topic

Over energie

103

plenaire vragen

0

voorstellen

meeste contributies

Het NEKP en het interfederaal energiepact

Gesteld door

Les Engagés Marc Lejeune

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 29 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Marc Lejeune (Les Engagés) prijst het ambitieuze PNEC-plan van de federale regering en minister Crucke, maar wijst op kritiek van de Europese Commissie over traagheid in hernieuwbare energie (30%-doel 2030), efficiëntie en nettransformatie, met energie als sleutel tot CO₂-reductie. Hij dringt aan op een snel interfederaal energiepact onder het Akkoord van Arizona om de gebrekkige regionale samenwerking ("lasagnesysteem") te doorbreken en vraagt concrete timing. Minister Bihet bevestigt dat de transpositie van RED III (hernieuwbare energie) en diversificatie van energiebronnen lopende zijn, met lof van de Commissie voor de federale inspanningen, maar stelt het pact afhankelijk van stabiele regionale regeringen (m.n. Brussel). Hij benadrukt interfederaal overleg als voorwaarde, ook voor het burden sharing (emissieverdeling) met Crucke. Lejeune herhaalt zijn kritiek op trage besluitvorming en roept op tot dringende actie, ondanks institutionele complexiteit, om energie-onafhankelijkheid en decarbonisatie te versnellen. Bihet belooft directe opstart van gesprekken, maar koppelt dit aan politieke stabiliteit in de regio’s.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, ce lundi, nous avons reçu notre bulletin. La Commission européenne a rendu son évaluation du Plan national énergie-climat (PNEC), qu’elle qualifie d’ambitieux. Elle constate également les améliorations importantes entre la version envoyée par l’ancien gouvernement et la deuxième version adoptée en 2025. Je profite de l’occasion pour saluer le travail mené par votre gouvernement, par le ministre du Climat Jean ‑ Luc Crucke, et par vous-m ê me, bien entendu, qui avez la comp é tence de l ’É nergie.

Si notre pays est salué pour l’effort déployé, pour son plan et pour ses ambitions revues à la hausse, la Commission formule également plusieurs recommandations, plus particulièrement dans le secteur de l’énergie. Elles portent notamment sur l’accélération du déploiement des énergies renouvelables afin d’atteindre l’objectif de 30 % en 2030, sur le renforcement de l’efficacité énergétique et sur la transformation de notre réseau électrique.

Si je m’adresse à vous, monsieur le ministre, c’est parce que l’énergie représente la majorité des émissions de CO ₂ dans notre pays. Nous savons donc que l ’ enjeu principal se situe à ce niveau. Il n’y aura pas de transition climatique sans transition énergétique. Nous comptons sur vous pour donner ce coup d’accélérateur.

En Belgique, pays de la "lasagne institutionnelle", les choses sont complexes. Cette transition énergétique ne pourra se faire sans vision partagée ou sans concertation. Nous savons que les Régions ont également des responsabilités pour contribuer au développement d’un mix énergétique bas carbone. Pour le dire simplement, nous devons passer d’une logique de silo – comme on le disait il y a quelques années – à une coordination collective.

L’accord Arizona prévoit justement l’établissement d’un pacte énergétique interfédéral afin de rassembler toutes les entités du pays autour d’un seul et même objectif: réussir la transition énergétique.

Monsieur le ministre, quand ce pacte énergétique interfédéral pourra ‑ t ‑ il ê tre mis sur pied? Comptez ‑ vous r é unir les ministres de l ’É nergie du pays pour é laborer cette vision en concertation et mener à bien la transition dont notre pays a tant besoin?

Je vous remercie.

Mathieu Bihet:

Cher collègue, vous m'interrogez sur deux points. Tout d'abord, concernant l'évaluation du Plan national Énergie-Climat, nos équipes ont pris connaissance de l'évaluation de la Commission européenne publiée ce lundi 26 janvier, comme vous le rappeliez. Les travaux sur le PNEC débuteront d'ailleurs demain – petite information en primeur.

Vous connaissez, et vous l'avez rappelée, la répartition des compétences dans notre beau pays. Je ne m'étendrai dès lors pas sur les recommandations directement adressées aux collègues régionaux, comme par exemple sur l'efficacité énergétique.

En matière d'énergies renouvelables, la Commission souligne positivement, par exemple concernant la transposition de la directive RED III, que le plan fournit des informations sur les étapes procédurales pour adopter certaines politiques et mesures législatives. Le travail, par exemple sur cette transposition RED III, est en cours. La part des énergies renouvelables dans la consommation finale d'énergie sera revue à la hausse pour le PNEC une fois cette transposition réalisée.

En matière de sécurité énergétique, et je l'ai rappelé en commission mardi, la Belgique obtient des bons points de la part de la Commission. La Commission note des progrès, notamment sur la diversification des sources d'approvisionnement. Je me réjouis de la reconnaissance positive par la Commission des choix de l'autorité fédérale qui contribuent concrètement à la robustesse du système énergétique belge.

J’en viens au deuxième point de votre intervention: le pacte énergétique. Pour ce pacte interfédéral de l'énergie, des discussions en vue de définir un plan d'action seront lancées dès que tous les gouvernements de ce beau pays seront constitués, et surtout qu'ils bénéficieront d'une assise démocratique suffisante et réelle pour pouvoir prendre des décisions – notamment dans la Région de Bruxelles-Capitale.

Mais pour le PNEC, pour la politique interfédérale de l'énergie, comme pour le burden sharing dans lequel nous allons nous investir avec le collègue Crucke, la concertation interfédérale sera fondamentale. Je vous remercie.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Effectivement, l'équation est compliquée. Vous avez parlé des régions; vous avez parlé de la Région de Bruxelles-Capitale entre parenthèses. On devra prendre nos responsabilités parce que le climat traverse les régions et les frontières et ne nous attend pas.

Notre pays a des compétences multiples partagées entre différents niveaux de pouvoir. Ce n'est effectivement pas facile, mais nous comptons sur vous et sur notre gouvernement pour les rassembler pour le bien de notre pays et de ses concitoyens.

Vous avez dit votre volonté de remettre toutes les régions ensemble, de commencer demain. Vous me l'avez dit. On ne demande pas mieux. Pour Les Engagés, il importe d'avancer sur ce dossier afin de mettre le plus de chances possibles de notre côté pour assurer l'avenir énergétique de notre pays, réduire notre dépendance et poursuivre les efforts dans la décarbonation de nos usages au bénéfice de nos entreprises et de nos ménages. Monsieur le ministre, je compte sur votre volonté de rassembler toutes les forces vives.

Voorzitter:

Daarmee is het vragenuurtje beëindigd.

De stijging van de energieprijzen
De verhoging van de gasrekening voor de gezinnen
De verhoging van de accijnzen en de 'ecofiscaliteit'
De verhoging van de accijnzen en de gasprijs
Stijgende energiekosten en belastingen voor huishoudens

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexia Bertrand bekritiseert de accijnsverhoging op gas als een vermomde belastingverhoging om de begroting te spekken, met risico op energiearmoede voor huurders en jong gezinnen die geen warmtepomp kunnen betalen; ze noemt de timing (voorlopen op EU-regels) onnodig en vraagt zich af of het groen beleid of fiscale opportunisme is. Kemal Bilmez wijst op de 50% gasprijsstijging en vraagt of de accijnsverhoging nu niet extra pijnlijk is, terwijl 90% geen sociaal tarief krijgt; hij bekritiseert de regering als een "taksregering" die loonwaarde en welzijn negeert. Minister Jambon verdedigt de maatregel als gefaseerde klimaatsturing (79€/gezin/jaar, volgens CREG), benadrukt steunmaatregelen (sociaal tarief, EU Klimaatfonds) en elektrificering, maar erkent dat aanpassingen nog mogelijk zijn; hij stelt dat voortijdig handelen toekomstige schokken voorkomt. Bertrand en Bilmez blijven skeptisch: ze verwachten hogere kosten (tot 500€/jaar), zien onvoldoende klimaatfocus en beschuldigen de regering van begrotingsmotieven onder groene dekmantel.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, ik heb een vraag over de verhoging van de accijnzen en de ecofiscaliteit. U hebt die voorgesteld, ook in de tabellen, als een ecologische taxshift, om gedrag te sturen. Ik maak mij daar toch zorgen over. Wanneer ik naar de effectieve cijfers kijk, krijg ik eerder de indruk dat het gaat om een platte belastingverhoging en dat het klimaat wordt gebruikt als excuus om gaten in de begroting te vullen. Dat kan een aantal mensen blindelings treffen, mensen die geen keuze hebben.

Ik maak mij ook zorgen over de stapeling van facturen. U verhoogt de accijnzen, wat goed is voor 365 miljoen euro extra inkomsten, maar we weten allemaal dat er een Europese CO ₂ -taks aankomt en dat de btw in 2030 verplicht terug naar 21 % moet. Niet alleen ik, maar ook experts waarschuwen voor een stijging van 500 euro per jaar.

Wat u wilt doen, en dat is op zich een nobel doel, is mensen richting warmtepompen sturen. De vraag is dan wat u doet met de huurder die afhankelijk is van de oude ketel van zijn huisbaas, of met het jonge gezin dat net heeft gekocht en geen 20.000 euro heeft liggen voor een energetische renovatie. Warmtepompen zijn duur. Ik vrees dat u die mensen richting energiearmoede duwt.

Wanneer ik naar de begrotingstabellen kijk, zie ik dat de inkomsten uit de accijnzen op aardgas en huisbrandolie jaar na jaar stijgen. Waarom is dat zo?

Tot slot is er de timing. Europa verplicht die verhogingen vandaag nog niet, maar u kiest ervoor om vooruit te lopen op de regels. Dat is een voorbeeld van gold-plating , iets wat u zelf vaak bekritiseert. Waarom wilt u roomser zijn dan de paus en iedereen nu al laten betalen, jaren voor het moet? Is dat werkelijk groen beleid, of is het gewoon een snelle manier om uw begroting op orde te zetten?

Kemal Bilmez:

Monsieur le ministre, sur base des données de l'index ICE, qui détermine le prix du gaz naturel, le prix du gaz a augmenté en passant de 27 à 42 euros par MWh depuis le mois dernier. C'est une augmentation de 50 %.

Avec l'augmentation des accises que j'avais prévues, la facture va augmenter plus rapidement que prévu pour les ménages. Allez-vous revoir cette hausse des accises vu cette flambée des prix? Soixante pour cent de notre gaz naturel est importé des États-Unis. Est-ce que dépendre si lourdement d'un seul exportateur ne nous met pas en situation de faiblesse?

Jan Jambon:

Chers collègues, je tiens tout d'abord à souligner qu'il reste très difficile, à ce stade, de formuler une estimation précise. Le prix du gaz naturel demeure particulièrement volatile et dépend de plusieurs facteurs externes. De plus, l'accord budgétaire ne prévoit aucune augmentation de la TVA sur le gaz.

S'agissant de l'impact pour les ménages, selon les chiffres actuels de la CREG – il s'agit de chiffres provisoires –, le coût supplémentaire s'élèvera en moyenne à environ 79 euros par famille. Ce montant pourrait évidemment varier en fonction de la consommation et de l'évolution du marché. Sa confirmation dépendra de la forme définitive de la mesure et de l'évolution des prix de l'énergie dans les mois à venir.

Comme je continuerai à le souligner ici, cette mesure fait partie de la loi-programme. Cet avant-projet de loi est actuellement soumis pour avis au Conseil d'État. Ensuite, le projet sera transmis au gouvernement pour une deuxième lecture.

Les modifications restent donc toujours possibles. Je ne vais dès lors pas anticiper sur le contenu de la mesure. Par ailleurs, une réduction des accises sur l'électricité est également prévue afin de favoriser une électrification accrue.

En outre, plusieurs dispositifs existent déjà pour soutenir les ménages vulnérables. Je pense notamment au tarif social de l'énergie, qui demeure un filet de sécurité essentiel pour les personnes en situation de précarité énergétique. En outre, au niveau européen, la création d'un Fonds social pour le climat offrira en outre un soutien financier supplémentaire aux ménages qui rencontrent des difficultés à suivre le rythme de la transition énergétique.

We werken nauw samen met de gewesten om de opbrengsten uit onder andere de ETS-systemen, het CBAM-mechanisme en het Sociaal Klimaatfonds op een evenwichtige manier te verdelen om de gevolgen voor kwetsbare burgers te compenseren. De hervorming van de accijns op aardgas en huisbrandolie gebeurt bewust stapsgewijs. Zo krijgen gezinnen en ondernemingen voldoende voorspelbaarheid en tijd om zich aan te passen. De toename van de inkomsten die in de begroting wordt weergegeven, is een rechtstreeks gevolg van die gefaseerde invoering.

Om de doelstellingen van de Europese Green Deal en de klimaatneutraliteit tegen 2050 te realiseren, is het essentieel om tijdig en consistent bij te sturen. Een vooruitziende aanpak schept duidelijkheid, moedigt investeringen in alternatieve verwarmingssystemen aan en voorkomt dat later ingrijpendere maatregelen nodig zijn.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, u begint met te zeggen dat het moeilijk is om de kostprijs in te schatten, maar u geeft toch een raming van 79 euro per gezin, op basis van de gegevens van vandaag. Dat bedrag van 79 euro is dus jaarlijks.

U zegt dat er geen stijging van de btw op gas is, maar er is wel een verhoging van de accijnzen op gas. Ik heb dus andere ramingen of inschattingen gelezen van experts die eerder spraken over 500 euro. De toekomst zal het ons leren. U spreekt over ongeveer 80 euro per jaar, en dat houdt nog geen rekening met de andere btw-verhogingen. We weten immers dat ook de btw op sport en cultuur, hotels en nog een aantal andere zaken, zoals het frietkot, verhoogd wordt. Als u ons een raming geeft van 79 euro per jaar, ga ik ervan uit dat het bedrag waarschijnlijk hoger zal uitvallen.

U spreekt weinig over die ecologische taxshift. Dat was nochtans de bedoeling van deze hele aanpassing. Ik hoor u weinig over het klimaat spreken, mijnheer de minister.

Misschien had ik toch gelijk dat dit eerder een begrotingsoperatie is. Ik zal daarop in de toekomst terugkomen, wanneer we de reële kosten kennen van uw btw-stijging voor de gezinnen. Dank u wel.

Kemal Bilmez:

Mijnheer de minister, u haalt het sociaal tarief aan. Dat klopt, daar worden mensen mee geholpen, maar slechts 10 % van de bevolking of zelfs minder heeft recht op dat sociaal tarief. Alle anderen moeten die prijsstijging wel betalen. Niet alleen de marktprijs die stijgt, maar daarbovenop komt u met accijnzen. In 2030 zal de btw daarop ook verhogen. Voor al die werkende mensen die geen recht hebben op het sociaal tarief, zal de prijs dus enorm stijgen. Ik wil de woorden van de heer Van Quickenborne niet herhalen, maar dit is echt een regering van taks, taks, taks. Dat is toch niet te doen? Inderdaad, we hebben heel die heisa rond de btw enzovoort. Daar kunt u zeggen dat sommige dingen luxe zijn en niet essentieel voor iedereen, maar energie, uzelf verwarmen, dat moet iedereen doen! En daar verhoogt u opnieuw de prijzen. U doet beloften dat werken meer zal lonen dankzij Arizona. Ik weet niet wie daar nog in gelooft. Ik weet niet of u daar zelf in gelooft, maar deze prijsstijging toont dat u eigenlijk niets geeft om de lonen van de mensen en het welzijn van de mensen. Dank u wel.

De kapitaalverhoging bij Elia en de lening van SFPIM aan Publi-T

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Jan Jambon bevestigt dat de SFPIM voorlopig enkel een lening van 200 miljoen euro verstrekte aan Publi-T (holding van Belgische gemeenten en hoofdaktionaris van Elia), die in juni 2026 omgezet wordt in een 5,62%-aandeel in Publi-T, met transparantie na die datum. Hij stelt dat de SFPIM via een zetel in de raad van bestuur actief zal sturen op ESG-doelstellingen (o.a. geen activiteiten in verboden sectoren of belastingparadijzen) en de energietransitie, maar benadrukt dat de nieuwe strategie (2026-2031) nog niet openbaar is. Stéphane Lasseaux (vraagsteller) toont zich tevreden met de precisie van de antwoorden, met name over de toekomstige transparantie en de strategische inbedding van de SFPIM in de Belgische energiemarkt.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, en début d'année 2025, le gestionnaire du réseau de transport d'électricité Elia a procédé à une augmentation de capital de 2,2 milliards d'euros afin de financer d'importants investissements en Belgique et en Allemagne.

Le journal De Tijd a révélé en avril que la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPIM) a consenti un prêt de 200 millions d'euros à Publi-T, holding des communes belges et actionnaire majoritaire d'Elia, afin de permettre à cette dernière de conserver son statut d'actionnaire majoritaire et de ne pas être diluée suite à l'opération.

Ce prêt, convertible en actions une fois l'augmentation de capital clôturée, aurait pour effet de faire de la SFPIM un nouvel actionnaire de Publi-T, aux côtés d'investisseurs institutionnels régionaux flamands et privés. Cependant, à ce jour, ni le site de la SFPIM ni celui de Publi-T ne font état de la participation ainsi acquise.

Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer la réalisation complète de l'augmentation de capital prévue par Elia et, le cas échéant, confirmer que la SFPIM est bien devenue actionnaire de Publi-T? Pouvez-vous préciser à hauteur de quel pourcentage du capital de Publi-T s'élève sa participation? Quand la transparence sur la participation de la SFPIM sera-t-elle assurée auprès du public?

Quels sont aujourd'hui les autres actionnaires institutionnels et privés dans cette institution? Pouvez-vous indiquer précisément quels sont ceux ayant pris part à l'opération décrite, en plus de la SFPIM, et à combien s'élève leur participation dans Publi-T?

Quelle est la stratégie d’actionnariat de la SFPIM dans Elia? La SFPIM a-t-elle formulé des objectifs ou émis des conditions à cette participation, notamment en termes de politique d'entreprise, de politique ESG ou de nomination d'administrateurs dans le cadre SFPIM?

Quelle est la stratégie actionnariale de la SFPIM plus largement dans le pilier énergétique prévu par l'accord de gouvernement? La SFPIM prévoit-elle d'autres prises de participation dans le secteur de l'énergie dans un futur proche? Je vous remercie.

Jan Jambon:

La SFPIM n'est que prêteur à ce stade-ci. Publi-T procédera au remboursement en convertissant le prêt de la SFPIM lors d'une augmentation du capital qui aura lieu en juin 2026. SFPIM deviendra alors actionnaire et sa participation dans Publi-T sera de 5,62 %. La transparence sur la participation sera faite dès que le prêt aura été effectivement converti.

À ce jour, la transparence est effective pour le prêt. Celui-ci n'est conclu qu'entre la SFPIM et Publi-T SC/CV. Les informations sur les actionnaires de Publi-T sont publiées chaque année dans le rapport annuel de son conseil d'administration. Je transmettrai le tableau dont je dispose ici au secrétariat de la commission, afin qu'il puisse être repris dans le compte rendu. Ce tableau indique les différents actionnaires, le nombre d'actions, les pourcentages, etc.

La participation dans Elia constitue un ancrage stratégique essentiel pour l'économie belge. Grâce à son siège au conseil d'administration au moment de la conversion, la SFPIM jouera un rôle actif dans la gouvernance du groupe et accompagnera Publi-T, et donc indirectement aussi Elia, dans le déploiement et le renforcement de leur approche ESG.

Plusieurs engagements ont été pris à cet égard. Notamment, Publi-T et ses filiales n'exerceront aucune activité significative dans les secteurs interdits ou dans les paradis fiscaux et adopteront une démarche de précaution à l'égard des secteurs sensibles, ce qui implique que leurs activités s'inscrivent dans la transition énergétique et contribuent à la lutte contre le réchauffement climatique.

La SFPIM est en train de revoir sa stratégie 2026-2031. Cette stratégie sera rendue publique dès qu'elle aura été approuvée. L'actuelle stratégie étant d'application jusqu'à septembre de cette année-ci, la nouvelle devrait donc pouvoir être rendue publique avant septembre.

De manière générale, quels que soient les piliers d'investissement concernés, le portefeuille existant de la SFPIM est rendu public. Les informations relatives à des dossiers qui sont à l'examen sont, en revanche, traitées de manière confidentielle et ne sont donc pas divulguées.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses très précises et pour le tableau que vous nous ferez parvenir par l'intermédiaire du secrétariat et qui permettra, en effet, de nous "éclairer", sans faire de jeu de mots, par rapport à cet apport électrique nécessaire pour pouvoir subvenir aux besoins grandissants en énergie électrique. Je vous remercie encore pour les réponses et l'attention que vous avez apportées à ma question.

De timing van de tender voor kavel 1 van de Prinses Elisabethzone
De toepassing van de NZIA-regels bij de veiling voor de PEZ1
De wijzigingen van de overheidsgaranties in de tender voor PEZ1 (ongerustheid in de sector)
De bezorgdheid van de sector over de aanbesteding voor offshorewindenergie
De brief van het BOP over de tender voor het energie-eiland
De mogelijke mislukking van de volgende aanbesteding voor offshorewindenergie
De eindeloze traagheid inzake offshorewindenergie
De rem die gezet wordt op offshorewindenergie
De rem die gezet wordt op offshorewindenergie
De tender voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone
Uitdagingen en vertragingen bij de aanbesteding van offshorewindenergie in de Prinses Elisabethzone

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om kritiek op de vertraging en onzekerheid rond de aanbesteding van de Prinses Elisabethzone (offshore windenergie), waar de sector (o.a. Belgian Offshore Platform) vreest voor een mislukte veiling door gewijzigde overheidsgaranties en gebrek aan duidelijkheid. Parlementsleden bekritiseren dat minister Bihet de oorspronkelijke deadline (31 maart 2026) niet haalt en burgerparticipatie mogelijk schrapt, terwijl de Net-Zero Industry Act (NZIA) en prijsgaranties (bv. Contracts for Difference) onvoldoende verduidelijkt zijn. De minister belooft een herzien kader "in het voorjaar" – met nadruk op juridische robustheid en concurrentie – maar ontkent niet dat de plannen risico’s inhouden voor prijsstabiliteit en investeringszekerheid, wat skepsis oproept over België’s energietransitie-ambities.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, veel mensen zijn bezorgd over stijgende energieprijzen. Dat begrijp ik, als we het nieuws zien dat de gasprijs ten opzichte van de start van 2026 – en dat is nog niet zo lang geleden – al met bijna 50 % is gestegen.

Aan die reden kan deze regering uiteraard niets doen. Dat heeft te maken met de geopolitieke context, die ons heel duidelijk toont dat we niet langer afhankelijk mogen zijn van bijvoorbeeld Russisch gas. We mogen ook niet afhankelijk zijn van het gas en de energie die we vandaag halen uit de Verenigde Staten, omdat dat geen betrouwbare bondgenoot meer is.

Het goede nieuws is dat we, als we daarvoor kiezen, uiteraard ook zelf onze eigen energie kunnen produceren. We kunnen kiezen voor energiezekerheid. Als we dat willen doen, is het wel tijd dat we een duidelijke keuze maken en een bepaalde richting kiezen. Normaal gezien zou er – we komen daar straks op terug – een Hoge Raad voor energiebevoorrading zijn die ons zou helpen om die keuzes te maken. Die is er nog niet, daar hebben we het straks over. Mensen verwachten wel dat we stilaan een keuze maken en een richting kiezen. Dat geldt voor huishoudens, voor de industrie en, zoals we straks nog zullen bespreken, ook voor de haven, waar er veel vragen zijn naar duidelijkheid.

De boodschap die we willen geven, is dat we geen taboe hebben over de keuze die uiteindelijk wordt gemaakt, zolang die energie maar betaalbaar en zeker is – we mogen echt niet langer afhankelijk zijn van de buitenlandse grootmachten die ons vandaag onder druk zetten – en zolang die duurzaam is.

Een van de technologieën die daaraan beantwoordt, is wind op zee: wind die we zelf op onze zee produceren. Daarom moeten we volop inzetten op die windenergie.

Een vraag die ik u een tijd geleden heb gesteld, ging over de tender van de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone. U gaf aan dat die er zou zijn voor het einde van het eerste kwartaal van 2026. Ik wil u dan ook vragen of u nog altijd op koers zit om die te lanceren voor 31 maart.

Voorzitter:

Collega Ravyts, u had twee vragen ingediend. Ik stel voor dat u die verwerkt.

Kurt Ravyts:

Ja, mijnheer de voorzitter, ik zal beide vragen verwerken.

Het Belgian Offshore Platform, mijnheer de minister, is een van de actoren die niet tevreden zijn over uw beleid. Zij hebben u aangeschreven over mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties in de toekomstige tender voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone.

Ik wil u echter eerst kort iets technisch vragen. Andere collega’s lijken daar minder aandacht voor te hebben, namelijk over de Europese Net-Zero Industry Act (NZIA). Mijn vraag is of deze veiling, die naar ik hoop voor 31 maart naar voren zal komen, een eerste testcase zal zijn voor de toepassing van de regels van de NZIA. Zullen die regels en voorwaarden aan bod komen, hetzij in de voorselectie, hetzij letterlijk in de gunningscriteria? Ik had u daarover een aantal technische vragen willen stellen. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vereiste dat minstens 75 % van de gebruikte turbines niet uit China mogen komen, zoals voorzien door de Europese Commissie. Dat is maar één voorbeeld, maar ook dat zal een invloed hebben op die tender.

Wat betreft de mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties is er grote ongerustheid. Volgens het Belgian Offshore Platform dreigt de aanbesteding te mislukken door een uitholling van de verschillende overheidsgaranties. U zou bezig zijn met een uitholling daarvan.

We weten dat er momenteel, zoals voorzien, een prijsgarantie zou zijn via een contract for difference . Er zou echter iets aan de hand zijn met de langetermijncontracten, de PPA’s, waarbij u zou toelaten dat ontwikkelaars tot 75 % – niet 50 %, maar 75 % – van de stroomproductie rechtstreeks zouden kunnen verkopen aan grote industriële afnemers of bedrijven. Bovendien zouden ontwikkelaars in die context vrij hun verkoopprijs kunnen bepalen. Aanvankelijk was er een limiet van maximaal 3 euro per megawattuur boven het ingediende gegarandeerde prijsniveau bepaald.

Ook het voorziene vangnet zou dan wegvallen. Als een industriële afnemer binnen 20 jaar zou wegtrekken of failliet zou gaan, zou de windparkuitbater eerst kunnen terugvallen op de door de overheid gegarandeerde prijs, maar de ondertekenaars van de brief vrezen dat door de mogelijke aanpassingen speculatieve partijen de veiling naar hun hand kunnen zetten.

Wat is uw reactie op deze bezorgdheden van het Belgian Offshore Platform? Denkt of meent u – wellicht niet, maar ik vraag het toch – dat het BOP een punt heeft wanneer het stelt dat mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties tot minder concurrentie in de veiling zouden kunnen leiden, met hogere elektriciteitsprijzen voor consumenten en industrie tot gevolg?

Vreest u dat bij een gebrek aan indekking door de overheid geen geïnteresseerde kandidaten zullen bieden, gelet op recente mislukte aanbestedingen in de buurlanden?

Ten slotte is er nog Ventilus. Er wordt gevraagd om een sluitende garantieregeling met financiële compensaties indien de netversterking niet tijdig klaar raakt. Dank u wel.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, nous avons découvert dans la presse, la semaine dernière, la lettre envoyée par la Belgian Offshore Platform , la fédération regroupant les poids lourds de l’éolien et des activités offshore , nous avertissant de la possibilité d’échec de l’appel d’offres pour les zones éoliennes "Princesse Elisabeth", et appelant à l’ouverture d’un dialogue approfondi.

Quel est votre avis sur les inquiétudes des acteurs qui vous ont été relayées? Pouvez-vous nous détailler les mesures que vous comptez prendre pour répondre à ces problèmes mis en exergue?

Par ailleurs, pouvez-vous confirmer ou infirmer la disparition de la clause mettant en place le système de compensation financière, dit "CFD", en cas de variation des prix?

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, de collega's hebben de context al voldoende geschetst. In de pers konden we de berichtgeving over de brief van het Belgian Offshore Platform (BOP) lezen met betrekking tot de tender van de Prinses Elisabethzone. De regering had eerder al de sites aangepast en de vorige tender uitgesteld. Door vertragingen in die tender dreigt u zichzelf de gracht in te rijden.

De sector wijst erop dat voor een tijdige ontwikkeling de tender tegen eind maart 2026 zou moeten zijn uitgeschreven. De tijd dringt dus, te meer omdat u nog een aantal procedures moet doorlopen. Tegelijkertijd spreekt men van gewijzigde modaliteiten die in de sector heel gevoelig liggen omdat dat ook hun hele proces mogelijkerwijs beïnvloedt.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Wanneer kan de veiling gelanceerd worden? Welke timing zal gehanteerd worden? Kunt u een duidelijke kalender geven met de beslissing van de ministerraad, het advies van de Raad van State, de beslissing van de Europese Commissie, het lanceren van de veiling, de tijd om een bod in te dienen en om de winnaar toe te kennen en de constructietermijn? Dat is een heel eenvoudige tijdlijn.

Zoals de heer Ravyts al zei, lezen we in de berichtgeving over de brief van het BOP dat u van plan bent om de overheidsgaranties uit te hollen. Dat zou kunnen leiden tot speculatieve biedingen die nadien niet waargemaakt kunnen worden. We hebben dat ook zien gebeuren in het buitenland, bijvoorbeeld in Nederland en Denemarken. Men zou kunnen denken dat een ezel zich niet stoot aan een steen waaraan een ander zich al heeft gestoten, dus ik wil u vragen of u van plan bent de overheidsgaranties uit te hollen of niet.

Wat betreft de burgerparticipatie, wij horen dat u dat eventueel zou schrappen. Wij vinden dat de mogelijkheid voor burgers om te investeren in windmolenparken zorgt voor meer draagvlak bij de bevolking. Dat activeert bovendien een moeilijk te activeren vorm van kapitaal; het hoeft niet altijd een Einsteinrekening te zijn, nietwaar mijnheer Coenegrachts?

Ten slotte, wat betreft de Net-Zero Industry Act – het is niet aan ieders aandacht ontsnapt –, wilde ik u vragen welk niet prijscriteria u zult opnemen in de uit te schrijven tender.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, le secteur éolien offshore belge tire à nouveau la sonnette d'alarme. Depuis longtemps, les inquiétudes étaient adressées de manière informelle. Ici, le secteur a passé un cap en vous écrivant directement une lettre pour mettre clairement les points sur les "i".

La nouvelle concession en mer du Nord avait été reportée en juin dernier. Vous nous aviez promis que le retard serait limité, et vous vous étiez engagé à effectuer la mise aux enchères au mois de mars. En effet, des parcs éoliens supplémentaires sont indispensables à notre sécurité d’approvisionnement.

Les acteurs industriels de l’éolien et les coopératives citoyennes sont pourtant très inquiets. Le timing ne sera pas rempli. La viabilité économique, concurrentielle et sociétale du cadre envisagé est mise en doute. Selon ces acteurs, le prochain appel d'offre risque d'échouer. Le risque, c’est donc que le parc éolien ne soit pas construit.

Derrière tout cela, c'est le mode de soutien à l'éolien et les garanties apportées qui sont en question. Nous n'avons aucune transparence sur la manière dont vous voulez faire évoluer ce mode de soutien. On ne sait pas s'il y a des risques et des coûts supplémentaires. On ne connaît pas la position du gouvernement et on sait que la Commission européenne doit encore donner son feu vert.

Monsieur le ministre, c'est pourtant un dossier stratégique, à la fois pour notre sécurité d'approvisionnement, pour la transition énergétique et pour le développement économique de notre pays.

Mes questions sont les suivantes. Comment comptez-vous modifier le mécanisme de soutien à l'éolien offshore? Pouvez-vous confirmer que vous souhaitez réserver une part plus importante de l'électricité produite à des clients industriels et réduire la portion des revenus garantis par l'État? Quels sont les risques pour notre sécurité d'approvisionnement?

Que comptez-vous faire si l'appel d'offres échoue? Étant donné toutes les étapes restantes – l'approbation du gouvernement, de la CREG, de la Commission européenne pour le mécanisme de soutien –, confirmez-vous que le dossier sera bien prêt pour fin mars? Je vous remercie.

Voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Coenegrachts voor zijn vraag met een literaire titel.

Steven Coenegrachts:

De 'eindeloze traagheid', dat is waarover het ging in de brief van de windsector in De Tijd .

Mijnheer de minister, ik zag vandaag onze eerste minister blinken in Het Laatste Nieuws , naast andere regeringsleiders, bij het voornemen om veel windmolens in de Noordzee te zetten. Samen met andere regeringsleiders is de premier blijkbaar wel te verleiden om zich met ons energiebeleid bezig te houden. Dat is wel wat cynisch, aangezien hij de regeringsleider is van een ploeg die net heeft beslist om veel vertraging te veroorzaken in de creatie en de bouw van de windmolenparken in zee.

De windmolensector waarschuwt voor de gevolgen. Ik begrijp dat dit geen objectieve neutrale speler in het veld is. Het is misschien wel met een korreltje zout te nemen, maar de uitleg en de dreiging dat u ook 31 maart niet zult halen en de dreiging dat de sector niet voldoende volatiele dossiers zal produceren, dossiers die in de toekomst niet kunnen worden waargemaakt, is toch iets waarop ik vandaag graag uw reactie en uw visie zou willen krijgen.

Mijnheer de minister, hoe reageert u op die brief van de windsector? Hoe kijkt u naar de mogelijke risico's die in die brief beschreven staan? Hebt u hen al van antwoord gediend? Hebt u al een brief teruggestuurd? Wat staat daar dan in?

Wat we vooral willen weten is, is of u kunt garanderen dat die tender op tijd wordt uitgeschreven. Kunt u ook garanderen dat de voorwaarden voldoende zullen zijn om te garanderen dat kandidaten zich effectief zullen inschrijven voor de exploitatie van offshore windparken? Of hebt u daarentegen nu al indicaties dat die nieuwe voorwaarden waarover wordt gecommuniceerd partijen net zullen doen afhaken?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, j'aimerais vous interroger à propos du dossier de l'éolien offshore, sur lequel la presse a récemment attiré mon attention. En 2023, quand nous siégions ensemble dans le même gouvernement, la Belgique accueillait le North Sea Summit. Nous pouvions nous targuer, à raison, d'un parc éolien offshore pionnier. Or, à présent, alors que le troisième sommet s'ouvre en Allemagne, notre pays y fait profil bas. Que s'est-il passé, monsieur le ministre?

En replongeant dans le dossier, puisque je ne suis pas l'énergie quotidiennement, je découvre que vous avez interrompu l'appel d'offres pour l'attribution du premier lot pour le parc éolien Princesse É lisabeth moins de deux mois avant l'échéance. Je rappelle que cela faisait sept mois que l'appel d'offres était lancé, que des milliers d'heures de travail avaient déjà été investies par les candidats pour préparer leur dossier. Vous débranchez donc la prise deux mois avant l'attribution de l'appel d'offres.

À l'époque, vous avez annoncé vouloir le relancer en mars 2026. À ce moment-là, vous aviez également promis d'apporter des précisions en octobre 2025. Nous voici à la fin janvier 2026, et aucune information n'a encore été communiquée. C'est le flou complet. Le secteur est de plus en plus inquiet, au point qu'il l'a fait savoir dans un courrier qu'il vous a adressé la semaine dernière et qui a été divulgué dans L'Echo .

Un autre sujet d'inquiétude qui me tient particulièrement à cœur est, ai-je entendu dire, votre volonté d'exclure les citoyens du financement du projet. Pourtant, la participation citoyenne, via les coopératives énergétiques, est une fierté belge et un levier essentiel dans la transition énergétique. Elle permet aux citoyens de prendre part à cette transition et, accessoirement, d'en toucher directement des bénéfices. C'est quand même tout bénéf' pour tout le monde! La coopérative SeaCoop rappelle, du reste, que la participation citoyenne constitue une opportunité stratégique, apporte des financements stables, renforce l'adhésion sociale et réduit la dépendance aux grands acteurs de l'étranger. Il me semble que, dans le contexte actuel, ce sont les objectifs que nous poursuivons.

Monsieur le ministre, pouvez-vous rassurer les citoyens et les coopératives quant à leur place dans le prochain appel d'offres? S'agissant de la temporalité, quand sera-t-il publié? La date de mars prochain sera-t-elle bien respectée ou bien faut-il craindre une nouveau report?

Quelles actions menez-vous pour accélérer la réalisation des infrastructures terrestres associées, Ventilus et la boucle du Hainaut? Enfin, quelle a été la position et les acquis de la Belgique au North Sea Summit?

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, vous avez suspendu le 27 juin 2025 la procédure d'appel d'offres relative au lot 1 de la zone éolienne offshore Princesse Elisabeth. Vous indiquez vouloir rédiger un nouvel appel d'offres pour la fin du premier trimestre et mettre en place un cadre sain et concurrentiel.

La semaine dernière, nous avons appris dans la presse que de nombreux acteurs majeurs du secteur éolien offshore, belges et internationaux, font publiquement part de leurs vives inquiétudes quant au cadre actuellement en préparation. Dans un courrier adressé à votre cabinet, ils estiment que les orientations envisagées pour le futur appel d'offres s'écartent des objectifs annoncés en juin 2025 et pourraient compromettre la viabilité économique, la concurrence ainsi que la réalisation même du projet. Certains vont jusqu'à avertir que l'appel d'offres pourrait échouer faute de candidats.

On voit que le gouvernement doit subventionner massivement le secteur du privé avec de l'argent public pour l'encourager à investir. Et ce n'est même pas garanti. Selon nous, cette séquence illustre l'échec du marché pour répondre à un investissement dans la transition énergétique.

En rupture avec cette logique, nous voulons opter pour des investissements publics et une approche planifiée, sous un contrôle démocratique. Monsieur le ministre, quelle est votre réaction face à l'inquiétude du secteur? Envisagez-vous des modifications concernant cet appel d'offres? Envisagez-vous également d'autres solutions pour développer les parcs éoliens tels que des investissements publics directs? Enfin, confirmez-vous que sa version définitive sera rédigée pour la fin mars?

Voorzitter:

Wensen in dit actualiteitsdebat nog andere fracties bij de vragen aansluiten? (Neen)

Ik geef het woord aan de minister.

Mathieu Bihet:

En juin 2025, le gouvernement a décidé de mettre fin à la procédure d'appel d'offres en cours pour le premier lot de la zone Princesse Élisabeth – le premier lot offshore – en raison d'une incertitude juridique susceptible de compromettre le bon déroulement de cet appel d'offres. À la fin de l'année dernière, le kern a, sur ma proposition, approuvé de nouveaux principes en vue de la relance de l'appel d'offres, dans un cadre moderne et transparent. Ce nouveau cadre doit d'ailleurs permettre d'assurer une concurrence suffisante, bénéfique tant pour les pouvoirs publics que pour les citoyens.

Die elementen worden nu geïntegreerd in het nieuw aanbestedingskader, waarvoor deels een voorstel van de CREG vereist is. Dat voorstel wordt begin februari verwacht.

De beslissingen, die door de administratie al konden worden ingevoerd in het koninklijk besluit inzake de tender, werden reeds verwerkt en voor bemerkingen bezorgd aan de interkabinettenwerkgroep.

Une fois cette proposition intégrée, nous prévoyons évidemment d'organiser une phase d'information et de consultation supplémentaire avec le secteur, afin de lever d'éventuelles ambiguïtés et de garantir un appel d'offres compétitif. Nous continuons donc de travailler avec le secteur, comme nous l'avons fait auparavant. Il y a déjà eu plusieurs moments de concertation, comme notamment en décembre dernier lors de ma visite à la Belgian Offshore Platform (BOP) à Ostende.

Het blijft de ambitie om de tender in het voorjaar van 2026 te lanceren, zodra het herziene regelgevend kader is aangenomen en gevalideerd in het licht van de Europese staatssteunregels, in het bijzonder het nieuw NZIA-kader.

Pour répondre plus précisément à votre question, je ne sais pas encore, à ce stade, si le tender (appel d'offre) des Pays-Bas a été validé ou non par la Commission européenne. Par exemple, je ne peux pas vous dire pour l’instant si nous sommes les premiers, si nous ne le sommes pas, ni où nous en sommes exactement. Toujours est-il que les Pays-Bas ont la même approche que nous à ce niveau.

Cette approche doit permettre de garantir un cadre juridiquement robuste, offrant un climat d’investissement attractif et stable, afin que l’appel d’offres puisse être lancé dans des conditions qualitatives – comme je le disais tout à l’heure – et que la concurrence soit facilitée au maximum.

En ce qui concerne Ventilus, il faut une solution équilibrée dans laquelle le producteur sera couvert au mieux, sans pour autant transférer des risques déraisonnables sur le consommateur, car en fonction de la garantie, il s’agit évidemment d’un transfert de risque qui a un impact sur le prix.

La proposition de la CREG relative à l’arrêté royal "Liabilities", qui prévoit un mécanisme d’indemnisation au profit des détenteurs concernés d’une concession domaniale en cas de retard de mise en œuvre ou d’indisponibilité totale ou partielle du MOG, sera prochainement validée par le Conseil des ministres.

Enfin, je peux vous assurer que l’ambition belge en matière d’éolien offshore demeure pleinement intacte et inchangée. La décision de réviser le cadre de l’appel d’offres, visant précisément à en garantir la mise en œuvre durable, est juridiquement sûre et évidemment au meilleur prix pour tous. C’est cette approche qui présidera également au lancement du second tender qui suivra.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, u sloot af met de mededeling dat België nog altijd de ambitie heeft om te investeren in hernieuwbare energie. Dat is heel goed, maar ook heel erg nodig. Recent zag ik immers een grafiek waarin alle Europese landen werden vergeleken op het aandeel hernieuwbare energie in hun energieverbruik. België stond onderaan, en dan bedoel ik echt helemaal onderaan in dat overzicht.

Er is dringend nood aan meer investeringen in hernieuwbare energie. U hebt de ambitie uitgesproken om daarvan werk te maken. U hebt de procedures toegelicht. Het is inderdaad belangrijk dat het een juridisch sterk kader betreft. Naast het feit dat het juridisch allemaal correct moet zijn, is snelheid natuurlijk ook een belangrijke parameter, als men luistert naar de oproepen van de windsector en veel andere spelers.

Ik doe dus nogmaals een oproep. U spreekt nu over voorjaar van 2026. Het is belangrijk dat het juridisch kader zo snel mogelijk wordt vastgesteld, zodat we zo snel mogelijk de eigen windenergie op onze zee kunnen benutten. Dat is echt de oplossing voor de toekomst en daarvan moeten we werk maken.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, Ik ga ervan uit dat de CREG volgende week dus nog een belangrijke insteek zal geven voor het nieuw aanbestedingskader, waaronder de voorwaarden van de gunningscriteria. Dat zal blijken als dat nieuw kader effectief een waarborg zal bieden voor de goedkoopste eindprijs voor consumenten en bedrijven. Dat is immers wat de Vlaams Belangfractie finaal politiek interesseert in heel het offshore verhaal.

Een overlegfase met de sector zou volgens u duidelijkheid scheppen en hun ongerustheid wegnemen. Dat gaf u althans tussen de lijnen door te kennen. We zullen in de komende weken kunnen zien of dat effectief het geval is.

Marc Lejeune:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Nous sommes heureux d'entendre que vous conservez toute l'ambition que nous avions au départ d'investir dans l'éolien offshore, vous savez que cela vise aussi à la décarbonation de nos énergies et surtout à plus d'autonomie. Nous attendons donc le printemps avec impatience pour découvrir où nous en serons à ce moment-là. Nous espérons que l'issue sera positive, merci.

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel, mijnheer de minister.

Inzake de timing geeft u een aantal stappen in het proces aan, maar niet het vervolgtraject richting implementatie. U spreekt over de timing van het uitschrijven van de tender. Zoals de heer Seuntjens heeft opgemerkt, spreekt u over het voorjaar van 2026 en niet langer over het eerste kwartaal van 2026, eind maart. Er begint dus langzamerhand wat rek te komen in uw discours. We zullen zien hoe snel u handelt.

Met betrekking tot het nieuwe kader hebt u heel weinig gezegd over de regels rond burgerparticipatie. U bent ook niet ingegaan op mijn argumenten daaromtrent. Ik wil nogmaals benadrukken dat het voor dergelijke projecten cruciaal is om bij de burgers draagvlak te creëren. Die burgerparticipatie kan bovendien ook een financiële methode zijn. Het is een vorm van kapitaal die vandaag stilstaat. De ontwikkeling van windmolenparken op zee is zeer kapitaalintensief. Het lijkt me zeer verstandig om de beschikbare kapitaalstromen in dit land daarvoor te activeren en te gebruiken. Ik zal er ook op toezien dat u in de toekomst bij de uitwerking van het kader daar aandacht aan besteedt.

Éric Thiébaut:

Merci, monsieur le ministre, mais la fin mars n’est pas loin et nous n’avons malheureusement reçu aucune réponse concrète sur l'éventuelle évolution du dispositif de soutien à l'éolien. On ne sait pas si l'appel d'offres se soldera par un échec ou par un succès ni si la Commission européenne donnera son feu vert sur ce dossier. Vos réponses d’aujourd’hui ne suffiront pas – on s'en doute bien – à supprimer les craintes des industriels et des coopératives. Monsieur le ministre, il s’agit là d’un dossier crucial pour notre sécurité d'approvisionnement et, pour l’heure, vous n'avez pas levé nos craintes à cet égard.

Sarah Schlitz:

Mille milliards, ça en fait, de l'argent. Mille milliards, c'est le montant conséquent que le secteur éolien s'est engagé à investir en mer du Nord lors du North Sea Summit , avec, à la clé, la création de 91 000 emplois si les objectifs – très ambitieux certes – sont atteints. Encore une fois, on voit là à quel point l'écologie – si c'est l'option finalement choisie – est l'avenir de l'économie. Et ce dossier nous le montre très concrètement: des emplois locaux, de qualité et qui renforceront l'autonomie européenne et, surtout, de l'énergie propre et bon marché pour nos concitoyens, pour qu'ils parviennent à payer leurs factures à la fin du mois.

La Belgique a toujours été pionnière en matière d'éolien offshore . Nous devons aujourd'hui maintenir notre position de leader mondial dans ce secteur et accélérer la transition nécessaire sur tous les plans. Je vous entends dire que vous voulez en effet poursuivre ces objectifs, mais rien ne bouge à l’heure actuelle. C'est le secteur qui le dit.

Les règles – je cite – "reviennent à affaiblir la concurrence entre les soumissionnaires et conduiront à un prix de l'électricité structurellement plus élevé pour l'industrie belge si la mise aux enchères échoue". Cela signifie que vous êtes potentiellement aujourd'hui en train de faire échouer ce projet, qui est essentiel pour une énergie propre et à bas prix, elle-même indispensable pour notre autonomie énergétique dans cette période d'instabilité internationale cruciale.

Vous parliez de mars, vous nous parlez aujourd’hui du printemps… on connaît la technique. Qu’en sera-t-il finalement? Le 20 juin? Est-ce l'idée?

Par ailleurs, nous n'avons pas de réponse sur le rôle que les citoyens pourront jouer dans ce nouvel appel d'offres. Je pense que c'est extrêmement dommageable. On sait à quel point il est utile et indispensable pour l'adhésion des citoyens, mais aussi pour permettre aux citoyens de prendre pleinement part à cette transition énergétique, de permettre aux coopératives citoyennes, aux citoyens, d'investir leur argent dans ce secteur d'avenir. Il n'y a donc aucune raison de les en exclure. Je compte donc sur vous pour maintenir ce cap et cette réputation de la Belgique. Je vous remercie.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, je vous le disais déjà il y a un an, on ne peut pas se permettre de prendre du retard dans le développement du secteur des énergies renouvelables à cause des aléas du marché libre, justement. Permettez-moi de vous dire que vous êtes le ministre du retard.

Vous dites que vous serez prêt pour le printemps, si j'ai bien compris, mais le secteur a des doutes et n'est vraiment pas rassuré. Ce dont on a besoin, c'est de changer radicalement de cap et de reprendre en main le secteur de l'énergie. On a besoin d'investissements 100 % publics pour assurer la transition énergétique vers plus de renouvelable. Merci.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar net zoals veel collega's blijf ik ongerust wanneer ik u over de timing hoor spreken. Ik ben eigenlijk niet verbaasd, want de arizonaregering heeft de gewoonte om nogal losjes om te gaan met deadlines. Het zomerakkoord was ook pas rond in november en het novemberakkoord in december.

De realisatie van offshore wind is cruciaal. Uit de Elia Blueprint, de studies van het Planbureau en alle andere studies blijkt dat we die energie absoluut nodig hebben op lange termijn en dat we niet lang kunnen wachten met de realisatie ervan. Het feit dat u vandaag zegt niet te weten of het tegen 31 maart rond zal zijn en dat we wel ergens in het voorjaar zullen zien, doet mij vrezen dat het pas tegen de zomer in orde zal komen. Wat doet dat dan met de realisatietermijn? Wanneer leveren die elektriciteit aan het net? Daarover maak ik mij toch bijzonder grote zorgen.

Ik hoorde collega's van de meerderheid hier opgelucht ademhalen omdat u bevestigde dat u nog altijd de ambitie hebt om hernieuwbare energie te creëren. Mij stelt dat niet gerust, want u hebt nog een veel grotere ambitie om nucleaire energie te realiseren en op dat vlak staan we nog helemaal nergens.

Ik blijf dit dossier dus met veel ongerustheid opvolgen en u daarover vragen stellen, in de hoop dat we heel snel realisaties op zee zullen zien.

Voorzitter:

Vraag nr. 56011543C van de heer Wollants wordt uitgesteld.

De energienorm en de voorzieningen van Fluxys
De invoering van de energienorm zoals in eerste lezing goedgekeurd op de ministerraad van 23/12
De energieprijzen voor de chemische industrie in de Antwerpse haven
De invoering van de energienorm
De energieprijzen voor onze (Antwerpse) chemische industrie
Energiebeleid, normen en prijzen voor de chemische industrie in Antwerpen

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de energienorm van 1 miljard euro (2026-2029) om energie-intensieve bedrijven te ondersteunen, maar met kritiek op de financiering via Fluxys (300 miljoen euro) die volgens oppositie (o.a. D’Amico, Ravyts) leiden zal tot hogere kosten voor KMO’s en huishoudens. Minister Bihet bevestigt de tijdelijke steun via het Europese CISAF-kader en structurele tariefverlagingen, maar erkent dat de lastenverschuiving naar andere gebruikers (via CREG) nog moet worden gecompenseerd – details volgen in een koninklijk besluit. Industrie en haven (o.a. Seuntjens, Tonniau) waarschuwen voor massale banenverlies (BASF, Envalior, Vioneo) door hoge energieprijzen, gebrek aan groene methanol/waterstof en Amerikaanse/Chinese concurrentie, terwijl Bihet import als oplossing noemt en structurele investeringen belooft. Tonniau en Gielis (cd&v) eisen snellere tariefverlaging en bindende voorwaarden (behoud jobs/investeringen) bij steun, maar Bihet blijft vaag over concrete timing en garanties. Seuntjens (N-VA) bekritiseert EU-beleid (o.a. Mercosur-blokkade) als medeoorzaak, terwijl Tonniau de regering beschuldigt van gebrek aan langetermijnvisie.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, la presse indique que le gouvernement souhaite financer une réduction de la facture énergétique pour les gros consommateurs en prélevant les provisions de Fluxys, ce qui, selon le gestionnaire du réseau de gaz, pourrait faire augmenter la facture des autres entreprises et des ménages Confirmez-vous la volonté d'utiliser les moyens financiers de Fluxys? Quel sera l'impact sur les factures des PME et des ménages?

Voorzitter:

Mijnheer D’Amico, u was heel bondig. Mijnheer Ravyts, u kunt dat ook.

Kurt Ravyts:

Bwah.

Eindelijk zijn een aantal actoren tevreden, zoals het VBO, de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka en de energie-intensieve nijverheid in dit land. De invoering van de energienorm in eerste lezing op 23 december 2025 is namelijk eindelijk gebeurd.

Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort houden. De norm is een combinatie van een structurele verlaging van de elektriciteitstransmissienettarieven met een tijdelijke steun via het Europese kader voor staatssteun, zijnde CISAF.

Mijnheer de minister, wij weten dat rond de structurele maatregel ook de elektriciteitswet zal moeten worden aangepast, zodat de CREG op tarifair gebied structurele kortingen op de nettarieven zou kunnen invoeren. Dat gebeurt trouwens ook in de buurlanden. Het nadeel is wel dat de kosten daarvan natuurlijk over de andere categorieën gebruikers zullen worden gespreid. U geeft aan dat er wel fiscale maatregelen zouden zijn om hen te compenseren.

Het voorziene budget voor de energienorm voor de hele legislatuur zou ongeveer 1 miljard euro bedragen. Daar zit ook nog een kwestie bij van een uitzonderlijke ontvangst van 300 miljoen euro bij Fluxys, die op een wachtrekening of een regularisatierekening is geplaatst.

Ik heb enkele vragen over de energienorm.

Kunt u de nodige toelichting geven bij het luik aanpassing van de elektriciteitswet en de aanwending van de tarifaire methodologie? Kunt u daar een tijdpad voor geven en dat technisch uitleggen?

Wat betekent dat voor andere categorieën gebruikers?

Wat bedoelt u met compensatie via fiscale maatregelen in die context?

Wat behelst het passend compensatiemechanisme voor bedrijven die niet in aanmerking zouden komen voor de korting?

Gebeurt de aanvullende financiering via de Fluxysmiddelen? Is dat juridisch waterdicht? Kunt u ook daarbij meer toelichting geven?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, ik weet niet of u ooit Antwerpen hebt bezocht, maar er zijn weinig dingen zo mooi als de lichtjes van de haven in de verte te zien vanaf de Scheldekaaien. Antwerpenaren zijn bijzonder trots op dat prachtige schouwspel dat hen op het wereldtoneel plaatst. De laatste tijd is er echter weinig goed nieuws over de haven. Verschillende geplande investeringen gaan niet door. Recent koos het bedrijf Vioneo voor China in plaats van Antwerpen voor de realisatie van een miljardenproject. Ook de chemiereus BASF kondigde aan tegen 2028 banen te schrappen. Recent liet ook het bedrijf Envalior weten haar glasvezelfabriek in de haven te zullen sluiten. Het ziet er dus niet zo goed uit. In de eerste plaats is dat een probleem voor alle mensen die rechtstreeks betrokken zijn. Ik hoop dat de meesten van hen hun job kunnen behouden.

Er tekent zich een grotere tendens af die bijna alle Belgen zorgen zou moeten baren. Onze haven en onze industrie zijn de concurrentiestrijd tegen Amerika en China aan het verliezen. Daar moeten we iets aan doen, want de achteruitgang van de haven is als een gigantische dominosteen. Als die valt, kan die een kettingreactie ontketenen die uitmondt in gigantische sociale drama's. De werknemers in de chemie, de havenarbeiders, de dokwerkers, de toeleveranciers en de werknemers in de logistiek hebben nood aan zekerheid.

Veel politici zijn bezorgd hierover en vinden het belangrijk om ook actie te ondernemen. Dat doen we vandaag ook met de energienorm voor bijna 1 miljard euro. Dat is een zeer belangrijk signaal.

Mijnheer de minister, welke signalen krijgt u vanuit het werkveld? Volstaat de energienorm? Zijn er volgens u op Europees niveau andere zaken nodig? Ik denk hierbij vooral aan de Clean Industrial Deal. Zal dat onze haven effectief kunnen ondersteunen?

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, we blijven in de provincie Antwerpen, maar we gaan van de haven naar de Kempen, ook een heel belangrijke regio in de provincie Antwerpen. Zoals u misschien nog niet weet, ben ik zelf 36 jaar werkzaam geweest in de petrochemische industrie, in het hart van de Kempen.

Met mijn tussenkomst wil ik vandaag vooral proberen om – als politici geven wij onze burgers immers graag een naam – een spreekbuis te zijn voor de 400 collega’s met wie ik gedurende 36 jaar heel nauw heb samengewerkt. Uiteraard zou het te ver gaan om 400 namen op te noemen, maar ik wil toch graag in hun naam een noodkreet laten horen. We willen voorkomen dat niet alleen in de haven en in de rest van ons land, maar zeker ook in de Kempen, de welvaart onder grote druk komt te staan door de dreiging die vandaag boven hun hoofd hangt.

In dat kader heb ik ook contact opgenomen met essenscia, want na 36 jaar dienst hebben we uiteraard een goede relatie opgebouwd met die beroepsfederatie. Ik wil dan ook een aantal zaken benoemen en u vragen om daar heel concreet mee aan de slag te gaan.

U hebt vlak voor de kerstperiode al een eerste grote stap gezet door de reductie van de transmissietarieven aan te pakken, maar ook door de omzetting van de Europese staatssteunprincipes, waarover hier al sprake was.

De industrie vraagt vooral dat de transmissienettarieven op korte termijn worden aangepakt, bij voorkeur nog dit jaar, omdat dit dreigt uit te groeien tot een structureel probleem. Daarvoor zijn twee politieke stappen noodzakelijk. Enerzijds is er de elektriciteitswet, die hier ook al aan bod kwam, en anderzijds is er een wijziging van de accijnzen, waarvoor eveneens initiatief moet worden genomen, zodat de CREG de volgende stappen kan zetten.

Wat het CISAF betreft, moeten er ook vier stappen worden gezet. Dat begint met de aanpassing van de elektriciteitswet in een eerste fase. Daarvoor moeten uitvoeringsbesluiten worden opgesteld. Vervolgens moet er – en dat is een zeer belangrijke stap – een samenwerkingsakkoord worden gesloten tussen de gewesten en het federale niveau. Uiteindelijk moet dan de Europese Commissie worden betrokken met het doorlopen van de aanmeldingsprocedure.

Mijn vragen aan u, mijnheer de minister, zijn dan ook zeer concreet. Kunt u bevestigen dat de reductie van de transmissienettarieven voor de industrie prioritair zal worden geïmplementeerd? Wat is de timing die u voorziet voor de verlaging van de accijnzen op elektriciteit? Kunt u bevestigen dat de federale regering ernaar streeft om vóór de zomer van 2026 alle noodzakelijke stappen af te ronden, zodat de implementatie van de energienorm in 2026 verzekerd is?

Mijn 400 collega’s van INEOS Geel zullen u daarvoor zeer dankbaar zijn.

Robin Tonniau:

Mijnheer de voorzitter, sorry voor de onderbreking, maar mijn vraag nr. 56012925C heeft eigenlijk dezelfde titel als die van collega Seuntjens. Het gaat in wezen over hetzelfde debat. Misschien is het goed dat ik die ook nu mag stellen, anders moeten we straks opnieuw hetzelfde debat voeren. Ik weet niet of dat voor u past, mijnheer de minister?

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, comme j'ai préparé deux documents différents, je répondrai, si cela convient aux collègues. Je réponds directement à votre question dans le même débat. Cela ne pose aucun problème.

Robin Tonniau:

Dank u wel, mijnheer de minister.

Het is al gezegd, Vioneo heeft een zeer innovatieve en fossielvrije productietechnologie ontwikkeld om kunststoffen te produceren op basis van CO ₂ en waterstof. Zij hebben nu beslist om een fabriek niet in Europa te bouwen, maar in China. Het gaat om een uniek industrieel project met een zeer grote strategische en klimaatgerelateerde meerwaarde voor Antwerpen, voor Vlaanderen, voor Belgi ë en voor Europa.

Vioneo geeft zelf aan dat die beslissing onder meer te maken heeft met de beschikbaarheid van groene methanol in de Antwerpse haven, een essentiële grondstof voor het productieproces, samen met de hoge energiekosten in ons land. Nochtans was in België het Power to Methanol-project gepland, dat groene methanol zou produceren. Dat project werd intussen alweer stopgezet, nog voor het echt op de rails stond.

Kunt u toelichten waarom het Power to Methanol-project werd stopgezet? Erkent u dat het wegvallen van dit project een doorslaggevend element is geweest in de beslissing van Vioneo om niet in België te investeren? Welke concrete maatregelen neemt u om de beschikbaarheid van groene moleculen, zoals groene methanol, in België te verzekeren?

Daarnaast kondigde de regering een tijdelijke steunmaatregel van bijna 1 miljard euro aan voor energie-intensieve industrieën om de hoge energieprijzen te compenseren. Op basis van welke criteria zal die steun worden toegekend? Welke voorwaarden worden opgelegd aan bedrijven die deze steun zullen ontvangen, bijvoorbeeld op het vlak van tewerkstelling, investeringen en lokale verankering? Hoe vermijdt u dat deze middelen uiteindelijk zullen doorstromen naar buitenlandse holdings die het geld elders willen investeren, zoals we recent gezien hebben bij BASF, waar miljarden euro’s uit Antwerpen werden weggehaald en honderden jobs werden geschrapt, ondanks overheidssteun?

Waarom wordt het budget niet structureel ingezet om als overheid zelf te investeren in hernieuwbare energieproductie en zo de energieprijzen duurzaam te drukken, in plaats van tijdelijke compensaties zonder structurele oplossingen?

Tot slot is er ook het dossier Envalior, het vroegere LangSys, dat de sluiting van zijn glasvezelfabriek in het Oost-Vlaamse Kallo aankondigde, met het verlies van 220 directe jobs, zonder de verloren jobs van de onderaannemers mee te tellen. Ook hier wordt opnieuw gewezen op de hoge energiekosten als belangrijke factor.

Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u om herstructureringen zoals bij Envalior te voorkomen? Welke perspectieven biedt u aan de betrokken werknemers en hun gezinnen? Hoe zorgt u ervoor dat de industriële jobs en de chemische sector in ons land behouden kunnen blijven? Dank u wel, mijnheer de minister.

Mathieu Bihet:

Mijnheer de voorzitter, het is voor mij het gemakkelijkst om te beginnen met de vraag van de heer Tonniau.

Mijnheer Tonniau, de beslissingen om al dan niet te investeren in het privéproject zijn voor rekening van de projectpromotoren in kwestie en zijn vaak een complex geheel van overwegingen. Over de beweegredenen van een individueel bedrijf kan ik mij niet uitspreken.

Met betrekking tot de beschikbaarheid van groene methanol, is het al langer duidelijk dat lokale productie van waterstof in onze regio moeilijk te realiseren is tegen competitieve prijzen. Dat heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van hernieuwbare energie, maar ook met de hoge duurzaamheidsvereisten die aan dergelijke RFNBO worden gesteld. Om die redenen zet de actuele federale waterstofstrategie dan ook in op de invoer van zowel waterstof als afgeleide moleculen zoals methanol, om aan de vraag te voldoen, aangezien de technologie zich niet ontwikkelt zoals voorzien. In de praktijk zien we ook concrete projecten die inzetten op de invoer van die moleculen.

Het stimuleren van het gebruik van methanol in de industrie behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. Groene methanol draagt bij aan de industriedoelstellingen, voor zover die voldoet aan de opgelegde duurzaamheidsvereisten en de gedelegeerde handelingen.

Met betrekking tot uw vraag inzake de energiekosten verwijs ik naar mijn antwoord op de vragen over de energienorm, die nu aan de orde zijn.

En effet, le 23 décembre 2025, le Conseil des ministres a approuvé en première lecture, sur ma proposition, un avant ‑ projet de loi permettant de recourir au nouveau cadre europ é en des aides d ’É tat, le CISAF, section 4.5, publi é le 25 juin 2025. Ce cadre permet aux É tats membres d'accorder un soutien sur le prix de l ’é lectricit é à certaines entreprises, à condition que celles ‑ ci contribuent concr è tement à la d é carbonation ou à la flexibilit é .

Monsieur Seuntjens, s’agissant de notre industrie, prenons l’exemple du secteur de la chimie: la surcapacité, une demande plus faible que prévu et une concurrence acharnée de rivaux chinois à bas coût frappent ce secteur en plein cœur. À cela s’ajoutent des coûts énergétiques élevés et un cadre réglementaire contraignant. La taxe américaine de 15 % sur les importations en provenance d’Europe accentue encore la pression sur l’industrie européenne.

Le soutien à nos entreprises, en particulier celles fortement consommatrices d’électricité, ne nécessite donc pas une seule mesure, mais bien un ensemble de mesures. Des solutions à court terme doivent être mises en place. De plus, des solutions structurelles doivent être envisagées pour permettre de la prédictibilité à nos entreprises. Enfin, je ne vous apprends rien en vous rappelant que des investissements dans le réseau et dans les nouvelles capacités sont primordiaux.

In dat kader beoogt de regering een energienorm in te voeren die tot doel heeft de concurrentiekracht van energie-intensieve ondernemingen te ondersteunen en tegelijkertijd hun overgang naar een moderne en weerbare economie te versnellen. Voor de periode 2026-2029 zullen de middelen worden ingezet die in het regeerakkoord zijn voorzien, aangevuld met middelen afkomstig van Fluxys.

À ce titre, le mécanisme de financement par les moyens de Fluxys est en cours d’élaboration, en concertation avec le ministre des Finances. Si la voie fiscale est privilégiée, comme c’est le cas, c’est donc le ministre Jambon qui est compétent pour cela. Les modalités définitives d’application du cadre CISAF seront fixées en concertation avec les acteurs concernés, étant entendu que ces conditions ne seront pas définies dans la loi, mais dans l’arrêté royal qui viendra compléter le texte actuellement soumis au Conseil d’État, pour répondre à Mme Gielis. Le projet détaillé de la norme énergétique sera formellement soumis à la Commission dès qu’un accord aura été trouvé sur l’ensemble des modalités, conformément aux règles européennes en matière d’aides d’État.

En outre, et compte tenu de l’ambition de ce gouvernement, l’avant-projet de loi prévoit également une ligne directrice tarifaire permettant à la CREG d’opérer une intervention structurelle dans le régime tarifaire. Cette disposition a été formulée dans le respect de la compétence exclusive et de l’indépendance du régulateur. L’application potentielle de cette ligne directrice sera accompagnée d’un mécanisme de compensation pour les autres utilisateurs susceptibles d’être impactés négativement, mécanisme sur lequel nous travaillons actuellement.

Le gouvernement soutient la compétitivité de manière temporaire via le CISAF, de manière structurelle par la voie tarifaire, et à long terme par le développement et le maintien de capacités structurelles décarbonées. Le message de ce gouvernement est donc clair: la Belgique redevient un pays où il est possible d’investir, de produire et d’innover, même dans le cadre d’une transition énergétique nécessaire mais profonde. Je vous remercie.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, si le gouvernement va chercher 300 millions d'euros dans les caisses de Fluxys, une fois de plus, ce seront les consommateurs qui paieront. Vous ne remettez d'ailleurs pas ce point en cause mais vous le renvoyez vers votre collègue Jambon, tout comme pour la hausse des accises sur le gaz. En fait, dès lors que vous décidez d'augmenter la facture, la patate chaude est renvoyée vers un autre ministre.

Pourtant, vous n'êtes qu'un seul gouvernement. La responsabilité vous incombe donc aussi.

Monsieur le ministre, nous ne manquerons pas de suivre le dossier. J'ai d'ailleurs également introduit une question écrite pour avoir plus de détails à cet égard.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. We blijven wel met een aantal technische vragen rond dat dossier zitten. We zijn uiteraard tevreden dat er al een voorontwerp is en dat daarover in eerste lezing een principieel akkoord is. Er zijn inderdaad tabellen opgenomen in de meerjarenbegroting.

De heer D’Amico heeft echter een punt wat Fluxys betreft, want ook ik vrees dat die kosten zullen worden doorgerekend door de netbeheerder. Dat is een eerste punt. Daarnaast ben ik niet volledig gerustgesteld inzake de wijziging van de elektriciteitswet, die de CREG – die inderdaad bevoegd is – de mogelijkheid geeft om tarifair op te treden. De vraag is of die kosten niet zullen worden gespreid over de andere categorieën van gebruikers. Dat zullen we finaal kunnen beoordelen wanneer het koninklijk besluit, dat momenteel bij de Raad van State voorligt, definitief is goedgekeurd en we kunnen er uiteraard op terugkomen bij de bespreking van de begroting en van de beleidsnota.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Interessant is dat we gisteren in de Antwerpse gemeenteraad een gelijkaardig debat hebben gevoerd. Daarbij werd eveneens verwezen naar de hoge energiekosten, die daartoe uiteraard de aanleiding vormden. Er was in dat debat een opmerkelijk moment waarop Peter Mertens van de PVDA stelde dat het deels onze eigen schuld is, omdat wij ervoor hebben gekozen sancties op te leggen aan Rusland. Volgens hem hadden we zo dom niet moeten zijn om dat te doen.

Die redenering deel ik absoluut niet. Ik ben van oordeel dat we dictators niet moeten steunen. Integendeel, we moeten vooral kijken naar andere afzetmarkten en op zoek gaan naar nieuwe bondgenoten in een wereld die steeds vijandiger wordt. Rusland is voor mij geen betrouwbare partner, maar ook de Verenigde Staten, met Donald Trump in het Witte Huis, zijn dat de laatste tijd absoluut ook niet.

Ik vind het dan ook jammer dat alle partijen die hier net het woord namen, de PVDA, het Vlaams Belang, maar ook cd&v, aangeven dat ze dat heel erg jammer vinden, maar op Europees niveau een duidelijke kans hebben gemist om op zoek te gaan naar nieuwe bondgenoten. Dan gaat het natuurlijk over Mercosur, waarmee wij echt een kans hadden die superbelangrijk was geweest voor onze industrie om een nieuwe markt aan te boren. Die kans hebben wij echter laten liggen. Het is dus makkelijk om, enerzijds, hier te roepen dat alles heel erg is maar, anderzijds, in het Europees Parlement tegen de industrie te stemmen en ook tegen alle mensen die daar werken. Als wij hun jobs willen verzekeren voor de toekomst, mogen wij de kans niet laten liggen om ook te zoeken naar andere partners in een wereld die steeds gevaarlijker wordt.

Tine Gielis:

Mijnheer Seuntjens, daarop wil ik toch even inspelen. Vooraleer de hand uit te steken naar andere partners, vind ik het heel belangrijk om erover te waken dat de basis hier zelf op orde is. Dat is op dit moment niet het geval, want het speelveld is niet gelijkwaardig. Dat is de reden waarom cd&v dat standpunt heeft ingenomen.

Mijnheer de minister, ik wil mij nu vooral tot u richten, want ik ben al heel blij dat u al een goede stap in de juiste richting hebt gezet.

Ik ben nog niet gerustgesteld in wat Essenscia heel sterk gevraagd heeft, namelijk om toch al iets te laten zien rond de verlaging van de transmissienettarieven. Daarover heb ik nog geen duidelijk standpunt van u gehoord. U bent daar zeer voorzichtig in en u spreidt een en ander wat langer in de tijd. Ik zou u dus toch willen vragen om door te pakken.

Ik hoor u vooral zaken vermelden zoals opvolging en dialoog. Die zijn van belang om de verschillende niveaus op een lijn te krijgen. Ik wil echter ook de urgentie benadrukken, zodat ook de mensen – uiteraard niet het hele land, maar vooral mijn oud-collega’s – die op u rekenen, snel duidelijkheid krijgen en mogen hopen dat u snel doorpakt om een oplossing te kunnen bieden, zodat de aanwezige industrie gewaarborgd kan blijven.

Het is vijf na twaalf. Het is tijd om actie te ondernemen.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk dat voor bedrijven zoals Vioneo, met miljardenprojecten waar veel jobs aan verbonden zijn, energie cruciaal is. Ze willen voldoende energie, waarvan ze in België al niet meer zeker zijn. Dat is toch wel straf. Ze willen liefst groene en goedkope energie. Als ons land op die drie punten nul op drie scoort, dan zullen bedrijven vertrekken. Het is logisch dat bedrijven dan niet meer naar ons land komen. U verklaart dat de productie van groene waterstof en groene methanol niet competitief is in België. U hebt gelijk in die zin dat het op de vrije markt niet competitief is. Met de vrijemarktregels in Europa is dat inderdaad niet competitief. Daarom trekken al die bedrijven weg. Ze zijn op zoek naar groene waterstof om hun productie te optimaliseren en te vergroenen, maar die bestaat niet in ons land. Een van de redenen is dat onze overheid geen plannen maakt. U verklaart dat het om privébeslissingen gaat, waarmee de overheid niets te maken heeft, maar de overheid mag wel subsidiëren. We hebben nu opnieuw 1 miljard euro gevonden om subsidies te geven om de energierekening te verlagen. Het is echter minder duidelijk welke voorwaarden daaraan worden gekoppeld. Zijn bedrijven verplicht om de tewerkstelling hier te houden? Zijn ze verplicht om de geboekte winsten in België te investeren? Dat is minder duidelijk. Dan zegt u dat dat privébeslissingen zijn. We hebben dat gezien bij Audi Brussels, dat overvloedig overheidssteun kreeg van de federale overheid, het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest, maar uiteindelijk vertrokken is. Dat was de fabriek waar men de auto's van de toekomst maakte, elektrische wagens. Dat is toch de toekomst? Die zijn er niet meer in België. Audi produceert die wagens nu in Mexico. Met andere woorden, als men geen plannen maakt en geen visie heeft op onze industrie, dan eindigt men met een industrieel kerkhof. Stilaan evolueren we daar naartoe. De industrie zelf trekt al heel lang aan de alarmbel. Ik begrijp niet dat u dat niet hoort. De vakbonden trekken al heel lang aan de alarmbel, maar ik heb niet de indruk dat deze regering daar ook maar iets aan zal veranderen.

De studie van Tractebel voor Elia en de risico's voor de stroomvoorziening
De Tractebelstudie en de Belgische bevoorradingszekerheid
Analyse van Tractebel over risico's voor Belgische stroomvoorzieningszekerheid

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Tractebel-studie voor Elia waarschuwt voor een elektriciteitstekort van 4,4 GW tegen 2035, door vertragingen in kerncentrales (pas operationeel na 2039), offshore wind (aanzienlijke achterstand) en interconnexies, terwijl ENGIE weigert de looptijd van Doel 4/Tihange 3 verder te verlengen – wat volgens de studie wel de helft van het tekort zou dekken. Minister Bihet (MR) bevestigt een meersporenstrategie: maximaliseren van Noordzee-wind (inclusief Princesse Elisabeth-zone), mogelijke extra verlenging Doel 4/Tihange 3 (mits veiligheidsgoedkeuring), gascentrales via het CRM-mechanisme, interconnexies en SMR-onderzoek (met SCK CEN als koploper), maar concrete beslissingen over kernenergie (grote centrales vs. SMR) en sites ontbreken nog – ondanks de dringende termijn in 2024 volgens Elia. De Smet (cdH) kritiseert het gebrek aan "duidelijke nucleaire strategie" en benadrukt dat zelfs met SMR’s (onzeker en pas na 2035) en andere maatregelen de verlenging van bestaande reactoren onvermijdelijk is om een "jarenlange onzekerheid" te voorkomen, maar onderhandelingen met ENGIE blijven blockerend. Ravyts (N-VA) valt bij: "Flexibiliteit (batterijen) en import (hernieuwbaar via buurlanden) zijn geen productie – zelfvoorzienendheid staat onder druk" en eist snelle beslissingen over de Prinses Elisabeth-zone en gasback-ups. Kernpunt: Alle partijen erkennen het acute risico, maar de regering mist nog een concreet, tijdig plan voor 2035 – met nucleaire verlenging als enige zekere optie op korte termijn, terwijl SMR’s en nieuwe centrales pas later uitkomst bieden.

François De Smet:

Monsieur le ministre, une étude récemment commandée par le gestionnaire du réseau de transport d’électricité Elia au bureau d’énergie Tractebel met en lumière des risques majeurs pour la sécurité d’approvisionnement électrique de notre pays au cours des prochaines décennies. Selon cette étude, même dans le scénario le plus optimiste, la Belgique ne pourrait mettre en service de nouvelles grandes centrales nucléaires qu’à partir de 2039, à condition qu’un projet industriel de très grande ampleur soit lancé dès la fin 2026 et qu’aucun retard significatif ne survienne. Autant vous dire qu'on y croit moyennement.

Dans le même temps, Elia estime que la Belgique devra disposer d’ici 2035 de 4,4 gigawatts supplémentaires de capacité de production afin de répondre à l’augmentation de la demande liée notamment à l’électrification des transports, de l’industrie et du chauffage.

L’étude souligne par ailleurs que ni les nouvelles grandes centrales nucléaires, ni l’extension des parcs éoliens offshores, ni les interconnexions avec les pays voisins – toutes accusant des retards – ne permettront à elles seules de résorber ce déficit à l’horizon 2035. Elle indique cependant aussi qu’une prolongation de 10 années supplémentaires des réacteurs Doel 4 et Tihange 3 pourrait couvrir près de la moitié du déficit identifié, tout en rappelant les réticences exprimées par ENGIE à rouvrir ce dossier, comme on le sait.

Monsieur le ministre, comment le gouvernement entend-il garantir la sécurité d’approvisionnement électrique du pays à l’horizon 2035, au vu des délais incompatibles avec cette échéance notamment pour la construction de centrales nucléaires? Quelles démarches ont-elles été ou seront-elles entreprises afin de lever les obstacles identifiés avec l’exploitant afin d'obtenir une prolongation supplémentaire de la durée de vie de Doel 4 et de Tihange 3? Quelles mesures comptez-vous prendre pour préserver la disponibilité des sites nucléaires existants, sans vouloir faire doublon avec les questions précédentes? Enfin, le développement des petits réacteurs modulaires SMR, même si je sais que vous avez une réponse d'actualité, fait-il l’objet d’un calendrier, d’un cadre réglementaire et de choix de sites précis? Quelle contribution "réaliste" le gouvernement en attend-il avant 2040?

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de Tractebelstudie in opdracht van netbeheerder Elia, die besteld werd in de context van het nieuw federaal ontwikkelingsplan 2028-2038.

De heer De Smet heeft het al geschetst en ook na lezing ben ik geneigd om samenvattend te stellen dat er een probleem is. We weten dat er in de periode 2028-2035 zeker geen nieuwe kerncentrales operationeel kunnen zijn. Ik ben nog optimistisch wanneer ik die periode hanteer. We weten ook dat er ontegensprekelijk vertraging zit op het offshore gebeuren en de offshore ontwikkelingen. Ik druk mij daarover niet kwalitatief uit, ik benoem gewoon de vertraging. Dat zijn de feiten. Er is bovendien geen zekerheid over een bijkomende verlengde openingsduur van de twee bestaande kerncentrales. Wanneer men die drie vaststellingen samenneemt, komt men onvermijdelijk tot de conclusie, zoals Elia ook in haar recente ad&flex-studie heeft gezegd, dat nieuwe en bestaande thermische centrales, doorgaans gasgestookte elektriciteitscentrales, meer dan ooit opnieuw in beeld komen.

U, als MR-minister, zal namelijk toch niet stellen dat we 60 à 70 % van onze elektriciteit zouden importeren? Dat zou volledig haaks staan op wat in het regeerakkoord is opgenomen over de autonomie van de Belgische energieproductie.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op de resultaten van die studie?

Plant u dit kalenderjaar de nodige beslissingen te nemen? Tractebel geeft immers aan dat die beslissingen dit jaar moeten worden genomen. Indien men nog langer wacht, dreigt verdere vertraging, zeker wat het nucleaire dossier betreft. Plant u dit kalenderjaar de essentiële beslissingen te nemen om de toekomstige bevoorradingszekerheid van België te garanderen?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, je prends acte des conclusions de l’étude préparatoire réalisée par Tractebel pour Elia. Elle confirme ce que nous avons toujours indiqué: de nouvelles grandes centrales nucléaires pourront contribuer à la sécurité d’approvisionnement au ‑ del à de 2040 si nous nous y engageons pleinement. Cela ne remet pas en cause l ’ ambition nucl é aire mais impose simplement une strat é gie à plusieurs horizons.

Om vanaf 2035 de bevoorradingszekerheid van elektriciteit te kunnen garanderen, rekent de regering op verschillende hefbomen.

Premièrement, la maximalisation du potentiel de production d'énergie en mer du Nord, à travers notamment, et on en a déjà débattu tout à l'heure, le développement de la zone Princesse Elisabeth, mais aussi le repowering de la zone existante et la coopération avec les autres pays de la mer du Nord pour, et ce conformément à l'accord de gouvernement, investiguer les opportunités au-delà de nos eaux territoriales belges.

En ce qui concerne la prolongation de Doel 4 et de Tihange 3: un accord avec l'exploitant, et on en a discuté aussi tout à l'heure, pour 10 ans, validé par la Commission européenne. Nous analysons, comme dit tout à l'heure, la faisabilité de prolongation supplémentaire dans le respect des exigences de sûreté. Il en est de même pour toute autre centrale qui le permettrait.

Ensuite, troisièmement, le mécanisme du CRM sur la garantie de la sécurité d'approvisionnement. Le mécanisme du CRM, il sécurise les capacités pilotables et flexibles. Une prolongation de la période 2021-2031, où l'organisation des enchères a été validée par la Commission européenne, pourrait s'avérer nécessaire.

Quatrièmement: la flexibilité de stockage. Nous favorisons la flexibilité de la demande industrielle et favorisons le déploiement des batteries et du stockage à grande échelle.

De interconnecties vormen dan ook een belangrijke pijler van ons beleid. Zij versterken de veiligheid van het systeem, bieden toegang tot competitieve prijzen en versnellen de koolstofarme transitie van België in samenhang met onze Europese engagementen.

Cependant, nous ne pourrons compter sur l'ensemble de ces leviers qu'à une seule condition: le réseau de transport d'électricité doit être suffisamment renforcé. À cet égard, le plan de développement fédéral est également essentiel pour la sécurité d'approvisionnement du pays. Il s'agit d'une part d'optimiser le réseau existant à travers une utilisation maximale de celui-ci, et d'autre part de renforcer et de développer le réseau là où c'est nécessaire.

Concernant l'Alliance du nucléaire et le Fonds de transition énergétique (FTE), la Belgique participe activement à cette alliance européenne et réoriente le FTE, pour également soutenir la recherche et l'innovation nucléaire, notamment sur les SMR. Je confirme que des décisions stratégiques sur le nucléaire seront prises – comme le dit d'ailleurs l'accord de gouvernement – durant la première partie de cette législature et conformément au calendrier du plan fédéral de développement qui doit être approuvé en 2027 pour la période 2028-2038.

Concernant les SMR spécifiquement, le SCK CEN a, par exemple, lancé un programme pour développer une technologie de SMR avancée, qu'on dit de quatrième génération, lever les obstacles réglementaires et envisager une plateforme de démonstration technologique. Parallèlement à cela, d'autres technologies SMR existent et commencent à apparaître sur le marché. Basées sur des technologies éprouvées, ces réacteurs sont une des options que nous envisageons car ils pourraient permettre de combler plus rapidement une partie du déficit identifié par Elia, et cela juste après l'année 2035.

Nous avons appris que différentes entreprises sont actuellement en train d'étudier les possibilités concernant les sites et les technologies pertinentes pour ces projets ou d'engager des discussions relatives au licensing des technologies qu'ils développent. Notre stratégie combine ainsi prolongation, flexibilité, interconnexion et innovation nucléaire pour assurer la sécurité d'approvisionnement et, c'est important, d'atteindre les objectifs climatiques. Je vous remercie.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre pour vos réponses et pour le rappel de tout ce que vous entreprenez pour tenter de compenser le déficit énergétique qui s'annonce.

Je pense comprendre que vous n'avez pas encore de stratégie nucléaire claire et que vous n'avez pas encore choisi, par exemple, entre les grandes centrales et les SMR. Il est logique que vous exploriez les uns et les autres, et que vous investissiez dans l'innovation sur les SMR. On ne peut pas vous en vouloir car c'est ce qu'il faut faire.

La technologie des SMR demeure malgré tout au stade de la recherche. Au final, si l’on décide de lancer une ou plusieurs grandes centrales classiques – à moins que vous ne nous annonciez par surprise un plan avant l'été – on ne sera pas prêt avant l'échéance de 2035. Les SMR représentent une solution jouable, possible, mais encore extrêmement incertaine même si, en effet, vous n'avez pas le choix, il faut investir dans la recherche.

Dans tous les cas, même si tout le reste de ce que vous mettez en place se voit couronné de succès, nous nous dirigeons vers quelques années d'incertitudes. On en revient donc à la prolongation des réacteurs existants. Vous vous concentrez – c'est logique et c'était dans ma question – sur Doel 4 et Tihange 3, et de moins en moins sur la prolongation d'autres réacteurs. Toutefois, même en tenant compte de la prolongation de 10 ans à 20 ans de ces deux réacteurs, cela deviendra absolument impératif, sans quoi nous ne nous en sortirons pas. C’est en effet tout ce que nous avons face à l'incertitude des autres scénarios en place et sur lesquels, je le reconnais, vous essayez d'avancer.

Nous ne pourrons rester encore des mois durant sans savoir ce qui se passe entre vous et ENGIE quant à la prolongation de 10 à 20 ans de ces deux réacteurs. C'est en effet tout ce dont nous avons en magasin au rayon "un petit peu de certitude".

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, de term onzekerheid vormt de rode draad in dit verhaal. Ik ben blij dat u bent geëindigd met het SMR-verhaal om de kloof alsnog te dichten. U sprak over flexibele capaciteit en batterijparken. In verband met dat laatste herhaal ik wat mevrouw Marghem, zowel toen ze minister was als toen ze parlementslid was, hier altijd heeft gezegd. Batterijparken zijn uiteraard zeer goed voor de flexibiliteit en voor piekmomenten. Ze zetten elektriciteit op het net, maar ze produceren geen elektriciteit. Ik vind het dan ook wat goedkoop om telkens weer te beginnen over batterijparken en flexibiliteit. Eerst moet er productie zijn, en net daar schort het. Ik hoor u nu ook zeggen dat hernieuwbare energie de oplossing zal zijn, samen met de netwerken met de andere buurlanden. Dat is uiteindelijk het verhaal van mevrouw Van der Straeten: de Noordzee als één groot energiepark, waarbij we dan gaan importeren. Hernieuwbare import is voor sommigen plots geen import meer. Voor mij blijft dat import. Het is dus belangrijk dat we zelf ook tijdig die eerste kavel van de Prinses Elisabethzone in werking en in productie kunnen laten stellen, en dat tegen een juiste prijs voor consumenten en bedrijven.

De hervorming van het sociaal tarief voor energie
Het al dan niet behouden van het sociaal energietarief
Het al dan niet behouden van het sociaal energietarief
Het sociaal energietarief: hervorming en behoud

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Bihet bevestigt dat het tarief sociale energie in 2026 zal hervormd worden naar een forfaitair systeem gebaseerd op inkomen en patrimonium (niet langer op statutaire criteria), om ook werkende armen te bereiken, maar concrete plannen ontbreken nog. D’Amico (PVDA-PTB) bekritiseert de focus op hervorming in plaats van prijsblokkering en noemt dit onvoldoende bescherming tegen stijgende energiekosten, terwijl Schlitz (Ecolo) waarschuwt dat een cheque-systeem (zoals in het regeerakkoord) minder effectief is dan het huidige, automatische tarief (90% dekking) en precarieteit verergert—gesteund door kritiek van CREG en de Federale Ombudsman Energie. Bihet benadrukt dat automatisering behouden blijft, maar Schlitz vreest een uitbreiding van het systeem door groeiend aantal werkende armen, wat zij een structureel falen van het arbeidsmarktbeleid noemt.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, et non pas monsieur le manager pour rester poli, nous avons appris que les notifications budgétaires mentionnent la réforme du tarif social énergie en vue d’une intervention forfaitaire plus transparente fondée sur le revenu, sur le patrimoine et technologiquement neutre. Cette réforme est mise en lien avec l’augmentation des accises sur le gaz naturel décidées dans le cadre de l’accord budgétaire.

En décembre dernier, vous aviez déclaré en commission concernant la réforme du tarif social que vous deviez faire une proposition au Conseil des ministres et que "cette proposition pourrait, après analyse approfondie, conserver tout ou partie du système".

Monsieur le ministre, pouvez-vous clarifier cette déclaration? Comptez-vous maintenir l'octroi du tarif social sur la base du statut? Avez-vous abandonné le projet de réformer le tarif social en vue de le remplacer par une prime forfaitaire? Confirmez-vous que le critère du revenu sera pris en compte pour octroyer le tarif social énergie dans votre proposition de réforme?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, le tarif social de l’énergie constitue aujourd’hui un outil central dans la lutte contre la précarité énergétique. Il protège automatiquement plus d’un million de ménages contre la hausse des prix et a démontré toute son efficacité lors de la récente crise énergétique, comme l’ont confirmé notamment la Banque nationale de Belgique et la CREG.

L’accord de gouvernement prévoit pourtant une réforme de ce tarif social, avec un glissement vers un système de primes et de chèques énergie. Or, de nombreuses études et avis officiels soulignent qu’un tel système serait moins protecteur, plus complexe et exposerait davantage les ménages vulnérables au non ‑ recours, alors que le tarif social actuel est automatis é à plus de 90 % et garantit un prix r é ellement bas sur l ’ ensemble de la consommation.

Par ailleurs, les ménages bénéficiant du tarif social ne consomment pas plus d’énergie que les autres – bien au contraire – malgré des logements souvent nettement moins performants. Le tarif social ne constitue donc ni un effet d’aubaine ni une incitation à la surconsommation, mais bien un instrument de justice sociale et de protection directe, notamment pour les familles avec enfants, qui peuvent ainsi vivre dans des logements chauffés et salubres.

Monsieur le ministre, le gouvernement entend-il maintenir le mécanisme actuel du tarif social ou confirme-t-il sa volonté de le remplacer par un système de primes forfaitaires, malgré les avis négatifs de la CREG et du Médiateur fédéral de l’énergie? Comment le gouvernement entend ‑ il garantir qu ’ aucune r é forme ne constitue un recul de protection pour les m é nages concern é s? L’augmentation annoncée des accises sur le gaz s’appliquera ‑ t ‑ elle é galement aux b é n é ficiaires du tarif social, ou ceux ‑ ci feront ‑ ils l ’ objet d ’ une exception explicite afin d ’é viter une nouvelle aggravation de la pr é carit é é nerg é tique?

Je vous remercie pour vos réponses.

Voorzitter:

Collega Maouane is niet aanwezig, dus haar vraag nr. 56012950C is zonder voorwerp.

Mathieu Bihet:

Chers collègues, bien que les statuts sociaux actuellement soient largement liés à des critères de revenus, le tarif social reste principalement accordé sur la base d'une reconnaissance d'un statut plutôt que sur la base de revenus réels. Ce système crée des iniquités, excluant de nombreux travailleurs pauvres ou ménages à bas revenus qui ne bénéficient pas d'une aide spécifique, bien qu'étant en situation de précarité énergétique.

L'accord de gouvernement envisage de faire évoluer les critères d'accès vers un mécanisme fondé sur le revenu net du ménage, critères de revenus donc, pour atteindre les travailleurs les plus vulnérables. Pour faire évoluer le tarif social vers une intervention forfaitaire plus transparente, basée sur les revenus et le patrimoine, il sera nécessaire de croiser les bases de données, en collaboration notamment avec le SPF Finances, si toutefois il dispose des dites bases de données. En ce qui concerne les modalités d'octroi, toutes les options méritent d'être examinées.

Le lien avec la politique des prix ne doit pas être négligé. L'effectivité et l'efficience de la mesure sont également à considérer. D'une part, l'automaticité a fait ses preuves non seulement en matière de simplification administrative pour les bénéficiaires, mais aussi, et c'est important, pour diminuer le taux de non-recours aux aides disponibles.

Et d'autre part, le chèque est opportun lorsque l'aide doit répondre à un besoin spécifique et immédiat, ou pour un public nécessitant un accompagnement. Et donc, ce tarif social fera bien l'objet d'une réforme durant l'année 2026 pour répondre à votre question, monsieur D'Amico. Je vous remercie.

Roberto D'Amico:

On voit que le prix du gaz est en hausse depuis le début de l'année, et rien ne protège les ménages de cette envolée des prix de l'énergie. Plutôt que de vouloir réformer le tarif social, comme vous l'avez dit, il faudrait prévoir un mécanisme de blocage des prix de l'énergie. Avec le groupe PVDA-PTB, nous avons réintroduit une proposition de loi allant dans ce sens.

Sarah Schlitz:

Dans votre réponse, ce n'est pas tout à fait clair. Confirmez-vous que vous supprimez le tarif social et le remplacez par des chèques? La réponse est alambiquée.

Mathieu Bihet:

La réforme doit être déposée et discutée, je ne peux donc vous dire maintenant quel sera la résultat de la réforme. L'ouvrage doit encore être mis sur le métier en 2026. Je vous ai donné quelques lignes directrices, notamment concernant la nécessité de passer à une intervention qui serait forfaitaire et non plus liée à un statut, afin de toucher davantage de personnes qui n'ont actuellement pas recours au tarif social. Je vous ai répondu avec les directives qui sont aujourd'hui sur la table.

Sarah Schlitz:

C'est déjà un peu plus clair. En tant que ministre, rien ne vous empêche de vous exprimer à titre personnel sur vos intentions, comme le font d'autres collègues dans d'autres dossiers. N'hésitez pas à nous faire part des options que vous mettez sur la table, quitte à ce que le résultat de la négociation ne soit pas celui escompté. N'ayez pas peur de nous!

(…) : (…)

Sarah Schlitz:

Pourquoi? Je ne vois pas du tout le problème! (Rires) Vous parlez des travailleurs pauvres, c'est intéressant, d'autant que je suis davantage active en commission des Affaires sociales où certains de vos collègues ont du mal à reconnaître qu'il y a des travailleurs pauvres en Belgique. Je vous rejoins donc, et de plus en plus d'études démontrent aussi l'existence d'un nombre croissant de travailleurs pauvres en Belgique. Cela ne devrait pas exister, et le gouvernement actuel doit ouvrir les yeux par rapport à ce phénomène. Il doit avant tout agir afin que chaque personne qui travaille dans ce pays ait accès à un revenu digne. Vous parliez d'un lien avec la politique des prix. C'est évident. Il est donc temps d'investir pour s'assurer que les prix de l'énergie restent accessibles. Mais d'après ce que je comprends des éléments de réponse que vous avez donnés à ce stade, nous aurons une extension très large du tarif social. En effet, s'il faut étendre l'accès au tarif social à toutes les personnes qui en ont réellement besoin, dont les travailleurs pauvres, vu les plans de ce gouvernement en matière d'emploi, nous nous dirigeons vers une augmentation exponentielle du recours à cette intervention. C'est à la fois une bonne nouvelle pour les personnes qui y ont droit, mais une mauvaise nouvelle parce qu'on voudrait que cette politique ne soit pas nécessaire, et qu'il n'y ait pas de personnes pauvres tout court.

De vertraging bij de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De stand van zaken m.b.t. de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De Hoge Raad voor energiebevoorrading
De stand van zaken m.b.t. de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
Voortgang en vertraging bij de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Phaedra Van Keymolen blijft de Hoge Raad voor Energiebevoorrading—beloofd in het regeerakkoord voor 2025—nog steeds niet operationeel, zonder rapport of duidelijke tijdlijn, wat ze problematisch vindt. Minister Mathieu Bihet bevestigt dat gebrek aan budget (door het begrotingsconclaaf) de oprichting blokkeert, maar benadrukt dat de objectieve analysebehoefte blijft bestaan en zoekt naar alternatieve oplossingen, wijzend op bestaande kaders (o.a. CRM-methodologie en KB’s) voor energieveiligheid. Van Keymolen kritiseert het gebrek aan concrete stappen en belooft het dossier scherp te volgen. Bihet erkent de noodzaak maar biedt geen tastbare oplossing of nieuwe deadline.

Voorzitter:

De heren De Smet, Seuntjes en Thiébaut zijn niet aanwezig om hun vragen te stellen.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de oprichting van een autonome hoge raad voor energiebevoorrading, die objectieve analyses moet leveren en beleidsadvies moet geven over onze energievoorziening. Daarbij werd aangekondigd dat in 2025 een eerste tussentijds rapport zou worden gepubliceerd. Begin 2026 moeten we vaststellen dat de Hoge Raad voor Energiebevoorrading nog steeds niet operationeel is en dat er bijgevolg ook nog geen rapport is. Dat leidt tot twee eenvoudige vragen.

Wat verhindert vandaag nog de effectieve oprichting en operationele start van de Hoge Raad voor Energiebevoorrading en welke stappen onderneemt u om verder uitstel te vermijden? Komt de Hoge Raad voor Energiebevoorrading er nog en wanneer mogen we dan het eerste tussentijdse rapport verwachten?

Mathieu Bihet:

Mevrouw Van Keymolen, het begrotingsconclaaf heeft alle leden van de regering verplicht keuzes te maken. Sommige budgetten werden toegekend, andere aangepast en nog andere niet toegekend. Dat laatste geldt voor de Hoge Raad voor energiebevoorrading.

Cependant, nous pensons qu'il reste important d'avoir une assistance autonome, j'insiste, et indépendante du secteur pour fournir les chiffres objectifs nécessaires aux autorités. Nous analysons donc à ce stade comment et sous quelle forme l'objectif du Haut Conseil peut être mis en œuvre.

La définition des volumes mis aux enchères dans le cadre du CRM suit déjà une méthodologie stricte afin de préserver la sécurité d'approvisionnement. Cette méthodologie impliquant Elia, la CREG, mon administration et mon cabinet, est précisée par l'arrêté royal du 28 avril 2021.

Met betrekking tot de opmaak van de ontwikkelingsplannen voor de elektriciteitstramissienetten en waterstofvervoersnetwerken verwijs ik u naar de procedure in het koninklijk besluit van 12 mei 2024, betreffende de procedure voor de opstelling, goedkeuring en publicatie van die plannen.

Vous le comprendrez donc: les cadres existent et sont appliqués dans l'optique de préserver la sécurité d'approvisionnement, fil rouge de l'après-midi. Mais au sujet du Haut Conseil, il faudra évidemment parvenir à trouver une solution pour remplir les objectifs que nous lui avions assignés. Je vous remercie.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, we zullen het dossier goed moeten opvolgen, want het is belangrijk. Wij hadden ook al vastgesteld dat er daarvoor geen budget was uitgetrokken. De vraag luidt dus wat nu. We zullen het eens goed moeten bekijken.

De energiekosten voor de gezinnen en de winsten van de energieleveranciers
De energiekosten voor de gezinnen en de winsten van de energieleveranciers
Energiekosten voor gezinnen en winsten van leveranciers

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Roberto D’Amico (PTB) wijst op recordhoge energiekosten voor gezinnen (tot €1.328/jaar) door verouderde, dure contracten en gebrek aan transparantie, terwijl leveranciers volgens de FGTB hogere winstmarges realiseren (2017–2023), en eist concrete prijsmaatregelen. Minister Bihet verwijst naar een goedgekeurd wetsontwerp (dec. 2025) met de CREG dat transparantie verplicht (o.a. QR-codes naar tarieven, verbod op misleidende kortingen) en jaarlijks prijscontrole door de CREG invoert, maar erkent geen directe prijsdaling. D’Amico bekritiseert dat de maatregelen onvoldoende zijn en pleit voor taxverlaging en prijsbevriezing, zoals in voorstellen van PTB.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, une famille moyenne paie jusqu'à 1 328 euros par an pour l'électricité et le gaz. Ce chiffre est au plus haut niveau depuis novembre 2024, selon la CREG.

De nombreux ménages paient donc aujourd'hui trop cher, car ils ont des anciens contrats, fixes ou variables, nettement plus chers que les offres actuellement disponibles. La CREG souligne que de nombreux consommateurs paient des centaines, voire jusqu'à 1 000 euros de trop, souvent sans en être conscients. La multitude des offres, des formules tarifaires et des services additionnels rendent les comparaisons difficiles pour les gens.

Par ailleurs, le baromètre économique de la FGTB indique que les marges bénéficiaires des fournisseurs d'énergie ont particulièrement augmenté entre 2017 et 2023.

Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes proposez-vous pour protéger les consommateurs et empêcher que les fournisseurs d'énergie fassent payer trop cher l'énergie? Merci.

Mathieu Bihet:

Monsieur D'Amico, la problématique que vous soulevez, à savoir le fait que de nombreux ménages paient aujourd'hui trop cher leur électricité et leur gaz parce qu'ils sont liés à des contrats anciens, complexes et peu transparents, est parfaitement connue et prise au sérieux.

C'est précisément pour répondre à cette situation que nous avons soumis, avec mon collègue le ministre Beenders, le 12 décembre 2025, un avant-projet de loi au Conseil des ministres. Cet avant-projet de loi, élaboré en étroite collaboration avec la CREG, prévoit plusieurs modifications ciblées sur la loi Électricité et sur la loi Gaz, parmi lesquelles un renforcement et une clarification des obligations d'information précontractuelle; une obligation d'information en cas de reconduction tacite des contrats; l'application pro rata temporis des redevances fixes; l'obligation d'insérer sur chaque facture d'acompte, facture de régularisation, renouvellement de contrat et communication contractuelle, un lien internet ou un QR code permettant au consommateur d'accéder immédiatement à la carte tarifaire de son contrat actuellement en cours; l’interdiction des réductions conditionnelles et des prix de fourniture successifs au sein d’un même contrat.

Ces mesures visent à uniformiser, simplifier et rendre plus lisible et plus transparente la structure des prix de fourniture: une meilleure structure des prix, une plus grande lisibilité et comparabilité, ainsi qu'un contrôle et un monitoring annuel par la CREG fondés sur la base de données de prix afin d'évaluer concrètement l'effet de ces mesures.

Le Conseil des ministres a approuvé cet avant-projet de loi qui est actuellement soumis à la concertation avec les Régions, mais également à un avis du Conseil d' É tat. Les mesures prévues aux points 4 et 7 constituent en particulier une réponse directe aux préoccupations que vous exprimez, donc l'obligation d'insérer des informations et le contrôle et le monitoring annuels par la CREG. Ces dispositions renforcent la comparabilité des offres, améliorent la transparence pour les consommateurs et limitent les possibilités pour les fournisseurs d'énergie de pratiquer des prix excessifs au moyen de structures tarifaires complexes. Je vous remercie de votre attention.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, je comprends la raison d'être de ces mesures. Leur élaboration avec l'aide du ministre Beenders est une bonne chose. Toutefois, ce n'est pas en clarifiant la facture qu'elle va baisser pour autant. En tant que ministre de l' É nergie, votre première préoccupation doit être le prix de l'énergie, laquelle détermine somme toute la facture que reçoivent les gens. Pour ce faire, il conviendrait de faire baisser les taxes sur les factures énergétiques et permettre un gel des prix. Le PTB a de nouveau introduit des textes de loi en ce sens. Je vous remercie.

De uitspraken van de topman van ENGIE over de toekomst van kernenergie in dit land
De ontmanteling van de kerncentrales en de toekomstige investeringen in kernenergie
De toekomst van kernenergie
De energievoorzieningszekerheid
De toekomst van kernenergie
De toekenning van een sloopvergunning voor de koeltorens van Tihange 1 en 2
De toekomst van kernenergie, ontmanteling en energievoorzieningszekerheid in België

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden bekritiseren minister Bihet scherp omdat zijn aangekondigde "nucleaire hergeboorte" tot nu toe dode letter blijft: ENGIE sluit verlenging van bestaande centrales (inclusief Tihange 1) en nieuwe investeringen categorisch uit, terwijl Elia waarschuwt voor bevoorradingscrises vanaf 2028 en een tekort van 4,4 GW na 2035 voorspelt. Critici (o.a. De Smet, Ecolo) beweren dat de minister geen concrete onderhandelingen voerde met ENGIE en geen realistisch stappenplan heeft voor SMR’s (pas mogelijk na 2035) of grote centrales (na 2040), ondanks zijn beloften van 4 GW nucleaire capaciteit. Bihet verdedigt zich door te benadrukken dat kernenergie en hernieuwbare energie de "twee onbetwistbare pijlers" zijn van de toekomstige mix, maar erkent impliciet dat ENGIE’s weigering om te investeren en juridische belemmeringen (bv. sloopvergunningen Tihange 1) de plannen frustreeren; hij wijst op infrastructuurprojecten (Ventilus, Boucle du Hainaut) en "werk in uitvoering" zonder tijdsgebonden commitments te geven. Oppositie (N-VA, cd&v) eist dringend een gedetailleerd actieplan, terwijl meerderheidspartijen (o.a. Lejeune, MR) vertrouwen uitspreken maar gebrek aan transparantie bekritiseren.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik ben blijkbaar de eerste in een rij van collega’s, vooral van de meerderheid, die zich stilaan zorgen maken over uw toch wel bescheiden palmares, voorlopig, op het vlak van de aangekondigde nucleaire hergeboorte.

Ik wil u confronteren met enkele actuele feiten. Ten eerste, de CEO van ENGIE Belgium stelde gisteren dat het langer openhouden van de jongste twee centrales en het herstarten van oude reactoren niet meer aan de orde is voor exploitant ENGIE. Heel misschien wil men na 2030 eens spreken met de volgende regering over een mogelijke nieuwe verlenging.

Ten tweede, ENGIE zegt zelf dat een overname door mede-exploitant EDF van de kerncentrales niet aan de orde is. U liet dat nochtans anders uitschijnen in de commissie.

Ten derde is er de Tractebelstudie in opdracht van Elia. Nieuwe grote kerncentrales zouden ten vroegste na 2040 operationeel zijn in dit land en SMR’s niet voor 2035, dan nog op voorwaarde dat u hiervoor dit jaar al concrete stappen zet.

Ten vierde, uw kabinet nam gisteren of vandaag communicatief de vlucht vooruit en bevestigde dat u praat met het Canadese OPG en het Amerikaanse Westinghouse. Mogen we daarover eindelijk iets meer concreets vernemen?

Ondertussen zegt Elia al maandenlang dat we vanaf 2028 stilaan maar zeker naar steeds hoger oplopende bevoorradingsproblemen zullen gaan, met echt grote problemen na 2035, wanneer er geen nieuw verlengingsdossier zou komen en ook de nieuwe offshore-ontwikkelingen niet op kruissnelheid zullen zijn.

Wat is uw reactie op al deze feitelijkheden?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, dans quelques semaines, tout au plus quelques mois, on va démolir la tour de refroidissement de Tihange 1. C'est un symbole des erreurs du passé. C'est la concrétisation de celles et ceux qui ont voulu casser la filière nucléaire, casser notre autonomie, sans alternative, en nous plongeant dans l'inconnu.

Aujourd'hui, on a demandé à la population de s'investir dans l'électricité, dans les voitures électriques, avec une baisse des accises sur l'électricité et une baisse de la TVA sur les pompes à chaleur. À côté de cela, paradoxalement, on abat une tour et on est de plus en plus en manque d'électricité. Le Parlement a fait son travail. Il a voté la loi de prolongation du nucléaire afin de relancer le secteur pour répondre à nos besoins énormes en énergie. C'est un enjeu capital.

Pendant ce temps-là, ENGIE, notre acteur de référence, continue à dire qu'il ne veut plus investir avec nous dans le nucléaire et a demandé un permis pour démolir cette tour emblématique. Ce constat appelle une question simple mais fondamentale. Quelle est concrètement votre stratégie en matière de développement du nucléaire à moyen et long terme? La modification de la loi à elle seule ne suffira pas.

Plus fondamentalement, qui décide de notre avenir? Est-ce ENGIE à Paris ou nous à Bruxelles? Monsieur le ministre, on a vraiment besoin d'une stratégie de développement nucléaire. Notre population, et surtout nos industries, en ont plus que besoin.

J'ai donc plusieurs questions. Avez-vous déjà pris des contacts avec d'autres opérateurs ou investisseurs potentiels susceptibles de s'engager dans de nouveaux projets nucléaires? Pouvez-vous nous préciser où en sont vos travaux, votre calendrier et vos choix stratégiques en la matière? Existe-t-il une vision claire, des objectifs chiffrés et des projets concrets pour le nucléaire dans le cadre plus large de la transition énergétique?

Monsieur le ministre, on doit ramener cette puissance nucléaire qui faisait la fierté de notre pays. Il y a urgence.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, we worden met heel wat uitdagingen geconfronteerd wat betreft de bevoorradingszekerheid voor de komende jaren. Elia heeft voorspeld dat het verbruik van elektriciteit enkel zal toenemen in de volgende jaren en zeker ook tegen 2050. Tegelijkertijd zegt ENGIE echter de boot te willen afhouden voor verdere levensduurverlengingen van kerncentrales. Nochtans hebben we die stroom absoluut nodig.

Wat voor een verschrikkelijke erfenis hebt u eigenlijk gekregen, mijnheer de minister? Laten we eerlijk zijn, de vorige minister gaf duidelijk aan dat de bevoorradingszekerheid de komende decennia zou worden gegarandeerd. Ze zei zelfs dat kernenergie tegen 2025 gewoonweg overbodig zou zijn. Kijk waar we nu staan. Die groene luchtkastelen zijn vandaag bitter weinig waard. Er was heel veel wind, zeker bij mevrouw Van der Straeten, maar heel weinig resultaat.

Mijnheer de minister, onze burgers en bedrijven hebben recht op bevoorradingszekerheid. Als we welvaart willen creëren, dan moeten we hen die garantie kunnen geven. Dat wil zeggen dat we moeten blijven inzetten op kernenergie op de lange termijn en op de korte termijn. Als we dat niet doen, staat er een lawine aan nieuwe gascentrales klaar om in te schuiven en dat moeten we absoluut trachten te vermijden.

Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen.

Ten eerste, op welke manier wilt u de bevoorradingszekerheid garanderen in de komende decennia? Ten tweede, welke maatregelen zult u op korte termijn nemen om ervoor te zorgen dat het aandeel van kernenergie kan stijgen in onze energiemix? Ten slotte, welke plannen hebt u op lange termijn voor diezelfde technologie? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, vous avez défendu une ligne politique claire: ne pas fermer prématurément des options nucléaires valables, éviter tout acte irréversible compromettant nos capacités de production et préserver, dans le cadre de l’abrogation de la loi de sortie du nucléaire, le potentiel nucléaire au ‑ del à de Doel 4 et Tihange 3.

Dans le dossier de Tihange 1, cette position se heurte toutefois à une é volution pr é occupante. En effet, un permis r é gional vient d ’ autoriser la déconstruction des tours de refroidissement à partir de septembre 2026, alors même que vous avez explicitement demandé aux exploitants de s’abstenir de tout acte irréversible sur des installations susceptibles d’être prolongées.

Je souhaite toutefois rappeler un point de procédure important. À ce stade, le gouvernement wallon ne s’est pas prononcé sur ce permis. Les décisions actuelles émanent du fonctionnaire délégué et du fonctionnaire technique du Service public de Wallonie. Le ministre wallon de l’Aménagement du territoire n’interviendra que dans le cadre du recours introduit par la ville de Huy contre ce permis de démolition.

Ce dossier appelle donc du sérieux juridique, du sang ‑ froid et une vision de long terme de notre s é curit é d ’ approvisionnement. Or les trajectoires de neutralit é carbone impliquent un renforcement des capacit é s pilotables bas carbone. Tihange 1 constitue pr é cis é ment une telle capacit é , pour autant qu ’ elle ne soit pas rendue indisponible de mani è re irr é versible. Cette question est par ailleurs indissociable du renforcement du réseau à haute tension, notamment de la Boucle du Hainaut, indispensable tant à l’intégration des renouvelables qu’à la valorisation de nos capacités pilotables.

Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous nous expliquer quelle strat é gie vous envisagez pour assurer notre s é curit é d ’ approvisionnement tout en garantissant une transition é nerg é tique r é aliste et d é carbon é e?

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, de uitdagingen voor ons energiebeleid zijn zeer groot. We moeten zorgen voor betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen en kernenergie maakt daar deel van uit. De schrapping van de wet op de kernuitstap zag u als uw visitekaartje voor een stevige nucleaire heropleving. Bij de start van de regering hebt u ambitieuze doelen gesteld: minstens 4 gigawatt aan kernenergie in de elektriciteitsmix was het vooropgestelde streefdoel.

Wat zien we vandaag? Amper 2 gigawatt aan nucleaire capaciteit en als we niet snel ingrijpen, gaat ook Tihange1 definitief tegen de grond. U weet net zo goed als ik dat nieuwe kerncentrales of kleine modulaire reactoren niet van de ene op de andere dag gebouwd zullen zijn. Los van het verleden, valt dit moeilijk te rijmen met de ambities die u tot nu toe hebt verkondigd.

Voor cd&v gaat het over meer dan cijfers alleen. Het gaat over meer dan één specifieke site. Het gaat over de kern van onze energiebevoorrading en dus over onze strategische autonomie. Het gaat over de vraag of wij onze gezinnen en onze bedrijven van stabiele en betaalbare energie kunnen blijven voorzien, nu en in de toekomst. Vandaag ontbreekt daarover duidelijkheid. We zien ambitie, maar geen routekaart. Zonder extra productiecapaciteit stevent ons land af op een gigantisch bevoorradingstekort door de stijgende vraag naar elektriciteit.

Mijnheer de minister, waar blijft de nucleaire strategie?

François De Smet:

Monsieur le ministre, avec l’Arizona, sur le nucléaire, on allait voir ce qu’on allait voir. Après 25 années de dictature écologiste, votre parti, le MR, allait enfin revenir au pouvoir et sauver la filière nucléaire. Oui, je sais que c’est n’importe quoi, mais c’est le résumé de la campagne électorale.

Un an plus tard, votre bilan: vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; vous avez aussi abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; et vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire. Je suis un peu injuste, vous avez aussi laissé éteindre deux réacteurs.

Si on écoute les déclarations du CEO d'ENGIE, l’avenir n’a pas l’air plus souriant. Votre gouvernement prétendait étudier la prolongation de Tihange 1. Pour ENGIE, je cite: "Tihange 1 est une discussion du passé". Une telle hypothèse est jugée impensable, faute de combustible et de place sur un réseau désormais saturé par les centrales au gaz.

Pire, alors que vous avez dit déplorer les actions irréversibles, la Région wallonne a octroyé les permis de démolition pour les tours de refroidissement de Tihange 1 et 2. Comment pouvez-vous prétendre sauver ces outils alors que vous laissez l’exploitant aller jusqu’à leur destruction physique?

Ensuite – et cela m’inquiète encore davantage – concernant la prolongation de Doel 4 et Tihange 3, vous annoncez, comme ce devrait en effet être le cas, porter leur exploitation à 20 ans au lieu des 10 initialement négociés. Là aussi, ENGIE est catégorique: l’accord signé est de 10 ans et le groupe refuse d’investir un euro de plus dans une prolongation supplémentaire, jugeant la question prématurée et hors de sa stratégie actuelle.

Le plus grave pour moi, monsieur le ministre, est que le CEO d'ENGIE affirme qu’aucune négociation n’a eu lieu entre le gouvernement et lui-même sur la prolongation du moindre réacteur.

En résumé, l’Arizona a laissé se déconnecter deux réacteurs, autant que la Vivaldi, et nous n’avons pas le début d’une idée de notre capacité nucléaire après 2035.

Monsieur le ministre, le CEO d'ENGIE dit-il vrai? Confirmez-vous qu’en un an, vous n’avez lancé aucune négociation sur la prolongation des réacteurs? De quelle énergie nucléaire la Belgique disposera-t-elle en 2035? Serez-vous le ministre de la fin du nucléaire?

Mathieu Bihet:

Beste Kamerleden, sta mij toe om u vooreerst mijn beste wensen over te maken, met bovenal een stralende gezondheid.

In al uw vragen merk ik een rode lijn op: de competitiviteit.

Je ne vais pas vous ennuyer en rappelant que le gouvernement a décidé, à la fin de l'année dernière, d'introduire à la fois une mesure temporaire et une mesure structurelle pour soutenir notre industrie à forte intensité énergétique. Je souhaite plutôt vous parler d'une troisième mesure qui bénéficie non seulement à cette industrie, mais également aux PME et aux indépendants: la capacité décarbonée.

De bevoorradingszekerheid kan enkel maar gegarandeerd worden zonder dogma's en op een doordachte manier, door te luisteren naar alle stakeholders en door met hun input een evenwichtige strategie uit te werken. Dat is waar dit regeerakkoord voor staat.

Notre mix énergétique décarboné devra reposer, aujourd'hui comme à l'avenir, sur deux piliers incontestables: les énergies renouvelables et l'énergie nucléaire. Comme cela a été évoqué, la place du renouvelable, en particulier de l'éolien offshore, est incontestable. L'accord de gouvernement est clair sur la zone Princesse Elisabeth, mais ce gouvernement s'engage également à accélérer la maximalisation du potentiel énergétique en mer du Nord et de manière économiquement efficiente. Nous poursuivons ce rôle de pionniers.

La place de l'énergie nucléaire dans un mix énergétique, chers collègues, est devenue incontestable. Il s'agit surtout à l'échelle belge d'une rupture avec le passé, un passé qui a longtemps méconnu, ignoré, voire décrédibilisé le rôle pionnier de la Belgique. Reconstruire et ancrer un écosystème nucléaire afin d'éviter de reproduire les erreurs du passé en des temps géopolitiquement incertains demande du temps. Il s'agit de reconstruire l'ensemble de la chaîne de valeur, du combustible aux déchets, de préserver et d'élargir les connaissances, mais aussi de les valoriser afin de trouver des mécanismes de financement qui soutiennent la compétitivité sans dégrader le pouvoir d'achat. Il faudra favoriser la coopération entre les différentes entités du pays dans le respect des compétences de chacun.

Wat de capaciteit betreft, hebben we geen tijd. We anticiperen en werken dag na dag opdat de beschikbare middelen efficiënt worden ingezet. Op korte termijn is de verlenging van de openingsduur van de bestaande reactoren een no-brainer. Op middellange en langere termijn hebben we nog steeds een grote capaciteit nodig, aangevuld met SMR's. Daarvoor bestaat interesse; dat valt niet op een koude steen. Er wordt naar België gekeken om die reactoren hier mee te realiseren.

Mais, jusqu'à présent, tout le monde n'est pas convaincu qu'il s'agit de la voie à suivre. Je suis donc quelque peu surpris que certains d'entre vous aient été surpris par les déclarations du CEO d'ENGIE dans la presse. La stratégie d'ENGIE, qui met avant tout l'accent sur la décarbonation, ne reflète pas encore le fait que, pour pouvoir décarboner, le renouvelable et le nucléaire doivent aller de pair. J'espère qu'ENGIE en viendra à un moment donné, comme par le passé, à la conviction qu'il convient de mobiliser les actifs nucléaires dont elle dispose, voire de les développer davantage.

Dans ce cadre, vous m'interrogez aussi par rapport à une autorisation octroyée. Cela a été dit non pas par une autorité politique, comme certains ont essayé de le faire croire sur les réseaux sociaux, mais par une autorité administrative. La situation est claire: les accords Phoenix, tels qu'ils sont rédigés aujourd'hui, limitent la marge de manœuvre juridique. Vous comprendrez dès lors la discrétion dont je fais preuve.

Mais, soyez rassurés, tout cela n'entrave absolument pas ma détermination et la détermination de ce gouvernement. Garantir la sécurité et l'approvisionnement, chers collègues, n'est pas seulement une question de capacité. Même avec les meilleures capacités du monde, on ne fera rien sans réseau, tant pour le renouvelable que pour le nucléaire. À ce titre, l'importance de la connexion Ventilus comme de la Boucle du Hainaut est fondamentale, tant pour notre sécurité d'approvisionnement que pour les problèmes de congestion que nous commençons à connaître au Nord et au Sud du pays.

C'est, comme je vous l'ai dit au début, une question de compétitivité. Et, cela, on ne peut le garantir qu'avec une énergie sûre, abordable et durable. Je vous remercie.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, de CEO van ENGIE heeft in de feiten gelijk: niet ENGIE heeft het nucleair tijdperk afgesloten, maar wel de vorige Belgische regeringen, met de N-VA en met cd&v, mevrouw Van Keymolen. Voorlopig bent u, samen met de N-VA en cd&v, nog steeds de uitvoerder van de paars-groene energie-erfenis.

We weten wat dat vandaag op het terrein betekent, namelijk steeds groter wordende energie-import. Wie zal dat hier ontkennen? Er is steeds meer hernieuwbare energieproductie, meer dan nucleaire productie. Gascentrales en batterijparken worden rijkelijk gespijsd door de belastingbetaler via het CRM-ondersteuningsmechanisme.

Waar blijft uw nucleair stappenplan? Zorg eindelijk ook in de realiteit voor een omwenteling op het vlak van nucleaire energie. Ga weg van de groene dogma’s. In plaats van aankondigingen en praatjes, voeg de daad bij het woord.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, j'ai entendu vos réponses, ainsi que les différentes interventions. Les décisions sur le nucléaire sont prises ici. C'est au niveau fédéral qu'on doit décider. Le ministre wallon, avec lequel je sais que vous travaillez, ne pourra s'appuyer que sur la loi. Nous devons décider de la stratégie. Nous en parlons souvent en commission, avec vous. C'est ici que cela se décide, et non dans des cénacles qui se trouvent ailleurs.

Nous restons un peu sur notre faim, mais nous avons confiance en vous. La tour que nous allons développer est le symbole des erreurs du passé, comme tous l'ont répété. Mais j'ai confiance en votre détermination et en votre capacité de déployer un plan précis avec des actions concrètes pour aller de l'avant et vous coordonner avec la région pour nous fournir en électricité et retrouver le nucléaire qu'on avait et cette fierté du passé. Je vous remercie.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, uw antwoord was duidelijk. We hebben een duidelijk plan van aanpak nodig, we hebben dat op korte termijn nodig en we zullen alles uit de kast moeten halen om ervoor te zorgen dat de bevoorradingszekerheid wordt gegarandeerd.

We hadden die stap al veel eerder kunnen zetten, als de vorige regering heel andere beslissingen zou hebben genomen. Toen de N-VA tien jaar geleden voorstelde om naar nieuwe kerncentrales te kijken, zei men bij Open Vld: daar denken we nog niet aan, over ons lijk, breekpunt. Eerlijk gezegd, dat was een foute keuze.

Nu hoor ik iedereen hier in de zaal oproepen om verder te gaan, om kernenergie naar voren te schuiven, want het had al gebeurd moeten zijn. Jammer genoeg denkt men daar alleen maar aan wanneer men in de oppositie zit.

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, vous avez hérité, à la suite d'accords conclus jadis, d'une loi de sortie du nucléaire qui a orienté le système vers le démantèlement. Toutefois, fort heureusement, vous avez choisi une autre voie: celle de la responsabilité, en soutenant l'abrogation de cette loi et en refusant que des décisions techniques irréversibles hypothèquent notre sécurité d'approvisionnement.

Il est essentiel que chacun assume sa part de responsabilité: le fédéral, en maintenant ouvertes les options nucléaires dans le respect des normes de sûreté; le niveau régional, en prenant des décisions cohérentes avec la sécurité d'approvisionnement; les gestionnaires de réseau, en accélérant des projets structurants. Il importe de refuser de détruire ce dont nous pourrions avoir besoin demain et de bâtir les infrastructures qui permettent de concilier sécurité d'approvisionnement, compétitivité et transition climatique ordonnée. Ce qui est rassurant aujourd'hui est que l'énergie soit à présent pilotée par un ministre, et non plus par une lobbyiste à l'agenda caché!

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoorden.

Het heeft weinig zin om elkaar de zwartepiet door te schuiven voor wat er in het verleden allemaal gebeurd is. We zijn nu. Het plan moet nu gemaakt worden. Nu moeten er oplossingen komen.

In de wandelgangen wordt u ook wel eens Atomic Boy genoemd. Nu, van atomen weten we dat ze altijd in beweging zijn, maar vandaag zien we nog maar weinig beweging.

Voor cd&v is dit thema te belangrijk om te blijven steken in intenties en in verkenningen. Onze bedrijven en onze gezinnen rekenen op ons voor een zekere en betaalbare energiebevoorrading. Wij rekenen er dan ook op dat u snel een duidelijk plan maakt, en dat we daar snel mee voort kunnen.

François De Smet:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre.

Si je résume vos propos, Engie n'a pas bien lu le programme du MR et l'accord de gouvernement. C'est une possibilité. Une autre réalité est peut-être que le gouvernement et le MR n'ont pas tenu compte des contraintes réelles du terrain, de celles d' Engie et de la réalité opérationnelle, avant de promettre qu'il suffirait d'appuyer sur un bouton pour prolonger tous les réacteurs de ce pays.

Je suis quelque peu troublé par le fait que vous n'avez pas répondu à la question de savoir si le CEO d' Engie dit vrai lorsqu'il affirme qu'il n'y a pas eu de négociation depuis un an. Il faut donc en conclure que c'est bel et bien le cas.

Enfin, je reste inquiet quant à l'approvisionnement à long terme. Vous avez évidemment pris connaissance de l'étude de Tractebel, qui souligne qu'aucun nouveau grand réacteur ne pourrait voir le jour avant 2039, voire 2044, si l'on commençait à le construire dès aujourd'hui. Or, Elia prévoit un déficit d'approvisionnement de 4,4 GW à partir de 2035, moment où nous n'aurons plus de nucléaire si rien ne bouge. Il y a de quoi continuer à être inquiet. Obtenez au moins la prolongation à 20 ans de Doel 4 et Tihange 3!

Voorzitter:

Hierbij sluit ik deze vragensessie af. Ik dank de vragenstellers en de regering.

De investeringen van banken in fossiele energie

Gesteld door

PS Hugues Bayet

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 13 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Hugues Bayet wijst op een studie waaruit blijkt dat 65 topbanken wereldwijd dubbel zoveel in fossiele (3.285 mrd USD) als in duurzame energie (1.368 mrd USD) investeren (2021-2024), wat indruist tegen de doelen van het Akkoord van Parijs, en vraagt om concrete sturing van Belgische banken om hun fossiele financeringen te verminderen. Minister Jan Jambon stelt dat de overheid banken niet kan dwingen, maar benadrukt dat EU-regels (zoals transparantieverplichtingen en klimaatrisico-analyses vanaf 2026) hen moeten aanzetten tot vrijwillige verschuiving, met waarschuwing voor financiële instabiliteit bij geforceerde transitie. Bayet bekritiseert dit als te passief, wijst op de miljarden aan bankreserves en pleit voor strengere overheidssturing—analog aan de (omstreden) maatregelen tegen mazoutketels—om banken te verplichten fossiele investeringen sneller af te bouwen. De discussie blijft onopgelost: Jambon houdt vast aan marktmechanismen en EU-kaders, Bayet eist actiever overheidsingrijpen.

Hugues Bayet:

Monsieur le ministre, selon une récente étude menée par plusieurs ONG, dont Reclaim Finance, les 65 plus grandes banques mondiales ont accordé, entre 2021 et 2024, plus du double de financements aux énergies fossiles (3.285 milliards de dollars) qu'aux énergies dites soutenables, comme l'éolien ou le solaire (1.368 milliards de dollars).

Concrètement, pour chaque dollar investi dans les énergies fossiles, seuls 42 cents soutiennent la transition énergétique. Ce constat est contraire aux trajectoires recommandées par l'Agence internationale de l'énergie (AIE) et aux engagements climatiques de l'accord de Paris.

Si les banques françaises s'en sortent mieux que d'autres pays, l'étude ne met toutefois pas en avant de manière claire la performance des établissements belges. Or, les banques opérant en Belgique, en tant qu'acteurs financiers majeurs, ont une responsabilité particulière dans la mobilisation de capitaux vers des secteurs compatibles avec nos objectifs climatiques. Leur rôle est déterminant pour réduire progressivement l'exposition aux énergies fossiles et accroître significativement le financement de la transition énergétique.

Pouvez-vous préciser quelle évaluation le gouvernement fait actuellement de l'implication des banques belges dans ce domaine et quelles actions concrètes seront entreprises pour s'assurer que le secteur bancaire belge accélère son désengagement des énergies fossiles et augmente ses investissements dans les énergies soutenables, conformément à nos engagements européens et internationaux en matière climatique?

Voorzitter:

Zo gaat het wel heel snel.

Jan Jambon:

Monsieur Bayet, il incombe aux institutions financières, elles-mêmes, d'élaborer une stratégie et de prendre des décisions commerciales pour leur organisation. Cela vaut également en matière de finances durables. Les pouvoirs publics ne peuvent pas obliger les institutions financières à investir ou non dans certains secteurs ni à accorder des prêts. En revanche, ils peuvent faciliter les investissements soutenant la transition climatique et énergétique, par exemple en favorisant une plus grande transparence.

La réglementation européenne et les initiatives visant à promouvoir la finance durable s'inscrivent dans cette logique. En particulier, le cadre européen de reporting en matière de durabilité, qui est affiné via le paquet législatif dit Omnibus, renforce cette transparence. Il est important à cet égard de souligner que la réglementation européenne en matière de finances durables n'exclut aucun secteur de l'accès au financement. De même, la réglementation prudentielle ne prescrit pas que certaines entreprises ou secteurs ne puissent plus recevoir de crédit ni que d'autres secteurs doivent recevoir davantage de financement. Un déplacement massif et soudain des financements entre secteurs pourrait en outre engendrer une instabilité financière, ce qui n'est pas souhaitable d'un point de vue prudentiel.

En revanche, il est attendu des institutions financières qu'elles intègrent systématiquement les risques liés au climat et à l'environnement au même titre que les autres risques dans leur gestion des risques. Elles doivent également adopter une perspective à long terme et, à partir de 2026, établir des plans prudentiels indiquant comment elles comptent aborder les risques physiques et les transitions liées au changement climatique et à la dégradation de l'environnement à court, moyen et long termes.

Les décisions finales en matière d'octroi de crédit et les conditions y associées relèvent en revanche entièrement de la responsabilité des institutions financières.

Hugues Bayet:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Je crois que nous pouvons faire un peu plus par rapport aux banques. Vous avez décidé de montrer l’exemple avec les citoyens en augmentant la taxation sur les chaudières au mazout. C’est une bonne chose d’un point de vue environnemental. C’est une mauvaise chose d’un point de vue social, puisque vous n’aidez pas les plus pauvres d’entre nous.

Mais en ce qui concerne les banques, je vous rappelle qu’elles ont des milliards stockés sur leurs comptes. Moi, je dis cela, c’est juste pour être cohérent par rapport à votre accord de gouvernement. Je pense que nous pouvons être un peu plus actifs par rapport aux choix faits par les banques, et que nous pouvons sans problème orienter des choses un peu plus strictes par rapport aux énergies fossiles.

Voorzitter:

De vragen nrs. 56008419C, 56008421C, 56008423C en 56008494C van mevrouw Charlotte Verkeyn worden omgezet in schriftelijke vragen. Collega's, morgen zullen we ons actualiteitsdebat over de btw houden, in het algemeen. Voor de goede orde preciseer ik dat al diegenen die vragen hebben ingediend, de spreektijd zullen krijgen waarop ze volgens hun aantal vragen recht hebben. Ze zullen geagendeerd worden onder dat punt en zullen dan ook aan het woord komen. Is dat goed? ( Ja )

De analyse van de brandrisico's in de Belgische kerncentrales

Gesteld door

Ecolo Sarah Schlitz

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 6 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz wijst op internationale studies die aantonen dat brandincidenten in kerncentrales frequent voorkomen (bv. 73-82 gevallen/jaar in Frankrijk) en vraagt om transparantie over 30 jaar brandgegevens in Belgische centrales, inclusief PFAS-houdende blusschuimgebruik (historisch/actueel), risicobeheer en substitutie door PFAS-vrije alternatieven. Jean-Luc Crucke verklaart het dossier niet tot zijn bevoegdheid te behoren en verwijst naar collega-ministers voor nucleaire veiligheid en energiebeheer. Schlitz bekritiseert zijn politieke keuze om coördinatie te vermijden, stelt dat hij actief had kunnen bijdragen aan PFAS-preventie, en noemt zijn antwoord "onvoldoende" en ontwijkend.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, les données publiées sur les risques incendie dans les installations nucléaires étrangères montrent que ce type d’événement n’est ni rare ni anodin. Ainsi, dans une étude spécifique consacrée au risque incendie dans les centrales nucléaires françaises, l’ASNR recensait 73 départs de feu en 2014 et 82 en 2013, selon les déclarations de l’exploitant. Par ailleurs, la base de données ARIA recense 74 incendies dans des centrales nucléaires depuis 1990, de degré de sévérité variable, mais susceptibles – pour la plupart – d’avoir nécessité ou déclenché l’utilisation de mousses anti-incendie, dont certaines formulations historiques contiennent ou ont contenu des PFAS.

Compte tenu de ces constats internationaux, et sachant que les PFAS sont des polluants particulièrement persistants et susceptibles de contaminer durablement les sols, l’eau et les milieux naturels, je souhaiterais faire le point sur la situation en Belgique.

Combien d’incendies ou de départs de feu ont été enregistrés, déclarés ou analysés dans les centrales nucléaires situées en Belgique au cours des 30 dernières années? Ces événements font-ils systématiquement l’objet d’un retour d’expérience centralisé, d’une classification selon leur gravité et d’une publication (totale ou partielle) des données? Les plans d’intervention des centrales belges prévoient-ils l’utilisation de mousses anti-incendie? Si oui, ces mousses contiennent-elles ou ont-elles contenu par le passé des PFAS? Un inventaire de l’usage historique de ces mousses a-t-il été réalisé pour les centrales belges (stockage, fréquences d’utilisation, zones d’entraînement, interventions réelles, quantités déployées)? Les exploitants ont-ils procédé à une substitution de ces mousses par des alternatives sans PFAS? Si oui, à quelle date et selon quelles modalités? Quelles obligations réglementaires s’appliquent aux exploitants nucléaires concernant l’usage de mousses anti-incendie et la gestion de substances dangereuses telles que les PFAS? Quelles sont les actions prises en vue de renforcer les exigences en matière de prévention des pollutions chimiques liées aux incendies, au regard des risques cumulés (incendie + radioactivité + PFAS)?

Jean-Luc Crucke:

Madame Schlitz, je serai fort bref étant donné que ce sujet ne relève pas du tout de mes compétences. Je vous renvoie à mon collègue Bernard Quintin en ce qui concerne la compétence de sécurité nucléaire, de mobilisation du Fonds Seveso et des interventions des pompiers ou de la sécurité civile, et à mon collègue Mathieu Bihet, qui est en charge de l'énergie, en ce qui concerne la gestion des centrales nucléaires. Je suis désolé de ne pas pouvoir vous répondre plus amplement.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, j'entends que des éléments relèvent en effet de la compétence d'autres ministres. Toutefois, c'est également un choix politique de décider de s'inscrire dans une logique de coordination et de pilotage dans la lutte contre les PFAS et dans la prévention vis-à-vis de ceux-ci, ou de simplement se dire "ce n'est pas chez moi que cela se passe" et ne pas décider de prendre sa part dans le sujet. Il me semble qu'il y a quand même une marge d'appréciation. En l'occurrence, vous avez fait le choix politique de ne pas vous saisir de ce sujet, mais, dans un autre scénario, vous auriez pu décider de vous y atteler. Votre réponse, monsieur le ministre, est un peu insuffisante.

De stand van zaken betreffende de energieaudits

Gesteld door

N-VA Lieve Truyman

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens minister Vanessa Matz zijn er 67 van de 440 geplande energieaudits afgerond (2023–2024), met als belangrijkste bevindingen slechte isolatie en verouderde verwarmings- en ventilatiesystemen, terwijl ingrijpende renovaties nodig zijn voor significante verbeteringen. Ze bevestigt dat 17 relightingprojecten, 12 van 28 laadpaalprojecten (174 palen) en 9 van 16 zonnepaneelprojecten zijn afgerond, maar waarschuwt dat het onrealistisch is alle 800 federale gebouwen tegen 2030 te auditen met de huidige middelen, waardoor de strategie wordt herzien en een nieuwe raamovereenkomst in 2026 komt. Lieve Truyman (parlementslid) prijsde het ambitieuze beleid (relighting, laadpalen, zonnepanelen) en noemde de aanpassingen "een stap in de goede richting", ondanks de vertragingen. Concreet ontbreken nog systematische vervangingscampagnes voor verwarmingssystemen, en loopt de uitvoering van audits en renovaties achter op het Nationaal Energie- en Klimaatplan.

Lieve Truyman:

Mevrouw de minister, in uw beleidsnota over het gebouwenbeheer van de Staat vermeldt u dat de Regie der Gebouwen in mei 2023 een overheidsopdracht heeft gegund voor de uitvoering van grondige energieaudits van de federale gebouwen, die zij beheert. Op basis van de resultaten van de audits zullen de behoeften en de prioritaire acties worden bepaald om de doelstellingen van het Nationaal Energie- en Klimaatplan te behalen.

In 2026, bijna morgen dus, start de tweede fase van de energieaudits. Hoeveel audits zijn er tot op heden in totaal afgerond en wat zijn daarvan de resultaten? Hoeveel audits zijn er in 2025 uitgevoerd? Hoeveel audits staan er gepland voor volgend jaar? Zal de tweede fase op dezelfde manier verlopen als de eerste, of wordt het proces bijgestuurd? Acht u het haalbaar om binnen de vooropgestelde termijn de energieaudits van alle 800 gebouwen af te ronden? Zijn er op basis van de audits al prioritaire acties opgestart, zoals de vervanging van verwarmingsinstallaties? Zo ja, om welke acties gaat het concreet?

In dezelfde beleidsnota lezen we dat de Regie der Gebouwen deze acties in 2025 wil realiseren, met onder meer 14 relightingprojecten, 194 laadpalen op 28 locaties en 16 projecten voor de installatie van zonnepanelen. Zijn die projecten intussen afgerond? Is het mogelijk om de bijhorende gegevens te ontvangen? U kunt die desgevallend ook schriftelijk meedelen, aangezien het om vrij gedetailleerde informatie gaat.

Vanessa Matz:

Tot nu toe heeft de Regie der Gebouwen 67 energieaudits van de geplande 440 uitgevoerd, waarvan er 53 gebeuren via de raamovereenkomst en 14 daarbuiten. Hoewel de resultaten per gebouw verschillen, zien we over het algemeen een tekort aan isolatie en een duidelijke nood aan investeringen in moderne verwarmings- en ventilatiesystemen, evenals in hernieuwbare energie. Voor bestaande gebouwen is het nu eenmaal moeilijker om dezelfde energieprestatie te halen als bij nieuwe gebouwen, tenzij er zeer ingrijpende renovaties gebeuren.

In 2025 zijn 14 audits besteld. De planning voor 2026 wordt nu opgesteld. Het doel blijft om tegen 2030 alle gebouwen in eigendom te auditen, maar met de huidige middelen waarover de regie beschikt, lijkt het niet realistisch om alle audits op tijd uit te voeren. Daarom wordt de strategie herzien en komt er in 2026 een nieuwe raamovereenkomst, omdat twee van de zeven percelen in de huidige overeenkomst niet gegund zijn.

Wat de prioritaire acties betreft, verwarmings- en ventilatiesystemen worden vervangen bij grote renovaties, maar er is nog geen specifieke campagne om alle instellingen systematisch te vernieuwen. Wat de acties uit de beleidsnota 2025 betreft, kan ik melden dat 17 relightingprojecten zijn afgerond. Daarnaast zijn 12 projecten voor laadpalen volledig klaar en lopen er nog 9, samen goed voor 174 laadpalen. Wat de zonnepanelen betreft, zijn er 9 projecten afgerond en nog 6 projecten aan de gang.

Lieve Truyman:

Het is goed dat er inderdaad wordt ingezet op onder andere relightingprojecten, de laadpalen en zonnepanelen. Dat beleid is inderdaad bijzonder ambitieus. We kijken uit naar het nieuwe plan, waarbij er hier en daar wat bijgestuurd wordt. Finaal gaat het wel de goede richting uit.

De nood aan een maatschappelijk afwegingskader voor het prioriteren van netaansluitingen
Het interfederale energiepact en de stroomnetten
Maatschappelijk afwegingskader en energiepact voor netaansluitingsprioritering

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Phaedra Van Keymolen (cd&v) kaart aan dat 181 Vlaamse bedrijven zonder stroomaansluiting zitten door verzadigde netten, terwijl datacenters voorrang krijgen via "first come, first served", wat economische groei en energietransitie blokkeert. Minister Mathieu Bihet erkent het probleem, belooft een interministeriële conferentie voor prioritering (eind aan "wie eerst komt, eerst maalt") en netversterking (bv. Boucle du Hainaut), maar Brusseleerdeelname ontbreekt nog. Luc Frank (Les Engagés) benadrukt dringend interfederaal overleg om gefragmenteerde plannen (Vlaamse EnergieGRIP, Waalse Plan Puissance) te bundelen, terwijl Van Keymolen onmiddellijke actie eist om Nederlandse wachttijden (10 jaar) te vermijden. Kernpunt: zonder prioriteringskader en samenwerking blijft de energietransitie stagneren.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, stel u voor, u bent ondernemer in Vlaanderen. U doet elke dag uw best. U doet onze economie draaien. U bouwt een nieuw bedrijfsgebouw en u investeert daarvoor in isolatie, in zonnepanelen of in warmtepompen. Kortom, u doet exact wat de overheid van u verwacht.

Als beloning krijgt u plots een mail met de mededeling: 'geen aansluiting mogelijk'. Niet vandaag, niet volgende maand, misschien zelfs niet over enkele jaren. Dit is helaas geen theoretisch voorbeeld. Vandaag lazen we in de krant de getuigenis van een bedrijf in Nazareth dat 5.000 liter mazout per dag moet verstoken omdat het maar niet aangesloten raakt op het elektriciteitsnetwerk.

Dit bedrijf is niet alleen. 181 Vlaamse ondernemingen zitten nu in deze situatie. Wie meent dat het niet erger kan, moet maar eens naar Nederland kijken. Daar staan duizenden bedrijven en zelfs scholen en ziekenhuizen op de wachtlijst, met wachttijden tot wel 10 jaar.

Vandaag geldt hier nog steeds het principe: first come, first served. Wie eerst een aanvraag doet, krijgt een aansluiting. Een datacenter, een bedrijf, een school, een ziekenhuis, iedereen komt in dezelfde rij, in dezelfde file, terecht. Zonder enige logica.

Dat is niet werkbaar. We hebben dringend nood aan een kader met duidelijke prioriteiten. Als het aan cd&v ligt, kan het niet dat grote datacenters van multinationals onze netcapaciteit komen opslorpen terwijl onze eigen bedrijven, die hier investeren en hun best doen, die zorgen voor jobs en voor groei, geen of onvoldoende stroom kunnen krijgen.

Ik stel u dan ook de vraag die steeds meer ondernemers zich stellen. Mijnheer de minister, hoe wil u voorkomen dat onze bedrijven ook tot 10 jaar moeten wachten op hun aansluiting?

Luc Frank:

Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister , chers collègues, ma réplique lors de la question que j'ai posée en commission de l' é nergie a peut-être incité ou invité L' E cho à écrire l'article paru ce matin. Il révèle que des centaines d'entreprises se trouvent aujourd'hui bloquées aux portes du réseau électrique wallon.

La récente prise de parole d'ORES confirme malheureusement une réalité que nous connaissons bien. Premièrement, un réseau saturé. Deuxièmement, des entreprises en attente. Troisièmement, des projets qui s'accumulent faute de capacité. Cela démontre, une fois de plus, l'urgence d'une vision cohérente, partagée et maîtrisée à l'échelle du pays.

C'est pour cela que Les Engagés ont tenu à ce que soit intégré dans l'accord de gouvernement le pacte énergétique interfédéral. Celui-ci a pour but de garantir une co-construction entre les différents niveaux de pouvoir (fédéral et entités fédérés). En effet, trop souvent encore, les différents acteurs travaillent seuls au lieu de travailler ensemble. En Flandre, l'initiative EnergieGRIP avance. En Wallonie, le Plan Puissance a réalisé un état des lieux approfondi. Ces démarches existent, mais restent parallèles et déconnectées.

Nous avons besoin d'une coordination renforcée. Notre accord de gouvernement est clair: "Nous développons avec les régions une vision et une stratégie à long terme avec le pragmatisme et l'ambition nécessaires que nous ancrons dans un pacte énergétique interfédéral dans lequel chacun assume la responsabilité de le mettre en œuvre."

Il est temps, monsieur le ministre, de traduire cet engagement dans des actes. J'ai donc deux questions. Quand comptez-vous prendre contact avec les régions afin d'initialiser concrètement ce pacte énergétique interfédéral? Quel plan de travail ou calendrier envisagez-vous pour mettre sur pied cette coordination indispensable entre les différents niveaux de pouvoir?

Mathieu Bihet:

Chère collègue, lieber Kollege Frank, merci pour vos questions.

La Belgique entre dans une nouvelle ère, celle de l'électrification massive des usages. Entre le développement des zones économiques, la multiplication des voitures électriques, l'essor des data centers ou encore la transition énergétique de nos industries, jamais notre pays n'a eu besoin d'autant de puissance électrique.

Cette tendance va s'amplifier pour se doubler à l'horizon 2050. Mais, déjà aujourd'hui, l'absence d'anticipation et les errements stratégiques du passé coûtent cher et particulièrement à nos entreprises et à nos entrepreneurs. Cette dynamique se reflète dans l'actualité de ces derniers jours; nous en avons d'ailleurs parlé mardi en commission.

Partout dans le pays, les gestionnaires de réseau sont confrontés à une explosion des demandes de raccordement. Tous les niveaux de tension sont concernés: la distribution pour les plus petites structures et le transport pour les acteurs industriels importants. Nous ne pouvons pas nous résoudre à accepter que certains projets et certaines entreprises ne puissent se développer faute de puissance disponible.

Mesdames et messieurs, comme je l'ai déjà indiqué, permettez-moi de rappeler les trois leviers indispensables pour libérer rapidement de la capacité. Premièrement, il faut flexibiliser les raccordements; deuxièmement, clarifier le principe de la file d'attente; troisièmement, réserver la priorité aux projets parvenus à maturité en mettant fin à la règle du "premier arrivé, premier servi".

Collega’s, ik heb dit al herhaaldelijk besproken met zowel Elia als met mijn collega-ministers van de deelstaten. De huidige situatie is onaanvaardbaar. Daarom wordt op mijn vraag binnenkort een interministeriële conferentie opgestart met als doel de strategische krachtlijnen vast te leggen en een kader te creëren om zowel op korte als lange termijn structurele oplossingen uit te werken. Het centraal vraagstuk blijft namelijk de noodzakelijke versterking van het netwerk.

À cet égard, par exemple, je pourrais citer des projets importants et structurants, notamment en Wallonie avec la Boucle du Hainaut. Elle est nécessaire pour accompagner l'électrification et pour soutenir le développement des énergies renouvelables en mer comme sur terre. Le pays ne peut plus accumuler de retard sur ces chantiers et ce n'est qu'en combinant toutes ces mesures à court, à moyen et à long terme, que nous serons efficaces. La capacité du réseau, c'est le premier pilier de l'électrification et de la transition énergétique.

Mes chers collègues, vous le savez, le second pilier qui est tout aussi important, ce sont les capacités de production. Monsieur Frank, sur le pacte interfédéral pour l'énergie, j'ai écrit à l'ensemble des ministres régionaux pour me concerter avec eux dans le cadre de l'élaboration du plan fédéral de développement, le nouveau plan visant les infrastructures électriques de notre pays. Je rencontrerai les ministres régionaux encore dans les prochains jours pour établir ce plan. Mais il manquera toujours un élève à l'appel, c'est le gouvernement régional bruxellois, malgré les tentatives, encore ce matin, de la mise sur pied d'une majorité good move .

U mag erop vertrouwen dat ik samen met mijn regionale collega's alles in het werk stel om de netcapaciteit te versterken, onze bedrijven te ondersteunen en de koopkracht van onze burgers te beschermen.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik moet vaststellen dat ondernemers het op dit moment moeten doen met intenties. De realiteit is dat 181 bedrijven nu geen aansluiting krijgen en dat ze op dieselgeneratoren moeten draaien, omdat ze anders geen stroom hebben. Zonder maatschappelijk afwegingskader blijven we dweilen met de kraan open. U verwijst naar een kader en oplossingen op middellange en korte termijn, maar zolang er geen prioritering gebeurt, blijven onze bedrijven, scholen en ziekenhuizen in dezelfde rij staan als de datacentra, die gigantische hoeveelheden netcapaciteit opslorpen.

Laat ons er dus werk van maken, mijnheer de minister. Verhoog de netcapaciteit en maak ondertussen werk van het afwegingskader. Alleen zo kunnen we Nederlandse toestanden vermijden.

Luc Frank:

Sehr geehrter Herr Minister, vielen Dank für Ihre Antwort.

Vous savez très bien qu’il y a des acteurs tout à fait différents à d’autres niveaux de pouvoir. Il faut donc collaborer, collaborer, collaborer, collaborer, pour essayer de faire diminuer ce retard à l’avenir.

Comme vous l’avez dit, un acteur nécessaire n’est pas à la table. Cela ne va pas! C’est honteux. Il faut également, de ce côté-là, trouver un accord pour avancer dans cette démarche très importante pour la transition énergétique.

Je terminerai avec un proverbe allemand: " Viele Köche verderben den Brei ." Autrement dit, trop de cuisiniers gâtent la sauce. C’est aussi quelque chose qu’il faut avoir à l’esprit. En l'occurrence, il y a énormément d’acteurs. C’est pour cela que je répète qu’il faut collaborer et faire le nécessaire.

Je suis confiant, monsieur Bihet, que vous allez y arriver.

Voorzitter:

Hiermee sluiten we de vragensessie af.

De energienorm
De begrotingstabel en de bijdrage van Fluxys
De uitzonderlijke heffing op Fluxys
De energienorm als ondersteuning van het concurrentievermogen van energie-intensieve bedrijven
De stand van zaken met betrekking tot de energienorm
Energiebeleid, heffingen en concurrentievermogen voor bedrijven

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de operationalisering van de energienorm om de competitiviteit van energie-intensieve bedrijven te behouden, met kritiek op het gebrek aan concrete vooruitgang en timing. Minister Bihet bevestigt 300 miljoen euro extra middelen (via Fluxys) voor 2026-2029 en wijst op lopende onderhandelingen met de Europese Commissie (CISAF-kader), maar Van der Straeten (oppositie) en Coenegrachts bekritiseren dat er geen enkel besluit is genomen, terwijl buurlanden zoals Duitsland wel actie ondernemen. Wollants uit zorgen over de haalbaarheid van de CISAF-optie (risico op exclusie van meest noodlijdende bedrijven) en pleit voor versnelde uitwerking van alternatieven, terwijl Cornillie (meerderheid) benadrukt dat haastige, slecht afgestemde maatregelen contraproductief zouden zijn. Van Keymolen vraagt dringend juridische duidelijkheid over de inzet van Fluxys-gelden en een tijdlijn voor wetswijzigingen, maar de minister blijft vaag over concrete stappen en juridische grondslagen.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, in het kader van het begrotingsakkoord worden er extra middelen voor de energienorm vrijgemaakt. Dat betekent dat verdere stappen moeten worden gezet om dit te operationaliseren. U hebt een aantal pistes naar voren geschoven; wellicht blijven dit dezelfde mogelijkheden om mee aan de slag te gaan. De vraag is uiteraard welke knopen op dit vlak ondertussen werden doorgehakt of ontward, en of we de verschillende pistes al konden verfijnen zodat we ermee aan de slag kunnen.

Ik heb daarbij enkele vragen.

Welke bedragen wilt u in de komende jaren verdelen? Werd er al een verdere keuze gemaakt tussen de verschillende pistes die u naar voren schoof? In welke mate is er bijkomende afstemming met de Europese Commissie gebeurd? Wanneer plant u dit dossier op de ministerraad voor te leggen? Dank u wel.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ook ik heb een vraag over de energienorm en specifiek over de begrotingslijn die werd opgenomen in de tabel die is uitgedeeld naar aanleiding van de regeerverklaring.

Wat daarbij opviel, is dat de lijn die bestond in de begrotingstabel die werd ingediend bij het aantreden van Arizona verdwenen is. Die is herleid tot nul. Er wordt nu verwezen naar het ophalen van die middelen via een bijdrage van Fluxys. Met andere woorden, het gaat over het aanspreken van de opbrengsten – als ik het zo mag omschrijven – van de tarieven die op de (…) wachten. Die middelen staan daar in afwachting van gebruik, normaal gezien voor het verlagen van de tarieven voor eindgebruikers of voor investeringen in het netwerk, al dan niet in het waterstofnetwerk.

Dat betekent uiteraard dat we ons bevinden in een voorbehouden bevoegdheid van de CREG. Ik weet wat uw antwoord zal zijn, dus ik anticipeer al: dit is in 2022 ook gebeurd in het kader van de overwinsten. Toen was dat echter een totaal andere situatie, namelijk tijdens de energiecrisis, waarbij winsten werden gegenereerd die niet verwacht waren en op aansturen van de CREG, die zelf stelde dat die middelen konden worden opgehaald. Er was toen wel enige creativiteit nodig om dat te realiseren.

Bestaat er een Europese basis of een wettelijke grondslag om dit te realiseren, met name in de gasrichtlijn en de gasverordening? Gaan die hiertegen in? Hoe zult u dat oplossen?

Wat is de mening van de regulator hierover, aangezien de tarieven een voorbehouden bevoegdheid zijn van de regulator?

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de voorzitter, ik sluit me graag aan bij dit debat. We hebben het hier reeds over gehad tijdens het debat over de State of the Union.

Mijnheer de minister, ik wil graag weten over welk bedrag we precies spreken; daarmee sluit ik aan bij de vraag van de heer Wollans. Mevrouw Van der Straeten zei dat de lijn naar nul gaat en dat er 300 miljoen euro van Fluxys komt. Vorige keer had ik begrepen dat die 300 miljoen er ook nog eens bovenop zou komen. Het lijkt mij daarom nuttig om dat expliciet te verduidelijken en aan te geven over welk totaalbedrag we spreken. Het zou dan over drie jaar gaan, normaal gezien, indien gekozen wordt voor de CISAF-optie, want veel langer kan die optie niet worden toegepast. De vraag is dan wat u na die drie jaar zult doen om de energieprijzen voor bedrijven te drukken.

Ik voeg mij ook bij de vragen die mijn collega's reeds hebben gesteld over de gesprekken met Fluxys en de CREG over die optie. Is er overleg geweest, en wat was hun reactie? Ik neem aan dat Fluxys geen confetti heeft gespoten toen u kwam melden dat u hen 300 miljoen euro lichter zou maken, maar misschien is er toch een compromis gevonden of is er bij de CREG bereidheid om hierin mee te gaan.

Hervé Cornillie:

Monsieur le ministre, l'acc è s des industries à l'énergie, et singuli è rement celles qui sont fortement consommatrices d'énergie, est une question fondamentale, puisqu'il en va de leur compétitivité et de l'emploi de nos concitoyens.

Je crois qu'il est important de prendre du temps pour traiter de la norme énergétique qui vise, justement, à soutenir la compétitivité de ces entreprises. Vous avez voulu, ce faisant, accélérer la transition vers une économie bas carbone, conformément aux orientations déjà présentées au Parlement et dans la presse. Plusieurs pistes sont actuellement examinées dont une s'inscrit dans le cadre du nouveau dispositif européen "Clean Industrial Deal State Aid Framework" (CISAF), un cadre d'aides d'État instauré par la Commission européenne pour faciliter et accélérer le soutien public aux industries, aux projets énergétiques et technologiques liés à la transition écologique. Les modalités finales seront arrêtées en concertation avec les acteurs concernés, en cohérence avec les objectifs climatiques européens à l'horizon 2030 et 2050.

Monsieur le ministre pouvez-vous, à ce stade, nous préciser l'état d'avancement de ce dossier de la norme énergétique, car il est fondamental pour nos entreprises et notre bien-être socio-économique à tous? Comment ce mécanisme est-il appelé à s'appliquer pour, d'une part, alléger durablement la facture d'électricité des entreprises intensives en énergie – c'est la mission première, bien entendu, d'une telle norme – et, d'autre part, renforcer les engagements en matière de décarbonation en ligne avec les objectifs climatiques européens et fédéraux?

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, in de commissie van 21 oktober 2025 verklaarde u dat de operationalisering van de energienorm niet mogelijk is zonder een wijziging van de elektriciteitswet, met name de vervanging van artikel 12 quinquies door een machtiging aan de Koning, een koninklijk besluit en een voorafgaande staatssteunaanmelding en goedkeuring door de Europese Commissie. U gaf toen ook aan dat u nog wacht op opmerkingen van de Commissie over elementen die de vorige regering niet had voorgelegd.

Ik heb daarover drie korte vragen.

Wat is vandaag de concrete stand van zaken en wat is de beoogde timing voor die wetswijziging? Wanneer verwacht u die aan het Parlement te kunnen voorleggen?

Welke feedback hebt u intussen van de Europese Commissie ontvangen over de contouren van de energienorm binnen het CISAF-kader, en tot welke inhoudelijke of technische aanpassingen heeft dat geleid?

Kunt u bovendien verduidelijken op welke juridische basis de middelen die bij Fluxys werden opgebouwd tijdens de energiecrisis kunnen worden ingezet voor de financiering van de energienorm?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, comme vous le savez, le gouvernement vise à introduire une norme énergétique destinée à soutenir la compétitivité des entreprises énergivores, tout en accélérant leur transition vers une économie bas carbone. L'esprit de l'accord de gouvernement privilégiant le maintien conjoint de la compétitivité et du pouvoir d'achat sera respecté.

Pour la période 2026-2029, les moyens prévus dans l'accord de gouvernement seront et restent mobilisés, complétés par trois fois 100 millions d'euros de ressources chez Fluxys. Les modalités précises quant à ces dernières sommes sont en cours d'examen.

Ik ben altijd uitermate duidelijk geweest over mijn ambitie om de competitiviteit te behouden. Met versterkte middelen zal ook de steun worden versterkt. Competitieve bedrijven zijn absoluut noodzakelijk voor een welvarender België.

Comme vous le savez, plusieurs pistes sont actuellement étudiées au sein du gouvernement, conformément aux échanges – qui ont d'ailleurs été relevés par Mme Van Keymolen. Les discussions politiques sont en cours.

Le soutien à nos entreprises, et en particulier celles qui sont grandes consommatrices, ne nécessite pas une seule mesure, mais un paquet de mesures. Des solutions à court terme doivent être mises en place. De plus, des solutions structurelles doivent être envisagées pour permettre de la prédictibilité à nos entreprises. Enfin, je ne vous apprends rien en vous rappelant que des investissements dans le réseau et dans des nouvelles capacités sont primordiaux.

Bovendien, zoals eerder vermeld, hebben we al contact opgenomen met de Europese Commissie om onze benadering af te stemmen.

Conformément aux règles européennes en matière d'aides d'État, le projet détaillé de la norme énergétique sera formellement soumis à la Commission dès qu'un accord complet aura été trouvé. Ma détermination et celle du gouvernement restent sans faille et nous œuvrons en ce sens.

Bert Wollants:

Dank u wel, mijnheer de minister. Het is natuurlijk goed dat de discussies worden voortgezet, zodat uiteindelijk een oplossing kan worden gevonden. De vraag is of, in afwachting van de definitieve beslissing, de twee pistes al niet verder moeten worden uitgewerkt, onder andere door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) wat betreft de betrokkenheid van de CREG in een van die pistes. Dat zou een tussenoplossing kunnen zijn om op die manier al vooruitgang te boeken, zodat we op het moment dat de keuze wordt gemaakt, daadwerkelijk een stap verder kunnen zetten.

Over een van die pistes maak ik me overigens zorgen. Het gaat om de piste Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF), waarbij het plafond op de maximale bijdrage en de cumul met de tussenkomst voor de indirecte emissies mogelijk een hinderpaal vormen. Daardoor zouden de bedrijven die het het meest nodig hebben in het kader van CISAF misschien niet op extra middelen kunnen rekenen, of niet op zoveel middelen als waarop ze hopen. Ook daar zou sneller een stap kunnen worden gezet.

Ik heb de indruk dat we de pistes aan het vernauwen zijn en dat we in de geest al vergevorderd zijn. Ik hoop dat het politieke overleg binnenkort zal volgen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, u kunt niet enerzijds stellen dat het voor u en voor de regering als een paal boven water staat dat de competitiviteit van de bedrijven van groot belang is en anderzijds beweren dat er meerdere pistes nodig zijn, die allemaal worden onderzocht, maar dat er niets concreets voorligt. De eerste minister verklaarde echter op het spreekgestoelte in dit Parlement in februari en de maanden nadien dat het nog dit jaar in orde zou komen. Voor dit jaar komt er evenwel niets meer in orde. Het hele jaar is tijd verloren.

Er is geen enkele stap vooruitgezet, behalve dat alternatieve pistes naar voren zijn gebracht, die evenmin verder worden uitgewerkt. We hinken dus achterop, terwijl onze buurlanden wel blijven doorgaan. Duitsland heeft zich voorgenomen opnieuw in te grijpen voor zijn energie-intensieve industrie en daarvoor de prijzen verder te verlagen. Iedereen weet dat dat leidt tot industriële lekken tussen Duitsland en België. Eerlijk gezegd, begrijp ik dat niet meer.

Als u in dit Parlement een piste voorstelt waarbij het geld bij Fluxys zou worden gehaald, moet u een ontwerp indienen om dat mogelijk te maken. Op één vraag hebt u echter niet geantwoord, namelijk of dat wel mogelijk is op basis van de Europese regelgeving. Volgens mij is dat niet mogelijk en hebt u daarom niet geantwoord en staat u vandaag geen enkele stap verder.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ten eerste, u stelt dat u het vooropgestelde budget niet te buiten gaat en dat u elk jaar nog drie keer 100 miljoen euro erbij doet. Als het uiteindelijke bedrag gewoon de optelsom is van drie jaar, dan is het toch niet moeilijk om dat bedrag te noemen? Ik kom zelf op twee of drie verschillende bedragen uit. Ik zou nu wel eens willen weten wat het wordt.

Ten tweede, ik heb ook geen duidelijkheid over de vraag of het zal lukken met de Fluxysmiddelen.

Ik ben, ten derde, ontgoocheld over het gebrek aan daadkracht en aan snelheid waarmee de regering beslissingen neemt rond de energienorm. De premier snauwde mij in commissie na de totstandkoming van het zomerakkoord van 21 juli af dat de energienorm van de vorige regering broddelwerk was en dat hij dat nu snel zou oplossen. Ook al gaat het om een relatief en subjectief gegeven, een snelle oplossing zie ik toch niet. Het is nu bijna kerstvakantie en pas in 2026 zullen we weten wat de energienorm wordt. Als het dan de CISAF-optie wordt met de nadelen daaraan verbonden, gebeurt er ten minste iets voor de bedrijven. Vandaag gebeurt er niets; iets is altijd beter.

Ik maan u aan tot heel bekwame spoed voor die maatregelen, waarvan u zegt dat ze op korte termijn nodig zijn. Op lange termijn zullen er structurelere ingrepen nodig zijn maar ik hoor u niet aangeven welke dat dan worden behalve dat wij het net moeten versterken, wat geen nieuwe vaststelling is.

Ik vraag mij dan ook af wanneer u knopen zult doorhakken, effectief beslissingen neemt en energie-intensieve bedrijven van een korting zullen kunnen genieten en hun competitiviteit zullen kunnen handhaven.

Hervé Cornillie:

Monsieur le ministre, tout qui connaît un peu le niveau européen sait qu’un paquet de mesures qui serait mal calibré préalablement au niveau de l’Europe serait désastreux, a posteriori , pour les entreprises et leur compétitivité – celles-là mêmes que l’on veut soutenir à travers ce paquet de mesures.

Les moyens mis sur la table sont importants, colossaux, de nature à faire penser que nous allons pouvoir relever ce défi urgent. Nous comprenons donc très bien que ce dossier est encore en cours de développement, mais il est dans l'intérêt des entreprises que soit présenté, au mieux et au plus vite, ce paquet de mesures de court terme et structurelles, notamment pour la prédictibilité. Elles s’en porteront mieux, et à travers elles, nos emplois.

Vous avez raison de souligner qu’une énergie abordable est inconcevable si on ne peut pas l'acheminer. Les travaux en matière de réseau doivent eux aussi être accélérés. Certains dossiers nous préoccupent d'ailleurs dans cette Assemblée. Je vous remercie, monsieur le ministre.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ik denk dat we allemaal op dezelfde golflengte zitten wanneer u zegt dat er maatregelen op korte termijn nodig zijn, maar ook structurele maatregelen op langere termijn om de competitiviteit van onze bedrijven te garanderen. Ik hoor u zeggen dat er vastberadenheid is. Dat is zeer goed. Wij hopen, of beter, rekenen op een snelle voortgang. De collega’s hebben het hier ook al gezegd: the time is now . Wij volgen het traject dus zeker verder op samen met u.

De sluiting van Doel 2, de ontmanteling van Tihange 1 en de nucleaire toekomst
Een toekomstplan voor nucleaire energie
De definitieve stillegging van Tihange 1
De sluiting van Doel 2
Nucleaire energieafbouw en toekomstplannen in België

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Bihet benadrukt dat de sluiting van Doel 2 en Tihange 1 (ingezet door vorige regering) niet onomkeerbaar hoeft te zijn, nu juridische hindernissen zijn weggenomen, en dat onderhandelingen met Engie/EDF over levensduurverlenging constructief verlopen—zonder concrete afspraken of tijdlijn te noemen. Wollants en Coenegrachts (N-VA) uiten kritiek op het gebrek aan transparantie en vrees dat Engie’s definitie van "onomkeerbaar" (bv. reactorvat-herbouw) te ruim is, terwijl Meunier (Ecolo) bewerert dat de minister na 1,5 jaar nog steeds geen zichtbare strategie heeft voor de beloofde 4 GW nucleair of netwerkuitdagingen, ondanks herhaalde beloftes in het regeerakkoord. Bihet wijst op prioriteit voor veilige verlenging en nieuwe projecten, maar geen van de oppositieleiders aanvaardt zijn vage garanties als voldoende.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, Doel 2 is intussen stilgelegd en de voorbereidende ontmantelingswerken van Tihange 1 zijn aangekondigd. In het verleden pleitte u ervoor om die werkzaamheden niet uit te voeren en om rond de tafel te gaan zitten met Engie om het alsnog te hebben over een potentiële verlenging van de levensduur. De vraag is alleen of u ondertussen een realistische piste ziet om hiermee aan de slag te gaan.

Ten eerste, hoe kijkt u naar de sluiting en het onklaar maken van Doel 2 en Tihange 1?

Ten tweede, ligt er een onderhandelingskalender op tafel met Engie of is dat denkspoor door een totaal gebrek aan voorbereiding door de vorige regering helemaal gesloten?

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, het geduld van collega Wollants is op. Dat bleek niet zo duidelijk uit zijn vraag, maar dat was het wel in de krantenartikels van vorige week. Hij heeft het helemaal gehad met het feit dat u nog altijd geen nucleaire strategie hebt uitgewerkt en het wordt hoog tijd dat u daar werk van maakt. Ik ben het daarmee eens, maar van uw vrienden moet u het hebben, mijnheer de minister. Hij was hier vriendelijker, maar zo gaat dat dan. Men is wat scherper in de pers en als men dan face to face zit, moet men dat wat afzwakken.

De heer Wollants had alvast goed nieuws. Hij zei dat er wel een strategie is, maar dat die een goed bewaard geheim is. Dat is al meer dan wat we twee weken geleden dachten, namelijk dat er geen nucleaire strategie is.

Mijnheer de minister, mijn vraag is bedoeld om u de kans te geven om dat hardop te zeggen. Het is niet nodig om de nucleaire strategie geheim te houden; u mag die gewoon in de openbaarheid gooien. Zeg het maar gewoon, leg het ons uit, dan zijn we allemaal gerustgesteld dat er is nagedacht, dat er stappen komen, dat er een timing en een tabel is en dat de ambitie er is. Ik kijk dus uit naar de openbaarmaking van uw geheime strategie.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, après 50 ans de production d'électricité, le réacteur nucléaire de Tihange 1 a été arrêté il y a plusieurs semaines. Le démantèlement sera long et découpé en plusieurs phases. Le calendrier des opérations de fin de vie avait d'ailleurs été approuvé par l'AFCN. Les étapes qui supprimeront toute possibilité d'utiliser le réacteur pour produire de l'énergie vont toutefois rapidement survenir.Depuis plusieurs mois, vous avez laissé planer le doute sur la volonté de prolonger de quelques années la durée de vie de ce réacteur.

Concernant Tihange 1, que comptez-vous faire pour prolonger sa vie? Comment comptez-vous mettre Tihange 1 en conformité avec les normes internationales de sûreté? Comment comptez-vous le reconnecter potentiellement avec le réseau, étant donné les déclarations, notamment du CEO d'Elia, relatives aux difficultés? Que vous répond ENGIE sur sa prolongation, puisque que vous êtes censé négocier avec cette entreprise? Enfin, quand présenterez-vous dans cette commission votre stratégie de redéveloppement du nucléaire pour réaliser les objectifs fixés dans votre accord de gouvernement?

Après Tihange 1, Doel 3, Tihange 2, Doel 1, Doel 2 est maintenant le cinquième réacteur belge à être définitivement déconnecté du réseau. Vous vous proclamiez ministre du nucléaire – Atomic Boy! – mais jusqu'à présent, vous avez passé votre temps à valider les suppressions de réacteurs sans nous présenter de stratégie. Confirmez-vous que Doel 2, après Tihange 1, sera donc bien démantelé? Votre accord de gouvernement annonçait une part d'énergie nucléaire de 4 gigawatts dans notre mix électrique. Où en sommes-nous?

Votre accord de gouvernement soulignait également que "à très court terme, le gouvernement prendra toutes les mesures nécessaires à la prolongation des unités existantes répondant aux normes de sûreté et entamera des discussions avec l'exploitant nucléaire et les propriétaires à cet effet". On est en décembre 2025 et il semble que nous avons dépassé le "à très court terme". Pouvez-vous dès lors nous présenter vos résultats, monsieur le ministre?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, vous ne serez pas surpris que je déplore toute fermeture et tout démantèlement rapide de réacteurs dont la durée de vie pourrait être prolongée. Il s'agit de décisions prises il y a un certain nombre d'années, accordées dans le cadre de l'accord Phoenix adopté par le gouvernement précédent. Elles ne relèvent donc pas du choix du gouvernement en place. Dans le contexte énergétique actuel, mais surtout futur, chaque kWh de production fiable et bas carbone compte. C'est précisément en cela que cette fermeture montre à quel point la réorientation fondamentale de notre politique énergétique est nécessaire.

Avec la modification législative du 17 mai 2025, le Parlement a levé tous les obstacles juridiques à une exploitation ultérieure. Le gouvernement n'exclut aucune option qui respecte les normes de sûreté, et notre priorité demeure de préserver et de renforcer notre capacité nucléaire, tant par la prolongation de centrales existantes que par le développement de nouveaux projets nucléaires. Dans un contexte où la demande en électricité augmentera fortement, nous aurons bien besoin de toutes ces sources d'énergie bas carbone.

De uitwisselingen en contacten met de eigenaars en de exploitanten van de kerncentrales, evenals met andere potentiële investeerders verlopen constructief. De ondernemingen ENGIE en EDF zijn allebei uiteraard gesprekspartners met betrekking tot Tihange 1, aangezien ze elk voor 50 % mede-eigenaar zijn en allebei kunnen bogen op een lange traditie in de exploitatie van kerncentrales.

Le renforcement du réseau à haute tension dont vous parliez, madame Meunier, ou les alternatives permettant d'éviter une éventuelle congestion impliqueront une autre décision qui, si elle est confirmée, devra être étudiée, évaluée puis discutée avec les partenaires. Le site de la centrale de Tihange présente des caractéristiques uniques – j'en suis d'ailleurs le voisin, comme vous le savez – tant par la présence d'installations nucléaires et de connexions au réseau haute tension que par la présence d'une source froide et la proximité d'une ville ayant d'importants besoins de chauffage.

Le site de la centrale nucléaire de Doel présente, quant à lui, l'intérêt de sa proximité avec le premier pôle industriel du pays.

Wat de werkzaamheden met het oog op de definitieve sluiting van de kerncentrales betreft, heb ik al aan ENGIE en EDF gevraagd om voorlopig geen onomkeerbare stappen te zetten.

Enfin, afin de préserver leur sérénité, nous ne communiquons pas davantage de détails sur cette discussion, mais il est clair que la politique actuelle, avec la prolongation de Doel 4 et Tihange 3, l'abrogation de la sortie du nucléaire et les avancées vers de nouvelles capacités à recréer les conditions nécessaires pour investir de manière crédible dans l'avenir du nucléaire en Belgique, ce n'est pas de la politique spectaculaire, mais de la responsabilité.

Il s'agit en effet de sécuriser notre approvisionnement énergétique, protéger la facture des ménages et des entreprises et maintenir la compétitivité de notre industrie aujourd'hui, mais surtout à l'avenir.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het is positief dat de gesprekken met ENGIE en EDF constructief verlopen. We moeten echter opletten waar die uiteindelijk naartoe leiden en daar maak ik me enige zorgen over. Hetzelfde geldt voor het niet nemen van onomkeerbare maatregelen. In het verleden is gebleken dat ENGIE een heel andere visie heeft op wat onomkeerbaar is dan de meeste parlementsleden. Zo ziet ENGIE het herbouwen van een reactorvat als een volkomen mogelijke oplossing om iets omkeerbaar te maken. Daarom maak ik me hierover zorgen en hoop ik dat we hierover op dezelfde lijn zitten.

Wij moedigen u aan stappen te zetten om hierover duidelijkheid te verkrijgen, zodat we hiermee verder kunnen en zodat u uw naam als Atomic Boy volledig waar kunt maken.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, zolang u maar niet Radiation Boy wordt, is alles oke.

Alle gekheid op een stokje, u engageert zich er duidelijk toe om de verlenging van de levensduur van de betreffende centrales voor elkaar te krijgen, ten bewijze uw vraag aan de exploitanten om geen onomkeerbare ingrepen te doen. U hebt echter niet vermeld wat het antwoord daarop was en of zij daartoe bereid zijn en zich daaraan zullen houden.

Dat de gesprekken constructief verlopen, is alvast een teken dat de vorige regering geen verwijt treft. Als de vorige regering ede zaken volledig had laten liggen en er niets meer mogelijk was, zoals hier zopas werd gesuggereerd, dan zouden er nu geen constructieve gesprekken kunnen plaatsvinden. Het zal dus niet aan de vorige regering gelegen hebben. Overigens, het is vooralsnog de enige regering die er de jongste vijftien jaar in is geslaagd om de levensduur van twee kerncentrales te laten verlengen. Mijnheer Wollants en Atomic Boy, ik duim ervoor dat u hetzelfde kunt verwezenlijken.

Marie Meunier:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je suis heureuse d'entendre que le nucléaire n'est pas de la politique spectaculaire. Je partage d'ailleurs totalement votre analyse. D'ailleurs, comme vous le savez, je lis avec grande attention vos nombreuses sorties presse, en espérant systématiquement qu'un jour nous pourrions enfin apprendre quelque chose de nouveau. Il n'en est rien. Votre réponse d'aujourd'hui étant à nouveau la même, je me demande où est votre stratégie de redéveloppement du nucléaire. Nous sommes en décembre 2025. Où est votre plan? En tout cas, vous vous doutez bien que nous l'attendons impatiemment en commission pour pouvoir en discuter avec vous.

De congestie door gebrek aan vernieuwing van transformatorstations door Elia
Netcongestie in België
Het Federaal Ontwikkelingsplan
Netcongestie en infrastructuuruitdagingen in België

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Bert Wollants en Luc Frank kritiseren Elia voor trage capaciteitsuitbreiding van transformatorstations, vooral in Vlaanderen, en beweren dat het wafelijzermodel (50/50-verdeling noord/zuid) niet aansluit bij de regionale elektrificatienoden, met risico’s op aansluitingsweigeringen. Minister Bihet bevestigt dat er geen structurele congestie is op het hoogspanningsnet, maar erkent lokale knelpunten bij distributie-overgangen en verwijst naar lopende planningsprocessen (2028-2038) met input van CREG, gewesten en industrie—geen concrete oplossingen voor acute capaciteitstekorten. Oskar Seuntjens dringt aan op strengere budgetcontroles in het ontwikkelingsplan om kostendervingen (cf. energie-eiland) te vermijden, terwijl Wollants en Frank vragen om versnelde coördinatie tussen federale en regionale netbeheerders om elektrificatie niet te blokkeren.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, van de distributienetbeheerders komen er alsmaar meer klachten over een tekort aan capaciteit op de transformatorstations van Elia. Alsmaar meer van die stations worden momenteel in overbelasting gebruikt, waardoor de dreiging toeneemt dat er geen aanvullende capaciteit meer beschikbaar zal zijn voor eventuele afnemers.

De distributienetbeheerders wijzen vooral naar Elia, die zijn transformatorstations te traag zou aanpassen om in extra capaciteit te voorzien. Bovendien wordt geklaagd dat Elia wafelijzergewijs de beperkte inspanningen 50/50 verdeelt over het noorden en het zuiden van het land. Dat is enigszins merkwaardig, omdat Vlaanderen verder staat op het vlak van elektrificatie dan Wallonië.

In het licht van het volgende federale ontwikkelingsplan moet de vraag worden beantwoord hoe daarmee kan worden omgegaan. Dat leidt tot een aantal vragen.

Ten eerste, bevestigt u dat er onvrede is bij de distributienetbeheerders over de capaciteit die ter beschikking wordt gesteld in de transformatorstations en over de beperkte investeringssnelheid van Elia?

Ten tweede, welke aanpak stelt u voor om de investeringen van Elia op een niveau te brengen dat aansluit bij de verwachtingen van Elia op het gebied van de toename van het stroomgebruik door elektrificatie?

Ten derde, klopt het dat Elia het wafelijzermodel gebruikt om beschikbare nieuwe transformatoren over de regio's te verdelen? Wat is uw standpunt daarover en zou het niet beter zijn rekening te houden met de werkelijke noden op dat vlak?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, ces derniers mois, plusieurs gestionnaires de réseaux, tant pour le transport que pour la distribution, ont mis en évidence une saturation accrue de leur infrastructure. Les demandes de raccordement de nouveaux projets renouvelables, les besoins industriels liés à l'électrification ainsi que l'essor de la mobilité électrique exercent une pression importante sur la capacité du réseau, qui ne suit pas.

Dans certaines zones du pays, des files d'attente se constituent déjà, retardant des investissements essentiels pour la transition énergétique. Face à cette situation, de nombreuses voix plaident pour une utilisation plus systémique des solutions de flexibilité, qu'il s'agisse de pilotage, de consommation, de stockage, d'agréation, de flexibilité industrielle ou encore de contrats dynamiques, afin de réduire ou d'étaler les consommations et ainsi optimiser l'utilisation des infrastructures existantes.

Monsieur le ministre, disposez-vous d'une évaluation actualisée de la saturation du réseau, tant sur la haute tension que sur les réseaux de distribution? Quelles zones du pays sont les plus concernées? Étant donné que la distribution relève des régions, quels mécanismes de coordination fédérale sont mis en place pour traiter le problème à l'échelle du système énergétique dans son ensemble? Comment le gouvernement entend-il remédier à la saturation du réseau et éviter ainsi de freiner des projets industriels stratégiques ainsi que le déploiement de technologies bas carbone dans les ménages – pompes à chaleur, bornes de recharge, etc.?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, het federaal ontwikkelingsplan voor het transmissienet van elektriciteit is uiterst belangrijk om de integratie van grote, nieuwe energiebronnen en de versterking van ons net mogelijk te maken. Dit plan, dat werd opgesteld door netbeheerder Elia, schetst de noodzakelijke investeringen in ons hoogspanningsnet voor de komende 10 jaar. Met de ambitieuze doelstellingen van de energietransitie en de recente ervaringen met de kostenevolutie van grootschalige infrastructuurprojecten, zoals het energie-eiland, is het cruciaal dat dit ontwikkelingsplan tijdig wordt vastgesteld en op een kostenefficiënte manier wordt uitgevoerd.

Vanuit dat oogpunt heb ik de volgende vragen voor u. In welke fase bevindt het ontwerp van het volgende federaal ontwikkelingsplan 'hoogspanning' zich momenteel? Welke consultaties hebben er tot nog toe plaatsgevonden met relevante actoren, zoals de industrie, milieuorganisaties en de gewesten? Wat is de verdere tijdslijn voor de definitieve goedkeuring van de publicatie van dit plan? Tot slot, hebt u maatregelen overgenomen uit het CREG-rapport met betrekking tot de bevordering van de budgetopvolging in het kader van infrastructuurprojecten vastgelegd in het federaal ontwikkelingsplan?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Seuntjens, gezien de sterke elektrificatie van bepaalde categorieën van netgebruikers, wordt Elia geconfronteerd met een groot aantal aanvragen voor extra netaansluitingen of aansluitingswijzigingen.

De façon globale, le réseau de transport fédéral – 110 kV à 380 kV – n'a pas connu de zones structurellement congestionnées ces dernières années. Pour les réseaux de transport locaux – 30 kV à 70 kV –, il existe des zones où, dans certaines circonstances, la production doit être limitée temporairement. Des travaux de renforcement sont généralement prévus pour limiter, à terme, ces situations.

Depuis le début de cette année, Elia a entamé des travaux préparatoires pour l'élaboration du plan de développement du réseau pour la période 2028-2038. Ce plan de développement est élaboré en collaboration avec la DG Énergie et le Bureau fédéral du Plan, via un comité de collaboration. La Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) y est systématiquement invitée. Dans les prochaines étapes, il sera également examiné comment mieux organiser le suivi, notamment du budget des différents projets, comme le mentionne d'ailleurs le rapport de la CREG. Bien entendu, cela s'inscrit dans les limites des compétences de l'entité fédérale en la matière, à savoir toutes les tensions supérieures à 70 kV.

Dans ce cadre, Elia et Fluxys ont remis leur proposition de scenario le 5 novembre dernier, après avoir consulté les parties prenantes. Ces scénarios incluent notamment une estimation de l'augmentation de la consommation d'électricité par différents utilisateurs du réseau. Des réponses ont notamment été soumises par les représentants de l'industrie, des producteurs, des acteurs du stockage, des organisations environnementales, la CREG, le régulateur flamand et les gouvernements wallon et flamand. Le 5 décembre dernier, la DG Énergie et le Bureau fédéral du Plan ont remis leur avis sur la proposition faite par les gestionnaires de réseau. Selon l'arrêté royal du 12 mai 2024, sur la base de ces avis et d'une consultation avec les gestionnaires de réseau, j'ai 20 jours pour demander d'éventuelles analyses complémentaires et/ou l'inclusion de scénarios additionnels.

Op dit moment is de methodiek van first come, first served binnen verschillende categorieën van netgebruikers van toepassing in geval van aanvragen door specifieke netgebruikers van het transmissienet.

En ce qui concerne le développement du réseau lui-même, le besoin est le principal moteur. Pour ce qui est des investissements dans les points de couplage entre le réseau de transport et le réseau de distribution, Elia dépend évidemment des informations fournies par les gestionnaires de réseau de distribution.

Comme indiqué, il existe en Flandre l'initiative EnergieGRIP, tandis qu'en Wallonie, une enquête a été menée par les autorités et les gestionnaires de réseau via ce qu'on a appelé en Wallonie le Plan Puissance.

Uiteindelijk wordt al die informatie verzameld en verwerkt voor de netontwikkelingsplannen op elk niveau en worden dan op basis daarvan de behoeften geïdentificeerd.

Pour ce qui est du calendrier du prochain plan de développement du réseau, un projet de plan de développement du réseau sera attendu en mai 2026. En juin 2026, des avis de la CREG et de la ministre de la Mer du Nord seront rendus sur ce projet de plan. En août-septembre 2026, le projet de plan sera mis à jour sur la base de ces avis et de l'étude Strategic Environmental Assessment (SEA) pour débuter. Et, en octobre-novembre 2026, une consultation publique sera organisée sur le projet de plan mis à jour sur la base des résultats de cette consultation. Enfin, après avis du Bureau fédéral du Plan et de la DG Énergie, le plan fédéral de développement sera approuvé en mai 2027.

Bert Wollants:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dat er geen structurele tekorten zijn op het net van Elia zelf, maar het probleem situeert zich natuurlijk op de overgang van het ene naar het andere net. Daarom maak ik mij zorgen over het feit dat structureel een aantal transformatiestations momenteel in overbelasting wordt gebruikt, terwijl de golf van elektrificatie nog grotendeels moet komen.

Het is belangrijk dat er voldoende capaciteit is op het Elia-net, maar ook dat de transformatiestations voldoende capaciteit hebben. Ik begrijp dat bij Elia hierover alarm wordt geslagen, maar dat daar geen gehoor aan wordt gegeven. Dat vind ik problematisch. We weten dat veel initiatieven op het gebied van elektrificatie ook op het distributienet zullen plaatsvinden. Niet alles wordt op het transmissienet georganiseerd. Ik kan u alleen maar aansporen om dat met Elia te bespreken, zodat dat aspect in ieder geval wordt meegenomen in het volgende ontwikkelingsplan.

Mijn grootste zorg is immers dat we op een bepaald moment moeten vaststellen dat een aantal aansluitingen niet meer mogelijk is. Er kan capaciteit zijn op het Elia-net, maar als de transformatiestations overbelast zijn, is die capaciteit op het hoger gelegen net nauwelijks bruikbaar. Dat is iets waar we aandacht aan moeten besteden.

Luc Frank:

Danke. Ich würde am liebsten auf Deutsch antworten.

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je vois que c’est un challenge, pas seulement chez nous, mais aussi dans d’autres pays.

Je rejoins le collègue Wollants. Le plus important pour l'électricité est que d’un côté, il faut produire, et de l’autre côté, il faut qu’elle arrive. Nous avons encore pas mal de pain sur la planche pour cela, du côté des régions, ce qui n’est pas de votre responsabilité, mais aussi des communes, qui doivent installer les câbles.

Quand je parle d'électrification et des voitures électriques, c'est un problème concret dans les communes. Le plan, c'est bien, mais à partir du moment où on a un plan, il faut aussi le mettre en œuvre. Il faut avoir un comité de monitoring qui surveille que le plan soit exécuté pour qu'à la fin, on réussisse l'électrification.

Oskar Seuntjens:

Dank u wel, mijnheer de minister. Mijn vraag ging vooral over het federaal ontwikkelingsplan. Ik ben blij dat u al een aantal spelers, waaronder de CREG, hebt uitgenodigd. Ik zou bij dezen echter nog eens een oproep willen doen om echt te luisteren naar de aanbevelingen van de CREG, omdat we later in deze legislatuur of verder in de toekomst geen tweede case als het energie-eiland mogen meemaken. Het zou echt nuttig zijn om een aantal handvatten of grendels in het ontwikkelingsplan in te schrijven, zodat we daar altijd op kunnen terugvallen en we ervoor kunnen zorgen dat iedereen daarin zijn verantwoordelijkheid neemt.

De stand van zaken met betrekking tot het energie-eiland en Nautilus
De stand van zaken met betrekking tot het energie-eiland
De stavaza betreffende het geplande Prinses Elisabethenergie-eiland
Voortgang Prinses Elisabeth- en Nautilus-energie-eilanden

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Bert Wollants en Oskar Seuntjens vragen om opheldering over de terugschaling van het energie-eilandproject, met name de afschaffing van het gelijkstroomgedeelte (beïnvloedt UK-verbinding en derde kabel) en de vermindering van biodiversiteitsmaatregelen (o.a. richels voor drieteenmeeuwen), die Elia volgens minister Bihet unilateraal besloot omwille van kosten (€8jard ipv €2,2jard) en technische haalbaarheid. Bihet bevestigt dat 11 van 23 caissons geplaatst zijn (deadline augustus 2026) en 5 biodiversiteitsmaatregelen behouden blijven dankzij een federale subsidie van €10 miljoen, maar dat alternatieven voor de UK-verbinding (Nautilus) en de derde kabel nog politiek moeten worden beslist. Kritiek blijft bestaan over gebrek aan transparantie en onduidelijke volgende stappen, terwijl Cornillie de voortgang relatief positief noemt.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, eigenlijk was de repliek van de heer Seuntjes de perfecte inleiding voor mijn vraag.

Voor de zomer schrapte de regering de tweede fase van het energie-eiland, namelijk het gelijkstroomgedeelte. Dat lijkt mij een meer dan terechte keuze. Dat wil echter wel zeggen dat de derde kabel van de Prinses Elisabethzone niet kan worden aangesloten en dat ook de geplande gelijkstroomverbinding met het Verenigd Koninkrijk niet kan worden aangetakt. Die elementen zouden verder worden onderzocht.

We zijn nu enkele maanden verder en het is niet duidelijk welke stappen er ondertussen zijn gezet om het dossier verder te ontwikkelen. Daarbij rijst de vraag welke stappen er met Britse partners in dit dossier zijn ondernomen. Ik heb hierover de volgende vragen, mijnheer de minister.

Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot het energie-eiland? Is er nog een verdere prijsevolutie voor het eiland en het wisselstroomgedeelte?

Welke stappen zijn er gezet inzake de Nautilusverbinding? Werd er verder gesproken met Ofgem en de andere Britse partners? Welke oplossingspistes werden naar voren geschoven met betrekking tot de virtuele hybride interconnector of andere alternatieven?

Welke stappen zijn ondertussen gezet met betrekking tot het al dan niet bouwen van een derde kabel offshore? Wordt overwogen om de capaciteit terug te schroeven en de densiteit van het park te reduceren? Of wordt overwogen om in extra wisselstroomcapaciteit te voorzien? Of volgt u nog een andere piste in dat kader?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, ook ik heb een vraag over het energie-eiland dat, zoals iedereen weet, een cruciaal project is voor de energietransitie van ons land. Het zou niet alleen een energiehub zijn, maar ook het toonbeeld van natuurinclusief bouwen op zee.

Uit recente berichtgeving blijkt echter dat de netbeheerder Elia de ambitieuze plannen voor het nature-inclusive design drastisch heeft moeten terugschroeven. Dit heeft bij milieuorganisaties tot grote teleurstelling geleid. Zo komen de richels voor de bedreigde drieteenmeeuw er niet en worden de reliëfpanelen slechts gedeeltelijk uitgevoerd, onder andere door de oplopende kosten en de technische complexiteit daarvan.

Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de bouw van het Prinses Elisabetheiland? Welke biodiversiteitsmaatregelen uit het oorspronkelijke nature-inclusive design worden na deze herziening volledig of gedeeltelijk uitgevoerd? Welke specifieke Belgische maatregelen vallen onder de behouden federale subsidie van 10 miljoen euro?

Kunt u bevestigen of de beslissing om de biodiversiteitsmaatregelen terug te schroeven volledig door Elia zelf is genomen of is dat in overleg met andere instanties gebeurd?

Hervé Cornillie:

Monsieur le ministre, le projet d'île énergétique représente un pilier stratégique de notre transition énergétique et un élément clé pour accueillir la production de la future zone Princesse É lisabeth dont il a déjà souvent été question et dont il sera encore question à n'en pas douter. Vous avez indiqué avoir dû revoir le projet en raison d'une explosion des coûts passant de 2,2 milliards à plus de 8 milliards d'euros – à côté de ça la gare de Mons, c'est de la roupie de sansonnet – tout en maintenant des volets prioritaires afin de garantir la mise en service dans les délais.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur l'état d'avancement actuel du projet d'île énergétique et sur les étapes concrètes prévues dans les prochains mois?

Mathieu Bihet:

De ontwikkeling van de kavels 2 en 3 in de Prinses Elisabethzone is gelinkt aan de optimalisering van het potentieel van de Noordzee. Deze werkzaamheden worden gerealiseerd door minister Verlinden. In de werkgroep, samengesteld uit mijn kabinet, de Algemene Directie Energie, Elia en de CREG, worden verschillende opties voor de realisatie van Nautilus voorgesteld en onderzocht. De politieke beslissing zal rekening moeten houden met de omvang, de kalender en de kost van het project.

Pour ce qui concerne la construction de l'île à ce jour, 11 des 23 caissons ont été installés en mer par Elia. Selon Elia, son sous-traitant sera en mesure de poser l'ensemble des caissons d'ici la date butoir du RRF, c'est-à-dire en août 2026.

Cinq mesures liées à la biodiversité reprises dans la convention entre Elia et l'État fédéral pour un montant de 10 millions d'euros seront intégralement maintenues. Au vu des défis techniques importants, du coût et de l'incertitude quant à l'attraction d'un si grand nombre d'oiseaux sur l'île et la manière dont cela peut être combiné avec les interventions techniques sur l'île, Elia a pris une décision unilatérale.

Elia heeft unilateraal beslist om geen richels meer te installeren voor de drieteenmeeuwenpopulatie rond het eiland en de middelen verder toe te wijzen aan de andere NID-maatregelen.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik begrijp dat mijn vragen over de verdere aanpak nog enigszins vroegtijdig zijn. Wij moeten echter wel goed bekijken op welke manier wij een en ander verder zullen aanpakken. Voor een aantal punten is het immers belangrijk om ter zake verklaringen te hebben, zoals over hoe wij zullen omgaan met Buitenlust en met de prinses Elisabethzone. Dat lijken mij een aantal punten te zijn die wij best kunnen proberen uit te klaren. Ik tracht echter geduldig te zijn. Op dat vlak kijk ik dus uit naar de verdere stappen.

Hervé Cornillie:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse. Gouverner, c'est prévoir. Merci de nous avoir indiqué le sens dans lequel on évolue correctement, vu le nombre de caissons installés à terme et les étapes que vous venez de citer. Nul doute que nous reviendrons sur le sujet vu son importance et son interconnexion avec d'autres dossiers chers à cette Assemblée.

De offshore tender
De terugval van de investeringen in groene energie
De tender voor de Prinses Elisabethzone
Duurzame energie-investeringen en offshore tenders

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Mathieu Bihet (minister) loopt de herlancering van de Prinses Elisabethzone-tender vertraging door EU-notificatieplichten (CISAF/NZIA-regels) en lopende overleg met de Europese Commissie, met een geplande publicatie in voorjaar 2026—ondanks politieke consensus. Greenpeace (via Seuntjens) bekritiseert dat dalende investeringen in groene energie (–51%) door vergunningsknelpunten en lokaal protest de energietransitie bedreigen, terwijl kandidaten volgens Bihet wel interesse tonen. Wollants en Cornillie benadrukken de nood aan heldere EU-kaders en snelle stappen, met name voor de eerste kavel en toekomstige projecten zoals de Boucle du Hainaut.

Bert Wollants:

Mijnheer minister, na de stopgezette tender zou u werken aan de herlancering van de eerste kavel. Daarbij is er de vraag of u het nieuwe Europese kader op dat vlak dient te hanteren om dit te kunnen doen. Tegelijkertijd is er ook de vraag of de andere elementen van de tender ondertussen voldoende helder zijn om alles op een goede manier te kunnen voorbereiden. Eenvoudig gesteld, kunt u een stand van zaken geven en toelichten welke elementen nog moeten worden uitgeklaard om de tender opnieuw te lanceren? De CREG heeft intussen de opdracht gekregen om bepaalde onderdelen hiervan concreet uit te werken voor de lancering.

Oskar Seuntjens:

Uit een recente analyse van de klimaatorganisatie Greenpeace blijkt dat de investeringen van energieleveranciers in nieuwe groene energie in ons land op vijf jaar tijd drastisch zijn gedaald, met maar liefst 51 %. Volgens Greenpeace ligt een belangrijk deel van de oorzaak van deze terugval in de moeilijke vergunningsprocedures en het lokale protest tegen windenergieprojecten. Deze trend wijst op een significant probleem in het investeringsklimaat voor hernieuwbare energie, wat de doelstellingen van de energietransitie onder druk zet. Aangezien de Prinses Elisabethzone cruciaal is voor de verdere uitbouw van offshore windenergie in België, is het van cruciaal belang dat de markt tijdig duidelijkheid krijgt over de volgende stappen.

De geplande tender voor de concessie in de Prinses Elisabethzone staat, voor zover bekend, gepland voor begin volgend jaar. Kunt u de exacte timing van deze tender bevestigen? Wanneer zal de federale overheid de details en voorwaarden van deze tender bekendmaken aan de markt? Ziet u, in het licht van de gerapporteerde halvering van groene energie-investeringen, een risico dat deze terugval de interesse voor de tender in de Prinses Elisabethzone zou kunnen beïnvloeden?

Hervé Cornillie:

Monsieur le ministre, pouvez-vous indiquer où en est l'appel d'offres pour la zone Princesse Élisabeth et quelles sont les prochaines étapes?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, un régime d'aide impliquant la section 4.1.2 du CISAF, concernant les régimes de soutien visant à accélérer le déploiement des énergies renouvelables, nécessite en effet une notification préalable dans le cadre des règles européennes en matière d'aides d' É tat.

Par ailleurs, il convient de souligner que l'article 26 du règlement 2024/1735 du Parlement européen et du Conseil européen du 13 juin 2024 établissant un cadre de mesures pour renforcer l'écosystème européen de production de technologies zéro émission net et modifiant le Net-Zero Industry Act (NZIA) entrera en vigueur le 30 décembre 2025. Les services compétents sont en train d'examiner la manière dont le NZIA peut s'appliquer dans le cadre de l'appel d'offres pour le lot 1 de la zone Princesse É lisabeth. Des discussions avec les services de la Commission européenne sont, à ce titre, en cours.

Er bestaat een politieke consensus over de offshoredossiers. Bepaalde punten vereisen echter bijkomende besprekingen. Een publicatie in het voorjaar van 2026 wordt dus nog steeds vooropgesteld.

Lors de la consultation des acteurs en été dernier, les différents candidats au tender ont renouvelé leur intérêt pour un investissement dans l'éolien offshore.

Bert Wollants:

We kijken uit naar het resultaat van het onderzoek en de besprekingen

Oskar Seuntjens:

Idem.

Hervé Cornillie:

J'évoquais tantôt l'importance du paramétrage et de la confrontation d'un dispositif d'aide avec le droit européen, et je ne me dédirai pas en l'occurrence. Je suis donc heureux de voir cet intérêt renouvelé mais j'attends aussi avec impatience les prochaines étapes dans ce dossier important, tout comme le sera ensuite celui de la Boucle du Hainaut.

HVO-mazout als huishoudbrandstof en de impact op de klimaatdoelstellingen en energieprijzen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 25 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om blauwe mazout (HVO) als duurzaam alternatief voor stookolie in huishoudens, vooral in Wallonië waar veel nog op mazout verwarmt. Minister Crucke bevestigt dat erkenning als huishoudbrandstof federaal is (minister van Energie) en benadrukt dat warmtepompen prioriteit hebben, maar erkent HVO als beperkt overgangsalternatief voor moeilijk te elektrificeren gevallen. Coenegrachts pleit voor HVO als praktische, betaalbare oplossing waar warmtepompen technisch of financieel onhaalbaar zijn, ondanks de efficiëntere inzet ervan in transport/industrie. Kernpunt: HVO kan een tijdelijke rol spelen, maar beleid focust eerst op warmtepompen en sectoren waar elektrificatie moeilijk is.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik wil het vandaag hebben over blauwe mazout, mijn favoriete mazout, zoals u wel begrijpt. Blauwe mazout is een synthetische, vloeibare brandstof op basis van HVO en zou tot 90 % minder CO 2 uitstoten in vergelijking met klassieke stookolie.

In het kader van de Europese klimaatambities met de doelstelling om klimaatneutraliteit te bereiken, wat we al meermaals hebben besproken, wordt op Europees niveau ook naar HVO gekeken als een essentieel element, erkend om de energietransitie te ondersteunen, zeker bijvoorbeeld in huishoudens waar het moeilijk is om de stookolietank snel te vervangen. We weten sinds gisteren, op basis van de recentste cijfers, dat vooral in Wallonië nog met stookolie verwarmd wordt.

Wanneer ETS2 wordt ingevoerd en de accijnsverhoging van de federale regering erbij komt, wordt mazout een stuk duurder. Het zou dus goed zijn dat er een alternatief beschikbaar is, vandaar enkele vragen.

Waarom is blauwe mazout vandaag nog niet erkend als huishoudbrandstof? Ziet u er mogelijkheden in als duurzaam alternatief, ook in voorbereiding op de koolstoftaks ETS2, al is die intussen uitgesteld? Zult u op korte termijn initiatieven nemen met uw bevoegde collega-ministers om blauwe mazout juridisch gelijk te stellen aan stookolie, zodat huishoudens een alternatief krijgen zonder dat daar onmiddellijk grote investeringskosten tegenover staan?

Voorzitter:

Collega Coenegrachts, ik denk dat we veel meer frieten zullen moeten eten, maar het is wel een zeer interessante vraag.

Mijnheer de minister, u hebt het woord.

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer Coenegrachts, het is niet omdat het blauw is, dat alles federaal is. Met betrekking tot uw vraag over de erkenning van verwarmingsbrandstoffen moet ik opmerken dat dat onder de bevoegdheid van de federale minister van Energie valt. Die erkenning gebeurt immers op basis van federale regelgeving inzake energieproducten en markttoegang. De minister van Energie bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde brandstoffen als verwarmingsbrandstoffen kunnen worden erkend, met het oog op veiligheid, duurzaamheid en transparantie.

Met betrekking tot uw vraag over het Europese emissiehandelssysteem, ETS2, moet ik u doorverwijzen naar de gewestelijke ministers, aangezien de implementatie van de uitvoering van ETS2 een bevoegdheid van de gewesten is. ETS2 is van toepassing op fossiele brandstoffen. Ik erken dus dat HVO een milderend effect zou kunnen hebben.

Wel wil ik, in mijn hoedanigheid van minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, dieper ingaan op de wenselijkheid van het gebruik van HVO als substituut voor stookolie.

In het kader van de transitie naar een duurzaam energieverbruik wordt voor gebouwverwarming warmtepomptechnologie naar voren geschoven als voorkeurstechnologie. Warmtepompen hebben immers een hoge energie-efficiëntie en het potentieel om volledig op hernieuwbare elektriciteit te functioneren. In tegenstelling tot brandstofgebaseerde verwarmingssystemen dragen warmtepompen bij tot een structurele reductie van broeikasgasemissies in de gebouwensector.

Hoewel hernieuwbare vloeibare brandstoffen zoals HVO een rol kunnen spelen in de duurzame energietransitie – dat moet duidelijk worden gezegd – is het aanbod aan duurzame grondstoffen voor HVO beperkt. Om die reden wordt HVO bij voorkeur ingezet voor de decarbonisatie van sectoren die moeilijk te elektrificeren zijn, zoals bepaalde industriële processen of zwaar transport. Het gebruik van HVO voor gebouwverwarming is daarom beperkter, vanuit het oogpunt van efficiënt grondstoffengebruik en klimaatimpact.

De volledige inzet op warmtepompen blijft evenwel een lastige opgave, vooral om technische redenen, en er moeten nog steeds beperkte alternatieven zoals HVO worden overwogen.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb de vraag ook gesteld aan de minister van Financiën, maar hij wist enkel te vertellen dat hij niet bevoegd was. Ik heb ze gesteld aan de minister van Economie, die op zijn beurt wist dat hij niet bevoegd was. U bent de eerste die weet wie wel bevoegd is. Ik zal de vraag dan ook stellen aan de minister van Energie. Ik ben blij dat u ook inhoudelijk ingaat op de vraag. U hebt gelijk, in een ideale wereld zetten we in elk gebouw een warmtepomp en leggen we zonnepanelen op elk dak, maar dat is, ten eerste, niet voor iedereen een haalbare investering op korte termijn en, ten tweede, het is ook niet voor elk bestaand gebouw technisch haalbaar om die dingen te installeren. In een overgangsfase zijn wel degelijk alternatieven nodig. Ik begrijp uw overweging dat HVO misschien efficiënter ingezet kan worden in andere sectoren, in de luchtvaart bijvoorbeeld. Het doel is dat we minder uitstoten, het doel is niet dat we zoveel mogelijk warmtepompen installeren. We zullen dus ook moeten kijken naar HVO waar die nodig is en waar die kan dienen om mensen alleszins een duurzamer alternatief aan te bieden, ook als de huishoudens de investering technisch of financieel gezien op de korte termijn, of naar ik vrees op de middellange termijn voor veel huishoudens, niet meer aankunnen. Ik zal me tot de minister van Energie wenden om daar zijn mening over te kennen.

Het Belgische paviljoen op de World Nuclear Exhibition 2025 in Parijs
De ontwikkeling van small modular reactors (SMR’s) in België
De nucleaire strategie
De toekomst van de energiemix
De Belgische nucleaire sector en toekomstige energietransitie

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België presenteerde op de World Nuclear Exhibition 2025 een privaat gefinancierd paviljoen (15 bedrijven zoals SCK-CEN, Sarens, IRE Lab) zonder overheidssteun, met als doel de nucleaire expertise te promoten—de minister benadrukte bilaterale gesprekken (o.a. met Canada/OPG) en hernieuwde internationale interesse in Belgische kennis. De nucleaire strategie focust eerst op levensduurverlenging bestaande centrales (kortetermijnoplossing), gevolgd door openstelling voor zowel grote reactoren als SMR’s, maar concrete plannen (tijdlijnen, capaciteitsdoelen, financiële modellen) ontbreken—de minister erkent dat België achterloopt op landen als het VK en Polen door jarenlang uitstapbeleid, en stelt dat technologische volwassenheid (bv. conventionele SMR’s vs. 4de generatie) de haalbaarheid tegen 2035 bepaalt. Critici (oppositie) wijzen op het gebrek aan een gedetailleerd actieplan met meetbare doelen, risico op afhankelijkheid van buitenlandse spelers, en de nood aan federale coördinatie (roadmap) om Waalse, Vlaamse en wetenschappelijke initiatieven (SCK, Myrrha) te bundelen—de minister blijft vaag over overheidsinvesteringen (vs. private sector) en concrete stappen beyond studies. Kernpunt: België herpositioneert zich als nucleaire speler maar mist nog politieke verankering, tijdsgebonden commitments en een financieel kader—terwijl andere landen al bouwen, wacht België af op technologische rijpheid en marktinitiatieven.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ten eerste, België nam met een eigen Belgisch paviljoen deel aan de World Nuclear Exhibition in Parijs van 4 tot 6 november 2025. Volgens de officiële aankondiging werd het paviljoen op 4 november plechtig ingehuldigd in uw aanwezigheid, gevolgd door een netwerkreceptie met de vertegenwoordigers van de vijftien Belgische bedrijven en instellingen die eraan deelnemen. Dergelijke initiatief biedt ongetwijfeld kansen om de Belgische nucleaire expertise internationaal in de kijker te zetten.

Mijnheer de minister, wat is de totale kostprijs van het Belgisch paviljoen op de World Nuclear Exhibition 2025? Hoe worden de kosten gefinancierd? Wordt het project volledig gedragen door de bijdragen van de deelnemende bedrijven en instellingen? Of werd er geheel of gedeeltelijk gebruikgemaakt van federale dan wel regionale overheidsmiddelen? Zo ja, onder welke begrotingspost of welk programma werd de uitgave geboekt?

Kunt u meegeven welke vijftien Belgische bedrijven en instellingen er op het Belgisch paviljoen vertegenwoordigd zijn? Hebt u tijdens uw aanwezigheid in Parijs ook bilaterale contacten of vergaderingen gehad met buitenlandse partners of industriële actoren zoals EDF, ENGIE of leden van de Franse overheid? Zo ja, met wie? Wat waren de voornaamste resultaten en thema’s van die gesprekken?

Ten tweede, wat de SMR's of small modular reactors betreft, de recente aankondiging van een locatie voor zijn eerste SMR van het Verenigd Koninkrijk die tegen 2030 stroom aan drie miljoen gezinnen moet leveren, staat in schril contrast met de situatie in ons land. Terwijl andere landen concrete realisaties op het terrein voorbereiden, lijkt België voorlopig niet verder te komen dan een intentieverklaring met het Canadese Ontario Power Generation (OPG), zonder politieke verankering en zonder zicht op een tijdslijn of investeringskader.

Kunt u toelichten welke waarde de intentieverklaring met OPG precies heeft? Heeft de samenwerking het potentieel om uit te groeien tot een daadwerkelijk bouwproject?

Hoe beoordeelt u het feit dat landen zoals het VK en Polen reeds duidelijke locaties, partnerschappen en tijdslijnen hebben vastgelegd, terwijl België zich nog in een voorbereidend stadium bevindt? Bestaat er een risico dat België achteropgeraakt in de internationale nucleaire ontwikkeling? Hoe wilt u voorkomen dat ons land opnieuw afhankelijk wordt van buitenlandse spelers zonder eigen industriële verankering?

Zullen instellingen zoals het SCK, Vlaamse en Waalse initiatieven, potentiële buitenlandse partners, worden samengebracht in één gecoördineerde federale roadmap? Indien ja, wanneer mogen we die verwachten? Indien neen, waarom niet?

Acht u het realistisch om in België tegen 2035 de eerste nieuwe eenheden in gebruik te nemen, zoals door verschillende sectorpartners werd gesuggereerd?

Voorzitter: Jeroen Soete

Président: Jeroen Soete

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik ben niet zo streng voor u als uw coalitiegenoot van cd&v, maar de vraag is wel pertinent. Is er überhaupt een nucleaire strategie? De Vlaamse minister-president heeft wel opgeroepen tot overleg over SMR's en u verklaarde dat u de levensduur van de kerncentrales probeert te verlengen, maar houdt het daarmee op? Hebt u nog andere plannen? Tegen welk jaar en voor welke hoeveelheid rekent u op nucleaire capaciteit? Zet u in op SMR's? Met welke technologie zal dat zijn? Er zijn dus veel vragen.

De vorige spreker wees erop dat Groot-Brittannië al een locatie voor de bouw van zijn eerste SMR heeft aangekondigd. Laat dat land dat vooral doen, dan weten we of SMR's werken en of de bouw ervan binnen het vooropgestelde tijdschema en budget mogelijk is. De Nederlandse regering verklaart dat de overheid daarvoor zelf een bedrijf zal moeten oprichten en daarin miljarden euro's pompen, want de privésector zal het niet oplossen. Rekent u wel op de privésector? Maakt u plannen om via overheidsmiddelen het vuur aan de lont te steken? Ik heb schriftelijk alle vragen ingediend, maar zal ze niet allemaal overlopen. Kortom, wat is de nucleaire strategie van de regering?

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, Mme Meunier m’a annoncé qu’elle ne serait pas là pour les questions.

België nam deel aan de World Nuclear Exhibition, die van 4 tot en met 6 november plaatsvond in Parijs. Ik heb het genoegen gehad daar het Belgisch paviljoen plechtig te mogen openen, een uitstalraam voor een uitmuntende nucleaire sector, gedragen door onze bedrijven en talenten. Het gaat om een privaat initiatief van de vzw Belgisch Nucleair Forum, in samenwerking met Agoria en de vzw Belgian Nuclear Society. Daaruit volgt dat ik niet op de hoogte ben van de totale kost van deze private operatie, die de belangen van de Belgische ondernemingen en industrieën ondersteunt. Dit paviljoen heeft geen middelen of subsidies ontvangen van mijn kabinet of administratie. Volgens de informatie waarover ik beschik, heeft elke standhouder zijn plaats met eigen middelen gefinancierd. Ik werd bovendien niet geïnformeerd over, noch ben ik bevoegd voor de inzet van eventuele middelen van andere bestuursniveaus. De 15 Belgische bedrijven die vertegenwoordigd waren in het Belgische paviljoen werden vermeld in het persbericht van het Belgisch Nucleair Forum.

Je peux les citer toutes; ou vous aurez la liste: Magics, GDTech, Haquenne, Brolz, Denys, Karl Hugo, SCK-CEN, Belgoprocess, Sarens, GRAUX, GEMACO, Myrrha, Transrad, IRE Lab, The Binding Energy

Het gaat om de grootste Belgische aanwezigheid van ondernemingen tot nog toe geregistreerd op de World Nuclear Exhibition. Deze versterkte aanwezigheid getuigt van de diversiteit, dynamiek en expertise van onze bedrijven en instellingen actief in de sector. Dat verheugt mij.

Ik heb de gelegenheid gehad om de ondertekening bij te wonen van de intentieverklaring tussen de vzw Belgian Nuclear Forum en de Canadese vennootschap OPG, Ontario Power Generation, om samen te werken aan de ontwikkeling van SMR’s in België. Deze ondertekening vond plaats in aanwezigheid van de minister voor Energie van Ontario, de heer Stephen Lecce, wat de gedeelde ondersteuning benadrukt van beide landen als het gaat over de ontwikkeling van duurzame en innovatieve nucleaire technologieën.

Ik herinner eraan dat de ontwikkeling van projecten voor kerncentrales op Belgisch grondgebied mogelijk werd gemaakt door de opheffing van de wet op de kernuitstap uit 2003. Deze opheffing opent de deur voor nieuwe investeringen.

Ik heb ook de gelegenheid gehad om te praten met Europese, Amerikaanse en Canadese gesprekspartners. De gesprekken gingen over de heropleving van de Belgische nucleaire sector, ons nieuw energiebeleid en de toekomst van kernenergie, zowel in België als in Europa.

Verder lijkt het mij nuttig te vermelden dat ik tijdens mijn bezoek aan de beurs met trots heb kunnen vaststellen dat Belgische ondernemingen opnieuw een vooraanstaande plaats innemen op het wereldtoneel, wat belangstelling opwekt van veel spelers uit de sector. België beschikt immers over een nucleaire sector van uitzonderlijke kwaliteit, gedragen door bedrijven en specialisten die in staat zijn om de meest veeleisende toeleveringsketens uit te bouwen en te integreren.

Na 25 jaar onzekerheid was het tijd om deze kennis en expertise opnieuw met elkaar te verbinden, om de toekomst van de nieuwe kernenergie grondig voor te bereiden.

Het Belgische paviljoen, dat ik plechtig mocht openen, is daarvan een duidelijk bewijs. Ons land wordt weer een referentie als het gaat over de industriële relance van Europa.

Voilà pour la question de Mme Van Keymolen. Pour les trois autres questions jointes, j’avais une réponse en deux langues. Mme Meunier n’est malheureusement plus ici.

Mijn strategie voor de ontwikkeling van kerncentrales in België is niet gewijzigd.

Comme vous le savez, la priorité est d’abord donnée à la prolongation de la durée de vie des centrales existantes, car cela peut être réalisé relativement à court terme et constitue une première étape logique dans le maintien de notre capacité nucléaire en Belgique.

De regering wenst ook nieuwe nucleaire capaciteit te bouwen, zowel groot als klein, zoals de SMR’s, de small modular reactors of kleine modulaire reactoren.

Comme je l’ai déjà expliqué, je vois des possibilités tant pour les grands réacteurs conventionnels que pour les petits réacteurs modulaires. Selon les études, pour les grands réacteurs, l’infrastructure et le financement nécessaires sont beaucoup plus importants. Par contre, vous bénéficiez d’un effet d’échelle important. Les petits réacteurs pourraient être déployés de manière plus flexible, mais aussi plus rapide.

Il n’est pas évident de changer de cap après plus de 20 ans passés dans un scénario de sortie. Cela nécessite une refonte en profondeur de notre système de production d’électricité, une reconstruction et une extension des chaînes d’approvisionnement ainsi qu’un changement de mentalités de la part des producteurs d’électricité et de nos acteurs institutionnels.

Des pays tels que la Pologne, la Suède ou encore le Royaume-Uni, et plusieurs autres, sont en effet déjà plus avancés dans le processus de mise en place des nouvelles capacités nucléaires, dont les SMR. Cela n’est pas surprenant, étant donné qu’ils ont entamé ce processus il y a déjà des années.

En ce qui concerne les nouvelles unités d’ici 2035, tout dépend évidemment de la maturité des technologies envisagées. Si l’on se base sur des SMR utilisant une technologie conventionnelle, c'est-à-dire à neutrons thermiques, celles-ci sont réalisables à relativement court terme. Les projets innovants, dits de quatrième génération, par exemple à neutrons rapides ou à haute température, nécessiteront plus de temps avant de pouvoir être concrètement mis en œuvre.

Au cours des prochaines années, cela pourra principalement se faire en prolongeant des centrales existantes. C’est la solution la plus logique et la plus rentable.

Comme l’a exprimé en 2020 l’Agence de l’énergie nucléaire, que je rencontre d’ailleurs demain, il est très clair qu’il faut une combinaison des deux. Je suis convaincu que de nouvelles centrales suivront. La technologie n’est pour moi pas la question principale. Les futurs développeurs, opérateurs et investisseurs auront, eux, à se positionner, mais toutes les pistes sont ouvertes.

Voor de uitbouw van een nieuw nucleair programma is het belangrijk dat we uitgaan van onze eigen sterktes, maar ik sta open voor samenwerking met andere landen, Europese of andere. Op die manier kunnen we sneller vooruitgaan en elkaar versterken.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Collega, u zegt dat ik streng ben, maar ik noem het eerder gezonde nieuwsgierigheid naar de nucleaire strategie. We horen en lezen veel, maar we moeten toch ook kunnen vragen hoe het daar concreet mee staat.

Ik begrijp uit uw antwoord dat we moeten blijven inzetten op verschillende pistes. Zo heeft het verlengen van de levensduur van de huidige centrales prioriteit en is de bouw van SMR's tegen 2035 afhankelijk van de maturiteit van de technologie. We volgen dit zeker verder op.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, de strategie wat betreft de verlenging van de bestaande centrales begrijp ik, maar voor de rest kan ik uit uw antwoord niet echt opmaken of er een strategie is. U praat met veel ondernemers die voorstander zijn of die actief zijn in de sector, maar ik mis een plan waaruit blijkt dat u in jaar X zoveel gigawatt nucleaire energie in de energiemix wilt en wat de concrete stappen zijn die u onderneemt om daar te geraken. Dat mis ik vandaag. Ik hoor alleen dat er een studie is gemaakt die zegt dat grote kerncentrales duurder zijn dan kleine kerncentrales en dat kleine kerncentrales flexibeler zijn dan grote kerncentrales. Daar had ik in alle eerlijkheid weinig studie voor nodig. De vraag blijft dus of er een strategie is. Als het elektriciteitverbruik op een bepaald moment omhooggaat en we bijkomende capaciteit nodig hebben, maar we geen strategie hebben om voor extra nucleaire capaciteit te zorgen, dan moeten we dat opvangen. Dat kan door interconnectie met het buitenland, door groene, duurzame energie of door – stel u voor – gascentrales, maar we zullen het moeten opvangen. Als dat eenmaal opgevangen is, dan is de vraag wat het nut is van nog een kerncentrale extra in de mix te steken. Het is dus tijd dat we een horizon krijgen en dat er een strategie komt om die horizon te bereiken, iets wat ik vandaag nog altijd mis, maar we zullen daar in de komende weken, maanden en jaren nog op terugkomen, mijnheer de minister. Daar ben ik zeker van.

Energiearmoede
Energiearmoede
Energieonzekerheid en toegankelijkheid

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de energiearmoede in België (20% van de huishoudens in 2024), waar de PTB prijscontrole voorstelt als oplossing, terwijl de minister bestaande maatregelen (tariefsociale energie, fondsen voor verwarming en schulden) benadrukt en wijst op nuancering van risicocijfers (14,8-19,7% risicogroep vs. werkelijke armoede). D’Amico kaart aan dat Frankrijk met prijscontrole de armoede daalde (van 13,7% naar 10,8%) en eist nieuwe structurele actie, maar de minister belooft enkel verfijning van huidige steun en gerichte analyses zonder concrete prijsmaatregelen.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, j'ai lu tout comme vous le rapport du SPF Économie concernant la précarité énergétique, où l'on apprend qu’un ménage sur cinq est exposé au risque de précarité énergétique en 2024. Cela concerne des familles qui peinent à payer leurs factures et à chauffer suffisamment leur logement ou qui consomment moins que leurs besoins essentiels. Pour être plus précis, ce sont 20 % des familles qui sont en précarité énergétique.

Ce chiffre, tout simplement inacceptable dans un pays aussi riche que la Belgique, s’explique notamment par le caractère bien trop élevé des prix de l’énergie et démontre la nécessité du contrôle des prix, que nous proposons avec le PTB.

Monsieur le ministre, quelles mesures structurelles envisagez-vous pour faire baisser les prix de l’énergie et pour lutter contre la précarité énergétique?

Mathieu Bihet:

Monsieur D'Amico, et madame Meunier, une transition énergétique durable et équitable nécessite une attention particulière à la question de la précarité énergétique dont nous avons déjà parlé un certain nombre de fois. Afin de pouvoir élaborer une politique ciblée, il est nécessaire d'identifier les ménages exposés à ce risque accru de précarité énergétique. Nous le faisons sur la base d'indicateurs fixés dans l'arrêté royal du 19 avril 2024. Depuis début 2025, la méthodologie qui sous-tend ces indicateurs est discutée au sein d'un groupe de travail créé par l'Institut interfédéral de Statistique dans le cadre du suivi des sustainable development goals. Il est important de souligner que la publication du SPF Économie porte sur des indicateurs qui mesurent le risque de précarité énergétique et non sur le nombre réel de ménages en situation de précarité énergétique. Il faut le préciser. Parmi ce groupe à risque, on trouve également des personnes qui déclarent ne pas rencontrer de difficultés financières pour joindre les deux bouts. Il convient donc de replacer ce risque dans son contexte. Cela vaut en particulier pour l'indicateur présentant la part la plus élevée, à savoir le groupe de ménages exposés à un risque de précarité énergétique mesuré, qui représente 14,8 % des familles.

Trois indicateurs sont élaborés pour refléter les différents types de risque de précarité énergétique. Tout d'abord, des factures énergétiques très élevées par rapport au revenu disponible indiquent un risque de précarité énergétique mesuré. Deuxièmement, des factures énergétiques très faibles par rapport à des ménages comparables indiquent un risque de précarité énergétique caché. Troisièmement, les difficultés financières pour se chauffer suffisamment, indiquent une pauvreté énergétique subjective.

Différentes analyses sont réalisées sur la profondeur de la pauvreté énergétique et sur le lien entre les indicateurs de pauvreté énergétique et d'autres indicateurs de pauvreté, afin de pouvoir identifier les principales causes du risque de pauvreté énergétique. Ces analyses visent à mieux comprendre les causes sous-jacentes de la précarité énergétique afin de pouvoir élaborer des mesures politiques ciblées et une vision holistique.

Dans le cadre des compétences fédérales, il existe déjà des instruments structurels pour soutenir les consommateurs vulnérables comme, notamment, le tarif social pour l'énergie et le fonds social pour le chauffage qui garantissent l'accessibilité financière de l'énergie aux ménages vulnérables; le fonds social pour l'énergie qui permet aux CPAS d'apporter un soutien financier en cas d'endettement lié au coût énergétique et de mener une politique énergétique préventive en soutenant les investissements qui réduisent la consommation énergétique.

Ces mesures offrent une protection importante à ceux qui peuvent en bénéficier. Le gouvernement vise à créer un marché de l'énergie transparent où les consommateurs sont protégés, peuvent faire des choix éclairés et ont un accès facile au soutien. Le gouvernement fédéral continue de s'engager à renforcer et à affiner ces instruments dans le but de réduire la précarité énergétique structurelle, de rendre la transition énergétique socialement équitable et de ne laisser personne dans la transition vers une société faible en intensité carbone.

Roberto D'Amico:

Merci, monsieur le ministre. J'ai bien compris que vous avez tenté de dissocier les risques de précarité. Vous nous les avez même énoncés. Or moi, je vous parlais de nouvelles mesures structurelles alors que vous parlez de l'existant. Je n'ai donc rien entendu de neuf. Pour vous donner des chiffres, un baromètre de la précarité énergétique établi en 2015 évaluait la précarité énergétique à 18,5 %. Aujourd'hui, ce taux a augmenté jusqu'à 19,7 %. Par contre, en France, là où une forme de contrôle des prix est appliquée, ces niveaux sont plus bas et ont même diminué en dix ans. De 13,7 % en 2012, c'est descendu à 10,8 % en 2022. On comprend aisément qu'avec une forme de contrôle des prix, on parvient à faire baisser le taux de précarité énergétique. Je vous demande donc de vous inspirer de cette initiative.

De CISAF-optie
De energienorm
Duurzame energie en bouwvoorschriften

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de vertraagde uitvoering van de energienorm voor energie-intensieve bedrijven, waarbij minister Bihet drie pistes belicht: (1) het CISAF-kader (EU-subsidie voor 3 jaar, gekoppeld aan decarbonatie), (2) verlaging transmissietarieven (mits geen lastenverschuiving), en (3) een eerdere, mislukte optie door juridische tekortkomingen. Kritiek punt is de onduidelijkheid over timing (2025-compensatie onzeker, EU-goedkeuring nog uitstaand) en budgettaire druk (770 mln over 5 jaar vs. 3 jaar CISAF), terwijl Duitsland en Frankrijk al concreet steun bieden. Bedrijven en parlementariërs dringen aan op snelle EU-afstemming en transparantie om competitiviteit te behouden.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik hoorde u donderdag in de plenaire vergadering een vraag beantwoorden van coalitiegenoot Wollants over de energienorm en over de wijze waarop de vorige regering het daar verknoeid had, evenals over de problemen die u nu moet oplossen.

Op dat moment herinnerde ik me dat ik enkele weken geleden had gelezen dat u een derde piste gevonden had om de energiekorting toe te kennen aan grote energie-intensieve bedrijven – het doel van die energienorm –, namelijk: de CISAF-optie, waarbij CISAF staat voor Clean Industrial Deal State Aid Framework. Men kan de Europese Unie moeilijk verdenken van het verzinnen van gemakkelijke namen. Volgens wat u in de krant verklaarde, zou dat een werkbare en gemakkelijk hanteerbare optie zijn. Die optie is echter gebonden aan Europese regels. Ze kan slechts drie jaar gelden en moet passen binnen een budgettaire enveloppe die op nationaal niveau eigenlijk over meerdere jaren gespreid was.

Er rijzen bij die optie dus verschillende vragen.

Zullen die energie-intensieve bedrijven in 2025 nog een compensatie kunnen ontvangen? Dat is belangrijk voor de duidelijkheid. Is dat een optie die u nog dit jaar aan het Parlement kunt voorleggen en die ook nog dit jaar kan ingaan?

Is het uw intentie om het volledige bedrag dat in de meerjarenbegroting voor de energienorm was voorzien, met name 770 miljoen euro over vijf jaar, volledig uit te keren binnen de drie jaar, de kortere periode van CISAF?

Laat uw voorstel toe dat ondernemingen verschillende vormen van steun die onder CISAF vallen cumuleren tot aan de maximaal toegelaten drempels? De cumulatie is uiteraard eveneens onderworpen aan Europese regels. Wanneer denkt u daarover duidelijkheid te kunnen bieden aan de bedrijven die in aanmerking zouden komen?

Hebt u met de sector van energie-intensieve ondernemingen al overlegd over het plan? Kunt u iets zeggen over hun voorlopige beoordeling van de haalbaarheid, de omvang van de steun en de herinvesteringsverplichting die inherent is aan CISAF?

Marc Lejeune:

Ayant eu la même inquiétude et donc la même question pour le ministre que mon collègue, la réponse conviendra, je pense, à nos deux interpellations.

Monsieur le ministre, ce matin, la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) nous a présenté son budget et sa note de politique générale. Nous avons eu l'occasion d'évoquer une nouvelle fois la norme énergétique, qui permet de fixer un plafond au coût de l'énergie pour les entreprises électrosensibles, afin de préserver leur compétitivité. Par ailleurs, la CREG nous a informés que l'option aujourd'hui étudiée pourrait être le CISAF. Parallèlement, fin juin, la CREG avait rappelé l'urgence d'activer la norme énergétique, afin de conserver la compétitivité de nos entreprises par exemple face à la France et à l'Allemagne qui, comme le relatait la presse aujourd'hui, mettent actuellement en place des systèmes de soutien assez solides pour les entreprises, afin de faire baisser le coût de l'énergie pour ces entreprises et les rendre plus compétitives.

Où en sont les discussions avec la Commission européenne? Avez-vous abouti à une solution qui respecterait toutes les dispositions légales en vigueur?

Par ailleurs, en dehors de l'option CISAF, d’autres pistes sont-elles à l'étude? Lors de la séance plénière de la semaine dernière, vous avez évoqué deux nouvelles pistes. Pouvez-vous nous en dire plus?

Ensuite, ne devrions-nous pas nous intéresser à ce qui se fait chez nos voisins français et allemands, qui proposent des mécanismes susceptibles d'être acceptés par la Commission européenne? Avez-vous notamment pu réaliser des démarches afin d'apprécier les dispositifs bientôt mis en place en Allemagne?

Et enfin, concrètement, quelles pistes tangibles suivez-vous pour soutenir la compétitivité de nos entreprises face à nos voisins?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, j'étais assez surpris de voir deux questions aujourd'hui sur un sujet abordé jeudi fin de journée. Quand j'ai vu une question arriver le dimanche et le lundi, j'ai cru que j'avais peut-être raté une actualité dans la presse le samedi. Il n'en était rien. En tout cas, si vous avez un élément depuis samedi, je suis intéressé.

Comme vous le savez, chers collègues, la piste originelle n'a pas pu être concrétisée car la base légale n'avait pas été notifiée à cause d'une faiblesse fondamentale dans ce texte. Je crois que c'est la troisième fois que je l'explique aujourd'hui dans cette commission. Il y avait une faiblesse fondamentale dans ce texte. Une deuxième piste est actuellement sur la table, celle autorisée par le CISAF: le nouveau cadre concernant les aides d'État, qui est sorti le 25 juin dernier. En effet, les États membres sont autorisés à octroyer des aides pour le prix de l'électricité à certaines entreprises en contrepartie d'une part de décarbonation.

Een derde piste, waarbij de transmissienettarieven voor grote verbruikers worden verlaagd en die wordt gefinancierd door een verhoging van de tarieven voor andere gebruikers, ligt ook nog steeds op tafel. Die piste is alleen een optie als kan worden vermeden dat dit een impact heeft op de andere gebruikers.

Je me permets de vous rappeler que l'accord de gouvernement sur la norme énergétique prévoit que le soutien aux entreprises doit se faire sans porter préjudice aux autres utilisateurs du réseau et qu'il doit être conditionné à des efforts concrets en matière d'efficacité énergétique et de décarbonation afin de récompenser les entreprises qui interviennent et qui investissent dans cette transition.

We hebben al contact gehad met de Europese Commissie om dit met elkaar af te stemmen. Het verder uitgewerkte project met betrekking tot de energienorm zal aan de Europese Commissie worden voorgelegd in het kader van de Europese staatssteunregels zodra er in de regering overeenstemming is bereikt over alle modaliteiten ervan.

Le gouvernement allemand, que vous évoquez, monsieur Lejeune, combine différentes pistes, dont le nouvel encadrement en matière d'aide d'État et un investissement massif dans le réseau. Cependant, ces décisions pèsent lourdement sur les épaules de l'État et sur les finances publiques de notre voisin. Mais, comme vous le savez, il a les épaules un peu plus solides que les nôtres pour les supporter. Néanmoins, l'ambition de ce soutien reste intacte et notre volonté est de ne pas laisser tomber ces entreprises. Nous voulons aboutir au plus vite afin de donner de la lisibilité à nos entreprises.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het moet nog voorgelegd worden aan de Europese Commissie. We zullen zien wanneer dat dan terugkomt. Het is niet echt duidelijk of het nog dit jaar of de komende jaren in orde zal komen. Ik hoor nog veel onduidelijkheid en ik hoop dat u daarin heel snel duidelijkheid kunt brengen. U kunt wel zeggen dat de pistes van de vorige regering niet de juiste waren, maar dan nog sleept dit probleem al aan van februari. Het is ondertussen november, en december zal er heel snel zijn, terwijl oktober in het vooruitzicht was gesteld.

Dit heeft te lang aangesleept, dus het wordt tijd voor bekwame spoed binnen de regering. Ik hoop u hier snel terug te zien met een pakket dat werd goedgekeurd door de Europese Commissie.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je note que vous avez la volonté d'aboutir pour aider nos entreprises. Quand on voit la situation aujourd'hui en Allemagne et les aides apportées, on a de quoi s'inquiéter un peu. Mais je sais, monsieur le ministre, que vous êtes attentif à la compétitivité des uns et des autres ici en Belgique. On attendra aussi, comme mon collègue vient de le dire, le retour de la Commission, en espérant une situation qui se normalise le plus tôt possible, une solution pour assurer cette compétitivité, baisser le prix de l'énergie ou le soutenir d'une quelconque façon de manière à assurer un avenir à nos entreprises.

De energieafhankelijkheid van onze bedrijven en de impact op ondernemen en innovatie

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 13 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Bert Wollants dringt aan op dringende actie tegen de exploderende energiekosten (stijging netkosten +80%) die bedrijven en welvaart bedreigen, en eist concrete oplossingen voor eind 2025 in plaats van leeg beloftengoed. Minister Bihet bevestigt een driedelige aanpak (energienormen, taxshift, netinvesteringen) met Europese randvoorwaarden (geen nadeel voor andere gebruikers, koppeling aan decarbonisatie), maar benadrukt dat competitiviteit en koopkracht hand in hand moeten gaan. Wollants houdt vol dat vertraging onaanvaardbaar is en waarschuwt voor banenverlies en wegblijvende investeringen, terwijl de minister complexiteit erkent maar samenhangende stappen belooft. Urgente afstemming tussen industriebehoud, energietransitie en Europese regels blijft de kernspanning.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de energiekosten swingen de pan uit. Dat betekent dat een groot aantal bedrijven het water aan de lippen staat. Deze regering heeft zich geëngageerd om daar iets aan te doen, om in te grijpen.

Laat ons eerlijk zijn, een stijging met 80 % van de netkosten is niet zomaar draagbaar. Daar moet dus iets aan gebeuren. Iedereen is het er eigenlijk over eens dat die kosten moeten worden aangepast en dat we absoluut moeten ingrijpen.

Mijnheer de minister, de stunt van de vorige regering om snelsnel een regeling te treffen, blijkt nu aan elkaar te hangen met spuug en paktouw. Daar moet een grondig antwoord op komen. Het kan dus niet bij woorden blijven, het moet ook over daden gaan. U moet dus ook heel erg hard aan de slag gaan om tot een oplossing te komen, want het duurt allemaal al veel te lang.

Er liggen een aantal oplossingspistes op tafel waaraan moet worden voortgewerkt. Dat mag echter niet het einde van het verhaal zijn. We moeten aan de slag met die pistes. Energiekosten die torenhoog zijn bedreigen immers onze industrie en ons maatschappelijk weefsel. Daar moet dringend iets aan gebeuren.

We moeten ter zake vooruitgang boeken. We hebben er vertrouwen in dat u er alles aan doet om dat te realiseren, maar we moeten absoluut vooruitgaan. Wij willen ook daden zien.

Daarom heb ik enkele vragen.

Hoe wilt u ervoor zorgen dat er zo snel mogelijk resultaat wordt geboekt, zodat onze bedrijven en onze welvaart worden beschermd?

Kunt u zich ertoe engageren om vóór eind 2025 duidelijkheid te scheppen voor een aantal bedrijven, zodat zij weten wat zij kunnen verwachten en hun toekomst hier kunnen verzekeren?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, zoals u weet, is de kern van het regeerakkoord de versterking van de competitiviteit van onze bedrijven, met behoud van de koopkracht van de gezinnen. Om dat te bereiken moeten we op verschillende elementen inzetten. Ten eerste, een energienorm voor onze energie-intensieve bedrijven; ten tweede, een pragmatische taxshift op energieproducten; en ten derde, massale investeringen in de capaciteit en het net.

Wat de energienorm betreft, de oorspronkelijke piste kon niet worden uitgevoerd omdat de wettelijke basis nooit bij de Europese Commissie werd aangemeld. Daarom liggen er, zoals u weet, binnen de regering twee nieuwe pistes op tafel. We mogen daarbij niet vergeten dat het regeerakkoord duidelijk bepaalt dat die steun geen nadeel mag vormen voor andere netgebruikers en dat ze gekoppeld moet worden aan inspanningen op het vlak van decarbonisatie.

De oplossing is dus geen of-of-, maar een en-enaanpak: zowel competitiviteit als koopkracht, zowel ondersteuning als investeringen en zowel rationaliteit als ambitie om onze industriële basis te versterken, de werkgelegenheid te behouden en de energietransitie te verzekeren.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het is bijzonder belangrijk dat we nu eindelijk snelheid maken. De vorige regering heeft op dat vlak enorm veel tijd verloren en heeft ervoor gezorgd dat we in een heel nadelige positie zijn terechtgekomen. Dat moeten we nu rechttrekken. Dit is iets waarmee we aan de slag moeten gaan, maar het is dringend.

Ik begrijp dat het complex is, maar we moeten hier voortgang maken, want de industrie zit daarop te wachten. We zien dat er vandaag al jobs verloren gaan en dat het moeilijk is om investeringen aan te trekken. We moeten dat omdraaien. Onze welvaart hangt daarvan af.

Ik zal u daarom blijven aanmoedigen opdat we eindelijk een lans breken voor de industrie die de welvaart in dit land en in Vlaanderen vooruithelpt.

Voorzitter:

Hiermee sluiten we het vragenuurtje af. Collega's, er rest u nog ongeveer een kwartier om uw stem uit te brengen voor de aanduiding van een Nederlandstalig plaatsvervangend lid van het Comité I.

HVO-mazout als huishoudbrandstof en de impact op de klimaatdoelstellingen en energieprijzen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Blauwe mazout (HVO-gemengde stookolie) is technisch wel toegelaten via bestaande normen, maar economisch onrendabel door gelijke accijnzen als fossiele mazout en hogere productiekosten, terwijl ETS2 de prijsdruk op fossiele mazout verder verergert. Minister Clarinval bevestigt dat beschikbaarheid en concurrentie met andere sectoren (bv. transport) de inzet beperken, maar belooft verdere evaluatie van duurzame alternatieven—zonder concrete kortetermijnplannen. Coenegrachts hamert op mengvormen (fossiel+HVO) als potentieel prijsverlagende oplossing onder ETS2, maar blijft vastlopen in bevoegdheidsdiscussies (accijnzen liggen bij Jambon). Frankrijks beleid wordt als mogelijk voorbeeld genoemd, zonder verdere uitwerking.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, uw tijd is beperkt. Ik zal het kort houden. Naar analogie van mijnheer Van Lommel bent u de tweede aan wie ik deze vraag stel. Ik hoop dat er geen derde volgt. Deze vraag gaat over blauwe mazout, een iets duurzamere toepassing van mazout die vandaag nog niet erkend is als huishoudbrandstof.

Nochtans kan dat wel een oplossing bieden, zeker als ook de koolstoftaks wordt ingevoerd. Het mengen van HVO, blauwe mazout, met de traditionele huishoudbrandstof kan leiden tot een lagere uitstoot en dus ook tot lagere emissierechten die moeten worden betaald. Voor mensen die vandaag nog met mazout verwarmen en niet meteen een andere technische oplossing hebben, zou dat een mogelijke oplossing kunnen zijn.

Mijn eerste vraag is waarom blauwe mazout vandaag nog niet erkend is en welke obstakels daarvoor bestaan. Ten tweede, hoe wordt de inzet van duurzame alternatieven in rekening gebracht binnen het bredere kader van de Belgische voorbereiding op ETS2? Erkent u dat HVO-mazout de prijsstijging voor huishoudens enigszins kan milderen? Zullen er op korte termijn initiatieven worden genomen om blauwe mazout juridisch gelijk te stellen aan stookolie?

David Clarinval:

Het in de handel brengen van stookolie in België wordt geregeld door het koninklijk besluit van 3 juli 2018 betreffende de benamingen en de kenmerken van gasolie bestemd voor verwarming, dat de toepassing van de technische norm NBN T52-716 verplicht stelt.

Deze norm voorziet inderdaad in een stookolie die HVO kan bevatten. Bijgevolg is het op de markt brengen van blauwe mazout mogelijk. Het belangrijkste obstakel voor de ontwikkeling ervan is echter de prijs en het verschil tussen dit product en stookolie van fossiele oorsprong. Momenteel is het accijnstarief voor stookolie met HVO namelijk hetzelfde als dat voor stookolie van 100 % fossiele oorsprong.

Zoals eerder vermeld, is het momenteel niet mogelijk te garanderen dat de introductie van dit product op de markt het effect van ETS2 op de huishoudens zou kunnen verzachten, aangezien het duurder is en op dezelfde manier wordt belast als een product dat volledig uit fossiele brandstoffen bestaat. Bovendien wordt HVO steeds vaker gebruikt in andere sectoren en zal het gebruik ervan alleen maar toenemen naarmate de doelstellingen voor hernieuwbare energie in de vervoerssector worden verhoogd. Dat kan leiden tot problemen met de beschikbaarheid en een nog grotere druk op de prijs.

Er zijn momenteel praktische en economische factoren die een brede toepassing beperken. Binnen deze context blijven we echter actief de mogelijkheden voor duurzame alternatieven opvolgen en hun toegankelijkheid voor huishoudens evalueren.

Wat het accijnstarief betreft, kunt u zich wenden tot mijn collega-minister Jambon.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, u verwijst naar de minister van Financiën, aan wie ik de oorspronkelijke vraag heb gesteld, maar die mij naar u heeft doorverwezen. Zo blijven we rondjes draaien. U hebt ten minste geprobeerd een antwoord te geven, waarvoor dank. Accijnzen vallen dus volledig onder de bevoegdheid van de heer Jambon. Ik zal hem daar opnieuw vragen over stellen

Wat betreft de samenstelling hebt u gelijk: 100 % fossiel is vandaag goedkoper dan 100 % HVO. Door de invoering van de koolstoftaks zou 100 % fossiel plus ETS2 wel eens duurder kunnen worden dan HVO. Het gaat ook over de goedkeuring om mengvormen te gebruiken. Dat wil zeggen een combinatie van fossiel en HVO. In combinatie met ETS2 zou dit een prijsdrukkend effect kunnen hebben. Ik vraag u daarom niet alleen te kijken naar de volledige vormen, maar ook naar de mengvormen die impact zouden kunnen hebben. Misschien kunt u daar in de toekomst naar kijken.

David Clarinval:

In Frankrijk hebben ze een interessante beslissing genomen over die specifieke brandstof. U bent daarvan op de hoogte, toch? Zo niet, dan kunnen we daarover spreken.

De verbrekingsvergoedingen voor energiecontracten

Gesteld door

PTB Roberto D'Amico

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Beenders ontkent plannen voor herinvoering van opzegvergoedingen voor vaste energiecontracten, maar werkt wel aan een nieuwe consumenten-energieovereenkomst (voorstel voor Kerst). Hij belooft dubbele kosten voor consumenten (redevances *en* boetes) te voorkomen en betere controle op vaste lasten bij tussentijds opzeggen, ook bij 1-jarige contracten. D’Amico noemt dit een positieve ontwikkeling.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, alors que les prix de l’énergie restent élevés, vous envisagez de réintroduire des indemnités de rupture pour les contrats fixes d’énergie. Les consommateurs paient déjà des frais administratifs pour le traitement de leurs contrats via la redevance fixe. Au demeurant, ces frais ont augmenté avec la fin des indemnités de rupture. Les redevances fixes sont encadrées réglementairement, mais rien n’est prévu pour les contrats à durée déterminée d’un an. Ces redevances sont alors facturées intégralement par de nombreux fournisseurs en cas de rupture anticipée du contrat fixe d’un an et s’apparentent donc, dans les faits, à des indemnités de rupture.

Monsieur le ministre, confirmez-vous votre volonté de réintroduire les indemnités de rupture pour les contrats fixes et d'augmenter les factures pour les consommateurs? Envisagez-vous de mieux contrôler les redevances réclamées par les fournisseurs, y compris pour les contrats d’un an?

Rob Beenders:

Monsieur D'Amico, comme j'ai eu l'occasion de l'indiquer au moment de la présentation de ma note de politique générale pour 2025, je travaille cette année avec mon cabinet prioritairement sur l'accord consommateur-énergie.

L'accord de gouvernement énonce les éléments suivants à ce sujet: "Nous modifions l'accord sur l'énergie pour les consommateurs en fonction des conditions modifiées du marché. Dans la mesure du possible, nous inscrivons les dispositions de cet accord dans la législation." Pour ce dossier, l'objectif est de le présenter en première lecture au Conseil des ministres avant Noël. La réintroduction des indemnités de rupture n'est donc, pour l'instant, pas un dossier sur lequel je travaille.

S'agissant de votre deuxième question, il me semble en effet qu'il sera utile de s'y pencher au moment où celle de la réintroduction des indemnités de rupture sera examinée. À mon sens, les consommateurs ne devraient, en tous les cas, pas payer deux fois.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Vous confirmez donc que vous n'allez pas réintroduire d'indemnités de rupture. C'est une bonne nouvelle. Et puis, vous m'avez répondu que vous alliez mieux contrôler. C'est une deuxième bonne nouvelle.

De versnelde invordering van schulden door de energieleveranciers

Gesteld door

PTB Roberto D'Amico

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Roberto D’Amico waarschuwt dat een versneld invorderingsmechanisme voor energieschulden (geïnspireerd op het bestaande systeem voor onbetwiste zakelijke schulden) kwetsbare consumenten extra benadeelt, omdat ze vaak onwetend zijn over onrechtmatige kosten of clausules en door korte termijnen hun rechten verliezen, wat energiearmoede verergert. Minister Beenders bevestigt weliswaar plannen voor een verkorte gerechtelijke procedure voor consumentenconflicten, maar ontkent dat dit gekoppeld is aan de uitbreiding van buitenrechtelijke incasso (RCI) voor particulieren—waarvoor justitieminister Verlinden verantwoordelijk is—en belooft extra consumentenbescherming via betere regelgeving, handhaving en informatie. D’Amico blijft kritisch: versnelling mag niet ten koste gaan van rechtvaardigheid, vooral niet nu 1 op 5 Belgen al energiearm is. De kernspanning blijft: efficiëntie voor schuldeisers vs. bescherming van kwetsbare afnemers.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, actuellement, le recouvrement amiable des créances dues aux fournisseurs d’énergie est régi par la loi sur le recouvrement des dettes du consommateur. La procédure à l'amiable peut être suivie d'une procédure judiciaire en cas d'échec.

Votre accord de gouvernement prévoit d'introduire une procédure judiciaire raccourcie pour les litiges liés à la consommation, ce qui inclut les dettes d’énergie. Les associations de protection de consommateurs craignent que le gouvernement souhaite en réalité étendre aux dettes de consommation (incluant les dettes d’énergie) le système de recouvrement extrajudiciaire des dettes d’argent non contestées.

Cette procédure existe déjà pour des litiges entre professionnels. Si le consommateur ne conteste pas sa créance dans le mois, celle-ci est considérée comme due, et il ne sera pas possible d’avoir recours à un juge indépendant pour contester la légalité des dettes réclamées. Les associations de protection des consommateurs nous indiquent que, sur les 100 000 premiers litiges traités entre professionnels, la dette n’a été contestée que dans 1,28 % des cas.

Si des professionnels rencontrent déjà des difficultés à contester leurs dettes, qu’en sera-t-il des consommateurs, surtout les personnes précarisées et désaffiliées? Une telle réforme aurait donc pour effet d’affaiblir la protection des consommateurs au bénéfice des fournisseurs d’énergie. Les consommateurs ne sont pas toujours en position de déceler les violations au cadre réglementaire applicable, comme les clauses abusives et les frais illégaux parfois ajoutés aux factures par le fournisseur lui-même ou les sociétés de recouvrement ou huissiers de justice agissant en son nom.

Le délai pour réagir serait aussi très court. Le passage devant le juge permet donc de vérifier que soient respectés les droits et obligations de chacun, non seulement au regard des règles spécifiques et techniques comme celles du marché de l’énergie, mais aussi des règles protectrices du consommateur, du droit des contrats, de la Constitution belge et des principes généraux du droit.

Monsieur le ministre, confirmez-vous l'intention du gouvernement de mettre en place un recouvrement accéléré des créances dues aux fournisseurs d’énergie? En quoi cette mesure permettra-t-elle de lutter contre les clauses abusives des contrats d’énergie ou, les redevances, indemnités et frais illégaux?

Rob Beenders:

Je vous remercie, monsieur D'Amico, pour votre question.

Étant donné que les longues procédures judiciaires sont contraignantes et décourageantes pour les consommateurs, comme vous l’avez souligné, j’œuvre désormais à améliorer l’efficacité du règlement des litiges en matière de consommation.

Pour ce faire, je veillerai à l’harmonisation et à la simplification des règles et des procédures relatives au règlement extrajudiciaire des litiges. En collaboration avec les ministres de la Justice et de l’Économie, je travaille actuellement à l’introduction d’une procédure judiciaire raccourcie pour les litiges en matière de consommation.

Ces initiatives permettront d'éviter une incertitude prolongée et l'accumulation des coûts. L'élargissement des procédures de Recouvrement de Créances Incontestées (RCI) aux particuliers, prévu par l’accord du gouvernement, est totalement indépendant des travaux cités précédemment.

L’extension du RCI ne s’inscrit pas dans le cadre des projets précédemment cités. Je compte toutefois sur ma collègue Annelies Verlinden, lorsqu’elle entamera des travaux à ce sujet, pour qu’elle m’y associe afin que nous puissions veiller ensemble aux intérêts des consommateurs, et en particulier des plus vulnérables.

Bien entendu, les mesures envisagées s’inscrivent dans la lutte contre les clauses abusives et les redevances déraisonnables, mais on peut néanmoins les distinguer. C’est pourquoi je m’efforcerai également d’améliorer le cadre réglementaire, le cas échéant, afin de préserver les droits des consommateurs. Je m’engagerai par ailleurs à renforcer l’application de la législation ainsi que l’information des consommateurs.

Roberto D'Amico:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je souhaiterais juste rappeler qu'en 2024, un Belge sur cinq était déjà en risque de précarité énergétique. Appliquer un recouvrement accéléré au profit des fournisseurs risque de plonger davantage des familles dans la précarité énergétique. Vos simplifications de procédures ne peuvent pas servir à jeter plus rapidement les familles dans la précarité.

Het nieuwe nationale klimaatplan (NEKP)
De verdere evolutie van en de bedenkingen over het Nationaal Energie- en Klimaatplan
De goedkeuring van een Belgisch klimaatplan
Het NEKP 2030
Het Belgische nationale energie- en klimaatplan 2030

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Nationaal Klimaatplan 2030 haalt de EU-verplichting van 47% CO₂-reductie (ten opzichte van 2005) enkel op papier door overschotten uit 2021-2024 (corona, energiecrisis) te gebruiken, maar loopt in 2030 4,3% achter (42,7%) door onvoldoende inspanningen, vooral in Wallonië en Brussel, terwijl Vlaanderen al 35% reduceerde. De verdeling van middelen (1,6 mjd € EU-Sociaal Klimaatfonds) en CO₂-lasten volgt EU-criteria (bevolking, uitstoot, inkomen), maar Vlaanderen draagt disproportioneel bij aan reductie en hernieuwbare energie (13,7% vs. 31% in Wallonië), terwijl België met 20,4% hernieuwbare energie ver onder het EU-doel (33%) blijft door vertraagde offshore-windprojecten en procedurele obstakels. Kritiekpunten: gebrek aan concrete uitvoeringsplannen, technologische innovatie (bv. CO₂-afvang) en samenwerking tussen gewesten, terwijl energiekosten en regelgeving voor burgers en bedrijven stijgen zonder duidelijke compensatie. De minister benadrukt federale maatregelen (fiscale vergroening mobiliteit, spoorgoederenvervoer) maar erkent monitorings- en coördinatietekorten.

Sam Van Rooy:

Minister, de federale regering en de deelstaten hebben een akkoord bereikt over een nieuw Nationaal Klimaatplan, waarin onder andere de klimaatdoelstellingen worden verdeeld over Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Dat plan voorziet maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 42,7 % te verminderen ten opzichte van 2005, in de zogenaamde ESR-sectoren: bouw, mobiliteit en landbouw. De Europese Unie verplicht België echter tot een vermindering van 47 %.

In dit nieuwe klimaatplan werd ook een verdeelsleutel overeengekomen voor het Europees Sociaal Klimaatfonds. Daaruit zou België in de periode 2026 tot 2032 1,6 miljard euro toegewezen krijgen, waarvan 13,13 % naar de federale overheid gaat, 32,95 % naar Wallonië, 43,42 % naar Vlaanderen en 10,5 % naar Brussel.

Zal dit plan wel aanvaard worden door de EU. Zo ja, waarom? Vindt u dat de verdeling van de CO ₂ -reductie tussen de deelstaten billijk en rechtvaardig is, rekening houdend met het emissieprofiel en het aantal inwoners?

Ik stel u dezelfde vraag over de verdeling van het Europees Sociaal Klimaatfonds. Vindt u dat een rechtvaardige verdeling? Krijgt België voldoende in verhouding tot andere landen? Waarop zou België recht hebben in verhouding tot de afdrachten aan de Europese Unie? Ik vind dat zeer belangrijk. België draagt veel bij aan de EU en krijgt af en toe iets terug, bijvoorbeeld via het Europees Sociaal Klimaatfonds. Is dat in verhouding met elkaar? Welke impact zal dit nieuwe klimaatplan hebben op de burger, zowel wat betreft regelgeving, administratie als kostprijs? Welke impact zal dit nieuwe klimaatplan hebben op de energiefactuur?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, de federale regering en de deelstaten hebben het nieuwe Nationaal Energie- en Klimaatplan afgeklopt. Dank u om er eindelijk in te slagen om de federale krijtlijnen en die van de deelstaten grotendeels op elkaar af te stemmen. Het plan bevat meer realistische doelstellingen tegen 2030, met aandacht voor de economische draagkracht van gezinnen en bedrijven. De transitie omvat immers niet alleen ambitie, maar ook haalbaarheid en dat hebt u begrepen.

Toch heb ik ook enkele bemerkingen. Zo blijft het NEKP vaag over de uitvoering en over de verdeling van de lasten tussen de beleidsniveaus. Daarnaast heeft Vlaanderen de voorbije jaren aantoonbaar meer vooruitgang geboekt dan de andere gewesten op het vlak van uitstootreductie. De emissies in de Vlaamse industriezones daalden tussen 2005 en 2023 met meer dan 35 %, terwijl Wallonië en Brussel nog steeds aan hun inhaalbeweging bezig zijn. Vlaanderen investeert bovendien fors meer in warmtenetten, de elektrificatie van logistiek en de energie-efficiëntie binnen zijn kmo’s.

Mijnheer de minister, kunt u concreet uw uitvoeringsplan toelichten? Kunt u aangeven welke van uw maatregelen effectief meetbare resultaten zullen opleveren? Hoe zult u vermijden dat Vlaanderen disproportioneel wordt aangesproken om de Belgische doelstellingen te behalen? Zult u garanderen dat de andere gewesten Vlaanderen bijbenen om vergelijkbare inspanningen te leveren?

Waarom zetten we niet nog sterker in op technologische innovatie, kernenergie en efficiëntie in plaats van op nieuwe lasten en subsidies? Bekijkt u uitvindingen zoals de microscopische metalen spons, bekroond met de Nobelprijs voor Chemie, om emissies verder te reduceren aan de bron, zonder de burgers te belasten?

De samenwerking tussen de gewesten is verbeterd. Zult u deze tendens voortzetten en de samenwerking verder uitdiepen? Denkt u hierbij aan een gezamenlijk monitoringsmechanisme?

Wat is uw visie op de huidige functieverdeling tussen de federale en de gewestelijke verantwoordelijkheden met betrekking tot energie en klimaat? Ziet u een herverdeling, waarbij meer autonomie doorstroomt naar de gewesten als een mogelijkheid?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, le Plan national é nergie-Climat (PNEC) a enfin été bouclé. C'est en soi une bonne nouvelle, parce que nous étions en retard. Mais qu'en est-il du contenu? C'est tout autre chose. Je suis vraiment désolée de vous dire qu'il n'est pas à la hauteur des attentes. Nous attendons davantage de vous. Nous vous savons d'ailleurs déterminé à entreprendre une action climatique ambitieuse.

J'ai plusieurs questions. La première nous vient de la Coalition Climat. Selon celle-ci, "avec un objectif de réduction de ses gaz à effet de serre de seulement 43 % à l’horizon 2030, la Belgique se détourne à la fois de ses obligations européennes (- 47 %), ainsi que des injonctions liées à l’affaire Climat". Monsieur le ministre, comment justifiez-vous ce non-respect de nos obligations internationales?

Deuxièmement, le fait de ne pas respecter nos engagements internationaux expose la Belgique à une responsabilité juridique, comme cela a d'ailleurs été rappelé le 23 juillet 2025 par la Cour internationale de Justice (CIJ). Comment évaluez-vous ce risque juridique?

Enfin, en matière d'énergies renouvelables, le plan vise un peu plus de 20 % d'énergies renouvelables dans le mix énergétique alors que nous devrions être à 33 % pour faire notre part. Comment, dès lors, justifiez-vous ce retour en arrière? Quelles actions concrètes sont-elles mises en place pour augmenter ce pourcentage d’énergies renouvelables?

De voorzitster : De heer Cornillie en mevrouw Taton zijn niet aanwezig.

Jean-Luc Crucke:

Mevrouw de voorzitster, collega’s, de federale overheid heeft samen met de gewesten een belangrijke mijlpaal bereikt met de aktering op 6 oktober 2025 van het geactualiseerd Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030.

Het plan vormt een centraal instrument waarmee de lidstaten bijdragen aan de realisatie van de energie- en klimaatdoelstellingen. Het omvat de strategieën om invulling te geven aan de bindende nationale doelstelling in de Effort Sharing Regulation , die betrekking heeft op de gebouwensector, de transportsector en de landbouwsector, evenals aan de Europese bindende doelstellingen inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het plan zorgt ook voor een kader met betrekking tot de energiebevoorradingszekerheid en de toepassing van de regels van de interne markt. Bovendien stimuleert het de synergiën in onderzoek en innovatie van het energiesysteem, pakt het energiearmoede aan en versterkt het de concurrentiekracht van onze bedrijven.

Concernant l'objectif ESR de réduction des émissions de gaz à effet de serre, contrairement à la lecture qui en est souvent faite, nous atteignons bien l'unique objectif contraignant, et j'insiste sur le fait qu'il s'agit de l'unique objectif contraignant, qui est un objectif cumulatif sur 2021-2030, à savoir une projection linéaire visant à réduire les émissions de 47 % en 2030 par rapport à 2005, dans les secteurs du bâtiment, du transport et de l'agriculture.

We kunnen namelijk de jaarlijkse tekorten vanaf 2025 compenseren met de opgebouwde overschotten van emissieruimte uit de periode 2021-2024. Die overschotten zijn voornamelijk te danken aan de effecten van de coronacrisis en de energieprijscrisis en niet zozeer - dit moet duidelijk zijn - aan een disproportionele inspanning van het Vlaamse Gewest.

Het is zonder meer een positieve evolutie dat het nieuw geplande beleid in het Vlaamse Energie- en Klimaatplan erin geslaagd is het tekort, dat in het NEKP 2023 nog 13,7 miljoen ton bedroeg, om te buigen tot een overschot van 0,9 miljoen ton. Het blijft evenwel een feit dat, alhoewel de rekening voor de periode 2021-2030 klopt met de bindende doelen, België als geheel, door toedoen van de lagere Vlaamse inspanning van 40 % in vergelijking met de twee andere gewesten, die min 47 % bereiken, in 2031 zal starten met een significante vertraging ten opzichte van het traject, namelijk 42,7 % in plaats van 47 % in 2030.

Cela nous place à un niveau d'émissions plus élevé en 2030, rendant la route vers 2050 plus difficile. Par contre, nous atteignons bien l'objectif contraignant du règlement de la gouvernance ESR.

Dat is natuurlijk voor wat werd gepland. In 2030 zullen we de resultaten analyseren per gewest. Al die aspecten zullen meegenomen worden in de discussie over de burden sharing .

Étant donné que nous respectons l'obligation imposée par l’Europe en matière de réduction des émissions de gaz à effet de serre ESR, nous n'encourrons pas de risque juridique.

Inzake hernieuwbare energie blinkt België ook niet echt uit met zijn aandeel van 20,4 %, terwijl we in Europa streven naar minimaal 42,5 % tegen 2030, en de Europese Commissie oordeelt dat een billijk aandeel voor ons land 33 % zou zijn.

Op federaal niveau moeten we durven toe te geven dat we een belangrijke stap terug hebben gedaan ten opzichte van de offshore ambities die geformuleerd werden door de vorige regering in het NEKP 2023. Men moest alles herberekenen.

Ce retour en arrière est dû à plusieurs facteurs: d'une part, une révision technique des facteurs de charge de l'éolien offshore, revus sur la base de données historiques et, d'autre part, la prise en compte de certaines réalités de terrain, à savoir la hausse des prix des matériaux, qui a poussé le gouvernement à réévaluer le projet de l'île énergétique, et le retard pris par certains projets à cause des procédures de permis comme le projet Ventilus et la Boucle du Hainaut.

Ook hier draagt Vlaanderen niet proportioneel bij. We zien daarentegen dat we vooral het Waals Gewest mogen bedanken, omdat 31 % van zijn finaal energiegebruik afkomstig zal zijn van hernieuwbare bronnen in 2030, terwijl men voor het Vlaams Gewest mikt op 13,7 %.

Wel wil ik ook hier benadrukken dat het VEKP een zeer belangrijke inhaalbeweging maakt in zijn hernieuwbare energieprognoses. De belangrijke mate waarin men hiervoor een beroep doet op de bijmenging van biobrandstof, een federale bevoegdheid, wordt in de komende weken verder geanalyseerd.

Par ailleurs, les travaux de transposition de la directive É nergies renouvelables ont été entamés par le ministre Bihet. Ils contiennent notamment un objectif ambitieux d'énergies renouvelables dans les transports routiers et ferroviaires ainsi que dans le transport maritime et l’aviation. Les règlements européens RefuelEU Aviation et FuelEU Maritime doivent également être appliqués en cohérence avec cet objectif d’énergies renouvelables.

Si une partie est déjà incluse dans le PNEC – par exemple, le taux d'incorporation de biocarburant en transport routier –, notre contribution en termes d'énergies renouvelables dans le transport devrait augmenter ultérieurement. Personnellement, je continuerai à plaider pour une plus grande production d’énergies renouvelables, notamment en matière d'offshore.

Ook inzake energie-efficiëntie wijzen de cijfers niet op een disproportionele Vlaamse bijdrage, met een reductie van 6,6 % in 2030 ten opzichte van 2022, in vergelijking met 13 % in het Waalse Gewest en bijna 24 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Zoals u wellicht weet, bestaat het Belgische Nationale Energie- en Klimaatplan uit de optelsom van de gewestelijke klimaat- en energieplannen en het federale energie- en klimaatplan. Zeker op het vlak van decarbonisatie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie beschikken de gewesten over ruime bevoegdheden. Het federale niveau is bevoegd voor de marktwerking, de bevoorradingszekerheid, de competitiviteit en de fiscaliteit. Sommige bevoegdheden worden gedeeld tussen de gewesten en het federale niveau, zoals mobiliteit, innovatie en energie-infrastructuur. Dat biedt het voordeel dat bepaalde kwesties op grotere schaal kunnen worden aangepakt, over de gewestgrenzen heen. Dit is overigens ook wat het bedrijfsleven en de investeerders verwachten: een klimaat- en energiebeleid dat zo coherent en kosteneffectief mogelijk wordt uitgevoerd. Een verdere versnippering van het beleid lijkt mij dan ook niet aangewezen. Een betere samenwerking lijkt mij daarentegen meer dan ooit nodig.

De federale overheid heeft tot op zekere hoogte de maatregelen gepreciseerd die zij van plan is te nemen, zodat de gewesten eigen prognoses konden maken. Op basis daarvan kregen de gewesten de mogelijkheid om hun prognoses te herzien. Omdat onze nationale prognose de optelsom is van prognoses die op gewestelijk niveau worden opgesteld, en de federale overheid slechts een gefragmenteerd zicht op die gegevens heeft, kan ik u geen verdere details geven over de mate waarin de bijdrage van federale maatregelen volgens de gewesten in de projecties doorweegt. Bovendien worden die bijdragen relatief uitgedrukt en houden ze dus rekening met emissies die verband houden met economische activiteiten en huisvesting.

De positieve dynamiek die zich momenteel aftekent, moeten we nu voortzetten om op korte termijn te komen tot een lastenverdelingsakkoord tussen de gewesten en de federale overheid. Ik hoop oprecht dat de dynamiek van onderlinge concurrentie daarbij kan worden doorbroken.

Ik wens onze politieke inspanningen verder te richten op het bereiken van een akkoord dat inzet op samenwerking, een coherent beleid en wederzijdse versterking, zodat de klimaat- en energietransitie op de meest efficiënte wijze kan worden gerealiseerd.

U vraagt welke maatregelen – ik heb het dan over de federale maatregelen - effectief resultaat zullen opleveren.Het blijft moeilijk de maatregelen te kwalificeren zonder rekening te houden met de gewestelijke maatregelen, aangezien de synergiëen tussen bijvoorbeeld fiscaliteit, federale steun en gewestelijke steun gezamenlijk een impact moeten hebben.

Een aantal maatregelen leveren een belangrijke bijdrage aan de vermindering van de uitstoot. Ik geef u drie voorbeelden van effectieve maatregelen: de fiscale vergroening van de mobiliteit, in casu bedrijfswagens, de verhoogde investeringsaftrek en de maatregelen ter promotie van het goederenvervoer via het spoor. De opvolging van die maatregelen gebeurt conform de wet houdende de organisatie van het federale klimaatbeleid in het syntheserapport dat reeds aan de Kamer werd bezorgd en openbaar werd gemaakt. Ik ben het met u eens dat we beter moeten samenwerken, synergieën moeten zoeken en elkaar moeten versterken om gezinnen en bedrijven zo goed mogelijk te begeleiden in de klimaat- en energietransitie. Een gezamenlijk monitoringsmechanisme met het oog op een betere onderbouwing en meer transparantie over de wijze waarop maatregelen bijdragen aan effectieve emissiereducties, is, mijns inziens, dan ook een onmisbaar instrument om dat doel te bereiken.

Wat uw vraag betreft waarom we niet meer inzetten op technologieontwikkeling, nodig ik u van harte uit om hoofdstukken 2.5 en 3.5 van het NEKP aandachtig door te nemen. Onze Belgische onderzoekers, universiteiten en bedrijven zetten zich mede dankzij de steun van alle overheden en van de Europese Unie dagelijks in om innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor het klimaat- en energievraagstuk. We mogen echter niet wachten op technologische mirakels; die zijn ook niet nodig. De technologie om onze doelstellingen op middellange termijn te halen, is beschikbaar en betaalbaar. Kernenergie heeft geen rechtstreekse plaats in het NEKP. Het valt onder ETS, dat buiten de scope ervan ligt. Toch hebben we in het NEKP een belangrijk deel aan kernenergie gewijd, aangezien die een rol speelt op het vlak van elektrificatie en energiebevoorradingszekerheid. Persoonlijk wil ik nog afwachten of kernenergie betaalbaar kan blijven.

Op de microscopische metalenspons voor CO 2 -opvang zal ik in een ander antwoord terugkomen.

De impact van het NEKP op de energiefactuur hangt af van de concrete implementatie van elke maatregel. De evaluatie van de doelstellingen gebeurt conform de European Sharing Regulation (ESR) elke vijf jaar, met een finale evaluatie in 2032 voor het jaar 2030. In aansluiting op de tussentijdse evaluatie in 2027 zullen de realisaties van de eerste vijf jaar worden beoordeeld. De evaluaties zullen gebaseerd zijn op de gewestelijke emissie-inventaris.

De evaluatie ex ante van de beleidsdoelstellingen of de prognoses kan worden uitgevoerd door ofwel te vertrekken van de impact van individuele beleidslijnen en maatregelen, wat echter heel benaderend blijft, ofwel door de toekomstige evolutie van emissies op sectorniveau in te schatten. Wij gebruiken twee contrasterende scenario’s. Er is een scenario met bijkomende beleidsmaatregelen en een scenario met de bestaande maatregelen conform de Europese regels.

De prognoses geven aan dat bij ongewijzigd beleid in het WEM-scenario, dus met de bijkomende beleidsmaatregelen, de EREs-emissies een beperkte evolutie vertonen, met een reductie van 23 % tot 30 % ten opzichte van 2005. Het WAM-scenario met bijkomende beleidsmaatregelen leidt tot een reductie van 42,7 %.

Op basis van een ruwe schatting van de impact van de geplande federale maatregelen uit het regeerakkoord 2025 staan wij voor het behalen van circa 8 à 9 % van de benodigde reductie. In het recent gepubliceerde voortgangsrapport over het federaal klimaatbeleid 2025 kunt u meer details over die analyse terugvinden. De bestaande en geplande federale maatregelen zullen moeten worden meegenomen in de gewestelijke prognoses om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de stand van zaken.

De wijze waarop de beleidsmaatregelen van de gewesten federaal op de emissiereducties doorwerken, wordt door de Europese Commissie echter beschouwd als een van de pijnpunten van het Belgische NEKP. Voor meer details daarover kunt u terecht op de website van het Nationaal Energie- en Klimaatplan, waar u de resultaten kunt raadplegen van een studie uitgevoerd door Cambridge Econometrics. De studie die werd opgesteld in het kader van de bijstand van de Europese Commissie aan de lidstaten verduidelijkt de tekortkomingen op het vlak van gehanteerde methodologische kaders, geharmoniseerde hypotheses, parameters en coördinatie.

Ten slotte, geen enkele evaluatie die zich beperkt tot één bevoegdheidsniveau, kan inzicht bieden in de mate waarin onze nationale emissiereducties al dan niet zullen worden behaald. Aangezien onze emissies de facto afhankelijk zijn van beleidsmaatregelen op verschillende bevoegdheidsniveaus, engageer ik mij ertoe de opmaak van zowel sectorale prognoses als beleidsevaluaties van individuele maatregelen continu te verbeteren door in te zetten op een versterking van beleidsevaluatiecapaciteit en coördinatie bij de betrokken administraties, al hang ik daarvoor uiteraard af van de gewesten.

Dan kom ik aan de vragen over het sociaal klimaatplan betreft. Met betrekking tot het Belgische aandeel in het Sociaal Klimaatfonds moet in de eerste plaats in aanmerking worden genomen dat het fonds op Europees niveau, gevoed met eigen middelen, beperkt is tot ongeveer 25 % van de totale inkomsten uit het ETS 2-mechanisme. De overige 75 % gaat rechtstreeks naar de lidstaten, op basis van de geschatte emissies van de betrokken sectoren. België ontvangt dus het grootste deel van zijn aandeel in de ETS 2-inkomsten rechtstreeks. Het sociaal fonds is een instrument voor de Europese Commissie om het gebruik van de ETS 2-inkomsten voor sociale doeleinden tot op zekere hoogte te sturen. De toewijzing van middelen aan de Europese lidstaten uit het sociaal klimaatfonds wordt vastgelegd door een EU-verordening die door de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement werd goedgekeurd.

Bij de berekening ervan wordt rekening gehouden met factoren zoals de totale bevolking, de gemiddelde CO ₂ -uitstoot per huishouden in 2016 en 2018, het bruto nationaal inkomen en het percentage huishoudens met betalingsachterstand op de energiefactuur. De 2,55 % die Belgi ë aldus uit het sociaal fonds ontvangt, is bedoeld om kwetsbare huishoudens, micro-ondernemingen en vervoersgebruikers te ondersteunen in de klimaattransitie, niet om onze bijdrage aan de EU-budget terug te verdienen. Belgi ë zal tussen 2026 en 2032 in totaal ongeveer 1,659 miljard euro ontvangen uit het sociaal klimaatfonds van de EU. Daarbovenop is een nationale cofinanciering van minstens 25% vereist, wat neerkomt op ongeveer 553 miljoen euro. Dat resulteert in een totale enveloppe van ruim 2 miljard euro. De Europese betalingen zijn gekoppeld aan het vastleggen van mijlpalen en doelstellingen, die worden opgenomen in het Sociaal Klimaatplan.

Is de intra-Belgische verdeling billijk? De verdeling is gestoeld op hetzelfde principe als dat van het Sociaal Klimaatfonds zelf, namelijk dat elke euro doelgericht wordt ingezet om de sociale impact van het emissiehandelssysteem voor gebouwen en transport op kwetsbare doelgroepen in België te beperken. Natuurlijk hebben we in België eigen criteria ontwikkeld, maar die zijn gelijkaardig aan dewelke door Europa worden gehanteerd. Het Overlegcomité heeft daarover op 6 oktober 2025 een akkoord bereikt, samen met de aktering van het Nationaal Klimaatplan. De federale overheid ontvangt inderdaad 13,13% van de totale enveloppe van 1,6 miljard euro. Dat komt overeen met 218 miljoen euro, met een bijkomende cofinanciering van ongeveer 54 miljoen euro voor de periode 2026–2032. Een klein deel van het totale bedrag zal worden bestemd voor technische bijstand, onder meer voor het beheer en de controle van die middelen door de federaal bevoegde autoriteit, alsook voor audit en communicatie.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt uw best gedaan, maar zoals zo vaak blijven we achter met meer vragen dan antwoorden. Wat in dit Parlement helaas telkens opnieuw duidelijk wordt, is dat niet de verlaging van de energiefactuur van de burgers, maar wel de vermindering van de CO 2 -uitstoot centraal staat. Niet de portemonnee van de belastingbetalers staat centraal, maar wel de klimaathysterie. Niet onze economie of onze welvaart staan voorop, maar wel de apocalyptische waanbeelden van Anuna en Greta, waarop dat hele beleid gebaseerd is. Niet u of de regering regeert, maar wel het World Economic Forum en de Europese Unie.

Onze mensen – vooral de middenklasse – en onze bedrijven worden uitgeperst ten behoeve van de klimaatwaanzin. Daar zullen wij nooit of te nimmer mee akkoord gaan.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, dank voor uw zeer exhaustief antwoord. Alle cijfers die u hebt meegegeven, zullen we nog eens moeten herbeluisteren en laten bezinken.

Ik heb een aantal termen genoteerd waarop we verder willen werken. Ik heb genoteerd dat u de biobrandstoffen verder zult analyseren. Aangezien ik u daarover al eens een vraag heb gesteld, bedank ik u daarvoor.

Ik hoor ook dat u voorstander bent van minder versnippering van het beleid en van meer samenwerking met de gewesten. Als dat kan, heel graag, maar dan moeten er ook stappen worden gezet.

De fiscale vergroening van de mobiliteit is goed op weg, zeker wat de bedrijfswagens betreft, al wordt dat in sommige gewesten fiscaal al enigszins teruggedraaid. Een volledig elektrische bedrijfswagen is altijd beter dan een hybride; daarover zijn de meeste kenners het eens.

De verhoogde aftrek voor goederenvervoer via het spoor is eveneens zeer welkom. Ik heb echter in een recent verleden geleerd dat het niet eenvoudig is om goederen via het spoor tijdig bij een bedrijf te krijgen.

U hebt ook kernenergie onderstreept. Het is zeer belangrijk dat we daarop verder ingaan.

Ik kijk ten slotte uit naar uw antwoord over de metaalsponzen.

Marie Meunier:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses dont je n'ai malheureusement pas entendu la fin parce que je suis deux commissions qui ont lieu en même temps. J'interrogeais votre collègue, Mme Matz, sur les questions de digitalisation. De ce que j'ai pu entendre, nous n'avions pas la même information concernant notre objectif de réduction des émissions de gaz à effet de serre dont nous pensions qu’il se situerait aux alentours de 43 %. Vous nous indiquez que nous arriverons en tout cas aux 47 %, qui est notre obligation européenne. Nous ne manquerons pas de suivre ce dossier de près et de revenir vers vous avec des questions complémentaires le cas échéant. De voorzitster : De heer Cornillie en mevrouw Taton zijn niet aanwezig voor hun respectievelijke vragen nr. 56009028C en nr. 56009085C.

De energienorm

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Bihet bevestigt dat de regering het CISAF-kader wil inzetten om via een wetswijziging en KB de elektriciteitsprijs voor energie-intensieve bedrijven te verlagen, maar concrete details en financiering (o.a. via LNG-saldi) blijven onduidelijk door lopende technische en Europese goedkeuringsprocedures. Wollants dringt aan op snel handelen, wijzend op 80% hogere transmissietarieven sinds januari en het acute risico op bedrijfsfaillissementen door vertraging. Beide benadrukken de noodzaak van competitiviteit en samenwerking met de industrie, maar Wollants vreest dat zonder spoedige maatregelen welvaart en bedrijven verloren gaan. De minister belooft actie maar ontwijkt tijdspaden en financiële specificaties.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het gaat om een zaak waarover we al meerdere keren vragen hebben gesteld en die we van nabij trachten op te volgen. We konden in de kranten lezen dat u het Clean Industrial State Aid Framework wilt gebruiken om de kostprijs van elektriciteit voor onze bedrijven te verlagen en in het bijzonder voor diegenen die zeer veel elektriciteit nodig hebben voor hun processen. De suggestie om het mechanisme van CISAF te onderzoeken en zo tot een oplossing te komen, hadden we u trouwens eerder in een schriftelijke of mondelinge vraag reeds gegeven.

Vandaag worden er in het werkveld al enkele voorstellen gedaan om een dergelijke maatregel te financieren, bijvoorbeeld via de regulatoire saldi die bestaan in de aardgassector, onder andere op het vlak van LNG. Het is echter niet duidelijk of die piste wordt gevolgd.

Op welke manier gaan we daarmee aan de slag? Welke stappen moeten concreet worden genomen om dit in praktijk te brengen? Wanneer mogen we een wetsontwerp over dit onderwerp verwachten? Wat zijn de krijtlijnen van dit voorstel en waarop mogen onze bedrijven rekenen? Wat is ten slotte de kostprijs van uw voorstel, op welke manier wilt u het financieren en welke bedragen denkt u nodig te hebben? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, ik heb het al vele malen gezegd, de regering zal de bedrijven niet laten vallen. De implementatie van een van de maatregelen die toegestaan zijn door het nieuwe staatssteunkader CISAF zou het mogelijk kunnen maken om onze bedrijven te steunen via de elektriciteitsprijs. De uitvoering van deze maatregelen vereist in de eerste plaats een wetswijziging, evenals de vervanging van artikel 12quinquies van de elektriciteitswet van 29 april 1999 door een machtiging gegeven aan de Koning, gevolgd door een koninklijk besluit. Dergelijke maatregelen vereisen een voorafgaande staatssteunaanmelding overeenkomstig artikelen 107 en 108 VWEU in het kader van CISAF, gevolgd door de goedkeuring van de staatssteun door de Europese Commissie.

Wat de details van de maatregelen betreft, zijn de technische en politieke discussies momenteel gaande. U wilt, net als ik, de competitiviteit van onze bedrijven ondersteunen. Daarom zult u begrijpen dat het, om de kans op een efficiënt en snel resultaat te maximaliseren, niet wenselijk is om dat hier op dit moment verder toe te lichten. Ik dank u.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Dit is een vrij dringende kwestie. We weten allemaal dat de bedrijven sinds januari ondertussen 80 % meer transmissienettarieven betalen, bovenop de huidige relatief hoge elektriciteitsprijzen. Men hoopt al heel lang dat er op het vlak van de transmissienettarieven iets zou worden gedaan. Dat is een piste die door de Europese Commissie wat moeilijk is gemaakt, wat we begrijpen, maar tegelijkertijd moeten we wel stappen zetten om te zorgen voor resultaten. Ik kan u alleen maar aanmoedigen om hier vaart mee te maken en daarover ook te overleggen met de industrie zelf, zodat we allemaal aan dezelfde kar kunnen trekken. Het is een grote uitdaging om onze industrie overeind te houden in deze crisis. De bedrijven hebben het vandaag heel moeilijk en het zou bijzonder jammer zijn als een aantal daarvan overkop zou gaan omdat we niet tijdig met een mechanisme zijn gekomen. Ik vrees dat ik u hierover nog een aantal keer vragen zal moeten stellen, want het is absoluut nodig dat er iets gebeurt ter bescherming van onze welvaart.

De energiebehoefte van de datacenters in Wallonië
De dreigende druk op het elektriciteitsnet door AI en het stijgende aantal datacenters
De impact van datacenters op de netcapaciteit
De impact van datacenters op energiebehoefte en netcapaciteit in Wallonië

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de energievraag van Google’s datacenters in Wallonië (5 miljard euro investering) en de belasting op het Belgische elektriciteitsnet, waar de verwachte groei (tot 34 TWh in 2050) risico’s vormt voor netcapaciteit en decarbonisering. De minister bevestigt dat datacenters nu 4% van het nationale verbruik innemen en dat extra capaciteit (kernenergie, wind, CRM) en netuitbreiding (plan 2028-2038) nodig zijn om tekorten te voorkomen, maar vermijdt commentaar op Google’s strategie. Kritische punten zijn de spanningsbalans met andere industrieën (first come, first served-principe) en de nood aan een beleidskader dat economische meerwaarde afweegt tegen energiedruk, zoals in Nederland waar remmen op datacenters werden ingevoerd. De deelnemers benadrukken toekomstige opvolging, met name via energiewerkgroepen en de MAKE 2025-2030-strategie voor duurzame industrie.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, Google a récemment annoncé un nouvel investissement de 5 milliards d’euros en Wallonie, notamment pour étendre son centre de données de Saint-Ghislain et pour potentiellement relancer son projet à Écaussinnes.

Ces infrastructures sont importantes pour notre économie mais elles sont également extrêmement énergivores. Google affiche la volonté de fonctionner à 100 % à l’énergie décarbonée, mais cette ambition ne pourra se concrétiser que si notre pays parvient à garantir un approvisionnement suffisant en électricité verte.

Au vu de la demande d’électricité de l’industrie numérique qui explose, ces projets posent la question stratégique de la planification énergétique.

Monsieur le ministre, quelle évaluation avez-vous menée sur les besoins supplémentaires en électricité que ces projets représenteront pour la Wallonie? Dispose-t-on aujourd’hui des capacités suffisantes en production d’électricité décarbonée pour répondre à ces nouveaux besoins? Des discussions ont-elles été engagées avec Google à ce sujet?

Phaedra Van Keymolen:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, we hadden daarnet een interessante toelichting over AI. Dat is het nieuwe thema in de adviescommissie voor Wetenschappelijke en Technologische Vraagstukken. Het was heel interessant. We mogen het belang van innovatie niet onderschatten, maar daarover gaat het nu niet, het gaat over de datacentra en het energieverbruik.

Google kondigde onlangs een bijkomende investering van 5 miljard euro aan in zijn datacenter in Saint-Ghislain. Deze datacentra, zeker met de doorbraak van artificiële intelligentie, beginnen steeds zwaarder door te wegen op ons energiesysteem. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat hun elektriciteitsverbruik wereldwijd tegen 2030 zal toenemen tot 945 terawattuur, wat enorm veel is.

Elia wees in het verleden al op de toenemende netcongestie. Tegelijkertijd wordt het voor andere industriële spelers steeds moeilijker om garanties te krijgen over aansluiting, uitbreiding of toekomstige capaciteit. In Nederland is al een rem gezet op de komst van nieuwe datacenters. Dat gebeurt trouwens niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen. Als ik de pers mag geloven, doet België het tegenovergestelde. Men verwelkomt de datacentra in ons land.

Hoe beoordeelt u de snelle groei van energie-intensieve projecten zoals datacentra in ons land, in het licht van de beschikbare netcapaciteit?

Acht u het opportuun om werk te maken van een beleidsmatig kader dat datacentra niet louter als investeringen bekijkt, maar hun maatschappelijke en economische meerwaarde afweegt ten aanzien van hun impact op ons energiesysteem?

Mathieu Bihet:

Mijn antwoord omvat met name informatie over de verwachte evolutie van de vraag naar elektriciteit van datacenters in België in het kader van mijn bevoegdheden als federaal minister van Energie.

Wat de geactualiseerde verbruikscijfers betreft, hebben de Belgische datacenters in 2024 3,2 terrawattuur verbruikt of ongeveer 4 % van het nationale elektriciteitsverbruik.

En ce qui concerne les projections pour le futur, l'étude du Boston Consulting Group (BCG) propose trois scénarios pour 2030. Un scénario bas de 682 MW, un scénario qui suit les capacités annoncées de 823 MW et un scénario de fort développement de 922 MW.

Ces trois scénarios correspondent à une augmentation de la demande en électricité de respectivement – accrochez-vous! – 2,1, 3,4 et 4,6 TWh en 2030. Dans la dernière étude sur l'adéquation et la flexibilité réalisée par Elia et publiée en juin 2025, une consommation additionnelle de 2,5 TWh avait été prévue pour 2030 dans leur scénario du Current Commitments . À l'horizon 2050, en termes de consommation, la demande électrique des data centers atteindrait respectivement 10,5, 18,5 et 34 TWh selon les différents scénarios de l'étude du BCG.

Mijn teams en ik volgen aandachtig de evolutie van het verbruik van de datacenters en de globale adequatie van het systeem om de elektriciteitsbevoorrading te verzekeren en elk schadelijk tekort voor onze huishoudens en onze economie te vermijden. In dit verband herinner ik u onder andere aan de jaarlijkse kalibratie van de vraag in het kader van het CRM.

Ik herinner u tevens aan mijn voornemen om het elektriciteitsproductiepark te versterken, zoals vastgelegd in ons regeerakkoord en met name de ontwikkeling van offshore windenergie, kernenergie en thermische capaciteit in het kader van het CRM, om zo de doelstelling van koolstofneutraliteit in 2050 te halen.

Afin de limiter les périodes de tension sur le réseau consécutives à cette évolution de la consommation électrique, la prise en compte de l'évolution des centres de données sera traitée à travers le plan de développement du réseau de transport fédéral 2028-2038 qui est en cours d'élaboration. J'y veillerai tout particulièrement lors de l'approbation de ce plan.

Comme indiqué précédemment, il y a également la plateforme stratégique MAKE 2025-2030 au moyen de laquelle le fédéral et les entités fédérées entendent renforcer la compétitivité, la résilience et la durabilité de notre industrie. Je veillerai à favoriser le développement de capacités énergétiques stratégiques. Ces enjeux sont examinés en collaboration avec les différentes parties prenantes afin de dégager des pistes durables pour notre réseau en fonction des enjeux présents et, surtout, à venir. À ce propos, nous avons évidemment parlé des projets de Google et de l'investissement. Cependant, il ne m'appartient pas, et vous connaissez ma logique, de commenter la stratégie d'une entreprise privée.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse assez complète, je dois le reconnaître. Nous ne manquerons pas de revenir vous interroger à ce sujet. Vous vous doutez bien que, venant des environs de Saint-Ghislain, je considère cette infrastructure complémentaire comme importante pour notre environnement, d'autant qu'elle soulèvera plusieurs questions d'un point de vue énergétique. Je ne manquerai donc pas de revenir devant vous à ce propos.

Phaedra Van Keymolen:

Dank u wel, mijnheer de minister. In Nederland zijn er inderdaad al veel bedrijven die momenteel niet kunnen aansluiten. Dat is uiteraard een scenario dat we willen vermijden. Bij ons geldt momenteel het principe first come, first served . U gaf aan dat u het verder opvolgt. Wij zullen dat in de commissie zeker ook doen. In uw antwoord aan collega Truyman zei u dat er twee energiewerkgroepen bezig zijn met het uitwerken van diverse maatregelen. Ik veronderstel dat dit daar ook aan bod zal komen. We kijken dan ook uit naar die voorstellen. De vraag naar energie voor datacentra zal zeker nog terugkomen. Dat is naar mijn mening een van de grote uitdagingen voor de komende periode.

Het sociaal energietarief
De hervorming van het sociaal tarief
Het sociaal energietarief en de hervorming ervan

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De hervorming van het sociaal energietarief—goedgekeurd in een resolutie (april 2024) en het regeerakkoord—moet budgetneutraal, inkomensgebaseerd en automatiserend (via een federale databank) worden, maar loopt vertraging door onduidelijkheid over accijnzen, ETS2-kosten en vermogenscriteria. Lanjri dringt aan op versnelling, wijzend op oneerlijke uitsluiting van laaginkomens *zonder* sociaal statuut, terwijl Meunier kritisch staat tegenover het forfaitaire systeem (voorgesteld door de minister) en eist een impactstudie naar gevolgen voor burgers. De minister belooft overleg met stakeholders (vakbonden, armoede-organisaties, regulators) maar heeft nog geen concreet tijdpad—ondanks de deadline van 1 januari 2026—en ontwijkt of de forfaitaire aanpak behouden blijft. Kernpunt: de hervorming *moet* rechtvaardiger en flexibeler worden, maar politieke en technische blokkades vertragen uitvoering.

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, op 24 april keurde zowel de meerderheid als een deel van de oppositie mijn resolutie om het sociaal tarief te hervormen en rechtvaardiger te maken, goed. We mogen immers niet alleen rekening houden met het sociaal statuut. Als we het sociaal tarief echt rechtvaardig willen maken, moeten we het ook kunnen toekennen aan personen met een beperkt inkomen maar zonder sociaal statuut. De hervorming van het sociaal energietarief staat trouwens ook in het regeerakkoord.

Op vragen van collega's hebt u onlangs geantwoord dat er momenteel nog onzekerheid is over twee factoren, namelijk de accijnsverhoging en het Emission Trading System (ETS) of het ruilsysteem van uitstoot tussen bedrijven. Ook al laat zowel de accijnsverhoging als de invoering van ETS2 nog lang op zich wachten, de impact ervan kan al vrij goed worden ingeschat, waardoor we eigenlijk niet met de hervorming van het sociaal tarief hoeven te wachten. Zo gaat men op dit ogenblik uit van een impact van ETS2 op de energiefactuur voor aardgas van ongeveer 1 cent per kilowattuur. Ik laat even opmerken dat de gasprijzen tijdens de energiecrisis een paar jaar geleden veel sterker stegen en het sociaal tarief die sterke stijging toch perfect kon opvangen en stand hield. Uiteraard moet het sociaal tarief na de hervorming even flexibel tegemoet kunnen komen aan onzekerheid zowel op het vlak van aardgasprijzen als op het vlak van de ETS2-prijs te

Met de accijnshervorming zal elektriciteit goedkoper worden dan aardgas, waardoor de kosten voor het sociaal tarief voor elektriciteit lager zullen liggen en de stijging van de kosten voor het sociaal tarief voor aardgas min of meer compenseren. Beide effecten zullen elkaar dus in evenwicht houden, waardoor de impact ervan met relatieve zekerheid kan worden ingeschat.

Mijnheer de minister, hoe ver staat u momenteel met het overleg over de hervorming met de consumentenorganisaties, de vakbonden, de sociale diensten en het Sociaal Verwarmingsfonds?

Het Parlement verzoekt de regering in de resolutie om het sociaal tarief zoveel mogelijk automatisch toe te kennen door snel werk te maken van de federale databank. Hoe ver staat u daarmee?

Hebt u een oplossing voor wie zich met stookolie of andere brandstoffen verwarmt en dus geen eigen aansluitpunt heeft?

Voorts dringt het Parlement er bij de regering in de resolutie op aan om te onderzoeken welke vermogenscriteria als referentie kunnen worden gebruikt om het sociaal tarief toe te kennen. Is er al duidelijkheid over hoe u dat zal invullen?

In de resolutie, die door alle partijen, op een na, werd goedgekeurd, ook uw partij, staat dat de hervorming rond moet zijn tegen 1 januari 2026. Hoe zult u ervoor zorgen dat die datum wordt gehaald?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, dans l’accord de gouvernement, vous annoncez envisager une réforme budgétairement neutre du tarif social ainsi que des interventions du fonds social de chauffage. Votre accord souligne la volonté d’aller vers une intervention forfaitaire, et ce malgré les avis négatifs, notamment émis par la CREG.

Allez-vous continuer à soutenir une logique d’intervention forfaitaire en remplacement du système actuellement en vigueur? Quel est votre calendrier pour cette réforme? Vous savez que j’aime beaucoup les calendriers. Je n’en ai pas encore reçu beaucoup en termes de réponses, mais j’aime savoir vers quoi nous nous dirigeons. Quand comptez-vous mettre en œuvre cette réforme? Tiendrez-vous compte des nombreux avis formulés, notamment par les régulateurs et les associations? Pouvez-vous dresser la liste des acteurs que vous allez consulter? Enfin, envisagez-vous de mener une étude afin d’évaluer les impacts de cette réforme sur le budget des citoyens concernés?

Mathieu Bihet:

Pour ce qui est du calendrier, une réponse vous a déjà été apportée le 30 septembre dernier.

Het regeerakkoord voorziet erin dat voor de budgetneutrale hervorming van het sociaal energietarief en de tussenkomsten van het Sociaal Verwarmingsfonds wordt gekeken in de richting van een transparante, inkomens- en vermogensgebaseerde en technologieneutrale forfaitaire tussenkomst. Zoals in de algemene beleidsnota staat, moet de maatregel worden aangepast aan de behoeften. De forfaitaire tussenkomst moet daarom rekening houden met de tarieven.

Een hervorming van het sociaal tarief dient goeddoordacht en met ondersteuning van alle stakeholders te worden uitgewerkt, gezien het belang van de maatregelen voor kwetsbare burgers. Daarnaast moeten de nodige procedures en IT-systemen hiervoor worden uitgewerkt.

Président: Jeroen Soete.

Voorzitter: Jeroen Soete.

La création et la gestion de la base de données fédérale contenant des informations sur les revenus et le statut relèvent de la responsabilité conjointe de la BCSS, des institutions de sécurité sociale, du SPF Sécurité sociale et du SPF Finances.

Les statuts sociaux actuels sont largement liés à des critères de revenus. Les critères eux-mêmes peuvent varier d'un statut à l'autre. Pour avoir droit au tarif social, il faut avoir droit à une allocation, par exemple une garantie de revenu pour les personnes handicapées. La reconnaissance d'un handicap en soi n'est donc pas suffisante. Sur la base d'une enquête sur les revenus de la famille, l'institution sociale compétente décide d'accorder ou non une garantie de revenu. Seule la perception de l'allocation spécifique donne droit au tarif social.

Willen we een hervorming die niet oneerlijk is, dan moeten we ons baseren op verschillende bekende parameters.

Le TS2 évoqué par Mme Lanjri, qui entrera en vigueur en 2027, augmentera les coûts, mais dans une proportion que nous ne pouvons qu'esquisser, puisque cela dépendra du prix de la tonne de CO 2 sur les marchés du carbone.

Compte tenu des nombreuses variables, il est difficile de déterminer à l'avance l'impact exact par le biais d'études, sauf en lançant des hypothèses et en faisant des fourchettes de prix. Des consultations auront donc lieu avec les différentes parties prenantes, dans le but d'élaborer la meilleure réforme possible, neutre sur le plan budgétaire, afin que les familles concernées ne soient pas affectées, ou alors de manière limitée. Une liste des parties prenantes à contacter doit encore être discutée, mais nous pensons ici aux fédérations sectorielles, aux organisations de lutte contre la pauvreté, aux institutions sociales concernées, à la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, aux administrations fédérales et régionales concernées, ainsi qu'aux régulateurs de l'énergie.

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, we hebben in de resolutie wel degelijk rekening gehouden met de passage uit het regeerakkoord, getuige de vraag om een budgetneutrale hervorming, resolutie die iedereen in het Parlement heeft goedgekeurd, met uitzondering van de PTB die tegen heeft gestemd, en de partij van mevrouw Meunier, die zich onthouden heeft. Kortom, er is een overgrote meerderheid om de hervorming door te voeren.

Mijnheer de minister, natuurlijk zijn er een aantal onbekende factoren, maar dat was in het verleden ook het geval en toen zijn we er, ondanks de energiecrisis, in geslaagd het sociaal tarief te handhaven. Ook nu is een hervorming noodzakelijk.

Het valt enigszins te betreuren dat u nu nog bezig bent met het opstellen van de lijst van organisaties met wie u zult spreken. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u er wat vaart achter wilt zetten, want de resolutie, die uw partij mee goedkeurde, dateert al van april.

Ik wil u dan ook vragen om voortgang te maken met het overleg, niet te talmen en zo snel mogelijk, begin volgend jaar, een voorstel ter hervorming van het sociaal tarief om dat sociaal rechtvaardiger te maken, bij het Parlement in te dienen. Vandaag worden immers personen met een zeer beperkt inkomen uitgesloten, terwijl sommigen met een sociaal statuut en een hoger inkomen wel het sociaal tarief genieten. Dat is niet eerlijk en moeten we aanpakken. Ik ben het volledig met u eens, mijnheer de minister, dat dat op een budgetneutrale manier moet gebeuren.

Ik wil u dus met aandrang vragen om conform de resolutie de nodige stappen vooruit te zetten. Ik zal u binnenkort opnieuw ondervragen en hopelijk kunt u ons dan wel wat goed nieuws brengen.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Sur la logique d’intervention actuelle, d’accord. Vous me la réexpliquez, et je la connais. Ma question, était cependant de savoir si vous alliez continuer à soutenir votre logique d’intervention forfaitaire ou si vous alliez finalement en revenir à la méthodologie actuelle. Votre réponse là-dessus n'était pas très claire. J'en profite pour repréciser à la collègue que nous nous sommes effectivement abstenus parce que nous n’avions pas, déjà à l'époque, d’apaisement concernant la méthodologie d'obtention de ce statut. Tant que nous ne serons pas rassurés là-dessus, nous continuerons à nous abstenir sur la proposition. Pour les avis, j'entends que la liste arrive, c’est bien. Pour l'étude de l'impact pour le budget des citoyens concernés, j'entends que c'est difficile à calculer, mais allez-vous étudier cet impact? J'entends que vous allez faire appel à toute une série d'experts; mais je n'entends pas concrètement si une étude va être mise en place. Or, finalement, c'est un point fondamental de votre réforme: l'impact que celle-ci aura sur les citoyens concernés. Il me semble que cette question devrait être au cœur de votre réflexion par la suite. Je vous remercie, et je reviendrai également, comme ma collègue, avec d'autres questions au fur et à mesure que le travail avancera.

De besparingen bij de Regie der Gebouwen (budgettaire aanpak)
De besparingen bij de Regie der Gebouwen (impact op de projecten)
De strategie in verband met leegstaande gebouwen
De transformatie van de Regie der Gebouwen
De vermindering van de kantooroppervlakte
De energie-audits
De geblokkeerde verkoopopdrachten en het inefficiënte gebruik van leegstaande panden
De onvolledige inventaris en de leegstaande terreinen en gebouwen
De middelen van de Regie der Gebouwen
Optimalisatie en transformatie van vastgoedbeheer bij de Regie der Gebouwen

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting), Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vanessa Matz bevestigt dat de Regie der Gebouwen in 2025 25 miljoen euro bespaarde door huurcontracten op te zeggen, 28 leegstaande gebouwen (52.000 m²) verkocht en 59 energiedits uitvoerde, met als doel alle federale gebouwen tegen 2030 te auditen. Ze streeft naar tijdelijke herbestemming van leegstand om waardeverlies te voorkomen en ziet verkoop, centralisatie en BDFM/DRFM-samenwerkingen als sleutels voor efficiënter beheer, maar concrete prioriteiten voor 2026 hangen af van het lopende budgetconclaaf. Kritiek van Huybrechts (vrág om gedetailleerde plannen) en Legasse (achterstallig onderhoud justitie/politie, dreigende bezuinigingen) blijft onbeantwoord: de minister belooft geen projecten te schrappen, maar wijst op structurele onderfinanciering en de nood aan budgettaire zekerheid voor urgente renovaties. De inventarisproblemen (28.000 discrepanties met Financiën) en 15%-doelstelling voor huurreductie blijven onduidelijk.

Britt Huybrechts:

In uw beleidsnota las ik het volgende: “Daarnaast zal de Regie der Gebouwen vanaf 2025 een strategie ontwikkelen om bepaalde leegstaande eigendommen tijdelijk ter beschikking te stellen, zonder afbreuk te doen aan de doelstelling om de ongebruikte activa zo snel mogelijk te verkopen."

Hieromtrent volgende vragen aan de minister:

Wat is de exacte strategie? Kunnen wij dit in detail ontvangen?

Zijn er al leegstaande eigendommen tijdelijk ter beschikking gesteld? Zo ja, hoeveel? Aan wie? Met welk doel? Betalen zij huur, waarom wel, waarom niet?

Hoeveel leegstaande gebouwen zijn er al verkocht?

​In uw beleidsnota las ik het volgende: “In 2025 zullen, zoals voorzien in het Regeerakkoord, verschillende pistes worden onderzocht om de Regie der Gebouwen te laten evolueren naar een professionelere, efficiëntere en verantwoordelijke entiteit die duurzaam de zorg, het onderhoud en de waarde van het vastgoedpatrimonium van de Belgische Staat kan verzekeren. In dit kader en om te komen tot een versterkte centralisatie van gemeenschappelijke aankopen op federaal niveau, zal in 2025 een gedetailleerde analyse worden gestart."

Hieromtrent volgende vragen aan de minister:

Is deze analyse al gestart? Waarom niet?

Wat waren de resultaten van deze analyse?

Kunnen de leden van deze commissie de analyse ontvangen?

In uw beleidsnota las ik het volgende: “Overeenkomstig het regeerakkoord zal de Regie der Gebouwen het actief beleid van rationalisering van haar vastgoedportefeuille voortzetten, met als doel een vermindering van 15 % van de gehuurde kantooroppervlakten tegen 2029." en “Op basis hiervan zal de Regie der Gebouwen vanaf 2025 beginnen met de uitvoering van dit plan?"

Hieromtrent volgende vragen aan de minister:

Wat is de status van dit plan? Kunnen wij de details van dit plan krijgen?

Zijn er al resultaten geboekt? Zo ja, hoeveel contracten zijn er al afgelopen of heronderhandeld? Wat is de totale oppervlakte aan gehuurde kantoren dat u al heeft verminderd? Op welke percentage van de 15% in totaal staan we nu?

Zijn er in 2025 nieuwe contracten huurcontracten aangegaan? Zo ja, hoeveel? Wat is de prijs per contract? Waarom heeft men beslist om dit contract aan te gaan?

Wat is de totale gehuurde kantooroppervlakte op dit moment?

Hoeveel staat hiervan leeg?

In uw beleidsnota las ik het volgende: “In 2025 zal een totaal van 20 audits worden gerealiseerd."

Hieromtrent volgende vragen aan de minister:

Zijn deze 20 audits al gerealiseerd?

Indien niet, hoeveel moeten er nog gerealiseerd worden?

Wat waren de resultaten van deze audits?

Kunnen de leden van de commissie deze krijgen?

Het Rekenhof wijst erop dat leegstaande panden van de Regie der Gebouwen vaak “tijdelijk in gebruik" worden gehouden, waardoor ze niet op de markt kunnen worden gebracht. Dit houdt het vastgoedpark nodeloos groot en inefficiënt.

Hoeveel leegstaande gebouwen worden momenteel als “tijdelijk in gebruik" geboekt, en op welke basis gebeurt dat?

Hoeveel potentiële verkoopopbrengsten zijn hierdoor de laatste drie jaar niet gerealiseerd?

Wanneer komt er eindelijk een plan om overtollig federaal vastgoed systematisch te verkopen of over te dragen aan de gewesten?

Het Rekenhof stelt vast dat de inventaris van de Regie der Gebouwen onvolledig en verouderd is. Volgens de audit (p. 32 en 69) zijn er 28.388 verschillen tussen de gegevens van de Regie der Gebouwen en die van de FOD Financiën, en wordt een groot deel van het patrimonium niet correct opgevolgd. Dit maakt een efficiënt beheer of verkoop van leegstaande gebouwen onmogelijk.

Hoe verklaart u dat de inventaris van federaal vastgoed nog steeds niet overeenstemt met de officiële databanken van Financiën?

Welke concrete stappen worden gezet om de inventaris van terreinen en gebouwen te actualiseren en te digitaliseren?

Hoeveel m² federaal vastgoed stond in 2024 leeg of onderbenut, en hoeveel daarvan bevindt zich in Vlaanderen?

Dimitri Legasse:

“Je souhaite également que ceux qui travaillent dans ou pour l'administration fédérale, se sentent plus valorisés”. Je reprends vos propres mots, si je ne m'abuse, madame la ministre. C'était notamment avec ces phrases pleines de bonne volonté que vous commenciez votre note de politique générale pour une de vos autres compétences, la Fonction publique. Force est de constater que sous l'Arizona, nous sommes loin du compte. Les acteurs de la justice sont vent debout contre leurs conditions de travail. Les prisons sont surpeuplées et tombent en ruine sans même parler de l'état des bâtiments de la police fédérale, notamment dans votre province de Liège.

L'entretien du patrimoine fédéral est également en danger alors que des projets porteurs pour l'avenir concernent notamment la politique scientifique qui relève également de votre responsabilité. Des projets portant sur le bicentenaire semblent dans les faits abandonnés. La Régie des Bâtiments est en effet sous le coup de coupes linéaires de 1,8 % auxquelles venaient s'ajouter 25 millions d'euros rien qu'en 2025 si je ne m'abuse.

Madame la ministre, vous avez fourni récemment un inventaire des bâtiments de la Régie que je salue. Alors que les négociations pour le budget 2026 semblent patiner, pourriez-vous faire le point sur vos besoins budgétaires pour réaliser les travaux urgents et structurels des bâtiments dont la Régie a la charge en 2026? Pouvez-vous faire le point sur la liste des travaux et des priorités de la Régie en 2026 à la suite des économies décidées par votre gouvernement? Quels projets planifiés vont-ils voir leur agenda reporté sous cette législature? Pouvez-vous nous dresser le bilan de l'année 2025 au regard de ces coupes?

Vanessa Matz:

Beste collega’s, de Regie der Gebouwen staat voor een belangrijke uitdaging. Enerzijds moeten de opgelegde besparingen worden gerealiseerd, die aanzienlijk zijn, en anderzijds moet blijvend worden geïnvesteerd in een performant en toekomstgericht patrimonium. In 2025 werd een besparing van 25 miljoen euro gerealiseerd.

En ce qui concerne les investissements et projets visés en 2025, il s'agit surtout de projets repris dans le Plan pluriannuel d'investissement, initialement prévus pour 2025 et reportés ou retardés, notamment à la lumière des procédures administratives de contrôle ou de décision.

Wat de prioriteiten voor volgend jaar betreft, wordt het meerjarenplan momenteel herzien en kan ik geen definitief antwoord geven op de vraag naar de prioritaire projecten.

Il est, pour moi, essentiel de continuer à assurer le service public. Il est tout aussi important que les services stratégiques aux utilisateurs, tels que la justice, la police fédérale, le Centre de crise national et la Sureté de l'État restent garantis. Avec la Régie, nous avons analysé toutes les pistes pour réaliser des économies. Nous misons sur la réduction des surfaces de bureaux loués et donc la résiliation de baux, la centralisation de services et la vente de bâtiments inutilisés. Nous avons aussi analysé des collaborations innovantes via les formules Design, Build, Finance et Maintenance (BDFM) et Design, Renovate, Finance and Maintain (DRFM).

Voor leegstaande gebouwen streef ik een beleid na dat gericht is op de tijdelijke bezetting van bepaalde gebouwen, onder duidelijke voorwaarden.

Cela permet d’assurer une sécurité supplémentaire, d’éviter la dégradation et donc de préserver la valeur du bâtiment jusqu’à ce qu’une réaffectation ou une vente définitive soit possible.

Quant aux ventes de cette année, 28 bâtiments ont déjà été vendus – représentant plus de 52 000 m 2 .

Ik heb de verkoopstrategie versterkt, met extra personeel en een gecentraliseerd inventaris, zodat we sneller en gerichter kunnen schakelen.

Nous progressons également en matière de durabilité. À ce jour, 59 audits énergétiques ont été réalisés, avec des missions supplémentaires en préparation.

Deze audits helpen ons gerichte renovaties te plannen en dragen bij aan de integratie van energiegegevens in het vastgoedkadaster.

Mon objectif est d'avoir audité tous les bâtiments fédéraux d'ici 2030. Pour toute question détaillée concernant les bâtiments, projets ou chiffres spécifiques, je vous invite évidemment à introduire des questions écrites.

Je voudrais ajouter une remarque aux propos tenus par M. Legasse concernant les bâtiments fédéraux et leur état. J'aime à rappeler, en effet, que ce n'est pas en huit mois que les bâtiments fédéraux se sont considérablement dégradés. Nous prenons les choses en main. Je visite très régulièrement tant les bâtiments de la Justice que ceux de la police. Je vais à la rencontre les acteurs pour amener des solutions temporaires lorsqu'il s'agit de travaux plus conséquents qui demandent une programmation. À ce stade, aucun travail, aucun projet de rénovation prévu n'a été scrappé ou abandonné. Dans le Plan pluriannuel 2026, examiné dans le cadre du conclave, nous maintenons également le cap sur la série de projets, mais nous attendons évidemment les résultats du conclave budgétaire, qui ne sauraient tarder.

Britt Huybrechts:

Dank u wel, mevrouw de minister. Ik ben positief verrast door uw antwoord dat er al 25 miljoen euro is bespaard dit jaar; dat vind ik zeer interessant. Ik zal nog een schriftelijke vraag indienen over de details daarvan.

Ik vind het wel jammer dat we nog geen uitgebreid zicht krijgen op het meerjarenplan. Het lijkt mij interessant om, ook al is het misschien nog niet definitief, toch al te weten waar de hoofdprioriteiten zullen liggen.

Vervolgens zal ik inderdaad nog enkele andere schriftelijke vragen indienen, over concrete cijfers en wellicht ook over de analyse van bijvoorbeeld uw beleidsnota over de transformatie van de Regie der Gebouwen en wat de voornaamste resultaten daarvan waren. Ik begrijp dat het moeilijk is om alles mondeling toe te lichten. Ik zal daarom nog een reeks schriftelijke vragen indienen daaromtrent. Mijn excuses alvast voor het werk dat dit met zich mee zal brengen.

Dimitri Legasse:

Madame la ministre, dans un mois, on dira de vous qu’"en 9 mois, elle n’a pas su" - comment dire – "rattraper tout le retard des législatures antérieures". Dans 10 mois, elle me dira qu'"elle ne"… J'espère que dans quelques années, elle saura me dire autre chose. Mais j’en suis sûr. Enfin, je veux le croire! Je l’espère pour nous tous! Plus sérieusement: certes, le plan pluriannuel est en révision. Certes, il y a un conclave budgétaire. Certes, certaines mesures ont déjà été mises en œuvre, et vous faites référence aux bâtiments vendus et aux baux qui ont été résiliés. Mais il devient maintenant important et urgent, singulièrement dans le cadre du conclave budgétaire, de nous apporter des réponses, et de défendre bec et ongles, les investissements qui sont vraiment impérieux au regard des mouvements sociaux de nos fonctionnaires publics, qu’il s’agisse de la justice, de la police et d’autres. Je vous en prie, madame la ministre, revenez-moi le mois prochain ou le mois suivant avec de vraies réponses. Je vous en remercie.

De reactie van de regering op de roep om een doortastender klimaatbeleid
De klimaatmars en het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Maatschappelijke druk, overheidsbeleid en actieplannen voor versnelde klimaatdoelstellingen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een scherpe klimaatdebat kaarten Almaci en Ribaudo de falende klimaatambitie van de regering aan: doelen voor hernieuwbare energie, uitstootreductie en renovatie worden afgebouwd, fossiele subsidies (€18 mjd) blijven ongemoeid, terwijl 30.000 betogers eisen dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt—terwijl defensie-uitgaven (€34 mjd) wel prioriteit krijgen. Minister Crucke verdedigt zich met het eindelijk bereikte (maar matige) Nationaal Energie-Klimaatplan en de afbouw van *sommige* fossiele subsidies, maar benadrukt economische haalbaarheid en interbestuurlijke samenwerking als beperkende factoren. Kernpunt: Daden ontbreken—de regering blokkeert structurele vergroening (bv. éolien, waterstof, renovatie), terwijl tijd, geld (Planbureau: €8,5 mjd/jaar verlies bij nietsdoen) en maatschappelijke druk weggesmeten worden, aldus de oppositie.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, kent u het boek Collapse van Jared Diamond? Het is een schitterend boek, dat beschrijft hoe beschavingen door foute politieke keuzes ondergaan. In veel van die beschavingen bleek klimaatverandering een van de drijvende factoren achter die ondergang.

Ik heb iets bij dat sinds 2020 op mijn kantoor hangt, namelijk de cover van Time Magazine , dat toen titelde One Last Chance, waarmee het bedoelde to save the planet . Men zou denken dat met alle zaken van de voorbije jaren, met alle rapporten en met de tienduizenden mensen die vorige zondag op straat kwamen, onze regeringen, álle regeringen, de hand aan de ploeg zouden slaan en een ambitieus beleid zouden voeren.

Toch zien we iets anders. Onze regering is vol op de rem gaan staan. De Vlaamse regering evenzeer, die heeft zelfs haar laatste schaamlapje, namelijk het renovatiebeleid, gewoon in de vuilnisbak gekieperd. Al onze doelen zijn naar beneden bijgesteld, of het nu gaat om hernieuwbare energie, de reductie van de uitstoot, internationale solidariteit of klimaatrechtvaardigheid.

Die tienduizenden mensen zijn niet zomaar op straat gekomen. Ze zijn op straat gekomen omdat ze iets vinden wat ik als politicus logisch vind, maar wat blijkbaar in deze tijden niet meer zo evident is, namelijk dat bij grote macht ook grote verantwoordelijkheid hoort. Zij vragen dat onze regeringen die verantwoordelijkheid opnemen, om te doen wat ook de VN zegt, namelijk die race van de klimaatcrisis winnen. It’s a race we can win .

Mijnheer de minister, wat zult u doen? In de ballonnetjes rond de begroting valt immers heel hard op dat al die fossiele subsidies ongemoeid blijven. Er is niet veel sprake van vergroening. Het rapport van het Planbureau is blijkbaar niet aangekomen. Blijft de regering toondoof? Wat zult u zeggen aan de mensen die op straat kwamen?

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, dimanche, nous étions 30 000 dans les rues – des étudiants, des retraités, des familles –, pour rappeler que le changement climatique est une réalité avec des conséquences humaines, sociales et économiques bien concrètes. Monsieur le ministre, ce que j'adore dans les marches pour le climat, à part l'ambiance, ce sont les slogans, ces petites phrases courtes mais puissantes que l'on scande. Celle qui m'a le plus marqué ce dimanche était: "La mer monte, notre colère aussi". En effet, c'est bien de cela qu'il s'agit. Nous étions 30 000 à dénoncer l'inaction et le manque d'ambition de nos gouvernements, et de votre gouvernement. Même votre parti, Les Engagés, était là, dans la rue, monsieur le ministre, pour dénoncer la politique de son propre gouvernement. C'est dire l'ampleur du problème.

Les gens étaient là pour réclamer un vrai changement de cap, un basculement, des investissements publics, de meilleurs transports publics, des logements rénovés, de l'énergie verte et abordable, et une industrie durable tournée vers l'avenir. Mais votre gouvernement fait l'inverse. Les éoliennes sont reportées. L'île énergétique est rabotée. On fait des économies sur le réseau hydrogène. Le Plan national é nergie-Climat arrive avec plus d'un an de retard et, finalement, n'est même pas à la hauteur des enjeux.

Vous n'êtes pas seulement le gouvernement de la casse sociale, vous êtes aussi le gouvernement de la casse écologique. Pendant que vous essayez de voler nos pensions, vous expliquez qu'il n'y a pas d'argent pour le climat. Mais pour le militaire, l'armement, la guerre, là, 34 milliards apparaissent en un claquement de doigts.

Monsieur le ministre, comment justifiez-vous à ces 30 000 personnes qui étaient dans la rue ce manque d'ambition? Quelles garanties pouvez-vous donner sur la mise en œuvre d'un plan qui était déjà insuffisant, maintenant que votre gouvernement prépare de nouvelles coupes budgétaires?

Jean-Luc Crucke:

Geachte Kamerleden, mevrouw Almaci, ik kan u verzekeren dat ik het boek Collapse heb gelezen en ik raad het iedereen aan. Afgelopen zondag stapten 20.000 tot 30.000 mensen mee in de klimaatmars in Brussel. Deze keer stond het thema financiën centraal. Burgers merken terecht op dat België in 2023 ongeveer 18 miljard euro aan steun voor fossiele brandstoffen heeft uitgekeerd. Dat is een stijging van 1,5 miljard euro ten opzichte van 2021. Onder de vivaldiregering zijn die subsidies helaas toegenomen in plaats van afgebouwd. Wij willen het nu anders en beter doen.

In het regeerakkoord is vastgelegd dat de regering zal onderzoeken welke subsidies binnen welke realistische termijnen kunnen worden afgebouwd. Daarbij wordt aandacht besteed aan de economische impact, zonder negatieve gevolgen voor de koopkracht en de ondernemingskosten.

Dat werd verder uitgewerkt in onze federale energie- en klimaatplannen, waarbij ik zal waken over de implementatie van onder andere de vermindering van de subsidies voor professionele diesel en het verschuiven van de accijnzen van elektriciteit naar fossiele brandstoffen.

Monsieur Ribaudo, vous me dites que dans une marche, ce qui vous intéresse, ce sont les slogans. Vous le dites d'ailleurs avec un certain sourire, et je peux comprendre que cela fasse parfois sourire. Un beau mot n'est jamais en soi un mauvais mot. Mais moi, ce qui m'intéresse, au-delà des slogans, c'est l'action.

Vous avez signalé que certains partis politiques de la majorité comme de l'opposition étaient présents à la marche de dimanche. Si je n'y étais pas, c'est parce que je pense que le rôle d'un ministre, c'est d'abord d'agir, mais aussi de respecter ceux qui manifestent – et vous savez que je partage un certain nombre de slogans. Notre action, monsieur Ribaudo, a été d'obtenir un accord sur le Plan national é nergie-Climat entre les trois Régions et le fédéral et, dans la même foulée, d'avoir un accord sur le Plan social climat. Ça, ce sont des actes. Et ça, aucun gouvernement ne l'avait fait auparavant.

On peut me dire que des tensions existent parfois entre les entités fédérées et le fédéral. Mais moi, je veux d'abord avoir du respect pour mes collègues des entités fédérées et, en particulier, pour ma collègue Melissa Depraetere, qui a eu, je trouve, l’élégance, le talent et le dash pour trouver un accord au sein d'un gouvernement et avec les autres gouvernements. C'est cet équilibre-là, le fait de travailler ensemble, qui m'importe pour que demain on puisse aussi être plus forts.

Certains cherchent la division, moi c'est plutôt l'union. Il paraît que l'union fait la force, c'est encore quelque chose qui vaut pour moi.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, over Vlaanderen zal ik niet veel zeggen, behalve dat uw vrienden van Vooruit u compleet in de steek hebben gelaten en, vooral, het klimaatbeleid in de vuilbak hebben gekieperd. Dat is wat er is gebeurd. Er is geen klimaatbeleid meer in Vlaanderen. De meest welvarende regio in ons land laat u gewoonweg in de steek.

Het is heel duidelijk. De reden waarom ik die cover heb meegebracht, is omdat de tijd in ons nadeel speelt. Elke tiende van een graad telt, elke euro telt. Niets doen zal ons letterlijk en figuurlijk heel veel geld kosten, volgens het Planbureau maar liefst 8,5 miljard euro per jaar. Slechts 1 % op deze wereld is verantwoordelijk voor het gros van de vervuiling, maar die 1 % wordt in alle begrotingsballonnetjes ongemoeid gelaten. Dat stel ik vandaag vast. Na jaren het voortouw te hebben genomen, hinkt ons land plots achterop. Er is geen coherent plan, geen strategie en de huidige koers is onaanvaardbaar. Ik reken op u om die aan te pakken. Ik zal u daarop afrekenen.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, il ne manquerait plus que cela que l’on n’ait pas d’accord! L’Europe l’attend depuis un an. Mais avoir un accord n’est pas une fête en soi, il faut regarder ce qu’il contient. Et cet accord est plus que décevant.

La société civile a dit que c'était encore moins bon que précédemment, avec les autres gouvernements. Nous n’en sommes nulle part en termes de politique climatique. La seule réponse que vous apportez, c’est de dire que vous avez fait un choix. Ce choix, c’est acheter des F-35 plutôt que des trains qui roulent; des F-35 plutôt qu’un plan ambitieux national de rénovation à grande échelle.

En plus, votre gouvernement est d’accord pour nous faire payer des factures encore plus chères. Et votre gouvernement a pour projet de criminaliser les gens qui sortent dans la rue pour dire: "On en veut plus. On veut plus que cela." Vous allez criminaliser le mouvement écologique.

Vous tournez le dos au climat. Nous ne pouvons l’accepter, et nous serons nombreux dans la rue pour vous le rappeler.

Voorzitter:

Daarmee sluit ik deze vragensessie af.

Het verbod op de verkoop van energiedranken aan minderjarigen
Het verbod op de verkoop van energiedranken aan minderjarigen
De verkoop van energiedrankjes
Energiedrankjes
De gezondheidsaanpak met betrekking tot energiedranken
Regulering en gezondheidsbeleid rond energiedranken voor jongeren

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 7 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België overweegt geen directe leeftijdsgrens voor energiedranken, maar volgt wel het advies van de Hoge Gezondheidsraad (2010)—dat een verbod afraadt maar strenge etikettering (waarschuwingen voor kinderen/zwangeren) en doseringslimieten (max. 320 mg cafeïne/liter) beveelt—en houdt Europese initiatieven (zoals het Britse voorstel voor een verbod onder 16) nauwlettend in de gaten. 10% van de Belgische adolescenten (10-17 jaar) drinkt wekelijks energiedranken, met hogere cijfers bij jongens, hoewel de consumptie sinds 2010 daalt. Nieuw wetenschappelijk advies en reclamebeperkingen (naar analogie met tabak/alcohol) worden overwogen, maar concrete plannen ontbreken nog—sensibilisering blijft vooral een bevoegdheid van de gewesten. De sector zelf ontwijkt regulering door alternatieve stimulerende stoffen (taurine, creatine) toe te voegen, terwijl marketing gericht op jongeren (hippe verpakkingen, sponsoring van sporters) onverminderd doorgaat. Vrijwillige afspraken (zoals in het VK met supermarkten) kunnen een tussenstap zijn.

Funda Oru:

Mijnheer de minister, er bestaan vandaag 101 soorten energiedrankjes, in allerlei kleurrijke verpakkingen, in allerlei onschuldige smaakjes, zoals perzik-watermeloen. U kent die werkwijze. Ook de vape-industrie maakt gebruik van die marketingstrategieën, gericht op jongeren. Het aanbod is groot, de verleiding is groot en de drempel is heel laag. Beide zijn ook ongezond, zeker voor kinderen en jongeren.

Het advies van de Hoge Gezondheidsraad is op dat vlak ook heel duidelijk. De consumptie van energiedranken wordt afgeraden tot de leeftijd van 16 jaar. In het Verenigd Koninkrijk wil men de verkoop van energiedranken met een hoog cafeïnegehalte aan jongeren onder de 16 jaar verbieden. In België bestaat momenteel geen wettelijke leeftijdsgrens.

Mijnheer de minister, wordt ook in ons land overwogen om een leeftijdsgrens voor de verkoop van energiedranken in te voeren?

Zijn er bijkomende maatregelen mogelijk, zoals beperkingen op reclame en duidelijkere waarschuwingen op verpakkingen?

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, pour ma part aussi, je suis inquiète. Une récente enquête journalistique a mis en lumière les effets préoccupants d'une consommation excessive de boissons énergisantes. Après l'ingestion de plusieurs canettes en peu de temps, les examens médicaux pratiqués ont révélé des conséquences directes sur le rythme cardiaque et la récupération après effort.

Ces boissons sont vendues sans restriction, souvent à des prix très accessibles, et leur marketing cible clairement les jeunes. Pourtant, les risques sont connus.

Au vu de ces constats, monsieur le ministre, je souhaite vous poser quelques questions. Reconnaissez-vous que ces produits présentent un risque de santé publique, particulièrement chez les jeunes, lorsqu'ils sont consommés excessivement? Quelles sont les règles en vigueur relatives à leur vente, leur publicité ou leur étiquetage? Vous semblent-elles suffisantes ? Envisagez-vous de renforcer ce cadre, par exemple en limitant leur teneur en caféine, en en restreignant la publicité ou en en interdisant la vente aux mineurs? Disposez-vous de données nationales récentes sur la consommation et les effets de ces boissons? Des recherches supplémentaires sont-elles prévues? Enfin, quelles actions de sensibilisation envisagez-vous pour informer les parents, les enseignants et les jeunes des risques inhérents à cette consommation excessive?

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, ik zal niet herhalen wat mijn collega’s reeds hebben gezegd, maar ik wil nog enkele elementen toevoegen. Na het Verenigd Koninkrijk overweegt nu ook Portugal een verbod op de verkoop van energiedranken aan jongeren. In België adviseerde de Hoge Gezondheidsraad al in 2010 om het gebruik van energiedranken te beperken bij jongeren jonger dan 16 jaar, maar bijvoorbeeld ook bij zwangere vrouwen. De Raad adviseerde om de inname van cafeïne te beperken tot een maximale dosis van 300 milligram, het equivalent van drie liter cola. Energiedranken bevatten echter veel meer werkzame stoffen dan alleen cafeïne en worden vaak gecombineerd met een hoge dosis suiker, wat bepaalde medische risico’s nog verhoogt.

Gezien de recente maatschappelijke aandacht voor de overconsumptie van energiedranken en uw terechte focus op toekomstgerichte en preventieve gezondheidszorg, heb ik twee vragen.

Het advies van de Hoge Gezondheidsraad dateert van 2010. Vindt u dat nog steeds een voldoende actueel advies om uw beleid op te baseren? Overweegt u een geüpdatet advies aan te vragen?

In welke mate zijn de acties van uw Europese collega’s in Portugal en het Verenigd Koninkrijk een voorbeeld en worden dergelijke acties besproken op Europees niveau? Overweegt u om ook in België de verkoop aan minderjarigen te beperken en/of de reclame voor energiedranken te reguleren?

Frank Vandenbroucke:

Chers collègues, il n'y a actuellement pas de travaux en cours au sein du gouvernement ou du SPF Santé publique concernant la vente de boissons énergisantes aux mineurs. Les risques pour la santé liés à ces produits restent cependant suivis et surveillés. Je suis avec beaucoup d'attention les travaux réalisés au Royaume-Uni.

L'enquête de consommation alimentaire effectuée sur la période 2022-2023 par Sciensano fournit une fréquence de consommation des boissons énergisantes dans la population belge. Selon ces données, près de 10 % des adolescents entre 10 et 17 ans consomment des boissons énergisantes au moins une fois par semaine; 9,2 % pour les filles, 13 % pour les garçons. Les données de l'enquête HBSC "Health Behaviour in School-aged Children" disponibles pour la Wallonie et Bruxelles montrent par ailleurs que la consommation de boissons énergisantes a diminué entre 2010 et 2022, en particulier chez les élèves de cinquième et de sixième primaire.

Le système de nutrivigilance mis en place au sein du SPF Santé publique prend en charge les effets indésirables liés à certaines denrées alimentaires, dont les boissons énergisantes, lorsqu'elles sont enrichies en vitamines et en minéraux, ce qui est la majorité des cas. Très peu de cas ont été déclarés et ils ne concernaient pas les enfants. Les professionnels de la santé n'ont pas contacté le SPF Santé publique concernant de potentielles dérives auprès des jeunes et des mineurs.

Ik wil verduidelijken dat het verbod in het Verenigd Koninkrijk, waarnaar een aantal leden verwezen hebben, nog niet in werking is getreden. Het bevindt zich nog in de consultatiefase tot 26 november. De FOD Volksgezondheid kan dat project grondiger bestuderen, met name wat betreft de rechtvaardiging die eraan gegeven wordt en de draagwijdte, zodra het concreter vorm krijgt. Dat is zeker interessant.

Wat betreft de vraag of een beperking of een verbod aan de orde is, de Hoge Gezondheidsraad beveelt in zijn laatste advies over energiedranken geen verbod aan, maar wel maatregelen inzake etikettering en dosering. Die zijn we in de praktijk aan het opvolgen.

Het klopt dat het advies van de Hoge Gezondheidsraad dateert van 2009, zoals mijnheer Van Lysebettens zegt, en dat de consumentenmarkt en de wetenschap inmiddels niet stilgestaan hebben. In die zin kan een nieuw advies worden overwogen, maar we hebben niet noodzakelijk een advies nodig om te handelen.

In het Verenigd Koninkrijk werd zo in 2018 een vrijwillig verkoopverbod aan min-16-jarigen afgesproken tussen alle grote supermarktketens. Ik vind dat eigenlijk echt wel interessant en ik vind dat iets wat ik eventueel in een dialoog met de sector zou kunnen bespreken.

Au niveau fédéral, nous avons des règles strictes concernant l’utilisation de la caféine dans les denrées alimentaires. Son ajout est uniquement autorisé dans les boissons aromatisées sans alcool, dans une limite maximale de 320 mg de caféine par litre. Dans les autres denrées alimentaires, l’ajout de caféine est interdit, sauf si elle est utilisée comme arôme ou dans le cadre de compléments alimentaires.

La sensibilisation et la prévention relèvent de la compétence des entités fédérées.

Er bestaan al specifieke etiketteringsregels voor dranken met een cafeïnegehalte van meer dan 150 milligram per liter. Ze moeten de vermelding dragen “afgeraden voor kinderen en voor zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven.” Die vermelding moet in hetzelfde gezichtsveld staan als de benaming van de drank, gevolgd door een vermelding van het cafeïnegehalte, uitgedrukt in milligram per honderd milliliter.

Bij gebrek aan advies van de Hoge Gezondheidsraad in die zin zijn nieuwe verplichtingen inzake etikettering momenteel niet aan de orde. Wat de reclame betreft, is er niet in specifieke regels voorzien voor energiedranken, noch zijn die, bij gebrek aan een advies van de Hoge Gezondheidsraad in die zin aangewezen.

Funda Oru:

Mijnheer de minister, bedankt om dat te blijven opvolgen en om verder werk te maken van een gezonde leefomgeving, zeker voor onze kinderen en onze jongeren. Vandaag zien we immers dat kinderen en jongeren zich niet bewust zijn van de risico’s die gekoppeld zijn aan de consumptie van energiedrankjes.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Il est un fait que, dans les supermarchés, les boissons énergisantes font l’objet de plus en plus de marketing et de packaging. Mon fils adolescent m’a d’ailleurs dit qu’il faisait la collection des canettes, une pratique visiblement à la mode. Elles servent à décorer, mais à force d’en boire, le consommateur ne peut plus s’en passer.

Vous affirmez que les risques sont surveillés, mais, à mon sens, un nouvel avis n’est certainement pas inutile. Tenir à l’œil leur étiquetage et le rendre plus austère pour limiter l’effet du marketing pourrait être une piste également.

Comme vous, madame Oru, je pense que les jeunes ne sont pas conscients des risques liés à la consommation de ces boissons. Quelque 10 % des adolescents en consomment une fois par semaine, ce n’est pas insignifiant. Je vous remercie donc, monsieur le ministre, de surveiller ce dossier.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik ben blij te horen dat u ook een aantal acties onderneemt aangaande een nieuw onderzoek. Dat valt te overwegen, omdat de sector wel inziet dat als reactie op een aantal strenge regulaties wordt uitgeweken naar niet-gereguleerde stoffen. In uw antwoord had u het ook over cafeïne. Wij weten echter dat wordt geprobeerd om in energiedranken ook taurine, creatine en allerlei andere activerende stoffen toe te voegen. Het vorig advies van de Hoge Gezondheidsraad is daarop nog niet diep ingegaan. De HGR stelt enkel vast dat nog onvoldoende onderzoek is gebeurd naar de samenwerking tussen die stoffen. Ik kan mij inbeelden dat dat ondertussen is veranderd. Daarnaast vind ik het de overweging waard om ook reclame in ogenschouw te nemen. Mevrouw Dedonder heeft daar ook al naar verwezen. We merken dat de sector heel hard inzet op reclame en op zaken die cool en hip zijn. Veel sporters worden gesponsord door een niet nader genoemd merk. Dat heeft een zekere invloed, waartegen de overheid met haar sensibiliserende opdracht heel moeilijk kan opboksen. In het verleden heeft de overheid wel maatregelen genomen om reclame voor andere verkrijgbare ongezonde stoffen, zoals tabaks- en alcoholproducten, aan banden te leggen voor jongeren. Misschien valt dat in deze materie ook te overwegen voor een aantal producten. La présidente : Ceci clôture notre séance. Je vous remercie toutes et tous. M. le ministre, je vous remercie aussi. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.09 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 09.

De Hoge Raad voor energiebevoorrading
De stand van zaken met betrekking tot de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De Hoge Raad voor energiebevoorrading
De Hoge Raad voor energiebevoorrading
De timing voor de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
Huidige status en oprichting Hoge Raad voor energiebevoorrading

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Hoge Raad voor Energiebevoorrading, beloofd in het regeerakkoord en voorzien voor 2025, is nog steeds niet operationeel, ondanks herhaalde vragen over samenstelling, timing, middelen en onafhankelijkheid, met name voor objectieve adviezen over energietransitie, CRM-mechanismen en investeringskeuzes. Minister Bihet wijst op lopende begrotingsonderhandelingen en belooft "zo snel mogelijk" een tussentijds rapport, maar geeft geen concrete datum, budget of werkwijze, wat tot kritiek en ongeduld leidt bij oppositie en meerderheid, die vrezen voor vertraging in cruciaal energiebeleid. De urgentie—benadrukt door recent onderzoek (bv. Planbureau) en de nood aan technologische neutraliteit—botst met politiek uitstel, terwijl beslissingen (zoals CRM-veilingen) dreigen zonder de beoogde onafhankelijke sturing. Het parlement blijft oninformeerd over vorderingen, modaliteiten of betrokkenheid.

Voorzitter:

Mijnheer Seuntjens is niet aanwezig.

Kurt Ravyts:

De Hoge Raad voor Energiebevoorrading is dit jaar al meermaals ter sprake gekomen en wordt trouwens vermeld in het federale regeerakkoord en in uw beleidsverklaring en -nota. Eigenlijk zou die aangekondigde Hoge Raad nog dit jaar een rapport moeten publiceren. De Hoge Raad zou een essentieel instrument moeten zijn van uw energiebeleid, namelijk om toekomstige investeringen objectief te onderbouwen en de technologische keuzes die voor de energiebevoorrading bepalend zijn, te staven.

Het gaat daarbij om het nauwkeurig meten van de haalbaarheid van de verschillende opties en het jaarlijks verzamelen van actuele en voorspelde cijfers over verbruik, capaciteit en productie. De Hoge Raad heeft tevens een adviesfunctie inzake noodzakelijke beslissingen binnen het kader van het CRM-mechanisme.

Mijnheer de minister, ik vermoed dat u op het begrotingsakkoord wacht. Intussen zijn mijn vragen de volgende. Wat is de samenstelling van die Hoge Raad? Wanneer precies zal hij operationeel worden? Over welke middelen en personeelsinzet zal hij beschikken? Kunt u bevestigen dat de Hoge Raad er dit jaar nog komt en dat hij nog dit jaar een rapport of adviezen zal voorleggen?

Luc Frank:

Sehr geehrter Minister, monsieur le ministre, lors de notre précédent échange relatif à la mise en place du Haut Conseil de l'approvisionnement énergétique, vous aviez indiqué que son indépendance serait garantie par des critères d'incompatibilité politique. Il est essentiel pour notre politique énergétique d'avoir un Haut Conseil à la fois crédible et neutre.

Nous avons constaté à plusieurs reprises l'importance d'un avis détaillé et objectif. Les récentes auditions sur le Blueprint d'Elia et sur l'île énergétique ont par exemple montré la divergence des points de vue entre les gestionnaires de réseaux de transport et l'administration. Ce Haut Conseil a pour vocation d'objectiver les perspectives d'approvisionnement et pas d'ajouter une couche aux couches existantes. Pour Les Engagés, il apparaît évident que ce conseil doit jouer un rôle de conseil dans la transition énergétique vers la neutralité carbone.

Monsieur le ministre, une assistance technique a-t-elle déjà été attribuée pour ce Haut Conseil? Quels sont les experts actuellement consultés pour l'élaboration de ce conseil?

Une procédure de marché public a-t-elle déjà été lancée? Dans l’affirmative, combien d'offres ont-elles été introduites et sur la base de quels critères exacts le choix a-t-il porté sur ce prestataire?

Comment entendez-vous garantir le plein respect de la diversité des approches scientifiques et technologiques?

Quelles mesures concrètes mettez-vous en place pour que les scénarios produits soient perçus comme le fruit d'un exercice véritablement pluraliste et rigoureux et non orienté par une sensibilité particulière?

Enfin, quel est le calendrier de la mise en place de ce Haut Conseil? L'accord de gouvernement prévoit qu'il soit effectif pour 2025. Ce calendrier est-il tenable, à trois mois de 2026?

Bert Wollants:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de oprichting van de Hoge Raad voor Energiebevoorrading, met de bedoeling dat deze al in 2025 de nodige adviezen kan verstrekken en zo sturing kan geven aan het beleid. Die oprichting laat evenwel op zich wachten. De vraag is of de doelstelling om al in 2025 tot een aantal adviezen te kunnen komen, nog actueel is.

Wat is de stand van zaken in het dossier? Welke tijdslijn hanteert u momenteel?

Phaedra Van Keymolen:

Het regeerakkoord voorziet inderdaad in de oprichting van een Hoge Raad voor Energiebevoorrading, die in de loop van 2025 een eerste tussentijds rapport zou moeten publiceren. We bevinden ons inmiddels in het laatste kwartaal van 2025, maar van een operationele raad, laat staan van een dergelijk rapport, is vooralsnog geen sprake. Of misschien ligt het aan mij, maar ik meen van niet.

Welke timing voorziet u vandaag voor de effectieve oprichting en werking van de Hoge Raad? Welke stappen zijn reeds gezet? Waar loopt het proces vast?

Zal er dit jaar nog een eerste rapport verschijnen, zoals aangekondigd, of wordt dat uitgesteld? En zo ja, naar wanneer?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, dans votre accord de gouvernement et votre note d'orientation politique vous nous annonciez la création d'un Haut Conseil de l'approvisionnement énergétique autonome et indépendant du secteur. Ce conseil est censé assister les autorités en leur fournissant des chiffres objectifs. Vous avez aussi annoncé que ce Haut Conseil devra remettre un premier rapport intermédiaire au cours de l'année 2025.

Toujours selon l'accord de gouvernement, les administrations de l'énergie et du climat doivent assurer son secrétariat et accompagner le processus. Le Haut Conseil doit également compiler chaque année les données réelles et provisionnelles en matière de consommation, de capacité et de production de tous les vecteurs énergétiques, harmoniser les modèles existants et conseiller les autorités sur les volumes du CRM et sur le plan d'investissement. Il s'agit évidemment de missions clés pour assurer l'approvisionnement de notre pays mais, à ce stade, nous n'avons aucune information sur l'état d'avancement de la mise en place de ce Haut Conseil.

Mes questions sont donc très simple. Où en est la mise en place du Haut Conseil de l'approvisionnement énergétique? Est-ce que les modalités de fonctionnement et la composition de ce conseil ont déjà été arrêtées? Dans l'affirmative, pouvez-vous nous les préciser? Est-ce que vous pouvez nous confirmer que le rapport intermédiaire est toujours attendu pour 2025 comme annoncé? Enfin, comment le Parlement sera-t-il associé ou informé de manière régulière des travaux du Haut Conseil?

Mathieu Bihet:

De oprichting van de Hoge Raad voor Energiebevoorrading maakt deel uit van de lopende begrotingsbesprekingen. Aangezien de werkzaamheden in het kader van de begroting lopende zijn, wens ik op dit moment geen voorafnames te maken inzake de oprichting van deze Hoge Raad, met inbegrip van de bijhorende modaliteiten en de timing.

Monsieur Frank, l'objectif de transition vers la neutralité carbone est maintenu. Comme plusieurs de vos collègues, vous avez décrit les différentes balises reprises dans l'accord de gouvernement, et notamment l'indépendance importante que doit avoir ce Haut Conseil, mais également les principes de neutralité technologique. Ces balises sont toujours reprises et le modèle est, tel que décrit dans les notes et repris dans les questions, toujours sur la table.

Je peux vous assurer que mes équipes mettent tout en œuvre pour la mise en place de ce Haut Conseil dans les meilleurs délais conformément à l'accord de coalition, à la suite duquel un premier rapport intermédiaire sera publié dès que possible.

À ce stade-ci, madame Meunier, il est un peu tôt pour vous répondre au sujet du travail et de la collaboration avec le Parlement; il faudra poser cette question au moment de la création du Haut Conseil.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik kan heel kort zijn. Zoals ik al aangaf in mijn vraag, hangt alles blijkbaar samen met de middelen en het budget en maakt dit ook deel uit van de lopende onderhandelingen over de begroting 2026. We zullen dus moeten wachten tot de begrotingscijfers en -documenten ons bereiken.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse. Entre les lignes, j'entends que vous nous demandez d'avoir un petit peu de patience. Je repose toutefois ma question: avez-vous une date approximative ou une échéance pour la création de ce Haut Conseil?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar had gehoopt op meer duidelijkheid. Misschien moeten we op dit onderwerp terugkomen op het moment dat we een stapje verder zijn. Het is een belangrijke uitdaging, want iedereen wilde dat we meer onafhankelijk konden zijn van een aantal grote spelers die net wat te veel hun rol spelen in het huidige kader, zodat de overheid weloverwogen keuzes kon en kan maken. Dat is nog altijd een behoefte die hier speelt. We moeten een stap zetten om ervoor te zorgen dat we het beleid in de juiste richting kunnen bijsturen.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, dank u wel, uw antwoord is kort en duidelijk. We wachten nog even af.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, je vous remercie, mais nous n'avons eu aucune réponse sur les modalités ni sur le timing. Je rappelle quand même que c'est vous qui avez annoncé la création de ce Haut Conseil cette année et la fourniture d'un rapport en 2025. Demain, ce sera le 1 er octobre. J'entends que nous allons encore devoir attendre. Pas de Haut Conseil, pas de stratégie! Et vous dites cela comme si c'était normal!

Voici quelques mois, c'était urgent. Et, aujourd'hui, on peut attendre. Il ne reste que trois mois, les gars! Même la majorité a l'air de se demander ce qui se passe. J'entends les collègues ne pas trop savoir quoi dire dans leur réplique. C'est quand même assez interpellant, non? Enfin, je ne sais pas. C'est bon ainsi? D'accord.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik begrijp dat u niet kunt vooruitlopen op een beslissing die nog moet worden genomen, maar er zijn in deze regering heel wat ministers die wel transparantie bieden over dossiers die zij aan de ministerraad voorleggen. Zo zegt bijvoorbeeld minister Prévot wat hij over bepaalde zaken vindt en wat hij zal voorstellen. Minister Vandenbroucke doet dat ook. Hij heeft vorige donderdag in de plenaire vergadering gezegd dat hij zijn voorstel de volgende dag zou voorleggen aan de ministerraad. Dan wordt er in de ministerraad beraadslaagd en daarover beslist en worden eventueel aanpassingen aangebracht. Dat u niet kunt vooruitlopen op beslissingen die nog moeten worden genomen, dat begrijp ik, maar dat u zelfs niet kunt of niet wilt zeggen met welk dossier u naar de ministerraad gaat, dat begrijp ik niet. In die zin was uw antwoord dus een absoluut non-antwoord, terwijl de urgentie wel degelijk bestaat. De heer Wollants heeft ernaar verwezen, maar we kunnen ook verwijzen naar het rapport van het Planbureau dat vorige week werd voorgesteld. Dat rapport biedt inzichten over hoe ons energiesysteem zou kunnen evolueren en maakt daarvoor gebruik van het PRIMES-model. Dat is een kostendispatchmodel, wat misschien niet de geschikte methode is om naar de toekomst te kijken. Dat is net iets waarover die Hoge Raad zich zou kunnen buigen. Welke methode zullen we gebruiken of opleggen aan degenen die die verschillende modellen uitwerken en welke parameters nemen we daarvoor in aanmerking? Ik meen te hebben begrepen uit het regeerakkoord, maar ook uit de toelichting bij uw beleidsnota, dat u geen beslissingen zou nemen, bijvoorbeeld in het kader van het CRM, zolang die Hoge Raad er niet is. Hij zal er niet zijn, dus eigenlijk is de vraag of u dan ook geen beslissingen zult nemen in het kader van het CRM als bijvoorbeeld het volume voor de volgende veilingen moet worden bepaald.

Het huidige wettelijke kader en de voorbereiding voor een nieuwe tender
Burgerparticipatie in offshore windenergieprojecten
Het vervolg van het offshore windenergieproject Prinses Elisabethzone
De aanbesteding voor zone 1 en de burgerparticipatie
De stand van zaken met betrekking tot de tender wind op zee
Offshore windenergie: wetgeving, tenders, burgerparticipatie en projectvoortgang

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De herlancering van de aanbesteding voor de Prinses Elisabethzone (eerste kavel offshore windenergie) is uitgesteld tot Q1 2026 na annulering van de vorige tender wegens juridische risico’s, onduidelijk financieel kader en concurrentiebelemmerende criteria, met name rond burgerparticipatie (1-4%). Minister Bihet benadrukt dat transparantie, gelijke kansen en kostenefficiëntie centraal staan, maar dat het directe burgerparticipatie-criterium (omwille van juridische onzekerheden en onevenwichtige risico’s voor burgers) mogelijk wordt herwerkt of beperkt, tot ontevredenheid van coöperaties zoals SeaCoop. De voorbereiding loopt vertraging: het nieuwe KB-tender moet nog worden opgesteld (start volgende week), gevolgd door Raad van State-advies, gewestoverleg en Europese staatssteungoedkeuring—wat de haalbaarheid van de maart 2026-deadline onwaarschijnlijk maakt, temeer omdat ansluiting op het energieneiland (augustus 2026) in gevaar komt. Ex-minister Van der Straeten wijst op onrealistische timing en politieke keuzes achter de annulering, ondanks eerdere Europese goedkeuring.

Kurt Ravyts:

Voor dit derde actualiteitsdebat geldt misschien derde keer goede keer, maar mogelijk is het opnieuw te vroeg.

Mijnheer de minister, dit debat gaat over de opvolging van de beslissing van de ministerraad van 27 juni, een beslissing die alweer drie maanden achter ons ligt. U wilt met de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone een nieuwe start nemen in een gestabiliseerd kader, zoals dat heet. U vond dat de vorige aanbesteding onder de curatele van toenmalig minister Van der Straeten ernstige risico’s inhield, meer bepaald grote rechtsonzekerheden, een onrealistische kalender en een vaag financieel kader. Het behoud van de procedure zou hebben betekend dat de staat zou worden blootgesteld aan zware juridische risico’s en zelfs aan een aanzienlijke budgettaire ontsporing. Uiterlijk tegen het einde van het eerste kwartaal van 2026 zou een nieuwe aanbesteding worden gelanceerd.

U zei dat er geen probleem was. U kondigde een grondige analyse van de juridische onzekerheden aan en bij een nieuwe tender zou sowieso rekening worden houden met de Europese richtlijnen, zoals de Net Zero Industry Act en het Europese Clean Industrial Deal State Aid Framework. Dan gaat het uiteraard over staatssteun.

Mijnheer de minister, hoever staat het met de analyse van de juridische onzekerheden? Heeft de AD Energie daarvoor externe deskundigen gecontracteerd? Wat was de inbreng van die externe partner? Is het voor u nu al duidelijk welke wijzigingen moeten worden aangebracht?

Wat is de stand van zaken van de nieuwe KB-tender? Hebt u, omdat het ook over staatssteun gaat, al gesprekken gevoerd met de Europese Commissie?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, au mois de juin dernier, vous avez suspendu l'appel d'offres pour la première parcelle de la zone Princesse Élisabeth. Vous l'avez justifié en évoquant des incertitudes juridiques et financières. L'appel d'offres est donc prévu pour la fin du premier trimestre 2026 mais à ce stade aucune décision définitive n'a encore été prise quant au maintien du critère de participation citoyenne, ce qui pose de sérieuses questions et mérite que l'on connaisse vos intentions.

Depuis 20 ans, les coopératives citoyennes ont démontré leur valeur ajoutée en investissant plus de 150 millions d'euros dans des projets renouvelables, sur terre comme en mer d'ailleurs. Leur modèle a prouvé sa résilience notamment durant la crise énergétique. Ce critère était présent dans l'appel d'offres initial avec une ouverture de 1 à 4 % de participation citoyenne. Les coopératives qui ont été regroupées au sein de la plate-forme SeaCoop représentent aujourd'hui 34 structures et 125 000 coopérateurs. Elles affirment pouvoir mobiliser entre 50 et 75 millions d'euros pour le futur parc et viennent de démontrer leur capacité en investissant 13 millions d'euros dans le parc North Wind. Aujourd'hui, nous nous inquiétons au même titre que ces coopératives quant au maintien du critère dans l'appel d'offres.

Mes questions sont donc simples. Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que le futur appel pour la zone Princesse Élisabeth comprendra bien un critère de participation citoyenne comme prévu initialement? Si oui, confirmez-vous que le poids de ce critère dans l'appel d'offre restera inchangé? Je vous remercie pour vos réponses.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de zwakke voorbereiding van het traject voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone onder de vorige regering maakt dat u wellicht niet anders kon dan de tender daartoe stop te zetten. Dat betekent wel dat er inhaalwerk nodig is om ervoor te zorgen dat er vooruitgang in dat dossier kan worden geboekt. Er moet sowieso worden gekeken naar een nieuwe tijdlijn met het oog op de herlancering van de tender volgend jaar. Het lijkt mij aangewezen om daarin voldoende druk op de ketel te houden, om zo tot een effectieve uitvoering te komen.

Mijnheer de minister, welk traject wenst u te volgen om de tender te evalueren, bij te sturen en te herlanceren?

Welke nieuwe krachtlijnen wenst u daarvoor te volgen?

Wanneer kunnen wij daarover beslissingen verwachten teneinde alsnog tot het aangewezen resultaat te komen?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, dernièrement, vous avez pris de bonnes décisions – que nous avons soutenues – concernant l'île énergétique qui tendent vers davantage de sobriété et un coût moindre pour tous nos concitoyens. Aujourd'hui, j'ai quelques questions dont certaines sont d'ailleurs en écho de celles posées par mes collègues ici.

Vous avez reporté au mois de juin l'appel d'offres pour la zone 1 du futur parc éolien Princesse É lisabeth en mer du Nord. Or, dans le précédent appel d'offres, nos concitoyens avaient l'occasion de pouvoir investir dans le projet à hauteur de 1 à 4 %. Je pense que c'est vraiment un projet historique pour la Belgique et pour laquelle la participation citoyenne aurait tout son sens. Aujourd'hui, avec la réévaluation des conditions, la participation citoyenne semble remise en question. Or, la coopérative Seacoop a lancé une pétition qui a recueilli 17 000 signatures. Impliquer nos concitoyens dans des projets comme celui-là peut participer à la diminution des coûts, au renforcement de sa sécurité, et contribuer à garder des bénéfices du projet dans notre pays.

J'ai deux questions. Comment comptez-vous maintenir la participation citoyenne dans les conditions de l'appel d'offres? Avec quel poids? Si oui, de quelle manière comptez-vous le faire? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, u hebt de lopende tender op het allerlaatste moment stopgezet, argumenterend dat die onder uw verantwoordelijkheid valt. Het gaat nochtans, zoals u goed weet, om een tender die volledig was goedgekeurd door de Europese Commissie. Dat heb ik hier vorige week in het kader van een andere commissievergadering al aangegeven. Een dergelijke staatssteungoedkeuring wordt niet lichtvaardig verleend. Daarvoor moeten heel wat zaken worden aangeleverd, zowel juridisch als financieel.

Mijnheer Wollants, uw bewering klopt niet dat een en ander juridisch niet robuust was, niet veel voorstelde en zwak was voorbereid. De voorbereiding was al twee à drie jaar bezig. Ze begon met adviezen van de regulatoren en is het voorwerp geweest van overleg met de gewesten.

U had ook gewoon kunnen stellen dat u het tenderontwerp niet goed vond en het op een andere manier wilde aanpakken, waarbij u dan abstractie zou maken van de voorbereidingen die de sector al heeft gedaan en opnieuw zou beginnen.

Mijnheer de minister, u hebt verklaard dat u opnieuw zou beginnen en dat de herlancering uiterlijk in maart 2026 zou plaatsvinden.

Wat is de stand van zaken? Wat is de concrete timing tussen nu en maart 2026? Als u in maart 2026 een en ander wilt lanceren, moet u nu immers klaar zijn.

Hoe staat het met het nieuwe koninklijk besluit inzake de tender? Is dat klaar? Wat zijn de verschillen met het vorige koninklijk besluit?

Hoe verloopt het overleg met de Europese Commissie over de goedkeuring van de staatssteun, aangezien dat proces opnieuw moet worden doorlopen? Is de beslissing al genomen? Als u in maart 2026 wilt lanceren, zou dat nu toch in de finale fase moeten zitten.

De Raad van State heeft over het eerste koninklijk besluit inzake de tender geoordeeld dat overleg met de gewesten aan de orde was. Wanneer vindt het overleg met de gewesten over het nieuwe koninklijk besluit inzake de tender plaats?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, suite à la décision du Conseil des ministres restreint du 27 juin 25, une conférence des parties prenantes s'est tenue le 16 juillet afin d'encadrer la décision d'interrompre la procédure d'appel d'offres pour le lot 1 vis-à-vis des participants au marché intéressés, ainsi que pour clarifier le projet de relance du lot 1. Il s'agissait notamment de solliciter l'avis des acteurs du marché intéressés, à la suite de quoi une consultation sommaire des acteurs du marché avec des réponses confidentielles a été organisée.

Une analyse d'impact a été réalisée par la Direction générale de l'Énergie concernant des critères et des conditions proposés sur le résultat de la procédure d'appel d'offres, notamment les effets d'augmentation ou de réduction des coûts. Ceci a été fait en y intégrant également l'analyse du NZIA ( the Net-Zero Industry Act ) ainsi que du règlement d'application. En effet, comme vous le soulignez à juste titre, cet appel d'offres devra également se conformer à ces nouvelles dispositions. Cette analyse d'impact a été livrée à la fin du mois d'août. Aucune assistance externe n'a été utilisée pour cette analyse, étant donné que l'administration dispose d'une expertise suffisante sur le plan juridique.

Op basis van zowel de input van de marktdeelnemers als de impactanalyse werden de eerste politieke besprekingen aangevat, om zo snel mogelijk, namelijk komende week, de nodige beleidskeuzes te kunnen maken en de regelgevende procedure te kunnen opstarten. Pas daarna kunnen we met de gewesten beginnen te overleggen.

Tegelijkertijd werden ook de eerste besprekingen met de Europese Commissie in het licht van de Europese staatssteunregels aangevat en werden de verwachtingen met betrekking tot de NZIA besproken.

U vraagt ook naar mijn visie met betrekking tot de tender.

Mes lignes directrices sont claires. En tant que ministre, ma tâche consiste à maintenir les coûts de l'énergie aussi bas que possible pour l'ensemble des Belges, ménages et industries. Comment? En favorisant autant que possible la concurrence. Plus il y a d'entreprises et d'acteurs intéressés à construire le parc éolien, meilleur sera le prix que nous pourrons garantir aux consommateurs.

Pour cela, un cadre juridique clair est nécessaire, dans lequel toutes les conditions sont objectives et ne prêtent pas à interprétation. La transparence et l'égalité des chances sont également essentielles, ce qui n'était pas toujours le cas dans la procédure précédente. Chaque entreprise doit disposer de toutes les informations, mais surtout des mêmes informations, afin de pouvoir proposer le prix le plus compétitif possible.

Cela m'amène à la question sur la burgerparticipatie, la participation citoyenne, sur laquelle plusieurs collègues m'ont interpellé. Permettez-moi d'abord de préciser, que ce soit clair une fois pour toutes, que je n'ai rien contre la participation citoyenne, ni contre les coopératives dans le secteur énergétique. Elles jouent un rôle précieux dans la transition énergétique. Mais il est vrai qu'il y avait des risques juridiques majeurs dans l'appel d'offres précédents, notamment sur la participation citoyenne. C'est pour cela que le Conseil des ministres restreint a décidé d'arrêter l'appel d'offres qui avait été lancé.

En outre, il ne me semble pas justifié d'accorder à la participation directe des citoyens un poids plus important qu'à la participation indirecte, dans la mesure où les citoyens se verraient imposer des revenus et une participation limités, tout en assumant un risque important.

Ten slotte is het ook belangrijk om te vermelden dat het criterium, zoals het werd aangeleverd, de concurrentie tegengaat en juridische betwistingen in de hand werkt door de ex-postevaluatie van beloftes, die nooit onderbouwd zijn geweest.

Les analyses nécessaires ont été effectuées et nous discutons au sein du gouvernement afin de donner le plus rapidement possible de la clarté au marché concernant le nouvel appel d'offres. Il est important que le marché reçoive de la clarté sur l'ensemble du nouveau paquet de conditions, y compris celles relatives à la participation citoyenne.

Enfin, je réaffirme l'ambition de relancer l'appel d'offres d'ici le premier trimestre 2026 dans un cadre juridique plus clair, mais surtout sécurisé. Le marché sera informé en temps utile de chaque étape afin qu'il soit en mesure de soumettre la meilleure offre possible. Je vous remercie.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de stand van zaken met betrekking tot het nieuwe koninklijke besluit rond de tender. U hebt enkele elementen van antwoord gegeven. Volgende week zou het wetgevend werk en de regelgevende procedure effectief worden aangevat.

Ik moet mevrouw Vander Straeten toch een beetje gelijk geven. U had in uw persbericht van 27 juni, waaruit ik rijkelijk heb geciteerd, ook kunnen zeggen dat u een probleem zag met het gedeelte over de burgercoöperaties. Dat stond daar niet in en nu wordt hier duidelijk gezegd dat die passage voor u, zoals die toen was geformuleerd, een probleem vormde. Ik betreur dat dat pas nu hier naar voren wordt gebracht.

Marie Meunier:

Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Les coopérations citoyennes redoutaient d'être écartées de tout cela et vos modifications ne sont pas de nature à nous rassurer.

Je vous entends quand vous dites que vous ne trouvez pas normal qu'il y ait une participation citoyenne qui soit supérieure à toute autre participation. Or 1 à 4 % de participation citoyenne ne me semble pas être une majorité de participation à l'action. Partant de là, diminuer cette participation-là me semble quand même inadéquat.

On ne manquera évidemment pas, vous vous en doutez, de suivre le dossier et de vous interroger à nouveau.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U moet ervoor zorgen dat de nieuwe tender juridisch robuust is en dat we de meest gunstige prijs in het dossier kunnen verkrijgen. Aangezien de passage over de burgerparticipatie ernstige juridische risico’s inhield, zo heb ik begrepen, hebt u terecht ingegrepen.

Beweringen als zou de regering stoppen met windmolens op zee, zijn nogal kort door de bocht. Ik noteer dat de regering nog steeds van plan is om met het dossier van de windmolens op de Noordzee verder te gaan.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Tout ce qu'on souhaite c'est que ce projet avance. Dans le cadre de la transition énergétique, on a bien entendu que tous les risques juridiques doivent être levés, notamment dans le cadre de la participation citoyenne, mais je vous ai aussi entendu dire que la participation citoyenne joue à vos yeux un rôle précieux dans la transition. Nous verrons bien les conclusions des différents Conseils au niveau de ces difficultés juridiques. Seront-elles levées ou pas? On vous suivra en tout cas pour que ce projet d'envergure historique pour notre pays avance et nous souhaitons que tous ces risques soient levés afin de pouvoir avancer dans la transition et avec la participation citoyenne. Nous vous suivrons de toute manière et on compte sur vous pour communiquer en toute clarté sur toutes vos décisions, comme à votre habitude.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, als er deze week wordt begonnen met het schrijven van het KB-tender, dan lijkt het mij moeilijk om de tender in maart te kunnen lanceren. Uw diensten schrijven het KB met betrekking tot de tender immers niet alleen. Een aantal onderdelen ervan moeten door de CREG worden opgesteld. Zij werkt dat niet af op twee dagen tijd; hoe dan ook moeten er termijnen worden gerespecteerd. Ook uw diensten stellen zo’n tekst niet op twee dagen op, denk ik. Dat neemt dus sowieso tijd in beslag. Nadien moet een advies van de Raad van State worden gevraagd. Het Overlegcomité moet worden samengeroepen. U kunt pas de formele goedkeuring vragen aan de Europese Commissie, op het moment dat alles finaal is. Dat neemt niet weg dat u ondertussen al informeel met de Europese Commissie kunt spreken, maar ze kan haar formele procedure pas starten wanneer alle teksten finaal zijn. Dat allemaal rondkrijgen op vijf maanden tijd, is onmogelijk.

Eigenlijk staat u dus nog bijna nergens. Er is ook geen concreet plan voor het eerste lot om ervoor te zorgen dat de windmolens effectief aanwezig zullen zijn op het moment dat het eiland wordt opgeleverd, wat toch niet veel later zal zijn dan augustus 2026.

Wat de burgerparticipatie betreft, spreek ik tegen dat aan directe burgerparticipatie een veel groter gewicht zou zijn toegekend. Het was perfect mogelijk om ook via indirecte burgerparticipatie voor burgerparticipatie de volledige punten te behalen. Dat was wel degelijk voorzien in de criteria van de tender. Er waren bovendien verschillende spelers op de markt die zich op verschillende manieren hadden georiënteerd: bepaalde spelers kozen voor de ene aanpak, andere voor een andere aanpak.

Voorzitter:

Vragen nrs. 56006568C en 56006719C van mevrouw Meunier worden omgezet in schriftelijke vragen. Voorzitter: de heer Jeroen Soete. Président: M. Jeroen Soete.

De Belgisch-Franse intentieverklaring van 23/07/25 m.b.t. samenwerking op het vlak van kernenergie

Gesteld door

VB Kurt Ravyts

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Frankrijk ondertekenden op 23 juli een intentieverklaring om hun kernenergiesamenwerking te versterken, met focus op levensduurverlenging reactoren, SMR-ontwikkeling, innovatie, bevoorradingsketens en opleidingen, binnen een breder kader van 15 thema’s en Europese strategische soevereiniteit. Minister Bihet benadrukte dat de concrete uitwerking nog loopt, met tweejaarlijkse evaluaties en als doel wederzijdse versterking van beide landen hun kernenergie-expertise. Ravyts drong aan op transparantie over thematische werkgroepen en tijdspaden, maar erkende dat de vraag te vroeg kwam voor gedetailleerde antwoorden. Bihet bevestigde dat de meerwaarde voor beide landen centraal staat, zonder al specifieke projecten of data te noemen.

Kurt Ravyts:

Minister Bihet, in volle zomer, op 23 juli, werd in Parijs een intentieverklaring ondertekend tussen de Belgische en Franse minister van Energie, waarmee een nieuwe stap wordt gezet in de samenwerking tussen België en Frankrijk op het vlak van kernenergie. Ik meen dat na de wijziging van de wet van 2003 inderdaad concreet moet worden samengewerkt.

Het intentieprotocol is erop gericht de uitwisseling tussen beide regeringen te versterken op een aantal sleuteldomeinen zoals de verlenging van de levensduur van de reactoren, de ontwikkeling van nieuwe projecten, waaronder de Franse SMR's, onderzoek en innovatie, strategische bevoorradingsketens en opleiding en vaardigheden.

Kernenergie – en voor ons is dit een open deur intrappen – mag niet alleen een transitie-instrument worden, maar moet een industriële en wetenschappelijke pijler blijven en worden voor de toekomstige generaties.

Kunt u aan de commissie toelichting geven bij de thematische werkgroepen, die hopelijk al geïnstalleerd zijn, inzake de door mij geschetste vijf thematische samenwerkingen? Hebt u informatie over de beoogde periodiciteit van de samenkomsten? Wat zijn de concrete beoogde projecten van de vijf thema's en wat is het tijdspad?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Ravyts, de intentieverklaring die ik op 23 juli jongstleden samen met mijn Franse ambtgenoot heb ondertekend, legt een breed samenwerkingskader vast dat 15 thema’s omvat. Het gemeenschappelijke engagement betekent ook een belangrijke politieke stap op het kruispunt van twee realiteiten: een paradigmaverschuiving op het vlak van energie in België en een Europese dynamiek die gericht is op de herbevestiging van de strategische soevereiniteit in de context van geopolitieke instabiliteit. Het is daarom van groot belang dat die samenwerking zorgvuldig en nauwgezet wordt uitgewerkt, zodat de gezamenlijke meerwaarde maximaal kan worden benut.

De praktische modaliteiten voor de uitvoering van het intentieprotocol worden momenteel uitgewerkt. Een evaluatie van de vooruitgang is om de twee jaar gepland conform de intentieverklaring. Dat engagement moet resulteren in een duidelijke meerwaarde voor beide landen, die elk beschikken over een sterke traditie en expertise op het gebied van kernenergie en elkaar in dat domein wederzijds kunnen versterken.

Kurt Ravyts:

Mijn vraag komt inderdaad misschien wat te vroeg om een heel concreet antwoord van u te kunnen krijgen. Ik heb begrepen dat de uitvoering van de overeenkomst tweejaarlijks wordt geëvalueerd. Ik zal uiteraard bijvoorbeeld volgend jaar toch even bij u naar de concrete resultaten polsen.

De verlenging van de levensduur van Doel 4 en Tihange 3 met 20 jaar
De rol van EDF in het eigenaarschap en de uitbating van nucleaire productie-eenheden in België
De onderhandelingen met EDF over de kerncentrales
Duurzaam beheer en verlenging van Belgische kerncentrales met EDF

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De MR vraagt duidelijkheid over het toekomstige eigenaarschap van Belgische kerncentrales, met twijfels bij de huidige *Phoenixdeal* (met EDF/ENGIE) en de wenselijkheid van staats- of private eigendom, vooral gezien geruchten over een volledige overname door schuldenbelaste EDF. Minister Bihet bevestigt het regeerakkoord (4 GW nucleair in 2025), benadrukt Belgische verankering (kennisbehoud, werkgelegenheid, bevoorradingszekerheid) en ontwijkt concrete onderhandelingen, verwijzend naar lopende gesprekken die niet publiek worden gemaakt. Ravyts dringt aan op overheidsbetrokkenheid als eigenaar (zoals in Frankrijk), maar de minister houdt vast aan stapsgewijze besluitvorming zonder media-commentaar. De kernvraag—of de persberichten over EDF-overeenkomsten kloppen—blijft onbeantwoord.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, uw antwoord zal wellicht ook weer heel kort zijn. Dat begrijp ik wel. Als we de pers mogen geloven, zou er een package deal met EDF de maak zijn waarbij de Fransen niet alleen Tihange 1 maar ook het resterende nucleaire park in België volledig zouden overnemen. Weer anderen spreken dat in de media tegen, aangezien EDF volgens Franse instanties heel veel schulden heeft en zo’n aankoop niet aan zou kunnen.

Los van het concrete dossier, hoe ziet de MR het eigenaarschap van de kerncentrales? Is het uw mening dat de Phoenixdeal, die u van een vorige regering hebt geërfd, misschien voor u niet de ideale constellatie is? EDF is een staatsbedrijf, wat een ander verhaal is. Wilt u dat anderen dan de Belgische overheid eigenaar worden van het nucleaire park, bestaande en toekomstige centrales inbegrepen, en dat de exploitatie dus uiteraard niet voor de Belgische Staat is? Is dat al dan niet uw ideale model?

Daarover zouden wij heel graag duidelijkheid krijgen. Stel immers dat de pers gelijk heeft en dat EDF ter zake een rol zou spelen, dan zouden we ons uiteraard in een heel ander scenario bevinden dan met de vivaldiregering.

Oskar Seuntjens:

Door het feit dat u moest lachen bij het begin van de vraag, mijnheer de minister, kan ik al raden wat uw antwoord zal zijn. Ik heb eigenlijk niet veel toe te voegen aan wat de vorige spreker gevraagd heeft.

Er zijn berichten verschenen in de media dat er meerdere kerncentrales overgenomen zouden worden. Ik heb de volgende praktische vragen. Is er onderhandeld? Hoe vaak was ENGIE daarbij betrokken? Wat is de impact op de Phoenixdeal? Speelt BeNuc een rol in het verhaal?

Wat is – dit is de kernvraag - de waarachtigheid van de persberichten?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, kunnen we de pers nog geloven of niet?

Mathieu Bihet:

U verwijst naar verklaringen in de pers, onder meer toegeschreven aan de CEO van ENGIE, betreffende een mogelijke levensduurverlenging met 20 jaar van Doel 4 en Tihange 3. U verwijst ook naar een uitspraak van de directeur van EDF waarin interesse voor Doel 4 en Tihange 3 werd vermeld.

Ik herinner er vooreerst aan dat het regeerakkoord van 3 februari 2025 een duidelijk traject vastlegt: het verzekeren van een nucleaire capaciteit van ongeveer 4 gigawatt in onze elektriciteitsmix, in overeenstemming met de wet van 17 mei 2025, die een einde maakt aan het algemeen verbod op de exploitatie van nieuwe nucleaire capaciteit of bestaande nucleaire centrales.

Mijnheer Ravyts, ik waardeer uw verwijzing naar het belang van Belgische verankering, in het bijzonder in handen van de Belgische Staat. Bij de ontwikkeling van kernenergie lijkt ons het behoud van een Belgische verankering met het oog op de compensaties noodzakelijk.

En matière de recherche et de développement, je pense, par exemple, au SCK CEN et à son projet de SMR-LFR et au consortium Eagles. Dans nos compétences en matière d'ingénierie et d'exploitation, nos talents ne sont plus à négliger. Enfin, l'énergie nucléaire, ce n'est pas que des centrales ou des réacteurs, mais cela recouvre également tout le cycle du combustible nucléaire, tant l'approvisionnement en matière en amont que la gestion du combustible usé en aval, là où nous avons aussi conservé du know-how .

De centrale elementen blijven de bevoorradingszekerheid van het land, wat een uitdaging zal vormen voor de komende 25 jaar in het licht van de jongste studie van het Planbureau, de bijdrage van kernenergie aan onze klimaatdoelstellingen, de herindustrialisatie, de werkgelegenheid en het behoud van de competitiviteit van de ondernemingen en van de koopkracht van de huishoudens. De federale regering neemt hierin haar verantwoordelijkheid volledig op. We gaan stap voor stap vooruit en zullen onze verbintenissen waarmaken.

Vous l’aurez compris, tant sur ce sujet que sur le précédent, et au regard des discussions que nous menons actuellement, nous souhaitons leur laisser toutes les chances d’aboutir. C’est pourquoi nous évitons les commentaires surabondants et parfois inutiles, d’une part, concernant les fuites parues dans la presse à propos d’entreprises cotées ou non cotées et, d'autre part, par rapport à des stratégies industrielles qu’elles pourraient développer. Il s’agit de propos qui engagent directement l’entreprise cotée ainsi que le directeur d’EDF. Nous ne les commenterons donc pas.

Comme je l’ai déjà indiqué – et comme je l’ai répété à de nombreux journalistes –, des discussions sont en cours. Nous ne commenterons pas leur contenu, mais je me suis permis de vous rappeler ces quelques éléments tout de même.

Voorzitter:

Mijnheer Ravyts, ik onthoud dat discretie de moeder van de vooruitgang is, maar misschien denkt u er anders over.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik denk daar niet anders over, maar los van wat er in de pers is verschenen, als het de arizonaregering menens is met een nucleaire renaissance en het aantrekken van nieuwe industriële projecten op het vlak van kernenergie, dan is de vraag pertinent of de overheid nog geïnteresseerd is om gedeeltelijk ook in het eigenaarschap te stappen. In sommige landen is dat het geval, kijk maar naar onze zuiderburen, om nog maar te zwijgen van bijvoorbeeld pensioenspaarfondsen. Dus zo denkbeeldig is zo’n maatregel niet. Dat is geen sciencefiction. Ik kan natuurlijk al vermoeden welke richting de regering zal uitgaan. Daarover kan in de plenaire vergadering nog worden gediscussieerd.

De daling van de olie- en gasprijzen
De rationalisering van ons energieverbruik
Duurzame energie en efficiënt verbruik

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister bevestigt dat de tijdelijke daling van olie- en gasprijzen (door geopolitieke factoren en LNG-capaciteit) geen structurele oplossing biedt, gezien de blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en stijgende mondiale vraag. Hij benadrukt dat energiebeleid vooral gewestelijk is, maar dat de federale regering inzet op koolstofarme energie, efficiëntie (bv. CRM voor betere technologieën) en prijsstabiliteit via langetermijncontracten en maximumprijzen voor aardolieproducten. Fiscale maatregelen (zoals lagere BTW op warmtepompen) moeten de transitie versnellen zonder competitiviteit of koopkracht te schaden. Seuntjens erkent het antwoord, maar vreest een vals gevoel van veiligheid door de prijsdaling.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, onlangs las ik voor de verandering nog eens positief nieuws in de kranten, want er wordt een daling van de olie- en gasprijzen verwacht. Dat schrijft het IEA, het Internationaal Energieagentschap. Ik dacht eerst dat de prijsdaling te wijten was aan een schitterende maatregel die u had genomen, maar experten verduidelijkten meteen dat de daling het gevolg is van een aantal geopolitieke en internationale spelletjes. Dat is misschien niet het juiste woord, maar de prijsdaling zou het gevolg zijn van een aantal strategische beslissingen in de wereldpolitiek en de energiepolitiek.

De experten wezen echter meteen ook op het risico, want die prijsdaling kan ons verblinden voor nog steeds bestaande gevaren. We zijn immers nog altijd afhankelijk van fossiele brandstoffen. Net vanwege dat altijd bestaand risico, moeten we daaraan verder werken. U knikt, dus u bent het met mij eens. Dat is geweldig.

Mijnheer de minister, hoe analyseert en evalueert u de voorspelde daling van de energieprijzen? Erkent u dat, zonder bijkomende maatregelen, deze periode misschien een vals gevoel van zekerheid creëert? Volgens experten is die prijsdaling immers toch maar tijdelijk. Tot slot, welke strategie – u hebt daarop daarnet al gedeeltelijk geantwoord – zal de regering volgen om zo snel mogelijk komaf te maken met fossiele brandstoffen?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Seuntjens, ik vestig de aandacht van de commissie op het feit dat rationeel energiegebruik bijna volledig een gewestelijke bevoegdheid is. Het zijn immers de gewesten die beschikken over de bevoegdheden inzake onderzoek en innovatie, renovatie van gebouwen, energie-efficiëntie in transport en industrie.

De wereldwijde energievraag vertoont al geruime tijd een stijgende trend en dat in alle modellen van internationale instellingen. Het kernpunt om te onthouden is dat de meeste landen nog in ontwikkeling zijn en dat die ontwikkeling een enorme energieconsumptie met zich meebrengt. De uitdaging is om die stijging op te vangen met een maximaal aandeel koolstofarme energie, zodat we binnen de krijtlijnen van het klimaatakkoord van Parijs blijven.

(…) merken we dat het grootste deel van onze energiemix nog steeds op olie en gas is gebaseerd. Daarom geeft de regering de voorkeur aan een energiebeleid dat steunt op een maximaal aandeel koolstofarme energie, terwijl we tegelijk de optimalisatie van het energiesysteem vergroten, onder meer via de optimalisatie van het energieverbruik en het net.

We zijn niet immuun voor gebeurtenissen of verstoringen die de prijs van aardgas beïnvloeden. Er bestaan echter instrumenten waarmee ons gassysteem de gevolgen van deze verstoringen kan beperken.

M. Lejeune m'avait aussi posé une question, même s'il n'est plus là.

À l'échelle mondiale, les nouvelles capacités de production GNL contribuent à la diminution attendue du prix du gaz et améliorent les alternatives en cas d'interruption d'une source d'approvisionnement. Au plan national, le prix des produits pétroliers est régulé par un système de prix maximum, fixé dans un contrat-programme entre l' É tat belge et la Fédération Energia. Ce dispositif tient compte des fluctuations des prix des produits sur les marchés internationaux et permet donc d'atténuer les effets d'une hausse brutale des prix sur ces derniers. Le marché du gaz naturel étant libéralisé, ce sont des acteurs privés du marché qui développent leur propre stratégie d'approvisionnement, y compris la conclusion de contrats à long ou court terme.

Wat de bevoorradingszekerheid en prijsstabiliteit betreft, hebben langetermijncontracten in feite een positief effect omdat ze het mogelijk maken afstand te nemen van de groothandelsmarkt die onderhevig is aan dagelijkse schommelingen van beschikbare volumes en prijzen. Er dient in dezen een optimum te worden gevonden.

Enfin, à notre niveau et malgré les leviers institutionnels très réduits dont nous disposons, nous avons déjà pris des mesures afin de favoriser l'efficacité énergétique.

Par exemple, les mesures fiscales visant à augmenter la TVA sur le charbon et diminuer celle sur les pompes à chaleur vont dans le sens de la transition énergétique. Nous continuons en ce sens, en veillant à ne pas entamer la compétitivité des entreprises ni le pouvoir d'achat des ménages. Un autre exemple, encore: dans le cadre du CRM, des technologies plus efficientes sont contractées plutôt que des vieilles technologies avec un mauvais rendement énergétique.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, aanvankelijk vreesde ik dat u alleen naar een andere bevoegdheid zou verwijzen, maar ik bedank u voor uw omstandig antwoord.

Het sociaal tarief
De hervorming van het sociaal energietarief
De stand van zaken met betrekking tot de hervorming van het sociaal tarief
Het sociaal energietarief en de hervorming ervan

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De hervorming van het sociaal energietarief – gebaseerd op inkomen in plaats van statuut – wordt voorbereid, maar loopt vertraging door complexe factoren zoals de ETS2-kosten (CO₂-prijzen vanaf 2027), een nog uitstaande accijshervorming en bevoegdheidsverdeling met de gewesten. Minister Bihet bevestigt dat de doelstelling van 1 januari 2026 onhaalbaar is en dat de reform moet budgetneutraal, inkomensgebaseerd en technologieneutraal zijn, met overleg met sociale partners, maar zonder garantie dat alle huidige begunstigden behouden blijven. Kritiek punt is dat de energieprijs voor kwetsbare groepen onvoldoende daalt, terwijl de energietransitie (bv. overschakelen van mazout) extra druk legt op huishoudens. De oproep blijft om snel een eerlijker systeem te realiseren, maar concrete stappen ontbreken nog.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, op 24 april keurde de Kamer een resolutie goed die pleit voor een hervorming van het sociaal energietarief. De kern van de vraag is eenvoudig: het tarief moet rechtvaardiger worden. Daarbij moet men niet alleen naar het statuut kijken, maar effectief naar het inkomen van iemand, ongeacht of dat voortkomt uit loon of uit vermogen.

Meneer de minister, hoe ver staat het met de voorbereidingen van die hervorming? Wat is er gebeurd sinds de goedkeuring van de resolutie? Kunt u bevestigen dat de vooropgestelde timing van 1 januari 2026 nog altijd haalbaar is?

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, dans l'accord de gouvernement, vous indiquez vouloir mettre en place une reforme budgétairement neutre du tarif social de l'énergie. Vous indiquez aussi vouloir remplacer ce tarif régulé par une prime forfaitaire qui serait basée sur les revenus et non sur le statut. Il faut préciser que ce n'est pas parce que la réforme est neutre pour le budget de l'État qu'elle le sera pour celui des familles en risque de précarité énergétique, à savoir plus d'une famille sur cinq actuellement en Belgique.

Nous sommes favorables au fait que le tarif social soit octroyé sur base d'un revenu, et pas seulement sur base du statut. Toutefois, si une réforme du tarif social revient à exclure une part des bénéficiaires actuels, il s'agirait clairement d'un recul social. Par ailleurs, cela ne règlerait rien au fait que l'énergie reste chère pour l'ensemble de la population et n'assurerait pas non plus l'avenir de notre industrie en Belgique.

Monsieur le ministre, avez-vous avancé dans votre projet de réforme du tarif social? À quelle échéance envisagez-vous de déposer un projet de loi? Confirmez-vous vouloir remplacer le tarif régulé par une prime forfaitaire malgré les critiques émises par la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG)? Confirmez-vous que vous souhaitez remplacer le tarif social par un tarif qui serait basé sur les revenus et non pas sur le statut? Dans le cas d'un nouveau tarif social basé sur le revenu, quel serait le niveau de revenu pris en compte pour y avoir accès?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, er zijn al veel zaken gezegd. Er is een resolutie van de Kamer die een aantal zaken vraagt: een hervorming die budgetneutraal is, die technologieneutraal is en die kijkt naar de tariefpremie in plaats van naar de huidige tarieven.

Enerzijds is er niet zoveel duidelijkheid of de timing wel gehaald wordt en anderzijds wordt er wel eens gezegd dat de bevoegdheidsverdeling maakt dat er beperkingen zijn die een impact kunnen hebben op de mogelijkheid die hervorming uit te voeren.

Mijn vragen zijn de volgende. Wat is de stand van zaken van de hervorming van het sociaal tarief? Hebt u er al met uw gewestelijke compagnons over gesproken?

Mathieu Bihet:

Op 24 april 2025 werd een resolutie aangenomen over de hervorming van het sociaal energietarief. Ze vraagt een hervorming voor te stellen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, met het oog op de uitvoering van de nieuwe maatregelen op 1 januari 2026.

Le même jour a été déposée la note de politique générale pour l’année 2025, qui ne reprend pas le délai du 1 er janvier 2026. Je m’en tiens donc pour le délai à la note de politique générale, qui a d’ailleurs été approuvée par cette noble commission.

Deze beleidsnota omvat de argumenten van de regering ter zake en wijst op het volgende.

"Nous examinons une réforme budgétairement neutre du tarif social de l'énergie et des interventions du Fonds Social Chauffage visant à établir une intervention forfaitaire plus transparente basée sur le revenu et le patrimoine, et technologiquement neutre. Cette réforme veillera à éviter des effets secondaires indésirables, notamment en ce qui concerne la distinction entre travailleurs et non-travailleurs."

Elle précise aussi que la réforme devra veiller à ce que les mesures soient adaptées aux besoins.

Dat betekent dat het bedrag van het forfait rekening zal moeten houden met de tarieven. De hervorming van de sociale tarieven vereist overleg, met name met organisaties voor consumentenbescherming, de vakbonden, de sociale diensten en het Sociaal Verwarmingsfonds, zoals vermeld in mijn antwoord op 1 juli op de vraag van de heer Wollants.

La Direction générale de l' é nergie qui gère le tarif social dit "classique", à savoir celui dont les personnes raccordées au réseau électrique et gaz bénéficient, a apporté ses réflexions. Je profite des questions qui me sont à nouveau posées pour corriger une erreur. Il s'agit de quelque chose qui a été mal dit, ou mal traduit lors de la commission du 1 er juillet. Le tarif social étant financé par les accises, ce dossier est lié au tax shift sur l'énergie. Pourquoi? Il est nécessaire de connaître de nombreux paramètres avant d'entamer une réforme, sinon celle-ci risque d'être injuste. La taxation de l'énergie est un élément. Le ministre des Finances doit encore mettre au point ce tax shift au profit de l'énergie décarbonée et au détriment de l'énergie plus carbonée. Dans le même temps, l'ETS2, le système d'échange de quotas d'émission qui entrera en vigueur en 2027, impactant les coûts de chauffage des bâtiments et le transport routier, est un élément à prendre en considération également. Son coût réel n'est pas encore fixé, mais les estimations indiquent que le prix du CO 2 pourrait atteindre 45 euros la tonne au lancement, au minimum. Cela se traduira par une hausse des prix des carburants et du gaz pour les ménages. Il ne convient pas de mettre en place une réforme du tarif social pour qu'ensuite les taxes environnementales viennent reprendre d'une main ce que l'on a donné de l'autre. Il faut chercher de la cohérence dans cette réforme.

In het kader van de energietransitie is het van belang het sociaal tarief voor energie te behouden.

Je le dis aussi en français: il est important de maintenir le tarif social de l'énergie. Il n'y a pas de doute là-dessus.

Wanneer de kwetsbare burgers op regionaal niveau geholpen kunnen worden de transitie te maken, van bijvoorbeeld mazout naar elektriciteit, en bij die omschakeling nadien kunnen genieten van het sociaal tarief voor dit product, dan gaan de federale en regionale maatregelen hand in hand. De hervorming moet holistisch aangepakt worden, pour reprendre les propos de M. Seuntjens.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wij zijn het volledig eens dat de zaak ernstig moet worden aangepakt. Ik hoor dat er nog een paar obstakels op de hervormingsweg liggen.

Wij moeten in ieder geval de mensen perspectief bieden, des te meer aangezien de koude wintermaanden stilaan dichterbij komen. Er is een sterk sociaal tarief, dat reeds werd hervormd door de vorige regering, van toepassing. De arizonaregering moet nu de volgende stap zetten om het systeem nog eerlijker te maken en ervoor te zorgen dat het sociaal tarief terechtkomt bij wie het echt nodig heeft. Daarbij moet worden gekeken naar het inkomen, ongeacht de bron. Dat doet er uiteindelijk niet toe. Het geld moet terechtkomen bij de meest kwetsbaren in onze samenleving.

Met de begrotingsbesprekingen in het achterhoofd, waarbij wij moeilijke maar moedige keuzes zullen moeten maken, is het ook heel erg belangrijk dat wij snel werk maken van een eerlijk sociaal energietarief, zodat de mensen zich de komende moeilijke en duurdere wintermaanden door de overheid gesteund weten. Ik doe een oproep om samen met alle partners, die er van ver of dichtbij bij betrokken zijn, er daadwerkelijk werk van te maken en de mensen perspectief op een eerlijke en betaalbare energiefactuur te geven.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, si je comprends bien, vous avez l'intention d'instaurer la taxe carbone avec l'ETS 2, de réformer les accises et, après seulement, de réformer le tarif social. Ce ne sera pas avant 2027 si c'est fait dans cet ordre-là. Le cd&v avait pourtant prévu tout cela pour janvier 2026!

Le prix de l'énergie reste trop élevé pour l'ensemble des travailleurs. La solution toute simple serait de bloquer les prix. Mais ça n'arrivera pas! Je crains que ce soit le plan de votre gouvernement. Il faudrait plutôt prévoir un contrôle et un blocage des prix pour garantir des prix accessibles à toutes les familles et garantir l'avenir de l'industrie.

Monsieur le président, j'avais quatre questions jointes au dernier point de notre ordre du jour. M. le Ministre m'a dit qu'elles étaient transmises au ministre Benders.

Mathieu Bihet:

Non, ce n'est pas exactement cela! Il m'a été confirmé que ces questions ne relevaient pas de mes compétences. Elles sont à l'ordre du jour car elles sont parvenues hier, juste avant l'échéance de 11 heures, mais trop tard pour être transférées.

Selon l'administration, ces question relèvent du ministre en charge de la Protection des consommateurs. Il faut donc les lui envoyer, ce qui n'a pu se faire parce que les questions sont arrivées juste avant l'échéance.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, il n'y a vraiment pas de souci Il faut que ce soit inscrit dans le rapport, tout simplement. Ainsi, on saura qu'elles pourront être transférées au ministre Beenders.

Mathieu Bihet:

Je suivrai la procédure pour confirmer qu'elles ne relèvent pas de mes compétences.

Les quatre réponses sont prêtes et je peux vous les transmettre par écrit, ce qui confirmera que ces questions ne doivent pas m'être adressées.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de hervorming van het sociaal tarief wordt zo natuurlijk een zeer complexe aangelegenheid. Ik ben het met u eens dat de aangehaalde elementen een effect hebben en dat er moet worden bekeken op welke manier het sociaal tarief zijn plaats in het geheel heeft. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat het sociaal tarief zoals het vandaag bestaat, een rem is op de energietransitie en dat is geen goede zaak. Wie het sociaal tarief geniet en vervolgens de terugverdientijd van bepaalde energiebesparende maatregelen berekent, komt tot de vaststelling dat die terugverdientijden vaak zeer lang zijn. Ik kijk uit naar de werkzaamheden rond het sociaal tarief; ik vrees in ieder geval dat de weg langer is dan we denken.

Het intergouvernementele samenwerkingsakkoord over energie

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De coördinatie tussen federale en regionale energiestrategieën blijft problematisch door gebrek aan synchronisatie (Wallonië loopt vooruit, Vlaanderen hinkt achter, federaal PNEC werd zonder input vastgelegd). Minister Bihet bevestigt dat het Haut Conseil pas advies kan geven *na* de vorming van de Brusselse regering (blokkerende factor) en dat een interfederaal energiepact dan pas concreet wordt voorbereid, met een *prognosestudie* (eerste versie begin 2026) als basis voor langetermijnstrategie en toekomstige PNEC-updates. De minister belooft wel strategische afstemming tussen regionale plannen en federaal beleid, maar concrete deadlines of invloedsmechanismen voor het Haut Conseil ontbreken. Kernpunt: politiek stilstand (Brussel) vertraagt essentiële afspraken, terwijl de Europese gelofwaardigheid en transparantie voor burgers en bedrijven onder druk staan.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, l'accord de gouvernement a annoncé la conclusion d'un accord de coopération entre le fédéral et les Régions afin d'assurer une cohérence dans la stratégie énergétique et climatique de notre pays. Or, à ce jour, force est de constater que l'articulation entre les niveaux de pouvoir reste encore incertaine. La Wallonie avance avec son plan intervectoriel, la Flandre semble rester en retrait et le fédéral a adopté le Plan national Énergie-Climat (PNEC) en juin, sans attendre l’input de votre Haut Conseil. Ce manque de synchronisation fragilise à la fois notre crédibilité européenne et la lisibilité de la transition énergétique pour les citoyens comme pour les acteurs économiques.

Monsieur le ministre, comment le Haut Conseil pour l’approvisionnement énergétique s'associera-t-il à la préparation du prochain accord de coopération intergouvernemental, essentiel pour notre pays? Quelle a été votre action pour voir cet accord de coopération intergouvernemental concrétisé? Quel est l'état de la situation? Quelles compétences précises de votre département seront-elles mises à contribution pour assurer l'articulation entre le rapport attendu du Haut Conseil, les plans régionaux et la contribution du PNEC? Quel calendrier concret fixez-vous pour que le Haut Conseil puisse réellement influencer la stratégie énergétique fédérale plutôt que d'arriver une fois les décisions déjà prises? Quels sont les échéanciers prévus en la matière?

Mathieu Bihet:

Monsieur Frank, pour répondre à votre première question, suivant le calendrier de mise sur pied du Haut Conseil, ce dernier pourra remettre un avis et des recommandations sur les mesures à inclure dans l'accord de coopération.

Pour répondre à la deuxième, dès que le gouvernement bruxellois sera formé, les travaux relatifs à un pacte énergétique interfédéral et à l'accord de coopération correspondant débuteront. On ne peut conclure un accord avec un gouvernement qui, à ce stade-ci, n'a plus la légitimité démocratique d’un gouvernement de plein exercice.

Pour votre troisième question, mon administration développe à ce stade un projet d'étude prospective multivectorielle qui sera publiée prochainement. Cette étude, dont une première version est attendue début 2026, et ses mises à jour seront des contributions utiles pour le Haut Conseil. Elles nous aideront à définir la stratégie énergétique à long terme et à revoir au mieux les prochaines mises à jour du PNEC. Mon administration, et le Haut Conseil en particulier, m'aideront également dans les discussions utiles d'articulation des visions stratégiques des plans des Régions et le PNEC.

Enfin, sur la quatrième question relative au Haut Conseil, j’y ai répondu tout à l’heure. Je vous remercie.

Luc Frank:

Je suis content de la réponse. Nous attendons de voir. Merci.

De energienorm en de verlaging van de transmissienettarieven
De stand van zaken met betrekking tot de energienorm
De energienorm
De energienorm en transmissienettarieven

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmissienettarieven voor energie-intensieve industrie stegen met 80%, ondermijnend hun competitiviteit, terwijl een eerdere wetswijziging zonder EU-overleg (staatssteuncheck) nu blokkeert door juridische bezwaren van de Europese Commissie. Minister Bihet bevestigt dat de huidige aanpak (via staatsbudget in plaats van energiefactuur) onhaalbaar is en werkt aan een nieuwe legale oplossing via het EU-kader voor schone industrie (Clean Industrial Deal), met lopende coördinatie met Brussel, maar concrete timing ontbreekt. Critici hekelen het slechte beleid van de vorige regering (geïmproviseerd amendement) en dringen aan op snelle, juridisch waterdichte alternatieven, zoals accijnsaanpassingen—al zijn die voor de doelgroep minder haalbaar. De 126 miljoen euro aan toegewezen compensatiebudget (stijgend naar 165 miljoen in 2029) blijft onbenut zolang geen koninklijk besluit wordt goedgekeurd.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, er wordt al een geruime tijd gesproken over een potentiële verlaging van de transmissienettarieven om de competitiviteit van de energie-intensieve industrie te kunnen verzekeren, nadat de transmissienettarieven als gevolg van het beleid van de afgelopen jaren met 80 % stegen.

Tegelijkertijd bereiken signalen de markt dat de Europese Commissie daarvoor op de rem staat, onder andere omdat de vorige minister wel een amendement liet goedkeuren om de wet te wijzigen, maar totaal naliet om ook het nodige traject met de Europese Commissie op het vlak van staatssteun op te starten.

Het gevolg lijkt nu te zijn dat het zeer moeilijk is om een doorbraak te realiseren, omdat de Europese Commissie aanstoot neemt aan het feit dat men wel de wet heeft gewijzigd, maar niet heeft gevraagd om de kwestie van de staatssteun op te lossen.

Daar staat tegenover dat men ook naar andere methodieken zou kunnen kijken om de broodnodige verlaging van de energiekosten voor die doelgroep te realiseren, bijvoorbeeld het Clean Industrial Deal State Aid Framework. Andere suggesties die de ronde doen zijn het gebruik van accijnzen om dat doel te bereiken, al is dat voor de betrokken doelgroep wellicht onmogelijk, omdat zij al het minimum van de voor hen geldende accijnzen betalen.

Mijnheer de minister, het is dus dringend tijd om een stand van zaken op te maken. Ten eerste, wat is de stand van zaken van het project inzake de energienorm en de gesprekken daarover met de Europese Commissie? Ten tweede, klopt het dat er problemen zijn gerezen door de onoordeelkundige manier waarop de vorige regering in dat dossier te werk is gegaan? Ten derde, welke alternatieve pistes worden momenteel bewandeld? Wat zijn daarvan de krachtlijnen?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, la compétitivité de l’industrie belge est aujourd’hui mise à mal par la flambée des tarifs de transition, qui ont presque doublé en un an, et par le fait que les prix de l’électricité en France restent nettement plus bas. Cette thématique est bien connue.

La CREG a d’ailleurs, dans un avis du 27 juin, rappelé l’urgence d’activer la norme énergétique, un mécanisme permettant de compenser partiellement les surcoûts pour les grands consommateurs industriels, à condition qu’ils s’engagent à réduire leurs émissions de CO ₂ . Un budget a m ê me é t é pr é vu et s'élève à 126 millions d ’ euros cette année, montant qui doit atteindre environ 165 millions d’euros d’ici 2029.

Pourtant, à ce jour, aucun arrêté royal n’a été pris pour rendre ce mécanisme effectif. Les fédérations patronales espéraient que cette mesure fasse partie des accords d’été du gouvernement, mais cela n’a pas été le cas. Vous avez indiqué avoir soumis le projet à la Commission européenne afin de sécuriser sa légalité. C'est une bonne chose car toute erreur pourrait, rappelons-le, exposer les entreprises à un risque de remboursement si l’aide était jugée incompatible avec les règles européennes.

Cependant, la Commission européenne a exprimé certaines réserves, notamment sur le fait que la compensation se ferait via le budget de l’État et non via la facture d’énergie, ce que le gouvernement voulait justement éviter pour ne pas faire peser ce coût sur les ménages et les PME.

Vous avez également mentionné que le nouveau cadre européen de juin dernier, qui autorise certaines formes de soutien aux industries fortement électro-intensives à condition qu’elles investissent dans la décarbonation, pourrait ouvrir une fenêtre d’opportunités. Mais, jusqu’ici, aucune échéance concrète n’a été donnée.

Monsieur le ministre, quand le gouvernement compte-t-il concrètement adopter un arrêté royal afin d’activer la compensation tarifaire ou tout autre type de mécanisme pour atténuer le prix final de l'électricité de notre industrie?

Quelles garanties pouvez-vous offrir quant au respect du calendrier et à la mise en place rapide de ce mécanisme?

Mathieu Bihet:

Geachte Kamerleden, in eerste instantie wil ik u bedanken voor uw vragen over dit zeer belangrijke onderwerp.

Mijn wil, en die van de regering, is altijd duidelijk geweest. Onze elektro-intensieve industrie lijdt onder hoge energiekosten, en haar competitiviteit staat onder druk.

Comme vous l'avez très justement mentionné, monsieur Frank, la stabilité juridique de ce dossier est essentielle, car ni vous, ni moi, ni les entreprises, ni encore aucun membre de cette commission ne voulons prendre le risque de devoir rembourser l'aide qui a été fournie. C'est principalement cette piste que la CREG examine dans son avis du 27 juin en ce qui concerne la sauvegarde de la compétitivité des entreprises. Par conséquent, nous avons en effet présenté ce dossier à la Commission, qui a été très surprise de découvrir la modification de la base légale opérée par le précédent gouvernement, à savoir l'article 12 quinquies . Comme vous l'avez très justement expliqué, celle-ci présente des difficultés majeures en vertu des règles européennes.

Enerzijds vallen de transmissienettarieven onder de exclusieve bevoegdheid van de onafhankelijke regulator. Overeenkomstig de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie valt de bepaling van de nettarieven onder de exclusieve bevoegdheid van de nationale onafhankelijke regulator, de CREG, en voldoet een ingreep via het koninklijk besluit voor die compensatie, zelfs met de goedkeuring van de CREG, niet aan die vereiste. Anderzijds is de financiering via de begroting van de staat ook problematisch.

Mais, comme j’ai tendance à le dire, il ne sert à rien de pleurer sur le lait renversé. Nous ne laisserons pas tomber nos entreprises. Nous travaillons actuellement à une nouvelle modification légale qui soutiendrait nos entreprises tout en garantissant la sécurité juridique.

Le nouvel encadrement en matière d’aides d’État en faveur d’une industrie propre permet des nouvelles possibilités mais nécessite néanmoins une coordination avec les services de la Commission européenne pour sa mise en œuvre. Sa coordination est en cours. Je vous remercie.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het is jammer dat de vorige minister niets beter heeft gevonden dan twintig minuten voor aanvang van de commissievergadering een amendementje op tafel te leggen dat niet was doorgesproken met de Europese Commissie, dat niet doordacht was en dat nu ook geen resultaat oplevert.

Wij moeten verder. We moeten een manier vinden om de transmissienettarieven te verlagen, want al sinds januari betalen onze industriëlen een tarief dat 80 % hoger ligt dan het jaar voordien. Geen wonder dat onze industrie in de problemen komt op dat vlak. We kijken dus heel erg uit naar de wetswijziging die u voorstelt om daarop een antwoord te bieden. Ik hoop dat er tegen de volgende vergadering al wat meer details bekend zijn over de vorm die dat aanneemt en ik hoop dat, zoals u aangeeft, de coördinatie met de Europese Commissie op een goede manier gebeurt, zodat we het broddelwerk van uw voorgangster niet herhalen.

Luc Frank:

Je ne vais pas répéter les propos de mon collègue Bert Wollants, mais je suis à 200 % d'accord avec lui.

Het Federaal Energie- en Klimaatplan
De indiening van een geïntegreerd Nationaal Energie- en Klimaatplan bij de Europese Commissie
Het FEKP en de impact ervan op de reductie van de broeikasgasuitstoot
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Federaal Energie- en Klimaatplan en de impact ervan op de vermindering van broeikasgassen
Nationale en federale energie- en klimaatplannen voor broeikasgasreductie

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 23 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De federale bijdrage aan het Belgisch Klimaat- en Energieplan (PFEC 2025) wordt zwaar bekritiseerd omdat ambities drastisch zijn afgebouwd: doelstellingen voor hernieuwbare energie (o.a. wind op zee teruggebracht van 3,5 GW naar 2,2 GW), klimaatneutrale gebouwen (uitstel van 2040 naar 2050), en sociale maatregelen (precariteit, vorming) zijn verwaterd of geschrapt, terwijl concrete CO₂-reductiecijfers ontbreken. Minister Crucke verdedigt het plan als een "basis voor verdere uitbouw", wijzend op interfederale afstemmingsproblemen en het ontbreken van een eenduidige methodologie om federale impact te meten, maar erkent dat België de EU-doelen voor hernieuwbare energie (33% vs. verwachte 20,4%) niet zal halen. Kritiek van oppositie en experten (o.a. Canopea, Planbureau) noemt het plan "leeg, onvoldoende ambitieus" en vraagt hoe België zijn internationale klimaatverplichtingen (47% reductie in 2030, neutraliteit in 2050) kan nakomen zonder bindende maatregelen of budgettaire toezeggingen. Het definitieve geïntegreerde nationale plan (PNEC) moet eind september 2024 bij de EU ingediend worden, maar blijft afhankelijk van gewestelijke plannen (Vlaanderen en Wallonië herzien nog) en onopgeloste financiële verdeling van emissiekosten.

Marie Meunier:

La contribution fédérale au Plan Énergie Climat a, enfin, été approuvée par le gouvernement. C'est en soi une bonne nouvelle car nous étions en retard. Qu'en est-il du contenu? Si on compare la version Arizona du 21 juillet 2025 et la version du 17 mai 2024 sous la Vivaldi, on voit que la structure du texte est identique. Un grand nombre de développements et de mesures sont aussi repris tels quels. Par contre, le nouveau document compte 90 pages – soit un tiers de moins que le précédent. Beaucoup de mesures sont retirées: que ce soit en matière d'énergies renouvelables, de lutte contre la précarité énergétique, d'ambition pour le rail ou pour les bâtiments de la Régie. Monsieur le ministre, je ne vais pas vous mentir, j'ai énormément de questions.

Pourquoi le PFEC 2025 de l'Arizona ne parle-t-il plus des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en Mer du Nord – les 3,15 à 3,5 GW à développer d'ici 2030?

Pourquoi avoir supprimé, en matière de recherche et développement, l'objectif de 10 % de budget affecté au climat et à l'énergie?

Pourquoi la lutte contre la précarité énergétique, qui était une priorité absolue dans l'ancien document, semble-t-elle aujourd'hui remise en cause?

Pourquoi avoir supprimé, sur le plan du marché du travail, le lien entre droit à la formation des travailleurs et climat?

Pourquoi les objectifs chiffrés en matière de fret – doubler le transport ferroviaire de marchandise d'ici 2030 – ont-ils disparu du document?

Pourquoi les objectifs pour le transport de passagers en train sont-ils revus à la baisse?

Pourquoi votre gouvernement repousse-t-il de 10 ans – on passe de 2050 au lieu de 2040 – les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules?

On a lu diverses réactions dans la presse – notamment celle de Canopea qui estime que "les ambitions climatiques sont tuées dans l'œuf". Le Pr Marek Hudon regrette aussi "une série de bullet points sans cadre global" et "des objectifs sans instrument pour les atteindre". Quelles sont vos réponses face à ces critiques?

Pourquoi l'État fédéral ne s'engage-t-il pas à un objectif chiffré pour 2030?

Pourquoi le document a-t-il été moins un travail de rédaction qu'un travail d'amputation, étant donné le résultat?

Enfin, pouvez-vous expliquer comment ce PFEC amoindri va permettre à la Belgique de rencontrer ses engagements internationaux pour 2030 et rendre notre pays climatiquement neutre d'ici 2050 avec tous ces points qui ont été retirés?

Je vous remercie pour vos différentes réponses.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, op 21 juli heeft de federale regering haar definitieve bijdrage aan het NEKP goedgekeurd. Deze federale bijdrage zou in de loop van de voorbije zomer worden samengesteld met de bijdragen van de gefedereerde entiteiten om een geïntegreerd nationaal plan 2030 op te stellen, dat dan eind september – binnenkort dus – aan de Europese Commissie zou moeten worden voorgelegd. U hebt daarover op 15 juli in de Kamer geantwoord: "Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen al dan niet zal behalen. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september." Dat is dus deze maand.

Wordt er nu, minister Crucke, een geïntegreerd Belgisch plan ingediend bij de Europese Commissie, of zullen opnieuw afzonderlijke klimaat- en energieplannen van elke entiteit worden ingediend, samen met een koepeltekst waarin België meldt dat de maatregelen voor de resterende emissieruimte later zullen worden bepaald, zonder dat die nu al aan een van de entiteiten worden toegewezen? Is er, daaraan gekoppeld, een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de mogelijke betaling van emissierechten? Als ik hoor dat u over de 90 %-doelstelling zonder problemen een akkoord bereikt, dan zal dat daarvoor ook wel het geval zijn, vermoed ik. Of ben ik nu een beetje stout?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik had ook een vraag over het Federaal Energie- en Klimaatplan dat deze zomer op 21 juli door de regering aangenomen werd.

We hebben dat gelezen. De collega heeft dat ook zeer aandachtig gelezen. Er is heel veel tekst geproduceerd, maar wat betekent dat nu concreet als men het uitdrukt in de vermindering van broeikasgassen? Dat heb ik niet gezien. Dat heb ik gemist. Met andere woorden, wat is de doorrekening in de tekst van het Federaal Energie- en Klimaatplan, wat de reductie betreft? En wat is de bijdrage van het federale aandeel aan de -47 %-doelstelling die voor België geldt? De federale overheid neemt natuurlijk maatregelen die meetellen voor de doelstellingen van de gewesten. Daarom vraag ik naar het geheel van de federale maatregelen die genomen worden. Wat is de impact daarvan op de vermindering van de broeikasgassen voor het federale beleid als geheel, ongeacht in welke doelstelling ze uiteindelijk intra-Belgisch verrekend worden?

Als u naar de volledige catalogus kijkt, welke maatregel heeft de meeste impact wat betreft CO ₂ -reductie en wat is de implementatietermijn daarvan? Voor de vivaldiregering was dat heel duidelijk, de elektrificatie van de bedrijfswagens was de maatregel met de meeste impact. Ik ben dus benieuwd welke maatregel in dit plan, in deze herziening, de grootste bijdrage levert aan de vermindering van de CO ₂ -uitstoot.

Wat mij verder is opgevallen – collega Meunier heeft dat ook aangehaald – is dat de doelstelling voor wind op zee eigenlijk verminderd is. Er is enkel nog sprake van 2,2 gigawatt die gerealiseerd zal worden. Gisteren nog maar, of eergisteren, is er een studie verschenen, deze keer van het Planbureau, die opnieuw aangeeft dat er weliswaar verschillende scenario’s zijn, maar dat een scenario met 8 gigawatt windenergie wel degelijk tot de goedkoopste kan behoren. Ik vraag me dan ook af of het Federale Klimaatplan, dat twee maanden geleden aangenomen werd, ondertussen niet gedateerd is. Heel het klimaatbeleid is immers gestoeld op het realiseren van de doelstellingen tegen zo laag mogelijke kosten. Ik begrijp wel waarom er nu voor 2,2 gigawatt is gekozen, namelijk wegens het energie-eiland dat op dít moment te duur is om te realiseren, maar dat sluit niet uit dat het op een later moment wel mogelijk wordt. Waarom wordt de piste van 8 gigawatt nu al volledig verlaten in plaats van te bekijken hoe kan worden gewerkt aan de modaliteiten van het energie-eiland?

Mijn vraag is dan ook welke gevolgen u zult verbinden aan de studie van het Planbureau en welke bijsturing u zult vragen aan de minister van Energie.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, avec l'accord de gouvernement, la contribution fédérale au Plan national É nergie-Climat (PNEC) a été validée. Certains parlent d'un plan raboté, qui a été mal reçu par le terrain. Je pense à l'association Canopea, qui s'est montrée très critique envers celui-ci, parlant d'un plan "au goût amer" et dénonce le fait qu'il nous éloigne davantage encore de l'ambition de placer la Belgique sur une trajectoire de décarbonation. D'autres voix parlent, de leur côté, d'un plan composé de " bullet points ", et j'en passe.

La Belgique aurait dû présenter ce plan dès le 30 juin 2024. Pour qu'un plan national puisse être soumis, chaque Région ainsi que le fédéral doivent d'abord approuver leur propre plan. Le 10 juillet, la Flandre a adopté un premier projet de note, mais doit encore valider son plan définitif. Quant à la Wallonie, elle disposait déjà d'un plan qui avait été approuvé, mais le nouveau gouvernement wallon a annoncé qu'il allait le réviser.

Monsieur le ministre, que répondez-vous aux critiques visant le manque d'ambition de la part fédérale du Plan national É nergie-Climat? Où en est la validation du PNEC et quand sera-t-il approuvé? Enfin, quel sera l'objectif fixé pour la Belgique?

Jean-Luc Crucke:

Chers collègues, la mise à jour du Plan fédéral a fait l'objet de discussions intensives entre les partenaires gouvernementaux afin de refléter au mieux l'accord de gouvernement et de trouver des équilibres entre l'atteinte des objectifs énergétiques et climatiques, la protection de la compétitivité des entreprises et le soutien des ménages et des PME. Ce plan constitue la première brique de la politique climatique de ce gouvernement. Il n'est pas le point final de notre action climatique, mais constitue une base solide sur laquelle il faudra en effet continuer de construire afin de nous assurer que nos objectifs soient respectés.

En plus des discussions politiques, un exercice a par ailleurs été mené afin de raccourcir le texte initial qui contenait, me semble-t-il, beaucoup de répétitions et de facilités. Même si nous reconnaissons que le travail est loin d'être parfait, il mérite que nous nous y penchions différemment pour les prochaines révisions.

En ce qui concerne les aspects spécifiques que Mme Meunier a mentionnés, j'y répondrai point par point.

S'agissant des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en mer du Nord, le PNEC est en ligne avec l'accord de gouvernement. Il a été décidé que le développement sera continué dans un premier temps avec une capacité de 2,1 gigawatts répartie sur deux parcelles, compte tenu des limitations de capacité en courant alternatif.

Le gouvernement fédéral a décidé de reporter la première adjudication de concession de 700 mégawatts, l'objectif du précédent gouvernement ne pouvant être entériné sans une analyse technico-économique poussée. À ce stade, le gouvernement avance les chiffres pour lesquels il a la certitude de pouvoir les atteindre. Pour le reste, je dois vous conseiller de vous adresser au ministre compétent, mon collègue Mathieu Bihet.

L'objectif d'allouer 10 % du budget en matière de recherche et de développement à des projets liés au climat et à l'énergie n'a pas été supprimé dans le PFEC. Il a été assoupli. Il s'agit maintenant de tendre vers 10 % au niveau national. Par contre, cet objectif n'est pas retenu pour l'instant par les Régions dans le cadre du texte coupole. Il se limite à la Belgique dans son ensemble avec ses trois Régions. Le gouvernement fédéral et les entreprises veulent s'assurer que les ressources consacrées à la recherche et au développement s'élèvent à 3 % du produit intérieur brut.

La lutte contre la précarité énergétique n'est pas remise en cause et fait l'objet de plusieurs sections du PFEC. Le texte a seulement été allégé pour des raisons de lisibilité et d'efficacité. Les mesures principales incluses dans le plan fédéral concernent la précarité énergétique et sont les suivantes: étoffer le monitoring des prix sur tous les vecteurs énergétiques au regard des impacts sur la compétitivité et sur le budget des ménages; envisager une réforme budgétairement neutre du tarif social de l'énergie et des interventions du Fonds Social Chauffage vers une intervention forfaitaire plus transparente basée sur les revenus et le patrimoine et neutre sur le plan technologique; et étudier une série de mesures pour assurer une facture d'énergie transparente.

Ensuite, la formation des travailleurs est une condition importante pour la transition climatique. Il est en effet crucial de s'assurer que chaque travailleur puisse faire évoluer ses compétences et ses connaissances afin de s'adapter aux évolutions en cours et à venir. Le plan fédéral reconnaît ce besoin et le gouvernement maintient le droit individuel à la formation, tout en le complétant par une plus grande flexibilité et une collectivisation partielle.

L'objectif en matière de fret, c'est-à-dire l'objectif de doublement du volume de transport de marchandises par voie ferroviaire d'ici 2030, n'a pas été supprimé. Le gouvernement a par ailleurs réaffirmé sa volonté de mener à bien les projets envisagés dans les programmes d'investissement pluriannuels et d'y consacrer les moyens nécessaires.

En ce qui concerne les objectifs de transport de passagers en train, le transfert modal des passagers est un vrai défi. Les statistiques disponibles ne montrent pas, actuellement, de transfert modal de la voiture vers le train. Les objectifs proposés pour le transport de passagers en train restent donc ambitieux: une augmentation de 30 % des voyageurs, une ponctualité supérieure à 90 %, 50 % de nouveaux trains, et une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés. Ces mesures permettront de renforcer la confiance du public dans le train comme véritable solution alternative à la voiture.

Concernant les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules, les gestionnaires des bâtiments fédéraux ont, à plusieurs reprises, indiqué que l’objectif 2040 était très difficile à atteindre sans que des budgets significatifs y soient consacrés. Le gouvernement a donc décidé de ne plus garder cet objectif, en vue des autres priorités.

Voor de federale overheid een concreet cijfermatig doel tegen 2030 vastleggen, is geen eenvoudige opdracht. Er bestaat namelijk geen duidelijk afgebakend kader dat bepaalt welke uitstoot precies aan de federale overheid moet worden toegeschreven. Elke federale maatregel heeft invloed op de uitstoot van de gewesten en die maatregelen werken bovendien samen of lopen door elkaar met de initiatieven van de gewesten, zoals collega Van der Straeten daarnet heeft gezegd. Daardoor is het moeilijk om exact vast te stellen welke maatregel welk effect heeft. Dat vraagt ook heel wat methodologische veronderstellingen waarover discussie mogelijk blijft. Daarom is het belangrijk om de capaciteit voor evaluatie en opvolging te versterken. We zullen dan beter kunnen meten wat het effect is van het huidige en het geplande beleid.

We hebben wel de bijdrage van onze federale maatregelen in kaart gebracht om onze prioriteiten te bepalen, maar exacte cijfers kunnen we niet geven, door de vele onzekerheden. De impact moet systematisch worden bekeken. Bovendien hebben de gewesten onze maatregelen meegenomen in hun eigen vooruitzichten.

J’ai bien pris connaissance des critiques à l’égard du plan fédéral, et je comprends les préoccupations autour de ce sujet important. Comme précisé au début de ma réponse, les discussions ont été intenses à ce sujet. Ma priorité était de parvenir à un plan approuvé qui pourrait servir de base à un PNEC, et pas seulement à une prise d’acte par le Conseil des ministres comme dans le passé. Ce plan n’est pas un point final, mais une pierre angulaire sur laquelle nous pourrons continuer à construire une société climatiquement neutre d’ici 2050. Un plan approuvé, plutôt qu’une simple prise d’acte comme ce fut le cas par le passé, nous permet d’avancer collectivement vers la mise en œuvre des mesures. Le plan sera validé fin de cette semaine par les quatre gouvernements, pour être remis à la Commission européenne, comme prévu, lundi ou mardi prochain.

En matière de réduction des émissions de gaz à effet de serre, nous atteignons l’objectif contraignant imposé à la Belgique, à savoir une réduction de 47 % cumulés sur la période 2021-2030.

Op het vlak van hernieuwbare energie halen we momenteel het Europese doel niet. Van ons totaal finaal energieverbruik moet 33 % uit hernieuwbare bronnen komen, terwijl we waarschijnlijk op ongeveer 20,4 % zullen uitkomen. De federale bijdrage betreft vooral biobrandstoffen en offshore windenergie. Voor biobrandstoffen heeft de minister van Energie het proces voor de omzetting van de Europese RED III-richtlijn opgestart. Daarover volgt later meer. Voor de offshore energie verwijs ik u naar de minister van Energie.

Op dit moment is het moeilijk om precieze cijfers te geven, omdat we nog geen duidelijk zicht hebben op de technische en economische haalbaarheid. Ik zal mijn partners blijven overtuigen om de federale doelstellingen in de internationale energie- en klimaatplannen aan te scherpen, zodat die beter aansluiten bij wat van ons verwacht wordt. Voor concrete antwoorden verzoek ik u de minister van Energie rechtstreeks aan te spreken, aangezien hij daarover meer details kan geven.

Enfin, je souligne l'importance de mettre en place à l'avenir un processus de travail plus efficace, basé sur une vision interfédérale belge, aujourd'hui totalement inexistante, de la transition climatique. Je plaide pour une réduction des formalités administratives et de meilleurs outils de modélisation nationaux. Je souhaite entamer des discussions à ce sujet avec les Régions, dans le cadre plus large de la gestion du climat et du développement durable. Je proposerai une nouvelle méthode de travail en vue du PNEC 2031-2040.

Marie Meunier:

Merci, monsieur le ministre.

Sans surprise, de toutes vos réponses aujourd'hui, c'est celle qui me convient le moins. Je me rends compte ici qu'énormément de choses ont été évacuées. J'ai pris note au fur et à mesure. Je pense notamment au fait de repousser de dix ans l'objectif de neutralité, qui est dû à d'autres priorités. Mais on voit également que de nombreuses autres priorités ont été sucrées.

La question légitime à se poser aujourd'hui est la suivante: comment voulez-vous atteindre les objectifs avec moins de mesures pour y arriver? Pour moi, cette démarche est à tout le moins audacieuse. Nous regrettons effectivement l'élagage de l'ensemble du plan. Nous suivrons l'efficacité de sa mise en œuvre. En effet, si j'entends bien, certaines choses ont été retirées pour permettre d'être plus efficaces sur d'autres. Nous demandons à voir.

Nous verrons pour la suite, mais ce n'est pas une réponse qui nous convient, comme nous ne convient pas non plus le plan dans sa stratégie globale.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik heb toch enkele aspecten van mijn vraag in uw antwoord niet echt goed begrepen. U hebt op 15 juli in de Kamer gezegd dat pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling haalt om de emissies met 47 % te verminderen. Is het nu een geïntegreerd plan of is het, zoals de vorige keer, een Vlaams en een federaal plan met een koepeltekst? Moet er dus een akkoord zijn over het tekort en over de emissierechten? Ik heb dat niet goed begrepen.

Tinne Van der Straeten:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Ik vermeld drie elementen in mijn repliek.

Ten eerste, de interne boekhouding van België is inderdaad een moeilijk gegeven. Zoals u zelf zegt, u voert beleid. Onder welk onderdeel van de subdoelstelling valt dat dan? Hoe wordt dat opgeteld enzovoort? Ik denk dat we daar uiteindelijk ook abstractie van moeten maken, want die interne boekhouding neemt niet weg dat elk beleid, elke federale maatregel, waarvan de impact uiteindelijk ook zijn weg vindt naar de doelstelling, effect heeft of tenminste beoogt effect te hebben. Het feit dat we hier vandaag zeggen dat we geen concrete cijfers kunnen geven, is eigenlijk onaanvaardbaar.

Ten tweede, de arizonabegroting is in het Parlement ingediend met een volledige berekening van terugverdieneffecten, maar bestaat er een afdoende methode om die terugverdieneffecten te berekenen? Het Rekenhof had veel kritiek op de methode. Die methode is ook in vraag gesteld, waarna Arizona heeft verduidelijkt hoe een en ander werd berekend. Zo kon het Parlement inschatten of er al dan niet sprake was van een grote impact. Waarschijnlijk lag de waarheid in het midden.

Als men terugverdieneffecten kan berekenen, waarom kan men dan geen klimaateffecten berekenen? Zullen de berekeningen tot na de komma juist zijn? Waarschijnlijk niet, want elke methode heeft haar beperkingen, zoals u zelf hebt gezegd. Een methode kan echter wel ter discussie worden gesteld. De verkiezingsprogramma’s worden ingediend bij het Planbureau voor doorrekening en worden ook doorgerekend op klimaateffecten. Waarom kunnen federale maatregelen in een federaal deel van een federaal klimaatplan dan niet ad hoc worden beoordeeld op hun klimaateffect, op de CO ₂ -reductie die ze daadwerkelijk realiseren? Het feit dat hier wordt gezegd dat men zaken niet weet, dat het moeilijk zou zijn enzovoort, wil eigenlijk zeggen dat dat plan een 3 Suisses-catalogus is en dat niemand ook maar een idee heeft.

Ten derde, inzake energie is voor de minister van Energie dat point taken en aanvaard, maar vraiment, c’est du n’importe quoi . Dat de huidige regering op het allerlaatste moment heeft beslist het dossier over de 700 megawatt stop te zetten met als reden dat het nog technisch en economisch moest worden bekeken, is onzin. Dat dossier heeft de goedkeuring gekregen van de Europese Commissie voor staatssteun.

Is er ook maar één lid hier in de zaal dat gelooft dat de Europese Commissie goedkeuring verleent aan een dossier als dat technisch en economisch niet is onderzocht? Neen, in een staatssteunprocedure moet voortdurend informatie worden aangeleverd. Hoeveel gaat het kosten? Hoe hebt u dat gedaan? Wat zijn uw assumpties? Wat is de impact van die parameter in dat artikel en dat subonderdeel? Dat is een dossier voor de Europese Commissie.

U beweert dat omdat dat de motivatie van de minister van Energie was. Dat weet ik ook wel. De minister van Energie stelt echter dat het dossier technisch en economisch op niets trok. Zijn bedoeling is een beetje lachen met Van der Straeten, maar in werkelijkheid geeft hij daarmee aan dat de Europese Commissie er niets van kent. Dat is werkelijk du n’importe quoi .

Julien Ribaudo:

Si je vous ai bien compris, nous devrions assister à l'épisode final de la longue saga PNEC d'ici le 29 ou 30 septembre. Nous avons hâte de voir ça. Comme le terrain, nous émettons de gros doutes quant au fait que le raccourcissement du document ait été réalisé simplement à cause des répétitions. On constate que l'ambition est en-dessous de ce qu'il devrait y avoir. On ne manquera donc pas de revenir vers vous dans les prochaines semaines et les prochains mois afin de discuter concrètement des chiffres et du plan.

Het vergelijken van energiecontracten

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 23 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tinne Van der Straeten kaart de onwerkbare complexiteit van energiecontractvergelijkingen aan: ontbrekende/onduidelijke tariefkaarten (700 stuks!), inconsistente gegevens tussen CREG Scan en V-test, en onvindbare productparameters, wat consumenten misleidt. Rob Beenders bevestigt de controles door CREG maar erkent dat transparantie ontbreekt; hij steunt een verplichte QR-code op contracten voor directe toegang tot tariefinformatie. Van der Straeten pleit voor drastische vereenvoudiging (minder tariefkaarten/producten) en snelle invoering van de QR-maatregel via parlementaire actie, zonder wachten op de minister. Kernpunt: het systeem is te ingewikkeld voor consumenten, ondanks regulatorische inspanningen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb nu wat meer tijd en dat betekent ook dat ik mensen kan helpen die verhuizen en een controle nodig hebben van hun energiecontract, in casu mijn lief.

Ik dacht dat dat varkentje snel gewassen zou zijn. Ik had alles voorbereid. Ik wist dat ik eerst de CREG Scan moest checken en dan, afhankelijk van de uitkomst, naar de V-test moest kijken. Ik had de tariefkaarten, die zijn niet zo gemakkelijk te vinden, maar ik had ze wel, van de twee producten in kwestie, zijnde gas en elektriciteit. Ik begon eraan maar ik heb mijn computer twee keer bijna door het raam gegooid.

Alles wat in theorie heel gemakkelijk leek, bleek in de praktijk toch anders te zijn. Zo kon ik de tariefkaarten niet vinden. Voor het gasproduct ontbrak in het databestand van de CREG net die ene tariefkaart die ik nodig had. Voor elektriciteit was het nog erger. De naam van het product en de parameters kwamen totaal niet overeen met wat er op de CREG Scan stond, waardoor ik de tariefkaart uiteindelijk helemaal niet terugvond. Ik dacht aan de rule of thumb . Slapende contracten, dure contracten, of het nu de juiste tariefkaart is of niet, we slaan er een slag naar. Uit de CREG Scan kwam uiteindelijk het resultaat: vandaag van leverancier veranderen zal toch wel wat opleveren.

Vervolgens deed ik de V-test. Het was raar, de bedragen van de CREG Scan en van de V-test lagen toch wel dicht bij elkaar. Het duurde even voordat ik doorhad dat het bedrag op de CREG Scan eigenlijk alleen de commodityprijs betrof, terwijl op de V-test alle elementen samen staan. Ik ontdekte het omdat er ergens een klein item van informatie stond waarop men moet klikken. Daar stond vermeld dat de CREG Scan alleen de commodityprijs bevat, en dan ook nog zonder btw. Eigenlijk vergeleek ik dus appels met peren.

Iedereen weet hoe belangrijk vergelijken is. Onze regulator communiceert daarover ook veel: blijf vergelijken, het is absoluut belangrijk. We hebben nu ook energieregelgeving die het mogelijk maakt om elke maand zonder kosten van leverancier te veranderen. Er zijn al veel inspanningen geleverd door alle regulatoren in dit land, maar doodeenvoudig zal het, denk ik, nooit worden. Dat is het kader waarin we zullen moeten werken, maar misschien moeten we toch een en ander nog eens van op afstand bekijken. Ik heb daarbij op het eerste gezicht drie reflecties.

Ten eerste, zitten de interne controles goed bij de CREG zelf en bij de Algemene Directie Economische Inspectie? Zijn de databestanden volledig, wat de formele gegevens betreft? Er moet ook naar de werkbaarheid worden gekeken. Wat ik hier nu gedaan heb is mystery shopping en nagaan of een en ander werkt en duidelijk is. Bovendien gebeuren er ook ad-hoccontroles bij leveranciers om te verzekeren dat de klanten over de juiste informatie beschikken en dat de juiste tariefkaart in hun klantenomgeving staat.

Ten tweede, kunnen we geen bijkomende inspanningen leveren om de CREG en de regionale vergelijkende instanties beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld over de eindresultaten?

Ten derde, zouden we de energieleveranciers niet kunnen vragen, en opleggen indien ze dit weigeren, dat in de klantenomgeving, bereikbaar via de computer of met de telefoon, duidelijk de inputparameters voor de vergelijking worden weergegeven? Het gaat daarbij om de naam van het product en de datum van de tariefkaart, zodat mensen niet dertig keer moeten klikken om uit te vissen dat het contract bijvoorbeeld drie jaar geleden inging, maar de tariefkaart intussen is gewijzigd, en om welke levering het precies gaat.

Rob Beenders:

Mevrouw Van der Straeten, indien u uw vraag aan een gewone leek zou stellen, zou hij of zij helemaal niet begrijpen waarover u het hebt, laat staan dat wij de zaak op een eenvoudige manier kunnen behandelen. Ik onderschrijf uw analyse echter helemaal. Wat u als mysteryshopper zelf hebt getest, is interessant. We zouden vaker zo'n informatie moeten binnenkrijgen. Op die manier ervaart men immers pas hoe een en ander in de praktijk loopt.

Ik kom nu tot het antwoord op uw eerste vraag. De CREG ontvangt op maandelijkse basis alle prijsgegevens van de energiecomponenten voor zowel huishoudens, kmo’s als zelfstandigen. Vooraleer die in de databank van de CREG worden opgenomen, wordt een volledige controle uitgevoerd van het aantal producten ten opzichte van de vorige maand. In totaal gaat het over ongeveer 700 tariefkaarten. Bij afwijkingen in de gerapporteerde prijsgegevens worden de bijhorende tariefkaarten nagekeken alsook de beschikbaarheid ervan op de websites van de leveranciers. Tot slot is er, ook in het kader van andere dossiers, bijvoorbeeld bij de sociale tarieven, een bijkomende controle van de producten en de correctheid van de vermelde prijzen.

In alle vermelde stappen van het maandelijkse proces is de CREG in contact met de betrokken leveranciers. De CREG verfijnt waar mogelijk de controle, zodat de consument over volledige en kwalitatief correcte informatie beschikt bij het maken van keuzes op de energiemarkt. De Algemene Directie Economische Inspectie voert dat type onderzoeken eveneens uit wanneer ze meldingen ontvangt die wijzen op een gebrek aan transparantie in de simulatietools. Ze voert echter geen onderzoeken uit op eigen initiatief in dat domein.

Wat uw tweede vraag betreft, de energiecomponent is de enige component waarop de consument invloed heeft en alleen op dat deel van de energiefactuur kan hij besparen. De CREG maakt maandelijks een kwalitatieve vergelijking van de energiecomponent met de regionale simulatoren en een aantal privévergelijkingstools om een optimale vergelijkbaarheid van die component te garanderen.

Wat uw derde vraag betreft, die ik als de belangrijkste beschouw, de CREG heeft een voorstel gedaan om alle leveranciers te verplichten een QR-code op de contractuele communicatie te plaatsen, met een directe link naar de tariefkaart van het lopende contract. Ik steun dat voorstel en we zullen de komende maanden samen met mijn collega, de minister van Energie, proberen het voorstel door te voeren. Op die manier worden stappen gezet om het geheel gebruiksvriendelijker en transparanter te maken.

Tinne Van der Straeten:

Dank u voor uw antwoord.

Het is goed om nog eens te verduidelijken welke uitdagingen hierbij spelen, ook vanuit het perspectief van de CREG. Mijn eerste reactie was frustratie richting de CREG, omdat ik weet dat die elke maand alle informatie krijgt. Het was evenwel nuttig dat u vermeldde dat er 700 tariefkaarten zijn. Eerlijk gezegd is dat niet meer werkbaar. Zoals gebruikelijk zal de CREG tegen het einde van het jaar naar het Parlement komen, omdat haar begroting hier moet worden goedgekeurd. Ik zal de kwestie noteren om die dan met de CREG te bespreken.

Het lijkt me noodzakelijk ernstig te overwegen het aantal tariefkaarten te beperken, mogelijk ook het aantal producten, omdat de huidige situatie onhoudbaar is. 700 tariefkaarten, dat is uiteindelijk, als men het pricing board van de leverancier bekijkt, een manier om op het einde van de rit de producten goed te balanceren. Dat is geen verwijt naar de leverancier, maar de consument mag daar niet de dupe van worden. Dat is een fundamenteel punt waarover we een reflectie moeten opstarten.

Dan kom ik bij mijn tweede vraag over de energiecomponenten. Dat is altijd een moeilijk punt tussen de regulatoren, want ze vinden allemaal dat ze de belangrijkste en meest pertinente zijn. Misschien moeten we dat nog eens opnemen met de CREG.

Wat de QR-code betreft, denk ik – ik spreek voor mijn beurt en I stand to be corrected , zoals ze in het Engels zeggen – dat er binnen de commissie voor Energie zeker animo is en waarschijnlijk ook een meerderheid voor te vinden zal zijn. Misschien kunnen we als parlementsleden bekijken of we daar niet gewoon zelf al iets kunnen ondernemen. De minister van Energie heeft immers heel veel moeilijke dossiers te behandelen en dit zou inderdaad een heel gemakkelijk dossier kunnen zijn. Als het alleen van u zou afhangen, minister Beenders, zou het er waarschijnlijk al zijn. Ik zal dus eens overleggen met de collega’s om te zien of we daar niet al vooruitgang in kunnen boeken. Dat zou eigenlijk een heel gemakkelijke oplossing kunnen zijn.

Voorzitter:

Hiermee besluiten we de werkzaamheden van deze namiddag. Ik wens iedereen nog een fijne namiddag. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.24 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 24.

De voortgang van en het tijdpad voor het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het bij de Europese Commissie in te dienen Belgische NEKP
Het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan en de implementatie ervan

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België moet tegen 21 juli een geactualiseerd Federaal Energie- en Klimaatplan indienen en het complete nationale PNEC uiterlijk eind september bij de EU inleveren om een bindende 47%-reductie van broeikasgassen tegen 2030 (vs. 2005) te halen. Vlaanderen mikt op 40% (tegen de vereiste 47%), terwijl Wallonië en Brussel dichter bij 47% zitten; de federale overheid ondersteunt met maatregelen (fiscaliteit, mobiliteit, kernenergie) maar geen eigen cijferdoel. Coördinatie tussen gewesten en verdeling van emissiekosten (ETS, CBAM) blijven knelpunten, met politieke onderhandelingen nodig na september om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Strategische afstemming voor toekomstige plannen (2031-2040) wordt urgent geacht om de Belgische institutionele vertragingen te overwinnen.

Voorzitter:

M. Cornillie et Mme Eggermont étant absents, je donne la parole à M. Ribaudo.

Julien Ribaudo:

Bonjour, monsieur le ministre. Je suis content de vous voir. Cela faisait longtemps que je n'étais plus venu dans cette commission vous poser une question.

En novembre dernier, la Commission européenne a ouvert une procédure d’infraction contre la Belgique en raison du retard pris dans la remise de son Plan national é nergie-Climat (PNEC). Après avoir déjà manqué plusieurs échéances, vous vous êtes engagé, lors de la séance plénière du jeudi 3 juillet, à le déposer avant le 21 juillet. Ce PNEC est essentiel pour garantir notre contribution à l’objectif européen de réduction de 55 % des émissions de gaz à effet de serre d’ici 2030, notamment dans des secteurs clés tels que le transport, le bâtiment et l’agriculture.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer que cette nouvelle échéance sera bien respectée? Quels sont les engagements chiffrés en matière de réduction des gaz à effet de serre que vous vous êtes fixés, et pour quelle échéance? Comment comptez-vous concrétiser ces objectifs?

Kurt Ravyts:

Op 6 juli bereikte de Vlaamse regering een akkoord over een geactualiseerd Vlaams Energie- en Klimaatplan. Er verschuiven voor 362 miljoen euro aan Vlaamse heffingen uit de elektriciteitsfactuur naar de aardgas- en stookoliefactuur, een taxshift in feite. Echter, om te voorkomen dat mensen die op gas verwarmen, de dupe worden, komt er een extra verlichting van hun elektriciteitsfactuur, zodat de totale energiefactuur voor hen min of meer - dat zal nog moeten blijken; ik geloof er niet veel van - ongewijzigd blijft.

Vlaanderen zit daarmee aan een daling van 40 % tegen 2030. Om Europa tegemoet te komen, zou de ambitie eigenlijk op een daling van 47 % moeten liggen. Toch reageerde u, mijnheer de minister, positief. U had het over een belangrijke maatregel. Uw voorgangster, een zekere mevrouw Khattabi, stelde al in 2021 en bleef dat sindsdien herhalen dat we, als we emissierechten moeten betalen en dus niet de door Europa vastgelegde cijfers halen, we over de verdeling van de factuur zullen moeten onderhandelen.

Hoe ver staat het met de federale bijdrage in het licht van het geactualiseerde NEKP, dat tegen 21 juli rond moet zijn?

Klopt het dat het definitief plan in september bij de Europese Commissie wordt ingediend?

Hoe reageert u op de kloof tussen de doelstellingen van het Vlaamse plan en die van de plannen van Wallonië en van Brussel, die in de niet-geactualiseerde versie wel tegen -47 % aanschurken. Wordt er nu met het oog op een intra-Belgisch akkoord gewerkt aan die verdeling van de factuur van de emissierechten? Wordt er rekening gehouden met de geactualiseerde versie? Hoe stelt u zich ter zake strategisch politiek op?

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le président, je répondrai aux questions de Mme Meunier par la même occasion.

Chers collègues, les dernières semaines, des discussions intensives et constructives ont eu lieu avec les partenaires gouvernementaux sur la mise à jour du Plan fédéral é nergie-Climat (PFEC), c'est-à-dire la partie fédérale du PNEC. Cette mise à jour est en cours de finalisation. Ceci nous permet de nous inscrire entièrement dans le rétroplanning réaliste que nous avons soumis et présenté à la Commission européenne en mai dernier et que j'ai évoqué à plusieurs reprises au Parlement. Je vous confirme que le document sera bien présenté au gouvernement le 18 juillet.

We doen dus al het mogelijke om het Federale Energie- en Klimaatplan voor 21 juli in te dienen, zodat er voldoende tijd is om tegen eind september de respectieve bijdragen te integreren in een Nationaal Energie- en Klimaatplan. Wat het nationale plan betreft – waaraan nog enkele weken werk en politieke onderhandelingen tussen de gewesten en de federale overheid voorafgaan, nadat de bijdragen van alle entiteiten zijn ontvangen – hebben we ons er dus toe verbonden om het tegen eind september in te dienen. Dat heb ik deze week nog bevestigd aan commissaris Hoekstra. Dat was overigens niet in Kopenhagen, maar in Aalborg.

En preuve de bonne foi et d’avancement de nos travaux, nous enverrons les parties distinctes, sans compilation, à la Commission durant l’été. C’est ce que j’avais également promis au commissaire Hoekstra et il l’avait parfaitement bien compris. Il était d’ailleurs satisfait que nous puissions respecter les procédures, tel qu’annoncé.

Les négociations sur le PNEC sont menées conjointement avec le ministre de l’Énergie. C’est un exercice d'équilibre parfois délicat, dans lequel le projet de plan déjà transmis à la Commission européenne en novembre 2023 est amendé au regard des politiques et mesures de l’accord de gouvernement 2025-2029, qui contribue à la réalisation des objectifs en matière d’énergie et de climat.

Dans le contexte géopolitique actuel, face à la position concurrentielle de notre économie et à l’impact croissant du changement climatique, il est essentiel de trouver les équilibres. Il convient de protéger la compétitivité des entreprises tout en mobilisant des leviers fédéraux pour réaliser les objectifs climatiques et soutenir les ménages et les PME dans cette transition. J’ai eu plusieurs échanges enrichissants avec la Commission européenne sur l’état d’avancement du dossier. J’ai également échangé avec la ministre flamande Melissa Depraetere sur les politiques et mesures fédérales supplémentaires prévues dans l’accord de gouvernement et leur mise en œuvre pour que la Belgique atteigne l’objectif – contraignant, je le rappelle – d’une réduction de 47 % d’ici 2030 par rapport à 2005.

En lien avec le PNEC, il faudra également entamer rapidement les discussions sur la répartition des revenus issus des systèmes ETS, du mécanisme d’ajustement carbone aux frontières (MACF-CBAM) et du Fonds social pour le climat, en vue d’un accord sur l’ensemble dans les meilleurs délais. Je veillerai donc, à cet égard, à l’utilisation intégrale de ces moyens pour mettre en place une politique climatique ambitieuse, en application de l’accord de gouvernement qui précise que l ’autorité fédérale se réunit avec les Régions pour discuter notamment de la répartition des bénéfices (recettes des systèmes ETS, CBAM et Fonds social pour le climat). Ces recettes seront exclusivement affectées au financement de mesures visant à la lutte contre le changement climatique et à la compensation des efforts consentis par les citoyens et les entreprises à cet égard.

En ce qui concerne le renforcement de la coordination intergouvernementale en matière d’énergie et de climat, il s’agit d’un point d’attention pour le développement du prochain PNEC 2031-2040, sur lequel je plancherai dès que possible. J’entamerai ainsi rapidement les discussions à ce sujet avec mes collègues des Régions, afin de tenter d’établir un calendrier et des objectifs clairs en la matière, de développer une nouvelle méthodologie et de rendre le processus plus efficient.

Soyez assurés que cela fait partie de mes priorités. La politique climatique ne peut continuer de souffrir du contexte institutionnel belge, j’en suis convaincu. Nous devons pouvoir être plus réactifs, plus cohérents et plus intégrés.

Wat zijn de gekwantificeerde toezeggingen in termen van broeikasgasreducties en tegen wanneer? Hoe zal ik die doelstellingen bereiken? In het algemeen kunnen we twee onderdelen onderscheiden bij de vermindering van de uitstoot om de Europese doelstelling van -55 % te behalen. Het eerste onderdeel betreft het Emissions Trading System (ETS), dat op Europees niveau wordt geregeld en waarvoor de lidstaten zelf geen specifieke reductiedoelstellingen hebben. Het tweede onderdeel betreft de niet-ETS-sectoren, waaronder ook sectoren die onder het nieuwe ETS vallen, ETS2. Hiervoor heeft elke lidstaat wel een individuele bindende doelstelling. Voor België betekent het een uitstootreductie van 47 %.

De federale regering heeft zich niet verbonden aan een cijfermatige doelstelling. Emissies zijn territoriaal en worden daarom op regionaal niveau berekend. De regering wil de gewesten echter ondersteunen bij het realiseren van die reductie door gebruik te maken van de hefbomen die op federaal niveau beschikbaar zijn. Dat zijn fiscaliteit, mobiliteit en het spoor, steunmaatregelen voor energie-efficiëntie, productnormen, het gebruik van hernieuwbare energie in het vervoer, de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen, alsook de invoering van faciliterende maatregelen, bijvoorbeeld de versterking van het elektriciteitsnet, het opzetten van een kader voor waterstof, en de uitwerking van een strategie voor duurzame financiering. Ook het decarboniseren van de elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld via kernenergie, faciliteert en versnelt elektrificatie. Het plan omvat ook een reeks maatregelen die meer specifiek betrekking hebben op gebouwen, het wagenpark en federale overheidsopdrachten.

Sinds enkele weken vinden intensieve en constructieve besprekingen plaats met de regeringspartners om te bepalen hoe ver we kunnen gaan in die verschillende domeinen. Pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling zal halen om de emissies tegen 2030 met 47% te verminderen ten opzichte van 2005.

Indien dat niet het geval is, zullen we de besprekingen moeten hervatten, niet alleen op federaal niveau, maar ook met de gewesten, om de plannen zo snel mogelijk te versterken, zelfs als we het plan, zoals gepland, eind september indienen.

U vraagt vervolgens naar mijn reactie op de kloof tussen enerzijds de doelstellingen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) en anderzijds de plannen van Wallonië en Brussel, die wel dicht in de buurt van de -47 % komen. Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen zal behalen of niet. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september.

Dan zullen we bekijken welke stappen nodig zijn en hoe we samen met de gewesten onze maatregelen kunnen versterken.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Le rétroplanning sera respecté. C’est une très bonne nouvelle. Nous avons bien noté les prochaines échéances. Nous ne manquerons pas de revenir vers vous en septembre prochain.

Kurt Ravyts:

Ik dank u voor uw lang en uitgebreid antwoord. Het was verhelderend. Wij zullen tot september moeten wachten om te zien op welke manier een en ander in het geïntegreerde verhaal voor de dag komt. Er zal daarna nog een hartige politieke discussie moeten plaatsvinden, ook met Vlaanderen en de andere gewesten.

De transparantie van energiecontracten

Gesteld door

VB Reccino Van Lommel

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Beenders bevestigt dat 25% van de energiecontracten onbepaalde duur heeft met ontransparante, schommelende prijzen, waarbij consumenten vaak onvoldoende geïnformeerd worden over wijzigingen. Hij erkent dat wetgevend ingrijpen nodig is voor meer transparantie en vergelijkbaarheid, en overlegt hierover met minister Bihet (Energie) en CREG. Van Lommel benadrukt dat leveranciers klanten actief sturen naar deze ondoorzichtige contracten, met onbegrijpelijke communicatie (bv. verwijzingen naar portalen met complexe formules). Beide partijen zijn het eens over de urgentie van strengere regels om consumenten beter te beschermen.

Reccino Van Lommel:

In de vorige legislatuur, in 2022 om precies te zijn, werd bepaald dat energieleveranciers verplicht zijn om te communiceren over hun contracten van bepaalde duur, wanneer die uiteindelijk aflopen. Voor contracten van onbepaalde duur ligt dat anders. Daar is communicatie alleen verplicht wanneer de prijsformule niet meer van toepassing is of wanneer de zogenaamde prijszekerheid afloopt.

We stellen vast, ook de CREG waarschuwt daarvoor, dat energieleveranciers hun klanten steeds vaker proberen te leiden naar contracten van onbepaalde duur, gekoppeld aan schommelende marktprijzen. Consumenten zijn zich daar niet altijd van bewust. De tariefformules zijn over het algemeen ook niet erg transparant. Vaak zien we dat er in het eerste jaar nog sprake is van prijszekerheid, maar dat de prijs nadien wel kan worden aangepast.

Mijnheer de minister, welke maatregelen hebt u getroffen of zult u nog treffen om consumenten beter te informeren over deze energiecontracten, zodat zij op de hoogte zijn van de bijbehorende voorwaarden. Vindt u dat de bestaande wetgeving volstaat? Of zijn bijkomende wetgevende initiatieven nodig? Hebt u hierover reeds overleg gehad?

Rob Beenders:

Dank u wel voor uw terechte vraag. We hebben bekeken over hoeveel contracten het hier precies gaat, om de omvang van het probleem beter te kunnen inschatten. De betrokken contracten maken ongeveer 25 % van het totaal uit, één op vier dus, wat een aanzienlijk aantal is.

U hebt gelijk. De CREG pleit voor looptijden van bepaalde duur bij een product. Die moeten ook in het aanbod en op de tariefkaart worden vermeld. Op dat vlak zijn contracten van onbepaalde duur inderdaad niet erg transparant.

We weten wel dat de leverancier de consument minstens twee maanden op voorhand moet inlichten, maar als die niet reageert, dan is de prijswijziging een feit. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat die communicatie niet altijd even begrijpelijk is. Wanneer die communicatie binnenkomt, is het voor een klant vaak niet duidelijk of het om een verbetering of om een verslechtering gaat. We gaan er vanuit dat de informatiedoorstroming gebeurt zoals vastgelegd, maar dat betekent niet dat de klant die informatie ook begrijpt.

Gelet op het feit dat het om 25 % van de huidige contracten gaat en dat dat aandeel bovendien stijgt, hebben we het initiatief genomen om overleg te plegen met collega-minister Bihet, die bevoegd is voor Energie en de CREG. We willen bekijken of we geen wetgevend initiatief moeten nemen om deze problematiek aan te pakken en op te lossen.

Op dit moment zijn die gesprekken lopende. Ik ben ervan overtuigd dat wetgevend initiatief noodzakelijk is en moet bijdragen aan meer transparantie, maar ook aan de vergelijkbaarheid van contracten en prijzen voor de consument. Ik ben dus zeker geen voorstander van dit type contracten.

Samengevat zien we dus dat het aandeel stijgt en dat de consument daarvan het slachtoffer kan zijn. Een wetgevend initiatief is dus nodig om hierin orde te scheppen. Die gesprekken lopen nu dus met collega Bihet.

Reccino Van Lommel:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben blij met uw antwoord, omdat het aandeel inderdaad stijgt naar 25 %. Het feit dat u dat zegt, bevestigt ook de stelling die ik naar voren heb gebracht, namelijk dat energieleveranciers hun klanten in die richting proberen te duwen.

De communicatie is inderdaad niet altijd even begrijpelijk. Wanneer een contract wordt verlengd, ontvangt men meestal een mailtje dat vaak slechts verwijst naar het portaal waar men moet inloggen. Als men dan dat contract bekijkt, kan men moeilijk zeggen dat het overzichtelijk of duidelijk is, om nog maar te zwijgen van de formule die men moet analyseren om te begrijpen wat men nu eigenlijk moet betalen.

Het is goed dat u gesprekken voert met het kabinet van minister Bihet en dat er een wetgevend initiatief zal worden genomen. Net zoals u, zijn wij immers ook van mening dat het noodzakelijk is om het probleem op te lossen. Dank u wel.

Voorzitter:

De volgende vraag nr. 56006200C van collega Handichi is zonder voorwerp. Hij is namelijk niet aanwezig en de vraag werd ook niet omgezet in een schriftelijke vraag.

De cyberrisico’s op het gebied van hernieuwbare energie

Gesteld door

VB Dieter Keuten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België loopt ernstig cyberrisico door de dominante aanwezigheid van Chinese omvormers (85% in Vlaanderen sinds 2022, mogelijk nog meer eerder) en windturbines met potentiële *killswitches*, die sabotage van het elektriciteitsnet mogelijk maken—een strategisch systeemrisico bij grootscheepse aanvallen. De Wever erkent de geopolitieke afhankelijkheid (China’s marktdominantie, gebrek aan Europese autonomie) en de onhaalbaarheid van een direct verbod, maar benadrukt nood aan Europese regelgeving (veiligheidsnormen, beperkte netwerktoegang) op lange termijn, zonder concrete kortetermijnoplossingen. Keuten kaart aan dat de energietransitie—bedoeld om afhankelijkheid te verminderen—juist nieuwe kwetsbaarheden creëerde (digitale infrastructuur, buitenlandse controle) en pleit voor een ommekeer weg van groene energie. Kernpunt: België/Europa ontbreekt het aan middelen om cyberdreigingen in kritieke energie-infrastructuur nu afdoende te mitigeren.

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik heb volgende vragen voor u, omdat u ook bevoegd bent voor het Centrum voor Cybersecurity België (CCB).

Amerikaanse onderzoekers ontdekten enige tijd geleden ongeautoriseerde communicatieapparaten in Chinese omvormers die zonnepaneelinstallaties aansturen en op afstand zelfs kunnen afzetten. Veel omvormers zijn permanent verbonden met het internet. Firewalls zouden in principe moeten beschermen tegen cyberaanvallen. Als er echter een fysiek apparaat aan een omvormer wordt toegevoegd, kunnen die firewalls omzeild worden. Vijandige hackers of landen zouden dus grote delen van ons elektriciteitsnet kunnen platleggen via dat beveiligingslek.

Eerder uitte een NAVO-expert bezorgdheid over de beveiliging van windturbines, want windturbines van Chinese makelij zouden zogenaamde killswitches kunnen bevatten, die sabotage in tijden van conflict mogelijk maken.

Hoeveel windturbines van Chinese makelij bevinden zich op Belgisch grondgebied?

Hoeveel omvormers voor zonnepanelen die in China geproduceerd zijn, zijn er momenteel actief op Belgisch grondgebied? Wat is het geschatte percentage Chinese omvormers in gebruik ten opzichte van het totale aantal actieve omvormers in België?

Overweegt u een ban op het gebruik van omvormers van het merk Huawei, naar analogie van het verbod op het gebruik van Huawei in strategische 5G-netwerkinfrastructuur, zoals dat in andere Europese lidstaten wordt ingevoerd voor omvormers?

Ten slotte, de Europese sectororganisatie SolarPower Europe publiceerde eind april twee duidelijke aanbevelingen om de zonne-energiesector beter tegen cyberaanvallen te beveiligen. De eerste aanbeveling is om standaarden te ontwikkelen en op te leggen voor de beveiliging van netwerkverbonden zonnepaneelinstallaties. De tweede aanbeveling is om de toegang van zonne-energiesystemen via de omvormer te beperken. Hoe en wanneer zult u die aanbevelingen implementeren?

Bart De Wever:

Ik zie mijn antwoord iets minder graag tegemoet. Ik had gevraagd om het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) over te dragen, nog voor u erin zou slagen mij opnieuw een vraag te stellen over een wereld die mij totaal vreemd is en dat is niet gelukt. Deze keer hebt u werkelijk de hoofdvogel afgeschoten. Na het lezen van uw vraag ben ik in mijn eigen kelder afgedaald – ik heb zonnepanelen – en tot mijn afgrijzen zag ik het logo van Huawei op een witte kast die vermoedelijk de omvormer is, waarnaar u verwijst.

Toch moeten we het positieve in alles proberen te zien. Ik beschik over de gsm-gegevens van Wang Yi, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken. Ik weet dus dat ik hem kan appen op het moment dat de stroomprijs negatief is, zodat ik mijn zonnepanelen kan afzetten.

Alle gekheid op een stokje, u vraagt naar cijfers. Dat is voer voor een schriftelijke vraag voor de minister van Economie, aangezien de FOD Economie de bevoegde sectorale overheid is voor de energiesector. Terzijde, wind- en zonne-energie op land vallen niet onder de federale bevoegdheid, maar zijn een regionale materie.

In de pers werd gemeld dat de Vlaamse minister Depraetere wel heeft geantwoord op een vraag van een van uw partijgenoten. Ze gaf aan dat er sinds 2022 in Vlaanderen ongeveer 400.000 omvormers zijn aangemeld, waarvan er 340.000 afkomstig zijn van een merk met een hoofdzetel in China. Ik vrees dat men die cijfers moet extrapoleren. Dat zullen wel ongeveer de verhoudingen zijn. Huawei is bijzonder dominant op de markt van omvormers en China heeft in het algemeen een sterke positie op de markt van zonnepanelen. Dat is algemeen bekend. Het is een van de vele gevolgen van de globalisering, waarbij Europa zich vandaag haarkrabbend afvraagt of de globalisering niet te ver is doorgeschoten.

Dat cijfer is zonder twijfel een onderschatting. Er bestaat nog een dark number , aangezien we pas sinds 2022 bijhouden wat de oorsprong is van de omvormers. Voor de periode daarvoor is niets in kaart gebracht, maar iets zegt mij – al is dit een pure gok; u kent dat veel beter dan ik – dat het om enorme proporties gaat. Om duidelijkheid over de cijfers te krijgen, zou men in alle regio's navraag moeten doen. Dan beschikt men over gegevens vanaf 2022. Die zou men eventueel kunnen extrapoleren naar het geheel. Dat is echter niet eenvoudig.

Het CCB merkt ook op dat u naar een journalistiek onderzoek verwijst en geen wetenschappelijk rapport, wat maakt dat het moeilijk is voor het centrum om daar formeel op te reageren.

Iedereen met gezond verstand moet zich in ieder geval vragen stellen bij de grote impact die China heeft op het vlak van infrastructuur. Dat is niet alleen in ons land zo. Ik heb u al gezegd dat heel Europa op dat vlak stilaan uit zijn naïviteit ontwaakt. Dat is natuurlijk het gevolg van het feit dat we onze productiecapaciteit naar China hebben laten verplaatsen. Over de globalisering kan men lang discussiëren, maar op het vlak van strategische autonomie werden bepaalde checks-and-balances niet gerespecteerd. Daardoor zijn we blootgesteld aan risico’s die een ongemakkelijk gevoel nalaten.

Als het klopt wat de heer Wang Yi 's namiddags zegt – voor alle duidelijkheid; hij heeft dat niet tegen mij gezegd; hij heeft mij dus eigenlijk een rad voor de ogen gedraaid -, namelijk dat China eigenlijk Rusland steunt in de oorlog tegen Oekraïne en dat China wil dat die oorlog lang duurt – ik denk dat hij zich versproken heeft -, dan is China eigenlijk een onderdeel van het probleem en kan men het land moeilijk een vriendelijke partner noemen. Zelfs als men dat morgen zou zeggen, betekent het niet dat men China overmorgen uit de globale economie kan wegdenken. Daar zijn we nog ver van verwijderd. Het bannen van Chinese componenten is op korte termijn totaal onrealistisch, het is zelfs fysiek onmogelijk.

De vraag lijkt mij dus hoe wij een realistische vertaalslag kunnen maken naar regelgeving om tegemoet te komen aan de bezorgdheid die u uit. Het CCB meldt mij dat de Chinese producenten vaak de eersten zijn die formeel de technische vereisten in orde brengen, als het gaat over veiligheid. Ze zijn dus nog behoorlijk goed ook. Wanneer men rond overheidsopdrachten werkt, ontsnappen de private omvormers heel vaak aan de regelgeving, zoals men die voor ogen neemt.

In de kern betreft het dus veeleer een geopolitiek probleem waarop een antwoord moet worden geboden, maar dat zal wellicht niet op Belgisch niveau gebeuren en eigenlijk ook niet op korte termijn. Als wij onze onafhankelijkheid als Europese economie ë n en als Europese markt willen versterken, dan zullen wij een traject moeten afspreken om daar naartoe te groeien. Dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren, u hebt de cijfers gehoord.

Ik besluit. Wij moeten daarbij antwoord bieden op enkele vragen die vooralsnog onbeantwoord blijven. Bijvoorbeeld, moeten we de Chinezen weren uit alle strategische infrastructuren; indien ja, wat is dat dan allemaal; waar begint dat en waar eindigt dat, of nog wat is de economische impact daarvan op korte en op langere termijn en wat is er realistisch? Die pertinente vragen moeten wij beantwoorden en het begint vaak in de eigen kelder.

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt de vraag wat breder getrokken. Het gaat inderdaad over het beschermen van onze strategische infrastructuur. Als er daarover gesproken wordt, gaat het over het beschermen van fysieke infrastructuur, onze kerncentrales, luchthavens, havens en de Noordzee, waar er belangrijke kabels kust liggen. Met mijn vraag wil ik aantonen dat er ook belangrijke digitale infrastructuur moet worden beschermd en dat wordt wel eens over het hoofd gezien, terwijl die infrastructuur bijzonder kwetsbaar is. Wanneer de zon schijnt, zoals dat de voorbije dagen wel vaker het geval is, wordt 50 tot zelfs 60 % van onze elektriciteit opgewekt door de zon en dat is plezant voor eigenaars van zonnepanelen, maar stel dat hackers op zo'n moment erin zouden slagen om zelfs maar een heel klein percentage van onze zonnepanelen aan te vallen en plat te leggen, dan is dat een systeemrisico en komen er black-outs. Natuurlijk heeft de kwestie te maken met globalisering, maar meer nog heeft die ten gronde volgens mij te maken met de energietransitie, die ons ongeveer 25 jaar geleden werd opgedrongen en die u nu hopelijk eindelijk zult keren. We zouden groene energie krijgen, goedkope energie, want de zon schijnt gratis en de wind waait voor niets. Energie is echter helemaal niet goedkoper geworden, integendeel. Er werd ons ook beloofd dat we niet langer afhankelijk zouden zijn van de stoute landen die fossiele brandstoffen leveren, want we zouden zelf onze energie opwekken. Wat blijkt nu? We wekken wel zelf energie op via windmolens en zonnepanelen, maar die panelen en molens worden niet hier geproduceerd. Bovendien hebben we amper controle over de software die de toestellen aanstuurt. Strategische autonomie hebben we dus ook niet gekregen. Mijnheer de eerste minister, keer dus alstublieft die energietransitie terug.

De bewaking van nucleaire sites
De inzet van militairen voor de bewaking van kerncentrales
De bewaking van de kerncentrales
Veiligheid en militaire bewaking van nucleaire installaties

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overdracht van nucleaire beveiliging van de gespecialiseerde politie-eenheid DAB naar Defensie (vanaf juli 2025) stuit op kritiek door gebrek aan juridisch kader, operationele bevoegdheden (geen arrestaties/fouilles) en risico’s voor motivatie en veiligheid van militairen, die als "goedkope oplossing" worden ingezet zonder passende expertise. Lokale politiezones vrezen extra werkdruk door gaten in beveiliging, terwijl Defensie de taak als tijdelijke noodoplossing presenteert, afhankelijk van een toekomstig *Defensiecodex* en een nog niet operationele territoriale reserve. Kritiekpunten zijn juridische onzekerheid bij incidenten, demotivatie bij militairen en het ontbreken van structurele alternatieven ondanks eerdere beloftes in het regeerakkoord. Politiek wordt gewaarschuwd voor herhaling van eerdere mislukte inzet (OVG), zonder duidelijke langetermijnvisie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis quelque temps, les militaires ont commencé à reprendre en charge de manière durable la sécurité statique des centrales nucléaires afin, officiellement, de libérer les policier de la DAB actuellement chargés de cette mission. Cette mission revenait pour des raisons évidentes de spécialisation à cette direction de la police fédérale. Avec mes collègues de la commission de l'Intérieur, nous vous avons interpellé à de nombreuses reprises face à cette solution qui n'en est vraiment pas une.

Sur le plan humain, pour la police, plus de 200 policiers vont se voir réaffectés vers d'autres unités partout en Belgique, en perdant plusieurs centaines d'euros, sans parler des conséquences sur les trajets domicile-travail. Sur le plan humain, pour la Défense, c'est le retour des militaires "bons à tout faire" de l'époque où votre prédécesseur Vandeput chargeait des militaires de missions qui ne sont pas les leurs et pour lesquelles aucun cadre légal n'existe.

Sur le plan qualitatif, la DAB est une unité spécialisée, contrairement à la Défense, qui ne dispose d'aucune compétence policière telle que l'arrestation, la fouille, le contrôle d'identité, l'identification de véhicules, etc. Sur le plan local, nous avons une nouvelle fois un report de charges pour les zones concernées.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur la reprise des missions de la DAB par la Défense? Qu'en est-il des conséquences opérationnelles pour les militaires concernés? Qu'en est-il de leur logement et du support logistique?

J'ai pu lire également dans la presse locale les inquiétudes du chef de corps de la police de Huy. D'ailleurs, Huy est près de chez moi et je sais que vous vous y êtes rendu. Quand vous passez dans la région, n'hésitez pas à me faire signe, je vous accueillerez dans ma belle commune!

(…) : (…)

Christophe Lacroix:

Oui! À Wanze. Je sais que vous avez bonne mémoire!

La zone de police de Huy a exprimé son inquiétude, car elle s’attend à une charge de travail accrue pour assurer certaines missions que les militaires ne pourront pas exercer. Ces derniers, par ailleurs, connaîtront moins bien le terrain et les spécificités locales que les agents de la DAB.

Je sais que vous avez rencontré les autorités locales. Dès lors, quelle concertation avez-vous eue avec elles, notamment avec le chef de zone – sachant que les zones qui entourent la zone de police de Huy sont également concernées par ces aspects?

Enfin, vous aviez annoncé un codex, qui devait être négocié avec le ministre de l’Intérieur. Où en est ce processus?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u weet dat ik en mijn fractie geen voorstander zijn van het opnieuw laten uitvoeren van bewakingsopdrachten door de militairen. We hebben reeds een OVG gehad. Die heeft aangetoond dat dit zeer negatieve gevolgen had voor de militairen: demotivatie, langdurige aanwezigheid op straat zonder te mogen ingrijpen want daarvoor moesten ze naar de politie bellen. Er was geen wettelijk kader. Ik dacht dat we daaruit geleerd hadden om een dergelijke OVG niet meer op die manier te organiseren.

Dat was ook uw intentie vermoed ik na het lezen van het regeerakkoord en de beleidsverklaring. Er moest aan twee specifieke voorwaarden voldaan worden. De eerste voorwaarde betrof een duidelijk juridisch kader, de tweede een territoriale reserve. Geen van beide is gerealiseerd. Er is geen wettelijk kader en geen territoriale reserve. En dus zitten we eigenlijk met een OVG 2.0, wat een bijzonder slechte zaak is voor de militairen. Ik vrees dat dit ook een impact zal hebben - misschien beperkt, maar toch - op de operationele capaciteit van ons leger.

Mijn vragen zijn misschien wat gedateerd, maar ik stel ze toch.

Wanneer zal het wettelijk of juridisch kader klaar zijn?

Wanneer zullen militairen, wanneer ze op straat zijn en in operatie, daadwerkelijk iets kunnen doen in plaats van alleen maar toekijken?

Vindt u dat statische bewakingsopdrachten een toekomstige of vanaf nu reeds een kerntaak van de Belgische Defensie moeten worden?

Wordt dit dus onderdeel van het vaste takenpakket van de militair?

Wordt er op geregelde tijdstippen een parlementaire rapportering of een evaluatierapport voorzien?

Theo Francken:

Dans le cadre de la collaboration entre la Défense et le SPF Intérieur, la Défense s'est vu confier la mission de remplacer du personnel de la DAB sur six sites nucléaires entre le 1 er juillet 2025 et avril 2026. L'appui qu'apporte la Défense permet de transférer temporairement des effectifs de la DAB vers la mission "cours et tribunaux" afin que la police fédérale puisse libérer davantage de moyens pour lutter contre la criminalité.

L'état-major a déployé des détachements militaires sur les sites de Doel et Tihange depuis le 1 er juillet. Plusieurs reconnaissances en collaboration avec la police fédérale et ENGIE ont eu lieu en vue de coordonner le plan de transition. La préparation de la mission avec des équipes de la DAB garantit une bonne connaissance des sites. La police locale jouera son rôle en cas d'incident, conformément au cadre légal.

Les militaires concernés logent dans une caserne des environs, d'où leur appui logistique est organisé. Une deuxième phase de planification commencera ensuite pour les sites de Mol, Geel et Dessel, planifiés pour être repris par la Défense en fin d'année 2025. Le site de Fleurus sera repris en avril 2026. À ce stade, la mission est limitée aux sites déjà mentionnés.

De inzet van militairen in het kader van de beveiligingsopdracht van nucleaire sites is gebaseerd op artikel 111 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Overeenkomstig die bepaling kunnen de politiediensten voor de handhaving van de openbare orde, wanneer de middelen van de federale politie ontoereikend blijken, bijstand vorderen van de krijgsmacht, wanneer die als enige over de daartoe noodzakelijke technische en menselijke middelen beschikt.

Het protocolakkoord verwijst bovendien naar artikel 7/5 van de wet op het politieambt, waarin wordt verduidelijkt dat en hoe de politie de leiding heeft over de operaties. Bij de uitvoering van die opdracht beschikt het personeel van Defensie evenwel niet over eigen politiebevoegdheden, zoals identiteitscontrole, fouillering of arrestatie.

Het is dus belangrijk om in de toekomst over een specifiek wettelijk kader te beschikken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de tijd die nodig is om dergelijke wetgevende initiatieven concreet uit te werken.

Dans un premier temps, en attendant un cadre juridique et de déploiement adapté ainsi que l'opérationnalisation de la réserve territoriale, cette mission sera assurée par des militaires actifs réguliers, sur la base d'un système de rotation et à partir d'un statut opérationnel, comme c'était le cas à l'époque de l'OSG.

Les modalités exactes de déploiement relatives au nombre de militaires par site et à leurs équipements de préparation spécifique sont considérées comme sensibles et peuvent, si c'est souhaité, être discutées à huis clos au sein de la Commission de Suivi des opérations.

Het eerste deel van het toekomstige wetsontwerp Defensiecodex werd opgesteld door de defensiestaf en zal zo snel mogelijk bij het Parlement worden ingediend. Ik krijg daarover nog een laatste briefing, waarna het dossier naar de Kamer komt. Voor uw vraag over welke andere civiele alternatieven werden onderzocht, verwijs ik naar de minister van Binnenlandse Zaken.

Militairen mogen geweld gebruiken in het kader van wettelijke verdediging. Daarnaast kunnen zij op grond van artikel 7/5, hun vuurwapens gebruiken op instructie van de politie, overeenkomstig artikel 38, 3° van dezelfde wet, wanneer in het geval van volstrekte noodzakelijkheid, de aan hun ter bescherming toevertrouwde personen, posten, vervoer van gevaarlijke goederen of plaatsen op geen andere wijze kunnen worden verdedigd. In dat geval mogen vuurwapens enkel worden gebruikt overeenkomstig de richtlijnen en onder verantwoordelijkheid van een officier van de bestuurlijke politie.

De inzet van militair personeel voor de bewaking van nucleaire sites gebeurt binnen het kader van een specifiek protocolakkoord. Het betreft thans geen kerntaak van Defensie, maar een ondersteunende operatie ten behoeve van de politie.

Vu qu'il s'agit d'une mission opérationnelle à part entière, et conformément à la loi syndicale en vigueur à la Défense, elle n'est, à ce titre, pas soumise à la concertation.

Een aanpassing van de taken van Defensie in deze context, zoals vermeld in het regeerakkoord, is afhankelijk van een aangepast wettelijk kader en de effectieve oprichting en operationalisering van een territoriale reserve. Zoals gebruikelijk wordt de commissie voor de Opvolging van de militaire missies over deze operatie geïnformeerd, zoals intussen door kolonel Comhair gebeurd is.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir fait le point sur la situation. Je reste néanmoins inquiet. Je comprends que l'accord vise à pallier l'absence de moyens suffisants de la police, de la police fédérale en particulier. Je veux bien mais qui étaient les ministres de l'Intérieur auparavant? Ils n'appartenaient pas au Parti Socialiste. Voilà, il faut un peu pointer les responsabilités des uns et des autres en la matière.

Par ailleurs, vous confirmez qu'il n'y a pas de compétence des militaires pour l'arrestation, pour toute une série de fouilles, de contrôles d'identité. Cela reste quand même problématique. En effet, en l'absence de codex, comment ces militaires sont-ils couverts si jamais il y a un incident? C'est une grande question que je me pose. Sont-ils couverts par la hiérarchie? Sont-ils couverts par leur statut? Que se passe-t-il en cas de problème?

Et puis, vous me répondez que la police locale jouera le rôle qu'elle avait précédemment, sauf que, non, la police locale avait un rôle de support le cas échéant et que la police fédérale, à travers les DAB, remplissait déjà toute une série de missions que la police locale n'avait pas à remplir. Finalement, c'est donc un sparadrap qui est collé sur une situation tout à fait improbable et qui n'est pas de la bonne gestion.

Je sais que, dans votre chef, ce n'était pas ce que vous vouliez au départ et que tout cela résulte finalement d'un compromis. Mais, moi, je vous rends attentif au fait qu'effectivement, non seulement des militaires peuvent connaître des situations particulières qui pourraient être dangereuses – je ne comprends d'ailleurs pas pourquoi on n'a pas choisi des MP pour faire ces missions, ce qui aurait été peut-être plus logique – et qu'en outre, la police locale, qui est déjà confrontée à de gros problèmes en termes de services de proximité à la population, est à nouveau mise sur le grill. On lui demande de réaliser des missions qu'elle n'avait pas l'habitude de réaliser auparavant.

Kjell Vander Elst:

Uw antwoord overtuigt mij niet. Wat collega Lacroix zegt, is correct. We hebben OVG gehad in een tijd van crisis, in uitzonderlijke omstandigheden en we hebben parallel de DAB opgericht, de directie Beveiliging, met een kader van 1.200 mensen. Volgens de cijfers die ik heb opgevraagd, zitten daar ongeveer 1.000 personeelsleden. Terwijl de DAB dus is opgericht om die statische bewakingsopdrachten uit te voeren, wil Defensie die nu opnieuw op zich nemen. We weten nochtans goed dat we OVG in uitzonderlijke omstandigheden hebben moeten ontplooien en toen al snel hebben gezien dat dat tot praktische problemen leidde, onder meer omdat militairen niet kunnen ingrijpen. Bovendien zijn zulke opdrachten demotiverend voor operationeel personeel bij Defensie. Zeker jonge mensen gaan niet bij Defensie om een statische bewakingsopdracht bij een nucleaire site uit te voeren. Een tweede punt is dat militairen als goedkope werkkracht worden gezien, als een goedkope vervanger van een beveiligingsagent. Het is een financieel voordeel voor de politie. Ik weet natuurlijk dat er een tekort aan politiecapaciteit in dit land is en dat er agenten bij moeten komen, maar we moeten af van de mentaliteit om militairen in te schakelen als de politie het niet meer kan oplossen. Defensie is altijd een laatste toevlucht geweest, ook financieel. We hebben geen geld, we zullen nog wat op Defensie beknibbelen. Die mindshift op financieel vlak is de vorige legislatuur al omgekeerd, wat een goede zaak is, maar laat ons ook de mindshift ten aanzien van het militair personeel maken. Het militair personeel verdient beter dan een goedkope bewakingsvervanger van de politie te zijn.

De defensieuitgaven, de algemene weerbaarheid en de link met energie
De strategische percelen naast militaire installaties en kritieke infrastructuur
Het meenemen van de energieweerbaarheid in onze defensie-inspanning
Defensie, energieweerbaarheid en strategische infrastructuur

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België houdt geen specifiek toezicht op buitenlandse grondankopen nabij militaire sites, maar Defensie adviseert bij bouwvergunningen en monitort kritieke infrastructuur, met aangepaste dreigingsanalyses door geopolitieke verschuivingen. Energie-investeringen (bv. kerncentrales, windparken) die de afhankelijkheid van Rusland verminderen, kunnen deels meetellen als defensie-uitgaven (1,5% BBP), maar hun precieze aandeel en structurele impact moeten nog worden uitgeklaard. Afhankelijkheid van China (bv. zonnepanelen, windturbines) wordt erkend als risico, met oproepen om kritieke componenten uit "onveilige" landen te weren. De definitie van defensie-gerelateerde uitgaven (inclusief energie) zal in 2026 aan de NAVO gerapporteerd worden, met nadruk op veerkracht en productiecapaciteit.

Koen Van den Heuvel:

Enkele maanden geleden ontstond er in de Verenigde Staten ophef over de aankoop van gronden en andere strategisch gelegen percelen door buitenlandse partijen in de nabijheid van militaire installaties en kazernes. Uit onderzoek bleek dat er wellicht een verband was met China. In Kansas heeft dat zelfs geleid tot initiatieven van de gouverneur om dergelijke praktijken tegen te gaan.

Mijn vragen hierover zijn kort. Wat is de situatie in ons land? Wordt er toezicht gehouden op het eigendom van gronden in de buurt van militaire domeinen en kritieke infrastructuur? Bestaan er concrete beleidslijnen ter zake? Als dat niet het geval is, overweegt u dan als minister van Defensie initiatieven in die richting?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, tijdens een recente vergadering van de commissie voor Energie verklaarde de minister van Energie, de heer Bihet, dat alle investeringen in energieweerbaarheid en energieonafhankelijkheid ten opzichte van landen als Rusland zouden moeten meetellen in onze defensie-inspanning. Die investeringen zouden mee op het conto komen voor de berekening van de 1,5 % aan ruimere veiligheidsuitgaven, bijvoorbeeld in infrastructuur die de weerbaarheid van België versterkt.

Minister Bihet had het in dit geval niet over de beveiliging van onze energie-infrastructuur op zich, maar over geplande investeringen in productie-eenheden die onze afhankelijkheid van olie en gas moeten verminderen. Voorbeelden hiervan zijn de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3, de uitgaven voor het energie-eiland, de versterking van het hoogspanningsnet, windmolenparken op zee en batterijparken.

De redenering is logisch. Onze strategische energieafhankelijkheid van Rusland maakt ons uiteraard zeer kwetsbaar voor economische chantage en hybride oorlogsvoering. We herinneren ons allemaal hoe president Poetin in het verleden de gaskraan volledig dichtdraaide, waardoor de energieprijzen door het dak gingen. Toch roepen de uitspraken van minister Bihet enkele vragen op.

Hoe staat u tegenover die uitspraken? Deelt u de mening van minister Bihet dat niet alleen de beveiliging van, maar ook de investeringen in de genoemde energie-infrastructuur moeten meetellen als defensie-inspanning? Welke specifieke investeringen zouden hieronder kunnen vallen?

Zijn dergelijke investeringen en opbrengsten niet te afhankelijk van de evolutie van de elektriciteitsprijs, waardoor het bedrag dat de overheid kan inbrengen verschilt van jaar tot jaar?

Is dat dan wel een structurele defensie-uitgave? Kunt u al ramen hoe groot dat aandeel precies zou kunnen worden binnen die 1,5 % van het bruto binnenlands product?

Wat doet u met het grote risico dat het meetellen van energie-investeringen in groene energie met zich meebrengt? Dreigen wij ons energiebeleid daardoor onder het mom van veiligheid niet nog verder richting die onbetaalbare en wisselvallig renderende groene energie te sturen?

Wat doet u met de hoge afhankelijkheid van landen als China op het vlak van zonne- en windenergie? Valt China ook onder de noemer ‘landen zoals Rusland’ waartegen minister Bihet onze weerbaarheid wil verhogen?

Theo Francken:

Defensie wordt niet betrokken bij eigenaarswissels van vastgoed. Defensie kan wel de eigenaarsgegevens opzoeken.

A priori bestaat er momenteel geen specifieke wetgeving die buitenlandse investeringen in vastgoed rechtstreeks verbiedt of beperkt. Defensie wordt in de regel wel betrokken bij de stedenbouwkundige adviesaanvragen in het kader van omgevingsvergunningen of permis uniques en geeft dan advies over de realisatie van bouwwerken in de onmiddellijke nabijheid van militaire domeinen of kwartieren. Dat is logisch. Het gaat dan vooral over de beoordeling van de werken, bijvoorbeeld inzake onverenigbaarheid met de militaire activiteiten of de luchtverkeersleiding. Vaak wordt daarbij opgemerkt dat rechtstreekse inkijk vermeden of onmogelijk gemaakt moet worden. De eindbeslissing over het al dan niet afleveren van een vergunning ligt uiteraard niet bij Defensie maar doorgaans bij de gemeente of provincie.

Bovendien bestaat er een permanente monitoring van de kritieke infrastructuur in België door de bevoegde veiligheidsinstanties, waaronder Defensie.

Gezien de huidige geopolitieke verschuiving binnen België en Europa worden ook de dreigingsanalyses in die zin aangepast, teneinde een adequaat antwoord te kunnen bieden. Indien de context vereist dat Defensie een prominente rol zal spelen, moet er daartoe ook de bereidheid zijn.

De uitgaven die in aanmerking kunnen worden genomen voor de tweede korf, zullen voor het eerst formeel aan de NAVO worden gerapporteerd in juni 2026. Het gaat onder meer om uitgaven in het kader van NAVO- of nationale defensieplannen, ongeacht of ze civiel-militair of puur civiel van aard zijn, uitgaven voor de ontwikkeling van de defensie-industrie ter bevordering van de productiecapaciteit, uitgaven voor het vergroten van de voorraden van kritiek materieel dat essentieel is voor de productie enzovoort. Dat is een hele definitie. Ik zal ze u bezorgen. De definitie van die 1,5 % kan iedereen dan eens rustig nalezen, want anders moet ik drie bladzijden voorlezen.

De vraag of alle investeringen in energieweerbaarheid en energieonafhankelijkheid van landen als Rusland zouden moeten meetellen in onze defensie-inspanning, is direct verbonden met de bepaling van de uitgaven die voor de tweede korf in aanmerking kunnen worden genomen. Bepaalde energie-investeringen versterken de veerkracht van de defensie-infrastructuur en kunnen in die hoedanigheid worden beschouwd als een indirecte bijdrage aan de nationale veiligheid. Het gaat daarbij om ramingen van geplande investeringen in productie-eenheden die onze afhankelijkheid van olie en gas verminderen. Het precieze aandeel daarvan binnen de 1,5 % van het bbp moet verder worden geanalyseerd.

Hernieuwbare energie die deel uitmaakt van een goed gebalanceerd productiepark, kan wel degelijk bijdragen aan de energieonafhankelijkheid en de veiligheid van het land. De invoering van hernieuwbare-energietechnologieën vereist wereldwijde toeleveringsketens. Europa, en België in het bijzonder, is nog steeds deels afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Leveranciers uit bijvoorbeeld Rusland en China moeten worden geweerd voor de toelevering van bepaalde kritieke componenten, zoals omvormers van zonne-installaties.

We zullen de nota die de 1,5 % definieert, bezorgen aan de commissie.

Koen Van den Heuvel:

Ik wil de minister bedanken voor zijn antwoord.

Annick Ponthier:

Ik wil de minister ook bedanken voor zijn antwoord en voor het bezorgen van het gedetailleerde overzicht van die 1,5 %. Ik denk dat het heel nuttig is om dat eens duidelijk uitgeklaard te zien. Ik heb in uw antwoord ook gehoord dat u inderdaad openstaat voor de bemerkingen of de uitlatingen die minister Bihet heeft gedaan in de commissie voor Energie. Het klopt dat ook energie van toepassing kan zijn als het gaat over het versterken van de weerbaarheid van onze samenleving tout court en dus ook van onze defensiecapaciteit. Over de afhankelijkheid heb ik u ook horen zeggen dat we die maximaal moeten afbouwen of toch tegenhouden. Ik dank u voor uw antwoord. Dat verhaal wordt zeker nog vervolgd in de toekomst.

De beslissing van de regering met betrekking tot het geplande energie-eiland
Offshorewindenergie
Het energie-eiland
De tweede offshorezone
De regeringsbeslissingen van 6 juni 2025 rond het energie-eiland
De studie van de KU Leuven over de windschaduweffecten
Het risico op rendementsverlies van windparken
De tender voor offshorewindturbines
Het energie-eiland
De tenderprocedure voor de productie van offshore windenergie (Prinses Elisabethzone)
De regeringsbeslissing van 27 juni 2025 tot stopzetting van de lopende tender voor PEZ1
Het energie-eiland
Offshore windenergie, energie-eiland en gerelateerde regeringsbeslissingen en studies

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische energietransitie vertraagt door twee cruciale regeringsbeslissingen: de schrapping van het gelijkstroomdeel (DC) van het energie-eiland (besparing van €3 miljard, maar verlies van 1,4 GW interconnectiecapaciteit met het VK) en het uitstellen van de aanbesteding voor windpark Princesse Élisabeth 1 (nu pas in 2026, operationeel in 2031-32 in plaats van 2030), wat 2,4 TWh groene stroom vertraagt. De minister verdedigt de vertraging als kostbeheersing (exploderende prijzen door oligopolie bij DC-leveranciers) en juridische zekerheid (onopgeloste knelpunten in de tender, zoals onbalansregels en aansprakelijkheid), maar critici wijzen op zelfgecreëerde onzekerheid (geen antwoorden op vragen tijdens de tender) en risico’s voor klimaatdoelen 2030—al claimt de minister beperkte impact door compensatie via CRM-veilingen en batterijopslag. Alternatieven (zoals publieke investeringen in plaats van private tenders) en technische uitdagingen (windschaduweffecten, Nautilus-interconnector) blijven onopgelost, terwijl de NZIA-regels (30% niet-prijscriteria) en nieuwe staatssteunnotificaties de herlancering van de tender verder complexer maken. De focus ligt nu op lagere kosten voor consumenten, maar de timing (2031) en ambitie (700 MW eerste lot) staan onder druk.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, il est de plus en plus évident que vous êtes le ministre du retard de la transition énergétique. Depuis l’introduction de ma question, le gouvernement a pris une décision concernant le projet de l’île énergétique. Vous avez décidé de suspendre la partie en courant continu et votre décision a pour conséquence de nous priver de 1,4 gigawatt de capacité de production électrique et de ne pas renforcer les interconnexions avec le Royaume-Uni pour pouvoir échanger la production d'énergie renouvelable.

Dans 10 ans, nous aurons un trou en termes de capacité de production électrique, et vous nous direz qu'il faut absolument du nucléaire, qui est encore plus coûteux. Vous justifiez ce choix car le coût de l'île énergétique s'est envolé, passant de 2,2 milliards à plus de 7 milliards d'euros. Mais vous n'avez jamais combattu les causes de cette explosion des coûts. La position oligopolistique des trois fournisseurs d'infrastructures de sous-stations à courant continu, c'est à dire Siemens, General Electric et Hitachi, est à la base de la moitié du surcoût de l'île, c'est à dire de 3,5 à 4 milliards d'euros. Cela démontre que faire confiance à des multinationales pour mener la transition est un échec. Le profit l’emporte souvent sur l'intérêt collectif.

Monsieur le ministre, avez-vous prévu une alternative pour couvrir les 1,4 gigawatt de capacité perdue? Quelles sont les conséquences pour la sécurité d'approvisionnement? La Belgique devra-t-elle importer davantage d'énergie? Faudra-t-il augmenter les enchères dans le cadre du CRM pour compenser? Avez-vous sollicité l'aide de la Commission européenne pour faire pression à la baisse sur les fournisseurs des sous-stations à courant continu? Comment se fait-il que dans le contrat ne se trouvait pas une clause qui portait sur le prix pour limiter les augmentations?

S'agissant des parcs éoliens offshore, dans un contexte où la Belgique s'est engagée à réduire drastiquement ses émissions de CO 2 d'ici 2030, ces nouveaux parcs éoliens offshore de la zone Princesse Élisabeth constituent un pilier essentiel de notre transition énergétique. Pourtant, vendredi dernier, lors du kern, vous avez décidé de reporter l'appel d'offres pour la construction d'un nouveau parc éolien offshore, le premier lot de la zone Princesse Elizabeth. L'appel d'offre sera relancé d'ici mars 2026 et les acteurs du marché auront ensuite neuf mois pour soumettre leurs offres, un an et demi après ce qui était initialement prévu par le gouvernement précédent.

La durée de construction autorisée ayant été portée de quatre à cinq ans, les éoliennes du lot numéro un ne seront pas prêtes avant 2031-2032. Voici une bonne raison pour laquelle vous êtes le ministre du retard de la transition énergétique.

Le report de l'appel d'offre va retarder la construction de plusieurs années alors que nous avons justement besoin d'accélérer les investissements dans les éoliennes offshore. Dès le départ, nous ne soutenions pas le système d'appel d'offres, qui laisse l'initiative au secteur privé. Nous constatons les conséquences aujourd'hui: encore plus de retard. Nous proposons donc que le gouvernement investisse lui-même via une banque d'investissement public. Nous devrions confier le développement des éoliennes au secteur public afin d'accélérer la transition et faire en sorte que les bénéfices reviennent aux travailleurs et à notre industrie.

Monsieur le ministre, quelles sont les conséquences de ce retard dans la construction des parcs éoliens offshore de la zone Princesse Élisabeth? Quel est le coût de ce retard? Quand voulez-vous terminer les parcs éoliens? Pourquoi entamer une autre procédure, compliquée et lente, plutôt que d'investir directement dans la construction d'éolien offshore? Allez-vous réaliser les investissements dans l'infrastructure nécessaire pour assurer que l'énergie produite en mer puisse être acheminée dans notre réseau? Comment le gouvernement entend-il éviter un surcoût pour les factures des gens via les contracts for difference ?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het energie-eiland houdt dit Parlement al een hele tijd bezig, zeker sinds bekend is geworden dat de kostprijs door het dak is gegaan. We zaten met de laatste ramingen niet ver meer van 8 miljard euro voor dat energie-eiland, terwijl we oorspronkelijk uitgingen van een bedrag in de buurt van 2,1 à 2,2 miljard euro. Die centen zouden in de energiefactuur gevonden moeten worden, want de kosten worden uiteraard doorgerekend via de Eliatarieven en dergelijke. Er moest dus wel iets gebeuren. Wij zijn tevreden dat de kogel uiteindelijk door de kerk is en dat de beslissing is genomen om het gelijkstroomdeel van het eiland niet uit te voeren. Dat is iets waar wij als partij al heel lang voor pleiten. De vraag is nu natuurlijk op welke manier dat verder vorm krijgt en wat de exacte contouren zijn van de beslissing zoals die door de regering genomen is. Mijn vragen zijn dan ook vrij concreet.

Kunt u het concrete beslispunt op dat vlak toelichten? Wat zijn de randvoorwaarden die daarbij worden geformuleerd? Dat heeft uiteraard ook mogelijke gevolgen voor de offshorewindparken. Als het offshoregedeelte niet doorgaat, is er immers geen zekerheid dat de derde kabel zomaar kan worden aangesloten op het eiland, omdat die capaciteit ontbreekt. Misschien kan dat in de toekomst op een andere manier worden opgelost. De vraag is dan natuurlijk of ook de totale offshorecapaciteit wordt herbekeken.

Wat is het effect op het Nautilusproject? Daar werd in het verleden een hybride interconnector naar voren geschoven, maar die had natuurlijk nood aan die gelijkstroomverbinding. Op welke manier wordt dat nu herdoopt? Zal dat verschuiven naar een point-to-pointconnector of is het de bedoeling om op de een of andere virtuele manier daarvan toch nog een hybride interconnector te maken?

Wat is de planning voor de afwerking van het eiland en wanneer acht u die afwerking mogelijk?

Tegelijkertijd is, samen met het eiland, ook de discussie rond de offshorewindparken opgedoken. De laatste weken en maanden hoorden we vanuit verschillende hoeken dat die tender toch wel een probleem vormde. Bij de ontwikkelaars gingen duidelijk stemmen op die aangaven dat er te veel onduidelijkheid was over de tender om ermee te kunnen doorgaan.

De vraag is ook of de voorbereiding wel volledig af was op het moment dat de tender werd gelanceerd. Is het niet zo dat men die absoluut wilde lanceren? Dat heeft natuurlijk een aantal risico’s met zich meegebracht, in die mate dat ik me afvraag of we er niet veel beter aan gedaan hadden om net iets meer tijd te nemen voor de voorbereiding van de tender, alvorens die snel op de markt te brengen omdat men zich vastgepind had op een bepaalde datum.

U hebt daar intussen ook een beslissing over genomen, samen met de ministerraad. De vraag is natuurlijk welke effecten dat heeft en hoe het dossier nu verder moet, zeker omdat we weten dat niet alleen die tender in de markt werd gezet, maar ook dat er in het verleden keuzes zijn gemaakt voor vrij hoge densiteiten van de verschillende zones. Dat zijn zaken die natuurlijk de kostprijs de hoogte injagen en die kostprijs komt uiteindelijk altijd bij de verbruiker terecht.

Ik heb daarover de volgende vragen.

Ten eerste, welke aanpak stelt u concreet voor voor de Prinses Elisabethzone?

Ten tweede, op welke punten wilt u de concepten van die zone aanpassen om een nieuwe tender te kunnen lanceren?

Ten derde, welke timing hebt u voor ogen voor de Prinses Elisabethzone?

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, op 6 juni en op 27 juni zijn er twee belangrijke regeringsbeslissingen genomen. De beslissing van 6 juni is toegelicht door collega Wollants. De regering heeft eindelijk beslist om het wisselstroomgedeelte (AC) op het eiland – waarvoor hier een brede meerderheid, of zelfs een volledige meerderheid is – verder te zetten, maar om de lopende aanbestedingsprocedure voor het gelijkstroomgedeelte (DC) stop te zetten.

Daarnaast wordt de installatie van een tweede gelijkstroominterconnectie met het Verenigd Koninkrijk – Nautilus – verder bestudeerd. Wat kavels 2 en 3 van de zone betreft, zou er een evaluatie van het huidige aanbestedingsregime worden uitgevoerd, inclusief een analyse van het kostenverhogende effect van bepaalde tendercriteria.

Wat betreft de eerste beslissing, van 6 juni, wat is de stand van zaken met betrekking tot Nautilus? Zijn er ondertussen contacten gelegd, eventueel in het kader van een mogelijke point-to-pointinfrastructuur? Kunt u aan de commissie nog eens toelichten welke technische motieven u ertoe hebben gebracht om het gelijkstroominfrastructuurgedeelte te schrappen? Welk alternatief kiest u uiteindelijk, nu het ontwerp van de vorige regering wordt verlaten?

Wat het tenderregime betreft weten we inmiddels – er zijn lange tijd geen mondelinge vragen meer gesteld – dat de lopende tender stopgezet wordt en dat er een nieuwe tender gelanceerd zal worden. In uw communicatie was u daarbij toch wel behoorlijk aanvallend naar de vorige minister. U had het over grote rechtsonzekerheden, een onrealistische kalender en een vaag financieel kader. Het behoud van de huidige procedure had de Belgische Staat volgens u blootgesteld aan zware juridische risico's en een aanzienlijke budgettaire ontsporing. Ik citeer slechts uit uw persbericht, mijnheer de minister.

Kunt u toelichten wat volgens u die grote rechtsonzekerheden waren? Waarom bleek de kalender onrealistisch? Wat waren volgens u de financiële onzekerheden bij de lopende tender, die door mevrouw Van der Straeten of haar team uiteindelijk in de markt werd gezet?

Wat betekent deze beslissing voor het behalen van de Belgische klimaatdoelstellingen voor 2030 en voor de bevoorradingszekerheid in de periode 2029-2032? We kunnen daar straks bij de vragen over het CRM ongetwijfeld nog wat dieper op ingaan. Wat betekent dit voor kavel 3 – toch goed voor 1,4 gigawatt – en voor het aspect densiteit in de kavels 1 en 2? Betekent dit dat u voor maximaal 2,1 gigawatt gaat en dat u de – maximaal – 3,5 gigawatt van collega Van der Straeten verlaat, of bent u van plan om met een totaal ander densiteitsmodel te werken?

Wat die densiteit betreft is het u wellicht opgevallen dat er een studie van de KU Leuven is verschenen over het dreigende rendementsverlies door windschaduweffecten bij de Belgische offshoreprojecten. Ook daarover heb ik nog enkele vragen. Ik heb die trouwens ook al eens aan uw collega Verlinden gesteld, maar wel in verband met het Franse windmolenpark.

De vraag is – ik weet het zelf niet precies, maar u ongetwijfeld wel – of het geplande Franse windmolenpark ver genoeg ligt van kavel 1. Ik geef dat maar als voorbeeld. U zult ongetwijfeld kunnen antwoorden.

Rekenen de projectontwikkelaars de mogelijke opbrengstverliezen voldoende door in hun economische model? Geldt dat – dit is belangrijk – ook voor de projectontwikkelaars in de bestaande zone? Het probleem zou namelijk kunnen zijn dat die bestaande zone een impact ondervindt. In welke mate houdt de federale regering daarmee rekening bij de invulling van de tweede en derde kavel van de zone? We komen daarbij opnieuw uit op het concept van densiteit. Volgens de studie zouden de eerste twee kavels – over hun maximale lengte – de windtoevoer naar de bestaande, oudere zone blokkeren. Ik ga ervan uit dat die eerste twee kavels ingevuld zijn zoals in het model van de vorige regering.

Als u op al die vragen een antwoord kunt geven, zal ik zeer tevreden zijn.

Marie Meunier:

Monsieur le président, monsieur le ministre, j'ai deux questions dans le cadre de ce débat. La première porte sur le risque de perte de rendement dans les parcs éoliens.

Une étude récente menée par la KU Leuven a attiré notre attention sur un risque important concernant l'éolien offshore en mer du Nord; il s'agit de l'effet de sillage, par lequel le vent perd de sa force en passant à travers les éoliennes, ce qui diminue la production des éoliennes situées en aval. Selon cette étude, 13 des 69 parcs éoliens actuels en mer du Nord pourraient perdre plus de 10 % de leur rendement d'ici à 2030, et même 18 % dans des cas exceptionnels.

Nous sommes parmi les pays les plus vulnérables, à cause de la densité de nos parcs. La zone Princesse Elisabeth (ZPE) pourrait, selon l'étude, faire baisser le rendement des parcs existants voisins de près de 8,5 %. Si Elia et la Belgian Offshore Platform indiquent que l'effet de sillage est intégré dans leur planification, cette étude pose tout de même plusieurs questions en termes de rendement énergétique.

Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance des résultats de l'étude? Si oui, comment évaluez-vous les conséquences sur les parcs belges actuels et futurs? Pouvez-vous nous donner des garanties sur le fait que l'effet de sillage est correctement anticipé pour nos nouvelles installations offshore? Avez-vous eu des discussions avec nos voisins européens pour éviter cet effet au maximum? Les résultats de cette étude vont-ils mener à un réexamen des designs actuels de la ZPE?

J'en viens à ma deuxième question qui concerne l'île énergétique. Monsieur le ministre, le vendredi 6 juin, vous avez annoncé la suspension de la partie en courant continu de l'île énergétique. Cette décision, combinée au retard constaté dans les procédures d'appel d'offres pour les nouveaux parcs éoliens offshore, soulève des questions en termes de production d'énergie renouvelable pour notre pays.

Le développement de l'éolien en mer est un pilier essentiel pour atteindre nos objectifs climatiques, renforcer notre sécurité d'approvisionnement et garantir un accès à une électricité renouvelable fiable et compétitive pour notre pays. La situation actuelle pourrait mettre en péril non seulement les objectifs, mais aussi la crédibilité de notre stratégie énergétique.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous garantir que votre priorité est bien de lever les obstacles qui freinent le développement de l'éolien offshore? Quelles adaptations concrètes avez-vous mis ou allez-vous mettre en œuvre pour que les appels d'offres se fassent dans les meilleurs délais et avec les garanties nécessaires pour le secteur?

Comment comptez-vous éviter que ces retards compromettent nos engagements climatiques et fassent encore une fois grimper la facture?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ons debat loopt over verschillende elementen, namelijk het eiland en de tender. Mijn vraag heeft betrekking op de lopende tender, het eerste lot. De beslissing over het eiland is daar op zich niet relevant voor, in die zin dat de beslissing over het eiland betrekking heeft op de HVDC-infrastructuur, terwijl die infrastructuur geen directe impact heeft op de eerste kavel.

Ter inleiding wil ik even ingaan op een aantal zaken die hier gezegd zijn. Wat waren de uitgangspunten om de tender te ontwikkelen en te lanceren? Maximaal elektriciteit kunnen produceren voor onze gezinnen en onze bedrijven. Vandaar de keuze om te werken met PPA’s, zodat zowel gezinnen als de industrie elektriciteit kunnen afnemen. De realisatie van het project moest verlopen volgens een tijdslijn die aansluit bij de netinvesteringen. Zo ligt het eiland er al, zonder dat er windmolens op aangesloten zijn, maar tegelijk willen we ervoor zorgen dat ook Ventilus correct wordt getimed.

Daarvoor hebben wij goedkeuring gevraagd aan de Europese Commissie, en die is ook verleend. Dat is altijd in overleg met de regering gebeurd. Ik vind het op zich wel tof dat u dat nu allemaal aan mij toeschrijft. Uiteraard staat mijn naam onder al die KB's, maar ik wil graag verduidelijken, ook voor de minister, dat het wel degelijk om regeringsbeslissingen ging.

Op de vraag van de heer Wollants of alles klaar was, kan ik het volgende antwoorden. Er waren drie open punten, die ik heb doorgegeven aan de minister.

Ten eerste moest het KB Tender gewijzigd worden. De belangrijkste inhoudelijke wijziging was de verlenging van de constructietermijn van 48 naar 60 maanden. Daar waren wij het mee eens. Daarnaast moesten nog enkele zaken in lijn worden gebracht met de staatssteunbeslissing, zoals alles wat onbalans betreft. Daarover hebben we met de Europese Commissie echt onderhandeld, zodat de formule over de onbalans in de staatssteunbeslissing stond en gekopieerd en geplakt kon worden in het KB Tender. De teksten daarvoor waren klaar. De CREG had daarover advies gegeven en er was ook een adviesaanvraag bij de Inspectie van Financiën ingediend. Dat was de stand van zaken op het moment van de overdracht.

Het tweede punt betrof het KB over de liabilities , waarover nog een beslissing moest worden genomen. De minister heeft hier al aangegeven dat dat een moeilijke kwestie was, die tot lastige vragen leidde.

Ten slotte was er nog het punt van de finale maximale strike price , maar dat betreft een indexatieformule.

Dat waren de openstaande punten op het moment dat ik de overdracht heb gedaan. Eigenlijk ging het om behapbare punten, als men het dossier vastpakt en voortwerkt. Het was dus zeker geen totaal onafgewerkt dossier. Integendeel, er liep een tender, iedereen was zich aan het voorbereiden.

Ik stel vast dat het sindsdien heel lang stil is gebleven. Er is eigenlijk niets meer gebeurd, als ik het zo mag uitdrukken. Ik baseer me daarbij op het feit dat er sinds de overdracht op het tenderplatform geen antwoorden meer zijn gepubliceerd op de vragen. Het is dus gemakkelijk om nu te spreken van grote rechtsonzekerheid, maar die is gewoon zelf gecreëerd. Als er 400 vragen worden ingediend, maar als er geen antwoorden gepubliceerd worden, hoe kan men dan nog een tender voorbereiden? Zo wordt er rechtsonzekerheid gecreëerd.

Mijnheer de minister, waarom zijn er geen antwoorden meer gepubliceerd?

Specifiek over het stopzetten van de lopende tender, wat is de impact van 2,6 terawattuur? Ik heb het niet over capaciteit, maar over terawatturen die niet gerealiseerd worden. Wat betekent dat in het kader van de bevoorradingszekerheid en het behalen van de groenestroomdoelstellingen?

Wat is uw voorgenomen timing? U zegt in het persbericht dat er uiterlijk eind maart binnen de regering een akkoord moet zijn. Wat is het stappenplan daarvoor? U hebt geen goedkeuring van de Europese Commissie en moet opnieuw naar de Commissie stappen.

Het is allemaal heel mooi om te zeggen dat we die burgerparticipatie niet willen, maar in een nieuwe veiling is er ook nieuwe regelgeving van toepassing, namelijk de Net-Zero Industry Act. Die legt op dat bij elke veiling inzake hernieuwbare energie tot 30 % niet-prijsgerelateerde criteria opgenomen moeten worden. In de veiling die stopgezet is, was er 10 % burgerparticipatie. Dat was dus een tender gebaseerd op prijs, voor 90 % op prijs. In de Net-Zero Industry Act kan dat niet meer. Hoe zult u dat aanpakken? Wat is de impact op het vlak van staatssteun als u de nieuwe procedure moet doorlopen? Wanneer denkt u klaar te zijn? Wat is een realistische timing?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, il est vrai que le dossier de l'île énergétique est un sujet aussi intéressant que brûlant, comme je l'ai entendu, dont vous avez hérité. Nous ne doutons pas de votre volonté d'avancer et, surtout, de diminuer les coûts pour nos concitoyens tout en gardant des ambitions offshore.

J'ai quelques questions d'information. Pouvez-vous nous informer des dernières décisions du gouvernement sur l'avenir de l'île énergétique et sur ses conséquences sur les différentes concessions de la zone Princesse Elisabeth? Quelles sont les implications sur les connexions avec l'étranger, aussi bien les connexions prévues que les connexions potentielles telles que prévues par le hub énergétique offshore? Sur quelles composantes des coûts ont-ils été économisés? Quelles sont les prochaines étapes pour l'achèvement de l'île énergétique? A-t-on déjà une estimation de sa mise en œuvre? Quelle est la situation de l'appel d'offres pour les éoliennes de la zone Princesse Elisabeth 1? Quel serait l'impact d'un retard sur l'île par rapport à cet appel d'offres?

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, chers collègues, bonjour à tous. Vous m'excuserez, je suis un peu malade. Si vous trouvez que je parle un peu du nez, je suis sans doute le seul Belge qui ait réussi à tomber malade par cette température, mais ce n'est pas grave.

Pour vous répondre, nous avons choisi de trier les questions et les réponses en trois volets: l'île en première partie, l'offshore en deuxième lieu, et pour M. Ravyts et Mme Meunier, l'effet de sillage et l'étude KU Leuven en troisième partie.

La première partie porte sur l'île énergétique. Nous avons effectivement procédé à une révision du projet d'île énergétique MOG II, afin d'éviter des coûts excessifs pour le consommateur. Le gouvernement a décidé de suspendre la partie en courant continu prévue sur cette île afin de ne pas exposer 3 milliards d'euros supplémentaires. C'étaient les deux contrats qui n'étaient pas encore noués à l'inverse de tous les autres, notamment la partie DC .

La construction de l'île énergétique proprement dite et de l'infrastructure en courant alternatif se poursuit. La construction de l'île et la construction de l'infrastructure AC permettent l'installation des 700 premiers mégawatts.

Naast die projecten blijven we ook inzetten op de ontwikkeling van een tweede gelijkstroominterconnectie met het Verenigd Koninkrijk. Een werkgroep bestaande uit Elia, de CREG en de AD Energie zullen daartoe de nodige contacten leggen met de Britse partners. Meerdere opties kunnen daarbij worden bestudeerd. Belangrijk is dat de Belgische consument ook de voordelen daarvan plukt.

En ce qui concerne la sécurité d'approvisionnement, je tiens à souligner que l'île énergétique elle-même ne produit pas d'énergie. C'est en quelque sorte un gros bloc multiprise. En revanche, elle est essentielle pour le transport des électrons produits en mer. La décision qui a été prise n'a toutefois aucune incidence sur le raccordement avec le premier parc, comme je vous le disais il y a un instant. Je tiens néanmoins à préciser que, conformément à l'accord de gouvernement et à la demande du marché, la période de construction sera prolongée.

Ce changement n'aura que peu ou pas d'impact sur la sécurité d'approvisionnement. Une partie des 700 mégawatts qui manqueront dans l'offre 2029-2030 pourra être compensée lors des enchères y-2 de 2027 et y-1 de 2028. La compensation reposera principalement sur la gestion de la demande industrielle de centrales étrangères ou même de l'installation de parcs de batteries.

Concernant l'offshore, le gouvernement a en effet décidé le 27 juin 2025 de stopper immédiatement l'appel d'offres actuel pour le premier lot de la zone Princesse Élisabeth. Celui-ci sera relancé au tout début de l'année 2026. Il ne s'agit donc pas d'un abandon, mais bien d'un report permettant d'assurer les conditions de concurrence équitable. Ce n'est pas un "stop and never go again", comme je l'ai parfois entendu, mais simplement un "stop and go" pour favoriser la concurrence, ce qui aura un impact favorable sur le prix et sera salutaire pour les finances de l'État, mais également pour le prix de l'énergie pour les citoyens et nos entreprises.

Ce gouvernement a également décidé de conserver le "two-sided CfD", soit le contrat pour différence bilatéral, comme mécanisme de soutien. De même, la capacité de 700 mégawatts du premier lot sera maintenue.

Bovendien zal conform het regeerakkoord een verlenging van de bouwperiode van vier naar vijf jaar worden opgenomen in het KB Tender.

Les raisons ayant conduit à stopper cet appel d'offres sont multiples. Vous m'avez chacun interrogé sur ce point. Tout d'abord, les modifications devaient encore être apportées à l'arrêté royal " tender " afin de le mettre en conformité avec l'approbation du mécanisme d'aides d'État de la Commission européenne.

La loi sur l'électricité prévoit en effet que des modifications ne peuvent être apportées à l'appel d'offres que six mois avant la date limite de dépôt des candidatures. Compte tenu de la procédure administrative à suivre à cet effet, il était impossible de respecter ce délai sans stopper l'appel ou prolonger la date limite de soumission des offres.

Par ailleurs, d'importantes incertitudes subsistent quant à la construction des deux infrastructures fondamentales pour le transport de l'électricité offshore: l'île énergétique, dont nous avons évidemment parlé, mais surtout le raccordement, dont nous avons déjà parlé dans cette commission, avec la ligne à haute tension Ventilus. Sans ces infrastructures, il n'est pas possible de transporter l'électricité vers le continent ni de l'injecter dans le réseau onshore . Ces incertitudes entraîneraient une perte de revenus pour les différents investisseurs, ce qui créerait un climat défavorable et engendrerait une conséquence négative sur le prix d'exercice. Les pouvoirs publics seraient en outre tenus de verser une indemnité qui pourrait monter à plus de 200 millions d'euros par an. S'engager dans un scénario risqué ne serait pas faire preuve d'une bonne gestion.

Voor de vraag over het tenderplatform wil ik erop wijzen dat de AD Energie tijdens de vorige legislatuur geen versterking heeft gekregen. Meer nog, de budgetten voor de bijstand door externe consultants waren onvoldoende om daarop nu nog een beroep te kunnen doen.

Cela signifie non seulement que l'expertise technique nécessaire n'est pas disponible en interne, mais aussi que le temps était limité pour répondre à toutes ces questions. En plus de la décision de ce vendredi d'arrêter le tender , le gouvernement a décidé de débloquer les moyens nécessaires en vue d'une relance et d'un engagement nécessaire au sein de la DG É nergie, mais également de consultances externes devant accompagner la relance de ce tender .

Compte tenu de la date limite fixée par la Commission au 31 décembre 2025 pour l'attribution du marché, il n'a pas été possible de recourir à la faculté prévue par la loi de prolonger la période d'évaluation de trois mois supplémentaires. J'ai déjà signalé le cadre budgétaire strict qui ne permettait pas d'obtenir une assistance externe à cette fin.

L'impact de cette décision sur l'atteinte des objectifs climatiques sera limité. En effet, il était déjà en l'état peu probable que le premier parc soit entièrement opérationnel d'ici 2030. Compte tenu de la prolongation de la période de construction à cinq ans, comme prévu dans l'accord de gouvernement et convenu par le précédent gouvernement, et de l'attribution de la concession programmée pour la fin de cette année, le parc éolien ne serait probablement mis en service qu'au plus tôt en 2031. Cet état de fait ne permet pas non plus de compter en 2030 sur les 2,4 térawattheures de production éolienne supplémentaire que Mme Van der Straeten évoquait.

Concernant la sécurité d'approvisionnement, il convient de noter qu'un derating factor de plus ou moins 10 % est appliqué à l'énergie offshore dans le cadre de la sécurité d'approvisionnement. Cela est lié au caractère intermittent de sa production et implique une capacité éolienne en mer de 700 mégawatts. Le report de l'appel d'offres n'aurait donc qu'un effet limité dans ce domaine.

Enfin, un aspect important de la décision gouvernementale était de réaffirmer les ambitions offshore. Là encore, j'ai lu plusieurs commentaires dans la presse à ce sujet. En ce qui concerne la capacité de la zone Princesse Élisabeth, je renvoie à la décision prise voici quelques semaines par le gouvernement de suspendre la partie en courant continu. J'ai déjà indiqué que le gouvernement avait l'intention de maintenir inchangé le premier lot de 700 mégawatts Pour le deuxième lot, une capacité de 1,4 gigawatt est prévue, mais la taille du lot sera réexaminée. Nous examinons également comment le lancement de l'appel d'offres pour le deuxième lot pourrait être accéléré. Il va de soi que nous tiendrons compte des enseignements tirés du premier lot, enseignements qui ont déjà été largement abordés au début de ma réponse. Donc, je le répète aussi, l'infrastructure DC reste, en tout état de cause, pertinente pour l'interconnexion avec le Royaume-Uni. En l'occurrence, il y a une partie AC et une partie DC, mais je ne vous ferai pas l'affront de vous les détailler.

Par ailleurs, l'appel d'offres implique également qu'une nouvelle notification d'aide d' É tat soit introduite auprès de la Commission européenne. Celle-ci peut se faire soit dans le cadre du CISAF (Clean Industrial Deal State Aid Framework ) , adopté le 25 juin dernier, soit via le cadre général. Mes services ont, d'ores et déjà, débuté l'examen de ces nouvelles règles CISAF, afin de vérifier dans quelle mesure l'appel d'offres actuel est compatible.

Enfin, le nouvel appel d'offres devra également tenir compte des nouvelles obligations découlant du Net-Zero Industry Act (NZIA), qui laisse aux É tats membres la liberté de prévoir certains critères, comme le critère de présélection ou d'attribution. Ici aussi, les différentes possibilités sont analysées.

Inzake de windschaduweffecten heeft de AD Energie als een deel van de voorstudies ter voorbereiding van de tenders voor de Prinses Elisabethzone een wind resource assessment laten uitvoeren. Die studies zijn publiek beschikbaar en hebben tot doel toekomstige ontwikkelaars toe te laten een berekend voorstel te maken dat nuttig is voor de opmaak van de offerte in het kader van een tenderprocedure.

Par conséquent, pour répondre notamment à Mme Meunier, les parties intéressées sont certainement au courant de ces effets de sillage et ont pu les intégrer dans leur modèle. Les parcs de la zone orientale ont également accès à ces études. Les effets de sillage de la zone Princesse Elisabeth (ZPE) elle-même ne sont évidemment pas encore repris aujourd’hui dans les modèles, dans la mesure où les éoliennes de la ZPE ne sont pas encore construites.

Il n’est donc pas évident de faire une estimation précise de l’impact qu’auront les éoliennes qui seront installées dans cette zone sur la production de la première zone. En effet, cet impact dépend aussi du modèle (type et puissance) des éoliennes et du schéma d’implantation dans les parcelles. Cependant, les parcs sont conscients de la future augmentation de l’effet de sillage. Des études externes estiment cet impact à quelques pourcents. D’autres groupes de recherche présentent de leur côté des estimations plus faibles de l’impact de la ZPE sur la zone de production orientale.

Roberto D'Amico:

Je viens d’écouter attentivement ce que vous avez dit, monsieur le ministre, et effectivement, il y aura bien du retard, comme je l’ai affirmé précédemment.

Concernant la suspension de la partie en courant continu, cela nous fera perdre des capacités de production et d’interconnexion. Je vous ai également demandé si vous aviez sollicité l’aide de la Commission européenne, afin qu’elle fasse pression sur les fournisseurs d’infrastructures en courant continu pour faire baisser les prix. Je n’ai pas obtenu de réponse.

Ensuite, vous affirmez que le report est bénéfique pour les consommateurs. Mais je ne vois pas en quoi ce serait le cas.

Enfin, je lisais dans la presse ce matin que cette histoire causerait des dégâts collatéraux, notamment pour une coopérative belge, qui va y perdre 2 millions d’euros.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Het hertekenen van de tender biedt een aantal opportuniteiten. Er zijn mogelijkheden om in te grijpen en bij te sturen. We moeten alleen bekijken op welke manier dat zal gebeuren. Dat zal trouwens op zeer korte termijn moeten gebeuren om het allemaal rond te krijgen.

Alles is inderdaad, zoals u aangaf, volop in evolutie. Het nieuwe staatssteunkader, dat vorige week nog maar pas door de Europese Commissie naar voren is geschoven, maakt dat er potentieel nog extra opportuniteiten zijn. Dat nieuwe kader komt eigenlijk voor een stuk op de tafel als verlenging, als opvolger van het kader dat op 31 december zou vervallen. We moeten dus absoluut zeer goed bekijken hoe we dat kunnen doen.

Het is echter absoluut noodzakelijk om ervoor te zorgen dat we de efficiëntie in het oog houden en dat we bekijken op welke manier we hernieuwbare energie kunnen installeren tegen de laagst mogelijke kostprijs. Zoals immers in het verleden al duidelijk is geworden, de manier waarop het nu werd vormgegeven, leidt tot zeer hoge kosten. De investeringskosten van het park, de kabels, het eiland en dergelijke leiden tot gigantische bedragen. We moeten bekijken hoe we zoveel mogelijk hernieuwbare energie kunnen installeren en aansluiten tegen de laagst mogelijke kostprijs voor de verbruiker van die energie. Die heeft er immers natuurlijk baat bij dat dat op een goede manier kan gebeuren. Ik heb er alle vertrouwen in dat we daarin stappen in de juiste richting kunnen zetten.

De timing is voor ons echter ook een belangrijk aspect. We kunnen en zullen niet op onze lauweren rusten, maar ik ben ervan overtuigd dat u dat ook niet zult doen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, de twee regeringsbeslissingen, van 6 juni en 27 juni, zijn absoluut verdedigbaar en dus ook nodig. U hebt een aantal toelichtingen gegeven. U verwees naar de werkgroep rond Nautilus, waarin meerdere opties bekeken worden. U hebt ook heel duidelijk gezegd dat het CRM zal moeten compenseren. Inzake de procedure hebt u geantwoord dat er ook procedurele moeilijkheden waren. Een aantal zaken die mevrouw Van der Straeten aanhaalde, hebt u daarmee gepareerd in uw antwoord.

In uw antwoord is ook het magische woord Ventilus gevallen. Ik heb in de vorige legislatuur drie of vier vragen gesteld om te waarschuwen. Ik vroeg of dat geen invloed zou hebben. Nu blijkt dat ik wel degelijk gelijk krijg.

Dan kijk ik even vooruit, naar de toekomst. Het hertekenen van de tender vinden wij ook nodig. U zult het nieuwe staatssteunkader van de Europese Commissie uiteraard zeer aandachtig moeten bestuderen. Wij wachten met ongeduld af wat Arizona daarvan zal terechtbrengen.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos différentes réponses.

J’ai bien entendu votre volonté de limiter les retards concernant l’île énergétique. L’objectif doit rester conforme à ce qui avait été prévu précédemment. Soyez certain que nous y serons particulièrement attentifs.

Concernant le risque de perte de rendement dans les parcs éoliens, j'ai entendu que les éoliennes de la ZPE n'étaient pas encore construites. À ce stade, il me semble nécessaire de prendre en compte l’étude disponible, et j’ai cru comprendre que c'était bien le cas.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de verduidelijking, maar heb daar een aantal kanttekeningen bij.

Ik vind het toch bijzonder dat de antwoorden op binnenkomende vragen kunnen worden geformuleerd, maar dat er van de ene op de andere dag geen expertise meer beschikbaar is. Dat is onrustwekkend, want dat heeft niet alleen implicaties voor dit dossier, maar ook voor heel wat andere. Die veiling stond in de sterren geschreven en is niet uit de lucht komen vallen. Er is meer dan tweeënhalf jaar gewerkt aan dat design en er is een staatssteunprocedure opgestart. Iedereen had de tijd om zich te organiseren. U zegt dat de budgetten uitgeput waren, maar u hebt toch een begroting opgemaakt? We hebben dat besproken in het Parlement. Waarom hebt u op dat moment geen middelen ingeschreven om dat te kunnen rechttrekken? Dat vind ik zeer bijzonder.

Ten tweede, u zegt dat de nieuwe staatssteun wordt bekeken, maar dat nieuwe staatssteunkader bestaat vandaag al, aangezien de Europese Commissie een beslissing heeft genomen. U moet eigenlijk gewoon meteen uw vraag aan de Europese Commissie voorleggen. U zegt dat we bij het tenderdesign, bij het CFD, bij de 700 blijven, met andere woorden, dat we niet te veel zullen veranderen. Alleen iets in de wet hinderde ons. Dat is de kern. Eigenlijk zegt u dat we het overeind houden en dat we de NZIA daarin moeten steken. Aangezien het tenderdesign hetzelfde blijft, hoeft u aan de Europese Commissie slechts te vragen of u kunt rekenen op dezelfde beslissing. U hoeft dat niet nog heel lang te laten bestuderen. U moet dat gewoon met twee handen vastpakken.

Ten derde, er wordt veel te licht over de NZIA gegaan. Een lidstaat heeft inderdaad opties en België dus ook. In de Net-Zero Industry Act staat dat men toekennings- of prekwalificatiecriteria mag kiezen inzake duurzaamheid, maar verder dan wat er in de bestaande regelgeving staat. Denk bijvoorbeeld aan natuurinclusief design, systeemintegratie of innovatie, dus technologieën die niet bestaan. Wij hadden dat initieel voorgesteld. Binnen de regering is toen gevraagd om liever niet te veel criteria op te leggen, omdat die een prijsverhogend effect kunnen hebben. Er moest zoveel mogelijk op prijs worden gefocust en dus was het resultaat 90-10. Ik vind daarom dat u wat te licht gaat over de impact van de NZIA en ik heb sterke twijfels dat u dat kunt realiseren in het eerste kwartaal van 2026. We zullen daarop blijven terugkomen en u vragen wat de concrete stappen zijn en hoe u dat zult realiseren.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir répondu à toutes nos questions. Vous avez tout notre soutien. C'est un dossier compliqué qui est remis en question régulièrement. Vous aurez notre soutien dans ce dossier parce que c'est extrêmement compliqué et il faut nous serrer les coudes.

Energieleveranciers die klanten doen betalen voor het teveel aan opgewekte zonne-energie
Het gebrek aan transparantie rond de terugleververgoedingen en de negatieve injectietarieven
Terugleververgoedingen en injectietarieven bij zonne-energie

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische huishoudens met zonnepanelen riskeren straks te betalen voor overtollige stroominjectie door negatieve tarieven, wat als onrechtvaardig en ontransparant wordt ervaren, terwijl de Economische Inspectie onderzoekt of leveranciers oneerlijke praktijken hanteren. Minister Bihet benadrukt dat contracten juridisch bindend zijn en transparantieverbetering bij CREG loopt, maar wijst regionale bevoegdheden (batterijsubsidies, slim energiebeheer) af als federale oplossing. Kritiek blijft dat burgers ontmoedigd raken door tegenstrijdige signalen (eerst stimulans, nu straf), terwijl de Voorzitter benadrukt dat zonnepanelen nog steeds rendabel zijn dankzij zelfverbruik.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, ces dernières semaines, l’inquiétude est montée chez de nombreux ménages belges qui produisent de l’énergie solaire. Une enquête de la VRT a révélé que près de 450 000 ménages équipés de panneaux solaires risquaient de devoir payer pour l’énergie solaire qu’ils injectent sur le réseau.

La grande majorité des contrats analysés prévoit un tarif d’injection négatif, obligeant les consommateurs à payer leur fournisseur lorsqu’ils produisent un surplus d’électricité. Testachats a notamment dénoncé le manque d’information et appelle à une action urgente du gouvernement.

En réaction, le ministre Beenders a saisi l’Inspection économique pour vérifier s’il s’agit de pratiques commerciales déloyales. Cette initiative va dans le bon sens mais, au-delà de la seule question de la transparence contractuelle, se pose ici un enjeu plus large de justice énergétique. Comment encourager les citoyens à produire de l’énergie verte si on les pénalise lorsqu’ils le font trop bien?

Monsieur le ministre, partagez-vous mes inquiétudes ainsi que celles du ministre Beenders? Quelles mesures concrètes comptez-vous prendre face à cette problématique? Soutenez-vous l’idée de rendre les batteries domestiques plus accessibles et de réintroduire une prime à la gestion intelligente de l’énergie?

Kurt Ravyts:

Mijn vraag sluit hierbij aan. Ik zal een beetje freewheelen.

Mijnheer de minister, ik veronderstel dat u net als ik af en toe in aanraking komt met gewone mensen, die niet in de commissie voor Energie zetelen. Er zijn heel veel Vlamingen die zonnepanelen hebben gelegd. Weet u wat ze nu tegen mij zeggen? We hebben zonnepanelen gelegd en nu moeten we ook nog eens batterijen plaatsen, want anders zitten we met terugleververgoedingen en met negatieve injectietarieven. Dit is iets wat in de voorbije maanden massaal het nieuws gehaald heeft. Het ging dan vooral over de onduidelijkheid ter zake.

Ik merk dat Vooruit – in Vlaanderen toch ooit de grote pleitbezorger van zonnepanelen ؘ– nu via de federale minister van Consumentenbescherming, de heer Beenders, de Economische Inspectie gevraagd heeft te onderzoeken of energieleveranciers die hun klanten hoge bedragen aanrekenen om overtollige zonnestroom over te kopen, zich mogelijk schuldig maken aan oneerlijke handelspraktijken. Op zich is dat een heel goed initiatief, maar uiteindelijk wordt het stilaan absurd voor veel gewone mensen.

Mevrouw Meunier heeft het probleem geschetst. Ik vraag u hoe u reageert op het verwijt van gebrek aan transparantie over de terugleververgoedingen en de negatieve injectietarieven.

De volgende is misschien een overbodige vraag, maar ik zal ze toch stellen. Bent u voor een verbod op negatieve injectietarieven? Ik hoor diezelfde eenvoudige mensen daar uiteraard voor pleiten. Dit zou echter betekenen – dat heeft mevrouw Depraetere ook terecht gezegd – dat de energieleveranciers dan uiteraard de tarieven kunnen verhogen voor iedereen, ook voor mensen die geen zonnepanelen hebben. We zitten nu een beetje vast in die problematiek. Ik vind het toch een onheilspellende zaak op sociaal vlak.

Mathieu Bihet:

Mevrouw Meunier, mijnheer Ravyts, een negatief injectietarief betekent dat men moet betalen om overtollige zonne-energie aan het net leveren in plaats van dat men ervoor betaald wordt.

Les tarifs d’injection négatifs apparaissent notamment lorsque la production photovoltaïque est très élevée – comme lors d’une période d’ensoleillement fort comme nous en connaissons ces derniers jours –, que la consommation électrique est en baisse et que le réseau n’arrive pas à absorber tout le surplus d’énergie renouvelable. Dans notre pays, le tarif de rachat est généralement variable et le tarif d’injection correspondant fait dès lors partie d’une formule tarifaire, raison pour laquelle il suit directement l’évolution du marché à terme sur les bourses d’énergie. Lorsque les prix du marché sont plus bas, les tarifs d’injection ou de rachat diminuent également dans le cas de tarifs d’injection variables.

En ce qui concerne la transparence des contrats, il convient de noter deux éléments. Premièrement, les lois fédérales sur le gaz et l’électricité prescrivent que les conditions du contrat de fourniture soient connues à l’avance, d’après les articles 8, §5, alinéa 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l’organisation du marché de l’électricité et l’article 15/5 bis , §11/1/1, alinéa 2 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation.

Deuxièmement, il est également utile de savoir que le principe pacta sunt servanda s’applique en principe comme le prévoit l’article 5.69 du Code civil. Cela implique que les dispositions d’un contrat valablement conclu ont force de loi et doivent être respectées par les parties cocontractantes. Ceci s’applique donc également au prix, en ce compris les indemnités supplémentaires convenues en fonction de la consommation réelle.

Les pratiques commerciales trompeuses sont des pratiques commerciales déloyales et elles sont en principe interdites – voir l'article VI.94 et l'article VI.95 du Code de droit économique. L’article VI.97 du Code de droit économique dispose qu’une pratique commerciale est réputée trompeuse si elle contient des informations fausses et qu'elle est donc mensongère ou que, d'une manière quelconque, y compris par sa présentation générale, elle induit ou est susceptible d'induire en erreur le consommateur moyen en ce qui concerne les éléments énumérés dans ce même article, même si les informations présentées sont factuellement correctes, et que, dans un cas comme dans l'autre, elle l'amène ou est susceptible de l'amener à prendre une décision commerciale qu'il n'aurait pas prise autrement.

In samenwerking met mijn medewerkers werkt de federale regulator CREG aan het verbeteren van de transparantie van de tariefformule van de energiecontracten.

Met betrekking tot het idee om thuisbatterijen toegankelijker te maken en om een premie voor slim energiebeheer opnieuw in te voeren moet het volgende worden opgemerkt.

Il convient de noter que premièrement, la promotion de la gestion intelligente de l'énergie correspond à une consommation rationnelle de l'énergie, ce qui, en vertu de l'article 6, §1 er VII, alinéa 1 er h, est une matière régionale. Deuxièmement, le petit stockage, tel que les batteries domestiques, relèvent de la compétence régionale, en vertu de l'article 6, §1 er VII, alinéa 1 er .

Vous aurez donc compris qu'en ce qui concerne les batteries domestiques, il conviendra d'interroger les ministres régionaux. Quant à la première partie, je vous ai répondu.

Marie Meunier:

Merci, monsieur le ministre, pour cette leçon de latin/droit. J'ai appris beaucoup de choses, mais je ne demandais que votre avis.

Mathieu Bihet:

(…)

Marie Meunier:

Vous n'avez pas de compétence en la matière! Eh bien, écoutez, j'en suis navrée. J'en prends acte et analyserai tous ces petits articles avant de revenir potentiellement avec une autre question.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, uw antwoord was technisch en u verwijst ook naar de bevoegdheidsverdeling. De kwestie van de batterijen en het slim energiebeheer zijn Vlaamse en Waalse materie.

Toch denk ik dat we op een gigantisch perceptieprobleem afstevenen. Ik word er immers op aangesproken. Mensen zeggen dat ze zonnepanelen hebben geïnstalleerd, dat ze nu blijkbaar ook verplicht worden om batterijen te plaatsen en dat er zelfs wordt gezegd dat ze hun zonnepanelen maar moeten afschakelen. Enkele jaren geleden zei men dat niet tegen de mensen. Intussen speelt de markt daarop in worden batterijen aangeboden, waarbij die afschakeling dan via programmering gebeurt enzovoort. Het wordt dus een redelijk absurde situatie.

Voorzitter:

Ik wil me niet mengen in het debat, maar u kunt wel tegen de mensen zeggen dat het nog steeds een rendabele beslissing is geweest om zonnepanelen te plaatsen. Het grootste voordeel van zonnepanelen was immers de zelfconsumptie. De injectie is steeds een relatief bescheiden aandeel geweest. Misschien kunt u dat toch meegeven aan de mensen. Ze moeten hun zonnepanelen niet afbreken.

Het onderhoud van de minister met zijn Vlaamse collega Depraetere op 4 juni 2025
Het overleg van 4 juni met de Vlaamse minister van Energie
Overleg tussen ministers over Vlaams energiebeleid op 4 juni 2025

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een beknopt overleg tussen minister Bihet en Vlaams collega Depraetere (4 juni) werd bevestigd dat 85% van de Vlaamse zonneomvormers sinds 2022 Chinees is, wat cyberveiligheidsrisico’s voor het stroomnet oproept, maar federale acties ontbreken omdat bevoegdheden elders liggen. Bihet benadrukte dat het om een algemene kennismaking ging zonder diepgang, terwijl parlementsleden dringende maatregelen (risico-audits, certificering, marktbeperkingen) en strategische afhankelijkheid van China aankaartten—zonder concrete federale toezeggingen. Het Nationaal Energie- en Klimaatplan en andere dossiers bleven onbesproken, ondanks hun relevantie, wat tot kritiek op gebrek aan transparantie leidde. De discussie eindigde zonder oplossingen, met een belofte van verdere opvolging.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, het is zo erg dat ik zelfs de verslagen van het Vlaams Parlement als een monnik bestudeer om te kijken of ik uw naam ergens zie verschijnen.

Blijkbaar had u op 4 juni een onderhoud met uw Vlaamse collega Depraetere. Een van de geagendeerde onderwerpen was blijkbaar de garandering van de veiligheid van ons elektriciteitsnet, naar aanleiding van het ter beschikking stellen van de data over de gekende herkomst van 400.000 van de bijna 1,2 miljoen omvormers in Vlaanderen.

Chinese fabrikanten domineren wereldwijd 80 % van de markt voor slimme omvormers. In Vlaanderen ligt dat aandeel blijkbaar nog iets hoger – bij mij is het ook allemaal Chinees wat de klok slaat als het gaat over die omvormer. Volgens steeds meer bronnen vormt dit echter een uitdaging voor de veiligheid van ons stroomnet.

Wellicht kwamen nog andere onderwerpen aan bod tijdens uw onderhoud met uw collega Depraetere. Kunt u aan deze commissie verslag uitbrengen over dat onderhoud?

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, de recente cijfers – al zijn ze intussen niet meer zo recent – die de Vlaamse minister van Energie bekendmaakte met betrekking tot het marktaandeel van Chinese zonneomvormers in Vlaanderen, geven aanleiding tot bezorgdheid. Er wordt internationaal steeds vaker gewezen op de veiligheidsrisico’s die verbonden zijn aan dergelijke apparatuur die massaal verbonden is met het internet en in principe vanop afstand kan worden uitgeschakeld of gemanipuleerd. Dat is geen louter theoretisch risico.

Minister Depraetere gaf aan dat dit thema op 4 juni tijdens een overleg met u werd besproken. In dat verband heb ik een aantal vragen.

Kunt u toelichten welke concrete thema’s tijdens uw overleg met minister Depraetere op 4 juni werden besproken?

Kwam daarbij de cyberveiligheid van zonneomvormers en bredere smartgridcomponenten specifiek aan bod? Zo ja, welke federale acties worden op korte termijn overwogen om de risico’s in kaart te brengen en te mitigeren?

Bent u het met mij eens dat de huidige marktdominantie van Chinese omvormers een strategisch risico vormt voor onze nationale energiebevoorrading en veiligheid, in het licht van ons standpunt dat Europa zijn groene transitie niet mag baseren op nieuwe afhankelijkheden van systeemrivalen?

Overweegt u, naar analogie van buitenlandse voorbeelden, een federale risicoaudit uit te voeren op de aanwezige omvormers en andere kwetsbare energiecomponenten en om daarover ook aan het Parlement te rapporteren?

Acht u bijkomende maatregelen wenselijk, zoals een cyberveiligheidscertificering, de mogelijkheid tot tijdelijke marktrestricties voor leveranciers die onvoldoende garanties bieden en/of een versnelde uitrol van monitoring- en noodprocedures?

Ten slotte, in welke mate werd tijdens het overleg ook gesproken over andere dossiers, zoals het Nationaal Energie- en Klimaatplan, het sociaal klimaatplan en de taxshift? Welke standpunten verdedigde u daarbij en welke verdere stappen werden afgesproken?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Ravyts, mevrouw Van Keymolen, op 4 juni vond inderdaad een bilateraal overleg plaats tussen mijn Vlaamse collega, mevrouw Depraetere, en mezelf.

Volgend op de tussenkomst van minister Depraetere in het Vlaams Parlement diezelfde ochtend, spraken we tijdens het overleg kort over de Chinese omvormers. Collega Depraetere informeerde ons dat van de omvormers die worden aangemeld sinds 2022, ongeveer 85 % van Chinese makelij zou zijn. Ze gaf ook aan in de toekomst dergelijke cijfers over de herkomst van de omvormers verder te kunnen aanleveren.

Het is vanzelfsprekend dat we alles in het werk dienen te stellen om de veiligheid van ons elektriciteitsnetwerk te garanderen. Echter, op het federaal niveau ben ik niet bevoegd voor cyberveiligheid. Voor specifieke vragen daaromtrent verwijs ik u dan ook graag door naar de bevoegde federale collega's.

Tot slot geef ik graag nog mee dat de ontmoeting tussen collega Depraetere en mezelf reeds lange tijd geleden ingepland werd, aangezien ik proactief wens in te zetten op regelmatige uitwisselingen en een constructieve dialoog met de gewestelijke collega's. Het overleg met minister Depraetere was dan ook vooral een eerste, uitgebreide kennismaking, zonder al te veel in technische details te treden.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, uw antwoord is natuurlijk vrij karig. Cyberveiligheid is inderdaad een bevoegdheid van de eerste minister; dat heb ik me toch laten wijsmaken. Blijkbaar heeft mevrouw Depraetere gewoon aan u meegedeeld wat zij ook aan de collega’s in het Vlaams Parlement heeft meegedeeld.

U spreekt over een uitgebreide kennismaking. Het lijkt me dat dit de eerste keer was dat u echt met haar in dialoog bent gegaan. Ik kan me voorstellen dat het Nationaal Energie- en Klimaatplan, ook al is dat een bevoegdheid van de heer Crucke, maar toch deels ook van u, ook onderwerp van bespreking was. Blijkbaar krijgen we daarover geen uitleg. We zullen dat binnen twee weken nog eens moeten vragen aan de heer Crucke.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, er blijven inderdaad nog heel wat vragen onbeantwoord, maar we volgen het verder op.

De beslissing betreffende de projecten 2025 in het kader van het Energietransitiefonds (ETF)

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De 69 ingediende projecten voor het Energietransitiefonds (deadline 22/01/2025) resulteerden in 49 ontvankelijke voorstellen, waarover de Algemene Directie Energie op 29/04/2025 een advies indiende. Na goedkeuring door de Inspecteur van Financiën (28/05) en de minister van Begroting (26/06) wacht de definitieve beslissing nu op de ministerraad, die nog niet is gevallen. Tinne Van der Straeten dringt aan op een beslissing voor 21 juli (zomerreces) om de geselecteerde projecten—van universiteiten en industrie—nog dit jaar te laten starten. De focus ligt op versnelling van de energietransitie via tijdige subsidietoewijzing.

Tinne Van der Straeten:

Mijn vraag gaat over de beslissing die moet worden genomen met betrekking tot de toewijzing van subsidies in het kader van het Energietransitiefonds. Ik denk dat het wellicht de laatste of voorlaatste projectoproep was in november 2024. Voor zover ik weet, was er toen ik de vraag indiende nog geen beslissing genomen over de toewijzing van de projecten. Misschien is dat intussen veranderd.

Mijn voornaamste vraag is dus wanneer die beslissing wordt verwacht. Kunt u daarnaast ook toelichting geven over hoeveel projecten uiteindelijk zijn ingediend en hoeveel daarvan ontvankelijk waren? Met andere woorden, om hoeveel projecten gaat het en wanneer wordt de beslissing genomen?

Mathieu Bihet:

Mevrouw Van der Straeten, overeenkomstig artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 9 mei 2017, werd door de Algemene Directie Energie in november 2024 een projectoproep gepubliceerd. In die oproep werden potentiële kandidaten verzocht hun projectvoorstellen uiterlijk op 22 januari 2025 in te dienen. De Algemene Directie Energie ontving 69 tijdig ingediende projectvoorstellen, binnen de deadline zoals voorzien in de oproep van november 2024.

Overeenkomstig artikel 3 van het KB van 9 mei 2017 tot vaststelling van de gebruiksvoorwaarden van het Energietransitiefonds, heeft de Algemene Directie Energie op 29 april 2025 een formeel advies over de subsidieverlening voor elk project aan de minister van Energie bezorgd, met de beoordeling of voldaan werd aan de ontvankelijkheidscriteria en vervolgens ook een beoordeling van de toekenningscriteria en de rangschikking.

Van de 69 ingediende projectvoorstellen konden er 20 technisch en/of financieel niet ontvankelijk worden verklaard. Er waren dus 49 ontvankelijke projecten.

Een gunstig advies van de Inspecteur van Financiën werd op 28 mei ontvangen. Het akkoord van de minister van Begroting werd op 26 juni 2025 gegeven. Het bestand werd de dag daarna bij de ministerraad ingediend. Op dit moment is er nog geen beslissing genomen door de ministerraad.

Tinne Van der Straeten:

Ik hoop dat de ministerraad voor het zomerreces een beslissing neemt, dus voor 21 juli, zodat de geselecteerde projecten tegen het einde van het jaar van start kunnen gaan. Daar zitten meestal toch mooie projecten tussen, meestal ook van verschillende universiteiten, maar ook van industriële partners. We kunnen alle expertise gebruiken. Daarom denk ik dat een beslissing voor de zomer een haalbare mijlpaal is, mijnheer de minister. Het is natuurlijk aan u om dat te managen.

De Energieraad van 16 juni en de AOB over de oneerlijke concurrentie van biobrandstoffen

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunde in de Europese Energieraad weliswaar de bezorgdheden over fraude en misbruik bij biobrandstoffen (met name POME/palmolie-afgeleiden), maar ondertekende niet het recente AOB-voorstel van 4 lidstaten, ondanks eerdere Belgische initiatieven met Nederland, Ierland en Duitsland. 2024-cijfers tonen een invoer/verbruik van ~91.500 m³ palmbased brandstoffen—verdacht hoog en indicatief voor misbruik via regelgevingslekken, terwijl de Commissie vaag blijft en geen concrete data of oplossingen biedt. Van der Straeten pleit voor een nationaal plafond op palmoliebrandstoffen (buiten RED III om) om het achterpoortje dwingend te sluiten, nu Europese actie uitblijft, terwijl de omzetting van RED III (met vertraging) nog in technisch overleg zit.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, op de Energieraad van 16 juni werd een AOB geagendeerd op verzoek van Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië en Letland over oneerlijke concurrentie met betrekking tot biobrandstoffen.​ België was eerder actief op dit onderwerp, samen met Nederland, Ierland en Duitsland. De positie van België was ingegeven door de risico's op fraude en misbruik in de sector van de biobrandstoffen.

De AOB die werd ingediend, herhaalt veel van de bezorgdheden die België in het verleden aanzetten tot actie. Vreemd genoeg heeft België de AOB niet mee ondertekend, net als andere landen die in eerdere Energieraden ook actief waren op dat thema.

Bent u tussengekomen tijdens de Raad om dit te ondersteunen?

Wat was het antwoord van de Commissie? Er wordt immers vaak naar de Commissie gekeken om dat op Europees niveau te kunnen aanpakken.

Hoe staat het met de uitvoering van de AOB die op 15 oktober 2024 werd ingediend namens België, Nederland, Ierland en Duitsland? De aanleiding daarvan was de vaststelling dat er handig gebruik werd gemaakt van een achterpoortje in de regelgeving rond de POME-brandstoffen.

Hoeveel POME is er in België ingevoerd in 2024? Is het niet nodig om daarvoor een limiet vast te leggen, net als voor andere afgeleiden van palm en soja? Dat dient ook te gebeuren in het kader van de omzetting van RED III, waarvan de termijn van omzetting sinds 21 mei verstreken is.

Mathieu Bihet:

Mijnheer de minister, mevrouw Van der Straeten, ik ben tussengekomen, samen met andere collega’s, om de bezorgdheden van de door u aangehaalde lidstaten te ondersteunen. De Commissie gaf aan de bekommernissen van de lidstaten te delen en benadrukt dat consumenten vertrouwen moeten hebben in de markt.

De Commissie blijft daarom het werk verderzetten binnen de Member States Expert Group en aan de solide operationalisering van de Union Database werken. Naar aanleiding van het AOB-punt dat tijdens de Energieraad van oktober 2024 werd geformuleerd, hebben we het herhaalde verzoek van de bovengenoemde landen gesteund.

Wat de omzetting van de richtlijn betreft, heeft mijn administratie het ontwerp van wet opgesteld dat momenteel het voorwerp uitmaakt van technisch overleg met de verschillende belanghebbenden alvorens ter politieke goedkeuring te worden voorgelegd.

In 2024 werden 46.407 m³ biobrandstoffen op basis van palm geregistreerd in de nationale databank. Daarnaast werd 45.122 m³ biobrandstoffen op basis van palm in 2024 in België verbruikt.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, dat zijn gigantische cijfers. Ze vormden de aanleiding voor het initiatief dat we samen met Nederland, Ierland en Duitsland hebben genomen. Die cijfers kloppen niet en er bestaat een vermoeden van fraude en misbruik. Ik ben dan ook zeer tevreden dat u het verzoek van die andere landen hebt gesteund om de druk op de Europese Commissie hoog te houden. Het antwoord van de Europese Commissie blijft vaag, zoals wel vaker het geval is bij dit soort thema’s. De Commissie stelt dat zij niet over de juiste gegevens beschikt. Het achterpoortje blijft dus gewoon openstaan. Daarom moeten we overwegen om bij de omzetting van de richtlijn het gebruik van palmoliebrandstoffen en andere afgeleiden van palm en soja eenvoudigweg te plafonneren. Ik besef dat zo’n maatregel niet in de richtlijn is opgenomen en dus eigenlijk verder gaat. Als uit de cijfers, zoals u die zonet opnieuw hebt vermeld, echter blijkt dat de situatie niet te verklaren valt, is het misschien net die actie die we moeten ondernemen.

Energiedelen

Gesteld door

Vooruit Oskar Seuntjens

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De hoge administratieve kosten en bevoegdheidsconflicten (federale prijszetting vs. gewestelijke nettarieven) maken energiedelen onrendabel, ondanks Europese richtlijnen die drempels moeten wegwerken. Minister Bihet verwijst naar een bestaand Kamerantwoord (DOC 56 0854/023) en belooft met de CREG te onderzoeken of gestandaardiseerde formules, transparantieverplichtingen voor leveranciers en markttoezicht de kosten kunnen beheersen. Seuntjens benadrukt de dringendheid, omdat burgers en kmo’s als klimaatpioniers financieel gedupeerd worden en vertrouwen verliezen in het systeem. Concrete federale maatregelen blijven echter nog uit.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, onlangs verscheen op VRT NWS een artikel over energiedelen met als titel Energiedelen gaat ten onder aan hoge kosten . Een VME investeerde 124.000 euro in zonnepanelen, maar die investering zal nooit kunnen worden terugbetaald. Ik werd onlangs zelf ook gecontacteerd door iemand uit 't Groen Kwartier in Antwerpen, waar men ook aan energiedelen doet en waar men stuit op zeer hoge administratieve kosten. Dat is uiteraard een groot probleem, want de huidige werking van het systeem straft pioniers van de energietransitie. Volgens Europese richtlijnen zouden al die drempels juist moeten worden weggewerkt.

Gedupeerden botsen bovendien op een bevoegdheidsconflict. Terwijl de distributietarieven gewestelijk zijn, blijkt de commerciële prijszetting door de leveranciers, inclusief de kosten, een federale materie te zijn. Die onduidelijkheid leidt vandaag tot stilstand.

Mijnheer de minister, erkent u de problematiek van onredelijke administratieve kosten door leveranciers, die investeringen in energiedelen onrendabel maken?

Bevestigt u de federale bevoegdheid over de commerciële prijszetting van leveranciers voor energiedelen, los van de gewestelijke nettarieven?

Ten slotte de belangrijkste vraag: plant u federale maatregelen om die kosten te beheersen en ervoor te zorgen dat energiedelen financieel aantrekkelijk wordt voor burgers en kmo’s?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Seuntjens, we hebben uw vraag zorgvuldig bekeken. In alle transparantie verwijs ik u graag naar het antwoord dat daarover reeds werd gegeven tijdens de commissievergadering van 20 mei. U vindt dat terug in document DOC 56 0854/023 op pagina’s 59 tot 60 van het verslag, dat gepubliceerd is op de website van de Kamer.

Verder zal ik samen met de CREG nagaan of gestandaardiseerde formules een betere verlegbaarheid mogelijk maken, of het mogelijk is om duidelijke criteria vast te leggen voor de tarifaire bepalingen en of de CREG de leveranciers kan verplichten om verslag uit te brengen over hun producten en hun evolutie, zodat ze kunnen worden vergeleken en eventuele marktverstoringen beter kunnen worden opgespoord.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is vooral belangrijk dat we heel snel oplossingen vinden, want ik krijg veel berichten van mensen die zich daar echt grote zorgen over maken. Zij zijn ingestapt in een systeem waarin ze echt geloofden en waarvan ze dachten dat het goed was voor het klimaat. Ze zijn pioniers, maar uiteindelijk blijkt het vooral in hun eigen portefeuille pijn te doen. Dat is een groot probleem, dus we moeten dringend werk maken van oplossingen.

De nieuwe staatssteunregels voor het ondersteunen van industriële energiekosten

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het nieuwe EU-kader (CISAF) biedt potentieel om de industriële elektriciteitskosten te verlagen en de competitiviteit te verstevigen, maar vereist eerst een diepgaande analyse van de voorwaarden en interactie met bestaande energienormen. De regering werkt versneld aan de verlaging van transmissienettarieven voor grootverbruikers, met lopend overleg met de Europese Commissie om rechtszekerheid en uitvoerbaarheid te garanderen. Wollants benadrukt de urgentie om voortgang te boeken en de EU te overtuigen van de noodzaak voor de Belgische industrie, nu ook Europa de kostenproblematiek erkent. Bihet bevestigt de ambitie om snel te handelen, maar stelt dat de tijdlijn afhangt van de afstemming met het EU-kader en de technische uitwerking.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, op 25 juni heeft de Europese Commissie bekendgemaakt dat zij versoepelde staatssteunregels in het leven roept om lidstaten in staat te stellen om onder meer de industriële elektriciteitskosten draagbaarder te maken. Tegelijkertijd is er bij ons een plan om de kosten voor de transmissienettarieven voor grootverbruikers te verlagen. Dat er met die elektriciteitskosten iets moet gebeuren om onze industrie een kans te geven in de wereldwijde competitiviteit, is dus op alle niveaus doorgedrongen. De vraag is of dit nieuwe kader ons opportuniteiten oplevert om sneller aan de slag te gaan met onze plannen.

Welke opportuniteiten biedt dat nieuwe framework om de elektriciteitskosten voor industriële bedrijven te kunnen aanpakken? In welke mate vereenvoudigt de Europese Commissie het traject dat al bezig was in het kader van de transmissienettarieven? Of misschien doet ze dat net niet? Wat is de stand van zaken van de aanpak van de transmissienettarieven? Welke tijdlijn wilt u hanteren om die plannen in de praktijk om te zetten?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, de Europese Commissie heeft op 25 juni jongstleden het CISAF gepubliceerd, dat past in een ruimere denkoefening op Europees niveau over de industriële competitiviteit en energiekosten

Mijn team en ikzelf hebben kennisgenomen van het nieuwe kader en het zeer aandachtig gelezen. Omdat het echter zeer recent werd gepubliceerd, zijn we nu bezig met een diepgaandere analyse van de implicaties ervan. Het is van essentieel belang om alle voorwaarden, limieten en opportuniteiten die dit kader biedt goed te begrijpen, met name met betrekking tot de interactie met de energienormen.

Het doel van de regering, dat ik krachtig steun, blijft ongewijzigd: de competitiviteit van onze industrie verbeteren in een context van energietransitie, terwijl het Europese kader wordt gerespecteerd.

De lopende werkzaamheden zullen binnenkort duidelijk maken in welke mate het nieuwe kader nuttig kan bijdragen aan de uitvoering van de ambitieuze energienormen. Zoals ik al meerdere malen heb herhaald, is het de bedoeling dat de regering zo snel mogelijk aan het werk gaat, rekening houdende met de rechtszekerheid in het dossier. Daarom staan wij al geruime tijd in contact met de Europese Commissie om onze werkzaamheden op ordentelijke en krachtige wijze voort te zetten.

Bert Wollants:

Het kader is inderdaad nog heel nieuw en pril. Ik begrijp dus dat daarvoor nog bijkomende analyse nodig is. Tegelijkertijd moeten wij trachten vooruitgang te boeken in het dossier van de transmissienettarieven, hoewel het gesprek met de Europese Commissie uiteraard van heel groot belang zal zijn om te bepalen wat op dat vlak mogelijk is. Ik veronderstel dat daaraan met man en macht wordt gewerkt, teneinde ook de Europese Commissie te overtuigen van onze goede bedoelingen en van de noodzaak voor onze industrie. Die noodzaak erkende de Europese Commissie overigens zelf, toen zij vorige week dat aangepaste kader lanceerde en daarbij aangaf dat er iets moest gebeuren. Wij willen daar werk van maken en rekenen erop dat de Europese Commissie ons daarin tracht te volgen.

De bijdrage van de energie-uitgaven aan de NAVO-norm

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Bihet (Energie) bevestigt dat energie-investeringen (kernenergie, hernieuwbaar, cybersecurity en kritieke infrastructuur) meetellen voor de NAVO’s 5%-veiligheidsnorm, zolang ze de weerbaarheid en onafhankelijkheid van België versterken—zonder nieuwe uitgaven, maar door bestaande budgetten slim in te zetten. Van der Straeten prijst deze brede benadering (buiten louter defensie) als kans om gezondheidsbesparingen te vermijden en een *whole-of-government*-strategie te versterken, met aandacht voor CFD-subsidies, netbeveiliging en diplomatieke 3D-samenwerking (defensie, diplomatie, ontwikkeling). Beiden benadrukken dat energie-onafhankelijkheid (minder afhankelijkheid van Rusland) en systeemveerkracht centraal staan, afhankelijk van de nog te verduidelijken NAVO-regels.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, voorafgaand aan de NAVO-top vond een gezamenlijke commissievergadering plaats van de commissies voor Buitenlandse Betrekkingen en Landsverdediging. Tijdens die vergadering gaven de eerste minister en de minister van Defensie toelichting bij de 5%-norm, die intussen is goedgekeurd op de NAVO-top.

Zij maakten duidelijk dat, naast de korf voor directe militaire uitgaven en de uitgaven voor directe veiligheidsinstellingen, ook een bredere uitgavencategorie, met onder meer investeringen in infrastructuurwerken en cybersecurity, kon worden beschouwd als een bijdrage aan die norm. Ze benadrukten bovendien dat het niet de bedoeling is om nieuwe uitgaven te doen, maar wel om te kijken naar bestaande uitgaven die bijdragen aan de veiligheid en weerbaarheid van het land.

Naar aanleiding daarvan diende ik een vraag in om te vernemen wat u, binnen uw bevoegdheidsdomein, daaraan kunt bijdragen. Die vraag werd echter doorverwezen naar de minister van Defensie. Ik heb mijn vraag opnieuw ingediend, want mijn vraag was niet gericht aan de minister van Defensie. Mijn vraag was gericht aan de vakministers, namelijk wat zij vanuit hun domein menen te kunnen bijdragen, wat de opportuniteiten en mogelijkheden zijn.

Die vraag komt toch niet uit de lucht vallen? De arizonaregering is er gekomen onder het gesternte van de verhoging van de veiligheidsuitgaven. Ze gaat alleen maar daarover. De eerste minister heeft zelfs in de commissievergadering toegegeven dat zij, toen ze het arizona-akkoord opmaakten, er nog van uitgingen dat ze de 2 %-norm moesten halen, terwijl dat al van een eeuwigheid geleden dateerde. Nog voor de NAVO-top was er sprake van 3,5 %. Er werden provisies ingeschreven in de begroting. Ik begrijp dus niet goed waarom die vraag doorgestuurd moest worden.

Nu is ze wel aanvaard. Het gaat me erom uw standpunt te begrijpen. U hebt in uw domein sowieso een aantal uitgaven die rechtstreeks gelinkt zijn aan veiligheid. Ik denk dan aan de uitgaven voor de fysieke beveiliging van de sites Mol of Fleurus en aan de uitgaven voor cybersecurity.

Het was bizar dat u in antwoord op de vraag van een collega zich niet bevoegd noemde voor cybersecurity. U bent misschien niet de leidende minister om de wet op de kritieke infrastructuren aan te passen, maar er zijn wel middelen toegekend aan de AD Energie, met name voor cybersecurity, technische experts, controleurs en monitoring. 1,2 miljoen extra is er in 2023 vrijgemaakt. Er is dus wel een bevoegdheid, namelijk voor de implementatie van die wet.

Vorige week hebt u naar aanleiding van de vragen van de heer Wollants in de plenaire vergadering over de instabiliteit in het Midden-Oosten nog verklaard dat de reden waarom heel uw energiebeleid op de twee poten, kernenergie gecombineerd met hernieuwbare energie, berust, er net in bestaat om niet vatbaar te zijn voor die volatiliteit, als bijdrage aan de algemene weerbaarheid van het land.

Vandaar wil ik graag van u vernemen, in het kader van de NAVO-norm en de verhoging van de weerbaarheid van het land, wat u kunt bijdragen vanuit uw departement. Via welke beleidsmaatregelen? Welke uitgaven kunnen daarvoor ge-earmarked worden? Op welke manier kunt u daarvan proactief gebruikmaken opdat u alle nodige middelen ter beschikking krijgt voor het beleid dat u wilt voeren?

Mathieu Bihet:

Mevrouw Van der Straeten, zoals u correct aangeeft hebben wel wat zaken in het bevoegdheidsdomein Energie een invloed op de weerbaarheid van België.

Voor alle geplande investeringen, die finaal de energieonafhankelijkheid van België zullen versterken, zullen we vanzelfsprekend de mogelijkheid bekijken om ze mee te nemen in de doelstellingen van de NAVO-norm.

Aangezien de energieafhankelijkheid van de EU strategisch onze grootste zwakheid is en gelet op het feit dat Rusland die zwakte ook zeer effectief heeft uitgebuit, spreekt het voor zich dat onze geplande investeringen in productie-eenheden die geen afhankelijkheden met derde landen creëren, meegerekend zouden kunnen worden als infrastructuurinvesteringen die de weerbaarheid van België verbeteren. Ook investeringen die door de Belgische Staat gedaan worden om de weerbaarheid van kritieke entiteiten en het energiesysteem in het geheel te verbeteren, lijken opgenomen te kunnen worden. Daarnaast moeten de kosten die de netbeheerders, de producenten en andere entiteiten moeten maken om de weerbaarheid van het systeem te verbeteren, worden getoetst aan de regels voor de NAVO-uitgaven. Indien mogelijk zullen ook die worden meegenomen.

Hoe dan ook zullen wij investeringen in de weerbaarheid van ons energiesysteem doen. Een weerbaar en veerkrachtig energiesysteem is een duidelijke doelstelling van de regering. Het is toe te juichen dat de NAVO het belang van die investeringen erkent.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik vind dat echt een goed antwoord. Ik ben blij dat u ze niet naar de minister van Defensie hebt doorverwezen, want veiligheid omvat meer dan alleen militaire uitgaven. Dat betekent dat we breder moeten kunnen kijken, wat ook kansen biedt om bijvoorbeeld nog meer besparingen op het gezondheidsbudget te vermijden. Als u zegt dat alles wat wij doen in het kader van energieonafhankelijkheid, zoals de CFD-betalingen in het kader van de levensduurverlenging van de nucleaire eenheden, de CFD-betalingen voor wind op zee en het CRM met betrekking tot batterijopslag, voor de NAVO-norm ge-earmarkt kan worden, dan zegt dat eigenlijk al heel veel goeds. Daarbij komt ook nog cybersecurity en kritieke infrastructuur. Als we dan ook nog onderzoeken hoe we de investeringen van de netbeheerders daarin kunnen onderbrengen, dan krijgen we inderdaad een whole-of-government approach . Dat kan de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken ondersteunen bij de 3D-aanpak, namelijk defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking, en dan hoeven we de NAVO-norm niet louter in te vullen als uitgaven op het vlak van militair materieel. Ik kom daar graag nog op terug als het gaat over de verdere implementatie van de 5 %-norm, omdat de NAVO-regels nog moeten worden bekendgemaakt. Alleszins vind ik uw invalshoek zeer goed, mijnheer de minister.

De Hoge Raad voor energiebevoorrading

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de oprichting van een onafhankelijk *Haut Conseil* voor energievoorziening om strategische fouten (zoals bij het *energie-eiland*) te vermijden en de koolstofneutraliteit te verzekeren. Minister Bihet bevestigt dat een koninklijk besluit in voorbereiding is, met strenge onafhankelijkheidscriteria (geen politieke mandaten) en een focus op toekomstige energiezekerheid, waarbij DG Energie en DG Leefmilieu het secretariaat delen voor respectievelijk energie- en klimaataspecten. Lidmaatschap en exacte organisatie zijn nog in overleg, maar expertise en een assessmentprocedure worden door Frank benadrukt als cruciaal. Het orgaan moet advies geven over zowel korte- als langetermijnstrategie, met koppeling aan de Energie-Klimaattaakgroep en nationale klimaatplannen.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, l'accord de gouvernement et votre note d'orientation politique rappellent la nécessité de créer un Haut Conseil pour l'approvisionnement afin d'étayer la stratégie à court et à long terme de l'approvisionnement énergétique. Pour rappel, ce Haut Conseil doit être indépendant tout en consultant l'ensemble des institutions pertinentes. Il est prévu que le secrétariat soit assuré par les administrations de l' é nergie et du Climat.

Il est primordial d'avoir un Conseil indépendant et fort pour éviter les erreurs qu'on a pu voir lors du dossier de l'île énergétique. Il est également nécessaire que ce Haut Conseil soit cohérent avec nos objectifs de neutralité carbone.

Monsieur le ministre, où en sont les travaux quant à la mise en place de ce Haut Conseil? Quelle est votre vision stratégique sur le Conseil et ses priorités pour 2025 et 2026? Qui sera membre de ce Haut Conseil et comment sera-t-il désigné? Comment l'indépendance de ses membres sera-t-elle garantie? Quel est l'organigramme dessiné pour ce Haut Conseil? Quelle est la place notamment du secrétariat? Quel sera le focus de ce Haut Conseil particulièrement en termes d'énergie et de transition énergétique vers la neutralité carbone? Enfin, quel sera le rôle de l'administration du Climat et notamment l'importance accordée à la transition énergétique?

Mathieu Bihet:

Monsieur Frank, le gouvernement discute à ce stade d'un projet d'arrêté royal visant à la mise en place du Haut Conseil. Un appel à candidats sera d'ailleurs publié au Moniteur belge une fois qu'il sera validé.

L'indépendance du Haut Conseil sera garantie par le respect des exigences prévues par l'arrêté en préparation, à savoir, par exemple, ne pas être membre du Parlement européen, de la Chambre, du Sénat, du gouvernement fédéral ou d'un autre Parlement, ou ne pas être gouverneur de province ou député provincial. Il ne faut pas être bourgmestre, échevin ou président de CPAS, membre du secrétariat, des organes stratégiques d'un membre du gouvernement fédéral. L'idée est de ne pas créer une succursale politique.

Le Haut Conseil relève de la responsabilité du ministre compétent et sa composition est toujours en discussion. Comme son nom l'indique, le focus de ce Haut Conseil sera la sécurité de l'approvisionnement énergétique en Belgique. L'objectif de sa mise en place est de conseiller les pouvoirs publics concernant l'approvisionnement énergétique actuel mais aussi et surtout futur de notre pays.

La DG Énergie assurera la préparation des travaux en ce qui concerne les matières liées à l'énergie qui ressortissent à ses compétences.

La DG Environnement participera au secrétariat de ce Haut Conseil pour les aspects relevant de ses compétences, et en particulier la liaison avec les travaux effectués par la task force fédérale Énergie-Climat et la préparation des plans Énergie-Climat.

Luc Frank:

Merci beaucoup pour la réponse, monsieur le ministre. Pour nous, l’important est que ce Haut Conseil soit indépendant et constitué de membres ayant de l'expertise dans ce domaine; il conviendrait de s'en assurer par une procédure d 'assessment .

De adequacy- en flexibiliteitsstudie van Elia
De adequacy- en flexibiliteitsbehoeften voor de periode 2026-2036
Elia's adequacy- en flexibiliteitsstudie voor 2026-2036

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De AdeqFlex-studie van Elia toont aan dat België op korte termijn voldoende capaciteit heeft, maar vanaf 2028 een tekort dreigt (100-600 MW/jaar), met risico’s op sluiting van 1.600-2.400 MW thermische centrales door marktfalen en mogelijke kernlevensduurverlenging (die draaiuren gascentrales reduceert). Netcongestie door de verlenging van Tihange 1 vormt een extra obstakel, aangezien bestaande netcapaciteit al is toegewezen, wat bijkomende versterkingen vereist – iets wat de minister bevestigt maar nog niet concreet aanpakt. De minister belooft overleg met de toekomstige Hoge Raad voor Energiezekerheid en regionale collega’s, maar concrete stappen ontbreken: hij verwijst naar lopende netontwikkelingsplannen (2028-2038) en stelt dat Elia’s scenario’s slechts "pistes" zijn, zonder duidelijke keuzes voor kostenefficiëntie of toezicht op uitvoering. Van der Straeten kritiseert dat de lessen uit eerdere fiasco’s (MOG, energie-eiland) niet worden toegepast en dat er geen structureel toezicht komt op Elia’s plannen, terwijl de CREG juist vraagt om strengere afstemming en transparantie.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, de AdeqFlex-studie, die Elia om de twee jaar moet opmaken – een wettelijke verplichting – en die afgelopen vrijdag gecommuniceerd is, onder andere door Elia zelf, komt natuurlijk op een goed moment. We zullen immers straks nog spreken over het CRM en over de volumes die daarbij bepaald moeten worden. Het ene beïnvloedt uiteraard het andere. De volumebeslissing betreft de korte termijn, terwijl Elia naar de langere termijn kijkt.

Volgens de AdeqFlex-studie is er op korte termijn geen probleem, terwijl Elia stelt dat er op middellange termijn echter wel een kloof, een gap, zou zijn vanaf 2028. Die kloof zou jaarlijks tussen de 100 en 600 megawatt bedragen. Op lange termijn – dat had Elia ook al eerder aangegeven in de zogeheten Blueprintstudie – moeten er structurele keuzes gemaakt worden over waar het beleid structureel op zal inzetten.

Mijn vraag richt zich nu op de korte en middellange termijn en op de manier waarop u met die informatie omgaat. In het persbericht van Elia, meer bepaald in de hoofdboodschappen die daarin worden vermeld, staat dat indien er geen ondersteuningsmechanisme zou bestaan, zoals het capaciteitsremuneratiemechanisme, in de komende tien jaar ongeveer 1.600 megawatt aan bestaande thermische capaciteit de markt zou verlaten. Elia voegt daaraan toe dat dat cijfer kan oplopen. Men mag ervan uitgaan dat die 1.600 megawatt behouden blijft, aangezien er een CRM bestaat.

Als mijn kat een koe was, gaf zij melk onder de stoof. Er bestaat een CRM, dus blijven die 1.600 megawatt in de markt. Elia stelt echter dat dat verlies kan oplopen tot 2.400 megawatt in het geval van een bijkomende levensduurverlenging van een nucleaire eenheid, die in de simulaties wordt voorgesteld als 1 gigawatt. Een dergelijke levensduurverlenging zou het aantal draaiuren van bestaande thermische centrales beperken, wat het zogeheten missing money- probleem vergroot en de kans op sluiting van die centrales verhoogt.

Mijnheer de minister, de plannen van de regering gaan niet uit van een bijkomende levensduurverlenging van 1.000 megawatt, maar van 4.000 megawatt. Indien men evenwel de hypothese van Elia volgt, een levensduurverlenging van 1.000 megawatt, dan levert dat slechts 200 megawatt op, of het leidt tot een hogere kostprijs voor het CRM, of de noodzaak om een strategische reserve te activeren ontstaat.

Hoe brengt u binnen uw beleid al deze effecten samen? Hoe houdt u hiermee rekening en hoe zult u keuzes maken inzake de kostenefficiëntie van het energiebeleid? Zult u dit voorleggen aan de Hoge Raad? Zult u dit toevertrouwen aan de administratie of aan de CREG, of laat u dat gewoon voor wat het is?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden. Mevrouw Van der Straeten heeft al verwezen naar de nieuwe studie, die vooral opmerkingen en kanttekeningen plaatst bij de haalbaarheid op korte termijn, ondanks de levensduurverlenging van Tihange 1.

Als reden daarvoor wordt aangehaald dat de vrijgekomen netcapaciteit na de wettelijk voorziene sluiting van de kerncentrales ondertussen is toegewezen aan andere netverbruikers. Een eventuele levensduurverlenging van Tihange 1 zou bijgevolg leiden tot onaanvaardbare congesties op het transmissienet, die mogelijk aanzienlijke problemen kunnen veroorzaken.

Daarom heb ik enkele concrete vragen. Was u op de hoogte van de bevindingen van de studie van Elia?

Deelt u de analyse van Elia dat de effectieve bijdrage van de levensduurverlenging van Tihange 1 op korte termijn aanzienlijk beperkt zou worden door de reeds toegewezen netcapaciteit aan onder meer nieuwe gascentrales en batterijprojecten?

Welke concrete gevolgen verbindt u aan de conclusie van de studie dat de levensduurverlenging van Tihange 1 zonder bijkomende maatregelen zou leiden tot onaanvaardbare congesties?

Welke stappen onderneemt de regering naar aanleiding van de studie om de nodige randvoorwaarden te scheppen voor een eventuele levensduurverlenging van Tihange 1?

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Mathieu Bihet:

Mevrouw Van der Straeten, mijnheer Seuntjens, ik heb uiteraard kennisgenomen van de AdeqFlex-studie van juni 2025. Vooraleer Elia het resultaat op vrijdag 27 juni 2025 openbaar maakte, heeft het bedrijf mij op de hoogte gebracht van de inhoud van het document.

De studie, waaraan de netbeheerder meer dan een jaar geleden is begonnen, is gebaseerd op verschillende hypothesen en scenario's die bij de marktdeelnemers zijn afgetoetst. Ze heeft betrekking op de middellange termijn. De prognose geeft een beeld van de mogelijke toekomst.

In antwoord op uw vraag naar de uitvoering van de genoemde gevoeligheid, begrijpt u dat om de levensduur van Tihange 1 te verlengen overleg nodig is. U weet uit ervaring dat dergelijk overleg tijd vraagt.

De informatie dat het transportnetwerk moet worden versterkt om congestie te voorkomen in geval van levensduurverlenging van Tihange 1 komt echter niet als een verrassing. Ik wijs op het vorige federale ontwikkelingsplan 2024-2034, hoofdstukken 3.3.5 en 3.3.6, waarin de verlenging van de levensduur van Doel 4 en Tihange 3 al leidden tot een versterking van het 380 kV-net. Ik nodig u uit de lopende werkzaamheden voor de ontwikkelingsplannen 2028-2038, waarin dit punt zeker geanalyseerd zal worden, op de voet te volgen.

Het ontwerp van koninklijk besluit tot oprichting van de Hoge Raad voor Energievoorzieningszekerheid wordt nu besproken binnen de regering. Deze autonome raad, samengesteld uit onafhankelijke deskundigen, zal me onder meer advies verstrekken. Ik zal zeker een beroep doen op zijn expertise om het energiebeleid voor de middellange en lange termijn in België uit te stippelen. Een advies over de AdeqFlex-studie van Elia kan een van de taken zijn die worden opgenomen in het werkprogramma dat de Hoge Raad me zal voorleggen zodra hij opgericht is.

Inzake de maatregelen die genomen moeten worden in het licht van de resultaten van de AdeqFlex-studie 2025, vanaf 2028 voor het EU-SAFE-scenario of vanaf 2030 voor het EU-BASE-scenario, noteer ik de mogelijke oplossingen die Elia in zijn studie naar voren brengt. Ik zal de hypothesen van de studie uiteraard grondig analyseren en met de relevante experts overleggen over de oplossingen die het meest geschikt zijn voor onze economie en voor ons land.

Ik zal ook overleggen met mijn regionale collega's om de langetermijnstrategie vast te leggen en die, conform ons regeerakkoord, te verankeren in het interfederale energiepact.

Tinne Van der Straeten:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik maak graag twee reflecties. Ten eerste, de kruistocht tegen Elia is duidelijk gestopt. Enkele maanden geleden werd hier nog moord en brand geschreeuwd: Elia zou veel te veel te zeggen hebben. Er werd gevraagd wie de echte minister was en gezegd dat de overheid in de cockpit moest terechtkomen. Vandaag wordt de adequacy and flexibility study gepubliceerd en wordt er gezegd dat men zal bekijken hoe men daarmee aan de slag kan gaan en welke oplossingen het meest aangewezen zijn, want het gaat inderdaad over scenario's, pistes en veronderstellingen. Dat bepaalt niet wat men daarom per se moet doen. Dat blijft de keuze van de minister. Ik stel vast dat Elia hersteld is in zijn rol als technisch expert van de overheid, zoals het eigenlijk ook zou moeten zijn. De toon is echt veel gematigder en ik ben tevreden dat alles wat is gekalmeerd. Ten tweede, alles wat wij hebben gelezen en gehoord – ik verwijs naar de gesprekken over het energie-eiland, het rapport van de CREG en de aanbevelingen die zij naar voren heeft geschoven, meer bepaald met betrekking tot het netontwikkelingsplan –, lijkt nu heel veraf. Hier wordt nu gezegd dat het toch geen geheim is dat voor Tihange 1 het transportnetwerk versterkt moet worden, dat zal worden bekeken hoe dat kan gebeuren en dat het ontwikkelingsplan op de voet moet worden gevolgd. Dat is niet wat de CREG heeft gezegd. De CREG stelde dat het ontwikkelingsplan op een andere manier tot stand zou moeten komen. Er zou een begeleidingscomité moeten zijn, er zou moeten worden gekeken welke hypotheses daaraan ten grondslag liggen en welke berekeningen er zijn gebeurd. Die afwegingen moeten worden gemaakt. Dat is een harde les, die we allemaal samen geleerd hebben in het kader van het Modular Offshore Grid (MOG). Met het MOG en met het eiland waren de intenties immers niet slecht, maar in de uitvoering achteraf is gebleken dat er zaken moesten worden bijgestuurd. De CREG heeft dat zelfs opgesomd in een rapport, ook in de niet-vertrouwelijke versie. Vandaag is het antwoord van de minister echter: volg het allemaal maar een beetje op de voet. Dat betekent dat we over een aantal jaar opnieuw in dezelfde situatie kunnen belanden. Dan zullen we ons de bedenking maken dat Tihange 1 misschien beter versterkt was geworden. Vervolgens zou blijken dat het toch meer kost dan verwacht. Men zal zich dan afvragen: hoe is dat destijds eigenlijk beslist? Er is aan Elia gevraagd om dit op te nemen in het ontwikkelingsplan, men is ermee aan de slag gegaan, maar niemand heeft daar echt toezicht op gehouden. Dat zou niet de conclusie mogen zijn van wat we hebben geleerd uit het MOG. Integendeel. Wat het ontwikkelingsplan betreft, denk ik dat we dat grondig moeten aanpakken binnen de commissie. Ik vermoed dat bijna iedereen onder ons dat rapport van de CREG heeft ingekeken. We moeten die conclusies van de CREG eens goed bekijken. Misschien moeten we opnieuw een gesprek aangaan met de CREG om te bepalen hoe dat nu precies geïmplementeerd moet worden. Ook met u, mijnheer de minister. Hoe ziet u dat? U bent immers degene die uiteindelijk het koninklijk of ministerieel besluit zult moeten ondertekenen waarin het ontwikkelingsplan wordt vastgelegd en waarin de verschillende rollen op elkaar worden afgestemd. Uiteindelijk lijkt het allemaal maar een storm in een glas water. Dat is mijn conclusie na het horen van dit antwoord. De behandeling van de vragen eindigt om 17.39 uur. Le développement des questions se termine à 17 h 39.

De gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten voor de beschikbaarheid en de prijs van energie
De opschorting van de uitbating van twee gasvelden door Israël n.a.v. het conflict Israël-Iran
Energiecrisis in het Midden-Oosten door Israël-Iran conflict

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende conflicten in het Midden-Oosten (met name rond Iran en het Straat van Hormuz) bedreigen Belgiës energielevering (20% olie, 30% LNG) en drijven prijzen op, wat de koopkracht en bedrijfscompetitiviteit onder druk zet, terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (€13,3 mjd aan subsidies) klimaatdoelen ondermijnt. Minister Bihet benadrukt acute marktreacties maar zet in op langetermijnresilientie: versterkte strategische voorraden, diversificatie (kernenergie + hernieuwbaar), en Europese samenwerking (RePowerEU) om afhankelijkheid van fossiel—met name Russisch gas—te verminderen, aangevuld met een nieuwe Hoge Raad voor Energiebevoorrading voor scenario-planning. Frank en Wollants eisen concrete stappen: snelle afbouw fossiele subsidies, versnelling van de energietransitie (kern + groen), en crisisparaatheid (voorraden, infrastructuur) om prijsstijgingen en wintertekorten te voorkomen, met nadruk op soevereiniteit en klimaatverplichtingen. De kernboodschap: korte termijn = marktmonitoring en buffermaatregelen; lange termijn = radicale verschuiving naar eigen, duurzame energie om geopolitieke kwetsbaarheid en klimaatschade te breken.

Luc Frank:

Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister, ich weiß, Sie schätzen es sehr, wenn ich die Gelegenheit nutze, mit Ihnen ein wenig Deutsch zu sprechen. Aber damit auch die Kollegen es verstehen …

Je vais poser la question en français.

Monsieur le ministre, au Proche-Orient, le conflit avec l'Iran prend une nouvelle ampleur. Il touche directement vos compétences, à savoir la garantie de l'approvisionnement énergétique de notre pays. Le détroit d'Ormuz véhicule 20 % du pétrole mondial et 30 % du gaz naturel liquéfié. Cet approvisionnement risque d'être impacté par le conflit. Le prix du pétrole a déjà augmenté légèrement ces derniers jours. Or, on sait que ce prix influence directement le prix des autres énergies. Les fluctuations de prix des énergies fossiles ont une influence directe sur notre portefeuille. Les guerres en Ukraine ou au Proche-Orient ont systématiquement rappelé une chose: notre dépendance aux énergies fossiles. L'inventaire fédéral des subsides aux énergies fossiles montrent des résultats inquiétants: 13,3 milliards. Cela représente une augmentation par rapport à l'année passée.

Monsieur le ministre, quels sont les risques des conflits en cours au Proche-Orient sur l'approvisionnement énergétique de la Belgique, sur les prix dans l'immédiat et sur l'approvisionnement pour l'hiver prochain? Quelle est votre action pour anticiper les pires scénarios comme le blocage du détroit d'Ormuz? Quelles sont les mesures concrètes que vous comptez prendre pour diminuer les subsides fédéraux aux combustibles fossiles? Quelle est votre action pour nous sortir de la dépendance à ces combustibles pour un prix énergétique plus durable et cohérent avec nos engagements climatiques?

Voorzitter:

Ich danke Ihnen sehr, Herr Kollege Frank.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, wij weten natuurlijk dat het conflict in het Midden-Oosten op heel veel vlakken een effect heeft. Ook op energiegebied kan het ons duur te staan komen. Israël heeft bijvoorbeeld twee van zijn drie gasvelden in de Middellandse Zee stilgelegd. Wij hebben onmiddellijk de reactie van de markt gezien: de prijzen zitten opnieuw aan 40 euro per megawattuur, hoewel het eigenlijk bijna zomer is. Ook op het vlak van olie zien wij een aantal effecten. De voorbije dagen is de olieprijs fel gestegen, wat uiteraard slecht nieuws is. Zeker indien de leveringszekerheid in het gedrang zou komen, zullen de prijzen nog aanzienlijk verder stijgen. Experts waarschuwen dat dat ook zou kunnen gebeuren.

Wij hebben natuurlijk ook enige ervaring met oorlogsprijzen en de gevolgen daarvan. Die effecten hebben we onmiddellijk gemerkt voor onze energiebevoorrading maar ook voor de facturen van gezinnen en bedrijven, die daar het slachtoffer van zijn. Wij betalen in zekere zin nog altijd oorlogsprijzen voor aardgas als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Niemand zit te wachten op een verdere stijging van de aardgas- of olieprijzen.

Wij willen daar toch iets aan doen. Onze gezinnen en bedrijven zitten absoluut niet te wachten op die stijgingen. Deze regering wil uiteraard de zaken onder controle houden en de koopkracht van onze burgers en de competitiviteit van onze ondernemingen beschermen.

Daarom heb ik een aantal vragen voor u.

Ten eerste, welke effecten meent u in dat verband waar te nemen op de energieprijzen? Ten tweede, acht u het aangewezen om u met uw collega’s, de Europese energieministers, over de problematiek te buigen om na te gaan hoe Europa zich tegen die effecten kan wapenen? Ten derde, hoe wil u het dossier in zijn geheel verder aanpakken?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, mein lieber Freund Herr Frank, de situatie in het Midden-Oosten herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de geopolitieke evenwichten zijn en in welke mate energie een strategische hefboom blijft in deze spanningen.

Pour vous répondre très concrètement, il y a des réactions immédiates des marchés à la montée des tensions. Bien que les stocks physiques soient actuellement suffisants, les marchés restent extrêmement sensibles à l'incertitude. Nous suivons la situation de près avec mon administration.

Mais soyons lucides, la vraie question, c'est celle de notre résilience, car nos concitoyens n'attendent pas des discours alarmistes ou des discours naïfs, ils attendent des réponses concrètes, des choix clairs, et c'est ce que nous faisons.

Ten eerste verhogen we onze bevoorradingszekerheid door de bescherming van onze kritieke infrastructuur, de versterking van onze strategische voorraad en de voorbereiding op verschillende crisisscenario's.

Ten tweede diversifiëren wij onze energiebronnen, niet morgen, maar vandaag. Kernenergie en hernieuwbare energie zijn geen tegenstanders. Het zijn twee pijlers van onze stabiele, soevereine en koolstofarme energiemix.

Comme le disait hier notre collègue, M. Dubois, à cette même place – je l'ai écouté avec beaucoup d'attention, presque religieusement –, un grand pas a d'ores et déjà été franchi dans la transition énergétique avec la modification de la loi sur le nucléaire. Il faut désormais marquer l'essai, prolonger les centrales tout en développant les énergies renouvelables. Et je suis très heureux que nous partagions cette vision.

Troisièmement, nous intensifions notre coopération internationale. Je me suis rendu cette semaine au Conseil européen de l'Union européenne à Luxembourg ainsi qu'à Oslo pour consolider nos partenariats tant avec nos pays voisins qu'avec la Norvège. Notre position centrale en Europe nous oblige également à être un acteur des solutions, et pas uniquement un acteur des dépendances.

Comme vous le savez, nous voulons réduire graduellement notre dépendance aux énergies fossiles et par-là même augmenter notre autonomie stratégique. À cet égard, la Belgique soutient pleinement les objectifs contenus dans la feuille de route RePowerEU .

Notre volonté collective reste claire: mettre fin à notre dépendance aux énergies fossiles russes. Cela demande une planification rigoureuse mais également des mesures concrètes qu'il est primordial de mettre en œuvre pour éviter de remplacer une dépendance par une autre.

Tot slot richten wij de Hoge Raad voor Energiebevoorrading op, een autonoom orgaan dat de risico's op lange termijn zal analyseren en scenario's uitwerken en dat zal helpen om doordachte beslissingen te nemen, los van de emotie van het moment.

Messieurs les députés, la crise au Moyen-Orient s'ajoute à plusieurs tensions géopolitiques qui, depuis plusieurs années, déstabilisent le marché de l'énergie. Face à cette incertitude, il faut maintenir le cap, celui d'une réponse stratégique, lucide mais surtout souveraine. Je vous remercie de votre attention.

Luc Frank:

Zunächst einmal vielen herzlichen Dank für Ihre Antwort.

Il faut agir avec cohérence, assurer un approvisionnement énergétique basé sur les énergies durables, comme vous l'avez indiqué, tout en réorientant nos subsides vers les alternatives respectueuses du climat. Dans ce contexte, le ministre du Climat, ici présent, a annoncé prendre des initiatives concrètes auprès du ministre des Finances et du gouvernement afin de diminuer les subsides fédéraux alloués aux énergies fossiles. J'espère, monsieur le ministre de l' Énergie, que vous allez vous joindre à ces initiatives.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten inderdaad bekijken hoe we met de situatie omgaan. Dat wordt trouwens niet alleen een verhaal van korte, maar ook een van de lange termijn. Op de lange termijn moeten we inzetten op andere energiebronnen, bronnen die we zelf veel meer onder controle hebben. Dat is de absolute weg voorwaarts en daarmee moeten we aan de slag gaan.

We moeten nauwlettend de situatie in de gaten houden en inzetten op de verhoging van onze bevoorradingszekerheid. Dat kan onder andere door maatregelen te nemen in verband met onze voorraden en het energietransport. Wij moeten absoluut onze burgers en bedrijven beschermen omwille van de koopkracht en de competitiviteit.

Voorzitter:

Daarmee sluiten wij het vragenuurtje.

Het initiatief van Energie.be om tijdens de zomer gratis elektriciteit op zondag aan te bieden

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van der Straeten vraagt kritisch of het aanbod van Energie.be (gratis stroom op zondagmiddag voor klanten met *variabel tarief* gebaseerd op lage/negatieve Belpex-prijzen) echt voordelig is voor consumenten, of misleidend gecommuniceerd wordt, en of de CREG dergelijke prijsformules moet reguleren. Beenders bevestigt dat de CREG de actie onderzoekt: het "gratis" deel dekt enkel 35% van de all-inprijs (energiecomponent), terwijl vaste kosten en capaciteitstarieven (bij piekverbruik) kunnen stijgen; de leverancier rekent met *maandgemiddelde* Belpex-prijzen, niet met uurtarieven, en zal pas eind 2025 de werkelijke besparing verrekennen—klachten zijn nog niet binnengekomen, maar monitoring blijft cruciaal. Beide benadrukken dat flexibel verbruik (bij lage prijzen) weliswaar wenselijk is, maar de consumentencommunicatie en complexiteit van energietarieven (inclusief interactie met zonnestroomregels) dringend vereenvoudigd moeten worden via samenwerking tussen CREG, Inspectie en energieministers. Het risico op hogere capaciteitskosten door piekgebruik tijdens "gratis" uren blijft een valkuil.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, het aanbod van de leverancier Energie.be heeft mij enigszins geïntrigeerd, maar ik wil gerust enige reserve inbouwen. Het aanbod houdt in dat de leverancier 0 euro aanrekent voor elektriciteit op zondagmiddag tussen 12 en 16 u, van maart tot en met september. Dat aanbod wordt aangeprezen door Testaankoop, wat voor mij de aanleiding was om u hierover te bevragen. Energie.be past dat niet toe voor klanten met een dynamisch tarief, maar wel voor klanten met een variabel tarief. Dat variabele tarief is echter op Belpexprijzen, dus day - ahead prijzen gebaseerd. Op die momenten zijn de Belpexprijzen laag of zelfs negatief.

Daarom stel ik mij de vraag of het wel om een correct voorgesteld aanbod gaat. Ik wil de intentie van de leverancier zeker niet in vraag stellen, want eigenlijk moedigt hij aan om te verbruiken op momenten waarop de prijzen laag of zelfs negatief zijn. Hij stelt dat echter voor als een voordeel voor de klant. Ik vraag me af - en het is een open vraag, want ik weet het antwoord zelf niet - of het werkelijk om een voordeel voor de klant gaat?

Daarom vroeg ik u ook of het geen piste zou kunnen zijn om de CREG te vragen om die prijsformules nader te bekijken en eventueel aanbevelingen te formuleren om dergelijke formules te omkaderen, in het algemeen, maar ook zeer specifiek wat betreft deze actie.

Zou men na afloop van de actie kunnen nagaan hoeveel energie er uiteindelijk gratis werd geleverd? Heeft dat geleid tot een verlaging van de factuur? Heeft dat eventueel geleid tot een hoger capaciteitstarief? Ten slotte, zijn er hierover al klachten binnengelopen bij de Economische Inspectie of bij de CREG?

Rob Beenders:

Mevrouw Van der Straeten, dat is een goede vraag, een terechte vraag trouwens. Ik dacht net hetzelfde toen ik die actie zag voorbijkomen. We hebben dat uiteraard latebn uitzoeken. We hebben de CREG gevraagd om contact op te nemen met de leverancier, om de praktische modaliteiten van die actie beter te begrijpen. De CREG heeft de tariefkaarten en de voorwaarden van die actie grondig geanalyseerd.

De voorwaarden zal ik even voorlezen, omdat de verwoording belangrijk is. Enkel de klanten met een variabel product – zoals u zelf al zei – of met een vast product kunnen deelnemen. De klant moet meetregime 3 activeren op zijn of haar digitale meter. De consument moet zich er ook van bewust zijn dat het enkel gaat over de energie, dus de verbruikte kilowattuur, in die specifieke periode, namelijk zondagen tussen 1 maart en 30 september, tussen 12 en 16 uur. Dit energiedeel bedraagt ongeveer 35 % van de all-inprijs die de consument betaalt. Alle overige kosten met betrekking tot het elektriciteitsverbruik, zoals abonnement, taksen, heffingen, nettarieven, certificaten voor groene stroom of warmtekrachtkoppeling, blijven wel verschuldigd.

Energie.be beschikt over de kwartiergegevens van de klant. Zo weet die perfect welke volumes in deze periodes werden verbruikt. De prijs van de bekomen volumes wordt echter niet op kwartier- of uurbasis berekend, maar wel op basis van de gemiddelde Belpex van die maand. Op die manier kan de leverancier geen voordeel halen uit de negatieve uren tussen 12 uur en 16 uur.

De CREG analyseert maandelijks het volledige aanbod van alle leveranciers, inclusief specifieke acties. Zo heeft de CREG onlangs nog gewaarschuwd voor die hoge welkomstkortingen waar strenge voorwaarden aan verbonden zijn. De CREG zal ook deze actie van nabij opvolgen. Ten laatste eind november 2025 zal Energie.be berekenen hoeveel elektriciteit de klant heeft verbruikt tussen 12 uur en 16 uur op die specifieke zondagen in de vermelde periode. Dan zal de leverancier de waarde van dat verbruik aftrekken van het te betalen bedrag van de eerstvolgende factuur.

De consument moet echter inderdaad – en dat is niet onbelangrijk – wel rekening houden met het piekverbruik, om te vermijden dat het capaciteitstarief op dat moment hoger uitvalt.

Op zondag tussen 12 u en 16 u de wasmachine laten draaien, de auto opladen en tegelijk de oven gebruiken, is eigenlijk geen goed idee, nooit trouwens. Het is belangrijk dat de klant dat ook begrijpt. Anders vertrekt hij misschien van het principe dat alles wat hij dan verbruikt gratis is.

Tot heden heeft de CREG over deze actie nog geen specifieke klachten ontvangen, maar zoals ik al zei, we gaan dat wel van nabij opvolgen. Dat geldt trouwens ook voor de communicatie.

Tinne Van der Straeten:

Het is goed om dat van nabij op te volgen. Nieuwe evoluties op de energiemarkt geven ook aanleiding tot nieuwe acties en op zich is dat goed. We hebben eerder al gezien, als er een goede samenwerking is van de CREG met de Economische Inspectie, dat als de kantjes er echt worden afgelopen, wat hier niet het geval is, er snel kan worden ingegrepen. Fundamenteel gaat het over flexibiliteit. Er was ook een eerdere vraag van een collega over zonnestroom. Op dat vlak moeten de energieministers, zowel federaal als gewestelijk, de handen in elkaar slaan. U, als minister van Consumentenzaken, zou daar ook bij betrokken kunnen worden. Dat is iets wat zij dat misschien aan u moeten voorstellen. Als zij dat niet doen, dan moet u het zelf voorstellen. Het is immers superingewikkeld. De energiewetgeving is bijzonder complex. Tegelijk klopt het allemaal. Heel die uitleg klopt. Zoals u echter zelf ook zegt, stel dat je de wasmachine en dit en dat aanzet. Het perspectief van de consument - en u bent echt een verdediger van de consument - moet hier centraal staan. Energie-experts kunnen immers alles wel doen werken en uitleggen, maar uiteindelijk moet men de consument meekrijgen in het verhaal. Ik ben blij dat dit relatief goed zit. Ik ben ook blij te horen dat u er van nabij op toeziet. Dit is een thema waaraan we de komende tijd nog in de diepte zullen moeten werken.

De cyberbeveiligingslekken in de energiesector en de uitdagingen voor Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht cyberdreigingen in Chinese omvormers (verborgen communicatieapparaten die energie-infrastructuur kwetsbaar maken voor sabotage), wat de afhankelijkheid van Chinese technologie in kritieke sectoren als een nationaal veiligheidsrisico blootlegt. Minister Francken bevestigt dat Defensie, CCB en SGRS risicoanalyses uitvoeren, prioriteit geven aan westerse technologie en samenwerken met andere overheden, maar benadrukt dat cybersécurité een gedeelde verantwoordelijkheid is met beperkte middelen. Lasseaux dringt aan op urgente versterking van Cyber Command en inlichtingen, zelfs ten koste van andere defensie-investeringen (bv. vliegtuigen), en waarschuwt dat energie-uitval de hele samenleving lamlegt. De kernboodschap: cyberverdediging vereist structurele prioriteit, betere coördinatie en meer budget.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, des chercheurs viennent de découvrir des appareils de communication non autorisés dans des onduleurs chinois qui pourraient contourner des pare-feux et la sécurité informatique. Ces composants cachés ne figurent pas dans les fiches techniques officielles et pourraient permettre à des hackers ou à des États hostiles de désactiver des millions d'installations photovoltaïques, provoquant des pannes électriques massives.

Dans le monde, 80 % des onduleurs chinois sont produits par des fabricants chinois. Ils sont télécommandables à distance via internet, ce qui les rend vulnérables. Il serait possible de créer des canaux de communication vers la Chine, évitant les sécurités informatiques qui sont mises en place.

Ceci démontre les dangers pour la sécurité que représente une trop grande dépendance aux équipements chinois dans les secteurs essentiels de notre économie, tels que l'énergie. Cela démontre aussi que la cybersécurité sera un enjeu fondamental du redéploiement de notre outil défense. Les menaces d'attaques envers notre système énergétique ne viendront pas nécessairement de missiles, de drones ou d'équipements de sabotage, mais aussi de cyberattaques émanant de puissances hostiles.

Monsieur le ministre, la Défense va assurer une responsabilité primordiale dans le cadre de la protection des infrastructures critiques. D'ailleurs, vous allez développer une réserve territoriale. C'est pourquoi le Cyber Command doit aussi être renforcé en urgence.

Existe-t-il une liste de fournisseurs fiables ou dangereux au niveau de la cybersécurité pour les équipements de nos infrastructures critiques ou de la Défense? La Défense pourrait-elle participer à l'élaboration de telles listes?

La Défense met-elle en place des contrôles ou des simulations d'attaques vis-à-vis des équipements essentiels pour la Défense et pour nos infrastructures critiques?

Il est prévu que le Cyber Command soit renforcé, mais il risque d'être rapidement débordé en cas de conflit ou de crise grave. Comment va-t-on s'articuler et articuler la mobilisation de la réserve spécialisée et/ou la réserve territoriale? Une partie de ces réserves sera-t-elle composée (…)

Theo Francken:

Monsieur Lasseaux, je suis en effet compétent pour la cybersécurité, mais je ne suis pas le seul, nous en avons parlé en commission à plusieurs reprises.

La récente couverture médiatique concernant d'éventuels dispositifs cachés dans des onduleurs solaires provenant de pays non européens tels que la Chine touche à une question centrale de notre sécurité nationale, la protection de nos infrastructures critiques contre la menace cybernétique et les menaces liées au renseignement.

Au sein de la Défense, cette menace est reconnue et prise au sérieux. Les institutions de Défense font l'objet d'un contrôle systématique de l'utilisation de technologies susceptibles de présenter des risques, notamment en ce qui concerne l'approvisionnement en énergie, les communications ou le traitement des données.

La sécurité des infrastructures critiques est bien sûr une responsabilité partagée avec les différents Services publics fédéraux (SPF) et cela fait également partie des plans de résilience en cours d'élaboration au sein du Centre de crise national (NCCN). Des normes de sécurité accrues sont appliquées aux installations militaires identifiant non seulement les risques physiques, mais aussi les risques numériques. Dans ce cadre, nos services, en collaboration avec le Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) et le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB), effectuent des contrôles techniques et des analyses des risques dans les domaines sensibles. Des technologies occidentales contrôlées sont choisies, dans la mesure du possible.

L'interconnexion entre les infrastructures civiles et militaires – réseaux partagés, sources d'énergie – fait que la Défense participe aussi régulièrement à des groupes de travail interdépartementaux sur la cybersécurité et la sécurité énergétique, notamment sur des sujets comme la 5G et Huawei.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie.

Vous n'êtes évidemment pas le seul à être compétent pour la cybersécurité, mais il est clair que la Défense aura une part importante à jouer en la matière, la cybersécurité étant un enjeu essentiel pour notre pays.

Il est clair aussi que tous les acteurs économiques et les citoyens doivent se rendre compte qu'ils jouent un rôle important dans ce cadre, particulièrement dans le secteur de l'énergie. Sans énergie, pas d'économie, mais également pas de soins de santé, pas de culture, ni tout autre service qui pourrait être développé par l'ensemble de notre communauté.

J'insiste sur le fait que le futur plan de la Défense doit compter un très grand chapitre sur ce point. Vous le savez. Les moyens doivent être renforcés pour pouvoir se défendre. En outre, il faut plus de sécurité et plus de cyber. À un moment ou à un autre, s'il faut décider d'avoir un avion en moins, il faut le faire. Mais, en matière de cybersécurité, il faut renforcer les moyens. Sans bon renseignement, la plus grande armée peut être très vite arrêtée.

Voorzitter:

Ceci clôture la session des questions orales.

Het gesprek met president Macron over de kerncentrales

Gesteld door

CD&V Phaedra Van Keymolen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Premier De Wever bevestigt een nucleaire renaissance in lijn met Frankrijk, met verlenging van bestaande centrales en potentieel nieuwe SMR-technologie, na goedkeuring van de gewijzigde kernuitstapwet—Macron steunt dit. EDF’s rol blijft onduidelijk, maar synergie met Frankrijk wordt beoogd als *win-win*, zonder concrete afspraken of commerciële details. Van Keymolen benadrukt Belgisch nucleair expertise en bedrijven moeten mee profiteren en waarschuwt voor afhankelijkheid van Franse staatsbedrijven, gezien hun eerdere kritiek op "Belgische euro’s naar Parijs". Energiezekerheid en betaalbaarheid blijven centrale motieven, met nadruk op samenwerking zonder verlies van Belgische autonomie.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de premier, gisteren liet u via Facebook weten dat u even heen en weer naar Parijs bent geweest, want er viel heel wat te bespreken. Waarover het precies ging, vernamen we nadien in De Tijd .

Collega’s, binnenkort stemmen we hier in dit halfrond over de herziening van de kernuitstap. Dat is een belangrijk dossier om onze energiebevoorrading veilig te stellen en om de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven betaalbaar te houden. Mijn partij heeft hier altijd mee voor geijverd, maar dat weet u. De vraag blijft wie er in de toekomst zal instaan voor de uitbating van onze kerncentrales.

Stoort het, mijnheer Van Quickenborne, als ik even doorga?

(Applaus)

Mijnheer de premier, u trekt met deze regering volop de nucleaire kaart. U spreekt zelfs van een nucleair reveil. We begrijpen dat u hiervoor ook overleg pleegt met onze buurlanden en uiteraard met president Macron. Dat is logisch, want energie stopt niet aan onze landsgrenzen. We konden lezen dat het Franse staatsbedrijf EDF straks een rol zou kunnen spelen bij de uitbating van onze kerncentrales. Tegelijk weten we dat EDF zelf met grote uitdagingen kampt bij hun eigen nucleaire projecten, zoals trage vooruitgang en oplopende kosten.

Premier, wordt dat nucleair reveil er straks eentje met een stevig Frans tintje? Ik herinner me nog goed hoe uw partij destijds tijdens de debatten over de nucleaire rente luid en duidelijk stelde dat er al genoeg Belgische euro’s naar Parijs vloeiden. Hebt u nu het geweer van schouder veranderd?

U postte terecht een leuke foto op Facebook. Maar mogen we in dit halfrond ook vernemen wat er precies besproken is over onze kernenergie tijdens uw overleg met president Macron?

Bart De Wever:

Mevrouw Van Keymolen, ik zal deze keer niet schetsen in welke toestand de vorige regering ons energielandschap heeft achtergelaten, hoe ze met kernenergie is omgesprongen en welke keuzes er nu nog mogelijk zijn. Ik zal vriendelijk zijn en het daar niet over hebben.

Ik heb het daar gisteren wel over gehad met de Franse president. Dat leek mij ook onvermijdelijk, gezien de context die ik zonet schetste. Dat was echter maar een van de thema's die op de agenda stonden, naast de geopolitieke context, Oekraïne, het Midden-Oosten, importheffingen, EU-competitiviteit en een aantal belangrijke bilaterale dossiers, waarvan het CaMo-project van Defensie niet het minste was.

Het ging dus ook over energie, waar ik vooral de ambities van ons regeerakkoord heb toegelicht en gezegd dat er een nieuwe regering is die de bladzijde heeft omgeslagen en aansluit bij de ambitie van een nucleaire renaissance. Ik heb hem meegedeeld dat de wet op de kernuitstap in tweede lezing in de commissie werd goedgekeurd en binnenkort naar de plenaire vergadering zal komen. Macron was daar heel blij mee en vindt dat de juiste keuze. Een mix van hernieuwbare energie en kernenergie is volgens hem de weg die we moeten bewandelen en dat is ook de weg die deze regering wil bewandelen.

Wij hebben al beslist om een maximale verlenging van de bestaande capaciteit te proberen realiseren op langere termijn en eventueel ook nieuwe capaciteit dankzij de SMR30-technologie. Er zijn veel samenwerkingen en synergiën mogelijk. Ik denk dat het voorbarig is te zeggen hoe, met wie, wat en waar. Het zou commercieel onvoorzichtig zijn om daarop in te gaan, dus dat zal ik niet doen.

Dat wij op het vlak van strategie heel sterk aansluiten bij de Franse strategie is een evidentie. Dat synergie en samenwerking daar mogelijk zijn, is een evidentie. Dat hoeft voor ons geen verliesverhaal te worden. We kunnen dat omturnen naar een win-winverhaal, net zoals we dat voor Defensie dringend moeten proberen doen.

Het was een open en heel constructief gesprek. De minister van Energie is heel gemotiveerd om daarop door te gaan en wij zullen op tijd en stond rapporteren aan dit Parlement.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoorden. Een stabiele en zekere energiebevoorrading is cruciaal voor ons land. We hebben de voorbije dagen in de landen in onze buurt kunnen zien welke ontwrichtende effecten een black-out kan hebben. Vergeet ook niet dat ons land beschikt over een sterke nucleaire kennis en een brede technologische basis. Wij hebben Belgische bedrijven en instellingen die vandaag ook al een sleutelrol spelen. Het is dan ook belangrijk dat wij bij toekomstige beslissingen over onze energiestrategie ook in overleg treden met onze eigen partners, zodat ook zij de vruchten kunnen plukken van de nucleaire reveil die u zo hevig bepleit.

De inzet van militairen voor de bewaking van kerncentrales
Het gebrek aan sociaal overleg over de taakverschuiving voor de bewaking van nucleaire sites
De bewaking van nucleaire sites
Militaire inzet en sociaal overleg over nucleaire sitebewaking

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overdracht van kerncentralebeveiliging van de DAB-politie naar militairen vanaf juni 2025 botst op juridische onduidelijkheid (ontbrekend kader), tijdschaalconflicten (geen concrete planning ondanks media-aankondigingen) en sociaal wantrouwen door gebrek aan transparant overleg met vakbonden, die staking aankondigden. Kritiek richt zich op het negeren van DAB-specialisatie (200 agenten herplaatst met loonverlies) en het risico op structurele militarisering van politietaken, terwijl de territoriale reserve (3.000 militairen tegen 2029) pas vanaf 2026 wordt opgebouwd. Ministers benadrukken lopend overleg en een "domino-effect" om politie vrij te maken voor kernopdrachten, maar concrete afspraken over juridisch statuut (wet/KB?), kostendekking en langetermijnvisie ontbreken. Vakbonden en oppositie eisen respect voor arbeidsomstandigheden en duidelijke communicatie, niet via media.

Matti Vandemaele:

We konden in de media lezen dat militairen vanaf juni de kerncentrales van Doel en Tihange zullen beveiligen. Daarover zou er tegen begin mei een 'passend juridisch kader' moeten zijn. Dat stond al in het regeerakkoord, evenwel zonder timing. Nu is die er dus wel.

Ik heb die woorden echter naast de uitspraken gelegd van de heer Francken tijdens zijn beleidsverklaring. Hij zei toen namelijk dat er enkel onder speciale voorwaarden en op niet-structurele wijze interne veiligheidsopdrachten kunnen worden uitgevoerd. Er was ook sprake van de op te richten territoriale reserve in functie van die statische binnenlandse bewakingsopdrachten. Tijdens de bespreking van de beleidsverklaring zei hij ook nog: "Er zijn twee zaken noodzakelijk, een territoriale reserve – een zogenaamde homeguard , en die hebben we momenteel niet – en een helder juridisch kader waarbinnen zij opereren – en dat is er ook nog niet."

Ik stel dus vast dat de twee voorwaarden die de heer Francken enkele weken geleden in de commissie voor Landsverdediging heeft aangehaald niet vervuld zijn. Ik lees wel dat we de militairen vanaf juni al zullen inzetten. Ik hoorde de heer Francken ook zeggen dat hij die territoriale reserve wil opbouwen tot 3.000 mensen tegen 2029. Hij zou daar zo snel mogelijk aan beginnen, zeker vanaf september 2026. Het is nu april 2025, dus er zit wat ruis op de timings en verklaringen van de verschillende ministers.

Wat is de juiste timing? Wanneer zullen de militairen er zijn en onder welk statuut zullen ze opereren?

Wat is volgens u de timing voor de uitbouw van de territoriale reserve?

Wanneer wordt het juridische kader afgeklopt? Welke vorm zal dat kader aannemen? Wordt dat een wet, een instructie, een ministerieel besluit of misschien een koninklijk besluit? Zal het Parlement daarover nog iets kunnen zeggen? Wat voor statuut zal dat worden?

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik ben geen tegenstander om alle veiligheidsdiensten in ons land efficiënter te laten werken en te laten samenwerken. In dat opzicht kan ik begrip opbrengen voor uw plannen daaromtrent, met betrekking tot de DAB en de inzet van militairen bij statische bewakingsopdrachten. Uiteraard moet er een wettelijk kader zijn, anders staat men nergens.

Mijn vraag gaat veeleer over de manier waarop deze plannen naar buiten worden gebracht. De relatie van de vivaldiregering met de politievakbonden begon niet goed en eindigde ook niet goed. Ik hoop dat deze regering niet in dezelfde valkuilen zal trappen.

Er moet dus sociaal overleg plaatsvinden. Volgens mij, op basis van de verklaringen die ik daarover kon lezen, is dat niet gebeurd. Anders zouden de representatieve vakbonden, het VSOA en het NSPV geen stakingsaanzegging naar aanleiding ervan hebben ingediend. Ze vragen zich af waarom er geen voorafgaand overleg is geweest.

Los van de plannen, waarvan ik voor alle duidelijkheid geen tegenstander ben, zult u dit vertrouwen met de politievakbonden, met de mensen op het terrein, terug opbouwen, u als man van het overleg, die graag op het terrein staat? Zult u deze dialoog terug opstarten met de politievakbonden? Is er plaats voor een overlegcultuur?

Zal men eventueel tegemoetkomen aan de eisen om die DAB-medewerkers te herscholen, een andere invulling te geven? Het betreft dan werkzekerheid, omscholing of verdere sociale begeleiding.

Éric Thiébaut:

Monsieur le Ministre,

Une nouvelle fois, la spécialisation de la Police fédéral et de ses agents est mise à mal. Une nouvelle fois, c'est le retour du « militaire bon à tout faire » que nous avions connu sous le gouvernement MR-NVA. On apprend en effet que les militaires reprendront prochainement en charge de manière durable la sécurité statique des centrales nucléaires afin, officiellement, de « libérer » les policiers de la DAB actuellement chargés de cette mission. Une mission qui revient pour des raisons évidentes de spécialisation à cette direction de la police fédérale.

Selon la décision du Kern, votre SPF et le Ministère de la Défense doivent désormais finaliser d'ici le 1er mai un protocole qui permettra d'assurer ce déploiement.

Nous ne sommes pas dupes. L'objectif véritable de cette mesure est de combler le déficit en personnel de la police fédérale notamment pour le transfèrement des détenus qui est également une compétence de la DAB. On parle de 1350 emplois pourvus sur un cadre de 1690 prévus.

Les conséquences du retrait de la DAB se situent à plusieurs niveaux:

Sur le plan humain, plus de 200 policiers vont se voir réaffectés vers d'autres unités partout en Belgique et ce en perdant plusieurs centaines d'euros;

Sur le plan qualitatif, la DAB est une unité spécialisée contrairement à la Défense qui ne dispose d'aucune compétence policière telles que l'arrestation, la fouille, le contrôle d'identité, l'identification de véhicule, etc.

Sur le plan local avec, une nouvelle fois, un report de charge pour les zones concernées.

Monsieur le Ministre,

Comment expliquez-vous le recours à des militaires plutôt qu'à la DAB pour assurer la sécurité de nos centrales nucléaires ? Quel sera le coût pour le SPF Intérieur?

Selon quelle concertation avec les syndicats policiers cette décision a été prise?

Quelles garanties offrez-vous pour préserver les conditions de travail et la rémunération des agents de la DAB?

Quelle est votre vision à long terme pour la sécurisation de nos sites nucléaires ? Quelle concertation avez-vous menée avec les autorités locales concernées?

Ce transfert de missions vers la Défense doit-elle également s'étendre à d'autres sites et d'autres missions de la DAB et si oui selon quel calendrier?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, messieurs les députés, merci beaucoup pour vos questions qui me permettent de faire rapidement le point sur ce sujet.

D’abord, pour répondre à un certain nombre de questions, je rappelle que le remplacement des agents de sécurisation de la DAB présents sur les sites nucléaires par du personnel de la Défense n’est pas une nouveauté. Ce sujet a déjà été abordé à plusieurs reprises, tant lors de ma première intervention en commission que par la suite.

Je note que ma lecture de l’accord de gouvernement, sur les différents phasages et les différents endroits où les militaires doivent remplacer la police pour un certain nombre de missions de surveillance statique, a été renforcée par ce qu’on a appelé "l’accord de Pâques".

Zoals ik al heb toegelicht, zal de geleidelijke reaffectatie van het DAB-personeel een domino-effect hebben, waardoor politie-inspecteurs vrijkomen die vervolgens worden ingezet voor taken die verband houden met de criminele fenomenen waarmee wij worden geconfronteerd en voor andere prioriteiten.

Les concertations syndicales sont en cours.

Het overleg is volop bezig. Ik heb ook gelezen dat er geen overleg is. Dat is niet waar. Er is overleg.

Mes collaborateurs et moi-même poursuivons activement les échanges avec les organisations syndicales en fonction de nos agendas respectifs, dans un esprit de dialogue constructif et dans l'intérêt commun de garantir la sécurité, tant des citoyens que des policiers. Ensemble, nous envisageons les différentes mesures qui peuvent être prises.

Op dit moment is er nog geen concrete of vastgelegde kalender voor de vervanging van het personeel. Ik kan u dan ook geen datum geven, maar ik kan u zeggen dat het in de praktijk zo vlug mogelijk zal zijn, ook volgens het overleg dat wij met de syndicaten hebben. Ik kan u echter verzekeren dat we ons volledig bewust zijn van de wettelijke kaders voor de interventie van Defensie en dat het bevoegde kabinet hier actief aan werkt.

Matti Vandemaele:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het is een bijzonder antwoord. Het is uiteraard goed dat er overleg is. Ik had van u niks anders verwacht, maar u kunt dus geen kalender geven. Er was nochtans wel al een kalender. In de commissie voor Landsverdediging is een kalender voorgesteld. In de media heb ik een andere kalender gelezen. Nu zegt u dat er geen kalender is, dus de conclusie is dat er in juni geen militairen aan onze kerncentrales zullen staan. Ik denk dat dat duidelijk is.

Op mijn tweede vraag over hoe we ervoor zullen zorgen dat een passend juridisch kader afgeklopt wordt, heb ik eigenlijk ook geen antwoord gekregen. Ik wil u dus bedanken voor de uitgesproken woorden. Ik kan het niet echt een antwoord noemen, maar we gaan het zeker opvolgen. Het is duidelijk dat er nog geen doorbraak is in dit dossier.

Ortwin Depoortere:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik zou zelfs meer zeggen dan collega Vandemaele: er is geen doorbraak in het dossier en er wordt ook enorm slecht gecommuniceerd. We lezen van alles in de media en blijkbaar klopt het verhaal niet. Er is geen kalender. De vakbonden zeggen dat er geen overleg is, terwijl u vandaag verklaart dat er wel overleg is. Misschien hangen die twee ook wel wat samen. Dat zou me niet verwonderen, maar ik zou alleszins willen oproepen om minder te communiceren via de media als de zaak nog niet afgeklopt is. Het is een oproep aan iedereen.

We staan allemaal voor hetzelfde doel. Ik denk dat het beter is om rustig achter de schermen, inderdaad in overleg, met de politievakbonden te werken. Ik hoop dat die boodschap tot u is doorgedrongen om het vertrouwen van de politievakbonden, dat toch zeer noodzakelijk is, te herstellen en in stand te houden de komende vier, vijf jaar.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je dois dire que je suis quand même assez surpris par la démarche. Il faut revenir à la genèse de cette DAB. Au départ, nous avions des militaires dans la rue, chargés de sécuriser plusieurs sites sensibles dans un contexte de risque terroriste. C'est en effet à ce moment-là qu'on a fait descendre nos militaires dans la rue. Et puis, c'est le ministre de l'Intérieur de l'époque, Jan Jambon, qui a eu l'idée de créer la DAB, à savoir un service spécialisé dans la sécurisation des sites sensibles et des palais de justice. À cette fin, on a lancé un appel pour recruter des militaires ayant envie de devenir policiers. La DAB a été chargée de protéger les sites nucléaires. À présent, on annonce qu'on va remettre des militaires à la place de la DAB. Ce n'est donc pas logique envers le personnel de terrain.

Nous avons des policiers qui se sont inscrits dans une logique institutionnelle suivant laquelle ils travaillent à la DAB et organisent leur vie en ce sens. Vous savez bien comment cela va: les enfants sont à l'école, on déménage pour habiter tout près de son travail, etc. Et puis, on dit à ces policiers qu'ils ne travailleront plus là, puisqu'on va les remplacer par des militaires. Il faut se mettre à la place des travailleurs. Nous pouvons comprendre votre démarche: vous souhaitez ainsi récupérer de la capacité. Certes, mais ce sont seulement des chiffres. Derrière ceux-ci, il y a des hommes et des femmes qui travaillent sur le terrain et auxquels on doit un certain respect lorsqu'on prend des décisions politiques. Je vous invite par conséquent à prêter attention à toutes ces considérations.

Voorzitter:

Vraag nr. 56004527C van de heer Bergers wordt op zijn verzoek omgezet in een schriftelijke vraag.

De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.

Voorzitter:

Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.

De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.

Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.

Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.

We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.

Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.

De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.

U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.

Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.

Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.

Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.

Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.

Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.

Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.

De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.

Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.

Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.

Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.

Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.

Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.

Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.

Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.

Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.

En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.

Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.

Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.

Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.

Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.

Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.

Hoofdstuk 1 was de programmawet.

Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.

Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.

De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.

De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.

De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.

Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.

Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.

Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.

Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.

L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.

Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.

Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.

De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.

Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.

Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.

Voorzitter:

Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.

Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.

We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.

De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.

Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.

En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.

Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.

Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.

Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.

Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.

Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.

Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.

Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.

Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.

U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?

Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?

Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.

Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.

We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.

Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.

Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.

Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.

Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.

Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.

Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.

U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.

Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.

Voorzitter:

Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.

U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.

Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.

Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.

Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.

Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.

Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.

Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?

Voorzitter:

U bleef mooi binnen de tijd.

Le groupe MR dispose de 10 minutes.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.

Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.

Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.

Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.

Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.

En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.

Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.

En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.

Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.

La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.

L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.

Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.

S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.

En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.

Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.

En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?

Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?

Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?

Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?

Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?

En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?

Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.

Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?

Voorzitter:

Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.

Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.

Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.

Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.

Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.

Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.

C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.

On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.

Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.

Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.

Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!

Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.

Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.

Philippe Courard:

Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?

Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!

Caroline Désir:

Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?

Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.

Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.

Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?

Marie Meunier:

Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.

Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.

De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!

Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.

Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .

Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.

Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.

Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.

Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.

C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!

Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!

Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.

Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.

Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.

U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?

Ça ne tient pas la route, mathématiquement.

Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.

Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.

En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?

Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!

En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.

Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.

Voorzitter:

Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!

Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.

Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.

C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.

Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?

Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?

Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.

Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.

Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.

En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.

Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.

Brent Meuleman:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.

Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.

Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.

Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.

Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.

Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.

Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.

Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.

Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.

Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.

Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.

Franky Demon:

Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.

Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.

De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.

Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.

Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.

Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.

Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.

Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.

Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.

De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.

Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.

De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.

In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.

We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.

Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.

Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.

Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.

Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.

Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.

Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.

Voorzitter:

Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.

De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.

Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.

Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.

De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.

Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.

Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.

Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.

Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.

Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.

Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.

Sarah Schlitz:

Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.

Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.

Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?

Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?

Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?

Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.

Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?

Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?

Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.

Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.

Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.

Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.

U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.

Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.

Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.

U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.

Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.

Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.

En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.

Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.

U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.

U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.

Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.

Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.

Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.

Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.

We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.

Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.

On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.

Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.

Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.

Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?

Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?

Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?

Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.

Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.

Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.

Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".

Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.

Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.

Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.

Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.

En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.

J'en ai fini, monsieur le président.

Voorzitter:

Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.

Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.

Bart De Wever:

Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.

Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.

Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.

Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.

Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.

Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.

Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.

Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.

Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.

Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.

Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.

Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.

Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.

Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.

De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.

Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.

En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.

Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.

Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.

Pierre-Yves Dermagne:

(…)

Bart De Wever:

Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.

Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.

Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.

Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.

Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.

Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.

Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.

C’est l’un ou l’autre!

Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.

Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.

Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.

Raoul Hedebouw:

Un vrai Belge.

Bart De Wever:

Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)

Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.

Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.

Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.

Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.

Zullen we nieuwe F-35's kopen?

Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.

U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.

Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.

En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.

M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.

Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.

Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.

Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.

Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.

"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.

Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.

“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.

Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.

Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.

Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.

Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.

Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.

Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.

Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.

Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.

Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.

Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.

Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.

Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.

J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.

Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.

Sarah Schlitz:

(…)

Bart De Wever:

Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.

Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.

Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.

Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.

Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…

Alexia Bertrand:

Dat is gemakkelijk.

Bart De Wever:

Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.

Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.

Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.

We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.

Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.

Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.

J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.

Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.

Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.

Voorzitter:

Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.

Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.

Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.

Francesca Van Belleghem:

Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.

De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.

U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.

Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.

Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.

Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.

Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.

Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.

Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.

Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.

Bart De Wever:

Il n'y a pas d'artiste à Anvers?

Pierre-Yves Dermagne:

Je n'ai pas dit cela.

Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.

Bart De Wever:

(…)

Pierre-Yves Dermagne:

Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!

En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.

Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.

Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.

Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?

Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!

Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!

Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.

Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.

Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.

Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.

Brent Meuleman:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.

Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.

Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.

Voorzitter:

Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.

Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!

Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.

Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.

Bart De Wever:

Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.

Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.

Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.

Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.

Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.

Luminus en kernenergie
De uitspraken van ENGIE over kernenergie
De uitspraken van de CEO van Luminus
De uitspraken van Luminus over kernenergie
Standpunten van Luminus en ENGIE over kernenergie

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: De minister bevestigt dat ENGIE en Luminus plots openstaan voor kernenergie (prolongatie/bouw nieuwe centrales), maar concrete gesprekken met de overheid ontbreken nog door wettelijke beperkingen (aanpassing nucleaire uitstapwet moet eerst goedgekeurd worden). Luminus stelt rentabiliteitsgaranties als voorwaarde, terwijl ENGIE haar nucleaire activiteiten wil afbouwen maar dialoog niet uitsluit. De regering zoekt actief naar nieuwe exploitanten (o.a. via consortiums met EDF/Febeliec) om 25% kernenergie in het mix te behouden, maar onderstreept dat juridisch kader en staatssteun eerst moeten worden uitgewerkt.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, in een interview maakte Luminus-CEO Gregoire Dallemagne duidelijk dat Luminus openstaat voor gesprekken over het openhouden van kerncentrales en de bouw van nieuwe eenheden. Uiteraard moet dat op een manier gebeuren die voordelig is voor zowel onze burgers en bedrijven als Luminus zelf. Een dergelijke openheid is belangrijk om de doelstellingen van het regeerakkoord te kunnen uitvoeren. Volgens de pers vond er voorlopig nog geen gesprek plaats tussen u en het bedrijf. Tegelijk betreurde hij dat hij voor de vorige minister van Energie geen waardevolle gesprekspartner was, hoewel Luminus mede-eigenaar is van de kerncentrales waarover het ging.

Daarin lijken toch een aantal opportuniteiten te liggen om Luminus als gesprekspartner in uw plannen te betrekken. Ten eerste, hoe reageert u op de uitlatingen van Luminus? Kan de opening van Luminus passen in uw plannen?

Ten tweede, bent u van plan om ook met Luminus op korte termijn een gesprek te hebben?

Ten derde, in welke mate laat de huidige deal met ENGIE Electrabel de nodige ruimte om in de toekomst een nieuwe exploitant van de kerncentrales toe te laten?

Marie Meunier:

Merci monsieur le président, je poserai donc mes deux questions l'une à la suite de l'autre.

Monsieur le ministre, dans le communiqué d'Engie qui annonce la phase finale de l'accord sur la prolongation des réacteurs Doel 3 et Tihange 4, l'entreprise a déclaré être désormais ouverte au dialogue sur l'avenir du nucléaire en Belgique. On ne s'y attendait pas, au vu des réticences exprimées jusqu'ici par l'entreprise sur la possibilité de prolonger davantage ces réacteurs ou encore d'envisager la construction de nouvelles unités. Vous avez d'ailleurs vous-même salué cette annonce en évoquant "un véritable changement de paradigme" et en affirmant que cela envoyait un signal clair aux opérateurs. Aucune réunion n'a pourtant été annoncée entre Engie et le gouvernement fédéral sur le sujet.

J'ai par conséquent deux questions. Comment expliquez-vous ce changement de posture inattendu de la part d'Engie? Pouvez-vous donner la nature exacte des discussions que vous avez eues avec Engie à ce propos.

Voilà pour le volet Engie. Si vous le voulez bien monsieur le président, j'enchaîne avec le volet Luminus? (Oui)

Monsieur le ministre – à mon avis c'est lié –, le CEO de Luminus a récemment affirmé être prêt à explorer différentes options en matière nucléaire, y compris une éventuelle participation à la prolongation des réacteurs existants ou à la construction de nouveaux réacteurs. Cependant Luminus a insisté sur une condition essentielle: la rentabilité des projets et la mise en place de garanties suffisantes de la part de l'État. Luminus souligne que sa participation passée dans le nucléaire belge a généré des pertes et que la viabilité économique de futurs projets dépendrait fortement des garanties offertes par l'État.

Mes questions sont donc les suivantes. Pouvez-vous préciser la nature exacte des discussions que vous avez entamées avec Luminus sur ces questions? L'État est-il prêt à accorder de nouvelles garanties financières ou fiscales pour assurer la rentabilité des investissements nucléaires?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, après notre vote historique la semaine dernière ici-même en commission de l'Énergie, vous avez souligné vous aussi un moment fondateur qui ouvrait la porte à de nouvelles capacités nucléaires. Cependant, nous le savons tous, ENGIE, on vient d'en parler, a clairement indiqué son intention de clore le chapitre nucléaire.

En parallèle, des acteurs se sont heureusement montrés intéressés comme Luminus et leur maison-mère EDF reste la seule en Europe à posséder une expertise récente en matière de construction de nouvelles centrales. Par ailleurs, la fédération des industriels Febeliec propose même un projet de consortium, estimant que les industriels belges seraient prêts à investir dans le nucléaire.

Monsieur le ministre, avez-vous à ce jour entamé des discussions avec de nouveaux opérateurs afin de proposer de nouveaux projets dans le nucléaire? Est-ce que lors des discussions sur le closing du deal avec ENGIE, ces derniers ont-ils ouvert la porte à d'autres prolongations? Et enfin, qu'en est-il de la proposition de Luminus? Trouvez-vous cela envisageable et pouvez-vous nous suggérer d'autres alternatives pour nous assurer une production d'électricité nucléaire qui remplirait 25 % de notre mix énergétique?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, il y a une semaine, notre commission a franchi une nouvelle étape importante en approuvant en première lecture la modification de la loi du 31 janvier 2003 relative à la sortie du nucléaire. Cette réforme ouvre de nouvelles perspectives et jette les bases d'une politique énergétique responsable et ambitieuse pour notre pays.

Mais, vous le savez, la loi constitue une première étape indispensable, ce n'est que quand le cadre légal aura été adapté par cette noble Assemblée que nous pourrons passer aux étapes suivantes. Ce ne sera que quand cette étape est franchie qu'une quelconque rencontre ou discussion sera possible parce que, je le rappelle, à ce stade pour certaines discussions, c'est même interdit. Voilà où nous en sommes aujourd'hui. Les récentes déclarations d'ENGIE et Luminus concernant leur position sur l'énergie nucléaire en Belgique, constituent bien évidemment un signal important dans le débat en cours sur notre approvisionnement énergétique et notre autonomie stratégique.

Ik verwelkom het feit dat zowel ENGIE als Luminus openstaan voor een dialoog over de toekomst van kernenergie in ons land. De moederbedrijven beschikken elk over een aanzienlijke expertise.

En ce qui concerne la coopération en cours, il est essentiel de rappeler qu'Electrabel est actuellement l'exploitant des centrales nucléaires en Belgique. C'est dans ce cadre que le gouvernement a eu des discussions pour opérationnaliser l'accord Phoenix. Il s'agissait notamment, à l'occasion de ces discussions, de répondre aux remarques de la Commission européenne en matière d'aides d'État. De façon générale, je rencontre bien sûr tous les acteurs du secteur de l'énergie, avec qui nous discutons de l'avenir de notre mix énergétique, mais également des ambitions de notre gouvernement au travers de l'accord de gouvernement que, désormais, vous connaissez par cœur.

De regering blijft vastberaden om de engagementen uit het regeerakkoord na te komen en de energietransitie in goede banen te leiden.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het is van belang om volop te gaan voor de engagementen uit het regeerakkoord. We zullen goed moeten opvolgen of men daar de juiste partners vindt om dat te kunnen doen. We moeten er van bij het begin van de legislatuur voor zorgen dat we daar stappen voor zetten, want er zal heel wat nodig zijn om dat allemaal te realiseren. Wij volgen dit van nabij op.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos différentes réponses. J'entends que vous n'avez encore rencontré personne. Écoutez, les étoiles se sont incroyablement bien alignées pour vous. Nous serons donc évidemment attentifs à la suite.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. On espère que les négociations et les rencontres donneront lieu à la découverte et à la rencontre d'un opérateur pour avancer sur ce dossier, sur ce mix énergétique et sur la déclaration du gouvernement.

Energiearmoede
Het jaarrapport 2024 van het Sociaal Verwarmingsfonds
De energiearmoede van gezinnen die hun woning verwarmen met stookolie
Energiearmoede en steunmaatregelen voor huishoudens

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de nijpende energiewarmtearmoede in België, met name bij 70.000 huishoudens op stookolie, waarvan de kosten sinds 2021 met 64% stegen—drie keer sneller dan de lonen—terwijl steunmaatregelen (Sociaal Verwarmingsfonds, tarif social) ontoereikend zijn en men consumptie vermindert uit financiële noodzaak, ten koste van gezondheid. Minister Bihet belooft harmonisatie van criteria, automatisering van steun (zoals bij gas/elektriciteit), betere gewestelijke samenwerking voor woningisolatie en versterkte CPAS-begeleiding, maar concrete, directe maatregelen ontbreken, evenals een antwoord op de dreigende ETS2-kostenstijging in 2027. Kritiek blijft dat de politieke prioritering ontbreekt: de TVA-verhoging op fossiele ketels (federale bevoegdheid) en gebrek aan structurele oplossingen verdiepen de crisis, terwijl dringend compenserende actie wordt geëist voor kwetsbare gezinnen.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, lors de votre exposé d'orientation politique, vous n'avez annoncé aucune mesure visant à lutter efficacement contre la précarité énergétique, et n'aviez aucune intention d'étendre le tarif social comme cela avait été fait durant la crise du covid. Pourtant, l'efficacité et surtout l'utilité de celui-ci est prouvée. Les chiffres récents de l'Institut wallon de l’évaluation, de la prospective et de la statistique (IWEPS) sont sans appel: en 2023, 11,6 % des ménages wallons déclaraient avoir des difficultés à chauffer correctement leur logement.

Contrairement à ce qu'on peut parfois entendre, ce ne sont pas uniquement les ménages vivant dans des logements mal isolés qui sont en difficulté. L'impact du coût de l'énergie sur le budget des ménages dépend également des choix financiers que doivent faire les ménages les plus précaires, qui réduisent souvent leur consommation au prix de leur confort et de leur santé.

En sachant cela, l'absence d'initiatives pour lutter contre cette précarité énergétique dans votre note d'intention était frappante et inquiétante. Je vous avais interpellé à ce sujet, et suis dans l'obligation de vous reposer la question puisque vos réponses ne m'avaient pas rassurée.

Monsieur le ministre, comptez-vous enfin reconnaître l'urgence de la situation pour de nombreux ménages et mettre en place des mesures concrètes pour lutter contre la précarité énergétique?

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over het Sociaal Verwarmingsfonds. Het federaal regeerakkoord stelt dat men de tussenkomsten van het sociaal energietarief en het Sociaal Verwarmingsfonds gaat bekijken en dat men ter zake wil evolueren naar een inkomensgebaseerde, vermogensgebaseerde en technologieneutrale forfaitaire tussenkomst.

Het Sociaal Verwarmingsfonds trekt nu echter aan de alarmbel met betrekking tot de kostprijs voor de gezinnen in energiearmoede die zich verwarmen met stookolie. Vandaag is misschien een beetje een ongelukkige dag, omdat de olieprijzen gedaald zijn, de stookolieprijs is vandaag stevig gedaald, maar het gaat natuurlijk over de voorbije jaren. Vandaag is slechts een momentopname. Vorig jaar was er een prijsstijging van maar liefst 64 %, terwijl in dezelfde periode de gezondheidsindex gestegen is met 21 %. De kosten om een woning te verwarmen met stookolie, en als Vlaming kijk ik dan ook naar Wallonië, waar vaker met stookolie verwarmd wordt, zijn drie maal sterker gestegen dan de salarissen in België. Het gaat hier toch over 70.000 gezinnen.

Het jaarrapport 2024 doet de directeur van het Sociaal Verwarmingsfonds aan de alarmbel trekken. Gezinnen kopen zelfs minder brandstof aan, omdat ze die gewoonweg niet meer kunnen betalen. ETS 2 komt eraan in 2027, maar de situatie met betrekking tot dat Sociaal Verwarmingsfonds is nu al ernstig. De directeur pleitte trouwens vorig jaar al, voor de verkiezingen, voor een stevige aanpak en een verandering van het berekeningssysteem, want met de geëvolueerde stookolieprijs blijft het deel dat gezinnen in financiële moeilijkheden zelf moeten betalen, te groot. Volgens de directeur zou de toelage idealiter een kwart van de aankoopprijs moeten zijn.

Hoe reageert u op de door het Sociaal Verwarmingsfonds geformuleerde bezorgdheden?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, le dernier rapport annuel du Fonds Social Chauffage dresse un constat inquiétant sur la précarité énergétique des ménages belges, et en particulier pour ceux qui se chauffent au mazout. Entre 2021 et 2024, leur coût de chauffage a doublé, même avec les primes mazout ou les allocations du Fonds Social Chauffage. La hausse des prix entre 2021 et 2024 a atteint 64 %, alors que l'indice santé n'a augmenté que de 21 %. Le coût du chauffage a donc augmenté trois fois plus que les salaires en Belgique.

Face à cette explosion des coûts, les ménages les plus modestes sont obligés de réduire leur consommation, non pas pour l'efficacité énergétique, mais tout simplement parce qu'ils n'ont plus les moyens de se chauffer correctement. Cette situation est d'autant plus inquiétante qu'une nouvelle augmentation des prix est attendue en 2027 avec l'entrée en vigueur du système ETS2, sans aucune mesure compensatoire prévue à ce stade.

Je ne reviens pas sur votre note d'orientation politique où on a pu constater que la précarité énergétique était à peine abordée. Aucun dispositif structurel ne semble envisagé pour protéger ces citoyens qui sont déjà en difficulté. Par contre, on retrouve la volonté, confirmée par votre gouvernement, d'augmenter la TVA sur les chaudières à gaz et à mazout. C'est une donnée que nous n'avions pas durant la présentation de votre note d'orientation politique. Nous en avons évidemment pris bonne note depuis.

Ne pas réagir à la précarité énergétique, c'est pousser des milliers de familles vers des conditions de vie moins dignes, avec de nombreuses conséquences sur leur santé et sur leur bien-être.

Monsieur le ministre, êtes-vous vraiment conscient de l'ampleur du problème de précarité énergétique? Quelles mesures concrètes envisagez-vous pour les années à venir afin de protéger les ménages vulnérables face à ces hausses des coûts? Pourquoi votre note d'orientation prend-elle si peu en compte cette problématique?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, la précarité énergétique est une problématique, malheureusement croissante en Belgique. L'analyse réalisée par le Fonds Social Chauffage montre qu'entre le 1 er janvier 2021 et le 31 décembre 2024, le coût pour un ménage qui vit dans la précarité énergétique et se chauffe au mazout a doublé, même après l'octroi d'une allocation sous forme de prime mazout ou d'allocation du Fonds Social Chauffage.

Cette situation est évidemment préoccupante. La hausse est liée à l'augmentation de l'énergie pour tous les ménages. Cependant, l'étude du Fonds Social met en évidence que la part consacrée à l'énergie pour les ménages en situation de précarité énergétique s'accroît. Les fonds sociaux sont utiles mais nécessitent des améliorations pour une lutte plus efficace et plus équitable contre la précarité énergétique.

Madame Meunier, pour ce qui est notamment de la question de la fiscalité, il n'est pas anormal que vous ne l'ayez pas retrouvée dans ma note, étant entendu que cela ne fait pas partie des compétences qui sont les miennes. Dès lors, en ce qui concerne la fiscalité des chaudières et l'augmentation de la TVA, il faudra vous adresser à mes collègues, comme certains parlementaires l'ont fait.

Comme recommandé par le Service public fédéral de programmation (SPP) Intégration sociale dans son étude d'évaluation des fonds sociaux en matière d'énergie, j'examinerai les points suivants avec mon administration. Il y a, tout d'abord, l'harmonisation des critères d'octroi et de subventionnement entre les différents fonds. Une harmonisation des critères serait une modification parfaitement logique du fait que les deux aides visent le même objectif: lutter contre la précarité énergétique, en ciblant le même groupe en général et, de la même manière, en accordant un droit objectif à une aide financière. Il est dès lors important de noter que ceci ne doit pas impliquer un nivellement vers le bas des critères.

Ten tweede, deze harmonisering van de toekenningscriteria van het Sociaal Verwarmingsfonds en van het sociale tarief zou trouwens gepaard kunnen gaan met een automatisering van de toekenning van de hulp, net zoals het sociale tarief voor gas en elektriciteit werkt. Dat kan met name leiden tot een grote administratieve vereenvoudiging en heel wat meer efficiëntie en tijdswinst voor de OCMW's.

Ten derde is er de samenwerking met de gewesten om de woningen aan te passen en een betere energie-efficiëntie te halen wanneer dat mogelijk is. De belangrijkste boodschap is dat de steun van de fondsen meer inherent deel zou moeten zijn van het globale beleid.

Quatrièmement enfin, le renforcement de l'encadrement par les CPAS, en collaboration, évidemment, avec le SPP Intégration Sociale (Service public fédéral de programmation Intégration Sociale).

Marie Meunier:

Merci monsieur le ministre. Je ne suis pas complètement inattentive! Je parlais tout à l'heure évidemment de la note de votre collègue, le ministre Jambon. Si on avait toutefois eu l'information dans le cadre de sa présentation à lui, cela aurait bien évidemment eu des répercussions sur les questions que j'aurais pu vous poser à vous par la suite. Merci donc d'avoir été précis à ce sujet-là, mais j'étais bien consciente que ça ne devait pas être présent dans la note. Dans la sienne, ça ne l'était pas, et ça aurait effectivement eu un impact chez vous.

Pour le reste, vous ne nous parlez que d'harmonisation. Je l'entends. Comme pas mal de choses, on a des lignes qui sont tirées et on n'a pas vraiment de fond derrière. J'attendrai de voir la suite mais je tiens tout de même à souligner, encore une fois, que des milliers de familles sont dans des conditions compliquées, des situations de précarité énergétique importante. Or nous n'avons aujourd'hui aucune réponse à nos questions, aucune ligne claire de votre part pour des aides potentielles à mettre en place et ça, c'est réellement problématique.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Harmonisering van de toekenningscriteria, samenwerking met de gewesten, meer integratie, daarmee zijn wij het allemaal eens, maar desalniettemin maakt ook onze fractie zich zeer ernstig zorgen over een aantal fiscale maatregelen – dat is inderdaad niet uw bevoegdheid, maar ik zeg het hier toch maar – die het gebruik van fossiele brandstoffen nog duurder zal maken voor mensen die nu al in moeilijke energieomstandigheden leven. De stookolie is een voorbeeld. ETS2 komt eraan. Ik denk dat u in juni bij de Europese Commissie een plan zult moeten indienen om de compensatie in België te organiseren. Het zal meer dan ooit nodig zijn. Wij zullen daarop aandachtig toekijken.

De toekomst van het energie-eiland in de PEZ
Het conflict tussen Jan De Nul/DEME en Elia met betrekking tot het energie-eiland
De stand van zaken in het dossier van het energie-eiland
Het energie-eiland
De stand van zaken betreffende het energie-eiland
Het energie-eiland in de Prinses Elisabethzone: stand van zaken en conflicten

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om vertragingen, conflicten en alternatieven voor het Belgische energie-eiland, waar een juridisch dispuut tussen aannemer (DEME/Jan De Nul) en netbeheerder Elia dreigt tot 500 dagen vertraging te leiden, met risico op verlies van 100 miljoen euro EU-subsidie (deadline augustus 2026) en gevaar voor de klimaatdoelen 2030. Minister Bihet ontkent verantwoordelijkheid voor het contractconflict, benadrukt lopende kosten-batenanalyses van alternatieven (zoals wisselstroom-aansluiting of rechtstreekse Nautilus-verbinding met het VK), maar biedt nog geen concrete oplossingen—wat parlementariërs frustreert omwille van gebrek aan proactiviteit en transparantie. Ofgem-overleg (VK) en hertekening windzones blijven onduidelijk, terwijl de regering een finale beslissing voorbereidt zonder duidelijke parlementaire inbreng.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, het dossier met betrekking tot het energie-eiland is in de vragensessie van de plenaire vergadering al aan bod gekomen, maar er is in onze commissievergadering misschien iets meer tijd om een goed antwoord te krijgen, laat staan wat meer politieke sereniteit. Het federaal regeerakkoord stelde voor een definitieve beslissing de datum van 31 maart voorop, maar die deadline werd uitgesteld. Daar heb ik, zoals ik afgelopen donderdag opmerkte, wel wat begrip voor.

Hier gaat het mij vooral over de eventuele alternatieven voor het door de vorige regering goedgekeurde grid design en ook over de modaliteiten van de nieuwe Nautilusverbinding. Hoe ver staat het met uw onderzoek en uw gesprekken met de netbeheerder en misschien zelfs met de CREG?

Uw antwoord dat de conflicten tussen de aannemer en de netbeheerder over de caissons en het tijdspad mijn zaken niet zijn, aangezien het gaat om een discussie tussen bedrijven, verwonderde mij wel. Het kunnen immers uw zaken worden, mijnheer de minister, want als de vertragingen tot 500 dagen oplopen, wat betekent dat dan voor de streefdatum van 2029 voor de opening van het eerste park? Ik zou daarom graag zien dat u wat meer betrokkenheid etaleert.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u merkt dat u niet enkel vragen, maar ook oproepen krijgt in onze commissie.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, nous avons appris que le projet de l'île énergétique connaissait une nouvelle difficulté. Après l'explosion des coûts et les incertitudes liées à la partie en courant continu, un conflit a éclaté entre Elia et le consortium Jan De Nul et DEME, chargé de la construction de l'île, ce qui menace désormais la viabilité du projet. Ce consortium a introduit une demande de modification des conditions du contrat, ce qu' Elia refuse. C'est un bras de fer qui pourrait engendrer des retards supplémentaires alors que le projet a déjà accumulé des retards importants. La presse évoque un retard de 500 jours. Le problème majeur est que ce retard compromet directement l'obtention de 100 millions d'euros de subside européen. Nous n'obtiendrons pas ce subside si l'île n'est pas mise en service avant août 2026.

Elia reste très floue quant aux répercussions exactes sur les délais et les coûts finaux du projet.

Dès lors, monsieur le ministre, quelle est votre analyse de la situation? Vous en avez déjà un peu parlé lors de la séance plénière, mais confirmez-vous le risque de retard et le risque de perdre le subside européen? Avez-vous pris des initiatives pour tenter de régler ce conflit et éviter que le dossier s'enlise? Quelles mesures envisagez-vous pour garantir que ce projet puisse être mené à bien dans les délais impartis?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, tijdens de plenaire vergadering hebt u al duidelijk gemaakt wat de uitdagingen in het dossier van het energie-eiland zijn, uitdagingen die gelijklopen met die voor Elia, namelijk de onmogelijkheid om het bedrag van 7,5 miljard euro te aanvaarden enerzijds, en noodzaak zonder meer dat de windmolens worden aangesloten. De komende weken zijn cruciaal, zoals u hebt aangegeven.

Op het moment is nog niet helemaal helder welke alternatieven u in de weegschaal legt. U sprak zich wel uit voor een onderzoek naar een aansluiting in wisselstroom en een rechtstreekse aansluiting van Nautilus, maar het is minder duidelijk of u ook een hertekening van de offshorewindzones overweegt en of u daarbij enkel kavel 2 en 3 zou viseren dan wel ook de kavel waarvoor nu al een tender loopt.

Ten eerste, kunt u uitgebreider ingaan op de alternatieven die u momenteel onderzoekt onder andere voor de offshore windzones?

Ten tweede, op welke manier wilt u het Parlement, dat het dossier in een zekere stroomversnelling bracht, betrekken bij de finale keuze? Komt er een gedachtewisseling rond het onderwerp, alvorens de regering de knoop doorhakt?

Ten derde, zult u aftastende gesprekken voeren met Ofgem en/of uw Britse evenknie, alvorens een finale beslissing te nemen?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, comme nous l'avons dit tant en séance plénière qu'en commission, l'augmentation du coût de l'île soulève de nombreuses interrogations. Cette hausse importante, combinée aux discussions entre Elia et l'entreprise de construction DEME, notamment autour de l'exécution, continue de semer le doute sur la faisabilité et la gouvernance de ce projet. Dans un contexte où la Belgique mise fortement sur les développements d'éolien offshore et sur la position centrale de notre pays dans le futur réseau énergétique européen, la transparence et la cohérence sont plus que jamais nécessaires.

Monsieur le ministre, quelles alternatives sont-elles encore sur la table du gouvernement à ce stade? Êtes-vous resté sur les scénarios présentés par Elia dans cette commission, ou analysez-vous d'autres alternatives? La demande de rallonge budgétaire de l'entreprise DEME ou d'autres éléments poussent-ils à une remise en question du projet d'île et de la partie AC? Quelles mesures de contrôle et de gouvernance comptez-vous mettre en place pour clarifier les responsabilités entre les différents acteurs et éviter toute dérive supplémentaire? Où en sont les discussions avec le régulateur britannique Ofgem concernant Nautilus, l'interconnexion entre nos deux pays? Enfin, dans quelle mesure ces développements risquent-ils de compromettre nos engagements climatiques et énergétiques pour 2030?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, l'avenir de l'île énergétique est un sujet complexe. Je pense que tout le monde l'a compris. Mon but est évidemment d'aboutir à une solution équilibrée. Cependant, je n'aperçois pas les nouveaux éléments qui auraient pu apparaître entre jeudi dernier, 16 h 30, et hier, 11 h 00 – soit la deadline pour introduire de nouvelles questions – et donné lieu à une explication complémentaire ou des aspects différents de ce dossier.

J'ai dit qu'il ne m'appartenait pas de commenter un potentiel conflit contractuel entre deux entreprises. Elia confirme qu'il y a un certain retard, et d'autres sont annoncés. Mais, s'il y a un litige, peut-être même judiciaire, il ne m'appartient pas de le commenter. Par ailleurs, les différents scénarios qui ont été exposés en commission de l'Énergie ont été rappelés jeudi. J'étais présent avec vous à ce moment. Ces rapports coûts-bénéfices sont toujours à l'examen. Cela n'a pas changé depuis jeudi.

Je tiens à vous assurer que je surveille de très près le retard potentiel de ce dossier, avec l'aide de mon administration, et que je ne manquerai pas de prendre les mesures nécessaires, car ce dossier d'île énergétique est lié à une subvention européenne.

Mijnheer Wollants, ik kom tot uw vraag over de rol van het Parlement. Ik val in herhaling, maar het is mijn doel om samen met collega-minister Verlinden de regering een voorstel van beslissing met betrekking tot het energie-eiland te doen. Ik ben ter beschikking van de Kamer om waar mogelijk transparantie te verschaffen over de beslissing die de regering hierover zal moeten nemen. Zoals ik afgelopen donderdag al heb gezegd, wil ik komaf maken met het ernstig gebrek aan goed bestuur in het dossier. Het is aan het Parlement om dat verder op te volgen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, blijkbaar komen heel wat mondelinge vragen vandaag te vroeg. U wilt zeer weinig concreets kwijt over uw besprekingen en uw onderzoek van het energie-eiland. Het is misschien niet aan u om commentaar te geven op een juridisch dispuut tussen twee bedrijven, maar de gevolgen van dat juridisch dispuut kunnen wel groot zijn. Daar gaat mijn vraag over. Misschien wilt u die pas beantwoorden wanneer het probleem zich voordoet, maar dan zit u in hetzelfde vaarwater als de minister die voor u aan het bewind was.

Marie Meunier:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, mais je vais devoir vous contredire. Dès le moment où ce conflit, certes entre deux entreprises, peut potentiellement avoir un impact pour l'État, et donc pour les citoyens, en entraînant une perte de subsides, nous attendons de vous que vous vous prononciez un minimum ou à tout le moins que vous soyez un peu proactif pour éviter cet impact pour les Belges.

Pour le reste, j'entends qu'entre jeudi et aujourd'hui, vous n'avez pas reçu d'informations complémentaires, et c'est bien compréhensible. Sur ce point précis, nous attendons de vous que vous soyez un ministre de l' é nergie proactif et que vous fassiez en sorte que le portefeuille des Belges ne soit pas touché par un potentiel retard. Je suis désolée!

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de alternatieven die Elia naar voren heeft geschoven, zijn bekend. Alleen spreekt Elia zich niet uit over het hertekenen van windzones. Het heeft enkel gezegd dat het aansluiten van een zone minder een optie is.

U hebt zich in de krant wel uitgesproken over de hertekening van windzones, maar ik slaag er niet helemaal in om u dat in het Parlement opnieuw te laten zeggen. De vraag is hoe we daarmee omgaan. Dat is een belangrijk deel van het debat en daarover zal het in het Parlement ook gaan.

Ik heb uw antwoord op de vraag of u met uw tegenhanger in het Verenigd Koninkrijk zult overleggen, niet helemaal begrepen, maar ik zal het verslag erop nalezen.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Nous nous rendons bien compte que vous n'avez pas obtenu beaucoup de nouveaux éléments au cours des derniers jours. Cela dit, vous comprendrez que ce qui nous préoccupe, et ce qui inquiète un peu tout le monde ici, c'est de savoir si tous ces soucis et développements risquent de compromettre nos engagements climatiques et énergétiques pour 2030.

Nous n'avons pas toutes les réponses aujourd'hui, et nous comprenons bien que vous ne les avez pas non plus. En tout cas, nous resterons attentifs sur ce sujet, et il y a fort à parier que l'île énergétique fera encore parler d'elle ici en commission.

Mathieu Bihet:

Je voudrais faire un commentaire sur une réplique de Mme Meunier au sujet du portefeuille des Belges. Il faut savoir que le projet est lié à un fonds de plan de relance. La perte, si perte il y a, s'élève donc à 100 millions. Il y a également des indemnités de retard qui sont dues. Je vous ai dit que je ferais la parfaite transparence sur ce dossier, ce que je fais donc ici. Je n'ai, quant à moi, pas de difficulté par rapport à cela car, comme on dit en bon wallon, ce n'est pas moi qui ai "emmanché ce truc-là". Mais, pour être tout à fait concret, il y a une possibilité de sanction quand on n'honore pas les engagements qui ont été pris dans le cadre du plan de relance, en plus donc de la perte sèche de la subvention. Il y a donc là un point. L'autre point, c'est le montant total de tout le projet d'île. Il est vrai que, pour Ofgem, j'ai omis de répondre à cette question et c'est pour cela que je reprends la parole après la réplique de M. Wollants. Des contacts seront évidemment pris quand on aura arrêté une décision sur une des hypothèses mises sur la table, à savoir point to point ou interconnexion hybride – c'est en effet de cela qu'il s'agit au niveau des alternatives. À ce stade-ci toutefois, comme les rapports coûts-bénéfices sont toujours en cours d'établissement, on ne va pas prendre contact avec Ofgem pour lui dire "on va faire ça plutôt que ça", alors que ce n'est pas encore défini, puisqu'on doit encore analyser le dossier. Il est donc peut-être encore un peu tôt pour prendre contact. Je rejoins M. Ravyts qui disait tout à l'heure que cette séance de questions orales vient peut-être un peu trop tôt. C'est sans doute vrai. Mais il est sans doute vrai aussi qu'on se reverra pour parler de l'île énergétique! N'est-ce pas monsieur Lejeune? De cette façon, je réplique à votre réplique, mais c'est seulement pour apporter des compléments d'information à chacune de vos sous-questions.

De summeroutlook van Elia
Het gevaar voor een overproductie van elektriciteit
Seizoensvooruitzichten en risico's op elektriciteitsoverschotten

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Summer Outlook van Elia waarschuwt voor overproductie van zonne-energie (11,4 GW) en netinstabiliteit door lage vraag, met risico’s op negatieve prijzen of zelfs black-outs, vooral van lente tot herfst. Flexibiliteit (batterijen, vraagsturing) en Europese samenwerking (via *PICASSO* voor gedeelde reserves) zijn cruciaal, maar de implementatie van batterijprojecten en de T-2-veiling (CRM, 5,4 GW capaciteit) vertragen door onzekerheid over netaansluitingen en marktklaarheid. De minister benadrukt vooruitgang in risicobeheer (betere voorspellingen, CRM-stimulansen voor niet-fossiele flexibiliteit) maar erkent dat snelle opschaling (o.a. via regionale slimme meters en dynamische contracten) en coördinatie met buurlanden essentieel blijven om overproductie en incompressibiliteit te beheersen.

Bert Wollants:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in de Summer Outlook wijst Elia erop dat er vanaf de lente tot in de herfst bezorgdheden zijn over de combinatie van de 11,4 gigawatt aan zonnepanelen en de momenten met laag verbruik. Er wordt op gewezen dat dit in eerste plaats een zaak is van de markt, maar tegelijkertijd weten we ook dat flexibiliteit soms ook in overeenstemming met de netbeheerder moet worden uitgewerkt.

Uw voorganger wees erop dat er zeer veel batterijprojecten in de pijplijn zouden zitten. Ik hoor dat de markt daaromtrent veel interesse toont, maar tegelijkertijd is er minder duidelijkheid over op welke termijn die aansluitbaar zouden zijn op het Elianet. We weten dat er ook werk wordt gemaakt van een T-2-veiling in de nabije toekomst, in het kader van het CRM, waarbij batterijprojecten een van de doelgroepen zijn. Anderzijds is deelnemen ook pas mogelijk op het moment dat men voldoende zekerheid heeft dat men ook een aansluiting kan krijgen en dergelijke meer.

Hoe kijkt u naar die Summer Outlook en meer bepaald de uitdaging op vlak van de zonnepanelen? Denkt u dat er mogelijkheden zijn om het traject voor nieuwe flexibiliteit te versnellen? Wat is de situatie rond de aangekondigde T-2-veiling?

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, dans son Summer Outlook , Elia lance un signal d'alarme concernant un risque croissant de surproduction d'électricité renouvelable – en particulier solaire – dès ce printemps. Ce phénomène était avant réservé à l'été, mais maintenant il s'étend à d'autres saisons, avec un impact croissant sur la stabilité du réseau. La capacité photovoltaïque installée en Belgique a fortement augmenté ces dernières années et atteint aujourd'hui environ 11,4 GW. Lors des pics d'ensoleillement, jusqu'à 9 GW peuvent être injectés dans le réseau.

Elia alerte sur les effets de cette surproduction: déséquilibres du réseau, prix négatifs sur le marché de l'électricité voire, dans des cas extrêmes, activation de mesures de délestage pour éviter un blackout. Dans ce contexte, Elia plaide pour des solutions urgentes en matière de flexibilité, notamment pour une consommation adaptée aux moments où l'électricité renouvelable est abondante et bon marché.

Monsieur le ministre, quelle est votre réaction à propos des déclarations du gestionnaire de réseau? Que comptez-vous mettre en place rapidement pour stimuler la flexibilité de la demande et anticiper les déséquilibres sur le réseau à cause de la surproduction d'électricité renouvelable? Une coordination renforcée avec nos voisins européens est-elle envisagée pour faire face au problème?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, concernant le Summer Outlook , un premier élément positif est la réduction du risque de type A – selon la terminologie d'Elia – qui concerne la gestion des situations avec beaucoup de production renouvelable. En effet, malgré l'augmentation de la capacité photovoltaïque de 1,4 GW, la production plus basse du nucléaire, la bonne disponibilité de la capacité hydraulique et l'augmentation de la consommation vont sensiblement réduire le besoins d'exportation de la Belgique.

En revanche, les risques de type B ont augmenté par rapport à l'année passée. Ces risques sont liés à des erreurs de prédiction de la production du renouvelable ou à des événements inattendus comme des arrêts forcés. C'est la raison pour laquelle une attention particulière doit être accordée à la modélisation de la production photovoltaïque. Les acteurs du marché ont correctement été informés à ce sujet.

Vous avez évoqué le développement des batteries. Celui-ci permettra de limiter les risques de type B qui sont l'incompressibilité et la surproduction. Pour cet été, le développement est assez limité mais dès l'année prochaine et grâce à ce démarrage des périodes de livraison du CRM, une importante capacité de batteries sera installée. C'est la raison pour laquelle il est important de noter que des éléments ont été mis en place dans le CRM pour promouvoir la flexibilité non fossile, notamment une exemption de l'obligation de remboursement pour les batteries et la gestion de la demande.

Er zijn ook andere maatregelen getroffen om het risico van ‘incompressibiliteit’ te voorkomen, zoals een betere modellering, hernieuwbare opwekking en preventiemaatregelen om risicosituaties op te sporen en aan de marktspelers mede te delen. De regio’s hebben, gezien hun bevoegdheden met betrekking tot onder andere de slimme meters, dynamische contracten en consumentgericht marktontwerp, ook een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van de flexibiliteit.

Madame Meunier, concernant le partage des réserves, il s'agit d'un élément primordial dans la gestion du risque d'incompressibilité. En effet, la Belgique a rejoint PICASSO (Platform for the International Coordination of Automated Frequency Restoration and Stable System Operation) le 26 novembre 2024 et peut désormais partager sa réserve avec les autres pays européens et bénéficier d'une plus grande flexibilité grâce à l'accès aux réserves de ses voisins. Cette intégration au système européen permet de mieux coordonner l'équilibre entre offre et demande, de compenser des déséquilibres soudains et d'éviter ainsi les risques d'incompressibilité du réseau.

Enfin, concernant l'enchère CRM T-2, l'arrêté ministériel portant instruction au gestionnaire de réseau a été pris le 28 mars dernier. Le volume mis aux enchères est de 5 370 MW pour le point B et de 4 978 MW pour le point A. Comme mentionné précédemment, des mesures ont été prises pour promouvoir la flexibilité non fossile. Néanmoins, dans le cas où suffisamment de capacité existante est disponible, aucune nouvelle capacité ne sera contractée lors de cette enchère, de manière à garder le coût du CRM le plus bas possible.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het gaat om een dossier dat wij van nabij moeten opvolgen. Wanneer wij er immers onvoldoende in slagen om de plannen op de markt om flexibiliteit aan te bieden, ook in de praktijk te laten omzetten, lopen wij altijd achterop. Wij moeten dus goed bekijken op welke manier wij op dat vlak stappen vooruit kunnen zetten in het belang van eenieder. Immers, zowel de aanbieders van stroom van zonnepanelen als de industrie kunnen absoluut gebaat zijn bij een goede integratie van die flexibiliteit.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses qui sont de nature à nous rassurer.

Energiegemeenschappen

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Luc Frank vraagt om een CREG-onderzoek naar hoge leverancierskosten die energiedelende gemeenschappen belemmeren, en dringt aan op federale-regionale afstemming om tarieven te harmoniseren en kwetsbare groepen beter te betrekken. Minister Bihet bevestigt overleg met de CREG (reeds gepland) en benadrukt dat tarieven en stimuleringsmaatregelen regionaal zijn, maar wijst op een toekomstig interfederaal energiepact voor betere samenwerking. Frank pleit voor vergelijking van regionale regelgeving (bv. Brussel vs. Wallonië) om best practices te verspreiden. Kernpunt: administratieve drempels en kosten moeten dalen om burgerparticipatie in lokale energietransitie te versnellen.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, vous avez indiqué que la CREG pourrait examiner si les redevances imposées par les fournisseurs pour les services liés au partage d’électricité sont justifiées et proportionnées, et que vous alliez voir si une étude en ce sens est envisageable. Vous avez également rappelé que la promotion active des communautés d’énergie est une compétence régionale. Il est primordial cependant d’éviter que des coûts administratifs excessifs ne deviennent des obstacles à leur développement.

Ces redevances – parfois très élevées – freinent directement la dynamique du partage d’énergie, alors même que ces initiatives sont essentielles pour accélérer la transition énergétique, lutter contre la précarité énergétique et impliquer les citoyens de manière concrète dans la production locale d’énergie.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà pris contact avec la CREG pour lancer effectivement cette étude sur les redevances imposées par les fournisseurs aux participants à des communautés d’énergie? Si oui, quel est le calendrier envisagé?

Comptez-vous engager un dialogue structuré avec les ministres régionaux compétents afin de garantir une meilleure cohérence des politiques en matière de partage d’électricité, notamment pour harmoniser les pratiques tarifaires et faciliter l’accès des publics vulnérables à ces systèmes?

Enfin, Les Engagés sont convaincus que les communautés d’énergie doivent pouvoir bénéficier de conditions incitatives. Quelles sont les initiatives et les mesures que vous comptez et pouvez mettre en place dans le respect de vos compétences?

Mathieu Bihet:

Cher collègue, s'agissant des contacts avec la CREG, la question sera abordée lors de réunions bilatérales entre ma cellule stratégique et la CREG. Une réunion est prévue ce vendredi. Vous pouvez également contacter directement la CREG à ce sujet.

S'agissant de la coordination des politiques entre le niveau fédéral et les Régions, je souligne que cette question fait l'objet d'échanges dans le cadre des structures de coopération et de concertation administratives. Il est cependant important de rappeler que les compétences tarifaires relèvent quant à elles exclusivement des régulateurs indépendants.

En ce qui concerne les mesures incitatives en faveur des communautés d'énergie, celles-ci relèvent des compétences régionales, notamment en matière de promotion des énergies renouvelables et d'efficacité énergétique. J'examinerai avec attention les initiatives régionales pour lesquelles les Régions demanderont la collaboration et l'attention au niveau fédéral.

Je précise enfin que l'accord de gouvernement contient la volonté de travailler à un pacte interfédéral, notamment en matière d'énergie, pour ces différentes questions.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses circonstanciées. Nous avons reçu ce matin quelques acteurs du secteur et il était intéressant d'entendre qu'un décret régional bruxellois avait été bouclé mais que du côté de la Région wallonne, c'était plus compliqué. Ceci démontre qu'à Bruxelles, les choses se passent relativement bien. Il serait donc intéressant de comparer les législations afin de pouvoir inciter certains à suivre le bon exemple. Je vous remercie de prendre ce dossier à bras-le-corps.

De beurskapitalisatie van Elia en de financiële impact op de lokale entiteiten

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de financiële gezondheid en strategische positie van Elia (beheerder van het Belgische elektriciteitsnet), na een koersdaling van 20% begin januari, gekoppeld aan Amerikaanse projectannuleringen onder Trump. Minister Bihet benadrukt dat Elia Transmission Belgium (GRT) strategisch is en publiek verankerd moet blijven, maar wijst vragen over de beurskoers van Elia SA (moederbedrijf) af als niet-bevoegd, terwijl hij de succesvolle kapitaalverhoging (met 200 miljoen van SFPIM) bevestigt. Luc Frank waarschuwt voor risico’s voor gemeenten (als aandeelhouders) en vreest dat dubieuze private investeerders de publieke controle kunnen ondermijnen, met mogelijke gevolgen voor lokale financiën en energiezekerheid. De kernvraag blijft hoe de overheid publiek-private samenwerking kan waarborgen zonder het strategische belang van Elia in gevaar te brengen.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, à la fin de la législature précédente, nous avons été alertés par une information préoccupante concernant la situation boursière d'Elia, le gestionnaire du réseau de transport d'électricité. Celle-ci s'est significativement détériorée. Lors de la première semaine de janvier, le quotidien L'Écho rapportait que l'entreprise avait perdu près de 20 % de sa valeur en bourse. Une telle chute est loin d'être anodine pour un acteur aussi stratégique dans le paysage énergétique belge.

Cela se produisait au même instant que l'investiture de Donald Trump à la présidence américaine et l'annulation de certains projets américains d'Elia. Cette fragilisation soulève plusieurs interrogations quant à la solidité financière de l'opérateur, à sa capacité à maintenir ses investissements dans le réseau mais aussi et surtout quant à l'impact possible sur ses actionnaires au premier rang desquels figurent les communes et intercommunales belges.

Quelle est la situation actuelle concernant la capitalisation d'Elia ainsi que ses fluctuations boursières? Comment la situation a-t-elle évolué depuis le mois de janvier? Compte tenu de la situation, comment le ministre compte-t-il accompagner Elia pour assurer ses missions dans un contexte économique instable?

Comment la situation est-elle vécue par les communes et intercommunales actionnaires d'Elia? Ont-elles d'ores et déjà exprimé des inquiétudes concernant la capitalisation de l'entreprise? Ces entités locales, souvent déjà sous pression budgétaire, risquent-elles de subir des pertes importantes? Une évaluation de l'impact a-t-elle été réalisée ou est-elle en cours?

Et enfin, Elia s'est lancée dans une augmentation substantielle de capital. Le bras financier du fédéral, la SFPIM, injectera 200 millions. Existe-t-il un risque de dissolution de l'actionnariat public à travers cette augmentation de capital? Quelles sont les garanties à ce sujet? L'entreprise étant clairement stratégique pour l'État, comment voyez-vous la collaboration entre le public et le privé dans cette actionnariat?

Voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister voor een geruststellend antwoord. Ik heb gezien dat de kapitaalsverhoging intussen succesvol werd afgerond.

Mathieu Bihet:

Bijna!

Monsieur Frank, je répondrai à la question de savoir si cette entreprise est importante pour nous. Je vais vous citer l'accord de gouvernement: "Les gestionnaires de réseaux de transport et les infrastructures associées au transport d’énergie sont des actifs stratégiques et doivent rester ancrés. Le ministre compétent est chargé d’étudier la situation et de formuler des recommandations au gouvernement afin d’assurer cet ancrage et de garantir que les gestionnaires puissent remplir durablement leurs fonctions stratégiques, notamment en veillant à un actionnariat de soutien stable et de capacités de financement pérennes."

Il ne faut pas confondre Elia SA et Elia Transmission Belgium. Il s'agit d'un jeu de poupées russes: il y en a une qui est dans l'autre. S'agissant du Gestionnaires de Réseau de Transport (GRT), c'est Elia Transmission Belgium et non Elia SA. Pour le surplus, il ne m'appartient pas de commenter ce que souhaite faire Elia SA, ni, surtout, son cours de bourse. Cela ne relève pas de mes compétences, et on pourrait même me le reprocher!

Voilà pour vos questions. Je précise simplement le rôle du GRT pour nous, son importance, l'importance de son ancrage. Concernant les différents actionnaires, je vous renvoie aux différentes intercommunales de financement qui sont derrière et sont les intermédiaires entre les communes et les différentes prises de participation.

Luc Frank:

Merci, monsieur le ministre. Sur le principe, je suis d'accord. Cependant, il faut faire attention, car certaines aventures financières, commerciales, peuvent avoir des répercussions sur une situation d'intercommunale. Cela fait 25 ans que je participe à la politique de ma commune et j'ai connu certaines expériences commerciales qui se sont révélées néfastes pour les finances communales. L'État fédéral, d'une certaine façon, peut jouer un rôle stratégique pour ce qui concerne la délivrance d'énergie, mais aussi pour les finances communales. S'agissant d'une SA, il faut aussi faire attention à qui rentre dans l'actionnariat, afin que ce ne soient pas des sociétés dans des états plus que douteux.

Het energie-eiland
De beheersing van de kosten van het energie-eiland
De toekomst van het Prinses Elisabetheiland
De mogelijke vertraging bij de bouw van het energie-eiland
Het energie-eiland
Energie-eiland Project: Uitdagingen, Kosten, Toekomst

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Prinses Elisabetheiland, oorspronkelijk bedoeld als *vlaggenschip van de Belgische energietransitie*, dreigt een financieel fiasco te worden door kostenexplosies (van 2,2 naar 7,5 miljard euro), vooral door de dure DC-verbinding met het VK, wat de energiefacturen van gezinnen (+€27/jaar) en bedrijven (tot €100.000 extra) zwaar belast. Minister Bihet pauzeerde het project om alternatieven te onderzoeken—zoals een goedkopere AC-verbinding of een rechtstreekse Nautilus-link—en eist transparantie, kostbeheersing en herziening van eerdere beslissingen om de last voor burgers en bedrijven te beperken, zonder de energiezekerheid in gevaar te brengen. Kritische stemmen dringen aan op snelle, verantwoorde keuzes (binnen weken) om investeringsonzekerheid bij windparken en vertragingen (500 dagen bij caissonbouw) te voorkomen, terwijl oppositie pleit voor een "light-versie" van het eiland of kernenergie als alternatief om de factuur te drukken.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, het Prinses Elisabetheiland werd ooit aangekondigd als het vlaggenschip van ons energiebeleid. Vandaag riskeert het jammer genoeg eerder een drijvend fiasco te worden. De kostenraming is intussen geëxplodeerd, de kostprijs zou zeker 7 miljard euro bedragen, veel meer dan de oorspronkelijk geraamde 2,2 miljard. Wie gaat dat betalen? Onze gezinnen en onze bedrijven. Er komt tot 27 euro bij op de energiefactuur van een gemiddeld gezin en onze bedrijven zullen tot honderdduizenden euro meer moeten betalen.

Collega's, de manier waarop het project wordt uitgevoerd is cruciaal, niet alleen voor de energietransitie, maar ook voor de bevoorradingszekerheid en energieonafhankelijkheid van ons land. Momenteel is er echter grote onzekerheid. De beslissing over de uitvoering van de tweede fase van het energie-eiland is uitgesteld.

Mijnheer de minister, u zult mij wellicht niet tegenspreken als ik zeg dat onze gezinnen en onze bedrijven nu nood hebben aan betaalbare en betrouwbare energie en niet pas binnen tien jaar. U erfde een complex dossier van uw voorgangster, maar nu is het aan u. Onze energiemix moet zekerheid bieden aan onze bedrijven, maar moet vooral ook betaalbaar blijven. Om onze bevoorradingszekerheid te garanderen is het heel belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over kavel 1 van het eiland.

Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de ontwikkeling van de nieuwe offshore windparken geen vertraging oploopt en dat de kosten beheersbaar blijven, zodat het beloofde vlaggenschip geen zinkend schip wordt?

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, le projet d'île énergétique en mer du Nord est un enjeu stratégique majeur pour l'avenir énergétique de notre pays, sa sécurité d'approvisionnement et la compétitivité de notre industrie. Il est essentiel que chaque euro investi serve au mieux l'intérêt général sans précipitation ni décision hâtive aux conséquences financières lourdes.

Vous avez souligné à juste titre que la forte augmentation des coûts initialement prévus, conjuguée aux incertitudes réglementaires et aux choix du passé, justifie une réévaluation approfondie du projet. Suspendre temporairement certaines décisions afin d'explorer toutes les alternatives crédibles et de préserver la capacité de négociation de la Belgique est une démarche de bon sens et de responsabilité. Notre priorité doit être d'assurer une transition énergétique efficace et maîtrisée en veillant à ce que les investissements ne pèsent pas inutilement sur la facture des citoyens et des entreprises. La concertation avec la CREG, la DG Énergie et Elia est essentielle pour garantir une décision éclairée, alignée sur les objectifs de déploiement des énergies renouvelables et de développement des énergies bas carbone.

Monsieur le ministre, pouvez-vous préciser les pistes à l'étude et les critères qui guideront la décision finale du gouvernement?

Voorzitter:

Er werden ook drie vragen gesteld in de commissie hierover. Zij worden toegevoegd.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor Energie. Deze week had u echter veel energie.

Wij hebben in de commissie voor Energie de wet op de kernuitstap teruggedraaid. Daar krijgt een mens energie van. U had ook nog een daadkrachtige beslissing genomen over het energie-eiland. U hebt in dat dossier namelijk terecht de pauzeknop ingedrukt. De kosten ontspoorden immers. De eigen keuzes die Elia maakte, zorgden ervoor dat de factuur ontploft. Uiteindelijk is het altijd de eindgebruiker die via zijn energiefactuur de rekening betaalt.

Mijnheer de minister, de grote vraag is echter wat er zal gebeuren wanneer u de energie vindt om opnieuw de playknop in te drukken. Het energie-eiland is immers een cruciaal dossier voor onze energiebevoorrading, voor de positie van België bij de energiebevoorrading in West-Europa, voor onze connectie met het Verenigd Koninkrijk en voor de aansluiting van de drie betrokken windparken, waarvan voor één park vandaag trouwens een lopende tender is uitgeschreven.

Die onzekerheid weegt ook op de mensen die voor die tender dossiers schrijven en willen meedingen naar de ontwikkeling van die windparken.

Mijnheer de minister, ik heb dus een heel eenvoudige vraag. Wanneer kunnen wij beslissingen van u verwachten over de playknop? Wat zullen die beslissingen betekenen? Welke richting zult u uitgaan?

Voorzitter:

De regering zal het zeker op prijs stellen dat u simpele vragen stelt.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat expliciet dat de regering uiterlijk eind maart een beslissing zou nemen inzake de bouw van de gelijkstroominfrastructuur, zeg maar het luik van de hybride interconnectie, belangrijk voor het derde lot van de Prinses Elizabethzone. Meteen zou er ook een beslissing volgen over de modaliteiten van de geplande Nautillusverbinding met het Verenigd Koninkrijk. Die beslissing is echter ‘met enkele weken’ uitgesteld. U wil vermijden dat er overhaast beslissingen worden genomen. De analyse van de verschillende alternatieve scenario's en de dialoog met de stakeholders vergen blijkbaar wat meer tijd.

Tegelijkertijd, mijnheer de minister, rijzen er nu problemen bij de ruwbouwwerken voor het kunstmatige eiland. Ik veronderstel dat het gaat over de bouw van de caissons in Vlissingen? Die bouw is toch al enige tijd bezig. Het consortium waaraan de werken gegund werden, kampt blijkbaar met extra kosten. Er zouden ook aanzienlijke vertragingen zijn. Sommigen spreken zelfs over 500 dagen extra.

Mijnheer de minister, de tijd tikt. De basisinfrastructuur van het eiland moet opgeleverd zijn voor 31 augustus 2026 wil Elia een beroep kunnen doen op 100 miljoen aan Europese middelen. Ik kom tot mijn vragen.

Welke invloed hebben al deze ontwikkelingen op de lopende tender voor het eerste windpark? Hebt u overleg met de sector over de vele ontwikkelingen in verband met het energie-eiland? Worden de potentiële investeerders, projectontwikkelaars niet stilaan wat afgeschrikt?

Voorzitter:

Het thema zou niet afgerond zijn als niet ook collega Wollants een vraag zou stellen.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het energie-eiland, en zeker de enorme kostenstijgingen tot bijna 8 miljard euro, blijft de gemoederen beroeren. Die kosten dreigen immers te worden vertaald naar de nettarieven. Dat wil zeggen dat de elektriciteitsgebruikers dat allemaal via hun energiefacturen zullen moeten ophoesten. Bovendien komt dat bovenop de extra nettarieven die ze al sinds januari betalen, die 80 % stijging, waarover onder andere de industrie vandaag trouwens nogmaals aan de alarmbel trekt.

We weten dat dit een erfenis is van uw voorganger en wat voor een. Het regeerakkoord maakt duidelijk dat we daarover in maart een beslissing zouden nemen. We weten ook dat dit over heel veel geld gaat en ook over een aantal evoluties die op dit moment nog aan de gang zijn. Als we een beslissing nemen, moeten we meteen ook de juiste beslissing nemen. Enkele weken extra kunnen dus een heel goede zaak zijn om de juiste kant op te gaan.

Er moeten echter wel knopen worden doorgehakt. Iedereen weet dat het toevoegen van 8 miljard euro aan onze nettarieven onaanvaardbaar is. Daar kunnen we nooit mee akkoord gaan en ik ben het ermee eens dat we een aantal pistes moeten onderzoeken. Voor ons is het duidelijk dat de piste van het hertekenen van de offshore windzones, in combinatie met het ontkoppelen van de verbinding van het Verenigd Koninkrijk met het energie-eiland, waarschijnlijk de beste weg is om te bewandelen en dat we daarop moeten verder werken.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende eenvoudige vragen. Hoe zult u deze kwestie aanpakken? Hoe zult u ervoor zorgen dat de facturen voor onze gezinnen en bedrijven hiervan worden bespaard?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, permettez-moi d'abord d'être très clair, ce qui nous occupe aujourd'hui, l'île énergétique, n'est pas un débat sur l'importance des énergies renouvelables. Cette question ne fait aucun doute. Nous sommes tous d'accord sur le fait que nous avons besoin de ce vent en mer, de capacités offshore et d'infrastructures pour transporter l'électricité jusqu'au continent.

Ce qui est sur la table aujourd'hui, c'est un dossier qui, en termes de transparence, de maîtrise des coûts mais aussi de gouvernance, a solidement déraillé ces dernières années.

Ten eerste. Wat zijn de feiten? Bij de aankondiging van de aanleg van het energie-eiland in november 2021 werd de totale kostprijs geraamd op 2,2 miljard euro. In maart vorig jaar was dat 3,6 miljard euro. In oktober werd het 7 miljard en in februari van dit jaar 7,5 miljard. Collega's, hoeveel zal het morgen zijn? De grote boosdoener is de DC-verbinding met het Verenigd Koninkrijk. Net in dat verband is er de meeste onzekerheid, is de complexiteit het grootst en zien we de sterkste kostenstijgingen.

Ik heb dat project niet ontworpen, noch opgestart. Het is echter wel onze verantwoordelijkheid geworden en we nemen de verantwoordelijkheid op. Collega's, op het moment dat we van iedereen inspanningen vragen, kunnen we die niet zomaar onder de mat vegen.

Ten tweede. Het regeerakkoord is ook duidelijk. Ik citeer: "De regering zal een beslissing nemen op basis van de overwegingen van Elia over het al dan niet toewijzen van de DC-contracten en alternatieve pistes onderzoeken, zoals een aansluiting in AC of rechtstreekse verbinding met Nautilus." Die lijn volg ik strikt.

Daarom heb ik bij mijn aantreden alle betrokken actoren samengebracht, Elia, de CREG, mijn administratie en mijn collega van Noordzee, minister Verlinden. Ik vond en vind nog steeds dat we de realiteit onder ogen moeten zien en dat we in het belang van onze burgers en bedrijven hierrond moeten samenwerken. Dat betekent dat we geen overhaaste beslissingen mogen nemen onder tijdsdruk en vooral niet zonder dat alle elementen op de tafel liggen. We willen bovendien geen factuur van miljarden euro's voor de koopkracht van onze gezinnen en de competitiviteit van onze bedrijven. We willen geen blanco cheque, want, collega's, uitstel is geen afstel. Beslissen met een open vizier is essentieel.

Troisièmement, au cours des prochaines semaines, ensemble avec ma collègue en charge de la Mer du Nord, je saisirai le gouvernement en vue de prendre une décision relative à cette île énergétique.

Concernant le retard qui a été évoqué, comme il s'agit d'un contrat entre deux entreprises cotées, il ne m'appartient pas de faire de commentaire ici. Néanmoins, notre décision sera basée sur différents éléments: les analyses techniques et économiques de mon administration, d'Elia et de la CREG et également sur des scénarios alternatifs tels qu'une connexion en courant alternatif (AC) ou une liaison directe avec le Royaume-Uni via le projet Nautilus. Nous examinerons la question sur le plan du contenu et des aspects techniques et financiers, et non pas sur la base de slogans ni de tabous, mais bien dans un souci de responsabilité, de coopération et, surtout, de bon sens.

Chers collègues, comme vous, j'ai lu dans la presse les déclarations du CEO du groupe Elia. Il a rappelé quelle était la situation avant l'été. Je suis d'accord avec M. Gustin lorsqu'il dit:

"We mogen ons echter niet laten gijzelen. Een budget dat opliep tot zowat 7,5 miljard euro, is niet aanvaardbaar."

Ce montant de sept milliards et demi d'euros, il ne le considère pas comme acceptable. Mais je partage aussi son analyse lorsqu'il dit:

"De kosten moeten redelijk zijn, maar we mogen ook niet het kind met het badwater weggooien."

Donc, je retiens deux choses. Premièrement, nous devons revoir les fondements de ce dossier. Deuxièmement, il y a un grave manquement de gouvernance dans ce dossier. Nous adoptons cette approche, mais pas uniquement dans ce dossier. Nous allons également faire en sorte que de tels dérapages ne puissent plus jamais arriver. C'est exactement ce que je suis en train de faire: mettre de l'ordre, dans l'intérêt de la société.

Mais l'île énergétique, chers collègues, est un point stratégique. Ce projet ne peut devenir le symbole d'une explosion des coûts et d'un processus décisionnel défaillant. C'est pourquoi j'opte délibérément pour la transparence, la maîtrise des coûts et surtout la responsabilité. J'opte pour le pouvoir d'achat de nos familles, la compétitivité (…)

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Extra bedenktijd kan zeker zinvol zijn. Wij hebben daar begrip voor, maar die extra bedenktijd moet dan effectief ook leiden tot duidelijke keuzes en concrete stappen. Zonder die keuzes komen er geen nieuwe windparken, geen aansluiting en dus ook geen vooruitgang.

Als de huidige onzekerheid te lang blijft aanslepen, zal dat onze gezinnen, bedrijven en investeerders veel geld kosten. Dat willen we eigenlijk niet. Cd&v wil dat dit project slaagt. We zullen elke stap blijven steunen die leidt tot de betaalbare, betrouwbare en tijdige realisatie van een goede energiemix.

Mijnheer de minister, druk nu niet op de pauzeknop, maar geef een echt startschot.

Voorzitter:

Ik feliciteer mevrouw Phaedra Van Keymolen met haar maidenspeech. ( Applaus )

Christophe Bombled:

Face à l'explosion des coûts et aux incertitudes qui entourent certains choix du passé, la seule attitude responsable est celle du pragmatisme et de la rigueur budgétaire, et certainement pas de la précipitation.

Monsieur le ministre, vous avez raison de suspendre temporairement la décision pour analyser toutes les alternatives. La transition énergétique doit être menée avec ambition mais aussi avec rigueur, intelligence économique et en tenant compte de l'évolution future de la législation sur le nucléaire.

Cependant, nous avons l'impression d'être les victimes des mensonges du passé. D'ailleurs, je commence à partager une idée qui a déjà été évoquée en commission de l'Énergie. Dans ce dossier, il est urgent de démêler le vrai du faux et de déterminer les responsabilités. Il est essentiel de faire toute la clarté, et le Parlement a un rôle à jouer. Si des erreurs ont été commises, elles ne doivent pas être répétées car on ne joue pas à la roulette avec l'argent des Belges!

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat uitstel geen afstel zijn. We hebben op termijn beslissingen nodig. We hebben ook die aansluitingen nodig. Anders zal de terechte strijd tegen de hoge transmissienettarieven en de hoge kosten tot minder bevoorradingszekerheid leiden. Dan zal het licht uitgaan en dat mogen we niet aanvaarden. Ik hoop u hier snel terug te zien met meer duidelijkheid, zodat we 's avonds gerust het licht kunnen uitdoen als we gaan slapen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, als deze regering voluit voor een nucleaire renaissance gaat, dan moet u nu met uw regering in dit dossier durven door te pakken. Dat betekent, zoals uw collega Verlinden in Oostende recent zei, dat u moet gaan voor een energie-eiland light. Dat betekent inderdaad Nautilus in een rechtstreekse verbinding. Dat betekent inderdaad minder productiecapaciteit dan in de dromen van uw voorgangster. Dat betekent meteen ook minder investeringskosten en dus ook een lagere factuur voor onze gezinnen en bedrijven.

Mijnheer de minister, durf te beslissen. Ga eindelijk voluit voor nieuwe nucleaire capaciteit in dit land en reken niet al te veel op een onzeker offshoreverhaal.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Wat u in de komende weken moet doen, is zekerheid bieden aan diegenen die in dit land in offshorewind willen investeren. U moet zekerheid bieden aan diegenen die hun elektriciteitsfactuur niet verder willen zien oplopen. U moet de zekerheid bieden dat de politiek dit dossier opnieuw in handen neemt.

Het is in de vorige legislatuur onder de vorige ministers helemaal de verkeerde kant uitgegaan. Het idee is in de Noordzee gedumpt en vervolgens heeft men het laten gaan: 2,2; 3,6; 7; 7,5. Welnu, laat ons dat dossier terug vastpakken. Ik ben er zeker van dat we er samen voor kunnen zorgen dat dit de juiste richting uitgaat.

Voorzitter:

Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.

De accijnzen op de energiefactuur

Gesteld door

PTB Roberto D'Amico

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijgende energieprijzen (elektriciteit +€250/jaar, gas +€220) en verhoogde accijnzen (gas +€7,69/MWh, elektriciteit +€33,89/MWh) zorgen voor hogere lasten, waarna D’Amico (PTB) een verlaging van die accijnzen eist. Minister Jambon belooft enkel een *tax shift* (klimaatdoelen) *zonder extra kosten* voor huishoudens/bedrijven, maar *geen* accijnsverlaging. D’Amico wijst erop dat consumenten nu al €100 meer belasting betalen dan in 2019 en herhaalt zijn oproep tot verlaging via een eigen wetsvoorstel. *Conclusie: regering blokkeert concrete lastenverlichting.*

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, les prix de l’énergie sont en hausse; sur les quatre derniers mois, la facture annuelle d’électricité a augmenté de plus de 250 euros tandis que la facture de gaz a augmenté de plus de 220 euros.

En octobre 2022, le gouvernement fédéral avait décidé d’augmenter les taxes sur la facture d’énergie. Résultat: nous payons aujourd’hui davantage de taxes sur le gaz et l’électricité. Pour le gaz naturel, il s'agit d'une augmentation des droits d'accises de 7,69 euros par MWh. Pour l'électricité, il s'agit d'une augmentation des droits d'accises de 33,88 euros par MWh.

J'ai interrogé le ministre de l'Énergie, le jeudi 27 février, en séance plénière, pour savoir si le gouvernement envisageait de baisser les accises pour faire baisser les factures d’énergie des Belges mais je n’ai pas eu de réponse de sa part. Je lui ai donc reposé la question et le ministre Bihet a décidé de vous renvoyer la patate chaude, monsieur le ministre des Finances. Voici donc ma question. Elle est courte. Allez-vous diminuer les accises sur la facture d’énergie?

Jan Jambon:

Cher collègue, en collaboration avec le ministre de l'Énergie, j'examinerai les modalités d'un tax shift des produits énergétiques afin d'atteindre les objectifs climatiques. Le gouvernement mettra ensuite ce tax shift en œuvre sans augmenter la facture moyenne des ménages et des entreprises. Le gouvernement veillera à ce qu'aucun coût stratégique fédéral supplémentaire n'apparaisse sur la facture d'électricité des ménages et des entreprises.

Roberto D'Amico:

Si j'ai bien compris, vous venez de dire qu'il n'y aura pas d'augmentation mais vous n'avez pas dit qu'il y aura une diminution. C'est bien cela qui me chagrine. Aujourd'hui, on paie 100 euros de taxes en plus sur notre facture d'énergie par rapport à 2019. Justement, à ce sujet, j'ai déposé une proposition de loi avec le PTB pour diminuer les accises sur la facture d'énergie. Je vous remercie.

De toekomst van het energie-eiland
De doorrekening van de netinvesteringen voor de aanpassing van het elektriciteitsnet
Het compensatiebeleid voor ondernemingen die een impact ondervinden van het Ventilusproject
Het Prinses Elisabethenergie-eiland
Het energie-eiland
Het energie-eiland en netinvesteringen voor duurzame elektriciteitsinfrastructuur

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de explosieve kosten (tot >8 miljard euro) en governance-problemen rond het Prinses Elisabeth-eiland en gerelateerde netwerkinfrastructuur (Ventilus, Boucle du Hainaut), die via nettarieven op consumenten worden afgewenteld. Kritische punten: onduidelijke goedkeuring van dure technologische wijzigingen (bv. HVDC-verbinding van 2→1,4 GW), gebrek aan transparantie over kosten-batenanalyses, en de politieke weigering om stijgende netkosten via algemene middelen te financieren in plaats van de energiefactuur. Minister Bihet belooft een beslissing tegen 31 maart 2025, gebaseerd op CREG-audits en alternatieven, maar ontwijkt verantwoordelijkheid voor tariefcontrole (CREG) en compensatie voor bedrijven. Oplossingspistes zoals beperkte wisselstroomansluiting of herziening van het eilandconcept blijven onbeslist.

Voorzitter:

De heer De Smet is niet aanwezig.

Het woord is aan de heer Ravyts.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, mijn vraag heeft niet expliciet, maar wel onrechtstreeks betrekking op het Prinses Elisabethenergie-eiland.

Netbeheerder Elia heeft een persconferentie gegeven over het Ventilusproject, waarvan een nieuwe fase werd aangevat in West-Vlaanderen. Elia heeft eind vorige maand het project - MER ingediend bij de Vlaamse regering en wil het finale MER en de omgevingsvergunningsaanvraag nog voor de zomer indienen.

Aan Ventilus en Boucle du Hainaut is een kostenplaatje verbonden. Volgens de verouderde raming, die drie jaar geleden werd gemaakt, zouden beide projecten samen 1,6 miljard euro kosten, ook al gaat het om wisselstroom; Elia heeft dat zelf toegegeven. Er is ook in een uitgebreid compensatiebeleid voorzien, onder meer voor waardeverlies van woningen. Zelf zou ik daar ook nog de bedrijven aan willen toevoegen. Ook dat kostenplaatje mag de netbeheerder volgens het huidig systeem doorrekenen in de nettarieven.

Het regeerakkoord stipuleert dat er voor Ventilus en Boucle du Hainaut in samenwerking met de gewesten voldoende aansluitcapaciteit zal worden gefaciliteerd om de offshore energie tot bij de bevolking en ondernemingen te krijgen. Het is ook belangrijk – het is veel mensen misschien ontgaan – dat de termijn voor de bouw van de windparken wordt opgetrokken naar vijf jaar. Er zal dan ook worden geanalyseerd of bepaalde parameters de kosten hebben verhoogd ten aanzien van de buurlanden.

Mijnheer de minister, hoe legt u die passage over de verlenging van de termijn naar vijf jaar uit? De belangrijkste politieke vraag is natuurlijk hoe u de problematiek van de stijgende netwerkkosten die in de energiefactuur verrekend worden, zult remediëren in het licht van de grote netwerkinvesteringen van Elia. Ik geef hierbij de projecten Ventilus en Boucle du Hainaut als voorbeeld.

Dan kom ik tot mijn tweede vraag. In het Ventilusproject is in een compensatiebeleid voor particulieren voorzien, maar niet voor ondernemingen die daardoor geïmpacteerd zijn. Daarover zou u als MR-minister toch bezorgd moeten zijn? De kamer van koophandel uit mijn provincie heeft Elia eind februari nogmaals opgeroepen om een correct en billijk compensatiebeleid voor de ondernemingen uit te werken. Dat is belangrijk, gelet op de beperkingen van de uitbreidingsmogelijkheden, de waardevermindering van de bedrijfsgronden en de verstoringen van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Bent u bereid om bij Elia aan te dringen om een compensatiebeleid uit te werken voor ondernemingen die impact ondervinden van het Ventilusproject?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, vous héritez du dossier de l'île énergétique au moment même où il est impératif de faire un choix décisif quant à son avenir.

Nous avons eu l'occasion à plusieurs reprises d'entendre la CREG, Elia et récemment Febeliec. Ces auditions ont révélé plusieurs problèmes de fonctionnement dans la gouvernance énergétique belge et n'ont pas encore permis de faire la clarté totale sur les causes d'une si grande augmentation du coût de construction de l'île, qui est quand même passé de 2,2 milliards à 3,6 milliards, et finalement à plus de 8 milliards – ce qui représentera un coût de 1 500 euros à charge de chaque ménage belge.

C'est pour cette raison que nous attendons tous avec impatience le dossier d'analyse complet de la CREG ainsi que l'historique du montage du dossier, qui éclairciront certainement certaines zones d'ombre. Nous n'avons d'ailleurs toujours pas eu accès à l'étude coût-bénéfice initiale ni à l'analyse des différents scénarios réalisée au départ.

Dans l'intérêt des générations futures, de la bonne gouvernance et certainement des consommateurs, ne serait-il pas pertinent d'enquêter sur le processus qui a conduit au choix d'une île énergétique plutôt qu'une autre solution en comparant les coûts, les bénéfices et les opportunités techniques?

Les travaux parlementaires à ce propos ne sont pas finis mais je pense qu'en tant que ministre, vous avez ici l'opportunité d'obtenir et de transmettre des informations pertinentes qui intéresseront certainement la commission.

Parallèlement à la demande de l'historique du dossier, le gouvernement a annoncé vouloir prendre une décision avant la fin mars.

Monsieur le ministre, où en est actuellement le projet de l'île énergétique? Le dossier a-t-il du retard? Ne risque-t-on pas de perdre le subside européen de 100 millions qui impose une échéance au 31 août 2026 pour sa construction? Où en est-on dans le parcours administratif du dossier? Existe-t-il des pistes de financement supplémentaires et quelles en sont les conditions?

Différentes versions de l'île ont-elles été présentées et ont-elles pu orienter vos choix parmi les diverses alternatives, afin d'encadrer le coût de l'île énergétique et éviter un dérapage budgétaire?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de verschillende hoorzittingen met Elia en de CREG hebben uitgewezen dat er werk aan de winkel is om tot een betaalbare aansluiting van de offshore windparken te komen. Wat evenwel zorgen baart, is dat Elia verschillende wijzigingen liet uitvoeren aan het project die de kosten verder hebben verhoogd. Zo is er plots sprake van een verbinding in HVDC van 2 gigawatt in plaats van de afgesproken 1,4 gigawatt.

Die wijziging komt niet voor in het federaal ontwikkelingsplan en evenmin in het ministerieel besluit grid design . Het is een raadsel wie dan wel de goedkeuring heeft gegeven voor die, volgens de CREG, relatief dure aanpassingen. De vraag is dan ook waarom we zouden moeten aanvaarden dat die kosten worden doorgerekend als niemand ze heeft goedgekeurd. Tegelijkertijd tikt de klok om de nodige beslissingen te nemen.

Welke tijdlijn volgt u om tot een beslissing te komen over het eiland en in het bijzonder de HVDC-verbinding?

Op welke manier heeft de vorige regering of uw voorganger goedkeuring gegeven aan de wijzigingen aan het concept van het eiland? Bent u van mening dat de extra kosten aanvaardbaar zijn in de tarieven? Dat is de vraag van vele miljoenen, natuurlijk.

Er ligt een oplossingspiste op tafel om een beperktere hoeveelheid offshore wind op dit moment aan te sluiten door het eiland helemaal in wisselstroom te houden en de Nautilusverbinding via een point-to-point connectie te voorzien. Hoe evalueert u die piste en welke stappen neemt u op dat vlak?

Mathieu Bihet:

Geachte leden, ik wil eerst verduidelijken dat het energie-eiland geen energiebron is, zoals kernenergie of offshore windenergie. Het is een platform dat fungeert als energiehub en dat het mogelijk maakt om verschillende energiebronnen te verbinden en te transporteren in verschillende richtingen en in verschillende vormen.

Vous, les habitués de la commission de l'Énergie, connaissez maintenant la différence entre le courant alternatif et le courant continu.

Le gouvernement précédent a approuvé les changements apportés au concept de l'île par le biais du Plan fédéral de développement. Certaines questions du collègue Wollants mériteront sans doute d'être creusées par cette noble Assemblée mais, à ce stade-ci, une pièce du puzzle est manquante.

Maintenant, bien sûr, l'intention est de respecter l'accord de gouvernement et l'objectif est toujours de prendre une décision concernant l'île énergétique pour le 31 mars 2025, comme indiqué dans l'accord. Une décision finale devra être prise sur la base d'une évaluation des coûts et avantages socio-économiques et la nécessité de réviser peut-être les ambitions initiales à la lumière des coûts totaux actuels estimés. Je m'appuierai sur tous les audits et recommandations, notamment du régulateur et du gestionnaire de réseau de transport lui-même, et nous explorerons les différentes alternatives. Quatre pistes avaient été présentées par Elia en concertation avec différents interlocuteurs, à savoir la DG Énergie, mon cabinet, la CREG, pour avoir une analyse de ces différentes alternatives.

De regering wil het veld van mogelijkheden zo ruim mogelijk heropenen door alle koolstofarme energiebronnen opnieuw in de energiemix op te nemen, op voorwaarde dat ze de richtlijnen respecteren die we zelf hebben vastgelegd.

Le problème de l’île énergétique fait partie intégrante des coûts de transmission (transport). Les coûts de l’île seront répercutés sur la facture des consommateurs et l’électricité qu’elle transportera, qu’elle soit d’origine nucléaire, hydraulique ou éolienne offshore. Tous ces coûts seront inclus dans le marché de l’électricité et donc payés in fine par le consommateur. Monsieur Ravyts, les coûts de Ventilus et de la Boucle du Hainaut – si elle aboutit – seront donc aussi inclus dans le tarif du réseau.

En 2021, un comité consultatif a été mis en place par l’ancien ministre de l’Énergie pour évaluer les compensations accordées par Elia pour l'installation de raccordements électriques. Il comprenait des représentants tels que la CREG, Cavex, Imbex et les Régions, entre autres.

Sur la base de recherches scientifiques menées par la KU Leuven, le conseil consultatif a élaboré une nouvelle politique de rémunération. Je rappelle que celle-ci se fait notamment par Elia sous la supervision de la CREG. Ce n'est pas le ministre ou le gouvernement qui décide d’octroyer çà et là des politiques de compensation pour les investissements et le déploiement de câbles. Je vous invite à interroger la CREG à ce sujet.

Monsieur Ravyts, vous m'avez posé une question sur le coût total des compensations, question qui n’était pas reprise dans votre question initiale. Je vous invite à m’adresser une question écrite à ce sujet. Nous interrogerons Elia pour avoir l’ensemble des chiffres détaillés, par exemple par projet, par Région ou autre. À vous de rédiger cette question dans le sens qui vous paraîtra le plus opportun.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik hoor hier ongeveer hetzelfde als toen ik u onlangs een actuele vraag stelde in plenum. U verwijst naar de tariefbevoegdheid van de CREG om de kosten die Elia wil doorrekenen te beoordelen.

Ik stel u echter een politieke vraag. Mijn vraag is of de federale regering – daar kunt u als beleidsverantwoordelijke wel stappen zetten –: overweegt om de stijgende netinvesteringskosten op de algemene middelen te plaatsen? Ik geef u een voorbeeld. Deze week kreeg ik van mijn energieleverancier de vraag om mijn voorschot aan te passen vanwege de stijgende nettarieven. Ik weet dat het natuurlijk ook gaat over de Vlaamse nettarieven, maar er zijn nog steeds transmissiekosten voor de consument. Mijnheer Wollants, die zijn inderdaad misschien wat beperkter, maar ze komen boven op de Vlaamse netkosten. Dat is mijn politieke vraag.

Ik hoop dat u tegen volgende week daarover eens nadenkt, zodat u mij een politiek antwoord kunt geven wanneer u met uw beleidsverklaring komt.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, merci pour toutes ces réponses. Je suis rassuré par l'attention que vous portez au consommateur, qui finalement payera cette île énergétique. Je sens que cela vous tient bien à cœur.

J'ai aussi entendu votre attention vis-à-vis des différentes pistes qui ont été proposées. Rien n'est encore définitif et le gouvernement envisage toutes les sources d'énergie en même temps. Je pense que c'est essentiel pour arriver une solution qui soit compétitive, pour maintenir nos engagements face au réchauffement climatique, mais aussi pour les consommateurs. Merci pour cette attention, qui était peut-être le mot le plus important aujourd'hui.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We staan voor een bijzonder grote uitdaging met dat energie-eiland en we moeten kijken wat we zullen doen. U wijst er terecht op dat de aanvaarding van de tarieven een bevoegdheid is van de CREG, maar ik maak mij zorgen omdat de CREG het niet durft. De CREG zegt dat de netbeheerder misschien in gevaar zou komen, mocht ze bepaalde kosten zou verwerpen. Daarom verwerpt de CREG die kosten niet. Zo komen we natuurlijk in een situatie terecht waar men om het even wat kan aanrekenen, want de CREG zal het nooit aandurven om de netbeheerder in de problemen te brengen. De grote vraag blijft wie uiteindelijk die technologische wijzigingen heeft goedgekeurd, die door de CREG blijkbaar klakkeloos worden aanvaard inzake tarieven. Daarover maak ik mij dus wat zorgen. Tegelijkertijd is er een oplossing. We zouden ervoor kunnen zorgen dat de gelijkstroomverbinding geen deel meer uitmaakt van het project. Dan hoeft de CREG de moeilijke beslissing om kosten te verwerpen niet te nemen, want dan zijn die kosten er gewoonweg niet. Dat is volgens mij toch een piste die u grondig moet bekijken met het oog op de beslissing die u voorziet tegen eind maart.

De liberalisering van de energiesector en het grote aanbod aan contracten

Gesteld door

PTB Roberto D'Amico

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Roberto D’Amico kritiseert de overdaad aan energietarieven (door liberalisering) die transparantie bemoeilijkt en pleit voor prijsplafonds gebaseerd op productiekosten en een verplicht standaardtarief met jaarlijkse aanpassing. Minister Bihet benadrukt dat EU-regels marktinterventie beperken, maar wijst op een aankomende transpositie van een EU-richtlijn die 1-jarige vaste contracten verplicht voor grote leveranciers en belooft meer transparantie via het regeerakkoord. D’Amico houdt vol dat concurrentie niet zorgt voor lagere prijzen en herhaalt zijn oproep tot prijscontrole en een uniform referentietarief voor eerlijke vergelijking.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, en tant que particulier, vous pouvez choisir parmi des dizaines de contrats d’énergie. C’est le résultat de la libéralisation du secteur entamée il y a plus de 20 ans. La promesse était d’alimenter la concurrence et de fournir des prix bas aux consommateurs. Pixel, Smart Green Flex, Basic Flex pro, Direct, Énergie verte variable et j'en passe; c’est loin d’être simple pour s'y retrouver parmi tous ces contrats et tous ces tarifs. Le journal De Morgen a calculé que les offres aux particuliers n’avaient jamais été aussi nombreuses qu’au mois de novembre 2024. Et Testachats confirme également la multiplication de contrats en Wallonie.

Le professeur Steven Van de Walle de la KU Leuven indique que cette augmentation est due à l’augmentation des critères disponibles pour choisir un contrat et il voit cela comme une stratégie délibérée des fournisseurs d'énergie pour rendre tout ça moins transparent. Ce manque de transparence généré par un trop grand nombre de contrats est également confirmé par le directeur de la CREG.

Monsieur le ministre, au lieu de laisser le marché produire une telle jungle d'offres, n'est-ce pas le moment pour le gouvernement d'intervenir? Pourquoi ne fixons-nous pas des prix maximum basés sur ce que coûte réellement la production d'énergie? Enfin, pourquoi ne pas obliger les fournisseurs à proposer un tarif standard avec des prix fixes qui ne peuvent être ajustés qu'une fois par an?

Mathieu Bihet:

Monsieur D’Amico, merci pour votre question. Les marchés de l'énergie sont largement régulés par le droit européen pour ce qui concerne notamment le gaz et l'électricité. Le gouvernement et la législation belges doivent évidemment s'inscrire dans ce cadre européen.

Le fait d'avoir une concurrence accrue permet aux consommateurs d'avoir plus de choix par rapport à leur situation propre. Un manque de concurrence dû à un manque de fournisseurs ou de propositions d'offres peut vouloir dire un prix moyen plus haut pour les consommateurs. Je suppose que nous partageons l’objectif que les consommateurs aient accès à une énergie le meilleur marché possible. La situation bruxelloise, d'ailleurs, devrait nous interpeller à cet égard.

J'attire également l'attention sur le fait que les factures d'énergie recèlent très souvent des interventions étatiques: réseau, accises, TVA, distribution, transmission. Accuser la libéralisation pour ces prélèvements est assez curieux.

Concernant vos questions, en principe, une telle intervention générale sur les prix ne semble pas compatible avec le droit européen. Le droit européen n'autorise l'intervention sur les prix que dans des cas exceptionnels et uniquement si les conditions édictées par la directive sont strictement remplies.

L'article 11 de la directive 2019/944, tel que modifié par l'article 2, 4° de la directive 2024/1711, fournit actuellement un cadre dont il ressort que les États membres doivent prévoir que le cadre réglementaire national prévoit que tous les clients finaux peuvent demander un contrat de fourniture d'électricité à durée déterminée, à un prix fixe, d'une durée d'au moins un an, avec au moins un fournisseur, et chaque fournisseur ayant plus de 200 000 clients.

Cette disposition doit encore être transposée en droit belge, mais mes services sont occupés à sa préparation et visent à fournir la transposition requise dès que possible.

Enfin, monsieur D'Amico, vous avez lu l'accord de gouvernement avec grande attention. J'attire votre attention sur le fait que cet accord prévoit un sous-chapitre entier pour améliorer la transparence et faciliter la compréhension des consommateurs par rapport à leur contrat d'énergie. Ce sera évidemment une priorité au cours de cette législature.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, vous parliez de simplification et de transparence mais qu'en est-il de l'obligation d'un tarif standard? Pour comparer des tarifs, il faut comparer des pommes avec des pommes. Si nous avons une multitude de contrats, la comparaison sera très difficile. Tout cela démontre que la baisse des prix ne provient pas d'une multitude de contrats et de la concurrence. Ce dont nous avons besoin aujourd'hui, c'est d'un contrôle des prix en fonction du coût de production.

De korting op de transmissienettarieven voor industriële grootverbruikers
De competitiviteit van de energie-intensieve industrie
De transmissienettarieven voor grootverbruikers
De intentieverklaring die de federale regering ondertekende met ArcelorMittal
Kostenefficiëntie en concurrentievermogen van energie-intensieve grootverbruikers

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de vertraging en uitvoering van een koninklijk besluit (KB) voor kortingen op transmissienettarieven om de concurrentiepositie van energie-intensieve bedrijven (zoals ArcelorMittal) te behouden, met een belofte van 80% korting in 2025 voor drie categorieën grootverbruikers. Minister Bihet bevestigt dat het ontwerp-KB in eerste lezing naar de ministerraad gaat na afwachten van CREG-adviezen (15 mei/1 juni 2025), gevolgd door Raad van State-toetsing en informele EU-consultatie over mogelijke staatssteun, maar concrete timing en EU-goedkeuring blijven onzeker, waardoor bedrijven dit jaar mogelijk geen steun ontvangen. Critici wijzen op jarenlange vertraging (sinds 2023) en vrezen dat 2025 verloren gaat, terwijl de ArcelorMittal-deal (goedkope stroom via kerncentrales) nog onduidelijk is qua prijs, voorwaarden en EU-toestemming. De urgentie om het industrieel weefsel te redden botst met bureaucratische traagheid en afhankelijkheid van EU-staatssteunregels.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, het is niet voor de eerste keer dat we het hebben over de transmissienettarieven. Ik denk dat we daarover trouwens ook samen vragen hebben gesteld aan uw voorgangster.

Op 17 december 2024 antwoordde uw voorgangster dat ze een ontwerp van koninklijk besluit had opgesteld waarmee ze in lopende zaken evenwel niet verder kon omdat er in de voorlopige twaalfden geen begrotingslijn was voorzien. Het ontwerp bood de industriële grootverbruikers een oplossing, met name een korting op de transmissienettarieven, zodat hun elektriciteitsfactuur zou verlagen. Die verdubbeling van de tarieven zou afgezwakt worden en op die manier zou de concurrentiepositie van de bedrijven behouden blijven.

Er werd ons toen min of meer gezegd dat dat ontwerp van koninklijk besluit plug-and-play was, dat u het op uw bureau zou aantreffen en daarmee verder zou kunnen. Ik heb daarover een paar weken geleden een resolutie ter stemming voorgelegd, maar uw collega's van de meerderheid waren ervan overtuigd dat u dat extra duwtje in de rug niet nodig had en dat u zelf over voldoende power beschikte om dat door de regering te krijgen. Dat zullen we natuurlijk zien als de begroting wordt voorgesteld aan het Parlement.

Ik neem aan dat u dat ontwerp van koninklijk besluit op uw bureau hebt gevonden. Hoe evalueert u het? Hebt u het laten toetsen door de Raad van State of bent u van plan om dat te doen? Hebt u daarover al informeel overleg gepleegd met de Europese Commissie? U weet immers dat er staatssteunissues zouden kunnen zijn. Heel belangrijk voor de ondernemingen in dit land is te weten wanneer ze meer duidelijkheid mogen verwachten over de modaliteiten van dat koninklijk besluit. Kunt u garanderen dat die steun nog in 2025 zal worden uitgekeerd?

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik hoop dat u straks niet antwoordt dat ik het wel zal vaststellen in mei bij de bespreking van de begroting.

Ik heb een vraag over het ontwerp van KB van uw voorgangster met betrekking tot de competitiviteit van de energie-intensieve industrie in dit land, in uitvoering van artikel 12 quinquies van de elektriciteitswet. Hoe staat u tegenover dat ontwerp van KB en vooral ook tegenover de geschetste modaliteiten? U weet dat er in het hoofd van de minister al een aanvraagprocedure bestond, met een overgangsperiode in 2025 en een aanvraagmogelijkheid vanaf november voor de periode vanaf 1 januari, dus retroactief, en ook voor 2026.

Ik weet wel dat er een begrotingslijn moet zijn, maar ik denk dat u vandaag toch wel iets moet kunnen zeggen over de voorbereidende werkzaamheden van mevrouw Van der Straeten en de geschetste modaliteiten, over het advies van de Raad van State en de notificatie bij de Europese Commissie. Dat was immers ook een issue, zoals de heer Coenegrachts al heeft gezegd.

We hebben ook een hoorzitting gehad, maar daar hebben we niet heel veel bijgeleerd. De FOD Energie, de CREG en Febeliec hebben er allemaal hun versie gegeven over wat zij opportuun en niet opportuun vonden en de voor- en nadelen van elk systeem, maar ik wil graag een politiek antwoord. Ik wil weten wat deze regering daadwerkelijk gaat doen met die factuur voor de korting op de transmissienettarieven.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, tijdens het debat bij de installatie van de regering is duidelijk geworden dat de nodige middelen zijn voorzien – 165 miljoen euro op kruissnelheid – om een ingreep te doen op de hoog oplopende transmissienettarieven voor grootverbruikers. Er is echter ook urgentie om dat helemaal rond te krijgen. Bovendien is de vraag op welke manier de Europese Commissie daarover al dan niet nog een oordeel moet vellen in het kader van potentiële staatssteun.

Wat is de huidige stand van zaken van het dossier? Welke aanpak voorziet u in de komende maanden? Welke bedragen zijn er voorzien voor de jaren 2024, 2025, 2026 en 2027? Acht u het nodig om structurele wijzigingen aan te brengen aan het concept zoals dat in Frankrijk werd toegepast – want daarop zijn de cijfers gebaseerd – of denkt u dat die piste de meest betrouwbare zal blijken en dat u daarom best met die piste doorgaat?

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, en 2021, ArcelorMittal a annoncé des investissements dans des usines DRI et des fours électriques en Allemagne, en Espagne, en France et à Gand en Belgique.

À l'époque, l'Europe était le lieu privilégié d'ArcelorMittal pour les investissements dans l'acier vert. En septembre 2021, M. Mittal se rend personnellement à Gand pour signer une lettre d'intention avec les gouvernements fédéral et flamand pour un investissement dans une usine DRI de 2,5 millions de tonnes et deux fours électriques.

Face aux coûts énergétiques trop élevés, à la baisse de la demande en Europe et à la forte concurrence internationale, tous les investissements en Europe sont aujourd'hui mis à l’arrêt. La possibilité qu’ArcelorMittal n’investisse que dans un seul four électrique à Gand est aujourd’hui évoquée.

Le 22 mai 2024, l’ex-premier ministre Alexander De Croo et l’ex-ministre Tinne Van der Straeten signaient une déclaration d’intention avec ArcelorMittal pour la fourniture à long terme d’électricité à faible teneur en carbone au site de Gand d’ArcelorMittal Belgium.

À la suite de l’accord avec ENGIE sur la prolongation des deux centrales nucléaires Doel 4 et Tihange 3, dont les coûts de rénovation sont financés pour moitié par l’État, le gouvernement fédéral deviendra également propriétaire de 50 % de l’électricité produite. Le prix de cette électricité doit encore être estimé mais devrait avoisiner les 80 euros/MWh. À la suite de cet accord, le gouvernement est en mesure de conclure un contrat d’achat d’électricité à long terme avec des entreprises, comme celui promis à ArcelorMittal.

En ce qui concerne la déclaration d’intention signée avec ArcelorMittal Belgium, le PDG d’ArcelorMittal Europe, Geert Van Poelvoorde, a parlé, dans le Trends du 19 septembre 2024, d’un "prix de l’électricité qui les rend compétitifs par rapport au reste du monde".

Monsieur le ministre, quel prix de l’électricité a-t-il été garanti à ArcelorMittal? Grâce à quel mécanisme sera financée la réduction du prix de l'électricité qui doit rendre ArcelorMittal compétitif au niveau mondial? Le gouvernement confirme-t-il l'intention de conclure un PPA avec ArcelorMittal?

Le gouvernement précédent avait affirmé que la condition était qu'ArcelorMittal réalise des investissements. Mais de quels investissements s'agit-il? Ce contrat d'électricité à long terme est-il conditionné à l'investissement dans l'installation de DRI et de deux fours électriques, comme prévu dans l'accord de 2021?

Dans une interview du 8 mars à De Tijd , le PDG d'ArcelorMittal Europe ne semble parler que d'un four électrique comme condition au PPA. Qu'en est-il?

Mathieu Bihet:

Chers membres de la commission, le projet d’arrêté en question contient déjà plusieurs éléments solides qui contribuent à l’objectif de garantir la compétitivité de nos entreprises. Cela se fait bien sûr sans nuire aux autres utilisateurs du réseau et dans le respect des limites budgétaires, telles qu’elles sont définies dans l’accord de gouvernement, comme l’a rappelé M. Wollants tout à l’heure.

Le régime proposé permettrait une compensation partielle des tarifs de transmission pour l'électricité pour les industries à forte intensité énergétique, ce qui entraînerait une réduction des tarifs au niveau de nos pays voisins.

Cependant, le projet est encore susceptible d'amélioration, notamment en tenant mieux compte de la nécessité annuelle de réévaluation de la mesure, ce qui inclut l'étude annuelle et l'avis du régulateur sur la nécessité de ces mesures. De plus, le projet peut encore être amélioré par une prise en compte appropriée de l'avis de la CREG reçu fin janvier (avis 2972 du 30 janvier 2025), qui est actuellement analysé par les services compétents.

Wat de procedure betreft, zal ik het dossier in eerste lezing aan de ministerraad voorleggen. Daarna zal het ontwerpbesluit worden besproken met de gewesten en ter advies aan de Raad van State worden voorgelegd. Tevens is het mijn bedoeling om informele gesprekken met de Europese Commissie aan te knopen kort na de goedkeuring in eerste lezing door de ministerraad.

Comme évoqué tout à l'heure, il y a bien un aspect "aide d'État" qu'il faut pouvoir évaluer.

De toepassing in de tijd zal afhangen van de nieuwe studies in het nieuwe advies van de CREG die respectievelijk worden verwacht op 15 mei en 1 juni van dit jaar. Voor 2025 bevat het ontwerp kortingen van ongeveer 80 % voor drie categorieën.

Les trois catégories sont les profils anticycliques, avec un taux d'utilisation pendant les heures creuses d'au moins 55 % avec une consommation moyenne corrigée de plus de 10 gigawattheures par an; les profils stables, avec une durée d'utilisation d'au moins 7 000 heures et une consommation moyenne corrigée d'électricité de plus de 10 gigawattheures par an; et les profils grands consommateurs, avec un taux d'utilisation pendant les heures creuses entre 50 et 55 % et une consommation moyenne corrigée d'électricité de plus de 500 gigawattheures par an.

Pour les années suivantes, soit 2026 et 2027, je souhaite souligner qu'une prolongation supplémentaire des réductions dépendra des résultats de l'étude prescrite à l'article 22 bis de la loi sur l'électricité et donc de l'avis de la CREG, comme à chaque fois. C'est la même procédure.

Étant donné que ces évaluations n'ont pas encore eu lieu, la taille exacte des réductions ne peut pas encore être évaluée. Je tiendrai bien sûr compte des principes généraux et de l'éventuelle évaluation "aide d'État" de la Commission européenne, dont M. Coenegrachts parlait tout à l'heure, en veillant à garantir la proportionnalité des mesures.

Tot slot wil ik onderstrepen dat het verlagen van accijnzen eerder tot de bevoegdheden behoort van mijn geachte collega, de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, de heer Jambon.

Monsieur D'Amico, en ce qui concerne l’accord avec ArcelorMittal et BE-NUC, j’attire votre attention sur le fait que la revente d’électricité est justement l’un des objets évalués par la Commission. Vous répondre maintenant n’est pas possible car cela doit faire l'objet de l’analyse du système de revente de l’électricité produite par les assets dans BE-NUC. Tout ceci doit encore faire l’objet d’un examen approfondi.

Pour rappel, BE-NUC a les assets , BE-WATT vend l’électricité et c’est dans le cadre de cette entité BE-WATT que se posera la question de contrats préférentiels – appelons-les comme cela pour faire simple. Mais à ce stade, c’est surtout au niveau de l’analyse de la Commission européenne sur le volet des aides d'État que cela se matérialise.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, met betrekking tot de concrete timing blijf ik wat op mijn honger. U zegt dat u dat moet voorleggen in eerste lezing aan de ministerraad. Dat wisten we uiteraard toen we de vraag indienden. De vraag is alleen wanneer u het zult voorleggen. U zegt dat u nog wacht op een rapport dat er zal zijn tegen 15 mei en op een tweede rapport dat u tegen 1 juni verwacht. Dat betekent dat de eerste helft van dit jaar onhaalbaar is. Ook de vorige minister mikte op aanvragen in oktober en november, dus misschien haalt u die timing nog.

Dat is wel problematisch voor de bedrijven. Zij zitten vandaag in onzekerheid. Mochten ze de modaliteiten van uw KB kennen, zouden ze hun werking kunnen aanpassen om binnen die modaliteiten te opereren en gebruik te kunnen maken van die korting. Zolang ze de modaliteiten niet kennen, kunnen ze niet evalueren of ze hun werking kunnen aanpassen. Als ze die pas in november kennen, neem ik aan dat ze de werking niet meer kunnen aanpassen om het jaar nog goed te maken en binnen de toepassing te vallen.

Sommige bedrijven zeggen dat ze met wat aanpassingen wel binnen de criteria van die anticyclische werking vallen. Die bedrijven dreigen dit jaar toch een verdubbeling te moeten betalen, net omdat de modaliteiten voor dit jaar nog niet duidelijk zijn. Dat zou jammer zijn.

Ik vraag mij dus af of het niet allemaal wat sneller kan, aangezien ons toch werd gezegd dat in de voorbereiding heel serieus en degelijk werd gewerkt, al hebben we dat nog niet gezien.

Het werd hier al een paar keren gezegd: men kan blijven speculeren over de vraag of Europa dit zal goedkeuren en of hierop staatssteunregels van toepassing zullen zijn. The proof of the pudding is in the eating . Men zal op een bepaald moment het dominoblokje moeten omgooien en kijken wat Europa daarover zegt, en dan eventueel aanpassingen doorvoeren.

Samenvattend pleit ik dus voor iets meer bekwame spoed.

Voorzitter:

O ptimism is a moral duty volgens collega Coenegrachts. Zo heb ik hem althans begrepen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer Coenegrachts, ik deel uw analyse. Er werd echter tijd verloren bij de regeringsvorming. Dat is heel duidelijk. Minister Bihet moet nu verwijzen naar de jaarlijkse studie in mei om een zicht te krijgen op de volgende jaren en de noodzaak voor volgend jaar. Ik hoop ook dat dat koninklijk besluit zo snel mogelijk in eerste lezing zal worden voorgelegd aan de ministerraad. Ik vrees echter ook dat 2025 'verloren' is, zoals u eveneens expliciet gezegd hebt. Ik moet mij daarbij aansluiten.

Politiek steunen we natuurlijk elk initiatief in de richting die we moeten uitgaan, maar het is jammer dat het allemaal iets te lang duurt.

Bert Wollants:

Ik sluit mij daar gedeeltelijk bij aan, maar we weten al sinds 2023 dat die tarieven met 80 % omhooggingen. Niemand heeft gevraagd aan de toenmalige regering om te wachten tot de verkiezingscampagne om een wetsvoorstel of een amendement op een andere wet aan te nemen. Men had dat al veel vroeger kunnen doen en dan waren we vandaag helemaal uit de problemen geweest. Men heeft dat echter niet gedaan.

We kunnen echter het verleden niet herschrijven en het is deze regering die het dossier zal vastpakken. Ik zal het antwoord van de minister nog een paar keer herlezen om de finesses er allemaal uit te halen, maar ik denk wel dat er een zekere spoed is vereist om ervoor te zorgen dat we ons industrieel weefsel kunnen beschermen. Ik ben ervan overtuigd dat ook de minister meent dat we daartoe actie moeten ondernemen.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, j'ai écouté attentivement vos réponses aux questions mais je suis quelque peu surpris. Tout d'abord, j'ai lu dans la presse que le PDG d'ArcelorMittal a annoncé qu'il allait avoir un prix très compétitif. Je suis étonné que vous ne soyez pas au courant. En outre, vous n'avez pas répondu à ma question de savoir s'il y avait des garanties. ArcelorMittal négocie un prix et, en contrepartie, il doit y avoir la garantie qu'il investisse dans deux fours et dans un DRI ( Direct Reduced Iron ). Je suis inquiet car je ne voudrais pas que le gouvernement assiste à une désindustrialisation. Nous l'avons vécu avec Audi et Van Hool. C'est dangereux pour l'avenir du site de Gand. Je vous remercie pour vos réponses.

Kernenergie
Het Belgische lidmaatschap van de EU Nuclear Alliance
De toetreding van België als volwaardig lid van de Europese Nucleaire Alliantie
De Europese Nucleaire Alliantie
België en kernenergie binnen de Europese Nucleaire Alliantie

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België is sinds 18 februari volwaardig lid van de Europese Nucleaire Alliantie (voorheen waarnemer), om als stuwende kracht in EU-kernenergiebeleid op te treden en Belgische expertise—zoals SMR’s en SCK CEN—te promoten, in lijn met het regeerakkoord dat kernenergie ziet als sleutel voor stabiele, betaalbare energie en decabonisering van de industrie. De alliantie streeft naar een Europees financieringskader voor nucleaire projecten (inclusief private investeringen) en een consortium voor nucleaire vaardigheden, maar heeft zich nog niet concreet gepositioneerd ten opzichte van de Clean Industrial Deal of de 40%-doelstelling voor nettonultechnologieën tegen 2030—wat kritiek uitlokt dat de alliantie nu vooral een praatplatform is en meetbare impact moet generen. Minister Bihet benadrukt dat België via het lidmaatschap meer gewicht kan uitoefenen op EU-beleid (bv. financiering, innovatie, circulaire economie), maar concrete nationale steun (naast internationale fondsen) en prioritaire projecten blijven nog onduidelijk, ondanks de ambitie om kernenergie centraal te stellen in de energietransitie en strategische autonomie. Leden eisen actievere lobby om kernenergie uit de "achterkamers" te halen en gelijkwaardig aan hernieuwbare energie te behandelen in EU-plannen, met nadruk op SMR-ontwikkeling, financieringsmechanismen en samenwerking met private partijen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik heb in de pers vastgesteld dat België sinds 18 februari blijkbaar volwaardig lid is van de Nucleaire Alliantie, die ontstaan is in het voorjaar van 2023. België had onder voormalig minister Van der Straeten het statuut van waarnemer. Het is goed dat we nu volwaardig lid zijn.

In maart 2024 pakte de Nucleaire Alliantie uit met een verklaring waarin ze de goede samenwerking in de alliantie naar voren bracht en ook gewag maakte van de erkenning van de rol van nucleaire energie door de Europese Commissie, die ook haar bijval betuigde aan de European Industrial Alliance on Small Modular Reactors. In de verklaring wordt gesteld dat er gekeken moet worden naar het ontwikkelen van een allesomvattend en faciliterend Europees raamwerk voor nucleaire ontwikkeling – dat klinkt heerlijk – waarbij essentiële beleidsdimensies, waaronder financiering, worden onderzocht. Ze roept de Europese Commissie op om zich verder in te zetten voor het ontwerpen van zo'n faciliterend kader. Ik zou graag hebben, mijnheer de minister, dat er in België ook zo'n faciliterend kader komt; we kunnen daar volgende week over spreken.

Kunt u ons wat meer concrete toelichting geven bij de Belgische toetreding tot de alliantie als volwaardig lid en ook verslag uitbrengen over de bijeenkomst van 18 februari?

Ik ben ook geïnteresseerd in de positionering van de alliantie met betrekking tot de Clean Industrial Deal van de Europese Commissie, die een week later werd voorgesteld.

Hoe ziet u de rol van nucleaire technologie bij de uitvoering van de Europese verordening voor een nettonulindustrie als onderdeel van het Green Deal Industrial Plan, dus het bereiken van 40 % eigen productiecapaciteit voor nettonultechnologieën tegen 2030? In mijn optiek en die van mijn partij moet het nucleaire daar eigenlijk een hoofdrol in spelen. Ik wil ook wel meegaan in de nettonulodoelstellingen, maar zonder het nucleaire zal dat niet lukken. Daar ben ik van overtuigd.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de voorzitter, ik merkte dat u even moest kijken waar ik juist zit. Ik ben blij dat ik als nieuw lid deel kan uitmaken van de commissie voor Energie.

Mijnheer de minister, net als collega Ravyts heb ik gelezen dat op 18 februari werd bekendgemaakt dat België volwaardig lid is geworden van de Europese Nucleaire Alliantie, een samenwerkingsverband van pro-nucleaire EU-lidstaten dat sinds februari 2023 bestaat. Tot voor kort had ons land inderdaad enkel een waarnemersstatuut in die alliantie. Over dat volwaardig lidmaatschap verklaarde u in de pers dat België decennia van twijfel achter zich laat en een stuwende kracht wil zijn voor de ontwikkeling van kernenergie in Europa.

In dat kader heb ik heel wat concrete vragen. Aangezien dit mijn eerste vraag is in deze commissie, heb ik nog wat in te halen.

Mijnheer de minister, welke specifieke juridische en strategische verplichtingen vloeien voort uit dat lidmaatschap? Welke impact denkt u dat dit zal hebben op de Belgische energiepolitiek, met name in het kader van de lopende energietransitie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen? Zijn er al concrete plannen om Belgische expertise of middelen in te zetten voor gezamenlijke nucleaire projecten binnen de EU? Op welke manier zal het lidmaatschap bijdragen aan het verkrijgen van publieke en private financiering voor de ontwikkeling van nieuwe nucleaire infrastructuur, zoals grote reactoren en SMR's, in overeenstemming met de doelstellingen van de alliantie?

U hebt ook gewezen op de noodzaak van een Europees kader voor financiering, inclusief private investeringen. Welke concrete maatregelen worden voorzien om private actoren te betrekken bij Belgische nucleaire projecten? Hoe zal de federale regering dat aspect integreren binnen het breder energiebeleid?

Hoe ziet u de Belgische bijdrage aan de oprichting van of deelname aan een Europees consortium voor nucleaire vaardigheden, zoals voorgesteld in de leidersverklaring van de alliantie in maart 2024, om een diverse en hoogopgeleide beroepsbevolking te verzekeren? Ook dat is namelijk een belangrijk aspect.

Welke zijn de concrete prioriteiten die de regering voor België heeft vastgelegd binnen de nucleaire alliantie? Op welke specifieke kernenergieprojecten of initiatieven zal ons land binnen die samenwerking de nadruk leggen?

Voorzitter:

Mevrouw Van Keymolen, een proficiat is op zijn plaats. U bent zeer welgekomen in deze commissie.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, in de vorige legislatuur kwamen de werkzaamheden van de zogenaamde Europese Nucleaire Alliantie op gang door het initiatief van Frankrijk. België was onder impuls van de vorige minister van Energie inderdaad slechts waarnemer en nam geen positie in inzake de thema's die daar werden behandeld.

Ook na verschillende vragen daarover wenste de vorige minister zich niet uit te spreken over de thema's die werden behandeld, noch over het standpunt dat België op dat vlak inneemt. De vorige minister noemde de bijeenkomsten op een bepaald moment zelfs een ontbijtformule waar weinig belangwekkends aan te verbinden was, maar misschien voelde zij zich gewoon meer verbonden met het menu dan met de agenda.

Het regeerakkoord ziet wel een grote rol voor de alliantie en dat leidt uiteraard tot een aantal vragen, mijnheer de minister.

Ten eerste, hoe ziet u de internationale nucleaire samenwerking en de rol die België daarin kan opnemen?

Ten tweede, welke stappen zijn er gezet in dat verband? Wat plant u op dat vlak in de nabije toekomst?

Ten derde, welke thema's en beleidsvragen komen aan bod in de komende weken en maanden? Hebt u al overleg gepleegd met andere partners in dit samenwerkingsverband?

Mathieu Bihet:

Beste collega's, in overeenstemming met de belangrijke rol die het federale regeerakkoord voorziet voor nucleaire energie om onze bevolking en industrie een stabiele toegang te garanderen tot elektriciteit en competitieve prijzen, nam ik op 18 februari als volwaardig lid deel aan de bijeenkomst van de Nucleaire Alliantie.

De Nucleaire Alliantie is een informele alliantie tussen EU-lidstaten die hun gezamenlijke positie inzake nucleaire energie afstemmen in het licht van het EU-energiebeleid. Door volwaardig lid te zijn geworden, kan België in de voorbereidende fase wegen op de positiedocumenten van de Nucleaire Alliantie. Het stelt België aldus in staat via alliantievorming een groter gewicht uit te oefenen op de EU-plannen inzake nucleaire energie. Dat is precies wat het federale regeerakkoord beoogt.

Pour ce qui concerne l'expertise belge dans le domaine nucléaire au sujet de laquelle Mme Meunier – qui ne nous a pas encore rejoints – avait posé une question, je peux vous assurer que nos recherches et nos innovations dans le domaine nucléaire bénéficient d'une renommée mondiale. Le gouvernement a l'ambition de promouvoir notre expertise nucléaire et donc d'accroître le développement de solutions qui permettent à cette filière d'innover et d'inscrire la Belgique dans l'économie circulaire, d'une part, et l'autonomie stratégique verte, d'autre part. C'est dans ce cadre que les montants prévus au budget seront alloués. Mais nous participons à cette nouvelle Alliance et nous parlons de nos différents atouts en matière de nucléaire à l'occasion de ces réunions.

Mijnheer Ravyts, met betrekking tot uw vraag kan ik aangeven dat de Nucleaire Alliantie zich tot op heden niet gepositioneerd heeft inzake de Deal en dat dit wel degelijk de intentie is.

Mijnheer Wollants, in antwoord op uw vraag kan ik aangegeven dat ik aan de collega's kort de politieke prioriteiten, zoals besproken in het regeerakkoord, heb toegelicht. De verdere focus van de vergadering lag in de eerste plaats op het actieplan met betrekking tot betaalbare energie. Het supporting ecosystem omvat ook de nucleaire vaardigheden, wat me bij uw vraag brengt, mevrouw Van Keymolen.

Mevrouw Van Keymolen, proficiat en welkom. C'est la meilleure commission du Parlement et je le dis évidemment en toute neutralité.

Dat brengt me dus bij uw vraag over een eventuele bijdrage van België aan de oprichting van of deelname aan het Europees consortium voor nucleaire vaardigheden. Zoals u weet, legt het federale regeerakkoord sterk de nadruk op onze nucleaire expertise. We onderzoeken momenteel alle opties.

Le premier Conseil européen formel des ministres de l'Énergie aura lieu lundi. Ce sera l'occasion de poursuivre une série de contacts qui ont été pris à l'occasion de cette première réunion de l'Alliance européenne du nucléaire, à laquelle j'ai participé.

Kurt Ravyts:

Het is een goede zaak dat we lid zijn van die Nucleaire Alliantie, maar die alliantie moet meer zijn dan een praatbarak. Ze moet echt wegen op de Europese Commissie en ook op de manier waarop de industrie moet decarboniseren en de 40 % eigen productiecapaciteit voor nettonultechnologieën moet bereiken.

Mijn fractie vindt dat kernenergie daarin een belangrijk aandeel moet vormen. Wij willen dus dat er Europese steun komt voor investeringen, maar ook nationale steun. We zullen in mei en bij de bespreking van de beleidsnota voor de volgende jaren kunnen vaststellen in hoeverre deze regering het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) en de actieradius rond de SMR's van het SCK CEN ook financieel wil steunen en niet verklaart dat alle middelen alleen van internationale steun moeten komen. Ik vind dat er ook meer nationale steun moet zijn.

Phaedra Van Keymolen:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.

Een volwaardig lidmaatschap is inderdaad positief. Een internationale aanpak op dit vlak is heel belangrijk. Een goede energiemix – de combinatie van hernieuwbare energie en kernenergie – garandeert de energieonafhankelijkheid van ons land, wat een heel belangrijk aspect is.

Bert Wollants:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. De Nucleaire Alliantie moet systematisch een grotere impact hebben binnen de EU, want het is nog altijd zo dat de Green Deal wel wordt besproken op Europees niveau, maar kernenergie lijkt te worden verbannen naar de achterkamers. Diegenen die geloven dat kernenergie een groot deel van de oplossing is, moeten hun gewicht gebruiken, met technische knowhow en dergelijke, om dat thema meer en meer op de agenda te zetten. Uiteraard hoop ik dat de Nucleaire Alliantie in de toekomst zelfs niet meer nodig is, omdat kernenergie in de beleidslijnen van de Europese Commissie op een volwaardige manier terecht zal komen. We zullen die stappen heel nauwgezet opvolgen, want het is absoluut noodzakelijk dat we vooruitgang boeken. We hebben veel te lang enkel naar hernieuwbare energie gekeken. Zoals het regeerakkoord duidelijk maakt, is het evenwel een en-enverhaal. Zonder en-enverhaal lijkt net-zero industry niet binnen handbereik.

De kritiek van energie-experten op het regeerakkoord

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Bihet verdedigt het regeerakkoord tegen kritiek op onvoldoende korte-termijnoplossingen voor elektriciteitstekort, wijzend op offshore winduitbreiding (met focus op repowering en zones buiten territoriale wateren), capaciteitsremuneratiemechanisme (CRM), en opslag- en vraagsturing om flexibiliteit en aansluitcapaciteit te garanderen, met afstemming via een interfederaal pact en versterking van het net (o.a. Boucle du Hainaut, Ventilus). Coenegrachts betwist de haalbaarheid, vooral rond vertraagde offshore-plannen (Prinses Elisabethzone-fase 3) en vraagt om concrete actie om een Nederlands scenario (tekort aan netcapaciteit en stagnerende transitie) te vermijden.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een eminent energie-expert, namelijk de heer Belmans, uitte de voorbije weken in de pers kritiek op het regeerakkoord. Hij zei dat er weinig of geen maatregelen instaan die op korte termijn extra elektriciteitscapaciteit zullen opleveren, terwijl net dat iets is dat we in de komende jaren nodig hebben. De levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 betekent natuurlijk geen extra capaciteit.

Mijnheer de minister, u kent mijn goed karakter en dus vraag ik u om even te reageren op de kritiek van experts. Hoe reageert u op die kritiek?

Hoe denkt u met de plannen die in het regeerakkoord staan, wel degelijk tegemoet te komen aan de dringende nood aan extra elektrificatie en aan de toenemende vraag naar stroom door industrie en door gezinnen?

Wat zijn uw zeer concrete plannen om te voorkomen dat België, net zoals Nederland, te kampen krijgt met een gebrek aan aansluitcapaciteit en met een haperende energietransitie die daaraan vasthangt?

Mathieu Bihet:

Ik ben ervan overtuigd dat ons regeerakkoord België in staat zal stellen om de uitdagingen van de energietransitie aan te gaan. Het regeerakkoord stelt een aantal maatregelen voor om de aanwezigheid en ontplooiing van de elektriciteitscapaciteit te garanderen die nodig is om de toenemende elektrificatie van de Belgische samenleving te ondersteunen en om de vermindering van ons verbruik en de flexibiliteit ervan te ondersteunen. Er zijn ook maatregelen gepland om voldoende aansluitingscapaciteit te garanderen.

Gezien de bevoegdheidsverdeling, zal dit beleid optimaal worden afgestemd met de gewesten. Er zal een interfederaal pact worden opgesteld in het licht van de interfederale langetermijnvisie die zal worden vastgelegd.

Meer specifiek zal ik een ambitieus beleid voeren om offshore windenergie te ontwikkelen, met focusgebieden buiten de territoriale zone en om repowering van bestaande gebieden mogelijk te maken. Het CRM is een uiterst belangrijk instrument voor het garanderen van de voorzieningszekerheid.

Daarnaast wil ik ook inzetten op de optimalisatie van opslag- en vraagbeheer voor grote infrastructuren. In samenwerking met de gewesten zal daarvoor een robuust en stabiel regeringskader ter ondersteuning van de flexibiliteit worden ontwikkeld. De uitwisselingen met de regio's moeten er ook op gericht zijn om ons intern netwerk te versterken en nuttige projecten, zoals Boucle du Hainaut en Ventilus, te ondersteunen.

Ik blijf pleiten voor een Europees beleid dat een hefboomeffect bevordert op het gebied van financiering of overheidssteun voor vervoersnetwerken en nuttige interconnecties. Onze regering is zich bewust van de strategische aard van onze infrastructuur en de energietransitie.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik neem aan dat we het daarover volgende week nog uitgebreid zullen hebben bij de bespreking van de beleidsverklaring. U spreekt over de ambities op het vlak van offshore wind. Ik vind dat heel nobel, maar ik meende in het regeerakkoord te hebben gelezen dat men daar in de derde fase van de Prinses Elisabethzone op de rem stond. Ik ben dus wat in de war door wat u zegt, maar ik ben ervan overtuigd dat we daarover volgende week ongelooflijk interessante debatten zullen hebben.

De grensoverschrijdende energienetwerken

Gesteld door

VB Kurt Ravyts

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en andere EU-landen kampen met stijgende kosten voor grensoverschrijdende HVDC-energienetwerken, wat druk zet op nettarieven en de uitrol van offshore-projecten bedreigt. Minister Bihet bevestigt dat de EU het probleem onderzoekt—met focus op marktmisbruik, verouderde kosten-batenanalyses en mogelijke gezamenlijke acties—maar concrete oplossingen of extra CEF-financiering ontbreken nog. Ravyts dringt aan op urgentie en belooft het dossier later opnieuw aan te kaarten, gezien het belang voor netinvesteringen en Europese energiedoelstellingen. De kwestie blijft dus open, met afwachting van verdere EU-stappen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, op 25 november 2024 schreven toenmalig premier De Croo en toenmalig minister van Energie Tine Van der Straeten de Europese Commissie aan in verband met de problematiek van de kostenstijgingen, the soaring costs of electricity grid components , voor grensoverschrijdende energienetwerken in Europa. Men vroeg de Europese Commissie onderzoek te doen naar the root causes achter de problematiek, maar ook om maatregelen voor te stellen om de veroorzaakte druk op de nettarieven desgevallend te verminderen.

De toenmalige Belgische minister voor Energie zou op 30 januari 2025 een gesprek hebben gehad met de bevoegde Europees Commissaris en de vraag hebben herhaald dat de Europese Commissie de nodige initiatieven voor de marktwerking rond HVDC-technologie in Europa zou onderzoeken. Het dossier was ook aan de orde in de marge van de Energieraad van eind januari 2025.

U hebt aangekondigd binnenkort uw eerste Energieraad te zullen bijwonen. Ik veronderstel dat u daar met de heer Jorgensen over deze zaak kunt spreken.

Hoe bekijkt u de problematiek? Vindt u ook dat de Connecting Europe Facility, die instaat voor Europese middelen voor interconnectiedossiers, wordt ondergefinancierd? Zou extra financiering soelaas kunnen bieden? Hebt u kennis van initiatieven of concrete toezeggingen van de Europese Commissie in de voorbije weken en maanden?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Ravyts, de problematiek aangaande de grensoverschrijdende energienetwerken treft niet enkel België, maar ook andere Europese landen. Het onderwerp staat hoog op de agenda, gelet op de hoge ambities bij de lidstaten met betrekking tot de offshore netontwikkelingsplannen. Op Europees vlak zal dat worden bekeken in samenwerking met de verschillende netbeheerders, de sector en de verschillende overheden.

De bestaande kosten-batenanalyses werden nog onder andere omstandigheden uitgevoerd. Bijsturingen van de plannen zullen nodig zijn, maar ook misbruiken veroorzaakt door een oververhitte markt dienen aangepakt te worden. We houden de vinger aan de pols en zullen waar nodig gezamenlijke acties ondernemen met andere landen.

Kurt Ravyts:

Mijn vraag komt dus iets te vroeg, zo blijkt uit uw beperkte antwoord. Ik zal daar in de loop van de volgende maanden zeker op terugkomen, want dit is uiteraard bijzonder belangrijk met betrekking tot de problematiek van de netinvesteringskosten. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.12 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 12.

De impact van de nettarieven op de energiefactuur
De verhoging van de energietarieven
Energiekosten, net- en energietarieven impact op factuur

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de exploderende energieprijzen (stroom +33% nettarieven in 2025) en hun impact op burgers en industrie, veroorzaakt door nettarieven, netinvesteringen (Ventilus, +miljarden), en speculatie (ENGIE-boekwinst: €4 mjd). Oppositie (Vlaams Belang, PTB) eist lagere accijnzen en prijscontrole, maar minister Bihet (MR) wijst op beperkte federale bevoegdheden (CREG) en belooft enkel toekomstige kostendaling via kernenergie/hernieuwbaar—geen concrete maatregelen. Kritiek: regering volgt EU-klimaatbeleid blind, terwijl energie onbetaalbaar wordt voor gezinnen en bedrijven.

Kurt Ravyts:

Zowel de stroom- als de gasfactuur is deze maand naar het hoogste niveau in meer dan een jaar tijd gestegen. De energieprijzen zitten trouwens al vier maanden in de lift. Daar zijn meerdere redenen voor, maar voor elektriciteit zijn het toch vooral de sterk gestegen nettarieven die de factuur de hoogte injagen. Een doorsneegezin betaalt in 2025 al gemiddeld 483 euro om stroom tot in de woning te krijgen, wat 120 euro, of een derde meer dan vorig jaar is.

Ondertussen is ook al enige tijd duidelijk dat de Europese en dus ook Belgische industrie naar het leven wordt gestaan door de dubbele schok van de energietransitie met haar hoge energieprijzen en de geopolitieke realiteit. Ook na de presentatie van de Clean Industrial Deal blijft de industrie met vragen zitten. Moet ik het voorbeeld van ArcelorMittal geven? De eerste minister heeft dat alvast niet gegeven.

Gisteren stelde netbeheerder Elia een stand van zaken rond het netversterkingsplan Ventilus voor. De kostprijs bedroeg drie jaar geleden 1,6 miljard euro voor Ventilus en Boucle du Hainaut samen. Bij Elia geeft men echter aan dat die cijfers intussen allang achterhaald zijn en dat het kostenplaatje, ook al gaat het om wisselstroom, veel groter zal zijn. Voeg daar nog eens de kostprijs van het compensatiebeleid en een energie-eiland light met een gewijzigd concept aan toe. Elia zal die kosten doorrekenen in de transmissienettarieven en dus in de eindfactuur.

Hoe zal deze regering de grote impact van de investeringen in het transmissienet op de federale nettarieven en dus de eindfactuur kunnen voorkomen? Minister Bihet, is men bereid – dat is de kernvraag – om ook een gedeelte naar de algemene middelen af te leiden?

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, les prix de l'énergie augmentent. Ils n'ont jamais été aussi élevés depuis plus d'un an. Les gens dépensent de plus en plus pour leur électricité et leur gaz et doivent donc couper dans d'autres dépenses. Savez-vous ce que cela veut dire, monsieur le ministre? Eh bien, les Belges vont sabrer d'abord dans leurs soins de santé. Ils vont moins consommer et ils vont se priver. Et, résultat des courses, c'est l'économie tout entière qui est ralentie.

Pendant la campagne, j'ai entendu le MR dire qu'il était opposé aux taxes. Et donc, naturellement, je pensais que vous alliez diminuer les taxes sur la facture d'énergie. Mais non, rien n'est prévu dans votre accord de gouvernement. Votre parti avait décidé d'augmenter les accises sur la facture d'énergie avec la Vivaldi. Et, aujourd'hui, avec l'Arizona, vous ne revenez pas sur cette décision. Aujourd'hui, on paie plus de taxes sur notre facture d'énergie qu'il y a cinq ans.

Vous dites que vous êtes contre les taxes. Mais vous vous servez de la facture d'énergie comme deuxième feuille d'impôt. Vous n'avez tiré aucune leçon de la crise. Il y a une instabilité des prix parce qu'il n'y a pas de contrôle public. On n'a pas attaqué les vraies causes de la crise énergétique. Les vraies causes, ce sont le marché et la spéculation qui font exploser nos factures. C'est à cause de cela que les prix de l'énergie changent tout le temps et qu'ils sont en hausse aujourd'hui.

Il n'y a d'ailleurs pas que nos factures qui augmentent. Il y a aussi les bénéfices d'ENGIE. Plus de quatre milliards l'année passée! Quatre milliards, ce n'est pas rien! Et donc, comme je vous le disais, monsieur le ministre, il faut un contrôle public de l'énergie et des prix.

Monsieur le ministre, je vais vous poser deux questions précises. Comptez-vous diminuer les accises sur la facture d'énergie? Je vous demande de répondre simplement par oui ou non. Contrôlerez-vous et bloquerez-vous les prix de l'énergie pour éviter de nouvelles augmentations?

Mathieu Bihet:

Ik dank de twee parlementsleden voor hun vraag. Het gaat om een onderwerp dat onze volle aandacht verdient. De kwestie van de energieprijzen is voor ons een topprioriteit, omdat die een directe impact op de koopkracht van de gezinnen hebben, maar ook op de competitiviteit van onze bedrijven.

L'accord de gouvernement traduit cette volonté de placer la facture d'énergie au cœur de la politique énergétique, avec un mix énergétique composé de trois piliers, comme vous m'avez entendu le dire régulièrement: la sécurité d'approvisionnement, la durabilité – donc, une énergie bas carbone – et le coût abordable de la facture. Un sous-chapitre est, du reste, consacré à ce dernier point, car l'accord de gouvernement vise une énergie moins chère, décarbonée et accessible.

Ik herinner de parlementsleden eraan dat de nettarieven een onderdeel van de eindfactuur van de consumenten zijn en dat de tarieven bovendien een exclusieve bevoegdheid van de federale regulator zijn. Om de kosten van de eindfactuur te beheersen, moeten we de totale kosten van het energiesysteem beheersen.

Pour ce faire, nous devons pouvoir mener une transition énergétique qui évolue rapidement vers la neutralité carbone, tout en étant la moins chère possible. Il n'y a pas de miracle: un système énergétique peu efficace a pour conséquence une facture élevée pour le consommateur. Du point de vue des compétences fédérales, cela veut principalement dire que les outils de production et les infrastructures de transport doivent répondre à cet impératif. C'est la responsabilité du nouveau gouvernement, qui met en œuvre un mix énergétique marchant sur deux jambes – le nucléaire et le renouvelable –, mais qui reprend également la main sur les réseaux d'énergie.

Concernant le réseau, nous sommes conscients de la nécessité des investissements afin de pouvoir électrifier une partie de nos usages. La hausse des tarifs du transport de l'électricité depuis cette année, qui relève de la compétence de la CREG, traduit cette réalité. Pour autant, je pense qu'il faut, au plus vite, prendre des mesures pour limiter les impacts négatifs sur les ménages, mais aussi sur les entreprises. Les investissements dans le réseau ne doivent se faire qu'en gardant à l'esprit l'objectif d'une baisse à terme de la facture énergétique du consommateur.

Met de realiteit van de energiefactuur voor burgers en bedrijven in het achterhoofd moeten we eind maart een beslissing nemen over het energie-eiland. Zoals ik al zei, wordt in het regeerakkoord een groot deel gewijd aan de betaalbaarheid van energie.

Een ander, voor mij belangrijk, dossier is de competitiviteit van bedrijven. Daarom analyseer ik ook de bestaande voorstellen rond de energienorm en zal ik snel maatregelen nemen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, we weten allemaal dat de tariefbevoegdheid bij de CREG ligt, maar u mag zich daar niet achter verschuilen. We weten ook allemaal bij wie de groene factuur uiteindelijk zal belanden. Zelfs wanneer Europa mee investeert in grensoverschrijdende energienetwerken, zullen het de burgers en bedrijven zijn die de energietransitie moeten ophoesten.

Het ecorealisme van de N-VA is, nu ze de leiding neemt over de regering, verdwenen als sneeuw voor de zon. De premier heeft voor de verkiezingen van mei 2019 – een hele tijd geleden – gezegd dat de energietransitie hoe dan ook met een grote factuur komt en dat energie nooit meer goedkoop zal zijn. We zouden ons daar allemaal bij moeten neerleggen.

Wel, wij van het Vlaams Belang leggen ons daar niet bij neer. We weten dat we alvast niet op de steun van de huidige regering moeten rekenen, want ook die sluit zich naadloos aan bij het Europese klimaat- en energiebeleid.

Roberto D'Amico:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Cependant, je n'ai pas obtenu de réponse aux deux questions précises que j'ai posées. Allez-vous baisser les accises sur les factures de tous les Belges? Je n'ai pas entendu votre réponse. Allez-vous contrôler les prix de l'énergie? Je n'ai toujours pas entendu la réponse. J'en conclus qu'avec le MR les factures seront beaucoup plus chères.

Mais je vous ai quand même entendu parler du mix énergétique nucléaire. Et que voit-on aujourd'hui dans la presse? On voit qu'ENGIE a fait 1,5 milliard d'euros de bénéfices en 2024, rien que sur le nucléaire. J'avais photocopié l'article. (M. D'Amico montre le document)

Pourquoi les prix de l'énergie sont-ils donc aussi élevés? C'est simplement pour alimenter les actionnaires d'ENGIE.

Voorzitter:

Ik dank alle ministers en de collega's die vragen hebben gesteld tijdens dit vragenuurtje.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 26 februari 2025 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 26 février 2025, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

Zijn er dienaangaande opmerkingen?

Y a-t-il une observation à ce sujet?

Ik heb in elk geval een opmerking mogen ontvangen van de PS.

Motie tot agendawijziging

Motion de modification de l'ordre du jour

Een motie werd ingediend door de heer Pierre-Yves Dermagne en luidt als volgt:

"De Kamer van volksvertegenwoordigers, overeenkomstig artikel 17, § 3, van het Reglement, voegt aan de lijst van inoverwegingnemingen van de plenaire vergadering van vandaag het voorstel van resolutie toe betreffende een evaluatie van het regeerakkoord door het Federaal Planbureau, waarvan de goedkeuring tot drukken werd ontvangen na af oop van de vergadering van de Conferentie van voorzitters van woensdag 26 februari 2026, zodat dat voorstel kan worden gepresenteerd en besproken op de eerstvolgende vergadering van de commissie voor Financiën en Begroting, die zal plaatsvinden op 12 maart 2025."

Une motion a été déposée par M. Pierre-Yves Dermagne et est libellée comme suit:

"La Chambre des représentants, conformément à l’article 17, § 3, du Règlement, ajoute à la liste des prises en considération de ce jour la proposition de résolution visant une évaluation de l’accord de gouvernement par le Bureau fédéral du Plan dont le bon à tirer est arrivé après la réunion de la conférence des Présidents du mercredi 26 février 2025 afin qu’elle puisse être présentée et examinée par la prochaine commission des Finances et du Budget qui se tiendra le 12 mars 2025."

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

Ik consulteer daartoe even de fractievoorzitters.

Ten minste 50 leden steunen de ontvankelijkheid van de motie.

Au moins 50 membres appuient la recevabilité de la motion.

Jan Bertels:

Mijnheer de voorzitter, aan welke motie hebt u onze steun toevertrouwd?

Voorzitter:

Ik heb het over de motie die vraagt om de agenda aan te passen om een wetsvoorstel aan de lijst met inoverwegingnemingen toe te voegen.

Over de andere motie zullen we het straks hebben. Hier gaat het over een extra inoverwegingneming.

Barbara Pas:

Ik heb nog een praktisch-technische vraag, mijnheer de voorzitter. Wij hebben die vraag ooit ook eens gesteld en toen bleek het onmogelijk om iets toe te voegen aan de lijst met inoverwegingnemingen omdat er nog geen officieel stuknummer was in de Kamer. Heeft dit voorstel een officieel stuknummer?

Voorzitter:

Ja, ik heb het niet bij me, maar ik zal het u mededelen. Dat is namelijk de reden waarom het gisteren niet op de agenda is gezet.

Barbara Pas:

Vandaar mijn vraag.

Voorzitter:

Het stuknummer is 761. Dat is dus de reden waarom het gisteren niet op de agenda werd gezet. Ondertussen is dat wel in orde.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, onze fractie zal die vraag uiteraard steunen. Wij hebben een aantal weken geleden die vraag immers ook al gesteld. We deden dat eerst politiek, met name via de vraag dat het Planbureau het regeerakkoord en het rekenwerk beter ook eens grondig zou doornemen. Mijn collega, Dieter Vanbesien, heeft dat vorige week nog eens herhaald. De premier was echter zeer terughoudend, want hij heeft heel veel schrik. In de commissie voor Financiën en Begroting deze week heb ik gezien dat de collega's van het Vlaams Belang eveneens vonden dat dat een goed idee was. De PS volgt nu ook. Er groeit dus wel een draagvlak om te vragen aan het Planbureau om niet alleen de programma's, maar ook het regeerakkoord door te rekenen. Ze hebben immers die formules.

Ik ben dus verheugd dat het initiatief dat wij genomen hebben veel bijklank krijgt en ben ervan overtuigd dat het een grote meerderheid zal kunnen bekoren.

Voorzitter:

Ik stel wel voor om de inhoudelijke discussie bij een inoverwegingneming niet al te breed te voeren.

Wie steunt de vraag tot agendawijziging?

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken bij zitten en opstaan.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande par assis et levé.

De motie tot agendawijziging wordt verworpen bij zitten en opstaan.

La motion de modification de l'ordre du jour est rejetée par assis et levé.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, werd de stemming met de bel aangekondigd?

Voorzitter:

Er werd niet gebeld. Iets zegt mij echter dat dat geen verandering zou brengen. Ik meen immers de fractiedisciplines in dit Huis te kennen. Als u dat wilt, zal ik dat echter uiteraard doen.

Stefaan Van Hecke:

Als u rekening hebt gehouden met de sterkte van de fracties ga ik ervan uit… Hoe hebt u precies geteld, mijnheer de voorzitter? Deed u dat op basis van de sterkte van de fracties?

Voorzitter:

Ik heb de kopjes geteld. Ik had echter de indruk dat alle fracties redelijk gedisciplineerd hebben gereageerd op de vraag. Ik vermoed dus dat de bel geen verschil zou maken. Als u erop aandringt, wil ik echter nog steeds bellen.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de voorzitter, artikel 17, § 3, bepaalt dat er steun moet zijn van 50 leden van de Kamer. Ik heb wat geteld en denk dat we in de buurt van of misschien net aan 50 kwamen.

Voorzitter:

Dat was de eerste stemming. Indien 50 mensen de ontvankelijkheid van de motie steunen, dan wordt het voorstel aan de vergadering voorgelegd en daarna moet het bij meerderheid worden goedgekeurd. De eerste horde van 50 werd inderdaad gehaald.

Vincent Van Quickenborne:

Dan begrijp ik het.

Sofie Merckx:

Zult u nu ook de motie behandelen die wij daarnet hebben ingediend?

Voorzitter:

Ik had daarnet al aan collega Bertels gezegd dat ik die straks zal behandelen. Bijgevolg is de agenda zoals we die gisteren gewijzigd hebben, aangenomen. Die gewijzigde agenda werd dus niet opnieuw gewijzigd. Bij brief van 25 februari 2025 zendt de eerste minister een afschrift over van het koninklijk besluit van 21 februari 2025 met als opschrift "Regering – Wijziging". Par lettre du 25 février 2025, le premier ministre transmet copie de l’arrêté royal du 21 février 2025 intitulé "Gouvernement – Modification". De titel "minister van Modernisering van de overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en de Federale Wetenschappelijke Instellingen", van mevrouw Matz, wordt vervangen door een nieuwe titel, die ik in het Frans zal voorlezen: "Ministre de l’Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l’État, du Numérique et de la Politique scientifique." Dat is ter kennisgeving. Overeenkomstig artikel 25/1, § 1, vierde lid, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, dient de Kamer van volksvertegenwoordigers dit gewijzigd huishoudelijk reglement, nr. 717/1, goed te keuren. Conformément à l’article 25/1, § 1 er , alinéa 4, de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, ce règlement d’ordre intérieur modifié, n° 717/1, doit être soumis à l’approbation de la Chambre des représentants. Zonder verslag Sans rapport Bespreking Discussion De bespreking is geopend. La discussion est ouverte. Vraagt iemand het woord? (Nee) Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non) De bespreking is gesloten. La discussion est close. De stemming over het huishoudelijk reglement van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen zal later plaatsvinden. Le vote sur le règlement d’ordre intérieur du Conseil central de surveillance pénitentiaire aura lieu ultérieurement.

De hoge kosten van het energie-eiland en de brief van Elia aan de eerste minister

Gesteld door

Vooruit Oskar Seuntjens

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het escalerende budget (van 2 naar 7 miljard euro) voor het energie-eiland in de Noordzee, bedoeld om hernieuwbare energie betaalbaar en veilig te maken maar nu een onbetaalbare last dreigt voor gezinnen en bedrijven. Premier De Croo bevestigt dat de regering al in 2023 ingreep na prijsstijgingen, Elia dwong tot een goedkoper alternatief en het huidige ontwerp blokkeerde, maar erkent dat de politieke en maatschappelijke draagvlak ontbreekt bij deze kosten. Seuntjens benadrukt dat dogma’s en prestigeprojecten moeten wijken voor pragmatische, betaalbare oplossingen, en prijst de regeringsmaatregelen (btw-verlaging, energiecheques) die koopkracht beschermden tijdens crises. Kernpunt: het project staat op losse schroeven door onrealistische budgetten en vereist radicale herziening om draagkrachtig te worden.

Oskar Seuntjens:

Beste premier, de energiefactuur betaalbaar houden is nog nooit zo moeilijk geweest. De oorlog in Oekraïne gaat verder en internationale prijzen staan weer onder druk. Beste collega’s, op hetzelfde elan verderdoen is en was duidelijk geen oplossing. Bijna heel Europa komt tot dezelfde conclusie: minder fossiele brandstoffen van Poetin, maar meer duurzame stroom van hier. Vooruit kijkt daar zonder taboes naar, zolang de stroom maar duurzaam, veilig en vooral betaalbaar is. Dat is ook exact wat onze minister in de Vlaamse regering doet. Op federaal niveau doen we hetzelfde. We bouwen windmolens op zee en we bouwen een energie-eiland en dat is allemaal goed. Het prijskaartje daarvan is echter minder goed.

Collega’s, we gingen iets bouwen dat voorheen nog nooit was gedaan en we dachten dat te kunnen doen voor slechts 2 miljard euro. Het was bijna te mooi om waar te zijn en dat is het ook. Intussen zijn de kosten niet verdubbeld of verdrievoudigd, maar opgelopen tot 7 miljard euro. Iedereen hier weet wie dat zal moeten betalen: gewone mensen en onze bedrijven en gezinnen. Mijnheer de premier, dat is onaanvaardbaar. Als we de koopkracht van de mensen willen beschermen, dan mogen we hen niet opzadelen met een duur prestigeproject.

Het kan gebeuren dat zo’n groot project anders verloopt dan verwacht. Ik ben zelf ingenieur en als er een iets is dat ik in die hoedanigheid heb geleerd, dan is het dat men tijdig moet ingrijpen als er iets misloopt. Vandaag gaan alle alarmbellen af. De wereld is en blijft onrustig. De oplossing zal van een volgende regering moeten komen.

Mijnheer de premier, hoe kijkt u naar dit dossier? Wat is uw reactie op de brief van Elia?

Alexander De Croo:

Bedankt voor uw vraag, mijnheer Seuntjens.

We hebben de voorbije jaren bijzonder veel gedaan om de energie betaalbaar te houden en om de bevoorradingszekerheid te kunnen garanderen. Toegang krijgen tot voldoende hernieuwbare energie die we zelf onder controle hebben en die goedkoop is, was daarvan een essentieel onderdeel. De opzet van het energie-eiland was dan ook het aan land brengen van die forse uitbreiding van hernieuwbare energie in de Noordzee.

Eind 2021 keurde de ministerraad dat design, dat door Elia was voorgesteld, goed. Reeds in juli 2023 heeft de ministerraad kennisgenomen van het feit dat een aantal prijzen zouden stijgen door de geopolitieke spanningen. Op dat moment heeft de ministerraad beslist om aan de minister, samen met de CREG, te vragen om meer informatie te krijgen om dat te kunnen opvolgen. Al meer dan een jaar geleden hebben wij gezegd dat daar moest worden ingegrepen.

In het najaar van 2024 kwam het signaal dat de prijzen verder zijn gestegen. Op 22 november heb ik de top van Elia bij mij ontboden en aangegeven dat zoiets niet aanvaardbaar was en dat men moest kijken op welke manier Elia het design kon herbekijken om ervoor te zorgen dat het paste binnen de politieke beslissing die wij hebben genomen. Het is onverantwoord dat een project de prijzen zo kan laten stijgen.

Ik citeer uit de brief die ik op dat moment naar Elia heb gestuurd: "Het project in zijn huidige vorm is te duur en is niet conform de beslissing van de ministerraad van 20 juli 2023. Ik blijf dan ook bij mijn standpunt dat ik u op 22 november 2024 heb meegedeeld dat een project met een dergelijke kostprijs geen doorgang kan vinden. Het is dan ook noodzakelijk dat andere opties worden onderzocht, zodat het project politiek en maatschappelijk kan worden gedragen en de kosten voor bedrijven en gezinnen beperkt blijven."

Elia heeft daarop geantwoord dat men met een alternatief zou komen, om ervoor te zorgen dat het beantwoordt aan wat in de initiële beslissing stond.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Of het nu gaat om energie-eilanden op zee, kerncentrales of windenergie, als dit dossier ons een iets leert, is het wel dat het niemand vooruithelpt om halsstarrig vast te houden aan dogma's en stokpaardjes. Het zijn altijd de gewone mensen die daarvan de dupe zijn. Deze regering heeft tijdig ingegrepen toen dat nodig was. Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat deze bestuursperiode de zwaarste van mijn generatie is geweest. Het ging van corona over een energiecrisis tot een oorlog in Europa. Er was een overheid nodig die haar verantwoordelijkheid nam en dat heeft ze ook gedaan. Ze heeft dat gedaan door de btw te verlagen naar 6 %, energiecheques uit te schrijven en een sociaal tarief uit te breiden en te versterken. Ik wil u dan ook graag persoonlijk bedanken voor uw aandeel daarin. Uiteindelijk draait politiek immers om compromissen sluiten en boven zichzelf uitstijgen. Ik kan alleen maar hopen dat we zo verder te werk zullen gaan.

De besprekingen tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Energie van 16 december 2024
De Europese Energieraad van 16 december 2024
Europese Energieraadsbijeenkomst 16 december 2024

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt de Europese Energie-unie als sleutel tot prijsconvergentie en een gelijk speelveld, maar benadrukt dat interconnectie en uniforme energieprijzen cruciaal zijn om concurrentievervalsing (bv. door nationale prijsregulering in Frankrijk/Duitsland) te voorkomen. Geothermie heeft beperkt potentieel in België (regionale bevoegdheid), maar wordt elders in de EU wel gestimuleerd; Fit for 55 blijft prioriteit, met aandacht voor wind op zee en energie-efficiëntie, terwijl stijgende kosten offshore-wind (via brief aan EU) verder worden onderzocht. Prijsverschillen tussen EU-landen (met name Zuidoost-Europa) blijven een splijtzwie, waar België pleit voor een geïntegreerde markt en streng staatssteunkader. Kritische geluiden (bv. van Polen over ETS2) tonen groeiende EU-breed debat over de haalbaarheid van klimaatdoelen.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je reviens sur le Conseil européen des ministres de l'Énergie du 16 décembre 2024 lors duquel la politique énergétique a été abordée dans le cadre du concept de l'union de l'énergie. Et reconnaissons que, face aux défis mondiaux auxquels nous devons faire face, ce concept est plutôt heureux, quoique j'en serai totalement satisfait après avoir eu connaissance de votre vue sur le sujet et de ce qu'on y englobe. On peut effectivement se dire qu'il y a là de l'ambition mais parfois aussi de l'ambiguïté.

Madame la ministre, comment définissez-vous le concept de l'union de l'énergie? Comment la Belgique se positionne-t-elle à l'égard de celui-ci?

Par ailleurs, on ne peut pas parler du futur en termes d'union de l'énergie sans faire un bref bilan du cadre "Fit for 55". De quelle manière liez-vous les deux et quel est le bilan belge de ce programme?

La géothermie a également été évoquée dans le cadre du Conseil. On sait que, chez nous, la géothermie a toujours fait débat entre les Régions et le fédéral. Il me semble qu'aujourd'hui, un arrêt fait la clarté en la matière. À la suite de ce Conseil, comment considérez-vous qu'on peut promouvoir la géothermie en Belgique?

Enfin, pouvez-vous faire le point sur l'envolée des coûts de l'éolien offshore? Ce sujet a-t-il été abordé à la suite du courrier que vous avez adressé à l'Europe avec le premier ministre?

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, misschien is dit ook mijn laatste vraag aan u over een Europese Energieraad. Ik heb u de voorbije jaren heel wat vragen gesteld.

Op de agenda van de Energieraad van 16 december stonden de vaststelling van de raadsconclusies over geothermie, een beleidsdebat over de prioriteiten in het werkprogramma van de nieuwe eurocommissaris, zoals de heer Crucke heeft aangehaald, een gedachtewisseling over de kostprijs van het energiebeleid met het oog op een echte energie-unie en de prioriteiten voor de volgende legislatieve cyclus.

In bepaalde verslagen over die Europese Raad heb ik gelezen dat de EU-ministers voor Energie niet op één lijn zouden zitten met betrekking tot de manier om betaalbare energieprijzen te garanderen. Sommigen pleiten voor een rechtvaardige en inclusieve energietransitie, anderen onderstrepen het belang van een geïnterconnecteerde elektriciteitsmarkt.

Kunt u verslag uitbrengen over die Energieraad en over de Belgische positiebepalingen?

Klopt de berichtgeving over de verdeeldheid met betrekking tot de manier waarop het garanderen van betaalbare energieprijzen dient te worden bewerkstelligd?

Tinne Van der Straeten:

Dank u voor uw vragen, heren. Mijn antwoord behelst verschillende elementen.

Allereerst wil ik ingaan op de Energieraad en zijn agenda. Het eerste punt op de agenda betrof de raadsconclusies van het Hongaarse voorzitterschap met betrekking tot geothermische energie.

Pour répondre aux questions de MM. Ravyts et Crucke, la géothermie est une source d’énergie locale qui dépend fortement du potentiel technique déterminé géologiquement dans le sous-sol, mais aussi de la faisabilité économique de tels projets. En Belgique, ce potentiel géologique est limité alors qu’en Hongrie – qui assurait à l’époque la présidence de l’Union européenne –, le potentiel géologique est nettement plus élevé et se traduit par des business cases concrets.

Au niveau de l’Union européenne, il est dès lors primordial que la Belgique soutienne ces É tats membres qui disposent d’un tel potentiel géothermique dans le cadre de l’objectif de neutralité climatique d’ici à 2050. Dans notre pays, il s’agit principalement d’une compétence régionale, ce qui explique pourquoi j’ai cité plusieurs projets régionaux en cours de déploiement. J’ai également souligné l’importance des pompes à chaleur géothermiques. Ces conclusions ont été soutenues par la Belgique.

Het tweede punt betrof de volgende beleidscyclus en het bereiken van een echte energie-unie. België benadrukte dat het Fit for 55-pakket moet worden geïmplementeerd en heeft technische bijstand van de Europese Commissie gevraagd. Het belang van energie-efficiënte werd onderstreept. Ook de versnelde uitrol van energieopslag en flexibiliteit, hernieuwbare energie en in het bijzonder wind op zee werden voorgesteld.

Wij hebben daar ook de Benelux-aanbeveling van 10 december 2024 voorgesteld voor de export van vervuilende en kankerverwekkende brandstoffen van de EU naar derde landen, in het bijzonder naar West-Afrika. Die werd door heel wat lidstaten gesteund. Er zou dus een overkoepelend Europees initiatief komen. De nieuwe Poolse voorzitter heeft dan ook haar programma toegelicht.

Mijnheer Ravyts, inzake de discussie over de energieprijzen klopt het wat u beschrijft. Er worden inderdaad verschillende invalshoeken in het debat naar voren gebracht. Dat debat is scherper gevoerd dan anders, omdat bepaalde landen in Europa met grote prijsverschillen worden geconfronteerd, met name in het zuidoosten van Europa, namelijk Griekenland, Roemenië en Bulgarije, waar de prijsstijgingen van een totaal andere orde zijn dan aan de andere kant van Europa. Zij roepen de Europese Commissie herhaaldelijk op om daarnaar te kijken en ter zake een initiatief te nemen. Deels is dat te verklaren door een gebrek aan interconnectie van die landen. Niet overzee, maar tussen de landen is er een tekort aan interconnectie, waardoor zij enigszins afgesneden zijn van de uitwisseling van elektriciteit.

In die debatten brengen wij als België systematisch naar voren dat een echte energie-unie van cruciaal belang is om tot convergerende elektriciteitsprijzen tussen de EU-lidstaten te kunnen komen, waarmee ik ook op een vraag van de heer Crucke antwoord. Voor België is de notie van een gelijk speelveld daarin heel belangrijk. Als klein land zijn wij zeer goed geïnterconnecteerd, wat we uiteraard nodig hebben voor onze bevoorradingszekerheid, maar soms hebben we niet dezelfde middelen om op bepaalde zaken te kunnen ageren. Frankrijk heeft voor een stuk nog altijd gereguleerde prijzen, Duitsland heeft bepaalde maatregelen genomen om de prijzen te drukken. Zulke zaken riskeren dat industriële activiteit bij ons weggaat naar die landen. Daarom hameren wij vanuit België steevast op het punt van een gelijk speelveld, met tegelijkertijd een strikte toepassing van het bestaande staatssteunraamwerk.

In die zin hebben wij ook al een aantal keren het idee naar voren gebracht, met de vraag of het wenselijk is, eventueel te bestuderen door de commissiediensten, van de totstandkoming van bijvoorbeeld een Europese elektriciteitsprijs. De dispatching kan daarbij intact gelaten worden, maar voor de elektriciteitsprijs kan misschien wel gekeken worden naar meer eenvormigheid.

Pour les autres questions de M. Crucke, en tout cas, je représente tous les gouvernements belges – le fédéral et les fédérés – au Conseil, et tous prennent des mesures pour atteindre le paquet Fit for 55. Les positions belges ont été convenues au préalable entre ces gouvernements. En ce qui concerne l’union de l’énergie, c’est un concept qui est fort partagé par les entités fédérées car il est vraiment considéré comme un outil très important pour arriver à des prix qui convergent mieux.

Pour clôturer, j’ai en effet profité de la présence du nouveau commissaire J ø rgensen – c'était son premier Conseil – pour attirer à deux reprises son attention sur la hausse des prix des composants offshore de l’éolien en mer. J’ai fait référence à notre lettre commune, avec le premier ministre, à la Commission européenne, une fois au cours de la session plénière et une fois de manière bilatérale, dans le cadre du transfert de la présidence du NSEC du Danemark à la Belgique. J’ai attiré son attention sur ce problème, qui sera traité entre ses services et les miens.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je prends acte, par rapport à la géothermie, que les conclusions ont été soutenues.

En ce qui concerne le concept d’union de l’énergie, je partage votre point de vue. Je crois effectivement que ce n’est pas seulement crucial en termes d’interconnexion, même si nous pouvons effectivement valoriser notre expérience, ce l’est également en termes d'uniformisation du prix.

Nous ne pouvons pas avoir une Europe sans Europe de l’énergie. Il n’y a pas d’Europe de l’énergie sans qu’on ait, à un moment donné, un level playing field.

Quant au courrier que vous avez adressé, avec le premier ministre, à la Commission européenne, j'entends qu'il fera l'objet d'une étude suivie d'instructions. J'espère que les conclusions seront les plus favorables possible.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, dank u voor uw toelichting over de Energieraad. U zegt dat de Belgische regering voor de volgende cyclus een onverminderde uitrol van het Fit for 55-pakket ondersteunt. Ik denk wel dat er op Europees niveau wat beweging is. Ik zie dat Donald Tusk, dat was geen EU-vijandige politicus, twijfels heeft en kritische kanttekeningen bij ETS2 plaatst. Ik denk dat het heel interessant wordt. Ik kijk met grote belangstelling uit naar de positionering van de minister in de mogelijke arizonacoalitie op de Europese energieraden.

Het tekort aan koolstofvrije energie tegen competitieve kosten

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De CEO van Carmeuse benadrukt dat décarbonatietechnologie beschikbaar is, maar dat hoge kosten, schaarse groene stroom in Europa en het grenstaksysteem (CBAM) de concurrentiepositie ondermijnen, met risico op de-industrialisatie. Minister Van der Straeten erkent de uitdagingen—met name energieprijsafhankelijkheid van fossiel (4x duurder dan in de VS)—en wijst op versnelde hernieuwbare energie (wind, zonne) en CO₂-trajecten, maar bevestigt dat regionale bevoegdheden (bv. project Columbus, CCS) en EU-steun cruciaal zijn; het gebrek aan federale hefbomen en de afhaking van ENGIE (te innovatief/risicovol) frustreert concrete oplossingen. Crucke onderstreept het spanningsveld: bedrijven willen klimaatpioniers zijn, maar verliezen markten door hoge kosten, terwijl federale betrokkenheid—zelfs bij regionale dossiers—vertrouwen en kracht aan projecten geeft. Conclusie: technologie is geen belemmering, wel de economische haalbaarheid en politieke coördinatie.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, vous avez certainement pris connaissance de l'interview de M. Sébastien Dossogne, CEO de Carmeuse, que vous connaissez sûrement. Elle est assez intéressante car il y fait le lien entre une réalité qu'il vit dans son entreprise, à savoir la réindustrialisation et la concurrence vis-à-vis de l'extérieur, et les convictions – qui sont les siennes et qu'il ne conteste d'ailleurs pas – en termes de décarbonation. J'ai d'ailleurs eu l'occasion d'en conférer avec lui après la parution de l'article.

Mes questions sont dès lors issues à la fois de l'article et des contacts. En bref, il dit qu'en termes de décarbonation, la technologie ne sera plus un frein. La technologie existe. Par contre, le prix, la viabilité économique, reste une véritable difficulté sur un plan géostratégique. Il indique aussi que le problème de l'électricité verte, c'est qu'elle reste peu abondante et qu'elle n'est pas bon marché en Europe par rapport aux autres joueurs présents sur le marché.

En outre, selon lui, le système d'ajustement des prix aux frontières est en soi intéressant mais il est en train de devenir un suicide institutionnel car il finira par favoriser aussi ceux qui, aujourd'hui, ont intégré l'évolution technologique mais à des prix inférieurs. Dès lors, sans une dose de protection en la matière, on se tirera peut-être une balle dans le pied.

Madame la ministre, mes questions sont simples, davantage que les réponses, j'en suis persuadé. Quelle est votre analyse par rapport à cela? Qu'en est-il par rapport aux objectifs pour 2030? Pour ce qui concerne l'enfouissement du CO 2 , j'entends les entreprises se demander quand il y aura un cadre stable.

Enfin, sur le dossier Columbus, plus proche des entreprises, un investissement de 300 millions était prévu par Carmeuse et ENGIE, qui y renoncent finalement. Y a-t-il eu des négociations avec vous? Quel a été le suivi? Est-il illusoire de penser qu'une solution privé-public puisse encore intervenir?

Tinne Van der Straeten:

Monsieur Crucke, il est indéniable que les défis auxquels la Belgique est confrontée sont importants. Nous sommes un pays qui concentre sur une superficie relativement réduite une industrie à forte intensité énergétique et une densité de population élevée. Ceci dit, de telles contraintes et limites nous obligent à nous montrer innovants, ce que nos industries ont d'ailleurs toujours prouvé. En dépit de tous ces défis, Arcelor Mittal produit un acier d'une qualité parmi les meilleures en Europe et son site est très efficace. Je suis donc intimement convaincue que nous sommes encore loin d'avoir exploité pleinement notre potentiel pour atteindre les objectifs fixés.

Certes, il y a beaucoup de compétences régionales. L'installation de capacités supplémentaires d'énergies renouvelables onshore telles que l'éolien et le solaire peut encore être fortement accélérée.

Au niveau fédéral, nous avons réalisé un progrès important avec le triplement des capacités éoliennes offshore, même si des défis demeurent, tels que l'augmentation des coûts liés aux technologies de réseau (offshore et onshore). Il y a aussi le mécanisme de rémunération des capacités, avec un fort soutien à tout ce qui concerne les batteries et le demand-side management , ainsi que les trajectoires CO 2 , pour avoir moins de gaz à effet de serre et faire en sorte que l'énergie non carbonée ait le vent en poupe.

Je vois d'où viennent ces propos. Nous en prenons acte mais il y a une obligation de continuer à travailler pour trouver des solutions. En même temps, la planète brûle. Voyez ce qui se passe aujourd'hui aux États-Unis, et qui s'est aussi passé chez nous en Wallonie. Il faut donc traiter le problème le plus actuel, à savoir que la compétitivité énergétique n'est pas liée à la transition énergétique mais à la dépendance aux combustibles fossiles. Aujourd'hui, le gaz naturel est près de quatre fois plus cher en Europe qu'aux États-Unis par exemple. C'est un chantier très important auquel il faut travailler.

Concernant le projet Columbus, il s'agit tout d'abord d'une compétence qui est régionale. La première partie de ma réponse consiste surtout à voir avec la Région wallonne comment procéder. Deuxièmement, le projet nous est connu. Il faisait aussi partie du projet RRF.

Cette annonce a été diffusée en deux étapes. J'ai ainsi été avertie par ENGIE qu'elle envisageait de renoncer au projet. Je ne me souviens pas exactement du moment, mais c'était bien avant les élections. Ce message avait été relayé auprès de Thomas Dermine, compétent pour les questions de relance économique (Green Deal et covid), et de moi-même. Selon ENGIE, qui jouait un rôle d'intégrateur, le projet était trop innovant, si bien qu'il ne lui convenait pas. Thomas Dermine et moi-même avons fait part de notre déception, puisque le captage de CO 2 pour une entreprise telle que Carmeuse est essentiel. Du reste, c'est un projet dont on parle beaucoup et qui représente, bien entendu, un réel défi. Si de tels projets peuvent être développés, c'est au sein d'entreprises comme Carmeuse. C'est donc avec beaucoup de déception que j'ai appris qu'ENGIE, en une annonce quasi définitive, renonçait à ce projet.

Il importe à présent d'examiner cette question tous ensemble, mais ce sont les Régions qui sont à la manœuvre. Il faut aussi voir avec la Commission européenne, qui suit également un trajet CO 2 , CCS (captage et stockage du CO 2 ), etc., pour identifier les véritables obstacles afin de les surmonter. Dans une économie circulaire, qui permet de réutiliser le CO 2 capté, de tels projets doivent trouver un moyen de survivre. Cela dit, il s'agit aussi de mon opinion personnelle, car il n'existe pas vraiment de levier fédéral pour ce projet.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui ne sont certes pas des réponses qui requièrent des modifications de la législation mais qui, en matière de potentiel énergétique, posent question. Je vous rejoins dans l'idée que nous devons jouer un rôle de pionniers en innovation, que nous sommes franchement bien placés, mais qu'il est possible de faire encore davantage. Je dois aussi entendre le point de vue des entreprises en matière de compétitivité économique. C'est comme si on disait qu’on a les meilleures routes et que l'intelligence artificielle a permis de tout sécuriser. Or, si vous traversez la rue en fermant les yeux, vous prenez quand même le risque d'avoir un accident. Voilà la situation dans laquelle se trouvent certaines entreprises. Certes, elles ont un potentiel mais, aujourd'hui, elles doivent faire attention parce que sinon, elles risquent de perdre des marchés, ce qui aura un effet contraire sur l'économie ainsi que sur l'innovation et la technologie. Ensuite, en ce qui concerne le dossier Columbus, vous avez tout à fait raison. Il s’agit avant tout d’une matière régionale, et je ne vous fais d'ailleurs aucun reproche à ce sujet. Néanmoins, je suis toujours étonné de constater que les entreprises ont besoin d'un relais fédéral, même quand la matière est régionale; le fait de bénéficier d’un soutien fédéral confère une force au dossier et donne confiance.

De tegenstellingen in de toolbox van Elia

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van der Straeten bevestigt dat de spanning tussen flexibiliteitsmechanismen (zoals aFFR/mFFR) en piektarieven in de transmissienettarieven een belemmering vormt voor marktdeelnemers, maar stelt dat de CREG expliciete flexibiliteitsmarkten verkiest boven *time-of-use*-tarieven, omwille van efficiëntie en Europese kaders. Zij pleit voor een herziening van verouderde beleidsrichtsnoeren (2012) en een breder debat over maatschappelijke doelstellingen versus technische optimalisatie, met flexibiliteit als sleutelthema, waarbij Elia tegen 2028 een aangepast tariefvoorstel moet uitwerken. Wollants benadrukt dat *time-of-use* voor bedrijven praktischer kan zijn dan complexe flexmarkten en dat onduidelijkheid over piekberekeningen (bv. bij 1 TWh-klanten) dringend moet worden weggewerkt, met een minder hypertechnische aanpak en betere afstemming tussen beleid, CREG en Elia. Beide partijen willen concrete stappen zetten, maar behoudendheid bij de regulator en toegankelijkheid voor bedrijven blijven knelpunten.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, onlangs vernam ik dat de verschillende instrumenten die Elia heeft voor netevenwicht niet altijd goed op elkaar zijn afgestemd. Ik geef een voorbeeld. Het deelnemen aan het automatische frequentieherstelproces, het vroegere R2, soms wordt beperkt omdat bedrijven de vrees hebben dat ze in het kader van de transmissienettarieven hun jaarpiek op sommige momenten zouden opdrijven.

In dat kader is de vraag of bepaalde acties op de energiemarkt, zoals het verhogen van het verbruik in het belang van de markt via de verschillende mechanismen, onder andere ook de R3, wel zouden moeten meetellen om een dergelijke maandpiek of jaarpiek te berekenen. Tegelijk is er ook de vraag of die time of use niet meer in de transmissienettarieven moet worden ingebracht. Deels gebeurt dit wel, maar het aanvoelen is dat er nog veel meer mogelijk moet zijn als we ook de flexibiliteit maximaal willen aanboren.

Uiteraard weten we dat de tariefmethodologie een bevoegdheid van de regulator is, maar dat neemt niet weg dat ook het beleid richting kan geven via instrumenten die daarvoor bestaan. Mevrouw de minister, bent u op de hoogte van de mogelijke tegenstellingen op dit vlak? Welke initiatieven zijn nodig om hieraan te verhelpen?

Op welke manier denkt u dat het inbrengen van time of use meer kan worden geïntegreerd in de tariefmethodologie? Wat wilt u op dat vlak meegeven aan de bevoegde regulator en de wetgevende macht?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Wollants, zoals u zelf al zegt, is dit een bevoegdheid van de regulator. Mijn time of use bij het voorbereiden van dit antwoord bestond erin om aan de CREG en Elia te vragen om hun input te geven. U kunt zich voorstellen dat dit altijd zeer interessant is en dat die input niet altijd overeenkomt. Men kan zich de vraag naar de waarde van die time of use stellen.

U maakt zich zorgen over de impact van de aFFR en de mFFR op de piektarieven, die in de huidige tariefmethodologie zijn opgenomen.

Er worden correcties doorgevoerd, zodat de activaties van die flexibiliteitsdiensten geen nadelige effecten hebben op jaar- of maandpieken.

Over time of use -tarieven vindt de CREG dat ze vaak niet het gewenste effect hebben en dat expliciete flexibiliteitsmarkten, waarop gebruikers actief hun flexibiliteit kunnen aanbieden, efficiënter en goedkoper zijn. Dat sluit ook beter aan bij het Europese regelgevende kader. Elia, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering, plant om tijdens die tariefperiode extra gegevens te verzamelen en met de sector te overleggen. Dat moet leiden tot een beter afgestemd voorstel voor de volgende tariefperiode vanaf 2028.

U hebt misschien geanticipeerd op mijn antwoord. Gezien de input is uw vraag zeker pertinent. Wat geven wij mee aan de regulator? De tariefbevoegdheid is immers een kernbevoegdheid van de regulator, maar de beleidsrichtsnoeren worden door het beleid bepaald. Ik ben ervan overtuigd dat we die beleidsrichtsnoeren eens tegen het licht moeten houden. Ze zijn in de wet ingeschreven naar aanleiding van de omzetting van het derde energiepakket. Dat dateert dus van 2012. Er zit 13 jaar tussen 2012 en 2025. In die periode zijn heel belangrijke initiatieven genomen en zijn geopolitieke en andere omstandigheden gewijzigd. Misschien moeten we de uitdagingen nog eens helder aanduiden. Zo is er de flexibiliteit. Uw vorige vraag ging daar ook over. Ik heb daar en passant gezegd dat de CREG daar niet echt warm voor loopt.

Ik denk aan een uitgezoomd debat waarbij wij als politieke overheid, wetgevende macht en uitvoerende macht, proberen klaarheid te scheppen over waar we naartoe willen, maar vooral over wat onze finaliteit is en wat we verwachten dat een regulator en een netbeheerder voorleggen met een bepaalde doelstelling voor ogen. Enige scherpstelling zou nuttig zijn.

Technische keuzes zijn nooit waardevrij. Een element in een model kan technisch optimaal zijn, maar daarom niet noodzakelijk maatschappelijk of politiek optimaal. We hebben suboptimaal of absoluut optimaal. De wisselwerking tussen een uitgezette lijn en de technische vertaling ervan is cruciaal. De discussie die we voeren over het energie-eiland, over de opgeleverde rapporten gaat over datzelfde aspect. Welke lijn wordt uitgezet, hoe verloopt de technische uitwerking ervan en wat zijn daarvan de gevolgen? Ligt dat alles nog in lijn met de doelstelling die we hebben vastgelegd?

Flexibiliteit is daarin volgens mij een cruciaal topic. Misschien zijn wij daarin in België al wat verder gevorderd dan andere lidstaten, omdat wij Nyrstar en nog enkele andere zaken hebben en omdat onze netbeheerder innovatief is. Het debat moet echter zeker meer uitgespit worden. Dergelijke discussies, zoals over de toolbox, kunnen daarin volledig geparkeerd worden, maar dat mag voor de regulator of de netbeheerder geen vrijgeleide zijn om enkele zaken in het ijle te bespreken.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben het met u eens dat we daarin vanuit het beleid een stap moeten zetten en moeten bekijken op welke manier wij de zaak willen organiseren. We moeten ons wel enigszins wapenen tegen een te hypertechnische discussie, waardoor mogelijk maar weinig vooruitgang te boeken valt. Voor een aantal bedrijven is de ratio van de flexibiliteitsmarkten soms net te ver van hun bed om mee aan de slag te gaan, terwijl een time of use misschien veel helderder is om in te passen in een bedrijfsvoering. In de dagelijkse markt, als wij kijken hoe elektriciteit wordt verbruikt en hoe de prijzen doorheen de dag evolueren, valt volgens mij wel wat te vinden om ervoor te zorgen dat wij die net iets toegankelijker maken. Die discussie wil ik zeker met veel plezier met vertegenwoordigers van Elia en de CREG aangaan om te bespreken waar we kunnen landen. Misschien is dat een van de projecten om in de komende tijd aan te pakken, om te zien hoe we daarmee in de toekomst omgaan. We moeten daarmee dus aan de slag. Ik moet namelijk vaststellen dat bepaalde mechanismen met betrekking tot de maandpiek en jaarpiek vertaald zijn in de tariefmethodologie en dergelijke. Als echter bedrijven die worden gerekend tot het korte selecte lijstje van 1 terawattuurklanten en als vaste activiteit het opvolgen van hun verbruik hebben, daarvan niet op de hoogte zijn, dan loopt er ergens iets mis. Daaraan moeten we aandacht geven.

Het register voor hernieuwbare energie in transport

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het register voor hernieuwbare energie in transport functioneert na een jaar naar behoren: oliemaatschappijen registreerden zich volledig, gasleveranciers volgden na verduidelijking, en 39 exploitanten van laadinfrastructuur (waarvan 33 uitsluitend CPO’s) maken actief gebruik, met groeiend aandeel (8%) elektrische energie-eenheden. Grondige bijsturing is niet nodig, maar RED III-omzetting (o.a. waterstof in raffinage) en gebruiksgemak vragen aandacht, met voorbereidend werk voor de opvolger. Potentieel voor extra CPO’s en verdienmodellen (bijv. laadpalen) blijft onduidelijk en vereist verdere opvolging, met nadruk op consumentenvoordeel (prijstransparantie, zoals bij fossiele brandstoffen).

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, het register voor hernieuwbare energie in transport bestaat ondertussen ruim een jaar. Dat maakt dat een eerste evaluatie mogelijk zou moeten zijn.

De tool moest het voor oliemaatschappijen en leveranciers van gasvormige brandstoffen mogelijk maken om door te geven hoeveel hernieuwbare energie zij 'tot verbruik uitslaan', zoals dat archaïsch heet. Het systeem moest het ook mogelijk maken dat exploitanten van infrastructuur voor het overbrengen van elektrische stroom voor weg- en spoorverkeer hun energie-eenheden zouden kunnen registeren.

Dat leidt tot een aantal vragen.

Ten eerste, wat zijn de eerste vaststellingen met het register? Werd de oproep om te registeren voldoende opgevolgd door de gebruikers van de vroegere werkwijze?

Ten tweede, in welke mate werd het platform ook gebruikt door exploitanten van laadpalen en dergelijke?

Ten derde, welke conclusies kunnen worden getrokken na een jaar gebruik van het mechanisme? Is er nood aan bijsturing of bijkomende sensibilisering? In welke zin is een dergelijke bijsturing aan de orde?

Tinne Van der Straeten:

Het register voor hernieuwbare energie bestaat ondertussen inderdaad een jaar. We kunnen dus effectief een aantal voorlopige conclusies trekken. Voor definitieve conclusies moeten we nog even wachten, omdat de oliemaatschappijen en de leveranciers van gasvormige brandstoffen nog tot eind april 2025 hebben om voldoende energie-eenheden in te leveren, teneinde aan hun verplichtingen te voldoen. Wij kunnen dus eind april 2025 tot meer definitieve conclusies komen.

De eerste vaststellingen vandaag zijn positief. Alle gebruikers van de vroegere werkwijze, met name de oliemaatschappijen, hebben zich geregistreerd. Bij de gebruikers die voor de publicatie van de wet van 31 juli 2023 geen verplichtingen hadden, zijnde de leveranciers van gasvormige brandstoffen, liep dat moeilijker. Het was immers niet altijd duidelijk welk bedrijf effectief het bedrijf was dat gasvormige brandstof tot verbruik uitsloeg. Echter, een constructieve en intense dialoog tussen mijn administratie en de sector heeft gemaakt dat daarover meer duidelijkheid is gebracht. Iedereen heeft daardoor ook de kans gekregen de nodige rapporteringen te doen.

Momenteel zijn er 55 actieve gebruikers van het register in het systeem. Daarvan zijn er 39 exploitant van infrastructuur voor het overbrengen van elektrische stroom voor weg- en spoorverkeer, waarvan 33 exclusief als CPO optreden, dus zonder verplichtingen als oliemaatschappij of leverancier van gasvormige brandstof. Na het derde kwartaal behoorde 8 % van alle energie-eenheden tot categorie F, zijnde elektriciteit. Dat wil zeggen dat het platform zo een extra verdienmodel oplevert voor exploitanten van infrastructuur voor het overbrengen van elektrische stroom voor weg- en spoorverkeer – dat zijn veel woorden om te zeggen dat het gaat over laadpalen. Wij zien elk kwartaal een toename van het aantal gebruikers. Dat is positief, want daarvoor was het ook bedoeld.

Dit betekent dus dat de voornaamste doelen van het register bereikt zijn. Het betreft dan het creëren van een duurzame omgeving voor het opvolgen van de doelen voor hernieuwbare energie in de transportsector, die toekomstige veranderingen op het vlak van targets en sectoruitbreidingen aankan. Ook werd de mogelijkheid gecreëerd om hernieuwbare elektrische stroom die aan de transportsector geleverd werd, mee in rekening te brengen.

Een grondige bijsturing lijkt dus niet aan de orde, maar dat wil niet zeggen dat er geen continue verbetering nodig is betreffende verduidelijkingen en verbeteringen van het gebruiksgemak. Er is echter ook de RED III. Die zal moeten worden omgezet en dit zal wel grondige aanpassingen met zich meebrengen, omdat er natuurlijk ook nieuwe concepten zullen worden geïntroduceerd. Met name kan er hier gekeken worden naar het inzetten van de refinery route , dus het gebruik van waterstof in onze raffinage.

De afgelopen maanden heb ik mijn administratie de opdracht gegeven om die omzetting voor te bereiden. Ik weet immers uit ervaring dat het echt niet leuk is als men als nieuwe minister geen informatie krijgt. Daarom heb ik er bij mijn administratie op aangedrongen verder te werken aan die voorbereiding, ook al komt het mij niet toe om nog initiatieven te nemen, want dat is nieuw beleid. Op die manier moet de volgende minister voor die omzetting niet van een wit blad vertrekken. Mijn administratie heeft dus een voorbereiding gemaakt, waarop de volgende minister zich kan baseren. Dat dossier zal in de overdrachtsdocumenten aan de nieuwe regering zitten.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord.

Er is al een en ander duidelijk geworden over de manier waarop dit vandaag door de sector wordt gebruikt. Wat minder duidelijk is, is of we een grote stap voorwaarts kunnen zetten door extra CPO's in dat systeem op te nemen. Het is niet duidelijk hoe groot het potentieel is om nog verdere stappen te kunnen zetten; dat is misschien een vraag voor een volgende minister.

Ik denk dat we dit goed moeten blijven opvolgen, zodat we die doelstelling kunnen behalen en zien hoe dat verdienmodel evolueert voor die specifieke sector. Er zijn immers heel wat uitdagingen, ook met betrekking tot de prijzen die vandaag aan de verschillende laadpalen worden betaald. Een extra verdienmodel is een bijkomende factor die niet noodzakelijk zomaar moet leiden tot extra inkomsten zonder dat er voor de gebruikers een voordeel is. Dat zullen we verder moeten bekijken.

Tinne Van der Straeten:

Ik wil dat volmondig ondersteunen. Als de definitieve evaluatie er komt, kan dit punt expliciet worden opgenomen. Ik zal aan mijn administratie vragen om dat ook al voor te bereiden. Als wij zoiets installeren, moet de eindgebruiker daarvan kunnen profiteren. Voor het tanken van fossiele brandstoffen is er een programma-akkoord met maximumprijzen, transparantieverplichtingen enzovoort. Voor laadpalen geldt dat niet. Wij hebben inderdaad een incentive ingevoerd. In de evaluatie kan worden bekeken of dit ook aan de eindconsument ten goede komt.

De CEO van Elia en het uitstel van de bouw van de gelijkstroominfrastructuur v.h. energie-eiland
Het energie-eiland
Vertraging bij bouw gelijkstroominfrastructuur energie-eiland en rol Elia-CEO

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de vertraging en kostenexplosie (1,8 miljard euro onverklaard) van het gelijkstroomgedeelte (HVDC) van het Belgische energie-eiland, waar Elia de contractondertekening met leveranciers uitstelt en heronderhandeling eist. Minister Van der Straeten benadrukt gebrek aan transparantie doordat de CREG weigert het kritische auditrapport (KPMG) te delen vanwege juridische risico’s, wat parlementair toezicht en besluitvorming blokkeert, en roept Europese interventie in tegen marktverstoring door schaarste aan leveranciers. Oppositie (Ravyts, Meunier) vreest dat de hoge kosten (draagvlak: 7 miljard euro totaal) op burgers worden afgewenteld en dringt aan op alternatieven en spoedige toegang tot de rapporten, terwijl de lopende-zaken-regering geen definitieve keuzes kan maken, wat het dossier in een impasse brengt.

Kurt Ravyts:

Maandag hebben de commissieleden een schrijven ontvangen van Elia, gericht aan de heer De Croo, en ook aan u, over het advies van de nieuwe CEO van Elia. Die adviseert de raad van bestuur van Elia dat na een interne doorrekening blijkt dat het toch beter zou zijn de contracten met de leveranciers van gelijkstroominfrastructuur nog niet te ondertekenen. We weten hoe ver het daarmee staat. We hebben het referentiescenario, dat u nog altijd steunt. We hebben ook het alternatieve design, dat in de brief trouwens wordt geschetst. De CEO zegt dat het in de huidige omstandigheden niet mogelijk is de keuze op korte termijn te maken en de nodige wijzigingen in de regelgeving door te voeren. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. De regering is in lopende zaken. U kunt het referentieontwerp van het eiland niet bevestigen.

Elia overweegt nu de geselecteerde leverancier voor de realisatie van de DC-convertors te informeren dat het contract niet binnen de door hem voorgestelde datum, 15 februari, ondertekend kan worden. Elia wenst verder te onderhandelen met de leverancier over een verlenging van de aangeboden voorwaarden voor enkele maanden, met eventuele prijsaanpassingen, voor er een definitieve beslissing genomen wordt. Blijkbaar moet u als minister wel iets zeggen als u daarover door de pers gecontacteerd wordt. Ik begrijp dat. U zegt dat de leverancier een buitensporige en onaanvaardbare risicopremie toepast. We wisten dat u die mening bent toegedaan. U hebt ter zake de gepaste initiatieven genomen, onder andere op Europees niveau.

Maar u zei ook dat u kennisgenomen hebt van het feit dat meer dan 1 miljard euro in de offerte die Elia ontving voor het gelijkstroomgedeelte niet op een transparante manier gerechtvaardigd kan worden. U eist dat Elia de aanbestedingsprocedure dus overdoet om de concurrentie en kostenefficiëntie te garanderen. Ook deed u een oproep aan de Europese Commissie inzake de mogelijk marktverstorende werking. Er is hier dus van alles gaande in de commissie, gedachtewisselingen met Febeliec en uiteraard ook met de CREG en Elia.

Er is een gebrek aan transparantie en er is een aankondiging van wetgevende initiatieven vanuit het Parlement om de CREG toe te laten de zaken in een juridisch meer comfortabele omgeving toe te lichten. Vervolgens zegt u dat u kennis hebt genomen van het feit dat het om meer dan 1 miljard euro gaat. Ik vond dat een beetje raar. Wat hebt u dan gekregen waarvan wij – ik althans – geen kennis hebben?

Marie Meunier:

Madame la ministre, c'est un fait, le coût de l'île énergétique dans son design initial a explosé. Cette augmentation des coûts, ce sont les épaules des citoyens qui devront la supporter.

Je tiens à rappeler que la priorité du PS est avant tout d'assurer une transition juste, qui soit abordable pour les citoyens comme pour les entreprises Il nous semble dès lors que nous devons envisager les alternatives qui se présentent à nous sans vouloir s'entêter, malgré les évolutions.

Le choix technologique de la troisième connexion en courant continu suscite une forte opposition de la part des entreprises grosses consommatrices d'énergie, représentées notamment par Febeliec. Elles dénoncent un projet trop coûteux qui sera inévitablement répercuté sur les consommateurs d'énergie. Même le management d'Elia semble désormais enclin à mettre ce volet du projet sur pause. Dans une lettre adressée au premier ministre la semaine dernière, Elia annonce son intention de ne pas signer les contrats avec le fournisseur pour la partie DC, et de tenter d'obtenir un nouveau délai qui permettrait au prochain gouvernement de prendre une décision.

Madame la ministre, que pensez-vous de ces différents avis contraires, qui semblent s'opposer à vos intentions exprimées au Parlement et remettent en cause les choix technologiques effectués?

Ce dossier pose également la question de notre capacité en tant que députés à effectuer notre travail. La CREG a produit un rapport sur le projet. Nous devrions avoir accès à celui-ci prochainement lors d'une audition au Parlement, mais il semble que cela pourrait exposer le régulateur à des poursuites pénales en cas de fuite d'informations sensibles en raison d'une disposition dans la loi électricité. Cette situation pose de sérieuses questions sur la transparence du dossier et la possibilité pour le Parlement d'exercer pleinement son contrôle démocratique. Que pensez-vous de cette situation? Avez-vous eu des échos sur ce rapport?

Tinne Van der Straeten:

Ik heb van meet af aan niet stilgezeten. Zo hoef ik u niet te herinneren aan mijn vraag aan de CREG en Elia om een en ander te onderzoeken. Parallel besloot de raad van bestuur van Elia een auditrapport te laten uitvoeren door KPMG. In de voorbije tijd ben ik uiteraard in gesprek gebleven met zowel Elia als de CREG over de voortgang van hun werk.

Daarover heb ik twee opmerkingen. Elia heeft de inhoud van het auditrapport zowel voor mij als voor de eigen raad van bestuur toegelicht. De auditor geeft daarin aan dat hij een gedeelte van de prijsstijging, met name voor het HVDC-gedeelte, dus het gelijkstroomgedeelte, voor de aansluiting van het derde lot en de interconnectie, ten belope van 1,8 miljard euro, bijna 2 miljard, niet aan specifieke onderliggende kostenposten kan toewijzen. Men wijt dat aan het schaarste-effect: een onvoldoende concurrentie met drie leveranciers die onder andere volle orderboeken hebben. Uw vraag is wat ik weet en hoe ik het weet. Ik antwoord op uw vraag. Wij hebben dat rapport kunnen bespreken met de CREG afgelopen vrijdag, maar die signaleerde ons dat ze het ons niet kon bezorgen.

Het moet mij van het hart dat ik niet goed begrijp waarom de CREG, wanneer ik als minister om technische specificaties vraag, eerst met Elia moet overleggen welke vertrouwelijke elementen in het rapport staan. Vervolgens meldt de CREG mij dat ze het omstandige rapport, waarop ze zeer trots is en waarvoor ze met een externe consultant heeft samengewerkt, niet kan overhandigen.

Volgens mijn lectuur van de hogere verordeningen, die bij ons zijn omgezet in de nationale wet – wij zijn immers niet de enige lidstaat met die strafrechtelijke bepaling in de elektriciteitswet –, moet de regulator in staat zijn om die informatie te delen. Ik kan die informatie uiteraard ook enkel gebruiken voor het doel waarvoor ze gevraagd werd. De CREG meldt me nu dat ze de informatie niet aan mij kan bezorgen ingevolge de bepaling in de wet. We hebben de afgelopen drieënhalf jaar nochtans erg intensief samengewerkt met de CREG rond talloze andere confidentiële thema's. Ik denk onder andere aan het dossier van de belastingen op de overwinsten.

Toen werd er ook heel wat confidentiële informatie uitgewisseld tussen mijn team en de teams van de CREG over de contracten, over wie wat had genomineerd en tegen welke prijs. Hetzelfde geldt voor de ENGIE-deal. Er loopt momenteel een tender voor de aanstelling van een partij voor de joint-venture die de door de twee kerncentrales geproduceerde elektriciteit zal vermarkten. Dat gaat over trading en orderboeken. Dat zijn zaken die ook uitgewisseld worden. Ik deel een beetje mijn frustratie, maar ik weet dat u dezelfde frustratie hebt. Het is heel moeilijk. Ik vraag aan de CREG en Elia om een aantal zaken te onderzoeken, zodat ik ook op uw vragen kan antwoorden. U wilt weten of ik bij mijn idee blijf dat het ontwerp het beste is, dan wel of er aanpassingen moeten gebeuren. Hoe wilt u dat ik op uw vraag antwoord, als ik de rapporten niet ter beschikking heb?

Dat is echt een issue. Ook al heb ik begrip voor het standpunt van de CREG, we moeten mijns inziens een benchmark uitvoeren en nagaan hoe dat in andere lidstaten wordt geregeld en of andere lidstaten dezelfde problemen met hun regulator hebben. Het komt er namelijk op neer dat de CREG de minister en het Parlement ervan verdenkt het rapport op de straatstenen te zullen gooien, waardoor de CREG het risico loopt dat aan de strafrechter te moeten uitleggen, kortom, dat de CREG noch de minister, noch het Parlement vertrouwt.

In een dossier met een totale investering van 7 miljard euro voor 9 terawattuur elektriciteit aan ons land weten we dus niet welke richting we moeten uitgaan en varen we vandaag wat blind. Ik betreur dat. Misschien zal de soep niet zo heet worden gegeten, want we geven iedereen het voordeel van de twijfel. Op dit moment is het rapport aan Elia bezorgd, die de confidentiële passages zal aanduiden. Misschien komt dat rapport gewoon terug met een aantal black lines , maar is het perfect leesbaar en is de hele discussie hier voor het verslag van het Parlement en blijkt er dat we perfect kunnen voortwerken.

Mijnheer Ravyts, toen ik bij de uitwisseling van informatie ervan kennis kreeg dat het ging om 2 miljard euro, heb ik geoordeeld dat ik met die informatie iets moest doen en heb ik de Europese Commissie een brief geschreven. Morgen ga ik bij de Europees Commissaris langs om specifiek dat punt te bespreken en mijn vraag te herhalen dat de Europese Commissie voor dat geval van marktwerking betreffende de HVDC-technologie in Europa de nodige initiatieven zou nemen, want wij zijn daarvan niet het enige slachtoffer.

Dat Elia aankondigt het order op dit moment niet te zullen plaatsen noch te gunnen, lijkt mij evident en is een gezonde beslissing. Ik heb ook altijd verklaard dat ik me pas definitief kan uitspreken als ik over alle informatie beschik en dat is vandaag niet het geval. Ik betreur wel dat we dan ook de daarmee samenhangende debatten niet ten gronde kunnen voeren, met name over de alternatieve oplossingen voor het eiland. Het zou voor België niet wenselijk zijn om het laatste lot van 1,5 gigawatt niet te gunnen. Het is noodzakelijk om alles wat we aan elektriciteit kunnen produceren, dus de volledige 3,5 gigawatt, ook daadwerkelijk produceren. Het is ook noodzakelijk dat we kunnen intappen op interconnecties met onze buurlanden.

Het is daarom belangrijk dat die rapporten in volle transparantie kunnen worden gedeeld en besproken, zodat ook andere stakeholders van het debat daarrond kennis kunnen nemen. Zo niet zullen er verhalen van zelfverklaarde energie-experts over wat er nu goedkoper is en hoe we een en ander moeten aanpakken de ronde blijven doen. Het is belangrijk dat er een kader is, dat er een marsrichting is. Ik ben er ook absoluut van overtuigd dat een regering met volledige bevoegdheden daartoe zal bijdragen en op dat vlak meer stabiliteit brengen.

Kurt Ravyts:

Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. De politieke context van lopende zaken zorgt natuurlijk voor een schemerzone. Elia en de regulator maken daar natuurlijk gebruik van en wachten op een gebeurlijk initiatief van de nieuwe meerderheid.

Het kan dat de soep niet zo heet gegeten wordt; dat zullen we de volgende dagen en weken zien. Ik verneem dat het auditrapport van Elia al een tijdje klaar is.

Tinne Van der Straeten:

Dat is nog niet definitief klaar.

Kurt Ravyts:

Nog altijd niet definitief?

Tinne Van der Straeten:

Dat denk ik niet. Het is op basis van een voorlopige versie. Sorry, dat had ik erbij moeten zeggen.

Kurt Ravyts:

Dus moeten we met enige voorzichtigheid spreken. Maar ik hoop dat er echt snel duidelijkheid komt. Zo kunnen we als parlementsleden met wat meer vel over de buik spreken.

Marie Meunier:

Merci, madame la ministre, pour vos différentes réponses, qui m'ont à la fois rassurée et inquiétée. D'une part, je suis rassurée de voir que vous ne vous entêtez pas sur des choix précédemment effectués et que vous attendez d'y voir plus clair pour prendre des décisions. Certes, il ne reste que peu de temps mais, quoi qu’il en soit, vous attendez de pouvoir disposer de l'ensemble des documents. D’autre part, je suis inquiète parce que votre réponse rejoint les discussions que nous avons pu avoir lors des deux précédentes commissions sur le manque d’accès à cette analyse de la CREG. Dès lors, je réitère ma demande et je me tourne vers le président afin que nous puissions organiser cette réunion, éventuellement à huis clos, et que nous ayons accès à ces documents pour pouvoir effectuer notre travail parlementaire et, vous, votre travail en tant que ministre. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.42 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 42.

De hoogspanning over het energie-eiland
De visie van het BOP op de lopende tender voor het eerste lot van de Prinses Elisabethzone
Energie-eiland visie, tenders Prinses Elisabethzone

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende kosten (van 2,2 naar 7,2 miljard euro) en strategische twijfels over het Prinses Elisabeth-eiland, dat via hogere nettarieven op gezinnen en bedrijven wordt afgewenteld, terwijl Britse importstroom goedkoper dreigt dan lokale, gesubsidieerde windenergie. Minister De Sutter benadrukt het strategisch belang (klimaatdoelen, bevoorradingszekerheid, Europese steun) en belooft een diepgaand kostenonderzoek, maar wijst op wereldwijde prijsdruk door schaarse leveranciers; kritiek blijft op gebrek aan transparantie en risico’s voor Belgische consumenten. Coenegrachts eist betere kostenbeheersing en eerlijke verdeling van de voordelen, terwijl Ravyts pleit voor stopzetting en overschakeling naar nieuwe kerncentrales, gezien de dreigende energietekorten na sluiting van vijf reactoren. De spanning ligt tussen langetermijnvisie (Europa, duurzaamheid) en acute zorgen over betaalbaarheid en afhankelijkheid.

Steven Coenegrachts:

Mevrouw de minister, het energie-eiland is iets waar we de jongste maanden vaak over spreken, want we maken ons zorgen over de kostprijs van dat eiland. Eerst werd die geschat op 2,2 miljard, later op 4,2 miljard en in de jongste raming op 7,2 miljard.

Waarom maken we ons daar zorgen over? Omdat de kostprijs van het energie-eiland wordt doorgerekend aan de eindgebruikers, aan onze gezinnen en aan onze bedrijven, op hun elektriciteitsfactuur. En dat terwijl er dit jaar al een verdubbeling van de nettarieven geweest is.

Wat lezen we in recente rapporten? De connectie die gemaakt wordt met het Verenigd Koninkrijk komt ook op het eiland aan. Omdat de prijs daar waarschijnlijk lager zal liggen dan die van onze eigen windmolenparken zullen die windmolenparken vaker stilgelegd worden om stroom te importeren uit Groot-Brittannië. De stroom van die windmolenparken is bovendien stroom die we ook nog eens subsidiëren, duurzame stroom waar we belastinggeld insteken om hem te realiseren, maar die we dan niet aan land krijgen.

De vraag is dus, mevrouw de minister, of we niet beide kunnen aan land brengen: goedkope stroom uit het Verenigd Koninkrijk en duurzame stroom van de windmolenparken Is de optie van een energie-eiland met gelijkstroom nog wel de juiste als we alle parameters naast elkaar leggen? Kortom, de vraag is hoe we de goedkoopste stroom bij de Belgische eindgebruikers, bij onze gezinnen en bij onze bedrijven krijgen.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, wat spookt de vivaldiregering, ook in lopende zaken, uit en wat spookt Elia met de expliciete toestemming en zelfs op vraag van Vivaldi uit met ons energiebeleid, met onze energiebevoorrading en met de energierekening van burgers en bedrijven? Het energie-eiland moest een van de paradepaardjes van de huidige regering worden. Nu is dat echter een spreekwoordelijke pain in … Mijnheer de voorzitter, het vervolg van het spreekwoord durf ik niet uit te spreken hier in het sjieke halfrond.

Met name de kostenexplosie rond het gelijkstroomgedeelte en de momenteel wettelijk vastgelegde impact op de nettarieven baren heel veel sectoren in onze samenleving steeds meer zorgen. Gisteren trok de federatie van de industriële grootverbruikers van energie aan de alarmbel. Ze toonde aan dat het anders en goedkoper kan.

Echter, mevrouw de minister, ook de offshoresector, die uw partij toch erg genegen is, ziet de bui al hangen, namelijk de betrachting om zo laag mogelijk te bieden in de lopende veiling. Tegelijkertijd heerst er volstrekte onduidelijkheid en is er geen transparantie over het huidige concept. Aan de commissievoorzitter, de heer Oskar Seuntjens, werd aangegeven dat er geen transparantie zou komen van Elia en de CREG.

Mevrouw de minister, politiek gesproken is het grootste probleem dat uw regering, vooral de blauwgroene as, via de verankering van het huidige concept in het federale ontwikkelingsplan aan de netbeheerder een free ticket heeft gegeven, met alle gevolgen vandien. Mevrouw de minister, is de huidige regering in lopende zaken bereid om minstens een gedeelte van het lopende project, met name de peperdure interconnectie met een aantal andere landen, on hold te zetten en desgevallend in te grijpen in het federale ontwikkelingsplan?

Petra De Sutter:

Mijnheer Coenegrachts, mijnheer Ravyts, dank u wel voor uw vragen.

Het Prinses Elisabetheiland is een strategisch infrastructuurproject, dat cruciaal is voor de energiebevoorrading van ons land, onze buurlanden en onze klimaatdoelstellingen. Dit project past in een langetermijnvisie op hernieuwbare energie en interconnecties met het buitenland. Zoals u weet, geniet het ook de steun van Europa, dat het belang van deze infrastructuur in de bredere energietransitie erkent.

Een blanco check of een free ticket, mijnheer Ravyts, zoals u het hebt genoemd, is nooit aan de orde geweest. Elia heeft een heel duidelijke missie gekregen, namelijk de bouw van een infrastructuur die ons de komende honderd jaar zal toelaten om de overvloedige groene en betaalbare energie uit de Noordzee naar onze bedrijven en gezinnen te brengen.

De explosieve kostenstijging die we op dit moment zien, is onaanvaardbaar. Daarover zijn we het allemaal eens. Dat moet diepgaand verder worden onderzocht. Daarom heeft minister Van der Straeten voor de zomer aan Elia en aan de CREG gevraagd om een volledige 360-gradenanalyse van de kostenstijging uit te voeren. Dit onderzoek zal de basis vormen voor een serene en onderbouwde discussie over de verdere uitvoering van het project. Die discussie moeten we zeker voeren.

België en het energie-eiland zijn trouwens niet de enigen die met deze problematiek kampen. De stijgende kosten voor hoogspanningsinfrastructuur zijn een breder Europees fenomeen en zelfs een wereldwijd probleem, vooral veroorzaakt door druk op de supply chain. Vandaag zijn er slechts drie leveranciers op de markt, wat de concurrentie beperkt en mogelijks ook de prijzen en de marges opdrijft. Daarom heeft minister Van der Straeten, samen met premier De Croo, de Europese Commissie gevraagd om de markteffecten van deze prijsstijgingen te onderzoeken en om maatregelen voor te stellen die de financiële impact op landen, burgers en bedrijven kunnen verlichten.

Ondanks die uitdagingen blijft de kern van het project wel degelijk overeind. Het energie-eiland zorgt voor meer bevoorradingszekerheid in Europa, zowel door de aansluiting van bijkomende offshore windproductie als door de Nautilus-interconnectie met het Verenigd Koninkrijk. Het ondersteunt onze energie-intensieve industrie, omdat extra offshore wind en interconnecties toegang geven tot competitieve energieprijzen en het geniet brede Europese steun, omdat het past in de ambitie om een sterkere, meer geïntegreerde energiemarkt te bouwen en onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Tot slot wil ik benadrukken dat de werken aan de funderingen van het eiland en de wisselstroomverbindingen onverminderd doorgaan. Hierdoor kunnen twee van de drie geplande windparken, goed voor 60 % van de Prinses Elisabethzone, binnen de geplande termijn operationeel zijn. De energietransitie kunnen we niet stoppen en we zullen er alles aan doen om dit strategische project op een financieel verantwoorde en toekomstgerichte manier te realiseren.

Ik herhaal, dit is helemaal geen blanco cheque of free ticket geweest. Het energie-eiland is een strategisch infrastructuurproject dat essentieel is voor onze bevoorradingszekerheid, onze energieonafhankelijkheid en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dank u wel.

Steven Coenegrachts:

Dank u wel, mevrouw de minister.

U hebt natuurlijk gelijk, heel Europa kampt met die prijsstijgingen, al zijn wij de enigen die vasthouden aan een eiland. Heel Europa zegt dat dit een strategisch belangrijk project is. Ik ben daar blij mee, maar het mag natuurlijk niet zo zijn dat andere landen meer voordeel hebben dan onze bedrijven en onze gezinnen en op dit moment lijkt het erop dat het Verenigd Koninkrijk er meer uit zou kunnen halen dan onze eigen belastingbetaler, onze eigen elektriciteitsfactuurbetaler.

Ik denk dus dat we nood hebben aan die kostencontrole en aan dat gesprek met Elia om de kostenbeheersing voor elkaar te krijgen, maar ook dat we voorzichtig moeten zijn met de akkoorden die we sluiten met andere landen. Hoe krijgen we stroom hier, hoe krijgen we duurzame stroom bij onze bedrijven en gezinnen en hoe krijgen we dat tegen een juiste prijs op de elektriciteitsfactuur? Dat is de uitdaging en daar gaan we de komende maanden aan werken.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, het energiebeleid in dit land is onder Vivaldi uitverkocht aan uw partij. Het Vlaams Belang is nu al sceptisch als het gaat over hoe Arizona zal ontsnappen aan de erfenis die mevrouw Van der Straeten nalaat. Eind dit jaar gaan, met expliciete goedkeuring van verschillende arizonapartijen, vijf van de zeven kerncentrales in dit land onherroepelijk uit productie. Vanaf dan zijn wij voor onze energiebevoorrading volledig overgeleverd aan de Franse kerncentrales, gascentrales en hernieuwbare energie op de Noordzee, die nog niet op volle schaal aanwezig zal zijn. Dat laatste dreigt nu al een zware impact te hebben op de factuur van onze gezinnen en bedrijven. Ik roep de onderhandelende partijen dan ook op om het huidige concept van het energie-eiland te verlaten en om zonder aarzelen te kiezen voor de bouw van nieuwe eigentijdse kerncentrales. Er is geen tijd meer te verliezen.

De NMBS-engagementen in het kader van het energietransitieplan

Gesteld door

VB Frank Troosters

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NMBS voert het Energietransitieplan uit met zonnepanelen (o.a. Nijvel, 2 MW gepland via derde investeerders met 15-jarige contracten en latere eigendomsoverdracht), 83 laadpalen (sinds 2022) en versnelde LED-verlichting. De maatregelen leveren directe energiekostenbesparingen op, zonder directe financiële last voor de NMBS. Gilkinet bevestigt de fortuinlijke samenwerking en de afstemming op de regeringsdoelstellingen. Troosters aanvaardt het antwoord zonder verdere opmerkingen.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

In maart 2022 keurde de regering het Energietransitieplan goed. Het plan bestond uit drie pijlers. Eén daarvan was het aangaan van partnerschappen met o.a. de NMBS en de Regie der Gebouwen. De regering rekent op hen om hun gebouwen uit te rusten met zonnepanelen en laadstations. Bijkomend dient ook de niet-LED-verlichting vervangen te worden.

Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot dit engagement bij de NMBS? Welke projecten werden reeds uitgevoerd, welke zijn in uitvoering en welke zullen nog worden uitgerold?

Wat was/is of zal de financiële impact zijn van deze projecten?

Georges Gilkinet:

De NMBS heeft belangrijke stappen gezet in het kader van energietransitie met concrete acties rond zonnepanelen, laadstations en de vervanging van niet-ledverlichting. In 2023 werd de strategie voor de installatie van zonnepanelen opgesteld en goedgekeurd door de NMBS. Er werd een pv-installatie uitgevoerd in het station van Nijvel. In 2024 werden verschillende aanbestedingen uitgeschreven voor in totaal ongeveer 2 megawatt aan installaties, in het kader van een financieringsmodel met een derde investeerder. Dit model voorziet in contracten met een looptijd van 15 jaar, wat onmiddellijk besparingen op de energiekosten oplevert.

Na afloop van de contracten worden de installaties eigendom van de NMBS. De NMBS zet haar inspanningen voor de ‘ledificatie’ voort. Sinds maart 2022 heeft de NMBS 83 laadpalen in dienst genomen via haar contract met een charging point operator . De NMBS toont zich een sterke partner in de energietransitie en blijft zich inzetten voor duurzame verbetering, in lijn met de doelstellingen van de regering.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik neem genoegen met dit antwoord.

Het staatsbezoek van de sultan van Oman en het dossier van de groene waterstof
De energieovereenkomst tussen België en Oman
België-Oman betrekkingen: energie en staatsbezoeken

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Oman versterken hun samenwerking rond groene waterstof via het MoU van 2021, met focus op EU-certificering om ammoniak uit Oman (geproduceerd met zonne-/windenergie) als groene brandstof te importeren. Het Hyport Duqm-project (havenontwikkeling + waterstofproductie) loopt via private partijen (DEME, Haven Antwerpen, Fluxys) en wacht op een Europees certificatieschema (beslissing in 2024), gebaseerd op een geslaagde pilootstudie (ETF-financiering) die aantoonde dat de productie voldoet aan EU-normen (RED II). Tijdens het staatsbezoek (dec. 2024) werden geen nieuwe akkoorden getekend, maar bevestigd dat politieke steun en high-profile bezoeken cruciaal zijn om onzekerheden (afname, transport, ketens) weg te werken. België ambieert een Europese waterstofhub, afhankelijk van dit certificeringssucces en schaalvergroting.

Voorzitter:

Collega D'Amico is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56001165C te stellen.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, op 3 december 2024 bracht de sultan van Oman een staatsbezoek aan België. U was daar ook bij betrokken. U had reeds in mei 2023 een overleg met de bevoegde minister uit Oman naar aanleiding van de aankondiging dat DEME een proefproject zou opstarten voor de certificering van waterstof die het wil produceren in Oman. U brak toen een lans voor de Europese certificering van waterstof als groene energie. Zo'n groen label zou moeten toelaten dat waterstof als hernieuwbare energie in België wordt geïmporteerd. De intentieverklaring die toen ondertekend werd, bepaalde dat in de haven van Duqm een waterstoffabriek zou worden gebouwd: Hyport Duqm. Een en ander zou in de vorm van groene ammoniak naar verschillende regio's in de wereld, zoals de EU, worden verscheept. Onze industrie zoekt inderdaad naar manieren om op grote schaal haar CO 2 -uitstoot terug te dringen. De regering kondigde al enige jaren geleden aan dat er de ambitie had om België tot een Europese energiehub voor waterstof uit te bouwen.

Kunt u verslag uitbrengen van uw betrokkenheid bij het staatsbezoek van de sultan van Oman? Wat werd precies besproken? Hoe ver staat het met de uitvoering van de intentieverklaring met Oman?

Voorzitter:

Collega Crucke had hierover ook een vraag, maar hij zit momenteel in een andere commissie.

Tinne Van der Straeten:

Elke Belgische minister werd betrokken bij het staatsbezoek van de sultan van Oman aan België onder leiding van de FOD Buitenlandse Zaken, voor zover er voor zijn of haar departement relevante thema's aan bod kwamen.

We werken al lang samen met Oman. Die samenwerking is gestart met de ondertekening van een MoU in 2021. De heer Crucke had een aantal specifieke vragen over dat MoU en wat er precies ondertekend werd. Laat ik duidelijk zijn: tijdens het recente staatsbezoek werd niets concreets ondertekend. Er werden wel een aantal statements gegeven. Het kader waarbinnen België en Oman samenwerken, is het MoU dat gesloten werd in 2021 en waarin de nadruk ligt op certificering.

Het project dat gerealiseerd wordt in Oman, in de haven van Ad Duqm, bestaat uit havenontwikkeling, waarbij de haven van Antwerpen ook sterk betrokken is, en een project om groene waterstof te produceren en te exporteren buiten Oman. Dat project vindt tussen private partijen plaats, al zijn dat bij Oman natuurlijk partijen waarin ook de staat betrokken is. Aan onze zijde zijn DME, de haven van Antwerpen en Fluxys betrokken.

Het MoU die we in 2021 sloten, bood een kader en legde heel veel nadruk op alles wat te maken heeft met certificering. Oman kan zeer goedkoop elektriciteit kan opwekken dankzij de ongelooflijke opbrengst van de energiebronnen wind en zon en kan zo goedkoop waterstof maken en exporteren in de vorm van ammoniak. Oman wil absoluut zeker zijn van een gegarandeerde afname van die ammoniak, die ook zeker als groene ammoniak, als groene waterstof zou moeten worden gecertificeerd. Naar aanleiding van het MoU heeft België werk gemaakt van onder andere projecten die gefinancierd zijn via het ETF met het oog op een mogelijk certificatieschema. Een pilootstudie werd uitgevoerd door Initio en LBTS. Het onderwerp daarvan was de productie van ammoniak in Oman en het transport daarvan naar België. Het voldoet aan de EU-normen, inclusief wat bepaald is in de RED II, de tweede richtlijn betreffende hernieuwbare energie. De impact was dusdanig dat het eigenlijk een sterke basis was voor samenwerking en schaalvergroting. Dat wordt ook verder besproken met de Europese Commissie. De Europese Commissie zal dit jaar nog over het certificatieschema beslissen. Dat betekent dat hetgeen wij ontwikkeld hebben in het kader van het ETF, een Europees certificatieschema kan worden.

Dat is de stand van zaken. Het voorbije staatsbezoek was een zeer goede follow-up van de eerdere bezoeken in Oman, onder andere van ons koningshuis aan Oman. We zien dat dergelijke bezoeken die projecten een stap verder brengen. Het gaat over innovatieve projecten, over pionierprojecten, met zeer veel onzekerheden. Er zijn onzekerheden over de toeleveringsketen, over de afname en over het transport. Die onzekerheden moeten stap voor stap worden weggewerkt. Vandaar het belang van dergelijk high profile -bezoek aan België.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, het doel van mijn vraag was om wat meer duidelijkheid te krijgen over dat certificatieschema. Hyport Duqm betreft natuurlijk een publiek-private samenwerking. Dat is belangrijk in het geheel. We volgen het dossier verder op.

Voorzitter:

Vraag nr. 56001289C van de heer Crucke wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De audit bij Elia aangaande het Prinses Elisabetheiland
De te hoge kostprijs van het Prinses Elisabetheiland
De uitspraken van de minister in De Tijd over de te hoge kostprijs van het energie-eiland
De hoorzittingen met Elia en de CREG
De toekomst van het energie-eiland
Het interview met de minister over het kostenplaatje van het energie-eiland
Kosten, audit en toekomst van het Prinses Elisabeth-eiland

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de explosief gestegen kostprijs (7 miljard euro) van het Belgische energie-eiland en het ontbreken van duidelijke alternatieven of kostendalingen, ondanks kritiek op het gebrek aan voorbereidend onderzoek in 2021 (toen gekozen werd voor een ruwe schatting van 2,2 miljard). Minister Van der Straeten benadrukt dat de kostenstijging deels toe te schrijven is aan inflatie (oorlog in Oekraïne) en supply chain-problemen, maar belooft extra Europese middelen (CEF, RRF) te zoeken en wacht op een afgeronde audit (eind januari 2025) en een herziene kosten-batenanalyse voordat definitieve beslissingen vallen. Kritiekpunten zijn het ontbreken van transparantie (audit nog niet gedeeld, démantelingskosten van ~1 miljard euro niet meegerekend in huidige ramingen), het te late onderzoeken van alternatieven (bijv. AC-aansluiting in plaats van HVDC), en het risico dat België vastzit aan een te duur project door vertraging en gebrek aan daadkracht. Oppositie vreest dat de rekening uiteindelijk bij burgers en bedrijven zal belanden via hogere energiefacturen, terwijl de minister geen concrete besparingsmaatregelen of keuzes voorlegt, maar wel benadrukt dat andere EU-landenzelfde uitdagingen kennen.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, u gaf al een korte inleiding over het energie-eiland.

We vernemen in de pers dat de audit van Elia inzake het eiland afgerond zou zijn. Dan is het bijzonder relevant daarvan kennis te kunnen nemen, te meer omdat die audit zou bevestigen – dat wordt in ieder geval gesteld – dat het huidig ingeschatte budget voor het eiland alle risicofactoren in rekening brengt.

Tegelijkertijd lazen we in de krant dat u, net als heel wat andere actoren, de kostprijs van het eiland hoog vindt, meer nog, dat u hem té hoog vindt.

U ging onze eerdere vragen om te reageren op de verschillende alternatieve pistes steeds uit de weg, redenerend dat de achtbare Kamerleden maar moesten zeggen waar zij dezelfde hoeveelheden groene elektriciteit zouden halen.

Het lijkt dus aan de orde om het te hebben over de alternatieven die nu nog mogelijk zijn om de kosten van het eiland te doen dalen. Kunt u uw standpunt over de kostprijs van het eiland verduidelijken?

Welke alternatieven zijn er voor u aan de orde? Welke impact kunnen die hebben op de eindfactuur?

Bent niet erg laat met uw vaststelling, daar u al meer dan een halfjaar officieel op de hoogte bent van de scherp gestegen ramingen, tot 7 miljard euro.

Welke initiatieven zult u ter zake nog nemen?

Hebt u de audit ondertussen ontvangen van Elia? Welke vaststellingen doet u op basis van de audit? Blijven er voor u onderzoeksvragen na de audit?

Welke initiatieven wilt u nemen op basis van de uitgevoerde audit?

Kunt en wilt u de audit ter beschikking stellen aan de Parlementsleden van onze commissie?

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, indien de audit klaar is, willen wij daar uiteraard ook kennis van nemen.

De kop voor uw interview in De Tijd herhaalde uw verklaring dat 7 miljard euro voor het energie-eiland té veel is. Hierin is het woordje 'te' belangrijk. Ondertussen zijn enkele werkgroepen aan het werk rond onder meer de kostenbeheersing, op basis van structurele informatie-uitwisseling tussen de CREG en Elia. Bij de berekening van de baten en de scenarioanalyse wordt duidelijk gesteld dat Elia duidelijkheid dient te verschaffen omtrent de baten van mogelijke alternatieve configuraties.

U blijft tijdens het interview met De Tijd warm en koud blazen over de alternatieve configuraties. U zegt dat de businesscase volledig herbekeken moet worden en dat er rekening moet worden gehouden met de baten. Men kan, volgens u, over alternatieven nadenken, maar u vraagt zich af of die over 7 jaar evenveel elektriciteit zullen opleveren. Tijdens de eerste gedachtewisseling over de problematiek hier in het Parlement hebt u zich ook al op die manier uitgesproken. U profileerde zich als een koele minnares van mogelijke alternatieven. U wees daarbij op het risico op onder andere stroomtekorten.

Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot de audit?

Hoe staat het met de alternatieve configuraties? Houden die volgens u al dan niet een voordeel in?

Ismaël Nuino:

Madame la ministre, je souhaiterais commencer par revenir sur les auditions que nous avons eues il y a deux ou trois semaines avec Elia, vous-même et la CREG. Suite à plusieurs heures d'auditions, je n'ai pas eu de réponse à mes deux questions principales pour lesquelles j'espère bien avoir des réponses ce matin.

En ce qui concerne le calendrier des décisions qui ont été prises concernant l'île énergétique, après avoir réécouté la présentation d'Elia et de la CREG, je ne comprends pas très bien certaines décisions prises dans ce dossier en termes de ligne du temps.

Il semblerait qu'Elia ait proposé trois options au gouvernement fédéral. Le gouvernement fédéral aurait choisi le 15 octobre 2021, d'opter pour l'option 2, c'est-à-dire celle qui contenait une île énergétique. À ce moment-là, la seule estimation budgétaire dont il disposait de la part d'Elia était d'un coût de 2,2 milliards d'euros.

Pendant les auditions, Elia nous a dit que qu'à ce moment-là, les 2,2 milliards d'euros n'étaient pas un budget parce qu'ils ne prenaient pas en compte les coûts, l'inflation, le risque et tout un tas de choses. Le seul véritable budget qu'Elia a fourni date de juillet 2023, date à laquelle il s'élevait à 3,6 milliards d'euros.

Je me demande donc si le gouvernement fédéral a choisi une option sans avoir de réel budget. Cela voudrait dire que l'option 2 – j'attends vraiment d'être contredit – a été choisie alors même qu'Elia a affirmé pendant les auditions que nous n'avions pas un vrai budget. J'aimerais savoir si cela s'est réellement passé comme je l'interprète ou s'il y a une autre explication.

Ma deuxième question concerne le calendrier subsidiaire. Nous connaissons l'importance du régulateur et des avis, souvent plutôt éclairés, qu'il nous donne. Pourquoi le gouvernement n'a-t-il pas attendu l'avis de la CREG pour prendre la décision?

En audition, j'ai posé plusieurs fois la question du coût réel de l'île. Il a fallu un petit temps pour avoir des réponses… qui étaient peu claires. J'ai demandé si le coût de démantèlement était pris en compte dans les nouvelles estimations d'Elia, revues très à la hausse. On m'a d'abord répondu que oui, en disant que le coût était de 25 millions d'euros par an. On m'a ensuite dit que ce n'était pas pris en compte dans l'estimation. Or, si on prend la durée de vie de soixante ans de cette île énergétique et qu'on la multiplie par 25 millions, le résultat est de 1,5 milliard d'euros supplémentaires au budget. Disons, 1 milliard. Ce montant n'est pas pris en compte dans le budget dont on parle aujourd'hui, dans les CAPEX (CAPital EXpenditures ou dépenses d'investissment) , mais n'est pas non plus pris en compte dans les coûts répercutés sur la facture des usagers qui a déjà fortement augmenté vu la hausse du coût de cette île énergétique. Ce sont les seules informations que j'ai eues. Elia m'a informé qu'effectivement ces coûts de démantèlement devraient être répercutés sur la facture mais ne m'en a pas dit plus.

Madame la ministre, avez-vous plus d'informations sur les coûts du démantèlement? Sont-ils de cet ordre de grandeur? Que représenteront-ils globalement? Que représenteront-ils sur la facture des usagers? Aujourd'hui, Elia avance le chiffre de 5 à 5,5 euros d'augmentation par MWh. Cela entraînera-t-il une augmentation plus importante? Ces questions me semblent particulièrement importantes.

Madame la ministre, vous vous êtes exprimée précédemment dans la presse concernant le prix. Quelle est votre position sur le prix de cette île énergétique? Elia vous a-t-elle communiqué une date à laquelle elle doit attribuer les marchés? On sait effectivement qu'une partie a été mise sur pause. Jusque quand?

Marie Meunier:

Madame la ministre, le CEO d’Elia a récemment fait des déclarations dans la presse. Il y a abordé les différents enjeux concernant l’île énergétique.

Nous apprenons que l’audit commandé par Publi-T à propos du dérapage budgétaire a déjà livré ses premières conclusions, qui ont été présentées au comité d’audit. La dernière partie, qui doit s’assurer que le développement de l’île est en ligne avec la demande initiale, est encore en cours.

Madame la ministre, avez-vous eu des contacts avec Elia concernant les premiers résultats de l’audit? Que pouvez-vous nous en dire? Avez-vous des informations à nous communiquer concernant la dernière partie de l’audit?

Il est également question dans cet article d’une nouvelle analyse coûts-bénéfices qui doit explorer un certain nombre de variantes ainsi qu’estimer leurs coûts respectifs. Il y aurait quatre scénarios différents sur la table. Elia estime qu’un débat politique doit avoir lieu afin de pouvoir faire un choix parmi les différentes alternatives. Disposez-vous des analyses concernant les différentes variantes envisageables? Connaît-on les différences de coûts entre celles-ci?

Enfin, Elia annonce avoir pris contact avec le formateur du futur gouvernement avec l’objectif de pouvoir disposer d’une décision sur l’île énergétique en janvier 2025. Que pouvez-vous nous dire par rapport au processus de décision concernant l’île? Avez-vous eu des contacts avec le formateur? Si oui, quelles conclusions peut-on en tirer?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, ik zal starten met de audit van Elia, met een stand van zaken van de analyses. Elia heeft zelf tijdens de hoorzittingen in deze commissie aangegeven dat het een internationaal auditkantoor belast heeft met de opdracht om een evaluatie uit te voeren van de evolutie van de kostprijs van MOG 2 – het eiland – en in het bijzonder van de gebruikte budgetteringsregels, de kostenelementen verbonden aan de realisatie van het project, hoe die evolueren en de huidige budgetraming.

Het is een proces dat plaatsvindt binnen de auditorganen van Elia en dus door het auditcomité van de raad van bestuur wordt opgevolgd. Elia heeft me geïnformeerd dat het auditcomité een voorlopige versie van het eerste verslag heeft kunnen raadplegen. Het rapport moet verder nog vervolledigd en afgewerkt worden. Dat zal tegen eind januari gebeuren. Elia wil het definitieve rapport afwachten.

Uiteraard heb ik er geen bezwaar tegen – het is ook niet aan mij om hier al dan niet bezwaar tegen te hebben – dat de uitkomst van die audit hier wordt gedeeld. Ik heb ter zake altijd gepleit voor transparantie. Zoals u weet, heb ik niet alleen aan Elia maar ook aan de CREG gevraagd om verdere analyses, audits en berekeningen te doen die ook worden uitgevoerd. Zowel Elia als de CREG werken in overleg met elkaar aan de opdrachten die we hun hebben gegeven. Naast het auditrapport is ook de kosten-batenanalyse belangrijk.

De vraag is of ik mijn eigen positie in dit dossier gewijzigd heb. Dat is natuurlijk niet het geval. Van bij het begin heb ik gezegd dat de kosten moeten worden beheerst en hebben we ook geageerd. Verder heb ik gesteld dat er naast de kosten ook naar de baten moeten worden gekeken. Meneer Ravyts, is het misschien daarom dat u op uw honger blijft over de alternatieven en mijn positie ten opzichte van de alternatieven en de verdere voortgang in dit dossier? Het is absoluut mijn mening dat we de volledige set van documenten moeten hebben. We hebben ook de bedragen voor de voorgestelde opties nog niet gezien, noch de consequenties ervan. Wat betekent dat voor de timing? Wat betekent dat voor de elektriciteit die dan al dan niet naar ons land gebracht wordt? Is die dan niet nodig? Kunnen we daarmee wachten? Wat zijn de kosten van het werken aan een compleet ander design? Al die elementen moeten verenigd zijn, opdat ik er een duidelijk standpunt over kan innemen. Zolang ik niet over die verschillende documenten beschik, zal ik de verschillende zaken tegen elkaar blijven afwegen.

Wat de volgende stappen betreft, heeft Elia aangegeven nog even te kunnen wachten, maar niet al te lang. Elia heeft een brief gestuurd met de verschillende opties waarover ze gesprekken zullen aanknopen met onder andere de formateur. Ik heb zelf geen gesprekken over dit dossier met de formateur. Het zijn eigenlijk bijna twee parallelle processen, aangezien er in de onderhandelingen enerzijds mogelijk over gesproken of onderhandeld wordt en we anderzijds voortwerken aan het dossier binnen de mogelijkheden waarover we beschikken.

Het dossier was ook aan de orde in de marge van de Energieraad gisteren. Afgelopen zondag vond er ook een vergadering van de Pentaministers plaats. België is momenteel voorzitter van het Pentaforum, waarvan de volgende landen lid zijn: België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland.

Gisteren hebben we in de Energieraad kennisgemaakt met de nieuwe Eurocommissaris voor Energie, Dan Jørgensen. In het kader van de Pentavergadering hebben mijn Nederlandse en Duitse ambtgenoten en ikzelf over dit dossier gesproken. België is immers niet het enige land dat een netwerkontwikkelingsplan heeft opgesteld en voor de uitwerking ervan een beroep doet op HVDC (hoogspanningsgelijkstroom). Nederland en Duitsland doen hetzelfde. Voornoemde ambtgenoten vertelden mij dat zij worden geconfronteerd met dezelfde problemen als de kostenstijging en de druk op de supplychain. Mijn Nederlandse ambtgenoot gaf aan dat zij met dezelfde problemen geconfronteerd wordt.

Gisteren heb ik in de marge van de Energieraad gesproken met Eurocommissaris Dan Jørgensen. Wij hebben hem en Ursula von der Leyen immers een brief gestuurd met daarin het verzoek om naar de onderliggende oorzaken te kijken en om naar oplossingen te zoeken. Hij gaf aan dat zij het dossier zeker kennen, dat het hun onverdeelde aandacht krijgt en dat hij dit zal bespreken met zijn de eurocommissaris voor Mededinging, Teresa Ribera.

Sommigen onder u vroegen tijdens de hoorzitting ook in hoeverre er sprake is van schaarsteprijzen, in hoeverre drie spelers de markt onder elkaar verdelen en in hoeverre alle prijsstijgingen al dan niet verklaard kunnen worden door gestegen kosten. In de loop van januari zullen we daarvoor een follow-up doen.

Ondertussen zijn er nog twee andere elementen waaraan we werken, met name de CEF, (Connecting Europe Facility) waarbij ik erop heb aangedrongen dat we voor de projecten die goedgekeurd zijn en die met een kostenstijging worden geconfronteerd maar waarvan de baten zijn aangetoond bijkomende of voldoende ondersteuning van de CEF zouden kunnen krijgen.

Rond de tafel is iedereen, zeker ook de eurocommissaris, ervan overtuigd dat de CEF ondergefinancierd is. Het vrijmaken van middelen voor de CEF moet binnen het algemeen budgettaire kader van de Europese Unie, het MFF (multiannual financial framework), worden besproken. Ik zal het hierover ook hebben met de minister van Financiën, Vincent Van Peteghem, opdat het standpunt van België zeker is dat voor onze interconnecties, voor de cruciale projecten die we nodig hebben, de middelen van de CEF zouden moeten worden verhoogd. Op die manier kunnen er voor dit dossier ook bijkomende middelen binnen de CEF worden gevonden.

Ik zal aan mijn administratie ook vragen om te bekijken – dat was een suggestie van Europa – of we de middelen voor het RRF (Recovery and Resilience Facility), die uiteindelijk niet zijn uitgegeven aan projecten binnen het RRF omwille van tal van redenen, aan projecten die wel doorgaan kunnen worden toegewezen.

Tijdens de vorige vergadering hadden we het hier over Clean Hydrogen for Clean Industry, waarvan we het KB hebben teruggetrokken omwille van een beroep ingediend door de Vlaamse regering, waarbij er middelen eigenlijk bijna worden geschrapt. Dat is een budget dat we aan het eiland zouden kunnen toewijzen.

Er zijn ook andere projecten, bijvoorbeeld projecten bij het IRE, die niet konden doorgaan omdat ze uiteindelijk niet matuur bleken. Er zijn verschillende projecten binnen het RRF die uiteindelijk ook niet zijn doorgegaan, waardoor we al onze middelen niet zouden kunnen uitgeven. Het zou zonde zijn als die middelen verloren zouden gaan. Ik ga dus bekijken of we die middelen niet alsnog aan het eiland kunnen toewijzen.

Wil dat zeggen dat dat een go/no-go voor het project is? Neen, maar in het kader van de verschillende elementen die moeten worden verzameld, is dat zeker een element dat ook nog verder kan worden onderzocht, want de kostenstijging is reëel. Die kostenstijging zien we ook voor andere projecten in andere domeinen.

Des questions techniques ont également été posées concernant le budget. Tout d'abord, au moment où la décision a été prise pour l'île énergétique, j'avais connaissance de l'estimation des coûts et de l'évaluation des risques qui avaient été réalisées par Elia à l'époque, soit avant la guerre en Ukraine. Il s'agissait en outre d'une comparaison entre différents scénarios, et non uniquement d'un scénario relatif à l'île énergétique. Plusieurs manières de réaliser la connexion étaient étudiées dans cette comparaison.

Cette évaluation était basée sur plusieurs critères que j'ai déjà énumérés dans cette commission et qui y ont été discutés à plusieurs reprises. Les procédures applicables aux avis de la CREG ont été suivies et les avis ont été demandés sur les dossiers pour lesquels cela était prescrit selon les procédures.

Il y a donc eu une décision de principe et, ensuite, une décision de fond prenant en compte l'inflation et les coûts. Avec la guerre en Ukraine, la hausse de l'inflation est intervenue, mais il n'était pas possible de le prévoir au moment de la prise de décision. En 2021, aucune analyse de rentabilité, aucun projet ne prenait en compte la possibilité d'une guerre en prévoyant une marge supplémentaire. Tout le monde a été confronté à cette augmentation.

La question des provisions de démantèlement doit plutôt être posée à Elia. Cette provision est imposée par la loi et est déterminée sur la base d'une estimation des coûts. Ce montant doit être constitué progressivement afin d'être disponible au moment du démantèlement. En l'occurrence, il s'agit de la période démarrant lors de la mise en service de l'île en 2026, comme le prévoit la loi, avec un montant de 25 millions par an. C'est le gestionnaire de réseau qui a estimé ce montant et qui l'a soumis à la CREG. Pour plus d'informations techniques à ce sujet, je vous renvoie vers cette administration.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik blijf nog altijd wat met een dubbel gevoel zitten na uw reactie. Het onderzoeken en bestuderen van alternatieven is immers noodzakelijk, maar tegelijkertijd is de tijd die we hebben om dat te doen, heel erg beperkt als men de piste wil openhouden om verder te doen met het eiland zoals het nu gepland is en tegen de huidige kostprijs en het eventueel te financieren met andere middelen.

De vraag is of we er hiermee zullen uitkomen en of alle alternatieven wel voldoende op tafel liggen. Mijn collega's hebben al gezegd dat Elia kijkt naar een viertal opties, maar niet alle mogelijke opties zijn daarin opgenomen. Ik denk bijvoorbeeld aan het alsnog aansluiten van het eiland in AC. Dat is een optie die op dit moment niet is opgenomen en die om de ene of andere reden niet verder wordt onderzocht. Zijn we dan niet opnieuw ons onderzoek aan het kanaliseren om uit te komen bij een scenario dat business as usual is, waarin de vraag is wie het nu eigenlijk aan het eind van de rit zal betalen, waar we de centen zullen halen enzovoort? Ik heb er toch wel wat bedenkingen bij dat u wel begrip toont voor het feit dat het eiland te duur is, maar dat u niet onmiddellijk acties onderneemt die ertoe leiden dat de kostprijs kan dalen en dat er effectief ook beslissingen worden genomen.

Vandaag is er immers maar één optie: er is namelijk een federaal ontwikkelingsplan dat aangeeft wat er moet gebeuren en zo lang er op dat vlak door u of door het Parlement geen initiatieven worden genomen om een alternatief voor dat federaal ontwikkelingsplan naar voren te schuiven, zullen we er niet komen en zal men enkel en alleen het huidige concept kunnen doorvoeren. Er gebeuren dus wel wat onderzoeken, maar ik heb eigenlijk de indruk dat we langzaam maar zeker aan het afstevenen zijn op een deadline waar we plots niet meer voorbij zullen raken, waardoor we zullen moeten zeggen dat de kostprijs 7 miljard euro bedraagt en dat we geen tijd meer hebben om alternatieven te onderzoeken. Zo zullen we vastzitten en zullen we – jammer maar helaas – dat bedrag op de ene of andere manier toch moeten betalen, of dat nu via de elektriciteitsfactuur, de belastingfactuur of een andere factuur is.

Ik maak mij daar grote zorgen over en denk dat we daadkracht moeten tonen. We moeten aangeven dat er stappen moeten worden gezet en we moeten een alternatief duidelijk naar voren schuiven om klaar te raken. Als we immers alternatieven blijven bestuderen tot de bestelling sowieso geplaatst moet worden, dan zullen we achteraf kunnen zeggen wat we het best hadden gedaan, maar zullen we in de situatie terechtkomen dat er niets meer aan te doen is. Ik vrees dat we daar naartoe gaan als we hier niet dringend keuzes maken.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik vind ook dat we in de spreekwoordelijke fuik zitten. Enerzijds zei u in de pers "te veel" en anderzijds hebt u ook vandaag weer allerlei pistes naar voren geschoven, ook Europese pistes, waarbij dat "te veel" niet meer te veel zou zijn.

Ik blijf dat een tweeslachtige houding vinden inzake dit dossier. We zullen zien, eens alle elementen op tafel liggen, waar we uitkomen. Ik vrees echter dat het in een richting zal zijn die onze fractie niet echt zal zinnen.

Ismaël Nuino:

Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses, bien que je m'interroge très sincèrement à leur sujet.

D'abord, je n'ai pas vraiment obtenu de réponse quant au calendrier de prise de décision, si ce n'est que vous m'avez expliqué que la seule et unique cause de l'inflation était la guerre en Ukraine. Je répète ce que j'ai dit: vous avez décidé en tant que ministre, avec le gouvernement fédéral, d'opter en 2021 pour l'île énergétique alors que, selon Elia, vous n'aviez pas de budget. Donc, soit Elia ne vous a pas dit que ce n'était pas un budget soit vous avez pris une décision sans avoir de véritable budget.

Et puis, vous me dites qu'il est normal que l'inflation ait débuté en raison de la guerre en Ukraine, mais que personne ne pouvait s'en douter. Or je mettais en avant dans ma question que le budget final, reconnu comme tel par Elia, de 3,6 milliards d'euros a été remis en juillet 2023. Si je consulte mon calendrier, je constate que la guerre en Ukraine a débuté en février 2022. Il était alors possible de prévoir l'inflation. Les courriers envoyés par Elia montrent qu'elle était au courant d'une augmentation de presque 7 milliards en avril ou mars 2024. Cela signifie qu'en l'espace de huit mois, les montants ont doublé! Par conséquent, on ne peut pas simplement invoquer l'inflation ou la guerre en Ukraine. Je reste sincèrement sur ma faim. Un problème est apparu dans la prise de décision en 2021. Et je ne suis pas le seul à l'affirmer, puisque la CREG et la Cour des comptes le disent également. Je cite le rapport de cette dernière: "Le gouvernement a de nouveau choisi l'énergie éolienne offshore sans examen préalable rigoureux des alternatives." Ce n'est quand même pas rien quand la Cour des comptes l'écrit. D'où ma déception.

Ensuite, s'agissant du démantèlement, vous m'avez invité à interroger Elia, mais excusez-moi de vous rappeler que ce n'est pas cet organisme qui est responsable devant le Parlement! J'ai posé toutes les questions possibles à Elia lors de la dernière audition. On ne peut pas me dire le contraire. Et j'ai obtenu trop peu de réponses. C'est donc à vous que je pose la question, en votre qualité de ministre responsable de ce dossier. Apparemment, vos chiffres relatifs au démantèlement sont identiques aux miens: 25 millions d'euros par an jusqu'en 2062. Bref, cela représente une augmentation de l'enveloppe qui se situe entre 800 millions et 1 milliard d'euros et qui sera répercutée sur la facture des consommateurs. Vous ne savez pas combien cela représente et vous m'invitez à m'adresser soit à Elia soit à la CREG. Mais je pense que je puis obtenir de vous, en votre qualité de ministre, une réponse en commission pour savoir quel sera l'impact sur ces entreprises qui sont en difficulté sur le plan de la compétitivité et pour lesquelles l'énergie coûte de plus en plus cher, ainsi que sur les ménages pour lesquels la facture est en train d'exploser et explosera encore en janvier. Vous en parliez vous-même. L'enjeu énergétique est véritable. Nous vous l'avons déjà dit: nous serons toujours un allié en faveur de l'énergie renouvelable. Toutefois, à cause de ces projets qui dérapent complètement, nous allons perdre en même temps les industries, les citoyens et/ou le budget de l' État.

Je crois que nous avons vraiment la responsabilité de faire la clarté sur tout ce qui s'est passé. Malheureusement ici je n'ai pas obtenu les réponses aux questions que j'ai posées. Il faut s'assurer que ce genre de projets puissent, la prochaine fois, être gérés avec plus de sérieux.

Tinne Van der Straeten:

Je tiens à fournir quelques précisions. J'entends ce que vous dites, mais je viens de dire que nous n'étions pas le seul pays à être confronté à la même inflation des coûts. Il y a un contexte de guerre. D'ailleurs, ce sera le troisième hiver de guerre en Ukraine. Cela a eu des conséquences dans le secteur de l'énergie, mais aussi dans d'autres secteurs. C'est un fait. C'est un constat.

Par ailleurs, comme je viens également de l'indiquer, il y a un marché avec trois fournisseurs. Ceux-ci sont capables aujourd'hui de produire ce qui est demandé avec un "pipeline" de projets et cinq projets de plus pouvant être produits. La question qui se pose ici est la suivante. Ce n'est pas la première fois que je parle de cela. Il s'agit de voir dans le fonctionnement du marché si des prix de pénurie sont appliqués ou non. Il faut voir si toute la hausse des prix peut être expliquée par l'inflation des coûts liés à la guerre ou non. C'est la raison pour laquelle on a demandé à la Commission européenne de s'en charger. À mon humble avis, et avec tout le respect que j'ai pour nos instances belges, nous ne sommes pas en mesure de le faire. C'est une investigation européenne qui doit être menée pour examiner les logiques de marchés. Je ne suis donc pas en train de balayer tout en disant qu'il y a une inflation des coûts. Il faut aussi prendre en compte ces divers aspects.

Concernant les coûts de démantèlement, M. Ravyts m'a posé des questions sur les coûts de démantèlement des éoliennes et des turbines, il y a quelques semaines. Concernant la notion de démantèlement et les provisions qui y sont associées, soit pour les infrastructures électriques soit pour les turbines, j'ai déjà dit que le cadre législatif existant est moins développé que le cadre qui existe pour le nucléaire. Vous pouvez le lire dans le rapport de la réunion. Pour ce qui est du nucléaire, et notamment des producteurs d'électricité, il existe un cadre qui prévoit qu'ils doivent faire des provisions qui sont soumises à un contrôle prudentiel. Comme je l'ai déjà dit dans cette commission, j'y suis favorable. La ligne du temps que nous avons en tête est le repowering de la première zone des éoliennes offshore.

J’ai interprété vos questions comme étant des questions purement techniques: "Quel est le montant constitué? Quels sont les différents éléments?" Renseignez-vous auprès d’Elia. Je veux bien, si cela vous aide, être la messagère pour vos questions hyper techniques.

Si votre question est plutôt politique: "Quelle est votre position?" Ma position politique est que le cadre législatif qui existe aujourd'hui est moins développé, moins détaillé que pour les autres technologies. Et, qui sait, dans le futur, Hedera ne sera pas uniquement utile pour tout ce qui est nucléaire, mais pour toutes sortes de catégories, y compris le médical ou l’éolien en mer du Nord. Pourquoi pas?

Ismaël Nuino:

Madame la ministre, je n’ai jamais nié le fait que d’autres pays pouvaient connaître les mêmes problèmes. À aucun moment. Je dis simplement qu’attribuer une grande partie de cette augmentation des coûts à la guerre en Ukraine, c’est à mon sens un peu facile. Je le répète encore une fois: en 8 mois de temps, le budget a doublé. En 8 mois!

L’inflation, nous la voyons dans les grands projets publics qui ont été lancés il y a 10 ans. Bien souvent, nous ne savons pas non plus très bien expliquer en quoi cela augmente à ce point-là. Mais là, c’est vraiment en l’espace de moins d’une année que le budget augmente à ce point.

J’entends que vous cherchez des solutions. Je vous en remercie. C’est utile de le faire, pour voir comment nous allons nous sortir de ce problème dans lequel nous sommes aujourd'hui. Mais moi, la question que je pose, c’est comment sommes-nous arrivés à ce problème?

C’est essayer de comprendre pourquoi le gouvernement fédéral a décidé de choisir cette option 2 de l’île énergétique sans avoir étudié les alternatives existantes. C’est là que se pose la question.

Elia propose trois options. Le gouvernement en choisit une, et c’est à partir de ce moment-là qu’Elia a étudié plus profondément cette deuxième option. Mais pendant ce temps-là, nous n’avons pas étudié la première et la troisième option.

À voir la question sur les différentes alternatives qui se pose aujourd'hui, nous allons nous retrouver progressivement bloqués dans un tunnel, dans lequel nous n’avons pas d’autre choix que de dire stop ou encore. Je trouve que ce n’est pas une bonne manière de décider. C’est cela que j’essaie de mettre en avant, et sur quoi je pose des questions. Je n’ai toujours pas de réponse claire sur l’agenda de prise de décision.

Les questions sur le démantèlement étaient techniques.

Encore une fois, je ne comprends pas qu'une ministre m'invite en commission à m'adresser à Elia. À mon sens, madame la ministre, sauf erreur de ma part, c'est vous qui êtes en charge du dossier et qui devez le demander à Elia, comme vous l'avez fait depuis le départ, au travers de courriers entre la CREG et Elia. Moi, je n'ai aucune autorité pour demander à Elia combien va coûter le démantèlement.

La question que je pose n'est pas une question technique sur le cadre juridique. On aura le temps sur cinq ans de le préciser. Il s'agit de savoir si ces 25 millions d'euros par an, montant communiqué lors de la dernière audition, vont avoir un impact sur la facture. Elia m'a dit qu'elle devra le répercuter sur la facture et qu'elle ne l'a pas pris en compte aujourd'hui dans son estimation.

La seule et unique question que je vous posais aujourd'hui, c'était de savoir de combien sera l'augmentation des coûts de transport sur la facture, quand on prend en compte ces 25 millions d'euros en plus qui font pratiquement 1 milliard sur l'ensemble de la durée de vie. Ce n'est pas une question technique mais juste une question visant à savoir combien cela va coûter en plus tous les ans à nos entreprises et à nos ménages. Mais je n'ai pas eu de réponse et je trouve vraiment problématique que, politiquement, vous me renvoyez à Elia. Si c'est cela, je ne comprends alors pas très bien ce que l'on fait ici et pourquoi on vous pose des questions.

Marie Meunier:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses éclairées à mes différentes questions.

Het promoten van fossiele energie door de CEO van de COP29
De berichtgeving rond de hoofddirecteur van de COP29 in Azerbeidzjan
De COP29
De resultaten van de COP29 in Bakoe
De gemengde balans van de COP29
De balans van de COP29
De klimaatonderhandelingen en de balans van de COP29
COP29, klimaatonderhandelingen en controverses in Azerbeidzjan

Gesteld aan

Zakia Khattabi (Minster van Klimaat, Milieu en Duurzame Ontwikkeling)

op 3 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De COP29 in Azerbeidzjan leverde een minimaal akkoord op, met als belangrijkste resultaat een klimaatfinancieringsdoelstelling van 300 miljard dollar per jaar tegen 2035 (ver onder de gevraagde 1.300 miljard), waarbij ontwikkelde landen het voortouw nemen maar private en multilaterale fondsen meetellen. Concrete afspraken over fossiele brandstoffen ontbraken, en de opvolging van eerdere klimaatbeloftes (zoals de *global stocktake*) werd doorgeschoven naar COP30 in Brazilië, wat teleurstelling wekte bij kwetsbare landen en klimaatactivisten. België, dat binnen de EU-onderhandelingspositie bleef, benadrukte adaptatiefinanciering en pleitte voor een uitbreiding van de groep financierende landen (bv. China, India), maar nam geen nieuwe bindende engagementen aan. De Belgische delegatie (140+ personen, inclusief maatschappelijke actoren) volgde de traditie van open toegang voor NGO’s en bedrijven (zonder overheidsfinanciering), terwijl de kostenefficiëntie en toegevoegde waarde van het Klimaatcentrum (onder SPF Wetenschap) ter discussie bleven. Critici wijzen op het falend multilateraal klimaatbeleid door geopolitieke spanningen (bv. VS/Trump, olielobby’s als Azerbeidzjan) en het ontbreken van urgentie, terwijl de minister de COP als noodzakelijk maar onvoldoende typeert en pleit voor sterkere diplomatieke allianties en integratie van klimaat in andere beleidsdomeinen (handel, veiligheid). De toekomstige Belgische klimaatplannen (bv. PNEC-updates) hangen af van interne onderhandelingen (met name Vlaanderen) en een dreigende EU-inbreukprocedure voor te late indiening.

Voorzitter:

Collega's, vandaag zijn twee sessies met de minister ingepland. Eerst houden we een gedachtewisseling over de COP. Enkele leden hebben daarover ook vragen ingediend. Ik stel voor dat de vragen in de tussenkomsten verwerkt worden. Het woord is eerst aan de commissieleden, vervolgens zal de minister antwoorden en daarna krijgen de leden het woord voor hun repliek. Na de gedachtewisseling staan nog enkele specifieke mondelinge vragen op de agenda.

Bert Wollants:

Mijnheer de voorzitter, geeft de minister geen inleiding?

Voorzitter:

Neen, we hebben het bericht gekregen dat eerst de commissieleden het woord kunnen krijgen. Vervolgens zal de minister antwoorden.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, over de COP29, ondertussen achter de rug, hebben we verschillende echo's ontvangen, in zowel goede als slechte zin. Er zijn wel wat speciale uitspraken gevallen. Als gevolg daarvan hebben enkele regeringsleiders aangekondigd of gezegd dat zij het niet zien zitten om er onder dat gesternte aan deel te nemen. Tegelijkertijd luidt de vraag wat er dan wel concreet uit gekomen is, in totaliteit voor de COP zelf, maar ook specifiek voor België. Hebt u al dan niet met collega's specifieke engagementen opgenomen? Wat houden die engagementen dan in voor de federale overheid? Waarin moeten die worden vertaald?

In het verleden zijn er twijfels gerezen over de delegatie die wij telkens naar die COP's sturen, met de vraag of die misschien wat meer soberheid zou kunnen verdragen. Kunt u dat nader toelichten? Hoe groot was de delegatie die we naar de COP hebben gestuurd? Welk was het aandeel van de federale administratie in kabinetten op dat vlak? Op welke manier is dat ingevuld? Welke kostprijs staat daartegenover?

Specifiek aangaande deze COP vraag ik me af welke de gevolgen zijn. Heeft dit land, zoals in het verleden telkens gebeurd is, op bepaalde thema's in het bijzonder gewogen of een meerwaarde gehad tijdens de COP zelf in het ondernemen van bepaalde acties of in de voorbereiding van bepaalde akkoorden met landen?

In het verleden is al aangegeven dat onze contacten met bepaalde landen in Afrika ervoor zorgen dat wij sommige zaken soms gemakkelijker bespreekbaar kunnen maken. Was dat in dit geval ook zo? Hoe is dat verlopen?

In de marge van de COP heeft het voormalige hoofd van het Klimaatcentrum, mevrouw Trouet, een aantal opmerkelijke uitspraken gedaan. In haar opiniestuk deed zij onder meer uitspraken als: "Ik heb het u gezegd, maar u hebt uw schouders opgehaald. Trek uw plan, het zijn uw kinderen, bescherm ze zelf." Ik meen dat dat ongeveer was wat zij daar naar voren heeft geschoven.

De vraag is natuurlijk of het Klimaatcentrum, dat ongetwijfeld een rol heeft gespeeld in de voorbereidingen van de standpunten die België ingenomen heeft op de COP, nu geëvalueerd moet worden. Ik vraag me af, mevrouw de minister, hoe u de uitspraken van mevrouw Trouet nu beoordeelt. Hoe kijkt u daarnaar, in het algemeen?

We weten dat het Klimaatcentrum ondertussen al een tweetal jaren bestaat. Kunt u aangeven of dit kenniscentrum heeft bijgedragen aan het federale beleid op dat vlak? Heeft het bepaalde nieuwe elementen aangebracht waarop het federale beleid zich in de toekomst kan richten?

Eigenlijk komt het erop neer wat de toegevoegde waarde van het Klimaatcentrum was in het kader van deze COP. We weten immers dat de klimaatbevoegdheden grotendeels elders liggen, onder andere bij Europa en bij de gewesten. Het is dus belangrijk te weten waartoe de middelen die in het Klimaatcentrum zijn geïnvesteerd geleid hebben.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik kan me voorstellen dat u als ecologiste niet tevreden bent met de uitkomst van de COP29. U sprak in de pers over een gemengd bilan. Dat is vrij optimistisch. Mevrouw Van der Straeten, toch ook een ecologiste, is niet tevreden over deze COP. Ik citeer uit haar antwoord daaromtrent aan mij: "Deze COP werd niet met engagement en ambitie gemodereerd door het voorzitterschap. Daardoor werd er een teleurstellend resultaat naar voren gebracht."

Enkele dagen voor de COP en in het begin van de COP waren er een paar opmerkelijke uitspraken en acties. Er was de berichtgeving over de hoofddirecteur van de COP29, die blijkbaar zijn rol als bestuurslid van het staatsbedrijf voor olie en gas van Azerbeidzjan een beetje zou hebben misbruikt om een bijeenkomst te regelen voor het bespreken van potentiële deals over fossiele brandstoffen, nieuwe olie- en gasvelden.

In het verlengde was er de ondertussen beroemd geworden uitspraak the gift of God, door de president van Azerbeidzjan. Hij stelde dat Azerbeidzjan echt een land van fossiele brandstoffen is en dat het ook van plan is om dat te blijven en om zijn rijkdom, the gift of God – in het geval van Azerbeidzjan zal het dan over Allah gaan – verder te vermarkten. Al wil Azerbeidzjan wel een beetje vergroenen. Men wordt dan meegesleurd – u misschien ook, mevrouw de ministe – naar wat velden met zonnepanelen. Op die manier wil men dan een beeld creëren van Azerbeidzjan als land in de ban van de groene transitie, zoals zovele landen.

Hoe reageert u op de berichtgeving over de hoofddirecteur en op de zogenaamde gift from God ? Meent u dat de huidige deontologische gedragscodes voor ambtenaren en functionarissen binnen de COP's afdoende zijn? Hebt u dat binnen de EU aangekaart? België zit immers op zo'n COP ingekapseld in EU-verband.

Minister Van der Straeten zei ook dat het gastland de COP onvoldoende heeft voorbereid. Wij weten – u hebt dat zelf op een vraag van mij geantwoord – waarom Azerbeidzjan uiteindelijk het gastland was. U hebt de procedure binnen de Verenigde Naties, zonder interferentie van andere landen, toegelicht.

Ik ga even in op de resultaten zelf. De ontwikkelde landen engageren zich rond klimaatfinanciering om tegen 2035 met minstens 300 miljard dollar over de brug te komen om de ontwikkelingslanden bij te staan om hun uitstoot van broeikasgassen te reduceren en zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. In de aangenomen tekst staat dat de ontwikkelde landen de leiding nemen om dat bedrag bijeen te krijgen. Daarvoor mag naast publiek geld echter ook naar privaat geld en alternatieve financieringsbronnen worden gekeken. Ook het geld dat via de multilaterale ontwikkelingsbanken wordt gemobiliseerd, mag worden meegerekend.

De ontwikkelingslanden worden op hun beurt aangemoedigd om bij te dragen, zij het louter op vrijwillige basis. Ik heb begrepen dat wij bijvoorbeeld China, dat nog altijd een vervuiler is, en India nog altijd vriendelijk moeten vragen om hun deel te doen. Dat was ook een beetje de reactie van Vlaams minister Depraetere. Zij getuigde toch van een zekere realiteitszin toen ze in Bakoe stelde dat de meest vervuilende landen die nu aan het boomen zijn wat hun CO 2 -uitstoot betreft – ik blijf herhalen dat dat niet over de EU gaat, maar over China en India –, hun deel moeten doen. Dat komt uit onverdachte bron. Het is mevrouw Depraetere die dat heeft verklaard in Bakoe.

Tegen de COP30, die zal plaatsvinden in Belém in Brazilië, wordt een roadmap gelanceerd om de klimaatfinanciering op te schalen, onder meer door giften, concessionele en niet-schuldcreërende instrumenten. Er werd daarop heel lauw gereageerd door onder andere de Afrikaanse landen. Er was heel wat ongenoegen.

Een ander punt is de opvolging van de global stocktake en het historische akkoord over de transitie weg van de fossiele brandstoffen, dat in 2023 is bereikt op de COP28 in Dubai. Ook toen is er enkel een beslissing geweest om door te schuiven naar de tussentijdse klimaatbesprekingen in Bonn. Die besprekingen gaan elk jaar door en dus ook in 2025. De bedoeling is bij die gelegenheid een tekst op te stellen die vervolgens op de COP30 in Brazilië kan worden afgeklopt.

De huidige tekst van de COP29 bevat dus geen expliciete verwijzing naar de transitie weg van de fossiele brandstoffen. Ook werden geen stappen vooruitgezet in het terugdringen van de uitstoot, het mitigatieluik.

In de eindtekst werd enkel de uitkomst van de eerste global stocktake herbevestigd. Dat kan dus moeilijk als een stap vooruit worden omschreven. Er werd dus ook opnieuw verwezen naar paragraaf 28 van de vorige COP.

U had het over een gemengd bilan. Afgezien van het akkoord rond de internationale koolstofmarkt, dat in de pers misschien het meest in het oog springende akkoord was waarin vooruitgang werd bereikt, was de teneur in de commentaren veeleer: veel geblaat en weinig wol.

Dan ga ik over tot de publieke uitspraken van mevrouw Trouet van het Klimaatcentrum. Er is toch een malaise bezig over de 1,5 graad opwarming. Ik heb in de laatste twee jaar van de vorige legislatuur continu gezegd dat de 1,5 graad opwarming een illusie zal blijken te zijn, en ik krijg gelijk. Steeds meer wetenschappers zeggen dat 1,5 graad tegen 2030 niet meer haalbaar is.

Mevrouw Trouet bereikt dan een soort van defaitisme, van resignatie, van berusting. We zien ook dat de groene partijen in Europa, tot Ierland toe, catastrofale resultaten bereiken. Blijkbaar is er op Europees niveau toch een beweging aan de hand waarbij het publiek blijkbaar de sense of urgency mist. U zegt altijd dat de apocalyps voor de deur staat. Blijkbaar denkt de bevolking in Europa daar anders over. Ik ga daarvoor af op electorale resultaten, zowel in Oost-Europa, Midden-Europa als West-Europa. Ik zeg dat heel neutraal, zonder leedvermaak. Ik probeer dat, zoals u ook altijd zegt, wetenschappelijk te benaderen. Ik kijk dus ook naar de feiten.

Vlaanderen heeft ook gereageerd. Volgens de minister zal het zijn deel voor de klimaatfinanciering blijven doen, heeft men een recordbedrag aan privaat kapitaal voor klimaatfinanciering vergaard en is het nu ook aan de andere, buitenlandse bedrijven om dat goede voorbeeld te volgen.

Ook daar groeit blijkbaar een soort klimaatrealisme in het beleid. Ik ben heel benieuwd hoe zich dat de volgende jaren zal vertalen op Vlaams en federaal niveau. Ik houd me echter aan de regels, wat betekent dat ik mevrouw Khattabi niet zal ondervragen over toekomstige initiatieven van een toekomstige federale regering.

De heer Wollants heeft gevraagd wat de toegevoegde waarde van het Klimaatcentrum is en ik sluit me aan bij die vraag. Ik heb in februari het initiatief genomen om het CERAC naar hier te halen en ik vraag deze commissie om het in januari of februari opnieuw naar hier te laten komen om een uiteenzetting te geven over zijn beleid van de voorbije maanden.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le président, je ne vais pas revenir sur les différentes considérations qui ont été abordées mais poser des questions plus pragmatiques.

Madame la ministre, vous avez annoncé une contribution de 200 millions d'euros au Fonds pour les pertes et dommages. Comment ces fonds seront-ils mobilisés sans alourdir la pression fiscale sur les citoyens? À quoi seront-ils réellement affectés?

Où en est la Belgique dans le respect des engagements de financement climatique pris lors des COP précédentes?

Marie Meunier:

Madame la ministre, merci de prendre le temps aujourd'hui de faire le point sur cette COP29. Je ne vous cacherai pas notre déception face aux résultats.

Nous avons entendu des expressions assez dures de par le monde. En Bolivie, on parle de violations flagrantes de la justice climatique. Au Nigeria, on estime que les pays pauvres doivent accepter des miettes. En Inde, on évoque une illusion d'optique face aux défis actuels. La Coalition Climat, en Belgique, évoque un coup de massue et vous-même, d'ailleurs, parlez d'un bilan mitigé. Il est crucial, à ce stade, d'analyser les différentes raisons de cet échec.

J'aimerais connaître votre avis sur l'atmosphère générale des discussions. Ont-elles été marquées par l'urgence climatique, notamment au vu des inondations en Espagne et des prévisions d'une année 2024 record en termes de températures?

Sur le plan géopolitique, les tensions liées à des événements comme l'élection de Trump ou les conflits en Ukraine et au Moyen-Orient ont-elles influencé le dialogue entre les nations? Quel rôle a joué l'Europe dans cette gouvernance climatique?

Concernant les droits humains, l'Azerbaïdjan est un État où de graves violations des droits humains sont commises. Avez-vous pu délivrer un message fort en matière de respect des droits humains? Le pays hôte a-t-il pris des engagements crédibles à cet égard?

On annonçait une COP de la finance. Or les résultats sont assez préoccupants, en particulier le chiffre de 300 milliards, qui se situe bien en-deçà des 1 300 milliards nécessaires aux pays du Sud. Comment expliquez-vous un tel écart? De quel type de financement parle-t-on avec ces 300 milliards? Beaucoup de critiques ont été énoncées à propos des méthodes de négociation de l'Union européenne, qui a attendu le dernier moment pour avancer un chiffre. Comment l'expliquez-vous?

Toujours au sujet du financement, j'aimerais vous poser des questions un peu plus techniques.

Quelles mesures concrètes la Belgique prendra-t-elle pour s'assurer que les banques de développement et les institutions financières fournissent davantage de fonds et s'en servent efficacement en vue de la transition climatique, notamment pour les pays les plus vulnérables? Étant donné que la contribution de la Belgique au financement climatique est insuffisante, comme le montre l'analyse de l'administration fédérale, quelles mesures concrètes le gouvernement envisage-t-il de prendre pour accroître les ressources belges en ce domaine et assurer une augmentation substantielle de sa contribution au financement climatique? Compte tenu des revenus élevés que la Belgique reçoit grâce au système européen d'échange de quotas d'émission, quelles initiatives le gouvernement prendra-t-il pour renforcer le financement national et international de la lutte contre le changement climatique?

En ce qui concerne la sortie progressive du pétrole, du gaz et du charbon, c'est un objectif fort que nous nous étions assignés lors de la COP28, il en a toutefois été manifestement peu question à Bakou. Quelle en est la raison? Pourquoi la demande de suivi annuel des efforts n'a-t-elle pas été satisfaite?

Enfin, nous savons que, l'année prochaine au Brésil, chaque État devra présenter sa contribution déterminée. Nous nous situerons dix ans après l'Accord de Paris. Ce sera un moment-bilan pour les États. Du coup, j'aimerais savoir où en est la Belgique. Reste-t-il encore des défis à relever? Quels sont-ils? Pouvez-vous nous les communiquer avant la passation de pouvoirs au prochain gouvernement?

Isabelle Hansez:

Madame la ministre, le groupe Les Engagés place la transition écologique au cœur de ses priorités, convaincu que les enjeux environnementaux sont essentiels pour assurer un avenir durable et équitable.

Face aux défis mondiaux liés au changement climatique, à la dégradation des écosystèmes et à l'épuisement des ressources naturelles, nous sommes en faveur de mesures concrètes et ambitieuses, de politiques publiques qui favorisent la protection de l'environnement tout en répondant aux besoins des générations futures. La transition écologique n'est pas seulement une urgence. Elle est aussi une opportunité de réinventer notre mode de vie, nos économies, notre rapport au monde naturel.

Madame la ministre, la COP29 s'est terminée sur un bilan mitigé. La COP de Bakou devait être la COP de la finance qui allait permettre d'augmenter considérablement les investissements pour financer la transition et l'adaptation des pays en voie de développement.

Les besoins en termes de financement sont de 1 000 milliards mais l'accord prévoit une mobilisation des pays du Nord à hauteur de 287 milliards. Madame la ministre, en ce qui concerne ces 287 milliards, quels sont les mécanismes de financement prévus? Quels sont les pays qui participent à ce financement et ceux qui en bénéficient? Quels sont les projets qui pourraient en bénéficier, notamment en termes d'adaptation et d'atténuation? Qu'a concrètement promis la Belgique? Quel sera notre financement international? Comment ce montant sera-t-il financé?

De manière plus générale, les pays en développement disaient vouloir élargir le nombre de pays contributeurs au financement. L'idée part du principe que certaines économies ont les moyens de participer à la transition. Quelle a été la position de la Belgique à ce sujet? Les pertes et préjudices ne sont pas concernés par ce montant. Quelles ont été les discussions et décisions éventuelles à ce sujet?

Comme chaque année, l'utilité même des COP est remise en question parce qu'on a le sentiment qu'elles ne sont pas à la hauteur de l'enjeu. Quel est votre point de vue sur la question? Enfin, quel regard portez-vous sur cette COP et, après quatre ans, sur les COP et leur fonctionnement de manière générale en intrabelge ou en intra-Union européenne?

La géopolitique mondiale qui a entouré cette COP est assez négative, entre les conflits au Moyen-Orient et en Ukraine et les élections américaines. Cela donne le sentiment que l'Union européenne est l'un des seuls leaders de la lutte contre le réchauffement climatique. Considérez-vous que tel est le cas? Comment les COP servent-elles de vecteur pour maintenir des relations diplomatiques avec le reste du monde? Permettent-elles de maintenir un certain niveau de confiance et de collaboration entre pays, pour reprendre des mots prononcés par l'Inde dans son discours de clôture?

En Belgique et ailleurs, une politique environnementale ambitieuse n'est possible que lorsqu'elle suscite l'adhésion de la population. Cela implique que des politiques améliorant la qualité de vie sont nécessaires. C'est souvent le cas des politiques d'adaptation là où l'atténuation peut être perçue comme plus contraignante. Constatez-vous une différence de perception dans les négociations concernant ces deux enjeux?

Julien Ribaudo:

Madame la ministre, nous savons que dans le combat contre le changement climatique, les travailleurs et les pays du Sud sont les premières victimes alors qu'ils en sont les moins responsables. Nous voyons pourtant que cette COP29 n'a pas été à la hauteur des résultats.

Dans un de vos communiqués de presse, vous évoquez un résultat mitigé. Je dois vous dire, madame la ministre, que je pense que ce mot semble bien indulgent. L'enjeu de la COP était d'augmenter le financement climatique pour les pays en développement. Ils réclamaient à juste titre 1 300 milliards et ils se retrouvent avec un engagement de 300 milliards de dollars par an d'ici 2035.

Nous avons eu droit à beaucoup de discours et de nombreux participants se sont prononcés. Le discours de l'Inde suite à l'accord m'a paru très clair. Je les cite: "Nous attendons des pays développés qu'ils fassent preuve d'une ambition bien plus grande et le montant convenu n'inspire pas confiance quant à notre capacité à nous sortir de ce grave problème qu'est le changement climatique". Nous voyons une fois de plus que les grandes puissances polluantes imposent leur logique du "chacun pour soi" au détriment de la solidarité internationale.

Madame la ministre, j'aimerais savoir comment s'est positionnée la Belgique dans ces négociations. Notre pays s'est-il opposé à cet accord qui était clairement insuffisant ou avons-nous suivi la position européenne dans ce contexte?

Au niveau national, le constat est aussi alarmant. La Belgique manque à ses propres objectifs climatiques. La Commission européenne a dû enclencher une procédure d'infraction contre nous pour le non-respect des délais dans le dépôt du Plan national Énergie-Climat (PNEC). En plénière, vous aviez mentionné il y a quelques semaines des discussions avec la ministre flamande de l'Énergie et du Climat. Où en sommes-nous et quel est l'état de cette procédure aujourd'hui?

Alors que votre mandat touche à sa fin, quel est l'avenir pour la politique climatique belge? Les négociations qui s'esquissent nous laissent craindre le pire. L'Arizona semble prête à imposer une politique d'austérité alors que nous savons que l'austérité est incompatible avec les investissements massifs dont on a besoin pour affronter l'urgence climatique. C’est une logique au profit des multinationales qu’on laisse intouchables, et selon laquelle ce sont les travailleurs et les familles qui vont devoir payer la facture.

Madame la ministre, en tant que ministre sortante, pensez-vous que cette politique d’austérité sera compatible avec les défis climatiques pour notre pays? Pour nous, la réponse est clairement non. Nous avons besoin d’une politique climatique et sociale ambitieuse: taxer les gros pollueurs, renforcer la solidarité internationale et garantir la justice sociale.

Pour finir, le retour de Trump, les politiques des grandes puissances et la militarisation de l’économie mondiale ne doivent pas nous faire reculer. La Belgique et l’Europe doivent suivre leur propre voie, avoir une politique étrangère basée sur la solidarité et la coopération avec le Sud global en matière de financement, de partage des technologies et d’accès aux matières premières, pour répondre efficacement à la crise climatique.

La COP au Brésil sera un moment clé, dans un an. Nous avons une responsabilité immense car nous n’avons plus le luxe d’attendre, et la planète non plus.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, c'est peu de dire qu'en tant qu'écologistes, nous sommes clairement déçus des résultats de cette COP.

Les pays présents, comme les collègues l'ont évoqué, ont finalement adopté un accord fixant à 300 milliards par an d'ici à 2035 le montant destiné aux pays en développement pour les aider à faire face au changement et au dérèglement climatique. Ce chiffre peut sembler important, mais il reste vraiment très loin des attentes. Les pays en développement demandaient plus de 1 000 milliards de dollars par an et ont qualifié ce résultat de plaisanterie, voire d'insulte. En effet, selon le Programme des Nations Unies pour l'environnement (PNUE), les seuls besoins en termes d'adaptation dépassent déjà ces 300 milliards. Si l'on inclut les efforts nécessaires pour l'atténuation et la prise en charge des pertes et préjudices, il aurait fallu mobiliser plus de 1 000 milliards par an. En outre, si l'on considère les 100 milliards de dollars promis en 2009 lors de la COP de Copenhague, et l'impact de l'inflation, cette nouvelle somme n'apparaît pas comme une avancée significative, parce qu'aujourd'hui ces 100 milliards équivaudraient à 258 milliards avec l'inflation. Donc l'augmentation réelle est plutôt modeste (passant de 258 à 300 milliards).

De plus, au sein de cette COP, aucun consensus n'a été dégagé concernant le suivi de l'évaluation globale, ni sur la mise en œuvre de l'accord historique sur la transition hors des énergies fossiles qui a été adopté à la COP de Dubaï. Ces discussions ont été reportées aux négociations intermédiaires avec l'objectif de finaliser un texte pour la COP30 au Brésil.

Par ailleurs, le texte adopté ici ne contient aucune référence explicite à la transition énergétique ni de progrès tangible en matière de réduction des émissions de gaz à effet de serre.

Madame la ministre, dans ce contexte un peu déprimant, voici mes questions.

Quel bilan tirez-vous des résultats de la COP29, notamment sur les volets adaptation mais aussi genre et droits humains, que vous aviez évoqués dans votre communication? Les engagements pris vous semblent-ils à la hauteur de l'urgence climatique? Quels seront les axes prioritaires pour la Belgique dans les discussions intermédiaires en vue de la COP30, notamment concernant la réduction des émissions et le suivi de l'évolution globale? On se doute que vous ne serez peut-être plus ministre en exercice, mais en Belgique on ne peut jurer de rien. Comment la Belgique compte-t-elle pousser au niveau international pour finaliser l'accord sur la transition hors des énergies fossiles lors de la prochaine COP?

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, als we heel eerlijk zijn, wisten we allemaal op voorhand dat het moeilijk zou zijn om een goed akkoord tot stand te brengen, zeker na de uitspraak van de voorzitter van de COP dat gas en olie een gift van God zijn. Ik was naïef, want ik hoopte dat de gigantische overstromingen in Valencia met vele doden tot gevolg en de jaarlijks weerkerende klimaatrampen voor een sense of urgency zouden zorgen. Dat blijkt nog altijd niet het geval.

Ik krijg het eerlijk gezegd niet meer goed uitgelegd. Ik krijg heel veel berichtjes met de vraag hoe het komt dat we nog steeds geen akkoord konden vinden. Ik vind dat heel erg jammer en we kunnen er veel vragen over stellen, zoals leden van de commissie terecht deden. Waar komt het nu op neer? Onze burgers kijken naar ons en willen weten wat we nu zullen doen. We kunnen twee zaken doen: of we leggen ons erbij neer en we laten hen aan hun lot over, of we kiezen ervoor om te blijven vechten voor een eerlijk klimaatbeleid dat betaalbaar, haalbaar en vooral ambitieus is. Wij kiezen voor dat laatste.

Ik was zelf op de COP en u ook. Ik vind het een belangrijk signaal dat we blijven vechten en onderhandelen voor een ambitieus klimaatbeleid. Sommige partijen menen dat we dat niet moeten doen; ik ben het daar niet mee eens, want zolang we het gesprek niet meer aangaan, zullen we ook niet tot een consensus komen en zullen we evenmin stappen in de goede richting kunnen zetten.

Mevrouw de minister, ik heb voor u enkele heel eenvoudige en algemene vragen, zodat onze burgers heel duidelijk weten wat we er gedaan hebben. Welke stappen hebt u op de COP genomen en wat hebt u er als minister gezegd? Wat is uw reactie op het tot stand gebrachte akkoord? Wat is de impact van de akkoorden op de inwoners van België?

Zakia Khattabi:

Mesdames et messieurs les députés, d'emblée, je voudrais préciser que je ne répondrai pas à un certain nombre de questions parce qu'elles engagent les suivants, notamment pour ce qui est des engagements et de la position que prendra la Belgique sur certains dossiers. Vous m'en excuserez.

Ik begin met een aantal antwoorden op specifieke vragen, onder andere over de delegaties. Vervolgens zal ik op de inhoud van het akkoord ingaan.

Plusieurs questions concernent Mme Trouet et les déclarations qu'elle a faites. À cet égard, je voudrais rappeler que le Centre Climat relève de la responsabilité de la Politique scientifique fédérale.

Dat werd opgebouwd door de heer Dermine.

Il s'agit en fait de rassembler en une seule institution l'ensemble des connaissances et des recherches scientifiques autour du climat. Je laisse à Mme Trouet la responsabilité de ses propos et n'irai pas plus loin. Je vous invite à poser vos questions sur le Centre au ministre compétent.

De omvang van de delegatie is de olifant in de kamer. Elk jaar moeten we daaromtrent vragen beantwoorden. De delegatie telt iets meer dan 140 personen. Je n’ai plus le chiffre exact en tête . In België is het de traditie om de officiële delegatie open te stellen voor onder andere het sociaal middenveld en het patronaat.

Pour ceux qui n'ont jamais été à la COP, il faut savoir que celle-ci s'organise sur deux sites, la zone verte et la zone bleue. Il y a une zone où les délégations officielles sont présentes, c'est-à-dire notamment les ministres et les négociateurs, et une autre zone où se trouve la société civile. Donc si la société civile veut faire du lobbying, elle doit pouvoir avoir accès à la zone officielle. Par conséquent, la tradition belge postule que l'on ouvre la liste de la délégation officielle à toute personne qui souhaite s'y rendre. On reçoit donc par exemple la FEB, le Port d'Anvers, Greenpeace, etc...Ces organisations envoient alors à mon administration – car cela ne passe pas par moi – leur volonté de s'inscrire sur cette liste dans le but d'avoir accès à des espaces auxquels en principe ils n'auraient pas accès. Cette délégation n'est donc pas prise en charge par les différents gouvernements. Par exemple, si la FEB envoie 50 entrepreneurs, ils assument eux-mêmes leurs frais de voyage. Le fait qu'ils apparaissent sur la liste de la délégation officielle leur permet simplement d'accéder à des espaces auxquels ils n'auraient pas accès. Il s'agit bien d'une tradition typiquement belge pour permettre à tout le monde de participer à ces discussions.

En ce qui concerne le niveau fédéral, Alexander De Croo s'est rendu au sommet des chefs d'État. Tinne Van der Straeten, quant à elle, s'y est rendue la même semaine pour des thématiques touchant aux questions énergétiques – je crois qu'ils étaient trois également. Le fédéral a toujours été représenté pendant les 15 jours mais nous n'étions jamais présents en même temps. Personnellement, je m'y suis rendue pour le segment ministériel lors de la seconde semaine puisque c'est à ce moment-là qu'entrent en jeu les négociations ministérielles. Il est important de garder à l'esprit que la Belgique en tant que telle ne négocie pas. C'est en effet l'Union européenne qui négocie directement au nom des États membres et je suis donc une des négociatrices qui agit pour l'UE.

Nous étions ainsi, en tout, trois fois trois personnes et chacun a pris en charge les frais pour sa propre délégation, chacune des administrations étant donc représentée. Outre les ministres – puisque mes collègues Maron et Depraetere sont également passés –, l'administration fédérale est l'entité négociatrice en chef d'un point de vue technique, mais on retrouve aussi par ailleurs des représentants des cabinets wallons, de l'administration, etc.

Je voudrais rappeler que la taille de la délégation répond à une tradition qui permet à des acteurs de la société civile d'accéder à des espaces auxquels ils n'auraient pas droit en temps normal, mais rien n'est pris en charge; chacun organise son voyage comme il l'entend.

S'agissant de mon appréciation des résultats de la COP, vous êtes plusieurs à vous étonner que ma déception ne soit pas si grande. J'ai indiqué que c'était à la fois un soulagement et une déception. Celle-ci est grande, et nous y reviendrons. Mais le soulagement est dû au fait que, jusqu'au dernier moment, nous pensions qu'aucun accord ne serait atteint. Cela aurait été une catastrophe, puisque cela aurait remis profondément en question la dynamique de négociations multilatérales pour le climat. Le signal aurait donc été très mauvais. De ce point de vue, quand bien même, et je le dis très clairement, la montagne a accouché d'une souris, il n'en reste pas moins qu'un résultat a pu être obtenu, même si c'est le plus petit commun dénominateur, comme à chaque fois. Mais je reviendrai tout à l'heure sur l'importance de ces discussions, puisque Les Engagés m'ont interrogée à ce sujet. Donc, oui, c'est un soulagement de constater que nous avons quand même pu aboutir à un accord, mais c'est une déception dans la mesure où nous sommes loin des résultats escomptés et nécessaires.

Le PTB m'a interrogée sur la suite du travail. Il importe de garder à l'esprit que la crise climatique est bien plus qu'une question environnementale. C'est désormais une question de vie ou de mort, comme nous l'avons vu en Wallonie. Par ailleurs, c'est aussi une question économique et financière, ainsi qu'une question de santé publique et d'emploi. Nous avons vu que l'Espagne venait de décider d'un nouveau congé. Imaginer que nous allons pousser sur le bouton "pause" ou freiner, sans concéder les investissements nécessaires, est désormais un mauvais calcul. Je ne sais pas si vous avez vu les chiffres de Valence: des milliards d'euros sont nécessaires à la reconstruction de la ville. Et encore, nous ne disposons pas pour l'instant des estimations des assurances! Dans un calcul court-termiste, l'absence d'investissement dans des politiques ambitieuses et dans les infrastructures indispensables grèvera davantage encore les budgets de demain.

Continuer de considérer que le climat constitue une niche environnementale est une erreur. Ce n'est pas moi qui le dis, puisque les grandes institutions financières indiquent que la crise climatique va de plus en plus entraîner un impact sur les dettes souveraines des États. Par ailleurs, certaines grosses industries et entreprises se voient aujourd'hui freinées dans leur capacité de production quand il y a une inondation ou une sécheresse empêchant l’acheminement des matières premières, etc. Il est temps d’appréhender la question climatique au-delà de l’enjeu purement environnemental et d’en faire une question transversale, si on veut apporter des réponses crédibles.

Pour le reste, il est vrai qu’en allant à la COP, nous savions qu'elle serait difficile. Le contexte international, les tensions croissantes, mais aussi, reconnaissons-le, et je l’ai encore vécu cette fois-ci, le rôle de plus en plus réduit de pays comme les États-Unis ou de l'Union européenne de bâtisseur de ponts, joué habituellement, ont rendu difficile la recherche de compromis. Comme je l'ai déjà dit, le soulagement vient du fait que ce n’était pas seulement la crédibilité de la COP29 qui était en jeu, mais l'avenir même de l'approche multilatérale dans la lutte contre la crise climatique.

Le processus de négociation, mais aussi l'accord discutable, doivent inciter l'Union européenne et notre pays à revoir notre politique étrangère, y compris la diplomatie climatique, pour rester efficaces dans un monde où les rapports de force se déplacent et où les changements d'alliances donneront le ton. Comme je l'ai constaté, entre la première COP à laquelle j'ai participé comme ministre à Glasgow et aujourd'hui, les rapports de force sont complètement inversés. La Belgique, comme l’Union européenne d’ailleurs, doit intégrer cette nouvelle donne si elle souhaite encore être un interlocuteur crédible auprès de différents autres grands acteurs de ces accords.

J’en viens au déroulement et aux résultats de la COP, sur la base de vos différentes questions.

Je vais commencer par le commencement, avec ces fameuses déclarations. Tout comme l’ensemble des États membres de l’Union, la Belgique a déploré les déclarations de M. Soltanov, qui vont clairement à l’encontre de la sortie progressive des énergies fossiles sur laquelle les parties s’étaient accordées l’année dernière à la COP28 de Dubaï. Le président de la COP est censé assurer un processus transparent dans lequel il occupe un rôle impartial. Ses déclarations et ses agissements sont donc, selon moi, une trahison du processus de la COP qui met effectivement en péril la crédibilité de celle-ci.

Comme vous l'avez rappelé, monsieur Ravyts, le choix du pays hôte de la conférence internationale sur le climat se fait à tour de rôle au sein des cinq groupes régionaux de l’ONU, sans interférence des pays des autres groupes régionaux. Une fois l'accord conclu, le pays sélectionné par le groupe régional pour accueillir la conférence envoie son offre officiellement au secrétariat de la CCNUCC. Le choix de l’Azerbaïdjan comme lieu de la COP29 est donc le résultat de la procédure habituelle au sein de la convention climatique de l’ONU, bien que l'on imagine aisément que les tensions géopolitiques ont influencé celui-ci.

La Belgique continuera de soutenir les efforts déployés par la CCNUCC pour protéger la COP des conflits d'intérêts. Par ailleurs, la Belgique et l’Union européenne soutiennent et continueront de soutenir une participation sans restriction de la société civile à la COP et de veiller à ce que les droits humains, la transparence, la liberté d'expression et l'engagement à l'égard des objectifs de la conférence et de ses décisions et accords y soient garantis. Dans les différents contacts officiels que nous avons eus, qu'il s'agisse du premier ministre, de Tinne Van der Straeten ou de moi-même, nous avons systématiquement évoqué la question des droits humains.

Wat de Belgische positie betreft, in het kader van de multilaterale onderhandelingen spreekt de Europese Unie met één stem. Het algemene Europese onderhandelingsmandaat voor de COP29 werd vastgelegd in de conclusies van de Raad Leefmilieu van 14 oktober 2024 en voor klimaatfinanciering ook specifiek in de Raadsconclusies van de Ecofin-bijeenkomst van 8 oktober 2024. België onderschrijft de Europese positie en verdedigt ze samen met de andere Europese lidstaten tijdens de onderhandelingen.

Alle partijen moeten tijdens een internationale conferentie kunnen reageren of inspelen op nieuwe voorstellen of concrete onderhandelingsteksten. Om een compromis te vinden met bijna tweehonderd landen, zal elke partij enigszins binnen haar positie moeten schuiven. Dergelijke afwegingen maken de EU-lidstaten samen met de Europese Commissie tijdens de dagelijkse ministeriële EU-coördinatievergaderingen. Op basis van de Belgische positie, die uiteraard in lijn is met de Europese positie, legt ons land een aantal klemtonen tijdens die coördinatievergaderingen.

Specifiek inzake de nieuwe klimaatfinancieringsdoelstelling of NCQG pleitte ons land voor een doelstelling die ambitieus was en tegelijkertijd ook haalbaar. De nieuwe doelstelling moest een antwoord kunnen bieden op de uitdaging van de globale klimaattransformatie en rekening houden met de behoeften en de prioriteiten van ontwikkelingslanden. Bovendien beklemtoonde België de noodzaak tot uitbreiding van de groep van bijdragers als voorwaarde voor een ambitieuze NCQG met het oog op solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid en gelet op de dynamische en evoluerende capaciteiten van actoren om bij te dragen.

Om de nodige investeringen tijdig te katalyseren, steunde België het opnemen van sterke en concrete beleidssignalen die oproepen tot hervorming van het internationale financiële systeem, opdat er wordt tegemoetgekomen aan hedendaagse crisissen, waaronder de klimaatverandering.

Inzake klimaatfinanciering vestigde België ook steeds de aandacht op adaptatiefinanciering en financiering voor de minst ontwikkelde landen.

België is mee blijven zoeken naar een verbeterde toegang tot klimaatfinanciering voor de minst ontwikkelde landen en voor kleine eilandstaten. Ons land is uiteraard geen specifiek engagement aangegaan. Het betreft een internationale doelstelling en het is aan de volgende regering om, mede in het licht van de internationale dynamiek, hierover een beslissing te nemen.

La décision sur le New Collective Quantified Goal (NCQG) appelle tous les acteurs à œuvrer ensemble pour s'assurer que le financement de l'action climatique, provenant de toutes les sources publiques et privées donc, atteigne au moins 1,3 trillion de dollars par an d'ici à 2035, les pays développés s’engageant à fournir au moins 300 milliards de dollars par an d'ici à 2035.

Il est positif que le NCQG envisage autant de sources de financement que possible, sans perdre de vue le rôle du financement public, car la transition verte doit impliquer l'ensemble de nos économies et de nos finances. L'inclusion concrète des banques multilatérales de développement est déjà un bon pas en avant, étant donné qu'elles sont responsables d'importants volumes de financement.

La dimension qualitative du financement climatique reste quant à elle un point faible. Par exemple, il aurait pu y avoir beaucoup plus d'attention sur tous les acteurs financiers dans le contexte plus large de la réforme du système financier international. Dans sa forme actuelle, la décision laisse une grande marge d'interprétation, ce qui rend d'autant plus important que les parties, dans le cadre du suivi de la feuille de route de Bakou à Belém, plaident pour que des signaux politiques forts et clairs soient lancés afin de faciliter des flux de financement climatique plus nombreux et de meilleure qualité.

Le compromis trouvé lors de la COP déçoit de nombreux pays en voie de développement. Ils y voient un manque de reconnaissance de l'impact énorme de la crise climatique qu'ils ressentent depuis des années – une crise à laquelle ils ont à peine contribué – et d'un système financier international défectueux qui ne reflète pas leur réalité. Un pays à revenu intermédiaire comme l'Inde a effectivement – vous êtes plusieurs à l'avoir souligné – réagi avec indignation à ce résultat.

La décision de la COP sur le NCQG ne doit pas être un point final. Elle doit être le début d'une coopération soutenue, y compris dans le contexte des négociations sur le climat, afin de fournir les ressources financières nécessaires à l'atténuation et à l'adaptation, en particulier pour les pays les plus vulnérables.

Wat mitigatie betreft had de EU veel meer verwacht. Het resultaat van de COP29 bouwt niet verder op de sterke boodschap van de COP28 inzake de noodzakelijke energietransitie. Intens gelobby van olieproducerende landen, in het bijzonder Saoedi-Arabië, en een weinig voluntaristisch COP29-voorzitterschap, leidden tot een erg zwakke tekst over de opvolging van de global stocktake en de energietransitie binnen het UNFCCC-proces.

De voorliggende tekst werd niet aanvaard in Bakoe en de onderhandelingen zullen hervat worden op de volgende sessie van de hulporganen van het verdrag, in juni 2025 in Bonn. Het is een gemiste kans, vooral omdat de partijen rekening moeten houden met de uitkomst van de global stocktake in hun volgende klimaatplannen , of nationally determined contributions . Deze plannen worden verwacht voor de COP30, eind 2025.

La Belgique a, durant cette COP, défendu avec l’Union européenne, à travers les négociations techniques et politiques, des objectifs ambitieux en matière d’atténuation du changement climatique ainsi que des textes de décision rappelant et opérationnalisant l’objectif d’élimination progressive des combustibles fossiles et des subventions correspondantes.

En 2024, l’Union européenne et ses É tats membres ont d’ailleurs redoublé d’efforts en matière de diplomatie verte et d’engagement auprès des pays partenaires pour promouvoir un secteur de l'énergie essentiellement exempt de combustibles fossiles bien avant 2050, conformément à l'objectif de neutralité climatique fixé pour le milieu du siècle, et la suppression des subventions directes et indirectes aux combustibles fossiles. Il est regrettable que la coalition ambitieuse de la COP28 n’ait pas été en mesure d’assurer un résultat ambitieux en matière d’atténuation lors de cette COP, alors que nous frôlons la limite de 1,5 C º . Il y aura des leçons à tirer de cette situation.

S'agissant des contributions déterminées au niveau national (CDN), comme en 2015 et en 2020, l'Union européenne soumettra une CDN unique et commune à tous les États membres en 2025. Le processus décisionnel européen en la matière a débuté avec la publication de la communication sur l'objectif 2040 par la précédente Commission européenne, suivie d'un premier échange de vues entre les États membres. Une proposition législative de la nouvelle Commission européenne est maintenant attendue, après quoi d'autres étapes du processus décisionnel européen suivront.

Au sujet du Fonds pour les pertes et dommages, celui-ci existe et est opérationnel. Pour la Belgique, il reste important de chercher une complémentarité maximale entre tous les mécanismes traitant des pertes et dommages, en particulier le réseau de Santiago, le Fonds de réponse aux pertes et dommages et d'autres initiatives au sein et en dehors de la CCNUCC. Toute contribution au fonds devra rester volontaire et il ne peut y avoir de responsabilité juridiquement contraignante ni de compensation pour les pertes et dommages subis en raison du changement climatique. Le fonds doit assurer un accès prioritaire pour les pays en développement les plus vulnérables, tels que les pays les moins avancés et les petits États insulaires en développement. Au vu de ces défis, le financement du fonds ne devrait pas être limité au financement public des pays développés.

Pour ce qui est du marché carbone, la COP29 a adopté le dernier ensemble de règles qui devait permettre de lancer la mise en œuvre concrète de deux systèmes établis par l'article 6 de l'Accord de Paris: l'article 6.4 qui établit un système centralisé supervisé par un panel d'experts indépendants alors que l'article 6.2 établit, lui, un système décentralisé supervisé essentiellement par le ou les pays qui décident de coopérer sur la base de règles assez souples. Dès l'année prochaine, les premiers projets pourront voir le jour sous l'article 6.2 ou sous l'article 6.4.

À ce stade et sur la base des règles adoptées à la COP29, l'article 6.4 nous paraît le meilleur système pour garantir l'intégrité des crédits carbone. Le panel d'experts qui supervise ce mécanisme a élaboré des règles ambitieuses pour mesurer et quantifier les crédits carbone, prendre en compte le développement durable, les droits humains et les intérêts du pays hôte. Les méthodologies ont été élaborées par des experts spécialisés. Elles s'appliquent notamment aux projets forestiers qui sont les plus compliqués à quantifier et elles détaillent les mesures à prendre pour compenser les émissions en cas d'incendie, etc. Un mécanisme d'appel a également été élaboré permettant aux parties prenantes de faire appel contre des décisions de panels d'experts ou de déposer des plaintes.

Dans le cadre de l'article 6.2, les mesures en faveur de l'intégrité décidées à la COP29 visent surtout à assurer la transparence de l'information. Elles permettent également une vérification de cette information, mais assez superficielle, et des pénalités en cas de non-respect des règles, mais assez légères elles aussi.

L'article 6.2 est donc moins contraignant que le 6.4 et certains projets sous l'article 6.2 seront certainement de bonne qualité mais cette qualité devra être vérifiée au cas par cas puisque les règles de base sont assez souples.

Collega's, de klimaatcrisis intensifieert en laat zich meer en meer voelen in verschillende sectoren van onze samenleving. Dit accentueert bestaande breuklijnen in de internationale klimaatonderhandelingen, zoals de verschillende belangen tussen olieproducerende en niet-producerende landen, tussen de meest kwetsbare landen en middeninkomenslanden of tussen ontwikkelingslanden en grote economieën. Een volatiele geopolitieke context leidt tot wisselende allianties.

Daarnaast blijven verschillende visies omtrent mensenrechten en gender of over het multilateralisme in het algemeen doorsijpelen in de internationale klimaatonderhandelingen. In een dergelijke context zal het een uitdaging zijn om betekenisvolle stappen te zetten op internationaal niveau. Toch blijft het volgens mij essentieel om te blijven investeren in dit internationale klimaatproces.

Or, la diplomatie climatique ne peut se limiter au processus dans le cadre de la convention. Ce processus reste primordial mais il n'est pas suffisant.

L'Europe et notre pays se doivent de construire des alliances spécifiques avec une diversité de pays, que ce soit en vue de la transition énergétique, l'accès à des ressources essentielles ou autres. En plus de ce type de collaborations win-win , l'Europe ne peut pas oublier ses valeurs telles que la solidarité, le respect des droits humains et le multilatéralisme et se doit de maintenir des relations privilégiées avec les pays les plus vulnérables.

La crise climatique doit également être intégrée dans les accords internationaux dans des domaines tels que le commerce, la finance, la sécurité et le développement international. Au niveau national, je n'ai eu de cesse de le répéter pendant ces quatre années, une approche en silo doit être évitée. Il en va de même au niveau international.

Le changement climatique a en effet un impact sur l'importance de certaines ressources naturelles, influence le commerce international et la stabilité financière internationale. Inversement, les décisions prises dans d'autres forums ont indiscutablement un impact sur la capacité de la communauté internationale à atteindre les différents objectifs de l'Accord de Paris.

En résumé, la définition de notre ambition et de notre politique climatiques nécessite non seulement de la prévoyance, mais aussi une profonde compréhension du contexte international complexe dans lequel différentes réalités et intérêts se rencontrent. Alors que les conférences sur le climat restent importantes, nous avons besoin d'une approche qui combine différents leviers diplomatiques et qui considère la question climatique comme un aspect transversal dans nos politiques et les relations bilatérales que nous entretenons avec des pays tiers.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Het verschilt natuurlijk niet zo sterk van andere verklaringen die wij hier al hebben gehoord. De discussie over de delegatie komt iedere keer op hetzelfde neer. De vraag is of het soberder kan, want het is de traditie om iedereen met die delegatie mee te laten gaan.

Het is jammer dat er weinig reactie komt op de uitspraken van mevrouw Trouet. In normale omstandigheden is het zo dat de regering een en ondeelbaar is. Aangezien het over klimaat gaat zou men daar toch minstens een uitspraak over kunnen doen. Ik begrijp dat de minister daar liever geen antwoord op geeft. Ik neem daar akte van. We zullen de vraag dan stellen aan iemand die hopelijk wel een antwoord zal geven, al acht ik de kans niet onbestaande dat die zal zeggen dat hij wel verantwoordelijk is voor het Klimaatcentrum, maar niet voor het klimaatbeleid dat daaruit volgt. Ik vrees dat we zullen blijven pingpongen tot het einde der lopende zaken. Dan zullen we wel verder zien.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord en uw toelichting, ook technisch, bij enkele onderdelen van de COP29, zoals de koolstofmarkt. U hebt beaamd dat er op het vlak van mitigatie toch een ontgoochelend resultaat was. De halfjaarlijkse bespreking in Bonn zal meer duidelijkheid moeten geven over wat we in 2025 in Brazilië moeten kunnen verwachten.

Ik heb ook opgemerkt dat u hebt toegegeven dat 1,5 graad bijzonder moeilijk haalbaar zal zijn. Ik zal het maar zo omschrijven.

Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag van mezelf en enkele collega's over hoe het zit met de onderhandelingen met mevrouw Depraetere over het geactualiseerde Belgische Klimaat- en Energieplan. Ik wil u daarover nog apart bevragen, maar u kunt ook van deze gelegenheid gebruikmaken om een stand van zaken te geven.

Marie Meunier:

Madame la ministre, je vous remercie pour les réponses que vous avez apportées aujourd'hui. Je dois vous avouer que j'aurais aimé en savoir un petit peu plus sur le contenu de votre message concernant les droits humains. Je salue le fait que la Belgique donne accès aux parties officielles à l'ensemble de la société civile. Compte tenu de l'actualité de l'Azerbaïdjan, il importe de le rappeler.

Julien Ribaudo:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour les clarifications apportées. Vous avez souligné que les rapports de force et le monde changeaient. Je suis d'accord avec votre position. Même si, au sein de la délégation, dans les négociations, vous devez négocier dans le cadre de la politique de l'Union européenne, j'ai été très agréablement surpris d'entendre que vous aviez poussé pour une position beaucoup plus progressiste. J'ai été rassuré à ce sujet. J'ai des doutes sur la future personne qui sera à votre place. Pourra-t-elle faire la même chose? Nous en avons vraiment besoin. Nous devons continuer à avoir une position forte au sein de l'Union européenne si nous voulons continuer à améliorer les choses et à mener une politique plus ambitieuse pour notre climat.

Nous savons que suivre le modèle américain, et en plus, suivre le modèle du nouveau président américain, avec sa logique de guerre froide, et sa militarisation à l'excès, n'est pas du tout dans notre intérêt. Les États-Unis sont le plus important pays émetteur de CO 2 par habitant dans le monde et le premier producteur de gaz et de pétrole. Nous savons qu'ils n'ont jamais tenu leurs engagements en matière de soutien financier. Les dépenses militaires des États-Unis ont atteint 916 milliards de dollars en 2023, presqu'autant que ce dont on aurait besoin pour mener une politique climatique et faire face au changement climatique. On voit que Donald Trump n'a pas l'intention de changer de cap.

Comme vous l'avez dit, l'Europe doit trouver sa propre voie, pour notre climat, notre industrie et notre politique sociale, et cela en coopération avec les pays du Sud, et en mobilisant les centaines de milliards de profit que les géants du pétrole réalisent, parce que ce n'est pas aux travailleurs de payer.

Comme vous l'avez souligné, on ne parle pas que de climat et d'enjeu climatique, mais d'une thématique qui a des effets sur toute la société. Nous allons devoir payer la facture et, comme vous l'avez dit très justement, si on ne la paye pas pour des intérêts à court-terme, on en payera une, beaucoup plus grosse, plus tard.

Concernant la délégation, je ne pense pas que le problème soit d'inviter la société civile. On pourrait résoudre le problème, comme nos collègues de la N-VA ou du VB l'ont dit, de la taille de la délégation non pas en réduisant le nombre d'acteurs de la société civile, mais plutôt le nombre de ministres de l'Environnement et du Climat en Belgique.

Isabelle Hansez:

Madame la ministre, vous avez expliqué que les rapports de force entre les pays pro-climat et les autres ont fort changé durant ces quatre dernières années. Pouvez-vous nous en dire plus?

Je vous ai entendu dire que la crise climatique s'intensifie et se fait sentir dans de plus en plus de secteurs de notre société. Un fossé s'est creusé entre les pays vulnérables, les grandes économies, ceux qui produisent du pétrole et ceux qui n'en produisent pas, dans un contexte géopolitique instable.

Vous affirmez qu'il est important de poursuivre le processus via la COP, mais aussi via des accords spécifiques avec d'autres pays. Vous parlez d'une approche combinant différents leviers diplomatiques. Comment l'envisagez-vous concrètement? Avez-vous des solutions et défini une ligne de conduite à propos de ce point, qui me semble effectivement très important?

Rajae Maouane:

Madame la ministre, je vous remercie de ces éclaircissements. Nous partageons la déception que vous avez développée ici au vu du résultat de cette COP. Il est clair que les attentes étaient bien plus élevées, en particulier pour les populations les plus vulnérables qui subissent déjà les conséquences les plus graves du dérèglement climatique. Ce sont elles qui voient leurs maisons emportées par les inondations, leurs récoltes anéanties par des sécheresses prolongées et leurs familles forcées de migrer en raison de conditions de vie devenues insoutenables. Cette réalité que nous ne pouvons plus ignorer rend d'autant plus criante l'insuffisance des engagements pris à cette COP29. Cela dit, comme vous l'avez souligné, l'outil doit continuer à exister, malgré les limites que vous avez démontrées. Cela reste en effet un espace essentiel de dialogue et de négociation internationale. Et puis, la COP met le focus à l'échelle mondiale sur la question climatique au moins une fois par an.

Je relève un point positif, avec la participation de la société civile, que certains collègues ont évoquée et qui influe sur la taille de la délégation. Je n'ai participé qu'à une seule COP, à Glasgow. Ce fait avait été agréablement et positivement souligné par les représentants de la société civile. Ils avaient même été invités à un briefing officiel des ministres du Climat, à votre initiative, alors que d'habitude les participants extérieurs à la délégation officielle ne l'étaient pas.

D'un point de vue prospectif, nous ne pouvons que regretter ce qu'ont annoncé les négociateurs du futur gouvernement et qui témoigne d'un manque d'ambition, tant sur le plan de la lutte contre le dérèglement climatique que sur les aspects sociaux. En tout cas, nous attendrons la note de politique générale afin de pouvoir l'analyser. Vous avez surtout insisté sur la nécessité de ne pas agir en silo et de mener la lutte contre le dérèglement climatique de manière transversale. Je me souviens qu'au début de votre mandat, vous aviez dit espérer que tous les ministres fédéraux soient des ministres du Climat. J'espère que, dans la future Arizona, il y aura au moins un ou une ministre du Climat qui soit conscient de ces enjeux. J'ai entendu les interventions intéressantes des collègues des Engagés et de Vooruit, en la personne de M. le président de la commission. J'espère donc que vous vous ferez les porte-voix de vos partis respectifs lors des négociations gouvernementales, puisque vous y participez. Je vous remercie de votre attention.

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, het zijn effectief moeilijke tijden voor het klimaat. Er is een negatief akkoord. Er was de verkiezing van Trump, ook niet direct een groene jongen. Het wordt effectief moeilijk om de norm van 1,5 graad te halen. Dat mag echter niet zorgen voor defaitisme. Elke tiende van een graad of zelfs maar honderdste van een graad die we kunnen reduceren, maakt een heel concreet verschil voor heel veel mensen. We moeten dus blijven vechten. Wij vragen ook dat u, zolang u minister bent, stappen blijft zetten.

We moeten eens kritisch kijken naar de klimaatdelegaties, naar het aantal ministers en lobbyisten in de delegatie. Misschien moeten we echter ruimer gaan en eens bekijken of we bijvoorbeeld ook de delegaties voor NAVO-reisjes kunnen reduceren.

Zakia Khattabi:

Je vais répondre à la dernière question, sur le PNEC.

Ik heb dus al een vergadering gehad met mevrouw Depraetere. Ik zal volgende week ook nog een vergadering houden met mijn Waalse collega.

C'est la Wallonie qui reprend la présidence de la Commission Nationale Climat (CNC) et il lui reviendra donc de reprendre en mains les discussions. L'échange que j'ai eu avec Mme Depraetere était plutôt positif.

J'ai demandé de pouvoir adresser un courrier à la Commission pour annoncer que le gouvernement flamand est mis en place, afin de suspendre la procédure qui est en cours. Je n'ai pas encore reçu le feu vert pour l'envoi de ce courrier. J'évoquerai tout cela la semaine prochaine avec ma collègue Neven. Il lui reviendra d'essayer de faire aboutir les discussions.

En ce qui concerne l'évolution sur ces dernières années, je pense que Glasgow a été un moment difficile pour certains pays du Sud avec un gros focus qui a été mis sur la mitigation. Il est vrai que les pays industrialisés prennent du temps à mettre en œuvre les engagements qu'ils ont pris, augmentant ainsi chaque année un peu plus la défiance. Nous l'avons vu pour le fonds de 100 milliards. Aujourd'hui, certains pays nous disent qu'il n'achèteront plus un chat dans un sac.

Par ailleurs, certains États, comme la République démocratique du Congo (RDC), ont vu leur rôle dans ce combat-là grandir. Au Brésil la déforestation a été d'une telle ampleur qu'aujourd'hui le poumon de la planèt a été déplacé en RDC. Forts de leur place dans le concert des nations en matière climatique, certains é tats durcissent légitimement leur position et attendent des pays industrialisés qu'ils soient plus à l'écoute de leur propre réalité.

La Belgique continue à avoir des liens à travers sa coopération au développement. C'est à travers notre politique de coopération au développement et des liens privilégiés avec certains États que les 200 millions sont répartis – c'était une question de Mme Deborsu – et que nous essayons de continuer à alimenter une relation de confiance qui est nécessaire dans ces discussions-là. Nous avons donc aussi une responsabilité dans la détérioration des relations, parce que, pour chaque engagement que nous prenons et que nous ne respectons pas, la défiance est nourrie.

Voorzitter:

Zijn er nog commissieleden die wensen te reageren? (Nee) Aan de orde is vraag nr. 56000999C van mevrouw Thémont, maar ze is niet aanwezig.

De te hoge zonne-energieproductie in België
Het gevaar voor een grootschalige stroomstoring door de overproductie van zonne-energie
Het gevaar voor stroomonderbrekingen door de integratie van hernieuwbare energie
Risico's van overproductie en integratie van zonne-energie op het elektriciteitsnet

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overproductie van zonne-energie in België tijdens zomerperiodes zorgt voor netinstabiliteit (o.a. 369 uur negatieve prijzen, frequentie-overschrijding op 9 juni 2024), wat het risico op grootschalige stroompannes vergroot. Minister Van der Straeten benadrukt kortetermijnmaatregelen (betere voorspellingen, exportcoördinatie, flexibiliteit via batterijen en slimme meters) en langetermijnoplossingen (wetsvoorstel voor vraagsturing, CRM-hervorming, interconnectie), maar stuit op bevoegdheidsconflicten tussen federale en regionale overheden. Elia’s rol in het weigeren van nieuwe intermittente projecten bij netrisico’s wordt voorgesteld als mogelijke oplossing, terwijl flexibiliteit (o.a. via elektrificatie en opslag) centraal staat in toekomstige energietransitiestrategieën. De samenwerking tussen niveaus blijft cruciaal maar vertraagd door institutionele blokkades.

Mathieu Bihet:

Madame la Ministre,

« La production solaire trop importante en Belgique? », on pourrait presque douter de cet intitulé tant on connait notre pays pluvieux! Et pourtant… la récente étude de la Creg met en lumière des défis préoccupants liés à la gestion du réseau électrique belge, notamment en raison d'une surproduction d'énergie solaire durant les périodes estivales.

En effet, l'été dernier, nous avons assisté à un record de 369 heures de prix négatifs sur le marché de gros de l'électricité, conséquence d'un déséquilibre entre l'offre et la demande.

Cette situation a culminé le 9 juin dernier, jour des élections, où Elia n'a pas pu éliminer l'offre excédentaire d'énergie solaire, causant une hausse de la fréquence du réseau au-delà de la limite de sécurité.

Ces incidents mettent en lumière la vulnérabilité de notre réseau face à une production renouvelable de plus en plus imprévisible. La transition énergétique et l'essor des énergies renouvelables, bien que nécessaires pour atteindre nos objectifs climatiques, posent des défis techniques importants.

Dès lors, je souhaiterais vous poser les questions suivantes:

Ce phénomène n'étant pas nouveau, quelles études avez-vous commandées pour renforcer la résilience du réseau électrique face à ces surplus de production, notamment lors des périodes estivales?

Etant donné votre position très ferme sur les énergies renouvelables, qu'avez-vous envisager avec votre parti pour mieux anticiper et prévenir les risques de panne à grande échelle liés à ces déséquilibres croissants du réseau électrique?

Je vous remercie pour vos réponses.

Marie Meunier:

Madame la ministre, la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) a réalisé début octobre une étude très intéressante sur l'impact de l'intégration des énergies renouvelables sur le fonctionnement des marchés de l'électricité à court terme. Ces énergies présentent d'énormes avantages pour la société et doivent être développées. Elles permettent un système électrique plus durable, réduisent la dépendance aux combustibles fossiles, diminuent les émissions de CO 2 et permettent de diversifier notre approvisionnement énergétique.

L'intégration de ces énergies présente aussi de grands défis que la CREG expose dans son rapport, avec notamment une mise sous pression des recettes en raison d'une production massive à certains moments de l'année, ainsi qu'une augmentation du nombre d'heures avec des prix négatifs cette année, mais aussi la difficulté de gérer le réseau et d'équilibrer la fréquence de celui-ci.

Ces déséquilibres sont de plus en plus difficiles à gérer et nous nous inquiétons pour l'été prochain. Le risque de panne générale n'est pas négligeable et nous nous interrogeons sur la multiplication d'évènements comme celui du 9 juin dernier, où la fréquence du réseau a dépassé sa limité de sécurité.

Madame la ministre, quelles sont vos solutions pour améliorer la situation? Que pensez-vous des recommandations de la CREG, notamment la volonté de réformer les mécanismes de soutien aux énergies renouvelables pour inciter à plus de flexibilité?

Tinne Van der Straeten:

Chers collègues, le rapport d'Elia de juin dernier est une étude très importante et constitue, au vu des résultats, un appel à la vigilance en anticipation de la surproduction électrique. Un suivi hebdomadaire est réalisé par Elia sur la base des dernières prévisions de production et de consommation. Il convient de noter qu'à l'heure actuelle, de nombreux efforts ont été entrepris pour pallier la surproduction solaire identifiée. Elia a désigné en première ligne de gestion les Balance Responsible Parties (BRP) en charge de l'équilibrage du réseau dans le cadre des marchés day-ahead, intraday et balancing.

Les entités régionales ont mis en place respectivement des cadres légaux permettant un remplacement progressif des anciens compteurs classiques par des compteurs intelligents. Ces compteurs intelligents forment un outil essentiel de la gestion de cette surproduction solaire. Elia intervient également au niveau du réseau haute tension en activant la flexibilité des diverses unités de production. Un outil supplémentaire réside en l'exportation du surplus vers les États limitrophes via une coordination entre les gestionnaires de réseau. Sur le long terme, il est encore envisagé de faire appel à une flexibilité plus importante: la gestion active de la demande, le déploiement des compteurs intelligents et les nouvelles sources de flexibilité dues à l'électrification grandissante, par exemple les véhicules électriques et les pompes à chaleur.

De manière plus spécifique, Elia a mis en place cet été plusieurs mesures de mitigation pour le court terme et les a communiquées aux secteurs du marché lors d'un working group en juin 2024. J'en mentionne quelques-unes: un travail sur de meilleures prédictions des risques et un meilleur partage d'informations aux BRP, une optimisation des capacités d'exportation en day-ahead et intraday , une optimisation de la gestion des arrêts, etc.

Vous me demandez également ce que mon parti et moi avons déjà fait et mon avis sur la proposition de la CREG. En réponse à cette partie de la question, je tiens à souligner explicitement que des infrastructures d'interconnexion aux quatre coins de notre pays sont indispensables et cruciales et constituent un instrument optimal pour l'échange d'électricité par importation ou exportation afin de pouvoir répondre à des moments de pic et de surproduction. Elles nous permettent aussi d'exporter l'énergie excédentaire vers d'autres pays.

Concernant l'anticipation des risques à venir, nous avons obtenu l'accord de la Commission européenne pour modifier le cadre du mécanisme de rémunération de la capacité (CRM). Cette modification permet une exemption de l'obligation de remboursement pour les grandes unités de stockage d'énergie et la gestion active de la demande. Cela constitue un incitant considérable à la participation aux enchères du mécanisme. Comme vous le savez, la flexibilité était l'un des grands leviers à pouvoir activer dans le CRM, d'où aussi le partage de volume sur les différents moments d'enchère. Nous avons donc constaté que des barrières subsistent pour certaines capacités, tant pour la gestion de la demande que pour les batteries, notamment cette exemption de l'obligation de remboursement. Une fois corrigé, cela permettra que la gestion de la demande puisse plus activement participer au CRM et pourra amener davantage de flexibilité pour pourvoir répondre à ces pics de surproduction.

L'exemption de tarif réseau et d'accises sur l'électricité réinjectée pour une période de dix ans qui bénéficie aux parcs de batteries permet de créer un environnement favorable au développement des batteries. Le succès de cette initiative se mesure au nombre de parcs de batteries déjà construits ou en cours de développement.

Je voudrais également souligner que la flexibilité est l'un des axes les plus importants pour tous les appels à projets dans le cadre du Fonds de transition énergétique. Dans les différents appels qui ont été lancés, nous avons toujours mis l'accent là-dessus. Il n'était pas nécessaire d'attendre les résultats de cette étude d'Elia pour voir venir ce challenge.

Nous avons aussi élaboré un avant-projet de loi visant à mieux intégrer la flexibilité de l'offre et de la demande dans le marché de gros de l'électricité, en particulier en ce qui concerne des technologies telles que les pompes à chaleur, les véhicules électriques, les chauffe-eaux électriques, les électrolyseurs ainsi que d'autres formes d'électrification des usages fossiles. Par "flexibilité", nous entendons également des mesures permettant, en fonction des conditions du marché, la déconnexion temporaire d'installations telles que les panneaux photovoltaïques, les cogénérations ou les éoliennes.

Ce projet de loi s'est toutefois heurté à des difficultés liées à la répartition des compétences entre le niveau fédéral et les Régions. La gestion de la flexibilité au niveau des réseaux de distribution relève exclusivement des compétences régionales.

Cette année, nous avons travaillé sur un texte de compromis en concertation avec les ministres régionaux, les administrations, les gestionnaires des réseaux et les régulateurs. Au printemps, ce texte a reçu un avis du Conseil d'État indiquant qu'une coopération formelle entre le niveau fédéral et les Régions était nécessaire pour avancer. Nous avons donc clôturé cette législature avec un accord selon lequel nos administrations, dans le cadre de CONCERE, développeraient une proposition commune.

Nous avons effectué le travail préparatoire et j'ose espérer que le prochain gouvernement fédéral et les gouvernements régionaux poursuivront ces chantiers importants en vue de répondre aux inquiétudes.

Je tiens également à rappeler que les parlementaires intéressés peuvent adresser leurs questions, notamment celles qui touchent aux compétences régionales et au développement des énergies renouvelables, aux ministres régionaux compétents.

Mathieu Bihet:

Je vous remercie pour votre réponse, madame la ministre. La répartition actuelle des compétences n'aide évidemment pas pour les projets renouvelables onshore , que ce soit les éoliennes onshore ou les parcs photovoltaïques importants qui se connectent directement au réseau de transport. Il serait cependant sans doute opportun qu'Elia, dans sa compétence d'avis sur l'ensemble de ces projets qui visent des énergies intermittentes dans les compétences régionales, puisse rendre des avis et même refuser la connexion de certaines nouvelles capacités si le risque pour le réseau se concrétise. Nous ne manquerons évidemment pas d'être attentifs à ce sujet.

Het strategische akkoord tussen Fluxys en Elia

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het strategisch akkoord tussen Fluxys (gasnetbeheerder) en Publi-T (holding van Elia, elektriciteitsnetbeheerder) om via een gemeenschappelijke structuur Elia’s miljardeninvesteringen in de energietransitie (o.a. de *Princesse Elisabeth-energie-eiland*) te financieren, zonder Fluxys’ eigen plannen te schaden. Minister Van der Straeten bevestigt dat de overheid niet direct betrokken is, maar benadrukt het belang van robuuste energienetwerken en extra financiële mechanismen (zoals 100 miljoen via de EU-herstelfaciliteit) om de kosten draaglijk te houden, terwijl de SFPIM als federale speler optreedt—gemeenten moeten zelf hun rol en risico’s bepalen, maar een breed maatschappelijk debat over hun betrokkenheid bij kritieke energie-infrastructuur is noodzakelijk. Crucke deelt de bezorgdheid over transparantie en democratische sturing, gezien de strategische risico’s en het feit dat niet alle gemeenten volledig geïnformeerd lijken. Kernpunt: de energietransitie vereist gecoördineerde, veilige investeringen, maar de verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, private actoren en gemeenten blijft onduidelijk en vraagt om politiek overleg.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, l'on apprend par la presse qu'un accord stratégique a été signé entre FLUXYS, le gestionnaire du réseau gazier belge, et PUBLI-T, le holding public qui détient une grande part d'ELIA, le gestionnaire du réseau électrique à haute tension en Belgique. Cet accord vise à répondre aux besoins de financement d'Elia, qui prévoit un investissement de plusieurs milliards d'euros d'ici 2028 pour soutenir ses projets de transition énergétique. PUBLI-T, via une nouvelle structure commune avec FLUXYS, pourra injecter des fonds dans ELIA en cas de besoin tout en conservant son statut d'actionnaire majoritaire. FLUXYS assure d'autre part que sa stratégie ainsi que l'opération auprès d'ELIA ne portent pas préjudice à ses plans d'investissements. Selon la presse aussi, l'on apprend aussi l'entrée en tant qu'actionnaire de la SFPIM au sein d'ELIA, à la suite de la signature de l'accord de principe d'il y a quelques mois.

Madame la ministre, mes questions sont les suivantes. Quelle est la vision du gouvernement quant à l'implication croissante de FLUXYS dans les investissements d'ELIA, et comment ce partenariat est-il censé renforcer l'intégration de la transition énergétique en Belgique? Quelle est la lecture de la Ministre concernant l'accord stratégique entre les deux parties? La ministre peut-elle préciser la part de FLUXYS dans le véhicule financier partagé avec PUBLI-T? Quelles sont les modalités de participation qui ont été fixées? L'île énergétique Princesse Elisabeth étant un projet coûteux, et compte tenu des évolutions récentes, des mécanismes de soutien sont-ils envisagés pour alléger l'impact de ce projet sur le coût total des investissements, et ainsi préserver l'équilibre financier des acteurs publics impliqués? Quels engagements le gouvernement fédéral envisage-t-il pour soutenir les communes dans leur participation financière aux besoins croissants d'ELIA, en tenant compte de leurs contraintes budgétaires?

Tinne Van der Straeten:

Monsieur Crucke, il s'agit d'une opération des actionnaires communaux impliquant des sociétés de droit privé dont certaines font l'objet d'une cotation en bourse. Nous avons les mêmes informations que celles distribuées via la presse, étant entendu que le CEO de Fluxys m'a informée au moment où l'accord est devenu public. Nous avons compris qu'essentiellement, Publi-T se prépare, avec l'aide de Fluxys, à suivre les augmentations de capital annoncées par Elia.

Il n'en reste pas moins que le gouvernement est attentif à tout ce qui concerne l'avenir des infrastructures énergétiques du pays qui sont cruciales pour atteindre l'objectif de neutralité climatique. De plus, la transition énergétique conduit à une réflexion sur une interaction plus étroite entre les électrons et les molécules, et ceci est certainement un aspect du débat.

Le gouvernement n'étant pas partie à cette opération, il appartient aux parties concernées de communiquer sur les modalités dans le respect du cadre légal et réglementaire, notamment les règles relatives à la communication d'informations qui concernent des sociétés privées cotées. Si vous me le permettez, je vais me référer à ce que j'ai dit il y a deux semaines sur les coûts de l'île, et nous aurons certainement l'occasion d'en parler cet après-midi.

En gros, oui, il faut avoir en vue d'autres mécanismes de soutien pour le financement de l'île. Les 100 millions d'euros via la Facilité pour la reprise et la résilience (FRR) en sont un, mais il faut aller plus loin. C'est la raison pour laquelle nous avons demandé à Elia et à la CREG de se mettre autour de la table, et vous avez pu prendre connaissance des lettres que nous avons envoyées.

Le gouvernement fédéral n'apporte pas son soutien au besoin de développement des infrastructures énergétiques à travers les communes. Lorsque l' É tat fédéral joue un rôle actionnarial en la matière, ceci se fait à travers la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI), qui a déjà communiqué sur le rôle qu'elle envisageait de jouer, à savoir un rôle dans le financement des besoins en capitaux d'Elia. Je me permets de vous renvoyer à cette communication. De plus, la tutelle des communes n'est pas une compétence du pouvoir fédéral.

Cela dit, et plus fondamentalement, la crise énergétique que nous avons connue nous a montré l'importance des réseaux. Le sabotage de Nord Stream 2 nous a éclairés quant à la vulnérabilité des réseaux énergétiques. La semaine dernière, nous avons appris que cette vulnérabilité ne se limitait pas aux infrastructures énergétiques. Donc, la question que vous me posez touche à un problème politique fondamental: quels seront l'avenir et le rôle des communes chez Elia et Fluxys en vue des investissements nécessaires à la transition énergétique? Vous constaterez avec moi que la décision des communes a été prise au moment où le gouvernement fédéral s'est retrouvé en affaires courantes. Je lance par conséquent un appel au futur gouvernement en vue d'organiser un véritable débat à ce sujet.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie.

Je ne reprocherai certainement pas à la Vivaldi, et encore moins à vous-même, de ne pas pouvoir m'apporter des informations qui ne relèvent en effet pas de votre responsabilité, puisque le gouvernement ne participe pas directement à la structure qui a été développée.

Comme vous, je m'interroge sans être nécessairement inquiet quant au rôle que l'on veut faire jouer aux communes ou même qu'elles veulent jouer – étant donné que personne ne leur impose ce type de choix – dans la matière énergétique et, surtout, dans les infrastructures énergétiques. Loin de moi l'intention de penser que la démocratie pourrait y faire défaut, mais nous savons très bien que seules quelques personnes décident. Et je ne suis pas certain que toutes les communes du Royaume soient au courant de tout cela. Or nous parlons d'investissements de nature stratégique, avec tous les risques que cela suppose. C'est pourquoi, comme vous, je pense que ce dossier doit faire l'objet d'un débat plus vaste, parce que se pose une question de sécurité pour notre avenir énergétique.

Voorzitter:

Aan de orde is vraag nr. 56000842C van collega Roberto D'Amico, maar hij is niet aanwezig.

De korting op de transmissienettarieven
De verlaging van de transmissienettarieven voor energie-intensieve bedrijven (opvolging)
Vermindering van transmissienettarieven voor bedrijven

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De verhoging van transmissienettarieven (januari 2025) dreigt de elektriciteitskosten voor gezinnen en bedrijven verder op te drijven, terwijl buurlanden zoals Frankrijk al kortingen toekennen. Minister Van der Straeten bevestigt dat een koninklijk besluit (KB) in voorbereiding is—geïnspireerd op het Franse model om staatssteunprocedures te vermijden—maar stuit op juridische hobbels (bevoegdheidsverdeling CREG, gewestelijk industriële beleid) en budgettaire blokkades (150 miljoen euro nodig vanaf 2027, geen middelen in lopende zaken). Ze verwacht een beslissing van de volgende regering, maar bereidt het dossier voor om tijd te winnen, inclusief overleg met de CREG en mogelijk de gewesten (via Enover/IKW). Kritiek uit het parlement benadrukt de nood aan snelle uitvoering van de wet en concurrentienadeel voor Belgische bedrijven door vertraging.

Steven Coenegrachts:

Mevrouw de minister, in januari worden de transmissienettarieven in ons land verhoogd. Dat zal de elektriciteitsfactuur voor onze gezinnen en bedrijven doen stijgen. Voor de bedrijven komt die verhoging er in een context met reeds hoge elektriciteitsprijzen en een concurrentieel nadeel.

In sommige van onze buurlanden worden kortingen op die factuur toegekend. De federale overheid kan via de uitvoering van de energienorm ingrijpen. Voor een korting op transmissienettarieven is via de wet van 15 mei 2024 een wettelijke basis gecreëerd.

U hebt in voorgaande commissievergaderingen gezegd dat een koninklijk besluit in opmaak is, maar u lijkt te willen wachten op een volwaardige regering, waarop het nog steeds wachten is. U bent wel bezig dat dossier voor te bereiden.

Hoe ver staat het met de opmaak van het koninklijk besluit? In welke mate is het voorbereidende werk voor een regering met volheid van bevoegdheden klaar? Wilt u blijven wachten tot die regering is geïnstalleerd of ziet u mogelijkheden om dat met de regering in lopende zaken te doen? Aangezien een dergelijke maatregel mogelijk aangemerkt wordt als staatssteun, hebt u zich juridisch laten bijstaan en kunt u ons eventuele juridische adviezen bezorgen? Welk signaal kunt u hierover vandaag aan de energie-intensieve bedrijven geven?

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, u hebt naar aanleiding van eerdere vragen duidelijk gemaakt dat u een ontwerp van koninklijk besluit zou uitwerken en dat u ervoor openstond dat aan het Parlement ter beschikking te stellen, zodat het Parlement er desgevallend zelf mee aan de slag zou kunnen gaan.

Wat is de stand van zaken? Wanneer kunnen de ontwerpteksten aan het Parlement worden bezorgd, voor het geval dat dat ermee aan de slag wenst te gaan?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Wollants, wij hebben het hier inderdaad al een aantal keren gehad over de implementatie van de wet die wij goedgekeurd hebben. U herinnert zich ongetwijfeld dat u niet zo goed gezind was over de gevolgde procedure, namelijk via de goedkeuring van een amendement op het allerlaatste ontwerp van de regering.

Om de wet te implementeren, is inderdaad een koninklijk besluit nodig. Wij zijn bezig met de voorbereiding van dat koninklijk besluit, zoals ik al eerder gezegd heb.

De manier waarop de korting in de wetgeving wordt opgenomen, ligt in het ontwerp van koninklijk besluit dicht bij de manier waarop dat in Frankrijk gebeurt. Frankrijk heeft een systeem waarbij een korting wordt gegeven op de transmissietarieven. Wij hebben dezelfde aanvliegroute genomen, die erin bestaat dat eenzelfde type netgebruikers een gelijkaardige korting krijgt als in Frankrijk. Wij hebben daarvoor gekozen, omdat de Europese Commissie niet geëist heeft dat het Franse kortingsysteem aangemeld werd als staatssteun. Dat is ook gemakkelijk, want we kunnen ten aanzien van de Europese Commissie argumenteren dat wij dezelfde werkwijze hanteren als dewelke ze al eerder heeft goedgekeurd. Zo gezegd, zo gedaan.

Bij de bespreking van de eerste versie van het koninklijk besluit moesten we evenwel vaststellen dat we toch geconfronteerd worden met een pak juridische angels die eigen zijn aan de Belgische context. België is Frankrijk niet en Frankrijk is België niet. Welke zijn die juridische angels? Ten eerste, wij moeten rekening houden met de exclusieve bevoegdheden van de regulator. Tarieven behoren tot de kern van de opdracht van de regulator. Er is een impact op de tarieven en een ingreep op de tarieven is een voorbehouden opdracht van de regulator.

Ten tweede, eigenlijk geeft men een korting aan een groep industriële netgebruikers. Dat valt dus onder het industriële beleid. Competitiviteit is een federale bevoegdheid, maar het industriële beleid is een gewestelijke bevoegdheid.

We hebben volgende week een overleg met de CREG, de regulator, gepland om haar standpunt te kennen en na t gaan of we met het KB kunnen verdergaan. Overigens was het amendement met betrekking tot de ODV-piste al samen met de regulator gemaakt. Er wordt dus continu samen met de regulator over het onderwerp gereflecteerd; die stapt niet zomaar opeens in.

U vroeg of de beslissing toekomt aan de huidige regering in lopende zaken, dan wel de volgende regering. De regering in lopende zaken kreeg de instructie van de staatssecretaris om budgettaire voorzichtigheid in acht te nemen. Dat betekent dat wij geen nieuwe budgetten kunnen inzetten. De kostprijs voor een dergelijke korting wordt voor volgend jaar geraamd op 150 miljoen euro.

Wij hebben geen begroting. Wij hebben geen budgettaire tabellen. Er is geen begrotingslijn waar ik drie twaalfden kan bestemmen voor een korting. Ik kan niet anders dan zeggen dat de beslissing aan de volgende regering toekomt. De regering in lopende zaken kan geen nieuwe budgetten uitgeven. Het is dus absoluut nodig dat er snel een nieuwe regering komt, die over die zaken kan beslissen.

Dat betekent niet dat wij niet voortwerken. Gelet op de juridische complexiteit door de bevoegdheidsverdeling in ons land zou het niet fair zijn, als we niets deden. De volgende minister moet op ons werk kunnen voortbouwen, zodat hij geen tijd verliest met de opmaak van het KB.

We laten ons uiteraard voor elk staatssteundossier bijstaan, dus ook in dit geval. We pogen de Franse methode te gebruiken om zo te kunnen aanvoeren dat er geen staatssteunaanmelding nodig is, zodat we voor dat traject tijd winnen.

Ik wil even de koppeling maken met de industriële transitie. De energienorm is door twee aspecten ingegeven, namelijk een eventueel concurrentiekrachtprobleem voor onze bedrijven en industrie en een eventueel koopkrachtprobleem voor de gezinnen. We hebben het betreffende voorstel gedaan, omdat de CREG in de studies over de energienorm aangaf dat Duitsland en Frankrijk een systeem hebben om voor bepaalde netgebruikers de impact van transmissietarieven te beperken. Als België dat systeem niet heeft terwijl andere landen dat wel gebruiken, zorgt dat voor een probleem op het vlak van de concurrentiekracht. Daarom hebben we dat proces opgestart. Ik ben het idee alvast erg genegen. Volgens het rapport-Draghi en het rapport-Letta zal energie cruciaal worden voor de koopkracht van gezinnen en voor de competitiviteit van bedrijven. Daarom zal de commissie voor Energie zich meer moeten buigen over de randvoorwaarden van de industriële transitie. Het federale niveau is zeker bevoegd voor de competitiviteit, maar niet noodzakelijkerwijze voor het industriële beleid. In dat kader moeten we werken.

Steven Coenegrachts:

Mevrouw de minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Het is goed dat dat dossier juridisch goed wordt voorbereid. Besturen in België is blijkbaar altijd iets complexer dan in een ander Europees land. Ik betreur alvast dat we in de Europese Unie elkaar beconcurreren in plaats van samen de strijd aan te gaan met Amerika, China en andere continenten. U hebt gelijk dat we niet anders kunnen dan de buurlanden te volgen.

Ik begrijp dat u de beslissing doorverwijst naar de volgende regering, aangezien u geen begrotingslijn ter beschikking hebt, maar moet werken met voorlopige kredieten. Ik betreur dat er vooralsnog geen regering is die dergelijke competitiviteitsmaatregelen kan nemen, des te meer omdat het gaat over de uitvoering van een aangenomen wet. Als we in het Parlement een wet goedkeuren, wordt die uitgevoerd.

Wanneer het gaat om 2 miljard in de begroting, lijkt het logisch dat de regering in lopende zaken toch de wet uitvoert. Het is jammer dat er geen begrotingslijn is in de voorlopige kredieten voor competitiviteitsmaatregelen.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, de situatie in ons land is anders en tegelijkertijd misschien ook niet. De regulator in Frankrijk kan immers bogen op dezelfde bevoegdheden. Verschillend is wel dat het hier ook een gewestelijke bevoegdheid betreft en ik heb u niet horen zeggen welk traject u met de gewesten ter zake aan het doorlopen bent. U plant een overleg met de regulator, maar niet met de gewesten. Heb ik dat misschien verkeerd begrepen?

Bovendien merk ik op dat het bedrag dat u vandaag noemt, hoger ligt dan het bedrag dat u eerder in het Parlement hebt vermeld. In het verleden sprak u over een raming tussen 106 en 125 miljoen euro. Nu hebt u het over 150 miljoen euro. Is dat bedrag geëvolueerd? Misschien moeten we dat verifiëren.

We zouden ervoor moeten zorgen dat de gewesten ook al worden betrokken bij de voorbereiding van het KB, met het oog op de vrijwaring van de competitiviteit van onze ondernemingen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Wollants, ten eerste, wat het bedrag betreft, laat daarover geen misverstanden bestaan. De genoemde 150 miljoen euro is vanaf 2027. De eerdere bedragen zijn korter in de tijd, namelijk 2025-2026.

Ik hoef u er niet op te wijzen dat de kosten ter zake variëren. De grootteorde is tussen bijna 100 miljoen euro en 150 miljoen euro. Over die vork hebben we het.

Ten tweede, de kwestie met betrekking tot Frankrijk frustreert mij ook oprecht. De kernbevoegdheden van energieregulatoren zijn opgenomen in de richtlijn en elke lidstaat moet die naleven. Het is daarom dat we opnieuw met de CREG samen zullen zitten om na te gaan of we daar abstractie van kunnen maken en het voorbeeld van Frankrijk kunnen volgen. Daar komt het in essentie op neer.

Ten derde, we moeten bekijken of we het overleg met de gewesten al dan niet al moeten opstarten alsook of wij al dan niet dat overleg nog houden. Ik maak deel uit van een regering in lopende zaken. U verwacht van mij dat ik alles doe, maar mijn kader is beperkt. Wanneer u mij vraagt om contact op te nemen met de gewesten, dan wil ik dat oprecht met veel plezier doen. Wij kunnen de kwestie in een tube steken voor Enover en een interfederale IKW. Ik stel voor dat wij doorgeven hoe ver wij staan. Misschien kunnen de gewesten het van ons overnemen. Dat kan ook

Voorzitter:

Mevrouw de minister, doe dat eens.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Sowieso is het niet slecht om wat men voorbereidt, af te toetsen bij de gewesten. Dat kan in lopende zaken. Of de beslissing kan worden genomen, is natuurlijk een andere discussie. Er gebeuren evenwel ook andere zaken binnen het kader van de lopende zaken. U hebt zich ertoe geëngageerd om de opmaak van het KB voor te bereiden, zolang u op uw ministersstoel zit, wat uiteraard wordt geapprecieerd. Een gesprek met de gewesten kan alvast een bijdrage betekenen.

Telefonische hulp in het kader van energiecontracten

Gesteld door

Vooruit Oskar Seuntjens

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van der Straeten en parlementslid Seuntjens benadrukken dat telefonische bereikbaarheid van energieleveranciers essentieel is, vooral voor digibeet (50% van de Belgen) en kwetsbare groepen, maar dat leveranciers dit nu ontwijken om kosten te drukken. De minister steunt verplichte basisdienstverlening (zonder meerkosten) en transparantie, maar wijst op de spanning tussen lage marges in de energiemarkt en klantvriendelijkheid, waarbij vrijblijvende sectorakkoorden onvoldoende blijken. Seuntjens hamert op het recht op menselijk contact bij complexe contracten en levensgebeurtenissen (bv. overlijden), zonder dat digitalisering als excuus dient voor slechtere service. Beide pleiten voor strengere regelgeving en blijvend toezicht, met ministeriële steun voor concrete voorstellen.

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, ik ben nog niet zolang geleden alleen gaan wonen en ik heb toen zelf kunnen vaststellen dat de zoektocht naar de juiste energieleverancier, de vergelijking van al die contracten en het begrijpen wat er in die contracten staat, niet zo gemakkelijk is. Veel mensen hebben daarover veel vragen en een sterke overheid zou ervoor moeten zorgen dat mensen op een heel toegankelijke en laagdrempelige manier die vragen kunnen stellen.

De gemakkelijkste manier om dat te doen, is door via de telefoon iemand op te bellen. Zo kan men rechtstreeks vragen stellen. Ik schrok echter vorige week van een artikel van VRT NWS waarin stond dat mensen die telefonische hulp vragen, vaak een hogere factuur krijgen. Ik schrok onder andere omdat de vragen die men wil stellen, vaak via een chatbot moeten worden gesteld. Ik heb zelf al een paar keer met zo'n chatbot gepraat en dat is vaak heel frustrerend. Daarbij komt nog dat de helft van alle Belgen problemen hebben met digitale geletterdheid. Dat kan er dus toe leiden dat mensen hun vragen niet kunnen stellen.

Ik ben dus het voorstel van de ombudsman voor energie wel genegen. Hij stelde immers voor om te onderzoeken of we energieleveranciers niet kunnen verplichten om telefonisch bereikbaar te zijn – wat volgens mij niet zoveel gevraagd is – en ervoor te zorgen dat de kosten daardoor niet stijgen. Mevrouw de minister, wat is uw reactie daarop? Wat is uw mening daarover? Bent u bereid om initiatieven te steunen die dat voorstel verdedigen?

Tinne Van der Straeten:

Ik ben het absoluut eens met uw analyse, mijnheer Seuntjens. De combinatie van digitale inclusie is absoluut een probleem. De digitalisering is soms zeer frustrerend. Ik kan wel een positief tegenvoorbeeld geven – ik denk dat daar heel veel tijd en geld is ingestoken – en dat is Kate van KBC. Daar wordt heel snel aangegeven wie men moet contacteren, in tegenstelling tot de meeste chatbots. Men duwt inderdaad veel meer naar online en digitale contracten. De leverancier doet dat om de kosten van de backoffice te beperken. Dat betekent minder mensen aan de telefoons. Zo kan men meer inzetten op de race to the bottom op de leveranciersmarkt, waar de marges vaak heel klein zijn. Daardoor komt de basisdienstverlening echter onder druk te staan.

Iemand die alleen gaat wonen, moet een leverancier contacteren, maar soms moet men een leverancier ook bellen op moeilijke momenten in het leven zoals bij een overlijden. Dan moet men een overdracht van het contract regelen. Op die momenten heeft men liefst iemand aan de lijn die uitleg geeft. Een basisdienstverlening waarbij men met iemand kan praten, vind ik een absolute must. De overheid moet aan de leverancier ook signalen geven dat dit belangrijk is.

De consumentenbescherming wordt momenteel nog altijd via het sectoraal akkoord geregeld, wat ook een vrijblijvend akkoord is en blijft. We hebben dat vaak aangevuld, bijvoorbeeld met het charter van de klantvriendelijkheid tijdens de covidperiode, samen met de staatssecretaris voor Consumentenbescherming. Daarbij moesten de ondertekenaars hun contactinformatie duidelijk op hun website publiceren en mochten de klanten ook niet te lang aan de telefoon moeten wachten.

Er moet inderdaad een debat zijn over basisdienstverlening. Er moet ook beter doorgepraat worden met de leveranciers wat wel en wat niet haalbaar is. Ik heb immers vaak gemerkt dat die debatten verzanden in de stelling dat de marges te klein zijn. Het is een leveranciersmarkt, waar de klant de juiste bescherming heeft, maar waar de leverancier ook sterk genoeg is. Die belangen moeten een beetje in evenwicht zijn. Dit gezegd zijnde vind ik dat de leveranciers er zich soms veel te gemakkelijk van af maken.

Alle voorstellen in de richting van een betere basisdienstverlening en van de juiste vorm van transparantie kunnen steeds op mijn steun rekenen.

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, digitalisering is op zich absoluut niet slecht, daarover is iedereen het eens. Het mag echter niet de bedoeling zijn dat energieleveranciers hun kosten drukken ten koste van de goede dienstverlening. Ik schrok echt toen ik hoorde dat de helft van de Belgen problemen heeft met digitale geletterdheid. Die mensen mogen niet de dupe zijn van de tendensen die er nu gaande zijn. Wij moeten dat zeker goed in de gaten blijven houden. Die contracten zijn echt niet evident, ik ben er zelf achter gekomen, en mensen moeten steeds vragen kunnen stellen. Ik ben blij in u een partner te vinden en ik zal dat zeker blijven opvolgen.

De stand van zaken m.b.t. het definitieve Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het definitieve Nationaal Energie- en Klimaatplan

Gesteld aan

Zakia Khattabi (Minster van Klimaat, Milieu en Duurzame Ontwikkeling)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Belgische Energie- en Klimaatplan (NEKP) werd niet tijdig ingediend bij de EU, wat leidde tot een sanctieprocedure, met als kernblokkade gebrek aan consensus tussen Vlaanderen en Wallonië en een Brussels weigerachtig standpunt over aansprakelijkheid. Minister Khattabi benadrukt dat haar federaal voorzitterschap van de NKC (tot december) gericht is op procedurele vooruitgang—zelfs met minimale ambitie—om de EU tevreden te stellen, terwijl Vlaanderen (onder Depraetere) slechts voorwaardelijk (47% reductie *mits* extra maatregelen) meegaat, wat Ravyts als schijn-trendbreuk afdoet. De stuurgroep NEKP ligt technisch klaar, maar politiek akkoord ontbreekt nog steeds, met december 2024 als cruciale deadline voordat Wallonië het NKC-voorzitterschap overneemt. De EU-procedure draait nu om het ontbreken van een inzending, niet om de inhoud—maar de komende weken zijn bepalend voor verdere stappen.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, het definitieve Belgische Energie- en Klimaatplan (NEKP) is een hele saga. Mijn schriftelijke vraag over dat plan had ik al ingediend toen ik nog niet op de hoogte was van de actualiteit daaromtrent. Het plan werd niet tijdig, dus niet voor 30 juni, ingediend bij de Europese Commissie. Daarom besliste de Europese Commissie om een procedure op te starten.

De toenmalig bevoegde Vlaamse minister, mevrouw Demir, liet weten dat zij niet akkoord kon gaan met de principiële niet-aansprakelijkheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Uittredend Brussels minister Maron schreef op 25 juli een brief aan de Nationale Klimaatcommissie om te melden dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in geen geval de gevolgen wenste te dragen van eventuele Europese sancties. De Europese Commissie legde 27 september als nieuwe einddatum vast, maar toen kon geen consensus tussen Wallonië en Vlaanderen worden gevormd over het voorstel van antwoord aan de Europese Commissie om de vertraging te motiveren.

Mijnheer de voorzitter, ik richt mij ook even tot u. Er bestaat een soort van optimisme omtrent het nieuwe Vlaamse regeerakkoord. U hebt bevoegd minister Depraetere gezien. Sta me echter toe om toch even letterlijk te citeren uit het Vlaamse regeerakkoord: "Als uit de jaarlijkse monitoring van de Vlaamse broeikasgasuitstoot blijkt dat Vlaanderen een emissiereductie van 40 % bereikt tegenover 2005 voor de sectoren die onder de Effort Sharing Regulation vallen, zal Vlaanderen zijn klimaatambitie voor 2030 optrekken richting 47 %, voor zoverre die ambitieverhoging onderbouwd is met aanvullende maatregelen die tijdig worden ingediend." Van die 47 % is dus slechts heel voorwaardelijk sprake. Sommigen noemden het nieuwe Vlaams akkoord een trendbreuk, maar ik denk dat zij een perceptie willen creëren die niet met de realiteit van de tekst overeenkomt. Ik weet weliswaar dat ik in een politieke omgeving zit, maar de waarheid mag ook eens gezegd worden.

Het blijft zeer moeilijk om ook met deze Vlaamse minister een akkoord te bereiken. Ik hoor graag van u een verslag van de contacten met mevrouw Depraetere. Kunt u ook een inhoudelijk overzicht geven van de besprekingen in de stuurgroep NEKP en de NKC over de geblokkeerde situatie?

Zakia Khattabi:

In het kader van het federale voorzitterschap van de NKC had ik een constructief gesprek met Vlaams viceminister-president en minister van Energie en Klimaat Melissa Depraetere. Ik gaf een overzicht van de lopende dossiers en we bespraken het standpunt van de Vlaamse regering over deze dossiers en in het bijzonder over het NEKP, om de mogelijkheid in te schatten om het dossier tot een goed einde te brengen tijdens het federale voorzitterschap van de NKC, ongeacht de inhoud.

U hebt het Vlaamse regeerakkoord gelezen. Het gaat nu niet over de inhoud, ik wil alleen de EU-procedure respecteren. We hebben een agenda. Wat de Vlaamse regering ook beslist inzake klimaatbeleid, we moeten toch een signaal aan Europa geven, même si l'ambition est nulle . We kunnen toch een signaal geven. Het kan zijn dat de Vlaamse regering geen nieuwe maatregelen zal nemen. Zelfs dan mochten we niets aan de Commissie sturen. Op dat gebied is er toch een verschil met de vorige collega.

Nog tot eind december zal ik mijn federaal voorzitterschap van de NKC inzetten om samen met ENOVER in het energieoverleg vooruitgang te boeken. Vanaf 1 januari 2025 neemt het Waalse Gewest het voorzitterschap van de NKC over. Binnen de ambtelijke stuurgroep NEKP is alles in gereedheid gebracht om snel te kunnen schakelen bij een politiek akkoord.

Kurt Ravyts:

Die trendbreuk, mevrouw de minister, zal er dan in bestaan dat men toch bereid is om in de Europese procedure antwoorden te geven en coöperatief te zijn. We moeten concreet zien hoe dat…

Zakia Khattabi:

De procedure gaat nu over het feit dat we niets hebben ingediend, nog niet over de inhoud. Daarom zal er een verschil zijn.

Kurt Ravyts:

Ik bedoelde het ook zo: het gegeven dat er niets is ingediend en de motieven daarvoor. De voorbije verkiezingen zullen ook wel een rol gespeeld hebben. De volgende weken worden dus zeer belangrijk. Ik heb echter toch willen citeren uit het Vlaamse regeerakkoord. Het is namelijk niet zo dat er plots een totale paradigmashift is. Die perceptie wordt zo wel gecreëerd in het Vlaams Parlement, maar dat is voor de galerij. Een grote Vlaamse partij waakt erover dat dit zo zal gebeuren of niet. Ik dank u voor uw antwoord. We volgen dit week na week, maand na maand verder op en we zien elkaar met betrekking tot dit thema zeker nog terug.

Het ontsporende kostenplaatje van het energie-eiland
De overschrijding van de kosten van het Prinses Elisabethenergie-eiland
De stijgende kosten van het energie-eiland
De explosie van de kosten voor het energie-eiland (transparantie)
De explosie van de kosten voor het energie-eiland (detaillering van de raming)
De explosie van de kosten voor het energie-eiland (oplossingspistes)
De explosie van de kosten voor het energie-eiland (verrekening van transmissienettarieven)
Het kostenplaatje van het energie-eiland
Kostencrisis en transparantie rond het Prinses Elisabethenergie-eiland

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 5 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De kostenexplosie van het Belgische energie-eiland (van oorspronkelijk 2,3 miljard euro naar 7+ miljard euro) domineert het debat, voornamelijk door stijgende grondstofprijzen, schaarste aan HVDC-technologie (gelijkstroominfrastructuur) en een overbelaste Europese toeleveringsketen—verergerd door de Oekraïne-oorlog en gelijktijdige grote investeringen in hernieuwbare energie. Kernproblemen: - Gebrek aan transparantie: De CREG waarschuwde de minister al in juni 2024 over de kostenstijging (vertrouwelijk), maar het Parlement werd pas geïnformeerd na medialekken, wat vragen oproept over toezicht en informatiestromen tussen regulator (CREG), netbeheerder (Elia) en politiek. - Financiële impact: De meerkosten dreigen doorberkend te worden op de transmissienettarieven (vanaf 2025), met risico’s voor industrie (concurrentiepositie) en huishoudens (energiearmoede). Alternatieven zoals uitstel, gefaseerde uitvoering of herziening van het ontwerp (bv. focus op wisselstroom/AC in plaats van gelijkstroom/DC) worden overwogen, maar bevoorradingszekerheid (25-30 TWh/jaar tegen 2030) en Europese interconnectieplannen (Nautilus, TritonLink) blijven cruciale argumenten *voor* voortzetting. - Europese afhankelijkheid: België pleit voor EU-steun (bv. via *Innovation Fund* of *Connecting Europe Facility*) om de lasten te delen, maar leveranciersmonopolies (Siemens, Hitachi, GE) en capaciteitstekorten blijven structurele bottlenecks. Volgende stappen: - Parlementaire hoorzittingen met Elia en CREG (gepland op 12 november) om gedetailleerde kostenspecificaties, risicoanalyses en alternatieven te bespreken. - Wetswijzigingen om de rol van de CREG te versterken (bv. in ontwikkelingsplannen) en transparantie te vergroten, mogelijk geïnspireerd door het Vlaamse VREG-model. - Europese lobby voor gerichte subsidies en industriële strategie rond HVDC-technologie, om prijsdruk te verminderen. Conclusie: Het project staat op een kritiek kruispunt—doorgaan met hoge kosten (en risico’s voor tarieven), aanpassen (bv. DC-onderdeel opschorten) of alternatieven zoeken—maar een definitieve beslissing wacht op bijgewerkte kosten-batenanalyses (Q1 2025) en Europese onderhandelingen.

Voorzitter:

Collega’s, vanochtend houden we op vraag van de MR-fractie een gedachtewisseling over de kostenstijgingen voor het energie-eiland. Ik dank de minister voor haar aanwezigheid. Enkele leden hebben op voorhand vragen ingediend, maar we zullen iedereen per grootte van de fractie aan het woord laten. U mag uw ingediende vragen dan ineens in uw betoog opnemen.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, het is belangrijk om in te zoomen op het dossier van het energie-eiland, want er is duidelijk het een en ander aan de hand. De oorspronkelijke kostenraming voor het energie-eiland was 2,2 à 2,3 miljard euro. Die raming werd nadien bijgesteld tot 3,6 miljard euro. Al weken, zo niet maanden was het voor iedereen duidelijk dat de raming veel hoger zou uitvallen, maar u wilde daarover geen duidelijkheid scheppen. Ik ben blij dat die duidelijkheid er nu voor een deel is. We hebben in de pers inderdaad de reacties gelezen van u en van de CREG. Die geven aan dat er wel degelijk iets aan de hand was. De CREG stuurde u in het verleden trouwens al een brief hierover. Waarom konden we daarover zo moeilijk duidelijkheid krijgen?

Op 17 september heb ik u een vraag gesteld over de kostenraming. U wilde toen niet antwoorden. Ik heb die vraag een tweede keer gesteld op 22 oktober, waarbij ik verwees naar het bedrag van 7 miljard, dat ondertussen in alle kranten stond. Ik wilde van u vernemen of dat bedrag juist was. U wilde toen opnieuw geen antwoord geven. U wilde noch het bedrag, noch de grootteorde ervan, noch de enorme toename bevestigen. Het is onduidelijk waarom u geen klaarheid wilde scheppen voor het Parlement, terwijl u zeer duidelijk wel op de hoogte was. Dat zegt althans de CREG, die u daarover een brief schreef.

Mijn eerste vragen gaan over de transparantie. Kunt u ons aangeven sinds wanneer u op de hoogte bent van de sterke stijging van de ramingsbedragen? Sommige bronnen zeggen mij dat u al sinds maart op de hoogte bent en dat u daarover niet transparant bent geweest, ook niet ten opzichte van de wetgevende macht.

Waarom hebt u die informatie niet gedeeld met het Parlement, hoewel er uitdrukkelijk en meermaals naar werd gevraagd?

Bent u bereid om de brief van de CREG over het onderwerp, die vernoemd werd in de pers, ook integraal te delen met het Parlement, zodat wij daarmee zelf aan de slag kunnen? Zeker in deze periode van lopende zaken lijkt mij dat aan de orde.

Ten tweede, inzake de gedetailleerde raming die nu de ronde doet, heb ik begrepen dat de kosten voor de verschillende onderdelen van het energie-eiland niet in dezelfde mate stijgen, deels omdat voor sommige al toegewezen delen, onder andere de constructie van het eiland zelf en die van de wisselstroominfrastructuur, de kostenstijgingen veel beperkter zijn. Er wordt vooral een groot kostenverschil verwacht voor de gelijkstroominfrastructuur en mogelijk ook voor de bijbehorende kabels. Is het mogelijk ons meer details te bezorgen over de kosten voor de verschillende onderdelen van het eiland? Elia beschikt daarover. We moeten immers bekijken of we op dat vlak keuzes kunnen maken.

Ik moet trouwens vaststellen dat de opdracht om een energie-eiland te bouwen in twee stappen gebeurt, volgens het federale ontwikkelingsplan. Aanvankelijk ging het over de basisinfrastructuur van het eiland en over de wisselstroominfrastructuur. De gelijkstroominfrastructuur is in het ontwikkelingsplan in een aparte fase terechtgekomen. Ik heb een aantal specifieke vragen daarover.

Klopt het dat de kosten niet in dezelfde mate stijgen voor de verschillende onderdelen van het eiland?

Kunt u weergeven hoe groot de kostenstijging is, zowel procentueel als in absolute cijfers, voor de verschillende onderdelen, gespecifieerd voor de bouw van het eiland, de AC-infrastructuur, de DC-infrastructuur, de AC-kabelaansluiting, en de DC-kabelaansluiting?

Dan kom ik tot mijn derde reeks vragen. Wat zijn de mogelijke oplossingen? We hebben een poging gedaan daarover vragen te stellen in de plenaire vergadering. We hebben echter geen antwoorden gekregen. We begrijpen wel dat de kostenstijging vooral aan de DC-zijde zit en ook dat het wisselstroomgedeelte nodig is voor de eerste twee kavels van de Prinses Elisabethzone (PEZ). De derde kavel en vervolgens de Nautilusverbinding en de mogelijk niet meer te realiseren TritonLink, zouden ook via de DC-zijde moeten gaan. Dat maakt het volgens mij op korte termijn wel mogelijk om de al gegunde infrastructuur van het eerste park aan te sluiten, op voorwaarde dat voor kavel 2 de Boucle du Hainaut en Ventilus klaar zijn, maar het geeft ook de mogelijkheid de gelijkstroominfrastructuur tegen het licht te houden en dat project voorlopig on hold te zetten.

De interne audit bij Elia leidt er mogelijk toe dat de opdracht voor de gelijkstroominfrastructuur niet op korte termijn zal worden toegewezen. Dat was aanvankelijk gepland voor 28 november, maar de interne audit zou meer tijd in beslag nemen.

Gezien de gestegen kostprijs rijzen er ook vragen of de welfareberekeningen voor zowel TritonLink als Nautilus nog steeds van kracht zijn. Ze zijn namelijk uitgevoerd met de oudere bedragen en mijns inziens moeten de berekeningen weer tegen het licht gehouden worden om na te gaan of daarmee het dossier nog altijd goed wordt aangepakt.

Dat brengt me tot volgende vragen. Voor welke activiteiten is de gelijkstroominfrastructuur op het eiland exact nodig? Is het on hold zetten van dat gedeelte een optie? Werden er ondertussen nieuwe welfareberekeningen uitgevoerd voor Nautilus en TritonLink op basis van de nieuwe ramingen? Wat was daarvan het resultaat? Indien die niet werden uitgevoerd, zult u daartoe dan opdracht geven? Hoeveel tijd denkt u dat de interne audit bij Elia in beslag zal nemen? Wat zal er concreet worden onderzocht?

Het laatste element gaat specifiek over de transmissienettarieven. Gelet op het feit dat het eiland met al zijn aanhorigheden in het federaal ontwikkelingsplan is opgenomen en doordoor een gereguleerde activiteit is bij Elia, worden de kosten ervan ook verrekend in de transmissienettarieven. Dat zal niet in de huidige tariefperiode zijn, maar zeker wel in de volgende tariefperiode. U hebt al aangegeven dat u wilt onderzoeken hoe de CREG zou kunnen verhinderen dat die kosten in de tarieven terechtkomen. In dat verband heeft de CREG al aangegeven dat zij niet in de mogelijkheid is om dat te doen binnen het wettelijk kader. Wat u vraagt, zal enkel mogelijk zijn indien de wet wordt gewijzigd.

Het is bovendien ook geen sluitende oplossing, omdat de kosten onverkort worden gemaakt. Indien we de huidige piste volgen, blijft het niet bij 7 of 8 miljard euro, maar zullen we ons aan verdere kostenstijgingen mogen verwachten. Ik begrijp dat dat een gelijkaardig effect op de transmissienettarieven zou kunnen hebben als wat we kunnen verwachten in januari 2025. Er komt dan namelijk 80 % bij die tarieven en dat is al een gigantisch probleem voor onze industrie.

Klopt het dat de hogere kosten in de volgende tariefperiode moeten worden verrekend en dat de CREG zonder wetswijziging dat niet kan verhinderen via de tariefmethodologie? Wat is de grootteorde van de tariefstijging als gevolg van de stijgende ramingen? Welke piste wilt u onderzoeken om de tariefstijgingen te beperken?

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, eind 2021 werd beslist om het energie-eiland – uw paradepaardje – te bouwen in het kader van het Europees relanceplan. Deze energiehub moet zorgen voor bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en aanvoer van groene elektriciteit naar België. Dat is in zijn tweeledigheid ook cruciaal voor uw interconnectiedromen en -objectieven.

Collega Wollants heeft aangehaald dat de bouw van de betonnen constructie in Vlissingen al vergevorderd is. De kosten bedragen 600 miljoen euro, waarvan 100 miljoen euro door Europa wordt gefinancierd. Het budget voor de geplande infrastructuur op die betonnen constructie ontspoort echter.

Ook ik heb een vraag met betrekking tot die tweeledigheid van wisselstroom en hoogspanningsgelijkstroom. De contracten voor de hoogspanningsgelijkstroominfrastructuur zijn vooral belangrijk voor de derde kavel, Nautilus en mogelijk andere toekomstige verbindingen. Klopt het dat het krappe internationale aanbod aan HVDC-technologie, zoals kabel en omvormers, aan de basis ligt van de ontsporing van het budget? Door de elektrificatie van West-Europese economieën is de vraag naar HVDC uiteraard groter geworden. Die technologie is essentieel voor het transport van elektriciteit over lange afstanden of via ondergrondse kabels. Er zouden slechts drie leveranciers zijn in Europa en hun orderboekje is volledig gevuld. Men vraagt dus wat men wil.

Zo is men eigenlijk naar een seller's market gegaan, zoals dat heet wanneer er een tekort is, wat uiteraard een grote kostprijs heeft. Sommige bronnen verwijzen ook naar wat er is gebeurd in Nederland, waar netbeheerder TenneT vorig jaar contracten heeft afgesloten voor 23 miljard euro om 22 gigawatt aan windenergie te verbinden via HVDC met de energieplatformen. Ook daar loopt er een debat daarover. Dat debat – energie-eiland of energieplatformen – werd bij ons ook al eens gevoerd in de vorige legislatuur. Er zijn dus heel wat problemen met de aanvoerketen, waardoor de ramingen serieus ontsporen.

Inzake de CREG – wanneer was u op de hoogte en wat hebt u precies gedaan – hebt u twee weken geleden in de plenaire vergadering geantwoord dat u wel degelijk de nodige initiatieven hebt genomen, maar mijn fractie zou graag het schrijven van de CREG alsook uw reactie daarop kunnen inkijken.

Het debat heeft zich de dag na de plenaire vergadering voortgezet. U was toen in Vlissingen, als ik mij niet vergis, en hebt daar een aantal belangrijke verduidelijkingen gegeven, maar de CREG is ook met verduidelijkingen gekomen. Het werd al aangehaald dat de CREG min of meer zei dat zij niet kan vermijden dat de meerkosten van verschillende miljarden euro's worden doorgerekend in de transmissienettarieven op de energiefactuur.

Er is ook de realiteit van het federaal ontwikkelingsplan 2024-2034, waardoor u per ministerieel besluit gebonden bent om de financiering te waarborgen via de transmissienettarieven. De CREG zei ook dat zij binnen het huidige wettelijke kader niet de bevoegdheid heeft om het project aan te passen of stop te zetten. Ik herinner mij een gedachtewisseling met de CREG over de nettarieven. Dat was in 2023, maar ik vind de samenvatting niet meer terug. Misschien kan het commissiesecretariaat daarvoor zorgen. Die vergadering vond plaats in een ouderwets zaaltje in het Paleis der Natie en daar werd toen gezegd dat de volle kracht van de kosten van het energie-eiland zelfs niet voor de nettarievenperiode 2024-2027 zou zijn, maar voor daarna. Dat is natuurlijk onthutsend en ontstellend nieuws in het licht van de huidige ontwikkelingen rond die prijs.

U zei ook dat de CREG momenteel aan een detailanalyse van de geraamde kosten werkt. Daarover bestaat echter discussie tussen de CREG en Elia. In 2022 heeft de CREG inderdaad aangegeven dat het project zou moeten kunnen slagen. Op een ander moment zei de CREG dat ze nooit de nodige precieze gegevens van Elia heeft gekregen om de kosten echt adequaat te kunnen ramen. Daar is regelmatig discussie over tussen de CREG en Elia. Als verkozen volksvertegenwoordigers staan wij daarop te kijken en moeten wij daar akte van nemen.

Inzake de financiering hebt u in Vlissingen natuurlijk ook de Europese piste bewandeld. Ook dat is niet nieuw. U stelt dat andere Europese landen die profijt hebben van dat energie-eiland zouden moeten kunnen bijdragen aan de financiering. U bent van plan om die zaak stevig aanhangig te maken in de North Sea coalition . Ik vermoed dat u daarop dieper zult kunnen ingaan in uw antwoord.

Ik herinner me de discussie over de nettarieven zeer goed, aangezien ik die zelf aangezwengeld heb. Kunnen we elementen in die nettarieven blijven onderbrengen of moeten we ons op de algemene begroting richten? De CREG is mij gevolgd in de vraag welke kosten we al dan niet in de nettarieven kunnen proppen.

De intensieve elektriciteitsgebruikers binnen de industrie, gegroepeerd in Febeliec, vragen om de pauzeknop in te drukken, zo hebben we vorige week gehoord. Ondertussen is daar de gemeentelijke aandeelhouder Publi-T bijgekomen, die een interne audit naar het energie-eiland vraagt. We weten dat Publi-T via de instap van Fluxys de Belgische verankering in Elia moet garanderen. Daardoor bestaat ook daar ongerustheid over heel het dossier.

Tot daar mijn opmerkingen en vragen, mevrouw de minister. Heel het dossier van het energie-eiland en alle ontwikkelingen daarin zorgen in de perceptie voor een verminderde draagkracht. In de samenleving hebben we heel wat politieke actoren. Dat is wel een beetje jammer, want het ondergraaft het hele vermazingsverhaal . Ik denk dat het nu alle hens aan dek is om de kosten te beperken en om ervoor te zorgen dat er prioritair wordt ingezet op de Belgische productie in de Noordzee in de Prinses Elisabethzone. Er zijn immers nog heel wat vragen over de interconnectie.

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, je vous remercie pour l'organisation de cette réunion de la commission ainsi que la ministre pour sa disponibilité. Cela fait suite à nos questions en séance plénière.

Pour reprendre l'historique de ce dossier, en octobre 2021, le Conseil des ministres décidait d'augmenter la capacité de l'éolien offshore et il a alors été demandé à Elia de trouver en quelque sorte une solution pour la connexion de ces capacités en mer du Nord vers le territoire national. À ce moment-là, il y a eu une évaluation de ce coût. On sait aujourd'hui qu'on sera largement au-dessus de celle-ci.

Par ailleurs, la CREG est sollicitée à l'époque – c'est pourquoi il serait également intéressant d'en discuter avec la CREG – et indiquait, dans un avis rendu en novembre 2021, que ce n'était sans doute pas le moyen le plus économe ou le plus optimal de connecter ces capacités avec le territoire et qu'il y avait certainement d'autres possibilités comme des plateformes.

En juillet 2023, le budget augmente déjà une première fois et une notification du Conseil des ministres demande à la ministre de voir avec la CREG comment minimiser l'impact de cette augmentation sur le tarif de l'énergie et sur les coûts de transport. Le problème est qu'Elia indique à l'époque dans sa justification de prix pour 2024-2027 que l'augmentation du coût sera répercutée sur le tarif de transport. On a donc déjà une première indication sur une question qui a été posée voici dix jours en séance plénière par certains collègues ainsi que par moi-même et qui concernait l'impact sur le tarif.

Aujourd'hui, on nous dit qu'il n'y aura pas d'impact. On a demandé qu'il n'y ait pas d'impact mais Elia, dans ses justifications, indique le contraire. C'est donc une première question sur laquelle il faudra être très clair car il y a une dissonance de réponses selon l'interlocuteur à qui on pose la question.

Certains collègues ont demandé – et je me joins évidemment à leur question – où sont ces courriers de la CREG pour avertir de l'augmentation de ce prix. Que disaient-ils? Quelle réaction a été apportée à ces différents courriers, notamment sur l'impact sur la facture?

Un autre point sur lequel il faut que nous nous interrogions aussi, est le fait que certains acteurs appellent à la suspension du développement du projet. Le Danemark a, de son côté, déjà mis sur pause certains projets en mer du Nord. Qu'en est-il de notre côté? Quelles ambitions pouvons-nous encore avoir avec une île énergétique à ce prix-là en mer du Nord? Est-il possible de changer de projet ou bien est-ce trop tard? On connaît les procédures mais on sait toutefois qu'Elia est un partenaire du gouvernement fédéral. Quelle est la possibilité de revenir sur la suggestion de différentes plateformes, émise à l'époque par la CREG? Ces modèles seraient-ils aujourd'hui moins chers et plus contrôlables pour garder cette ambition d'avoir de l'éolien offshore fournissant une énergie abondante et décarbonée et dont le prix doit rester contenu? Je me rappelle des sorties dans la presse à l'époque disant qu'il fallait faire de la mer du Nord une centrale électrique verte pour avoir de l'énergie peu chère et décarbonnée. Je pense qu'aujourd'hui ces objectifs-là ne sont plus remplis. Si nous pouvions avoir ici les réponses à ces questions, ce serait une belle avancée.

Patrick Prévot:

Madame la ministre, chers collègues, nous constatons que la guerre en Ukraine et le difficile sevrage à l'égard du gaz russe ont entraîné une ruée vers les énergies renouvelables. Elia souligne que tous les pays veulent désormais les mêmes équipements tels que les câbles et les convertisseurs, avec pour conséquence une pression accrue sur les approvisionnements. Les faits sont là: le coût de l'île va plus que tripler. Dès lors, vous indiquez vouloir le réduire. Le gouvernement fédéral plaide pour un soutien financier accru de l'Union européenne.

Madame la ministre, pouvez-vous nous expliquer pourquoi, selon vous, les coûts ont explosé? Le groupe PS demande à pouvoir consulter toutes les communications entre vous, madame la ministre, la CREG et Elia pour obtenir toute la transparence sur ce dossier.

Par ailleurs, vous avez demandé ici que la CREG trouve une solution pour contenir l'impact des prix sur les consommateurs via une nouvelle étude coûts-bénéfices. Qu'en est-il? Qu'est devenue la première étude, en tout cas? Pourquoi n'est-ce pas Elia qui nous explique tout cela de manière chiffrée? Dans un avis remis en novembre 2021, la CREG indiquait pourtant ne pas être en mesure d'estimer l'impact potentiel de l'île. Elle évoque également un manque de transparence dans la vérification des chiffres portant sur l'analyse coûts-bénéfices de l'île en septembre 2022. J'aimerais donc comprendre comment les coûts d'un tel projet se répercuteront sur la facture des ménages et des entreprises. Nous savons que les tarifs des liaisons à haute tension vont augmenter. Comment les ménages et les industries pourront-ils absorber ces nouvelles hausses tarifaires? Comment justifier la position d'Elia dans ce dossier, dans lequel elle joue simultanément le rôle de conseiller, de juge ainsi que d'exécutant? Mon groupe regrette évidemment que certains partis aient systématiquement refusé d'accroître les pouvoirs de la CREG et ceux de l'administration.

Enfin, madame la ministre, pourriez-vous nous présenter les différentes options envisageables pour ce projet? Nous entendons qu'il pourrait être mis en œuvre étape après étape et qu'il serait possible de reporter ou d'arrêter certaines phases sans compromettre l'ensemble du projet. Qu'en pensez-vous?

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, on sait qu'en matière de transition énergétique les choix qui doivent être faits sont généralement complexes car ce sont essentiellement des décisions sur le moyen et le long terme. Chez Les Engagés – même si nous n'étions pas au gouvernement en octobre 2021 – nous ne sommes pas de ceux qui résument leur pensée en disant qu'il ne fallait pas et qu'il aurait fallu faire autre chose. C'est simpliste et ne correspond pas à la réalité du développement durable et de la transition énergétique. Cependant, ne pas avoir participé à la prise de décision d'alors ne nous empêche pas aujourd'hui de nous poser des questions sur l'évolution de ce dossier, que la presse a abondamment commentée.

Pour le dire simplement, le choix d'une île énergétique – dont il faut reconnaître le caract è re audacieux et dont il se dit qu'il s'agit d'une premi è re mondiale – se justifie pour deux raisons: le raccordement des productions éoliennes offshore et le développement d'interconnexions. Ces deux services justifient la construction d'une île énergétique et je pense qu'intellectuellement, personne ne peut le contester. Nous, du moins, ne le contesterons pas.

Mais à regarder aujourd'hui le dossier du raccordement des productions éoliennes offshore, on constate un dérapage conséquent entre octobre 2021, o ù nous avions une estimation de 2,2 milliards, et aujourd'hui, o ù on nous promet une ardoise au-del à des 7 milliards – mais vous nous donnerez certainement plus d'informations à ce sujet.

En ce qui concerne l'interconnexion, le dossier est frais. J'entends par-l à qu'il est au frigo. Les Danois ne semblent plus se souvenir du projet TritonLink, ils ne semblent plus s'y intéresser et regardent plutôt vers l'Allemagne. La Grande-Bretagne a un nouveau ministre, que vous avez d'ailleurs rencontré; il ne semble pas l à non plus y avoir de décision ferme. Quant à l'Irlande, c'est encore plus hypothétique puisqu'il y a une évaluation, une rencontre. En résumé, à supposer que le deuxi è me objectif de l'île existe encore, il est en tout cas bien nettement moins présent, moins prenant, moins sûr.

La cerise sur le gâteau est que le chantier d'Elia a débuté – je ne vous en fais pas le reproche, madame la ministre. Cela veut dire qu'un certain nombre de coûts ont déjà été engagés. D'autres continueront à être engagés, d'autant plus que le dossier a été placé dans le plan de relance. Des échéances européennes sont donc aussi à la clé.

J'ai trois types de question par rapport au dossier afin d'éclaircir la situation. Le but d'un Parlement et des parlementaires est d'abord de comprendre les tenants et aboutissants de ce dossier, savoir qui fait quoi, qui joue comment, ou qui n'a pas joué. Le but premier est un enjeu de gouvernance et je sais que vous y êtes sensible.

Certains collègues ont évoqué le fait que la CREG a montré sa réticence dès 2021; elle a écrit qu'elle ne souscrivait pas au raisonnement d'Elia. Par ailleurs, en 2023, la Cour des comptes dit, premièrement, que la CREG ne dispose pas de suffisamment de moyens pour pouvoir réellement prendre connaissance de tous les éléments et étayer ce qu'elle avance et, deuxièmement, que des alternatives existantes n'ont pas été étudiées, ou pas suffisamment étudiées. En 2024, la CREG revient avec deux courriers qui ont été évoqués, dans lesquels le dérapage des prix est clairement avancé.

Par rapport à cet élément de gouvernance et de transparence, j'aimerais savoir comment ces observations ont été prises en compte par la ministre et par le gouvernement. Groen et Ecolo n'étaient pas seuls dans ce gouvernement. Pourquoi, malgré ces éléments d'éveil, la décision de poursuivre a-t-elle été maintenue? Pourquoi, nonobstant le fait que le feu a commencé à passer à l'orange, il a été décidé de continuer à rouler comme s'il était vert?

Pour en revenir à la CREG, s'il y a eu des courriers, des réponses ont dû suivre. Tout comme mes collègues du PS et du MR, je vous demande la communication de ces courriers et des réponses aux questions qui ont été adressées par la ministre. Cela relève de la transparence.

Mon deuxième type de questionnement porte sur l’enjeu des coûts. Les travaux ayant débuté, certains coûts sont incompressibles. La question que nous devons pouvoir nous poser aujourd'hui, en tenant compte du moyen et du long terme, est la suivante: qu’est-ce qui peut être sauvé, ou doit être sauvé? En d’autres termes, qu’est-ce qui peut être abandonné ou doit être abandonné?

Le TritonLink, le dossier danois, est – j’exagère peut-être, mais vous le préciserez – considéré aujourd'hui comme en pertes plutôt qu’en profits. Quel est l’impact de l’abandon du TritonLink sur la rentabilité du projet? Sachant qu’il n’y a pas de certitude vers la Grande-Bretagne et vers l’Irlande, en tout cas à l’heure où nous nous parlons.

Ces alternatives qui n’ont pas été étudiées ab initio ne doivent-elles pas pouvoir l'être aujourd'hui? Si oui, dans quelles conditions et de quelle manière? Mieux vaut tard que jamais, diront certains.

Quelle est la rentabilité de l’interconnexion, et je dirais même du dossier si l’on considère que l’interconnexion est aujourd'hui plus qu’incertaine? Quelle influence cela peut-il avoir sur les investisseurs dans la zone Princesse Élisabeth? On sait que des marchés doivent être lancés. L’explosion des coûts à laquelle on fait face aujourd'hui ne va-t-elle pas ralentir ceux qui doivent encore, ou veulent encore, investir dans l’éolien offshore? Je ne le souhaite vraiment pas, car je crois qu’il faut plus qu'un mix énergétique. L’éolien offshore fait partie de ce mix. N’y a-t-il pas là un élément que nous devons pouvoir aborder sereinement et étudier?

Mon troisième type d’interrogation porte sur les enjeux stratégiques. Vous avez dit en séance plénière que, malgré l’augmentation des coûts évoquée, et les chiffres cités, l’éolien offshore restait, selon vous, le plus attractif en termes de coûts.

Je dois vous dire que si mon attention a été attirée sur les coûts, c'était par un article du journal L’Echo . Cet article figurait sur la moitié supérieure de la page, avec l’évocation des coûts de l’offshore éolien.

Mais l'article juste en dessous, pour ceux qui ont pris la peine de le lire aussi, portait sur le nucléaire et sur le démantèlement d'une centrale nucléaire en Angleterre, dont les coûts avaient non pas explosé, mais sur-explosé: plus de 100 milliards d'euros. Je ne réponds pas à la place de la ministre. Je dis simplement que quand je lis une page, je lis tout. Et les coûts, cela vaut pour l'un et pour l'autre. On ne peut pas dire que j'absous la ministre sur un dérapage budgétaire. S'il existe, je veux le comprendre. Est-ce cela ou d'autres choses qui vous font dire aujourd'hui que malgré l'inflation des coûts, et même si on peut comprendre une partie des coûts par la situation géopolitique environnante, cela reste intéressant? On doit pouvoir bien comprendre.

Quels sont finalement les éléments de comparaison qui vous permettent d'affirmer cela? Qu'est-ce qui vous permet d'étayer cette affirmation? Vous l'avez bien compris: mon objectif n'est pas de dire qu'il faut se débarrasser de l'offshore. C'est tout le contraire. Mais pour cela, il faut pouvoir continuer à convaincre, et à être crédible. En d'autres termes, aujourd'hui, une île énergétique hybride telle qu'on l'a présentée est-elle encore la solution, ou ne s'agit-il pas plutôt d'un moyen conventionnel – tel que celui utilisé par les Hollandais –, mais qu'il faut matérialiser et opérationnaliser?

Enfin, monsieur le président, pour ne pas être trop long, je termine sur un élément qui me perturbe. Nous devons tous faire preuve de correction. Je ne dis pas que la ministre n'aime pas que les choses soient très claires, mais même quand les nouvelles ne sont pas bonnes, on doit pouvoir oser le dire aux citoyens. Or, madame la ministre, vous avez dit et écrit qu'il n'y aurait peut-être pas de coûts. Mais d'abord vous avez dit qu'il y aurait bien un coût sur la facture. Maintenant, vous nous dites, concernant la facture du citoyen, que vous demandez à la CREG de réfléchir à un moyen pour qu'il n'y ait pas de répercussions sur la facture. De fait, les coûts de transport sont sur les factures. Il y a peut-être quelque chose que je ne connais pas et que vous pourrez me dévoiler, mais je ne comprends pas. Je n'ai aucune difficulté à comprendre que je ne comprends peut-être pas certaines choses, et je demande à les comprendre, mais a priori , pour moi, le transport figure sur la facture. On peut encore trouver d'autres choses, sauf à dire que c'est l'État qui paye, mais cela reste l'impôt des citoyens.

Donc, comment faire pour que cela ne frappe pas la facture des citoyens et des entreprises? Vous avez vu la réaction de la Febeliec: "il faut arrêter les dégâts". Et elle estime qu'il faut suspendre le dossier. Comme je ne suis pas membre de la Febeliec, avant de suspendre, je veux comprendre. Cela dit, je peux aussi entendre son propos, qui est celui des entreprises qui sont de grandes consommatrices d'énergie. Elles nous disent que les États-Unis leur font un pont d'or. Et espérons que l'Oncle Sam ne se fourvoie pas dans l'élection de ce jour, même si certains l'apprécieraient; ce qui n'est pas le cas des Engagés. Peu importe ici le choix des Américains, car le tout est de savoir que certaines entreprises sont attirées par les États-Unis sur le plan des coûts énergétiques. En général, le capitalisme ne considère que les chiffres. C'est sans doute une grossière erreur, mais c'est un mode de fonctionnement qu'on n'a pas encore réussi à contourner, sauf dans certains pays où les dégâts ont été patents. Les chiffres ne plaident pas en votre faveur. Comment pouvez-vous nous apporter des garanties? Peut-être avez-vous reçu des informations d'Elia ou de la CREG, qui sont probablement, monsieur le président, les deux acteurs absents de cette commission.

En tout cas, je ne plaiderai jamais à charge de la ministre. Ce ne sera jamais ma manière de fonctionner! Du reste, j'ai souvent considéré qu'elle avait fait du bon travail. En revanche, je n'imagine pas que nous puissions continuer à réfléchir dans un tel dossier sans avoir en face de nous la CREG et Elia afin qu'elles nous livrent leur version. En effet, mon sentiment est que l'un des trois partenaires ne dit pas tout. Je ne prétends pas qu'il ne dit pas toute la vérité, mais quelqu'un, en tout cas, retient sans doute l'une ou l'autre information. La beauté d'une assemblée et la joie d'un parlementaire, c'est justement d'aller chercher ce qui est tu en vue d'une meilleure compréhension, de manière à obtenir ce que j'appelle cette vision d'avenir.

Tine Gielis:

Mevrouw de minister, ik heb niet veel meer toe te voegen aan wat hier vandaag al verteld werd.

Er is wel nog een behoorlijk ambitieus project lopende, dat het maritiem milieu moet verbeteren. Dat heeft in se niets te maken met energieproductie, maar is misschien wel een van de oorzaken waarom de onkosten nu de pan uit swingen We stellen ons daarbij dus nog wel wat vragen.

Onze tweede bekommernis is ingegeven door het feit dat het hier het allereerste energie-eiland ter wereld betreft. We nemen dus in dat opzicht wel een pioniersrol op. Die kan de Belgen echter duur komen te staan op hun energiefactuur. Is dat wel een rol voor ons als klein landje?

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, ik zal kort zijn, want ik heb zelf geen vraag ingediend en er zijn al heel wat vragen gesteld door de collega's, waarop de minister straks uitgebreid zal antwoorden.

Ik apprecieer de uiteenzetting van collega Crucke. Hij waarschuwt er terecht voor om de minister niet van alles te verwijten. Ik apprecieer dat enorm. De partijen die immers aanwezig zouden moeten zijn om een nuttig debat te voeren, zijn niet aanwezig vanochtend. Het zou interessant zijn om ook Elia en de CREG hierover te kunnen bevragen. Het is dus jammer dat we dat in de regeling van de werkzaamheden van vorige keer niet op die manier hebben georganiseerd. Het zij zo, de minister zal vele antwoorden geven en het is daarna aan ons om te kijken of we nog verdere vragen moeten stellen aan de andere partners. We zien hen vannamiddag wel in een andere context, maar misschien kunnen daar nog wel een aantal aanvullende vragen worden gesteld.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden, want de meeste leden waren heel volledig in hun vraagstelling.

Ik kijk dus uit naar de antwoorden van de minister, in het bijzonder op de vragen die betrekking hebben op de mogelijke gevolgen voor de kostprijs van de elektriciteit voor de burger, die uiteindelijk de eindgebruiker is. Het is immers altijd de eindgebruiker, die betaalt.

Wat kunnen dus de gevolgen van de toenemende kosten zijn?

In welke mate is het proces nog omkeerbaar? In welke mate moeten we op een bepaald moment eventueel beslissen om de stekker uit het project te trekken? Is dat een optie? Kan dat nog? In welke mate is dat haalbaar? Wat zou dat kosten?

François De Smet:

Monsieur le président, je ne parlerai pas très longtemps étant donné que la plupart de mes questions ont déjà été posées par les collègues. J'aimerais juste revenir sur l'un ou l'autre point.

Personne, ou presque, ne remet en cause la question de l'éolien en mer. Nous avons par contre un devoir de clarté dans ce Parlement. Qu'il s'agisse de l'éolien offshore ou du nucléaire, nous devons y voir plus clair dans le coût des options énergétiques que nous avons devant nous, même si des coûts supplémentaires se révèlent.

L'explosion des coûts de l'île énergétique est extrêmement conséquente et nous amène à nous demander, tout en ne renonçant pas à l'éolien en mer, si d'autres options ne seraient pas préférables. L'article de L'Echo , qu'a cité notre collègue Crucke, stipule qu'Andreas Tirez, l'ancien directeur de la CREG, estime que le coût de l'île sera environ deux fois plus élevé que celui des plateformes énergétiques en mer que TenneT, l'homologue néerlandais d'Elia, va utiliser pour connecter les nouveaux parcs éoliens en mer. Est-ce exact? Comment peut-on justifier une telle différence d'un pays à l'autre? La guerre en Ukraine et l'augmentation du coût des matériaux est une réalité, mais cela devrait impacter les deux pays de la même manière. Ou alors certaines causes seraient-elles plus spécifiques à la Belgique?

Par ailleurs, où en est l'évaluation que vous avez commandée sur la cause des surcoûts? Où en est l'audit interne commandé chez Elia? Comment peut-on s'assurer que ces surcoûts ne seront pas répercutés sur les tarifs, sachant qu'Elia semble nous dire qu'ils seront bien répercutés sur les coûts de transport.

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, ik wil nog even het woord nemen namens de Vooruitfractie. Het nadeel om als laatste aan beurt te komen, is dat de meeste vragen al gesteld zijn, maar ik wil toch benadrukken dat onze fractie de hele zone zeker niet in twijfel trekt. Als we zien wat er vandaag in Spanje gebeurt, dan is het heel duidelijk dat we moeten durven investeren in hernieuwbare energie. De Belgische economie staat heel sterk op het vlak van windenergie. We moeten die rol blijven opnemen en om onze energiebevoorrading in de toekomst te verzekeren, moet ons land durven investeren.

Het is helaas geen alleenstaand feit dat de kosten stijgen. Men ziet dat heel vaak in grote projecten, zoals de bouw van kerncentrales. In Antwerpen, waar ik woon, lopen de kosten voor de Oosterweelverbinding op tot 10 miljard euro. In het buitenland horen we ook vaak hetzelfde verhaal. Bij grote projecten stijgen de kosten zeker, maar dat neemt niet weg dat het Parlement kritisch moet zijn.

De meeste vragen zijn al gesteld, maar mijn eerste bezorgdheid betreft de kosten die de burgers zullen moeten dragen. Collega Wollants wees er ook al op dat onze industrie het vandaag moeilijk heeft, maar dat geldt evenzeer voor onze burgers die energie nodig hebben. De CREG zegt dat ze geen juridische basis heeft om die kosten te weren uit de transmissienettarieven. Wat is uw reactie daarop? Wat kunnen we daar eventueel aan doen?

Ten tweede, zowel de CREG als het Rekenhof hebben aangegeven dat de kosten-batenanalyse die in het begin werd gemaakt onvolledig of moeilijk te interpreteren is. Hoe kon die dan passeren in de raad van bestuur van Elia, waar meerdere politieke partijen vertegenwoordigd zijn? Welke maatregelen hebt u genomen toen u hiervoor gewaarschuwd werd? Welke stappen kunnen we zetten om de transparantie over de kosten die de overheid maakt voor zo'n groot project te verbeteren?

Ik heb nog een technische vraag. Er werd al gezegd dat de TritonLink nu niet meer zo zeker is. Ik neem aan dat dit de kosten-batenanalyse eerder in negatieve richting zal beïnvloeden. Hoe staat u daartegenover? Tot slot, zijn er alternatieven? Er gaan stemmen op om de gelijkstroom on hold te zetten. Hoe staat u daartegenover?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik apprecieer het format van de gedachtewisseling, omdat dat toelaat om in meerdere rondes dieper in te gaan op een aantal aspecten en we niet beperkt zijn tot louter vragen en antwoorden. Dit debat heeft immers meerdere facetten en invalshoeken en zal vandaag ook niet afgerond zijn.

Ik heb antwoorden op al uw vragen voorbereid, maar verschillende antwoorden moeten natuurlijk ook door de andere stakeholders meer worden gestoffeerd.

We hebben hier te maken met een netwerkinfrastructuur, wat een politieke keuze was, die door de netbeheerder wordt uitgevoerd en waarvan de kosten door de CREG gecontroleerd worden. Dit is dus een dossier met verschillende stakeholders. Ik denk dat de verschillende betrokken partijen dan ook samen moeten worden gehoord en dat we samen moeten kunnen afwegen hoe we hiermee verder gaan en wat we wel en niet meenemen.

M. Crucke a dit: "Il y peut-être quelqu'un qui ne dit pas tout". Oui et non. Je pense que tout le monde dit quand même tout, mais chacun a son propre driver et sa propre interprétation. Il est donc aussi nécessaire de confronter ces différentes visions. Comme dans d'autres dossiers, il y a la vision de l'autorité politique, il y a la vision purement technique d'Elia et il y a la vision régulatoire. Il peut y avoir des frictions entre elles. Ce n'est pas grave mais il faut que ces différentes interprétations soient discutées pour ensuite pouvoir trancher.

Comme M. Crucke l'a également rappelé, il s'agit de choix qui sont faits sur le court terme mais qui portent sur les moyen et long termes et qui doivent donc être réinterprétés et réévalués dans cette optique.

Alle vragen die hier vandaag gesteld worden en de kwestie of enkele zaken al dan niet herbekeken moeten worden, zijn voor elk infrastructuurproject in om het even welke sector altijd aan de orde. Kosten en baten moeten altijd verder afgewogen worden, zeker gelet op de investeringen waar we nog voor staan. Ik hoop dus dat het debat van vandaag de discussie niet besluit, mijnheer de voorzitter, geachte leden, maar dat het voortgezet kan worden, met name inzake de bevoegdheden van de CREG, over de vormgeving van een ontwikkelingsplan en over de rol van eenieder. Dergelijke zaken, zeker als de periode van lopende zaken nog een tijdje voortduurt, kunnen bij uitstek door het Parlement mee opgenomen worden.

In mijn antwoord zal ik toelichting geven bij de politieke keuzes; ik zal uiteenzetten wanneer we wat beslist hebben op basis van welke informatie. Ook zal ik stilstaan bij de vraag wanneer ik over welke informatie beschikte, de vraag wie mij geadviseerd heeft en wat ik daarop geantwoord heb. Daarna heb ik nog antwoorden op enkele punctuele vragen die werden aangebracht.

Ik wil mijn antwoord nog eens beginnen met het benoemen van de doelstellingen van het energiebeleid. Die doelstellingen zijn niet anders dan wat in de supernota staat. Met name gaat het om drie doelstellingen. Ten eerste, energie moet betaalbaar zijn. Ten tweede, de bevoorrading moet gegarandeerd zijn. Doorheen verschillende crises, zoals de Oekraïnecrisis en energiecrisis, hebben we gezien dat we energie ook zoveel mogelijk zelf in handen moeten nemen en controleren. Ten derde, we moeten daarbij de transitie inzetten.

Het energie-eiland, de energiehub die we willen creëren, zit op het kruispunt van die doelstellingen. Als het eenmaal volledig aangesloten is, zal het voorzien in 30 % van onze elektriciteitsbevoorrading. Het huidig elektriciteitsverbruik ligt op ongeveer 83 terawattuur. We beschikken over de adequacy- en flexibiliteitsstudie van Elia en ook de blueprintstudie van Elia, die in de middagvergadering besproken wordt. Elektrificatie zal uiteraard sneller of trager plaatsvinden naargelang het gevoerde beleid. Op basis van die studies en uitgangspunten zou het elektriciteitsverbruik tegen 2036 uitkomen op 117 tot 141 terawattuur in België. Daarvan – daarover gaat uw debat deze namiddag met de CREG, Elia en mijn administratie – zal richting 2050 nog een groot stuk moeten worden ingevuld, namelijk 50 à 60 terawattuur.

In het licht van de toekomstige bevoorrading en het verbruik zal het eiland echter absoluut cruciaal zijn, want het zal richting 2030-2032 instaan voor maar liefst 25 tot 30 terawattuur aan elektriciteit, door de combinatie van het aansluiten van onze windmolens op de Noordzee en import via interconnectie. Het eiland zal dus een derde van het Belgische verbruik in 2030 dekken, of, zoals we altijd hebben gezegd, het equivalent van het elektriciteitsverbruik van alle gezinnen. 25 tot 30 terawattuur komt overeen met ongeveer vier kernreactoren. Dat is dus veel. Straks zal ik ingaan op de kosten.

Het gaat over een grote infrastructuur en grote kosten, maar ook over veel energie. Ik heb er soms een probleem mee dat er daarover met verkleinwoorden wordt gesproken – een klein landje, een projectje –, want in termen van elektriciteitsverbruik zijn wij geen klein land, maar een groot land, omdat we grote, zware industrie hebben. We hebben staalnijverheid en chemie. Nog maar een paar weken geleden ben ik in Balen bij Nyrstar geweest, een van de grootste elektriciteitsverbruikers van ons land en een van de weinige zinksmelterijen die nog aanwezig zijn in Europa. Laten we dus alstublieft ophouden met te spreken over een klein landje en een klein projectje. Neen, we zijn een land met een grote energievraag. Dat is altijd zo geweest.

We zijn ook altijd een land geweest met weinig natuurlijke grondstoffen. We hebben in het verleden altijd energie moeten importeren. Daarvoor hebben we een lng-terminal aangelegd. We hebben ook de NAVO-pijpleidingen die voorzien in reserves. We zijn inzake fossiele brandstoffen een van de voorbeelden als het gaat over de strategische oliereserve van 90 dagen. Wel, in het kader van de energietransitie moeten we er ook voor zorgen dat we grote hoeveelheden hernieuwbare energie kunnen binnenhalen. Het is een illusie om te denken dat we 100 % in onze eigen energiebehoeften kunnen voorzien. We hebben daarvoor simpelweg niet de natuurlijke grondstoffen.

We hebben echter wel de schoonheid van een land aan de Noordzee te zijn en te kunnen intakken op de grootste elektriciteitscentrale die daar wordt gebouwd. Daartoe hebben we infrastructuur nodig.

Ik ben het echter met iedereen eens die aangeeft dat we altijd moeten blijven evalueren. Dat was ook de teneur van de uiteenzetting van de heer Crucke. We moeten altijd evalueren of we de baten kunnen genereren die we altijd voor ogen hebben gehad.

Ik stel het hier nu al. Het zal straks ook mijn conclusie zijn. De zware industrie kan maar één keer worden verloren. Wanneer verliezen we ze? Dat gebeurt wanneer haar geen toegang wordt gegeven tot betaalbare en zekere energie. Dat maakt dat er verschillende belangen zijn die we moeten afwegen. Willen we ervoor zorgen dat onze industrie en onze gezinnen toegang hebben tot energie? Zorgen we er ook voor dat zij die energie hebben in 2030? De huidige regering heeft immers altijd gesteld dat geen risico’s zouden worden genomen met de bevoorradingszekerheid. Zij neemt niet het risico dat het licht uitgaat. Daarom heeft de regering zo hard ingezet op het CRM. Ik herinner u eraan dat met het CRM hetzelfde is gebeurd. Het is hier verschillende keren besproken, namelijk de doembeelden van hoeveel het CRM zou kosten. Vandaag kost het CRM een fractie. Dat komt omdat de regering de zaken niet heeft ondergaan. Dat is met voorliggend dossier niet anders. Er komen uitdagingen op ons af die we moeten vastnemen.

Het eiland is een hoeksteen om te bekijken op welke manier ervoor kan worden gezorgd dat we toegang hebben tot die grote hoeveelheden betaalbare en emissieloze stroom. Uiteraard moet dat betaalbaar zijn.

Sta mij dus toe eerst in te gaan op de vraag welke beslissingen hebben geleid tot het energie-eiland. Wat is aan ons voorgesteld? Op basis van welke elementen heeft de regering de beslissing genomen?

Een aantal leden, onder andere de heer Bihet, heeft verwezen naar de datum van 15 oktober 2021. In oktober 2021 heeft de ministerraad de beslissing genomen om de capaciteit van het Prinses Elisabetheiland op te trekken naar 3,1 à 3,5 gigawatt. We hebben toen een maximum van 3,5 gigawatt vastgelegd om een en ander het meest kostenefficiënt te maken. Indien het kostenefficiënter is om 3,1 gigawatt te gebruiken, dan gaan we voor 3,1 gigawatt., Als de technologie en andere zaken evolueren, kunnen we evenwel tot 3,5 gigawatt gaan. De vork is dus 3,1 tot 3,5 gigawatt.

Herinner u ook dat we vóór de beslissing van de vork van 3,1 tot 3,5 gigawatt in het verleden de beslissing hebben genomen om 2,1 gigawatt toe te passen. Waarom hebben we die capaciteit opgetrokken? We hebben een klein stuk Noordzee. Wind op zee maar ook de interconnecties zijn een van de belangrijkste hefbomen die het federale niveau heeft om klimaatneutrale energie naar ons land te krijgen. Dus zetten we alles in op het optimaal benutten van de ruimte en de mogelijkheid.

Het tweede belangrijke element, naast het optrekken van de capaciteit van de PEZ, was de interconnectie. België is een klein land, dat echter strategisch zeer goed gelegen is: we hebben een cruciale ligging in Europa, in het midden tussen Noord en Zuid. We zijn dus een belangrijk knooppunt voor het toekomstige netwerk op de Noordzee. De hybride interconnectoren die kunnen intappen , zorgen er dan ook voor dat België met die infrastructuur niet alleen zijn eigen windparken kan aansluiten, maar ook verbindingen kan maken met het buitenland.

Er zijn dus twee doelstellingen: de eigen windproductie aansluiten en de windenergie uit het buitenland binnenbrengen.

Monsieur Crucke, concernant le Royaume-Uni et le Danemark, vous m'avez demandé si les dossiers étaient toujours pertinents ou s'ils étaient au frigo.

S'agissant du Royaume-Uni, j’ai rencontré à deux reprises mon homologue anglais, Ed Miliband – la première fois, c'était par Zoom, et la deuxième, c'était à Londres – notamment pour parler de ce projet. Nous attendons le rapport de Ofgem (the Office of Gas and Electricity Markets) , qui est imminent. En fait, nous avions espéré le recevoir il y a une ou deux semaines; j’ai bon espoir que ce document paraîtra dans les semaines à venir. Ce rapport de Ofgem donnera – ou non – le feu vert pour investir notamment dans Nautilus et dans d’autres interconnexions, comme LionLink avec les Pays-Bas.

Het eerste rapport van Ofgem had een aantal knipperlichten aangetoond voor het project. Op die knipperlichten, met name het aanlandingspunt …

Le point de raccordement mais aussi d'autres points, comme la configuration de l'île, sont des dossiers tr è s spécifiques qui ont été travaillés tant entre les régulateurs, c'est- à -dire la CREG et Ofgem, qu'entre les gouvernements britannique et belge durant toute la période qui s'étend entre le rapport initial et celui que nous attendons. En ce qui me concerne, j'ai à ce jour bon espoir que le projet atterrisse de mani è re positive.

Mijnheer Wollants, u vroeg naar de businesscase met betrekking tot Nautilus. Reeds in het ministerieel besluit bij de goedkeuring van het ontwikkelingsplan heb ik aangegeven dat de CBA, de kosten-batenanalyse, opnieuw moest worden uitgevoerd.

We hebben het koninklijk besluit over de procedure voor de opmaak van het ontwikkelingsplan reeds gewijzigd, in die zin dat er elke twee jaar een update moet komen van de projecten die worden goedgekeurd in het ontwikkelingsplan. Dat geldt voor het eiland, voor de interconnecties en voor eender welk project. Het gaat over grote bedragen, die sowieso moeten gefinancierd worden en die zijn alleen maar gerechtvaardigd, als er ook baten tegenover staan. De CBA en onduidelijkheden moeten verder geverifieerd worden.

Donc en ce qui concerne le Danemark, une discussion a lieu entre les gouvernements danois et belges. Le gouvernement danois nous demande de supporter des coûts plus importants pour les parcs éoliens en mer du Nord chez eux, ce que nous refusons. Par conséquent, ce projet, qui constitue d'ailleurs aussi une forme d'interconnexion hybride, fait l'objet en ce moment d'une étude plus poussée et une demande de subside européen est en cours.

Naast Ierland, waarover we het vorige week hadden, zijn er ook andere. Ik zou toch ook willen verwijzen naar Noorwegen.

Nous avons en effet bien conclu un memorandum of understanding (MOU) avec la Norvège et nous sommes d'ailleurs le seul pays à ce jour à avoir conclu ce type d'accord avec ce pays, et cela dans le but d'envisager – après 2035 – une possible interconnexion hybride.

Die is voor België zeer interessant omdat die windzones gedecorreleerd zijn. Het project Nautilus, de eerste interconnectie die in de opzet van het eiland voorzien is, maakt voortgang en zit zeker niet in de koelkast. Voor het overige moet men voor alle interconnecties ook telkens bekijken welke manier van aansluiten de beste en meest kostenefficiënte is. Daarom is het belangrijk dat we met zoveel landen de mogelijkheden onderzoeken.

Op 15 oktober 2021 heb ik de beslissing genomen om de capaciteit voor de Prinses Elisabethzone op te trekken. Hierop heeft Elia een rapport ingediend over de vormgeving van het netwerk voor het bereiken van die doelstellingen. Elia heeft in zijn analyse in oktober 2021 drie varianten onderzocht, zowel AC als DC.

De eerste variant was die met vijf AC-platformen van elk 700 MW. De tweede variant was een combinatie van 2,1 GW aan AC en 1,4 GW aan HVDC op een kunstmatig eiland. De derde variant was een combinatie van drie AC-platformen van 700 MG en één HVDC-platform van 1,4 GW. Die varianten werden onderzocht op basis van een aantal criteria, waaronder de investeringskosten, de onderhoudskosten, de kabellengtes, de timing, de beschikbaarheid, de betrouwbaarheid, de flexibiliteit, de technische complexiteit en de toekomstperspectieven. Uit die analyse bleek dat het energie-eiland met een combinatie van een AC-gedeelte en een DC-gedeelte de beste, de meeste flexibele en de goedkoopste oplossing was.

Een aantal onder u heeft gezegd dat de CREG erop gewezen heeft dat niet alles duidelijk was. Dat stond inderdaad in het advies van de CREG, maar de CREG besloot haar advies door te stellen dat die toekomstgerichte investering mogelijk is indien er geen extra risico's en/of hogere kosten worden gelegd bij de elektriciteitsconsument door de aansluiting van platformen – het gaat dan over de eerste variant – tenzij is aangetoond dat er bijkomende baten zijn, die op dit moment nog niet geïdentificeerd en gekwantificeerd zijn.

In oktober 21, dus voor de energiecrisis, meldde de CREG dat ondanks het feit dat niet alles op dat moment al volledig duidelijk was, zij toch de voordelen zag van een toekomstgerichte investering, op voorwaarde dat men – ik parafraseer –en cours de route zou blijven evalueren of men de beste investering gedaan had.

Ik heb begrepen dat Elia bezig is met een interne audit. Ik ga er dan ook van uit dat Elia in de interne governance bekijkt of het dezelfde koers is blijven volgen voor de hele rit. Ik heb op zich geen twijfel, geen wantrouwen, dat Elia dat niet zou hebben gedaan.

In december 2021 heeft de regering het ministerieel besluit over het grid design goedgekeurd. Over dat ministerieel besluit werd er overlegd in de ministerraad. We hadden met deze regering de gewoonte om voor zaken die zo fundamenteel zijn voor het energiebeleid te kiezen voor de optie van ministeriële besluiten, waarover er overlegd werd in de ministerraad. U kunt dat nagaan voor de verschillende wetten die in de afgelopen legislatuur goedgekeurd zijn.

U ziet dat bijvoorbeeld ook bij de wetgeving over het CRM. Die beslissingen waren zelden beslissingen van de bevoegde minister alleen. Steeds werd overlegd in de ministerraad, omdat die wetgeving zo fundamenteel is dat zij de hele regering aanbelangt. Ze gaat immers over de welvaart van ons land, de bevoorradingszekerheid en de betaalbaarheid van energie in ons land. Ook over de variant van het energie-eiland met de AC/DC-aansluiting, waarbij het DC-gedeelte gecombineerd kan worden met hybride connecties, werd er zo beslist.

Dan komen we bij februari 2022 en het conflict in Oekraïne. U weet wat de impact daarvan was op de grondstofprijzen en natuurlijk ook op ons energiebeleid. We voelen de effecten daarvan tot vandaag. De federale regering en de 27 energieministers zijn erin geslaagd om de gas- en elektriciteitsprijzen onder controle te krijgen door een heel scala aan maatregelen op nationaal en Europees vlak, maar de grondstofprijzen en de kosteninflatie die we nog altijd voelen, liggen vandaag nog altijd exponentieel veel hoger. De eerste stappen, ook op Europees vlak, moeten daar nog worden gezet. Ik kom daar nog op terug.

Tegelijkertijd is er een urgente nood aan investeringen om de Europese energieonafhankelijkheid te vergroten die, gecombineerd met klimaaturgentie, een enorme druk op de toeleveringsketen zet. Vandaag bestelt iedereen tegelijk dezelfde infrastructuur om zo snel mogelijk te kunnen voorzien in de aansluiting van groene energie, die bij ons wordt gemaakt, wat de prijzen van die infrastructuur verder omhoogduwt.

We werden de eerste keer in maart 2023 op prijsstijgingen geattendeerd, op het moment dat Elia het tariefdossier bij de CREG indiende en de CREG dat dossier moest goedkeuren, omdat ze op basis van de tariefmethodologie ook tarieven moet vastleggen voor de volgende periode tot 2027. Daar zagen we de eerste stijging van de initieel geraamde 2;2 miljard euro naar 3,6 miljard euro. Daar lagen drie drivers aan de basis: de algemene inflatie, de volatiliteit van de prijzen van ruwe materialen en de bottlenecks in de toeleveringsketen, gecombineerd met een hogere vraag. Dat is de reden van de stijging van 2,2 naar 3,6 miljard euro.

De vergelijking tussen de varianten die werd gemaakt voor het MB grid design werd dan opnieuw gemaakt en ook daar kwam de variant met de variatie AC/DC opnieuw als beste uit, omdat de kostprijs voor de platformen als alternatief – herinner u de eerste variant – minstens evenveel, zo niet nog meer, zou zijn gestegen. De kostenstijging zit hoofdzakelijk in staal en in de C-infrastructuur. Dat kost evenveel, of men dat nu op een platform of op een eiland zet.

Dat deel van de kostenstijging was op dat moment ook bekend bij de CREG, want die kosten zitten ook vervat in de volgende tarifaire periode.

In mei 2023 werd het federaal ontwikkelingsplan (FOP) goedgekeurd. Dat plan werd opgemaakt voor een periode van 10 jaar, 2024-2034. Daarin worden alle investeringen beschreven die nodig zijn en wordt voor elk project telkens gezegd wat de kosten en baten zijn. In dat ontwikkelingsplan voor Elia worden de kosten-batenanalyses van de individuele projecten voorgesteld en ook gepubliceerd op de website, die voor iedereen toegankelijk is.

Vanaf bladzijde 242 staan de kosten-batenanalyses voor het eiland en de Nautilusinterconnector vermeld en kan men lezen dat de uiteindelijke energiehub die met het energie-eiland wordt gerealiseerd, in de meeste toekomstscenario's voldoende welvaartcreatie geeft om de kosten te compenseren, zelfs met onzekerheid over de kosten. Vooral in scenario's die inzetten op grootschalige hernieuwbare energie en elektrificatie, zijn de baten aanzienlijk en overstijgen ze de geschatte projectkosten.

Als we de baten van het energie-eiland bekijken, zowel voor de connectie van de 3,5 gigawatt die we willen realiseren op de Noordzee, gecombineerd met de interconnectie, dan zien we dat die worden geschat op 600 miljoen tot 1,4 miljard euro per jaar welvaartswinst voor de Belgische economie in 2030 en 1 tot 2,3 miljard in 2040. Ook die bedragen zullen blijvend moeten worden geëvalueerd. Dat is een ongoing effort .

Ik wil erop wijzen dat wat het ontwikkelingsplan betreft – er zijn daarbij ook opmerkingen te maken, maar daar kom ik straks op terug wanneer het gaat over governance –, de CREG op dat moment niet heeft gezegd dat we dat toch beter niet zouden doen. De CREG heeft niet geadviseerd dat het uitgesteld moest worden, dat het te voorbarig is.

Het ontwikkelingsplan is – en ik neem daarvoor de volledige verantwoordelijkheid, want mijn handtekening staat daaronder – een beslissing van de minister, die niet in het ijle wordt genomen. Er wordt daarover uitgebreid geconsulteerd met andere overheden en entiteiten in dit land. Er is ook een advies van de regulator en er is mij toen niet gezegd dat ik beter zou wachten en het zeker niet zou moeten doen.

De CREG doet wel suggesties om haar rol in het ontwikkelingsplan te versterken. Ik ben dat absoluut niet ongenegen. Ik wil ook beklemtonen dat dat FOP niet zomaar door mij werd goedgekeurd. Bij de goedkeuring heb ik een aantal kanttekeningen gemaakt, waarnaar ik daarnet verwezen heb. De kosten-batenanalyse voor het VK, voor Nautilus, moet bijvoorbeeld worden geüpdatet. Ik heb ook gevraagd om een bijkomende verbinding tussen het eiland en het land te onderzoeken. Ik wil dus geen opties op voorhand uitsluiten om congestie te voorkomen. Ik heb ook kanttekeningen geplaatst bij de offshore biedzone, die politiek nog niet beslist is en dus ook niet zomaar kan worden doorgerekend door Elia in zijn ontwikkelingsplan. Die drie opmerkingen werden dus gemaakt.

Ik ben nooit ongevoelig geweest voor de opmerkingen van de CREG, ook niet voor de opmerkingen die ze over dit dossier gemaakt heeft. Dat was ook niet de eerste keer. De CREG heeft al van in het begin van mijn mandaat gevraagd – en heeft dat ook naar aanleiding van dit dossier herhaald en in haar memorandum geschreven – dat ze een betere betrokkenheid zou willen bij de opmaak van het ontwikkelingsplan.

In dezelfde periode van de opmaak van het ontwikkelingsplan hebben we een wetswijziging voorgelegd aan onze regeringspartners. We hadden daarmee twee doelstellingen voor ogen. Allereerst wilden we meer convergentie brengen in de energiescenario's. Het is ook een vraag van het Parlement of er bij de opmaak van die scenario's geen grote, sturende rol moet zijn vanuit de overheid. Er zou echter ook bij de uitvoering van die scenario's, namelijk de opmaak van de ontwikkelingsplannen, een belangrijke rol moeten worden opgenomen door de CREG, met name een betrokkenheid vanaf het begin om zicht te hebben op de werkzaamheden en de ontwikkeling. Die wetswijziging kwam er echter niet, omdat daarover geen akkoord was in de regering.

We moeten het verleden echter niet herschrijven. Er is nu een nieuwe periode aangebroken, zowel voor de regering als voor het Parlement. Wat niet is, kan misschien nog komen. Ik wil mijn teksten gerust delen en er zijn zeker ook een aantal zaken die vandaag in het debat naar voren kwamen waarover we verder kunnen debatteren.

Bij de opmaak van het ontwikkelingsplan kwam er wel een bijsturing: voor alle grote projecten moet de netbeheerder elke twee jaar een tussentijdse update doen. De reden is om meer dynamiek in dat proces in te bouwen en om sneller te kunnen inspelen op snel veranderende omstandigheden, iets wat we de laatste jaren gezien hebben.

Op het vlak van governance, samenwerking, ieders rol, kan er zeker nog meer dynamiek worden ingebracht dan er vandaag is, met een meer sturende rol vanuit de overheid, met betrekking tot de kaders waarbinnen moet worden gewerkt. Voor het regulatoir toezicht zijn er suggesties van de CREG om er op een andere manier op in te spelen.

Dat brengt me bij de uitwisseling van de brieven, waarover u veel vragen hebt gesteld. Het betreft twee aspecten, namelijk welke brieven er werden uitgewisseld en of ik die aan u kan voorleggen.

Volgende brieven werden uitgewisseld. Op 20 juni 2024 kreeg ik een brief van de CREG waarin men mij waarschuwde voor een aanzienlijke kostenstijging voor het geplande grid design van MOG II ( modular offshore grid II ), na het tariefdossier. Daarin suggereerde men om de kosten-batenanalyse over te doen en vroeg men naar meer mitigerende maatregelen of alternatieve ontwerpen om de kostenimpact te beperken.

Ik heb daarop geantwoord op 19 juli 2024. Ik heb de CREG gevraagd naar de oorzaken van de kostenstijgingen, naar de mogelijke oplossingen, naar de impact op de transmissietarieven en de mogelijke alternatieven. Dezelfde dag heb ik ook een brief gestuurd aan Elia, met dezelfde vragen, namelijk wat de specifieke oorzaken zijn van de kostenstijging van MOG II en wat de maatregelen zijn om die kosten te kunnen beheersen. Ik heb Elia ook gevraagd naar alternatieven. De CREG stelde alternatieven voor; ik vroeg wat er gebeuren zou mochten we het project vervangen door een volledig AC- dan wel DC-gedeelte.

Ik kreeg een antwoord van de CREG op 20 augustus, waarin de CREG vooral verwees naar haar memorandum. De CREG gaf aan dat ze op een andere manier betrokken wilde worden bij de opmaak van het ontwikkelingsplan en dat een aantal van de antwoorden Europees moest worden aangereikt, omdat er niet enkel naar haar kon worden gekeken om dit op te lossen.

Elia reageerde eveneens op 20 augustus 2024 en ging daarbij in op de kostenstijgingen, veroorzaakt door de marktsituatie, inflatie, stijgende grondstofprijzen en een beperkte capaciteit in de supplychain. De impact van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne leidde tot de hoge energieprijzen en inflatie, wat de vraag naar transmissie-infrastructuur vergroot heeft zonder dat de productiecapaciteit voor die uitrusting voldoende kon meegroeien.

De HVDC, hoogspanningsgelijkstroom, is de grootste kostendrager. Een groot deel van die kostenstijging is terug te vinden in de installatie van het HVDC-gedeelte. De prijs voor zowel onshore- als offshoreconverters en DC-kabels is sinds 2021 enorm gestegen. De aanvankelijke schatting van het budget van ongeveer 1 miljard euro voor die HVDC-systemen is nu in Europa gestegen naar een bedrag tussen 2,6 en 3 miljard. De stijging is te wijten aan onvoldoende productiecapaciteit in Europa en de daarmee gepaard gaande hoge vraag naar HVDC-technologie, en de structurele problemen binnen de Europese supplychain voor die netwerkcomponenten. De vraag naar dergelijke technologieën zal vermoedelijk verviervoudigen tegen 2030 terwijl de productiecapaciteit beperkt blijft, met dus een enorme bottleneck voor die nodige stukken.

Voor de AC-componenten is er een kostenstijging van ongeveer 60 %. De kostenstijging situeert zich in de eerste plaats in het DC-gedeelte. De stelling dat het eiland het dubbele van de platformen kost, is op zich niet correct. De kostprijs van de platformen is evenveel gestegen. Ook op de platformen moet dezelfde infrastructuur geplaatst worden om aan dezelfde doelstellingen te kunnen beantwoorden.

Ik kreeg dus antwoorden van de CREG en Elia op 20 augustus. Ikzelf heb een laatste brief gestuurd op 16 september 2024, besproken in de commissievergadering van twee weken geleden, voor de plenaire vergadering. In die brief van 16 september heb ik aangegeven wat ik graag zie gebeuren, namelijk het oprichten van een werkgroep voor kostenbeheersingsmaatregelen via een soort van scrumaanpak om een iteratieve kostenbeheersing mogelijk te maken, om gemakkelijker te kunnen reageren op marktschommelingen en ook om te kijken naar een alternatief grid design, naar gefaseerde implementatie om de kosten te kunnen spreiden en tevens naar een update van de baten: als de kosten zijn gestegen, zit er misschien ook een evolutie in de baten.

Laat me eraan toevoegen dat niet enkel het eiland geconfronteerd wordt met kostenstijgingen. Als voorbeeld uit de eigen sector noem ik de Nemo Link, onze interconnectie met Engeland. De Nemo Link heeft twee keer een black-out vermeden, een keer in België en een keer in het VK, wat het belang van interconnectie aantoont. Zes jaar geleden werd die verbinding gebouwd voor 650 miljoen euro. Dat zijn bedragen waarvan we vandaag alleen maar kunnen dromen. Als we die verbinding vandaag zouden realiseren, dan zou de kostprijs 5 miljard euro bedragen. Nog een voorbeeld is de Oosterweelverbinding, initieel begroot op 3,5 miljard euro. Vandaag staat de kostprijs op 10 miljard euro. De drivers zijn oorlog en inflatie. Nog een voorbeeld is metrolijn 3 in Brussel, waarvoor 1,66 miljard was voorzien in 2019, terwijl het in 2024 om 4,7 miljard euro gaat. Ook het GEN van Infrabel wordt met diezelfde evolutie geconfronteerd.

Dat betekent nog niet dat we zomaar genoegen moeten nemen met het feit dat de kostprijs overal stijgt. Bij elk infrastructuurproject moet men opnieuw bekijken wat er gedaan kan worden om de prijs te drukken, met de vraag wat effectief nodig is en wat de baten zijn. Daarvoor is een systeemaanpak nodig en ook andere projecten krijgen ermee af te rekenen.

Ik kom tot de transparantie. In de brief die ik op 20 juni 2024 kreeg, heeft de CREG mij voor het eerst gesproken over een bedrag van 7 miljard euro. De CREG heeft toen geschreven – onderstreept – "gelieve deze cijfers strikt vertrouwelijk te behandelen, gelet op de onderliggende commercieel gevoelige informatie en op het feit dat aanbestedingen van de DC-componenten nog lopende zijn".

Wat ik heb begrepen en wat de CREG ook heeft toegelicht in haar brief, is dat het tariefdossier werd goedgekeurd in de periode van maart 2024 en dat nadien de teams van de CREG en Elia met elkaar zijn blijven vergaderen in de loop van mei 2024. In mei 2024 heeft niemand mij verteld dat het bedrag 7 miljard euro was geworden. Dat was voor de CREG wel duidelijk geworden op basis van meetings tussen haar en Elia. De CREG heeft tegenover Elia onmiddellijk gereageerd door te stellen dat zij daarover meer wou weten en heeft Elia gevraagd om het haar uit te leggen. De CREG heeft op dat moment ook bedacht dat de minister dat ook moest weten. De CREG heeft mij dus een brief gestuurd en mij gevraagd om de inhoud ervan strikt vertrouwelijk te behandelen.

In mijn brief van juli 2024 heb ik de CREG en Elia een vraag gesteld. Ik citeer ze even: “In uw brief wordt aangegeven dat de verstrekte informatie vertrouwelijk is. Kunt u specifiëren welke onderdelen van de informatie als vertrouwelijk moeten worden behandeld en wat de mogelijke gevolgen zouden zijn als deze informatie openbaar zou worden gemaakt?”

Ik hoop dat u mij kent en uit andere dossiers weet dat ik nooit een probleem heb gehad met het toelichten van zaken voor het Parlement. Toen de CREG mij een brief stuurde waarin zij aangaf dat de inhoud ervan vertrouwelijk was, heb ik aan de CREG gevraagd om mij uit te leggen wat er volgens haar vertrouwelijk was. In mijn hoedanigheid van minister kan ik door het Parlement immers op elk moment worden geïnterpelleerd, wat jullie terecht ook doen. Van bij het begin wou ik dan ook duidelijk weten wat wel en wat niet vertrouwelijk was.

De CREG heeft mij in haar brief van 20 augustus 2024 het volgende geantwoord: "Betreffende het vertrouwelijke karakter van de budgetcijfers heeft Elia gemeld dat de aanbestedingen van het DC-gedeelte nog lopende zijn. Indien de markt weet dat Elia reeds van veel hogere kosten uitgaat, kan dat mogelijk een bijkomend verhogend effect hebben op de kosten."

Voor het DC-gedeelte – substations plus cables – heeft Elia bij de budgetinschatting van mei 2024 het budget verhoogd van 1,5 miljard euro tot 3,5 miljard euro, zodat de totale kostprijs het bedrag van 7 miljard euro benadert.

Mijnheer de voorzitter, ik heb er geen probleem mee om u mijn briefwisseling te bezorgen. Ik kan echter de vertrouwelijkheid van de documenten van Elia en de CREG niet opheffen. Zij komen straks hierheen en het Parlement is het toezichthoudend orgaan op de CREG. Ik heb de documenten hier, maar niets staat u in de weg om daar straks naar te vragen. Aangezien Elia en de CREG aangeven dat het vertrouwelijke documenten betreft die marktgevoelige informatie bevatten, kan ik niet de verantwoordelijkheid nemen om die vertrouwelijkheid op te heffen en die informatie open en bloot met u te delen. Het komt hun toe dat te doen en u kunt het hun straks vragen. Volgens mij staat er niets vertrouwelijks in mijn brieven en ik heb absoluut geen probleem om u mijn antwoorden over te maken.

Ik kom nu bij het verloop van het proces. Wat wisten we wanneer en hoe hebben we daarop gereageerd? C’est un chantier qui est en cours. Er werd een aantal zaken gevraagd en bepaalde zaken zijn lopende. De pertinente vraag is hoe het nu verder moet. Bepaalde noodzakelijke acties op verschillende vlakken worden uitgevoerd. Een deel heeft betrekking op het ontwikkelingsplan op zich. We worden geconfronteerd met grote noodzakelijke investeringen in het Belgische en Europese elektriciteitsnet en die zijn onderworpen aan rigide procedures. Om de vier jaar wordt een ontwikkelingsplan voor een periode van tien jaar opgesteld. Hierin worden belangrijke beslissingen genomen. Voordien leek het erop dat de genomen beslissingen in steen gebeiteld waren.

We hebben daarin meer dynamiek gebracht door elke twee jaar een update te vragen, maar het is de vraag van de CREG om daarbij vanaf het begin meer betrokken te worden. We hebben daarvoor een voorstel ingediend. We hebben het daarover in het verleden ook al gehad. Een van de belangrijke zaken die in ons energiebeleid moeten worden aangebracht, is wie wanneer beslist. Welke criteria hanteren we daarvoor? Op basis van welke risico-inschattingen en kosten-batenanalyses wordt dat gedaan? Welke eengemaakte methodologie kunnen we daarvoor hanteren?

Mochten Elia en de CREG hier aanwezig zijn, dan zouden de vertegenwoordigers van Elia zeggen dat ze een berekening hebben gemaakt en op een bepaald bedrag uitkomen. De CREG zou dan wellicht zeggen dat zij dat eigenlijk niet zo goed begrijpt, dat het toch niet zo duidelijk is. Dat kan door de overheid worden opgelost door de methodologie van de kosten-batenanalyses vast te leggen. Daar worstelt men trouwens ook op Europees niveau mee.

Monsieur Crucke, c'est aussi une difficulté dans le projet danois. Leur méthodologie étant différente de la nôtre, la diversité des analyses complexifie la prise de décision au niveau politique car il est nécessaire de pouvoir s'aligner.

Je pense donc qu'il est nécessaire d'avoir une autorité politique dont le rôle est de déterminer les différents param è tres nécessaires au calcul du bien-être pour la société dans son ensemble. Cela est loin d'être évident. Par exemple, comment déterminer le bénéfice de la souveraineté énergétique? C'est peut-être plus aisé maintenant que par le passé car nous avons payé le coût des importations d'énergies fossiles parce que nous étions dépendants d'un seul pays.

Men moet dus verschillende elementen samen bekijken. Wat de ontwikkelingsplannen betreft – hoe beslissen wij en wie heeft daarin welke rol –, zijn er alvast belangrijke stappen vooruit te zetten. Er zijn ook beslissingen die het Parlement kan nemen en die zeker ook moeten worden afgetoetst, aan de ene zijde bij de CREG en aan de andere zijde misschien bij Elia. De CREG speelt daarbij een andere rol dan Elia, omdat de CREG de regulator is en Elia wat inzicht in de impact kan bieden, waardoor men dan kan beslissen of men een en ander al dan niet mogelijk acht.

Je pense qu'il est urgent de décider, sur le plan du développement du réseau, quand et comment nous allons faire un update de tous ces bénéfices.

Ten tweede, de impact van de kosten op de tarieven wordt door de CREG geschat op ongeveer 5 euro per megawattuur, wat dus lager is dan de opbrengst. Zelfs met de impact op de tarieven blijft de opbrengst dus positief. De CREG zegt daarover dat zij vandaag alleen maar de redelijkheid van de kosten in aanmerking kan nemen. Ik ben daarover verwonderd, want dat wil dan zeggen dat onze beleidsrichtsnoeren in de wet onvoldoende duidelijk zijn. Tariefcompetentie is een kerncompetentie van de regulator. Het is aan de regulator om de tariefmethodologie op te stellen en vervolgens aan Elia om een tariefdossier in te dienen. De rol van de overheid is beperkt tot het geven van beleidsrichtsnoeren. Dat betekent dan volgens mij dat wij onze beleidsrichtsnoeren onder de loep moeten nemen.

We moeten bekijken of die beleidsrichtsnoeren bijvoorbeeld de mogelijkheid geven dat de impact op de tarieven pas wordt doorgerekend op het moment dat ook de baten duidelijk zijn, dat men daar dus meer gefaseerd op kan ingaan. Dat wil dan wel zeggen dat men de inkomsten voor de netbeheerder zal vertragen, die dus ofwel reserves zal moeten hebben of zal moeten lenen, waar ook kosten tegenover staan. Het debat daarover moet volgens mij bij uitstek in het Parlement worden gevoerd gelet op de rol en de bevoegdheid van het Parlement als toezichthouder ten aanzien van de CREG wat de tarieven betreft.

Het derde punt is Europa. Vandaag worden we in Europa geconfronteerd met een grote nood aan grootschalige en proactieve investeringen in bijkomende netwerkinfrastructuur en het feit dat er slechts drie leveranciers zijn, met name Hitachi, Siemens en GE, en nog een paar Chinese die op een ander niveau staan dan die drie. Dat wil zeggen dat de leveranciers van die strategische technologie – high voltage en direct current – die nodig is om landen met elkaar te kunnen interconnecteren, vandaag een supplychain vormen die Europees is, of Amerikaans in het geval van GE.

Die bedrijven worden vandaag geconfronteerd met een enorme bottleneck, waardoor de prijzen sterk stijgen. Gisteren of eergisteren stelde Hitachi in The Financial Times dat het niet verder kan. Om de druk van de supplychain te halen, heeft men meer duidelijkheid nodig, meer vooruitziendheid met betrekking tot de projecten met betrekking tot pipelines, zodat men de capaciteit kan verhogen.

Dat blijkt uit zowel het Draghi- als het Lettarapport. Die grote investeringen zijn nodig. De bottlenecks van vandaag zorgen voor een opwaarts effect op de prijzen, die zowel de competitiviteit van onze industrie bedreigen als de koopkracht van onze gezinnen. Men betaalt immers een prijs voor schaarste. Om die prijs te doen dalen, moet men zorgen voor meer capaciteit.

Dus is er volgens mij een grote rol weggelegd voor Europa op dat vlak. Dat is voor mij ook een geval van strategische autonomie. Men heeft voor die drie spelers een gigantische afzetmarkt, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, die ervoor zal zorgen dat we controle hebben over onze eigen energie. In plaats van met miljarden te smijten voor batterijfabrieken, gesubsidieerd door Europa – die er finaal niet komen –, of voor waterstofprojecten – die er evenmin komen – zou het misschien goed zijn om een industrieel plan te hebben voor die technologie. Wij behoren op dat vlak vandaag tot de wereldtop en willen aan de wereldtop blijven.

Dat staat ook heel duidelijk in de mission letters van de nieuwe commissarissen. Vandaag vindt de hoorzitting met de heer Dan Jørgensen plaats in het Europees Parlement. Als er een dergelijk plan komt, kunnen landen die first-mover- beslissingen genomen hebben, daarvan het voordeel hebben – wij hebben in 2030 toegang tot die elektriciteit–- en daarvan op een gelijke manier profiteren.

Dat is niet nieuw voor ons land. Herinner u de derde richtlijn houdende hernieuwbare energie, waarover een tijdje geleden werd onderhandeld. De heer Ravyts en de heer Wollants hebben mij daarover toen ondervraagd. In die hernieuwbare-energierichtlijn zaten enorm ambitieuze targets inzake het gebruik van waterstof in onze industrie, targets die voor onze industrie moeilijk waren. De richtlijn vergde een zodanige inzet voor het gebruik van groene waterstof dat de projecten voor het afvangen van CO 2 waarover in ons land al beslist was en die al Europese steun hadden gekregen, mogelijk niet meer rendabel waren. Ons land heeft toen wat die richtlijn betreft over een uitzondering onderhandeld voor die projecten. Het ging dan onder andere over het project van BASF, het Kairos@C-project, dat gesteund wordt door het EU Innovation Fund.

In die derde hernieuwbare-energierichtlijn staat een uitzondering die onder andere door de rapporteur van het Europees Parlement op Twitter genoemd werd als the Belgian recital . Die uitzondering houdt in dat, wanneer first-mover -projecten in het relanceplan die goedgekeurd zijn door Europa, te maken krijgen met onverwachte zaken als prijsstijgingen – en dat geldt ook voor het energie-eiland, want daar zit ook Europees geld in – de drivers ervan niet (…) worden.

Ons land moet altijd innovatief zijn. We hebben immers altijd beperkingen, gelet op de beperkte locaties en beperkte beschikbaarheid van grondstoffen. We moeten dus altijd creatief zijn. Onze industrie is dat. In de afgelopen legislatuur zijn we, door een gezamenlijke inspanning van de eerste minister en van mezelf, erin geslaagd de industrie die zulke projecten had, ook inzake regelgeving te helpen.

Hetzelfde moet ook gebeuren voor het energie-eiland. Naar mijn mening zou er in het kader van het Innovation Fund en waarvoor specifieke calls mogelijk zijn, naar analogie met de projecten voor waterstof en CCS die in het verleden al gesteund zijn, een specifieke call moeten zijn voor projecten inzake netwerktechnologie en voor HVDC-technologie waarover al eerder beslist is en die gesteund zijn door Europa. Zo is het immers ook gegaan in de RED III-richtlijn.

Daarom hebben we in onze conclusies naar aanleiding van ons Europees voorzitterschap ertoe opgeroepen ter zake in de Europese begrotingsfondsen de nodige middelen vrij te maken.

U leest ook de krant. U weet dat er geruchten zijn over een mega competitiveness fund, waarin dan ook die projecten terecht moeten komen.

Een regering in lopende zaken bemoeilijkt de situatie, maar dergelijke zaken moeten aan de Europese onderhandelingstafel worden bepleit. Tijdens de gesprekken in de Energieraad en in bilaterale contacten voel ik steun en wordt het mandaat verleend om bij Europa te blijven aankloppen voor bijkomende, gerichte Europese middelen, niet alleen voor toekomstige projecten maar ook voor al besliste projecten die nu gerealiseerd worden. Het gaat dus niet om projecten op de tekentafel, maar om projecten die al een zekere maturiteitsfase hebben bereikt en waarvoor al verschillende investeringsbeslissingen zijn genomen.

Mevrouw Gielis, de middelen voor natuurinclusief design worden integraal gedekt door subsidies. Natuurinclusief design vertegenwoordigt een kostprijs tussen 10 en 30 miljoen euro. Het wordt geïmplementeerd naargelang de beschikbaarheid van de middelen.

Ik heb 10 miljoen euro vrijgemaakt uit het Energietransitiefonds dat door een van mijn voorgangers is opgericht met als doel de energietransitie te bevorderen. Tot nu toe werden met dat fonds hoofdzakelijk doctoraten gefinancierd. De vorige call was beperkter omdat we de financiering van het natuurinclusief design uit het Energietransitiefonds hebben gehaald. Elia heeft daarvoor ondertussen eveneens een subsidie gekregen.

De kosten zijn relatief beperkt, maar de baten zijn relatief groter. We kennen vandaag allemaal de kosten gerelateerd aan de Natuurherstelwet. Iedereen hier in het Parlement is daarvan zeer goed op de hoogte. We kunnen het ons niet veroorloven om de fouten gemaakt voor natuurherstel op land ook te maken op zee, om dan binnen 20 à 30 jaar geconfronteerd te worden met zeer dure mitigerende maatregelen. Vandaar dat er wordt geïnvesteerd in de natuurpositieve impact, gedekt door subsidies, wat geen kostenstijging tot gevolg heeft.

Ik besluit. Er zijn zeker zaken waarvan u vindt dat ik er niet of te weinig op heb geantwoord. Ik hoor dus graag in de volgende ronde waarover er nog extra verduidelijkingen nodig zijn, maar ik kijk ook uit naar hoe wij in dit dossier verder werken en wat u van mij nog verwacht in de toekomst, zodat we inzake de kostenbeheersing en de realisatie van het project een traject kunnen opzetten waarover we in het Parlement van gedachten kunnen blijven wisselen en waarvoor we misschien ook werk kunnen maken van wetgeving.

Ik heb het over één ding niet gehad, namelijk over uitstel, en dat ga ik wel nog toelichten. Velen van u hebben gevraagd of uitstel, al dan niet gedeeltelijk, mogelijk is. We hebben aan de CREG en Elia gevraagd om die vraag samen te bekijken, maar de context van die afweging is wel om 25 tot 30 terawattuur emissievrije elektriciteit in ons land binnen te halen tegen 2030-2032. Er is een kostprijs en er is een opbrengst. Als we dit project uitstellen, wat is dan de impact van de energie die we niet zullen hebben en van andere netinvesteringen die we moeten doen? De bevoorradingszekerheid na 2030 mag niet in het gedrang komen en er moet worden bekeken wat de consequenties van het uitstel zouden zijn.

Soms wordt er nogal gemakkelijk gezegd dat het project dan maar moet worden uitgesteld. Op zich is het een logische, terechte vraag of we dat allemaal wel moeten doen, gelet op de kostprijs, maar er moet worden doorgeredeneerd over de vraag. Als we het project uitstellen, wat is daarvan dan de consequentie inzake energie die we niet zullen hebben? Hebben we die dan niet nodig? Als we het project later uitvoeren, wanneer zullen we die energie dan wel hebben? De supplychain zit zodanig vol dat we sowieso kijken naar een uitstel van vijf jaar of zelfs meer, niet van een of twee jaar. Wat is daarvan dan de kostprijs en zijn er alternatieven om het dan wel te kunnen doen?

Mijnheer Crucke, u zei iets wat mij heeft getriggerd. U zei dat u de hele pagina van L'Echo hebt gelezen, over de twee technologieën, offshore windenergie en nucleaire energie, en de ontmanteling ervan.

Herinner u de vragen die hier gesteld werden over de kostenstijging van de nucleaire passiva. Ik heb daarover een brief gekregen van NIRAS bij de opmaak van de vorige begroting. In die brief stond dat de kosten zoveel gestegen waren en dat ik zoveel geld moest geven. We hebben toen op dezelfde manier gehandeld als in dit dossier: we hebben om uitleg gevraagd. We hebben dezelfde vragen gesteld. Moet dat allemaal gebeuren? Wat is er absoluut nodig op het vlak van nucleaire veiligheid? We hebben dat in dit dossier dus ook zo gedaan. Ik zal mijn brieven tonen. We hebben de CREG en Elia gevraagd of we alles nu meteen nodig hebben.

Ik herinner me echter ook dat u mij hier allemaal bent komen zeggen dat al dat geld nodig was. Toen heeft niemand mij verteld dat het uitgesteld moest worden. Dat is voor mij allemaal geen probleem. Om een kostenstijging aan te pakken, kijken we echter naar wat de kosten, baten, risico's en opbrengsten zijn. Enige technologieneutraliteit moet echter aan de orde zijn.

De conclusie voor mij is dat het voorbarig is om er nu de stekker uit te trekken. We wachten nog op bijkomende informatie. Zo wachten we nog op de update van de kosten-batenanalyse die deels belegd is bij de CREG, die daarmee ook bezig is. Elia is momenteel ook bezig met een interne audit over de budgettering. Het welslagen van het project zal ook baat hebben bij een Europese proactieve aanpak om de kosten verder te kunnen drukken. We moeten ook kritisch kijken naar de rol van de regulator. Heeft die voldoende bevoegdheden? Wat moet er eventueel aangepast worden? Welke flexibiliteit en dynamiek kunnen we aanbrengen in het project?

Uiteindelijk is de bottomline dat we tegen 2030, 2032 en 2035 een heel groot deel van onze energie kunnen binnenhalen via de Noordzee. We hebben die elektriciteit altijd nodig. De berekeningen waarover ik vandaag beschik, geven nog steeds aan dat de baten groter zijn dan de kosten. Dan moeten we deze piste blijven bewandelen.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw erg uitgebreide antwoord. Dat is belangrijk in dergelijke technische dossiers.

Vooraleer ik opnieuw het woord aan de leden geef, wil ik nog meegeven dat het misschien geen slecht idee is om naar aanleiding van de vraag van de minister, maar ook van enkele commissieleden, ook Elia en de CREG eens uit te nodigen, teneinde nader op het dossier in te gaan. We zien hen vanmiddag ook. We kunnen een en ander dan meteen vragen. We zullen het nog aftoetsen bij alle partners. Op dinsdag 12 november is er nog ruimte om een commissievergadering in te plannen. Indien dat goed is voor de commissieleden, zullen we dus een nieuwe vergadering inplannen om met Elia en de CREG nader op de kwestie in te gaan. U zult nog op de hoogte worden gebracht van het precieze tijdstip.

Ik geef nu graag opnieuw het woord aan de commissieleden, startende met de heer Wollants.

Président: Mathieu Bihet.

Voorzitter: Mathieu Bihet.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor de verstrekte informatie.

Ik kom tot de conclusie dat we met een gigantische constructiefout kampen op het vlak van de manier van informatie-uitwisseling en de opvolging daarvan. Het vreemde van de zaak is immers dat het Parlement de plicht heeft om zowel de regering te controleren als onrechtstreeks de voogdij over de CREG uit te oefenen, maar dat de CREG niet aan ons rapporteert.

Zo ontstaat de vreemde situatie dat het Parlement hooguit één keer per jaar zijn vragen kan richten aan de CREG, namelijk op het moment waarop de begroting in het Parlement wordt ingediend. We hebben echter geen methodiek of gewoonte om vragen te stellen aan de CREG. Nochtans hebben de Vlaamse parlementsleden aan de overkant van de straat binnen hun structuur het recht om vragen te stellen aan de VREG. Die methodiek bestaat. Bij ons bestaat ze niet.

Dat maakt dat wij u vragen stellen over informatie die u van de CREG hebt gekregen, waarbij de CREG u meldt dat u die informatie niet mag delen. De vraag is dan op welke manier het Parlement zijn werkzaamheden nog kan uitoefenen, wanneer wij niet de nodige informatie krijgen en u ons aangeeft dat u ons die informatie niet mag geven. We belanden zodoende in een scenario waarin er een probleem is waarvoor volgens mij naar een oplossing moet worden gezocht.

Het is immers alleen maar omdat er echo’s van de brieven en dergelijke via niet-officiële weg bij het Parlement terechtkomen, dat daarover vragen worden gesteld. Indien het potje immers helemaal gedekt blijft – wat naar ik heb begrepen de vraag van de CREG was – komt het dossier nooit naar het Parlement. In dat geval zou het DC-gedeelte gewoon zijn toegewezen zoals gepland en was er niks aan de hand geweest, tot we op een mooi moment, namelijk de dag na de aanbesteding, te horen kregen dat er werd toegewezen aan een kostprijs die vele malen hoger ligt dan wat oorspronkelijk werd gezegd. Ik denk dat we met de verschillende machten eens grondig moeten nadenken over mogelijkheden om daar anders mee aan de slag te gaan.

In bepaalde gevallen moet er ook met het Parlement toch absoluut in vertrouwen kunnen worden gewerkt. Ik heb in de vorige legislatuur al eens het voorstel gedaan om in het Parlement rechtstreeks aan de CREG vragen te kunnen stellen. We stellen die vragen nu aan u, maar u hebt theoretisch niets te zeggen aan de CREG, laat staan dat u daarmee aan de slag kunt. Wij hebben theoretisch wel iets aan de CREG te zeggen, maar wij krijgen geen informatie. Op die manier gaan we er niet komen.

Wat me wel zorgen baart, is dat u een voorstel van een federaal ontwikkelingsplan voorgelegd hebt gekregen. U hebt dat onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd, maar de uitvoerder van dat federaal ontwikkelingsplan, Elia, vond het niet nodig om u in te lichten over het feit dat er een gigantische kostenoverschrijding zit aan te komen. Het was de CREG die heeft ingegrepen om u ervan op de hoogte te brengen dat degene die voor u het federaal ontwikkelingsplan aan het uitvoeren is, met een gigantische kostentoename wordt geconfronteerd. Dat die informatie niet rechtstreeks kon komen, vind ik een zeer vreemde manier van werken.

Dat betekent ook dat, als er op het design moet worden ingegrepen, de CREG dat niet kan doen zonder een wijziging door de overheid aan het federaal ontwikkelingsplan en Elia dat niet zal doen omdat het zijn opdracht is het federaal ontwikkelingsplan uit te voeren. De vraag is dan wanneer we hadden kunnen ingrijpen. Het antwoord lijkt me te zijn dat we nooit hadden kunnen ingrijpen, gezien de manier waarop we vandaag met elkaar samenwerken. Dat is voor mij een fundamenteel probleem dat moet worden bekeken.

Voor de mogelijke alternatieven wordt er gekeken naar mogelijkheden om wijzigingen aan het design aan te brengen. Dat zijn voor mij stappen die absoluut gezet moeten worden vooraleer we de boel helemaal vastklikken met bepaalde toewijzingen en aanbestedingen en zo meer. Dat debat moet nu gevoerd kunnen worden.

U zei dat er een werkgroep voor de kostenbeheersing moet worden opgezet, die een aantal zaken zal moeten bekijken. Dat is informatie die natuurlijk ook naar het Parlement moet kunnen doorstromen. Als ook daar wordt gezegd dat het Parlement dat niet mag weten omdat het mogelijk aanleiding kan geven tot verdere kostenstijgingen, kunnen we nooit onze rol als controlerende instantie uitvoeren. Ik reken er wel op dat er informatie zal komen, zodat we daar ook beslissingen in kunnen nemen.

Voorzitter: Oskar Seuntjens.

Président: Oskar Seuntjens.

Als u vraagt naar eventuele alternatieve grid designs enzovoort, dan moeten we op bepaalde vlakken de zaken ook wel in vraag kunnen stellen, zoals het al dan niet behouden van de momenteel aan dat eiland toebedeelde functies, gezien de gestegen kostprijs. U hebt verwezen naar de Nemo Link, die wellicht 5 miljard euro zou kosten indien hij vandaag zou worden gerealiseerd. Dat gaat, mutatis mutandis, ook op voor de hoogspanningsverbindingen die we nog aan het ontwikkelen zijn. De kostenstijging die we vandaag voor het eiland zien, doet ons verwachten dat we die ook zullen zien aan de eigenlijke hoogspanningsverbindingen die daar moeten toekomen.

De vraag is dan of die welfareberekening wel positief blijft, als zowel het eiland als de verbinding zelf fors duurder worden. Ik vrees dat het dan begint te knagen. Welke zaken zijn nu wel of niet meegerekend? Op basis van de informatie waarover u beschikt, hebt u gezegd dat de baten de kosten lijken te overstijgen. Als die kostenstijging zowel in het eiland als in de verbinding zelf zit, weet ik niet of dat zo zal blijven.

U haalde aan dat we onze industrie maar één keer kunnen verliezen en dat de industrie toegang moet hebben tot goedkope groene energie. Eigenlijk zitten we vandaag in een vicieuze cirkel, die onze industrie niet vooruithelpt. Tegelijk met het werk om toegang te krijgen tot hopelijk goedkope groene energie, zijn we de transmissienettarieven enorm aan het oppompen. Het gevolg is dat de industrie vandaag niet staat te springen om elektrificatie, zolang er geen duidelijkheid is over de te verwachten kosten. De industrie stond al op haar achterste poten met de in januari komende prijsstijging van 80 % in de transmissienettarieven. Om het allemaal leefbaar te houden, werkte de vorige regering aan een korting op de transmissienettarieven. Daarmee kreeg de industrie de mogelijkheid om te innoveren, zodat ze hier zou blijven. Als de industrie nu geconfronteerd wordt met een kostenstijging van de transmissienettarieven en daarbovenop een grote kostenstijging als gevolg van de prijsstijgingen van het energie-eiland, dan vraag ik mij ernstig af hoe we die zaak nog rondgefietst krijgen. Naar mijn mening moet het hele design tegen het licht gehouden worden, aangezien ik vrees dat we in problemen blijven terechtkomen, als we daar nu niet op een goede manier mee omgaan.

De vraag is dus welk scenario we kunnen voorleggen, opdat we de nodige beslissingen kunnen nemen. Uitstel is voor u een zeer moeilijke optie, als ik het zo mag samenvatten, maar nu gewoon voortdoen zonder de kosten te bekijken, is volgens mij evenmin een optie. De zaken op hun beloop laten zonder een interne audit bij Elia en zonder resultaten van de werkgroep die op zoek gaat naar een aanpak van de kosten, zonder te kijken naar een aanpassing van het grid design, lijkt mij eveneens moeilijk. Ik kan mij nog altijd niet van de indruk ontdoen dat het project destijds door Elia niet op de allerbeste manier werd voorbereid, afgaand op het advies van de CREG, waarvan u een stukje uit de conclusie hebt voorgelezen. De paragraaf ervoor is voor mij echter minstens zo belangrijk. Terwijl Elia aangeeft dat volgens het dossier betreffende de grid design er voordelen zijn op vlak van beschikbare capaciteit en een positief effect op de sociaal-economische welvaart, zegt de CREG namelijk dat die standpunten onvoldoende en niet kwantitatief uitgewerkt zijn.

Dan zitten we toch met een probleem. De regering besliste in oktober om een energie-eiland te bouwen, waarna de CREG in november tot de conclusie kwam dat het dossier niet van die aard is dat de voordelen gekwantificeerd kunnen worden en dat het onvoldoende voorbereid is. Daarna is men gewoon verdergegaan met dat plan. De CREG waarschuwde destijds voor potentieel hogere kosten en die komen er nu voor een stuk wel aan. De vraag dringt zich op hoe we daarmee omgaan. De CREG maakte in haar analyse de vergelijking dat de oplossing voor platformen misschien nog duurder is. Als alle kosten zodanig stijgen, moet men zich na een tijd de vraag stellen of het allemaal nog wel haalbaar en draaglijk is voor de industrie, de gezinnen en de bedrijven. Zouden we dan niet veeleer moeten inzetten op andere methodes, bijvoorbeeld op bepaalde emissievrije technologieën?

Ik heb de indruk dat we het laatste van die kostentoename van dat energie-eiland en van de hoogspanningsverbindingen nog niet hebben gezien. Mensen uit de sector vertellen mij dat ze de indruk hebben dat die kosten wellicht meer zullen toenemen dan wat men nu al verwacht. Ik vraag me af hoe we daarmee moeten omgaan. We moeten een grondige analyse maken, alvorens verdere stappen te zetten. Het zou niet goed zijn de zaak toe te wijzen en vervolgens tot de orde van de dag over te gaan en af te wachten hoe de begroting of Europa op een of andere manier die kosten zullen dragen. Als ik het goed begrijp, zullen de kosten overal stijgen en aan het einde van de rit zullen die door iemand betaald moeten worden. Ik heb zeer veel vragen hoe dat moet gebeuren.

Qua inleidende vergadering is dit wellicht een goede eerste stap, maar het Parlement moet betrokken worden bij de resultaten uit die werkgroepen. Er moeten opnieuw keuzes worden gemaakt over wat we exact met de hoogspanningsverbindingen en dat eiland zullen doen. Iedereen probeert kosten in alle mogelijke richtingen naar andere partijen door te schuiven. Daarvan getuigt ook uw voorbeeld van de situatie in Denemarken. We moeten onderzoeken of het aan het einde van de rit nog voor iedereen haalbaar is. Daar heb ik aardig wat twijfels over.

Bij een aanhoudende toename van de prijzen zullen we vroeg of laat kanttekeningen moeten maken bij uw bewering dat offshore windenergie de enige technologie is die continu in prijs daalt. Misschien stijgen de kosten daar evenzeer als bij andere technologieën. We moeten die misschien ook eens naast elkaar durven te leggen en met een frisse blik oordelen of het energie-eiland wel de juiste oplossing is voor ons energieprobleem en de energie-uitdagingen waarvoor we staan.

Mijnheer de voorzitter, ik moedig u aan om de vergadering met Elia en de CREG zeker te organiseren. Alleen denk ik dat er ook moet worden gekeken naar de verhouding tussen alle functionaliteiten van een dergelijk eiland en wat we er op het einde van de rit zullen uithalen. De minister maakt de verbinding met bevoorradingszekerheid. Dat is terecht, maar we zien ook dat energie halen uit de ons omringende landen of net iets verder, niet altijd evident is. Dat komt in het CRM-dossier telkens opnieuw naar voren.

Vaak is er overal gelijktijdig een probleem van schaarste en kunnen we met het CRM maar voor een klein deel rekenen op het buitenland, omdat men ook daar met dat probleem wordt geconfronteerd. Als het windstil is in Europa, zit iedereen in hetzelfde schuitje. Dan is de vraag of die kabels ons wel zullen redden of dat ze op bepaalde momenten eerder in een andere richting zullen werken dan in de onze, terwijl wij wel de kosten hebben gemaakt voor het eiland. Ik ben daarover heel bezorgd.

Voorzitter:

Collega Wollants, we zullen zeker werk maken van een vergadering met Elia en de CREG.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik ga zeker akkoord met de organisatie van een volgende vergadering, maar ik vermoed dat het thema ook deels aan bod zal komen in de vergadering vannamiddag met onder andere Elia over de blauwdruk van de transmissienetbeheerder. De minister heeft dat in haar slotbeschouwing en al eerder ook gezegd.

De minister had het over uitstel en over de mogelijkheid om op de pauzeknop te drukken, zelfs rond bepaalde functionaliteiten van het eiland. De onderstroom van het betoog van de heer Wollants komt toch wel neer op enige kritiek op de interconnectiviteitsplannen, ik denk onder andere aan de hybriditeit.

Die zaken vloeien allemaal in elkaar over. Laten we ook niet vergeten dat we ooit een nieuwe regering zullen krijgen en dat er in de plannen die worden gemaakt nogal wat staat over de nucleaire productie in dit land, niet alleen over een SMR tegen uiterlijk 2035. Verschillende collega's zijn immers nog altijd bezig met het bestaande nucleaire park, dus niet alleen met de twee kerncentrales waarvan de levensduur wordt verlengd, maar ook met de andere. Dat moeten we allemaal meenemen in de oefening. Wanneer u slotbeschouwingen houdt over de elektriciteitsvraag – waar we het deze namiddag over zullen hebben – dan moeten al die elementen erbij, mevrouw de minister.

De CREG zet inderdaad maar een beperkte fractie van haar activiteiten op haar webstek. Er zullen ongetwijfeld fracties zijn die de nodige invloed of eerder contacten hebben bij de CREG – ik ben ook niet naïef – maar officieel weten we weinig. Een keer per jaar is er de CREG-begroting en de beleidsnota en voorts het memorandum van de CREG, maar dat is het zowat, dus ik ben daarvoor ook vragende partij.

Ik ga even in op het ontwikkelingsplan. We hebben u daarover talrijke vragen gesteld, mevrouw de minister, ikzelf in het bijzonder, en erover gedebatteerd. Van meet af aan heb ik gezegd dat ik uw bekommernis deel. Ik was verheugd dat die update er elke twee jaar moet komen conform uw ministerieel besluit. Ik ging akkoord dat er een grotere sturing vanuit de overheid moet komen en ga eigenlijk ook akkoord dat de CREG van haar oren maakt over de geringe betrokkenheid. Ik heb echter vastgesteld dat er daaromtrent geen wetswijzigingen zijn gekomen. Ik hoor nu voor de eerste keer dat er daarover geen akkoord bestond in de regering en ik betreur dat. De verschillende fracties zullen misschien hun visie daarop kunnen toelichten en uitleggen hoe het komt dat er daarover geen akkoord was.

Iemand zal de nettarieven moeten betalen. Mevrouw de minister, u hebt niet gesproken over de begroting, over de algemene middelen. Nochtans is ook die piste aan bod gekomen tijdens de gedachtewisseling met de CREG. Men kan natuurlijk zeggen dat het allemaal hetzelfde is, maar ik denk dat er psychologisch een enorm verschil is wanneer het op de factuur verschijnt en wanneer het deels uit de algemene middelen komt. Als het uit de algemene middelen komt, is er ook een stuk sociale rechtvaardigheid en sociale correctie.

Er werd gezegd dat de baten hoger zijn dan de kosten. Het debat over elektriciteit uit interconnectiviteit gaan we natuurlijk nog verder voeren.

Dan kom ik bij de Europese financiering. Soms heb ik de indruk dat u en cours de route telkens iets nieuws uitvindt. Nu spreekt u over een industrieel plan voor HVDC, een megacompetitiviteitsfonds, het Europees innovatiefonds met een specifieke call voor netwerktechnologie. Soms heb ik de indruk dat er en cours de route intellectueel wordt geïmproviseerd. Men komt steeds met iets nieuws om het op te lossen.

Er moet in elk geval een grondige analyse gebeuren, op zeer korte termijn. Mijn partij blijft zich vragen stellen bij die interconnectiviteit. Niemand hier in het Parlement heeft twijfels bij de invulling van de Prinses Elisabethzone. De tender kan elk moment gepubliceerd worden, voor zover hij nog niet gepubliceerd is, want er was een klein uitstel. De eerste fase zal wellicht plaatsvinden. Ik denk niet dat de nieuwe regering dat nog zal kunnen terugdraaien. Ik vraag mij wel af – en ik ben zeer benieuwd – hoe de nieuwe regering zal omgaan met het gegeven van alle functionaliteiten met betrekking tot dat energie-eiland.

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, je vous remercie pour ces longues réponses.

Nous soutiendrons évidemment la demande d'auditions de la CREG et d'Elia car je pense qu'il y a une quadrature du cercle difficile à réaliser mais nécessaire. Comme le disait le collègue Wollants, le problème dans ce dossier est que c'est le Parlement qui contrôle la CREG mais celle-ci écrit à la ministre confidentiellement pour répondre à des questions que nous nous posons. Nous n'étions pas encore au courant des questions vu qu'on ne connaissait pas le surcoût. Mais la CREG, qui est au courant, informe la ministre par le biais de lettres confidentielles, sans informer le Parlement, sur des choix politiques qui ont une conséquence sans doute tarifaire au niveau de l'énergie pour les ménages mais aussi les entreprises – qu'on oublie trop souvent.

On a donc un problème de fonctionnement, de communication et, en conclusion, il y aura un impact budgétaire ou un impact sur la facture. Or, aujourd'hui, nous n'avons toujours pas d'explication, de motivation ou de réponse. Tout à l'heure, j'évoquais la première augmentation de 2,2 milliards à 3,6 milliards. Pour celle-ci, une justification d'Elia est apportée dans son augmentation tarifaire au niveau de ses frais de transport. Elia compte donc répercuter ce coût sur le tarif pour les ménages et les entreprises.

On nous dit – j'ai par ailleurs la notification du Conseil des ministres – qu'on doit faire en sorte, avec la CREG, de minimiser l'impact sur la facture. Cela signifie que, comme il y a toujours bien quelqu'un qui paie, in fine c'est poche droite ou poche gauche. Mais que ce soit le budget de l'État ou la facture des ménages et des entreprises, il y aura quand même quelqu'un qui paiera ce surcoût. Sans cette fuite bien opportune dans des articles de presse, ce n'est que mis au pied du mur qu'on se serait rendu compte du surcoût. Actuellement, le coût est triplé par rapport au budget initial et, au rythme où ça va, ce surcoût sera sans doute au-delà des 10 milliards le jour où ce sera réalisé. On a là un vrai problème. C'est un souci.

Vous connaissez notre mantra. Pour l'énergie, c'est trois pieds: une énergie bas carbone et un approvisionnement garanti sur lesquels tout le monde est d'accord et une énergie peu chère ou dont le prix est contrôlé mais qui pose aujourd'hui vraiment problème.

J'ai entendu la dernière intervention de la ministre pour ce qui est de l'opposition au nucléaire. Je pense que le débat n'est pas là aujourd'hui. On n'est pas ici pour discuter du passif nucléaire. Il y a eu un débat et il y a des discussions à avoir. On en est pleinement conscient. Il y a un coût. On en est pleinement conscient. Aujourd'hui, le débat n'est pas celui-là mais bien celui du coût de cette île énergétique dont l'utilité, par la CREG elle-même dans un de ses avis, était quand même remise en question car elle aurait pu être transformée ou remplacée par des plateformes (700 MW par plateforme). Cela a été écrit par la CREG, je n'invente rien.

Ces points-là posent problème, de même que l'attitude du Danemark qui suspend ses investissements dans son île. On nous répond que c'est aussi parce qu'il souhaiterait un partage de coûts différent. C'est une information, mais le Danemark reporte. La question se pose aujourd'hui pour nous: maintient-on ce projet? C'est une décision politique et ce n'est sans doute pas un gouvernement en affaires courantes qui doit prendre de telles décisions, même si on sait que le report ou la suspension d'un projet d'investissement a un coût. Mais ne pas investir, c'est aussi parfois économiser. On le sait, même si cela peut avoir un coût.

Beaucoup de questions restent avec des réponses en demi-teinte. On attendra sans doute de la CREG un peu plus de transparence dans ses communications. Nous devrions lui rappeler gentiment à qui elle doit communiquer ce genre d'informations. Je vous remercie, madame la ministre, pour votre exposé assez complet. Suite au prochain épisode.

Marie Meunier:

Merci, madame la ministre, pour les différentes réponses que vous nous avez apportées aujourd'hui. On peut dire que nous nous rejoignons totalement sur le prochain processus de consultation. Il faut absolument que le futur plan de développement soit mis en place avec une plus grande collaboration de l'administration, et que la CREG ait réellement un poids dans celui-ci. Ce serait essentiel.

Par contre, je note que vous avez donné des réponses sur vos échanges avec la CREG et Elia pour l'année 2024, mais mon collègue Patrick Prévot demandait tout à l'heure de pouvoir disposer de l'ensemble de ces échanges – pas uniquement pour 2024, mais depuis 2021 – et particulièrement des réponses données aux différents avis émis par la CREG, ce que nous n'avons pas eu aujourd'hui.

Enfin, je ferai un dernier point concernant l'évolution des coûts de l'île et des différents postes. Je pense avoir globalement compris vos explications sur les répercussions des coûts sur la facture des ménages. Mais existe-t-il un document qui détaille les augmentations de ces coûts, poste par poste? Je veux parler des câbles, des matériaux etc. Existe-t-il également un document qui détaille l'impact concret sur les ménages et sur les entreprises? Je ne pense pas avoir eu d'explication concrète à ce sujet.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos explications.

Vous avez commencé en nous disant: "Je ne sais pas si tout le monde dit tout. Je pense que tout le monde dit tout, mais le driver est différent." Déjà cela m’amène à une certaine prudence, parce qu’il s’agit d’investissements fort importants. Certes, on peut imaginer des conceptions différentes, des points de vue différents. C’est même le sel de la démocratie. Mais ici, nous travaillons avec de l’argent essentiellement public. Nonobstant ces différences, à un moment donné, il faut que les acteurs se mettent en ligne.

Nous avons cette impression – quand je dis impression, en ce qui me concerne, cela devient même une certitude – qu’il y a une absence de collaboration suffisante pour réellement faire en sorte que lorsque le dossier évolue – à raison ou pas, à tort ou pas – les acteurs réagissent dans la même direction.

Cela justifie, monsieur le président, les auditions que vous avez proposées. Je sais bien que nous en aurons une cet après-midi, mais je ne veux pas tout mélanger. Je crois qu’Elia ne vient pas uniquement pour cela cet après-midi.

Il est utile d’organiser ces auditions de la CREG et d’Elia d'autant plus que, par rapport à la CREG – c'est peut-être un désaccord que nous avons dans la lecture des dossiers –, vous dites: "La CREG ne m’a jamais dit qu’on ne devait pas le faire." Ce n’est pas le rôle de la CREG. Ce n’est pas à la CREG à le dire. Par contre, la CREG dit: "Nous n’avons pas l’information provenant d’Elia sur le plan quantitatif. Nous l’avons sur le plan qualitatif." Forcément, quand on n’a pas tous les éléments en main, on peut avoir un avis qui peut être opportun et judicieux, mais qui peut aussi être tout le contraire.

J’insiste, madame la ministre, pour que l’ensemble des documents soit communiqué au Parlement, à savoir les courriers de la CREG et vos réponses, et ce depuis 2021.

Pour ce qui est des coûts, vous ne pouvez pas répondre à tout, et c’est normal. Mais on ne peut pas faire comme si ces coûts n’existaient pas. Ils sont là. Dans ce contexte, je me pose une question depuis le début dans ce dossier. Pour des chantiers importants, les entreprises, les opérateurs, les investisseurs prennent des assurances. Certes, ce n’est pas la ministre qui les prend. Cependant, je voudrais savoir si des assurances ont été prises en termes de couverture.

Si oui, à quel niveau? Pour quel montant? Ce n'est pas à la juriste que vous êtes que je dois expliquer que dans les contrats d'assurance, il y a toujours ces clauses qui font qu'à un moment donné, les assureurs se déchargent de responsabilités grâce au cas de force majeure. La guerre peut évidemment être un élément de force majeure, mais il n'y a pas que la guerre. Je crois qu'il serait très intéressant d'entendre Elia à ce sujet.

Nous pouvons comprendre les coûts liés à l'inflation mais ne devons-nous pas remonter dès le début? N'y a-t-il pas eu, ab initio , une sous-estimation qui fait qu'aujourd'hui nous n'arrivons évidemment pas à l'addition et que nous n'arrivons pas à comprendre l'addition telle quelle?

Je rappelle quand même que la Cour des comptes mentionnait dans son rapport à l'époque un coût de 50 euros par ménage. Peut-être que parmi ceux qui doivent être auditionnés, monsieur le président, il ne serait pas inintéressant d'avoir également la Cour des comptes. Pourquoi a-t-elle déjà évoqué "50 euros par ménage" à l'époque? Ce n'est pas si loin que ça! Elle a sans doute des éléments que nous n'avons pas, malgré ce qui a été dit, à juste titre, concernant l'information de la CREG.

Concernant l'interconnexion, toujours sujette à réflexion, je partage ce point de vue selon lequel elle se fera. Il y aura une plus-value pour l'île si l'interconnexion se fait mais si elle ne se fait pas, nous devrons nous interroger quant à la rentabilité de l'île.

Vous nous avez fourni des informations et j'apprécie cette transparence. En ce qui concerne la Grande-Bretagne, nous attendons que le régulateur se prononce. Il a d'ailleurs un rôle très différent de celui de la CREG. Une analyse de coûts est aussi attendue là-bas. Les Anglais sont sans doute intéressés par les débats que nous avons. En Norvège, ils annoncent 2035. Pour ce qui est du Danemark, j'ai été très intéressé par ce que vous avez dit. Nous voyons bien qu'en matière d'énergie, nous sommes parfois dans un marchandage qui va au-delà de l'intérêt général. Si je comprends bien, le Danemark est d'ailleurs en train de vous dire que nous pouvons peut-être continuer à travailler ensemble, mais qu'il faudra que nous mettions plus d'argent dans la hotte. En d'autres termes, c'est comme s'ils disaient: "Vous payez plus, nous payons moins et on peut s'entendre!" Nous vivons encore sur un continent européen et le langage doit-il être finalement celui des épiciers? Je ne dis pas que c'est tout à fait le cas. Cela pose néanmoins question au regard des accords scellés.

S'agissant du chantier en cours, il faudra prendre des décisions pour voir ce qui est nécessaire et ce qui ne l'est pas. Pour ma part, je vous avoue qu'il me serait difficile de comprendre qu'on ne poursuive pas quelque chose qui, à terme, pourrait sembler utile. Mais toute la transparence doit être faite à destination des entreprises et de la population. Or, pour le moment, il nous manque certaines informations.

Ma dernière observation portera sur le volet européen. Vous avez eu raison d'en parler. Nous devons pouvoir en discuter à plusieurs titres, et déjà rien que pour ce qui concerne la compatibilité des normes et des analyses. Vous avez fait référence au Danemark. Nous jouons dans un domaine dans lequel l'autonomie stratégique et énergétique de l'Union européenne se trouve en plein dans le mille. Si ce n'est pas là, je me demande alors où nous pourrons le trouver. Si nous ne pouvons pas imposer des normes qui permettent une lecture commune aux acteurs de ce dossier, lesquels sont forcément internationaux, nous déboucherons sur une difficulté supplémentaire.

L'aspect budgétaire est évidemment essentiel. Vous évoquiez l'Innovation Fund, mais il n'y a pas que cela. Que veut réellement l'Union européenne sur le plan de l'autonomie afin de créer une source d'investissement budgétaire? Je pense en effet que l'énergie est d'abord de l'investissement, lequel ne peut exister que s'il rapporte dans le temps. Sinon, ce n'est pas un investissement, mais un cadeau. Pouvons-nous encore réfléchir autrement quand il est question d'énergie et d'autonomie, au vu de l'évolution du monde?

Et puis, il y a le dossier des fournisseurs. Ce que vous dites est fort préoccupant, mais c'est tellement juste que nous nous apercevons que nous manipulons des chiffres qu'aucun de nous ne maîtrise plus. Je ne crois, du reste, n'être ni le premier ni le dernier à pouvoir tout maîtriser. Les fournisseurs européens, américains et, vous l'avez dit mezzo voce , chinois s'affairent dans la cour présente. Donc, sur le plan de l'autonomie, les décisions doivent pouvoir être prises. Elles dépassent le gouvernement et ce Parlement.

Au demeurant, monsieur le président, je me demande s'il ne serait pas intéressant d'entendre le futur commissaire . En effet, la manière dont il gérera le dossier dans les cinq ans à venir pourra conditionner notre prise de décision.

L'énergie est complexe. C'est pourquoi ce dossier est beau et intéressant, mais également coûteux.

Or, nous sommes interpellés aujourd'hui par la population non pas sur ce côté intéressant, mais sur ce côté coûteux. Nous devons à cet égard disposer rapidement des certitudes, explications et informations qui ressortiront des auditions prévues.

Voorzitter:

Mijnheer Crucke, dat is genoteerd.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, dank u voor het uitbreide antwoord. Ik hoor dat mijn collega's in hun repliek nog vragen stellen over de mogelijke gevolgen en het mogelijke uitstel van een deel van de investeringen. U hebt daarop duidelijk geantwoord en gewezen op de mogelijke gevolgen als zou worden beslist om een deel van de investeringen uit te stellen. Ik denk dat dit belangrijk is, maar niet iedereen is overtuigd. Het zou goed zijn om het debat voort te zetten met de CREG en Elia, zodat wij ook hun analyse horen en hun antwoorden op die vragen. Eventueel moeten we ook nog andere actoren in dit dossier horen.

Steven Coenegrachts:

Mevrouw de minister, dank u voor uw zeer uitgebreide antwoord. Ik sluit mij aan bij de laatste repliek. We moeten dit verder uitspitten met de andere actoren in het veld.

Ik sluit mij ook aan bij de repliek van de heer Wollants over de samenwerking met de CREG. Ik vind het ook totaal onlogisch dat een keer per jaar aan ons wordt gevraagd om de begroting goed te keuren, om geld op de rekening te storten, om vervolgens vast te stellen dat de rapporten die geschreven worden en die wij nodig hebben voor ons parlementair werk, gewoon naar de minister worden gestuurd met een stempel vertrouwelijk erop. Wij staan erbij en kijken ernaar. Ik denk dat we in de samenwerking met de CREG inderdaad naar een andere methodiek moeten evolueren.

Ik blijf mij ook afvragen wat het point of no return wordt, maar dat is een vraag voor Elia. Ik hoor u graag zeggen dat we hier constant gaan evalueren, maar er komt een punt dat men niet meer kan evalueren omdat men te ver in de fuik zit en men niet meer terug kan. Het is mij nog altijd onduidelijk op welk punt we dan zullen zitten, wanneer dat punt eraan komt, wat de beslissing is die maakt dat we geen keuze meer zullen hebben en dat elke evaluatie en elke vergelijking met alternatieven niet meer relevant zal zijn. Dat is voor verdere discussies in de komende weken.

Oskar Seuntjens:

Namens de Vooruitfractie onthoud ik dat de baten nog steeds hoger liggen dan de kosten. Ik hoop dat dat effectief zo is en hoop daar volgende week met Elia en de CREG dieper op in te kunnen gaan.

Ik sluit me aan bij de interventie van collega Prévot. Als overheid moeten we inderdaad goed nadenken over hoe we de financiële transparantie kunnen verhogen. Minister, ik was verbaasd toen u zei dat de kosten-batenanalyses in Europa niet altijd op dezelfde manier worden uitgevoerd. Op Europees en op nationaal niveau moeten we daarover nadenken. Als overheid moeten we duidelijke analyses maken over welke systemen en welke technologische keuzes voor ons het interessantst zijn. We moeten daar zelf een zicht op hebben. Uiteraard werken we in dat kader samen met partners zoals Elia, maar we mogen niet enkel van hen afhankelijk zijn. De komende jaren moeten we daar werk van maken. Zo kunnen we situaties zoals die van vandaag vermijden en zelf een beter zicht verwerven op de keuzes die we maken en daarbij niet enkel van anderen afhangen.

Bert Wollants:

Ik wil nog twee elementen aanstippen, deels ook geïnspireerd op de betogen van de collega’s. Er werd verwezen naar de hoge kostprijs en de inflatie met betrekking tot de grondstoffen en de bottleneck in de leveranciersketen. We weten dat hetzelfde type onderdelen niet alleen voor eilanden en interconnecties wordt gebruikt, maar ook voor de elektrolyse van waterstof en dergelijke zaken.

Mevrouw de minister, verwacht u een soortgelijke evolutie in dat dossier? Zo ja, dan wordt naast de elektrificatie ook het waterstofgebruik voor onze industrie wellicht moeilijker.

In het verleden hebben we vaak gesproken over overwinsten. In welke mate is er sprake van overwinsten bij de leveranciers van die onderdelen? Ook wat dat aspect betreft, zou een Europees debat nuttig kunnen zijn.

Voorzitter:

Dat lijkt me zeker interessant.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, ik heb een aantal bijkomende opmerkingen. De tussenkomsten hebben mij zeker geïnspireerd.

Ten eerste, inzake de constructiefout op het vlak van de informatie-uitwisseling deel ik de gemaakte vaststelling, die trouwens niet eigen is aan voorliggend dossier alleen. Bijvoorbeeld, over de bevoegdheden van de CREG om toe te kijken op een aantal kostprijselementen inzake de strike price in het kader van de nucleaire verlenging, is er ook een debat geweest binnen de regering, nadat de CREG had gevraagd of zij wel alle bevoegdheden had.

Straks komt ook het Hedera-dossier naar het Parlement. Ook bij die instelling is er een toezichtrol voor het Parlement.

Hoe organiseert het Parlement zich? Ik bevind mij ter zake in een moeilijke situatie, want ik zit hier in mijn hoedanigheid van minister, maar ik ben ook parlementslid geweest en ben herverkozen. Indien u mij dus toestaat om even mee te gaan in de redenering, dan kan ik meegeven dat we naar mijn mening inderdaad moeten reflecteren over de manier waarop we dit aanpakken.

Hier in de commissie zitten ook leden die ervaring hebben met overheidsopdrachten, eventueel binnen een uitvoerend lokaal mandaat. Ook binnen dat mandaat krijgen zij marktgevoelige informatie, die een impact kan hebben op de markt indien ze wordt gedeeld. Dat hoeft niet in de weg te staan dat die uitwisseling van informatie er binnen een debat kan zijn.

We kunnen dit een constructiefout noemen, maar misschien kunnen we het ook bekijken als een gewoonte die is ontstaan, maar die niet meer juist is. Over de manier waarop het Parlement zijn rol opneemt of invult, staat niks het Parlement in de weg. Dat is in het verleden al gebleken. Ik herinner mij nog een van de eerste keren dat ik naar het Parlement ben gekomen voor het dossier over het CRM. Het Parlement stelde toen zelf dat het de minister niet wou zien, maar het opvolgingscomité van het CRM. Mijnheer Wollants, mijnheer Ravyts, ik kijk naar u. Toen moest u van mij niets weten. Vandaag is het omgekeerd. U wil de minister zien en de twee andere partijen niet. Toen wou u echter de CREG, Elia en het opvolgingscomité zien.

Er is dus absoluut ruimte voor wat ik een kerntakendebat zou willen noemen over wie wat doet. Er kan een addendum aan het Reglement worden toegevoegd of er kunnen binnen de commissie afspraken worden gemaakt.

Hedera kan ook een heel mooi voorbeeld zijn. Het Parlement heeft het unieke politieke toezicht op Hedera, zelfs nog onafhankelijker dan vandaag op het vlak van de regulator. Ter zake heeft de regering immers geen enkele bevoegdheid tot interpellatie van Hedera. Daar moet ook iets helemaal nieuws opgericht worden.

Misschien kunnen we ook inspiratie bij andere lidstaten halen en kijken hoe zij dat aanpakken? Daar ligt inderdaad een hele weg open.

Ik wil hier ook wel getuige à décharge van de CREG zijn. De CREG heeft die brief immers gestuurd toen zij als regulator overleg pleegde met Elia, de gereguleerde, die inderdaad het ontwikkelingsplan uitvoert, mijnheer Wollants. De CREG vond dat ik dat moest weten en heeft daarom die brief gestuurd. Ik ben het dus niet eens met uw uitspraak dat het goed is dat een en ander werd gelekt, want dat anders de operatie zonder meer was doorgegaan. Dat is immers niet waar. Ik heb daarnet gezegd dat ik de brieven zou tonen. Die brief is bij mij niet gewoon in de schuif beland. Ik heb ook niet gewoon een ontvangstbevestiging gestuurd. Ik heb hun allebei huiswerk gegeven en er zijn verschillende uitwisselingen gebeurd. Er is ook een traject opgestart, dat aanleiding heeft gegeven tot de oprichting van de werkgroep. Er is dus werk gaande. Zeggen dat alles werd toegewezen zoals gepland en dat er niets aan de hand is, klopt dus niet, integendeel. We zaten er kort op, net zoals we zijn blijven vragen om te kijken naar de alternatieven.

Overigens, wat de kostenstijging voor hoogspanning in het algemeen betreft, raad ik u aan eens na te gaan wat de kosten in Nederland zijn doordat er geen investeringen gebeuren. Men zou kunnen zeggen dat het te duur is tot het niet meer te duur is. Indien men echter niet meer kan aansluiten, enkel flexibele aansluitingen kan geven en een congestieprobleem heeft dat men niet meer kan oplossen, moet men, in de globale afweging die moet worden gemaakt of het niet te duur is, ook kijken naar wat de kosten zouden zijn indien men het niet doet en de elektriciteit niet ter beschikking heeft. Daarvan zijn ook voorbeelden. Het gaat hier immers over opbrengsten tot 1 miljard euro per jaar tegen 2030 en 2,3 miljard tegen 2040 over een afscheidingsperiode van 60 jaar. Het is dus een investeringsbeslissing, die nog niet helemaal rond is, maar waarbij ook wel een grote context komt kijken met impact. Mijnheer Draghi heeft dat ook in zijn rapport geschreven: de keuze voor grootschalige netinvesteringen is in principe een no regret , maar zal een impact hebben voor de industrie en de gezinnen, die moet worden weggewerkt. Daarom staan er ook voorstellen in dat rapport.

Gelet op de vragen over de kosten en de vraag of we het project moeten laten doorgaan dan wel uitstellen, zijn de bijkomende updates van de analyses in gang gezet en loopt ook de audit bij Elia. We gaan niet zomaar over tot business as usual.

De vraag werd gesteld of het dossier wel goed voorbereid is. Werd een en ander niet onderschat van in het begin? Sta me toe om dat te kaderen. Het dossier werd opgesteld in 2021, vóór de oorlog in Oekraïne. Daarnaast zijn we een sterk geïnterconnecteerd land. We behoren tot de weinige landen die de Europese doelstellingen ter zake behalen. Bovendien hebben we ervaringen, zowel onshore als offshore, bijvoorbeeld met MOG 1 en het Stevinproject, waarbij een gedeelte ondergronds gebeurt. Voorts werd de Nemo-verbinding gerealiseerd; waarvoor de beslissing destijds ook al niet evident was. Ik vernoem ook ALEGrO. Toen in 2021 de inschatting werd gemaakt over MOG II, was zowel Elia als de CREG daarvoor in zekere mate geëquipeerd, aangezien we dergelijke investeringen en interconnecties niet voor de eerste keer deden. Er was dus ervaring.

De CREG heeft inderdaad aangekaart dat de baten niet voldoende duidelijk waren. Ze heeft ook opgeroepen om dat te blijven bekijken. De CREG bedoelde dat niet als een showstopper, niet in oktober 2021 toen beslist werd over de capaciteitsuitbreiding, en ook niet op het moment dat het ontwikkelingsplan werd goedgekeurd. Op dat moment heb ik geen enkele brief gekregen met een toonaard die ik nu hoor. Er is wel degelijk ook sprake van onverwachte factoren, met name de oorlog in Oekraïne.

Mijnheer Wollants, u zegt dat we andere methodes moeten bekijken met een lage emissiecapaciteit. Ik neem aan dat u nucleaire capaciteit bedoelt. Ik koppel dat ook aan wat de heer Bihet gezegd heeft. Moeten we vandaag beslissen tot een no-go of uitstel?

Ce sont des variations sur la même musique. Continue-t-on, oui ou non? Full ou not full ? Phasé ou pas? Cette analyse devrait également tenir compte de ce qui arriverait si nous n'avions pas accès à cette électricité. Il faut donc aussi étudier la variante dans laquelle on remplace cette électricité par autre chose, et déterminer quoi, tout en se demandant à quel moment on pourrait réaliser cela et si on a les infrastructures de réseau nécessaires.

Dat maakt daar ook deel van uit. Dat is vervelend want jullie stellen zich de vraag of dit zich opdringt of niet. We bevinden ons vandaag in een context waarin we geconfronteerd worden met prijsstijgingen die niemand kon voorzien in oktober 2021. Na de Russische inval in Oekraïne moesten er een heleboel noodmaatregelen worden genomen om de elektriciteits- en gasprijzen te controleren. De Noordzeelanden zijn in Esbjerg samengekomen waarna REPowerEU in gang werd gezet. Iedereen heeft daarna massaal dezelfde bestellingen geplaatst bij die drie leveranciers van HVDC-infrastructuur. Dat onderdeel van het verhaal moet mee worden aangepakt.

Mijnheer Ravyts, u zei dat het erop lijkt dat we iets nieuws uitvinden. U bedoelde het misschien niet zo negatief als ik nu parafraseer, maar onze raadsconclusies werden wel unaniem aangenomen. Men moet in die context ook blijven nadenken over wat er nog mogelijk is. In de raadsconclusies hebben we geschreven dat er meer middelen naar Connecting Europe Facility (CEF) moeten gaan in het kader van de begroting. We verfijnen dat nu verder door het EU Innovation Fund te vragen dat ook voor netwerktechnologie te doen. Dat staat ook in de mission letters van de Commissarissen. Als Europa iets in gang zet wat de nieuwe Europese Commissie stelt te zullen doen, mogen niet alleen landen die vandaag projecten op de tekentafel hebben daarvan kunnen profiteren. Zij die beslissingen hebben genomen, moeten daarin worden meegenomen.

Dit project is niet alleen goed voor België, maar ook voor heel Europa. Bij realisatie van ons project zijn we klaar om het overschot van het Verenigd Koninkrijk in de periode 2030-2032 over te nemen. Het Verenigd Koninkrijk is aan het tenderen. Het bouwt windmolens en er zal overschot zijn. Er was een no-show op een van de biedingen omdat de strike price te laag was. Die prijs werd bijgesteld en intussen worden er recordhoeveelheden onshore en offshore energie getenderd. Er zal overschot zijn en het is dus vooruitziend om daarop te kunnen inspelen. Dat is de kosten-batenafweging. Grote hoeveelheden hernieuwbare energie zullen een ongelofelijk prijsdrukkend effect hebben op de commodity . De kostenweerslag op onze tarieven, of dat nu op de factuur is of op de algemene middelen, moet steeds kleiner zijn dan de opbrengsten die men daarmee kan garanderen en dat is een ongoing zaak.

Collega Wollants, u maakte de link tussen security of supply en het CRM. Het CRM gaat ook over adequacy . Wat kan er bij simultane schaarste nog over de interconnectoren gaan? Dat gaat over 200 uur per jaar, terwijl het binnentrekken van goedkope energie over 4.000 uur per jaar gaat. Ik wil uw argument niet helemaal onder de mat vegen, maar er zit daar toch iets meer nuance in.

Wat daarin wel belangrijk is, is dat men moet kijken of men de gedecorreleerde zones kan connecteren en naar wat de impact van de klimaatverstoring is. Is er impact van klimaatverstoring op windjaren en hoeveelheden wind? Ik ben nu wat geïnspireerd door een artikel in Guardian Weekly . Volgende week is er een COP, dus ik ben hier dan niet omdat het in de eerste week van de COP over energie gaat. Op de COP is er alsmaar meer aandacht voor energie. In Guardian Weekly staat een artikel over natural carbon sinks , natuurlijke koolstofputten die verdwijnen. Ook het stilvallen van de Golfstroom heeft een impact op wind. Over het meenemen van het klimaat in modellen voor security of supply is er al eerder een debat geweest in dit Parlement.

Je suis d'accord, monsieur Bihet, sur le fait que le débat ne porte pas sur les coûts du passif nucléaire. Le débat d'aujourd'hui est celui qui porte sur les coûts de l'île énergétique. J'ai fait mention de ce dossier pour mettre en évidence ma méthode. Ce n'est en effet pas le premier dossier dans lequel je suis confronté à une hausse des coûts. On essaie donc à chaque fois d'en comprendre les raisons, quels sont les moyens à disposition et d'où doit venir l'argent.

Il y a donc des coûts plus élevés que prévu qui peuvent être attribués à des facteurs que nous ne contrôlons pas mais, pour évaluer l'opportunité de poursuivre ou non le projet, il faut garder à l'esprit ce que l'on fera si l'on ne dispose finalement pas de la production électrique que nous escomptions. C'est cela tout l'objet du débat. Quelle sera donc l'alternative possible pour disposer de l'énergie à fournir dans les limites du timing prévu? Personnellement, je ne pense pas qu'il soit sain de donner l'idée que l'on ne croit pas à l'électrification et que l'on va faire fuir notre industrie.

Pour répondre à Mme Meunier, l'impact poste par poste existe, mais c'est surtout à Elia et à la CREG qu'il faut poser la question. Il s'agit aussi d'un dossier tarifaire et il convient donc de l'évaluer sur cette même base.

Quant à la question qui évoquait l'hypothèse de l'absence d'interconnexion, c'est une question très générale qui prend place dans une réalité davantage complexe et compliquée. Il y a aussi le projet Ten-Year Network Development Plan (TYNDP). De plus, certains dossiers d'impact européens ont été approuvés. Donc, oui, nous aurons les interconnexions. Maintenant, il ne faut pas simplement regarder dans l'abstrait, mais aussi concrètement. En tout cas, je suis sûre et certaine que les interconnexions vont se développer. Il est vraiment dans l'intérêt de la Belgique, tant pour ses ménages que pour ses industries, de pouvoir accéder à ces quantités d'énergie qui peuvent arriver ici. Oui, il existe toujours et surtout un volet européen.

Mijnheer Wollants, de Staat komt natuurlijk niet tussen inzake elektrolyse. Ik kan daar dus niet zomaar out of the blue op antwoorden, omdat in het ontwikkelingsplan – dat heet bij Fluxys uiteraard anders – van de waterstofbackbone natuurlijk geen elektrolyse zit. Het is echter wel zo dat bijvoorbeeld Siemens en evengoed Hitachi, bedrijven die inzake die verschillende componenten actief zijn, met capaciteitsproblemen zitten voor elk van die verschillende onderdelen.

Ik ga even in op de overwinsten. Ik ben van mening – dit is een belangrijke opdracht voor de toekomstige EU-commissaris voor Mededinging, Teresa Ribera – dat moet worden bekeken of er een scarcity -marge wordt genomen – zit er een soort overwinst in – en of er een beleid te rechtvaardigen is dat ervoor zorgt dat die wordt gedeeld. Dat overstijgt echter ons nationale, Belgische petje. Als Belgische minister van Energie kan ik moeilijk naar Siemens, Hitachi of GE gaan – dat is van een andere orde – maar ik ben wel van mening dat er moet worden in kaart gebracht wat effectief te maken heeft met onder andere inflatie en grondstoffenprijzen en waar er een scarcity -marge zit die niet toe te wijzen is aan de onderliggende kostendrivers. Daar moet dan Europees worden ingegrepen en als dat kan en een opbrengst heeft, moet die worden omgeslagen naar de projecten die investeringen nodig hebben.

Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat ik u sowieso de brieven bezorg die ik heb gestuurd naar Elia en de CREG. Ik ben ook bereid om het wetsontwerp dat we hebben voorgelegd aan de regering – dat was uw vraag, mijnheer Ravyts – te bezorgen aan de commissie. Dat is een beetje ongewoon.

Ik zou dat misschien beter in een wetsvoorstel omzetten en dat als eerste indiener door mijn fractie laten indienen, maar laten we voortwerken in de goede traditie die in deze commissie bestaat om fractieoverschrijdend te werken, zoals we onder meer ook deden met de CRM-resolutie.

Ik zal mijn ontwerp bezorgen. Dat kan ook inspiratie zijn voor het debat met de CREG en Elia. Men kan zich afvragen met welke actoren men wil samenwerken. Wat is de rol van het Federaal Planbureau daarin? We hebben daarover ook een discussie in de regering gevoerd. Dat kan bijdragen aan het kerntakendebat. Wie weet, kan daar ook een tekst van de commissie zelf uit voortkomen. Dan kunnen we nog wetgevend werk in de commissie doen voor het einde van het jaar. Dat zou een mooie conclusie zijn.

Voorzitter:

Bedankt voor de interessante suggesties. We zullen dat zeker meenemen.

Bert Wollants:

Ik denk dat het feit dat het cijfer naar buiten is gekomen, voor het debat zeer belangrijk is. Ik zeg niet dat u niets aan het doen was. Ik zeg evenmin dat u die brief verticaal had geklasseerd en dat u aan het wachten was om de deur van uw kabinet dicht te trekken en die brief aan de volgende minister te overhandigen. Dat zeg ik niet.

Ik vind wel dat een debat dat zo belangrijk is, niet alleen een debat tussen een minister, een netbeheerder en een regulator mag zijn. Het is absoluut noodzakelijk dat ook de elektriciteitsverbruikers daarover hun standpunt moeten kunnen bepalen en dat ook het Parlement als controlerende instantie daarin zeggenschap heeft. Dat debat had vandaag niet plaatsgevonden als het cijfer niet naar buiten was gekomen.

Met betrekking tot de interne audit van Elia, kunnen we over zeer veel toeval spreken, maar ik heb de indruk dat de CREG en Elia daarvan al op de hoogte waren in mei of juni en dat de aandeelhouders van Elia pas hebben gereageerd toen een en ander in de openbaarheid is gekomen. Daar zit een zekere correlatie tussen en mogelijk een causaliteit. Ik denk dat het echt heel belangrijk was dat het cijfer naar buiten kwam, zodat we het debat kunnen voeren.

Het is ook in het belang van het dossier dat dit gebeurt. Het mag niet blijven bij een minister, een netbeheerder en een regulator. Ik blijf erachter staan. Het is een goede zaak dat dit cijfer naar buiten is gekomen, zodat we ten minste kunnen bekijken hoe we de toekomst verder voorbereiden en dergelijke. We moeten daar verder werk van maken en bekijken hoe we het dossier aanpakken. De komende tijd zullen we absoluut die knopen moeten doorhakken.

U sprak over bevoorradingszekerheid. Ik maakte de link met het CRM. Dat was een niet zo leuke voorzet van mij. Zo komen wij terug bij het debat uit januari 2023. Ik gaf toen aan dat we heel wat productie, in megawattuur, zouden verliezen. U zei toen dat ik het onderscheid moest maken tussen elektrische productie en energie aan de ene kant en elektrische capaciteit aan de andere kant. U zei dat elektrische capaciteit van belang is voor bevoorradingszekerheid en dat elektrische energie op zich iets is voor de markt. U zei het toen zo. Ik ben blij dat u het ondertussen met mij eens bent.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik ben nu iets meer dan vijf jaar lid van deze commissie. Ik heb Elia hier al heel vaak gezien en ik volg Elia. We mogen toch niet naïef zijn, uw laatste interventie kon evengoed een uiteenzetting van de CEO van Elia zijn. Uw visie accordeert volledig, inzake interconnectiviteit en dergelijke meer. Voor mij is Elia ook een bedrijf. Ik kan mij echt niet van die indruk ontdoen. U hebt een bepaalde politieke visie, Vivaldi heeft een bepaalde politieke visie. Het bedrijf speelt daarop in en implementeert. Pas toen er zaken naar buiten kwamen in die periode van twee jaar, werd er een interne audit gevraagd en schoot de referentieaandeelhouder plotseling wakker. Dat is allemaal geen toeval. We moeten durven erkennen dat er een probleem is.

U hebt inspanningen gedaan, met betrekking tot dat ministerieel besluit, met betrekking tot dat ontwikkelingsplan. Ik erken dat. We zouden dat ook gesteund hebben, mocht het tot iets hebben geleid. U geeft nu zelf nog eens een voorzet door het overhandigen van die inspanningen.

We zitten echt met een probleem. Bij Elia is een bepaalde mentaliteit gegroeid. Men heeft nu eindelijk een minister met een energievisie, zo zei men mij letterlijk. Elia speelt daarop in. Het kabinet en Elia komen bijzonder goed overeen. Men doet dan maar. We hebben een toezichthouder die dan heel triomfantelijk zegt dat ze er 8 % afgepitst hebben.

Soms is het zelfs een soort naïviteit. Men stelt dat er toch nog iets gedaan kon worden: de uittredingsvergoeding van de CEO kon eruit worden gelicht, net als nog een aantal kleinigheden. Uiteindelijk doen zij echter wat zij willen, omdat zij weten dat zij gewoon op de politieke visie inspelen. Mijnheer Wollants, ik hoop dat de volgende regering en de volgende minister, wie dat ook moge zijn, daar ook mee durven om te gaan.

Mevrouw de minister, u hebt zelf aangegeven dat er uiteindelijk een periode overheen gaat. U stelt dat bijna alles te wijten is aan de Oekraïnecrisis en dat er daardoor heel onverwachte kosten waren. Sommige kosten had de regering echter heel duidelijk kunnen verwachten, gezien de elektrificatie die overal in Europa plaatsgrijpt. Het is te kort door de bocht om te stellen dat alleen de oorlog in Oekraïne de driver is. Ik geloof dat niet.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Ravyts, tegelijkertijd brengen ook de doelstellingen van het REPowerEU-plan kosten met zich. Elektrificatie in het kader van het klimaat, de klimaaturgentie, is voor de oorlog inderdaad altijd aan de orde geweest. Elia was ook bij de eerdere adequacy & flexibility studies voor de oorlog betrokken. De boom recht omhoog is echter echt wel post-oorlog.

Voorzitter:

Wensen nog mensen te repliceren of kunnen we deze interessante vergadering afronden?

Ik hoop dat ik u straks allemaal zie voor de minstens even interessante hoorzitting.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, ik wil de leden die tot het einde zijn gebleven danken voor hun vragen. Het was immers een heel waardevol debat. Als we in de resterende tijd op die manier kunnen blijven samenwerken, kijk ik daar heel erg naar uit.

Voorzitter:

Daar zullen we voor zorgen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.00 uur. La réunion publique de commission est levée à 13 h 00.

Oplossingen voor de explosie van de kosten voor het energie-eiland
De hoge kostprijs van het energie-eiland en de impact ervan op de energiefactuur
De kostprijs van het energie-eiland
De overschrijding van het geraamde budget voor het energie-eiland
Kosten en budget van het energie-eiland

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 24 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende kosten (van 2 naar 7-8 miljard euro) van het geplande Prinses Elisabeth-eiland in de Noordzee, bedoeld als energieknoopunt voor windenergie, maar nu een financiële dreiging voor burgers en bedrijven via stijgende elektriciteitstarieven (+80%). Kritiekpunten: gebrek aan transparantie van minister Van der Straeten (CREG-waarschuwingen sinds maart/mei genegeerd), technisch falen (gelijkstroomdeel als hoofdboosdoener), en alternatieven zoals kernenergie (Van Rooy) of platformen in plaats van een eiland. De minister belooft herEvaluatie en kostendruk, maar oppositie eist opschorting en volledige openbaarheid van cijfers, vreest doorberkening aan consumenten en wijst op Deens voorbeeld (project stopgezet).

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, u wilde in de Noordzee het eerste energie-eiland ter wereld creëren. Uw droom van een energie-eiland wordt stilaan een financiële nachtmerrie. De geraamde kosten bedroegen initieel iets meer dan 2 miljard euro, maar vandaag zijn die al opgelopen tot 7 miljard euro. De CREG heeft u een brief gestuurd over die kostenexplosie. Hoewel ik u daarover tweemaal een vraag heb gesteld, wilde u daar niet eerlijk over zijn. U wilde enkel kwijt dat u daarover niet veel kon zeggen en dat de uiteindelijke kostprijs moeilijk te becijferen was. Ik begin stilaan te begrijpen waarom.

Wat moeten we dan wel doen? Het grootste probleem situeert zich in het gelijkstroomdeel van het eiland. Iedere verantwoordelijke bestuurder weet dan ook dat daar nu moet worden ingegrepen om ervoor te zorgen dat we die kostenexplosie kunnen voorkomen. De gevolgen zijn immers niet min. We weten nu al dat de tarieven van Elia immens zullen stijgen met 80 %. Als die cijfers en ramingen werkelijkheid worden, dan komt daar nog eens een gigantische stijging bovenop en dit op de kap van de elektriciteitsfacturen van onze burgers en bedrijven.

Mevrouw de minister, volgens verschillende bronnen bent u sinds maart of mei op de hoogte van die kostenstijgingen. Waarom bent u daarover niet eerlijk en transparant geweest ten opzichte van het Parlement? We weten dat het probleem zich situeert in het gelijkstroomdeel van het eiland en daar moet worden ingegrepen om die extra kosten te vermijden. Indien men dat wil doen, moet men minstens overwegen om dat deel on hold te zetten. Bent u daartoe bereid?

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, naast de batterijparken en windmolenparken is het zogeheten energie-eiland een van de vele nieuwe, dwaze, peperdure constructies in het kader van de zogenaamde energietransitie ofwel de groene waanzin als gevolg van de klimaathysterie. Dat megalomane energie-eiland, dat maar liefst 12 hectare groot zou worden, vervuilt onze zee, net zoals de windmolenparken. Bovendien brengt het in verhouding zeer weinig energie op. De energiedichtheid van windmolens behoort immers tot de allerlaagste. Zij nemen veel ruimte in, kosten veel aan grondstoffen en leveren in verhouding daartoe zeer weinig energie op.

Weet u wat wel een hoge energiedichtheid heeft en ook nog eens zo goed als CO 2 -vrij is? Juist, kernenergie, de energiebron die u en uw partij al decennia bestrijden, helaas met succes, met dank aan de traditionele partijen. Als wij 20 jaar geleden een kerninstap in plaats van een kernuitstap hadden beslist, dan hadden wij vandaag al die problemen niet.

Dat gigantische energie-eiland voor onze mooie Vlaamse kust zou oorspronkelijk 2,2 miljard euro kosten, maar nu weten wij dat het wel tot 8 miljard euro zou kunnen kosten. Daarom heeft Denemarken de plannen voor zo'n energie-eiland ondertussen al opgeborgen. Onze industrie trekt vandaag aan de alarmbel en vraagt om dit project on hold te zetten en te herbekijken, want als het plan wordt doorgezet, zal de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven de komende jaren exploderen en opnieuw peperduur worden. Mevrouw de minister, hoe zult u dat voorkomen?

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, het Prinses Elisabetheiland zou het paradepaardje van het federale energiebeleid worden, want het innovatieve project zou beantwoorden aan de drie pijlers van elk gezond en ambitieus energiebeleid: de betaalbaarheid en de bevoorrading zouden worden gegarandeerd en er zou worden ingezet op een duurzame energietransitie. Helaas moeten we na enkele jaren vaststellen dat het kostenplaatje enorm toeneemt en dat het project misschien in het water zal vallen.

Het project werd aanvankelijk geraamd op 2 miljard, ondertussen is er al sprake van 7 of 8 miljard. Er wordt blijkbaar niet op een miljard gekeken, en dat is wel spijtig want het zal doorgerekend worden in de factuur van onze bedrijven en onze gezinnen. Dat is heel erg belangrijk. We weten allemaal dat onze maakindustrie en industrie het heel moeilijk hebben op concurrentieel vlak maar ook op het vlak van energieprijzen. Er valt niet mee te lachen. Ik denk dat al de aanwezige partijen hier de betaalbaarheid in het oog willen houden. We moeten er dan ook ernstig werk van maken.

Dat brengt mij bij de verantwoordelijkheid. Waarom is er gekozen voor die vorm van eiland? Zijn de alternatieven voldoende onderzocht? De problematiek van de gelijkstroom is al door collega Wollants geformuleerd. Er rijzen echter nog een aantal vragen in verband met de transparantie. Er wordt gegoocheld met cijfers als 6, 7 of 8 miljard. Hoeveel zal het nu zijn? Wordt het scherp in het oog gehouden? Wat is de impact op de kostprijs voor andere projecten zoals Ventilus en Boucle-du-Hainaut? Voor ons kan het absoluut niet dat het doorgerekend wordt aan (…).

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, il est souvent rappelé que le rôle de cette île énergétique est de permettre à notre politique énergétique de marcher sur deux jambes: d'une part, le nucléaire, et d'autre part, l'éolien offshore.

La presse nous apprend aujourd'hui le dérapage, le carambolage budgétaire, autour de cette île énergétique: plus on en parle, plus elle coûte cher. Aujourd'hui, la presse nous apprend également que plusieurs avertissements et plusieurs courriers ont été adressés à votre cabinet.

Madame la ministre, quelle a été votre réaction? Pourquoi n'y a-t-il pas eu de communication de ces différents éléments au Parlement?

Par ailleurs, nous savons que le coût de cette île énergétique sera répercuté sur la facture des ménages et sur celle des entreprises. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous rassurer sur ce point?

Ce dossier en appelle malheureusement d'autres: les différents dossiers du plan de relance qui sont contenus dans notre plan qui a été remis à la Commission européenne et estampillés du label de l'énergie. Nous pensons notamment à la dorsale hydrogène qui est malheureusement en train d'aller également tout doucement dans le mur.

Madame la ministre, voilà mes différentes questions sur la facture énergétique et sur votre action. Finalement, quel héritage allez-vous laisser à votre successeur?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Van den Heuvel, ik beantwoord eerst uw vraag naar waarom en hoe er voor dat eiland is gekozen. De keuze is gemaakt in december 2021, inderdaad, monsieur Bihet, dans le cadre du plan de relance, om ons land te positioneren als energiehub. Het was inderdaad de bedoeling ons energiebeleid te richten op bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en aanvoer van groene elektriciteit naar ons land. Het eiland combineerde en combineert nog steeds die drie elementen.

Het gaat om een innovatieve infrastructuur die ervoor zorgt dat we grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land kunnen trekken. Mijnheer Van Rooy, het is niet niks. Het gaat over 30 terawattuur tegen 2030-2035. Wanneer men vandaag pleit om de stekker uit dat project te trekken, houdt dat in dat 30 tot 40 % van de elektriciteit die we tegen 2035 nodig hebben niet beschikbaar zal zijn.

Mijnheer Francken, ik heb er geen probleem mee om na te gaan of andere projecten op dezelfde termijn dezelfde elektriciteit kunnen leveren voor een lagere prijs. Dat moet dan bewezen worden.

Hoe is de beslissing genomen, mijnheer Van den Heuvel? We hebben een vergelijking gemaakt tussen het eiland en de platformen. Op basis van die analyse is gebleken dat het eiland de beste keuze was. De CREG heeft dat toen in haar advies bestempeld als een aanvaardbare toekomstgerichte investering. Men zal blijvend moeten opvolgen of het eiland effectief die baten oplevert en goedkoper blijft dan de platformen.

U kent het vervolg, met de oorlog in Oekraïne, de inflatie en de kostprijsstijgingen. In alle sectoren en voor alle technologieën, ook buiten de energiesector, werd men met die kostprijsstijgingen geconfronteerd.

Mijnheer Wollants, het klopt niet dat ik niet eerlijk ben geweest in het Parlement. U hebt me hier twee weken geleden en deze week vragen gesteld en ik heb in mijn antwoord aan u geciteerd uit de brief die ik reeds in de zomer aan de CREG stuurde.

U hebt mij gevraagd wat ik heb gedaan op het moment dat de CREG mij meedeelde te vermoeden dat er een prijsstijging zat aan te komen, die we, zoals ik al zei, overal zien. Ik heb toen aan Elia gevraagd om dat opnieuw te bekijken. Ik heb de CREG geantwoord dat die prijsstijgingen inderdaad heel zorgwekkend zijn en gevraagd welke oplossingen zij daarvoor zien en hen om alternatieven en andere designelementen gevraagd.

Die evaluatie is op dit moment aan de gang. Ik heb namelijk niet gewacht tot er artikels in de kranten verschenen, ik heb geageerd op het moment waarop dit aan de orde was. Daardoor is er op dit moment een versterkte dialoog tussen de CREG en Elia om die nieuwe kostenbatenanalyse te maken. Ik zeg u dit als minister in lopende zaken, maar niet in belopende zaken. Ik laat de zaken niet op hun beloop. Ik zeg u vandaag dat het eiland geen euro meer mag kosten dan nodig is en dat de baten de kosten moeten overstijgen.

We zullen wel een analyse maken op alle fronten. We zullen kijken naar de kosten en naar de opbrengsten en dan opnieuw evalueren of dit de beste oplossing is. Het energiebeleid in dit land moet een beleid zijn van energiezekerheid en betaalbaarheid. Grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land brengen, waardoor de prijs voor elektriciteit daalt, is altijd een goede zaak. Dat mag niet tenietgedaan worden door een te grote stijging van de transmissietarieven. Dat is ook de reden waarom ik de CREG heb gevraagd om met oplossingen te komen zodat dit niet op de factuur wordt doorgerekend.

Zolang als u nodig hebt om een regering te vormen, kunt u op mij rekenen om dat dossier elke dag te blijven opvolgen.

Cela sera mon héritage pour mon successeur, monsieur Bihet. Mon successeur ne trouvera pas le bordel mais des dossiers en ordre sur lesquels il pourra statuer.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, dank u dat u al één lid van de volgende regering hebt aangeduid, namelijk collega Bihet. Maar misschien verandert het nog.

Bert Wollants:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister, maar eerlijk gezegd, de transparantie was ver zoek. Ik heb u gevraagd wat de huidige kostenraming is. U hebt daar niet op geantwoord.

Ik heb het in mijn volgende vraag anders geformuleerd en gevraagd of het klopt het dat die kostenraming ondertussen 7 miljard euro bedraagt. U hebt mij geantwoord dat dit moeilijk te zeggen is.

U bent niet eerlijk geweest. Dat wil zeggen dat wij actie moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat die kosten onder controle blijven. Ik heb u vandaag gevraagd na te gaan of het mogelijk is het gelijkstroomgedeelte nog niet uit te voeren. Dan kunnen de eerste parken zonder problemen aangesloten worden. Maar wat hebt u daarop geantwoord? Helemaal niets.

U bent daar niet transparant over. U houdt dingen achter. Ik vind het ongehoord dat u in lopende zaken op deze manier omgaat met het Parlement terwijl de kosten op zo'n gigantische manier toenemen. Er komt bijna 5 miljard euro bij. 5 miljard euro die gevonden moet worden in de zakken van alle (…)

Sam Van Rooy:

Mevrouw Van der Straeten, u lijkt wel een personage uit Het Eiland . Niemand gelooft u nog. Drie jaar geleden zei u dat de kernuitstap de energieprijs niet zou verhogen, integendeel. Enkele maanden later zei u, in een bijzonder gênant optreden in De Afspraak op VRT Canvas: "Ik kan dit niet uitdrukken in percentages; ik kan niet zo goed absolute getallen omzetten naar procenten."

Wel, mevrouw Van der Straeten, dat hebt u in de voorbije jaren inderdaad bewezen. U bent een ramp voor onze energievoorziening. U bent een ramp voor onze energiefactuur. Kortom, u bent een ramp voor de bedrijven en de gezinnen in Vlaanderen.

U bent 24 jaar geleden afgestudeerd als Afrikanist. Zoek alstublieft uw toekomst in dat vakgebied, en bij voorkeur ook op één of ander eiland.

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, ik moet eerlijk zeggen dat ik ook een beetje op mijn honger blijf zitten. Wij kunnen enkel constateren dat de kostprijs van 2 naar 8 miljard gaat. Dat is dus maal vier.

Als dat in een bedrijf gebeurt, of voor een privé-investering, worden er toch ook vragen gesteld. Niemand heeft dat graag. Wij kunnen niet tot de orde van de dag overgaan bij zulke cijfers, bij zo'n verveelvoudiging. Daarom vinden wij dat we toch een beetje onze tijd moeten nemen en alles mooi op een rijtje zetten, want dit kunnen wij niet onmiddellijk begrijpen.

Voor mijn partij is het heel duidelijk, onze bedrijven en gezinnen mogen niet het slachtoffer worden van dit mismanagement.

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, on n'en sait pas plus concernant le coût total de cette île énergétique. Ni sur le dossier du plan de relance. À propos de l'impact sur la facture des ménages et des entreprises, vous dites que vous avez demandé à la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) de veiller à ce qu'il n'y en ait pas. Alors, qui va payer? Cela non plus, on ne le sait pas. Tout part à vau-l'eau en cette fin de mandat, madame la ministre, et vous semblez rester au balcon, en attendant péniblement que votre mandat se termine. Nous demandons que soient communiqués les différents documents sur le plan de relance, ainsi que les courriers adressés à votre cabinet par la CREG. Nous demandons également la convocation à la rentrée de la commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat pour pouvoir faire la clarté et avoir un débat sur ce sujet. Je vous remercie.

De formele Energieraad van 15 oktober 2024 in Luxemburg en de Belgische positiebepalingen

Gesteld door

VB Kurt Ravyts

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 22 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België drong op de Energieraad (okt 2024) aan op gecoördineerde EU-actie om Russisch LNG-transshipment (verboden vanaf maart 2025) te traceren via een clearinghouse, met brede steun en beloften van de Commissie voor richtsnoeren en coördinatie. Daarnaast initieerde België met partners een onderzoek naar fraude met palmolie-afgeleide biobrandstoffen, waarvoor de Commissie een expertengroep opzet. REPowerEU bevestigde de focus op afbouw fossiele import (met routekaart) en leveringszekerheid, terwijl hoge elektriciteitsprijzen (met name in Oost-Europa) benadrukten dat een versterkte interne energiemarkt en prijsgelijkheid cruciaal zijn. Balans tussen afbouw Russisch gas, prijsstabiliteit en sociale transitie (o.a. ETS2, Klimaatfonds) blijft de hoofduitdaging.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de vraag gaat over de formele Energieraad in Luxemburg van 15 oktober 2024 en de Belgische positiebepalingen. Het was daar heel druk voor u. U hebt het gehad over fraude met biobrandstoffen, over een traceersysteem voor Russisch lng.

De Raad zou echter in het teken staan van REPowerEU en specifiek leveringszekerheid en de verdere afbouw van import van Russische fossiele brandstoffen. Rusland heeft in de eerste helft van 2024 al bijna meer lng-gas in Belgische gaspijpleidingen kunnen laten pompen dan in heel 2022. Uiteraard gaat het dan om doorvoer naar Nederland en Duitsland. U hebt wellicht aangedrongen op een gecoördineerde actie van de lidstaten om gezamenlijk de import af te bouwen, zonder evenwel de leveringszekerheid in gevaar te brengen.

Mevrouw de minister, u merkte het ook bij de interventie van mijn collega – die natuurlijk een andere stijl hanteert: de gasprijs wordt een grote bezorgdheid. Het is een rode draad in deze commissievergadering. Wij moeten heel behoedzaam manoeuvreren in die zaak.

Kunt u verslag uitbrengen over uw initiatieven en standpuntbepalingen op deze formele Europese Energieraad? Welke andere themata werden behandeld en wat werd hieromtrent beslist?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Ravyts, er waren verschillende topics op de Raad. Wij hadden zelf ook een aanvullend punt op de agenda, namelijk de gecoördineerde implementatie van het 14 de sanctiepakket, dat eigenlijk transshipment verbiedt en dat in werking moet treden in maart 2025. We zijn het volop aan het implementeren en zien dat het niet zo evident is, dat er potentiële achterpoortjes zitten in het systeem.

Daarom hebben wij een punt laten agenderen op de Raad om ervoor te zorgen dat er een gecoördineerde aanpak komt, dat de Commissie het initiatief neemt. Het is immers belangrijk dat er een systeem wordt opgezet waarbij de Russische lng-volumes worden getraceerd.

De import van Russisch lng is niet verboden, het transshipment wel. We zouden dat echt willen kunnen traceren, een soort van clearinghouse, zodat we ook weten waar Russisch lng nadien verder naartoe gaat. Ons punt kreeg ruime en expliciete steun, onder andere van Finland, Luxemburg, Italië, Spanje, Nederland, Litouwen en Frankrijk. De Europese Commissie heeft beloofd om richtsnoeren uit te vaardigen en ook als coördinator op te treden. Zij zal ook spoedig een coördinatievergadering met de betrokken lidstaten samenroepen.

Een ander agendapunt waarin wij actief waren – en dat straks nog aan bod komt bij een volgende mondelinge vraag op de agenda –, is dat wij samen met Ierland, Duitsland en Nederland aan de Commissie gevraagd hebben om een onderzoek te starten inzake mogelijke fraude van biobrandstoffen op basis van afgeleide producten van palmolie. Ook dat punt werd ruim ondersteund door Oostenrijk, Luxemburg, Spanje, Polen, Hongarije, Letland en Denemarken. De Europese Commissie beloofde daarop om een expertenwerkgroep op te richten met de lidstaten om dieper in te gaan op de problematiek en om mogelijke maatregelen te identificeren.

De Europese Commissie heeft ook de status van de energie-unie toegelicht. De Commissie gaf aan dat de EU goed voorbereid is op de winter, dankzij de hoge gasvoorraden, energiebesparende maatregelen en grotere lng-importcapaciteit. Onze collega uit Oekraïne, minister Herman Halushchenko, lichtte de energiesituatie in zijn land toe. We hebben een debat gehad over REpowerEU, waar de Commissie opnieuw bevestigd heeft dat zij een routekaart voor de afbouw van fossiele brandstoffen zal uitvaardigen.

Nog een belangrijk punt dat besproken werd, is het feit dat de elektriciteitsprijzen in sommige delen van Europa zeer hoog zijn en dat prijzen ver uit elkaar liggen. Met name in de CESEC-regio, Centraal- en Oost-Europa, wordt men geconfronteerd met zeer hoge prijzen, onder andere te wijten aan de beperkte importcapaciteit. Wij hebben het woord genomen om te pleiten voor een oprechte energie-unie met een sterk gelijk speelveld. Ik heb daar ook gepleit voor meer samenwerking inzake de ontwikkeling van een interne energiemarkt, om zo het hoofd te kunnen bieden aan externe prijsverschillen met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, maar ook China.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik ben wel overtuigd van uw oprechte bezorgdheid rond een sociaal rechtvaardige klimaattransitie. REPowerEU kadert daar eigenlijk ook in. Ik begrijp zeker de noodzaak voor de verdere afbouw van de import van Russische fossiele brandstoffen, maar naast leveringszekerheid is er natuurlijk ook de prijsvorming. Alles moet in evenwicht worden gehouden, want er komen nog uitdagingen, zoals ETS2, dat hier zonet aan bod kwam. Uiteraard is er ook het Sociaal Klimaatfonds van Europa, maar we moeten allemaal nog zien hoe zich dat in de praktijk zal implementeren. Dat is echter uiteraard iets voor de volgende jaren, mijnheer de voorzitter.

De kostenraming van het energie-eiland
De voortgang van de aanleg en de kosten van het Prinses Elisabetheiland
Financiële en bouwkundige aspecten van het energie- en Prinses Elisabetheiland

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 22 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van der Straeten bevestigt dat de kosten van het energie-eiland stijgen (AC-deel: 1,4 mjd, DC-deel nog onbekend door lopende onderhandelingen), maar ontkent concrete cijfers zoals 7 mjd, terwijl ze kostenbeheersing via CREG-Elia-samenwerking en Europese industriële oplossingen benadrukt. Wollants uit ongerustheid over exploderende kosten (van 2,3 mjd naar mogelijk >7 mjd), dreigt met stopzetting en eist transparantie, wijzend op alternatieven en risico’s voor transmissietarieven en Elia’s aandeelhouders. De baten-kostenanalyse en bevoorradingszekerheid blijven centraal, maar concrete cijfers blijven onduidelijk. Kostenreductie en impactbeperking zijn urgent, maar de haalbaarheid van het eiland wordt steeds meer bevraagd.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, we hadden het vroeger al over de kosten van het energie-eiland. U hebt vorige keer toegegeven dat de kosten gestegen zijn, maar u hebt niet gezegd wat de grootteorde van de huidige ramingen is. Ondertussen wordt alsmaar vaker het bedrag van 7 miljard euro genoemd. Klopt het dat de kostenramingen 7 miljard benaderen of overschrijden? Of klopt dat niet?

Tinne Van der Straeten:

Dat is moeilijk te zeggen. Ik kan daar geen concreet cijfer op plakken. U kent daarvoor ook de reden, namelijk de bouw van het eiland, het contract met TM EDISON, is lopende. De netbeheerder informeert me dat de kosten daarvan worden gemonitord en onder controle zijn.

De kostprijs voor het AC-gedeelte werd reeds publiek bekendgemaakt. Het gaat over een totaalbedrag van 1,4 miljard euro. Die informatie is publiekelijk beschikbaar op de website van Elia.

Voor het DC-gedeelte is Elia nog in onderhandeling met de leveranciers. Daar moet Elia uiteraard alle wettelijke confidentialiteitsverplichtingen respecteren.

De gunning van het substation staat gepland voor eind 2024 en de kabel eind Q1 van 2025.

De stijging van de kosten, niet alleen voor het energie-eiland maar voor de hele waardenketen, is reëel. De CREG heeft mij inderdaad laten weten dat zij zich daarover grote zorgen maakt. Ik heb daar ook met Elia over gesproken. Ook al heb ik daar eigenlijk niets mee te maken – dat is iets tussen Elia en de CREG –, heb ik een brief aan de CREG gericht met de duidelijke vraag om de kostenstijging zoveel mogelijk te beperken via een integrale aanpak, met de oprichting van een gezamenlijke werkgroep met Elia en de CREG, waarin met de kaasschaafmethode naar kostenreductie en transparantie moet worden gekeken. Met betrekking tot de beperking van de impact op de transmissietarieven moeten zij samen, in dialoog en proactief, onderzoeken welke kostenbesparende maatregelen ze kunnen nemen. Ik denk bijvoorbeeld aan gespreide kosten of andere mechanismen die de financiële lasten kunnen verlichten.

Meer holistisch moet het Europese industrieel beleid worden versterkt, aangezien de kostenstijgingen ook te maken hebben met de krapte op de toeleveringsketen, bijvoorbeeld wat DC-infrastructuur betreft.

Ook een grondige batenanalyse is van belang. Nu wordt wel gekeken naar de kostenstijgingen, maar er moeten daar natuurlijk ook altijd financiële en maatschappelijke baten tegenover staan. Daarvan willen we een grondig en volledig beeld, omdat er nog andere aspecten meespelen, namelijk minder afhankelijk worden, meer in eigen handen hebben, de Noordzee kunnen uitbouwen tot onze grootste elektriciteitscentrale en de zo hoogst noodzakelijke elektrificatie. Vandaar mijn oproep aan beide, zowel Elia als de CREG, om in het belang van de bevoorradingszekerheid en van de energietransitie snel werk te maken van een zeer proactieve en intensieve samenwerking om kostenstijgingen niet lijdzaam te ondergaan, maar ze te voorkomen en weg te werken, en om, als ze onvermijdbaar zijn, de impact ervan op de tarieven te kunnen beperken.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, dat antwoord biedt niet helemaal de duidelijkheid waarnaar ik op zoek was. Als ik uit zoveel verschillende hoeken hetzelfde cijfer hoor, vraag ik me wel af waar dat juist vandaan komt. U kunt me eigenlijk niet duidelijk antwoorden hoeveel de huidige kostenraming bedraagt, maar in ieder geval wel dat de kosten naar beneden zullen moeten. Dat doet me het ergste vrezen. Als de kosten niet naar beneden kunnen maar integendeel nog verder oplopen, moeten we ons op een gegeven moment afvragen of werken met een energie-eiland wel de juiste keuze was. Eventueel moeten we in dat geval overwegen om de stekker uit dat eiland te trekken en naar een andere oplossing over te gaan. Destijds is een alternatief voor het eiland voorgesteld dat misschien niet onderhevig is aan dezelfde kostenstijging. Dat zal ik absoluut verder opvolgen. Als de kosten voor het energie-eiland de pan uit swingen – we zijn gestart met 2,3 miljard en volgens mijn bronnen zitten we nu al boven 7 miljard euro, terwijl we nog niet aan het einde van de constructie zijn –, vrees ik dat de impact op de transmissienettarieven en de aandeelhouders van Elia misschien weleens zeer groot zou kunnen zijn. Ik denk dat we dat absoluut moeten vermijden. Ik blijf dus zoeken naar transparantie. Vroeg of laat moet de aap uit de mouw komen, denk ik.

De veiligstelling van onze energiebevoorrading naar aanleiding van het rapport van Elia
De energiemix van de toekomst
Het rapport van Elia over de energiebevoorrading en de energiemix in de toekomst
Het rapport van Elia
Energiebeleid voor de toekomst volgens Elia

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 26 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Elia-rapport waarschuwt dat België tegen 2050 onvoldoende elektriciteit zal produceren om aan de verdubbelde vraag te voldoen, ondanks investeringen in windenergie, waterstof en kernverlenging (Doel 4/Tihange 3). Van der Straeten (minister) benadrukt dat de korte termijn (tot 2035) beheerst is dankzij genomen maatregelen, maar wijst op flankerend beleid (elektrificatie, betaalbaarheid, interconnectie) als cruciale opgave voor de volgende regering—zonder nucleaire nieuwe bouw, maar met focus op 100% hernieuwbaar. Oppositie (cd&v, MR, Vooruit) dringt aan op kernenergie (SMR’s, 20 jaar verlenging) als onmisbare schakel voor betaalbare, veilige en CO₂-arme energie, naast hernieuwbaar, om afhankelijkheid van import te voorkomen. De Smet (Vivaldi-kritiek) stelt dat gebrek aan langetermijnstrategie (door politiek getouwtrek) België kwetsbaar maakt—actie nu is essentieel om energie-onafhankelijkheid na 2050 te garanderen.

François De Smet:

Madame la ministre, Elia, le gestionnaire de réseau, a publié récemment un rapport assez inquiétant sur notre autonomie énergétique à l'horizon 2050. Ce rapport est inquiétant et même cinglant parce qu'il pointe l'absence de stratégie à long terme de tous les gouvernements qui se sont succédé depuis vingt ans, en ce compris la Vivaldi. L'équation, nous la connaissons. Nos besoins en énergie vont globalement baisser de 20 à 45 %, du moins l'espère-t-on, mais cela va aller de pair avec une augmentation de nos besoins en électricité qui vont plus que doubler.

Alors, soyons de bon compte: vous avez évidemment travaillé. On peut citer le triplement de l'offre en éoliennes offshores, les investissements en hydrogène, la prolongation des deux réacteurs nucléaires, même si vous pourrez reconnaître qu'il a fallu un petit peu insister, et qu'il a fallu que la Russie envahisse un petit peu l'Ukraine. Mais nous savons tous que ces investissements, d'après le rapport d'Elia, ne seront pas suffisants, même en y ajoutant de la sobriété, de la modération. Ils ne seront pas suffisants pour rester autonomes. Nous avons donc le choix: soit nous nous résolvons à acheter de l'électricité après 2050, de manière constante, soit nous investissons davantage, ce qui nous renvoie, je crois, au fait que le nucléaire de nouvelle génération n'est pas juste une variable d'ajustement mais un véritable investissement nécessaire.

Mes questions sont simples, madame la ministre. Comment recevez-vous ce rapport? Quelles conclusions en tirez-vous concernant l'action passée et l'action à venir? Ces considérations ne vous font-elles pas un tout petit peu changer d'avis quant à vos convictions personnelles sur le nucléaire? Je ne parle pas de la prolongation des réacteurs, mais bien du nucléaire de nouvelle génération.

Tine Gielis:

Mevrouw de minister, we hebben de blauwdruk 2035-2050 van Elia met heel veel interesse gelezen, maar daarin weinig verrassend nieuws gevonden. Slechts de helft van wat onze burgers en bedrijven nodig zullen hebben door de elektrificatie wordt voorzien via de bestaande infrastructuur en de besliste en geplande investeringen. Nochtans weten we allemaal dat de elektriciteitsvraag de komende jaren alleen zal toenemen en zelfs verdubbelen tegen 2050. Dat wordt dus een gigantische uitdaging.

Er zijn de voorbije jaren wel stappen gezet, zoals de uitbreiding van de windcapaciteit op zee en de beslissing om de levensduur van de kerncentrales van Doel 4 en Tihange 3 met 10 jaar te verlengen, maar zoals we ook in het rapport kunnen lezen, is dat volgens Elia niet voldoende om ons voor te bereiden op de toekomst.

Om die reden pleit cd&v voor een langetermijnvisie en een stappenplan om ervoor te zorgen dat het licht effectief blijft branden. De energiemix van de toekomst is voor ons een slimme combinatie van hernieuwbare en nucleaire productie. Er zijn voor ons geen taboes en wij pleiten ervoor om de levensduur van de twee jongste kerncentrales niet met 10 jaar maar met 20 jaar te verlengen en om de bouw van nieuwe centrales mogelijk te maken. Dat was niet mogelijk in de voorbije legislatuur, wat we jammer vinden. Er moet immers nog veel gebeuren om onze energiebevoorrading in de toekomst duurzaam, zeker en betaalbaar te houden. Elia legt daarvoor verschillende scenario's op tafel.

Mevrouw de minister, u hebt zeker stappen gezet, maar die blijken niet voldoende te zijn. Welke stappen zult u nog zetten om de lopende dossiers tot een goed einde te brengen? Welke voorbereidingen zult u uw opvolger nalaten?

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, betaalbare energie en de zekerheid dat er stroom uit het stopcontact komt zouden vanzelfsprekend moeten zijn, maar zijn dat helaas niet. Veel mensen hebben meegemaakt wat er gebeurt als de energiefactuur dreigt te ontploffen, als ze voor de keuze staan om hun huis te verwarmen of niet of misschien wat minder. Het is voor ons heel erg belangrijk dat de mensen dan worden beschermd, door een btw-verlaging, door het sociaal tarief te versterken, door in energiecheques te voorzien voor mensen die anders uit de boot dreigen te vallen. Energie is een basisrecht of zou dat toch moeten zijn.

Collega's, laten we echter eerlijk zijn, we stonden toen voor een crisis die we niet hadden zien aankomen. Niemand wist dat er een oorlog zou plaatsvinden op Europees grondgebied. De vraag is nu anders. Wat als we wel weten dat er een crisis dreigt aan te komen? Wat als we wel weten dat onze energieonafhankelijkheid op het spel staat, zoals Elia bijvoorbeeld zegt? Hebben we dan ook een sterke overheid die ons beschermt, of hebben we een overheid die niets doet, waardoor we terug afhankelijk worden van andere landen, waardoor we onze burgers in onzekerheid storten en de energiefacturen terug dreigen op te lopen?

Collega's, we kunnen dat aanpakken, maar dan moeten we nu actie ondernemen. Het rapport van Elia zegt immers heel duidelijk dat het onze samenleving het meest gaat kosten wanneer we niets doen. Dat toont nogmaals het belang aan van investeringen, zodat we kunnen garanderen dat energie betaalbaar, duurzaam en veilig is.

Mevrouw de minister, de regering is in lopende zaken, maar de uitdagingen zijn niet nieuw. Welke stappen hebt u nu gezet om de waarschuwingen van Elia ter harte te nemen en welke stappen kunnen we nog zetten?

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, monsieur le président, chers collègues, Elia publie son étude intitulée "Blueprint", qui a le mérite de fixer et d’objectiver certaines variables. Nous nous en réjouissons. Néanmoins, cette étude définit également différents scénarios qui nous rendent vulnérables vis-à-vis des autorités des pays étrangers.

Mais il y a un plus. Un plus indéniable, car dans les différents scénarios mis en place dans cette étude, la place du nucléaire – même un nouveau nucléaire ou un nucléaire un peu plus cher – rend l’électricité beaucoup plus abordable pour nos concitoyens.

Madame la ministre, je ne serai pas plus long, je n’ai qu’une question: ne regrettez-vous pas d’avoir tant et tant empêché le développement du nucléaire en Belgique?

Voorzitter:

Mevrouw de minister, u hebt vijf minuten spreektijd om te reageren op de vragenstellers.

Tinne Van der Straeten:

Collega’s, ik dank u voor de diverse vragen. Ik dank ook de nieuwe leden voor hun eerste vragen, namelijk de heer Seuntjens, mevrouw Gielis en de heer Bihet.

M. Bihet, non, je ne regrette rien.

Collega’s, Elia heeft inderdaad dat rapport gepubliceerd, waaruit we twee zaken leren. Ten eerste leren we uit het rapport dat wanneer we bekijken wat er tijdens de voorbije regeerperiode is gebeurd en wanneer we de eerstkomende tien jaar bekijken, er moet worden vastgesteld dat de situatie onder controle is. Dat is zo omdat er de voorbije regeerperiode stappen vooruit zijn gezet op het vlak van het garanderen van de bevoorradingszekerheid. U hebt daarnaar verwezen. U hebt verwezen naar drie keer meer wind op zee. U hebt ook verwezen naar de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3.

Ik zou daaraan graag nog de batterijen willen toevoegen, waarop we sterk hebben ingezet, waardoor we nu frontloper zijn. Ik zou daar ook de akkoorden aan willen toevoegen die we met andere landen hebben gesloten om samenwerkingen op poten te zetten op het vlak van energie, zowel inzake waterstof als inzake wind op zee. Het is niet bij gewoon plannen, beloftes of verklaringen gebleven. Een en ander is telkens ook gebeiteld in concrete dossiers en in een concrete aanpak.

U hebt mij gevraagd wat ik nog zal doen tijdens de periode van lopende zaken en of ik de dossiers verder zal implementeren en afwerken. Het dossier van ENGIE moeten we nog voorbij de Europese Commissie en voorbij de goedkeuring voor staatssteun krijgen. We liggen ter zake op koers om, zoals we altijd hebben aangegeven, voor of rond eind 2024 de goedkeuring te kunnen krijgen, zodat de eerste kilowattuur van de twee nieuwe centrales opnieuw op het net komt in september en november 2025. Het plan is om op 28 oktober 2024 de veiling te lanceren voor de eerste 700 megawatt, zijnde de elektriciteit die onze burgers nodig hebben en die ook onze industrie nodig heeft. We zullen ook nog werk maken van de eerste batterijveiling, waarvoor de voorbereidingen nu lopen.

Wat blijft er dan over voor de volgende regering? Eerst en vooral moet die ervoor zorgen dat de elektrificatie er effectief komt. Zonder flankerend beleid zal de elektrificatie er immers niet komen.

Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met de accijnzen? Zal elektriciteit effectief goedkoper worden, om een push te geven aan onze industrie en aan onze gezinnen? Komt er effectief meer elektriciteit, zodat we minder gas en minder fossiele brandstoffen nodig hebben?

De volgende regering moet ook verder de interconnectie met het buitenland verwezenlijken en zij moet ervoor zorgen dat de elektrificatie, de energietransitie, de energierevolutie, zoals de heer Seuntjes al gezegd heeft, effectief toegankelijk is voor iedereen.

Ik denk dan aan bedrijven als ArcelorMittal, dat zijn investeringen voor een elektrische hoogoven in Gent niet graag zal verspillen. Die investeringen leveren immers heel veel jobs op. Ik denk ook aan de gezinnen, waarvan 20 % hun energiefactuur vandaag moeilijk kunnen betalen. De nieuwe regering moet zorgen voor een rechtvaardige transitie en zij moet er ook voor zorgen dat elektriciteit goedkoop is en betaalbaar voor iedereen. Dat zal één van de grootste uitdagingen zijn, niet alleen voor de regering, maar ook voor het hele Parlement.

Energie is in de voorbije jaren altijd een dossier geweest – en zal het in de komende jaren ook zijn –- waarover we in het Parlement met elkaar moeten praten, meerderheid en oppositie samen.

Tot slot, de belangrijkste conclusie van dit rapport is voor mij dat de uitdaging groot is, maar ik heb in de afgelopen drieënhalf jaar geleerd dat, als men die uitdaging met twee handen vastpakt, men er ook in kan slagen. We moeten dus niet fatalistisch zijn, we moeten wel optimistisch zijn. We moeten ons laten leiden door de juiste dogma's. We moeten telkens kiezen voor de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie. Er zijn in dit land verschillende technologieën. Het is telkens het afwegen van die drie zaken dat de juiste weg zal aangeven.

Sommigen in dit halfrond hebben voor nucleaire energie of een combinatie met nucleaire energie gepleit. Mijn route voorziet in 100 % hernieuwbare energie. Wel, laten we de volgende vijf jaar praten over de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie, met de laagste systeemkost voor elektriciteit die elke dag uit het stopcontact komt.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

En ce qui me concerne, ce ne sont pas les dix ans à venir qui m’inquiètent. Effectivement, le travail a été fait et est à peu près sous contrôle, tant sur le plan du renouvelable que sur le plan des investissements ou du nucléaire, grâce à la prolongation de dix ans, même si cette prolongation aurait dû être de vingt ans et qu’il faudra, selon moi, corriger cela.

Le gouvernement Vivaldi, à cause de sa composition – parce que vous aviez des partis qui tiraient dans tous les sens, que ce soit sur le nucléaire ou sur les autres sources d’énergie – n’a pas été capable d’offrir un avenir à vingt-cinq ans en termes de stratégie énergétique. Et je crois qu’on ne peut pas attendre. Vous avez raison en disant qu’il faut investir dans ce qui est à la fois sûr et bon marché. Mais nous n’avons pas le temps d’attendre les différents scénarios.

Il est clair que soit nous investissons à la fois dans le renouvelable, dans une forme de modération et dans le nouveau nucléaire, soit nous serons dépendants, demain, à partir de 2050, des pays étrangers et de leurs sources d’énergie. C’est aussi simple que cela. Dès lors, n’attendons plus, notamment sur le nucléaire de nouvelle génération, parce que tout le reste est en route.

Tine Gielis:

Mevrouw de minister, beleid voeren, is inderdaad de toekomst voorbereiden, maar we stellen vast dat er geen beslissingen worden genomen. Dat is natuurlijk ook een keuze. Geen beslissingen nemen, kan leiden tot een gevaarlijke situatie, zoals Elia ook aangeeft. We zullen te zeer afhankelijk worden van elektriciteitsimport.

Vanuit cd&v pleiten we ervoor dat een volgende regering werk maakt van een langetermijnvisie, met nadruk op de energiemix van nucleaire en hernieuwbare energievormen. Daarom hebben we een wetsvoorstel ingediend om de levensduur van Doel 4 en Tihange 3 met 20 jaar te verlengen en om de bouw van SMR’s in de toekomst mogelijk te maken. Hopelijk wordt aan dat voorstel gevolg gegeven.

Voorzitter:

Ik feliciteer mevrouw Gielis met haar maidenspeech.

(Applaus)

(Applaudissements)

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat het voor iedereen duidelijk zijn dat er voor Vooruit geen taboes zijn. Dat is ook nodig, want met veto's en luchtkastelen gaan we er niet komen, wel met een slimme overheid die slimme investeringen doet. Dat is exact waar we met Vooruit onze verantwoordelijkheid willen nemen. We willen mee onderhandelen over een nieuwe regering, zodat we het basisrecht dat energie is ook daadwerkelijk kunnen garanderen voor iedereen. Die energie moet betaalbaar, duurzaam en veilig zijn. Dat is de inzet waarvoor we elke dag zullen blijven strijden.

Voorzitter:

Ook voor Oskar Seuntjes is de figuurlijke kop eraf.

(Applaus)

(Applaudissements)

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Une certitude: ne rien faire est la pire des solutions. Il ne faut pas opposer le nucléaire et le renouvelable dans le futur mix énergétique, car il faut en obtenir un qui détienne trois caractéristiques: un prix maîtrisé pour les ménages et les entreprises, également une décarbonation de notre consommation électrique et, enfin, une sécurité d'approvisionnement qui soit garantie. Cela tombe bien, car c'est le modèle qu'a proposé le MR pendant les élections. Sachez, et je le dis à tous nos collègues, que nous défendrons ce point de vue pendant les négociations Arizona qui se poursuivent.

Het advies van de EC over staatssteun voor de verlenging van de levensduur van twee kerncentrales
Het Europese onderzoek naar de Belgische overheidssteun voor de verlenging van Doel 4 en Tihange 3
Het onderzoek van de Europese Commissie naar de staatssteun bij de ENGIE-deal
Europese staatssteunonderzoeken naar kerncentraleverlengingen in België

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese Commissie voert een diepgaand onderzoek naar de staatssteun voor de verlenging van kerncentrales Doel 4 en Tihange 3, met name naar marktverstoring, de noodzaak van joint venture BE-NUC en de 15 miljard euro compensatie voor nucleair afval. Minister Van der Straeten benadrukt dat de procedure normaal is, vergelijkbaar met eerdere dossiers (bv. offshore-wind), en streeft naar goedkeuring eind 2024/begin 2025 om de heropstart in 2025 te garanderen, mits stabiliteit in de afspraken en nauwe samenwerking met ENGIE en de Commissie. Kritische punten (marktconcurrentie, proportionele steun) worden onderhandeld, terwijl veiligheidsinvesteringen niet-onderhandelbaar zijn. Het tijdschema is krap, maar de minister toont vertrouwen in een succesvolle afronding, met politieke en technische opvolging om vertragingen te voorkomen.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, le 22 juillet, la Commission européenne a remis un premier avis sur les aides d' É tat relatives à la prolongation de l'exploitation des centrales nucléaires Doel 4 et Tihange 3. En même temps, comme le prévoit le processus, elle a décidé d'ouvrir cette enquête approfondie qui permet à tout tiers intéressé d'exprimer ses observations.

Nous reconnaissons que l'avis émis par la Commission est largement favorable, ce dont nous nous réjouissons. Ce n'est pas sur cet avis favorable que je vais vous questionner mais sur les quelques nuages qui malgré tout persistent, comme dans tout dossier, et sur les doutes que la Commission peut avoir à l'égard de trois éléments plus précis.

Il s'agit de la compatibilité de l'aide avec les r è gles du marché intérieur, de la nécessité ou non de créer une coentreprise BE-NUC et de l'indemnisation d'un montant de 15 milliards d'euros pour le transfert des risques liés aux déchets nucléaires. Par rapport à ces trois éléments, dont l'importance ne doit ni être minorée ni exagérée au point de masquer les autres, j'aimerais recueillir votre réaction et votre sentiment sur la manière dont vous considérez que ces trois points peuvent être abordés.

Comme je l'ai fait dans ma question précédente, je pense qu'il est important à ce stade de préciser chronologiquement les étapes à venir, non seulement eu égard à la Commission mais également au processus décisionnel belge.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, die andere grote werf inzake de bevoorradingszekerheid is het akkoord over de verlenging van de levensduur van twee kernreactoren. Als onderdeel van dat akkoord zijn er zeer veel maatregelen genomen.

De Europese Commissie bekijkt al die maatregelen als één geheel. Hoewel de Belgische maatregel gerechtvaardigd lijkt, aldus de Commissie, twijfelt de Commissie in dit stadium over de verenigbaarheid met de Europese staatssteunregels. Het is een normale stap in de procedure om een diepgaand onderzoek te voeren naar de noodzaak van de aanvullende steunmechanismen, de geschiktheid van het CFD-ontwerp en de combinatie van financiële en structurele regelingen, aangezien de begunstigden onrechtmatig zouden kunnen worden ontlast van een te groot marktaandeel en van operationele risico's. Vandaar het onderzoek naar de evenredigheid van de combinatie van die financiële en structurele regelingen en het forfaitbedrag van 15 miljard euro. Dat is in de commissie voor Energie al vaker aan bod gekomen.

Mevrouw de minister, kunt u een stand van zaken geven betreffende de uitwisseling van vragen, opmerkingen en antwoorden met de Europese Commissie in dit dossier, waarbij de Commissie evalueert of de inhoudelijke bepalingen van het akkoord noodzakelijk, gepast en proportioneel zijn?

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, beide collega's hebben de situatie al geschetst omtrent het diepgaande onderzoek naar de ENGIE-deal dat de Europese Commissie momenteel voert.

Mevrouw de minister, kunt u toelichten welke stappen sinds de start van dat onderzoek zijn gezet in dat dossier? Hoe schat u het verdere verloop van die procedure in?

Voorzitter:

Vraagt iemand van de andere fracties het woord?

Marie Meunier:

Mon groupe rejoint les questions posées par nos collègues. Où en est la procédure, madame la ministre? Pouvez-vous faire le point sur l'état d'avancement du dossier? Quelles informations pouvez-vous nous communiquer? Quelles sont les demandes de la Commission européenne? Enfin, avez-vous un agenda à nous communiquer?

Tinne Van der Straeten:

Allereerst, de Commissie heeft op 22 juli 2024 beslist om een diepgaand onderzoek te voeren. Dat kwam niet onverwacht. Het betreft niet de start van de procedure, maar wel de officiële lancering van een procedure. Onze interacties met de Commissie waren echter al geruime tijd aan de gang. Zelfs tijdens de onderhandelingen is er op verschillende momenten informeel met de Europese Commissie gesproken.

Eigenlijk zijn we in dit dossier niet anders te werk gegaan dan in de andere zeven staatssteundossiers waarvoor een in-depth procedure is doorlopen. Zo is het CRM goedgekeurd na die in-depth procedure. Daarnet hadden we het ook al over de procedure voor de Prinses Elisabethzone. Daarnaast was er ook de staatssteunprocedure voor de omschakeling van het financieringsmechanisme voor het afromen van de overwinsten voor wind op zee. Er zijn twee keer aanpassingen geweest van het CRM, waaronder het CRM met inclusie van 2 GW nucleair, die door de Commissie zijn goedgekeurd. Deze namiddag zal door de Commissie een persbericht worden verspreid over de goedkeuring van de T-2-veiling met de payback obligation voor het demand-side management . Daarnaast was er ook het non-dossier van de offshorebijdrage, waarin de Commissie met een infringement dreigde. We hebben daar de accijnshervorming aan gekoppeld, waardoor we buiten het bestek van de staatssteun vielen.

Ik geef deze inleiding om aan te geven dat het niet ons eerste dossier is. Ondertussen hebben we een goede relatie en goede werkmethodes met case handlers opgebouwd. Ik heb vertrouwen in de afloop van het dossier, vooral ook wat de gehanteerde timing betreft. Net als in de offshore, waarvoor de staatssteun toegekend moet zijn op 31 december 2025, zal in dit dossier het eindpunt van de timing niet bewegen. De kerncentrale van Tihange 3 zal elektriciteit leveren vanaf september 2025 en de kerncentrale van Doel 4 vanaf november 2025. Om dat mogelijk te maken, is de goedkeuring van de Europese Commissie inzake staatsteun nodig. De goedkeuring door de Commissie betekent meteen dat de transactie kan worden afgesloten, wat een aantal andere zaken in gang zal zetten, namelijk de oprichting van de joint venture en het storten van 11 miljard euro voor de waste cap .

Net als het offshoredossier is dit een dossier waarin heel wat zaken parallel lopen. Zo zal bijvoorbeeld over het investeringsprogramma van de exploitanten al parallel beslist worden. Wij verwachten dat dit begin volgend jaar zal gebeuren. Op zich is dat niet afhankelijk van het afsluiten van de transactie, maar de tijdslijnen zullen wel samenkomen. Er is namelijk een indirecte link, want 60 dagen nadat het FANC het actieplan goedkeurt, zal de exploitant het financieringsmodel moeten voorstellen. In dat financieringsmodel zal de voorlopige strike price voorgesteld worden.

U ziet, het is een puzzel met vele stukjes die allemaal parallel gelegd worden om de grote puzzel te kunnen maken. Het stukje van de staatssteun is daarbij absoluut essentieel.

La Commission a donc décidé d'ouvrir une enquête approfondie, comme c'est la coutume dans quasiment tous les dossiers nucléaires. Bref, ce n'est pas neuf. Et j'estime sain que la Commission agisse ainsi. Sinon, certains É tats membres pourraient s'étonner que la Commission ne pose pas de questions. Au moyen de cette étape qu'est l'enquête approfondie, celle-ci souhaite qu'une décision aussi robuste que possible soit prise.

Le processus avance à grands pas. Bien entendu, il s'agit d'une étape importante en vue d'une décision finale. Dans le dossier de presse, vous avez pu lire quels étaient les principaux éléments de la Commission européenne.

Het is eigenlijk vergelijkbaar met de Prinses Elisabethzone. Door deze aanpak wordt de markt niet onnodig verstoord. Negatieve of lage prijzen zorgen in dit geval voor een modulering van de kerncentrales. Bij offshore is het eerder curtailment , bij kerncentrales spreken we van modulering, wat technische beperkingen heeft.

Verder zijn er ook vragen over de economische aspecten, met name of er niet te veel garanties worden voorzien. Op het vlak van de veiligheidsinvesteringen verschilt dit dossier van dat over de Prinses Elisabethzone. De veiligheidsautoriteiten moeten de investeringsplannen goedkeuren. De driver daarvoor is nucleaire veiligheid, waarvoor zeer weinig onderhandelingsmarge bestaat.

Ce processus est donc en cours.

Na het persbericht van de Europese Commissie en de opening van de Europese Commissie in juli 2024 heeft de Belgische Staat de kans gehad om een aantal elementen extra te motiveren. Wij hebben bijvoorbeeld gemotiveerd dat de marktsignalen niet worden verstoord en dat wij integendeel een aantal punten hebben opgenomen die naar maximumbeschikbaarheid, maar ook naar flexibiliteit duwen.

In-depth investigation betekent ook dat de markt wordt geconsulteerd en dat de marktpartijen hun opmerkingen kunnen geven, waarop wij opnieuw onze reactie kunnen geven. Daarna starten uiteraard de verdere onderhandelingen met de Europese Commissie, met een nadere evaluatie.

Het betreft een dossier dat wij uiteraard hand in hand met de verschillende stakeholders beheren. ENGIE is natuurlijk ook zelf bij het dossier betrokken. Het is voor ons belangrijk dat ENGIE uit de eerste hand hoort wat de eventuele opmerkingen van de Europese Commissie zijn.

U weet ook dat Ursula von der Leyen vandaag haar nieuwe Europese Commissie voorstelt en dat het mijn collega Teresa Ribera is die wellicht bevoegd zal worden voor Mededinging. Ik ken haar goed. Wij waren collega’s, maar ook buren, in de Europese Raad. Het is mijn vaste voornemen om, zodra de Europese Commissie benoemd is, met Teresa Ribera een gesprek te hebben over het dossier.

De case handlers en de verschillende diensten werken uiteraard heel nauw samen. Het dossier wordt alsmaar verder gebracht. Het is echter ook altijd zo dat er politiek toezicht is of dat politieke autoriteiten voldoende op de hoogte moeten zijn.

Collega’s, het betreft een ambitieus tijdschema. Er is binnen dat schema geen dag te verliezen. Het zal ook zeker heel intensief werken zijn, wat in de andere dossiers niet anders is geweest. Ik ben dus absoluut confident . Ik heb vertrouwen dat wij het dossier kunnen afronden binnen de timing die ik hier altijd heb aangegeven, namelijk eind 2024 of begin 2025, dus aan het begin van de winter. Op die manier kunnen de implementatie en de operationalisering op een goede manier verlopen, met het oog op een tijdige heropstart van Doel 4 en Tihange 3.

Collega’s, er is nog één element dat ik graag wil meegeven aan het Parlement. Net als in alle andere staatssteundossiers – dit is dus niet nieuw voor dit dossier – vraagt de Europese Commissie stabiliteit in het voorliggende dossier. Het grootste deel van mijn bezoeken aan de commissaris had dan ook als doel toelichting te geven en vooral gerust te stellen dat dit de definitieve versie was. Mijn taak is nu af te werken wat eerste minister De Croo en ikzelf hebben onderhandeld.

Ik wil benadrukken, voor zover dat nodig is, dat ik 100 % trouw ben aan elke komma, elke letter en elk detail van dit contract van 1.000 pagina’s. U kunt op mij rekenen om toelichting te verschaffen in het Parlement indien nodig. De regering heeft alle elementen van die deal ook al toegelicht bij de onderhandelende partijen. Ik neem daar mijn verantwoordelijkheid voor. Sinds mijn eerste dag als minister heb ik daaraan gewerkt en ik zal dat blijven doen zolang ik op deze stoel zit. Ik kan echter geen verantwoordelijkheid nemen voor elementen buiten deze deal.

De deadlines van september 2025 en november 2025 staan vast. Het is zeer complex. We kunnen deze elementen tot een goed einde brengen, maar de stabiliteit van de gemaakte afspraken zal van cruciaal belang zijn om de finish te halen.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour cette réponse. Je crois que vous avez raison de dire qu'il y a des éléments de comparaison entre le dossier offshore, et d'autres d'ailleurs, et celui de la prolongation de ces deux centrales nucléaires.

Dans ces dossiers, on constate que deux éléments capitaux s'entrecroisent. Il s'agit du timing et du capital, de l'argent qui est sur la table – et il n'est pas ici question de montants légers.

Par contre, on ne peut pas s'étonner de ce que la Commission ait un œil versé sur les éventuelles perturbations des marchés. Je ne dis d'ailleurs pas ce que c'est le cas. C'est le rôle de la Commission qui est garante de l'esprit de concurrence également et je pense qu'elle remplit son rôle. Toutefois, les réponses peuvent être données aussi.

Madame la ministre, j'entends à la fois toute votre confiance et une forme de prudence aussi par rapport aux questions soulevées. Vous n'apportez pas ici directement les réponses. Je peux l'entendre. Cela doit effectivement se faire en bonne intelligence mais, malgré tout, il faut continuer à y travailler. Au vu des premiers éléments que j'ai évoqués et du travail qu'il reste à faire, on voit bien que, si la montagne est en train d'être escaladée, on n'est pas encore arrivé au sommet et les différents pics qu'il reste à surmonter ne sont pas minces. Madame la ministre, j'espère que le travail qui a été engagé par vous pourra se terminer avec le succès que vous espérez.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.

U hebt natuurlijk zelf de voorzet gegeven. Ik heb op het einde van de vorige legislatuur gezegd dat u een aantal zaken in gang hebt gezet waarmee uw opvolger rekening zal moeten houden en die hij zal moeten afwerken. Ik zie het niet anders gebeuren. Er lekt heel weinig uit van de federale onderhandelingen over energie. Er zijn wat nucleaire ambities en zaken die zijn bijgeschaafd. U kunt uw loyauteit alleen bewijzen op wat door deze regering werd overeengekomen in het voorjaar. Ik ben heel benieuwd naar de eventuele bijsturingen van een nieuwe regering in dit dossier en het andere.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Dit proces zal nog enige tijd lopen. We moeten kijken waar de klemtonen gelegd zullen worden. Ik ben het met u eens dat het niet zo bijzonder is dat er een diepgaand onderzoek komt. Ik kan u ook volgen wanneer u zegt dat het goed is voor het dossier en dat het er is om te kunnen zorgen voor wat meer stabiliteit achteraf. Het gaat dus de juiste richting uit. We zullen moeten opvolgen waar de Commissie haar klemtonen in dit dossier zal leggen, of dat aanpassingen vereist of niet en hoe het verder zal worden behandeld.

Sowieso zullen wij dit dossier van nabij opvolgen in deze commissie. Dat is tegelijkertijd de verklaring voor mijn laattijdigheid, want de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft zonet de aanzet gegeven voor de oprichting van de subcommissie Nucleaire Veiligheid en ik verwacht dat wij het dossier ook daar verder zullen kunnen opvolgen op het vlak van nucleaire veiligheid.

Voorzitter:

Zijn er nog leden die het woord wensen? ( Nee)

Tinne Van der Straeten:

Volgens mij is er geen link tussen de nucleaire veiligheid en het staatssteundossier.

Het persbericht van de Europese Commissie geeft wel aan welke elementen aandacht moeten krijgen. Uit dossiers van de afgelopen tijd blijkt dat een aantal zaken uitgelegd moet worden en een aantal zaken soms ook anders geformuleerd kan worden. Soms, zoals in het CRM-dossier, bestaat de oplossing uit evaluaties naderhand.

Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat we dit samen met het Parlement goed blijven opvolgen. Ik kan niet vooruitlopen op de zaken, ik heb vandaag geen indicatie. Ik blijf natuurlijk altijd optimistisch en ik wil ook altijd tot resultaten komen. Ik heb het boek The Tragic Mind van Robert Kaplan gelezen, die stelt dat beleid gevoerd moet worden met anxious forsights . Dat houdt in dat men optimistisch moet blijven, maar zich wel moet inbeelden wat er zou kunnen gebeuren. In dit geval, indien een wetswijziging noodzakelijk is, dan denk ik wel dat de commissie voor Energie dient samen te komen. Daarvoor heb ik nu echter geen indicaties. In de huidige fase van het dossier is dat niet aan de orde en hoef ik dus niet aan de bel te trekken. Wanneer dat wel het geval is, stel ik voor dat de commissie snel bijeengeroepen wordt om te bekijken hoe we dat aanpakken.

Voorzitter:

Dat staat genoteerd, mevrouw de minister.

De toekomst van Triton Link en de kosten van het Belgische energie-eiland
Het energie-eiland en de Triton Link
De toekomst van het Belgische energie-eiland en de Triton Link

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Triton Link (België-Denemarken) wankelt door stijgende kosten, verschillen in kostenberekening en Denemarken’s zoektocht naar alternatieven (o.a. Duitsland), terwijl België vasthoudt aan de 50/50-verdeling en extra Europese financiering onderzoekt—het project is niet stopgezet, maar in een onderzoeksfase met onzekere timing. Het Belgische energie-eiland (Prinses Elisabeth) kampt met kostenstijgingen (van 2,5 naar >3,5 miljard) door inflatie, materiaaltekorten en ontwerpaanpassingen, met strenge monitoring door Elia en CREG om tarieven te beperken, maar concrete updates ontbreken nog. België blijft inzetten op Noordzee-interconnecties (o.a. Nautilus, Nederland/Noorwegen) voor bevoorradingszekerheid, maar eist transparantie en de beste business case—zonder garanties voor Denemarken als partner. De Europese rol (toekomstig commissaris Jørgensen) wordt cruciaal om hybride projecten en kostenverdeling te herzien, gezien de mismatch tussen bilaterale lasten en EU-brede baten.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, deze vraag gaat opnieuw over de bevoorradingszekerheid op lange termijn. Er is namelijk weer wat onzekerheid daarover. Ik weet dat er een verschil is tussen het Deense energie-eiland en de eigenlijke verbinding, de Triton Link. Vorig jaar, toen er met betrekking tot het eiland eigenlijk al twijfel werd geuit door Deense collega's, hebt u duidelijk gezegd dat de realisatie van de Tritonkabel niet in het gedrang kwam. U was daarover heel duidelijk. U zei dat men slechts bezig was met de hertekening van de scope van het eiland.

De huidige Deense minister van Energie heeft nu echter nog krachtigere vraagtekens geplaatst. Door stijgende materiaalprijzen en hogere intrestvoeten is het kostenplaatje hoger. Men wijst zelfs naar de Belgische regering, die niet bereid zou zijn meer geld op tafel te leggen voor het project. België houdt vast aan de 50/50-verdeling en er komt geen Belgische bijdrage voor het Deense eiland zelf. Denemarken kijkt naar een alternatief om het eiland niet met België verbinden, maar met Duitsland. Er is dus toch wel wat onzekerheid, ook over de timing.

Kunt u meer toelichting geven over de stand van zaken in het studiewerk en de lopende overeenkomst tussen Elia en zijn Deense evenknie?

Is het bedrag qua investeringskosten van 4,3 miljard euro ondertussen achterhaald?

Hoe reageert u op het huidige kosten-batenplaatje in een scenario van gedeelde kosten?

Kan de Europese financiering, want het werd geselecteerd als een Europees PCI-project, hier volledig soelaas brengen of moeten er zaken worden heronderhandeld?

Dan wil ik het ook even hebben over ons energie-eiland. Elia kende al toe orders voor de ruwbouw en een deel van de kabelwerken. Ook daarover was er, vorig jaar al, berichtgeving. De schatting van 2,5 miljard is ondertussen gestegen tot meer dan 3,5 miljard. Kunt u daaromtrent nog wat actuele informatie geven?

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik heb een gelijkaardige vraag naar aanleiding van de uitspraak van uw Deense evenknie, die zei dat de verbinding met België te duur uitvalt en dat hij ze wil heroriënteren richting Duitsland. Daarbij speelt uiteraard ook de inschatting van de kostprijs van de twee eilanden een rol. Het Deense energieagentschap had die op respectievelijk 5 en 7,5 miljard geraamd.

Bij ons lag de inschatting aanvankelijk een stuk lager. Er was eerst sprake van 2,2 miljard of 2,3 miljard. Nadien is dat bedrag wat opgetrokken, zoals collega Ravyts al aangegeven heeft. De vraag is natuurlijk of de kostenevolutie nu helemaal gestopt is.

Ik kom tot mijn vragen.

Ten eerste, wat is de stand van zaken van de Triton Link? Wordt dat project verder uitgerold of komt het te vervallen doordat de Denen niet meer wensen mee te werken?

Welke middelen werden reeds gespendeerd voor de ontwikkeling en het onderzoek van dit project?

Ten tweede, hoe ver staat het energie-eiland bij ons? Wat is de huidige kostenraming? Hoe ziet de planning van de realisatie er concreet uit?

Ten derde, wat is de stand van zaken voor projecten inzake de versterking van de interconnectie met andere landen? Er liggen op dat vlak immers nog andere projecten op de tafel.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Wollants en mijnheer Ravyts, dank u voor uw vragen.

De Triton Link is inderdaad een project dat teruggaat tot 2021. Het begon met een MOU tussen Dan Jørgensen, de toenmalige Deense minister van Energie, en mijzelf. Ondertussen ben ik minister van Energie in lopende zaken. Dan Jørgensen zal de volgende Europese commissaris voor Energie worden in de nieuwe Commissie van Ursula von der Leyen. Misschien wordt dit dossier dus toch nog relevant. Daar kom ik later op terug.

Toen wij de MOU ondertekenden, in 2021, was er eerst pre-visibility . Nadien is er visibility gekomen. Er is ook een energiecrisis gekomen, enzovoort. Dan heeft de opvolger van Dan Jørgensen, Lars Aagaard, ongeveer een jaar geleden aangegeven dat ze te ambitieus geweest zijn en dat ons energie-eiland niet te vergelijken is met dat van de Denen. Hun energie-eiland is een massieve infrastructuur, met een heel ingewikkelde eigendomsinfrastructuur, met een haven erbij, in een publiek-private samenwerking. Daar zou men ook waterstofenergie ontwikkelen. Het MOU was volgens hem te megalomaan, te groot.

Toen heeft Lars Aagaard naar mij gecommuniceerd dat ik mij geen zorgen moest maken en dat het een kwestie van 'reculer pour mieux sauter' was. Ze zouden hun eiland inrichten zoals wij dat hebben gedaan en focussen op transmissie-infrastructuur en op interconnectie. Ze zouden het project wat behapbaarder maken. We moesten ons geen zorgen maken. Ze wilden ermee verder. Ze hebben een groot potentieel dat ze kunnen exporteren naar andere delen van Europa en dat zeer belangrijk is voor de energieonafhankelijkheid van de gehele Europese Unie. Dat was de boodschap die we kregen.

Enkele maanden geleden – en dat is ook belangrijk om een aantal zaken in hun context te plaatsen – vroeg Denemarken echter eenzijdig aan België om een groter deel van de kosten te dragen. Bij het onderzoeken van die vraag – u mag mij altijd alles vragen en u weet dat – heeft zowel mijn administratie als de netbeheerder vastgesteld dat de reden en noodzaak van die vraag onvoldoende duidelijk waren.

Onze vraag was vooral welke kostenberekeningen aan de grondslag daarvan lagen. We hebben immers vastgesteld dat Denemarken plots een andere rekenmethode gebruikte dan België. Het was ook een andere rekenmethode dan wij eerder samen overeengekomen waren. We hebben verder vastgesteld dat Denemarken zich erg terughoudend opstelde tegenover onze vragen naar inzicht in cijfers en berekeningen en ook elk voorstel van België om tot een tussenoplossing te komen negatief beantwoordde.

Mijnheer Ravyts, ik kan uw vraag over de kosten en baten dus eigenlijk niet beantwoorden. De conclusie is immers dat wij voor die berekening verschillende methodes gebruiken. Dat heeft ook als gevolg dat ik geen oplossing kan voorstellen aan de Deense collega's.

We zijn wel blijven aandringen op verder onderzoek en meer duidelijkheid. We wilden vooral een onderzoek naar mogelijke bijkomende Europese subsidies en cofinanciering door eventuele derde landen die baten hebben bij deze interconnectie, zoals Duitsland. Een deel van de baten valt immers in Duitsland. Momenteel wordt een aanvraagdossier voor de financiering van verder onderzoek voorbereid. Het project is dus absoluut niet stopgezet, maar bevindt zich in een tussenfase waarin bijkomend onderzoek moet worden verricht alvorens de gesprekken met Denemarken opnieuw kunnen worden opgestart.

Mijn collega, Lars Aagaard, heeft ook in zijn parlement toelichting gegeven. Dat was de aanleiding voor persberichten die hier aanleiding hebben gegeven tot de vragen over de huidige status van dat project. Eigenlijk heeft mijn collega in het Deense Parlement echter gezegd dat de Belgen toch niet zomaar eender welke kosten op zich willen nemen en dat er ook nog andere opties bekeken worden. Dat doen wij ook. Mijnheer Wollants, u hebt die vraag gesteld. Wij kijken inderdaad ook naar Nederland, Noorwegen en Duitsland. Op ons eiland beschikken wij immers over de mogelijkheid tot twee interconnecties. Ik zou dit project zeer graag met Denemarken verwezenlijken, maar ik ben niet met Denemarken getrouwd. Ik voel me wel gebonden aan het project met de beste business case.

In België moeten wij ons, met ons structurele tekort in de toekomst, verzekeren van een toegang tot gebieden in de zee met overschotten. Nautilus is een project in ontwikkeling. Ed Miliband wil ook dat dat project gerealiseerd wordt. Wij hebben met de verschillende Noordzeelanden onze ambities vastgelegd. Het potentieel in de Noordzee is zeer groot, veel groter dan alleen in ons deel van de Noordzee. Die elektriciteit naar ons halen via de interconnecties is positief voor onze bevoorradingszekerheid en voor die van de Unie in het algemeen.

Waarom verwees ik naar Dan J ø rgensen? Dit project toont aan dat we op het Europese niveau anders moeten samenwerken, anders moeten plannen en anders moeten financieren. Het betreft hybride projecten in een bilateraal model, waarbij twee lidstaten samen proberen een dergelijk project op te zetten. Die projecten stuiten echter op bepaalde limieten. De kosten moeten tussen twee landen worden verdeeld, maar de baten komen anderen ten goede. Het gaat ook om no regret -investeringen, die bijdragen aan de algemene doelstellingen van de Europese Unie, waarin de Europese Commissie misschien ook een rol heeft te spelen. Ik denk aan het Draghi-rapport waarin sprake is van een focus op netinvesteringen. Volgens mij is het bij uitstek de rol van een volgende Commissie en van de nieuwe commissaris om de lidstaten tot een gezamenlijke aanpak te brengen.

Voor ons eigen eiland nemen we het voortouw om een hybride project op te zetten, met de bedoeling de 3,5 GW en de toegang tot elektriciteit voor onze gezinnen en onze industrie te realiseren. Er is een verband met de stijging van de kosten. De CEO van Elia heeft in juli 2023 daaromtrent in deze commissie in de vorige samenstelling al enige toelichting gegeven. Jullie gaan binnenkort op werkbezoek naar de CREG.

Het budget van het energie-eiland is onderhevig aan stijgingen die te maken hebben met inflatie, maar ook met de evolutie van de materiaalkosten en met de krapte op de markt van de toeleveringsketen van onderdelen. Dat betekent dat we, ongeacht het gekozen design, aangezien zowel een eiland als platformen de DC1-infrastructuur nodig hebben, te maken zouden hebben gekregen met kostenstijgingen.

Dat betekent echter nog niet dat we dat maar gewoon moeten horen, zien en geloven. Ik heb daarover gesprekken gevoerd met zowel de netbeheerder als de CREG en ik ben er absoluut van overtuigd dat de kosten en de kosteninschatting zo goed mogelijk gemonitord moeten worden, zodat zo snel mogelijk ingespeeld kan worden op veranderingen in de inschatting. Het gaat over gereguleerde assets en over de transmissietarieven, dus bij uitstek is dat een kerncompetentie van de netbeheerder en het is een kerncompetentie van de regulator om toe te zien op de kosten van de netbeheerder. Om de kosten zo laag mogelijk te houden, vooral voor de eindgebruiker, om het even wie de eindgebruiker is, vind ik het wel van belang om dat te monitoren, waarbij voortdurend uitgezocht wordt of er nog bespaard kan worden of gezocht wordt naar andere mogelijkheden om de kostprijs zoveel mogelijk te beperken.

Dat dossier loopt dus nog. In de toekomst kunnen we daarom zeker nog eens een update maken van alle interconnecties, bijvoorbeeld ook de Nautilusconnectie.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor de update betreffende het Deense project. Voor de eerste keer wordt nu echt gesproken over alternatieven, aangezien u zelf zegt dat u niet getrouwd bent met de Denen.

Bij hybride projecten op het Europese niveau vallen de baten soms elders. De netbeheerder hanteert de visie dat inzake de financiering een tandje bijgestoken zal moeten worden. Er ligt dus nog veel werk op de plank voor Jørgensen, de toekomstige Europese commissaris.

U zult onze bezorgdheid over het energie-eiland, dat onder het toezicht van Elia en de CREG valt, wel begrijpen, want daarmee zitten we bij de nettarieven. Ik denk dat elke fractie daarover bezorgd zou moeten zijn. Dat wordt dus zeker vervolgd.

Bert Wollants:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wij zullen bekijken hoe een en ander verder verloopt. Dat andere interconnecties misschien beter zouden kunnen scoren en daardoor hoger op ons verlanglijstje zouden moeten staan, is een terechte bezorgdheid. Dat hebben wij in het begin ook al aangegeven. Het is niet omdat er toevallig een goede verstandhouding is met de toenmalige minister dat er daarom een kabel naar Denemarken moet komen. Voor ons moet de kabel naar het land komen waar wij de meeste voordelen kunnen halen. Over ons eigen energie-eiland heb ik u niet meteen het recentste bedrag horen vernoemen. Ik begrijp dat daarover wordt gedebatteerd. Tegelijkertijd circuleren wel bedragen in de wandelgangen die niet min zijn. Vroeg of laat zullen wij over die bedragen ons licht moeten laten schijnen. Ik weet niet in welke fase dat zal zijn, ik veronderstel wanneer alle actoren daarover uitgediscussieerd zijn. Het Parlement mag echter wel een zicht krijgen op de evolutie die ondertussen heeft plaatsgevonden sinds de vorige, toch wel forse prijsstijging. Ik laat mij vertellen dat de huidige prijsstijging nog forser is dan de vorige. In ieder geval, indien de bedragen kloppen die momenteel in de wandelgangen rondgaan, zullen wij in de nabije toekomst naar u terugkomen, om te horen hoe het verloopt. Transparantie ter zake zou immers niet slecht zijn.