vander Elst:
Tijdens de nacht van 13 juni heeft Israël een grootschalige luchtaanval uitgevoerd op doelwitten in Iran. Ik zal de laatste zijn om het Iraanse regime te steunen, dat doe ik absoluut niet, het is een verwerpelijk regime, maar het zorgt er wel opnieuw voor dat het Midden-Oosten met een bijkomend conflict wordt geconfronteerd.
De gewelddadige activiteiten nemen toe. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de volledige veiligheidssituatie, zowel in het Midden-Oosten als elders in de wereld, opnieuw onder druk komt te staan. We hebben daarnet een discussie gevoerd over de NAVO-norm, over het beveiligen van ons land en van ons continent. Dergelijke conflicten zijn daarbij allesbehalve behulpzaam.
Ik neem geen positie in aan de kant van Israël of Iran. Ik wil ook niet ingaan op de vraag wie de eerste stap heeft gezet. Ik denk dat we daar weinig mee opschieten. Ik wil vooral vragen stellen over de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten en de eventuele gevolgen daarvan voor de veiligheid in Europa en in ons land.
Mijnheer de minister, wat is de laatste stand van zaken in het escalerende conflict? Wat is de impact van deze aanval op de onderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten? Worden Belgische burgers, bedrijven en diplomatieke posten in de regio bijkomend beschermd? Op welk moment zal tot een evacuatie worden overgegaan? Wordt die op dit moment al voorbereid? We hebben allemaal kunnen vaststellen dat ook de president van de Verenigde Staten de G7-top vroegtijdig heeft verlaten. Meer en meer stemmen gaan op dat dit te maken heeft met het conflict tussen Iran en Israël.
Er wordt bovendien steeds meer militair materieel van de Verenigde Staten naar het Midden-Oosten gestuurd. Hoe beoordeelt u dat?
Tinne Van der Straeten:
Ik sluit mij aan bij de inleiding van collega Vander Elst wat betreft het algemene schetsen van de beide regimes. We moeten niet vervallen in een opbod tussen het ene en het andere, maar het debat moet gaan over de stabiliteit van en de veiligheidssituatie in de regio en de impact daarvan op de bredere wereld. Die aanvallen, die nog steeds doorgaan, situeren zich in een context van toenemende spanningen in de regio, ook met de VS, die onvoorspelbaar zijn en zelfs een ontwrichtend beleid voeren. De huidige aanvallen en de escalatie in de regio zullen dus een grotere impact hebben wereldwijd.
Mijnheer de minister, mijn dochter van veertien heeft mij ondertussen al drie keer gevraagd of er een derde wereldoorlog komt. De gebeurtenissen in Rusland, Israël en nu ook Iran, tonen aan dat de tektonische platen al sinds 2022 in beweging zijn. Daarom zou ik willen weten over welke informatie we vandaag beschikken en hoe we op de toekomst zullen anticiperen.
Weten we of deze aanval unilateraal was of niet? Blijkbaar werden zowel Duitsland als de Verenigde Staten verwittigd. Was er een actieve, dan wel passieve betrokkenheid van de VS? Hoe zal ons land zich in Europese context positioneren? Welke houding zal de regering innemen binnen de Europese Unie? Hoe kunnen we toewerken naar meer stabiliteit in de regio? Wat zijn de meest urgente stappen op korte termijn? Wat is de aanpak op middellange en lange termijn? Welke rol kan de EU daarin spelen?
Is er de link met het nucleaire programma van Iran, dat teruggaat tot 2015, het JCPOA. De Verenigde Staten zijn daaruit gestapt. Er wordt nu gesproken over bilaterale akkoorden. Kunnen bilaterale akkoorden wel de veiligheid bieden die we zoeken op het vlak van non-proliferatie van kernwapens?
Wat is de verwachte impact op het vlak van energie, specifiek op het vlak van olie? Wat zijn de gevolgen voor zowel de prijs als de bevoorrading?
Voorzitter:
Chers collègues, je vous remercie d’essayer de respecter le temps de parole car la séance est très longue aujourd’hui.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, alors que la communauté internationale s’efforce de relancer une cycle de négociations sur le programme nucléaire iranien, le Moyen-Orient vient de basculer dans une nouvelle spirale de violence, avec une série de frappes israéliennes contre des installations militaires et nucléaires iraniennes. Ces frappes ont fait à ce jour de nombreuses victimes, parmi lesquelles de hauts responsables militaires iraniens et des membres du corps des gardiens de la révolution islamique. De nombreuses sommités travaillant sur le programme nucléaire ont été également ciblées mais on dénombre aussi de nombreuses victimes civiles.
Ces frappes ont été présentées par le gouvernement israélien comme une opération préventive, défensive et stratégique. Cette attaque intervient dans un contexte déjà extrêmement tendu, où le risque d’un embrasement régional est réel. L’Iran a promis de riposter et s’y attèle depuis ce week-end, avec encore, hélas, des victimes civiles en Israël cette fois. Le cours du pétrole s’envole, les États-Unis réduisent leur présence diplomatique en Irak, les Nations Unies appellent à une retenue maximale.
Monsieur le ministre, alors que notre pays défend une diplomatie fondée sur le respect du droit international, sur la non-prolifération nucléaire et sur la désescalade des tensions, pouvez-vous nous indiquer la position de la Belgique sur ces frappes? Comment comptez-vous faire entendre, au sein des enceintes diplomatiques, la voix d’une Europe qui appelle au retour des discussions, à la maîtrise des armements et à la protection des populations civiles?
Plus que jamais la stabilité de la Région passe par la relance du dialogue et non par l’escalade militaire. La Belgique fera-t-elle entendre ce message de fermeté diplomatique et d’humanité?
De manière plus concrète, pouvez-vous nous donner des informations sur les Belges actuellement présents en Iran et en Israël? Que savez-vous de leur situation? Ont-ils pu se mettre en sécurité?
Enfin, qu’en est-il de nos ambassades dans les deux pays? Qu’en est-il également de l’ambassade israélienne en Belgique? Fait-elle partie des celles que le pays compte fermer provisoirement par mesure de sécurité?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, permettez-moi tout d’abord d’affirmer que le régime iranien actuel est un régime méprisable, qui bafoue les droits humains et qui doit donc être condamné fermement.
Cependant, nous assistons une fois de plus à des frappes revendiquées par Israël, présentées comme des actions préventives contre le risque nucléaire iranien. Les réactions internationales se multiplient. Je comprends pourquoi puisque la légitime défense préventive n’a jamais été consacrée ni dans la jurisprudence internationale ni dans les pratiques internationales.
Il faut condamner fermement la violation de l’interdiction d’attaquer des sites nucléaires, telle qu’énoncée à l’article 56 des Protocoles additionnels aux Conventions de Genève. Sans quoi, nous normalisons un monde dans lequel il serait autorisé de s'en prendre aux sites nucléaires, avec des conséquences potentiellement apocalyptiques. Quid du conflit entre l’Inde et le Pakistan? Quid , plus près de nous, de celui entre l’Ukraine et la Russie?
Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner face à cette déclaration de guerre d’Israël? Des ressortissants belges sont-ils présents dans la région? L'avis de voyage va-t-il être modifié? Quand la Belgique va-t-elle enfin se positionner pour empêcher Israël de semer la terreur dans la région? Quand des sanctions seront-elles enfin prises, tant au niveau européen qu’au niveau national?
Par ailleurs, je souhaiterais vous interroger sur les répercussions en matière d’approvisionnement énergétique et sur les coûts que cette situation pourrait engendrer pour nos entreprises et pour notre population. Qu’en est-il des risques de résurgence d’attentats terroristes en Union européenne et en Belgique en particulier? Nous savons en effet que certaines cellules dormantes pourraient être activées par l’Iran sur notre territoire.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, het zijn belangrijke dagen, niet alleen voor Iran, de Iraniërs of de toekomst van ayatollahs, maar ook voor het Westen. Wat willen wij, Europeanen, westerlingen voor de toekomst? W, Europeanen willen. Wat zal onze belangen dienen? Wij willen goed doen voor de wereld, maar ook voor Europa en zelfs voor de generaties na ons. Welke weg we kiezen, bepaalt inderdaad onze toekomst.
Historisch gezien ligt er nu een unieke kans. Een dergelijke gelegenheid zal zich niet vaak herhalen. Sommigen werpen op dat de acties van Israël ingaan tegen de internationale afspraken en regels. Maar wat denkt u dat zo'n monster zal doen met een nucleair wapen? Het zal ons aanvallen. U zult opwerpen dat het niet tegen ons zal worden gebruikt. Tegen wie dan wel? Als kind moest ik op school elke ochtend op uw vlag stappen. Als kind moest ik u laten zien hoe hard wij u haten. U vindt misschien dat ik overdrijf? Neen, dat is namelijk niet het verhaal van mij alleen, maar het verhaal van miljoenen Iraniërs, die dat nog altijd moeten doen. Verdiep u zich maar in de geschiedenis van Iran en u zult dat vaker zien.
Iraniërs vragen het Westen niet om hen te helpen door Israël te veroordelen. Ze willen een andere vorm van hulp, een die ertoe leidt dat het regime zo zwak wordt dat zij het een laatste slag kunnen toebrengen en het regime faalt.
Voorzitter:
Mevrouw Safai, gelieve af te ronden.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, hopelijk kunt u mij als een bron van veel informatie een minuut spreektijd extra toestaan. Ik rond af.
De toekomst van het Westen wordt nu bepaald. Wat bedoelen de westerse landen met diplomatie, dialoog en de-escalatie? Willen zij het probleem alleen maar voor zich uitschuiven? Dan wordt het alleen maar groter en geven we het regime zuurstof om een groter monster te worden.
Of wil men het probleem voor eens en voor altijd oplossen? U praat over diplomatie en dialoog. Ook voor mij behoren diplomatie en dialoog bij de beste karakteristieken van de westerse democratie, maar heeft dat 46 jaar gewerkt of niet? Als dat niet gewerkt heeft, hoe zult u dan nu vermijden dat het regime nucleaire wapens in handen krijgt?
Voorzitter:
Madame Safai, merci de veiller au respect du temps de parole. Vous étiez à près de quatre minutes au lieu de deux!
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, sinds 13 juni 2025 is de situatie in het Midden-Oosten drastisch geëscaleerd. Israël voert een grootschalige luchtaanval uit op de nucleaire en militaire installaties van Iran en Iran heeft ondertussen massale raket- en droneaanvallen als reactie gegeven. Dat heeft geleid tot honderden doden tot nu toe, wijdverspreide paniek in Teheran en aanzienlijke schade in Israëlische steden zoals Tel Aviv en Haifa.
De diplomatie in de regio moet, zoals de vorige spreekster aangaf, zo snel mogelijk worden hersteld. Dat staat buiten kijf, want elk slachtoffer dat valt, is er een te veel.
Ten eerste, wat is de positie van België over de aanval? Hebt u contact gehad met uw collega-ministers van Buitenlandse Zaken over een gecoördineerd Europees of internationaal antwoord? Wat is de rol van de Verenigde Naties?
Ten tweede, welke maatregelen overweegt u ter bescherming van Belgische burgers en diplomatieke posten in de regio?
Ten derde, in het statement van de G7, waarin de Europese Unie ons vertegenwoordigt, wordt het volgende gesteld. Ik citeer: "Israël heeft het recht op zelfverdediging en Iran is de kernbron van de regionale instabiliteit." Is dat naar uw mening een faire uitspraak? Hoe is die stellingname te rijmen met het feit dat Israël de aanvallen is begonnen?
Ten vierde, hoe kijkt u naar de bewering van Israël dat het om zelfverdediging gaat?
Ten vijfde, hoe zorgt u ervoor dat Israël daardoor de aandacht niet afleidt van de gruwel in Gaza vandaag?
Kathleen Depoorter:
Mensenrechten, vrouwenrechten en democratie staan al jaren onder druk in het theocratische, autoritaire en islamitische Iran. Met dat statement veroordeelden regeringspartijen, daarin door ons bijgetreden, de gijzeldiplomatie en vroegen wij Europa om de IRGC te blacklisten. Daarover werden er ook afspraken gemaakt.
Op 13 juni voerde Israël een aanval uit, daarbij de nucleaire installaties viserend. Uiteraard is elk slachtoffer er een te veel. Mijnheer de minister, dit is het moment om samen met Europese collega’s een standpunt in te nemen, een standpunt voor vrede, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten en voor de toekomst.
Ik had graag van u vernomen welk standpunt u zult verdedigen. Welke visie zal België in de vergadering met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken op tafel leggen? Welke houding zult u aannemen?
Naar verluidt heeft Israël een oproep gedaan om de ambassades wereldwijd te sluiten. Ik had graag van u vernomen of ook onze ambassade gesloten is of zal worden? Zijn er ondertussen nog goede diplomatieke contacten tussen ons land en Israël en hoe wordt daar desgevallend mee omgegaan? Worden de functies van de ambassade nu geheel of gedeeltelijk overgenomen door de consulaire posten? Is er een verantwoording gegeven?
Tot slot, mijnheer de minister, welke rol ziet u voor de VN en welk standpunt zult u daar innemen?
Ayse Yigit:
Mijnheer de minister, Israël heeft zopas een daad van uitzonderlijke ernst gepleegd, een directe aanval op Iran. De aanval, die zowel civiele als militaire doelwitten trof, is een flagrante schending van het Handvest van de Verenigde Naties en van het internationaal recht. Professor Dimitri Van Den Meerssche onderstreepte het op de VRT: het gaat om illegale agressie en niet om een defensieve daad.
Onder de slachtoffers bevinden zich wetenschappers, gezinnen, kinderen. Hun lichamen liggen onder het puin. De beelden gaan de wereld rond. De operatie was geen reactie, maar een vooraf geplande unilaterale aanval, uitgevoerd met de steun van de Verenigde Staten. Ze past in een bredere strategie van regionale dominantie, waarbij de agressor zich presenteert als slachtoffer, terwijl hij de spanningen in het Midden-Oosten op de spits drijft.
Mijnheer de minister, het internationaal recht verandert niet afhankelijk van wie het overtreedt. Veroordeelt de Belgische regering de Israëlische aanval op Iran?
Bent u het eens met Dimitri Van Den Meerssche dat de aanval van Israël illegale agressie is?
Zult u sancties eisen tegen Israël en elke militaire en economische samenwerking en veiligheidssamenwerking met dat land stopzetten, zolang het openlijk het internationaal recht schendt en conflicten in de regio aanwakkert?
Israël is een van de drie landen wereldwijd die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend. Het is de enige kernmacht in de regio. Vindt u dat Israël het non-proliferatieverdrag moet ondertekenen?
Voorzitter:
Madame Maouane, il est possible de vous joindre au débat d'actualité. J'ai d'ailleurs une autre demande du Vlaams Belang.
Rajae Maouane:
Merci monsieur le président. Je le dis en préambule, je ne suis absolument pas fan du régime iranien qui ne respecte pas les droits humains. Nous vivons en ce moment une tension et une escalade inquiétantes avec Israël qui a lancé une attaque directe contre l'Iran. Cette attaque est menée en dehors de tout mandat international, en violation flagrante de la Charte des Nations Unies. C'est un acte de guerre, tout simplement.
Les sites visés étaient à la fois militaires et civils. Parmi les victimes, on trouve des scientifiques, des femmes, des hommes, des enfants. Israël justifie cette agression par une stratégie dite préventive. On voit qu'Israël agit ici en dehors de tout droit. Ce pays refuse toujours de ratifier le traité de non-prolifération nucléaire, tout en poursuivant ses frappes régionales et en se plaçant au-dessus de toute règle commune. Pendant ce temps, on voit que l'Europe hésite ou n'est pas extrêmement claire. J'ajoute qu'Israël refuse toute inspection de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA), ce qui est un double standard très dangereux parce que cela fragilise l'ensemble des efforts de désescalade dans la région, y compris les négociations sur le programme nucléaire iranien. Pendant ce temps, le risque d'embrasement régional augmente, tout comme la menace sur l'approvisionnement en énergie et sur la stabilité économique mondiale.
Monsieur le ministre, mes questions rejoignent celles de mes collègues. Le gouvernement belge condamne-t-il fermement cette attaque unilatérale d'Israël contre l'Iran? Que savons-nous du rôle des États-Unis dans cette opération? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre au niveau européen dans les jours qui viennent? Comment faites-vous l'analyse de ces attaques et comment vous positionnez-vous pour empêcher une escalade ou une guerre régionale totale? Enfin, quelles sont les conséquences diplomatiques, économiques ou militaires que notre pays envisage à l'encontre d'Israël qui viole encore une fois le droit international?
Voorzitter:
Je précise que dans le cadre d'un débat d'actualité, quand vous n'avez pas déposé de question, vous pouvez prendre la parole, soit dans le débat, soit en réplique, une seule fois.
Mijnheer Van Rooy, wenst u nu het woord te nemen? (Nee)
Dan krijgt u het woord tijdens de replieken.
Dans ce cas-là, nous allons vous céder la parole, monsieur le ministre, pour votre réponse. Trente minutes vous seront accordées à cet effet.
Maxime Prévot:
Monsieur le président, je remercie l'ensemble des collègues pour leurs questions.
Mijnheer Vander Elst, monsieur De Maegd, de manière surprenante, le gouvernement israélien a décidé d'attaquer l'Iran dans la nuit de jeudi à vendredi dernier en présentant ces attaques comme préventives, ainsi que plusieurs d'entre vous l'ont rappelé, et en justifiant de la propre défense d'Israël.
Le premier ministre Netanyahu a déclaré que, ces dernières années, l'Iran avait accumulé assez d'uranium enrichi pour produire neuf bombes nucléaires et que, s'il n'était pas arrêté, ce même pays pourrait produire une bombe "à très brève échéance". Le secrétaire d' État américain Marco Rubio a, lui, qualifié cette initiative israélienne d' "unilatérale" et affirmé que les États-Unis n'étaient pas impliqués. Le ministre iranien des Affaires étrangères estime, pour sa part, que les États-Unis ont été des partenaires dans ces attaques et qu'ils devraient reconnaître une responsabilité, tout en insistant sur le fait que, dans sa riposte, l'Iran n'avait visé qu'Israël, qu'il ne souhaite pas une extension du conflit, que le pays n'a pas quitté la table des négociations et qu'il est prêt à les reprendre. Un sixième round de négociations sur le nucléaire iranien était en effet bel et bien prévu à Oman dimanche dernier, entre les États-Unis et l'Iran. Toutefois, les circonstances ont évidemment conduit à son annulation.
Quant à moi, j'ai immédiatement réagi vendredi, en m'assurant d'abord et avant tout que les Belges dans la région étaient en sécurité et en prenant des nouvelles de mon personnel diplomatique sur place. Heureusement, jusqu'à aujourd'hui, tout le monde se porte bien. Nos avis de voyage pour les pays concernés ont été tout de suite adaptés pour avertir les Belges des derniers événements et les informer de la manière d'y réagir. Dans un premier temps, nos ambassades ont été relativement peu contactées par des compatriotes inquiets. Cependant, soyons honnêtes, le mouvement va à présent crescendo. Nos ambassades gèrent la situation avec calme et professionnalisme. Une évacuation n'est, à ce jour, pas envisagée, mais nous communiquons à ceux qui souhaitent s'en aller les possibilités qui existent. Soyons clairs: nous suivons la situation au jour le jour parce qu'au vu de la tournure des événements, l'absence d'évacuation pour le moment ne signifie pas qu'il ne devrait pas y en avoir demain.
Mevrouw Lambrecht, er waren enkele Belgen aanwezig in Iran, wellicht voor niet-essentiële reizen, ondanks ons reisadvies. Iedereen is veilig. Ik heb toestemming gegeven voor vrijwillig vertrek van de families van onze collega's die in Tel-Aviv en Jeruzalem gestationeerd zijn en wier hardship classification opnieuw is verhoogd, net als voor wie gestationeerd is in Teheran.
Mevrouw Yigit, monsieur Boukili – qui pourra lire le compte rendu –, dès vendredi matin, j’ai exprimé ma profonde inquiétude vis-à-vis des attaques israéliennes, mais aussi des ripostes iraniennes. Il s’agit du pire des scénarios. D’un côté, le risque de toucher des cibles nucléaires; de l’autre de faire des victimes civiles; et cela, alors même que des négociations étaient toujours en cours.
Mevrouw Safai, ik deel uw bezorgdheid, uw woede en uw aanklacht tegen het zeer problematische regime van de Iraanse autoriteiten, een regime dat niet de vriend van België kan zijn, een regime dat geen kernwapens mag bezitten.
Tot heden hebben we geen bewijs dat Iran over kernwapens beschikt. Het land is ook partij bij het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. Niettemin beschouwde het Internationaal Atoomenergieagentschap in zijn meest recente verslag de snelle accumulatie van hoogverrijkt uranium als zeer zorgwekkend. Het Agentschap betreurde het dat het, bij gebrek aan betere samenwerking van de kant van de Iraanse autoriteiten, niet in staat was om de verzekering te geven dat het nucleaire programma van Iran uitsluitend vreedzaam verliep.
België verzet zich tegen de verrijking van uranium door Iran voor militaire doeleinden. Daarom heeft onze regering, naast de gijzelaarsdiplomatie, de wapenleveringen aan Rusland, de schendingen van de mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, en de destabiliserende activiteiten in de regio, besloten om de druk op het Iraanse regime op te voeren en tegelijkertijd het Iraanse volk te steunen. België steunt het opleggen van gerichte sancties tegen Iraanse personen en entiteiten op het niveau van de Europese Unie.
Ik geloof de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken op zijn woord als hij zegt dat Iran de vijandelijkheden zal staken als Israël hetzelfde doet en dat Iran bereid is om terug te keren naar een diplomatieke oplossing door aanvaardbare voorstellen te formuleren. Ik geloof president Trump ook op zijn woord wanneer hij oproept om een einde te maken aan de dood en vernieling en Iran aanspoort om een deal te sluiten. Ik blijf geloven dat de onderhandelingstafel een veel betere optie is dan het slagveld.
Monsieur Lacroix, nonobstant le fait qu'on a toutes les raisons de pouvoir régulièrement douter des annonces qui sont faites par les ministres iraniens, pour revenir à la question connexe que vous avez évoquée, à savoir celle de la conférence à New York, il est clair que la France et l'Arabie saoudite n'ont pas annoncé l'annulation, mais le report de la conférence prévue cette semaine sur la solution à deux États; et ce, officiellement, pour des raisons, je cite, "logistiques et sécuritaires".
Je comptais effectivement m'y rendre, et dès que la nouvelle date sera connue, je compte bien confirmer à nouveau ma participation active. Je l'ai dit et je le répète, la Belgique s'inscrira dans l'initiative franco-saoudienne à la lumière des considérations déjà partagées.
En attendant, il ne faut pas non plus que cela détourne notre attention du drame humain qui continue de se jouer à Gaza. Israël ne permet toujours pas un véritable accès humanitaire aux populations civiles et continue de tuer des Palestiniens. Le Hamas n'a toujours pas libéré les otages. C'est un scandale, et je continue d'engager la Belgique avec l'Union européenne pour un cessez-le-feu et une solution à long terme, comme nous venons d'en débattre.
Mevrouw Depoorter, ik heb inderdaad in de pers gelezen dat er sprake is van de sluiting van Israëlische ambassades over de hele wereld. Wat de Israëlische ambassade in België betreft, wij zijn niet op de hoogte gebracht van een dergelijke beslissing.
Mevrouw Van der Straeten, mijnheer Lacroix, het nieuws over de Israëlische aanvallen op Iran heeft gevolgen gehad voor de prijs van olie en gas, die gestegen is. De Straat van Hormuz is een wereldwijd energieknelpunt: 20 % van de olie en het lng passeert daar immers. Voor België zijn verstoringen dus mogelijk, zeker als gas- en havenhub. Ook daarom moeten we een escalatie van het conflict en de uitbreiding ervan naar andere landen in de regio voorkomen.
De situatie onderstreept bovendien het belang van diversificatie van de invoerbronnen en van ondersteuning van de Europese inspanningen om de zeeroutes veilig te stellen. We hebben er gisteren tijdens de vergadering van de raad van Bestuur van het Internationaal Atoomenergieagentschap ook aan herinnerd dat nucleaire installaties nooit mogen worden aangevallen, aangezien dergelijke aanvallen ernstige gevolgen kunnen hebben voor de nucleaire veiligheid, beveiliging en waarborgen.
Dat waren, mijnheer de voorzitter, de verschillende elementen van informatie die ik wilde meegeven.
Voorzitter:
Merci, monsieur le ministre. Je cède la parole à M. Vander Elst pour sa réplique de deux minutes.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Informatie en communicatie zijn bijzonder belangrijk wanneer zich een dergelijk conflict voordoet. Het is goed dat de ambassade, in samenwerking met de FOD Buitenlandse Zaken, in zeer nauw contact staat met de Belgen ter plaatse, zodat we hen kunnen ondersteunen of helpen, mocht dat nodig blijken.
U gaf daarnet aan dat u de Iraanse minister op zijn woord gelooft. Geloven in het goede van de mens is goed, maar we moeten daar in dit geval toch voorzichtig mee zijn. We mogen niet naïef zijn, want het Iraanse regime is niet zomaar een regime dat we meteen op zijn woord moeten geloven. Laten we zeer waakzaam blijven.
Het is vanop afstand, vanuit België, heel gemakkelijk om kant te kiezen in een internationaal conflict. Het is echter veel moeilijker om vanop afstand naar een oplossing te zoeken. Onze positie daarin is niet eenvoudig. We moeten dat, samen met de Europese Unie, zeer nauwlettend opvolgen. Samen met u hopen we zo snel mogelijk tot een diplomatieke oplossing te komen, want elk slachtoffer in een conflict is er een te veel. We zullen dat conflict vanuit de commissie zeker van nabij blijven opvolgen.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw verduidelijking. Ik heb twee opmerkingen.
Ten eerste, wat betreft olie en gas, moet er inderdaad diversificatie zijn, maar er moet ook voor worden gezorgd dat we, in dit geval, minder olie nodig hebben. We weten waar de oliereserves zich bevinden, namelijk in Rusland, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten. Geen van die drie zijn democratieën. In twee van de drie is er oorlog en, zoals u weet, want u bent er geweest, zijn de Verenigde Arabische Emiraten friends to all and enemies to nobody . Het is zeker een land waarmee we een goede relatie moeten opbouwen, maar het blijft wel een autocratisch regime.
Grondstoffen en energie kunnen enorm ontwrichtend werken en onveiligheid in de hand werken. We hebben dat gezien met de oorlog in Oekraïne. Op korte termijn is diversificatie en zeeroutes veiligstellen inderdaad goed. Op middellange termijn moeten we ervoor zorgen dat we ze gewoonweg niet of minder nodig hebben en dat we energie kunnen gebruiken die we zelf produceren of die we van andere delen van de wereld kunnen laten komen.
Ten tweede, wat betreft het atoomprogramma, de atoomonderhandelingen lijken nu helemaal gedelegeerd te worden en een onderonsje tussen Iran en Trump, tussen Iran en de Verenigde Staten te worden. Dat zat er al aan te komen, ook voor deze aanvallen. Het multilateralisme in de schoot van het IAEA lijkt op dat vlak wel opgegeven te zijn. Dat kan geen goede zaak zijn voor de veiligheid van de wereld, zeker als het gaat over non-proliferatie. Hoe die onderhandelingen evolueren moet worden opgevolgd, maar volgens mij is het ook belangrijk dat dat breder gaat dan een louter bilateraal akkoord. Anders wordt onze wereldwijde veiligheid straks geregeld via bilaterale akkoorden in plaats van via multilaterale akkoorden. U had het in uw beleidsnota toch vaak, en terecht, over multilateralisme, mijnheer de minister.
Michel De Maegd:
Chers collègues, je me permets de répliquer à mon tour.
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse, que je qualifierais d'équilibrée. L'essentiel reste, je pense, notre attachement indéfectible au droit international bien sûr, mais au-delà, à la sécurité collective et à la non-prolifération nucléaire. C'est aussi ce qui fait la force de la diplomatie belge, sa constance, son attachement aux principes, même dans la tourmente.
Mais permettez-moi tout de même d'ajouter une inquiétude. Le Moyen-Orient n'est pas une région comme les autres. C'est un théâtre de tensions anciennes et profondes où chaque geste peut être perçu comme une menace existentielle. Israël est un État démocratique cerné de régimes dont certains continuent d'appeler à sa disparation. L'Iran et son régime obscurantiste qui avilit sa propre population – cela a été rappelé par quelqu'un qui l'a vécu –, soutient des milices hostiles jusque dans son territoire même, poursuit un programme nucléaire clairement opaque et profère régulièrement des menaces explicites d'éradication de l'État d'Israël. Dans ce contexte, il faut reconnaître, sans pour autant justifier, le sentiment d'urgence qui pousse certains États à agir. Une diplomatie crédible ne peut ignorer les peurs réelles. Elle doit entendre les raisons de chacun, même lorsque l'on condamne les moyens qui sont employés.
La Belgique doit rappeler dans les enceintes internationales et sans ambiguïté que la seule sécurité durable passe par la négociation, la transparence et le respect mutuel.
Pour terminer, je rappelle que la sécurité de nos ressortissants et de nos représentations diplomatiques doit, bien sûr, rester aussi une priorité absolue.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour le caractère complet de votre réponse.
Ce qui me choque, c'est d'avoir l'impression que le premier ministre israélien est le Machiavel du XXI e siècle. Voilà des années qu'on annonce que l'Iran va se doter de la bombe nucléaire. On prétend chaque fois que c'est imminent. À nouveau, le premier ministre israélien a considéré que c'était imminent, et a déclenché sa guerre. Il l'a déclenchée 60 jours après le délai qu'avait fixé Donald Trump pour négocier avec l'Iran pour justement obtenir un accord sur le désarmement nucléaire. Le premier ministre israélien avait donc une fenêtre d'opportunité pour déclencher cette "guerre préventive" qui est contraire à tout droit international et au protocole additionnel des conventions de Genève.
Pourquoi? Pour se parer de nouvelles médailles et pour détourner l'attention sur le génocide perpétré à Gaza. Sa justification portant sur les sites nucléaires ne constitue qu'un prétexte. Il veut éradiquer le régime iranien. Je peux le comprendre, ce régime iranien est absolument pervers, antidémocratique, horrible, mais, si on veut arriver à abattre un régime, c'est par la voie diplomatique et la voie démocratique avant tout qu'il faut le faire, pas par des "guerres préventives" et en violant le droit international. En s'attaquant à des sites nucléaires, il déclenche une escalade potentielle que d'autres comme l'Inde, le Pakistan, la Russie, l'Ukraine pourraient utiliser demain. C'est un risque majeur pour l'humanité.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. U zei dat we nog steeds geen bewijs hebben dat ze een kernwapen hebben. Op het moment dat we dat bewijs wel hebben, is het te laat. Dan kunnen we niets meer doen. Trouwens, de heer Grossi zei al dat ze heel ver staan in het verrijken van uranium, ze zijn er dus bijna. Daarvoor hebben we geen bewijs nodig. Het is al zover, want het Internationaal Atoomenergieagentschap zegt het zelf.
Met betrekking tot de stelling dat Iran nu opnieuw bereid is om te onderhandelen, het spijt me, mijnheer de minister, maar het is te laat. Ze vragen dat nu omdat het hele land in brand staat. Ze zullen ons opnieuw voor de gek houden. Laten we ernstig blijven over die onderhandelingen. Ik garandeer het u, ze zullen opnieuw beweren dat hun doelstellingen vreedzaam zijn, maar dat klopt gewoon niet.
Met betrekking tot Trump en de Amerikaanse "diplomatie", Trump heeft een poging gedaan omdat de Amerikanen hem vragen om geen oorlog te beginnen. Dat is terecht, ik geloof ook in diplomatie, maar niet met Iran. Hij heeft geprobeerd zijn achterban duidelijk te maken dat hij er alles aan gedaan heeft. Nu het zover is, laat hij Israël het vuile werk opknappen. En Israël doet dat nu. De rivier van de revolutie van de mensheid vindt de weg. Zo zal Israël zijn doelen realiseren.
Binnenkort, in de nabije toekomst, zal er een seculaire democratie ontstaan in Iran. En dat is positief, voor u, voor de collega’s, voor ons, voor het Westen, voor iedereen. Laten we die mensen steunen, die nog altijd zo dapper zijn. Mijn mama en zus zeggen: laat het maar gebeuren, dit is een oorlog die uitgevochten moet worden, wij zijn sterk, steun ons en dan komt het goed.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, misschien wilt u nog antwoorden, soms doet u dat, omdat ik u vroeg of u akkoord kunt gaan met wat de G7 heeft gezegd. Ik citeer: “Israël heeft het recht op zelfverdediging. Iran is de kernbron van regionale instabiliteit”.
Ik denk niet dat dit te rijmen valt met wat u hier voortdurend tegen ons zegt en met de lijn waarop wij gezamenlijk zitten. Ik zou van u willen horen dat u vindt dat dergelijke uitspraken niet kunnen, zeker niet in onze naam. Het is immers niet alleen Israël dat de aanvallen op Iran is gestart. Ook Iran zaait terreur in de regio en draagt schuld. Ook Trump draagt verantwoordelijkheid. Hij heeft de Irandeal opgeblazen.
We zitten met drie extremen, allemaal overtuigd van hun grote gelijk. Zij denken dat dit conflict zomaar kan worden opgelost. Uitspraken zoals die van de G7 helpen daar niet bij. Ik denk dat het aan ons is, aan de G7 waartoe wij behoren, om het hoofd koel te houden. U kunt daar koelbloedigheid tonen, zoals u dat ook in het Gazadebat doet.
Er is meer dan ooit nood aan dialoog en diplomatie. Dat hebt u zelf gezegd, ook in uw goedgelovige uitspraken over Iran en dergelijke. Ondanks alles wat anderen zeggen, denk ik dat we die weg moeten blijven bewandelen. Meer oorlog is geen optie, want meer oorlog betekent meer doden, duizenden doden, en nog minder toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
Daarom vraag ik u met aandrang, mijnheer de minister, om u uit te spreken tegen dergelijke statements van de G7 en te kiezen voor dialoog.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het Iraanse regime kan inderdaad de vriend van België niet zijn. In 2024 hebben immers 975 executies plaatsgevonden van politieke tegenstanders van het autoritaire, theocratische, islamitische regime. Ik herhaal het: een recordaantal van 31 vrouwen werd geëxecuteerd als gevolg van hun politieke mening. Het is absoluut noodzakelijk, mijnheer de minister, dat we op onze hoede zijn. Dergelijke mensen op hun woord geloven – ik weet dat u dat niet doet – is gevaarlijk voor de democratie en gevaarlijk voor de mensheid.
Wat moeten we dan wel doen? Samenwerken met Europa, een stem laten horen, ervoor zorgen dat we diplomatiek tot akkoorden komen en dat de nucleaire veiligheid in het Midden-Oosten kan worden gegarandeerd. We moeten pleiten voor democratie voor die 90 miljoen Iraniërs, voor vrijheid, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten. En, mevrouw Lambrecht, we moeten het terrorisme in het Midden-Oosten stoppen.
Iran is immers al jaren de financiële hulplijn voor Hezbollah, Hamas en de Houthi's en is op die manier de reden van instabiliteit in het Midden-Oosten. Wij kunnen als Europa zeker onze stem daarin gebruiken. We moeten pleiten voor sancties en zeker voor vrijheid, vrede en vrouwen in Iran. Dank u.
Ayse Yigit:
Geachte minister, Israël valt Iran aan vanwege diens mogelijke productie van kernwapens, terwijl Israël zelf over een nucleair wapenarsenaal beschikt. Professor internationale politiek David Criekemans ziet dit als een voorbeeld van de dubbelzinnigheid en schizofrenie van de internationale politiek. Het Internationaal Atoomenergieagentschap bevestigde bovendien dat Iran nog geen stappen heeft gezet richting de productie van kernwapens, zoals u zelf ook aanhaalde.
Ik hoop dat u, mijnheer de minister, niet meedoet aan deze dubbelzinnigheid in de internationale politiek en sterk de agressie van Israël veroordeelt. Het is namelijk telkens de burgerbevolking die de prijs betaalt van een escalatie. Vandaar hoop ik dat België pleit voor een de-escalatie van dit conflict. Dank u.
Voorzitter:
De collega's Van Rooy en De Smet wensen te reageren in dit actualiteitsdebat.
Sam Van Rooy:
Ik ontving gisteren uit Iran dit bericht: "Er vielen hier de afgelopen dagen minder doden dan tijdens de demonstraties van de beweging Women, Life, Freedom voor Mahsa Amini."
De islamitische staat Iran is een meedogenloos en moorddadig islamitisch regime dat aan de lopende band onschuldige mensen terroriseert, martelt en vermoordt. Vrouwen, homoseksuelen, niet-moslims, ex-moslims, dissidenten, schrijvers, kunstenaars enzovoort, niemand is veilig voor de tirannieke ayatollahs. Daarnaast plant en sponsort Iran wereldwijde jihadterreur via Iraanse satellieten zoals Hezbollah, Hamas en de Houthi’s. Ook op ons grondgebied zijn Iraanse dissidenten niet veilig. Denk aan de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie. Een atoomwapen in handen van deze moslimterroristen is dan ook pure waanzin, levensgevaarlijk en dus onaanvaardbaar voor de stabiliteit en de wereldvrede.
Israël bewijst de wereld, en dus ook ons, maar evenzeer de tientallen miljoenen vrijheidslievende Iraniërs, waaronder mijn schoonfamilie, een enorme dienst. Terwijl de moedige helden van het IDF en de Mossad geniaal werk leveren, roepen steeds meer Iraniërs: “Dood aan Khamenei!”.
Nog een bericht dat ik uit Iran ontving de voorbije dagen: “Netanyahu is hier zelfs nog populairder dan in Israël.” Het is dan ook even potsierlijk orwelliaans als schandalig dat Israël, dat in tegenstelling tot Iran een democratie en vrije samenleving is, hier al jaren continu wordt gebasht en in verhouding veel zwaarder wordt aangepakt dan het moorddadige jihadistische shariaregime van Iran, dat ons wil vernietigen en islamiseren.
Mijnheer de minister, parlementsleden, wordt nu eindelijk wakker en kies de juiste kant van de geschiedenis, namelijk die van Israël en niet die van de islamitische jihad.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci de nous avoir donné votre point de vue. Ce qui est compliqué dans ce débat, c’est qu’on peut tout à la fois n’avoir aucune sympathie pour le régime iranien et conserver quand même une certaine estime pour le respect du droit international.
La république islamique d’Iran est une théocratie qui réprime les femmes, qui réprime toute personne qui pense autrement, qui prend même en otage des ressortissants étrangers. Nous, les Belges, en savons quelque chose.
Si un jour, les Iraniens parviennent à se débarrasser de ce régime, je pense que nous serons à peu près tous heureux ici.
En même temps, il y a moyen de ne pas cautionner qu'on se fasse justice soi-même, en particulier justice préventive. L'attaque menée par Israël est aussi une attaque d'opportunité, pour diverses raisons qui ont été soulignées. Mais attention, l'inquiétude d'Israël est légitime. L'Iran n'est pas juste un État qui veut se doter de l'arme nucléaire. C'est un État qui, dans son régime actuel, déclare régulièrement qu'Israël devrait être rayé de la carte.
Les efforts de la communauté internationale pour faire en sorte que l'Iran se dénucléarise, ou qu'il n'ait en tout cas pas accès à des capacités militaires nucléaires, sont légitimes.
De toute façon, il faudra que la négociation reprenne le pas – même des petits pays comme le nôtre ont des rôles à jouer – parce que de toute manière, certains sites iraniens sont hors d'accès de certaines attaques. Il n'y a rien à faire, on devra en revenir à une forme de négociation.
Je peux juste simplement voir avec vous que nous sommes dans une tendance de plus en plus prégnante, et nous voyons que dans tous les dossiers, le droit international devient une sorte de décorum, et que la loi du plus fort et de celui qui a besoin de protéger le plus vitalement ses intérêts l'emporte.
Je crois que le rôle de notre pays est en effet de tout faire pour que les négociations reprennent et de montrer que le point de vue le plus juste peut aussi l'emporter autour d'une table de négociations.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal u geruststellen. Ik zal geen tien minuten nodig hebben.
Op 2 mei 2025 heeft het Duitse Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV), zijnde de binnenlandse veiligheidsdienst, de partij Alternative für Deutschland (AfD) officieel aangemerkt als een rechts-extremistische organisatie en dus als strijdig met de grondwettelijke orde. Die classificatie heeft verstrekkende implicaties voor de partij, haar leden en haar rol binnen het democratische bestel.
Door de beslissing krijgen de veiligheidsdiensten onder meer de bevoegdheid om leden te volgen en af te luisteren, bijeenkomsten te monitoren en informanten in te zetten. Dat is de DDR all over again . Bovendien kunnen ambtenaren die lid zijn van de AfD worden geconfronteerd met disciplinaire maatregelen of zelfs ontslag.
Het gaat hier om een partij die bij de laatste federale verkiezingen in Duitsland nog 20,8 % van de stemmen behaalde en daarmee de op een na grootste politieke formatie van het land werd. De beslissing voelt dan ook als een politiek-juridische afrekening. Binnen de gevestigde partijen, zoals de CDU, Die Grünen en Die Linke, gingen immers eerder al stemmen op om de AfD volledig te verbieden. De nieuwe classificatie door het BfV lijkt de discussie in een stroomversnelling te brengen.
Verschillende juristen en grondwetspecialisten hebben intussen hun bezorgdheid geuit over de juridische onderbouwing van het besluit. Zij stellen dat het partijprogramma van de AfD niet noodzakelijk de etnische benadering bevat die het BfV beweert aan te tonen en dat het evenmin een systematische aanval vormt op de democratische rechtsorde.
Opvallend is ook dat het rapport waarop de classificatie zou zijn gebaseerd naar verluidt meer dan duizend pagina’s zou tellen, maar niet openbaar is gemaakt. Daardoor kan de partij zich moeilijk verdedigen tegen de beschuldigingen. Dat bovendien selectieve informatie uit het rapport wordt gelekt naar bepaalde media, roept vragen op over de transparantie en neutraliteit van het proces. Het BfV valt immers onder de directe verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en werd op het moment van de beslissing geleid door SPD-minister Nancy Faeser, die eerder openlijk kritiek uitte op de AfD.
Dit dan ook fundamentele vragen op over de verhouding tussen de politieke besluitvorming en de juridische objectiviteit. Door de classificatie ontstaat bovendien de mogelijkheid om bijvoorbeeld de overheidsfinanciering van de partij stop te zetten of verdere stappen te zetten richting een partijverbod. Dergelijke maatregelen roepen herinneringen op aan repressieve methodes uit de DDR-tijd en doen vermoeden dat politieke motieven een rol spelen.
Los van de steun aan of de afwijzing van het gedachtegoed van de AfD is het essentieel dat democratische principes worden bewaakt. De onderdrukking van oppositiepartijen op basis van geheime dossiers ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat. Vanuit die bezorgdheid is het verdedigbaar dat parlementen, waaronder het federale Parlement, hun stem laten horen tegen deze ontwikkeling.
Erkent de regering dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs het verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes?
Hoe beoordeelt de regering de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij AfD als een antigrondwettelijke organisatie te classificeren en deelt ze de bezorgdheid dat dat een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt?
Zal de regering de classificatie van de AfD als antigrondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen?
Is de regering bereid om die bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regering?
Ik dien ook nog een motie van aanbeveling in voor verdere opvolging.
Voorzitter:
Monsieur le ministre, vous avez dix minutes pour votre réponse.
Maxime Prévot:
Monsieur le président, je n'en aurai pas besoin.
Mevrouw Huybrechts, ik noteer uw bezorgdheid over de ontwikkelingen in buurland Duitsland. Ik denk dat het aan de Duitse overheid is te oordelen wat te doen met dergelijke verslagen en na te gaan of dergelijke verslagen zijn opgesteld binnen het mandaat van de betrokken inlichtingendienst.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik snap dat het natuurlijk een proces is dat in Duitsland moet worden gemaakt. Ik heb toch nog de vraag of u erkent dat dit een gevaarlijk principe is, dat misschien vandaag in Duitsland gebeurt, maar morgen misschien in Nederland en overmorgen in België, wie weet zelfs ooit met uw partij. Dus vandaar mijn vraag: erkent u dat dit zeer gevaarlijk is voor de democratie? Ik heb alvast toch een motie van aanbeveling die we hier eventueel ter stemming kunnen brengen.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, - gelet op artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de waarden van de Unie worden vastgelegd, waaronder de eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten; - gelet op artikel 12 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat de vrijheid van vergadering en vereniging waarborgt, inclusief het recht van eenieder om politieke partijen op te richten; - gelet op de classificatie van Alternative für Deutschland als "rechtsextremistische organisatie" door de Duitse Verfassungsschutz op 2 mei 2025; - gelet op het besluit van de Duitse regering om deze classificatie te bekrachtigen; - gelet op het feit dat de AfD op democratische wijze 20,8% van de Duitse kiezers vertegenwoordigt als tweede partij in de Bondsdag; - gelet op het belang van het beschermen van de rechten van democratisch verkozen partijen, hun vertegenwoordigers en leden; - overwegende dat de classificatie van de AfD als extremistische organisatie een ernstige inbreuk vormt op de democratische rechten van een partij die meer dan een vijfde van het Duitse electoraat vertegenwoordigt; - overwegende dat de Amerikaanse vicepresident JD Vance deze beslissing terecht heeft veroordeeld met de woorden "Dit is hoe een stervende regerende klasse haar macht behoudt. Bureaucraten, niet kiezers, proberen de AfD te vernietigen": - overwegende dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, de classificatie heeft bestempeld als "geen democratie, maar een vermomdevorm van tirannie"; vraagt de regering: - de erkenning dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes. - de beoordeling van de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij Alternative für Deutschland als een "anti-grondwettelijke organisatie" te classificeren, te veroordelen en de bezorgdheid te delen dat dit een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt. - de classificatie van Alternative für Deutschland als anti-grondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus te veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen. - deze bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regerlng. Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, - compte tenu de l'article 2 du Traité sur l'Union européenne, qui définit les valeurs de l'Union, dont le respect de la démocratie, de l'État de droit et des droits humains; - compte tenu de l'article 12 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, qui garantit la liberté de réunion et d'association, en ce compris le droit de chacun de créer des partis politiques; - compte tenu de la classification, le 2 mai 2025 par le Verfassungsschutz allemand, de l'Alternative für Deutschland (AfD) comme "organisation d'extrême droite"; - compte tenu de la décision du gouvernement allemand d'entériner cette classification; - compte tenu du fait que l'AfD représente démocratiquement 20,8 % des électeurs allemands, ce qui en fait le deuxième parti au sein du Bundestag; - compte tenu de l'importance de protéger les droits des partis démocratiquement élus, de leurs représentants et de leurs membres; - considérant que la classification de l'AfD comme organisation extrémiste constitue une violation grave des droits démocratiques d'un parti qui représente plus d'un cinquième de l'électorat allemand; - considérant que le vice-président américain, J. D. Vance, a condamné à juste titre cette décision, qu'il a décrite comme étant "la manière dont une classe gouvernante et à l'agonie se maintient au pouvoir", estimant que "ce sont les bureaucrates, et non les électeurs, qui tentent de détruire l'AfD"; - considérant que le secrétaire d'État américain, Marco Rubio, a parlé à propos de cette classification "d'absence de démocratie" et de "tyrannie déguisée"; demande au gouvernement: - d'admettre que, dans un État de droit démocratique, les partis politiques ne doivent se livrer de concurrence que dans le cadre d'élections libres et que la restriction, voire l'interdiction, de partis par des interventions étatiques est contraire aux principes démocratiques fondamentaux; - de condamner la décision prise par le service du renseignement intérieur allemand de classifier le parti Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle et de partager la crainte que cette décision constitue un précédent qui compromet la liberté d'expression politique et le fonctionnement des partis; - de condamner de ce fait la classification par l'État allemand de l'Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle parce qu'elle constitue une violation des principes démocratiques; - de faire part officiellement de ces inquiétudes aux instances compétentes au sein du gouvernement allemand, eu égard à l'importance de l'ordre juridique démocratique. Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Benoît Lutgen. Une motion pure et simple a été déposée par M. Benoît Lutgen . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Het schietincident in Jenin waarbij een diplomatieke delegatie onder vuur genomen werd
Het afvuren van waarschuwingsschoten op diplomaten door Israëlische militairen
Aanval op diplomaten en schietincident in Jenin
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt het gerichte Israëlische vuur op EU-diplomaten (inclusief een Belg) in Jenin, ondanks vooraf afgestemde routes, als onaanvaardbare schending van diplomatieke onschendbaarheid. Minister Prévot bevestigde direct protest bij de Israëlische ambassadrice, betwistte de Israëlische claim over routeafwijking en benadrukte dat zelfs een afwijking geen schietreden rechtvaardigt, terwijl extra veiligheidsmaatregelen (zoals gepantserde voertuigen) worden onderzocht. Sancties of terugroepen van diplomaten staan niet op tafel, maar verdere opvolging en druk op Israël voor garanties zijn essentieel. De delegatie bezocht de verwoeste, ontvolkte vluchtelingenkampen na Israëlische operaties, wat de escalerende spanningen en straffeloosheid van dergelijke incidenten onderstreept.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, enige tijd geleden – maar daarom is het niet minder belangrijk – werd een internationale diplomatieke delegatie, bestaande uit een dertigtal diplomaten uit de EU, Canada en Mexico, en onder hen ook een Belgische vertegenwoordiger, onder vuur genomen tijdens een officieel bezoek aan het vluchtelingenkamp in Jenin. We spreken niet over een verdwaalde kogel of een misverstand. Het waren gerichte schoten van het Israëlische leger op diplomaten, in een herkenbaar konvooi, op een route die vooraf was afgestemd met de Israëlische autoriteiten.
De beelden waren redelijk hallucinant. Diplomaten zijn normaal gezien onschendbaar en zouden niet moeten wegrennen voor hun leven als ze bepaalde situaties willen bekijken.
Welke onmiddellijke stappen hebt u gezet tegenover de Israëlische autoriteiten na dat onaanvaardbare incident?
Waarom is de Israëlische ambassadeur in Brussel nog niet op het matje geroepen? Misschien hebt u dat ondertussen wel gedaan, maar ik kan dat niet inschatten.
Wat zult u ondernemen om de veiligheid van onze diplomaten in conflictzones te garanderen?
We zeggen altijd dat zij onze ogen en oren zijn. Als zij die conflictzones niet meer kunnen bezoeken, wie dan wel?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, les tensions entre Israël et l’Autorité palestinienne sont loin de s’apaiser, mais il est inacceptable que les diplomates en fassent les frais. Lors d’une visite à Jénine, au nord de la Cisjordanie occupée, Tsahal a mis en joue un groupe de diplomates, dont un Belge. L’armée israélienne a déclaré que ces tirs de sommation avaient eu lieu après que les diplomates aient dévié de l’itinéraire qui avait été approuvé en amont. Comme évoqué par Mme Kallas, il est inacceptable qu’un pays signataire de la Convention de Vienne attente à la vie de diplomates ou tente de les intimider, même avec des tirs de sommation. Les tensions causées par le conflit ne peuvent être répercutées contre des diplomates étrangers.
Dès lors, il est important que justice soit faite et que des contacts soient établis avec les autorités israéliennes afin de clarifier la situation et de s’assurer que cela ne se reproduira plus, sans quoi des sanctions diplomatiques devraient être prises.
Monsieur le ministre, comment se porte le diplomate en question? Compte tenu du danger, envisagez-vous de rappeler les diplomates présents sur place? Depuis cet incident, avez-vous envisagé un contact avec le gouvernement israélien ou l’ambassadeur israélien en poste en Belgique? Entendez-vous mettre en place des sanctions contre Israël?
Maxime Prévot:
Mijnheer Dufrane, mevrouw Lambrecht, de diplomaat in kwestie verkeert momenteel in goede toestand. Ik ben persoonlijk met hem in contact geweest. Nog iemand anders raakte gewond.
Dès que mes services ont pris connaissance de cet incident, mon chef de cabinet a immédiatement appelé l’ambassadrice israélienne pour lui faire part, assez clairement – pour ne pas dire vertement –, de notre opinion. J’étais personnellement à l’étranger à ce moment-là. Nous avons depuis eu plusieurs échanges avec l’ambassade d’Israël pour obtenir des explications. On nous a répété que la délégation avait dévié de la route convenue; dont acte, mais ce n’est pas confirmé jusqu’à présent. Il est objectivement permis d’en douter étant donné la préparation minutieuse de telles visites. Et quand bien même il y aurait eu déviation, cela ne justifierait de toute façon aucunement des tirs. La visite était organisée par l’Autorité palestinienne, pour les chefs de mission ou les adjoints, et avait pour but de montrer la situation dans le camp de réfugiés à Jénine, ainsi que les effet de l’opération Iron Wall lancée par l’armée israélienne en janvier 2025. Il faut noter que les Nations Unies, et notamment son Bureau de la coordination des affaires humanitaires (OCHA), avaient également organisé une visite parallèle la semaine précédente.
Depuis quelques mois, les 20 000 habitants ont dû quitter le camp, qui est vide, mais occupé par des militaires israéliens. La délégation n’est pas entrée dans le camp, les diplomates sont restés à l’entrée de celui-ci, et c’est là qu’ils ont été visés par des tirs, alors qu’ils s’y trouvaient déjà depuis au moins 15 minutes. Il n’y a donc pas eu d’effet de surprise, et il était facile de vérifier la nature pacifique de cet attroupement.
Bij risicovolle verplaatsingen wordt de veiligheidssituatie ter plaatse opgevolgd in samenwerking met de veiligheidsdiensten en worden de nodige mitigatiemaatregelen uitgewerkt.
Onze collega begaf zich bijvoorbeeld ter plaatse in een gepantserd voertuig. In overleg met het consulaat-generaal te Jeruzalem wordt verder onderzocht welke bijkomende maatregelen kunnen bijdragen tot de algemene veiligheid van de medewerkers.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u om het gebeurde mede te veroordelen. Ik herhaal dat onze diplomaten de ogen en oren van ons land in het buitenland zijn. Wat Israël daar opnieuw deed, overschrijdt opnieuw een rode lijn.
Men kan niet alles tegen elkaar afwegen, maar het is goed dat we dat streng veroordelen en dat we blijven opvolgen welke bijkomende maatregelen nodig zullen zijn als men in de toekomst durft te schieten op afgebakende trajecten waarvan men op voorhand weet wie er zal passeren.
Anthony Dufrane:
Je remercie M. le ministre pour ses réponses et le bon suivi qu'il a donné par sa réaction ferme et rapide au travers de la condamnation de l'incident.
Het inreisverbod voor Israëlische ministers
De internationale sancties tegen de Israëlische ministers Ben-Gvir en Smotrich
Internationaal reisverbod en sancties tegen Israëlische ministers
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy prijst Israël als democratische bolwerk in het Midden-Oosten en bekritiseert minister Prévot voor het voorgestelde EU-inreisverbod voor de Israëlische ministers Smotrich en Ben Gvir, die hij verdedigt als helden in de strijd tegen "moslimterrorisme" en Iran. Prévot benadrukt dat België alleen via EU-consensus sancties kan opleggen (nu niet actief), gericht op tijdelijke maatregelen wegens hun rol in mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen (eigendom, voedsel, onderwijs), geldend voor heel Europa tot gedragsverandering. Van Rooy kaart aan dat België ("Belgistan") door selectieve sancties—wel Israëlische ministers, niet jihadistische leiders als Erdogan—de facto islamitische jihad steunt en de veiligheid van Joden en Israëlische bezoekers ondermijnt, terwijl Prévot volhardt in het EU-kader zonder concrete uitvoeringstermijnen.
Sam Van Rooy:
Minister Prévot, ik wil beginnen met een positief punt aan te halen. Ik ben blij dat u zopas gezegd hebt dat het kleine België Israël niet zal kunnen doen plooien. Proficiat. U zei dat naar aanleiding van de even potsierlijke als zorgwekkende massahysterie van afgelopen weekend tegen Israël, dat vandaag meer dan ooit wordt mishandeld als de Jood onder de nazi’s.
U gaf daarmee even blijk van realiteitszin, maar het zou van nog meer realiteitszin getuigen als u vanaf nu stopt met het belasteren van Israël en nederig het hoofd buigt voor de helden van het IDF. Niet alleen heeft Israël namelijk al tienduizenden levensgevaarlijke moslimterroristen uitgeschakeld. Vandaag schrijft dat piepkleine landje ook nog eens geschiedenis door het levensgevaarlijke jihadistische shariaregime van de Iraanse ayatollahs een kopje kleiner te maken. Tientallen miljoenen Iraniërs in Iran, maar ook in het westen, onder andere bij mij thuis, juichen dit nota bene toe. Ik zou zeggen, minister, informeer u en ga eindelijk aan de juiste kant van de geschiedenis staan.
Dit gezegd zijnde, net zoals elke democratie, is Israël uiteraard niet perfect, maar het is wel de enige democratie en vrije samenleving in de barbaarse islamitische woestijn die het Midden-Oosten heet. Toch bepleit u een inreisverbod voor twee leden van de Israëlische regering, namelijk de ministers Smotrich en Ben Gvir. Vandaar mijn vraag, minister, hoe ziet u dit concreet en hoe wil de Belgische regering dit afdwingen? Geldt dit ook voor privéreizen? Tot wanneer geldt dit inreisverbod? En tot slot, zijn er nog andere ministers uit andere landen die een ideologie aanhangen of uitspraken hebben gedaan die u niet zinnen en die zich daarom aan een dergelijk inreisverbod kunnen verwachten? Dank u alvast.
Voorzitter:
De heer Vander Elst zit in een andere commissie. Mijnheer de minister, ik veronderstel dat hij uw antwoord aandachtig zal volgen.
Maxime Prévot:
Mijnheer Van Rooy, inzake sancties handelt België steeds binnen het kader van de Europese Unie om het nuttige effect van de maatregelen te waarborgen. Dat betekent dat er een consensus moet worden gevonden tussen alle lidstaten alvorens dergelijke maatregelen van kracht kunnen worden. Momenteel lopen er geen gesprekken op EU-niveau over de mogelijke sanctionering van die ministers of bepaalde individuen, maar sommige lidstaten pleiten daarvoor, ook België. Reisverboden die in het kader van het EU-buitenlands beleid worden opgelegd, gelden voor het volledige grondgebied van de Unie en blijven van kracht onder bijna alle omstandigheden, met enkele zeer specifieke uitzonderingen, bijvoorbeeld voor VN-vergaderingen.
Het is belangrijk eraan te herinneren dat dergelijke maatregelen niet bedoeld zijn als straf en daarom tijdelijk van aard zijn, totdat het onwenselijke gedrag wordt aangepast. In hun hoedanigheid van minister hebben zij ernstige schendingen van de mensenrechten op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza gefaciliteerd of aangemoedigd. Het gaat onder meer om het recht op eigendom, het recht op voedsel en water, het recht op een privé- en gezinsleven en het recht op onderwijs voor Palestijnen. De maatregelen zullen dan ook van toepassing blijven totdat deze mensenrechtenschendingen ophouden.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, België is verworden tot ‘Belgistan’ en u werkt daar enthousiast aan mee. Daardoor wordt het hier voor niet-moslims steeds ongemakkelijker en onveiliger. Lach er maar mee, minister, maar Israëlische sporters, artiesten en politici moeten ook op Belgisch grondgebied zwaar beveiligd worden. Dat zegt veel over hoeveel jihadistisch tuig zich reeds op ons grondgebied bevindt, met dank aan partijen zoals de uwe. Israëlische sporters en politici worden inderdaad zelfs door België geweerd. Dat betekent dat dit land de facto meewerkt aan de islamitische jihad. Dat u en de regering een inreisverbod voorstellen voor Israëlische ministers die democratisch verkozen zijn en niet voor jihadistische leiders zoals Erdogan, toont aan dat de regering-De Wever aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.
De nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever
De uitspraken v.d. Israëlische minister en een Joods-Israëlische staat op de Westelijke Jordaanoever
De nieuwe versnelling in de bouw van illegale nederzettingen
Israëlische nederzettingen en beleid op de Westelijke Jordaanoever
Gesteld door
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
Vooruit
Annick Lambrecht
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt de openlijke annexieplannen van Israël in Cisjordanie (22 nieuwe illegale nederzettingen) en de systematische sabotage van de tweestatenoplossing, maar blijft vooralsnog afhankelijk van EU-brede actie (o.a. onderzoek naar schendingen van het associatieakkoord en mogelijke opschorting van handelsvoordelen). Minister Prévot bevestigt lobby bij de EU voor een importverbod op koloniale producten, sancties tegen extremistische ministers (Ben-Gvir, Smotrich) en strengere wapenexportcontroles, maar concrete stappen blijven uit door EU-blokkades (o.a. Hongarije). Kritiek blijft dat België’s principiële standpunt (erkenning Palestijnse staat, veroordeling apartheid) niet vertaald wordt in nationale maatregelen zoals handelsembargo’s of bilaterale sancties. De oproep tot dringende, harde actie (bv. *coalition of the willing*) blijft onbeantwoord.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, pendant que le peuple gazaoui se fait génocider, en Cisjordanie, malheureusement, les nouvelles ne sont pas meilleures. En effet, il y a quelques jours, le ministre israélien de la Défense a été très clair et a dit "qu'ils allaient construire l’État juif israélien en Cisjordanie". Comme ça, sans ambiguïté, sans faire semblant. Une annonce officielle d'annexion, une négation frontale du droit international et un rejet total de la solution à deux États.
Comme si cela ne suffisait pas de bloquer l'aide humanitaire à Gaza et d'annoncer la création d'un État juif en Cisjordanie, Israël a annoncé également la création de 22 nouvelles colonies en Cisjordanie occupée, dans un territoire déjà morcelé, étouffé, colonisé depuis des décennies. Ces colonies existent depuis très longtemps et, loin d'être un oubli, sont le cœur de la stratégie actuelle du gouvernement israélien, qui est d'imposer le fait accompli, de tuer dans l'œuf toute possibilité d'un État palestinien viable, de violer le droit international, de terroriser une population et de normaliser un régime d'apartheid.
Et, pendant ce temps, que fait la Belgique? Elle continue de parler de solution à deux États, ce qui est très bien, mais elle maintient aussi des liens économiques, technologiques et diplomatiques avec un gouvernement israélien qui ne fait plus mystère de ses intentions et qui viole le droit international. À quoi sert encore notre politique étrangère si elle ne s’accompagne pas d’actes concrets lorsque le droit international est violé de manière aussi flagrante?
Quelle est la réaction officielle de la Belgique face à cette déclaration d'annexion de la Cisjordanie par le ministre israélien de la Défense?
Condamnez-vous la création de ces 22 nouvelles colonies en Cisjordanie occupée?
Notre gouvernement est-il prêt à suspendre les missions économiques, les accords de coopération, les investissements publics avec Israël tant que ce pays viole ouvertement le droit international?
Allez-vous porter l'interdiction de l'importation des produits issus des colonies illégales comme le permettrait notre marge de manœuvre européenne?
Enfin, allez-vous suspendre toute coopération avec les entreprises, les institutions ou les entités complices de colonisation et de l'annexion?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, Israël maakt de tweestatenoplossing met de dag onmogelijker. Dat zeggen niet alleen critici, maar ook Israël zelf. Onlangs keurde de regering de bouw van 22 nieuwe illegale nederzettingen goed op de bezette Westelijke Jordaanoever. Defensieminister Katz noemde dat openlijk een strategische zet om de oprichting van een Palestijnse staat te voorkomen. De schijn wordt niet eens meer opgehouden.
Het gaat Israël niet om veiligheid of vrede. Wat telt, is de volledige controle over het gebied, ten koste van de Palestijnen die er al generaties wonen. Meer dan een half miljoen Israëli’s zijn inmiddels in de bezette Westelijke Jordaanoever gevestigd.
Mijnheer de minister, we kunnen Israël niet vriendelijk blijven vragen om het internationaal recht te accepteren en te respecteren. De enige taal die de extremisten aan de macht begrijpen, is die van de harde actie.
Mijnheer de minister, u weet dat we een resolutie hebben goedgekeurd, waarin we oproepen om niet alleen de kolonisten, maar ook de politieke en militaire verantwoordelijken te sanctioneren. Landen als het Verenigd Koninkrijk hebben al aangekondigd daarvoor klaar te staan.
Wat hebt u daarvoor al gedaan? Bent u daarvoor al opgekomen in EU-verband? Wie hebt u gecontacteerd?
Wat waren de reacties van uw collega’s? Hebt u een plan om veto’s als dat van Hongarije te omzeilen, bijvoorbeeld met een coalition of the willing ?
Kunt u ons een lijst bezorgen van de personen die u viseert en die we volgens onze resolutie mogen aanklagen?
Maxime Prévot:
Notre position est très claire, mesdames les députées. Les colonies sont illégales et nous dénoncerons toute action qui fait obstacle à la solution à deux États. Je condamne la décision d'établir de nouvelles colonies et les propos du ministre Katz.
Comme vous le savez, le Conseil des ministres a approuvé plusieurs propositions que j'ai faites par rapport à la situation en Israël et en Palestine, et on en a encore débattu largement tout à l'heure. Mes services et moi-même avons commencé à mettre ces initiatives en œuvre.
Tout d'abord, pendant le dernier Conseil des Affaires étrangères en mai, je me suis joint à l'initiative des Pays-Bas, demandant que la Commission européenne procède à un examen du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association Union européenne-Israël. Nous attendons incessamment le résultat de cet examen et nous avons insisté sur le fait qu'il faudrait travailler rapidement. Le résultat de cet examen servira de base pour une discussion au sein du gouvernement sur une possible suspension de l'accord d'association, totale ou, plus vraisemblablement, partielle, vu les modalités de vote, puisque, là, on a besoin d'une majorité qualifiée et non pas l'unanimité, sachant qu'une suspension de l'accord n'interdirait pas le commerce mais suspendrait l'application des tarifs préférentiels.
Cependant, vous savez que, depuis le début de la législature, je demande à l'Union européenne de faire une analyse approfondie de l'avis du 19 juillet 2024 de la Cour internationale de Justice et, sur la base de cette analyse, de formuler des recommandations pour qu'il soit veillé au respect de cet avis.
En pratique, il serait question d'interdire l'importation des produits et des services issus des colonies. Et, comme vous le savez, la Belgique fait partie du marché unique de l'Union européenne. Nous avons besoin d'une politique unifiée, initiée par la Commission. Comme nous n'avons pas vu de progrès du côté de l'Union européenne sur ce dossier, comme mentionné tout à l'heure dans le débat d'actualité, j'ai pris l'initiative, clairement, d'envoyer une lettre à la haute représentante pour les Affaires étrangères afin de formaliser la demande et de le faire avec le soutien de plusieurs autres pays européens.
In verband met sancties verwijs ik naar de antwoorden die ik eerder al gaf aan de heren Van Rooy en Boukili. Ik pleit ervoor om de op Europees niveau genomen initiatieven volledig te ondersteunen. Die zijn gericht op het sanctioneren van leden van Hamas en van gewelddadige Israëlische kolonisten.
Daarnaast wil ik de betrokken lijst actualiseren en aanvullen, onder meer met politieke en militaire leiders van beide kampen, zoals bijvoorbeeld de ministers Ben-Gvir en Smotrich.
België blijft ook financiële en politieke steun verlenen aan het consortium voor de bescherming van de Westelijke Jordaanoever, dat er alles aan doet om de Palestijnen in staat te stellen hun huizen in zone C van de Westelijke Jordaanoever te blijven bewonen.
Mijn diensten organiseren binnenkort ook een nieuw overleg tussen de federale overheid, met inbegrip van de Douane, en de gewesten om de situatie inzake wapenexporten naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden te evalueren, met inbegrip van het doorvoeren via België.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour la condamnation claire. Je pense ne pas me tromper en disant que ce n'est pas juste une condamnation à titre personnel, mais que vous parlez en tant que ministre des Affaires étrangères et qu'il s'agit donc d'une condamnation qui engage l'ensemble de vos collègues du gouvernement. Ce qui se passe aujourd'hui en Cisjordanie n'est malheureusement pas une dérive ponctuelle ou une erreur. C'est vraiment, comme je l'ai dit, un projet politique assumé, une volonté claire et explicite du gouvernement israélien de rendre impossible un État palestinien, alors que la majorité ici a adopté une reconnaissance conditionnée de l'État palestinien. On ne peut pas continuer à laisser un territoire déjà réduit à peau de chagrin être détruit et morcelé par une colonisation qui grappille tous les jours un peu plus de mètres carrés. Je pense donc qu'il est vraiment plus que temps d'aligner nos principes sur nos actes et de continuer à plaider, au niveau européen, pour que les sanctions les plus rapides et les plus effectives soient prises. Merci.
Annick Lambrecht:
Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is heel goed dat u nogmaals benadrukt dat die kolonies illegaal zijn en de nederzettingen streng veroordeelt. Zo wordt dat opnieuw geacteerd. We moeten bij de tekst van de resolutie blijven. Dan praten we namens de voltallige regering om niet alleen de kolonisten, maar ook de politieke en militaire verantwoordelijken aan beide kanten te sanctioneren.
De evacuatie van de Belgen en rechthebbenden uit Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de evacuatie van Belgen en hun familieleden uit Gaza, waarbij minister Prévot bevestigt dat de huidige regering de criteria van het vorige kabinet (Belgen, erkende vluchtelingen en hun directe familie met visum) hanteert, maar nog geen nieuwe beslissing nam. Sinds maart lopen evacuaties via Kerem Shalom (Israël) en Jordanië, met slechts 38 Belgen/familieleden geëvacueerd (12/13 maart, 16/17 april, 6/27 mei), door strenge Israëlische controles en beperkte "vensters" voor vertrek. Israël scherpte in oktober 2024 de voorwaarden aan (alleen Belgen en *kernfamilie*), maar versoepelde half mei weer—hoewel recente gevechten nieuwe logistieke en veiligheidsblokkades creëren. Prévot benadrukt de prioriteit van evacuaties, maar waarschuwt voor onvoorspelbare vertragingen door de oorlogsomstandigheden.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, le sujet ayant déjà été évoqué lors du débat d'actualité, je me réfère à la version écrite de ma question tout en remerciant le ministre, que je sais physiquement éprouvé, de rester pour répondre à toutes les questions et de faire preuve de correction à l'égard du travail parlementaire.
Voorzitter:
é prouvé mais solide en tout cas!
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, la situation sécuritaire à Gaza et dans la région ne fait que devenir de plus en plus tendue. Je voudrais donc vous poser quelques questions concernant la question des belges toujours présents dans la région, ainsi que leurs ayant-droits.
Y a-t-il des changements de politique en ce qui concerne les catégories ayant droit à l'évacuation? Qui a actuellement droit à l'évacuation? Qu'en est-il des personnes dont le visa regroupement familial a été approuvé récemment? S'il y a eu un changement de politique, quand a-t-il été décidé et quel est le point/le moment de référence pour décider si une personne est toujours bénéficiaire d'une évacuation?
A quel moment les listes de bénéficiaires ont-elles été encore soumises par les autorités Belges aux autorités compétentes (israéliennes/égyptiennes/jordaniennes) depuis l'entrée en fonction du nouveau gouvernement? Combien de personnes étaient concernées à chaque fois, et peut-on faire une distinction en fonction de la nationalité (belge/palestinienne) ? S'agit-il également de bénéficiaires « nouvellement » identifiés (par exemple, des personnes dont le visa de regroupement familial n'a été approuvé que plus récemment)?
Y a-t-il des changements de politique ou des changements sur le terrain en ce qui concerne l'évacuation elle-même? L'évacuation se fera désormais par le poste frontière de Kerem Shalom et par la Jordanie. Y a-t-il des changements notables dans l'attitude des autorités israéliennes en ce qui concerne l'approbation des listes soumises par la Belgique? En particulier, les autorités israéliennes facilitent-elles davantage les départs de Gaza? Existe-t-il des catégories de personnes qui obtiennent plus facilement une autorisation? Quelle est l'attitude des autorités jordaniennes, ont-elles des conditions/contrôles supplémentaires et quelles sont les difficultés opérationnelles? Quand des évacuations effectives vers la Belgique ont-elles eu lieu cette année, pour combien de personnes (distinction entre Belges et Palestiniens), et par quels postes-frontières et pays?
Je vous remercie pour vos réponses précises
Maxime Prévot:
Merci beaucoup à tous les deux!
Monsieur Lacroix, en octobre 2023, le gouvernement précédent a décidé que les catégories de personnes ayant droit à une évacuation étaient les Belges et les réfugiés reconnus époux, épouse ou partenaire légal et enfants mineurs ou enfants majeurs à charge, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique. S'y étaient ajoutés, de façon pragmatique et au cas par cas, les parents et les frères et sœurs mineurs ou les frères et sœurs majeurs à charge des parents, d'un Belge mineur ou d'un réfugié reconnu en Belgique, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique.
Sur cette base, la Belgique a pu évacuer plus de 500 personnes via le poste frontière de Rafah et l' É gypte entre novembre 2023 et mars 2024. Ensuite, les autorités israéliennes ont fermé le poste frontière de Rafah et les évacuations n'étaient plus possibles. Elles n'ont pu reprendre qu'en mars dernier via le poste frontière de Kerem Shalom et la Jordanie.
Le gouvernement actuel n'a pas encore formellement pris de nouvelle décision sur les catégories de personnes ayant droit à l'évacuation, mais le kern a décidé de continuer les évacuations sur la base d'une liste, qui est fixe pour le moment, et qui a été établie sur la base des catégories fixées par le gouvernement précédent. Il s'agit ici de plusieurs centaines de personnes et mes services se focalisent pour l'instant sur l'évacuation de ce groupe. Mais j'insiste qu'il est toujours une priorité pour moi de pouvoir évacuer le maximum de personnes de Gaza, y inclut les personnes dont le regroupement familial a été décidé récemment et qui ne se trouvent donc pas encore sur cette liste.
Depuis la reprise des évacuations via le poste frontière de Kerem Shalom et la Jordanie, une autorisation doit être demandée aux autorités israéliennes et jordaniennes par nos postes diplomatiques à Jérusalem et Amman respectivement. L'autorisation finale n'est demandée aux autorités israéliennes qu'au moment où celles-ci ont annoncé la date d'une évacuation précise et pour les personnes dont nous savons qu'elles pourront obtenir cette autorisation.
Quant à cette date, elle n'était annoncée dans les mois précédents que toutes les deux ou trois semaines et nous pouvons malheureusement craindre qu'avec les événements de ces derniers jours, cet intervalle va encore s'élargir.
Les fenêtres d'opportunité d'évacuation sont donc restreintes.
Comme les autorités israéliennes avaient annoncé en octobre 2024 ne vouloir donner l'autorisation que pour l'évacuation de Belges ou de membres de la famille nucléaire de Belges, les autorisations demandées aux autorités israéliennes et jordaniennes depuis l'entrée en fonction du nouveau gouvernement concernaient en premier lieu ces catégories spécifiques.
Les 12 et 13 mars, les 16 et 17 avril, les 6 et 27 mai, nous avons pu évacuer au total 38 Belges ou membres de la famille nucléaire de Belges. Mi-mai, nous avons cependant reçu l'indication des autorités israéliennes qu'il n'y aurait désormais plus de restriction sur les catégories de personnes que nous voudrions évacuer, ouvrant ainsi la possibilité de reprendre l'évacuation de membres de la famille nucléaire de réfugiés reconnus en Belgique. À cette fin, nous avons déjà envoyé les premières demandes d'autorisation, mais nous nous attendons à ce que les développements dans la région ces derniers jours compliquent considérablement la donne une nouvelle fois, notamment pour les contrôles de sécurité et les fenêtres d'opportunité d'évacuation sur le plan opérationnel et logistique.
Monsieur Lacroix, je vous remercie pour votre question me permettant de répéter que la mise en œuvre de ces évacuations est une priorité pour mon département. Mais ce sont des opérations très délicates. Les difficultés d'ordre sécuritaire, opérationnel, administratif et autres sont nombreuses. Chacun comprendra que les circonstances en période de guerre sur le terrain sont particulièrement complexes et mouvantes d'un jour à l'autre. Je ne donnerai pas davantage de détails quant aux obstacles à devoir surmonter, aussi pour ne pas prendre le risque de mettre ces opérations en danger.
Je sais que de nombreuses familles en Belgique attendant d'être réunies à leurs enfants et à leurs proches qui se trouvent dans des conditions épouvantables à Gaza. Je sais qu'elles sont désespérées et frustrées du fait que leur attente est très longue et que les Affaires étrangères ne peuvent pas toujours leur donner d'indications claires quant au moment où l'évacuation aura lieu. Mais nous y travaillons avec toute l'intensité et l'humanité requises.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie du fond du cœur pour vos explications très construites, qui montrent votre engagement et celui de votre département et de vos collaborateurs, en ce compris les membres de votre cabinet et de votre administration, pour trouver des solutions pratiques pour rapatrier ces Belges – je vais les appeler comme ça, de manière générale –, chez nous malgré les difficultés. Je vous remercie également d'avoir fait en sorte que les conditions développées par le gouvernement précédent soient maintenues et qu'on envisage même des regroupements familiaux. Plusieurs centaines de personnes sont donc concernées. Je note qu'à ce stade, 38 ont pu être ramenées à bord. Je note aussi, avec beaucoup de plaisir et sans vouloir polémiquer sur un sujet aussi grave, que votre engagement est total.
De VN-top over Gaza
De VN-top over Gaza
Palestijnse kwestie, VN
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België dringt aan op onmiddellijke humanitaire hulp, een staakt-het-vuren en erkenning van Palestina tijdens de VN-top in New York, maar minister Prévot benadrukt dat concrete erkenning afhangt van vooruitgang (ontwapening Hamas, legitiem Palestijns bestuur) en Europese eenheid ontbreekt voor sancties tegen Israël. Hij onderzoekt opsorting van het EU-Israël Associatieverdrag (handel) en steunt de tweestatenoplossing, maar concrete stappen blijven vaag. Parlementsleden eisen scherpere veroordeling van Israëlisch geweld, sancties tegen extremistische ministers en druk voor onvoorwaardelijke hulptoegang, terwijl Prévot wijst op diplomatieke inspanningen zonder directe toezeggingen. België sluit zich aan bij de Frans-Saoedische conferentie, maar resultaten blijven onzeker.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza blijft duren. Er zijn al tienduizenden burgerslachtoffers gevallen en er zijn dagelijks bombardementen. De toegang tot voedsel, water en medicijnen wordt geweigerd en als een wapen ingezet. Ziekenhuizen en hulpverleners worden beschoten.
Vooruit koos er van in het begin voor om aan de kant van de onschuldige slachtoffers te staan en aan de kant van het internationale recht. Onze ministers, Caroline Gennez en Frank Vandenbroucke, stuurden in de vorige legislatuur voedsel, drinkwater en medicijnen naar Gaza. Toen de grenzen sloten, schakelden zij over naar hulp vanuit de lucht, met de moed der wanhoop.
Moed moeten we vandaag nog meer tonen. Dit Parlement nam een krachtige resolutie aan, met een duidelijke oproep om sancties op te leggen aan Israël, om humanitaire hulp opnieuw toe te laten en om tijdens de VN-top stappen te zetten naar een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina. We zijn een klein land, maar we moeten alles doen, alles, om deze waanzin te stoppen.
Mijnheer de minister, volgende week reist u naar New York voor de langverwachte VN-top over Palestina. Zult u daar pleiten voor Europese sancties tegen Israël? Bent u bereid om het Associatieverdrag met Israël op te schorten? Wij rekenen op u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, in Gaza zijn alle rode lijnen allang overschreden, letterlijk alle rode lijnen. Kinderen worden vermorzeld onder het puin en mensen worden neergemaaid tijdens voedselbedelingen. Vele Belgen zijn terecht verontwaardigd en zullen waarschijnlijk ook zondag opnieuw massaal op straat komen om een rode lijn te trekken.
Het is ook onze plicht als volksvertegenwoordigers om op te komen tegen genocide, tegen honger als oorlogswapen en tegen Israëlische ministers die oproepen om de inwoners van Gaza als dieren te behandelen en uit te hongeren. Het is tijd voor actie, waartoe onze resolutie heeft opgeroepen. Het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada hebben deze week nog sancties ingesteld tegen oorlogsmisdadigers als Ben-Gvir en Smotrich. Ierland wil producten uit Israëlische nederzettingen bannen. Wat doet de Europese Unie echter? Zij doet niks, nada, nougatbollen, zoals ze in Vlaanderen zeggen.
Mijn vraag is dan ook de volgende. Welke sancties zal België op de tafel van de Europese Unie leggen? Zoals mijn collega reeds aangaf, vindt volgende week een VN-conferentie plaats over de erkenning van Palestina in het kader van een tweestatenoplossing. Het is geen geheim dat de cd&v al heel lang achter die erkenning staat. Wat heeft België ondernomen in de aanloop naar die conferentie om druk uit te oefenen voor een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina? Wat heeft België dus ondernomen om Gaza niet alleen voedsel te geven, maar ook enige hoop? Daarop hebben de Palestijnen immers recht.
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, mevrouw Van Hoof, de situatie in Gaza is een schande en de toestand is er uiterst dramatisch. Daarom blijft dat onderwerp een absolute prioriteit. Samen met mijn diensten doe ik mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp de burgers bereikt, om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, om de gijzelaars vrij te krijgen en om de Israëli’s en de Palestijnen opnieuw aan de onderhandelingstafel te krijgen om samen te werken aan een vreedzame co-existentie op lange termijn.
Zoals u weet, is de regering op mijn initiatief een reeks engagementen aangegaan. We zijn in contact met alle betrokken landen om een manier te vinden om Belgische en internationale, beschikbare humanitaire hulp binnen te brengen. Vrachtwagens zitten vol en wachten op de opening van de lange grenzen doorheen Israël. We proberen ook andere middelen, met name luchttransport, in te zetten, maar die zullen een landtoegang niet vervangen, wat de absolute prioriteit blijft. We blijven ook op verschillende manieren aandringen om verdere stappen te nemen. Ik heb namens België gevraagd om een onderzoek naar de naleving van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël. Ik herinner u eraan dat de volgende stap de opschorting van het handelsaspect van de overeenkomst zou kunnen zijn.
De regering heeft besloten zich aan te sluiten bij de Frans-Saoedische dynamiek, die zal uitmonden in de conferentie van volgende week in New York. Ik zal daarheen gaan en ik ben van plan actief deel te nemen. Dat is ook waar de parlementaire resolutie van de meerderheid om vroeg. Mijn teams werken achter de schermen actief mee aan de voorbereiding van deze conferentie, samen met hun collega’s in New York. De details van wat Frankrijk en Saoedi-Arabië op 18 juni zullen presenteren, zijn echter nog niet gecommuniceerd.
Gisteren had ik hierover nog contact met mijn Franse ambtsgenoot. De besprekingen tussen landen zijn intens.
Op dit moment is het niet mogelijk om te voorspellen wat het resultaat van deze conferentie zal zijn. De situatie evolueert van dag tot dag. Laten we niet vergeten dat volgens president Macron zelf concrete vooruitgang, waaronder de mogelijke erkenning van Palestina, vereist dat meerdere elementen samenvallen.
President Macron en zijn diensten zijn zelf volop in onderhandeling. De erkenning van Palestina maakt deel uit van het perspectief van de tweestatenoplossing, die we ondersteunen. Wij zijn ervan overtuigd dat dat de beste optie is om het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te garanderen, maar ook de sociaaleconomische toekomst van zowel het Palestijnse als het Israëlische volk.
Opdat een dergelijke erkenning mogelijk wordt en zoveel mogelijk positieve effecten zou hebben voor zowel Palestina als Israël, moeten we op verschillende fronten vooruitgang boeken. Het is niet voldoende om alleen een verklaring af te leggen, hoe symbolisch die ook mag zijn. Er is een ontwapening van Hamas nodig en een capabel en legitiem Palestijns bestuur voor geheel Palestina. De brief die president Abbas aan president Macron heeft gestuurd, vormt een zeer positieve en bemoedigende stap in dat opzicht. Bij mijn terugkeer zal ik uiteraard uitgebreid verslag uitbrengen van de conferentie (…)
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, inderdaad, de situatie is een schande. Laat het duidelijk zijn, de maat is meer dan vol. De gruwel in Gaza moet stoppen. Tienduizenden doden, twee miljoen mensen op de vlucht, mensen die honger lijden, mensen die sterven van de honger, kinderen die sterven door ondervoeding. Dit moet stoppen. België moet Palestina erkennen. België moet oproepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en moet pleiten voor een onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot humanitaire hulp.
De VN-top is het moment bij uitstek voor u om het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – ik herhaal, het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – en als Europa krachtig op te treden. Wij rekenen op u. Dank u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord en voor alle inspanningen die u levert. Ik geloof ook sterk in uw persoonlijk engagement ter zake. Dat hebben we ook al kunnen lezen in verschillende interviews. We stellen echter vast dat Israël intussen vlijtig blijft bouwen op de Westelijke Jordaanoever. Palestina wacht daarentegen al decennialang op de erkenning van zijn bestaansrecht. U zei terecht dat president Abbas een zeer bemoedigende brief heeft geschreven met belangrijke elementen erin. De positieve stappen komen opnieuw van hun kant. We moeten die kansen grijpen. Ik hoop dat er ook in New York vooruitgang wordt geboekt richting een tweestatenoplossing. Erkenning is echter niet voldoende, er zijn ook sancties nodig. Het is jammer dat ik uw antwoord niet volledig heb kunnen horen. We moeten druk blijven uitoefenen op Israël om voedselhulp effectief toe te laten. We kunnen niet langer toekijken. De rode lijn is overschreden en wij moeten nu in actie komen.
De dreigementen en het vandalisme van anti-Israëlische actievoerders tegen BNP Paribas Fortis
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anti-Israëlactivisten pleegden vandalisme (graffiti, dreigbrieven) tegen BNP Paribas Fortis en verspreiden bedreigende leuzen in Antwerpen, wat angst zaait bij joden en niet-joden. Minister Quintin bevestigt lopend politieonderzoek maar ziet (nog) geen structurele dreiging, benadrukt dat intimidatie onaanvaardbaar is en dat daders vervolgd moeten worden, mogelijk als politieke terreur. Sam Van Rooy waarschuwt voor escalerend antisemitisme—aangejaagd door media en politieke tolerantie—en vreest herhaling van historische geweldsgolven zonder harde aanpak. De kern: onvoldoende gerechtelijke actie en maatschappelijke verontwaardiging voeden het gevoel van onveiligheid en normaliseren haat.
Sam Van Rooy:
Recent werden acht bankkantoren van BNP Paribas Fortis beklad met verf. Ook kreeg de bank dreigbrieven in de bus. Daarin wordt gedreigd met zwaardere aanvallen, indien BNP Paribas Fortis niet tegemoetkomt aan een aantal eisen. Dit is het werk van anti-Israëlactivisten. Ook in het straatbeeld en op het openbaar vervoer, zeker in Antwerpen, is steeds meer vandalisme te zien van anti-Israëlische actievoerders, in de vorm van stickers en graffiti, waaronder hakenkruizen en opschriften als “Free Palestine”, “Intifida” enzovoort.
Wat is uw de reactie op deze zorgwekkende tendens? Begrijpt u dat dit in de eerste plaats bij joden, maar ook bij niet-joden een gevoel van angst kan geven, en dat door zulke intimiderende of ronduit bedreigende acties steeds meer mensen zich niet meer thuis voelen in hun eigen stad? Zijn de anti-Israëlische vandalen en bedreigers van BNP Paribas Fortis in beeld? Welke groepering is dit en wat riskeert ze? Wordt zo'n bedreigende actie tegen een bank beschouwd als een vorm van politieke terreur?
Bernard Quintin:
De opvolging van dergelijke feiten behoort in eerste instantie tot de bevoegdheid van de lokale politie. Zij staan in voor de analyse en de opvolging van lokale fenomenen, waaronder daden van vandalisme of intimidatie met een mogelijk politiek of ideologisch motief.
De situatie wordt uiteraard nauw opgevolgd. Telkens wanneer de politiediensten worden opgeroepen om vandalisme of dreigbrieven vast te stellen, is het belangrijk dat er een proces-verbaal wordt opgesteld. Op die manier kunnen de nodige onderzoeksmaatregelen genomen worden met het oog op de identificatie van de daders en indien nodig hun vervolging door het gerecht.
Van de recente feiten, zoals de bekladding van de kantoren van BNP Paribas Fortis en de dreigbrieven, zijn de bevoegde diensten op de hoogte. Er loopt een onderzoek. Voorlopig zijn er op nationaal niveau geen aanwijzingen dat er sprake is van een bredere of structurele verontrustende tendens.
Ik blijf uiteraard zeer waakzaam en receptief voor signalen van polarisatie of intimidatie in de publieke ruimte. Daden die angst zaaien bij burgers, ongeacht hun origine of overtuiging, zijn onaanvaardbaar. Het is essentieel dat iedereen zich veilig en thuis kan voelen in zijn of haar stad.
Het is aan de bevoegde politiediensten en parketten om verder onderzoek te doen naar de daders en hun motieven, eventuele groeperingen in kaart te brengen en indien nodig over te gaan tot gerechtelijke vervolging. Indien er sprake zou zijn van een ernstige bedreiging met een politiek oogmerk, kan het parket dit ook juridisch kwalificeren als een vorm van politieke terreur.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar het antisemitisme op onze straten en online loopt echt de spuigaten uit. Het wordt aangevuurd door de dagelijkse stroom van leugenachtige anti-Israëlpropaganda in de mainstream media. Ook in dit Parlement worden anti-Israëlactivisten almaar agressiever en gewelddadiger. Joden maar ook veel niet-joden ervaren dat als intimiderend en bedreigend en voelen zich almaar minder thuis in hun eigen wijk of stad. Mijnheer de minister, ik zal er dus voor blijven waarschuwen: als journalisten en politici, ook van deze regering en in dit Parlement, de jihadisten van Al Jazeera en Hamas blijven papegaaien, als de daders van antisemitisch geweld en vandalisme niet eens worden gepakt of niet serieus worden gestraft, wat meestal het geval is, dan zullen de jaren 30 van deze eeuw steeds meer gaan lijken op die van de vorige eeuw.
De naleving van het aanhoudingsbevel van het ICC tegen de heer Netanyahu
De uitspraken van B. De Wever over het arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Netanyahu
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen de Israëlische premier Netanyahu
De uitspraak over Netanyahu en het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De verklaring over Netanyahu en het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De uitvoering van een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof
Internationaal Strafhof-arrestatiebevel tegen Netanyahu en reacties
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Khalil Aouasti kritiseert premier De Wever omdat België het ICC-arrestbevel tegen de Israëlische premier niet zou toepassen, zelfs als deze Belgisch grondgebied betrekt, en noemt het argument *"hypothetisch"* onaanvaardbaar: regels moeten volgens hem altijd worden nageleefd wanneer de voorwaarden zich voordoen. De Wever herhaalt zijn eerdere standpunt dat er geen wijziging komt en dat de situatie te onwaarschijnlijk is om concreet beleid op af te stemmen. Aouasti blijft verontwaardigd over de weigering om juridische verplichtingen strikt te handhaven. De discussie blijft doodgelopen, met uitgestelde vervolgvragen.
Voorzitter:
Alleen mijnheer Aouasti is aanwezig.
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, je suis en effet présent par respect pour le Parlement et pour M. le premier ministre qui donne de son temps. Il est permis de s'interroger sur la pertinence de cette question, dès lors que des interpellations ont déjà été développées à ce sujet en séance plénière et que M. le premier ministre y a répondu. Je n'étais pas satisfait de sa réponse, mais il a répondu. Je ne sais pas si sa réponse sera la même ce matin ou s'il a évolué depuis lors.
Bart De Wever:
(…)
Khalil Aouasti:
Je suis présent parce que je me devais de l'être et que je pense qu'il est nécessaire de l'être dès lors que tout le monde a été invité et convoqué et que cela témoigne d'un minimum de respect pour les services. En tout cas, je considère que ce débat est daté, à moins que M. le premier ministre ne nous annonce qu'il entend désormais respecter l'arrêt de la CPI si jamais son homologue israélien devait atterrir en Belgique ou traverser le ciel belge.
Bart De Wever:
Non, monsieur le président, je n'ai pas d'annonce à faire. C'est exactement le même texte. La seule chose à relever est qu'il s'agit d'un cas très hypothétique.
Pour le reste, ma réponse est identique à celle que j'ai apportée en séance plénière voici quelques semaines.
Khalil Aouasti:
Monsieur le premier ministre, si votre réponse reste la même, j'ai envie de dire que ma réplique et mon indignation resteront identiques. Selon moi, on élabore des règles pour des situations hypothétiques qui deviennent factuelles. Donc, toute règle qui est édictée l'est sur la base d'hypothèses qui ont la probabilité ou non de se matérialiser, y compris dans le cas présent. À partir du moment où des règles sont édictées et que l'hypothèse qui sous-tend cette règle se vérifie, il convient d'appliquer la règle. Dire qu'on ne l'appliquera pas ou que l'hypothèse est peu probable, à mon sens, ce n'est pas suffisant. J'attends de vous que vous indiquiez que toute hypothèse induite par une règle doit pouvoir conduire à son application.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56004138C en 56005273C van de heer Mertens en mevrouw Verkeyn worden op hun verzoek uitgesteld.
De erkenning van Palestina
De erkenning van Palestina
De eventuele erkenning van een onafhankelijke Palestijnse Staat door de regering
De Belgische reactie op de misdaden die Israël pleegt tegen de Palestijnse bevolking
De reactie van België op de misdaden die Israël begaat tegen de Palestijnse bevolking
De erkenning van Palestina en de sancties tegen de Israëlische regering
De humanitaire ramp in Palestina
Erkenning van Palestina en Belgische reactie op Israëlische acties
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de erkenning van een Palestijnse staat, waarbij Lacroix onmiddellijke erkenning eist als logisch vervolg op historische akkoorden (Oslo, Abraham) en als antwoord op Hamas’ geweld, terwijl hij de trage houding van de regering en De Wever kritiseert. De Wever benadrukt dat erkenning pas kan binnen een tweestatenoplossing met veiligheidsgaranties voor Israël (ontmanteling Hamas, grensafbakening, gijzelaars) en wijst op de acute humanitaire crisis in Gaza als prioriteit, met steun voor Macron’s diplomatieke initiatief maar afwijzing van "symbolische" stappen. Somers (N-VA) deelt die terughoudendheid, stelt dat Palestina *de facto* geen staat is (geen effectief gezag/grenzcontrole) en noemt onmiddellijke erkenning louter symboolpolitiek die vrede niet dichterbij brengt, terwijl hij Taiwan als inconsistentie in het beleid aanhaalt.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, je croyais vraiment que nous serions plus nombreux vu l'ordre du jour. Certains manifestement ne se sont pas déplacés pour écouter votre réponse. Seraient-ils découragés finalement de la faible action de votre gouvernement? C'est peut-être une question qu'il faudrait leur poser.
Je vais un peu sortir du canevas de ma question qui a été déposée fin avril pour faire état de la situation actuelle qui ne fait qu'empirer de jour en jour. Et, pour ce qui est de l'aide humanitaire octroyée par les États-Unis via une firme privée, on voit à quel point c'est le chaos quand c'est désorganisé et que ce n'est pas conçu par une puissance et une coalition internationale.
Ma question portait sur la reconnaissance de l'État de Palestine. Je vous ai entendu à plusieurs reprises, comme votre ministre des Affaires étrangères, dire que ce n'était pas le moment, que ce n'était pas l'urgence mais que, sans doute, il faudra aller vers une reconnaissance mutuelle des deux États. Une reconnaissance mutuelle des deux États, on sait très bien que c'est tuer le processus dans l'œuf, que c'est le reporter à beaucoup plus tard.
Vous espérez beaucoup, votre gouvernement espère beaucoup de l'initiative du président Macron. Mais il n'y a pas que le président Macron qui a pris des initiatives. En l'occurrence, ce sont plus de 140 membres de l'Organisation des Nations Unies (ONU qui reconnaissent déjà aujourd'hui la Palestine. Et des États européens, dont l'Espagne, ont reconnu l'indépendance et l'État de Palestine.
Même Élie Barnavi, ancien ambassadeur israélien en France, disait déjà en juin 2024, voici pratiquement un an, que c'était nécessaire et que c'était dans le droit fil des accords d'Oslo des années 1990, entre Israéliens, l'OLP et Bill Clinton, ainsi que des accords d'Abraham menés à l'époque par un Trump un peu moins fou qu'il ne l'est aujourd'hui avec certains États arabes. Élie Barnavi disait que la reconnaissance était de facto dans la ligne directe et cohérente de ces différents accords, et qu'il suffisait de l'acter car le processus est en fait déjà déterminé.
Et, pour moi, c'est la meilleure réponse à donner aux terroristes du Hamas. Quand vous reconnaîtrez la Palestine, vous mettrez hors de champ, hors de contexte et hors de nuire le Hamas car l'attentat horrible du 7 octobre perpétré par le Hamas visait notamment à nuire au processus de reconnaissance de l'État palestinien et de son indépendance.
Quand reconnaîtrez-vous dès lors l'État de Palestine?
Monsieur le président, je vous remercie pour les dix secondes de temps de parole supplémentaires.
Voorzitter:
Aucun problème, monsieur Lacroix. La parole est maintenant à M. Somers.
Werner Somers:
De Franse president, Emmanuel Macron, wil nog dit jaar een Palestijnse Staat erkennen. Hij wil een doorbraak forceren op de VN-conferentie die zal plaatsvinden van 2 tot en met 4 juni in New York, een conferentie over de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. De arizonaregering is eerder verdeeld over de vraag of Palestina als staat moet worden erkend.
De MR en, tot voor kort, ook de N-VA stonden op de rem, terwijl cd&v, Les Engagés en Vooruit uitgesproken voorstander zijn van de erkenning van een Palestijnse Staat. U hebt zich inmiddels aarzelend achter de plannen van president Macron geschaard om op termijn te komen tot die erkenning. Er heeft inmiddels meerderheidsoverleg plaatsgevonden en als ik me niet vergis, ligt er deze namiddag een resolutie ter stemming voor over de Israëlisch-Palestijnse kwestie en een mogelijke oplossing voor dat lang aanslepende conflict.
Mijn eerste vraag is in zekere zin al ingehaald door de gebeurtenissen van de laatste weken. Is er inmiddels een meerderheidsstandpunt over die kwestie? Zal de regering Palestina op korte termijn daadwerkelijk erkennen als Staat?
Mijn tweede vraag is volgens mij nog steeds actueel. Voldoet Palestina momenteel, volgens de eerste minister, aan de volkenrechtelijke criteria om als staat te kunnen worden beschouwd? Wat is dan het grondgebied van die Palestijnse Staat die de regering eventueel wil erkennen? Wordt dat grondgebied effectief gecontroleerd door een Palestijnse regering? Zo ja, welke regering is dat dan?
Ten slotte, indien de regering overweegt om Palestina te erkennen als staat, zou het dan niet billijk zijn om ook Taiwan, dat duidelijk voldoet aan alle criteria om als staat te worden beschouwd, te erkennen of kan de regering op zijn minst expliciet het standpunt innemen dat Taiwan geen deel uitmaakt van de Volksrepubliek China?
Bart De Wever:
Je pense que la position générale de notre gouvernement sur le conflit est clairement définie dans l'accord de gouvernement. En substance, elle est la suivante: dans le conflit israélo-palestinien, nous choisissons toujours le camp de la paix; en outre, nous soulignons l'importance d'une paix durable et la nécessité de poursuivre les efforts dans le processus de paix au Moyen-Orient.
Ce processus s'inscrit dans le droit international. La reconnaissance de la Palestine – ce que vous demandez de réaliser immédiatement – fait partie de ce processus qui mène finalement à la solution à deux États. La reconnaissance de la Palestine fait partie de ce processus de deux États avec toutes les garanties et réserves liées à cette solution prévue dans le droit international.
Je pense que l'initiative du président Macron est intéressante parce qu'elle se situe dans ce cadre. Nous verrons avec le gouvernement si cela mènera à une solution et si nous pouvons la soutenir. J'ai discuté à ce sujet avec le président Macron à Paris. Cela me semble être une initiative que nous pourrions soutenir. Nous verrons.
Ik meen dat dit eigenlijk het belangrijkste is van het antwoord dat ik kan geven.
Over Taiwan hebben we in het regeerakkoord geen afspraken gemaakt. Het is ook nog nooit bediscussieerd binnen de kern. Ik kan u wat dat betreft dus geen antwoord geven. Het ene is in mijn hoofd totaal niet gebonden aan het andere.
Voor mij is op dit moment de meest dringende zaak de humanitaire situatie. Men kan lang discussiëren over het internationaal recht en over de erkenning van Palestina. Een aantal landen heeft Palestina onmiddellijk erkend, maar dat roept de vraag op of het meer was dan symboliek. Dat een volk uiteraard erkend moet worden, zal ik zeker niet tegenspreken, en ik hoop dat niemand dat doet. Als die erkenning echter vragen oproept over welke overheid er is, welke autoriteit er is, binnen welke grenzen, of de nodige garanties er zijn voor de veiligheid van Israël, voor de ontmanteling van Hamas, voor de vrijlating van de gijzelaars…
Dat zijn toch geen details? Maar dat zijn geen zaken die we van vandaag op morgen geregeld zullen zien. Spijtig genoeg.
Het is dus misschien belangrijker – en dat heb ik totaal gemist in uw vraagstelling; niet dat u het niet belangrijk vindt – oog te hebben voor de huidige humanitaire situatie. Daar ligt het meest acute probleem gebonden.
Wat dat betreft, zijn we heel duidelijk voluntaristisch. We zeggen heel duidelijk dat de humanitaire situatie zoals ze nu bestaat in Gaza onaanvaardbaar is. We zouden heel graag de toestemming krijgen mee te helpen, bijvoorbeeld door de hervatting van het droppen van humanitaire hulp, waar het Belgische leger zeer goed in is. Dat wordt internationaal erkend. We willen de acute noden helpen lenigen, die effectief niet om aan te zien zijn.
De oplossing voor het conflict zelf, inclusief de erkenning van Palestina, vergt echter een volgehouden diplomatieke inspanning, in bijzonder moeilijke omstandigheden, die elke dag moeilijker lijken te worden en waarin ons land helaas het verschil niet kan maken. Als er echter nuttige initiatieven zijn, bijvoorbeeld dat van Macron, die ook met de Arabische landen samenwerkt – dat is interessant –, om tot die voorwaarden te komen, dan willen we die wel ondersteunen. Dat hebben we duidelijk gezegd.
Dat, meen ik, is op dit moment het belangrijkste.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, suite à votre réponse, j'ai envie de réagir en plusieurs temps. Voici le premier. Vous rappelez sempiternellement l'accord de gouvernement. Celui-ci date d'une époque X et nous sommes aujourd'hui à un moment Z. Et bientôt, nous serons à un moment où l'irréparable sera commis. Il n'y aura même plus de Palestine à reconnaître. Et les Palestiniens seront morts. Ils n'auront même plus le temps de partir et d'évacuer. Nous assistons à des déportations de masse. Des accusations de génocide sont relevées, en ce compris par votre ministre des Affaires étrangères à titre personnel. Vous avez rappelé les initiatives prises par les présidents du cd&v et de Vooruit. Si ce n'est pas vous, c'est quelqu'un d'autre. Manifestement, dans votre majorité, il y a un problème.
Deuxièmement, vous êtes le premier ministre. Soit vous occupez une fonction de type notarial, soit vous êtes le leader charismatique que vous étiez en Flandre, et vous l'incarnez également en Belgique. Et vous imposez une vision, et pas la vision du suiveur d'Emmanuel Macron, mais celle de celui qui va, à l'instar de votre prédécesseur, semer les cailloux qui vont permettre une reconnaissance de la Palestine. Vous dites que c'est compliqué – et c'est vrai –, mais il n'en reste pas moins vrai que le processus de reconnaissance de la Palestine, qui a été négocié et déjà entamé dès 1937, prévoit toute une série de négociations, de conditions, notamment sur l'Autorité palestinienne, sur les discussions des frontières, etc. Je vous ai connu, comme bourgmestre d'Anvers et président de la N-VA, beaucoup plus frontalement offensif quand il s'agissait de reconnaître l'indépendance de la Flandre ou l'indépendance de la Catalogne. Manifestement, quand il s'agit de reconnaître l'indépendance de la Palestine, vous faites marche arrière toute. Vous octroyez des conditions particulières à certains peuples et vous en refusez à d'autres; ce n'est pas normal.
Werner Somers:
Wij zullen de resolutie van de regering deze namiddag steunen. We vinden immers dat het om een evenwichtige tekst gaat.
Wij zijn uiteraard voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren en we zijn heel verheugd dat de N-VA dat principe herontdekt heeft. We zouden echter graag zien dat u ook het zelfbeschikkingsrecht van de Vlamingen wat meer ondersteunt en niet alleen dat van de Palestijnen.
Het is zeker niet zo – en misschien is daarover een verkeerde indruk ontstaan – dat mijn vraagstelling zou impliceren dat wij niet wakker liggen van de humanitaire situatie. Humanitaire hulp moet altijd mogelijk blijven. Mijn vragen zijn echter ingegeven door een zekere bezorgdheid, men kan namelijk niet iets erkennen wat niet bestaat. Er is op dit moment geen Palestijnse Staat. De tweestatenoplossing moet er komen, maar het is niet door een entiteit die de facto niet bestaat te erkennen, dat die realiteit tot stand komt. Wij zijn van mening dat er een andere weg gevolgd moet worden om tot die tweestatenoplossing te komen.
Omgekeerd is het niet zo dat, wanneer men een entiteit die wel degelijk een staat is niet erkent, die entiteit daardoor geen staat is. Erkenning is iets puur declaratoirs en heeft geen constitutief karakter. De piste van de onmiddellijke erkenning van een Palestijnse Staat ondersteunen wij dan ook niet. Dat is immers louter symboolpolitiek. Op dat vlak zitten we op dezelfde golflengte. Dergelijke hersenspinsels dragen niets bij aan een duurzame vrede, noch aan de realisatie van de tweestatenoplossing, waarvan wij allen een groot voorstander zijn.
Daarvoor zijn er echter duidelijke grenzen nodig. Momenteel wordt een groot deel van de Palestijnse Staat in wording effectief bezet door een andere overheid. Een staat kan bovendien slechts één regering hebben – twee regeringen zijn volkenrechtelijk onmogelijk. Wie dus schermt met het internationaal recht, moet erkennen dat de erkenning van een Palestijnse Staat op dit moment niet aan de orde is.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56004932C en 56005285C van mevrouw Demesmaeker werden ingetrokken.
Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.
Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.
Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.
Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.
Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.
Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.
Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?
Paul Magnette:
Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.
Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.
Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.
Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.
Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.
L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!
Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.
Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!
Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.
La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.
C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.
Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?
Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?
Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?
Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.
Pendant que vous tergiversez (...)
Oskar Seuntjens:
Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.
Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.
Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.
Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.
Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.
Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.
Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?
Staf Aerts:
Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.
Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.
Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.
Jean-Marie Dedecker:
Bedankt, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.
"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."
Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.
Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?
Voorzitter:
De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.
Bart De Wever:
Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.
Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.
De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.
Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.
En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.
L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.
De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.
De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.
Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!
Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.
Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!
Rajae Maouane:
Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.
Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.
Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.
Oskar Seuntjens:
Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.
Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.
Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.
We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)
De financiering van de Palestijnse Autoriteit
De jongste ontwikkelingen in het conflict tussen Hamas en Israël
De situatie in Gaza
De update van het pay-for-slayprogramma en duurzame vrede
De demarche van België bij het ICJ over de genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De luchtaanvallen van Israël op Libanon
De sancties tegen Israël
De opheldering van het regeringsstandpunt over Israël en Palestina
De Israëlische aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon
De situatie in Gaza
De aanvoer van humanitaire hulp naar Gaza
Het systematisch inkrimpen van het grondgebied van de Gazastrook voor de Palestijnse bevolking
Het verder escalerende geweld van Israël tegen de inwoners van Gaza
De oorlog in Gaza
Het Israëlisch-Palestijns conflict, Gaza, humanitaire crisis en internationale reacties
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
MR
Michel De Maegd
PTB-PVDA
Nabil Boukili
N-VA
Darya Safai
PS
Christophe Lacroix
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
Vooruit
Annick Lambrecht
Vooruit
Annick Lambrecht
MR
Michel De Maegd
PS
Christophe Lacroix
Ecolo
Rajae Maouane
Groen
Staf Aerts
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende crisis in Israël-Palestina, met focus op Gaza, de Westbank en Libanon, en de rol van België en de EU. België wordt bekritiseerd voor dode woorden zonder daden: ondanks herhaalde oproepen tot staakt-het-vuren, humanitaire hulp (geblokkeerd sinds 2 maart), sancties tegen Israël (o.a. opschorting associatieakkoord EU-Israël) en erkenning van een Palestijnse staat, blijft concrete actie uit. Minister Prévot bevestigt wel diplomatieke druk (VN, EU) en financiële steun (27M€ in 2024, 70M€ via Enabel), maar sancties (bv. wapenembargo) en erkenning Palestina (symbolisch vs. strategisch moment) blijven onderwerp van intern en Europees dispuut. Pay-for-slay (beloningen voor terroristen) zou hervormd zijn, maar wantrouwen blijft over de Palestijnse Autoriteit. Libanon dreigt als nieuw front, met vragen om VN-onderzoek naar oorlogsmisdaden en steun aan FINUL.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, door de focus op de oorlog met de jihadisten van Hamas in Gaza zou men bijna vergeten hoe verderfelijk ook Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit is. Mahmoud Abbas, ook wel bekend als Abu Mazen, is de antisemitische president van de Palestijnse Autoriteit op de zogenaamde Westbank, die eigenlijk Judea en Samaria heet. Deze Arabische tiran en kleptocraat is al 20 jaar aan de macht en weigert verkiezingen te organiseren.
Abbas is in wezen een jihadist in maatpak. Pas nog verklaarde hij financiële beloningen te zullen blijven uitbetalen aan moslimterroristen die onschuldige mensen in Israël afslachten. "Al is het onze laatste cent", voegde Abbas eraan toe. Concreet gaat het om het uitbetalen van maandelijkse salarissen aan Palestijnse moslimterroristen en hun families om hen te belonen voor een jihadistische moordpartij of terreuraanslag.
Dat is het zogenaamde pay-for-slay-systeem. Daarmee worden Palestijnse moslims door de Palestijnse Autoriteit van Abbas gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden te vermoorden en een zogenaamde martelaar te worden. Adolf Hitler zou er trots op zijn.
Israël heeft dan ook elke dag de handen vol met het verijdelen van jihadistische aanslagen die worden gepland en georganiseerd vanuit de zogenaamde Westbank. Israël moet dan ook constant proberen om moorddadige moslimterroristen tegen te houden die vanuit de zogenaamde Westbank Israël proberen te infiltreren.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie daarop?
Hoeveel geld vloeit er jaarlijks rechtstreeks en onrechtstreeks vanuit België naar de Palestijnse Autoriteit en naar projecten van de Palestijnse Autoriteit op die zogenaamde Westbank?
Last but not least, zal de regering eindelijk de geldstroom naar die Palestijnse terrorismesponsor stopzetten?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je vais synthétiser les deux questions que je vous avais adressées.
Depuis notre dernier échange, la situation à Gaza reste extrêmement grave. Après la rupture du cessez-le-feu par Israël, les bombardements ont repris de plus belle et s'intensifient de jour en jour, et le nombre de victimes ne cesse d'augmenter.
La position de mon groupe à cet égard n'a pas changé. Depuis le début de ce conflit, nous continuons à plaider plus que tout pour la fin des hostilités, pour l'accès immédiat de l'aide humanitaire et pour la libération inconditionnelle de tous les otages encore détenus à Gaza. Telles sont les trois priorités absolues. Le décompte quotidien des victimes civiles est une tragédie sans nom et nous déplorons l'ensemble de celles-ci. Nous continuons à plaider pour une solution à deux É tats, seule voie, selon nous, pour une paix durable et juste. Dans ce contexte, la reconnaissance de l' É tat palestinien sera indispensable.
C'est le sens de l'histoire, mais cette reconnaissance ne doit pas être purement symbolique. Cette reconnaissance doit être en lien avec d'autres pays européens et avoir lieu au moment le plus opportun pour produire des effets réels, pour contribuer à la paix et à la reconnaissance mutuelle de l'ensemble des peuples. Nous suivrons donc de près les discussions européennes d'ici le mois de juillet et de juin.
Je rejoins donc vos propos à ce sujet, il y a deux semaines, en séance plénière. Dans ce vaste contexte, pouvez-vous faire le point sur la situation actuelle? Pouvez-vous nous dire quelle a été votre action récente au sein des différents cénacles internationaux en faveur de la paix, de la diplomatie et du respect du droit international par tous au Proche-Orient?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la semaine dernière, le ministre israélien de la Défense a affirmé clairement que "bloquer l'aide humanitaire est l'un des principaux leviers de pression". Par ailleurs, il y a quelques jours, le ministre des Finances d'Israël a déclaré, quant à lui, que "le retour des otages n'est pas la chose la plus importante pour Israël".
Hier encore, le général de l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA), Philippe Lazzarini, a interpellé la communauté internationale en lui posant la question suivante: "Combien de temps encore faudra-t-il pour que des paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets pour lever le siège, rétablir un cessez-le-feu et sauver ce qu'il reste de l'humanité? Cela fait 50 jours que le siège de Gaza, imposé par les autorités israéliennes, se poursuit."
M. Lazzarini ajoute: "La faim se propage et s'aggrave de manière délibérée et causée par l'homme. Gaza est devenue une terre de désespoir. Deux millions de personnes, en majorité des femmes et des enfants, subissent une punition collective. Des blessés, les malades et des personnes âgées sont privés de soins médicaux et de médicaments.
Pendant ce temps, des organisations humanitaires ont de l'aide prête à entrer à Gaza, notamment près de 3 000 camions de l'UNWRA contenant une aide vitale. Les produits de première nécessité destinés aux personnes dans le besoin expirent. L'aide humanitaire est utilisée comme monnaie d'échange et comme arme de guerre. Le siège doit être levé. L'aide doit pouvoir entrer. Les otages doivent être libérés et le cessez-le-feu doit reprendre."
Monsieur le ministre, je ne vais pas commenter ces citations. Je vais juste vous poser des questions très claires et très directes, en espérant des réponses tout aussi claires. Je reprends ici la phrase de M. Lazzarini. "Combien de temps encore faudra-t-il pour que les paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets?" Combien de temps encore la Belgique va-t-elle se contenter de mots? Quand plaiderez-vous, au niveau européen, pour la suspension des accords entre l'Union européenne et Israël, pour l'imposition des sanctions et d'un embargo militaire? Alors, monsieur le ministre, combien de temps encore?
Darya Safai:
De Palestijnse Autoriteit heeft sinds de jaren 90 een systeem waarbij veroordeelde terroristen en hun families maandelijks uitkeringen ontvangen. Dat systeem staat bekend als het pay-for-slayprogramma en houdt in dat hoe zwaarder de door de betrokkene gepleegde terreurdaad is – lees 'hoe meer doden en gewonden' – hoe hoger de financiële beloning is.
Vanuit moreel perspectief is dat systeem en de opzet erachter verwerpelijk, maar het vormt ook een directe stimulans voor terrorisme. Door terroristen en hun families te compenseren, geeft de Palestijnse Autoriteit immers het signaal dat geweld, vernielingen en moorden worden beloond. Dat druist in tegen alle principes van internationale rechtvaardigheid en vredesopbouw.
De Palestijnse autoriteiten hebben beloofd om het systeem te hervormen. Recente berichten doen echter serieuze vragen rijzen bij die aankondiging van president Mahmoud Abbas. Het ziet er immers naar uit dat de hervorming slechts schijn is. President Abbas vertelde op 21 februari dat de betalingen aan terroristen zullen doorgaan, zelfs als er nog maar één cent over is. We vermoeden dus dat de Palestijnse Autoriteit Amerikaanse sancties wil ontlopen, maar in plaats daarvan middelen van de Europese Unie zal inzetten.
Ik heb daarom enkele vragen voor u, mijnheer de minister.
Wat zijn uw plannen voor het uitwerken van een duurzame vrede in het gebied als dat allemaal gewoon wordt tegengewerkt?
Hebt u een update over het pay-for-slayprogramma, dat door de Palestijnse Autoriteit wordt gehanteerd binnen het martelarenfonds?
Welke belangen hecht u aan de verklaringen van de heer Abbas nadat hij zei dat hij het programma wil blijven doorzetten?
Kunt u bevestigen of ontkennen dat Belgische steun bij dat programma terechtkomt?
Wat zijn volgens u de gevolgen van de stopzetting van de Amerikaanse steun USAID aan de Palestijnse gebieden?
Christophe Lacroix:
Monsieur le vice-premier ministre, le 11 mars 2024, votre prédécesseuse, Hadja Lahbib, annonçait l'intention de la Belgique d'intervenir devant la Cour internationale de Justice (CIJ), celle-ci alertant sur un risque de génocide à Gaza, dans l'affaire opposant l'Afrique du Sud à Israël. Cette intervention était pleinement légitime et fondée sur l'article 63 du statut de la Cour, qui permet à tout État signataire de la convention sur le génocide de se joindre à la procédure en tant qu'intervenant.
Depuis, un an s'est écoulé. Entre-temps, la situation a connu de nombreuses mutations et plusieurs États ont déjà transformé leurs déclarations en actes. Effectivement, plus d'une dizaine de pays ont officiellement exprimé leur volonté d'intervenir devant la Cour internationale de Justice dans l'affaire Afrique du Sud contre Israël. Douze États ont déjà déposé une demande formelle auprès de la CIJ. Parmi eux, l'Espagne, pays européen, qui a soumis sa demande officielle le 28 juin 2024, démontrant ainsi une prise de position claire et concrète.
Pourtant, malgré son annonce précoce, la Belgique demeure au stade des intentions. Aucune information publique n'a été communiquée sur les démarches entreprises pour officialiser cette intervention, ni sur les raisons de cette inertie. Alors que d'autres États européens ont déjà franchi le cap, notre absence d'action soulève des interrogations. J'ai, d'ailleurs, interrogé le premier ministre à ce propos, il y a une quinzaine de jours, mais il ne m'a même pas répondu quant à l'intention du gouvernement.
Je reviens donc vers vous, avec les questions suivantes.
Quelles démarches concrètes la Belgique a-t-elle entreprises depuis l'annonce de son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice?
Quels obstacles expliquent-ils l'absence de demande officielle d'intervention, alors que d'autres États, y compris européens comme l'Espagne, ont franchi cette étape?
La Belgique entend-elle toujours aller au bout de cette démarche et, si oui, selon quel calendrier?
Je poursuis avec ma deuxième question.
La présidente : Votre temps de parole est limité à deux minutes, car nous avons calqué les règles de ce débat sur celles de la séance plénière. Mais nous avons déjà procédé autrement par le passé.
Christophe Lacroix:
Je n'avais pas compris. Veuillez m'excuser. Je me suis référé aux commissions précédentes, lors desquelles on fusionnait le temps et nous en disposions, dès lors, davantage pour développer notre question. Sinon, cela n'a aucun sens de faire un débat d'actualité! Franchement! Dès lors j'aurais géré mon temps différemment évidemment.
La présidente : Bien entendu! Vous pourrez résumer votre question. Normalement, vous disposez de deux minutes. J'ai vu le papier ici.
Christophe Lacroix:
Et le papier, c'est le Règlement?
La présidente : Oui, c'est cela! J'ai vérifié, mais nous sommes maîtres du déroulement de nos travaux. Je croyais que vous aviez déjà posé la question, mais ce n'est pas le cas. Je résumerai donc ma deuxième question, si vous me le permettez.
Christophe Lacroix:
Sur le sujet de l'accès de l'aide humanitaire à Gaza, on s'aperçoit du blocage en raison de l'attitude de l'État d'Israël.
Monsieur le ministre, quelle(s) mesure(s) forte(s) la Belgique mettra-t-elle en place pour rétablir l'accès de l'aide humanitaire et cela tant au sein de l'Union européenne, ou autres instances internationales, que seule? J'insiste sur ce point car nous pouvons déjà mettre en place une série de mesures en tant qu'État. Quelle(s) sanction(s) envisagez-vous face à l'État d'Israël face aux perturbations et crimes commis en Palestine et son attitude envers la Cisjordanie?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwelijke beelden en rapporten uit Libanon laten geen ruimte voor twijfel: Israël voerde in september-oktober 2024 en tot heden systematisch aanvallen uit op ziekenhuizen, ambulances en hulpverleners. Dat gebeurde niet per ongeluk, niet als collateral damage, maar doelgericht. Artsen werden vermoord terwijl ze levens probeerden te redden, ziekenhuizen werden gebombardeerd terwijl ze patiënten hielpen en ambulances die gewonden vervoerden werden door luchtaanvallen getroffen.
Volgens de WHO zijn er in Libanon verhoudingsgewijs zelfs meer gezondheidswerkers en patiënten omgekomen dan in Oekraïne en Gaza. Oorlogsmisdaden gepleegd in alle openheid, zonder enig gevolg voor de daders. Hoelang blijft de internationale gemeenschap nog wegkijken? Hoelang blijft België alleen maar bezorgdheid uiten zonder echt in actie te komen? De federale regering zegt dat ze het internationale recht verdedigt, maar woorden volstaan niet. Er moet ook actie komen.
Wat zal België concreet doen om de straffeloosheid te doorbreken?
Bent u bereid om binnen de VN-Mensenrechtenraad te pleiten voor een VN-onderzoekscommissie voor Libanon? Bent u van plan om de Libanese regering aan te moedigen om het Internationaal Strafhof jurisdictie te geven?
Bent u bereid om op Europees niveau te ijveren voor individuele sancties tegen de verantwoordelijken voor deze aanvallen en een herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël te eisen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de oorlog in Gaza woedt in alle hevigheid verder. Ik las vandaag in de krant dat er officieel geen enkele plek meer veilig is, ook niet de zone van Al-Mawasi. Sinds 2 maart komt er ook geen humanitaire hulp meer toe. De situatie is dus heel onveilig, het internationaal humanitair recht wordt geschonden. Dat moet ons nopen tot concrete acties op Europees vlak met het oog op een permanent staakt-het-vuren en een structurele tweestatenoplossing.
De erkenning van de Palestijnse staat geraakt intussen hoger op de agenda, nu ook president Macron heeft aangekondigd om daar een onderwerp van te maken tijdens de VN-conferentie in New York over het Israëlisch-Palestijns conflict. Er is ook de Global Alliance for the Implementation of the Two-State Solution in Rabat. Ons land heeft aangegeven om in mei aan die vergadering deel te nemen.
Wat is er gezegd tijdens de jongste bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken op 14 april? Is de opschorting van het associatieakkoord ter sprake gekomen? Hoe zit het met de evaluatie door de Commissie ter zake?
De EU heeft steun van 1,6 miljard euro aangekondigd. Waarvoor zal dat geld dienen? Hoe zit het met de voorbereiding van België inzake de schriftelijke tussenkomst voor het Internationaal Gerechtshof? Op welke manier zullen wij onze positie bepalen inzake de tweestatenoplossing en de erkenning van de Palestijnse staat?
Staf Aerts:
Mevrouw de voorzitter, ik bedank u voor uw soepelheid. Er is ondertussen ook een vergadering van de commissie voor Landsverdediging en ik probeer in beide zo goed mogelijk aanwezig te zijn.
Mijnheer de minister, het Israëlisch geweld in de Gazastrook blijft aanhouden. Ondertussen wordt de humanitaire hulp al vijftig dagen geblokkeerd. Eerder deze maand werd een ziekenhuis aangevallen. Bij het bombardement vielen geen slachtoffers, maar bij de verplichte evacuatie vielen wel drie doden, waaronder een twaalfjarig kind. Dat toont aan hoe erg de situatie is en wat het probleem is als men humanitaire installaties zoals ziekenhuizen bombardeert.
Vergeten we evenmin de hele saga over de neergeschoten hulpverleners. In het begin was het verhaal niet waar, dan waren de hulpverleners in de borst geschoten, daarna in het hoofd. Daarop is een schuldige aangewezen. Maar mijns inziens is de enige grote schuldige het Israëlische beleid tegenover de mensen in de Gazastrook, dat alle verbeelding tart. Het humanitair notificatiesysteem is geschrapt. De humanitaire hulp wordt tegengehouden. Mensen verkeren in hongersnood, een man-made starvation . Dat is echt verschrikkelijk. Ik vraag me af hoelang de wereldgemeenschap zal blijven toekijken. Ik hoop dat België misschien opnieuw de voortrekkersrol opneemt in acties tegen Israël.
Mevrouw Van Hoof heeft verwezen naar het investeringsplan van de Europese Unie. Zal België zich daarbij aansluiten? Zal ons land ook extra inspanningen leveren?
Hoe kijkt u naar artikel 79 van de associatieovereenkomst? Zult u dat aangrijpen om binnenkort actie te ondernemen of te bepleiten vanuit de Europese Unie? Het is hoog tijd daarvoor.
Bent u ook bereid om vanuit België zelf stappen te zetten en acties te ondernemen en niet te blijven afwachten tot er in de Europese Unie unanimiteit is? We kunnen onze ogen toch niet blijven sluiten voor al dat geweld?
Rajae Maouane:
Madame la présidente, je renvoie à la version écrite de mes questions.
Monsieur le Ministre,
Dans un silence assourdissant : la famine menace Gaza, et l’ONU vient d’annoncer que ses réserves d’aide alimentaire seront épuisées d’ici deux semaines.
Deux semaines. Deux semaines avant que des milliers d’enfants, de femmes, de personnes âgées ne soient plus en mesure de survivre. Deux semaines avant que la catastrophe humanitaire ne devienne un crime par inaction.
Et pendant ce temps, les convois humanitaires sont bloqués, les bombardements se poursuivent, et les infrastructures vitales – hôpitaux, points d’eau, écoles – sont détruites ou inaccessibles.
Face à cela, la Belgique ne peut pas se contenter de déclarations prudentes. Elle a un devoir d’action, un devoir de cohérence, un devoir d’humanité.
Je vous pose donc les questions suivantes, Monsieur le Ministre :
Quelles initiatives diplomatiques urgentes la Belgique prend-elle – seule ou avec ses partenaires européens – pour exiger un accès humanitaire immédiat, sûr et sans conditions à Gaza ? Allez-vous soutenir au Conseil européen ou à l’ONU l’ouverture de corridors humanitaires permanents, y compris par voie maritime si nécessaire ?
La Belgique est-elle prête à augmenter immédiatement sa contribution humanitaire aux agences onusiennes et ONG actives à Gaza, notamment au PAM, à l’UNRWA et à l’OCHA ? Si oui, de quel montant parle-t-on ? Et selon quel calendrier ?
Allez-vous appeler publiquement à un cessez-le-feu immédiat, comme le demandent les agences de l’ONU et la société civile ? Et allez-vous exiger que le droit international humanitaire soit respecté par toutes les parties, y compris l’armée israélienne, dont les restrictions actuelles aggravent la crise ?
Enfin, quelles garanties exigez-vous de vos interlocuteurs diplomatiques quant à la fin des blocages délibérés de l’aide ? Et quelles conséquences diplomatiques envisagez-vous vis-à-vis de ceux qui, de fait, empêchent aujourd’hui l’acheminement de nourriture dans une zone où l’on meurt de faim ?
Merci pour vos réponses
Monsieur le Ministre,
Alors que la catastrophe humanitaire se poursuit à Gaza, avec des milliers de morts civils, des hôpitaux à l’arrêt, des enfants affamés, voilà qu’un nouveau front de guerre s’active : le Liban.
L’armée israélienne a bombardé le Liban malgré la trève. Ces affrontements viennent s’ajouter à des mois de tension croissante à la frontière sud du Liban, avec le risque bien réel d’un embrasement régional.
Et pendant ce temps-là, ce sont toujours les civils qui paient le prix. Des familles libanaises et israéliennes qui vivent dans la peur, des déplacés, des blessés, des zones entières en insécurité.
Et pourtant, la communauté internationale, y compris l’Union européenne, semble paralysée.
Monsieur le Ministre,
La Belgique doit parler avec une voix claire : celle du droit international, celle de la diplomatie active, et celle de la solidarité avec les populations civiles, qu’elles soient palestiniennes, israéliennes ou libanaises. Car le silence n’est pas une neutralité : c’est un abandon.
Je vous pose donc les questions suivantes :
Quelle position la Belgique défend-elle aujourd’hui au sein de l’Union européenne et du Conseil de sécurité des Nations Unies face au risque d’escalade entre Israël et le Liban ? Y a-t-il des démarches diplomatiques en cours pour obtenir une trêve immédiate, et quels sont les partenaires privilégiés pour y parvenir ? Soutenez-vous la relance du rôle de la FINUL dans cette médiation ?
Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle soutenir ou proposer pour garantir la protection des civils des deux côtés de la frontière, et exiger un strict respect du droit humanitaire, notamment de la part de l’armée israélienne, dont les frappes sont aujourd’hui sans discernement ?
Sur le plan humanitaire, quelle aide la Belgique est-elle prête à mobiliser, en particulier au Liban, où les infrastructures médicales sont déjà affaiblies et où une crise sociale profonde rend les populations encore plus vulnérables ?
Une aide d’urgence est-elle prévue via Enabel, le SPF Affaires étrangères, ou nos partenaires multilatéraux ?
Et de quelle marge de manœuvre budgétaire disposons-nous pour répondre à une crise humanitaire élargie au Liban ?
Merci de vos réponses
Monsieur le Ministre,
La situation en Palestine, et plus particulièrement dans la bande de Gaza, atteint un seuil de gravité extrême. L’offensive israélienne en cours a considérablement réduit la taille de ce territoire déjà exigu, l’appauvrissant et le dévastant jusqu’à le transformer en une zone de plus en plus invivable. Les bombardements incessants ont non seulement détruit des infrastructures essentielles mais ont aussi conduit à l’éviction forcée de millions de Palestiniens qui se retrouvent désormais confinés dans un espace toujours plus restreint. Cette réduction progressive du territoire disponible pour la population palestinienne soulève des questions fondamentales sur les conditions de vie et la protection de leurs droits humains.
La bande de Gaza, autrefois une région déjà sous pression, devient aujourd’hui un espace où la liberté de circulation, les droits à la santé, à l’éducation et même à l’existence sont de plus en plus remis en question. L’ONU évoque un "écrasement" progressif du territoire, où des milliers de Palestiniens sont privés d’accès aux services de base, à l’eau, à la nourriture et aux soins médicaux. De plus, les impacts de cette réduction territoriale, non seulement en termes de géographie, mais aussi sur le plan psychologique et social, sont dramatiques pour la population locale.
Dans ce contexte, la Belgique et l’Union européenne doivent prendre une position ferme et active face à ce processus de réduction systématique du territoire de Gaza, qui semble viser à rendre la vie insoutenable pour les habitants, voire à effacer la présence palestinienne de ce territoire.
Mes questions sont les suivantes :
Quel est le point de vue du gouvernement belge sur la politique israélienne de réduction de la bande de Gaza et ses conséquences humanitaires dramatiques pour la population palestinienne ?
Concrètement, quelles actions la Belgique compte-t-elle entreprendre pour dénoncer et stopper cette réduction du territoire de Gaza, qui prive de plus en plus de Palestiniens de leurs droits fondamentaux et d’un espace de vie viable ?
La Belgique, au sein de l’Union européenne, soutiendra-t-elle des sanctions ou des mesures diplomatiques visant à contraindre Israël à respecter les principes du droit international, en particulier concernant les droits humains des Palestiniens et le maintien de leur territoire ?
Quelle position la Belgique adoptera-t-elle sur les plans de réinstallation et de déplacement forcé des populations palestiniennes dans cette zone, et quelles démarches compte-t-elle entreprendre pour faciliter la protection de ces populations ?
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les députés, merci pour vos nombreuses questions par rapport à la situation au Proche-Orient. Ne tournons pas autour du pot, oui, la situation est dramatique et elle ne cesse d'empirer, surtout à Gaza.
Nous comptons à ce jour plus de 51 000 morts. L'aide humanitaire est bloquée depuis le 2 mars et 69 % de ce territoire, à peu près grand comme la côte belge, est déclaré no go zone par l'armée israélienne. Plus de deux millions de Gazaouis sont donc coincés dans un espace réduit, sans accès à la nourriture ni à l'eau.
Le dernier hôpital fonctionnel à Gaza, un hôpital chrétien, a également été bombardé le dimanche des Rameaux. Comme l'aide humanitaire n'entre plus, les gens meurent également par manque de médicaments et de traitements. La grande majorité des agences humanitaires ont dû arrêter leurs opérations à cause de l'insécurité et du manque de matériel à distribuer.
Les Nations Unies estiment qu'environ 350 000 personnes sont entrées dans la phase 5 de famine, le niveau le plus élevé. J'ai personnellement appelé déjà plusieurs fois à un accès humanitaire sûr et sans entrave, et je continue à le faire dans toutes les instances possibles. J'en ai parlé directement à l'ambassadrice d'Israël que j'avais demandé à voir, lui rappelant expressément – comme je l'ai fait publiquement à la Chambre – que ces entraves inacceptables à l'aide humanitaire constituaient des violations manifestes du droit international humanitaire voire même des crimes de guerre.
Mais à l'heure actuelle, aucun pays n'est parvenu à convaincre le gouvernement d'Israël de permettre à l'aide humanitaire de rentrer. Pire même, des ministres du gouvernement israélien ont encore affirmé récemment qu'aucune aide humanitaire n'entrerait à Gaza, car ils veulent augmenter la pression sur le Hamas pour qu'il libère les otages. Ces déclarations reviennent à appeler à la punition collective d'une population civile, ce que le droit international humanitaire interdit formellement.
Vous pouvez être rassurés sur le fait que la diplomatie belge réalise de nombreuses interventions au niveau de l'Union européenne, des Nations Unies et ailleurs, dans lesquelles nous appelons au cessez-le-feu, au respect du droit international humanitaire, à la libération des otages et à l'accès humanitaire immédiat et sans condition.
De executie van 15 humanitaire hulpverleners, van wie 1 medewerker van de Verenigde Naties en 8 medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan op 23 maart in Gaza, verdient bijzondere aandacht.
De Israëlische regering geeft intussen toe dat er ernstige fouten zijn gemaakt. Initieel werd beweerd dat de voertuigen en de medewerkers onvoldoende gemarkeerd waren en dat de medewerkers gewapende Hamasstrijders waren. De vrijgegeven videobeelden spreken dat echter duidelijk tegen. Een intern onderzoek werd ingesteld en de Deputy Commander werd ontslagen.
Deze respons is weliswaar ruimschoots onvoldoende. Het is essentieel dat de verantwoordelijken voor dit soort ernstige en onaanvaardbare incidenten bestraft worden. Een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties – waartoe de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, opriep in de VN-Veiligheidsraad – zou zeker op Belgische steun kunnen rekenen. Het valt echter nog af te wachten of Israël de Verenigde Naties zal toelaten tot Gaza om een onderzoek te voeren.
J'ai condamné les propos tenus par le président Trump à propos de possibles déplacements forcés et je condamne tout autant la rhétorique incendiaire de hauts responsables israéliens concernant la saisie ou l'annexion de territoires ainsi que le déplacement de Palestiniens hors de Gaza. Cela va à l'encontre de principes fondamentaux du droit international, qui interdit l'acquisition de territoires par la force et le déplacement forcé de populations civiles.
Le Conseil de sécurité des Nations Unies a rejeté en juin dernier – résolution 2735 – toute tentative de changement démographique ou territorial dans la bande de Gaza, y compris toute action visant à réduire le territoire de Gaza. La situation en Cisjordanie, y compris à Jérusalem-Est, est de même extrêmement alarmante. Les opérations israéliennes dans le Nord de la Cisjordanie ont causé des centaines de morts, détruit des camps de réfugiés entiers ainsi que des centres médicaux de fortune et déplacé plus de 40 000 Palestiniens.
L'annonce de l'interdiction du retour des habitants pendant un an suscite de vives inquiétudes quant à des déplacements massifs à long terme. L'expansion illégale des colonies se poursuit, tandis que certains ministres israéliens plaident pour la souveraineté israélienne dans le territoire occupé.
Nous regrettons par ailleurs la répression et le manque d'accès aux lieux saints pour les chrétiens pendant la période de Pâques. En Israël, la répression sévère de l'espace civique, notamment contre les organisations de défense des droits humains, est également alarmante. Il y a de nombreuses manifestations dans les rues de Tel-Aviv et ailleurs. Il faut reconnaître et saluer à ce sujet le soutien de l'Union européenne aux organisations qui travaillent en faveur des droits humains et de la médiation en Israël.
La Belgique continue de soutenir la réponse humanitaire à Gaza et en Cisjordanie, incluant Jérusalem-Est. En 2024, le financement direct alloué à des acteurs humanitaires actifs en territoire palestinien occupé représentait 14 % du budget total dédié à l'aide humanitaire, soit 27 millions d'euros.
En 2025, notre contribution flexible à l'UNRWA a déjà été payée et d'autres financements sont en cours de préparation. Plusieurs de nos financements en 2024 sont toujours en cours, notamment ceux du Comité international de la Croix-Rouge, d'UNRWA, du West Bank Protection Consortium, d'Oxfam et de Humanity & Inclusion.
Lors de ma récente rencontre avec le premier ministre palestinien, celui-ci exhortait l'Union européenne à rapidement libérer ces fonds pour pouvoir payer le personnel palestinien encore actif à Gaza. J'ai joint ma parole à la leur en demandant à deux reprises à la Commission européenne la libération de ces fonds, ce qu'elle tarde à faire de manière incompréhensible.
En sus, Israël refuse de verser à l'Autorité palestinienne les taxes dues en vertu du protocole de Paris, ce qui représente des sommes cumulées considérables, affaiblissant l'Autorité palestinienne, alors même que chaque fois que celle-ci est affaiblie, c'est le Hamas qui s'en trouve renforcé.
Mes services et moi-même sommes attentifs aux mesures qu'Israël entend appliquer à l'aide humanitaire à Gaza, qui pourraient être en contradiction avec les principes humanitaires, notamment le principe d'impartialité. La nouvelle loi israélienne sur l'enregistrement des ONG internationales pose également question en ce qui concerne l'accès humanitaire des ONG internationales aux territoires palestiniens occupés, en raison des critères d'appréciation établis par cette loi.
Les acteurs humanitaires tirent la sonnette d'alarme sur ces deux aspects que nous suivons avec attention, que ce soit à Tel-Aviv, à Jérusalem ou à Bruxelles.
In het kader van de bilaterale samenwerking met Palestina voert België via Enabel een programma van 70 miljoen euro uit, dat gericht is op de ondersteuning en empowerment van jongeren, via onderwijs en toegang tot werkgelegenheid in een duurzame omgeving.
Na het verergeren van de crisis en de enorme bijkomende behoeften die zijn ontstaan in Gaza, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jerusalem, heeft België besloten de Palestijnse Autoriteit verder te steunen in haar plannen om het land opnieuw op te bouwen. Meer specifiek werd 5 miljoen euro toegevoegd aan het bilaterale programma, via een gezamenlijke financieringsovereenkomst, om de uitvoering van het Palestijnse plan voor de onderwijssector te ondersteunen en zo bij te dragen tot het bredere proces van stadsopbouw. In Gaza werden de activiteiten van Enabel weliswaar on hold gezet kort na het uitbreken van de gevechten, maar het agentschap houdt zich klaar om zijn activiteiten aldaar te hernemen zodra de veiligheidssituatie dat toelaat.
De Palestijnse wetgeving voor de betalingen aan Palestijnen die werden gevangen of gedood door Israël, bestaat nog, maar de implementatie van de uitkering van voordelen aan gevangenen is wel effectief ingetrokken. In de plaats ervan komt een systeem dat op basis van armoede-indicatoren zal bepalen wie recht heeft op sociale ondersteuning, net zoals andere gezinnen die onder de armoedegrens te leven of bijvoorbeeld te maken hebben met een gehandicapt kind of alleenstaande moeder. PLO's Prisoners' Commission zal niet zetelen in de nieuwe structuur van sociale zekerheid die wordt opgericht.
Het hele proces werd gecoördineerd en verwelkomd door de Verenigde Staten. Israël werd geïnformeerd over de hervormingen. Hierop heeft de Palestijnse Autoriteit alvast aan de Verenigde Staten gevraagd om de (…) Taylor Force Act te bekomen. Die Act voorziet als voorwaarde het stopzetten van betalingen aan martelaren.
Ik geef nog mee dat België en de EU nooit hebben bijgedragen aan het martelaarsfonds.
De afschaffing ervan is, samen met de hervorming van de schoolboeken, een voorwaarde van de Europese Unie om een hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit vrij te geven. Dat is intussen gebeurd. De Europese fondsen werden steeds nauwgezet opgevolgd en dat zal ook in de toekomst zo zijn. Er bestaat al een rigoureus analysesysteem met bijhorende vetting. Het wegvallen van de Amerikaanse financiering via USAID heeft daarop geen invloed.
Pour ce qui concerne la Cour internationale de Justice, le Conseil des ministres a décidé en mai 2024 que la Belgique interviendrait dans deux affaires pendantes relatives à la convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. Cette décision a donc été prise sous le précédent gouvernement. Les deux affaires en question – Gambie versus Myanmar et Afrique du Sud versus Israël – soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation de la Convention et plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention propre au crime de génocide.
Ainsi, la Belgique examinera la question de savoir si le fait pour une partie à un conflit armé d'invoquer des considérations militaires pour justifier son action constitue nécessairement ou pas un obstacle à l'existence d'une intention génocidaire. Dans l'affaire Gambie versus Myanmar, la Belgique a adressé à la Cour internationale de Justice une demande d'intervention en décembre 2024. La Cour doit encore se prononcer sur la recevabilité de cette demande et, partant, sur la participation de la Belgique à la suite de la procédure.
Le dépôt d'une demande d'intervention analogue dans l'affaire Afrique du Sud versus Israël est actuellement en préparation. Ce dépôt interviendra avant la date fixée par la Cour pour la clôture de la procédure écrite, initialement fixée au 28 juillet 2025 mais reportée au 12 janvier 2026 conformément au règlement de la Cour. Il s'agit ici pour la Belgique, fidèle et reconnue pour son attachement au droit international, d'intervenir sur des éléments qui ressortissent de ce droit, et non pas d'instrumentaliser politiquement ces affaires, ni pour nier un éventuel génocide s'il était avéré, ni pour en déclarer un précipitamment ou de manière juridiquement infondée s'il n'y avait pas lieu.
Le droit, tout le droit et rien que le droit! Les 18 derniers mois de violence ont clairement démontré qu'il n'existait pas de solution militaire à cette crise. La seule voie à suivre est un règlement politique fondé sur deux États vivant côte à côte avec une égalité de dignité et de droit, conformément au droit international, notamment les résolutions adaptées au niveau de l'ONU.
La Belgique est donc impliquée dans l'alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États. Vous savez que nous en avons accueilli la deuxième réunion à Bruxelles en novembre dernier. La prochaine réunion se tiendra au Maroc au mois de mai et mes services y participeront.
L'initiative de la France et de l'Arabie saoudite d'organiser une conférence en faveur de la solution à deux États dans le cadre des Nations unies est encore en train de prendre forme. Elle est pour l'instant planifiée du 17 au 20 juin à New York, mais tant les objectifs concrets que le format précis sont encore à définir.
Les expressions publiques ont été plurielles et parfois contradictoires: tantôt nous évoquons une volonté d'un grand mouvement de reconnaissance de l'État palestinien en contrepartie de plusieurs reconnaissances arabes en faveur de l'État d'Israël, tantôt nous entendons que cette approche relève du fantasme et tantôt que la reconnaissance de l'État palestinien ne pourrait s'envisager que dans le cadre d'une reconnaissance mutuelle avec Israël. Bref, l'agenda des objectifs poursuivis lors de cette conférence n'est pas encore clair.
À ce stade, le gouvernement n'a donc a fortiori pas encore eu à connaître du contenu des enjeux ni à se pencher sur la position à adopter. Nous en saurons plus à l'issue d'une réunion préparatoire qui devrait être convoquée par les deux co-organisateurs dans le courant du mois de mai. En même temps, nous sommes en contact aussi via l'Union européenne avec nos partenaires arabes par rapport au plan arabe pour Gaza.
Néanmoins, la sécurité, un cessez-le-feu stable et un horizon politique durable sont primordiaux avant que nous ne puissions parler d'une reconstruction.
En marge de la dernière réunion du Conseil des Affaires étrangères, l'ensemble des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne ont tenu un dialogue de haut niveau avec la Palestine. C'était, entre autres, l'occasion de parler du programme pluriannuel d'aide 2025-2027 et de l'état d'avancement des réformes menées par l'Autorité palestinienne.
In grote lijnen bestaat het hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit uit drie blokken ten bedrage van 1,5 miljard euro. Zo is er budgetsteun voor een bedrag van 620 miljoen euro, gelinkt aan een hervormingsmatrix; 560 miljoen euro voor infrastructuur en economische ondersteuning, inclusief de steun aan het UN Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA), en tot slot 400 miljoen euro voor leningen aan de privésector, banken en bedrijven. Ik heb van de gelegenheid gebruikgemaakt om een bilateraal onderhoud te hebben met de Palestijnse premier Mustafa.
Le cessez-le-feu demeure notre priorité. Le premier ministre Mustafa m'a répété que l'Autorité palestinienne mettait en oeuvre les réformes demandées par l'Union européenne et était prête à se réengager dans la gouvernance à Gaza. De mon côté, je l'ai assuré du fait que la Belgique continuerait à aider le peuple palestinien, notamment via notre agence de développement Enabel.
Op het vlak van sancties wordt er op Europees niveau verder onderhandeld over hoe we de lijst van individuen kunnen uitbreiden, zowel wat Hamas betreft als wat gewelddadige kolonisten betreft.
Si d'autres sanctions n'ont pas encore été décidées, je reste clairement ouvert à d'éventuelles discussions sur le sujet. Lors de la réunion du Conseil d'association Union européenne-Israël du 24 février dernier, j'ai d'ailleurs fait savoir que nos relations riches et fructueuses étaient malheureusement menacées par les nombreuses allégations de violations graves par Israël de l'article 2 de l'accord d'association. Tant les crimes de guerre présumés résultant d'un usage disproportionné de la force à Gaza que les obstacles à l'action humanitaire, essentielle, de l'UNRWA nous amènent à clairement nous interroger sur le respect de cet article par Israël.
La perspective subsiste donc de sanctions destinées à manifester notre totale désapprobation quant aux excès de la réaction israélienne et, a fortiori , tant que nous serons confrontés à une volonté manifeste d'empêcher l'octroi de l'aide humanitaire la plus essentielle. Nous nous situons là dans l'indignité totale.
À propos de la reconnaissance de la Palestine, elle est acquise a priori . La question est de savoir quand. L'accord de gouvernement indique que nous soutenons les pays dans leur quête d'institutions démocratiques et d'une bonne gouvernance, en respectant le droit à l'autodétermination, la souveraineté du peuple et l'intégrité territoriale et que nous cherchons, toujours dans cet accord de gouvernement, à parvenir à une solution à deux É tats qui garantisse à la fois la sécurité d'Israël et qui permette la reconnaissance de la Palestine. Par cette phrase, le gouvernement considère donc inéluctable que cette reconnaissance advienne. L'enjeu est bien le momentum . Quand cette reconnaissance se révélera-t-elle appropriée aux fins de faciliter la paix, et non d'aggraver les conflits? Et quand la sécurité d'Israël sera-t-elle également garantie? Je l'ai dit lors de la dernière séance plénière: je crois que cette démarche peut contribuer à un effet d'emballement international favorable à la Palestine et susceptible d'aider ce peuple. Toutefois, nous ne devons pas simplement le postuler en considérant qu'une reconnaissance, bien qu'elle satisfera probablement la majorité de notre Assemblée, sera de nature à apaiser les choses.
Les enjeux de contexte de la conférence à venir à New York ne sont donc pas à négliger. Nous devrions faire profiter l'Autorité palestinienne de cette reconnaissance face au Hamas. Il est néanmoins légitime de s'interroger en conscience sur cet acte symbolique fort à poser au moment où le gouvernement Netanyahu, sous l'influence de l'extrême droite notamment, ne semble plus guère connaître de limites dans l'escalade de l'horreur, parfois pour honteusement détourner le regard de politiques intérieures turpides allant jusqu'à menacer même l'existence de la Palestine. Et si des Palestiniens défilent désormais dans la rue pour dénoncer le Hamas, ne perdons pas de vue que nombre d'Israéliens ne se reconnaissent pas non plus dans l'attitude de leur gouvernement.
S'agissant du Liban, la Belgique plaide également pour le respect du droit international. La Belgique soutient et appelle à la pleine mise en œuvre du cessez-le-feu. En outre, nous prêtons une grande attention aux développements au sein du Conseil de sécurité, bien que notre pays n'en soit pas membre à l'heure actuelle.
Il est évident que le cessez-le-feu doit être respecté par toutes les parties. Il s'agit là du chemin vers la stabilité et la paix. À cet égard, les forces armées libanaises et la Force intérimaire des Nations Unies au Liban (FINUL) sont, bien sûr, des partenaires clés. La Belgique a déjà soutenu les forces armées libanaises par le passé et encore récemment au niveau européen au travers de la Facilité européenne pour la paix, à hauteur de 60 millions d'euros. Nous, Belgique, continuerons de plaider pour un soutien européen aux forces armées libanaises. La Belgique continuera également de soutenir le mandat de la FINUL.
De internationale gemeenschap moet aandacht blijven besteden aan de situatie ten zuiden van de Litani. Het staakt-het-vuren moet worden gerespecteerd, net als de territoriale integriteit van Libanon en resolutie 1701 van de Veiligheidsraad. Dat staat duidelijk in het regeringsakkoord. Dat betekent dat de aanvallen moeten stoppen en dat de wederopbouw moet beginnen.
Tegelijkertijd moeten politieke en economische hervormingen worden aangemoedigd om de rechtsstaat te consolideren en ervoor te zorgen dat de Libanese staat volledig controle heeft over zijn grondgebied. Wat de aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon betreft, zou België een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties kunnen steunen.
We zijn ons bewust van de humanitaire situatie en onderzoeken de mogelijkheden voor steun dit jaar. Zoals u weet, bevinden we ons in een moeilijke budgettaire context en dus bekijken we onze bestaande verbintenissen en hoe we die basis kunnen versterken. Dit jaar heeft België op verschillende manieren bijgedragen aan de humanitaire hulp in Libanon door middel van flexibele financiering. Dat is een algemene financiering voor een aantal humanitaire actoren die snel konden reageren en hun activiteiten in Libanon konden opschalen. De totale financiering voor die humanitaire actoren bedraagt 39,8 miljoen euro voor dit jaar. Het belang en de relevantie van flexibele financiering is in deze crisis opnieuw aangetoond. Het stelt humanitaire actoren in staat om snel en effectief te reageren wanneer situaties snel veranderen en verergeren.
Het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel richt zich uitsluitend op het uitvoeren van ontwikkelingsprogramma's en niet op het verstrekken van humanitaire hulp.
Madame la présidente, voilà les éléments de réponse aux diverses et nombreuses questions posées par nos collègues.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, net zoals elke Arabisch-islamitische tiran en kleptocraat is ook Mahmoud Abbas fundamenteel onbetrouwbaar. Hij is een jihadist in maatpak. Van 2019 tot 2024 heeft Abbas 1 miljard dollar uitbetaald aan moslimterroristen om hen te belonen voor het vermoorden van onschuldige mensen in Israël. Hoe meer dode joden, hoe groter de financiële beloning. Laat die mindset, dat typisch islamitische martelaarsdenken, nu toch eindelijk eens goed tot u doordringen. Welke naïeveling gelooft dat het zal stoppen? U gelooft dat blijkbaar.
Beseffen de traditionele partijen in dit land eigenlijk wel dat zij al decennialang direct of indirect financieel bijdragen aan dodelijk antisemitisme en aan dodelijke islamitische terreuraanslagen? Vandaag wordt nogmaals duidelijk dat hier in het Parlement vrijwel niemand beseft met welke vijand wij en Israël te maken hebben. Ongeacht of dat nu via Palestijnse media, Palestijns onderwijs of via financiële beloningen gebeurt, al van kindsbeen worden Palestijnse moslims, ook op de zogenaamde Westbank, aangezet en gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden dood te steken, op te blazen, dood te rijden of de keel over te snijden.
Mijnheer de minister, Adolf Hitler zou daar trots op zijn. Met vele miljoenen euro belastinggeld zal ook de huidige regering daaraan blijven bijdragen. Dat is werkelijk te ziek voor woorden.
Ten slotte, over de ambulances wil ik opmerken dat Israël van een fout spreekt en actie onderneemt. U spreekt van een executie. Vervolgens stelt u dat er nog een onderzoek moet gebeuren. Het is dus duidelijk welke kant de huidige Belgische regering kiest, namelijk de kant van de islamitische jihad.
Michel De Maegd:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse et votre engagement personnel dans ce dossier aussi douloureux qu'essentiel.
Je voudrais, dans ce débat d'actualité, humblement rappeler que derrière chaque chiffre, chaque bilan, chaque terme diplomatique que nous utilisons, il y a tout d'abord des vies, des enfants, des familles et des espoirs anéantis. C'est à eux que nous pensons avant tout, quelle que soit leur nationalité ou leur confession. Chaque mort de civil est insupportable.
Cela dit, et sans aucunement disculper les différente parties au conflit, en ce compris le gouvernement Nethanyahu, de leurs responsabilités pour des crimes de guerre, voire des crimes contre l'humanité que devra objectiver la justice internationale, et des faits qui devront bien sûr être condamnés, parce que les mots ont un sens, je voudrais saluer votre mesure par rapport à l'usage du terme "génocide", monsieur le ministre, et rappeler ici l'analyse pointue que nous a procurée le professeur de droit international Pierre d'Argent, il y a à peine deux mois, dans notre commission. Pierre d'Argent fut, je le rappelle, membre de la Cour internationale de Justice comme premier secrétaire. Il nous disait mot pour mot: "la Cour internationale de Justice n'a pas dit qu'il y avait un risque de génocide. Elle a dit qu'il y avait un risque de préjudice irréparable, plausible, et un droit du peuple palestinien à Gaza de ne pas être exposé à des actes prohibés par la Convention. Dire qu'il y a un risque de génocide est un raccourci de ce que la Cour internationale de Justice a dit. La différence est très fine, mais il faut être précis sur ce que la Cour a dit."
Voilà pour cette précision! Dans cette tragédie sans fin, ce que nous devons viser, ce n'est pas une trêve temporaire ou une accalmie précaire, mais une paix juste, durable, fondée sur le respect du droit international, de la justice et de la dignité humaine. La reconnaissance de l'État palestinien dans un cadre européen à un moment opportun, comme vous l'avez mentionné, monsieur le ministre, sera un pas vers cette justice. Je vous encourage donc à continuer à œuvrer dans tous les espaces où notre pays peut peser, à faire entendre une voix claire et humaine. Car au fond, ce que nous devons à toutes les victimes, en ce compris les otages du Hamas, c'est de ne pas détourner le regard, ni aujourd'hui, ni demain.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez commencé en disant que vous n'alliez pas tourner autour du pot. Vous ne l'avez pas fait quand vous avez parlé des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité commis par l'armée israélienne contre les Palestiniens. Vous avez reconnu qu'il y avait une politique de punition collective. Et vous avez décrit de manière assez exhaustive la barbarie de l'armée israélienne et de la politique de l'État colonial contre le peuple palestinien.
Et puis, vous êtes arrivé au chapitre des sanctions. Et là, vous n'avez pas juste tourné autour du pot. Vous l'avez fait en faisant des galipettes. Vos mots étaient en effet significatifs. Vous avez dit: "Les crimes de guerre nous poussent à nous interroger sur notre relation avec Israël et sur le respect de l'article 2." Et: "Nos relations riches et fructueuses sont menacées."
Monsieur le ministre, par rapport à ce que vous avez dit précédemment, comment pouvez-vous tirer ces conclusions-là, sans avoir de condamnations claires et surtout sans appeler à des sanctions claires? Vous êtes encore au stade de vous interroger sur le respect de l'article 2. Ce sont vos paroles. Vous vous interrogez sur le respect de cet article par l'État d'Israël. Vous n'avez pas appelé à suspendre l'accord d'association du fait que l'article 2 n'est pas respecté. Il n'est pas respecté! Vous avez dit vous-même que le droit international n'est pas respecté, qu'il y a des crimes de guerre et une punition collective. Quelle conclusion en tirez-vous? Pourquoi n'appelez-vous pas à des sanctions directement?
Quant à la reconnaissance de l'État de la Palestine, vous parlez de l'équilibre sur la sécurité de l'État d'Israël. Mais aujourd'hui, c'est la sécurité de l'existence même du peuple palestinien qui est menacée. Le problème est là aujourd'hui et vous ne prenez aucune sanction!
Ma question était claire et visait à savoir si vous alliez passer des paroles aux actes? Vous êtes toujours dans la parole. Il n'y a toujours aucun acte concret prenant des sanctions claires, un embargo militaire clair contre l'État génocidaire d'Israël à l'égard du peuple palestinien.
Et, pour ce qui est de remettre en question le génocide, je n'y répondrai même pas. L'histoire jugera, monsieur le ministre!
Christophe Lacroix:
Monsieur le vice-premier ministre, il n'est pas facile d'être dans votre rôle quand vous avez affaire à des points de vue parfois tellement divergents.
Je vais essayer de rester dans la mesure, tout en gardant mes convictions et mes valeurs. Tout d'abord, nous sommes effectivement face à une volonté manifeste du gouvernement israélien, que je distingue bien de l'État d'Israël et de son peuple, de liquider la cause palestinienne une fois pour toutes. Ils veulent éradiquer les Palestiniens de la terre, en ce compris en assassinant leurs dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs.
Le fait d'avoir sorti l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) d'Israël consiste à empêcher toute possibilité de retour des Palestiniens un jour sur leur terre natale, en ce compris également ce qui est la terre d'Israël pour les Israéliens. Il y a des violations du droit international humanitaire, du droit international, des crimes de guerre, un risque d'intention de génocide. Il y a des violations avérées de l'article 2 de l'Accord d'association.
Pour une fois, nous avons un ministre qui condamne assez clairement ces événements; plus que clairement et plus que ses prédécesseurs, il faut le reconnaître. Deuxièmement, nous avons un ministre qui nous annonce un calendrier sur certains points, notamment sur l'intention de la Belgique de se joindre à l'affaire devant la Cour internationale de Justice. Vous avez annoncé 2025, et puis début 2026.
Manifestement, face aux "turpitudes" – je vous cite – du gouvernement Netanyahou, qui a tout intérêt à ce que la guerre se poursuive pour des motifs sombres de politique, mais également pour des motifs sombres d'intérêts personnels liés à des problèmes de corruption intense dans ce gouvernement et liés à la présence de l'extrême droite – car, s'il y a des islamistes en costume, il y a aussi des petits nazis en costume, en ce compris dans cette enceinte, vous l'aurez bien compris aujourd'hui monsieur le ministre –, il faudra aller plus loin et je compte sur vous pour faire bouger l'ensemble du gouvernement, parce que je crois que vous n'avez pas encore fini.
Nous reviendrons vous interroger sur davantage que les intentions et les autres aspects, dont les sanctions, et sur le calendrier, que vous nous avez déjà donné concernant l'intention de la Belgique de se joindre à l'État d'Afrique du Sud contre Israël devant la Cour internationale de Justice.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Merci d'avoir également dit quelques mots sur le Liban; je pense qu'il est aussi important d'évoquer ce pays et le drame qui se joue là-bas.
Vos prises de parole sur la situation à Gaza sont fortes et, dans le contexte actuel, elles sont presque courageuses, surtout quand on entend les déclarations de certains de vos collègues de coalition, comme le premier ministre ou encore un certain président de parti. Aujourd'hui, les mots sont importants et ils ont un sens, mais ils ne suffisent plus. Les populations civiles sur place ont besoin d'actes concrets et forts, qui soient à la hauteur de l'urgence. Parmi les actes concrets, il y a des sanctions. À ce sujet, je vous ai trouvé moins engageant ou moins engagé que sur le reste de vos réponses. Nous voulons des sanctions économiques et diplomatiques, mais un autre geste fort est le boycott économique, diplomatique, culturel, sportif, comme il a été pratiqué pour la Russie.
En effet, cela fait des mois qu'un génocide – oui, je le redis, un génocide – se déroule sous nos yeux avec, depuis la rupture du cessez-le-feu, le déchaînement des enfers, pour reprendre certains termes. Des centaines d'enfants ont été assassinés. Le collègue Lacroix évoquait l'assassinat des dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs. Mais on assassine aussi les enfants, comme cela il n'y a plus de descendance. Pour pouvoir éradiquer de la surface de la terre tout un peuple, des enfants sont assassinés, des femmes et des civils sont massacrés. On interdit de faire rentrer l'eau, les médicaments, la nourriture, l'électricité, on parle de famine, on parle d'épuration. Malheureusement, le monde regarde, et vous l'avez déploré également. On n'a pas trouvé de gouvernement suffisamment fort pour arrêter l'État d'Israël. Il faudra m'expliquer comment un seul pays peut mettre à genoux comme cela l'ensemble des pays et le droit international.
Concernant la solution à deux États, celle-ci est effectivement fondamentale, mais elle ne sera jamais crédible tant que la Belgique ne reconnaîtra pas pleinement l'État de Palestine. Pour une solution à deux États, il faut reconnaître la Palestine. Vous parlez de la sécurité d'Israël. Effectivement, les Israéliens et les Israéliennes ont droit à la sécurité, mais les Palestiniens et les Palestiniennes également ont droit à la sécurité, le droit d'avoir un État, et celui de circuler librement.
En ce qui concerne le timing, je pense qu'il faut avancer le plus rapidement possible. On sait que le président Macron n'est pas le plus grand défenseur de la cause palestinienne, mais récemment il s'est prononcé en faveur d'une reconnaissance rapide, d'ici le mois de juin. D'autres pays européens l'ont fait ou s'y préparent. Je pense qu'on arrive à un momentum pour pouvoir avancer.
Enfin, un autre élément est important. On parle beaucoup de paix, mais on ne pourra pas avoir de paix sans justice. Il n'y aura pas de paix sans comptes à rendre, sans mettre fin à l'impunité.
Pour qu'il y ait de la paix, il faut de la justice, et pour cela, il faut que l'on puisse se joindre aux actions, que la Justice puisse faire son travail et punir les criminels de guerre. C'est maintenant qu'il faut du courage politique, parce que les personnes là-bas n'en peuvent plus.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord over Libanon.
U zegt terecht dat België een staakt-het-vuren blijft vragen en dat de territoriale grenzen moeten worden gerespecteerd. U zei ook dat u in de VN-Mensenrechtenraad blijft pleiten voor een onderzoekscommissie, opdat de mensen die de daden pleegden, kunnen berecht worden voor het Internationaal Strafhof. We kunnen immers niet langer toelaten – en ik denk dat u zeker op dezelfde lijn zit als Vooruit – dat artsen, patiënten, maar ook hulpverleners afgeslacht worden zonder dat er gevolgen zijn voor de wandaadplegers zelf. Net als u kiest Vooruit resoluut de kant van de burgerslachtoffers en het internationaal recht.
We moeten wel opletten dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook acties komen. Daarom pleit ik nog eens, mijnheer de minister, om op Europees niveau veel harder op tafel te kloppen met betrekking tot die individuele sancties tegen de verantwoordelijken van die wandaden en met betrekking tot de herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël.
Mijnheer de minister, ik breng hulde aan u, omdat u in plenum al explicieter bent geweest dan de eerste minister. Ik steun u in uw strijd om de hele regeringsploeg mee te krijgen in uw visie. We moeten er echter voor zorgen dat het niet bij moedeloosheid en woorden blijft en dat België ook wel effectief overgaat tot meer actie dan nu het geval is.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik wil u danken om duidelijk te benoemen wat er gebeurt in Israël. Dat is zeer belangrijk. U zei het heel expliciet. U hebt het geweld veroordeeld. U hebt over de hongersnood gesproken. U hebt in woorden veroordeeld, ook richting de Israëlische ambassadeur, en gezegd dat het zo niet verder kan. Dat is goed.
Bij de rest van het verhaal blijf ik echter op mijn honger. Temeer, dit zijn uw woorden, maar ondertussen lees ik verklaringen van meerderheidsparlementsleden, vanuit N-VA bijvoorbeeld, die stellen dat Israël een rechtvaardige oorlog voert. U kunt dan zeggen dat dat slechts de mening van een parlementslid is. U zei echter ook dat België gekend staat voor het respecteren van het internationaal recht. Sinds onze eerste minister het aanhoudingsbevel van het Internationaal Strafhof naar de prullenband heeft verwezen, mag u in de verleden tijd spreken: België stond gekend als voorvechter van het internationaal recht. Die uitspraak is de wereld rondgegaan, dat imago zijn we kwijt.
Blijft het alleen maar bij woorden? Neen, want minister Francken, onze minister van Defensie, vindt Israël vandaag nog steeds een voorkeurspartner en wil ook samenwerken met de Israëlische defensie-industrie. Ondanks alle woorden die u hebt uitgesproken met betrekking tot Israël, wil hij dat vandaag nog steeds.
U en uw coalitiepartners zitten wat dat betreft in een totale spreidstand. Dat maakt dat het voor een groot stuk bij woorden blijft, want ook al is er nog altijd financiële steun voor de heropbouw, we moeten die heropbouw stopzetten, zo zegt u zelf, wegens het Israëlische geweld.
Echte sancties heb ik hier vandaag niet gehoord. We hebben een voorstel van resolutie met een heel aantal maatregelen ingediend, die we ook vanuit België kunnen nemen. Ik hoop echt dat daarvoor steun komt en dat het niet alleen bij woorden blijft. Ik hoop dat de parlementssteden zich expliciet uitspreken om echt sancties op te leggen. We kunnen niet blijven doen alsof er niks aan de hand is. Er zijn al meer dan 50.000 doden, rechtstreeks door het geweld. Volgens Amerikaanse schattingen zijn het er zelfs nog veel meer dan dat.
Nu waarschuwt u dat de goede relaties met Israël in het gedrang komen, maar voor mij zijn ze al heel lang in het gedrang. Het is zeer belangrijk dat de Belgische regering meer doet. Er is meer nodig dan alleen maar de woorden van een minister van Buitenlandse Zaken, die ik zeer steun op dat vlak. We hebben nood aan meer actie, meer daden. Het is hoog tijd.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik denk dat de doelstellingen van de Israëlische regering sinds 7 oktober duidelijk waren, namelijk de liquidatie van Hamas. Daarvoor kunnen we begrip opbrengen. Het is een terroristische organisatie. We kunnen echter geen begrip opbrengen voor het verdrijven van het Palestijnse volk, waarvoor ze geen enkel middel schuwt. Als ze zelf niet vertrekken, worden ze uitgemoord. Ze kunnen ook niet vertrekken. Er worden oorlogsmisdaden gepleegd. Ze worden uitgehongerd tot op de dag van vandaag. Wij veroordelen dat streng.
Ik hoor dat uw engagement heel sterk is, op internationaal en op bilateraal vlak tegenover Israël. Ik denk dat België een belangrijk statement maakt. We blijven ook de humanitaire hulp steunen. Er is ook een duidelijk engagement van de Europese Unie en van België. Enabel en UNRWA laveren en doen daar wat nog mogelijk is.
De strijd tegen de straffeloosheid aldaar is een work in progress. Alles gebeurt daar inderdaad redelijk straffeloos. Er wordt wel opnieuw over individuele sancties onderhandeld. U hebt de opschorting van het associatieakkoord op 14 april op tafel gelegd, maar u erkent dat men dat niet alleen kan doen. Daarvoor is een Europese consensus nodig. Als men in Europese middens verblijft, begrijp ik heel goed hoe moeilijk dat is. Hoeveel doden er ook vallen, men blijkt daarvoor blind voor te zijn. Wij mogen daar in België niet blind voor zijn. We hebben een grote Palestijnse gemeenschap in België. Wij voelen dat ook aan de mensen, aan de niet-Palestijnen. De mensen kunnen niet meer kijken naar de gruwel waarvan op tv en in de kranten wordt getuigd. Ze vragen aan de parlementsleden: doe iets!
De erkenning van Palestina staat in het regeerakkoord. Het klopt dat daarvoor het juiste moment moet worden gekozen en dat de veiligheid van Israël ook belangrijk is. Mijns inziens is het momentum juni. Ik hoop dat we ons dan inderdaad, ook al is het symbolisch, kunnen aansluiten bij verschillende andere lidstaten.
Actie is heel erg belangrijk, want er sterven elke dag honderden kinderen, bij bosjes, en dat kunnen we niet aanvaarden.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het conflict in Gaza is verschrikkelijk. De menselijke tol is zeer groot. Het is inderdaad het moment bij uitstek om te blijven pleiten voor de vrijlating van alle gijzelaars en ontwapening enerzijds – de weg van de vrede die wij met het regeerakkoord zijn ingeslagen, is absoluut de te volgen weg – en anderzijds de tweestatenoplossing, oplossing waar wij als N-VA absoluut achterstaan.
Mijnheer de minister, u had het over de erkenning van Palestina in combinatie met de garantie van de veiligheid van Israël. Het is absoluut noodzakelijk dat de koppeling tussen die twee zaken aangehouden blijft. Een symbolische erkenning van Palestina zonder dat de veiligheid van Israël kan worden gegarandeerd, is voor ons als N-VA echt wel moeilijk. We moeten de totaliteit bekijken. Beide volkeren zijn in nood en zien af. We moeten daarvoor dan ook pleiten.
U hebt terecht de protestacties aangehaald die niet alleen in Israël maar ook in Palestina plaatsvinden. Het maakt mij inderdaad ten zeerste bezorgd dat een jongeman gefolterd werd, omdat hij geprotesteerd heeft tegen Hamas en dat mensen levend in brand gestoken worden, zo vertellen beelden van CNN ons. Dat is natuurlijk casuïstiek, maar dat neemt niet weg dat we ook daarvoor oog moeten hebben.
U hebt aangegeven dat er geen betaling voor de fondsen van de martelaren is gebeurd door ons land, noch door de Europese Unie. Dat stemt mij tevreden. Hebt u echter ook onderzocht of er via UNWRA geen middelen naar zijn gegaan? We zijn in het regeerakkoord overeengekomen dat we de werking van UNWRA zullen blijven ondersteunen, zolang de mensenrechten worden gegarandeerd en het internationaal recht wordt gegarandeerd. We moeten immers 100 % zeker zijn dat er geen middelen foutief worden besteed.
Wat de aanval op de zorgverstrekkers betreft, ga ik helemaal akkoord om in de Europese Unie te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek via de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Misschien is het ook een idee om in de Europese Unie als Europese lidstaten een onderzoek te bepleiten naar wat er gebeurd is met de zorgverstrekkers. Israël heeft inderdaad acties ondernomen, maar onafhankelijke bronnen zouden onze visie nog meer kunnen versterken.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. La boussole de notre gouvernement est le droit international, c'est ce qui doit déterminer nos positions. C'est la seule façon de soutenir toutes les populations palestiniennes et israéliennes. C'est pourquoi il est essentiel notamment que, premièrement, les otages soient libérés. Deuxièmement, toute opération militaire doit respecter le droit international humanitaire. Troisièmement, l'accès à l'aide humanitaire doit être garanti. Le Hamas, en maintenant son activité, permet à Israël de se conforter dans l'injustifiable au niveau des opérations militaires, ne respectant pas le droit international humanitaire. C'est pourquoi votre action, celle de l'Union européenne et celle de vos partenaires doivent se concentrer sur la reprise du cessez-le-feu, quitte à tordre le bras au protagoniste. C'est une nécessité essentielle pour les populations qui souffrent sous les bombardements et qui attendent leurs proches retenus ou qui attendent leurs proches retenus en otage. Vous devez faire comprendre à nos partenaires européens que des sanctions contre ceux qui incitent à la violence, d'un côté comme de l'autre, doivent s'étendre. Monsieur le ministre, il s'avère que depuis le lancement de l'actuel gouvernement, la voix de la Belgique porte haut dans les enceintes internationales et c'est une fierté grandement ressentie. Ne vous lassez pas de voir s'imposer la cohabitation des deux É tats libres, Israël et la Palestine.
Het arrestatiebevel van het ICC tegen Netanyahu en diens bezoek aan Hongarije
De terugtrekking van Hongarije uit het Internationaal Strafhof
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen de Israëlische premier Netanyahu
De volledige steun voor het Internationaal Strafhof
Het Belgische standpunt over het arresteren van Netanyahu
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof
Het regeringsstandpunt inzake het aanhoudingsbevel van het ICC
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Benjamin Netanyahu
Het door het ICC uitgevaardigde aanhoudingsbevel tegen Netanyahu
Internationaal Strafhof, arrestatiebevelen tegen Netanyahu en Hongaarse positie
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bevestigt ondubbelzinnig zijn volledige steun aan het Internationaal Strafhof (ICC) en de verplichting om mandaten (zoals dat tegen Netanyahu) uit te voeren, gebaseerd op het Statuut van Rome en Belgische wetgeving, zonder politieke inmenging. Vicepremier Prévot benadrukt dat de regering eengemaakt is in deze houding, ondanks tegenstrijdige uitspraken van premier De Wever die de Belgische geloofwaardigheid aantastten—zijn standpunt wordt gecorrigeerd en afgedaan als persoonlijk, niet als beleid. Hongarije’s weigering om ICC-beslissingen na te leven (en terugtrekking uit het Statuut) wordt scherp veroordeeld als een bedreiging voor het internationale rechtssysteem, terwijl België zich inzet voor versterkte Europese samenwerking om dergelijke ondermijning tegen te gaan. Justitiële onafhankelijkheid en scheiding der machten blijven centraal: de uitvoering van arrestatiebevelen is louter een gerechtelijke procedure, zonder ruimte voor politieke afwegingen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le vice-premier, vous avez rappelé que le respect du droit international ne peut être une option.
La Cour pénale internationale a été créée pour juger les crimes les plus graves et son efficacité dépend de la concertation et de la coopération des États signataires. Pourtant aujourd'hui, un État membre de l'UE s'en affranchit ouvertement.
La Hongrie a signé le statut de Rome en 1999 et l'a ratifié en 2001 reconnaissant ainsi la compétence de la Cour pénale internationale. Pourtant en 2025, soit 24 ans plus tard, elle prétend toujours qu'une incompatibilité constitutionnelle l'empêche d'exécuter les décisions de cette juridiction. Cette justification est non seulement irrecevable, mais elle traduit surtout une volonté délibérée de se soustraire à ses obligations internationales. Si un État peut invoquer son droit interne pour s'exonérer d'un traité qu'il a lui-même ratifié, alors c'est tout l'édifice du droit international qui vacille et qui tombe à terre.
Aujourd'hui, cette hypocrisie atteint un niveau inacceptable. Non seulement la Hongrie refuse d'exécuter le mandat d'arrêt émis contre Netanyahu, poursuivi pour crimes de guerre et crimes contre l'humanité, mais son premier ministre Viktor Orban a qualifié cette décision de la CPI de "honteuse" et l'a invité officiellement à Budapest. En clair, un pays de l'Union européenne ouvre ses portes à un individu recherché pour des crimes de la plus haute gravité et affiche un mépris total pour la justice internationale.
Face à cette violation manifeste des engagements internationaux, la Belgique peut-elle rester passive? Si nous tolérons qu'un État membre de l'UE piétine ainsi ses obligations, alors nous acceptons de transformer l'Union en un espace d'impunités. C'est pourquoi je vous pose les questions suivantes: quelle est la position officielle du gouvernement belge face au refus de la Hongrie d'exécuter le mandat d'arrêt émis par la CPI contre Netanyahu? Quelles initiatives concrètes la Belgique a-t-elle entreprises, seule ou avec ses partenaires européens, pour garantir que tous les États membres respectent leurs engagements envers la CPI?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het Internationaal Strafhof (ICC) speelt een cruciale rol in onze rechtsstaat. Het biedt de mogelijkheid om oorlogsmisdadigers en personen die misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd, te vervolgen en te berechten. Landen die het verdrag hebben ondertekend en geratificeerd, zijn verplicht om samen te werken met het ICC, onder meer door verdachten te arresteren en over te dragen aan het hof.
Hongarije heeft beslist het Internationaal Strafhof te verlaten. Dat land maakt deel uit van de Europese Unie en draagt dus de normen en waarden van de unie uit. Door de terugtrekking neemt het echter afstand van diezelfde normen en waarden.
Wat is het standpunt van u en van de regering over de terugtrekking van Hongarije uit het Internationaal Strafhof? Kan dat zorgen voor een kettingreactie? Hebt u signalen opgevangen dat er andere landen zullen volgen?
Heeft het Internationaal Strafhof volgens u hoe dan ook macht om sancties op te leggen aan leden die de regels niet volgen? Zo niet, vindt u dat er zulke sancties moeten komen?
Voorzitter:
De heer Aerts is niet aanwezig.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, in een opiniestuk in Joods Actueel van maart dat mede ondertekend werd door een parlementslid van de meerderheid en lijnrecht tegen het regeerakkoord ingaat, wordt steun en begrip voor Israël gevraagd, terwijl in het regeerakkoord nochtans duidelijk ons engagement voor het internationaal recht staat. Verderop in het artikel worden Europese militaire experts geciteerd die ter plaatse zouden bevestigen dat Israël zich aan de regels inzake oorlogsvoering houdt. Het internationaal recht, dat onderschreven zou moeten worden door alle Belgen, stelt onomwonden dat Israël oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid pleegt.
Mijnheer de minister, distantieert u, ten eerste, zich van de uitspraken in het artikel van een lid van de meerderheid? Onderschrijft u elke letter van het regeerakkoord, inclusief de oproep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en, bovenal, de steun aan het internationaal recht?
Ten tweede, we respecteren het internationaal recht en erkennen, normaal gezien dan toch, dat het Internationaal Strafhof het enige onafhankelijke internationale tribunaal is dat echt tegen oorlogsmisdaden kan optreden. We verwachten van u dat u uw steun uitspreekt voor het internationaal recht. Dat hebt u ook gedaan. Voor de camera’s hoorden we de eerste minister echter het tegenovergestelde zeggen. Mijnheer de minister, kunt u herhalen dat u uw volledige steun en medewerking verleent aan het Internationaal Strafhof en dat ook de regering dat doet en wij er dus niet aan hoeven te twijfelen dat u en de regering één en ondeelbaar zijn in de standpunten hierover?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de regering plaatst niet de onschuldige gijzelaars centraal; de regering plaatst evenmin de uitschakeling van de moorddadige jihadisten van Hamas centraal. Ik weet waarom. Dat is omdat de regering niet begrijpt wat daar gaande is en in wezen geen empathie voor Israël heeft.
Stel u voor dat u een volk zou willen belonen met een staat van waaruit zopas de grootste slachting op joden sinds de Holocaust werd gepleegd, van waaruit al decennialang een door de islam aangevuurde jihadistische vernietigingsoorlog wordt gevoerd tegen het joodse buurland en waar vandaag nog altijd 59 onschuldige gijzelaars uit dat buurland aan het wegrotten zijn en de overgrote rest gijzelaars al werd vermoord.
Overigens voldoen die zogenaamde Palestijnen ook niet aan de voorwaarden die het in het Parlement zo geroemde internationaal recht stelt om als staat te worden erkend, zijnde de vier Montevideocriteria en een vijfde criterium, namelijk de afwezigheid van onrechtmatige handelingen bij de totstandkoming van de staat.
Net zoals de VN, is het Internationaal Strafhof een gepolitiseerd instituut. Net zoals de VN is het Internationaal Strafhof geïslamiseerd, gepalestiniseerd en gekaapt ten behoeve van de islamitische jihad, mijnheer de minister. Vandaar de ziekelijke obsessie van die instellingen met het joodse staatje en de blinde vlek voor islamitische dictaturen, jihadistische tirannen en moslimterroristen. De regering zou dus pas geloofwaardig zijn als ze ondubbelzinnig achter Israël zou staan en het hypocriete en gepolitiseerde Internationaal Strafhof op zijn minst zou bekritiseren.
Mijnheer de minister, wilt u de woorden van eerste minister De Wever over het Internationaal Strafhof en de mogelijke komst van premier Netanyahu naar ons land vandaag in het Parlement herhalen?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, vous le savez, la Cour pénale internationale n'est pas un tribunal comme un autre. Elle a été créée en 1998 par le statut de Rome pour juger les crimes les plus graves. Parmi les crimes les plus graves, il y a les crimes de guerre, les crimes contre l'humanité et le crime de génocide.
La Belgique n'est pas simple spectatrice. Elle est État partie. Elle a ratifié ce statut. Elle a participé à la création de la CPI. Elle s'est engagée noir sur blanc à coopérer avec la Cour, y compris pour arrêter les individus visés par un mandat.
La CPI a été pensée comme un rempart contre l'impunité, un espoir pour les victimes. Tout à l'heure, je vous disais que je ne comprends pas comment un État arrive à mettre à genoux tout le droit international. La CPI est censée aussi répondre à cela. C'est un message clair: aucun chef d'État, aussi puissant soit-il, ne peut se placer au-dessus des lois.
Monsieur le ministre, nous avons eu le débat en plénière. Nous avons aussi eu le débat en commission, en votre absence. J'avais d'ailleurs demandé que nous puissions réunir la commission des Affaires étrangères et la commission de la Justice pour pouvoir vous entendre, ainsi que le premier ministre et la ministre de la Justice. C’est un débat extrêmement important, au-delà de la question qui nous occupe. Comment faire respecter l'État de droit? Comment ne mettre personne au-dessus des lois?
Mes questions sont extrêmement simples, monsieur le ministre. Quelle est la position officielle du gouvernement? Lors du débat en plénière, nous avons entendu deux versions différentes. Nous avons entendu la version de Maxime Prévot, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, et puis la position de Bart De Wever, premier ministre, et puis d'autres membres de l'Arizona avec des positions qui diffèrent.
Quelle est la position officielle du gouvernement? La Belgique va-t-elle continuer à honorer ses engagements? Notre pays va-t-il exécuter le mandat d'arrêt contre Benyamin Netanyahu, comme il le ferait pour n'importe quel autre criminel de guerre?
Merci pour vos réponses.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, il y a deux semaines, en séance plénière, vous avez été très clair. La Belgique soutient et soutiendra toujours, politiquement et financièrement, le travail de la Cour pénale internationale. Vous avez en cela rejoint à la fois l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout le droit international.
J'aimerais donc vous entendre ici en débat en commission, avec plus de temps, pour faire le point sur ce dossier. Bien sûr, la séparation des pouvoirs est un socle fondateur de notre pays. Il n'est donc nullement question ici de s'ingérer dans la justice ou de politiser son fonctionnement.
Mais il n'en reste pas moins que la position politique du gouvernement en la matière est importante. Je vous le demande donc clairement: la réponse que vous avez fournie le 10 avril dernier en séance plénière est-elle la position sans ambiguïté du gouvernement? Cela a-t-il été rediscuté en Conseil des ministres ou en kern? Dans l'affirmative, qu'en est-il ressorti?
Pouvez-vous également éclaircir la question de l'immunité mise en avant par certains? Enfin, pouvez-vous faire le point sur les autres pays européens, dont on sait que certains ont eu des positions divergentes et les ont parfois fait évoluer?
Je vous remercie.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, in de plenaire vergadering van 10 april bevestigde u de Belgische steun aan het Internationaal Strafhof en herinnerde u aan de volledige gerechtelijke procedure voor de uitvoering van een aanhoudingsbevel, waar politici niet in tussenbeide komen. Ook de minister van Justitie, Annelies Verlinden, verwoordde het zo in de commissie: "Er kan geen twijfel over bestaan dat we onze verplichtingen onder het statuut van Rome nakomen. België heeft als verdragspartij de plicht om een aanhoudingsbevel uit te voeren en daar doet de immuniteit van staats- en regeringsleiders geen afbreuk aan." Toch bleef eerste minister De Wever, om het zacht te zeggen, dubbelzining.
Kunt u klaar en duidelijk bevestigen dat het de intentie is om het gerecht zijn werk te laten doen, het Internationaal Strafhof te respecteren in zijn jurisdictie en om het arrestatiebevel tegen Netanyahu ook uit te voeren?
Op 10 april gaf u ook aan dat u de voorzitter van het Internationaal Strafhof zou ontmoeten. Werden hiervoor intussen al de nodige contacten gelegd en wanneer zal het overleg plaatsgrijpen?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, nous avons ce débat aujourd'hui notamment parce que le premier ministre, M. De Wever, a déclaré publiquement qu'il refuserait d'exécuter le mandat d'arrêt contre le criminel de guerre, Benyamin Netanyahu, alors que ce mandat d'arrêt est demandé par la Cour pénale internationale. Et, en séance plénière du 10 avril 2025, quand il a été interrogé sur le sujet, le premier ministre a donné des réponses ambiguës qui n'ont pas convaincu. Cette ambiguïté tranche nettement avec la clarté de votre déclaration dans laquelle vous avez confirmé que la Belgique est légalement tenue d'exécuter un mandat de la CPI. On assiste ainsi un peu à un jeu de bad cop - good cop. Cette divergence révèle une inquiétante absence de ligne gouvernementale unifiée sur une question aussi fondamentale que le respect du droit international.
Par ailleurs, lorsqu'il a tenté de justifier ses propos, M. De Wever a déclaré qu'il partageait une soi-disant évaluation politique similaire à celle de l'Italie ou de la Pologne. Or, aucun de ces pays ne constitue une référence en matière de respect strict des principes de justice internationale. Faut-il comprendre que la Belgique souhaite désormais aligner sa politique étrangère sur celle de gouvernements notoirement marqués par une dérive autoritaire ou une extrême droitisation, comme c'est le cas du gouvernement italien de Giorgia Meloni?
Dans ce contexte, monsieur le ministre, confirmez-vous publiquement et sans équivoque que la Belgique respectera toute décision de la Cour pénale internationale, sans distinction politique ni diplomatique? Cette position est-elle celle de l'ensemble du gouvernement ou bien assistons-nous à une tentative du premier ministre d'imposer un agenda diplomatique personnel en contradiction avec les engagements internationaux de la Belgique?
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les députés, vous m'avez posé des questions similaires à celles qui m'avaient été adressées en plénière. Mes réponses, ou en tout cas quelques éléments, seront donc également similaires. Je l'ai dit dans cette salle et également dans l'hémicycle, et je le redirai tout au long de mon mandat: la Belgique soutient et soutiendra toujours politiquement et financièrement le travail de la Cour pénale internationale, y compris dans la plénitude de ses mandats pour qui que ce soit.
In februari 2025, enkele dagen nadat ik mijn ambt had opgenomen, heb ik de procureur van het hof ontmoet. Ik deelde hem mee dat België een bondgenoot van het hof is en zal blijven. Ik heb hem gezegd dat ik de houding van de Amerikaanse autoriteiten tegenover hem en zijn familie sterk veroordeelde.
Concreet betekent de steun van België aan het hof het volgende: tientallen interventies ter ondersteuning van het hof op internationale fora, in het bijzonder bij de organen van de Verenigde Naties, talrijke benaderingen van lidstaten om hen te herinneren aan hun verplichtingen onder het statuut van Rome, tientallen benaderingen om ervoor te zorgen dat nog meer landen het hof steunen en ook, naast de verplichte financiële bijdrage, talrijke bijkomende vrijwillige financiële bijdragen en de organisatie van talrijke evenementen over het onderwerp. In het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie zet België zich ook in voor de vele verklaringen en beslissingen die de samenwerking met het hof moeten bevorderen.
Daardoor wordt België internationaal erkend als een fervent voorstander van het hof. België is een van de staten die het meest met het hof samenwerken en wordt vaak aangehaald als voorbeeld van zijn doeltreffend georganiseerd samenwerkingssysteem.
C'est pourquoi il était évident que j'exprime publiquement et sans délai mon profond regret de voir la Hongrie souhaiter se retirer du Statut de Rome. Chaque retrait affaiblit la lutte contre l'impunité. Je l'ai dit: j'entends bien redoubler d'efforts diplomatiques pour que plusieurs adhésions au Statut de Rome soient la réponse à ce retrait. Et je le dis également à tous nos partenaires internationaux, bilatéraux et multilatéraux: il n'y a aucun doute possible sur ce soutien. Non seulement la Belgique soutient, mais promeut et défend une Cour pénale internationale indépendante et impartiale. C'est justement parce qu'aucun doute n'est possible sur ce soutien et qu'il est partagé par tout le gouvernement qu'il n'y a pas eu, monsieur De Maegd, de nouvelles discussions à ce sujet en kern ou en Conseil des ministres – et pour cause. Du reste, c'est parce que nous sommes un pays attaché à l'indépendance et l'impartialité de la justice que nous respectons strictement le principe de la séparation des pouvoirs. La Belgique ne politise pas la justice ni pour l'inciter ni pour la contrarier ni encore pour la réfréner.
De administratie van mijn collega, de minister van Justitie, heeft mijn diensten bevestigd: "Volgens ons nationaal recht wordt de uitvoering van verzoeken om wederzijdse bijstand en samenwerking van het hof, zoals verzoeken om voorlopige aanhoudingen en verzoeken om aanhouding en overlevering, geregeld door de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen, die een strikte gerechtelijke procedure vastlegt, waarin noch de regering als geheel, noch een minister apart tussenkomt."
C'est aussi pour cette raison qu'il ne m'appartient pas de me prononcer sur la question stricte des immunités.
Bref, comme j'ai déjà pu le dire, de controverses ou d'ambiguïtés, il n'y en a pas, ou plus guère. Tout le gouvernement se tient derrière le soutien passé, présent et futur de la Belgique à la Cour et à ses missions. Comme je vous l'indiquais, et vous le releviez, madame la présidente, je souhaite pouvoir rencontrer prochainement la présidente de la Cour pour lui réitérer tout notre soutien et ôter tout doute éventuel. Son cabinet a d'ailleurs approché le mien à ce sujet. Mon équipe cherche désormais une date qui puisse convenir à nos agendas respectifs.
Enfin, monsieur Boukili, il n'y a aucun alignement de la politique étrangère de la Belgique sur quiconque d'autre que nous-même, nos valeurs et nos principes.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le vice-premier ministre, pour vos réponses, qui confirment à quel point la Belgique jouit d'un écho ou d'une réputation favorable en matière de respect du droit international et de toutes les institutions qui balisent ce droit international, que ce soit en termes de législation, ou en termes de répression quand il convient de réprimer, notamment, des auteurs présumés de crimes de guerre. Vous faites donc bien de le rappeler.
Mais à travers votre intervention, je remarque néanmoins que les propos du premier ministre Bart De Wever ont quelque peu écorné l'image que la Belgique avait auprès de la Cour pénale internationale jusqu'à présent, à tel point que , d'une part, vous avez dû rassurer le procureur de la Cour pénale internationale, et d'autre part, que vous allez rencontrer prochainement les plus hautes instances de cette Cour pénale internationale pour les rassurer sur la continuité de la volonté de la Belgique de faire respecter les décisions de cette Cour. Et non seulement de les faire respecter, mais aussi de militer pour que davantage d'États encore participent à la ratification et à la signature du Statut de Rome. Donc, je peux concevoir le malaise qui a été créé. Il semble s'être dissipé, jusqu'au prochain dérapage d'un premier ministre qui ne semble pas avoir suffisamment d'attention pour le droit international, puisqu'il s'est replié sur une Région pendant trop longtemps. Le fait de devenir ou de redevenir belge à un moment donné devrait lui donner un peu plus d'inspiration pour regarder ce qui se passe au niveau international et pour prendre conscience des responsabilités du costume de premier ministre.
Annick Lambrecht:
Bedankt, mijnheer de minister, om nog eens duidelijk te zeggen dat België het Internationaal Strafhof steunt, zowel politiek als financieel, en dat ook zal blijven doen.
België is een bondgenoot en een fervente voorstander van het hof. Ik dacht dat iedereen in deze zaal daar overtuigd van was. U vindt het dus een beetje raar dat wij dan toch vragen durven te stellen. Mijnheer de minister, er is echt heel veel onduidelijkheid gecreëerd door de uitspraken van de premier. Als de premier zo duidelijk was als u de hele tijd bent, dan zouden we dit tweede actualiteitsdebat hierover niet voeren.
Dit heeft inderdaad, zoals collega Lacroix zei, onze reputatie schade toegebracht. U hebt dat met hand en tand proberen recht te zetten en doet dat nog steeds. Dat siert u en ik hoop dat u de steun van velen van ons voelt om die lijn te blijven volgen en resoluut te gaan voor dat Internationaal Strafhof, de uitvoering van haar beslissingen en daar geen twijfel over te laten bestaan.
U hebt niet expliciet geantwoord op het artikel uit Joods Actueel . Ik veronderstel echter dat u helemaal niet akkoord gaat met de onzin en de eenduidige visie die daarin werden gesteld.
Voor de rest kan ik enkel blijven pleiten dat we er met iedereen voor moeten zorgen dat we niet gewend raken aan de gruwelijke aanvallen van Israël, maar ook niet aan het niet vrijlaten van alle gijzelaars. We kunnen dat niet genoeg benadrukken.
Sam Van Rooy:
Wat duidelijk is, is dat er in deze regering totaal geen eensgezindheid is over Israël en dat deze regering gewoon niks snapt van het Midden-Oosten. Wat daar plaatsvindt, is geen Palestijns-Israëlisch conflict, minister, maar een jihadistische vernietigingsoorlog tegen het enige joodse staatje ter wereld.
Israël voert een existentiële overlevingsstrijd. Als Israël geen vrije joodse democratische rechtsstaat zou zijn maar wel een zoveelste tirannieke of jihadistische moslimstaat zoals de rest van het Midden-Oosten en bij uitbreiding de islamitische wereld, dan maakte niemand hier er zo'n probleem van.
Het is een wet van Meden en Perzen: legt Israël de wapens neer, dan zal het door onder andere Qatar, Iran, Hamas en Hezbollah van de kaart worden geveegd in een nieuwe holocaust. Laten onder andere Qatar, Iran, Hamas, Hezbollah enzovoort hun antisemitisme varen, leggen ze hun jihadistische wapens neer en erkennen ze Israël, dan zal er vrede zijn. Zoals de voormalige Israëlische president Golda Meir zei: "Er zal pas vrede zijn als de Arabieren meer van hun kinderen houden dan ze ons haten."
Tot slot, voor iedereen hier aanwezig, zelf al geeft u niet om Israël en de joden, besef goed dat wanneer Israël zou vallen jihadisten wereldwijd een enorme boost zouden krijgen om het Westen nog meer aan te vallen. Na Jeruzalem – zo klinkt het immers binnen de oemma – is Rome aan de beurt. Na de zaterdag komt de zondag. Dat betekent dat na de joden de christenen eraan gaan. Indien u het nog steeds niet begrijpt, het gaat over ons.
Rajae Maouane:
Il est compliqué d'intervenir après ce que je viens d'entendre. Je vais revenir sur le positif.
Merci pour vos réponses claires et sans ambiguïté, monsieur le ministre. Je comprends que vous portez ici la parole du gouvernement, et j'imagine qu'aucun autre ministre ou membre de la coalition Arizona ne cherchera à attiser le feu.
Comme vous l'avez souligné, la justice internationale n'est pas à la carte. Il s'agit d'un sujet sur lequel nous ne pouvons pas tergiverser et, malheureusement, les propos du premier ministre ont quand même entaché la crédibilité de notre pays. Je vous souhaite bon courage pour remédier à cette situation. Le pompier Prévot a bien éteint le feu allumé par le pyromane De Wever, et il convient de veiller à ce qu'aucun autre feu ne soit allumé. Nous resterons attentifs sur ce plan.
Michel De Maegd:
Merci, monsieur le ministre, pour cette réponse claire et pour votre constance dans ce dossier.
Ce que nous défendons ici n'est pas une posture mais un principe, à savoir le respect du droit international, le respect de nos engagements, sans exception, sans hésitation et sans géométrie variable. Pour de nombreuses victimes dans le monde, la Cour pénale internationale est le seul espoir de justice, le seul lieu au sein duquel ceux qui détiennent le pouvoir sont amenés à rendre des comptes, y compris lorsqu'on est chef d' É tat ou qu'on dirige une démocratie.
Nous savons tous qu'il ne peut y avoir de paix durable sans justice. Le débat qui nous a occupés précédemment démontre, une fois de plus, l'impérieuse nécessité d'avoir une justice et, dans ce contexte, la parole politique a bien évidemment un poids, elle doit être claire et droite. Nous ne pouvons pas soutenir la CPI en principe, mais douter dès que l'enquête dérange. Nous ne pouvons pas célébrer l' É tat de droit d'un côté et fermer les yeux sur l'impunité de l'autre.
Je vous invite donc, monsieur le ministre, à poursuivre votre ligne de conduite et votre action, afin que la voix de la Belgique et celle du gouvernement restent alignées avec les valeurs que nous défendons, et ce pas uniquement dans les déclarations mais aussi dans les actes.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw ondubbelzinnige houding ten aanzien van het Internationaal Strafhof. U zegt dat we niet alleen bondgenoten zijn, maar ook dat België een fervent voorstander is van het Hof en dat België het Hof als voorbeeld neemt en dat in de toekomst, net zoals in het verleden, zal blijven doen.
We zullen de gerechtelijke procedure strikt volgen zoals die is vastgelegd in de wet van 29 maart 2003, die handelt over de aanhouding en de uitlevering. We zullen de rechtsstaat respecteren. Het zou bizar zijn om dat niet te doen. U hebt herhaald dat de regering die houding steunt en dat u die positie in overleg met de voorzitter van het Internationaal Strafhof zult bevestigen. Als fractie kunnen wij dat alleen maar steunen. Wij delen daaromtrent dezelfde waarden.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses claires sur le respect du droit international et le respect de la décision de la CPI, contrairement à ce qui avait été déclaré par le premier ministre Bart De Wever. Je suis content de constater qu'il a été remis à l'ordre sur cette question, et qu'il ne confond pas ses positions personnelles et celles de son parti avec celles de la Belgique aux yeux des instances internationales. Vous avez aussi clarifié la question de ce front que M. De Wever veut créer avec Mme Meloni. La Belgique restera indépendante dans sa politique étrangère et ne va pas s'aligner sur celle de Mme Meloni, malgré toute la sympathie que le premier ministre lui accorde. Je pense que la réponse est claire et démontre que la position du premier ministre était erronée et fausse. Elle est maintenant corrigée. Il ne manque plus que le premier ministre revienne publiquement sur ses propos en s'excusant de ne pas avoir respecté le droit international et les engagements de la Belgique, qu'il est censé diriger.
Het standpunt van de Belgische regering over de erkenning van Palestina
De uitspraken van president Macron over de toekomst van Palestina
Belgisch en Frans standpunt over Palestina
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische politieke discussie draait om de erkenning van Palestina als staat en de tweestatenoplossing, met scherpe tegenstellingen over timing en benadering. Paul Magnette (PS) eist onmiddellijke erkenning van Palestina – zoals 148 andere VN-landen deden – en veroordeelt de Belgische "koudheid" tegenover Palestijns leed, verwijzend naar Netanyahu’s oorlogsmisdaden en de humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. De Wever (N-VA) en Prévot (cd&v) benadrukken dat erkenning pas kan na onderhandelingen over grenzen en een functionerend Palestijns bestuur, terwijl Deborsu (MR) een gecoördineerde Europese aanpak (zoals Macron voorstelt) steunt, gekoppeld aan veiligheidsgaranties voor Israël en afwijzing van Hamas. De kern: symbolische erkenning nu (Magnette) vs. voorwaardelijke erkenning binnen een onderhandeld vredesproces (regering/MR/cd&v).
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, quand j'ai entendu vos déclarations sur Netanyahu, je n'en ai pas cru mes oreilles. Vos propos constituent d'abord une violation de la séparation des pouvoirs. Ils constituent ensuite une violation du droit international. Netanyahu fait l'objet d'un mandat d'arrêt délivré par la Cour pénale internationale. Tous les États membres de la Cour pénale internationale, dont la Belgique, ont le devoir de le traîner devant cette juridiction et de le faire condamner pour les crimes qu'il a commis.
Avec de tels propos, inévitablement, vous apportez un soutien politique à Netanyahu à un moment où la situation est plus tragique que jamais à Gaza, où on ne trouve plus les mots pour décrire la situation catastrophique dans laquelle se trouvent les populations. Mais c'est aussi le cas en Cisjordanie. Nous n'en parlons plus, mais Netanyahu, pendant ce temps, profite de la guerre pour aggraver, prolonger et renforcer la colonisation des territoires.
Allez voir le film No Other Land , réalisé par deux journalistes, un Palestinien et un Israélien. Vous y verrez la situation actuelle en Cisjordanie. Aujourd'hui, l'armée israélienne y rase les maisons, démolit les écoles des Palestiniens et bouche les puits pour empêcher les peuples de vivre sur leurs terres, qu'ils occupent depuis de nombreuses générations. C'est aussi l'armée israélienne qui couvre des colons armés tirant à bout portant sur les Palestiniens. Voilà ce que représente Netanyahu aujourd'hui.
Ce que nous attendons de la Belgique, c'est de la clarté sur le respect du droit international et aussi enfin un engagement clair. Hier, dans un éclair de lucidité, Emmanuel Macron a déclaré que la France allait enfin reconnaître la Palestine. Il est plus que temps que la Belgique se joigne aux 148 pays des Nations Unies qui reconnaissent la Palestine comme un État plein et entier.
Voorzitter:
Met het oog op de goede orde van de ziting verwijs ik ook nog even naar de interpellatie die straks zal plaatsvinden. De thema’s dreigen enigszins door elkaar te lopen.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, j'ai pris connaissance avec intérêt des déclarations du président Macron concernant la paix au Proche-Orient. Les objectifs sont de faire taire les armes, redémarrer l'aide humanitaire, qui est une nécessité critique, et renouer le dialogue politique.
Tout cela rend obligatoire la reconnaissance de l'État d'Israël par l'ensemble des pays de la région et la reconnaissance d'un État palestinien. Le MR a toujours plaidé pour une solution à deux États où deux peuples vivraient côte à côte en paix. La reconnaissance d'un État de Palestine a été défendue par les différents ministres MR successifs dans un cadre multilatéral. Le MR a toujours prôné une reconnaissance avec d'autres pays majeurs.
L'initiative du président Macron va dans ce sens et nous devons saisir cette opportunité. Cette reconnaissance devra avoir un impact réel sur le terrain. Je vous rappelle que nous avons toujours condamné la colonisation et la violence des colons en Cisjordanie et tout projet d'annexion. Et comme tout État, Israël doit respecter le droit international. Nous avons aussi exigé la libération sans condition de tous les otages à la suite des attaques ignobles du Hamas du 7 octobre 2023.
Monsieur le ministre, quelle est votre première réaction à la suite des propos du président français? Comment la Belgique va-t-elle contribuer concrètement au succès de son initiative, dans la lignée de l'action de vos prédécesseurs libéraux?
Voorzitter:
De eerste minister zal als eerste antwoorden. Hij krijgt vier minuten spreektijd. Vervolgens zal de minister van Buitenlandse Zaken het woord nemen.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions.
Comme je devrai tout à l'heure encore répondre à plusieurs interpellations sur la Cour pénale internationale, je vais me concentrer sur l'essentiel de votre question, monsieur Magnette, à savoir la reconnaissance de la Palestine. Mme Deborsu a déjà tout dit et je pense que notre accord de gouvernement est très clair sur cette question. Je me permets de le citer: "En ce qui concerne le lourd conflit israélo-palestinien, nous opterons toujours pour le camp de la paix. Nous soulignons l’importance d’une paix durable et d’efforts soutenus dans le processus de paix au Proche-Orient. Nous souhaitons que l’Union européenne joue un rôle de premier plan pour parvenir, par la voie diplomatique, à une solution à deux États qui garantisse à la fois la sécurité d’Israël et permette la reconnaissance de la Palestine, dans le respect de l’intégrité territoriale. Toute action mettant en péril cette solution sera dénoncée. Nous préconisons donc, conformément aux conclusions du Conseil européen d’octobre 2024, de sanctionner davantage les colons qui poursuivent leur expansion agressive en Cisjordanie, et de prendre des mesures contre les groupes extrémistes et terroristes qui menacent la sécurité d’Israël. Nous exhortons également les autorités compétentes à agir contre la haine et l’intolérance qui menacent la solution à deux États. Pour y parvenir, la première étape consiste à garantir un cessez-le-feu et un soutien à la reconstruction. Le gouvernement fédéral fournira une aide humanitaire et un soutien pour rendre cette reconstruction possible et souligne que seuls les civils et les organismes d’aide sont en droit de recevoir une aide humanitaire et que celle-ci ne doit pas être détournée. Nous rejetons fermement toute forme d’antisémitisme et de terrorisme."
En d'autres termes, la position de ce gouvernement est qu'il faut œuvrer en faveur d'une solution à deux États. Et je pense que M. Macron ne dit pas autre chose. Je dirais même plus: il a dit exactement la même chose. Il plaide pour une solution à deux États avec une reconnaissance mutuelle. Cela signifie que cette solution inclut, outre la reconnaissance d'Israël – que, j'espère, personne ici ne remet en question –, la reconnaissance d'un deuxième État, la Palestine.
Mais, avant de pouvoir le faire, il faut bien entendu un accord où sont notamment définis les frontières de ce deuxième État ainsi qu'un appareil d'État acceptable. Le jour où ce moment tant espéré arrivera, notre pays pourra alors reconnaître officiellement la Palestine comme un État à part entière, avec entière conviction.
Maxime Prévot:
Monsieur Magnette, madame Deborsu, vous avez eu l'occasion de le souligner lors de votre prise de parole, la véritable urgence aujourd'hui, c'est d'abord de dénoncer le fait que, depuis le 2 mars, plus aucune aide humanitaire n'arrive à Gaza. Cela veut dire des centaines de milliers de personnes qui ont soif, qui ont faim; des femmes et des enfants notamment.
Je condamne une nouvelle fois le plus fermement qu'il soit cette situation et c'est là-dessus que pour le moment toute notre attention politique et diplomatique doit être concentrée. Comme le premier ministre l'a dit, toute action mettant en péril la solution à deux États sera dénoncée. Précisément parce que nous croyons, comme l'Union européenne et une majorité d'États à travers le monde, que cette solution est la seule qui puisse garantir les aspirations légitimes tant du peuple palestinien que du peuple israélien.
Nous plaidons déjà pour que l'Union européenne mette en œuvre son plan d'action avec l'Autorité palestinienne, qui prévoit d'entamer des négociations en vue d'un accord d'association, lequel serait conclu in fine avec un État de Palestine. Reconnaître l'État palestinien de manière symbolique n'aurait pas grand intérêt si cela crée au final davantage de problèmes sur le terrain que cela n'œuvre à une solution.
Cependant, nous pouvons penser, d'une part, que, bien au-delà du symbole, il faille un leadership palestinien légitime et capable de fournir les services de base à la population. Dans le cas d'une solution à deux États, l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) pourrait progressivement transférer à l'Autorité palestinienne les services essentiels qu'il assume actuellement, par exemple en matière d'éducation et de santé. Une Autorité palestinienne légitime et capable de gérer un État de Palestine, cela permettrait également d'assurer la sécurité sur le territoire palestinien et aussi celle d'Israël.
Dans ce sens, j'accueille de façon positive les efforts déjà consentis par l'Autorité palestinienne pour mettre en œuvre un ambitieux programme de réformes concerté avec l'Union européenne. Ces réformes ont pour but de renforcer l'Autorité palestinienne, et nous les soutenons.
D'autre part, la reconnaissance d'un État de Palestine pourrait avoir un effet d'apaisement dans tout le Moyen-Orient et même au-delà. Je pense par exemple aux revendications affichées par le Hezbollah au Liban, aux Houthis au Yémen ou encore à toutes les tensions que cette question sensible suscite dans les opinions publiques à travers le monde, y compris en Belgique.
En tout état de cause, l'objectif doit rester une solution à deux États.
Cela pourrait permettre aussi aux pays qui ne l'ont pas encore fait de reconnaître comme nous l' É tat d'Israël. C'est ce que prévoit l'Initiative de paix arabe. Nous sommes favorables à un tel processus de normalisation qui profiterait à toutes les parties.
Dans l'attente de se positionner sur la question afin de définir le message à délivrer à New York en juin prochain, la Belgique sera à nouveau présente pour avancer sur cette question lors de la prochaine réunion de l'Alliance globale pour la solution à deux États, qui se tiendra à Rabat les 21 et 22 mai prochain.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, nous vous avons vu en larmes il y a quelques jours en Ukraine. Et c'est très bien. Nous sommes tous des êtres humains et nous sommes tous solidaires des victimes ukrainiennes. Mais comment pouvez-vous, dans le même temps, rester d'une froideur glaciale devant les victimes palestiniennes de ce conflit? C'est cela que nous ne pouvons pas comprendre! Votre ministre des Affaires étrangères est heureusement un peu plus volontariste que vous. Mais quand on est face à de telles situations, il faut choisir le bon côté de l'Histoire. Ici, la situation est simple. On peut soit être avec ceux qui, comme Orbán et ses amis, décident de couvrir Netanyahu ou être du côté de ceux qui, comme Pedro Sanchez et, peut-être demain, Macron, décident de porter vraiment cette solution à deux États en reconnaissant maintenant – et pas dans un avenir éternellement reporté – la Palestine. Il faut la reconnaître comme 148 pays dans les Nations Unies pour que la Belgique redevienne un pionnier de cette solution à deux États. Voilà, monsieur le premier ministre, ce que nous attendons de vous.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous remercie pour vos réponses. Le MR a toujours défendu une solution à deux É tats, reconnus, en paix. Les reconnaissances symboliques, dispersées n'ont jamais rien changé, il suffit de voir la situation aujourd'hui. Aujourd'hui, nous sommes à un tournant. Ce que la France amorce, les pays qui soutiennent la paix doivent le transformer en actions coordonnées et concrètes. Saisissons cette opportunité, monsieur le ministre. Participons activement au succès de cette initiative. Parce que la situation dure depuis trop longtemps. Trop de victimes, trop de violences, trop de haine de part et d'autre. Certes, Israël a le droit de se défendre, mais cette violence massive dépasse l'entendement. La reconnaissance passera par l'élimination du Hamas, oui, mais dans le respect du droit international. Reconnaître la Palestine, ce n'est pas choisir un camp. C'est redonner une chance à la paix. C'est aussi exiger que la Palestine et tous ceux qui la défendent reconnaissent Israël en retour. Deux peuples, deux États, il n'y a pas d'autre chemin et cela a toujours été la voie du MR.
Het voornemen van Hamas en Iran om aanslagen te plegen tegen Joden en Israëli's buiten Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toenemende jihadistische dreiging tegen Joodse en Israëlische doelen in België, gestuurd door Hamas en Iran, met concrete waarschuwingen uit Israël en recente aanslagen in Europa. Minister Verlinden bevestigt dat veiligheidsdiensten de risico’s monitoren, informatie uitwisselen met internationale partners (inclusief Israël) en dreigingsniveaus aanpassen via OCAD en het Crisiscentrum, maar verwijst voor operationele maatregelen naar Binnenlandse Zaken. Van Rooy benadrukt de acute noodsituatie in Antwerpen, met dagelijkse antisemitische incidenten, onvoldoende politiebeveiliging bij Joodse locaties en recente arrestaties van jihadisten bij de grens, waarschuwend dat een aanslag onvermijdelijk is zonder drastische opvoering van zichtbare veiligheid.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, nu de positie van Hamas in de Gazastrook gelukkig en eindelijk verslechtert, wil de jihadistische terreurorganisatie aanslagen plegen op Israëli’s in het buitenland en op Joden in de diaspora. Daarvoor hebben Israëlische veiligheidsfunctionarissen begin april 2025 gewaarschuwd. In een rapport stelt de Nationale Veiligheidsraad van Israël, NSC, dat Hamas vastbesloten blijft om Joodse en Israëlische doelen in het buitenland aan te vallen. De raad voegt eraan toe dat de islamitische terreurgroep, nu ze in Gaza steeds meer verzwakt, in toenemende mate interesse toont voor aanslagen op Joden en Israëli’s in het buitenland. De NSC waarschuwde in dat verband ook voor gelijkaardige jihadaanslagen door de islamitische staat Iran.
Het aantal aanvallen op Israëlische en Joodse doelen buiten Israël is toegenomen sinds het einde van het staakt-het-vuren in Gaza in maart 2025. Er waren bijvoorbeeld aanvallen op meerdere Joodse scholen en synagogen in Montreal en Toronto, een poging tot bomaanslag op een synagoge en brandstichting op een Joodse kleuterschool in Australië.
Sinds 7 oktober 2023 zijn een aantal door Hamas georkestreerde terreurplannen in Europa verijdeld, waaronder geplande aanslagen in Denemarken, Duitsland, Bulgarije en Zweden. In 2023 werden meerdere door Iran georkestreerde terreurplannen verijdeld, waaronder pogingen tot jihadaanslagen op Israëlische ambassades in Zweden en België.
Mevrouw de minister, was u op de hoogte van die informatie? Erkent u dat Israëlische en Joodse actoren en instellingen in België, met name in Antwerpen en Brussel, in toenemende mate een jihadistisch doelwit zijn voor de moslimterroristen van Hamas en Iran? Staan onze veiligheidsdiensten daarover in contact met de Israëlische NSC of een andere Israëlische veiligheidsdienst? Wat wordt ondernomen om de veiligheid van Israëlische en Joodse actoren en instellingen op ons grondgebied te garanderen?
Annelies Verlinden:
Collega, uiteraard zijn de diensten goed op de hoogte van de rapporten van het NSC.
De gebeurtenissen van oktober 2023 en de nasleep ervan houden risico's in voor de Joodse en Israëlische belangen op ons grondgebied. Onze diensten brengen die risico's sindsdien, en ook al eerder uiteraard, zo goed mogelijk in kaart. Ik kan u verzekeren dat de evaluatie van Israëlische en Joodse belangen in België steeds wordt bijgewerkt op basis van alle beschikbare concrete en evolutieve informatie.
De Veiligheid van de Staat staat in contact met tientallen diensten wereldwijd om informatie uit te wisselen over bedreigingen waarvoor de dienst bevoegd is. Het belang van deze contacten verschilt van dienst tot dienst, afhankelijk van de belangen en de criteria die door de Nationale Veiligheidsraad in ons land werden goedgekeurd.
Alle inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn alert en geven desgevallend informatie door aan het OCAD en het Nationaal Crisiscentrum. Het OCAD bepaalt dan vervolgens het niveau van de dreiging. De in functie van het dreigingsniveau te nemen maatregelen zullen door het Nationaal Crisiscentrum worden bepaald.
Voor de politionele maatregelen verwijs ik u door naar de minister van Binnenlandse Zaken.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Nu het buiten warmer wordt, begint het aantal antisemitische incidenten en aanvallen snel toe te nemen. Dagelijks, ik herhaal, dagelijks is er in Antwerpen minstens een antisemitisch incident. Zo werd gisteren nog een jonge Joodse vrouw op straat geslagen door twee jonge moslims. Enkele dagen geleden nog werden vlak bij de Belgische grens moslimterroristen opgepakt die een jihadaanslag wilden plegen. Hun doelwitten waren de Joodse gemeenschap, restaurants en nachtclubs. Het gaat dus om de typisch islamitische haat tegen Joden en tegen onze vrije, niet-islamitische samenleving. Wanneer er veel Joden samenkomen in een park, aan scholen en synagogen is er, ik zie dat met mijn eigen ogen in Antwerpen, veel te weinig zichtbare politie. Mevrouw de minister, of het nu gaat om een jihadaanslag, aangestuurd door Hamas of Iran, of een jihadistische lone wolf , met zo weinig beveiliging van politie aan Joodse instellingen en synagogen, is het helaas een kwestie van tijd alvorens het weer eens fout loopt.
De toewijzing van het AM30-contract aan het Spaanse CAF
De gesprekken tussen Alstom en de NMBS
De activiteiten van CAF in de illegale Israëlische nederzettingen
De activiteiten van CAF in de bezette Palestijnse gebieden
De rol van spoorwegbedrijven CAF en Alstom in contracten en bezette gebieden
Gesteld door
CD&V
Franky Demon
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-plannen om 600 treinstellen (AM30) aan CAF (Spanje) te gunnen worden fel bekritiseerd omdat CAF betrokken is bij illegale Israëlische nederzettingen via de Jeruzalem-tram, wat indruist tegen internationaal recht en België’s officiële standpunt tegen bezetting. Alstom en Siemens betwisten de aanbesteding bij de Raad van State, terwijl de NMBS volhoudt dat CAF juridisch niet uitgesloten kan worden (geen sancties, geen strafrechtelijke veroordeling) en voldoet aan de wettelijke aanbestedingscriteria—hoewel ethische bezwaren (mensenrechten, "peace"-pijler in NMBS-gedragscode) onbeantwoord blijven. De minister benadrukt procedurele correctheid (anonyme evaluatie, geen fouten in dossier), maar parlementsleden eisen concrete stappen om België’s medeplichtigheid aan Israëlische schendingen te voorkomen, met verwijzing naar de NMBS-eigen CSR-verplichtingen en het Internationaal Gerechtshof (illegale bezetting). Beslissing uitgesteld tot uitspraak Raad van State, maar politieke druk voor heroverweging blijft hoog.
Frank Troosters:
We hebben al een actualiteitsdebat gehad over de bestelling van de AM30-treinstellen. Tot nu toe is de voorkeurspartner CAF uit Spanje. Ik heb begrepen dat Alstom in het verleden had gehoopt om de deal binnen te halen en meer uitleg had gevraagd over de beslissingsprocedure bij de NMBS. Dat gesprek heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden. Intussen hebben Alstom en de Duitse treinbouwer Siemens een procedure opgestart bij de Raad van State.
Waarom heeft het geplande gesprek met Alstom niet plaatsgevonden? Is dat het gevolg van de procedure of is de procedure het gevolg van het niet plaatsvinden van het gesprek? Wat is daaromtrent de stand van zaken?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous le savez, la SNCB a choisi l'entreprise CAF (Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles) pour la construction des nouveaux trains AM30 au détriment d'Alstom et des sites de production en Belgique. Aujourd'hui, nous apprenons que CAF travaille dans les colonies israéliennes illégales. Elle construit l'extension du tramway de Jérusalem reliant ces colonies à Jérusalem-Ouest.
La Cour internationale de Justice a rappelé en 2024 que l'occupation de Gaza, de la Cisjordanie et de Jérusalem-Est par Israël est illégale. Israël est donc un acteur de l'apartheid, un crime contre l'humanité. Le mouvement BDS souligne qu'en attribuant ce contrat à CAF, la SNCB deviendrait complice de l'occupation illégale et du régime d'apartheid d'Israël.
J'aimerais donc vous poser les questions suivantes: comment expliquez-vous le manque de vigilance du conseil d'administration de la SNCB composé des partis traditionnels. La SNCB ayant une responsabilité éthique et légale d'exclure les entreprises impliquées dans le système d'oppression israélien, allez-vous reconsidérer l'attribution de ce contrat de plusieurs milliards d'euros? Le 12 mars dernier, vous avez expliqué que le conseil d'administration aurait pu inclure des critères environnementaux pour privilégier la production locale, pourriez-vous nous en dire plus? Vous avez également mentionné que les offres des différentes entreprises avaient été analysées de manière anonyme mais des retours du terrain indiquent que ce ne serait pas la règle dans les marchés publics. Pourquoi avoir opté pour une telle méthode? Je vous remercie.
Staf Aerts:
In een nog niet zo lang verleden is inderdaad het debat gevoerd over de toekenning van dat contract, waarbij de nabijheid van tewerkstelling als een van de argumenten werd aangehaald. Ik wil daar graag een extra laag aan toevoegen, namelijk de betrokkenheid van CAF in de bezette gebieden. Het is overduidelijk dat dat bedrijf meewerkt aan de uitbreiding van de Jerusalem Light Rail, die een connectie maakt tussen verschillende Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden, die door het internationaal recht als illegaal worden beschouwd.
Ondertussen heb ik het openbaredienstcontract nader bestudeerd. Hoofdstuk 9 van dat contract handelt over 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Artikel 101 verwijst naar de Corporate Social Responsibility, met 'Peace' als een van de vijf pijlers daarvan. Het is heel belangrijk dat vrede een van die vijf pijlers is. Artikel 103 vermeldt zelfs specifiek duurzame aankopen en stelt dat alle leveranciers aan een gedragscode moeten beantwoorden. Ik heb die gedragscode geprint en nog eens grondig doorgenomen. Daar staan een aantal verregaande zaken in. Zo zijn zowel de huidige als de toekomstige leveranciers verplicht om de gedragscode na te leven. Daarnaast verbindt de leverancier zich ertoe om de mensrechten en alle internationale geldende wetten na te leven. Als dat niet gebeurt, dan is dat een reden om contracten te ontbinden, zowel huidige contracten als toekomstige contracten. Een interne auditdienst voert hierop controle uit.
We weten in welke situatie CAF zich bevindt, we weten dat het bedrijf bijdraagt aan die nederzettingen. Ik heb dan ook een vraag over het contract, dat nog niet is toegekend, maar in de lopende procedure zit.
Hoe zal men onderzoeken of het respect voor het internationale humanitaire recht zowel in het openbaredienstcontract als in de code van de NMBS hoog in het vaandel wordt gedragen? Hoe zult u ervoor zorgen – of de NMBS erop aanspreken – dat ze dat ook zal naleven bij de toewijzing van dat grote, uitgebreide contract voor 600 treintoestellen? Het gaat toch over een miljardencontract, vandaar mijn vragen.
Voorzitter:
Zijn er andere leden die zich wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat? U hebt het woord, mijnheer Tas.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, het feit dat de NMBS op het punt staat om een contract van 3 miljard toe te wijzen aan een onderneming die meewerkt aan de verbinding van een tramrailnetwerk tussen Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever, draagt rechtstreeks bij aan de schending van het internationaal recht.
Als België trouw wil blijven aan zijn principes tegen de bezetting, tegen de oorlogsmisdaden en voor het internationaal recht, dan kunnen we dat niet zomaar laten passeren.
Onze regering heeft zich trouwens altijd duidelijk uitgesproken tegen de Israëlische kolonisatie en voor het respect voor het internationaal recht. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat wij met publieke middelen een bedrijf zullen steunen dat die principes schaamteloos ondermijnt? Het is voor ons dus niet alleen een ethische kwestie, het is ook een gevaar voor de geloofwaardigheid van ons land.
Op welke manier kan de regering dit contract rijmen met haar officiële standpunt tegen de Israëlische schendingen van het internationaal recht?
Welk concrete stappen zult u effectief zetten om te vermijden dat België zich medeplichtig maakt aan deze schendingen?
Voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Neen)
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, d’abord, je voudrais juste rappeler, pour la précision des choses, madame Jacquet, qu’à ce stade, CAF n’a pas été choisi comme fournisseur. Nous sommes toujours dans une procédure où la société a été désignée comme soumissionnaire préférentiel. Comme vous le savez, il y a un contentieux devant le Conseil d'État. Mais on n’a pas encore – le conseil d'administration n’a pas encore – désigné de fournisseur.
Ik herhaal hier graag mijn antwoorden die ik al in de commissievergadering van 12 maart heb verstrekt. Ten eerste, ik herinner eraan dat de raad van bestuur de gunningsmethode, de aanbestedingsstrategie en de voorgestelde criteria voor de selectie van kandidaten en de gunning van het contract voor het MR30-project op 23 december 2022 unaniem goedkeurde, dat de toenmalige regeringscommissaris daarbij aanwezig was, de destijds bevoegde minister tegen de beslissing niet in beroep ging en de regeringscommissaris ook aanwezig was op de vergadering van de raad van bestuur van 28 februari 2025. Het is dus volkomen logisch dat de NMBS binnen dat aangenomen kader heeft gewerkt.
Ten tweede, wat een eventuele ontmoeting tussen de NMBS en Alstom betreft, de enige afspraak die Alstom op 14 januari 2025 aan de CEO van de NMBS vroeg, betrof de opvolging van het project in uitvoering M7 en de aankoop van locomotieven. Het bedrijf gaf toen zelf bij monde van de managing director van Alstom Benelux expliciet aan niet over de offerte te willen praten – ik citeer: " Bien entendu, nous resterons focalisé sur les projets en cours d'exécution et pas sur les offres ." De vergadering werd vastgelegd op 7 maart. Gezien de actualiteit vond de NMBS het aangewezen om de geplande werkvergadering met een paar weken uit te stellen om te vermijden dat de indruk zou ontstaan dat gesprekken over lopende contracten en gesprekken over het MR30-dossier door elkaar zouden lopen. Op die boodschap van de NMBS heeft Alstom niet gereageerd. Alstom heeft niet om een onderhoud verzocht, noch met de voorzitter van de raad van bestuur, noch met de CEO.
Met betrekking tot het MR30-dossier heeft de NMBS schriftelijk gereageerd op de opmerkingen die Alstom via zijn advocaten heeft geuit op de genomen beslissing. De NMBS bereidt momenteel ook haar antwoord voor op het beroep dat zowel Alstom als Siemens bij de Raad van State heeft ingediend.
Concernant la question de Mme Jacquet et de M. Aerts, en vertu de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, et notamment ses articles 67 à 69, la SNCB a dû s'assurer de la fiabilité des soumissionnaires. Dans ce cadre, la SNCB a notamment vérifié les aspects suivants:
1. L'absence de condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour les infractions visées dans la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, notamment en cas de corruption, de fraude ou de travail des enfants et d’autres formes de traite des êtres humains;
2. l'absence de dette fiscale ou sociale;
3. le respect des obligations dans les domaines du droit environnemental, social et du travail;
4. l'absence de fautes professionnelles graves remettant en cause l'intégrité des soumissionnaires;
5. l'absence de conflits d'intérêts;
6. l'absence de pratiques anticoncurrentielles.
La SNCB a dès lors vérifié que les soumissionnaires impliqués dans le cas du marché AM30 étaient fiables et que le marché AM30 pouvait, de ce point de vue, leur être attribué. Avant l'attribution, le soumissionnaire retenu devra à nouveau confirmer que celle-ci ne relève d'aucun motif d'exclusion. La SNCB a dès lors respecté la législation relative aux marchés publics.
België onderhoudt tot op heden diplomatieke betrekkingen met de staat Israël en bij mijn weten geldt er geen sanctieregeling voor dat land als dusdanig of voor de betreffende activiteit. Bovendien hebben, volgens publiek beschikbare documenten, alle drie de bedrijven die een offerte hebben ingediend voor het MR30-dossier, activiteiten in de bezette gebieden.
D’un point de vue juridique, et si on comprend bien votre question, la SNCB devrait exclure CAFde la procédure de passation pour raison de faute professionnelle grave au sens que lui confère la loi sur les marchés publics. Selon la Cour de justice de l’Union européenne, la notion de faute professionnelle grave couvre tout comportement fautif qui a une incidence sur la crédibilité professionnelle de l’opérateur en cause. C’est un arrêt de la Cour de justice du 13 décembre 2012. Or, vu les éléments mentionnés, je ne conçois pas en quoi le seul fait d’avoir des activités telles que vous les mentionnez constituerait un comportement fautif qui porterait atteinte à la crédibilité professionnelle de CAF. Concernant l’anonymat, il est important de souligner que l’identité du soumissionnaire privilégié et des soumissionnaires placés dans la salle d’attente a bien été communiquée au Conseil d’administration lors du traitement du dossier.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de communicatie tussen Alstom en de NMBS lijkt mij een beetje vreemd en moeilijk te verlopen, maar we zullen zien hoe het dossier evolueert na de beraadslaging van de Raad van State daarover komende dinsdag. Laten we afwachten wat daar uit de bus komt.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Début mars, je vous avais déjà interpellé à ce sujet. Je vous avais dit alors qu’en Belgique nous avons les travailleurs, le savoir et les outils pour le faire.
Malgré le fait que l’on pouvait garantir l’emploi durablement sur ce site, vous n’avez pas voulu interférer dans le marché public. Aujourd’hui, j’explique qu’accorder le contrat à CAF rendrait la SNCB complice de l’occupation illégale, de la ségrégation raciale et du régime d’apartheid d’Israël sur le peuple palestinien.
Vous n’avez pas l’air de saisir ou de vouloir y faire quelque chose. Je me demande donc ce qu’il vous faut de plus. Selon nous, la faute n’est pas juridique mais plutôt éthique et morale. C’est bien une faute. Quand on a à faire à une entreprise complice d’un régime d’apartheid, on est face à un cas de force majeure. Vous ne pouvez pas rester sans rien dire. Nous reviendrons donc vers vous plus tard mais je tenais simplement à vous dire d’essayer quelque chose.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, wat er op het moment in Gaza gebeurt, is verschrikkelijk. Terwijl er op tien dagen tijd 322 kinderen werden vermoord en doodgeschoten hulpverleners in hun ambulances werden begraven, argumenteert u dat Israël nog niet voor dat geweld is veroordeeld. Jammer genoeg is de internationale gemeenschap veel te stil. Hoe dan ook, ik herinner u aan wat de internationale gemeenschap wel al gezegd heeft, namelijk dat de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever in Palestijns gebied illegaal zijn. België heeft dat zelfs mee onderschreven in september met de bevestiging van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Die nederzettingen gaan in tegen de internationale wetten. U verwijst naar een aantal criteria en daarin was alvast geen sprake van respect voor internationale wetten. Mijnheer de minister, ik verwees naar het openbaardienstcontract, waarin de NMBS zich akkoord heeft verklaard om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Peace is een van de vijf belangrijke criteria. In de gedragscode opgesteld door de NMBS zelf staat dat huidige en toekomstige leveranciers zich aan het internationale recht moeten houden. Hoe kunt u concluderen dat CAF een betrouwbare partner is en een betrouwbaar bod heeft gedaan, als het bedrijf activiteiten ontplooit in illegale nederzettingen. Hoe kunt u dat laten passeren? Ik heb het niet over de inhoud van dat bod, maar over de betrokkenheid van het bedrijf in illegaal bezette gebieden, terwijl België met de NMBS heeft afgesproken dat men maatschappelijk verantwoord zal ondernemen, en de NMBS zelf een gedragscode heeft opgesteld om situaties zoals we nu aankaarten, terecht e vermijden. Een document opstellen is één ding, ernaar handelen is twee. Dus ik verwacht echt nog inspanningen van zowel de NMBS als van u, mijnheer de minister, om ervoor te zorgen dat die clausule wordt nageleefd, want dit kan echt, echt niet.
Trump, Netanyahu en België
Het standpunt van België met betrekking tot de erkenning van de genocide in Gaza
De demarche van België bij het ICJ over het genociderisico in Gaza
België, internationale politiek en genocidekwesties in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België blijft vasthouden aan een diplomatieke tweestatenoplossing en een onmiddellijk staakt-het-vuren als prioriteit in het Israël-Palestina-conflict, maar vermijdt concrete stappen zoals sancties, een militair embargo of het opzeggen van het EU-samenwerkingsakkoord met Israël, ondanks herhaalde beschuldigingen van oorlogsmisdaden en genocide (gestaveerd door VN-experts, Amnesty International en massagraven van hulpverleners). De eerste minister ontwijkt juridische kwalificaties (genocide, medeplichtigheid) en verwijst naar rechterlijke instanties, terwijl hij de eerdere Belgische toezegging om te interveniëren bij het Internationaal Gerechtshof niet concreet maakt—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Oekraïne) en passiviteit ondanks 50.000+ Palestijnse doden. Oppositie eist erkenningsacties (Palestijnse staat), sancties en stopzetting wapenexport, maar krijgt enkel vage diplomatieke beloftes.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, ik diende mijn vraag in, toen begin februari 2025 Trump Netanyahu uitnodigde naar het Witte Huis en hij stelde dat alle Palestijnen uit Gaza zouden moeten wegtrekken en de Verenigde Staten de controle over de Gazastrook zouden overnemen. Op 24 februari 2025 zat de heer Prévot dan weer met Israël aan tafel in het kader van de Europese Unie en verbond hij enige voorwaarden aan het samenwerkingsakkoord, zonder dat evenwel op de helling te plaatsen.
Intussen is de situatie geëvolueerd. Sinds 18 maart 2025 is de hel opnieuw losgebarsten voor de Palestijnen in de Gazastrook. Gisteren hebben wij allemaal de beelden gezien van de vijftien Palestijnse hulpverleners en reddingswerkers die een voor een waren vermoord door het Israëlische leger en in een massagraf waren begraven. Ook hun ambulances werden opgegraven. Nochtans was het duidelijk dat de slachtoffers gewoon hun uniform droegen en duidelijk herkenbaar waren als hulpverleners. Bovendien zijn er de voorbije dagen ook opnieuw 322 kinderen vermoord.
Welke misdaad moet Israël nog plegen vooraleer onze regering een duidelijk standpunt inneemt in de kwestie? Het gaat duidelijk om oorlogsmisdaden. De lijst van oorlogsmisdaden die Israël pleegt, is gewoonweg niet meer bij te houden.
Wat is het standpunt van de Belgische regering?
Ik was verbaasd, toen ik vanochtend de verklaring van de heer Prévot las dat de reactie van Israël niet langer proportioneel is. De vraag is echter of ze sinds 7 oktober 2023 ooit proportioneel is geweest. Er werden 50.357 Palestijnen vermoord. Er is nooit enige proportionaliteit geweest.
Wat is het standpunt van de Belgische regering tegenover het Europese samenwerkingsakkoord met Israël? Meent u niet dat wij het samenwerkingsakkoord eindelijk moeten opzeggen? Hoe staat u tegenover een militair embargo en economische sancties tegen Israël?
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, on pourrait vous adresser des questions sur la situation à Gaza tous les jours. Je souhaitais pour ma part vous interroger plus spécifiquement sur un aspect, à savoir celui de la reconnaissance d’un génocide.
Un nombre croissant de voix s’élève au sein de la communauté internationale pour qualifier la situation de génocide. Les enquêteurs indépendants des Nations Unies parlent d’actes constitutifs de génocide, notamment les mesures visant à entraver la naissance et la soumission d’un groupe à des conditions de vie destinées à entraîner sa destruction. Amnesty International affirme clairement qu’Israël a commis des actes interdits par la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide, avec une intention spécifique de destruction du peuple palestinien à Gaza, incluant un ciblage spécifique des femmes, des enfants et des maternités, l’utilisation de la famine comme arme de guerre, des déplacements forcés, des attaques aveugles, l’obstruction de l’aide humanitaire et des déclarations déshumanisantes des dirigeants israéliens. Tous ces éléments sont rassemblés par les ONG et sont documentés par des experts indépendants et des institutions judiciaires internationales.
Les récents événements à Gaza continuent malheureusement d’être particulièrement alarmants. Comme l’a évoqué ma collègue, hier encore, les corps de 15 secouristes, membres du Croissant rouge palestinien et des Nations Unies notamment, ont été retrouvés dans une fosse commune dans le sud de la bande de Gaza. Il s’agissait de travailleurs humanitaires tués alors qu’ils tentaient de porter secours aux blessés. Il s’agit ici encore d’une violation flagrante du droit international.
Face à ces constats graves, la Belgique ne peut pas se taire. Le journal De Standaard a d’ailleurs révélé la semaine dernière que toutes les déclarations de M. Prévot, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, au sujet de Gaza, devaient être approuvées par la tête du gouvernement.
Monsieur le premier ministre, la Belgique reconnaît-elle les éléments constitutifs du génocide en cours à Gaza, comme décrits par Amnesty International et les enquêteurs des Nations Unies? Quelle est la position officielle de notre pays sur cette qualification juridique? M. Prévot et vous-même partagez-vous une même position sur ce sujet? La Belgique entend-elle soutenir une enquête élargie de la Cour pénale internationale (CPI) qui inclurait le génocide? Quelles actions diplomatiques concrètes notre pays entend-il mettre en place pour faire respecter la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide?
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, le 11 mars 2024, la Belgique annonçait son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice (CIJ ) dans l'affaire opposant l'Afrique du Sud à Israël. Cette intervention, pleinement légitime et fondée sur l'article 63 du statut de la Cour, permet à tout État signataire de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide de se joindre à la procédure en tant qu'intervenant.
Depuis lors, plus d'un an s'est écoulé et, entre-temps, la situation a connu de nombreuses mutations et plusieurs États ont déjà transformé leurs déclarations en actes. Effectivement, plus d'une dizaine de pays ont déjà officiellement exprimé leur volonté d'intervenir devant la Cour internationale de Justice dans l'affaire Afrique du Sud contre Israël. Douze États ont déjà déposé une demande formelle auprès de la CIJ. Parmi eux, l'Espagne, pays européen, a soumis sa demande officielle le 28 juin 2024, démontrant ainsi une prise de position claire et concrète.
Pourtant, malgré son annonce assez précoce, la Belgique demeure au stade des intentions et notre absence d'action soulève de multiples interrogations. Dans le même temps, la Belgique a multiplié les échanges diplomatiques. Lors de la séance plénière du 16 janvier 2025, l'ancien ministre des Affaires étrangères, Bernard Quintin, déclarait attendre un échange avec le premier ministre palestinien dès le lendemain, suivi d'une rencontre avec son homologue égyptien le 20 janvier 2025. Ces initiatives traduisent un intérêt diplomatique pour la situation à Gaza et la procédure en cours devant la CIJ, mais elles ne s'accompagnent d'aucune avancée concrète sur l'intervention belge devant la Cour.
Face à ce que je considère comme une inertie, j'ai trois questions à vous poser, monsieur le premier ministre. Quelles démarches concrètes la Belgique a-t-elle entreprises depuis l'annonce de son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice? Quels obstacles expliquent l'absence de demande officielle d'intervention? La Belgique entend-elle toujours aller au bout de cette démarche. Si oui, selon quel calendrier?
Bart De Wever:
Bedankt voor de vragen. Het is misschien een mooi moment om terug te komen op de replieken van daarnet over Oekraïne. Vele leden suggereerden toen dat wij selectief zouden zijn inzake het multilateralisme. We zouden ons voor Oekraïne wel beroepen op het internationaal recht, maar niet voor het conflict in het Midden-Oosten.
Je voudrais commencer par nier cela! Notre position par rapport aux évènements qui déchirent le Moyen-Orient est clairement formulée dans l’accord de gouvernement. Comme pour l’Ukraine, nous accordons une importance maximale au respect du droit international. Notre ministre des Affaires étrangères l’a expliqué.
In het regeerakkoord zult u ook heel duidelijk de verwijzing vinden naar het basisprincipe van wat het internationaal recht wenst, namelijk de diplomatieke en politieke oplossing voor het conflict. De vraag is dan welke voortrekkersrol met name de Europese Unie zou kunnen opnemen om via diplomatieke weg te komen tot die oplossing. Het betreft dan de tweestatenoplossing, waar deze regering zich achter schaart. Dat is de basis van de internationaalrechtelijke visie op het conflict tussen Israël en de Palestijnen. De parameters daarvoor zijn in het regeerakkoord opgesomd en moeten de leidraad zijn van het politiek handelen van deze regering. Laat dat heel duidelijk zijn. Op korte termijn is natuurlijk het staakt-het-vuren belangrijk.
Un cessez-le-feu est, à court terme, l’essentiel. C'est la priorité principale actuelle des efforts diplomatiques. Il s'agit d'arriver à un cessez-le-feu ainsi qu’à la libération des otages.
Dat is op korte termijn het belangrijkste waarop we nu moeten focussen, dat in het kader van de internationaalrechtelijk gewenste situatie die in het regeerakkoord heel duidelijk omschreven is.
Le premier objectif doit être de mettre fin au conflit actuel. Il serait judicieux d'éviter toute action susceptible de compliquer cette tâche.
En ce qui concerne l'évaluation de la qualification juridique des faits, comme le stipule l'accord de gouvernement, nous insistons sur l'importance fondamentale du respect du droit international, qui reste essentiel, dans ce domaine aussi, pour assurer une paix durable.
Il revient donc aux autorités judiciaires compétentes de mener l'enquête ainsi que de recueillir et qualifier les informations.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, u hebt geen woord gezegd over de Palestijnse slachtoffers. U hebt geen woord gezegd over het feit dat daar 15 hulpverleners in een massagraf zijn gevonden. Dit is geen conflict tussen Israël en de Palestijnen, mijnheer de eerste minister. Het is een illegale bezetting van de Palestijnse gebieden die al tientallen jaren bezig is. Sinds 7 oktober is men daar bezig met het uitmoorden van een bevolking.
Hier is sprake van een risico op genocide, op zijn minst. Als wij de beelden vandaag zien, dan is dit gewoon onmenselijk. Het enige wat u zegt, is dat er een diplomatieke oplossing moet komen, maar Israël luistert niet naar diplomatie. Als wij ook geen actie ondernemen, dan zijn wij medeplichtig, dan is ons land medeplichtig.
Wij kunnen van alles doen. Wij kunnen ons aansluiten bij de klachten bij het Internationaal Gerechtshof, maar we kunnen ook de Palestijnse Staat erkennen. Andere landen zoals Spanje hebben dat gedaan. Wij kunnen sancties nemen. We kunnen er ook voor zorgen dat er vanuit de haven van Antwerpen geen duizenden kilo's aan militair materieel meer naar Israël worden verzonden, waardoor we ook nog eens extra medeplichtig zijn.
Mijnheer de eerste minister, ik ben gechoqueerd door uw antwoord.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer cette réplique. J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction mais la presque nonchalance avec laquelle vous répondez à peine à nos questions est assez incroyable et en total décalage avec la violence qui nous parvient de cette région.
Vous faites référence à l'accord de gouvernement à juste titre, avec le recours au droit international. Mais si on veut être honnête deux secondes, il y a des doubles standards. La rapidité et la fermeté avec laquelle vous et nous avons réagi face à l'invasion russe en Ukraine contraste cruellement avec votre nonchalance ici, avec votre prudence voire votre inertie lorsqu'il s'agit des violations graves commises dans les territoires palestiniens occupés. Je ne parle même pas des sanctions, puisque le mot apparaît peut-être une ou deux fois dans l'accord lorsqu'il s'agit des colons violents ou des responsables de l'occupation.
Vous ne dites pas quelles actions sont entreprises pour mettre en place un cessez-le-feu. Vous ne dites pas ce qu'on doit mettre en place pour faire respecter le droit international humanitaire. Vous n'avez pas une pensée pour les victimes. Vous ne répondez pas à ma question sur la différence d'opinion avec Maxime Prévot ni sur les actions juridiques entreprises. Je suis dès lors assez déçue et assez atterrée par la nonchalance avec laquelle vous répondez, monsieur le premier ministre.
Christophe Lacroix:
Monsieur le premier ministre, vos non-réponses sont en fait des réponses. Vous avez pris acte de la décision de la Belgique du 11 mars 2024 et, depuis, le temps s'écoule. Aujourd'hui vous êtes aux rênes de ce gouvernement, vous le présidez. J'ai vu tout à l'heure votre volonté par rapport à l'Ukraine et ici votre absence totale de volonté, votre passivité par rapport à ce qui se passe en Palestine. Donc je n'ai pas de calendrier par rapport à l'intervention de la Belgique devant la Cour internationale de Justice. Je n'ai pas de confirmation de la décision antérieure du gouvernement prédécesseur au vôtre. Je n'ai pas de confirmation de votre volonté d'aller avec l'Espagne et 12 autres États aux côtés de l'Afrique du Sud. Mais pendant ce temps-là, ce sont des dizaines, des centaines, des milliers de victimes civiles qui meurent en Palestine et, apparemment, ça ne semble pas provoquer chez vous beaucoup d'émoi.
Het staakt-het-vuren in Gaza en de erkenning van Palestina
De genocide in Gaza
Gaza
De aanvallen in Gaza
De schending van het staakt-het-vuren in Gaza
Geweld en mensenrechten in Gaza
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU worden scherp bekritiseerd voor hun passiviteit tijdens het Israëlisch geweld in Gaza, waar in 48 uur 1.000+ doden vielen, waaronder veel burgers, ondanks een zogenaamd staakt-het-vuren dat nooit effectief was. Parlementsleden eisen concrete sancties (wapenembargo, opschorting EU-associatieakkoord, boycot nederzettingsproducten) en erkenning van Palestina, maar minister Prévot benadrukt enkel juridische procedures (steun aan ICJ) en ontkent België’s betrokkenheid bij wapenleveringen—wat tegenstanders ontkrachten met bewijs van massale wapentransits via Antwerpen. De kernvraag blijft: waarin schuilt de drempel voor daadwerkelijke druk op Israël, terwijl genocide-aantijgingen (ICJ, Amnesty) en systematische schendingen van internationaal recht ongestraft blijven? Woede overheerst over dubbele standaarden (vs. sancties tegen Rusland/China) en het falende morele leiderschap van Europa.
Christophe Lacroix:
Je pense que tout le monde y a cru et l'a espéré. C'est mon cas et je pense celui de nous tous. Monsieur le ministre, un cessez-le-feu n'est pas un accord de paix.
En 48 heures, la machine de guerre infernale du gouvernement israélien et de Netanyahu a encore très durement frappé: 970 morts. Nous sommes 150 dans cette Assemblée. C'est donc six fois cette Assemblée en 48 heures! Imaginez-vous: nous remplissons six fois l'assemblée et c'est vide en 48 heures! Nous n'existons plus!
La spirale infernale a repris de plus belle: des enfants, des femmes, des vieillards, des civils. Les opérations militaires israéliennes totalement disproportionnées, indiscriminées s'emballent à nouveau, les bombes éclatent. Les soldats entrent dans ce minuscule territoire dont il ne reste pratiquement rien, ce territoire en deuil, ce territoire à l'agonie. Israël pousse le cynisme à utiliser l'eau et la nourriture comme arme de guerre et continue de bloquer l'aide humanitaire. Le droit international est bafoué de manière systématique, et j'oserais même dire de manière systémique, dans le chef du gouvernement israélien.
En Cisjordanie occupée, la plus grande déportation forcée depuis le début de l'occupation israélienne est en cours. Voulez-vous savoir pourquoi monsieur le ministre? Parce qu'avec Donald Trump, Netanyahu a carte blanche pour briser la trêve en toute impunité et parce que l'Europe et la communauté internationale – malgré des voix courageuses comme celles de l'Espagne, de l'Irlande, de la Norvège, de la Slovénie ou même de l'Arménie – n'osent pas aller à l'encontre de cette volonté hégémonique et annexionniste d'Israël.
Monsieur le ministre, pourquoi vous faut-il encore plus pour reconnaître la Palestine en tant qu'État? Qu'attendez-vous aujourd'hui comme prémices (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de voorzitter, collega's, Israël heeft de voorbije 48 uur de poorten van de hel opnieuw opengezet. Ik heb beelden gezien. Ik heb een dode baby gezien in haar t-shirt met een regenboog op. Ik heb de moeder gezien die voor de laatste keer door de paardenstaart van haar dochter gaat die dood is. Ik heb een dode peuter gezien met een bebloed t-shirt met daarop Mickey Mouse. 900 mensen werden afgeslacht. Mensen, kinderen, jongeren, mama's, papa's, broers en zussen.
Mijnheer de minister, wat is eigenlijk een staakt-het-vuren tijdens een genocide? Wat is dat? Het moorden hield nooit op. Het stelen van grond hield nooit op. Het slopen van woningen hield nooit op. Weet u hoeveel Palestijnen vermoord werden in die periode van zogenaamd staakt-het-vuren? 150. Nog voor dit bloedblad. Weet u hoeveel Israëli's er vermoord werden? Een, een aannemer. Hij werd vermoord door het Israëlisch leger omdat men dacht dat hij een Palestijn was. Dat is de realiteit van vandaag. Er is geen staakt-het-vuren tijdens deze genocide.
Ik vraag mij af hoeveel misdaden er nog moeten gebeuren vooraleer u echt optreedt. Het gaat dan niet over het op het matje roepen van de ambassadeur. Het gaat over het uitwijzen van deze ambassadeur uit België. Het gaat over het uitwijzen van een genocidaal regime hier uit België.
Het is niet alleen met de carte blanche van Donald Trump dat Netanyahu optreedt, hij heeft ook een carte blanche van deze Europese Unie, die akkoorden blijft sluiten met Netanyahu. Het is een schande. Maak een economisch embargo tegenover deze genocidale staat. En maak eindelijk ook een wapenembargo, zodat gestopt wordt met onze wapens een genocide aan te richten.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, depuis lundi, Gaza est à nouveau sous un déluge de bombes. Des centaines de morts en plusieurs heures, de nouvelles familles entières piégées sous les décombres, des civils bombardés en pleine nuit, en plein ramadan, en plein cessez-le-feu. Après des mois de famine et de bombardements, après des années de siège sans eau ni électricité et une aide humanitaire bloquée, après la promesse brisée d'une trêve, ce sont des civils encore et toujours qui paient le prix de l'inaction internationale, de notre inaction qui devient complice et coupable. Cela vient alourdir un bilan tout simplement glaçant: on ne compte plus les dizaines de milliers de morts.
Israël viole toutes les règles du droit international en toute impunité. La Cour internationale de Justice (CIJ) a ordonné des mesures conservatoires pour prévenir un génocide. Israël les ignore. L'Union européenne a rappelé que le respect des droits humains est une condition de son accord d'association avec Israël mais cela n'a aucune conséquence. Les produits des colonies sont interdits par une résolution de l'Organisation des Nations Unies (ONU) mais continuent à être commercialisés.
Monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle enfin appliquer réellement ses engagements? Quelles sanctions notre pays est-il prêt à prendre et à défendre au sein de l'Union européenne? Va-t-on enfin suspendre l'accord commercial avec Israël? Va-t-on cesser d'importer des produits issus des colonies?
Le droit international ne peut pas être un principe à géométrie variable. Or, on voit beaucoup trop de deux poids, deux mesures. Si on veut être crédibles sur la scène internationale, nous devons agir et vite. Monsieur le ministre, quelles actions, quelles sanctions et quelles pressions concrètes la Belgique est-elle prête à prendre et à exercer pour que ce drame et ce génocide cessent enfin?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hebt u zich ooit al eens gewassen met producten uit bezette gebieden? Als nieuwjaarscadeau kreeg ik een pakketje van de Israëlische ambassade met AHAVA-verzorgingsproducten. Zoek dat maar eens op. Die producten worden geproduceerd in de illegale nederzettingen. Het is heel duidelijk dat we van de Israëlische regering geen normbesef meer moeten verwachten.
De oorlog is opnieuw begonnen. Twee miljoen Gazanen worden al weken in een wurggreep gehouden, zonder toegang tot voedsel, water en elektriciteit. Om zijn eigen hachje en dat van zijn regering te redden, schiet Netanyahu eigenhandig het vredesakkoord aan flarden. Keer op keer moeten Gazaanse ouders hun dode kinderen begraven. Keer op keer veegt Israël zijn voeten aan het internationaal humanitair recht. Keer op keer wordt elke stap richting een duurzame vrede opgeblazen. Zelfs het lot van de gijzelaars lijkt de Israëlische regering koud te laten.
De wereld kijkt machteloos toe. Halfslachtige veroordelingen volstaan niet meer. Het is tijd voor actie, ook van u, ook van ons land, ook van de Europese Unie. Voor mijn partij is het klaar en helder: schort nu toch dat Europese associatieakkoord op. Neem sancties tegen oorlogsmisdadigers en verbied producten uit illegale nederzettingen. Europa moet het voortouw nemen.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om een vuist te maken tegen Netanyahu's vernietigende overlevingsstrategie? Wat zult u doen om het Europese handen wassen in onschuld eindelijk te doorbreken?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het was gewoon bullshit. Alle mooie woorden over vrede, de bescherming van gijzelaars, een nieuwe en betere toekomst voor de Palestijnen… het was allemaal bullshit. Iedereen die daar nog aan twijfelt, wordt vandaag keihard met de neus op de bloederige feiten gedrukt. Alweer zijn er meer dan 1.000 doden gevallen: vrouwen, kinderen, mensen die in feite de pech hebben om op de verkeerde plek te zijn geboren.
Vergis u niet, Israël is geen gewone democratie meer, maar wel een land waar extremen aan de macht zijn gekomen en waar mensenrechten niet meer lijken te tellen. We hebben het hier in dit halfrond al vaak gehad over mensenrechten en het belang ervan. Dat is goed, maar is er iemand die echt gelooft dat de Trumps, Poetins en Netanyahu's van deze wereld daarvoor terugdeinzen? Zal dat het verschil maken? Ik denk het niet. Ze lachen ermee.
Voor Vooruit is het duidelijk dat we vandaag voor een fundamentele keuze staan. Mijnheer de minister, gaan we samen met Europa een echt front vormen en opkomen voor de onschuldige slachtoffers of blijven we aan de kant staan en kijken we weg?
Mijnheer de minister, ik vraag u vandaag geen mooie woorden, ik vraag concrete acties. Wat kunnen we doen om aan de kant van het goede te staan? Wat kunnen we doen om voor de onschuldige slachtoffers in Gaza op te komen?
Maxime Prévot:
Monsieur le président, chers collègues, soyons clairs: la nouvelle escalade de la violence au Proche-Orient est totalement inacceptable. J'ai maintes fois appelé au respect du cessez-le-feu et du droit international humanitaire, et voilà ce à quoi nous sommes à nouveau confrontés. J'ai condamné publiquement la reprise des attaques par l'armée israélienne, et fait peu fréquent, j'ai demandé à voir, hier, l'ambassadrice d'Israël pour lui faire part de mon indignation et de mon incompréhension.
Mon incompréhension, d'abord, quant au momentum . Nous nous attendions tous à pouvoir passer à la phase 2 de l'accord. Cette optique était renforcée par le récent plan arabe mis sur la table, qui a été accueilli très favorablement, notamment par nous. L'accord avait jusqu'ici permis un cessez-le-feu et avait permis à de nombreux otages de retrouver leur famille. L'aide humanitaire parvenait enfin à nouveau aux femmes et aux enfants de Gaza.
Het blokkeren van humanitaire hulp door Israël sinds 1 maart is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht. De toegang tot voedsel, water, elektriciteit en gezondheidszorg verhinderen is duidelijk onaanvaardbaar.
Et mon indignation, ensuite et surtout, quant au principe même de ces attaques, coûtant la vie à de nombreux Palestiniens, à des membres du personnel de l'ONU et mettant – paradoxe! – en danger les nombreux otages israéliens encore en vie au plus grand dam de leurs familles.
Ik wil mijn diepste compassie betuigen aan alle Palestijnse slachtoffers in Gaza en aan alle Israëli's die vrede willen. Geweld zal niets oplossen. Hamas is niet verdwenen, maar tienduizenden burgers wel en er zijn nog steeds te veel gijzelaars in gevangenschap.
Il faut cesser le feu et reprendre le dialogue, d’autant que les répercussions régionales se font déjà sentir. Les Houthis, restés relativement calmes jusqu’ici, ont repris les hostilités en invoquant la défense des Palestiniens.
S’agissant de la question des ventes d’armes, il n’y a aucune licence d’exportation qui aurait été accordée pour renforcer la capacité militaire de Tsahal ou du Hamas. Vous me demandez donc d’interdire quelque chose qui n’existe pas.
België is een van de beste leerlingen van de Europese klas. Sinds 2009 al zijn de federale regering en de gewesten overeengekomen om geen wapenexportvergunningen te verlenen die de militaire capaciteit van de strijdkrachten in Israël en Palestina zouden versterken.
Madame Maouane, s’agissant de la question du génocide, je laisse à chacun la responsabilité de ses propos. La notion de génocide n’est pas un sujet à propos duquel on peut se permettre des raccourcis faciles.
J’en profite pour rappeler que la Belgique a toujours fortement soutenu et continue de soutenir les travaux de la Cour internationale de Justice. Nous insistons à chaque occasion sur l’obligation d’Israël de se conformer aux ordonnances rendues par la Cour en 2024. Pour rappel, la Cour a notamment ordonné à Israël de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher la commission d’actes de génocide à Gaza.
België komt tussen in een procedure die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen voor het Internationaal Gerechtshof, maar we trekken geen overhaaste conclusies. Het komt het hof toe, en het hof alleen, om in volledige onafhankelijkheid te beoordelen of er al dan niet genocide is gepleegd.
We verzetten ons tegen elk obstakel voor de tweestatenoplossing, bijvoorbeeld door financiële en politieke steun te geven aan Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen. Ook steunen wij de Palestijnse Autoriteit in haar hervormingsproces, zodat ze de legitimiteit en capaciteit heeft om Palestina te besturen.
On ne doit jamais oublier qu’une Autorité palestinienne faible signifie un Hamas fort. Nous avons tout intérêt à assurer une Autorité palestinienne forte comme interlocuteur pour Israël.
Die stappen maken het mogelijk om de erkenning van een levensvatbare Palestijnse Staat te overwegen, die zowel basisvoorzieningen voor de eigen burgers kan verzorgen als veiligheid voor de Israëli's bieden. (…)
Voorzitter:
Uw tijd is om, mijnheer de minister. Als ik voor u een uitzondering maak, dan moet ik dat voor iedereen doen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. Cependant, elles sont évasives et peu concrètes.
Au-delà des indignations et des mots de compassion, nous réclamons des actes et des sanctions. Comment est-ce possible face à ce monde de salopards, face à ce gouvernement d'extrême droite qui tue et assassine des enfants, des femmes, des vieillards? Avez-vous vu le regard de ces mères éplorées? Avez-vous vu les yeux remplis de larmes de ces enfants dont le destin est brisé à jamais? Et nous allons laisser encore se poursuivre ces crimes? Il nous faut reconnaître l' É tat de Palestine! Il nous faut sanctionner ces dirigeants sanguinaires! Et il faut cesser l'accord de coopération et d'association avec Israël!
Peter Mertens:
"België is de beste leerling van de klas." Mijnheer de minister, in december 2023 kwam aan het licht dat 246 ton militair materiaal via Antwerpen naar Israël werd verscheept. In januari 2024 kwam aan het licht dat 16.000 ton buskruit via de haven van Antwerpen van België naar Israël werd verscheept. Nog steeds leveren schepen van de rederij Maersk via de haven van Antwerpen wapens aan Haifa, nog steeds.
Er is bovendien geen enkele disclosure . Als men gegevens opvraagt, krijgt men een lijst met zwart doorstreepte pagina's. Dat is de realiteit van vandaag in de gemeenteraad van Antwerpen, in het Vlaams Parlement en hier. Iedereen houdt de paraplu op.
Wij zijn niet de beste leerling van de klas. Wij laten toe dat vandaag nog altijd materiaal daarheen wordt verscheept. De massamoord kan alleen maar doorgaan dankzij het wapentransport.
Als u dus wilt dat er een einde aan komt, leg dan het wapenembargo op, mijnheer de minister.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je dois dire que je suis sidérée par vos réponses. C'est la CIJ, ce sont des ONG comme Amnesty International qui parlent de génocide. Ce n'est pas une bande de gauchistes! Il y a un mandat d'arrêt international contre Netanyahu.
Netanyahu est accusé de nuire à son pays. Hier encore, des milliers d'Israéliens manifestaient en disant qu'ils sont pris en otage par un gouvernement sanguinaire. Il est accusé de nuire à son pays, et que fait le monde occidental? Rien. Que fait la Belgique? Rien de suffisant. Votre réponse est insuffisante. Pour sanctionner la Russie, il y a du monde. C'est très bien. Pour sanctionner la Chine, aussi. Mais, pour arrêter un génocide, chers collègues, auquel on assiste en direct, il n'y a plus personne!
Quelle crédibilité avons-nous encore? Quelle crédibilité avons-nous face à ces bébés qui sont morts de froid? Face à ces enfants qui sont traumatisés, qui sont charcutés? Quelle crédibilité avons-nous? Il n'y a plus que de la colère et de la honte, monsieur le ministre!
Els Van Hoof:
Compassie, verontwaardiging, de beste leerling van de klas zijn, het volstaat blijkbaar niet. We moeten nog steviger uithalen op Europees en op multilateraal vlak om ervoor te zorgen dat dit geweld en deze schendingen stoppen.
Dat de extremisten deel uitmaken van de Israëlische regering zegt heel veel over de Israëlische intenties. Dat betekent nog meer nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Er zijn er 4.000 aangekondigd. Men leeft daar nu in angst en depressie, dat heeft de Palestijnse ambassadrice nog deze week tegen mij gezegd. Elke hoop op vrede voor elke Israëli en elke Palestijn is weerom aan flarden geschoten.
Er is dynamiek en goede wil getoond, ook en vooral vanuit de Arabische wereld. Het was een perfect plan dat de steun kreeg van de Europese Unie en van het Verenigd Koninkrijk, maar dat is onderuit gehaald. Dat kan niet. Europa mag zijn handen niet wassen in onschuld. Ik zal dat ook niet doen met mijn verzorgingsproducten. We moeten (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, u geeft aan dat het niet makkelijk wordt, maar ik hoop dat u en alle politici hier in de zaal beseffen dat we het niet moeten doen omdat het makkelijk is, maar omdat mensen op ons rekenen. Onschuldige slachtoffers in Gaza rekenen op politici om voor hen op te komen. In de vorige regering hebben we er met Caroline Gennez voor gezorgd dat we voedselpakketten en medicijnen konden brengen. Diezelfde inzet hebben we vandaag nodig, en nog meer. We moeten durven te spreken over sancties tegen Israël, dat is de enige taal die zij begrijpen. We kunnen hier alle schone woorden gebruiken, maar de enige taal die zij begrijpen, is de taal van het geld. Het is aan ons, collega's, om onze verantwoordelijkheid te nemen en aan de juiste kant te staan. Ik reken echt op u, mijnheer de minister. Ik hoop dat u daar rekening mee houdt.
De recente dankbetuiging van Hamas aan het adres van België
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Bart De Wever (N-VA) bevestigt als eerste minister de onverkorte steun aan Israël en afwijzing van Hamas, maar benadrukt dat België onder zijn leiding *geen* contact met Hamas zal hebben. Barbara Pas (Vlaams Belang) kaart de Brusselse regeringsimpasse aan: Franstaligen (PS) blokkeren vorming door een *cordon sanitaire* tegen N-VA, schenden daardoor de Brusselwet (pariteit taalgroepen) en riskeren institutionele ontwrichting. De Wever veroordeelt dit als *"onconstitutioneel en onverantwoord"* maar wijst federale inmenging af, verwijzend naar Brusselse autonomie en ontbrekende tweederdemeerderheid voor hervormingen. Pas diende een motie in voor krachtige veroordeling, herstel pariteit en structurele hervorming met *meer Vlaamse inbreng*.
Voorzitter:
Goedemorgen, collega’s. Mijnheer de eerste minister, welkom in uw eerste vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken om mondelinge vragen en interpellaties te beantwoorden.
Sam Van Rooy:
Mijnheer De Wever, vanaf nu zal ik u niet meer in het Antwerps stadhuis ondervragen, maar wel hier in het federaal Parlement. Ik heet u welkom.
In januari werd België voor zijn steun bedankt door Khalil al-Hayya, een leider van de genocidale, jihadistische terreurorganisatie Hamas. Naast België, Spanje en Ierland bedankte Hamas ook Turkije, Zuid-Afrika, Algerije, China, Rusland, Maleisië, Indonesië en Iran, stuk voor stuk halve of hele dictaturen of theocratieën. De vorige regering, de vivaldiregering, deed dan ook niets anders dan Israël bashen, de terreurpropaganda van Hamaspapegaaien en moslimfundamentalisme importeren en faciliteren. Het antisemitisme in dit land swingt dan ook de pan uit, zeker in Antwerpen, dat weet u zeer goed.
Laten we ook nooit vergeten dat Hamas een jihadistische tak is van de salafistische Moslimbroederschap, die onze samenleving probeert te veroveren en te onderwerpen aan de islam, islamisering dus. Vlak na de genocidale massaslachting door Hamas op 7 oktober 2023 in Israël, stelde u, mijnheer De Wever, dat we de kant van Israël – de kant van het licht, zo zei u letterlijk – moesten kiezen. Vindt u dat vandaag nog altijd en wil u als kersverse eerste minister die woorden herhalen?
Ten tweede, zult u ervoor zorgen dat Hamas België niet meer zal willen bedanken, maar integendeel België zal willen vervloeken? Ik kijk al uit naar uw antwoorden.
Bart De Wever:
Mijnheer Van Rooy, de vraagstelling is redelijk consistent met die uit het Antwerpse stadhuis. Ik voel mij al helemaal thuis, behoudens dan de iets minder fraaie omgeving.
Een bedanking van Hamas ten aanzien van de regering is mij niet bekend, toch niet ten aanzien van de regering waar ik eerste minister van ben. Ik betwijfel dat Hamas de arizonaregering zou bedanken en ik denk dat uw vraag eigenlijk aan mijn voorganger gericht zou moeten zijn. Ik kan alleen namens de huidige regering spreken.
Het regeerakkoord is, denk ik, glashelder. Wij veroordelen de terreurdaden en de barbarijen van Hamas, klaar en duidelijk, en daar mag niet de minste twijfel over bestaan. Terreur is de kant van de duisternis. De strijd tegen terreur is de kant van het licht.
Wij beklemtonen uiteraard ook het belang van een duurzame vrede en van volgehouden inspanningen voor het vredesproces in het Midden-Oosten.
Uw derde vraag, die mij schriftelijk heeft bereikt, maar die u niet mondeling hebt gesteld, ging over contacten tussen de regering en Hamas, of tussen België en Hamas. Die contacten zijn er bij mijn weten niet geweest en wat mij betreft, zullen ze er nooit komen.
Sam Van Rooy:
Vandaag vindt in het Joodse staatje de begrafenis plaats van de 32-jarige moeder Shiri Bibas en haar zoontjes, de 4-jarige Ariel Bibas en de baby Kfir Bibas. Zij werden op 7 oktober 2023 gekidnapt door Hamas en door Palestijnse burgers om vervolgens met de blote hand te worden gewurgd.
Voor hen draag ik vandaag een oranje das, want net als Israël is het gezinnetje Bibas de kant van het licht tegenover de duisternis, tegenover het kwaad van de islamitische doodscultus van Hamas en co.
Mijnheer De Wever, ik heb dit ook afgelopen maandag in het stadhuis gevraagd: als de nieuwe regering echt de kant van het licht wil kiezen, de juiste kant van de geschiedenis, tegen islamitische terreur en tegen antisemitisme, dan verlicht ze een belangrijk regeringsgebouw in het oranje voor de familie Bibas en voor Israël.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, u bent er zelf met uw eigen regeringsvorming getuige van geweest: door structurele tekortkomingen draaien de Belgische instellingen al geruime tijd vierkant. Het kan echter nog erger. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is bijna acht maanden na de verkiezingen nog geen enkel uitzicht is op een coalitievorming.
Aanvankelijk lag het probleem aan Nederlandstalige kant, waar geen meerderheid kon worden gevonden, maar eens dat wel het geval was, verschoof het probleem naar de Franstalige kant. De reden was een cordon sanitaire dat de PS in dit land legt rond uw partij. Het is een fenomeen dat u welbekend is. Het wordt in dit land vooral toegepast rond mijn partij. Ik weet dat uw partij er officieel tegenstander van is, maar dat u het zelf wel rigoureus tot in het kleinste polderdistrictje toepast.
Dat cordon sanitaire in Brussel tegen uw partij zorgt ervoor dat de Franstaligen zich plots gaan bemoeien met de coalitievorming aan Nederlandstalige kant. Dat doet de PS door te weigeren een Brusselse regering te vormen met de N-VA, met de gekende totale impasse met betrekking tot de Brusselse regering tot gevolg.
In een poging om hieruit te geraken, heeft de PS ondertussen een manoeuvre trachten uit te voeren, door voor te stellen om eenzijdig aan Franstalige kant een Brusselse regering tot stand te brengen, zonder rekening te houden met die Vlaamse Brusselaars. Het is niet de eerste keer dat de heer Laaouej de Brusselse evenwichten in twijfel trekt, maar hij is ook niet de enige die dat doet.
De formateur, de heer Leisterh van MR, heeft ook al de bekende grondwetspecialist Marc Uyttendaele onder de arm genomen om te laten onderzoeken of er toch geen manier bestaat om die regels betreffende de regeringsvorming te omzeilen en de Vlamingen op die manier aan de kant te schuiven. Dat manoeuvre is door de griffie van het Brussels Parlement terecht onontvankelijk verklaard wegens strijdigheid met de Brusselwet. Met dat manoeuvre – door met name het medebestuur van de Vlamingen in de Brusselse instellingen te negeren – heeft de PS in feite getracht het zogenaamde Brusselse model op te blazen. De partij brengt daarmee de communautaire evenwichten in dit land in het gedrang.
In het Vlaams Parlement werd daarover ondertussen een – in mijn ogen iets te flauwe – resolutie aangenomen. Dat gebeurde nagenoeg unaniem, alleen de communisten hebben niet voorgestemd. Bij de bespreking van die resolutie in het Vlaams Parlement – een debat dat er op vraag van mijn partij kwam – heeft collega Van Rompuy er zeer terecht op gewezen dat de gedeelde machtsdeelname van Vlamingen en Franstaligen in de Brusselse instellingen het spiegelbeeld is van de paritaire machtsdeelname van Vlamingen en Franstaligen in de federale instellingen. Wie het ene opblaast, moet daar dus bijnemen dat ook het andere kan worden opgeblazen.
Die gang van zaken mag ons niet onverschillig laten. Brussel is en blijft onze Vlaamse hoofdstad, met nog altijd een belangrijke aanwezigheid van Brusselse Vlamingen. Dat gaat ons als Vlamingen rechtstreeks aan. Daarom mogen we absoluut niet tolereren dat er in de stad over de Brusselse Vlamingen heen zou worden gelopen en vandaar ook de resolutie in het Vlaams Parlement.
Het resultaat van de impasse is vandaag dat Brussel al geruime tijd onbestuurbaar is en dat allicht ook nog geruime tijd zal blijven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de gewestbevoegdheden en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, maar natuurlijk ook voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de twee andere gemeenschapscommissies. De impasse is compleet, zoals collega Vanlouwe het zei bij het debat in het Vlaams Parlement: "Het zit muurvast, de impasse is volledig."
Dat gebeurt allemaal op een ogenblik waarop de Brusselse instellingen gigantische begrotingstekorten optekenen, virtueel failliet zijn en nood hebben aan tal van dringende beleidsmaatregelen. Zij worden ondertussen geconfronteerd met een regering in lopende zaken, die beperkt is in haar handelen en uiteraard geen nieuw beleid kan ontwikkelen.
Ondertussen gaan er wel wat stemmen op om Brussel zogenaamd onder curatele te plaatsen. Dat gebeurt allicht in een poging om de onderhandelingen onder druk te zetten en onder het motto dat uitzonderlijke tijden ook uitzonderlijke maatregelen vergen. Ik heb gelezen – voor zover we kunnen afgaan op wat de media allemaal schrijven – dat de bijzondere financieringswet als drukkingsmiddel zou kunnen worden gebruikt en dat de bijzondere Brusselwet als tweede instrument genoemd werd. Dat alles zou dus gebeuren om extra druk te zetten op die gesprekken.
Mijnheer de eerste minister, de huidige impasse wijst er vooral ook op dat die Brusselse instellingen en wellicht het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest dringend aan grondige hervormingen toe zijn. U hebt zelf geantwoord op de vraag van de heer Bouchez vorige week tijdens het vragenuurtje dat Brussel hervormd moet worden. Brussel is – dat is ondertussen genoeg bewezen – niet in staat om zelf zijn politieke structuren te rationaliseren, om zichzelf efficiënt te besturen, noch institutioneel, noch financieel, beleidsmatig of bestuurlijk. Alleen een grondige herstructurering, een grondige hervorming, kan op al die vlakken soelaas bieden, net als een nauwere betrokkenheid van het Vlaamse niveau bij het Brusselse bestuur.
Als we over de nodige institutionele hervormingen spreken, komen we uiteraard op dit niveau terecht en moet ik u daarover vatten. Het is immers de federale overheid die over een aantal hefbomen beschikt om orde op zaken te stellen als de Brusselse instellingen falen. Die hefbomen zijn zowel bestuurlijk als institutioneel van aard. Wat dat laatste betreft, kunt u immers sleutelen aan een hervorming van de Brusselse instellingen vandaag.
Vandaar, mijnheer de eerste minister, heb ik een aantal concrete vragen voor u. Ten eerste, hoe beoordeelt u zelf de situatie met betrekking tot de Brusselse regeringsvorming, meer in het bijzonder het initiatief vanuit Franstalige hoek om de Brusselse Vlamingen buitenspel te zetten en het totale onvermogen om een regering te vormen?
Ten tweede, ben ik benieuwd of u vanuit het federale niveau enig initiatief zal nemen om het medebestuur van de twee taalgemeenschappen in het hoofdstedelijk gebied op voet van volstrekte gelijkheid sterker te waarborgen.
Ten derde, neemt u, gelet op de toch wel catastrofale toestand waarin Brussel zich bevindt, ook een initiatief van institutionele aard om een einde te maken aan de Brusselse onbestuurbaarheid? Zo ja, welk initiatief zal dat dan zijn?
Ten slotte, zorgt u bij gebeurlijke hervormingen ter zake voor een grotere betrokkenheid van Vlaanderen bij het Brusselse bestuur? Dat is volgens ons namelijk een conditio sine qua non om Brussel uit het moeras te kunnen trekken.
Bart De Wever:
Mevrouw Pas, ik dank u voor uw vraag over de betreurenswaardige situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Ten eerste, wat uw vraag betreft over de eisen die voornamelijk de Parti Socialiste stelt over de samenstelling aan de Nederlandstalige kant van de Brusselse regering, wil ik in eerste instantie verwijzen naar de bijzondere Brusselwet, die kristalhelder is. Die wet stelt namelijk dat de Nederlandse en de Franse taalgroep ieder apart een meerderheid vormen. Nadien vormen beide meerderheden samen de Brusselse regering. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eigenlijk een zuivere confederatie. Dat is zo.
Ik ben zelf eerste minister geworden van de eerste regering sinds 16 jaar die een meerderheid in beide landsdelen heeft. Dat is constitutioneel niet vereist, maar het is wel netjes om het op die manier te doen. Het gaat om een dubbele legitimiteit. Dat is een eerbaar feit, dat in Brussel eigenlijk door de Brusselwet voorgeschreven is. Dat is een kwestie van respect. Ik stel samen met u vast dat sommigen dat nu willen ondermijnen. Dat is verontrustend. Die bepaling in de wet is immers een van de hoekstenen van het Belgische federalisme, waaraan nu wordt getrokken. Als men dat wil doen, dan is dat mogelijk, maar dat is een zware verantwoordelijkheid.
Samen met u stel ik vast dat het nu al acht maanden duurt om de Brusselse regering op de been te krijgen. Dat is alvast voor Brussel een record. Naar Belgische normen zijn zij nog niet aan het record, maar naar Brusselse normen hebben ze het record bereikt.
Wat we ook moeten vaststellen en onderstrepen, is dat er aan Nederlandstalige kant al geruime tijd voldaan is aan de voorwaarden om een regering te vormen. Er is een Vlaamse meerderheid die regeringsonderhandelingen kan starten, zoals beschreven in de bijzondere wet, samen met een Franstalige meerderheid. Het is niet alsof die regering geen dringende problemen te tackelen heeft. Daar is immers een immens begrotingstekort.
Ik heb er ook zo eentje op mijn bord gekregen, dat tamelijk immens is en nog geweldig groeit bij een ongewijzigd beleid in geopolitiek moeilijke omstandigheden. Ik moet u dat niet uitleggen, u weet dat. Alle verhoudingen in acht genomen zijn mijn problemen nog klein in vergelijking met die van het Brusselse Gewest.
Het kan niemand ontgaan zijn dat men in Brussel met een veiligheidsproblematiek kampt. In die context zou men veronderstellen dat alle partijen met enige spoed een regering zouden maken. De Vlaamse partijen zijn daar al en hebben de gemeenschapsbevoegdheden al ver met elkaar doorgesproken. Zij zijn dus quasi rond. De Vlamingen in Brussel zijn op het appel.
Ik stel samen met u vast dat er een veto wordt gesteld. U hebt gesproken over veto's tegen partijen. Ik erken dat dat een delicate zaak is. Als men een veto tegen een partij stelt, moet men dat bijzonder goed kunnen motiveren ten aanzien van die partij en ten aanzien van de democratie. Men kan daarover lang discussiëren.
Als men echter een veto stelt tegen een partij in het Brusselse Gewest die zowel de Vlaamse deelstaat als de federale regering bestuurt en daar in beide gevallen zelfs de leiding heeft genomen, dan vind ik dat heel moeilijk te verantwoorden. Het lijkt mij, gezien de situatie en de problemen in Brussel, onverantwoord en onverantwoordelijk.
Vanuit mijn perspectief – dat is mijn persoonlijke opinie over de zaak – is het eigenlijk niet zo moeilijk. Er moet gewoon een regering worden gevormd. Aan beide kanten is er een meerderheid. Als binnen het Franstalige kamp een partij of misschien meerdere partijen eisen dat ze zeggingskracht krijgen over wat er aan Vlaamse kant gebeurt, dan is dat onconstitutioneel en onverantwoord. Als ze eisen dat een bepaalde Vlaamse partij wordt ingewisseld voor een andere, staat dat volkomen haaks op de Brusselwet.
Het is heel eenvoudig. Wat mij betreft, kan er morgen een onderhandeling starten tussen de Vlaamse en de Franstalige meerderheid om een regeerakkoord te sluiten dat hopelijk eindelijk werk maakt van een aantal noodzakelijke hervormingen en een einde maakt aan de budgettaire catastrofe, eerder dan politieke spelletjes te spelen die misschien veel met partijbelangen te maken hebben, maar heel weinig met de Brusselaar en met wat er in deze stad en in dit gewest moet gebeuren.
Inzake uw vraag over initiatieven om het medebestuur van tweetalige gemeenschappen op voet van gelijkheid sterker te waarborgen, herken ik de parallel als het gaat over de taalverhoudingen, de pariteit waarover u het had. Er is een pariteit in de Brusselse regering die inderdaad historisch gekoppeld is aan de pariteit op het federale niveau. Het is daarop dat ik doel wanneer ik zeg dat men gerust aan de hoekstenen van het Belgisch federalisme mag trekken, maar dat men dan wel moet weten wat men allemaal in beweging zet.
De vraag die u stelt, is logisch. Alleen weet u net als ik dat, als men artikel 20, § 2 van de bijzondere Brusselwet van 12 januari 1989 wil wijzigen, men een tweederdemeerderheid en een dubbele meerderheid, dus in elke taalgroep, op de been moet brengen in de Kamer. Die lijkt mij er niet onmiddellijk te zijn, maar ik kan mij vergissen. Ik heb er al veel over gesproken en er zal nog wel wat water door de Zenne vloeien voor we zover zijn. Het lijkt mij zonneklaar dat dit een debat is dat men aan Franstalige kant niet wil.
Ik kom tot uw vraag over initiatieven om binnen de huidige bevoegdheidsverdeling een einde te maken aan de Brusselse onbestuurbaarheid. Als premier heb ik onder andere al in de plenaire vergadering gepleit om een Brusselse regering te vormen en ik doe dat vandaag opnieuw. U weet echter hoe het constitutioneel verdeeld is. Het is aan de Brusselse politici om orde op zaken te stellen en er is geen hiërarchie van de normen voorzien in het Belgisch federalisme. Bundesrecht bricht kein Landesrecht . Ik meen dat u dat principe zult verdedigen en daar niet van zult willen afwijken. De hiërarchie van het federale niveau over de gewesten is niet een van uw punten van geloof en ook niet van het mijne. Die vraag is dus contradictorisch aan uw basisopvattingen.
Ik stel wel samen met u vast dat de bijzondere Brusselwet enkele handvaten voorziet inzake het bestuur van Brussel, maar het is ook niet meer dan dat. Als de situatie echt verslechtert, kan men die handvaten gebruiken indien daarover op federaal niveau een consensus wordt gevonden. De federale regering kan echter niet in de plaats treden van de dubbele Brusselse democratie om de zaken op te lossen of om het bestuur in handen te nemen.
Binnen de federale bevoegdheden kunnen we wel een aantal problemen in Brussel aanpakken. In het bestuursakkoord van de federale regering zult u een aantal zeer relevante passages daarover kunnen terugvinden. Ik denk bijvoorbeeld aan het principe van responsabilisering inzake het stabiliteitspact. Het is moeilijk denkbaar dat men tekorten en schulden kan blijven opstapelen tot in het oneindige en dat men zich in de uiteindelijke Belgische consolidatie voor Europa kan verstoppen en zijn verantwoordelijkheid kan ontwijken. Er is één deelstaat die bij een ongewijzigd beleid perfect in orde is met de Europese uitgavennorm. Alle andere niveaus in dit land, ook het federale, hebben wat werk te doen. Dat werk verbleekt bij de inspanning die Brussel zal moeten leveren.
Ik verwijs ook naar de fusie van de Brusselse politiezones, maar daarover zal ik niet zo veel zeggen. Ten eerste is mijn spreektijd bijna op en ten tweede is daarover een aparte vraag gesteld. Zeker inzake veiligheid heeft de federale overheid uiteraard wel krachtige bevoegdheden, maar als oud-burgemeester ben ik de eerste om te zeggen dat zonder medewerking van het lokale niveau – in Brussel hoort het Brussels Hoofdstedelijk Gewest daar echt bij – het zeer moeilijk is een integrale veiligheidspolitiek uit te rollen.
Ten slotte, wat de Vlaamse betrokkenheid in Brussel vanuit de Vlaamse deelstaat betreft, heeft de Vlaamse regering een Brusselminister, mevrouw Van Achter, om de belangen van de Vlamingen in Brussel te verdedigen. Zij heeft me laten weten dat zij aanwezig zal zijn bij alle vergaderingen van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Dat werd in het verleden immers veel te weinig gedaan en zij heeft de intentie daarin verandering te brengen.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb uw voorganger hier ook al over ondervraagd. Eigenlijk kwam zijn antwoord, zij het met een iets minder krachtige veroordeling en verdediging van de pariteit en de Brusselwet, op hetzelfde neer: “We erkennen het probleem, maar we zijn niet van plan een initiatief te nemen.” U hebt uw antwoord iets uitgebreider gemotiveerd, maar helaas komt het op hetzelfde neer.
Qua analyse hoeven we elkaar niet te overtuigen. Het is inderdaad onverantwoord dat in de huidige catastrofale begrotingstoestand banken niet meer willen lenen aan een overheid. De vraag was effectief om niet alleen hervormingen door te voeren op het vlak van veiligheid, maar ook andere hervormingen op te starten die in Brussel nodig zijn. Volgens het regeerakkoord is de voorbereiding van een institutionele hervorming aan de gang. Indien u zich echter op voorhand al wegsteekt achter een tweederde meerderheid die er vandaag nog niet is, dan hoeft u aan die hervorming niet te beginnen. In Brussel is er veel meer nodig dan dat.
Zoals u zelf hebt gezegd, bestaan er bruikbare handvaten. Volgens uw voorzichtige formulering gaat het om handvaten die zouden kunnen worden gebruikt, als er een consensus binnen de regering over is. Die houding is niet echt daadkrachtig en het lijkt erop dat we van u morgen nog geen initiatief mogen verwachten.
Mijnheer de eerste minister, ik heb zelf een motie van aanbeveling klaar - aangezien u mijn analyse helemaal deelt - waarin duidelijk is gesteld wat u ook hebt gezegd, met name dat het buitenspel zetten van de Brusselse Vlamingen absoluut niet kan. Dat om de Brusselwet kracht bij te zetten. In de motie staat ook de oproep om dringend maatregelen te nemen en gebruik te maken van de bestaande handvaten en op zijn minst met de voorbereidingen voor de structurele hervormingen te beginnen. We vragen ook om de betrokkenheid van Vlaanderen te verhogen. De aanwezigheid van de Brusselminister is één zaak, maar ik ben ervan overtuigd dat er qua betrokkenheid van Vlaanderen nog heel wat marge tot verbetering bestaat.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas en het antwoord van de eerste minister, - overwegende dat op 9 juni 2024 verkiezingen hebben plaatsgevonden voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; - gelet op artikel 35 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen voor wat betreft de regeringsvorming; - overwegende dat het bestuur van de Brusselse instellingen in beginsel gebaseerd is op een gelijke machtsdeelname van de Nederlandstalige en de Franstalige taalgroep; - overwegende dat deze machtsdeling het spiegelbeeld is van de machtsdeling op federaal niveau; - overwegende dat een aantal Franstalige regeringsonderhandelaars gepoogd hebben om de Brusselse Vlamingen buitenspel te zetten bij de Brusselse regeringsvorming; - overwegende dat hiermee een institutionele atoombom wordt ontgrendeld waarmee het 'Brusselse model' wordt opgeblazen; - overwegende dat hiermee ook de zogenaamde 'communautaire evenwichten' zowel op Brussels als op federaal niveau op de helling worden gezet; - overwegende dat de Brusselse regeringsvorming in een totale impasse verzeild is geraakt en bijna acht maanden na de verkiezingen de situatie er volledig geblokkeerd is en er geen enkel uitzicht is op enige regeringsvorming; - overwegende dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ingevolge financieel wanbeheer zo goed als failliet is en gebukt gaat onder een astronomische schuldenlast; - overwegende dat 35 jaar bestuur door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de stad Brussel aan de rand van de afgrond heeft gebracht; - overwegende dat er in Brussel dringend nood is om institutioneel, bestuurlijk, financieel en beleidsmatig orde op zaken te stellen; - overwegende dat dit enkel kan door een grondige herstructurering van het Brusselse institutionele landschap waarbij een nauwere betrokkenheid van Vlaanderen en een versterking van de waarborgen voor een volwaardige machtsdeelname van de Brusselse Vlamingen een conditio sine qua non zijn; vraagt de regering - het initiatief van een aantal Franstalige regeringsonderhandelaars om de Brusselse Vlamingen bij de pogingen tot vorming van een Brusselse regering buitenspel te zetten krachtig te veroordelen; - de principes van het medebestuur van de twee taalgemeenschappen in het hoofdstedelijk gebied op voet van volstrekte gelijkheid sterker te waardborgen; - dringend maatregelen, met inbegrip van grondige structurele hervormingen, te nemen die ertoe strekken een einde te stellen aan de onbestuurbaarheid van de Brusselse instellingen; - daarbij een nauwere betrokkenheid van Vlaanderen na te streven. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Barbara Pas et la réponse du premier ministre, - considérant que des élections ont eu lieu le 9 juin 2024 pour le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale; - eu égard à l'article 35 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, en ce qui concerne la formation du gouvernement; - considérant que la gestion des institutions bruxelloises est basée sur le principe d'une participation égale des groupes linguistiques néerlandophone et francophone au pouvoir; - considérant que ce partage du pouvoir est identique à celui appliqué à l'échelon fédéral; - considérant que certains négociateurs francophones ont essayé de tenir les Flamands de Bruxelles à l'écart de la formation du gouvernement bruxellois; - considérant qu'un dispositif de bombe atomique institutionnelle est ainsi déclenché et que celui-ci fait voler en éclats le "modèle bruxellois"; - considérant que les "équilibres communautaires" sont ainsi également hypothéqués, tant à l'échelon bruxellois qu'au niveau fédéral; - considérant que la formation du gouvernement bruxellois est complètement dans l'impasse et que la situation, près de huit mois après les élections, est tout à fait bloquée, sans aucune perspective de formation d'un gouvernement; - considérant qu'à la suite d'une gestion financière calamiteuse, la Région de Bruxelles-Capitale est pratiquement en faillite et est confrontée à un endettement astronomique; - considérant que 35 années de gestion par la Région de Bruxelles-Capitale ont mené la ville de Bruxelles au bord du gouffre; - considérant qu'il est urgent de redresser la situation à Bruxelles sur les plans institutionnel, administratif, financier et politique; - considérant que cette évolution n'est possible que moyennant une restructuration approfondie du paysage institutionnel bruxellois, une implication plus étroite de la Flandre et un renforcement des garanties d'une participation à part entière des Flamands de Bruxelles au pouvoir constituant une condition sine qua non; demande au gouvernement - de condamner fermement l'initiative prise par certains négociateurs francophones de tenir les Flamands de Bruxelles à l'écart des tentatives de formation d'un gouvernement bruxellois; - de garantir plus fermement les principes de partage du pouvoir par les deux communautés linguistiques sur le territoire de la capitale, celles-ci étant strictement mises sur un pied d'égalité; - de prendre urgemment des mesures, incluant des réformes structurelles approfondies, visant à mettre fin à l'impossibilité de gouverner à laquelle les institutions bruxelloises sont confrontées; - de veiller à impliquer plus étroitement la Flandre dans ce cadre. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Jeroen Bergers. Une motion pure et simple a été déposée par M. Jeroen Bergers . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Trump, Netanyahu en België
De plannen van Donald Trump voor de Gazastrook
De uitspraken van president Trump over de overname van de Gazastrook
De escalatie op de Westelijke Jordaanoever
De humanitaire hulp en de duurzame heropbouw in Gaza
Rechtvaardigheid in Gaza en de druk op Israël
De recente verklaringen van Israël en de VS over de toekomst van Gaza
Het Israëlische verbod op UNRWA
De overwogen sancties met betrekking tot de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever
De uitspraken van president Trump over Gaza
Het nieuwe rapport over de hongersnood in Gaza
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
De Israëlische mensenrechtenschendingen in Gaza en de Associatieraad EU-Israël
Israël en Palestina
De situatie in Gaza
De Associatieraad EU-Israël
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
Palestina en een militair embargo
Internationale spanningen en humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever
Gesteld door
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Ecolo
Rajae Maouane
Vooruit
Annick Lambrecht
Vooruit
Annick Lambrecht
Vooruit
Annick Lambrecht
Vooruit
Annick Lambrecht
MR
Michel De Maegd
Groen
Staf Aerts
PS
Christophe Lacroix
Open Vld
Kjell Vander Elst
N-VA
Darya Safai
PS
Christophe Lacroix
Groen
Staf Aerts
CD&V
Els Van Hoof
Les Engagés
Benoît Lutgen
Ecolo
Rajae Maouane
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische parlementariërs kritiseren scherp het gebrek aan concrete actie tegen Israël’s schendingen van internationaal recht, ondanks herhaalde oproepen tot sancties, opschorting van het EU-Israël-associatieverdrag (art. 2, mensenrechtenclausule) en erkenning van Palestina. Minister Prévot (BZ) benadrukt weliswaar het belang van dialoog, het respect voor internationaal recht en humanitaire steun (o.a. aan UNRWA), maar wijst opsorting van het verdrag af als "prematuur" door gebrek aan EU-unanimiteit, ondanks aanhoudende beschuldigingen van genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. België bevestigt wel gehoor te zullen geven aan ICJ-arrestatiebevelen (o.a. tegen Netanyahu) en roept op tot een tweestatenoplossing, maar stelt geen harde maatregelen (bv. handelsembargo’s, sancties tegen nederzettingen) voor, wat parlementsleden als "dubbele standaard" (vs. Rusland) en "compliciteit" bestempelen. Kritiek richt zich ook op de passiviteit tegen Trumps plannen (deportatie Palestijnen, "Gaza Riviera") en de weigering om Palestina eenzijdig te erkennen, ondanks ICJ-adviezen en voorbeelden van Ierland/Spanje.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'ai plusieurs questions sur ce sujet.
Je vais commencer par la situation concernant M. Trump et M. Netanyahou sur la question de la Palestine. Je vous rappelle qu'au début du mois de février, Donald Trump a reçu Benjamin Netanyahou, bien que ce dernier soit un criminel de guerre poursuivi par la Cour pénale internationale et faisant l'objet d'un mandat d'arrêt.
Cette rencontre n'était pas seulement une accolade politique, mais un soutien explicite à l'occupation illégale de Gaza et au nettoyage ethnique du peuple palestinien. Trump a apprécié, je cite, que "la bande de Gaza serait remise aux États-Unis par Israël à la fin des combats", ajoutant que "d'ici là, les Palestiniens", je cite encore, "auraient déjà été réinstallés dans des communautés bien plus sûres et plus belles, avec des maisons neuves et modernes dans la région". C'est ce qu'on appelle un soutien explicite au nettoyage ethnique.
Hier soir, Trump a mis en ligne une vidéo réalisée par l'intelligence artificielle intitulée "Riviera de Gaza", dans laquelle on voit Netanyahou prendre un bain de soleil. Le clip présente une chanson dont les paroles sont les suivantes: "Donald Trump vous libérera. Apporte la vie pour que tout le monde puisse l'avoir. Plus de tunnels, plus de peur. La Gaza de Trump est enfin là".
C'est comme si nous étions dans une série de mauvais goût, sauf que c'est le président de la première puissance mondiale qui fait ces déclarations! Nous n'avons malheureusement pas vu, sauf erreur de ma part – et j'espère me tromper – de condamnation claire et ferme de la Belgique à ce sujet.
Je me demande comment la Belgique réagirait si, par exemple, M. Poutine avait mis en ligne une vidéo similaire à propos de l'Ukraine. Je pense qu'à ce moment-là, il y aurait eu, sans la moindre hésitation, des condamnations fermes et justifiées. Nous vous aurions alors soutenu, monsieur le ministre.
Mais quand il s'agit d'Israël ou de Trump, c'est le silence. C'est vraiment déplorable!
L'histoire se répète. Nous constatons que l'Occident agit avec fermeté contre la Russie ou contre ses adversaires stratégiques, en imposant des sanctions. Je pense que nous en sommes au seizième paquet de sanctions contre la Russie, au nom du droit international. Et je ne comprends toujours pas, comme les dizaines de milliers de citoyens qui ont manifesté ces derniers mois pour un cessez-le-feu et la paix en Palestine, les raisons de ce deux poids, deux mesures, et pourquoi il n'y a aucune sanction contre Israël.
Une réunion a eu lieu concernant le traité d'association entre l'Union européenne et Israël et, là encore, cet accord n'est toujours pas suspendu. Vous avez déclaré que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations politiques franches et constructives". Nous nous demandons donc si un accord pareil est possible avec un État qui est accusé de génocide et qui est responsable de crimes de guerre. Cette décision reste incompréhensible.
Monsieur le ministre, quelle est votre position sur cet accord d'association, en tant que ministre belge des Affaires étrangères? Cet accord doit-il être maintenu ou suspendu? C'est la seule question que je pose, pour laquelle je souhaite recevoir une réponse très claire.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, encore félicitations pour votre prise de fonctions. Je vous l'avais dit: c'est une très belle fonction, un très beau poste qui appelle de belles responsabilités.
Il y a beaucoup de choses à dire sur ce débat, puisqu'une actualité en chasse une autre. J'avais envie de vous entendre sur les propos sidérants du président Trump, qui continue à vouloir provoquer le chaos. En effet, il veut faire de la bande de Gaza une marina, une espèce de Saint-Tropez du Moyen-Orient, après avoir déplacé les Palestiniens vers l'Égypte ou la Jordanie.
Ces deux pays ont refusé ce plan, mais je voulais vous entendre aussi, parce que prendre la population d'un territoire occupé ou contrôlé pour l'expulser ailleurs, à travers des frontières internationales, cela s’appelle une déportation, un nettoyage ethnique.
Monsieur le ministre, je n'ai pas l'impression d'avoir vu une réaction explicite de la Belgique. Je pense que cela doit être une condamnation ferme et sans équivoque de la Belgique, puisque la Belgique s'est toujours positionnée comme un défenseur du droit international, de la démocratie et des droits humains.
Avez-vous entrepris ou allez-vous entreprendre des démarches concrètes au sein des institutions internationales pour exiger justement le respect du droit international et réclamer la fin de l’impunité? Comment la Belgique utilise-t-elle ou compte-t-elle utiliser son influence diplomatique pour défendre une position forte et cohérente sur cette question?
Un autre enjeu sur lequel j'avais envie de vous entendre est une actualité plus récente. C'est ce lundi, monsieur le ministre, que s'est tenue à Bruxelles une réunion du conseil d'association Union européenne-Israël. C'est le plus haut niveau de dialogue politique entre l'Union européenne et Israël. Vous avez d'ailleurs qualifié cet échange de franc et sans tabou.
Cela m'intéresse, puisque la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble, au contraire, vouloir approfondir ses relations dans un certain nombre de domaines.
Pour nous, cela pose extrêmement question, puisque la littérature juridique et les avis, les ordonnances de la Cour internationale de Justice, les mandats d'arrêt émis par la Cour pénale internationale et d'autres rapports internationaux sont autant de preuves qu'Israël continue à violer le droit international et les droits humains.
Si l'Union européenne veut rester crédible aux yeux du monde, elle doit tirer les conséquences de ces violations en suspendant son accord d'association avec Israël.
Dans son accord de coalition, le gouvernement Arizona (votre gouvernement) s'engage à défendre vigoureusement l'ordre international ancré dans le droit international et les accords multilatéraux, et je vous cite: "car nous pensons qu'il s'agit de la seule voie vers une paix et une sécurité durables."
Hier dans un tweet, vous rappeliez que l'accord d'association UE-Israël doit reposer sur le respect des principes démocratiques et des droits humains et vous dites que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations franches et constructives". Cela me semble contrevenir au respect du droit international.
Avez-vous rappelé à Israël la réalité, à savoir un non-respect du droit international et qu'il doit, à tout prix et très rapidement, se conformer à celui-ci?
Quel a été le message principal porté par l'UE à l'égard d'Israël durant la réunion? Quelle position belge avez-vous défendue? À la suite du conseil d'association et au vu des violations persistantes du droit international et des droits humains par Israël, quelle sera la position de la Belgique au sein du conseil de l'UE?
Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association qui est pour nous la seule voie possible? La Belgique envisage-t-elle d'agir au sein du conseil des États membres qui partagent le même attachement et que je sais être le vôtre au regard du droit international?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, onze ogen zijn gericht op Gaza met de vraag of het staakt-het-vuren zal standhouden. Netanyahu's extreemrechtse regering flirt met de herstart van de oorlog en blijft het internationaal recht voortdurend schenden. Ook Israëls recente pogingen om de controle over de Westelijke Jordaanoever te vergroten, doen vragen rijzen over Israëls intenties.
De gruwelijke vijandigheden tussen Israël en Hamas en de bombardementen op de Palestijnse bevolking zijn dan wel voor het grootste gedeelte tijdelijk een halt toegeroepen, de noden van de Palestijnse bevolking blijven schrijnend en urgent. De humanitaire crisis duurt voort met verwoeste infrastructuur en amper toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg.
De Palestijnen zijn een volk dat al decennialang gebukt gaat onder dit conflict, terwijl de onderliggende problemen onopgelost blijven. De voortdurende uitbreiding van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, de willekeur van Israëlische veiligheidsdiensten in de behandeling van Palestijnse burgers en de blokkade van Gaza zijn maar enkele van de vele kwesties die een tweestatenoplossing onmogelijk maken.
Israël trekt met een dominante positie economisch, politiek en militair aan het langste eind in dit conflict en verdient het om verantwoording te moeten afleggen. Zonder internationaal ingrijpen zal het staakt-het-vuren slechts een adempauze blijken in een eindeloze cyclus van geweld. Ook het onwezenlijke voorstel van president Trump – dat eigenlijk oproept tot de deportatie van de Palestijnen uit Gaza – helpt niet en versterkt de noodzaak van een duidelijke Europese reactie.
Welke stappen zal België zetten voor meer humanitaire hulp?
Wat zal België doen om een heropbouwplan voor Palestina op te zetten?
Welke rol kan België spelen in duurzame vredesonderhandelingen met kans op slagen?
Wil België verdergaan dan alleen maar diplomatieke verklaringen om druk te zetten op Israël? Plant u bijvoorbeeld de sancties tegen Israëlische kolonisten uit te breiden?
Vindt u dat de federale regering een rol heeft te spelen om het wapenembargo tegen Israël beter te handhaven?
Zal België de arrestatiebevelen van het Internationaal Gerechtshof uitvoeren? Zal België nog interveniëren in de genocidezaak, ingesteld door Zuid-Afrika?
Vindt u, mijnheer de minister, de associatieovereenkomst met Israël nog een goede zaak? Vindt u dat de handel met Israëls illegale nederzettingen toelaatbaar is?
De voorzitster : De heer De Maegd is afwezig.
Staf Aerts:
Welkom mijnheer de minister, in uw nieuwe hoedanigheid. Zoals u weet, is er een tijdelijk staakt-het-vuren in Israël en vooral in Gaza. Daar dreigt een eind aan te komen. Meer nog, Israël zet intussen zijn nederzettingenpolitiek op een agressieve wijze voort op de Westelijke Jordaanoever.
Voor dat tijdelijk staakt-het-vuren werden er tal van rapporten gepubliceerd over oorlogsmisdaden die door Israël werden begaan, over misdaden tegen de menselijkheid en zelfs genocide. Er lopen ook een aantal procedures, maar intussen is er nog steeds een associatieovereenkomst tussen de EU en Israël. Die overeenkomst bevat evenwel ook een mensenrechtenclausule. Meer dan 250 Europese parlementsleden – waaronder leden van deze commissie – hebben samen met een brede internationale coalitie van ngo's opgeroepen om die mensenrechtenclausule te gebruiken om Israël onder druk te zetten en intussen de samenwerking grotendeels op te schorten.
Een maand geleden vertelden vertegenwoordigers van de FOD Buitenlandse Zaken tijdens een hoorzitting in de Kamer dat artikel 2 van de associatieovereenkomst wordt geschonden door Israël. Dat was een duidelijk statement. We moeten daar dus gevolgen aan verbinden.
Ondanks die verschillende oproepen – ook van onze eigen diensten – blijkt de Associatieraad van afgelopen maandag business as usual te hebben toegepast. Er wordt wel met woorden naar het laakbaar gedrag van Israël verwezen, maar de daden wijzen eerder op een verdere intensifiëring en een warme verwelkoming van een verdere samenwerking, wat bijzonder pijnlijk is.
Mijnheer de minister, u had zelf een bilateraal overleg met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Ik ben ook benieuwd naar de Belgische houding tijdens de Associatieraad EU-Israël. Ik hoop oprecht dat België zich moedig heeft opgesteld en het primaat van het internationaal recht volop heeft verdedigd.
Welke positie hebt u ingenomen in de plenaire vergadering en tijdens de bilaterale ontmoeting met minister Sa'ar? Hoe evalueert u de Israëlische reactie op die positie?
Ondersteunt België het verzoek van Spanje en Ierland aan de Europese Commissie om de associatieovereenkomst met Israël te herzien? Pleit u ook voor een opschorting van die overeenkomst zolang Israël artikel 2 blijft schenden?
Bent u, gelet op het gebrek aan unanimiteit binnen de EU, bereid te pleiten voor een opschorting van de handelsbepalingen van de overeenkomst? Daarvoor volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Het lijkt me immers belangrijk dat we niet alleen woorden blijven produceren richting Israël, maar ook daden.
Ik heb ook enkele vragen over UNRWA, de organisatie voor wie de steun werd opgeschort.
Israël heeft de activiteiten van UNRWA verboden. Welke stappen onderneemt de Belgische regering daartegen? Hebben we dat in onze gesprekken ook aangekaart?
Hoe zullen we UNRWA blijven ondersteunen? Is er een mogelijkheid om UNRWA extra steun te bieden? Het is immers overduidelijk – daarvan getuigen de beelden die blijven binnenstromen sinds het tijdelijk staakt-het-vuren in Gaza – dat er meer dan ooit steun nodig is om Gaza te heropbouwen en om opnieuw een menswaardig leven te bieden aan de Gazanen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous avais déjà félicité en séance plénière lors du débat de plus de 40 heures. Je vais aujourd'hui réitérer officiellement mes félicitations, mais votre tâche va être ardue. Non pas parce que vous avez affaire à Christophe Lacroix mais parce que vous avez affaire à un monde en perdition totale, et j'espère que vous pourrez être l'un des facteurs de régulation et de redressement de la folie de ce monde.
En ce qui concerne la Cisjordanie, Gaza, la Palestine et Israël, depuis 2014, la Belgique a fait un chemin qui est celui de reconnaître, à terme, une solution à deux É tats comme seule issue juste et durable au conflit israélio-palestinien. Et pourtant, depuis plus de dix ans maintenant, malgré toutes les résolutions successives de l'ONU et la reconnaissance de l' É tat de Palestine par un nombre croissant de pays européens, notre pays n'a toujours pas franchi le pas d'une reconnaissance officielle.
Cette absence de décision apparaît d'autant plus incompréhensible que la Cour internationale de Justice, dans son avis consultatif du 19 juillet 2024, a réaffirmé l'illégalité de l'occupation israélienne et l'urgence d'y mettre fin dans les plus brefs délais. Selon moi, par "urgence", il faut entendre douze mois. L'argument du moment opportun avancé par l'ancien ministre Reynders date de plus de dix ans mais, malgré cela, la situation sécuritaire en Cisjordanie et la catastrophe humanitaire à Gaza ne cessent de s'aggraver. Depuis le 7 octobre 2023, on dénombre 49 000 morts et 118 000 blessés. L'expansion des colonies israéliennes en territoire palestinien se poursuit à un rythme accéléré, en violation flagrante du droit international.
Or l'accord de gouvernement ne prévoit ni sanctions ni mesures de pression à l'égard d'Israël. La Belgique ne peut plus se contenter d'un soutien de principe. Je crois qu'il faut à présent prendre ses responsabilités et adopter une position claire et cohérente à la hauteur de nos engagements et de notre rôle historique en matière de diplomatie et de défense des droits fondamentaux.
Face à ces violations répétées du droit international et en cohérence avec les principes belges, le gouvernement belge entend-il reconnaître officiellement l' É tat de Palestine, comme l'ont fait l'Irlande, l'Espagne et la Norvège? Dans la négative, pourquoi? Quelles sont les véritables raisons?
Quelles sanctions la Belgique compte-t-elle prendre vis-à-vis d'Israël concernant la situation sécuritaire à Gaza et en Cisjordanie afin de garantir le respect du droit international?
En ce qui concerne le conseil d'association Union européenne-Israël – le 24 février se tenait à Bruxelles une réunion du conseil d'association –, la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble au contraire vouloir approfondir ces relations dans un certain nombre de domaines.
Or, dans une carte blanche publiée samedi, des représentants et représentantes d'organisations de la société civile belge dénoncent cette pratique business as usual de l'Union européenne avec Israël. Vous-même – même si je sais que vous n'aimez pas trop tweeter –, vous avez écrit un tweet dans lequel vous dites que vous réitérez le fait que l'accord Union européenne-Israël doit être basé sur le respect des principes démocratiques et des droits humains, mais vous parlez également du fait que cet accord privilégie le respect des droits humains et la coopération mutuellement bénéfique.
Monsieur le ministre, quelle est votre priorité? Est-ce le respect des droits humains ou la coopération mutuellement bénéfique? Le conseil d'association s'est réuni. Quelle a été la position de la Belgique lors de cette rencontre? Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël? Envisagez-vous d'agir au sein du conseil avec les États membres qui partagent le même attachement au respect du droit international?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik sluit me voor het overgrote deel aan bij de vragen die mijn collega's al hebben gesteld.
Mijn vraag is iets specifieker en gaat over de uitspraken van Trump over Gaza en het Palestijnse volk.
De president van de Verenigde Staten heeft aangekondigd de controle over de Gazastrook te willen overnemen en de Palestijnse bevolking permanent te willen verplaatsen naar buurlanden als Jordanië en Egypte, om zo het gebied om te vormen tot de 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Hij heeft die uitspraken vandaag nog wat kracht bijgezet door AI-beelden te laten maken waarop hij in een strandstoel zit aan de grote 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Zo zou Gaza eruitzien als hij zijn zin zou mogen doen.
Ik vind het pure waanzin dat een president van een grootmacht als de Verenigde Staten van Amerika zo omgaat met een gebied, met een bevolking. Dat is die mensen in hun gezicht uitlachen. Het ondermijnt ook de tweestatenoplossing, die toch nog altijd het doel moet zijn voor ons land. Wat de president van de Verenigde Staten over Gaza en de Palestijnse bevolking durft te zeggen is echt pure waanzin.
Zijn plan stuit ook op hevig verzet bij landen in de buurt. Zo hebben Jordanië en Egypte al laten weten dat ze daar niet zullen aan meewerken. Trump wil eigenlijk die Palestijnse bevolking verplaatsen naar die buurlanden, maar die hebben al te kennen gegeven dat ze geen Palestijnen wensen op te nemen. De VN waarschuwt dat dit plan mogelijk in strijd is met het internationaal recht en als etnische zuivering kan worden gezien.
Daarom heb ik volgende vragen voor u.
Mijnheer de minister, wat is het standpunt van de Belgische regering over deze uitspraken? Welke impact verwacht de regering dat dit plan zal hebben op de stabiliteit en de veiligheid in het Midden-Oosten en specifiek op de relaties tussen Israël, de Palestijnse gebieden en de buurlanden, zoals Jordanië en Egypte? Heeft België al initiatieven genomen of zal het dat doen om binnen de EU een formeel standpunt in te nemen over het voorstel van Trump voor Gaza? De VN heeft gewaarschuwd dat het plan van Trump mogelijk neerkomt op een etnische zuivering. Hoe beoordeelt de Belgische regering die juridische kwalificatie?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, dit weekend kregen we alweer een barbaars tafereel uit Gaza te zien waarbij leden van Hamas vier lijkkisten droegen in de menigte die de moord op onschuldige kinderen vierde.
Twee kinderen van de familie Bibas werden vermoord door Hamas. Dit soort propaganda en machtsvertoon is niets nieuws, maar dat Hamas zo wreed is om kinderen van 1 en 5 jaar te vermoorden, toont wat voor monsters ze zijn. Hamasterroristen willen niets anders dan oorlog, anders zouden ze in een periode van staakt-het-vuren toch niet zo wreed provoceren. Ze zijn oorlogszuchtig en wensen geen einde aan deze wrede oorlog. Integendeel, ze willen het vuur van de oorlog doen oplaaien tot Israël totaal vernietigd is. Uiteraard maken ze de mensen van Gaza hierbij ook tot slachtoffers. Dit staakt-het-vuren kan niet lang duren als ze de gegijzelde mensen en zelfs de kinderen beginnen te vermoorden.
Wat is uw mening over deze recente ontwikkelingen? Wat is uw visie over dit staakt-het-vuren? Denkt u dat dit duurzaam kan zijn?
Hoe kan ons land iets betekenen voor de duurzaamheid van het staakt-het-vuren? Hoe kunnen wij Hamas duidelijk maken dat het niet met vuur mag spelen en dat dit moet stoppen?
Gisteren had u een ontmoeting met de minister van Buitenlandse Zaken van Israël, meneer Gideon Sa'ar. Hij meldt op X dat hij een goede ontmoeting met u had en dat het tijd is om een pagina om te slaan als het gaat over de relatie tussen Israël en België.
Hoe beschrijft u die ontmoeting en hoe bekijkt u de toekomstige relatie met Israël? Dank u wel.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de wapenstilstand in Gaza blijft voorlopig van kracht, ondanks de dreigende taal vanuit de VS en Israël en de groteske vertoningen van Hamas. Ook president Trump gooit nog meer olie op het vuur.
We moeten de druk blijven opvoeren. Ook op de Westelijke Jordaanoever blijft het geweld escaleren, recent nog met de ontruiming van een aantal vluchtelingenkampen die het Israëlische leger in handen lijkt te willen houden. Bij dergelijke invallen wordt heel wat vernietigd, zoals wegen en waterleidingen. Op sociale media wordt melding gemaakt van vernielingen aan door Europese landen gefinancierde infrastructuur in de Masafer Yattaregio. De Belgische regering heeft dergelijke vernielingen in het verleden al meermaals veroordeeld en neemt een actieve rol op binnen het West Bank Protection Consortium, dat systematisch compensaties vraagt van Israël.
Mijnheer de minister, de collega's hebben al verwezen naar uw ontmoeting van maandag. Wat is de houding van België, wat de opschorting van de associatieovereenkomst betreft? Indien wij niet pleiten voor een opschorting, pleit ons land dan voor een formele beoordeling van Israëls naleving van zijn verplichtingen onder artikel 2 van de associatieovereenkomst?
Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken besproken inzake humanitaire noden en duurzame vrede?
Kunt u bevestigen of bij de recente vernielingen op de Westelijke Jordaanoever ook infrastructuur werd vernietigd die werd gefinancierd met Belgisch donorgeld? Zo ja, heeft België officieel compensatie geëist voor die vernielingen?
Tot slot, kunt u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zal geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-defensieminister Gallant?
De voorzitster : Zijn er collega's die zich hierbij willen aansluiten? Dat is immers altijd mogelijk in een actualiteitsdebat. (Nee)
Dan geef ik het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Mesdames Van Hoof, Lambrecht, Safai, et Maouane, messieurs Aerts, Lacroix, Vander Elst et Boukili, je vous remercie pour vos questions et pour vos aimables paroles d'introduction concernant ma prise de fonctions.
Monsieur Boukili, je n'ai pas la vidéo dont vous avez parlé, qui aurait été, selon vos dires, postée hier soir. En réponse à vos questions sur les déclarations du président Trump par rapport à la bande de Gaza et sa putative riviera, la Belgique a réagi publiquement aux propositions du président Trump le 5 février, via mon département des Affaires étrangères, pour s'offusquer du propos. Je me suis moi-même exprimé clairement sur le sujet, y compris en début de semaine face aux Israéliens.
Le déplacement forcé de populations à Gaza et en Cisjordanie constitue une grave violation du droit international humanitaire. La stabilité au Moyen-Orient demande le plein respect du droit international et la mise en œuvre d'une solution à deux États. Nous souhaitons que le chemin pour y arriver ne soit dès lors pas jonché d'obstacles.
Quelles qu'en soient les intentions, les propositions du président Trump sont problématiques et pourraient mener à une situation de nettoyage ethnique. Je le répète, les déplacements forcés de populations sont des crimes de guerre. Les Gazaouis ont le droit de rester à Gaza. L'accord de cessez-le-feu doit être respecté. Il faut rapidement fournir de l'aide humanitaire en suffisance aux populations civiles et pouvoir reconstruire les infrastructures de base.
J'ai insisté sur ces points lors d'une discussion bilatérale sans tabou que j'ai eue lundi avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Nous ne sommes évidemment pas d'accord sur tout mais nous maintenons le dialogue. C'est le travail par essence de la diplomatie et c'est fondamental si on veut faire entendre les messages de la Belgique.
Nous l'avons évoqué lundi lors du Conseil européen des Affaires étrangères, l'Union européenne doit accorder une attention particulière aux propositions alternatives qui sont en cours d'élaboration par les États arabes. Ceux-ci ont prouvé, depuis l'initiative arabe de paix de 1992, qu'ils étaient des acteurs constructifs pour la paix dans la région. Ces propositions devraient être présentées lors du sommet de la Ligue arabe au Caire, le 4 mars prochain.
Nous soutenons une solution sans le Hamas, mais qui soit sous leadership palestinien, tant à Gaza qu'en Cisjordanie et à Jérusalem-Est. L'Autorité palestinienne doit être réformée en profondeur et l'action du premier ministre Mustafa est encourageante dans ce sens car ne perdons pas de vue qu'une Autorité palestinienne faible ou défaillante, c'est le risque accru d'un Hamas fort.
J'ai salué publiquement le geste posé récemment, celui de la signature d'un décret qui tourne la page du système de paiement des prisonniers, que certains appelaient pay for slay ou le Fonds des Martyrs.
De Palestijnse Autoriteit maakte in de uitbetaling geen onderscheid tussen families van terroristen, enerzijds, en echte slachtoffers van de Israëlische bezetting, anderzijds, bijvoorbeeld kinderen die werden gedood op weg naar school. Mevrouw Safai, ik kan u op dat punt echter geruststellen. België heeft dat fonds nooit gesteund.
Je salue également les progrès effectués par l'Autorité palestinienne dans la réforme des programmes scolaires. Ces avancées positives, que nous encourageons, devraient permettre des progrès rapides dans l'adoption du paquet d'aide européen pour la Palestine et inciter Israël à procéder au transfert des taxes prélevées au profit de l'Autorité palestinienne.
In antwoord op uw vraag over een wapenembargo kan ik herhalen wat mijn voorgangers al meegaven. De regio’s zijn bevoegd voor de exportlicenties. Sinds 2009 werd beslist dat geen wapens meer worden uitgevoerd naar Israël. Het is aan de regio’s om dat op te volgen.
Wat een handelsembargo betreft voor producten en diensten uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, België heeft de Europese Commissie gevraagd een analyse te maken en Europese aanbevelingen op te stellen. Op de Europese eengemaakte markt kan België immers niet alleen optreden. Het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024 is nochtans duidelijk over de import uit en handel met de nederzettingen. We wachten nog steeds op de analyse en de aanbevelingen en pleiten voor een debat op EU-niveau over de mogelijke gevolgen van het advies.
België herhaalt het voorgaande regelmatig in de verschillende comités van de Europese Raad. Naast de juridische aspecten is het belangrijk om een Europese aanpak te promoten. Het zou immers weinig zin en weinig impact hebben, mochten de producten niet via België maar via onze buurlanden in Europa aankomen.
Concernant le conseil d'association entre l'Union européenne et Israël, j'y ai participé lundi avec tous les ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne et d'Israël. La Belgique avait plaidé pour que ce conseil se tienne afin d'avoir un dialogue franc et sans tabou avec Israël et l'ensemble des États membres de l'Union européenne qui aborde absolument tous les aspects de la relation, autant les aspects positifs que les aspects négatifs, y compris la situation à Gaza et les accusations de violations du droit international et des droits humains. Et c'est exactement ce qu'il s'est passé. Personne, du reste, ne demande la suspension ou le rejet de ce dialogue.
J'ai exprimé ma solidarité avec les otages israéliens et leurs familles, me réjouissant des libérations récentes, mais j'ai aussi interpellé le ministre Saar sur les droits et sur la souffrance des Palestiniens.
Monsieur Boukili, l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël n'encourage pas les exportations d'armes vers Israël. Il permet d'exploiter des aspects bénéfiques de notre relation, pour autant – et je l'ai rappelé sans la moindre ambiguïté – qu'il repose sur le respect total des principes démocratiques et des droits humains. Or les nombreuses accusations de crimes de guerre ou d'obstacles à l'action humanitaire à Gaza, notamment celle de l'UNRWA, soulèvent des questions quant au respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association.
Sa suspension nécessite néanmoins, vous le savez, l'unanimité des États membres, et celle-ci est loin d'être acquise.
L'Espagne et l'Irlande ont questionné l'Union européenne pour savoir si, oui ou non, Israël avait enfreint cet article 2. Nous soutenons par principe toute initiative qui vise à vérifier la situation des droits humains, mais évoquer une suspension de l'accord semble précoce à ce jour, malgré les préoccupations majeures exprimées.
J'ai insisté sur le respect absolu par toutes les parties du droit international humanitaire et des droits humains. J'ai rappelé le soutien à la solution à deux États et demandé au ministre Saar qu'Israël participe au travail de l'Alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États.
Tout en saluant l'importance des relations commerciales entre l'Union européenne et Israël, j'ai rappelé que la Belgique respectait la politique de différenciation qui ne reconnaît Israël que dans ses frontières de 1967. J'ai réitéré notre ferme engagement contre le terrorisme et contre l'antisémitisme et appelé au respect de toutes les religions à Jérusalem. De même, j'ai pu, lors d'une discussion bilatérale très franche avec mon homologue israélien, l'interpeller sur la violence des colons et sur les opérations militaires en Cisjordanie. Je lui ai également fait part de mon inquiétude face à un projet de loi de la Knesset, qui envisage de surtaxer les ONG de défense des droits humains financées par l'Union européenne.
Nous suivons de près le débat entre ceux qui cherchent à préserver Israël en tant que démocratie locale et ceux qui prônent des restrictions aux libertés fondamentales des Israéliens et des Palestiniens. La Belgique se tient fermement aux côtés du premier groupe. Nous souhaitons coopérer, mais sur la base de valeurs démocratiques et de respect des droits humains. Suspendre aveuglément toute coopération entre l'Union européenne et Israël reviendrait à sanctionner de façon indiscriminée les Israéliens dont nous ne partageons pas les valeurs et ceux avec lesquels, au contraire, nous voulons travailler.
Sachez – et la Belgique y tient – qu'un dialogue de haut niveau est également prévu dans les prochaines semaines entre l'Union européenne et l'Autorité palestinienne.
Mevrouw Van Hoof, de strijd tegen straffeloosheid is een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord. Ik kan u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zou geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant.
J'ai aussi participé dimanche à un dîner avec le commissaire Lazzarini, en charge de l'UNRWA, et Sigrid Kaag, Coordinatrice spéciale des Nations Unies. Les mêmes standards d'accès humanitaire et de protection sont d'application en Cisjordanie, à Gaza et ailleurs.
Daarom zijn wij ongerust dat de anti-UNRWA-wetten op 1 januari toch in werking zijn getreden. Voorlopig probeert UNRWA haar mandaat uit te voeren in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, ondanks de beperkingen die worden opgelegd door het contactverbod tussen het agentschap en de Israëlische autoriteiten. De visa voor de internationale staf zijn geannuleerd door Israël, terwijl Israël betreurt dat er niet genoeg buitenlandse personeelsleden zijn in vergelijking met het aantal leden van de lokale staf. De stopzetting van hulp via USAID zal de humanitaire inspanningen nog verder beperken.
In Oost-Jeruzalem, waar UNRWA het bevel heeft gekregen zijn activiteiten te staken en het grondgebied te verlaten, is het hoofdkwartier in Sheikh Jarrah volledig geëvacueerd. Op 18 februari werden UNRWA-studenten en personeelsleden in Oost-Jeruzalem mishandeld en onder dwang geëvacueerd uit scholen en klinieken, in strijd met het recht op onderwijs en de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.
België heeft zijn hulp aan UNRWA nooit stopgezet, maar we besteden veel aandacht aan de uitvoering van het Colonnarapport door het agentschap. De overdracht van de bevoegdheden van UNRWA aan andere agentschappen van de Verenigde Naties of zelfs aan particuliere actoren zou buitengewoon moeilijk zijn, zou gepaard gaan met een drastische daling van de efficiëntie, zou de kosten de hoogte in drijven en zou niet meer dan vandaag kunnen garanderen dat lokale medewerkers geen Hamassympathieën hebben. Andere VN-agentschappen runnen zelf geen scholen noch ziekenhuizen en zijn niet in staat om ze over te nemen.
Op het EU-dinner met UNRWA op zondag 23 februari gaf commissaris-generaal Lazzarini van UNRWA mee dat hij met Israël samenwerkte, maar dat de vele beschuldigingen over deelname van UNRWA-personeel aan Hamasoperaties tot nu toe nog niet gestaafd werden met bewijzen.
Nog belangrijker dan de dienstverlening is de politieke kwestie van het statuut van UNRWA-vluchtelingen. In tegenstelling tot de vluchtelingen die onder het mandaat van UNHCR vallen, kunnen de UNRWA-vluchtelingen tot vandaag niet naar hun land terugkeren. Daarom kan het mandaat niet worden verwaterd of afgeschaft totdat er een politieke oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict is gevonden.
Onze steun, de betaling van core funding , werd in januari overgemaakt. Dat werd zeer gewaardeerd door UNRWA. We pleiten er ook voor dat onze partners, vooral de Arabische landen, ook zelf meer zouden investeren. België initieerde in dat verband een non-paper met de vraag tot hernieuwde Europese structurele steun. We werden grotendeels gesteund door veel andere lidstaten.
De bijdrage van België aan UNRWA is niet de enige manier waarop we humanitaire hulp bieden aan de Palestijnse bevolking. We financieren ook het Palestinian Humanitarian Fund beheerd door OCHA, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, Handicap International, Oxfam en het West Bank Protection Consortium. Ons land draagt meer dan zijn steentje bij. Zoals u weet, zijn er naast het grote programma van Enabel ook een aantal Belgische ngo’s actief op de Westelijke Jordaanoever om de toekomst van de Palestijnen te verbeteren. Het rapport van UK Lawyers for Israel is me bekend, maar het gaat niet om een neutrale organisatie. Voor ons zijn de Verenigde Naties en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) de meest betrouwbare bronnen.
Depuis le cessez-le-feu, l'ONU a traité 60 000 enfants souffrant de malnutrition sévère. Nombre d'entre eux sont décédés malheureusement. Nous continuons de plaider pour que l'accès humanitaire et la distribution de nourriture et d'eau se poursuivent et s'améliorent encore. Notre préoccupation actuelle est la consolidation du cessez-le-feu. Israël et le Hamas doivent négocier la deuxième phase de l'accord. C'est une question de vie ou de mort pour des millions de personnes à Gaza surtout, mais également en Israël.
La présidente : Chers collègues, le temps de parole pour la réplique est de deux minutes. Je donne la parole à M. Boukili.
Nabil Boukili:
Madame la présidente, répliquer en deux minutes va être compliqué, mais nous allons essayer d'être concis.
Monsieur le ministre, dans vos réponses, certaines choses attirent l'attention et sont surprenantes. D'abord, concernant M. Trump et les États-Unis, votre ministère a certes réagi en disant que ces déclarations prêtent à s'offusquer et sont déplacées, qu'elles ne respectent pas le droit international. Jusque-là, je suis tout à fait d'accord et je partage la description que vous avez donnée. Ce que je ne partage pas, c'est le fait qu'elles n'ont pas été condamnées par le gouvernement belge. Le problème est là. Il y a là une apologie des crimes de guerre et du nettoyage ethnique, et nous, la Belgique, nous ne condamnons pas cette position parce que, tout simplement, les États-Unis sont un allié. C'est le fond du problème. S'il s'était agi d'un autre pays, nous aurions condamné ces déclarations. Mais vu que ce sont les États-Unis, nous ne le faisons pas. Et c'est dit clairement dans l'accord de gouvernement: "Nous restons attachés à des partenariats avec des pays partageant les mêmes idées, notamment en continuant à renforcer les liens transatlantiques entre autres, par exemple, avec les États-Unis et le G7, qui sont des partenaires clés dans la défense des valeurs fondamentales communes et de la sécurité mondiale. Dans d'autres enceintes multilatérales, nous plaidons également en faveur de l'ordre international fondé sur des règles."
Mais quand nous disons que ce sont des partenaires clés pour défendre nos valeurs, de quelles valeurs parlons-nous? Des valeurs défendues par Trump aujourd'hui? Aller annexer le Groenland, le Canada, etc.? Sont-ce ces valeurs que nous défendons? Nous ne nous sommes pas distanciés de ces valeurs-là, de manière officielle. Et je pense que le problème est là.
Ensuite, sur l'accord d'association, vous dites que c'est précoce et qu'on a fait des déclarations vis-à-vis de l'État d'Israël sur le non-respect du droit international. Mais cela fait des mois que nous disons à Israël qu'il ne faut pas bombarder les hôpitaux, et ils bombardent les hôpitaux. Qu'il ne faut pas bombarder les écoles, et ils bombardent les écoles. Qu'il ne faut pas tuer les enfants, et ils tuent les enfants. La parole ne sert donc à rien. Il faut des actes. Et dans les actes, l'accord d'association – dont vous dites que c'est un partenariat économique – participe à l'effort de guerre. Le premier partenaire économique d'Israël, c'est l'Union européenne. Cette économie est aujourd'hui orientée vers la guerre contre les Palestiniens. Nous aidons donc de manière explicite la guerre contre les Palestiniens.
Sur les deux points, nous devenons complices avec notre position. Quand nous disons que c'est un partenaire stratégique et clé pour défendre nos valeurs, cela veut dire que nous cautionnons les valeurs défendues par M. Trump aujourd'hui. Et quand nous ne suspendons pas l'accord d'association, nous cautionnons la politique israélienne (…)
De voorzitster : Ik denk dat de minister geantwoord heeft.
Maxime Prévot:
J’ai répondu.
Nabil Boukili:
Vous êtes pour, alors? Vous avez dit que c'était précoce. "Précoce", cela veut dire que vous n’êtes pas pour la suspension. Ce deux poids, deux mesures est inexplicable et inacceptable.
De voorzitster : Collega's, ik verzoek u zich aan de spreektijd te houden.
Rajae Maouane:
Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Je suis un peu rassurée d'entendre que vous êtes aussi ahuri que nous par les propos de Trump. J'aimerais que nous passions à l'étape suivante, à savoir l'action, mais cela fera l'objet d'autres discussions.
Concernant l'accord d'association, nous touchons à un point essentiel. Nous sommes nombreux et nombreuses à dénoncer ce business as usual de l'Union européenne avec Israël. Nous sommes nombreux à le dénoncer sur les bancs du Parlement, tout comme une série de représentants et de représentantes de la société civile belge.
Ces rencontres sont prévues tous les ans dans le cadre de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, mais elles n'ont plus eu lieu depuis 2013 – sauf en 2022, je pense –, parce qu'il y avait beaucoup trop de violations du droit international et des droits humains par Israël en territoire palestinien occupé.
Depuis octobre 2023 et l'offensive sanglante d'Israël sur la bande de Gaza, on a des preuves de crimes de guerre, de crimes contre l'humanité, un génocide répertorié par les ONG et les rapports internationaux à Gaza. En Cisjordanie, la colonisation continue de manière infatigable et le premier ministre israélien fait l'objet d'un mandat d'arrêt international.
Et pourtant, il est décidé de maintenir cette réunion. Qu'est-ce qui justifie la tenue de cette réunion à ce moment-là? En dépit de ce tableau accablant, on constate que l'Union européenne prend quelque part position en maintenant un rapport économique avec Israël. Là était ma question, et je n'ai pas totalement obtenu satisfaction.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de vele antwoorden.
België mag inderdaad niet aan de zijlijn blijven staan. We hebben een verantwoordelijkheid om actief bij te dragen aan een rechtvaardige maar ook duurzame oplossing, waarin het internationaal recht gehandhaafd moet worden.
Wij rekenen op u, mijnheer de minister, om van het toch vrij uitgebreide regeerakkoord geen lege doos te maken, maar respect voor het internationaal recht om te zetten in concrete daden, met telkens vier krachtlijnen. Ik meen die te hebben gehoord, maar neem ze nog even door.
Ten eerste moeten we aan de kant blijven staan van de onschuldige slachtoffers, waarmee we alle onschuldige slachtoffers bedoelen. Ten tweede moet er onmiddellijk een staakt-het-vuren worden afgekondigd en gerespecteerd. Ten derde moeten de gijzelaars onverwijld worden vrijgelaten. Ten vierde moet er eindelijk werk worden gemaakt van de tweestatenoplossing voor Palestina. Zo niet zal er nooit een duurzame oplossing zijn. Sommige collega's hebben er al naar verwezen, de video die president Trump vandaag heeft gepost zal helemaal niet helpen. Integendeel, daarmee zetten we 20 stappen achteruit.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, er zijn 45.000 dodelijke slachtoffers, waarvan 15.000 kinderen. Daarbovenop komt nog de dodentol door de ontberingen, de hongersnood. Negen kinderen op tien verkeren vandaag in een staat van ernstige voedselarmoede. Meer dan 2 miljoen mensen zijn op de vlucht. Huizen, wegen en ziekenhuizen zijn totaal vernield.
De beelden spreken voor zich, ze tonen een totale verwoesting. Israël begaat oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid. Er is een genocide aan de gang. Ondertussen noemt minister Francken – een van de leden van de arizonaregering – Israël wel een belangrijke handelspartner voor militaire samenwerking en leveringen.
Mijnheer de minister, u pleit voor internationaal recht, maar u verklaart ook dat de blindelingse opschorting van samenwerkingen niet goed zou zijn. Het lijkt u nog te vroeg om de associatieovereenkomst op te schorten. Wanneer zijn er genoeg Gazanen de dood ingejaagd? Blijkbaar is 45.000 niet genoeg, dat is te vroeg om actie te ondernemen. Is 75.000 of 100.000 doden dan wel genoeg?
Wanneer is het genoeg? We laten Israël gewoon doen. De Belgische regering legt wel verklaringen af en zegt wel dat ze dat niet zo flink vindt van Israël, maar ze stelt geen echte daden. Ze heeft zelfs niet de moed om zich bij onder andere Spanje aan te sluiten. Dat doet ze niet, want het is te vroeg. Ondertussen doet Israël gewoon voort. Het neemt nota en doet gewoon voort.
Wanneer zal deze Belgische regering eens fors neen zeggen, en niet alleen iets zeggen maar daar ook daden aan koppelen? Het is hoog tijd. Ik wil niet wachten tot er 75.000 of 100.000 doden vallen; ik weet niet welk getal deze regering in gedachten heeft. Het is hoog tijd voor actie en niet alleen maar voor woorden.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Néanmoins, je reste en partie sur ma faim du fait que vous ne vous êtes pas prononcé sur un délai pour reconnaître l'État palestinien. Vous avez parlé de solution à deux États. Vous parlez d'initiatives prises par la ligue arabe dont j'attends le 4 mars pour voir ce qu'il en ressortira.
Pourquoi est-ce que j'attache tant d'importance à la reconnaissance de l'État palestinien? C'est qu'à partir du moment où on reconnait l'État palestinien, ce n'est pas que symbolique, on lui donne de manière régalienne les pouvoirs de négocier d'égal à égal avec l'État d'Israël car ils devront faire la paix ensemble, mutuellement, sous l'égide des Nations Unies et avec, je l'espère, une stratégie bien plus ambitieuse de l'Union européenne car la mer Méditerranée, c'est un monde européen. Et on a vu les échecs ou la pusillanimité de l'Union européenne par rapport à l'Ukraine, à quel point aujourd'hui on regrette de ne pas avoir été proactifs.
On m'a toujours dit qu'on devait apprendre de ses erreurs. J'espère donc que l'Union européenne va se ressaisir. Je sais la difficulté de faire parler les 27 d'une seule et unique voix. Je sais que ça ne sera pas facile. Mais, je pense qu'avec l'Espagne, avec l'Irlande, avec la Norvège, si la Belgique se joint à ce groupe d'États qui est beaucoup plus volontariste en la matière, on peut activer un levier important. Important et comme le disait Dominique de Villepin, qui n'est pas du tout de ma famille politique, "parce que l'Union européenne doit réincarner le sens de la justice". À côté d'une stratégie politique, elle doit incarner le sens de la justice. Et cette fameuse boussole du droit international, elle doit valoir pour tous les interlocuteurs et pour toutes celles et tous ceux qui le violent. Que ce soit Vladimir Poutine, que ce soit Israël en l'occurrence. Et l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice du 19 juillet 2024 dit très bien que l'occupation d'Israël est illicite et qu'il faut donc y mettre fin, sans délai.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, ik heb niet veel antwoorden gekregen op de vragen die ik heb gesteld. Ik vraag me wel af waarom de vragen over pay for slay niet zijn toegevoegd aan dit debat, mevrouw de voorzitster, want zij zijn terecht beantwoord geweest.
Ik wil het nog even hebben over pay for slay , mijnheer de minister. Ik ben blij dat België nooit heeft bijgedragen aan zulke betalingen, ook al kunnen we dat nooit helemaal zeker weten. Heel belangrijk is dat de FOD Buitenlandse Zaken op 14 februari heeft verklaard dat dit soort betalingen niet meer zal gebeuren door de Palestijnse Autoriteit, maar Mahmoud Abbas heeft op 21 februari publiekelijk op tv gezegd dat zelfs als er nog maar 1 cent over is, ze het zal blijven doen. Dat is dus nog niet afgesloten. Ik vermoed dat de Palestijnse Autoriteit het niet meer met Amerikaans geld zal doen, aangezien daarop sancties zullen gelden, maar ze zal het wel beginnen te doen met het geld van de Europeanen. Het is belangrijk dat we dat echt in het oog houden, want het is niet de bedoeling dat ons geld naar mensen gaat als beloning voor het vermoorden van Israëli's. Dat moeten we koste wat het kost vermijden.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het is goed dat u bevestigt dat er gehoor wordt gegeven aan het arrestatiebevel tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant. U sprak ook over etnische zuivering, oorlogsmisdaden, schendingen van het internationaal humanitair recht. Dat is de positie van België. U hebt dat maandag ook voor de voeten gegooid van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Dat is een goede zaak. De associatieovereenkomst dient ook om die bezorgdheden te uiten, wat u hebt gedaan. We kunnen de associatieovereenkomst niet eenzijdig opzeggen, maar we moeten duidelijk maken dat het geen business as usual meer is en dat we de relaties met Israël in de associatieovereenkomst niet mogen verdiepen. Ze zijn veel te ver gegaan. U noemt het voorbarig om de associatieovereenkomst op te schorten. We kunnen dat ook niet eenzijdig doen, maar het mag geen business as usual zijn. We moeten ook stellen dat bepaalde nieuwe zaken niet meer aan de orde kunnen komen en moeten een stap verder durven gaan. U zegt ook te wachten op de analyse en de aanbevelingen van de Europese Commissie inzake de importban. Ik hoop dat die er snel zullen komen. Ook daar zijn er mogelijkheden, want de nederzettingen worden constant belaagd. Volgens het internationaal recht is het illegaal om handel te drijven met gebieden waar er nederzettingen zijn als er schendingen zijn. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of de infrastructuur die wij gefinancierd hebben vernietigd is. Hebt u daar weet van? Wordt daarvoor compensatie gevraagd? Misschien heeft de ambassade daar geen zicht op, maar het is wel goed om dat in het oog te houden. Als er infrastructuur vernietigd is die betaald is door de Belgische ontwikkelingssamenwerking, dan moet die gecompenseerd worden. Het is ook goed dat u blijvende steun hebt gevraagd voor UNRWA, ook op Europees vlak.
De financiële steun aan UNRWA
De humanitaire situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De impact van de recente Israëlische maatregelen op de humanitaire hulpverlening in Gaza
Humanitaire crisis en hulpverlening in Gaza
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
Ecolo
Rajae Maouane
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Bernard Quintin, Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 22 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België blijft UNRWA financieren (76 miljoen euro sinds 2019) ondanks kritiek op vermeende Hamas-betrokkenheid van medewerkers, omdat de organisatie volgens minister Vandenbroucke onvervangbaar is voor humanitaire hulp in Gaza en het internationaal recht moet worden beschermd—een standpunt gedeeld door de EU. Sam Van Rooy (N-VA) noemt dit "hypocriet" en eist stopzetting, wijzend op terrorisme-links en gijzelingen in UNRWA-faciliteiten, terwijl Lydia Mutyebele en Rajae Maouane (PS/Ecolo) dringende hulp, vrouwenrechten en reconstructie benadrukken, met kritiek op Israëls blokkades en vernietigde Belgische projecten. De minister bevestigt 70 miljoen euro structurele steun en druk op Israël voor compensaties, maar geen directe hygiëne-hulp voor vrouwen.
Sam Van Rooy:
Stel u voor dat er een hulporganisatie zou zijn waarvan talloze medewerkers ofwel terroristen zijn die hebben deelgenomen aan dodelijke terreuraanslagen tegen Oekraïners bijvoorbeeld, ofwel hand-en-spandiensten hebben verleend aan die terroristen, ofwel online die terroristen en terreuraanslagen verheerlijken. Mijnheer de minister, zou er dan een haar op uw hoofd zijn dat nog maar zou overwegen om elk jaar opnieuw veel belastinggeld aan die zogenaamde hulporganisatie te geven? Dat is immers exact wat er al vele jaren gebeurt. Jaarlijks geeft de Belgische regering miljoenen euro's aan belastinggeld aan UNRWA.
Het was natuurlijk al veel langer geweten, maar sinds de genocidale jihadistische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 kwamen er maand na maand meer details naar buiten over de ware aard van vele UNRWA-medewerkers in Gaza. Daarbij zitten trouwens ook leraren. De afgelopen 15 maanden werden steeds meer UNRWA-personeelsleden ontmaskerd als moorddadige moslimterroristen van Hamas of Hezbollah, als handlanger van jihadisten of als online verheerlijker van Hamas en Hezbollah of van dodelijke jihadterreur. Ik raad u aan om daarover de rapporten van UN Watch te lezen, want zij dragen hiervoor tonnen bewijsmateriaal aan, mijnheer de minister.
Steeds meer landen zullen dan ook de financiële steun aan UNRWA afbouwen of stopzetten, zoals nu ook Nederland, Zweden en de VS. UNRWA kan overigens perfect vervangen worden door UN Refugee Agency, UN Development Programme of World Food Programme.
Mijnheer de minister, mijn vraag die ik voor de zoveelste keer stel en ook zal blijven stellen, is evident. Wanneer stopt België eindelijk met het subsidiëren van dit UNRWA-broeinest van jodenhaat en jihadterreur?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je voudrais vous interpeller sur la situation humanitaire et politique à Gaza, dans le contexte de la trêve récemment instaurée.
Cette trêve représente une étape cruciale pour permettre un répit aux populations civiles et ouvrir une fenêtre d'opportunité pour des discussions en vue d'une solution durable. Cet accord de trêve permet notamment la libération des otages israéliens et palestiniens ainsi que l'arrivée des aides humanitaires dans la région de Gaza.
Cependant, une paix durable dans la région ne pourra exister qu'en respectant le droit international, ce qui implique la fin de l'occupation israélienne et enfin la reconnaissance formelle de l'État palestinien.
La situation à Gaza est une tragédie humaine qui exige une réponse forte, solidaire et cohérente de la part de la communauté internationale. La Belgique, en tant qu'État engagé en faveur des droits humains et de la coopération internationale, a un rôle crucial à jouer.
Je souhaite également rappeler que l’OMS et ses partenaires ont annoncé la mise en œuvre d'un plan de 60 jours axé sur les soins traumatologiques, les soins d’urgence, les soins de santé primaires, la santé infantile, les maladies non transmissibles, la santé et les droits sexuels et reproductifs, la rééducation ainsi que la santé mentale et le soutien psychosocial.
L’OMS a également récemment estimé à plus de 10 milliards de dollars le montant nécessaire pour remettre sur pied le système de santé palestinien durement frappé par les bombardements.
Monsieur le ministre, quel bilan pouvez-vous dresser des initiatives humanitaires entreprises par la Belgique dans le cadre de cette trêve? Dans l'aide humanitaire que la Belgique envoie, des stocks de produits d'hygiène féminine sont-ils prévus?
Comment la Belgique collabore-t-elle avec les organisations internationales présentes sur le terrain? Des partenariats renforcés ou des canaux spécifiques sont-ils mis en place pour garantir que l'aide arrive bien aux populations les plus vulnérables?
Qu'en est-il des demandes de compensation à Israël pour les projets financés par la Belgique et détruits par l'armée israélienne? Dans le cadre de la Coopération belge au développement, quelles mesures prévoyez-vous pour assurer un soutien durable et une reconstruction post-conflit?
Rajae Maouane:
Monsieur le vice-premier ministre, la situation à Gaza est une tache indélébile sur la conscience du monde. La trêve récemment instaurée, bien que fragile, a permis un répit temporaire pour des millions de civils pris au piège dans une crise humanitaire sans précédent. Mais ce répit ne suffit pas. L'urgence d'une aide humanitaire massive est criante.
La Belgique doit être à la hauteur de ses principes: solidarité, justice et respect du droit international.
Les bombardements incessants et les génocides ont laissé Gaza à genoux. Les infrastructures médicales sont en ruine. L'accès à l'eau potable et à l'énergie est quasi inexistant. Les femmes et les enfants payent un lourd tribut.
Face à cette catastrophe, l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) a estimé à plus de 10 milliards de dollars les besoins pour restaurer le système de santé palestinien.
Il faudra beaucoup de temps et de moyens pour reconstruire Gaza et la vie des Gazaouis. Certaines études parlent d'une trentaine voire d'une quarantaine d'années pour tout reconstruire.
Monsieur le vice-premier ministre, quelle est la réponse concrète de la Belgique à cette catastrophe humanitaire?
Quels sont les moyens que nous pouvons mobiliser pour garantir l'accès à la santé, à l'eau potable et à des conditions de vie dignes pour les habitants de Gaza?
Quelles garanties avons-nous que l'aide envoyée atteint effectivement les populations civiles et n'est pas entravée par le blocus israélien ou par des considérations géopolitiques? Nous voyons en effet que, malgré un cessez-le-feu et une trêve à Gaza, Israël continue des opérations militaires, notamment en Cisjordanie. Nous n'avons pas de garantie à 100 % sur ses engagements à faire entrer l'aide humanitaire.
La Belgique a-t-elle demandé des comptes à Israël pour les projets financés par notre Coopération au développement qui ont été détruits lors des frappes? Comptez-vous exiger des compensations concrètes?
Dans le cadre de la Coopération belge au développement, quels sont vos plans pour une reconstruction durable à Gaza? Envisagez-vous un soutien spécifique pour la remise en état des infrastructures essentielles comme les écoles, les hôpitaux et les réseaux d'eau?
Les besoins spécifiques des femmes et des jeunes filles sont souvent ignorés dans les plans d'aide humanitaire. La Belgique inclut-elle dans son aide des produits d'hygiène féminine, une attention particulière aux violences de genre et un soutien aux femmes enceintes, dans un contexte où des structures médicales sont détruites? Nous avons d'ailleurs vu de nombreux bébés en grande détresse, certains sont malheureusement décédés de froid.
La Belgique est-elle prête à prendre l'initiative d'une coalition européenne pour répondre à l'appel des organisations humanitaires sur le terrain, en finançant des plans d'urgence à court terme mais aussi en soutenant une vision à long terme pour Gaza et la Palestine?
Frank Vandenbroucke:
Madame Mutyebele Ngoi, madame Maouane, la réponse de la Belgique à la catastrophe humanitaire à Gaza se traduit par des financements à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) et à d'autres acteurs humanitaires des Nations Unies, à la Croix-Rouge et à certaines ONG comme Oxfam et Handicap International.
En ce qui concerne les besoins de santé à Gaza, l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) assure la coordination et est prête à intensifier sa réponse en collaboration avec le Fonds des Nations Unies pour la population (UNFPA), l'UNRWA et le Fonds des Nations Unies pour l'enfance (UNICEF).
La Palestine est un pays partenaire de la Coopération belge et la Belgique finance également des ONG belges sur des thématiques telles que le droit à l'éducation, le droit à la santé et le droit à l'alimentation. La Belgique met en œuvre un programme quinquennal de 70 millions d'euros visant à soutenir et autonomiser les jeunes par l'éducation et l'accès à l'emploi et visant des investissements softs et en infrastructure pour un environnement durable et propice, particulièrement pour le climat et l'environnement.
En 2024, la Belgique a décidé d'ajouter cinq millions d'euros au programme bilatéral pour soutenir la mise en œuvre du plan du secteur de l'éducation palestinien, contribuant de la sorte au processus plus large de construction de l'État. La Belgique répond ainsi aux besoins de la coopération structurelle à Gaza, à Jérusalem-Est et en Cisjordanie.
Une aide humanitaire directe de la Belgique pour la fourniture de produits d'hygiène féminine n'est pas envisagée actuellement, mais l'égalité des genres est une priorité transversale de la Belgique qui se traduit également dans nos partenariats avec les agences comme l'UNRWA, l'OMS et l'UNFPA.
La Belgique participe activement aux réunions internationales sur Gaza et le Moyen-Orient. Afin de garantir que l'aide envoyée atteigne effectivement les populations civiles, nous insistons pour faire le point sur l'accès humanitaire à Gaza chaque fois que nous sommes en contact avec les autorités israéliennes, à qui nous rappelons leurs obligations.
Concernant les demandes de compensation adressées à l'État israélien, nous avons convoqué plusieurs fois déjà l'ambassadeur d'Israël en Belgique. Plus spécifiquement, la Belgique joue un rôle actif au sein du West Bank Protection Consortium, qui rassemble plusieurs États membres et non-membres de l'Union européenne, où nous demandons systématiquement des compensations à Israël.
En outre, la Belgique est prête à contribuer à la reconstruction de Gaza dans le cadre d'un horizon politique pour les Palestiniens. La Belgique continue à œuvrer pour une solution politique à deux É tats.
Nous regrettons que les Nations Unies et les institutions de droit international soient de plus en plus critiquées. Nous venons une fois de plus de nous exprimer en ce sens lors du débat ouvert sur le Moyen-Orient au sein du Conseil de sécurité.
Ik kom bij de vragen van mevrouw Van Hoof, die hier nu niet aanwezig is, en die van de heer Van Rooy, die er het spiegelbeeld van zijn. Mijnheer Van Rooy, de argumenten die u geeft, worden inderdaad ook hier en daar in Israël gegeven. Die overtuigen echter absoluut niet. Ik zal niet opnieuw het hele debat voeren over de wijze waarop UNRWA zelf is opgetreden, nadat er aanduidingen waren dat sommige medewerkers banden hadden met Hamas. Veel problematischer is het feit dat er met de zogenaamde Knessetwetten, die ook door dat soort verhalen werden gemotiveerd, een heel gevaarlijk precedent voor de internationale gemeenschap ontstaat, niet alleen omdat Israël zijn verplichtingen in het internationale recht verwaarloost, maar ook omdat het gaat over een uitholling van het internationaal recht.
Met het oog op de inwerkingtreding van de Knessetwetten heeft België meermaals zijn steun betuigd aan UNRWA en ik doe dat hier vandaag opnieuw. Zolang er geen politieke oplossing is voor de Palestijnse vluchtelingen, zal België het mandaat van UNRWA beschermen. Het werk van UNRWA is essentieel en onvervangbaar. Ook in het licht van het staakt-het-vuren in Gaza is UNRWA onmisbaar als ruggengraat van alle hulp. Die positie wordt ook gedeeld door de Europese Unie en alle andere donoren, behalve de regering-Trump in de Verenigde Staten.
Kort samengevat, there is no alternative for UNRWA . We maken dan ook dringend werk van een snelle betaling van onze corebijdrage 2025 aan UNRWA. Ook de EU kondigde recent een extra bijdrage van 120 miljoen euro aan humanitaire hulp voor Gaza aan, als onderdeel van de blijvende inzet van de EU aan de Palestijnse bevolking.
België heeft zijn positie inzake UNRWA en het internationaal humanitair recht al verschillende keren in verschillende formats aan Israël kenbaar gemaakt. Onze boodschap richt zich voornamelijk op het wegwerken van alle belemmeringen tegenover VN-agentschappen en humanitaire hulpverleners, evenals op de verplichtingen van Israël ten opzichte van UNRWA onder het internationaal recht.
Tot slot, voor 25 februari staat een bijeenkomst van de Associatieraad EU-Israël op de planning. België eist daar dat de EU Israël duidelijk aanspoort zijn verplichtingen onder het internationaal recht en het internationaal humanitair recht na te komen.
Sam Van Rooy:
Van 2019 tot 2024 heeft België aan UNRWA zo'n 76 miljoen euro gegeven. Ook dit jaar en volgend jaar krijgt dat broeinest van antisemitisme en jihadterreur miljoenen euro's aan Belgisch belastinggeld, en dat terwijl alleen al de top drie van de terroristen van Hamas een geschat vermogen heeft van 11 miljard euro en de dochter van de terrorist en kleptocraat Yasser Arafat een vermogen bezit van 8 miljard euro. Dat is waar u de belastingbetaler eigenlijk voor laat meebetalen, mijnheer de minister.
Gisteren werd bekend dat de drie door Hamas gegijzelde jonge Israëlische vrouwen Romi, Doron en Emily ook gevangen gehouden werden in faciliteiten van URNWA. Met dank dus aan de Belgische Staat. Wat een schande. Volgende week, op 27 januari, zult u allen, en u op kop, mijnheer de minister, allicht krokodillentranen huilen op de Internationale Dag van de Holocaust. Het is werkelijk te hypocriet voor woorden.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je suis rassurée de savoir que n otre gouvernement ne tombe pas dans la désinformation et dans la diabolisation de l'action humanitaire en Palestine, dont l'UNRWA est le principal moteur. Certains de nos collègues ici veulent empêcher l'action humanitaire de l'ONU au bénéfice des populations palestiniennes. Je suis donc vraiment heureuse que vous continuiez toujours à l'encourager.
La situation de Gaza est vraiment catastrophique. Elle atteint des niveaux que l'on n'avait plus vus depuis la Seconde Guerre mondiale. Comme dans tous les conflits, les femmes sont les grandes victimes. Il est nécessaire d'apporter une réponse adaptée à leurs besoins spécifiques. Vous avez dit que cela n'était pas prévu dans votre plan d'action mais il serait nécessaire de porter une attention particulière aux besoins des femmes.
De plus, le système hospitalier a été pratiquement détruit. Les livraisons humanitaires ont dramatiquement diminué. Vu la gravité de la situation, j'espère que la Belgique répondra toujours aux besoins urgents des Palestiniens, en apportant une réponse adaptée à cette crise. La Belgique se doit d'être un moteur de l'aide humanitaire, de la coopération et de la reconstruction. En effet, sans aide, sans stabilité, il n'y aura pas de paix durable. Je vous félicite, vous et votre équipe, pour le travail qui a été fait durant ce conflit.
Rajae Maouane:
Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour les efforts que vous avez déployés dans le dossier. J'aimerais cependant réagir aux propos de certains collègues, qui semblent avoir la lutte contre l'antisémitisme comme priorité, mais que nous n'entendons pas dénoncer des saluts nazis. Or il faut une certaine cohérence dans la lutte contre l'antisémitisme et dénoncer tout propos qui nous y précipite. Donc, le combat contre toutes les formes de haine et de discrimination doit être mené avec cohérence et intégrité. Il me semble que certains collègues en manquent… Pour revenir à Gaza, je n'ai pas entendu de réponse claire, à moins que j'aie mal entendu, au sujet de l'exigence visant à demander des comptes relativement aux projets qui ont été financés par notre Coopération au développement et qui ont été détruits par les frappes. Il me paraît judicieux de mettre le gouvernement israélien face à ses responsabilités quant au respect du droit international. Il faut donc obtenir des compensations et continuer à soutenir des associations comme l'UNRWA, qui sont reconnues mondialement et qui sont absolument nécessaires à la reconstruction de Gaza. Comme je l'ai dit, il faudra trente à quarante années pour reconstruire un pays en ruines et à genoux, dont les conduites d'eau et de gaz sont anéanties et où les camps de réfugiés et les écoles ont été bombardés, causant le décès de femmes et d'enfants. Nous sommes parfois contraints de les mentionner afin de susciter un peu d'humanité et d'humanisme, comme si les civils morts ne comptaient pas. En tout cas, merci pour vos réponses. Nous continuerons à suivre attentivement le dossier.
Het vredesproces in het Midden-Oosten
Het akkoord over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het mogelijke staakt-het-vuren in Gaza
De onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het akkoord over een staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas
Het mogelijke akkoord over een wapenstilstand in Gaza
Conflictontwikkelingen tussen Israël en Gaza.
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na 15 maanden bloedige oorlog tussen Israël en Hamas, met 46.000+ doden in Gaza en 1.200 Israëlische slachtoffers op 7 oktober, brengt een fragiel staakt-het-vuren hoop: 33 gijzelaars zouden vrijkomen, humanitaire hulp kan Gaza bereiken, en het geweld pauzeert—mits Israël het akkoord (nog niet officieel goedgekeurd) nakomt. Kernpunten: De humanitaire crisis (honger, verwoeste infrastructuur, 80% kinderslachtoffers) eist onmiddellijke hulp via UNRWA (waar Israël sancties tegen overweegt), terwijl politieke druk nodig is om een duurzame tweestatenoplossing af te dwingen—met erkenning van Palestina, sancties tegen Israël (om oorlogsmisdaden te bestraffen) en internationale rechtszaken (ICC/IGH) als sleutelvragen. België’s rol: Steun aan UNRWA, diplomatieke druk (o.a. via EU), maar geen concrete sancties of Palestijnse erkenning—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Rusland/Oekraïne). Vrede blijft hypothetisch zonder politieke oplossing; het akkoord is een adempauze, geen eindpunt. Scherpe tegenstellingen: Sommigen eisen genocidestop en straf voor Netanyahu, anderen benadrukken Israëls veiligheidsrecht—maar alleen een tweestatenmodel biedt perspectief, mits extremisme aan beide kanten wordt ingetoomd.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, enfin une lueur d'espoir après 15 mois d'horreur. Chers collègues, il y a 15 mois, les attaques barbares du Hamas et du Jihad islamique sur le territoire d'Israël semaient l'effroi dans le monde entier. Près de 1 200 personnes ont été sauvagement tuées, des femmes, des jeunes, des enfants; les terroristes se vantant face caméra de les avoir torturées, exécutées parce qu'elles étaient juives. Il y a 15 mois, les terroristes emmenaient dans la bande de Gaza 251 otages. Le Hamas et le Hezbollah libanais pilonnaient l'État hébreu. Ensuite, ce fut au tour des Houthis du Yémen. Tous les bras armés de l'Iran.
Les attaques du 7 octobre ont entraîné un embrasement régional et une riposte impitoyable de l'armée israélienne, soutenue par les États-Unis. Une riposte que le Hamas savait effroyable, vu le nombre de dommages collatéraux. Et c'est en cela que le groupe terroriste a enfermé la population de Gaza dans une impasse mortifère.
Il s'en est suivi une guerre effroyable, avec des tirs quotidiens de roquettes d'un côté et des bombardements de l'autre. Depuis, des dizaines de milliers de Palestiniens, dont là encore des femmes et des enfants innocents, ont péri dans la bande de Gaza. Avec cette question, jusqu'ici sans réponse: quand va s'arrêter cette folie meurtrière? Quand les otages seront-ils libérés?
Après 15 mois d'horreur, un accord de cessez-le-feu a donc été annoncé hier soir. Mon groupe s'en réjouit, bien entendu. Cet accord doit constituer un tournant, un espoir – avouons-le, à ce stade, hypothétique et précaire puisqu'il n'a pas encore été officialisé.
L'ensemble de la communauté internationale doit redoubler d'efforts en ce sens. Tout est à reconstruire, tout est à construire entre Israéliens et Palestiniens qui n'ont qu'un seul destin: vivre côte à côte, pour que la paix soit juste et durable.
Cela m'amène à mes questions, monsieur le ministre. Que pouvez-vous nous dire concrètement de cet accord et de cette garantie? Il est prévu que 33 otages soient libérés. Qu'en sera-t-il des autres?
Vu la situation complexe dans laquelle se trouve l'UNRWA, comment va s'organiser l'aide humanitaire cruciale dans la bande de Gaza?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, “we wenen en we vieren”, dat zijn de gemengde gevoelens op het terrein, of beter gezegd het slagveld. Er is hoop en opluchting over een potentieel staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Er is hoop op dagen van minimale menselijkheid na 15 maanden van bloedvergieten. Er is op hoop op een leven zonder honger, zonder bombardementen en zonder drones, hoop op basiszorg voor fysieke en mentale wonden, hoop voor de gijzelaars dat zij hun familie weer in de armen kunnen sluiten. De uitdagingen blijven echter immens. Israël moet het akkoord nog goedkeuren en het rommelt vandaag in de regering-Netanyahu.
Voor ons en voor de grote internationale gemeenschap is het duidelijk: het verwoesten van mensenlevens moet stoppen. Honderden vrachtwagens met humanitaire hulp moeten Gaza kunnen binnenrijden. Een heropbouw is nodig, zonder dat Gaza weer een openluchtgevangenis wordt. Dat is wat België vraagt en wat cd&v al jaren vraagt.
We moeten echter waakzaam blijven. Er is een potentieel akkoord, maar dit mag geen voorwendsel zijn om met de zegen van president-elect Trump extremisten in die regering te paaien met nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat zou catastrofaal zijn voor een tweestatenoplossing en voor een duurzame vrede in de regio.
Komt er een adempauze? Komt er vrede? Komt er niets? We moeten alles in het werk stellen om dit akkoord in alle fasen ervan te ondersteunen. Hoe voorziet u dat? De Europese Unie heeft al 120 miljoen euro voorzien. Welke diplomatieke tussenkomsten voorziet u op de weg naar duurzame vrede?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister en collega’s, we horen het gejuich in de straten van Gaza en we zien vreugde met tranen. Na maanden van horror en verdriet is er eindelijk zicht op het staakt-het-vuren, maar de vraag is of er hoop is op een duurzaam akkoord. De reactie van Netanyahu vandaag is geen goed teken.
Gewone mensen zijn altijd het eerste slachtoffer in een conflict, maar zullen zij ook de eersten zijn die profiteren van het beëindigen van dat conflict? Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. De krantenkoppen zijn positief, maar als we verder lezen maken we ons toch zorgen, want Israël klaagt vandaag al dat Hamas de eerste afspraken niet nakomt en bovendien is er nog heel veel onduidelijkheid over de status van Noord-Gaza, waar velen verdreven zijn.
De wederopbouw is een werk van zeer lange adem. Hoe bouwt men iets op als er niets meer is? Hoe werkt men aan vrede als er zoveel spanning is? Cruciale vragen die enkel beantwoord kunnen worden met voldoende druk van de internationale gemeenschap. Het conflict had al lang moeten stoppen, want er was geen enkele reden om te blijven bombarderen, maar dat is het effect van extremen aan de macht.
Mijnheer de minister, wat Vooruit betreft kunnen de mensen in Gaza niet wachten. Zij hebben vandaag hulp nodig en morgen moet die heropbouw kunnen beginnen. België kan in beide een cruciale rol spelen. UNRWA staat klaar om te starten en om aan de slag te gaan.
Mijnheer de minister, hoe kunnen we garanderen dat de humanitaire hulp heel snel bij de mensen in Gaza terechtkomt?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, c’est un soulagement. Après 15 mois de génocide à Gaza, l’annonce d’un cessez-le-feu a été un soulagement pour les Gazaouis, parce qu’il y a déjà eu assez de morts. Plus de 46 000 morts, selon l’estimation la plus basse, sans parler des conséquences de la famine, du manque de médicaments et du blocage de l'aide humanitaire. Ce cessez-le-feu permettra de sauver ceux qui peuvent encore être sauvés. Par ailleurs, c'est également un soulagement car les otages israéliens et palestiniens seront libérés.
Cet accord a abouti avec l'arrivée de l'administration Trump aux États-Unis, ce qui démontre que les États-Unis peuvent arrêter le massacre en Palestine aujourd'hui, et qu’ils sont complices du génocide actuel, parce que quand ils décident que le massacre doit s'arrêter, ils l'arrêtent. Nous devons donc maintenir la pression sur les États-Unis et sur Israël.
Par ailleurs, cette trêve intervient aussi parce qu'Israël est de plus en plus isolé dans le monde. Il n'a jamais été aussi isolé qu'aujourd'hui, face à une mobilisation mondiale sans précédent. Ne soyons pas dupes: nous devons maintenir la pression, maintenir la mobilisation, parce qu'il y a toujours une occupation en Palestine, il y a toujours une colonisation. Ne faisons pas confiance au gouvernement d'extrême droite pour respecter un cessez-le-feu. S'il n'y a pas de pression, il ne le respectera pas. Nous maintiendrons la pression.
Monsieur le ministre, après 465 jours de génocide, la Belgique n'a toujours pas pris de sanctions contre Israël. Allez-vous mettre en place des sanctions pour maintenir la pression sur Israël, pour qu'il respecte le cessez-le-feu? Oui ou non, monsieur le ministre?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, dimanche 19 janvier, normalement, si tout se passe bien, les enfants de Gaza vont se lever sans crainte de se prendre une bombe sur la tête, et ce pour la première fois depuis de trop longs mois. Un cessez-le-feu à Gaza semble imminent, même si ce n'est pas totalement clair. Cette trêve annonce la fin des bombardements, la libération d'otages et de prisonniers palestiniens. Nous n'y croyions presque plus et, pour la première fois depuis longtemps, une lueur d'espoir est apparue pour les populations civiles massacrées.
Cependant, la situation humanitaire à Gaza reste désastreuse, avec près de 60 000 morts selon certaines estimations, des infrastructures détruites à 80 %, un système de soins de santé à l'arrêt, des milliers d'enfants traumatisés et amputés, une population déplacée mourant de froid et de faim. Le territoire gazaoui est à genoux. L'un des enjeux actuels est de garantir un accès humanitaire immédiat et inconditionnel à Gaza, en soutenant notamment des organisations comme l'UNRWA.
Ce cessez-le-feu apporte un soulagement, mais il ne peut en aucun cas servir de totem d'impunité. Nous ne cesserons de demander justice pour les dizaines de milliers de Gazaouis massacrés sous les bombes, dans un déchaînement de violence aveugle orchestré par le gouvernement d'extrême droite de Benyamin Netanyahu. Cette barbarie ne peut rester sans réponse ni sans conséquences.
Monsieur le ministre, envisagez-vous de soutenir une enquête internationale sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité, ainsi que sur les accusations de génocide contre le gouvernement israélien, afin que les responsables soient traduits devant la justice?
Quelles garanties demandez-vous à l' É tat d'Israël pour que cette trêve ne soit pas seulement une pause temporaire, mais un premier pas vers un processus durable de paix et de justice?
L'un des enjeux des prochains jours sera aussi de sortir de Gaza les milliers de blessés graves pour qu'ils puissent être soignés. La Belgique accueillera-t-elle des blessés, comme elle a pu le faire par le passé?
Comment comptez-vous agir aux côtés de vos partenaires européens et internationaux pour reconstruire Gaza dans les vingt à trente prochaines années – car c'est bien le temps qui sera nécessaire pour sa reconstruction – et permettre aux Palestiniennes et Palestiniens de vivre dans la dignité après ces destructions massives?
Et puis, la Belgique va-t-elle enfin reconnaître l' État palestinien, comme nous le demandons depuis longtemps?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, j'aimerais y croire. L'accord de cessez-le-feu signé hier entre Israël et le Hamas est peut-être un vrai signal d'espoir. On entrevoit, en tout cas, une lueur.
J'ai vraiment une pensée pour les plus de 47 000 victimes, dont plus de 13 000 enfants. Treize mille enfants ont été assassinés, tués. J'ai une pensée pour toutes ces femmes, qui doivent aussi aujourd'hui scruter les heures qui viennent pour voir si cet accord sera respecté car il reste fragile. On a dénombré 73 morts ce matin dont une vingtaine d'enfants encore.
Gaza est complètement détruite et 1,9 million d'habitants, soit 90 % de la population, ont été déplacés. Le cessez-le-feu doit permettre une aide humanitaire massive, une aide médicale d'urgence. Cette trêve est donc un premier pas vers une paix durable qui doit être l'objectif. Car oui, monsieur le ministre, les Palestiniens devraient avoir droit à s'alimenter. Oui, ils devraient avoir droit à boire de l'eau potable. Oui, ils ont des droits en matière de sécurité, de soins médicaux et d'éducation; 95 % des écoles ont été détruites à Gaza. Ils ont droit au logement. Ils devraient avoir le droit de se déplacer librement. Ils devraient avoir le droit, enfin, d'envisager une vie en paix et en sécurité.
Ce dont nous avons besoin, monsieur le ministre, et en particulier les Palestiniens, c'est d'un véritable accord de paix pour que deux É tats reconnus vivent en paix. Israël a le droit de vivre en paix, la Palestine également.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous soutenir le retour à la table des négociations afin d'imposer le silence des armes, définitif et sans conditions? Quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin la Palestine?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, c'est effectivement un moment de soulagement. C'est le soulagement de voir que des familles vont être recomposées, que des prisonniers vont être échangés, que des enfants et des adultes innocents vont cesser de mourir.
C'est aussi – vous ne m'empêcherez pas de le penser – un moment d'amertume, parce que le plan que l'on voit est en fait le plan Biden, qui, depuis huit ou neuf mois, aurait pu être concrétisé. Et il a fallu la main de Trump, celle qui menace plus vite qu'il ne parle, pour que même les plus extrémistes décident qu'il était temps de signer un accord.
Mais c'est un moment de prudence aussi. J'entends déjà certaines voix dire que c'est un accord provisoire. Et c'est ma première question. Quelles sont les garanties que vous, l'Europe, les États-Unis pouvez apporter pour que ce ne soit pas du provisoire? C'est de la prudence parce qu'on est au début du chemin. Or celui-ci sera très long et très compliqué. Comment la Belgique et l'Europe peuvent-elles faire entendre leur voix?
Et, en même temps, c'est une occasion. C'est une occasion qu'il faut saisir pour restabiliser ce Moyen-Orient qui est déstabilisé depuis trop longtemps, et pas depuis la guerre, pour qu'effectivement une solution à deux États – je vous le dis comme je le pense – puisse exister. Quelle sera la voix de la Belgique et de l'Europe, monsieur le ministre? Voilà les questions, en ce moment à la fois peut-être opportun mais toujours prudent, que je voulais vous poser.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, gisteren was er veel opluchting, want er zou eindelijk een staak-het-vuren komen tussen Israël en Hamas. Dat zal hopelijk een einde maken aan het gruwelijke geweld in Gaza. Er vielen al 46.000 doden, er zijn 110.000 gewonden en 100.000 Palestijnen zijn op de vlucht en dakloos. De kinderen lopen daar in de winter verweesd op hun blote voeten door het puin na een zoveelste bominslag.
De wereld wil dat dit ophoudt, maar minder dan 24 uur later staan er alweer grote vraagtekens bij dit akkoord. Opnieuw voerde Israël afgelopen nacht immers zware bombardementen uit. Opnieuw werden 70 mensen gedood, waaronder 20 kinderen. Netanyahu dreigt op dit moment al terug te krabbelen en dat moet ons zorgen baren. Israël heeft zich immers al 15 maanden lang niets aangetrokken van het internationaal en humanitair recht. Er waren aanvallen op burgers, op scholen en op ziekenhuizen. Daar is dus een genocide aan de gang en wie dat niet wil zien is stekeblind. Israëlische ministers zetten immers aan tot geweld, herleiden Palestijnen tot ongedierte en hongeren hen bewust uit. Er zijn veel te veel pijnlijke bewijzen. Zelfs het staak-het-vuren tussen Israël en Hamas kan nooit een reden zijn om dit onbestraft te laten. Daarvoor is Israël veel en veel te ver gegaan.
Ik heb dan ook een aantal vragen, mijnheer de minister.
Welke initiatieven zal onze regering nemen om de inwoners van Gaza te ondersteunen? Hoe zullen we helpen bij de heropbouw van huizen, ziekenhuizen en scholen?
Zal ons land ook pleiten voor onderzoek naar de mogelijke oorlogsmisdaden? De Belgische regering heeft al een hele tijd geleden beslist om tussen te komen in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Mijnheer de minister, waar blijft die tussenkomst?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, comme vous l'avez tous dit, "enfin" – je crois c'est le mot qui convient – une lueur d'espoir au Moyen-Orient. Het werd tijd . L'annonce faite hier par le Qatar, l'Égypte et les États-Unis de la conclusion d'un accord entre le Hamas et Israël sur un cessez-le-feu est une étape cruciale. En effet, le gouvernement israélien doit certes encore l'approuver officiellement, mais il est difficile d'imaginer qu'il en soit autrement. Monsieur De Maegd, la première phase sur trois, celle du cessez-le-feu provisoire, doit commencer ce dimanche avec la libération d'un premier groupe d'otages. Nous nous réjouissons tous qu'ils puissent retrouver les leurs.
Dat er een einde komt aan een verwoestende oorlog die 15 maanden duurde, is geweldig nieuws voor Palestijnen en Israëli's die vrede willen. We kunnen ons wellicht niet voorstellen hoezeer Israëli's en Palestijnen snakken naar vrede, rust en perspectief.
Monsieur Boukili, cet accord reprend en effet la structure du plan Biden présenté en mai dernier. Il comprend trois étapes dont les détails doivent encore être négociés.
Comme je le disais, la première phase doit commencer ce dimanche pour une durée de six semaines. Cette première étape, attendue de longue date, permettra de faire taire les armes, de mettre fin à la violence et d'assurer une distribution sûre et effective d'une importante aide humanitaire. Je vous rejoins, monsieur Crucke, ce ne sera pas un long fleuve tranquille.
Madame Van Hoof, un travail diplomatique important reste encore à accomplir pour nous tous. J'en parlerai avec mon homologue égyptien – qui est d'ailleurs l'un des architectes de l'accord – quand je le recevrai à Bruxelles lundi prochain, le 20 janvier. Demain, je m'entretiendrai avec le premier ministre palestinien qui est à Bruxelles.
Nous le savons tous très bien, la situation humanitaire sur place est désastreuse et demande une réponse rapide et immédiate.
De VN-agentschappen en de ngo's bereiden zich voor om de humanitaire hulp op te schalen. Vannacht zouden al een aantal bijkomende trucks met humanitaire hulp toegelaten zijn. Het Wereldvoedselprogramma heeft hulp klaarstaan om drie maanden een miljoen mensen te voeden.
Un programme similaire de l'UNRWA est aussi en préparation. Madame Lambrecht, monsieur Aerts, cette organisation des Nations Unies est évidemment indispensable sur place pour venir en aide à la population locale, que ce soit pour l'aide humanitaire ou la scolarisation de plus d'un million d'enfants qui n'ont plus vu les bancs de l'école depuis deux ans.
Nous suivons d'ailleurs de près la prochaine entrée en vigueur des lois anti-UNRWA votées par la Knesset. Nous continuons à appeler le gouvernement israélien à ne pas les mettre en œuvre. Il n'y a pas d'alternative à l'UNRWA et aux Nations Unies! Les Nations Unies doivent être reconnues et respectées à tous les niveaux!
Madame Maouane, cette avancée positive annoncée hier ne doit pas éclipser la nécessité d'établir clairement les responsabilités pour tous les crimes commis. C'est d'ailleurs essentiel pour tracer un chemin vers une paix durable.
De verantwoordelijken voor de gruweldaden moeten worden gestraft. België heeft altijd gepleit voor de eerbiediging van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht. België heeft altijd zijn volle steun betuigd aan het Internationaal Strafhof en het Internationaal Hof van Justitie.
Mijnheer Aerts, bij het Internationaal Hof van Justitie loopt een zaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Zoals u weet zal België daaraan meewerken.
Chères députées, chers députés, vous l'avez compris, la Belgique appelle les parties à respecter cet accord et à le mettre en œuvre. C'est une chance unique, comme cela a été souligné par chacune et chacun d'entre vous, de mettre fin à 15 mois d'une guerre absolument terrible, avec un nombre incroyable de victimes innocentes.
Ce sera certes un défi. De nombreux points doivent encore être éclaircis afin de mettre fin de manière permanente aux hostilités et d'établir un horizon politique pour les Palestiniens, les Israéliens et cette région.
Monsieur Lacroix, notre pays soutiendra tous les efforts en vue d'une solution à deux États vivant côte à côte dans la sécurité et la paix, comme nous l'avons déjà fait. Vous vous rappellerez que ma prédécesseure a organisé, quelques jours avant la fin de son mandat, une deuxième conférence sur la solution à deux États, avec le Haut représentant de l’Union européenne pour les affaires étrangères et la politique de sécurité de l'époque, Josep Borrell. C'est en tout cas ce que nous souhaitons toutes et tous ici.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'exprime ici, au nom de mon groupe, le vœu que cet accord de cessez-le-feu voie le jour très rapidement et soit durable; le vœu que les otages puissent enfin retourner chez eux pour tenter, tant bien que mal, de surmonter la terrible épreuve qu'ils ont subie, et que les familles des otages décédés puissent entamer un très difficile travail de deuil; le vœu que la population palestinienne de Gaza, après 15 mois de guerre, puisse également être épargnée, secourue par une aide humanitaire cruciale, panser ses plaies et tenter de se construire un avenir légitime. Cet accord de cessez-le-feu marque un espoir après plus de 15 mois d'une guerre effroyable, qui a fait des dizaines de milliers de victimes.
Cependant, nous devons rester très prudents, chers collègues, cet accord ne marquera pas la fin des tensions. Un cessez-le-feu sans perspective politique sérieuse est la porte ouverte à la répétition des horreurs auxquelles on assiste depuis maintenant 75 ans dans cette région. Cet accord, enfin, ne doit pas, monsieur le ministre, nous détourner de l'objectif à long terme de l'instauration d'une paix juste et durable à Gaza, en Cisjordanie et en Israël.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het akkoord is inderdaad een eerste stap om het leed in Gaza te verlichten. Het is een sprankel hoop in het nieuwe jaar. Euforie is nog niet aan de orde. We hebben wel een constructieve houding nodig. Die houding hebt u daarnet ook uitgesproken. We hebben diplomatieke contacten in de komende dagen. Er wordt ook ondersteuning gegeven aan UNRWA om ter plaatse humanitaire hulp te verschaffen. We geven steun aan het Internationaal Gerechtshof en aan het Internationaal Strafhof. Dat zijn belangrijke stappen die België en de Europese Unie kunnen zetten.
We mogen ons echter niet gedragen als een olifant in een porseleinwinkel. Dat is het vandaag immers nog. Wij moeten waakzaam blijven. Dat betekent dat er geen communicerende vaten zijn. Als er een verdere escalatie is op de Westelijke Jordaanoever, moeten we nieuwe stappen durven zetten.
Onze partij denkt in dat verband ook aan een handelsverbod vanuit de nederzettingen naar de Europese Unie en naar België.
De stappen naar een duurzame vrede en een tweestatenoplossing zijn cruciaal, met een erkenning van Palestina. Laten we echter eerst starten met de menselijkheid.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. UNRWA is inderdaad onontbeerlijk en niet vervangbaar. Er zijn geen alternatieven.
De ellende voor de Palestijnen is nog lang niet voorbij. In Gaza en bij de familieleden van de gegijzelden heerst nu hoop. Op de Westelijke Jordaanoever is er echter niets veranderd. Er is daar geen enkel zicht op vooruitgang. Sterker nog, met de nieuwe president in de Verenigde Staten is het einde helemaal niet in zicht.
Iedereen in Europa moet een keuze maken. Voeren wij de druk verder op – die keuze meen ik uit uw antwoord te kunnen opmaken – of kijken we de andere kant uit?
Mijnheer de minister, voor Vooruit is het heel helder: er is nood aan duurzame vrede. Dat kan enkel, zoals u ook hebt aangegeven, door een tweestatenoplossing. Wij blijven daarvoor pleiten. Wij zullen daar hard voor blijven strijden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez répondu à plusieurs questions, sauf une: les sanctions. Pourquoi pas de sanctions? Vous dites que la Belgique tient au respect du droit international. Alors, il faut être cohérent: quand ce droit international est violé, il faut sanctionner ceux qui le violent sinon cela n'a pas de sens de dire que la Belgique respecte le droit international.
Vous avez parlé d'une guerre atroce. Je rappelle que ce n'est pas une guerre mais un génocide, monsieur le ministre. C'est un génocide et ce n'est pas moi ou le PTB qui le disons: la Cour internationale de Justice a prévenu du génocide; la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre Netanyahu; l'ONU a fait un rapport sur le génocide; Oxfam a fait un rapport sur le génocide. Même le monde académique belge s'est mobilisé: 6 700 signatures dans le monde académique belge pour dénoncer le génocide et le manque de sanctions. Ils appellent à sanctionner Israël. Quand allez-vous bouger sur ce sujet? Si vous voulez être cohérent avec votre respect du droit international, il faut le faire parce que pour l'instant, c'est seulement du bla-bla.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Malheureusement, vous l'avez dit, à Gaza, le droit international a été réduit en poussière, emporté par les bombes. Netanyahu et ses complices doivent finir en prison comme les criminels de guerre qu'ils sont. Il ne faut pas oublier ce qui s'est passé. On n'oubliera pas les 300 journalistes tués, on n'oubliera pas la famine organisée, on n'oubliera pas les civils brûlés vifs, on n'oubliera pas le système hospitalier détruit, on n'oubliera pas les camps de réfugiés bombardés, on n'oubliera pas l'aide humanitaire bloquée, on n'oubliera pas le génocide perpétré. On continuera à se battre pour que justice soit rendue, que les criminels soient derrière les barreaux. On continuera à se battre pour que la colonisation s'arrête et pour que l'État de Palestine soit enfin reconnu.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je suis heureux, car je sens que notre pays est volontaire et qu'il soutiendra le processus des futures négociations. Je reste cependant inquiet quant au respect du droit international. Vous avez été clair. J'espère que le futur gouvernement Arizona le sera tout autant que vous et que vous resterez, le cas échéant, ministre des Affaires étrangères.
J'entends bien que la notion de crime de génocide à Gaza ne fait plus aucun doute. Six mille sept cents universitaires ont signé une lettre ouverte cette semaine, rappelant ce génocide et appelant à des sanctions. Vous avez été clair également sur le respect du droit international. Cela signifie que si on ne le respecte pas, on doit être sanctionné. Israël devra l'être. Il faudra par conséquent faire preuve d'une capacité de résister à toutes les pressions. Et j'espère qu'au sein de l'Arizona, vous parviendrez à vous mettre d'accord sur tout ce que vous avez dit aujourd'hui.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je tiens à le souligner, vous attestez de votre connaissance et de votre maîtrise du dossier. Les contacts que vous nouerez dans les prochains jours prouvent aussi que Bruxelles, ce petit pays qu'est la Belgique, et l'Union européenne ont un rôle à jouer. Je veux soutenir les démarches qui sont les vôtres.
Je pense qu'il ne faut pas se tromper. L' État d'Israël a droit à la reconnaissance de sa souveraineté et à la paix, mais les Palestiniens ont aussi le droit de vivre en paix. Donc, ce que je voudrais tant voir en réalité, pour ces deux États, et seule la constance de l'Union européenne permettra de le montrer, c'est que c'est la nuance qui apporte des solutions. Nous, Les Engagés, c'est aussi en ce sens que nous entendons soutenir votre travail.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, een constructieve houding is belangrijk als wij de inwoners van Gaza willen helpen, als we ervoor willen zorgen dat zij opnieuw humanitaire hulp krijgen en als we willen bijdragen aan de heropbouw aldaar. Daarvoor is er alleszins een staakt-het-vuren nodig. Komt dat er niet omdat Israël zich terugtrekt van de tafel en er de stekker uit trekt, dan moeten we fors reageren, zoals tegen Rusland, toen Poetin Oekraïne is binnengevallen. Dan moeten we het hele gamma aan maatregelen om Israël onder druk te zetten, uit de kast halen. Dan moeten we het Europees handelsakkoord met Israël stopzetten, de import van producten uit de bezette gebieden verbieden, de genocide aldaar politiek erkennen en ook de Palestijnse staat erkennen – ik heb de instemming van velen genoteerd –, want dat laatste blijft meer dan ooit van belang voor een duurzame oplossing voor het geweld in de regio.
Het cancelen van de filmvertoning 'La Belle de Gaza' onder druk van het anti-Israëlprotest
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Brusselse festival Cinemamed annuleerde de vertoning van *La Belle de Gaza*—een film over transvrouwen die van Gaza naar Tel Aviv vluchten—na dreigementen van anti-Israëlische groeperingen die Israël van *pinkwashing* beschuldigden, wat Sam Van Rooy ziet als capitulatie voor intimiderende zelfcensuur en een teken dat het "progressieve" establishment een *clash of civilizations* ontkent. Minister Verlinden bevestigde dat de politie geen protesten aantrof en benadrukte dat de overheid niet kan ingrijpen in festivalprogrammatie, terwijl de organisator de film afblies uit vrees voor verstoring. Van Rooy kaartte aan dat de annulering hypocriet is, omdat de film juist de tolerantie in Israël tegenover LGBTQ+-personen toont—in contrast met hun vervolging onder Palestijns islamitisch bestuur—en dat het establishment zwicht voor druk in plaats van vrijheid te verdedigen. De discussie onthulde een patroon van toegeven aan activistische druk, zonder concrete oplossingen vanuit de overheid.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, het Brusselse festival Cinemamed besliste de geplande film La Belle de Gaza niet te vertonen. Het betreft een film over transpersonen die van Gaza naar Tel Aviv vluchten. Anti-Israëlische groeperingen hadden opgeroepen tot protestacties tegen wat zij de pinkwashing van Israël noemen. De organisatoren meenden dat een gezellige filmavond zo niet meer mogelijk was en cancelden de filmvertoning. Capitulatie dus. Nooit eerder in het dertigjarig bestaan van dit Brusselse festival werd een film gedeprogrammeerd.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie hierop? Bij het indienen van deze vraag, ondertussen al een tijdje geleden, had ik u gevraagd of u een sterk signaal kon geven om de film alsnog te doen vertonen. Die vraag is ondertussen natuurlijk achterhaald. Kunt of wilt u iets doen om dit soort zelfcensuur onder druk van intimiderende anti-Israëlorganisaties en protesten tegen te gaan?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Rooy, de politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene heeft op 3 december 2024 vernomen dat er op sociale media werd gereageerd op een geplande voorstelling van die film op 4 december, in de vorm van een oproep tot boycot van de voorstelling.
Vóór de geplande aanvang van het evenement heeft de politie ter plaatse contact gehad met de organisator, die toen meldde dat de vertoning al was afgelast. De beslissing werd kennelijk meegedeeld op de affiches die waren aangeplakt aan de ingang. Volgens de organisator werd de beslissing genomen uit bezorgdheid over een mogelijke verstoring van de vertoning. Voor, tijdens en na het initieel geplande tijdstip van de voorstelling heeft de politie gepatrouilleerd in de buurt, maar werden geen potentiële manifestanten aangetroffen, noch ontstonden er protesten.
Ik wil bijkomend nog aangeven dat het uiteraard niet aan de minister van Binnenlandse Zaken kan zijn om te interveniëren in de programmatie van dergelijke evenementen.
Sam Van Rooy:
De film La Belle de Gaza handelt over transvrouwen uit Gaza die de gewelddadige Palestijnse vervolging ontvluchten naar Tel Aviv in Israël, om daar een nieuw en vrij leven te kunnen beginnen. De film laat dus zien hoe tolerant Israël is voor transpersonen en homoseksuelen, terwijl transpersonen en homoseksuelen onder Palestijns bestuur op brutale wijze worden vervolgd, omdat zoals we weten de islamitische wet dat voorschrijft.
Het is dus veelzeggend dat de intimiderende anti-Israël meute, die zichzelf natuurlijk heel progressief vindt, die film heeft doen cancelen. Het is ook veelzeggend dat het laffe Brusselse filmfestival Cinemamed daarvoor heeft gecapituleerd. De beleidsmakers stonden erbij en keken ernaar, net zoals bij de recente afgelaste voorstelling van een islamkritisch boek.
Het doet mij concluderen dat het establishment nog altijd niet snapt dat er een clash of civilizations bezig is en dat we die helaas aan het verliezen zijn.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56001606C en 56001841C van respectievelijk de heer Demon en mevrouw De Vreese worden uitgesteld.
De toestand in Palestina en de genocide in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een fel debat over Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict toonde een scherp contrast: Ribaudo beschuldigt België van medeplichtigheid aan een *genocide* in Gaza door wapenleveringen en EU-steun aan Israël, eist een onmiddellijk embargo en opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord, en wijst op landelijke acties (o.a. Spanje) die wel ingrijpen. Minister Quintin erkent de "catastrofale" situatie, verwijst naar juridische procedures (ICJ-zaak Zuid-Afrika) en "mogelijke" oorlogsmisdaden, maar stelt dat België druk uitoefent via diplomatie (EU-dialoog, naleving ICJ-maatregelen)—zonder concrete sancties—en benadrukt dat genocidelabels aan rechtbanken zijn. Ribaudo verwierp dit als dodelijk uitstel en riep op tot massale protesten.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, le 25 décembre, une mère, quelque part dans les ruines de Gaza, pleure au-dessus du corps de son bébé mort de froid. En fait, il n'est pas mort de froid, mais bien parce que le gouvernement israélien bloque l'aide humanitaire. Le 27 décembre, le seul hôpital debout dans le nord de Gaza est rayé de la carte. Et son directeur, qui a passé sa vie à soigner ses patients, est arrêté par l'armée israélienne et torturé dans ce que l'on appelle le "Guantanamo israélien". Le 9 janvier, un père déterre le corps de ses deux filles parmi les décombres de sa maison.
Cette horreur se poursuit. Depuis octobre 2023, le nombre de victimes a dépassé les 46 000 morts. Ce chiffre, aussi choquant soit-il, n'est pas le fruit du hasard. Il est le résultat d'une politique délibérée et systématique: blocus, bombardements, famine. Ce n'est pas seulement une tragédie; c'est un génocide.
Là où des crimes sont commis, il y a aussi des complices. L'Union européenne, par exemple, a versé 250 millions d'euros d'aide aux institutions israéliennes. Depuis octobre, près de 675 000 euros l'ont été à un fabricant d'armes: Israel Aerospace Industries. En Belgique, les ports et aéroports continuent de laisser passer des armes à destination d'Israël. Votre inaction nous rend complices de génocide.
Je vais vous poser deux questions, monsieur le ministre. Allez-vous prendre vos responsabilités et activement plaider pour la suspension de l'accord d'association UE-Israël? Allez-vous organiser un embargo militaire, de sorte qu'aucune arme ne passe par notre territoire?
Bernard Quintin:
Monsieur le président, comme c'est la première fois que j'interviens dans cet hémicycle cette année, permettez-moi de présenter à la Chambre mes meilleurs vœux.
Monsieur le député, la situation à Gaza, nous en sommes d'accord, est absolument catastrophique. C'est un sujet que nous suivons de près tant au niveau du gouvernement que moi-même, en tant que ministre des Affaires étrangères, avec tous mes services et toutes mes équipes sur place. C'est par ailleurs un point que je fais dans tous mes entretiens bilatéraux, comme j'ai eu l'occasion de le faire le 2 janvier avec mon homologue turc à Ankara et hier avec mon homologue jordanien qui était en visite à Bruxelles.
Les choses sont très claires en ce qui concerne la Belgique: le respect du droit international et le respect du droit international humanitaire ne sont pas optionnels.
Verschillende rapporten, waaronder een VN-rapport, spreken van genocide en etnische zuivering. Die ontsnappen niet aan onze aandacht.
Notre pays condamne fermement ce qui se passe sur le terrain et nous continuerons à le faire chaque jour.
Pour répondre à votre question, la qualification de crime de génocide relève des cours. Ici, singulièrement, de la Cour internationale de Justice. C'est donc à cette Cour qu'il revient de dire le droit.
La Belgique apporte d'ailleurs et apportera sa contribution à l'affaire introduite par l'Afrique du Sud contre Israël concernant la violation de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. J'ajoute que les infractions dont nous sommes témoins pourraient – je dis bien "pourraient" – pour le moment être constitutives de crimes de guerre ou de crimes contre l'humanité.
We hebben er op aangedrongen en blijven er bij Israël op aandringen dat het de voorlopige maatregelen die het Internationale Gerechtshof in januari, maart en mei 2024 heeft bevolen volledig naleeft. Dat zullen we vastberaden blijven doen.
Enfin, je rappelle que la Belgique a plaidé, au sein de l'Union européenne, pour la tenue d'une réunion du Conseil d'association UE-Israël, parce que nous pensons que nous devons parler avec ce partenaire de l'Union européenne. C'est une réunion qui devrait se tenir en théorie, la date n'a pas encore été fixée.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, nous en avons assez de parler. Il nous faut des actes et votre réponse aujourd'hui est sans équivoque. Elle montre bien le choix politique que vous faites et que vos prédécesseurs ont fait, mais aussi que votre parti, allié d'Israël, fait. L'Espagne, l'Irlande, la Suède n'ont pas attendu l'Union européenne ni quiconque pour reconnaître l'État de Palestine. L'Espagne n'a pas attendu l'Union européenne ni quiconque pour interdire le transit d'armes sur son territoire vers Israël. C'est cela, un embargo.
Voulez-vous qu'on s'habitue à ces horreurs? Voulez-vous qu'on les oublie? On ne s'habituera pas. On n'oubliera pas ces horreurs. On continuera à parler de la Palestine. Pour cela, je voudrais inviter tout le monde le 26 janvier dans les rues de Bruxelles pour manifester et dénoncer le génocide qui se passe à Gaza.
Voorzitter:
Chers collègues, je signale que c'était la première intervention de Mme Carmen Ramlot dans cet hémicycle. (Applaudissements) Ceci clôture les questions orales.
Het rekruteren van tieners door Iran om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 8 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s veiligheidsdiensten bevestigen dat Iran via criminele netwerken en jonge rekruten (zelfs tieners) aanslagen pleegt op Israëlische/Joodse doelen in Europa, zoals in Zweden en Denemarken, en werken hierover samen met internationale partners zoals de Zweedse diensten. Van Tigchelt erkent de dreiging ook voor België, waar de VSSE de situatie monitort, maar benadrukt dat de modus operandi (ontkenbare proxy-aanvallen) moeilijk te bestrijden is. Van Rooy waarschuwt voor onvoldoende erkenning van Iran’s jihadistische expansie, wijst op bedreigingen aan Iraanse dissidenten in België (zoals zelfcensuur uit angst) en noemt het gebrek aan bescherming een overheidsfaling, met hoop op externe druk (Trump/Netanyahu) om het regime te ontmantelen. Kern: Iran gebruikt Europa als proxy-oorlogsveld, België is waakzaam maar kwetsbaar.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, volgens Bloomberg huurt de islamitische staat Iran tieners in om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen. Zo was in Stockholm een 15-jarige met een geladen geweer in een taxi op weg naar de Israëlische ambassade. Een 13-jarige schoot dan weer met een wapen naar de Israëlische firma Elbit Systems. Zweedse en Noorse veiligheidsdiensten hebben gewaarschuwd voor door Iran gestuurde aanslagen op Israëlische en Joodse doelwitten. Teheran rekruteert criminelen die vaak piepjong zijn om gewapende aanvallen te plegen op Israëlische ambassades in Stockholm en Kopenhagen. Zo werden twee tieners van 16 en 19 jaar gearresteerd na schoten op de Israëlische ambassade in Stockholm en twee explosies nabij de Israëlische ambassade in Kopenhagen. Uit onderzoek bleek dat de islamitische staat Iran daarbij betrokken was.
De Zweedse inlichtingendienst heeft Teheran ervan beschuldigd bendeleden te rekruteren om Israëlische doelwitten aan te vallen. De Iraanse ayatollahs spreken openlijk hun steun uit voor wereldwijde aanslagen op Israëlische, Joodse en niet-Joodse doelwitten.
Volgens de Zweedse veiligheidsdienst gebruikt het Iraanse regime criminele netwerken om gewelddadige acties uit te voeren tegen groepen of individuen die Iran als een bedreiging beschouwen. Het gaat dus over critici en politieke dissidenten.
Zijn onze veiligheidsdiensten bezig met dat soort jihadistische terreur door de islamitische staat Iran op Belgisch grondgebied? Had onze veiligheidsdienst daarover ook contact met bijvoorbeeld de Zweedse veiligheidsdienst? Hoe groot is de dreiging in België?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer Van Rooy, regimes zoals Rusland, de zware en georganiseerde misdaad en de Islamitische Republiek Iran gebruiken inderdaad de modus operandi waarbij ze jongeren onder andere via Telegram rekruteren om in Europe specifieke aanvallen of sabotageacties uit te voeren. Dat is ook het geval in Zweden. We hadden daarover contact met de Zweedse diensten en ook de Zweedse minister van Justitie, die ik onlangs zag naar aanleiding van de bijeenkomst van de Justice and Home Affairs Council in Brussel.
De Veiligheid van de Staat heeft kennis van aanvallen tegen of in de nabijheid van Israëlische diplomatieke posten in Kopenhagen en Stockholm in 2024. Er wordt in de pers ook gewag gemaakt van linken met Iran. Onze inlichtingendienst onderschrijft de hypothese dat de modus operandi waarbij transnationale criminele netwerken en jonge individuen zonder banden met Iran worden ingezet, er een is van de Iraanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Iran kan dan ontkennen dat het bij aanvallen zelf betrokken is.
De VSSE volgt die kwestie op de voet, ook wat ons land betreft. Onze veiligheidsdiensten doen wat ze moeten doen, samen met de internationale partners.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de jihadistische intentie van de islamitische staat Iran wordt onderschat. Op ons grondgebied bevinden zich reeds heel wat sympathisanten en pionnen van de jihadistische ayatollahs. Het Iraanse islamitische regime pleegt in het buitenland aanslagen en liquideert dissidenten. Pas nog werd het Nederlandse Kamerlid Ulysse Ellian bedreigd door het Iraanse islamitische regime. Ellian zegt: "Het regime zal je altijd volgen. Ongelovigen worden nooit met rust gelaten. Nooit." Seculiere Iraniërs op ons grondgebied – ik ken er velen – voelen zich alsmaar minder veilig en zijn soms doodsbang. Velen houden zich bewust low profile en censureren zichzelf. Mijnheer de minister, dat betekent dat de overheid faalt. Laten we hopen dat Netanyahu en Trump ervoor zorgen dat het Iraanse volk en de wereld worden bevrijd van de jihadistische ayatollahs.
De Syrische burgeroorlog
De Syrische burgeroorlog
De val van het Syrische regime
Syrië
De situatie in Syrië
De situatie in Syrië
De oorlog in Syrië
De omverwerping van het regime van Bashar al-Assad in Syrië
De situatie na de val van het Syrische regime
De Israëlische aanvallen op Syrië en de Israëlische opmars in de gedemilitariseerde bufferzone
Syrië
De situatie in Syrië en het expansionistische beleid van Israël
Het conflict in Syrië en de regionale spanningen met Israël
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Bernard Quintin
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na de val van Assad’s regime in december 2024 heerst voorzichtige hoop op democratische transitie in Syrië, maar de EU en België benadrukken strenge voorwaarden: respect voor mensenrechten, minderheden (met name Koerden en christenen), vrouwenrechten, territoriale integriteit en strafvervolging van oorlogsmisdaden (via IIIM). HTS (ex-Al Qaida-tak) blijft op de EU-terreurlijst tot het aan deze eisen voldoet, hoewel diplomatieke contacten (zoals heropening EU-kantoor Damascus) worden overwogen om invloed uit te oefenen—zonder automatische legitimering. België pleit voor gecoördineerde EU-actie, waaronder druk op Rusland (sluiting bases Tartous/Khmeimim) en Turkije (beperking Koerdische repressie), maar wijst direct militair ingrijpen af. FTF’ers (terroristen met Belgische link) worden alleen gerapatrieerd onder strikte veiligheidsvoorwaarden, met nadruk op kinderrechten. Israël’s bombardementen en expansiedreigingen worden veroordeeld, maar concrete sancties blijven uit.
Michel De Maegd:
Madame la présidente, je vais synthétiser les questions que j'avais déposées.
Monsieur le ministre, avant toute chose, j'aimerais profiter de cette occasion pour vous souhaiter la bienvenue dans notre commission.
Dans la nuit du 7 au 8 décembre 2024, la chute du régime syrien de Bachar al-Assad a marqué un tournant historique, mettant fin à 54 ans de règne autoritaire et de répression. Cet événement ouvre une période d'incertitude majeure pour la Syrie et la région, mais aussi d'opportunités pour encourager la transition, que l'on espère bien sûr démocratique, et la reconstruction. Les défis sont néanmoins immenses avec un pays ruiné, une société fragmentée et un vide du pouvoir susceptible d'être exploité par des acteurs extrémistes.
La Belgique a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie, notamment via les résolutions des Nations Unies. Elle a également contribué à l'aide humanitaire en faveur des populations civiles. La nouvelle donne politique appelle toutefois à une réévaluation de notre politique étrangère et de nos engagements dans la région.
Monsieur le ministre, au cours de la séance plénière de la semaine passée, vous avez insisté sur la nécessité d'une transition politique pacifique et inclusive, respectueuse des minorités. Dans ce contexte, vous avez également souligné l'importance de la coopération internationale, de la coordination humanitaire et du respect des droits humains.
Monsieur le ministre, quelle est la vision de la Belgique en termes de risque pour la stabilité régionale et internationale?
Un Conseil des Affaires étrangères a eu lieu ce lundi. Quelles ont été les conclusions au sujet de cette chute de régime? Comment agira l'Union dans les prochaines semaines?
Vous avez annoncé la semaine dernière une entrevue très prochaine avec votre homologue turc. Nous connaissons les enjeux pour la Turquie dans la région et les risques que cette situation fait peser sur les Kurdes. Cette réunion a-t-elle eu lieu? Dans l'affirmative, qu'en est-il ressorti? Dans la négative, quand est-elle prévue?
En ce qui concerne les crimes commis sous le régime al-Assad, la Belgique reste engagée pour qu'ils ne demeurent pas impunis. À ce titre, quel rôle notre pays envisage-t-il de jouer dans le renforcement des mécanismes internationaux? Quelles actions concrètes seront-elles proposées lors des prochaines réunions avec vos homologues régionaux, mais aussi européens?
Quelle est la position de la Belgique au sein du Conseil européen sur le maintien ou le retrait du groupe HTC de la liste des organisations terroristes?
Enfin, au sujet des Foreign Terrorist Fighters et de leurs familles, vous avez évoqué la nécessité d'une coordination gouvernementale pour toute future décision de rapatriement. Quelles sont les orientations du gouvernement dans ce domaine et quelles garanties peuvent être apportées quant à la sécurité nationale dans ce processus?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, de val van Assad is eigenlijk een heuglijke gebeurtenis. Ondanks de eenheid die nu wordt uitgedragen, blijft Syrië diep verdeeld, zowel ideologisch, etnisch als religieus. Het is een heel moeilijke samenleving. De boodschap is dus helder: de Syrische burgeroorlog is verre van voorbij. Er zijn immers verschillende soorten inmengingen, ook van Turkije, the Syrian National Army (SNA), HTS en verschillende groeperingen.
De Europese Unie lijkt evenwel haastig een nieuwe pagina om te slaan. De boodschap van mevrouw Kaja Kallas is dat we geen vacuüm kunnen achterlaten in Syrië en dat de EU er aanwezig moet zijn. De EU toont zich opmerkelijk bereid om toenadering te zoeken tot Al-Jolani en overweegt de steun aan Syrië op te voeren. De EU stelt enkele voorwaarden voor haar steun: de bescherming van minderheden, het toezicht op een inclusieve transitie en het vermijden van extremisme.
Daarnaast wil de EU onderhandelen over de aanwezigheid van Russische basissen in het land. Er werden al gezanten uitgestuurd en er wordt overwogen het diplomatieke kantoor in Damascus te heropenen.
HTS staat niet op de Europese terreurlijst, maar wel op de VN-lijst, die de EU automatisch onderschrijft. Het zou opmerkelijk zijn als wij die nu naast ons neer zouden leggen en toch contacten zouden aanknopen. Hoe zal België voortaan omgaan met vertegenwoordigers van HTS of Syrië? Welke positie wenst u van de EU? De criteria die de EU stelt aan de nieuwe leiders van Syrië lijken geen voorwaarden te zijn voor de heropstart van de betrekkingen. Waar zijn het dan wel de criteria voor?
De EU heropent een diplomatiek kantoor in Damascus. Hoe staat België tegenover een wederzijdse heropstart van de diplomatieke betrekkingen en de eventuele accreditatie van diplomaten of ambassadeurs?
De Russische aanwezigheid in Syrië en zijn vermogen om zich te projecteren in de Middellandse Zee en Afrika staan onder druk. Het Westen en Europa hebben er alle belang bij om nu maximale druk uit te oefenen en de sluiting van de Tartous- en de Khmeimimbasis te eisen alvorens Moskou en de nieuwe machthebber in Damascus zich weer verzoenen.
Waarom worden deze eisen door de EU niet sterker verwoord of als voorwaarden gesteld? Moet er bovendien geen maximale druk worden uitgeoefend op Libië om te voorkomen dat Tripoli de nieuwe uitvalsbasis van Rusland wordt?
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ook namens onze fractie welkom in de commissie. Het beloven nog boeiende tijden te worden.
Na een jarenlange burgeroorlog is het Assadregime op enkele dagen tijd gevallen. Op een week tijd slaagden Syrische rebellen erin om alle belangrijke steden, inclusief Damascus, in te nemen. De grootste rebellengroep stamt uit een salafistische militie, die ooit verbonden was aan Al Qaida. Ze verbraken die banden weliswaar in 2016. Sinds de Arabische Lente en de machtsovername van de taliban in Afghanistan zien we dat na een machtsovername in deze regio de rechten eerder ingeperkt dan uitgebreid worden.
Hoe zal erop worden toegezien dat de rechten van minderheden, zoals christenen en Koerden, zullen worden gewaarborgd? En de rechten van vrouwen en meisjes? Gelet op het verleden inzake IS-terroristen, welke maatregelen zullen er worden genomen om geradicaliseerde elementen en terroristen de toegang tot de Europese Unie en bij uitbreiding België te ontzeggen? Wordt reizen naar Syrië momenteel afgeraden? Worden personen die nu zouden afreizen extra gecontroleerd?
Momenteel wordt het noordoosten van Syrië door Koerdische Syriërs gecontroleerd. Zij vormen een belangrijke schakel in de bestrijding van IS en de controle van de gevangenenkampen waar IS-terroristen worden vastgehouden. Wordt er rekening mee gehouden dat de rebellen die het regime hebben doen vallen, mogelijk banden zouden kunnen hebben met IS-terroristen? Hoe kan de veiligheid van het Westen gegarandeerd worden inzake deze IS-terroristen?
Turkije heeft in de afgelopen jaren mee gezorgd voor de decentralisatie van Syrië en heeft meermaals militaire operaties uitgevoerd in het noordoosten. De huidige president van Turkije, Erdogan, heeft al ettelijke keren gedreigd om deze regio te bezetten. Houdt u, en bij uitbreiding de Europese Unie, rekening met dit scenario?
Er is veel te doen – dat is ook logisch – rond de massagraven die ten noorden van Damascus ontdekt zijn door de ngo Syrian Emergency Task Force (SETF). Volgens een conservatieve schatting liggen daar 100.000 lijken, allemaal tegenstanders van het Assadregime. Er zouden ook nog duizenden, tienduizenden Syriërs vermist zijn.
Naar verluidt zouden er ook buitenlandse slachtoffers gevonden zijn. Hebt u daar weet van? Zijn daar ook Belgische slachtoffers bij?
Voorzitter:
Mevrouw Samyn, kunt u afronden?
Ellen Samyn:
Ik dacht dat de tijd bij een actualiteitsdebat iets ruimer lag.
Voorzitter:
Ook in een actualiteitsdebat bedraagt die twee minuten.
Ellen Samyn:
Dan sluit ik mij tot slot aan bij de vraag van mevrouw Safai over de Russische inmenging.
Voorzitter:
De timer staat aan. U kunt die overal volgen. Die stond daarnet nog niet aan en u kon dat dus nog niet weten.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, welkom in de commissie. De machtswissel in Syrië is historisch te noemen. Ik weet niet van welke provincie u bent, maar in Vlaams-Brabant zegt men: soort zoek soort. Assad is na jaren van schrikbewind en terreur weg. Hij kon daarbij rekenen op de gastvrijheid van Vladimir Poetin. Hij kan nu bij zijn partner in crime op de koffie gaan. Los van het feit dat die twee schurken, wat ze allebei zijn, achter slot en grendel zouden moeten zitten, is het een goede zaak voor de Syrische bevolking dat ze eindelijk van Assad verlost zijn.
Mijnheer de minister, collega's, ik weiger echter mee te gaan in de euforie en de extase die bij sommigen heerst over het feit dat Assad nu weg is en er iets in de plaats komt. Het is niet omdat de ene schurk het land verlaat, dat er geen andere schurk in de plaats kan komen. We moeten ons ervan bewust zijn dat HTS geen koorknapen zijn. We horen en zien berichten van plunderingen. Als we zien dat christenen al meteen worden geviseerd, dan maak ik mij daar grote zorgen over. Als het een prioriteit is om kerstbomen weg te halen en een Arabisch weekend van zaterdag tot zondag in te stellen, dan stel ik mij daar zeer veel vragen bij. De rebellengroep HTS bestaat absoluut niet uit koorknapen.
Mijnheer de minister, vorige week vond er al een actualiteitsdebat plaats. Ik zal er nog een aantal vragen aan toevoegen. Wat is de huidige stand van zaken in Syrië? Welke rol moet België spelen in deze nieuwe geopolitieke realiteit? Hoe ziet u de nabije en iets verdere toekomst? Worden er in de EU maatregelen genomen om de situatie te stabiliseren?
Rajae Maouane:
Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenu dans cette commission, même si j'ai par ailleurs déjà eu l'occasion de vous interroger en séance plénière.
Ce mois de décembre a vu un évènement historique se jouer en Syrie, avec la fin du régime des al-Assad après 54 ans de règne autoritaire, marqué par une répression des plus brutales. Ce moment signe la fin d’une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l’horreur absolue, mais il ouvre aussi une période d'interrogations. Cette chute d’Assad est une étape qui jette un grand flou pour l’avenir de la région mais qui est néanmoins très importante pour le peuple syrien. Les défis sont nombreux, en particulier en ce qui concerne la transition démocratique que l'on espère être la plus inclusive et pacifique possible. Nous nous devons d'accompagner cette transition sans la confisquer.
Comment la Belgique analyse-t-elle les risques pour la stabilité régionale et internationale à la suite de la chute du régime? Quels sont les enjeux prioritaires identifiés pour éviter un nouvel effondrement ou une escalade des violences?
Notre pays prévoit-il d’établir des contacts pour encourager une transition inclusive et respectueuse des droits humains? Quelles initiatives diplomatiques sont-elles envisagées pour coordonner les efforts internationaux de stabilisation?
Au sein de l’Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d’une Syrie engagée sur la voie des réformes? Quels leviers la Belgique va-t-elle activer, notamment avec l'UE pour éviter que l'État d'Israël continue à bombarder impunément la région vu les milliers de bombardements qui ont eu lieu depuis la chute du régime?
Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique met-elle en œuvre pour intensifier le soutien aux millions de Syriens déplacés, que ce soit à l’intérieur du pays ou dans les camps de réfugiés en Turquie, au Liban et en Jordanie?
Il est cependant absolument nécessaire d'éviter que les différentes puissances occidentales mais aussi de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik heet u vooreerst welkom en wens u veel succes namens de Vooruitfractie.
De oorlog in Syrië ging gepaard met grootschalige schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door het Syrische regime, Daesh en andere groeperingen. Alle misdrijven werden uitgebreid gedocumenteerd, maar toch blijft straffeloosheid de regel. In april 2024, net voordat ze haar functie na zeven jaar neerlegde, heeft mevrouw Catherine Marchi-Uhel, het voormalige hoofd van het International Impartial and Independent Mechanism (IIIM), de internationale gemeenschap opgeroepen om de misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die werden begaan in Syrië, te vervolgen op basis van door het IIIM verzameld bewijsmateriaal.
De machtswissel in Damascus biedt nu een unieke kans om gehoor te geven aan die oproep. Ik verwijs ook naar de persartikels van vandaag die rapporteren over massagraven met tienduizenden, misschien wel honderdduizenden lichamen. Onderzoek zal uitwijzen om hoeveel slachtoffers het uiteindelijk gaat. In ieder geval zijn er honderdduizenden vermisten.
Hoe zet België zich momenteel in voor internationale gerechtigheid en internationale strafrechtelijke verantwoordelijkheid in Syrië?
Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat ook misdaden die gepleegd werden door niet-statelijke actoren zoals Daesh, worden vervolgd?
Welke concrete stappen kunnen worden gezet om het huidige momentum dat de machtswissel biedt, te benutten en ervoor te zorgen dat die unieke kans niet verloren gaat?
Hoe zal België in multilaterale fora aandringen op actie om de strijd tegen straffeloosheid te ondersteunen?
Christophe Lacroix:
Je tiens tout d'abord à féliciter M. le ministre des Affaires étrangères d'entamer avec nous son premier parcours en commission. Je le lui souhaite le plus long et le plus fructueux possible, et je vois d'ailleurs qu'il est très bien entouré.
J'en viens à mes questions. Le régime al-Assad – père et fils – a été l'un des plus tyranniques, des plus violents et des plus sanguinaires qui puissent être, car il s'est attaqué à son propre peuple. Aujourd'hui, le 27 novembre plus précisément, une révolution a eu lieu, à l'initiative du groupe HTC et ses alliés. Il n'a fallu que quelques jours pour que le régime syrien soit démantelé.
On peut effectivement penser que la progression rapide des rebelles a été garantie par des accords qui ont été passés avec les populations locales, y compris dans les zones chrétiennes, les zones ismaéliennes et les zones alaouites. C'est du sud du pays qu'a été lancé l'assaut sur la capitale, depuis Deraa, berceau du soulèvement de 2011, qui a été si violemment réprimé, et de Suwayda, cœur du pays druze.
La victoire finale est donc due aussi bien à HTC qu'à des milices d'orientations diverses. C'est la raison pour laquelle je plaide évidemment pour que le peuple syrien soit respecté dans sa diversité politique, sociale, économique et religieuse. De même, je plaide pour que l'aspect du genre – et en particulier celui des femmes – soit respecté. En tout état de cause, il appartient bien sûr au peuple syrien d'assurer son avenir.
Je crains néanmoins que l'Union européenne et ses alliés – et notamment les É tats-Unis – privilégient la mise en place d'un régime fort et autoritaire pour avoir un interlocuteur. Mais avant de placer ou d'inciter à placer quelqu'un de fort, et avec le passé qu'on lui connaît – et qui n'est pas particulièrement positif –, je pense que l'Union européenne a une responsabilité importante à jouer en la matière. Il convient à tout le moins de fournir une aide humanitaire et une aide à la reconstruction du pays, tout en accompagnant politiquement les efforts de réconciliation et de transition.
L'objectif ultime est de permettre au peuple syrien de reprendre le contrôle de son destin dans un cadre de paix, de justice et de liberté, tout en respectant pleinement la diversité culturelle et religieuse qui fait la richesse de la nation syrienne, une nation qui était, par ailleurs, très francophile.
Les pays francophones, dont la Belgique fait partie, ont peut-être d'ailleurs aussi un rôle à jouer quant à sa place au niveau de l'Union européenne. Ce pays s'est caractérisé par une histoire magnifique.
Je voulais revenir sur l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM) qui a identifié 196 combattants terroristes étrangers recensés dans la zone de conflit irako-syrienne dont 89 seraient toujours en vie. Sur ces 89 Belges considérés comme toujours vivants, 26 individus seraient retenus dans des camps de réfugiés où des prisons sont identifiées. Par contre, on dispose de moins d'informations au sujet des 63 autres.
Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime mis en place? Quelle position portera-t-elle au niveau européen? Avez-vous des informations concernant les 63 personnes que j'ai citées qui se trouvent potentiellement en Syrie? Comment la Belgique va-t-elle se positionner à ce sujet?
J'avais également une question sur Israël et les frappes israéliennes en Syrie. Sauf erreur de ma part, je n'ai pas entendu de condamnation de la Belgique à ce sujet. Quelle est donc la position de la Belgique et comment comptons-nous faire enfin respecter les règles de droit international qui sont notre boussole pour tous nos interlocuteurs, en ce compris Israël?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, zowel de internationale gemeenschap als de Syrische bevolking is opgelucht na de vlucht van dictator Assad. Eindelijk is de terreur voorbij. Nu moet de internationale gemeenschap verder kijken en bijdragen aan een duurzame vrede en aan stabiliteit in Syrië. HTS, dat Assad van de macht verdreef, komt voort uit extremistische groepen als Al Qaida. Het staat zowel in de VS, bij de VN als in de EU op de lijst van terroristische organisaties. Toch raakte bekend dat Hoge Vertegenwoordiger Kallas een hoge diplomaat opdracht zou geven om met HTS in contact te treden. Nood breekt wet, niemand zag die evolutie aankomen.
Er ontstaat een machtsvacuüm in Syrië, waarvan iedereen zoveel mogelijk wil profiteren. Turkije bestookt de Koerdische milities in het land. Israël vernietigt wapenarsenalen in Syrië. Ik had toevallig contact met een Syrische christen in Leuven. Het huis van zijn vader werd geplunderd. Er is momenteel geen staat. Er is momenteel geen veiligheid. Wij moeten voorkomen dat het land weer in verkeerde handen terechtkomt, met als gevolg terreur. Dat is een schrikbeeld voor de omliggende landen.
Wat werd er besproken op 16 december op de Raad Buitenlandse Zaken en wat werd er beslist? We hebben het in de media kunnen volgen, maar het is steeds beter om informatie van de bron te krijgen.
Welk standpunt hebt u daar verdedigd?
Zal de EU HTS van de lijst met terroristische organisaties schrappen? Wanneer zal dat exact gebeuren? Aan welke voorwaarden moet daarvoor voldaan zijn?
Dan is er de vraag naar gerechtigheid. Er worden massagraven ontdekt en wij zien vreselijke beelden van detentiecentra. Op welke manier zullen wij daarmee omgaan? U zei dat het IIIM een belangrijke rol zal spelen. Zullen wij de initiatieven ervan financieren?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la chute du régime d’Assad pourrait présager d'une intensification de la compétition au sein de la Syrie, parmi les forces étrangères. Les conflits actuels en Ukraine, en Palestine, au Yémen et à Taiwan illustrent un paysage mondial marqué par l'élargissement de ces fronts. Tout cela rend l’avenir de la Syrie incertain, offrant un terrain propice aux interventions étrangères.
Dans ce contexte déjà fragile, les récentes déclarations de membres du gouvernement d'extrême droite de Netanyahu, qui envisage sans détour que Damas pourrait devenir israélienne, s’inscrivent dans une politique expansionniste alarmante et menaçante pour la stabilité régionale. La Belgique, attachée au droit international et au respect des frontières reconnues, ne peut rester silencieuse sur cette question.
Quand la Belgique prendra-t-elle des mesures concrètes contre cette volonté expansionniste, telles que l’imposition de sanctions contre Israël, pour dénoncer et freiner ces dérives inacceptables? Par ailleurs, avez-vous réagi à la suite de ces déclarations de membres du gouvernement israélien? Quelle est votre position à propos de ces déclarations?
François De Smet:
Madame la présidente, je souhaite moi aussi la bienvenue à notre nouveau ministre des Affaires étrangères en nos travaux.
Nous ne pouvons tous, je crois, que nous réjouir de la fin du régime sanguinaire de M. al-Assad, mais nous pouvons néanmoins craindre pour la Syrie et les Syriens, tant la nature des nouveaux maîtres de la Syrie paraît incertaine.
Je voudrais juste ajouter dans ce débat que la Syrie nous concerne tous, tant ce territoire fut l'épicentre de toutes les tensions des quinze dernières années. C'est au cœur de la guerre civile qu'a pris racine Daech, avec les conséquences que l'on sait, entre autres pour nous Européens. C'est parce que les Occidentaux ont renoncé à intervenir après le massacre chiite de 2013 que M. Poutine a compris la faiblesse des Occidentaux, ce qui a renforcé son soutien au dictateur syrien, mais aussi sa prise de confiance sur tous les fronts, de la Crimée en passant par la répression des opposants, le piratage des élections occidentales et, finalement, l'invasion de l'Ukraine. C'est l'implication de la Russie en Syrie qui a convaincu une large partie des réfugiés syriens de chercher refuge en Europe, déclenchant la vague migratoire de 2015 et toutes ses conséquences, en ce compris le carburant du Brexit et des différentes extrêmes droites européennes.
Nous ne pouvons donc pas nous désintéresser de l'avenir de cette région. Nous devons soutenir tous les démocrates qui souhaiteront s'impliquer dans la stabilisation de ce pays. Effectivement, nous pouvons avoir des craintes sur la caractère des nouveaux maîtres de la Syrie et du groupe HTC qui est de nature djihadiste. Je suis très attentif à leurs dernières déclarations et je crois que nous ne devons pas être dupes. Personnellement, je ne crois pas plus aux djihadistes inclusifs que je ne croyais hier aux talibans inclusifs.
Monsieur le ministre, quelles initiatives la Belgique va-t-elle prendre concernant l'avenir de la Syrie, à titre bilatéral ou au niveau européen? Quelle est votre analyse du leadership actuel dans ce pays?
Bernard Quintin:
Madame la présidente, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos nombreuses questions qui me permettent de revenir sur les derniers événements survenus en Syrie.
Depuis 53 ans, le régime de la famille Assad s'est rendu coupable d'atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Encore, cette semaine, un charnier avec des milliers de corps – peut-être 100 000 – a été découvert, sans parler des nombreuses images des prisons et autres que l'on a vues.
Sa chute apporte une lumière d'espoir pour le pays. La joie des Syriens prouve qu'ils envisagent l'avenir avec optimisme même si la situation sur le terrain reste volatile. J'aime cependant à croire que tous ici nous nous réjouissons pour eux.
Il importe à présent que tous les acteurs concernés contribuent à une paix durable, respectueuse de toutes les communautés qui composent le pays, y compris les minorités. Bien qu'il soit trop tôt pour tirer de grandes conclusions, certains signaux exprimés publiquement donnent l'espoir d'un lendemain meilleur pour le peuple syrien.
Si cette période de transition ouvre des opportunités, elle comprend néanmoins des risques auxquels nous devons rester attentifs. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer – mais surtout et avant tout à leur peuple –qu'ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous les jugerons sur leurs actes et non pas uniquement sur leurs paroles, qui sont relativement rassurantes pour l'instant.
We volgen de situatie dus op de voet. We hebben contacten in de Europese Unie en met landen in de regio om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken.
Na de goedkeuring van een verklaring van de EU-27 over Syrië op 9 december hebben wij de kwestie op 16 december ook besproken tijdens de Europese Raad Buitenlandse Zaken. In de discussie tijdens die recente Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) werd de convergentie van de standpunten in de EU over de belangrijkste principes, namelijk respect voor de territoriale integriteit door iedereen, onafhankelijkheid en soevereiniteit van Syrië, de strijd tegen straffeloosheid, inclusie, respect voor minderheden en vrouwenrechten, bevestigd.
België en de Europese Unie streven naar een Syrische transitie die een inclusief politiek proces voor alle lagen van de samenleving en steun voor de Syrische bevolking in haar geheel omvat. Wij steunen de inspanningen voor een nieuwe dialoog die wordt geleid door en in handen is van de Syriërs zelf, met de steun van de Verenigde Naties, in de geest van resolutie 2254 van de Veiligheidsraad, die gericht is op een ordelijke, vreedzame en inclusieve overgang, met behoud van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Syrië.
De l'avis unanime des États membres de l'Union européenne, l'Union doit agir rapidement et de manière pragmatique, bien que prudente. Les discussions sont en cours pour décider de la façon dont nous souhaitons nous engager avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains ont aujourd'hui des rôles de premier plan, mais restent sous sanctions onusiennes et donc aussi européennes.
Pour autant, il apparaît clair qu'un certain niveau d'engagement est nécessaire pour faire passer nos messages, aborder les questions délicates et évaluer les actions à mener en soutien à la population syrienne en termes d'aide humanitaire, de relèvement rapide de la situation et de soutien à la transition politique.
Pendant cette réunion, nous avons aussi parlé des bases russes en Syrie. Ce point a donc été soulevé lors du dernier Conseil de ce lundi. De nombreux ministres ont souligné que le retrait de la présence russe devrait être une des conditions pour les nouvelles autorités. Ce point sera soulevé par l'Union européenne lors de ses interactions avec les nouveaux dirigeants de la Syrie.
Dans ce cadre, la haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, a notamment annoncé que le chef de délégation de l'Union européenne en Syrie, qui est basé à Beyrouth, s'était rendu à Damas dans le but d'établir des contacts avec les nouvelles autorités syriennes et de transmettre ces messages de l'Union européenne. Plusieurs autres États en ont fait de même. La haute représentante a également annoncé que l'Union européenne allait rouvrir la délégation européenne en Syrie afin de mener des engagements constructifs et recevoir des informations du terrain et donc d'être en contact avec tout le monde. C'est le travail des diplomates, je le sais et je le soutiens.
L'engagement belge avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains restent sous sanctions onusiennes et européennes, fera l'objet d'une discussion en kern ce vendredi.
Il est évident que nos actions seront conditionnées par les mesures prises par les nouveaux dirigeants. Nous devons nous assurer que ceux-ci ouvriront la voie à un gouvernement non confessionnel et représentatif en évitant de tomber dans la radicalisation.
Notre engagement se fera à la lueur de nos priorités politiques et du respect des valeurs qui nous animent, c'est-à-dire la protection et le respect des minorités, le respect des droits humains, veiller à ce que les crimes les plus graves ne restent pas impunis, etc. Un engagement ne signifie évidemment pas une légitimation à tout prix. Comme j'ai eu l'occasion de le dire au début de mon intervention, nous serons d'abord et avant tout attentifs aux actes.
En ce qui concerne la question de la lutte contre l'impunité, la Belgique restera engagée pour que les crimes les plus graves commis en Syrie ne restent pas impunis. L'obligation de rendre des comptes est essentielle. Les tenants du régime al-Assad et al-Assad lui-même doivent être tenus responsables des crimes terribles qui ont été commis contre le peuple syrien.
Nous soulignons la pertinence des travaux du International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) for Syria. Ces dernières années, la Belgique s'est investie de manière importante dans la mise en place de ce mécanisme.
Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, de coördinatie van humanitaire hulp en het respect van de mensenrechten, minderheden en vluchtelingen in het land.
Het herstel van de soevereiniteit, eenheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Syrië staat voorop. We roepen alle partijen op om een verdere militaire escalatie te vermijden. België is zich bewust van de risico's die de jongste ontwikkelingen in Syrië voor de regionale stabiliteit inhouden en roept alle regionale actoren op om de territoriale integriteit van Syrië te respecteren. In dat verband bevestigt België zijn steun aan de United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF) en volgt het met bezorgdheid de Israëlische actie op de Golanhoogten. Die druist in tegen het terugtrekkingsakkoord van 1974, waarvan België de naleving vraagt.
België zal zich er ook voor blijven inzetten dat de ernstige misdaden die in Syrië worden gepleegd, niet onbestraft blijven.
Concernant la question des Foreign Terrorist Fighters (FTF), vous savez bien entendu que les services belges compétents, singulièrement l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM), suivent la situation de très près. Je vous renvoie donc au ministre de tutelle de ces services pour davantage d'informations. Mais mes propres services sont évidemment en contact avec les services de mes collègues. Je précise toutefois que, concernant le rapatriement des FTF, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité (CNS) en 2021, qui a défini des critères d'éligibilité auxdits rapatriements. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu en 2022. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.
Pour conclure, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera, nous l'espérons, à la sécurité et à la stabilité de la région.
Pour répondre à la question, je suis en contact avec plusieurs de mes homologues de la région. Si mon homologue turc est présent, je pense me rendre au début de la semaine prochaine à Ankara pour un contact avec lui. En même temps, vous comprendrez que mes homologues dans la région, qu'ils soient turcs, jordaniens et autres, ont un agenda sensiblement plus chargé que le mien, et je m'adapte donc évidemment à leur agenda. Nous nous tenons à leur disposition pour aider à ce que cette nouvelle phase dans l'histoire de la Syrie soit la plus positive possible, d'abord pour les Syriens, mais aussi pour la région, et, partant, pour nous-mêmes.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Het is inderdaad zeer belangrijk dat er geen machtsvacuüm in Syrië komt, want niemand hier wil een tweede Libië. Wij willen dat koste wat het kost vermijden. Dat neemt niet weg dat we heel erg waakzaam zijn voor HTS, een tak van Al Qaida in Syrië. Het is heel erg belangrijk dat wij de situatie monitoren en HTS te kennen geven dat we geen relatie met de groepering zullen opbouwen, als die niet aan onze eisen voldoet. HTS moet beseffen dat, als het een relatie met Europa wil, het aan onze voorwaarden moet voldoen. Die duidelijkheid is belangrijk wanneer men start met het opbouwen van diplomatieke relaties. Ook moet er klaar worden verwoord dat de Russische basissen daar moeten worden opgeruimd.
Ik onderstreep voorts dat FTF'ers hier niet thuishoren. Sommigen argumenteren dat we hen omwille van de veiligheid moeten laten terugkeren en hen hier opvangen, maar we kunnen hun geen afdoende straffen opleggen: twee maanden of twee jaar gevangenis is niet genoeg om FTF'ers, die ervan uitgaan dat ze altijd en zonder enige voorwaarden mogen terugkeren, hier onder controle te houden. Dat geldt trouwens ook voor personen die de Belgische nationaliteit hebben gekregen. We moeten daar aandacht voor hebben.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse aussi complète que possible.
Nous actons cette lueur d'espoir pour le peuple syrien, libéré du joug de la dictature de la famille Assad. Nous pouvons, certes, y voir une possible opportunité, mais nous devons rester évidemment prudents et lucides. Ne soyons pas dupes. N'oublions pas, primo , à qui nous avons affaire – HTC, un groupe terroriste islamiste – et, secundo , les risques d'embrasement potentiel, notamment dans la partie kurde du pays. Ne croyons pas que tout est réglé.
À mes yeux, il y a trois priorités: le respect de l'intégrité territoriale de la Syrie, le respect du droit international et le respect des droits de l'homme et des minorités. Ce seront les conditions préalables pour rebâtir une nouvelle Syrie. Nous devons examiner la manière dont évolue la situation là-bas. Beaucoup de questions restent toujours en suspens, comme vous l'avez indiqué: le dialogue en devenir avec les autorités turques, la question des FTF et aussi le maintien ou non de HTC sur la liste terroriste rédigée par l'Union européenne.
C'est vrai, la chute de Bachar al-Assad constitue certainement un moment clé pour l'avenir du Moyen-Orient. En tant que défenseur des droits humains et acteur responsable sur la scène internationale, la Belgique a une opportunité de contribuer significativement à ce tournant, mais surtout en restant ouverte vers la population syrienne qui a souffert le martyre ces dernières décennies.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden.
Nu de ene brutale dictatuur voorbij is, lijkt al een andere in zicht. Het democratische paradijs waar alle Syrische minderheden in harmonie samenleven, is in elk geval nog veraf, gezien de jihadistische wortels van de nieuwe machthebbers. Ze moeten zeker waken over de rechten van vrouwen en meisjes en van minderheden, zoals de christenen. Ook het lot van de Koerden is zeer zorgwekkend. HTS streeft hun assimilatie na in de nieuwe Syrische staat, met één nationaal leger waarin alle milities zijn opgenomen. De Koerden willen dat natuurlijk niet. Intussen rukt Turkije steeds verder op vanuit het noorden. Bovendien wil noch Rusland, noch Iran Syrië zomaar lossen. Voor ons is dat een explosieve cocktail, waarover we ons zorgen moeten maken.
In uw antwoord haalde u even ook de foreign terrorist fighters (FTF) aan. Dat probleem moeten we zeker in het oog houden en we moeten waakzaam blijven voor mogelijke terroristische elementen die naar Europa zouden kunnen terugkeren. We hopen dat alles in het werk wordt gesteld om onze grenzen en dus ook onze burgers te beschermen.
Kjell Vander Elst:
Bedankt, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreide antwoord.
Het is inderdaad nog vroeg en we moeten de ontwikkelingen afwachten. U ziet alleszins kansen. Ik hoop alvast dat het positieve kansen zijn.
U onderstreept dat de principes van het internationaal recht vooropstaan: dat is een evidentie. Het is goed dat Assad weg is, want hij heeft die internationale principes vaak geschonden. We moeten erop toezien dat het nieuwe regime de internationale rechten waarborgt.
U ziet een steunende rol weggelegd voor Europa in de politieke transitie. Wij moeten inderdaad die verantwoordelijkheid opnemen. Ons land doet dat al vele jaren, bijvoorbeeld door veel Syrische vluchtelingen op te vangen. Het CGVS heeft gisteren in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken aangetoond dat het merendeel van asielaanvragen uit Syrië komt. Dat is ook terecht, want men is op de vlucht voor het regime-Assad. Dat onderstreept nog maar eens het grote belang voor ons dat de situatie in Syrië en het Midden-Oosten stabiliseert. Zo kan de Syrische bevolking een toekomst in haar thuisland opbouwen.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Nous voyons que le ballet diplomatique a repris en Syrie, dans le cadre d'une espèce de normalisation ou en tout cas d'une recherche de création de relations avec les différents représentants. Comme l'a reconnu la haute représentante de l'Union européenne pour les affaires étrangères, Kaja Kallas, les choses vont dans la bonne direction, même s'il faut rester très attentif à ce qu'il n'y ait pas un décalage entre le discours qui est porté par le nouveau dirigeant et les actes qui sont posés.
Il faut continuer à vérifier que les droits fondamentaux, les droits des femmes et des minorités sont respectés, tout en se réjouissant de la chute de la dynastie al-Assad. La Belgique, en tant qu'État important dans l'Union européenne, doit accompagner cette transition pour que les Syriens et les Syriennes retrouvent leur souveraineté et que les puissances, qu'elles soient occidentales ou de la région, ne confisquent pas cette révolution et que les Syriens puissent décider de leur sort de manière totalement libre.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het is te vroeg voor heel grote conclusies, behalve de conclusie dat we allen heel verheugd kunnen zijn dat Al-Assad verdreven is en met hem ook zijn regime.
Ik heb in mijn vraag uiting gegeven aan mijn bezorgdheid over mogelijke straffeloosheid en u hebt erop gewezen dat de Europese Raad als principe verdedigt dat er tegen straffeloosheid moet worden opgetreden. Het gaat natuurlijk over straffeloosheid voor daden uit het verleden, maar evenzeer moeten we oog hebben voor de daden van het nieuwe regime.
België wil dat misdaden bestraft worden. Dat is heel belangrijk voor de zware misdaden. Dat zal tijd vergen. We lezen immers overal dat er jarenlang onderzoek nodig zal zijn om voldoende bewijsmateriaal te verzamelen en om de omvang van de massagraven te kennen. Gaat het om 10.000, 100.000 of nog meer doden? Bewijsmateriaal is cruciaal en zeker archiefmateriaal en overheidsarchieven. Er moet nog een hele weg worden afgelegd, maar het verheugt mij dat zowel op Europees als op Belgisch niveau wordt gezegd dat we geen straffeloosheid kunnen tolereren en dat we daar hard tegen moeten optreden.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Vous avez dit des choses très intéressantes. Je retiens notamment que vous avez dit: "Rien n'est réglé." Effectivement, je pense que tout commence et que rien n'est réglé à partir du moment où, quelle que soit la personnalité au pouvoir en Syrie, la Turquie et Israël continuent à être des facteurs de déstabilisation potentiels. On doit regarder la situation en Syrie de manière équilibrée, c'est-à-dire en faisant pression également sur la Turquie – la Turquie étant potentiellement un État pour une solution – ainsi que sur Israël pour qu'il arrête de profiter de la crise syrienne et de la mise en place d'un nouveau pouvoir aujourd'hui pour continuer à incorporer du territoire, contrairement à ce que le droit international lui autorise. C'est même plutôt l'inverse: le droit international le lui interdit.
Quand on dit que les crimes les plus graves ne peuvent rester impunis, je vous entends. Pour al-Assad et ses sbires et tous ceux qui sont responsables des violences et des crimes atroces commis là-bas, c'est très clair. Mais cela vaut pour toutes celles et tous ceux qui violent le droit international. À cet égard, la Belgique doit être claire aussi.
J'ajouterai que nous avons besoin de travailler avec quelqu'un qui donne des signes assez encourageants pour l'instant mais qui devrait, à mon sens, avoir trois priorités: rétablir une paix civile, rétablir des services publics qui fonctionnent en Syrie et qu'il importe pour nous de soutenir – c'est le côté un peu humanitaire – mais également recréer un nouveau contrat social entre tous les Syriens. Un signal encourageant consiste dans le fait que l'administration kurde du nord-est du pays a adopté le drapeau de l'indépendance à trois étoiles qui flotte aussi à Damas.
Enfin, pour ce qui concerne les FTF, vous m'avez renvoyé au ministre de la Justice. Évidemment, je ne lâcherai pas le morceau.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De met de EU afgestemde Belgische positie waarbij men een pragmatische houding aanneemt tegenover de potentiële interim-regering in Damascus is toe te juichen.
Ik ben ook tevreden over het antwoord van Kallas dat HTS eerst moet bewijzen dat het stabiliteit en vrede in Syrië kan brengen, alle minderheden beschermt en de territoriale integriteit respecteert, vooraleer de kwalificatie als terroristische groepering wordt geschrapt.
De omliggende landen zijn als de dood voor een heropleving van IS. Ik had contact met de ambassadeur van Irak, die mij eraan herinnerde wat er na de val van Saddam Hoessein gebeurde met Iraanse milities op het grondgebied. Niemand was voorbereid. De pragmatische houding die wij vandaag aan de dag leggen, en de lessen die we geleerd hebben, moeten we aanhouden.
Onze aanwezigheid op het terrein is de beste manier om ook in contact te treden en uit te leggen waarvoor een internationale gemeenschap zoals de EU staat, onder andere voor de bescherming van minderheden en territoriale integriteit. De omliggende landen, zoals Irak en Jordanië, staan daar ook voor op. Het gevaar is inderdaad dat Turkije mogelijk zijn gang zal gaan ten aanzien van de Koerdische minderheden aldaar. In verband met haar Syrische schoonvader zei mijn contactpersoon dat het op dit moment niet beter is voor de mensen en dat houdt voor bepaalde minderheden een gevaar in. We moeten dus snel, accuraat en pragmatisch optreden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. La chute du régime est une bonne nouvelle pour le peuple syrien, mais sa joie ne sera pas complète s'il ne devient pas souverain. La première garantie de stabilité et d'un avenir pour la Syrie, c'est sa souveraineté. Toute ingérence ou intervention étrangère, quelle que soit sa provenance (Russie, é tats-Unis, Israël, etc.), doit être empêchée. Garantir sa souveraineté doit être un de nos objectifs en termes de politique étrangère. Ensuite, vous avez mentionné l'impunité et l'intolérance à l'impunité. Je suis d'accord avec vous. Tout crime de guerre doit être puni. Tous les crimes de guerre contre le peuple syrien doivent être punis. Mais cette intolérance à l'impunité doit aussi être présente dans l'actualité. On ne peut pas regarder le régime israélien sans réagir, sans le punir alors qu'il envahit le territoire syrien dans l'objectif de coloniser. Les membres du gouvernement l'ont affirmé. Je vous ai entendu condamner cette politique, ce qui est un bon début mais cela ne suffit pas. Les Israéliens se foutent des condamnations. Il faut des actes et des sanctions: un embargo militaire, remettre nos alliances et notre accord d'association avec Israël en question. Tant que l'impunité persiste, Israël ne changera pas sa politique coloniale dans la région. Certes, il y a déjà une condamnation, mais il faudrait passer aux actes et aux mesures contre l'État d'Israël.
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu, Gallant en Deif
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu, Gallant en Deif
Het aanhoudingsbevel tegen Netanyahu
De gevolgen van de door het ICC tegen Israëlische leiders uitgevaardigde aanhoudingsbevelen
De recente provocaties van Viktor Orbán met betrekking tot de aanhoudingsbevelen van het ICC
De aanhoudingsbevelen van het ICC
ICC-aanhoudingsbevelen tegen Israëlische en internationale leiders
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bevestigt dat het de arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof (ICC) tegen Netanyahu, Gallant (Israël) en Hamas-leider Deif zal uitvoeren bij aanwezigheid op Belgisch grondgebied, in lijn met het Statuut van Rome, en roept EU-lidstaten op hetzelfde te doen. De minister benadrukt geen ruimte voor afwijking van de premier’s standpunt en wijst politisering van het ICC af, terwijl Hongarije’s provocaties (zoals het uitnodigen van Netanyahu) juridisch nog niet sanctioneerbaar zijn. België zal tussenkomen in de ICJ-zaak Zuid-Afrika vs. Israël (genocideconventie) maar neemt nog geen concrete sancties (diplomatisch/economisch) tegen Israël, ondanks oproepen tot strengere maatregelen van oppositiepartijen die een genocide in Gaza aanklagen. De focus blijft op humanitaire hulp, gijzelaarsvrijlating en wapenstilstand, met diplomatieke druk voor een duurzame vredesoplossing.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft vanwege vermeende oorlogsmisdaden in de Gazastrook arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu, de Israëlische voormalige minister van Defensie Gallant en Hamasleider Mohammed al-Masri, ook wel bekend als Mohammed Deif. Israël meldde deze zomer dat de militaire leider Mohammed Deif op 13 juli al uitgeschakeld zou zijn.
Het Internationaal Strafhof zegt dat er aanwijzingen zijn dat Netanyahu en Gallant in hun werk als premier en als minister van Defensie strafbare verantwoordelijkheid dragen voor een aantal misdaden. Het gaat om de inzet van uithongering als wapen – een oorlogsmisdaad – en moord, vervolging en andere onmenselijke daden die neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid. Het Internationaal Strafhof denkt ook dat de Israëliërs mogelijk een oorlogsmisdaad hebben gepleegd door opdracht te geven voor aanvallen op de burgerbevolking in de Palestijnse gebieden. Deif was de hoogste commandant van de Al-Qassambrigades, de militaire tak van Hamas. Hij wordt door het Strafhof gezocht voor onder meer moord, uitroeiing, martelingen, gijzelingen en verkrachtingen.
Meer dan 120 landen zijn betrokken bij het Internationaal Strafhof. Zij zijn verplicht om de arrestatiebevelen van het Hof uit te voeren. Het is evenwel onzeker of ze ook echt tot één of meerdere arrestaties zullen leiden.
Nederland respecteert de beslissing van het Internationaal Strafhof om een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen Netanyahu. Als hij op Nederlandse bodem komt, zal hij worden gearresteerd, zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Veldkamp, in de Nederlandse Tweede Kamer. Ook zal Nederland geen niet-essentiële contacten meer aanknopen met Netanyahu. Hetzelfde geldt voor de voormalige Israëlische minister van Defensie Gallant en de heer Deif. Nederland voert het statuut van Rome voor honderd procent uit, zei minister Veldkamp. Dat statuut regelt de oprichting van het in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof en de wijze van omgaan met uitspraken daarvan.
Mijnheer de minister, zal België de aanhoudingsmandaten van het Internationaal Strafhof uitvoeren en de gezochte personen arresteren als zij voet zouden zetten op Belgische bodem?
Voorzitter:
De heer Aerts en de heer Boukili zijn niet aanwezig.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, le 21 novembre dernier, la Cour pénale internationale (CPI) a émis des mandats d'arrêt internationaux contre le premier ministre israélien, Benyamin Netanyahu, et son ancien ministre de la Défense, Yoav Gallant, pour des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité présumés dans le contexte des événements survenus à Gaza entre octobre 2023 et mai 2024.
Cette décision, historique pour la CPI, marque une première à l'encontre de dirigeants d'un État appartenant au camp occidental et soulève de nombreuses interrogations sur les répercussions politiques, diplomatiques et juridiques à l'échelle internationale. En Europe, les réactions ont été diverses: certains États membres de l'Union européenne ont marqué leur soutien, rappelant leur attachement au respect du droit international et des institutions multilatérales; tandis que d'autres, comme la France, se sont montrés plus nuancés. Viktor Orbán, le premier ministre hongrois, s'est quant à lui une nouvelle fois tristement distingué, en invitant le premier ministre israélien pour défier la CPI. Une provocation de plus.
Monsieur le ministre, quels impacts immédiats ou potentiels cette décision de la CPI pourrait-elle avoir sur les relations diplomatiques entre la Belgique et Israël?
En cas de présence sur le territoire belge des personnes visées par ces mandats, la Belgique s'engage-t-elle à respecter ses obligations découlant du Statut de Rome? Le premier ministre a déjà répondu à cette question en séance plénière, et j'imagine que vous confirmerez sa ligne.
Comment le gouvernement belge prévoit-il de concilier ses engagements juridiques internationaux avec la volonté de maintenir un dialogue diplomatique avec Israël, compte tenu des tensions que cela pourrait engendrer?
Quel rôle la Belgique entend-elle jouer au sein de l'Union européenne pour encourager une réponse commune à cette situation, en particulier concernant l'applicabilité des mandats d'arrêt?
La Hongrie préside encore pour quelques jours le Conseil de l'Union européenne, tout en multipliant les provocations et bloquant certaines décisions. Estimez-vous qu'elle est en mesure d'assumer la neutralité et la responsabilité requises pour la présidence tournante? Quelle est la stratégie de la Belgique pour répondre aux divisions provoquées par ces positions? Quel leviers diplomatiques notre pays peut-il activer pour défendre efficacement le projet européen et ses valeurs démocratiques?
Rajae Maouane:
Monsieur le président, mon collègue Staf Aerts avait signalé qu'il serait absent.
Monsieur le ministre, entre le moment où nous avons introduit cette question et aujourd'hui, il s'est passé tellement de choses: vous avez été nommé ministre, le régime de Bachar al-Assad est tombé, etc. Veuillez donc m'excuser si certains aspects de ma question sont devenus quasiment obsolètes.
La Cour pénale internationale a émis des mandats d'arrêt contre Benyamin Netanyahu, Yoav Gallant et Mohammed Deif pour crimes contre l'humanité et crimes de guerre. Le ministre néerlandais des Affaires étrangères a réagi en affirmant que les Pays-Bas exécuteraient ces mandats et éviteraient tout contact non essentiel avec les personnes concernées. Il est crucial que les États membres de l’Union européenne, y compris la Belgique, soutiennent maintenant la CPI, confirment leur engagement envers le Statut de Rome et s’engagent à exécuter ces mandats d’arrêt.
Je vais actualiser certaines questions, puisque le premier ministre s'est déjà exprimé à ce sujet en déclarant que la Belgique respecterait et appliquerait le mandat d'arrêt en arrêtant ces personnes si elles mettaient le pied sur le territoire belge. Tout d'abord, êtes-vous aligné sur le raisonnement du premier ministre? C'est évidemment une question rhétorique. La Belgique plaidera-t-elle également en faveur de cette position dans les instances européennes? Nous constatons en effet que la France a inventé une espèce d'immunité dont pourrait bénéficier Netanyahu, qui est un criminel de guerre et qui, je le rappelle, est en plein procès dans son pays pour corruption.
Le gouvernement belge a annoncé son intention de rejoindre l’affaire sud-africaine devant la Cour internationale de Justice (CIJ), accusant Israël de violer la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide pour son attaque militaire. Où en est le gouvernement belge dans le dépôt de sa position devant la Cour? Quand pouvons-nous nous attendre à des actions concrètes, telles des sanctions diplomatiques et économiques à l'encontre du gouvernement israélien?
Bernard Quintin:
De verantwoordelijkheid om het bevel tot aanhouding van het ICC af te dwingen ligt bij de staten. Volgens het artikel 86 van het Statuut van Rome hebben de staten die verdragspartijen zijn in het statuut een wettelijke verplichting om mee te werken met het ICC. Ook roept België de Europese lidstaten op om aan deze verplichting te voldoen.
Als een persoon die onder een aanhoudingsbevel van het hof staat zich op Belgisch grondgebied bevindt, zullen de Belgische autoriteiten voldoen aan hun verplichting onder het Statuut van Rome.
Le premier ministre s'est exprimé en plénière le 28 novembre et a confirmé le soutien belge à la Cour pénale internationale, pour autant que de besoin, et que la Belgique assumera sa responsabilité et exécutera les mandats d'arrêt délivrés par la CPI.
Dit is een positie die België ook op de Europese fora verdedigt.
Il va sans dire – mais c'est encore mieux en le disant – qu'il n'y a pas l'espace d'un papier à cigarette entre la position du premier ministre et celle du ministre des Affaires étrangères que je suis.
Les modalités précises d'exécution des mandats d'arrêt relèvent de la compétence du SPF Justice. Concernant les mesures pratiques que prendra notre pays dans cette situation actuelle, des consultations auront lieu prochainement entre les SPF Affaires étrangères et Justice.
La Belgique souligne dans toutes ses communications que la CPI fonctionne de manière indépendante et impartiale et que la Belgique s'oppose aux tentatives de politisation de cette même Cour.
Met betrekking tot Hongarije, zolang er geen concrete schending van internationale verplichtingen is, zijn juridische sancties niet aan de orde.
Met betrekking tot de procedure voor het Internationaal Gerechtshof heeft de ministerraad in mei 2024 beslist dat België zal tussenkomen voor het Internationaal Gerechtshof in de zaak Gambia tegen Myanmar en Zuid-Afrika tegen Israël.
Le but de l'intervention est d'informer la Cour internationale de Justice de l'interprétation que la Belgique donne à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. Il ne s'agit donc pas de devenir partie au différend en se joignant à l'une ou l'autre partie mais de renforcer l'universalité de la compétence de ladite Convention, à laquelle la Belgique est partie.
Dans les deux affaires, les déclarations d'intervention devront être déposées en tenant compte des impératifs de la procédure suivie respectivement dans l'une et l'autre affaire.
In december heeft België zijn verklaring tot tussenkomst ingediend in de zaak Gambia tegen Myanmar, want deze procedure is het verst gevorderd.
Er is nog geen datum gekend voor de volgende Belgische stappen in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël. Dit zal afhangen van de ontwikkelingen die zich voordoen naar aanleiding van het onderzoek door het Internationaal Gerechtshof naar zijn jurisdictie, in het geval dat Israël die jurisdictie betwist.
Nous soutenons les efforts qui sont faits entre autres aussi par nos partenaires européens dans ce cadre-là.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, la position de mon groupe a toujours été en réalité très claire et constante pour le droit d’Israël à se défendre face à une menace contre son existence, mais dans le respect du droit international.
Nous avons par ailleurs toujours marqué une différence très nette entre Israël en tant qu’État et son gouvernement. Il n’y a donc aucune ambiguïté chez nous. Une juridiction internationale a rendu son verdict, et il doit être respecté.
Je répète une nouvelle fois les trois grandes priorités pour nous: la libération inconditionnelle des otages; l’accès à l’aide humanitaire pour toutes les populations qui en ont besoin; faire taire les armes. Sur cette base, la diplomatie devra reprendre ses droits pour aller vers une solution de paix qui soit juste et durable pour l’ensemble des parties.
Sur un mode plus léger, je vous ai entendu utiliser l’expression "il n’y a pas de fumée sans feu". Je me réjouis de ce qu’il n’y ait pas l’espace d’une feuille de cigarette entre votre position et celle du premier ministre. Cela évitera à la Belgique de faire un tabac sur cette question.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse claire sur cette absence de divergence entre le premier ministre et vous. Je m’en réjouis, mais je n’avais aucun doute à ce sujet. Par rapport au fait de nous joindre à l’affaire sud-africaine devant la Cour internationale de Justice, je pense que la Belgique peut se montrer plus volontariste. Vous y êtes attentif, vos précédentes prises de position l’ont démontré. Il est plus que temps que la justice et le respect du droit international et des droits humains reprennent leurs droits – c’est le cas de le dire – sur place, et que la Belgique se montre beaucoup plus ambitieuse en termes de sanctions. Sanctions économiques, sanctions diplomatiques envers le gouvernement israélien, qui continue à violer régulièrement toute une série de juridictions internationales. Nous sommes aujourd'hui face à un génocide sur place. De plus en plus d’associations reconnaissent ce fait. Il serait vraiment très intéressant et important que la Belgique puisse le reconnaître et agir. Certes, c’est un petit pays, mais un pays qui a quand même une place importante sur la scène internationale.
De situatie in het Midden-Oosten
De kwalificatie van genocide voor de gebeurtenissen in Gaza
Conflict en mensenrechtenschendingen in Gaza en het Midden-Oosten
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België wordt opgeroepen om Israëls acties in Gaza als genocide te kwalificeren, gebaseerd op rapporten van Amnesty International, juristen (o.a. in *Le Monde*) en herhaalde waarschuwingen van de CIJ (genocideris) en VN-experts, hoewel de minister juridische voorzichtigheid betuigt en wacht op uitspraken van de CIJ. Ierland krijgt Belgische steun na de sluiting van zijn ambassade door Israël, terwijl België wapenembargo’s (sinds 2009) en diplomatieke druk via de EU en VN handhaaft, maar het PS dit onvoldoende noemt. Kernpunt: de spanning tussen juridische procedures (CIJ-onderzoek) en dringende morele/politieke actie tegen schendingen van internationaal recht, met verwijzingen naar dubbele standaarden (bv. Oeigoeren vs. Palestijnen).
Voorzitter:
M. Mertens est absent. Monsieur Lacroix, vous avez la parole pour deux minutes.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, très récemment, début décembre, Amnesty International a établi, dans un rapport de 300 pages, que dans le cadre de l'offensive militaire que le gouvernement israélien a lancée à la suite des attaques meurtrières du Hamas dans le Sud de son territoire le 7 octobre 2023, Israël a fait subir aux Palestiniens de Gaza un déchaînement de violences et de destructions permanent en toute impunité.
Le même jour, un collectif de juristes, dont un Belge d'ailleurs, François Dubuisson, affirme dans une tribune dans Le Monde qu'il est fondé en droit international d'employer ici la notion de génocide, qui n'est pas un terme à galvauder. Selon eux notamment, la définition de ce crime n'exige pas du tout la destruction totale du groupe ciblé. La commission de certains actes perpétrés dans l'intention de détruire le groupe en tout ou en partie est suffisante. Il n'est pas nécessaire non plus de démontrer l'existence d'un plan génocidaire pour qu'un génocide soit caractérisé. La définition ne se limite donc pas non plus à la systématisation des assassinats.
Si Amnesty appelle Israël à mettre fin à ce génocide et à respecter le droit international, elle appelle également les États du monde à agir fermement en réponse à ces violations. Il nous est demandé de ne plus fournir d'aide qui maintiendrait l'occupation illégale des territoires palestiniens, de faire respecter la décision de la Cour pénale internationale en respectant les mandats d'arrêt émis et de faciliter l'accès des enquêteurs internationaux à Gaza.
La Belgique prend déjà une série de mesures en ce sens. Le 11 décembre dernier, nous avons voté en faveur de deux résolutions portant sur la situation à Gaza et sur la préservation du mandat de l'UNRWA dans le cadre de la session extraordinaire d'urgence de l'Assemblée générale des Nations Unies. Pour le PS, les mesures prises ne sont pas suffisamment fortes au regard de l'urgence et de la gravité de la situation.
Monsieur le ministre, j'en arrive à mes questions. Sur la nature de l'intervention de la Belgique dans le cas porté par la Cour internationale de Justice, vous avez déjà répondu à des questions de mes collègues. Je n'y reviendrai donc pas.
J'aimerais par contre savoir quelle solidarité le gouvernement belge pourrait exprimer envers la République d'Irlande du Nord. Cette dernière a été ciblée par le gouvernement israélien qui vient de fermer son ambassade. La République d'Irlande du Nord est pourtant un allié, mais aussi un gouvernement qui fait respecter le droit international et le dit.
Qu'est-ce que la Belgique a mis en place en vertu de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) de 1948? En vertu de cette convention, notre pays a l'obligation de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour prévenir le crime de génocide.
Enfin, n'est-il pas temps que la Belgique reconnaisse et condamne le caractère génocidaire des opérations menées par l'armée israélienne à Gaza ?
Bernard Quintin:
Monsieur Lacroix, nous sommes très préoccupés par les éléments mis en avant dans le récent rapport d'Amnesty International qui parle de génocide mais aussi dans celui de Human Rights Watch qui évoque des déplacements forcés ainsi qu'un nettoyage ethnique.
Nous soutenons et respectons l'indépendance des juridictions internationales. Pour le moment, la situation est étudiée par la Cour internationale de Justice (CIJ) qui devra déterminer ce qui se passe en termes de droit. Sur le plan juridique, la CIJ est également saisie d'une affaire introduite par l'Afrique du Sud. Je l'ai déjà dit et je n'y reviendrai pas.
Le point a été abordé lors du Conseil des Affaires étrangères de ce lundi. Au nom de la Belgique, j'ai appelé à l'organisation d'un débat entre nous sur les conséquences et les implications de l'avis de la CIJ pour savoir ce que cela signifie pour nous et comment nous ferons le suivi à notre niveau.
Nous plaidons aussi au sein de l'Union européenne pour que nous ayons un débat sur l'avis de la CIJ sur la présence israélienne illégale dans les territoires palestiniens occupés.
En ce qui concerne la question des armes, ma prédécesseure, la ministre Lahbib, y a déjà répondu à de nombreuses reprises. Les Régions appliquent déjà depuis 2009 un embargo sur les exportations d'armes vers Israël. En outre, des mesures garantissant une vigilance accrue ont été annoncées par les Régions, notamment concernant le transit.
S'agissant de l'Irlande, votre question est très pertinente. Je suis moi-même intervenu pour soutenir notre partenaire irlandais qui fait l'objet de mesures qui n'ont pas lieu d'être prises par l'État d'Israël par rapport à des positions qu'elle prend. L'Irlande est un État souverain. Elle a le droit de prendre des positions. Cela ne mérite pas pour autant de faire fermer son ambassade. Il faut justement maintenir nos relations diplomatiques surtout quand on n'est pas d'accord car cela permet de maintenir les canaux de communication – c'est le diplomate qui parle. J'ai demandé à ce que l'on exprime notre solidarité avec l'Irlande partout où l'on peut le faire, et c'est ce que je fais ici avec plaisir.
Christophe Lacroix:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Sur l'Irlande, vous êtes clair. S'agissant de la qualification de génocide, je comprends votre prudence. Néanmoins, je considère que la Belgique fait en tout cas une grosse partie de son travail au sein des instances internationales pour tenter de faire avancer une solution pacifique et surtout respectueuse du droit international qui est violé par Israël de manière manifeste. Concernant le génocide, et je reprends quelques propos de la carte blanche du Monde , il est rappelé que la Cour internationale de Justice a, dès janvier 2024, affirmé l'existence d'un risque de génocide dans la bande de Gaza. Ce risque de génocide a été reconnu par la Cour le 26 janvier, puis le 28 mars, puis le 24 mai et il avait déjà été identifié par les experts indépendants des Nations Unies bien avant, en 2023. Le Comité spécial des Nations Unies chargé d'enquêter sur les pratiques israéliennes affectant les droits du peuple palestinien affirme que les faits qu'il a examinés présentent des éléments caractéristiques d'un génocide. Comparaison n'est évidemment pas toujours raison, il faut être très prudent car le mot génocide a une charge émotionnelle capitale. Ce qui peut se passer à Gaza n'est pas ce qui s'est passé il y a trente ans au Rwanda ou à Srebrenica en Bosnie-Herzégovine, mais quand on condamne le génocide des Ouïghours ou des Rohingyas, on doit faire pareil par rapport à Israël et ne pas simplement autoriser Israël à faire ce qu'il veut. Parce que nous voudrions nous, en tant qu'Européens, nous libérer de ce qu'on appelle d'ailleurs dans la carte blanche le fameux fardeau mémoriel. Je terminerai par ce qui suit. On dit souvent que ce sont certains courants de pensée qui voudraient qualifier ou faire qualifier l'action israélienne de génocide. Je citerai Amos Goldberg, historien israélien, que vous devez connaître, qui est un spécialiste de la Shoah à l'université hébraïque de Jérusalem. Il a dit: "Ce qui se passe à Gaza est un génocide car Gaza n'existe plus." Voorzitster: Els Van Hoof. Présidente: Els Van Hoof.
Het aantal gedode journalisten in de wereld en in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie belicht de alarmant hoge dodentol onder journalisten in 2024, met name in Gaza (55 van 104 wereldwijd), waar Israël wordt beschuldigd van systematische aanvallen op mediawerkers zonder EU-sancties. België steunt UN-initiatieven (o.a. via de Mensenrechtenraad en de *Coalitie voor Mediavrijheid*), maar ziet geen concrete stappen voor een bindend verdrag of gerichte straffen tegen Israël, wat Lacroix onvoldoende vindt gezien de schendingen van persvrijheid en mensenlevens. De focus ligt op diplomatieke druk in plaats van harde maatregelen.
Christophe Lacroix:
Madame la présidente, monsieur le ministre, selon le rapport annuel de la Fédération internationale des journalistes (FIJ), l'année 2024 a été terrible et particulièrement meurtrière pour les journalistes et les professionnels des médias. Au 10 décembre 2024, 104 journalistes ont été tués dans le monde dont plus de la moitié, 55, à Gaza.
Pour la deuxième année consécutive, c'est la région du Moyen-Orient et du monde arabe qui détient le macabre record de journalistes tués: 66 morts sont à déplorer en 2024.
La guerre à Gaza et au Liban souligne une fois encore le massacre dont sont victimes les professionnels des médias palestiniens (55), libanais (6) et syrien (1) à ce stade, soit 60 % de l'ensemble des journalistes tués en 2024.
Depuis le début de la guerre, le 7 octobre 2023, le nombre de journalistes palestiniens tués s'élève à au moins 138, faisant de ce pays l'un des plus dangereux de l'histoire du journalisme moderne, derrière l'Irak, les Philippines et le Mexique.
Le 13 octobre 2023, la FIJ appelait l'UNESCO à protéger les journalistes, à instaurer un cessez-le-feu durable, à ouvrir des couloirs humanitaires pour les civils et à permettre aux journalistes de Gaza de se réfugier à l'extérieur de l'enclave et aux reporters étrangers d'entrer dans l'enclave. En vain, malheureusement…
Ces tristes chiffres démontrent une fois encore combien la liberté de la presse est fragile, alors que le besoin d'information des populations est bien réel à l'heure où se développent partout dans le monde des régimes autoritaires qui exigent une vigilance accrue de la part des journalistes. Par ailleurs, des milliardaires détiennent des réseaux sociaux et y propagent des vérités alternatives, voire des thèses conspirationnistes.
Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner au niveau des Nations Unies pour permettre l'adoption d'une convention contraignante sur la sécurité des journalistes afin de mettre un terme aux hécatombes recensées chaque année? Des sanctions sont-elles envisagées plus spécifiquement à l'égard d'Israël afin de mettre fin à ces agissements?
Bernard Quintin:
Monsieur le député Lacroix, la liberté de la presse et des journalistes, qui peuvent exercer leur métier en toute sécurité et indépendance, constituent des pierres angulaires de toute société démocratique ouverte.
Plus que jamais, un engagement durable pour sauvegarder le droit à la liberté d'opinion et d'expression – ce qui inclut la liberté d'information et la liberté de la presse – est nécessaire dans le monde entier. Notre pays s'y engage aux côtés de l'Union européenne.
Le régime mondial de sanctions de l'Union européenne en matière de droits humains est en effet utilisé dans le contexte de violences contre les journalistes, notamment dans les cas impliquant la Russie, la Biélorussie, le Nicaragua, le Venezuela et le Myanmar.
En ce qui concerne le conflit "Israël-Palestine", il n'existe actuellement aucune sanction de l'Union européenne spécifiquement pour les violences contre les journalistes, même si cela ne peut bien entendu pas être exclu à l'avenir.
Concernant l'adoption d'une convention contraignante sur la sécurité des journalistes au niveau des Nations Unies, nous ne sommes pas informés d'éventuelles discussions en cours à ce sujet. Même si cette initiative n'est actuellement pas à l'ordre du jour des Nations Unies, leur plan d'action sur la sécurité des journalistes et la question de l'impunité vise cependant à rendre plus efficace l'application des nombreux outils et instruments juridiques contraignants existants et doit contribuer à promouvoir la sécurité des journalistes.
Je peux toutefois vous assurer et vous rassurer sur le fait que, dans le cadre des Nations Unies, la Belgique soutient des initiatives au sein du Conseil des droits de l'homme et de la troisième commission de l'Assemblée générale qui promeut la sécurité des journalistes.
La Belgique soutient également le mandat de la rapporteuse spéciale pour la promotion et la protection de la liberté d'opinion et de la liberté d'expression, notamment à travers notre participation aux dialogues interactifs avec cette experte indépendante.
De plus, notre pays formule également régulièrement des questions et des recommandations sur la liberté d'expression et la protection des journalistes dans le cadre de l'examen périodique universel du Conseil des droits de l'homme à Genève.
Au niveau multilatéral encore, la Belgique se joint aux déclarations communes et résolutions appelant à la promotion et à la protection de la liberté de la presse et de la sécurité des journalistes. Ces questions sont également soulevées lors des contacts bilatéraux.
Enfin, cette année, à l'occasion de la Journée mondiale de la liberté de la presse du 3 mai, la Belgique a rejoint la Coalition pour la liberté des médias. Cette coalition est un partenariat de plus de 50 pays dont le but est de défendre la liberté des médias et la sécurité des journalistes dans le monde entier.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses qui sont assez exhaustives et précises. Bien évidemment, je reste sur ma faim dans la mesure où aucune sanction contre Israël n'est, à ce stade, envisagée. Au sein de l'Union européenne, mais peut-être avant tout en Belgique, il va falloir prendre le taureau par les cornes, parce que plusieurs droits y sont violés. Et ce sont des personnes qui en paient les conséquences à travers la perte de ce qui est le plus fondamental dans une existence, à savoir sa propre vie. Je vous remercie.
De opvolging van de Belgische militairen in het Israëlische leger
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische justitie onderzoekt een Ucclese sniper die mogelijk betrokken was bij Israëlische oorlogsmisdaden, maar het dossier is onder instructie geplaatst en details blijven geheim. De Sûreté de l'État bewaakt geen specifieke verdachten voor dit profiel, maar volgt wel Belgen met extremistische banden in conflictzones via de TER-strategie. Maouane dringt aan op directe aanhouding van verdachten bij terugkeer, terwijl Van Tigchelt benadrukt dat België als koploper in het Statuut van Rome oorlogsmisdadigers *prioritair* vervolgt. Concrete actie blijft afhankelijk van justitiële uitspraken.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, le 17 octobre, je vous posais une question d'actualité au sujet de ce jeune Ucclois qui avait rejoint un groupe de snipers d'élite de l'armée israélienne. Nous savons que cette unité ne respecte pas le droit international humanitaire et qu'elle est responsable de la mort de plusieurs civils. Vous aviez répondu que le parquet fédéral avait ouvert une enquête sur cet individu en raison d'une possible implication dans la commission de crimes de guerre.
Monsieur le ministre, où en est le suivi de cette enquête? Combien de personnes sont surveillées par la Sûreté de l' É tat? Pouvez-vous nous garantir qu'une attention particulière sera réservée aux Belges se rendant coupables de crimes de guerre à l'étranger et qu'ils seront mis hors d'état de nuire dès leur retour sur notre territoire?
Paul Van Tigchelt:
Madame Maouane, tout d'abord, je vais confirmer ce que j'ai déjà dit. Le parquet fédéral a en effet ouvert une enquête relative aux faits qui constituent l'objet de votre question. Par la suite, une plainte avec constitution de partie civile a été déposée auprès d'un juge d'instruction de Bruxelles pour les mêmes faits. Dès lors, le parquet fédéral a joint son dossier à cette instruction.
Vous savez que le ministre de la Justice n'est pas le porte-parole de la justice bruxelloise. Je ne suis pas censé violer le secret de l'instruction. Les autorités judiciaires communiqueront au moment voulu au sujet de l'évolution du dossier. Donc, en tant que ministre de la Justice, je ne puis vous apporter plus de détails.
Combien de personnes sont suivies par la Sûreté de l' État? Celle-ci est responsable du suivi des menaces extrémistes et terroristes. Les personnes ayant un profil extrémiste et se rendant dans une zone de conflit sont surveillées conformément à la stratégie "Terrorisme, Extrémisme et Radicalisation", qui a été approuvée par tous les gouvernements de notre pays. Pour le moment, la Sûreté n'a pas connaissance d'un profil tel que décrit dans votre question. Il va de soi que, s'il est avéré que des Belges ont commis des crimes de guerre, ces cas seront traités en priorité par la justice.
En début de réunion, le président m’a posé des questions concernant la position belge vis-à-vis de la Cour pénale internationale. La Belgique est é tat partie au statut de Rome. Plus que cela, elle figure parmi les front runners du statut de Rome. La Belgique protège les victimes de crimes de guerre. Elle est en faveur du droit international. Il faut le souligner aussi dans ce contexte.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de suivi.
Vous n’êtes effectivement pas le porte-parole de la justice. Par ailleurs, d’autres détails seront fournis le cas échéant.
Cet individu était de retour en Belgique et n’avait pas été inquiété. Je voulais donc m’assurer que des coupables de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité, une fois présents en Belgique, soient bien arrêtés et mis hors d’état de nuire.
Voorzitter:
N'ayant pas eu de nouvelles des collègues Boukili et Thiébaut, les questions n° 56001244C et n° 56001245C de M. Nabil Boukili et n° 56001303C de M. é ric Thiébaut sont retirées. De behandeling van de vragen eindigt om 11.09 uur. Le développement des questions se termine à 11 h 09.
Het rapport waarin Amnesty International Israël beschuldigt van genocide in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België erkent zowel de onaanvaardbare Hamas-aanval van 7 oktober als Israël’s disproportionele reactie—met schendingen van internationaal recht—maar wacht het oordeel van het Internationaal Gerechtshof (dat al plausibiliteit zag voor genocide) af, terwijl het wel juridisch tussenkomt om de Genocideconventie te verduidelijken. Amnesty’s genocide-beschuldiging bevestigt voor de socialisten de noodzaak om actief het hof te steunen en wapenexport te blokkeren, wat België al doet en andere landen oproept te volgen. Humanitaire hulp (zoals evacuatie van Gaza-patiënten) blijft cruciaal, maar politieke druk om het geweld te stoppen moet volgens de oppositie dringend opvoeren. De premier benadrukt dat onmiddellijke vrede en onbeperkte hulptoegang prioriteit hebben, ongeacht de juridische uitspraak.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega’s, Israëlische spindoctors draaien overuren. Het valt wel mee, niets te zien hier, we kunnen niet anders, argumenteren ze. Het is alsof ze de horror uit Gaza willen wegpraten. Het rapport van Amnesty International benoemt echter onze ergste vrees, want volgens het rapport is er geen sprake van een gewone oorlog, maar wel degelijk van een genocide. Willekeurige aanvallen, willekeurige doden, de volledige vernietiging van steden, dorpen en ziekenhuizen: Amnesty International heeft er maar één woord voor, namelijk genocide.
Andere landen trokken al hun conclusies. Zuid-Afrika startte een zaak voor het Internationaal Gerechtshof. Het is nu onze plicht om dat gerechtshof alle steun te verlenen, zodat het zijn werk kan doen. Mijnheer de premier, wij zouden op dat proces spreken. Waar wachten we eigenlijk nog op? Voor de socialisten is de grens bereikt. Ja, we bieden voedselhulp en ja, we geven medische steun, maar dat is niet genoeg.
Mijnheer de premier, wanneer laten wij onze stem horen in het Internationaal Gerechtshof en nemen wij de conclusies uit het Amnestyrapport mee in onze interventie?
Alexander De Croo:
Mevrouw Lambrecht, het is jammer genoeg niet de eerste maal dat we over dat vreselijke conflict in het halfrond spreken. Ons land heeft zeer vroeg duidelijk gemaakt dat de terroristische daad op 7 oktober onaanvaardbaar was, net zoals de disproportionele reactie van Israël met herhaalde schendingen van het internationaal recht, waaronder uithongering van de bevolking en gedwongen volksverplaatsingen.
Een aantal landen hebben inderdaad een procedure aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof. Dat zal moeten onderzoeken of er daadwerkelijk daden van genocide plaatsvinden. In het initiële oordeel heeft het hof de plausibiliteit met betrekking tot verplichtingen betreffende de genocideconventie voor Israël aanvaard. Conform de afspraak in de regering zal ons land in de procedure tussenkomen om de rechter bij te staan in de interpretatie van de genocideconventie. De uitspraak ten gronde gebeurt uiteraard door het hof.
Welke ook de uitspraak van het hof is, die vreselijke oorlog moet stoppen. Er is teveel menselijk leed geweest en er moet onbeperkte toegang voor humanitaire hulp komen. Het geweld moet eindelijk stoppen.
U refereert aan het rapport van Amnesty International. Welnu, daarin roept de organisatie landen op om exact hetzelfde te doen als ons land, namelijk ervoor zorgen dat de export van wapens naar Israël stopt. Ons land heeft steeds de positie ingenomen dat mensen moeten worden beschermd, aan welke zijde ook van het conflict. We hebben ook daden gesteld in de juridische procedure en initiatieven genomen om de export van wapens stop te zetten. Ik nodig andere landen uit om ons daarin te volgen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Terwijl het vandaag op sommige banken nog altijd stil blijft, doen de socialisten wel wat ze kunnen. Afgelopen week nog besloten minister Vandenbroucke en de regering om opnieuw jonge patiënten uit Gaza te evacueren, omdat zij ter plaatse in hun land niet veilig geholpen worden. Dokters die daar levens redden, weten immers dat hun eigen leven op het spel staat. Mijnheer de premier, u beaamt dat dat walgelijk conflict moet stoppen. Dat kan snel, als we de druk maar hoog genoeg blijven houden. Wij geven de strijd nooit op.
Het aanhoudingsbevel tegen de Israëlische eerste minister Netanyahu
De aanhoudingsbevelen van het ICC tegen Benjamin Netanyahu e.a.
Internationale rechtszaken tegen Benjamin Netanyahu
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 28 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bevestigt ondubbelzinnig dat het het CPI-mandaat tegen Netanyahu zal uitvoeren bij een bezoek aan België, benadrukkend dat recht zonder uitzonderingen moet gelden en impuniteit voor oorlogsmisdaden onaanvaardbaar is. De premier stelt dat 120 landen (waaronder België) hun verantwoordelijkheid onder het Statuut van Rome moeten nakomen, zonder politieke tweedracht. Kritiek op Frankrijks ambiguïteit en oproepen tot erkenning van Palestina en sancties tegen Israël klinken, maar De Croo beperkt zich tot de juridische verplichting om mandaten te handhaven.
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, il y a une semaine, la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre le premier ministre israélien Benyamin Netanyahu.
C'est une décision historique! Historique d'abord parce qu'elle reconnaît que le peuple palestinien subit des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité. Ces faits sont officialisés par une juridiction internationale. Historique aussi parce que c'est la première fois qu'un dirigeant allié de l'Occident est condamné par la Cour pénale internationale.
Cette condamnation du premier ministre israélien est aussi une condamnation à l'encontre des pays occidentaux, vu qu'ils soutiennent de manière inconditionnelle l'État d'Israël.
Si aujourd'hui Israël bombarde Gaza, c'est grâce aux bombes américaines. Plus de 20 milliards d'euros d'armement américain contribuent à la guerre à Gaza. Si aujourd'hui on tue des femmes et des enfants à Gaza, c'est grâce à des armes allemandes, qui transitent par le port d'Anvers, chez nous!
Nous sommes donc complices de ces crimes de guerre et de ces crimes contre l'humanité.
On pouvait croire que tout le monde s'unirait autour d'une telle décision juridique et l'appliquerait. Comme nous l'avons vu, M. Emmanuel Macron, le président français, sème le doute et l'ambiguïté sur cette décision et évoque une possible immunité pour M. Netanyahu.
C'est une honte, monsieur le premier ministre, de remettre en question le droit international ainsi qu'une décision judiciaire de la Cour pénale.
Monsieur le premier ministre, je ne poserai qu'une seule question très simple afin que la réponse puisse être claire. L'État belge va-t-il arrêter M. Benyamin Netanyahu ou le laisser en liberté s'il vient en Belgique?
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous interpelle ici sur une question qui engage directement la réputation et la crédibilité de notre pays, le respect du droit international et de nos obligations en tant qu'État signataire du statut de Rome.
La Cour pénale internationale (CPI) a récemment émis un mandat d'arrêt à l'encontre de Benyamin Netanyahu et d'autres accusés pour crimes de guerre et crimes contre l'humanité. Ces faits extrêmement graves touchent au cœur des valeurs que nous défendons en tant que démocratie attachée à l'État de droit et à la justice.
Plusieurs pays européens, conscients de leurs responsabilités, ont déjà annoncé qu'ils appliqueront pleinement les mandats de la Cour pénale internationale. Les Pays-Bas, siège de la Cour, ont exprimé sans ambiguïté leur engagement de même que l'Irlande et l'Espagne. Ces exemples montrent qu'il est totalement possible de faire passer la justice avant les intérêts politiques.
Face à cela, la position de la France, oscillant entre ambigüité et recul, est un signal très alarmant. Cette attitude incompréhensible et scandaleuse affaiblit la lutte contre l'impunité pour les crimes les plus graves.
En tant que pays profondément attaché à la justice internationale – et nous vous savons très attaché à l'image de la Belgique –, la Belgique ne peut ni ne doit suivre cet exemple. Nous avons une responsabilité historique et morale, celle de défendre les victimes de crimes atroces et de garantir que ceux qui en sont responsables soient traduits devant la justice. Nous ne pouvons pas nous permettre que la Belgique soit perçue comme un refuge pour ceux qui violent et bafouent les lois internationales.
Monsieur le premier ministre, ma question est claire, simple et directe. La Belgique s'engage-t-elle sans réserve et sans ambigüité à appliquer les mandats d'arrêt émis par la Cour pénale internationale, y compris à l'encontre de Benyamin Netanyahu dès qu'il posera un pied sur le sol belge?
Alexander De Croo:
Monsieur Boukili, madame Maouane, la Belgique soutient la Cour pénale internationale (CPI) depuis le début de ses activités à La Haye en 2002. Elle a ratifié le statut de Rome. Pour notre pays, il est crucial que les crimes graves, tels que les crimes contre l'humanité et les crimes de guerre, ne restent pas impunis et que les victimes de ces crimes soient également entendues et indemnisées. Car sans justice, il ne peut jamais y avoir de paix durable.
Nous vivons, je pense, dans une époque où l'ordre juridique international est soumis à une pression incroyable et nous devons résister à cela. Plus que jamais, il est important de confirmer que la Belgique – et pas uniquement la Belgique car elle n'est pas toute seule – et plus de 120 pays qui ont ratifié le statut de Rome doivent assumer leurs responsabilités.
Lorsque la Cour pénale internationale délivre un mandat d'arrêt pour de présumés crimes de guerre, la Belgique assume sa responsabilité. Donc, si une personne recherchée se trouve sur notre territoire, nous devons exécuter un mandat d'arrêt. Il ne peut y avoir deux poids et deux mesures par rapport à cela.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le premier ministre, pour cette réponse claire: la Belgique va appliquer le mandat d'arrêt contre Benyamin Netanyahu s'il vient sur le sol belge. La Belgique a saisi ici une occasion où la crédibilité des pays européens est remise en question au niveau mondial. Le peu de crédibilité qu'il nous reste, je pense que c'est maintenant qu'il faut l'exercer et qu'il faut appliquer le droit international.
Je prends acte, monsieur le premier ministre, et j'espère que les autres dirigeants européens prendront la même position. Il faut rappeler à des dirigeants tels que M. Macron en France que le droit international ne peut pas être utilisé à géométrie variable en fonction de nos intérêts et en fonction de qui est visé. Le droit international s'applique à tous. Sans justice, il ne peut y avoir de paix dans ce monde.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le premier ministre, vous ne m'avez pas déçue, j'ai été rassurée par votre réponse claire et sans ambiguïté. Il faut que la Belgique soit un exemple. Il faut également qu'elle continue ses efforts et puisse sanctionner économiquement et diplomatiquement Israël, et cesse toute coopération. Il est aussi temps que la Belgique reconnaisse sans tarder l'État de Palestine. C'est la demande de la société civile, mais aussi de nombreux diplomates européens et dans le monde. J'en appelle donc aux partis qui sont engagés dans la négociation, en tout cas ceux qui se disent progressistes et ceux qui se prononcent en faveur de la reconnaissance de la Palestine. Je n'attends rien du MR, ni de la N-VA, mais Vooruit, Les Engagés et le cd&v, l'histoire vous regarde et vous demande d'être du bon côté de celle-ci.
De maatregelen tegen het aanzwellende antisemitisme na de gebeurtenissen in Amsterdam
De vervolging van de daders van de 'Jodenjacht' in Amsterdam voor terrorisme
De dreiging met terroristische aanslagen op Israëlische ambassades
Antisemitisme, terrorisme en dreigingen tegen Joodse en Israëlische doelen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie belicht de alarmistische toename van antisemitisme in België, waar Joden structureel worden lastiggevallen, aangevallen en zich onveilig voelen, met een dark number aan ongemelde incidenten en groeiende twijfel over hun toekomst in het land. Minister Van Tigchelt bevestigt de ernstige dreiging (dreigingsniveau 3 voor Joodse/Israëlische doelen), benadrukt dat België—net als Nederland—nationaliteit kan intrekken bij terrorisme, en wijst op samenwerking met veiligheidsdiensten (OCAD, BKA) en recente arrestaties, maar geeft geen operationele details. Van Rooy kaart aan dat straffeloosheid en zwak optreden (fopstraffen, onbestrafte haatuitingen) het probleem verergeren, waarschuwt voor segregatie in "no-go zones" en citeert het risico dat Joden als "kanarie in de koolmijn" voorspellen wat christenen te wachten staat bij verder falend beleid. De kernboodschap: zonder harde aanpak van antisemitisme en islamitisch extremisme staat de veiligheid van *alle* westerse burgers op het spel.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, het antisemitisme in het Westen en in België swingt de pan uit en het is veel erger dan de cijfers laten uitschijnen. Het dark number is enorm.
Ik citeer de Joodse bewakingsdienst in Antwerpen: "Nu is er veel aandacht voor het geweld, maar eigenlijk is dit al jaren aan de gang. Joden kunnen niet meer zorgeloos op straat komen. Ze worden zonder reden nageroepen. Ze worden achtervolgd. Iemand probeert het keppeltje van hun hoofd te halen of ze worden fysiek aangepakt. Niet alle incidenten worden altijd gemeld bij de politie of opgepikt door de media, maar ze zijn er wel voortdurend."
Minister, recent stelde u dat een Jodenjacht, zoals we die in Amsterdam hebben gezien, ook bij ons zou kunnen plaatsvinden. Enkele dagen geleden vertelde een Joodse man me dat binnen de Joodse gemeenschap nooit eerder door zovelen zo serieus werd getwijfeld of hun toekomst, en zeker die van hun kinderen, nog wel in dit land kan liggen.
Ik kreeg een bericht van een Joodse kennis, die me zei: "Het is te ziek voor woorden dat ik aan mijn familie in West-Europa moet vragen of ze wel veilig zijn, terwijl ik hier in Israël in oorlogsgebied zit."
Een Joodse jongedame vertelde me: "Ik kan gewoon nergens nog mijn Joodse identiteit tonen. Het leven in angst is vermoeiend.”
De Nederlandse minister-president Schoof heeft bevestigd dat de daders van de Jodenjacht in Amsterdam kunnen worden vervolgd op basis van terrorisme en dat een veroordeling tot het intrekken van de Nederlandse nationaliteit kan leiden. Dat is zelfs mogelijk zonder wetswijziging. Ook wordt in Nederland bekeken of antisemitisme als extra grond voor denaturalisatie kan worden geïntroduceerd.
Hoe zit dat in België en wat vindt u daarvan? Verdient dat volgens u navolging? Wat mij betreft, is dat uiteraard het geval.
Mijn tweede vraag gaat over de Duitse federale recherchedienst, die waarschuwt voor jihadistische aanvallen op Israëlische ambassades, niet alleen in Duitsland, maar ook in andere landen. De dreiging komt uit de hoek van de islamitische terreurorganisatie Hamas. Op Telegram roept Hamas op om "ambassades van de zionistische entiteit en staten die haar ondersteunen te belegeren".
Eind vorige maand werd een islamitische aanslag op de Israëlische ambassade in Berlijn verijdeld. De dader was een moslim die terreurorganisatie Islamitische Staat aanhangt. Ondertussen werd ook bekend dat Hamas in verschillende Europese landen – Duitsland, Denemarken, Polen en Bulgarije – wapenvoorraden heeft aangelegd om jihadistische aanslagen te plegen.
Ik daarover de volgende vragen, mijnheer de minister.
Werden onze veiligheidsdiensten geïnformeerd door de Duitse politiedienst BKA (Bundeskriminalamt) over de dreiging van de terreurorganisatie Hamas?
Hoe groot is de terreurdreiging voor de Israëlische ambassade in België en voor Belgische ambassades in het buitenland?
Tot slot, wat onderneemt de regering om de Israëlische ambassade, evenals andere gebouwen en panden in België die verbonden zijn aan Israël of de Joodse gemeenschap, voldoende te beveiligen?
Paul Van Tigchelt:
Collega, de Joodse gemeenschap is ongerust. De Joodse gemeenschap is bang. Dat is zo sinds 7 oktober 2023. Dat is zeker zo na wat er in Amsterdam is gebeurd. Die ongerustheid en die angst moeten we ernstig nemen, en nemen we ook ernstig. In de dagen na het incident waren er via de sociale media ook oproepen in Antwerpen. Het mag en moet worden gezegd: de lokale politie van Antwerpen is daar op een uitstekende manier mee omgegaan. Zij was aanwezig op de sociale media en heeft daar elke oproep tot onlusten op een snelle manier in de kiem gesmoord via een aantal bestuurlijke en zelfs gerechtelijke arrestaties. Het viel inderdaad op dat er vaak minderjarige jongeren bij betrokken waren.
De Nederlandse regering – en daar hebt u geen melding van gemaakt – heeft ondertussen een plan goedgekeurd voor de aanpak van antisemitisme. Ik heb hierover telefonisch overleg gehad met de nieuwe Nederlandse collega van Justitie en Veiligheid. Ik heb vorige week dat plan ook ontvangen. We bekijken wat we daaruit kunnen leren.
U weet dat ook bij ons de aanpak van antisemitisme bovenaan de agenda staat. Dat is de rode lijn voor de vrijheid van meningsuiting. Racisme en antisemitisme zijn niet aanvaardbaar.
Over de vervallenverklaring van de nationaliteit heeft de Nederlandse minister-president een aantal uitspraken gedaan, weliswaar enigszins anders dan u in uw vraag doet uitschijnen. Net als in Nederland bestaat in België de mogelijkheid om de nationaliteit in te trekken. Die vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit kan voor het hof van beroep gevraagd worden door het openbaar ministerie wegens ernstige tekortkoming aan de verplichtingen van het Belgische burgerschap. Dat is in het verleden bijvoorbeeld gebeurd voor de vermeende leider van Sharia4Belgium, die ook veroordeeld werd.
Verder kan de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit ook worden uitgesproken door de strafrechter, op verzoek van het openbaar ministerie, in het kader van een strafprocedure, bij veroordelingen voor bepaalde misdrijven, onder andere de veroordeling tot een gevangenisstraf van minstens 5 jaar voor terroristische misdrijven.
De terroristische, extremistische dreiging tegen de Joodse en Israëlische belangen in België, onder andere de Israëlische ambassade, wordt als ernstig beschouwd. Dat is al lang het geval. Dat weet u. Sinds decennia geldt dreigingsniveau 3 voor die instellingen in ons land. De situatie wordt nauwlettend gevolgd. Alle relevante informatie en inlichtingen worden uitgewisseld, zowel nationaal als met de buitenlandse diensten. De beveiligingsmaatregelen zelf vallen onder de bevoegdheid van het Nationaal Crisiscentrum, de minister van Binnenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad.
U vroeg of onze diensten geïnformeerd werden door het Bundeskriminalamt. Ja, het OCAD, ons antiterreurorgaan, was op de hoogte. U vroeg ook hoe groot de terreurdreiging voor de Israëlische ambassade is. Die is ernstig, maar ik ga uiteraard niet in detail en ik geef geen operationele informatie over specifieke plaatsen of personen, ook al is geweten dat de terreurdreiging ten aanzien van de Joodse instellingen als ernstig wordt ingeschat door het OCAD.
Alle desbetreffende informatie wordt uitgewisseld. Onder andere op basis van de dreigingsevaluatie van het OCAD worden de passende beschermingsmaatregelen genomen. Ik zei het al vaak en ik herhaal het hier: onze diensten zijn alert. Er werden de voorbije maanden meerdere personen gearresteerd ten aanzien van wie er aanwijzingen bestonden dat zij extremistisch geweld wilden plegen tegen de Joodse gemeenschap.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, in grote steden in West-Europa, inclusief België, zijn er steeds meer wijken die door vooral door vrouwen, joden en homoseksuelen worden gemeden of waar ze hun kledij of gedrag aanpassen. Het is dus al lang vijf over twaalf. Dat komt doordat de traditionele politici het met hun globalistische pamperbeleid zover hebben laten komen. Wie vandaag Joden achtervolgt, naroept of aanvalt, komt er vaak vanaf met een waarschuwing of met een fopstrafje, indien de dader al wordt gevonden en opgepakt. We zwijgen dan nog over de hakenkruizen, de anti-Israëlbekladdingen en de genocidale anti-Israëlleuzen, waarmee Joden steeds meer worden geconfronteerd en die doorgaans onbestraft blijven. Eergisteren nog werden Joodse gezinnen in Antwerpen ’s nachts opgeschrikt door een Allahoe akbar -schreeuwende moslim, die door de straten liep. Arabist Hans Jansen, die ik goed heb gekend, leerde ons vele jaren geleden het volgende. Ik citeer: "De politici die nu wegkijken van wat de joden wordt aangezegd, zullen gaan ondervinden wat het Arabische spreekwoord 'na de zaterdag komt de zondag' betekent. Dat spreekwoord betekent dat na de joden de christenen eraan gaan. Geen bezwaar, zegt u misschien als atheïst, maar de islamitische definitie van christen is nogal ruim." Joden, zoals de geschiedenis ook leert, zijn de kanarie in de koolmijn. Indien we er in het Westen niet in slagen de Joodse gemeenschap te beschermen en hier te houden, zijn we ook zelf op termijn een vogel voor de islamitische kat.
De afschaffing van UNRWA
Het voorstel van Josep Borrell om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten
De Israëlische wet waarmee UNRWA van het Israëlische grondgebied verbannen wordt
Het VN-rapport waaruit blijkt dat de methoden van Israël kenmerkend zijn voor een volkenmoord
Het verbieden van alle UNRWA-activiteiten door Israël
De betrekkingen tussen de EU en Israël
De sancties tegen Israël
De Belgische reactie op de afschaffing van UNRWA
Internationale spanningen rond Israël, UNRWA en EU-betrekkingen
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 20 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische parlementariërs en minister Lahbib (Buitenlandse Zaken) discussiëren over Israëls verbod op UNRWA—een cruciale VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen—en de humanitaire crisis in Gaza, met beschuldigingen van genocide en schendingen van internationaal recht. België steunt UNRWA politiek, financieel en juridisch, dringt binnen de EU aan op naleving van het associatieakkoord (art. 2: mensenrechten) en roept Israël op de wet in te trekken, maar concrete sancties of een EU-brede opschorting blijven uit door gebrek aan unanimiteit. Kritiek richt zich op Belgiës terughoudendheid—geen wapenembargo, geen importverbod op nederzettingsproducten—terwijl parlementsleden eisen dat België unilateraal optreedt (bv. handelsbeperkingen) en zich aansluit bij Zuid-Afrika’s ICJ-zaak tegen Israël voor genocide. Lahbib benadrukt diplomatieke druk (o.a. via VN, bilaterale contacten) en humanitaire hulp, maar erkent dat Europese verdeeldheid actie blokkeert.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, het Israëlische Parlement heeft een wetsvoorstel goedgekeurd om de activiteiten van UNRWA, de VN-organisatie voor de Palestijnse vluchtelingen, op het territorium van de Staat Israël te verbieden. De wet verbiedt alle activiteiten van UNRWA op Israëlisch grondgebied vanaf 2025, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. De facto zal de organisatie haar activiteiten in de Palestijnse gebieden, in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem niet meer kunnen voortzetten, omdat Israël alle grensovergangen controleert.
De FOD Buitenlandse Zaken stelt dat de uitwijzing een rampzalig precedent schept dat het multilaterale systeem en de Verenigde Naties zelf diep ondermijnt. De FOD erkende ook de cruciale en onvervangbare rol van het VN-agentschap. Ons land betreurt dat de krachtige oproepen van de internationale gemeenschap opnieuw zijn genegeerd. De wetten in kwestie zijn een directe schending van de verplichtingen van Israël onder het internationaal recht, zo klinkt het in een persbericht.
Buitenlandse Zaken stelt uiterst bezorgd te zijn over de gevolgen die de uitvoering van de wetten zal hebben voor de miljoenen Palestijnse vluchtelingen, die voor hun levensonderhoud en waardigheid afhankelijk zijn van de noodzakelijke diensten van UNRWA. Ons land herhaalde ook de oproep aan de Israëlische regering als bezettingsmacht om zich te houden aan haar internationale verplichtingen, zoals het ongehinderd mogelijk maken van humanitaire hulp in al haar vormen.
Zolang er geen wereldwijde, rechtvaardige en duurzame oplossing is voor het conflict en de status van de Palestijnse vluchtelingen, is het mandaat van UNRWA van vitaal belang, omdat het volgens de FOD de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties ten aanzien van de Palestijnse kwestie vertegenwoordigt.
Mevrouw de minister, ik heb de hiernavolgende vragen.
Ten eerste, welke inspanningen levert België om UNRWA politiek te steunen in die context?
Ten tweede, welke acties worden binnen de Verenigde Naties ondernomen om Israël onder druk te zetten om de beslissing te herzien en niet uit te voeren?
Ten derde, hoe dringt u er bij Europa op aan om UNRWA te blijven ondersteunen?
Ten vierde, welke inschatting hebt u zelf van de humanitaire situatie in Gaza en de West Bank?
De voorzitster : U ziet de klok hier vooraan. Het is geen probleem, maar ten bate van de andere leden beperkt u uw vraag beter tot twee minuten. Ik hoop dat u ze ziet, want ik zie ze niet. U bent dus gewaarschuwd.
Christophe Lacroix:
Merci, madame la présidente. Si on a deux questions, a-t-on droit à deux fois deux minutes?
Madame la ministre, merci d'être présente pour répondre à nos questions sur un sujet majeur qui a déj à été évoqué à de nombreuses reprises. Mes interventions se situeront sur deux niveaux: la volonté de Josep Borrell de suspendre le dialogue politique entre l'Union européenne et Israël et la loi israélienne visant à supprimer l'UNRWA.
Le 14 novembre, le chef de la diplomatie européenne – ce n'est pas n'importe qui – a proposé aux Vingt-sept de suspendre le dialogue politique instauré entre l'Union européenne et Israël. Dernièrement, il a déclaré qu'il avait épuisé tous les mots pour qualifier ce qu'Israël commettait en Palestine. Le dialogue était prévu dans le cadre de l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne qui est entré en vigueur en juin 2000. Les vingt-sept É tats membres s'étaient mis d'accord en mai – nous sommes en novembre – pour demander une réunion du Conseil d'association entre Israël et l'Union européenne pour examiner notamment la situation des droits humains à Gaza, mais cette réunion n'a toujours pas eu lieu faute d'accord sur l'agenda.
Comme vous le savez, mon parti est favorable à la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël. Cette position se fonde sur l'article 2 de cet accord qui impose aux parties le respect des droits humains et des principes démocratiques comme étant un élément essentiel de l'accord. En outre, la Cour internationale de Justice a rendu trois ordonnances conservatoires concernant Israël, notamment sur l'obligation d'acheminement de l'aide humanitaire, et la Cour pénale internationale a demandé un mandat d'arrêt concernant le premier ministre israélien. Vous savez comme moi que sur base des différentes décisions de la Cour internationale de Justice, l'Assemblée générale de l'ONU a fixé, le 18 septembre dernier, un cap pour contraindre – ou à tout le moins inciter – les É tats nationaux à prendre des décisions en la matière en leur donnant un délai de douze mois.
Madame la ministre, comment la Belgique se positionnera-t-elle pour donner suite très rapidement à l'appel de Josep Borrell?
S'agissant de l'interdiction de l'UNRWA, fin octobre, le Parlement israélien a adopté cette fameuse loi qui vise à interdire une agence humanitaire des Nations Unies – qui n'est pas, comme le prétendent certains, un réseau d'islamistes terroristes – qui opère sur le territoire d'Israël. Cette interdiction pourrait entrer en vigueur dans les trois mois qui suivent l'adoption du projet de loi et rien ne laisse présupposer aujourd'hui que le premier ministre israélien et le Parlement israélien feraient marche arrière.
Cette loi interdit à l'UNRWA d'opérer dans les zones sous contrôle israélien, ce qui entraînerait la fermeture de ses locaux dans les territoires palestiniens occupés: la Cisjordanie, y compris Jérusalem-Est occupée, et Gaza.
La législation proposée mettrait fin immédiatement à l'accord conclu entre Israël et l'UNRWA en 1967, dans lequel Israël s'engageait à faciliter le travail de l'UNRWA. Cela paralysera effectivement la capacité de l'agence à remplir son mandat tel qu'il a été défini par l'Assemblée générale des Nations Unies en 1949.
Tout cela peut sembler assez éloigné et assez technique, mais cette interdiction pourrait entraîner l'expulsion du siège et des bureaux de l'UNRWA et entraver gravement sa capacité à agir sur le terrain et à fournir des services essentiels tels que les soins de santé et l'éducation à des millions de réfugiés palestiniens.
Madame la ministre, comment la Belgique a-t-elle réagi à cette annonce? Pouvez-vous me garantir que la Belgique continuera à soutenir l'UNRWA, comme elle l’a toujours fait depuis très longtemps, et qu'elle prendra enfin des sanctions à l'égard d'Israël pour ses actes génocidaires, en lien avec la résolution de l’ONU?
Rajae Maouane:
Madame la ministre, permettez-moi d'abord de vous féliciter pour le grand oral que vous avez passé avec succès. Pour en revenir à l'actualité, chaque jour apporte son lot de nouvelles dramatiques en provenance du Proche-Orient.
Tout d'abord, cette décision récente du parlement israélien qui, en adoptant des lois, a interdit les opérations de l'UNRWA en Israël, réduisant donc son accès aux territoires palestiniens en Cisjordanie occupée et à Gaza. Cette décision a un impact direct sur l'accès à des services humanitaires, comme l'éducation ou la santé, pour les Palestiniens et Palestiniennes réfugiés.
Quelle réaction la Belgique a-t-elle mis en avant face à cette interdiction? Comment la Belgique continuera-t-elle à soutenir l’UNRWA et à permettre à ses services de continuer à fonctionner? Est-ce que vous envisagez de prendre des sanctions contre Israël, comme les écologistes le demandent depuis de nombreux mois?
L'autre aspect de ma question a trait au fait que les personnes qui utilisent le terme "génocide" pour décrire ce qui se passe à Gaza se sentent de moins en moins seuls. En effet, le rapport de la Rapporteure spéciale de l'ONU – Francesca Albanese – indique que trois des actes de génocide définis par la convention ont été commis contre les Palestiniens à Gaza: meurtre, atteinte à l’intégrité physique ou mentale et soumission à des conditions de vie destructrices. Elle évoque une volonté de destruction physique des Palestiniens, soutenue par une rhétorique anti-palestinienne omniprésente, visant à éradiquer ce groupe. On parle également de nettoyage ethnique, ce sont donc des termes très forts. Elle dénonce le fait que les dirigeants israéliens incitent publiquement à des actions génocidaires, sans distinction entre civils et combattants.
Elle rappelle également que la Cour internationale de Justice et la Cour pénale internationale devront examiner la situation, mais estime que les États ont désormais la responsabilité d'agir face à ces accusations, ce qui engage donc la responsabilité de la Belgique. Par conséquent, face aux conclusions de ce rapport alarmant, et alors que nous assistons à la destruction méthodique du peuple palestinien, qu’attend la Belgique pour condamner fermement ces actes et imposer des sanctions contre Israël? Comment justifiez-vous l'absence de sanctions de la Belgique alors que des actes de génocide sont commis? Comment la Belgique entend-elle prendre davantage position face à cette impunité qui, selon l'experte, mène à une tragédie annoncée?
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, de heer Lacroix verwees al naar de uitspraak op de Raad van 18 november van Hoge Vertegenwoordiger Borrell om de politieke dialoog met Israël op te schorten. Gelet op de oorlog wordt al langer opgeroepen om de relatie tussen de EU en Israël te herbekijken, bijvoorbeeld via een herziening van het associatieakkoord. In de commissievergadering van 16 oktober verklaarde u nog dat ons land pleit voor de bijeenroeping van de Associatieraad om de naleving van de mensenrechtenclausule te evalueren.
In een recent rapport herinnerde de VN-mensenrechtencommissaris de VN-lidstaten aan hun verplichtingen om schendingen van het internationaal humanitair recht te voorkomen. Ook riep hij op om het werk van het Internationaal Strafhof te ondersteunen.
België ondersteunt het Internationaal Strafhof al aanzienlijk. Maar zal ons land het Internationaal Strafhof extra financieel ondersteunen of zullen wij bijkomende experts via het Internationaal Strafhof leveren?
Wat werd er in de vergadering van 18 november van de Raad met betrekking tot de oorlog in Gaza en Libanon besproken? Welk standpunt heeft ons land er ingenomen? Werd er een beslissing over het associatieakkoord genomen?
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, sinds oktober 2023 zijn we getuige van ongekende en gruwelijke militaire aanvallen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en ondertussen ook Libanon. Minstens 45.000 Palestijnen zijn gedood. Israël gebruikte meer dan 85.000 ton bommen, meer dan de totale hoeveelheid die tijdens het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog is gebruikt. De vernietiging treft vooral de Gazastrook, waar de levensomstandigheden bijna ondraaglijk zijn geworden en waar de dreigende uitzetting van het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) de toegang tot basisvoorzieningen voor miljoenen burgers in gevaar brengt.
Belgische burgers uiten hun verontwaardiging en eisen maatregelen. Volgens een enquête van 11.11.11 steunt 54 % van de Belgen sancties tegen Israël, eist 73 % een onmiddellijk staakt-het-vuren en wil de helft een handelsembargo tegen de illegale nederzettingen. Ondanks de groeiende roep van de burgers en het bewijs van flagrante mensenrechtenschendingen heeft België nog altijd geen harde maatregelen genomen.
Op 18 september nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met steun van België een resolutie aan omtrent de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden. Als VN-lidstaat hebben we de plicht om op te treden tegen die illegale bezetting en over te gaan tot concrete maatregelen. Israël beweegt zich momenteel in een context van gehele straffeloosheid. Het is duidelijk dat het ons niet aan opties ontbreekt, maar aan politieke wil om actie te ondernemen en Israël sancties op te leggen.
Kunt u uitleggen waarom ons land nog altijd geen doortastende maatregelen heeft genomen, in het bijzonder sancties en de stopzetting van de wapenverkoop aan en wapendoorvoer naar Israël?
Waarom neemt België geen actieve positie in om het associatieakkoord tussen de EU en Israël op te schorten, aangezien Israël artikel 2 van dat akkoord schendt?
Waarom is er nog altijd geen importverbod op producten uit de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden?
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, bij de Palestijnse bevolking vielen al meer dan 40.000 doden, onder wie meer dan 15.000 kinderen. Dat is al vaker gezegd. Die mensen sneuvelen soms bij bombardementen, maar evengoed door sluipschutters. Volgens de VN lijdt de volledige bevolking van Gaza honger.
Twee dagen geleden tweette u: "In Oekraïne, het Midden-Oosten en de rest van de wereld moet het internationaal recht ons enige kompas zijn. We kunnen niet toelaten dat deze principes straffeloos worden geschonden." Ik juich dat toe, want dat komt exact overeen met het standpunt van Groen gedurende die hele crisis.
Schendt Israël het internationaal recht? Het antwoord is toch duidelijk volmondig ja. Human Rights Watch heeft al eerder vastgesteld dat Israël in Gaza oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaat. Collega Maouane wees er al op dat een speciale VN-commissie vorige week stelde dat de oorlogspraktijken in Gaza overeenkomen met de eigenschappen van genocide.
Na woorden is het nu dus tijd voor daden. In al die chaos speelt UNRWA een ongelooflijk belangrijke rol voor de inwoners van Gaza zelf. UNRWA runt de broodnodige ziekenhuizen in barre omstandigheden, staat in voor voedselbedeling en zorgt voor gezuiverd water, cruciaal voor de Gazanen. Nu wil Israël UNRWA verbieden. Dat is niet minder dan een ramp voor de twee miljoen burgers ter plaatse.
Mevrouw de minister, wat zal België doen om die catastrofale en ongeziene ban op UNRWA tegen te houden? Welke stappen zult u zetten?
De Belgische regering kondigde in het verleden aan dat ze zich zou aansluiten bij de zaak die Zuid-Afrika aanhangig maakte bij het Internationaal Gerechtshof om te bewijzen dat Israël met zijn militaire aanval het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide schendt. Hoever staat de Belgische regering met dat aansluiten, met het indienen van een positie bij het Internationaal Gerechtshof? Wanneer mogen we de nodige stappen verwachten?
Zal de Belgische regering het initiatief nemen om de VN-Mensenrechtenraad, waarvan België lid is, bijeen te roepen voor een speciale sessie over de schendingen van het oorlogsrecht in Libanon? Ook daar zijn op amper twee maanden tijd alleen al meer dan 200 kinderen gesneuveld, dus ook daartegen moeten we absoluut actie ondernemen.
De voorzitster : Wensen leden zich aan te sluiten bij de vragen in het debat?
Nabil Boukili:
Je n’ai pas déposé de question mais je tenais à participer au débat, surtout à la suite de l’échange que nous avons eu ce matin avec le premier ministre, notamment dans le cadre du débriefing du sommet européen et le deux poids deux mesures dans la façon de traiter, d’une part, la Russie par rapport à l’Ukraine et, d’autre part, Israël par rapport à Gaza, alors que la Russie comme Israël violent tous deux le droit international, à la différence près qu’Israël va encore plus loin en matière de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité.
La réponse du premier ministre était similaire à vos réponses précédentes, madame la ministre. M. De Croo nous a en effet dit que la Belgique faisait des efforts et que l’Union européenne s’efforçait d’aller vers la paix, mais que la situation était compliquée et nécessitait des accords. J’ai posé une nouvelle fois la question au premier ministre mais je n’ai pas eu de réponse à la question suivante: comment l’Union européenne – ou le monde occidental, de manière générale – peut-elle prétendre qu’elle veut la paix dans la région, tout en fournissant des armes à Israël?
En effet, les É tats-Unis fournissent pour plus de 20 milliards d’euros d’armes à Israël, mais il y a aussi l’Allemagne: 30 % des armes achetées par Israël proviennent d’Allemagne! Cela signifie que nous avons donc un pays au sein de l’Union européenne qui déclare qu’on veut la paix mais qui vend des armes à Israël! Dès lors, je me demande si l’Union européenne aurait accepté qu’un pays de l’Union envoie des armes à la Russie lors de son agression contre le peuple ukrainien. De même, aurait-on accepté de maintenir des relations économiques privilégiées avec la Russie – par le biais de l'accord d’association – pendant qu’elle agresse l’Ukraine? Pourquoi l’accepter pour Israël?
Comment pouvons-nous être crédibles à l’échelle internationale en propageant des valeurs tout en faisant preuve d’hypocrisie dans la gestion du conflit au Moyen-Orient?
Benoît Lutgen:
Merci, madame la ministre. Nous avons effectivement déj à eu, en partie, un débat avec le premier ministre ce matin dans le cadre des avis pour les questions européennes. Je pense que passer par l'Union européenne et le Conseil s'impose comme seule voie possible pour tenter de dégager un consensus.
Je voudrais tout d'abord vous remercier pour tous vos efforts déployés ces derniers mois pour rechercher un consensus dans ce conflit. On sait que les positions sont pour le moins divergentes au sein du Conseil en la matière. Sur la position de Borrell – votre futur collègue avec Mme Kaja Kallas –, avez-vous eu des contacts sur ce sujet en particulier, plus globalement sur le conflit ou encore par rapport aux propositions qu'il a développées?
Je tenais à terminer en vous remerciant au nom des Engagés pour votre travail. Vous allez exercer des responsabilités importantes et nous espérons que vous pourrez les mener de la même façon dans les prochaines années à un autre niveau de pouvoir avec tous vos collègues, notamment au travers de la gestion des crises. Merci beaucoup.
Hadja Lahbib:
Je vous remercie pour toutes vos questions qui me ramènent à un débat que nous avons eu avant-hier au Conseil Affaires étrangères de l'Union européenne. Ce débat fut animé autour de la situation humanitaire à Gaza, en Cisjordanie et au Liban. Nous n'avons évidemment pas parlé que de ces sujets mais aussi des lois israéliennes à l'encontre de l'UNRWA.
De Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de heer Borrell, voor wie het de laatste Raadsvergadering was, heeft voorgesteld om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten wegens het niet respecteren van de mensenrechten. Het respecteren van de mensenrechten is gestipuleerd in artikel 2 van de associatieovereenkomst.
Vous me demandez quelle était la position que j'ai défendue au nom de la Belgique. Tout d'abord, j'ai partagé l'analyse du représentant spécial européen pour les droits humains selon laquelle des violations des droits humains et du droit international humanitaire sont commises par le gouvernement israélien et que cela devait donc absolument entraîner des conséquences.
La proposition du représentant Borrell nécessitait l'unanimité mais elle n'a pas été trouvée. Elle a même été loin d'être trouvée. J'ai donc répété la position belge demandant le plus vite possible la tenue d'un Conseil d'association avec Israël, lors duquel le dialogue se focaliserait sur le respect de cet article 2.
J'ai également réitéré que le respect du droit international devait demeurer notre seule et unique boussole et qu'il devait être respecté partout, de façon indifférenciée et sans double standard. J'ai aussi appelé les États membres à mener une analyse plus approfondie sur la conformité de l'Union européenne à l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice sur l'occupation israélienne illégale des territoires palestiniens occupés et à prendre des nouvelles mesures dans le cadre européen et à s'y conformer.
Veel lidstaten, waaronder België, pleiten met de nodige juridische grondslag in de Raad voor bijkomende sancties tegen gewelddadige kolonisten en het Hamasregime.
Le Conseil Affaires étrangères a aussi abordé les récentes lois israéliennes anti-UNRWA, appelons-les ainsi. La plupart des États membres, parmi lesquels la Belgique, se sont exprimés en faveur de la poursuite du soutien juridique, financier et politique à l'UNRWA. Comme vous le savez, notre pays s'est engagé politiquement et financièrement auprès de cet organisme depuis 1953. Nous avons réaffirmé notre soutien après les attaques du 7 octobre 2023 lorsque plusieurs pays ont suspendu leur aide.
La Belgique a également joué un rôle déterminant en appelant les autres États donateurs à reprendre le financement de l'UNRWA, en particulier pendant sa présidence du Conseil de l'Union européenne, au cours de laquelle j'ai mené au nom de la Belgique une médiation pour tenter de maintenir l'aide de plusieurs États membres qui avaient décidé de la suspendre.
België uitte zijn principiële steun voor UNRWA en Shared Commitments on UNRWA regelmatig op Europees en internationaal niveau.
La Belgique a très activement participé aux efforts diplomatiques qui ont précédé le vote de cette loi anti-UNRWA, que ce soit à New York, au niveau de l’ONU et du Conseil de sécurité, au niveau européen, dans les conclusions du Conseil européen, ou encore au niveau bilatéral, sur le terrain, directement avec Israël, avec nos postes, nos ambassades, nos représentations diplomatiques à Jérusalem, Tel-Aviv et New York.
La Belgique a également publié une déclaration nationale pour exprimer son profond regret suite au vote et pour réaffirmer le rôle irremplaçable et indispensable de l’UNRWA. Le 6 novembre, notre pays a pris la parole lors du débat informel sur l’UNRWA à l’Assemblée générale des Nations Unies, au nom du Core Group.
Cela montre que la Belgique est un intermédiaire crédible sur cette question. C’est dû notamment au fait que nous n’avons jamais changé de position. Nous avons cette positions depuis 1953. Nous l’avons tenue. Nous avons demandé que les enquêtes soient menées. J’ai eu moi-même des contacts, avant même la parution du rapport d’expertise de l’ancienne ministre des Affaires étrangères française, Mme Colonna, pour avoir déjà un aperçu de son enquête. C’est ce qui nous a permis de tenir une ligne claire.
Nous avons également invité l’ambassadrice d’Israël à Bruxelles le 8 novembre et de nouveau, pas plus tard qu’hier, le 19 novembre, pour lui faire part de notre profonde inquiétude et aussi lui demander des explications sur le statut de l’UNRWA et son statut à venir.
In lijn met dit duidelijke en consequente standpunt zal België zijn inspanningen voortzetten om Israël ervan te overtuigen deze wetten toe te passen. Dat is in ieders belang, ook in dat van de Israëli’s. We hebben dit ook herhaald tijdens de Raad Buitenlandse Zaken op 18 november en we hebben deze boodschap gisteren ook overgemaakt aan de Israëlische ambassadeur.
En réponse à la question portant sur l'ONU, qui estime que les méthodes d'Israël correspondent aux caractéristiques d'un génocide, permettez-moi de vous rappeler quelques-unes de nos positions et, surtout, certaines actions que nous avons déjà entreprises. Depuis 2009, déjà pour faire face à la situation à Gaza, il a été convenu avec les Régions – qui sont compétentes en ce domaine – de ne procurer aucune licence d'exportation d'armes qui renforcerait la capacité militaire d'Israël. C'est important de le rappeler, parce que vous revenez souvent avec cette question. Nous invitons donc les États européens à suivre notre exemple, mais nous ne pouvons que les y inviter. Je ne peux pas préjuger ni décider de ce que fait l'Allemagne, par exemple. Je tiens, du reste, à souligner qu'elle est le premier pays donateur sur le plan de l'aide humanitaire apportée aux Palestiniens.
Vous savez que nous avons systématiquement et fermement condamné les bombardements touchant les civils à Gaza, en insistant chaque fois auprès d'Israël pour qu'il respecte intégralement le droit international et le droit international humanitaire. Depuis le début, nous sommes très clairs: les crimes commis à Gaza devront être jugés au plus niveau, peu importe qui en sont les auteurs. Et j'ai moi-même demandé la convocation de l'ambassadrice d'Israël en Belgique plusieurs fois au cours de cette année, y compris hier, en l'occurrence pour aborder la destruction par Israël d'un bâtiment à Jérusalem qui est cofinancé par Enabel et l'Union européenne.
Nous continuons d'appeler avec force à un cessez-le-feu immédiat à Gaza et à la libération des otages. Nous avons envoyé à plusieurs reprises de l'aide humanitaire, du matériel médical et de secours, et facilité aussi l'évacuation de nombreux civils. Lors du Conseil de lundi, j'ai de nouveau plaidé pour que le plus d' États membres se joignent à la Belgique afin de demander aux autorités israéliennes d'autoriser les évacuations médicales depuis Gaza.
En ce qui concerne plus précisément votre question relative à un possible génocide, nous avons insisté auprès d'Israël pour le total respect des mesures conservatoires ordonnées par la Cour internationale de Justice en janvier et en mars de cette année.
Pour rappel, en tant que partie à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG), la Belgique a par ailleurs décidé d'intervenir dans deux affaires qui ont été portées devant la Cour internationale de Justice dont celle introduite par l'Afrique du Sud contre Israël en décembre 2023 pour informer la Cour de l'interprétation que la Belgique fait de l'article 2 de cette Convention qui définit le crime de génocide.
Les deux affaires soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation et l'application de la Convention, plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention génocidaire dans un contexte de conflit armé. Il reviendra d'ailleurs à la Cour seule d'appliquer aux faits de la cause l'interprétation des dispositions de la Convention de 1948.
J'espère ainsi avoir répondu à toutes vos questions.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Ze liggen enigszins in de lijn van wat we al gehoord hebben, aangezien we over dit onderwerp natuurlijk al vaker gesproken hebben. Het is jammer dat we het er nog vaak over zullen moeten hebben, want ik blijf eigenlijk met één enkele vraag zitten.
U hebt al veel gedaan, u somt dat ook op. Gelukkig, in tegenstelling tot Duitsland levert ons land geen wapens; dat is een goede zaak. Met Vooruit vragen wij ons wel af of u mogelijk meer druk kunt uitoefenen om economische sancties ten aanzien van Israël uit te voeren met de gehele EU. Gelet op de nieuwe functie die u op Europees niveau zult bekleden, zult u mogelijk nog meer in die mogelijkheid zijn. Wij denken dat de tijd van dialoog voorbij is, dat men het echt economisch moet voelen, opdat die genocide stopt. Dat is de enige vraag die ik nog heb.
Christophe Lacroix:
Merci, madame la ministre. Je pense que vous avez sans doute lu, comme moi, l'article de Baudouin Loos paru dans Le Soir tout récemment sur la situation à Gaza o ù il explique bien, au moyen de différents témoignages, qu'"Israël a transformé la bande de Gaza en couloir de la mort"; c'est d'ailleurs le titre de son texte. Quand on dit cela, c'est une référence historique et on pourrait dire: "Attention, on atteint le point Godwin." Mais cela est corroboré par des gens de tous milieux, notamment un ancien secrétaire général adjoint de l'ONU, Jan Egeland. C'est dire à quel point la situation est catastrophique.
Deuxième élément de réponse, il y a bien sûr le niveau international et le niveau de l'Union européenne. Mais je pense qu'il reste des moyens d'action et, plus que cela, une obligation d'action dans le chef des É tats nationaux. Parce que l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice que vous avez mentionné a été traduit en acte politique par l'Assemblée générale de l'ONU du 18 septembre 2024. Cette résolution va très loin dans le détail: on ne peut prêter aide et assistance au maintien de l'occupation; ni les É tats nationaux ni les entreprises ne peuvent investir; ils doivent mettre fin au commerce des produits des colonies et les interdire ou cesser leur transfert dans le cadre de l'occupation; gel des avoirs de toute personne ou association ayant des liens, notamment des flux financiers, avec l'occupation israélienne en Palestine.
Il est urgent d'interdire les produits des colonies. Il est urgent de suspendre l'accord au niveau belge. C'est une obligation internationale qu'un É tat national doit prendre, dans un délai de douze mois à compter du 18 septembre 2024. Il y aura donc urgence pour votre successeur ou successeure.
Je vous souhaite un bon travail au sein de la Commission européenne. Nous avons eu parfois des divergences de vues et quelques tensions, mais j'apprécie la personne que vous êtes, sachez-le.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, merci pour vos réponses.
En ce qui concerne la responsabilité des É tats, de nombreux rapports indiquent que les É tats ont la responsabilité et même la possibilité d’agir. Selon moi, cela s’applique également à nous, au niveau belge. Nous avons en effet la possibilité – et aussi l'obligation – d’agir, notamment sur les accords et l’interdiction des produits issus des colonies. À ce sujet, je vais vous citer une phrase qui n’est pas de moi, qui n’est pas d’une militante de gauche ou du milieu associatif, mais qui est de Francesca Albanese, une rapporteuse des Nations Unies: “La violence qu’Israël déchaîne contre les Palestiniens depuis l’après-7 octobre ne surgit pas du néant, mais s’inscrit dans une campagne orchestrée intentionnellement au niveau de l’État pour provoquer systématiquement le déplacement forcé et le remplacement à long terme des Palestiniens.”
Cette phrase est extraite du rapport intitulé “L’effacement colonial par le génocide”. Nous assistons effectivement à un génocide en direct, en mondovision, et je pense que nous avons la responsabilité et le devoir moral d’agir. Je sais que de là où vous serez dorénavant, vous aurez également à cœur d’agir sur ce plan, et je vous remercie pour les quelques échanges que nous avons eus à ce sujet depuis mon arrivée au Parlement. Merci également de continuer à porter cette voix-là et de continuer à essayer de trouver des solutions afin d’agir davantage au niveau de la Belgique.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, u zegt duidelijk en consequent te zijn in het Belgische standpunt. U pleit voor sancties en het behoud van de ondersteuning op alle vlakken van UNWRA. Het schoentje knelt duidelijk op Europees niveau. Er is geen opschorting of herziening van het associatieakkoord, waarvoor ook al lang wordt gepleit vanuit dit Parlement. Er is hier een duidelijke meerderheid daarvoor.
Er is ook een probleem inzake de importban. De juridische vraag is of dat op Europees vlak moet worden aangepakt. Men weet dat dit niet zal gebeuren op Europees vlak. We moeten overgaan tot meer Belgische acties ter zake. Dat was ook het pleidooi gisteren van de zaakgelastigde van de Palestijnse Autoriteit. We moeten ons Belgisch standpunt nog scherper stellen en moeten meer acties ondernemen om te voorkomen dat er inderdaad verder een genocide plaatsvindt in Gaza.
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. U hebt geen antwoord gegeven op de vraag van de heer Boukili, want niet de export maar de doorvoer is het probleem. Het grootste deel van de Duitse wapens gaat via de Antwerpse haven naar Israël. Hoe kunnen we geloven dat de EU voor de vrede in de regio zal opkomen als Duitsland in de EU wapens produceert en uitvoert naar Israël? Daarom is het urgent dat België zelf maatregelen neemt en niet wacht op de EU, zowel met betrekking tot de wapens als met betrekking tot de handel met de illegale kolonies.
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik blijf wel wat op mijn honger zitten. U zegt dat het aan het Internationaal Strafhof is om te oordelen of het al dan niet om een genocide gaat. Dat klopt, maar ik vroeg hoever we staan met het aanhangig maken en neerleggen van onze positie, zodat we die zaak samen met Zuid-Afrika mee kunnen voeren. Het is niet alleen de bedoeling dat we dat aankondigen, maar ook dat we het daadwerkelijk doen. Ik denk dat ik dit antwoord heb gemist, tenzij ik mij vergis.
Ook met betrekking tot de schending van de mensenrechten in Libanon, nemen we daar een initiatief richting de VN-Mensenrechtenraad? U zegt dat het internationaal recht ons kompas is. Ik juich toe dat u de schending van de mensenrechten expliciet benoemt. Het is zeer belangrijk dat dat daadwerkelijk wordt benoemd, maar het is wel echt tijd om tot acties over te gaan, zoals de voorzitter ook zei.
Dan richt ik me ook tot alle collega's in het Parlement. Gisteren hoorde ik van de MR-fractie dat we de kant van de vrede moeten kiezen. Ik denk dat iedereen daarachter kan staan, maar als men de kant van de vrede kiest, dan kiest men ook tegen de agressor. Dat betekent dat men ook concrete acties moet ondernemen. Dat is meer dan alleen woorden produceren en verwijzen naar het Europese standpunt.
Onze fractie heeft een resolutie met een heel aantal concrete acties ingediend. Ik hoop dat die integraal worden overgenomen, maar ik hoop vooral dat we met dit Parlement minstens kunnen zeggen: tot hier en niet verder, dit zullen wij concreet ondernemen. Ik hoop dat men zich niet verschuilt achter de lopende regeringsonderhandelingen. Daar zijn de Gazanen niets mee. Elke dag opnieuw sterven daar veel te veel mensen. We zijn het aan hen verplicht om acties te ondernemen en niet te wachten tot er een regering is. Daar hebben de mensen in de Gazastrook niets aan.
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de minister, ik noteer dat u zegt dat u UNRWA een blijvende juridische, politieke en financiële steun zult geven.
Humanitaire hulp in Gaza is absoluut noodzakelijk, maar enkele van uw antwoorden baren me zorgen. Die niet-kritische benadering van de organisatie UNRWA maakt me bezorgd. Toen hier vorige week vertegenwoordigers van UNRWA aanwezig waren, heb ik hun gevraagd hoe het komt dat UNRWA Hamas niet als militante organisatie kan benoemen, hoe het komt dat men geen verklaring geeft dat lidmaatschap van gewapende groepen absoluut ontoelaatbaar is en hoe het komt dat er terreurinfrastructuur aanwezig is in faciliteiten van de VN. Dat men mij daarop niet antwoordt, of eromheen fietst, baart me zorgen.
We moeten absoluut voor humanitaire hulp zorgen, maar u haalde ook het Colonnarapport aan, dat ik ook heb gelezen, waarin duidelijke feiten staan die bij ons bepaalde lichten moeten doen branden. Het is aan ons, aan de westerse overheden, om het mogelijk te maken om, wanneer die Israëlische wet in voege zou treden en UNRWA niet meer toegelaten is, de humanitaire acties geleidelijk aan over te hevelen naar andere VN-organisaties of andere autoriteiten. Met een organisatie die Hamas niet kan veroordelen, kunnen we niet verder in zee blijven gaan. We moeten ervoor zorgen dat onze middelen, die noodzakelijk zijn om de mensen in Gaza te helpen, optimaal besteed worden en niet in handen van Hamassympathisanten kunnen terechtkomen.
Hadja Lahbib:
Je vous remercie tout d'abord pour vos appréciations. Je pense que ce débat est le plus difficile qu'on ait eu. Croyez-moi, ce n'est pas facile d'être dans ma position.
Je vous souhaite un prochain ministre des Affaires étrangères qui apportera des réponses à toutes vos questions et qui vous amènera surtout un accord de paix. C'est ce dont on a tous rêvé autour de la table du Conseil européen, encore hier, en espérant avoir une position qui permette simplement d'avancer.
Les divisions que nous subissons au sein de l'Union européenne nous empêchent d'avancer. Nous ne cessons de répéter, surtout après les élections américaines, qu'il faut que nous parlions d'une même voix, que nous soyons unis et que nous soyons même proactifs. Nous ne pouvons malheureusement pas l'être pour l'instant. C'est la réalité mais j'espère que nous le serons à l'avenir.
Pour revenir spécifiquement à vos remarques, il y a eu plusieurs enquêtes sur l'UNRWA. Il n'y a donc pas eu que le rapport Colonna. Il y a d'abord eu une enquête interne. Des décisions ont été prises de façon proactive par l'UNRWA, qui a suspendu sa collaboration avec neuf des collaborateurs qui n'étaient que suspectés.
Il y a donc eu des enquêtes différentes et des conditions ont été posées par la Commission européenne. L'UNRWA est prête à les respecter. Toute une démarche a donc été mise en place. Je suis d'accord avec vous sur le fait que nous ne pouvons pas faire confiance à une entreprise qui est suspectée, ni même collaborer avec elle. Dans ce cas-ci, nous n'avions pas d'élément qui permettait de suspendre le maintien de notre collaboration et de notre financement de l'UNRWA. C'est d'ailleurs pour cette raison que je l'ai défendu au nom de la Belgique, mais aussi parce que, selon d'autres ONG sur place, l'analyse nous revient qu'il n'y a rien qui puisse remplacer l'UNRWA à l'heure actuelle. Les ONG sont assez fermes sur le fait qu'elles ne pourront pas prendre le relais.
Nous n'avons pas non plus de plan B de la part des autorités israéliennes.
Je vous remercie pour vos questions et pour avoir quand même apprécié mes réponses, même si je ne peux sans doute pas apporter les solutions qui pourraient amener une paix demain au Proche-Orient.
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de minister, ik vraag daarom om de humanitaire taken geleidelijk over te dragen naar andere VN-organisaties of autoriteiten. Uit het rapport blijkt dat 10 % van de personeelsleden betrokken is bij Hamas. Er blijkt ook bezorgdheid over de boodschappen die worden verspreid en men vraagt meer vrouwen in de raad van bestuur of managementfuncties, zodat de harde, islamitische kern wat gecounterd wordt. Voorts blijken de inspecteurs niet voldoende kennis te hebben van het Arabisch om de beslissingen van de raad van bestuur te controleren. Als we correcte humanitaire hulp willen verlenen, die gedragen wordt door de bevolking, dan is het onze taak om ons te organiseren, zodat we dergelijke rapporten niet meer hoeven op te stellen.
De uitspraken van een vicepremier over de gerichte militaire actie tegen Hezbollah
De situatie in het Midden-Oosten
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
EU-beleid, Midden-Oostenconflicten en internationale veiligheid
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 20 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy looft Israël voor de gerichte Mossad-aanval op Hezbollah (een door de EU als terroristisch bestempelde jihadistische groepering) en valt vicepremier Petra De Sutter aan omdat zij de actie als "terreur" bestempelde, terwijl Hezbollah zelf duizenden raketaanvallen op Israëlische burgers uitvoert. De Croo bevestigt dat Hezbollah’s militaire tak een terreurorganisatie is, maar benadrukt dat Israël herhaaldelijk het internationaal humanitair recht schendt (met disproportionele aanvallen en massale burgerslachtoffers in Gaza) en dat de VN vraagtekens zetten bij de recentste aanval, zonder duidelijke afwijzing van De Sutters uitspraak. Van Rooy kaart aan dat België’s zwakke houding—mede door Open Vld’s migratiebeleid—islamitisch extremisme in de hand werkt, terwijl De Croo’s reactie als "appeasement" wordt afgedaan. Kernconflict: *Is gerichte uitschakeling van terroristen (zelfs met controversiële methoden) gerechtvaardigd, of primeert strikt oorlogsrecht, ongeacht de dreiging?*
Sam Van Rooy:
Mijnheer de eerste minister, onlangs vond er een gerichte actie plaats, van waarschijnlijk de Mossad, tegen de jihadistische terreurorganisatie Hezbollah, waarbij zogenaamde pagers of beepers van Hezbollahterroristen vanop afstand tot explosie werden gebracht. Talloze moslimterroristen werden zo op een ongezien gesofisticeerde en precieze wijze uitgeschakeld.
Uw vicepremier, mevrouw De Sutter, vond het nodig om die sublieme actie op het platform X te bestempelen als een terreuraanval tegen Hezbollah.
De militaire vleugel van Hezbollah staat sinds 2013 op de terreurlijst van de Europese Unie. Hezbollah is door de Iraanse overheid in de jaren tachtig opgericht om te strijden tegen Israël. Sindsdien is de organisatie uitgegroeid tot de grootste terreurbeweging in de wereld. "Zuid-Libanon is veranderd in een militaire basis voor grootayatollah Ali Khamenei", aldus de Nederlands-Perzische rechtsgeleerde en ervaringsdeskundige Afshin Ellian.
"Hezbollah" betekent "partij van Allah" en is een tot op de tanden bewapende jihadistische terreurorganisatie. Het is eigenlijk een jihadleger. Het is een bende islamnazi’s, die als heilig jihadistisch doel heeft een tweede holocaust te plegen. Hezbollah voerde duizenden raketaanvallen uit op onschuldige Israëlische burgers, zelfs onlangs nog. Tienduizenden Israëlische burgers moesten daardoor uit hun huizen worden geëvacueerd. Daarover horen we geen woord van uw vicepremier, wier bevoegdheden nota bene overheidsbedrijven en ambtenarenzaken zijn.
Spreekt mevrouw Petra De Sutter in naam van de regering wanneer ze stelt dat de geniale Israëlische actie tegen Hezbollah een terreuraanval is? Deelt u de mening van uw vicepremier? Zult u mevrouw Petra De Sutter terechtwijzen op het internationale forum om de door haar veroorzaakte imagoschade voor België te herstellen?
Alexander De Croo:
Mijnheer Van Rooy, de Belgische regering sluit zich, ten eerste, volledig aan bij de EU-wetgeving, die stelt dat de militaire vleugel van Hezbollah een terreurorganisatie is. De vice-eersteminister heeft dat trouwens nergens ontkend.
U zult het misschien met mij eens zijn dat Israël de voorbije dertien maanden meer dan eens het internationaal humanitair recht heeft geschonden. De bevolking van Gaza kampt al bijna een jaar met chronische ondervoeding, met disproportionele aanvallen en met gedwongen volksverplaatsingen zonder veiligheidsgaranties. Het aantal burgerslachtoffers doet hopelijk ook u huiveren.
Het totale gebrek aan respect voor de mensenlevens van de burgerbevolking in Gaza en van de gegijzelden zit mij bijzonder hoog.
Specifiek over de beeperaanval is het evident dat Israël zoals alle staten het internationaal humanitair recht moet respecteren. De analyse van de vraag of het oorlogsrecht en het proportionaliteitsbeginsel werden gerespecteerd, is voer voor rechtsgeleerden. Ik stel op dit moment echter vast dat de speciale rapporteurs van de Verenigde Naties ernstige vragen hebben bij de aard van de aanval.
Sam Van Rooy:
Mijnheer De Croo, Israël knapt het vuile werk op voor ons, het Westen. Hoe minder jihadisten, ongeacht of ze nu van Islamitische Staat, de taliban, Boko Haram, Al Qaida, Hamas, Islamitische Jihad of Hezbollah zijn, hoe beter en hoe veiliger het is voor het Westen en voor België. Uw vice-eersteminister, Petra De Sutter, waardeert dat niet en neemt het duidelijk op voor een bende terroristische, islamitische Jodenhaters, vrouwenhaters en homohaters, die zeker iemand als haar, geheel volgens de sharia, zouden opknopen. Mijnheer De Croo, dat u daar vandaag zo soft en zo zwak op reageert, is echt te gek voor woorden. Tegelijkertijd is dat helaas niet verbazend. Uw regeringspartij, Open Vld, voert immers al decennialang een globalistisch beleid, waardoor vele Hezbollahaanhangers en andere moslimfundamentalisten dit land gewoon binnenkomen. Mijnheer De Croo, daarvan zullen we de komende jaren en decennia nog heel veel ellende ondervinden.
Het imago van België na de verplaatsing van de voetbalwedstrijden Israël-België
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België weigerde het Nations League-voetbalwedstrijd tussen België en Israël te organiseren door veiligheidsvrees en politieke druk, terwijl Frankrijk wel doorzette—wat Ducarme als een overwinning voor antisemitisme bestempelt. Premier De Croo bevestigde dat alle betrokken burgemeesters (Brussel, Antwerpen, Charleroi, Oostende, Eupen) weigerden, ondanks zijn pogingen om een oplossing (zelfs achter gesloten deuren) te forceren, en benadrukte dat sport en politiek gescheiden moeten blijven. Ducarme kaartte aan dat België gebrek aan moed toont tegen antisemitisch geweld en drong aan op structurele maatregelen om herhaling te voorkomen. De discussie onthulde een diepe verdeeldheid over veiligheidsverantwoordelijkheid versus principiële standvastigheid.
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, je sais que vous êtes amateur de sport et de grandes compétitions sportives. On sait combien nos politiques de sport sont étroitement liées aux politiques de santé publique, ce qui est évidemment important.
Il ne vous aura pas échappé qu'un match de Nations League s'organise ce soir en France. En effet, la France, après l'Italie, reçoit Israël dans cette grande compétition footballistique.
Vous vous souviendrez que la Belgique avait choisi de ne pas organiser ce match contre Israël le 6 septembre, sous l'impulsion du bourgmestre socialiste de Bruxelles. Il avait décidé de ne pas laisser se dérouler ce match au stade Roi Baudouin, sans doute en partie pour des raisons idéologiques.
Nous ne sommes certes pas le seul pays qui refuse d'organiser ce type de match de football ou de grandes compétitions sportives, il y a la Syrie et l'Ukraine. Mais si ces compétitions sportives ne sont pas organisées dans ces pays, c'est pour d'autres raisons. Si nous n'avons pas organisé ce match, c'est parce que nous avons peur, parce que la Belgique a peur. Elle a peur de se mesurer à l'antisémitisme et aux violences antisémites.
Monsieur le premier ministre, allez-vous regarder ce match de football? Comme moi, allez-vous féliciter la France d'avoir organisé ce match de football? Si tous les pays européens faisaient comme nous, ce serait la victoire de l'antisémitisme.
Alexander De Croo:
Monsieur Ducarme, je regrette que ce match n'ait pas pu avoir lieu sur le sol belge. La Fédération de football belge m'a contacté avant ce match et m'a expliqué qu'elle avait eu des difficultés pour l'organiser. En effet, à ce moment-là déjà, les autorités d'Anvers et de Charleroi avaient dit qu'elles n'étaient pas prêtes à organiser un tel match sur leur sol – ce sont les bourgmestres qui sont responsables de la sécurité sur leur sol.
Bruxelles avait également pris la décision de ne pas l'organiser. Je me suis adressé à la Fédération belge car je trouve que de tels matches doivent pouvoir avoir lieu en Belgique, peut-être même à huis clos.
Suite à cela, j'ai eu des contacts avec le bourgmestre d'Ostende. Là non plus, ce n'était pas possible.
Finalement, j'ai pris contact avec mon collègue Oliver Paasch pour lui demander si c'était possible de le faire à Eupen, parce que la Fédération belge m'avait donné une liste de stades capables d'accueillir ce match. Une réunion a eu lieu entre la bourgmestre d'Eupen et les autorités, et la demande avait été formulée de pouvoir disposer d'assez de forces policières. La ministre de l'Intérieur a expliqué la manière dont elle aurait voulu gérer cet événement et la bourgmestre d'Eupen a décidé de refuser.
Je le regrette parce que je trouve que les matches de football ou d'autres événements sportifs doivent pouvoir se dérouler sans qu'il y ait un lien politique. Je trouve qu'il faut bien séparer les deux. J'ai déployé beaucoup d'efforts mais quand les bourgmestres refusent, je pense que c'est dommage (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie d’avoir mis tout en œuvre pour tenter que ce match s’organise en Belgique. Il est clair que nous ne pourrons pas rester pour l’avenir, et sans doute pour le prochain gouvernement, dépendants de ceux qui plient devant la menace antisémite, devant la menace de violences, devant la menace de racisme. Nous devrons trouver des dispositifs qui nous permettent de ne pas voir ce type de situations se répéter à l’avenir. Nous devons avoir plus de courage. Aujourd'hui, la démonstration est faite. Le ministre de l’Intérieur le disait: "Regardez, en Belgique, ils ne l’ont pas fait. Ils n’ont pas osé le faire. Ils ont eu peur de le faire." Cela ne pourra plus se reproduire.
De veiligheid van Israëliërs/Joden in België
De maatregelen tegen het aanzwellende antisemitisme na de gebeurtenissen in Amsterdam
Antisemitisme en veiligheidsmaatregelen voor Joodse gemeenschappen in België en Nederland
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 13 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende toename van gewelddadig antisemitisme in België, met gecoördineerde aanvallen op Joden (geïnspireerd door gebeurtenissen in Amsterdam), online oproepen tot "Jodenjacht" in Antwerpen en Brussel, en een groeiend onveiligheidsgevoel binnen de Joodse gemeenschap. Minister Verlinden benadrukt versterkte politie-inzet, dreigingsanalyses via OCAD en samenwerking met lokale besturen, maar wijst (voorlopig) legerinzet af wegens gebrek aan wettelijk kader en voldoende politiecapaciteit; ze pleit voor permanente opvolging en Europese afstemming. Critici (Van Rooy, Freilich) hekelen het falend migratie- en integratiebeleid als bron van geïmporteerd antisemitisme, eisen harde actie tegen haatpredikers (zoals een onbestrafte imam die tot "verbranden van Joden" opriep) en een effectieve antisemitisme-coördinator met budget (nu een "papieren tijger"), naast juridische voorbereiding op mogelijke legerinzet. Kernpunt: woorden volstaan niet—daadkrachtige bestrijding van haat, straffeloosheid en systeemfalen is urgent.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, de jaren 30 zijn terug: niet alleen in het Midden-Oosten, waar islamitische terreurorganisaties zoals Hamas, Hezbollah en Islamitische Staat een tweede Holocaust proberen te plegen, maar ook hier in België. Vorige week pleegden moslimjongeren in Amsterdam een reeks gecoördineerde antisemitische pogromachtige aanvallen op Joden. Dat is dus Jodenjacht anno 2024.
Afgelopen weekend volgden ook in Antwerpen, waar ik woon, online oproepen om op Jodenjacht te gaan. Zeven moslimjongeren werden preventief opgepakt alvorens ze Joden in elkaar konden gaan slaan. Weer maar eens blijkt dat de Joodse gemeenschap in Antwerpen extra beveiliging nodig heeft.
Ondertussen worden voetbalwedstrijden met de Israëlische ploeg en een frisbeewedstrijd met Israëlische sporters geweerd uit België. Dat gebeurde deels uit veiligheidsoverwegingen, maar ook om politieke redenen. Capitulatie noem ik dat: een grove schande!
Het aantal meldingen en gevallen van antisemitisme swingt eveneens de pan uit. We zien video's waarop Joden worden achtervolgd, uitgescholden of in elkaar geslagen. Veel Israëliërs en Joden voelen zich in België steeds onveiliger, zeker in sterk geïslamiseerde steden als Antwerpen en Brussel.
Mevrouw de minister, mijn vragen zijn helder en de antwoorden broodnodig. Wat onderneemt u tegen dit toenemende, virulente en steeds gewelddadiger wordende antisemitisme? Wat onderneemt de regering opdat Israëlische toeristen en Joodse inwoners veilig kunnen zijn in ons land? Wil u, zoals ook burgemeester De Wever opperde, het leger opnieuw inzetten in de Joodse wijk? Wil u zich ervoor inzetten dat Israëlische sporters en sportploegen vanaf nu altijd welkom en veilig kunnen zijn op ons grondgebied? Tot slot hebben de pro-Palestijnse organisaties in Brussel en Gent onomwonden verklaard dat ze achter de islamitische Jodenjacht staan. Kunnen deze organisaties volgens u verder vrij opereren op ons grondgebied? Zo ja, waarom?
Michael Freilich:
Mevrouw de minister, we hebben inderdaad gezien dat in Antwerpen enkele oproepen uitgebracht zijn om naar de buurt rond het Harmoniepark af te zakken om daar effectief op Jodenjacht te gaan. Dat is een copycat van recente gebeurtenissen in Amsterdam en dat is enorm te betreuren.
Als lid van de Joodse gemeenschap kan ik u zeggen dat onze gemeenschap ongerust is, maar er is geen paniek. We zijn ongerust omdat we zien dat de grenzen steeds verlegd worden, steeds verder. Eerst ging het om online aanvallen en haat. Het conflict in het Midden-Oosten krijgt heel veel eenzijdige media-aandacht, heel polariserend. Ook enkele politici spreken zich eenzijdig uit en willen het conflict graag importeren. We hebben gezien dat er met de verkiezingen daaromtrent heel wat te doen was. Nu de verkiezingen zijn gaan liggen, valt te hopen dat een aantal partijen daarmee nu stopt, hoewel, we weten maar nooit. We zien vandaag effectief dat de polarisatie nog steeds voortgezet wordt.
Daarom wil ik u vragen wat wij kunnen ondernemen om er zeker van te zijn dat de Joodse gemeenschap veilig is. Ik moet daarbij zeggen dat de politie van Antwerpen goed werk verricht heeft. De politieleden hebben kordaat opgetreden en extra manschappen ingezet afgelopen week, dus dat is al bij al eigenlijk nog goed gekomen.
Ook vraag ik u naar het bredere plaatje, namelijk de strijd tegen het antisemitisme. U weet dat de Europese Commissie vraagt dat elk land een coördinator voor antisemitismebestrijding heeft. Ons land heeft dat enigszins omzeild door geen coördinator aan te stellen, maar met een mechanisme te werken. Dat mechanisme werkt echter niet, het is een papieren tijger. Ik heb mensen gesproken die in dat overlegorgaan zitten. Ze zeggen dat zij een keer om de zes weken eens samenkomen bij een koffietje en wat broodjes. Daarbij wordt gesproken over een incident hier en daar.
Wat ontbreekt, is daadkracht. In Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië is één persoon bevoegd, een coördinator, die ook een budget ter beschikking heeft. Die coördinator kan scholen bezoeken en evenementen opzetten. Hij heeft moreel gezag om te spreken en hij kan ook proactief ageren, niet enkel reactief, zoals het orgaan in ons land. Uiteraard is dat een vraag voor de volgende regering, maar ik hoop dat u het verzoek ondersteunt opdat de volgende regering over zo'n coördinator beschikt, zodat een effectief plan voor antisemitismebestrijding ingevoerd wordt.
Annelies Verlinden:
De regering veroordeelt uitdrukkelijk elke vorm van geweld, discriminatie en antisemitisme streng. Ook de diensten zijn daarvoor beducht. Daarom geven we sinds oktober 2023 een grotere prioriteit hieraan en hebben we de diensten samengebracht. We hebben herhaaldelijk gesproken met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap om te overleggen welke diensten kunnen worden ingericht voor beveiliging en bewaking. De politie en de veiligheids- en bewakingsdiensten leveren vandaag 24 op 24 en 7 op 7 zeer belangrijke inspanningen, zowel in Antwerpen als in Brussel, om de veiligheid van de Joodse gemeenschap en alle Joodse belangen en instellingen te kunnen verzekeren.
Gelet op de gebeurtenissen in Amsterdam en het eventuele copycatgedrag zijn de Belgische veiligheidsdiensten bijzonder waakzaam. Afgelopen zondag hebben alle federale en lokale diensten alle informatie bijeengelegd en zeer kordaat gehandeld.
De informatie wordt ook ter beschikking gesteld van het OCAD, dat vervolgens instaat voor de analyse van de dreiging ten aanzien van de Joodse gemeenschap en de Joodse instellingen. Het Nationaal Crisiscentrum zal vervolgens op basis van die analyses beslissen om al dan niet operationele maatregelen te nemen. Die beslissingen worden bijgestuurd op basis van nieuwe elementen. Dat systeem geldt voor alle veiligheidsvraagstukken in ons land en zeker ook voor de veiligheid van mensen van Joodse afkomst en voor de Joodse instellingen.
In geval van copycatgedrag in België naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam komt het in de eerste plaats de lokale besturen en de lokale politie toe om de maatregelen te nemen. Zij zijn vertrouwd met het terrein en dat geldt ook voor de beveiliging van de Joodse gemeenschap en Joodse instellingen. De federale overheid biedt met alle veiligheids- en inlichtingendiensten en de federale politie ondersteuning waar dit nodig en mogelijk is. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de federale politie de opdracht gegeven om bijkomende toezichtspatrouilles te organiseren ter ondersteuning van de lokale politie in Brussel en Antwerpen. Van de mensen op het terrein heb ik vernomen dat die samenwerking goed verloopt.
Zo geven wij invulling aan de bijkomende verhoogde waakzaamheid die sinds de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 aan de dag wordt gelegd, en zorgen wij vooral ook voor een nog meer zichtbare aanwezige politie op het terrein. Ik kan u bijtreden, mijnheer Freilich, dat de politie het fantastisch doet en dat zij al het mogelijke doet binnen haar capaciteiten en mogelijkheden om de veiligheid te garanderen.
Uw vraag naar de inzet van de militairen van Defensie is een vraag die heel snel terugkomt. Uiteraard noopt zij tot een beslissing van de voltallige regering. Zoals u weet, is daar vandaag geen specifiek wettelijk kader voor. Mijns inziens is zo'n interventie in de eerste plaats aan de orde wanneer uit de onafhankelijke adviezen en analyses van de veiligheidsdiensten zou blijken dat de situatie en de beschikbare middelen van die aard zijn dat onze politiediensten niet meer in staat zijn de dreiging af te wenden. Zoals wij zondag en in de afgelopen dagen gezien hebben, stel ik vast dat tot heden de inzet van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de harde inzet van de verschillende politiekorpsen, een afdoende antwoord heeft kunnen bieden op de aangekondigde dreigingen zoals die werden ingeschat en geanalyseerd.
Ik wil daarbij wel onderstrepen – en ik zal dit blijven herhalen – dat deze analyse permanent voortgezet moet worden, en opgevolgd worden. Als het nodig zou zijn naar een andere inzet over te gaan, moeten wij die noodzaak zeker evalueren. Zoals u weet, moeten wij voor de bevoegdheden van Defensie een wettelijk kader maken, daar de militairen van Defensie vandaag geen processen-verbaal kunnen opmaken, geen arrestaties kunnen verrichten, en ook niet zonder meer informatie kunnen doorgeven aan de politie. Wij moeten dus opletten of wij wel met de juiste middelen het kwaad van de dreiging trachten te bestrijden.
Inzake de sportevenementen waarnaar u verwees, collega Van Rooy, kan ik melden dat wanneer het Crisiscentrum op de hoogte wordt gesteld van de aanwezigheid van een Israëlisch sportteam op het Belgische grondgebied, het contact opneemt met de betrokken politiezones van de verblijfplaats of de training- en wedstrijdlocaties van die ploeg. De nodige beschermingsmaatregelen zullen worden bepaald en bezorgd aan de betrokken politiekorpsen, die op hun beurt instaan voor de operationele vertaling ervan. Het Crisiscentrum baseert zich daarvoor, zoals gezegd, op de dreigingsevaluaties door het OCAD.
Dat is een evaluatie die wordt gemaakt. Lokale korpsen en lokale besturen kunnen ook een dreigingsanalyse aanvragen aan het OCAD, mochten zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is.
Het OCAD heeft in oktober-november 2023 een toename gezien van het aantal antisemitische dreigingsmeldingen en incidenten. Dat zijn de officiële meldingen natuurlijk. Het subjectieve veiligheidsgevoel of de andere klachten die intern worden gecommuniceerd, zijn niet opgenomen in de statistieken, omdat de meldingen niet gebeuren. Wij hebben gemerkt dat na een initiële toename van het aantal officiële meldingen er sindsdien een afname is geweest.
Mijnheer Van Rooy, het klopt dus niet dat er vandaag meer meldingen zijn dan enige tijd geleden. Toen ze echter verhoogden na oktober 2023, is dat wel precies de reden geweest om naar een versterkte politieaandacht en -inzet over te gaan en een versterkte ondersteuning door de federale politie. Uiteraard blijft de verhoogde waakzaamheid tot op vandaag. Bij speciale evenementen wordt daarop nog meer ingezet, onder meer bij de aanvang en het einde van de schooltijd in de Joodse wijk en bij vieringen.
Het is ook belangrijk te vermelden dat de dienst in het kader van de Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie TER), behalve op de meer algemene dreigingsanalyse ook inzet op individuele evaluaties van personen die het gebruik van geweld in een ideologische context propageren. Daarbij wordt ook voor een passende opvolging gezorgd, gegarandeerd door alle partners van de zogeheten Strategie TER. Bijkomend laat dat desgevallend ook het parket toe bij aanwijzingen voor een haatmisdrijf een onderzoek te openen.
Mijnheer Freilich, u verwees naar de coördinatie in de strijd tegen het antisemitisme. Ik zou niet durven stellen dat het om een papieren tijger gaat. Het betreft een overlegorgaan waarin de verschillende overheden – ons land zit nu eenmaal op die manier in elkaar – en de verschillende bevoegdheden samenkomen. Dat is niet enkel na de feiten. Er wordt ook ingezet op preventie en acties die in het onderwijs kunnen worden ondernomen. Er wordt dus wel degelijk over alle verschillende mogelijke schakels van de keten in de strijd tegen antisemitisme gesproken. Ik zou durven stellen dat de verschillende coördinatoren van de strijd tegen antisemitisme daarvan deel uitmaken.
Uiteraard staan wij open voor verbeteringen. U weet zelf dat het coördinatiemechanisme nog geen eeuwigheid in het leven is geroepen. Ik heb echter wel het gevoel dat ter zake stappen vooruit worden gezet en dat in dat mechanisme heel gefocust wordt gewerkt in de strijd tegen antisemitisme.
Wanneer organisaties of personen de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren, is het essentieel dat de politiediensten informatie kunnen inwinnen. De DJSOC Terro van de federale politie volgt de gebeurtenissen van nabij op en neemt deel aan de informatie-uitwisseling aangaande de materie met alle andere veiligheids- en inlichtingendiensten. Informatie over gerechtelijke onderzoeken die lopen in het kader van dergelijke gebeurtenissen kan alleen door de betrokken gerechtelijke autoriteiten worden meegedeeld, en dat uiteraard om de lopende onderzoeken niet te schaden.
De zware incidenten die vorige week plaatsvonden in Amsterdam moeten wij allemaal in de strengst mogelijke bewoordingen veroordelen. Ik heb daarover gisteren nog gesproken met de Nederlandse minister van Asiel en Migratie, mevrouw Marjolein Faber, en zal morgen nog contact hebben met mijn homoloog, de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid, de heer David van Weel. Ik heb onder meer aan de minister van Asiel en Migratie gevraagd wat zij overwegen te doen met betrekking tot die rellen. Een van de antwoorden was dat men hoopt dat er snel en streng berecht zal worden. Dat is natuurlijk aan justitie. Toen ik vroeg naar concrete maatregelen, verwees men in de richting van die berechting. Het is dus ook voor de mensen in Nederland niet evident om daaraan onmiddellijk een einde te maken.
U verwees naar die coördinatie. Ook daar is het niet bij een dag gebleven. Ondanks het feit dat er mogelijk aankondigingen waren op sociale media, dat men mogelijk bepaalde informatie had kunnen inwinnen, is dat toch nog kunnen gebeuren. Laten wij elkaar zeker vasthouden in die strijd tegen antisemitisme. Dat is mogelijk een element dat moet worden besproken op een volgend contact met mijn Europese collega's, informeel of in een plenaire sessie. Heel veel landen hebben immers te maken met deze problematiek. Wij kunnen van elkaar leren hoe wij die strijd zo goed mogelijk kunnen voeren.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, de regeringen in dit land, ongeacht de partijen die er deel van uitmaken, voeren al decennialang een beleid van islamitische massa-integratie en islamgepamper. Daardoor verkeren Joden op ons grondgebied steeds meer in onveiligheid. In de islamitische herkomstlanden van talloze migranten en asielzoekers wordt antisemitisme doorgaans met de paplepel ingegeven. Reeds decennialang worden hier islamitische aanslagen gepland of gepleegd op Joodse doelwitten. Reeds decennialang moeten Joodse wijken, instellingen en evenementen zwaar worden beveiligd. Het achtervolgen en aanvallen van Joden gebeurt in Antwerpen anno 2024 wekelijks. De situatie wordt wel degelijk erger. Onlangs nog werd in Brussel voor een massa moslims in het Arabisch opgeroepen om de Joden te verbranden.
Als u en de anderen in dit Parlement het menen met de strijd tegen antisemitisme, stop dan met de import van islamitische Jodenhaat. Never again is now , mevrouw de minister.
Michael Freilich:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb een aantal opmerkingen. Een eerste betreft het juridisch kader voor de operaties van Defensie in onze straten. U weet het misschien niet, maar er is een wetsvoorstel hangende in dit Huis dat ik samen met mijn collega's heb ingediend. Ik zeg niet dat dit vandaag al het geval is, maar als de nood er zou zijn om Defensie in te schakelen om te helpen, dan moeten we wel klaar zijn. We zouden dat juridisch kader nu dus al moeten bespreken in dit Parlement en ik hoop dat uw partij daarvoor ook de nodige steun zal geven. Als die dag ooit komt, als het ooit zo erg wordt dat er een acute dreiging voor aanslagen is of als er aanslagen zijn gepleegd en we opnieuw militairen op straat moeten brengen, dan moeten we klaar zijn. Een tweede punt betreft de uitspraak een paar weken geleden van die imam in Brussel dat we de Joden moeten verbranden. Ik heb u gisteren op de televisie horen zeggen dat u die casus niet kent. U zou die moeten kennen. De VRT heeft een factcheck gedaan en heeft nagegaan of die imam dat inderdaad had gezegd. De VRT heeft allerlei redenen gevonden om te zeggen dat hij dat eigenlijk niet echt meende. Er werd een professor islam bijgehaald die zei dat de imam wel had gezegd dat men Joden moet verbranden, maar dat hij eigenlijk zionisten bedoelde. Een tweede argument was dat hij het wel had over verbranden, maar dat hij mogelijk bedoelde dat dit in de hel moet gebeuren, dat Allah hun ziel moet verbranden. Er werden dus allerlei excuses aangebracht, maar het feit is dat een imam in Brussel een paar weken geleden daadwerkelijk opriep om de Joden te verbranden. Een van mijn collega's heeft daarover in de plenaire vergadering zelfs een vraag gesteld aan de premier, dus dat u dat niet weet, is op zich al een probleem. Dat coördinatiecentrum werkt dus blijkbaar niet goed genoeg. Uit onze informatie blijkt dat die man nog steeds niet is geïdentificeerd, ondervraagd, gearresteerd of berecht. Het is belangrijk dat deze regering toont dat ze ernstige maatregelen neemt in de strijd tegen het antisemitisme. Het mag niet enkel bij woorden blijven, we moeten ook daden hebben. Woorden zoals die van die imam mogen we als samenleving nooit tolereren. Ik kijk daarvoor naar u, naar de voltallige regering en naar uw collega, de minister van Justitie, om daar voor eens en altijd paal en perk aan te stellen.
Het verbod op enige activiteit van UNRWA op Israëlisch grondgebied
De situatie in het Midden-Oosten
Midden-Oosten: UNRWA-activiteiten op Israëlisch grondgebied
Gesteld door
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende humanitaire crisis in Gaza, waar Israël via geweld, blokkades en het verbod op UNRWA (de cruciale VN-hulporganisatie) systematisch hulp onmogelijk maakt, met 43.400 doden en massale hongersnood als gevolg. Minister Lahbib bevestigt diplomatieke druk (o.a. namens 123 landen) voor onbelemmerde hulptoegang en behoud van UNRWA’s mandaat, maar concrete sancties ontbreken, ondanks groeiende internationale en Belgische (54% voorstanders) oproepen daartoe. Kritische stemmen (Lambrecht, Merckx) eisen dringend bindende maatregelen tegen Israël’s “genocide” en impuniteit, wijzend op het falen van louter woorden nu zelfs de laatste hulproutes worden afgesloten. De kernvraag blijft: wanneer schakelt België over van retoriek naar daadkracht, gegeven de onhoudbare situatie?
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, ook vanwege onze fractie proficiat gewenst. We wensen u heel veel succes.
De situatie in Gaza dreigt alleen maar erger te worden in 2025. Na het vernietigen van scholen, ziekenhuizen, woningen, het massaal op de vlucht doen slaan van inwoners, het bombarderen van tentenkampen op plaatsen waar men zich veilig waande, is het blijkbaar voor de extreemrechtse regering van Netanyahu nog altijd niet genoeg. Er is nog niet genoeg geweld, er zijn nog niet genoeg doden. Dat heeft allang niks meer met het conflict tussen twee strijdende partijen te maken. Het verbieden van voedselhulp heeft eigenlijk maar een enkel doel: mensen die geen kant meer op kunnen nog meer treffen.
Collega’s, de wereld wordt elke dag grimmiger en het ondermijnen van een VN-instantie zoals UNRWA is de zoveelste horror in het Gaza-conflict. Het resultaat zal nog meer onschuldige slachtoffers en zeker nog meer doden zijn. Iedereen kan online de vreselijke beelden meevolgen en zien hoe afhankelijk men daar ter plaatse in Gaza van onze noodhulp is.
Mevrouw de minister, ik heb voor u de volgende vraag. Zal de voedselhulp nog ter plaatse in Gaza geraken als de nieuwe wet in werking treedt op 1 januari? Zal de vrije toegang van hulpgoederen gegarandeerd kunnen worden door u?
Sofie Merckx:
Monsieur le président, madame la ministre, le peuple palestinien, c'est 75 ans d'apartheid, d'occupation. Ce sont des millions de réfugiés dans le monde entier et, depuis un an, c'est aussi un génocide qui est en cours. Il y a déjà eu 43 400 morts. À chaque fois qu'on pense avoir tout vu de la part d'Israël (bombardements d'hôpitaux, bombes au phosphore, meurtres de journalistes, mutilations et décès d'enfants), Israël fait ou veut faire quelque chose de nouveau. Le dernier élément, dont ma collègue a parlé, c'est la décision d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) des territoires palestiniens.
Toutefois, alors que ceci se passe, je constate aussi quelque chose de positif. C'est le fait que nous sommes de plus en plus nombreux, tant en Belgique qu'en Europe ou dans le monde entier, à dire qu'on ne peut plus accepter cela. Ce matin encore, un sondage de 11.11.11 démontrait que 54 % de la population belge demandent qu'il y ait enfin des sanctions contre Israël.
Madame la ministre, mes questions sont simples. Combien de morts faut-il encore? Combien de crimes faut-il encore? Combien d'enfants doivent-ils encore être mutilés? Combien d'enfants devront-ils encore mourir avant que vous ne preniez vos responsabilités pour défendre les droits du peuple palestinien?
Hadja Lahbib:
Mesdames les députées, la situation dans le Nord de Gaza est dramatique. Les conditions de vie y sont de plus en plus inhumaines, l'aide humanitaire ne parvenant plus suffisamment depuis trop longtemps.
J'ai donné des instructions très claires à nos ambassades dans la région, en leur demandant d'intensifier les contacts diplomatiques pour rallier d'autres États et organisations internationales à la nécessité de faire pression pour que le gouvernement israélien respecte le droit international et permette l'accès de l'aide à Gaza, en particulier au Nord de Gaza. Je ne rentrerai pas dans les détails car il s'agit de démarches diplomatiques qui sont en cours.
Ik wil hieraan toevoegen dat het leveren van humanitaire hulp aan Gaza op het laagste niveau sinds 7 oktober 2023 zit. De Verenigde Naties vragen om 500 vrachtwagens per dag, maar we tellen momenteel 30 vrachtwagens per dag. Maandag liet Israël de secretaris-generaal van de VN in een officiële brief weten dat de operaties van UNRWA binnen drie maanden verboden zouden worden. Vervolgens werd een bijzondere VN-zitting in New York gehouden om te praten over UNRWA en de door de Knesset aangenomen wetten die UNRWA-operaties in de bezette gebieden zullen verbieden.
Hier, la Belgique a pris la parole au nom de 123 pays, c'est-à-dire le groupe des Shared Commitments, en soutenant le mandat de l'UNRWA, en demandant l'accès humanitaire sans entrave et en insistant sur les responsabilités d'Israël en tant que force occupante et partie prenante au conflit. Aucune agence d'aide humanitaire – aucune! – n'est en mesure de remplacer l'UNRWA. Son mandat doit être préservé tant qu'une solution durable au conflit n'est pas trouvée. C'est le message que nous avons transmis et que nous continuerons à défendre sur la scène internationale, en invitant les autres États à partager cette position qui rappelle les principes universels du droit international humanitaire. Je vous remercie de votre attention.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, wanneer houdt het op? Het wordt elke dag erger, elke dag slechter. De allerlaatste organisatie die voedselhulp naar Gaza kon brengen, wordt nu ook verboden.
De nood om het verschil te maken, was nog nooit zo groot. Het is echt essentieel dat u, zoals u vandaag doet – u moet dat vooral blijven doen en krachtiger doen – uw stem laat horen, omdat dit echt niet kan. Velen – het zijn er steeds meer – hebben de voorbije maanden laten horen dat het zo niet kan en dat het moet stoppen. De onschuldige slachtoffers zijn niet alleen, steeds meer mensen kunnen dit niet meer aanzien en aanvaarden. Vooruit zal altijd aan de kant van de onschuldige slachtoffers staan, keer op keer en zeker ook nu.
Sofie Merckx:
Madame la ministre, vous confirmez donc bien que, en exécutant cette décision, Israël bafoue tous les principes universels du droit humanitaire. Par conséquent, en effet, s'exprimer comme vous le faites devant les instances des Nations Unies est une chose positive mais qui ne suffit pas. Les gens attendent de vous que vous preniez des mesures concrètes et des sanctions. D'ailleurs ce matin, l'Espagne a interdit à un avion transportant une cargaison militaire de faire escale sur son sol. L'État d'Israël n'écoute pas les belles paroles mais agit en toute impunité. Il faut agir concrètement avec des sanctions pour mettre fin à ces agissements et cesser d'en être complice.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, ik wil u op mijn beurt hartelijk gelukwensen met uw hoorzitting in het Europees Parlement, die u succesrijk hebt afgerond. Ik wens u veel succes bij de uitvoering van uw mandaat. (Applaus) (Applaudissements) Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 6 november 2024 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen. Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 6 novembre 2024, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui. Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee) Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non) Bijgevolg is de agenda aangenomen. En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De door Gazanen ingediende aanvragen om humanitaire visa
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België ontving sinds oktober 2023 53 kortetermijn- en 559 langetermijnvisumaanvragen (waarvan 196 voor gezinshereniging) van Palestijnen, met 20-33% weigeringen voor kort verblijf en 44-54% acceptaties voor lang verblijf—cijfers specifiek voor Gaza ontbreken. Gezinshereniging kende 1.011 aanvragen (lang verblijf) met 753 acceptaties, maar trage afhandeling blijft een zorg. De secretaris-generaal benadrukte *"versnelde behandeling"*, terwijl Aouasti kritiseerde dat de humanitaire crisis in Gaza (40.000 doden, VN-waarschuwingen voor genocide) onvoldoende vertaald wordt in concrete visumoplossingen. De focus ligt op dringende humanitaire toegang versus bureaucratische vertragingen.
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, madame la secrétaire d'État, depuis plus d'un an, la population civile de Gaza paie un très lourd tribut à la réponse militaire israélienne disproportionnée et indiscriminée à la suite de l'attentat perpétré par le Hamas.
On parle de plus de 40 000 morts civils dont de nombreuses femmes et enfants et de centaines de milliers de déplacés dans des conditions de vie insupportables et dénoncées par l'ONU. La Cour internationale de Justice a, pour rappel, ordonné en janvier 2024 qu'Israël prenne immédiatement des mesures pour garantir que son armée ne viole pas la Convention sur le génocide.
Alors que la guerre et ses conséquences destructrices pour les civils tend à devenir régionale et qu'aucune solution de paix durable ne semble se dessiner, j'aimerais, Madame la secrétaire d'État, vous poser les questions suivantes.
Depuis le début des opérations militaires israéliennes dans la bande de Gaza en octobre 2023, combien de demandes de visas humanitaires ont-elles été introduites par des Gazaouis dans notre pays? Combien ont-elles été octroyées? Des mesures ont-elles été prises pour réduire le temps de traitement de ces demandes au regard de la situation sur place? Enfin, dans ce cadre, pourriez-vous m'indiquer le nombre de visas demandés et octroyés au regard du regroupement familial?
Nicole de Moor:
Monsieur Aouasti, il n'est pas possible de fournir des chiffres distincts pour les habitants de la bande de Gaza. Les chiffres que je vais vous donner concernent donc en général les demandes des Palestiniens. Veuillez noter aussi que les décisions ne sont pas nécessairement liées aux demandes de la même période.
Entre le 8 octobre 2023 et fin septembre, 53 demandes de visa de court séjour pour raisons humanitaires ont été introduites de même que 559 demandes de visa de long séjour pour raisons humanitaires (363 pour raisons humanitaires et 196 pour regroupement familial élargi).
Dans ce même cadre, 20 décisions positives et 33 décisions négatives ont été rendues pour des visas de court séjour, et 178 décisions positives et 147 décisions négatives ont été rendues pour des visas de long séjour.
Entre le 8 octobre 2023 et fin septembre, 15 demandes de visa de court séjour et 1 011 demandes de visa de long séjour ont été introduites dans le cadre d'un regroupement familial. Dans ce même cadre, 8 décisions positives et 1 décision négative ont été rendues pour des visas de court séjour, et 753 décisions positives et 106 décisions négatives ont été rendues pour des visas de long séjour. L'Office des étrangers traite ces demandes aussi vite que possible.
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d'État, je vous remercie pour ces réponses détaillées. Je les analyserai et je pourrai ensuite vous revenir. J'ose espérer que le "traitement le plus vite possible" reste un traitement dans la durée moyenne.
De financiering van het door Hamasterroristen geïnfiltreerde en geïnfecteerde UNRWA
De Belgische steun aan UNRWA
Financiering en steun aan geïnfiltreerd UNRWA
Gesteld door
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België handhaaft ondanks bewijzen van betrokkenheid van 9 UNRWA-medewerkers bij de Hamas-aanslag op 7 oktober 2023 (en herhaalde beschuldigingen van antisemitisme en terrorismebanden) zijn €27,5 miljoen steun (2024-2026), verwijzend naar UNRWA’s "onmisbare humanitaire rol" in Gaza en Libanon en positieve onafhankelijke rapporten (Colonna, OIOS, MOPAN) die haar neutraliteitsmechanismen bevestigen. Critici (o.a. Van Rooy) eisen stopzetting, wijzend op systematische infiltratie door Hamas, verheerlijking van geweld door personeel en alternatieven zoals WFP of UNHCR, maar minister Vandenbroucke benadrukt gebrek aan Israëlisch bewijs voor structurele problemen en afwezigheid van fraude bij Belgische controles. Kernstandpunt: België prioriteert humanitaire noodzaak boven politieke druk, ondanks morale en veiligheidsbezware.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, begin 2024 beschuldigde Israël UNRWA van betrokkenheid bij de genocidale jihadistische terreuraanslag op 7 oktober 2023 door Hamas. Verschillende UNRWA-medewerkers werden geïdentificeerd terwijl ze actief participeerden aan die jihadistische moorddadige aanslag. Er werden in de Gazastrook ook terreurtunnels van Hamas onder gebouwen van UNRWA aangetroffen.
De aanwijzingen van sympathie voor en verheerlijking van de jihadistische massaslachting van Hamas vanwege UNRWA-medewerkers zijn legio. Zo schreef een lerares van UNRWA: bij Allah, iedereen die een Israëlische crimineel kan doden en afslachten maar dat niet doet, verdient het niet om te leven; dood hen en zit hen overal achterna; het enige wat Israël verdient, is de dood.
Verschillende donorstaten schortten hun hulp aan UNRWA op. De Franse ex-minister van Buitenlandse Zaken, Catherine Colonna, startte een onderzoek waaruit bleek dat de jihadistische ideologie van Hamas breed ingang kon vinden bij UNRWA. Ondanks dat alles besliste eerste minister De Croo net als een aantal donorlanden door te gaan met de financiële steun van België aan UNRWA.
Nu werd bekend dat Israël uiteraard gelijk had. De VN hebben genoeg bewijsmateriaal gevonden dat 9 UNRWA-medewerkers inderdaad betrokken waren bij de jihadistische massaslachting van 7 oktober, de grootste op joden sinds de holocaust.
Zal de federale regering de steun aan UNRWA alsnog intrekken? Zo neen, waarom niet?
Welke sommen geld vloeiden en vloeien vanuit de federale begroting naar UNRWA?
Welke controles voert men uit op de precieze aanwending van de gelden? Is er in clausules ingeschreven om dat geld, als het is aangewend voor jihadterreur tegen joden, terug te vorderen?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, le 6 octobre, la Knesset israélienne a approuvé deux projets de loi qui seront adoptés dans les jours ou dans les semaines qui suivent. Ils révoquent les privilèges et immunités de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) en interdisant à l'agence d'agir sur le territoire souverain d'Israël. Les projets de loi vont mettre fin, pour l'agence, à toute possibilité d'opérer à Gaza et probablement en Cisjordanie.
L'agence des Nations Unies, on le sait, est la cible d'Israël depuis déjà plusieurs années et ses attaques ont pris un tournant particulièrement virulent depuis un an. Pourtant, le rôle de l'UNRWA peut être considéré, selon M. Antonio Guterres, comme la colonne vertébrale de la réponse humanitaire à Gaza, à la fois indispensable et irremplaçable. Elle continue à fournir des services essentiels aux réfugiés palestiniens, en ce compris les soins de santé primaires à Gaza, en Cisjordanie, à Jérusalem, comme en Syrie, au Liban et en Jordanie.
Environ six millions de réfugiés palestiniens bénéficient de ce soutien qui joue un rôle crucial pour la stabilité de la région. En 2024, la Belgique, par l'intermédiaire de la ministre Caroline Gennez, a réaffirmé son soutien flexible et pluriannuel aux ressources générales de l'UNRWA en s'engageant à fournir une contribution de 27,5 millions d'euros sur la période allant de 2024 à 2026. C'est un financement de base qui permet vraiment à l'UNRWA d'exercer ses activités.
Monsieur le ministre, la Belgique confirme-t-elle son soutien à l'UNRWA et envisage-t-elle une contribution concernant les besoins supplémentaires du Liban? Avez-vous pu questionner l'ambassadrice d'Israël sur les nombreuses structures de l'UNRWA qui ont été détruites par Israël, notamment une école, et sur les 228 employés de l'UNRWA qui sont décédés depuis le 7 octobre 2023 en raison des attaques de l'armée israélienne?
Frank Vandenbroucke:
Merci, chers collègues, pour vos questions. En effet, la Belgique confirme son engagement financier et son soutien politique envers l'UNRWA.
Zoals u weet, zijn de humanitaire noden in Gaza gigantisch. UNRWA is de enige organisatie die over voldoende capaciteit beschikt om in deze verschrikkelijke omstandigheden de weinige hulp die er is tot bij de mensen te brengen. Ze is de ruggengraat van het humanitaire systeem in de regio voor de Palestijnen en de Palestijnse vluchtelingen.
L'agence est d'ailleurs indispensable au Liban, o ù la Belgique finance le programme UNRWA spécifique É ducation en situation d'urgence. Au Liban, la Belgique soutient également le système humanitaire au travers des fonds flexibles du système ONU.
Concernant l'ambassadrice d'Israël en Belgique, Caroline Gennez, ma prédécesseure, lui avait adressé, en juillet dernier, un courrier faisant part des inquiétudes de la Belgique quant aux mesures envisagées par la Knesset contre l'UNRWA. En février dernier, elle a été convoquée en raison de la destruction du bâtiment de l'agence belge Enabel à Gaza. La destruction d'infrastructures de l'UNRWA et les employés de l'agence tués à Gaza ont été relevés dans des messages diplomatiques de la Belgique, notamment aux Nations Unies.
Beschuldigingen over de betrokkenheid van personeel bij terroristische aanslagen moeten natuurlijk altijd, onmiddellijk en heel ernstig worden behandeld. Sta mij dan ook toe nogmaals te benadrukken dat UNRWA onmiddellijk actie ondernam toen de beschuldigingen over de vermeende betrokkenheid bij de aanslag van 7 oktober 2023 werden geuit.
Met het Colonnarapport werd op onafhankelijke wijze onderzocht welke systemen UNRWA heeft, om zijn neutraliteit te waarborgen. De conclusie van het rapport bevestigde dat – ik citeer – “ UNRWA has a more developed approach to neutrality than similar UN or NGO entities ”.
In het rapport worden heel wat aanbevelingen gedaan, die onmiddellijk zijn aanvaard door de commissaris-generaal van UNRWA. Ook het onafhankelijke onderzoek door het VN-orgaan OIOS of Office of Internal Oversight Services in opdracht van de VN-secretaris-generaal bracht geen gebreken aan de oppervlakte, afgezien van de door UNRWA zelf verschafte informatie en de daarop getroffen maatregelen.
Ik wil benadrukken dat het OIOS-onderzoek in goede samenwerking met UNRWA verliep. Van de Israëlische autoriteiten werd echter geen nadere informatie of bewijslast ontvangen. Ik citeer: “ OIOS was not able to independently authenticate information used by Israel to support the allegations .”
Een recente MOPAN-evaluatie bevestigde nogmaals onder andere dat – ik citeer – “ the Agency’s ability to deliver education, health and social services at scale to one of the world’s most vulnerable populations is unparalleled .” MOPAN staat voor de Multilateral Organisation Performance Assessment Network. Dat is een netwerk van 22 landen met als gemeenschappelijk doel rigoureuze onafhankelijke evaluaties te hebben van internationale organisaties die het financiert. Wij zijn ook lid van MOPAN.
Inzake de controlesystemen schrijft de Belgische wetgeving voor dat alle bijdragen moeten worden aangewend voor de doeleinden waarvoor ze werden verleend en dat de ontvangende organisatie de nodige maatregelen moet treffen om onregelmatigheden, fraude en actieve of passieve corruptiepraktijken te voorkomen en te verhelpen.
Op basis van documenten die verstrekt zijn door de humanitaire organisatie en monitoring die uitgevoerd is via de board van UNRWA, waarvan België sinds 1953 lid is, heeft België beslist dat de aan UNRWA toegewezen bijdrage gebruikt is voor de doeleinden waarvoor het is toegekend.
In het licht van het bovenstaande en gezien UNRWA alle aanbevelingen van het Colonnarapport expliciet heeft aanvaard en daarnaar handelt, en gezien de resultaten van het OIOS-rapport, heeft België zijn steun aan UNRWA behouden en herbevestigd, net zoals elke andere donor, inclusief Duitsland, wel met uitzondering van de VS.
Ook op Europees niveau werd de steun voor UNRWA behouden en herbevestigd door de Europese Commissie.
Sam Van Rooy:
Negen UNRWA-medewerkers waren betrokken bij de genocidale jihadistische massaslachting op 7 oktober. Enkele weken geleden nog moest UNRWA toegeven dat een Hamasleider in Libanon een UNRWA-medewerker was en werd bekend dat drie door het IDF uitgeschakelde Hamasterroristen tegelijk ook UNRWA-medewerkers waren. In de schuilplaats van de nu gelukkig geëlimineerde terroristische Hamasleider Sinwar werden zakken van UNRWA gevonden.
Gazanen getuigen dat UNRWA Hamas helpt om hen te onderdrukken, minister. Duizenden UNRWA-medewerkers, niet zelden leraren, verheerlijken online antisemitisme, Hitler, jihadterreur en/of de genocidale jihadaanslag op 7 oktober, de grootste op joden sinds de Holocaust.
UNRWA kan perfect worden vervangen door het World Food Programme, het UN Refugee Agency en het UN Development Programme, die actief zijn in Syrië, Soedan en Jemen. Dat zijn landen die veel groter zijn dan dat kleine Gazastrookje. Toch kiest België ervoor om antisemitisme en dodelijke jihadterreur te blijven sponsoren met ons belastinggeld en dat is werkelijk beschamend.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse qui est rassurante, car je vois que la campagne menée par Israël contre l'UNRWA n'a pas eu d'effet sur le gouvernement belge, lequel a compris qu'il doit continuer à soutenir cette agence. Vous savez que les membres du personnel de cette agence sont constamment harcelés dans le cadre de leur travail et il est important pour nous de savoir que vous continuerez à les soutenir et j'espère qu'on pourra également continuer à augmenter leurs moyens pour leur permettre d'agir en faveur du bien-être des populations qui sont brimées depuis si longtemps dans le cadre de ce conflit qui reste complètement inhumain et dégradant. Je vous remercie donc pour vos réponses.
De humanitaire situatie in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale hongersnood in Gaza (IPC-fase 5, 96% acute voedselonzekerheid) en Israëlische dreiging om UNRWA te verbieden—de enige effectieve hulpverlener ter plaatse—stonden centraal, met België dat al €27 miljoen steunde en flexibele EU-fondsen inzet voor snelle noodhulp. Minister Vandenbroucke bevestigde EU-druk voor onmiddellijke UNRWA-financiering (ondanks Israëlische tegenwerking) en toegang via grensposten zoals Kerem Shalom, gekoppeld aan sancties bij schendingen van internationaal recht. Van Hoof benadrukte dat UNRWA onmisbaar is en objectief toezicht (niet geruchten) moet leiden, terwijl België’s budget uitgeput is en verdere actie bij de EU ligt. Kernpunt: humanitaire hulp moet ongehinderd doorgaan, ondanks politieke obstructie.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de humanitaire situatie in Gaza, die we al kort besproken hebben naar aanleiding van de vorige samengevoegde vragen, is dramatisch aan het worden, onder andere omdat het Israëlische offensief in de Gazastrook geïntensifieerd werd. Volgens de Integrated Food Security Phase Classification, het IPC-systeem, dreigt een catastrofale hongersnood in Gaza en geldt daar, op basis van metingen, IPC-fase 5.
Des te dramatischer is het feit dat men in de Knesset een wetsvoorstel bespreekt om UNRWA te bannen van het Israëlische grondgebied, terwijl dat vooralsnog de enige organisatie is die hulp ter plaatse kan brengen. Secretaris-generaal Guterres waarschuwde al dat dergelijke wetgeving de humanitaire hulp in Gaza ernstig zou inperken.
Uit het gesprek gisteren met de Israëlische ambassadeur moeten we besluiten dat er allerhande rare berichten en verdachtmakingen de ronde doen, onder andere dat er ergens humanitaire hulp geparkeerd zou staan, maar niet ter plaatse wordt gebracht. Ik weet niet of ons land daarvan op de hoogte is en welke boodschappen de Belgische regering daaromtrent al dan niet van de Israëlische overheid ontvangt.
Mijnheer de minister, wordt er nog in bijkomende humanitaire hulp voorzien voor Gaza? Werd dat op de Europese Raad besproken?
Welke maatregelen worden op EU-niveau inzake UNRWA genomen?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Van Hoof, helaas is het opnieuw een zeer pertinente vraag, want na meer dan een jaar oorlog blijft de situatie in Gaza catastrofaal. Met de recentste bevinding van de Integrated Food Security Phase Classification wordt een zeer grimmig beeld van de hongersnood in Gaza geschetst: 96 % van de bevolking heeft te maken met acute voedselonzekerheid op crisisniveau of hoger, IPC-categorie 3+, terwijl bijna een half miljoen mensen in catastrofale omstandigheden als IPC-categorie 5 moeten overleven. Dat zijn hallucinante cijfers.
België heeft het afgelopen jaar al bijna 27 miljoen euro bijgedragen aan humanitaire hulp voor de Palestijnse gebieden. Recent werd een nieuwe financiering toegewezen aan UNRWA om onderwijs in noodsituaties te ondersteunen. Dat project bestrijkt alle regio's waarin UNRWA actief is, inclusief Gaza. Met die financiering is het humanitaire budget voor 2024 volledig toegewezen.
Om een antwoord te bieden op dergelijke nieuwe noodsituaties en de daarmee gepaard gaande humanitaire noden, kiezen we ervoor om meer dan 60 % van het humanitaire budget flexibel toe te wijzen, zodat humanitaire organisaties, waaronder het Wereldvoedselprogramma, UNRWA en OCHA, snel kunnen reageren, zonder dat ze moeten wachten op extra middelen. Zo hebben de globale flexibele fondsen van OCHA, het World Food Programme, Food and Agriculture Organization of the UN en de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies al middelen vrijgemaakt om tegemoet te komen aan de stijgende noden in de Palestijnse gebieden.
De Raad Buitenlandse Zaken besprak de situatie in het Midden-Oosten, inclusief de humanitaire situatie in Gaza, riep op tot een staakt-het-vuren, de onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars en de volledige eerbiediging van het internationale humanitair recht. Ook de situatie van UNRWA, dat het doelwit is van maatregelen van de Knesset, werd besproken. De Hoge Vertegenwoordiger deelde het verzoek gericht aan de Commissie om de volgende schijf van de EU-steun onmiddellijk ter beschikking te stellen van UNRWA, wat mijn voorgangster ook meermaals eiste tijdens verschillende bijeenkomsten van de Raad en wat intussen ook gebeurd is. De Commissie blijft tegelijkertijd toezicht houden op de uitvoering van de aanbevelingen van het verslag van het onafhankelijke beoordelingspanel.
Mevrouw Van Hoof, onze focus ligt al meer dan een jaar consistent op de humanitaire toegang en humanitaire bescherming, gestut door het internationaal en vooral het humanitair recht, dat niet alleen de Palestijnse bevolking beschermt, maar ook de gijzelaars. Zo hebben we consistent beargumenteerd ten opzichte van Israël en in het Europese debat. We hebben lang gestreden voor de opening van meerdere grensovergangen, zoals Kerem Shalom, en we moeten de inbreuken op het internationaal recht die we zien gebeuren, inderdaad koppelen aan sancties.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw volledige antwoord. Ik ben het helemaal met u eens. België heeft inderdaad al veel geïnvesteerd en aangezien de envelop opgebruikt is, kunnen we jammer genoeg niets meer doen. Het is goed dat de Europese Unie in het kader van UNRWA een tandje hoger schakelt. Naast de lokaal actieve ngo’s is UNRWA de enige optie om ter plaatse hulp te bieden. UNRWA kent het terrein het best en weet het best hoe hulp ter plaatse geraakt. Zoals we gisteren reeds hebben besproken, moeten we het toezicht op de hulpverlening aanhouden. We mogen ons niet laten leiden door verdachtmakingen. Objectieve rapporten moeten de basis vormen om na te gaan of UNRWA de middelen goed aanwendt. We zullen de kwestie blijven opvolgen, want we mogen niet blind blijven voor de catastrofale hongersnood. Dat doen we overigens niet.
De aansluiting van een Brusselaar bij een sluipschutterseenheid van het Israëlische leger in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Belgische dubbelnationaliteit-houdende scherpschutter uit het Israëlische *Refaim*-team—beschuldigd van het opzettelijk doden van ongewapende burgers in Gaza—is onderzocht door het Belgisch parket, dat een dossier opende om mediaberichten te verifiëren en te coördineren met het ICC-onderzoek naar oorlogsmisdaden. De minister bevestigt dat België juridische stappen kan zetten via artikel 136bis (universele rechtsmacht) als bewijs van oorlogsmisdaden wordt gevonden, maar wacht op concrete feiten. Maouane dringt aan op actief opsporen en vervolgen van Belgen betrokken bij mogelijke genocide of terrorisme, benadrukkend dat straffeloosheid onaanvaardbaar is.
Rajae Maouane:
Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, on parle souvent dans cet hémicycle de l'horreur et de l'enfer qui se déchaînent sur les populations civiles à Gaza mais aussi au Liban.
Si je suis là aujourd'hui, c'est pour vous parler de "Refaim" qui est un groupe de tireurs de l'armée israélienne. Ces tireurs d'élite ont comme consigne et comme instruction de tirer sur des civils même si les civils ne sont pas armés et parfois à plus de 1 200 mètres. La devise de cette unité, c'est "hors de vue mais dans le cœur", ce qui signifie qu'ils sont invisibles car ils sont très loin mais qu'ils sont sommés de tirer quand même. C'est une unité dont on sait qu'elle ne respecte pas le droit international ou humanitaire et qui est responsable de la mort de nombreux civils, notamment à proximité des écoles où s'abritent des civils.
Monsieur le ministre, un de ces tireurs d'élite est un Belge, un Bruxellois d'une vingtaine d'années. Il paraît que ce jeune compatriote est revenu récemment dans notre pays pour visiter des amis.
En vertu de l'article 136 bis du Code pénal, des violations graves potentielles du droit international humanitaire commises à l'étranger peuvent être poursuivies devant les tribunaux belges. C'est par exemple le cas lorsque des crimes de guerre ou la complicité à ces crimes sont commis par un Belge ou lorsque les victimes ont un lien avec la Belgique. Les victimes peuvent déposer une plainte elles-mêmes. Si elles ne sont plus là, c'est compliqué. Mais le parquet fédéral peut également lancer une enquête de sa propre initiative.
Monsieur le ministre, vos services sont-ils au courant de cette affaire et l'ont-ils suivie? Que pouvez-vous nous en dire aujourd'hui? Le parquet fédéral lui-même a-t-il déjà pris des initiatives à ce sujet?
Paul Van Tigchelt:
Chère collègue, la personne à laquelle vous faites référence a la double nationalité et ne vit plus dans notre pays depuis février 2022. Cette personne aurait déménagé en Isra ë l, comme vous le dites. Nos services de sécurité sont parfaitement au courant de cette affaire.
Comme vous le savez, notre pays respecte les conventions internationales en matière de violation du droit humanitaire et des crimes de guerre. Isra ë l a le droit à l'autodéfense mais cela ne le dispense en rien de l'obligation de respecter le droit international humanitaire.
Dès lors, si – et je dis bien si, car en tant que ministre de la Justice, je ne peux pas anticiper cette situation – des preuves existent que des crimes de guerre ont été commis par cette personne, elle pourra être poursuivie soit par notre parquet fédéral soit par la Cour pénale internationale (CPI) de La Haye dont le procureur, M. Karim Khan, mène une enquête sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité commis entre autres dans la bande de Gaza.
Concrètement, je peux vous dire que notre parquet fédéral a ouvert un dossier d'information judiciaire à ce sujet. Il tentera de vérifier les informations publiées dans la presse et se coordonnera avec le procureur de la CPI à cette fin.
Je ne vais pas vous surprendre, chère collègue, en disant que j'ai confiance dans les instances judiciaires nationales et internationales qui veillent à l'application des conventions internationales. C'est ce à quoi les victimes ont droit.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. En effet, il est rassurant de voir que quelqu'un qui a commis des crimes dans un autre pays peut être poursuivi ici, comme il jouit de la double nationalité. Vous disposez en outre d'un droit d'injonction positive auprès du procureur fédéral et pouvez donc lui demander de prendre des mesures. J'espère que de tels crimes ne resteront pas impunis et qu'on est en train de réaliser un screening complet des personnes qui combattent aux côtés d'organisations terroristes ou d' É tats qui commettent des génocides, afin qu'elles soient poursuivies ici en bonne et due forme.
De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in Libanon
De evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgische staatsburgers uit Libanon
De situatie van Belgen die nog in Libanon zijn
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten
Het oorlogsgeweld in Libanon
De steeds verdergaande bezetting van de Westelijke Jordaanoever
De rampzalige situatie in het Midden-Oosten
De steeds verdergaande schendingen van het internationaal recht door Israël
De zoveelste schendingen van het internationale recht door Israël
De aanval op een vluchtelingenkamp
De situatie in Gaza en de diplomatieke reactie van België
De situatie in Libanon
De situatie in Libanon
België en het escalerende conflict in het Midden-Oosten, Gaza en Libanon
Gesteld door
PTB
Ayse Yigit
Vooruit
Annick Lambrecht
CD&V
Els Van Hoof
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
MR
Michel De Maegd
PTB-PVDA
Nabil Boukili
VB
Britt Huybrechts
Vooruit
Annick Lambrecht
Open Vld
Kjell Vander Elst
Groen
Staf Aerts
Groen
Staf Aerts
PS
Khalil Aouasti
Groen
Staf Aerts
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 16 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het actualiteitsdebat over het Midden-Oosten draait om de escalerende crisis in Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever, met focus op Belgiës diplomatieke en humanitaire rol. België pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, vrijlating van gijzelaars en humanitaire hulp, maar botst op Europese verdeeldheid (bv. Tsjechië, Duitsland) over sancties of een wapenembargo tegen Israël—waarvoor België wel steun uitspreekt, maar de bevoegdheid bij de gewesten ligt. Concrete acties (zoals sancties tegen kolonisten of opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord) blijven uit door gebrek aan unanimiteit in de EU, terwijl kritiek klinkt op dubbele standaarden (vs. Rusland) en Belgiës rol in wapentransit (Antwerpen, Luik). Humanitaire evacuaties (Gaza/Libanon) verlopen moeizaam door Israëlische blokkades, ondanks Belgische inspanningen.
Voorzitter:
Collega's, ik wil u alvast meedelen dat de minister geen einduur opgeeft. Oorspronkelijk was het geplande einduur van de vergadering 20.00 , maar de minister is bereid om langer te blijven, waarvoor dank.
Eerst staat er een actualiteitsdebat op de agenda. Het is belangrijk om de regels af te spreken. Er is een timer, dus u kunt perfect volgen. U krijgt twee minuten per vraag, met een maximum van vier minuten, ongeacht uw aantal vragen. Er wordt daarop strikter dan vroeger toegezien. Zo niet zou het debat oeverloos uitlopen. In vier minuten kunt u heel wat vragen stellen. In de plenaire vergadering beschikt u maar over twee minuten.
Als ik u het woord geef, stelt u al uw vragen na elkaar, binnen de vier minuten, waarna de minister antwoordt. Uit ervaring weet ik dat zij zich aan de tijd weet te houden. Indien u dat wenst, krijgt u daarna nog twee minuten voor een repliek.
De eerste vraagsteller, mevrouw Yigit, is niet aanwezig.
Collega's, in een actualiteitsdebat mag u aansluiten als u geen vraag hebt ingediend. U hebt dan wel geen recht meer op een repliek. U kiest dus voor een vraag of een repliek.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, u wordt al weken bevraagd over de situatie in het Midden-Oosten na de toegenomen Israëlische agressie tegen Libanon, het blijvend geweld en de militaire aanvallen op de Westelijke Jordaanoever en de schijnbare onwil om tot een staakt-het-vuren te komen in Gaza, ondanks het gruwelijke leed van de burgerbevolking en duizenden doden. Noch de Israëlische regering, noch Hamas, noch Hezbollah respecteert het internationaal humanitair recht en het oorlogsrecht.
Nu het conflict met een grondoffensief van Israël in Libanon, een land dat al jaren van crisis naar crisis gaat, in een nog hogere versnelling is gezet, lijkt het tot een hoogtepunt te komen. Het conflict zal echter niet stoppen, maar enkel verergeren. Analisten voorspelden dat al maandenlang en ook uw eigen diplomaten gaven al aan dat Netanyahu een noordelijk front zou openen.
Ik laat mijn vorige vragen achterwege, want de actualiteit verandert elke dag. De afgelopen dagen is er een verontrustende escalatie in Gaza aan de gang, die in zekere mate onder de radar blijft door de aanhoudende Israëlische operatie in Libanon. Het Israëlische leger heeft opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor het noorden van Gaza. In centraal Gaza werden onlangs een VN-school en een ziekenhuis getroffen, met talloze burgerslachtoffers tot gevolg. Volgens rapporten van de WHO en andere bronnen blijft de humanitaire situatie dramatisch verslechteren. Die gebeurtenissen, waaronder het bombardement op het Al Ahliziekenhuis, onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen.
Josep Borrell sprak daarover zijn afschuw uit en riep op tot respect voor het internationaal humanitair recht.
In dat kader is er groeiende steun voor een Europees wapenembargo tegen Israël, een voorstel dat recent nog kracht werd bijgezet door president Macron. Tegelijk zien we echter verdeeldheid binnen Europa over dat punt, vooral bij Duitsland. België heeft eerder al aangegeven voorstander te zijn van een dergelijk embargo. Daarover heb ik enkele vragen.
Mevrouw de minister, hoe zal ons land zich inzake het wapenembargo positioneren tijdens de komende Europese Raad? Bent u bereid om extra druk uit te oefenen op de Europese partners om een gezamenlijk wapenembargo te realiseren?
De voorzitster : Mevrouw Lambrecht, u bleef perfect binnen de toegekende spreektijd.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, mijn eerste vraag gaat over de evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza. Via de media vernamen we dat nog honderden Belgische burgers en rechthebbenden vastzitten in de Gazastrook. Sinds Israël op 7 mei de grensovergang met Egypte bij Rafah heeft overgenomen en gesloten, is het voor hen vrijwel onmogelijk geworden om het gebied te verlaten. De enige optie is vertrekken via de door Israël gecontroleerde overgang bij Kerem Shalom, maar die staat alleen open voor humanitair personeel en een beperkt aantal ernstig gewonde of zieke personen.
Volgens verschillende ngo's is een evacuatie via die grensovergang naar Egypte of Jordanië moeilijk, tenzij en op voorwaarde dat de Belgische overheid een officieel verzoek indient bij Israël en voorafgaand het akkoord verkrijgt van de Jordaanse of Egyptische autoriteiten.
Mevrouw de minister, wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de communicatie tussen België en Israël, specifiek over de coördinatie voor het vertrek van die mensen via de grensovergang van Kerem Shalom?
Mijn volgende vragen sluiten aan bij die van mevrouw Lambrecht.
Er is op 14 oktober een vergadering geweest van de Raad Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten, vooral in Libanon. Het is belangrijk dat wij wegen op het Europese standpunt inzake dit conflict. Het is belangrijk dat wij weten welk standpunt België op dit moment verdedigt, nu de regering in lopende zaken is. België is bovendien lid van de VN-Mensenrechtenraad. Daar moet het alle schendingen van het internationaal recht duidelijk en bij naam veroordelen.
Ik heb hierover enkele concrete vragen. Welke maatregelen zijn er bepleit door België inzake de situatie in Gaza? Welke maatregelen zal België in de toekomst bepleiten in de Europese Raad inzake de Westelijke Jordaanoever en Libanon?
Hoe zit het met het instellen van een verbod op handel met illegaal bezette gebieden, gelet op de resolutie van de VN-Veiligheidsraad ter zake? Komt er een Europese coalition of the willing? Steunt u de oproep van 11.11.11 tot onmiddellijke oprichting van een VN-onderzoekscommissie voor Libanon?
Nabil Boukili:
Madame la ministre, je vous pose ma question aujourd'hui après un an de génocide contre le peuple palestinien. Il s'agit d'un génocide planifié et méthodique, d'un nettoyage ethnique qui est pensé depuis longtemps et exécuté aujourd'hui par l'armée israélienne d'occupation. C'est un génocide lors duquel des journalistes ont été assassinés pour qu'ils ne rapportent pas l'information, pour cacher la brutalité et la barbarie de ce que fait l'armée israélienne à Gaza. On a vu aussi une planification de nettoyage ethnique en Cisjordanie avec un renforcement de la colonisation, un renforcement et un surarmement des colons et encore des morts en Cisjordanie. Tant que les yeux sont rivés sur Gaza, on oublie ce qui se passe en Cisjordanie. Or l'atrocité n'y est pas moins importante.
Aujourd'hui, avec la situation au Liban, on se rend compte que le projet de l'armée israélienne est clair. Cela a d'ailleurs été démontré par plusieurs experts et par la BBC. Elle aussi, sur la base de déclarations d'anciens ministres et de ministres actuels, a évoqué la planification de ce qui se fait aujourd'hui – mais aussi ce qui s'est fait bien avant le 7 octobre – pour récupérer des territoires libanais et palestiniens et pour aller vers le projet colonial israélien prévu. Cette situation, nous ne pouvons pas l'accepter. Mais, malheureusement, si Israël arrive à exécuter son projet génocidaire et son projet de colonisation, c'est parce que et seulement parce qu'Israël a un soutien inconditionnel des pays occidentaux, des États-Unis et de l'Union européenne.
Les États-Unis, parce que les Etats-Unis fournissent les armes qui tuent au Moyen-Orient. Plus de 20 milliards d’euros d’armes sont exportées par les États-Unis. Et l’Union européenne, parce qu’elle n’est pas seulement un partenaire économique d’Israël. Non, l’Union européenne fait d’Israël un partenaire privilégié, parmi toutes les autres nations, dans ses relations économiques, à travers l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël.
C’est une honte, madame la ministre. C’est une honte que les pays qui vont faire la guerre dans tous les coins du monde pour défendre la soi-disant démocratie et les droits humains, aujourd'hui sont complices du génocide au Moyen-Orient.
Trente pourcents des armes reçues par l’État d’apartheid sont exportées par l’Allemagne. Une grande partie de ces exportations passe par le port d’Anvers. Les armes américaines transitent par l’aéroport de Liège.
Madame la ministre, ma question est très simple. Quand allez-vous imposer un embargo militaire sur le transit et l’exportation d’armes qui contribuent à tuer la population palestinienne, avec ses femmes et ses enfants, et qui contribue à les "génocider" aujourd'hui?
Britt Huybrechts:
Mevrouw de voorzitster, ondertussen is de repatriëring van Belgen uit Libanon gestart. Het Vlaams Belang vindt het goed dat we onze mensen terug naar België brengen, maar blijft wel enkele bedenkingen hebben. Ik kreeg enkele weken geleden, in de plenaire vergadering, geen antwoord op mijn vraag naar de opstart van de screening van die Belgen op vormen van radicalisering of eventuele connecties met terroristische organisaties zoals Hezbollah, Hamas enzovoort. Het is onze en hopelijk ook uw prioriteit om onze mensen veilig te houden in het buitenland, maar zeker ook in het binnenland. We mogen geen buitenlandse conflicten importeren. In het verleden hebben er nog repatriëringen plaatsgevonden, zoals in Afghanistan. Daar zijn toen zeer grote fouten begaan, waaruit we maar beter lessen kunnen trekken.
Daarom heb ik enkele vragen voor u, mevrouw de minister.
Hebt u zicht op hoeveel Belgen er nog in Libanon verblijven en hoeveel er wensen terug te keren? Wat is daarin het aandeel van de dubbele nationaliteiten? Zijn het alleen maar Belgen of zitten er tussen de mogelijk gerepatrieerden ook erkende vluchtelingen?
Tijdens de operatie Red Kite in Afghanistan bleken er tussen de gerepatrieerden ook vakantiegangers te zitten. Kunt u met deze repatriëring garanderen dat dat niet zal gebeuren? Hebt u een draaiboek klaarliggen met de lessons learned van de chaotische evacuatiemissie uit Afghanistan? Zijn onze diplomatieke diensten in Libanon voorbereid op dat scenario? Heeft men geleerd uit al de administratieve fouten die gebeurd zijn tijdens de evacuatie uit Afghanistan?
Hebt u een plan klaarliggen om de geëvacueerde landgenoten te screenen op radicalisering of op contacten met terroristische organisaties zoals Hezbollah of andere? Bent u van plan om deze screening verder op te volgen?
Tot slot, hoeveel geld werd er voor het jaar 2023 voorzien voor Libanon? Welke projecten werden hiermee gesponsord? Idem voor 2024, kunt u garanderen dat het geld is terechtgekomen bij de doelen die u voor ogen had en niet bij terroristische organisaties?
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik wil focussen op een aantal nieuwe zaken die recent zijn gebeurd, zoals de aanval van het Israëlische leger op het hoofdkwartier van de VN-blauwhelmen van de UNIFIL-missie in Libanon. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Die aanval op de VN kan echt niet door de beugel. Heeft de VN maatregelen genomen na de aanval op UNIFIL?
Over welke militaire steun hebben de zuidelijke Europese landen het in de MED 9-verklaring? Welke steun zullen ze aan het Libanese leger geven? Werd dat op Europees niveau besproken? Zo ja, wat is het standpunt van België ter zake?
Staf Aerts:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik heb verschillende vragen, over Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever.
De situatie in Gaza werd al uitvoerig geschetst: 42.000 dodelijke slachtoffers, onder wie heel veel kinderen en heel veel burgerslachtoffers. Dat toont aan dat er een gigantisch probleem is. Het internationaal recht wordt continu met voeten getreden. Ik wil verwijzen naar de verklaring van de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Martin. Hij stelt dat de Israëlische aanval op het vluchtelingenkamp Jabalia in Gaza een oorlogsmisdaad is en dat de internationale gemeenschap elk drukkingsmiddel tot haar beschikking moet gebruiken om Israël onder druk te zetten om deze oorlog te stoppen.
Hoe kijkt u naar die uitspraak van uw Ierse collega? Staat u er erachter? Indien niet, waarom niet? Welke concrete drukkingsmiddelen kan België volgens u inzetten om te proberen die oorlog te stoppen en mensen terug aan de vredestafel te krijgen?
Verschillende mensenrechtenorganisaties verwijzen ook naar de nieuwe aanval op het noorden van Gaza als een geplande etnische zuivering. Ze hebben het namelijk over het Generals' Plan , dat opgesteld werd door de voormalige Israëlische veiligheidsadviseur. Hoe kijkt u naar dat etnischezuiveringsplan? Hoe beoordeelt u dat? Welke stappen kunnen we zetten om dat te stoppen?
Israël valt momenteel ook civiele infrastructuur in Libanon aan. Men heeft het daar over een 'Gaza 2.0'. Er vielen reeds 2.000 doden en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hoe veroordeelt u de aanval op die civiele infrastructuur? Kunnen we het EU Global Human Rights Sanctions Regime toepassen op de situatie in Libanon?
We zijn nu dus bij mijn vragen over Libanon aanbeland.
Welke stappen hebt u al gezet om een staakt-het-vuren af te dwingen? Hebt u aan uw Tsjechische collega laten weten dat België zeer ontevreden is over hun belemmerende houding met betrekking tot de Europese oproep voor een onmiddellijk staakt-het-vuren? Tsjechië houdt die immers tegen.
Voorziet u de mogelijkheid om extra humanitaire middelen naar Libanon te sturen? Neemt u actief deel aan de discussie om een Europees wapenembargo tegen Israël in te stellen?
Ik wil het tot slot nog hebben over de Westelijke Jordaanoever. Daar breidt Israël zijn nederzettingen nog steeds uit, hoewel de VN dat heel duidelijk veroordeelt. Ons land heeft die resolutie ook gesteund. Hoe zult u daar sancties tegenover stellen? De politiek van zachtjes zeggen dat het niet oké is, werkt immers niet. Is het niet tijd om ernstigere stappen te zetten en met straffere maatregelen te komen, zoals het associatieregime? Hoe kijkt u daarnaar?
Rajae Maouane:
Madame la ministre, beaucoup de choses ont été dites, dont je ne répéterai pas l'essentiel, mais nous nous trouvons à présent face à une escalade sans précédent depuis plus d'un an, dont le niveau d'horreur a été rarement atteint dans l'Histoire de l'humanité. De plus en plus de juridictions et d'organisations parlent de génocide qui se déroule sous nos yeux: des populations sont déplacées, des civils massacrés, des enfants abattus, des patients brûlés vifs. C'est une réalité insoutenable qui se déroule sous nos yeux.
Je souhaite vous poser plusieurs questions au sujet de la situation tragique au Liban, mais aussi à Gaza, ainsi qu'à propos des positionnements diplomatiques de la Belgique.
Madame la ministre, pourquoi n'avez-vous pas encore réclamé des sanctions internationales immédiates contre les responsables des frappes qui ciblent des enfants et civils innocents? Je me réfère, en l'occurrence, au récent massacre dans un camp de réfugiés.
Quand la Belgique imposera-t-elle un embargo sur les armes à destination d'Israël?
Comment garantir la protection des civils, en particulier des enfants, alors même que des centres humanitaires, des écoles et des camps de réfugiés sont pris pour cible?
Nous connaissons votre engagement en faveur des droits humains, mais comment expliquer l'absence de prise de position publique ferme face à cette crise humanitaire, alors que des pays comme la Chine, qui ne sont pourtant pas des modèles sur le plan des droits humains, ont osé prendre leur téléphone et contacter leur homologue israélien?
De plus, nous attendons que la Belgique joue un rôle actif pour mettre fin à cette tragédie humanitaire. Partagez-vous l'analyse selon laquelle ce qui se passe aujourd'hui au nord de Gaza constitue un nettoyage ethnique, voire un génocide? Dans le cas contraire, pourquoi?
Par ailleurs, nous savons qu'Israël a fait preuve d'une agressivité sans précédent à l'égard des Nations Unies en attaquant à plusieurs reprises des Casques bleus et en interdisant au Secrétaire général de l'ONU d'entrer sur son territoire. Quelles mesures avez-vous prises pour y mettre fin? Comment vous positionnez-vous contre ces offensives visant les Nations Unies, qui menacent gravement l'ordre international et les fondements mêmes du droit humanitaire?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Madame la ministre, je suis très heureuse de la couleur que vous portez (la ministre porte une robe rouge) et j'espère que c'est une prémonition.
Les vives tensions qui ont lieu au Proche-Orient, depuis maintenant plus d'un an, nous offrent un spectacle de débâcle et de désolation. Le gouvernement israélien, malgré les nombreuses mobilisations de ses citoyens, n'a de cesse de provoquer des pertes civiles massives et répétées dans des proportions qui ne font plus douter de l'absence de ciblage de ces frappes. Le bilan de cette opération est catastrophique: plus de 41 000 morts, les chiffres annoncés étant certainement sous-évalués. L'État d'Israël a également minutieusement organisé une catastrophe humanitaire en bloquant physiquement l'accès de quasiment toute aide et, bien sûr, celui des journalistes, pour ne pas que ses mensonges quotidiens puissent être contredits.
Les crimes de guerre sont répétés et délibérés. M. Nétanyahou a beau clamer que ses opérations sont ciblées, son offensive est en réalité un carnage. Nous dénombrons 90 % de victimes collatérales et le droit international humanitaire n'est pas respecté. Comme il n'y a plus rien à détruire à Gaza, M. Nétanyahou est maintenant prêt à sacrifier les derniers otages.
Il met en œuvre la même stratégie au Liban, en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Le bilan humain y est également catastrophique: plus de 2 000 personnes ont été tuées depuis octobre 2023. Parmi ces victimes, nous dénombrons de nombreux civils, dont 127 enfants, selon le ministère de la Santé. À cela s'ajoute le drame des déplacés. Leur nombre a dépassé le million, soit près d'un cinquième de la population. Les centres d'hébergement d'urgence sont saturés. Des milliers de familles avec des enfants en bas âge dorment dans la rue. Elles ont quitté leur maison en laissant tout derrière elles pour fuir les bombardements israéliens.
Madame la ministre, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin l'État palestinien? Quand la Belgique compte-t-elle enfin imposer des sanctions et se positionner à cet égard au niveau européen? Qu'en est-il de la position de la Belgique par rapport à la suspension de l'accord d'association avec Israël?
La Belgique s'est engagée à dégager des moyens humanitaires pour la prise en charge des déplacés et à augmenter les moyens de B-FAST mais quand mettra-t-elle en place un soutien de la Protection civile?
Des facilités consulaires, telle la demande de visa en ligne, sont-elles envisagées?
La présidente : Monsieur Cornillie, vous souhaitez intervenir. Je vous donne la parole.
Hervé Cornillie:
Madame la présidente, madame la ministre des Affaires étrang è res, beaucoup de choses ayant déj à été dites, j'irai droit au but.
Le Mouvement Réformateur est constant et clair sur cette question: nous voulons une plus grande implication de l'Union européenne tant sur le volet diplomatique que sécuritaire au sens large, parce que c'est avec ce poids-l à et à cette échelle-l à que nous pourrons mieux atteindre nos objectifs, à savoir: rapatrier de façon coordonnée nos ressortissants des zones à risques – priorité évidente pour la Belgique –; demander de façon répétée le cessez-le-feu avec une mission internationale de surveillance; exiger la libération des otages prisonniers à Gaza et le retour des dépouilles; fournir une aide humanitaire appropriée à la veille de l'hiver. Il convient également de rappeler qu'il n'a jamais fait aucun doute que la Belgique se range derri è re une exigence de solution à deux É tats, que seule la négociation et la reconnaissance d'un É tat palestinien gouverné par une autorité légitime et représentative viendra garantir. Sans compter le statut particulier de Jérusalem et le rôle symbolique de cette ville pour trois religions; elle accueille des lieux de culte représentatifs éminemment importants pour chacune d'entre elles. Il importe également, madame la ministre, de rappeler la coordination de nos actions avec les É tats arabes de la région. Cette coordination avec les É tats arabes de la région et les É tats voisins de ce pays est tout autant nécessaire que la coordination européenne.
Comment réagir à l'annonce des autorités israéliennes d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de son quartier général de Jérusalem? Les atteintes à l'encontre des représentants des Nations Unies sont inacceptables et intolérables. Nous devons, par ailleurs, dans ce contexte, convaincre les autorités israéliennes que la guerre se gagne aussi sur le terrain politique; je ne rappellerai pas la citation de Carl von Clausewitz. La guerre peut être évitée, il n'est pas nécessaire d'aller jusque-l à .
Si, à moyen terme, le premier ministre israélien ne parvient pas à proposer un r è glement crédible de la question palestinienne, son pays n'aura engrangé aucune avance sécuritaire, en ce compris pour ses propres citoyens. C'est donc une vraie interrogation.
Nous devons, en outre, lutter contre le financement du Hamas et du Hezbollah de mani è re plus décisive.
De voorzitster : Gelieve af te ronden.
Hervé Cornillie:
Oui, je termine, madame la présidente.
Madame la ministre, quels efforts ont-ils été faits en matière de financement de ces deux partis? Je dois en rester là.
La présidente : C'est un exercice!
Zijn er collega's die willen aansluiten bij de vraagstellingen? (Nee)
Mevrouw de minister, u hebt het woord.
Hadja Lahbib:
Je vais peut-être d'abord présenter mon équipe, parce que il y a eu un changement. Je me réjouis de faire connaissance avec vous tous, puisque c'est la première commission des Relations extérieures que nous tenons. Je suis heureuse d'entendre vos préoccupations et je vais vous présenter mon équipe qui, elle aussi, est neuve. Nous avons Marc Pecsteen à ma droite, ambassadeur de retour de Genève, où il a suivi de près toutes les résolutions onusiennes entre autres. Voici Marianne Laruelle, qui est ma spécialiste du Moyen-Orient, et Emmanuel Rixhon, qui s'occupe de toutes les affaires consulaires et qui nous vient de Jérusalem. Il est du terrain et a suivi les choses de près. Nous avons donc une super équipe, comme vous le voyez.
Merci pour vos nombreuses questions sur le Liban et plus largement sur le Moyen-Orient, où se joue avant tout un drame humain, une escalade de la violence que nous avons dénoncée, il faut le rappeler, dès le premier jour. Nous nous sommes mobilisés pleinement après les attaques du 7 octobre et j'ai envie de dire, pour ceux qui n'étaient pas là, bien avant. En effet, j'avais mis le Moyen-Orient dans mes priorités, entre autres, de la présidence belge, parce que tous les marqueurs étaient déjà au rouge bien avant le 7 octobre, entre autres avec la violence de plus en présente en Cisjordanie. Et c'est précisément pour éviter un embrasement de la région que j'avais placé le Moyen-Orient dans mes priorités dès que j'ai pris mes fonction en 2022. Il me tient à cœur de remettre en perspective l'action que j'ai menée au nom de la Belgique. Je l'ai encore vérifié hier, puisque nous avions une réunion qui se tenait en marge du sommet GCC-Union européenne lors de laquelle les pays arabes du Golfe et ceux de l'Union européenne ont rappelé à quel point ils appréciaient la position juste et équilibrée que la Belgique a tenue depuis ces sanglantes attaques du 7 octobre.
La situation aujourd'hui est malheureusement dramatique mais, comme je l'ai dit hier, on ne perd pas espoir parce qu'on ne peut pas se le permettre. Il faut, aujourd'hui plus qu'hier, faire preuve de volonté politique pour parvenir à une solution durable pour permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre en paix et en sécurité. Je vous dis que n'avons pas perdu espoir parce qu'encore le 26 septembre dernier, nous étions partie prenante d'une coalition pour une solution globale à deux États qui a été lancée en marge de l'Assemblée générale des Nations Unies à New York.
L’urgence aujourd'hui est d’éviter un embrasement qui entraînerait toute la région dans la guerre. Vous le savez, un intense travail diplomatique est en train d’être mené par plusieurs États. Parallèlement à cet engagement diplomatique, nous venons bien sûr en aide aux populations qui sont durement éprouvées par la guerre par de l’aide humanitaire. Nous apportons également l’aide nécessaire à nos citoyens et ressortissants dans la région.
Comme vous le savez, à ma demande, le Conseil des ministres a adopté il y a deux semaines un ensemble de mesures graduelles pour venir en aide à nos citoyens au Liban. J’en profite pour remercier sincèrement et du fond du cœur les services des Affaires étrangères qui se sont mobilisés jour et nuit, sans compter leurs heures, pour venir en aide à nos ressortissants, et qui ont fourni un travail extraordinaire.
Staat u mij toe te beginnen met de situatie in het Midden-Oosten. De gebeurtenissen in Gaza, Libanon en Iran zijn nauw met elkaar verbonden en zorgen voor een zeer zorgwekkende situatie in de hele regio.
Iets meer dan een jaar geleden lanceerde Hamas een bloedige aanval op Israël, waarbij bij bijna 1.200 mensen omkwamen. Sinds 7 oktober 2023 hebben tienduizenden burgers het leven verloren en blijft de humanitaire situatie verslechteren.
La Belgique, je tiens également à le rappeler, a voté en faveur de la toute première résolution qui demandait un cessez-le-feu, une libération des otages et un accès humanitaire sans entrave. C'était le 27 octobre 2023, nous n'étions alors que huit pays européens à avoir cette position.
Nous continuons aujourd'hui, en ligne avec la majorité et parfois l'ensemble de l'Union européenne, à appeler toutes les parties à un cessez-le-feu immédiat au Liban et à Gaza et à la libération inconditionnelle de tous les otages, et à l'amélioration urgente de l'accès et de la distribution de l'aide humanitaire à Gaza. Cette proposition se retrouve d'ailleurs dans la résolution 2735 du Conseil de sécurité des Nations Unies adoptée le 10 juin dernier et, pour rappel, celle-ci propose un plan de paix en trois étapes assortie d'une garantie de cessation des hostilités, le retour des otages et la reconstruction de Gaza.
Cette position est, de fait, le reflet de ma conviction profonde. Toute poursuite de l'escalade militaire aura des conséquences désastreuses sur la sécurité et la stabilité de toute la région et de ses populations. Comme je l'ai dit et répété, il est temps que la diplomatie reprenne ses droits, que nous puissions enfin avoir un échange franc, direct, complet pour aller vers la compréhension de tous les tenants et les aboutissants qui sont en jeu. Il faut trouver des solutions, avoir des réunions avec les deux parties autour de la table et je m'attelle à cela en tant que ministre des Affaires étrangères depuis le début du conflit.
Certains d'entre vous ont évoqué des initiatives qui auraient été prises par la Chine. Je peux vous dire que je n'ai pas manqué d'appeler mes homologues, en l'occurrence tous ceux de la région, y compris mes homologues israéliens, pour les exhorter à tendre vers la paix, la reprise des négociations pour relancer les pourparlers et cesser la guerre.
Ce conflit, outre le fait d'être dramatique sur le plan humain, met en outre en danger – comme certains d'entre vous l'ont évoqué – l'ordre international et le multilatéralisme. Le dernier rapport de l'ONU de la commission d'enquête indépendante dénonce des crimes de guerre commis tant par Israël que par le Hamas. Une commission internationale indépendante de l'ONU affirme dans un autre rapport que les attaques infligées aux hôpitaux de Gaza depuis octobre 2023 répondent à "une volonté de punition collective".
Nos lignes rouges sont claires et elles sont connues. Israël comme le Hamas, et comme chaque partie à un conflit dans le monde – y compris d'ailleurs si cela se passe en Ukraine –, doivent respecter le droit international humanitaire. Nous ne pratiquons et ne tolérerons aucun double standard. Maintenir cette position et œuvrer à une paix durable, cela relève de notre crédibilité. C'est d'ailleurs ce que je défendais à l'ONU en septembre 2023, soit un mois – je tiens à le souligner – avant les attaques du 7 octobre. La Belgique devait d'ailleurs – je le dis d'ailleurs aujourd'hui avec beaucoup d'amertume – accueillir la première réunion pour relancer les pourparlers de paix. Cela s'appelait " The Peace Day Effort " et visait notamment une normalisation des relations entre l'Arabie Saoudite et Israël. C'était d'ailleurs une initiative lancée par l'Arabie Saoudite, l'Égypte, la Jordanie et l'Union européenne.
Peace Day Effort, het gezamenlijke initiatief van de Europese Unie en de Arabische landen, is geëvolueerd. Op 26 september nam België deel aan de lancering van de wereldcoalitie voor een tweestatenoplossing in New York. Zoals u weet beschouwt België deze oplossing als de enige haalbare manier om een einde aan dit conflict te maken. We hopen om in de nabije toekomst samen met de EU een bijeenkomst van de wereldcoalitie in Brussel te organiseren, met als doel vooruitgang te boeken richting vrede tussen de Palestijnen en Israëli.
Alors, non, nous ne perdons pas du tout de vue ce qui se passe en Cisjordanie, ni à Gaza d'ailleurs. Ce n'est pas parce que toute l'attention médiatique est attirée aujourd'hui par Beyrouth et ce qui se passe au Liban que nous perdons de vue ce qui se passe à Gaza ou en Cisjordanie.
La diplomatie belge a dénoncé les agissements du gouvernement israélien et des colons qui nuisent à l'instauration d'une paix durable. Nous finançons des ONG sur le terrain que j'ai d'ailleurs moi-même visitées en me rendant sur place. Elles monitorent la situation et veillent à ce qu'il n'y ait pas d'impunité.
Nous avons augmenté notre contribution à la Cour pénale internationale pour aider à mener des enquêtes sur les violences et établir les responsabilités de part et d'autre. En outre, nous avons aussi initié, au niveau des sanctions, avec la France et les Pays-Bas, des sanctions européennes contre des colons israéliens en Cisjordanie. En outre, de nouvelles sanctions sont en cours de négociation au niveau européen contre le Hamas aussi bien d'ailleurs que contre des colons violents. Nous condamnons tout usage de la violence, que ce soit par les groupes terroristes du Hamas, par le groupe Jihad islamique palestinien ou par des colons. Et je tiens à souligner au passage que, pour qu'il y ait sanction, il faut qu'il y ait unanimité au niveau du Conseil européen.
En ce qui concerne l'accord d'association Union européenne-Israël, la Belgique fait partie des États membres qui demandent la tenue d'une réunion d'association en particulier pour examiner le fameux article 2 qui parle du respect des clauses de droit humain. Il n'a pas été possible pour l'instant de trouver une date et un agenda qui conviennent à la fois à Israël et au Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne parce que, là encore, il faut qu'il y ait unanimité et il faut qu'il y ait l'accord sur les agendas.
Nombreux sont ceux qui me demandent ce que fait l'Union européenne et quelles sont les sanctions que nous prenons. Tant qu'il n'y a pas unanimité, nous sommes paralysés. Nous sommes divisés, il est vrai, mais c'est la réalité et c'est le reflet des différentes forces politiques en présence autour de la table du Conseil de l'Union européenne.
Je tiens à rappeler que la Belgique soutient le travail des Cours internationales ainsi que la mise en œuvre de leurs arrêts et avis. Comme vous le savez, tant la Cour internationale de Justice que la Cour pénale internationale se penchent sur le conflit israélo-palestinien.
België stemde voor de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om het advies van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren. Hierin werd verklaard dat Israël de Palestijnse gebieden illegaal bezet.
Ik pleit er op Europees niveau voor dat wij de nodige maatregelen onderzoeken om het advies na te leven, met inbegrip van de invoer van de producten uit de nederzettingen.
À l’heure actuelle, nous nous inquiétons du fait que la Knesset puisse passer des lois qui visent à désigner l’UNRWA comme une organisation terroriste. Ces lois visent à rompre tous les liens avec l’agence des Nations Unies et à la priver de l’immunité nécessaire à son fonctionnement. Ces projets de loi n’interdiraient pas seulement à l’UNRWA d’opérer en Israël mais criminaliseraient également l’organisation, ses activités ainsi que son personnel, aussi bien à Gaza, à Jérusalem-Est qu’en Cisjordanie.
Il s’agirait d’une attaque inacceptable contre l’architecture multilatérale, qui saperait non seulement l’assistance humanitaire indispensable sur le terrain mais également la solution à deux États. Ce point a été abordé lors du Conseil Affaires étrangères de l’Union européenne de ce lundi et le sera également lors du Conseil du sommet européen de cette semaine.
Beaucoup d’entre vous ont parlé de l’embargo sur les armes. Cette question revient régulièrement. J’y ai répondu à plusieurs reprises mais je tiens encore une fois à mettre les points sur les i. Nous avons pris, au niveau de la Belgique, des dispositions déjà en 2009, et qui ont été rappelées et resignées en 2016, qui visent à ne jamais contribuer à armer une partie à un conflit, quel qu’il soit. Cette disposition interdit à la Belgique d’armer une partie à un conflit.
Cela relève de la compétence des Régions. Je tiens une nouvelle fois à le rappeler. L’année dernière, il y a eu un débat suite à des découvertes qui auraient été faites par les médias de transit d’armes par l’aéroport de Liège, si je ne m’abuse. Des dispositions ont été prises par le gouvernement, sous Elio Di Rupo à ce moment-là, pour éviter tout transit d’armes sur notre territoire.
C’est de la compétence des Régions mais j’imagine, je suis quasi sûre – il faut leur demander, parce que le débat ne doit pas se mener ici, mais bien au niveau régional – que toutes les dispositions ont été prises.
In Libanon blijft Hezbollah raketten afvuren en hebben de Israëlische troepen hun operaties opgevoerd. Na de aanval op de biepers gingen de luchtaanvallen door en lanceerde Israël een grondoperatie in Zuid-Libanon. Die dagelijkse operaties zijn gericht op leden en instellingen van Hezbollah. Zij brengen echter ook heel zware schade toe aan de burgerbevolking. De humanitaire situatie in Libanon is dramatisch. Een groot deel van de bevolking is gedwongen ontheemd.
Er is Belgische medische humanitaire hulp naar Libanon gestuurd op verzoek van de Libanese autoriteiten. België zal humanitaire hulp blijven verlenen aan de burgerbevolking in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.
Je reviens brièvement sur les sanctions. Certains d’entre vous ont évoqué des sanctions qui auraient été refusées par certains pays de l’Union européenne, en évoquant la Tchéquie. De nombreux autres pays y étaient opposés, je ne veux donc pas jeter l’opprobre sur un seul pays, car il n’y avait pas que la Tchéquie qui était opposée à ces sanctions.
J’ai d’ailleurs pour habitude de ne pas commenter les positions des uns et des autres, qu’il s’agisse du ministre irlandais des Affaires étrangères, de la Tchéquie ou de la Hongrie. Nous formons une Union, nous sommes unis et devons absolument mettre tout en œuvre pour essayer de trouver des solutions et adopter des positions communes. C’est ce que nous avons pu faire pendant la présidence belge de l’Union européenne, et nous pouvons en être fiers, car nous avons alors eu l’occasion de faire une déclaration commune quant à la situation au Moyen-Orient. Nous devons donc continuer à être des créateurs de compromis et des constructeurs de ponts plutôt que des agents de division. Telle a toujours été ma position et je continuerai à la défendre.
Par ailleurs, vous avez souligné, à juste titre, les attaques des forces de défense israéliennes contre la force intérimaire des Nations Unies au Liban, la FINUL, attaques que la Belgique a d’ailleurs dénoncées. Là aussi, je vous invite à rester attentifs aux dénonciations et aux prises de position que nous prenons très régulièrement. Ces prises de position sont tout à fait ouvertes et sont publiées soit sur nos sites, soit sur nos comptes X.
En plus de dénoncer ces attaques, nous avons soutenu une déclaration au niveau européen afin d’exprimer la grave préoccupation des 27 É tats membres au regard des attaques qui ont blessé des Casques bleus de l’ONU en violation du droit international. Nous avons également réaffirmé notre soutien à la suite des attaques à l’encontre du Secrétaire général de l’ONU, Ant ó nio Guterres, ainsi que certains d’entre vous l’ont rappelé.
Au nom de la Belgique, j’ai appelé toutes les parties à respecter l’intégrité territoriale et la souveraineté du Liban, dans le respect de la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies ainsi que du droit international humanitaire. En outre, le 24 octobre prochain se tiendra à Paris une conférence sur l’aide humanitaire, à l’initiative du président français Emmanuel Macron. La Belgique participera bien évidemment à cette conférence internationale qui vise à soutenir le Liban à différents niveaux.
Le Liban a besoin de notre soutien en vue d’une désescalade, du respect de son intégrité territoriale, du renforcement des capacités militaires des forces libanaises, de même que pour faire face à l’urgence humanitaire.
Op 1 oktober heeft Iran voor de tweede keer in een jaar tijd meer dan 200 ballistische raketten op Israël afgevuurd. Het was een vergelding voor de dood van de leiders van Hamas, Hezbollah en de commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde. Israël kondigde aan dat het van plan was om vergeldingsmaatregelen te nemen en voerde zijn luchtaanvallen en militaire operaties op Syrisch grondgebied op. De Europese Unie en België veroordeelden de Iraanse aanval. Er zijn onlangs ook Europese sancties goedgekeurd voor de destabiliserende rol die Iran speelt in Oekraïne met zijn hulp aan Rusland.
Plus que jamais, à la vue de ces derniers développements, il est important de rappeler la position du gouvernement belge. Cette position est équilibrée, elle ne défend aucun camp, sauf celui de la paix qui doit être établie dans la région pour qu'enfin les deux peuples puissent vivre en paix et en sécurité.
J'en viens à l'aide que nous apportons à nos concitoyens dans la région et aux conditions dans lesquelles nous rapatrions nos concitoyens. Le SPF Affaires étrangères joue évidemment un rôle central dans la vie quotidienne de nos concitoyens à l'étranger. Nos diplomates, nos consuls, tous les collègues de la diplomatie belge effectuent un travail crucial dans des conditions très difficiles. Je tiens encore à les féliciter pour cela.
Pour ce qui concerne le screening des citoyens que nous ramenons sur notre territoire, ceux-ci sont pris en charge et passés en revue par la Sûreté de l'État, qui relève du SPF Intérieur. Je vous invite à lui poser des questions, mais sachez que toutes les mesures sont prises pour un screening en bonne et due forme.
J'en reviens au travail fourni par le SPF Affaires étrangères.
Een van de vele voorbeelden is dat Buitenlandse Zaken op 3 oktober meteen de nodige steun verleende aan twee journalisten van VTM die gewond raakten in Beiroet. De journalisten werden direct verzorgd in het ziekenhuis en onze post deed er alles aan om hen in staat te stellen het land te verlaten via de geassisteerde vlucht op 5 oktober.
Dans ce contexte, j'ai pris la décision de renforcer nos postes à Beyrouth en envoyant immédiatement un diplomate spécialisé dans la gestion de crise. Il est arrivé sur place voici quinze jours. Le 4 octobre, il a été rejoint par un second diplomate et une collaboratrice consulaire. Je renforcerai encore le poste à Beyrouth par un autre diplomate qui viendra les rejoindre dans un avenir proche, en vue de pouvoir suivre toutes les demandes consulaires qui sont introduites sur place.
Il est à noter que l'ambassade de Belgique à Beyrouth et sa section consulaire continuent de travailler normalement et traitent les demandes d'assistance qui émanent de Belges ou les demandes de visa qui proviennent de tous les ayants droit, tout en respectant les procédures en vigueur telles que l'introduction de visa par un bureau d'externalisation qui est subordonné à l'Office des é trangers, chaque fois que c'est nécessaire. Nous n'avons pas besoin de procédure en ligne, puisque tous nos services sont ouverts et accessibles, de même qu'ils se montrent à l'écoute de tous nos ressortissants sur place.
Plusieurs questions avaient déjà été posées en plénière au sujet de l'aide que nous fournissons à tous nos concitoyens qui désirent quitter le pays. À l'heure actuelle, nous estimons à quelque 1 500 le nombre de compatriotes qui se trouvent encore au Liban. Cependant, concernant le nombre de ceux qui souhaitent quitter le pays, je tiens à insister sur sa fluctuation permanente. De plus, il est très difficile à évaluer. En effet, pour le dire simplement, de nombreuses personnes s'inscrivent et demandent l'aide consulaire pour être accompagnées au moment de leur retour, mais dès que nous leur proposons de partir et que l'avion est prêt, il arrive régulièrement que plusieurs d'entre elles ne désirent plus s'envoler et préfèrent rester. Du reste, je tiens également à souligner que des vols commerciaux sont toujours disponibles. Pour vous citer un exemple, l'avion militaire que nous avons affrété n'a pas été rempli du tout, de sorte que nous avons pris d'autres nationalités à bord afin qu'un peu moins de la moitié de sa capacité soit remplie. Bref, nous avons tout mis en œuvre pour les rapatrier en toute sécurité, mais l'appétit manquait – pour le dire en termes diplomatiques.
Er opereren nog steeds commerciële vluchten, maar we kennen het exacte aantal niet van personen die Libanon op die manier verlaten.
Les services du SPF Affaires étrangères ont contacté tous les Belges qui se trouvent au Liban pour vérifier s'ils avaient besoin d'aide pour quitter le pays. Et dans le cadre du mécanisme européen de protection civile, nous avons offert, comme je l'ai dit, près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais. C'était, si ma mémoire est bonne, les vendredi 4 et samedi 5 octobre dernier. Ce 10 octobre, un vol militaire belge a eu lieu, sur lequel 240 places étaient disponibles. Il est revenu avec 111passagers, 58 Belges et leurs ayants droits, 41 Néerlandais, 11 Français et 1 Luxembourgeois. Excusez-moi pour tous ces détails, mais il est important que vous sachiez quelque peu comment cela se passe.
Finalement, il n'y a que 150 Belges qui ont quitté le Liban via nos vols assistés. Comme le prévoit la procédure, je le rappelle, tous les screenings sécuritaires ont été effectués au préalable par le SPF Intérieur.
Op de heenvlucht werd ook een B-FAST-hulpzending met medische apparatuur geladen als antwoord op een hulpverzoek van de Libanese autoriteiten. De medische apparatuur werd naar openbare ziekenhuizen vervoerd om aan de behoeften van de burgerbevolking te voldoen. Onze steun valt onder het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat instaat voor de coördinatie van de Europese hulp.
Nous continuons à suivre d'heure en heure et à soutenir les Belges, sur place, qui désirent rentrer en Belgique. Nous sommes prêts à tous les scénarios.
Madame Van Hoof, vous m'avez demandé quelles mesures concrètes ont été prises par la Belgique jusqu'à présent pour permettre aux ressortissants belges qui le souhaitent de quitter Gaza. Depuis les attaques de 2023, les Affaires étrangères ont remis aux autorités israéliennes, particulièrement au Coordinator of Government Activities in the Territories (COGAT) et aux autorités égyptiennes des listes de citoyens et de bénéficiaires belges pour demander leur évacuation.
Notre consulat à Jérusalem maintient un contact permanent avec les instances israéliennes que je viens de citer. En outre, nos postes au Moyen-Orient mènent des consultations de façon très régulière avec les autorités gouvernementales de la région, ainsi qu'avec d'autres acteurs sur le terrain, afin de trouver des solutions pour les personnes qui ne parviennent pas à quitter Gaza.
We hebben ook contact gehad met de families van de getroffenen in Brussel om de situatie op de voet te volgen en om zieke kinderen te evacueren.
On a d'ailleurs très récemment encore évacué de Gaza des enfants atteints du cancer. Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah par Israël le 7 mai dernier, aucun ayant droit n'a pu quitter Gaza. Il y a d'ailleurs toujours des ayants droit à Gaza. Après avoir pris connaissance de la correspondance entre l'ONG Gisha et le COGAT (Coordination of Government Activities in the Territories), nos services cherchent à clarifier les demandes précises de COGAT concernant l'évacuation via Kerem Shalom, en consultation avec les autres membres de l'Union européenne.
Il y a cependant toujours beaucoup d'incertitudes qui demeurent et COGAT n'a pas encore formulé à l'heure actuelle de propositions concrètes pour aider à cette évacuation. Évidemment, notre réseau diplomatique reste mobilisé et met tout en œuvre pour obtenir des informations et des directives claires pour pouvoir évacuer ces ayants droit de Gaza.
Dois-je encore rappeler la position de la Belgique? Elle est claire: nous demandons un cessez-le-feu, la libération de tous les otages, l'accès et la distribution de l'aide humanitaire en suffisance et la protection de toutes les populations civiles.
Il faut absolument que la diplomatie et le dialogue remplacent le bruit sourd des bombes et des armes. Les négociations diplomatiques sont à nos yeux la seule voie à suivre pour aboutir à une paix durable dans la région. Je pense que c'est notre vœu à tous, notre vœu le plus cher, et je continuerai bien sûr à me mobiliser jusqu'à la fin de mon mandat pour aider à faire avancer une solution pacifique.
Je sais que je pourrai compter aussi sur votre mobilisation à tous, sur les forces parlementaires ici présentes, pour contribuer à cette pacification de la région, puisque je pense qu'on est tous d'accord sur le fait que cette région souffre depuis trop longtemps, depuis trois quarts de siècle. Il est temps de faire la paix, de permettre aux Israéliens, aux Palestiniens, aux Iraniens, aux Libanais, de se projeter dans un avenir commun, pacifié, où chacun reconnaît à l'autre le droit d'exister. Je vous remercie.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Vanaf de eerste dag van het conflict was de positie van Vooruit helder: we staan altijd aan de kant van de burgerslachtoffers, alle burgerslachtoffers. Onze vragen kaderen dan ook in die houding.
Ik wil even terugkomen op het wapenembargo, waarvan u terecht hebt gezegd dat dat onder de bevoegdheid van de gewesten valt. Ik blijf bij mijn vraag of u de gewesten niet meer onder druk kunt zetten of met hen overleg kunt plegen. U hebt immers duidelijk aangegeven dat u daar, net als de Europese Unie, voorstander van bent. Ik heb u ook gevraagd om dat item aan te kaarten op de Europese Raad en druk uit te oefenen op de Europese partners. De gewesten bevinden zich dichter bij ons, dus ik herhaal mijn vraag om ook op hen druk te zetten.
We volgen volledig uw discours voor een staakt-het-vuren, voor de bevrijding van de gijzelaars, voor toegang tot humanitaire hulp en de hervatting van de dialoog en de diplomatieke onderhandelingen. Daarover bestaat een zekere consensus. Het thema van het wapenembargo blijft echter hangende en zou zeer snel aangepakt moeten worden. Zolang er massa’s wapens die richting uitgaan, is de kans op vrede nihil.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Eerst wil ik ingaan op de rechthebbenden en landgenoten die Gaza moeilijk kunnen verlaten. Vermits de druk op het noorden van Gaza heel erg toeneemt, is de vraag terecht. Als ik daar zou wonen, zou ik Gaza ook liefst verlaten. We moeten dus absoluut alles in het werk stellen om de mensen en landgenoten die daar recht op hebben te evacueren. Aan uw antwoord voel ik aan dat het niet altijd evident is bij het Israëlische agentschap COGAT. Ik hoop dat onze diensten al het nodige blijven doen om de rechthebbenden en landgenoten te evacueren.
U hebt nog eens de Belgische positie herhaald, een goede positie. In de afgelopen legislatuur hebt u moeite gedaan om de importban op de agenda te zetten. Het associatieakkoord kan alleen op Europees niveau worden opgeheven, maar het is goed dat België blijft benadrukken dat die vergadering georganiseerd moet worden, meer bepaald om in te gaan op artikel 2. Daartoe moeten we inderdaad met de Europese Unie en met Israël aan tafel zitten. Ik hoop dat het lukt en dat we druk blijven uitoefenen.
Daarnaast blijft de tweestatenoplossing overeind. Op dit moment escaleert de situatie alleen maar, maar dat maakt weinig indruk op de strijdende partijen – om Israël niet bij naam te noemen, dat ook gewoon doorgaat. België moet altijd blijven evalueren wanneer we een tandje bijsteken om de druk op te voeren, samen met andere gelijkgezinde staten.
Nabil Boukili:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous surprendre, elles ne sont pas convaincantes car elles ne sont que des paroles. Or je pense que pour agir aujourd'hui sur ce qu'il se passe l à -bas, il faut des actes forts. Donc, je veux bien que l'on fasse des réunions, des colloques, des meetings ou tout ce que l'on veut mais pendant ce temps-l à , un génocide est en train de se dérouler et nous, pays occidentaux, continuons notre accord d'association avec Isra ë l. Il n'a toujours pas été suspendu. Nous continuons à exporter des armes depuis l'Europe, elles transitent par notre pays. Alors certes, on rejette la responsabilité sur les niveaux de pouvoir mais lorsqu'il s'agissait de la Russie, vous n'avez pas cherché les niveaux de pouvoir. L à , tout le monde a été actif et s'est bougé.
Cette hypocrisie, ce deux poids deux mesures fait honte aux pays occidentaux, à l'Union européenne et aux É tats-Unis qui en est l'allié ou plutôt le patron car l'Union ne fait que suivre leur ligne. Vous nous dites qu'il y a eu des dénonciations et des condamnations depuis le début mais cela ne suffit plus. Il faut des actes. Vous nous dites qu'il y a de l'espoir mais comment peut-on avoir l'espoir d'un cessez-le feu? Comment peut-on avoir l'espoir de la concrétisation de la solution à deux É tats tout en étant complice de la colonisation? Nous finançons cette colonisation avec les relations économiques que nous entretenons avec Isra ë l! Nous sommes partie prenante.
Vous nous dites que la Belgique s'est toujours montrée équidistante par rapport au conflit. Mais non, c'est faux! Nous sommes partie prenante, nous commerçons, nous échangeons avec Isra ë l. Nous sommes une partie du probl è me. Tant que vous ne reconnaîtrez pas cela, madame la ministre, vous n'aurez pas de cessez-le-feu, vous ne r è glerez pas la situation parce que tant que l'on ne reconnaît pas sa propre complicité et la nécessité d'agir sur nos relations avec Isra ël, vous aurez beau attendre que Nétanyahou change d'avis en raison de telle ou telle déclaration de votre part. Ça ne change pas, ça ne marche pas. Il faut des sanctions et un changement de politique vis-à-vis d'Israël.
De voorzitster : Collega's, ik wil u vragen om u toch, in de mate van het mogelijke, aan de tijd te houden. Ik weet dat het niet steeds gemakkelijk is, het vraagt oefening. Graag vraag ik u om de tijdslimiet te respecteren.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat er nu wel screenings plaatsvinden. Voor de resultaten zal ik uw collega van Binnenlandse Zaken verder bevragen.
Het is ook goed om te vernemen hoeveel Belgen exact zijn teruggekeerd. Het is ook goed om te horen dat als er geen Belgen werden meegenomen, het burgers uit onze buurlanden betrof.
Ik heb geen antwoord gekregen met betrekking tot de dubbele nationaliteit van de Belgen. Ik hoop in een later stadium nog antwoord te krijgen op die vraag.
Ik ben zeer blij dat de diplomatieke diensten in Libanon worden versterkt. Dat is immers enorm belangrijk voor de verdere opvolging van deze repatriëring en om andere zaken voldoende correct en vlot te kunnen opvolgen.
Over de financiën van België naar Libanon zal ik verder uw collega van Ontwikkelingssamenwerking ondervragen. Ik hoop dat ik van hem nog wat details krijg over waar de gelden heen zijn gegaan en of die gelden goed besteed werden en dus niet in handen zijn gekomen van terroristische organisaties of erbij horende organisaties.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord.
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Vermoedelijk is niemand hier in de zaal tegen de grote lijnen die u hebt geschetst, namelijk het blijven geven van humanitaire hulp, een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing.
Vanuit mijn bekommernis dat een en ander voorlopig niet heeft geholpen, dring ik echter ook aan op sterkere acties. Ik zal één voorbeeld geven. Inzake humanitaire hulp hebben de Verenigde Naties ondertussen een extra noodkreet om noodhulp geslaakt. Zullen wij dan ook extra hulp bieden? Op die vraag heb ik vandaag geen antwoord gekregen.
Een tweestatenoplossing is goed, maar de erkenning van Palestina is daar automatisch aan verbonden. Daarover meldt u vandaag niets, tenzij ik die passage heb gemist.
Ik zal nog één uitstap maken naar alles rond wapenhandel, omdat ik die materie in het Vlaams Parlement heel intensief heb gevolgd. Ik heb daarover heel veel vragen gesteld aan de minister-president, die daarvoor bevoegd was. Er is ondertussen een nieuwe minister-president. Zijn antwoord was dat de Vlaamse regering doet wat zij kan, maar dat de federale overheid in gang moest schieten.
Dat is nu exact hetzelfde als wat ik hier vandaag heb gehoord, namelijk een pingpongspel. De federale overheid heeft haar rol op te nemen. De Vlaamse, de Waalse en de Brusselse overheid hebben dat ook te doen. Elke keer opnieuw, ongeacht of ik nu aan de andere kant van de straat zit of hier, hoor ik dat het aan de andere overheid is om die rol op te nemen. Ik stel dan ook voor dat men dringend eens gaat samenzitten om samen en eendrachtig te beslissen dat er vanuit België geen wapen meer vertrekt, niet van de Luikse luchthaven, niet van de Zaventemse luchthaven en niet uit de Antwerpse haven. Het is nodig dat wij daar eendrachtig op inzetten in plaats van er telkens opnieuw op te wijzen dat het de verantwoordelijkheid van de overheid aan de andere kant van de straat is.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. En effet, la Belgique, par la voix de son premier ministre mais aussi par la vôtre, a toujours adopté une position volontariste, ainsi que je l’ai déjà souligné à plusieurs reprises. Il va sans dire que nous vous en félicitons.
Aujourd’hui, néanmoins, après les déclarations d’intention, ce sont les actes qui me laissent quelque peu sur ma faim. Ces actes semblent en effet en-deçà de l’urgence de la situation et des prises de parole. Aujourd’hui, le gouvernement israélien viole le droit international, viole le droit humanitaire et viole le droit de la guerre et, malheureusement, les sanctions se font cruellement attendre.
Je ne comprends toujours pas ce qu’il faut faire pour réclamer et obtenir des sanctions, qu’elles soient diplomatiques ou économiques. Il ne s’agirait là que d’une suite logique après les efforts diplomatiques que vous déployez depuis des mois. Ainsi, l’accord d’association avec Israël est toujours en cours, et nous pensons qu’avec les autres É tats européens, il faut véritablement intensifier les pressions en vue d’obtenir des sanctions, car c’est là le seul rapport de force que le gouvernement israélien semble comprendre.
Par ailleurs, j’entends bien que vous ne souhaitez pas commenter les propos de votre collègue irlandais en rapport avec le nettoyage ethnique à Gaza, mais le but de ma question était de savoir ce que vous en pensez, et je ne pense pas avoir obtenu de réponse de votre part.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je suis contente que la Belgique se positionne en faveur de la suspension de l'accord d'association. Vous avez parlé du calendrier, mais, pendant qu'on cherche des dates, il faut continuer à pousser l'Union européenne à régler ce problème. Au niveau des sanctions, je trouve qu'il y a une différence entre le traitement du conflit russo-ukrainien et celui de ce conflit. Le gel des comptes en banque russes était une sanction qui avait été prise par la Belgique et pas spécialement par l'Union européenne. Nous avons décidé de nos propres sanctions. Je m'attends au même traitement pour ce conflit. Concernant l'accueil des réfugiés ukrainiens, un statut de protection temporaire leur a été accordé, ainsi que des facilités pour l'accès à l'emploi, à l'aide sociale. Mais je ne vois pas qu'une aide similaire est donnée aux réfugiés palestiniens en Belgique. Même si cela ne relève pas de vos compétences, je voulais souligner ce deux poids deux mesures en fonction du conflit qu'on estime peut-être plus grave, ou plus proche de nous. Selon nous, pour qu'il y ait la paix dans cette région, il faut que l'État palestinien soit reconnu. Vous n'en avez pas parlé, mais vous avez évoqué deux pays et des négociations diplomatiques. Comment peut-on négocier avec un État qui n'est pas reconnu formellement? Comment peut-on parler de l'existence d'un État qu'on ne reconnaît pas? La reconnaissance de l'État palestinien résoudra ce conflit.
De toestand in Libanon
De toestand in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten één jaar na de aanval van Hamas
Het toenemende antisemitisme in België één jaar na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023
De toestand in het Midden-Oosten
Stabiliteit in het Midden-Oosten na Hamas' aanval.
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische politieke discussie draait om de escalerende crisis in Israël, Gaza en Libanon, een jaar na de Hamas-aanval van 7 oktober, met dringende oproepen tot een staakt-het-vuren, diplomatieke oplossingen en humanitaire hulp. België’s rol wordt bekritiseerd als te passief: er is vraag naar erkenning van Palestina, sancties tegen Israël, en concrete actie (zoals stoppen van wapenhandel en repatriëring van Belgen), maar de regering (met name MR) blokkeert stappen zoals sancties. Antisemitisme en polarisatie in België nemen toe, terwijl de humanitaire ramp (40.000 doden, vluchtelingen, ingestorte gezondheidszorg) en langetermijnrisico’s (radicalisering, generatietrauma) de urgentie van een tweestatenoplossing en internationale druk benadrukken.
Voorzitter:
Chers collègues, c'est M. le ministre Clarinval qui répondra aux questions au nom de la ministre des Affaires étrangères, qui est absente aujourd'hui.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, ce qu'il se passe actuellement au Liban et dans la région est insoutenable. Je voudrais commencer par remercier le premier ministre, qui est absent, pour ses déclarations d'hier. Il a dit, textuellement, que les familles des victimes et les populations civiles ont assez souffert et qu'il est temps d'instaurer un cessez-le-feu sur tous les fronts.
Nous ne voulons pas que le Liban devienne un deuxième Gaza. Nous devons montrer que la Belgique est aux côtés du Liban. En effet, les frappes israéliennes continuent malheureusement. à ce jour, plus de 2 000 Libanais ont été tués, six hôpitaux ont été détruits, 1 635 médecins tués. Le système sanitaire du Liban est en train de s'écrouler. Plus d'un million de déplacés et de réfugiés, pour la plupart palestiniens ou syriens, ne savent pas où aller. Des centaines de milliers de Syriens et de Libanais sont contraints de traverser la frontière, pour trouver quoi? Rien: leurs villages sont détruits, ainsi que leurs maisons. Ils fuient la guerre pour retrouver une totale désolation.
Non, monsieur le ministre, nous ne voulons pas de cela pour le peuple libanais, nous ne voulons pas de cela pour le peuple palestinien. La Belgique et l'Union européenne ne peuvent rester au balcon. Le temps presse et des millions de vies civiles sont en jeu.
Ces tensions régionales ne doivent pas détourner notre attention de Gaza, qui est le nœud du problème. La communauté internationale doit s'unir pour exiger un cessez-le-feu immédiat et instaurer un dialogue de paix durable afin de s'attaquer aux racines du conflit.
Monsieur le ministre, le Liban a absolument besoin de soutien pour la prise en charge de ses déplacés. (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, au Proche-Orient, c'est le monde entier qui semble être en affaires courantes. Voici un an et un jour donc, le Hamas perpétrait le pire pogrom, le pire massacre de Juifs depuis la Seconde Guerre mondiale, traumatisant tout un peuple, en ce compris le camp de la paix. Qu'avons-nous fait depuis lors? Nous avons beaucoup parlé, nous avons constaté surtout que nous avons à faire à une barbarie sans nom et nous voyons, je crois, trop peu à quel point cette barbarie du Hamas est calculée. Cette barbarie est calculée car ce que le Hamas voulait, ce n'est pas seulement faire du mal à Israël. C'était agir de la manière la plus innommable et la plus dure possible, en espérant qu'Israël réponde aussi de manière dure, de manière disproportionnée, en commettant des crimes de guerre et en sabotant donc toute idée même de paix.
Hélas, un an plus tard, cet abominable piège s'est refermé. Un an plus tard, il y a toujours une centaine de civils Israéliens dans les tunnels de Gaza. Un an plus tard, il y a des dizaines de milliers de Gazaouis morts sous les bombes, en ce compris un nombre absolument insupportable d'enfants. Un an plus tard, il y a des civils Libanais, qui sont eux-mêmes colonisés par un autre mouvement terroriste, le Hezbollah, qui payent un lourd tribut. Il y a toujours des civils Israéliens qui doivent fuir les rockets , et il y a évidemment la communauté juive dans le monde entier qui est mise en danger par ce conflit et que nous devons protéger, aussi en Belgique.
Alors, il y a des évidences dans ces temps sombres qui commencent à s'effacer qu'il faut rappeler. Non, il n'est pas possible de faire une paix avec des mouvements comme le Hezbollah et le Hamas. Non, il n'y aura jamais de sécurité totale d'Israël sans un État palestinien. Non, il n'y a pas d'autre alternative que deux États: la Palestine et Israël en paix.
Quelles sont les possibilités, monsieur le ministre, dans ces temps sombres, pour que la Belgique et l'Europe sortent de cette passivité, cessent d'être des spectateurs et redeviennent des acteurs face à ce désastre?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, voici un an, l'horreur frappait et, depuis lors, chaque jour, l'enfer se déchaîne.
Les écologistes ont toujours suivi la même ligne, la même boussole, celle du respect du droit international. Depuis un an, nous demandons inlassablement la libération des otages palestiniens et israéliens, la libération des prisonniers palestiniens, un cessez-le-feu immédiat et la fin du massacre à Gaza – voire du "génocide" comme certains le disent – ainsi que le respect du droit international. Nous demandons également la reconnaissance de l'État de Palestine comme le soutenait feu le gouvernement Vivaldi. Nous demandons également des sanctions tant diplomatiques qu'économiques à l'encontre du gouvernement israélien.
Aujourd'hui, nous ne sommes pas seulement un an après des attaques terroristes. Cela fait aussi un an depuis le début d'un nettoyage ethnique, d'une destruction méthodique du peuple palestinien. Nous sommes un an après des bombardements aveugles, qui frappent maintenant le Liban, avec un embrasement généralisé de la région. En une année, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui ont perdu tragiquement la vie, dont une majorité écrasante de femmes et d'enfants.
Or ce conflit ne date pas d'hier, ni d'il y a un an. Ce conflit s'inscrit vraiment dans des décennies de politique de colonisation des gouvernements israéliens successifs.
Alors qu'on fait face à une escalade certaine dans la région, nous voulons affirmer avec force que toutes les populations ont droit à la sécurité, tant les populations israélienne, palestinienne que libanaise. Une vie égale une vie.
Monsieur le ministre, que fait le gouvernement belge pour sortir de sa passivité et pour ramener la paix dans la région? On a évoqué des pistes telles que la reconnaissance de l'État de Palestine et des sanctions à l'encontre du gouvernement israélien. Quels leviers comptez-vous activer pour que Netanyahou, accroché à son siège et enfermé dans une folie meurtrière, arrête le massacre et l'escalade?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, hier, nous commémorions avec beaucoup de tristesse la pire attaque subie il y un an par Israël et le peuple juif depuis la Shoah. Deux mille terroristes du Hamas, soutenus par l'envoi de milliers de roquettes, on commis l'irréparable. Nous dénombrons 1 205 personnes – dont plus de 800 civils – qui ont été violées, massacrées, brûlées vives parce qu'elles étaient juives. En outre, 205 autres personnes ont été prises en otage à Gaza, dont 70 ont hélas perdu la vie et 64 sont toujours détenus comme boucliers humains. Leur libération devrait être une priorité absolue. S'en est suivi la riposte et la dramatique escalade qui a fait des dizaines de milliers de morts en Israël mais surtout en Palestine et au Liban. Nous déplorons chaque jour cette escalade tragique. Tout cela a été causé par des fanatiques religieux intégristes téléguidés par l'Iran, qui ne vise que l'éradication d'Israël et du peuple juif.
Malheureusement, comme dans beaucoup d'autres conflits, certains irresponsables ont importé ce conflit chez nous, que ce soit à travers des discours de haine, des agressions, des profanations ou de l'instrumentalisation politique. Cette situation crée un climat d'insécurité au sein de la communauté juive de notre pays, qui se sent de plus en plus isolée et menacée. Cette situation est intolérable!
Monsieur le ministre, quelles actions concrètes ont été entreprises par le gouvernement depuis un an afin de lutter contre l'explosion de l'antisémitisme? Comment renforcer ces actions? Après quelques mois, quel bilan pouvez-vous tirer du mécanisme de coordination national de lutte contre l'antisémitisme? Finalement, pour en revenir de manière plus générale à la situation au Proche-Orient, je ne cesse de répéter que la diplomatie devra nécessairement reprendre le dessus. Pouvez-vous faire à nouveau le point sur l'opération de rapatriement de nos citoyens belges dans la région? Combien ont pu rentrer en Belgique et combien attendent encore leur retour?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'aimerais, avant de commencer, avoir une pensée pour toutes les victimes qui sont mortes au cours de cette année écoulée à cause de l'embrasement de la région. Mais j'ai l'impression qu'ici, on ne se rend pas compte de la gravité de la situation et de l'horreur qui est vécue l à -bas. Je pense que nous ne réalisons pas que nous sommes en train d'assister à l'une des guerres les plus meurtri è res que la région ait connue.
Un rapide examen du passé nous le confirmera.
La violence est continue depuis 76 ans. La première intifada a fait 1 000 morts en cinq ans, c'était violent. Ici, nous sommes à 40 000 morts en un an, soit quarante fois plus en cinq fois moins de temps. La deuxi è me intifada, plus violente, a fait 3 000 morts. Et même la guerre de 1948-49, avec ses 13 000 morts, est loin du bilan actuel.
Aujourd'hui, nous sommes face à une situation qui évolue, qui est délibérément programmée par l' É tat israélien. Je n'invente pas ces intentions génocidaires, ce sont les responsables israéliens eux-mêmes qui les prof è rent. Giora Eiland – qui n'est pas un colon extrémiste –, général des forces de défense israéliennes et ancien chef du Conseil national de sécurité israélien, dit: "La prochaine guerre se déroulera entre Isra ë l et le Liban" – cette déclaration est bien antérieure au 7 octobre – "et non entre Isra ë l et le Hezbollah. Une telle guerre conduira à l'élimination de l'armée libanaise, à la destruction de l'infrastructure nationale et à d'intenses souffrances au sein de la population." Yoav Gallant, ministre de la Défense: "Il n'y aura pas d'électricité, pas de nourriture, pas d'eau, pas de carburant. Tout sera fermé. Nous nous battrons contre des animaux humains et nous agirons en conséquence."
Monsieur le ministre, (…)
Voorzitter:
Merci, coll è gue Boukili.
David Clarinval:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je vais en effet vous donner la réponse de la ministre des Affaires étrangères, qui est actuellement retenue à l’étranger.
Il y a tout juste un an, le 7 octobre, nous assistions avec effroi à une attaque terroriste sans précédent qui ciblait des civils, des femmes et des enfants. Nos pensées vont aux familles et aux proches des victimes.
Nous exigeons la libération immédiate et inconditionnelle des otages retenus par le Hamas. Les négociations menées par l’entremise des États-Unis, du Qatar et de l’Égypte n’ont malheureusement toujours pas donné de résultats, malgré les nombreux efforts entrepris.
Ces attaques ont immédiatement causé une contre-offensive israélienne à Gaza et, aujourd'hui, au Liban. Trop de civils innocents sont tombés dans ces opérations. Nous déplorons ces décès tragiques. Chaque mort civil est un mort de trop.
La Belgique n’a eu de cesse de rappeler la nécessité, pour les parties au conflit, de respecter le droit international humanitaire. Plus que jamais, les armes doivent aujourd'hui se taire et faire place à la diplomatie. La Belgique a soutenu une déclaration européenne sur l’escalade militaire entre Israël et le Hezbollah, qui appelle notamment à soutenir les efforts américains et français pour un cessez-le-feu au Liban. Nous continuerons nos appels à un cessez-le-feu dans la région et à des avancées vers une solution à deux États. Nous soutenons activement toutes les initiatives en ce sens, notamment au sein de l’Union.
Au Liban, compte tenu de la dégradation de la situation, la Belgique et de nombreux autres pays ont fourni de l’aide à leurs ressortissants pour quitter le pays. À la demande de la ministre des Affaires étrangères, le Conseil des ministres a adopté la semaine dernière un ensemble de mesures pour venir en aide à nos concitoyens.
Les Affaires étrangères ont contacté tous les Belges se trouvant au Liban pour vérifier s’ils avaient besoin d’aide pour quitter le pays. En concertation avec d’autres pays européens, nous avons offert près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais vendredi et samedi derniers.
Demain, c'est-à-dire le mercredi 9 octobre, un vol militaire belge partira à son tour vers le Liban, avec 240 places disponibles au total. Une cargaison d'aide B-FAST de matériel médical, fournie à la demande des autorités libanaises, sera chargée dans le vol aller. La Belgique a ouvert, dans un mécanisme de coopération européenne, des places à d'autres pays européens. La France et les Pays-Bas ont déjà confirmé que plusieurs de leurs ressortissants embarqueraient à bord du vol.
Nous regrettons que ces développements dramatiques au Proche-Orient accroissent le sentiment d'insécurité dans notre pays et, plus généralement, dans le monde. L'Agence des droits fondamentaux de l'Union européenne a mené une enquête au début de l'année et a constaté une augmentation de 400 % de l'antisémitisme dans certains pays européens. Il est donc essentiel de continuer à bien distinguer la foi juive et le judaïsme, d'une part, et les politiques et actions du gouvernement israélien, d'autre part. Malheureusement, nous constatons que tout le monde n'opère pas cette distinction, ce qui peut contribuer à expliquer le nombre croissant d'incidents.
Ce conflit suscite partout dans le monde des tensions énormes. L'antisémitisme et le racisme sont en hausse de manière effrayante. Ayons le courage collectif de ne pas céder à la tentation de dresser chez nous, en Belgique, les citoyens les uns contre les autres. Continuons ensemble à nous mobiliser pour, finalement, ramener la paix au Proche-Orient.
Voilà, monsieur le président, la réponse de la ministre des Affaires étrangères.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, nous condamnons toute forme de violence à l'égard des civils autant de la part d'Israël que du Hamas, du Hezbollah libanais ou encore de l'Iran. Pour nous, la seule solution est de nature diplomatique, mais cela ne va pas sans des sanctions ni sans une position forte vis-à-vis de l' É tat d'Israël. Il faut également réfléchir sérieusement à des solutions d'accueil et de visas humanitaires, ainsi qu'à une aide humanitaire urgente pour le million de déplacés au Liban.
Enfin, nous pouvons regretter notre absence dans la région à la suite du retrait – décidé par le gouvernement Michel – de la force onusienne de pacification. Je le répète, bien entendu, la Belgique doit reconnaître l' État palestinien pour mettre fin à ce conflit qui n'a que trop duré.
Voorzitter:
Merci, chère collègue. C'était votre première prise de parole dans cet hémicycle. (Applaudissements)
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse convenue, mais qui était une réponse tout de même. Je ne suis pas sûr qu'on imagine combien les événements que nous avons vécus depuis un an redessinent durablement la situation et pèseront sur les épaules politiques internationales et même nationales. D'abord à cause du choc inouï que représente le 7 octobre pour la population israélienne – il faut voir à quel point le camp de la paix est complétement décontenancé – mais aussi à cause du choc que représente l'ampleur des représailles pour les Palestiniens et même pour les Libanais. J'ai lu une statistique assez effrayante: 60 % des combattants du Hezbollah seraient des orphelins d'autres combattants ou d'autres victimes de bombardements.
Quand on connaît ce genre de statistiques, comment ne pas voir que ce qui est en train de se dessiner aujourd'hui pour des générations? Sans intervention extérieure, sans plus de pression internationale, cela ne peut que nous amener collectivement vers l'abîme. C'est la raison pour laquelle nous devons absolument protéger l'ensemble de nos citoyens contre le racisme et l'antisémitisme, et singulièrement la communauté juive de Belgique qui compte sur nous et notre protection.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je dois bien avouer qu'elles me laissent un peu sur ma faim.
En effet, la Belgique, notamment à travers les propos de M. De Croo, s'est montrée plutôt volontariste en la matière. Nous avons entendu des paroles fortes, notamment sur la question de la reconnaissance de l'État de Palestine. On le sait, on ne peut pas avoir de paix juste et durable s'il n'y a pas deux États. Cette proposition existe sur la table du gouvernement, mais elle a malheureusement été bloquée par votre parti, le Mouvement Réformateur.
Concernant la demande de sanctions économiques et diplomatiques à l'égard du gouvernement israélien, cette proposition a là aussi été bloquée par le Mouvement Réformateur. Au-delà des déclarations d'intention et de bonne volonté, nous manquons d'actes forts et concrets, que l'histoire nous demande de poser. La Belgique reste un mauvais élève.
Voorzitter:
Ik zie dat de klok al een aantal keren niet heeft gewerkt. Dat maakt het een beetje moeilijk voor de vragenstellers. Ik zal dat hier controleren. Ergens boven u hangt er een limiet.
Michel De Maegd:
Face à la montée de la haine, de l'antisémitisme, les mots ne suffisent évidemment pas. Chaque incident, chaque agression, chaque mot est une attaque contre nos valeurs fondamentales et contre notre démocratie. Le climat de peur qui s'installe chez nous, dans la communauté juive, est intolérable et, comme l'a si bien dit E lie Wiesel, le contraire de l'amour n'est pas la haine mais l'indifférence.
Monsieur le ministre, nous devons donc faire plus. Nulle part en Belgique, une personne ne doit être prise pour cible en raison de son origine ou de ses croyances. Chacun doit pouvoir vivre libre et en sécurité. Quant à la situation au Proche-Orient, l'histoire a montré ce qu'il en coûte de fermer les yeux face à la haine. La communauté internationale, il faut le dire, n'a pas été à la hauteur ces douze derniers mois, elle doit donc redoubler d'efforts pour trouver une solution politique à ce conflit insensé et meurtrier. Je vous remercie.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez dit vouloir que les armes se taisent. Si vous voulez qu'elles se taisent, il faut arrêter de les laisser transiter par notre pays. Si vous voulez que les armes se taisent, il faut que les É tats-Unis arrêtent de livrer plus de 20 milliards d'euros d'armement à Isra ë l. Si Isra ë l fait ce qu'il fait aujourd'hui, c'est parce qu'il est soutenu par les pays occidentaux. Pour l'arrêter, il faut que la Belgique sorte de l'accord d'association avec Isra ë l. Il faut des actes au lieu de paroles. Si vous voulez réellement un cessez-le-feu sur place, il faut cesser de soutenir Isra ë l et prendre des sanctions contre l' É tat génocidaire. Il faut passer aux actes, monsieur le ministre. Les blablas, ça suffit!
De militaire samenwerking tussen België en Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België erkent de catastrofale humanitaire crisis in Gaza (41.000 doden, massale ondervoeding, verwoeste infrastructuur) en benadrukt de nood aan een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing als enige duurzame uitweg. Minister Dedonder bevestigt geen directe militaire samenwerking met Israël (geen wapenleveringen, reparaties of reserveonderdelen), maar Belgische bedrijven leveren wel onderdelen voor F-35’s (via Amerikaanse contracten) die Israël inzet, en Israëlische firma’s doen onderhoud voor Belgisch defensiematerieel. Tonniau eist een totale boycot van Israël, inclusief wapenembargo en verbreking van alle banden, en wijst op Belgische medeplichtigheid via indirecte wapenproductie en politieke steun. De kern: België distantieert zich retorisch van Israëlische oorlogsvoering maar blijft economisch-militair verbonden via omwegen.
Robin Tonniau:
Mevrouw de minister, het afgelopen jaar heeft het Israëlische leger meer dan 41.000 Palestijnen gedood, vermoord. Die cijfers zijn verschrikkelijk en achter die cijfers schuilen mensen, bejaarden, vrouwen, kinderen en baby's. Het aantal gedode kinderen wordt vandaag op 14.100 geschat, vermorzeld onder ingestorte gebouwen. Nog eens 12.000 kinderen werden verwond door kogels, bommen en granaten. Een derde van de nog levende kinderen in Gaza lijdt aan acute ondervoeding. De humanitaire situatie in Gaza is meer dan kritiek. Vijfentachtig procent van de schoolgebouwen is beschadigd of vernietigd, alle universiteiten zijn verwoest. Vijfennegentig procent van de Gazanen kampt met ernstige voedseltekorten. In de couveuses die nog werken, liggen er drie tot vier baby'tjes tegelijkertijd. Negentien van de 36 ziekenhuizen in Gaza zijn kapotgeschoten. Waterpompen zijn stuk of werken niet meer door gebrek aan brandstof. Kinderen drinken dus vervuild of zout water. Een miljoen mensen is hun huis moeten ontvluchten.
Dat alles is de verantwoordelijkheid van het crimineel regime dat aan de macht is in Israël, en van het Westen, dat het regime steunt. De mensenrechtenschendingen en de oorlogsmisdaden in het Midden-Oosten, specifiek in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon, gaan onverminderd voort. Dag na dag worden onschuldige burgers gedood, vermoord door het Israëlische leger. Israël zet daarvoor F-16- en F-35-gevechtsvliegtuigen in, maar ook drones die mensen targetten met behulp van artificiële intelligentie.
Het zou toch onmenselijk zijn dat België zulke oorlogsmisdaden steunt door samen te werken met het Israëlische leger. Werkt de Belgische Defensie samen met die van Israël? Indien ja, op welke manier? Werden er de afgelopen vijf jaar door de Belgische Defensie reserveonderdelen uitgewisseld of verkocht aan het Israëlische leger? Werden er de afgelopen vijf jaar door onze Defensie reparaties uitgevoerd aan Israëlische gevechtsvliegtuigen, zoals F-16's,?
Zijn er vandaag Belgische bedrijven betrokken bij de productie van Israëlisch militair materiaal, zoals hun F35-gevechtsvliegtuigen? Zo ja, welke samenwerkingen zijn er en hoe zijn die te verantwoorden? Kunt u garanderen dat er vandaag geen enkele vorm van militaire samenwerking is tussen België en Israël?
Ludivine Dedonder:
Op het eigenste moment zijn er te veel burgerslachtoffers te betreuren in het conflict, dat uitzichtloos lijkt te zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om nogmaals te beklemtonen hoe belangrijk het is om internationale resoluties en verdragen te respecteren, vooral inzake het internationaal humanitair recht. We moeten ook absoluut de burgers sparen. Mijn oproep is geen wensdenken. Het moet duidelijk zijn dat het de absolute basis vormt van ons standpunt: het volledige internationale recht en niets anders dan het internationale recht, overal.
De conflicten zijn meer dan ooit symptomatisch voor de problemen van onze tijd, zoals polarisatie en de opkomsten van extremistische of gewelddadige meningen, en bevatten de kiemen van een potentiële regionale vuurzee. Ook al lijkt een politieke en diplomatieke dialoog nog zo moeilijk, er is geen andere duurzame oplossing voor het conflict. Ons standpunt moet duidelijk zijn: het conflict kan enkel worden opgelost door de oprichting van een Palestijnse staat, die de beste garantie zou zijn voor de veiligheid van Israël en de stabiliteit in de regio, met name op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.
De tragedies die die oorlogen hebben veroorzaakt, maken een humanitair staakt-het-vuren met de dag urgenter.
Dan kom ik aan de militaire samenwerking tussen België en Israël. Er is momenteel geen samenwerking betreffende aankopen. Wel heeft de Belgische Defensie met Israëlische firma's een aantal contracten lopen voor het onderhoud van en de levering van wisselstukken voor kritisch materieel dat in het verleden werd aangekocht. Er werden de voorbije vijf jaar geen reserveonderdelen uitgewisseld met noch verkocht aan het Israëlische leger. De Belgische Defensie heeft de voorbije vijf jaar geen herstellingen aan Israëlische gevechtsvliegtuigen uitgevoerd.
Het F-35-programma wordt beheerd via het F-35 Lightning II Joint Program Office, via contracten met de Amerikaanse industrie, zijnde Lockheed Martin en Pratt & Whitney. Die firma's bestellen productieonderdelen bij onderaannemers, onder andere in de Belgische industrie, en wijzen binnen de assemblagelijn de onderdelen op anonieme wijze toe aan de verschillende landen die over F-35's beschikken.
Robin Tonniau:
Mevrouw de minister, over de politieke oplossing zijn we het eens, maar er is dus wel degelijk een samenwerking tussen de Belgische Defensie en die van Israël. Of dat nu van ons land naar Israël is of omgekeerd, er zijn Israëlische bedrijven die onderhoud doen voor onze Defensie en er zijn ook Belgische bedrijven die onderdelen leveren voor de productie van F-35's die uiteindelijk ook in Israël worden gebruikt om Palestijnen, Libanezen en Jemenieten te bombarderen. Voor ons is het duidelijk, wij willen een boycot en een verbod op de doorvoer van wapens, alsook op elke andere manier van samenwerking. Elke andere manier van samenwerking moet ook stopgezet worden. We moeten ons distantiëren van het regime in Israël. We moeten dat genocidaire regime, dat zich onoverwinnelijk gedraagt, een boycot opleggen. Israël ontsteekt de lont in het kruitvat in het Midden-Oosten en dat kan het alleen maar dankzij de steun van het Westen, van de Verenigde Staten. Israël bombardeert en wij steken onze duim omhoog. Hier moeten we een lijn trekken. We moeten alle banden met Israël verbreken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.40 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 40.
Palestijnse asielzoekers
Palestijnse terreurverdachten
De uitzetting van twee in Griekenland als vluchteling erkende Palestijnen naar Egypte
Het persbericht van Myria over de visumaanvragen van Gazanen
De asielaanvragen van Palestijnen in België
Palestijnse asiel- en migratiekwesties in Europa
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
VB
Sam Van Rooy
PS
Khalil Aouasti
Groen
Matti Vandemaele
N-VA
Darya Safai
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 1 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de stijgende instroom van Palestijnse asielzoekers in België en de veiligheids- en erkenningrisico’s die daarmee gepaard gaan. Staatssecretaris Nicole de Moor bevestigt dat België disproportioneel veel Palestijnse asielaanvragen ontvangt (vaak via *M-statussen* na eerdere erkenning elders in de EU, zoals Griekenland) en dat de hoge erkenningsgraad (90% in 2024) te wijten is aan jurispudentie die UNRWA-bescherming niet langer als voldoende ziet, plus de humanitaire crisis in Gaza. Ze benadrukt individuele screening op veiligheidsrisico’s (samenwerking met Veiligheid van de Staat, politie) en dat terreurverdachten (bv. Hamas-leden) kunnen worden uitgesloten, maar verwijdering naar Gaza is nu onmogelijk. Kritiekpunten: Oppositieleden (Van Rooy, Safai) wijzen op potentiële radicalisering (onderzoek toont brede steun voor Hamas, sharia en antisemitisme bij Palestijnen), misbruik van het asielsysteem (groepserkenning in strijd met Genève-conventie) en gebrek aan strenge veiligheidschecks, terwijl Aouasti vraagt om duidelijkheid over terugkeerrisico’s naar Egypte en digitale visumprocedures voor Libanese familiehereniging. Vandemaele dringt aan op meer soepelheid voor humanitaire visa uit Gaza, maar de Moor houdt vast aan wettelijke kaders en wijst op bestaande digitale kanalen voor gezinshereniging.
Voorzitter:
Voor de nieuwe collega's verduidelijk ik eerst even dat we ook in de commissie met een klok werken, althans voor de mondelinge vragen en interpellaties. Voor een mondelinge vraag bedraagt de spreektijd twee minuten. Daarna volgt het antwoord van de minister, waarop u nog één minuut krijgt voor een repliek. Voor collega's die meerdere vagen hebben ingediend, wordt de spreektijd proportioneel verhoogd.
Sam Van Rooy:
Zes Palestijnse moslims van wie er vier in België verblijven en van wie er één een voormalig lid van Hamas is, hebben allicht via het islamitische hawalaprincipe op zeven jaar tijd tientallen tot honderden miljoenen euro’s versluisd naar de Palestijnse gebieden voor jihadistische terreur en dus allicht ook voor de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober in Israël. Een deel van de transacties werd uitgevoerd via cryptocurrencies.
Die zes staan nu terecht wegens deelname aan een terroristische groepering en het financieren van terrorisme. Het islamitische hawalasysteem is populair bij criminele netwerken en terroristische groeperingen. Een van de verdachten, Husam A., ook gekend als Abou Adam, geboren in Khan Younis in het zuiden van de Gazastrook, is gedomicilieerd in Sint-Joost-ten-Node en zou in België verantwoordelijk zijn voor een jihadistisch netwerk met mondiale vertakkingen. Hij staat aan het hoofd van het wereldwijde netwerk ‘De handelaren van Groter Europa’ op WhatsApp, dat ook actief is in andere landen waaronder Frankrijk, Syrië, Koeweit, Canada, Qatar, Turkije en Maleisië.
Mevrouw de staatssecretaris, in hoeverre was u op de hoogte van het vaak door criminelen en terroristen gebruikte islamitische hawalabanksysteem. In welke mate wordt dat in België gebruikt?
Hoe konden die Palestijnse verdachten in België verblijven? Waarom hebben ze destijds een verblijfsvergunning gekregen? Ik vraag dus meer toelichting over de zes verdachten met betrekking tot hun aankomst in België, hun procedure en hun verblijfsstatus.
Wat weten we over het jihadistische netwerk met mondiale vertakkingen waarvan sprake en in hoeverre werd het blootgelegd en opgerold?
Hebt u een idee hoeveel voormalige leden van Hamas en Hezbollah in België verblijven? Hoeveel sympathisanten van Hamas en Hezbollah wonen intussen in België?
Indien die zes Palestijnen worden veroordeeld, zullen zij dan hun verblijfsvergunning verliezen en het land worden uitgezet?
Tot slot – de belangrijkste vraag in het licht van deze zorgwekkende terreurzaak –, zal er een extra veiligheidsscreening gebeuren – ik kom daar dadelijk in mijn andere ingediende vraag op terug – van de Palestijnen die naar België komen en die al dan niet asiel aanvragen? Wat is het gevolg als een Palestijnse asielzoeker sympathie vertoont voor Hamas, voor de gewapende jihad en/of antisemitische sentimenten blijkt te hebben? Ik woon namelijk in Antwerpen, waar joden steeds meer bang zijn voor en steeds meer worden belaagd door antisemitische, vaak jonge, moslims.
Ik ga nu over naar mijn vraag over de grote groep Palestijnse asielzoekers die momenteel ons land binnenkomt. Uit cijfers van het CGVS blijkt dat Palestijnen sinds maart de grootste groep asielzoekers vormen in ons land. Die cijfers zijn best onrustwekkend: van januari tot juni van dit jaar hebben 2.500 Palestijnen bescherming gevraagd. In heel 2023 ging het om 3.249 aanvragen. Ook binnen het totale aantal asielaanvragen van 17.853 zijn Palestijnen de grootste groep.
Voorzitter:
Mijnheer Van Rooy, u zult moeten afronden, want uw vier minuten zijn intussen al verstreken.
Sam Van Rooy:
Het gaat hier heel snel, mijnheer de voorzitter.
Voorzitter:
Ik bepaal de snelheid van de tijd niet.
Sam Van Rooy:
Ongeveer 90 % van de Palestijnen komt uit Gaza. Ook in het licht van mijn vorige vraag over de terreurverdachten vraag ik uw reactie hierop. Waarom kiezen al die Palestijnen voor België en niet voor een ander land? Hoe geraken zij vanuit Gaza België binnen? Waarom is de beschermingsgraad zo hoog geworden? Tot slot, begrijpt u dat het toelaten van meer Palestijnen in ons land gelijkstaat met het binnenhalen van meer moslimfundamentalisme en antisemitisme?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, ce débat devait, à notre demande, porter sur la situation au Moyen-Orient, puisque c'est une question qui est plus globale et intrinsèquement liée.
Ma première question est liée à un événement spécifique qui s'est produit au cours de l'été. Il s'agit du renvoi de personnes palestiniennes qui ont été reconnues réfugiées dans un autre État européen – en l'occurrence la Grèce – vers le territoire égyptien. La presse et différentes organisations s'en sont émues en se demandant pourquoi et sur quelle base des personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un autre État européen sont renvoyées vers un État tiers et non pas vers cet État européen qui les a reconnues. Sur base de quelles conditions et suivant quelle analyse de risque cette décision est-elle prise? Quelle est l'analyse de risques qui est développée par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) pour pouvoir renvoyer des personnes vers l'Égypte, alors même que l'on sait que les conditions d'accueil et d'acceptation de ces personnes en Égypte sont désastreuses?
Ma deuxième question concerne le Liban. De nombreux Belgo-Libanais ou Libanais établis en Belgique nous indiquent l'effroi qu'ils ont pour leurs familles qui se trouvent encore sur le territoire libanais avec l'impossibilité pour ces personnes de pouvoir s'adresser à un poste diplomatique pour pouvoir demander un visa et venir en Belgique rejoindre leur famille. Quelles sont les procédures mises en place pour digitaliser ces processus et pour permettre à ces Libanais qui sont bloqués au Liban d'introduire des demandes de visas et de rejoindre leurs familles ici en Belgique?
Finalement, face à la guerre, nous ne nierons pas qu'il y aura un afflux de réfugiés. Quel accueil digne allons-nous leur réserver?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de situatie in het Midden-Oosten oogt erg somber en de toestand in onder andere Gaza is dramatisch. Scholen, ziekenhuizen en zelfs hele woonwijken worden verwoest. Een accurate beschrijving van de situatie aldaar is eigenlijk niet mogelijk. Gaza was al een openluchtgevangenis en is ondertussen misschien wel de minst leefbare plek op aarde.
Myria, het federaal migratiecentrum, publiceerde in juni een persbericht waarin het pleit voor meer soepelheid bij de indiening en behandeling van visumaanvragen voor Gazanen. Ook in zijn jaarverslag vraagt Myria bijzondere aandacht voor Belgen of familieleden van Belgen en mensen met een verblijfsrecht die vastzitten in Gaza.
Visumaanvragen voor gezinsherenigingen kunnen via e-mail worden ingediend en worden prioritair behandeld. Toch zijn er veel obstakels om die gezinshereniging mogelijk te maken. Zo is het bijvoorbeeld heel erg moeilijk om officiële documenten te verkrijgen en om de familieband te bewijzen. Een visumaanvraag om humanitaire redenen kan niet digitaal ingediend worden, waardoor mensen die in Gaza zitten geen toegang hebben tot die procedure. Humanitaire visa zijn een gunst en worden voornamelijk toegekend aan mensen met een familiale band of een andere link met ons land.
In een persbericht roept Myria de overheid dus op om in de nodige administratieve soepelheid te voorzien bij die visumaanvragen. Daarnaast vraagt Myria ook dat duidelijke, gecentraliseerde informatie beschikbaar is voor de mensen.
Mevrouw de staatssecretaris, bent u op de hoogte van dat persbericht? Ik veronderstel van wel. Myria stelt dat duidelijke, gecentraliseerde informatie nodig is. Hoe zal de Dienst Vreemdelingenzaken dat aanpakken?
In welke mate houdt de DVZ bij de behandeling van visumaanvragen voor gezinshereniging rekening met de ernst van de oorlog in Gaza? Hoe zal u voor die soepelheid zorgen? Waarom blijft het voor Gazanen met een band met België of met familieleden in ons land onmogelijk om humanitaire visumaanvragen digitaal in te dienen? Kan ook daar meer soepelheid worden toegepast?
Voor hoeveel Gazanen werd een visum voor gezinshereniging afgeleverd sinds 7 oktober 2023? Werden in de afgelopen maanden nog Gazanen geëvacueerd?
Mijnheer de voorzitter, mijn verontschuldigingen omdat ik de spreektijd met 20 seconden heb overschreden.
Voorzitter:
U hebt het perfect gedaan, bijna perfect.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het aantal asielaanvragen ingediend door Palestijnen is momenteel heel hoog. Voor de eerste acht maanden van 2024 staat de teller op 3.078 aanvragen. Dat fenomeen kan niet worden herleid tot de actuele oorlog tussen Israël en de terreurgroep Hamas in de Gazastrook. Egypte houdt zijn grens met Gaza immers hermetisch dicht. Enkel Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever kunnen naar het buitenland vertrekken. Ook leven grote gemeenschappen Palestijnen in buurlanden zoals Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon met een vluchtelingenstatus van de Verenigde Naties, evenals een onbekend aantal in Europa.
Niettemin kent het CGVS aan zo goed als elke Palestijnse asielzoeker het vluchtelingenstatuut toe. Concreet nam het die beslissing in 1.715 van de 1.898 gevallen in 2024. In geen enkel geval werd de subsidiaire bescherming toegekend. Dat werpt vragen op. Het vluchtelingenstatuut vereist dat een asielzoeker kan aantonen persoonlijk en individueel te zijn vervolgd. Het CGVS kende in 2024 evenwel dat statuut toe in negen op tien gevallen. Dat duidt erop dat het CGVS ter zake aan groepserkenning doet, wat in tegenspraak is met zowel de Belgische wetgeving als met de Europese kwalificatierichtlijnen en de Conventie van Genève zelf.
Daarom heb ik voor u de hiernavolgende vragen.
Kunt u ons een beeld schetsen van de herkomst van de Palestijnse asielzoekers in België? Aangezien Egypte zijn grensmuur met Gaza hermetisch dichthoudt, kunnen zij namelijk niet uit Gaza komen.
Bent u van plan de anomalie in het beschermingsbeleid, namelijk de praktijk van groepserkenning als vluchteling, aan te kaarten op een informeel overleg met het CGVS? Bent u van plan desgevallend beroep aan te tekenen tegen zulke erkenningen indien op uw vraag daarover geen bevredigend antwoord wordt gegeven? Dat beleid genereert immers een aanzuigeffect op België op een moment waarop wij reeds met een asielcrisis worstelen.
Ten slotte, hoe verloopt de veiligheidsscreening van die asielzoekers? Het kan immers niet worden uitgesloten dat sommigen onder hen sympathieën voor, dan wel een rechtstreekse betrokkenheid hebben met jihadistische terreurgroepen als Hamas en Hezbollah.
Voorzitter:
Het betreft hier een actuadebat. Wensen nog leden zich aan te sluiten? (Nee)
In dat geval geef ik het woord aan mevrouw de staatssecretaris.
Nicole de Moor:
Collega's, het is de eerste keer dat ik mondelinge vragen kom beantwoorden in het nieuw samengestelde Parlement. Ik wil u eerst en vooral dus allemaal welkom heten in deze commissie. Er zijn enkele bekende gezichten uit de vorige legislatuur, zowel onder de Parlementsleden als onder hun medewerkers, en er zijn zelfs medewerkers die Parlementslid geworden zijn. Proficiat. Ik ben blij u hier te ontmoeten.
Wij hebben in de vorige legislatuur altijd zeer boeiende debatten gehouden over het thema migratie. Ik ben ervan overtuigd dat wij die ook zullen kunnen houden in deze legislatuur. In de periode waarin ik hier nog ben als staatssecretaris in lopende zaken zal ik alvast mijn uiterste best doen om uw vragen te antwoorden.
Ik kom meteen bij de eerste vraag. De huidige situatie in Palestina is zeer complex. Zij zorgt voor verschillende vragen over uiteenlopende thema's. Ik zal mijn best doen om op alle vragen te antwoorden, al waren het er heel wat. Ik verontschuldig mij alvast omdat ik heel wat tijd nodig zal hebben om alle vragen te beantwoorden.
Mijnheer Van Rooy, wij stellen inderdaad vast dat er proportioneel gezien meer Palestijnse asielzoekers naar België komen dan naar andere Europese lidstaten. Het is altijd moeilijk om exact vast te stellen wat precies de beweegredenen zijn van individuen om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Het kan zeker meespelen dat er in België al een aanzienlijke Palestijnse gemeenschap aanwezig is. Als mensen kunnen steunen op een reeds aanwezig netwerk, op vrienden of familie bijvoorbeeld, merken wij dat zij vaker kiezen voor een land waar zo'n netwerk reeds aanwezig is.
Het klopt ook dat de beschermingsgraad van Palestijnse asielzoekers gestegen is in de afgelopen jaren. Een van de redenen hiervoor is juridisch-technisch. Voor 2021-2022 kregen Palestijnse verzoekers vaak geen asiel omdat zij al onder de bescherming van UNRWA vielen, de organisatie van de VN voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. Omdat zij al bescherming genoten van deze organisatie, moest België hen niet erkennen en bleven zij uitgesloten van de vluchtelingenstatus. In de voorbije jaren werd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter vastgesteld dat UNRWA niet altijd daadwerkelijk bescherming kon bieden aan Palestijnse vluchtelingen. Door toedoen van de rechtspraak kon het CGVS de uitsluitingsclausule ten aanzien van Palestijnen dan ook niet langer toepassen. Hierdoor steeg de beschermingsgraad voor Palestijnen dan ook aanzienlijk. Ook de huidige dramatische situatie in de Palestijnse gebieden zorgt er uiteraard voor dat het CGVS nog vaker oordeelt dat een terugkeer, zeker naar Gaza, niet veilig is.
Een ander fenomeen dat we vaststellen, is de stijging van het aantal Palestijnen dat in België asiel aanvraagt nadat ze al eerder asiel hadden gekregen in een andere lidstaat, meestal in Griekenland. Dat zijn de zogenaamde M-statussen. Ik vind dat echt problematisch. Ik organiseerde daarover al vaak overleg met mijn diensten en ook met Europese collega's om na te gaan hoe we dit kunnen tegengaan. Ik vind het immers niet rechtvaardig dat deze mensen soms ook een plaats in de opvang innemen, terwijl ze eigenlijk al bescherming in een andere Europese lidstaat genieten.
Ik besef zeker dat de situatie in Griekenland niet altijd evident is, maar ik kan u zeggen dat die bij ons ook niet evident is. Ons land wil zeker solidair zijn met oorlogsvluchtelingen – dat zijn Palestijnen vandaag –, maar het is niet normaal en ook niet houdbaar dat wij consequent de helft of meer dan de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen in de hele EU ontvangen. Elk land moet zijn deel daarin doen.
In het Europees Asiel- en Migratiepact worden een aantal mechanismen ingebouwd om een betere verdeling en solidariteit tussen de lidstaten te bekomen. Hierdoor kan in de toekomst worden vermeden dat de instroom van een bepaalde nationaliteit te zwaar zou wegen op het asielsysteem van een lidstaat. Het is dan ook cruciaal voor mij om ervoor te zorgen dat we deze nieuwe Europese regels zo snel mogelijk in elke Europese lidstaat uitrollen.
U zei dat het zeer moeilijk is om Gaza te verlaten, mijnheer Van Rooy, mevrouw Safai. Dat is daadwerkelijk zo. De grenzen van Gaza zijn sinds het conflict grotendeels gesloten, zowel aan Israëlische zijde als aan Egyptische zijde. Dat betekent dat Palestijnen die nu in Europa of in ons land aankomen vaak al eerder Gaza hadden verlaten.
Mijnheer Van Rooy, u had een vraag over de denkbeelden van Palestijnen. Ik kan u alleen zeggen dat het CGVS als onafhankelijke instantie elke asielaanvraag individueel beoordeelt, op grond van Europese en nationale wetgeving.
Personen die een veiligheidsrisico zouden vormen – mevrouw Safai, u had daarover ook vragen – worden grondig gescreend door onze diensten. Bij de registratie van een verzoeker om internationale bescherming door de DVZ worden veiligheidsscreenings in de verschillende databanken gedaan. De screening wordt ook uitgevoerd door de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politie. De verzoeker wordt gecontroleerd in het Schengeninformatiesysteem om na te gaan of hij geseind staat met het oog op weigering van toegang tot het grondgebied. In het geval van een eerdere aanvraag wordt ook de ANG van de politie geconsulteerd.
Wij nemen dus elke potentiële bedreiging bijzonder ernstig. Asielzoekers die een ernstig gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormen, kunnen dan ook van de beschermingsstatus worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor personen die actief militair waren in een terroristische groepering zoals Hamas. Ook zij kunnen van de vluchtelingenstatus worden uitgesloten.
Die initiële screening is niet definitief. De DVZ kan zijn partners op ieder ogenblik opnieuw contacteren om ze op de hoogte te brengen van een problematisch profiel, zodat een grondig onderzoek kan gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld na verklaringen van de verzoeker bij zijn interview bij de DVZ of op basis van informatie die wij krijgen van de gemeentelijke administratie, de politie en dies meer.
Mevrouw Safai, het feit dat er sprake is van een hoge beschermingsgraad van Palestijnen betekent niet dat er sprake is van groepserkenning. Het CGVS is een onafhankelijke instantie en elk dossier wordt individueel beoordeeld op grond van internationale en Europese normen. Het is niet omdat er veel Palestijnen erkend worden dat dit op groepsbasis gebeurt. Elk dossier wordt individueel beoordeeld. Als het CGVS vervolgens van oordeel is dat een persoon uit Gaza bescherming nodig heeft omdat hij zich in Gaza in een levensbedreigende situatie zou bevinden, dan heb ik niet de intentie om beroep aan te tekenen tegen die beslissing. Ik heb daarbij het volste vertrouwen in de grondige en onafhankelijke beoordeling van het CGVS. Wetend hoe de situatie in Gaza vandaag is, vind ik de hoge erkenningsgraad ook niet zo opmerkelijk.
Mijnheer Van Rooy, wat uw vragen over de zes individuele personen betreft, moet ik u meedelen dat ik niet bevoegd ben om deze te beantwoorden. Aangezien u nieuw bent in deze commissie, heb ik daar alle begrip voor. Ik denk dat u ook wel weet dat ik niet op al die vragen een antwoord kan geven. U peilt bijvoorbeeld naar informatie die de veiligheidsdiensten verzamelen en verwerken. Ik verwijs u daarvoor naar de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Andere vragen hebben betrekking op details uit individuele dossiers, waarover ik u evenmin informatie kan geven in deze commissie.
Ik kan u wel meedelen dat van de zes personen die u vermeldt er vier een vluchtelingenstatus hebben. Voor drie van hen vroeg de Dienst Vreemdelingenzaken de intrekking van hun statuut. In twee gevallen werd dit verzoek niet ingewilligd door het CGVS, dat onafhankelijk oordeelt. Een derde vraag tot intrekking is nog in behandeling. Een vijfde persoon verblijft onwettig op het grondgebied en zit nu in de gevangenis. Een zesde persoon bevindt zich niet in België.
Zoals daarnet al uitgelegd, gebeurt er altijd een screening wanneer iemand in België asiel aanvraagt en kan de screening op ieder ogenblik opnieuw gebeuren.
De federale vreemdelingenwet en het internationale vluchtelingenverdrag bepalen dat een aanvrager wordt uitgesloten van internationale bescherming als hij of zij verantwoordelijk is voor daden die zo ernstig zijn dat men geen internationale bescherming verdient. Bovendien mogen de bepalingen met betrekking tot internationale bescherming ook niet toestaan dat criminelen in hun eigen land aan berechting ontsnappen. Wanneer het CGVS dus tot uitsluiting besluit, dient het ook advies over een eventuele verwijdering uit te brengen.
Wat Palestijnen betreft, is het CGVS bijzonder aandachtig voor aanwijzingen die de toepassing van de uitsluitingsclausule rechtvaardigen. Indien er vermoedens zijn dat een uitsluiting nodig is, worden die dossiers aan gespecialiseerde protection officers toegewezen. Zij volgen deze dossiers dan op met de nodige expertise, zorg en aandacht.
In overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie is het louter behoren tot een groep die op een lijst van terroristische organisaties staat op zich niet voldoende om iemand uit te sluiten van het vluchtelingenstatuut. Het CGVS moet altijd kijken naar individuele en concrete handelingen van de betrokkenen. Het CGVS onderzoekt deze grondig. Bepaalde activiteiten van de personen die betrokken zijn bij deze terroristische groepering kunnen uiteraard aanleiding geven tot de toepassing van de uitsluitingsclausules. Zo heeft het CGVS onlangs bijvoorbeeld verschillende aanvragers van internationale bescherming uitgesloten die deelnamen aan de bouw van het tunnelnetwerk van de Al Qassambrigades – de gewapende vleugel van Hamas – dat cruciaal is voor het vermogen van de groep om militaire operaties uit te voeren.
U polst ook naar het geval waarin bepaalde informatie pas in een latere fase, dus na de toekenning van de vluchtelingenstatus, bekend wordt. Dat is een vraag naar de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor het verblijfsstatuut en de verwijdering. Die gevolgen hangen af van het precieze verblijfsstatuut dat de betrokkene heeft en de aard van de veroordeling. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om meteen de verblijfstitel van een erkend vluchteling in te trekken. Het is wel mogelijk om de intrekking van het statuut te vragen aan het CGVS, waarna ook het verblijfstatuut kan worden ingetrokken.
Als het vluchtelingenstatuut wordt ingetrokken door het CGVS, dan zal worden bekeken of het verblijf kan worden ingetrokken door de DVZ. Het is immers pas wanneer de betrokkene geen verblijfsrecht meer heeft dat een verwijdering kan worden onderzocht. Dat is ook afhankelijk van de bestemming waarnaar de betrokkene kan worden verwijderd. Indien de betrokkene bijvoorbeeld vandaag afkomstig is uit Gaza of van de Westelijke Jordaanoever, dan is het in de huidige omstandigheden niet mogelijk om een verwijdering naar die regio te organiseren. Als de persoon echter over verblijfsrecht beschikt of zou kunnen beschikken in een ander land dan België, dan kunnen de nodige stappen worden gezet om daarvoor reisdocumenten te verkrijgen.
Monsieur Aouasti, vous m’avez demandé des détails sur des dossiers individuels de certaines personnes qui ont été renvoyées en Égypte. Comme vous le savez, je ne peux pas donner ce genre de détails sur des dossiers individuels, mais je peux vous expliquer la procédure suivie, dans le respect, bien sûr, des droits des personnes concernées.
Tout d’abord, je tiens à rappeler que mes services agissent toujours dans un cadre juridique. Les fonctionnaires belges appliquent le droit international et européen en vigueur. Dans les deux dossiers, les actions de mes services ont été soumises à un contrôle judiciaire par le Conseil du Contentieux des é trangers (CCE).
Concernant les faits, les deux cas impliquent des passagers arrivant par vol commercial depuis l’Égypte à la frontière belge. À leur arrivée, l’inspection aux frontières a constaté que ces personnes ne remplissaient ni les conditions d’entrée, ni celles pour un séjour de courte durée. Elles se sont ainsi vu refuser l’accès au territoire.
Dans les deux cas, une demande d’asile a ensuite été déposée à la frontière. Les deux demandes ont été déclarées irrecevables par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA), cette décision ayant été confirmée en appel par le CCE. Les deux instances indépendantes disposaient de toutes les informations nécessaires, y compris le pays d’origine et de départ.
Conformément à la convention de Chicago relative à l’aviation civile internationale, les passagers ont été renvoyés dans leur pays de départ, à savoir l’Égypte, et bien évidemment pas dans le pays de nationalité, soit un pays tiers de leur choix.
Dans le cadre de l’aviation commerciale, le transporteur est responsable de la vérification des documents de voyage avant le départ. La convention de Chicago oblige les États membres, dont l’Égypte, à reprendre les personnes dont l’entrée a été refusée dans le pays de destination.
L’Égypte est signataire de la convention de Genève relative au statut des réfugiés et accueille de nombreux réfugiés et migrants de la région, dont les Palestiniens. L’Égypte était aussi le pays de résidence volontaire de ces deux personnes.
Tot slot, mijnheer Vandemaele, de situatie in Gaza is inderdaad nog steeds verschrikkelijk en verdient onze blijvende aandacht. Myria geeft ook terecht aandacht aan de kwetsbare groep Gazanen die vaak geblokkeerd zit aan de grens. De DVZ overlegt trouwens regelmatig over dit onderwerp met Myria en UNHCR. De laatste keer was dat op 24 september.
Er wordt binnen de grenzen van de wet gezocht naar allerhande manieren om tegemoet te komen aan problemen op het terrein. De modaliteiten voor het indienen van een visumaanvraag, zoals de indiening per mail voor gezinshereniging, zijn al lange tijd beschikbaar op de website van de DVZ en van de twee berokken regionale posten in Jeruzalem en Caïro. De informatie over evacuaties wordt ook gegeven door het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken.
Zoals u weet, zijn de voorwaarden voor een gezinshereniging wettelijk vastgelegd. Die criteria worden vandaag ook toegepast. Er wordt bij deze aanvragen bijzondere aandacht geschonken aan de bewijzen van verwantschap. Het is noodzakelijk om te controleren of iemand al dan niet aan de voorwaarden voldoet.
Een veralgemening van het indienen van een aanvraag voor een humanitair visum per mail is vandaag onwenselijk. Gezinshereniging is een recht dat in de wet wordt verduidelijkt, een humanitair visum is dat niet. Dat is een gunst waarvoor bij wet geen criteria zijn vastgelegd. Een dergelijke uitbreiding zou een enorme stijging van de werklast voor de diplomatieke en consulaire posten met zich meebrengen, ten koste van andere categorieën van aanvragers.
De statistieken van de de DVZ zijn gebaseerd op nationaliteit en niet op woonplaats. Ik kan u dan ook geen specifieke cijfers geven met betrekking tot de personen die afkomstig zijn uit Gaza. De situatie aan de buitengrenzen van Gaza is precair. Zoals ik al zei, is het volgens de DVZ sinds mei 2024 bijna niet meer mogelijk om de grens over te steken in Rafah. De personen die erin geslaagd zijn de Gazastrook te verlaten, hebben dit waarschijnlijk via een andere weg gedaan. Indien u daarover meer informatie wenst, raad ik u aan om te rade te gaan bij de minister van Buitenlandse Zaken.
Monsieur Aouasti, pour ce qui est de votre question concernant le Liban, o ù la situation est évidemment tr è s difficile et précaire, les procédures normales sont d'application aujourd'hui.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de staatssecretaris, vier islamitische Palestijnen die zich jarenlang bezighielden met jihadterreur, konden gewoon in België verblijven. De screening waarover u spreekt, heeft dus gefaald. Vandaag komen duizenden Palestijnse moslims zonder probleem naar dit land. Ze kiezen voor België, omdat ze weten dat ze hun antisemitisme hier kunnen botvieren en hun islam hier wordt gepamperd en gesubsidieerd. Ze kiezen voor België, omdat een hamasorganisatie als Samidoun in dit land wordt getolereerd.
De overgrote meerderheid van de Palestijnen, namelijk 72 %, zo blijkt uit onderzoek, staat achter de bloedige, jihadistische, genocidale aanslagen van 7 oktober. 89 % van de Palestijnen is voorstander van de sharia, inclusief steniging. 66 % vindt dat wie de islam verlaat, de doodstraf moet krijgen. 40 % van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Bijna de helft van de Palestijnen staat negatief tegenover ons, tegenover christenen. 93 % koestert negatieve denkbeelden, antisemitische denkbeelden over joden. 87 % van de Palestijnen vindt dat de vrouw steeds moet gehoorzamen aan haar man. 67 % vindt dat een vrouw niet mag scheiden van haar man.
Kom straks dus geen krokodillentranen huilen als er incidenten gebeuren. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer er jihadaanslagen worden gepleegd. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer weer maar eens blijkt dat het antisemitisme toeneemt en dat joden in onze samenleving, in ons land steeds meer angst hebben.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.
Je ne demandais pas d'entrer dans les dossiers particuliers mais de comprendre les mécanismes. Ce qui m'étonne dans les informations que vous me communiquez, c'est notamment le fait que les trois ressortissants palestiniens n'avaient pas le droit de court séjour en Belgique. D'après les informations dont nous disposons, ils étaient reconnus comme réfugiés en Grèce. Or les personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un pays européen et qui ont un titre de séjour dans un pays européen ont le droit, dans le cadre des territoires Schengen, de se déplacer, avec un maximum de 90 jours, dans l'espace Schengen. À partir de ce moment-là, considérer de facto que quelqu'un dont le séjour est autorisé dans un autre pays européen ne peut pas se déplacer en Belgique me paraît particulier.
Pour le reste, je n'ai pas eu d'information sur la manière dont on analysait le risque en cas de retour sur le territoire égyptien.
Enfin, en ce qui concerne les ressortissants libanais, vous avez indiqué que la procédure normale s'appliquait. Votre conception est-elle de considérer que la procédure normale est aussi une procédure digitale, comme l'exige désormais la jurisprudence belge?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de staatssecretaris, dank u voor uw antwoorden. Ik ben blij met uw erkenning dat de situatie in Gaza echt dramatisch is.
Uitzonderlijke situaties vragen een uitzonderlijk beleid. Vandaar onze vraag naar meer soepelheid. Het is inderdaad goed dat voor gezinshereniging de digitale toegangspoort bestaat, maar gezien de huidige specifieke situatie in Gaza zou het ook een goed idee zijn om daarin eveneens te voorzien voor de humanitaire visa. We vragen om daar soepel mee om te springen.
Op mijn vraag met betrekking tot de expliciete wens van Myria om over één gecentraliseerde plek met publieke informatie te beschikken, hebt u volgens mij niet geantwoord.
Nicole de Moor:
Alle informatie staat op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken.
Darya Safai:
Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoorden. Een en ander is mij niet helemaal duidelijk. De betreffende personen komen niet uit Gaza, maar leefden al in een ander land in veiligheid. Het probleem is dat wij hen geen subsidiaire bescherming geven, maar meteen erkennen als vluchtelingen volgens de Conventie van Genève, terwijl die conventie nochtans bedoeld is voor wie individueel vervolgd wordt. Zo creëert men een aanzuigeffect. U hebt het correct benoemd: zij komen hierheen omdat ze hier vaak familie hebben of omdat hier soepele regels gelden. Dat is niet aanvaardbaar. Volgens mij kunt u beroep aantekenen bij de Raad van State om die hoge graad van erkenning tegen te gaan.
De stemming bij de Verenigde Naties over sancties tegen Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Peter Mertens confronteert minister Lahbib met België’s hypocrisie: terwijl het in de VN voor sancties tegen Israël stemde (als een van weinige EU-landen), blijft het wapentransit via Antwerpen, Luik en Zaventem toelaten en aarzelt het om het EU-associatieverdrag met Israël op te schorten, ondanks 41.000 Palestijnse doden (waaronder baby’s) en flagrante schendingen van mensenrechten. Lahbib wijst de bevoegdheid voor wapentransit af naar de gewesten en benadrukt België’s diplomatieke inspanningen, maar Mertens eist onmiddellijke actie: een wapenembargo en opschorting van het verdrag, in plaats van passief wachten terwijl de dodentol stijgt. De kern: woorden volstaan niet, daden ontbreken.
Peter Mertens:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag gaat niet over Libanon. Ik heb een deel bij van een lijst van in totaal 649 bladzijden met de namen van dode, vermoorde Palestijnen. Die lijst is speciaal omdat de eerste 14 bladzijden gevuld zijn met de namen van vermoorde Palestijnen die hun eerste verjaardag niet hebben gehaald. Baby's van 0 tot 1 jaar, veertien bladzijden achtereen. Een staat die zo handelt, is crimineel. Het is een zieke, criminele staat die maar kan begaan met de steun van de Verenigde Staten, van Duitsland en van de Europese Unie. Daarover gaat mijn vraag.
Ik wil ingaan op de vergadering van de Verenigde Naties gisteren. Bij de stemming heeft ook België gestemd voor sancties tegen die criminele staat. Ik vraag mij af hoelang dat surrealisme nog zal duren. Enerzijds wordt Israël met woorden veroordeeld, maar anderzijds moeten wij hier maand na maand aantonen dat er wapens van België naar Israël gestuurd worden via de luchthavens van Luik en Zaventem en via de haven van Antwerpen. Dat is de schande. De Belgische regering kan in de Verenigde Naties geen signaal geven of geen sancties opleggen als ze tegelijk de deur openhoudt voor wapentrafiek naar Israël.
Spreek dus niet alleen woorden in de Verenigde Naties, maar neem ook maatregelen, zelfs al bent u een ontslagnemende regering. Het is belangrijk genoeg om die genocide tegen te gaan. Zorg daarbij dat er eindelijk een wapenembargo komt. Zorg ervoor dat België eindelijk pleit voor het einde van het associatieverdrag met Israël. Dan zult u het respect van de Palestijnse bevolking en van het internationaal recht echt verdienen, mevrouw de minister.
Hadja Lahbib:
Monsieur le président, j'ai déjà répondu amplement à cette question. J'ajouterai deux détails importants.
D'une part, la question du transport et du transit d'armes à destination d'Israël relève de la compétence des Régions et je pense que toutes les mesures ont été prises pour les empêcher. Je vous invite à questionner le gouvernement régional à cet égard.
D'autre part, cette résolution, nous l'avons portée et défendue et nous avons également fait de l' outreach vers d'autres États membres pour parvenir à 123 États. Nous avons donc fait partie des douze seuls États européens qui ont voté en faveur de cette résolution.
Enfin, pour ce qui concerne le Conseil d'association, nous avons soutenu la demande faite par l'Espagne et l'Irlande et attendons toujours que cette réunion du Conseil d'association ait lieu au niveau européen.
Peter Mertens:
In mei, toen er al 35.000 doden gevallen waren, hebt u aan Europa gevraagd om het associatieverdrag met Israël te analyseren. Intussen zijn er nog eens 6.000 doden bij gekomen, wat het totaal op 41.000 doden brengt. Kinderen sterven niet alleen door bommen, maar ook van honger, door ontbering en door een gebrek aan medicamenten. Vandaag verklaart u nog steeds te wachten op het antwoord. Hoelang zullen wij nog wachten? Hoelang zult u nog wachten om in Europa die vergadering bijeen te roepen om dat associatieverdrag op te schorten? Het is intussen voor heel de wereld duidelijk dat alle mogelijke mensrenrechten werden geschonden, wat uitdrukkelijk verboden is door het associatieverdrag. U wacht en wacht maar, terwijl mensen blijven sterven. Over een paar maanden moeten we terugkomen met een lijst van 800 bladzijden aan doden. Zult u dan nog steeds wachten? Beste minister, neem nu uw verantwoordelijkheid en wacht niet langer!